Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 juli 2025, over Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
Brontekst
Versie b6bfb29cc27226d4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2025Nr. 66 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 20 augustus 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 2 juli 2025overleg gevoerd met de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoeren Milieu, en de heer Tieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat,over:−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 31 maart 2025 inzake bermbeheer bij Rijkswaterstaat enProRail in relatie tot verkeersveiligheid, natuurbrandpreventieen ecologie (Kamerstuk 36 600 XII, nr. 87);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 1 april 2025 inzake Rapportage Rijkswegennet 2024(Kamerstuk 36 600-A, nr. 55);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 31 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissie overeen afschrift van de brief aan de provincie Overijssel over debredere afweging binnen het Mobiliteitsfonds voor verkeers-veiligheid op rijkswegen N50 en N36 (Kamerstuk 29 398,nr. 1172);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 1 mei 2025 inzake resultaten onderzoek AdviescollegeICT-toetsing naar programma IA HLD (Kamerstuk 36 600-A,nr. 58);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 28 april 2025 inzake voortgang Ontwikkelplan Assetma-nagement IenW (RWS-netwerken) (Kamerstuk 29 385, nr. 142);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 25 april 2025 inzake adviesrapport van het AdviescollegeICT-toetsing over het programma DIL (Kamerstuk 26 643,nr. 1333);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 19 mei 2025 inzake startbeslissing integrale MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijn en noordwestelijke ontsluitingBrainportregio Eindhoven (Kamerstuk 36 600-A, nr. 61);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 30 mei 2025 inzake start internetconsultatie Tijdelijke kst-36600-A-66ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 661 subsidieregeling Samenwerking in de logistieke keten (SiLK)(Kamerstuk 34 244, nr. 12);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 12 juni 2025 inzake MIRT-brief voorjaar 2025 (Kamerstuk36 600-A, nr. 63);−de brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaatd.d. 3 juni 2025 inzake zesde voortgangsbrief invoeringvrachtwagenheffing (stand van zaken 1 juli 2025) (Kamerstuk31 305, nr. 520).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,SchukkinkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 662 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: MeedendorpAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Bamenga, Boutkan, Olgervan Dijk, Grinwis, Peter de Groot, De Hoop, Pierik, Stoffer, Vedder enVeltman,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu, en deheer Tieman, Minister van Infrastructuur en Waterstaat.Aanvang 11.16 uur.De voorzitter:Dames en heren, ik open dit commissiedebat van de vaste commissievoor Infrastructuur en Waterstaat. We gaan het vandaag hebben over hetMeerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, ook wel «hetrondje door Nederland» genoemd in de gangen hier in Den Haag. Wegaan zien wat voor een mooi debat we daarvan kunnen gaan maken.Ik heet iedereen op de publieke tribune hartelijk welkom bij dit debat enook de mensen die het op afstand volgen. Fijn dat u kijkt. Welkom aan deMinister en de Staatssecretaris en hun ondersteuning. We hebben eenmooi aantal leden bij elkaar verzameld voor dit debat, maar we gaan nietmeteen beginnen met de eerste termijn. We gaan allereerst beginnen metde inbreng van de rapporteur Woningbouw en Mobiliteit, mevrouwVeltman. Ik geef u het woord. Gaat uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u wel, voorzitter. In dit MIRT-debat wil ik als rapporteur voor hetprogramma Woningbouw en Mobiliteit namens de commissie ingaan opde afweging en verdeling van de 2,5 miljard voor de ontsluiting vanwoningbouwlocaties uit het huidige regeerprogramma.In de brief van 12 juni jongstleden geeft de Minister een nadere toelichtingop de doelstelling van het programma, op het proces voor de inzet van de2,5 miljard en op de afwegingscriteria die hierbij worden gebruikt. DeMinister reageert hiermee uitgebreid op verzoeken die ik eerder alsrapporteur namens deze commissie heb gedaan. Als rapporteur stel ikvast dat de Kamer hiermee goed is geïnformeerd over de beoogde inzetvan middelen voor woningbouw en mobiliteit. Vanuit de gedachte «theproof of the pudding is in the eating» zullen we dit de komende jarenvanuit de Kamer kunnen blijven volgen met de jaarlijkse voortgangsrap-portages. Daarin zal zowel worden gerapporteerd over de 2,5 miljard vanhet huidige kabinet als over de eerdere 7,5 miljard van het kabinet-Rutte IV. Dat lijkt mij een zinvolle samenhang.Wat voor een goede beoordeling van de doelmatigheid en doeltref-fendheid van het programma momenteel nog ontbreekt, zijn concretedoelstellingen en streefwaarden voor de brede welvaart, bijvoorbeeldvoor regionale bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, bedrijvigheid,gezondheid en circulariteit. De indicatoren hiervoor zijn inmiddels eenstap verder uitgewerkt, maar de streefwaarden moeten nog wordenontwikkeld. Dat zou in de loop van ’25 moeten gebeuren. Dat betekent datdeze nog te formuleren bredewelvaartdoelstellingen geen rol vanbetekenis kunnen spelen bij een integrale afweging van voorstellen, maardat deze voorstellen primair getoetst zullen worden aan de criteriabereikbaarheid en woningbouwwaarde, gemeten in aantallen woningenen financieel rendement. Het volwaardig betrekken van brede welvaart inconcrete projecten lijkt een lastig vraagstuk, dat hopelijk bij toekomstigeprojecten wel de aandacht zal krijgen die het verdient. Is de Minister hetmet mij eens dat de verwachte effecten op de brede welvaart voorafinzichtelijk zouden moeten worden gemaakt in voorstellen, zodat hieroplater concreet gemonitord kan worden? Waarom is het binnen hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 663 programma Woningbouw en Mobiliteit niet gelukt om de doelstellingenen streefwaarden te ontwikkelen voor bredewelvaartsaspecten, zodat dezeeen grotere rol kunnen spelen bij de integrale afweging van voorstellen?Voorzitter. Bij de behandeling van de begrotingen en jaarverslagen vanInfrastructuur en Waterstaat hebben we de laatste jaren veel verschui-vingen van begrotingsmiddelen naar latere jaren gezien. Een belangrijkeoorzaak hiervan is dat meerjarige budgetten vaak bij nader inzien nietrealistisch waren begroot. Dit zorgt voor onderuitputting en de Kamer kaner niet meer zondermeer van uitgaan dat de begrotingen en meerjaren-plannen die zij autoriseert, worden uitgevoerd zoals zij worden gepresen-teerd. Het kabinet onderzoekt hoe het tot realistische begrotingen kankomen voor de investeringen met passende en uitvoerbare kasritmes. DeMinister schrijft in de junibrief dat realisme in ambities van belang is omteleurstellingen achteraf te voorkomen.Namens de commissie onderschrijf ik het belang van realistischebegrotingen, ook omdat we op het gebied van Infrastructuur en Water-staat, maar ook breder, voor grote opgaven staan die met schaarsemiddelen moeten worden aangepakt. Het niet benutten van beschikbaremiddelen staat daarmee op zeer gespannen voet. Kan de Ministertoezeggen dat de uitgaven voor het programma Woningbouw enMobiliteit zo veel mogelijk realistisch worden geraamd? Kan de Ministervertragingen en tegenvallers in een zo vroeg mogelijk stadium aan deKamer voorleggen, zodat de middelen die niet worden uitgegeven binnenhet begrotingsjaar nog voor andere bereikbaarheidsdoelen kunnenworden ingezet? Hoe pakt het in de praktijk uit als een gemeente zichweliswaar wil committeren aan een eerste fase met een aantal woningen,maar zich niet wil committeren aan hogere aantallen woningen of daarinniet wil versnellen? Hoe wordt hiermee omgegaan als nieuwe coalitieaf-spraken na de gemeenteraadsverkiezingen in maart ’26 als uitkomsthebben dat de aantallen toch niet zo vaststaan als men dacht en deambities naar beneden worden bijgesteld?Voorzitter. Ik wil de Minister namens de commissie danken voor deresponsiviteit en de medewerking die ik van het ministerie heb mogenontvangen bij het uitvoeren van rapporteurschap, ook omdat mijnrapporteurschap ten einde komt en ik heb aangekondigd niet door te gaanals Kamerlid. Het rapporteurschap is een heel mooie manier om jecontrolerende taak als Kamerlid nog beter uit te kunnen voeren. Door je teverdiepen, doe je meer kennis op en kun je je werk nog beter doen. Duseen aanrader voor toekomstige Kamerleden. Tot slot wil ik vooral degriffie bedanken voor de ondersteuning. Zonder de griffie zijn we nergens.Tot zover mijn inbreng als rapporteur Woningbouw en Mobiliteit,voorzitter.De voorzitter:Ik sluit me helemaal aan bij die laatste mooie woorden. Dank voor uwinbreng als rapporteur. Ik kijk even naar het kabinet. De Minister gaat alseerste het woord voeren namens het kabinet als reactie op de inbreng vande rapporteur. Gaat uw gang.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter, leden van de commissie, mevrouw Veltman. Dankvoor de constructief-kritische inbreng, waar ik op in zal gaan. Een aantalvan u, het merendeel, heb ik vorige week al ontmoet bij de kennismaking,bij het WGO. Vandaag hebben we het MIRT-debat. Wij zien daar enormnaar uit, om het net ook aan uw kant zeker op te halen en punten tebespreken. We zitten in de eerste periode, de eerste dagen. Vergeef medat ik misschien nog wat meer op het blaadje kijk dan mij lief is, maar wehebben een en ander zeer goed voorbereid. Ik wil echt ingaan op devragen die gesteld zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 664 Het is fijn dat er door de Kamer op deze wijze wordt meegekeken naar devoortgang van de afspraken over de 7,5 miljard vanuit het vorige kabineten de toedeling van de 2,5 miljard. De ambitie is om 100.000 nieuwewoningen per jaar te bouwen. Met investeringen in infrastructuurfaciliteren we de bouw van goed bereikbare woningen. De Staatssecre-taris en ik zetten ons in om te zorgen dat we bij het BO MIRT eind dit jaargoede afspraken met de regio’s, hier ook aanwezig op de tribune enmeekijkend via de camera, kunnen maken over de infrastructuurgekoppeld aan de nieuwe woningbouw.Ik zal ingaan op de vragen gesteld ten aanzien van de brede welvaart, eenonderwerp dat mij bekend is vanuit mijn werkgeversverleden, onder-nemen voor brede welvaart. Ik vind de effecten van het programmaWoningbouw en Mobiliteit op brede welvaart zeer relevant. Daarombetrekken we bij de verdeling van de middelen voor de grootschaligewoningbouwlocaties ook de elementen – u noemde ze zelf al – bereikbaar-heidswaarde, woningbouwwaarde en gebiedswaarde: de balans tussenwonen, werken en de voorzieningen. Als MIRT-verkenningen wordenopgestart, worden de maatschappelijke kosten-batenanalyses uitgevoerd.Daarnaast gaan we bij de jaarlijkse voortgangsrapportages WoMo kijkennaar de bijdrage van het programma op brede welvaart.Dat laatste doen we stapsgewijs. U gaf al aan dat er veel meer elementente bedenken zijn onder het begrip brede welvaart. Op het moment dat wijmet een project beginnen, hebben we bijvoorbeeld de leefomgevingskwa-liteit van een nog op te starten woonwijk nog niet helemaal inzichtelijk.Dat komt dan eigenlijk in een fase daarna. We beginnen stapsgewijs omdie groep van parameters breder te krijgen ten aanzien van die indica-toren. Die deel ik met u in de jaarlijkse voortgangsrapportage van hetprogramma. Dus we beginnen nu met een aantal zaken en dat laten wegroeien, met nieuwe elementen. We gaan dat veel beter in de vingerskrijgen. Maar het onderwerp brede welvaart: dikke streep eronder. Wijvinden dat ook belangrijk en we gaan daarmee verder.De streefwaarden. De 7,5 miljard en de 2,5 miljard zijn bedoeld voor deinfrastructuur bij nieuwe woningen. Hiermee wordt de woningbouwbevorderd. We hebben al een aantal zaken inzichtelijk, maar ook de regiois echt aan zet. Wat dat betreft gaan we verder groeien met die indica-toren. Dus we beginnen met een aantal, maar hier gaan we meer vlees opde botten krijgen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik zal de punten ten aanzien van de programmabe-heersing, de ramingen en de afspraken met gemeenten beantwoorden.Allereerst dank aan mevrouw Veltman voor het rapporteur zijn. Ik heb eentijdje aan uw kant mogen zitten. Inderdaad, het rapporteurschap wordtvaak onderschat, zowel qua tijdsbesteding als qua belang volgens mij.Dus uw laatste woorden, zeg ik tegen mevrouw Veltman, kan ik alleenmaar namens de hele regering onderschrijven bij dezen.Voorzitter. De rapporteur heeft mij een aantal vragen gesteld die gaanover het realistisch ramen. Ik denk dat we allemaal de wenselijkheid vandat realistisch ramen kunnen onderschrijven. Het is van belang, juist ineen situatie waarin er beperkt geld is, dat we heel strak op de beheersingzitten, zodat we realistisch kunnen plannen en goede ramingen hebben inhet programma. Ons departement is natuurlijk vaak ook afhankelijk vanexterne partijen: gemeenten, Rijkswaterstaat, ProRail. Vandaar dat wewerken met een standaardsystematiek voor kostenramingen, zodat we eruniform op kunnen sturen dat al die ramingen, ook die waarbij weafhankelijk zijn van externen, daar goed bij aansluiten en we daar goedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 665 zicht op hebben. Het is misschien nog wel belangrijk om te zeggen – derapporteur sprak ook over onderuitputting – dat de onderuitputtinggewoon binnen het Mobiliteitsfonds blijft. Dat geld blijft dus beschikbaarin deze systematiek binnen het fonds. Dat geldt ook voor deWoMo-middelen, dat die daarvoor beschikbaar blijven.De kunst is dan om zo snel als mogelijk te kijken hoe je die middelen goedkan inzetten. Dat was eigenlijk de tweede vraag: kunnen de bewindsper-sonen vertragingen en tegenvallers in een zo vroeg mogelijk stadiummelden? Ja, vanzelfsprekend. Dat proberen wij te doen in het najaar doormiddel van de voortgangsrapportage MIRT, maar dat proberen we ooktijdig tussendoor te doen, bijvoorbeeld bij de Voorjaarsnota of in hetaparte Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw enMobiliteit, zodat we op het moment dat het duidelijk is dat er mogelijkergens vertraging optreedt snel kunnen schakelen en kunnen kijken hoewe dat geld nuttig in kunnen zetten bij projecten die wel maakbaar zijn opde korte termijn. Dat is ook waar wij actief op sturen.Dan is er nog een vraag gesteld over de afspraken met de gemeentenover de concrete hogere aantallen woningen. Wij maken bindendeafspraken met gemeenten over de realisatie van die woningbouwaan-tallen en ook van de infrastructuur die daarbij hoort. Dat is juist bedoeldom ervoor te zorgen dat de gelden die we uittrekken voor WoModaadwerkelijk gaan leiden tot hogere aantallen woningen, want dat isuiteindelijk het doel van dit programma en het doel waarvoor er in eersteinstantie 7,5 miljard en nu 2,5 miljard erbij wordt uitgetrokken: datinfrastructuur ook leidt tot meer woningen. Want dat is natuurlijk eenbelangrijk maatschappelijk probleem.Tot slot vroeg de rapporteur mij nog hoe ermee wordt omgegaan als bijnieuwe coalitieafspraken na de gemeenteraadsverkiezingen blijkt dat dieaantallen toch niet zo vaststaan als we denken. Ik zei al dat we bindendeafspraken maken. Het concept van afspraken is natuurlijk wel dat zebestand zijn tegen veranderende omstandigheden. Dat is wel het heleidee van afspraken maken. We gaan er dus wel van uit dat ook de lokaleoverheden zich gebonden weten aan de afspraken die met elkaar wordengemaakt over die ambities. Want uiteindelijk is het doel van dezemiddelen ervoor zorgen dat doordat we investeren in infrastructuurhogere aantallen woningen worden gerealiseerd en dat we dat ookversnellen met elkaar. Overigens krijgen we geen signalen van gemeentesdat zij minder willen bouwen. Volgens mij is het een breed gedragenambitie in de samenleving om ervoor te zorgen dat we meer woningenbijbouwen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u beiden. Ik kijk nog even naar mevrouw Veltman als rapporteur ofer nog een reactie gewenst is. Gaat uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Ja, voorzitter. Dank voor de antwoorden. Die roepen bij mij nog tweevragen op. De eerste is aan de Minister. Hij geeft aan dat de streefwaardenen de manier waarop we kijken naar bredewelvaartsaspecten aan hetgroeien zijn, dat die nu worden ontwikkeld. Mijn vraag is hoe er danrekening mee kan zijn gehouden en worden gehouden bij het afwegenvan de verschillende mogelijke projecten die uit die gelden wordenbekostigd. Want dat vindt nu plaats en heeft al plaatsgevonden. Misschienkan de Minister daar nog wat meer over vertellen.Mijn andere vraag stel ik aan de Staatssecretaris. Onderuitputting blijftinderdaad natuurlijk beschikbaar voor andere mooie projecten op hetgebied van mobiliteit. Is het dan wellicht ook zo dat het ministerie werktmet een soort van overprogrammering voor als er niets doorgaat, zoalsbij het Mobiliteitsfonds en op meer fronten als het gaat om mobiliteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 666 wordt gedaan bij projecten, onder andere bij het inplannen van projectendoor Rijkswaterstaat? Mijn vraag is of dat dan een manier zou kunnen zijnom ernaar te kijken, zodat je snel kunt schakelen en ook deze middelenmeteen goed en snel besteed kunnen worden.De voorzitter:Ik dank u wel. De Minister voor het beantwoorden van de vraag van derapporteur. Gaat uw gang.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. De criteria voor die afwegingszaken, voor die2,5 miljard, zijn met u gedeeld. Laat ik een concreet voorbeeld te geventen aanzien van de indicatoren en de afwegingen daaromtrent. Wehebben bijvoorbeeld een spoorlijnnet. We hebben daar ook woonkernen.Denk bijvoorbeeld aan Heerhugowaard, om een praktisch voorbeeld tegeven. Dan hebben we daar ook meteen een hoeveelheid mensen om ennabij een spoorlijn die niet heel ver hoeven reizen. Dat wordt ookmeegewogen als zijnde een pluspunt ten aanzien van die locatie. Zo zittenwe daar bij andere locaties ook naar te kijken. Om maar één voorbeeld tenoemen ten aanzien van die bredewelvaartsaspecten.De voorzitter:Dank u wel. Staatssecretaris, gaat uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Dank aan de rapporteur voor haar vraag. Die ging over overprogram-mering. Bij het reguliere Mobiliteitsfonds is er inderdaad overprogram-mering. Er is sowieso een chronisch gebrek aan geld en een grote ambitievoor projecten. Daar moeten we op een ander moment nog overdoorpraten. Dat is daar dus het geval. Daarmee kunnen we dus ook goedinspelen als er onderuitputting is, op het snel activeren van andereprojecten of het snel mogelijk maken van andere projecten. Ten aanzienvan de WoMo is dat overigens niet het geval. Daar staat eigenlijk een hekomheen binnen het Mobiliteitsfonds, gericht op die WoMo-projecten. Danis het niet mogelijk om te gaan overprogrammeren, want op het momentdat dan het geld niet beschikbaar is, heb je projecten waar geen geld vooris binnen die WoMo-projecten.De voorzitter:Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de termijnvan de rapporteur. Nogmaals hartelijk dank voor het gedane werk. Dat zouik namens de hele commissie willen overbrengen.Dat betekent dat we gaan beginnen aan het debat met de overige ledenerbij. De eerste termijn. We hebben een spreektijd van vijf minuten voorde leden in de eerste termijn. Ik stel voor dat we vier interrupties doen. Wezijn met een heel aantal leden. De heer Boutkan heeft plaatsgenomen aande rechterzijde, aan het einde van de tafel. Mocht u hem zoeken: hij zit aandie zijde. Ik ga gewoon het rijtje af; u komt vanzelf aan de beurt.Voordat we beginnen, wil ik nog graag mededelen dat ik als uw commis-sievoorzitter dit debat wel ga verlaten, vermoedelijk na de eerste termijn,omdat ik een plenaire overlap heb. Ik heb vanmiddag dus elders eendebat te voeren. U zult dan moeten kijken hoe u het voorzitterschapanders regelt, maar ik vertrouw er volledig op dat het goed komt.We gaan beginnen met de termijn van de Kamer. Het woord is aan deheer Bamenga, D66.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Om fijn te kunnen leven moet je zonder zorgen vana naar b kunnen gaan: naar school, naar werk of om vrienden en familie tekunnen zien. We hebben in Den Haag de zware plicht om daar keuzes in teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 667 maken, om zo de bereikbaarheid van Nederland verder te bevorderen.Wensen zijn er namelijk voldoende, maar we kunnen niet alles doen.Tegelijkertijd zie ik de uitdaging om het geld dat er is in de juiste projectente stoppen. Ik denk dat hard kiezen heel belangrijk is.Als er één thema is dat een doorbraak verdient, is dat volgens mij dewoningbouw. Ik ben bang dat we in de prioritering van het MIRT deontsluiting van de woningbouw veel te weinig aandacht geven. Dat zoueen grote fout zijn, want doorbraken voor wonen zijn hard nodig voorNederland. De stelregel moet wat mij betreft zijn: voordat we geldinvesteren in nieuwe huizen, moeten we ook weten hoe mensen naarschool en naar werk kunnen komen. Daarom heb ik de volgende vraagaan de Staatssecretaris: is hij het met mij eens dat ontsluiting van dewoningbouw soms geen prioriteit krijgt bij keuzes in het MIRT? Is hij hetmet mij eens dat dit wel zou moeten?Ik wil een paar voorbeelden geven. Ten eerste de Merwedelijn. Die kanzorgen voor de ontsluiting van 50.000 tot 70.000 woningen. Investeren indeze lijn is dus eigenlijk een no-brainer. Hoe kijkt de Staatssecretarishiertegen aan?Ten tweede de Noord/Zuidlijn. Het is het kabinet niet gelukt daar stappenin te zetten, terwijl wij van alle kanten horen dat deze lijn essentieel isvoor de verbinding. Het doortrekken van deze lijn kan helpen bij de bouwvan zo’n 175.000 woningen.Voorzitter. We hebben het er al veel over gehad: de Lelylijn. Die zouzorgen voor zo’n 55.000 tot 115.000 woningen en 30.000 tot 60.000 banen,boven op de verwachte groei. Ook daarop leverde het kabinet niet.De voorzitter:Meneer Bamenga, u heeft een interruptie van mevrouw Vedder van hetCDA.Mevrouw Vedder (CDA):Ik hoor collega Bamenga terecht aandacht vragen voor de combinatie vaninfrastructuur en woningbouw, maar ik hoorde ook een opmerking die meeen beetje verbaasde, namelijk dat we voordat we geld investeren inwoningen, eerst zouden moeten weten hoe de infrastructuur eromheen erdan uitziet. Vervolgens noemt de heer Bamenga een aantal voorbeeldenvan projecten die al heel lang slepen. Maar betekent dat dan dat dieprojecten eerst gerealiseerd zouden moeten worden, voordat we op dieplekken in woningbouw gaan investeren? Wordt dit een extra drempel?We hebben namelijk al zo veel drempels in de woningbouwopgave.De heer Bamenga (D66):Het is niet bedoeld als extra drempel, het is meer bedoeld om daarintegraal naar te kijken. Het kan namelijk niet zo zijn dat we met allerleiwoningbouwprojecten komen en vervolgens zien dat de infrastructuur dieeigenlijk achternaloopt. Het zou heel fijn zijn als die infrastructuurpro-jecten eigenlijk meelopen met de woningbouwprojecten, als daar vantevoren alvast integraal over nagedacht is.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Bamenga (D66):Ik ben dan ook blij met de toezegging van de nieuwe Staatssecretaris overhet onderzoeken van de ontsluiting van de woningbouw. Dit is ontzettendbelangrijk en zal van groot belang zijn als we echte stappen willen zettenin het oplossen van de wooncrisis. De Minister van Volkshuisvesting gafeen tijd terug zelf al aan dat het bedrag van 2,5 miljard euro dat vrij isgemaakt voor ontsluiting, niet genoeg zal zijn. Ik blijf dan ook zitten metde vraag: hoeveel geld denkt de Staatssecretaris nodig te hebben om deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 668 woningontsluiting te kunnen prioriteren? Hoe dan ook, er is meer geldnodig voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw.Voorzitter. In het kader van onnodige infrastructuurprojecten: deverbreding van de A27 bij Amelisweerd. Die staat namelijk nog steeds opde planning, ondanks bezwaren van mensen uit de omgeving. De natuurzal zwaar aangetast worden door de verbreding van de A27, en dat terwijler een alternatief is, namelijk het alternatief Ring-Utrecht, waarbij er geenverbreding nodig is. De natuur blijft onaangetast en we besparenmiljoenen euro’s. Wat mij betreft voeren we het tracébesluit niet uit engebruiken we het alternatieve plan. Laten we ons nou juist dat geld vandie verbreding gebruiken voor de ontsluiting, die zo hard nodig is. Hoekijken de Staatssecretaris en de Minister hiernaar?Voorzitter. We staan na dit kabinet nog steeds voor enorme uitdagingen:een wooncrisis, verslechterde infrastructuur en een toenemende vraagnaar bewegingsvrijheid. Daarom moeten we investeren in projecten diehet verschil gaan maken. Mobiliteit is geen bijzaak. Het is een sleutel totleefbare toekomstbestendige steden. Tijd om Nederland weer inbeweging te krijgen.De voorzitter:Ik dank u wel voor uw bijdrage. Voordat we naar de heer Stoffer gaan, zegik nog even, omdat de heer Grinwis net even weg was: ik heb aangegevendat we eigenlijk een Grinwiskeuzemodel hebben in de interrupties,namelijk vier korte, tot 45 seconden, of twee lange. U mag kiezenvandaag: vier korte, van 45 seconden, of twee lange interrupties. Dat ishet keuzemodel voor vandaag voor de heer Grinwis. Komt goed, denk ik.We zijn toe aan de inbreng van de heer Stoffer van de SGP. Uwvijf minuten gaan nu lopen.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Het Mobiliteitsfonds kraakt in zijn voegen. De explode-rende instandhoudingsopgave zuigt budget weg voor de aanleg vanwegen, ik zie een greep in de kas voor andere rijksuitgaven en prijsstij-gingen worden nauwelijks gecompenseerd. Dan blijft er voor nieuweprojecten bitter weinig over. We gaan richting nieuwe coalitieonderhande-lingen. Ergens na 29 oktober zal dat ongetwijfeld het geval zijn. Cruciaal isdan om goed in beeld te hebben wat de budgetopgaven in het infra-domein zijn, zowel voor de instandhouding als voor de aanleg, en ook watde mogelijkheden zijn bijvoorbeeld voor infra-investeringen onder deNAVO-vlag. Het kabinet kijkt naar alternatieve bekostiging. Mijn vraag aande Minister is waar hij aan denkt. Hierop aansluitend heb ik nog eenvraag. Het kabinet werkt aan een ontwikkelstrategie voor grootschaligeinfra. Wordt deze strategie voor de begrotingsbehandeling en decoalitieonderhandelingen afgerond, inclusief de investeringsvarianten, ismijn tweede vraag.Voorzitter. In mijn concepttekst had ik een vetgedrukte vraag staan: waarblijft het meerjarenplan voor de instandhoudingsopgave? En ziedaar:gisterenmiddag kwam het plan naar de Kamer. Ik zeg de Minister en deStaatssecretaris, en vooral degenen die hen ondersteunen, denk ik, daarheel veel dank voor. De inzet is goed, met een programmatische aanpaken de blik vooruit. Staalbouwers benadrukten onlangs het belang van eenstabiele projectenstroom. Hoe stabieler en voorspelbaarder de projecten-stroom, hoe beter de maakcapaciteit benut kan worden, en een meerja-renplan helpt daar gewoon bij.Ik wil voor vandaag met name een belangrijk politiek punt maken.Rijkswaterstaat zorgt voor vergroting van de maakcapaciteit en daardoorkan het gapende gat tussen opgave en realisatie enigszins ingelopenworden, maar alleen als wij extra budget hiervoor leveren, de komendejaren zo’n 300 tot 500 miljoen euro per jaar. Ik roep het kabinet maarvooral ook de Kamer op om hier de schouders onder te zetten, zodatTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 669 Rijkswaterstaat zijn instandhoudingsplannen waar kan maken. Uitstel vanrenovatie en van vernieuwing jaagt onderhoudskosten alleen maar op enzorgt voor ingrijpende storingen en beperkingen, en uiteindelijk staat danhet land op zijn kop.Voorzitter. Nederland moet blijven rijden. Opnieuw pleit ik voor actie bijknooppunt Hoevelaken. Er is overeenstemming over de eerste fase enmijn vraag aan de Minister is of hij daar voortvarend mee aan slag gaat.Ook het traject A2 Deil–Vught mag niet in de ijskast. De Kamer heeftgevraagd om overleg met de regio over een gefaseerde aanpak. Datoverleg heeft niet plaatsgevonden. Er wordt zonder uitleg gesteld datfasering niet mogelijk is, omdat er een aantal bruggen in het traject zitten.Ik vind dat te snel. Mijn vraag is of de Minister alsnog met de regiopartijenom de tafel gaat en een quickscan gaat doen naar mogelijkheden voorfasering. Bij de A27 Houten–Hooipolder is uiteindelijk gestart met denoodzakelijke verbreding. Rijkswaterstaat en overheden waren volopbezig, tot het kabinet ruim een maand geleden aan de rem trok en eendeel helemaal naar achteren wordt geschoven. Dat geeft groteonzekerheid en mijn vraag is of dit anders kan. Wordt nog dit jaar samenmet de regionale overheden ten minste een nieuw tijdpad afgesproken?Dan de Drechtsteden. Die maken zich grote zorgen over de maandenlangeafsluiting van de Merwedebrug bij Papendrecht. Die renovatie gaatvolgend jaar gebeuren. Dat is de bedoeling in ieder geval. Goedeomleidingen zijn dan cruciaal. Een alternatief is de waterbusDrechtsteden–Rotterdam, maar die zit in zwaar weer. Mijn vraag is of deMinister er met medeoverheden voor gaat zorgen dat die waterbus inieder geval dat komende cruciale jaar blijft varen. Maar er is meer dan dat.De noodzakelijke verbreding van de A15 tussen Papendrecht enGorinchem is in de ijskast gezet. Er ligt een doorstroomplan om degrootste ellende te ondervangen via investeringen in onder meermobiliteitshubs. Mijn vraag is: gaat de Minister dit oppakken?Dan de N50. Er was even hoop dat via de Voorjaarsnota de benodigdemiljoenen zouden vrijkomen voor de verbreding van de N50 bij Kampen,maar we hebben gezien wat het resultaat is: helaas gaat het nietgebeuren. Tegelijkertijd blijft er wel echt een verkeersveiligheidsprobleemtussen Kampen en de Ramspolbrug. Tussen Kampen en Kampen-Zuid iser een fysieke rijbaanscheiding gekomen nu, een tijdelijke oplossing. Mijnvraag is of de Minister dat ook wil doen voor dat traject Kampen-Ramspolbrug.Bij de A2 zou zomaar de vleermuis ervoor kunnen zorgen dat op hetgedeelte Het Vonderen-Kerensheide twee jaar vertraging en miljoenenextra kosten gaan plaatsvinden. Het zal toch niet zo zijn dat we veleinfraeuro’s uitgeven aan dit probleem terwijl de vleermuis gewoon via eenandere route alsnog op zijn bestemming komt? Ik pleit in dit geval voormeer realisme.En dan ziet de SGP – dat zal de voorzitter deugd doen – graag datHarderwijk een intercitystation wordt en de frequentie op de lijnAmersfoort–Harderwijk omhooggaat. In die regio gaan tienduizendenwoningen gebouwd worden en als je dat goed wil doen, dan moetenoverwegen aangepast worden en is een keervoorziening nodig. Mijnvraag is of het kabinet vanuit de inframiddelen voor woningbouw hieraangaat bijdragen.Tot slot, voorzitter. Goed dat het kabinet aan de slag gaat met deNedersaksenlijn. Wordt in het Masterplan Lelylijn ook de variant opwaar-dering bestaand spoor meegenomen? Hoe breder het palet, hoe beteruiteindelijk de afweging gemaakt kan worden.Dat was het. Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6610 Ik dank u wel voor uw inbreng en ik kan onderschrijven dat Harderwijkeen hartstikke mooie stad is, als u dat bedoelt. Ik zou nu graag het woordwillen geven aan mevrouw Vedder namens het CDA. Gaat uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Infrastructuur is verbinding, het cement van onzesamenleving, omdat we mens zijn in relatie tot de ander. Voor het CDAdraait infrastructuur dan ook niet alleen om asfalt en spoor, maar om hetversterken van een weerbare samenleving. Investeringen moeten wedaarom toetsen op hun maatschappelijke meerwaarde en niet alleen opeconomische winst. Toch blijven MKBA’s en rendementsdenken vaakleidend. Daardoor investeren we vooral in de gebieden die al druk zijn envergeten we regio’s waar juist groei en kansen liggen. Zo houden weverschillen in welvaart zelf in stand. In dat licht vraag ik hoe het staat metde vernieuwing van de MIRT-systematiek. Is de Minister het met het CDAeens dat we meer moeten kijken naar het maatschappelijke en langeter-mijnpotentieel van regio’s?Ik zie dat het kabinet werkt aan een ontwikkelingsstrategie voor structuur-versterkende infra en ook kijkt naar alternatieve bekostiging. In datverband wijs ik graag op de initiatiefnota van mijn collega Inge van Dijk,Ruimte voor investeren in de toekomst van Nederland. Zij pleit daarinvoor structureel hogere publieke investeringen en doet daarinvijf concrete voorstellen om daarvoor budgettaire ruimte te creëren. Mijnvraag is of de Minister en de Staatssecretaris bekend zijn met dezevoorstellen en of zij wellicht bereid zijn om die mee te nemen in hunafwegingen.Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Stoffer over het MeerjarenplanInstandhouding. Het geeft vertrouwen om te zien dat deze bewindsper-sonen daar zo voortvarend mee aan de slag zijn gegaan. Ik ben daar heelerg blij mee.Voorzitter. Dan mijn rondje Nederland. Ik begin bij de Bodegravenboog.De herstart van de Bodegravenboog is cruciaal voor onder anderewoningbouw in de Gnephoek bij Alphen. De regio wacht op actie,desnoods via een gefaseerde aanleg. Onderzoek wees al uit dat de aanlegzonder een parallelstructuur de problemen niet oplost en zowel het lokalebedrijfsleven als omliggende gemeenten hebben toegezegd hierfinanciële ruimte voor te willen reserveren. Wordt dit project prioritairgekoppeld aan de woningbouwopgave? Daarnaast heeft de provincie alvoldoende gereserveerd voor ongelijkvloerse fietsoversteken bijBodegraven, want die zijn levensgevaarlijk. Daar ligt ook al een twee jaaroude, breed aangenomen Kamermotie over. Wat kan de Minister toen omte helpen bij een snelle realisatie van die fietsoversteken?De Haringvlietbrug. Na de renovatie blijft die brug toch wel storingsge-voelig. Of is de Minister ervan overtuigd dat de storingen nu verholpenzijn? Maar linksom of rechtsom, die brug zal ooit vervangen moetenworden. Het is een zeer belangrijke verbinding: Rotterdam/Den Haagrichting Zeeland, Brabant en Antwerpen. Zou het daarom geen tijd zijn omalvast te starten met een verkenning voor die vervanging? Grote projectenvergen immers een lange adem, weten we inmiddels.De verbreding van de A6 tussen Lelystad en Almere en de Lelylijn gaanvoorlopig beide niet door, maar Flevoland levert wel op lastige landelijkedoelstellingen, zoals woningbouw en Defensie, en zij krijgen daar dusgeen infraontwikkelingen voor terug. Hoe kijkt de Minister daarnaar?Kunnen we niet op zoek naar een rechtvaardigere balans daarin? InGelderland zie ik eigenlijk hetzelfde gebeuren. Ook zij leveren veel opwoningbouw en Defensie, maar zij zien de verbreding van de A50 en hetuitstel van het knooppunt A1/A30 met lede ogen aan en ik snap dat heelerg goed. Ik vraag graag een reflectie daarop van de Minister.Over het knooppunt Hoevelaken hebben we al menig motie ingediend,ook samen met collega Stoffer, die even weg is. Hoe staat het met ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6611 knooppunt? Hoe staat het met projectteam bijvoorbeeld, waar net ookdoor andere collega’s om is gevraagd? Gaat de Minister ijverig verder metdit rottige knooppunt of gooit de demissionaire status daar roet in heteten? Ik weet dat de regio daar erg benieuwd naar is.Dan ga ik met de trein naar Limburg, voorzitter. We hebben daar spoor-lijnen gedecentraliseerd, maar de regio constateert dat de afsprakendaarover niet opschieten. Klopt het dat de afspraken over die gedecentra-liseerde spoorlijnen er nog niet liggen en dat Limburg daardoor op ditmoment 6 miljoen per jaar moet voorschieten? Zouden we dit nietgewoon snel geïndexeerd en structureel moeten regelen met Limburg?De fiets, ook belangrijk. Het is wel een stukje fietsen vanuit Limburg naarDrenthe, maar daar ligt een mooie doorfietsroute die de Hunebed Bikewayheet. Een doorfietsroute is zeker in een regio waar het openbaar vervoerverschraalt een belangrijke aanvulling op mobiliteit, als die route daarveilig en comfortabel ligt. Ik ben benieuwd naar de visie van de Ministeren de Staatssecretaris hierop. Zouden we niet wat meer moeten inves-teren in een netwerk van doorfietsroutes in de regio, zeker in relatie tothet openbaar vervoer?Voorzitter. Dan sluit ik af met de Lelylijn. Ik heb er al veel over gezegd, dusik hou het kort. Zijn de Minister en de Staatssecretaris het met het CDAeens dat het gebied van de Lelylijn in ieder geval duidelijkheid verdientover hoe het weggeboekte geld weer terugkomt en dat er voortvarend aanhet masterplan moet worden getimmerd?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Uw tijd is op, maar u krijgt misschien nog wat meer spreektijdvan de heer De Hoop. Gaat uw gang, meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):In de bijdrage van collega Vedder hoorde ik veel ambities die wij alsGroenLinks-Partij van de Arbeid delen en tegelijkertijd zien we ook dat erop de begroting van IenW een behoorlijk tekort is. Dan moet je op eengegeven moment keuzes maken: wat zijn dingen die wel nou wel slim zijnom te doen die een hele hoop geld kosten en wat zijn dingen die minderslim zijn om te doen? Een van de dingen die ik minder slim vind, dieGroenLinks-Partij van de Arbeid minder slim vindt, is de verbreding bijAmelisweerd. Het CDA is daar niet altijd even duidelijk over geweest. Ikwas benieuwd of mevrouw Vedder wat meer duidelijkheid kan schetsenover hoe zij tegen de verbreding bij Amelisweerd aankijkt.Mevrouw Vedder (CDA):Eerst een algemene opmerking hierover. Ik vind het eigenlijk wel heel ergmoeilijk om te zien hoe klein de begroting van IenW is, wetende hoe grootde opgave is en vanuit de overtuiging dat infrastructuur een aanjager kanzijn van ontwikkeling van regio’s. Dat dat steeds niet in de regio landt, ismij een doorn in het oog en ik weet dat dat ook bij de heer De Hoop leeft.Wetende dat je dan keuzes moet maken – mijn collega Inge van Dijk heeftoverigens echt goede voorstellen neergelegd om daar meer ruimte in tevinden – vind ik dat maatschappelijke meerwaarde altijd leidend moet zijn.Dan kan ik me heel goed voorstellen dat de heer De Hoop zegt: is deverbreding bij Amelisweerd dan de nummer één? Dat denk ik niet,inderdaad. Als maatschappelijke meerwaarde leidend is, dan moet je daardus een prioritering in aanleggen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat is al iets meer helderheid, maar tegelijkertijd hoor ik ook dat mevrouwVedder van het CDA niet zegt: wij willen sowieso niet. Ik zou toch het CDAertoe willen bewegen om daar toch nog steviger over na te denken als jeziet dat het alternatief van de regio goedkoper is en eigenlijk geenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6612 uitvoeringsrisico’s heeft. Het spaart heel veel klimaat en natuur. Het zorgter ook voor dat je een slimmere oplossing hebt dan het extern salderen,dat daar vrij creatief gebeurd is. Ik ben ervan overtuigd dat mevrouwVedder daar ook wel wat vindt. Dat moet je volgens mij niet willen. Dekosten zijn in ieder geval 1,5 miljard, maar lopen op met meer danhonderden miljoenen extra. Ik hoop dus echt dat het CDA daar goed overna wil denken, ook bij het schrijven van het verkiezingsprogrammamogelijk, bij al dat geld dat we uit willen geven aan infrastructuur. Dieverbreding bij Amelisweerd is voor het klimaat denk ik onverstandig,maar ook voor alle andere ambities die het CDA en GroenLinks-Partij vande Arbeid met elkaar delen. Dus ik wil mevrouw Vedder ertoe aanmoe-digen om daar nog verder over na te denken.Mevrouw Vedder (CDA):Dat zullen we zeker gaan doen. Twee opmerkingen. Het CDA is niet eenpartij die per definitie tegen asfalt is. Dus dat aan de ene kant. En aan deandere kant zijn wij wel ook een partij die het altijd belangrijk vindt omsamen met regio’s opgaves op te pakken. Ook mijn inbreng van vandaagis tot stand gekomen met een rondje langs alle regio’s. Dus ook in desituatie bij Amelisweerd hechten we veel waarde aan de visie die de regiodaar zelf op heeft. Dus daar zullen we zeker altijd met heel veel – hoenoem je dat? – zwaarte naar luisteren in de afweging die we zullen maken.Ik geef door aan de programmacommissie dat ze over dit specifieke stukjemisschien een ei moeten gaan leggen. We hebben ons weer voorge-nomen om een kort verkiezingsprogramma te schrijven, maar ik denk datweer niet gaat lukken.De voorzitter:Kijk eens aan. Nou, we gaan afwachten hoe dat laatste eruit gaat zien. Erzijn geen verdere interrupties, dus dan is het woord aan de heerOlger van Dijk namens Nieuw Sociaal Contract.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. We spraken vorige week al met de Minister en deStaatssecretaris over het te krappe financiële pak waarin we tochmisschien genaaid zijn geweest. Laat ik aansluiten bij wat mevrouwVedder zegt. Richting alle programmacommissies van de partijen hier aantafel: laten we ons inzetten voor mobiliteit en ervoor zorgen dat er watmeer te besteden is. Inderdaad, infrastructuur is namelijk heel belangrijk.Infrastructuur ontwikkelt regio’s. Ik begreep al van de Minister dat hij opeen heroverweging in het MIRT koerst, maar nog beter is het natuurlijk dater ook weer meer middelen zijn, zodat we ook zo veel mogelijk doorkunnen laten gaan. Ook voor NSC telt elke regio. We hebben hier eerdergesproken over het afweegkader voor die brede welvaart; er werd al evenaan gerefereerd. Ik hoor de Minister daar net ook iets over zeggen. Datgeeft goede hoop. Maar we hebben het ook over bereikbaarheidsnormengehad in de afgelopen anderhalf jaar. Iedereen in Nederland zou binneneen bepaalde tijd bij een school of huisartsenpost moeten kunnen komen.Kan de Minister daar ook eens op reflecteren? En is hij bereid om diebereikbaarheidsnormen een stap verder te brengen richting de nieuwebegroting voor 2026?Mevrouw Vedder (CDA):Ik heb twee vragen, dus dat worden twee interrupties, vrees ik. De eersteis de volgende. De heer Olger van Dijk was het gelukkig eens met mij datwe in een te krap pak waren genaaid en dat infrastructuur belangrijk is. Nuheb ik dat pak alleen niet in elkaar genaaid en de partij van de heer VanDijk wel. Betekent dat dan dat ik de conclusie kan trekken dat NSC achterafgezien vindt dat dat pak wat ruimer had moeten zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6613 De heer Olger van Dijk (NSC):Achteraf gezien wel. Het is natuurlijk wel zo dat een deel van de opgaven,zoals de instandhoudingsopgave, en dus ook de financiële behoefte diedaar zit, echt pas in de laatste anderhalf of twee jaar duidelijk zijngeworden. Ik herinner me dat we hier een halfjaar geleden ook eenduidelijke technische briefing hadden, waarin het beeld werd geschetstvan de financiën en de opgaven die we hadden. Als je dat dan ook afzettegen de groei van het aantal inwoners en vervoersmiddelen, kom je denkik ook wel tot de conclusie dat mobiliteit inderdaad wel wat te kort isgedaan de laatste jaren. Tegelijkertijd hebben we wel gezegd dat dieontsluiting van woningbouw heel belangrijk is. Daar staan wij wel voor alsNSC. Met een aantal andere partijen hebben wij ons ervoor ingezet datdaar wel die 2,5 miljard extra voor kwam. Het is dus niet zo dat we alsNSC aan de voorkant niet hebben gepleit voor meer middelen voor infra.Uiteindelijk hebben we ook een keuze gemaakt, maar ik denk dat deeerlijkheid is dat er, als je nu kijkt, meer nodig is.De voorzitter:Heeft u nog een interruptie, mevrouw Vedder? Of bent u voorzien? U laathet. Dan is de heer Grinwis aan de beurt. Gaat uw gang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Sorry hoor, maar bij het woord «achteraf» viel ik bijna van mijn stoel,want dit wisten we vooraf. Het Ministerie van IenW had hele duidelijkeformatievisies op de formatietafel gelegd. Die waren onloochenbaar. Diewaren voor iedereen bekend. Het ministerie had geleerd van de vorigekeer, want toen kwam het een dag na het sluiten van het coalitieakkoordmet herziene schattingen en zei het: oh nee, beheer en onderhoud is tochnog duurder dan de 1,5 miljard structureel extra die in het coalitieakkoordstaat voor beheer en onderhoud. Dit is dus niet achteraf. Dit wisten wevooraf. Er is heel veel aandacht gegaan naar bestaanszekerheid, maar nietnaar het goed voortbestaan van ons land als het gaat om sterke infra. Isde heer Olger van Dijk het met mij eens dat het iets te makkelijk is om nuachteraf mooi te wonen terwijl vooraf heel bekend was dat we er slecht bijstonden en dat we slecht woonden?De heer Olger van Dijk (NSC):Het is een interessant debat. Het is interessant om een stuk terug te kijken,maar ook om te leren, denk ik, voor partijen die dat weer mogenovernemen in de volgende ronde. Ik wil daarop best wel aangevenrichting de heer Grinwis dat ik denk dat we toen ook meer hadden moeteninvesteren in infra en ook in de waterstaat. Er zijn zo veel opgaven op ditterrein. Tegelijkertijd groeit er nog steeds geen geldboom in deze Kameren die groeide er toen ook niet. We hebben ook gekozen voor houdbareoverheidsfinanciën en dan moet je keuzes maken. Ik denk wel dat wedaarbij nog iets beter hadden moeten letten op de kosten voor infra enwaterstaat, omdat die juist heel bepalend zijn voor heel veel andereontwikkelingen. Wat mij betreft is dat een leerpunt en ik hoop dat departijen die heel veel zetels gaan halen bij de komende verkiezingen daarnu al, bij het opstellen van de programma’s, rekening mee willen houden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Daar ben ik het van harte mee eens. Ik ben het inhoudelijk dus heel ergeens met collega Olger van Dijk. Ik denk dat we in politiek Den Haag teverblind zijn geraakt door koopkrachtfetisjisme, door de 0,1 procentjesextra in een statische koopkrachttabel van bijvoorbeeld het CPB, terwijlwe de lange termijn uit het oog hebben verloren en niet hebben geïnves-teerd in een sterk land. Dat is wel nodig. Ik hoop dus dat wij deze schoendie de heer Olger van Dijk aanreikt inderdaad allemaal aantrekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6614 De voorzitter:De heer Olger van Dijk. Een korte reactie nog, alstublieft.De heer Olger van Dijk (NSC):Ja, ik sluit mij daarbij aan.De voorzitter:Hartstikke mooi. U vervolgt uw betoog.De heer Olger van Dijk (NSC):We realiseren ons dat de Minister en de Staatssecretaris dus geeneenvoudige klus hebben, want Nederland loopt vast. Nieuwe aanlegpro-jecten zijn ook door stikstof en personeelskrapte lastig vlot te trekken. NSCis blij dat er voor de korte termijn wordt geïnvesteerd in het verspreidenvan verkeer over de week. Dat gebeurt naar aanleiding van onze motie.Kan de Minister misschien aangeven wat daar nu de eerste resultaten vanzijn? We hebben de publieke campagne natuurlijk ook al gezien.Voorzitter. In de MIRT-brief wordt ook gesproken over die 2,5 miljard voorwoningbouw. Dank ook aan de rapporteur. Het is een belangrijkonderwerp. Tijdens het BO MIRT wordt nu die verdeling afgesproken,maar ik denk dat het toch wel goed is dat deze Kamer nog betrokkenwordt bij de vraag wat precies de inzet is van die 2,5 miljard. Dat isnamelijk de enorme portefeuille die we wel te verdelen hadden. Zou deMinister kunnen toezeggen om deze Kamer daar nog voor 11 novemberover te informeren?De termijn voor start van de woningbouw gaat van 2030 naar 2034.Waarom is dat toch gedaan, want we willen toch zo spoedig mogelijkmeer huizen?In Utrecht ligt de belangrijkste doorbraaklocatie, de Merwedekanaalzone.Er werd al even door D66 aan gerefereerd. De woningbouw is natuurlijkniet demissionair en kan niet wachten. Zou die Merwedelijn in ieder gevalin aanmerking kunnen komen voor een aanvullende bijdrage?Voorzitter. Dan kom ik bij mijn onvermijdelijke tour door Nederland. Ikbegin met het Noorden. Er is veel gesproken over het Deltaplan voorNoord-Nederland en de schuif bij de Voorjaarsnota. Rijk en regio hebbennu afgesproken om zich te blijven inzetten voor de totstandkoming van deLelylijn voor 2050. Om deze datum te halen, is het natuurlijk ook van grootbelang dat er vaart wordt gemaakt met het masterplan. Kan de Staatsse-cretaris alles op alles zetten om het Masterplan Lelylijn zo snel mogelijk,maar niet later dan de zomer van 2026 af te ronden? Zou de Staatssecre-taris het afgesproken tijdpad voor de totstandkoming van de Lelylijn voor2050 nader kunnen toelichten?Wat betreft de Nedersaksenlijn: gaat het nou echt lukken om deMIRT-verkenning te starten rond Prinsjesdag?Dan de 100 miljoen extra voor Meppel. Kunnen we ervan op aan dat deproblemen daarmee dan ook echt worden verholpen?Nu het geld er is voor de sluis bij Kornwerderzand, vraag ik wat daarvannu de status is. Wordt er ook daar vaart gemaakt?Voorzitter. Dan de regio Noordwest. De Raad van State heeft in eentussenuitspraak over het tracébesluit A27 Amelisweerd geconcludeerd datde stikstofproblematiek onvoldoende is opgelost. De Minister van IenWkrijgt een halfjaar de tijd om het tracébesluit te repareren, maar op deachtergrond speelt de discussie over het regioalternatief over hoe debomen bij Amelisweerd zo veel mogelijk kunnen worden gespaard. Daarwerd al naar verwezen. Hoe zit deze nieuwe Minister in deze discussie? Ishij bereid hierover snel zelf bestuurlijk overleg te voeren met de regioUtrecht?Dan Hoevelaken. Ik sluit me aan bij de vragen die daarover zijn gesteld.Variant 4 is in beeld. Belangrijk is ook om daarvoor de financiering van decapaciteit snel te regelen. Wil de Minister bij de begroting 2026 dat ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6615 gewoon regelen? Kan hij bevestigen dat de aanpak van knooppuntHoevelaken topprioriteit is en blijft, ook de volledige realisatie van hetknooppunt conform het ontwerptracébesluit 2018?Dan landsdeel Oost. Ik sluit me gemakshalve aan bij de vragen over deN50 van de heer Stoffer. Het is belangrijk daar de verkeersveiligheid teverbeteren en met name om bij Kampen Ramspol die rijbaanscheidingaan te brengen.Ik heb ook nog een vraag over de N35, waarvoor deze Kamer 100 miljoenbeschikbaar heeft gesteld. Wat is nu de status van de aanpak bijMariënheem? Gaat dat nu verder?Dan de regio Zuidwest. Op het BO MIRT 2023 hebben IenW en deprovincie Zeeland afspraken gemaakt om de transitie naar publiekemobiliteit te maken. Welke lessen zijn daar geleerd? Op welke andereplekken in het land kan dat vorm krijgen?Voorzitter. Tot slot Zuid. Het dorp Prinsenbeek bij Breda kampt al jaren metoverbelasting van lokale wegen door doorgaand verkeer dat van de A16gebruikmaakt om richting Etten-Leur, Zevenbergen en verder te rijden. Datgeeft druk op de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Een structureleoplossing zou een nieuwe weg zijn van de A16 naar knooppunt Zonzeel. Isdeze problematiek bekend bij IenW? Zou de Minister bereid zijn omdaarnaar te kijken en een onderzoek te starten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw bijdrage. U heeft een interruptie van mevrouwVeltman van de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Ik ben heel blij dat de heer Van Dijk de N35 ook benoemde. Daar hebbenwe het inderdaad het afgelopen jaar meerdere keren over gehad. Maar deN36 is, volgens mij, de weg die de 100 miljoen euro toegekend heeftgekregen, tenzij meneer Van Dijk ergens nog een potje heeft gevonden.Dat zou natuurlijk fantastisch zijn, zeker ook om die N35 nog verder vlot tetrekken. Daar ben ik even benieuwd naar.De voorzitter:Een potje achteraf.De heer Olger van Dijk (NSC):Naar dat potje gaan we met z’n allen zoeken, denk ik. Laten we kijkenhoever het is. Ik doelde op het amendement-Heutink, waar mevrouwVeltman en ondergetekende ook onder stonden. In mijn beleving was datwel degelijk de N35, maar goed, dat zouden we even moeten checken.Maar ook de N36 is belangrijk.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer De Hoop voor de inbrengnamens GroenLinks-Partij van de Arbeid.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Laat ik beginnen met een dankwoord aan de rapporteur,mevrouw Veltman. Ik denk dat dit een van de laatste grotere klussen is diezij doet in de Kamer. Gelukkig mogen we nog veel debatten met elkaarvoeren. Volgens mij tekent het de manier waarop zij het Kamerlidmaat-schap heeft ingevuld dat ze in deze periode rapporteur is geweest. Daarwil ik haar graag voor bedanken.Voorzitter. Ik heb eerst nog een aantal vragen over de streefwaarden voorde criteria van brede welvaart. Ik zou willen voorstellen om die streef-waarden te relateren aan eerder vastgestelde doelen. Voor bijvoorbeeldde luchtkwaliteit volgen we de WHO, voor het klimaat volgen we deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6616 Klimaatwet en de afspraken rond de afname van het woon-werkverkeer,en voor verkeersveiligheid gelden «actieve mobiliteit» en «15 minu-tenstad». Daar hebben we al afspraken over liggen. We moeten dus nietopnieuw het wiel uitvinden. Gaat de Minister dat ook doen?Voorzitter. Dan het rijkswegennet. We lezen in de stukken dat het verkeermet 2,7% is toegenomen en dat dit leidde tot 11,7% extra spitsfiles en 13%meer verkeersongelukken. Tegelijkertijd bleven de CO2- en de stikstofre-ductie achter bij de afspraken. Iets meer wegverkeer leidt dus onmiddellijktot exponentieel grotere problemen, terwijl met iets minder wegverkeeralles beter en goedkoper wordt. Sturen op de verkeersvraag is echt eenrichting die veel meer aandacht verdient op het ministerie, zeker omdatnieuwe aanleg stilligt door aanhoudende stikstofproblemen, aanhou-dende capaciteitsproblemen bij uitvoerders, ruimtegebrek en geldgebrek.Al deze problemen zijn structureel. Daar gaan we lang last van krijgen enze gaan niet zomaar weg. Ondertussen zien we een miljardenbezuiniging,terwijl alle bouw fors duurder is geworden en er een alsmaar oplopendeachterstand is bij de instandhouding. Als we daar rampen willenvoorkomen, moeten we meer doen aan de instandhouding en minder aannieuwe aanleg.Voorzitter. Dan de startbeslissing voor de A2 Eindhoven. Van de 1 miljardvoor de Brainport gaat weinig naar slimme mobiliteit. Het gaat vooralnaar meer asfalt. Als dat af is, komt er nog iets met bussen, terwijl we hetov nu al kunnen verbeteren en er nog niet is voldaan aan de voorwaardenvoor meer asfalt. Het zou dus echt een no-brainer zijn om daar nu vooralin te zetten op openbaar vervoer.Voorzitter. Hetzelfde geldt voor Amelisweerd. Ik noem dat icoon nog maareens. Het plan van de regio is op vrijwel alle aspecten slimmer. Het issneller, het is goedkoper, het heeft geen absurde uitvoeringsrisico’s en hetspaart mens, klimaat en natuur. Het is dus ook echt heel erg veelgoedkoper. Het alternatief is echt een realistisch plan. Ik vond de vorigeMinister hier toch behoorlijk dogmatisch in. Ik hoop dat deze Ministerpragmatischer is. Als ik zie hoe weinig geld hij heeft, denk ik: poeh, hier iseen hele klap te halen om heel verstandige dingen mee te doen.Voorzitter. Realisme in ambities is van belang om teleurstellingen tevoorkomen, schrijft de Minister. Ik ben het daar van harte mee eens. Latenwe de asfaltambities dan wat realistischer bekijken. De problemen rond deaanleg zijn structureel en worden erger, net als de problemen die datveroorzaken. Ik denk niet dat we zo vooruitkomen.Voorzitter. Dan stap ik graag over naar het ov. We moeten daar echt fors ininvesteren, niet alleen in «meer en betaalbaar», maar ook in hetonderhoud en met name de aanleg van nieuwe ov-infra. Helaas heeft hetkabinet met het besluit over de Lelylijn de facto geld van ov-infra weernaar weginfra geschoven. Dat is gewoon heel erg zonde. Omdat dit altijdprojecten zijn die langer duren, moeten we vroeg beginnen met debenodigde openbaarvervoerinvesteringen, ook omdat we fors meerwoningen moeten bouwen. Vaak zijn bouwen rondom ov-knooppunten eninvesteren in beter ov uiteindelijk ook goedkoper, zeker als je allemaatschappelijke kosten meeneemt. Deelt het kabinet dit?Ik noem een paar dingen die wat GroenLinks-Partij van de Arbeid betreftcruciaal zijn voor de verbetering van de bereikbaarheid en dewoningbouw. Allereerst is dat het uitvoeren van de gisteren aangenomenmotie van GroenLinks-Partij van de Arbeid, ChristenUnie en SP. Ik hoopdat de Staatssecretaris nu ook namens de hele regering spreekt als hijzegt dat hij daar heel erg zijn best voor gaat doen. Dat zou ontzettendgoed zijn.Voorzitter. Ik hoop dat de nieuwe Staatssecretaris snel goede afsprakenover de Lelylijn wil maken met de regio. Het Zuidasdok en het doortrekkenvan de Noord/Zuidlijn zijn projecten die cruciaal zijn voor de woningbouwin en rondom Amsterdam, maar vooral ook voor het uitspreiden van onzeov-investeringen en het ervoor zorgen dat we op een gegeven momentTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6617 goed internationaal spoorvervoer krijgen. Ik hoop dat de Staatssecretarisdaar hard mee aan de slag gaat. Ik noem ook de spoorzones in’s-Hertogenbosch, Oss en Nijmegen en de snelle busverbinding over deA50 tussen Eindhoven en Nijmegen. Bij station Deventer ligt er debelangrijke opgave van het vierde perron, zodat het aantal treinen naarhet oosten van het land en Duitsland kan worden uitgebreid. Dat is al snelnodig, omdat er vanaf 2027 een verdubbeling van het aantal treinen naarDuitsland is voorzien.Voorzitter. Tot slot over de extra tram in Utrecht. Voor de ontwikkeling vande woningbouw bij Rijnenburg is het van belang om snel met de aanlegvan de tram te beginnen. Ik ga er dan ook van uit dat het kabinet dezeurgentie ziet. Graag hoor ik van het kabinet wat de inzet is op dezeprojecten en hoe het met de regio’s goede afspraken gaat maken om dezebelangrijke verbindingen te realiseren. Alleen als we fors investeren inonderhoud en aanleg van nieuwe ov-infra kunnen we zorgen dat onzesteden en dorpen ook in de toekomst op een goede manier bereikbaarzijn.Voorzitter. Over de fiets zou ik nog willen zeggen dat wij echt willen dat ersnel een veilige infrastructuur komt. Wij vragen nog steeds om eenuitwerking van de basiskwaliteit van het fietsnetwerk. Ik vraag de Ministerwanneer we die kunnen verwachten.Tot slot. Helaas hebben we bij dit kabinet op het gebied van infrastructuuren bereikbaarheid veel stilstand en achteruitgang gezien. Het is echt tijddat we met elkaar Nederland weer in beweging brengen, zodat we samenvooruit kunnen. Daar zijn belangrijke toekomstige investeringen voornodig. Mijn fractie gaat zich daarvoor inzetten.Dank.De voorzitter:Ik dank u wel voor uw bijdrage. De heer Olger van Dijk heeft eeninterruptie.De heer Olger van Dijk (NSC):Veel van wat de heer De Hoop naar voren brengt, is positief. Het zijngoede projecten en er zitten veel zaken in. Tegelijkertijd moeten we keuzesmaken. Een aantal dingen noemt hij ook bewust niet, of onbewust niet.Daar gaat mijn vraag over. Ik hoor mooie woorden over de bereikbaarheidvan regio’s. Dat kan met het openbaar vervoer, maar er zijn soms ookgewoon wegen voor nodig, omdat in die regio’s het openbaar vervoervaak geen alternatief is, zoals de heer De Hoop ook weet. Ik heb zelf deN35 en het knooppunt Hoevelaken genoemd. Is de heer De Hoop het metNSC eens dat deze wegprojecten heel veel nut hebben in de regio voor debereikbaarheid en dus ook de steun van de fractie van GroenLinks-Partijvan de Arbeid verdienen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik moet eerlijk bekennen dat ik even niet meer weet hoe wij gestemdhebben over het amendement waar ook de heer Van Dijk en mevrouwVeltman achter zitten. Ik hanteer altijd de volgende redeneerlijn als hetgaat over weginfrastructuur. Ik geloof er niet heilig in, zoals anderepartijen doen, dat wegverbredingen leiden tot een afname van files. Mijnfractie denkt daar fundamenteel anders over. Ik vind het wel belangrijk datwe knelpunten oplossen waar de verkeersveiligheid in het geding is. Daarstaat mijn fractie altijd voor open. Maar van het beeld dat wij metwegverbredingen files oplossen in Nederland, ben ik niet overtuigd. Ikdenk dat we dat op een heel andere manier moeten doen: meer mijden enspreiden. Zo kijkt GroenLinks-Partij van de Arbeid daar altijd naar. Datgeldt ook voor de N35.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6618 De heer Olger van Dijk is eerst.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik kom dan toch heel specifiek op het knooppunt Hoevelaken, want daar isveel aandacht voor. Het is een echt knelpunt. Ik kan u verzekeren dat jedaar ook in het weekend stilstaat en dat daar heel veel reistijdminutenverloren gaan. Kan de heer De Hoop in ieder geval de inzet steunen omdat knelpunt op te lossen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Als ik kijk naar de schaarse middelen die er zijn op het Ministerie vanInfrastructuur en Waterstaat, gaat mijn voorkeur uit naar de instand-houding van onze infrastructuur. Ik denk dat we daar heel veel files meeoplossen, als we zien hoeveel problemen dat oplevert in Nederland. Ik zouook willen inzetten op een betere ov-infrastructuur in Nederland, zodatmeer mensen een keuze hebben om ook het openbaar vervoer tegebruiken in plaats van de auto. Daarna wil ik kijken welke weginfrastruc-tuurprojecten daadwerkelijk nodig zijn om de verkeersveiligheid teverbeteren. Dat is de volgorde waarin GroenLinks-Partij van de Arbeidredeneert en waarvan ik ook denk dat het de problemen met onzemobiliteit in Nederland echt zal oplossen.Mevrouw Vedder (CDA):Ik wil nog even een vervolgvraag stellen over de N35. Ook het CDA vindtdat een belangrijke weg. Ik vind het eigenlijk onbegrijpelijk dat als je vanoost naar west wilt, van Zwolle naar Enschede, daar geen robuusteverbinding voor bestaat. De heer De Hoop had het over verbreding, maarhet probleem bij de N35 is dat het een lappendeken van weginrichtingenis, met stoplichten en gelijkvloerse kruisingen met heel veel gevaarlijkesituaties. Het is een van de gevaarlijkste rijkswegen, waarvoor geenalternatief bestaat. Is de heer De Hoop, even los van verbreding, het nietmet mij eens dat je gewoon fatsoenlijk van regio naar regio moet kunnenkomen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat ben ik met mevrouw Vedder eens. Ik zei net in mijn beantwoordingaan de heer Olger van Dijk dat ik op dit moment gewoon even niet scherpheb hoe wij over dat concrete amendement hebben gestemd bij de laatstebegroting. Er zijn aardig wat wegen en knooppunten die wij met elkaarbehandelen. Ik zal zo meteen even checken hoe wij daarover hebbengestemd, maar de volgorde qua prioriteiten die ik net heb geschetst,herkent mevrouw Vedder waarschijnlijk in al mijn bijdragen. Als er in deregio een probleem is dat niet op een alternatieve manier kan wordenopgelost, dan moet je daar altijd naar kijken. Maar het is denk ik welduidelijk dat wij, als wij in den brede naar mobiliteit kijken, echt eenandere prioritering hebben dan andere partijen in de Kamer.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Pierik van BBB voor zijn inbreng.