Vreemdelingen- en asielbeleid
Brontekst
Versie 928d5bfb32b403a3 · officiële bron21Vreemdelingen- en asielbeleidAan de orde is het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid (AOd.d. 04/06).De voorzitter:Ik heet de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vanharte welkom.De heer Fritsma (PVV):Voorzitter. Zoals bekend is de PVV altijd tegen generaalpar-donregelingen geweest. Wij waren dus ook tegen het laatstekinderpardon. Helaas hebben het kabinet en de staatssecre-taris het gebed zonder einde van de vele opeenvolgendepardonregelingen gecontinueerd. Hoe onverstandig dit is,kunnen wij nu zien. Het kabinet heeft linkse politici, asielin-dustrie, asieladvocaten en gemeenten wederom hun zingegeven om uitgeprocedeerde vreemdelingen in Nederlandte houden. Daarom zijn zij nu, bij bewezen succes, alweerhard bezig om de volgende lichtingen uitgeprocedeerdeasielzoekers verblijfsrecht te bezorgen. Ook het laatstepardon, dat al veel ruimer was dan het initiële wetsvoorstelvan PvdA en ChristenUnie, is dus weer niet genoeg. Totovermaat van ramp is de huidige pardonregeling niet een-malig, maar structureel. Het kinderpardon geldt niet alleenvoor gezinnen die hier al jaren zijn, maar ook voor gezinnendie nu en in de toekomst naar Nederland komen. Dit zorgtvoor grote problemen. Daarom dien ik de volgende motiein.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat het structurele kinderpardon het negerenvan de vertrekplicht en het illegaal in Nederland verblijvenbeloont;constaterende dat hierdoor het vreemdelingen- en terug-keerbeleid ernstig wordt ondermijnd, hetgeen ook door deCommissie Integraal Toezicht Terugkeer is vastgesteld;constaterende dat ook het grote aantal van meer dan 1.100aanvragen voor de structurele pardonregeling bewijst datuitgeprocedeerde gezinnen door de regeling niet uitNederland vertrekken, waarmee de regeling onverantwoordis gebleken;verzoekt de regering, het structurele kinderpardon zospoedig mogelijk ongedaan te maken,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Fritsma. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1831 (19637).Mevrouw Voortman (GroenLinks):Voorzitter. Ik dien de volgende vier moties in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er kinderen buiten het kinderpardon vallenomdat zij om verschillende redenen een reguliere vergun-ning hebben aangevraagd, bijvoorbeeld op grond vanschrijnende omstandigheden, medische gronden of voorverblijf bij gezinsleden, waardoor zij nu niet in aanmerkingkomen voor het kinderpardon, ondanks dat zij langer danvijf jaar in Nederland hebben verbleven als minderjarige;verzoekt de regering, een oplossing te vinden voor dezegroep gewortelde kinderen waardoor zij alsnog in aanmer-king kunnen komen voor een verblijfsvergunning,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1832 (19637).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat ongeveer 190 jongeren die een aanvraagvoor het kinderpardon hebben gedaan, zijn afgewezenomdat zij op de peildatum van 29 oktober 2012 ouder warendan 21 jaar;overwegende dat zij wel voor hun dertiende levensjaar naarNederland zijn gekomen en vijf jaar als minderjarige inNederland hebben gewoond en in Nederland geworteldzijn;verzoekt de regering, een oplossing te vinden voor deze inNederland gewortelde kinderen door een vergunning teverlenen aan jongeren die jonger zijn dan 25 jaar op destartdatum van de peilperiode en die vijf jaar als minderja-rige in Nederland hebben gewoond,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1833 (19637).MotieDe Kamer,91-21-110 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer gehoord de beraadslaging,overwegende dat het belang van het kind voorop moetkomen in beleid dat kinderen raakt;constaterende dat de staatssecretaris voornemens is ombij een vermoeden van kindersmokkel of mensenhandelouder en kind van elkaar te scheiden gedurende hetonderzoek;overwegende dat het scheiden van ouder en kind niet inhet belang van het kind is;verzoekt de regering, bij