KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over het rapport ‘Meerkosten van het leven met een beperking’ (bijlage bij Kamerstuk 36410-XVI-160)

22 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cf469f584fef8b0e · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 170GehandicaptenbeleidNr. 328 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 oktober 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de bijlage bij brief van 19 juni2024 over het rapport «Meerkosten van het leven met een beperking»(bijlage bij Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 160).De vragen en opmerkingen zijn op 4 september 2024 aan de Staatssecre-taris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van22 oktober 2024 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,Esmeijer kst-24170-328ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3281 Inhoudsopgaveblz.I.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2•Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2•Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3•Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5•Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie5•Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7•Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8•Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie8•Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie9•Vragen en opmerkingen van de leden van deChristenUnie-fractie10II.Reactie van de Staatssecretaris10 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieHet Nibud rapport «meerkosten van het leven met een beperking» geeftinzicht in de sociaaleconomische status van mensen met een beperking.In het onderzoek kwam tijdens groepsgesprekken naar voren dat het nietin alle gevallen mogelijk was om de juiste indicatie te krijgen voor eenbepaalde vorm van zorg vanuit de Wmo of Wlz of ondersteuning,waardoor mensen de kosten soms zelf dragen. Hoe kan dit? Kan deStaatssecretaris enkele voorbeelden geven? De complexiteit van hethuidige stelsel vormt voor veel mensen een belemmering, de ondersteu-nende maatregelen en het systeem van vergoedingen zijn versnipperd.Wat gaat de Staatssecretaris aan deze versnippering doen? Vanuit het veldhoren de leden van de PVV-fractie ook dat er telkens weer nieuweindicatiestellingen plaats moeten vinden, ook bij mensen met eenblijvende handicap en bewezen onveranderde situatie. Het is schrijnend tehoren dat iemand met een volledige dwarslaesie telkens weer moetaantonen dat zij niet kan lopen. Kan de Staatssecretaris zich voorstellenwat dit met de mentale gesteldheid van iemand doet? Naast het feit datdit mensonterend is gaat dit wat de leden van de PVV-fractie betreft allerealiteitszin te boven, om over de extra kosten nog te zwijgen die gepaardgaan met al die indicatiestellingen. Wat gaat de Staatssecretaris voor dezemensen betekenen? Is de Staatssecretaris bereid dit probleem meturgentie aan te pakken?Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom een hulphond wel vergoedwordt bij mensen met een visuele beperking en niet bij mensen metPTSS?Het verbaast de leden van de PVV-fractie dat er nog steeds zoveel verschilper gemeente bestaat in de bijkomende vervoerskosten, zou dit nietoveral gelijk moeten zijn? Het is bizar dat het aanleggen van een gehandi-captenparkeerplaats in de ene gemeente gratis is terwijl de kosten in eenandere gemeente oplopen tot ruim 600 euro. Hetzelfde geldt voor demedische keuring. Hoe staat de Staatssecretaris tegenover een landelijkbeleid ten aanzien van deze kosten?Ten slotte moet gezegd worden dat er in het onderzoek vaak benoemdwordt dat veel kosten erg specifiek zijn en hierdoor vaak moeilijk zijn in teschatten. Er wordt meer dan eens een aanname gedaan, het Nibud geeftaan dat aanvullend onderzoek nodig is om een uitputtend beeld teschetsen van meerkosten in alle voorkomende situaties. Wat heeft ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3282 huidige onderzoek gekost? Wat zou een dergelijk vervolgonderzoekkosten?