KamerkringInloggen
Kamerbrief

Handreiking Sociaal Medische Indicatie (SMI)

30 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6c82f1ad35535dca · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 322KinderopvangNr. 574 BRIEF VAN DE STAATSSECRTARIS VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 januari 2026InleidingKinderopvang is voor veel gezinnen essentieel. Het stelt ouders in staatwerk en zorg te combineren en draagt bij aan de ontwikkeling vankinderen. Dit geldt ook wanneer er sociaal medische problematiek speeltin een gezin. Bijvoorbeeld in een gezin waar een ouder chronisch ziek isen voor wie de zorg voor de kinderen een te zware belasting is. Kinder-opvang vormt daarbij vaak een sleutel bij het vinden van een oplossingvoor deze gezinnen. In veel van die gevallen hebben deze gezinnen echtergeen recht op kinderopvangtoeslag omdat zij niet voldoen aan dearbeidseis. Zij kunnen daarom bij hun gemeente een vergoeding voor dekosten van kinderopvang krijgen, via de Sociaal Medische Indicatie (SMI).Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de uitvoering van SMI. Beleids-vrijheid maakt maatwerk mogelijk, maar levert ook verschillen tussengemeenten op.De afgelopen jaren heeft SZW diverse signalen van ouders ontvangen datsommige van deze verschillen onwenselijk en niet uitlegbaar zijn. Zo kanhet gebeuren dat een gezin in de ene gemeente wél SMI krijgt, maar eengezin in diezelfde situatie in de naastgelegen gemeente niet. Hierdoorontstaan schrijnende situaties waardoor gezinnen in nog zwaarder weerterecht kunnen komen. Deze signalen vormden in augustus 2023 ookaanleiding voor Kamervragen van het toenmalig lid Sahla (D66).1 In debeantwoording is toegezegd om samen met gemeenten en VNG teonderzoeken op welke wijze verschillen zo klein mogelijk en uitlegbaargemaakt kunnen worden.Ik heb daarom samen met VNG en gemeenten gewerkt aan afspraken diede ongelijkheid verkleinen. Dit heeft tot een concreet resultaat geleid in devorm van een gezamenlijke handreiking SMI met een basislijn. Het doel1Kamervragen (Aanhangsel) 2022-2023, nr. 3642 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen kst-31322-574ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5741 van de basislijn is verschillen tussen gemeenten verkleinen en oudersduidelijkheid geven over wat ze voor SMI minimaal van hun gemeentekunnen verwachten. De basislijn is daarmee geen norm, maar eenminimum.Deze aanpak sluit aan bij de motie van de leden De Kort en Inge van Dijk.2Deze verzoekt de regering om in overleg met gemeenten te komen totvereenvoudiging en een basisniveau van gemeentelijke regelingen, metmogelijkheden voor maatwerk zonder buitensporige verschillen.Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van SMI heb ik extramiddelen vrijgemaakt. Sinds 2025 ontvangen gemeenten via hetgemeentefonds € 5 miljoen euro extra. Vanaf 2029 volgt nog eens € 5miljoen euro.Vandaag wordt de handreiking tijdens een bijeenkomst met gemeentengelanceerd. Met deze brief stuur ik uw Kamer de handreiking en debijbehorende modeldocumenten toe. In deze brief licht ik eerst toe watSMI is. Daarna informeer ik u over welke signalen de VNG en ikontvangen hebben. Daarna ga ik in op het proces en de inhoud van dehandreiking, de basislijn en de modeldocumenten. Ik sta vervolgens kortstil bij de voor SMI beschikbare middelen. Daarna informeer ik u over desamenhang met de motie De Kort en Inge van Dijk. Ik sluit af met hetwerpen van een blik vooruit.Wat is SMISMI is sinds 2005 een gemeentelijke regeling voor gezinnen die níet aande voorwaarden voor kinderopvangtoeslag voldoen, maar door sociaalmedische problematiek kinderopvang