het onderzoek naar eventuelemensensmokkel ouder en kind niet te scheiden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1834 (19637).MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering in het huidige kinderpardonals voorwaarde voor het verlenen van een verblijfsvergun-ning stelt dat de kinderen onder rijkstoezicht van een vande ketenpartners in de vreemdelingenketen moeten hebbengestaan;constaterende dat door eerder overheidsbeleid gezinnenmet kinderen in het verleden niet altijd opgevangen werdendoor het Rijk maar door andere instanties of particulierenen daardoor niet onder rijkstoezicht stonden;constaterende dat kinderen die ingeschreven zijn bij eengemeente, school of anderszins, in beeld waren bij de lokaleoverheid;overwegende dat ook bij het generaal pardon in 2007 devoorwaarde van rijkstoezicht werd gesteld, maar dat als deverblijfsplaats van de asielzoeker niet bij de IND of DT&Vbekend was, door middel van een verklaring van de burge-meester van de gemeente waar de asielzoeker verbleef konworden aangetoond of er sprake was van ononderbrokenverblijf;verzoekt de regering, het criterium voor rijkstoezicht teverruimen tot gemeentetoezicht en de toetsing vangemeentetoezicht uit te voeren door middel van een burge-meestersverklaring,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mijblijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1835 (19637).Ik zie dat mevrouw Gesthuizen het woord niet wenst tevoeren.De heer Van Hijum (CDA):Voorzitter. De CDA-fractie heeft in het algemeen overlegdat wij hebben gevoerd over onder meer het kinderpardonaangegeven dat wij begrip hebben voor de wens van decoalitie en de staatssecretaris om een streep onder hetverleden te zetten en met een regeling te komen voorgewortelde kinderen, de overgangsregeling. Wij constaterendat daarover veel maatschappelijke discussie is ontstaanen dat de staatssecretaris een brief heeft gestuurd aan deburgemeesters die wel enige onduidelijkheid oplevert.Daarom dien ik de volgende motie in.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat burgemeesters door de staatssecretarisin de gelegenheid zijn gesteld om voor 20 juni nadereinformatie aan te dragen over kinderen die voor de Regelinglangdurig verblijvende kinderen in aanmerking zoudenmoeten komen;overwegende dat de overgangsregeling voor langdurigverblijvende kinderen perspectief beoogt te bieden aankinderen die vijf jaar of meer ononderbroken in Nederlandverblijven en geworteld zijn geraakt;voorts overwegende dat reeds in 2012 afspraken zijngemaakt tussen de bewindspersoon en burgemeesters overhet meewegen van het "maatschappelijk belang" bij hettoepassen van de discretionaire bevoegdheid;verzoekt de regering om door burgemeesters aangedrageninformatie over het belang van gewortelde kinderen bij debeoordeling zwaar te laten meewegen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hijum en Vander Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 1836 (19637).De heer Van Hijum (CDA):Ik heb eveneens aangegeven, net als in het debat een jaargeleden over de regelingen, dat wij wel bezwaren zien tegende permanente regeling en dat die geen toegevoegdewaarde heeft boven het buitenschuldbeleid en de mogelijk-heden van de discretionaire bevoegdheden die de staatsse-cretaris al heeft. Daarom dien ik mijn tweede motie in.MotieDe Kamer,91-21-210 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer gehoord de beraadslaging,constaterende dat de regering naast een overgangsregelingook een definitieve regeling heeft getroffen voor (gezinnenmet) kinderen die in de toekomst langdurig in Nederlandverblijven na een asielaanvraag en op grond daarvan eenverblijfsvergunning kunnen aanvragen;overwegende dat de definitieve regeling een premie zet ophet negeren van de vertrekplicht en nu al leidt tot veel extraprocedures en klachten;verzoekt de regering om de definitieve regeling in te trekkenen door toepassing van het buitenschuldbeleid en de dis-cretionaire bevoegdheid adequaat in te spelen op de pro-blematiek van langdurig in Nederland verblijvende kinderen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Van Hijum en Vander Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 1837 (19637).De heer Schouw (D66):Voorzitter. Kortheidshalve beperk ik mij tot het indienenvan twee moties.