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben het rapport «Meerkostenvan het leven met een beperking» met interesse gelezen. Al jaren kaartende leden de ongelijkheid aan die mensen met een beperking ervaren in deextra kosten die zij moeten maken. Het is dan ook goed dat het Nibuddeze kosten nu in beeld heeft gebracht. De leden hebben hier nog welenkele vragen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de inleiding wordtgerefereerd aan het VN-verdrag Handicap, dat in 2016 door Nederland isgeratificeerd. Dit verdrag is erop gericht dat mensen met een beperkingop gelijke voet kunnen meedoen aan de samenleving. Uit de conclusievan het Nibud rapport blijkt dat veel mensen met een beperking te makenhebben met meerkosten en dit kan leiden tot financiële problemen oftekorten, die op hun beurt gelijkwaardige participatie belemmeren. Is deStaatssecretaris het met de leden eens dat dit rapport laat zien, dat demeerkosten die mensen met een beperking moeten betalen, rechtstreekstegen het VN-verdrag Handicap ingaat? Een ander belangrijk uitgangspuntvan het VN-verdrag Handicap is dat het mensen mogelijk wordt gemaaktom de eigen financiële situatie te verbeteren. Er moet een mogelijkheidzijn om de leefomstandigheden te verbeteren. Toch concludeert het Nibudin het rapport dat mensen met een beperking minder mogelijkhedenhebben om hun situatie te verbeteren. Opnieuw een conclusie die laatzien dat het beleid rondom structurele meerkosten tegen het VN-verdragingaat.De leden begrijpen dat de regering in het vierde kwartaal van 2024 meteen beleidsreactie op het rapport zal komen. Kan de regering in dezebeleidsreactie de conclusies van het Nibud rapport naast het VN-verdragHandicap leggen en per punt concluderen of het in lijn is met het Verdragof dat het hier tegenin gaat? Kan de regering in de beleidsreactie ookmeenemen wat zij concreet gaat doen om het beleid rondom meerkostenin lijn te brengen met het VN-verdrag Handicap, waar Nederland zichimmers heeft aan gecommitteerd? Kortom, wat gaat de regering doenmet de duidelijke conclusies uit dit rapport? Op welke manier gaat deregering de geconstateerde ongelijkheid aanpakken?En hoe passen de plannen om in 2026 voor ondersteuning vanuit deWMO een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren bij deconclusies van dit rapport? Zal dit de structurele meerkosten voor mensenmet een beperking niet verder verhogen? Is voldoende in beeld wat dezemaatregel gaat betekenen voor mensen met een beperking? Graag eenreflectie van de regering op hoe zij deze plannen ziet in het licht van ditrapport en het VN-verdrag Handicap. De regering heeft daarnaast in hetHoofdlijnenakkoord verschillende maatregelen opgenomen op diversedomeinen die mensen met een beperking zullen raken. Kan de Staatsse-cretaris reflecteren wat de plannen van het nieuwe kabinet gaanbetekenen voor mensen met een beperking? Zeker als ze inmiddelsuitgewerkt zijn in een regeerakkoord.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen op verschillende plekkenin het rapport aanbevelingen voor nader onderzoek, bijvoorbeeld rondomvervoerskosten en de verschillen tussen gemeenten. Is de regering vanplan om de aanbevelingen voor nieuw onderzoek die het Nibud doet op tepakken? Hoe wil de regering structureel inzicht krijgen in het aantalmensen met een beperking dat te maken heeft met meerkosten en deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3283 ontwikkeling van de stapeling van meerkosten bij hen? De leden zijn ookbenieuwd of de regering van plan is onderzoek te doen naar de eigenbetalingen van mensen die een Wlz-indicatie met verblijf hebben? Weetde regering of het zak- en kleedgeld wat deze mensen krijgen toereikend isen passend bij de levensfase waar deze mensen in zitten?En hoe kijkt de regering tegen de soms enorme verschillen per gemeenteals het gaat om kosten? Bijvoorbeeld voor een medische keuring of eengehandicaptenparkeerkaart? Is het niet gek dat deze bedragen enormkunnen verschillen? Net als de tegemoetkomingen die sommigegemeenten wel geven (voor bijvoorbeeld zorgkosten) en anderen weerniet? De Commissie Sociaal Minimum adviseert om de voorwaarden voorlokale regelingen te harmoniseren. Heeft de regering plannen om deverschillen in vergoedingen te harmoniseren?De leden missen in het rapport dat zaken als een eigen bijdrage en andereregelingen ook van invloed zijn op de vrijheid om levenskeuzes te makenzoals trouwen en kinderen krijgen. Is er een reden waarom dat niet ismeegenomen in het rapport? Erkent de regering dat mensen met eenbeperking ook bij dit soort keuzes extra na moeten denken over definanciële gevolgen, vanwege bijvoorbeeld (gezins)inkomens en vermo-gensafhankelijke eigen bijdragen? De leden waren ook benieuwd waaromde doelgroep met waarschijnlijk de hoogste meerkosten, namelijk tweepersonen met een handicap die samenleven, niet is meegenomen als éénvan de voorbeeldsituaties in dit onderzoek?