KamerkringInloggen
Antwoord op Kamervragen

Antwoord op vragen van het lid Schenk over particuliere geldovermakingen naar het buitenland, de export van Nederlandse sociale voorzieningen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen

13 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 50f90aa9349438b9 · officiële bron

2026Z17355 (ingezonden 28 augustus 2026) Vragen van het lid Schenk (FVD) aan de ministers van Financiën, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Werk en Participatie en van Justitie en Veiligheid over particuliere geldovermakingen naar het buitenland, de export van Nederlandse sociale voorzieningen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen Notie vooraf Waar in de Kamervragen gesproken wordt over ‘sociale uitkeringen’ of ‘sociale voorzieningen’, gaat het kabinet ervanuit dat gedoeld wordt op zowel sociale verzekeringen als sociale voorzieningen. Gezamenlijk worden zij aangeduid als ‘socialezekerheidsuitkeringen’. Waar gesproken wordt over ‘toeslagen’, interpreteert het kabinet dit als doelend op de zorgtoeslag, de huurtoeslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. 1. Is het kabinet bekend met omvangrijke particuliere geldovermakingen vanuit Nederland naar het buitenland, internationaal ook wel aangeduid als remittances? Antwoord vraag 1 Ja, het kabinet is bekend met de berichtgeving over dit onderwerp in de media. 2. Hoeveel geld is de afgelopen 15 jaar jaarlijks vanuit Nederland door particulieren naar het buitenland overgemaakt? Graag een overzicht per kalenderjaar. 3. Naar welke dertig landen is de afgelopen 15 jaar het meeste geld vanuit Nederland door particulieren overgemaakt? Graag een overzicht per land en per kalenderjaar. 4. Welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen in de afgelopen 15 jaar had een bestemming binnen de Europese Unie en welk aandeel een bestemming buiten de Europese Unie? 5. Welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen in de afgelopen 15 jaar had een bestemming binnen Afrika en het Midden-Oosten? Antwoord vraag 2 tot en met 5 Er zijn geen gegevens over het totale bedrag dat particulieren jaarlijks naar het buitenland overmaken, of over de landen waar dat geld naartoe gaat. De statistieken van De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) over het retailbetalingsverkeer maken geen onderscheid naar overboekingen van particulieren naar het buitenland. DNB heeft wel een raming van de zogeheten remittances gemaakt. Dat zijn geldovermakingen van huishoudens in Nederland naar het buitenland. De raming is gebaseerd op gegevens van geldtransactiekantoren, aangevuld met statistieken over migratie en economische groei (bbp per hoofd van de bevolking). Op 21 mei 2026 heeft DNB de geraamde remittances per jaar gepubliceerd voor de 25 landen die het meeste ontvangen (zie tabel 1).[voetnoot 1] Het gaat om een schatting en niet om geregistreerde transacties. Een overzicht van dertig landen is niet beschikbaar. Tabel 1: Top 25 van waarde van remittances betaald door huishoudens in Nederland aan het buitenland, per jaar, in EUR miljoenen Waarde in miljoenen Jaar Gebied 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Turkije 53 57 61 64 34 46 53 57 65 69 Marokko 53 57 62 64 39 51 52 52 65 69 Suriname 52 55 59 61 32 41 42 43 52 55 Indonesië 13 14 15 16 8 12 14 12 17 18 Roemenië 9 11 11 12 12 12 13 17 16 17 Bulgarije 9 10 10 11 9 10 12 14 15 16 Filipijnen 7 7 7 8 8 9 11 12 13 14 Spanje 11 10 11 12 6 10 10 14 13 13 Brazilië 8 8 9 9 8 8 9 9 11 11 Ghana 7 8 9 9 7 7 8 9 10 11 Colombia 5 4 5 5 5 6 7 8 9 9 India 7 7 8 8 4 6 7 10 9 9 Polen 8 8 9 9 3 3 6 5 7 8 Curaçao 9 8 9 9 3 4 6 6 7 8 Duitsland 5 5 6 6 2 2 5 4 7 7 Pakistan 5 7 7 8 4 4 5 6 6 7 Dominicaanse Republiek 5 5 5 5 4 4 5 5 6 6 Griekenland 4 4 4 4 3 4 4 5 5 6 Kaapverdië 5 4 5 5 4 4 4 5 5 5 China 16 11 13 13 2 3 4 5 5 5 Egypte 5 5 6 6 3 3 4 5 5 5 Frankrijk 5 5 5 6 6 3 4 4 5 5 Italië 4 4 5 5 2 2 3 4 4 4 België 3 3 3 3 1 1 3 4 4 4 Servië 4 4 4 5 2 3 3 3 4 4 Totaal 423 430 465 485 270 324 364 417 451 478 6. Welke (overheids)instanties beschikken over gegevens over particuliere geldovermakingen naar het buitenland en op welke wijze worden deze gegevens verzameld? Antwoord vraag 6 Iedere betaling gaat gepaard met gegevens over de betaler en de begunstigde (zoals naam en rekening- of andere identificatiegegevens) en informatie over de transactie, waaronder het bedrag en de datum van de betaling. DNB verzamelt basisgegevens over het betalingsverkeer, waaronder geldovermakingen, bij marktpartijen. De door DNB verzamelde gegevens worden onder meer gebruikt voor de betalingsstatistieken van de Europese Centrale Bank (hierna: ECB). De Payment Statistics rapportagegegevens over het betalingsverkeer bij Nederlandse betalingsdienstaanbieders worden gedeeld met de ECB. Deze gegevens worden gebruikt voor de geharmoniseerde Europese betalingsstatistieken van de ECB, die worden opgesteld op basis van de rapportageverplichtingen uit onder meer de ECB-Verordening over rapportageverplichtingen voor betalingsstatistieken binnen de eurozone.[voetnoot 2] Hierbij wordt niet noodzakelijkerwijs onderscheid gemaakt tussen particuliere en zakelijke betalingen. DNB kan wel op basis van deze data remittances ramen. Zie het antwoord op vraag 2 tot en met 5. DNB verzamelt gegevens bij financiële en andere instellingen op grond van Artikel 7 van de Wet financiële betrekkingen buitenland om de betalingsbalans op te stellen.