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik wil alle woorden van dank onderstrepen richting derapporteur Mobiliteit en Woningbouw.Voorzitter. Tot 2038 is er een dreigend tekort van bijna 21 miljard eurovoor beheer en vervanging. Veel van onze bruggen en wegen naderennamelijk het einde van hun levensduur. Ik heb direct een eerste vraag.Hoelang is het nog veilig en verantwoord om geen onderhoud uit tevoeren? De tekorten zijn enorm. Wel moeten we in het licht van dekomende verkiezingen voorkomen dat een volgend kabinet met dezelfdeproblemen wordt geconfronteerd. Daarom heb ik de vraag hoe deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6619 Minister aankijkt tegen een apart fonds dat is gericht op het onderhoud ende vervanging van de infrastructuur.Voorzitter. We hebben het al vaker gehad over projecten die zijn uitgesteldof afgesteld, projecten die cruciaal zijn om de regio verder te ontsluiten.Het blijft zeer pijnlijk dat projecten zoals de A2, de N50, knooppuntHoevelaken, de Merwedelijn en de zogenaamde Brabantse Ruit,bestaande uit meerdere A- en N-wegen, niet direct worden opgepakt. Veelvan deze projecten zijn van immens belang voor de bereikbaarheid vandorpen en steden in de regio. Ze hebben bovendien een belangrijke rol inde regionale economie. De A15 is cruciaal om het oosten van het land teverbinden met de haven in Rotterdam. Feitelijk moeten eigenlijk allezeventien MIRT-projecten in de pauzestand zo snel mogelijk wordenhervat om stilstand te voorkomen. Het is dan ook volstrekt logisch dat ermoet worden gekeken naar een gefaseerde aanpak.De voorzitter:Meneer Pierik, u heeft een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zat nog even te kauwen op wat de heer Pierik zei over een zelfstandigbeheer- en onderhoudsfonds voor infrastructuur. We hebben al eenzelfstandig Mobiliteitsfonds. Wat zou de meerwaarde van zo’n zelfstandigbeheer- en onderhoudsfonds zijn?De voorzitter:Dank u wel.De heer Grinwis (ChristenUnie):Stel je voor dat je de afgelopen jaren zo’n fonds had gehad. Dan had jeminder geld ter beschikking gehad omdat er de afgelopen jaren juist veelgeld is overgeheveld van aanleg naar beheer en onderhoud, om de gatente dichten.De heer Pierik (BBB):De zorg van de BBB is vooral dat beheer en onderhoud op dit moment tekrap in het pak genaaid zijn, zou je kunnen zeggen, dus dat er te weiniggeld beschikbaar is om dat adequaat op te pakken. We zien dat aanbruggen die achterstallig onderhoud hebben en waar behoorlijke zorgenover zijn. Wij zoeken naar mogelijkheden om dat op een adequate manierte financieren. We denken dat ook een apart fonds daar een rol in zoukunnen spelen, maar als de heer Grinwis daar een beter idee over heeftdan houd ik mij aanbevolen.De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het betere idee was gewoon bij de vorige formatie wakker zijn en extrageld toevoegen aan infra, IenW en het Mobiliteitsfonds voor zowel beheerals onderhoud. Dat hebben we in het kabinet daarvoor gedaan: eenstructurele reeks toegevoegd voor beheer en onderhoud plus specifiekgeld voor een aantal aanlegprojecten, en daaraan vasthouden. Dat is mijndringende tip. En houd wel een beetje flexibiliteit in het Mobiliteitsfonds,zou mijn oproep zijn, want anders was je de afgelopen jaren nog meer inde aap gelogeerd geweest en had je nog minder bruggen en viaductenkunnen onderhouden, omdat er juist noodgedwongen is geschoven – datis niet mijn ideaal – van aanleg naar onderhoud.De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6620 Dank voor dit betoog. Ik denk dat we het heel snel eens zijn en deconclusie moeten trekken dat er inderdaad voor beheer en onderhoudsubstantieel meer geld nodig is. Laten we ervan uitgaan en laten we onsbest doen om bij de eerstvolgende mogelijkheid daar weer op te sturen,adequate geldelijke middelen daarvoor beschikbaar te stellen.De voorzitter:Dank u wel. U vervolgt uw betoog.De heer Pierik (BBB):Ik had het over de gefaseerde aanpak, die bij heel veel projecteninteressant of nuttig kan zijn. Dat kan sowieso bij de levensgevaarlijkeN50, de levensader die Overijssel en Flevoland verbindt. Voor deverkeersveiligheid en de goede doorstroming op langere termijn is hier365 miljoen euro nodig. Op korte termijn is echter 65 miljoen nodig om deverkeersveiligheid tussen Ramspol en Kampen te verbeteren door fysiekerijbaanscheiding aan te leggen. De N50 staat helaas bekend als een van degevaarlijkste N-wegen in Nederland. Er vielen al meerdere doden. Hetwegbeeld is versnipperd, met wisselende snelheden en rijstrookinde-lingen zonder fysieke rijbaanscheiding. We kunnen deze situatie nietlanger laten voortduren. Het eerstvolgende moment dat er middelengereserveerd worden, moeten we er volop op inzetten om deze onveiligesituatie op te lossen.Ik vraag de Minister dan ook om na te gaan hoe we dit bij de N50gefaseerd kunnen aanpakken, om ook de verkeersveiligheid endoorstroming te bevorderen. Ik begrijp dat Onze Minister sinds kort aanhet roer staat en midden in een complexe fase stapt. Het viel me op dat bijeen aantal projecten, zonder een goede onderbouwing, is geconcludeerddat een gefaseerde aanpak niet mogelijk zou zijn. Kan de Minister, samenmet de betrokken partijen in de regio’s en de provincies, een quickscanuitvoeren om te kijken waar wel stappen kunnen worden gezet in eengefaseerde aanpak?Voorzitter. Naast de grote MIRT-dossiers wil ik aandacht vragen voorbelangrijke aandachtspunten in de provincie om de bereikbaarheid en deveiligheid te verbeteren, die op nationaal niveau eigenlijk te weinigaandacht krijgen. Denk aan de Ketelbrug bij Flevoland, de N57 in Zeeland,de N9 in Noord-Holland, de Bodegravenbrug in Zuid-Holland, deverdubbeling van de N33 in Groningen en de noodzakelijke investeringenin infrastructuur rond Airport Eelde. Kan de Minister een toelichting gevenop de plannen die er liggen om deze infrastructurele projecten aan tepakken?Voorzitter. Ten slotte heb ik een laatste vraag. Is de Minister het met deBBB-fractie eens dat een goede benutting en doorstroming van belang-rijke wegen met bruggen, zoals de Ketelbrug en de Haringvlietbrug, nietbeperkt mogen worden in spitsuren als gevolg van oponthoud doorrecreatievaart?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U heeft als eerste een interruptie van de heer Stoffer. Daarna kom ik bij deheer De Hoop.De heer Stoffer (SGP):Ik wil toch nog even een stukje verduidelijking vragen rondom de N50. Ikhoorde de heer Pierik een goed betoog houden. Mijn vraag is of hij nu ineerste instantie gaat voor een vergelijkbare oplossing voor het deel tussenKampen en Ramspolbrug als voor het deel tussen Kampen en Kampen-Zuid, of dat hij al direct pleit voor meer. Is er wat hem betreft een faseringom eerst tijdelijk een fysieke rijbaanscheiding te doen en vervolgensTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6621 direct door te kijken naar wat we verder kunnen, of laat hij dat «tijdelijk»achterwege? Dat zou ik graag even scherp hebben.De heer Pierik (BBB):Dank voor deze vraag. Ik denk dat het stukje N50 tussen Kampen en deRamspol echt een heel gevaarlijk stuk is en dat we daar zo snel mogelijkstappen moeten zetten. Wat mij betreft zou dat dus fase één zijn en zoudat allereerst opgepakt moeten worden. Dat neemt niet weg dat we derest van de N50 niet uit beeld moeten verliezen.De voorzitter:Helder. De heer De Hoop voor een interruptie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):U weet dat mijn fractie vooral inzet op ov-infrastructuur, maar ik vind ookdat als je een belofte doet, je die moet nakomen. Ik moet wel zeggen dathet met de Voorjaarsnota een hard gelag is geweest voor Kampen enomgeving door alles wat daar is gebeurd met de N50. MevrouwVan der Plas tweette vierend dat er 460 miljoen of zo naar de N50 wasgegaan, en een uurtje later moest dat toch gecorrigeerd worden. MeneerPierik schetst het belang van de N50, maar dat is toch gewoon een foutdie goed gemaakt moet worden door BBB bij de begroting van hetkomend jaar, nu BBB nog in het kabinet zit? Daar rekent de omgeving vanKampen wel op en ik ga ervan uit dat de heer Pierik zich daar hoogstper-soonlijk voor gaat inzetten.De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. Ik waardeer de betrokkenheid bij de N50, ook vanPartij van de Arbeid-GroenLinks. Ik denk dat het heel goed is om daar zosnel mogelijk aandacht voor te vragen op het moment dat er geldelijkemiddelen beschikbaar worden gesteld. Ja, natuurlijk gaan we daar onsbest voor doen, maar zoals al eerder geroepen: er groeit hier geengeldboom. We moeten dus opereren met schaarse middelen. Dat weanderhalf uur hebben geleefd met de gedachte dat de N50 er wel evendoorheen zou worden getrokken met dat bedrag van 350 miljoen euro, iseven een foutje geweest. Dat heb ik in eerdere debatten ook al aange-geven. Daarover hebben we ook uitgebreid overleg gehad met de regio,dus ik denk dat we dat ook even moeten laten rusten, maar we gaan alsBBB-fractie ons volop inzetten om stappen te zetten in het verder veiligmaken van de N50 en in het verder bevorderen van de doorstroming daar.Daar kan de heer De Hoop gerust van uitgaan.De voorzitter:Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Veltman voor de inbrengnamens de VVD.Mevrouw Veltman (VVD):Dank u wel, voorzitter. Voor veel mensen is het frustrerend dat het landletterlijk en figuurlijk iedere dag weer vastloopt. We hebben inmiddelsnegentien projecten die stilliggen, met grote gevolgen voor de bereik-baarheid, de economie en het dagelijks leven van mensen. Juist nu staanwe voor enorme opgaven op het gebied van woningbouw, mobiliteit enregionale ontwikkeling.De Kamer is recent geïnformeerd over de criteria voor de verdeling van de2,5 miljard voor woningbouw en mobiliteit. De VVD vindt het van grootbelang dat we daar scherp op blijven. We willen graag van de Ministerweten hoe die verdeling precies gemaakt wordt. Hoe wordt de regionalespreiding ingevuld? Welke bedragen landen in welke regio? En hoe wordtgewaarborgd dat de regio’s met grote knelpunten hun eerlijke aandeelontvangen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6622 De VVD realiseert zich dat het parkeerbeleid in principe een gemeentelijkeverantwoordelijkheid is. Maar als de rijksoverheid rijksgelden toekent aanwoningbouw en bereikbaarheid van nieuwe woonwijken, moeten we ookkijken naar de praktische uitvoerbaarheid daarvan. Daarom wil de VVDvan de Minister weten of hij de CROW-parkeerrichtlijnen als norm gaathanteren bij de toekenning van de rijksmiddelen. We kunnen wel bouwen,maar zonder parkeergelegenheid blijven mensen alsnog vast staan.De VVD hecht eraan dat publieke investeringen doelmatig en uitvoerbaarzijn, en dat ze bijdragen aan economische vitaliteit. Juist daarom wil ikaandacht vragen voor de uitvoerbaarheid en de realiteitswaarde van grotewoningbouwinfracombinaties. Neem bijvoorbeeld de Merwedelijn.Gesproken wordt over een investering van 500 miljoen euro voor eengebied waar uiteindelijk 75.000 woningen gepland staan, waarvan slechts25.000 in de eerste fase. Dat is ook al mooi, maar er moeten er veel meerkomen. De VVD wil weten of versnelling mogelijk is. Bovendien vragen wijons af of de gekozen variant van de Merwedelijn daadwerkelijk de meesteffectieve oplossing is. En kan de Staatssecretaris toezeggen dat hetgevraagde bedrag pas beschikbaar komt als duidelijk is dat de volledige75.000 woningen ook echt gerealiseerd worden? Dat gebeurt hopelijksneller dan in 2035. Dit gaat dan over de bindende afspraken waar net ookal even over werd gesproken rondom het rapport van de rapporteur.Voorzitter. Dan een aantal projectspecifieke punten. De VVD is blij dat er inde Voorjaarsnota budget is vrijgemaakt voor de N36. Deze weg staatbekend als onveilig en zelfs levensgevaarlijk. Wat ons betreft is nusnelheid geboden. Wanneer kunnen de werkzaamheden starten? Ik zagmet eigen ogen hoe risicovol deze weg is. De op- en afritten zijn te kort ende versmallingen bij bruggen zijn gevaarlijk. Ik zag toen overigens ook datveel automobilisten tijdens het rijden bezig waren met hun telefoon inplaats van met rijden. Eén momentje geen focus op de weg kan meteenverkeerd uitpakken. Dat is sowieso dom, maar helemaal daar. Daar kangeen infrastructuur tegenop. De vraag aan de Minister is: kan de focus-flitser niet ingezet worden op de N36?In de Drechtsteden loopt de infrastructuur gigantisch vast. We hebben hetover een regio met 340.000 inwoners, tienduizenden bedrijven en eensterke maritieme maakindustrie. De Van Brienenoordbrug, de Drecht-tunnel, de Papendrechtsebrug, de A16 en de A15 zitten aan hun taks. DeVVD steunt het initiatief van de regionale ondernemers en overheden ommet slimme, lokaal uitvoerbare maatregelen en een grote rol voor dewaterbus de doorstroming te verbeteren. We roepen de Minister op omhierover met de regio in gesprek te gaan. Kan hij deze integrale aanpaksteunen?In Zeeland blijkt opnieuw hoe kwetsbaar de bereikbaarheid is. Bij eenstoring in de Vlaketunnel, de A58, is de provincie praktisch afgesloten. Eendegelijke calamiteitenroute ontbreekt. Wat doet de Minister om dit opkorte termijn te verbeteren? En hoe kijkt de Minister aan tegen hetvoorstel van de provincie om de Midden-Zeelandroute op te nemen alsvolwaardige tweede hoofdontsluiting in het hoofdwegennet? Deze routebiedt structureel perspectief, mits ook de Zeelandbrug een nieuwetoekomst krijgt en waar nodig wordt verbreed.Dan Hoevelaken. We zijn positief over de stappen die nu gezet wordenvoor de aanpak van het knooppunt Hoevelaken en de A1-A30. Dat is vangroot belang, want op deze ruit staan de meeste files in de top-10. Devraag is: ziet ook deze Minister het enorme belang van het met prioriteitaanpakken van dit knooppunt? Wanneer start de uitvoering daadwerkelijk?Wat de VVD betreft blijft ook de oorspronkelijke integrale aanpak gewoonop de agenda. Hoe ziet de Minister dit?Hoe kijkt de Minister aan tegen de aanpak van de A2 tussen Deil enVught? Dit is een gepauzeerd project. Wat is hier mogelijk met eengefaseerde aanpak? Ziet de Minister dat het daar iedere dag weer krakendTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6623 vast staat en dat ook het onderliggend wegennet volloopt? Wat gaat deMinister doen om dit knelpunt los te trekken?Voor het spoor bij Meppel is opnieuw 100 miljoen extra gereserveerd. Datis fors. Wat de VVD betreft moet dit nu tot een voortvarende uitvoeringleiden. Wanneer worden er harde afspraken gemaakt over planning enrealisatie? Betekent dit dan ook dat andere vervoerders dan de NS hier opkorte termijn kunnen rijden richting het Noorden? Dat zou heel goednieuws zijn voor de reizigers.Voorzitter. Hoe kijkt de Minister aan tegen de problematiek van de N50, debelangrijke verkeersader tussen Zwolle en Emmeloord? We hebben hetdaar zojuist al over gehad. Verkeersveiligheid is hier een groot probleem.Een deel wordt nu aangepakt door het realiseren van een rijbaan-scheiding, maar dat is slechts een klein deel. De opgave hier is groot enbelangrijk. Wil de Minister hier echt serieus naar kijken met de regio,zowel voor de korte als de lange termijn?Voorzitter. Tot slot een dringend knelpunt in het klein: de Maasbrug bijGennep. Een brug van Rijkswaterstaat is gevaarlijk smal en slechtonderhouden. Het fietspad wordt intensief gebruikt, ook door mensen meteen beperking. De gemeente kaart dit al jaren aan. De VVD roept deMinister op: laat Rijkswaterstaat in gesprek gaan en komen tot eenconcrete oplossing, alstublieft.Voorzitter. De VVD staat voor realistische plannen, een effectievebesteding van middelen en bereikbaarheid in elke regio. Daar hoort ookbij dat je keuzes durft te maken. Geen luchtfietserij maar concreteverbeteringen, want voor mensen die elke dag in de file staan of op eenvertraagde bus wachten, telt maar één ding: dat het beter wordt.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. We zijn toe aan de inbreng van de heerGrinwis van de ChristenUnie. Ik zou mevrouw Veltman willen vragen omhaar microfoon uit te zetten. Gaat uw gang, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Welkom aan Minister Tieman, met wie ik voor heteerst de debatdegens mag kruisen. Het is natuurlijk ook leuk datoud-collega Aartsen er weer is. Hij is inmiddels kind aan huis in dezenieuwe hoedanigheid. Dank ook aan rapporteur Veltman.Voorzitter. De infrastructurele boel in Nederland staat onder druk.Natuurlijk zijn we België niet, maar schijn bedriegt. Rijkswaterstaat heeftopnieuw de stormbal gehesen. Er is te weinig budget om alle bruggen enviaducten, alle wegen, vaarwegen en sporen goed te onderhouden envervangingsinvesteringen te doen. Onder andere het Algemeen Dagbladberichtte daarover. Ondertussen is er al helemaal nauwelijks meer geldvoor aanleg. Terwijl alle aandacht uitgaat naar stoere praat over migratieen koopkracht, laten we het totaal afweten op infra, terwijl een goedeinfrastructuur een randvoorwaarde is voor een sterk land. Wat zijn deactuele opgaven die het ministerie zo meteen op de formatietafel legt,maar nu al wel wil meegeven aan de schrijvers van de verkiezingspro-gramma’s en vooral de doorrekeningen daarvan? Ik bedoel dan zowel quabeheer en onderhoud per modaliteit als qua investeringen in aanleg. Enwat is minimaal structureel extra nodig om alle beheer, onderhoud eneerder afgesproken aanlegprojecten doorgang te kunnen laten vinden?Wat is de strategie om te voorkomen dat de volgende bewindspersonenweer te krap in het financiële pak worden gestoken? Aan de ChristenUniezal het niet liggen. Wij beseffen hoe belangrijk het is om te investeren inonze infra, in verbinding tussen mensen en regio’s.Dan kom ik als vanzelf op de Lelylijnsoap. Daar is al veel over gezegd, enterecht, want het is een gotspe hoe de inmiddels ter ziele gegane coalitieis omgegaan met het Noorden. Hoe dat ook zij, één probleem bij groteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6624 projecten met grote reserveringen terwijl er schreeuwende schaarste isaan geld, is dat de verleiding te groot is om de koektrommel leeg te roven.Dat hebben BBB, NSC, VVD en PVV dan ook gedaan in de Voorjaarsnota,met achterlating van een klein mariakaakje voor de opvolgers. Dat doetvele politieke vragen rijzen, maar ook een inhoudelijke: is hetMIRT-spelregelkader wel toegerust op grote projecten? Nu geldt dat er bijde start van de MIRT-verkenning zicht dient te zijn op, ik citeer, «ten minste75% financiering van de meest voor de hand liggende oplossing van deopgave», maar zijn er niet meer uitzonderingen nodig?Neem de casus-Lelylijn, een project van inmiddels een slordige 13 miljardeuro, waarvoor door het vorige kabinet – ik heb daar destijds overonderhandeld, omdat vooral ChristenUnie en CDA de Lelylijn wilden ende andere twee fracties, D66 en de VVD, wat minder – 3,4 miljard isuitgetrokken, in de hoop dat het volgende kabinet dit opnieuw zou doen.Maar wat bleek? Deze coalitie kon de verleiding niet weerstaan en ging indie pot voor het Noorden zitten graaien. Hoe kunnen we dat in detoekomst nou voorkomen? Moeten we voor grotere aanlegprojectenboven de paar miljard de financieringseis bij de start van eenMIRT-verkenning lager afstellen, bijvoorbeeld 50% of misschien zelfs noglager, in combinatie met de afspraak dat in de toekomst uit nieuwejaarschijven ten minste een x-bedrag wordt toegevoegd aan de bewusteprojecten? En/of hebben we een apart structuurfonds Lelylijn nodig,gekoppeld aan de nieuwe Nota Ruimte – waar blijft deze trouwens, is mijnvraag aan het kabinet – om te investeren in economie, woningbouw enbereikbaarheid in en van Noord-Nederland, met als portefeuillehoudersvooral IenW en EZ/KGG, zodat tekorten op het Mobiliteitsfonds nietzomaar weer gedekt kunnen worden uit dit fonds zonder instemming vande andere Ministers?Graag een reactie van de Minister. Ik overweeg in ieder geval een motieop dit punt; niet alleen omdat we een ereschuld hebben aan het Noorden,maar ook omdat we als land grote projecten moeten kunnen, willen endurven uitvoeren. We moeten kunnen blijven regeren met oog voor delange termijn in plaats van alleen maar te worden geleid door de waanvan de dag en de schaarstes elders. En natuurlijk, start in de tussentijdsnel de MIRT-verkenning Nedersaksenlijn op. Aan ons zal het niet liggen.Pak door ...De voorzitter:Meneer Grinwis, ik ga u even ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Nog één. Pak door met de aanpak van de sluis bij Kornwerderzand. Enhoe staat het eigenlijk met de uitvoering van mijn motie inzake detijdelijke fietsbrug in de Afsluitdijk? De huidige situatie is te bizar voorwoorden.De voorzitter:Het was niet dat uw tijd op was, dus maakt u zich geen zorgen; ik zie uheel snel naar de tijd kijken. Er was in uw verhaal niet echt een natuurlijkmoment om collega Vedder een interruptie te laten plegen. Daaromonderbrak ik u. Mevrouw Vedder, gaat uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Ik vond het heel interessant wat de heer Grinwis zei over deMIRT-systematiek in relatie tot de Lelylijn. Ik heb weleens eerder in eendebat de vraag opgeworpen of we, behalve een ondergrens, niet ook eenbovengrens in de MIRT-systematiek moeten hanteren voor de «once in alifetime/generation»-projecten. Ik hoor de heer Grinwis iets vergelijkbaarszeggen. Kan hij iets meer zeggen over wat de omvang dan zou zijn? Bijwelke buitencategorie projecten zouden we die bedachte regel van 75%Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6625 zicht op financiering, die we immers zelf hebben bepaald, moetenheroverwegen?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik wil me nu niet helemaal vastpinnen op een percentage of een bedrag.Je kunt denken aan boven de 5 miljard of misschien boven de 2,5 miljard.Als je het MIRT Projectenboek doorbladert op zoek naar projecten diegroter zijn dan 2,5 miljard, dan is dat heel overzichtelijk. In ieder geval kunje bij een groot project de rationale vertolken dat zo’n project zichwaarschijnlijk ook zal uitstrekken over de looptijd van het Mobiliteitsfondsheen. Dat is nu veertien jaar vooruit. Als je dat combineert met een soortverplichting die je aangaat om bij nieuwe jaarschijven een x-bedrag toe tevoegen aan de reservering voor dat project, kun je ook met goed fatsoenzeggen: er komt in de toekomst nog wel meer dan die 75% waarop nuzicht is binnen de looptijd van het fonds. Maar het gaat mij eigenlijk ookom de mentaliteit en de houding daaronder, dat grote projecten niet altijdgaan sneuvelen in de komende jaren van grote schaarste, ook bij beheeren onderhoud, waar het altijd aantrekkelijker is om een kleiner aanleg-project te doen dat je in een paar jaar of in minder jaren voor elkaar kuntboksen, waarmee het investeren in de lange termijn van Nederlandeigenlijk achter de horizon verdwijnt. Daar maak ik me vooral zorgen over.Ik daag het demissionaire kabinet dus uit om met dat perspectief eens eenkeer naar het MIRT-spelregelkader te kijken, want daar is het nu niet opingericht.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een korte tijd om uw betoog af te ronden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Dan iets anders. Ik dank Rijkswaterstaat voor het uitvoeren vanmijn motie inzake het evalueren van de nautische post VuurtorenWesthoofd in mijn geboortedorp Ouddorp, op de kop van het prachtigeeiland Goeree-Overflakkee, zeker ook met het oog op de veilige bereik-baarheid via het Slijkgat van de haven van Stellendam. Er zijntwee belangrijke aanbevelingen gedaan. Hoe borgt de Minister dat dezeworden uitgevoerd?Dan de Drechtsteden en de enorm toenemende filedruk, zeker op de A15.Ik sluit me aan bij de woorden van collega Veltman. Kom op, zet dereservering voor het doorstroomplan om in een harde toezegging. Ga snelin overleg met de regio over het totale doorstroomplan op de A15. Neemeen positieve beslissing over de aanleg van station Campus Leerpark.Graag een reactie.Voorzitter. Dan rijd ik nog snel even door, over de A15 naar de A27 en deA2. Ik vergeet ook de A28 en het knooppunt Hoevelaken niet. Hoe voert deMinister nou mijn motie uit om projecten in fasen op te knippen? Volgensmij gaat dat niet goed, getuige de brief van 12 juni. Eerst zou er metregio’s en gemeenten in gesprek worden gegaan, maar ik krijg berichtendat dit niet is gebeurd. De focus ligt bovendien wel erg op de bruggen,alsof dat het faseren bemoeilijkt. Hier is meer overleg en uitleg nodig. Ende vleermuis is prachtig, maar geen vertraging waard.Verder sluit ik me aan bij de intercitystationvraag van Stoffer. Dat geldtook voor de vragen over de N50 en de Merwedelijn bij Utrecht van Olgervan Dijk, over het vierde perron bij Deventer van De Hoop en over deVlaketunnel in Zeeland van collega Veltman.Tot zover, voorzitter, in mijn eerste termijn.De voorzitter:Ik dank u wel. Het woord is aan de heer Boutkan namens de PVV, alslaatste spreker van de kant van de Kamer. Gaat uw gang.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6626 De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. De rode draad is toch: er is meer dan de Randstad.Elke regio telt.Voorzitter. Het MIRT-overzicht groeit jaar in, jaar uit met allerlei projecten.Wanneer gaan we dit nou eindelijk eens doorbreken, is de vraag aan deMinister. Elk jaar weer zijn we aan het schuiven met een projectje hier, eenprojectje daar. Aan het einde van de rit gaat het laatste ook niet doorvanwege allerlei redenen, zoals het in Nederland vastgestelde stikstof-spook en onvoldoende vertrouwen bij de inschrijvers op een goedeafloop, en willen wij vaak voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Eerderheeft de PVV moties ingediend om aanbestedingsprojecten te bundelenen op deze manier zekerheid te bieden aan bedrijven, en om te onder-zoeken of de ruimte die de Aanbestedingswet biedt optimaal wordt benutbij de huidige wijze van aanbesteden. Beide moties zijn aangenomen. Devraag aan de Minister is dan ook: wat is nu de stand van zaken?Wat de PVV betreft bouwen we zo veel mogelijk wegen, en zo snelmogelijk. Ons land raakt steeds voller en dat geldt ook voor onze wegen.De Nederlander dient weer te kunnen rijden. Het is namelijk niet zo datiedereen in Nederland het zich kan permitteren om buiten de spits terijden om op zijn werk te verschijnen. Onze oplossing is meer asfalt, hoeeerder hoe beter. Tijd om door te pakken, dus. Het regeerprogramma vanhet kabinet-Schoof geeft aan dat zeventien gepauzeerde aanlegprojectenbij voldoende personeel, beschikbare maatregelen voor vergunnings-ruimte en financiële middelen gefaseerd worden opgepakt. De vorigeMinister had als ambitie om jaarlijks één gepauzeerd project op te starten.De vraag is nu of de nieuwe Minister deze ambitie deelt.Voorzitter. Het spoor. Of moet ik zeggen «het spoor bijster»? Zowel ProRailals de NS heeft lange verlanglijstjes ingediend. Maar wat de PVV verlangt,is het volgende. Zorg er eerst eens voor dat de kerntaken op orde zijn.Treinen dienen op tijd te rijden en treinen dienen genoeg capaciteit tehebben. Zet dus geen te korte treinen in tijdens de spitsuren. In deafgelopen weken zagen we alweer wat een drama het was op het spoor.Het is bijna elke dag hetzelfde liedje. Het is warm en dat was gelijkmerkbaar op het spoor. Er waren veertien treinstoringen, met als gevolgurenlange vertragingen waardoor de reizigers in een stampvolle trein inde brandende zon stil kwamen te staan. Of het nu voorjaar, zomer, herfstof winter is, in alle vier de jaargetijden is er wel wat. Helaas worden deconducteur en de machinist hierover door het publiek aangesproken, insommige gevallen vrij grof. Dat is onacceptabel. Ook zij zijn de dupe vanachterliggende oorzaken waar ze geen invloed op hebben. Gisteren washet ook weer eens mis, zeg ik uit ervaring.De voorzitter:Meneer Boutkan, ik wil u heel even onderbreken voor een interruptie vande heer De Hoop. Gaat uw gang.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Het is best een stevige bijdrage van de heer Boutkan tot nu toe. Hij zegtzelfs «het spoor bijster». Maar hier zitten twee nieuwe bewindspersonenvan twee andere partijen dan de partij van de heer Boutkan. Daarvoorzaten er twee PVV’ers. Ik ben wel benieuwd of de heer Boutkan nu vindtdat de problemen die hij schetst nu echt opgelost zijn door de tweebewindspersonen die de PVV het afgelopen jaar geleverd heeft of dat zemisschien zelfs wel een klein beetje verergerd zijn.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel voor deze prachtige mooie vragen natuurlijk, van de heer DeHoop. Laat ik beginnen met de erfenis die we hebben gekregen. De heerGrinwis begon over het koektrommeltje en het mariakaakje. Ik kan mij detijd nog wel heugen dat we thuis heel blij waren als we een mariakaakjeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6627 hadden. Het was vaak wel zeekaak die mijn opa meenam vanuit devisserij. Ik weet niet of u zeekaak kent, maar ik zou het zeker gaanopzoeken als u het niet kent. De Staatssecretaris en de Minister hebbenontzettend hun best gedaan, maar zij liepen tegen allerlei problemen op:allereerst natuurlijk het geldprobleem. Ik ben het er ongetwijfeld mee eensdat de pakken niet goed waren. Waarschijnlijk hadden wij een anderekleermaker dan mijn voorgangers. De pakken waren niet goed, of dekleding was niet goed, want er was gewoon te weinig geld. Daar had menbeter zijn best voor moeten doen binnen IenW. Dat heb ik ook in mijnbijdrage nog staan. Daar kom ik nog op terug. Dat is helaas onvoldoendegelukt binnen het kabinet, maar misschien hebben we bij het volgendemeer kans. Dat hebben we echt nodig, ook gezien de publicaties die ophet moment voorbijkomen. Dus nee, ze hebben het niet slechter gedaan.Ze hebben gedaan wat ze konden doen met de middelen die ze hadden.Die waren er bitter weinig; de schatkist was behoorlijk leeggeroofd doorde vorige kabinetten.De voorzitter:Ze zijn op. Ze zijn op, meneer De Hoop. Ze zijn op. Op het momentsuprême, aan uw gezicht te zien, zijn ze op. Meneer Boutkan, vervolgt uuw betoog.De heer Boutkan (PVV):Ik was gebleven bij storingen op het spoor. Gisteren was het ook weer zo.Ik spreek uit ervaring. Op een reistijd van anderhalf uur had ik twee uurvertraging. Maar ik was helaas niet de enige. Opvallend was dat hetNS-personeel geen verbinding kon krijgen via de app. Dat is zorgelijk,want het publiek vertrouwt erop dat het personeel dat daar staat tijdigreisinformatie kan geven. Datzelfde geldt voor een andere storing. Het isvoor de PVV onbegrijpelijk dat de telefoon niet wordt opgenomen alsvanuit de trein wordt gebeld naar de treindienstleiding. Ik wil graag eenreactie van de Staatssecretaris. Deelt deze onze zorg?Voorzitter. De PVV draagt de binnenvaart een warm hart toe. Het isalgemeen bekend dat wetten, regelgeving, de verduurzaming enbezuinigingen op het vaarwegennet de toekomst van de binnenvaarthelaas in de weg zitten. Ziet het kabinet mogelijkheden om dezeproblemen aan te pakken en, nogmaals, er gelijktijdig voor te zorgen dathet kleine schip een toekomst heeft en dat de haarvaten van de binnen-vaart overeind blijven? Daarmee voorkomen we meer vrachtwagens opde weg, vooral buitenlandse.Ook de luchtvaart draagt de PVV ...De voorzitter:Nu gaan we even naar een interruptie. Ik voelde een natuurlijk moment eneen ander onderwerp.De heer Boutkan (PVV):Ik had dat gevoel niet, voorzitter.De voorzitter:Nee, maar daarom houd ik het een beetje in de gaten. Daar ben ikvandaag voor ingehuurd. Meneer Olger van Dijk, gaat uw gang.De heer Olger van Dijk (NSC):De heer Boutkan doet een rondje onderwerpen in plaats van een rondjeNederland. Dat mag ook. We hebben de vrijheid om dat te doen in ditdebat. Ik wil eigenlijk niet achteruitkijken. Ik denk dat de vragen van deheer De Hoop richting de voorgangers van deze bewindspersonen terechtzijn, maar ik wil toch een beetje vooruitkijken. De heer Boutkan geeftterecht aan dat er veel problemen zijn op het spoor. Maar wat gaat de PVVTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6628 dan zelf doen om die op te lossen? Hoeveel geld gaat ze bijvoorbeeldextra voor het spoor neerzetten in haar verkiezingsprogramma? Of welkeandere oplossingen ziet de heer Boutkan voor de problemen die hij hierzelf zo mooi neerzet?De heer Boutkan (PVV):Zoals ook bij alle andere fracties worden op het moment het programmaen dergelijke geschreven. Ik zal in ieder geval vanuit de portefeuilles die ikin de afgelopen twee jaar heb beheerd, aandragen waar de pijnpuntenzitten. Een van de pijnpunten is inderdaad ook het spoor, dus ik zal er bijde mensen die bezig zijn met het verkiezingsprogramma toch ook opaandringen om daar voldoende aandacht aan te schenken. Maar er zijn zoveel aandachtspunten in het verkiezingsprogramma. Ook wij proberenelke keer weer een zo kort en bondig mogelijk programma te schrijvenmet alleen maar bepaalde zaken. Maar ja, ik zie hem ook wel groeien.De heer Olger van Dijk (NSC):De PVV is altijd heel erg goed in het benoemen van problemen, waar hetaan schort en wat er niet goed gaat. Het zijn altijd weer grootse woorden,maar dit land heeft behoefte aan oplossingen. Ik vraag de heer Boutkan:wat zijn de oplossingen van de PVV voor het spoor?De heer Boutkan (PVV):Die zijn er heel veel, maar helaas zijn de euro’s op. Daar zullen we het meemoeten doen. We gaan proberen meer geld te stoppen in dit soort zaken,maar er zijn wel meer zaken. Als u nu vraagt hoeveel geld we erin willenstoppen, stelt u een vraag waarop u nu gewoon geen antwoord gaatkrijgen. Daarmee ga ik u misschien wel teleurstellen. Of u wist het vantevoren eigenlijk al.De voorzitter:Dat is dan helder. U heeft nog ruim anderhalve minuut voor het vervolgvan uw betoog. Gaat uw gang.