Verslag van een schriftelijk overleg over de analyse monitor stapeling eigen bijdragen (Kamerstuk 29689-1248)
Brontekst
Versie c6831f54bd6ce1f2 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1254 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 13 juni 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 8 mei 2024 over analysemonitor stapeling eigen bijdragen (Kamerstuk 29 689, nr. 1248).De vragen en opmerkingen zijn op 23 mei 2024 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 13 juni 2024zijn de vragen, mede namens de Minister voor Medische Zorg en deStaatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,AgemaAdjunct-griffier van de commissie,Abma-Mom kst-29689-1254ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12541 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7II.Reactie van de Minister8 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief overAnalyse monitor stapeling eigen bijdragen en hebben daarover nogenkele vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie zijn verheugd dat in het hoofdlijnenakkoord isafgesproken dat het eigen risico meer dan gehalveerd gaat worden, dit zalaanzienlijk schelen in de stapeling van de zorgkosten.De leden van de PVV-fractie hebben nog enkele vragen over stapelfac-turen. Hoe komt het dat de Minister geen zicht heeft op zogenoemdestapelfacturen? Is de Minister bekend met het artikel dat bijna één op dedrie inwoners met Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)- of Wetlangdurige zorg (Wlz) stapelfacturen voor eigen bijdrage ontvangt?1 Is deMinister het met de leden van de PVV-fractie eens dat stapelfacturen vanmeerdere maanden tegelijk onwenselijk zijn? Welke maatregelen heeft deMinister genomen om stapelfacturen te voorkomen? Welke aanvullendemaatregelen kan de Minister nog nemen om stapelfacturen tevoorkomen?Deelt de Minister de mening van de Algemene Rekenkamer dat deinformatie over stapelfacturen op orde moet zijn, voordat nieuwe plannenzoals de afschaffing van het abonnementstarief en de herinvoering vaneen inkomens en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015worden ingevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is dit het geval?Kan de Minister specifieker toelichten welk beoogt effect afschaffing vanhet Wmo abonnementstarief heeft op de gestelde conclusies overstapeling eigen bijdragen? Op welke manier gaat de Minister bij deinvoering van nieuwe plannen de gevolgen voor stapeling van zorgkostenbij gebruikers monitoren? Kan de Minister aangeven hoeveel mensengebruik maken van het abonnementstarief in de Wmo? Kan de Ministereen schatting geven voor hoeveel mensen de hoogte van de eigenbijdragen per maand omhoog zal gaan? Zo nee, waarom niet?De leden van de PVV-fractie willen graag weten waar mensen zich kunnenmelden die financiële problemen ondervinden van de stapeling van dezorgkosten of stapelfacturen hebben ontvangen.Welke mogelijkheden zijn er om patiënten- en cliëntenorganisaties tebetrekken bij het duiden van de uitkomsten van deze onderzoeken, om te1Binnenlands Bestuur, 15 mei 2024, Een derde ontvangt stapelfacturen voor eigen bijdrageWmoTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12542 voorkomen dat bepaalde groepen worden gemist? Is de Minister bereidom, naast het opsporen van specifieke groepen en het verbeteren van demonitor, ook mogelijkheden in kaart te brengen voor een werkendeaanpak van de stapeling zorgkosten?De leden van de PVV-fractie lezen in de brief dat er een eigen bijdragegevraagd kan worden als iemand kiest voor een specifieke variant vanzorg. Dit speelt onder andere bij eigen bijdrage voor niet-preferenteextramurale geneesmiddelen. Bijbetaling/eigen bijdrage kunnen niet altijdontweken worden door de patiënt omdat er Geneesmiddelenvergoedings-systeem (GVS)-clusters zijn, waarbinnen geen middel zonder bijtelling opde markt is. Kan iemand echt kiezen? |Bestaat er een vrije keuze van depatiënt?In de monitor zijn eigen bijdragen (incl. het verplicht eigen risico)meegenomen die verzekerden moeten betalen voor verzekerde zorg uit deZorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz), en/of voorondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)2015. Onverzekerde zorg is niet meegenomen. Eind vorig jaar heeft hetZorginstituut Nederland het Afwegingskader Noodzakelijk te verzekerenzorg gepubliceerd. Op basis hiervan is het Zorginstituut voornemens inelk geval op een aantal (grote groepen) goedkope geneesmiddelen toe tepassen en op basis daarvan middelen uit het pakket te laten stromen.Volgens de huidige opzet van de monitor, valt het effect van eventueleuitstroom uit het pakket buiten de scope van de monitor. Aan het slot vande brief schetst de Minister een aantal vervolgacties, maar daarbij lijkt hetmonitoren van evt. uitstroom uit het pakket, op basis van het Afwegings-kader Noodzakelijk te verzekeren zorg geen onderdeel van de vervolg-acties. Hoe ziet de Minister dat?De leden van de PVV-fractie willen weten of de maximering van de eigenbijdrage voor geneesmiddelen van € 250 per kalenderjaar vanaf 2025wordt voortgezet? Zo nee, kan de Minister aangeven welke patiënt-groepen het meest geraakt worden door eventuele stopzetting van demaximering van de eigen bijdrage?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de monitor stapeling eigen bijdragen. Volgens de monitorneemt de gemiddelde hoogte van betalingen aan eigen bijdrage af, terwijltegelijkertijd het aantal mensen met meerdere eigen bijdragen toeneemt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog een aantal vragenover de monitor.Met betrekking tot de daling van het gemiddelde bedrag dat mensenbetalen aan eigen bijdragen hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele vragen. Het gemiddelde geeft een positief beeld, maarde leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben niet enkel interesse in degemiddeldes. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie krijgen ook graageen beeld van de eigen bijdrage van specifieke groepen. Zo zijn de ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie erg benieuwd naar het onderscheid ineigen betalingen tussen mensen met een chronische ziekte of beperkingen mensen zonder chronische ziekte of beperking. Kunnen daar cijfersover worden overlegd en kan dat in de toekomst onderdeel worden vande monitor?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12543 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich ernstig zorgen overde stijging van het aantal eigen bijdragen van mensen. Het zicht op detotale zorgkosten die mensen maken wordt lastiger als er meer eigenbijdragen zijn, waarbij dat zicht nog sterker wordt vertekend als dezeeigen bijdrage inkomensafhankelijk zijn. Kan de Minister een verklaringgeven voor de stijging van het aantal eigen bijdragen?Sec een bedrag van de hoogte van gemiddelde eigen bijdragen zijn voorde leden van de GroenLinks-PvdA-fractie niet voldoende om te kunnenbeoordelen of deze te hoog of te laag zijn. Daarvoor moet ook de contextvan de betaler van de eigen bijdragen worden geschetst. Dat gaat verderdan alleen inkomen van de hele groep. Daarom vragen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie of belangenbehartigers en ervaringsdeskundigenvan mensen met een chronische ziekte of beperking kunnen betrekken bijhet duiden van de uitkomsten van de monitor.De Minister was voornemens om een inkomensafhankelijke eigenbijdrage in de WMO in te voeren. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af of deze maatregel nog steeds staat ingeboekt en ofhet nieuwe programakkoord daar invloed op heeft. De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie zijn bang dat, met het invoeren van eeninkomensafhankelijke bijdrage WMO de problematische stapeling vanzorgkosten, die juist werd verminderd de afgelopen jaren, weer toe gaatnemen. Kan de Minister toezeggen dat de effecten van deze maatregelworden onderzocht voor mensen met een beperking, mensen met eenchronische aandoeningen en ouderen, zodat eerst kan worden bepaald ofzij wel voldoende draagkracht hebben voor een dergelijke maatregel?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie leden maken zich ook ernstigzorgen over de aangekondigde maatregel in het programma-akkoordwaarbij de eigen tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in 2027wordt afgeschaft vanwege de verlaging van het eigen risico. Kan wordentoegelicht hoe hoog de tegemoetkoming arbeidsongeschikten in 2027 zouzijn en hoeveel arbeidsongeschikten daarom mislopen als deze maatregelvervalt. Kan worden aangegeven hoeveel mensen die de tegemoetkomingarbeidsongeschikten krijgen ook volledige eigen risico betalen? En kan ereen inschatting worden gemaakt van het inkomenseffecten van hetafschaffen van deze tegemoetkoming in combinatie met het verlagen vanhet eigen risico?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief met daarin de analyse van de monitor stapeling eigen bijdragen. Hetdoet de leden van de VVD-fractie goed te zien dat het beleid van deafgelopen jaren een positief effect heeft niet alleen op het monitoren maarook het tegengaan van de stapeling van eigen bijdragen. De leden van deVVD-fractie hebben hierbij nog wel enkele vragen.Allereerst missen de leden van de VVD-fractie in de brief een zicht op hetmacrobeeld als het gaat om de collectief gefinancierde zorgkosten. Klopthet nog dat gemiddeld 93% van de uitgaven aan zorg voor een individudat er gebruik van maakt, collectief wordt gefinancierd? Hoe is datpercentage in andere (OESO-)landen?Kan de Minister een overzicht geven van het aandeel inkomensafhanke-lijke bijdrage(n) die Nederlanders uitgeven aan de zorg, uitgesplitst naarverschillende inkomensgroepen? Kan de Minister daarbij aangeven hoedeze bijdrage zich de afgelopen vijf jaar heeft ontwikkeld, ook inverhouding tot de inkomensontwikkeling? En is bekend in hoeverreTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12544 gemeentelijke zorgpolissen of gemeentelijke toeslagen en ondersteuninger jaarlijks worden uitgekeerd die de eigen bijdragen in de zorg (deels)compenseren? Kan de Minister daar inzicht in geven?Kan de Minister bij tabel 2 per aandeel eigen bijdrage ook schetsen omwelke omvang van de bevolking het daarbij gaat? Hoeveel mensenbetaalden bijvoorbeeld € 23,– Eigen Risico in de Zorgverzekeringswet(Zvw) in 2021?De leden van de VVD-fractie zijn niet verrast dat de vergrijzende samen-leving zorgt voor een stijging in het aandeel van personen met meerdereeigen bijdragen. Wat kan op basis van demografische verwachtingengezegd worden over de ontwikkeling van deze stijging: verwacht deMinister dat deze stijging de komende jaren doorzet of (redelijk) stabielblijft?De leden van de VVD-fractie lezen dat er een onderschatting blijkt te zittenin de eigen bijdragen voor kraamzorg in de jaren 2015 en 2016. Wat is deoorzaak van deze onderschatting? En hoe zien de actuelere cijfers eruit?De stijging van het aantal personen met een eigen bijdrage voor genees-middelen komt naar verwachting ook doordat er nieuwe geneesmiddelenop de markt komen, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Hoe hebben deaantallen nieuwe geneesmiddelen zich ontwikkeld gedurende de periode2016–2021?Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd of er al enigszinseen inschatting kan worden gegeven van de effecten op de monitor doorherinvoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrageinde Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015?De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat ook de eigenbijdragen voor hulpmiddelen in de monitor worden meegenomen om zoeen goed en compleet beeld te krijgen. Wat is de reden dat er geenrepresentatieve cijfers bekend zijn over de ontwikkeling van eigenbijdragen voor hulpmiddelen? Wanneer kan de Minister meer zeggen overde uitkomsten van de gesprekken met zorgverzekeraars?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de analyse van de monitor stapelingeigen bijdragen met interesse gelezen. De leden hebben daarover eenaantal vragen.De leden van NSC-fractie vragen de Minister hoe de beleidsmaatregelenzoals de maximering van de eigen bijdragen voor extramurale genees-middelen en de invoering van het abonnementstarief in de Wetmaatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 specifiek bijdragen aan dedaling van de gemiddelde eigen bijdrage voor personen met meerdereeigen bijdragen?De leden de NSC-fractie lezen in de monitor dat wordt beoogd om voor demeeste huishoudens de inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage Wmo geleidelijk op te laten lopen vanaf een bijdrageplichtiginkomen van 120% van het sociaal minimum. Mensen met lage inkomensblijven daarmee het bedrag van het huidige abonnementstarief van€ 20,60 per maand betalen. Kan de Minister aangeven of het huidigeabonnementstarief in de nieuwe inkomens-en vermogensafhankelijkebijdrage bij de Wmo de minimumbijdrage is? Kan de Minister aangevenof er al een inkomensgrens is bepaald waaronder cliënten geen eigenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12545 bijdrage verschuldigd zijn? Kan de Minister aangeven wat de verwachtegevolgen voor de stapeling van eigen bijdragen voor de toegankelijkheidvan zorg na de afschaffing van het abonnementstarief in de Wmo en deherinvoering van de inkomen en vermogensafhankelijke eigen bijdrage?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat personen met lageinkomens vaak hogere eigen bijdragen betalen, vanwege hun hogeregebruik van Wet langdurige zorg (Wlz) met verblijf. Welke aanvullendemaatregelen overweegt de Minister om deze last voor lage inkomens teverlichten?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat de gemiddelde eigenbetalingen in Nederland lager zijn dan de EU en OESO-gemiddelden.Welke specifieke factoren dragen bij aan deze lagere eigen betalingen inNederland en hoe kunnen deze factoren verder worden versterkt?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de meest belangrijkefactoren zijn die hebben geleid tot de toename van het aantal personenmet meerdere eigen bijdragen van 10% in 2016 tot 14% in 2021?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister in hoeverre de specifiekegroepen zoals chronisch zieken, gehandicapten en ouderen met meerdereeigen bijdragen zijn oververtegenwoordigd in de monitor en welkeaanvullende beleidsmaatregelen overwogen worden om deze groepen teondersteunen?