Startpakket Nederland van het slot
Brontekst
Versie fc1878c339b08cd7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202535 334Problematiek rondom stikstof en PFASNr. 362 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 april 2025Nederland is een welvarend en dichtbevolkt land met grote economischekansen, dat we verantwoord willen doorgeven aan toekomstigegeneraties. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen. Een recenteuitspraak van de Raad van State over intern salderen heeft de ruimte voorvergunningverlening verder beperkt. Dat heeft grote consequenties voorde bouw, verduurzaming, infrastructuur, bedrijfsleven en zelfs deparaatheid van defensie. Dit leidt tot vertragingen, beperkingen en groteonzekerheid, vooral voor ondernemers zonder geldige natuurbescher-mingsvergunning zoals PAS-melders en bedrijven die intern gesaldeerdhebben, wat legaal was voordat de Raad van State zijn eerdere uitsprakherzag. De voorliggende brief, die ik stuur mede namens de leden van deMinisteriële Commissie, vormt het startpakket naar duidelijkheid enperspectief voor deze groepen.Het kabinet realiseert zich dat de situatie de afgelopen maanden sterk isveranderd ten opzichte van vorig jaar, toen het Regeerprogramma werdopgesteld. Daarom werkt de Ministeriële Commissie Economie enNatuurherstel aan oplossingen om Nederland weer in beweging tekrijgen. Zoals eerder toegelicht, doet het kabinet dit via een viersporen-aanpak. Het gaat daarbij om:•Een gefaseerde, fundamentele aanpassing van het vergunningenstel-sel (spoor 1);•Een maatregelenpakket dat zorgt voor een structurele daling vanstikstofemissies en gericht is op natuurbehoud en -herstel (spoor 2);•Aandacht voor de maatschappelijke en sociaaleconomische gevolgenvan de rechterlijke uitspraak1 voor burgers, bedrijven en gebieden,inclusief ondernemers die nu tussen wal en schip vallen (spoor 3); en•De inzet van het kabinet op Europees niveau (spoor 4).1Uitspraak 202201311/1/R2 – Raad van State (Rendac) en Uitspraak 202200383/1/R2 – Raad vanState (Amercentrale) kst-35334-362ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3621 In deze brief schetst het kabinet de eerste uitwerking van deze nieuweaanpak, de richtinggevende keuzes die zijn gemaakt en de oplossingen dieals basis dienen voor verdere uitwerking2.Voor het kabinet staat voorop dat het beleid realistisch, haalbaar enduidelijk moet zijn, zodat ondernemers weten waar ze aan toe zijn. Ermoeten voldoende middelen en uitvoeringskracht beschikbaar zijn.Daarnaast is het van belang dat maatregelen worden geborgd en duidelijkis welke vervolgstappen kunnen worden gezet als de opbrengst tegenvalt.De maatregelen zijn ingrijpend, en besluiten hierover moeten goedonderbouwd en financieel gedekt zijn. Deze brief is niet het eindpunt,maar het startschot om de vergunningverlening weer mogelijk te makenen perspectief te bieden. Met de augustusbesluitvorming zal het kabinetmet robuuste vervolgstappen komen.Het kabinet realiseert zich dat dit pakket ingrepen bevat met grote sociale,maatschappelijke, financiële en economische impact. Vooral het bedrijfs-leven en agrarische ondernemers – zowel blijvers als stoppers – wordengeraakt, net als hun gezinnen en ketenpartners. Ook de gevolgen voorinwoners, gemeenschappen en de regionale economie, met name ingebieden met veel veehouderij, vragen aandacht. Daarom blijft devitaliteit van deze regio’s een belangrijk aandachtspunt bij de verdereuitwerking van het beleid.Iedereen zal naar vermogen moeten bijdragen aan de uitvoering van demaatregelen. Om deze draaglijk te maken, vooral voor gezinsbedrijven, enom de concurrentiekracht van de sector te behouden, zijn ondersteunendemaatregelen belangrijk.Het kabinet is zich bewust van de urgentie. Daarom wordt al gestart metde onderdelen waar budget voor beschikbaar is. Het kabinet maakteenmalig 1,6 miljard euro vrij, plus 213 miljoen euro structureel, naast de600 miljoen euro die in de Voorjaarsnota is vrijgemaakt. Het startpakket