Nahang Besluit tot wijziging van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en van het Besluit heffing preventie dierziekten
Brontekst
Versie b93edd24dea56aff · officiële bronStaten-Generaal1/2Vergaderjaar 2014–2015 29 683Dierziektebeleid B/ Nr. 191 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 20 november 2014 Hierbij zend ik u het Besluit houdende wijziging van het Besluit heffing bestrijding dierziekten en van het Besluit heffing preventie dierziekten in verband met een wijziging van de tarieven ten behoeve van voorkoming en bestrijding van salmonella, tegen antimicrobiële diergeneesmiddelen resistente bacteriën en de financiering van dierziektemonitoring1. De artikelen van het besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Het besluit heeft zijn grondslag in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Op het besluit is op grond van artikel 110 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren een nahangprocedure van toepassing. Dit artikel bepaalt dat door ten minste een vijfde gedeelte van het grondwettelijke aantal leden van een der Kamers binnen vier weken te kennen kan worden gegeven dat de inwerkingtreding bij wet moet worden geregeld. Ik merk daarbij op dat de bepalingen waar het besluit op is gebaseerd onderdeel zijn van het wetsvoorstel opheffing bedrijfslichamen (Kamer-stukken 33 910). Hoewel dit wetsvoorstel thans nog bij de Eerste Kamer in behandeling is, bied ik u het besluit hierbij toch alvast aan in het kader van de nahangprocedure. Het streven is namelijk om de tariefswijziging direct met invoering van de diergezondheidsheffing te laten plaatsvinden, namelijk per 1 januari 2015. Gelet op de duur van de nahangprocedure is het daarom niet haalbaar de nahangprocedure pas te starten nadat genoemd wetsvoorstel door de Eerste Kamer is aanvaard. Ik hoop op het begrip van uw Kamer voor deze situatie. De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl kst-29683-191ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 20 november 2014.De wens dat de inwerkingtreding van de maatregel bij de wet wordt geregeld kan door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 20 december 2014.Staten-Generaal, vergaderjaar 2014–2015, 29 683, nr. 191
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.