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor over gemiddelden. Kande Minister aangeven wat het maximum is wat mensen kunnen betalenbij de stapeling van kosten en welke groepen daar het meest last vanhebben?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat het rapport van hetNivel een globaal beeld geeft van eigen betalingen voor hulpmiddelen.Wat zijn de plannen om deze gegevens structureel op te nemen in demonitor stapeling eigen bijdragen en welke uitdagingen komen hierbijkijken? Welke eigen bijdragen worden nog meer gemist? In ieder gevalniet de eigen bijdrage voor de eerste twintig verrichtingen van defysiotherapie? Wat zijn daarvan de gevolgen voor de stapeling vankosten?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat er variatie binneninkomensgroepen, zoals bij lage inkomens als studenten. Hoe wordt bijbeleidsvorming rekening gehouden met deze verschillen om gerichtemaatregelen te treffen?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor geen overzicht over watde stapeling van eigen bijdrage betekent voor een heel gezin metmeerdere zorgvragen bij meerdere personen. Kan de Minister daar eenbeeld van schetsen. Bijvoorbeeld een gezin met twee kinderen en ééninkomen waarvan elk gezinslid een zorgvraag heeft?De leden van de NSC-fractie willen van de Minister weten welke concretestappen worden ondernomen om de monitor door te ontwikkelen en teverbeteren, bijvoorbeeld door het toevoegen van nieuwe variabelen of hetverbeteren door meerdere typen huishoudens?De leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke maatregelenworden overwogen om te voorkomen dat de eigen bijdragen geenobstakel vormen in de toegang tot noodzakelijke zorg, vooral als het gaatom kwetsbare groepen? Tevens vragen de leden van de NSC-fractie, opTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12546 basis van de bevindingen uit de monitor, welke aspecten van het huidigebeleid rondom eigen bijdragen in de zorg kunnen worden heroverwogenof aangepast om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg teverbeteren?De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat de eigen bijdrage Wetlangdurige zorg (Wlz) voor jonge gezinnen een belangrijk deel van hunbesteedbaar inkomen kan uitmaken. Is er gerichte ondersteuningbeschikbaar om hun financiële druk te verlichten?De leden van de NSC-fractie lezen in het rapport van de AlgemeneRekenkamer bij het jaarverslag 2023 over het probleem rondom destapelfacturen. Het rapport concludeert dat het Ministerie van VWS nietweet hoeveel mensen last hebben van stapelfacturen, dat het Ministerievan VWS niet weet wat de oorzaken zijn van stapelfacturen en datstapelfacturen worden veroorzaakt door gebrekkig beleid. Hoe enwanneer gaat de Minister in beeld brengen welke groepen mensen hetmeest last hebben van stapelfacturen en wat de oorzaken zijn vanstapelfacturen? Welk beleid gaat de Minister voeren om de mensen dieproblemen hebben met stapelfacturen te ontlasten? Tevens hebben deleden van de NSC-fractie in het rapport van de Algemene Rekenkamergelezen dat het Centraal Administratie Kantoor (CAK) als zelfstandigbestuursorgaan en rechtspersoon verantwoordelijk is voor de taakuit-voering van de vaststelling en inning van de eigen bijdrage. Op welkemanier is het CAK voorbereid op de mogelijke heffing van de eigenbijdrage voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en dejeugdzorg? Op welke manier worden deze mogelijke heffingen op elkaarafgestemd? Op welke manier kunnen patiënten tijdig zicht krijgen ophoogte van de eigen bijdrage van deze heffingen. Hoe houdt de Ministerzicht op de juiste uitvoeringen van de CAK-taakuitvoering voor nu en in detoekomst?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Analysemonitor stapeling eigen bijdragen en hebben geen vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de analyse vande stapeling aan eigen betalingen in de zorg en maken graag van demogelijkheid gebruik om hier enkele vragen over te stellen.De leden van de CDA-fractie vinden het een duidelijk overzicht maar hetbetreft het terug «kijken» naar de stapeling van eigen betalingen2015–2021. Zover het CDA de analyse overziet leidt dit niet tot bijstellingvan huidig beleid. Deelt de Minister het standpunt van het CDA dat hetbeeld over de stapeling van eigen betalingen in de zorg niet compleet isomdat de eigen betalingen voor hulpmiddelen maar ook of een gemeentemensen met een handicap compenseert voor hoge zorgkosten niet ismeegenomen? Wat betreft de tegemoetkoming aan zorgkosten voorchronische zieken en gehandicapten (voormalige WTCG), een groot aantalgemeenten doen dit niet (meer) zoals uit onderzoek blijkt. Het bedrag datmen ontvangt loopt uiteen en is vaak alleen voor de laagste inkomens. Deleden van de CDA-fractie snappen dat het vervolgens moeilijk meetbaar ismaar het hangt dus ook van een specifieke gemeente af.Vervolgens stelt de Minister dat het wetsvoorstel (verhoging) eigenbijdragen Wet Maatschappelijke ondersteuning per 2026 ingevoerd zalworden. Terwijl het abonnementstarief nu juist heeft geleid tot een dalingTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12547 van eigen betalingen. De Minister stelt dat voor een deel van de cliëntende (stapeling van) eigenbijdrage(n) weer zal toenemen door herinvoeringvan een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Kan deMinister eens toelichten voor welk «deel» dit dan wordt verwacht? Envindt de Minister dat redelijk en billijk? Is de Minister bereid om, alsbesloten wordt het om abonnementstarief af te schaffen, onderzoek tedoen naar de gevolgen daarvan voor de stapeling van zorgkosten bijgebruikers van de betreffende voorzieningen? Wat betekent dit voor derelatief kleine groep die nu al meerdere eigen bijdragen in de zorg moetenbetalen? Vindt de Minister het billijk als juist die groep meer gaat betalen?Wat betekent dit voor de groep zorgvragers met een middeninkomen ditomdat de Minister beoogd om voor de meeste huishoudens de inkomens-en vermogensafhankelijke eigen bijdrage geleidelijk op te laten lopenvanaf een bijdrageplichtig inkomen van 120% van het sociaal minimum,waardoor mensen met lage inkomens een eigen bijdrage blijven betalendie gelijk is aan het abonnementstarief?II. Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief overAnalyse monitor stapeling eigen bijdragen en hebben daarover nogenkele vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie zijn verheugd dat in het hoofdlijnenakkoord isafgesproken dat het eigen risico meer dan gehalveerd gaat worden, dit zalaanzienlijk schelen in de stapeling van de zorgkosten.De leden van de PVV-fractie hebben nog enkele vragen over stapelfac-turen. Hoe komt het dat de Minister geen zicht heeft op zogenoemdestapelfacturen? Is de Minister bekend met het artikel dat bijna één op dedrie inwoners met Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)- of Wetlangdurige zorg (Wlz) stapelfacturen voor eigen bijdrage ontvangt?2 Is deMinister het met de leden van de PVV-fractie eens dat stapelfacturen vanmeerdere maanden tegelijk onwenselijk zijn? Welke maatregelen heeft deMinister genomen om stapelfacturen te voorkomen? Welke aanvullendemaatregelen kan de Minister nog nemen om stapelfacturen tevoorkomen?Ik heb zicht op de zogenaamde «stapelfacturen» en ontvang hieroverperiodiek informatie van het CAK en de toezichthouder, de NederlandseZorgautoriteit (NZa). De NZa brengt jaarlijks een openbaar rapport uit aanmij met een bestuurlijk oordeel over de uitvoering door het CAK van haarwettelijke taken. De Algemene Rekenkamer adviseert om deze structureletoezichtsinformatie uit te breiden. Ik neem dit advies over en ben hieroverin gesprek met het CAK en gaat hierover in gesprek met de NZa.Ik ben bekend met het artikel. Om voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg(Wlz) of ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning(Wmo 2015) een eigen bijdrage of het abonnementstarief in rekening tekunnen brengen, moeten er verschillende gegevens verzameld worden.Dit betreffen gegevens van gemeenten, zorgkantoren, de Belastingdiensten persoonsgegevens uit de Basisregistratie Persoonsgegevens.2Binnenlands Bestuur, 15 mei 2024, Een derde ontvangt stapelfacturen voor eigen bijdrageWmoTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12548 Alhoewel de gehele keten zich inzet om stapelfacturen te minimaliseren,zijn niet alle stapelfacturen per definitie ongewenst. Een burger kan eenstapelfactuur ontvangen in zijn of haar belang; het ontvangen van eencorrecte factuur die recht doet aan de specifieke situatie die geldt voor debetreffende burger.Een stapelfactuur kan het gevolg zijn van (i) de tijd die de keten redelij-kerwijs nodig heeft om bij de start van de zorg of ondersteuning de juistegegevens te verzamelen, te verwerken en aan het CAK aan te leveren,en/of (ii) correcties die doorgevoerd moeten worden op basis van nieuweof gewijzigde gegevens vanuit de keten, en/of (iii) een zogenaamde«peiljaarverlegging» die wordt aangevraagd door een burger. Eenstapelfactuur kan ook het gevolg zijn van (iv) vertraging en/of fouten in deketen. In het bijzonder deze laatste vorm moet zoveel mogelijk voorkomenworden. De keten spant zich continu in om deze vorm van stapelfactuur tevoorkomen.Een stapelfactuur kan tot gevolg hebben dat een burger een bedrag moetbijbetalen of dat een burger een bedrag terugkrijgt. In elke fase wordt deburger goed geïnformeerd over de eigen bijdrage die betaald moetworden voor de zorg die hij of zij krijgt.In het huidige proces en wat is afgesproken in de huidige wet- enregelgeving wordt geprobeerd om zo goed mogelijk rekening te houdenmet wat in het belang van de burger is. Ik (en mijn voorgangers) hebbende afgelopen jaren verschillende stappen ondernomen om het aantalstapelfacturen te minimaliseren en de informatie hierover te verbeteren.Dit blijf ik ook doen. Er zijn wijzigingen in wet- en regelgeving doorge-voerd, bestandsvergelijkingen mogelijk gemaakt en meerjarige verander-programma’s gefinancierd om de uitvoering en informatievoorziening bijhet CAK en in de keten te verbeteren. Zoals het in het rapport van deAlgemene Rekenkamer genoemde «ketenplan» om gezamenlijk in deketen de aanlevertijden en de datakwaliteit te verbeteren.Ook bij de voorgenomen invoering van een inkomens- en vermogensaf-hankelijke eigen bijdrage (ivb) in het kader van de Wmo 2015 wordt hierrekening mee gehouden en worden wijzigingen in bestaande wet- enregelgeving doorgevoerd, om de impact van stapelfacturen voor deburger te verminderen. Zo is het voornemen om de maximumtermijnwaarmee, bij een vertraging of fout in de keten, alsnog een (hogere)factuur opgelegd kan worden voor de ivb Wmo 2015 terug te brengen van12 maanden naar 3 maanden.Deelt de Minister de mening van de Algemene Rekenkamer dat deinformatie over stapelfacturen op orde moet zijn, voordat nieuwe plannenzoals de afschaffing van het abonnementstarief en de herinvoering vaneen inkomens en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015worden ingevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, is dit het geval?Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer geeft nieuwe inzichten, metname over welke structurele informatie mij kan helpen bij het toezicht ophet CAK. Ik neem de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer, om destructurele toezichtsinformatie uit te breiden, over. Het ministerie ishierover in gesprek met het CAK en gaat hierover in gesprek met detoezichthouder, de Nederlandse Zorgautoriteit. Het streven is om ditgerealiseerd te hebben voorafgaand aan de invoering van inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage in het kader van de Wet maatschap-pelijke ondersteuning 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12549 Kan de Minister specifieker toelichten welk beoogd effect afschaffing vanhet Wmo abonnementstarief heeft op de gestelde conclusies overstapeling eigen bijdragen? Op welke manier gaat de Minister bij deinvoering van nieuwe plannen de gevolgen voor stapeling van zorgkostenbij gebruikers monitoren? Kan de Minister aangeven hoeveel mensengebruik maken van het abonnementstarief in de Wmo? Kan de Ministereen schatting geven voor hoeveel mensen de hoogte van de eigenbijdragen per maand omhoog zal gaan? Zo nee, waarom niet?Om de beschikbaarheid van Wmo-voorzieningen voor de meestkwetsbare burgers te kunnen behouden, wordt het abonnementstariefvervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage(ivb). De vervanging van het abonnementstarief door de inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) in de Wmo betekent dat hetvaste bedrag per maand komt te vervallen en dat cliënten een eigenbijdrage gaan betalen gebaseerd op de financiële draagkracht. Een deelvan de huishoudens dat gebruik maakt van de Wmo 2015 gaat daarom alsgevolg van de maatregel een hogere eigen bijdrage betalen dan hetabonnementstarief. Waar invoering van het abonnementstarief dus leiddetot een daling van de gemiddelde eigen bijdrage Wmo per maand, zalinvoering van de ivb weer leiden tot een stijging van de gemiddelde eigenbijdrage Wmo per maand. Voor mensen die gebruik maken van de Wmozal dit dus effect hebben. In de analyse van de monitor zijn verschillendeontwikkelingen geobserveerd – naast de invoering van het abonnements-tarief – waardoor het de verwachting is dat de hoofdconclusies opmacro-niveau ook na invoering van de ivb nog zullen blijven gelden. Dit isechter mede afhankelijk van andere ontwikkelingen de komende jaren,zowel op het gebied van eigen bijdragen als de ontwikkeling van dezorgvraag.De monitor stapeling eigen bijdragen wordt jaarlijks van een updatevoorzien. De ivb zal na invoering meegenomen worden in deze monitor.De resultaten van deze monitor en de weging daarvan kunnen te zijner tijdworden betrokken bij de evaluatie van het voorstel van de Wet vervangingabonnementstarief. Dit wetsvoorstel is voor advies aangeboden aan deRaad van State en kan naar verwachting in het najaar worden aange-boden aan de Tweede Kamer.Op peildatum 31 december 2023 waren er circa 700.000 cliënten metWmo-ondersteuning die onder het abonnementstarief vallen bekend bijhet CAK. Van deze circa 700.000 unieke cliënten betaalden circa 180.000cliënten geen eigen bijdrage, vanwege een (gemeentelijke) vrijstelling,ontheffing of