wel hard nodig hebben, of wanneerde ontwikkeling van het kind in het gedrang komt. Het kan bijvoorbeeldgaan om gezinnen waarin een ouder ziek wordt en niet meer kan werken.Maar door de ziekte ook niet de volledige zorg voor de kinderen kandragen. Door gebruik te kunnen maken van kinderopvang kan de ziekeouder rusten en wanneer mogelijk werken aan herstel. Het kan ook gaanom een gezin waarin een van de kinderen ziek is en een van beide oudersnoodgedwongen moet stoppen met werken, om te kunnen zorgen voorhet zieke kind. Als de andere kinderen naar de opvang kunnen gaanontlast dat de ouders en hebben de kinderen de mogelijkheid om zich opde kinderopvang te ontwikkelen en met leeftijdgenoten te spelen.Gemeenten kunnen aan deze gezinnen een vergoeding voor de kostenvan kinderopvang geven, deels (bijvoorbeeld volgens de kinderopvang-toeslagtabel) of volledig. Afhankelijk van de behoefte kan de duur van SMIvariëren: in het ene geval volstaan twee dagen per week gedurende zesmaanden, in het andere geval zijn er drie of meer dagen nodig en inandere gevallen is SMI voor een langere periode nodig.Er zijn geen voorwaarden vanuit het Rijk waar gemeenten aan moetenvoldoen. Gemeenten hebben beleidsvrijheid in de uitvoering van SMI enkunnen maatwerk bieden. Ook kunnen gemeenten zoeken naar de bestpassende oplossing voor deze gezinnen. Denk bijvoorbeeld aan decombinatie met peuteropvang of Voorschoolse Educatie (VE).SignalenEr komen zowel bij SZW als bij Dienst Toeslagen en Professionals voorMaatwerk Multiproblematiek (PMM), regelmatig signalen binnen van2Kamerstuk 36582, nr. 63 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5742 ouders die verschillen ervaren en onvoldoende geholpen worden metSMI. De belangrijkste signalen zijn de volgende:–Ouders die wel onder de doelgroep vallen krijgen géén vergoeding viaSMI, omdat de gemeente waarin ze wonen alleen SMI verstrekt aangezinnen die onder de bijstandsnorm vallen. Terwijl dergelijkeproblematiek élk gezin kan overkomen, onafhankelijk van inkomen. Definanciële toegankelijkheid, in beide eerdere Kamerbrieven al alsaandachtspunt gesignaleerd, vormt nog steeds een knelpunt.–Gemeenten beschouwen SMI als een tijdelijke vangnetregeling engeven daarom meestal slechts voor een korte periode SMI af.–Dit volstaat niet bij ouders die te maken hebben met langdurigeproblematiek. Zij hebben voor een langere periode SMI nodig, maarverkeren in de praktijk vaak in onzekerheid of ze een verlengingkunnen krijgen of niet.–De regeling is voor ouders complex en de administratieve lasten zijnvaak hoog. Er moet veel informatie worden aangeleverd, ook wanneerverlengingen aangevraagd moeten worden.De handreiking SMIBelangrijkste onderdeel van de handreiking is de basislijn. Daarnaastomvat de handreiking informatie over afwegingen bij het vormgeven vanhet SMI-beleid en praktische handvatten over communicatie over SMI.In het traject waarmee we gekomen zijn tot deze handreiking zijn veelbelanghebbenden betrokken en hebben we veel input opgehaald. Er zijngesprekken gevoerd met ouders, om alle knelpunten in kaart te brengen.Het was heel waardevol dat deze ouders, die zelf in een hele moeilijkesituatie zitten, de tijd en energie hebben gevonden om hun verhaal metons te delen. Ook is samen met de VNG gesproken met verschillendegemeenten en de G4, om te verkennen op welke aspecten gewerkt kanworden aan meer uniformiteit in de uitvoering van SMI. Op basis van dezeinput is samen met VNG de basislijn opgesteld. In een bestuurlijk overleghebben we afgesproken om de basislijn in een handreiking te verankeren.Deze handreiking is vervolgens samen met een werkgroep vangemeenten