KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de Algemene Rekenkamer, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2024 bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Kamerstuk 36740-XVI-2)

10 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 05a44aa0242bc75f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 740 XVIJaarverslag en slotwet Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport 2024Nr. 5 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 10 juni 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Algemene Rekenkamer over de brief van21 mei 2025 inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek2024 bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Kamerstuk36 740 XVI, nr. 2).De Algemene Rekenkamer heeft deze vragen beantwoord bij brief van10 juni 2025. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Meijerink kst-36740-XVI-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 51 Vraag 1Wat adviseert u concreet om de AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsak-koord) overzichtelijker te maken dan de IZA, zodat het ook voor Kamer-leden makkelijker wordt om dit akkoord te controleren?Voor Uw Kamer is het belangrijk om zicht te hebben op het resultaat vanhet beleid. Daarvoor zijn drie dingen nodig: een heldere formulering vanhet beoogde doel, heldere informatie over de vraag of en in welk tempohet beoogde doel bereikt wordt en, ten derde, antwoord op de vraag ofhet bereiken van het doel inderdaad toe te schrijven is aan het gevoerdebeleid van de Minister en het geld dat ze daarvoor inzet.In het geval van het IZA is het doel helder: de zorg moet in de toekomstgoed, betaalbaar en toegankelijk blijven. Uit ons onderzoek blijkt echterdat Uw Kamer op de andere twee aspecten minder duidelijke informatieontvangt. Het ontbreekt U aan een helder overkoepelend beeld van deresultaten van het IZA: hoe staat het er op dit moment voor met detoekomstbestendigheid van de zorg? Lukt het de zorgvraag om te buigen?U ontvangt heel veel informatie maar een overkoepelend beeld hieroverontbreekt. En verder ontbreekt tot nu toe een antwoord op de vraag of hetgevoerde beleid van de Minister helpt om het IZA-doel dichterbij tebrengen. Met andere woorden: u weet niet of het beleid doeltreffend is.In het geval van het AZWA zou u allereerst scherp kunnen zijn op het doelvan dit nieuwe akkoord: wat gaat dit akkoord volgens de Minister extraopleveren ten opzichte van het al bestaande beleid (doel), en in welktempo (tijdlijn). En vervolgens kunt u de Minister vragen te rapporterenover de stand van zaken en het gerealiseerde tempo in de praktijk. Waarbijde rapportages die u ontvangt, u in ieder geval moeten laten zien hoe hetstaat met de (extra) opbrengst van dit akkoord op de verschillendemomenten in de tijd. Ook is het van belang dat u weet hoe het ingezettebeleid en financiële middelen in de praktijk van invloed zijn op degerealiseerde opbrengst.Vraag 2Kunt u een overzicht maken in de vorm van een tabel van de onderbe-steding van VWS?In ons (overkoepelende) rapport, de Staat van de rijksverantwoording2024, hebben wij op pagina 19 een tabel opgenomen met de onderuit-putting per ministerie. Zoals op pagina 91 van het betreffende documenttoegelicht, zijn deze figuren overgenomen uit het Financieel Jaarverslagvan het Rijk 2024. Wij hebben onze controle niet gericht op de juistheidvan deze cijfers. Voor uw vraag naar de onderbesteding van VWS perbegrotingsartikel, verwijzen wij u naar de Minister en het jaarverslag vanVWS.Vraag 3Ziet u problemen bij het Ministerie van VWS van de afgelopen jaren dieook dit jaar nog steeds niet verholpen zijn?Vanuit de