KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitkomsten van de pilot versnelde gegevensdeling IND-COA

30 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fab609a536d89716 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3504 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 januari 2026Op 4 oktober 20241 is uw Kamer geïnformeerd over de (gedeeltelijke)terugvordering van dwangsombetalingen via de Regeling eigen bijdrageasielzoekers (Reba). In die brief is toegezegd dat het COA en de IND, insamenwerking met het departement, gaan onderzoeken of het mogelijk isom het Reba-proces verder te stroomlijnen met versnelde informatie-uitwisseling. Middels de pilot Versnelde gegevensdeling IND–COA istussen 1 november 2024 en 31 maart 2025 getoetst op welke manier deinformatie-uitwisseling het meest efficiënt kon worden ingericht. In dezebrief informeer ik u, mede namens de Minister van Asiel en Migratie, overde uitkomsten van deze pilot. Daarmee geef ik tevens gestalte aan demotie van uw lid Rajkowski2 over het inzetten op het terugvorderen vandwangsommen om asielzoekers maximaal bij te laten dragen in de Kostenvan hun opvang.Terugvordering van dwangsombetalingen via de RebaAsielzoekers en statushouders die in de asielopvang verblijven enbeschikken over vermogen of inkomen, betalen een eigen bijdrage aanhet COA voor de opvang. Dit is vastgelegd in artikel 20, tweede lid, van deRegeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemde-lingen 2005 (Rva) en uitgewerkt in de Regeling eigen bijdrage asielzoekers(Reba).Bij niet tijdig beslissen door de IND, kan de aanvrager een dwangsomontvangen. Een uitgekeerde IND-dwangsom wordt beschouwd alsvermogen. Hiervan kan het COA, mits het totaal vermogen inclusief hetuitgekeerde bedrag boven de vermogensgrens3 valt, een deel innen alseigen bijdrage voor de opvang. De asielzoeker of statushouder die verblijftin de COA-opvang betaalt de eigen bijdrage voor de periode die hij of zij1Kamerstukken II 2024/2025, 19 637, nr. 32982Kamerstukken II 2024/25, 19 637, nr. 33333De hoogte van de vermogensgrens is bepaald in artikel 34, derde lid van de Participatiewet. kst-19637-3504ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35041 gebruik heeft gemaakt van de opvang, gerekend vanaf het moment dat dedwangsom is uitbetaald.Een dwangsom wordt in de huidige IND-praktijk in beginsel uitbetaald bijhet bodembesluit. Dat is het moment dat een definitief besluit wordtgenomen op de aanvraag.Zaak bij de Afdeling over de RebaDe Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op14-1-2026 de uitspraak gedaan dat een uitgekeerde dwangsom alsvermogen gezien kan worden op basis waarvan een eigen bijdrage opbasis van de Reba geïnd mag worden.Werkwijze vóór de pilotOm het innen van een eigen bijdrage naar aanleiding van een ontvangendwangsom mogelijk te maken, stelt de IND het COA op de hoogte van alleuitgekeerde dwangsommen boven de éénpersoons vermogensgrens. Opbasis van de door de IND aangeleverde lijst, kan het COA bezien ofiemand een eigen bijdrage kan betalen conform de beschrevenvoorwaarden in de Reba. Vóór de pilot hanteerde de IND voor degegevensdeling een wachttijd van 6 tot 8 weken in verband met eventuelebezwaar- en beroepsprocedures. Ontvangers van een dwangsom kunnennamelijk in beroep gaan wanneer zij het oneens zijn met de hoogte van deuitgekeerde dwangsom.Geconstateerd werd dat de wachttijd in de gegevensuitwisseling tussenIND en COA ertoe kon leiden dat een asielzoeker of statushouder hetreeds uitgekeerde dwangsombedrag al kon besteden of wegboekenvoordat het COA het Reba-voornemen kenbaar kon maken en/of de eigenbijdrage daadwerkelijk kon innen. Om deze reden is een pilot gestart omde gegevensdeling te vervroegen en zo versneld de Reba toe te passen.Uitkomsten pilot versnelde gegevensdeling IND–COAIn verschillende fases van de pilot is getest met snellere en frequenteregegevensdeling van dwangsomuitbetalingen boven de