nihilstelling. Circa 520.000 betaalden het abonnementstariefvoor de ontvangen Wmo-ondersteuning. Met de afschaffing van hetabonnementstarief en de invoering van de ivb wordt beoogd de aanzui-gende werking van het abonnementstarief grotendeels ongedaan temaken. De verwachting is dan ook dat een deel van de cliënten zaluitstromen. Hoeveel mensen een hogere eigen bijdrage gaan betalenwordt nog geanalyseerd. De effecten van de ivb, zullen na de invoeringervan, worden gemonitord.De leden van de PVV-fractie willen graag weten waar mensen zich kunnenmelden die financiële problemen ondervinden van de stapeling van dezorgkosten of stapelfacturen hebben ontvangen.Er zijn verschillende regelingen waar mensen, die moeite hebben om dezorgkosten te betalen, gebruik van kunnen maken. Deze regelingen geldenoverigens niet specifiek voor mensen met een stapeling van zorgkosten ofmensen die te maken hebben met verzamelfacturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125410 Voor mensen met een lager inkomen is er de zorgtoeslag die een bijdragebiedt voor de kosten van de gemiddelde nominale premie en hetgemiddelde eigen risico en die mensen via de Dienst Toeslagen aankunnen vragen. Daarnaast zijn sommige zorgkosten fiscaal aftrekbaar bijde belastingaangifte. Ook gemeenten kunnen mensen helpen om hunzorgkosten te betalen. Bijvoorbeeld door het gedeeltelijk betalen van depremie voor een gemeentepolis of door het aanbieden van meerkosten-regelingen. Ook kunnen gemeenten de eigen bijdrage voor ondersteuningvanuit de Wmo op nul euro zetten. De regelingen en voorwaarden kunnenechter per gemeente verschillen. Verder kunnen mensen contact opnemenmet hun zorgverzekeraar om het eigen risico gespreid te betalen of eenbetalingsregeling te treffen. Ook het CAK heeft betalingsregelingen enbevoegdheden om waar nodig een factuur tot een bedrag van nul euroterug te brengen. Verder onderneemt het CAK verschillende initiatievenom schulden bij burgers te voorkomen.Welke mogelijkheden zijn er om patiënten- en cliëntenorganisaties tebetrekken bij het duiden van de uitkomsten van deze onderzoeken, om tevoorkomen dat bepaalde groepen worden gemist? Is de Minister bereidom, naast het opsporen van specifieke groepen en het verbeteren van demonitor, ook mogelijkheden in kaart te brengen voor een werkendeaanpak van de stapeling zorgkosten?Patiënten- en clientorganisaties Patiëntenfederatie en Ieder(in) zijngeïnformeerd over zowel de opzet als de analyse van de monitor stapelingeigen bijdragen. Aan het begin van dit jaar zijn bijvoorbeeld de voorlopigeresultaten van de analyse aan medewerkers van beide organisatiesgepresenteerd. Zij hadden waardevolle suggesties en opmerkingen dievervolgens zo goed mogelijk zijn verwerkt in de analyse. Zoals toegelichtin de Kamerbrief, geeft de monitor stapeling eigen bijdragen inzicht in destapeling van eigen bijdragen voor de gehele Nederlandse bevolking.Hierdoor worden er geen groepen gemist, maar is het wel mogelijk dat deanalyse niet voldoende gevoelig is om bepaalde groepen uit te lichten diemogelijk wel problemen ervaren van (de stapeling) van eigen bijdragen ofvan zorgkosten in het algemeen.Momenteel lopen er twee andere trajecten die de monitor stapeling eigenbijdragen in die opzichten kunnen aanvullen: «Doe onbeperkt mee» en«Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor mensen (VIM)». «Doeonbeperkt mee» richt zich op een toegankelijke samenleving voor mensenmet een beperking. Hieronder vallen tal van acties. Vanuit die aanpak is erook behoefte om de kosten van levensonderhoud voor mensen met eenbeperking uitgebreid in kaart te brengen en te vergelijken met de kostenvan een «standaard huishouden». Met het programma VIM wordt doorverschillende overheidsorganisaties onderzocht hoe inkomensonder-steuning eenvoudiger en begrijpelijker kan. Als onderdeel van datprogramma is ook specifiek aandacht voor mensen met een beperking endie naast een laag inkomen veel zorgkosten en bijkomende kosten, voorbijvoorbeeld woning en vervoer, hebben.Bij beide trajecten zijn patiënt- en clientorganisaties betrokken. Zoals ikheb aangegeven in mijn brief zal ik de monitor stapeling van eigenbijdragen structureel doorzetten en door ontwikkelen. Ik wil verder deresultaten uit de twee genoemde trajecten afwachten en kijken of dezenog aanknopingspunten geven voor aanvulling en verbetering van deinzichten uit de monitor. De monitor stapeling eigen bijdrage is daarmeeeen van de puzzelstukjes om de betaalbaarheid van zorg voor het individuin kaart te brengen en kan aangevuld worden met inzichten uit dezetrajecten. Ik wil op dit moment dus nog geen verdere stappen nemen methet oog op mogelijke verbetering van de aanpak van de stapeling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125411 eigen bijdragen. Bovendien is nieuw beleid met betrekking tot stapelingvan eigen bijdragen aan mijn opvolger.De leden van de PVV-fractie lezen in de brief dat er een eigen bijdragegevraagd kan worden als iemand kiest voor een specifieke variant vanzorg. Dit speelt onder andere bij eigen bijdrage voor niet-preferenteextramurale geneesmiddelen. Bijbetaling/eigen bijdrage kunnen niet altijdontweken worden door de patiënt omdat er Geneesmiddelenvergoedings-systeem (GVS)-clusters zijn, waarbinnen geen middel zonder bijtelling opde markt is. Kan iemand echt kiezen? |Bestaat er een vrije keuze van depatiënt?In deze vraag worden twee vergoedingsinstrumenten door elkaargenoemd. Enerzijds wordt er gesproken over bijbetalingen in het kadervan het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en anderzijds wordtgesproken over aanspraak in het kader van het preferentiebeleid datwordt gevoerd door zorgverzekeraars.In het GVS worden onderling vervangbare geneesmiddelen gegroepeerd.Voor geneesmiddelen binnen een dergelijk cluster is een vergoe-dingslimiet vastgesteld. Indien de fabrikant van het geneesmiddel eenprijs vraagt die hoger is dan de vergoedingslimiet, dan moet de verze-kerde het verschil uit eigen portemonnee betalen. Deze eigen bijdragenzijn gemaximeerd op € 250 per patiënt per jaar.Het is mogelijk dat iemand gebruik maakt van een geneesmiddel met eenprijs boven de vergoedingslimiet, terwijl er ook een geschikt alternatiefonder de vergoedingslimiet is. In deze gevallen had de eigen bijdragevoorkomen kunnen worden. Maar er zijn ook gevallen waarin eigenbijdragen voor geneesmiddelen uit het GVS niet te vermijden zijn. Ditgeldt bijvoorbeeld wanneer binnen een GVS-cluster geen geneesmiddelbeschikbaar is met een prijs onder de vergoedingslimiet of bij het gebruikvan een specifiek geneesmiddel vanuit medische noodzaak. Er is geenzicht op hoe vaak voorgaande situaties zich voordoen.Naast het GVS bestaat het preferentiebeleid dat zorgverzekeraarshanteren om de aanspraak op middelen uit het GVS te bepalen. Doormiddel van het preferentiebeleid vergoeden zorgverzekeraars voorgeneesmiddelen met dezelfde werkzame stof, alleen het geneesmiddel datzij als voorkeur aanwijzen. Wanneer iemand dan toch voor een andergeneesmiddel kiest moet hij of zij deze volledig zelf betalen. Tenzij ersprake is van medische noodzaak waardoor een verzekerde moet afwijkenvan het voorkeursgeneesmiddel, dan wordt het geneesmiddel volledigvergoed.Waar de kabinetsreactie op de monitor stapeling eigen betalingenmogelijk de suggestie zou kunnen wekken dat patiënten altijd een vrijekeuze hebben voor een geneesmiddel zonder eigen bijdrage, dient datbeeld met bovenstaande kanttekeningen genuanceerd te worden.In de monitor zijn eigen bijdragen (incl. het verplicht eigen risico)meegenomen die verzekerden moeten betalen voor verzekerde zorg uit deZorgverzekeringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (Wlz), en/of voorondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)2015. Onverzekerde zorg is niet meegenomen. Eind vorig jaar heeft hetZorginstituut Nederland het Afwegingskader Noodzakelijk te verzekerenzorg gepubliceerd. Op basis hiervan is het Zorginstituut voornemens inelk geval op een aantal (grote groepen) goedkope geneesmiddelen toe tepassen en op basis daarvan middelen uit het pakket te laten stromen.Volgens de huidige opzet van de monitor, valt het effect van eventueleTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125412 uitstroom uit het pakket buiten de scope van de monitor. Aan het slot vande brief schetst de Minister een aantal vervolgacties, maar daarbij lijkt hetmonitoren van evt. uitstroom uit het pakket, op basis van het Afwegings-kader Noodzakelijk te verzekeren zorg geen onderdeel van de vervolg-acties. Hoe ziet de Minister dat?In de monitor is inderdaad een afbakening gekozen waarbij enkel, maarwel nagenoeg alle, wettelijke eigen bijdragen in de Zvw, Wmo en Wlz inkaart zijn gebracht. Andere uitgaven die mensen maken voor zorg, zoalsbijvoorbeeld de nominale premie voor de basisverzekering, maar ookkosten buiten het basispakket die in uw vraag aan de orde komen, zijn nietmeegenomen in de monitor. Zoals ik in mijn brief aangeef zijn daarmeerdere redenen voor: verzekerde zorg is een redelijk vastomlijnd begripdat niet afhankelijk is van het uitgavenpatroon van de individueleverzekerde. Ook is het belangrijk voor de monitor dat er kwalitatief goederegisterdata beschikbaar is voor de gehele populatie. Dit is voor dewettelijke eigen betalingen nagenoeg altijd het geval, maar niet voor deandere uitgaven die mensen maken voor zorg. Ik acht het daarom nietopportuun om voor de gehele populatie de monitor stapeling eigenbijdragen aan te vullen met deze uitgaven.Ik vind het daarentegen wel belangrijk om deze andere en bredereuitgaven ook in beeld te brengen voor de specifieke groepen waar dezeuitgaven kunnen knellen. Momenteel lopen er twee andere trajecten diede monitor stapeling eigen bijdragen in die opzichten kunnen aanvullen:«Doe onbeperkt mee» en «Vereenvoudiging inkomensondersteuning voormensen (VIM)». «Doe onbeperkt mee» richt zich op een toegankelijkesamenleving voor mensen met een beperking. Hieronder vallen tal vanacties. Vanuit die aanpak is er ook behoefte om de kosten van levenson-derhoud voor mensen met een beperking uitgebreid in kaart te brengenen te vergelijken met de kosten van een «standaard huishouden». Met hetprogramma VIM wordt door verschillende overheidsorganisatiesonderzocht hoe inkomensondersteuning eenvoudiger en begrijpelijkerkan. Als onderdeel van dat programma is ook specifiek aandacht voormensen met een beperking en die naast een laag inkomen veelzorgkosten en bijkomende kosten, voor bijvoorbeeld woning en vervoer,hebben. Zoals ik heb aangegeven in mijn brief zal ik de monitor stapelingvan eigen bijdragen structureel doorzetten en door ontwikkelen. Ik wilverder de resultaten uit de twee genoemde trajecten afwachten en kijkenof deze nog aanknopingspunten geven voor aanvulling en verbetering vande inzichten uit de monitor. Het klopt daarbij dat het niet meer vergoedenvan geneesmiddelen tot kosten voor gebruikers leidt.De monitor stapeling eigen bijdrage is één van de puzzelstukjes om debetaalbaarheid van zorg voor het individu in kaart te brengen en kanaangevuld worden met inzichten uit deze trajecten. Ik wil op dit momentnog geen verdere stappen nemen met het oog op mogelijke verbeteringvan de aanpak van de stapeling van eigen bijdragen. Bovendien is nieuwbeleid met betrekking tot stapeling van eigen bijdragen aan mijn opvolger.De leden van de PVV-fractie willen weten of de maximering van de eigenbijdrage voor geneesmiddelen van € 250 per kalenderjaar vanaf 2025wordt voortgezet? Zo nee, kan de Minister aangeven welke patiënt-groepen het meest geraakt worden door eventuele stopzetting van demaximering van de eigen bijdrage?De Minister voor Medische Zorg heeft besloten de maximering van deeigen bijdrage voor extramurale geneesmiddelen van € 250 per kalen-derjaar te verlengen met één jaar tot 2026. De verlenging zal de komendetijd verwerkt worden in de desbetreffende regelgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125413 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de monitor stapeling eigen bijdragen. Volgens de monitorneemt de gemiddelde hoogte van betalingen aan eigen bijdrage af, terwijltegelijkertijd het aantal mensen met meerdere eigen bijdragen toeneemt.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben nog een aantal vragenover de monitor.Met betrekking tot de daling van het gemiddelde bedrag dat mensenbetalen aan eigen bijdragen hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie nog enkele vragen. Het gemiddelde geeft een positief beeld, maarde leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben niet enkel interesse in degemiddeldes. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie krijgen ook graageen beeld van de eigen bijdrage van specifieke groepen. Zo zijn de ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie erg benieuwd naar het onderscheid ineigen betalingen tussen mensen met een chronische ziekte of beperkingen mensen zonder chronische ziekte of beperking. Kunnen daar cijfersover worden overlegd en kan dat in de toekomst onderdeel worden vande monitor?Het is voorstelbaar dat mensen die chronisch ziek zijn of een beperkinghebben meer zorg gebruiken en daardoor vaker te maken krijgen meteigen betalingen. Over deze groep zijn echter geen gegevens beschikbaar.Ik zal dat hieronder nader toelichten. Voordat ik dat doe merk ik op dat hetmerendeel van de zorguitgaven collectief gefinancierd wordt. Daarmeewordt gestreefd naar solidariteit tussen mensen met die geen of weinigzorg gebruiken, en mensen met een zorgvraag. En tussen mensen meteen hoger inkomen en mensen met een lager inkomen.Dan de reden waarom het niet mogelijk is om specifiek voor deze brederegroep cijfermatige inzichten te bieden. Allereerst geldt dat er geeneenduidige definitie bestaat voor chronisch zieken. Verder geldt voor deoverheid en voor sommige uitvoerende instanties die belast zijn met hetinnen van de eigen bijdragen, zoals het CAK, dat zij geen bijzonderepersoonsgegevens over de aandoening/chronische ziekte van individuelecliënten verzamelen. Zij mogen en willen dit vanuit privacy-oogpunt nietbetrekken bij de inning van eigen bijdragen en zullen dus ook geen lijstenbijhouden of mensen wel of niet chronisch ziek zijn.Om deze redenen is het niet mogelijk om aan de Kamer een overzicht teverstrekken van eigen bijdragen van de zorgwetten waarbij onderscheidgemaakt wordt op basis van aandoening/chronische ziekte of dit op ditmoment onderdeel van de monitor te laten zijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich ernstig zorgen overde stijging van het aantal eigen bijdragen van mensen. Het zicht op detotale zorgkosten die mensen maken wordt lastiger als er meer eigenbijdragen zijn, waarbij dat zicht nog sterker wordt vertekend als dezeeigen bijdrage inkomensafhankelijk zijn. Kan de Minister een verklaringgeven voor de stijging van het aantal eigen bijdragen?Uit de analyse van de monitor stapeling eigen bijdragen blijkt inderdaaddat er tussen 2016 en 2021 relatief meer mensen meerdere eigenbijdragen zijn gaan betalen, terwijl het aandeel mensen met één eigenbijdrage in dezelfde periode is afgenomen. Deze verschuiving komt naarverwachting door de toenemende zorgvraag vanwege de vergrijzing.Mensen gebruiken vaker zorg in verschillende domeinen, waardoor zemeerdere soorten eigen bijdragen betalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125414 Het is overigens niet zo dat de verschuiving komt door nieuwe eigenbijdragen: in de periode tussen 2015 en 2021 zijn er geen nieuwe eigenbijdragen geïntroduceerd.Sec een bedrag van de hoogte van gemiddelde eigen bijdragen zijn voorde leden van de GroenLinks-PvdA-fractie niet voldoende om te kunnenbeoordelen of deze te hoog of te laag zijn. Daarvoor moet ook de contextvan de betaler van de eigen bijdragen worden geschetst. Dat gaat verderdan alleen inkomen van de hele groep. Daarom vragen de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie of belangenbehartigers en ervaringsdeskundigenvan mensen met een chronische ziekte of beperking kunnen betrekken bijhet duiden van de uitkomsten van de monitor.Patiënten- en clientorganisaties Patiëntenfederatie en Ieder(in) zijngeïnformeerd over zowel de opzet als de analyse van de monitor stapelingeigen bijdragen. Aan het begin van dit jaar zijn bijvoorbeeld de voorlopigeresultaten van de analyse aan medewerkers van beide organisatiesgepresenteerd. Zij hadden waardevolle suggesties en opmerkingen dievervolgens zo goed mogelijk zijn verwerkt in de analyse.Ik onderschrijf dat vanuit de context van de betaler de eigen bijdragen eenonderdeel zijn van de totale kosten die iemand maakt en dat het vanuit datperspectief logisch lijkt om alle kosten voor zorg op te nemen in demonitor. Ik ben echter ook van mening dat de monitor niet het geschikteinstrument is om deze overige kosten van zorg inzichtelijk te maken. Zoalstoegelicht in de Kamerbrief, geeft de monitor stapeling eigen bijdrageninzicht in de stapeling van eigen bijdragen voor de gehele Nederlandsebevolking. Om dit te plaatsen in een bredere context, waarbij ook inkomenen andere bijkomende (zorg)kosten wordt meegenomen is voor de geheleNederlandse bevolking meer registerdata nodig. Deze data zal niet altijdbeschikbaar zijn (denk bijvoorbeeld aan uitgaven voor ongecontracteerdezorg, verschillende vormen van tegemoetkomingen, etc.) en indien dezewel beschikbaar zouden zijn zouden ze een grote spreiding kennen omdatbijvoorbeeld de kosten kunnen afhangen van het persoonlijke uitgaven-patroon. Wel zijn er twee andere trajecten («Doe onbeperkt mee» en«Vereenvoudiging inkomensondersteuning voor mensen (VIM)») die juistnaar zorgkosten vanuit een breder perspectief kijken en zich richten opspecifieke groepen, zoals mensen met een beperking. Bij deze trajectenzijn tevens belangenbehartigers betrokken. Ik wil de resultaten van dezetrajecten afwachten en kijken of deze nog aanknopingspunten geven vooraanvulling en verbetering van de monitor.De Minister was voornemens om een inkomensafhankelijke eigenbijdrage in de WMO in te voeren. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen zich af of deze maatregel nog steeds staat ingeboekt en ofhet nieuwe programakkoord daar invloed op heeft.In het hoofdlijnenakkoord is over de inkomensafhankelijke eigen bijdragein de Wmo geen passage opgenomen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn bang dat, met het invoerenvan een inkomensafhankelijke bijdrage WMO de problematische stapelingvan zorgkosten, die juist werd verminderd de afgelopen jaren, weer toegaat nemen. Kan de Minister toezeggen dat de effecten van dezemaatregel worden onderzocht voor mensen met een beperking, mensenmet een chronische aandoeningen en ouderen, zodat eerst kan wordenbepaald of zij wel voldoende draagkracht hebben voor een dergelijkemaatregel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125415 De effecten van de maatregel worden van te voren in kaart gebracht voorverschillende huishoudens- en inkomenscategorieën. Omdat de ivbbehalve van het bijdrageplichtig inkomen ook afhankelijk is van dehuishoudenssamenstelling, waarbij onder andere onderscheid wordtgemaakt tussen wel/niet-pensioengerechtigden, worden de financiëlegevolgen voor AOW-gerechtigden separaat in kaart gebracht. Ook wordende effecten van de maatregel, vanaf invoering, gemonitord.De effecten van de maatregel voor mensen met een beperking ofchronische aandoening wijken in de kern niet af van de effecten dieworden voorzien voor andere burgers die voor ondersteuning een(langdurig) beroep doen op de Wmo 2015 en eenzelfde huishoudenssa-menstelling en bijdrageplichtig inkomen hebben. Daarom worden dezeeffecten niet separaat in beeld gebracht. Dit zou overigens ook nietkunnen, aangezien er zoals reeds toegelicht geen definitie/registratie vanchronisch zieken en gehandicapten is.De eigen bijdrage is inkomens- en vermogensafhankelijk en is daarmeegebaseerd op de financiële draagkracht van de cliënt en diens partner.Daarnaast blijven onder andere anticumulatiebepalingen van krachtwaardoor de ivb niet kan stapelen met eigen bijdragen voor de Wetlangdurige zorg (Wlz) of eigen bijdragen voor beschermd wonen ofopvang in de Wmo 2015.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie leden maken zich ook ernstigzorgen over de aangekondigde maatregel in het programma-akkoordwaarbij de eigen tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten in 2027wordt afgeschaft vanwege de verlaging van het eigen risico. Kan wordentoegelicht hoe hoog de tegemoetkoming arbeidsongeschikten in 2027 zouzijn en hoeveel arbeidsongeschikten daarom mislopen als deze maatregelvervalt. Kan worden aangegeven hoeveel mensen die de tegemoetkomingarbeidsongeschikten krijgen ook volledige eigen risico betalen? En kan ereen inschatting worden gemaakt van het inkomenseffecten van hetafschaffen van deze tegemoetkoming in combinatie met het verlagen vanhet eigen risico?De financiële effecten van deze maatregel worden beïnvloed doormeerdere maatregelen in het Hoofdlijnenakkoord, die nog niet allemaalzijn uitgewerkt. Zoals de compensatie voor burgers die is opgenomen inrelatie tot de stijging van de zorgpremie door het verlagen van het eigenrisico. In onderstaand antwoord wordt daarom het effect van beidemaatregelen partieel beschreven, daar dit naar verwachting aansluit bij degestelde vraag.Alle mensen met een WAO-, WAZ-, WIA- en Wajong-uitkering en eenarbeidsongeschiktheid van tenminste 35% ontvangen de tegemoetkomingarbeidsongeschikten. Naar schatting hebben in 2024 circa 815 duizendpersonen recht op deze tegemoetkoming. De tegemoetkoming arbeidson-geschikten bedraagt in 2024 netto € 217,29 per jaar. Naar verwachtingkomt deze in 2027 uit op € 232,60 netto.Ondanks dat niet precies bekend is in hoeverre alle gerechtigden van eenAO-tegemoetkoming hun gehele eigen risico vol maken, is het welaannemelijk dat dit voor een groot deel van deze populatie het geval zalzijn. Het financiële effect van het verlagen van het eigen risico en deafschaffing van de tegemoetkoming arbeidsongeschikten is ook afhan-kelijk van het feit of iemand zorgtoeslag ontvangt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125416 Zonder maatregelen om het eigen risico te verlagen, zou het eigen risicoop basis van huidige inzichten in 2027 uitkomen op € 415,–. Ervanuitgaande dat er in beide gevallen sprake is van het betalen van hetmaximaal eigen risico, geldt dat deze groep in 2027 € 250 minder aaneigen risico gaat betalen, dan wanneer het eigen risico de komende jarenzou zijn geïndexeerd. Daar tegenover staat een premiestijging, die vooriedereen geldt, van naar verwachting € 205. Een (groot) deel van deAO-gerechtigden heeft recht op zorgtoeslag. Voor de zorgtoeslag is destandaardpremie, zijnde de gemiddelde nominale premie en het gemid-delde eigen risico, bepalend. Door de maatregelen neemt de zorgtoeslagnaar verwachting toe met € 70. Zoals aangegeven zal naast deze effectennog invulling gegeven moeten worden aan de in het Hoofdlijnenakkoordaangekondigde compensatie van burgers voor de stijgende premie(lasten)en ook andere maatregelen die de koopkracht raken.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van debrief met daarin de analyse van de monitor stapeling eigen bijdragen. Hetdoet de leden van de VVD-fractie goed te zien dat het beleid van deafgelopen jaren een positief effect heeft niet alleen op het monitoren maarook het tegengaan van de stapeling van eigen bijdragen. De leden van deVVD-fractie hebben hierbij nog wel enkele vragen.Allereerst missen de leden van de VVD-fractie in de brief een zicht op hetmacrobeeld als het gaat om de collectief gefinancierde zorgkosten. Klopthet nog dat gemiddeld 93% van de uitgaven aan zorg voor een individudat er gebruik van maakt, collectief wordt gefinancierd? Hoe is datpercentage in andere (OESO-)landen?Internationale definities van zorguitgaven verschillen van de nationaledefinities die hoofdzakelijk zijn gebaseerd op het uitgavenplafond zorg(UPZ). Het UPZ bestaat vooral uit de zorguitgaven die op grond van deZorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet Langdurige Zorg (Wlz) wordengemaakt. Het verschil tussen de bruto en netto UPZ zijn de uitgaven diesamenhangen met het verplichte eigen risico en de eigen bijdragen inWlz, maar zonder de eigen bijdragen in de Zvw. Dit verschil als aandeelvan de bruto UPZ is circa 6%. Dit percentage komt redelijk overeen methet in uw vraag genoemde percentage.Om een internationale vergelijking mogelijk te maken gaan wij uit van deinternationale definities van zorguitgaven. De internationale definitie3 vancollectief gefinancierde gezondheidszorgkosten is: zorg die middels eenzorgverzekering of overheid wordt gefinancierd. Eigen risico en eigenbijdragen vallen in deze definitie niet onder collectieve uitgaven. Op basisvan internationaal gebruikte data blijkt dat 85% van de zorgkostencollectief wordt gefinancierd in Nederland.4 Ten opzichte van naburigelanden zoals Duitsland, Frankrijk, Zweden, Noorwegen en Denemarken isdit vergelijkbaar. Het OESO gemiddelde ligt wel lager met 76%. De eigenbetalingen maken 9% uit van de uitgaven aan gezondheidszorg inNederland. Dit is relatief laag t.o.v. de andere OESO-landen (gemiddeld19%) en andere EU-landen (gemiddeld 15%)5. De uitgaven aan aanvul-3Internationale definities volgen de System of Health Accounts (SHA)) van de gezondheids-zorguitgaven. De categorisering daarvan is leidend om internationale vergelijkingen mogelijk temaken.4Op basis van de OESO «Health at a Glance» publicatie (2023), en data gedateerd uit 2021.5Data 2021, bronnen Eurostat; OECD Stat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125417 lende verzekeringen ligt met 4% van de uitgaven aan gezondheidszorgrond het OESO gemiddelde6.Voor de eigen betalingen hanteert de internationale definitie een brederebenadering dan het verschil tussen bruto en netto UPZ. De eigenbetalingen in de internationale statistieken (de «out-of-pocket payments»)zijn inclusief eigen risico, vrijwillig eigen risico en eigen bijdrageWlz/Wmo en omvatten verder nog:•De eigen bijdrage voor bepaalde medicijnen en hulpmiddelen, voorkraamzorg en ziekenvervoer•De eigen betalingen van tandarts en fysiotherapie, voor zover nietgedekt door de (aanvullende) verzekering;•De eigen betalingen aan medicijnen die niet worden gedekt door decollectieve verzekering, net als die te koop zijn in drogisterijen (bv.paracetamol en maagzuurremmer);In de nationale monitor stapeling eigen bijdragen zijn alleen de wettelijkeeigen betalingen opgenomen zijn en dus niet de aanvullende verzeke-ringen en de niet-vergoede zorg.Omdat de data zijn gebaseerd op de uitgaven aan zorg die daadwerkelijkis geleverd, zeggen de nationale en internationale cijfers niets overzorgmijdingKan de Minister een overzicht geven van het aandeel inkomensafhanke-lijke bijdrage(n) die Nederlanders uitgeven aan de zorg, uitgesplitst naarverschillende inkomensgroepen? Kan de Minister daarbij aangeven hoedeze bijdrage zich de afgelopen vijf jaar heeft ontwikkeld, ook inverhouding tot de inkomensontwikkeling?Het gemiddelde bedrag aan inkomensafhankelijke eigen bijdragen alsaandeel van het mediaan bruto huishoudinkomen is de afgelopen jarengedaald voor alle inkomensgroepen. De monitor stapeling eigen bijdragenbevat meerdere eigen bijdragen die tijdens de periode 2015–2021 (deels)inkomensafhankelijk waren: de eigen bijdragen voor zorg op grond van deWlz, de eigen bijdragen voor verblijf en opvang op grond van de Wmo ende eigen bijdragen voor ondersteuning thuis (ook wel zorg exclusiefverblijf en opvang genoemd) op grond van de Wmo. Voor deze laatstecategorie geldt sinds 2019 het abonnementstarief, waardoor die eigenbijdrage sindsdien niet meer inkomensafhankelijk is. De drie genoemdeeigen bijdragen kennen een anticumulatieregeling; dat wil zeggen dat alseen huishouden gelijktijdig gebruik maakt van enerzijds zorg op grondvan de Wlz of van beschermd wonen op grond van de Wmo en anderzijdsondersteuning thuis vanuit de Wmo, dat dan alleen de eigen bijdrage Wlzof beschermd wonen vanuit de Wmo verschuldigd is. De eigen bijdragevoor ondersteuning thuis vanuit de Wmo komt dan te vervallen. Daardoorzijn er geen situaties waarbij er binnen één huishouden gelijktijdig zoweleen eigen bijdrage Wlz als eigen bijdrage Wmo 2015 (voor beschermdwonen of ondersteuning thuis) voor komt. Ook betaalt een huishoudennooit meer dan één eigen bijdrage voor beschermd wonen en onder-steuning thuis op grond van de Wmo 2015.De eigen bijdragen voor Wlz-zorg of voor beschermd wonen in de Wmozijn relatief het hoogst. Tegelijkertijd zijn er veel meer cliënten die eeneigen bijdrage voor de Wlz betalen dan voor beschermd wonen in deWmo. Daarom is in onderstaande analyse gekozen om de gemiddeldeeigen bijdrage Wlz als aandeel uit de drukken van het gehanteerde6Zie Health at a Glance 2023: OECD Indicators | OECD iLibrary (oecd-ilibrary.org).