bedrijfsvoering zien wij problemen bij het Ministerie van VWSdie ook dit jaar nog niet verholpen zijn. Dat geldt voor het financieelbeheer, het inkoopbeheer en het subsidiebeheer. Deze onderwerpenbeoordelen we al langere tijd als onvolkomenheid.Wij zien dat de bedrijfsvoering is verbeterd, maar deze processen zijn inde praktijk nog niet helemaal op orde.Vanuit de rechtmatigheid zien wij dat de Minister over het algemeen hetgeld vaker volgens de regels heeft besteed. Zoals wij op pagina 68toelichten blijft het totaal aan fouten en onzekerheden bij de verplich-tingen voor het eerst sinds jaren onder de tolerantiegrens. En hoewel deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 52 tolerantiegrens bij de afgerekende voorschotten ook in 2024 nog wordtoverschreden, ging dit in 2023 nog om € 2,1 miljard. Terwijl de fouten enonzekerheden in 2024 zijn afgenomen tot € 579,5 miljoen.Vraag 4Kunt u uiteenzetten hoe de € 25 miljoen wordt besteed voor de groterebuffervoorraden? Dit ook in samenhang met de conclusie dat «niet vast testellen is of de voorraadverplichting werkt».De Minister heeft in 2021 het Uitgavenplafond Zorg (UPZ) verhoogd met€ 25 miljoen, verdeeld over de kaders van apotheekzorg (voor extra-murale geneesmiddelen, € 15 miljoen) en medisch-specialistische zorg(voor intramurale geneesmiddelen, € 10 miljoen).Met deze € 25 miljoen, creëerde de Minister financiële ruimte voor hetstijgen van de uitgaven aan geneesmiddelen. Dat achtte de Ministernoodzakelijk omdat de Minister dacht dat handelsvergunninghouders engroothandels als gevolg van de voorraadverplichting extra voorradenmoesten aanhouden en zij daar (dus) extra geld aan kwijt zouden zijn. DeMinister ging ervan uit dat handelsvergunninghouders en groothandelsgrofweg de helft van de kosten door zouden berekenen in de medicijn-prijzen en de andere helft niet. Zie ook de Kamerbrief van 3 november2019 (29 477, nr. 622). Het is erg lastig te achterhalen of deze extrafinanciële ruimte in de afgelopen jaren ook daadwerkelijk gebruikt is voorgrotere voorraden. Wij komen op basis van ons onderzoek tot deconclusie dat het niet waarschijnlijk is dat het voorraadgedrag vanhandelsvergunninghouders en groothandels is veranderd.Vraag 5Als Financiële Economische Zaken (FEZ) wordt gezien als eigenaar van hetfinancieel beheer, maar FEZ het middenmanagement niet aanspreekt ophet gevoerde financiële beheer, valt hieruit dan te concluderen dat ereigenlijk geen controle is op de verantwoording waar de publieke geldenprecies aan uitgegeven worden?Wij gaan ervan uit dat deze vraag voortkomt uit het onderzoeksrapportvan de ADR: Voortgang en randvoorwaarden implementatie verbeterpro-gramma financiële beheersing VWS. In uw vraag spreekt u over dedirectie Financieel Economische Zaken (FEZ) als eigenaar van hetfinancieel beheer. Zoals wij in ons rapport op pagina 49 aangevenontbreekt het wat ons betreft aan een gezamenlijk gevoel van eigenaar-schap voor de verbetering van financieel beheer. Wij geven daarbijvoorbeeld ook aan dat de betrokkenheid en aandacht van directeurenvoor de door FEZ gerapporteerde uitkomsten van de interne controlesbeperkt is. Dit betekent niet dat er geen controle is op de verantwoordingvan de publieke gelden. Wel merken wij op dat de interne controles zichnog beperkt richten op rechtmatigheid (is het geld volgens de regelsbesteed). Dat betekent niet dat dit niet gecontroleerd wordt, maar wel datde Minister voor het beeld of het geld rechtmatig is uitgegeven nog sterkafhankelijk is van haar controleurs. Zoals de Auditdienst Rijk en deAlgemene Rekenkamer.Vraag 6Waarom kijkt FEZ pas aan het einde van het proces mee naar potentiëlerisico’s?Wij