[voetnoot 3] De Nederlandse betalingsbalansgegevens worden vervolgens volgens de internationale IMF Balance of Payments Manual (BPM6)-methodologie opgesteld. De IMF-betalingsbalansgegevens vormen vervolgens de basis voor de Wereldindicator Personal remittances, paid.[voetnoot 4] Daarnaast vraagt DNB in het kader van de jaarlijkse integriteitsrapportage (hierna: IRAP) op geaggregeerd niveau gegevens uit over transactiestromen naar verschillende bestemmingslanden. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen particuliere en zakelijke klanten. Er worden daarom geen specifieke gegevens opgehaald over particuliere geldovermakingen naar het buitenland, waaronder geldtransfers. De resultaten van de IRAP-uitvraag worden niet als afzonderlijke openbare dataset gepubliceerd, omdat de uitvraag vertrouwelijke toezichtinformatie bevat. Naast DNB kunnen ook andere overheidsinstanties, bijvoorbeeld opsporingsdiensten, tijdens hun taakuitoefening in het bezit komen van gegevens over specifieke particuliere geldovermakingen naar het buitenland. 7. Worden uitsluitend bancaire overboekingen geregistreerd of ook geldtransfers via betaaldienstverleners als Western Union en MoneyGram en contant geld dat fysiek naar het buitenland wordt meegenomen? Antwoord vraag 7 Elke partij registreert de transacties die via haar eigen systeem lopen. Als iemand via zijn bankrekening geld overmaakt naar een betaaldienstverlener (als Western Union en MoneyGram), registreert de bank alleen die overboeking. De betaaldienstverlener registreert vervolgens de transactie naar het buitenland. Er wordt geen data bijgehouden over het contant geld dat fysiek naar het buitenland wordt meegenomen. Er moet wel aangifte gedaan worden bij de Douane als de totale waarde van contant geld dat iemand bij zich heeft wanneer diegene de EU verlaat meer dan € 10.000 is. 8. Beschikt het kabinet over inzicht in de omvang van informele geldovermakingen naar het buitenland, bijvoorbeeld via zogenoemde hawala-systemen of andere informele vormen? Zo ja, hoe groot wordt deze geldstroom geschat? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 8 Het kabinet heeft geen inzicht in dergelijke cijfers, omdat deze systemen en vormen van geldovermaking buiten het gereguleerde legale financiële systeem om gaan. 9. Heeft het kabinet onderzoek laten verrichten naar de economische en maatschappelijke gevolgen van particuliere geldovermakingen naar het buitenland voor de Nederlandse economie, de binnenlandse consumptie, de belastinggrondslag of de kapitaaluitstroom? Zo ja, wat waren daarvan de belangrijkste conclusies en kunt u deze onderzoeken met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 9 Hier is geen onderzoek naar verricht. Mensen zijn vrij om hun geld te besteden zoals zij wensen. 10. Hoe verhoudt Nederland zich qua omvang van particuliere geldovermakingen naar het buitenland tot andere lidstaten van de Europese Unie? Antwoord vraag 10 Deze data worden niet verzameld. 11. Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is van personen die fiscaal in Nederland gevestigd zijn en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden? Antwoord vraag 11 Deze data worden niet verzameld. De Belastingdienst registreert geen particuliere geldovermakingen naar het buitenland en beschikt niet over gegevens waarmee deze overmakingen kunnen worden gekoppeld aan de fiscale woonplaats van de verzender. 12. Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is van personen die slechts tijdelijk in Nederland verblijven, zoals arbeidsmigranten, en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden? Antwoord vraag 12 Nee. 13. Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van de particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is uit arbeidsinkomen, ondernemingsinkomen, pensioeninkomen, sociale uitkeringen, toeslagen en andere inkomensbronnen en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden? Antwoord vraag 13 Nee. 14. Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo ja, om hoeveel personen gaat het jaarlijks in de afgelopen 15 jaar en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Graag uitgesplitst naar uitkeringsregeling. 15. Indien de gegevens genoemd in vraag 14 niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens niet geregistreerd? 16. Is het kabinet bereid te onderzoeken in welke mate ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 14, 15 en 16 Het kabinet beschikt niet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse socialezekerheidsuitkeringen structureel geld naar het buitenland overmaken. Mensen zijn vrij om hun geld naar eigen inzicht uit te geven. Het maakt daarbij niet uit of dit geld verkregen is door inkomen uit arbeid, pensioen, of een uitkering. Onderzoek naar de mate waarin ontvangers van socialezekerheidsuitkeringen structureel geld naar het buitenland overmaken, zou een onevenredige inbreuk maken op deze vrijheid van mensen om hun beschikbare inkomen te besteden zoals zij wensen. Zodoende heeft het kabinet niet de intentie om hier onderzoek naar te doen. 17. Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse toeslagen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo ja, om hoeveel personen gaat het jaarlijks in de afgelopen 15 jaar en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Graag uitgesplitst naar huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. 18. Indien de gegevens genoemd in vraag 17 niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens niet geregistreerd? Antwoord vraag 17 en 18 Het kabinet beschikt niet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse toeslagen structureel geld naar het buitenland overmaken. Mensen zijn vrij om het aan hen uitgekeerde bedrag aan toeslagen naar eigen inzicht in te zetten. 19. Worden substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland op enige wijze betrokken bij de beoordeling van het recht op sociale uitkeringen of toeslagen? Zo nee, waarom niet? 20. Kunnen structurele geldovermakingen naar het buitenland aanleiding vormen voor een rechtmatigheidsonderzoek naar een sociale uitkering of toeslag? Zo ja, onder welke omstandigheden? 21. Indien het antwoord op vraag 20 ontkennend luidt, waarom acht het kabinet dergelijke geldovermakingen niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van sociale voorzieningen? Antwoord vraag 19, 20 en 21 De AWIR, de specifieke toeslagenwetten en de meeste socialezekerheidswetten bevatten geen verplichtingen ten aanzien van uitgaven. Uitgaven zijn dan ook niet relevant voor het vaststellen van het recht op uitkering of toeslag. Dit betekent dat mensen die een uitkering of toeslag ontvangen dit inkomen naar wens kunnen besteden. Een uitzondering hierop is de Participatiewet. Bij mensen die een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangen, kunnen uitgaven aan andere zaken dan het levensonderhoud aanleiding zijn om onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de uitkering. Denk bij deze uitgaven naast substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland bijvoorbeeld aan dure hobby’s of gokken. De gemeente onderzoekt in deze gevallen of de betrokkene naast zijn uitkering andere - niet gemelde - inkomsten heeft. 22. In hoeverre wisselen het UWV, de Sociale Verzekeringsbank, gemeenten, de Belastingdienst, de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland) en andere betrokken instanties gegevens uit wanneer sprake is van substantiële geldovermakingen naar het buitenland? Antwoord vraag 22 De FIU-Nederland heeft geen overzicht van substantiële (internationale) geldovermakingen. De FIU-Nederland heeft als taak om witwassen, terrorismefinanciering en onderliggende delicten te voorkomen. Vanuit die taak kan de FIU-Nederland door aangewezen poortwachters gemelde ongebruikelijke transacties[voetnoot 5] analyseren. Substantiële internationale overboekingen worden alleen gemeld wanneer zij voldoen aan een objectieve indicator/ een in de Wwft vastgelegd criterium, bijvoorbeeld een geldtransfer van meer dan €2000, of wanneer de instelling reden heeft om aan te nemen dat de overboekingen verband kunnen houden met witwassen of terrorisme financiering of onderliggende delicten. Bestaat er een vermoeden dat de ongebruikelijke transactie van belang kan zijn voor het voorkomen en opsporen van misdrijven, dan kan deze als verdachte transactie worden gedeeld met de opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Deze verdachte transacties worden niet met anderen gedeeld dan de hiervoor genoemde diensten. UWV, de SVB, gemeenten en de Belastingdienst wisselen geen gegevens met de FIU noch onderling uit over substantiële geldovermakingen naar het buitenland. 23. Beschikt het kabinet over signalen, risicoanalyses of onderzoeken waaruit blijkt dat Nederlandse sociale uitkeringen of toeslagen worden aangewend om personen in het buitenland financieel te ondersteunen? Zo ja, kan het kabinet deze met de Kamer delen? Antwoord vraag 23 Het kabinet heeft geen specifieke signalen, risicoanalyses of onderzoeken waaruit blijkt dat Nederlandse socialezekerheidsuitkeringen of toeslagen worden aangewend om personen in het buitenland financieel te ondersteunen. Het is echter algemeen bekend dat mensen in Nederland middelen beschikbaar stellen aan familie of andere personen in het buitenland ten behoeve van hun levensonderhoud. Het is daarom aannemelijk dat er mensen zijn die hiervoor inkomen uit uitkering of toeslag aanwenden. Dit staat betrokkenen vrij. Zie ook het antwoord op vraag 14, 15 en 16 en het antwoord op vraag 17 en 18. 24. Heeft het kabinet inzicht in de mate waarin personen die langdurig afhankelijk zijn van Nederlandse sociale voorzieningen periodiek geld naar het buitenland overmaken? Antwoord vraag 24 Nee. Zie ook het antwoord op vraag 14, 15 en 16. 25. Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk deel van de particuliere geldovermakingen naar het buitenland afkomstig is van personen die een Nederlandse sociale uitkering of toeslag ontvangen? Zo ja, kunt u deze gegevens met de Kamer delen? 26. Indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, acht het kabinet het wenselijk deze in de toekomst structureel te registreren zodat beter inzicht ontstaat in de relatie tussen particuliere geldovermakingen en het gebruik van Nederlandse sociale voorzieningen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 25 en 26 Het kabinet beschikt niet over gegevens waaruit blijkt welk deel van de particuliere geldovermakingen naar het buitenland afkomstig is van personen die een Nederlandse socialezekerheidsuitkering of toeslag ontvangen. Het kabinet acht het ook niet wenselijk om deze gegevens in de toekomst structureel te registeren. Zie ook het antwoord op vraag 14, 15 en 16 en het antwoord op vraag 17 en 18. 