iseen belangrijke, maar eerste, stap om Nederland van het slot te halen.Box: Wat gaan we concreet doen?Op korte termijn (Q2/Q3) zet het kabinet een aantal concrete stappen.Andere oplossingsrichtingen en maatregelen zijn meer gericht op demiddellange en lange termijn, en moeten nog nader wordenuitgewerkt in aanloop naar nadere besluitvorming. Onderstaandoverzicht laat zien wanneer bepaalde acties voorzien zijn en welkestappen de komende periode al worden gezet.2Onder meer in het licht van de moties Vedder en GrinwisTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3622 Wet- en regelgevingen vergunningen-systeem(spoor 1)Maatregelen(spoor 2)Start-pakket –concreteactieskortetermijn(Q2/Q3)– Alternatief voor dehuidige (KDW-)omgevingswaarden(tbv spoor 2).– Verbeteren Aerius– Verbeteren Natuur-doelanalyses.– Invoeren reken-kundige ondergrens– Voorstel hoekleinschaligeactiviteiten mettijdelijke uitstootuitzonderen van devergunningplicht.– Spoedwet vooruitwerking spoor 1 en2.– Definiëring project-begripLandbouw:– Vrijwillige beëindigingsregeling(€ 750 miljoen).– Extensiveringsregeling(€ 627 miljoen).– Ontwikkeling nieuwe doelsturings-systematiek (€ 200 miljoen).– Uitbreiding agrarisch natuurbeheer(€ 213 structureel).Regionale inzet:– Start met regionale maatwerkaanpakrondom de Veluwe en de Peel(€ 600 miljoen).Natuur:– Extra natuurherstelmaatregelen(€ 100 miljoen).– Verbeteren natuurmonitoring(€ 12,5 miljoen structureel).Inzet(middel)langetermijn– Herijking van Natura2000-gebieden.– Herzien systematiekvergunningverlening.(incl. mogelijkhedenvergunningensysteembuitenland).– werken aan eenalternatief voor AeriusEr zal in augustus een nieuw besluit-vormingsmoment plaatsvinden overeventuele aanvullende maatregelenvoor industie, mobiliteit en landbouw,waaronder:Industrie:– Intensivering Aanpak PiekbelastingIndustrie.– Verduurzaming afvalverbrandings-installaties.– Gebiedsgerichte aanpak basis-industrie.Landbouw:– Doelsturing– Natuurlijk verloop– Aanvullende maatregelen rondombepaalde Natura 2000-gebieden– Verdere uitbreiding agrarischnatuurbeheer (rest vd enveloppe)Mobiliteit en bouw:– Verduurzaming binnenvaart.– Verduurzaming spoorgoederen-vervoer in de Rotterdamse haven.– Maatregelen verduurzamingwegverkeer.– Gebiedsgerichte trajectcontroles.Natuur: aanvullende natuurherstel-maatregelen gericht op alle druk-factoren.Ondersteunende en flankerendemaatregelen. Aanpassing van het vergunningenstelsel en wetgeving (spoor 1)Het kabinet kiest ervoor de systematiek van vergunningverleningfundamenteel te herzien. Dit doet het kabinet in de overtuiging dat hethuidige vergunningssysteem niet meer houdbaar is. Zelfs verduurzamingwordt geblokkeerd en wandeltochten kunnen niet doorgaan. Het leidt ooktot miljoenen economische schade en heeft een negatief effect op hetvestigingsklimaat. Het doel is om na de zomer een nieuw vergunnings-stelsel te presenteren, gebaseerd op een beter inzicht in de staat van denatuur en alle bijbehorende drukfactoren. Het kabinet wil dat dit ook eenoplossing biedt voor ondernemers die in de problemen zijn gekomen,zoals PAS-melders en de ondernemers die de afgelopen jaren van internsalderen gebruik hebben gemaakt. Deze aanpak moet leiden tot eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3623 spoedwet waarin zowel de uitwerking voor spoor 1 als spoor 2 (zie hierna)zijn opgenomen. Zo zorgen we gelijktijdig voor perspectief en borging vande stikstofreductie. Dit omvat verbeterde monitoring, zoals bodemmoni-toring, en een bredere natuurdoelanalyse waarin álle drukfactoren wordenmeegenomen.Eerste contouren van een mogelijke uitwerking van een nieuw stelselvan vergunningverleningGedacht wordt aan het vergroten van de voorspelbaarheid vantoegestane activiteiten door aan te sluiten bij de ervaringen in hetmilieuspoor.Op deze manier kan een nieuw stelsel worden gestoeld op eenverbeterde inzicht in de activiteiten en de mogelijke gevolgen voorde natuur, in samenhang met de staat van de natuur