Amendement van het lid Van Raan over experimenteerruimte voor het opslaan van duurzame energie
Brontekst
Versie c153c9afa6908ecc · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2020–2021 35 693Wijziging van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 in verband met de implementatie van Uitvoeringsrichtlijn 2018/1581/EU Nr. 7 AMENDEMENT VAN HET LID VAN RAAN Ontvangen 15 juni 2021 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: IAan het slot van de beweegreden wordt voor de puntkomma ingevoegd: , alsmede om aanvullende voorzieningen te treffen. IIAan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende: CNa artikel 30 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 3a. Experiment voorraadvorming duurzame energie Artikel 30a 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten behoeve van het bij wijze van experiment gaan vormen van voorraden voor energie waarvan bij de productie geen broeikasgassen als bedoeld in artikel 1 van de Klimaatwet in de atmosfeer zijn vrijgekomen. 2. Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste tien jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. 3. Onze Minister zendt na de start van een experiment als bedoeld in het eerste lid elk jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltref-fendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede negen maanden voor het einde van het experiment een standpunt inzake de voortzetting anders dan als experiment. kst-35693-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 693, nr. 71 4. De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Toelichting Om in 2050 klimaatneutraal te zijn heeft het kabinet zich eraan gecom-mitteerd om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen te hebben terugge-bracht met 55 procent ten opzichte van 1990. Ons land zal steeds minder ingericht zijn op de distributie en verbranding van fossiele brandstoffen. Uiteindelijk zal het aanhouden van olievoorraden dan ook niet meer effectief zijn in noodsituaties. In noodsituaties moet er voldoende duurzame energie voorhanden zijn, waar de wereld nu op wordt ingericht. Het opslaan van energie is echter momenteel nog de achilleshiel in de energietransitie. Om in 2050 een volledig duurzame reserve mogelijk te maken, moet er nu volop geëxperimenteerd kunnen worden. Dit amendement regelt experimenteerruimte voor het opslaan van duurzame energie. Van RaanTweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 35 693, nr. 72
Gerelateerde bronnen
- Amendement van het lid Van Raan over experimenteerruimte voor het opslaan van duurzame energie
Amendement van het lid Van Raan over experimenteerruimte voor het opslaan van duurzame energie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.