27. Hoeveel personen ontvangen een Nederlandse sociale uitkering terwijl zij buiten Nederland wonen? Graag uitgesplitst naar uitkeringsregeling in de afgelopen 15 jaar. 28. Hoeveel publiek geld is hiermee jaarlijks gemoeid? Graag een uitsplitsing per uitkeringsregeling in de afgelopen 15 jaar. 29. Naar welke landen worden Nederlandse sociale uitkeringen uitgekeerd de afgelopen 15 jaar? Graag een overzicht per land, het aantal ontvangers en het jaarlijks uitgekeerde bedrag. Antwoord vraag 27, 28 en 29 In bijlagen 1 t/m 13 is een overzicht opgenomen van het aantal personen met een sociale uitkering die buiten Nederland wonen per uitkering per land per jaar. Tevens zijn de totalen per jaar weergegeven. Het overzicht is onderverdeeld in Koninkrijk der Nederlanden, EU + EER + Zwitserland, verdragslanden en overige landen. Voor zover mogelijk is hierbij een periode van 15 jaar gehanteerd. Daar waar dit niet mogelijk is gebleken, wordt dit veroorzaakt doordat de gegevens in oudere, moeilijke toegankelijke en gearchiveerde systemen zitten of doordat deze gegevens inmiddels verwijderd zijn. 30. Hoe heeft het aantal personen dat een Nederlandse sociale uitkering ontvangt terwijl zij buiten Nederland wonen zich sinds het jaar 2000 ontwikkeld? Graag uitgesplitst per regeling. Antwoord vraag 30 In de bijlagen zijn voor zover mogelijk de totalen van de afgelopen 15 jaar opgenomen. Deze bijlagen laten een wisselend beeld zien. De export van de AOW laat een duidelijk stijgende trend zien. In 2010 ontvingen 278.674 mensen een AOW-uitkering buiten het Koninkrijk der Nederlanden, terwijl in 2025 dit aantal gegroeid is tot 327.285. Bij de ZW daarentegen in het beeld meer wisselend, maar is er een dalende tendens van 6.403 in 2011 naar 3.980 in 2025 met een piek rond de coronajaren. Ook zijn er aflopende regelingen zoals de regeling bijstand buitenland waarbij de export van uitkeringen met meer dan 60% is afgenomen sinds 2010 tot 73. Cijfers die verder teruggaan dan 2010/2011 zijn lastig te achterhalen, mede doordat een deel van die cijfers zijn verwijderd vanwege de geldende bewaartermijnen. 31. Welke sociale voorzieningen en toeslagen kunnen op grond van nationale wetgeving, Europese regelgeving of internationale verdragen geheel of gedeeltelijk worden geëxporteerd naar het buitenland? 32. Welke sociale voorzieningen en toeslagen kunnen niet naar het buitenland worden geëxporteerd? Op basis van welke juridische gronden is dat het geval? Antwoord vraag 31 en 32 In 2000 is de Wet Beperking export uitkeringen (hierna: Wet BEU) in werking getreden. Met deze wet is geregeld dat uitkeringen niet worden geëxporteerd, tenzij op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, zoals de EU, recht op een uitkering bestaat. Binnen de EU, de EER en Zwitserland (hierna: EU) geldt Verordening 883/2004 (hierna: Verordening). De Verordening bevat een exportverplichting voor uitkeringen, tenzij in deze Verordening anders is bepaald. Op basis hiervan worden uitkeringen zoals de AOW, de WAO, de WAZ, de WIA, de WAZO, de Anw, de AKW, de WKB en de ZW geëxporteerd, mits is voldaan aan de verplichtingen die in de Verordening gesteld worden. Ook de kinderopvangtoeslag[voetnoot 6] en de zorgtoeslag[voetnoot 7] kunnen in specifieke gevallen op grond van de Verordening meegenomen worden naar het buitenland, zolang aan de verplichtingen in de Verordening is voldaan. Buiten de EU is de export van uitkeringen alleen mogelijk als een socialezekerheidsverdrag is gesloten. In dit verdrag moeten met het betreffende land dan afspraken gemaakt zijn over de controle en verificatie van uitkeringen. Welke uitkeringen geëxporteerd kunnen worden, verschilt per verdrag. De WW, de IOAW, de IOAZ en de IOW (hierna: de Nederlandse werkloosheidsuitkeringen), de Wajong en de Toeslagenwet (hierna: TW) en de huurtoeslag vallen niet onder de Wet BEU. De Nederlandse werkloosheidsuitkeringen bevatten een uitsluitingsgrond voor het recht op uitkering als de werkloze werknemer buiten Nederland verblijft of woont.[voetnoot 8] Buiten de EU kunnen de Nederlandse werkloosheidsuitkeringen nooit geëxporteerd worden. Op grond van de Verordening is het wel mogelijk om met behoud van de Nederlandse werkloosheidsuitkering gedurende maximaal drie maanden werk te zoeken in een andere lidstaat van de EU. Uitkeringen op grond van de Participatiewet[voetnoot 9], de Wajong[voetnoot 10] en de TW[voetnoot 11] kunnen niet worden geëxporteerd. Aan de huurtoeslag zijn voorwaarden verbonden die export in beginsel onmogelijk maken. Mensen hebben bijvoorbeeld alleen recht op huurtoeslag als zij ingeschreven staan op een Nederlands adres. De AOW kan wereldwijd tot de gehuwdennorm geëxporteerd worden. 33. Kan het kabinet, voor zover deze gegevens worden geregistreerd, per sociale uitkeringsregeling aangeven hoeveel ontvangers uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezitten, uitsluitend een niet-Nederlandse nationaliteit bezitten en beschikken over zowel de Nederlandse als ten minste één andere nationaliteit? 