gaan ervan uit dat deze vraag voortkomt uit het onderzoeksrapportvan de ADR: Voortgang en randvoorwaarden implementatie verbeterpro-gramma financiële beheersing VWS. Daarmee in lijn is het volgens onsaan de Minister van VWS om deze vraag te beantwoorden. Voor eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 53 verbetering van het financieel beheer is een gezamenlijk gevoel vaneigenaarschap benodigd.Vraag 7Bij wie ligt het eigenaarschap voor de interne processen, de inrichting vande organisatie en het onderkennen van de key-controls in de processendie ten grondslag liggen aan het financieel beheer van het Ministerie vanVWS?De Minister is uiteindelijk verantwoordelijk voor de genoemde punten.Daarmee in lijn is het volgens ons aan de Minister van VWS om dezevraag te beantwoorden.Vraag 8Bent u ervan overtuigd dat u een voldoende scherp oordeel kunt vellenover de zorg, als u uw onderzoek beperkt tot het deel dat vanuit deRijksbegroting wordt gefinancierd?De zorguitgaven lopen deels via de begroting van het Ministerie van VWS;en deels buiten deze begroting om. Zoals wij op pagina 22 van de Staatvan de Rijksverantwoording 2024 toelichten onderzoeken we niet allegeldstromen. In Nederland betalen we belasting aan de rijksoverheid. Ookbetaalt iedereen met een inkomen premies voor uitkeringen en zorg. Wijcontroleren de stromen van begrotingsgeld op rechtmatigheid en stellenvast dat de cijfers kloppen. De stromen buiten de rijksbegroting omcontroleren wij niet op rechtmatigheid en de juistheid van de cijfers. Diegeldstromen vallen namelijk buiten het budgetrecht.Bovenstaande betekent niet dat de gelden buiten de begroting (zoals depremiegefinancierde gelden) niet worden gecontroleerd. De zorgaan-bieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren verantwoorden zich over dezezorguitgaven aan de Minister van VWS. Hierbij zijn verschillende publiekeen private partijen betrokken. Voor de fondsen in de zorg controleert deexterne accountant van het Zorginstituut Nederland (ZiN) of geld volgensde regels is ontvangen en besteed.Ons onderzoek naar de resultaten van beleid beperkt zich niet tot debegrotingsuitgaven. Wij hebben in het kader van het Verantwoordingson-derzoek 2024 naar een aantal resultaten van VWS-beleid gekeken die nietalleen met begrotingsgeld maar ook (geheel of gedeeltelijk) metpremiegeld gefinancierd zijn:•We hebben in kaart gebracht wat de resultaten zijn van de verplichtingvoor toeleverende bedrijven om medicijnen op voorraad te houden.•We hebben gekeken hoe de Minister van VWS het parlement heeftgeïnformeerd over de resultaten van het Integraal Zorgakkoord.•We hebben in kaart gebracht hoe de gezondheid in Nederland zichontwikkelt aan de hand van indicatoren van de Monitor BredeWelvaart.Uw Kamer heeft in het verleden op verschillende momenten gepleit voorversterking van haar rol bij de premiegefinancierde geldstromen. DeAlgemene Rekenkamer ondersteunt dat.Vraag 9Wat zou de regering volgens u kunnen doen om de grip van de TweedeKamerleden op de resultaten van het IZA makkelijker te maken?Het doel van het IZA is dat de zorg in de toekomst goed, betaalbaar entoegankelijk blijft. U kunt de Minister allereerst vragen te rapporteren overde mate waarin dit beoogde doel dichterbij is gekomen sinds de start vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 54 het IZA. Het is van belang dat u informatie over in de vorm van een helderoverkoepelend beeld van de gerealiseerde resultaten, op een abstractie-niveau hoger de afzonderlijke verschillende IZA-monitors die u nuontvangt. Daarbij kan de Minister u antwoord geven op vragen als: Gaathet met de zorg de gewenste kant op? In het