KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

22 apr 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c1372ca8a0f4627a · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 915 XVIIWijziging van de begrotingsstaat voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp(XVII) voor het jaar 2026 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 22 april 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp,belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft deeer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met dedaarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister van Buiten-landse Handel en Ontwikkelingshulp. Bij brief van 17 april 2026 zijn zedoor de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulpbeantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,Den HollanderAdjunct-griffier van de commissie,Moonen kst-36915-XVII-3ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 31 Vragen en antwoorden1Wat is de planning voor de route richting toetreding van Nederland tot hetVerdrag van Aken, inclusief data van onderhandelingen, Europese enNederlandse vergadering, tot aan de datum van toetreding?AntwoordUw Kamer is op 14 juli 2023 per brief geïnformeerd over hetkabinetsvoornemen van Nederlandse toetreding tot het Verdraginzake exportcontrole in het defensiedomein (ook wel bekend alshet Verdrag van Aken) waar Duitsland, Frankrijk, Spanje en sindsdecember 2025 ook het Verenigd Koninkrijk bij zijn aangesloten.In juni 2025 heeft Nederland van de drie verdragslandenDuitsland, Frankrijk en Spanje een formele uitnodiging ontvangenom toe te treden tot dit verdrag. Uw Kamer werd hierover op27 juni 2025 geïnformeerd per brief in het kader van hetjaarrapport «Het Nederlandse exportcontrolebeleid in 2024».In reactie op deze uitnodiging wordt momenteel gewerkt aan deparlementaire goedkeuringsstukken. Binnen afzienbare tijd zullendeze stukken gereed zijn en zal het verdrag aanhangig wordengemaakt bij de Raad van State. Hierna volgt het parlementairegoedkeuringstraject.2Wanneer verwacht u de toets van de vergunning van de F-35-onderdelennaar Israël afgerond te hebben?AntwoordOp 14 november 2025 is uw Kamer per brief («Wapenexportcon-trole Israël – herbeoordeling uit- en doorvoer F-35 onderdelen»)geïnformeerd dat het kabinet een volgende herbeoordeling voorde uit- en doorvoer van F-35 onderdelen naar Israël zal uitvoerenbinnen een uiterlijke termijn van zes maanden (aanstaande14 mei).3Kan worden gespecificeerd hoe artikel 5.4 zich heeft ontwikkeld over dejaren 2024 t/m 2027, welke mutaties in 2026 hebben plaatsgevonden, enwat de huidige stand van artikel 5.4 is?AntwoordIn het Jaarverslag 2024 (Kamerstuk 36 740 XVII, nr. 1) is oppagina 64 een tabel opgenomen met de ontwikkeling vanverdeelartikel 5.4 gedurende 2024.Gedurende 2025 is uw Kamer periodiek geïnformeerd over deontwikkeling van het verdeelartikel 5.4 middels de begrotings-wetten, met als meest recente begrotingswet de 2e suppletoirebegroting 2025 (Kamerstuk 36 850 XVII, nr. 2). Deze bevat oppagina 17 een tabel over het verdeelartikel 5.4. Uw Kamer zalmiddels het Jaarverslag 2025 een tabel ontvangen met deontwikkeling van het verdeelartikel 5.4 gedurende 2025.In de Ontwerpbegroting 2026 (Kamerstuk 36 800 XVII, nr. 2) iseen meerjarig overzicht van de ontwikkeling van het verdeelar-tikel 5.4 gepresenteerd op pagina 72. Dit meerjarig overzicht zietop 2026 t/m 2030.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 32 Dit overzicht is geactualiseerd bij de 1e suppletoire begroting2026 (Kamerstuk 36 915 XVII, nr. 2) op pagina 33. Daar staattevens de huidige stand van het verdeelartikel 5.4 toegelicht,tevens hieronder weergegeven in duizenden euro.202620272028202920302031– 130.909– 46.20511.95920.6801.8862.884 4Waarom heeft u ervoor gekozen om te intensiveren in veiligheid enstabiliteit (cumulatief 44 miljoen euro), economische ontwikkeling enhandel (cumulatief ca. 42 miljoen euro), humanitaire noodhulp (30 miljoeneuro) en mondiale gezondheid en vrouwenrechten (21 miljoen euro),terwijl deze thema’s niet zijn aangewezen als prioriteit in het coalitieak-koord?AntwoordZoals aangekondigd in het coalitieakkoord kiest het kabinetervoor om te investeren in ontwikkelingssamenwerking en doetdat door te investeren in jongeren, onderwijs, vrouwenrechten,klimaat en bij te dragen aan de mondiale gezondheidsstrategie envoedselzekerheid. Ook investeert het kabinet in aanpalendethema’s die randvoorwaardelijk zijn voor duurzame ontwikkeling.Het gaat hierbij onder meer om economische ontwikkeling enhandel, en veiligheid en stabiliteit (inclusief goed bestuur en dedemocratische rechtsorde). Deze thema’s dragen direct bij aanhet behalen van de bredere doelstellingen van het ontwikkelings-beleid en versterken de effectiviteit van de inzet op de prioritairethema’s.Zoals ook aangegeven in het coalitieakkoord is