KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag van de 14e Vergadering van Verdragspartijen bij het Statuut van Rome ter oprichting van het Internationaal Strafhof

27 jan 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 83fe2c43979bba73 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 28 498Het Internationaal Strafhof Nr. 37 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 27 januari 2016 Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de 14e Vergadering van Verdragspartijen bij het Statuut van Rome, die werd gehouden van 18 t/m 26 november 2015. De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur kst-28498-37ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 498, nr. 371 Verslag van de 14e Vergadering van Verdragspartijen bij het Statuut van Rome, ter oprichting van het Internationaal Strafhof Van 18 tot en met 26 november 2015 vond de Vergadering van Verdrags-partijen (hierna: Vergadering) van het Internationaal Strafhof (hierna: Strafhof) plaats in Den Haag. Over de beoogde inbreng van Nederland werd u eerder geïnformeerd in de Kamerbrief over het Internationaal Strafhof van 4 november 2015 (Kamerstuk 28 498, nr. 36). De Vergadering stond voornamelijk in het teken van door Kenia en Zuid-Afrika voorgestelde agendapunten en daaruit voortvloeiende onderhandelingen. De discussie daarover reflecteerde de terugkerende kritiek op het Strafhof en dreiging van uittreding van enkele Afrikaanse verdragspartijen. Tegelijkertijd was er ook veel aandacht voor de verdere versterking van het Strafhof, onder meer door versterkte samenwerking van verdragspartijen en aanpassing van het Statuut van Rome. Hieronder volgt een verslag op hoofdlijnen. 1. Aanvullende agendapunten op verzoek van Zuid-Afrika en Kenia Op verzoek van Zuid-Afrika en Kenia werden nieuwe onderwerpen toegevoegd aan de agenda die toezagen op uitleg en toepassing van het Statuut van Rome en het Reglement van Proces- en Bewijsregels van het Strafhof. Het Zuid-Afrikaanse agendapunt zag op bespreking van de consultatieprocedure met het Strafhof indien een verdragspartij obstakels ondervindt bij uitvoering van een samenwerkingsverzoek van het Strafhof en afstand doen van immuniteit bij overdracht van een verdachte aan het Strafhof. Aanleiding voor het agendapunt is het niet arresteren en overdragen van de Soedanese president Bashir toen hij in juni 2015 deelnam aan een AU top in Zuid-Afrika. Het Keniaanse agendapunt betrof op de eerste plaats het gebruik van vooraf aan een rechtszaak opgenomen getuigenverklaringen. Daarnaast uitte Kenia zorgen ten aanzien van coaching en beïnvloeding van getuigen aan de zijde van de Aanklager. Deze kwesties betreft Keniaanse kritiek in de zaak tegen Keniaanse vicepresident Ruto. Een aanzienlijk aantal verdragspartijen uitte zorgen over inhoudelijke bespreking van deze kwesties, met name omdat een deel van de kwesties op dit moment nog onderdeel zijn van aanhangige processen voor het Strafhof. Bespreking raakt aan de onafhankelijkheid van het Strafhof. Ook is het in strijd met de mandaatverdeling van het Statuut van Rome, waarbij de Vergadering de regels opstelt, maar het Strafhof verantwoor-delijk is voor de interpretatie hiervan. Diverse verdragspartijen steunden het Zuid-Afrikaanse voorstel voor het verder uitwerken van de regels rondom de consultatieprocedure met het Strafhof, mits dit los van de lopende procedure wordt besproken. Echter, voor het spreken over afstand doen van immuniteit en de relatie met artikel 27 van het Statuut, waarin bepaald wordt dat personen kunnen worden aangeklaagd ongeacht hun officiële hoedanigheid, en de interpretatie van de regel over vooraf opgenomen getuigenverklaringen was vrijwel geen steun. Met Zuid-Afrika werd overeengekomen dat de Vergadering bereid is voorstellen over de procedure voor implementatie van het consultatieme-chanisme bij obstakels voor de tenuitvoerlegging van coöperatiever-zoeken, verder te bespreken. Het kabinet kan zich hierin goed vinden, omdat alle verdragspartijen baat hebben bij een overzichtelijke consulta-tieprocedure met het Strafhof. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 498, nr. 372 Met Kenia is een compromis bereikt onder zeer grote druk en na verkla-ringen over (dreigende) uittreding uit het Statuut van Rome door Kenia. Zoals gezegd klaagde Kenia over de toepassing van de proces- en bewijsregel over vooraf opgenomen getuigenverklaringen. Dit was bezwaarlijk voor veel verdragspartijen, waaronder Nederland, omdat eenzelfde boodschap in 2013 in andere bewoordingen is vastgelegd en hiermee geïmpliceerd lijkt te worden dat de Vergadering de interpretatie van het Strafhof in de zaak tegen vicepresident Ruto achteraf bekritiseert en corrigeert. Uiteindelijk is er enigszins tegemoet gekomen aan de klacht over de toepassing van de proces- en bewijsregel door in het verslag van de Vergadering te bevestigen dat de betreffende regel, in overeen-stemming met het Statuut, niet met terugwerkende kracht kan worden toegepast. Dit compromis kon uiteindelijk bij consensus worden aange-nomen. Kenia heeft niet volledig gekregen wat het wilde, nu de strekking van de regel hetzelfde is gebleven doordat er is verwezen naar het Statuut van Rome. Het kabinet ziet in deze bevestiging dan ook geen beperking voor het Hof om deze