tempo dat bedoeld was?Waar blijkt dat uit?Daarnaast zou de Minister u inzicht kunnen geven in het verband tussende ontwikkelingen in de zorg en het beleid dat zij heeft ingezet. Hebbendie acties bijgedragen aan het bereiken van het doel?Zie ook het antwoord op vraag 1.Vraag 10Wat zou de Minister volgens u kunnen doen om de controle op deverplichte voorraden te verbeteren?Het is belangrijk dat het toezicht van de IGJ aansluit bij de norm die zemoet handhaven.De omvang van de verplichte voorraden is 2 weken voor de groothandelen 4 weken voor de handelsvergunninghouder. Wat 2 of 4 weken voorraadinhoudt in termen van aantallen (bijv. aantallen verpakkingen) wordtbepaald met de «rekenregels» die deel uit maken van de beleidsregel.Deze rekenregels zijn in 2024 complexer gemaakt, door voorraad nietalleen te baseren op historische gegevens, maar ook op basis van eenforecast van het bedrijf over de verwachte toekomstige vraag. De Ministerdeed dat omdat de vraag naar een medicijn kan schommelen. Eenbuffervoorraad alleen berekend aan de hand van historische gegevenskan te klein (of groot) blijken als de vraag naar het medicijn op een latermoment sterk is gestegen (respectievelijk gedaald). Toezicht houden opbasis van de nieuwe rekenregels betekent dan dat de IGJ ook de kwaliteitvan de forecast van bedrijven moet beoordelen om zeker te weten dat aande juiste voorraadhoogte wordt getoetst. En die forecasts zijn gebaseerdop ingewikkelde econometrische modellen die per medicijn en per bedrijfverschillen. Er is hier sprake van een afruil tussen «makkelijke controleer-baarheid» en «betere aansluiting bij de vraag» bij het bepalen van dehoogte van de verplichte buffervoorraden.In ons rapport geven we aan dat IGJ op dit moment niet volledig kantoetsen hoe bedrijven berekenen hoeveel voorraad zij nodig hebben.In ons rapport noemen we verder dat het voor IGJ praktisch nietuitvoerbaar is om voorraden fysiek na te tellen. Of de voorraadadminis-tratie aansluit op de werkelijk aanwezige voorraden gaat IGJ niet na.Tot slot gaven wij in ons rapport aan dat IGJ niet goed kan beoordelen of,in de situatie dat er minder voorraad aanwezig is dan wat er verplicht is,een onderbouwing van een «leg uit» hout snijdt. Het is aan de Minister ende IGJ om de beste manier te bepalen om het toezicht te verbeteren.Vraag 11Wat is de reden dat u zich maar op één maatregel richt bij het stuk overkortdurende leveringsproblemen?Medicijntekorten zijn een ingewikkeld probleem, waarbij meerdere, metelkaar vervlochten, factoren een rol spelen. De oorzaken van het probleemliggen deels in de wereldwijde keten van productie en levering, en deelsin regelgeving, beleid en praktijken die het minder aantrekkelijk maken ommedicijnen op de markt te brengen of te investeren in een veerkrachtigeproductie- en leveringsketen. De Minister doet verschillende dingen omdeze oorzaken weg te nemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 55 Vanwege deze complexiteit en beperkte capaciteit binnen ons verantwoor-dingsonderzoek konden wij ons in het VO VWS 2024 slechts op eenonderdeel van het beleid richten. Wij gekozen voor de Beleidsregelaanhouden geneesmiddelenvoorraden omdat de Minister het zelf in dehand heeft (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het preferentiebeleid, dat vanzorgverzekeraars is) en het in 2024 in werking/uitvoering was.Vraag 12Wat is de reden dat u de maatregel tot voorraadverplichting wilt intensi-veren als de conclusie is dat niet kan worden vastgesteld of dit werkt?Wij betwijfelen niet dat buffervoorraden (in het algemeen) tekorten in deapotheek kunnen voorkomen. In andere woorden: we betwijfelen niet datbuffervoorraden