humanitaire hulpexpliciet onderdeel van de inzet van het kabinet, gericht op hetverlichten van acute noden en het bieden van perspectief infragiele en crisiscontexten.5Kan worden aangegeven hoeveel de Official Development Assistance(ODA)-bijstelling zou bedragen in de jaren 2026 tot en met 2030 op basisvan de systematiek van een volledige koppeling van het ODA-budget aan0,7% Bruto Nationaal Inkomen (BNI) ten opzichte van Centraal Econo-misch Plan (CEP) 2024 tot en met CEP2026? Kan dit op een vergelijkbaremanier worden gedaan als in de beantwoording van vraag 312 van defeitelijke vragen over de Voorjaarsnota van 2025?AntwoordHet ODA-budget is gekoppeld aan de ontwikkeling van het bni.Op deze manier blijft de ODA-prestatie langjarig stabiel. Bij deVoorjaarsnota 2026 is het ODA-budget o.b.v. de koppelingbijgesteld voor de bni-ontwikkeling tussen CEP2026 en CEP2025.Bij de Voorjaarsnota 2025 is de bni-ontwikkeling bij CEP2025 tenopzichte van MEV2025 in het ODA-budget verwerkt. De eersteregel in de tabel toont deze bijstellingen.De 0,7% verwijst naar de systematiek van voorgaandekabinetten, waarbij er een koppeling was op basis van destreefwaarde van de Verenigde Naties: 0,7% van het bni. Ombui-gingen werden van het ODA-budget afgehaald en intensiveringentoegevoegd. Hierdoor heeft de ODA-prestatie sinds 2013afgeweken van de 0,7%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 33 Onderstaande tabel toont in de bovenste regel het budgettaireffect van de bni-koppeling. De tweede regel toont het budgettaireffect van een bni-koppeling op basis van 0,7% vanaf CEP2024.Het budgettair effect van een koppeling op basis van 0,7% vanCEP2024 t/m CEP2026, zoals door de vraagsteller verzocht, is hetverschil tussen deze eerste twee regels en wordt getoond in delaatste regel van de tabel.x EUR mln.202620272028202920302031Abijstellingen bni-koppeling in de begroting(CEP2026 t.o.v. MEV2025)34– 182643242440Bbijstellingen bni-koppeling op basis van0,7% (CEP2026 t.o.v. CEP2024)3623484114337671.086A–Bbni-bijstelling 0,7% CEP2026-CEP2024 t.o.v.huidige bni-koppeling CEP2026-MEV2025328367384391525646 6Hoe verklaart u dat het ODA-budget naar aanleiding van de CEP-ramingneerwaarts wordt bijgesteld met respectievelijk – 119 miljoen,– 133 miljoen en – 136 miljoen in 2026, 2027 en 2028 (p. 65 Voorjaarsnota),terwijl in tabel 17 van de memorie van toelichting bij hoofdstuk XVII(«BNI-koppeling», regel C, p. 33) voor diezelfde jaren respectievelijk– 79 miljoen, – 100 miljoen en – 87 miljoen wordt vermeld?AntwoordDe bni-bijstelling waar de vragensteller naar verwijst oppagina 65 van de Voorjaarsnota toont de bijstelling als gevolg vande volumeontwikkeling van het bni. Het bni bestaat ook uit eenprijscomponent en de bijstelling als gevolg van de prijsontwik-keling is weergegeven op pagina 66 van de voorjaarsnota. Detoelichting op deze mutatie staat onderaan pagina 68.Het saldo van de mutaties gebaseerd op de prijsontwikkeling envolumeontwikkeling van het bni is gelijk aan de mutatie zoalsopgenomen op pagina 33 van de memorie van toelichting van de1e suppletoire begroting BHO.Omdat deze begroting nog de naam «Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp» had (BHO), zal deze naam ook voor dezesuppletoire begroting gebruikt worden. Met ingang van deontwerpbegroting 2027 zal de naam aangepast worden naar«Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking» (BHOS).7Kan een overzicht worden gegeven van de nieuwe ramingen van demeerjarige ontwikkeling van het BNI, aangezien deze niet in de CEP zijnopgenomen?AntwoordHet bni in EUR miljard zoals geraamd in de CEP2026 is hieronderweergegeven.2026202720282029203020311.2191.2621.3161.3651.4161.461 8Waarom daalt het budget op artikel 3.3. in 2031 naar 96 miljoen euro?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 34 AntwoordHet budget op artikel 3.3 daalt in 2031 doordat de tijdelijkeintensivering die voortvloeit uit het amendement van de ledenHirsch en De Korte (Kamerstuk 36 725 XVII, nr. 20) in dat jaarafloopt. Bij de Ontwerpbegroting 2026 is het budget voor dejaren 2026 tot en met 2030 met EUR 22 miljoen per jaarverhoogd. Deze verhoging heeft geen structureel karakter. In2031 is daarom de extrapolatie gecorrigeerd en wordt het budgetneerwaarts bijgesteld.9Worden de opwaarts bijgestelde uitgaven voor opvang van eerstejaarsasielzoekers, de neerwaartse bijstelling van het ODA budget n.a.v. deCEP-raming, de actualisatie ODA-bijdrage eerstejaars asielopvang enoverige ombuiging allemaal ten laste gebracht van artikel 5.4 van debegroting? Is bij de ramingen op artikel 5.4. rekening gehouden met deopwaarts bijgestelde uitgaven?AntwoordDe mutaties die vraagsteller noemt worden allemaal verrekendmet artikel 5.4 van de begroting. Bij de eerdere ramingen opartikel 5.4 was reeds rekening gehouden met de meerjarigeactualisatie van de asielramingen die nu verwerkt zijn op