Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 september 2025, over verduurzaming industrie
Brontekst
Versie 367efb2779c58d6b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 826Industriebeleid32 813Kabinetsaanpak KlimaatbeleidNr. 267 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 1 oktober 2025 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 10 september2025 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 mei 2025 inzake resultaten Interdepartementale WerkgroepVerduurzaming mkb (Kamerstuk 32 637, nr. 695);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 mei 2025 inzake verlenging en evaluatie VEKI-subsidieregeling (Kamerstuk 31 239, nr. 422);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.26 mei 2025 inzake reactie op verzoek commissie over debrief van WISE getiteld «Informatie WISE over aanbevelingenvoor subsidieregeling Indirecte Kostencompensatie ETS(IKC-ETS)» (Kamerstuk 32 813, nr. 1516);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.20 juni 2025 inzake ruimte voor industrieclusters (Kamerstuk29 826, nr. 258);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.23 juni 2025 inzake joint letter of intent maatwerk CoöperatieKoninklijke Cosun U.A. (Kamerstuk 29 826, nr. 259);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.30 juni 2025 inzake voortgang maatwerkafspraken verduurza-ming industrie (Kamerstuk 29 826, nr. 260);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.1 juli 2025 inzake CO2-heffing voor de industrie (Kamerstuk32 813, nr. 1521);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.9 juli 2025 inzake joint letter of intent AnQore (Kamerstuk29 826, nr. 262);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.5 september 2025 inzake voortgang verduurzaming cluster 6en top 60-rapportage (Kamerstuk 29 826, nr. 264);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groei d.d.5 september 2025 inzake toekomstperspectief Energie-intensieve Industrie (Kamerstuk 29 826, nr. 265). kst-29826-267ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2671 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,ThijssenDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2672 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: NavaAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Baudet, Peter de Groot,Koekkoek, Postma, Rooderkerk en Thijssen,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 9.33 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede morgen. Hartelijk welkom aan iedereenop de publieke tribune. Fijn dat u bij het debat Verduurzaming industrieaanwezig bent. Ik wil ook graag de mensen die dit debat op afstandvolgen hartelijk welkom heten. Ook welkom aan de leden, de Minister ende ondersteuning. We gaan er een mooi debat van maken met elkaar.We gaan zo starten met de eerste termijn van de kant van de Kamer. Er isvijf minuten spreektijd per fractie. Gezien de opkomst tot nu toe zou ikwillen voorstellen om te beginnen met zes interrupties. We hebben daardenk ik wel de ruimte voor. Volgens mij zijn daarmee alle dingen gezegddie de voorzitter vooraf moet zeggen. Dan gaan we luisteren naar debijdrage van de heer Thijssen namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Gaat uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Het gaat niet goed met onze industrie. Deafgelopen jaren zijn bedrijven gesloten en is de productie gedaald, terwijlhet toch echt de industrie is die ons staal, ons plastic en onze chemiemaakt. De productie, de banen en het verdienvermogen vertrekken op diemanier naar het buitenland. Bovendien wordt het doel voor CO2-reductiein Nederland niet gehaald. Nederland viezer en een werkeloze kiezer, omhet maar even simpel samen te vatten.De probleemanalyse is eigenlijk heel simpel: er is geen goedkoopGronings gas meer en ook geen goedkoop Russisch gas. De oplossing isdus ook heel simpel: zo snel mogelijk overschakelen op schone energievan onze eigen Noordzee. De vorige baas van de Europese Centrale Bank,de heer Draghi, zei dit ook met zoveel woorden in zijn rapport, dat nu opde kop af een jaar geleden is gepubliceerd. Het is niet makkelijk, maar hetis wel de enige weg voorwaarts. Want anders: Nederland viezer en eenwerkeloze kiezer.En dan is daar de totaal visieloze motie van het CDA om een belasting-voordeel te geven aan bedrijven die vies blijven, waarvan de grootsteallemaal buitenlands zijn. Ook bedrijven zoals BP en Exxon hebben aan deMinister aangegeven niet te willen praten over investeringen in schonefabrieken. Waarom wil het CDA deze bedrijven geld geven? Waarom trapthet CDA in deze lobby? Want wat gaat er nu gebeuren? Deze bedrijvenkunnen wat langer winst maken met hun vervuilende installaties inNederland. Omdat ze niet investeren, doen deze bedrijven aan het eindhet licht uit in Europa, of in ieder geval in Nederland. Het resultaat:Nederland viezer, buitenlandse bedrijven een beetje rijker en een paar jaarlater die werkeloze kiezer.En wat doet de meerderheid van deze Kamer? Zij helpt deze visielozemotie aan een meerderheid. De Minister koopt ondertussen tijd door dievervuilende buitenlandse bedrijven aan een tafel te zetten en te vragenom met een alternatief te komen. De deadline daarvoor is twee dagen nade verkiezingen. Ik vind dat politiek wat laf, maar vooral erg dom. Er isnamelijk nog meer vertraging voor de verduurzaming van onze economie.Dat alternatief gaat er uiteraard niet komen. Je moet een kalkoen ook nietvragen wat we eten met de kerst.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2673 Daarom wil ik de Minister vragen waarom zij mijn motie, die verzoektalleen geld of belastingvoordeel te geven aan bedrijven die een planhebben voor de toekomst, niet uitvoert. Ik wil haar vragen om mijn motieneer te leggen bij de Industrietafel en als serieuze optie mee te latennemen. Ik wil haar ook vragen of zij bereid is om de elf failliet geganerecyclebedrijven ook aan tafel te zetten. Dat zijn namelijk de bedrijven dieer last van hebben als vervuiling goedkoper wordt, als vervuiling eenbelastingvoordeel krijgt. Ten slotte wil ik graag weten wat de Minister gaatdoen als er niks uit komt.Wat doet de Minister verder om verduurzaming van de industrie mogelijkte maken? We hebben heel veel brieven gehad. We hebben over heel veelinitiatieven gelezen en plannen en actieplannen gezien. Het klinkt allemaalbest goed, maar wat doet de Minister nu werkelijk?Ten eerste bezuinigt zij miljarden om de doelen voor een concurrerendeeconomie, wat de klimaatdoelen immers zijn, te halen. GroenLinks-PvdAstelt daar een toekomstfonds van 25 miljard tegenover, want we moetenjuist investeren in een schone economie waarin hoge lonen verdiendkunnen worden.Ten tweede stelt de Minister de doelen voor wind op zee naar beneden bij.Ik zeg het nog maar eens: Nederland viezer en een werkeloze kiezer.Waarom doet ze dit? Wind op zee is cruciaal – cruciaal! Het is hetwerkpaard van de verduurzaming van de industrie van de komendedecennia. Bouw die windmolens, zeg ik tegen de Minister. We hebben zekeihard nodig. Neem dat risico als overheid. Wees een ondernemendeoverheid, waartoe ook econoom Mazzucato oproept.Dan een derde punt. Vergunningen zijn in dit land een enorm grootprobleem. Waarom is de Minister als lid van die zware stikstofcommissie,maar ook gewoon als lid van dit kabinet, akkoord gegaan met de volstrektontoereikende plannen van Minister Wiersma? Zo gaat de industrie kapot.Nederland viezer en een werkeloze kiezer, zeg ik nog maar eens.Er is een bedrijf wiens medewerkers al snel doorhadden dat de toekomstalleen schoon kan zijn. Dat zijn de medewerkers van Tata. Vijf jaar geledenstaakten die medewerkers, omdat zij de fossiele plannen van tafel wildenen wilden dat er een groenstaalplan zou komen. Dat is ze gelukt. Dat issuperknap van deze mensen. Sindsdien wordt er gepraat met de Minister,maar er is nog steeds geen resultaat. GroenLinks-PvdA vindt dat we nietvan China, de VS of wie dan ook afhankelijk moeten worden voor onsstaal, dus een groenstaalfabriek in IJmuiden kán een goed idee zijn. Maardan moet de fabriek niet onder het mom van kostenbesparing de kantjeservanaf lopen en de omgeving vervuilen, waardoor omwonenden van defabriek korter leven, zoals nu het geval is. Daarom wil ik de Ministervragen hoe het staat met de uitvoering van mijn motie waarin ik vraag omde adviezen over de gezondheid van omwonenden een harde voorwaardete laten zijn voor de afspraken met Tata.Onder het mom van groen staal kondigde het bedrijf in april aan dat eenop de vijf mensen eruit gegooid moest worden. Dat zijn bijna 2.000mensen, terwijl het bedrijf logischerwijs méér mensen nodig heeft. Defabriek moet immers blijven draaien terwijl er een groene fabriek wordtgebouwd. Het is voor GroenLinks-PvdA onacceptabel dat er straksmiljarden aan belastinggeld naar dit bedrijf zouden gaan en dat een op devijf mensen er dan zomaar uitgekieperd kan worden. Ik mag tochaannemen dat de Minister dit ook vindt? Ik wil de Minister vragen om metTata af te spreken dat de werknemers en de bonden instemming hebbenbij alle zaken die de werknemers aangaan tijdens de uitvoering van degroenstaalplannen. Graag een toezegging daarop.Tot slot, voorzitter, als ik nog heel kort één punt mag maken ...De voorzitter:Nou, u zit wel al een beetje in uw bonustijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2674 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, ik zie het. Geldt de twintigsecondenregel?De voorzitter:Die heeft u al gehad.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Die heb ik al gehad? Nou, dat is ...De voorzitter:Ik volg namelijk als goed voorzitter het voorbeeld van de regulierevoorzitter van deze commissie. Dat bent u. Ik zie u altijd twintig secondenextra geven, maar die zitten er al op, dus ik zou u willen verzoeken om delaatste twee zinnen uit te spreken.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Een andere bedrijfstak die ook zegt dat er snel verduurzaamd moetworden, is de voedselindustrie, de cluster 6-bedrijven, die hier op detribune zitten. Daarover wil ik zeggen: ik zie daar een hoop zakengebeuren, maar ik vind dat het toch te weinig executiekracht heeft. Hetgaat over honderden bedrijven, maar er zitten maar twee bedrijven in demaatwerkaanpak en door maar vijftien bedrijven worden casussenopgelost. Ik zou de Minister graag willen vragen waarom daar nietzwaarder op ingezet wordt.Dank u wel, voorzitter, voor uw coulance.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Mevrouw Rooderkerk, u bent aan de beurt. Uspreekt namens D66. Gaat uw gang.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. De verduurzaming van de industrie is een van debelangrijkste pijlers van ons klimaatpakket. Het leeuwendeel van deCO2-reductie moet daar plaatsvinden. Voor D66 is de inzet helder: er is eendoorbraak nodig. Dat betekent dat er een snellere uitrol van wind op zeeen waterstof nodig is, dat we ruimte moeten scheppen in de regels voorhet elektriciteitsnet en dat we moeten investeren in de industrie van detoekomst, zodat een leefbare aarde en een sterke economie hand in handgaan. Het kan wél. We spraken vorige week al over de aanbodkant en degebrekkige ambities voor wind op zee. Vandaag wil ik het hebben over devraagkant. Hoe zorgen we ervoor dat de Nederlandse industrie de kansenkan benutten die de Noordzee ons biedt?Ik dank de Minister voor haar brief over de energie-intensieve industrie,maar eerlijk gezegd lees ik daarin ook mijn zorgen terug. Het kabinet wilvooral het bestaande instrumentarium inzetten. Ik vraag mij af of datvoldoende is voor een echte doorbraak. Daarom wil D66 een nationaleinvesteringsbank voor grote transities die investeert in wat Nederlandvooruithelpt, van verzwaring van het elektriciteitsnet tot warmtenetten indorpen en steden. Ook ondersteunt de bank de opschaling van bijvoor-beeld groene waterstof en technologische innovatie. Zo bouwen weeconomisch en strategisch aan de toekomst van Nederland. Ik benbenieuwd of de Minister ook bereid is om buiten de gebaande paden tetreden. Ik heb daar op drie punten een vraag over: ten eerste de toekomst-visie, ten tweede de vraagcreatie en ten derde de maatwerkafspraken metTata Steel.Ik begin met die toekomstvisie. Het kabinet zegt onrendabele bedrijvenniet eindeloos te willen subsidiëren. Tegelijkertijd wil het ook geensectoren afschrijven. Dat is geen visie. Het CPB adviseert om scenario’s uitte werken, zodat we weten welke industrie op de lange termijn waardekan creëren in Nederland. In mijn motie vroeg ik het kabinet juist om datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2675 te doen. In de brief verwijzen naar bestaande analyses is onvoldoende,dus vraag ik wanneer het kabinet met een duidelijke, nationale enEuropese industrievisie komt. Hoe creëert de Minister investeringsze-kerheid voor bedrijven die hier wel toekomst hebben?Dan de vraagcreatie. Verduurzaming lukt niet zonder voldoende vraagnaar duurzame producten. In het rondetafelgesprek vorige week vroegenverschillende partijen hier terecht aandacht voor. Het kabinet erkent dat,maar richt zich voorlopig vooral op staal en chemie. Ik heb de volgendevragen. Waarom ligt de nadruk alleen daarop? Hoe voorkomt de Ministerdat andere sectoren onderbelicht blijven of dat innovatieve nieuwkomersworden buitengesloten? Welke instrumenten voor vraagcreatie krijgenprioriteit en binnen welke termijn worden ze ingevoerd? Hoe wordtgemonitord of dat echt leidt tot meer vraag en niet slechts tot extraadministratieve lasten?Tot slot, voorzitter. We kunnen niet om Tata Steel heen, de grootsteuitstoter van Nederland. Er wordt gesproken over maatwerkafspraken. Detopman zei deze zomer dat een akkoord dichterbij komt, maar de recenteberichten over de staalslakken baren zorgen. Er lijkt gekozen te zijn vooreconomische belangen boven gezondheidsbelangen. Daarom heb ik devolgende vragen. Is hierover afstemming geweest tussen de Ministeriesvan KGG en IenW? Kan de Minister ons verzekeren dat een maatwerkdealnooit gebaseerd zal zijn op het in stand houden van onaanvaardbaregezondheidsrisico’s?Voorzitter. De verduurzaming van de industrie vraagt lef, keuzes en eentoekomstgerichte visie. Alleen dan maken we de doorbraak die Nederlandnodig heeft.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Welkom ook aan de heer Baudet van Forum voor Democratie.We gaan naar de inbreng van ... Nee, er is eerst nog een interruptie van deheer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Graag. Dank aan mevrouw Rooderkerk voor haar bijdrage. Ik deel dezorgen over Tata, over de staalslakken en over de manier waarop een enander precies zal doorwerken in die deal. Ik ben dus benieuwd naar deantwoorden van de Minister.Ik had nog een vraag aan D66 over het bericht van eerder dit jaar dat eenop de vijf mensen zou moeten vertrekken bij Tata om kosten te besparenen zo groen staal mogelijk te maken. Is het acceptabel voor D66 dat westraks miljarden gaan geven aan een bedrijf en dat dan zomaar een op devijf mensen zijn baan zou kunnen verliezen?Mevrouw Rooderkerk (D66):Dat bericht was natuurlijk zorgelijk voor de medewerkers die daar werken.Wij vinden ook dat daar goed mee moet worden omgegaan. Wij gaannatuurlijk niet over de investeringsbeslissingen van bedrijven. Demaatwerkdeal zullen wij hier wel op beoordelen: hoe wordt er sociaalomgegaan met medewerkers, hoe wordt er omgegaan met de gezondheidvan omwonenden, wat betekent het voor de verduurzaming van deindustrie en is het echt een businesscase die haalbaar is? Op basisdaarvan zullen wij die deal beoordelen. Wanneer een bedrijf besluit omkeuzes te maken ten aanzien van het personeel, zal het daar heel goedmee om moeten gaan. Wat ons betreft moeten we er dan ook voor zorgendat mensen daarin goed worden begeleid of dat ze goed wordengeholpen naar een andere baan. Het zijn namelijk ontzettend veel mensendie goed geschoold zijn en die we heel erg nodig hebben in de energie-transitie elders. Zo kijk ik hiernaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2676 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nog één vervolgvraag dan. Daar zit iedereen natuurlijk mee. We gaan vaneen fossiele, lineaire economie naar een circulaire, schone economie. Inde economie wordt dan wel gezegd: dan heb je creatieve destructie,waarbij sommige bedrijven opkomen en andere bedrijven verdwijnen. BijTata kan het natuurlijk zo zijn dat er op een gegeven moment wel banenop de tocht staan of moeten verdwijnen, hoewel ik dat niet logisch vind,want de fabriek blijft open terwijl ze een nieuwe fabriek bouwen. Dan zouik denken dat je meer mensen nodig hebt. Ik had daar iets voor bedacht.Volgens mij is het belangrijk dat de werknemers aan tafel zitten als erbesluiten worden genomen over de banen bij Tata, zodat ze daarinstemming op kunnen geven en er niet over hun hoofden heen over henwordt besloten, maar ze kunnen meebesluiten over hoe het verder moetmet de fabriek. Kan dat rekenen op de steun van D66?Mevrouw Rooderkerk (D66):Er is daar natuurlijk gewoon een werknemersorganisatie en die is ookactief. Op die manier is dit bedrijf gestructureerd. Ik weet niet of we datvoor deze situatie anders moeten gaan doen dan bij andere bedrijven. Watmij betreft is het belangrijk dat werknemers zich verenigen, dat ze eenstem krijgen en dat daar goed mee wordt omgegaan, maar ik weet niet inwelk opzicht het voorstel van de heer Thijssen daarvan afwijkt. Het lijkt mijdat ... Naar ik begrijp hebben werknemers tot nu toe goed van zich latenhoren en brengen zij hun stem hierin naar voren.De voorzitter:Kijk eens aan. Dan zijn we, nu echt, bij mevrouw Koekkoek van Volt. Gaatuw gang.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Komkommertijd bestaat sinds de klimaatcrisis niet meer.Hitterecords, bosbranden en overstromingen beheersten het nieuwstijdens de vakantiemaanden. Om erger te voorkomen hebben weafgesproken, ook de Minister, om in 2030 55% minder CO2 uit te stotendan 35 jaar geleden. En toch raakt dat doel, en daarmee een leefbaretoekomst, steeds verder uit zicht.Vandaag spreken we over verduurzaming van de industrie. Dat is nietzonder reden, want de industrie is verantwoordelijk voor meer dan 30%van de uitstoot. De vraag is of we miljarden blijven steken in de vervuilersvan gisteren of inzetten op de vergroeners van morgen. Volt kiest voor datlaatste. We moeten erkennen dat de energie-intensieve basisindustrie, diein Nederland niet duurzaam en op eigen kracht kan bestaan, op termijngeen toekomst heeft. Dat betekent keuzes maken. Niet alles kan in elkland. Nederland moet zich richten op hoogwaardige maakindustrie,waterstof, circulaire chemie, biotechnologie en cleantech. Dat zijnsectoren die de banen van morgen creëren, onze netcapaciteit ontzien enbijdragen aan een circulaire economie. Experts hebben ons afgelopenweek opnieuw duidelijk gemaakt dat strategische autonomie geennationale kwestie is, maar een Europese. Mijn vraag aan de Minister is:ziet zij dat ook zo?Voorzitter. De enige manier om de industrie in Europa te behouden en teverduurzamen is door samenwerking en slimme keuzes. Gaat Nederlandde transitie benutten om te investeren in een Europese groene industrie ofblijven we oude fossiele structuren overeind houden? Voor Volt is hetduidelijk: we willen een industrievisie die direct is gekoppeld aanEuropese coördinatie, met instrumenten als een Europees grondstoffenin-stituut en uitbreiding van CBAM. Alleen zo bouwen we aan eenveerkrachtige en duurzame industriepolitiek, die echt toekomst heeft. Deuitbreiding van CBAM ligt al langer op tafel. Ik wil de Minister vooralvragen wat daarbij de Nederlandse inzet is en hoe zij de stappen voor zichTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2677 ziet om daar echt te komen. Diezelfde vragen wil ik stellen over zo’nEuropees grondstoffeninstituut.Voorzitter. Essentieel in dit debat is voorspelbaar beleid. Het afschaffenvan de CO2-heffing ondermijnt onze geloofwaardigheid, kost miljarden enstraft bedrijven die wel willen verduurzamen. Alleen door de vervuiler telaten betalen en innovatie te belonen maken we de transitie eerlijk eneffectief.Voorzitter. Dan de huidige maatwerkafsprakenaanpak. Dat is symptoom-bestrijding. We sturen miljarden naar bedrijven zonder dat er een echtetransitie plaatsvindt. Dat moet stoppen wat Volt betreft. Daarom zeggenwij dat de toekomst van Tata Steel niet in Nederland ligt. Het sluiten vanTata zorgt voor minder CO2-uitstoot en bespaart miljarden liters schoonwater. En belangrijker: het geeft ruimte voor nieuwe bedrijvigheid, debedrijvigheid van de toekomst. We stellen voor om de 3 miljard die nuvoor Tata is gereserveerd om te zetten in een Tatatransitiefonds. Dat fondskan, samen met private investeerders, zorgen voor sanering, schoonwater, nieuwe bedrijvigheid en een sociaal plan voor de werknemers.Want er is een groot tekort aan technische banen. Dat biedt kansen vooromscholing, samen met onderwijsinstellingen.Voorzitter. Dit gaat niet alleen om sluiting, maar juist om transformatie.Daarbij wil ik een voorbeeld geven, van het Ruhrgebied, want dat laat ziendat het kan. Oude staal- en mijnterreinen veranderen daar in parken encultuurgebieden, met nieuwe bedrijvigheid. Ook dichter bij huis zien wedat industriegebieden, zoals Strijp-S in Eindhoven, zijn veranderd ingroene en innovatieve wijken. Zo’n perspectief kunnen we ook inIJmuiden schetsen: van Tata Steel naar Tata-stad, een gebied dat nietlanger symbool staat voor vervuiling, maar voor een schone, circulaire entoekomstbestendige economie. Dit is geen keuze tegen staal of tegenhoogovens, want die hebben ons land heel veel gebracht. Dit is een keuzevoor een realistisch en duurzaam industriebeleid, waarbij sommigesectoren beter op hun plek zijn in Europa dan in Nederland.Voorzitter. Wat Volt betreft sturen we geen blanco subsidiecheques meer.We steunen de industrie, maar dat moet altijd gekoppeld zijn aan hardeverduurzamingsvoorwaarden en aan maatschappelijke meetwaarden. Zocreëren we ruimte voor nieuwe sectoren en bieden we duidelijkheid aanbedrijven en werknemers. Volt wil vandaag daarom één vraag beant-woorden van al die ondernemers die wel willen verduurzamen: waar ligtde toekomst van de Nederlandse industrie? In het Europese geheel.Blijven we pleisters plakken met losse subsidies of gaan we inzetten opeen sterke Europese industriepolitiek, die innovatie, verduurzaming enconcurrentiekracht samenbrengt? Ik hoor graag hoe de Minister hieroverdenkt.