Memorie van toelichting
Brontekst
Versie abc876ff9020b3f2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2016–201734 550 JVaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2017Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE WETSARTIKELEN 2 Wetsartikel 1 2 B. BEGROTINGSTOELICHTING 3 1. LEESWIJZER 4 2. AGENDA VAN HET DELTAFONDS 9 3. PRODUCTARTIKELEN 17 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid 17 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening 33 Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging 41 Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet 51 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 53 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk 57 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit 58 4. BIJLAGEN 63 Bijlage 1 Voeding van het Deltafonds en begrotingstaat per productartikelonderdeel 63 Bijlage 2 Verdiepingsbijlage 65 Bijlage 3 Overzicht Hoogwaterbeschermingsprogramma 87 Bijlage 4 Instandhouding 91 Bijlage 5 Lijst van afkortingen 109 kst-34550-J-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 21 A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETS-VOORSTEL Wetsartikel 1De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk jaar afzonderlijk bij de wet vastgesteld.Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas GeesteranusTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 22 B. BEGROTINGSTOELICHTING Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) stelt de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Begroting hoofdstuk XII) op van de Rijksbegroting, de begroting van het Infrastructuurfonds en de begroting van het Deltafonds.Voor u ligt de begroting van het Deltafonds.Door een apart fonds voor water kan beter invulling worden gegeven aan de doelstellingen zoals vastgelegd in de Waterwet (artikel 7.22a t/m 7.22d), te weten de bekostiging van maatregelen, voorzieningen en onderzoeken op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en vanaf 1 januari 2015 ook waterkwaliteit. Zo mag het fonds jaarlijkse saldi (meer of minder uitgaven in enig jaar) overhevelen – in tegenstelling tot de beleidsbegroting van IenM – waardoor (kasmatige) vertragingen en versnellingen van projecten niet hoeven te leiden tot budgettaire knelpunten.Het Deltafonds wordt voor het grootste deel gevoed door een bijdrage uit de Begroting hoofdstuk XII (artikelonderdeel 26.02). Daarnaast betalen de waterschappen gezamenlijk de helft van de jaarlijkse bijdrage aan de versterkingsmaatregelen van primaire waterschapskeringen van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en dragen de water-schappen bij aan de afronding van het HWBP-2. Tevens worden voor een aantal projecten uitgaven doorberekend aan derden, zoals andere departementen, lagere overheden, buitenlandse overheidsinstanties en de Europese Unie.In het Deltaprogramma zijn de maatregelen, voorzieningen en onder-zoeken voor de korte termijn (eerstvolgende zes jaren in detail en de twaalf jaar daaropvolgend indicatief) beschreven en wordt een doorkijk gegeven voor de voorbereidingen die voor de langere termijn worden getroffen om ons land nu en in de (verre) toekomst adequaat te beschermen tegen hoog water en van voldoende zoet water te blijven voorzien.Het Deltaprogramma is het jaarlijkse bijstuk bij de Deltafondsbegroting. Het biedt een overzicht van alle maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Deze projecten worden geheel of gedeeltelijk uit het Deltafonds gefinan-cierd. Ook gaat het Deltaprogramma in op de middellange- en langeter-mijnstrategieën op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoor-ziening. In de periode tot en met 2014 is in het Deltaprogramma gewerkt aan de voorbereiding van hoofdkeuzes op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening (de deltabeslissingen) en concrete voorkeursstra-tegieën per gebied als richtinggevend kompas voor het uitvoeren van maatregelen tot 2050. In 2014 zijn de Deltabeslissingen en de voorkeurs-strategieën vastgesteld en beleidsmatig verankerd in de Tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan 2009–2015 (Kamerstukken II, 2014–2015, 31 710, nr. 34). Het Nationaal Waterplan wordt elke zes jaar herzien. In het vastgestelde Nationaal Waterplan 2016–2021 is dit beleid voortgezet (Kamerstukken 2015/2016, 27 625, nr. 45).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 23 1. LEESWIJZER AlgemeenDe opzet en de structuur van de onderliggende begroting voor het Deltafonds zijn gebaseerd op de rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.Mede naar aanleiding van overleg met de Tweede Kamer zijn in aanvulling op deze regelgeving voor dit fonds de onderstaande punten in de begroting verwerkt.•Naar aanleiding van de motie van de leden Van Helvert en Van Veldhoven (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 475 XII, nr. 12) worden bij alle begrotingsartikelen op het Infrastructuurfonds en Deltafonds groter dan € 1 miljard de begrotingsmutaties boven de € 5 miljoen toegelicht. Dit heeft als praktische uitwerking dat bij de artikelen tussen de € 200 miljoen en € 1 miljard de ondergrens voor technische mutaties ook neerwaarts is bijgesteld. Voor beleidsmatige mutaties was er bij de artikelen van deze omvang reeds sprake van een ondergrens van € 5 miljoen. De norm voor het toelichten van de begrotingsmutaties op het niveau van artikelonderdeel is als volgt:Norm bij te verklaren verschillen Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) < 50 1 2 ≥ 50 en < 200 2 4 ≥ 200 < 1.000 5 5 ≥ 1.000 5 5 •In bijlage 1 zijn de uitgaven voor het fonds weergegeven. Daarbij is het verschil met artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen van de Begroting hoofdstuk XII uitgewerkt. Dit verschil betreft de overige ontvangsten van het fonds.•Op de productartikelen worden onder de desbetreffende tabel «budgettaire gevolgen van de uitvoering» na de begrotingsperiode extracomptabel de budgetten op het niveau van artikelonderdeel weergegeven voor de looptijd tot en met 2030.•Significante kasschuiven en begrotingsmutaties op de beschikbare budgetten worden in de verdiepingsbijlage op hetzelfde detailniveau (artikelonderdeel) tot en met 2030 toegelicht.•Conform het wetsvoorstel doelmatigheid en bekostiging Hoogwaterbe-scherming wordt in de jaarlijkse begroting en verantwoording van het Deltafonds een extracomptabel overzicht opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de bijdragen van het Rijk en water-schappen zich verhouden tot de uitgaven van de Hoogwaterbescher-mingsprogramma’s. In deze begroting is in dit overzicht dezelfde informatie als voorgaande jaren op een beknoptere wijze in bijlage 3 inzichtelijk gemaakt.•Voor Beheer, onderhoud en vervanging is een aparte bijlage 4 opgenomen. Deze bijlage geeft inzicht in zowel het Infrastructuur- als het Deltafonds.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 24 Inzicht in budgetflexibiliteitNaar aanleiding van een toezegging om de budgetflexibiliteit tot en met het einde van de looptijd van de fondsen inzichtelijk te maken, bevat deze begroting informatie over de mate van verplichting van het budget.•Een groot deel van uitgavenruimte op het Deltafonds tot en met 2030 is belegd met doorlopende juridische verplichtingen die voortkomen uit, complementaire verplichtingen voor beheer, onderhoud en vervanging en budgetten die benodigd zijn voor bekostiging van Rijkswaterstaat.•Met uitzondering van verkenning en planuitwerking, worden de budgetten op de artikelen voor aanleg als juridisch verplicht beschouwd omdat het hier projecten betreft in de realisatiefase. Bij projecten in de realisatiefase zijn er doorgaans juridisch bindende afspraken met aannemers gemaakt.•Voor projecten in de verkenning en planuitwerkingsfase geldt dat er doorgaans in meer of mindere mate concrete bestuurlijke afspraken zijn gemaakt. De tabellen voor programma’s en projecten die zich bevinden in de fase van verkenning of planuitwerking geven inzicht in de concreetheid van deze afspraken en daarmee over de mate van verplichting van de budgetten. Hiermee wordt de budgetflexibiliteit voor de periode tot en met 2030 inzichtelijk gemaakt.•Het hele programma voor verkenning en planuitwerking is daartoe per modaliteit ingedeeld in drie categorieën, te weten:A: «Verplicht»Hieronder vallen alle projecten/programma’s waar met (bestuurlijke) partijen concrete afspraken over zijn gemaakt over scope/tijd/geld/risico’s met het oog op de realisatie. Doorgaans worden deze neergelegd in bestuursovereenkomsten of convenanten. Daarnaast vallen projecten onder deze categorie, die onvermijdelijk zijn om aan wettelijke normen te kunnen voldoen.B: «Gebonden»Deze categorie is voor projecten die niet onder (A) vallen, maar waarbij taakstellende projectbudgetten zijn vastgesteld en extern gecommuniceerd (bijvoorbeeld bij voorkeursbeslissing), moties/amendementen erover zijn aanvaard en/of globale intentie/procesovereenkomsten zijn gesloten.C: «Bestemd»De overige projecten, programma’s, planuitwerkingen, verken-ningen, niet zijnde (A) of (B), die geacht worden bij te dragen aan de geformuleerde beleidsdoelen vallen onder deze categorie. Ook bekende risico’s, zoals gemeld in correspondentie richting de Tweede Kamer kunnen hier opgenomen worden. Kenmerkend is dat nog geen politiek vastgestelde budgetten per project beschikbaar zijn. Indien beschikbaar wordt een kostenindicatie/bandbreedte opgenomen.Meer gedetailleerde informatie over de projecten die zich thans in de fase van verkenning, planuitwerking en realisatie bevinden kunt u vinden in de individuele projectbladen van het MIRT Overzicht 2017. Voor de projecten in de MIRT tabellen is waar mogelijk een digitale verwijzing opgenomen naar het projectblad van dat project in het MIRT Overzicht. Hiermee is een koppeling gelegd tussen de begroting en het MIRTTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 25 OpbouwDeze begrotingstoelichting kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd:•Allereerst is de begroting(wet)staat voor het Deltafonds voor het jaar 2017 opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de budgetten die op artikelniveau in de verplichtingen-, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld.•In de agenda van het Deltafonds is vervolgens inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2017 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2017 begint.•Het laatste onderdeel van de agenda, «Begroting op hoofdlijnen», verstrekt inzicht in de belangrijkste budgettaire voorstellen die leiden tot wijziging van de begroting. Hiermee kan snel een indruk worden verkregen van de inhoud van dit wetsvoorstel.•In de artikelgewijze toelichting bij dit wetsvoorstel zijn de MIRT tabellen met de realisatieprojecten alsmede de verkenningen en planuitwerking programma’s opgenomen waarin de begrotingsmuta-ties op projectniveau zichtbaar zijn gemaakt. Deze MIRT tabellen zijn in ieder geval voorzien van toelichtingen indien sprake is:1.van een wijziging (anders dan door de verwerking van prijsbijstel-ling) in het taakstellend projectbudget groter dan 10% of meer dan € 10 miljoen;2.van een wijziging groter dan 1 jaar in de oplevering van het project.De stand «vorig» betreft de stand in de eerste suppletoire begroting 2016.•De overige bijlagen geven voor enkele specifieke onderwerpen inhoudelijk meer toelichting of betreffen overzichtsconstructies.Groeiparagraaf: wat is nieuw in deze begrotingVerbeteringen informatievoorziening via de begrotingscyclusIn het afgelopen jaar is er door de rapporteurs voor de begrotingscyclus vanuit de Tweede Kamer samengewerkt met vertegenwoordigers vanuit IenM om tot verbetervoorstellen voor de informatievoorziening via de begrotingscyclus te komen. In het Wetgevingsoverleg Jaarverslag op 30 juni hebben zij over hun aanbevelingen gerapporteerd. Dit heeft aanleiding gegeven om een aantal wijzigingen in de informatievoor-ziening door te voeren:1.In het MIRT Overzicht 2017 is bij de projecten in de planuitwerking- en realisatiefase via een tabel inzicht gegeven in de ontwikkeling van de planning en het budget. In de tabellen wordt in principe vijf jaar terug gekeken of vanaf het eerstvolgende jaar nadat er een MIRT-fasewisseling heeft plaatsgevonden. In het aankomende jaar wordt gewerkt aan het verder verbeteren van de kwalitatieve toelichting op de verschillen in budget, planning en realisatie.2.In het MIRT Overzicht 2017 is bij projecten in de realisatiefase een tabel opgenomen waarin de voortgang van de realisatie zichtbaar is.3.In het MIRT Overzicht 2017 is aanvullende informatie opgenomen over de financiën, voortgang, budgetflexibiliteit en scope van de onderde-len van diverse programma’s van IenM, te weten: SmartwayZ.NL (programma bereikbaarheid Zuid-Nederland), Schiphol-Almere-Amsterdam, Beter Benutten, Programma Hoogfrequent Spoor, OV SAAL, nHWBP en de Vervanging en Renovatieprogramma’s van het Hoofdwegennet, Hoofdvaarwegennet en Hoofdwatersysteem. Er is door het departement gekozen voor deze lijst omdat de programma’s Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 26 aan één of meer van de volgende kenmerken voldoen: er is sprake van een substantiële financiële omvang van het totaal of de afzonderlijke onderdelen, een lange looptijd en/of er wordt separaat gestuurd op de diverse onderdelen.4.Met betrekking tot de grote projecten geldt dat de aanvullende informatievoorziening blijft lopen via de voortgangsrapportages. Bij de ronde van rapportages van de grote waterprojecten dit najaar zal hierbij op advies van de rapporteurs in de aanbiedingsbrief kwalitatief expliciet worden gemaakt welke informatie nieuw is ten opzichte van voorgaande rapportages. Mocht deze werkwijze bevallen dan kan in overleg met de rapporteurs gekeken worden of deze naar meer domeinen of rapportages uitgebreid kan worden.5.In de bijlage 4 Instandhouding van de Infrastructuur- en Deltafondsbe-groting 2017 is aanvullende informatie opgenomen over DBFM contracten en meer specifiek het onderhoud van welk deel van het areaal in de contracten is ondergebracht en op welke wijze dat areaal wordt onderhouden en gefinancierd na afloop van de contracten. Op de subartikelen voor geïntegreerde contracten op het Infrastructuur-fonds is een extra informatie opgenomen met daarin de einddata van de lopende DBFM contracten en de mate van verplichting van de budgetten. Op de Deltafondsbegroting staan op dit moment nog geen uitgaven voor DBFM-contracten. Richting het jaarverslag 2016 wordt onderzocht of er in het jaarverslag informatie kan worden opgenomen over de DBFM projecten die in het afgelopen jaar opgeleverd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot de financiële voordelen en de risicoverdeling bij meerkosten.6.In de bijlage 4 instandhouding zal in de Infrastructuurfonds en Deltafondsbegroting 2018 inzicht worden geboden in de beschikbare budgetten en budgetbehoefte voor Instandhouding. Rijkswaterstaat brengt op basis van de theoretische referentie het benodigde langjarige bedrag voor Instandhouding bij gelijkblijvend prestatieni-veau in beeld. Hierover worden de komende tijd gesprekken gevoerd gelijktijdig met de nieuwe prestatieafspraken (SLA). Deze afspraken zullen in de ontwerpbegroting 2018 worden meegenomen.7.In de IenM begroting is een nieuw overzicht opgenomen in de beleidsagenda waarin inzicht wordt geboden in de niet-juridisch verplichte uitgaven per begrotingshoofdstuk. Op de fondsen wordt reeds sinds enkele jaren aanvullend op de Rijksbegrotingsvoorschrif-ten inzicht verschaft in de budgetflexibiliteit van de uitgaven die geprogrammeerd zijn voor de aanleg van infrastructuur. In de leeswijzer van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds wordt hier nadere uitleg over gegeven.Met de eerste wijziging hierboven wordt er ook invulling gegeven aan de toezegging van de Staatssecretaris van IenM van 23 oktober 2015 om het inzicht te vergroten in het historisch perspectief van de grote spoorpro-jecten waaronder de stationsverbouwingen (Kamerstuk 29 984, nr. 631). Met de tweede wijziging wordt er tevens invulling gegeven aan de afspraak met de Algemene Rekenkamer om de informatie over de voortgang van de realisatie van de projecten in het vervolg vanuit IenM te publiceren. In het verleden was deze informatie enkel beschikbaar via het webdossier van de Algemene Rekenkamer zelf.Het traject dat met de rapporteurs is meerjarig van aard. In overleg met de rapporteurs wordt er in het aankomende jaar verder gewerkt. In dit jaar wordt in ieder geval onderzocht of in het MIRT overzicht 2018 een financiële eindverantwoording kan worden geïntroduceerd voor de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 27 opgeleverde projecten in lijn met de aanbevelingen van Algemene Rekenkamer op dat vlak en of op de projectbladen de koppeling tussen project- en beleidsdoelstellingen meer expliciet gelegd kan worden.Gemiddelde uitgavenIn de begroting op hoofdlijnen zijn de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode vanaf het uitvoeringsjaar tot en met het einde van de looptijd van het fonds inzichtelijk gemaakt.AgentschapsbijdrageOm inzichtelijker te maken waarop agentschapsbijdragen betrekking hebben is de agentschapsbijdrage in het overzicht «budgettaire gevolg van uitvoering» op hoofdproductniveau expliciet aangegeven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 28 2. AGENDA DELTAFONDS Werken aan waterveiligheid en zoetwatervoorziening vraagt continu inspanningen en investeringen. Het aantal mensen en de waarde van het te beschermen goed veranderen onder invloed van economische en demografische ontwikkelingen. Ook water en bodem veranderen in de loop van de tijd: de zeespiegel stijgt en de bodem daalt. Daarbij verandert het klimaat, waardoor het warmer wordt en rivierafvoeren en regenval grotere extremen zullen vertonen. Het Deltaprogramma is het nationale programma waarin Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samenwerken om Nederland nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde te houden.Het Deltafonds is het financieel fundament voor de concrete projecten die voortkomen uit het Deltaprogramma op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening, voor zowel aanleg als beheer, onderhoud, renovatie en vernieuwing. Daarnaast worden maatregelen op het gebied van waterkwaliteit ten behoeve van de implementatie van de Kader-richtlijn Water gefinancierd uit het Deltafonds.In de beleidsagenda van Begroting hoofdstuk XII en in het Deltapro-gramma 2017 wordt inzicht geboden in de beleidsdoelen en verdere onderdelen van het Deltaprogramma.Mijlpalen en resultaten 2017Hieronder wordt ingegaan op de mijlpalen in het lopende programma. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt welke projecten in 2017 worden opgeleverd en bij welke projecten de uitvoering in 2017 start.Beheer, onderhoud en vervangingVoor het beheer en onderhoud tot en met 2017 zijn afspraken over prestaties gemaakt voor het watermanagement en beheer en onderhoud waterveiligheid, waaronder kustlijnhandhaving door middel van zandsup-pleties en het onderhouden van stormvloedkeringen en rijkswaterke-ringen zoals dijken, dammen en duinen. Deze afspraken over prestaties zijn nader toegelicht in artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging van het Deltafonds. In 2017 wil IenM onder meer de volgende activiteiten in het kader van beheer, onderhoud en vervanging uitvoeren:Beheer, onderhoud en vervanging Hoofdwatersystemen • Zandsuppleties basiskustlijn • Levensduurverlengend onderhoud aan stuwen Nederrijn/ Lek • Programma stroomlijn ten behoeve van de beheersing van de hoogwaterveiligheid in het rivierengebied. Voor een nadere toelichting op de stand van zaken van beheer, onderhoud en vervanging wordt verwezen naar bijlage 4 Instandhouding van deze begroting.AanlegIn 2017 wordt voortvarend gewerkt aan het verbeteren van de watervei-ligheid, onder andere door het uitvoeren van de programma’s HWBP-2, HWBP, Maaswerken en Ruimte voor de Rivier. Hieronder volgen de mijlpalen die IenM bij deze programma’s in 2017 wil behalen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 29 Programma’s Waterveiligheid Programma Mijlpaal Project HWBP 2 • Start realisatie • HWBP 2 Hoogwaterkering Den Oever • HWBP 2 Markermeerdijk Hoorn–Edam–Amsterdam • Oplevering • HWBP 2 Dijkversterking Spui Oost • HWBP 2 Dijkversterking Hoekse Waard Zuid • HWBP 2 Dijkversterking Eiland van Dordrecht • HWBP 2 Zwakke Schakels Zeeuws Vlaanderen • HWBP 2 Waddenzee Friese kust • HWBP 2e toetsing <25 mln. WS-deel: IJsselmeer, kleibekleding en pipingmaatregelen • HWBP 2 Dijkversterking Hoekse Waard Noord • HWBP 2 < 25 mln. WS-deel: Ipensloter en Diemerdammer sluizen • HWBP 2 Versterking Eemdijken en Zuidelijke Randmeren HWPB • Start realisatie • Gameren• Eemshaven-Delfzijl • Oplevering • Eemdijk / Spakenburg• Lemsterhoek• Noorderhaven Harlingen• Spuihaven Schiedam• Keersluis de Whaa• IJsseldijk Gouda (urgent deel)• Blerick bij de oude gieterin• Pannerden / Loo Maaswerken • Start realisatie • n.v.t. • Oplevering • Grensmaas: Itteren• Grensmaas: Hoogwaterdoelstelling• Dijkringen clusters A (Ohé en Laak)• Dijkringen clusters B (Grevenbicht-Roosteren) Ruimte voor de Rivier • Start realisatie • n.v.t. • Oplevering • Extra Uiterwaardvergraving Millingerwaard • Uiterwaardvergraving Huissensche Waarden Overige • Start realisatie • n.v.t. • Oplevering • Legger Vlieland en Terschelling Voor een nadere toelichting over de stand van zaken voor de lopende programma’s wordt verwezen naar de toelichting op de productartikelen, de voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer, het Deltaprogramma 2017 en het MIRT Overzicht 2017. Het Deltaprogramma is te vinden op de website2 van de deltacommissaris.2www.deltacommissaris.nl/deltaprogramma.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 210 Begroting op hoofdlijnenVerlenging looptijd investeringsfondsen tot en met 2030Mede ingegeven door de motie van het lid Harbers c.s. (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300, nr. 50) zijn binnen het kabinet gesprekken gevoerd over de verlenging van de Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Via de Kamerbrief over de voortgang MIRT (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 A, nr. 70) bent u geïnformeerd dat het kabinet heeft besloten om het Infrastructuurfonds en het Deltafonds bij de Ontwerpbegroting 2017 met twee jaar te verlengen tot en met 2030.Budgettaire effecten van verlenging DeltafondsBijdrage aan Deltafonds en ontvangsten van derdenMet de verlenging tot en met 2030 komt de bijdrage aan het Deltafonds – zoals toegelicht in beleidsartikel 26 van begrotingshoofdstuk HXII – voor de jaren 2029 en 2030 beschikbaar. De jaarlijkse bijdrage bedraagt € 1,2 miljard. In totaal komt met deze verlenging een bijdrage van € 2,3 miljard beschikbaar. Naast deze bijdrage is ook sprake van structurele ontvangsten van de Waterschappen die bij deze begroting geraamd worden voor de jaren 2029 en 2030 (totaal circa € 0,3 miljard). In totaal gaat het dus om een ruimte van € 2,6 miljard.Inpassing doorlopende verplichtingenDe middelen die vrijkomen door deze verlenging worden bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. In deze begroting is de omvang hiervan technisch bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. Op basis van dit uitgangspunt is voor de jaren 2029 en 2030 samen € 1,8 miljard benodigd. Het komend jaar zal de onderbouwing van deze budgetten nader worden bezien, hierbij worden ook de consequenties van areaalgroei als gevolg van het huidig aanleg-programma betrokken. Dit kan resulteren in mutaties op de gealloceerde budgetten.Verdeling van de ruimte voor dit kabinetOm de flexibiliteit binnen het Deltafonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investerings-ruimte van € 0,8 miljard die met deze verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 0,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s. Deze zijn voor het Deltafonds opgenomen in het Deltapro-gramma.Aanwending resterende ruimteDe ruimte die resteert na aftrek van bovengenoemde posten is volledig vrij beschikbaar voor toekomstige kabinetten. Zoals het zich nu laat aanzien gaat het op het Deltafonds om een totaal bedrag van € 0,4 miljard. Dit bedrag kan nog wijzigingen, indien het komend jaar blijkt dat de omvang van de doorlopende verplichtingen voor de jaren 2029 en 2030 moet worden bijgesteld.IBO flexibiliteit in infrastructurele planningNaar het thema flexibiliteit in de infrastructurele planning is ook een Interdepartementaal Beleidsonderzoek uitgevoerd. Het kabinet zal de Kamer in september een kabinetsreactie op het IBO aanbieden, waarmee tevens wordt voorzien in een inhoudelijke reactie op de motie Harbers c.s. Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 211 (Kamerstuk II 2014–2015, 34 300, nr. 50). De kabinetsreactie zal onder meer ingaan op het borgen van flexibiliteit binnen de fondsen en zal tevens een visie bieden op de wijze en het moment waarop de fondsen in de toekomst kunnen worden verlengd.Verwerking ramingsbijstelling op het DeltafondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotingsomvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastruc-tuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar).Belangrijkste wijzigingenDe onderstaande tabel geeft de belangrijkste wijzigingen in de uitgaven en inkomsten aan ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2016. Een volledig overzicht van de mutaties is terug te vinden in bijlage 2: Verdiepingsbijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 212 BEGROTING OP HOOFDLIJNEN Art 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 2029–2030 Stand ontwerpbegroting 2016 1.211.461 1.088.837 1.119.898 1.135.768 1.027.892 1.378.181 8.225.662 Mutaties 1e suppletoire wet 2016 48.440 – 5.675 170 400 400 400 2.800 Stand Voorjaarsnota 2016 1.259.901 1.083.162 1.120.068 1.136.168 1.028.292 1.378.581 8.228.462 Belangrijkste mutaties Deltafonds 25.177 – 178.506 – 21.945 – 47.340 141.960 – 34.906 – 83.363 2.588.878 Kaderrelevante mutaties DF 1 Kasschuif Deltafonds – 150.000 150.000 2 Ramingsbijstelling Deltafonds 05 – 12.819 – 13.790 – 13.790 – 13.790 – 9.906 – 89.733 3 CAO Loonakkoord 2015 div 1.561 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 9.471 4 Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigen div – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 33.000 5 Loon- en prijsbijstelling 2016 div 5.655 5.526 5.829 5.776 5.604 6.242 45.074 6 Afsluitdijk verzorgings-plaatsen A7/fietspad 01 10.300 2.000 2.000 2.000 13.500 7 Diverse overboekingen ander departementen div 5.284 473 473 473 473 473 – 675 8 Bijdrage min Wonen en Rijksdienst: Grote wateren 05 1.380 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 28.000 9 Vrijval HWBP-2 01 – 31.812 10 Verlenging Deltafonds – Bijdragen van hoofdstuk XII 1.991.042 – Waterakkoord 304.250 – Ontvangsten derden 299.256 11 Bijdragen derden div 3.000 6.900 – 25.448 12 Eenvoudig Beter 05 – 19.131 – 9.310 – 1.840 – 1.080 – 120 – 5.670 Overige 997 92 Mutaties binnen kader DF 13 Vrijval HWBP-2 01 – 327.183 01 218.122 05 109.061 14 WBI 2023 01 25.000 05 – 25.000 15 Maakbare programmering 01 – 5.236 – 6.266 – 4.899 – 4.038 5.236 15.203 05 5.236 6.266 4.899 4.038 – 5.236 – 15.203 16 Inpassen minregels prijsbijstelling 01 – 17.863 17.863 05 17.863 – 17.863 Stand ontwerpbegroting 2017 1.285.078 904.656 1.098.123 1.088.828 1.170.252 1.343.675 8.145.099 2.588.878Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 213 Ad 1. IenM faciliteert een kasschuif van € 250 miljoen, waarvan € 150 miljoen op het Deltafonds en € 100 miljoen op het Infrastructuurfonds, uit 2017 naar 2020 ten behoeve van het generale beeld. De meerjarige programmering wordt hier niet op aangepast.Ad 2. Als gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begro-tingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van € 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begroting-somvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastructuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2030.Ad 3. In het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 1,4 miljoen Deltafonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,2 miljoen Deltafonds).Ad 4. Dit betreft een overboeking naar het Infrastructuurfonds voor de IenM-bijdrage in het jaarlijks onderhoud van de Dornier vliegtuigen voor de Kustwacht.Ad 5. Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbe-groting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ad 6. Deze mutatie betreft de financiering van het wegontwerp, de verzorgingsplaatsen A7 en fietspad op de Afsluitdijk. De kosten wegontwerp en verzorgingsplaatsen A7 worden vanuit het Infrastructuur-fonds gefinancierd (€ 19,5 miljoen) en de fietspaden door de provincies Noord-Holland en Friesland (€ 10,3 miljoen).Ad 7. Dit betreft overboekingen van diverse ministeries. Het Ministerie van Economische Zaken levert een bijdrage aan de projecten Wind op zee, aardbevingsbestendigheid dijken, Ocean clean-up en aan Deltares. Daarnaast is budget overgeboekt van het ministerie Wonen en Rijksdienst voor het overdragen van de verkoopactiviteiten vastgoed. Vanaf 2017 worden de verkoopactiviteiten van het RVB niet meer via de begroting van WenR gefinancierd, de budgetten worden daarom overgeboekt naar IenM.Ad 8. In overleg met het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), worden naar aanleiding van de kadastrale wijziging van de tenaamstelling, Grote Wateren overgebracht naar IenM. Het gaat hierbij om inkomsten uit areaal waarop Rijkswaterstaat (RWS) het materieel respectievelijk feitelijk beheer reeds uitvoert. De middelenoverboeking van RVB naar IenM (RWS) betreft in totaal € 4 miljoen per jaar. Deze overboeking wordt zichtbaar bij opbrengst derden in de staat van baten en lasten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 214 Ad 9 en 13. Conform afspraken Financiering Nieuwe Waterveiligheids-normen (18 juni 2014)3 worden middelen die vrijvallen uit het HWBP-2 naar rato toegevoegd aan het HWBP. De middelen zijn voor één derde door de waterschappen ingebracht en voor tweederde door het rijk. Bij ontwerpbegroting 2017 valt er bij het HWBP-2 € 327 miljoen vrij. Hiervan wordt € 218 miljoen toegevoegd aan het budget voor het (nieuwe) HWBP en wordt € 109 miljoen toegevoegd ten behoeve van de waterveiligheids-opgave op het Deltafonds. Deze middelen worden, middels een kasschuif in 2026 toegevoegd aan de programmaruimte van het Deltafonds.In het verlengde hiervan wordt de bijdrage van de waterschappen aan het Deltafonds verlaagd met € 31,8 miljoen. De reden hiervoor is dat de waterschappen 1/3 aan het HWBP-2 hebben bijgedragen. De HWBP projecten kennen een projectgebonden aandeel, dat buiten het Deltafonds door de Waterschappen zelf wordt gefinancierd. Derhalve wordt een deel van de vrijval HWBP-2 teruggegeven aan de waterschappen ter finan-ciering van het projectgebonden aandeel.Ad 10. Met de verlenging tot en met 2030 komt de bijdrage aan het Deltafonds – zoals toegelicht in beleidsartikel 26 van begrotingshoofdstuk HXII – voor de jaren 2029 en 2030 beschikbaar. De jaarlijkse bijdrage bedraagt € 1,2 miljard. In totaal komt met deze verlenging een bijdrage van € 2,3 miljard beschikbaar. Naast deze bijdrage is ook sprake van structurele ontvangsten van de Waterschappen die bij deze begroting geraamd worden voor de jaren 2029 en 2030 (totaal circa € 0,3 miljard). Het begrotingsbedrag 2028 is in het kader van de budgettaire verwerking van het Bestuursakkoord Water verlaagd met € 152 miljoen. Dit in verband met een budgettair neutrale kasschuif vanuit de periode 2021–2028 naar de jaren daarvoor. Daar deze verlaging die structureel doorgetrokken mag worden zijn de jaren 2029 en 2030 elk verhoogd met € 152 miljoen. Om de flexibiliteit binnen het Deltafonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte die met deze verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 0,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s.Ad 11. Deze mutatie betreft een bijdrage van € 3 miljoen in 2018 van provincie Flevoland en Noord-Holland ten behoeve van luwtemaatregelen Hoornse Hop, een bijdrage in 2020 van de regio voor het project haven-dammen Den Oever en een desaldering van € 25,4 miljoen voor de bijdrage van de provincie Overijssel met betrekking op het project Ruimte voor de Rivier.Ad 12. Voor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds en worden tranchegewijs naar de Begroting hoofdstuk XII overgeheveld.Ad 14. Deze mutatie betreft een budgetoverheveling van € 25 miljoen vanuit de programmaruimte Deltafonds voor de financiering van Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2023.3https://www.uvw.nl/wp-content/uploads/2014/07/Afsprakenkader-financiering-nieuwe-waterveiligheidsnormen-versie-18-juni-2014.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 215 Ad 15. Met deze kasschuif wordt de omvang van het apparaat RWS in balans gebracht met de productieopgave voor de periode 2017–2020.Ad 16. In de vorige begrotingen zijn de kaseffecten van de kortingen op de prijsbijstelling tranche 2013 en 2014 zichtbaar gemaakt als minregels op de investeringsruimtes van de modaliteiten. Bij deze begroting worden de kaseffecten voor het jaar 2016 ingepast binnen het aanlegartikel.OverprogrammeringHet instrument overprogrammering is door het kabinet ingezet om te zorgen dat de budgetten voor aanleg van infrastructuur ook daadwerkelijk tot besteding komen in de jaren waarin deze beschikbaar zijn gesteld. Op het Deltafonds fluctueert de programmering en is per jaar afwisselend sprake van een situatie van over- en onderprogrammering. Over de begrotingsperiode tot en met 2021 is op het Deltafonds per saldo sprake van een overprogrammering van circa € 323 miljoen. In de totale periode tot en met 2030 is het volledige programma altijd gedekt. Voor de verdere toelichting voor opzet en werking van het instrument op de fondsen wordt naar de leeswijzer van het Infrastructuurfonds verwezen. Voor meer details over dit instrument op het Deltafonds wordt naar artikelonderdeel 1.02 Overige Aanlegprojecten verwezen.Gemiddelde uitgavenOnderstaand zijn de gemiddelde jaarlijkse uitgaven per productartikel in de periode 2016–2030 gepresenteerd.Gemiddelde uitgaven van het Deltafonds 2016–2030 (€ 1.175 miljoen)1. Investeren inwaterveiligheid;538,12. Investeren inzoetwatervoor-ziening; 15,63. Beheer, onderhouden vervanging; 201,84. Experimenterencf. art. III Deltawet;0,05. (excl 5.03)Netwerkgebondenkosten en overigeuitgaven; 275,85.03 Investerings-ruimte; 102,37. Investeren inwaterkwaliteit; 41,1Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 216 3. PRODUCTARTIKELEN Artikel 1 Investeren in waterveiligheid Het Rijk investeert in waterveiligheid om te voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen en het Rijk en om een bijdrage te leveren aan het beheer van de rijkswateren. Het artikel waterveiligheid is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal Waterbeleid) op de begroting Hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 1 Investeren in waterveiligheid (bedragen € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 254.312 831.724 840.560 1.030.136 423.108 440.226 481.053 Uitgaven 715.458 705.763 536.678 572.139 559.623 504.981 846.107 Waarvan juridisch verplicht 92% 1.01 Grote projecten waterveiligheid 546.895 448.990 373.919 323.350 267.896 245.997 43.914 1.01.01 Programma HWBP-2 Waterschapspro-jecten 141.642 211.837 226.304 161.152 97.637 87.905 42.782 1.01.02 Programma HWBP-2 Rijksprojecten 7.822 5.130 13.536 61.347 55.646 28.300 1.132 1.01.03 Ruimte voor de rivier 376.855 199.867 111.035 77.807 91.569 36.836 0 1.01.04 Maaswerken 20.576 32.156 23.044 23.044 23.044 92.956 0 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 165.228 245.307 153.751 247.809 290.807 258.054 801.693 1.02.01 Verkenningen en planuitwerkingspro-gramma 4.802 19.969 41.168 45.943 55.515 52.385 34.101 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 4.802 1.757 401 401 401 401 401 1.02.02 Realisatieprogramma 160.426 225.338 112.583 201.866 235.292 205.669 767.592 1.03 Studiekosten 3.335 11.466 9.008 980 920 930 500 1.03.01 Studie en onderzoekskosten 3.335 11.466 9.008 980 920 930 500 1.03.02 Overige studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 1.04 GIV/PPS 0 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten 207.416 198.559 186.805 192.608 150.433 177.389 153.406 1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid 207.416 198.559 186.805 192.608 150.433 177.389 153.406 1.09.01 Ontvangsten waterschappen HWBP-2 172.078 153.819 159.058 115.113 4.492 54.613 191 1.09.02 Overige ontvangsten HWBP-2 114 0 0 0 0 0 0 1.09.03 Ontvangsten waterschappen nHWBP 9.042 29.051 22.443 57.457 135.922 115.863 149.470 1.09.04 Overige ontvangsten nHWBP 0 0 0 0 0 0 0 1.09.05 Overige aanleg ontvangsten 26.182 15.689 5.304 20.038 10.019 6.913 3.745Met uitzondering van de nog niet in uitvoering genomen aanlegprojecten, worden de budgetten in 2017 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017. Voor de mate van verplichting van het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma tot en met 2030 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Omschrijving van de samenhang in het beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 217 Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 1 Investeren in waterveiligheid 705.763 536.678 572.139 559.623 504.981 846.107 713.095 547.351 1.01 Grote projecten watervei-ligheid 448.990 373.919 323.350 267.896 245.997 43.914 72.234 76.497 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 245.307 153.751 247.809 290.807 258.054 801.693 640.861 470.854 1.03 Studiekosten 11.466 9.008 980 920 930 500 0 0 1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid 198.559 186.805 192.608 150.433 177.389 153.406 149.734 149.628(Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 1 Investeren in waterveiligheid 499.136 426.733 430.138 542.732 413.029 400.150 374.070 8.071.725 1.01 Grote projecten watervei-ligheid 175.082 0 0 0 0 0 0 2.027.879 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 324.054 426.733 430.138 542.732 413.029 400.150 374.070 6.020.042 1.03 Studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 23.804 1.09 Ontvangsten investeren in waterveiligheid 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 2.405.9581.01 Grote projecten waterveiligheid Deze projecten, die door de Tweede Kamer de status van groot project zijn toegekend, dragen bij aan de waterveiligheid in Nederland. Voor meer achtergrondinformatie over programmering in 2017 (en verder) wordt verwezen naar het MIRT 2017, de betreffende voortgangsrapportages en het Deltaprogramma 2017.Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2)Onder dit programma vallen de verbetermaatregelen die zijn voortge-komen uit de periodieke toetsing volgens de Waterwet. Uit de resultaten van de eerste (2001) en tweede (2006) toetsing op veiligheid van de primaire waterkeringen bleek dat een deel van deze keringen niet voldeed aan de wettelijke norm (Kamerstukken II 2007–2008, 27 625 en 18 106, nr. 103). Verder bleek uit een toets in 2003 door RWS en de keringbe-heerders dat de zeeweringen langs de Noordzeekust op een aantal locaties op een termijn van twintig jaar niet meer aan de geldende veiligheidsnorm zouden voldoen. Deze locaties zijn aangemerkt als Zwakke Schakels. Op negen van deze locaties ligt tevens een opgave tot verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, de zogenaamde Prioritaire Zwakke Schakels Kust. Deze maken ook onderdeel uit van HWBP-2. Met de oplevering van Zwakke Schakels Noord-Holland is de kustverdediging van Noord- en Zuid-Holland voor de komende 50 jaar weer op orde. Vanuit het HWBP-2 worden subsidies verstrekt aan de waterschappen voor de uitvoering van de vereiste verbetermaatregelen en worden de maatregelen aan de rijkskeringen betaald. Het HWBP-2 is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering. Met het afsluiten van het Bestuursakkoord Water (2011) dragen de waterschappen bij aan de financiering van het HWBP-2 en het HWBP. In bijlage 3 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 218 ten aanzien van de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s (HWBP-2 en HWBP) opgenomen.De procedureregeling Grote Projecten is op 22 maart 2011 op het HWBP-2 van toepassing verklaard. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder half jaar een Voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2017 Voortgangsrapportage 11 en vóór 1 oktober 2017 Voortgangsrap-portage 12.Het HWBP-2 bestaat uit 87 projecten, inclusief de Zwakke Schakels. Dit is het resultaat van de overdracht van het project Marken in 2015 naar het HWBP. Per 31 december 2015 voldoen 70 projecten aan de vigerende veiligheidsnorm. Vier projecten bevinden zich in de planstudiefase en dertien projecten in de realisatiefase. Eind 2015 hebben diverse projecten prijzen in ontvangst mogen nemen (de Waterinnovatieprijs voor Dijken op Veen, prijs voor «Beste Openbare Ruimte van Nederland» en de «Rijnlandse Architectuurprijs» voor kustversterking Katwijk).In de basisrapportage (Kamerstukken II 2011/2012 27 625, nr. 237) is aangegeven dat de meerderheid van de projecten in 2017 is afgerond en dat enkele projecten een geprognosticeerde einddatum van na 2017 laten zien. Dit beeld is in de 9de voortgangsrapportage (peildatum 31 december 2015) niet gewijzigd.Het lagere taakstellend budget ten opzichte van vorig jaar wordt verklaard door de voorgestelde vrijval van € 327 miljoen, zoals aangegeven in de aanbiedingsbrief van de negende VGR van het HWBP-2 (Kamerstukken II 2015/2016 32 698, nr. 26) aan de Tweede Kamer. In het kader van de financiering van de nieuwe waterveiligheidsnormen is op 18 juni 2014 met de Unie van Waterschappen afgesproken dat de vrijval uit het program-mabudget HWBP-2 voor 2/3e toegevoegd wordt aan het programma-budget voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma en 1/3e aan de programmaruimte op het Deltafonds, ten behoeve van de waterveilig-heidsopgave.Projectoverzicht tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma; realisatie (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectom-schrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Programma HWBP-2 2021 2021 Projecten Nationaal HWBP-2 Rijkspro-jecten 199 199 30 1 11 57 53 27 0 20 HWBP-2 Water-schapsprojecten 2.467 2.810 1.341 212 226 161 98 88 43 299 Overige project-kosten (program-mabureau) 45 45 24 4 3 4 3 2 1 5 Afrondingen 1 – 1 – 1 Programma 2.712 1.395 217 240 222 153 116 44 324 Begroting (DF 1.01.01/02) 217 240 222 153 116 44 324 Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 219 Ruimte voor de RivierDe PKB (Planologische Kernbeslissing) Ruimte voor de Rivier is in 2006 door de beide Kamers vastgesteld. Uitgangspunt voor de PKB is de waterveiligheidsnormen die voorschrijven dat het Nederlandse rivieren-systeem een piek in de waterafvoer, die statistisch eens per 1.250 jaar kan voorkomen, veilig kan verwerken. Dit is de maatgevende afvoer. Deze norm is in 2001 voor de Rijn vastgesteld op 16.000m3/s bij Lobith. De Maas benedenstrooms van Hedikhuizen moet uiterlijk in 2015 een maatgevende afvoer van 3.800m3/s bij Borgharen veilig kunnen verwerken. Voor de IJssel wordt de maatgevende afvoer gesteld op verwerking van een gezamenlijke toestroom van 250m3/s vanuit de zijrivieren.De PKB bevat een besluit over het uiterlijk eind 2015 uit te voeren basispakket van 39 maatregelen en de plaats waar deze getroffen worden. De PKB geeft bovendien een doorkijk naar de langetermijnopgave voor waterveiligheid. Om flexibiliteit in te bouwen is gekozen voor een programmatische aanpak.De procedureregeling Grote Projecten is op 15 mei 2001 op het programma Ruimte voor de Rivier van toepassing verklaard. Conform de Regeling Grote Projecten ontvangt de Tweede Kamer ieder halfjaar een voortgangsrapportrage: vóór 1 april 2016 voortgangsrapportage 27 en vóór 1 oktober 2016 voortgangsrapportage 28.Naar huidige inzichten is de stand per 31 december 2016 als volgt:•5 van de 39 maatregelen zijn geschrapt. Voor het bereiken van de waterveiligheidsdoelstelling bleken ze niet nodig;•Voor 100% van het realisatiebudget is de projectbeslissing genomen. Alle maatregelen zijn uitgevoerd dan wel in uitvoering;•De waterveiligheidsdoelstelling van het programma Ruimte voor de Rivier is voor 25 van de 34 projecten in 2015 gehaald. In 2016 halen zes projecten de waterveiligheidsdoelstelling. Er volgen nog drie projecten in de latere jaren.Het hogere taakstellend budget ten opzichte van vorig jaar wordt verklaard door het toevoegen van de prijsbijstelling 2016.Ruimte voor de Rivier is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.Producten Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 220 Projectoverzicht Ruimte voor de rivier; realisatie (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectom-schrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Project RvdR Projecten Nationaal Projectbudget Ruimte voor de rivier 2.362 2.386 1.845 200 111 78 92 37 2019 2019 Programma Realisatie 2.362 1.845 200 111 78 92 37 0 0 Begroting (DF 1.01.03) 200 111 78 92 37 0 MaaswerkenOp dit onderdeel worden de uitgaven van de deelprogramma’s Zandmaas en Grensmaas van het programma Maaswerken verantwoord. Maaswerken is voortgekomen uit het Deltaplan Grote Rivieren dat na de twee hoogwaters in de Rijn en de Maas in december 1993 en januari 1995 tot stand kwam. Belangrijkste doelstelling is het verbeteren van de bescherming van inwoners van Limburg en Noord-Brabant tegen hoogwater van de Maas.Sinds 2003 valt Maaswerken met de deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas onder de procedureregeling Grote Projecten en ontvangt de Tweede Kamer ieder halfjaar een voortgangsrapportage: vóór 1 april 2017 voortgangsrapportage 31 en vóór 1 oktober 2017 voortgangsrapportage 32.Voor de Zandmaas ligt de focus in 2017 op het feitelijk afronden van alle werkzaamheden. De hoogwaterdoelstelling is in 2016 gerealiseerd. Voor de Grensmaas ligt de nadruk in 2017 op de verdere realisatie van de zogeheten «11 locaties» (rivierverruiming door grindwinning).Naast de werken in de Zandmaas en de Grensmaas zijn nog aanvullende maatregelen nodig om in alle dijkringen langs de Maas het wettelijke beschermingsniveau te bereiken (overstromingskans kleiner dan 1/250e per jaar). Het prioritaire deel van dit werk dient in 2020 gereed te zijn. De rest van de werkzaamheden loopt via het HWBP mee. Planuitwerking en realisatie van deze «prioritaire sluitstukkaden» gebeurt door de twee Limburgse waterschappen en er is hiervoor vanuit het budget van Maaswerken € 75 miljoen beschikbaar gesteld. De aanpak voor de Grensmaas en de afspraken over de gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum zijn vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Waterveiligheid Maas van 10 november 2011. De overige afgekeurde dijkringen langs de Maas worden op basis van urgentie geprogrammeerd in het HWBP. Indicator Grensmaas Hoogwaterbeschermingsprogramma 100% in 2017 Natuurontwikkeling 1.208 ha Grind ten minste 35 mln. ton Producten Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 221 Grensmaas en Zandmaas, natuurontwikkelingDe aanpassing van de scope Grensmaas en Zandmaas is bij brief van 5 maart 2013 aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstukken II 2012–2013 18 106, nr. 216).De deelprogramma’s Grensmaas en Zandmaas (fase I) dragen primair bij aan de hoogwaterveiligheidsdoelstelling. Daarnaast wordt met deze projecten natuur gerealiseerd die ten goede komt aan de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).In het kader van de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur door Rutte I is bij het Zandmaasproject besloten 129 ha natuur niet te realiseren door de nevengeulen Belfeld en Sambeek uit de scope te halen. Deze nevengeulen leveren geen bijdrage aan de hoogwaterveiligheidsdoel-stelling. De natuuropgave binnen de Zandmaas is gerealiseerd. De feitelijke oplevering en overdracht is afhankelijk van de voortgang van de delfstofwinning.In de Grensmaas is de scope nagenoeg gelijk gebleven. Alleen de verwerving van natuurgronden bij de locatie Roosteren (44 ha) is komen te vervallen. Deze locatie valt buiten de uitvoeringsovereenkomst met het Consortium Grensmaas. De totale oppervlakte natuurontwikkeling in de Grensmaas wordt daarmee 1.208 ha. Het Ministerie van EZ neemt hiervan thans 728 ha voor haar rekening (Kamerstukken II 2014–2015 18 106, nr. 230).Projectoverzicht Maaswerken; realisatie (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectom-schrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Project Maaswerken Projecten Zuid-Nederland Grensmaas 151 150 71 2 3 3 3 69 2017/2024 2017/2024 Zandmaas 407 407 293 30 20 20 20 24 2017/2020 2017/2020 Programma Realisatie 558 364 32 23 23 23 93 0 0 Begroting (DF 1.01.04) 32 23 23 23 93 0 Toelichting1.Grensmaas: het bereiken van de hoogwaterdoelstelling wordt voorzien in 2017. De grindwinning loopt door tot eind 2023. Naar verwachting wordt het project in 2024 afgerond.2.Zandmaas: de hoogwaterdoelstelling is bereikt in 2016. De feitelijke oplevering wordt voorzien in de periode tot 2016 en de prioritaire sluitstukkaden in de periode tot 2020.Maatregelen ter verbetering van de waterveiligheidDe kengetallen hieronder geven informatie over de stand van zaken van maatregelen ter verbetering van de waterveiligheid onder het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2), en de programma’s Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 222 Ruimte voor de Rivier (RvdR) en Maaswerken. Het geeft een meerjarig inzicht in de voortgang van de maatregelen van de betreffende programma’s. De beleidsinspanningen van de Minister van lenM die onder Hoofdstuk XII (artikel 11) vallen richten zich op de regie op deze programma’s. In de begroting van het Deltafonds wordt nader ingegaan op de uitvoering van deze projecten.1.02 Overige aanlegprojecten Naast de grote projecten op het gebied van waterveiligheid zijn hieronder de overige aanlegprojecten beschreven.Verkenningen- en planuitwerkingsprogrammaHet verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met maatschappelijke meerwaarde op het gebied van Waterbeheer te verkennen en daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.Op dit artikelonderdeel worden diverse projecten en programma’s verantwoord die zich in de MIRT-verkenningen- en planuitwerkingsfase bevinden.HWBP2 2014HWBP 2 2015RvdR 2014RvdR 2015Maaswerken 2014Maaswerken 20150102030405060708090100Aantal projectenVoorbereidingRealisatieGereedGetemporiseerdMotivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 223 Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma (Budget in € mln.) Budget Planning Projectomschrijving Huidig vorig PB of TB Openstelling Verplicht Projecten Noordwest-Nederland EPK Planuitw. en verkenningen Waterveiligheid (mn Afsluitdijk) 7 7 Ambitie Afsluitdijk 14 18 Gebonden Projecten Zuid-Nederland Ooijen-Wanssum 121 120 2016 Projecten Oost-Nederland IJsseldelta 2e fase 121 121 na 2020 na 2020 Projecten Noord-Nederland Legger Vlieland en Terschelling 3 3 2016 2017 Projecten Zuidwest-Nederland Zandhonger Oosterschelde (Roggenplaat) 6 6 2016 2018 Bestemd 14 14 Projecten Nationaal Reservering areaalgroei Overige projecten in voorbereiding Projecten Zuidwest-Nederland Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak Zoommeer Totaal programma planuitwerking en verkenning 285 Begroting DF 01.02.01 285 legendaPB = ProjectbesluitTB = TracébesluitDe belangrijkste mutaties zijn:•Ooijen–Wanssum: In de Najaarsnota 2015 is bijdrage van IenM aan de planstudiefase van € 2,7 miljoen overgeheveld naar de provincie Limburg. Naar verwachting start de realisatie in het najaar 2016 na het projectbesluit én ondertekening van de bestuursovereenkomst «realisatiefase gebiedsontwikkeling Ooijen Wanssum» door alle betrokken partijen.•Legger Vlieland en Terschelling: Gebleken is dat er meer onderzoek nodig is dan verwacht. Hierdoor vertraagt de oplevering van de Legger Vlieland en Terschelling en daarmee het budget (€ 2,5 miljoen) voor de uitvoering van het project met een jaar naar 2017.•IJsseldelta fase 2: Begin 2016 is de Minister akkoord gegaan om de voorbereiding te starten om fase 2 van IJsseldelta (Bypass Kampen) versneld uit te voeren in de periode tot en met 2022. Hiermee wordt eerder invulling gegeven aan de deltabeslissing om extra waterstands-daling te realiseren en worden tijdelijke investeringskosten in fase 1 vermeden. Daarom is het budget naar voren gehaald van de jaren 2021–2023 naar de jaren 2017–2022. Door uitvoering van het project wordt de beoogde waterstandsdaling ruim gehaald, als gevolg van het nemen van maatregelen waardoor de in fase 1 gerealiseerde bypass vaker mee kan stromen (amoveren Roggebotsluis, versterken Drontermeerdijk, realiseren van een schutsluit in de in fase 1 gereali-seerde dam, aanpassen inlaatregime en nemen van hoogwatermaatre-gelen). De projectbeslissing is voorzien in 2018.•Ambitie Afsluitdijk: In 2016 is € 3,5 miljoen betaald aan de provincie Friesland voor enkele energieprojecten (Blue Energy en Off Grid Test Centre). Er resteert een budget van € 14,1 miljoen in de bijdragerege-ling voor regionale ambities op de Afsluitdijk. Conform regeling is Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 224 2016 het laatste jaar dat de betrokken regionale partijen bij IenM verzoeken kunnen indienen voor bijdragen. Na 2016 kunnen nog wel toezeggingen en betalingen plaatsvinden. Verwacht wordt dat de regio in 2016 voor het gehele resterende budget verzoeken voor bijdragen zal indienen, waarvan € 9,5 miljoen voor de Vismigratierivier. Het grootste deel van dit bedrag (€ 6,0 miljoen) blijft op de begroting van IenM voor (een deel van) de financiering van de zogenaamde Coupure in de Afsluitdijk. Deze Coupure zal onderdeel uitmaken van het DBFM-contract voor de versterking van de Afsluitdijk. De Kamer is hierover geïnformeerd in de brief over «Projecten die spelen op en rondom de Afsluitdijk» van 9 juni jl. (Kamerstukken II 2015–2016 34 300-A, nr. 67).•Rijkswaterstaat heeft een MIRT-verkenning uitgevoerd naar de meest effectieve maatregelen voor de aanpak van de zandhonger in de Oosterschelde. De uitkomst is dat de effecten van de zandhonger bestreden kunnen worden met het suppleren van zand op de Roggen-plaat (voorziene uitvoeringsperiode 2017–2018). De aanpak van andere locaties is minder urgent. Deze locaties zijn ondergebracht in het bredere MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde, dat op grond van het Deltaprogramma in 2015 is gestart. In het BO MIRT Zeeland van 13 november 2014 is over de financiering van de zandsuppletie op de Roggenplaat afgesproken dat regio en Natuurmo-numenten € 5 miljoen bijdragen, EZ € 1 miljoen en IenM € 6,3 miljoen. In de bijdrage van de regio is een nog te verkrijgen Europese subsidie van € 3,5 miljoen meegeteld. Het risico hiervan komt voor rekening van de regio.Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg onderzoek, planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.RealisatieprogrammaDit programma levert een bijdrage aan het voldoen aan de wettelijke normen van de primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk en bij de waterschappen én levert een bijdrage aan het beheer van de rijkswateren.Procentueelx € 1 mln.0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%7%88%5%2125014VerplichtGebondenBestemdTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 225 Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)Het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is een alliantie tussen de waterschappen en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het programma is opgericht voor het aanpakken van de waterveiligheids-opgave die voortvloeit uit de Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterkeringen (LRT3) in 2011, en de daaropvolgende toets-rondes. Het programma heeft als doel in 2050 alle waterkeringen in Nederland op orde te hebben. Circa 90% van de primaire waterkeringen is in beheer bij de waterschappen. De rest is vrijwel volledig in beheer bij het Rijk. Door de samenwerking wordt de beschikbare kennis en deskun-digheid van de verschillende waterbeheerders optimaal benut.Het HWBP kent een voortrollend karakter, waarbij jaarlijks een actualisatie van het programma plaatsvindt en er een nieuw jaar aan de program-mering wordt toegevoegd. Met deze werkwijze ontstaat een adaptief programma dat flexibel in kan spelen op nieuwe ontwikkelingen.De huidige HWBP opgave komt voort uit de LRT3 (2011) en de verlengde derde toetsing (LRT3+, 2013). Daarnaast zijn met het oog op de nieuwe normering waterveiligheid de 13 meest urgente «nieuwe» opgaven opgenomen in het programma 2017–2022. Hiermee wordt geanticipeerd op de inwerkingtreding van de nieuwe normen. Concreet betekent dit dat er van de totale veiligheidsopgave voor het programma 2017–2022 943 kilometer aan primaire waterkeringen en 468 kunstwerken is aangemeld bij het HWBP. Hiervan komt 803 kilometer voort uit de LRT3+ en 140 kilometer uit de nieuwe beoordeling. Deze opgave is verdeeld over 194 projecten. Ten opzichte van de opgave in 2016 is dat een toevoeging van 195 km (140 km uit nieuwe beoordeling en 55 kilometer door toename van het aantal aanmeldingen van de waterschappen) en 193 kunstwerken, waarvan er 170 zijn toegevoegd door Waterschap Peel en Maasvallei als gevolg van verdere scope-uitwerking.De prioritering van de jaarlijks uit te brengen programmering is gebaseerd op urgentie. De programmering 2017–2022 wordt gelijktijdig met deze begroting op Prinsjesdag als onderdeel van het Deltaprogramma 2017 (paragraaf 3.3) gepresenteerd.In 2014 is de financieringsregeling HWBP vastgesteld en is de uitvoering gestart. Eind 2017 zijn naar verwachting 43 projecten in de verken-ningsfase, 5 projecten in de planuitwerkingsfase en 7 projecten in realisatie. Daarnaast lopen er 4 projectoverstijgende verkenningen.Het HWBP is onderdeel van het Deltaprogramma met behoud van eigen besturing, organisatie en financiering.Dijkversterking en Herstel steenbekleding Oosterschelde en Wester-scheldeHet herstel van de steenbekledingen in Zeeland is in 2015 gereed gekomen. In totaal is langs de Wester- en Oosterschelde 321 kilometer aan steenbekledingen vervangen. In 2016 vindt de financiële afwikkeling van het deel steenbekledingen plaats. In dit project wordt ook de vooroever-verdediging van deze dijken aangepakt. Dit deel loopt nog door tot in 2019.