basisvan het Coalitieakkoord (maatregel 69). Daarnaast is een deel vande neerwaartse bijstelling van het ODA-budget in latere jarenopgevangen door de vrijgekomen ruimte door lager danverwachte asieluitgaven in 2026 (zie regel F in tabel 17). Dezeruimte is middels een kasschuif deels doorgeschoven naar dejaren 2027–2029. In 2030 en 2031 ontstond door deze mutatieseen negatieve stand op artikel 5.4. Deze is opgevangen door indie jaren een naar rato bezuiniging door te voeren op alle thema’svoor een totaal van EUR 51,6 miljoen in 2030 en EUR57,7 miljoen in 2031.10Kan een het overzicht worden gegeven zoals bijlage 6 HGIS op basis vande oude systematiek van de koppeling tussen het ODA-budget en dekoppeling aan 0.7% en de economische groei?AntwoordBijlage 6 van de jaarlijkse HGIS-nota toonde het overzichtintensiveringen en bezuinigingen en de meerjarige ODA-prestatie.Een vergelijkbaar overzicht is sinds dit jaar ook in de 1e supple-toire begroting BHO opgenomen op pagina 34 en 35 (Kamerstuk36 915 XVII, nr. 2).Zie voor het overzicht van de bijstellingen de tabel in hetantwoord op vraag 5.11Hoeveel zou de koppeling volgens de oude systematiek, met terugwer-kende kracht vanaf de Miljoenennota 2025, opleveren, en kan hiervan eenmeerjarig overzicht worden gegeven voor 2025 tot en met 2030, waarbijper jaar (2025–2030) wordt aangegeven hoeveel erbij zou komen?AntwoordZie antwoord op vraag 5.12Op welke momenten in het jaar worden de asielramingen nog herzien?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 35 AntwoordOp basis van de meest recente Meerjaren Productie Prognosewordt op de reguliere budgettaire besluitvormingsmomentenbezien of bijstelling van de asielbudgetten noodzakelijk is.13Zijn de asielramingen niet meer nodig voor de BHO begroting wanneer deasielcap van 10% per 2027 wordt ingevoerd?AntwoordVanaf 2027 worden de uitgaven aan eerstejaars asielopvangvanuit het ODA-budget gemaximeerd op 10% van het RijksbredeODA-budget. De vertaling van de asielramingen naar deODA-toerekening blijft gemaakt worden voor het geval deODA-toerekening van de asielraming lager wordt dan 10% vanhet Rijksbrede ODA-budget. Als de ODA-toerekening hogeruitkomt dan 10% van het Rijksbrede ODA-budget, leidt deasielraming niet tot een overheveling van de BHO-begroting naarde AenM-begroting of andersom.14Was de neerwaartse bijstelling (regel 14) nog niet bekend toen hetcoalitieakkoord werd gepubliceerd? Zo nee, wanneer is dit bekendgeworden? Kan een berekening worden gegeven van de actualisatie vande asielcap die leidt tot een extra tegenvaller cumulatief van 217,6 miljoeneuro?AntwoordDe bijstelling van de asielraming in het Coalitieakkoord wasgebaseerd op het ODA-budget bij de Miljoenennota. De mutatiesuit het Coalitieakkoord en de voorjaarsbesluitvorming hebbeneffect op het ODA-budget. Deze fluctuaties hebben daardoor ookgevolgen voor de maximering van de uitgaven aan eerstejaarsasielopvang van 10% van het ODA-budget. Door de verande-ringen in het ODA-budget vindt daarom een aanvullendebijstelling plaats bij de Voorjaarsnota.Onderstaande tabel geeft weer hoe de additionele bijstelling isopgebouwd. Dit bedrag is berekend door het verschil te nementussen de toerekening na de Najaarsnota en de toerekening opbasis van het verhoogde ODA-budget bij de Voorjaarsnota, en dereeds verwerkte bijstelling in het Coalitieakkoord hier vanaf tetrekken.Na het moment van berekening van de asieltoerekening op basisvan 10% van het ODA-budget, heeft er nog besluitvormingplaatsgevonden die hebben geleid tot fluctuaties op hetODA-budget die niet zijn meegenomen in de berekening. Bij eenvolgend begrotingsmoment wordt de toerekening weer geactuali-seerd op basis van 10% van het ODA-budget.In EUR mln.20272028202920302031A. Asieltoerekening navoorjaarsbesluitvorming (max.10% van ODA-budget)618,1645,6690,3665,8652,9B. Toerekening na Najaarsnota2025 (incl. effect apparaatstaak-stelling Coalitieakkoord)505,2376,3374,4371,6371,6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 36 In EUR mln.20272028202920302031C. Reeds verwerkt in Coalitieak-koord– 106– 201– 235– 257– 257D. Additionele bijstelling BHO(B–A–C)– 6,9– 68,3– 81– 37,2– 24,3 15Wat zijn de komende jaren naast de koppeling met economische groeinog meer redenen waarom het BHO-budget fluctueert?AntwoordHet budget op de BHO-begroting maakt deels onderdeel uit vanhet Rijksbrede ODA-budget. Het Rijksbrede ODA-budget kanfluctueren als gevolg van de bni-koppeling of als gevolg vanbeleidskeuzes van het kabinet. Het budget op de BHO-begrotingkan daarnaast fluctueren als gevolg van de asieltoerekening(overheveling van/naar A&M-begroting) of als gevolg van deverdeling van het Rijksbrede ODA-budget over de verschillendedepartementale begrotingen. Daarnaast kan het budget op deBHO-begroting licht fluctueren als gevolg van fluctuaties van hetnon-ODA budget op de begroting.16Ten koste waarvan