34. Beschikt het kabinet over gegevens omtrent het geboorteland van ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen die buiten Nederland wonen? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen? 35. Indien de onder vragen 33 en 34 gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens niet geregistreerd? Antwoord vraag 33, 34 en 35 Nationaliteit en geboorteland worden alleen geregistreerd indien dit noodzakelijk is voor het vaststellen van het recht op uitkering. Het kabinet beschikt echter niet over geaggregeerde gegevens over nationaliteit en geboorteland van mensen die een socialezekerheidsuitkering ontvangen zoals in de vragen bedoeld. Tweede nationaliteit wordt sinds 2014 niet meer geregistreerd in de BRP. Enkel in specifieke gevallen waarin de tweede nationaliteit een rol speelt bij het vaststellen van het recht op uitkering is deze beschikbaar. Zij is niet zonder meer opvraagbaar. 36. Hoeveel ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen wonen buiten de Europese Unie? Antwoord vraag 36 Het overzicht in de bijlagen is gesplitst in Koninkrijk der Nederlanden, EU + EER + Zwitserland, verdragslanden en overige landen. Per onderdeel zijn tevens de totalen per jaar weergegeven. 37. Hoeveel ontvangers wonen in landen waarmee Nederland een bilateraal sociaalzekerheidsverdrag heeft gesloten? Graag een uitsplitsing per land waarmee zo’n verdrag is gesloten. Antwoord vraag 37 Binnen de EU zijn geen aparte bilaterale verdragen voor uitvoering van de sociale zekerheid vereist, omdat dit via de Europese coördinatieverordeningen is geregeld. De landen buiten de EU waarmee een bilateraal verdrag is afgesloten, zijn in de overzichten weergegeven. 38. Heeft het kabinet onderzocht in hoeverre bestaande sociale zekerheidsverdragen ertoe leiden dat Nederlands belasting- en premiegeld structureel naar het buitenland vloeit? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 38 UWV publiceert jaarlijks een overzicht met de exportcijfers van uitkeringen met informatie over het aantal ontvangers en de totale uitgekeerde bedragen, uitgesplitst per land. De SVB publiceert deze informatie incidenteel.[voetnoot 12] 39. Acht het kabinet de huidige mogelijkheden om Nederlandse sociale uitkeringen naar het buitenland te exporteren nog steeds passend bij de oorspronkelijke doelstellingen van de betreffende wet- en regelgeving? Zo ja, waarom? Antwoord vraag 39 De export van bepaalde uitkeringen is door wetgeving beperkt of beëindigd. De belangrijkste wet op dit vlak is de Wet BEU De doelstelling van de Wet BEU is om geen uitkeringen meer te exporteren, tenzij op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering bestaat. In dergelijke verdragen of besluiten zijn of worden afspraken gemaakt over de handhaving en de verificatie van het recht op uitkering in het buitenland. Daarnaast wordt op grond van de Wet woonlandbeginsel de hoogte van bepaalde uitkeringen afgestemd op het kostenniveau van het land waar de gerechtigde (of het kind) woont.[voetnoot 13] Tot slot is op grond van de Wet herziening export kinderbijslag 2015 (Whek) de export van kinderbijslag en kindgebonden budget beëindigd. Voor deze uitkeringen is de woonplaats van het kind dus leidend geworden voor het recht op kinderbijslag. Het kabinet staat achter de wijze waarop de export van uitkeringen die in deze wetgeving zijn vastgelegd en zet zich in om socialezekerheidsverdragen waar nodig aan te passen in lijn hiermee. Zie ook het antwoord op vraag 31 en 32 voor de binnen de EU gemaakte afspraken over de coördinatie van sociale zekerheid in Verordening 883/2004. Op grond hiervan bestaat een exportverplichting voor onder andere de kinderbijslag, het kindgebonden budget, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en nabestaandenuitkeringen. Toepassing van het woonlandbeginsel is daarmee uitgesloten. 40. Is het kabinet bereid de bestaande sociale zekerheidsverdragen en de exporteerbaarheid van sociale uitkeringen periodiek te evalueren op doelmatigheid, rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en financiële gevolgen voor de Nederlandse belastingbetaler? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 40 De uitvoerbaarheid van deze verdragen is reeds onderwerp van een periodieke dialoog met uitvoeringsorganisaties. Eén voorbeeld van de uitkomsten van deze dialoog is de Verkenning complexiteit en vereenvoudiging internationale dienstverlening SVB, die op 2 juli 2026 aan uw Kamer is toegezonden.[voetnoot 14] De rechtmatigheid van uitkeringen dient door de uitvoeringsorganisaties te worden gehandhaafd in zowel binnen- als buitenland. De verdragen bevatten afspraken om de rechtmatigheid van het betalen van uitkeringen in het buitenland te beoordelen. UWV en de SVB besteden ook aandacht aan internationale handhaving in hun meerjarenplannen handhaving. De omvang van de export van uitkeringen is bekend en wordt door de SVB en UWV gepubliceerd. Zie hiervoor het antwoord op vraag 38. In de verdragen zijn afspraken gemaakt die in lijn zijn met de op dat moment geldende Nederlandse wet- en regelgeving. Wanneer de nationale situatie verandert, zoals de invoering van de Whek en de Wet woonlandbeginsel, wordt ingezet op aanpassing van de verdragen om ze hiermee in lijn te brengen. Gelet op het voorgaande, acht het kabinet een periodieke evaluatie van bestaande socialezekerheidsverdragen niet nodig. 