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat er in Nederland sprake is van eenondeelbare overheid;overwegende dat het gemaakte onderscheid in de Regelinglangdurig verblijvende kinderen tussen rijkstoezicht engemeentelijk toezicht een kunstmatig onderscheid is;overwegende dat kinderen die bijvoorbeeld ingeschrevenstonden in het Basisregister Onderwijs zich niet actief aanhet zicht onttrokken hebben;verzoekt de regering om in de gehele Regeling langdurigverblijvende kinderen het criterium rijkstoezicht te verande-ren in het criterium overheidstoezicht,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Schouw, Voorde-wind, Voortman en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt deindiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1838 (19637).De heer Schouw (D66):Mijn tweede motie gaat over het juridische spoor om ietste doen aan de aangetroffen ongelijkheid.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de rechtbank Groningen op 11 april 2014in een hoger beroep met betrekking tot de Regeling langdu-rig verblijvende kinderen heeft geoordeeld dat de staatsse-cretaris niet voldoende motiveert dat een afwijzing van deregeling geen schending van het in artikel 8 van het EVRMneergelegde recht op eerbiediging van het privélevenbetekent;overwegende dat dergelijke jurisprudentie het belang vanartikel 8 EVRM met betrekking tot zaken aangaande deRegeling langdurig verblijvende kinderen onderstreept;verzoekt de regering, de juridische afwikkelingen vanberoepszaken aangaande afwijzingen van de Regelinglangdurig verblijvende kinderen scherp te monitoren en deKamer hierover te informeren voor de begrotingsbehande-ling van het ministerie van Veiligheid en Justitie 2014,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Schouw, Voortmanen Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervanvoldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1839 (19637).De heer Voordewind (ChristenUnie):Voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste gaat over deVluchthaven. Ik dien deze motie in, omdat het project ophet punt staat om gestopt te worden.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een deel van de Vluchthavenbewonersinmiddels is teruggekeerd of daar actief aan meewerkt, datenkele deelnemers alsnog een verblijfsstatus hebben ver-kregen, maar dat het grootste gedeelte van de dossiers nogin behandeling is;overwegende dat deelnemers aan het project de gelegen-heid krijgen om in relatieve rust en stabiliteit te werken aanhun toekomst in Nederland of elders in de wereld;verzoekt de regering, het project Vluchthaven met tenminste zes maanden te verlengen, zodat alle dossiersbehandeld zijn, en het project daarna uitvoerig te evalueren,91-21-310 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind,Gesthuizen, Voortman en Schouw. Naar mij blijkt, wordtde indiening ervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1840 (19637).De heer Voordewind (ChristenUnie):De volgende motie gaat over het kinderpardon.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat verschillende aanvragen onder de kinder-pardonregeling zijn afgewezen doordat aanvragers nietonder rijkstoezicht maar wel onder het gemeentelijk toezichtstonden;van mening dat mede hierdoor het belang van het kindondergeschikt wordt gemaakt, hetgeen in strijd is met artikel3 van het Kinderrechtenverdrag;verzoekt de regering, verklaringen van burgemeesters zwaarmee te laten wegen bij het discretionair beoordelen van deafgewezen kinderpardonzaken waarbij er sprake was vangemeentelijk toezicht,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind enGesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan vol-doende ondersteund.Zij krijgt