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het rapport dat op blz. 7verwezen wordt naar een rapport van VWS uit 2023 dat stelt dat hetgemiddelde bedrag dat personen die meerdere vormen van eigenbijdragen betalen is gedaald. Kan de Staatssecretaris hier meer overuitleggen? Op welke manier is het gedaald en wat is hier de oorzaak van?Kan dat rapport ook gedeeld worden met de Kamer?Is het zo dat er geen anticumulatie plaatsvindt tussen eigen bijdragen uitde Wlz en eigen betalingen uit de Zvw? De leden lezen in het rapport dathet niet altijd lukt om de juiste indicatie te krijgen, waardoor mensensoms bepaalde kosten zelf moeten betalen. Voor persoonlijke verzorgingen verpleging vanuit de Zvw (wijkverpleging) hoeft bijvoorbeeld geeneigen bijdrage te worden betaald, maar dezelfde verzorging en verpleginguit de Wlz heeft wel een eigen bijdrage die hoog kan oplopen. Kan deStaatssecretaris die verschillen uitleggen en vindt de regering dit eerlijk?Zeker in het licht dat niet altijd de juiste indicatie wordt gegeven?Kan de regering ook toelichten hoe het staat met de uitvoering van deaangenomen motie Westerveld c.s.1 over onderzoeken of de stapeling vaneigen bijdragen kan worden teruggebracht door mensen met eenbeperking maximaal uit één wet een eigen bijdrage te laten betalen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat wordt geconcludeerddat er voor bepaalde kosten tegemoetkomingen zijn, maar dat die via veelverschillende regelingen gaan. Als voorbeeld wordt vervoer genoemd,waarbij er regelingen zijn vanuit de gemeente, het UWV en de Belasting-dienst. Ook zijn er verschillende regelingen voor verschillende soortenvervoerskosten. Er wordt gewaarschuwd dat er een risico is dat mensenvanwege deze versnippering niet goed op de hoogte zijn van de mogelijk-heden. Ziet de Staatssecretaris dit risico ook? Hoe kan deze versnipperingtegen worden gegaan en op welke manier kunnen mensen beter op dehoogte worden gebracht van welke mogelijkheden voor tegemoetkominger zijn? Is er ook hulp voor mensen om uit te vinden welke regeling bijhun past?1Kamerstuk 24 170, nr. 312Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3284 Ziet de Staatssecretaris ook dat deze versnippering aan regelingen voorenorme administratieve lasten zorgt voor mensen? Op welke manier kandat verminderd worden?Is de regering bekend met het zorgkostenonderzoek2 dat Ieder(in) heeftuitgevoerd? Wat is de reactie van de Staatssecretaris op de conclusies uitdit onderzoek? Is de Staatssecretaris het met de leden van de fractie vanGroenLinks-PvdA eens dat zowel het Nibud onderzoek als het onderzoekvan Ieder(in) hetzelfde beeld laten zien, namelijk dat mensen met eenbeperking meer moeite moeten doen om rond te komen, hoge zorg- enmeerkosten hebben en hun bestaanszekerheid onder druk staat? Zo ja,wat gaat de Staatssecretaris doen om dit aan te pakken?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het NIBUDrapport Meerkosten van het leven met een beperking. De leden dankenhet NIBUD voor de uitgebreide rapportage.Omdat de beleidsreactie van het kabinet nog ontbreekt beperken de ledenzich tot de vraag in hoeverre de beschreven conclusie «Voor mensen metmeerkosten door een beperking is het risico op tekorten groter» ook totgevolg heeft dat het risico op schulden toe neemt. Zijn er aanvullendecijfers bekend waaruit blijkt dat mensen met meerkosten door eenbeperking verhoudingsgewijs hier vaker mee te maken krijgen danmensen zonder beperking?De leden van de VVD-fractie wachten met belangstelling de beleidsreactievan het kabinet af waarbij we nadrukkelijk benieuwd zijn naar de visie opde het stelsel van tegemoetkomingen en compensatiemaatregelen en demate waarin dat al of niet toereikend is.