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik dank mevrouw Koekkoek voor haar bijdrage. Altijd heel inspirerend.Goed dat er zo wordt ingezet op die concurrerende en schone economiein Europa. Ik heb natuurlijk ook de plannen gezien voor Tata-stad of vooralternatieve bestemmingen van het Tataterrein. Dat zijn hele inspirerendeen mooie ideeën, vind ik. Ik vind wel dat er iets te makkelijk wordt gepraatover de 9.000 directe banen en de tienduizenden indirecte banen diezouden verdwijnen. Die mensen zouden dan maar even omgeschooldmoeten worden. Maar ik wil het vooral over iets anders hebben. Wat nuvoorligt, is de mogelijkheid om een groenstaalfabriek te bouwen ensnel – het idee was in 2030; als dat niet gehaald wordt, wordt het2031 – een fikse hoeveelheid CO2 te reduceren, namelijk 5 miljoen ton. Alswe dat niet in IJmuiden doen, zal dat staal ergens anders vandaan moetenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2678 komen. Volgens mij gaat Nederland dan gewoon fossiel staal importeren.Daar schiet het klimaat dus niets mee op, tenzij er elders in de wereld eengroenstaalfabriek verrijst binnen vier jaar. Die heb ik nog niet gezien.De voorzitter:Wat is uw vraag?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik wil dus vragen: als we dat niet gaan doen in IJmuiden, waar wil Voltdan zorgen voor een CO2-reductie en is dat realistisch?Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank voor de vraag. Eerst even één correctie: er zal natuurlijk wel eenCO2-reductie plaatsvinden op het moment dat je een duidelijke keuzemaakt. Ik wil er vooral voor waken dat maatschappelijk geld, veelgeld – 3 miljard is echt heel veel geld en ook wat er in de daaropvolgendejaren betaald moet worden, is echt heel veel geld – naar een industrie gaatdie eindigend is. We hebben dat eerder gedaan in de jaren zestig. Datheeft niet geholpen. Bedrijven zijn failliet gegaan zonder een goedperspectief, zonder een goed plan. Daarom ligt dit plan op tafel.De heer Thijssen vroeg waar het staal dan vandaan moet komen.Vooropgesteld: er is op dit moment een overproductie van staal in dewereld. Dat wil zeggen dat de vraag kleiner is dan het aanbod. Volgens mijmoet je daar sowieso vanaf. Als je kijkt naar de manier waarop Europa opdit moment staal produceert, denk ik dat dat groen, goedkoper enefficiënter kan in Zweden en in Spanje. Daar heeft de EuropeseCommissie laatst juist een Europees staalplan voor neergelegd. Dat gaatniet over de vraag hoe ieder land zijn eigen nationale belang zo langmogelijk kan proberen te omklemmen en hoe ieder land de CO2-uitstoot,de vervuiling en de gezondheidsklachten die daarbij horen, zo langmogelijk kan blijven accepteren, maar wel over de vraag hoe je Europastrategisch autonoom houdt. Daar wil ik naartoe en daar wil ik ookduidelijke keuzes voor maken, zowel voor de werknemers als voor deondernemers.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Het probleem is niet dat er een overproductie van staal is. Het groteprobleem is dat er een onderproductie van groen staal is in Europa. Zelfsin 2040, met alle projecten die er nu lopen in Zweden en in Spanje, is nogniet de helft van het aanbod groen. Mevrouw Koekkoek weet ook dat weondertussen geen tijd te verliezen hebben. We hebben nog een paar jaar,zeg ik met het oog op het koolstofbudget wereldwijd. We moeten alles opalles zetten om de CO2-vervuiling naar beneden te brengen. En een helegrote CO2-uitstoter, de grootste die we hebben in Nederland, is diestaalfabriek. Nederland moet er dus voor zorgen dat de CO2-afdruk vanonze staalproductie en -consumptie zo snel mogelijk naar beneden gaat.Daarbij moeten we op de langere termijn kijken naar waar de volledigegroenstaalproductie gaat komen, maar op korte termijn is er volgens mijmaar één manier om recht te doen aan de urgentie van klimaatveran-dering, en dat is in IJmuiden een groenstaalfabriek proberen te bouwen,met de juiste voorwaarden uiteraard.De voorzitter:Vraagteken.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik weet dat de ambities van de heer Thijssen en van mij voor het klimaaten voor CO2-reductie helemaal niet uit elkaar liggen. Dat vooropgesteld. Ikzie de noodzaak om de vraag naar groen staal te bevorderen. Volt heeftzelf een aantal maanden geleden een motie neergelegd – die is ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 2679 aangenomen – over een bijmengverplichting voor groen staal. Ik vind datje als overheid, vooral als Nederlandse overheid maar zeker ook alsEuropese overheid, je nek moet uitsteken en die vraag omhoog moetkrijgen. Daarom vind ik een instrument als de bijmengverplichting eenheel goed instrument, omdat je daarmee ook de markt stimuleert om tegaan groeien.Waarom zegt Volt dat dat niet in IJmuiden hoeft? IJmuiden kent een heelaantal nadelen die er elders in Europa niet zijn. Het ligt in het meestdichtbevolkte gebied van Europa en het zorgt voor enorme gezondheidsri-sico’s voor de omwonenden. Je kunt je ook afvragen hoeveel toekomst-perspectief dit bedrijf überhaupt heeft. Dat perspectief is tanende. Stel datwij er nu een heleboel geld tegenaan gooien. Dan blijft het bedrijfmisschien vijf jaar langer bestaan in Nederland dan zonder al dat geld. Ikvind dat zonde. Ik vind dat een gekke keuze als je kijkt naar waar detoekomst van Nederland in de Europese economie ligt.Over de groenstaalproductie: ik zeg niet voor niets dat Europa strategischautonoom moet zijn. Daarin is dat Europese staalplan veel belangrijkerdan de vraag of wij voor het nationale kortetermijnperspectief van deNederlandse staalfabriek gaan staan. Het is overigens ook geen Neder-landse staalfabriek meer, hè? Dat wil ik ook wel even benoemd hebben.Wij denken nog altijd aan de Hoogovens als een soort Nederlandse trots,maar inmiddels is het bedrijf voor een heel groot deel in handen vanbuitenlandse aandeelhouders, waar wij straks dus belastinggeld naartoegaan sturen. Dan moet je dus wel heel zeker weten dat dat succesvol is.Dat succes zie ik niet.De voorzitter:Voor de goede kijker, ik ben wat coulanter met de interruptietijd en debeantwoordingstijd omdat we met een klein clubje zijn, maar laten weproberen om het enigszins beperkt te houden. Was u klaar met uwinterrupties, meneer Thijssen? Ja. Dan ga ik naar mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik hoorde mevrouw Koekkoek wat zeggen over de maatwerkafspraken.Los van die voor Tata Steel ben ik benieuwd hoe Volt nu kijkt naar dieafspraken. Een aantal jaar geleden zijn er met 30 industriebedrijvengesprekken gestart. Uiteindelijk is er nu één bindende maatwerkafspraakmet Nobian; met een paar bedrijven wordt nog verder gesproken. Hoekijkt mevrouw Koekkoek daarnaar?Mevrouw Koekkoek (Volt):In het algemeen kunnen maatwerkafspraken zeker wel een instrument zijnom ergens te komen. Wat ik wel zie – mevrouw Rooderkerk wijst daarterecht op – is dat er echt geen schot in zit. Dat vind ik problematisch. Watik vorige week uit het rondetafelgesprek heb meegenomen, naast dat wedit Europees moeten aanpakken, is dat je vooral naar generieke maatre-gelen moet kijken, waarmee je ruimte geeft aan nieuwe innovatievebedrijven. Op dat punt heb ik wel vraagtekens bij de huidige maatwerkaf-spraken en vooral bij de aanpak daarvan. Die is te traag en te eenzijdiggericht op een aantal bedrijven, denk ik. Volgens mij refereerde u zelf alaan cluster 6, waarvoor dat ook niet echt opschiet. Ik ben daar kritisch op,maar ik schiet dat nog niet op dezelfde manier af als de huidigemaatwerkaanpak richting Tata, omdat ik denk dat daar nog wel schot inzit, maar dan moet het wel anders.De voorzitter:Dan komen we toe aan de bijdrage van de heer Baudet. Ik vraag voor deadministratie of de heer Baudet zijn bijdrage mag leveren. Hij is namelijkgeen lid van deze commissie. Ik kijk even naar de collega’s. Ik zie hardTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26710 geknik, meneer Baudet, dus ik zou zeggen: ga uw gang, namens Forumvoor Democratie.De heer Baudet (FVD):Voorzitter. Vandaag bespreken we de zogeheten verduurzaming van deNederlandse industrie. Dat is iets wat niet kan, nergens op slaat – er isnamelijk geen CO2- of klimaatprobleem – en vooral ontzettend duur is.Bedrijven vloeien weg. Nederlanders betalen een hogere prijs voor hunproducten en ons geld gaat naar het buitenland, waar nog wél goedkoopen efficiënt geproduceerd kan worden. We zijn, kortom, getuige vaneconomisch zelfmoordbeleid.De Nederlandse industrie staat inmiddels, na jaren VVD-waanzin overklimaat en CO2, op instorten. Dow Chemical, Tata Steel, Boskalis, DSM,Shell: ze geven allemaal aan te willen sluiten, fors te willen krimpen of tegaan vertrekken naar het buitenland. Bedrijven die decennialang deruggengraat van onze economie vormden, gooien de handdoek in de ring.Neem VDL Nedcar in Limburg, dat in 2024 de productie van auto’sstopzette omdat de kosten niet meer op te brengen waren. Of denk aan dechemische reus BASF, die in 2024 aankondigde zijn activiteiten inNederland drastisch in te krimpen vanwege de onbetaalbare energie-prijzen en regeldruk. Dit jaar kondigden LyondellBasell en Convestro aanhun productie-eenheden op de Maasvlakte te sluiten, omdat ze vanuitNederland niet meer concurrerend kunnen zijn. Voor oliebedrijf Gunvor enpvc-fabrikant Vynova is het hetzelfde laken een pak. De helemetaaltechnologie-industrie moet krimpen of gaat net als ijzergieterVulcanus failliet. Ook de voedselindustrie, zie chocoladebedrijf Droste,kampt met problemen.De industrie in ons land wordt gewurgd door beleid dat losstaat van derealiteit. Reken maar uit: de gasprijzen liggen in ons land inmiddels tweetot drie keer zo hoog als in de VS, terwijl de elektriciteitsprijzen vanwegedie stupide zonneakkers en windturbines vier tot vijf keer zo hoog liggen.Dan hebben we nog het ETS, de handel in CO2-emissie. Daarbovenopgooit Nederland voor de industrie dan nog een CO2-heffing.Voorzitter. Het klimaatakkoord van Parijs en de daaruit voortvloeiendeKlimaatwet en energietransitie zijn een ramp. Steeds duidelijker wordtondertussen dat er überhaupt geen sprake is van een klimaatprobleem,laat staan een klimaatcrisis. In de VS heeft nu ook een dik rapport van hetDepartment of Energy dit bevestigd. Het rapport, dat in juli 2025, dezezomer dus, is verschenen, stelt dat klimaatverandering reëel is. Natuurlijk,klimaatverandering is van alle tijden – ah, daar is het rapport al, met dankaan de bode – maar is niet de catastrofale bedreiging die vaak wordtgesuggereerd. CO2 heeft veel minder impact dan de alarmisten beweren.De wereldwijde zeespiegel stijgt weliswaar, omdat het sinds het einde vande laatste kleine ijstijd in 1850 door normale klimaatschommelingen weereen beetje warmer wordt op aarde, maar daarin is geen enkele versnellingwaar te nemen. Het rapport laat ook zien dat extreme weersomstandig-heden, zoals orkanen, tornado’s, overstromingen en droogtes, nietsignificant zijn toegenomen. Dit hele CO2-reductiedenken is, kortom,waanzin.CO2 is een kleur- en geurloos gas, dat essentieel is voor het leven opaarde en zorgt voor vergroening, omdat bomen en planten erdooropbloeien. Zelfs als je gelooft dat wat meer CO2 in de atmosfeer eenbeetje opwarming veroorzaakt, waar eigenlijk geen enkel bewijs voor is,maar goed, zelfs al zou je dat geloven, wat dan nog? Wat zou dan hetprobleem zijn? Wereldwijd sterven nog altijd meer mensen door kou dandoor hitte. De rest van de wereld doet überhaupt niet mee met dit helebeleid. We zijn onszelf de nek om aan het draaien terwijl de rest van dewereld groeit. En met een beetje mitigatie, wat nieuwe dijken en irrigatie-werken, enzovoorts kunnen wij in Nederland prima een beetjeverwarming van de wereld aan. Het slaat dus nergens op, zoals ik al zei.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26711 Het kost ons onze hele industrie. Het is een schande en we moeten ermeestoppen.Dank u wel.Mevrouw Rooderkerk (D66):Nou, dat was weer een mooi stukje klimaatontkenning. De heer Baudethad het over beleid dat losstaat van de realiteit. Ik denk dat de bijdragevan de heer Baudet ook wel redelijk losstaat van de realiteit. Mijn vraag is:wat vindt hij er dan van, als hij deze redeneerlijn doorzet, dat we op dezemanier energieafhankelijk blijven van gas van Poetin of lng van Trump?De heer Baudet (FVD):Er is geen enkele reden om bezorgd te zijn over het gebruik van gas ofkolen uit het buitenland, maar we hebben ook fantastisch gas inNederland. We hebben in Groningen nog voor zeker 500 miljard aan gasin de grond zitten. Er is geen enkele reden om dat er niet uit te halen. Wekunnen ook schaliegas winnen uit de Waddenzee, uit de Noordzee.Nederland heeft heel veel natuurlijke energiebronnen. Daarnaast zijn wijook een groot voorstander van de ontwikkeling van kerncentrales enthoriumcentrales, dus gesmoltenzoutreactoren, die zeer goedkoop zijn. InChina is er al een operationeel. De TU Delft heeft daar allerlei technologievoor; die kunnen wij ontwikkelen. Er is dus geen enkele reden om bezorgdte zijn. Er is nog voor honderden jaren fossiel aanwezig. In de tussentijdkunnen we met kernenergie aanvullen wat we moeilijk elders kunnenvinden. Dan is er geen enkel probleem. Er is geen enkel tekort, er is geenenkele schaarste. Er is gewoon geen enkel probleem. Het is een waanwaar u in zit.Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik heb geen vraag meer. Volgens mij heeft het geen enkele zin om hieroverin debat te gaan. Het is leuk dat de heer Baudet een keertje aansluit, maardit is natuurlijk niet hoe we naar een nieuwe, groene economie toe gaanof op een leefbare planeet verder leven.De heer Baudet (FVD):Dat is aan de Nederlander. Op 29 oktober kunnen we daar een besluit overnemen. Wil Nederland verdergaan met dit krimpbeleid en willen wij onzehele industrie de nek omdraaien, of willen we een andere koers inslaandie veel meer lijkt op wat de rest van de wereld doet? Vergeet niet: alleendit hele kleine stukje wereld, dit kleine stukje aarde, West-Europa, gelooftin deze doemdenkerij. De rest van de wereld doet hier überhaupt niet aanmee. De hele wereld is het met mij eens, hè. U zit hier best wel arrogant tezijn en te zeggen «ja, meneer Baudet ...», maar de hele wereld, 95% vande mensen in de wereld, vindt wat ik vind. Alleen een paar landjes, eenpaar fanatiekelingen, vaak met protestantse achtergrond, willen dezeschuld- en schaamtecultuur voortzetten, deze knechting, deze zelfkas-tijding die onze hele economie de nek omdraait en die mensen gewoonallemaal arm maakt. Het is een totale fringe. Omdat in Nederland hetdebat zo vertekend is, lijkt het erop alsof iedereen het hiermee eens is,maar dat is niet waar. Amerika doet niet mee. Rusland doet niet mee.China doet niet mee. India doet niet mee. Afrika doet niet mee. Latijns-Amerika doet niet mee. Niemand anders doet hieraan mee!De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik zou zeggen dat de heer Baudet eens moet gaan kijken bij de boeren dielast hebben van droogte. Ik zou zeggen dat de heer Baudet eens naarZuid-Europa moet in de zomer om te kijken naar de bosbranden. Ik zouzeggen dat hij in de winter of in de zomer – dat maakt niet uit – met detrein naar de gletsjers gaat in de Alpen om te kijken hoe snel diegesmolten zijn. Klimaatverandering is er. Een van de grootste gevarenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26712 voor het voortbestaan van de mensheid en van Nederland, omdat weonder de zeespiegel liggen, is klimaatverandering. Dat dat ontkend wordt,is een gevaar voor Nederland. Maar dan komt er een heel verhaal overindustrie. Van de analyse klopt werkelijk helemaal niets. Ik had dat tochwel iets beter verwacht van de heer Baudet. Hoe komt het ook alweer datde industrie zich nu uit de markt prijst? Omdat er geen goedkoopGronings gas meer is, omdat er geen goedkoop Russisch gas meer is. Entoen viel bij mij het kwartje: zit de heer Baudet ervoor te pleiten dat weweer Russisch gas gaan kopen, zodat we de oorlogskas van Poetin weergaan spekken? Poetin heeft vannacht Europees grondgebied – ik bedoel:NAVO-grondgebied – aangevallen. Dat is wat de heer Baudet hier komtdoen. Ik stel voor dat hij hier één keer langs is geweest en nu weer gaat,en dat we ons gaan bezighouden met hoe we een concurrerendeeconomie krijgen. Dat gaat op de manier van de heer Baudet zeker nietlukken.De heer Baudet (FVD):In de eerste plaats de opmerkingen over de weersextremen. Het meestrecente rapport is van het Department of Energy.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Energie! Dat zijn geen klimaatwetenschappers.De heer Baudet (FVD):Dit rapport neemt al die zaken mee.De voorzitter:Laat de heer Baudet even zijn spreektekst afmaken.De heer Baudet (FVD):Ik heb dit talloze malen laten zien, ook al in eerdere debatten. Het isabsoluut niet de eerste keer dat ik hier in de Tweede Kamer ...De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):...De heer Baudet (FVD):Sorry, volgens mij is het een beetje zo dat ... Het zijn vaak geseculari-seerde protestanten, quasireligieuze mensen. Ik kan me voorstellen dat zijhun god zijn kwijtgeraakt en een nieuwe god hebben gevonden in hetklimaatgeloof. Het maakt je heel boos als het dan anders lijkt te zijn. Datsnap ik; ik ken het. Maar er zijn dus ontzettend veel rapporten. Die heb ikook steeds laten zien. Ik heb aan talloze debatten over dit onderwerp hierin de Tweede Kamer meegedaan. Er is geen toename in weersextremen,dus van tornado’s en andere van dat soort zaken. Bosbranden zijn eenreëel probleem – dat was ook al een reëel probleem – maar die hebbenniet te maken met klimaatverandering als zodanig, maar met slechtepreventie. We moeten ervoor zorgen dat we kunnen blussen. Dat geef ik uallemaal mee. Gelukkig hebben we helikopters, die overigens op fossielebrandstoffen vliegen, en daarmee kunnen we een heleboel van dat soortzaken aan. Droogte is een kwestie van irrigatie. Dat zijn allemaalproblemen die te ondervangen zijn. Dat is niet iets wat te maken heeft metiets dat buiten ons om bestaat. Verder ontken ik overigens ook niet dat erklimaatverandering zou zijn. Het klimaat verandert altijd. Tot 1850 was ereen kleine ijstijd op aarde. In de middeleeuwen was het warmer dan nu.Het is dus waar dat gletsjers smelten. Weet u wat wij vinden onder al diegletsjers?De voorzitter:Kunt u afronden, meneer Baudet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26713 De heer Baudet (FVD):Middeleeuwse muntjes! Het was daar namelijk in de middeleeuwen ookdroger. Het verandert dus continu.Tot slot het punt over gas. Het zou fantastisch zijn als wij weer naarGronings gas zouden gaan boren, natuurlijk met goede compensatie voorde Groningers. Ik zie er ook helemaal geen probleem in om van anderelanden, onder andere van Rusland – het land maakt niet uit – fossielebrandstoffen te gebruiken.De voorzitter:Dank u wel.De heer Baudet (FVD):Dat doen we nu trouwens ook, alleen via India.De voorzitter:Ik kijk of er nog andere interrupties zijn. Anders gaan we door naar devolgende spreker. Ik heet u overigens van harte welkom bij dit geani-meerde debat, mevrouw Postma. Ik ben blij dat u erbij bent. Het is ookaan u om uw inbreng te mogen leveren. Mevrouw Postma namens NSC,gaat uw gang.Mevrouw Postma (NSC):Dank u wel. Goedemorgen, allemaal. Dank dat ik even kan aanschuiven. Ikhad hiervoor nog een vergadering, dus daar was ik even heen. Goed omhier te zijn. We hebben het vandaag over de verduurzaming van deenergie-intensieve industrie in Nederland. Ik begrijp dat de Minister vanEconomische Zaken, dus niet deze Minister, straks nog komt met eentoekomstvisie voor de Nederlandse industrie in het algemeen. Wanneerwe het hebben over die energie-intensieve industrie van Nederland,hebben we het wat ons betreft veel over cluster 6-bedrijven. Dit zijn deregionale bedrijven die bijvoorbeeld karton of glas produceren en dieverspreid zijn over het hele land. Dat laatste geeft meteen een uitdagingvoor de verduurzaming. Aansluiting op de infrastructuur voor elektriciteiten waterstof ... Zal ik even wachten totdat de vergaderbel is gestopt,voorzitter?De voorzitter:Misschien wel een goed idee, want dit duurt heel lang, tenminste, dezebel duurt een minuut, maar het voelt heel lang.Mevrouw Postma, vervolgt u uw betoog.Mevrouw Postma (NSC):Dank, voorzitter. Ik had het over elektriciteit en waterstof, maar ik wachteven tot de discussie klaar is.De voorzitter:Voor de mensen die het niet helemaal kunnen volgen: omdat we gingenwachten voor de bel, is er een geanimeerd gesprek ontstaan over eenrapport. Laten we afspreken dat we nu weer teruggaan naar het debat. Ikwil graag verzoeken om stilte, zodat mevrouw Postma haar betoog kanvervolgen. Gaat uw gang.Mevrouw Postma (NSC):Om de verduurzaming van cluster 6-bedrijven te bevorderen, is er eenactieplan 2.0 opgesteld, waarin de lessen van het eerste actieplan uit 2023zijn verwerkt. Voor het overige zijn de uitdagingen voor het verduurzamenvan cluster 6-bedrijven eigenlijk hetzelfde als die van de grote industrie inhet algemeen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26714 Voorzitter. We zijn blij met het bericht van afgelopen week dat er17 miljoen extra beschikbaar komt voor de verduurzaming van cluster 6,wat het totale budget op 50 miljoen brengt. Wat ons betreft is dat eengoede eerste stap, waarbij we zien dat cluster 6-bedrijven mee wordengenomen in de verduurzamingsstap. Onze vraag aan de Minister iswaaraan de Minister deze 50 miljoen precies wil besteden en wanneer ditbudget wordt ingezet.Voorzitter. Onder actieplan 2.0 zullen er regionale pilots op maat wordenuitgevoerd. Onze vraag aan de Minister is hoe vaak die zullen wordengemonitord en hoe de Kamer daarover wordt geïnformeerd. Wordt vooralle regionale industrieën aan een plan op maat gewerkt per regio? Wat isde inschatting van de Minister hoelang het gaat duren om met alleregio-industrieën een verduurzamingsstrategie te bespreken?Ook vragen wij de Minister of er op enige wijze prioriteit ligt bij deverduurzaming van die cluster 6, want de problemen bij de verduur-zaming van de industrie zijn voor alle industrieën gelijk. De netcongestie,het oplossen van het gebrek aan infrastructuur, is dus enorm belangrijk.Voor de hightechindustrie rond Eindhoven wordt geprobeerd om deproblemen met stikstof en netcongestie met meer prioriteit op te lossen.Kan dat ook gelden voor bepaalde industrieën binnen cluster 6? Als allelosse regionale industrie straks wordt voorzien van een eigen maatwerk-oplossing, een eigen energiehub, kunnen die regionale maatwerkoplos-singen dan ook sneller worden verwezenlijkt dan de uitbreiding van deelektriciteits- en waterstofinfrastructuur voor heel Nederland?Dan ook even over de CO2-heffing. We zijn erg benieuwd naar de briefover de reikwijdte van het uitstel van de CO2-heffing. Die brief komt metPrinsjesdag. Geldt het uitstel tot 2030 ook specifiek voor cluster 6? Zoals uweet hebben we daar eerder een motie over ingediend die is aange-nomen. Kan de Minister vast een tipje van de sluier oplichten?Voorzitter. Dan kort over de grote industrie in het algemeen. Het is goeddat er steeds meer stappen richting maatwerkafspraken worden gezet,maar wat is nou de status van de maatwerkafspraken met Tata?Dan mijn laatste punt, de afsluitende vraag: in hoeverre is de financiëlebasis onder de verduurzaming van de industrie, maar ook het mkb enkernenergie veilig wanneer een volgend kabinet het Klimaatfonds zouschrappen of verminderen? In hoeverre zijn gelden meerjarig gereser-veerd of, liever, concreet toegekend?