nr. 1841 (19637).De heer Voordewind (ChristenUnie):De laatste motie gaat ook over het kinderpardon en hetgemeentelijk toezicht. Deze motie luidt als volgt.MotieDe Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de Regeling langdurig verblijvende kinde-ren van de aanvrager vereist dat zij onder het rijkstoezichthebben gestaan, terwijl de regering voorheen de opvangvan uitgeprocedeerde asielzoekers, waaronder kinderen,beëindigde totdat de rechter daar in 2010 een einde aanmaakte;constaterende dat een groep kinderen nu op dit vereistewordt afgewezen terwijl zij vóór 2010 door de overheid opstraat zijn gezet;verzoekt de regering, het deze groep niet tegen te werpendat zij niet onder het rijkstoezicht hebben gestaan,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind,Voortman en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indieningervan voldoende ondersteund.Zij krijgt nr. 1842 (19637).De voorzitter:Wij wachten heel even totdat alle moties zijn gekopieerd.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Ik kijk even naar de staatssecretaris of hij intussen allemoties heeft. Ja, dat is het geval.Staatssecretaris Teeven:Voorzitter. Ik dank de leden voor hun woordvoering in ditverband. Ik zal de twaalf moties allemaal kort aflopen.Allereerst kom ik bij de motie op stuk nr. 1831 van de heerFritsma. In de motie wordt de regering verzocht om hetstructurele, definitieve kinderpardon ongedaan te maken.Ik ga er althans van uit dat hij dat bedoelt. Over al dezefacetten hebben wij uitgebreid gediscussieerd tijdens hetalgemeen overleg. Dat geldt voor nagenoeg alle moties dieter bespreking zijn geweest. Het was een goed algemeenoverleg. Net zoals de overgangsregeling voor het kinderpar-don, gaat het met de definitieve regeling ook om eenafspraak uit het regeerakkoord. Ik heb aangegeven dat ikmij daaraan gebonden acht. Met de definitieve regeling iser ook beleid gekomen waaraan de verantwoordelijkheidvan zowel de overheid als de ouders kan worden getoetstals het gaat om langdurig verblijf van overwegend uitgepro-cedeerde jongeren. Ik wijs de heer Fritsma erop dat van de1.101 aanvragen op dit moment er 29 zijn ingewilligd ende overige niet. Ook dat hebben wij in het algemeen overlegal met elkaar gedeeld. Ik ontraad deze motie.De heer Fritsma (PVV):Ik weet dat weinig van die aanvragen zijn ingewilligd, maardaar gaat het ook niet om. Als 1.100 mensen die aanvraagindienen, betekent dit dat 1.100 mensen gewoon niet uitNederland vertrekken, maar hier blijven en opnieuw deproceduremolen ingaan. Als het deze keer niet lukt, probe-ren ze het een andere keer weer. De staatssecretaris kandie regeling toch niet handhaven als blijkt dat deze hetterugkeerbeleid zo ernstig ondermijnt? De staatssecretarismoet dan toch zelf ook het terugkeerbeleid beschermen eneen streep halen door deze regeling?Staatssecretaris Teeven:Laat helder zijn dat dit helemaal niet is gebleken. De heerFritsma stopt allemaal woordjes als "als" in zijn zinnen. Er91-21-410 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer is helemaal niets van dit al gebleken. Er is helemaal nietgebleken dat het terugkeerbeleid door deze regeling wordtaangetast. Ik stel vast dat van de 1.101 aanvragen op dedefinitieve regeling, er tot nu toe 29 zijn ingewilligd. Dat iseen verwaarloosbaar aantal. Er is bovendien geen enkeleindicatie dat de regeling voor de toekomst het terugkeerbe-leid in de weg zal zitten. Ik blijf dus bij mijn standpunt datdeze motie moet worden ontraden.De voorzitter:Mijnheer Fritsma, het is niet de bedoeling om het debathier opnieuw te voeren. Als u een opmerking maakt, dientdie echt gericht te zijn op de ingediende motie en verderniet.De heer Fritsma (PVV):Precies. Ik heb één vervolgvraag. Als 1.100 mensen in aan-merking willen komen voor die regeling, betekent dit datzij niet uit Nederland vertrekken. Dus de staatssecretariszorgt er met deze regeling voor dat mensen door kunnenprocederen en in Nederland kunnen blijven. Daarmee zorgthij voor alle randvoorwaarden