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet rapport «Meerkosten van het leven met een handicap» van het NIBUD.Wij vinden het goed dat de meerkosten in kaart zijn gebracht. Het rapportlaat de enorme complexiteit zien van alle regelingen waar mensen meteen beperking mee te maken kunnen krijgen. Het geeft een duidelijk beelddat mensen met een beperking ook daadwerkelijk meerkosten hebben.Wij hebben hier nog verschillende vragen over.Zij lezen dat het NIBUD rapport uitgaat van de aannames dat huishoudenszeer goed met geld om kunnen gaan en alle inkomensondersteuning waarze recht op hebben aanvragen. Tegelijkertijd geeft het NIBUD ook aan datuit gesprekken blijkt dat mensen niet alles weten te vinden en debelastingaftrek voor specifieke zorgkosten ingewikkeld is. Hoe realistischacht de Staatssecretaris het dat mensen met een beperking van allemogelijke inkomensondersteuning gebruik maken? Wie of welkeorganisatie zou een rol kunnen spelen in het helpen met aanvragen vande verschillende regelingen? Kan er niet één loket komen waar mensenterecht kunnen?De leden van de NSC-fractie lezen in het NIBUD rapport dat mensen meteen beperking veel tijd kwijt zijn aan het regelen van allerlei onder-steuning en hoge administratieve lasten kunnen ervaren. Ziet deStaatssecretaris mogelijkheden dit te vereenvoudigen en te verbeteren? Is2Zorgkosten rijzen de pan uit voor chronisch zieken en mensen met een beperking - IederinTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3285 in de gesprekken ook naar voren gekomen hoeveel tijd mensen kwijt zijnom alles te regelen en waar de knelpunten zitten volgens de deelnemers?Zij lezen dat het NIBUD constateert dat mensen met een beperking nietdezelfde financiële ruimte hebben als mensen zonder beperking methetzelfde inkomen. Is de Staatssecretaris bereid om deze ongelijkheid aante pakken en welke concrete plannen heeft zij daartoe? Het NIBUDconstateert verder dat een beperking ook gevolgen kan hebben voor hetinkomen dat iemand in staat is te verwerven, waardoor mensen met eenbeperking minder mogelijkheden om hun situatie te verbeteren. Is deStaatssecretaris het met ons eens dat dit in strijd is met het VN verdraghandicap en wat er beoogd wordt in de Nationale strategie? Is het kabinetbereid om nader onderzoek te doen naar de oorzaken en mogelijkeoplossingen om die ongelijkheid op te heffen?De leden van de NSC- fractie lezen dat het NIBUD rapport niet is toege-spitst op mensen met een psychische aandoening of kwetsbaarheid.Echter ook bij de groep mensen met een psychische aandoening ofkwetsbaarheid kunnen de meerkosten in de praktijk flink kunnen oplopen.Kan de Staatssecretaris aangeven hoe zij aankijkt tegen de bestaansze-kerheid, meerkosten en inkomensmogelijkheden voor mensen met een(ernstige) psychische aandoening of kwetsbaarheid?Zij constateren dat het Nibud onderzoek niet ingaat op mensen die in eeninstelling wonen. Mensen die in een instelling wonen betalen vaak eenhoge eigen bijdrage, waarbij de regels ervan uitgaan dat iemand alleenmaar zak- en kleedgeld nodig heeft. Vanuit de praktijk horen wij echter datmensen die in een instelling wonen hieraan tekort komen. Bijvoorbeelddoordat iemand in een woonzorgcentrum zelf moet betalen voor hetgebruik van de wasmachine, wifi-abonnement, telefoonabonnement,vervoer, sport, zelfzorgmiddelen zoals maandverband, shampoo, deo,maar ook cadeautjes, hobbyspullen, extra eigen eten (tussendoortjes,fruit), enz. Is de Staatssecretaris bereid om te laten onderzoeken of hetzak- en kleedgeld van mensen die een Wlz-indicatie met verblijf hebbentoereikend is en tevens passend bij de levensfase?De leden van de NSC-fractie zien dat er in het NIBUD rapport vrijwel geenaandacht is voor mensen die een ernstige beperking krijgen terwijl ze ineen niet aanpasbare ongeschikte koopwoning wonen. Verhuizen naar eengeschikte koopwoning kan lastig zijn door de inkomenseisen voor eenhypotheek en een overlijdensrisicoverzekering, verhuizen naar eengeschikte huurwoning is in de particuliere sector vaak te duur en in desociale sector moeilijk door de inkomenseisen en de beperkte beschik-baarheid. Kan de Staatssecretaris inzicht geven in deze problematiek enwelke oplossingen er zijn voor deze doelgroep?De leden van de NSC-fractie hebben gelezen dat een client die persoon-lijke verzorging en verpleging krijgt vanuit de Zvw (wijkverpleging) geenbijdrage hoeft te betalen, terwijl een client die dezelfde