werken. Want buffervoorraden zorgen ervoor dat, bij eenkorte leveringsonderbreking, bedrijven in de geneesmiddelenketenkunnen blijven leveren aan de apotheek.Onze conclusie is echter dat de voorraadverplichting, in de huidige vorm,waarschijnlijk niets heeft veranderd in het voorraadgedrag van detoeleverende bedrijven. Er zijn aanwijzingen dat de buffervoorraden bijhandelsvergunninghouders en groothandels niet substantieel groter zijndan ze al waren voor 2023, toen de Beleidsregel aanhouden geneesmidde-lenvoorraden nog niet gold. Grotere buffervoorraden laten aanleggen(voor bepaalde medicijnen) kan meer opleveren in het voorkomen vantekorten. Daarbij zijn wat ons betreft voorwaarden dat IGJ de aanwezigevoorraden goed kan controleren en de Minister zicht heeft op de hoogtevan die voorraden.Vraag 13Was er geen nulmeting voor de voorraden van medicijnen voordat demedicijnenbuffermaatregel inging?De Minister heeft in 2019 Gupta Strategists onderzoek laten doen naar degevolgen van het vergroten van de voorraden van geneesmiddelen. Zieook de bijlage bij Kamerstuk 29 477, nr. 622. Gupta Strategists heeft toenop basis van gesprekken bepaald dat de gemiddelde safety stock (in onzeterminologie: «buffervoorraad») in de keten 2 maanden was. Dat is echtereen gemiddelde over alle medicijnen en bedrijven heen. We weten dusniet hoeveel bedrijven voor hoeveel medicijnen kleinere voorradenaanhielden, en hoeveel kleiner die voorraden dan waren. Die informatie iswel belangrijk om te bepalen of een verplichting van 8 weken in de ketenwat oplevert ten opzichte van de situatie van 2019, waarin gemiddeld2 maanden aanwezig was volgens bedrijven zelf.Vraag 14Wat kan de Minister volgens u doen om de knelpunten bij het toezichtdoor de IGJ weg te nemen?Zie het antwoord op vraag 10.Vraag 15Heeft u inzichtelijk hoeveel extra fte de IGJ nodig heeft om de nalevingvan de voorraadverplichting te controleren? Is het ook inzichtelijk welkekosten hiermee gemoeid zijn?Nee, we hebben niet in kaart gebracht hoeveel extra fte de IGJ nodigheeft. Het staat voor ons ook niet vast dat een verbetering van het toezichtom extra fte vraagt. Zie ook ons antwoord op vraag 10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 56 U vraagt ook naar de kosten van het toezicht bij IGJ. Voor het antwoordop deze vraag verwijzen wij u naar de verantwoordelijke bewindsper-sonen.Vraag 16Wat is de reden dat u in het oordeel over de beleidsresultaten verwijstnaar cijfers van Farmanco als eerder in het rapport wordt gezegd dat ertwijfel is over de betrouwbaarheid van deze cijfers?We noemen het cijfer van Farmanco (5 miljoen geraakte patiënten) in hetoordeel als illustratie bij onze constatering dat medicijntekorten veelpatiënten kunnen raken. Maar het klopt dat dit cijfer niet uitdrukt hoeveelpatiënten daadwerkelijk met een tekort zijn geconfronteerd, en hoe ernstigde gevolgen daarvan voor deze mensen zijn. Dat lichten we toe inbijlage 3 bij het rapport. De Farmanco-cijfers zijn gebaseerd op meldingenvan apothekers: zij kunnen melden dat een specifiek geneesmiddel (opverpakkingsniveau) bij hen niet aanwezig is. Melden is echter nietverplicht en met name bij producten die zonder bijzonderheden gesubsti-tueerd kunnen worden, zullen apotheken dat niet altijd doen. Het aantaltekorten kan in de praktijk dus hoger liggen. Anderzijds geven deze cijfersjuist een overschatting van het probleem, want niet alle gemelde tekortenvan specifieke geneesmiddelen resulteren in een tekort bij de patiënt.Mogelijk is er wel een andere verpakkingsgrootte van hetzelfde merkaanwezig, of zijn er voldoende volwaardige alternatieven beschikbaar inde apotheek.Vraag 17In