ontwikkeld.De basislijnVNG, gemeenten en SZW streven ernaar om de uitvoering van SMIvolgens onderstaande afspraken te organiseren. Waar ruimer beleidmogelijk is, is het wenselijk om dat te behouden. De basislijn is nadruk-kelijk een minimum aanbod, geen streefnorm, bedoeld om onwenselijkeverschillen te verminderen, met behoud van maatwerk dat ouders tengoede komt.1.Gemeenten leggen SMI vast in een verordening.2.Gemeenten zetten zich in om de punten uit de basislijn te imple-menteren.3.SMI is de (tijdelijke) vangnetregeling voor gezinnen (ouders enkinderen) zonder recht op kinderopvangtoeslag en waar sociaal-medische problematiek speelt en/of waar de ontwikkeling van hetkind in het gedrang is. Via SMI kunnen deze gezinnen een vergoe-ding voor kinderopvang krijgen. Bij de toekenning van SMI wordteerst gekeken naar voorliggende voorzieningen.4.Alle kinderen uit de doelgroep (zie 3) in de leeftijd tussen 0 en heteinde van de basisschoolleeftijd kunnen in aanmerking komen voorSMI.5.Gemeenten hanteren geen inkomens- en vermogenstoets voor detoegang tot SMI. Inkomen en vermogen zijn dus geen uitsluitings-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5743 grond. Het inkomen kan vervolgens wel dienen om de hoogte vande vergoeding te bepalen (zie afspraak 11).6.Gemeenten doen een basisaanbod van minimaal 2 dagen per week(of een daaraan gelijkstaand aantal uren) en 6 maanden. Alsgemeenten een ruimer basisaanbod hebben, is het wenselijk datvast te houden. Als minder nodig is, kan dat ook.7.Als sprake is van langdurige problematiek, kan de gemeente detoekenning van de tegemoetkoming SMI één of meerdere kerenverlengen.8.Gemeenten nemen in hun verordening een hardheidsclausule opzodat zij in uitzonderlijke situaties kunnen afwijken van het lokaleSMI-beleid. Dit kan het geval zijn wanneer op voorhand duidelijk isdat SMI langdurig nodig is, zoals bij chronische problematiek.9.Wanneer gemeenten na toekenning van SMI een bepaalde inzet vanouders verwachten, is dat enkel gericht op het werken aan herstel.10.Gemeenten monitoren de ontwikkeling in het gezin. Zo houden zijgrip op de noodzaak van SMI en kunnen ze snel beoordelen inhoeverre een verlenging nodig is.11.Gemeenten gebruiken de KOT-tabel of de VNG adviestabelouderbijdrage peuters om de eigen bijdrage te bepalen. Gemeentenkunnen meer vergoeden dan deze tabellen voorschrijven. Aan-dachtspunt daarbij is dat het vaststellen van de vergoedingovereenkomt met de wijze waarop dat bij andere lokale regelingenwordt gedaan.12.Gemeenten maken ten behoeve van de eigen bijdrage een zoactueel mogelijke inschatting van het inkomen van de ouders.13.Bij een aanvraag van de tegemoetkoming SMI vragen gemeentenalleen de strikt noodzakelijke gegevens op.14.De informatievoorziening aan ouders is begrijpelijk en maaktduidelijk wat zij moeten doen.15.Gemeenten monitoren actief de klanttevredenheid.De eerdergenoemde belangrijkste knelpunten worden hiermee als volgtondervangen: Met punt vijf uit de basislijn spreken we af dat inkomengeen uitsluitingsgrond mag vormen voor toegang tot de regeling. Zowordt geborgd dat elk gezin dat onder de doelgroep valt via SMI eenfinanciële tegemoetkoming mag verwachten.Met punt zes spreken we af dat elk gezin SMI voor minimaal zes maandenen minimaal twee dagen per week mag verwachten. Punt zeven stelt datverlengingen mogelijk zijn, wanneer die noodzaak er is. En punt acht zorgtervoor dat gezinnen die op voorhand voor langere tijd SMI nodig hebben,zoals bij chronische ziekte, van hun gemeente kunnen verwachten dat diemogelijkheid er is.De modeldocumentenDe handreiking wordt aangevuld met een aantal door bureau Stimulanszontwikkelde