voor een nieuw generaalpardon voor zover de mensen niet binnen het huidige par-don vallen. Graag krijg ik een reactie hierop.Staatssecretaris Teeven:Ik heb al aangegeven dat ik dit helemaal niet zo zie. Dezevraag gaat uit van onjuiste veronderstellingen van de heerFritsma. Hij weet het helemaal niet; hij kan niet in een glazenbol kijken. Dat denkt hij af en toe wel, maar dat is niet zo.Het standpunt van het kabinet wijzigt dus niet.Voorzitter. Ik kom te spreken over de moties van mevrouwVoortman. In haar motie op stuk nr. 1832 verzoekt zij deregering om een oplossing te vinden voor de groepgewortelde kinderen, waardoor zij alsnog in aanmerkingkunnen komen voor een verblijfsvergunning. Het isnatuurlijk nooit de bedoeling geweest van het kabinet omhet criterium van de worteling dat in het initiatiefwetsvoor-stel van Spekman en Voordewind wel was opgenomen,over te nemen. De overgangsregeling kent andere criteria.Deze staan ook in het regeerakkoord. Het is dus niet zo datwij in zijn algemeenheid voor de groep gewortelde kinderen,zoals mevrouw Voortman dat in haar motie verwoordt, eenoplossing moeten zoeken. Om deze reden ontraad ik demotie.Mevrouw Voortman (GroenLinks):Ik heb met mijn motie niet bedoeld om al bij voorbaat vastte leggen hoe deze groep in Nederland zou moeten kunnenverblijven. Worteling was echter wel degelijk de reden omtot een kinderpardon te komen. Als dat niet de reden is vanhet kabinet, de PvdA en de VVD, zou ik willen weten watdan wél de reden is geweest om hiertoe te komen.Staatssecretaris Teeven:We hebben in het algemeen overleg duidelijk met elkaargewisseld dat de regels van het kinderpardon niet gingenveranderen. Ik heb toen wel gezegd dat er uiteraard aan deranden van de criteria schrijnende situaties kunnen zijn.Mevrouw Voortman haalt dat ook aan in haar overwegin-gen, waar zij schrijft "op grond van schrijnende omstandig-heden". Dergelijke situaties kunnen uiteraard altijd redenzijn voor een discretionaire vergunningverlening. Het isechter niet zo dat ik het begrip "worteling" heb meegewogenbij het kinderpardon.De voorzitter:Ook dit punt is uitgebreid gewisseld tijdens het AO,mevrouw Voortman.Staatssecretaris Teeven:Uitgebreid gewisseld, voorzitter.De voorzitter:Ja. Gaat u verder.Staatssecretaris Teeven:In haar motie op stuk nr. 1833 verzoekt mevrouw Voortmande regering om een oplossing te vinden voor deze inNederland gewortelde kinderen door een vergunning teverlenen aan jongeren die jonger zijn dan 25 jaar. Dat iseen verandering van de leeftijdsgrenzen. Ik heb begrependat de fractie van GroenLinks voorstander is van het wijzi-gen van de leeftijdsgrenzen, maar ik heb in het AO al gezegddat de leeftijdsgrenzen zoals genoemd in de overgangsre-geling niet gewijzigd worden. Ook deze motie moet ikdaarom ontraden.In de motie-Voortman op stuk nr. 1834 wordt de regeringverzocht, bij het onderzoek naar eventuele mensensmokkelouder en kind niet te scheiden. We hebben dit onderwerpook gewisseld toen we debatteerden over grensdetentie,en het erover ging of ouder en kind van elkaar moetenworden gescheiden als er sprake zou zijn van kindersmokkelof mensenhandel. Ik heb gezegd dat het niet de bedoelingis van de regering om dit standaard te doen. Dat moetende immigratiediensten helemaal niet doen. Bij twijfel moetonderzoek plaatsvinden. De situatie naar de toekomst, zoalsgeschetst in het algemeen overleg, is dat we eerst kijkenof screening mogelijk is. Een goede screening kan beteke-nen dat mensen meteen doorgaan naar Ter Apel. Anderskan er nog een detentiesituatie komen. Als er straks eendetentiesituatie is die op een andere wijze inhoud wordtgegeven in Zeist, hoeven we ouders en kinderen niet meerte scheiden.Los van dit alles, uitgangspunt van het kabinet is niet datouders en kinderen gescheiden worden. Ik heb echter welgezegd dat er "soms" geen andere mogelijkheid is. In uit-zonderingssituaties zal het dus misschien toch moetengebeuren in geval van mensensmokkel. Hier staat: "…, bijhet onderzoek naar eventuele