KamerkringInloggen
Kamerbrief

Industriebeleid met focus

17 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 165074d7cb00db38 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 826IndustriebeleidNr. 277 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 oktober 2025Nederland is een welvarend land, maar die welvaart is niet vanzelf-sprekend. Ons verdienvermogen1 staat onder druk. Nederland worsteltmet stagnerende productiviteit, lage R&D-investeringen en een onderne-mingsklimaat dat piept en kraakt. Kijk naar de files op het stroomnet,toenemende waterschaarste, de krapte op de arbeidsmarkt, de beperkteruimte voor nieuwe fabrieken2 of het gebrek aan (passende) financieringvoor het mkb en groeiende, veelbelovende bedrijven. Dit raakt het bredebedrijfsleven en vooral de industrie, die cruciaal is voor onze welvaart.Daarnaast vraagt de huidige internationale economische en geopolitiekesituatie om een actievere rol van de overheid. Het speelveld is deafgelopen decennia ingrijpend veranderd, zoals ook het Draghi-rapport3laat zien. Internationale concurrentie en geopolitieke spanningen zijntoegenomen en hebben grote gevolgen voor internationale handel, waarNederland traditioneel veel aan verdient. Andere landen, ook binnen deEU, voeren veel actiever industriebeleid; ze sturen actief op de ontwik-keling van bepaalde technologieën en markten in eigen land, waardoorNederlandse bedrijven benadeeld kunnen worden. Het aantal industriepo-litieke instrumenten en maatregelen wereldwijd is in tien jaar tijd sterkgegroeid.4 Economische macht wordt steeds vaker ingezet voor politiekedoeleinden. Denk aan de importheffingen van de VS op specifiekegoederen of de Chinese Made In China 2025 strategie met overheids-investeringen in strategische markten, zoals zonnepanelen of elektrischeauto’s. Mede hierdoor is de economische macht en technologische positievan de VS en diverse Aziatische landen waaronder China sterk gegroeid.1Verdienvermogen is de capaciteit om nu en op de lange termijn structurele welvaart én welzijnte genereren, door simpelweg geld te verdienen.2Ruimte voor industrieclusters, Kamerstuknummer 29 826, nr. 2583Draghi, 2024. The future of European competitiveness4Juhasz, Lane, Oehlsen, Perez, 2022. The Who, What, When and How of Industrial Policy.;Analyses van de Wereldbank en de New Industrial Policy Observatory schatten in dat het aantalindustriebeleidsinterventies van 2017–2023 is vernegenvoudigd. (World Bank, 2024. Therenaissance of industrial policy: Known knowns, known unknowns, and unknown unknowns) kst-29826-277ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2771 In dit internationale speelveld geldt steeds meer dat wie er vroeg bij is,grote voordelen behaalt: schaalvoordelen, marktmacht en spillovers naarandere sectoren. Voorbeelden zijn de opkomst van kunstmatige intelli-gentie (AI) of de dominantie van enkele landen in de productie vanhalfgeleiders. Wie te laat instapt, loopt blijvend achter en ziet talent eninvesteringen weglekken. Het is een winner-takes-all-spel waarin snelheid,focus en daadkracht het verschil maken.Nederland kan zich in deze wereld geen afwachtende houding veroor-loven. De politiek en de maatschappij vragen het kabinet om duidelijkekeuzes. Met respect voor de demissionaire status, maar ook vanwege deonzekerheid over de duur hiervan, acht het kabinet het daarom van belangom nu een noodzakelijke en nieuwe koers in het industriebeleid aan deKamer voor te leggen.Als onderdeel van de nieuwe koers geeft het kabinet een extra impuls aanreeds ingezette keuzes, binnen de daarvoor bestaande budgettaire kaders.Het kabinet zet met gericht industriebeleid in op de verdere versterkingvan de Nederlandse positie op halfgeleiders, biotechnologie, aan deDefensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 (DSII)5 gerela-teerde groeimarkten (in het bijzonder 6G, radar, lasersattelietcommuni-catie, quantum), digitale diensten (met name AI), machinebouw eninnovatieve chemie. Dit zijn markten die uit technologie- en marktanalysesnaar voren komen (bijlage 1) en die gericht bijdragen aan de maatschap-pelijke opgaven zoals geformuleerd in het missiegedreven innovatiebeleid(bijlage 2). De doorontwikkeling van deze markten kan niet wachten opeen volgend kabinet.Met deze brief zet ik een raamwerk neer voor gerichte marktinterventies.Een volgend kabinet kan voortbouwen op deze koers. Het onafhankelijkadviesrapport van de heer Wennink dat uiterlijk eind 2025 verschijnt zaleen belangrijke rol spelen in de invulling van de inzet op deze zes marktenen eventuele aanvullende markten in de toekomst.6Een belangrijke kracht van de Nederlandse economische structuur is degrote veelzijdigheid: sectoraal, regionaal en in activiteiten. Daarom blijfthet kabinet naast het gerichte industriebeleid werken aan een stevigfundament voor ondernemerschap en groei voor alle bedrijven dieNederland draaiende houden. Van regionale ondernemers en mkb’ers totinternationale marktleiders. Het kabinet houdt aandacht voor alleondernemers en sectoren van onze economie: van detailhandel tothoreca, creatieve industrie tot logistiek, van bouw tot agri-food entuinbouw, en van water tot maritiem en luchtvaart. Deze sectoren creërenkansen voor nieuwe markten en voor de toepassing van technologie, hieren in het buitenland, waarmee zij in ons land een grotere bijdrage leverenaan brede welvaart en de vooraanstaande positie in de wereld behoudenen uitbouwen.Toegang tot internationale markten, het creëren en benutten vanexportkansen en het bevorderen van internationale samenwerking iscruciaal om schaalvoordelen te realiseren, innovatie te bevorderen en desectoren van dit nieuwe industriebeleid te laten floreren. Waar mogelijk ennodig kunnen alle Nederlandse bedrijven daarom gebruik maken van onsambassadenetwerk en het handelsinstrumentarium als zij ondernemen inhet buitenland of dat ambiëren.5zoals de in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 zijn vastgesteld.6Adviesvraag Peter Wennink, Kamerstuk 32 637, nr. 707Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2772 Daarnaast blijft het kabinet het missiegedreven innovatiebeleid gebruikenom bedrijvigheid te verbinden aan de maatschappelijke opgaven die doorvakdepartementen zijn geformuleerd. In het missiegedreven innovatie-beleid werken overheden, kennispartners en bedrijfsleven samen aaninnovatie die bijdraagt aan oplossingen voor deze maatschappelijkeopgaven op het gebied van Energietransitie, Circulaire economie,Gezondheid & zorg, Landbouw, water en voedsel en Veiligheid. Dit zijnessentiële opgaven voor de Nederlandse welvaart en blijven daaromonverminderd een prioriteit voor het kabinet. Over de doorontwikkelingvan dit beleid wordt uw Kamer separaat geïnformeerd.Deze brief sluit aan bij de maatschappelijke missies en richt zich, geziende urgente internationaal economische en geopolitieke situatie, op hetversterken van het toekomstig verdienvermogen en de weerbaarheid vanNederland. Het eerste deel van deze brief licht de gerichte aanpak binnenhet industriebeleid toe. Het tweede deel gaat in op het generieke beleidwaarmee het kabinet alle sectoren van de economie bedient. Met dezebrief geef ik tevens uitvoering aan diverse moties en toezeggingen van hetafgelopen jaar, waarmee uw Kamer mij heeft aangemoedigd om eenvernieuwd industriebeleid op te zetten.7Een nieuwe koers in het Nederlandse industriebeleidDe hoofdopgave in het industriebeleid is tweeledig; we moeten hetverdienvermogen