41. Hoeveel publiek geld is de afgelopen 15 jaar in totaal via exporteerbare Nederlandse sociale uitkeringen naar het buitenland uitgekeerd? Graag een overzicht per kalenderjaar en per uitkeringsregeling. Antwoord vraag 41 Zie het overzicht in de bijlagen. 42. Beschikt het kabinet over aanwijzingen dat ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen of toeslagen tegelijkertijd vermogen opbouwen of aanhouden in het buitenland? Zo ja, wat wordt hier concreet mee gedaan? 43. Worden buitenlandse bankrekeningen, onroerende zaken, ondernemingen en overige vormen van vermogen standaard betrokken bij de beoordeling van het recht op Nederlandse sociale uitkeringen en inkomensafhankelijke regelingen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 42 en 43 Alleen bij de Participatiewet, de IOAZ en de toeslagen (met uitzondering van de kinderopvangtoeslag) speelt vermogen een rol in de beoordeling van het recht op uitkering of toeslag. Daarbij worden per regeling verschillende vermogensgrenzen gehanteerd. Waar dit toegestane vermogen zich bevindt, is niet relevant voor het recht op uitkering of toeslag. Uitvoeringsorganisaties kunnen controleren of het vermogen van betrokkenen boven de vermogensgrens uitkomt. In Nederland vindt deze controle vrijwel automatisch plaats. In het buitenland is dit onmogelijk. Daar voeren de SVB en gemeenten daarom vermogensonderzoeken ter plaatse uit.[voetnoot 15] Indien hierbij vermogen wordt aangetroffen boven de vermogensgrens, wordt de uitkering aangepast of stopgezet, wordt het te veel betaalde bedrag teruggevorderd en kan een sanctie opgelegd worden. 44. Hoeveel onderzoeken naar vermogen in het buitenland zijn de afgelopen vijftien jaar verricht in het kader van de uitvoering van de Participatiewet, de WW, de WIA, de AOW, de Anw, de Wajong en overige sociale zekerheidsregelingen? Graag uitgesplitst per regeling en per kalenderjaar. 45. Hoeveel van deze onderzoeken hebben geleid tot herziening van een uitkering, beëindiging van een uitkering, terugvordering van publieke middelen, een bestuurlijke boete en/of strafrechtelijke gevolgen? 46. Wat was de totale financiële omvang van de onder vraag 45 genoemde terugvorderingen? Welk bedrag daarvan is daadwerkelijk geïnd? Antwoord vraag 44, 45 en 46 Vermogen speelt in de sociale zekerheid alleen een rol bij de vaststelling van het recht op een uitkering op grond van de Participatiewet (Bijstand en AIO) en IOAZ. Zodoende worden voor uitkeringen als WW, WIA of AOW geen vermogensonderzoeken uitgevoerd. UWV voert hierdoor ook geen vermogensonderzoeken in het buitenland uit. Niet alle informatie waar in vraag 44, 45 en 46 om gevraagd wordt, is over de AIO beschikbaar. Hiervoor zijn verschillende redenen. Ten eerste wordt bepaalde informatie niet geregistreerd. Een overtreding wegens verzwegen vermogen in het buitenland, wordt geregistreerd als een overtreding vanwege verzwegen vermogen. Hierbij wordt niet aangegeven of het verzwegen vermogen zich in het binnenland of het buitenland bevond. Ten tweede is het ingewikkeld om informatie uit oudere, gearchiveerde systemen te krijgen. Registraties sluiten dan niet meer op elkaar aan, bijvoorbeeld omdat de wijze van vastlegging veranderd is. Een uitzondering hierop is tabel 1 in bijlage 14. Hierin zijn de resultaten van het integrale onderzoek naar vermogen in het buitenland opgenomen dat de SVB van 2013 t/m 2019 heeft uitgevoerd. In deze tabel zijn het aantal onderzoeken, overtredingen, herzieningen, terugvorderingen en boetes opgenomen. Daarnaast is in bijlage 14 een overzicht opgenomen van het aantal onderzoeken en landen van onderzoek van 2022 t/m 2025. In de jaren 2020 en 2021 lag onderzoek naar vermogen in het buitenland veelal stil in verband met de coronacrisis. Van gemeenten wordt niet standaard bijgehouden hoeveel onderzoeken zij naar vermogen in het buitenland uitvoeren. Het CBS, dat de beleidsinformatie van gemeenten opvraagt, registreert alleen de overtreding verzwegen vermogen, niet waar dit vermogen zich bevindt. Het CBS heeft in opdracht van het ministerie van SZW tussen 2018 en 2024 onderzoek gedaan naar het aantal vermogensonderzoeken in het buitenland dat gemeenten uitvoeren. Hierbij zijn gemeenten door middel van een enquête bevraagd. Aangezien niet alle gemeenten gereageerd hebben, is de uitkomst een schatting van het totaal met een zekerheid van 95%. Tabel 2: Aantal vermogensonderzoeken in het buitenland door gemeenten Jaar Aantal gemeenten Aantal onderzoeken Overtredingen Vorderingen Boetes 2018 80 – 90 240 – 390 60 – 130 20 – 30 5 - 10 2019 60 – 80 520 – 610 60 – 80 20 – 30 15 - 25 2020 80 – 100 1560 - 1960 20 – 40 10 – 20 5 - 15 2021 50 – 70 1080 - 1250 30 – 50 10 – 20 5 - 10 2022 60 – 100 520 - 690 100 -130 25 – 30 15 – 20 2023 60 – 70 350 - 430 100 – 120 15 – 20 5 – 10 2024 50 – 80 190 – 280 30 – 40 15 – 20 5 - 10 47. Hoeveel fraudezaken waarbij buitenlands vermogen, buitenlandse inkomsten of buitenlandse bankrekeningen een rol speelden, zijn de afgelopen vijftien jaar vastgesteld? Graag uitgesplitst per regeling en per kalenderjaar. Antwoord vraag 47 Deze vraag is voor wat betreft Dienst Toeslagen, de SVB, UWV en gemeenten niet te beantwoorden. Overtredingen waarbij vermogen of inkomen een rol speelt, worden als zodanig geregistreerd. Er zijn geen registraties op geaggregeerd niveau over waar het vermogen zich bevond. 