en al haardrukfactoren.In lijn met de verbeterdoelen van de Omgevingswet, zal de inzichte-lijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak voor initiatief-nemers, derden en bevoegd gezag hierbij voorop staan. In hetnieuwe stelsel denkt het kabinet om aan de hand van duidelijkherkenbare categorieën van activiteiten duidelijk te maken welkeactiviteiten individuele beoordeling behoeven en dus vergunning-plichtig zijn, en welke activiteiten via een generieke voortoets ofpassende beoordeling mogen plaatsvinden en daarbij aan concretealgemene regels ter beperking van de emissie moeten voldoen.Indien in directe nabijheid van de natuur strengere regels nodig zijnlegt de overheid de gebiedsbegrenzing en de regels waarover hetgaat eenduidig vast, op landelijk of decentraal niveau.Bij de nadere uitwerking, die indien mogelijk via een AMvB zalworden vastgelegd, wordt rekening gehouden met de Europeesrech-telijke kaders en gebruik gemaakt van ervaringen met onder anderemilieu en waterregels onder de Omgevingswet, die al van eendergelijke systematiek uitgaan. Daarbij speelt ook uitvoerbaarheidvoor de bevoegde instanties en de rechterlijke macht een rol. Ookwordt bij de uitwerking betrokken hoe in andere landen de vergun-ningplicht is afgebakend.Om de voorspelbaarheid verder te vergroten wordt voor activiteitendie vergunningplichtig zijn zo mogelijk in regelgeving vastgelegdhoe binnen de vergunningprocedure beoordeling zal plaatsvinden,met ruimte voor bevoegd gezag om in te spelen op de specifiekesituatie.De landsadvocaat geeft in zijn advies aan dat dergelijke oplossings-richtingen in de praktijk veelal complex zijn en een effectiefmaatregelenpakket in spoor 2 vereisen.Bij het nieuwe stelsel voor vergunningverlening wordt uitgewerkt hoe dekoppeling tussen de instandhoudingsverplichtingen enerzijds, encompenserende en mitigerende eisen van de Europese Habitatrichtlijnanderzijds, kan worden losgelaten. Zoals de Landsadvocaat aangeeft,dient hierbij wel rekening gehouden te worden met de inherentekoppeling in de Europese regelgeving.Het kabinet richt zich op een integrale aanpak natuurherstel, gericht opalle drukfactoren, in lijn met de Natuurherstelverordening. Dit moetzorgen voor effectiever natuurherstel, waarbij stikstofreductie en anderenatuurmaatregelen elkaar versterken, en meer duidelijkheid over debenodigde herstelmaatregelen en de ruimte voor economische activi-teiten. Het kabinet wil daarnaast op de langere termijn Natura2000-gebieden herijken door te bezien welke aanpassingen van instand-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3624 houdingsdoelstellingen de robuustheid van het netwerk kunnenversterken.Concrete acties op korte termijnOm op korte termijn een wetenschappelijk onderbouwde rekenkundigeondergrens mogelijk te maken is een voorstel voorgelegd bij de AfdelingAdvisering van de Raad van State. Projecten die volledig onder deze grensvallen worden uitgesloten van een natuurvergunningplicht. Omdat dezeprojecten geen vergunning meer nodig hebben, zal dit de druk op devergunningverlening verlichten. Dit helpt de woningbouw, infrastructureleprojecten, veel PAS-melders en projecten met een beperkte stikstofuit-stoot.Om de omslag van depositie- naar emissiesturing te maken wordt rond dezomer een voorstel gepresenteerd om de kritische depositiewaarde uit dewet te halen en te vervangen door een juridisch houdbaar alternatief, inde vorm van emissiedoelen.In de tussentijd wordt ook kritisch gekeken naar het gebruik van AERIUSin vergunningverlening, en welke verbeteringen daarin kunnen wordenaangebracht. Daarbij worden ook de wetenschappelijke inzichten overdroge depositie meegenomen. Het werken aan een alternatief voorAERIUS kost tijd. Tot het moment dat een alternatief wordt ingevoerd,blijft Aerius Calculator het voorgeschreven instrument en is de inzetgericht om het instrumentarium actueel te houden.Daarnaast onderzoekt het kabinet de komende tijd onder welke (minimale)voorwaarden