versterken om ook in de toekomst de verduurzamings-opgave, onderwijs, veiligheid, zorg en infrastructuur te kunnen betalen.Daarnaast moeten we onze economische weerbaarheid vergroten. Dithoudt onder andere in dat we risicovolle strategische afhankelijkhedenvan andere landen verminderen, zoals van geneesmiddelen, energie,grondstoffen (bijvoorbeeld via circulariteit) en voedsel (bijvoorbeeld doorvia innovatieve voedselproductie de leveringszekerheid van voedsel tewaarborgen). Het afbouwen van álle afhankelijkheden is zowel onmogelijkals onwenselijk. Het is daarom van belang dat we in de wereldmarkteconomisch gewicht in de schaal leggen. Dat betekent dat we essentiëlecapaciteiten in markten en technologieën moeten behouden en opbouwenwaardoor wederzijdse afhankelijkheden ontstaan.8Om dit te realiseren zijn, zoals al eerder bepleit,9 extra investeringennodig van bedrijfsleven en overheid. Deze investeringen, maar ook reeds7Motie van het lid Martens-America om de lessen van de gerichte Beethovenaanpak mee tenemen en te gebruiken voor de vernieuwing van ons innovatie- en industriebeleid en regionaleeconomische ontwikkeling (Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 22); Motie van het lid Amhaouch c.s. overeen verkenning naar een Nationale Strategische Industrie & Technologie Tafel in een vorm diebij Nederland past (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 55); Motie van het lid Dijk over een overzicht vanstrategische sectoren die vitaal zijn voor Nederland en de huidige internationale afhankelijk-heidsrelaties hierop, en om voorstellen te doen voor hoe deze productie kan worden behoudenvoor of teruggebracht naar Nederland (Kamerstuk 31 985, nr. 89); Motie van de leden Dassenen Grinwis over een verkenning naar hoe sandboxes voor andere technologieën kunnenworden ingericht in de Nationale Technologiestrategie (Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 40); Motievan het lid Kostic c.s. over een onderbouwde visie en bijbehorend actieplan voor de toekomstvan de Nederlandse industri. (Kamerstuk 29 826, nr. 250); Toezegging tijdens het Halfgeleider-debat van 2 september 2025 om scherpe keuzes te maken en die ook te linken met de NTS(TZ202509-007); Toezeggingen tijdens het debat Verdienvermogen van Nederland van13 februari 2025 om het derde kwartaal van 2025 een brief naar uw Kamer te sturen over hetnieuwe industrie- en innovatiebeleid (TZ202502-139) en in het derde kwartaal van 2025 eenbrief naar uw Kamer te sturen over de Nationale Technologiestrategie (NTS) (TZ202502-142);Toezegging tijdens het debat Verdienvermogen van Nederland van 25 september 2025 dat hetnieuwe beleid inzake de AI-strategie en het nieuwe industriebeleid binnenkort naar de Kamerkomen (TZ202509-114).8TNO, 2024. Grip op control points9Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan,Kamerstuk 33 009, nr. 165Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2773 beschikbare capaciteit en middelen, moeten gericht worden ingezet.Nederland is een relatief klein land met beperkte productiefactoren; wemoeten kiezen waar we tot de wereldtop willen én kunnen behoren. Wantniet kiezen betekent verliezen; we kunnen niet overal goed in zijn en in eenbrede aanpak schuilt het risico van versnippering van middelen encapaciteit en dus impact.Het kabinet kiest voor een nieuwe koers in het industriebeleid waarbij weslim focussen. Op basis van technologie- en marktanalyses (bijlage 1)10zetten we vol in op een beperkt aantal markten waarop nu al tractie is enwaarvan uit analyses blijkt dat die sterk bijdragen aan het Nederlandseverdienvermogen, onze economische weerbaarheid en maatschappelijkmissies. Op die markten kan Nederland zich internationaal onderscheiden.Daarom zetten we daar extra capaciteit in, versterken we onze kennispo-sitie, pakken we kansen op en werken we gericht aan knelpunten.Voortbouwend op ervaringen uit de afgelopen jaren en nieuwe inzichten,wil het kabinet het industriebeleid als volgt inrichten:1.We brengen meer focus aan in het industriebeleid op een beperkteraantal markten en technologieën dan nu het geval is (hierna «markten»genoemd);2.Op deze markten ontwikkelen we samen met het bedrijfsleven eenprogramma met concrete doelen en acties, naar voorbeeld van dehalfgeleideraanpak. Ook versterkt het Ministerie van EconomischeZaken haar kennisbasis op deze markten;3.We richten onze beleidsinstrumenten zoveel mogelijk op de prioriteitenvan de Nationale Technologiestrategie (NTS). Daarmee creëren we eensterke technologische basis voor de groei van deze nieuwe markten.4.Het Ministerie van Economische Zaken coördineert de programma’s enbijbehorende organisatie, en werkt samen binnen de programma’s metrelevante vakdepartementen, lokale overheden, kennisinstellingen,uitvoeringsinstanties en andere stakeholders.Dit industriebeleid levert een belangrijke bijdrage aan innovatieveindustriële ontwikkeling en sluit aan bij de kabinetsdoelen voor 2030: eensterke, gediversifieerde industrie die minstens 15% van het bbpbedraagt11 en publiek-private investeringen in R&D van tenminste 3%.12Zo bouwen we aan een krachtige en veerkrachtige economie die banenoplevert, ruimte geeft aan slimme ideeën en zorgt dat Nederlandvoorbereid de toekomst ingaat. Hiermee geef ik invulling aan de motievan Kostic c.s.13Met deze nieuwe aanpak wordt per 1 januari 2026 het huidige topsecto-renbeleid afgerond. Dat betekent dat de tripartite topteams stoppen. Hettopsectorenbeleid heeft laten zien dat bedrijven, overheid en kennisinstel-lingen samen veel kunnen bereiken. Het vernieuwde industriebeleid werktdankbaar door op de samenwerking die de afgelopen jaren binnen detopsectoren ten behoeve van maatschappelijke opgaven én oversectorgrenzen heen tot stand is gebracht. Deze samenwerking heeft geleidtot concrete resultaten en sterke ecosystemen, die dankzij gezamenlijkeinzet op zowel missiegedreven opgaven, innovaties, toepassing enopschaling zijn ontwikkeld.10De NTS en het Rapport Groeimarkten voor Nederland gebruiken de maatschappelijke opgavenals belangrijke factor in de analyse. Nieuwe technologieën en markten worden vaak gedrevendoor maatschappelijke opgaven. De samenhang tussen de NTS, groeimarkten en maatschap-pelijke missies uit het missiegedreven innovatiebeleid is te vinden in bijlage 2.11Kamerbrief overzicht van prioriteiten, kamerstuk 36 600 XIII, nr. 6512Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan,Kamerstuknummer 33 009, nr. 16513Motie Kostic c.s. over een onderbouwde visie en bijbehorend actieplan voor de toekomst vande Nederlandse industrie., Kamerstuk 29 826, nr. 250Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2774 Het Ministerie van Economische Zaken gaat niet alleen met programma’sop de gekozen markten aan de slag. Voor alle sectoren, inclusief desectoren uit het topsectorenbeleid, blijft het kabinet aandacht houden inhet nieuwe industriebeleid. De opgaven, kansen en uitdagingen van hetNederlandse bedrijfsleven beperken zich namelijk en vanzelfsprekend niettot een aantal markten. Concreet betekent dit dat het Ministerie vanEconomische Zaken aanspreekpunten («sectorleads») heeft voor allesectoren, die weten wat er speelt en passende maatregelen nemen als desituatie daarom vraagt. Ook stimuleren sectorleads de toepassing vaninnovaties in sectoren. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met devakdepartementen: gezamenlijk dragen we verantwoordelijkheid voor deuiteenlopende sectoren.We bouwen daarom voort op de goede samenwerking binnen hettopsectorenbeleid, zoveel mogelijk via bestaande gremia. Daarbij werkthet kabinet nauw samen met bedrijfsleven, brancheorganisaties,kennisinstellingen, decentrale overheden en andere stakeholders ombeschikbare kennis en instrumenten effectief in te zetten. Een goedvoorbeeld van een gremium is het Bouwberaad, waar kansen enknelpunten van de sector in kaart worden gebracht en een actieplan wordtopgesteld gericht op productiviteitsverbetering, gekoppeld aan de NTS engeschikte programma’s.14 Een goed voorbeeld van bestaande samen-werking is Luchtvaart in Transitie (LiT). Dat is een meerjarige samen-werking tussen overheid en sector gericht op het vergroten van hetverdienvermogen van Nederland en verduurzamen van de Nederlandseluchtvaartsector naar een klimaatneutrale Nederlandse luchtvaart in 2050.Wel zal de aandacht van mijn ministerie op sectoraal niveau efficiënterworden ingericht, om capaciteit vrij te maken voor de extra, programma-tische inzet op de markten waar Nederland zich internationaal kanonderscheiden.Het nieuwe industriebeleid doe ik als Minister van Economische Zakenniet alleen. Het steunt op de unieke Nederlandse kennis, expertise en hetorganiserend vermogen van publiek-private samenwerking. Daarombevorder en investeer ik, samen met andere ministeries, in netwerken enstructuren tussen overheden, bedrijven en kennisinstellingen, zodat weals land ook echt innovatief blijven. Het voortzetten van de sterkepubliek-private samenwerking biedt de ruimte voor het doorontwikkelenvan toekomstgerichte nieuwe markten waarbij bestaande ecosystemenoptimaal worden benut. Ook voor de programma’s geldt dus: alleen doorintegraal samen te werken – zoals in de Halfgeleideraanpak en deSectoragenda Maritieme Maakindustrie – kunnen we succesvol zijn. Medeafhankelijk van de evaluatie bekijken wat er nodig is voor de eventuelevoortzetting van de Sectoragenda Maritieme Maakindustrie.Daarnaast is en blijft het overgrote deel van het instrumentarium van hetMinisterie van Economische Zaken generiek. Denk daarbij aan instru-menten zoals de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO),deze blijft beschikbaar voor alle bedrijven. Hetzelfde geldt voor hethandelsinstrumentarium van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ookblijven we, zoals eerder genoemd, vol inzetten op het missiegedreveninnovatiebeleid. Daarbij speelt het Ministerie van Economische Zaken eenregisserende en faciliterende rol. Vakdepartementen krijgen meer regiebinnen het missiegedreven innovatiebeleid dan voorheen. Topconsortia14De arbeidsproductiviteit en het innovatievermogen in de bouw moeten omhoog om te zorgenvoor voldoende gebouwen en infrastructuur voor bedrijvigheid. Dit moet niet alleen een sterkebasis voor groei in specifieke markten bieden, maar ook een brede basis voor alle bedrijven.Het Bouwberaad bestaat uit betrokken ministeries, rijksopdrachtgevers, branchepartijen enkennisinstellingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2775 voor Kennis- en Innovatie spelen een belangrijke rol in het tot standbrengen van publiek-private samenwerking en houden een prominenteplek in het missiegedreven innovatiebeleid. Zoals aangekondigd wordt dePPS-innovatieregeling herzien15, onder meer om samenwerking tussenbedrijven en kennispartners verder te bevorderen op het snijvlak vantechnologieën, markten en maatschappelijke uitdagingen.16De samenwerking van het topsectorenbeleid vormt een sterke basis voorstabiel overheidsbeleid, waarop verder kan worden voortgebouwd. In hetnieuwe industriebeleid doen we dat met een scherpere focus op technolo-gieën en markten waar (internationaal) verdienvermogen, economischeweerbaarheid en maatschappelijke opgaven17 samenkomen. We hebbendaarbij meer oog voor de benodigde randvoorwaarden voor dezemarkten, we kijken scherper naar de concrete toepassing en opschalingvan technologie en pakken waar nodig belemmerende wet- en regel-geving aan; daarmee borduren we voort op de topsectorenaanpak en hetmissiegedreven innovatiebeleid, en realiseren we sterker dan voorheeneen vergroting van de impact op economie en maatschappij.Gericht industriebeleidProgramma’s op specifieke marktenGericht industriebeleid omvat gerichte interventies in specifieke markten,zoals al is gedaan in de halfgeleidermarkt (zie kader). Een belangrijkesuccesfactor hierbij is de kabinetsbrede aanpak, waarbij de actielijnen eengezamenlijke inzet zijn van verschillende departementen. De ingezette lijnvoor deze markten wordt als voorbeeld gebruikt voor andere markten,naar aanleiding van de motie Martens-America c.s.18 Hier werkt hetMinisterie van Economische Zaken al met lokale overheden, bedrijven enandere departementen in flexibele programma’s die deze markten eenimpuls geven.Integrale aanpak voor halfgeleiders•Met het project Beethoven is in regionale, interdepartementale enpubliek-private samenwerking een stap gezet om de halfgeleider-keten in Nederland te kunnen laten doorgroeien. Beethovendraagt bij aan voldoende technisch opgeleid talent en gebiedsge-richte voorwaarden in de Brainportregio voor betaalbarewoningen en de bereikbaarheid van economische toplocaties.•Vanuit project Beethoven is de Semicon Board NL gelanceerd,waarin beleidsaanbevelingen tot en met 2035 worden uitgewerktvoor internationaal concurrentievermogen, kapitaal, talent eneconomische weerbaarheid. Daarmee werken we aan eenpubliek-private agenda op strategisch niveau, inclusief innovatie-en investeringsstrategie.15Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan,Kamerstuk 33 009, nr. 16516Over de doorontwikkeling van het missiegedreven innovatiebeleid en de PPS-innovatie-regeling wordt uw Kamer in een aparte brief geïnformeerd.17De maatschappelijke opgaven zijn als «missies» geformuleerd door departementen binnen hetmissiegedreven innovatiebeleid. Met alle partners in het Kennis- en Innovatieconvenant wordtmomenteel gewerkt aan een verbeterde organisatiestructuur van het missiegedreveninnovatiebeleid. De nieuwe opzet volgt het AWTI-advies «In dienst van de toekomst» en zet deopgaven meer centraal. Uw Kamer wordt hier later dit jaar over geïnformeerd.18Motie Martens-America c.s. om de lessen van de gerichte Beethovenaanpak mee te nemen ente gebruiken voor de vernieuwing van ons innovatie- en industriebeleid en regionaleeconomische ontwikkeling, Kamerstuknummer 36 600 XIII, nr. 22Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2776 •Internationaal is op 29 september op initiatief van Nederland deEuropese Semicon Coalition verklaring ondertekend. Hierin wordtde gezamenlijke inzet voor de herziening van de Europese ChipsAct gepresenteerd. Met de Important Project of CommonEuropean Interest (IPCEI) voor Advanced SemiconductorTechnologies (AST) kiezen we voor de versterking van dehalfgeleiderketen van Nederland en Europa. Voortboordurend op de reeds ingezette lijn op het industriebeleid, kiezenwe nu voor versterking van de inzet op de volgende zes markten. Dezemarkten zijn van groot belang voor het Nederlands verdienvermogen,onze economische weerbaarheid en dragen in hoge mate bij aanbelangrijke maatschappelijke uitdagingen:•Halfgeleiders: Bouwend op de inzichten uit Beethoven en in aanslui-ting op de IPCEI-AST zal er in samenspraak met de Semicon Board NLen de Semicon Coalition met meer urgentie in innovatie en productie-capaciteit van de halfgeleiderketen geïnvesteerd moeten worden omdoorgroei in Nederland te faciliteren.