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 226 Rivierverruiming, niet zijnde Ruimte voor de RivierLangs de Maas, de Rijn, de Waal en de Lek worden rivierverruimingspro-jecten uitgevoerd om een grotere waterafvoer te kunnen opvangen, de zogeheten NURG (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied) projecten. Het NURG-programma wordt samen met het Ministerie van Economische Zaken (EZ) uitgevoerd en draagt naast veiligheid ook bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied door de aanleg van nieuwe natuur. Een aantal NURG-projecten is ook van belang voor het realiseren van de waterveiligheidsdoelstellingen van de PKB Ruimte voor de Rivier. Het programma is grotendeels afgerond. Op dit moment loopt nog een beperkt aantal projecten, waaronder het project Afferdense en Deestse Waarden waarvan oplevering voorzien is in 2019.AfsluitdijkHet project Afsluitdijk omvat opgaven op het gebied van waterveiligheid en waterafvoer. Het betreft de versterking van het dijklichaam volgens het principe van de overslagbestendige dijk, met behoud van de groene (vegetatie) uitstraling, het versterken van de schut- en spuicomplexen en het vergroten van de waterafvoercapaciteit door het aanbrengen van pompen in het spuicomplex Den Oever. In het rijksinpassingsplan is de oplossingsruimte voor de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de waterveiligheid en de waterafvoer begrensd. Ook worden in het Rijksin-passingsplan diverse regionale ambities (planologisch) mogelijk gemaakt, zoals de vismigratierivier, de opschaling van de Blue Energy centrale op Breezanddijk en de plaatsing van stromingsturbines in de spuicomplexen. Voor de ambities heeft het Rijk een budget van € 20 miljoen beschikbaar gesteld op basis van co-financiering met de Regio. In 2016 start de aanbesteding van het project Afsluitdijk. Start realisatie is voorzien in 2018 en oplevering in 2022.Overige onderzoeken en kleine projectenOnderdeel van overige onderzoeken en kleine projecten is de Flakkeese Spuisluis. In het najaar van 2013 zijn afspraken gemaakt over het Tidal Test Centre (TTC): een centrum waar innovatieve turbines kunnen worden getest voor het opwekken van duurzame energie uit de getijdenbeweging. De regio en private partijen financieren de bouw van het TTC en het Rijk stelt de Flakkeese Spuisluis in de Grevelingendam in werking. Met de inwerkingstelling van deze sluis komt beperkt getij terug in het meest oostelijke deel van de Grevelingen. Daardoor verbetert de waterkwaliteit. Daarnaast biedt het een proeflocatie voor het TTC. De werkzaamheden zijn in 2016 gestart. Oplevering is voorzien in 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 227 Projectoverzicht; Realisatieprogramma (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Projecten Waterveiligheid Projecten Nationaal Programma HWBP 2020 2020 HWBP Rijksprojecten 601 552 2 4 7 16 21 15 23 513 HWBP Waterschapspro-jecten 4.171 3.272 143 106 112 114 228 204 384 2.880 HWBP Overige project-kosten (programma-bureau) 71 71 12 5 5 5 5 5 5 32 Deltafaciliteit Deltares 26 26 25 0 0 2013 2013 Maatregelen i.r.t. rivierverruiming 191 191 140 10 13 10 13 6 2018 2018 Overige onderzoeken en kleine projecten 1.166 1.166 1.140 15 6 3 1 1 2 Wettelijk BeoordelingsIn-strumentarium 2023 25 3 5 5 5 4 3 Projecten Zuidwest-Nederland Dijkversterking en Herstel steenbekleding Ooster-schelde en Westerschelde 815 815 761 5 2 34 0 13 2018 2015 Projecten Noordwest-Nederland Afsluitdijk 869 831 1 6 5 80 150 210 180 236 2022 2022 Projecten Oost-Nederland Kribverlaging Panner-densch Kanaal 18 3 5 6 4 2019 Afrondingen 2 4 1 – 1 Programma Realisatie 7.953 6.924 2.224 156 162 274 427 459 598 3.663 Begroting (DF 1.02.02) 226 113 203 236 207 768 3.986 Overprogrammering (–) 70 – 49 – 71 – 191 – 252 170 323 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 228 In lijn met de werkwijze op het Infrastructuurfonds wordt vanaf de 1e suppletoire wet 2015 op het Deltafonds de over- en onderprogrammering op een centrale plek op het fonds verantwoord, namelijk het realisatiedeel van artikelonderdeel 1.02 overige aanlegprojecten Waterveiligheid. De reeks «overprogrammering» in deze tabel geeft derhalve inzicht in de over- en onderprogrammering van het Deltafonds als geheel.1.03 Studiekosten Dit betreft enerzijds studie- en onderzoekskosten voor het Deltapro-gramma (MIRT-onderzoeken) en daarnaast de overige studiekosten op het gebied van waterveiligheid.Studie- en onderzoekskosten DeltaprogrammaHieronder vallen studie- en onderzoekskosten voor het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken). Het Deltaprogramma (DP) is een programma van maatregelen, voorzieningen, onderzoeken en ambities gericht op de korte, middellange en lange termijn waterveiligheid en zoetwatervoorziening van Nederland. Voor een nadere toelichting over deze onderzoeken wordt verwezen naar het Deltaprogramma 2016.Op dit onderdeel worden vooral de onderzoeken voor waterveiligheid verantwoord.•Het Nationaal Watermodel is een geïntegreerde set van modellen om het waterhuishoudkundig systeem van Nederland door te rekenen, die oorspronkelijk is ontwikkeld voor het Deltaprogramma. Het model is gebruikt om de effecten van maatregelen op het gebied van watervei-ligheid en zoetwatervoorziening te berekenen. In 2017 blijft het Deltamodel in gebruik voor het beantwoorden van vragen die richting de uitvoering van het Deltaprogramma spelen. De doorontwikkeling van het model heeft als doel de waterhuishoudkundige basis ervan ook in andere rekentoepassingen te gebruiken om zo de onderlinge vergelijkbaarheid en de betrouwbaarheid van die toepassingen te garanderen. Daarnaast wordt het model gebruikt bij het toetsingsin-strumentarium voor waterveiligheid en genereert het model de waterhuishoudkundige basis voor waterkwaliteitsmodellen.•MIRT-Onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde (IVO): Dit onder-zoek richt zich op een toekomstbestendige aanpak van de waterveilig-heidsopgave voor de Oosterschelde, vanuit een optimale combinatie van een aangepast beheer van de Oosterscheldekering, (innovatieve) dijkversterkingen en zandsuppleties op intergetijdengebieden. De inzet is om de veiligheidsopgave te verbinden met de opgaven die voortvloeien uit de andere (gebruiks)functies van de Oosterschelde. Dat sluit aan bij de strategie van het Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta voor een duurzaam herstel van de balans tussen belangen van een veilige, een economisch vitale en aan ecologisch veerkrachtige delta. IVO is in 2015 gestart. Het onderzoek wordt door Rijkswaterstaat uitgevoerd, samen met de provincie Zeeland en Waterschap Schelde-stromen. Afronding van IVO is eind 2016 voorzien.•Systeemstudie IJsselmeergebied: Dit betreft een studie naar de samenhang tussen waterafvoer, peilbeheer en de benodigde sterkte van de dijken in het gebied. De voorkeursstrategie bij de deltabeslis-sing IJsselmeergebied is mede gebaseerd op een optimalisatie van de samenhang tussen de infrastructuur van waterkeringen (Houtribdijk, Ramspolkering en Afsluitdijk) en het beheer van de watersystemen van het IJsselmeer, Markermeer, randmeren, Amsterdam-Rijnkanaal, Eem en IJssel-Vechtdelta. Doel van de studie is het inzichtelijk maken van Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 229 het gehele, complexe watersysteem van het IJsselmeergebied ten behoeve van huidige en toekomstige vraagstukken rondom watervei-ligheid en zoetwatervoorziening. Een belangrijke te beantwoorden vraag is wat de effecten zijn van de verschillende opties in het peilbeheer op de kosten van de benodigde dijkversterkingen. Tijdshori-zon is 2050 en verder, mede met het oog op keuzes die dan zullen spelen bij de vervanging van spuicomplexen in de Afsluitdijk.•MIRT-onderzoeken naar de waterveiligheid in de Rijn-Maasdelta: voor de verwachte stijging van de zeespiegel, toenemende extreme rivierafvoeren en sociaaleconomische veranderingen zijn langetermijn-strategieën ontwikkeld voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Daarbij worden de strategieën en maatregelen voor waterveiligheid en sociaaleconomische ontwikkeling in synergie met elkaar en met oog voor ruimtelijke kwaliteit ontwikkeld. Komende jaren wordt met maatregelen en nadere beleidsuitwerking vervolg gegeven aan de gemaakte beleidskeuzes voor dit gebied. Hierbij valt te denken aan onderzoek naar de Adaptatiestrategie waterveiligheid buitendijks, Meerlaagsveiligheid Dordrecht en de gebiedsgerichte uitwerking van de Alblasserwaard•Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie: In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie hebben Rijk, provincies, gemeenten en water-schappen afgesproken waterveiligheid en klimaatbestendigheid integraal mee te gaan wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen. De ambitie daarbij is dat in 2020 klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten een integraal onderdeel van hun beleid en handelen is, zodat Nederland in 2050 ook daadwerkelijk klimaatbestendig is ingericht. Dat vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Van 2015 t/m 2017 zijn vanuit het Deltafonds middelen beschikbaar gesteld voor het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie om deze transitie te ondersteunen met diverse activiteiten en producten. Denk aan kennisportaal4, het organiseren van themabijeenkomsten, ondersteu-ning van voorbeeldprojecten en faciliteren van kennis- en leernetwer-ken. In 2017 vindt een tussentijdse evaluatie plaats.•Toetsing Regionale keringen in beheer van het Rijk: De veiligheids-normen voor de regionale waterkeringen die bij het Rijk in beheer zijn, zijn in 2016 in het Waterbesluit opgenomen. In 2016 en 2017 wordt voor het eerst getoetst of deze regionale keringen aan de gestelde normen voldoen. Uit deze toetsing zal blijken of en in welke mate versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn. In het Deltafonds is voor noodzakelijke versterkingsmaatregelen tot en met 2028 een reserve-ring van € 200 miljoen opgenomen in de programmaruimte.•MIRT-onderzoek Rivierverruiming: In 2017 wordt het onderzoek naar rivierverruiming voortgezet. Doel is om, voor de Rijn in 2017 en voor de Maas in 2018, samen met de regionale partijen te komen tot een totaalvoorstel met een concrete vertaling van de voorkeursstrategie, zoals voorgesteld in het DP2015, inclusief financiële consequenties. Daarvoor is het onder andere nodig om de effecten van rivierverrui-ming op overstromingskansen en de nieuwe normering beter te kennen en een betere inschatting te hebben van de kosten, de baten en de financiële haalbaarheid. Daarbij zijn potentiële besparingen op versterking van belang evenals concrete meekoppelkansen.•Nieuwe normering: De huidige normen voor de primaire waterkerin-gen stammen grotendeels uit de jaren ’60 van de vorige eeuw. 4www.ruimtelijkeadaptatie.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 230 Sindsdien zijn de omstandigheden in Nederland sterk veranderd. Er wonen meer mensen achter de dijk en er is meer economische waarde te beschermen. Met de laatste kennis en inzichten zijn daarom nieuwe normen voor de primaire waterkeringen ontwikkeld op basis van de risicobenadering. Er wordt zowel gekeken naar de kans op een overstroming als de mogelijke gevolgen hiervan. Eind 2015 is deze stap beleidsmatig verankerd in het Nationaal Waterplan 2016–2021. Ook de juridische verankering van de normen in de Waterwet ligt op koers: de gewijzigde Waterwet is naar verwachting vanaf 1 januari 2017 van kracht na parlementaire behandeling in 2016. De bijhorende regeling voor de beoordeling van de veiligheid van primaire waterke-ringen, een wijziging van het Waterbesluit en aanpassing van de subsidieregeling voor de versterking van de primaire keringen treden dan ook in werking.•Een parallel proces is de aanpassing van het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium. Hiermee kan de vierde ronde beoordelen op veiligheid in 2017 starten op basis van het nieuwe waterveiligheidsbe-leid en kan tussentijds al met de nieuwste inzichten ontworpen worden. Om dit mogelijk te maken wordt extra ingezet op diverse sporen, zoals een impuls aan grondonderzoek. Daarmee wordt aanvullende bodeminformatie gegenereerd om beter gesteld te staan voor de beoordelingronde van de primaire waterkeringen die januari 2017 start. Daarnaast wordt gewerkt aan de stroomlijning van de informatievoorziening voor het gehele toetsproces, inclusief de rapportage over de resultaten van de uitgevoerde toetsing.•Aangezien sprake is van een geheel vernieuwde wijze van normering dient extra inzet te worden geleverd ten behoeve van opleidingen en trainingen op het gebied van risicobenadering en het omgaan met overstromingskansen. Dit geldt zowel voor de wettelijke beoordeling op veiligheid als bij het ontwerpen van noodzakelijke verbetermaatre-gelen in het HWBP.1.04 GIV3/PPS Bij infrastructuurprojecten waarbij sprake is van publiek-private samen-werking (PPS) bestaat de betaling uit een geïntegreerd bedrag voor aanleg, onderhoud én financiering gedurende een langdurige periode. De meest toegepaste vorm is DBFM (Design, Build, Finance and Maintain) waarbij de overheid pas na oplevering betaalt voor een dienst (beschik-baarheid) in plaats van mijlpalen voor een product tijdens de bouwfase. Deze contractvorm garandeert een efficiënte en effectieve beschik-baarheid van de noodzakelijke capaciteit om, rekening houdend met de aspecten veiligheid en leefomgeving, een betrouwbaar systeem te realiseren.In de brief van 14 juni 2011 (Kamerstukken II 2010–2011 32 500 A, nr. 83; Prioritering Investeringen Mobiliteit en Water) is een lijst van in totaal 32 potentiële DBFM-projecten opgenomen. Aangezien op dit moment nog geen geïntegreerd project bij het hoofdwatersysteem in uitvoering is, worden er op dit artikel (nog) geen uitgaven verantwoord. RWS is bezig met de voorbereiding van de realisatie van het project Afsluitdijk dat als DBFM-contract wordt aanbesteed. Start van de aanbesteding is eind 2016 voorzien.MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 231 1.09 Ontvangsten Ontvangsten waterschapsprojectenConform de Spoedwet (Stb. 2011, nr. 302) dragen de waterschappen vanaf 2011 € 81 miljoen per jaar bij aan het HWBP. Deze bijdrage van de waterschappen is conform het regeerakkoord Rutte I en het Bestuursak-koord Water aangevuld tot € 131 miljoen in 2014 en tot € 181 miljoen structureel vanaf 2015 (inclusief project gebonden aandeel). Vanaf 2016 worden deze bedragen geïndexeerd op basis van de IBOI, zoals gehan-teerd door het Ministerie van Financiën en wordt het € 186 miljoen per jaar.De middelen van de waterschappen worden eerst ingezet voor de waterschapsprojecten van het HWBP-2 en vervolgens voor de water-schapsprojecten van het HWBP. Het in 2013 door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen wetsvoorstel Wijziging van de Waterwet (doelma-tigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) (Kamerstukken II 2012–2013 33 465) is per 1 januari 2014 in werking getreden. De wet regelt dat het Rijk en de waterschappen jaarlijks elk de helft van de bijdrage aan het HWBP gaan betalen.In bijlage 3 is een nadere toelichting op de financieringsafspraken voor het HWBP opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 232 Artikel 2 Investeren in Zoetwatervoorziening Op het gebied van zoetwatervoorziening is het beleid gericht op een duurzame zoetwatervoorziening die economisch doelmatig is. De uitvoering is gericht op het zoveel mogelijk voorkomen van tekorten. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden en gebruikers. Het Ministerie van IenM werkt samen deze partijen in het Deltaprogramma Zoetwater. De maatregelen die in uitvoering worden genomen staan in het Deltaplan Zoetwater.In periodes van ernstig watertekort (in droge zomers) wordt water verdeeld op basis van een verdringingsreeks.Op dit artikel worden de producten op het gebied van zoetwatervoor-ziening verantwoord. De waterkwaliteit maatregelen in het hoofdwater-systeem die niet verbonden zijn aan waterveiligheid en zoetwatervoor-ziening worden op artikel 7 van het deltafonds verantwoord.Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 (Integraal waterbeleid) op de begroting van hoofdstuk XII.Ambities voor zoetwaterNederland heeft een unieke ligging in een delta. Water speelt niet alleen een cruciale rol in de leefbaarheid van onze omgeving, het is ook een verbindend element in onze economische positie. Zelfs in droge tijden komen via de Rijn en de Maas nog honderdduizenden liters zoetwater ons land binnen. Dit is een belangrijk concurrentievoordeel ten opzichte van landen die deze rivieren niet hebben. Nederland bezit unieke kennis en kunde op het gebied van waterbeheer en waterkwaliteit en verdient daar veel geld mee: 8% van de Nederlanders werkt in een sector met afhanke-lijkheid van water en verdient daar 17,5% van het Nederlands Bruto Nationaal Product mee.Om de bijdrage van zoetwater aan onze sterke economische positie te behouden en te versterken, in harmonie met de leefomgeving, is het zaak dat er geanticipeerd wordt op toekomstige trends en ontwikkelingen. Nu al zijn er knelpunten en deze nemen toe bij klimaatverandering. De ambitie is om de rol die zoetwater in onze sterke economische positie speelt niet alleen te behouden, maar ook te versterken en ervoor te zorgen dat water blijft bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Rijk, regio en gebruikers nemen samen de verantwoordelijkheid voor een goede zoetwatervoorziening en het voorkomen van tekorten. Het Ministerie van IenM draagt financieel bij aan het uitvoeringingsprogramma voor de periode 2015–2021 en investeert in het ontwikkelen van kennis en beleid ten behoeve van besluitvorming over de periode na 2021. IenM levert een belangrijke (financiële en personele) bijdrage aan het Programmabureau Zoetwater ten behoeve van de uitvoering van de Deltabeslissing Zoetwater.De ambitie is uitgewerkt in vijf nationale zoetwaterdoelen:•Het in stand houden en bevorderen van een gezond en evenwichtig watersysteem.•Het beschermen van de cruciale gebruiksfuncties drinkwater (volksge-zondheid), energie, kwetsbare natuur, waterkeringen en het tegengaan van klink en zetting.•Het effectief en zuinig gebruiken van het beschikbare water.Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 233 •Het bevorderen van de concurrentiepositie van Nederland wat betreft aan water gerelateerde economie.•Het ontwikkelen van waterkennis, -kunde en -innovatie ten behoeve van de zoetwaterdoelen.Met de Deltabeslissing Zoetwater zijn een adaptieve strategie voor zoetwater en een uitvoeringsprogramma, het Deltaplan Zoetwater, beschikbaar gekomen. Het Deltaplan Zoetwater beschrijft de maatregelen die worden genomen in de periode 2015–2021. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het Deltaplan en het Nationaal Waterplan 2016–2021.Van ambities naar uitvoeringMet de deltabeslissing Zoetwater en de daaruit volgende Zoetwaterstra-tegie wordt beoogd een duurzaam en economisch doelmatige zoetwater-voorziening te realiseren. Het Deltaprogramma Zoetwater kent een korte- en langetermijnstrategie. Voor de korte termijn (tot 2028) levert het Deltaprogramma de uitwerking van de waterbeschikbaarheid (voorheen het voorzieningenniveau), een investeringsprogramma waarin maatre-gelen zijn opgenomen voor het robuuster maken van het watersysteem (nationaal en regionaal) en een kennisagenda voor verdere onderbouwing en ontwikkeling van de adaptieve strategie. Met de waterbeschikbaarheid wordt helderheid gegeven over het risico op tekort aan zoetwater voor gebruikers en de inspanningen en verantwoordelijkheden die de overheid voor de zoetwatervoorziening heeft. De langetermijnstrategie voor zoetwater (na 2028) is gericht op het behouden van beleidsopties en het benutten van meekoppelkansen, gezien de onzekerheid van klimaatont-wikkeling.Het Nationaal Waterplan 2016–2021 bevat de elementen van de Deltabe-slissing Zoetwater voor het rijksbeleid. Er is een gezamenlijk (Rijk en regio) uitvoeringsprogramma, het Deltaplan Zoetwater. Dit Deltaplan gaat in op de inzet (financiële bijdrage) van Rijk en regio voor de korte en lange termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 234 Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 2 Investeren in zoetwatervoorziening (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 6.319 40.704 52.358 32.208 31.483 34.963 32.404 Uitgaven 8.336 39.862 38.973 41.511 33.622 35.542 32.404 Waarvan juridisch verplicht 76% 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 2.01.01 Verkenning en planuitwerking waterkwantiteit 2.01.02 Realisatieprogramma waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwater-voorziening 6.727 37.165 36.928 38.561 30.672 31.992 32.289 2.02.01 Verkenningen en planuitwerking zoetwatervoorziening 1.231 0 9.500 0 0 0 1.833 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 1.228 0 0 0 0 0 0 2.02.02 Realisatieprogramma zoetwatervoor-ziening 5.496 37.165 27.428 38.561 30.672 31.992 30.456 2.03 Studiekosten 1.609 2.697 2.045 2.950 2.950 3.550 115 2.03.01 Studie en onderzoekskosten Deltapro-gramma 1.609 2.697 2.045 2.950 2.950 3.550 115 2.03.02 Overige studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten 2.220 6.717 0 3.006 0 0 0 2.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoorziening 2.220 6.717 0 3.006 0 0 0 2.09.01 Ontvangsten zoetwatervoorzieningen 2.220 6.717 0 3.006 0 0 0 2.09.02 Overige aanleg ontvangsten Met uitzondering van de nog niet in uitvoering genomen aanlegprojecten worden de budgetten in 2017 als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017. Voor de mate van verplichting van het verkenningen- en planuitwerkingsprogramma tot en met 2030 wordt verwezen naar het betreffende projectoverzicht.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdie-pingsbijlage bij de begroting op hetzelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2 Investeren in zoetwatervoor-ziening 39.862 38.973 41.511 33.622 35.542 32.404 1.833 1.833 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 37.165 36.928 38.561 30.672 31.992 32.289 1.833 1.833 2.03 Studiekosten 2.697 2.045 2.950 2.950 3.550 115 0 0 2.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoor-ziening 6.717 0 3.006 0 0 0 0 0BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 235 (Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 2 Investeren in zoetwatervoor-ziening 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 234.745 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 220.438 2.03 Studiekosten 0 0 0 0 0 0 0 14.307 2.09 Ontvangsten investeren in waterkwantiteit en zoetwatervoor-ziening 0 0 0 0 0 0 0 9.7232.01 Aanleg waterkwantiteit Er worden op dit artikelonderdeel nu geen projecten verantwoord.2.02 Overige waterinvesteringen Zoetwatervoorziening Het betreft projecten die de zoetwatervoorziening bevorderen en de kwaliteit waarborgen. Dit zijn maatregelen en voorzieningen van nationaal belang ter voorkoming en waar nodig beperking van waterschaarste en ook ter bescherming of verbetering van de chemische of ecologische kwaliteit van watersystemen, voor zover deze onderdeel uitmaken van opgaven op het gebied van zoetwatervoorziening.Verkenningen- en PlanuitwerkingsprogrammaHet verkenningen- en planuitwerkingsprogramma dient om een probleem of een initiatief met een maatschappelijke meerwaarde te verkennen en om daarna, indien nodig, uit alternatieven de beste oplossing voor het probleem te zoeken en voor te bereiden voor de uitvoering.Dit artikelonderdeel geeft inzicht in de stand van zaken van diverse projecten en programma’s op het gebied van zoetwatervoorziening die zich in de fasen van voorbereiding tot realisatie bevinden.Motivering Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 236 Projectoverzicht Verkenningen- en planuitwerkingsprogramma (Budget in € mln.) Budget Planning Projectomschrijving Huidig vorig PB of TB Openstelling Verplicht Projecten Nationaal EPK Planuitwerking en verkenningen Zoetwatervoor-ziening 15 14 Projecten Zuid-Nederland Roode Vaart 10 10 Gebonden – Bestemd – Totaal programma planuitwerking en verkenning 25 Begroting DF 02.02.01 25 legendaTB = TracébesluitPB = ProjectbesluitToelichting:Roode Vaart: De bijdrage van € 9,5 miljoen voor het project Roode Vaart is opgenomen voor de uitvoering van de motie Holtackers/Jacobi (zie Kamerstuk, 2011–2012, 27 625, nr. 276). Regionale partijen (waterschap Brabantse Delta, de provincie Zeeland, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk) hebben voor de uitvoering in november 2013 een samenwerkingsovereenkomst getekend. De gemeente Moerdijk is eindverantwoordelijk voor de uitvoering. Het project bevindt zich in de planuitwerkingsfase. De verwachting is dat in 2017 gestart wordt met de realisatiefase. Rijk en regio hebben afspraken gemaakt voor het beschikbaar houden van het benodigd projectbudget. Afgesproken is dat IenM een reservering maakt van maximaal € 850.000,– inclusief BTW en de Provincie Noord-Brabant € 850.000 exclusief BTW. De reservering van IenM wordt gedekt binnen de geprogrammeerde bijdrage vanuit het Deltafonds aan de vervolgmaatregelen Roode Vaart (periode 2015–2021). Aan het eind van de realisatiefase dient de gemeente Moerdijk het tekort kenbaar te maken.Onderstaand is de budgetflexibiliteit voor de periode 2016–2030 weerge-geven voor aanleg onderzoek, planuitwerkingen en verkenningen door inzicht te verstrekken in de opbouw van de MIRT-budgetten tot en met 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 237 Realisatieprogramma ZoetwatervoorzieningProjectoverzicht realisatieprogramma (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectom-schrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Projecten Zoetwatervoor-ziening Projecten Nationaal Innovatie KRW 70 75 70 Projecten Zuidwest-Nederland Besluit Beheer Haringvlietsluizen 76 76 32 29 7 7 2018 2018 Overige projecten Luwtemaatregelen Hoornse Hop 17 8 0 2 1 10 3 1 2020 2020 Zoetwatermaatre-gelen 137 136 1 6 20 21 28 31 30 afrondingen – 1 1 Programma 300 159 102 37 27 39 31 32 30 0 Begroting (DF 2.02.02) 37 27 39 31 32 30 0 Toelichting:–Besluit Beheer Haringvlietsluizen: In het najaar 2014 zijn de (voorberei-dende) werkzaamheden voor de compenserende zoetwatermaatrege-len door het waterschap en Evides gestart. Dit conform de in mei 2014 gesloten uitvoeringovereenkomst. Op 20 november 2014 heeft de Minister van IenM de feestelijke start van de werkzaamheden verricht. De werkzaamheden liggen op schema, zodat de Haringvlietsluizen in 2018 op «een Kier» gezet kunnen worden.Procentueelx € 1 mln.VerplichtGebondenBestemd0%10%20%30%40%50%60%70%80%90%100%100%25Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 238 –Luwtemaatregelen Hoornse Hop: Een van de maatregelen om in het Markermeer-IJmeer een toekomstbestendig ecologisch systeem te creëren is de Luwtemaatregel Hoornse Hop. Deze maatregel moet ertoe leiden dat de vertroebeling van het water in de Hoornse Hop afneemt, wat de voedselproductie in de waterbodem en de waterko-lom ten goed zal komen, en zo de condities voor natuur zal verbeteren. Het project Luwtemaatregelen Hoornse Hop omvat ook een KRW-maatregel om een aangrenzend gebied ondieper te maken. Tot medio 2017 loopt de planuitwerkingsfase, de realisatie start daarna.–Zoetwatermaatregelen van nationaal belang: deze maatregelen hebben als doel huidige knelpunten in de zoetwatervoorziening te verminderen en Nederland voor te bereiden op de mogelijke gevolgen van klimaatverandering.Onderdeel van dit budget zijn (incidentele) subsidies en uitkeringen aan andere overheden. In de tabel budgettaire gevolgen van beleid bij dit beleidsartikel is in regel 2.02.02 realisatieprogramma zoetwatervoor-ziening een bedrag van € 52,6 miljoen aan subsidieverplichtingen opgenomen voor de periode 2015 – 2021. De bedragen hebben betrekking op de mogelijke verlening van subsidies aan de volgende waterschappen: Stichtse Rijnlanden, Hollandsche Delta, Delfland en Rivierenland.Deze maatregelen hebben als doel de huidige knelpunten in de zoetwater-voorziening te verminderen en Nederland voor te bereiden op de mogelijke gevolgen van klimaatverandering.Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening(en) als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.IenM boekt in de periode 2015 – 2021 ook een bedrag van in totaal € 63,5 miljoen over naar het Provinciefonds voor het nemen van zoetwatermaat-regelen. Deze middelen dragen ook bij aan het verminderen van huidige knelpunten in de zoetwatervoorziening en aan het opvangen van mogelijke gevolgen van klimaatverandering. Deze zoetwatermaatregelen van nationaal belang zijn opgenomen in het Deltaplan Zoetwater, onderdeel van het Deltaprogramma 2015.Voor zoetwater wordt het resterende bedrag van € 4,9 miljoen van het beschikbare investeringsbudget voor zoetwater van € 150 miljoen onttrokken uit de programmaruimte Deltafonds en overgeheveld naar het artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening op het Deltafonds. De onttrekking betreft € 0,7 miljoen voor adaptieve klimaatpilots in IJssel-meergebied en € 4,2 miljoen als risicoreservering voor de geprogram-meerde zoetwatermaatregelen. Deze risicoreservering gebeurt mede op basis van een beoordeling door het Expertisecentrum Kosten en Baten.2.03 Studiekosten Dit betreft enerzijds studie- en onderzoekskosten voor het Deltapro-gramma (MIRT-onderzoeken) en daarnaast de overige studiekosten op het gebied van zoetwatervoorziening.Studie- en onderzoekskosten DeltaprogrammaOp dit onderdeel van de begroting staan de studie- en onderzoekskosten ten behoeve van het Deltaprogramma (MIRT-onderzoeken) die betrekking hebben op zoetwatervoorziening. Het Deltaprogramma is een programma om Nederland nu en in de toekomst te beschermen tegen hoogwater en Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 239 te zorgen voor voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken verschillende overheden en andere organisaties samen. De plannen komen tot stand onder leiding van de regeringscommissaris voor het Deltaprogramma: de Deltacommissaris. Het Deltaprogramma heeft in 2014 voorstellen voor deltabeslissingen uitgebracht. Het kabinet heeft deze inmiddels beleidsmatig verankerd in het Nationaal Waterplan 2016–2021. Deltabeslissingen zijn hoofdkeuzen voor de aanpak van waterveiligheid en zoetwatervoorziening in Nederland. Zij geven richting aan de maatregelen die Nederland hiervoor inzet, op korte en op lange termijn. Per 1 januari 2015 is de organisatie van het Deltaprogramma veranderd. In de organisatie vanaf 2015 worden zeven gebieden (Rijnmond-Drechtsteden, Zuidwestelijke Delta, IJsselmeergebied, Rivieren Rijn, Rivieren Maas, Kust en Waddengebied) en drie generieke thema’s (Veiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke Adaptatie) onderscheiden. Verder wordt onderzoek gedaan naar:•Zoetwatervoorziening: het zorgen voor de benodigde kennis om de adaptatiepaden zoals beschreven in het Deltaprogramma voor zoetwater verder te onderbouwen en te ontwikkelen ten behoeve van een strategie voor de beschikbaarheid van zoetwater vanwege klimaatverandering en de ontwikkeling in de zoetwatervraag. In 2015 is een kennisagenda opgesteld waarin de onderzoeken staan beschreven die worden geprogrammeerd en in de periode 2016–2017 worden uitgevoerd.•IJsselmeergebied: vanwege klimaatverandering en daarmee samen-hangende vraagstukken van waterveiligheid en veranderende zoetwatervraag, is een flexibeler peilbeheer nodig en wordt gestreefd naar een meer flexibele inrichting van het watersysteem. Daartoe wordt een nieuw peilbesluit opgesteld (2015–2017). Friesland voert tussen eind 2016 en eind 2018 een MIRT-verkenning uit naar maatrege-len voor de aanpak van erosie aan de Friese kust.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 240 Artikel 3 Beheer, Onderhoud en Vervanging Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem zodat aan de wettelijke normen wordt voldaan.Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 3 Beheer, onderhoud en vervanging (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 266.646 194.301 132.041 151.035 132.783 105.825 121.609 Uitgaven 156.952 213.604 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 Waarvan juridisch verplicht 93% 3.01 Watermanagement 7.764 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 3.01.01 Watermanagement 7.764 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 7.764 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 149.188 206.557 162.435 156.914 152.918 105.426 122.538 3.02.01 Waterveiligheid 118.938 145.383 109.178 110.722 104.087 77.346 96.614 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 118.938 145.383 109.178 110.722 104.087 77.346 96.614 3.02.02 Zoetwatervoorziening 17.446 20.900 11.636 17.442 17.449 17.442 17.443 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 17.446 20.900 11.636 17.442 17.449 17.442 17.443 3.02.03 Vervanging 12.804 40.275 41.621 28.750 31.382 10.638 8.481 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 3.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op dit zelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 3 Beheer, onderhoud en vervanging 213.604 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 195.776 217.182 3.01 Watermanagement 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 7.002 7.002 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 206.557 162.435 156.914 152.918 105.426 122.538 188.774 210.180 3.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0(Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 3 Beheer, onderhoud en vervanging 231.584 278.870 224.296 240.111 230.037 230.037 230.037 3.026.831 3.01 Watermanagement 7.027 7.027 7.027 7.225 6.829 6.829 6.829 104.908 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 224.557 271.843 217.269 232.886 223.208 223.208 223.208 2.921.924 3.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 241 3.01 Watermanagement Met watermanagement streeft IenM naar:Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoog- als laagwater (peilbeheer);Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.Binnen het watermanagement worden de volgende activiteiten uitge-voerd:•Monitoring en informatievoorziening;•Crisisbeheersing en -preventie;•Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;•Nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere uit waterakkoorden);•Regulering waterverdeling (operationele modellen en bediening stuwen, spuien).De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de rijkswateren zijn:•Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;•Het kunnen beschikken over voldoende water in de rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties. Om dat te realiseren worden peilbesluiten nageleefd en de waterakkoorden geactualiseerd en nageleefd. Het waterpeil is zoveel mogelijk afgestemd op de gebruiksfuncties.De monitoring en informatievoorziening gaat over het verkrijgen en beschikbaar stellen van interne- en externe informatie over het water-systeem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschil-lende gebruikers (informatie over waterstanden voor de scheepvaart, informatie over waterkwaliteit voor drinkwaterbedrijven en informatie over zwemwaterkwaliteit voor provincies en ten behoeve van recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.Omvang areaal (bedragen x € 1.000) Areaal-eenheid Omvang Budget 2017 2015 2016 2017 Watermanagement km2 water 90.310 90.312 90.312 7.031Motivering Producten Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 242 ToelichtingEind 2015 was de omvang van het areaal 90.310 km2. In 2016 zal de omvang van het areaal met circa 2 km2 toenemen als gevolg van met name Ruimte voor de Rivier projecten en de verruiming van het Wilhelmi-nakanaal Tilburg. In 2017 zal het water areaal netto opnieuw enigszins toenemen als resultante van enerzijds de overdracht van de Noordervaart en anderzijds het opleveren van het Grensmaas deelproject bij Itteren. De toename valt echter binnen de afronding. Daarmee zal eind 2017 het areaal met circa 2 km2 water zijn toegenomen ten opzichte van 2015.Indicatoren Watermanagement Indicator Realisatie 2015 Streefwaarde 2016 Streefwaarde 2017 RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen. 80% 95% 95% Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet 100% 90% 90% De spuiende kunstwerken en stuwen kunnen te allen tijde worden geopend 98,1% 100% 100%ToelichtingDe indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen.•De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschap-pelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, laagwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgespro-ken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, bericht-geving over hoogwater, laagwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De streefwaarde is in 2015 niet gehaald. Dit werd met name veroorzaakt door een aantal uitzonderlijke weersomstandig-heden waarbij aan betrouwbaarheid van de berichtgeving prioriteit heeft gekregen boven de snelheid ervan. In alle gevallen is telefonisch contact onderhouden met de ontvangende partijen waardoor de latere levering niet tot problemen heeft geleid.•De tweede indicator «beschikbaarheid streefpeilen» geeft aan of de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau worden gehouden, wat het beleidsdoel is. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te sturen.•De derde indicator heeft betrekking op altijd werkende spuiende kunstwerken, stuwen en gemalen die een absolute voorwaarde zijn om de water af- en aanvoer goed te kunnen reguleren en een adequaat peilbeheer uit te voeren. De realisatie 2015 is iets lager dan de streefwaarde doordat de pompen in het gemaal bij Eefde vanwege einde levensduur niet meer functioneerden. De inzet van noodpompen heeft dit probleem beheerst. In 2015 zijn de pompen geheel gerevi-seerd. De laatste werkzaamheden worden in 2016 afgerond.Geschikte indicatoren ten behoeve van de doelstelling van «een duurzaam watersysteem dat voorziet in voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker» ontbreken momenteel. De komende jaren wordt onderzoek gedaan om in deze lacune te voorzien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 243 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functies voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoor-ziening (inclusief waterkwaliteit) worden vervuld.Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening.De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.3.02.01 Waterveiligheid Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:•Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2001).•Beheer en onderhoud (BenO) Rijkswaterkeringen en stormvloedkerin-gen (conform de Waterwet).•Beheer en Onderhoud uiterwaarden.RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (het Nationaal Waterplan 2016–2021). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.ad 1. KustlijnhandhavingHet handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu verlies aan zand dat jaarlijks moet worden gecompenseerd. Vanaf 2001 wordt ook zand gesuppleerd om de zandver-liezen op dieper water (kustfundament) te compenseren. Daarmee wordt de zandhoeveelheid in het kustfundament op peil gehouden en wordt het effect van de zeespiegelstijging (deels) teniet gedaan. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen• RijkswaterkeringenRWS beheert en onderhoudt 236 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortko-mingen worden verholpen.Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het HWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 244 RWS ook 595 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies.• StormvloedkeringenOm ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloed-keringen zijn ook primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft sinds 2014 vijf stormvloedkeringen in beheer: de Ooster-scheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandse IJssel-kering en de Ramspolkering.Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouw-kundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het bestu-ringssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaardenHet Rijk beheert 3.772 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere beheer en onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Stroomlijn die verantwoord wordt op artikelonderdeel 3.02.03 Vervanging. Na uitvoering vallen deze uiterwaarden weer onder het regulier beheer en onderhoud.3.02.02 Zoetwatervoorziening Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterak-koorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterver-deling zijn opgenomen in het Beheersplan voor de Rijkswateren (BPRW). Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor:1.Waterverdeling en peilbeheer;2.Stuwende en spuiende kunstwerken;3.Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kaderrichtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Uitgaven voor de KRW in het hoofdwatersysteem worden verantwoord op artikel 7 Waterkwaliteit.Binnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterver-deling onder de loep genomen via de uitwerking van het instrument waterbeschikbaarheid. De functies voor waterverdeling en de daaraan gekoppelde activiteiten worden in beeld gebracht en waar mogelijk geoptimaliseerd. Waar relevant zullen resultaten hiervan hun doorwerking krijgen in volgende begrotingen. Het generen van indicatoren om de waterbeschikbaarheid voor de gebruiksfuncties inzichtelijk te maken is Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 245 onderdeel van het plan van aanpak voor uitwerking van de waterbeschik-baarheid.Beheer en OnderhoudIn onderstaande figuur is een verdeling gegeven van de beheer- en onderhoudskosten voor kunstwerken, dijken, dammen, duinen, storm-vloedkeringen, kustfundament en oevers. Deze percentages zijn gebaseerd op een meerjarig gemiddelde.Waterveiligheid (bedragen x € 1 mln.) Omvang Areaal Eenheid Omvang 2015 Omvang 2016 Omvang 2017 Budget 2017 Kustlijn Km 293 293 293 63 Stormvloedkeringen aantal 5 5 5 32 Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.: 14 – Dijken, dammen en duinen, primaire waterke-ringen 236 234 234 – Niet-primaire waterkeringen/duinen Km 595 595 576 – uiterwaarden in beheer Rijk Ha 3.772 3.771 3.771 Totaal 109Toelichting•In deze begroting is het aantal kilometers voor dammen, dijken, duinen en het aantal hectare voor uiterwaarden weergegeven zoals bepaald bij het opstellen van de leggergegevens. Het areaal neemt in 2016 met circa 2 km af door de overdracht van de primaire waterkering bij Perkpolder. In 2017 zijn geen veranderingen voorzien.•De lengte van niet-primaire waterkeringen neemt in 2016 en 2017 af met in totaal circa 19 kilometer door de overdracht van de Noorder-vaart en de aanpassingen ten gevolge van het Grensmaas deelproject bij Itteren. Daarmee komt de totale lengte eind 2017 uit op 576 kilometer.•Het Rijk beheert 3.771 hectare aan uiterwaarden eind 2017. De omvang van eind 2015 ligt op 3.772 hectare uiterwaarden. Het aantal hectare neemt in 2016 met circa 1 hectare af als gevolg van Ruimte voor de 13%29%39%18%1%Dijken, dammen, duinen, uiterwaardenStormvloedkeringenKustfundamentKunstwerken HWSOevers HWSMeetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 246 Rivier projecten waarbij uiterwaarden plaatsmaken voor extra waterbergingen. De afname van het aantal hectare in 2017 als gevolg van het Grensmaas deelproject bij Itteren valt binnen de afronding.Indicatoren BenO Waterveiligheid Indicator Realisatie 2015 Streefwaarde 2016 Streefwaarde 2017 De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de afgesproken kustlijn). 93% 90% 90% De vijf stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheids-normen uit de Waterwet. Indicator is het percentage van de stormvloed-keringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis. 60% 100% 100%Toelichting•De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landin-waarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan, en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd. De mogelijke kleine verschuivingen komen tot uitdrukking in de streef-waarde dat 90% van de basiskustlijn op zijn plaats blijft.•De tweede indicator is erop gericht dat de vijf stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken eis voor de faalkans (faalkanseis). Deze eisen gaan over de kans dat de kering bij een sluitvraag niet gesloten kan worden. De kansen worden uitgedrukt in aantal sluitvragen: bij hoeveel sluitvragen mag een kering één keer falen.Faalkans van de vijf stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat Stormvloedkeringen faalkans /overschrijdingskans Streefwaarde 2016 Streefwaarde 2017 Maeslantkering faalkans bij sluiten 1:100 1:100 Hartelkering faalkans bij sluiten 1:19 1:19 Hollandsche IJsselkering faalkans bij sluiten 1:47 1:47 Oosterscheldekering overschrijdingskans in jaar (van de maatgevende hoogwa-terstand in het achterliggende watersysteem) 1:4000 1:4000 Ramspolkering faalkans bij sluiten zie toelichting zie toelichtingDe faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijkringen, ook wel aangeduid als het «achterland». De stormvloedkeringen moeten voldoen aan de strengste veiligheidsnorm van het bijbehorende achterland zoals vastgelegd in de Waterwet en getoetst aan de hydrau-lische randvoorwaarden. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.Toelichting•De Maeslantkering, Hartelkering, Hollandse IJsselkering en Ramspolke-ring kennen afspraken over faalkanseisen. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld bij honderd sluitvragen één keer falen.•Bij de Maeslantkering is in 2014 duidelijk geworden dat de betrouw-baarheid van de besturingssoftware, die in 2013 is vervangen, niet kwantitatief kan worden aangetoond. Aanpassingen van de software zijn naar verwachting pas in 2017 operationeel. Dit leidt er toe dat de Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 247 actuele faalkans niet kwantitatief kan worden vastgesteld. In verband met eventuele storingen van het besturingssysteem zijn extra beheermaatregelen genomen om bij falen in te kunnen grijpen. Tevens is het onderhoud op voldoende niveau. Het oordeel van RWS is dat de Maeslantkering veilig is. Om deze reden blijft de streefwaarde in de begroting gehandhaafd.•Voor de Oosterscheldekering geldt het wettelijk beschermingsniveau van 1: 4.000 voor de dijkring (overschrijdingskans; dit is de kans dat bij falen van de Oosterscheldekering de toetspeilen in het Oosterschelde-bekken worden overschreden). De kans wordt uitgedrukt in jaren (1: 4.000 jaar). De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterschel-dekering afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 schuiven.•Het Waterschap Groot Salland heeft in 2014 de Ramspolkering overgedragen aan RWS. RWS voert het Beheer en Onderhoud op dezelfde wijze uit als eerder het Waterschap en daarmee blijft de achterliggende dijkring voldoen aan de gestelde norm. RWS brengt de beoordelingssystematiek voor de faalkansprestatie in lijn met de uniforme RWS standaarden en de eis vanuit WTI 2017. Dientengevolge kan RWS nu geen streefwaarde aangeven voor de faalkans van de Ramspolkering.Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden.ToelichtingHet aantal raaien waarin de basiskustlijn wordt overschreden mag maximaal 15% zijn; het streven is om het aantal overschrijdingen onder 10% te houden. De geel/blauwe balken in bovenstaande figuur geven de over de afgelopen jaren gerealiseerde suppleties weer.199119921993199419951996199719981999200020012002200320042005200620072008200920102011201220132014201505101520010203040Suppletiehoeveelheden (106 m3)BKL-overschrijdingen (%)JaarStrandsuppletiesVooroeversuppletiesBKL-overschrijdingen10%-normTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 248 Suppleren voor kustlijnzorgOm de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, wordt jaarlijks gemiddeld 12 miljoen m3 zand gesuppleerd. Hiertoe wordt een suppletieprogramma opgesteld en meerjarige contracten afgesloten, waarbij voor een deel van de suppleties een jaarlijkse bijstelling mogelijk is. Inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Bij de aanbesteding van de suppletieprogramma’s hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd is vanaf 2012 een nieuwe marktbe-nadering gekozen met contracten voor een periode van vier jaar.Realisatie en prognose kustsuppleties Realisatie in mln. m3 Prognose in mln. m3 Prognose in mln. m3 2012–2014 2012–2015 (incl. uitloop 2016/17) 2016–2019 (incl. uitloop 2020) Handhaven basiskustlijn en kustfun-dament 20,5 48 maximaal 48ToelichtingHet suppletievolume over de periode 2012–2015 bedroeg 48 miljoen m3 (vierjarige contractperiode met gemiddeld 12 miljoen m3 per jaar met één jaar uitloop); uitloop van een deel van de suppleties in 2016 en 2017 is vanwege de gekozen contractvorm toegestaan. Voor de periode 2016–2019 (met uitloop naar 2020) zal naar verwachting, zeker in de eerste jaren, een geringer suppletievolume nodig zijn om de basiskustlijn te handhaven en het kustfundament te laten meegroeien met de zeespiegel-stijging. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitloop van een aantal suppleties uit het programma 2012–2015. Daarnaast is de afgelopen jaren onder meer door de aanleg van de Zandmotor en diverse kustversterkingen (zwakke schakels) 35 miljoen kuub (extra) aan zand toegevoegd aan het kustsysteem. Het suppletieprogramma 2016–2019 wordt jaarlijks geactualiseerd, dus mocht blijken dat meer suppleties nodig zijn, kunnen die aan het programma worden toegevoegd.Zoetwatervoorziening (budget x 1 € mln.) Areaal Zoetwatervoorziening Eenheid Omvang 2017 Budget 2017 Binnenwateren en daarin gelegen kunstwerken (spui- en uitwateringskolken, stuwen en gemalen) km2 3.050 Aantal kunstwerken stuks 119 Totaal 11,6Toelichting•Het areaal binnenwateren omvat alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer) maar is exclusief Noordzee, water in Caribisch Nederland, Waddenzee en Wester-schelde. Het aantal km2 binnenwateren neemt in 2016 met circa 2 km2 toe ten opzichte van de werkelijke realisatie in 2015 van 3.048 km2 door met name de uiterwaardvergravingen en dijkterugleggingen als gevolg van de Ruimte voor de Rivierprojecten en de verruiming van het Wilhelminakanaal Tilburg. In 2017 zal het water areaal netto opnieuw Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 249 enigszins toenemen als resultante van enerzijds de overdracht van de Noordervaart en anderzijds het opleveren van het Grensmaas deelproject bij Itteren. De toename valt echter binnen de afronding. Daarmee komt het op een totale toename van circa 2 km2 water voor eind 2017.•Het aantal kunstwerken zal netto gelijk blijven ten opzichte van de Jaarverantwoording 2015. Dit betreft enerzijds de ingebruikname van de nieuwe Flakkeese Spuisluis en anderzijds de overdracht van het gemaal Zedemuden, beide in 2017.3.02.03 Vervanging Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen. De projecten zijn opgenomen in het MIRT Overzicht5.Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn / Lek, Inhaalslag Stroomlijn en RINK-maatregelen in het IJsselmeergebied. Water Project Gereed Nederrijn /Lek Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek 2021 Diversen Stroomlijn 2016 IJsselmeer-gebied RINK-maatregelen IJsselmeergebied 201811 Toelichting: Levensduurverlengend onderhoud aan stuwen in het IJsselmeergebied worden gecombineerd uitgevoerd met de opgave op het Hoofdvaarwegennet op dit gebied. De onderzoeks- en inspectie aanpak RINK (Risico Inventarisatie Natte Kunstwerken) inventariseert de fysieke toestand en restlevensduur van de kunstwerken. Op basis van de RINK-onderzoeken worden maatregelen genomen op objecten in het IJsselmeergebied. 5www.mirtoverzicht.nl/projecten/vervanging-renovatie-hoofdwatersysteemMotivering Producten Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 250 Artikel 4 Experimenteren cf. art. III Deltawet De Waterwet voorziet in een zogenoemde experimenteerbepaling die het mogelijk maakt om uit het Deltafonds uitgaven te doen voor maatregelen en voorzieningen op andere beleidsterreinen zoals natuur, milieu of economische ontwikkeling. Voorwaarde is wel dat deze maatregelen samenhangen met maatregelen ten behoeve van waterveiligheid of zoetwatervoorziening en dat er sprake is van additionele financiering in de vorm van het toevoegen van extra middelen aan het fonds afkomstig van andere begrotingen van het Rijk of derden.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 4 Experimenteren cf art. III Deltawet (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 0 0 0 0 0 0 0 Uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 Waarvan juridisch verplicht 0% 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 4.01.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 4.09 Ontvangsten Experimenteerartikel 0 0 0 0 0 0 0 4.09.01 Ontvangsten Experimenteerartikel Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 4 Experimenteren cf art. III Deltawet 0 0 0 0 0 0 0 0 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 0 4.09 Ontvangsten Experimenteerar-tikel 0 0 0 0 0 0 0 0(Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 4 Experimenteren cf art. III Deltawet 0 0 0 0 0 0 0 0 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 0 4.09 Ontvangsten Experimenteerar-tikel 0 0 0 0 0 0 0 04.01 Experimenteerprojecten Het experimenteerartikel staat ten dienste van een integrale uitvoering van het Deltaprogramma en biedt de mogelijkheid tot integrale bekos-tiging.Omschrijving van de samenhang in het beleid MotiveringTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 251 Na de afwikkeling van de financiering van het TBES (Toekomstbestendig Ecologisch Systeem) project Marker Wadden bij de 2e suppletoire wet 2014, zijn in de voorliggende begroting voor dit artikel geen middelen beschikbaar gesteld vanuit andere begrotingen.ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 252 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Deltacommis-saris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkge-bonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommis-saris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 250.275 296.284 133.414 285.668 281.488 428.752 273.424 Uitgaven 249.940 296.390 133.415 285.668 281.488 428.752 273.424 Waarvan juridisch verplicht 100% 5.01 Apparaat 181.697 222.711 218.112 221.983 218.158 215.428 211.910 5.01.01 Staf Deltacommissaris 1.502 2.038 1.813 1.762 1.762 1.762 1.762 5.01.02 Apparaatskosten RWS 180.195 220.673 216.299 220.221 216.396 213.666 210.148 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 180.195 220.673 216.299 220.221 216.396 213.666 210.148 5.02 Overige uitgaven 68.243 73.679 63.703 63.685 63.330 63.324 61.514 5.02.01 Overige netwerkgebonden uitgaven 67.344 72.225 61.729 61.711 61.356 61.363 61.478 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 67.344 72.225 61.729 61.711 61.356 61.363 61.478 5.02.02 Programma-uitgaven DC 899 1.454 1.974 1.974 1.974 1.961 36 5.02.03 Overige uitgaven 5.03 Investeringsruimte 0 0 – 148.400 0 0 150.000 0 5.03.01 Programmarruimte 0 0 – 148.400 0 0 150.000 0 5.03.02 Beleidsruimte 0 0 0 0 0 0 0 Ontvangsten – 37.943 59.381 0 0 0 0 0 5.09 Netwerkgebonden kosten en overige ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 5.09.01 Overige ontvangsten 05.10 Saldo afgesloten rekeningen – 37.943 59.381 0 0 0 0 0Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op dit zelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 296.390 133.415 285.668 281.488 428.752 273.424 264.590 266.088 5.01 Apparaat 222.711 218.112 221.983 218.158 215.428 211.910 202.895 204.369 5.02 Overige uitgaven 73.679 63.703 63.685 63.330 63.324 61.514 61.695 61.719 5.03 Investeringsruimte 0 – 148.400 0 0 150.000 0 0 0 5.09 Netwerkgebonden kosten en overige ontvangsten 59.381 0 0 0 0 0 0 0Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 253 (Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven 392.045 415.822 461.637 323.140 500.250 661.417 693.167 5.677.294 5.01 Apparaat 207.261 209.123 213.659 213.658 213.682 213.682 213.682 3.200.313 5.02 Overige uitgaven 61.994 62.135 62.131 63.870 59.982 59.982 59.982 942.726 5.03 Investeringsruimte 122.790 144.564 185.847 45.612 226.586 387.753 419.503 1.534.255 5.09 Netwerkgebonden kosten en overige ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 59.3815.01 Apparaat In uitzondering op de systematiek van «Verantwoord Begroten» worden op deze begroting ook de apparaatskosten van de Deltacommissaris en RWS gepresenteerd.Staf DeltacommissarisOvereenkomstig de Deltawet heeft de Deltacommissaris een eigen staf ter ondersteuning van zijn taken en een toereikend budget voor de hem toebedeelde taken. Op dit artikel worden personele en materiële kosten gepresenteerd, die nodig zijn om de ondersteunende taken van de Staf Deltacommissaris te kunnen uitvoeren.Apparaatkosten RijkswaterstaatDit betreft de apparaatskosten (inclusief afschrijving en rente) voor de programma’s Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, HWBP-2, HWBP, overige aanlegprojecten, verkenningen en planuitwerkingen, waterma-nagement, beheer en onderhoud en de uitvoering van landelijke taken en inhuur.5.02 Overige Uitgaven Overige netwerkgebonden uitgavenOnder overige kosten zijn de externe kosten opgenomen die niet direct toewijsbaar zijn aan de producten van het Deltafonds. De overige netwerkgebonden uitgaven komen ten goede aan watermanagement, beheer en onderhoud, vervanging en aanleg en betreffen taken die gecentraliseerd binnen RWS worden opgepakt. Het gaat bij deze zogeheten landelijke taken onder meer om het verzamelen van basisinfor-matie, onderhouden van ICT systemen, het inspecteren van het areaal en de ontwikkeling van kennis en innovatie. Er is gekozen voor centrale uitvoering met het oog op enerzijds uniformiteit in werkwijze en ander-zijds kostenbesparing.Programmauitgaven DeltacommissarisDeze uitgaven worden gedaan voor het Deltaprogramma en de hoofd-taken van de Deltacommissaris. Dit betreffen vooral programma-uitgaven voor: kennis- en strategieontwikkeling; monitoring en evaluatie in het kader van het bewaken van de voortgang en samenhang van de uitvoering van het Deltaprogramma; de totstandkoming en het bevorderen van de uitvoering van het jaarlijkse Deltaprogramma; en voor het betrekken en informeren van belanghebbenden en publiek (communicatie en Deltacongres).Motivering Producten ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 254 5.03 Investeringsruimte Op dit artikel wordt de voor het Deltafonds beschikbare investerings-ruimte tot en met 2030 verantwoord.De in de begroting 2016 opgenomen stand van de beschikbare investe-ringsruimte tot en met 2028 bedroeg € 837 miljoen bestaande uit € 562 miljoen programmaruimte en € 275 miljoen beleidsruimte.Het kabinet heeft besloten tot een verlenging van de investeringsfondsen tot en met 2030. Daarbij is afgesproken dat 40% van de vrije investerings-ruimte, na aftrek van de lopende verplichtingen, beschikbaar is voor het huidige kabinet. Voor dit Kabinet bedraagt deze aanvullende beschikbare programmaruimte op het Deltafonds in 2029–2030 totaal € 400 miljoen.De beschikbare investeringsruimte zal worden ingezet voor de prioriteiten van het Deltaprogramma, en voor waterkwaliteit. De uitwerking van het Deltaprogramma is in volle gang. Gedurende de lopende trajecten, zoals de beoordeling op basis van de nieuwe waterveiligheidsnormen, de verkenning van de lange termijn ambitie rivierverruiming en het Deltaplan zoetwater en de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater, zullen de komende jaren deze investeringsmiddelen op adaptieve wijze nader worden geprogrammeerd.Na verlenging van het Deltafonds tot en met 2030 bedraagt de investe-ringsruimte op dit moment € 1.571 miljoen. Hierin is een beleidsruimte van € 714 miljoen opgenomen, waarover besluitvorming wordt overge-laten aan een volgend kabinet conform het Regeerakkoord.De belangrijkste (budgettaire) aanpassingen van de programmaruimte ten opzichte van de 1e suppletoire wet 2016 betreffen de volgende zaken:•Vrijval van het HWBP-2 wordt toegevoegd ten behoeve van de waterveiligheidsopgave•(+ € 109 miljoen);•Uitkering loon- en prijsbijstelling Ministerie van Financiën (+ € 10 miljoen)•Om de flexibiliteit binnen het Deltafonds te garanderen, heeft het kabinet besloten dat gedurende de huidige kabinetsperiode van de investeringsruimte die met deze verlenging tot en met 2030 ontstaat nog maximaal € 0,4 miljard mag worden bestemd voor (nieuwe) ambities en risico’s.Financiering Kribverlaging Pannerdensch Kanaal (– € 18 miljoen)•Overheveling financiering WBI2023 naar realisatieartikel 1 (– € 25 miljoen)•Overheveling reservering zoetwatermaatregelen naar realisatieartikel 2 (– € 5 miljoen)•Overheveling financiering van de Icoonwaarde van de Afsluitdijk (– € 8 miljoen)•Overheveling MIRT-onderzoek waterkwaliteit naar artikel 7 (– € 5 miljoen)•Bijdrage Eenvoudig Beter (– € 37,2 miljoen)•Inpassing taakstelling CAO/ruilvoettegenvaller (– € 154 miljoen)•Financiering indexatie rijksbijdrage HWBP (– € 8 miljoen)In de programmaruimte van € 857 miljoen is een reservering opgenomen van in totaal € 695 miljoen. Het gaat daarbij onder andere om onder-staande maatregelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 255 Om de regionale keringen in beheer bij het Rijk aan de met ingang van 1 juli 2016 in het Waterbesluit opgenomen normen te laten voldoen, is binnen de programmaruimte voor de periode tot en met 2030 een reservering van € 200 miljoen getroffen.Voor een betekenisvolle start van de opgaven voor waterveiligheid is een reservering van € 196 miljoen gemaakt voor rijksbijdragen aan meerkosten van rivierverruiming. Voor de Rijntakken hebben Rijk en regio in het BO MIRT van 5 november 2015 op basis van het regionaal voorstel besloten tot de start van twee MIRT-verkenningen: Varik-Heesselt en Rivierklimaatpark IJsselpoort (zie Kamerstukken II 2015/16, 34 300-A, nr. 17). Voor beide projecten tezamen wordt maximaal € 96 miljoen voorzien binnen deze reservering.Daarnaast zijn er ook risico’s en onzekerheden waarvoor binnen de programmaruimte reserveringen getroffen zijn.5.03 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 Programmaruimte 0 – 148.400 0 0 150.000 0 0 0 Beleidsruimte 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal 0 – 148.400 0 0 150.000 0 0 0(Vervolg) 5.03 Investeringsruimte (bedragen x € 1.000) 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Totaal Programmaruimte 122.790 144.564 185.847 – 4.239 1.495 168.250 200.000 820.307 Beleidsruimte 0 0 0 49.851 225.091 219.503 219.503 713.948 Totaal 122.790 144.564 185.847 45.612 226.586 387.753 419.503 1.534.255Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 256 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen van het Rijk Op dit artikel worden de ontvangen bijdragen verantwoord die ten laste van de begroting van IenM komen. De doelstellingen van het onder-liggend beleid zijn terug te vinden in de begroting Hoofdstuk XII.Het productartikel is gerelateerd aan artikel 26 Bijdragen aan de Investe-ringsfondsen op de begroting Hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Ontvangsten 1.053.156 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269 6.09 Ten laste van begroting IenM 1.053.156 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op ditzelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk 6.09 Ten laste van begroting IenM 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269 1.080.273 935.251(Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk 6.09 Ten laste van begroting IenM 1.026.247 1.026.760 1.023.206 1.013.177 995.521 1.141.976 1.147.646 15.152.1406.09 Bijdragen ten laste van begroting Hoofdstuk XII Dit begrotingsartikel is technisch van aard.Omschrijving van de samenhang in het beleidTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 257 Artikel 7 Investeren in Waterkwaliteit Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit in het hoofdwatersysteem ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water (KRW) worden verantwoord op artikelonderdeel 7.01.Waterveiligheid en waterkwaliteit vragen specifiek aandacht in de Zuidwestelijke Delta en in delen van de grote wateren. Hierbij is mede aandacht voor ontwikkelingsmogelijkheden en veiligheid van de scheep-vaart en voor natuurcompensatie, recreatie en het verbeteren van de habitat van flora en fauna (Natura 2000). Dit is verantwoord op artikel 7.02.Het artikel investeren in waterkwaliteit is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.Budgettaire gevolgen van de uitvoering van art. 7 Investeren in waterkwaliteit (bedragen x € 1.000) 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Verplichtingen 49.027 31.563 20.495 80.152 51.863 67.109 36.952 Uitgaven 34.782 29.459 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 Waarvan juridisch verplicht 100% 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 24.971 26.202 24.850 33.098 51.376 66.625 62.200 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 9.811 2.262 279 768 1.804 20.929 0 – waarvan bijdrage aan agentschap RWS 3.749 1.445 279 768 768 20.929 0 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 0 995 995 995 995 995 0 Van totale uitgaven – Bijdrage aan agentschap RWS 0 0 0 0 0 0 0 – Restant 34.781 29.459 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 Ontvangsten 0 224 0 0 0 0 0 7.09 Ontvangsten investeren in waterkwaliteit 0 224 0 0 0 0 0Met uitzondering van de nog niet in uitvoering genomen aanlegprojecten worden de budgetten in 2017 voor de Kaderrichtlijn Water en de water-kwaliteitsprojecten als juridisch verplicht beschouwd op de peildatum 1 januari 2017.Onderstaand zijn de beschikbare budgetten na de begrotingsperiode tot en met 2030 per jaar gepresenteerd op artikelonderdeelniveau. De mutaties zijn in de verdiepingsbijlage bij de begroting op dit zelfde detailniveau tot en met 2030 toegelicht.Omschrijving van de samenhang in het beleid BudgetflexibiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 258 Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 7 Investeren in waterkwaliteit 29.459 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 54.713 52.425 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 26.202 24.850 33.098 51.376 66.625 62.200 54.713 52.425 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 2.262 279 768 1.804 20.929 0 0 0 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 995 995 995 995 995 0 0 0 7.09 Ontvangsten investeren in waterkwaliteit 224 0 0 0 0 0 0 0(Vervolg) Bedragen x € 1.000 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 7 Investeren in waterkwaliteit 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 616.832 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 585.815 7.02 Overige aanlegprojecten Waterkwaliteit 0 0 0 0 0 0 0 26.042 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 0 0 0 0 0 0 0 4.975 7.09 Ontvangsten investeren in waterkwaliteit 0 0 0 0 0 0 0 07.01 Investeringen waterkwaliteit Het op orde krijgen en houden van een duurzaam hoofdwatersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waarmee chemisch schoon en ecologisch gezond water het uitgangspunt wordt voor duurzaam gebruik.Verbeterprogramma WaterkwaliteitHet Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren bestaat uit een lijst concrete projecten. De projecten richten zich op het herstel van natuurlijke overgangen tussen land en water, zoet en zout, en van verbindingen, waaronder die tussen het hoofd- en regionaal watersysteem. Het betreft vooral aanlegprojecten om een meer natuurlijke inrichting van de watersystemen te bewerkstelligen. Dit draagt bij aan het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van de watersystemen.De uitvoering van het verbeterprogramma is in een drietal tranches verdeeld. Er is voor de eerste tranche (2009 – 2015) geen project meer in de planuitwerking. De meeste projecten zijn afgerond en enkele zijn nog in de realisatiefase. De resterende maatregelen van de eerste tranche KRW worden in 2016 afgerond. De tweede tranche is gestart in 2016 en zal uiterlijk eind 2021 worden afgerond. De derde tranche (2021 – 2027) is nog niet gestart.Motivering Producten Meetbare gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 259 2010 2011 2012 2013 2014 2015 Planuitwerking 112 3 4 0 0 0 In uitvoering 123 160 133 106 99 12 Gereed 57 77 104 136 136 229 Gefaseerd 0 35 35 32 32 32 Ingetrokken 0 22 23 26 26 26 Niet bekend 8 3 1 0 0 0 Versneld 0 0 0 0 9 3 Totaal 300 300 300 300 302 302De indicator hierboven geeft informatie over de stand van zaken van de eerste tranche KRW-maatregelen in het hoofdwatersysteem.Over de uitvoering van alle maatregelen, ook die uitgevoerd door de waterschappen, gericht op de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems en de uitvoering gericht op een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden wordt de Tweede Kamer jaarlijks geïnformeerd via De Staat van ons Water, voorheen «Water in Beeld» (laatste publicatie: Kamerstukken II, 2014–2015, 27 625, nr. 338). Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planperiodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de 6 jaar mogelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving rapporteert jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit in het Compendium voor de Leefomgeving.Aantal KRW maatregelen per fase per jaar201020112012201320142015050100150200250300PlanuitwerkingIn UitvoeringGereedGefaseerdIngetrokkenNiet bekendVersneldTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 260 Projectoverzicht realisatieprogramma (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectom-schrijving huidig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later huidig vorig Projecten Waterkwaliteit Projecten Nationaal KRW 1e tranche 41 40 20 11 5 5 2015 2015 KRW 2e en 3e tranche 569 575 5 15 20 28 51 67 62 321 2027 2027 afrondingen Programma 610 615 25 26 25 33 51 67 62 321 Begroting (DF 7.01.01) 26 25 33 51 67 62 321 7.02 Overige investeringen waterkwaliteit Naast het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren ten behoeve van de KRW zijn hieronder de overige aanlegprojecten inzake waterkwa-liteit opgenomen.De overige investeringen waterkwaliteit hebben betrekking op de volgende producten:•Natuurcompensatie PerkpolderHet project «Natuurcompensatie Perkpolder» maakt onderdeel uit van het wettelijk verplichte natuurcompensatieprogramma voor de tweede verdieping van de Westerschelde. Dit project is inmiddels betrokken bij de gebiedsontwikkeling Perkpolder. De gebiedsontwikkeling combi-neert de natuurdoelstelling met functies als wonen en recreatie en innovatieve concepten voor de lange termijn waterveiligheid.•Verruiming vaargeul WesterscheldeDe derde verruiming van de vaargeul van de Westerschelde (zowel op Vlaams als Nederlands grondgebied) is uitgevoerd en gefinancierd door het Vlaams Gewest. Dit geldt ook voor het onderhoud van de verruimde vaargeul. Nederland financiert maximaal € 30 miljoen op Nederlands grondgebied voor wrakkenberging, kabels- en leidingenbe-scherming, vaargeulwandverdediging, onderzoek en monitoring. In 2013 is aan de hand van de monitoringsgegevens van 2010 en 2011 een eerste voortgangsrapport verschenen over de eventuele effecten van de derde verruiming.•Natuurlijker Markermeer-IJmeerDoor verschillende oorzaken is sprake van een voortdurende verslech-tering van de ecologische situatie in het Markermeer-IJmeer, waarbij de Natura 2000-instandhoudingsdoelstelling voor het gebied in gevaar komt. Voor een toekomstbestendig ecologisch systeem is het nodig dat er meer gebieden met helder water worden gecreëerd, het areaal water-land overgangen wordt vergroot, en meer ecologische verbin-dingen worden gemaakt met omliggende gebieden. Mede op basis van pilots in het programma Natuurlijker Markermeer-IJmeer (NMIJ) zijn kansrijke maatregelen geselecteerd ter verbetering van de waterkwaliteit. Belangrijke projecten in dit verband zijn Luwtemaatre-gel Hoornse Hop (2016–2017 planuitwerkingsfase) en Marker Wadden Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 261 fase 1 (in 2016 is realisatie gestart). Vanuit NMIJ wordt nog gewerkt aan monitoring en het actueel houden van een kennissysteem.Projectoverzicht realisatieprogramma (Budget in € mln.) Totaal Oplevering Projectomschrij-ving hui-dig vorig t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 later hui-dig vorig Projecten Waterkwaliteit Projecten Nationaal Verruiming vaargeul Wester-schelde 25 25 0 1 0 1 1 21 2010 2010 Projecten Noordwest-Nederland Natuurlijker Markermeer IJmeer 8 8 6 1 0 0 1 2015 2015 Projecten Zuidwest-Nederland Natuurcompensa-tie Perkpolder 3 3 3 0 0 2015 2015 afrondingen 1 Programma 36 36 10 2 0 1 2 21 0 0 Begroting (DF 7.02.01) 10 2 0 1 2 21 0 0 7.03 studiekosten waterkwaliteit Dit betreft enerzijds studie- en onderzoekskosten voor het Deltapro-gramma (MIRT-onderzoeken) en daarnaast de overige studiekosten op het gebied van waterkwaliteit.In het Algemeen Overleg van 30 november 2015 is met de Tweede Kamer afgesproken om de impuls om de waterkwaliteit te verbeteren (het werkprogramma schoon water) verder uit te werken onder de naam «Delta-aanpak waterkwaliteit en zoetwater«. In 2017 zal op basis van de prioriteiten en kennisleemten bepaald worden waar nader onderzoek gedaan wordt. Speerpunten in de aanpak zijn het terugdringen van de problematiek van nutriënten in het grond- en oppervlaktewater, de belasting van het water door de lozing van gewasbeschermingsmiddelen en tenslotte het verminderen van waterverontreiniging als gevolg van medicijnresten en nieuwe stoffen. De uit te voeren onderzoeken zullen zich deels richten op de analyse van deze vraagstukken maar ook in belangrijke mate op het identificeren van effectieve maatregelen.Motivering ProductenTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 262 4. BIJLAGEN BIJLAGE 1 VOEDING VAN HET DELTAFONDS EN BEGROTINGSSTAAT PER PRODUCTARTIKELONDERDEEL DELTAFONDS Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 1.Investeren in waterveilig-heid Uitgaven 705.763 536.678 572.139 559.623 504.981 846.107 713.095 547.351 499.136 426.733 430.138 542.732 413.029 400.150 374.070 8.071.725 1.01 Grote projecten waterveiligheid 448.990 373.919 323.350 267.896 245.997 43.914 72.234 76.497 175.082 0 0 0 0 0 0 2.027.879 1.02 Overige aanlegprojec-ten Waterveiligheid 245.307 153.751 247.809 290.807 258.054 801.693 640.861 470.854 324.054 426.733 430.138 542.732 413.029 400.150 374.070 6.020.042 1.03 Studiekosten 11.466 9.008 980 920 930 500 0 0 0 0 0 0 0 0 0 23.804 1.09 Ontvangsten Ontvangsten 198.559 186.805 192.608 150.433 177.389 153.406 149.734 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 2.405.958 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 507.204 349.873 379.531 409.190 327.592 692.701 563.361 397.723 349.508 277.105 280.510 393.104 263.401 250.522 224.442 5.665.767Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 2.Investeren in zoetwater-voorziening Uitgaven 39.862 38.973 41.511 33.622 35.542 32.404 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 234.745 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.02 Overige waterinveste-ringen zoetwatervoorzie-ning 37.165 36.928 38.561 30.672 31.992 32.289 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 220.438 2.03 Studiekosten 2.697 2.045 2.950 2.950 3.550 115 0 0 0 0 0 0 0 0 0 14.307 2.09 Ontvangsten Ontvangsten 6.717 0 3.006 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 9.723 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 33.145 38.973 38.505 33.622 35.542 32.404 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 225.022Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 3.Beheer, onderhoud en vervanging Uitgaven 213.604 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 195.776 217.182 231.584 278.870 224.296 240.111 230.037 230.037 230.037 3.026.831 3.01 Watermanagement 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 7.002 7.002 7.027 7.027 7.027 7.225 6.829 6.829 6.829 104.908 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 206.557 162.435 156.914 152.918 105.426 122.538 188.774 210.180 224.557 271.843 217.269 232.886 223.208 223.208 223.208 2.921.923 3.09 Ontvangsten Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 213.604 169.466 163.944 159.920 112.428 129.540 195.776 217.182 231.584 278.870 224.296 240.111 230.037 230.037 230.037 3.026.831Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 4.Experimenteren cf art. III Deltawet Uitgaven 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.01 Experimenteerprojec-ten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.09 Ontvangsten Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 263 Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 5.Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven Uitgaven 296.390 133.415 285.668 281.488 428.752 273.424 264.590 266.088 392.045 415.822 461.637 323.140 500.250 661.417 693.167 5.677.294 5.01 Apparaat 222.711 218.112 221.983 218.158 215.428 211.910 202.895 204.369 207.261 209.123 213.659 213.658 213.682 213.682 213.682 3.200.313 5.02 Overige uitgaven 73.679 63.703 63.685 63.330 63.324 61.514 61.695 61.719 61.994 62.135 62.131 63.870 59.982 59.982 59.982 942.726 5.03 Investeringsruimte 0 – 148.400 0 0 150.000 0 0 0 122.790 144.564 185.847 45.612 226.586 387.753 419.503 1.534.255 5.09 Ontvangsten Ontvangsten 59.381 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 59.381 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 237.009 133.415 285.668 281.488 428.752 273.424 264.590 266.088 392.045 415.822 461.637 323.140 500.250 661.417 693.167 5.617.913Bedragen x € 1.000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 7.Investeren in waterkwali-teit Uitgaven 29.459 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 54.713 52.425 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 616.832 7.01 Real.progr.Kaderricht-lijn water 26.202 24.850 33.098 51.376 66.625 62.200 54.713 52.425 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 585.815 7.02 Overige aanlegprojec-ten Waterkwaliteit 2.262 279 768 1.804 20.929 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 26.042 7.03 Studiekosten water-kwaliteit 995 995 995 995 995 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.975 7.09 Ontvangsten Ontvangsten 224 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 224 Bijdrage van hfdst XII (art 26) 29.235 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 54.713 52.425 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 616.608Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 264 BIJLAGE 2 VERDIEPINGSBIJLAGE In de verdiepingsbijlage is per productartikel een meerjarige begrotingsmutatietabel opgenomen op artikelonderdeelniveau met daarbij de aansluiting tussen de vorige stand van de begroting en de nu voorgestelde stand voor de volledige looptijd van het fonds. Bij het toelichten van de begrotingsmutaties wordt de normering die is opgenomen in de leeswijzer gehanteerd. Dit houdt in dat de begrotingsmutaties, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij beleidsmatig toch relevant). De begrotingsmutaties zijn in alfabetische volgorde in de tabellen opgenomen en worden ook in deze volgorde toegelicht.Artikel 1 Investeren in waterveiligheidTotaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 1.01 Grote projecten waterveiligh. 567.349 385.415 308.537 250.317 275.940 128.509 159.800 135.500 138.179 5.842 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 38.511 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 1.01 Grote projecten waterveiligh. 605.860 385.415 308.537 250.317 275.940 128.509 159.800 135.500 138.179 5.842 0 0 0 0 0 Kasschuiven Waterveiligheid 0 – 157.689 – 12.656 13.542 16.428 – 5.620 – 84.681 – 87.800 – 59.148 56.283 – 5.842 327.183 Prijscompensatie 2016 6.325 819 1.160 1.271 1.151 1.125 86 234 145 334 Ruimte voor de Rivier – 25.448 – 25.448 Vrijval HWBP-2 – 327.183 – 327.183 Zwakke schakels Petten – 19.714 – 19.714 Mutaties Miljoenennota 2017 – 156.870 – 11.496 14.813 17.579 – 29.943 – 84.595 – 87.566 – 59.003 36.903 – 5.842 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 1.01 Grote projecten watervei-ligh. 448.990 373.919 323.350 267.896 245.997 43.914 72.234 76.497 175.082 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 84.808 206.164 321.752 383.314 248.140 728.210 498.083 409.706 360.588 410.963 444.865 493.919 403.365 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 – 20.624 – 2.202 – 811 400 400 400 400 400 400 400 400 8.400 400 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 1.02 Ov.aanlegprojec-ten Waterveiligh. 64.184 203.962 320.941 383.714 248.540 728.610 498.483 410.106 360.988 411.363 445.265 502.319 403.765 0 0 Afsluitdijk Verzorgingsplaatsen A7/fietspad 29.800 10.300 2.000 2.000 2.000 3.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 500 Basisregistraties ondergrond 0 – 410 410 Bijdrage regio Havendammen 6.900 6.900 Inpassen minregels prijsbijstelling 0 – 17.863 17.863 Inundatieschade Ontpoldering Noord-waard 275 275 Kasschuiven 2 188.546 – 11.630 – 38.597 – 37.480 24.690 84.534 70.196 68.579 – 27.589 25.304 – 246.436 – 99.897 – 218 Kribverlaging Pannerdensch Kanaal 18.300 18.300 Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigen 0 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 49.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 Maakbare programmering 0 – 5.236 – 6.266 – 4.899 – 4.038 5.236 6.266 4.899 4.038 Ontwerpbureau 0 – 250 – 400 – 400 – 400 – 400 – 400 – 400 – 400 – 400 – 400 4.650 – 400 – 400 Prijscompensatie 2016 23.107 832 605 731 814 732 2.475 2.665 2.622 2.475 2.747 – 4.817 9.794 1.432 Ramingsbijstelling Deltafonds 0 – 12.819 – 13.790 – 13.790 – 13.790 – 9.906 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 14.844 92.577 7.950 Risicoreservering BASIS ICT 0 – 1.600 1.600 Subsidieregeling Innovatie Ketenwater – 32 – 32 Verlenging Deltafonds 374.070 374.070 Vrijval HWBP-2 186.310 – 31.812 218.122 WBI2023 25.000 25.000 Eenvoudig Beter 0 – 19.131 – 9.310 – 1.840 – 1.080 – 120 5.401 26.080 Mutaties Miljoenennota 2017 181.123 – 50.211 – 73.132 – 92.907 9.514 73.083 142.378 60.748 – 36.934 15.370 – 15.127 40.413 9.264 400.150 374.070 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 1.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 245.307 153.751 247.809 290.807 258.054 801.693 640.861 470.854 324.054 426.733 430.138 542.732 413.029 400.150 374.070 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 1.03 Studiekosten 8.955 7.205 400 400 350 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 2.729 352 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 1.03 Studiekosten 11.684 7.557 400 400 350 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Expertise Centrum Kosten/Baten 100 100 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 265 Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Kasschuiven 0 – 218 1.451 580 520 580 500 – 3.413 NKWK en Ruimtelijke Adaptatie 3.313 3.313 Mutaties Miljoenennota 2017 – 218 1.451 580 520 580 500 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 1.03 Studiekosten 11.466 9.008 980 920 930 500 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 1.04 GIV/PPS 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 1.04 GIV/PPS 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 1.04 GIV/PPS 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2016 Inv. in waterveiligheid 661.112 598.784 630.689 634.031 524.430 856.719 657.883 545.206 498.767 416.805 444.865 493.919 403.365 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Inv. in waterveiligheid 681.728 596.934 629.878 634.431 524.830 857.119 658.283 545.606 499.167 417.205 445.265 502.319 403.765 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2017 Inv. in waterveiligheid 705.763 536.678 572.139 559.623 504.981 846.107 713.095 547.351 499.136 426.733 430.138 542.732 413.029 400.150 374.070 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 1.09 Ontv. Investeren in watervei-ligheid 186.950 185.912 191.775 181.458 169.642 178.028 148.620 148.620 148.620 148.620 148.620 148.620 148.620 Mutaties Voorjaarsnota 2016 1.045 202 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 1.09 Ontv. Inv.in waterveiligheid 187.995 186.114 191.775 181.458 169.642 178.028 148.620 148.620 148.620 148.620 148.620 148.620 148.620 0 0 Afsluitdijk Verzorgingsplaatsen A7/fietspad 10.300 10.300 Bijdrage regio Havendammen 6.900 6.900 Kasschuiven 0 – 92 92 25.448 – 25.448 Prijscompensatie 2016 11.410 356 599 833 787 847 826 1.114 1.008 1.008 1.008 1.008 1.008 1.008 Ruimte voor de Rivier – 25.448 – 25.448 Vrijval HWBP-2 – 31.812 – 31.812 Verlenging Deltafonds 299.256 149.628 149.628 Mutaties Miljoenennota 2017 10.564 691 833 – 31.025 7.747 – 24.622 1.114 1.008 1.008 1.008 1.008 1.008 1.008 149.628 149.628 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 1.09 Ontv. Investeren in waterveiligheid 198.559 186.805 192.608 150.433 177.389 153.406 149.734 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628 149.628Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 266 Artikel 1 Investeren in waterveiligheid Prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ruimte voor de RivierDeze desaldering betreft een bijdrage van de provincie Overijssel ten behoeve van project IJsseldelta.Vrijval HWBP-2In het Afsprakenkader Financiering Nieuwe Waterveiligheidsnormen (18 juni 2014) is opgenomen dat «tot 2028 vrijvallende middelen uit het 2e HWBP naar rato van de bijdrage van Rijk en Waterschappen worden toegevoegd aan het budget voor het HWBP om het investeringsniveau van het HWBP stapsgewijs te verhogen». De middelen die vrijvallen uit het HWBP-2 zijn voor één derde door de waterschappen ingebracht en voor tweederde door het Rijk. Bij ontwerpbegroting 2017 valt er bij het HWBP-2 € 327 miljoen vrij, conform bovenstaande wordt hiervan € 218 miljoen toegevoegd aan het budget voor het HWBP en wordt € 109 miljoen toegevoegd aan het Deltafonds. Deze middelen worden, middels een kasschuif in 2026 toegevoegd aan de programmaruimte van het Deltafonds ten behoeve van de waterveiligheidsopgave. Daarnaast wordt de bijdrage van de waterschappen aan het Deltafonds verlaagd met € 31,8 miljoen. De reden hiervoor is dat conform bestuurlijke afspraken de waterschappen in totaal 1/3 aan het HWBP-2 hebben bijgedragen en dat een deel van de vrijval HWBP-2 wordt aangewend voor het HWBP (2/3e deel). De HWBP projecten kennen een projectgebonden aandeel, dat buiten het Deltafonds door de Waterschappen zelf wordt gefinancierd. Derhalve wordt een deel van de vrijval HWBP-2 teruggegeven aan de waterschappen ter financiering van het projectgebonden aandeel.Zwakke Schakels PettenDit betreft een overboeking vanuit HWBP-2 project Zwakke Schakels Kust naar artikel 03.02 Beheer, onderhoud en vervanging ten behoeve van Onderhoud Zwakke Schakels Petten.Afsluitdijk Verzorgingsplaatsen A7/fietspadDeze mutatie betreft de financiering van het wegontwerp, de verzorgings-plaatsen A7 en fietspad op de Afsluitdijk. De kosten wegontwerp en verzorgingsplaatsen A7 worden vanuit het Infrastructuurfonds gefinan-cierd (€ 19,5 miljoen) en de fietspaden door de provincies Noord-Holland en Friesland (€ 10,3 miljoen).Bijdrage regio havendammen Den OeverDit betreft een bijdrage vanuit de regio voor havendammen Den Oever.Kribverlaging Pannerdensch KanaalTer financiering van het project Kribverlaging Pannerdensch Kanaal (RvdR) wordt € 18,3 miljoen overgeboekt vanuit de investeringsruimte.WBI2023Deze mutatie betreft een budgetoverheveling van € 25 miljoen vanuit programmaruimte Deltafonds voor de financiering van Wettelijk Beoorde-lingsInstrumentarium 2023.