KamerkringInloggen
Kamerbrief

Onderzoek breedplaatvloeren

8 jul 2019 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 4e807a944359eaf2 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2018–2019 28 325Bouwregelgeving Nr. 200 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 8 juli 2019 Tijdens het mondelinge vragenuur van 9 oktober 2018 zegde ik uw Kamer toe om, na afronding van de verkennende onderzoeken, inzicht te geven in de stand van zaken rondom de problematiek van de breedplaatvloeren. Tevens heb ik uw Kamer toegezegd om te bezien hoe hier in de toekomst mee om te gaan. Met deze brief kom ik tegemoet aan deze toezeggingen. Tevens is deze brief een vervolg op de brief van de Minister van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) van 22 mei 2019 over nieuwe rekenregels en een Stappenplan (Kamerstuk 28 325, nr. 199), waarmee definitief beoordeeld wordt of gebouwen met breedplaatvloeren aan de wettelijke veiligheidseisen voldoen. Resultaten van de verkennende onderzoeken op basis van het stappenplan van 2017 Uit voorzorg inventariseerde het Rijksvastgoedbedrijf 3792 gebouwen waar mogelijk breedplaatvloeren in zitten. Deze gebouwen zijn zorgvuldig beoordeeld volgens het Stappenplan van 5 oktober 2017 dat is opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van de beoordeelde gebouwen zijn er 103 gebouwen nader onderzocht. Waar nodig adviseerde het Rijksvastgoedbedrijf de gebruikers om eventuele beheersmaatregelen te nemen. Dergelijke maatregelen zijn inmiddels doorgevoerd. De onderzoeken leverden de volgende resultaten op. Alle 103 nader onderzochte gebouwen zijn veilig te gebruiken, soms met beheersmaatre-gelen: •Acht gebouwen vallen in de categorie «rood» van het Stappenplan (zie bijlage)1. Hier zijn voor een veilig gebruik preventief tijdelijke beheers-maatregelen getroffen, bijvoorbeeld door beperkingen op te leggen in het gebruik. Het gaat bijvoorbeeld om het toegestane aantal medewer-1Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl. kst-28325-200ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 28 325, nr. 2001 kers in bepaalde ruimten te verminderen of de belasting van de vloeren te verlagen door minder materiaal op te slaan. Om de gebouwen weer zonder beperking te kunnen gebruiken zijn herstel-maatregelen nodig; •Vier gebouwen vallen in de categorie «oranje». Hiervoor geldt dat er vooralsnog geen directe maatregelen nodig zijn en wordt geadviseerd om een toename van de belasting van vloeren te vermijden en dus het huidig gebruik te handhaven; •Negen gebouwen vallen in de categorie «blauw». Hier zijn vooralsnog geen maatregelen noodzakelijk maar moet het vernieuwde stappen-plan van BZK worden toegepast om te kunnen bepalen of uiteindelijk maatregelen nodig zijn; •Bij de overige gebouwen stelde het Rijksvastgoedbedrijf vast dat de risicofactoren die zorgden voor het incident bij de parkeergarage in Eindhoven niet aanwezig zijn. De gebouwen vallen daarmee in categorie «groen». Het is niet nodig om verdere maatregelen te nemen of restricties aan het gebruik toe te passen. Vervolgonderzoek op basis van nieuw Stappenplan 2019 De brief van de Minister van BZK van 22 mei 2019 (Kamerstuk 28 325, nr. 199) verwijst naar nieuwe rekenregels en een Stappenplan, waarmee gebouwen met breedplaatvloeren definitief beoordeeld kunnen worden. Met behulp van deze nieuwe rekenregels zullen de 21 gebouwen met breedplaatvloeren in de portefeuille van het Rijksvastgoedbedrijf in de eerdergenoemde categorieën rood, oranje en blauw opnieuw worden doorgerekend. Daarmee kan per pand definitief worden vastgesteld of er sprake is van een herstelopgave en zo ja, hoe groot die is. In de periode tot de definitieve beoordeling blijven de huidige beheersmaatregelen van kracht, zodat alle gebouwen veilig te gebruiken zijn. De rekenregels zijn gebaseerd op een analyse van uitgevoerd experimenteel onderzoek en overige beschikbare