mensensmokkel ouder enkind niet te scheiden." Het beleid van de regering is dat ditzeer terughoudend gebeurt, maar ik kan het niet vollediguitsluiten. Om deze reden moet ik die motie ontraden.Dan de motie van mevrouw Voortman op stuk nr. 1835waarin de regering wordt verzocht om het criterium voorrijkstoezicht te verruimen tot gemeentetoezicht en om detoetsing van het gemeentetoezicht uit te voeren door middelvan een burgemeestersverklaring. Ik moet ook deze motieontraden. Wat is gemeentetoezicht? Tijdens het algemeen91-21-510 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer overleg is niet helemaal helder geworden wat gemeente-toezicht is. Dat kan ook niemand zeggen. Het is helemaalniet beoogd om een scheiding aan te brengen tussen rijks-toezicht en gemeentetoezicht. In het regeerakkoord is sprakevan rijkstoezicht en dat is het punt waarover wij spreken.De burgemeestersverklaring maakt geen onderdeel uit vanhet regeerakkoord en wij gaan daarmee niet werken bij ditpardon. Wij gaan de regels niet veranderen. Wij hebbendat al tijdens het algemeen overleg met elkaar gewisseld.Om die reden moet ik de motie ontraden.Mevrouw Voortman (GroenLinks):De staatssecretaris vraagt zich af wat gemeentetoezicht is.Ik verwijs daarvoor juist naar het generaal pardon. Wijhoeven de discussie niet te voeren over wat een goed crite-rium zou kunnen zijn. Wij kunnen gewoon wijzen naar hetgeneraal pardon. Het is een kwestie van willen.Staatssecretaris Teeven:Wij hebben in het algemeen overleg uitgebreid besprokendat het kabinet zich gebonden voelt aan het regeerakkoord.Wij gaan het kinderpardon uitvoeren op de wijze die in hetregeerakkoord staat en wij gaan de regels niet tussentijdswijzigen.Mevrouw Voortman (GroenLinks):Het gaat dus niet meer om de vraag wat een goed criteriumvoor gemeentetoezicht is. Dit criterium is te geven. Er zijntrouwens ook andere moties ingediend die daarvoor eengoed criterium aangeven. Ik constateer dat het een kwestieis van niet willen.Staatssecretaris Teeven:Het kabinet meent dat dit criterium niet te hanteren is. Hetis om die reden in het regeerakkoord terechtgekomen zoalshet erin is terechtgekomen. Er stond ook van tevoren vastdat er sprake zou zijn van rijkstoezicht. Ik ontraad de motieom deze reden.Ik vervolg met de motie op stuk nr. 1836 waarin de regeringwordt verzocht om door burgemeesters aangedrageninformatie over het belang van gewortelde kinderen — ikheb net al aangegeven dat gewortelde kinderen het crite-rium niet is — bij de beoordeling zwaar te laten meewegen.De informatie van de burgemeesters wordt altijd zorgvuldiggewogen en beoordeeld. Dit zou ertoe kunnen leiden datik in een individuele zaak gebruikmaak van discretionairebevoegdheid. Ik kan echter niet aan de voorkant toezeggendat ik categorisch zwaar gewicht toeken aan verklaringenwaarvan ik de inhoud op dat moment niet ken. Ik moet dezemotie ontraden vanwege het woord "zwaar". In het alge-meen overleg heb ik na een nadrukkelijke vraag van de heerVan Hijum duidelijk gemaakt dat de informatie van de bur-gemeester uiteraard meeweegt. Indien dit niet zo is, hoeftook de brief niet te worden verstuurd waarin staat dat tot20 juni informatie kan worden gegeven. Het is een beetjeonzin een brief naar burgemeesters te sturen met het ver-zoek om nieuwe informatie als je daar niets mee doet. Ikheb dat al aangegeven. Als de heer Van Hijum aanleidingziet om in zijn motie het woordje "zwaar" te laten vervallen,is het een motie waarvoor ik het oordeel aan de Kamer laat.Ik kan op dit moment niet zeggen dat ik het zwaar laatmeewegen, omdat ik de informatie niet heb.De heer Van Hijum (CDA):Op het risico af dat dit een semantische discussie wordt: ikheb de staatssecretaris ook herinnerd aan de procedureleafspraken die al in 2012 met gemeenten en burgemeesterszijn gemaakt, naar aanleiding van het ACVZ-advies dat juisthet element van worteling wel degelijk een zelfstandig engewichtig element in de afweging zou moeten vormen. Hetgaat daarbij om het maatschappelijke belang dat