kleinschalige en tijdelijke emissies van (verduurza-mings)projecten kunnen worden toegestaan. Projecten worden hiermeeuitgezonderd van een natuurvergunningplicht, onder voorwaarden en metinachtneming van een geborgd maatregelenpakket gericht op emissiere-ductie. Dit biedt spoedig ruimte aan bijvoorbeeld kleinschalige bouwpro-jecten en verduurzaming van de energiesector. Aanvullend hieraan werkthet kabinet ook aan een betere definiëring van het projectbegrip.Ook wordt verder gewerkt aan het inzichtelijk maken van de haalbaarheidvan bestaande doelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn, en de mate waarinrisico’s maatschappelijk aanvaardbaar zijn, net zoals dat op anderebeleidsterreinen reeds is vastgelegd. Zo loopt momenteel in het kader vande herijking van Natura 2000-gebieden een uitvraag aan de zogenaamdevoortouwnemers naar voorstellen voor aanpassingen en wordt albegonnen met het verbeteren van de systematiek van natuurdoelana-lyses. De komende maanden worden gebruikt om de handreikingnatuurdoelanalyses te herijken, met een conceptversie rond de zomer,zodat in toekomstige analyses alle drukfactoren in alle Natura2000-gebieden worden meegenomen. Bij de natuurdoelanalyses willenwe alleen kijken naar daadwerkelijke staat van de natuur en de aange-toonde ontwikkeling van soorten en habitats.Samen met voortouwnemers wordt bovendien bekeken hoe de versterktekoppeling tussen natuurdoelanalyses en beheerplannen vorm krijgt.Gecombineerd met een al aangekondigde verbetering van onze natuur-monitoring, waarvoor structureel 12,5 miljoen euro per jaar wordtvrijgemaakt vanaf 2026, realiseren we daarmee niet alleen dat de juisteinformatie inzichtelijk wordt, maar ook dat die doorwerkt in het gevraagdebeheer van natuurgebieden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3625 Natuurmaatregelen als essentieel onderdeel van het pakket(spoor 2)Om vergunningverlening mogelijk te maken, is natuurherstel op veelplekken noodzakelijk. Als onderdeel van spoor 2 werkt het kabinet aan eengeborgd pakket van oplossingen voor natuurherstel. De verbredenatuurdoelanalyses aan de hand van de nieuwe handreiking brengen perNatura 2000-gebied in beeld hoe aanvullende maatregelen de natuureffectief verbeteren en kunnen bijgedragen aan het additionaliteitsver-eiste.Concrete acties op korte termijnHet kabinet maakt tussen 2026 en 2030 100 miljoen euro extra vrij voornatuurherstel en het voorkomen van verdere verslechtering. Dezemiddelen komen bovenop het bestaande Programma Natuur. Demiddelen worden ingezet op stikstofbelaste Natura 2000-gebieden. Hetkabinet gaat met de provincies het gesprek aan over de herprioriteringvan bestaande middelen, bijvoorbeeld voor koploperprojecten en demiddelen uit het Programma Natuur. In het bijzonder wordt gewerkt aanresultaatgerichter sturen in het beheer van terreinbeherende organisaties,bijvoorbeeld door kritische prestatie-indicatoren. Door een brede aanpakgericht op alle drukfactoren wordt het natuurherstel versneld.Maatregelen gericht op geborgde emissiereductie (spoor 2)Alle sectoren leveren een evenwichtige bijdrage. De opgave kan en magniet onevenredig bij één specifieke sector belegd worden. Bij de samen-stelling van het pakket hanteert het kabinet de volgende uitgangspunten:1.Voor alle sectoren wordt gestuurd op stikstofemissiereductie met eenemissiegedreven aanpak, waarbij zoveel mogelijk uitgegaan zalworden van daadwerkelijke metingen.2.Specifiek voor industrie, landbouw en mobiliteit (inclusief bouw)wordt gestuurd op een reductie van respectievelijk 50%, 42–46% en50% in 2035 ten opzichte van 2019, rekening houdend met bestaandebeleidsmaatregelen en haalbaarheid. De reductie per sector diezonder extra inspanning al wordt bereikt, verschilt immers.3.Het budgettair kader voor landbouw wordt gevormd door de hiervoorbeschikbare HLA-middelen, aangevuld met de 600 miljoen euro die isvrijgemaakt voor de Veluwe en de Peel bij de voorjaarsnota. Wanneerover aanvullende maatregelen