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125418 inkomensbegrip in de monitor, namelijk bruto huishoudinkomen.7 Deontwikkeling van dit aandeel wordt getoond voor de gehele periode diebeschikbaar is in de monitor, namelijk de jaren 2015–2021. Meer recentegegevens zijn op dit moment nog niet beschikbaar. Verder wordt eronderscheid gemaakt tussen personen die behoren tot een een- ofmeerpersoonshuishouden, omdat zowel het inkomen als de eigenbijdragen hieraan gerelateerd zijn. Personen die tot een institutioneelhuishouden behoren zijn buiten beschouwing gelaten in de analyse (netals in de Kamerbrief), omdat het bruto huishoudinkomen van dezepersonen mogelijk een overschatting bevat.Figuur 1 toont de gemiddelde eigen bijdrage Wlz als aandeel van hetbruto huishoudinkomen voor personen in een eenpersoonshuishouden.Hierbij is de veronderstelling gehanteerd dat iemand het gehele jaardezelfde eigen bijdrage betaalt. Op de laagste en hoogste inkomens-klassen na, wordt er voor iedere inkomensklasse een staaf getoond dieovereenkomt met een specifiek jaar. De monitor geeft informatie over degemiddelde eigen bijdrage per inkomensklasse. Een eigen bijdrage van€ X per jaar als aandeel van een bruto huishoudinkomen van bijvoorbeeld€ 20.000 geeft een hoger aandeel dan dezelfde eigen bijdrage als aandeelvan een bruto huishoudinkomen van € 30.000. De bovenkant van destaven komen overeen met het aandeel van het bruto huishoudinkomendat wordt ingevuld door de gemiddelde eigen bijdrage Wlz bij deondergrens van de inkomensklasse. De onderkant van de staven komenovereen met het aandeel van het bruto huishoudinkomen dat wordtingevuld voor de gemiddelde eigen bijdrage Wlz bij de bovengrens van deinkomensklasse. Voor de laagste en hoogste inkomensklassen is er geenonder- of bovengrens van de inkomensklasse bekend. Daarom wordt voor7De inkomensafhankelijke eigen bijdragen worden gebaseerd op een ander inkomensbegrip danwordt gehanteerd in de monitor stapeling eigen bijdragen, namelijk bijdrageplichtig inkomen.In de monitor is gekozen om het bruto huishoudinkomen te hanteren als inkomensbegrip,omdat het bijdrageplichtig inkomen alleen wordt berekend voor de vaststelling van deinkomensafhankelijke eigen bijdragen in de Wmo en Wlz, waardoor dit gegeven dus voor hetmerendeel van de bevolking niet beschikbaar is. Daarnaast worden de inkomensafhankelijkeeigen bijdragen gebaseerd op het bijdrageplichtig inkomen van twee jaar eerder (t-2). Voor demonitor stapeling eigen bijdragen was het interessanter om te kijken naar het inkomen datmen heeft in het jaar waarin de eigen bijdrage betaald moet worden. Daarom is gekozen vooreen robuust inkomensbegrip, namelijk bruto huishoudinkomen.Figuur 1: Gemiddelde eigen bijdrage Wlz per jaar als aandeel van het bruto huishoud-inkomen voor personen in een eenpersoonshuishouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125419 die inkomensklassen alleen de gemiddelde eigen bijdrage Wlz getoond alsaandeel van het bruto huishoudinkomen van € 20.000 en € 100.000.Zoals toegelicht in de Kamerbrief, maken personen met een lagerinkomen relatief vaker gebruik van Wlz-zorg en in het bijzonder Wlz-zorgmet verblijf waar de hoogste eigen bijdragen op van toepassing zijn. Deeigen bijdragen voor zorg met verblijf zijn hoger dan andere eigenbijdragen, omdat deze cliënten méér en intensieve zorg ontvangen enomdat deze cliënten geen bijkomende kosten meer hebben voor wonenen voeding. Doordat mensen met een laag inkomen relatief vaker eenhoge eigen bijdrage betalen, vormt de gemiddelde eigen bijdrage Wlz eengroot aandeel van het bruto huishoudinkomen voor deze groepen.Naarmate het inkomen oploopt, neemt het gebruik van zorg met verblijfaf, waardoor ook de gemiddelde eigen bijdrage Wlz als aandeel van hetbruto huishoudinkomen afloopt. Het aandeel kan tevens dalen doordat deeigen bijdragen Wlz zijn gemaximeerd. Als de maximum eigen bijdrageeenmaal is bereikt, zal bij een hoger inkomen de gemiddelde eigenbijdrage Wlz als aandeel van het bruto huishoudinkomen ook afnemen.Figuur 1 toont dat de gemiddelde eigen bijdrage Wlz als aandeel van hetbruto huishoudinkomen voor elke inkomensklasse in de periode2015–2021 is gedaald. De grootste daling heeft plaatsgevonden tussen2015 en 2016. Wel is het belangrijk om hierbij op te merken dat deverandering tussen 2015 en 2016 mogelijk vertekend is door de (effectenvan de) hervorming van de langdurige zorg in 2015. Tussen 2017 en 2018is de eigen bijdrage Wlz onder andere gedaald door de beleidsmaatregel,waarbij het marginaal tarief bij de lage eigen bijdragen is verlaagd van12,5% naar 10%. Hierdoor is het inkomen minder zwaar mee gaan tellenbij de berekening van de eigen bijdragen. Tussen 2018 en 2019 is de eigenbijdrage Wlz onder andere gedaald door de halvering (van 8% naar 4%)van de vermogensinkomensbijtelling (VIB), waardoor vermogen minderzwaar mee is gaan tellen bij de eigen bijdragen Wlz. Een andere factor diede dalende trend over de jaren kan verklaren is de relatieve verschuivingvan afname van zorg met verblijf naar steeds meer afname van zorgzonder verblijf. Dit laatste hoeft niet te betekenen dat mensen minderkosten hebben, want de kosten voor verblijf zijn er ook bij zorg zonderverblijf, maar deze lopen dan niet via de eigen bijdragen.Figuur 2: Ontwikkeling mediaan bruto huishoudinkomen per inkomensklasse vooreenpersoonshuishoudens.11 Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83932NED/table?dl=A6FAETweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125420 Figuur 2 toont de ontwikkeling van het mediane bruto huishoudinkomenper inkomensklasse voor eenpersoonshuishoudens. Hoewel het medianebruto huishoudinkomen voor eenpersoonshuishoudens over alleinkomensklassen heen is gestegen de afgelopen jaren, zijn er groteverschillen tussen de inkomensklassen. Voor de inkomensklassen tussen€ 10.000 en € 100.000 is het mediane bruto huishoudinkomen lichtgestegen in de periode 2016–2021, terwijl het mediane bruto huishoudin-komen voor de inkomensklassen tot € 10.000 en vanaf € 100.000 isgedaald in dezelfde periode. Echter, in de inkomensklassen waarbij hetmediane bruto huishoudinkomen is gedaald, zijn de gemiddelde eigenbijdragen Wlz harder gedaald. Hierdoor zijn de gemiddelde eigenbijdragen Wlz een kleiner beslag gaan leggen op het bruto huishoudin-komen van alle inkomensklassen.Figuur 3: Gemiddelde eigen bijdrage Wlz per jaar als aandeel van het bruto huishoud-inkomen voor personen in een meerpersoonshuishouden.Figuur 4: Ontwikkeling mediaan bruto huishoudinkomen per inkomensklasse voormeerpersoonshuishoudens.11 Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83932NED/table?dl=A6FAFTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125421 Figuren 3 en 4 tonen dezelfde informatie als hierboven, maar dan voorpersonen die behoren tot meerpersoonshuishoudens. Figuur 3 toont eenvergelijkbaar patroon als figuur 1, maar hierbij is wel zichtbaar dat degemiddelde eigen bijdrage Wlz als aandeel van het bruto huishoudin-komen een stuk lager ligt bij personen behorende tot meerpersoonshuis-houdens dan bij eenpersoonshuishoudens. Dit komt doordat de hogeeigen bijdrage voor zorg met verblijf in de Wlz alleen verschuldigd isindien beide partners gebruik maken van zorg met verblijf. Dit komtnagenoeg niet voor. Het mediane bruto huishoudinkomen voormeerpersoonshuishoudens is toegenomen over alle inkomensklassenheen, maar er zijn verschillen tussen de inkomensklassen. Voor alleinkomensklassen is het mediane bruto huishoudinkomen gestegen,behalve voor de inkomensklasse met een bruto huishoudinkomen tussen€ 10.000 en € 20.000. Echter, in deze inkomensklasse is de gemiddeldeeigen bijdrage Wlz harder gedaald dan het mediane bruto huishoudin-komen. Hierdoor zijn de gemiddelde eigen bijdragen Wlz een kleinerbeslag gaan leggen op het bruto huishoudinkomen van alle inkomens-klassen. Zoals ook toegelicht in de Kamerbrief, bevat de monitor alleeninformatie over de gemiddelde eigen bijdrage per groep. Bovenstaandeconclusies hoeven daardoor niet per definitie voor iedereen vantoepassing te zijn.En is bekend in hoeverre gemeentelijke zorgpolissen of gemeentelijketoeslagen en ondersteuning er jaarlijks worden uitgekeerd die de eigenbijdragen in de zorg (deels) compenseren? Kan de Minister daar inzicht ingeven?De exacte bedragen hierover zijn mij niet bekend. Ik heb wel informatieontvangen van bureau BS&F dat 297 gemeenten adviseert over degemeentepolis. De gemeentepolis kan voor inwoners met hogezorgkosten interessant zijn, omdat de gemeente een korting biedt op dezorgpremie. Bureau BS&F geeft aan dat 175 gemeenten (van deze 297gemeenten; 72%) een gemeentepolis aanbieden waarbij het verplichteigen risico is meeverzekerd. Daarnaast hebben 39 gemeenten eengemeentepolis waarbij het eigen risico vooraf gespreid betaald wordt,met teruggaaf van het niet geconsumeerde eigen risico. Er zijn 288gemeenten die een gemeentepolis aanbieden waarbij de eigen bijdragevan de Wmo wordt vergoed. Andere eigen bijdragen die worden vergoedin de gemeentepolis, zijn bijvoorbeeld de eigen bijdragen voor mondzorg,geneesmiddelen, een gebitsprothese, kraamzorg, hulpmiddelen (zoalshoortoestellen en orthopedisch schoeisel) en ziekenvervoer. De matewaarin dit gebeurt, verschilt per gemeente.Er zijn ook andere vormen van minima beleid met betrekking tot de eigenbijdrage Wmo. In sommige gemeenten hoeven bewoners vanaf eenbepaald inkomen geen eigen bijdrage te betalen. Het CAK laat weten dater dit jaar (2024) 65 gemeenten zijn die een minimabeleid hanteren metbetrekking tot de eigen bijdrage Wmo. Elke gemeente bepaalt zelf welkeinkomensgrenzen hierbij gehanteerd moeten worden.Tot slot zijn er ook gemeentelijke regelingen die zich in algemenere zinrichten op compensatie van zorgkosten. Bijvoorbeeld de individuelebijzondere bijstand, of een tegemoetkoming voor inwoners met hoge(re)zorgkosten (tegemoetkoming chronisch zieken, tegemoetkoming eigenrisico, tegemoetkoming in premie voor de aanvullende verzekering).Kan de Minister bij tabel 2 per aandeel eigen bijdrage ook schetsen omwelke omvang van de bevolking het daarbij gaat? Hoeveel mensenbetaalden bijvoorbeeld € 23,– Eigen Risico in de Zorgverzekeringswet(Zvw) in 2021?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125422 In tabel 1 in de Kamerbrief zijn de aantallen personen met een specifiekeeigen bijdrage weergegeven die horen bij de gemiddelde eigen bijdragenuit tabel 2. In tabel 1 is bijvoorbeeld te zien dat het bedrag van € 23 voorhet eigen risico in de Zvw in 2021 het gemiddelde bedrag is voor11,1 miljoen mensen. Zoals aangegeven in de Kamerbrief zat er eenonderschatting voor de eigen bijdragen kraamzorg voor de jaren 2015 en2016 in de monitor. Dit is begin mei gecorrigeerd in de monitor. Hieronderstaat een nieuwe versie van tabel 1 uit de Kamerbrief, incl. tussenliggendejaren en voor de Wmo ook specifiek het onderscheid tussen onder-steuning thuis en verblijf en opvang.Tabel 1: Aantal personen (in mln) met eigen bijdrage2015201620172018201920202021ER Zvw10,810,911,011,111,210,911,1EB Zvw1,31,51,61,71,91,92,2EB Wmo 10,50,40,40,40,50,50,5w.v. ondersteuning thuis (totaal exclusief verblijf en opvang)0,40,40,40,40,50,50,5w.v. verblijf en opvang (of combinatie van ondersteuningthuis en verblijf en opvang)0,020,020,020,020,020,020,01EB Wlz0,20,30,30,30,30,30,3Totaal aantal personen met eigen bijdrage 211,011,111,211,411,511,211,4Totale bevolking17,017,117,217,317,417,517,61 Bij de combinatie van een eigen bijdrage Wmo exclusief verblijf en opvang en een eigen bijdrage voor de Wlz of beschermd wonen in de Wmo2015 is er sprake van anti-cumulatie. In aantal personen kan er dus sprake zijn van overlap van eigen bijdragen, maar de eigen bijdrage Wmoexclusief verblijf en opvang is in die gevallen gelijk aan € 0.2 De som van de aantallen personen per soort eigen bijdrage telt niet op tot het totaal, omdat personen meer dan één eigen bijdrage tegelijkertijdkunnen hebben. De leden van de VVD-fractie zijn niet verrast dat de vergrijzende samen-leving zorgt voor een stijging in het aandeel van personen met meerdereeigen bijdragen. Wat kan op basis van demografische verwachtingengezegd worden over de ontwikkeling van deze stijging: verwacht deMinister dat deze stijging de komende jaren doorzet of (redelijk) stabielblijft?Demografie is één van de factoren die van invloed is op de ontwikkelingvan de zorgvraag en de zorguitgaven. In het rapport «Toekomstverkenningzorguitgaven 2015–2060 Kwantitatief vooronderzoek in opdracht van deWetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Deel 1: toekomstpro-jecties»8 stelt het RIVM dat de invloed van demografische veranderingenverschilt per sector. Zo wordt de groei in de curatieve zorg vooralveroorzaakt door niet-vergrijzingsgerelateerde factoren zoals de doorzet-tende intensivering van zorg. Mensen komen door nieuwe diagnostiek envoortschrijdende medische kennis eerder in de zorg terecht, en wordendaar ook langer en intensiever behandeld – bij chronische aandoeningenvaak een heel leven lang. Bovendien gaan die behandelingen gepaard metsteeds meer nieuwe, vaak dure, technologie of geneesmiddelen.Demografie heeft vooral een grote invloed op de ouderenzorg, waarbijtechnologische ontwikkelingen en een stijgende welvaart een veelkleinere rol spelen. Bij de ontwikkeling van de ouderenzorg zien we weleen afname van de gemiddelde jaarlijkse groei van de zorguitgaven na2040 die samenhangt met vergrijzing.Als gevolg van demografische veranderingen is daarmee de verwachtingdat de zorgvraag de komende jaren verder toeneemt, met name in deouderenzorg. Vanuit dit inzicht valt daarom een verdere stijging van hetaantal personen met meerdere eigen bijdragen te verwachten. Of hetaandeel personen met meerdere eigen bijdragen ook zal stijgen is8https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2020-0059.