iemanddeel uitmaakt van de samenleving. Waarom heeft destaatssecretaris zo veel moeite met het woordje "zwaar" alsdit een afspraak is die nog steeds staat?Staatssecretaris Teeven:Ja, de heer Van Hijum heeft gelijk. Ik heb tijdens het alge-meen overleg gezegd dat dit meeweegt. Ik heb letterlijk hetantwoord gegeven zoals ik het nu ook geef, namelijk datook dat meeweegt. Ik verschuil mij daar niet achter, wantdie afspraak is inderdaad gemaakt. Die is bekend. Het zithem in het woordje "zwaar". Dit heb ik niet gezegd tijdenshet algemeen overleg. Het woordje "zwaar" impliceert datdit een doorslaggevende factor kan zijn. Ik kan dit op ditmoment niet zeggen, omdat ik niet weet om welke informa-tie het gaat. Ik kan omgekeerd ook tegen de heer Van Hijumzeggen: haal het woord "zwaar" eruit, dan laat ik het oordeelover deze motie aan de Kamer. Het wordt dan een beetjeeen jij-bak en dat moeten wij misschien niet doen.De heer Van Hijum (CDA):Ik heb dat signaal goed gehoord. Ik zal dat serieus overwe-gen. Maar goed, de staatssecretaris maakt er nu "doorslag-gevend" van. Dat staat er ook niet. Ik heb de staatssecretarisechter goed gehoord en ik zal dat zeker overwegen.Staatssecretaris Teeven:In de motie op stuk nr. 1837 van de heer Van Hijum en deheer Van der Staaij wordt de regering verzocht om dedefinitieve regeling in te trekken en door toepassing vanhet buitenschuldbeleid en de discretionaire bevoegdheidadequaat in te spelen op de problematiek. Ik heb daarvoorde motivatie eigenlijk al gegeven bij de bespreking van deeerste motie. Ook die definitieve regeling is onderdeel vanhet regeerakkoord. Ook de inwilligingen waren buitenge-woon klein. Verder is het werken aan vertrek ook eenvoorwaarde. De vrees van de heer Van Hijum, zoals die isverwoord in de motie van de heer Van der Staaij en de heerVan Hijum, lijkt mij daarom onterecht te zijn. Om die redenmoet ik de motie ontraden.Ik kom op de motie op stuk nr. 1838, van de heer Schouwen anderen. Daarin wordt de regering verzocht om in degehele Regeling langdurig verblijvende kinderen het crite-rium rijkstoezicht te veranderen in het criterium overheids-toezicht. Het kabinet heeft van tevoren al aangegeven —dat hebben wij ook tijdens het algemeen overleg gedaan— dat we niets wijzigen aan het regeerakkoord, dus ookniet aan deze criteria. Om die reden hebben wij gezegd:informatie die tot 20 juni wordt geleverd en die onbekendis, zullen wij zorgvuldig bekijken. Dat geldt ook voor dezaken van personen die zijn afgewezen op het criterium van91-21-610 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer rijkstoezicht. Op de uitkomst kan ik niet vooruitlopen. Datgebeurt in deze motie wel. Om die reden moet ik de motieontraden.De motie op stuk nr. 1839 gaat over de juridische afwikke-ling van beroepszaken aangaande het kinderpardon. Ookdie motie is ingediend door de heer Schouw en anderen.In deze motie wordt de regering verzocht, de juridischeafwikkelingen van beroepszaken aangaande afwijzingenvan de Regeling langdurig verblijvende kinderen scherp temonitoren en de Kamer hierover te informeren vóór debegrotingsbehandeling van het ministerie van Veiligheiden Justitie. Ik ga er een beetje van uit dat de heer Schouwdoelt op de begroting over het jaar 2015. Hij zal de tekst opdit punt nog wel even wijzigen, denk ik. Ik zie hem knikken.Ik ben hiertoe bereid, dus ik laat het oordeel over deze motieaan de Kamer. Het betrof in de Groningse zaak overigensberoep, geen hoger beroep. Dat zeg ik even volstrekt ter-zijde.In de motie op stuk nr. 1840, van de heer Voordewind enanderen, wordt de regering verzocht, het project Vluchtha-ven met tenminste zes maanden te verlengen zodat alledossiers zijn behandeld. Ik heb de heer Voordewind al eenaantal keren horen zeggen dat er nog heel veel dossiers inbehandeling zijn, maar dat is niet juist. Volgens de informa-tie die ik van de gemeente heb ontvangen, zijn er zo'n 30dossiers van mensen die hebben aangegeven mogelijk tewillen vertrekken. Bij 12 krijgt dat vastere