•Aan de DSII gerelateerde groeimarkten (in het bijzonder 6G, radar,lasersattelietcommunicatie, quantum): De onlangs gepubliceerdeDefensie Strategie voor Industrie en Innovatie (DSII) 2025–2029 vormtde reeds ingezette lijn voor investeringen in innovatie en industrie eenprogramma voor aan de DSII gerelateerde groeimarkten geeft eenextra impuls hieraan.•Biotechnologie: Met de kabinetsvisie biotech ligt er een breedgedragen basis voor een gerichte marktaanpak die aansluit op deaangekondigde actielijnen. Daarbij kan worden voortgeboorduurd opbestaande kabinetsinzet via Biotech Booster, CropXR en CellulaireAgricultuur.•Digitale diensten (met name AI): Met de recent gehonoreerdeEU-financiering om een AI-fabriek te bouwen in Groningen en met deontwikkeling van een AI-strategie door stakeholders uit het ecoysteemmet betrokkenheid van het Ministerie van Economische Zaken, is ermomentum om de ontwikkeling van digitale diensten en AI inNederland verder te brengen.•Machinebouw: Met de inzet op de Beethovenaanpak, de ingezette lijnvan het kabinet op robotisering in de landbouw, de Medtech enrobotiseringsdomeinen onder NXTGEN Hightech is er een stevigebasis voor een programma op machinebouw.•Innovatieve chemie: Met de publicatie van de investeringsagendaInnovatieve Chemie is het groeipotentieel van innovatieve chemie enmaterialen gekwantificeerd tussen nu en 2030. Hierop kan wordenvoortgebouwd, met de inzet op Circular Plastics NL, Biobased Circular,GroenvermogenNL, Material Independence & Circular Batteries en deNationale Visie op Duurzame Koolstof in de Chemische Industrie enhet Perspectief op de Chemie dat in oktober met uw Kamer wordtgedeeld.Onderstaande tabel geeft een samenvatting van overwegingen om metbovengenoemde markten verder aan de slag te gaan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2777 MarktVerdienvermogenEconomische weerbaarheidMaatschappelijk uitdagingenDigitale diensten (met name AI)Doorbraken in de ontwikke-ling van AI, cloud, 6G en desectoroverstijgendetoepassing bieden nieuwemogelijkheden tot groei.Voor AI-toepassingen wordthet jaarlijks groeipercentage1geschat op 16.8% tussen2023 en 2032.2 GrootschaligevoorgenomenEU-investeringen biedenkansen voor marktontwikke-ling.Nederland heeft een goedepositie: hoogwaardigonderzoek op het gebied vandata science en software,3uitstekende digitale infra-structuur4 en hoge digitalisa-tiegraad5.De vijf grootste Nederlandsespelers hebben samen eenmarktwaarde van circa€ 170 miljard (t.o.v. totalebeurswaarde AEX-index€ 872 miljard)6.Het voorkomen vanrisicovolle strategischeafhankelijkheden vanbuitenlandse en vooralniet-Europese partijen, zoalswel is gebeurd metclouddiensten, kan alleenvoorkomen worden doorflink en gericht te investerenin digitale diensten en AI.Markt wordt gekenmerktdoor netwerkeffecten watleidt tot dominantie vanplatformen. Daardoorkunnen onwenselijkewinner-takes-all dynamiekenontstaan.De digitale transitie isdwarsdoorsnijdend en heeftimpact op alle sectoren enmarkten.AI-markt kent veel kansrijketoepassingsgebieden,bijvoorbeeld op het gebied vangezondheid en zorg, energie,technologische industrie,mobiliteit, voedselproductie enveiligheid/defensieAan de DSII gerelateerde toepassingenBij hybride oorlogsvoeringzijn economische entechnologische leiderschaps-posities cruciaal, denk hierbijaan quantum toepassingen,radarsystemen en6G-netwerken. Zo wordt hetjaarlijks groeipercentagevoor radarsystemen geschatop 8,4% van 2023 tot 2027 7en voor quantum op14%-17% van 2023 tot 2040.8Dit wordt onder anderegedreven door de ontwikke-lingen in AI.Nederland heeft een goedepositie met een goedontwikkeld defensie- enveiligheidscluster.9 Neder-land behoort tot dewereldtop voor onderzoeknaar quantumtechnologie.10Markt wordt gekenmerktdoor overheidsklanten watvia innovatiegerichteoverheidsinkoop kansenbiedt voor marktcreatie.Geopolitieke ontwikkelingenonderstrepen noodzaakinvesteringen in defensie-toepassingenNederland en NAVO-bondgenoten hebbenafgesproken dat voortaan 5%van het BBP naar defensie eninvesteringen in relevanteuitgaven gaat.11Markt draagt direct bij aan deveiligheid en economischeweerbaarheid van Nederland.Daarnaast kunnen toepassin-gen, zoals op het gebied vanquantum, tot nieuwe toepas-singen leiden in allerleisectoren, waaronder in dezorg, energie, financiëledienstverlening en veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2778 MarktVerdienvermogenEconomische weerbaarheidMaatschappelijk uitdagingenBiotechno-logieDoor de convergentie mettechnologieën zoals AIneemt de wereldwijdeinnovatiesnelheid vanbiotechnologie toe. Marktkent veel toepassingen in degezondheids-,voedingsmiddelen-,plantenveredeling enchemische sector.Nederland heeft wereldwijdeen leidende positie op hetgebied van biotechnologie.Voor bioinformatica,celtechnologie, biomanufac-turing en biosystems, en deplantenveredeling geldt datNederland bijzonder hogeaandelen in de top 1% meestgeciteerde wetenschappe-lijke publicaties en patentenheeft.12 De Nederlandseplantenveredelingssector isverantwoordelijk voor bijna35 procent van de wereld-handel in groentezaden.13Markt kent veel kansrijkeniches met hoge groeiver-wachtingen waarin Neder-land een koploperspositieheeft, zoals cel-en genthera-pie met jaarlijks groeipercen-tage van 15,4% van 2020 tot2030 14 en alternatieveeiwitten met een jaarlijksgroeipercentage van 14,1%van 2020 tot 2035.15Inzet op innovatievriendelijkeen proportionele (EU-)wetgeving kan perspectiefbieden aan ontwikkelaars enfinanciers van innovatievetoepassingen.Kennis en kunde vanbiotechnologie is eenessentiële capaciteit en legtgeopolitiek gewicht in deschaal, o.a. vanwege bredetoepassingsgebieden.Belangrijke markt voorafbouwen strategischeafhankelijkheden, denk aanvoedselzekerheid doortoepassingen in innovatievevoedingsmiddelenVanwege de vele toepassingendie de markt kent, draagt dezebij aan verschillende maat-schappelijke uitdagingen, inhet bijzonder voor gezondheid(nieuwe medicijnen), eencirculaire economie (nieuwecirculaire materialen zoalsbioplastics) en duurzamevoedselproductie (plantenver-edeling en alternatieveeiwitten)Half-geleidersTussen 2022 en 2030 wordteen jaarlijks groeipercentagevan 8.7% verwacht voor dezemarkt.16 Met name de snellegroei van AI en daarmeesamenhangende vraag naarmeer rekenkracht endatacenters verhoogt devraag naar halfgeleiders(microchips).Markt kent veel kansrijkeniches waarin Nederland eenkoploperspositie heeft, zoalsfotonica.Markt kent forse spilloversnaar verschillende indus-trieën, waaronder deelektronische apparaten,machinebouw en automotiveindustrie.Halfgeleiders zijn cruciaalvoor een breed scala aanproducten. Een positie indeze waardeketen isdaarmee van groot strate-gisch belang.Landen voeren daarom actiefindustriebeleid. Datonderstreept het belang vanurgente actie om onzeleiderschapspositie tebehouden en versterken.Halfgeleiders zijn essentiëlehardware voor de digitaletransitie en worden alsmaarbelangrijker voor de veiligheidin het kader van digitaleoorlogsvoering.Veel toepassingen binnen deenergietransitie, zoals inzonnepanelen, windmolens enelektrische auto’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2779 MarktVerdienvermogenEconomische weerbaarheidMaatschappelijk uitdagingenInnovatie-ve chemieNederland heeft een grootkennispotentieel in deprocestechnologie, biotech-nologie en kennisintensievechemie voor geavanceerdematerialen. Er is een sterkontwikkelde chemischeindustrie, met schaalvoorde-len in de industrieclusters ende benodigde