hoeverre is aanbeveling 1 nog nodig als aanbeveling 2 en 3 goedworden opgevolgd en uitgevoerd?Opvolging van aanbeveling 1 (Laat de verplichting beter werken) kanzeker wat toevoegen ten opzichte van opvolging van de aanbevelingen 2(Verbeter het zicht op de omvang en ernst die patiënten ervaren bijmedicijntekorten) en 3 (Kom met alternatieve maatregelen).Opvolging van aanbevelingen 2 en 3 zal er niet voor zorgen dat deBeleidsregel aanhouden geneesmiddelenvoorraden beter gaat werken.Uitvoering van aanbeveling 2 is vooral nodig om de effectiviteit van hetbeleid vast te stellen. Uitvoering van aanbeveling 3 kan wel zorgen voorminder tekorten in de apotheek, maar werkt via een ander mechanismedan de Beleidsregel aanhouden geneesmiddelen.Verbetering van het toezicht kan zorgen dat beleidsregel zoals die nu isvormgegeven beter werkt, omdat dit waarschijnlijker maakt dat bedrijvendie geneigd zijn tot just-in-time-bedrijfsvoering de verplichte voorradenaanhouden. Grotere buffervoorraden (voor specifieke medicijnen) zorgenvoor een groter buffereffect (bij die medicijnen) en het voorkomen vanmeer tekorten in de apotheek – mits IGJ de naleving ervan goed kancontroleren.Vraag 18Kunt u aangeven wat de verwachte regeldruk is bij de drie aanbevelingenmet betrekking tot de voorraadverplichting/medicijntekorten?U vraagt naar de regeldruk van het uitvoeren van onze aanbevelingen. Wijhebben daar geen specifiek onderzoek naar verricht.Met betrekking tot aanbeveling 1 verwachten we niet dat groterebuffervoorraden zorgen voor verandering in regeldruk. Verbetering vanhet toezicht kan meer regeldruk tot gevolg hebben bij IGJ en/of bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 57 bedrijven in de leveringsketen, maar ook tot minder regeldruk; dat isafhankelijk van de manier waarop het toezicht wordt verbeterd. Zie ookhet antwoord op vraag 13 hierboven.Aanbeveling 2: het verbeteren van het zicht op de omvang en ernst vanproblemen die patiënten ervaren kan leiden tot extra regeldruk bijapotheken, afhankelijk van de mate waarin de informatie geautomatiseerdverzameld kan worden. Informatie over voorraadstanden hebbenbedrijven in principe al beschikbaar. Groothandels gaan zulke voorraad-standen ook delen met de Minister in het kader van de subsidie voor extravoorraden van salbutamol-aerosolen en essentiële antibiotica. Maar het(geanonimiseerd) delen van die data kan leiden tot extra regeldruk.Wat betreft aanbeveling 3: sneller delen van signalen kan leiden tot meerregeldruk, maar dat hoeft niet. We zien dat meldingen nu vooral telefo-nisch en via overlegtafels worden doorgegeven. Het publiceren vanmeldingen op een platform dat beschikbaar is voor de relevante partijenzou juist tot minder regeldruk kunnen leiden. Het vervroegen van determijn waarop aankomende tekorten gemeld worden bij het Meldpuntbetekent in principe geen verandering in de regeldruk.Vraag 19Op welk punt loopt het naar uw inschatting vast bij het realiseren vanvoldoende ouderenwoningen?Bij de bouw van ouderenwoningen spelen veelal dezelfde knelpunten alsbij woningbouw in het algemeen. De Minister van VRO heeft beperkteinvloed op de bouw van de woningen, omdat haar ministerie niet zelfwoningen bouwt en moet samenwerken met verschillende partijen. Hetmaken van afspraken over de te bouwen woningen voor ouderen met allewoondealregio’s heeft meerdere keren vertraging opgelopen. Bij hetmaken van afspraken met woondealregio’s heeft de Minister van VRO nogweinig aandacht voor het ombouwen van bestaande woningen totwoningen die geschikt zijn voor ouderen (transformatie). De Minister weetbovendien niet precies hoeveel woningen voor ouderen er al zijn ofworden