regel naar eigen inzicht te interpreteren. Deson-danks erkent het kabinet dat het een uiterste handreiking is richting de Keniaanse autoriteiten om Kenia bij het Strafhof te houden. De Keniaanse zorgen omtrent de wijze waarop de Aanklager getuigen zou coachen hebben niet geleid tot oprichting van een nieuw orgaan of mechanisme voor toezicht. Wel zal de Vergadering nauwlettend de voortgang van de operationalisatie van het «Independent Oversight Mechanism» (IOM) volgen. Dit onafhankelijke orgaan van de Vergadering houdt toezicht op het functioneren van en eventuele misstanden binnen de verschillende organen van het Strafhof. Het kabinet heeft alle vertrouwen in de professionaliteit en integriteit van de Aanklager en deelt de Keniaanse zorgen over het coachen en beïnvloeden van getuigen niet. 2. Samenwerking van Verdragspartijen met het Strafhof Samenwerking van verdragspartijen met het Strafhof blijft één van de belangrijkste onderwerpen van de Vergadering. In het door Nederland en Senegal geïnitieerde thematische debat over samenwerking lag de nadruk op vrijwillige samenwerking met het Strafhof door het sluiten van vrijwillige bilaterale overeenkomsten. Voorbeelden van deze overeen-komsten zijn onder andere hervestiging van getuigen, invrijheidstelling en tenuitvoerlegging van straffen op het grondgebied van verdragspartijen. Sprekers benoemden het belang van deze overeenkomsten en andere vormen van vrijwillige samenwerking. Ook werden nationale ervaringen op het terrein van (vrijwillige) samenwerking met het Strafhof gedeeld, om andere landen hier meer inzicht in te geven. Het was een zeer informatief debat dat naar verwachting heeft bijgedragen aan meer bewustzijn over de noodzaak van vrijwillige overeenkomsten en concrete bereidheid onder verdragspartijen om overeenkomsten af te sluiten in de nabije toekomst. En marge van de Vergadering organiseerde en ondersteunde Nederland diverse bijeenkomsten om aandacht te vestigen op enkele voor Nederland belangrijke thema’s. Tijdens een van deze bijeenkomsten werd de African Group for Justice and Accountability gelanceerd, een groep bestaand uit Afrikaanse prominenten die zich onder meer in gaat zetten voor verbe-tering van de samenwerking tussen het Strafhof en Afrikaanse landen en draagvlak voor het Strafhof. Samen met Argentinië, België en Slovenië organiseerde Nederland daarnaast een bijeenkomst om aandacht te vragen voor de totstandkoming van een multilateraal verdrag voor rechtshulp en uitlevering inzake internationale misdrijven. Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 498, nr. 373 3. Wijziging van het Statuut van Rome Tijdens de Vergadering is overeenstemming bereikt over het voorstel om de overgangsbepaling in artikel 124 van het Statuut te schrappen. Artikel 124 biedt verdragspartijen de mogelijkheid om gedurende een periode van zeven jaar na toetreding tot het Statuut van Rome de rechtsmacht van het Strafhof over oorlogsmisdrijven niet te aanvaarden. De Vergadering ziet het schrappen van deze mogelijkheid niet als een belemmering voor toetreding door nieuwe verdragspartijen. Omdat voor verwijdering uit het Statuut ratificatie door zevenachtste deel van de verdragspartijen benodigd is, verwacht het kabinet niet dat het artikel op korte termijn verwijderd zal worden. Andere aanpassingen van het Statuut van Rome zijn tijdens de Vergadering niet aan de orde gekomen. 4. Financiële zaken De Vergadering bereikte overeenstemming over een begroting voor 2016 van 139,6 miljoen Euro, een stijging van ongeveer 6,8 procent ten opzichte van de begroting van 2015. Verdragspartijen erkennen de noodzaak voor een toename in de middelen om het toegenomen aantal situaties dat bij het Strafhof voorligt te kunnen onderzoeken en eventueel te vervolgen. Echter, een meerderheid van de verdragspartijen hecht veel belang aan verdere efficiëntieverbetering en een stabilisering van de begroting van het Strafhof in de komende jaren. Begin 2015 constateerde het comité dat toezicht houdt op de nieuwbouw van het Strafhof dat een fout gemaakt is bij de berekening van het kortingspercentage over de bijdragen van verdragspartijen die geen gebruik maakten van de door Nederland geboden lening, maar kozen voor een eenmalige betaling. Door de verkeerde berekeningswijze is een tekort ontstaan. Nederland heeft in hoedanigheid van gastland een gebaar gemaakt richting het Strafhof en de Vergadering door een bijdrage van maximaal 3,5 miljoen Euro te doen om dit financieringsgat te overbruggen. In de resolutie die werd aangenomen over de nieuwbouw van het Strafhof wordt deze geste door de verdragspartijen verwelkomd. Nederland kondigde tenslotte tijdens de Vergadering financiële bijdragen aan het Trust Fund for Victims en het Special Fund for Witness Relocation aan. De bijdrage aan het Special Fund for Witness Relocation is in lijn met de motie Sjoerdsma inzake extra middelen voor de Victims and Witnesses Unit van het Strafhof, zoals aanvaard na afloop van het debat over ratificatie van de Kampala amendementen1.1Kamerstuk 33 865 (R2024) en Kamerstuk 33 866, nr. 10.Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 28 498, nr. 374

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b13537b88f0fa815

14 okt 2026 · 31fe3f1d213141df

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.