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Dat geldt ook voor de luchtvaart. De Nederlandseluchtvaart is onmisbaar voor ons vestigingsklimaat, onze economie,banen, industrie, internationale handels- en exportpositie. Het versterkt deNederlandse strategische autonomie. Schiphol en andere luchthavens zijnstrategische knooppunten die we juist in onzekere tijden moetenbeschermen en bereikbaar moeten houden.Dan kom ik bij misschien wel het paradepaardje van ondergetekende. Ikdoe nogmaals het verzoek aan de Minister om die natuurvergunning uitde lade van uw collega van LVVN te halen en luchthaven Lelystad zo snelmogelijk open te zetten. Menig PAS-melder zal hiermee geholpen zijn.Voorzitter. Er is meer dan de Randstad. Elke regio telt. Gisteren was er eenpetitieaanbieding over de N50 met als titel Een oproep voor verbeteringverkeersveiligheid. De N50 is net als veel andere N-wegen in dit land eenbelangrijke verkeersader die meerdere regio’s met elkaar verbindt,waaronder Flevoland. De N50 speelt een cruciale rol, maar de verkeersvei-ligheid blijft een groot probleem. Drie verschillende hulpdiensten,namelijk politie, brandweer en GGD, gaven gisteren een toelichting overhun bijna dagelijkse aanwezigheid naar aanleiding van incidenten. Wijsteunen ook de eerder gedane oproep om dit te doen. Ook bij de N-wegzijn allerlei partijen betrokken: Rijk, provincies, Flevoland, Overijssel, deregio Zwolle en de gemeenten langs de N50. Ook in deze kwestie vraagthet Rijk veel van de regio, maar is nu de vraag aan het Rijk: gaat deMinister dan ook niet alleen voor de N50, maar ook voor andere N-wegen,leveren? Er is meer dan de Randstad; elke regio telt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6629 Voorzitter. We rollen in dit land van crisis naar crisis, onder andere eeninfrastructuurcrisis. Om deze te verlichten, laat staan op te lossen, komenwe dik geld tekort. Onze infrastructuur is verouderd en dit leidt niet alleentot afsluitingen, storingen en extra onderhoud, maar ook tot de nodigeveiligheidsrisico’s. Ondertussen glijden we af naar een derdewereldland.Infrastructuur heeft allerlei relaties met economie, woningbouw, bereik-baarheid en leefbaarheid. Ondertussen zien we dat het dikke MIRT-overzicht elk jaar uitgebreid wordt, maar zien we niet dat er meer budgeten bereikbaarheid bij komen. Je vraagt je af of binnen het kabinet deprioriteiten op orde zijn, gezien het bedrag dat beschikbaar is voorinfrastructuur. Op lange termijn wordt er zelfs gekort, terwijl de problemenalleen maar toenemen. Hoe gaan deze bewindspersonen het tij keren enervoor zorgen dat infrastructuur hoog op de prioriteitsladder van hetkabinet komt?Heb ik nog tijd?De voorzitter:Nee, u heeft zeker geen tijd meer. U bent al over de tijd heen. Maar u heeftnog wel een interruptie van de heer Stoffer, dus wellicht kunt u daar nogiets in doen.De heer Stoffer (SGP):Ongetwijfeld, voorzitter. Ik hoor de heer Boutkan een aantal keer zeggen:er is meer dan de Randstad; de regio telt. Dat is geheel waar. Daar ben ikhet helemaal mee eens als jongen uit een klein dorpje op de Veluwe. Deheer Bamenga en ik zaten straks even te kijken, zo van: volgens ons zit erhelemaal niemand in de commissie uit de Randstad. Wat betreft de heerBoutkan is dat nog twijfelachtig. Is Almere Randstad of niet? Dat weet ikeigenlijk niet.Maar mijn vraag is eigenlijk een andere. Dit was de inleiding. Maar ik hadnog drie interrupties over, dus die verspijker ik in één keer.De voorzitter:De Grinwistactiek.De heer Stoffer (SGP):De heer Grinwis! Ja, dan denk ik altijd aan Ouddorp, voorzitter. Daar kanik niks aan doen. Dat is toch een beetje te veel import-Den Haag, denk ikdan. Sorry, meneer Grinwis. Maar u vindt het niet erg dat ik u toebedeelaan Ouddorp, toch? Nee, zie je wel.Je kunt er van alles van vinden, maar in de Randstad wordt natuurlijk vanoudsher vrij veel geïnvesteerd. Daar liggen ook Schiphol en de haven vanRotterdam. Hoe kijkt de heer Boutkan aan tegen investeringen in deRandstad en zeker ook tegen de grote opgave die er op dit moment inZuid-Holland ligt? Daar moet natuurlijk ontzettend veel gedaan worden.Het kan onze economie ook ontzettend raken als dat dadelijk qua verkeerallemaal niet goed gaat met al die bruggen en viaducten die aan het eindevan hun levensduur zijn. Mijn vraag is eigenlijk: wat is de visie van deheer Boutkan op de toekomst van de Randstad als we het hebben overinfrastructuur?De heer Boutkan (PVV):Dank aan de zeer gewaardeerde collega Stoffer voor deze vraag.Misschien is de wereld toch heel klein. U verwees richting de heer Grinwisnaar Ouddorp. Mijn voorouders zijn ook afkomstig van Goeree-Overflakkee, uit Middelharnis, dus de wereld is soms klein. Misschienkunnen we elkaar daar dus toch wat vaker vinden.De voorzitter:Ik vind het af toe toch wel gezellig in deze commissie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6630 De heer Boutkan (PVV):Ja, voorzitter. Tot nu toe gaat het toch goed?De voorzitter:Hartstikke goed.De heer Boutkan (PVV):Gelukkig maar. Terug naar de vraag van de heer Stoffer. Ja, natuurlijk isdat belangrijk. De Randstad, met name de Rotterdamse haven enSchiphol, is natuurlijk enorm belangrijk voor onze economie. Gisterensprak ik iemand en toen zei ik gekscherend: die blauwe envelop moet welgevuld worden. We moeten dat geld namelijk wel verdienen. Dat geldverdienen doen we onder andere door een goede bereikbaarheid. Onzezeehaven Rotterdam staat erom bekend, maar die staat enorm onder druk.Dat heeft ook te maken met alles en nog wat eromheen. Dus ja, ook daarmoeten we in blijven investeren, alleen moeten we daarbij niet hetachterland verliezen. Als het vanuit een zeeschip eenmaal op eencontainer staat die ofwel het spoor op kan ofwel de vrachtwagen op kan,dan moet het spoor goed draaien en de vrachtwagen moet ook over deweg kunnen. Het is dus en-en, maar die balans is een beetje zoekgeraaktde laatste jaren. We zien dat in het verhaal dat Rijkswaterstaat zelf naarbuiten heeft gebracht. Het piept en het kraakt. Daar zullen we keuzes inmoeten maken.De voorzitter:Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik hoorde de heer Boutkan, zoals veel vaker, een warm pleidooi houdenvoor het openen van vliegveld Lelystad voor commerciële vluchten. Hijvoegde eraan toe – dat fascineerde me wel – dat dit ook menigPAS-melder zal helpen. Misschien kan hij even uitleggen hoe dat danprecies werkt, want dat zie ik nog niet helemaal voor me.De heer Boutkan (PVV):Ik licht dat graag toe op de vraag van de heer Pierik. De Schiphol Groupheeft bij de aanvraag en de voorbereidingen om te komen tot de openingvan luchthaven Lelystad, die trouwens al meer dan vijftien jaar geledenooit is aangelegd op verzoek van het Rijk zelf – laten we vooral niet uit hetoog verliezen dat dat vliegveld is neergelegd «op verzoek van» – enormveel stikstofrechten opgekocht. Je kan zeggen dat dit moreel niet juist is,maar het mag en het kan nog steeds. Zij hebben dus zo veel stikstof-rechten dat als het vliegveld opengaat, er een behoorlijk aantal vanoverblijft. Uit de richting van de Schiphol Group heb ik begrepen dat diedan ten dienste kunnen komen van PAS-melders, zowel in Overijssel als inFlevoland. Daarmee lossen we niet alle problemen op, want daarvoor zijnde problemen te groot in dit land, maar een groot deel zal wel geholpenworden. Ik hoop dat dit voldoende is voor de heer Pierik.De voorzitter:Dat gaan we horen van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik had dit betoog wel een beetje verwacht. De heer Boutkan geeft terechttoe dat hiermee een deel van de PAS-melders tegemoet zou kunnenworden gekomen, maar ik denk eerlijk gezegd dat het een druppel op eengloeiende plaat is. Uiteindelijk zullen er nog duizenden PAS-melders nietworden gelegaliseerd als we de stikstofrechten die zijn opgekochttoebedelen aan PAS-melders. Is de heer Boutkan het met me eens dat ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6631 wel een heel marginale oplossing is voor het probleem van dePAS-melders?De heer Boutkan (PVV):Het probleem van de PAS-melders is natuurlijk veel groter dan dit. Het zijnmensen die buiten hun schuld om in een situatie zijn geduwd, gedwon-gen, en tot wanhoop zijn gedreven omdat zij PAS-melder zijn. Ook hierheeft de overheid gefaald. Ook hier in Nederland hebben wij gewoongefaald op dit onderwerp, zoals we ook hebben gefaald met Natura 2000.Elk postzegelstukje groen in dit land hebben we tot Natura 2000 verklaard,omdat we het beste en braafste jongetje van Europa wilden zijn. Dat geldtook voor de stikstofnorm. Leg nou eens uit hoe die norm hier zit en hoedie bij de buren zit. Dat is toch onbegrijpelijk?De voorzitter:Het is bijna een LVVN-debat aan het worden.De heer Boutkan (PVV):Sorry, voorzitter, maar ik kan mezelf hierover ... Ik wil niet zeggen«opwinden», maar ...De voorzitter:Nee, het was gloedvol, alleen doen we dat in een andere commissie. Ik ziedat er geen interrupties meer zijn. Dan concludeer ik dat we aan het eindezijn gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer. De Ministeren de Staatssecretaris gaan zich warmlopen om alle vragen netjes tebeantwoorden. Daar geven we ze natuurlijk even de tijd voor, dus daaromgaan we schorsen. We gaan ook gelijk schorsen voor de lunchpauze. Ikstel voor dat we 45 minuten schorsen. Ik kijk even of er een schrikreactiekomt. Dat is niet het geval. Dan moet ik even goed timen. Laten wezeggen: 13.40 uur. Dat is een ruime 45 minuten. Om 13.40 uur vervolgenwe dit debat. Ik heb de heer Boutkan bereid gevonden om het voorzitter-schap straks van mij over te nemen. Ik wens u net zo veel plezier toe alstijdens de eerste termijn.De vergadering wordt van 12.52 uur tot 13.42 uur geschorst.Voorzitter: BoutkanDe voorzitter:Goedemiddag, dames en heren aan deze kant van de tafel en op depublieke tribune. Goedemiddag aan degenen die thuis voor de buis zittenmee te kijken. Welkom. Ik heropen de vergadering. Dank aan de vorigevoorzitter, de heer De Groot.Wij gaan starten met de beantwoording van de vele vragen die gesteldzijn door de commissieleden aan onze bewindslieden. Ik hoorde netterloops dat er zes of zeven blokjes zijn. Het verzoek vanuit mijn kant is ofu even kort de titels van de blokjes zou kunnen benoemen. Dat helptdadelijk bij het stellen van vragen of het plegen van interrupties. Overinterrupties gesproken: ik sta vier interrupties toe. Doe dat s.v.p. wel pasaan het einde van het blokje, zodat we niet tussentijds interrumperen.Ik neem aan dat de Minister het voortouw neemt. Zou hij zo vriendelijkwillen zijn om even de titels van de blokjes te benoemen?Minister Tieman:Zeker, voorzitter, die kan ik noemen. Ik heb de blokjes: algemeen-overig,Noord-Nederland, Noordwest-Nederland, Oost-Nederland,Zuid-Nederland en Zuidwest-Nederland.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6632 Dat is duidelijk. Sluit de Staatssecretaris zich daarbij aan?Staatssecretaris Aartsen:Ik heb toevalligerwijs exact dezelfde indeling. Ik doe alleen al het overigeeven helemaal achteraan; dat is wat makkelijker.De voorzitter:Nou, het is maar goed dat dit even kenbaar is gemaakt. En wat eeneensgezindheid wordt er nu al uitgestraald! Dat doet ons deugd. Mag ikde Minister vragen om te starten met de beantwoording?Minister Tieman:Dank u wel. Ik heb ook nog een korte inleiding. Ik zal niet zo uitgebreid zijnals vorige week. Het merendeel van u heb ik natuurlijk al gesproken. Wehebben ook al een aantal zaken gewisseld.Maar ik wilde graag nog even stilstaan bij het plan dat ik zojuist, voor deschorsing, heb uitgedeeld. Er komen nog wat nieuwe hardcopy’s dezekant op voor degenen die het nog niet hebben gekregen. Maar u heeft hetinmiddels ook gewoon digitaal toegezonden gekregen, net als demeerjarenplanbrief die eraan voorafgaat. Ik denk dat er een grote sleutelin het document verweven zit. We proberen echt om op dit terrein eenpootje bij te zetten ten aanzien van de uitvoeringscapaciteit. Er is nietalleen een financieel aspect, maar we zijn ook aan het opschalen. We zijnook slimme dingen aan het doen samen met de markt. Loopt u dat planvooral door wanneer u een keer tijd heeft. Projecten van deze omvangbetekenen: topsport bedrijven. Dan heb ik het niet over de Eredivisie,maar over de Champions League. Met Rijkswaterstaat gaan we dekomende tijd op basis van de documenten die u net heeft gekregen, nogveel meer actie ondernemen. Dat was ook de insteek van de uitingen diede dg van Rijkswaterstaat de hele ochtend deed in de media.De Staatssecretaris en ik springen op een rijdende trein. We zitten volenergie. We hebben er zin in, maar we hebben ook al een aantal dingengeconstateerd waardoor onze bewegingsvrijheid enigszins aan bandenligt. Maar er is wel ruimte om zaken te accentueren. Hoe mooi is het om indeze tijd voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat te mogenwerken? Wat een bijzondere periode, met deze uitdaging. Als ik nu opschool zou zitten, zou ik meteen gaan solliciteren om ergens in hetdomein waterbouwkundige werken een baan te vinden. Er is namelijkwerk voor de komende decennia, en wellicht nog langer. En dat werk doetertoe. We hebben te maken met drinkwater, verkeersveiligheid, vervoervia de weg, het spoor en het vliegtuig. Die zaken raken ons iedere dag.Een aantal zaken. Begin juni zijn de jaarlijkse Bestuurlijke OverleggenLeefomgeving gehouden met de bestuurders uit de MIRT-regio’s. Daarin isonder meer gesproken over de investering van 280 miljoen euro voorkleine verbeteringen aan het autonetwerk door het hele land. De heer DeHoop gaf het ook al aan: wil je hier nou je geld in stoppen? Dit zijnaanpassingen om zaken in beweging te zetten ten aanzien van elke regio.Ik ben wel van mening dat alleen maar asfalt neerleggen niet de weg naarvoren zou moeten zijn. Maar we moeten ook heel erg naar die regio gaankijken. De Metropoolregio Amsterdam, waar je een stepje huurt, is heelwat anders dan de Veluwe. Ik denk dat we die nuance moeten blijvenzoeken.Maar naast die 2,5 miljard euro, die ik nog eventjes wilde noemen, heb iktoch niet alleen maar mooi nieuws. Naar aanleiding van de Voorjaarsnotaheeft mijn voorganger vijf wegprojecten moeten pauzeren, vanwege eenopeenstapeling van zaken. Dan heb ik het niet alleen over stikstof, maarook over de personele problematiek. Het document dat u hier heeft, geeftook al een stukje invulling daaraan, net als een reach-out of een call-outrichting u. Ik noem praktische geschooldheid – ik heb het hier niet overhoog- of laagopgeleid – in het domein van techniek. Hoe zouden we ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6633 domein nog wat meer kunnen neerzetten, met name ten aanzien van deouders, zodat die zorgen dat hun jonge kroost echt die kant op gaat? Ikheb u daarbij nodig. De vlucht naar een academische studie maken kanook. Maar ik denk dat we het mbo ... Eigenlijk bedoel ik gewoon hettechnische domein, of dat nou op universitair niveau of op mbo-niveau is:daar hebben we als land, en wij als Rijkswaterstaat en IenW, de komendetijd gewoon echt behoefte aan.Die negentien projecten staan dus op pauze. Ik heb vorige week ookuitgelegd dat de financiën wat betreft het Mobiliteitsfonds onder drukblijven staan. Dat geldt niet alleen voor de aanleg, maar ook voor deinstandhouding. Ondanks het feit dat Rijkswaterstaat de komende jarenfors meer instandhoudingswerk zal gaan verrichten, is er nog zo’n 5 tot8 miljard euro aan werk in voorbereiding waar op dit moment geendekking voor is. De Staatssecretaris en ik zullen ook wat dit betreft eenpleidooi gaan houden voor meer structurele financiële middelen, ookgelet op de periode die komen gaat. Maar nogmaals, hier speelt meer danalleen financiën.Ik wil niet uitsluiten dat er nu eerst wordt gekeken naar een aantalprojecten die we op dit moment wél kunnen uitvoeren in plaats van naarprojecten die we nu níét kunnen uitvoeren. Bij de BO’s Leefomgevingheeft de regio dan ook de oproep gedaan dat er structureel meer geldmoet komen voor bereikbaarheid, gezien de grote opgave die er ligt. Dieoproep gaan wij ook verder brengen. Niettemin zal ik mij de komendeperiode ten volle inzetten voor wat wel kan. Dan heb ik het zowel over deaanleg van nieuwe infrastructuur als over het onderhoud van al diewegen, bruggen, sluizen en kanalen die ons land rijk is.Dan ga ik nu over naar de beantwoording van uw vragen. Zoals bij dezedebatten gebruikelijk is, zullen de Staatssecretaris en ik onze inbreng perregio opdelen. Dan begin ik met het kopje algemeen-overig.Ik kom bij de heer Stoffer, die vroeg: wat zijn de mogelijkheden wat betreftbijvoorbeeld de infra-investeringen onder de NAVO-vlag? Die worden opdit moment verkend. Het uitgangspunt bij infra-investeringen onder dieNAVO-vlag – dit was vorige week natuurlijk volop in het nieuws enonderwerp van debat – is dat de infrastructuur die aanwezig is op eenmilitaire corridor, naast het civiele gebruik van deze netwerken, zo veelmogelijk geschikt wordt gemaakt voor militaire transporten. Samen metDefensie kijkt mijn ministerie naar specifieke zaken waar infra aan moetvoldoen en naar de knelpunten die we signaleren en de handelingsoptiesdaarvoor.Gelet op de financiële situatie rond het Mobiliteitsfonds en de groteinstandhoudingsopgave die we hebben, mag het evident zijn dataanvullende middelen nodig zijn om een goede invulling te kunnen gevenaan de Host Nation Support. Conform de toezegging die mijn voorgangergedaan heeft tijdens het commissiedebat Auto, informeer ik de Kamernog vóór de begrotingsbehandeling op vertrouwelijke wijze over deknelpunten wat betreft militaire mobiliteit in relatie tot het wegennet.Meneer Stoffer, ik blijf bij u. «Het kabinet kijkt naar een alternatievebekostiging; waar denkt u dan aan?» Gezien de financiële uitdagingenrond het Mobiliteitsfonds, heb ik een open blik als het gaat om alterna-tieve bekostigingsinstrumenten. Ik neem initiatieven van derden serieus.Er zijn veel verschillende vormen van alternatieve bekostiging. Dit is ookmaatwerk per project. Maar denk bijvoorbeeld aan de Blankenburgver-binding in mijn stad, Rotterdam. Daarvoor hebben we een alternatievebekostiging gekozen, met een extra tol. We zijn hier terughoudend in,maar in dit geval was het bedrijfsleven rond de Rotterdamse haven, waarde voorzitter het ook over had, heel duidelijk. Het bedrijfsleven zei: wijstaan daar volledig achter, als er een overbrugging voor is. Uit mijn hoofdging het over een miljard aan investeringen. Er is een mooie modus voorgevonden, waardoor men dit toch kon doen. Er was een horizon watbetreft de vraag hoeveel tol dat dan zou moeten zijn. Het bedrijfslevenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6634 heeft dat destijds volledig omarmd en wilde ermee verdergaan. Dat isslechts één voorbeeld ten aanzien van die alternatieve bekostiging. Maarwe moeten ook realistisch zijn. Alternatieve bekostigingen bieden kansen,maar zullen de financiële uitdagingen rond het Mobiliteitsfonds nietoplossen.Dan blijf ik nog steeds bij de heer Stoffer. Hij vroeg: «Het kabinet werktaan een ontwikkelstrategie grootschalige infra. Wordt deze vóór debegrotingsbehandelingen en de start van de coalitieonderhandelingenafgerond, inclusief investeringsvarianten?» Het antwoord is: ja. Deplanning is om in het najaar van dit jaar, vóór de departementalebegrotingsbehandelingen, uw Kamer te informeren door middel van eenbrief. In die brief zal worden ingegaan op de verschillende varianten voorde uitvoering wat betreft de bekostiging van grote, structuurversterkendeprojecten. Tot zover.Dan ga ik naar de heer Pierik. Hij vroeg: hoe kijkt de Minister aan tegeneen apart fonds, dat gericht is op het onderhoud en de vervanging? Watdat betreft sluit ik me toch aan bij de heer Grinwis, althans, in deze fase;laat ik dat ook nog even zeggen. Ik zie op dit moment geen voordelen vaneen apart fonds voor onderhoud en vervanging. Het kabinet geeftprioriteit aan de instandhouding. Juist dankzij een mobiliteitsfonds is hetmogelijk geweest om die focus te houden.Dan ga ik naar mevrouw Vedder. Zij vroeg hoe het staat met devernieuwing van de MIRT-systematiek en of ik het met haar eens ben dater moet worden gekeken naar de langere termijn. Ik heb een procesant-woord. Er wordt gekeken naar en gewerkt aan de vernieuwing van hetMIRT en de systematiek die daarbij hoort. De afgelopen periode zijn ergesprekken gevoerd met koepels en met de decentrale overheden. Webekijken hoe we de bereikbaarheid nog meer centraal kunnen stellen in deMIRT-systematiek, met daarbij aandacht voor álle regio’s en uiteraard metde blik op de lange termijn.Dan ga ik naar de heer Van Dijk. Hij vroeg naar de bereikbaarheids-normen: iedereen moet dichtbij naar school, huisarts et cetera kunnen.Daar hebben we nog wat meer tijd voor nodig. Voor het volgendecommissiedebat MIRT ontvangt u een plan van aanpak wat betreft deregionale bereikbaarheidsanalyses en de bereikbaarheidsprofielen. In hetkabinetsstandpunt hebben we aangegeven dat we de nulmeting vanbereikbaarheid van voorzieningen en banen ontwikkeld hebben. Het doelis nu om uiteindelijk samen met de regio’s, dus met draagvlak, ernaar testreven om de bereikbaarheid van voorzieningen zoals onderwijs, zorg,supermarkten en werkgelegenheid vast te stellen, om zo recht te doen aande verschillen tussen de regio’s. Dan gaat het dus niet zozeer overnormen, want er zijn dus wel verschillen. Dit onderwerp is iets groots. Ukrijgt een plan wat dit betreft toegestuurd.De heer Pierik gaf aan dat het hem opviel dat bij een aantal projecten isgeconcludeerd dat de fasering niet mogelijk zou zijn zonder goedeonderbouwing of overleg. De Kamer heeft een aanpak ontvangen voor deherstart van de zeventien gepauzeerde projecten. Als onderdeel van deaanpak verkent IenW per gepauzeerd project de mogelijkheden omprojecten in fasen op te knippen. Voor enkele projecten zijn er al concreteafspraken tussen Rijk en regio gemaakt. Zo worden de A4-N211, deHarnaschknoop – dat is onderdeel van de A4 Haaglanden –, de N14 en deverbindingsboog A1-A30 alvast gerealiseerd, vooruitlopend op eenherstart. Voor andere projecten worden de mogelijkheden tot opdelen enfaseren de komende periode nader onderzocht. Daar zijn we ook nog meebezig.De heer Van Dijk vroeg: kan de Minister aangeven wat de eerste resultatenvan de spitsaanpak zijn? Er wordt gewerkt aan die aanpak. De campagnewordt op dit moment geëvalueerd. Ik zal u informeren over de voortgangvan de aanpak en de campagne in de MIRT-brief van dit najaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6635 De heer Van Dijk vroeg: «Er is 2,5 miljard aan WoMo-gelden verdeeldtijdens het BO MIRT. Kan de Kamer daar ook nog bij betrokken worden?Kan de Minister de Kamer nog voor november informeren?» In deMIRT-brief van begin juni hebben we uw Kamer over het proces, decriteria en de afwegingskaders geïnformeerd. Wij ontvangen de uiteinde-lijke proposities van gemeenten uiterlijk 31 augustus. Die wordenvervolgens getoetst aan de hand van kaders en criteria. Ik informeer deKamer na de BO’s MIRT per brief over de voorgenomen verdeling en deafwegingen die daaraan vooraf zijn gegaan. Aansluitend op die bestuur-lijke overleggen MIRT hebben wij weer, zoals gebruikelijk, een MIRT-debatmet de Kamer.De heer De Hoop had het over de streefwaarden voor de criteria vanbrede welvaart, in het kader van die 7,5 en 2,5 miljard. De rapporteur vanhedenochtend sprak daar ook over. Eerder afgesproken landelijk geldendestreefwaarden zijn uiteraard ook van toepassing op het programmaWoningbouw en Mobiliteit. Daarnaast werken we op de voor woningbouwen mobiliteit relevante aspecten, bereikbaarheid, gezondheid, veiligheiden leefomgeving, aan het verkrijgen van meer inzicht – ik had hetvanmorgen even over «wat meer vlees op de botten krijgen», want bredewelvaart vinden wij een zeer belangrijk aspect – in de effecten van hetprogramma. Ook monitoren we de uitkomsten van een brede set aanindicatoren. We sluiten daarbij zo veel mogelijk aan op bestaandeindicatoren. Volgens mij gaf de heer De Hoop dat zelf ook aan. Hij had hetover bestaande indicatoren en dat we eigenlijk zo min mogelijk zelfmoeten verzinnen op dit onderwerp. Als er normeringen zijn, passen wedie toe. Die worden dus ook al toegepast. We hebben alleen nog net watmeer nodig voor die wegingsfactor. Denk aan de vragen om hoeveelplusjes en hoeveel minnetjes het gaat en hoe je dat weegt. Wat betreft eenaantal indicatoren die pas wat later bij zo’n project komen, moeten wenog wat werk verrichten om die inzichtelijk te maken. Denk aan kleurcode-ringen en wegingsfactoren. We kunnen ongetwijfeld slimme ideeën aan ugaan voorleggen.De VVD wil graag van de Minister weten hoe de 2,5 miljard van deWoMo-gelden precies verdeeld worden. Doel van het programma is omvia een financiële bijdrage aan de gemeente voor bereikbaarheidsmaatre-gelen op een relatief korte termijn extra woningbouw te realiseren en testimuleren. We vragen de regio’s om met realistische voorstellen tekomen – denk aan die 31 augustus – die primair worden beoordeeld opsnelheid, wat het aan woningbouw oplevert, hoe die woningen bereikbaarworden gemaakt en tegen welk rendement. 60% wordt verdeeld over devoorstellen die vanuit de grootschalige woningbouwgebieden komen; dangaat het om de bestaande gebieden en de door VRO nieuw aan te wijzengebieden. 40% wordt verdeeld over de voorstellen uit heel Nederlandbúíten de grootschalige gebieden. Bij de BO MIRT in het najaar willen wede afspraken over de concrete toedeling maken.«Hoe wordt de regionale spreiding binnen de WoMo ingevuld? Welkebedragen landen in welke regio’s?» Dat is een vraag van mevrouwVeltman. De beoordeling van alle voorstellen gebeurt aan de hand vancriteria en afwegingskaders. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussenmaatregelen die gericht zijn op de grootschalige woningbouwgebieden ende maatregelen die gericht zijn op de korte termijn. Dit schot is juistgeplaatst met het oog op de regionale verdelingen. Ten slotte wordt ergekeken of de uitkomst van de afweging op basis van de afwegingskadersovereenkomt met de woningbouwopgave die in elke regio speelt, en ofdie daarmee tot een redelijke verdeling over het land zal gaan leiden. Alsdit niet het geval is, kunnen er enige aanpassingen volgen. Bij de BO MIRTin het najaar van 2025, dit jaar dus, worden er afspraken gemaakt over detoebedeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6636 Ik heb misschien nog een opmerking: om kleinere gemeenten tegemoet tekomen, mogen gemeenten in hun voorstel voor aanvraag ook locatiesbundelen, om zo de minimale omvang van 200 woningen te halen.Ik blijf bij mevrouw Veltman: gaat de Minister de CROW-parkeerrichtlijnenals norm hanteren bij de toekenning van deze WoMo-middelen? Hetantwoord is: nee. De toetsingscriteria zijn gericht op het realiseren vanextra woningbouw en inframaatregelen. Bij de toetsing van de voorstellenvoor de 2,5 miljard kijken we wel naar de verkeerskundige effecten van deplannen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het passende parkeer-beleid, afhankelijk van de specifieke locatie. De beschikbare informatievanuit CROW over parkeren kan door de gemeente gebruikt worden.CROW adviseert gemeenten over veel verschillende parkeernormen,afhankelijk van het type woning en het milieu. Dit gebeurt ter onder-steuning van hun parkeerbeleid. Die 1,7 is slechts een vrij hoge variantdaarvan.Dan ga ik naar de heer Pierik. Hij vroeg hoelang het nog veilig enverantwoord is om geen onderhoud uit te voeren. Er vindt wel degelijkonderhoud plaats; laat dat vooropstaan. We werken aan de grootsteinstandhoudingsopgave ooit: de Deltawerken. Ik kan er nog van alles bijhalen, maar dit is mega. Dat maakt het ook zo uitdagend en mooi om indeze fase actief te zijn. Hoofdvaarwegen, hoofdwegen en het hoofdwater-systeem: de veiligheid blijft geborgd. Waar nodig treffen we hiervoorbeheersmaatregelen, zoals gebruiksbeperking en afsluiting. Ik wasgisteren bijvoorbeeld bij de Merwedeburg; ik was in Gorinchem opbezoek. Daar werd ook gesproken over de tonnages van de vrachtwagensdaar. Daar worden dus ook al maatregelen toegepast, en mogelijk kunnenwe daar nog meer doen. Maar laat er geen misverstand bestaan over deveiligheid. We krijgen wel een ander risicoprofiel; laat dat ook helder zijn.De risicoprofielen worden wel aangepast, maar de veiligheid staat echtbovenaan; die blijft altijd geborgd.De heer Van Dijk zei: de termijn voor de start van de woningbouw gaatnaar 2034; waarom is daarvoor gekozen? In 2022 zijn er termijnen bepaaldvoor de verdeling van de uitkering van de 7,5 miljard voor de bereik-baarheid van de woningbouw. De start van de woningbouw stondgepland voor 2030. Deze afspraken en regelingen hebben betrekking opde nieuwe 2,5 miljard. Omdat we een aantal jaar verder zijn, hebben wede termijn voor de start van de woningbouw verschoven naar 2034.Dan ga ik naar de heer Boutkan. Hij vroeg: hoe gaat deze bewindspersoonervoor zorgen dat infrastructuur weer hoog op de prioriteitenlijst van hetkabinet komt? Nou, morgen mag ik een PBL-rapport voor de langereter-mijnverkenning in ontvangst nemen. Dat lijkt mij een uitgelezen momentom zo’n boodschap nog eens kracht bij te zetten in het publieke domein,maar er wordt ook gewerkt aan de grootste onderhoudsopgave ooit. Hetkabinet heeft 2,5 miljard extra beschikbaar gesteld. Wij hebben daar uwhulp bij nodig. Ik hoorde diversen van u ook al spreken over verkiezings-programma’s. We hebben elkaar dus nodig om het belang hiervan goed teonderstrepen. Wat dat betreft deel ik de punten die hier vanmorgengemaakt zijn. Ik zou het fijn vinden als we daarin verder met elkaaroptrekken. Dat zou de onderhandelingsfase die na de verkiezingsperiodevolgt, een stuk makkelijker maken.De heer Grinwis vroeg: wat is er minimaal structureel extra nodig om alleeerder afgesproken aanlegprojecten doorgang te kunnen laten vinden;wat is de strategie om te voorkomen dat we de volgende bewindsper-sonen weer in een te krap jasje laten plaatsnemen? De uitdagingen bij hetMobiliteitsfonds zijn groot. Er is structureel meer geld nodig voor zowelde onderhoudsopgave als de ontwikkeling van de nieuwe infrastructuur. Ikdenk dat dat de duidelijke boodschap is. Daar had ik het net ook al evenover. De exacte omvang is op dit moment niet aan te geven. Het isduidelijk dat het om meerdere miljarden gaat, zoals in 2024 ook aan deformatietafel gemeld is en later ook met de Kamer is gedeeld. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6637 belangrijk om ook te blijven benadrukken dat het niet alleen om extrafinanciële middelen gaat, maar ook om de stikstofruimte en de uitbreidingvan de maakcapaciteit. Daarom werkt IenW aan het vergroten van hetproductievermogen. Hiervoor worden er verschillende stappen gezet,zoals blijkt uit de gestegen productie van het Mobiliteitsfonds van8,4 miljard in 2023 naar 9,7 miljard in 2024. Maar ook daarbij hebben weuw hulp nodig.De voorzitter:Meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:U was er niet bij toen ik de introductie gaf bij het vervolg van dezevergadering. Maar ik heb gezegd dat u vier interrupties heeft en dat we deinterrupties plegen aan het einde van het blokje. Er zijn zeven blokjes.Aangezien ik nu toch aan woord ben, grijp ik toch een klein beetje in. Ikverzoek de Minister toch om wat korter, bondiger en sneller teantwoorden, want we zijn nu al twintig minuten bezig en ik zie dat u nogalwat papiertjes heeft. Ik hoop dat de andere blokjes korter zijn. Daaromwilde ik dit even zeggen.Minister Tieman:Ik ga ermee aan de slag.De voorzitter:Graag.Minister Tieman:Dan blijf ik bij de heer Grinwis. Wat zijn de actuele opgaven die hetministerie zo meteen op de formatietafel legt, maar nu al wil meegevenaan de schrijvers van de verkiezingsprogramma’s? Wat dat betreft zijn hetbereikbaarheidsdomein en de financiële uitdagingen groot. Een robuusten duurzaam Nederland vereist structureel veel meer budget voor hetMobiliteitsfonds.Mevrouw Vedder wees op de initiatiefnota van Inge van Dijk. Zij pleitdaarin voor hogere publieke investeringen. Daar ben ik bekend mee. Ikonderschrijf het nut van deze hogere investeringen. De vijf concretevoorstellen uit de initiatiefnota van Inge van Dijk hebben betrekking op hetbegrotingsbeheer en het begrotingsbeleid. Hier gaat de Minister vanFinanciën over.De heer Boutkan had een vraag over het bundelen van aanbestedingspro-jecten. We bundelen op dit moment soortgelijk werk in portfolio’s. Datstaat ook in het document dat u zo meteen in hardcopy krijgt; er waren ernog niet voldoende voor iedereen, maar u heeft dat document gisterenook in uw inbox gekregen. Dat gaat bijvoorbeeld over werk aan bruggen,sluizen en viaducten. Ik denk dat we daar echt een enorme stap meehebben gezet. Door soortgelijk proceswerk te doen, kan het sneller enefficiënter worden uitgevoerd, zodat de instandhoudingsopgave voortva-render kan worden opgepakt. In de MIRT-brief van 12 juni ben ik hier ookinhoudelijk op ingegaan.De heer Boutkan zei dat er meer asfalt nodig is. Heeft de nieuwe Minister,net als de vorige Minister, de ambitie om één gepauzeerd project per jaarop te pakken? In 2023 heeft IenW moeten besluiten deze zeventienMIRT-projecten te pauzeren. De redenen hiervoor zijn welbekend. In hetlicht van de beperkingen is het de ambitie van ons ministerie om iederjaar een gepauzeerd project op te starten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6638 De heer Boutkan vroeg: het aantal projecten in het MIRT-overzicht neemtieder jaar toe; hoe gaan we deze groei doorbreken? Dit gaat overprojecten in alle MIRT-fasen: onderzoek, verkenning, planuitwerking enrealisatie. Het MIRT-overzicht geeft daar een overzicht van en geeftdaarmee een beeld van de vooruitgang, maar dit pakken we nog wel aan.We zijn hiermee bezig en gaan hier wat meer focus op leggen, zoals ik hebaangegeven, maar dit heeft ook te maken met de uitvoeringscapaciteit.We gaan nog eens goed kijken wat we zouden kunnen doen om die groeienigszins te pareren, terwijl we tegelijk ook waarmaken wat we beloven.Als je eenmaal op die lijst staat, dan is het heel frustrerend als je ermisschien af gaat. Ik ga daar dus zorgvuldig en voorzichtig mee om. Ikheb het boek ook meegenomen; u ziet hoe dik het is. Het kan niet zo zijndat we over een paar jaar een dubbel zo dik boek hebben, en op hetgebied van de uitvoeringscapaciteit nog geen stappen gezet hebben.De heer Boutkan heeft een binnenvaarthart. Hij had het over de wet- enregelgeving voor de kleinere schepen en de haarvaten. Ik denk dat we dieproblematiek allemaal wel kennen. Afgelopen week klonk er ook eenpleidooi in de media van de Nederlandse Vereniging van Binnenhavensen de branchevereniging voor de binnenvaart om locaties aan het waterte beschermen. Want als we dat niet doen, zijn er straks geen op- enoverslagplaatsen meer; die worden dan ingeruild voor mooie apparte-menten aan het water. Aan de ene kant is dat ook begrijpelijk, maar daarzit wel een spanningsveld, want we willen dat vervoer over water ookhebben. Het ministerie werkt op verschillende manieren al aan ditonderwerp, zoals via de Beleidsagenda Goederenvervoer en de CentraleCommissie voor de Rijnvaart, waarin belemmerende regels wordengeagendeerd en stappen worden gezet, met name ten aanzien van detechnische eisen van de kleinere schepen. Rijkswaterstaat is aan de slagmet de grotere instandhoudingsopgave.Ik ben ook blij dat uw Kamer een motie heeft aangenomen om in de NotaRuimte meer aandacht te hebben voor de watergebonden bedrijven. Daarzet ik een dikke streep onder. De heer Grinwis vroeg zich af waar dit bleef.Dit is werk in uitvoering, tot ’s avonds laat; er zitten mooie dingen aan tekomen. Ik kan nog even geen datum noemen waarop dit komt, maar dit zitin de pijpleiding.De heer De Hoop vroeg: wanneer kunnen we het basiskwaliteitsniveauvan het fietsnetwerk ontvangen? Ik heb u hierover geïnformeerd in deMIRT-brief. Voor de uitwerking van het basiskwaliteitsniveau van hetfietsnetwerk heb ik wel wat meer tijd nodig. In het najaar van dit jaarinformeer ik de Kamer over de voortgang die op dat gebied gemaaktwordt.De heer Van Dijk vroeg naar de bereikbaarheidsnormen. Dat punt heb ik algehad.Hij had ook een vraag over Lelystad Airport. Lelystad Airport is aange-wezen als voorlopige voorkeurslocatie voor de F-35’s, de jachtvliegtuigen.De regio heeft hierbij aangegeven dat dit alleen kan in combinatie metgroothandelsverkeer. Op 23 mei 2025 is de Kamer erover geïnformeerddat een definitief gecombineerd besluit later dit jaar genomen zal worden.De komende periode ga ik met de heer Tuinman, het Ministerie van LVVNen andere partijen in gesprek om te komen tot een gebalanceerd besluit.Tot zover het kopje algemeen. Dan ga ik nu naar het kopje Noord-Nederland.De voorzitter:Nee, nee, nee, u gaat helemaal nergens heen. U blijft gewoon zitten, wantu krijgt interrupties. Althans, daartoe geef ik de Kamerleden degelegenheid. De heer Pierik was zo slim om halverwege de rit al zijn handop te steken om als eerste aan de beurt te zijn, dus ik geef hem nu hetwoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6639 De heer Pierik (BBB):Ik hoorde de Minister zeggen dat een gefaseerde aanpak van verschil-lende MIRT-projecten hier en daar echt wel een goede oplossing is. Eenaantal projecten zijn op die manier ook al ingevuld. Maar vanuit de regiohoor ik dat nader onderzoek in die gefaseerde aanpak niet voldoende is endat er echt met de regio in gesprek gegaan moet worden om middels eenquickscan te kijken hoe het beste invulling gegeven kan worden aan diegefaseerde aanpak in de verschillende projecten. Wil de Ministertoezeggen dat hij die quickscan gaat oppakken voor de projectenwaarvoor er nog geen gefaseerde aanpak ligt?De voorzitter:Graag een kort en bondig antwoord van de Minister.Minister Tieman:Ja, die toezegging kan ik doen. Ik ga ook naar Amelisweerd en Kampentoe. We gaan kijken wat we kunnen doen voor een aantal zaken. Ik kan nietoveral naartoe, maar ik hoorde u vanmorgen ook spreken over een aantalzaken. We gaan kijken wat we daar kunnen doen. De problemen zijnduidelijk.De voorzitter:Voldoende zo, meneer Pierik? Anders kost het u een tweede interruptie.De heer Pierik (BBB):Dat is dan maar zo, voorzitter. Goed, de Minister geeft aan dat hij naar eenaantal projecten toe gaat om te kijken of die gefaseerd uitgevoerd zoudenkunnen worden. Ik ben benieuwd welke projecten dan wel en niet in beeldzijn voor de gefaseerde aanpak.Minister Tieman:Meneer Pierik, daar is een brief over gestuurd, dus daar moet ik dan evennaar verwijzen.De voorzitter:Een hele korte vervolgvraag dan, want u wilt zeker weten welke brief datis of wanneer die is verstuurd?De heer Pierik (BBB):Nee, voorzitter, als die brief gestuurd is, kan ik daar natuurlijk mee uit devoeten, maar het gaat natuurlijk om veel meer projecten waarvan wewillen weten of de regio daadwerkelijk betrokken wordt bij het uitrollenvan de gefaseerde aanpak. Wij vragen om een quickscan en dat geldt ookvoor projecten in de Betuwe en voor de A2, om maar wat te noemen.Minister Tieman:We betrekken de regio er altijd bij in dit soort gevallen.De voorzitter:Inspraak is er, maar of er medezeggenschap is, is de volgende vraag. Datgaan we zien.Ik kijk even naar de heer Grinwis, want die is als volgende aan de beurt.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank aan de Minister voor de beantwoording van mijn financiële vragen.Die beantwoording was nog hoogover en abstract, en dat snap ik wel,maar ik zou eigenlijk niet willen wachten tot de formatie, tot er fiches optafel komen waar de partijen aan tafel wel of geen belangstelling voorhebben. Ik zou eigenlijk willen vragen of wat bij de formatie 2024 isaangeleverd, nog voor de laatste ministerraad of in ieder geval komendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6640 week geactualiseerd naar de Kamer zou kunnen worden gestuurd, zodatelke fractie daar nota van kan nemen. Als dat niet in zijn totaliteit mogelijkis, wil ik mijn vraag specificeren naar in ieder geval de projecten dieallemaal in de pijplijn zaten, die noodzakelijkerwijs waren gepauzeerd, diewaren opgenomen in het hoofdlijnenakkoord, en dan niet in de tabel,maar in de tekst, plus de beheer- en onderhoudsopgave. Die dingenmoeten volgens mij vrij snel boven tafel te krijgen zijn, want dat isgewoon het doorlopen van het Mobiliteitsfonds en het MIRT Projec-tenboek. Die vraag is niet alleen van toepassing op de Minister, maar ookop de Staatssecretaris, dus bij dezen.De voorzitter:Een gecombineerde vraag in één interruptie. Het is toch wel slim van deheer Grinwis om dat op deze manier te doen, en de vraag was ook nogkort en bondig.Minister Tieman:Daar zullen we op ingaan in de brief over het BO MIRT in het najaar. Dankrijgt u die informatie.De voorzitter:Als u een reactie wilt geven, graag via de microfoon, meneer Grinwis.Minister Tieman:De Staatssecretaris zal er zo meteen nog even verder op ingaan.De voorzitter:We gaan naar mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb een vraag aan de Minister gesteld over parkeernormen, en ik hoorde Minister zeggen: wij gebruiken voor het toekennen van de woning-bouwmobiliteitsmiddelen niet het criterium dat er een bepaalde normmoet zijn voor parkeren. Ik begrijp dat hij zegt: dat doen we niet. Mijnvraag is dan: zou het niet beter zijn om dat wél te doen? Ik ben benieuwdhoe de Minister daarnaar kijkt. Als voorbeeld werd 1,7 parkeerplaats perwoning genoemd. Het gaat mij om de CROW-richtlijn, waarin staat dat hetafhankelijk is van de situatie; bij een meer verstedelijkt gebied heb je dusmisschien een wat lagere norm en bij vrijstaande woningen op eenbuitenlocatie kun je misschien meer parkeren. Daar heeft CROW richt-lijnen voor. De vraag is of het niet beter zou zijn om die als norm tehanteren. Waarom vraag ik dat? Er worden nu wijken gebouwd inNederland zonder parkeerplaatsen. Ik vind dat echt onbestaanbaar voormensen die een auto nodig hebben, die bijvoorbeeld onregelmatigediensten werken of ’s nachts werken, of voor mensen die misschien geenbeperking hebben, maar wel wat minder goed ter been zijn en ...De voorzitter:Mevrouw Veltman, volgens mij is uw vraag helder. U gaat nu namelijkhelemaal uitweiden.Mevrouw Veltman (VVD):Ik maak het even af.De voorzitter:Heel kort.Mevrouw Veltman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6641 Ik zou het dus belangrijk vinden om te voorkomen dat die rijksmiddelengaan naar wijken waarin dit in de hand wordt gewerkt, waardoor de drukop het parkeren verplaatst wordt naar omliggende wijken.Minister Tieman:Ik geef toch een antwoord dat mevrouw Veltman misschien niet fijn zalvinden. Het ligt echt bij de gemeenten. Hierover is de motie-Veltman/DeGroot ingediend. Die is ontraden en die is ook verworpen bij destemmingen. Ik moet dit antwoord even geven. Het ligt echt bij degemeenten en het ligt echt buiten mijn veld.De voorzitter:Een tweede interruptie.Mevrouw Veltman (VVD):Ik wil hier in ieder geval heel kort op reageren. Ik heb het nu niet over diemotie, want die ging over 1,7 parkeerplek per woning, als een statementom te zeggen dat we normaal parkeerbeleid nodig hebben in Nederland.Het gaat nu om het volgende: probeer het breder te zien, waarbijverschillende variaties mogelijk zijn in verschillende wijken, afhankelijkvan hoe ze gebouwd worden. Dat wilde ik toch even rechttrekken.Minister Tieman:Ik kom daar op een later moment nog even op terug, als dat zou kunnen.De voorzitter:In tweede termijn?Minister Tieman:Ja, in tweede termijn.De voorzitter:U krijgt antwoord in de tweede termijn. Dan is de beurt aan meneer VanDijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Het antwoord op de vragen over de 2,5 miljard begrijp ik voor een grootdeel. Daar moet ook over gesproken worden met de regio. Tegelijkertijd isdat het geld dat extra beschikbaar was. Ik heb toch een vraag bij detoelichting op het verschuiven van het jaartal. We willen allemaal dat er zosnel mogelijk wordt gebouwd en dat de ontsluiting goed geregeld is. Ennu zien we dat voor deze 2,5 miljard de datum van 2030 naar 2034 gaat,vier jaar later, terwijl dat de vorige keer, in 2022, was besloten. Nu is het2025. Ik vind het eigenlijk heel onlogisch dat we een jaar extra nemen endat we in plaats van drie jaar verder vier jaar verder gaan zitten, in 2034. Ikzou zeggen: ga eerder een jaar eerder zitten, dus probeer die woningen zosnel mogelijk te realiseren. Het gaat om de start van de woningbouw: weinvesteren 2,5 miljard om zo snel mogelijk woningbouw te krijgen. Mijnconcrete vraag aan de Minister is dus: is hij bereid om daar nog eensgoed naar te kijken en om het jaar 2034 te vervangen door het jaar 2032 of2033?Minister Tieman:Ik ben bereid daar nog eens goed naar te kijken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Allereerst dank voor de beantwoording tot nu toe. Toen de Minister zei dathij doorging naar Noord-Nederland, wilde ik al bijna niet meer interrum-peren, want dat vind ik natuurlijk altijd een goed idee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6642 Maar er is bij mij toch nog een vraag blijven hangen over de streef-waarden. Mijn fractie deed een aantal suggesties voor indicatoren die eral zijn. De Minister gaf aan dat er in principe gewoon gewerkt wordt metdie bestaande indicatoren. Kan hij voor de Kamer helder in kaart brengen,in een brief of iets dergelijks, wat nou precies die indicatoren zijn en opbasis waarvan de afweging gemaakt wordt? Om welke streefwaarden gaathet? Dat willen we als Kamer goed inzichtelijk hebben bij de bredewel-vaartsbestedingen, dus die 2,5 miljard voor woningbouw en bereik-baarheid. Dat willen we als Kamer goed inzichtelijk hebben, zodat webegrijpen waaraan getoetst wordt.Minister Tieman:Dat kunnen we doen, alleen zijn het geen streefwaarden, maar echtindicatoren.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dan zou ik graag horen wanneer we dat kunnen verwachten.Minister Tieman:Helder. Het komt bij de volgende rapportage, in het najaar.De voorzitter:Ik kijk even verder. Er zijn geen verdere vragen over dit blokje. O, sorry. Deheer Stoffer. Die zit in mijn blinde linkse dode hoek.De heer Stoffer (SGP):Toch ben ik behoorlijk conservatief en rechts, voorzitter. Maar ik ben blijdat mensen af en toe een ietwat andere blik op mij hebben.De Minister gaat een aantal plekken bezoeken waar wat aan de hand is.Laat de Minister nou niet alles doen. Het zou heel mooi zijn als deStaatssecretaris straks zegt dat hij in Harderwijk bij het aankomendeintercitystation gaat kijken. Maar dat kan hij straks doen. Mijn vraag aande Minister gaat over wat hij zei over alternatieve bekostiging. Hij gaf deBlankenburgtunnel als voorbeeld voor tol. Voordat ik in de Kamer kwam,heb ik bij Rijkswaterstaat gewerkt. Ik heb me altijd verbaasd over het feitdat je tol moest betalen als je naar Zeeuws-Vlaanderen wilde. Ik dacht: alsik in de Kamer kom, ga ik daar wat aan doen. Met hulp van onder anderende voorganger van mevrouw Vedder, Jaco Geurts, en de heer Grinwishebben we toen echt heel hard gewerkt om dat voor elkaar te krijgen. Hetis gelukt om die tol eraf te halen. Mijn vraag is: gaan we dadelijk niet aande randen van Nederland overal tolverbindingen krijgen? Dan kunnenmensen eigenlijk niet meer zonder geld op bezoek bij familie die net aande overkant van het water woont of dan kunnen ze niet meer op diemanier naar hun werk. Ik snap het bij de Blankenburgtunnel, maar ik wilniet dat we allerlei verbindingen met tol krijgen om toch die infrastructuurmaar voor elkaar te krijgen.De voorzitter:Het mag geen opzetje zijn voor andere tolverbindingen.Minister Tieman:Het onderwerp is duidelijk. Ik heb het als voorbeeld gebruikt, maar wekijken breder, ook vanuit de regionale middelen. Daar zetten we dus allesin. Ik wil breder kijken, om toch misschien iets mogelijk te maken, maar tolis dan misschien niet het eerste waar je aan denkt. Ik heb nu even ditvoorbeeld gebruikt, maar we kijken ook echt naar financiering vanuit deregio op een andere manier, zodat we dat kunnen vermijden. Als erdraagvlak is voor zo’n tol, in dit geval voor de Blankenburgverbinding,dan is dat een mooi voorbeeld, maar het is niet de bedoeling dat we ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6643 soort constructies overal gaan toepassen waar het belemmerend gaatwerken.De heer Stoffer (SGP):Ik ben in de eerste plaats blij met dit antwoord; in de tweede plaats hoor ikiets waarvan ik denk: opletten. Ik sluit aan bij wat de woordvoerder van dePVV daarstraks zei: er is meer dan de Randstad; elke regio telt. Je hebtvaak gezien dat infra die aangelegd werd in de Randstad wel bekostigdwerd vanuit het Rijk, maar dat als je wat wilde in Overijssel of Gelderland– ik noem bijvoorbeeld de N18 – er dan eerst halve financiering vanuit deregio moest komen. Ik wil wel graag een gelijk speelveld. Ik snap dat erveel geïnvesteerd wordt in de Randstad. Daar wonen veel mensen enwordt veel geld verdiend. Ik denk dat ik een BBB-minister niet aan hoef teduwen op dit punt, maar ik wil graag een gelijk speelveld voor heel hetland in plaats van dat je als regio buiten de Randstad de helft moetfinancieren om iets voor elkaar te krijgen. Ik hoop dat de Minister daar ooknog positief antwoord op geeft. Nu snap ik wat de PVV-woordvoerder netzei.Minister Tieman:Ik heb één zin voor de heer Stoffer: elke regio telt. Daar zetten we eendikke streep onder. De MIRT-gelden zijn de laatste decennia voor zo’nbeetje 80% geland in de Randstad. Dat is ook logisch – de MRA is goedvoor een derde van het bbp – maar daar willen we echt een trendbreuk inneerzetten.De voorzitter:Ik zie geen verdere vragen meer. Gaat de Staatssecretaris nu het stokjeovernemen? Gaat uw gang.Staatssecretaris Aartsen:Ja, met mijn blokje algemeen. Dat van mij is gelukkig wat dunner dan datvan de Minister; dat scheelt. Er waren heel veel vragen aan de Minister.De voorzitter:Ik zit als voorzitter natuurlijk angstvallig naar de klok te kijken. We hebbentot 16.45 uur.Staatssecretaris Aartsen:Ik ga mijn best doen, voorzitter, al vanaf blok één: algemeen. Dank aan deleden voor dit debat. Bij het inwerken vroeg ik wat ik een beetje konverwachten bij een commissiedebat MIRT en dat was letterlijk een rondjeNederland. Dat helpt ook met het inwerken, want dan krijg ik in devoorbereiding kaartjes te zien en krijg ik precies uitgelegd waar wat zit.Dus voor een inwerkende Staatssecretaris of Minister is het heel fijn omgelijk dit debat te hebben, vooral ook om te zien waar wij allemaal enormdruk mee bezig zijn. Met «wij» bedoel ik dan vooral de mensen die aan deweg, het water of het spoor aan het werk zijn om Nederland een stukjemooier te maken, in de meest letterlijke zin. We werken er elke dag hardaan om Nederland mooier te maken, bereikbaarder te maken, betrouw-baarder te maken en natuurlijk ook een stukje veiliger te maken. Het is ookeen belangrijke prioriteit om het openbaar vervoer weer veilig te makenvoor reizigers en medewerkers. Ik zei vorige week hier in de Kamer al datwe aan de ene kant realistisch moeten zijn, ook ten aanzien van definanciën – daar zal ik zo nog wat over zeggen – maar dat we aan deandere kant vooral willen kijken wat er wel kan en hoe we op een aantaldossiers hernieuwd perspectief gaan bieden. In dat kader zal ik zo ook nogwat zeggen over de Lelylijn.Laat ik beginnen met dat realisme. Er zijn immers ook een aantal vragengesteld over de financiën. Als er iemand is die al zijn leven lang te makenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6644 heeft met een krap pak, en daar wat meer ervaring mee heeft, dan is hetdeze Staatssecretaris wel. In dat geval zijn er twee opties. De ene is watafslanken, en in dit geval betekent dat bezuinigen, maar ik kan uit eigenervaring zeggen dat dat pijnlijk is, en vervelend en naar kan zijn. Wehebben vorige week al gesproken over de driedubbele stapeling in hetopenbaar vervoer: de BDU-korting, de bezuiniging op het reisproduct voorstudenten – in de regio Zeeland zijn de regionale vervoersbedrijven voor50% afhankelijk van de inkomsten uit studenten – de prijsstijgingen bij deNS en allerlei versoberingen die daar weer uit voortvloeien. Diedriedubbele stapeling doet het openbaar vervoer verschrikkelijk veel pijn.Dat zie ik ook; dat doet pijn. Maar als je een ruimer pak wil, dan zul je datmoeten aanschaffen. En daar heb je geld voor nodig; zo eerlijk moeten wedaarin ook zijn. Ik ben in dezen gebonden aan de Voorjaarsnota, die noggeen twee maanden geleden is vastgesteld door de vier fractievoorzittersvan de vier coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB. Die hebben tweemaanden geleden gezegd: deze bezuinigingen op het openbaar vervoer –die waren toen bekend – laten we staan. Met het feit dat er toen beslotenis om die bezuinigingen door te zetten, heb ik – ik ben pas twee wekenStaatssecretaris – gewoon te dealen.Tegelijkertijd gaan we een spannende periode in met elkaar. Gisteren is demotie-De Hoop aangenomen, mede met steun van de PVV. Dat zijn duswel wat wisselende signalen in twee maanden tijd richting mij alsStaatssecretaris. Als het gaat om de harde euro’s en de tabellen krijg ikhet signaal «zet de bezuinigingen door», maar als het gaat om een motiewaar die harde euro’s niet onder hoeven te liggen, krijg ik een andersignaal. Ik moet dat gaan wegen. Ik heb gisteren de stemverklaring vanNSC en BBB gehoord – ik was zelfs hier in de Kamer – die daar ook hunzorgen over uitspraken. Er komt ongetwijfeld nog een augustusbesluit-vorming met fractievoorzitters, dus ik hoop dat dat ook daarin een plekjezal krijgen.Dan is er nog het «dreigement» – ik vind «dreigement» niet helemaal eenkeurig woord, want volgens mij is het vooral een uiting van zorg – van defractie van de ChristenUnie dat zij niet zullen instemmen met de begrotingInfrastructuur en Waterstaat op het moment dat de bezuinigingen op hetregionaal vervoer door zullen gaan. Nogmaals, «dreigement» vind ik eenbeetje een vervelend woord om te gebruiken, want dan wordt het gelijkheel politiek; het is volgens mij vooral een uiting van zorg. Dus dat zal weleen puzzel gaan worden. Het feit is – maar dat hoef ik de heer Grinwis nietuit te leggen – dat in de nieuwe systematiek van de Voorjaarsnota deVoorjaarsnota de basis voor de ontwerpbegrotingen vormt. De ontwerp-begrotingen zijn op dit moment al zo goed als klaar. Die zijn gebaseerd opde Voorjaarsnota, waarin die bezuinigingen zitten. Dus «wij als politiek»,met alle partijen die ik zojuist al noemde, zullen de komende periode metbetrekking tot het openbaar vervoer wel een puzzel moeten gaan leggen.Dat in reactie op de vragen over de financiële puzzel en de motie-DeHoop.Om mijn blokje af te maken: wat kan wel? We zitten hier namelijk ook omover de langetermijninvesteringen te praten. We investeren de komendetijd 40 miljard in het openbaar vervoer, in de instandhouding vanprojecten op het gebied van trein, spoor en ov en in het aanleggen vannieuw spoor. Dat geldt voor meerdere regio’s. We gaan ze zo meteenallemaal een voor een langslopen. Een ander blokje gaat natuurlijk overhet hernieuwd perspectief. Ik zal daar bij de Lelylijn bewust op terug-komen. Ik heb daar vorige week al het een en ander over gezegd. Wijzullen die handschoen echt oppakken, voor wat betreft onze verantwoor-delijkheid richting het Noorden in het algemeen en Friesland in hetbijzonder. Ik zal daar bij de Lelylijn misschien nog even apart op terug-komen.Voorzitter. Dan zijn er nog een paar kleine vragen gesteld in het algemeneblok. De heer De Hoop vroeg mij in verband met de ov-infrastructuur ofTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6645 het niet goedkoper is om rondom de ov-knooppunten te bouwen. Opzichzelf hoeft dat niet altijd goedkoper te zijn. Die ov-infrastructuur ligt nietmeer midden in een weiland. Daar ligt vaak al bebouwing omheen. Danheb je het over binnenstedelijk bouwen. Daar heb je inpassingsmogelijk-heden voor nodig, dus dat is niet automatisch goedkoper. Wel moet je bijwoningbouw goed kijken waar bestaande ov-knooppunten liggen en of jedaar niet slim op kunt inspelen om die verschillende modaliteitenmogelijk te maken. Wat dat betreft ziet het kabinet openbaar vervoer enasfalt als complementair en hoeven deze niet tegenover elkaar te staan. Ikdenk dat het aan mensen zelf is om daarin een keuze te maken. Laten weproberen beide zaken goed te regelen; dat is ook goed voor de mensenzelf.De heer Bamenga vroeg mij iets over het ontsluiten van de woningbouwen welk geld daarvoor beschikbaar is. Die 2,5 miljard extra voor dewoningbouw hebben we daarvoor genomen. We proberen dat ook heelbewust binnen het Mobiliteitsfonds te bekijken en daarbij een koppeling temaken met extra criteria, zodat je met die investeringen ook echtwoningen gaat bouwen. Een van de criteria is, geloof ik, dat er eenmaximumbedrag per woning moet zijn, zodat je ook echt die woning-bouwopgave omhoog krikt op basis van die investeringen. Daarbij zeg jedat het Mobiliteitsfonds bedoeld is voor nationale projecten. Daar waar jeecht snel veel woningen kunt realiseren, hebben we binnen het Mobili-teitsfonds die WoMo-gelden als een apart hokje daarvoor beschikbaargesteld.Dan de vragen van de heren Bamenga en Grinwis over hoeveel geld wenou in totaal nodig hebben om alle projecten mogelijk te maken. Ik weetniet of de vragen van de heren Bamenga en Grinwis zelf komen ofmisschien wel van hun verkiezingsprogrammacommissies. Dat zounatuurlijk ook nog kunnen. De heer Grinwis vroeg daar net ook al naar.Het is natuurlijk heel moeilijk om te zeggen hoeveel geld je zou willenhebben voor alles, maar we hebben bij de vorige formatie in ieder gevaleen eerste inschatting gemaakt. Toen was het 35 miljard voor alle issues.Misschien mag ik de vraag van de heer Grinwis van zonet aan de Ministersamenvatten. Als hij zegt «maak daar nou een update van en verstuur dienou», dan zouden we dat kunnen toezeggen, maar dan is wel even devraag wanneer dat dan zou moeten. Dan zeggen we: we geven even eenupdateje van die 35 miljard die we bij de vorige formatie hebbengestuurd, zodat dat misschien ook meegenomen kan worden in deverkiezingsprogramma’s. Dat kan ik bij dezen toezeggen. Dat zal dan in dezomer worden toegestuurd.De voorzitter:Ik ga eerst even aan de Staatssecretaris vragen of hij klaar is met zijnblokje.Staatssecretaris Aartsen:Ja.De voorzitter:Hij is klaar met zijn blokje. Kijk eens aan. Dan mag u het woord voeren,meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Even heel precies: voor welke datum is dat dan? 23 juli is de deadline omde programma’s in te leveren bij het Centraal Planbureau, dus graag voor23 juli en het liefst een week daarvoor, zodat het verwerkt kan worden.De voorzitter:U bent wel heel veeleisend, zeg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6646 Staatssecretaris Aartsen:Dat kunnen we toezeggen, een week voor de 23ste. Daarbij zeg ik wel dathet wel even een objectief, niet-politiek overzicht is. Ik denk dat het welbelangrijk is om dat even te zeggen. We kunnen dat objectief aanleverenals daar behoefte aan is. We proberen dat ruim voor de 23ste te doen.De voorzitter:Dat is prima. Een objectieve aanlevering is prima. Ik kijk even rond of ditblokje vragen oplevert. Ik zie dat er geen behoefte aan is. Ik denk dat uelkaar afwisselt. Dat is het geval. Nogmaals het verzoek om kort en bondigte zijn in de beantwoording. Ik geef de Minister het woord.Minister Tieman:Dank u wel, voorzitter. Kort en bondig. De beredeneerlijn voor de regioNoord. Het gaat om een stukje realisme. Wat doen we wel? Het gaat ookom hernieuwd perspectief. Daarna ga ik in op de gestelde vragen.Stikstof en capaciteit belemmeren op dit moment de voortgang van deplanuitwerking N33 Midden. Dat betreft Zuidbroek–Appingedam. Over deherstart worden op dit moment gesprekken gevoerd met de provincieGroningen. Wat doen we wel? De A7 zuidelijke ringweg Groningen isonlangs opengesteld. Het MIRT-onderzoek N33 Noord Appingedam–Eemshaven loopt.Dan een stukje hernieuwd perspectief. We hebben onlangs de verkenningbereikbaarheid Ameland opgestart. Met de Voorjaarsnota is extra budgetvrijgemaakt voor de sluis van Kornwerderzand. Hiermee wordt onderzochtof de vergroting van de sluis of de verdieping van het kanaal mogelijk is.Dan ga ik naar een vraag van de heer Van Dijk. Wat is de status van hetproject Kornwerderzand? Het aanvullende budget voor de sluis bijKornwerderzand is toegevoegd aan de reservering voor het project. Naaraanleiding van de nieuwe inzichten en de extra middelen zijn de provincieFriesland en het Rijk in overleg over het vervolg van het project.Onderdeel van het gesprek zijn de gevolgen voor de huidige bestuurs-overeenkomst.Dan ga ik naar de vraag van de heer Pierik over Groningen Airport Eelde,afgekort GAE. Vanuit het Mobiliteitsfonds stel ik naar aanleiding van hetamendement uit 2023 van de heren Koerhuis en Van der Molen,voormalige Tweede Kamerleden, en het amendement uit 2024 van het lidPeter de Groot in totaal 13 miljoen euro beschikbaar voor de landzijdigebereikbaarheid van de luchthaven. Deze rijksbijdrage wordt ingezet voorde realisatie van de verkeersveiligheid van de ontsluitingsweg naar denabijgelegen N-weg, een verkeersveilige rotonde voor het nieuwebusinesspark Bravo, als ook de aanleg van een openbaarvervoerhub.Tijdens het BO MIRT van 2024 hebben Rijk en regio afspraken gemaaktover de besteding van de eerste 6,5 miljoen euro. Het streven is omtijdens het BO MIRT van 2025 afspraken te maken over de overige6,5 miljoen.De heer Pierik vroeg of ik toelichting kan geven op de plannen voor deN33. Voor de N33 Noord tussen Appingedam en Eemshaven wordt samenmet de regio op dit moment een MIRT-onderzoek uitgevoerd. Naarverwachting zal dit eind dit jaar afgerond zijn. Ik kan niet vooruitlopen opde uitkomsten hiervan. Het streven is om tijdens het BO MIRT dit najaarverdere afspraken over een doorstart te kunnen maken.De heer Grinwis vroeg: hoe staat het met de tijdelijke fietsbruggen van deAfsluitdijk? Rijkswaterstaat heeft een eerste haalbaarheidsonderzoekuitgevoerd naar de plaatsing van tijdelijke fietsbruggen. Technisch blijkthet mogelijk om tijdelijke bruggen te plaatsen, maar het vraagt ook nogwel wat nader onderzoek, waarbij ook gekeken wordt naar de kosten voorhet plaatsen van de bruggen en de tijdsduur. Dit onderzoek wordt op ditmoment uitgevoerd. De resultaten verwacht ik voor het einde van het jaarmet u te kunnen delen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6647 Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even, maar ik zie geen handen voor het stellen van eenvraag. Neemt de Staatssecretaris het volgende blok? Dat is het blokje ...Staatssecretaris Aartsen:Dat is het blokje Noord, maar dan met de trein. Goed om bij Noord tebeginnen. Dat heb ik zelf ook gedaan vorige week bij mijn eerstewerkbezoek aan Fryslân, juist in het kader van de Lelylijn. Daar is namelijkal veel over gezegd. Ik heb daar vorige week ook al wat over gezegd. Ikdenk dat het verstandig was om daar als eerste een bezoek aan tebrengen, om het Noorden ook de aandacht te geven die het verdient, watmij betreft. Ik denk namelijk dat we eerlijk moeten zijn. De schuif van degelden van de Lelylijn naar een pakket aan zaken, zoals de Nedersak-senlijn, de flessenhals en nog een aantal andere dingen, is gewoon heelzwaar gevallen in het Noorden in het algemeen en in Friesland in hetbijzonder. Ik ben daar vorige week naartoe gegaan. Het heeft daar schadeaangericht. Ik denk dat we daar gewoon eerlijk in moeten zijn. Je kuntinhoudelijk met elkaar van opvatting verschillen en wij moeten hier altijdkeuzes maken in de MIRT-systematiek, maar we hebben wel altijdgeprobeerd om dat te doen op een manier die in ieder geval recht doetaan elkaars bestuurlijke rollen. Ik denk dat de nachtelijke besluitvorming –daar hebben meer mensen al wat over gezegd – gewoon niet goed isgeweest, niet de schoonheidsprijs verdient en daar schade heeft aange-richt.Aan ons nu de taak om dat te herstellen. Ik noemde dat ook «hetschaderapport». Vorige week heb ik eens gekeken wat de schade is en ishet schaderapport opgemaakt. Ik heb vooral ook gesproken over hoe wenu kunnen gaan bouwen aan hernieuwd perspectief. Ik denk dat daarinecht de crux voor de toekomst zit. Ik denk dat de schuif die heeft plaatsge-vonden, past in de trend waarin we zeggen: laten we niet zozeer het geldwegzetten op een plek, maar laten we ook bekijken wat er wél kan en watwe materieel mogelijk kunnen maken. Ik denk dat het verstandig is om datnu zo te houden, zodat we op de Nedersaksenlijn, de flessenhals Meppelen nog een aantal andere projecten stappen kunnen zetten. Maar ik vinddat we wel een verantwoordelijkheid hebben om wat betreft de Lelylijn tebekijken hoe we nu wel vooruit kunnen.Ik zei vorige week al: dit is zo’n project dat raakt aan de kernvraag inhoeverre het MIRT nou geschikt is voor dit soort grote stuwendestructuurprojecten, die veel geld kosten en die misschien wat mindergoed uit de harde kosten-batenanalyse die we toepassen, komen, en diegewoon heel veel geld vragen. Het gaat om minstens 10 miljard om die75% aan te raken. Die 75% is wel de kurk waarop het MIRT drijft. Als je datgaat aanpassen, gaan we dat straks bij alle projecten doen en dan komtdat hele MIRT vol te zitten met allemaal verkenningen zonder dat we noudaadwerkelijk zicht hebben op financiering. Ik zou het dus ook niet zozeerin dat MIRT willen zoeken. Ik heb gesprekken gevoerd. We hebbennatuurlijk het masterplan. Ik zal zo iets zeggen over de timing.Maar ik heb ook het volgende gezegd. Eigenlijk kwam het idee uitFriesland zelf, van de gedeputeerde – ere wie ere toekomt – die zei:kunnen we nou niet een gezaghebbend persoon aanstellen om te zoekennaar andere alternatieve financieringen om die Lelylijn te versnellen? Inde bestaande systematiek gaat dat namelijk heel ingewikkeld worden. Ikheb vorige week toegezegd, en dat doe ik hier nogmaals, dat we diepersoon gaan aanstellen. Op dit moment lopen al de eerste gesprekkenmet de regio. We willen ook bekijken of we Flevoland daarbij kunnenbetrekken. We vragen hen: wat zou zo’n persoon moeten kunnen en watzou de taakomschrijving daarvan moeten zijn? We bekijken of we op eenslimme manier wat alternatieve financiering mogelijk kunnen maken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6648 zodat er eindelijk weer een beetje zicht komt op hernieuwd perspectief.Want het simpelweg in de MIRT laten staan, wordt gewoon heelingewikkeld. Ik vind niet dat we valse hoop moeten geven. Een demissi-onair kabinet gaat niet 10 miljard uittrekken. Ik denk dat we er ook eerlijkover moeten zijn dat een formatieperiode ook niet een totaalbedrag van10 miljard in één keer gaat opleveren om bij die 75% uit te komen. Datwilde ik in het algemeen zeggen over de Lelylijn.Dan heb ik ook de vraag van de heer Grinwis behandeld over die75%-regel. Die zouden wij willen vasthouden voor het MIRT, omdat datwel verstandig is, maar voor dit soort grote structuurprojecten moeten wedat toch op een andere manier bekijken, denk ik. De Minister heeft altoegezegd om dat in het algemene onderzoek te doen, maar voor deLelylijn gaan we dus een gezaghebbend persoon aanstellen om te zoekennaar alternatieve financiering.Volgens mij heb ik daarmee alle vragen over de Lelylijn gehad. Misschiennog iets over de tijdlijn van het masterplan. Dat uiterlijk in de zomer van2026 doen, wordt misschien wel heel spannend. Zoals het er nu naaruitziet, lukt het ons om in ieder geval de eerste fase van het masterplanaan het eind van dit jaar af te ronden. In januari 2026 wordt dat gepresen-teerd. Maar voor de tweede fase hebben we toch echt even wat meer tijdnodig. We moeten samen met de regio bekijken hoe we dat doen.Volgens mij heb ik daarmee alle vragen beantwoord.De voorzitter:Kijk eens aan.Staatssecretaris Aartsen:Sorry, alle vragen over de Lelylijn, voorzitter.De voorzitter:Ik zou zeker Flevoland erbij betrekken, maar wie ben ik. Mevrouw Vedderwas eerst.Staatssecretaris Aartsen:Laten we eerst dit blokje Lelylijn even doen. Ik heb nog vragen over deNedersaksenlijn en nog algemene vragen.De voorzitter:Doe eerst de Lelylijn eventjes, anders zijn we straks het spoor bijster.Staatssecretaris Aartsen:Eens.Mevrouw Vedder (CDA):Ten eerste dank aan de Staatssecretaris voor wat hij net heeft gezegd overde schade die is toegebracht. Ik denk dat het voor de eerste stap vanherstel daarvan heel belangrijk is dat de Staatssecretaris transparant eneerlijk erover is dat dit gebeurd is en dat hij zich wil inzetten om dit teherstellen. Als noorderling doet het mij heel erg goed om dat te horen.Ook als Kamerlid ben ik namelijk geschrokken van de gang van zaken. Ikben heel erg benieuwd naar die persoon die op zoek gaat naar finan-ciering. O, ik krijg de bal meteen terug! Dat was eigenlijk niet debedoeling. Nou, wie weet, ik zal er eens over nadenken. Mijn vraag waseigenlijk: wanneer weten we daar meer over?Staatssecretaris Aartsen:Hij of zij moet starten voor 29 oktober, dus dat scheelt.Mevrouw Vedder (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6649 Zie, dan kan het gelukkig al niet. Ik wilde vooral het volgende zeggen. Ikdenk dat het Noorden heel goed begrijpt dat niet in één keer die 11 of13 miljard, wat het ook zijn moge, klaarligt. Daar zijn noorderlingennamelijk nuchter genoeg voor. Dat was natuurlijk ook de reden dat we aanhet sparen waren in de vorige kabinetsperiodes. Ik denk dat de regiovooral heel graag wil weten: wanneer krijgen we zicht op hoe dat plan erdan uitziet? Weten we of we daar heel veel tijd voor nodig hebben?Tot slot zou ik het volgende willen meegeven. Ik ben ook blij met wat deStaatssecretaris zei over de harde MKBA-analyses en dat een Lelylijn daarmisschien niet zo lekker uitkomt. Door de Romeinen zijn 2.000 jaargeleden wegen neergelegd. Zij bestaan allang niet meer, maar de stedendie daaraan liggen, profiteren daar nu, op dit moment, nog steeds van inhun welvaart. Ik denk dat we de Lelylijn ook op die manier moetenbekijken.Staatssecretaris Aartsen:Eens. Ik denk dat dit ook een mooie casus is om eens buiten de paden vanhet MIRT te bekijken. Ik denk dat het MIRT goed functioneert voor 90% vande projecten, maar voor die 10% hebben we toch een wat ander typesystematiek nodig. We hebben natuurlijk al het bredere onderzoek, maarhet zou mooi zijn als we dit als casus eens eruit kunnen lichten, zo van: ganou eens op zoek naar hernieuwd perspectief voor hoe we dit mogelijkkunnen maken. Dus we hopen snel, in elk geval voor Prinsjesdag, diepersoon in combinatie met de opdracht samen met de regio te kunnenpresenteren, zodat we eindelijk ergens naar uit kunnen kijken in plaats vansteeds terug te kijken.