logistiekeverbindingen tussenketenpartners om eenbelangrijke marktpositie in tenemen.Nederland is relatiefgesspecialiseerd in dechemie. Binnen de innova-tieve chemie wordt sterkegroei verwacht, met eenjaarlijks groeipercentage van21,9% van 2023 tot 2030 voorbiobrandstoffen en 27% in deperiode 2023 tot 2028 voorcirculaire, biobased engeavanceerde materialen.Een sterke positie ininnovatieve chemie draagtbij aan onze economischeweerbaarheid door devermindering van afhanke-lijkheden van andere landenop het gebied van materialen(circulariteit) en energiedra-gers (biobrandstoffen,waterstof)De innovatieve chemie leverteen belangrijke bijdrage aan deverduurzamingsopgave doorduurzame en circulairealternatieven te bieden voorfossiele producten. Daarnaastheeft de innovatieve chemietoepassingen voor tal vansectoren, van geneesmiddelentot voedselproductie en vanautomotive tot halfgeleiders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27710 MarktVerdienvermogenEconomische weerbaarheidMaatschappelijk uitdagingenMachine-bouwMarkt kent veel kansrijkeniches waarin Nederland eenkoploperspositie heeft, zoalschipmachines, machinesvoor de agrifood-sector,energietechnologieën enMedTech. De positie vanNederland in chipmachinesis uniek. Dit is te danken aangrote Nederlandse spelers eneen groot netwerk aantoeleveranciers, veelal uit hetmkb. Uit exportdata blijkt datNederland voor ongeveer25% van de wereldexportvan chipmachines zorgt.17Ontwikkelingen in AI, data encloud bieden nieuwegroeimogelijkheden voor desector onder de noemer«industrie 4.0». Zo is dejaarlijkse groeiverwachtingvoor machines voor deagri-food sector (smartfarming) is 17,1%.18 VoorMedTech is dit 5.2%.19 Devraag naar chipmachines zalmee stijgen met de vraagnaar halfgeleiders, waartussen 2022 en 2030 eenjaarlijks groeipercentage van8.7% wordt verwacht.19Landen voeren actiefindustriebeleid vanwege hetgrote strategische belangvan de markt, medevanwege forse spilloversnaar tal van sectoren; zoalsgezondheid, voedingsmidde-len, chemie. Dit onderstreepthet belang van urgente actieom onze leiderschapspositiete behouden en versterken.Onze koploperspositie opchipmachines geeftgeopolitiek gewicht aanNederlandMachinebouw draagt bij aansectoroverstijgende maat-schappelijke uitdagingenwaaronder veiligheid,digitalisering, verduurzaming,energietransitie gezondheid envoedselzekerheid. Denkbijvoorbeeld aan de MedTechtoepassingen in de zorg diehelpen bij personeelstekorten.1 Jaarlijks samengesteld groeipercentage (Compound Annual Growth Rate; CAGR)2 Statista, The impact of Artificial Intelligence on productivity, distribution and growth, 20243 Nederlandse onderzoekers zijn goed voor 4,4% van alle top 1% onderzoekspublicaties op het gebied van data science in de wereld en 2% van alleonderzoekspublicaties aangehaald in patenten; en voor 3,6% van alle top 1% onderzoekspublicaties op het gebied van data-science en 3% van alleonderzoekspublicaties aangehaald in patenten. Bron: Elsevier,Quantitative analysis of Dutch research and innovation on key technologies, 2023.4 «Staat van de Digitale Infrastructuur», Kamerstuk 26 643, nr. 11195 Nederland van alle EU-landen met 79% het hoogste aandeel van personen met digitale vaardighedenbinnen zijn bevolking. Bron: CBS, Nederlanders digitaal steeds vaardiger, 20236 AEX van April 2024; Booking.com, Adyen, JustEatTakeaway, Picnic, Mollie. Bron: Dealroom, April 2024.7 360 Research Reports, Digital Array Radar Market 2024 by Manufacturers, Regions, Type and Application, Forecast to 2030, Augustus 2024. – Demeeste schattingen van deze markt door andere marktanalisten liggen in de buurt van dit bedrag8 McKinsey, quantum Technology Monitor, 20249 Innovation Quarter, Defensie en veiligheid in Zuid-Holland, maart 202410 Australian Strategic Policy Institute, Critical Technology Tracker, 202311 https://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2025/06/25/verhoogde-navo-norm-officieel-vastgelegd-in-den-haag12 Aandeel van Nederland in het wereldtotaal: bioinformatica: 7,2% van de top 1% publicaties en 6% van alle onderzoeks publicaties aangehaaldin patenten; celtechnologie: 6% van top 1% publicaties en 5% van patentcitaten; biosystems: 5% van top 1% publicaties en 5% van patentcitaten;biomanufacturing: 5% van top 1% publicaties en 4% van patentcitaten. Bron:Elsevier, Quantitative analysis of Dutch research and innovation on key technologies, 2023.13 LEI, 2011. Uitgangsmaterialen, motor voor export en innovatie, Den Haag14 BioSpace, 2022. Cell and gene therapy manufacturing market size to worth around 67.4 bn by 2030.15 Boston Consultancy Group, 2021. Food for Thought: The Protein Transformation16 McKinsey, The semiconductor decade – a trillion-dollar industry17 CBS, Relatieve specialisatie Nederlandse economie 2022, juni 2024.18 Statista, Smart Agriculture, 2023, p.319 KPMG, Medical devices 2030, 2019 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27711 Mogelijke acties binnen programma’sHet zal per markt verschillend waar de kansen en knelpunten liggen, welkeinterventies nodig zijn en welk instrumenten daarvoor moeten wordeningezet. Daarom is maatwerk nodig. Voor het ontwikkelen en uitvoerenvan programma’s is de samenwerking met het bedrijfsleven, andereoverheden, kennisinstellingen en financiers essentieel. Daarom bouwenwe voort op de sterke publiek-private samenwerkingsvormen uit hettopsectorenbeleid en sluiten zoveel mogelijk aan op het missiegedreveninnovatiebeleid. Het kabinet werkt voor elk programma toe naar eensamenhangend pakket van investeringen19 en (beleids)instrumenten in.Een integrale benadering is onmisbaar voor succes: interdepartementaal,regionaal, Europees en internationaal werken we nauw samen.Per programma nemen we, naar gelang de noodzaak, de volgende acties:•Capaciteit en intelligence: We zetten op ieder programma extracapaciteit (o.a. mensen en kennis) in om met deze programma’skansen en knelpunten aan te pakken en versterken de kennispositievan het Ministerie van Economische Zaken op markten.•Ecosystemen bouwen: Investeren in (proces)innovatie, toepassing enopschaling en het samenbrengen van ondernemers, onderzoekers enontwerpers in creatieve ecosystemen, met oog voor spillovers tussenmarkten en technologieën.•Financiering: Vergroten van de toegang tot (private) financiering omhet kapitaaltekort te verkleinen.•Regelgeving: Wegnemen van belemmerende regels door knelpuntenin wet- en regelgeving gericht aan te pakken, zowel in Nederland alsop EU-niveau, in samenwerking met de Commissie en anderelidstaten.•Ruimte, infrastructuur, water en gebouwen: Oplossen van knelpuntenrond fysieke ruimte, milieuruimte, infrastructuur, waterbeschikbaar-heid, (woning)bouw, netcongestie en vergunningen voor specifiekemarkten.•Internationalisering en acquisitie: Versterken van de interne markt engeopolitieke positie via handelsbevordering, acquisitie van buiten-landse investeringen en bedrijven (NFIA) en Europese samenwerkingop specifieke markten (o.a. IPCEI’s, Horizon Europe, Net Zero IndustryAct).•Menselijk kapitaal: Nederland profileren als magneet en opleidplekvoor digitaal en technisch talent, in samenwerking met het bedrijfsle-ven.•Marktcreatie: Creëren en stimuleren van nieuwe markten in Nederlanden Europa, o.a. via strategische inkoop.