gaan de overgehevelde middelen van deBHO-begroting voor migratiepartnerschappen die worden overgeheveldnaar de begroting voor Asiel & Migratie?AntwoordDe overgehevelde middelen voor migratiepartnerschappen komenvan het budget migratiesamenwerking op de BHO-begroting(artikel 4.2). Deze worden nog steeds ingezet voor hetzelfdebeleidsdoel, alleen via de begroting van Asiel en Migratie.17Wanneer worden de extra middelen uit het Coalitieakkoord van257 miljoen euro toegevoegd aan de begroting BHO? Kan al een overzichtworden gegeven hoe deze intensivering wordt verdeeld op de prioriteitenin de komende jaren?AntwoordDe in het coalitieakkoord opgenomen middelen, waaronder destructurele intensivering van EUR 257 miljoen voor ontwikke-lingssamenwerking, worden conform de gebruikelijke syste-matiek in eerste instantie geraamd op de Aanvullende Post bijhet Ministerie van Financiën. Zie ook bijlage 10 van deVoorjaarsnota (Kamerstuk 36 915, nr. A, p. 281). Om die redenzijn deze middelen nog niet zichtbaar op de BHO-begroting. Nabesluitvorming zullen de middelen worden overgeheveld naar deBHO-begroting.18Klopt het dat, ondanks de intensivering van 257 miljoen euro op hetODA-budget door het kabinet, de BHO-begroting in sommige jaren daaltten opzichte van de stand begroting 2026? Hoe kan dit het best begrepenworden?AntwoordDe uitgaven vanaf de BHO-begroting zijn inderdaad gedaaldtussen Miljoenennota 2026 en Voorjaarsnota 2026. Dit komt metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 37 name doordat de intensiveringen uit het coalitieakkoord noggereserveerd staan op de Aanvullende Post (zie antwoord opvraag 17), terwijl de ombuigingen uit het coalitieakkoord welreeds verwerkt zijn op de BHO-begroting. Ook daalt deBHO-begroting omdat het bni bij CEP2026 is gedaald ten opzichtevan de laatst verwerkte raming (CEP2025). Verder zet het kabinetconform het coalitieakkoord EUR 419 miljoen in 2027 uit deBHO-begroting in als dekking om de niet-militaire steun aanOekraïne te continueren.Geraamde uitgavenBHO-begroting(x miljoenen euro)2027202820292030Stand Miljoenennota 20263.7033.7603.9324.063Stand Voorjaarsnota 20263.2693.4293.7183.642Verschil– 434– 331– 214– 421 19Klopt het dat de intensivering van 257 miljoen euro op het ODA-budgetdoor het kabinet nog niet verwerkt is in de Voorjaarsnota? Betekent dit datdeze investeringen nog niet verwerkt zijn in de verschillen tussen de standBHO-begroting ten tijde van de begroting 2026 en de standBHO-begroting bij deze voorjaarsnota en dat het gat tussen beiden kleinerwordt wanneer de intensivering verwerkt is in de BHO-begroting?AntwoordDit klopt (zie tevens het antwoord op vraag 17).20Is de conclusie correct dat de investeringen door het kabinet à 257 miljoeneuro op de genoemde thema’s in het coalitieakkoord (vrouwenrechten,onderwijs, klimaat, maatschappelijk middenveld en noodhulp) alleen totstand kunnen komen door elders binnen de BHO-begroting minder teinvesteren? Aangezien het BHO-budget in zijn totaliteit niet gestegen is?Zo nee, waarom klopt deze conclusie niet?AntwoordNee, deze conclusie is niet correct. Door de investering opontwikkelingssamenwerking van het kabinet stijgt het RijksbredeODA-budget met structureel EUR 257 miljoen. De investering ismomenteel nog niet zichtbaar op de BHO-begroting omdat demiddelen conform de gebruikelijke systematiek eerst noggeraamd staan op de Aanvullende Post bij de het Ministerie vanFinanciën (zie antwoord op vraag 17). Deze middelen zullen bijoverheveling naar de BHO-begroting vrij besteedbaar zijn voorintensiveringen op ontwikkelingssamenwerking.21Hoe wordt de intensivering van 30 miljoen euro voor humanitaire hulp in2026 verdeeld over de humanitaire partners? Is hierover al een besluitgenomen?AntwoordDe intensivering van EUR 30 miljoen zal grotendeels plaatsvindendoor middel van flexibele financiering aan bestaande humanitairepartners van Nederland, waarbij de middelen verdeeld worden opbasis van de hoogste noden.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 38 Hoe wordt de intensivering van 30 miljoen euro voor humanitaire hulp in2026 verdeeld over de landen?AntwoordDe intensivering van EUR 30 miljoen zal grotendeels plaatsvindendoor middel van flexibele financiering aan bestaande humanitairepartners (zie ook antwoord op vraag 21). Deze financiering biedtorganisaties de mogelijkheid om direct, en soms zelfs vooraf, inte spelen op acute crises. Op deze manier komt hulp op eenefficiënte wijze terecht waar dit het hardst nodig is. Het is nietmogelijk vooraf aan te geven in welke landen deze extramiddelen terecht zullen komen. Indien Nederland besluit extramiddelen toe te kennen aan door OCHA beheerde humanitairelandenfondsen, zal de landenkeuze worden gemaakt op basis vaneen analyse van de hoogste noden. Zie ook de Kamerbrief over definanciële invulling van Humanitaire Hulp in 2026 (Kamerstuk-nr. 36 