48. Welke landen komen het vaakst voor in onderzoeken naar buitenlands vermogen of buitenlandse inkomsten van ontvangers van Nederlandse sociale voorzieningen? Antwoord vraag 48 De SVB doet onderzoek naar buitenlands vermogen in het kader van de AIO. Dit onderzoek vindt plaats op basis van signalen, risicogericht- en aselect onderzoek binnen deze populatie. Bij het achterhalen van vermogen in het buitenland is het van belang de band met het buitenland vast te stellen, zodat er een aanleiding voor onderzoek aanwezig is. Deze band kan zijn ontstaan door geboorte, wonen of werken in het buitenland. Op voorhand is dus niet te zeggen in welk land een onderzoek plaatsvindt, maar landen die het vaakst terugkeren zijn landen van herkomst of landen waar AIO-gerechtigden langdurig gewoond of gewerkt hebben. Onderzoeken naar vermogen in het kader van de AIO vinden het vaakst plaats in Bosnië-Herzegovina, Marokko, Suriname en Turkije. Zie ook bijlage 14. Dit is volledig verklaarbaar door de samenstelling van de groep AIO-gerechtigden, aangezien deze landen tevens de meest voorkomende landen van herkomst zijn. 49. Zijn er landen waarmee Nederland onvoldoende gegevens kan uitwisselen om het recht op sociale uitkeringen of toeslagen adequaat te kunnen controleren? Zo ja, welke landen betreft dit en welke gevolgen heeft dit voor de praktijk omtrent de uitvoering? Antwoord vraag 49 In zijn algemeenheid geldt dat controle en handhaving in het buitenland complexer is dan in Nederland. Controle en handhaving in het buitenland vindt niet alleen plaats door gegevensuitwisseling met andere landen, maar ook door gegevens bij burgers zelf op te vragen of door in te zetten op andere controlemogelijkheden, zoals een onderzoek ter plaatse. Dit is nodig omdat gegevens uit het buitenland bijvoorbeeld niet altijd volledig aansluiten op de Nederlandse context, waardoor controle meer tijd in beslag kan nemen en intensiever is. Doorlopend wordt gekeken hoe dit verbeterd kan worden. Een recent voorbeeld hiervan betreft de met de Tweede Kamer gedeelde Verkenning complexiteit en vereenvoudiging internationale dienstverlening SVB, onder het thema ‘internationale gegevensuitwisseling’.[voetnoot 16] 50. Acht het kabinet het wenselijk dat Nederlandse sociale uitkeringen worden verstrekt wanneer de rechtmatigheid daarvan vanwege een gebrek aan internationale gegevensuitwisseling niet of slechts beperkt kan worden gecontroleerd? Zo ja, waarom? Antwoord vraag 50 Het kabinet acht het niet wenselijk om uitkeringen te exporteren als deze niet in voldoende mate gehandhaafd en gecontroleerd kunnen worden in het buitenland. Het verbeteren van de handhaafbaarheid van uitkeringen in het buitenland was ook een van de doelstellingen van de Wet BEU.[voetnoot 17] Op grond van de Wet BEU worden uitkeringen niet geëxporteerd, tenzij op grond van een verdrag (zoals een socialezekerheidsverdrag) of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op een uitkering bestaat. In dergelijke verdragen en besluiten zijn afspraken gemaakt waarmee handhaving en controle van de geëxporteerde uitkeringen kan plaatsvinden. Daarbij werken de Nederlandse uitvoeringsinstanties samen met buitenlandse uitvoeringsorganen. De uitvoering van uitkeringen in het buitenland is inherent complexer dan in nationale situaties. In de Verkenning complexiteit en vereenvoudiging internationale dienstverlening SVB is aandacht besteed aan de complexiteit in de internationale uitvoering waaronder ook internationale gegevensuitwisseling. Uit deze verkenning volgt dat er niet één oplossing bestaat voor het verminderen van deze complexiteit, maar dat de optelsom van meerdere aanpassingen daar wel aan kan bijdragen.[voetnoot 18] De SVB en SZW geven gezamenlijk uitvoering aan de geïdentificeerde handelingsperspectieven op het gebied van internationale gegevensuitwisseling. Over de stand van de internationale uitvoering zal de Kamer periodiek worden geïnformeerd. 51. Welke wettelijke mogelijkheden bestaan momenteel om substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland te betrekken bij het toezicht op de rechtmatigheid van sociale uitkeringen en toeslagen? Antwoord vraag 51 Zie het antwoord op vraag 19, 20 en 21. 52. Zijn andere Europese landen beter in staat inzicht te verkrijgen in de relatie tussen particuliere geldovermakingen naar het buitenland en het ontvangen van sociale voorzieningen? Zo ja, welke landen betreft dit en welke lessen trekt het kabinet daaruit? Antwoord vraag 52 Dit is onbekend. 53. Is het kabinet bereid een integraal onderzoek uit te voeren naar de relatie tussen particuliere geldovermakingen naar het buitenland, het gebruik van Nederlandse sociale voorzieningen, de export van Nederlandse uitkeringen en de mogelijkheden om misbruik effectiever te voorkomen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 53 Nee. Het staat mensen vrij om hun inkomen uit uitkering naar eigen inzicht te besteden. Mensen mogen (een deel van) dit geld inzetten voor geldovermakingen naar het buitenland. Zie ook het antwoord op vraag 14, 15 en 16. Het kabinet vindt het ook niet gewenst om mensen met een uitkering te verbieden om bepaalde uitgaven te doen. Van misbruik is hier - door het ontbreken van een verplichting - in ieder geval geen sprake. Daarnaast is het mensen toegestaan om bepaalde socialezekerheidsuitkeringen te exporteren. Zie in dit kader het antwoord op vraag 31 en 32 en het antwoord op vraag 39. Bij de export van Nederlandse uitkeringen wordt reeds rekening gehouden met de mogelijkheden om de rechtmatigheid van deze uitkeringen te controleren. Zie ook het antwoord op vraag 49 en het antwoord op vraag 50. Onderzoek naar de relatie tussen particuliere geldovermakingen naar het buitenland, het gebruik van Nederlandse socialezekerheidsuitkeringen, de export van Nederlandse uitkeringen en de mogelijkheden om misbruik effectiever te voorkomen, is derhalve niet nodig. 