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 267 KasschuivenOm binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.Verlenging DeltafondsBij de Ontwerpbegroting 2017 wordt de looptijd van het Deltafonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2028 stand Ontwerpbegroting 2016 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 268 Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorzieningTotaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 2.01 Aanleg waterkwantiteit 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 2.01 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 2.01 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 2.02 Overige waterinvest.zoetwa-tervoorz. 47.293 43.994 24.749 30.385 30.833 26.426 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 – 545 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 2.02 BenO 46.748 43.994 24.749 30.385 30.833 26.426 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 Bijdrage Provinciefonds: Zoetwater-maatregelen – 87 – 87 Kasschuiven 0 – 4.536 – 7.118 6.817 530 2.863 5.870 – 4.426 Luwtemaatregelen Hoornse Hop 9.000 8.137 863 Markermeer – 49 – 49 Prijscompensatie 2016 374 71 52 73 59 61 58 Subsidieregeling innovatie KRW – 4.982 – 4.982 Zoetwatermaatregelen – 4.210 – 1.215 – 1.165 – 1.765 – 65 Zoetwatervoorziening 4.426 4.426 Mutaties Miljoenennota 2017 – 9.583 – 7.066 13.812 287 1.159 5.863 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 2.02 BenO 37.165 36.928 38.561 30.672 31.992 32.289 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 2.03 Studiekosten 2.310 2.235 1.585 1.585 1.585 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 353 – 50 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 2.03 Studiekosten 2.663 2.185 1.585 1.585 1.585 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven 0 – 15 – 140 150 200 200 50 – 445 Markermeer 49 49 Zoetwatermaatregelen 4.210 1.215 1.165 1.765 65 Zoetwatervoorziening 445 445 Mutaties Miljoenennota 2017 34 – 140 1.365 1.365 1.965 115 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 2.03 Studiekosten 2.697 2.045 2.950 2.950 3.550 115 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2016 Inv. in zoetwatervoorziening 49.603 46.229 26.334 31.970 32.418 26.426 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Inv. in zoetwatervoorzie-ning 49.411 46.179 26.334 31.970 32.418 26.426 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2017 Inv. in zoetwatervoorziening 39.862 38.973 41.511 33.622 35.542 32.404 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 1.833 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 2.09 Ontv.Inv. Waterkwant. en zoetwatervoorz. 4.859 Mutaties Voorjaarsnota 2016 980 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 2.09 Ontvangsten 5.839 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Desaldering KRW 864 864 Desaldering 1 1 Luwtemaatregelen Hoornse Hop 3.000 3.000 Prijscompensatie 2016 19 13 6 Mutaties Miljoenennota 2017 878 0 3.006 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 269 Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 2.09 Ontvangsten 6.717 0 3.006 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 270 Artikel 2 Investeren in Zoetwatervoorziening Luwtemaatregelen Hoornse HopDeze mutatie betreft bijdrage ad € 3 miljoen van provincie Flevoland en Noord-Holland ten behoeve van luwtemaatregelen Hoornse Hop en de verdere financiering € 6 miljoen van het project vanuit de Kader Richtlijn Water.Subsidieregeling innovatie KRWDe subsidieregeling Innovatie Kaderrichtlijn Water is afgerond. De werkelijke kosten zijn lager uitgevallen dan begroot. Deze middelen zijn niet benodigd in 2015 en worden doorgeschoven naar de Programma-ruimte in 2016.ZoetwatermaatregelenDeze overboeking betreft uitvoering van het peilbesluit «a mitigrerende maatregelen» en peilbesluit b «operationalisering en monitoring».ZoetwatervoorzieningVan de programmaruimte Deltafonds wordt € 4,9 miljoen aangewend ter financiering van zoetwatervoorzieningen.KasschuivenOm binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 271 Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervangingTotaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 3.01 Watermanagement 6.991 6.989 6.989 6.989 6.989 6.989 6.989 6.989 7.014 7.014 7.014 7.211 6.816 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 43 29 28 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 3.01 Watermanage-ment 7.034 7.018 7.017 6.989 6.989 6.989 6.989 6.989 7.014 7.014 7.014 7.211 6.816 0 0 Prijscompensatie 2016 170 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 14 13 Verlening Deltafonds 13.658 6.829 6.829 Mutaties Miljoenennota 2017 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 13 14 13 6.829 6.829 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 3.01 Watermanagement 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 7.002 7.002 7.027 7.027 7.027 7.225 6.829 6.829 6.829 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 199.345 134.096 141.234 134.496 90.923 134.135 234.181 225.313 239.284 292.827 231.321 226.212 223.754 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 8.560 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 3.02 Beheer, onder-houd vervanging 207.905 134.096 141.234 134.496 90.923 134.135 234.181 225.313 239.284 292.827 231.321 226.212 223.754 0 0 Bijdrage min EZ: Arcadis 134 134 Bijdrage min EZ: Project Wind op zee 3.451 3.451 Bijdrage min EZ: The Ocean Cleanup 300 300 Kasschuiven 0 – 5.625 29.319 16.476 19.121 15.292 – 10.841 10.321 – 14.430 – 33.693 – 20.294 – 13.293 7.427 220 Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigen – 55.000 – 55.000 Omzetting kerntaken Basis ICT RWS – 12.400 – 1.300 – 1.100 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 – 1.000 Prijscompensatie 2016 3.625 392 320 304 301 211 244 272 297 252 310 241 247 234 Verlenging Deltafonds 446.416 223.208 223.208 Zwakke schakels Petten 19.714 19.714 Mutaties Miljoenennota 2017 – 1.348 28.339 15.680 18.422 14.503 – 11.597 – 45.407 – 15.133 – 14.727 – 20.984 – 14.052 6.674 – 546 223.208 223.208 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 3.02 Beheer, onderhoud en vervanging 206.557 162.435 156.914 152.918 105.426 122.538 188.774 210.180 224.557 271.843 217.269 232.886 223.208 223.208 223.208 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2016 B&O en verv. 206.336 141.085 148.223 141.485 97.912 141.124 241.170 232.302 246.298 299.841 238.335 233.423 230.570 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 B&O en verv. 214.939 141.114 148.251 141.485 97.912 141.124 241.170 232.302 246.298 299.841 238.335 233.423 230.570 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2017 B&O en verv. 213.604 169.466 163.944 159.920 112.428 +2 195.776 217.182 231.584 278.870 224.296 240.111 230.037 230.037 230.037 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 3.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 3.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 3.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 272 Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging KasschuivenOm binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigenDit betreft een overboeking naar het Infrastructuurfonds voor de IenM bijdrage in het jaarlijks onderhoud van de Dornier vliegtuigen voor de Kustwacht.Omzetting kerntaken Basis ICT RWSVoor het op orde brengen van de basis ICT worden middelen overgeboekt van artikel 5 Netwerkgebonden uitgaven naar het artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging. De beschikbaarheid van het informatievoor-ziening areaal, waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdeparte-mentale dienstverlening. Door vergroting van het RWS-areaal zijn de beheerkosten toegenomen. Daarnaast vereist het huidige IV-landschap een inhaalslag op de infrastructuur, rekencentra en middleware als gevolg van beperkte investeringen in lifecyclemanagement in afgelopen jaren.Zwakke Schakels PettenDit betreft een overboeking vanuit HWBP-2 Zwakke Schakels Kust naar artikel 03.02 Beheer, onderhoud en vervanging ten behoeve van Onderhoud Zwakke Schakels Petten.Verlenging DeltafondsBij de Ontwerpbegroting 2017 wordt de looptijd van het Deltafonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2028 stand Ontwerpbegroting 2016 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 273 Artikel 4 Experimenteren c.f. art. III DeltabegrotingArtikel 4 Experimenteren c.f. art. III Deltabegroting Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 4.01 Experimenteerprojecten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 4.01 Exp.projecten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 4.01 Exp.projecten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2016 Exp. cf, art. III Deltabegroting 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Exp. cf, art. III Deltabe-groting 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2017 Exp. cf, art. III Deltabegroting 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 4.09 Ontvangsten exp.artikel 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 4.09 Ontvangsten exp.art. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 4.09 Ontvangsten exp.art. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 274 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgavenTotaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 5.01 Apparaat 214.647 206.160 209.156 206.834 204.994 205.562 201.790 204.289 205.811 206.810 207.308 207.307 207.330 CAO Loonakkoord 2015 223 223 Saldo 2015 571 571 Bijdrage min EZ: Ecologie en cumulatie 5 5 Bijdrage min EZ: Windenergie 15 15 Bijdrage min EZ: Windpark Drentse Monden en Oostermond 5 5 Bijdrage min EZ: Windpark Zeewolde 15 15 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 834 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 5.01 Apparaat 215.481 206.160 209.156 206.834 204.994 205.562 201.790 204.289 205.811 206.810 207.308 207.307 207.330 0 0 Bijdrage min EZ: Arcadis 10 10 Bijdrage min EZ: Project Wind op zee 1.112 1.112 Bijdrage min Wonen en Rijksdienst: Grote wateren 1.380 1.380 Bijdrage min Wonen en Rijksdienst: Verkoopactiviteiten RBV 5.676 473 473 473 473 473 473 473 473 473 473 473 473 CAO Loonakkoord 2015 17.797 1.561 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 Loonbijstelling 2016 36.197 2.892 2.778 2.818 2.787 2.762 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 Maakbare programmering 0 5.236 6.266 4.899 4.038 – 5.236 – 6.266 – 4.899 – 4.038 Omzetting kerntaken Basis ICT RWS 12.400 1.300 1.100 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Ontwerpbureau 5.050 250 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 Prijscompensatie 2016 4.895 425 412 417 412 408 352 345 350 353 355 355 355 356 Staf deltacommissaris – 400 – 400 Verlenging Deltafonds 427.364 213.682 213.682 Mutaties Miljoenennota 2017 7.230 11.952 12.827 11.324 10.434 6.348 1.105 80 1.450 2.313 6.351 6.351 6.352 213.682 213.682 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 5.01 Apparaat 222.711 218.112 221.983 218.158 215.428 211.910 202.895 204.369 207.261 209.123 213.659 213.658 213.682 213.682 213.682 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 5.02 Overige uitgaven 73.279 67.565 67.547 67.192 67.199 65.389 65.569 65.593 65.868 66.008 66.004 67.739 63.860 0 0 BOA protocol – 193 – 193 KNMI – 984 – 984 Bijdrage min EZ: Ecologie en cumulatie 416 416 Bijdrage min EZ: Windenergie 302 302 Bijdrage min EZ: Windpark Drentse Monden en Oostermond 25 25 Bijdrage min EZ: Windpark Zeewolde 106 106 Saldo 2015 981 981 Mutaties Voorjaarsnota 2016 653 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 5.02 Overige uitgaven 73.932 67.565 67.547 67.192 67.199 65.389 65.569 65.593 65.868 66.008 66.004 67.739 63.860 0 0 Bijdrage min EZ: Aardbevingsbestendig-heid 904 904 Bijdrage min Wonen en Rijksdienst: Grote wateren – 48.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 Evaluatie Deltaprogramma – 130 – 130 Prijscompensatie 2016 1.707 158 138 138 138 125 125 126 126 126 127 127 131 122 Staf deltacommissaris – 1.185 – 1.185 Verlenging Deltafonds 119.964 59.982 59.982 Mutaties Miljoenennota 2017 – 253 – 3.862 – 3.862 – 3.862 – 3.875 – 3.875 – 3.874 – 3.874 – 3.874 – 3.873 – 3.873 – 3.869 – 3.878 59.982 59.982 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 5.02 Overige uitgaven 73.679 63.703 63.685 63.330 63.324 61.514 61.695 61.719 61.994 62.135 62.131 63.870 59.982 59.982 59.982 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 5.03 Investeringsruimte – 17.863 0 0 0 0 0 25.000 0 122.790 149.435 178.833 132.764 245.860 Desaldering 114 114 BOA protocol 58 58 Icoon Afsluitdijk 0 2.400 5.600 – 8.000 Icoon Afsluitdijk – 8.000 – 2.400 – 5.600 Taakstelling VenJ en migratie – 1.869 – 805 – 806 – 258 Saldo 2015 3.600 3.600 Mutaties Voorjaarsnota 2016 2.967 – 806 – 258 0 0 0 0 0 0 0 0 – 8.000 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 275 Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 5.03 Investerings-ruimte – 14.896 – 806 – 258 0 0 0 25.000 0 122.790 149.435 178.833 124.764 245.860 0 0 Basisregistraties ondergrond – 410 0 – 410 Desaldering 1 1 Expertise Centrum Kosten/Baten – 100 – 100 Inpassen minregels prijsbijstelling 0 17.863 – 17.863 Inundatieschade Ontpoldering Noord-waard – 275 – 275 Kasschuif Deltafonds 0 – 150.000 150.000 Kasschuiven – 2 – 4.592 806 258 – 1 – 1 – 1 – 1 – 1 – 74.954 78.487 – 2 Kribverlaging Pannerdensch Kanaal – 18.300 – 18.300 MIRT onderzoek Waterkwaliteit – 4.975 – 4.975 NKWK en Ruimtelijke Adaptatie – 3.313 – 3.313 Ontwerpbureau – 5.050 – 5.050 Prijscompensatie 2016 2.141 1 1 1 1 1 7.630 – 6.991 1.497 Ramingsbijstelling Deltafonds – 153.828 – 27.663 – 105.396 – 20.769 Risicoreservering BASIS ICT 0 1.600 – 1.600 Staf deltacommissaris 1.585 1.585 Subsidieregeling Innovatie Ketenwater 32 32 Subsidieregeling innovatie KRW 4.982 4.982 Verlenging Deltafonds 839.006 419.503 419.503 Vrijval HWBP-2 109.061 109.061 WBI2023 – 25.000 0 – 25.000 Zoetwatervoorziening – 4.871 – 4.871 Eenvoudig Beter – 37.151 – 5.401 – 31.750 Mutaties Miljoenennota 2017 14.896 – 147.594 258 0 150.000 0 – 25.000 0 0 – 4.871 7.014 – 79.152 – 19.274 387.753 419.503 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 5.03 Investeringsruimte 0 – 148.400 0 0 150.000 0 0 0 122.790 144.564 185.847 45.612 226.586 387.753 419.503 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 5.04 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 5.04 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 5.04 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2016 Netwerkgeb.kosten en ov.uitg. 270.063 273.725 276.703 274.026 272.193 270.951 292.359 269.882 394.469 422.253 452.145 407.810 517.050 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 Netwerkgeb.kosten en ov.uitg. 274.517 272.919 276.445 274.026 272.193 270.951 292.359 269.882 394.469 422.253 452.145 399.810 517.050 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2017 Netwerkgeb.kosten en ov.uitg. 296.390 133.415 285.668 281.488 428.752 273.424 264.590 266.088 392.045 415.822 461.637 323.140 500.250 661.417 693.167 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 5.09 Ontv.Netwerkgeb.kosten en ov.ontv. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 5.09 Ontv.Netwerkgeb-.kosten en ov.ontv. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 276 Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 5.09 Ontv.Netwerkgeb.kosten en ov.ontv. 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 5.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Saldo 2015 59.381 59.381 Mutaties Voorjaarsnota 2016 59.381 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 5.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 59.381 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 5.10 Saldo van de afgesloten rekeningen 59.381 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 277 Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven CAO Loonakkoord 2015In het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimteak-koord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 1,4 miljoen Deltafonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,2 miljoen Deltafonds).Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Omzetting kerntaken Basis ICT RWSVoor het op orde brengen van de basis ICT worden middelen overgeboekt van artikel 5 Netwerkgebonden uitgaven naar het artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging. De beschikbaarheid van het informatievoorziening-areaal, waaronder het landelijke IV netwerk is een structurele randvoorwaarde voor het functioneren van RWS en de interdepartementale dienstverlening. Door vergroting van het RWS-areaal zijn de beheerkosten toegenomen. Daarnaast vereist het huidige IV-landschap een inhaalslag op de infrastructuur, rekencentra en middleware als gevolg van beperkte investeringen in lifecyclema-nagement in afgelopen jaren.OntwerpbureauVanuit de insteek om de creativiteit vanuit de markt te vergroten door middel van innovatieve contracten is destijds besloten om het ontwerp als geheel bij de markt te beleggen. Door de oprichting van een eigen ontwerp bureau wordt een deel van dit werk weer in eigen beheer uitgevoerd. Het gaat dan met name om ontwerpen in de weg- en waterbouw (sluizen, bruggen en wegen). De ervaring heeft geleerd dat door alles bij de markt te beleggen de kennispositie van RWS en het kennisbehoud binnen RWS onder druk komen te staan, wat een aantal risico’s tot gevolg heeft.Kribverlaging Pannerdensch KanaalTer financiering van het project Kribverlaging Pannerdensch Kanaal (RvR) wordt € 18,3 miljoen overgeboekt vanuit de investeringsruimte.Ramingsbijstelling DeltafondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotingsomvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastruc-tuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 278 Vrijval HWBP-2In het Afsprakenkader Financiering Nieuwe Waterveiligheidsnormen (18 juni 2014) is opgenomen dat «tot 2028 vrijvallende middelen uit het HWBP-2 naar rato van de bijdrage van Rijk en Waterschappen worden toegevoegd aan het budget voor het HWBP om het investeringsniveau van het HWBP stapsgewijs te verhogen». De middelen die vrijvallen uit het HWBP-2 zijn voor één derde door de waterschappen ingebracht en voor tweederde door het rijk. Bij ontwerpbegroting 2017 valt er bij het HWBP-2 € 327 miljoen vrij, conform bovenstaande wordt hiervan € 218 miljoen toegevoegd aan het budget voor het HWBP en wordt € 109 miljoen toegevoegd aan het Deltafonds. Deze middelen worden, middels een kasschuif in 2026 toegevoegd aan de programmaruimte van het Deltafonds ten behoeve van de waterveiligheidsopgave.Daarnaast wordt de bijdrage van de waterschappen aan het Deltafonds verlaagd met € 31,8 miljoen. De reden hiervoor is dat conform bestuur-lijke afspraken de waterschappen in totaal 1/3 aan het HWBP-2 hebben bijgedragen, en dat een deel van de vrijval HWBP-2 wordt aangewend voor het HWBP (2/3e deel). De HWBP projecten kennen een projectge-bonden aandeel, dat buiten het Deltafonds door de Waterschappen zelf wordt gefinancierd. Derhalve wordt een deel van de vrijval HWBP-2 teruggegeven aan de waterschappen ter financiering van het projectge-bonden aandeel.WBI 2023Deze mutatie betreft een budgetoverheveling van € 25 miljoen vanuit programmaruimte Deltafonds voor de financiering van Wettelijk Beoorde-lingsInstrumentarium (WBI) 2023.Kasschuif DeltafondsIenM faciliteert een kasschuif van € 250 miljoen, waarvan € 150 miljoen op het Deltafonds en € 100 miljoen op het Infrastructuurfonds, uit 2017 naar 2020 ten behoeve van het generale beeld. De meerjarige program-mering wordt hier niet op aangepast.Verlenging DeltafondsBij de Ontwerpbegroting 2017 wordt de looptijd van het Deltafonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2028 stand Ontwerpbegroting 2016 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken.Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 23,4 naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. De reservering op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet resteert hiermee € 162,4 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 279 Bijdrage Ministerie van Wonen en Rijksdienst voor verkoopactiviteitenVanaf 2017 worden de verkoopactiviteiten van het RVB niet meer via de begroting van WenR gefinancierd. De beschikbare budgetten op de begroting van WenR worden hiertoe overgeboekt naar IenM/RWS, Defensie en BZK.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 280 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen RijkTotaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 art.ond.6.09 Ten laste van begroting IenM 1.019.652 902.925 928.123 954.310 858.250 1.200.153 1.091.950 947.928 1.040.072 1.039.437 1.035.883 1.025.854 1.004.198 Mutaties Voorjaarsnota 2016 – 12.966 – 5.877 170 400 400 400 400 400 400 400 400 400 400 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 art.ond.6.09 Ten laste van begroting IenM 1.006.686 897.048 928.293 954.710 858.650 1.200.553 1.092.350 948.328 1.040.472 1.039.837 1.036.283 1.026.254 1.004.598 0 0 Afsluitdijk Verzorgingsplaatsen A7/fietspad 19.500 2.000 2.000 2.000 3.000 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000 500 Basisregistraties ondergrond – 410 – 410 Bijdrage min EZ: Aardbevingsbestendig-heid 904 904 Bijdrage min EZ: Arcadis 144 144 Bijdrage min EZ: Project Wind op zee 4.563 4.563 Bijdrage min EZ: The Ocean Cleanup 300 300 Bijdrage Provinciefonds: Zoetwater-maatregelen – 87 – 87 Bijdrage min Wonen en Rijksdienst: Grote wateren – 46.620 1.380 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 – 4.000 Bijdrage min Wonen en Rijksdienst: Verkoopactiviteiten RBV 5.676 473 473 473 473 473 473 473 473 473 473 473 473 CAO Loonakkoord 2015 17.797 1.561 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 1.353 Evaluatie Deltaprogramma – 130 – 130 Kasschuif Deltafonds 0 – 150.000 150.000 Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigen – 55.000 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 – 5.500 Loonbijstelling 2016 36.197 2.892 2.778 2.818 2.787 2.762 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 2.770 Prijscompensatie 2016 32.080 2.394 2.149 2.172 2.202 1.995 2.646 2.646 2.646 2.646 2.646 2.646 2.646 2.646 Ramingsbijstelling Deltafonds – 153.828 – 12.819 – 13.790 – 13.790 – 13.790 – 9.906 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 – 12.819 Uitvoeringsbesluit Blankenburgverbin-ding – 1.148 – 1.148 Eenvoudig Beter – 37.151 – 19.131 – 9.310 – 1.840 – 1.080 – 120 – 5.670 Verlenging Deltafonds 2.295.292 1.147.646 1.147.646 Mutaties Miljoenennota 2017 13.511 – 179.197 – 25.784 – 16.315 134.213 – 10.284 – 12.077 – 13.077 – 14.225 – 13.077 – 13.077 – 13.077 – 9.077 1.141.976 1.147.646 Stand ontwerpbegroting 2017 art.ond.6.09 Ten laste van begroting IenM 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269 1.080.273 935.251 1.026.247 1.026.760 1.023.206 1.013.177 995.521 1.141.976 1.147.646 Totaal ontvangsten stand ontwerpbe-groting 2016 Bijdr. andere begr. Rijk 1.019.652 902.925 928.123 954.310 858.250 1.200.153 1.091.950 947.928 1.040.072 1.039.437 1.035.883 1.025.854 1.004.198 0 0 Totaal ontvangsten stand eerste suppletoire begroting 2016 Bijdr. andere begr. Rijk 1.006.686 897.048 928.293 954.710 858.650 1.200.553 1.092.350 948.328 1.040.472 1.039.837 1.036.283 1.026.254 1.004.598 0 0 Totaal ontvangsten stand ontwerpbe-groting 2017 Bijdr. andere begr. Rijk 1.020.197 717.851 902.509 938.395 992.863 1.190.269 1.080.273 935.251 1.026.247 1.026.760 1.023.206 1.013.177 995.521 1.141.976 1.147.646Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 281 Artikel 6 Bijdragen andere begrotingen Rijk Afsluitdijk Verzorgingsplaatsen A7/fietspadDeze mutatie betreft de financiering van het wegontwerp, de verzorgings-plaatsen A7 en fietspad op de Afsluitdijk. De kosten wegontwerp en verzorgingsplaatsen A7 worden vanuit het Infrastructuurfonds gefinan-cierd (€ 19,5 miljoen) en de fietspaden door de provincies Noord-Holland en Friesland (€ 10,3 miljoen).CAO Loonakkoord 2015In het najaar van 2015 is een akkoord bereikt tussen de Minister voor Wonen en Rijksdienst en betrokken vertegenwoordigers van de vakbonden CNV Overheid, Ambtenarencentrum en CMHF voor het CAO sector Rijk 2015–2016. Dit betreft de verwerking van het loonruimte-akkoord (€ 9,5 miljoen structureel, waarvan € 1,4 miljoen Deltafonds). Daarnaast heeft het ABP de premie voor 2016 verhoogd vanwege een stijging van de kosten en ten behoeve van een verbetering van de vermogenspositie van het fonds. Als gevolg hiervan wordt IenM deels gecompenseerd voor de herstelopslag ABP voor het jaar 2016 (€ 1,5 miljoen incidenteel, waarvan € 0,2 miljoen Deltafonds).Kustwacht: Onderhoud Dornier vliegtuigenDit betreft een overboeking naar het Infrastructuurfonds voor de IenM-bijdrage in het jaarlijks onderhoud van de Dornier vliegtuigen voor de Kustwacht.Loon- en prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Ramingsbijstelling DeltafondsAls gevolg van de tegenvallende ruilvoetontwikkeling heeft het Kabinet besloten tot ramingsbijstellingen op de departementale begrotingen. Voor de IenM begrotingen gaat het om een ramingsbijstelling van 106 miljoen per jaar. De ramingbijstelling is naar rato van de begrotingsomvang in 2017 verdeeld over Hoofdstuk XII (€ 12 miljoen per jaar), het Infrastruc-tuurfonds (€ 81 miljoen per jaar) en het Deltafonds (€ 13 miljoen per jaar). Binnen de fondsen wordt de ramingsbijstelling opgevangen binnen de resterende investeringsruimte tot en met 2028.Kasschuif DeltafondsIenM faciliteert een kasschuif van € 250 miljoen, waarvan € 150 miljoen op het Deltafonds en € 100 miljoen op het Infrastructuurfonds, uit 2017 naar 2020 ten behoeve van het generale beeld. De meerjarige program-mering wordt hier niet op aangepast.Verlenging DeltafondsBij de Ontwerpbegroting 2017 wordt de looptijd van het Deltafonds met twee jaar verlengd tot en met 2030. Het niveau van extrapolatie is gelijk aan het jaar 2028 stand Ontwerpbegroting 2016 na verwerking van structurele begrotingsmutaties. Daarnaast zijn de structurele bijdragen van derden doorgetrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 282 Bijdrage Ministerie van Wonen en Rijksdienst voor Grote waterenTen behoeve van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), worden naar aanleiding van de kadastrale wijziging van de tenaamstelling, Grote Wateren overgebracht naar IenM. Het gaat hierbij om inkomsten uit areaal waarop Rijkswaterstaat (RWS) het materieel respectievelijk feitelijk beheer uitvoert. De middelenoverboeking van RVB naar IenM (RWS) betreft in totaal € 4 miljoen per jaar. Deze overboeking wordt zichtbaar bij opbrengst derden in de staat van baten en lasten.Bijdrage Ministerie van Wonen en Rijksdienst voor verkoopactiviteitenVanaf 2017 worden de verkoopactiviteiten van het RVB niet meer via de begroting van WenR gefinancierd. De beschikbare budgetten op de begroting van WenR worden hiertoe overgeboekt naar IenM/RWS, Defensie en BZK.Eenvoudig BeterVoor de eenmalige uitgaven ten behoeve van het programma Eenvoudig Beter zijn middelen vrijgemaakt uit de investeringsruimten van het Infrastructuurfonds (€ 148,6 miljoen) en van het Deltafonds (€ 37,2 miljoen). De op de investeringsfondsen vrijgemaakte middelen staan gereserveerd op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet van het Infrastructuurfonds en worden tranchegewijs naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. Van de reservering van € 185,8 miljoen voor het programma Eenvoudig Beter wordt bij Ontwerpbegroting 2017 € 23,4 naar de begroting Hoofdstuk XII overgeheveld. De reservering op artikelonderdeel 18.16 Reservering Omgevingswet resteert hiermee € 162,4 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 283 Artikel 7 investeren in waterkwaliteitArtikel 7 investeren in waterkwaliteit Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 22.217 25.738 37.182 53.489 80.050 82.961 47.325 47.325 47.325 47.325 47.325 37.489 0 0 0 Saldo 2015 15.009 15.009 Mutaties Voorjaarsnota 2016 15.009 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 7.01 Real.progr.Kader-richtlijn water 37.226 25.738 37.182 53.489 80.050 82.961 47.325 47.325 47.325 47.325 47.325 37.489 0 0 0 Desaldering KRW 1.088 1.088 Kasschuiven Waterkwaliteit 0 – 12.160 – 935 990 – 1.348 – 13.552 – 20.879 7.284 5.000 5.000 5.704 7.500 17.396 Luwtemaatregelen Hoornse Hop – 6.000 – 5.137 – 863 Prijscompensatie 2016 1.115 48 47 63 98 127 118 104 100 100 101 105 104 Uitvoeringsbesluit Blankenburgverbin-ding – 1.148 – 1.148 Mutaties Miljoenennota 2017 – 11.024 – 888 – 4.084 – 2.113 – 13.425 – 20.761 7.388 5.100 3.952 5.805 7.605 17.500 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 7.01 Real.progr.Kaderrichtlijn water 26.202 24.850 33.098 51.376 66.625 62.200 54.713 52.425 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 7.