180-189).23Wat wordt er met het restant van de 718 miljoen (173 miljoen) als gevolgvan een bijstelling van de ramingen voor eerstejaars asielopvang gedaan?Blijven deze middelen op artikel 5.4 staan?AntwoordVan de bijstelling van EUR 718 miljoen in 2026 (tabel 2, regels 5en 15) wordt EUR 545 miljoen doorgeschoven naar latere jaren(tabel 2, regel 17) om o.a. de neerwaartse bijstelling a.g.v. de CEPop te vangen. In 2026 wordt EUR 107,5 miljoen ingezet tenbehoeve van programma’s binnen ontwikkelingssamenwerking(tabel 2, regel 16). De overige EUR 65 miljoen wordt ingezet tergedeeltelijke dekking van de bijstelling ODA-budget o.b.v. delager dan verwachte bni-raming n.a.v. CEP 2026 (tabel 2,regel 15).24Wat zou de koppeling tussen het ODA-budget en de economische groeiopgeleverd of gekost hebben wanneer de oude koppeling van 0,7%gehanteerd zou zijn, volgens de oude manier van berekenen van hetontwikkelingsbudget (0,7% x BNI + investeringen – bezuinigingen)? Kanop een tweede regel worden aangegeven hoeveel het opgeleverd zouhebben als deze systematiek vanaf de Miljoenennota 2025 gehanteerdwas, en nooit was losgelaten?AntwoordZie antwoord op vraag 5.25Wat zou de koppeling tussen het ODA-budget en de economische groeiopgeleverd of gekost hebben wanneer de koppeling op 0,65% van het BNIzou zijn gezet, volgens de oude manier van berekenen van het ontwikke-lingsbudget (ODA = 0,65% x BNI + investeringen – bezuinigingen)?AntwoordVoor een koppeling op basis van 0,65% wordt er vanuit gegaandat de vragensteller doelt op een bni-koppeling waarbij 0,65%van de nominale bni-ontwikkeling wordt toegevoegd aan ofafgehaald van het ODA-budget. Daarmee tendeert deODA-prestatie op de lange termijn toe naar 0,65% van het bni.Deze vorm van een bni-koppeling kan berekend worden door0,65% van de ontwikkeling van het bni sinds de laatst verwerkteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 39 raming te nemen. Een bni-koppeling op basis van deze syste-matiek leidt bij CEP2026 ten opzichte van de laatst verwerkteraming (CEP2025) tot onderstaande bijstelling in plaats van debijstelling zoals deze op dit moment is verwerkt in de begroting:x EUR mln.202620272028202920302031Bni-koppeling op basisvan 0,65% (CEP2026t.o.v. CEP2025)– 100– 139– 132– 129– 129– 173 Omdat het bni bij de CEP2026 meerjarig neerwaarts is bijgesteldten opzichte van het bni bij de laatst verwerkte raming (deCEP2025) en de huidige bni-koppeling leidt tot minder fluctuatiesvan het ODA-budget, resulteert een bni-koppeling op basis van0,65% binnen de begrotingshorizon tot een grotere neerwaartsebijstelling van het ODA-budget dan de huidige bni-koppeling. Meteen bni-koppeling op 0,65% vormt 0,65% een streefwaarde in deberekeningssystematiek van het Rijksbrede ODA-budget.26Wat zou de koppeling tussen het ODA-budget en de economische groeiopgeleverd of gekost hebben wanneer de koppeling op 0,60% van het BNIzou zijn gezet, volgens de oude manier van berekenen van het ontwikke-lingsbudget (ODA = 0,60% x BNI + investeringen – bezuinigingen)?AntwoordVoor de berekeningswijze van deze variant worden dezelfdeaannames verondersteld als opgenomen in vraag 25. De bijbeho-rende budgettaire effecten zijn hieronder weergegeven:x EUR mln.202620272028202920302031Bni-koppeling op basisvan 0,60% (CEP2026t.o.v. CEP2025)– 92– 128– 122– 119– 119– 160 Omdat het bni bij de CEP2026 meerjarig neerwaarts is bijgesteldten opzichte van het bni bij de laatst verwerkte raming (deCEP2025) en de huidige bni-koppeling leidt tot minder fluctuatiesvan het ODA-budget, resulteert een bni-koppeling op basis van0,60% binnen de begrotingshorizon tot een grotere neerwaartsebijstelling van het ODA-budget dan de huidige bni-koppeling. Meteen bni-koppeling op 0,60% vormt 0,60% een streefwaarde in deberekeningssystematiek van het Rijksbrede ODA-budget.27Wat zou de koppeling tussen het ODA-budget en de economische groeiopgeleverd of gekost hebben wanneer de koppeling op 0,55% van het BNIzou zijn gezet, volgens de oude manier van berekenen van het ontwikke-lingsbudget (ODA = 0,55% x BNI + investeringen – bezuinigingen)?AntwoordVoor de berekeningswijze van deze variant worden dezelfdeaannames verondersteld als opgenomen in vraag 25. De bijbeho-rende budgettaire effecten zijn hieronder weergegeven:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 310 x EUR mln.202620272028202920302031Bni-koppeling op basisvan 0,55% (CEP2026t.o.v. CEP2025)– 84– 117– 112– 109– 109– 146 Omdat het bni bij de CEP2026 meerjarig neerwaarts is bijgesteldten opzichte van het bni bij de laatst verwerkte raming (deCEP2025) en de huidige bni-koppeling leidt tot minder fluctuatiesvan het ODA-budget, resulteert een bni-koppeling op basis van0,55% binnen de begrotingshorizon tot een grotere neerwaartsebijstelling van het ODA-budget dan de huidige bni-koppeling. Meteen bni-koppeling op 0,55% vormt 0,55% een streefwaarde in