persoonlijkeverzorging en verpleging krijgt vanuit de Wlz hiervoor wel een eigenbijdrage moet betalen die kan oplopen tot meer dan € 800 per maand.Vindt de Staatssecretaris dit uitlegbaar, mede gezien het VN VerdragHandicap? Wat gaat de Staatssecretaris hier aan doen?Zij begrijpen van mensen met een beperking dat de gezinsinkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrageregeling Wlz extramuraal zebelemmerd en beperkt in de vrijheid om levenskeuzes te maken zoalswerken, samenwonen en trouwen. Kan de Staatssecretaris hieropreflecteren en is zij bereid om voor deze groep de eigen bijdragerege-lingen aan te passen?De leden van de NSC-fractie constateren dat het voornemen om de eigenbijdrage voor de Wmo inkomensafhankelijk te maken, kan leiden tot nogTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3286 hogere meerkosten voor mensen met een beperking die zijn aangewezenop ondersteuning. Is de Staatssecretaris bereid om rekening te houdenmet de mogelijke verdere stapeling van eigen bijdragen om te voorkomendat de bestaanszekerheid van mensen met een beperkingen (nog meer) inde knel komt en hierop waar nodig passende maatregelen te nemen?De leden van de fractie Nieuw Sociaal Contract lezen in het Hoofdlijnenak-koord dat er lastenverlichting komt, ook voor mensen in de knel en hunbestaanszekerheid. Hoe gaat de Staatssecretaris hier invulling aan geven?Zij lezen in een advies van de Raad van Volksgezondheid «Met de stroommee» (2023) dat een maximering zou moeten komen voor eigen betalingvan chronisch zieken. Is de Staatssecretaris voornemens iets met ditadvies te doen? Zo ja, welke stappen gaat de Staatssecretaris hierin zettenen wanneer komt zij met een voorstel? Zo nee, waarom niet?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met veel belangstelling kennisge-nomen van de informatie over de meerkosten van leven met eenbeperking. Zij hebben sterke zorgen over de stapeling van zorgkosten dieveel mensen met een beperking ondervinden, waardoor zij moeilijk rondkunnen komen. Daarom hebben deze leden nog de volgende vragen.De leden van de D66-fractie merken op dat in de voorstellen van hetHoofdlijnenakkoord onder andere het verlagen van het eigen risico en hetafschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten staan,waarbij de tegemoetkoming ongeveer even groot is als de voorgesteldeverlaging van het eigen risico. Waarom is ervoor gekozen om eenmaatregel te nemen die op de langere termijn meer dan 5 miljard kost enniet ten goede komt aan arbeidsongeschikten?De leden van de D66-fractie hebben over de samenloop van deze tweemaatregelen nog enkele specifieke vragen die we graag één voor éénbeantwoord willen hebben. Betreft de groep die de tegemoetkoming voorarbeidsongeschikten ontvangt volgens de schatting van de Staatssecre-taris voornamelijk de chronisch zieken met een lager of een hogerinkomen? En betreft dat volgens deze schatting voornamelijk de mensenmet relatief lage of relatief hoge meerkosten? Klopt het dat ontvangersvan de tegemoetkoming arbeidsongeschikten die het eigen risico hebbenmeeverzekerd via de minimapolis van hun gemeente, er zelfs op achteruitgaan door deze combinatie van maatregelen, nog los van de effecten oppremies en belastingen? Kan de Staatssecretaris reflecteren op degestelde doelen van de verlaging van het eigen risico en in hoeverre dezenaar verwachting gehaald gaan worden indien deze maatregel wordtgenomen in combinatie met het afschaffen van de tegemoetkoming voorarbeidsongeschikten?De leden van de D66-fractie merken op in het onderzoek van Ieder(in) dat28% van de onderzochte chronisch zieken de tegemoetkoming arbeidson-geschiktheid ontvangt. Stroken die cijfers met het beeld van de Staatsse-cretaris? Hoeveel mensen ontvangen deze tegemoetkoming? En hoeveelvolwassenen zijn er met een chronische aandoening, waarvoor ze hetafgelopen jaar in ieder geval één keer contact hebben gehad met dehuisarts? Hoeveel zou het naar schatting kosten om de tegemoetkomingvoor arbeidsongeschikten niet af te schaffen, zoals het kabinet voorstaat,maar uit te breiden naar alle chronisch zieken?De leden van de D66-fractie merken op dat in het hoofdlijnenakkoordmiddelen zijn opgenomen voor groepen in de knel. Vindt de Staatssecre-taris chronisch zieken en mensen met een beperking een groep die in deknel zit, afgaande op de voorliggende cijfers? Op welke manier wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3287 deze middelen specifiek aangewend voor chronisch zieken en mensenmet een beperking? Kan de Staatssecretaris andere voorbeelden gevenvan maatregelen in het Hoofdlijnenakkoord die specifiek gericht zijn ophet verminderen van stapeling van zorgkosten voor chronisch zieken enmensen met een beperking?