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 2.130 3.276 767 767 20.889 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Saldo 2015 – 1.837 – 1.837 Natuurlijker Markermeer 0 1.787 – 2.998 1.211 Mutaties Voorjaarsnota 2016 – 50 – 2.998 1.211 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 7.02 Overige aanleg-projecten Waterveiligheid 2.080 278 1.978 767 20.889 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven 0 177 0 – 1.211 1.034 0 Prijscompensatie 2016 50 5 1 1 3 40 Mutaties Miljoenennota 2017 182 1 – 1.210 1.037 40 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 7.02 Overige aanlegprojecten Waterveiligheid 2.262 279 768 1.804 20.929 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 7.03 Studiekosten waterkwaliteit 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 7.02 Overige aanleg-projecten Waterveiligheid 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Kasschuiven 0 – 3.980 995 995 995 995 MIRT onderzoek Waterkwaliteit 4.975 4.975 Mutaties Miljoenennota 2017 995 995 995 995 995 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 7.03 Studiekosten waterkwali-teit 995 995 995 995 995 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2016 investeren in waterkwaliteit 24.347 29.014 37.949 54.256 100.939 82.961 47.325 47.325 47.325 47.325 47.325 37.489 0 0 0 Totaal uitgaven stand eerste suppletoire begroting 2016 investeren in waterkwa-liteit 39.306 26.016 39.160 54.256 100.939 82.961 47.325 47.325 47.325 47.325 47.325 37.489 0 0 0 Totaal uitgaven stand ontwerpbegro-ting 2017 investeren in waterkwaliteit 29.459 26.124 34.861 54.175 88.549 62.200 54.713 52.425 51.277 53.130 54.930 54.989 0 0 0 Ontwerpbegroting 2016 artikelonder-deel 7.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Mutaties Voorjaarsnota 2016 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 284 Artikel 7 investeren in waterkwaliteit Totaal mutatie 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Stand eerste suppletoire begroting 2016 artikelonderdeel 7.09 Ontvangsten 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Desaldering KRW 224 224 0 0 0 Mutaties Miljoenennota 2017 224 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 Stand ontwerpbegroting 2017 artikelon-derdeel 7.09 Ontvangsten 224 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 285 Artikel 7 Investeren in waterkwaliteit Desaldering KRWEen deel van de ontvangsten € 0,9 miljoen in 2015 op artikel 2 heeft betrekking op de KRW. Daarnaast wordt € 0,2 miljoen hogere ontvangsten KRW in 2016 verwacht. Met deze mutaties worden beide bedragen ten gunste van de KRW gebracht.Luwtemaatregelen Hoornse HopDeze mutatie betreft bijdrage ad € 3 miljoen van provincie Flevoland en Noord-Holland ten behoeve van luwtemaatregelen Hoornse Hop en de verdere financiering € 6 miljoen van het project vanuit de Kader Richtlijn Water.Prijsbijstelling 2016Jaarlijks wordt besloten of de overheidsuitgaven van de Rijksbegroting gecorrigeerd worden voor loon- en prijsontwikkelingen. Dit betreft de toegekende loonbijstelling en prijsbijstelling tranche 2016 die nader wordt toegedeeld binnen de begrotingen Hoofdstuk XII en de fondsen.Uitvoeringsbesluit BlankenburgverbindingUitvoeringsbesluit realisatie Blankenburgverbinding – Dit betreft de realisatie het KRW project Gors van de Lickebaert wat met de aanleg van deze tunnel wordt uitgevoerd. Omdat de kosten van deze tunnel worden verantwoord op het Infrastructuurfonds wordt € 1,1 miljoen overgeboekt naar het Infrastructuurfonds.MIRT onderzoek waterkwaliteitVan de programmaruimte Deltafonds wordt € 5,0 miljoen aangewend ter financiering van MIRT onderzoek Waterkwaliteit.KasschuivenOm binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma noodzakelijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 286 BIJLAGE 3 OVERZICHT HOOGWATERBESCHERMINGSPROGRAMMA (bedragen x € 1 miljoen) Oorspronkelijke financiering Bijdragen Totaal t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 Waterschappen Totaal 247 246 1 Spoedwet HWBP-2 239 239 HWBP 4 4 Overige bijdrage 4 3 1 Rijk Totaal 937 705 27 27 27 27 27 27 69 Oorspronkelijke financiering HWBP-2 893 702 27 27 27 27 27 27 29 HWBP 44 4 40 Totaal bijdragen oorspronkelijke financiering 1.185 952 28 27 27 27 27 27 69 Bestuursakkoord Water Bijdragen Totaal t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 Waterschappen Totaal (50%) 2.726 315 185 185 185 185 185 185 1.298 HWBP-2 781 295 153 159 115 4 55 0 HWBP 1.573 15 29 22 57 136 116 149 1.048 Projectgebonden aandeel (10%) 372 5 4 4 13 45 15 36 251 Rijk Totaal (50%) 2.726 315 185 185 186 185 185 185 1.298 HWBP-2 823 295 27 126 82 140 122 32 HWBP 1.903 20 159 59 104 46 64 154 1.298 Rijksbijdrage Rijkskeringen HWBP 601 2 4 7 16 21 15 23 513 Totaal bijdragen Bestuursakkoord Water 6.053 633 375 378 387 392 386 394 3.109 Totaal bijdragen 7.238 1.584 404 405 414 419 413 421 3.178Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 287 Gezamenlijke uitgaven Rijk en Waterschappen Uitgaven Totaal t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 HWBP-2 Totaal 2.467 1.341 212 226 161 98 88 43 299 Waterschapspro-jecten 2.467 1.341 212 226 161 98 88 43 299 HWBP Totaal (100%) 3.873 160 116 124 133 278 223 424 2.414 Waterschapspro-jecten 3.336 107 103 101 112 223 198 378 2.115 Programmabureau 71 12 5 5 5 5 5 5 32 Innovatie 87 36 4 10 2 6 6 6 17 Opleidingen nieuwe normering/waterveiligheid 7 1 4 2 Projectgebonden aandeel (10%) 372 5 4 4 13 45 15 36 251 Totaal gezamenlijke uitgaven Rijk en Waterschappen 6.340 1.501 328 350 294 376 311 467 2.713 Uitgaven Rijk Uitgaven Totaal t/m 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022–2028 HWBP-2 Totaal 274 72 8 16 64 58 31 1 25 Rijksprojecten 199 30 1 11 57 53 27 0 20 Interne kosten 30 18 3 2 2 2 2 Programmabureau 45 24 4 3 4 3 2 1 5 HWBP Totaal 624 5 6 8 17 23 17 25 523 Rijksprojecten 601 2 4 7 16 21 15 23 513 Interne kosten 23 3 2 2 2 2 2 2 11 Totaal uitgaven Rijk 898 77 14 24 81 81 47 26 548 Totaal uitgaven 7.238 1.578 341 375 375 456 358 493 3.261Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 288 Toelichting bij het extracomptabele overzicht voor het Hoogwaterbescher-mingsprogrammaConform het wetsvoorstel doelmatigheid en bekostiging Hoogwaterbe-scherming wordt in de jaarlijkse begroting en verantwoording van het Deltafonds een extra-comptabel overzicht opgenomen waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe de bijdragen van het Rijk en waterschappen zich verhouden tot de uitgaven van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor een nadere toelichting op de bekostigingssystematiek van het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt verwezen naar de memorie van toelichting van het voornoemde wetsvoorstel. Het extracomptabele overzicht is als volgt opgebouwd:De ontvangsten en bijdragen van de waterschappen respectie-velijk het Rijk.1.De bijdrage van de waterschappen bestaat uit de volgende drie elementen.•De jaarlijkse bijdragen van de waterschappen in de periode 2011–2013 aan het hoogwaterbeschermingsprogramma die voortvloeien uit de Spoedwet.•De bijdragen die voortvloeien uit het Bestuursakkoord Water: totaal € 131 miljoen in 2014 en jaarlijks € 181 miljoen vanaf 2015. Vanaf 2016 worden deze bedragen, op basis van de IBOI zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën, geïndexeerd met terugwerkende kracht ten opzichte van het prijspeil 2011. De bijdragen van de waterschappen bestaan uit een projectgebonden aandeel voor het HWBP dat door de betreffende beheerder direct wordt betaald en een solidariteitsdeel dat via het Deltafonds wordt verevend. Het projectgebonden aandeel bedraagt 10% van de (bruto) begrote uitgaven voor waterschapsprojecten binnen het HWBP.•Incidentele ontvangsten bijvoorbeeld in het kader van de eindafrekening van projecten.2.De bijdrage van het Rijk bestaat uit de volgende drie elemen-ten:a)De bijdrage van het Rijk zoals vastgelegd in de bijlage van het Bestuursakkoord Water (nadere toelichting op het onderdeel «Financiering van een beheersbaar programma voor de waterke-ringen» van het Bestuursakkoord Water), uitgaande van het toen beschikbare budget binnen de Rijksbegroting voor het hoogwater-schermingsprogramma.b)De bijdragen die voortvloeien uit het Bestuursakkoord Water: € 131 miljoen in 2014 en € 181 miljoen vanaf 2015. Vanaf 2016 worden deze bedragen, op basis van de IBOI zoals gehanteerd door het Ministerie van Financiën, geïndexeerd met terugwer-kende kracht ten opzichte van het prijspeil 2011. Het jaarbedrag prijspeil 2016 bedraagt € 186 miljoen (inclusief project gebonden aandeel).c)De bijdrage van het Rijk aan de maatregelen voor Rijkskeringen.De uitgaven voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het tweede HoogwaterbeschermingsprogrammaDe uitgaven ten behoeve van hoogwaterbeschermingsmaatregelen bestaan uit:1.Waterschapsprojecten: de subsidies voor versterkingen van primaire keringen in beheer van de waterschappen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 289 2.Rijksprojecten: de kosten van versterkingen van primaire keringen in beheer van het Rijk. Deze uitgaven komen voor wat betreft het HWBP volledig ten laste van het Rijk.3.Programmabureau: de kosten van het programmabureau.4.Het projectgebonden aandeel van 10%: wordt door de betreffende beheerder zelf direct betaald.5.De interne kosten hebben betrekking op de kosten van de inzet van Rijkswaterstaat-medewerkers binnen de programmabureau’s en maken voor de bekostigingssystematiek geen deel uit van de programmabudgetten. Deze kosten vallen onder de 50/50 verdeling en zijn daarom afzonderlijk weergegeven.6.innovatie: Betreft innovaties waaronder de projectoverstijgende verkenningen. Deze kosten vallen onder de 50/50 verdeling. De subsidie beschikking betreft hier 100% bijdrage.De uitgaven die vallen onder a), c) en f) worden door Rijk en water-schappen voor ieder de helft bekostigd.De kasschuiven die voortvloeien uit de verschillen tussen de geraamde en begrote uitgaven.De ontvangsten van de waterschappen vormen een deel van de uitgaven voor het HWBP. Het andere deel wordt bekostigd door het Rijk. De uitgaven van het HWBP in de begroting wordt in een bepaald uitgaven-tempo geraamd. Deze kasplanning komt tot stand op basis van de planningen van de diverse projecten, ingediend door de waterschappen (en RWS). Indien de daadwerkelijke uitgaven afwijken van de geraamde uitgaven of planningen van projecten wijzigen worden de uitgavenbud-getten aangepast door middel van kasschuiven binnen de kaders van de IenM-begroting.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 290 BIJLAGE 4 INSTANDHOUDING In deze bijlage wordt, in vervolg op eerdere bijlagen met betrekking tot het beheer en onderhoud en vervanging, een toelichting gegeven op de instandhouding van de netwerken die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen. Dit betreft het Hoofdwatersysteem, het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdspoorwegnet.Allereerst wordt de instandhoudingsfilosofie nader toegelicht. Vervolgens is een overzicht van beschikbare middelen tot en met 2030 opgenomen waarna verder wordt ingegaan op de wijze waarop met Beheer en Onderhoud wordt omgegaan in relatie tot DBFM contracten.1. In stand houden Rijksinfrastructuur De Nederlandse infrastructuurnetwerken behoren tot de beste én meest intensief gebruikte netwerken ter wereld. Een goede instandhouding van deze netwerken is een randvoorwaarde voor de veiligheid en de bereik-baarheid van Nederland. Om dit zo te houden borgen IenM en de uitvoeringsorganisaties Rijkswaterstaat (RWS) en ProRail systematisch de instandhouding van de netwerken over de gehele levenscyclus.Scope instandhoudingOnder instandhouding vallen alle activiteiten op het vlak van beheer en onderhoud en vervanging en renovatie van de bestaande infrastructuur. Bij Spoor wordt hiervoor de afkorting BOV gehanteerd. Bij de RWS netwerken wordt onderscheid gemaakt tussen respectievelijk Beheer en Onderhoud (BenO) en Vervanging en Renovatie (VenR). Tot het domein van het beheer behoren activiteiten die gericht zijn op het reguleren van het gebruik: verkeersleiding en capaciteitsmanagement, verkeersma-nagement en watermanagement. Onderhoud betreft de activiteiten die erop zijn gericht de beoogde (ontwerp)levensduur van de infrastructuur te realiseren. Vervanging is het begin van een nieuwe levenscyclus van een nieuw object, terwijl renovatie zich erop richt de levensduur van het bestaande object te verlengen. Het gaat expliciet niet om activiteiten die gericht zijn op aanleg van nieuwe of uitbreiding van bestaande infra-structuur.Aanpak instandhoudingBij de instandhouding van de netwerken hanteer ik een aantal uitgangs-punten, waarover ik naar aanleiding van een verzoek uit de Kamer van gedachten heb gewisseld met een lid van het College van de Algemene Rekenkamer. Dit heeft mij gebracht tot de navolgende nadere uitwerking van de instandhoudingsfilosofie.Uitgangspunt 1: Een goede instandhouding moet worden geborgd over de gehele levenscyclus van infrastructuurEen goede instandhouding van het hoofd(vaar)wegennet, het hoofdwater-systeem en het hoofdspoorwegennet is een randvoorwaarde voor de veiligheid en de bereikbaarheid van Nederland. Omwille van deze veiligheid en bereikbaarheid moet de instandhouding van de netwerken systematisch over de gehele levenscyclus worden geborgd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 291 Uitgangspunt 2: Prestaties en optimalisatie kosten/hinder staan centraalBij de instandhouding van de netwerken staan de prestaties die deze netwerken moeten leveren en de doelmatigheid van onderhoud centraal. Het zijn immers de prestaties, zoals de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de infrastructuur die de gebruikers zelf direct ervaren. Over deze te leveren prestaties maakt IenM afspraken met ProRail en maken de beleidsdirecties afspraken met RWS. De afspraken vormen de basis van het onderhoud dat door deze organisaties wordt uitgevoerd.De prestatieafspraken met ProRail zijn opgenomen in de 10-jarige beheerconcessie en de jaarlijkse beheerplannen. Met RWS wordt een Service Level Agreement (SLA) met een looptijd van 4 jaar afgesproken. In 2016 is de lopende SLA met een jaar verlengd tot en met 2017. Deze verlenging wordt benut om te werken aan de verdere versterking van de prestatiesturing.De prestaties van de infrastructuur worden gemeten en uitgedrukt in prestatie-indicatoren. De indicatoren leggen de verbinding tussen de sturing van en verantwoording over de gewenste prestaties.Met de uitvoeringsorganisaties worden afspraken gemaakt over de gewenste prestaties en hiervoor worden de benodigde middelen beschikbaar gesteld. De uitvoeringsorganisaties RWS en ProRail zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de daarbij horende onderhouds-regimes.Daarop aanvullend wordt bij RWS voor vervangingsopgaven project-sturing toegepast. Ook hierbij staan prestaties van het netwerk en optimalisatie centraal. De projectsturing van vervangingsopgaven verloopt op basis van opdrachten van tranches van projecten. Deze projecten worden in een doorlopende cyclus van lange termijn prognoses en inspecties vastgesteld.Prestaties RWS Prestatiegebied Prestatie-indicator Streef-waarde Hoofdwegennet Beschikbaarheid Technische beschikbaarheid van de weg 90% Beschikbaarheid Files als gevolg van werken aan de weg 10% Veiligheid Voldoen aan norm voor verhardingen (stroefheid en spoorvorming) en gladheidbe-strijding 98% Informatievoorziening Beschikbaarheid data voor derden 89% Actualiteit data voor derden 95% Hoofdvaarwegennet Beschikbaarheid Geplande stremmingen 0,8% Beschikbaarheid Technische beschikbaarheid van de vaarweg 99% Betrouwbaarheid Ongeplande stremmingen van de vaarweg 0,2% Veiligheid Vaarwegmarkering op orde 95% Informatievoorziening Melding stremmingen 97% Hoofdwatersysteem Beschikbaarheid Beschikbaarheid stormvloedkeringen 100% Beschikbaarheid Beschikbaarheid streefpeilen 90% Betrouwbaarheid Handhaving kustlijn 90% Betrouwbaarheid Betrouwbaarheid informatievoorziening 95% Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 292 Prestaties ProRail Bodem-waarde Streefwaarde Prestatie-indicator 2015 2016 2019 Klantoordeel reizigers-vervoerders 6 6,7 7 Klantoordeel goederen-vervoerders 6 6 7 Reizigerspunctualiteit <5 min HRN (gezamenlijk met NS) 90,0% 91,0% 92,3% Aandachtstrajecten (gezamenlijk met NS) 93,7% 95,0% 95,6% Punctualiteit <3 min HSL-producten 80,0% 80,5% 82,0% Punctualiteit <3 reizigersverkeer totaal 87,0% 88,0% 90,0% Punctualiteit regionale series <3 min 92,4% 92,9% 93,4% Punctualiteit goederenverkeer 80,0% 80,5% 82,0% Geleverde treinpaden 97,5% 97,6% 98,2% Aantal beïnvloedbare TAO’s (Techniek en Processen) 5.000 4.550 4.100Bron: Beheerplan ProRail 2016 Risico- en prestatiesturing met asset managementDe prestaties en kostenoptimalisaties zoals die worden afgesproken krijgen vorm door een systeem van risico- en prestatiegestuurd beheer en onderhoud van het areaal: het asset management. Asset management is de aanpak waarmee een koppeling kan worden gelegd tussen wat de uitvoeringsorganisaties doen, welke prestaties dat oplevert en wat dat nu en in de toekomst kost. In de aanpak wordt de planning van de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden geoptimaliseerd in een afweging tussen de netwerkprestatie en de kosten over de levenscyclus van het areaal. Door zowel de kosten als de prestaties in kaart te brengen, wordt inzicht verkregen in het functioneren van de infrastructuur en is sturen op basis van prestatie en kosteneffectiviteit mogelijk. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen de directe kosten van de verschillende manieren en momenten van onderhoud en de (maatschappelijke gevolgen door) invloed op de netwerkprestatie.Flexibele onderhoudsplanningVoor de verschillende onderdelen van het areaal is een flexibele onder-houdsplanning beschikbaar. De keuze van het juiste moment van ingrijpen bij het verrichten van onderhoud aan of het vervangen of renoveren van infrastructuur wordt bepaald aan de hand van:•Het onderhoud dat volgens het vigerend beheerconcept noodzakelijk is voor de te leveren prestaties van het netwerk.•Resultaten uit het inspectieprogramma van de assets.•De mogelijkheid voor het bundelen van werkzaamheden om hinder te beperken en/of kosten te besparen.Ad 1. Het onderhoud dat volgens het vigerend beheerconcept noodza-kelijk is voor de te leveren prestaties van het netwerk.Op basis van de beleidsdoelen bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid worden de prestatieniveaus van de netwerken bepaald en de (functie) eisen aan het areaal toegekend. Hierbij valt te denken aan de functies die de onderdelen van het areaal moeten vervullen en de manier waarop deze functies bijdragen aan de prestaties op netwerkniveau. Ieder onderdeel van het areaal heeft een hierbij aansluitend onderhoudsplan waarin rekening wordt gehouden met de risico’s voor de prestatie bij het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 293 gehanteerde onderhoudsscenario. Dit geheel resulteert in het vigerend beheerconcept. Uit het onderhoudsplan volgt een voorzien moment voor het onderhoud.RWS en ProRail zorgen dat netwerken voldoen aan de prestatieafspraken die IenM met hen maakt (SLA en beheerconcessie). Vanzelfsprekend is het mogelijk om de prestatie- afspraken en/of andere randvoorwaarden aan te passen indien daar aanleiding toe bestaat. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan indien kosten en budget met elkaar in evenwicht moeten worden gebracht.Ad 2. Resultaten uit het inspectieprogramma van de assets.De beheerders van de netwerken hebben een actueel inzicht in (de staat van) het bestaande areaal en de onderhoudsbehoefte daarvan. De daarvoor noodzakelijke informatie wordt actueel gehouden op basis van informatie uit (een programma van) risicogestuurde inspecties waarmee de werkelijke staat van objecten wordt bijgehouden.Ad 3. De mogelijkheid voor het bundelen van werkzaamheden om hinder te beperken en/of kosten te besparenBehalve de staat van de objecten wordt bij het plannen van de uitvoering van werkzaamheden ook rekening gehouden met de mogelijkheden om activiteiten te bundelen om daarmee kosten te besparen en/of hinder voor gebruikers te beperken.Uitgesteld en achterstallig onderhoudDe hierboven geschetste aanpak leidt er toe dat de planning van onder-houdswerkzaamheden flexibel van aard is. Dit betekent dat met het oog op de efficiëntie, onderhoud eerder of later kan worden uitgevoerd dan volgt uit het vigerende beheerconcept. Er is dan sprake van vervroegd of uitgesteld onderhoud.Voor uitgesteld onderhoud wordt de volgende definitie gehanteerd:«Er is sprake van uitgesteld onderhoud (of vervanging6 ) als de assets wel blijven voldoen aan de geldende veiligheidsnormen en/of prestatieaf-spraken7 terwijl bewust wordt afgeweken van het vigerend beheerconcept waarbij de keuze voor het moment van onderhoud of vervanging wordt bepaald op basis van feitelijke technische conditie en planoptimalisatie of prestatieafspraken.»Met uitstel en vervroegen van onderhoud wordt beoogd om efficiënter en met minder hinder te werken.Uitgesteld onderhoud wordt onderscheiden van «achterstallig onderhoud». Voor achterstallig onderhoud wordt de volgende definitie gehanteerd:6Vervanging valt bij ProRail onder de definitie. Bij RWS is dit niet het geval zie voor toelichting Kamerstuk 2015–2016, 34 300 A, nr. 2 p 133.7Er zijn situaties denkbaar waarbij assets niet (langer) voldoen aan de prestatieafspraken, zonder dat dit verband houdt met de onderhoudsconditie (bijvoorbeeld bij een tweetal stormvloedke-ringen). In dergelijke situaties is geen sprake van uitgesteld (of achterstallig) onderhoud.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 294 «Er is sprake van achterstallig onderhoud (of vervanging8) als de assets niet meer voldoen aan de geldende veiligheidsnormen9 en/of prestatieaf-spraken10.»Achterstallig onderhoud wordt direct aangepakt indien dit noodzakelijk is voor het veilig functioneren van de netwerken.In de verantwoording 2016 zal voor de eerste keer gerapporteerd worden over het volume aan uitgesteld en eventueel achterstallig onderhoud aan het einde van 2016.Ontwikkelingen in het areaalBovenstaande aanpak wordt toegepast bij het beheer en onderhoud van bestaande infrastructuur. Bovendien krijgt instandhouding bij de aanleg van nieuwe infrastructuur reeds aandacht door bij de besluitvorming de onderhoudskosten over de hele levenscyclus in beeld te brengen (Life Cycle Costing, LCC). Op deze wijze worden niet alleen de kosten voor aanleg, maar ook de kosten voor toekomstig onderhoud bij de besluit-vorming betrokken. Indien een beslissing tot de nieuwe aanleg tot hogere onderhoudskosten leidt, worden bij de startbeslissing van de verkenning, naast de investeringskosten, ook deze meerkosten voor het onderhoud op de begroting van de fondsen gereserveerd. Wanneer de realisatie van het aanlegproject aanvangt worden deze gereserveerde middelen toegevoegd aan het Beheer en Onderhoudsbudget.Hieronder wordt inzicht gegeven in de omvang van het areaal in beheer bij RWS en ProRail per verantwoording 2015. Areaal Hoofdwatersysteem Eenheid Kustlijn km 293 Stormvloedkeringen aantal 5 Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.: – Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen km 236 – Niet primaire waterkeringen/duinen km 595 – Uiterwaarden in beheer Rijk ha 3.772 Binnenwateren km2 3.048 Spui- en uitwateringssluiskolken stuks 92 Gemaal stuks 17 Kunstwerken ten behoeve van natuur stuks 16 Stuwcomplex stuks 10 Hoogwaterkering stuks 3 Waterreguleringswerken stuks 85 Sifons / duikers / hevel stuks 236 8Vervanging valt bij ProRail onder de definitie. Bij RWS is dit niet het geval zie voor toelichting Kamerstuk 2015–2016, 34 300 A, nr. 2 p 133.9Het gaat hierbij om onderhoudsgerelateerde situaties.10Er zijn situaties denkbaar waarbij assets niet (langer) voldoen aan de prestatieafspraken, zonder dat dit verband houdt met de onderhoudsconditie (bijvoorbeeld bij een tweetal stormvloedkeringen). In dergelijke situaties is geen sprake van uitgesteld (of achterstallig) onderhoud.