voor industrie, mobiliteit en landbouwwordt besloten, dan zal ook in aanvullende budgettaire dekkingmoeten worden voorzien.4.De uitvoering en resultaten van het maatregelenprogramma wordengeborgd met duidelijke afspraken tussen overheden en relevantepartijen, inclusief besluitvorming over financiële dekking.Industrie (50% reductiedoel)Voor aanvullende maatregelen denkt het kabinet er aan om de AanpakPiekbelasting Industrie verder te intensiveren en aan het inzetten op deverdere verduurzaming van afvalverbrandingsinstallaties. Ook onderzoekthet kabinet op welke wijze een gerichte aanpak kan helpen om emissiesvan industriële bedrijven dichtbij bepaalde stikstofgevoelige Natura2000-gebieden, en rondom de Veluwe in het bijzonder, te reduceren.Concrete acties op korte termijnOp basis van diverse nationale en Europese wet- en regelgeving, lopendklimaatbeleid, schone-luchtakkoord (SLA) en het bestaande ProgrammaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3626 Stikstof en Natuurverbetering (PSN) stuurt het kabinet op dit moment alop een sterke reductie van stikstofoxiden (NOx) in de industrie. Daarnaastwordt al ingezet op de Aanpak Piekbelasting Industrie, gericht opammoniakreductie (NH3). De eerste resultaten laten zien dat deze aanpaknaar verwachting 0,3 kiloton ammoniakreductie oplevert op in debasisindustrie. Welke maatregelen gericht op de industrie aanvullendkunnen worden genomen, werkt het kabinet de komende periode verderuit.Landbouw (42–46% reductiedoel)De inspanningen die worden gevraagd van de landbouwsector, in het lichtvan het reductiedoel, zijn stevig. Deze hebben sociaal-maatschappelijkeimpact. Het kabinet heeft hier in haar besluitvorming nadrukkelijkrekenschap van gegeven. Er wordt ingezet op een pakket van generiekemaatregelen gericht op doelsturing en natuurlijk verloop, aangevuld metlokale maatregelen.Doelsturing geeft boeren ruimte om via eigen keuzes stikstofreductie terealiseren. Dit gebeurt via afrekenbare, bedrijfsspecifieke normen voor2035, die technisch en economisch haalbaar zijn. Boeren kunnen zelfbepalen welke maatregelen zij inzetten, zoals management- of stalmaatre-gelen. Het kabinet overweegt ondersteunende maatregelen te nemen,onder andere gericht op innovatie. Daarbij is randvoorwaardelijk dat ereen juridisch en technisch houdbare doelsturingssystematiek is, waardoorondernemers kunnen aantonen dat ze aan de norm kunnen voldoen. Bijde verdere ontwikkeling van doelsturing wordt waar mogelijk aangeslotenbij bestaande stelsels, om stapeling van verplichtingen en extra stelsels tevoorkomen.In aanvulling op de acties op korte termijn overweegt het kabinetvrijwillige opkoopregelingen waarbij productierechten worden doorge-haald. Ook sectoren zonder productierechten kunnen in toekomstigeopkoopregelingen worden meegenomen. De aanpak blijft vrijwillig – erkomt geen gedwongen uitkoop of onteigening.Concrete acties op korte termijnConform de motie Van Campen c.s.3 en de motie Grinwis c.s.4 werkt hetkabinet aan een tijdelijke, vrijwillige extensiveringsregeling voor demelkveehouderij waarbij de permanente emissiereductie zal wordengeborgd. Deze regeling moet bijdragen aan het verlichten van demestmarkt en het behalen van klimaat- en ammoniakdoelen (0,5 MtonCO2-equivalenten en 0,6 kton ammoniak). Hiervoor is € 627 miljoenbeschikbaar (2025–2029). De zuivelindustrie en banken verkennendaarnaast een substantiële private bijdrage. Het kabinet verwacht spoedigeen concreet en geborgd plan van de sector.Het kabinet maakt een vrijwillige beëindigingsregeling mogelijk voorveehouders die willen stoppen, bijvoorbeeld vanwege gebrek aanbedrijfsopvolging. Deze regeling richt zich op gebieden met de meesturgente stikstofproblematiek en draagt bij aan het verminderen vanstikstof op kwetsbare Natura 2000-gebieden. Daarnaast ondersteunt deregeling ook andere doelen, zoals het verkleinen van het mestoverschot,de klimaatopgave en natuur- en milieudoelen. Hiervoor is op korte termijn€ 750 miljoen voorzien (2026–2028).3Kamerstuk 33 037, nr. 574.4Kamerstuk 33 037, nr. 591.