gebouwd en heeft geen tussentijdse doelstellingen geformuleerdhoeveel woningen er gebouwd of omgebouwd moeten worden voor 2030.Deze informatie zou helpen bij het eerder bijsturen. De Minister weet totslot ook niet in hoeverre ouderen gaan wonen in de voor hen geschiktewoningen.Vraag 20Welke stappen zou het kabinet volgens u kunnen of moeten zetten om welvoldoende ouderenwoningen te kunnen realiseren?Het stellen van tussentijdse doelen door de Minister van VRO kan helpenom een beter beeld te krijgen van de haalbaarheid van het doel. Ookbevelen wij de Minister aan in te zetten op het beter verkrijgen van zichtop de bestaande voorraad en het ombouwen van bestaande woningen totwoningen die geschikt zijn voor ouderen.Vraag 21Zou u nader kunnen toelichten op basis waarvan de conclusie wordtgetrokken dat het niet aannemelijk is dat de doelen met betrekking totouderenhuisvesting gehaald zullen worden?We concluderen dat het niet aannemelijk is dat de doelen met betrekkingtot ouderenhuisvesting gehaald zullen worden op basis van het tekort-schietend aantal lokale plannen van gemeenten. Ook heeft het proces vanafspraken maken in de woondeals vertragingen opgelopen. Daarbij komtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 58 dat de Minister van VRO nog niet weet of ouderen gaan wonen in denieuwe woningen.Vraag 22Zijn de conclusies en aanbevelingen uit het rekenkameronderzoekGeorganiseerde Onmacht uit 2023 door het vorige kabinet en dit kabinetvolgens u opgevolgd? Zo niet, welke wel en welke niet?In het verantwoordingsonderzoek 2024 hebben wij geen specifiekonderzoek verricht naar de opvolging door het vorige kabinet en ditkabinet van de conclusies en aanbevelingen uit het rekenkameronderzoekGeorganiseerde Onmacht uit 2023. Voor het antwoord op deze vraagverwijzen wij u naar de verantwoordelijke bewindspersonen.Uiteraard vinden wij het belangrijk dat onze aanbevelingen wordenopgevolgd. Daarom monitoren wij op systematische manier de verande-ringen en verbeteringen als gevolg van onze onderzoeken. Recent hebbenwe een uitvraag gedaan bij het Ministerie van VWS naar de opvolging vanonze aanbevelingen in het rapport Georganiseerde Onmacht. Dezeuitvraag is op het moment van schrijven nog niet afgerond.Vraag 23Ziet u verbetering in het jeugdbeschermingsstelsel sinds het uitkomenvan het rekenkamerrapport Georganiseerde Onmacht uit 2023?U vraagt of wij sinds het uitkomen van het rekenkamerrapport Georgani-seerde Onmacht uit 2023 verbetering zien in het jeugdbeschermings-stelsel. Wij hebben hier geen specifiek onderzoek naar verricht in hetkader van ons verantwoordingsonderzoek 2024. Wel noemen we dat deCommissie van Ark begin 2025 een toets op de uitvoering van deHervormingsagenda Jeugd 2023–2028 heeft gepubliceerd. Dezecommissie concludeert dat er meer nodig is om tot een goed werkend,beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel te komen. Dieconclusie komt overeen met ons rapport uit 2023. Wij vinden dat beiderapporten en de aanbevelingen de volle aandacht van kabinet en Kamerverdienen.Vraag 24Wat zijn volgens u de financiële consequenties wanneer besloten zouworden het hele project PALLAS te beëindigen en wilt u bij uw antwoordeen uiteenzetting van gedane kosten, kosten die gemaakt moeten wordenom te kunnen stoppen en ook besparingen hierdoor willen opnemen?U vraagt naar de financiële consequenties wanneer besloten zou wordenhet hele project PALLAS te beëindigen. Hiernaar hebben wij geenspecifiek onderzoek verricht. Voor het antwoord op deze vraag verwijzenwij u naar de verantwoordelijke bewindspersoon.Vraag 25Wat zijn volgens u de risico’s van het ontbreken van een businesscase inhet project