deberekeningssystematiek van het Rijksbrede ODA-budget28Wat zou de koppeling tussen het ODA-budget en de economische groeiopgeleverd of gekost hebben wanneer de koppeling op 0,50% van het BNIzou zijn gezet, volgens de oude manier van berekenen van het ontwikke-lingsbudget (ODA = 0,50% x BNI + investeringen – bezuinigingen)?AntwoordVoor de berekeningswijze van deze variant worden dezelfdeaannames verondersteld als opgenomen in vraag 25. De bijbeho-rende budgettaire effecten zijn hieronder weergegeven:x EUR mln.202620272028202920302031Bni-koppeling op basisvan 0,50% (CEP2026t.o.v. CEP2025)– 77– 107– 102– 99– 99– 133 Omdat het bni bij de CEP2026 meerjarig neerwaarts is bijgesteldten opzichte van het bni bij de laatst verwerkte raming (deCEP2025) en de huidige bni-koppeling leidt tot minder fluctuatiesvan het ODA-budget, resulteert een bni-koppeling op basis van0,50% binnen de begrotingshorizon tot een grotere neerwaartsebijstelling van het ODA-budget dan de huidige bni-koppeling. Meteen bni-koppeling op 0,50% vormt 0,50% een streefwaarde in deberekeningssystematiek van het Rijksbrede ODA-budget.29Kan worden toegelicht waarom het ODA-budget met 555,9 miljoen eurodaalt in de jaren 2026–2031 vanwege de koppeling met het BNI? Aan welkpercentage wordt vastgehouden?AntwoordHet ODA-budget is gekoppeld aan de ontwikkeling van het bni.Met deze koppeling blijft de ODA-prestatie langjarig stabiel. Alshet bni met 1% stijgt, dan stijgt het ODA-budget namelijk ookmet 1%. Als het bni daalt met 1%, dan daalt het ODA-budget ookmet 1% met als resultaat stabiele ODA-prestatie. Omdat het bnibij CEP2026 is gedaald ten opzichte van de laatst verwerkteraming (CEP2025) daalt het ODA-budget.De meerjarige ODA-prestatie is hieronder weergegeven en tevenszichtbaar op pagina 35 van de 1e suppletoire begroting BHO(Kamerstuk 36 915 XVII, nr. 2).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 311 in % bni202620272028202920302031ODA-prestatie bijVJN20260,50%0,48%0,49%0,50%0,47%0,44% 30Kan een overzicht worden gegeven van hoeveel er vanaf 2027 op welkesubsidies wordt bezuinigd?AntwoordDe subsidietaakstelling uit het Coalitieakkoord is binnen deBHO-begroting verdeeld over de thema’s naar rato van de omvangvan de subsidies bij Miljoenennota 2026. Daaruit volgt onder-staande verdeling.Bezuiniging subsidietaakstelling in EUR mln.20272028202920302031Artikel 1: Duurzame economische ontwikkeling, handel en investeringen– 3,2– 3,2– 3,2– 3,2– 3,21. Duurzaam handels- en investeringssysteem, inclusief MVO– 0,3– 0,3– 0,3– 0,3– 0,32. Nederlandse Handels- en Investeringsbevordering– 0,4– 0,4– 0,4– 0,4– 0,43. Handel en economie voor ontwikkeling– 2,5– 2,5– 2,5– 2,5– 2,5Artikel 2: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat– 5,2– 5,2– 5,2– 5,2– 5,21. Voedselzekerheid– 1,7– 1,7– 1,7– 1,7– 1,72. Water– 2,4– 2,4– 2,4– 2,4– 2,43. Klimaat– 1,1– 1,1– 1,1– 1,1– 1,1Artikel 3: Sociale vooruitgang– 4,6– 4,6– 4,6– 4,6– 4,61. Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid enrechten– 3,0– 3,0– 3,0– 3,0– 3,03. Maatschappelijk middenveld– 1,7– 1,7– 1,7– 1,7– 1,7Artikel 4: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling– 3,4– 3,4– 3,4– 3,4– 3,41. Humanitaire Hulp– 1,7– 1,7– 1,7– 1,7– 1,72. Migratie– 0,2– 0,2– 0,2– 0,2– 0,23. Veiligheid en stabiliteit– 1,5– 1,5– 1,5– 1,5– 1,5Artikel 5: Multilaterale samenwerking en overige inzet– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,12. Overig armoedebeleid– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1– 0,1Totaal– 16,5– 16,5– 16,5– 16,5– 16,5 31Waar komen de investeringen in artikel 5.4. terecht op het gebied vanklimaat, vrouwenrechten, ontwikkeling, humanitaire hulp en veiligheid enstabiliteit zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, en kan per projectworden aangegeven waar het extra geld naartoe gaat?AntwoordZoals aangekondigd in het coalitieakkoord investeert het kabinet inontwikkelingssamenwerking en doet dat door te investeren in jongeren,onderwijs, klimaat, vrouwenrechten en bij te dragen aan de mondialegezondheidsstrategie en voedselzekerheid. Daarnaast is humanitaire hulpexpliciet onderdeel van de inzet van het kabinet, gericht op het verlichtenvan acute noden en het bieden van perspectief in fragiele en crisiscon-texten.De doorverdeling van de investeringen op ODA-programma’s vanuitartikel 5.4 is gespecificeerd in tabel 2, regels 6–11, belangrijkste supple-toire mutaties. Over de inzet van deze middelen wordt de Kamer nadergeïnformeerd en uitgaven worden verantwoord in de jaarverslagen van2026 en 2027.32Hoeveel geld gaat er van de BHO-begroting naar de eerstejaarsasiel-opvang? Wat is het netto bedrag per jaar dat van de begroting wordtgehaald?