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen interrupties. De heer Thijssen heeft de meesteinterrupties over: één. Ik draag het voorzitterschap aan hem over om deinbreng namens de VVD te kunnen doen.Voorzitter: ThijssenDe voorzitter:Hartstikke goed. Dan geef ik het woord aan de heer De Groot voor zijninbreng.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. De Nederlandse industrie is geen «probleem datwe moeten oplossen», maar een krachtbron die we moeten behouden.Honderdduizenden banen, onze strategische autonomie en de ruggen-graat van onze economie hangen ermee samen. Toch hoor ik in het debatvaak partijen die de industrie vooral willen belasten, afremmen of zelfswegjagen. Dat is niet alleen kortzichtig; het is ronduit gevaarlijk voor onzewelvaart en voor onze verduurzaming. Bedrijven staan op het punt vanvertrekken of zijn al met de stille trom vertrokken, of ze stoppen metinvesteren in groene groei, zoals Shell, dat vorige week aankondigde teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26715 stoppen met investeren in de biobrandstoffenfabriek in Pernis. Zonderindustrie geen groene productie, geen circulaire plastics en geenduurzame energievoorziening.Wat de VVD betreft is het simpel: verduurzaming en economische groeigaan hand in hand. Beide zijn nodig om onafhankelijk te zijn van onvrijelanden en in een schoon land te kunnen leven. Maar daarvoor moeten wewel de juiste keuzes maken.Voorzitter. Ten eerste: voorspelbare verduurzaming. Bedrijven hebben dieduidelijkheid namelijk nodig. Toch zien we vaak dat partijen hier in deKamer pleiten voor nog meer eisen en nog meer onzekerheid, terwijl deuitvoering juist hapert. Daarmee duw je investeringen de grens over. DeVVD steunt juist de aanpak van Minister Hermans: minder papierenexercities, meer focus op de uitvoering, de randvoorwaarden, debedrijven en de clusters die het verschil maken.Energie-intensieve bedrijven hebben het namelijk erg moeilijk met hetongelijke speelveld. Duitsland en Frankrijk passen daarvoor een volume-korting toe, terwijl onze bedrijven worden geconfronteerd met hogerelasten. Partijen hier lijken dat niet erg te vinden. Maar als fabrieken sluitenomdat ze uit de markt worden geduwd, verliezen we banen, kennis eninvesteringen in verduurzaming. De VVD wil een gelijk speelveld, zodatbedrijven die investeren in verduurzaming dat juist in Nederland kunnendoen. Ik vraag de Minister dan ook hoe het staat met de uitwerking vaneen vorm van volumecorrectie voor energie-intensieve bedrijven. Hoegaat de Minister ervoor zorgen dat Nederland niet de duurste plek vanEuropa blijft om groen te produceren?Voorzitter. Ten tweede: de randvoorwaarden en de infrastructuur. Wewillen dat bedrijven investeren, maar ze lopen vast op randvoorwaarden.Denk aan netcongestie, aan het ontbreken van de waterstofbackbone enaan CO2-transport en -opslag die niet op tijd beschikbaar zijn. Toch hoor ikpartijen doen alsof dit onwil is van bedrijven. Maar niets is minder waar:bedrijven willen heel graag investeren. Maar dat doe je dus niet zonderperspectief.De VVD is daarom blij met het pakket voor groene groei van apriljongstleden, waarmee stevig wordt ingezet op het verbeteren van dezerandvoorwaarden. Graag hoor ik dan ook van de Minister welke concreteverbeteringen bedrijven al zullen merken in 2025. Want plannen zijn heelgoed, maar bedrijven hebben zekerheid nodig. Wat gaat de bijdragehieraan worden van kennisinstellingen en expertisecentra? Ik noembijvoorbeeld ook het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie, inArnhem. We willen allemaal dat ook dit soort bedrijven en kennisinstel-lingen een bijdrage leveren aan het versnellen van de opgaven.Voorzitter. Ten derde: innovatiekracht en koploperschap. Wie de industrieals een probleem ziet, vergeet dat juist in deze sector de oplossingenworden gemaakt. Neem een bedrijf XINTC, dat elektrolysers ontwikkeltmet circulaire plastics in plaats van schaarse metalen. Dat is niet alleengoed voor het klimaat, maar ook voor banen en exportkansen. De VVD wildat dit soort bedrijven maximaal wordt ondersteund. Mijn vraag aan deMinister is dus: hoe zorgen we dat vergunningen sneller gaan, dat lessentussen bedrijven worden gedeeld en dat groene innovaties daadwerkelijkde ruimte krijgen?De VVD vraagt daarom ook aan de Minister of cluster 6 duidelijkheid kankrijgen. Of laat ik het anders zeggen: de cluster 6-bedrijven hebben nogweinig duidelijkheid. De VVD heeft ook de brief gelezen die de Ministerdaarover heeft gestuurd, maar er is nog een hoop onduidelijkheid over devoortgang per cluster, of eigenlijk zou je kunnen zeggen: per deelindustriebinnen de clusters. Die bedrijven moeten weten waar ze aan toe zijn. Ikvraag dus aan de Minister: kan zij ook echt komen met een meergespecificeerd overzicht van de voortgang per cluster, bijvoorbeeld overde planningsafspraken met netbeheerders?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26716 Afsluitend, voorzitter. Voor de VVD is de keuze helder: of we kiezen voorpartijen die de industrie als profiteurs neerzetten, extra belasten endaarmee banen en investeringen in verduurzaming laten weglekken, ofwe kiezen voor de lijn van de VVD, voor voorspelbare verduurzaming,concurrerende voorwaarden en maximale steun voor innovatie, wantalleen zo bouwen we aan een schone en sterke economie waarinNederland vooroploopt en niet achterblijft.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank aan de heer De Groot voor zijn bijdrage. Interrupties. De heerBaudet, ga uw gang.De heer Baudet (FVD):Ik heb een vraag. Wij verschillen van mening over de vraag of er eenklimaatprobleem of een CO2-probleem zou zijn. Maar waar we, denk ik,niet over van mening kunnen verschillen, is het feit dat de rest van dewereld – wat je ook maar denkt hierover – niet meedoet. Hoe reflecteert deheer De Groot daarop, op dat feit, op dat gegeven? Zelfs al zou hetallemaal waar zijn: wij doen nu iets wat ons ongelooflijk veel geld enwelvaart kost. De rest van de wereld doet niet mee. Wat vindt u daarvan?De heer Peter de Groot (VVD):Ik vind vooral dat je van je eigen kracht moet uitgaan. Daarom pleit deVVD bijvoorbeeld ook voor een gelijk speelveld in Europa, om als Europaeen kracht te kunnen vormen met de productie die wij hier hebbentegenover de handel in de rest van de wereld. Maar ik zou graag ietsanders willen voorhouden aan de heer Baudet. Kijk, je kunt ervoor kiezenom niet te verduurzamen. Maar dan houd je ook de hele hoge energie-kosten. Voor de VVD gaat het niet alleen om het verduurzamen zelf; hetgaat ook over energieonafhankelijkheid en over de betaalbaarheid voorbedrijven bij hun productie. Wij hebben hier nou eenmaal te maken metdie energiekosten. Wij willen als VVD geen gas meer importeren uitRusland. Wij willen als VVD geen gas uit het Groningenveld gebruiken.Dat betekent dus ook gewoon dat je duurzaam moet gaan produceren. Alsje die transitie op de goede manier doet, dan helpt dat bedrijven ook inhun concurrentiekracht. Daarmee kunnen we echt de concurrentieaangaan met de rest van de wereld. Zo kijkt de VVD ernaar. Dat doen weoverigens optimistisch.De voorzitter:Meneer Baudet, u mag nog een vraag stellen.De heer Baudet (FVD):De gedachte is, als ik het goed begrijp, dat de energiekosten lager wordenen dat het dus gaat renderen. Dat is wat de heer De Groot gelooft. Maarwaar zit dat rendement dan in? Welke manier van «duurzame» energieop-wekking, zoals het wordt genoemd, bijvoorbeeld windturbines ofzonneakkers, zou dan ooit gaan renderen? Een windturbine op zee kost,pak ’m beet, 30 miljoen om aan te leggen en € 800.000 per jaar omdraaiende te houden. De energie die het oplevert, verdien je terug innegentien of twintig jaar, terwijl zo’n ding vijftien jaar meegaat. Het is duseen nettoverlies van 25% van alle kosten. Alles wat je ziet, bijvoorbeeldeen windturbinepark op zee, kost 25% meer dan het oplevert. Al diedingen die we nu doen, zijn op dit moment gewoon verliesgevend.Wanneer is het dan in de ogen van de heer De Groot winstgevend?Wanneer komt dat moment?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26717 Meneer Baudet, ietsje korter mag wel. In uw voorbeeld is het volgens mij33%, maar we gaan aan de heer De Groot vragen wat zijn antwoord is.De heer Peter de Groot (VVD):Ik ga een ander antwoord geven. Voordat ik in de Kamer kwam, werkte ikin het bedrijfsleven. Daar hebben we bijvoorbeeld geïnvesteerd inzonnepanelen. Die verdienen zich gelijk terug in energiekosten. Het zorgdeervoor dat de productie goedkoper werd dan daarvoor. Het hele verhaalvan «we moeten eerst die investeringen doen en daarna kunnen we datterugverdienen» ... Dat ligt er maar helemaal aan wat je produceert en hoeje produceert. Ik geloof gewoon niet in het verhaal van de heer Baudet dathet niets oplevert. Bedrijven willen volgens mij juist heel graag die stapzetten. Dat zien we ook in het land. Maar ze lopen er heel erg tegenaan datwe de boel niet op orde hebben als overheid. De randvoorwaarden zijnniet ingevuld. Daardoor lopen we nu tegen vertraging aan en moeten wedat oplossen. Ik ben het dus niet eens met de redenering van de heerBaudet dat het bedrijven niets zou opleveren. Dat geldt ook voor hetgebruik van grondstoffen. Als je die weer kunt hergebruiken, dan is dateen win-win, zou ik willen zeggen.De voorzitter:Meneer Baudet, nog een keer? Iets korter, alstublieft.De heer Baudet (FVD):Die zonnepanelen zijn winstgevend omdat er subsidies op zitten en omdater heffingen zitten op fossiel. Maar als je gewoon kijkt naar de feitelijkekosten van bijvoorbeeld een kolencentrale of een gascentrale, dan zie jedat die, als je geen belastingen en geen heffingen en al dat soort dingenmeerekent, nog steeds ongelooflijk veel goedkoper zijn dan wind of zon ofdat soort zaken meer. Volgens mij kunnen we daar niet over twisten.Natuurlijk, als er heel veel regels zijn en subsidies en heffingen en dingen,dan kun je daar zo mee gaan spelen dat je dat kunstmatig naar elkaartoetrekt, maar dat is dus na herverdeling door de overheid. Maar feit isgewoon dat kolencentrales en gascentrales de meest goedkope energie-opwekking zijn. Misschien kan thorium daar op een gegeven moment bijkomen. Er is volgens mij geen enkel zicht op een moment waarop wind enzon net zo goedkoop worden als dat, zonder dat er overheidsinmengingbij zit. Of denkt de heer De Groot daar anders over?De heer Peter de Groot (VVD):We kunnen de verschillen heel erg uitvergroten, maar laten we eens naarde overeenkomsten kijken. Kijk, wij zijn ook voor kernenergie. Daar moetje natuurlijk wel in investeren voordat je dat hebt. De heer Baudet gaf netzelf al aan: het is heel goed om in die kernenergie te investeren, zeker alsje kijkt naar de zekerheid die je moet hebben over energievoorzieningen inNederland. Nou, wind en zon zijn er niet altijd, dus daarvoor iskernenergie heel erg belangrijk. Daar wil de VVD ook in investeren. Danmoet je kennisinfrastructuur opbouwen en investeren in locaties. Daar zijninvesteringen voor nodig; dat klopt. Maar dat gaat zich uiteindelijk op delange termijn weer terugverdienen. Ik ga ervan uit dat de heer Baudet datook weet, want anders zou hij zelf niet voor kernenergie zijn. Daarverschillen we dan niet van mening over.De heer Baudet (FVD):Over kernenergie niet, maar over zon en wind wel.De voorzitter:Zijn er nog meer interrupties? Nee? Oké. Dan wil ik vragen aan mevrouwRooderkerk om even het voorzitterschap op zich te nemen. Ik wil nog eeninterruptie plaatsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26718 Voorzitter: RooderkerkDe voorzitter:Gaat uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):De heer De Groot weet ook dat zijn Minister aan het onderhandelen is metTata over een maatwerkafspraak om een groenstaalfabriek mogelijk temaken. Nou bleek dit voorjaar dat een op de vijf mensen, 2.000 mensen,wellicht hun baan zouden kunnen verliezen. Dat was namelijk het idee datde baas van het bedrijf even lanceerde. Mijn vraag aan de heer De Grootis: is het acceptabel dat we dadelijk miljarden belastinggeld aan dit bedrijfgaan geven en dat een week na het sluiten van die afspraak, een jaardaarna of twee jaar daarna, 2.000 mensen hun baan verliezen?De heer Peter de Groot (VVD):Eigenlijk vond ik het betoog dat de heer Thijssen hield na mevrouwKoekkoek van Volt over het belang van groene staalproductie inNederland heel mooi. Laat ik de verschillen ook hierbij dus niet al te veeluitvergroten. Ik ben het er eigenlijk wel mee eens dat er een verduurza-mingsslag moet komen met de maatwerkafspraak, om ervoor te zorgendat we die staalproductie in Nederland houden. Ik ben het volledig met deheer Thijssen eens dat we anders straks – hij noemt dat fossiel staal – meer groen staal moeten importeren. Laat ik beginnen door daar eencompliment voor uit te delen.Dan de vraag van de heer Thijssen. Ik vind wel dat je, op het moment datje als overheid heel veel geld ergens in steekt, je er ook wat voor terugmag vragen. Zeker. Want anders is het natuurlijk belastinggeld dat je zo inhet putje laat wegspoelen. Volgens mij is het ook heel normaal dat je alsonderdeel die maatwerkafspraken ook wat terugvraagt van een bedrijf.Dat lijkt me heel logisch. Die 9.000 banen zijn belangrijk. Dat heleecosysteem daaromheen, dat denk ik 10.000 of misschien wel meer banenis, is ook belangrijk. Volgens mij moeten we dus de stappen voorwaartszetten daarop.De voorzitter:Ik moet even kijken aan wie ik het voorzitterschap teruggeef. Ik zou zelfgraag een interruptie doen. Ik denk aan de heer Thijssen. O, u heeft ooknog een interruptie? Dan is er eerst een interruptie van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):De heer De Groot zei net dat bedrijven willen investeren. Maar volgens mijhebben gesprekken met de Minister duidelijk gemaakt dat bijvoorbeeldeen bedrijf als BP of een bedrijf als Exxon helemaal niet wil investeren.Die willen niet verduurzamen. Daarom snap ik dus ook niet waarom deheer De Groot nou een belastingvoordeel wil geven aan dit soortvervuilende bedrijven. Hij wil dus een belastingvoordeel geven voorvervuiling, terwijl hij weet dat dit bedrijf niet wil investeren in Nederland.Hij moet daar toch op tegen zijn? Hij wil toch alleen de bedrijven helpendie ook willen investeren in Nederland?De heer Peter de Groot (VVD):Hier lopen we uit de pas met elkaar. Er wordt nu net voorgesteld dat diebedrijven dat nooit zouden willen doen in Nederland. Dat is niet zo. Diebedrijven willen dat wel. Alleen, de voorwaarden om te kunnen inves-teren ... In mijn betoog zit dat natuurlijk ook: het gaat niet alleen om seckijken naar die verduurzaming en duwen op die CO2-reductie; het gaat erook om hoe we dat met elkaar mogelijk kunnen maken en hoe we ervoorzorgen dat die bedrijven ook daadwerkelijk die investeringen doen inNederland. Ik noemde in mijn bijdrage ook dat Shell nu niet gaatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26719 investeren in die biobrandstoffabriek in Pernis. Dat is doodzonde, zou ikzeggen. Dat moeten we toch niet toestaan met elkaar? Dat moeten wetoch mogelijk maken met elkaar? Volgens mij is dat dus een ontzettendgemiste kans. Als we het gesprek met elkaar gaan voeren, dan moeten weook naar de inhoud toe: waardoor komt het dat die beslissingen genomenworden? Ik denk dat we dan een beter gesprek moeten hebben. Maar ik ganiet mee in het frame dat die bedrijven niet van plan zijn dat hier te doen.De voorzitter:Dan geef ik voorzitterschap terug aan de heer Thijssen, zodat ik zelf kaninterrumperen.Voorzitter: ThijssenDe voorzitter:Dan geef ik het woord aan mevrouw Rooderkerk voor een interruptie.Mevrouw Rooderkerk (D66):Mijn vraag gaat over de kwestie van Tata Steel en de staalslakken.Staatssecretaris Thierry Aartsen van de VVD heeft daar een beperkt inplaats van volledig verbod op ingesteld, terwijl het RIVM aangeeft dat erwel degelijk grote gezondheidsrisico’s hangen aan het gebruik vanstaalslakken. Ik ben gewoon benieuwd hoe de heer De Groot daarnaarkijkt. Vindt hij ook dat we voor de mensen die in die omgeving wonen enal met zo veel uitstoot te maken hebben, alles moeten doen om ervoor tezorgen dat de gezondheidsrisico’s beperkt worden en dat we daar niet hetbodemwater en het milieu verontreinigen met deze staalslakken? Dat ismijn eerste vraag. En mijn tweede vraag is: hoe beoordeelt hij vervolgensde maatwerkafspraken met Tata Steel?De heer Peter de Groot (VVD):Laat ik vooropstellen dat ik hier niet de expert staalslakken ben. Dat ismijn collega Martijn Buijsse. Ik heb dat debat niet gevoerd. Maar inalgemene zin zou ik er het volgende over willen zeggen. Het is volgens mijbelangrijk dat we met de maatwerkafspraken ervoor zorgen dat Tata Steelhier gaat verduurzamen, want groen staal is nu eenmaal cruciaal, en datwe het gaan verbeteren voor de omwonenden. Denk daarbij aan dewaterkwaliteit en alles wat daarmee te maken heeft. Dat moet natuurlijkonderdeel zijn van die maatwerkafspraken. Dat geldt overigens niet alleenvoor de maatwerkafspraken rondom Tata Steel – dat is de tweedevraag – maar ook voor andere maatwerkafspraken. Ik hoorde mevrouwRooderkerk van D66 daar ook wat over zeggen. Wat daar vaak speelt, ishet volgende. Die bedrijven willen wel, maar het gaat hierbij over derandvoorwaarden: kunnen we de randvoorwaarden goed invullen, zodatde maatwerkafspraken echt gaan werken? Neem bijvoorbeeld netcon-gestie of CO2-opslag. We kunnen wel een heel lijstje opnoemen met watdaarvoor nodig is. Ik ben in ieder geval heel erg blij dat deze Minister derealiteit meer terugbrengt in haar beleid. Ik ben blij dat zij daar vooral aangaat werken, zodat de maatwerkafspraken die straks gemaakt gaanworden, of die nog in de pijplijn zitten, in de praktijk gaan werken. Datgeldt ook voor Tata Steel.De voorzitter:Dank u wel. Dan nog een interruptie van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Allereerst over de maatwerkafspraken in het geheel. Dat is wat mij betrefteen breder verhaal. Dat gaat er natuurlijk over of die bedrijven überhauptkomen tot een maatwerkafspraak voordat het al 2030 is. Of werkt het opdeze manier niet? Werkt het te langzaam? De bedrijven die er nu nog meeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26720 bezig zijn, zijn dat aan het uitzoeken. Maar wat ons betreft moet er opkorte termijn echt actie komen en een besluit worden genomen. Andersmoeten we gewoon generieke subsidies mogelijk maken om bedrijvensneller te verduurzamen.Dan over mijn vraag. Ik hoorde de heer De Groot het breder maken enzeggen: we moeten bij al die maatwerkafspraken aan de randvoor-waarden denken. Maar gezondheid is voor ons niet een randvoorwaardemaar een basisvoorwaarde. Je ziet dat staalslakken gewoon heel slechtzijn voor het milieu maar dat er toch voor wordt gekozen om die enefabriek die zo veel staalslakken produceert, Tata Steel, op een bepaaldemanier te gedogen. Wat ons betreft moet dat niet kunnen. Is de heer DeGroot het daarmee eens?De heer Peter de Groot (VVD):Nu wordt er een beeld neergezet alsof de VVD gezondheid niet belangrijkvindt. Dat slaat natuurlijk helemaal nergens op. Natuurlijk is gezondheidbelangrijk. Alleen, de vraag is: hoe kom je op een goede manier van deproductie zoals die nu is, naar een schone productie? Hoe ga je dat doen?Hoe ga je dat doen op een manier waarop je straks daadwerkelijk schoneproductie hebt? Laat ik het zo zeggen: de VVD stelt gezondheid en eengoede leefomgeving voorop. Maar als we tegen elk bedrijf zeggen «jemag hier niet meer zijn vanaf vandaag», hebben we natuurlijk ook geenindustrie in Nederland. Dat kunnen we dus niet doen.Terug naar de vraag over Tata Steel. Ik denk dat het onderdeel moet zijnvan het pakket dat gemaakt wordt in de maatwerkafspraken. Nogmaals, ikben geen expert staalslakken, dus ik kan daar niet zo heel veel overzeggen. Dat zult u in een ander debat met mijn collega moeten doen.De voorzitter:Dank u wel. Nog een interruptie van mevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):Kort, want dit debat wordt inderdaad nog gevoerd. Ik hoor allerleialgemeenheden: we vinden gezondheid en duurzaamheid belangrijk. Datis prima, maar dan moet je dat ook in de praktijk laten zien. Het is wel eenStaatssecretaris van de VVD die aan de knoppen zit. We hebben ook eenMinister van de VVD. Je hoeft geen expert staalslakken te zijn om te wetendat je het niet moet toestaan als zoiets de bodem verontreinigt. Dat lijktmij toch heel simpel.De heer Peter de Groot (VVD):Ja, eens.De voorzitter:Mevrouw Koekkoek heeft nog een interruptie. Gaat uw gang.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik wil hier even op doorgaan. Iedere businesscase is rond te krijgen als jeaan de randvoorwaarden gaat sleutelen. Van Tata Steel hebben webijvoorbeeld gehoord dat als we staalslakken sec verbieden – dat is vanuitgezondheidsperspectief wat mij betreft nodig – de businesscase niet rondte krijgen is. Dat is heel simpel. Op dat soort dilemma’s, dat soortafwegingen, kun je wachten, tot ze op een gegeven moment in je gezichtontploffen. Of je kan een stap voorwaarts zetten. Ik hoorde net dat de VVDniet zo enthousiast is over het voorstel van Volt. Dat is begrijpelijk, als ikvanuit de VVD redeneer. Maar daarin zit precies het verschil, denk ik. Wijvinden dat je een stap voorwaarts moet zetten. Ik wil wel de uitdaging bijde VVD leggen. Waarom wachten tot een businesscase in je gezichtontploft? Waarom niet een stap naar voren zetten en ondernemers,nieuwe ondernemers de kans geven om koplopers te worden in Europa?