eenpersoonshuis-houden vermogensgrens, door niet met een wachttijd te werken enwekelijks in plaats van maandelijks gegevens te delen. Ook werd insommige fases van de pilot een betalingsblokkade toegepast, om het COAin de gelegenheid te stellen om bewoners vóór uitbetaling van dedwangsom al te informeren over het voornemen een eigen bijdrage tegaan innen.In de verschillende fases zijn verschillende werkwijzen getoetst:•Fase 1: IND geeft drie keer per week de dwangsomuitbetalingen dooraan het COA die boven de vermogensgrens voor eenpersoonshuishou-den liggen, inclusief een betalingsblokkade. Deze blokkade hield in datde IND pas over ging tot betaling nadat het COA de bewoner hadgeïnformeerd.•Fase 2: IND geeft drie keer per week de dwangsomuitbetalingen dooraan het COA die boven de vermogensgrens voor eenpersoonshuishou-den liggen, zonder betalingsblokkade.•Fase 3: IND geeft één keer per week de dwangsomuitbetalingen dooraan het COA die boven de vermogensgrens voor eenpersoonshuishou-den liggen, zonder betalingsblokkade.Uit alle drie de fases is gebleken dat de frequentere informatieverstrekkingvanuit de IND aan het COA ervoor zorgt dat het COA-bewoners eerder opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35042 de hoogte kan stellen van het betalen van een eigen bijdrage. Deverwachting was dat versnelde gegevensdeling zou leiden tot snellerebetaling van de eigen bijdrage en dat hiermee kostbare incassotrajectenkonden worden voorkomen. De resultaten van de pilot wijzen dit echterniet direct uit.De werkwijze toegepast in fase 1 en 2 bleken arbeidsintensief en leverdengeen verschil t.a.v. de werkwijze toegepast in fase 3. Wekelijkse gegevens-deling is net zo effectief gebleken als het gaat om het tijdig verstrekkenvan gegevens aan het COA, maar vergt minder capaciteitsuren voor deIND.Uit een vergelijking met een periode in 2024 waarin nog geen versneldegegevensdeling plaatsvond, volgt niet direct dat sneller en frequenteruitwisselen van informatie over de dwangsomuitbetalingen leidt tot eentoename in het aantal terugvorderingen op basis van de Reba. Volgenshet COA bleken er diverse redenen te zijn waardoor de eigen bijdrage nietgeïnd kon worden. Denk aan dwangsommen die onder de vermogens-grens vallen, mensen die een dwangsom kregen uitbetaald maar die nietin de systemen van het COA voorkomen (en dus niet in de asielopvangverblijven) en personen die met onbekende bestemming uit de COAopvang zijn vertrokken voordat de beschikking kon worden opgelegd.Voor deze laatste groep geldt dat de opgelegde vordering blijft staan,maar deze niet altijd inbaar is; bijvoorbeeld als mensen met onbekendebestemming vertrekken of teruggekeerd zijn naar land van herkomst.Mocht de betreffende persoon weer in het zicht komen van het COA, danwordt de openstaande eigen bijdrage geïnd. Beschikkingen die zijnopgelegd blijven staan en mensen moeten deze betalen, ook als zij zijnuitgestroomd naar de gemeente. De schuld blijft open en moet wordenvoldaan. Deze redenen om niet te kunnen innen hangen niet direct samenmet de snelheid en frequentie van gegevensuitwisseling.VervolgDe werkwijze in fase 3 is het meest efficiënt gebleken, met het oog opcapaciteit en uitkomsten. Daarnaast is het spoedig informeren vanbewoners over het voornemen een eigen bijdrage te gaan innen eenvoorbeeld van transparante en betrouwbare communicatie vanuit deoverheid, bewoners weten hierdoor immers sneller waar zij aan toe zijnen wat er van hen verwacht wordt. Dit zou het risico op het te goedertrouw uitgeven of overboeken van het dwangsombedrag kunnenverkleinen. Ik heb dan ook besloten om de werkwijze zoals getoetst infase 3 van de pilot te blijven toepassen.De Minister voor Asiel en Migratie,M.C.G. KeijzerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35043

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4cd3ad64753046ef

14 okt 2026 · 65bee76a383278d6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.