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 312 Onderstaand overzicht bevat het deel van het RijksbredeODA-budget dat naar eerstejaars asielopvang gaat per jaar in deperiode 2026–2031. Eventuele mutaties in de asieltoerekeningkomen ten laste of ten gunste van de BHO-begroting in 2026.Vanaf 2027 geldt een maximum toerekening van 10% van hetRijksbrede ODA-budget. Mutaties boven deze 10% worden danniet meer verrekend met de BHO-begroting.In EUR mln.202620272028202920302031Asieltoerekening1.011620648692668655wv. OCW434343434343wv. AenM969577605650625612 33Welke bedragen zijn van de BHO-begroting afgevallen en welke postenhebben daaronder geleden sinds het coalitieakkoord, nu van de257 miljoen euro investering nog maar 147 miljoen euro over is?AntwoordDe EUR 257 miljoen intensivering op ontwikkelingssamen-werking uit het Coalitieakkoord is nog niet aan de BHO-begrotingtoegevoegd. Deze middelen staan op de Aanvullende Post van hetMinisterie van Financiën in afwachting van nadere uitwerking.Zie ook bijlage 10 van de Voorjaarsnota (Kamerstuk 36 915, nr. A,p. 281). Zie ook vraag 17.34Welke risico’s liggen er met betrekking op de uitvoering door de verschil-lende taakstellingen?AntwoordIn de uitvoering van de verschillende taakstellingen bestaat ereen risico op besparingsverlies, bijvoorbeeld door vertraging inde uitvoering van diverse maatregelen of door een lagereopbrengst van beoogde maatregelen. Dit risico wordt gemonitorden indien nodig bijgestuurd. Voor het uitvoeren van de subsidie-taakstelling zijn niet direct risico’s voorzien. Wel heeft dit impactop de omvang van de subsidiebudgetten op de BHO-begroting (intotaal EUR 16,5 miljoen).35Hoeveel ambtenaren vallen bij het Ministerie van BHO onder de nullijn?AntwoordDe BHO-begroting is een programmabegroting. Voor de uitvoeringwordt gebruik gemaakt van het apparaat van het Ministerie vanBuitenlandse Zaken. Zie voor de beantwoording van deze vraaghet antwoord op vraag nummer 7 gesteld bij de begroting vanBuitenlandse Zaken.36Hoeveel medewerkers bevinden zich in de lagere loonschalen (schalen 1t/m 6)? Wat is het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoe-ringsorganisaties vs. beleid)?AntwoordDe BHO-begroting is een programmabegroting. Voor de uitvoeringwordt gebruik gemaakt van het apparaat van het Ministerie vanBuitenlandse Zaken. Zie voor de beantwoording van deze vraagTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 313 het antwoord op vraag nummer 8 gesteld bij de begroting vanBuitenlandse Zaken.37Welke functies/beroepen vallen voornamelijk binnen de lagereloonschalen (schalen 1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeels-krapte binnen deze functies?AntwoordDe BHO-begroting is een programmabegroting. Voor de uitvoeringwordt gebruik gemaakt van het apparaat van het Ministerie vanBuitenlandse Zaken. Zie voor de beantwoording van deze vraaghet antwoord op vraag nummer 9 gesteld bij de begroting vanBuitenlandse Zaken.38Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effectenvan de nullijn, bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kunnendeze worden gedeeld?AntwoordEr zijn geen analyses gemaakt specifiek voor de effecten van denullijn.39Hoeveel gebonden humanitaire of andere hulp wordt uitgekeerd in 2026?AntwoordBij humanitaire hulp is geen sprake van gebonden hulp.De OESO houdt cijfers bij over de ongebonden en gebonden hulpvan Nederland. De OESO rapporteert terugkijkend; de gegevensvoor 2026 worden in 2027 gepubliceerd. Vanuit ontwikkelingssa-menwerking sturen we aan de voorkant niet actief op een deelgebonden of ongebonden hulp. De Nederlandse bilaterale ODA istraditioneel in hoge mate ongebonden.40Hoeveel ongebonden humanitaire of andere hulp wordt uitgekeerd in2026?AntwoordZie vraag 39. Deze informatie wordt terugkijkend openbaargemaakt door de OESO.41Hoeveel gebonden en ongebonden humanitaire of andere hulp wordt,uitgesplitst per jaar, uitgekeerd in 2027–2031?AntwoordZie vraag 39. Deze informatie wordt terugkijkend openbaargemaakt door de OESO.42Op welke posten wordt er bezuinigd om de kasschuif van 419 miljoeneuro voor Oekraïne uit de BHO-begroting te dekken?AntwoordConform het coalitieakkoord is er EUR 419 miljoen in 2027gedekt uit de BHO-begroting ten behoeve van het continuerenvan de niet-militaire steun aan Oekraïne. Dit is verwerkt op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 314 verdeelartikel 5.4. Dat betekent dat er niet wordt bezuinigd oplopende OS-projecten. De ontwikkeling van verdeelartikel 5.4 iszichtbaar op pagina 33 van de 1e suppletoire begroting BHO(Kamerstuk 36 915 XVII, nr. 2). Zie tevens het antwoord opvraag 9.43Op welke manier wordt artikel 32 van het VN-verdrag inzake de rechtenvan personen met een handicap momenteel geïmplementeerd in hetBuitenlandbeleid?AntwoordBinnen het Nederlandse buitenlandbeleid is aandacht voor depositie van kwetsbare groepen, waaronder personen met eenbeperking. Nederland hanteert daarbij een inclusieve benadering,waarbij de belangen van personen met een beperking wordenmeegenomen in de bredere beleidsinzet. Er is echter