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26721 De heer Peter de Groot (VVD):Ik snap die vraag niet zo goed, want dat is precies mijn pleidooi. Wijmoeten ondernemers de ruimte geven om die investeringen te kunnendoen, om te kunnen verduurzamen. Dat is het hele pleidooi dat ik vandaaghoud. De grote tegenstelling is dat mevrouw Koekkoek hier namens Voltbepleit om Tata Steel te sluiten en er een streep doorheen te zetten. Datstelt de VVD niet voor. Wij vinden de strategische autonomie die wemoeten hebben met de groene staalproductie in Nederland, heel ergbelangrijk. Ook daar gaan we dus niet in mee. Ik weet niet zo goed waarwe dan hier het debat over voeren. We zitten echt op een andere planeet,zou ik willen zeggen, als het gaat om hoe wij de toekomst van Tata Steelzien.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik wil even wat rechtzetten, want volgens mij heeft de heer De Groot eenvraag beantwoord die ik niet gesteld heb. Mijn vraag gaat over welkedilemma’s de VVD ziet en welke keuzes zij daarin maakt. Ik heb net heelduidelijk in de inbreng van Volt aangegeven: wij maken deze keuze omdatwij dit zien gebeuren; wij willen niet dat de businesscase met staatssteun,met miljarden, over vijf jaar alsnog ontploft in ons gezicht en dat weondernemers daar volledig in loslaten.Mijn vraag ging over het volgende. Er werd een vraag gesteld overstaalslakken. Tata zegt daarover zelf, ook met de maatwerkafspraak: wehebben die afzet nodig; anders kunnen we de businesscase economischniet rondkrijgen. Dat soort dilemma’s zie je vaker bij bedrijven. Volt zegt:laten we daar niet op wachten; laten we niet wachten op het moment datje een gezondheidsrisico hebt en gif in de grond moet steken om tevoorkomen dat een bedrijf op korte termijn failliet gaat, wetende dat hetbedrijf in de toekomst alsnog failliet gaat. Mijn vraag aan de VVD is welkekeuzes hierin worden gemaakt. Vorige week hebben hier allemaal expertsaan tafel gezeten. Die hebben allemaal gezegd: u moet keuzes maken; nietalles kan in Nederland. Doen alsof alles maar kan en alsof alles maar inmaatwerkafspraken gestopt kan worden, is mensen een rad voor de ogendraaien. Dat is de vraag die ik op tafel leg: welke keuzes maakt de VVDdaarin? Kan de VVD daar transparant over zijn?De voorzitter:Dank u wel. De volgende interruptie graag iets korter.De heer Peter de Groot (VVD):De keuze die de VVD maakt, is om ervoor te zorgen dat die bedrijven deverduurzaming kunnen meemaken. Dat is de keuze die de VVD maakt. Datis precies de reden waarom wij, naast de doelen die wij steunen op hetgebied van verduurzaming en een schone leefomgeving, er nu voorkiezen om de randvoorwaarden op orde te brengen, om dat mogelijk temaken. Dat is wel degelijk een keuze die wij maken. De VVD vindt het heelerg belangrijk dat we uiteindelijk de groene staalproductie in Nederlandhouden. Dat is ook een keuze. Je kunt ook, zoals Volt, zeggen: dat willenwe niet. De VVD zegt: dat willen we wel. Dan moeten we kijken naaroplossingen in de praktijk, hoe we ervoor zorgen dat we het op een goedemanier met elkaar kunnen doen. Dat is de keuze die de VVD maakt. Datheb ik ook bepleit in mijn bijdrage. Dat betekent dus niet dat je bedrijvenzo hard moet aanpakken op allerlei onderdelen van hun bedrijfsvoering,dat ze zeggen: dat gaan we hier dus niet meer doen. Dat is ook wat we deafgelopen jaren hebben gehoord: als die maatwerkafspraak met Tata Steelniet lukt, gaat de staalproductie gewoon ergens anders heen. Dat geldtniet alleen voor Tata Steel, maar natuurlijk ook voor heel veel anderebedrijven, die niet eens klagen maar gewoon al zijn vertrokken. Heel veelbedrijven denken niet eens: joh, laat ik eens contact opnemen met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26722 politiek of laat ik eens mijn vinger opsteken. Die zijn al weggegaan. Dat wilde VVD liever niet. Die keuze maken wij.Mevrouw Koekkoek (Volt):We hebben nu te maken met één bedrijf. Dat is niet het enige bedrijf, maarik zoom even in op dit bedrijf, omdat we recent hebben geleerd: debusinesscase is niet rond te krijgen als we niet gif in de grond stoppen.Die staalslakken zijn vergif. Ze zeggen: dat moet afgezet kunnen worden;anders kunnen we ’m niet rondkrijgen. Het dilemma voor de politiek isdan toch om een beslissing te maken en daarin transparant te zijn? Danzeg je bijvoorbeeld, zoals de VVD: «Dat vinden wij acceptabel, want datvinden wij zo belangrijk. Het gezondheidsrisico dat we bij mensen, bijkinderen, beleggen, vinden wij oké.» Of je zegt van niet. Als je daar opvoorhand niet transparant over bent en doet alsof alles kan, ben jemensen een rad voor de ogen aan het draaien. Dat verwijt leg ik hier nuneer, omdat ik eigenlijk wil horen ... We zien de cijfers en de businesscase.Is de VVD daar akkoord mee? Volt is dat niet en zegt: er is een anderemanier. Er wordt nu een beetje om dat dilemma heen gepraat. Ik hoorgraag wat de afweging van de VVD daarin is.De heer Peter de Groot (VVD):Ik hoor hier geen andere partij zeggen dat Tata Steel weg moet. Elke partijdie hier aan tafel zit, zegt: er is toekomst voor Tata Steel op die plek, als ermaar sprake is van groene productie. Dat kunt u de VVD dan welverwijten ... Ik geloof er heel erg in dat we met goede afspraken metelkaar mogen geloven in de kracht van bedrijven en de investeringen diezij doen; dat zit ook in mijn betoog. We mogen geloven dat zij metinnovaties vooruit zullen gaan om de milieuschade en -impact teverminderen. Daar geloof ik heel erg in. Dat geldt niet alleen voor TataSteel; ik zie het ook bij andere bedrijven. De VVD is voor het behoud vanbelangrijke industrie in Nederland, voor die banen en voor die welvaart,en gelooft in de kracht van die bedrijven om ervoor te zorgen dat demilieu-impact vermindert.Mevrouw Koekkoek (Volt):Laatste poging. Precies dat bedrijf, waar ik nu op inzoom, heeft aange-geven: met maatwerkgeld krijgen wij de businesscase niet rond als westaalslakken niet mogen afzetten. Staalslakken zijn vergif. Die moetenkennelijk afgezet worden. Op het moment dat een bedrijf dat danaangeeft, moeten wij als politiek toch zeggen dat we dat wel of nietacceptabel vinden? Ik vind dat niet acceptabel en ik vraag, heel simpel:vindt de VVD dat wel acceptabel?De heer Peter de Groot (VVD):Mevrouw Koekkoek kan nog vier keer dezelfde vraag stellen, maarvolgens mij heb ik al het antwoord gegeven dat de VVD toekomst zietvoor Tata Steel in Nederland.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie verder geen interrupties, dus dan geef ik het voorzitter-schap weer terug aan de heer De Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van deKamer. Ik kijk even naar de Minister om te zien hoelang zij wil schorsen.Het is nu 10.40 uur. Laten we een halfuur schorsen, tot 11.10 uur. Ik schorsde vergadering en zie u graag straks allen terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26723 De vergadering wordt van 10.41 uur tot 11.11 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, welkom terug. De schorsing zit erop en we beginnenmet de eerste termijn van de kant van het kabinet. De Minister zal hetwoord voeren namens het kabinet. Het eerste compliment is binnenvandaag; iedereen is netjes op tijd terug, dus we kunnen om 11.10 uurstarten. Ik zou graag van de Minister willen horen welke blokjes zijhanteert. Dan kunnen we die noteren en is onze administratie ook goed oporde. Het woord is aan de Minister.Minister Hermans:Voorzitter. Na een paar inleidende woorden begin ik met de vragen diegesteld zijn over maatwerk en Tata in het bijzonder. Dan volgen de vragenover cluster 6, dan die over de randvoorwaarden, waaronder ook devragen over de CO2-heffing, en ik sluit af met industriebeleid in hetalgemeen en vraagcreatie. Ik heb geen mapje overig.De voorzitter:Dat is heel fijn. Dank daarvoor. Gaat uw gang.Minister Hermans:Goed dat wij vandaag met elkaar dit debat voeren over de verduurzamingvan de industrie. Dat is een belangrijk onderwerp voor het kabinet maarook voor de toekomst van onze Nederlandse economie, voor onzeweerbaarheid en, zoals mevrouw Koekkoek ook in haar inleiding explicietzei, voor de strategische autonomie van Nederland maar juist ook vanEuropa, omdat we daarop moeten samenwerken. Daar zal ik straks nogwat meer over zeggen. Al zijn er natuurlijk ook kritische noten geplaatst,toch ben ik blij om te horen dat er vandaag bij u allen steun is voor deindustrie en, op één uitzondering na, voor het verduurzamen van deindustrie. Ik herken de zorgen die worden genoemd en ik zie ook dat hetuitdagende tijden zijn voor de verduurzaming en voor de industrie inNederland, en overigens ook in de rest van Europa. Denk daarbij aan hetgelijke speelveld, de hoge energiekosten, de overproductie in de wereld,waardoor met name de chemie maar ook de staalsector het moeilijk heeft,en aan het feit dat markten voor groene producten niet zomaar tot standkomen.Specifiek vraagt u aandacht voor cluster 6. Daar hebben we ook vanuit hetministerie bijzondere aandacht voor. Ik zal zo meteen dan ook ingaan opde vragen die daarover gesteld zijn. Het kabinet heeft altijd ingezet, en zaldat ook in deze demissionaire periode blijven doen, op het vasthoudenaan de klimaatdoelen en klimaatafspraken die we gemaakt hebben, maarlegt daarbij wel een sterke focus op de randvoorwaarden en de uitvoering,want uiteindelijk moet het dáár gebeuren en moeten we dáár de afsprakenrealiseren die we met elkaar gemaakt hebben. Het is aan ons om te blijvenkijken en te blijven focussen op hoe we stappen kunnen blijven zetten inde transitie. In de afgelopen periode, in alle besluitvormingsmomenten inhet kabinet, zijn ook weer stappen gezet in het verder op gang helpen enhouden van die verduurzaming en transitie in de industrie.Voorzitter. Dat gezegd hebbende kom ik bij het eerste blokje: maatwerk enTata. Ik begin met maatwerk in het algemeen. De heer Thijssen vroeg mijwaarom zijn motie om alleen geld en belastingvoordeel te geven aanbedrijven met een plan voor de toekomst, niet wordt uitgevoerd. Diemotie voert het kabinet wél uit, want dat zit in de afspraken die we makenmet bedrijven op weg naar de definitieve maatwerkafspraken, maar ook inde JLoI’s en expressions of principles – excuses voor al deze Engelsetermen. Die afspraken kunnen we alleen maken als bedrijven concreteverduurzamingsplannen hebben. Die voorwaarde wordt dus gesteld. Deheer Thijssen vroeg mij ook nog om die motie neer te leggen op de tafelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26724 waar nu gesproken wordt over wat ook op die langere termijn het beleidmoet zijn om tot verduurzaming van de industrie te komen. Ik kan de heerThijssen toezeggen dat ik die motie daar onder de aandacht breng.Voorzitter. Er is niet zozeer een vraag over gesteld, maar ik merkte in deinbreng en een aantal interruptiedebatten...De voorzitter:Excuus, Minister. De voorzitter ziet in zijn linkeroog dat de heer Thijssenop het vorige punt nog een interruptie wil plegen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank aan de Minister voor de beantwoording. Natuurlijk heb ik in die briefgelezen dat de Minister zegt: ik maak een maatwerkafspraak met eenbedrijf, en daar is geld mee gemoeid, dus moet dat bedrijf wel een planhebben om te verduurzamen. Nu kunnen we er nog een debat overvoeren of die verduurzamingsplannen goed genoeg zijn of niet, maar datzie ik. Dit ging er natuurlijk over dat een belastingvoordeel gegeven gingworden aan bedrijven die geen maatwerkafspraak hebben, zelfs aanbedrijven die hebben gezegd: we hebben wel een gesprek over maatwerk-afspraken, maar wat ons betreft stoppen we met die gesprekken, want wehebben er geen behoefte aan om ermee door te gaan. Daar ging de motienatuurlijk ook over, in de zin van: laten we nou niet belastingvoordelengeven aan vervuilende bedrijven die hebben aangegeven aan de Ministerdat ze geen behoefte hebben aan verdere gesprekken over verduur-zaming. Kan de Minister daarop reageren?De voorzitter:Ik zou nog even voor de administratie willen zeggen dat we ook in dezetermijn zes interrupties per fractie hebben.Minister Hermans:Dit was precies waar ik naartoe wilde. In de interruptiedebatten maar ookin een aantal inbrengen kreeg ik in elk geval de indruk dat de gedachtebestaat dat als wij niet meer in gesprek zijn over een maatwerkafspraak,dit per definitie betekent dat een bedrijf niet bezig is met verduurzaming.En dat is niet zo. Dat doet geen recht aan wat er gebeurt en wat bedrijvendoen, ook zonder dat zij met ons in gesprek zijn over een maatwerkaf-spraak. Kijk naar de bijlage bij de brief over de maatwerkaanpak, die ikafgelopen mei aan de Kamer heb gestuurd. Een voorbeeld van zo’n bedrijfis Exxon Mobil, dat niet met ons in gesprek is over een maatwerkaanpak,maar dat in diverse projecten investeert of projecten ontwikkelt omCO2-reductie te blijven realiseren. De verwachting van Exxon Mobil is datzij het heffingspunt, zoals we dat hebben vastgesteld, bij benadering gaanhalen, dus dat zij de reductie realiseren die wij voorzien hadden en diebelangrijk is om dat pad naar 2040, 2050 voor elkaar te krijgen. Air Liquideheeft een investeringsbeslissing genomen om een elektrolyser te gaanbouwen. Shell investeert meer dan 2 miljard euro in projecten om deCO2-uitstoot te reduceren. Yara heeft geen maatwerkafspraak getekend,maar er is wel een subsidiebeschikking waarmee het bedrijf CO2 via CCSkan opslaan.Dus niet in gesprek zijn over een maatwerkaanpak betekent op geenenkele manier dat de verduurzaming bij die bedrijven stilvalt. Ja,natuurlijk, er zitten altijd voorbeelden tussen van bedrijven waar best eentandje ambitie en energie voor dit soort projecten bij mag, maar inalgemene zin geldt dat heel veel bedrijven bezig waren, bezig zijn en bezigblijven met verduurzaming, omdat zij ook zien dat een verduurzaamd enschoon proces de toekomst is van hun bedrijf, van hun industrie, van hunproductieproces is. Dat doen die bedrijven vanuit de verantwoordelijkheiddie zij voelen voor ons land, voor het schoon doorgeven van ons land,maar ook omdat dit de manier is om concurrerend te blijven in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26725 toekomst, niet alleen als Nederland maar ook als Europese economie, enomdat het van belang is voor onze weerbaarheid en onafhankelijkheid.Dat even over maatwerk in het algemeen.Voorzitter. Dan kom ik bij de gesprekken over de maatwerkafspraak metTata. Iedereen heeft benadrukt dat die gesprekken lopen. Het kabinet doetdat vanuit de overtuiging dat het belangrijk is om in Nederland, in deIJmond, schone en groene staalproductie te realiseren. Daarover vindenal een hele tijd intensieve gesprekken plaats. Dat is echt niet altijdgemakkelijk. Het is een complex bedrijf met een ambitieus maar ooktechnisch uitdagend transitieplan. Naast de onderhandelingen met hetbedrijf en het moederbedrijf voeren we ook gesprekken met de EuropeseCommissie over hoe een eventuele maatwerkafspraak in termen vanstaatssteun mogelijk zou zijn en zou passen. De inzet is ongewijzigd. Wewillen zo snel mogelijk tot een joint letter of intent komen en daarna tot dedefinitieve maatwerkafspraken met Tata Steel, juist om die schone, groeneen economisch levensvatbare staalproductie in de IJmond te realiseren.Dit is wat ik kan zeggen over de stand van zaken, want zoals u allen weet,kan ik daar gelet op de onderhandelingspositie van de Staat maar ook dekoersgevoelige informatie die hierbij aan de orde is, verder in hetopenbaar niet inhoudelijk op reageren. Maar dit is de stand van zaken enonze inzet, en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het niet altijd gemak-kelijk is.Voorzitter. De heer Thijssen vroeg of ik kan toezeggen dat werknemers enbonden instemmingsrecht krijgen bij alle zaken die hen aangaan tijdensde uitvoering van de groenstaalplannen. Zoals de heer Thijssen opmerkte,maar volgens mij ook mevrouw Koekkoek, komt het plan voor de transitienaar groen staal uit de koker van de werknemers en de FNV. Zij zien hetbelang van groen staal juist voor het bedrijf, dus voor hun werk, en voorde omwonenden. Dit toont ook direct het belang aan van dat goedegesprek en dat overleg met werknemers. Zij zijn cruciaal om de transitie terealiseren. Zonder hen kan het niet eens, krijgen we het niet eens voorelkaar. Ik was in juli op bezoek bij Tata Steel en heb toen gesproken metomwonenden maar ook met vertegenwoordigers van de werknemers. Watmij opviel in dat gesprek was de enorme betrokkenheid vanuit dewerknemers en ook vanuit FNV bij de transitie; het viel mij op hoe zij hetgroenstaalplan omarmen.Tatasteel en de vakbonden hebben samen afspraken gemaakt en metelkaar het Sociaal Contract Groen Staal gesloten, waarin ook afsprakenzijn gemaakt over de omgang met werknemers tijdens de transitie. Hetbedrijf geeft aan dat de voortgang van de groenstaalplannen regelmatigmet de or en de bonden zal worden besproken. Hoe het bedrijf debedrijfsvoering en daarmee dus ook het overleg en de afstemming verdervormgeeft, is aan het bedrijf. Daar kan ik geen toezegging over doen.Mevrouw Rooderkerk vroeg...De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Wat goed om te horen dat de Minister bij zowel de omwonenden als dewerknemers is geweest. Ik denk namelijk dat het superbelangrijk is dat deMinister zich echt verdiept in de meningen van deze belanghebbenden indeze grote transitie. Ik ben alleen wel wat teleurgesteld in het antwoordvan de Minister.Natuurlijk praten werknemers en directie met elkaar, maar we hebben ookgezien dat de directie in april in één keer besluit dat 2.000 mensen eruitmoeten omwille van groen staal. Ik snap niet waarom de fabriek danminder mensen nodig heeft. Volgens mij hebben ze eerder meer mensennodig. Dat is uiteindelijk aan de directie, maar wat mij betreft ook aan dewerknemers. Daarom is mijn vraag of de Minister het acceptabel vindtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26726 dat, als zij dadelijk een deal sluit met Tata en als daar miljarden belas-tinggeld heengaan, de directie bij wijze van spreken de week daarna kanzeggen: hupsakee, 2.000 mensen eruit. Dat kan toch niet?Minister Hermans:Vlak voordat ik dat bezoek aan Tata Steel bracht, kwamen deze plannennaar buiten. Ik sluit mij graag aan bij de woorden van mevrouwRooderkerk dat het heel ingrijpend is als dat naar buiten komt. Het gaatwel over de banen van heel veel mensen, mensen die daar soms al jarenwerken. Ik moet daar wel bij zeggen dat het grootste gedeelte van debanen die op de tocht staan, kantoorbanen zijn. Dat maakt het uiteraardniet minder erg voor de mensen wier baan het betreft. Je kunt natuurlijknooit zeggen dat de transitie naar het maken van groen staal de mensenin de productie helemaal niet raakt, maar voor het grootste deel zit ’m datin de kantoorbanen.Ik vind dat als wij maatwerkafspraken maken, een bedrijf ook moet kijkenof de organisatie gezond is of het niet te veel kosten maakt en, zo ja, of hetdaar misschien iets aan moet doen. De bedrijfsvoering is een verantwoor-delijkheid van het bedrijf zelf. Dat behoor je natuurlijk wel op een nettemanier te doen. Daar hoor je op een goede manier het gesprek en hetoverleg over te voeren met de ondernemingsraad en de vakbonden. Voorde maatwerkafspraak waar wij over in gesprek zijn, geldt natuurlijk ookdat je kijkt hoe daarover wordt gesproken in het bedrijf, maar de focus vande afspraak die wij maken ligt op de volgende vraag: wat zijn de plannenvoor de verduurzaming; en ga je bovenwettelijk je CO2-reductiedoelenrealiseren? En bij Tata is heel belangrijk wat er op het gebied van degezondheid gebeurt. Want ik herhaal hier nog maar een keer, wat ik netook tegen mevrouw Rooderkerk wilde gaan zeggen over de gezondheids-risico’s: er komt geen maatwerkafspraak zonder afspraken over verbe-tering van de gezondheid. Dat is gewoon uitgesloten. Heel kort in hetverlengde daarvan: dat geldt in algemene zin, dus ook voor de staal-slakken. Dat hoort allemaal bij elkaar, bij een gezonde bedrijfsvoering envooral bij een duurzame en gezonde toekomst van Tata Steel inNederland, in IJmuiden.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Als de Minister klaar is, wil ik nog een vraag stellen. Dit snap ik. Ik ben ookbij zowel de directie als de werknemers geweest. Dan krijg ik te horen:misschien gaat het om zo veel banen op kantoor en zo veel banen in destaalproductie. Ik weet dat ook niet precies. Ik weet wel dat er werknemerszijn die de fabriek nota bene drie weken hebben stilgelegd omdat ze zichzorgen maken over hun baan in de toekomst, omdat ze geen fossiel staalmeer willen, maar groen staal.Ik denk: zet die mensen nou gewoon een tafel, want zij willen hun baanbehouden en zij willen een toekomst voor de fabriek. Zij weten dondersgoed wat ze wel en niet kunnen vragen en zijn ook reëel genoeg om tezeggen: we zien dat hier toch wat te veel mensen werken; daar kaninderdaad wel wat bezuinigd worden, omdat we dat nodig hebben vooreen goede bedrijfsvoering, maar hier kan het niet. Daarom denk ik dat hetzo belangrijk is dat de werknemers een veel stevigere positie aan tafelkrijgen, vooral omdat we straks een aantal miljarden aan dit bedrijf gaangeven.Ik wil het toch nog even zeggen: het is wel een buitenlands bedrijf. Hetzorgt natuurlijk wel voor Nederlandse werknemers, maar het is ook eenbuitenlands bedrijf. Ik snap niet waarom de Minister het oké vindt ommiljarden te geven aan dit bedrijf en dan niet te borgen dat dewerknemers zeggenschap hebben over wat er gaat gebeuren in de fabrieken met hun baan.Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26727 Ik vind het van groot belang dat de directie van Tata Steel in Nederlandregelmatig met de bonden en met de or spreekt over reorganisatie-plannen die er zijn. De heer Thijssen noemde het aantal van 2.000. Tataheeft altijd gecommuniceerd dat het om 1.600 banen ging en later is daar1.200 van gemaakt. Nogmaals, dat zijn nog steeds 1.200 banen, waar1.200 mensen achter zitten, met hun gezinnen. Ik wil daar op geen enkelemanier afbreuk aan doen, maar ik wil wel de feiten scherp houden.Het gesprek met de bonden en met de or over hoe de reorganisatie eruitgaat zien, is van heel groot belang. Dat moet ook gewoon. In dat kaderpraat je natuurlijk ook over de transitie naar groen staal, want dat is hetperspectief. Wat mij in het gesprek met de werknemers en FNV heelduidelijk werd, is dat dat erg diep doorleefd is: dat is het perspectief, dat isde toekomst van Tata Steel, voor iedereen die daar werkt. Daar moetendus gesprekken over plaatsvinden. Maar ik ga niet over gesprekstructurenen instemmings- en afstemmingslijnen in een bedrijf, anders dan dat ikzeg – daar zal ik ook altijd toe blijven oproepen – dat dat wel op eenstructurele en meer dan ordentelijke, fatsoenlijke manier moet wordenvormgegeven, omdat dat de enige manier is om zo’n grote en ingewik-kelde transitie in zo’n groot bedrijf voor elkaar te krijgen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Laatste keer, voorzitter. Er is ordentelijk overleg tussen de directie en dewerknemers. De bonden zijn er ook bij betrokken. Ik ben het helemaaleens met de Minister als zij zegt dat de werknemers de mensen zijn die degroenstaalfabriek gaan bouwen. En dat is niet de directie, met alle respectvoor de directie. Dat zijn de mensen die de huidige staalfabriek latendraaien, terwijl er een nieuwe fabriek gebouwd wordt. We zien ook dat dedirectie, ondanks dat ordentelijke overleg, in april zomaar heeft beslotenom 2.000 mensen te laten gaan. Volgens mij ging het over 1.600 fte, maarvan het precieze aantal wil ik even af zijn. Van een heleboel mensen,volgens mij van een op de vijf, wordt de baan bedreigd. Ondanks datordentelijke overleg zie je dus gewoon dat het mogelijk is dat de Ministerstraks miljarden belastinggeld geeft aan een bedrijf dat de week daarnazegt: ik laat toch een op de vijf mensen gaan. Dat vind ik niet acceptabel.Ik zou toch hopen, aangezien de Minister bovenwettelijke afspraken maaktmet dit bedrijf, dat zij ook vindt dat ze hier gewoon een eis kan stellen inde maatwerkafspraken.Minister Hermans:Hier wordt de suggestie gewekt dat dit reorganisatieplan ineens naarbuiten zou komen nadat er een maatwerkafspraak gemaakt zou zijn. Dat isdus niet aan de orde, want dit plan, deze reorganisatie van Tata Steel, is aleen paar maanden geleden naar buiten gekomen. Dat heeft het bedrijfgedaan – dat heb ik ook in de persberichten gelezen en daar heb ik ookmet de directie over gesproken toen ik daar in juli was – omdat het ziet dathet in zijn kostenstructuur moet snijden om een gezond en levensvatbaarbedrijf te zijn, dat überhaupt die transitie naar groen staal kan doormaken.Die afweging, die overweging, dat besluit is aan de directie van hetbedrijf. Het is aan mij en aan het kabinet, dat in overleg is over diemaatwerkafspraak, om ervoor te zorgen dat daarin de goede afsprakenworden gemaakt en dat het bedrijf ambitieus stappen gaat zetten watbetreft die verduurzaming én – ik herhaal het nog maar een keer – ookafspraken maakt om de gezondheidssituatie te verbeteren. Die twee zakenzijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik vind het ook nietmeer dan normaal dat directie, bonden en de or daar overleg over voeren.Dat gebeurt ook; dat zegt de heer Thijssen ook. Ik zal dat ook blijvenbenadrukken. Maar ik hou ook de rollen en de verantwoordelijkhedenzuiver uit elkaar. Ik kan hier een oproep toe doen. Nogmaals, dat zal ik ookblijven doen. Bij alle financiële besluiten heeft de or natuurlijk eenadviesrecht richting de directie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26728 De voorzitter:Dan gaat u nog even door met het kopje maatwerk.Minister Hermans:Jazeker. De heer Thijssen vroeg mij ook hoe het gaat met het overnemenvan de motie-Thijssen c.s. over het overnemen van de adviezen van deexpertgroep. Mijn voorganger heeft de Kamer vorig jaar al geïnformeerdover de manier waarop er met die motie wordt omgegaan. Ik zal daar nogeen paar dingen over zeggen. Ik zie de motie als steun in de rug. Ik zie ’meigenlijk als meer dan dat, namelijk als een bevestiging van de inzet vanhet kabinet om de gezondheid te prioriteren in de maatwerkafspraak.Nogmaals, er komt geen maatwerkafspraak zonder afspraken over deverbetering van de gezondheid. In lijn met de adviezen van de expert-groep nemen we de gezondheid van omwonenden, werknemers enoud-werknemers mee in de maatwerkafspraken en komt er een paragraafover gezondheid in de joint letter of intent, waarin die afspraken overgezondheidsverbetering worden vastgelegd, onder andere op basis vanhet advies van de expertgroep. We zetten in op significante versnellings-opties zodat er vóór 2030 verbeteringen optreden van de luchtkwaliteit ende gezondheidseffecten ten gevolge van gerealiseerde maatregelen doorTata Steel. We zetten stevig in op het zo snel mogelijk sluiten vanKooksfabriek 2 en op de realisatie van overkappingen.Tot slot, voorzitter. De heer Thijssen weet ook dat zodra er een joint letterof intent is, deze moet worden voorgelegd aan de AdviescommissieMaatwerkafspraken Verduurzaming Industrie, die dan een advies geeftover die concept-joint letter of intent. Voor deze specifieke maatwerkaf-spraak is de heer Levi, de voorzitter van de expertgroep, aangeschoven bijde AMVI om ook zijn expertise en de expertise vanuit de expertgroep ophet gebied van gezondheid bij het advies van de AMVI te kunnenbetrekken.Voorzitter. Dan was er nog een vraag van mevrouw Rooderkerk overstaalslakken. Zij vroeg of er contact is geweest rond het besluit van deStaatssecretaris. De Staatssecretaris van IenW heeft zijn initiatief om tekomen tot een tijdelijke stop besproken in het kabinet. Daar zit KGG bij,maar ook de Minister van Economische Zaken. Ik vind het belangrijk om tezeggen dat beleidsmaatregelen, zeker als het gaat om een stop of om eentijdelijke stop via een noodregeling, juridisch en inhoudelijk altijd goedmoeten worden onderbouwd. Ik vind het dus ook heel begrijpelijk dat deStaatssecretaris dat heeft gedaan. Het vraagt om een zorgvuldigeafweging om tot zo’n besluit te komen. Daarbij moet het proportionali-teitsbeginsel natuurlijk ook worden toegepast. De Staatssecretaris heeftop basis daarvan uiteindelijk een afweging gemaakt. Hij heeft ook gezegddat hij het belangrijk vindt dat we dit vooral in Europees verband doen,juist voor een gelijk speelveld en om ervoor te zorgen dat dit soortafspraken ook voor andere staalproducenten gaan gelden.Als ik het goed zeg, is er eind september ook nog een debat met deStaatssecretaris van IenW specifiek over dit onderwerp. Ik zou willenverzoeken om alle echt technische vragen over de regeling met deStaatssecretaris te bespreken.Mevrouw Rooderkerk (D66):De Minister geeft dus aan dat er geen afstemming is geweest tussen deministeries en dat dit besluit van de Staatssecretaris alleen binnen hetkabinet is besproken. Ten aanzien van mijn tweede vraag: het is mij nietduidelijk hoe de Minister die maatwerkafspraak beoordeelt. Dat isnatuurlijk waar de Minister over gaat; de rest is inderdaad voor het debatdat later wordt gevoerd. Maar wetenschappers zeggen dat het leidt totonacceptabele milieuverontreiniging wanneer die staalslakken de bodemingaan, niet Europees, maar letterlijk hier de bodem in, of dat nou eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26729 halve meter is of niet. Zegt de Minister dan dat er geen maatwerkdealkomt waarbij we dit blijven doen als dit een gezondheidsrisico vormt?Minister Hermans:Ik zeg dat het besluit van de Staatssecretaris, zoals dat er nu dus ligt,wordt meegenomen in de gesprekken over de maatwerkafspraak, wantdat is nu de realiteit. Ik vind dat dat ook moet. De Staatssecretaris moetook vanuit zijn rol en verantwoordelijkheid dit soort besluiten kunnennemen, omdat er anders veel te veel dingen door elkaar gaan lopen. Dit isvoor mij nu gewoon een feit, of een gegeven waar we rekening meemoeten houden. Het is dus niet zo dat daar ineens op een andere maniernaar gekeken wordt; dit is gewoon de realiteit. Daar hebben we mee tewerken, dus ook in de maatwerkafspraken.Mevrouw Rooderkerk (D66):Maar dan zegt de Minister dus: niet een totaalverbod, maar het beperkteverbod dat nu is ingesteld, waardoor de staalslakken toch tot een halvemeter de grond in mogen worden gestopt, is het besluit. Gaat zij er dusmee akkoord als dit in de maatwerkdeal staat?Minister Hermans:Nu wordt er echt op van alles en nog wat vooruitgelopen, want we zijnnog in onderhandeling, eerst over de joint letter of intent, en die moet dannog uitmonden in een definitieve maatwerkafspraak. De vraag diemevrouw Rooderkerk mij net stelde, was: hoe wordt er nou met diestaalslakken omgegaan? Daarop zeg ik: het besluit van de Staatssecretarisis nu het beleid op het gebied van staalslakken; dat nemen we dus mee indie maatwerkafspraken. Punt. Dat is hoe het werkt.Mevrouw Rooderkerk (D66):Maar daarmee zegt de Minister dus dat die gezondheidsrisico’s onderhan-delbaar zijn, want dit besluit leidt volgens de wetenschappers totonacceptabele milieuverontreiniging; daar gaat zij dus mee akkoord.Minister Hermans:Het beleid dat de Staatssecretaris heeft afgekondigd, is nu een feit. Daarmoet het bedrijf zich aan houden en daar weet ik mij dus ook aangehouden bij het maken van een maatwerkafspraak.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik wil daar toch op doorvragen, want we hebben allemaal deNieuwsuuruitzending gezien waarin aangegeven werd: onder econo-mische druk, onder druk van het economisch belang van Tata, is er eenbeperkt verbod op staalslakken ingesteld in plaats van een totaalverbod.Volgens mij is dat voor de Kamer een belangrijke kwestie om hier eenreactie op te krijgen. Voordat wij namelijk ja zeggen tegen een maatwerk-afspraak – Volt is daar niet voor in het geval van Tata, maar het zoukunnen dat de Kamer dat in meerderheid wel is – is het toch goed om teweten of die druk vanuit het economisch belang inderdaad opgelegd is enof het dilemma «gezondheid versus economie» in het geval van Tata inhet voordeel van de economie gaat uitvallen. Dat is volgens mij dekernvraag hier. We hebben via de Nieuwsuuruitzending gehoord dat datdilemma al speelde en dat de balans op dit moment doorslaat in hetbelang van Tata, en niet in het belang van de volksgezondheid.Minister Hermans:Volgens mij moeten we hier even twee dingen uit elkaar halen. Eén is hetbesluit van de Staatssecretaris, zoals hij dat in de zomer genomen heeft.Eind september kan dan het debat plaatsvinden over welke afwegingendaar nu een rol hebben gespeeld, wat de aanpak van de StaatssecretarisTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26730 en daarmee, natuurlijk, van het kabinet is en wat zijn afwegingen zijn omin Europees verband verder te willen werken aan een manier om om tegaan met staalslakken. Het is namelijk niet alleen een Nederlandsprobleem; elke staalproducent in Europa heeft hiermee te maken. Als jestaal produceert, leidt dat nou eenmaal tot staalslakken. Het is ook niet zodat elke toepassing van staalslakken gevaarlijk is dan wel op eenzelfdemanier risico’s veroorzaakt.In het beleid dat je maakt of bij de aanpassingen aan het beleid die jedoorvoert, in dit geval een tijdelijke stop op een bepaalde toepassing,maak je dus afwegingen om aan de ene kant risico’s te mitigeren, maaraan de andere kant te zorgen dat een bedrijf kan doen wat het moet doen,maar wel – dat zeg ik er wel direct bij – op een gezonde en verantwoordemanier. Dat is op zichzelf natuurlijk altijd een weging waar je in de politiekvoor komt te staan. Maar hoe die weging precies heeft uitgepakt, welkedingen daar een rol in hebben gespeeld en welke stappen de Staatssecre-taris nu verder zet, vind ik echt iets voor het debat met de Staatssecretaris,eind september.Twee is de maatwerkafspraak. Daarover vraagt u waar we, zowel ik, vanuithet kabinet, als de Kamer, nou mee akkoord gaan straks. Als het aan deKamer voor wordt gelegd, kan de Kamer hiermee dan instemmen? Danzeg ik: het beleid zoals dat geldt, is voor mij een feit. Dat geldt op allegebieden, niet alleen op het gebied van staalslakken. Dat geldt voor alleswaar de maatwerkafspraken aan raken. Daar heb ik me op te baseren. Datvind ik ook volstrekt logisch. Dat is het uitgangspunt en daar kan je nietsaan afdoen, omdat je toevallig met elkaar in gesprek bent over maatwerk.Maatwerk betekent niet dat bestaande afspraken ineens niet meer gelden.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik begrijp de rolvastheid van de Minister. Waar de dingen volgens mij weldoor elkaar lopen, is dat er dadelijk wordt voortonderhandeld overmaatwerkafspraken die ook gebaseerd zijn op wat een goede busines-scase is voor Tata. De afspraken die je met elkaar maakt, gaan er dus vanuit dat Tata nog langer dan vandaag zal bestaan. Maar als de huidigebusinesscase ook gebaseerd is op de afzet van staalslakken en vervolgenseind september blijkt dat daar ander beleid op gevoerd gaat worden, dankunnen er volgens mij twee dingen gebeuren: of de businesscase zakt inelkaar en de maatwerkafspraken staan dan meteen weer onder druk of erwordt ten aanzien van staalslakken een besluit genomen dat nietingegeven is door gezondheid, maar door economische belangen.Daarom is het, denk ik, logisch dat een deel van de Kamer hier die vraagop tafel legt. De overeenkomst, met de joint letter of intent, is namelijknog niet gesloten, maar de onderhandelingen lopen wel door. Daaraanparallel loopt het gesprek over staalslakken, wat eigenlijk helemaal nietkan. Die twee zijn economisch met elkaar verbonden.Minister Hermans:De weging of de businesscase uit kan, is aan het bedrijf, in dit geval TataSteel. Waar ik naar kijk, waar wij op sturen, is maatwerkafspraken makenwaar bovenwettelijke afspraken in zitten. Aan de wet moet Tata zichgewoon houden; daar hoef ik geen afspraken over te maken. Maar overhet bovenwettelijke deel, dat zowel de gezondheid als de verduurzamingbetreft, maken we afspraken. Het is aan Tata om te wegen of dat pakketvan afspraken voor het bedrijf uiteindelijk een voldoende levensvatbarebusinesscase oplevert. Daar nemen zij dus ook het beleid en, mogelijk, hettoekomstige beleid op het gebied van staalslakken in mee; het is natuurlijkaan Tata om daar inschattingen over te maken.Dit was het blokje maatwerk, Tata Steel en staalslakken. Dan kom ik nu bijcluster 6. De heer Thijssen vroeg: moeten we niet zwaarder inzetten op deverduurzaming van cluster 6-bedrijven? Ik denk niet dat wij elkaar hoevente overtuigen van het belang van de verduurzaming van cluster 6. HetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26731 kenmerk van deze industrie is dat ze verspreid ligt over heel Nederland.Daarom vind ik het ook zo belangrijk dat we, ook in het vernieuwdeactieplan, dat volgens mij vorige week naar de Kamer is gestuurd, decasusaanpak doorzetten en dat er nu ook een regioaanpak komt, om zoveel mogelijk bedrijven te ondersteunen. Hoewel cluster 6 verspreid isover het hele land, zie je toch op drie plekken een beetje een clustering,een regio zou je kunnen zeggen, van bedrijven: voeding in Zaanstad,keramiek in Zuid-Limburg en een cluster van cluster 6-bedrijven inGelderland.In de regioaanpak kijken we ook naar creatieve oplossingen, bijvoorbeeldop het gebied van netcongestie – volgens mij vroeg mevrouw Postmadaarnaar – en bekijken we wat je nou kan doen in de regionale samen-werking bij de inzet van mogelijk andere energiedragers. Bij de afgelopenvoorjaarsbesluitvorming is er 17 miljoen vrijgemaakt uit het voor cluster 6gereserveerde budget. Dat gebruiken we deels voor die nieuwe regio-aanpak, dit jaar en volgend jaar, en ook voor het inzetten van uitvoerings-kracht, bijvoorbeeld voor de regisseur, die hier een belangrijke rol inspeelt. Volgens mij was het de heer Thijssen die daar iets over zei. Onsdoel is om volgend jaar, in 2026, in vijf tot tien regio’s daarmee gestart tezijn en dat op weg naar 2028 op te schalen naar zo’n 50 regio’s.Mevrouw Postma (NSC):Goed dat dat bedrag van 17 miljoen is vrijgemaakt bij de Voorjaarsnota.Kan voor het einde van dit jaar al duidelijk zijn hoe bedrijven daaraanspraak op kunnen maken, hoe ze dat in kunnen gaan zetten en wat devoorwaarden daarvoor zijn, dus hoe zij eigenlijk die regeling kunnengebruiken en kunnen inzetten?Minister Hermans:Uit de vraag van mevrouw Postma maak ik op dat de gedachte is dathiervoor een subsidieregeling of een variant daarop wordt vormgegevenmet dat geld, maar het geld is vooral bedoeld om de aanpak te onder-steunen, om de regisseur in staat te stellen om de regioaanpak, decasusaanpak, te kunnen blijven doen. Er komt dus geen geld waarvoorbedrijven zich kunnen melden bij een loket om aanspraak te maken op datbudget. In dat beschikbare budget zit ook nog geld voor kennisoverdracht-projecten. Dan gaat het over specifieke technieken en energiebesparing,omdat we juist bij cluster 6 zien hoe belangrijk het is om geleerde lessenen inzicht in succesfactoren op een goede manier bij die verschillendebedrijven op verschillende plekken in het land terecht te laten komen.Mevrouw Postma (NSC):Ik denk dat we wel moeten oppassen dat we die 17 miljoen niet alleenuitgeven aan het maken van beleid. Het gaat echt om de vraag hoe hetnou concreet gaat worden voor die bedrijven. Ik zoek dus toch nog watmeer handvatten. Welk pad heeft de Minister voor ogen om ervoor tezorgen dat die bedrijven daadwerkelijk hun vergroeningsambities kunneninzetten en CO2 kunnen besparen? Ik hoor de Minister in haar antwoordverwijzen naar, denk ik, het loket voor energiebesparing, volgens de wet.Klopt dat? Ik ben even op zoek naar wat meer duidelijkheid enconcreetheid.Minister Hermans:Er is een team bij RVO dat beschikbaar is om cluster 6-bedrijven teondersteunen en de kennisoverdracht vorm te geven. Het gaat dus nietspecifiek over een loket voor energiebesparing. Ik gaf als voorbeeld dat ophet gebied van energiebesparing en bepaalde verduurzamingstechniekenveel kennis beschikbaar is, die echter niet altijd terechtkomt bij dezebedrijven, terwijl die daar heel erg hun voordeel mee kunnen doen. Daarkunnen wij bij helpen. Wij kunnen ondersteuning bieden door dat bijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26732 elkaar te pakken en te zorgen dat die kennisoverdracht op een goedemanier plaatsvindt. Dat is wat we in algemene zin kunnen doen.Daarnaast heb je in specifieke regio’s nog regionale vraagstukken,bijvoorbeeld over netcongestie, over het delen van energie, over van allesen nog wat waar je tegen aanloopt in de verduurzaming. Daar is dit geldvoor bedoeld, dus om die aanpak vorm te kunnen geven. Ik ga dus geennieuw beleid maken. Het is echt gericht op specifiek helpen, maar het isgeen geld voor een subsidieregeling waar een individueel bedrijfaanspraak op kan maken.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik kwam net twintig seconden tekort in mijn eerste termijn, dus ik neemnu de ruimte om mijn vraag te stellen. Ik was bij zo’n cluster 6-bedrijf. Ikwas in Hallum, bij een grote bakkerij, met nog een aantal andere bedrijvendaaromheen. Zij lopen aan tegen netcongestie, zoals bijna alle bedrijven,en zij hadden met het dorp een plan gemaakt: als we kiezen voor een paarwindmolens, een paar batterijen, wat zonnepanelen en slimme afsprakenover wie wanneer de stroom gebruikt, hebben we die netverzwaring nietnodig, maar kunnen we wel verduurzamen en kunnen we de concurrentiemet het buitenland aan. Super-, supergoed. Als u nog een keer in hetNoorden komt, zou ik zeggen: ga erheen, want het is echt heel interessant.De Minister schrijft terecht in haar brief dat het om heel veel banen gaat.Het gaat om 170 productlocaties. Het gaat om bedrijvigheid verspreidover het hele land. Als ik dan kijk ...De voorzitter:Ik snap dat u uw interruptie wilt gebruiken om uw debatinbreng af temaken, maar stelt u alstublieft uw vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Als ik dan kijk naar het actieplan, zie ik dat er twee bedrijven komen metmaatwerk, dat de Minister wil meedoen aan een overlegtafel en dat ervijftien productlocaties worden bekeken. Wat is er nou voor nodig om veelmeer van die productlocaties op deze manier aan te pakken?Minister Hermans:De heer Thijssen begon inderdaad met een mooi voorbeeld. Dat is eengroep van bedrijven die een energyhub met elkaar willen beginnen.Volgens mij is dat een prachtige manier om iets tegen netcongestie tedoen, maar ook om jezelf onafhankelijker en dus ook weerbaarder temaken ingeval er iets, wat ook maar, gebeurt met onze energievoor-ziening. Dit soort initiatieven draag ik een warm hart toe. Als ze tegenbelemmeringen aanlopen, moeten we helpen, want dit is precies de meerdecentrale manier van energieopwekking en energiegebruik dicht bij waarje die ook produceert, die we willen. Zeg ik dit goed? Of herhaal ik nu ...Ja, je produceert de energie dicht bij waar je die gebruikt, zodat je die nietover lange afstanden hoeft te transporteren. Dit is dus precies deontwikkeling die we willen.Daar waar we daarin kunnen helpen en stimuleren, moeten we dat doenen blijven doen. Daar is deze aanpak wat mij betreft op gericht. Maar ombedrijven daarbij te kunnen helpen, heb je de executiekracht nodig die deheer Thijssen terecht noemde. We gebruiken dat geld onder andere omdat ook vanuit RVO goed vorm te kunnen geven en om vervolgens uit dekennis die wordt opgedaan de algemene lessen halen en die zobeschikbaar stellen dat iedereen die daar zijn of haar voordeel mee kandoen, dat ook kan doen.De voorzitter:Meneer Thijssen, uw laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26733 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Volgens mij zijn de Minister en ik het hevig eens over de kansen die ditbiedt en de oplossingen die dit biedt. Ik denk dat ik er gewoon teleurge-steld over ben dat zij er dan maar 17 miljoen euro voor gereserveerdheeft, terwijl het Klimaatfonds klotst van het geld. Miljarden voorkerncentrales die misschien over vijftien jaar te dure stroom gaan leveren,terwijl ik denk: zet dat geld nou in om al die productielocaties af te gaan,al die problemen op te lossen. Dan behouden we die banen, behouden wedie bedrijvigheid en doen we ook nog iets aan CO2-vervuiling.Minister Hermans:Het voorbeeld dat de heer Thijssen noemt, is één voorbeeld. Er gebeurtnatuurlijk nog veel meer, juist in die hele regioaanpak. Ik noemde net ookde opschaling die we daarin voorzien hebben. Maar er zit ook eensuggestie onder dat het opgelost is als je maar overal meer geld in stopt,terwijl het vraagstuk hier heel vaak niet geld is. Het vraagstuk hier is in hetgeval van zo’n energyhub, in het specifieke voorbeeld dat de heerThijssen noemt – we gaan daar overigens binnenkort ook vanuit hetministerie mee spreken, om te kijken hoe we kunnen helpen om dit snellerop te lossen – ook over samenwerking met netbeheerders, over informatiedie je nodig hebt om zo’n hub samen op te kunnen zetten.Het gaat over coördinatievraagstukken: wie doet wat, wie speelt waarinwelke rol, waarvoor moet je bij