PALLAS?U vraagt naar de risico’s van het ontbreken van een businesscase in hetproject PALLAS. In ons onderzoek hebben we aangegeven dat de stichtingPALLAS sinds 2013 gepoogd heeft een gezonde businesscase te ontwik-kelen om de bouw van de PALLAS-reactor privaat te financieren. In 2020bleek dat dit niet haalbaar was. De ontwikkelde businesscase was nietovertuigend genoeg om private partijen te laten instappen zondervergaande garanties van de Staat. Het niet kunnen opstellen van eengezonde businesscase waarin private partijen willen participeren heeft alsgevolg dat de Minister een keuze moet maken: wél bouwen maar dan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 59 bouw geheel of gedeeltelijk uit publieke middelen financieren, óf besluitende PALLAS-reactor níet te bouwen. Het grote risico van de eerste optie, debouw financieren uit publieke middelen, is dat alle financiële risico’s bijbijvoorbeeld een eventuele uitloop van de bouw of onvoorziene omstan-digheden bij de Minister liggen. Het grote risico van de tweede optie, hetniet bouwen van de Pallas-reactor, is dat de leveringszekerheid vanmedische isotopen voor patiënten niet gewaarborgd blijft.Vraag 26Is er mogelijkheid om alsnog helder te krijgen waar dubbelfinancieringheeft plaatsgevonden en in voorkomend geval het geld terug te vorderennaar de begroting van het Ministerie van VWS, aangaande de afgerekendevoorschotten die tot een onzekerheid van € 227,5 miljoen zorgen?Op basis van de gegevens die de Minister op dit moment tot haarbeschikking heeft, is het op dit moment niet mogelijk om alsnog metvoldoende zekerheid helder te krijgen waar dubbelfinanciering heeftplaatsgevonden. Dat is ook de reden dat wij de gehele omvang van devaststelling van de KiPZ-regeling als onzeker hebben aangemerkt.Vraag 27Kan ervoor gezorgd worden dat wanneer er toeslagen verstrekt wordenen de aanvrager een toeslagenpartner opgeeft, die niet uit andereregistraties blijkt of door recente wijzigingen in de gezinssamenstelling,dit eerst door aanvrager wordt aangetoond alvorens de toeslagen teverstrekken? Zo nee, waarom niet?De onzekerheden in de rechtmatigheid van de zorgtoeslag hebben diverseoorzaken, waaronder onduidelijkheden rondom partnerschap. Voor hetantwoord op de vraag hoe rechtmatige verstrekking van de zorgtoeslagkan worden geborgd, verwijzen wij u naar de verantwoordelijkebewindspersonen.Vraag 28Wat zijn de consequenties voor de agentschappen die de aanbestedingenniet volgens de regels hebben aangevraagd? Worden deze foutenrechtgezet en betaalt het I&W bijvoorbeeld de fout bij het RIVM terug, oflaat men het erbij? Zo ja, waarom?Bij het aangaan van het contract heeft het Ministerie van I&W deaanbestedingsregels niet nageleefd. Dat betekent niet dat sprake is vanfraude of dat de gekochte diensten niet zijn geleverd. Deze aanbestedings-regels bestaan niet voor niets. Deze zorgen er enerzijds voor dat verschil-lende partijen dezelfde kansen en mogelijkheden hebben om eenopdracht voor de overheid uit te voeren. Ook moet het opvragen vanoffertes bij meerdere concurrenten ervoor zorgen dat de overheid niet teveel betaalt. Het verkeerd toepassen van de aanbestedingsregels zet dedeur open voor voorkeursbehandelingen en (te) hoge marges. De enigemanier hoe de Minister van I&W deze fout kan rechtzetten, is door eennieuw contract aan te gaan en daarbij de aanbestedingsregels wel goedtoe te passen. Dit heeft in 2024 niet plaatsgevonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 740 XVI, nr. 510

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 036f0f7801f036f6

14 okt 2026 · 111dbe78736fbc2b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.