modeldocumenten. Deze zijn erop gericht de uitvoering vanSMI voor gemeenten eenvoudiger te maken en verschillen tussengemeenten te verkleinen. Ook komen we tegemoet aan het signaal vanouders dat het aanvragen van SMI vaak complex is. De werkgroep vangemeenten heeft meegekeken op de modeldocumenten.Stimulansz heeft de volgende modeldocumenten ontwikkeld:–Aanvraagformulier SMI–Brief ontbrekende gegevens SMI–Beschikking toekenning SMI–Beschikking verlenging SMI–Beschikking afwijzing SMI–Een publiekstekst SMIDe documenten zijn als bijlage toegevoegd bij deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5744 Extra middelenGemeenten ontvangen middelen voor SMI via het Gemeentefonds. In2025 is jaarlijks € 5 miljoen extra beschikbaar gesteld, vanaf 2029 komtdaar nog eens€ 5 miljoen bij. Daarmee is de omvang van het budget in 2029 circa € 55miljoen euro. De extra middelen zijn vrijgemaakt omdat gemeentenaangeven dat het SMI-budget knelt.Sommige gemeenten leggen eigen middelen bij, andere gemeentenkiezen bijvoorbeeld voor een beperking van SMI in duur of kiezen vooreen beperking van de doelgroep. Deze extra middelen en de handreikingmoeten zorgen voor een verbetering van de toegankelijkheid van SMI.Link met de motie De Kort en Inge van DijkIn het Nationaal Programma Armoede en Schulden heeft het kabinetaangegeven in te willen zetten op verbetering en vereenvoudiging van hetgemeentelijk armoedebeleid. Aanleiding hiervoor vormden verschillenderapporten, onder meer van de Commissie sociaal minimum en hetInstituut voor Publieke Economie (IPE) die lieten zien dat er bij hetgemeentelijk minimabeleid sprake is van versnippering en soms groteverschillen tussen gemeenten.3 Het kabinet vindt dit niet wenselijk en wilhierin stappen zetten, indachtig de motie van de leden De Kort en Ingevan Dijk die oproept om in overleg met gemeenten tot vereenvoudigingen een basisniveau van gemeentelijke regelingen te komen. De stappendie het kabinet nu zet met de handreiking en basislijn SMI dienen alsvoorbeeld van de verbetering en vereenvoudiging die het kabinet wenst.In de voortgangsrapportage van het Nationaal Programma zal ik uwKamer nader informeren over de stand van zaken rond het verbeteren envereenvoudigen van het gemeentelijk armoedebeleid.Blik vooruitDe handreiking, de modeldocumenten en de extra middelen bieden eengoede basis om de uitvoering van SMI te verbeteren, onwenselijkeverschillen te verkleinen en ouders meer zekerheid en ondersteuning tebieden. Veel gemeenten hebben al een bredere dienstverlening dan debasislijn. Graag kijk ik samen met VNG en gemeenten verder naarmanieren om gemeenten te ondersteunen om de basislijn te implemen-teren. Een van de stappen daarbij is om de handreiking goed onder deaandacht van gemeenten te brengen en informatie handzaam aan tebieden. Daarnaast is het van belang om te bekijken op welke wijze meerinzicht in SMI verkregen kan worden en te volgen in hoeverre de basislijnhet gewenste effect heeft: minder onwenselijke verschillen en verbeteringvan de toegankelijkheid van SMI. Op die manier kan ook nog beterinvulling gegeven worden aan de motie De Kort en Inge van Dijk.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.N.J. Nobel3Commissie sociaal minimum (2023): Een zeker bestaan II, naar een toekomstig stelsel van hetsociaal minimum; Instituut voor Publieke Economie (2025): Eerlijker en eenvoudiger armoede-beleid – Landelijke basis, lokaal maatwerk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5745

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · dda2621cae0a4f43

14 okt 2026 · 50adf417d9077132

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.