54. Kan het kabinet uitsluiten dat personen die langdurig afhankelijk zijn van Nederlandse sociale voorzieningen tegelijkertijd substantiële bedragen naar het buitenland overmaken zonder dat uitvoerende instanties daarvan kennis nemen? Indien dit niet kan worden uitgesloten, acht het kabinet het dan wenselijk dat hierin meer inzicht wordt verkregen? Waarom wel/niet? Antwoord vraag 54 Nee. Zie het antwoord op vraag 14, 15 en 16. 55. Deelt het kabinet de opvatting dat Nederlandse inkomensondersteuning die bedoeld is om een gebrek aan bestaansmiddelen op te vangen, niet structureel mag worden gebruikt om vermogen op te bouwen of huishoudens buiten Nederland te financieren wanneer de ontvanger tegelijkertijd stelt zelf onvoldoende middelen te hebben? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 55 Nee, mensen hebben de vrijheid om inkomensondersteuning die zij ontvangen naar wens te besteden. Zie ook het antwoord op vraag 14, 15 en 16 en het antwoord op vraag 17 en 18. In beginsel wordt ervanuit gegaan dat de inkomensondersteuning die de betrokkene ontvangt nodig is om te voorzien in het eigen levensonderhoud. Indien de betrokkene echter geld overhoudt, zonder dat diegene de verplichtingen die gepaard gaan met de uitkering overtreedt, dan mag hij dit geld indien gewenst naar het buitenland overmaken. De betrokkene mag ook in het buitenland vermogen opbouwen, mits dit vermogen wordt doorgegeven aan de uitvoeringsorganisatie en de vermogensgrens – indien van toepassing – niet overschreden wordt. De Nederlandsche Bank (DNB), Gepubliceerde dataverzoeken – Remittances betaald door Nederlandse huishoudens aan het buitenland, betalingsbalans-data-op-maat-vraag-remittances.xlsx. Verordening (EU) 2020/2011 van de Europese Centrale Bank van 1 december 2020 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1409/2013 betreffende betalingsstatistieken, met name de daarin opgenomen rapportageverplichtingen voor betalingsstatistieken. Artikel 7 Wet financiële betrekkingen buitenland 1994. wetten.nl - Regeling - Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 - BWBR0006547; De Nederlandse Bank ‘Betalingsbalans dashboard’. Zie https://www.dnb.nl/statistieken/dashboards/betalingsbalans/ WorldBank, Personal remittances, received (current US $) – Netherlands, https://data.worldbank.org/indicator/BX.TRF.PWKR.CD.DT?locations=NL. Zoals vastgelegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme. De kinderopvangtoeslag kan daarbij enkel geëxporteerd worden door mensen die in een andere lidstaat wonen, maar in Nederland werken. Het betreft mensen die in het buitenland wonen, maar een Nederlandse zorgverzekering of een verzekering via CAK hebben. Export is uitgesloten op grond van artikel 19, eerste lid, onderdeel e, van de WW, artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de IOAW; artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van de IOAZ; en artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de IOW. Dit is op grond van artikel 11, eerste lid en artikel 13, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. De Participatiewet kan slechts in één specifieke omstandigheid geëxporteerd worden. Het gaat hier om mensen die in december 1995 bijstand ontvingen op grond van de Algemene Bijstandswet, van wie de bijstand niet is geëindigd of die in de periode van 26 weken voorafgaand aan 31 december 1995 op enig moment bijstand ontvingen, die in die periode is geëindigd, maar binnen 26 weken na de datum van beëindiging opnieuw is aangevraagd. Dit is een aflopende regeling. Dit is op grond van artikel 1a:6, eerste lid, onderdeel c, van de Wajong. De Wajong kan enkel op basis van de hardheidsclausule in bijzondere gevallen meegenomen worden naar het buitenland. Dit is op grond van artikel 4a, eerste lid, van de TW. Export van de toeslag op grond van de TW is mogelijk verplicht in enkele specifieke gevallen die te maken hebben met de overgang van Verordening 1408/71 naar de huidige Verordening of die volgen uit uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (Zie uitspraken van 12 september 2003 met zaaknummers 02/2072, 02/2183 en 01/5573). Zie bijvoorbeeld: UWV export uitkeringen 2025 en Exportcijfers UWV en SVB 2023. Kinderbijslag, kindgebonden budget, nabestaandenuitkeringen en WGA-vervolguitkeringen. Kamerstukken II, 2025/26, 29362, nr. 407. Bij onderzoek naar vermogen in het buitenland kan gebruikgemaakt worden van een handreiking: handreiking-inkomen-en-vermogen-buitenland-2026.pdf. Kamerstukken II, 2025/26, 29362, nr. 407, p. 15/16 Kamerstukken II, 1997/98, 25757, nr. 3, p. 3. Kamerstukken II, 2025/26, 29362, nr. 407, p. 15/16.

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.