geen sprakevan specifiek doelgroepenbeleid gericht op personen met eenbeperking. Om die reden vindt geen afzonderlijke registratieplaats van activiteiten of resultaten die uitsluitend op dezedoelgroep zijn gericht.44Wordt er momenteel gewerkt aan een implementatiestrategie van hetVN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap? Zo ja, kaneen tijdspad worden gegeven?AntwoordZoals aangegeven in het antwoord op vraag 43, kent het Neder-landse buitenlandbeleid geen afzonderlijk doelgroepenbeleid voorpersonen met een beperking. De inzet ten aanzien van hetVN-verdrag, artikel 32, inzake de rechten van personen met eenhandicap maakt onderdeel uit van de bredere inclusievebenadering binnen het beleid voor kwetsbare groepen. Er isderhalve geen afzonderlijk beleidstraject met een eigen tijdpaddat specifiek is gericht op de uitvoering van dit verdrag binnenhet buitenlandbeleid.45Kan de intensivering van 30 miljoen euro op humanitaire noodhulp naderworden uitgesplitst?Antwoord:Zie antwoord op vraag 22.46Kan de intensivering van 21 miljoen euro voor mondiale gezondheid envrouwenrechten nader worden uitgesplitst?AntwoordBegrotingsartikel 3.1 is met EUR 11 miljoen opgehoogd, begro-tingsartikel 3.2 met EUR 10 miljoen.47Kan worden aangegeven op welke manier inclusie van mensen met eenbeperking wordt meegenomen in de verstrekking van humanitairenoodhulp?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 315 Humanitaire organisaties verlenen hulp op basis van de hoogstenoden, niet op basis van specifieke doelgroepen. Juist hierdoorbereikt hulp de meest kwetsbare mensen, zoals ook mensen meteen beperking. De Nederlandse manier van flexibel financierenzorgt er voor dat humanitaire partners gemarginaliseerdepersonen, waaronder mensen met een beperking, beter kunnenbereiken en beschermen.48Kan worden aangegeven op welke manier inclusie van mensen met eenbeperking wordt meegenomen in deze specifieke intensivering ophumanitaire noodhulp van 30 miljoen euro?AntwoordDe intensivering van EUR 30mln zal grotendeels plaatsvindendoor middel van flexibele financiering aan bestaande humanitairepartners. Deze flexibele financiering biedt organisaties de kanshulp te verlenen op basis van de hoogste noden. Juist hierdoorbereikt hulp de meest kwetsbare mensen, zoals ook mensen meteen beperking.49Kan worden aangegeven welk gedeelte van het budget voor mondialegezondheid is bestemd voor het bevorderen van inclusie van mensen meteen beperking na de intensivering van 21 miljoen euro?AntwoordBinnen de begroting voor mondiale gezondheid wordt geenseparate reservering aangehouden voor het bevorderen vaninclusie van mensen met een beperking. De Mondiale Gezond-heidsstrategie zet stevig in op gezondheid voor iedereen op basisvan gelijkheid en inclusie. Nederland werkt hiervoor met partnersen programma’s die kwetsbare groepen effectief bereiken enbetrekken. Dat kan ook gaan om mensen met een beperking,zoals bijvoorbeeld het geval was in het SRGR partnerschap Makeway met WEMOS en het Liliane fonds.50Hoe verklaart u dat er circa 108 miljoen euro in 2026 en 39 miljoen euro in2027 wordt geïntensiveerd op verschillende programma’s van debegroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,mede gezien het feit dat het ODA-budget neerwaarts is bijgesteld naaraanleiding van de CEP-raming?AntwoordVanwege de actualisatie van de asielraming is de BHO begrotingin 2026 opwaarts bijgesteld en is er ruimte vrijgekomen. Van debijstelling van EUR 718 miljoen in 2026 (tabel 2, regels 5 en 15)wordt voor meer doelmatige besteding van middelen EUR 545miljoen doorgeschoven naar latere jaren (tabel 2, regel 17). In2026 wordt EUR 107,5 miljoen en in 2027 wordt EUR 39 miljoeningezet respectievelijk ten behoeve van programma’s binnenontwikkelingssamenwerking. De overige EUR 65 miljoen wordtingezet ter gedeeltelijke dekking van de bijstelling ODA-budgeto.b.v. de lager dan verwachte bni-raming n.a.v. CEP2026 (tabel 2,regel 15).51Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 316 Hoe verklaart u dat de intensiveringen voor 2026 en 2027 volgens dealgemene bedragen optellen tot € 147 miljoen, terwijl de optelling van deafzonderlijke intensiveringen € 137 miljoen bedraagt?AntwoordZoals aangegeven in tabel 2 «overzicht belangrijke uitgaven-enontvangstenmutaties» op pagina 5 van de 1e suppletoirebegroting wordt EUR 107,5 miljoen (2026) en EUR 39 miljoen(2027) ingezet ten behoeve van programma’s binnen ontwikke-lingssamenwerking. Deze intensiveringen tellen gezamenlijk optot EUR 146,5 miljoen. In de opsomming op pagina 66 van deVoorjaarsnota is de intensivering op de middelen voor klimaat(EUR 10 mln.) niet meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 915 XVII, nr. 317

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9fb7d43b280830b9

14 okt 2026 · 326395ddecfc3abf

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.