•Kennis- en onderzoek: Investeren in fundamenteel en praktijkgerichtonderzoek als spillover tussen kennisinstellingen en bedrijven.De komende tijd worden de programma’s verder uitgewerkt en brengt hetkabinet in kaart welke concrete acties de programma’s gaan uitvoeren,wat de verwachte impact daarvan is op verdienvermogen, economischeweerbaarheid en maatschappelijke opgaven, wat de eventuele financiëleconsequenties zijn, wat de looptijd van het initiatief is en wie de betrokkenpartijen zijn.Er zijn nog geen extra middelen vrijgemaakt voor de uitvoering van deprogramma’s. Wel verkent het kabinet een herprioritering van middelenhiervoor. Daarnaast is het uiteraard ook aan het volgende kabinet om inzetvan extra middelen te overwegen. Het 3%-R&D-actieplan geeft negenconcrete voorstellen om investeringen in technologie en markten te19Bijvoorbeeld de voorgenomen IPCEI-AST investering zoals aangekondigd in de MiljoenennotaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27712 mobiliseren.20 In het inkoopbeleid van de overheid zelf zit bijvoorbeeldveel potentie bij de verkenning naar een Nationaal Agentschap voorDisruptieve Innovatie (NADI). Het onafhankelijk advies van de heerWennink over versterking van het Nederlandse investeringsklimaat entoekomstig verdienvermogen dat uiterlijk eind 2025 verschijnt, zal inzichtgeven in de benodigde investeringen en private commitment daarbij.21 Denationale investeringsinstelling, waarvan mogelijke oprichting momenteelwordt uitgewerkt, zou een rol kunnen spelen bij het aantrekken, allocerenen beheren van dergelijke middelen. Maar om met deze programmatischeaanpak daadwerkelijk impact te maken zijn aanvullende middelen nodig.De keuze hierover is aan een volgend kabinet en zal onderdeel uitmakenvan het reguliere begrotingsproces.Sterke technologische basis voor de groei van nieuwe marktenInnovatie en maatschappelijke oplossingen zijn de sleutel tot nieuwemarkten. Technologie speelt daarin een belangrijke rol. Met de NTS22 ligter al een prioritering op tien sleuteltechnologieën die cruciaal zijn voor deontwikkeling van nieuwe markten, zogenaamde enabling technologieën.Deze technologieën zijn gekozen op basis van hun bijdrage aan hetmissiegedreven innovatiebeleid, verdienvermogen en nationaleveiligheid. De missies fungeren als kompas voor innovatieve ontwikke-lingen zodat deze bijdragen aan de maatschappelijke uitdagingen.Belangrijk aspect daarbij is de samenhang tussen de technologie ensociale innovatie. Want echte verandering ontstaat door de versmeltingvan ontwerp, ideeën en technologie.23De NTS geeft richting voor publieke en private inzet in fundamenteel,experimenteel en industrieel onderzoek. Bedrijven, kennisinstellingen enandere stakeholders stellen actieagenda’s op ter uitvoering van de NTS.Dit doen zij óók met het oog op toepassingen in markten en gericht opoplossingen voor maatschappelijke opgaven. De oplevering hiervan doorhet veld is voorzien in december 2025.Hoe verder een technologie ontwikkeld is, hoe dichter deze bij toepassingkomt te staan. Hier ontstaan de grootste economische kansen, en zit degrootste impact voor maatschappelijke uitdagingen. Het specifiekeinnovatieinstrumentarium24 van het Ministerie van Economische Zakenwordt daarom zowel meer gefocust op de sleuteltechnologieën als opmeer experimenteel en industrieel onderzoek. Dit moet de toepassing enopschaling van kennis en technologie in de markt versnellen. Hetinstrumentarium beweegt zo mee met de beleidslijn om gericht in tezetten op technologische markten. Vorig jaar is uw Kamer al geïnformeerdover de eerste stappen op dit gebied.25 Aanvullend hierop lopen devolgende acties:20Investeren in een weerbare en toekomstbestendige economie: het 3%-R&D-actieplan,Kamerstuk 33 009, nr. 16521Adviesvraag Peter Wennink, Kamerstuk 32 637, nr. 70722Nationale Technologiestrategie (NTS), Kamerstuk 33 009, nr. 14023AWTI advies, 2023 «In dienst van de toekomst; van optimalisatie naar transformatie»24Naast specifiek innovatieinstrumentarium houdt het kabinet het generiek innovatieinstrumen-tarium stabiel. Zo blijven de WBSO en het Innovatiekrediet voor de brede basis van innova-tieve bedrijven en kennisinstellingen beschikbaar. Beide instrumenten leveren in de praktijkoverigens een grote bijdrage aan de NTS. Recentelijk heeft het kabinet u geinformeerd over deacties om de WBSO te verbeteren op basis van de evaluatie.25Uitwerking Nationale Technologiestrategie, Kamerstuk 33 009, nr. 150Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27713 Aanvullende acties richten instrumentarium•De mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT)stimuleert R&D-samenwerkingen van mkb-bedrijven passend bijregionale speerpunten, het missiegedreven innovatiebeleid en deNTS in het bijzonder. In samenhang met de evaluatie en debudgettaire taakstelling verken ik met de provincies een integratievan de MIT in de nationale cofinanciering van het EuropeesFonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) vanaf 2028. Doel iséén eenvoudiger instrument te creëren dat beter aansluit opNTS-keuzes en regionale kracht;-•De Thematische Technology Transfer (TTT)-regeling brengtonderzoeksorganisaties en investeerders bij elkaar om excellentonderzoek doelgericht naar nieuwe startups te vertalen; de meestrecente ronde is expliciet aan de NTS gespiegeld. Via dezeregeling zetten we een gerichte call in om Defensie gerelateerdetoepassingen te stimuleren;•In de nieuwe NWO-TTW Perspectief ronde is technologieontwik-keling als beoordelingscriterium toegevoegd, hierbij zijnbonuspunten voor bijdrage aan de NTS beschikbaar. Perspectiefstimuleert samenwerking tussen onderzoekers en bedrijfslevenvoor innovaties met economische en maatschappelijke impact;•Instrumenten als het Innovatie Attaché Netwerk, innovatiemissiesen het Techbridge programma zijn gericht op de positioneringvan kennisintensieve bedrijven en kennisinstellingen in wereld-wijd toonaangevende innovatie-ecosystemen. De NTS iskaderstellend voor deze inzet;•Op het vlak van het aantrekken van investeringen door de NFIAvormt de NTS de leidraad;•Naar aanleiding van de motie Dassen en Grinwis wordenregulatory sandboxes verkend voor startups, scale-ups en anderebedrijven die met NTS-sleuteltechnologieën werken.26 Concreetbetreft het een mogelijke biotech-sandbox in opvolging van dekabinetsvisie Biotechnologie 2025–2040, een sandbox op gebiedvan AI en autonoom vervoer, waarin bedrijven sleuteltechnolo-gieën zoals optische systemen en AI veilig en verantwoordkunnen testen. Ook zijn er aanknopingspunten in de CyberResilience Act. Ook bij andere departementen leiden de keuzes uit de NTS tot resultaat.Zo zijn de sleuteltechnologieën uit de NTS gekoppeld aan de vijf priori-taire nationale technologiegebieden in de Defensiestrategie voor Industrieen Innovatie27 en is het Ministerie van Financiën een pilot innovatie-dekking in de exportkredietverzekering gestart.28Een sterkere basis voor alle bedrijvenZoals in het begin van de brief aangegeven is de hoofdopgave van hetindustriebeleid om het verdienvermogen en de economischeweerbaarheid van Nederland te versterken. Naast een gerichte inzet op26Motie Dassen en Grinwis over een verkenning naar hoe sandboxes voor andere technologieënkunnen worden ingericht in de Nationale Technologiestrategie, Kamerstuk 36 600 XIII, nr. 4027Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029, Kamerstuk 31 125, nr. 13428Opvolging toezeggingen betreffende ekv-mandaat, internationale benchmark, beleidsdoor-lichting, OESO-regels en herbeoordeling Mozambique project; en opvolging motie Aukje deVries en Van der Lee over het zo snel mogelijk voor Atradius mogelijk te maken om ookNederlandse