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Staatssecretaris. Ik zou wel met de Staatssecretaris eenbeetje door willen denken over hoe hij dan het gevoel heeft dat buiten dieMIRT-systematiek om die Lelylijn en soortgelijke investeringen wel eenplek kunnen krijgen. Ik moest zelf een beetje terugdenken aan het FondsEconomische Structuurversterking, dat er in de jaren negentig was. Wezijn allemaal niet zo heel blij meer met hoe het geld destijds werdopgehaald, omdat het uit het aardgas gehaald werd. Er werd ongeveer14 miljard opgehaald. Dat is een soortgelijk bedrag als dat je voor deLelylijn nodig hebt. Daar werden toen de hsl en de Betuwelijn meeaangelegd. Het idee daarachter was economische structuurversterking.Het zat niet alleen bij het Ministerie van IenW, maar ook bij de Ministeriesvan EZ en Financiën. Ik denk dat zo’n soort systematiek opnieuw bedachtmoet worden voor een Lelylijn, een soort toekomstfonds voor infrastruc-turele versterkingen. Ik hoop dat de Staatssecretaris deze gesprekken nietalleen op zijn eigen ministerie voert, maar juist ook op het Ministerie vanFinanciën en op het Ministerie van Economische Zaken, dat hij zelf alsvoormalig woordvoerder goed kent. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecre-taris naar dit soort dingen kijkt. Hoe trek je dit net iets boven het niveau uitvan alleen IenW? Hoe kijk je meer naar economische structuurversterking?Zou je daarvoor een soort toekomstfonds op kunnen richten?Staatssecretaris Aartsen:Ik denk dat dat goede suggesties zijn, die allereerst meegenomen zoudenmoeten worden in ... Nogmaals, er lopen nu best wel veel dingen. HetMinisterie van VRO heeft het een en ander lopen. Wij kijken zelf naar dietypen financiering. We hebben het Masterplan Lelylijn. Daar komt nu deperspectiefverkenner bovenop, om dat te versnellen. Er vinden nu allerleigesprekken plaats. Ik denk dat het sowieso goed is om eens evenstrategisch met elkaar na te denken over hoe we de infrastructuur gaanfinancieren. Zijn er ook creatieve andere vormen mogelijk? Juist in heteconomische hoekje waar ik vandaan kom, is het heel ongebruikelijk datalleen de overheid dingen financiert. Ook semipublieke of semiprivateTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6650 partijen, die een wat langere horizon hebben, doen dat. Daar moeten weook eens even goed over nadenken. Crowdfinanciering is ook nog eenoptie. We hebben ook allerlei ideeën over hoe je dat kunt doen. We zittenhier slechts twee weken, maar we hebben zelf nu al wat ideeën. Ik denkdat het voor de komende periode ook wel interessant is om te kijken hoewe dat mogelijk maken, zonder hier gelijk valse hoop te geven voor eenaantal zaken. Dat willen we ook wel voorkomen. Maar perspectief biedenvalt hier ook onder. Dat kan namelijk ook betekenen dat er op een anderemanier financiering wordt georganiseerd.De heer Grinwis (ChristenUnie):Complimenten voor de Staatssecretaris, omdat hij gewoon in rondewoorden de pijn in het Noorden benoemt, in het bijzonder in de provincieFriesland. Dat is goed, denk ik. Dat is inderdaad het begin van herstel.Vervolgens moet er natuurlijk boter bij de vis. Daarop zei de Staatssecre-taris welwillend dat hij mijn punt begrijpt dat het lastig is met groteprojecten en dat we in de huidige schaarste zomaar geneigd zijn om dekorte termijn te laten prevaleren boven de langeretermijnprojecten. Wantgrote projecten strekken zich uit over meerdere jaren. Tegelijkertijd neemthij daarmee wel heel snel afscheid van de MIRT-systematiek. Hij zegt diteen beetje «buiten haken». Maar je wilt ook zekerheid. Hoe organiseer jedat dan? Ik had liever gezien dat er binnen de MIRT-systematiek wordtgezegd dat voor projecten tot, zeg, 2,5 miljard 75% geldt en dat wedaarboven uitgaan van langere periodes. Dan zijn we ook bereid om dejaarschijven die nog niet in de begroting zitten, erbij te betrekken enkunnen we spelen met het percentage. Waarom wordt daar niet nog eensgoed naar gekeken? Want als ik over de duim naar de 2,5 miljardgrenskijk, dan gaat het op dit moment over drie projecten in het MIRT-projectenboek: de Noord/Zuidlijn, de Merwedelijn en de Lelylijn. Dus hetis een vrij overzichtelijke hoeveelheid. Dat zijn precies de drie wat grotereprojecten waar je wel verder aan wilt werken en die niet steeds een soortvan on hold moeten staan tot sint-juttemis. Bij de Lelylijn is dat inmiddelsal het geval.Staatssecretaris Aartsen:De reden waarom ik die boot afhield ... Theoretisch klopt het verhaal vande heer Grinwis. Er komt ieder jaar een plakje bij in het Mobiliteitsfonds,dus dan kun je dat geld mooi daarvoor beleggen, ware het niet dat ernatuurlijk enorme problemen zijn met de financiering van het Mobiliteits-fonds. Er zit op zichzelf een chronisch tekort in, in het bijzonder in deinstandhouding. Dus de jaarschijven die wij er volgend jaar bij krijgen,gaan linea recta in wat we nu al hebben lopen. De goede financiëlesituatie die we nu rijksbreed hebben, namelijk niet te veel op de pof levenen niet te veel schulden vooruit hebben, staat wat in contrast met hoe wehet Mobiliteitsfonds beheren, want daar gaat het geld dat volgend jaarbeschikbaar komt, gelijk naar de lopende zaken van nu. Daar hebben we aleen aantal keren onze zorgen over uitgesproken. Dat zullen we blijvendoen. Dus dan vind ik het ook spannend om voor grote projecten die 75%los te laten, want er komt niet steeds nieuw geld. Het nieuwe geld dat webeschikbaar krijgen voor het Mobiliteitsfonds, gaat naar bestaandeuitdagingen. Dat vind ik in de praktijk ook gewoon spannend. Daaromzeggen wij: laten we op een andere manier proberen perspectief tezoeken.De voorzitter:Dank u wel. Ik ga verder, maar wel met een winstwaarschuwing, want wijhebben nog iets minder dan twee uur.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6651 Ik ga snel nog de laatste projecten uit Noord doen, voorzitter. Die ga ikproberen versneld te doen. De heer Van Dijk vroeg mij of het gaat lukkenom de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijn te starten voor Prins-jesdag. Ja, op voorwaarde dat de Tweede Kamer morgen instemt met desuppletoire begroting IenW. Die ligt morgen voor bij u. En ook de EersteKamer moet dat dan doen. Dat zal volgende week zijn. Als dat niet zo is,heb ik technisch gezien die gelden niet en kan ik ook mijn handtekeningniet zetten. Dus dat is wel even een belangrijke winstwaarschuwing. Alswe de gelden wel krijgen, is het de bedoeling dat we de startbeslissingsamen met de regio zo spoedig mogelijk, het liefst voor Prinsjesdag,nemen.De heer Van Dijk vroeg of we met de 100 miljoen extra echt alles kunnenoplossen bij de flessenhals Meppel. Nee, niet alles, maar we kunnen welveel oplossen met dit geld. We kunnen niet alle problemen oplossen.Daarbij gaat het vooral over de frequentie, vooral met betrekking tot deoverwegen tussen Zwolle en Groningen. Daar kijken we nog naar. Maarwe kunnen zeker een enorme stap zetten. In het BO MIRT gaan we nog ingesprek met de regio over cofinanciering.Dan de planning van dit project. Ik heb u al toegezegd dat ik nog een briefzal sturen over het traject Zwolle–Meppel.Dan een vraag van mevrouw Veltman over de aanpak: kunnen ook anderevervoerders dan NS hier overheen rijden? We kijken nu vooral naar eenverbetering van de huidige robuustheid en niet zozeer naar uitbreidingvan capaciteit. Op dit moment wordt nog onderzocht wat er nodig is omop de langere termijn ook extra treinen over dat spoor te laten rijden.Maar het uitgangspunt is wel de bestaande situatie.Mevrouw Vedder vroeg mij nog of we niet meer geld moeten investerenin het doorfietsroutenetwerk, zoals de Hunebed Bikeway. Op dit momentheb ik structureel 6 miljoen euro om hierin te investeren. Dat loopt. Voor2027 komt er ook nog eens een tranche bij van 24 miljoen, juist voor ditsoort netwerken. We zijn nu dus al volle bak bezig met het investeren ingoede fietsverbindingen.Dat was het blokje Noord, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zag mevrouw Veltman haar handopsteken. Ga uw gang.Mevrouw Veltman (VVD):Ik heb specifiek een vraag over het knooppunt bij Meppel. Fijn dat er nuvoortvarend aan de slag kan worden gegaan en de eerste stappen gezetkunnen worden. De Staatssecretaris zegt dat we nu het huidige gaanverbeteren, dat het gaat om de huidige robuustheid en dat er voor delangere termijn weer nieuwe dingen aan de orde zijn. Maar mijn vraag isof deze Staatssecretaris zich er alsjeblieft eens in wil verdiepen of het juistmet het oog op het verbeteren van de huidige situatie en de stappen diewe nu gaan zetten, niet mogelijk zou zijn om met meer en anderevervoerders te rijden. Er staan daar iedere dag weer zo veel reizigers ophet perron die behoefte hebben aan meer treinen en meer verbindingen.Ik gun het de reizigers van en naar het Noorden zo.Staatssecretaris Aartsen:Ik wilde alleen even duidelijk maken dat we natuurlijk geen nieuwespoorverbinding aanleggen. We gaan wel iets uitbreiden in capaciteit. Wekunnen in dat onderzoek wel even kijken of we dit soort dingen kunnenmeenemen. Dat kan ik wel toezeggen.De voorzitter:Een toezegging op dit punt. Dan is de Minister weer aan de beurt, metvolgens mij het blokje ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6652 Minister Tieman:Noordwest-Nederland. Realisme. Gepauzeerd zijn vijf projecten: A1/A28knooppunt Hoevelaken, de Noordelijke Randweg Utrecht, A7/A8Amsterdam–Hoorn, A6 Almere Oostvaarders–Lelystad en de VaarwegIJsselmeer–Meppel. Het project Zuidasdok kent een forse budget-spanning.Wat doen we wel? We werken aan de realisatie van het project A9Badhoevedorp–Holendrecht. Hernieuwd perspectief: we stellen op ditmoment een plan van aanpak op voor een opgedeelde en gefaseerdeaanpak van het project A1/A28 knooppunt Hoevelaken, in combinatie methet voorkeursalternatief A1/A30 Barneveld. Eind 2025 willen we degepauzeerde MIRT-verkenning A27 Zeewolde–Eemnes herstarten.Dan ga ik naar de specifieke vragen. De heer Bamenga en de heer Van Dijkhadden een vraag over Amelisweerd. Het tracébesluit voor de A27 RingUtrecht is vastgesteld en ligt op dit moment bij de Raad van State. Het isnu aan de rechter om een oordeel te vellen. De Raad van State heeft omnadere informatie gevraagd. Hier wordt op dit moment aan gewerkt. Hetoverleg met de regio loopt. Er was ook een overleg gepland tussen mijnvoorganger en de regiobestuurders. Daar ga ik alsnog zeker invulling aangeven. Ik ga daar dus op af. Dat kon helaas niet doorgaan door de val vanhet kabinet en het wordt dus opnieuw ingepland.Dan Hoevelaken. Verschillende fracties hebben opmerkingen gemaaktover het plan van aanpak voor het knooppunt Hoevelaken, over deprioriteit, de planning en het vaart maken. Ik wil daarop ingaan. De nut ende noodzaak van de aanpak Hoevelaken is ook mij duidelijk. Juist daaromheb ik onderzocht of het project opgedeeld kan worden in fases,gefaseerd. Samen met de regio zie ik de meerwaarde van de opgedeeldeaanpak van het knooppunt Hoevelaken. Ik kan echter op dit moment noggeen concrete datum noemen voor de realisatie. Wel werk ik samen metde regio aan een plan van aanpak, met daarin te nemen stappen om deopgedeelde aanpak van Hoevelaken mogelijk te maken. Besluitvormingover dit plan van aanpak is voorzien in het BO MIRT 2025. De heer Stofferen mevrouw Vedder hadden ook vragen ten aanzien van Hoevelaken. Ikhoud het even bij de bewoordingen van daarnet, dat het plan van aanpakis voorzien voor het BO MIRT 2025.Mevrouw Vedder: Lelystad, Almere, Lelylijn. Even kijken of dat welhelemaal goed gaat. Wat krijgt Flevoland daarvoor terug? Het kabinetheeft met de voorjaarsbesluitvorming over het Mobiliteitsfonds200 miljoen euro gereserveerd voor de herstart van de verkenning A27Zeewolde–Eemnes. Ik ben met de regio in gesprek over hoe gezamenlijkde opgaven voor stikstof, capaciteit en middelen kunnen wordenopgepakt om de verbreding van de A6 tussen Almere en Lelystad zo snelmogelijk te laten plaatsvinden.De heer Pierik vroeg om een toelichting ten aanzien van de infrastructuur-projecten en hoe dan de regio’s daarbij betrokken worden. Voor de N9geldt dat er op dit moment geen prioritaire capaciteitsknelpunten zijn dieeen grootschalige investering van het Rijk rechtvaardigen, daar eenopwaardering van de N9 loopt en er op dit moment geen studie is. Welworden vanuit de 200 miljoen euro voor verkeersveiligheid op rijks-N-wegen voor 4 miljoen euro maatregelen getroffen op de N9, waarondereen ongelijkvloerse turborotonde bij Kogendijk. Deze maatregel wordt ingoed overleg met diverse regionale partijen nader uitgewerkt. In 2024 zijnde oversteekplaatsen bij Sint Maartensvlotbrug en Burgervlotbrug veiligingericht.De heer Pierik vroeg naar kleine infrastructuur, naar wat voor plan er ismet de Ketelbrug. Voor de Ketelbrug zijn er op dit moment geen plannen.De regio kan vragen over kleinere infra onder andere inbrengen in hetregionale verkeers- en vervoersberaad.De heer Pierik vroeg: is de Minister het eens met de BBB-fractie dat eengoede benutting van de doorstroming van belangrijke wegen bij bruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6653 als de Ketelbrug en de Haringvlietbrug niet beperkt mag worden in despitsuren als gevolg van oponthoud door de recreatievaart? Rijkswater-staat streeft per brug naar een zo vlot en veilige mogelijke doorvaart vande vaarweg en naar doorstroming op de wegen. Hierbij wordt rekeninggehouden met het aanbod van de scheepvaart en de drukte op de weg.Het streven is de bruggen zo te bedienen dat zowel de vaarweg als deweg optimaal kan doorstromen. Dat is even het antwoord.De heer Grinwis vroeg naar de A15, de A27, de A2, de A28 en knooppuntHoevelaken, de motie om het in fasen op te knippen. Daar heb ik net heteen en ander over toegelicht. Voor andere projecten wordt demogelijkheid tot het opdelen en faseren de komende periode naderuitgewerkt.Ik wil toch nog heel even terugkomen op de vaarwegrecreatie. Ik ga nogeven specifiek kijken wat kan binnen de wet, om dat geconsolideerd tedoen voor de recreatie, maar natuurlijk ook voor de weggebruiker, om diebalans wat beter te zoeken. Geeft u mij nog heel even de tijd daarvoor.De voorzitter:Dit blokje roept wel een drietal interrupties op. Ik begin met mevrouwVedder, vervolgend de heer Stoffer en dan de heer Bamenga, enmisschien wel meer.Mevrouw Vedder (CDA):Ik heb een vraag over Hoevelaken. En over de Haringvlietbrug. Die kwamnet voorbij, maar nog niet het antwoord op mijn vragen. Is dat dit blokjeof is dat een ander blokje? Ik wacht even af wat de Minister zegt.De voorzitter:Die komt in het blokje over de regio Zuidwest.Mevrouw Vedder (CDA):Dan wacht ik daar nog even mee, voorzitter.Ik had wat betreft knooppunt Hoevelaken ook nog gevraagd hoe het staatmet het projectteam dat is opgestart naar aanleiding van een recentemotie van meerdere partijen in de Kamer en of de demissionaire statusvan dit kabinet nog effect heeft op de voortgang van het traject. Ik snap,net als de regio denk ik, dat de Minister nog niet kan zeggen wanneer wegaan beginnen met het aanpakken van knooppunt Hoevelaken, maar ikzou toch graag wat meer willen weten over het proces tussen nu en hoewe daar dan komen ooit.Minister Tieman:Daar kom ik in de tweede termijn op terug.De heer Stoffer (SGP):Over datzelfde knooppunt Hoevelaken. Ik heb me altijd afgevraagd – daarheb ik nooit echt goed antwoord op gekregen van de voorvoorganger vandeze Minister – waarom dit project nu ooit bij die zeventien projectenhoorde die buiten de boot vielen. Toch was er net weer iets waarvan ikdacht «daar kan het mee te maken hebben», namelijk dat dit onder deregio Noordwest valt. Als je vanuit je gevoel naar Hoevelaken kijkt, denkje: dat hoort bij de regio Oost. Daar zou natuurlijk best iets kunnen zitten.Als je in Amsterdam woont of in Utrecht, ga je ’s morgens meestal ergensin het westen wat doen en kom je niet langs Hoevelaken. Misschien staathet daardoor wel minder op beeld, maar bij ons in de Kamer gelukkigallemaal volop. We hebben ons daar, denk ik, Kamerbreed, VVD, NSC,BBB en ongeveer iedereen die hier zit, druk over gemaakt. Ik denk dat deMinister ook niet anders wil. Dus zet erop door, Minister. Als u de Kamerop de een of andere manier tevreden wilt stellen, dan moet u dit volgensmij doen. Mijn vraag ging concreet over dat er al overeenstemming wasTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6654 over de eerste fase en of de Minister daar voortvarend mee aan de slaggaat. Dat hoeft alleen maar ja te zijn. Dan is het eigenlijk al genoeg.De voorzitter:Gezien de lengte van de vergadering zou ja of nee mooi zijn, maar ikwacht op het antwoord van de Minister.Minister Tieman:Ja. We zijn er voortvarend mee aan de slag. Het plan van aanpak, debesluitvorming daarover, is voorzien voor het BO MIRT 2025.De heer Stoffer (SGP):Dit wordt mijn laatste hè, voorzitter.De voorzitter:Ja, helaas wel.De heer Stoffer (SGP):Het is niet anders. Hoevelaken is mij altijd heel veel waard. Ik zie zelfs aande overkant iemand zitten met wie ik vroeger in mijn ambtelijke tijdsamen nog hard aan Hoevelaken heb gewerkt, dus dat motiveert meextra. Dat aan de slag zijn betekent ook concreet dat die schop binnenkortin de grond gaat. Gaat er ook echt fysiek wat gebeuren? Want op papierhebben we natuurlijk al heel veel gedaan, is er ontzettend veel gelukt. Iksnap dat de Minister er net zit, maar ik hoop dat hij antwoord kan gevenop de vraag wanneer er nu dadelijk echt buiten fysiek wat gaat gebeurenen wanneer er ook iets is afgerond.De voorzitter:Er ligt al zo veel papier. Daar zou je een bijna een fundatie van kunnenmaken. Het lijken wel staalslakken.Minister Tieman:Ik ga toch een antwoord geven dat u en een breder publiek misschien niethelemaal zint, meneer Stoffer. Ik kan op dit moment geen concrete datumnoemen voor die realisatie.De voorzitter:Hij wordt vast en zeker zo opgepakt. Meneer Bamenga, u had ook eeninterruptie op dit onderwerp.De heer Bamenga (D66):Jazeker. Dank voor de antwoorden van de Minister. Ik had een vraag overAmelisweerd. Volgens mij ging de Minister daarop in. Er ligt natuurlijk eenalternatief vanuit de regio. Ik wilde eigenlijk graag weten hoe de Ministertegen het alternatief aankijkt, want daar heb ik hem niet over gehoord. Ikhoorde wel een procesantwoord, maar niet een inhoudelijk antwoord overhoe de Minister kijkt naar het alternatief.De voorzitter:De Minister, kort en bondig graag.Minister Tieman:Ik heb me daar nog onvoldoende in kunnen verdiepen. Dat is het eerlijkeantwoord. Ik ga daar langs. Ik zorg dat het dan gebeurd is. Ik krijg op ditmoment ook signalen dat dat niet geheel voldoet, niet voldoet. Daar ga ikhet fijne nog over uitzoeken. Dat is even het eerlijke antwoord, meneerBamenga.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6655 De heer Bamenga, voor een tweede.De heer Bamenga (D66):Ja, dank u wel. Heel fijn dat u zich erin wilt verdiepen. Ik ben er zelf vorigeweek geweest en ik kan niet anders zeggen dan dat het ontzettendindrukwekkend is als je daar bent, als je het natuurgebied ook echt ziet enziet wat er eigenlijk op het spel staat, wat eventueel verbroken kanworden, vernietigd kan worden. Dus ik hoop dat de Minister daarnaartoegaat en in gesprek gaat met de regio, want het scheelt ook heel veelmiljoenen of het kan ieder geval ook heel veel miljoenen besparen als methet alternatieve plan aan de slag wordt gegaan. Ik hoop dat de Ministernaar die plekken toe gaat en net zo onder de indruk kan zijn als ik was, endaardoor ook het belang ziet van de regio om niet daarin in te grijpen methet tracébesluit en juist aan de slag te gaan met het alternatieve plan. Enmisschien wil de Minister aangeven wanneer hij van plan is omdaarnaartoe te gaan.Minister Tieman:Wanneer mijn agenda het toelaat, ga ik daar ruimte voor maken. Wat datbetreft gaan we gewoon door; de winkel is open. We doen het zo spoedigmogelijk.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van Dijk.De heer Olger van Dijk (NSC):Ik ga er toch ook een interruptie aan verbranden, omdat ik hier ook naargevraagd had en omdat ik er echt aan hecht dat we hier zo spoedigmogelijk een duiding bij krijgen. Deze Kamer zit daar bovenop. Hetgeplande bestuurlijke gesprek is al afgezegd. We hebben gehoord dat deMinister er snel heen gaat. Ik zou graag de toezegging willen van dezeMinister dat hij in ieder geval nog voor Prinsjesdag erheen gaat, datbestuurlijke gesprek heeft en deze Kamer voor Prinsjesdag informeertover wat dat bestuurlijke gesprek heeft opgeleverd. Dat scheelt ook eenmotie, denk ik. Ik hoop dat de Minister dat kan toezeggen, zodat dezeKamer zich daar nog op kan baseren in de laatste weken voor hetverkiezingsreces.Minister Tieman:Die toezegging kan ik doen, alleen lopen we nu wel juridisch een trajectdoor. Daar kan ik dan even niets aan doen. Ik hoop dat u daar begrip voorheeft. Maar die duiding ten aanzien van dat alternatief ga ik tot me nemen.Daar kom ik dan voor Prinsjesdag bij u op terug.De voorzitter:Dan de heer Pierik nog.De heer Pierik (BBB):Ik ben blij dat de Minister ook aangaf dat hij altijd gaat voor een goededoorstroming van het verkeer. Op de Ketelbrug en de Haringvlietbrugstaan in de spits af en toe duizenden auto’s te wachten voor een zeiljachtjedat net een meter of zo te hoog is. Dat roept nogal wat irritaties op. Ik zougraag van de Minister een soort toezegging willen hebben wanneer hijdaarop terugkomt. Dat kan in ieder geval een motie besparen.De voorzitter:Ik hoorde niet echt direct een vraag van de heer Pierik, maar misschientoch een antwoord van de Minister.Minister Tieman:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6656 Het antwoord is dat ik me op korte termijn ook laat informeren over demogelijkheden die we daar hebben voor een vlotte doorvoering bij datene jachtje, om een betere balans te vinden tussen woon-werkverkeer enrecreatie. Zo spoedig mogelijk laat ik me informeren daaromtrent. Dezezomer krijgt u daar informatie over.De voorzitter:Ik dank u wel. Als woordvoerder van de PVV mag ik soms ook meedoenmet de interrupties. De Ketelbrug kan twee keer per uur opengaan.Amsterdam heeft gewoon een nachtsluiting ingevoerd om problemen tevoorkomen. Ik pleit niet voor een nachtsluiting, maar ik kijk toch naar deStaatssecretaris voor oplossingen.De Staatssecretaris gaat gelijk verder met zijn blokje Noordwest-noord.Staatssecretaris Aartsen:Als Staatssecretaris kan er niet veel over zeggen, maar bij het bezoekenvan mijn schoonmoeder in Emmeloord vanuit Breda is het heel hinderlijkals die twee keer per uur opengaat. Aan de andere kant: dan is hetweekend, dus dan is geduld een schone zaak.Voorzitter. Gemakshalve richt ik me op de vragen die zijn gesteld op hetgebied van Noordwest. Die betreffen in mijn blok met name deMerwedelijn. Daar is nu een bedrag van 1,2 miljard voor uitgetrokken. Datis slechts voor de eerste fase. Er zit wel spanning op de ramingen van wathet daadwerkelijk gaat kosten. Dat gaat meer worden. Ik wil dat tochgraag betrekken bij het BO MIRT dat we ook met deze regio hebben. Aande ene kant zorgt dit natuurlijk voor een goede ontsluiting van heel veelwoningen. Tegelijkertijd gaat het om heel erg veel geld voor de eerstefase. Dan ben je dus nog niet in Rijnenburg, waar de meeste woningenzitten. De regio heeft zelf 500 miljoen gevraagd van de 2,5 miljard die wehebben. Dat is wel heel erg veel geld, zeg ik er even bij. Ik vind dat wedaar een balans in moeten gaan zoeken met elkaar, in het kader van «alleregio’s tellen». Ik heb nu vooral de regio zelf uitgedaagd – dat blijf ik doen– om te kijken hoe ze ten eerste het gat kunnen overbruggen, maar ookhoe ze alles een beetje met elkaar in balans kunnen brengen. We gaan inhet BO MIRT spreken over hoe we die balans op dit project gaan vinden. Iksnap het belang ervan. Het gaat om heel veel woningen, in potentie75.000. Tegelijkertijd is het heel erg veel geld voor slechts de eerste fase,die toch vooral een stedelijk gedeelte is. De grootschaligheid zit natuurlijkbij de Rijnenburgpolder. Die puzzel gaan we nog leggen met elkaar.Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord als het gaat om dit blok.De voorzitter:Ik zie geen interrupties, dus ik verzoek de Minister met volle snelheid doorte gaan met het blokje Oost-Nederland, volgens mij.Minister Tieman:Dat klopt. Zal ik doen, voorzitter. Realisme. Gepauzeerd zijn drie projecten:A1/A30 Barneveld, A1/A35 knooppunt Azelo–Buren en A50 Ewijk–Bankhoef–Paalgraven. Wat doen we wel? Voor de maatregel verbin-dingsboog A1/A30 stelt het ministerie 12 miljoen euro beschikbaar.Hiermee wordt een deel van het gepauzeerde project A1/A30 Barneveldalvast gerealiseerd. A1 Apeldoorn–Azelo is onlangs opengesteld. Wewerken aan de planuitwerking van de verkeersveiligheidsmaatregelen –dat is een rijbaanscheiding op de N36 en de N50 tussen Kampen enRamspol – en aan de verkenning van de N35 Wijthmen–Nijverdal,alsmede aan de planuitwerking voor kleine maatregelen bij de A28Amersfoort–Hoogeveen.Hernieuwd perspectief. We gaan aan de slag met het MIRT-projectA12/A15 Oudbroeken, ViA15. Morgen, op 3 juli, staat gepland een contractmet de aannemer te ondertekenen, waarna in 2026 de uitvoering zalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6657 starten. We gaan aan de slag met kleine projecten, zoals de N50 Kampenen Kampen-Zuid.Mevrouw Veltman vroeg naar de verkeersveiligheid ten aanzien van deN50. Voor de rijbaanscheiding tussen Kampen en Ramspol op de N50 ismomenteel 21 miljoen euro beschikbaar. Dit is niet voldoende om derijbaanscheiding te realiseren op de nu onderzochte uitvoeringswijze.Daarom kijken we nu, ook in het licht van de motie-Pierik, naar demogelijkheden om de rijbaanscheiding te realiseren binnen hettaakstellend budget. Ik heb net aangegeven dat ik ook naar de regio gavoor dit onderwerp, om te bezien wat we daar nog kunnen betekenen.Maar ik geef ook echt even die winstwaarschuwing af ten aanzien van water mogelijk is qua budget. Maar de inzet van extra middelen, bijvoorbeeld65 miljoen euro voor de N50, betekent een herprioritering en gaat tenkoste van andere belangrijke projecten, die dan stilgelegd zouden moetenworden.De heer Van Dijk vroeg naar de stand van zaken rond de N35 bijMariënheem. De rondweg-Mariënheem maakt onderdeel uit van deverkenning N35 Wijthmen–Nijverdal. Op het BO MIRT van dit najaar kannaar alle waarschijnlijkheid de ontwerp-voorkeursbeslissing wordenvastgesteld, waarna in 2026 de voorkeursbeslissing vastgesteld kanworden en de verkenning definitief wordt afgerond. Na het vaststellen vande voorkeursbeslissing kan eventueel de planuitwerking starten, mitsvoldaan wordt aan de randvoorwaarden van capaciteit en stikstof.Mevrouw Vedder vroeg om een reflectie van mijn kant wat betreftGelderland, A50/A1/A30. Om de tekorten op te lossen is het noodzakelijkom in het Mobiliteitsfonds scherpe keuzes te maken. IenW richt zich op deherstart van projecten die op dit moment geen belemmeringen onder-vinden ten aanzien van stikstof, uitvoeringscapaciteit en financiën. Voorde A50/A1/A30 is duidelijk dat op dit moment niet kan worden voldaanaan deze randvoorwaarden. Daarom hebben mijn voorgangers beslotenom deze projecten te pauzeren. IenW begrijpt – wij begrijpen; ik begrijp –dat dit tot knelpunten kan leiden. Daarom zijn we in gesprek met deregio’s om die knelpunten te adresseren.Mevrouw Veltman vroeg: «In de Voorjaarsnota is budget vrijgemaakt voorde N36. Wat ons betreft is nu snelheid geboden. Wanneer kunnen dewerkzaamheden starten?» De 115 miljoen euro die vanuit deVoorjaarsnota is toegevoegd aan het budget voor de N36 helpt, maar isop dit moment nog niet voldoende voor deze rijbaanscheiding op de nuonderzochte uitvoeringswijze op de gehele N36. Ik bekijk nu, zoals demotie-Pierik ook vraagt, of de versobering ertoe kan leiden dat een groterdeel van deze N36 wel kan worden aangepakt, wellicht ten koste van ietsmeer hinder en iets hogere risico’s. Ik kijk ook of andere maatregelen,waaronder bijvoorbeeld een eenvoudiger rijbaanscheiding, de verkeers-veiligheid over een nog groter deel van deze N36 kunnen verbeteren. Wezijn hierover in gesprek met de regio. Ik zal de Kamer informeren over devoortgang.Mevrouw Veltman vroeg naar de focusflitser en het niet inzetten daarvanop de N36. Over de toewijzing en plaatsing van focusflitsers beslist hetOpenbaar Ministerie. Voor de N36 zijn twee focusflitsers aangevraagd. Hetstreven is dat er minimaal één nog dit jaar kan worden geplaatst.De heer Boutkan vroeg: gaat de Minister niet alleen bij de N50 maar ookbij andere N-wegen leveren? Met de aanpak van 200 miljoen euro voorhet verbeteren van de rijks-N-wegen, verbeteren we de verkeersveiligheidop diverse N-wegen in twee tranches. Dit jaar nog worden maatregelengetroffen uit de eerste tranche op de N99 en op delen van de N57 en N59.De realisatie of planuitwerking voor de maatregelen op de N33, N18 en N9start vanaf 2026. Daarnaast investeert het Rijk via de InvesteringsimpulsVerkeersveiligheid ook in de N-wegen in beheer van de medeoverheden.Daarnaast wordt gewerkt aan het MIRT-onderzoek naar de N33-NoordTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6658 tussen Appingedam en Eemhaven en de N35 tussen Wijthmen enNijverdal.