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125423 afhankelijk van meerdere factoren, zowel op het gebied van de zorgvraagals het beleid omtrent de eigen bijdragen zelf.De leden van de VVD-fractie lezen dat er een onderschatting blijkt te zittenin de eigen bijdragen voor kraamzorg in de jaren 2015 en 2016. Wat is deoorzaak van deze onderschatting? En hoe zien de actuelere cijfers eruit?Het Zorginstituut heeft onder andere cijfers over de hoogte van de eigenbijdragen voor kraamzorg aangeleverd bij CBS voor de monitor stapelingeigen bijdragen. Tijdens de analyse van de cijfers van de monitor isontdekt dat er een vergissing gemaakt was en dat de eigen bijdragen voorkraamzorg in 2015 en 2016 niet klopten. Het Zorginstituut heeft de cijfersinmiddels opnieuw aangeleverd en CBS heeft de nieuwe cijfers voor 2015en 2016 verwerkt in de monitor.9 Deze heraanlevering kon niet meerverwerkt worden in de Kamerbrief Analyse monitor stapeling eigenbijdragen (Kamerstukken II 2023–2024, 29 689, nr. 1248). De nieuwe cijfersvoor de eigen bijdragen kraamzorg voor 2015 en 2016 zijn zowel voor hetaantal personen als de gemiddelde eigen bijdrage per maand verge-lijkbaar met de jaren vanaf 2017.De stijging van het aantal personen met een eigen bijdrage voor genees-middelen komt naar verwachting ook doordat er nieuwe geneesmiddelenop de markt komen, zo lezen de leden van de VVD-fractie. Hoe hebben deaantallen nieuwe geneesmiddelen zich ontwikkeld gedurende de periode2016–2021?Er is helaas geen database beschikbaar waaruit blijkt hoeveel nieuwegeneesmiddelen, in het bijzonder extramurale geneesmiddelen waarvooreen eigen bijdrage geldt, er op de markt zijn gekomen in die periode. Weobserveren een stijging van het aantal mensen dat geneesmiddelengebruikt en dat komt met name door de vergrijzing. Daarnaast komen erook nieuwe middelen op de markt waarvoor een eigen bijdrage betaaldmoet worden, zoals bepaalde geneesmiddelen met de werkzame stofSelexipag en Mercaptamine.Daarnaast zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd of er al enigszinseen inschatting kan worden gegeven van de effecten op de monitor doorherinvoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrageinde Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015?De vervanging van het abonnementstarief door de inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) in de Wmo 2015 betekent dathet vaste bedrag per maand komt te vervallen en dat cliënten een eigenbijdrage gaan betalen gebaseerd op de financiële draagkracht. Een deelvan de huishoudens dat gebruik maakt van de Wmo 2015 gaat daarom alsgevolg van de maatregel een hogere eigen bijdrage betalen dan hetabonnementstarief. Waar invoering van het abonnementstarief dus leiddetot een daling van de gemiddelde eigen bijdrage Wmo 2015 per maand,zal invoering van de ivb weer leiden tot een stijging van de gemiddeldeeigen bijdrage Wmo 2015 per maand. De ivb zal na invoering wordenmeegenomen in de monitor stapeling eigen bijdragen. Het is op ditmoment nog niet mogelijk om het effect van de ivb op de monitorstapeling eigen bijdragen te kwantificeren, daar dit de komende jaren ookmede afhankelijk is van andere ontwikkelingen, zowel op het gebied vaneigen bijdragen als de ontwikkeling van de zorgvraag.9Zie bijvoorbeeld: https://www.monitorlangdurigezorg.nl/publicaties/maatwerk-publicaties/2023/12/22/stapelingsmonitor-eigen-risico-en-eigen-bijdrage-zvw-wmo-wlz-2015-2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125424 De leden van de VVD-fractie vinden het belangrijk dat ook de eigenbijdragen voor hulpmiddelen in de monitor worden meegenomen om zoeen goed en compleet beeld te krijgen. Wat is de reden dat er geenrepresentatieve cijfers bekend zijn over de ontwikkeling van eigenbijdragen voor hulpmiddelen? Wanneer kan de Minister meer zeggen overde uitkomsten van de gesprekken met zorgverzekeraars?Zoals ik in mijn brief van 28 september 2023 (Kamerstukken II 2023–2024,29 689, nr. 1226) heb aangegeven is het duidelijk geworden dat erverschillen bestaan tussen zorgverzekeraars bij het gebruik van declaratie-codes van hulpmiddelen. Dit wordt mede veroorzaakt door verschillen ininkoopafspraken en heeft bijvoorbeeld als gevolg dat de leverancier – opbasis van bundelafspraken met de verzekeraar – kan bepalen welkhulpmiddel in het concrete geval het meest passend is. Daardoor is nietaltijd met zekerheid te zeggen welk hulpmiddel exact is geleverd en is hetop dit moment helaas niet mogelijk om de eigen bijdragen voor hulpmid-delen in de Zvw met voldoende zekerheid op te nemen. Ik ben momenteelin overleg met zorgverzekeraars om te bezien of de eigen bijdragen vanhulpmiddelen toch opgenomen kunnen worden in de monitor. Ik kan daarop dit moment niet meer over zeggen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben de analyse van de monitor stapelingeigen bijdragen met interesse gelezen. De leden hebben daarover eenaantal vragen.De leden van NSC-fractie vragen de Minister hoe de beleidsmaatregelenzoals de maximering van de eigen bijdragen voor extramurale genees-middelen en de invoering van het abonnementstarief in de Wetmaatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 specifiek bijdragen aan dedaling van de gemiddelde eigen bijdrage voor personen met meerdereeigen bijdragen?In 2019 is er een maximum van jaarlijks € 250 ingevoerd voor de eigenbijdragen voor extramurale geneesmiddelen. Dit betekent dat verzekerdenniet meer dan € 250 per jaar verschuldigd zijn aan eigen bijdragen voordeze extramurale geneesmiddelen en dat de zorgverzekeraar eventueleeigen bijdragen aan extramurale geneesmiddelen boven een bedrag van€ 250 vergoed. Dit maximum is meerdere keren verlengd en de Ministervoor Medische Zorg heeft besloten deze met nog een jaar te verlengen tot2026.In 2019 is het abonnementstarief ingevoerd voor ondersteuning thuis inde Wmo.10 Hierdoor betaalt elke cliënt die van één of meerdereWmo-voorzieningen gebruik maakt, een vast bedrag per maand (€ 20,60in 2024), ongeacht het inkomen. Voorafgaand aan invoering van hetabonnementstarief, was er voor desbetreffende Wmo-maatwerk-voorzieningen een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragevan kracht.Beide maatregelen, de maximering van de eigen bijdragen voor extra-murale geneesmiddelen en het abonnementstarief in de Wmo, betreffendus een verlaging van deze specifieke eigen bijdragen. Voor mensen dieéén of beide van deze eigen bijdragen betalen, kan het bedrag aan eigenbijdrage door deze maatregelen gedaald zijn.10Per 2019 geldt het abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de Wmo 2015. Per 2020is het abonnementstarief ook van toepassing op algemene voorzieningen met een duurzamehulpverleningsrelatie in de Wmo 2015.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125425 De leden de NSC-fractie lezen in de monitor dat wordt beoogd om voor demeeste huishoudens de inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage Wmo geleidelijk op te laten lopen vanaf een bijdrageplichtiginkomen van 120% van het sociaal minimum. Mensen met lage inkomensblijven daarmee het bedrag van het huidige abonnementstarief van€ 20,60 per maand betalen. Kan de Minister aangeven of het huidigeabonnementstarief in de nieuwe inkomens-en vermogensafhankelijkebijdrage bij de Wmo de minimumbijdrage is? Kan de Minister aangevenof er al een inkomensgrens is bepaald waaronder cliënten geen eigenbijdrage verschuldigd zijn?Voornemen is dat huishoudens met een bijdrageplichtig inkomen tot120% van het sociaal minimum een eigen bijdrage gaan betalen die gelijkis aan het abonnementstarief dat tot aan het moment van inwerking-treding van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb)van toepassing is voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzie-ningen met een duurzame hulpverlenersrelatie. Dit is de minimum eigenbijdrage en deze bedraagt 20,60 per maand (in prijspeil 2024). Dezeminimum eigen bijdrage zal nog worden geïndexeerd naar prijspeil 2026aan de hand van de consumentenprijsindex (CPI).Het voornemen is om voor meerpersoonshuishoudens waarvantenminste één van beide partners nog niet pensioengerechtigd is, eenandere inkomensgrens te hanteren, namelijk 170% van het sociaalminimum, en te regelen dat zij onder die inkomensgrens geen eigenbijdrage hoeven te betalen. Voor deze groep wordt hiermee de vrijstellinghersteld van vóór de invoering van het abonnementstarief. (Die vrijstellingwas per 2017 geïntroduceerd als financiële compensatie voor eenverdie-nerhuishoudens waarbij één van de partners chronisch ziek is en hetvoornemen is om die om vergelijkbare overwegingen opnieuw in tevoeren.)Op dit moment, sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019,betalen deze meerpersoonshuishoudens helemaal geen eigen bijdrage,ongeacht hun inkomen en vermogen. Van zo’n volledige vrijstelling zalbinnen bovengenoemd voornemen geen sprake meer zijn.Daarnaast heeft de gemeente bestaande mogelijkheden om maatwerk tebieden. Zo hebben gemeenten bijvoorbeeld de mogelijkheid om eeninkomensgrens te bepalen waar beneden burgers geen eigen bijdrageverschuldigd zijn (het zogenoemde minimabeleid) en om individueleburgers vanwege bijzondere omstandigheden (zoals een gebrek aanbetalingscapaciteit) vrij te stellen van het betalen van eigen bijdrage.Kan de Minister aangeven wat de verwachte gevolgen voor de stapelingvan eigen bijdragen voor de toegankelijkheid van zorg na de afschaffingvan het abonnementstarief in de Wmo en de herinvoering van deinkomen en vermogensafhankelijke eigen bijdrage?De betreffende Wmo-voorzieningen blijven financieel toegankelijk doordatde hoogte van de eigen bijdrage wordt afgestemd op de financiëledraagkracht van de burger, de eigen bijdrage wordt gemaximeerd,samenloop met andere eigen bijdragen uit hoofde van de Wmo 2015 ofWlz wordt voorkomen en de huidige mogelijkheden blijven bestaan omburgers vanwege bijzondere omstandigheden (zoals een gebrek aanbetalingscapaciteit) vrij te stellen van het betalen van de eigen bijdrage.De verwachting is dat door de invoering van de inkomens- en vermogens-afhankelijke eigen bijdrage (ivb) de beschikbaarheid van voorzieningen zalverbeteren voor burgers die niet in staat zijn om de ondersteuning die zijnodig hebben zelf te bekostigen en/of te organiseren en daarvoor dus opTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125426 de gemeente zijn aangewezen. De verwachting is namelijk dat mensen diehiertoe wel in staat zijn, als gevolg van de ivb minder vaak een beroepzullen doen op de Wmo 2015. De schaarse capaciteit die beschikbaar isvoor het aanbieden van Wmo-voorzieningen kan daardoor beter (c.q.gerichter) worden ingezet voor burgers die voor hun ondersteuning vande Wmo 2015 afhankelijk zijn.Het wetsvoorstel waarmee de afschaffing van het abonnementstarief ende herinvoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage (ivb) in de Wmo 2015 worden geregeld, wordt op dit momentuitgewerkt en kan naar verwachting dit najaar worden aangeboden aan deTweede Kamer.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat personen met lageinkomens vaak hogere eigen bijdragen betalen, vanwege hun hogeregebruik van Wet langdurige zorg (Wlz) met verblijf. Welke aanvullendemaatregelen overweegt de Minister om deze last voor lage inkomens teverlichten?De eigen bijdragen voor de Wlz hangen af van de leveringsvorm én vanhet inkomen en vermogen van mensen. Iemand met een hoger inkomenbetaalt dus, voor dezelfde zorgvorm, een hogere eigen bijdrage daniemand met een lager inkomen. Mensen met lage inkomens maken echteraanzienlijk vaker gebruik van Wlz-zorg, en in het bijzonder Wlz-zorg metverblijf. De wettelijke eigen bijdragen voor de Wlz en in het bijzonder voorWlz-zorg met verblijf zijn hoger dan de eigen bijdragen voor anderezorgvormen, zoals zorg in de Zvw. Daarom zien we dat mensen met eenlager inkomen gemiddeld genomen hogere eigen bijdragen betalen. Ikvind dat verdedigbaar: de eigen bijdrage voor zorg met verblijf is hoger isdan andere eigen bijdragen, omdat deze cliënten méér en intensieve zorgontvangen en omdat deze cliënten geen bijkomende kosten meer hebbenvoor wonen en voeding. Voor die groep wordt de hoge eigen bijdrage duswel zichtbaar in de monitor stapeling eigen bijdragen, maar niet de dalingop kosten voor wonen en voeding. Bovendien blijkt uit de analyse datmensen met een hoger inkomen én die Wlz-zorg gebruiken een hogereeigen bijdragen betalen dan mensen met een lager inkomen die Wlz-zorgbetalen. Ik zie geen aanleiding om aanvullende maatregelen te treffen,maar dat is ook aan een nieuwe bewindspersoon.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat de gemiddelde eigenbetalingen in Nederland lager zijn dan de EU en OESO-gemiddelden.Welke specifieke factoren dragen bij aan deze lagere eigen betalingen inNederland en hoe kunnen deze factoren verder worden versterkt?De eigen betalingen maken 9% uit van de uitgaven aan gezondheidszorgin Nederland. Dit is relatief laag t.o.v. de andere OESO-landen (gemiddeld19%) en andere EU-landen (gemiddeld 15%)11. Ik merk op dat hierbijgebruik wordt gemaakt van een internationale definitie, om cijfers tekunnen vergelijken. Hierin geldt overigens een wat bredere definitie vaneigen betalingen dan de definitie die in Nederland wordt gehanteerd. Deverschillen kunnen veel oorzaken hebben. Een analyse over de verschillentussen landen voort voor nu te ver. Wel geldt dat, zoals ook in mijn briefvan 8 mei jl. is te lezen, dit demissionaire kabinet en het vorige kabinetdiverse beleidsmaatregelen heeft genomen om de eigen bijdragen teverlagen. Het nog verder verlagen van de eigen bijdragen is een politiekekeuze die aan een nieuw kabinet is.11Data 2021, bronnen Eurostat; OECD Stat.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125427 De leden van de NSC-fractie vragen de Minister wat de meest belangrijkefactoren zijn die hebben geleid tot de toename van het aantal personenmet meerdere eigen bijdragen van 10% in 2016 tot 14% in 2021?Uit de analyse van de monitor stapeling eigen bijdragen blijkt inderdaaddat er tussen 2016 en 2021 relatief meer mensen meerdere eigenbijdragen zijn gaan betalen, terwijl het aandeel mensen met één eigenbijdrage in dezelfde periode is afgenomen. Deze verschuiving komt naarverwachting door de toenemende zorgvraag vanwege de vergrijzing.Mensen gebruiken vaker zorg in verschillende domeinen, waardoor zemeerdere soorten eigen bijdragen betalen. Het is overigens niet zo dat deverschuiving komt door nieuwe eigen bijdragen: in de periode tussen2015 en 2021 zijn er geen nieuwe eigen bijdragen geïntroduceerd.De leden van de NSC-fractie vragen de Minister in hoeverre de specifiekegroepen zoals chronisch zieken, gehandicapten en ouderen met meerdereeigen bijdragen zijn oververtegenwoordigd in de monitor en welkeaanvullende beleidsmaatregelen overwogen worden om deze groepen teondersteunen?De monitor stapeling eigen bijdragen omvat de gehele Nederlandsebevolking en betreft daarmee geen steekproef. Hierdoor is het nietmogelijk dat bepaalde groepen, zoals chronisch zieken, gehandicapten enouderen met meerdere eigen bijdragen, oververtegenwoordigd zijn. Inmijn brief geef ik aan dat er momenteel twee andere trajecten lopen: «Doeonbeperkt mee» en «Vereenvoudiging inkomensondersteuning voormensen (VIM)». Die trajecten richten zich juist wel op specifieke groepen,zoals mensen met een beperking. Ik wil de resultaten van deze trajectenafwachten en op dit moment nog geen verdere stappen nemen.