bedrijven te ondersteunen in sleuteltechnologieën en strategische grondstoffen,zonder dat dit ten koste gaat van de reguliere exportkredietverzekeringen (Kamerstuk 26 485,nr. 446), Kamerstuk 36 600 IX, nr. 39Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27714 markten en technologieën versterkt het kabinet met het vernieuwdeindustriebeleid daarom ook de randvoorwaarden voor groei en econo-mische veiligheid. Daarbij zijn enkele dwarsdoorsnijdende thema’s vangroot belang voor het functioneren van de economie.Het is duidelijk dat bedrijven in alle markten de juiste randvoorwaardennodig hebben om te groeien. Fysieke ruimte, financiering, talent enkennis, minderregeldruk, een gelijk speelveld, beschikbaarheid van goedbereikbare bedrijfsruimte en woningen, duurzame watervoorziening enbetaalbare toegang tot energie zijn voor elk bedrijf essentieel. Daaromversterkt het kabinet op diverse punten het ondernemingsklimaat, zoalstoegelicht in recente Kamerbrieven.29 Daarbinnen zijn startups enscale-ups een belangrijke doelgroep, die vaak actief zijn in technologischemarkten. Ik heb recentelijk een actieagenda met u gedeeld die startups enscale-ups in Nederland helpt om door te groeien.30Bovendien moeten de randvoorwaarden voor economische veiligheid oporde zijn. Zoals toegelicht in mijn recente Kamerbrief zien we dat toegangtot kennis, technologie en kritieke grondstoffen in toenemende matebepalend is voor het waarborgen van onze nationale veiligheid.31 Anderelanden schromen niet om economische middelen in te zetten alsgeopolitiek drukmiddel. We moeten niet naïef zijn, en onze nationale enEuropese capaciteiten beschermen en versterken. Daar zet het kabinet zichvoor in met de Kabinetsaanpak Economische Veiligheid. Als onderdeeldaarvan brengt het kabinet afhankelijkheden in kaart via vertrouwelijkeanalyses in het kader van de Taskforce Strategische Afhankelijkheden enwerkt waar mogelijk aan beheersmaatregelen. Hiermee wordt invullinggegeven aan de motie Dijk.32Bij een sterke basis hoort ook de aandacht voor dwarsdoorsnijdendekansen en uitdagingen van productiviteitsverhoging, digitalisering,verduurzaming, voedselzekerheid, natuurherstel de energie-, circulaire engrondstoffentransitie, water, logistieke ketens, de (woning)bouw encreatieve ontwerpkracht.In de Productiviteitsagenda presenteert het kabinet maatregelen om deproductiviteit in Nederland te versterken. Het bevat maatregelen,verkenningen en voorstellen die bijdragen aan de versterking van dearbeidsproductiviteit over de volle breedte van de economie.33 Door deontwikkeling en de toepassing van digitale technologie in vrijwel allesectoren draagt de digitale transformatie in belangrijke mate bij aan bredeeconomische ontwikkeling. Doorbraken in de ontwikkeling van AI, data encloud en de brede toepassing hiervan binnen bedrijven versnellen enversterken de impact van de digitale transformatie.Over de verduurzamingsopgave in de context van het industriebeleidheeft het kabinet u recent een toekomstperspectief energie-intensieveindustrie gestuurd.34 Daarin geeft het kabinet aan voor de energie-29Stand van zaken ten aanzien van het versterken van het ondernemingsklimaat en aanpakvermindering regeldruk voor ondernemers, Kamerstuk 32 637, nr. 706; Aanpak netcongestie:sneller uitbreiden elektriciteitsnet, Kamerstuk 29 023, nr. 566; Ruimtelijke Economische Visie,Kamerstuk 33 043, nr. 22930Actieagenda startup en scale-up beleid, Kamerstuk 32 637, nr. 70931Voortgang Kabinetsaanpak Economische Veiligheid, Kamerstuk 30 821, nr. 30232Motie Dijk over een overzicht van strategische sectoren die vitaal zijn voor Nederland en dehuidige internationale afhankelijkheidsrelaties hierop, en om voorstellen te doen voor hoedeze productie kan worden behouden voor of teruggebracht naar Nederland, Kamerstuk31 985, nr. 8933De Productiviteitsagenda, Bijlage bij Kamerstuk 29 544, nr. 128734Toekomstperspectief Energie-intensieve industrie, Kamerstuk 29 826, nr. 265Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27715 intensieve industrie perspectief te zien, omdat verduurzaming van deindustrie nauw samenhangt met ons toekomstig verdienvermogen, onzeeconomische weerbaarheid en leveringszekerheid. Het is daarom cruciaalom maatregelen te treffen die investeringen vlottrekken, met name inprojecten die de energie- en circulaire transitie van een hele waardeketenfaciliteren. Daarnaast bent u in het kader van duurzaamheid en biodiversi-teitsherstel recent geïnformeerd over het Nationaal Biodiversiteitsplan35en de voortgang implementatie Natuurherstelverordening. De energie- engrondstoffentransitie is randvoorwaardelijk voor ons toekomstigverdienvermogen en onze economische weerbaarheid. Daarbij fungerenspecifiek nieuwe energietechnologieën als een investeringsmotor metnieuwe innovatieve exportproducten die economische kansen biedenvoor Nederland. Bovendien biedt de energie- en grondstoffentransitiemogelijkheden om in de toekomst minder afhankelijk te worden vanandere landen in onze energievoorziening, bijvoorbeeld door meer in tezetten op circulariteit. Daarvoor hebben we het Nationale ProgrammaCirculaire Economie (NPCE).Voedselzekerheid is een belangrijke randvoorwaarde voor een weerbaarNederland en Europa binnen een veranderende geopolitieke context. DeNederlandse land-, tuinbouw- en voedselsector levert met innovatieveoplossingen een cruciale bijdrage aan voedselzekerheid en het vermin-deren en voorkomen van afhankelijkheden en het verdienvermogen vanNederland. Deze sector kenmerkt zich door innovatieve bedrijven diemondiaal toonaangevend zijn en wordt internationaal erkend als koploperin agritech. In deze sector komen veel groeimarkten samen: Nederlandsebedrijven, van innovatieve startups tot gevestigde spelers, lopen vooropin biotechnologie, digitalisering, robotisering, precisielandbouw, slimmekassen en nieuwe verwerkingstechnologieën.Een ander dwarsdoorsnijdend thema voor het bedrijfsleven is «water». Ofhet nou gaat om waterbeschikbaarheid, waterveiligheid of waterkwaliteit.Voor de toekomstige ontwikkeling van de economie moet worden ingezetop een efficiënter watergebruik en betrouwbaar watersysteem om oplange termijn te kunnen blijven groeien. Watersystemen veranderen,waterkwaliteitsrichtlijnen zijn aangescherpt, droogte neemt toe evenals deoverstromingsrisico’s. Innovaties op het gebied van watertechnologiedragen bij aan efficiënter watergebruik, circulariteit en schoner afvalwater.Overheid en bedrijfsleven dienen daarom nauw samen te werken ommilieurichtlijnen te halen en om in een betrouwbaar (drink)waternetwerkte voorzien. Watertechnologie en waterbouw zijn daarom crucialecross-sectorale thema’s bij economische ontwikkeling.Een robuuste logistieke infrastructuur en goed functionerende toelever-ketens zijn ook onmisbaar in een goed functionerende economie. Zonderbetrouwbare exportcorridors, multimodale bereikbaarheid en ketensa-menwerking stokt economische ontwikkeling. Logistiek vormt eenfundament waarop verdienvermogen en weerbaarheid rusten, vanleveringszekerheid tot strategische autonomie.Een ander dwarsdoorsnijdend thema voor economische ontwikkeling isde bouw, voor voldoende (bedrijfs)vastgoed, woningen, goede bereik-baarheid, een efficiënte logistieke keten en aansluitingen op het net. Debouw heeft een enabling positie in de economie en is met vele productie-relaties onmisbaar in een sterke basis voor alle bedrijven. Een omslagnaar industrialisering en digitalisering voor hogere arbeidsproductiviteitin