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat mevrouw Veltman een interruptie heeft.Mevrouw Veltman (VVD):Dank voor de toelichting op deze wegen van dit deel van Nederland. Ikheb vragen over de N50 en de N36. De Minister geeft aan: we snappen hetgrote probleem bij de N50, maar als we nu de eerste stap zouden willenzetten die echt helpt, dan kost dat 75 miljoen en dat gaat ten koste vanandere belangrijke projecten. Tegelijkertijd hebben wij in het afgelopenjaar gezien dat de vorige Minister de keuze heeft gemaakt om 200 miljoeneuro aan de A27 bij Eemnes te besteden. Begrijp me goed: ik vind iederstukje weg dat wordt aangelegd fantastisch, ook hier. Maar die weg stondop geen enkel lijstje, staat in geen enkele file-top-tien. Het staat ook niet ineen lijst van plekken waar de meeste ongevallen gebeuren en waar duseen verkeersveiligheidsprobleem is. En toch zijn het de mensen die iederedag op die N50 staan en zien hoe gevaarlijk het daar is, die zich al jaren zoveel zorgen maken. Zij doen al jaren een beroep op ons en zeggen: pakdie weg alsjeblieft aan. Dus kan de Minister mij toelichten hoe dan dieafweging – ik zou bijna zeggen «in vredesnaam» – is gemaakt tussen hetene project, waar we het van tevoren nooit over hebben gehad, en ditproject, dat hier bijna wekelijks op de agenda staat in de Tweede Kamer?Dat laatste is wat overdreven; laten we er «maandelijks» van maken.Minister Tieman:Tweede termijn, alstublieft.De voorzitter:Als we daaraan toekomen. Dat hoop ik.Mevrouw Veltman (VVD):Voorzitter, ik had nog een tweede punt.De voorzitter:U bent door uw interrupties heen, wordt mij ingefluisterd. De heer Pierikvoor zijn laatste interruptie.De heer Pierik (BBB):Dan gaat mijn laatste interruptie toch ook naar de N50. De Minister geefteen winstwaarschuwing. Hij wil kennelijk de kans dat het allemaalgeregeld wordt toch een beetje downsizen. We hebben deze week eenpetitie aangeboden gekregen. We hebben het niet over 363 miljoen euro.We hebben gezegd dat we dat gefaseerd moeten aanpakken. Er ligt al22 miljoen op tafel. Dan gaat het in die eerste fase nog over een additi-oneel bedrag van 45 miljoen. Dan zou ik toch willen zeggen: een winst-waarschuwing of niet, laten we onze stinkende best doen om uiteindelijkook die 45 miljoen bij elkaar te harken om in ieder geval die eerste fase zosnel mogelijk te realiseren. Wil de Minister zich daar ten volle voorinzetten?De voorzitter:De Minister. Daar kan eigenlijk maar één antwoord op zijn.Minister Tieman:Ik ga me daar ten volle voor inzetten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6659 Ik kijk verder rond. Er zijn geen verdere interrupties. Dan de Staatssecre-taris over Oost-Nederland.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Er zijn twee vragen te beantwoorden aan mijn kant. Erlopen op dit moment gesprekken over het intercitystation Harderwijk.ProRail doet in opdracht van de regio op dit moment ook onderzoek naarde keervoorzieningen en overwegmaatregelen in Harderwijk. Wij wachtenechter nog wel op een officiële aanvraag vanuit de gemeente Harderwijken Nijkerk samen met de provincie Gelderland voor dit intercitystation.Dat moeten ze natuurlijk zelf wel aanvragen. Dan kunnen wij datmeenemen in de beoordeling van woningbouw op korte termijn in hetkader van de 2,5 miljardregeling. Dat zal in dit najaar in het BO MIRTbesproken worden.Dan nog de vraag over het vierde perron in Deventer. We verwachten datProRail het onderzoek hierover richting het BO MIRT kan afronden. Deeerste conceptresultaten zal ProRail voor de zomer nog met de regiobespreken.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond om te zien of er nog vragen zijn. Dat is niethet geval. Dan gaan wij door met de Minister, met Zuid-Nederland. Gaatuw gang.Minister Tieman:Correct, voorzitter. Zuid-Nederland, realisme – wat doen we wel? – enhernieuwd perspectief.Realisme. Gepauzeerd zijn de projecten A2 Deil-Vught, A67 Leenderheide–Geldrop, A58 Breda–Tilburg, A58 Sint-Annabosch – Galder en de A50Ewijk–Bankhoef–Paalgraven. Ook zijn er helaas aanzienlijke meerkostenvoorzien voor de realisatie van het project A12 Het Vonderen–Kerensheide. Voor de gepauzeerde projecten zijn mitigerende maatre-gelen afgesproken, met een rijksbijdrage van in totaal 98 miljoen. Weinvesteren volop in de Brainport Eindhoven. Zo is onlangs een startbe-slissing A2/N2 genomen en is de A58 Eindhoven–Tilburg niet gepauzeerd.Hernieuwd perspectief. We gaan de komende jaren aan de slag met hetenorme project A27 Houten–Hooipolder, waar ik gisteren was. Ook gaanwe aan de slag met kleine projecten, zoals de A67 en de A73, knooppuntZaarderheiken.Dan de individuele vragen. Mevrouw Veltman en de heer Stoffer vroegen:gaat de Minister alsnog met de regiopartijen om de tafel ten aanzien vande quickscan fasering A2 Deil–Vught? De mogelijkheid tot het opdelen enfaseren wordt de komende periode nader onderzocht. Wij gaan hierovernog in gesprek met de regio. Het aanpakken van de bruggen is essentieelom de doorstroming op dit traject te verbeteren. De twee bruggen bij deMaas en de Waal zijn echter de duurste onderdelen van deze wegver-breding. Zelfs als je een deel verbreedt met één brug, is er nog steeds veelbudget nodig bij de herstart. Volgens een eerste inzicht van het ministeriecreëer je juist een flessenhals en meer file bij het verbreden van een deelvan de weg bij de A2 Vught zonder één of twee bruggen. Dit is onwen-selijk.De heer Stoffer zei: na de start van de A27 is een maand geleden aan derem getrokken en wordt een deel naar achter geschoven, wat groteonzekerheid geeft. Hij vroeg: kan dit niet anders? Nee, helaas, dit kan nietanders. De A27 Houten–Hooipolder is een complex en heel groot project,dat met forse kostenstijgingen te maken heeft. Om de urgente onderdelenvan dit project uit te voeren zijn extra middelen gereserveerd. Gelet op demogelijkheden in het Mobiliteitsfonds zijn er echter niet voldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6660 middelen om de gehele scope maakbaar te houden. Het blijft wel deintentie om uiteindelijk het gehele tracébesluit uit te voeren.De heer Van Dijk sprak over Prinsenbeek bij Breda. De heer Aartsen hadeen blik van herkenning daarbij. De Integrale Mobiliteitsanalyse is leidendin de keuzes die worden gemaakt voor investeringen in de rijksinfra-structuur. De knelpunten op het hoofdwegennetwerk die hieruit naarvoren komen, krijgen prioriteit bij het Rijk. Het genoemde knelpunt komtop dit moment niet uit die analyse naar voren. Het gaat hier met nameover de overbelasting van het onderliggende wegennet, van lokalewegen. Dit is aan de regio.Mevrouw Veltman had een vraag over de kwetsbaarheid en de bereik-baarheid. Bij een storing in de Vlaketunnel in de A58 is de provinciepraktisch afgesloten. Een degelijke calamiteitenroute ontbreekt. Wat doethet ministerie om dit op korte termijn te verbeteren? Een nieuwe,alternatieve snelwegverbinding aanleggen zal niet mogelijk zijn. Met debetrokken hulpdiensten zal in het geval van een calamiteit het verkeer zogoed mogelijk afgewikkeld worden. Een nieuwe, alternatieve snelweg isniet mogelijk. Met dit antwoord moet mevrouw Veltman het doen,voorzitter.Mevrouw Veltman vroeg: hoe kijkt de Minister aan tegen het voorstel vande provincie om de Midden-Zeelandroute op te nemen als volwaardigetweede hoofdontsluiting in het hoofdwegennet? In het kader van Zeeland2050 zullen afspraken gemaakt worden tussen de diverse departementen,waaronder het Ministerie van Ruimtelijke Ordening, BZK, KGG, LVVN enhet Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en de Zeeuwseoverheden, de provincie en de gemeente, over ruimtelijke opgaven en derol van Nederland en Zeeland daarbij. Denk aan kernenergie en dewoningbouwopgave. Nut en noodzaak van ingrepen in de Midden-Zeelandroute om van deze route een tweede hoofdontsluiting te maken,zullen moeten worden aangetoond in het kader van Zeeland 2050.Mevrouw Veltman vroeg naar de Maasbrug bij Gennep. Dat is een brugvan Rijkswaterstaat, gevaarlijk smal en slecht onderhouden. Het fietspadwordt intensief gebruikt. Dit klopt. Dit is al vaker aangekaart. Het antwoordblijft echter hetzelfde: de verbreding van het fietspad op de brug is eenverantwoordelijkheid van de betreffende wegbeheerders. De wegbe-heerders kunnen daarbij gebruikmaken van de derde tranche Investerings-impuls Verkeersveiligheid.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik kijk even rond, en ik zie dat de heer Van Dijk zich meldtvoor zijn derde interruptie.De heer Olger van Dijk (NSC):Toch even over Prinsenbeek en Breda, want ik wil natuurlijk ook dat deStaatssecretaris na een week van noeste arbeid een beetje op tijd thuiskan komen, en het loopt daar wel echt vast. Het gaat daar echt niet goed.Ik begrijp dat we allerlei analyses hebben die leidend zijn voor deagendering, maar toch zou ik willen vragen om eens goed te kijken naarspecifiek deze problematiek. Dan zou het best zo kunnen zijn dat hetantwoord is: we moeten, behalve Eindhoven–Tilburg, een aantal andereprojecten op de A58 ook zo snel mogelijk herstarten; het zijn er meerdere.Sint-Annabosch – Galder werd ook al even genoemd. Mijn vraag is dantoch: zou er specifiek vanwege de problematiek rond Breda ook watverder op de A58 nog naar een aantal van de gepauzeerde projectenkunnen worden gekeken?Minister Tieman:Ik zal ernaar kijken, meneer Van Dijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6661 De voorzitter:Daar moet u het dan mee doen. Dan ga ik naar de Staatssecretaris, voorhet blokje Zuid-Nederland.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik heb twee vragen gekregen. De eerste gaat over dedecentralisatiebijdrage in Limburg, de 6 miljoen euro. Het klopt dat er noggeen afspraken gemaakt zijn met Limburg. Er spelen meerdere dossiershierover. Op dit moment zijn er op ambtelijk niveau gesprekken gaandeom te kijken hoe we hierover passende afspraken kunnen maken. Ik hoopdat we voor het BO MIRT nog een aparte afspraak met de Limburgsecollega’s kunnen maken om wat breder te spreken over alle dossiers diehier spelen. Ik kan dus toezeggen dat ik daar voor het BO MIRT nog eenafspraak over ga maken. Dat gaat alleen niet deze zomer nog lukken, denkik, dus we moeten even kijken hoe dat in de tijd gaat passen.Dan de vraag over de problematiek in Den Bosch en Eindhoven, over alleswat er in de Brainportregio speelt. Ook daar werken wij op dit momenthard aan, met een apart BO over de Brainportregio, over het verbeterenvan stations en ov-verbindingen met innovatieve oplossingen. We zien datde enorme economische kracht die uitgaat van de Brainportregio gepaardgaat met sterke groei. We zien dat die ook elders in Brabant en Limburgen zelfs over de grens zijn plek weet te vinden. Daarom zijn er apartegesprekken over een goede manier om dat vorm te geven.Tot zover.De voorzitter:Ik dank de Staatssecretaris. De heer Bamenga heeft een interruptie. Dat iszijn derde.De heer Bamenga (D66):Fijn dat er inderdaad afspraken gemaakt worden met de regio Eindhoven,maar ook elders in Limburg. Juist vanwege wat er zich afspeelt bij deBrainport, gaan steeds meer mensen in bijvoorbeeld Weert wonen. Ik hebgevraagd of die verbinding verbeterd zou kunnen worden. Toen heb ik desuggestie gedaan om te kijken naar de BRT, de Bus Rapid Transit, omdatdaarnaar gevraagd werd. Ik vroeg me af welke stappen er sindsdien zijngezet, maar goed, misschien weet de huidige Staatssecretaris dat niet zoeen-twee-drie. Misschien kan hij daarover gesouffleerd worden of daaropin tweede termijn een antwoord geven.Staatssecretaris Aartsen:Daar kom ik graag in tweede termijn op terug.De voorzitter:Ik wou net zeggen: ik hoor de Staatssecretaris zeggen dat hij daar intweede termijn op terugkomt. Ik zie dat er verder geen interrupties meerzijn, van degenen die nog interrupties hadden. Ik kijk naar de Minister. Diegaat aan zijn laatste blokje beginnen: Zuidwest-Nederland.Minister Tieman:Zuid-Holland en Zeeland, absoluut. Gepauzeerd zijn zes projecten: A15Papendrecht–Gorkum, A4 Haaglanden-N14, A16 Van Brienenoordcorridor,A4 Burgerveen-N14, de Volkeraksluizen en de Kreekraksluizen. Er is eenforse vernieuwingsopgave; denk aan de Van Brienenoordbrug. Wat doenwe wel? Dit najaar wordt de A16 Rotterdam opengesteld. De A24Blankenburgverbinding en de Rijnlandroute zijn in 2024 opengesteld voorhet wegverkeer, zoals u in de media heeft kunnen zien. We werken aan deplanuitwerking voor de A20 Nieuwerkerk aan den IJssel, knooppuntGouwe. Voor de gepauzeerde projecten A15 Papendrecht–Gorkum en A4Haaglanden-N14 zijn mitigerende maatregelen afgesproken, met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6662 rijksbijdrage van 67 miljoen euro, onder andere voor de capaciteitsuit-breiding voor de Harnaschknoop, de aansluiting van de N211 op de A4,ter waarde van 35 miljoen euro. Hiermee wordt een deel van hetgepauzeerde project A4 Haaglanden-N14 alvast gerealiseerd. En voor deperiode 2026 tot en met 2035 – dat is het stukje hernieuwd perspectief –zal een aanpak worden gestart om het aantal rit- en spitsmijdingen op deA15 en de A4 te verhogen, inclusief kleine ondersteunende maatregelenzoals investeringen in de fiets en het openbaar vervoer. Hier is 16 miljoeneuro voor beschikbaar.Dan ten aanzien van de individuele vragen. De heer Stoffer vroeg naar hetdoorstroomplan voor Papendrecht. Hij had het over de grote ellende daaren vroeg of ik dit alsnog wil oppakken. Vanaf 2026 tot en met 2035 zal ereen aanpak lopen om 5.000 rit- en/of spitsmijdingen te bewerkstelligen.Hiervoor is een bedrag beschikbaar van 16 miljoen euro. Meer middelenzijn op dit moment niet voorhanden. We gaan die inzetten voor afsprakenmet de werkgevers, Anders Reizen, Zuid-Holland Bereikbaar, ziekenhuizenen attracties. Ik heb hier trouwens staan dat deze opmerking ook voor deheer Grinwis is. Dus Papendrecht en die regio hebben ook mijn aandacht.Ik zet hier ook nog even een streep onder.De heer Stoffer vroeg naar de vleermuis. Bij de A2 tussen Het Vonderenen Kerensheide is de beschermde vleermuis aanwezig. Het oordeel vandeskundigen is dat de vleermuis niet in staat is om andere routes tevolgen. De vergunningverlener baseert zich vervolgens weer op hetoordeel van de deskundigen. Dit is wettelijk verplicht conform deNederlandse wet- en regelgeving.Zou het niet tijd zijn om te starten met een verkenning voor de vervangingvan de Haringvlietbrug? Dat was een vraag van mevrouw Vedder. Gisterenbij het werkbezoek van Rijkswaterstaat kwam ook naar voren dat het vastedeel van de Haringvlietbrug aan vervanging toe is. Het beweegbare deel isal wel vervangen. Daarom zijn de voorbereidingen voor de vervanging opdit moment reeds door Rijkswaterstaat gestart. Dit is ook reedsopgenomen in het Meerjarenplan Instandhouding, dat ik met uw Kamerga delen. De realiteit is dat er in de begroting nog geen financiëlemiddelen zijn voor de vervanging. Hier wordt dus nog wel aan gepuzzeld.Maar ik zet ook even een streep onder de Haringvlietbrug, ook in verbandmet de situatie van een drietal jaren geleden. Dit heeft ook de aandachtbinnen het ministerie. We moeten nog net iets meer in dit onderwerpduiken. Maar ik ga alles omtrent de Haringvlietbrug helemaal tot menemen, zodat ik van de hoed en de rand weet.De Bodegravenboog bij Bodegraven. Daar wordt veel over gesproken.Wordt dit project prioritair gekoppeld aan de woningbouwopgave? Datwas ook een vraag van mevrouw Vedder. Het antwoord is nee. Er zijn opdit moment geen middelen beschikbaar voor de Bodegravenboog, nochbij de regio, noch bij het ministerie. Er is geen prioritaire koppeling met dewoningbouwopgave gemaakt. Momenteel werkt de provincie aan eeneindbeeld van deze Bodegravenboog, om daarna, in de toekomst, vasteen fietsverbinding te kunnen regelen. Verder zijn er op dit moment geenplannen voor de Bodegravenboog. Dit is eerder besproken in het BOMIRT. Weet dat de regio de Bodegravenboog ook niet heeft voorgesteldals een uit te voeren maatregel vanuit de 280 miljoen euro die beschikbaaris voor kleine verbeteringen aan het autonetwerk.De heer Pierik vroeg naast de grote MIRT-dossiers ook mijn aandacht voorde provincies en de bereikbaarheid, die op dit moment nationaal nog teweinig aandacht krijgen. Denk hierbij ook aan de Bodegravenboog. Dankom ik tot dezelfde opmerkingen als die ik net heb gemaakt. Nogmaals,het is geen verwijt aan de regio dat dit niet is ingediend om aanspraak temaken op die 280 miljoen euro. Het is in de regio niet als prioriteit naarvoren gekomen.Tot zover, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6663 De voorzitter:Ik dank u wel. Ik kijk even of dit nog vragen oproept. Dat is niet het geval.Dan gaan we snel schakelen naar de Staatssecretaris.Minister Tieman:Eén vraag ...De voorzitter:Mijn excuses. Een nabrander van mevrouw Vedder. Dit is slechts uw derdeinterruptie, dus gaat uw gang.Mevrouw Vedder (CDA):Ik was eigenlijk wel verbaasd over de reactie van de Minister over hetfinanciële commitment, want mij bereiken vanuit onze lokale afdelingenjuist andere geluiden, namelijk dat omliggende gemeentes en het lokalebedrijfsleven hier wel financieel aan willen bijdragen. Hoe verhoudt zichdat dan tot elkaar? Ik krijg signalen dat de regio dus wel echt wacht opactie, desnoods door bijvoorbeeld gefaseerd met de aanleg te beginnen.Klopt het dat er helemaal niets speelt? Is dat de boodschap aan de regio?Dat matcht namelijk niet met de geluiden die ik hoor.De voorzitter:En, mevrouw Vedder, over welke regio hebben we het dan?Mevrouw Vedder (CDA):Het gaat over de Bodegravenboog, dus over Bodegraven.De voorzitter:Dan is dat even lekker ...Mevrouw Vedder (CDA):Excuus, even vergeten.De voorzitter:... helder en duidelijk voor iedereen.Minister Tieman:Daar kom ik in de tweede termijn nog even op terug, want er moet geenmisverstand over bestaan. Dit is wat ik hier nu meekrijg, maar vanuit deregio hoort u iets anders. Natuurlijk is er misschien ook nog wat ruimtenaar de provincie toe. Wij zijn dat even aan het uitzoeken, om eendubbelcheck te doen. Ik rij zelf langs deze Bodegravenboog. Ik weet waarhet over gaat. Het gaat over de verbinding tussen Alphen aan den Rijn enRotterdam.Ik ben u nog een antwoord verschuldigd ten aanzien van de waterbus, alsik meteen van deze gelegenheid gebruik mag maken, voorzitter. Ik zal hetkort houden. De waterbus wordt op dit moment in opdracht van deprovincie Zuid-Holland gevaren. De provincie bepaalt wanneer deze vaart.Indien de waterbus een goed alternatief is op het moment dat deMerwedebrug wordt gerenoveerd, is het aan de provincie, betrokkenen,de gemeenten en Rijkswaterstaat om afspraken te maken over de inzet.Het is primair aan de regio, maar onze deur staat ook wel open.De voorzitter:Dank u wel voor het beantwoorden van deze vergeten vraag. Dan gaan wealsnog naar de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. De heer Stoffer heeft mij een vraag gesteld over de pilotin Zeeland met publieke mobiliteit. Op dit moment loopt de pilot nog inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6664 Zeeland. Die loopt simpelweg te kort om daar nu al conclusies uit tetrekken. Ik kan wel zeggen dat wij natuurlijk met zeer veel interesseuitkijken naar de hele combinatie tussen publiek gefinancierde vervoers-stromen zoals het reguliere ov en het doelgroepenvervoer, het flexvervoeren de regiotaxi’s tot een soort publiek mobiliteitssysteem. Er loopt op ditmoment ook een ambtelijke verkenning samen met de collega’s vanFinanciën, Binnenlandse Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, enVolksgezondheid, Welzijn en Sport, om te kijken hoe die integratiemogelijk kan zijn, juist in gebieden waar je soms denkt: waarom gebeurtdit dubbel; kunnen we dat niet slimmer integreren tot iets intelligents? Wehopen ... Nee, sorry, we hopen niet. We gaan u natuurlijk toezeggen dat uwordt geïnformeerd over de uitkomsten van deze verkenning voor hetBO MIRT in het najaar. Dan kunnen we die verkenning naar u toe sturenen kijken hoe we daarmee verdergaan.De voorzitter:Ik dank u.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter, ik heb nog een blokje overig. Dat blokje betreft ...De voorzitter:Ja, dat had u aangekondigd.Staatssecretaris Aartsen:Ja, het was natuurlijk niet een onbelangrijk Kamerlid dat wat vragen hadgesteld over de problemen op het spoor bij de NS. Misschien is hethandig dat ik die nog even doe, voordat we de beantwoording van dezijde van het kabinet afronden. De heer Boutkan heeft mij namelijkgevraagd hoe ik kijk naar de storingen en de vertragingen de afgelopentijd bij de NS. Ik kan delen dat ik die zorgen natuurlijk deel. Daarbij zeg ikwel dat ik inderdaad herken wat de heer Boutkan zegt, namelijk dat hetiedere keer weer de medewerkers van NS en ProRail zijn die de klappenmoeten opvangen op het moment dat er zaken verkeerd gaan. Toch ga ikme er niet bij neerleggen, want ook al heb je een storing, ook al is hetwarm, ook al zijn de omstandigheden verschrikkelijk, dan nog vind ik hetgewoon niet normaal en niet fatsoenlijk dat je dat afreageert op NS- ofProRail-medewerkers. Ik vind ook dat we daar een veel strakkere norm inmoeten gaan stellen. Dat ga ik ook doen. Ik ben heel blij dat ik vorige weekeen eerste besluit heb kunnen nemen om de boetes in het openbaarvervoer met 40% te verhogen. Daar zal het niet bij blijven wat mij betreft.We gaan echt een paar stappen zetten om ervoor te zorgen dat het fatsoenweer terugkomt in het openbaar vervoer, voor de mensen die met hetopenbaar vervoer reizen, maar zeker ook voor de mensen die het mogelijkmaken dat we überhaupt openbaar vervoer hebben. Dus wacht u maar af,zou ik bijna willen zeggen.Dat gezegd hebbende, de vraag van de heer Boutkan ging over hetcontact dat er al dan niet zou zijn geweest. Ik ga dit incident nog onder deaandacht brengen bij de NS. Het is mij niet bekend, maar dat zegt op zichniks. Ik ga het dus nog wel onder de aandacht brengen, want juist datcontact is inderdaad in het geval van incidenten of probleemsituatiesnatuurlijk cruciaal, voor de reizigers, maar ook voor de medewerkers zelf.Ik ga dat incident dus nog onder de aandacht brengen bij de NS.Tot zover.De voorzitter:Dank u wel voor de beantwoording van de vraag van het lid Boutkan.Maar het lid Boutkan heeft hier nog wel een vraag, een interruptie, over. Ikzag mezelf op het lijstje staan. Waar het natuurlijk om gaat, is dat ercontinu, achter elkaar, problemen zijn. Dat kan technisch zijn: een kapotteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6665 spoorwegovergang, een brand in een goederentrein, een defecte trein,kapotte bovenleidingen; je ziet het steeds vaker. Ik heb het jaarplan voor2024 van de NS gelezen, waarin staat hoe zij bepaalde acties doen enallerlei maatregelen nemen, maar het onbegrip bij de reizigers blijft, doorde desinformatie. Je kijkt op je app, je krijgt een bepaalde aanbeveling enje bent nog geen minuut onderweg of je gaat al het schip in, in dit gevalmet dat gele gevaarte. Hoe ziet de Staatssecretaris de mogelijkheden voorzich om daar verbeteringen in aan te brengen, is de vraag.De heer Stoffer (SGP):Dit was een veel te lange, een dubbele, interruptie, voorzitter.De voorzitter:Ik had er nog vier te gaan.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter, ik kan me dat heel goed voorstellen, helemaal als die communi-catie natuurlijk niet goed is. Je vraagt je als reiziger af: wat moet ik nu;hoe gaat dit verder? Tegelijkertijd is het soms toch ... Ik merk dat nu ook. Ikword als Staatssecretaris af en toe geïnformeerd als zaken zich voordoenop het perron. We hebben natuurlijk een enorm spoornetwerk inNederland. We hebben 3.400 kilometer aan spoor. Overal waar gewerktwordt, waar gebruik van iets wordt gemaakt, gebeurt wel eens een keeriets. Het is dus niet gek dat dat ook op het spoor weleens gebeurt. Maar ikkan de zorgen van de heer Boutkan zeker nog overbrengen in mijnreguliere gesprekken met de NS. Je wil in ieder geval dat aan de ene kantde reiziger wordt geïnformeerd, maar je wil natuurlijk ook incidenten zoalsde situatie die zich gisteren voordeed, prioriteit geven. Mensen moestenin een hete trein blijven zitten wachten. Ik kan me die zorgen dus zekervoorstellen. Ik kan de heer Boutkan toezeggen dat ik zijn zorgen zaloverbrengen aan de directie van de NS, waar ik binnenkort een eerstekennismakingsgesprek mee zal hebben.De voorzitter:Dat was dan de afronding van de beantwoording naar aanleiding van deeerste termijn van de Kamer. Maar de heer Bamenga heeft nog eenvierde interruptie. Dat is gelijk zijn laatste. Daar maakt hij handig gebruikvan.De heer Bamenga (D66):Ja, tuurlijk. Ik wil het helemaal afmaken. In ieder geval dank voor alleantwoorden tot nu toe. Ik had nog een vraag aan de Staatssecretaris,volgens mij, over de Noord/Zuidlijn. Die is natuurlijk belangrijk voor deweerbaarheid van Nederland, maar ook vanwege de kwetsbaarheid vande Schipholtunnel. Hierdoor zouden uitwijkmogelijkheden ontstaan. Hoekijkt de Staatssecretaris hiertegen aan? Ik had daar eerder ook een vraagover gesteld, maar volgens mij heb ik daar geen antwoord op gekregen.Staatssecretaris Aartsen:Die ov-verbinding is inderdaad belangrijk, niet alleen voor Amsterdamzelf, maar die is inderdaad ook zeker in het nationale belang en het belangvan Schiphol en de veiligheid van onze nationale luchthaven. Als er eenbrand uitbreekt in de Schipholtunnel is het gewoon lastig om eenuitwijkmogelijkheid te zoeken, dus deze verbinding is van cruciaal belangvoor de veiligheid. Maar die is natuurlijk ook zeker van belang voor deinternationale spoorverbindingen die we willen realiseren. Die verbindingstaat ook in het hoofdlijnenakkoord en het regeerprogramma. Tegelij-kertijd is dat geen garantie op een geldboom. Het staat er in woorden in,maar financieel blijft het wel zoeken. Ik kan de heer Bamenga weltoezeggen dat ik hem in ieder geval voor het BO MIRT zal informeren overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6666 hoe we budgettair om zullen gaan met deze uitdaging. Dit wordt wel eenpuzzel, ook als we kijken naar wat er op de Zuidasdok gebeurt en debeheersbaarheid daarvan. Daar zijn gewoon wel zorgen over. Tegelijkertijdis het wel ook een project waarvan je denkt: we moeten voor de toekomstook gewoon verstandige investeringen doen. Met uw goedkeureninformeer ik u daar graag voor het BO MIRT nog wat verder over.De voorzitter:Ik dank nogmaals de Staatssecretaris. Dan ga ik verder met mijn verhaal.We zijn klaar met de beantwoording van zowel de Minister als deStaatssecretaris van de vragen uit de eerste termijn. Ik kijk even rond metde vraag of er een vraag niet beantwoord is. Ik zag de heer Grinwis alwuiven naar mij, maar dat was meer bedoeld om mijn attentie te vragenomdat een vraag niet beantwoord was. Gaat uw gang, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Klopt. Het was een kleintje. Het was niet het grootste knelpunt. Maar ikhad naar aanleiding van de evaluatie van het sluiten van de nautischepost Vuurtoren Westhoofd gevraagd om de aanbevelingen die zijngedaan, op te volgen. Ik had gevraagd of de Minister er echt op wiltoezien dat dat netjes gebeurt. Het is misschien niet het grootste knelpuntin Nederland, maar het is in de regio wel een gevoelig punt. Ik geef hetgraag nog eens mee. Ik heb de vraag letterlijk gesteld in mijn bijdrage.De voorzitter:U heeft volkomen gelijk met wat u nu zegt, want die vraagt heeft uinderdaad gesteld en daar is nog geen antwoord op gekomen. Ik kijk duseven naar de Minister. Komt dit in de tweede termijn?Minister Tieman:Ja, in de tweede termijn.De voorzitter:Het wordt ondertussen een zeer uitgebreide tweede termijn, heb ik in degaten, maar we gaan ons best doen om het toch te halen. Ik kijk even naarde Kamerleden aan mijn linkerzijde. Wilt u gelijk door met de tweedetermijn? Ik zie instemmend geknik. Dan gaan we gelijk door met detweede termijn. U heeft in de tweede termijn volgens de spelregels diezijn afgesproken 1 minuut en 40 seconden aan spreektijd. Daar zult u hetmee moeten doen. U heeft twee interrupties. Dan gaan we even kijkenhoever we komen met de tweede termijn. Mag ik beginnen bij de heerBamenga voor zijn tweede termijn?De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Ik zal het echt heel kort houden. Om te beginnenwil ik een tweeminutendebat aanvragen. Verder is, los van de vragenwaarvan al gezegd is dat die terugkomen in de tweede termijn, allesbeantwoord, denk ik. Tenminste, ik heb natuurlijk ook een vraag gesteldover de Merwedelijn. De vraag was natuurlijk hoe de bewindspersonentegen deze situatie aankijken. Wat mij betreft is het een soort no-brainerom te investeren als er sprake is van zo veel woningen die gebouwdworden, maar er nog infrastructuur nodig is om dat helemaal af te maken.Volgens mij was dat de bijdrage die ik nog wilde doen.O ja, misschien nog het volgende. Zoals collega Olger van Dijk volgensmij net ook al zei, is het voor ons in ieder geval ook heel erg belangrijk –dat heb ik al aangegeven – dat er met de regio gesproken wordt over deA27 bij Amelisweerd en dat we daar tijdig over geïnformeerd worden.Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6667 Ik dank u ook. Dan ga ik gelijk door naar de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter, dank. Dank aan de Minister en de Staatssecretaris dat ze zo kortna hun aantreden zo professioneel onze vragen van antwoorden voorzien.Veel dank daarvoor. Wat dat betreft zien we uit naar verdere debatten.Twee dingen. Ik stip ze maar aan, al zal het niet heel veel antwoordenopleveren. Ten eerste die vleermuizen op de A2 tussen Het Vonderen enKerensheide. Ik snap het antwoord van de Minister. Ik begrijp het ook.Maar aan de andere kant begrijp ik er inhoudelijk helemaal niks van. Datgaat twee jaar vertraging en miljoenen kosten, terwijl als je praktisch naarzo’n vleermuis kijkt – ik heb toch altijd de indruk dat iemand van BBB ookpraktisch kijkt; dat was volgens mij altijd het handelsmerk – dan denk jetoch: hij kan alle kanten op, en dan moet dat precies op het stukje waar jede A2 aanlegt? Ik snap alles wat er procedureel achter zit, maar praktischsnap ik er helemaal niks van. Dat moet ik toch even kwijt.Dan nog Hoevelaken. Toen ik in 2018 in de Kamer kwam, zou het project in2023 klaar zijn. Inmiddels is het 2025. Dat gaan we natuurlijk niet allemaalherhalen. Ik heb het antwoord van de Minister ook gehoord. Ik vind datnatuurlijk heel teleurstellend. Er komt op zijn vroegst duidelijkheid bij hetbestuurlijk overleg in het najaar. Mijn vraag is: komt er dan wel echt eenantwoord, zodat we weten wanneer de schop in de grond gaat, met eenplanning erbij voor wanneer het klaar is? Ligt dat wel klaar op hetministerie? Kan het dan met elkaar afgetikt worden of komt er daarnaweer een procedureel antwoord? We hebben namelijk al zo veel proce-dures. Het is echt gewoon het grootste logistieke knooppunt van heelNederland op dit moment. Dat zal het ongetwijfeld blijven. Daar wil ik echtnog een keer de nadruk op leggen.De voorzitter:Hoeveel vleermuiskasten kunnen we wel niet kopen voor de vertraging?Dat zou mijn vraag zijn. Mevrouw Vedder.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Mijn dank ook aan de Minister en aan de Staatssecretaris,en ook wel complimenten eigenlijk. Ik ben weleens minder vrolijk bij eenI&W-commissiedebat weggelopen dan dat ik vandaag zal doen. Ik zie aande voorkant heel veel voortvarendheid, zin in de klus en een open blik. Datbemoedigt me. Ik zou de Minister en de Staatssecretaris daar zeker verderin willen aanmoedigen. Ooit heeft een oud-collega van u – die was toenook demissionair – gezegd: demissionair zijn is ook maar een emotie; diekun je ook negeren. Dus ik zou zeggen: neem dat advies ter harte, wantNederland kan niet wachten op de investeringen die we nodig hebben inde infrastructuur.Ik heb nog even opgezocht hoe het zit met de Bodegravenboog. Deprovincie heeft al 15 miljoen ervoor vrijgemaakt. Die informatie hoeft deMinister dan alvast niet meer op te zoeken. Ik waardeer het en vind hetprettig dat wordt aangegeven op welke onderwerpen nog wordt terugge-komen. «We weten het nu even nu niet; ik kom er straks op terug»: daarheb je als Kamerlid veel meer aan dan aan nikszeggende antwoorden.