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 295 Areaal Hoofdwegen Eenheid Rijbaanlengte Hoofdrijbaan km 5.800 Verbindingswegen en op- en afritten km 1.616 Areaal asfalt Hoofdrijbaan km2 76 Verbindingswegen en op- en afritten km2 13 Groen areaal km2 199 Verkeerssignalering op rijbanen km 2.675 Verkeerscentrales stuks 6 Spits- en plusstroken km 338 Viaduct over rijkswegen stuks 1.006 Viaduct in rijks-wegen stuks 1.856 Brug vast stuks 726 Brug Beweegbaar stuks 54 Tunnel stuks 25 Aquaduct stuks 15 Areaal Hoofdvaarwegen Eenheid Vaarwegen: km 7.004 waarvan binnenvaart km 3.460 waarvan zeevaart km 3.544 Schutsluiskolken stuks 129 Bruggen beweegbaar stuks 116 Bruggen vast stuks 207 Afmeervoorziening stuks 9.364Bron: RWS NIS Areaal ProRail Eenheid Netlengte in exploitatie Totaal km 3.058 Waarvan enkelsporig km 950 Waarvan meersporig km 2.108 Netlengte geëlektrificeerd km 2.167 Totale spoorlengte km 7.021 Wissels stuks 7.071 Overwegen Totaal stuks 2.589 Waarvan beveiligd stuks 1.598 Seinen stuks 12.036 Stations stuks 404 Bruggen (beweegbaar) stuks 56 Tunnels stuks 15 2. Budgettaire aspecten Onderstaand zijn integraal en per netwerk de budgetten tot en met 2030 gepresenteerd. Hiermee zijn de beschikbare budgetten voor Instand-houding in een overzicht samengebracht. In de tabel is te zien dat tot en met 2030 circa € 33 miljard beschikbaar is voor de Instandhouding van de netwerken. Het overzicht is uitgesplitst naar de budgetten voor het Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 296 verkeers- en watermanagement, het beheer en onderhoud11 en vervanging en renovatie.11Hierbij zijn ook de nog niet aan de uitvoeringsorganisaties toegewezen gereserveerde middelen voor BOV opgenomen. Dit zijn onder andere middelen voor nieuwe aanlegprojecten waarbij gelijktijdig bij de investeringsbeslissing een reservering voor BenO (RWS) tot en met 2028 is getroffen. Voor spoorwegen is deze reservering nog binnen de aanlegprojecten PHS en OV SAAL opgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 297 Totaaloverzicht beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water (in € * 1.000)12 1. Budgetten verkeers-/watermanagement en Beheer en Onderhoud13Artikelonderdeel 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 Hoofdwegen IF 12.01 Verkeersmanagement 10.302 3.638 3.638 3.639 3.638 3.635 3.632 3.631 3.630 3.628 3.628 3.628 3.636 3.636 3.636 61.175 IF 12.06.02 Verkeersmanagement Landelijke Taken 16.983 16.982 16.982 16.983 16.982 17.030 17.006 16.993 16.980 16.955 16.956 16.953 17.031 17.031 17.031 254.877 IF 12.02.01 Beheer en Onderhoud 512.664 524.863 506.803 513.178 499.353 442.615 442.531 454.441 458.601 458.516 456.059 449.802 448.630 448.630 448.630 7.065.316 IF 12.06.02 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken 16.361 15.814 15.466 15.473 15.471 15.582 15.578 15.575 15.572 15.567 15.567 15.567 15.582 15.582 15.582 234.336 Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdwe-gen 556.310 561.297 542.888 549.272 535.443 478.862 478.747 490.640 494.783 494.665 492.209 485.949 484.879 484.879 484.879 7.615.703 Spoorwegen IF 13.02 Beheer en onderhoud (incl. verkeersma-nagement)1 451.259 472.585 430.704 412.519 400.599 412.502 403.988 404.611 405.881 404.639 400.007 408.977 414.534 414.534 414.534 6.251.873 Totaal Beheer en Onderhoud Spoorwegen 451.259 472.585 430.704 412.519 400.599 412.502 403.988 404.611 405.881 404.639 400.007 408.977 414.534 414.534 414.534 6.251.873 Hoofdvaarwegen IF 15.01 Verkeersmanagement 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 8.428 126.420 IF 15.06.02 Verkeersmanagement Landelijke Taken 4.929 4.929 4.929 4.929 4.929 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 4.940 74.041 IF 15.02.01 Beheer en Onderhoud 312.611 277.635 277.821 290.874 262.896 192.410 193.221 192.422 191.335 191.280 192.225 190.823 225.710 225.710 225.710 3.442.683 IF 15.06.02 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken 4.993 4.755 4.735 4.746 4.738 4.959 4.954 4.923 4.944 4.940 4.940 4.936 4.941 4.941 4.941 73.386 Totaal verkeersmanagement en Beheer en Onderhoud Hoofdvaar-wegen 330.961 295.747 295.913 308.977 280.991 210.737 211.543 210.714 209.647 209.587 210.533 209.126 244.018 244.018 244.018 3.716.530 Watersystemen DF 3.01.01 Watermanagement 7.047 7.031 7.030 7.002 7.002 7.002 7.002 7.002 7.027 7.027 7.027 7.225 6.829 6.829 6.829 104.908 DF 5.02.01 Watermanagement Landelijke Taken 3.900 3.902 3.902 3.902 3.902 3.913 3.913 3.913 3.888 3.888 3.888 3.997 3.779 3.779 3.779 58.246 DF 3.02.01 Beheer en Onderhoud Waterveiligheid 145.083 109.178 110.722 104.087 77.346 96.614 99.663 132.536 107.489 139.761 103.479 105.841 99.956 99.956 99.956 1.631.665 DF 3.02.02 Beheer en Onderhoud Zoetwatervoorziening 20.900 11.636 17.442 17.449 17.442 17.443 17.332 17.554 17.443 17.443 17.443 17.934 16.953 16.953 16.953 258.324 DF 5.02.01 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Waterveiligheid 8.680 6.833 6.833 6.833 6.833 6.845 6.845 6.845 6.845 6.845 6.845 7.040 6.654 6.654 6.654 104.087 DF 5.02.01 Beheer en Onderhoud Landelijke Taken Zoetwatervoorziening 2.140 2.314 2.314 2.314 2.314 2.321 2.321 2.321 2.321 2.321 2.321 2.387 2.255 2.255 2.255 34.470 Totaal Watermanagement en Beheer en Onderhoud Watersys-temen 187.750 140.894 148.243 141.587 114.839 134.138 137.076 170.171 145.013 177.285 141.003 144.424 136.426 136.426 136.426 2.191.700 Totaal verkeers-/watermanagement, beheer en onderhoud 1.526.280 1.470.523 1.417.748 1.412.355 1.331.872 1.236.238 1.231.353 1.276.135 1.255.323 1.286.177 1.243.752 1.248.476 1.279.857 1.279.857 1.279.857 19.775.8061 De aanleg en operationele activiteiten van verkeersmanagement zijn bij Spoorwegen opgenomen onder «Beheer en Onderhoud» vanwege het feit dat ProRail dit niet apart inzichtelijk maakt.12De middelen die vrijkomen door de verlenging van de fondsen worden bij voorrang ingezet voor het dekken van de doorlopende verplichtingen, zoals de uitgaven die zijn benodigd voor de instandhouding van het huidige areaal. In de ontwerpbegroting 2017 is de omvang hiervan technisch bepaald door de omvang van de doorlopende verplichtingen in het begrotingsjaar 2028 als uitgangspunt te hanteren. Op basis van dit uitgangspunt is voor de jaren 2029 en 2030 samen € 6,7 miljard benodigd. Het komend jaar zal de onderbouwing van deze budgetten nader worden bezien, hierbij worden ook de consequenties van areaalgroei als gevolg van het huidig aanlegprogramma betrokken. Dit kan resulteren in mutaties op de gealloceerde budgetten.13Exclusief apparaatkosten en bijdragen derden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 298 2. Vervangingen en renovatiesVer-vanging) 1 Artikel 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 IF 12.02.04 Wegen 107.249 84.301 125.189 103.803 38.248 11.681 378.260 342.278 342.351 342.737 317.388 296.225 286.982 286.982 286.982 3.350.656 IF 13.02 Spoorwegen 416.183 459.798 491.331 474.795 507.799 495.953 495.860 498.067 477.757 517.706 517.706 578.299 453.087 453.087 453.087 7.290.515 IF 15.02.04 Vaarwegen 113.036 99.334 94.766 35.425 35.895 43.606 96.397 105.544 58.579 706 489 337 0 0 0 684.114 DF 3.02.03 Watersysteem 40.275 41.621 28.750 31.382 10.638 8.481 71.779 60.090 99.625 114.639 96.347 109.111 106.299 106.299 106.299 1.031.635 Totaal vervangingen en renova-ties 676.743 685.054 740.036 645.405 592.580 559.721 1.042.296 1.005.979 978.312 975.788 931.930 983.972 846.369 846.369 846.369 12.356.921 Totaal Beheer, onderhoud, vervanging en renovatie wegen, spoor, vaarwegen en water 2.203.023 2.155.576 2.157.784 2.057.760 1.924.452 1.795.959 2.273.649 2.282.114 2.233.635 2.261.965 2.175.682 2.232.449 2.126.226 2.126.226 2.126.226 32.132.7271 De definitie van vervanging en renovatie verschilt per beheerder (RWS en ProRail). De budgetten zijn om die reden per modaliteit niet één-op-één te vergelijken.3. Gereserveerde budgetten BenOArtikelonderdeel 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2016–2030 Hoofdwegen IF 12.03.02 Reserveringen binnen verkenningen en planuitwerkingen (m.n.LCC) 146 13.919 13.919 13.919 13.988 2.479 2.479 9.249 28.109 35.439 40.457 40.530 52.242 266.874 IF 12.07.01 Reservering conse-quenties areaalgroei op BenO 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 269.652 269.652 Totaal reserveringen hoofdwegen 146 13.919 13.919 13.919 13.988 2.479 2.479 9.249 28.109 35.439 40.457 40.530 321.894 536.526 Spoorwegen IF 13.08 Reserveringen binnen IR (risico’s BOV) 29.330 29.330 28.330 27.330 52.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.370 400.000 Totaal reserveringen spoorwegen 0 29.330 29.330 28.330 27.330 52.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.330 33.370 400.000 Hoofdvaarwegen IF 15.03.02 Reservering conse-quenties areaalgroei op BenO 2.600 12.980 12.980 12.980 12.980 9.980 35.195 39.962 10.519 150.175 Totaal reserveringen hoofdvaar-wegen 0 0 0 0 2.600 12.980 12.980 12.980 12.980 9.980 35.195 39.962 10.519 150.175 Watersystemen DF 1.02.01 Reservering areaal-groei 5.095 8.834 13.929 Totaal reserveringen watersyste-men 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.095 8.834 13.929 Totaal reserveringen 146 43.249 43.249 42.249 43.918 67.789 48.789 55.559 74.419 78.749 108.982 118.916 374.617 1.100.630 Totaal Beheer, onderhoud, vervanging wegen, spoor, vaarwegen en water, incl. reserveringen 2.203.169 2.198.825 2.201.033 2.100.009 1.968.370 1.863.749 2.322.439 2.337.672 2.308.054 2.340.713 2.284.663 2.351.365 2.500.842 2.126.226 2.126.226 33.233.357Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 299 Door verschillen in aansturing en organisatie tussen ProRail en Rijkswater-staat is een vergelijking tussen de budgetten voor BOV van Spoor met de RWS-netwerken (Wegen, Vaarwegen en Water) niet altijd te maken:a)De budgetten verkeersmanagement zijn bij ProRail onderdeel van de reguliere BOV-budgetten.b)De apparaatskosten van ProRail (exclusief de apparaatskosten van aanlegprojecten) maken deel uit van de BOV reeksen. Voor een goede vergelijking met de cijfers van Rijkswaterstaat zijn ze in de tabel niet meegenomen. Hierdoor wijken de bedragen af van die in artikel 13 van de begroting van het Infrastructuurfonds.Ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2016 heeft een aantal mutaties plaatsgevonden bij ontwerpbegroting 2017. Deze worden nader toegelicht in de verdiepingsbijlagen van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.Budgetbehoefte en beschikbaar budgetDe uitvoeringsorganisaties brengen periodiek het benodigde langjarige bedrag voor Instandhouding voor huidig prestatieniveau in beeld. Dit doen zij aan de hand van de hierboven beschreven flexibele en risico- en prestatiegestuurde onderhoudsplanning (assetmanagement). Na herijking van de lange termijn ramingen wordt met de uitvoeringsorganisatie in overleg gegaan. Daarbij wordt kritisch gekeken of aanvullend budget echt nodig is. Een beperkt negatief verschil tussen het benodigde en beschikbare budget voor de korte termijn14 is een gezonde prikkel voor het uitdagen van de uitvoeringsorganisaties tot innovatie en doelma-tigheid. Voor de begroting 2018 wordt onderzocht of er een betekenisvolle maat voor de omvang van een beheersbare prikkel kan worden uitge-werkt. Mocht blijken dat de prognose van het benodigde langjarige bedrag voor beheer en onderhoud hoger ligt dan het beschikbare budget, zal aan de uitvoeringsorganisatie gevraagd worden om maatregelen inzichtelijk te maken zoals versobering of aanpassing van de prestatie-doelen. Op basis hiervan kan, wanneer dit noodzakelijk blijkt, overgegaan worden tot het treffen van maatregelen of aanpassing van het budget om te voorkomen dat achterstanden ontstaan. Wanneer na deze gesprekken sprake is van een onderbouwd verschil tussen raming en budget (potentieel tekort), zal ik dit opnemen in de begroting. Bij het treffen van maatregelen bestaat, afhankelijk van het type maatregel, de kans dat deze niet, of niet op het juiste moment, tot het gewenste effect leiden of dat sprake is van additionele risico’s die de problematiek zouden kunnen vergroten. Het mogelijk effect hiervan wordt beoordeeld en indien hiertoe aanleiding bestaat worden aanvullende maatregelen of een risicoreser-vering getroffen.Voor het Hoofdspoorwegnet is vorig jaar reeds geconstateerd dat er sprake is van een onderbouwde budgetbehoefte die € 475 miljoen hoger is dan het beschikbare budget. Over de wijze waarop dit verschil, bij het Hoofdspoorwegnet kan worden opgelost is de Tweede Kamer geïnfor-meerd bij brief van 16 juni 2016 (Kamerstuk 29 984, 2015–2016, nr. 669). Rijkswaterstaat brengt op basis van de theoretische referentie het benodigde langjarige bedrag voor Instandhouding bij gelijkblijvend prestatieniveau in beeld. Hierover worden de komende tijd gesprekken gevoerd gelijktijdig met de nieuwe prestatieafspraken (SLA). Deze afspraken zullen in de ontwerpbegroting 2018 worden meegenomen.142 tot 4 jaar na het begrotingsjaarTweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2100 Over het algemeen geldt bij lange termijn ramingen voor Beheer en Onderhoud dat de prognose voor de budgetbehoefte voor het afgesproken prestatieniveau verder in de toekomst meer onzekerheden kent, met name omdat de resultaten van inspecties (feitelijke toestand) alleen zeggingskracht hebben op de korte termijn.DoelmatigheidTot slot onderzoekt IenM, in lijn met de aanbeveling van de Rekenkamer, de mogelijkheid indicatoren te ontwikkelen om de doelmatigheid van onderhoud van de door RWS beheerde netwerken inzichtelijk te maken en wordt bezien op welke wijze ProRail hierbij kan aansluiten.2a. Versobering en efficiency Hoofdwegen, Hoofdvaarwegen en Hoofdwatersysteem In bijlage 4.2 van de Infrastructuurbegroting 2012 heb ik u geïnformeerd over de toen niet gedekte onderhoudsproblematiek tot en met 2020 en over de mix van maatregelen om deze problematiek te beheersen.Een van de maatregelen betreft een pakket aan efficiencymaatregelen en versoberingen van het onderhoudsniveau. De afspraken over deze te realiseren maatregelen zijn opgenomen in het Programma Versobering en Efficiency. De versoberingen en efficiencymaatregelen zijn stapsgewijs geïmplementeerd, omdat dit de mogelijkheid bood om binnen het afgesproken budgettaire kader door een verstandige mix van maatregelen passend bij de lokale situatie optimalisaties aan te brengen. Hierdoor konden en kunnen eventuele negatieve gevolgen voor doorstroming en veiligheid worden beperkt.In bijlage 5 van de Infrastructuurbegroting 2013 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingmaatregelen van € 1,64 miljard naar netwerk gepresenteerd. Hiervan is tot en met 2015 reeds € 709 miljoen gerealiseerd. In die bijlage is tevens een eerste inschatting opgenomen van effecten op veiligheid en doorstroming.In bijlage 4 van de Infrastructuurbegroting 2015 is de verdeling van het totale pakket efficiency- en versoberingsmaatregelen a € 1,64 miljard naar netwerk uitgesplitst en de prognose bijgesteld. In deze bijlage is de verwachte bandbreedte op basis van de verdere uitwerking en implemen-tatie van de maatregelen in beeld gebracht. Wanneer het totaalpakket aan maatregelen bij de onderkant van de bandbreedte dreigt uit te komen, zal worden bijgestuurd door nieuwe maatregelen te treffen. Op basis van het huidige beeld is de inschatting dat het realiseren van het totale pakket van € 1,64 miljard aan versobering- en efficiencymaatregelen mogelijk is. Naar aanleiding van de prognose in de ontwerpbegroting 2018 zal ik besluiten of aanvullende nieuwe maatregelen nodig zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2101 Netwerk Maatregel InitiëleBedrag in mln. t/m 2020 Prognose realisatie bedragen in mln t/m 2020 HWN Verminderen communicatie bij onderhoud 30 30 HWN Versoberen bermbeheer 40 35 HWN Onderhoud kunstwerken uiterste jaar 50 45–50 HWN Versoberen verlichting 35 30–35 HWN Verruimen werkvensters en op delen van het netwerk overdag werken met minder flankerende maatregelen. 75 75–80 HWN Versoberen DVM 165 150 HVWN Minder maaien taluds 10 10 HVWN Minder baggeren hoeken zeetoegangen 35 40 HVWN Verminderen (wal)voorzieningen schippers 10 10 HVWN Minder baggeren vaarwegen 45 55 Subtotaal versoberingen 495 480–490 Alle Efficiencymaatregelen 800 815 – 820 Subtotaal efficiencymaatregelen 815–820 Alle Besparing Landelijke Taken 200 200 Alle Bijzondere baten tbv B&O 100 30 HVWN Opbrengsten HVWN – 30 HWS Heffen Leges1 – 20 HWN Verhoging BenO budget 45 45 Subtotaal overige maatregelen 345 325 Totaal 1.640 1.620–1.6401 Het voornemen leges te heffen op grond van de waterwet is nog niet ten uitvoer gebracht gelet op de invoering van de omgevingswet.2b. De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging ProRail ProRail ontvangt van IenM gemiddeld € 1,2 miljard subsidie per jaar (inclusief btw) ter dekking van de instandhoudingskosten van de hoofdspoorweginfrastructuur. Hiervan heeft circa € 300 miljoen betrekking op apparaatskosten en circa € 900 miljoen op beheer en onderhoud en vervangingsinvesteringen.Uit een in 2015 door PwC uitgevoerde doorlichting van de financiële meerjarenreeksen van ProRail (Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 29 984, nr. 621) blijkt dat de reeksen in grote lijnen op orde zijn. Na doorvoering van enkele correcties naar aanleiding van het onderzoek op deze reeksen resteert een verschil tussen de meerjarenreeksen van ProRail en de beschikbare middelen op het Infrastructuurfonds van circa € 475 miljoen inclusief btw (prijspeil 2014) in de periode 2018 tot en met 2028.Door PwC zijn kostenreducerende maatregelen geïdentificeerd om het verschil tussen de benodigde en beschikbare middelen op te lossen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van toetreding van nieuwe leveranciers, het reduceren van levensduurkosten, meer onderhoud overdag, langere trein vrije perioden en het aanpassen van de gebruiks-vergoeding systematiek. Met de eerste twee genoemde maatregelen is ProRail reeds gestart. Vervolgens zullen gefaseerd de overige maatregelen worden uitgewerkt en ingevoerd. Dit gebeurt in overleg met diverse belanghebbenden. Eind 2016 zal besluitvorming plaatsvinden over de te nemen kostenreducerende maatregelen (zie Kamerstuk 29 984, 2015–2016, nr. 669).Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2102 RisicoreserveringIn de vrije investeringsruimte spoor van het Infrastructuurfonds is € 400 miljoen gereserveerd voor risico’s die zonder deze reservering het potentieel tekort zouden kunnen vergroten. In de door PwC uitgevoerde doorlichting van de financiële meerjarenreeksen zijn diverse van deze risico’s gesignaleerd. De grootste risico’s betreffen: hogere uitgaven Betuweroute, hogere uitgaven vervangen kunstwerken (zoals bijvoorbeeld de Oosterdokbruggen) en de verdere vertraging van de invoering van prestatiegericht onderhoud (PGO).TaakstellingenIn de beschikbare middelen zijn de taakstellingen uit het Regeerakkoord Rutte I en II verwerkt. Voor beheer en onderhoud en vervangingsinveste-ringen gaat het om € 110 miljoen lagere uitgaven per jaar en € 50 miljoen hogere gebruiksvergoeding per jaar, beide structureel vanaf 2015. Voor de apparaatskosten gaat het om € 37,5 miljoen per jaar structureel vanaf 2018 met een ingroei vanaf 2013 en om € 20,5 miljoen per jaar structureel vanaf 2018 met een ingroei vanaf 2016.2c. DBFM en budgetten voor beheer en Onderhoud Bij DBFM is de opdrachtnemer niet alleen verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van het project, maar ook voor de financiering en het totale onderhoud. Het is dus een geïntegreerde contractvorm. Bij traditionele contracten koopt het Rijk een product in: bijvoorbeeld een rijksweg met 2x2 rijstroken. Bij een DBFM-contract neemt het Rijk echter een dienst af: een beschikbare rijksweg. Het benodigde budget komt uit drie bronnen: (i) het aanlegbudget, (ii) het beschikbare beheer en onderhoudsbudget van reeds aanwezige infrastructuur en (iii) het budget voor areaalgroei voor dat deel van de infrastructuur dat nieuw wordt aangelegd.Ten behoeve van de aanbesteding van een DBFM contract wordt een referentieraming opgesteld voor de te verwachten aanleg- en beheer en onderhoudskosten bij traditionele uitvoering. Deze referentieraming wordt gebruikt om de plafondprijs (het acceptabele maximum) voor de bieding te bepalen. Deze ramingen worden tegenwoordig op dezelfde wijze uitgevoerd als de ramingen die voor LCC worden uitgevoerd.De aanbesteding verloopt in een aantal stappen. Na de laatste stap, de zogeheten financial close vindt ook de budgettaire verwerking in de begroting plaats. De beschikbare middelen vanuit Aanleg, BenO (incl. areaalgroei) wordt overgeboekt naar het GIV/PPS-artikel. De middelen worden met eenzelfde «netto contante waarde» omgezet in een langjarige reeks ter betaling van de beschikbaarheidsvergoedingen. Dit is de zgn. financiële inpassing of DBFM conversie. Er wordt hiermee geen budget toegevoegd aan het project, de kasreeks wordt alleen aangepast aan de contractvorm. De prestatie-eisen en uitrustingsniveaus van de infra-structuur binnen het DBFM contract zijn dezelfde als die aan Rijkswater-staat worden gesteld. Op het moment van aanbesteden wordt bij de M (maintain) van DBFM, een serviceniveau uitgevraagd dat past bij het onderhoudsregime (Service Level Agreement) wat op dat moment van toepassing was. Dat niveau geldt voor de looptijd van het contract en is daarmee niet budgettair flexibel. Er wordt momenteel overigens wel aan gewerkt om bij de nog af te sluiten DBFM contracten ook bijstelling mogelijk te maken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2103 Bij DBFM geldt dat voor een periode van 20–25 jaar het consortium verantwoordelijk is voor het onderhoud van infrastructuur. Na afloop van het DBFM-contract valt dit deel van het areaal weer binnen het reguliere beheer en onderhoud van Rijkswaterstaat. De mutaties tussen het beheer, onderhoud en vervanging artikel (voor wegen IF Art. 12.02, vaarwegen IF Art. 15.02) en het DBFM artikel (voor wegen Art.12.04, vaarwegen IF Art. 15.04) zijn zichtbaar in de begroting en worden toegelicht. Na afloop van een DBFM-contract zal het BenO-deel weer aan de reguliere onderhouds-budgetten van RWS worden toegevoegd.In onderstaand overzicht is aangegeven voor welke projecten eind 2016 DBFM contracten zullen zijn afgesloten. Voor de financiering van deze projecten zijn de genoemde BenO middelen (per jaar) ingezet. Deze zullen na afloop van het DBFM contract weer beschikbaar komen tegen het dan geldende prijspeil.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2104 project Areaalinformatie Einde DBFM contract Uitge-nomen B&O budget/jaar Baanlengte1 Wegconfi-guratie in M-fase A59 Rosmalen-Geffen 23 km 2x2 2019 1,0 mln. N31 Leeuwarden-Drachten 56 km Langdeel aquaduct 2x2 2022 5,5 mln. A12 Lunetten-Veenendaal 65 km 2x4, 2x3 2033 5,9 mln. A10 Tweede Coentunnel 39 km 1ste en 2de Coentunnel 2x3+2x2, 2x4 2037 12,0 mln. N33 Assen-Zuidbroek 105 km 2x2 2034 2,8 mln. A15 Maasvlakte-Vaanplein 129 km nieuwe Botlekbrug, Thomas-sentunnel, Botlek-tunnel 2x3+2x2, 2x3, 2x2 2035 31,7 mln A1/A6 Diemen-Almere Havendreef (SAA) 72 km Aquaduct Muiden, verbrede Hollandse Brug 2x5+2, 2x4+2 2042 11,9 mln. A12 Veenendaal-Ede-Grijsoord 50 km 2x3 2032 2,2 mln. A9 Holendrecht-Diemen (Gaasperdammerweg, SAA) 41 km Gaasper-dammer-tunnel 2x5+1 nnb 14,2 mln. Hoofdvaarwegennet Vaarweg-lengte Keersluis Limmel Nieuwe Keersluis Limmel, incl. verkeersbrug over sluis 2048 0,4 mln. Beatrixsluis 3e Kolk 4 km Complex Prinses Beatrixsluis incl. baggeren, onderhoud oevers en ligplaatsen langs Lekkanaal 2047 2,8 mln. Zeetoegang IJmond Nieuwe zeesluis en sluisei-landen 2045 2,5 mln. Hoofdspoorwegnet Lengte infra-structuur HSL-Zuid 85 km Hogesnel-heidsinfra-structuur 2031 nvt1 Baanlengte omvat: hoofdrijbanen, verbindingswegen en op-en afritten3. Opgave Vervanging en renovatie Bij einde van de (technische) levensduur van infrastructurele objecten wordt overgegaan tot vervanging of renovatie van deze objecten. De keuze voor vervanging dan wel renovatie is mede gebaseerd op de kosten over de resterende dan wel nieuwe levenscyclus. Zo is voor grote bruggen, tunnels en sluizen renovatie vaak een goedkoper alternatief Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2105 rekening houdend met de levenscyclus, dan het geheel nieuw bouwen van eenzelfde object.Toekomstige vervangingen hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwater-systeemDoor RWS wordt de vervangingsopgave voor het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem elke twee jaar geactuali-seerd. De volgende actualisatie zal derhalve plaatsvinden voor de ontwerpbegroting 2018. Op basis van het huidige inzicht zijn de budgetten tot en met 2030 toereikend.In het MIRT projectenoverzicht worden de vervanging en renovatie projecten voor het Hoofdwegennet, het Hoofdvaarwegennet en het Hoofdwatersysteem met een budgettair beslag van meer dan € 10 mln. separaat toegelicht.Toekomstige vervangingen spoorDe vervangingsinvesteringen in de periode tot en met 2030 maken onderdeel uit van de BOV-reeksen in de begroting en bedragen gemiddeld € 491 miljoen per jaar. Voor de periode na 2030 is een verhoging van de vervangingskosten te verwachten, met name omdat het einde van de levensduur van een groot aantal kunstwerken zal zijn bereikt. Daarnaast zullen vanaf die periode de bovenleidingportalen (in totaal 100.000 stuks) worden vervangen. Op basis van de huidige inschattingen lopen de vervangingsinvesteringen na 2030 op tot gemiddeld € 553 miljoen per jaar. Vervangingen 2017–2030 2031–2050 Bovenbouw 177 162 Treinbeveiliging 90 94 ICT-systemen 74 74 Energievoorziening 48 68 Transfer 48 48 Kunstwerken 38 74 Verkeersleiding en Telecom 27 27 Overige systemen 6 6 Forfaitaire aftrek – 17 0 Totaal 491 553 4. Duurzaamheid Duurzaamheid is één van de beleidsdoelen die bij de instandhouding van alle netwerken een rol spelen. Daarom wordt voor zowel de netwerken beheerd door RWS als voor het spoor ingezet op terugdringen van het energieverbruik en hergebruik van materialen.Duurzaamheid hoofdwegen, hoofdvaarwegen en hoofdwater-systeemVoor de door RWS beheerde netwerken ligt focus op de thema’s «klimaat en energie», «circulaire economie» en «vitaal natuurlijk kapitaal».Daarbij zet ik onder meer in op het energie neutraal maken van het wegennet, de bruggen en de sluizen. Rijkswaterstaat kan met inzet van zijn netwerk een flinke bijdrage leveren aan innovatieve mobiliteitsoplos-singen en tevens een voorbeeld vervullen voor andere organisaties. Dit voert verder dan alleen de instandhouding van de bestaande infra-structuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2106 Mijn inzet bestaat uit:1.Het energieneutraal functioneren van Rijkswaterstaat in 2030, zodat het netto energiegebruik nul is;2.Sturen op verbeterde energie van gecontracteerde marktpartijen die werk uitvoeren aan de netwerken;3.Daar waar mogelijk ruimte geven langs het rijks(vaar)wegennet aan faciliteiten die passen bij nieuwe mobiliteiten, zoals elektrische laadpalen en waterstofauto’s.Voor het beheer en onderhoud gaat het dan om een meer duurzame uitvoering (maatregelen zoals het toepassen van LED, het gebruik van groene stoom met Nederlandse Garantie van Oorsprong, het toepassen van biobrandstoffen in de schepen van de Rijksrederij, hergebruik van grondstoffen etc.).Daarnaast zal met name in de eerste jaren worden gewerkt aan het geschikt maken en ontwikkelen van monitoringsinstrumentarium om de prestaties op het gebied van duurzaamheid in kaart te kunnen brengen en erover te rapporteren (samengevat in het jaarverslag Duurzaamheid). Voor de jaren 2017 en 2018 is hiervoor een budget van 7 miljoen euro per jaar beschikbaar. Met deze middelen wordt vorm gegeven aan een ontwikkeltraject waarbij het uitvoeringsprogramma jaarlijks wordt bijgesteld aan de hand van de resultaten van onderzoeken en pilots naar de meest effectieve maatregelen. Daarmee is het de verwachting dat met de beschikbare middelen eind 2018 de duurzaamheid van het beheer en onderhoud op een navolgbare wijze is vergroot.Duurzaamheid spoorDuurzaam rijden en werken op en om het spoor is onmisbaar en die rol wordt alleen maar groter. Binnen ProRail is duurzaamheid daarom ook een beleidsprioriteit. ProRail heeft zichzelf forse ambities opgelegd op tal van gebieden: energie, materialen, afval, flora en fauna en een goede ruimtelijke inpassing.Ook in 2017 heeft duurzaamheid op en rond het spoor aandacht. ProRail blijft zich inzetten voor het jaarlijks terugdringen van energieverbruik met 2%. Dit wordt beoogd door:1.het verlagen van energiegebruik voor verlichting op stations en emplacementen door de overgang op LED-verlichting en het hanteren van slimme dimmers. De inzet van deze dimmers draagt verder ook bij aan de spoorveiligheid;2.het verschuiven van gasgestookte naar elektrische wisselverwarming;3.een beter beheer van aansluitingen;4.het deels zelf opwekken van de energiebehoefte van ProRail. In 2017 wordt een aantal stations voorzien van zonnestroom.Net als andere partners in de spoorsector wil ProRail haar CO2-emmissie fors reduceren door:•te starten in 2016 met een aanbesteding voor de inkoop van groen gas. In 2017 wordt naar verwachting 100% van de energiebehoefte van ProRail groen ingekocht;•beter inzicht te krijgen in de omvang van de materiaalstromen van ProRail. In 2017 wordt hiertoe een digitaal registratiesysteem geïmple-menteerd dat inzicht geeft in de materiaalbalans van spoorinfrastruc-tuur;•het verkennen van duurzaam materiaalgebruik bij projecten in het bovenbouw vernieuwingsprogramma;Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2107 •het selecteren van projecten voor het hergebruik van wissels op emplacementen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2108 BIJLAGE 5 LIJST VAN AFKORTINGEN BenO Beheer en Onderhoud BGR Beleidslijn Grote Rivieren BO MIRT Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport BPRW Beheersplan voor de Rijkswateren DBFM Design, Build, Finance and Maintain DF Deltafonds DP Deltaprogramma EHS Ecologische Hoofdstructuur EZ Ministerie van Economische Zaken GDI Generieke Digitale Infrastructuur HWBP Hoogwaterbeschermingsprogramma HWBP-2 Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma IBO Interdepartementaal Beleidsonderzoek IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu IF Infrastructuurfonds KRW Kaderrichtlijn Water LCC Life Cycle Costing LRT3 Derde Landelijke Rapportage Toetsing primaire waterke-ringen MKS Missiekritieke systemen MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport NURG Nadere Uitwerking Rivierengebied OB Ontwerpbegroting OV SAAL Openbaar Vervoer Schiphol Amsterdam Almere Lelystad PBL Planbureau voor de Leefomgeving PIP Principaal Inpassingsplan PHS Programma Hoogfrequent Spoorvervoer PKB Planologische Kernbeslissing PPS Publiek-private samenwerking RvdR Ruimte voor de Rivieren RVB Rijksvastgoedbedrijf RWS Rijkswaterstaat TBES Toekomstbestendig Ecologisch Systeem TTC Tidal Test Centre VGR Voortgangsrapportage WB21 Waterbeleid voor de 21e eeuw WBI2023 Wettelijk BeoordelingsInstrumentarium 2023 WenR Ministerie Wonen en Rijksdienst WGO Wetgevingsoverleg WTI Wettelijk Toetsinstrument Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 550 J, nr. 2109
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.