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3627 Voor de verdere ontwikkeling van doelsturing, inclusief normen,data-infrastructuur, toezicht en handhaving, is € 200 miljoen beschikbaar(2026–2030). Met dit budget wordt toegewerkt naar een stoffenbalans opbedrijfsniveau, en wordt geïnvesteerd in sensoren en meetsystemen.Boeren worden ondersteund met benchmarkgegevens en kennis overreductiemaatregelen. Voor waterkwaliteit wordt gewerkt aan eendoelgerichte aanpak met de sector, gebaseerd op indicatoren zoalsstikstofmetingen (Kamerstuk 33 037, nr. 597).Voor dit startpakket wordt in totaal € 1,6 miljard beschikbaar gesteld uitde gereserveerde middelen uit het hoofdlijnenakkoord. De middelenworden op korte termijn aan de LVVN-begroting toegevoegd.Mobiliteit en bouw (50% reductiedoel)Het kabinet onderzoekt (extra) subsidiemogelijkheden voor emissiere-ductie en het vlot trekken van grote bouwprojecten. Daarbij wordtgekeken naar verduurzaming van de binnenvaart, het spoorgoederen-vervoer in de Rotterdamse haven en het wegverkeer. Dat laatste kanonder meer via herziening van de autobelastingen en een sloop- envervangingsregeling voor bepaalde auto’s met een verbrandingsmotor.Voor gebieden rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden wordtgekeken naar aanvullende maatregelen, zoals gebiedsgerichte trajectcon-troles. Dit alles in de wetenschap dat volgens de meest recente ramingenvan het PBL het 50%-reductiedoel door reeds ingezet beleid in 2037 wordtbereikt.Concrete acties op korte termijnDe NOx-emissies in de mobiliteitssector dalen al, mede dankzij strengereEuropese emissienormen voor voertuigen, schepen en mobielewerktuigen. Nationaal wordt dit versterkt met beleid dat de overstap naarelektrisch vervoer stimuleert, ondersteund door financiële regelingen enpassende laadinfrastructuur. In de bouwsector worden stappen gezet viamilieueisen bij aanbestedingen. De komende periode werkt het kabinetverder uit welke maatregelen voor mobiliteit en bouw onderdeel kunnenworden van nadere besluitvorming.Regionale maatwerkaanpakNaast generiek beleid kiest het kabinet voor een regionale aanpak. Inzetop de juiste plekken is namelijk belangrijk om vergunningverlening weerop gang te brengen en additionaliteit aan te kunnen tonen. Het kabinetkiest ervoor om te starten met deze aanpak op de Veluwe en in de Peel.Hierbij wordt gedacht aan het instellen van een strook van 250 meter rondoverbelaste hexagonen, met maatwerk per gebied. De opgave voor dezestroken geldt alleen voor (delen van) percelen of gebouwen binnen diestroken. De precieze invulling wordt de komende tijd zorgvuldig samenmet provincies uitgewerkt, inclusief de reductieopgave. Hierbij wordt ookde hydrologie betrokken. Juridische borging via de Omgevingswet ishierbij essentieel om sturing (naar analogie van het instrumentarium uitde Wilg5) en maatwerk te combineren. Dit najaar volgen hiervoor deinstructieregels.Binnen de stroken is er ruimte voor maatwerk. Denk aan de versneldeinvoering van emissiearme technieken, gebiedsspecifieke normen en5Wet op de inrichting van het landelijk gebiedTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3628 maatregelen uit het «trappetje van Remkes»6. Voor deze aanpak zijn reedseerste middelen beschikbaar gesteld, waaronder € 600 miljoen via deVoorjaarsnota. Dit bedrag om te starten met de aanpak voor de de Veluween de Peel sluit aan bij de motie Van Campen en Holman7, die pleit voorspecifieke aandacht voor deze gebieden. De plannen worden meege-nomen in de augustusbesluitvorming.In het hoofdlijnenakkoord is structureel € 500 miljoen gereserveerd vooragrarisch natuurbeheer waarvan nu tot en met 2035 circa € 2 miljardwordt vrijgemaakt. De prioriteit ligt bij gebieden met de grootste opgave.Borging van maatregelenOm natuurherstel te waarborgen en vergunningverlening mogelijk temaken, moeten maatregelen effectief zijn en goed worden