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u voor uw bijdrage. Meneer Van Dijk, voor zijn tweede termijn.De heer Olger van Dijk (NSC):Dank, voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de complimenten van collegaVedder aan de beide bewindspersonen voor dit open en goede gesprekover het MIRT en voor de toezeggingen die zij hebben gedaan. Dat belooftveel voor de toekomst, hoelang die demissionaire periode ook zal zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6668 Ik ben blij met de toezegging over het bestuurlijke gesprek over de A27Amelisweerd. Het is belangrijk om de Kamer daar voor Prinsjesdag overte informeren. Dat geldt zeker ook voor een volgens mij belangrijk punt:het criterium om te kijken of de termijn voor de start van de woningbouw,2034, ten aanzien van de WoMo-gelden, naar voren kan worden gehaald,naar uiterlijk 2032 of 2033.Wat Hoevelaken betreft sluit ik me graag aan bij de vragen van collegaStoffer.Toch nog even over Prinsenbeek bij Breda. Fijn dat de Minister daarnaargaat kijken. Er ligt een modelwerkelijkheid onder. Die is niet waardeloos.Op basis daarvan, de Integrale Mobiliteitsanalyse, komen problemen naarvoren. Maar we zijn hier ook als politiek om aan te geven waar wijproblemen zien. Tezamen zal dat ook de agenda moeten bepalen. Ik benblij dat de Minister daar serieus mee omgaat. Maar ik wil die opmerkingtoch gemaakt hebben.Tot slot nog een vraag. Ik begon mijn betoog met de bereikbaarheids-normen. Dat is wel concreet, want mensen willen gewoon binnen eenbepaalde tijd bij een huisarts kunnen zijn of bij een mbo-school kunnenzijn. We hebben het hier al heel lang over brede welvaart. Dan moet datniet blijven hangen in toch wat vage termen. Dat dreigt wel. Dus ik wiltoch nog één keer de concrete vraag stellen: nemen we nu definitiefafscheid van het idee van die normen? Het hoeven voor mij geen hardenormen te zijn, maar ik zou het wel concreter willen, dus concreet alsrichtlijn, ook voor de brede welvaart en voor Elke regio telt! Zouden weniet toch kunnen werken met de reistijd naar essentiële voorzieningen?Dank u wel.De voorzitter:U ook dank. Meneer De Hoop, voor uw tweede termijn.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter, dank. Ook dank aan beide bewindspersonen en het ministerievoor de beantwoording. Excuses dat ik er af en toe even uit liep, maar inzo’n laatste Kamerweek spelen er weleens meerdere dingen tegelijkertijd.Dat doet op geen enkele manier afbreuk aan de waardering voor debeantwoording.Voorzitter. Ik hoorde heel duidelijk dat er ook bij de bewindspersonenzorgen zijn over de instandhouding. Ik denk dat het goed is dat daar meeraandacht voor komt, maar ik mis dan toch af en toe dat er consequentiesaan verbonden worden. Als je keuzes moet maken in schaarste, tenaanzien van de financiën en de stikstofruimte, moet je op een gegevenmoment ook zeggen: we gaan die nieuwe aanleg misschien nog watverder stilzetten, omdat dat toch te weinig oplevert en we meer moetenfocussen op de instandhouding. Dan heb ik het echt over de weginfra-structuur. Ik kijk de Minister aan. Ik denk dat er echt nog wel een verderestap richting instandhouding gezet moet worden.Voorzitter. Een goed voorbeeld daarvan is Amelisweerd. Ik zie daar echteen beweging, zowel bij de bewindspersonen als bij de commissie. Datvind ik een positieve ontwikkeling.De investeringen in openbaar vervoer zijn voor mijn fractie echt cruciaal.Ik ben blij dat de Staatssecretaris ook aangeeft dat hij echt wil trekken aande Lelylijn. Daar gaan we graag met hem mee aan de slag. Ik merk ook datde Staatssecretaris tegelijkertijd zegt dat hij niet te hoge verwachtingenwil wekken. Ik begrijp dat, maar ik zou hem ook een winstwaarschuwingwillen geven: ik hoop niet dat dat de houding wordt om geen extrastappen te zetten. Ik zeg niet dat dat het geval is, maar ik wil graag bij deStaatssecretaris voelen dat dat in ieder geval niet het geval is. Demotie-De Hoop die gisteren is aangenomen, is wel een politiek feit. Dus nade Voorjaarsnotaonderhandeling is er nu echt een nieuw politiek feitontstaan. Ik ga er dan ook van uit dat de Staatssecretaris daar voortvarendTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6669 mee aan de slag gaat. Dat is niet alleen omdat mijn fractie, of demeerderheid van de Kamer, dat belangrijk vindt. Dat geldt ook voor alleregio’s die zich grote zorgen maken over het openbaar vervoer.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u ook, meneer De Hoop. Meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Ik dank beide bewindspersonen voor hun antwoorden. Ikvind het best knap dat je in zo’n korte tijd al zo veel dossierkennis hebt enop de meeste vragen al zo adequaat kan reageren. Alle waarderingdaarvoor. Dank ook voor de toezegging om een overleg te starten over hetgefaseerd aanpakken van allerlei MIRT-projecten. Ik denk dat dat heelbelangrijk is. Ik denk dat het heel cruciaal is dat de regio dan ook mee gaatpraten. We hebben een Kamerbrief gehad over de A2. Daarin werd alaangegeven dat de gefaseerde aanpak van de bruggen best lastig is. Maarer lag onvoldoende onderbouwing. Als je in gesprek gaat met de regio,krijg je veel meer een beeld van wat wel realistisch is en wat nietrealistisch is. Dus ik denk dat het heel cruciaal is dat de Minister ook heeftaangegeven dat hij in gesprek wil met alle regio’s. Dat geldt voorRivierenland, voor Den Bosch, de A2 en de N50, maar ik denk dat heteigenlijk moet gelden voor alle cruciale projecten in de regio, want demensen in de regio weten vaak veel beter wat wel kan en wat niet kan.Verder ben ik heel blij met de inzet van de Minister voor de N50. Ik denkdat we die weg echt heel voortvarend moeten aanpakken. Waarvoor dank.De voorzitter:Ik dank de heer Pierik. Mevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):Dank, voorzitter. Ook dank aan de bewindspersonen voor alle antwoordenop alle vragen. Ik vind het ook best knap hoe snel dit op een goede manierkan. Dat is heel fijn.Allereerst. Ik hoor de Staatssecretaris zeggen hoe stevig hij zich wilinspannen voor de veiligheid in het ov. Dat is iets waar ik me de afgelopenperiode ook ongelofelijk druk om heb gemaakt, omdat dat niet goed gaat.Het is echt een probleem. Heel veel meisjes en vrouwen kunnen en willenniet meer reizen op bepaalde trajecten of op bepaalde uren van de dag ofavond, vanwege het rotgevoel dat ze hebben in de trein of in het ov. Ikben heel blij als de Staatssecretaris hier echt werk van wil maken. Daarbijwil ik het volgende verzoek doen. Bij de RET in Rotterdam wordt er doorde boa’s gehandhaafd op een manier die ontzettend kansrijk zou zijn voorhet hele land. Ze doen samen met de politie een identiteitscheck, op eenheel snelle, slimme, digitale manier, waardoor ze ter plekke heel veelellende weten te voorkomen. Hierdoor blijven er heel veel uren bespaardvoor de politie, die er normaal gesproken naartoe zou moeten komen, enkan er snel geschakeld worden door boa’s. De overlastgever raakt ookminder verhit, waardoor er niet nog onveiligere situaties ontstaan. Dusmijn vraag is of de Staatssecretaris hierover zo snel mogelijk in gesprekwil gaan met de RET, om te zien hoe dat landelijk toegepast zou kunnenworden.Verder ben ik blij met hoe er nu wordt gekeken naar de aanpak van deN36. Ook is het goed om te horen dat de focusflitser daar wordttoegepast. Ik vraag de Minister om er alles aan te doen om er minimaaléén, maar misschien zelfs twee, daar te krijgen. Ik weet dat het OMdaarover gaat, maar de bemoeienis van deze Minister is natuurlijk welkomvanuit zijn verantwoordelijkheid voor verkeersveiligheid.Tot slot. Ik ben blij met al het werk dat nu verzet wordt voor bijvoorbeeldde A1 Hoevelaken, de A1/A30, maar ook voor de A2, de belangrijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6670 knelpunten die echt behoefte hebben aan voortgang. Mijn fractie zieternaar uit om daar verder over geïnformeerd te worden.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u ook. Meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, veel dank. Veel dank aan de bewindspersonen. Ik vond hetinderdaad best wel een mooi rondje Nederland. Dit rondje Nederland iswel een risico, want voor je het weet, blijven we rondjes draaien zonderdat er wat gebeurt. Het komt er dus op aan dat wij als politici, als politiekepartijen, daadwerkelijk boter bij de vis gaan leveren en niet, zoals hetafgelopen jaar in het hoofdlijnenakkoord, de mooiste zinnen opschrijvenen een tabel achterin stoppen die hopeloos leeg is. Laten we dat eensomdraaien: wat minder beloven en wat meer in die tabel zetten. Dat is eenoproep aan ons allen.Ik dank natuurlijk voor de toezeggingen. Ik zie de «donderwolkenbrief»met belangstelling tegemoet. Ja, dat zal het zijn.Dan over de A2 en de uitvoering van mijn motie over bekijken of projectenook opgeknipt kunnen worden. Daar ging echt een betekenisvol zinnetjeaan vooraf: ga nou in gesprek met de regio’s en de gemeenten. DeMinister heeft er wel wat over gezegd, maar ik heb nog niet helemaalduidelijkheid over of er daadwerkelijk met de regio’s in gesprek gegaanwordt, met Rivierenland en Den Bosch. Ik vind het wel belangrijk dat detoezegging van de Minister ook betekent dat er serieus met dezemedeoverheden in gesprek wordt gegaan en dat er serieus wordt gekekennaar een gefaseerde aanpak. Ik snap wel dat het complex is, maar hetdenken moet niet stoppen bij de eerste de beste brug. Dus dat is nog evenmijn oproep.Ik denk dat ik het hier maar bij laat in de tweede termijn, voorzitter. Dank uwel.De voorzitter:Dat is prima, want u was ook door uw tijd heen. Als laatste lid van dezecommissie mag ik ten slotte ook gebruikmaken van mijn één minuutspreektijd, dus ik vraag mijn griffier om de knop maar in te drukken.Voorzitter, zou ik tegen mezelf willen zeggen: ik begon mijn betoog metzeggen dat er meer is dan de Randstad. Elke regio telt. Ik hoor veel overde woningbouw, maar dit kan niet zonder goede ontsluiting. Ik blijf maareens dicht bij huis, namelijk Flevoland. Daar wordt regelmatig een beroepop gedaan. Dat is meerdere malen gezegd. Ook dank aan mevrouwVedder om dat te benoemen. Dat is goed. Flevoland wil er best invullingaan geven, maar er moet ook – ook wij zeggen dat – boter bij de vis. Metandere woorden: kabinet, kom letterlijk over de brug met maatregelen omFlevoland in alle richtingen te ontsluiten. Kom uw belofte na, anders gaathet niet zoals het kabinet het graag zou willen. Dat is geen dreigement,maar, zoals hier vaker gezegd, een winstwaarschuwing.Ik dank u wel.Dan kijk ik naar de bewindslieden. Hoeveel tijd hebben zij ongeveer nodigvoor het formuleren van de beantwoording van de vragen uit de eerstetermijn? Dat kan kort zijn, maar in de tweede termijn zijn ook een aantalvragen gesteld. Tien minuten? Dat moet kunnen. Dan schors ik devergadering tot 16.15 uur.De vergadering wordt van 16.04 uur tot 16.16 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, graag stilte in de zaal. Ik verzoek iedereen om plaats tenemen, want het is tijd, het is kwart over. Wij heropenen deze verga-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6671 dering. Wij gaan luisteren naar de beantwoording van de bewindsliedennaar aanleiding van de nog openstaande vragen uit de eerste termijn ende nieuwe vragen uit de tweede termijn. Ik wil graag beginnen met deMinister.Minister Tieman:Dank, voorzitter. Ook dank voor de bewoordingen die net zijn gevallenrichting mij en de Staatssecretaris. We acteren zo veel mogelijk als eengeoliede machine en wat dat betreft als een eenheid.Ten aanzien van de vraag van de heer Pierik naar de gefaseerde opstartvan de projecten zeg ik dat u in de MIRT-brief van dit najaar wordtgeïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van het overzicht. Erkomt dus een overzicht uw kant op.Ten aanzien van de Bodegravenboog zeg ik richting mevrouw Vedder datwe het nog echt even heel goed hebben gecheckt. Op dit moment heb ikde informatie gekregen dat de provincie haar bijdrage heeft ingetrokkenen dat die is ingezet voor de realisatie van het fiets- en waterprogrammauit het maatregelenpakket. Dat is de informatie ten aanzien daarvan, zodatdaar geen misverstand over is.Ten aanzien van de vraag van de heer Van Dijk over de bereikbaarheids-normen en het plan van aanpak ten aanzien van die normeringen: wenemen afscheid van de normeringen. Het is echt aan de regio’s. Wij gaanwel met de regio’s optrekken om daar handjes en voetjes aan te geven.Het plan van aanpak voor het meenemen van de regio’s in de bereikbaar-heidsnormen gaat in het najaar naar de Kamer toe.Dan heb ik hier antwoord over het knooppunt Hoevelaken en de concreteplanning. Het is mooi dat een gefaseerde aanpak van het knooppuntHoevelaken mogelijk is en dat daar ook draagvlak voor is. Voor dezeaanpak is echter ook een substantieel budget nodig. We praten hier over500 miljoen euro, maar ook over meer dan 30 mol. Ik kan daarom nietzomaar een planstudie starten. Als ik die planstudie al kan starten, zal datniet eerder zijn dan in 2026, waarbij de capaciteit van Rijkswaterstaat ookecht een belangrijk aandachtspunt is. Dat betekent dat de realisatie vaneen gefaseerde aanpak van knooppunt Hoevelaken waarschijnlijk pas kanstarten na 2030.Over de N50 heb ik diverse vragen gekregen, van meerdere sprekers. Daarzit nog wel een optie voor u. Die leg ik hier graag neer. Er is dus een keuzegeweest van mijn voorganger ten aanzien van 200 miljoen euro met in hetachterhoofd dat we ieder jaar een project willen herstarten. Wanneer wedat niet doen, heb je daar dus ruimte, maar dat heeft ook consequenties,ook voor uw opmerkingen, meneer de voorzitter, ten aanzien vanFlevoland. Zeewolde–Eemnes is een traject waar we nog wat voorhebben. Dat kan opgestart worden, maar dan kan het niet naar de N50toe. Daar zit dus nog wel een bestuurlijk moment, maar de opmerking vanFlevoland is ook bij mij geland. Dan kijk ik even naar u om wat mogelijk-heden in uw hoofd te krijgen. Daar zit dus nog wel een schuif, bij deveiligheid van de N50 en Zeewolde–Eemnes. Daar is een mogelijkheid omnog het een en ander te doen. Het is aan de Kamer om hiermee in testemmen. Dit maakt onderdeel uit van de voorjaarsbesluitvorming.Mevrouw Veltman had een vraag ten aanzien van CROW. Dat had ik netgenoemd. In algemene zin heeft mijn voorganger het belang van parkerenallang onder de aandacht gebracht bij de VNG en het IPO, maar ik zeg utoe dat ik in de gesprekken die we de komende tijd met de gemeentenhebben dit onder hun aandacht ga brengen. Ook daar zet ik dus een dikkestreep onder. Geef mij nog een beetje ruimte ten aanzien van hoe we datprecies gaan doen, middels brieven of middels bestuurlijke overleggen,maar we gaan dit echt met een dikke streep onder de aandacht brengenbij de gemeenten. Maar het blijft een verantwoordelijkheid voor degemeenten. Zij hebben inzicht in wat verstandig en passend is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6672 Dan de vraag van de heer Grinwis. U had helemaal gelijk. Ik had hem ookin mijn setje zitten, maar het papiertje is blijven kleven of ik heb niet dejuiste bril op. Het betreft de twee belangrijke aanbevelingen die er zijn. Hetbetreft het op diepte houden van een vaarweg en een goede ontsluitingvan de vaarweginformatie. Over de invulling en de voortgang van deingezette acties wordt regelmatig afgestemd met betrokken omgevings-partijen en vaarweggebruikers. De acties zullen naar verwachting in hetkomende jaar tot positieve resultaten leiden. In de MIRT-brief van volgendjaar voorjaar zal de actuele stand van zaken worden opgenomen. Deacties betreffen onder andere het voortzetten van het maandelijkse peilenen het baggeren van het Slijkgat, het afstemmen van het beleid en deverantwoordelijkheden tussen de overheidsinstanties, en het verbeterenvan de communicatie voor vaarwegbeheerders door informatie duidelijkeren makkelijker vindbaar te maken.Tot zover, voorzitter. O, ik heb nog één opmerking ten aanzien van de RingUtrecht. Dat is ook van belang. We moeten ook even scherp zijn in debewoordingen. Het uitgangspunt blijft wel dat we de Ring Utrecht gaanrealiseren. Dat moet ik echt ook even zeggen, gezien de omstandighedendie er zijn. Ik ga daar zeker ook spreken en kijken. Ik doe dat op kortetermijn. Maar dit is nog wel het uitgangspunt waar we even aanvasthouden.De voorzitter:Dat waren alle vragen, ook uit de eerste termijn? Ja. Ik begin metmevrouw Vedder, want die was, met alle respect, echt de eerste.Mevrouw Vedder (CDA):Ik keek even op van de opmerking van de Minister over dat financiëlecommitment van de provincie. Daarna hoorde ik de woorden «fiets enwater» vallen. Toen dacht ik: misschien hebben we het dan toch overhetzelfde. Dat hoop ik, want ik wil natuurlijk niet dat er spraakverwarringontstaat. Bij mijn weten heeft de provincie geld klaarliggen om defietsoversteken – dat zijn no-regretmaatregelen – te realiseren, maarvordert het op de een of andere manier niet. De motie waarover ik in mijneerste termijn sprak, die al twee jaar oud is en Kamerbreed is aange-nomen, zag op dat punt. Het is dus geen financiële vraag, maar de vraagof de Minister kan toezeggen dat hij met de provincie gaat kijken waaromdie no-regretmaatregel, waarmee we alvast kunnen voorsorteren op deBodegravenboog, stokt. Waarom lukt dat nou niet? Kan daar wat aangebeuren?Minister Tieman:Ik ga niet op zeer korte termijn, maar ik ga op korte termijn; laat ik het zoformuleren. Het is overzichtelijk. De agenda’s zijn dat nog niet, maarbinnenkort mogelijk wel. Ik ga langs bij de Bodegravenboog en laat meinformeren door de partijen die daarbij betrokken zijn, ook afhankelijk vanhun agenda. Dat zal op korte termijn gaan gebeuren. Dat is eentoezegging van mij.De voorzitter:Die wordt genoteerd. Meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Toch op het laatste punt dat de Minister aansneed: de Ring Utrecht en deverbreding van Amelisweerd. De Minister zei dat het uitgangspunt nogsteeds is dat daarmee wordt doorgegaan. Dat snap ik, want dat was ookhet uitgangspunt van het kabinet. Tegelijkertijd hebben we eind april,volgens mij op 30 april, een advies gehad van de Raad van State dat ereen betere onderbouwing moet komen. De Minister proeft ook in dit debatdat het een wat politiek gevoelig punt is. Het zou een demissionairTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6673 Minister volgens mij wel sieren om terughoudend om te gaan met zo’ndossier. Ik neem aan dat de Minister, los van wat het uitgangspunt is, datwel met mij eens is.Minister Tieman:Het is al een tracébesluit, maar het punt over die terughoudendheid komtbij mij binnen.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van Dijk. Nee, sorry, meneer Bamenga. Ja, ik heb zo’nvlek ergens zitten.De heer Bamenga (D66):Ik heb eigenlijk bijna dezelfde vraag als de collega van GroenLinks-PvdA.De laatste opmerking viel mij ook op, dus dat het uitgangspunt is omdaaraan vast te houden. Toch heeft de Minister aangegeven dat hijdaarnaartoe gaat. Op het moment dat je daarnaartoe gaat, neem ik aandat je toch openstaat voor een gesprek en ontvankelijk bent voor datgenewat verteld gaat worden. Ik hoop dus dat dat inderdaad het geval is. Ik ziebest wat fracties hier die er op dezelfde manier in staan. Ik hoop dat deMinister rekening houdt met het toch best grote aantal partijen dat vindtdat het alternatieve plan goed is.Minister Tieman:Die opmerkingen zijn binnengekomen. Ik proef dat ook uit de rondgang. Iklaat mij ook informeren over het alternatieve plan vanuit de regio. Maarwe hebben hier te maken met een tracébesluit. Er is ook een juridischaspect. Ik ga hier dus wel behoedzaam mee om.De heer Olger van Dijk (NSC):Toch nog heel kort over die bereikbaarheidsnorm. Ik meende goed tebeluisteren: ze zijn inderdaad ter ziele, maar dat is op rijksniveau, en toenkwamen ze weer terug in de gesprekken met de regio. Zijn het dan ookbereikbaarheidsnormen waar de regio mee aan de slag gaat, of zijn datandere typen normen? Mij gaat het er niet zozeer om dat ze «bereikbaar-heidsnormen» heten, maar wel dat we zo concreet mogelijk proberen datook in beleid te gieten. Als de regio dat doet, is dat helemaal oké, maar ikkrijg daar graag even een nadere toelichting op van de Minister.Minister Tieman:Ook voor het verslag: het gaat om indicatoren. We gaan hier heel concreetmet de regio handvaten aan geven.Mevrouw Veltman (VVD):Ik ben heel blij dat na veel aandringen, ook in vorige debatten, dezeMinister aangeeft dat er nog keuzemogelijkheden zijn. Daar komen weserieus op terug in het tweeminutendebat. Dan heb ik het over perspectiefvoor de echt hachelijke situatie van de N50.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik kijk even verder rond of er in deze ronde nog eeninterruptie is. Dat is niet het geval. De Staatssecretaris, voor de beant-woording van de tweede termijn en eventuele openstaande vragen uit deeerste termijn.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. De heer Bamenga vroeg mij hoe het zat met zijn motie over deBus Rapid Transit. We zijn op dit moment druk bezig om, met de verschil-lende provincies, decentrale overheden en vervoerders, te kijken hoe wede locaties gaan updaten waar dat kan. Ik hoop daar snel, nog dit jaar,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6674 meer over te kunnen melden. Ik denk dat hiervoor wel mooie kansenliggen op een aantal trajecten. Dan hebben we het over Eindhoven–Meierijstad, Eindhoven–Veldhoven, Utrecht–Breda, Nijmegen–Oss enEindhoven–Waalwijk–Den Bosch. Dat zijn toevallig – dat is niet helemaaltoevallig, trouwens – plekken waar de heer Bamenga en ik allebeiregelmatig in de buurt zijn. Dit biedt zeker wel een paar kansen, en hetpast zeker in de «wat kan wel»-mentaliteit die de Minister en ik proberenuit te stralen en in de praktijk te brengen op ons departement. Dit zijn noujuist van die mooie trajecten waar we echt stappen op kunnen gaanzetten. Dit gaan we dan ook voortvarend oppakken, wat mij betreft.Dan was er nog een vraag over de Merwedelijn. Die had ik al uitgebreidbeantwoord in het eerste deel. In het kader van de kracht van herhalingwil ik dat best nog een keer doen. Nee? Oké. Dat was overigens mijn enigepunt in dit hele blokje.Dan hadden we nog de vraag van mevrouw Veltman. Zij had het verzoekom met de RET in gesprek te treden over de ID-checks van de boa’s. Datkan ik van harte toezeggen. Zoals ik al zei, wordt dit een grote prioriteitvoor mij als Staatssecretaris. Ik kreeg vorige week al van een aantalregionale vervoerders de terechte suggestie: goed dat u de boetesverhoogt, maar zorg er dan ook voor dat we die boetes kunnen uitdelen.Daarbij lopen wij nu in de praktijk tegen een aantal problemen aan, endaar is dit er een van. Wat ons betreft gaan wij er zeker mee aan de slagom ervoor te zorgen dat we zo snel mogelijk kunnen opschalen. Dietoezegging kan ik dus doen.Dat waren de vragen, voorzitter.De voorzitter:Ik dank u wel, en dan kijk ik even rond of er nog behoefte is aan eeninterruptie. Dat is niet het geval. Dan dank ik beide bewindslieden.Dan komen we nu toe aan een altijd lastig onderwerp: zijn de toezeg-gingen goed geformuleerd en komen ze ook zo op papier?De heer Grinwis (ChristenUnie):En worden ze uitgevoerd?De voorzitter:Ik vraag de Kamerleden om behoorlijk scherp te zijn of dat inderdaad zois, en dan hoor ik het ook graag als dat niet zo is. Ik begin maar gelijk metde eerste toezegging.−De Kamer ontvangt in het najaar een brief over de verschillendevarianten van bekostiging die mogelijk zijn bij grote structuurverster-kende projecten. Dat is een toezegging gericht aan de heer Stoffer.Ik kijk even naar de Minister of dat zo is.Minister Tieman:Als onderdeel van het grootschalige infrastructuuronderzoek.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Stoffer. Hij knikt tevreden. Dan ga ik gauw verder; danblijft u wakker.−Voor het notaoverleg MIRT ontvangt de Kamer een plan van aanpakvoor de regionale bereikbaarheidsanalyses en -profielen. Deze isgericht aan de heer Van Dijk.Ik zie geknik, ook bij de heer Van Dijk.−Dan de derde toezegging. De Minister zegt toe een quickscan te doenbij een aantal gepauzeerde projecten, waaronder de N50 enAmelisweerd/A27, waarbij samen met de regio wordt gekeken of hetmogelijk is om deze projecten gefaseerd op te pakken, en zal de Kamerhierover informeren.De vraag is dan wel wanneer, want dat staat er niet bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6675 De heer Grinwis (ChristenUnie):Het ging ook over de A2.De voorzitter:O, de A2 hoort daarbij? Ik kijk even naar rechts. Ik verifieer dat gewooneven uit mijn ooghoek. De Minister.Minister Tieman:Na het BO MIRT.De voorzitter:Na het BO MIRT. Is dat goed, meneer Van Dijk? Ja, dat is een bredetoezegging, maar u was de eerste met deze vraag. Dat is dus inclusief deA2. Dan zijn daar geen misverstanden over. Het gaat dus om een aantalprojecten, waaronder de N50, Amelisweerd/A27 en de A2. Sorry, dezetoezegging was gericht aan de heer Pierik. Dit komt dus na het BO MIRT.We gaan naar de vierde toezegging.−De Kamer ontvangt uiterlijk 16 juli een bijgewerkte opgave van definanciële opgave die destijds op de formatietafel lag. Dit is eentoezegging aan de heer Grinwis.Dat is correct.−De vijfde toezegging. De Kamer ontvangt voor het einde van het jaareen brief over de stand van zaken met betrekking tot de fietsbruggenbij de Afsluitdijk. Deze is ook gericht aan de heer Grinwis.Dat is ook correct.−Zes. De Minister zegt toe na te denken over de mogelijkheid van hetvervroegen van het jaartal 2034 voor de start van de woningbouw bijde extra 2,5 miljard voor het ontsluiten van de woningbouwprojecten.Deze toezegging is gericht aan de heer Van Dijk.Ook hierbij de vraag: wanneer zal de Kamer hierover geïnformeerdworden?Minister Tieman:Voor het NO MIRT.De voorzitter:Dat is ook genoteerd. Dan gaan we naar de zevende toezegging.−De Staatssecretaris zegt toe de Kamer te informeren over snelleoplossingen voor de flessenhals Meppel. Deze is gericht aan mevrouwVeltman.Dat heb ik hier tenminste staan. Is dat niet goed? Ik kijk even naarmevrouw Veltman.Mevrouw Veltman (VVD):In het kader van de flessenhals Meppel is een iets andere toezegging aanmij gedaan. Ik weet niet of die hierna nog komt.Staatssecretaris Aartsen:Dat klopt inderdaad. Het was een toezegging aan mevrouw Veltman omde mogelijkheid van open toegang voor andere vervoerders in deflessenhals Meppel te bekijken. Dat was de toezegging.Mevrouw Veltman (VVD):Zeker. Dat was ’m.De voorzitter:Dat staat genoteerd; het wordt gecorrigeerd opgenomen in de notulen.−De achtste toezegging. De Minister zegt toe zich te verdiepen in hetalternatief voor Amelisweerd en in gesprek te gaan met de regionalebestuurders, en zal de Kamer hier voor Prinsjesdag over informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6676 Deze is breder uitgezet, maar ik zie hier onder anderen de heer Van Dijk ende heer Bamenga staan. Er wordt geknikt, en aan de andere kant ook.−De negende. De Kamer wordt in de zomer door de Minister geïnfor-meerd over hoe de balans wordt gezocht tussen woon-werkverkeer ende recreatievaart, waardoor onder andere de Ketelbrug en deHaringvlietbrug vaak open moeten. Deze is gericht aan de heer Pierik.Dat is ook correct.−De tiende. De Minister gaat in gesprek met de regio over mogelijkhe-den voor een versoberde variant van het aanpakken van de N36, eninformeert de Kamer hierover. Deze is gericht aan mevrouw Veltman.De vraag is dan: wanneer?Minister Tieman:Voor het NO MIRT.Mevrouw Veltman (VVD):Ik val eventjes over dat «versoberde variant». Het is gewoon de variant dienu het meest realistisch lijkt. Niet dat we een nóg soberder versie vooronze neus krijgen.De voorzitter:Ik kijk even naar de Minister. Kunnen we dan gewoon noteren dat het dusgaat om de realistische variant? Ik zie geknik. Zullen we ’m zo noteren,mevrouw Veltman? Ja. Prima van u.−De elfde toezegging. De Staatssecretaris gaat afspraken maken met deregio over de decentralisatiebijdrage voor Limburg, en informeert deKamer hierover voor het BO MIRT in het najaar. Deze was gericht aanmevrouw Vedder.Staatssecretaris Aartsen:Ik ga het gesprek aan met Limburg. Of ik afspraken ga maken, moet uit datgesprek blijken.De voorzitter:Meestal heb je eerst een gesprek en volgen daarna de afspraken. Maar ugaat in gesprek, en mogelijk volgen er dan afspraken? Goed. Dan noterenwe dat ook. Dan gaan we naar de twaalfde.−De Staatssecretaris zal de Kamer informeren over de uitkomsten vande verkenning naar publieke mobiliteit in Zeeland. Deze is gericht aande heer Stoffer.Heb ik de datum gemist, meneer Stoffer? Ja, hè?Staatssecretaris Aartsen:Voor het einde van het jaar komen we daarmee.De heer Stoffer (SGP):Het einde van het schooljaar?Staatssecretaris Aartsen:Dat ligt eraan van wie.De voorzitter:Ik hoor de heer Stoffer zeggen dat «voor het einde van het jaar» goed is.De heer Stoffer (SGP):Ik was van plan om nog een poosje te blijven, voorzitter. Ik weet niet of dekiezer dat ook vindt, maar ...De voorzitter:Dan gaan we naar toezegging dertien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6677 −De Kamer wordt geïnformeerd over hoe er budgettair zal wordenomgegaan met het project Noord/Zuidlijn. Die toezegging was gerichtaan de heer Bamenga.Hij knikt, en aan de andere kant wordt ook geknikt, dus die staat vast. Ditkomt voor het notaoverleg MIRT, begrijp ik.−De veertiende. De Minister gaat langs bij het project Bodegravenboogen zal de Kamer informeren over de uitkomsten van die gesprekken.Deze is gericht aan mevrouw Vedder.Er wordt van beide kanten geknikt. Dan de laatste, althans op mijn lijstje,maar ik word graag gecorrigeerd.−De Staatssecretaris gaat in gesprek met de RET over hoe er inRotterdam zowel boa’s als politie worden ingezet. Deze is gericht aanmevrouw Veltman.De Staatssecretaris knikt. Mevrouw Veltman steekt haar hand op.Mevrouw Veltman (VVD):Het is prachtig geformuleerd, maar ik ga er wel van uit – en ik denk echtwel dat dat gebeurt – dat de Kamer daar vervolgens ook over geïnfor-meerd wordt.De voorzitter:Het is dan wel de vraag wanneer.Staatssecretaris Aartsen:Nadat ik er ben geweest, voorzitter. Ik mag me met heel veel dingenbemoeien, maar van mijn secretaresse mag ik me niet bemoeien met mijneigen agenda.De voorzitter:Daar komt u niet mee weg!Staatssecretaris Aartsen:Zo snel als mogelijk.De voorzitter:Daar komt u niet mee weg bij deze voorzitter. Ik wil gewoon een termijnhoren, een datum.Staatssecretaris Aartsen:Voor de verkiezingen kom ik daarop terug.De voorzitter:Vindt u dat goed, mevrouw Veltman?Mevrouw Veltman (VVD):Graag. Het is zo snel mogelijk. De Staatssecretaris heeft zelf aangegevendat hij dit een prioriteit vindt. Het is fijn hoe hij zich hiervoor inzet.De voorzitter:Dan kijk ik naar de Kamerleden om te zien of ik een toezegging hebgemist. Meneer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):In het begin van het debat heb ik van de Minister de toezegging gekregendat hij de Kamer gaat informeren over de verschillende indicatoren in hetkader van de brede welvaart die meegenomen worden bij Woningbouwen Mobiliteit. Dat zou in het najaar gebeuren, geloof ik.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6678 Er wordt instemmend geknikt vanuit de hoek van de Minister en deondersteuning. Die staat dus ook genoteerd, meneer De Hoop.Mag ik dan concluderen dat de toezeggingen zijn afgerond?Het lid Bamenga heeft een tweeminutendebat aangevraagd. Ik verwachtdat daar wel bij wordt aangesloten. Buiten de microfoon wordt de vraaggesteld wanneer dat tweeminutendebat dan zou kunnen plaatsvinden. Ja,daar ga ik niet over als voorzitter. Dat ligt aan de plenaire griffier. Morgen,denk ik.De heer Grinwis (ChristenUnie):De eerste week na het reces?De voorzitter:We gaan wel meemaken wanneer het is. Ik kijk nog eenmaal rond. Het isbijna afgerond. Ik kijk naar de kant van de bewindslieden. Zijn er nognabranders? Niet van deze kant.Dan dank ik iedereen voor de aanwezigheid, en ook de kijkers thuis. Hetwas een lange zit. Ik dank de Kamerleden en de bewindslieden. Ik dank deambtelijke ondersteuning en de ondersteuning vanuit de bodes eniedereen die deze uitzending mogelijk heeft gemaakt. Ik sluit hierbij devergadering.Sluiting 16.40 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 A, nr. 6679
Gerelateerde bronnen
- Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 2 juli 2025, over Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.