de gemeente zijn en waarvoor moet je bijde provincie zijn? Het is dus zeker niet alleen maar geld. Het is ook echthet helpen bij dit soort processen, waar de groep ondernemers waar deheer Thijssen in dit geval naar verwijst niet dagelijks mee bezig is en ookniet dagelijks mee bezig zou moeten zijn, omdat ze bezig zijn met eenbedrijf runnen, met een onderneming runnen, met dat op een goede enduurzame manier doen en zorgen voor werkgelegenheid en mooieproducten.Mevrouw Postma (NSC):Ik wou even doorgaan op die energyhubs. Volgens mij is dat echt eenfantastische oplossing voor het energiesysteem. Ik vroeg me iets af overde clusterbedrijven die daaraan meedoen. Daar zit natuurlijk eenondergrens in, vanaf wanneer we eigenlijk vinden dat een cluster 6 meemag doen met een maatwerkafspraak of een casestudy. Die is 0,5megaton uitstoot, als ik me niet vergis. Ik kan me voorstellen dat meerbedrijven mee willen doen aan zo’n energyhub en dat dat voor het geheelook echt een goede duurzame oplossing is. Mogen alle bedrijven die zichaansluiten bij zo’n energyhub of zo’n nieuw cluster in de cluster 6-clustersdaaraan meedoen of is dat een harde grens voor uitstoot?Minister Hermans:Mevrouw Postma moet mij even helpen. Bedoelt zij in dit geval demaatwerkaanpak zoals we die net bespraken, de regulieremaatwerkaanpak?Mevrouw Postma (NSC):Voorheen moesten bedrijven die mee wilden doen met de maatwerkaf-spraken – daar zijn die casestudies eigenlijk van afgeleid – een bepaaldeuitstoot hebben om daarvoor in aanmerking te komen, per jaar. Volgensmij was die grens 0,5 megaton, maar dat heb ik niet helemaal scherp. Wegaan nu met energyhubs werken, wat prachtig is en wat volgens mij echteen goed initiatief is. Mijn vraag is of daar meer bedrijven in mogenmeedoen.Minister Hermans:Ik begrijp nu de vraag die mevrouw Postma mij stelt. Wij zijn natuurlijkbegonnen met de grootste uitstoters. Later is die lijst wat uitgebreid, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26734 toen hebben we wel gezegd: je moet minamaal 0,1 megaton additioneel,boven op wat je al moet, reduceren. Anders loont het voor niemand en indit geval dus ook niet voor het bedrijf, want het zijn heel intensievetrajecten. Voor de clusteraanpak of, nee, de casusaanpak – excuus – enook voor wat we nu in die regioaanpak gaan doen, geldt dat niet. Daargaat het gewoon om: wat kunnen nou doen, hoe kunnen we knelpuntenwegnemen om die verduurzaming zo goed mogelijk, zo snel mogelijk, zoefficiënt mogelijk en zo gemakkelijk mogelijk van de grond te krijgen?De voorzitter:Vervolgt u uw beantwoording.Minister Hermans:De heer De Groot vroeg of ik cluster 6 duidelijkheid kan geven met eenoverzicht van de voortgang en acties per cluster en bijvoorbeeld overplanningsafspraken met netbeheerders. Net als bij alle andere bedrijven inNederland werken we natuurlijk ook voor cluster 6 hard aan het realiserenvan de randvoorwaarden. Dat betreft vooral ook het realiseren vaninfrastructuur. Netbeheerders en de ACM werken binnen het LandelijkActieprogramma Netcongestie samen aan het mogelijk maken vanbijvoorbeeld de groepstransportovereenkomst, die weer ingezet kanworden voor zo’n energiehub als waar ik het net met de heer Thijssenover had.Op de concrete voortgang van planningsafspraken met netbeheerders zalik ingaan in de voortgangsrapportage van het Landelijk ActieprogrammaNetcongestie, die ik eind deze maand naar de Kamer stuur. De duide-lijkheid voor cluster 6 vanuit netbeheerders is ook een belangrijk themadat ik altijd bespreek in de stuurgroep van het Nationaal ProgrammaVerduurzaming Industrie, waar ook de cluster 6-regisseur bij aansluit. Ikkan de heer De Groot meedelen dat ik nog deze week zo’n stuurgroepbij-eenkomst heb, en dit onderwerp daar ook zal bespreken.Mevrouw Postma vroeg hoe we de regionale aanpak en pilots gaanmonitoren en hoe vaak we de Kamer daarover gaan informeren. Devoortgang van die aanpak wordt begeleid door RVO. Daar heb ik net aleen paar dingen over gezegd. Er zal inhoudelijk aan de regiegroep cluster6 worden gerapporteerd. Ik zal de Kamer daarover in de voortgangs-brieven over de verduurzaming industrie informeren, omdat daar ookaltijd een onderdeel cluster 6 in zit. Hoe precies de regionale verdeling zalzijn, weten we nog niet, maar dat zal staan in een van de eerste rappor-tages en voortgangsberichten die ik zal sturen. Dit wat betreft cluster 6.De voorzitter:Er zijn geen interrupties. Dan komen we bij het blokje randvoorwaarden,met onder andere de CO2-heffing.Minister Hermans:De heer De Groot vroeg mij welke concrete verbeteringen bedrijven ditjaar en ook volgend jaar al merken. Want de plannen zijn goed, maarbedrijven hebben zekerheid nodig. Het belang van die zekerheid enduidelijkheid onderstreep ik zeer. Daar hoort het op orde brengen van derandvoorwaarden bij, waar ik voortdurend mee bezig ben. Met het pakketvoor groene groei hebben we daar ook een aantal stappen in gezet: desteun voor het Aramisproject, de verlenging van de IKC-regeling met driejaar, duidelijkheid rondom waterstofsubsidies, zowel aan de aanbod- alsde vraagkant, en het versnellingspakket rondom netcongestie. Over datlaatste punt zal ik de Kamer volgende week in een brief met Prinsjesdaginformeren over de stand van zaken, want wij hadden gezegd dat we 25projecten gaan selecteren waar we die versnellingsaanpak in eersteinstantie op gaan toepassen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26735 Los van deze maatregelen ondersteunen we bedrijven bij hun verduurza-mingsplannen en innovatieve ideeën met een aantal regelingen,waaronder de DEI+, de NIKI, maar natuurlijk ook de SDE. Die regelingenworden binnenkort opengesteld of zijn al opengesteld en daar kunnenbedrijven aanvragen indienen. Er wordt echt veel gebruik van gemaakt,omdat die bereidheid er niet alleen bij de industrie en de grote bedrijvenis maar juist ook bij het mkb. Daar zie je dat de bereidheid en de intrin-sieke motivatie om te werken aan een duurzame en concurrerendetoekomst heel groot is. Ik denk dat dit alles bij elkaar, dat die doorlopendeinzet op die randvoorwaarden, de gesprekken die ik daar ook over voermet bedrijven in de zin van «zien zij al verbetering, kunnen we daar nogmeer in doen?», zeker als het gaat om de aanpak van netcongestie, dezekerheid en duidelijkheid bieden die nodig zijn. Dat zal ik elke dag blijvendoen.De heer De Groot vroeg ook naar vergunningen. Hoe zorgen we ervoordat dat sneller gaat, dat er tussen bedrijven lessen worden gedeeld en datgroene innovaties daadwerkelijk de ruimte krijgen? Dit voorjaar zijn wegestart met de Versterkte Aanpak Nieuwe Industrie. Daarmee zetten weextra in op investeringen door bedrijven in groene innovaties. In dieaanpak is ook expliciet aandacht voor de geleerde lessen binnen en buitende overheid die we kunnen gebruiken om belemmeringen van financiële,juridische of wat dan ook voor aard weg te nemen, en juist die ruimtevoor groene innovatie te creëren.Ik noemde al de subsidieregelingen die we daarvoor hebben opengesteld.Een belangrijk punt is ook dat om bedrijven te ondersteunen in hunvergunningsprocedure, de RVO inmiddels een – ik kom weer met eenEngelse term – «single point of contact» heeft ingericht. Mevrouw Postmakomt met het voorstel om dit te vertalen met «één loket». Mooi, dank uwel, mevrouw Postma. Nu komen er weer Engelse termen, want ik gaverwijzen naar Europese wetten. Dat loket is erop gericht om projectenvan bedrijven op grond van de Critical Raw Materials Act en de Net-ZeroIndustry Act te helpen bij het versnellen van de vergunningsproceduresdie daarvoor nodig zijn.De heer De Groot vroeg mij in het kader van een gelijk speelveld hoe hetnou staat met de uitwerking van een vorm van volumecorrectie voorenergie-intensieve bedrijven. Over de volumecorrectieregeling hebben wein deze commissie al meermaals gedebatteerd. Die is in 2024 afgeschaftdoor de ACM, want die gaat over tarieven en dit type regelingen. In deenergieprijsrichtlijnen die door de Commissie in de afgelopen zomer zijngepubliceerd, wordt ingegaan op de richtsnoeren voor kortingen die insommige Europese landen worden gegeven aan energie-intensievegebruikers. Daarin maakt de Commissie duidelijk dat je kortingen alleenmag geven als ze in lijn zijn met het principe van kostenreflectiviteit. Dat isprecies waar de schoen wringt bij deze volumecorrectieregeling.Dat betekent dus dat ook een variant op de VCR niet is toegestaan onderEuropese regelgeving. Kortingen voor afnemers zijn alleen toegestaan alshet flexibel netgebruik betreft of om zogenaamde locatiesignalen teintroduceren. Het is dan ook aan de ACM om dat al dan niet toe te passen.Dat neemt niet weg dat ik wel zie dat die elektriciteitskosten voorenergie-intensieve bedrijven in Nederland hoog zijn. Dat is ook de redendat, hoewel het langs deze route dus niet kan, we wel hebben gezegd datwe iets anders willen doen. Daarom hebben we per Voorjaarsnota deIKC-regeling met drie jaar verlengd. Tot slot hebben we natuurlijktoegezegd om te onderzoeken of die amortisatievariant een mogelijkheidzou bieden om de stijging van de nettarieven wat te dempen. Ik kom ervolgende week met Prinsjesdag op terug of dat kan en past binnen devoorwaarden die daaraan gesteld zijn.Dan de vraag van mevrouw Postma over de CO2-heffing. Ik kom daarvolgende week op terug in een brief, dus daar kan ik inhoudelijk nu nietop vooruitlopen. Dat is een beetje het manco als we precies een weekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26736 voor Prinsjesdag een debat met elkaar voeren. Wel kan ik zeggen datcluster 6 op dezelfde manier wordt meegenomen als de rest van deETS1-industrie. De motie die u daarover samen met mevrouw Rooderkerkheeft ingediend, heeft daarbij dus ook onze aandacht.De heer Thijssen vroeg mij nog naar de stand van zaken met betrekkingtot zijn motie over de CO2-tafel. Daar wordt nu gesproken over dieCO2-heffing maar ook over wat er in bredere zin voor beleid nodig is, ookop de langere termijn, om de verduurzaming van de industrie inNederland voor elkaar te krijgen. Ik heb al toegezegd dat ik die motie daaronder de aandacht zal brengen. De heer Thijssen suggereerde even datdaar alleen maar de industrie zelf aan tafel zit, maar dat is niet zo. Ookngo’s en wetenschappers schuiven daarbij aan. Daar zit dus echt eenbrede vertegenwoordiging, juist omdat ik het belangrijk vind dat daarbreed over gesproken wordt. De heer Thijssen vroeg mij ook of derecyclebedrijven daar aan tafel zitten. Die zitten niet daar aan tafel, maardaar voeren we natuurlijk ook overleg mee. We hebben een apart overlegmet de afvalsector. Daar is ook de betrokkenheid van de recyclebedrijvengeregeld.Ja, voorzitter. Dat over de randvoorwaarden.De voorzitter:De voorzitter heeft zelf ook een vraag, maar dat doe ik zo even. Anderenmogen eerst. Mevrouw Postma, gaat uw gang.Mevrouw Postma (NSC):Dank u wel, voorzitter. We hadden het net inderdaad over de motie en deCO2-heffing. Begrijpelijk. We hebben het debat nu gepland, wetend dat ernog na Prinsjesdag stukken kunnen komen. Ik put hoop uit de woordendat cluster 6 daarin niet vergeten zal worden. Ik wou nog eventjes eenvraag stellen over de overlegtafel die in gang is gezet na het aannemenvan de andere motie over de CO2-heffing. Daarin zitten verschillendevertegenwoordigers van het bedrijfsleven, van de verschillende clusters.Ik weet dat cluster 6 daar ook aan tafel zit. Mijn vraag aan de Minister is ofook daar het geluid van cluster 6 echt goed kan doorklinken, omdat zij ookecht getroffen worden door die motie.Minister Hermans:Ik zal volgende week in de brief die ik heb toegezegd over de CO2-heffingen hoe we omgaan met de motie daarover ook ingaan op die CO2-tafel, opde samenstelling en ook op de opdracht. Op grond daarvan kan mevrouwPostma dan bepalen of zij ook vindt dat dat geluid voldoende gehoord kanworden. Ik denk dat dat zo is. De weging of mevrouw Postma dat ookvindt, is natuurlijk aan haarzelf volgende week. Ik denk dat dat ook met dewoorden die hier zijn gesproken in het debat nog eens extra onder deaandacht is gebracht.De verduurzaming in de industrie betreft niet alleen die grote industrie.Dat betreft ook cluster 6. Cluster 6 zit niet voor niets ook in de stuurgroepverduurzaming industrie. Het is dus voor mij een even belangrijk, evenwaardevol cluster als de regionale grotere industrieclusters, vanwege dehoeveelheid bedrijven waar het om gaat, het regionale belang dat zijhebben, de producten die zij maken en natuurlijk de werkgelegenheid.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb zelf ook nog een vraag aan de Minister. Ik probeer heteven zo te doen, zonder het voorzitterschap over te dragen. Kijken of datgoed gaat, met uw permissie. Het gaat over de beantwoording over devolumecorrectieregeling. Ik gaf in mijn bijdrage aan dat Duitsland enFrankrijk wel een dergelijke regeling hebben, die zij nog steeds in standhouden. Dan is de vraag: waarom kunnen zij het wel en wij niet? Er zijnnatuurlijk al meerdere vragen in de Kamer gesteld, onder andere middelsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26737 moties. In de laatste motie, die dateert van juni en die met een ruimemeerderheid van 142 zetels is aangenomen, wordt opgeroepen om tekijken naar die nettarieven in omliggende landen en ook in daarin die VCRwel degelijk te betrekken. Daar komt mijn vraag eigenlijk vandaan hoe deMinister daar nu eigenlijk mee bezig is. Is zijn nog bezig met de uitwerkingof is zij gestopt met de uitwerking? Waar staat de Minister in dit dossier?Minister Hermans:Een paar dingen. De ACM stelt de tarieven vast en kijkt dus in die zin ooknaar zo’n volumecorrectieregeling, omdat die direct raakt aan de vraag ofhet kostenreflectieve tarieven zijn. Zij hebben gezegd: dit kan niet en ditmag niet volgens de Europese richtsnoeren. Dat heeft de EuropeseCommissie zelf afgelopen zomer ook weer bevestigd. Hier zijn al eerder,ook op verzoek van de Kamer, contacten over geweest. De ACM ziet diemogelijkheid niet en spreekt daar ook over met haar Europese collega’s,want dit is voor een deel de veroorzaker van het ongelijke speelveld watbetreft de elektriciteitskosten in Europa. Daarom is onze inzet ook brederdan alleen op een variant op de volumecorrectieregeling.De vraag is wat je nou kunt doen om die elektriciteitskosten te dempen.Dat doe dat het liefst in Europees verband, want je wilt dat dat op eengeharmoniseerde manier plaatsvindt in Europa. Dat gesprek gaat gewoondoor. Dat voer ik zelf ook met collega’s in Duitsland. Daar gaat eigenlijkook altijd een deel van mijn inbreng in de Energieraden over, omdat ikecht zie dat het hier knelt voor de Nederlandse industrie. Ook voor deEuropese industrie, maar binnen Europa specifiek voor de Nederlandseindustrie.De voorzitter:Dan heb ik nog wel een vervolgvraag, voorzitter. Ik kijk maar even naar deheer Thijssen.Voorzitter: ThijssenDe voorzitter:Meneer De Groot, ga uw gang.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel. Anders wordt het heel ingewikkeld, dus het is fijn dat u dateven oppakt.Voorzitter. Als je niet uitkijkt, wordt het een beetje een kip-eidiscussie. Deandere landen hebben die regeling wel en wij niet. Wij zien geen ruimte inde richtsnoeren om ’m ook te hebben, in welke vorm dan ook. Ik bendaarnaar op zoek. Ik snap de beantwoording van de Minister: er is niet zoveel ruimte; de ACM is erbij betrokken; we doen dat via Europa. Dat isheel erg goed, denk ik. Die inzet ondersteunt de VVD ook. Het hoeft ookniet per se een VCR te zijn, maar wat de VVD betreft moeten we er welnaar kijken. Als Frankrijk en Duitsland in dit geval die korting behouden,dan houden we de situatie zoals die nu is in stand. Het mag dus ook eenvariant op die VCR zijn of een andere ... Ik kan niet bedenken hoe het danheet, maar in ieder geval iets waarmee we het verschil opheffen. Daar benik eigenlijk naar op zoek. Dat is ook mijn vraag aan de Minister: kan deMinister nog eens verder kijken dan alleen naar de richtsnoeren over eenVCR? Welke vorm kan wel bijdragen aan het opheffen van deongelijkheid? Die ongelijkheid is namelijk best heftig.Minister Hermans:Het punt is dat er in het algemeen verschillende elementen zitten inelektriciteitskosten: de belastingen en de hoogte van die belastingen, denettarieven en de kale elektriciteitsprijs. We kijken langs alle drie die lijnenwaar we iets kunnen doen om de totale elektriciteitskosten meer in balansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26738 te brengen met de landen om ons heen. Wat kunnen we daarin nationaaldoen en waar moeten we juist in Europees verband optrekken om ervoorte zorgen dat een regeling die hier niet meer mag, maar die in anderelanden nog wordt toegestaan door de nationale ACM aldaar – laat ik hetzo zeggen – mogelijk wordt aangepast? Soms kan het namelijk zijn dat jezelf een korting geeft, maar het kan ook zijn dat anderen een korting nietmeer geven. Het is dus een aanpak langs verschillende sporen. Ik hebtoegezegd om op de amortisatie terug te komen. In de brief die ikdaarover volgende week stuur, zal ik ook ingaan op meerdere opties die erzijn om hier wat aan te doen en die in kaart moeten worden gebracht.Daar zeg ik wel direct bij dat alles budgettaire consequenties heeft, ensoms hele forse. Dat vraagt natuurlijk ook een antwoord op de vraag hoewe dat met elkaar gaan betalen. Dat neemt niet weg dat ik dit probleemzie en erken, maar ik vind het wel eerlijk om dat erbij te zeggen. Hetprecies in kaart brengen is één, maar als je het wil doen, dan moet het ookbetaald worden.De voorzitter:De heer De Groot met nog een interruptie. Of niet? Nee? Dan heeft u weerhet voorzitterschap.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank aan de Minister voor de beantwoording, zou ik willen zeggen alsvoorzitter. Ik kijk nog even of er andere interrupties zijn. Dat is niet hetgeval. Betekent dat dat we toe zijn aan het volgende blokje? Ja. Dan wil deheer Thijssen toch een interruptie doen, die hij niet meer heeft.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Nee, ik heb geen interruptie. Ik heb nog wel een vraag, namelijk ...De voorzitter:Aan de voorzitter? Of is er een vraag niet beantwoord?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Er is een vraag niet beantwoord, bedoel ik; sorry. Oké, scherp. Ik had eenvraag gesteld. Ik denk dat er niks uit die Industrietafel komt en ik hadgevraagd wat het plan B van de Minister is.Minister Hermans:Die vraag had de heer Thijssen gesteld. Ik zeg er direct bij dat ik wélvertrouwen in die tafel heb, juist vanwege de brede samenstelling en deopdracht die wij geformuleerd hebben. Ik reken er dus op en ga ervan uitdat er voorstellen komen. Ik zit ook in zo in elkaar dat ik vanuit datvertrouwen werk. Als ik nu al allemaal als-danscenario’s ga maken, watheeft het dan voor zin om zo’n tafel aan het werk te zetten? En waaromheb ik daar vertrouwen in? Dat is omdat ik met al die bedrijven spreek, enoverigens ook met ngo’s en wetenschappers die daar aan tafel zitten, enomdat er niemand aan die tafel is die ter discussie stelt – in tegenstellingtot mensen aan deze tafel – hoe belangrijk de verduurzaming van deindustrie is. Er is geen economische toekomst denkbaar waarin deindustrie niet schoon produceert of gedecarboniseerd is. Iedereen zit opde lijn zoals Draghi die in zijn rapport van een jaar geleden heeft uitge-dragen. Een concurrerende en weerbare economie en industrie is eengedecarboniseerde industrie. Daar moeten we stappen voor blijven zetten.Daar is dus ook beleid voor nodig. Daarom heb ik er vertrouwen in dat ergoede voorstellen uit die tafel gaan komen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26739 Dank voor de beantwoording. Dan zijn we bij het laatste blokje gekomen:industriebeleid.Minister Hermans:Het industriebeleid. Daarin zitten ook de vragen over de groenemarkt-creatie en de vraagcreatie.Ik begin met mevrouw Rooderkerk en mevrouw Koekkoek, die mijvroegen: wanneer komt nou die duidelijke nationale en Europese visie opindustrie? Ik heb al een aantal dingen gezegd over het belang van dieindustrie voor onze welvaart. Die zorgt voor banen, innovatie en onafhan-kelijkheid. Om sterk en weerbaar te blijven, moeten we minder afhankelijkworden van andere delen van de wereld. Daarvoor is die schone enduurzame industrie onmisbaar. Dat is eigenlijk alles wat ik net ook zei overDraghi. De transitie is op stoom en die loopt. En ja, dan zeg ik ook direct:sommige bedrijven lopen daarin enorm voorop, sommige lopen keurig optempo en sommige moeten echt nog een been bijtrekken. Dat is natuurlijkaltijd hoe dat werkt in dit soort grote transities. Maar in het algemeen zienwe wel dat we tegen grenzen aanlopen, door beperkingen in de inzetcapa-citeit, door langdurige vergunningsprocedures, door problemen metstikstof en door personeelstekorten. Het kabinet zet dus heel stevig in ophet op orde brengen van die randvoorwaarden, waarbij je op de een meerinvloed kan uitoefenen dan op de ander, zeg ik er direct bij.Die strategische autonomie waar mevrouw Koekkoek in haar bijdrage ookterecht op wees, moeten we in Europees verband vormgeven. Dat doenwe namelijk als Europa samen. Sommige dingen zullen we in Nederlandmaken en produceren en sommige dingen op andere plekken, maar danwel dichterbij dan we nu doen buiten Europa.Het kabinet ziet ook op de lange termijn perspectief voor de energie-intensieve industrie in Nederland. Dat stond in de perspectiefbrief dat ikvorige week vrijdag naar de Kamer heb gestuurd. Ondanks die uitdagendesituatie en ondanks de hoge energiekosten waar ik het net met de heer DeGroot over had, zien wij toekomst in en het belang van die industrie hierin Nederland.Voor dat perspectief zetten we in op drie lijnen. Ten eerste: een Europeesgelijk speelveld. Daar hoort beleid bij dat die groene marktvraag stimu-leert en creëert. Ten tweede: zorgen dat die transitiepaden voor de langetermijn waarop we beleid ontwikkelen er ook zijn en dat er langs die lijnenkan worden verduurzaamd. Ten derde: het blijven benutten van decomparatieve voordelen die wij hebben, zoals uitstekende infrastructuur,geschoolde arbeid en lage kapitaalkosten. Die willen we natuurlijkmaximaal benutten om te zorgen dat bedrijven hier blijven en hier blijveninvesterenWe hebben dat Europese beleid nodig om de vraag naar emissiearme,maar ook circulaire producten te stimuleren. Dat is ook doorslaggevendvoor mij en het kabinet voor het verbeteren van de businesscase vanenergie-intensieve bedrijven. Dat geldt