gecontroleerd.Daarom worden, waar dat passend is, maatregelen in wet- en regelgevingvastgelegd en wordt er toezicht en handhaving ingericht. Het kabinet legtdoelstellingen voor emissiereductie tot 2035 vast en richt een tweejaar-lijkse monitoring in (vanaf 2027) om de voortgang van de realisatie vandeze emissiereductie ten opzichte van de doelen voor 2035 vast te stellen.Dit systeem zorgt voor inzicht in de voortgang en kan betekenen dat eraanvullende maatregelen worden getroffen. In het nieuwe wettelijk kaderdat het kabinet uitwerkt ten behoeve van het stikstofbeleid zullen daarvoorook de benodigde wettelijke bevoegdheden worden opgenomen. Dit zalhand-in-hand met de uitwerking van andere maatregelen verder wordengeconcretiseerd. Deze systematiek bouwt verder voort op diverseborgings- en bijsturingsinstrumenten die reeds bestaan, in zowel deagrarische sector als industrie en mobiliteit. Het kabinet hecht daarbijwaarde aan voorspelbaarheid en betrouwbaarheid. Daarom worden dedoelsturingsdoelen als onderdeel voor het reductiedoel in 2035 niettussentijds aangepast. De aanpak wordt zo ingericht dat een significantdeel van de te bereiken emissiereductie in de eerste vijf jaren (tot 2030)wordt gerealiseerd.De Landsadvocaat heeft op verzoek van de Ministeriële Commissie adviesuitgebracht. Het advies is als bijlage bijgevoegd. Het advies gaat deels uitvan het bestaande juridische kader. De Landsadvocaat ziet – kort gezegd –het maatregelenpakket van spoor 2 als een stap in de goede richting. Hijwijst er wel op dat voor de vraag of het pakket voldoende is om detoestemmingverlening weer los te trekken, van belang is dat er eengebiedsgerichte doorrekening plaatsvindt van het pakket voor deindividuele Natura 2000-gebieden. Daaruit kan blijken dat voor veelgebieden nog aanvullende gebiedsgerichte maatregelen nodig zijn en datook een emissiereductie op kortere termijn dan in 2035 noodzakelijk is.Verder wijst de Landsadvocaat op het belang van een goede borging vande maatregelen. Dat zou kunnen door het maatregelenpakket vast teleggen in een duidelijk omlijnd programma dat voorziet in tussendoelenmet voldoende monitoring, waarbij is voorzien in bijsturing met maatre-gelen indien dat nodig blijkt, aldus de Landsadvocaat. Zonder dezetussentijdse monitoring en bijsturing moet er rekening mee wordengehouden dat het maatregelenpakket onvoldoende is geborgd. Ook definanciering van de maatregelen moet verzekerd zijn. Tot slot wijst deLandsadvocaat erop dat de acties in spoor 1 de opgave van spoor 2 nietverkleinen. Voor een systeemwijziging waarbij activiteiten wordenuitgezonderd van de vergunningplicht is een dragende onderbouwing6Kamerstuk 30 252, nr. 34; Kamerbrief Rapport Remkes «Wat wel kan – Uit de impasse en eenaanzet voor perspectief»7Kamerstuk 35 334, nr. 341Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 3629 noodzakelijk met een aanvullend pakket van maatregelen om de effectenvan de uitgezonderde activiteiten voor de individuele gebieden teondervangen. Het advies van de Landsadvocaat zal worden betrokken bijde verdere uitwerking van de sporen.Impact van de uitspraken (spoor 3)Binnen spoor 3 is reeds een analyse gemaakt van de impact van deuitspraken van de Raad van State over intern salderen. Daarnaast is er eenvragenloket voor ondernemers en medeoverheden opgezet. De uitwerkingvan de gevolgen voor de activiteiten uit 2020–2025 die nu vergunning-plichtig zijn geworden, hangt nauw samen met de maatregelen die inspoor 2 worden getroffen en de verdere ontwikkelingen in spoor 1. Met devervolgstappen zal spoor 3 zodoende in samenhang met de anderesporen verdere invulling krijgen.Internationale inzet (spoor 4)Het kabinet blijft onverminderd inzet plegen binnen Europa om ervoor tezorgen dat de regeldruk afneemt en knellende regelgeving wordtweggenomen. Daarnaast wordt de samenwerking met buurlandenopgezocht met betrekking tot stikstofdepositiereductie, omdat het kabinetziet dat ook in andere landen de benodigde