de bouw versterkt en versnelt de potentiële groei van het verdienver-35Nationaal Biodiversiteitsplan, Kamerstuk 26 407, nr. 155; Voortgang implementatie Natuurher-stelverordening, Kamerstuk 33 576, nr. 440Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27716 mogen. Daarnaast is de ontwerpkracht van de creatieve industrie inNederland randvoorwaardelijk voor het verdienvermogen en de innovatie-kracht van Nederland. Echte verandering ontstaat daar waar technologieen sociale innovaties samenkomen, en ontwerp, ideeën en technologieversmelten.Internationale samenwerkingMeer dan 1/3e van het Nederlands BBP wordt met internationale handelverdiend. De sectoren van het nieuwe industriebeleid zijn daarombelangrijk voor ons handelsbeleid, voor het realiseren van internationaleimpact en internationaal verdienvermogen is immers een sterke industrienodig. En dit geldt ook omgekeerd: succes op internationale markten isessentieel om deze Nederlandse sectoren te laten floreren. Voor een sterkindustriebeleid is internationale samenwerking daarom essentieel. Samenmet internationale en Europese partners heeft Nederland meer slagkrachtin het industriebeleid, en dat is goed voor ons verdienvermogen en onzeweerbaarheid. Het is dus van belang om internationaal samen te werkenen gebruik te maken van de kracht van internationale partners, waarbij deEU de belangrijkste partner is. Een sterk Europa is de bouwsteen van eenweerbaar en welvarend Nederland. Het kabinet zet, binnen en buitenEuropa, in op sterke internationale (logistieke) ketens, toegang totbuitenlandse markten, een uitgebreid netwerk aan handelspartners (zodatwe niet afhankelijk zijn van één partner) en een gelijk speelveld binnenEuropa en daarbuiten.Het nieuwe industriebeleid sluit aan bij de prioriteiten van de handelsbriefvan het Ministerie van Buitenlandse Zaken.36 Zo wordt de focus gelegd opsectoren en landen waar het meest te verdienen is voor Nederlandsebedrijven en wat het meeste bijdraagt aan de weerbaarheid van deNederlandse economie. Via onder andere het regieteam PPS wordenhandels-, innovatie- en industriebeleid aan elkaar gekoppeld en kunnenprioritaire sectoren worden ondersteund middels het daarvoorbeschikbare instrumentarium. Door aansluiting van deze beleidsterreinenkunnen zij elkaar versterken en dit is al eerder een succesfactor gebleken.Naast eerder genoemde doelen kan het handelsbeleid kan ook ingezetworden voor andere sectoren en doeleinden, bijvoorbeeld om te werkenaan sterke bilaterale (handels)relaties en internationale groeimarkten vande toekomst. Het generiek handelsinstrumentarium is en blijft daaromvoor alle Nederlandse bedrijven beschikbaar. De brief ontwikke-lingshulp,37 waarin de focus ligt op onze economische belangen en waarNederland goed in is, zoals in watermanagement, voedselzekerheid engezondheid, sluit eveneens aan bij het innovatie- en industriebeleid. Doorhet industriebeleid en het (economisch) buitenlandbeleid aan elkaar tekoppelen, waarborgen we coherentie en kunnen we de publiek-privateinzet effectief bundelen.Ook sluit het nieuwe industriebeleid aan bij onze inzet op Europees niveauzoals vastgesteld in de kabinetsvisie EU-concurrentievermogen38 en deperspectiefbrief energie-intensieve industrie.39 Het kabinet zet zich opEuropees niveau in voor het versterken van industrie, met nadruk opgunstige randvoorwaarden en het stimuleren van de vraagzijde waardoorbedrijven de ruimte krijgen om te innoveren en op te schalen. Op het36Beleidsagenda Buitenlandse Handel Nederland: welvarend en weerbaar, Kamerstuk 36 180,nr. 16437Beleidsbrief Ontwikkelingshulp, Kamerstuk 36 180, nr. 13338Kabinetsvisie EU-concurrentievermogen, Kamerstuk 21 501-30, nr. 62139Toekomstperspectief Energie-intensieve industrie, Kamerstuk 29 826, nr. 265Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27717 gebied van verduurzaming richt het kabinet zich hierbij op het stimulerenvan de marktvraag naar duurzame producten, zodat de business case voorduurzame producten en processen verbetert. Nederland neemt actief deelaan het Joint European Forum IPCEI, coördineert in Europa de IPCEI AST,en verkent de (financiële) mogelijkheden om ook deel te nemen aan deIPCEI’s Compute Infrastructure Continuum (CIC), AI en Biotech. In deEuropese onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader is hetversterken van het concurrentievermogen een van de drie kabinetspriori-teiten.40 Het kabinet maakt zich sterk voor een Europees concurrentiever-mogenfonds met een duidelijke focus op strategische sectoren, om degrensoverschrijdende waardeketens te versterken. Daarnaast bepleitNederland in EU-verband scherpere keuzes voor strategische onder-zoeksprioriteiten en technologiegebieden en langjarige, gerichte steunaan grensoverschrijdende ecosystemen binnen het nieuwe kaderpro-gramma voor onderzoek en innovatie Horizon Europe, met aandacht voorde hele kennisketen van fundamenteel onderzoek tot marktintroductie.41Tot slot hecht Nederland grote waarde aan het EU Innovation Fund. Zozorgt Nederland ervoor dat samenwerking op Europees niveau directbijdraagt aan de positie van het Nederlandse bedrijfsleven.Tot slotHet kabinet wil de betrokkenheid van bedrijven, financiers, kennisinstel-lingen en publieke partners bij dit industriebeleid structureel organiseren.Naast de intensieve samenwerking met onze partners in de genoemdeprogramma’s vernieuwt het kabinet ook de bestaande overlegstructuur toteen gezamenlijke industrie- en technologietafel, naar aanleiding van demotie Amhaouch c.s. Hier bespreken overheid en het veld structureel deeconomische voortgang, worden signalen uit de praktijk vertaald naarbeleid, en worden keuzes gemaakt over de internationale kansen envraagstukken.42 De komende periode zal dit in nauwe samenspraak metrelevante stakeholders worden uitgewerkt.Met deze koers zet het kabinet een stevige stap naar een industriebeleiddat Nederland voorbereidt op de uitdagingen en kansen van de komendedecennia. We zetten in op markten waar we goed in zijn, brengen focusaan door instrumenten en beleid te richten op technologieën waarinNederlandse bedrijven wereldwijd voorop kunnen lopen, en geven meteen sterker ondernemersklimaat alle bedrijven de ruimte om door tegroeien tot wereldspelers.Deze sterkere aanpak op regionaal, nationaal, Europees en internationaalniveau moet leiden tot een beter ondernemingsklimaat, meetbare groei enmeer investeringen in productie en R&D in Nederland. Zo investeren wesamen in een economie die banen schept, welvaart vergroot enmaatschappelijke uitdagingen oplost. In een economie die sterk genoeg isom klappen op te vangen, en slim genoeg is om kansen te grijpen. Zozetten we vandaag de eerste stap om te kunnen winnen op de marktenvan morgen.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. Karremans40Kabinetsappreciatie MFK- en EMB voorstellen Europese Commissie, Kamerstuk 21 501-20,nr. 226841The Netherlands’ vision paper on the future EU Framework Programme for Research andInnovation («FP10»), Bijlage bij Kamerstuk 33 009, nr. 14942Motie Amhaouch c.s. over een verkenning naar een Nationale Strategische Industrie &Technologie Tafel in een vorm die bij Nederland past, Kamerstuknummer 36 410 XIII, nr. 55Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 27718

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · aadf99cff201a1a4

14 okt 2026 · 8aaa95949d760ced

13 okt 2026 · b64af2597e7d6f6f

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.