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor over gemiddelden. Kande Minister aangeven wat het maximum is wat mensen kunnen betalenbij de stapeling van kosten en welke groepen daar het meest last vanhebben?Vanwege privacy-overwegingen en kwaliteit van de data is het nietmogelijk om maxima, en daarmee zeer kleine groepen of wellicht totindividuen te herleiden gegevens, in beeld te brengen.In absolute zin zullen de hoogste eigen bijdragen gelden voor cliënten dieWlz-zorg in een instelling ontvangen en de daarvoor de maximale hogeeigen bijdrage betalen. De maximale eigen bijdrage voor beschermdwonen in de Wmo 2015 is gelijk aan de maximale eigen bijdrage voorzorg met verblijf in de Wlz. Ik merk hierbij op dat deze eigen bijdrageinkomens- en vermogensafhankelijk is, en cliënten met een smallerebeurs dus een lager bedrag betalen ten opzichte van mensen met eenhoger inkomen en vermogen. Ook geldt dat cliënten die zorg in eeninstelling ontvangen geen bijkomende kosten voor wonen en voedinghebben. Voor die groep is de hoge eigen bijdrage dus wel zichtbaar in demonitor stapeling eigen bijdragen, maar niet de daling op kosten voorwonen en voeding. Als deze personen daarnaast nog zorg uit de Zvwontvangen waarvoor een eigen risico en/of een eigen bijdrage geldt dankomt dit bovenop de (hoge) eigen bijdrage voor de Wlz. Er is in demonitor geen uitsplitsing mogelijk naar cliënten die de (maximale) hogeeigen bijdrage betalen. Overigens wordt de maximale hoge eigen bijdragedoor een heel beperkt aandeel van de cliënten betaald.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat het rapport van hetNivel een globaal beeld geeft van eigen betalingen voor hulpmiddelen.Wat zijn de plannen om deze gegevens structureel op te nemen in deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125428 monitor stapeling eigen bijdragen en welke uitdagingen komen hierbijkijken? Welke eigen bijdragen worden nog meer gemist? In ieder gevalniet de eigen bijdrage voor de eerste twintig verrichtingen van defysiotherapie? Wat zijn daarvan de gevolgen voor de stapeling vankosten?Zoals ik in mijn brief van 28 september 2023 (Kamerstukken II 2023–2024,29 689, nr. 1226) heb aangegeven is het duidelijk geworden dat erverschillen bestaan tussen zorgverzekeraars bij het gebruik van declaratie-codes van hulpmiddelen. Dit wordt mede veroorzaakt door verschillen ininkoopafspraken en heeft bijvoorbeeld als gevolg dat de leverancier – opbasis van bundelafspraken met de verzekeraar – kan bepalen welkhulpmiddel in het concrete geval het meest passend is. Daardoor is nietaltijd met zekerheid te zeggen welk hulpmiddel exact is geleverd en is hetop dit moment helaas niet mogelijk om de eigen bijdragen voor hulpmid-delen in de Zvw met voldoende zekerheid op te nemen. Ik ben momenteelin overleg met zorgverzekeraars om te bezien of de eigen bijdragen vanhulpmiddelen toch opgenomen kunnen worden in de monitor.Op de eigen bijdragen voor hulpmiddelen in de Zvw na, is de monitorcompleet wat betreft de eigen bijdragen die verzekerden moeten betalenuit hoofde van de tot het basispakket behorende verzekerde zorg uithoofde van de Zorgverzekeringswet (Zvw), alsmede voor zorg in het kadervan de Wet Langdurige Zorg (Wlz) en/of voor ondersteuning vanuit deWet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015).Zoals in de Kamerbrief wordt beschreven zijn er nog meer uitgaven diemensen kunnen maken voor zorg, maar die geen wettelijk eigen bijdragenzijn, zoals bijvoorbeeld de nominale premie voor de basisverzekering enkosten voor zorg buiten het basispakket. De eerste twintig verrichtingenvan de fysiotherapie horen tot de laatste categorie. Deze kosten vallen nietonder de afbakening van de monitor. De monitor kijkt op dit momentalleen naar wettelijk eigen bijdragen en hier gaat om uitgaven voorniet-verzekerde zorg.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat er variatie binneninkomensgroepen, zoals bij lage inkomens als studenten. Hoe wordt bijbeleidsvorming rekening gehouden met deze verschillen om gerichtemaatregelen te treffen?Tijdens de opzet van de monitor stapeling eigen bijdragen zijn een aantalalternatieve indelingen verkend, waarbij er fijnmaziger op bepaaldegroepen ingezoomd kon worden binnen de monitor. Denk hierbijbijvoorbeeld aan het toevoegen van extra inkomensklassen en persoons-kenmerken. Daarbij werd in veel gevallen het aantal personen/huishou-dens per groep12 te klein13. In dat geval komt de privacy en ook dekwaliteit van de inkomensgegevens te veel onder druk te staan. Hierdoorkan de monitor bijvoorbeeld bij de laagste inkomensklasse geen onder-scheid maken tussen gezonde mensen met een laag inkomen (studenten)en mensen met veel zorgkosten en een laag inkomen.12Met groep wordt bedoeld de combinatie van een (aantal) eigen bijdrage(n) en specifiekepersoonskenmerken.13In de monitor zijn de aantallen personen en huishoudens steeds afgerond op honderdtallen.Als het afgeronde getal minder dan 100 is, dan wordt de uitkomst voor zowel het aantalpersonen/huishoudens als de gemiddelde eigen bijdrage per maand in de monitor nietweergegeven. Het toevoegen van meer klassen van bestaande variabelen of het toevoegenvan extra variabelen zorgt er in veel gevallen voor dat de groepen afgerond niet groter zijndan 100, waardoor de uitkomsten niet getoond worden. Het toevoegen van extra informatiekan dus uiteindelijk leiden tot minder inzicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125429 Bij beleidsvorming is het belangrijk om hier bewust van te zijn. Op hetgebied van eigen bijdragen zal er bij beleidsvorming bijna altijd meerinformatie nodig zijn dan dat er in de monitor opgenomen kon worden.Daarom worden vaak meerdere databronnen geraadpleegd. Daarbij wil ikbenadrukken dat het de inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdragen zelf, zoals voor Wlz en verblijf en opvang in de Wmo, wél opeen fijnmazige manier rekening wordt gehouden met verschillen ininkomen en vermogen. Ze zijn derhalve niet gebaseerd op de groveregroepen en enkel bruto huishoudinkomen.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor geen overzicht over watde stapeling van eigen bijdrage betekent voor een heel gezin metmeerdere zorgvragen bij meerdere personen. Kan de Minister daar eenbeeld van schetsen. Bijvoorbeeld een gezin met twee kinderen en ééninkomen waarvan elk gezinslid een zorgvraag heeft?De monitor geeft geen inzicht in zeer specifieke groepen, omdat deaantallen personen of huishoudens per groep dan te klein worden en deprivacy en ook de kwaliteit van de inkomensgegevens te veel onder drukte staan. Helaas is het daarom niet mogelijk om op basis van de monitorinzicht te geven in de stapeling van eigen bijdragen voor een gezin mettwee kinderen, één inkomen en meerdere zorgvragen. O.b.v. de monitorwordt namelijk niet duidelijk hoeveel gezinsleden binnen een huishoudeneen zorgvraag hebben. Daarbij moet ik ook opmerken dat er ook sprakekan zijn van een zorgvraag zonder dat daar een eigen bijdrage tegenoverstaat (denk bijvoorbeeld aan kinderen die zijn uitgezonderd van het eigenrisico). Een uitsplitsing naar inkomensgroep o.b.v. monitor is welmogelijk, maar dit geeft niet aan welke en hoeveel inkomensbronnen eenhuishouden heeft.De monitor kan wel inzicht geven in iets minder gedetailleerde groepen.Onderstaande tabel bevat gegevens over het aantal huishoudens met éénof meerdere eigen bijdragen en de gemiddelde eigen bijdragen permaand in 2021. In de tabel is te zien dat de grootste groepen huishoudensmet eigen bijdragen, eenpersoonshuishoudens en paren zonder (thuiswo-nende) kinderen zijn. Paren zonder (thuiswonende) kinderen hebben tenopzichte van de andere huishoudsamenstellingen de hoogste gemiddeldebijdrage (€ 51 per maand). De gemiddelden zijn overigens hoger dan degerapporteerde gemiddelden in tabel 2 van de brief, omdat tabel 2gemiddelden op persoonsniveau zijn, terwijl onderstaande tabel gemid-delden op huishoudensniveau bevat.Tabel 2: Aantal huishoudens (in mln) met eigen bijdrage(n) en gemiddelde eigenbijdrage per maand (2021)HuishoudsamenstellingAantalhuishoudensGemiddeldeEB p.m.Eenpersoonshuishouden zonder thuiswonende kinderen2,4€ 36Eenouderhuishouden met 1 kind0,3€ 39Eenouderhuishouden met 2 kinderen of meer0,2€ 37Paar zonder thuiswonende kinderen2,2€ 51Paar met 1 kind0,7€ 49Paar met 2 kinderen0,8€ 43Paar met 3 of meer kinderen0,3€ 45Overige huishoudens0,0€ 50 De leden van de NSC-fractie willen van de Minister weten welke concretestappen worden ondernomen om de monitor door te ontwikkelen en teverbeteren, bijvoorbeeld door het toevoegen van nieuwe variabelen of hetverbeteren door meerdere typen huishoudens?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125430 Er zijn nog geen concrete stappen genomen, maar ik ben in ieder gevalvoornemens om te kijken of er nog een verbetering mogelijk is op hetinkomensbegrip voor institutionele huishoudens, zodat ook stapeling vaneigen bijdragen ook voor deze huishoudens inzichtelijk gemaakt kanworden. Ik ben momenteel ook in overleg met zorgverzekeraars om tebezien of de eigen bijdragen van hulpmiddelen toch opgenomen kunnenworden in de monitor. Daarnaast wacht ik ook de resultaten uit de eerdergenoemde trajecten, «Doe onbeperkt mee» en «Vereenvoudiginginkomensondersteuning voor mensen (VIM)» af, omdat deze mogelijk nogaanknopingspunten geven voor aanvulling en verbetering van de monitor.Ik wil op dit moment dus nog geen verdere stappen nemenDe leden van de NSC-fractie vragen de Minister welke maatregelenworden overwogen om te voorkomen dat de eigen bijdragen geenobstakel vormen in de toegang tot noodzakelijke zorg, vooral als het gaatom kwetsbare groepen? Tevens vragen de leden van de NSC-fractie, opbasis van de bevindingen uit de monitor, welke aspecten van het huidigebeleid rondom eigen bijdragen in de zorg kunnen worden heroverwogenof aangepast om de betaalbaarheid en toegankelijkheid van zorg teverbeteren?Uit de monitor blijkt dat mede dankzij het door het huidige demissionaireen het vorige kabinet ingezette beleid er sprake is van een daling van hetbedrag dat mensen die te maken hebben met een stapeling van eigenbijdragen moeten betalen.Er zijn verschillende generieke maatregelen om toegang tot zorg teborgen. Zo is er de zorgtoeslag voor mensen met een lager inkomen,bieden gemeenten verschillende mogelijkheid voor minima en zijn diversevormen van zorg uitgesloten van het eigen risico. Daarnaast zijn er deafgelopen jaren specifieke maatregelen genomen, zoals het bevriezen vanhet eigen risico. Voor de toegankelijkheid van zorg is het belangrijk omnaar de zorgkosten in brede zin te kijken. Ik verwijs hierbij naar de lopendeacties rondom het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuningvoor mensen (VIM) en de aanpak doe onbeperkt mee. Verdere aanpas-singen of heroverwegingen van het huidige beleid zijn aan het volgendekabinet.De leden van de NSC-fractie lezen in de monitor dat de eigen bijdrage Wetlangdurige zorg (Wlz) voor jonge gezinnen een belangrijk deel van hunbesteedbaar inkomen kan uitmaken. Is er gerichte ondersteuningbeschikbaar om hun financiële druk te verlichten?Er zijn verschillende regelingen waar mensen, die moeite hebben om dezorgkosten te betalen, gebruik van kunnen maken. Voor de eigen bijdrageWlz geldt dat er een aantal mogelijkheden zijn om de financiële druk teverlichten. Als er in het huidig jaar sprake is van een daling van hetinkomen en/of vermogen ten opzichte van twee jaar eerder dan kan eenverzoek gedaan worden aan het CAK om hiermee rekening te houden (dezogenaamde «peiljaarverlegging»). Als aan de voorwaarden is voldaan,dan wordt de te betalen lage eigen bijdrage bepaald op basis van hetlager inkomen en vermogen. Voor de lage eigen bijdrage geldt verder datonder voorwaarden vrijstelling mogelijk is (artikel 3.3.2.2 lid 9 van hetBesluit langdurige zorg). Verder heeft het CAK discretionaire bevoegd-heden die zij onder voorwaarden kan inzetten bij mensen die in de knelkomen. Dit beleid geldt voor iedereen die zorg vanuit de Wlz ontvangt, eris geen specifiek beleid voor jonge gezinnen. Zoals ik in mijn eerdere briefmeldde was er specifiek voor de groep jonge gezinnen bij het CAK éénzaak bekend waar de problematiek rond het niet kunnen betalen van deeigen bijdrage heeft gespeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125431 De leden van de NSC-fractie lezen in het rapport van de AlgemeneRekenkamer bij het jaarverslag 2023 over het probleem rondom destapelfacturen. Het rapport concludeert dat het Ministerie van VWS nietweet hoeveel mensen last hebben van stapelfacturen, dat het Ministerievan VWS niet weet wat de oorzaken zijn van stapelfacturen en datstapelfacturen worden veroorzaakt door gebrekkig beleid. Hoe enwanneer gaat de Minister in beeld brengen welke groepen mensen hetmeest last hebben van stapelfacturen en wat de oorzaken zijn vanstapelfacturen? Welk beleid gaat de Minister voeren om de mensen dieproblemen hebben met stapelfacturen te ontlasten?Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer geeft nieuwe inzichten, metname over welke structurele informatie mij kan helpen bij het toezicht ophet CAK, zoals wat de oorzaak is van een zogenaamde stapelfactuur. Ikneem de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer, om de structureletoezichtsinformatie uit te breiden, over. Het ministerie is hierover ingesprek met het CAK en gaat hierover in gesprek met de toezichthouder,de Nederlandse Zorgautoriteit. Het streven is om dit gerealiseerd tehebben voor de invoering van inkomens- en vermogensafhankelijke eigenbijdrage (ivb) in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning2015 (Wmo 2015).Om voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) of ondersteuningvanuit de Wmo 2015 een eigen bijdrage of het abonnementstarief inrekening te kunnen brengen, moeten er verschillende gegevensverzameld worden. Dit betreffen gegevens van gemeenten, zorgkantoren,de Belastingdienst en persoonsgegevens uit de Basisregistratie Persoons-gegevens.Alhoewel de gehele keten zich inzet om stapelfacturen te minimaliseren,zijn niet alle stapelfacturen per definitie ongewenst. Een burger kan eenstapelfactuur ontvangen in zijn of haar belang; het ontvangen van eencorrecte factuur die recht doet aan de specifieke situatie die geldt voor debetreffende burger.Een stapelfactuur kan het gevolg zijn van (i) de tijd die de keten redelij-kerwijs nodig heeft om bij de start van de zorg of ondersteuning de juistegegevens te verzamelen, te verwerken en aan het CAK aan te leveren,en/of (ii) correcties die doorgevoerd moeten worden op basis van nieuweof gewijzigde gegevens vanuit de keten, en/of (iii) een zogenaamde«peiljaarverlegging»14 die wordt aangevraagd door een burger. Eenstapelfactuur kan ook het gevolg zijn van (iv) vertraging en/of fouten in deketen. In het bijzonder deze laatste vorm moet zoveel mogelijk voorkomenworden. De keten spant zich continu in om deze vorm van stapelfactuur tevoorkomen.Een stapelfactuur kan tot gevolg hebben dat een burger een bedrag moetbijbetalen of dat een burger een bedrag terugkrijgt. In elke fase wordt deburger goed geïnformeerd over de eigen bijdrage die betaald moetworden voor de zorg die hij of zij krijgt.In het huidige proces en wat is afgesproken in de huidige wet- enregelgeving wordt geprobeerd om zo goed mogelijk rekening te houdenmet wat in het belang van de burger is. Bij het vormgeven van beleid enuitvoering is continu aandacht voor het vermijden van onnodige14Bij een «peiljaarverlegging» kan een burger indien zijn inkomen of vermogen is gedaaldvragen aan het CAK om hier rekening mee te houden en de opgelegde eigenbijdrage tebaseren op het inkomen en vermogen in het huidig jaar, waardoor de te betalen eigenbijdrage lager wordt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125432 complexiteit, het doenvermogen van de burger en de financiële impactvoor burgers. Het CAK heeft de afgelopen jaren, in samenwerking met deVereniging voor Nederlandse Gemeenten en het ketenbureau i-sociaaldomein veel aandacht besteedt aan communicatie met gemeenten en hunsoftwareleveranciers met als doel de berichtenuitwisseling tussengemeenten en het CAK te verbeteren en stapelfacturen te verminderen.Om tot verdere verbetering te komen, worden bij de voorgenomeninvoering van de ivb Wmo 2015 aanpassingen doorgevoerd in bestaandewet- en regelgeving om de impact van stapelfacturen voor de burger teverminderen. Het voornemen is om de maximumtermijn waarmee, bij eenvertraging of fout in de keten, alsnog een (hogere) factuur opgelegd kanworden voor de ivb, terug te brengen van 12 maanden naar 3 maanden.Tevens hebben de leden van de NSC-fractie in het rapport van deAlgemene Rekenkamer gelezen dat het Centraal Administratie Kantoor(CAK) als zelfstandig bestuursorgaan en rechtspersoon verantwoordelijkis voor de taakuitvoering van de vaststelling en inning van de eigenbijdrage. Op welke manier is het CAK voorbereid op de mogelijke heffingvan de eigen bijdrage voor de Wet maatschappelijke ondersteuning(Wmo) en de jeugdzorg? Op welke manier worden deze mogelijkeheffingen op elkaar afgestemd? Op welke manier kunnen patiënten tijdigzicht krijgen op hoogte van de eigen bijdrage van deze heffingen. Hoehoudt de Minister zicht op de juiste uitvoeringen van deCAK-taakuitvoering voor nu en in de toekomst?Het CAK en andere ketenpartijen zijn in een vroeg stadium betrokken bijde maatregelen die het Kabinet wil doorvoeren, het vormgeven vanwetsvoorstellen en het beoordelen of de maatregelen uitvoerbaar zijn.Ook is aan het CAK (en andere ketenpartijen) gevraagd om een uitvoe-ringstoets te doen. Een onderdeel van deze uitvoeringstoets is hetbepalen van de cumulatieve impact die verschillende maatregelen hebbenop de organisatie.De eigenbijdragen worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Bij dezeregelingen is de zogenaamde «anticumulatie» van toepassing. Indien erbinnen een huishouden zowel zorg wordt ontvangen vanuit de Wetmaatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) als vanuit de Wet langdurigezorg (Wlz) hoeft uitsluitend de eigenbijdrage voor de Wlz te wordenbetaald. Dit geldt ook indien gebruik gemaakt wordt van meerdereWmo-voorzieningen, er wordt dan één eigenbijdrage betaald voor deWmo 2015. Bij het uitwerken van een mogelijke eigenbijdrage voor jeugdzal hier ook naar gekeken worden. Een burger wordt in elke fase goedgeïnformeerd over de eigenbijdrage die betaald moet worden voor dezorg die hij of zij krijgt.Het ministerie ontvangt periodiek rapportages van het CAK over deuitvoering van de eigenbijdrageregelingen en kan op deze manier deuitvoering en de effecten van genomen maatregelen monitoren. Jaarlijksverantwoord het CAK zich over het juist, tijdig, volledig en rechtmatiguitvoeren van de regelingen. Daar is specifiek aandacht voor desamenloop. De accountant van het CAK controleert deze verantwoording.De Nederlandse Zorgautoriteit houdt toezicht op de uitvoering van deeigenbijdrageregelingen door het CAK en brengt jaarlijks een openbaarrapport uit aan mij met een bestuurlijk oordeel over de uitvoering doorhet CAK van haar wettelijke taken. Ook zijn hierin aanbevelingenopgenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125433 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de Analysemonitor stapeling eigen bijdragen en hebben geen vragen.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de analyse vande stapeling aan eigen betalingen in de zorg en maken graag van demogelijkheid gebruik om hier enkele vragen over te stellen.De leden van de CDA-fractie vinden het een duidelijk overzicht maar hetbetreft het terug «kijken» naar de stapeling van eigen betalingen2015–2021. Zover het CDA de analyse overziet leidt dit niet tot bijstellingvan huidig beleid. Deelt de Minister het standpunt van het CDA dat hetbeeld over de stapeling van eigen betalingen in de zorg niet compleet isomdat de eigen betalingen voor hulpmiddelen maar ook of een gemeentemensen met een handicap compenseert voor hoge zorgkosten niet ismeegenomen? Wat betreft de tegemoetkoming aan zorgkosten voorchronische zieken en gehandicapten (voormalige WTCG), een groot aantalgemeenten doen dit niet (meer) zoals uit onderzoek blijkt. Het bedrag datmen ontvangt loopt uiteen en is vaak alleen voor de laagste inkomens. Deleden van de CDA-fractie snappen dat het vervolgens moeilijk meetbaar ismaar het hangt dus ook van een specifieke gemeente af.In de monitor is inderdaad een afbakening gekozen waarbij enkel, maarwel nagenoeg alle, wettelijke eigen bijdragen in de Zvw, Wmo en Wlz inkaart zijn gebracht. Alleen de eigen bijdragen voor hulpmiddelenontbreken. Ik ben momenteel in overleg met zorgverzekeraars om tebezien of de eigen bijdragen van hulpmiddelen toch opgenomen kunnenworden in de monitor.Andere uitgaven die mensen maken voor zorg, zoals bijvoorbeeld denominale premie voor de basisverzekering, maar ook kosten buiten hetbasispakket, zijn niet meegenomen in de monitor. Ook is er geen rekeninggehouden met mogelijke subsidies die sommige personen wel en andereniet ontvangen van hun gemeenten, zoals u in uw vraag benoemt. Zoals ikin mijn brief aangeef zijn daar meerdere redenen voor: verzekerde zorg iseen redelijk vastomlijnd begrip dat niet afhankelijk is van het uitgavenpa-troon van de individuele verzekerde. Ook is het belangrijk voor de monitordat er kwalitatief goede registerdata beschikbaar is voor de gehelepopulatie. Dit is voor de wettelijke eigen betalingen nagenoeg altijd hetgeval, maar niet voor de andere uitgaven die mensen maken voor zorg ofvoor eventuele tegemoetkomingen die men hiervoor kan krijgen.Bovendien is er sprake van grote verschillen in lokale regelingen,waardoor de monitor stapeling eigen bijdragen niet het geschikteinstrument is om dit in beeld te brengen. Zoals ik mijn Kamerbrief aangeefzie ik de monitor als een van de puzzelstukjes om de betaalbaarheid vanzorg van de individuele zorggebruiker in kaart te brengen.Ik vind het belangrijk dat er naast de monitor ook naar de specifiekegroepen gekeken wordt en dat daarbij naar de kosten van zorg in bredezin gekeken wordt. Dit wordt gedaan in de trajecten «Doe onbeperkt mee»en «Vereenvoudiging inkomensonderssteuning voor mensen (VIM)». Ookkijk ik ondertussen naar alternatieve opties voor de aftrek specifiekezorgkosten15. Ik wacht de resultaten van die trajecten af en kijk dan metalle puzzelstukken naar het totaalbeeld. Daarbij merk ik op dat nieuwbeleid aan het nieuwe kabinet is.15Kamerstuk 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125434 Vervolgens stelt de Minister dat het wetsvoorstel (verhoging) eigenbijdragen Wet Maatschappelijke ondersteuning per 2026 ingevoerd zalworden. Terwijl het abonnementstarief nu juist heeft geleid tot een dalingvan eigen betalingen. De Minister stelt dat voor een deel van de cliëntende (stapeling van) eigenbijdrage(n) weer zal toenemen door herinvoeringvan een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Kan deMinister eens toelichten voor welk «deel» dit dan wordt verwacht? Envindt de Minister dat redelijk en billijk? Is de Minister bereid om, alsbesloten wordt het om abonnementstarief af te schaffen, onderzoek tedoen naar de gevolgen daarvan voor de stapeling van zorgkosten bijgebruikers van de betreffende voorzieningen? Wat betekent dit voor derelatief kleine groep die nu al meerdere eigen bijdragen in de zorg moetenbetalen? Vindt de Minister het billijk als juist die groep meer gaat betalen?De vervanging van het abonnementstarief door de inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) betekent dat het vaste bedragper maand komt te vervallen en dat cliënten een eigen bijdrage gaanbetalen gebaseerd op hun financiële draagkracht. De meeste huishoudensmet een bijdrageplichtig inkomen boven 120% van het sociaal minimumzullen binnen dit voornemen een hogere eigen bijdrage gaan betalen. Demate van verhoging van de eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen,vermogen en de samenstelling van het huishouden.Voor meerpersoonshuishoudens waarvan tenminste één van beidepartners nog niet pensioengerechtigd is, geldt binnen het voornemen eenafwijkend regime: voor hen geldt een andere inkomensgrens, namelijk170% van het sociaal minimum, en geldt dat zij onder die inkomensgrensgeen eigen bijdrage hoeven te betalen.Voor deze groep wordt hiermee de vrijstelling hersteld van vóór deinvoering van het abonnementstarief. (Die vrijstelling was per 2017geïntroduceerd als financiële compensatie voor eenverdienerhuishoudenswaarbij één van de partners chronisch ziek is en het voornemen is om dieom vergelijkbare overwegingen opnieuw in te voeren.) Op dit moment,sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019, betalen dezemeerpersoonshuishoudens helemaal geen eigen bijdrage, ongeacht huninkomen en vermogen. Van zo’n volledige vrijstelling zal binnen bovenge-noemd voornemen geen sprake meer zijn.Afhankelijk van het inkomen, vermogen en de samenstelling van hethuishouden kan de eigen bijdrage voor de Wmo-maatwerkvoorzieningdoor de invoering van de ivb dus stijgen. Maken deze huishoudens ookgebruik van andere zorgvormen en betalen zij daarvoor een eigenbijdrage, dan kan de stapeling van eigen bijdragen in hoogte toenemen.Echter, vanwege anticumulatiebepalingen kan de ivb niet stapelen meteigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) of eigen bijdragen voorbeschermd wonen of opvang in de Wmo 2015. Verder behoudengemeenten de mogelijkheid om burgers met een inkomen onder eenbepaalde grens of bijvoorbeeld mensen met een gebrek aan betalingsca-paciteit vrij te stellen van het betalen van de eigen bijdrage.Ik acht de invoering van de ivb billijk en nodig. De beschikbaarheid enfinanciële houdbaarheid van maatschappelijke ondersteuning staan onderdruk, mede als gevolg van de «aanzuigende werking» van het abonne-mentstarief. Met de afschaffing van het abonnementstarief en deinvoering van de ivb wordt beoogd deze aanzuigende werking groten-deels ongedaan te maken, waardoor de beschikbaarheid van maatschap-pelijke ondersteuning beter gewaarborgd kan worden voor burgers dieondersteuning nodig hebben en dit niet zelf kunnen regelen. Met de ivbbetalen gebruikers, naar draagkracht, bij aan de geleverde ondersteuning.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125435 De monitor stapeling eigen bijdragen wordt jaarlijks van een updatevoorzien. De ivb zal na invoering meegenomen worden in deze monitor.De resultaten van deze monitor en de weging daarvan kunnen te zijner tijdworden betrokken bij de evaluatie van het voorstel van de Wet vervangingabonnementstarief. Dit wetsvoorstel is voor advies aangeboden aan deRaad van State en kan naar verwachting in het najaar worden aange-boden aan de Tweede Kamer.Wat betekent dit voor de groep zorgvragers met een middeninkomen ditomdat de Minister beoogd om voor de meeste huishoudens de inkomens-en vermogensafhankelijke eigen bijdrage geleidelijk op te laten lopenvanaf een bijdrageplichtig inkomen van 120% van het sociaal minimum,waardoor mensen met lage inkomens een eigen bijdrage blijven betalendie gelijk is aan het abonnementstarief?Mensen met een inkomen dat hoger is dan 120% van het sociaalminimum kunnen in de nieuwe situatie – afhankelijk van hun huishoudsa-menstelling – een hogere eigen bijdrage verschuldigd zijn dan het huidigeabonnementstarief. Dit zal worden uitgewerkt en toegelicht in hetwetsvoorstel dat momenteel wordt voorbereid en waarmee de afschaffingvan het abonnementstarief en de herinvoering van een inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) in de Wmo 2015 zullenworden geregeld. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting dit najaar wordenaangeboden aan de Tweede Kamer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 125436
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.