depositiewaarden nietbehaald worden.In de gesprekken met Brussel onderzoekt het kabinet onder andere of ervoorgenomen maatregelen zijn die kunnen vastlopen op EU-regelgevingof goedkeuring van de Europese Commissie behoeven. Verder kijkt hetkabinet, voor de lange termijn, naar mogelijkheden voor aanpassing vanEU wet- en regelgeving en het herijken van de Natura 2000-gebieden, hierwordt ook het belang van Defensie meegenomen. Het kabinet stelthiervoor een gezant aan. Er is een brede start gemaakt met hetdoorlichten van bestaand en nieuw beleid om te verzekeren dat er niet«meer» wordt gedaan dan wat er minimaal wordt gevraagd vanuit dezerichtlijnen. Bij de tot dusver gevoerde gesprekken toont de Commissiezich bereid om met Nederland de dialoog aan te gaan, binnen hetjuridische kader en met oog voor een gelijk speelveld, maar benadruktook dat het van belang is dat Nederland stappen zet om te komen tot eenoplossing van de opgave ten aanzien van de staat van de natuur.Daarnaast zijn er grensoverschrijdende projecten voor natuurherstel enemissiereductie, en wordt de samenwerking met Duitse deelstaten enVlaanderen versterkt. Op 1 april werd een Memorandum of Under-standing met Vlaanderen ondertekend met de inzet om emissies verder tereduceren.VervolgHet kabinet werkt de komende maanden robuuste aanvullende maatre-gelen en de vergunningensystematiek verder uit. Ook wordt besloten overde omvang van de maatregelen en de bijbehorende financiering. Alleenmet voldoende middelen kunnen ondernemers en agrariërs de nodigestappen zetten. De komende maanden gebruikt het kabinet voor eenzorgvuldige voorbereiding van nadere besluitvorming. Bij deze vervolg-stappen zal het kabinet het consortium van kennisinstellingen (PBL, RIVM,Deltares en WUR) verzoeken om een analyse en appreciatie van deaanpak te maken, zodat deze betrokken kan worden bij de besluitvorming.Daarbij wordt niet alleen een analyse gevraagd op de effecten van dereductie- en natuurmaatregelen, maar ook een inschatting van demaatschappelijke en sociaaleconomische implicaties. Het kabinet brengtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 36210 de benodigde wijzigingen in wet- en regelgeving voortvarend inprocedure. Daarnaast is er aandacht voor het inrichten van voldoendeuitvoeringskracht, mogelijk via nieuwe publiek-private samenwerkings-vormen.De afgelopen periode kon het kabinet ook rekenen op de betrokkenheid eninzet van buiten het Rijk. In gesprekken met de andere overheden,maatschappelijke partijen, wetenschappers en praktijkdeskundigen zijnwaardevolle visies en voorstellen voor een effectieve aanpak opgebracht.Conform de motie Koekkoek8 is inzichtelijk gemaakt met welke partijenhet kabinet hierover in de afgelopen periode gesproken heeft9. Daarnaastheeft het kabinet van veel organisaties schriftelijke adviezen ontvangen,zoals de voorstellen van Regio Foodvalley, Transitiecoalitie Voedsel, LTO,Agractie, NAJK, en het Versnellingsplan van VNO-NCW, BouwendNederland, Natuurmonumenten en Natuur & Milieu. Meerdere voorstellenvan deze partijen zijn meegenomen in de ingezette kabinetsaanpak enbieden nog aanknopingspunten voor de verdere uitwerking de komendemaanden. Het kabinet is dankbaar voor de constructieve overleggen enadviezen en benut deze voor het maken van diverse keuzes en voor dediverse maatregelen die het nu al zal nemen, waarmee ook invullingwordt gegeven aan de motie Paternotte c.s.10. Ook bij de verdereuitwerking van de aanpak blijft het kabinet graag in gesprek met deverschillende partijen en medeoverheden. Hun inbreng, kennis en kundeis cruciaal voor het laten slagen van de aanpak.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,F.M. Wiersma8Kamerstuk 35 334, nr. 344.9Het overzicht van alle overleggen waarin het kabinet met partijen gesproken heeft is te vindenop onslevendlandschap.nl.10Kamerstuk 33 576, nr. 411.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 35 334, nr. 36211
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.