vooral voor de chemie en deraffinage, maar ook voor staal en groen staal. De heer Thijssen refereerdedaar ook aan. Zonder zekerheid over die marktvraag krijgen bedrijven opdit moment namelijk de financiering niet rond en worden projectenuitgesteld.De Europese Commissie heeft hier een aantal voorstellen voor gedaandie, onder meer met Nederlandse inbreng, nu worden uitgewerkt inwetgevingsvoorstellen. Daardoor kunnen we de duurzame productie opde Europese interne markt laten concurreren met grijze import. Daarin zitvoor de energie-intensieve industrie namelijk echt de belangrijksteafzetmarkt.Dan zei mevrouw Rooderkerk: het perspectief dat de Minister nu gestuurdheeft, is eigenlijk een samenkomst van heel veel bestaande analyses.Mevrouw Koekkoek voegde daar nog aan toe: er moet eigenlijk eenintegrale visie komen, het liefst ook vanuit de Europese context. Ik denkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26740 dat die brief dat perspectief ook echt geeft, zonder dat ik nou eenblauwdruk geef van wat de transitie per bedrijfstak op lange termijn moetzijn of zonder dat er een keuze wordt gemaakt voor sectoren ten koste vanandere sectoren. Dat vind ik ook, gezien de onzekerheden die er op ditmoment zijn over de technologische ontwikkelingen op een aantal van dietransitiepaden, niet verstandig.Later dit jaar gaan we nog wel specifieker in op het toekomstperspectiefvoor de chemische industrie en de raffinagesector. Dat bouwt voort op debrief die ik afgelopen week stuurde. De Minister van EconomischeZaken – volgens mij vroeg mevrouw Postma dat aan mij – komt ook nogmet een industriebrief. Die is breder dan waar ik het nu over heb. Debrieven die ik stuur, zoomen echt in op hoe je ervoor zorgt dat diesectoren verduurzamen.Mevrouw Koekkoek vroeg mij hoe ik aankijk tegen het oprichten van eenEuropees grondstoffeninstituut, ook in het kader van die strategischeautonomie. Het kabinet staat daar positief tegenover. Wij denken dat heteen positieve aanvulling is op de activiteiten die we in Nederland zelf ookal ontplooien op het dossier. Voor het verhogen van de leveringsze-kerheid, juist van de kritieke grondstoffen, is Europese samenwerkingvereist. Dat ben ik helemaal met mevrouw Koekkoek eens. Daaromwerken we ook intensief samen in Europa op dit dossier, onder andere inde organisatie die bezig is met dat grondstoffeninstituut, oftewel hetEuropese Critical Raw Materials Centre. De Minister van EconomischeZaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van die nationale grond-stoffenstrategie. Hij kan en zal de Kamer ook verder informeren over allestappen die daarin gezet worden. Maar op de vragen of ik het steun en ofik er positief tegenover sta, is het antwoord ja.Mevrouw Koekkoek vroeg mij ook hoe wij staan tegenover de uitbreidingvan CBAM. De Commissie komt later dit jaar met een evaluatie van deherziening van het CBAM-instrument. Op weg daarnaartoe zal Nederlandook een aantal punten inbrengen. Voor Nederland is het belangrijk dat wekijken hoe zo’n uitbreiding van CBAM borgt dat er effectieve beschermingwordt geboden tegen sectoren met een hoog weglekrisico. Die weglek,zeker ook van CO2, wil je niet, want je wilt verduurzamen. Voor die sterkeen weerbare economie is het ook belangrijk dat die bedrijven hier blijvenproduceren. Voor Nederland is het belangrijk dat CBAM ook toepassingkrijgt op indirecte emissies die vrijkomen bij de productie vanCBAM-goederen buiten de EU. Dit zijn elementen die wij inbrengen tenaanzien van de herziening van CBAM.Dan stelde mevrouw Rooderkerk mij een aantal vragen over vraagcreatie.Ik zei volgens mij al – ik heb het ook in die brief van vorige weekbenadrukt – dat groenemarktcreatie van groot belang is om die busines-scase rond te krijgen, want de producten moeten ook afgenomen enverkocht kunnen worden. Ik vind het belangrijk dat we dat vooral ook inEuropees perspectief vormgeven. Als we dat weer alleen in Nederlanddoen, heeft dat namelijk effecten op het ongelijke speelveld. Juist hierbijis de massa die we moeten creëren van belang. Nederland neemt ookecht een voortrekkersrol in Europa om dit onder de aandacht te brengenen hier voorstellen voor te doen. Dat vraagt om een systeem metrandvoorwaarden voor zowel de productie als de consumptie aan devraagkant.Mevrouw Rooderkerk vroeg mij: «Waarom ligt nou de nadruk op staal enchemie? Hoe voorkom je dat je andere sectoren, ook innovatieve sectoren,buitensluit?» Waarom beginnen we nu met staal en chemie? Ik zegnadrukkelijk «beginnen», want het is niet zo dat we ons niet ook gaanbezighouden met andere sectoren. Er is voor staal en chemie gekozenomdat een consortium van bedrijven onder leiding van VNO – daarbijwaren meer dan honderd partijen betrokken – heeft gekeken waar je zoumoeten beginnen en waar je prioriteit zou moeten leggen. Die hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26741 beide sectoren genoemd. Maar we kijken nadrukkelijk ook breder,bijvoorbeeld naar de bouw en naar de keramieksector.Mevrouw Rooderkerk vroeg welke instrumenten prioriteit krijgen. Ik zal ereen paar noemen. Productnormering is een belangrijk instrument,bijvoorbeeld in de vorm van een maximale CO2-voetafdruk of eenminimaal percentage biogebaseerde grondstoffen in bepaalde eindpro-ducten. Voor energiegerelateerde producten of bouwmaterialen onder-nemen we nu al stappen binnen de herziene Ecodesignverordening of debouwmaterialenverordening, waar nu aan gewerkt wordt. Verder is hetmijn inzet om concrete ideeën van Nederland te delen met de EuropeseCommissie en om te kijken of we productnormering in de Europeseregelgeving verder kunnen aanscherpen. Ik zei al waarom ik dat graag inEuropees verband doe. Dat is vanwege het gelijke speelveld.Dan tot slot de vraag van mevrouw Rooderkerk over monitoring. Ze vroeghoe we de effectiviteit van de instrumenten monitoren. Ook vroeg ze hoewe ervoor zorgen dat het niet vooral leidt tot extra administratieve lastenen daardoor niet doet wat het moet doen, namelijk de vraag stimuleren.Het beperken van de regeldruk heeft zowel voor de bedrijven die zichhiermee bezig houden als voor overheden nog steeds prioriteit. Datnemen we dus ook vanaf het begin af aan mee bij de uitwerking vanmaatregelen, bijvoorbeeld bij de vraag hoe je een registratiesysteem voorhet meten van de CO2-voetafdruk in de keten vormgeeft.Een minimale regeldruk voor ketenpartners is daarbij een uitgangspunt.We willen natuurlijk ook maximale transparantie, zodat je de daadwerke-lijke effecten van de vraagcreatie kunt meten en monitoren. Daarbij vraagtelke sector, en vaak ook weer elke productgroep, om specifieke instru-menten. Daar zie je de weging dus al komen: hoe zorg je ervoor dat je deregeldruk in de gaten houdt, maar wel de transparantie hebt om tekunnen monitoren of dit daadwerkelijk iets doet voor de groene vraag-creatie?Voorzitter. Dan nog een vraag van mevrouw Postma over de financiëlebasis onder de verduurzaming van de industrie, maar ook mkb enkernenergie. Hoe stel je dat veilig als een volgend kabinet zou zeggen: weschrappen het Klimaatfonds? Zijn middelen meerjarig gereserveerd? Demiddelen uit het Klimaatfonds zijn voor het grootste gedeelte altoegekend en overgeheveld naar de departementale begrotingen. In hetgeval dat een volgend kabinet zou zeggen: we schrappen het kabinet ...Het Klimaatfonds! Niet het kabinet, maar het Klimaatfonds. Dan veranderter voor die middelen dus niks, want die zijn al overgeheveld.Over de niet-verplichte juridische middelen kan een volgend kabinet, of deKamer natuurlijk, anders besluiten. Dat geldt ook al bij de regulierebegroting. Met Prinsjesdag, dus volgende week, komen we met hetdefinitieve Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2026. Daarin kunt u zienwat de toekenning is voor komend jaar. In algemene zin kan ik zeggen datvoor het blijven stimuleren van de verduurzaming van de industrie, hetmkb en cluster 6 – dat zeg ik er nog even apart bij – maar ook voor hetrealiseren van kernenergie natuurlijk middelen nodig blijven. Dat zal ookvoor een volgend kabinet op de agenda staan.De voorzitter:Nou, dat is hartstikke mooi. Er zijn nog een aantal interrupties. Ik begin bijmevrouw Rooderkerk.Mevrouw Rooderkerk (D66):De Minister ging uitgebreid in op mijn vragen, maar het blijft voor mij nogsteeds onduidelijk welke visie op industrie er is. Het lijkt nu toch alsof zijzegt dat elke sector kan blijven bestaan zolang de randvoorwaardengeregeld zijn. Welke keuzes worden er dan gemaakt en onder welkevoorwaarden hebben industrietakken volgens de Minister een toekomst inNederland?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26742 Minister Hermans:Zoals ik al zei, maak ik geen keuze voor bepaalde sectoren ten koste vanandere sectoren. Maar voor mij geldt wel het uitgangspunt dat onzetoekomstige economie, onze toekomstige industrie, een industrie is dieschoon en groen produceert. Bedrijven die er willens en wetens voorkiezen om daar niet in te investeren of dat niet te doen, zullen hier geentoekomst hebben. Dat is niet omdat ik daarvoor kies of nu zeg «u moet dedeuren sluiten», wat ik ook om een heleboel andere redenen niet zomaarkan zeggen, maar ik geef aan wat ik wél wil en wat ik belangrijk vind. Ik zetin op die randvoorwaarden omdat ik de bedrijven die dat willen – dat isecht het overgrote deel – de ruimte wil geven om dat ook te kunnen doen,om zich klaar te maken voor de toekomst.Mevrouw Rooderkerk (D66):Misschien kan ik dan nog een specifieker voorbeeld geven. Als je zegt«iedereen die wil en die verduurzaamt, kan hier blijven en daar helpen webij», hoe kan het dan dat bijvoorbeeld de plasticrecyclaars allemaal zijnomgevallen of op omvallen staan? Dat is dan toch juist een sectorwaarvan je zou moeten zeggen: dát is de toekomst van ons land; die gaatons heel veel brengen en die moeten we dus veel meer ondersteunen?Maar dat gebeurt dan juist weer niet.Minister Hermans:Dit is een voorbeeld van een industrie waar de groene businesscase ernog niet is. Laat ik even vooropstellen dat ik dat jammer vind, want ikgeloof hier echt heel erg in. Ik geloof er ook in dat Nederland voorop kanlopen, überhaupt in de circulaire economie maar zeker in deze specifiekesector. We zijn natuurlijk ook met deze bedrijven in overleg om te zien watwe kunnen doen. Vraagcreatie kan hier een heel belangrijke rol in spelen.Alleen, ik kan niet ... Er komt een moment ... Ik kan kijken wat we in derandvoorwaarden, bijvoorbeeld in vraagcreatie, in Nederland en inEuropees verband kunnen doen, maar uiteindelijk moet een businesscaselevensvatbaar zijn voor een bedrijf om erin te investeren. Die weging isuiteindelijk aan een bedrijf of aan de sector zelf. Maar juist vanwege hetbelang dat ik hier zie, zeg ik: we zetten in op marktcreatie om ervoor tezorgen dat door het stimuleren van de vraag de businesscase voor dezebedrijven steeds positiever wordt.Mevrouw Rooderkerk (D66):Daar gaat de vergelijking, of de argumentatie, toch een beetje mank, wantals het een businesscase is, dan betekent het dat de overheid geld moetbijleggen wanneer ze het belangrijk vindt dat zo’n sector blijft bestaan.Waarom wordt wel besloten om voor 3 miljard te onderhandelen met TataSteel, maar is het nu eigenlijk al te laat voor heel veel van deze plasticre-cyclaars? Daar liggen keuzes aan ten grondslag. Dat is dus ook waaromD66 pleit voor veel meer visie op het industriebeleid van de toekomst.Minister Hermans:We hebben natuurlijk verschillende subsidies in onze instrumentenboxom bedrijven te helpen met verduurzamen. In de maatwerkaanpak helpenwe bedrijven bij hun capex-investering met een eenmalige bijdrage. Maarde maatwerkaanpak is niet bedoeld om eindeloos verlieslatende busines-scases te ondersteunen. Dat zou ook niet kunnen. Ik zou ook niet wetenhoe ik die manier van omgaan met belastinggeld zou moeten verant-woorden. We hebben een aantal andere regelingen waarmee webedrijven helpen die willen investeren in innovatieve, nieuwe productie-technieken. Dat is het subsidie-instrumentarium dat we hebben.Dan is er nog wat je nu ziet en wat specifiek hier geldt: er is nog geenmarkt en daarmee een verliesgevende businesscase. Die markt kunnen westimuleren en hopelijk op de been krijgen door de vraag te stimuleren enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26743 door normen te stellen voor het gebruik van een bepaald deel gerecycledmateriaal of plastic in eindproducten. Dat is waar we nu mee bezig zijn indie vraagcreatie. Nogmaals, dat doe ik het liefst op Europees niveau omeen gelijk speelveld te creëren. Maar dat is heel belangrijk om juist dezesector te helpen naar de toekomst toe.Mevrouw Postma (NSC):Ik vind het belangrijk om nog even in te gaan op de financiën. De Ministergaf aan dat veel al is vastgelegd. Maar als ze zegt dat veel al is vastgelegd,is niet alles vastgelegd. Voor ons is het belangrijk dat er langdurigezekerheid komt, of blijft, voor die maatwerkafspraken. Mijn vraag aan deMinister is dus: van welk gedeelte kunnen we ervan uitgaan dat hetbeschikbaar blijft omdat het al is vastgelegd voor de maatwerkafspraken?En hoeveel is nog politiek veranderlijk na de verkiezingen?Minister Hermans:Zoals ik al zei, komt volgende week bij Prinsjesdag ook het meerjarenpro-gramma voor het Klimaatfonds naar buiten. Dan kunt u precies zien hoedat geld inmiddels is verdeeld over de verschillende percelen, wat er aljuridisch is verplicht en wat is er overgeheveld naar departementalebegrotingen, en ook wat nog niet juridisch is verplicht. Over datbedrag – dat is niet anders dan in voorgaande jaren of bij anderebegrotingen – kan een kabinet, maar ook de Kamer nog andere besluitennemen. Ik zie wat er allemaal moet gebeuren op al die percelen. Wehebben het hier vandaag over verduurzaming van de industrie, maar er zitin het Klimaatfonds ook geld om de mobiliteit, de gebouwde omgeving ende elektriciteitssector te verduurzamen. Daar zijn nog heel wat stappen inte zetten en daar hebben we dat geld hard voor nodig, bijvoorbeeld omkernenergie verder te kunnen te ontwikkelen.Dus ik zie dat belang. Ik zal daarom ook toelichten en uitleggen waarom ikvind dat dat geld beschikbaar moet blijven. Dit is echter wel hoe het werkt.Ik vind het ook heel gezond in een democratie dat een nieuw kabinet,maar ook de Kamer altijd kan zeggen: wij stellen nu andere prioriteiten enwe willen dat geld op een andere manier besteden. Als je dat doet en jeaan dit geld komt, heeft dat wel consequenties. Op het moment dat datsoort voorstellen er komen als ik hier nog zit als demissionair Minister, zalik die consequenties voor de verduurzaming, voor het halen van deklimaatafspraken, voor het voor elkaar krijgen wat we voor elkaar willenkrijgen, namelijk een sterke, schone en weerbare economie, altijd onderde aandacht brengen.De voorzitter:Mevrouw Koekkoek, nog een interruptie. Gaat uw gang.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Ik wil nog even doorvragen naar de Europese inzet. Ikhoorde Minister net zeggen: Nederland zal onder andere op de indirecteemissies inzetten bij CBAM. Dat is volgens mij heel positief. We haddenhier vorige week een rondetafelgesprek met een aantal experts die nietalleen zeiden dat je het Europees moet doen, maar ook vooral aangavendat op het Europese niveau coördinatie nodig is. Daar gaat het volgensmij heel vaak mank. Ik zou de Minister willen vragen wat haar visie is opdie inzet in bredere zin. CBAM uitbreiden is een goed idee. Een grondstof-feninstituut is een goed idee. Zouden we niet stappen moeten zetten naarbijvoorbeeld een industriepolitiek waarbij Europa, net zoals we doen bijhandelspolitiek, bevoegd is om bepaalde coördinerende stappen te zetten,juist omdat er wordt aangegeven, ook door de Minister, dat bepaalderecyclingindustrie niet van de grond kan komen doordat er van buitenimport binnenkomt die die nieuwe industrie hier belemmert?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26744 Minister Hermans:Ik vind het van groot belang dat we in Europa een aantal afspraken makenom de verduurzaming van onze Europese industrie gezamenlijk aan tepakken. De Clean Industrial Deal en allerlei voorstellen die daaronderhangen, waar de Commissie nu aan werkt, zijn daarvoor heel belangrijk.Nog dit jaar komt er een eerste uitwerking van die Clean Industrial Dealnaar alle lidstaten, waar bijvoorbeeld die vraagcreatie in zit. Dat is wat mijbetreft de vorm van samenwerken in Europa op die verduurzaming van deindustrie om die strategische industrie samen, met elkaar vorm te geven.Daar zitten ook wel wat keuzes in. Ook de Commissie gaf in die CleanIndustrial Deal al aan: op staal en chemie komen we nu als eerste metuitwerkingen. Die liggen er ook. Zo zie je dat er wel wat keuzes gemaaktworden. Uiteindelijk is het natuurlijk aan lidstaten op veel van deonderwerpen hoe je daar precies vorm en inhoud aan geeft. Ik probeerdaarin wel zo veel mogelijk op te trekken met landen om ons heen, omdatdat gelijke speelveld zo ongelofelijk cruciaal is.De voorzitter:Dank u wel. We zijn hiermee aan het einde gekomen. Heeft u nog eenonbeantwoorde vraag, meneer Thijssen? Twee? Nou, dan gaan we dieeven behandelen. Gaat uw gang.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag gesteld over de ondernemendeoverheid, over dat we de windmolens wel moeten bouwen. Daar wil ikgraag een reactie op. Dat is in lijn met wat de econoom Mazzucato eerderheeft gezegd. Ik had ook een vraag over de zware stikstofcommissie enwaarom dit kabinet nu heeft gekozen voor deze volstrekt ontoereikendeplannen van Wiersma, die toch echt de energietransitie in de weg zitten.Minister Hermans:De opmerking van de heer Thijssen in zijn inbreng over wind op zee enhet belang dat we daarmee doorgaan, had ik als een oproep en eenaanmoediging gehoord. Ik zal daarover herhalen wat ik daar vorige weekin het debat heb gezegd, namelijk dat ik het van a tot z eens ben met – datmoet ik toch blijven zeggen – bijna iedereen hier aan tafel dat we wind opzee keihard nodig hebben. Dat is straks echt een ruggengraat van onzeenergievoorziening.We zien ook bij wind op zee dat de sector het op dit moment moeilijkheeft. We hebben al een aantal stappen gezet om de bouw vanwindmolens op zee gaande te houden. Ik werk nu aan het actieplan voorwind op zee dat volgende week met Prinsjesdag zal komen. Ik ben aan hetkijken wat we moeten doen om op de lange termijn die ontwikkeling vanwind op zee aan de gang te houden en wat ik kan doen op de kortetermijn, in 2026, om het niet stil te laten vallen. Ik kan daar nu niet opvooruitlopen, maar ik deel de oproep van de heer Thijssen.Voorzitter. Ik kom op stikstof. Het kabinet, onder de verantwoordelijkheidvan de Minister van LVVN, heeft in april het startpakket gepresenteerd.Daar zitten de eerste stappen in die het kabinet zet om alle problemenrond stikstof en meer in brede zin rond de druk op de natuur, die doorverschillende drukfactoren komt, aan te pakken. De Minister van LVVNheeft ook gezegd dat zij op Prinsjesdag een volgende stap zal presenterenen neerleggen. Daar kan ik niet op vooruitlopen. Ik kan alleen zeggen datzij die toezegging heeft gedaan. Ik ben zelf, samen met de Minister vanEconomische Zaken en de Minister van LVVN, bezig met de provincieZuid-Holland, de gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf en Deltalinqs, diedaar ook bij betrokken is, aan het kijken wat we specifiek kunnen doenrondom de Rotterdamse haven met de gebiedsgerichte aanpak, zodat wejuist de investeringen in duurzaamheid weer loskrijgen omdat men eenvergunning krijgt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26745 De voorzitter:Daarmee zijn de vragen beantwoord. Dan zijn we nu echt aan het eindegekomen van de eerste termijn van de Minister, van het kabinet. Ik kijk ofer behoefte is aan een tweede termijn. Is dat het geval? Zeker, hoor ik. Dangaan we dat doen.Ik wil alvast melden dat ik u als voorzitter iets voor 13.30 uur ga verlatenvoor een ander debat. Ik kijk dan een van u aan om dit debat af te maken,maar dat gaan we straks zien. We gaan nu starten met de tweede termijn.U heeft anderhalve minuut voor uw bijdrage. Ik geef weer als eerste hetwoord aan de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dank voor dit goede debat met de Minister.Ik wil het nog even hebben over Tata. Het kan dus wel: na goed overlegmet de overheid, de werknemers en het bedrijf besluit de directie in éénkeer dat een op de vijf mensen eruit moet. Daarom is het zo belangrijk dathier afspraken over worden gemaakt als de Minister miljarden belas-tinggeld gaat geven aan dit bedrijf. De Minister zegt iets over mogelijk tehoge kosten. Ik heb ook de plaatjes gezien met allerlei benchmarks. Ik hebhet bedrijf gevraagd of ik de getallen erachter mag zien. Welke aannamesgebruiken jullie eigenlijk? Maar die krijg ik niet. Daarom is het zobelangrijk dat de werknemers die getallen krijgen. Zij zijn reëel genoeg omte zeggen: wat is nodig om dit bedrijf winstgevend te houden? Want zijwillen in de komende decennia nog een baan hebben. Maar dan moetenze wel zeggenschap hebben. Dat gaat deze Minister volgens mij niet doen,dus ik vraag bij dezen graag een tweeminutendebat aan, waarin ik meteen motie ga proberen te regelen dat deze voorwaarde voortaan wordtgesteld aan het geven van belastinggeld.Dan kom ik op cluster 6. Ik begrijp dat die 17 miljoen niet voor diebedrijven is, maar ik denk juist dat er meer executiekracht nodig is om aldie bedrijven te helpen. Daarom is mijn verzoek aan de Minister: kan datbedrag niet omhoog? Denk aan de kernenergiegelden, waar in dekomende jaren toch niks mee wordt gedaan. Daarmee kunnen we zorgenvoor meer executiekracht.Ik mis nog één punt in alle stukken van de Minister. De economie wordtop dit moment ingezet als politiek middel. Dat zien we in China en bijTrump. Wat gaat de Minister doen om onze bedrijven te beschermentegen handelstarieven en oneerlijke concurrentie? Ik zie dat heel veelbedrijven het heel erg moeilijk hebben omdat ze kapotgemaakt wordendoor buitenlanden.