proefresultaten uit buitenlandse wetenschappelijke literatuur. Marktconsultatie en proefopstelling Het Rijksvastgoedbedrijf onderzoekt de mogelijkheden voor herstel van de gebouwen. Via een marktconsultatie heeft het Rijksvastgoedbedrijf aan marktpartijen gevraagd om kennis van en ervaringen met mogelijke herstelmethoden te delen. Daaruit komt naar voren dat de markt over valide herstelmethodieken beschikt. Het Rijksvastgoedbedrijf stelt een locatie in Lelystad aan bedrijven beschikbaar voor het plaatsen van proefopstellingen. De bedoeling is om zo per herstelmethode aanvullend inzicht te krijgen in de impact op het gebouw, het minimaliseren van de overlast voor de gebruiker en mogelijke bijeffecten tijdens de uitvoe-ringsfase. Deze testen vinden medio 2019 plaats. Op basis van de vergaarde kennis uit de proefopstellingen, wordt in overleg met de gebruikers per pand vastgesteld welk herstelplan het beste passend is. In een herstelplan komen zaken aan de orde als het moment en de duur van de uitvoering en de mogelijke gevolgen voor de bedrijfsvoering van de gebruiker. Na aanbesteding en gunning van het herstelwerk kunnen aannemers beginnen met het definitieve herstel. Tijdsduur en kosten Over de tijdsduur en de kosten kan ik op dit moment nog geen uitspraak doen. Dit hangt samen met het aantal te herstellen vloeren, wat voort-vloeit uit de definitieve beoordeling volgens het nieuwe Stappenplan en uit de nog te maken keuzes voor de meest geschikte hersteltechniek voor elk specifiek pand. Daardoor kan ik ook nog geen inzicht geven in de Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 28 325, nr. 2002 planning. Dit is namelijk mede afhankelijk van capaciteit van de markt voor onderzoek en herstel van de panden. Verder dient er rekening gehouden te worden met de wensen van de gebruiker met het oog op de overlast. Waar mogelijk worden de herstelwerkzaamheden gekoppeld aan een natuurlijk moment, zoals een renovatie of groot onderhoud. Lessen voor de toekomst Het dossier breedplaatvloeren leverde een aantal leerpunten op, zowel wat betreft de organisatie als de doorlopen processen. Een aantal keuzes die zijn gemaakt, bleken effectief en zullen in de toekomst opnieuw worden gemaakt. Een voorbeeld hiervan is om zo snel mogelijk een specifiek programmateam met kennis en kunde samen te stellen. Hierdoor kan snel gestart worden met de noodzakelijke onderzoeken. Verder bleek het cruciaal om goede technische kennis binnen de organisatie te hebben, zodat diverse onderzoeken van derden goed beoordeeld kunnen worden. Kwaliteitsborging is dus niet uitsluitend een zaak voor marktpartijen die technieken aanbieden, maar ook voor de publieke opdrachtgever. Aandachtspunt is het beschikbaar hebben en houden van een goed gebouwdossier. Met name bij de oudere gebouwen bleek het verzamelen van gegevens soms moeizaam. Binnen het Rijksvastgoedbedrijf loopt inmiddels een programma om de kwaliteit van de vastgoedinformatie te verbeteren. Gebruikers van panden willen, begrijpelijkerwijs, zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld van de uitkomst van onderzoeken. Gebleken is echter dat het melden van tussenresultaten tot verwarring kan leiden. Zeker op een moment dat er tussen de experts nog verschil van inzicht is. Communicatie zal bij voorkeur over de eindresultaten moeten gaan. Gelet op de gevoeligheid van het onderwerp zijn goede, permanente contacten via een eenduidig kanaal met de gebruikers van het betreffende pand van groot belang. Zodra ik voldoende inzicht heb in de omvang, kosten en planning van de herstelplannen zal ik uw Kamer hierover informeren. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,R.W. KnopsTweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 28 325, nr. 2003

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 61952f25ecd129f0

14 okt 2026 · ade918a61cee7c99

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.