vormen. Volgensdie informatie zijn er ook zo'n 30 mensen die gewoonhelemaal niets willen en die het land moeten verlaten. Bijdeze mensen staat dit ook volledig vast. Er zijn verder nogtussen de 30 en de 50 dossiers van mensen bij wie nog eenmedische problematiek speelt en waarbij nog op een adviesvan de GG en GD wordt gewacht. Een afschrift van deevaluatie die de burgemeester aan de gemeenteraad heeftgestuurd, zal de Kamer op korte termijn ontvangen. Op 2juli zal er een algemeen overleg worden gehouden. Dankunnen we op basis van de feiten met elkaar over de inhoudspreken. Tijden het AO van 4 juni heb ik ook al gezegd datik gematigd negatief ben. Die woorden heb ik letterlijkgebruikt. Het initiatief was er primair natuurlijk op gerichtom mensen vanuit een stabiele omgeving te laten terugke-ren, zodat ze enigszins tot rust konden komen. Uit de evalu-atie blijkt dat er feitelijk twee mensen vrijwillig zijn terugge-keerd. Dat is een mager resultaat. Ik denk dat we het alge-meen overleg op 2 juli met elkaar moeten voeren. Ik wilechter niet nu, op basis van de thans bekende resultaten,al zeggen dat we het project Vluchthaven zes maandenzouden moeten verlengen. Daarom moet ik deze motieontraden.Ik kom op de motie op stuk nr. 1841, van de heer Voorde-wind en mevrouw Gesthuizen.De voorzitter:Voordat u daarop ingaat, wil de heer Voordewind u nogeen vraag stellen.De heer Voordewind (ChristenUnie):Ik dank de staatssecretaris voor de verdere toelichting. Alsje 30 dossiers hebt behandeld van mensen die mogelijk nuwillen terugkeren en eerder op straat zwierven, zou datredelijk succesvol genoemd kunnen worden. Ik begrijp deurgentie om zelfs te verlengen dan wel. Ik ben bereid omde motie aan te houden, omdat we hier op 2 juli weer opterug kunnen komen.De voorzitter:Op verzoek van de heer Voordewind stel ik voor, zijn motie(19637, nr. 1840) aan te houden.Daartoe wordt besloten.Staatssecretaris Teeven:In de motie van de heer Voordewind op stuk nr. 1841 wordtde regering verzocht, verklaringen van burgemeesters zwaarmee te laten wegen bij het discretionair beoordelen vanhet afgewezen kinderpardon. Zoals ik al heb gezegd, wordthet meegewogen. Om dezelfde reden ontraad ik deze motie.Ik heb er net een uitgebreide discussie over gevoerd metde heer Van Hijum.De heer Voordewind (ChristenUnie):Wij hebben eenzelfde soort motie opgesteld zonder dat wijhet van elkaar wisten, dus misschien valt er nog iets inelkaar te schuiven. Wat zegt de staatssecretaris ervan, alswe het woordje "zwaar" vervangen door "serieus"?Staatssecretaris Teeven:Ik ben altijd serieus met dit vak bezig. Of ik het nou meelaat wegen of serieus mee laat wegen: we laten al dieinformatie meewegen, maar we kennen er geen beslissendebetekenis aan toe. Dat impliceert het woordje "zwaar".In de motie van de heer Voordewind op stuk nr. 1842 wordtde regering verzocht, het deze groep niet tegen te werpendat zij niet onder rijkstoezicht hebben gestaan. Dat betekentdat je de regels weer zou moeten veranderen. Ik wil deregels niet veranderen. Ik heb in het algemeen overlegaangegeven dat er in eerste instantie 98 zaken waren waarinsprake was van rijkstoezicht, waarvan 26 inmiddels eeninwilliging hebben gekregen. Er liggen op dit moment nog72 dossiers, die ik allemaal ga bekijken na 20 juni. Uiteraardkan daarin een rol spelen of iemand op straat is gezet enzich niet heeft onttrokken. Dat zou een rol kunnen spelen,maar deze motie betekent een verandering van de regels.Ik moet die om die reden dan ook ontraden.De beraadslaging wordt gesloten.De voorzitter:Hiermee zijn wij aan het eind gekomen van dit VAO. Overde ingediende moties zullen wij volgende week dinsdagstemmen. Ik zie dat dezelfde woordvoerders voor het vol-gende onderwerp aanwezig zijn, dus wij kunnen nu over-gaan naar het volgende VAO.91-21-710 juni 2014TK 91Vreemdelingen- en asielbeleidTweede Kamer
Gerelateerde bronnen
- VAO Vreemdelingen- en asielbeleid (AO d.d. 04/06)
Vreemdelingen- en asielbeleid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.