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Rooderkerk namens D66.Mevrouw Rooderkerk (D66):Dank, voorzitter. In dit verband voeg ik aandacht voor drie punten: detoekomstvisie, de vraagcreatie voor duurzame producten en de maatwerk-afspraken voor Tata Steel. Over dat laatste wordt nog uitgebreid gedebat-teerd ten aanzien van staalslakken.Ten aanzien van de toekomstvisie blijft voor mij vooral staan dat deuitvoering van mijn motie niet goed genoeg is. Er wordt verwezen naarbestaande analyses, maar ik vroeg om in kaart te brengen: waar wil je alsMinister, als kabinet, op inzetten en welke keuzes maak je daarbij? Datraakt ook weer aan de vraagcreatie, waar we net een debat over voerden.De Minister focust nu vooral op staal en chemie, op de gevestigdeindustrie, in plaats van op nieuwe duurzame industrie, zoals de plasticre-cyclaars. Uiteindelijk kun je het geld maar één keer uitgeven. Het isduidelijk waar de miljarden wel en niet naartoe gaan. Nog even los vanhoe de regelingen zijn ingericht, zeggen wij: maak duidelijkere keuzes enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26746 werk met scenario’s, zodat je eindigt met de groene economie van detoekomst.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Koekkoek.Mevrouw Koekkoek (Volt):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister en de ondersteuning voor debeantwoording. Ik wil in deze tweede termijn alleen even terugkomen opgroen staal, omdat ik ook de beantwoording van de Minister hoor. Overdat tijdframe hebben we veel van gedachten gewisseld, maar verbouwingnaar groen staal kost jaren, waar in Europa je dat ook doet. Ook als je datin Nederland doet, kost een verbouwing drie tot zeven jaar. Daarin zit ooktijd die je kwijt bent om bijvoorbeeld in Spanje productie op te schalen.Ik hoor ook van de Minister: we zijn nog niet op het niveau van een jointletter of intent met Tata. Ondertussen komt er natuurlijk wel meer druk testaan op het voortbestaan van die maatwerkafspraken, denk aan dediscussie die we net hadden over het economisch belang van de afzet vanstaalslakken. Ik heb de zorg dat we op de oude weg doorgaan en dat wetoch uitkomen bij een doodlopend pad. Daarom wil ik aan de Ministervragen om wat meer in te gaan op het voorziene tijdspad van demaatwerkafspraken met Tata en op de vraag op welke momenten deKamer dan inspraak heeft. Ik hoor namelijk dat de meerderheid van deKamer nog niet toe is aan de duidelijkheid die Volt geeft, maar ik vind hetheel belangrijk dat wij met alle collega’s die afweging kunnen maken.De voorzitter:Ik dank u wel. De heer Baudet. Geen tweede termijn? Dank u wel.Mevrouw Postma, NSC.Mevrouw Postma (NSC):Dank u, voorzitter. Ik ben blij dat we dit debat hebben kunnen voeren voorPrinsjesdag. Ik weet dat er nog stukken aan komen, maar er lag genoeg optafel om met elkaar van gedachten te wisselen. Ik wil de Minister dankenvoor haar antwoorden. Ik ben nog even aan het kijken of ik een motie overcluster 6 ga indienen, omdat ik sommige dingen nog wat concreter zouwillen zien, onder andere die 17 miljoen en hoe we gaan zorgen voorvervolgstappen. Ik zal ook de CO2-tafel nauwlettend in de gaten houdenen kijken wat daaruit gaat komen.Dank u wel.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik kijk even naar de heer Thijssen.Voorzitter: ThijssenDe voorzitter:Zeker. U heeft het woord voor uw tweede termijn, meneer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ook namens mij dank aan de Minister en dank voor de toezegging om inde brief in te gaan op het ongelijke speelveld wat betreft de energie-kosten, maar ik weet niet meer precies of die brief volgende week ofvolgende maand komt.Ik had nog twee vragen openstaan. De eerste gaat over cluster 6. U gafnamelijk aan dat er volgende maand een brief over cluster 6 komt. Ik denkdat u daarin ingaat op het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, maarmijn vraag is of u ook inzicht kunt geven in de afspraken die daarover persector gemaakt worden; ik zeg dat maar even zo. Kunt u daarin dus niet inalgemene zin aangeven hoe het ermee staat, maar eigenlijk al eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26747 verdiepingsslag maken, zodat we wat meer in de aanpak van cluster 6kunnen duiken? Misschien kan ik daarin zelfs samenwerken met mevrouwPostma om dat nog wat kracht bij te zetten, maar daar gaan we gewoonrustig naar kijken. Laten we eerst het antwoord even afwachten.Ik had ook nog een vraag gesteld over de bijdrage van kennisinstellingenen expertisecentra, waaronder het Nationaal Expertisecentrum Netcon-gestie in Arnhem. Die vraag was niet beantwoord. Zou de Minister daar inalgemene zin nog wat over kunnen zeggen, misschien ook over Arnhem?Ik dank u wel.De voorzitter:Dan krijgt u het voorzitterschap weer terug, meneer De Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Ik dank u wel. Ik stel een korte schorsing voor. We gaan vijf minutenschorsen. Om 12.55 uur gaan we hier weer verder.De vergadering wordt van 12.51 uur tot 12.57 uur geschorst.De voorzitter:Dames en heren, we zijn weer terug bij het commissiedebat Verduur-zaming industrie. Ik praat heel langzaam, zodat de Minister de laatstevoorbereidingen kan afronden. We gaan weer verder met dit debat. Wegaan dit debat met elkaar afronden, maar dat doen we niet voordat we detweede termijn van de kant van de Minister hebben gehad. Ik wil dusgraag het woord geven aan de Minister.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Ik begin met de vragen van de heer Thijssen overinzicht in de getallen betreffende de reorganisatie. De heer Thijssen zei hetook al, geloof ik, maar ik ga hier niet over. Ik heb niet de bevoegdheid omdat zomaar openbaar te maken. Ik vind dat ook niet mijn rol en mijnverantwoordelijkheid. Ik kan dat dus niet doen. De or heeft inspraak,conform alle wettelijke afspraken die er zijn over de reorganisatie. Demaatwerkafspraak die ik maak, gaat niet over het managen van hetbedrijf, als ik het even plat mag zeggen. Die gaat over de vraag of wijbovenwettelijke afspraken kunnen maken met in dit geval Tata Steel ophet gebied van verduurzaming en gezondheid. Daar kan ik afspraken overmaken en daar kan ik voorwaarden aan stellen. Dat zal ik dus ook doen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik heb dat inzicht in die getallen ook niet. Dat wil ik ook helemaal niet,want daar moet het bedrijf inderdaad voor zorgen, maar wat mij betreftwel met de werknemers. De Minister kan nu bovenwettelijke afsprakenmaken over verduurzaming en gezondheid – dat moet ze ook doen – maarze kan ook afspraken maken over hoe er wordt omgegaan met dewerknemers. De werknemers hebben adviesrecht volgens de wet, maar zehebben geen instemmingsrecht. En daar gaat het om, want we zien dat dedirectie in staat of voornemens is om zomaar in één keer een op de vijfmensen eruit te gooien. Ik vind dat niet acceptabel als er miljardenbelastinggeld tegenaan worden gegooid. Maar goed, ik geloof niet dat wehet hierover eens worden, dus ik ga middels een motie proberen om eenmeerderheid te zoeken voor een voorstel om hier toch richting aan tegeven bij de maatwerkafspraken.De voorzitter:Het volgende punt dan maar, Minister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26748 Minister Hermans:Voor elk bedrijf in Nederland geldt dat het de eigen verantwoordelijkheidis om de bedrijfsvoering zo in te richten en het bedrijf zo aan te sturen dathet levensvatbaar is, op de korte en op de langere termijn. Voor bedrijvenin Nederland komt daar op dit moment bij dat ze er voor die levensvat-baarheid ook over moeten nadenken hoe ze hun productieprocessenverduurzamen en vergroenen. Specifiek daarover ben ik in gesprek metTata in dit specifieke geval, maar ook met een aantal andere bedrijven,omdat dit een hele grote transitie is die veel van ons allemaal vraagt eneen groot belang raakt. Daar waar we bovenwettelijke afspraken daaroverkunnen maken, kan ik dat doen, maar het aansturen van een bedrijf opzo’n manier dat je als bedrijf op de korte en lange termijn levensvatbaarbent, is een verantwoordelijkheid van het bedrijf zelf.Voorzitter. Dan de 17 miljoen voor cluster 6. De vraag van de heer Thijssenwas of dat niet wat meer geld kon zijn. Die 17 miljoen is er echt op gerichtom de organisatiekracht en daarmee de ondersteuning van cluster 6 teversterken. Ik zoomde in mijn beantwoording heel erg in op dat bedrag,dat werd genoemd in de brief van afgelopen week. Maar voor hetontwikkelen van energyhubs is bijvoorbeeld 166 miljoen eurobeschikbaar. Een regeling als de VEKI, waar 148 miljoen in zit, wordtvooral veel gebruikt door cluster 6-bedrijven. Het is dus niet zo dat alleendie 17 miljoen euro uit de brief van afgelopen week beschikbaar is. Nee,dat is een investering die we doen of een bedrag dat we beschikbaarstellen om in die organisatie extra kracht bij te kunnen zetten. Maar het iszeker niet het enige wat er gebeurt.Tot slot vroeg de heer Thijssen mij of we onze bedrijven meerbescherming kunnen bieden tegen oneerlijke concurrentie. De economiewordt echt als een geopolitiek middel ingezet. We hebben het Europeeshandelsinstrumentarium om de industrie te beschermen. In Brussel looptop dit moment een discussie over de vraag of je meer in stelling zoumoeten kunnen brengen. We kijken of dat conform de Clean IndustrialDeal, waarin daar ook een aantal dingen over worden gezegd, kan wordenuitgebreid. Die discussie loopt op dit moment, maar ik snap de oproepvan de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat is goed om te horen. Toevallig stond hierover net iets op het FD. Nouwil ik de werkgevers niet altijd meteen geloven, zoals u weet, maar zijzeggen ook dat er serieuze kans is op schade aan onze industrie. Ik benvooral bezorgd over de snelheid. Ik ben bang dat we niet snel genoeggaan en niet snel genoeg meebewegen met wat de VS doet of wat Chinadoet. Kunt u zeggen wanneer er in Europa een uitkomst is op dit punt?Minister Hermans:Ik wil dat wel nagaan en de Kamer dat laten weten. Ik snap de oproep totsnelheid, want de planning van de politieke besluitvorming laat zich nietaltijd rijmen met wat er in de actualiteit gebeurt. Ik snap deze vraag dusheel goed.Voorzitter. Dan de vragen van mevrouw Rooderkerk. Misschien is het tochgoed als ik eerst nog even iets zeg over de perspectiefbrief die ik gestuurdheb en de opmerking van mevrouw Rooderkerk, namelijk dat die vooralgebaseerd is op bestaande analyses. Dat herhaalde mevrouw Rooderkerknog een keer in de tweede termijn. Dat klopt, maar dat hebben we bewustgedaan, omdat ze wel veel inzicht hebben gegeven in de ontwikkelingen.Daar hebben we ook conclusies aan verbonden, bijvoorbeeld deinschatting dat we in de toekomst meer halffabricaten gaan importeren,meer dan we een tijd geleden dachten. Tegelijkertijd laten de analyses ookzien dat er nog veel onzeker is, bijvoorbeeld omdat de technologischeontwikkelingen nog volop gaande zijn. Daarom blijven we ook nieuweanalyses en nieuwe scenario’s heel goed bestuderen, want ik vind het nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26749 verstandig om nu keuzes te maken als er nog zo veel panelen schuiven enin beweging zijn. Dat staat nog even los van het algemene uitgangspuntdat je er wel voor kunt kiezen om bepaalde sectoren extra te helpen of eenduwtje in de rug te geven, maar dat dat niet ten koste gaat van anderesectoren. Met de keuze voor staal en chemie, die onder andere voortkomtuit het voorstel van het consortium van bedrijven, verliezen we anderesectoren zeker niet uit het oog. Ik vind juist dat de nieuwe groene eninnovatieve economie ook aandacht verdient en niet uit het oog magworden verloren.Mevrouw Koekkoek vroeg hoe het proces rond de JLoI eruitziet. Diegesprekken zijn gaande, maar ik kan geen voorspellingen doen overwanneer die precies afgerond worden. Ik zei al dat het complex eningewikkeld is. Ik hoop dat we eruit komen. Die ambitie hebben we en diegeldt nog steeds. Op het moment dat de JLoI er is, wordt die naar deKamer gestuurd. Dat is het moment waarop wij daarover met elkaar indebat kunnen. Tussen de JLoI en de definitieve maatwerkafspraken zit ookweer tijd.Mevrouw Koekkoek (Volt):Ik heb hier nog een korte vraag over. Ik begrijp dat de Minister geenexacte dag kan noemen, maar kan ze wel alvast een inschatting delen? Alswe het over die joint letter of intent hebben, praten we dan over eind ditjaar of kijken we meer naar volgend jaar?Minister Hermans:Dat kan ik gewoon niet zeggen. In het algemeen geldt dat we metsommige bedrijven echt al lang in gesprek zijn. Daar hebben we het aleerder over gehad. We willen graag dat dat tot een afronding komt.Tegelijkertijd zijn dit complexe vraagstukken. Zeker bij de casus waar wehet vandaag veel over gehad hebben, komt er een heleboel bij elkaar, ookhet hele gezondheidsvraagstuk. We kunnen alleen maar afspraken makenals het goed in elkaar zit. We kunnen als kabinet en als Kamer alleen maarbesluiten om daar geld aan te geven als we niet alleen het gevoel hebbendat dat inhoudelijk goed onderbouwd is, maar we dat ook op papier zien.Pas als dat zover is, kan ik een handtekening zetten onder zo’n JLoI. Ik doedat niet eerder, bijvoorbeeld omdat mij een deadline is opgelegd, doormijzelf of door iemand anders. Maar je wilt ook graag duidelijkheid enzekerheid bieden. We moeten dus balanceren tussen snelheid enzorgvuldigheid. Daarom wil ik niet nu al een moment noemen.Voorzitter. De heer Thijssen vroeg wanneer er meer duidelijkheid is overhet handelsinstrumentarium. In het vierde kwartaal komt de IndustrialDecarbonisation Accelerator Act, oftewel de IDAA. Daarin zitten deelementen die ik net noemde en die voortkomen uit de Clean IndustrialDeal. Die zijn gericht op handelsbescherming. Dat zal een plek moetenkrijgen in het volgende kwartaal.Mevrouw Postma stelde volgens mij geen vraag, maar deed meer eenoproep.Dan de heer De Groot over mijn toezegging om over cluster 6 ook iets tezeggen in het kader van de netcongestie en de planningsafspraken metnetbeheerders. Er komt niet een aparte cluster 6-brief, maar ik zet dat inde brief over de voortgang van de aanpak van netcongestie. Die komt einddeze maand. Daarin zal ik specifiek op dit punt ingaan.De heer De Groot had mij inderdaad nog iets gevraagd over die kennisin-stelling en dan in het bijzonder het initiatief in Arnhem dat allerlei ideeënen creatieve suggesties heeft voor de aanpak van netcongestie. Voor hetkabinet geldt dat we alle lokale en regionale initiatieven die bezig zijn methet slim aanpakken en het omgaan met netcongestie aanmoedigen enstimuleren, omdat we ook zien dat er gewoon heel veel behoefte is aangoede informatie en creatieve ideeën. Er is ook een centraal informa-tiepunt, uitgevoerd door de RVO, maar juist ook die lokale en regionaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26750 initiatieven kunnen echt een meerwaarde hebben, omdat daar heleconcrete voorbeelden bij elkaar komen. Met dit Gelderse initiatief voerenwe ook constructieve gesprekken om te kijken of we ze eventueel kunnenverbinden aan de kennisinfrastructuur die we binnen het LandelijkActieprogramma Netcongestie hebben opgezet, omdat ik denk dat we alledenkkracht en ideeën kunnen gebruiken. We moeten dat op een manierdoen dat het ook vooral ondernemers en andere mensen die daarmee temaken hebben helpt. Daarnaar is het continu zoeken.De voorzitter:Mevrouw Rooderkerk heeft nog een vraag.Mevrouw Rooderkerk (D66):Die gaat over een antwoord dat de Minister even teruggaf over mijn punt:kom met een visie op het nationale en het Europese industriebeleid.Daarop gaf de Minister aan dat zij zich baseert op de bestaande analysesen dat zij deze steunt. Die zeggen dat de focus vooral ligt op staal enchemie. Ze zegt: ja, dat komt omdat het gemaakt is door een consortiumvan bedrijven. Maar dat zijn dan weer de fossiele bedrijven, natuurlijk.Mijn oproep zal vooral zijn: kijk nou juist ook naar die koplopers, kijk noujuist naar die nieuwe, duurzame industrie, zoals de plasticrecyclaars die ikheb genoemd, maar bijvoorbeeld ook de ontwikkelaars van de monopilesin de Rotterdamse haven, waar ik op bezoek ben geweest. Zij hopennatuurlijk dat ze ook daadwerkelijk voor wind op zee kunnen gaan zorgenals er voldoende vraag naar is. Dus mijn oproep is: richt daar ook vooralde aandacht op en zorg dat je wel degelijk keuzes maakt in wat jesubsidieert en waar je de steun van de overheid naartoe brengt.Minister Hermans:Even om misverstanden te voorkomen. Dat komt mogelijk door mijnantwoord in de tweede termijn. Staal en chemie zijn sectoren waar webeginnen met vraagcreatie. Dat gaat dus specifiek daarover: waar begin jenou met het nemen van maatregelen, of waar zet je nou de eerste stappenom die groene vraag te stimuleren? In de perspectiefbrief die ik hebgestuurd, maken we niet een keuze voor sectoren, juist niet. Daar is mijninsteek: ik kies geen sectoren ten koste van andere sectoren. We kijkenheel erg waar de bedreigingen, de kansen en de risico’s zitten, en hoe jedie kan adresseren in beleid. Wat we in die brief geschetst hebben, is datik echt een toekomst zie voor die intensieve industrie in Nederland, maardat is wel een schone en een verduurzaamde industrie. Daarvoor zullenwe in de komende periode de transitiepaden verder moeten ontwikkelen,waarbij elektrificatie een hele belangrijke is, net als de verdere ontwik-keling van waterstof, maar natuurlijk ook CCS. Over vraagcreatie heb ik aleen aantal dingen gezegd. Daar gaat die perspectiefbrief dus over.Vraagcreatie en de focus op staal en chemie is daar een klein onderdeelvan. Maar juist dat perspectief zie ik veel breder dan alleen deze tweesectoren.De voorzitter:Kort nog graag, want ...Mevrouw Rooderkerk (D66):Ja, kort, want we hebben dit trajectje nu al een paar keer doorlopen. Ikdenk dat die brede blik goed is, maar ik wilde de Minister wel meegeven:geen keuze maken is ook een keuze. Dat is namelijk een keuze voor degevestigde belangen, toch ook vaak de fossiele bedrijven. Ik zeg dus: zorgnou dat je juist die nieuwe, duurzame economie van de toekomst verderstimuleert. Een aantal voorbeelden heb ik daarbij al gegeven.Minister Hermans:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26751 Tot slot, want we moeten ook niet verzanden in... Volgens mij willen wehetzelfde, namelijk dat er in de toekomstige economie ook een nieuweeconomie groeit met een nieuw type bedrijvigheid, dat op een nieuwemanier produceert en producten maakt. De Minister van EconomischeZaken heeft in een brief over groeimarkten ook heel duidelijk laten zienwaar je in positieve zin wil kiezen voor het echt los en van de grondkrijgen van innovatie. In een van de inbrengen, volgens mij van mevrouwKoekkoek, ging het ook over clean tech. Daar zie ik ook echt toekomst voorEuropa, maar daar kunnen we ook in Nederland een rol van betekenis inspelen. Die aandacht is er ook, maar we kunnen het ons niet permitterenom nu simpelweg te zeggen dat wij nu afscheid nemen van bepaaldesectoren in die basisindustrie of dat wij daar niks meer voor doen. Dat isdus ook niet de insteek die dit kabinet gekozen heeft.De voorzitter:We gaan nu heen en weer tikken. Dat snap ik wel, maar ...Mevrouw Rooderkerk (D66):Ik wil alleen zeggen dat ik dat ook niet heb gezegd. Dat is dus weer eenbeetje platslaan, omdat er niet echt een duidelijke keuze gemaakt wordt.De voorzitter:Dan zijn we aan het einde gekomen van dit debat, maar dat gaan we nietafronden voordat we de administratie op orde hebben gebracht door detoezeggingen door te nemen.Allereerst wil ik noemen dat er een tweeminutendebat is aangevraagddoor de heer Thijssen van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik heb vanmevrouw Postma het verzoek gekregen om dat debat nog voor hetverkiezingsreces te houden en om ook de stemmingen voor het verkie-zingsreces te laten plaatsvinden. Dat verzoek zullen we doorgeleiden. Ik gaervan uit dat dat de bedoeling is voor alle tweeminutendebatten diegepland zijn, maar we zullen dit specifiek vragen.Er zijn twee toezeggingen door de Minister gedaan. Die nemen we evendoor.– De Minister zal in de brief over de amortisatie ingaan op de mogelijkealternatieven voor de volumecorrectieregeling; dat is een toezegging aanhet lid De Groot van de VVD.Minister Hermans:Volgens mij heb ik die toezegging breder gedaan: ik ga in op opties,omdat we het brede probleem van de elektriciteitskosten zien. Ik noemdeal die drie elementen. Welke opties zijn er nou om daar iets aan te doen?De voorzitter:Zo heb ik ’m ook gehoord. Ik heb het opgeschreven en we zullen dit dusaanpassen.– De Minister zal in de brief over de voortgang van de netcongestie eenoverzicht geven van hoe het staat met cluster 6.Hier staat «voortgangsacties, ook per cluster», maar volgens mij heeft deMinister gezegd dat zij dit zal doen voor cluster 6. Het is een beetjeverwarrend om te zeggen «clusters binnen cluster 6», maar ik enmevrouw Postma hebben het in onze vraagstelling gehad over «sectorenbinnen cluster 6». Volgens mij heeft de Minister gezegd dat zij daar in diebrief op terugkomt.Minister Hermans:Ja, ik heb toegezegd dat ik in die brief terugkom op ... Volgens mij stelde ueen planningsvraag. Daarvan zei ik dat die ook aan de orde komt in hetPlatform Verduurzaming Industrie, waar dit vaak in relatie tot netcongestiewordt besproken. Ik zal daar in de voortgangsrapportage iets over zeggen.Ik weet niet of ik dit kan waarmaken en toezeggen op het specifieke niveauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26752 waar u het nu over heeft, maar indachtig dit debat zal ik in die brief zo veelmogelijk op dit punt ingaan.De voorzitter:Die toezegging heb ik ook gehoord. Dat komt dus goed.Helemaal goed. Ik wil aan de leden vragen of zij nog iets missen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ja, of was dat nou de eerste toezegging? Ik heb het over de toezeggingom de motie om alleen aan bedrijven die een klimaatplan hebben, indiennodig, belastingvoordelen te geven voor te leggen aan de Industrietafel.Minister Hermans:Die motie wordt daar onder de aandacht gebracht, ja.De voorzitter:Ja, onder de aandacht gebracht. Dat noteren we.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Fijn.De voorzitter:Dan zijn we ook door de administratie heen; dat is hartstikke mooi.Allereerst wil ik natuurlijk de Minister en de ondersteuning bedanken voorde aanwezigheid bij dit debat. Ik dank de leden voor het waardige debaten niet in de laatste plaats alle mensen die hier belangstelling hebbengetoond voor dit debat. Hartelijk dank voor uw komst naar Den Haag. Ookde mensen die dit op afstand hebben gevolgd wil ik zeker bedanken enniet in de laatste plaats de griffie en de ondersteuning voor het mogelijkmaken van dit debat.Sluiting 13.17 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 826, nr. 26753
Gerelateerde bronnen
- Verduurzaming industrie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 10 september 2025, over verduurzaming industrie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.