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de meerkostenvan het leven met een beperking. De leden hebben de volgende vragenaan de Staatssecretaris.De leden lezen dat het onderzoek concludeert dat in sommige gevallenmensen met een beperking en een inkomen boven het minimumnauwelijks beter af zijn dan hetzelfde huishoudtype zonder meerkosten opbijstandsniveau. Dat betekent dat het risico dat mensen met een beperktinkomen en een beperking maandelijks geld tekortkomen als gevolg vanhun meerkosten hoger is dan voor andere huishoudens. Sommigemeerkosten zoals premie en het eigen risico zijn volgens het onderzoekeenvoudig vast te stellen. Wat gaat de Staatssecretaris voor mensen meteen beperking doen om deze meerkosten te verminderen? En welkeregelingen zijn er op dit moment al waar mensen met een beperkingaanspraak op kunnen doen?Daarnaast lezen de leden dat niet alleen huishoudens met een beperkingte maken hebben met meerkosten maar mensen ook te maken hebbenmet minder inkomen. Ook zijn zij door hun beperking (of de beperking vanhun partner of kinderen) niet in staat meer te werken of een baan met eenhoger salaris te verkrijgen. Dit zorgt ervoor dat huishoudens met(kinderen met) een beperking niet alleen minder bestedingsruimte hebbendan mensen zonder beperking, maar ook minder mogelijkheden om hunsituatie te verbeteren. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar en wat wil zijdoen om de situatie voor deze huishoudens te verbeteren?Verder vragen de leden of de Staatssecretaris uitgebreider onderzoek wildoen naar de extra kosten van het leven met een beperking. En zo ja, is deStaatssecretaris bereid om dit onderzoek af te ronden met verschillendeaanbevelingen over hoe het risico van maandelijks financieel tekort alsgevolg van de extra kosten voor mensen met een beperkt inkomen en eenbeperking kan worden verminderd?Tot slot lezen de leden dat veel mensen met een beperking of chronischeziekte naast zorgkosten meerkosten hebben die samenhangen met hunaandoening (zoals extra energiekosten, hogere was- en kledingkosten,aangepaste kleding, vervoerskosten in verband met zorg, etc.). Hoe denktde Staatssecretaris structureel inzicht te verkrijgen in deze overigemeerkosten? En hoe wil de Staatssecretaris structureel inzicht krijgen inhet aantal mensen met een beperking of chronische ziekte dat te makenheeft met meerkosten en de ontwikkeling van de stapeling vanmeerkosten?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het onderzoekvan het Nibud over de meerkosten van het leven met een beperking. Deleden maken graag van de gelegenheid gebruik enkele aanvullendevragen te stellen. Hoe wil de Staatssecretaris structureel inzicht krijgen inhet aantal mensen met een beperking of chronische ziekte dat te makenheeft met meerkosten en de ontwikkeling van de stapeling vanmeerkosten bij hen? Kan de regering hier eens op reflecteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3288 Niet alle uitgaven die aan de beperking zijn gerelateerd worden vergoed,zo blijkt ook uit het rapport van het Nibud. Tegemoetkomingen encompensatiemaatregelen zijn versnipperd. De leden van de CDA-fractievinden het ingewikkeld en het kan leiden tot veel administratieverompslomp. De bewijslast ligt bij de burger met een handicap ofchronische ziekte. Wat vindt de Staatssecretaris hiervan?Erkent de Staatssecretaris de complexiteit van de financiële vergoedingenvoor mensen met een handicap en chronische ziekte? Hoe kijkt deStaatssecretaris aan tegen de verschillen tussen gemeenten als het gaatom die financiële vergoedingen? Wat vindt de Staatssecretaris vangemeenten die geen vergoeding meer geven voor het hebben vanmeerkosten door het hebben van een handicap of een chronische ziekte?Heeft de Staatssecretaris concrete plannen om de verschillen tussengemeenten in vergoedingen voor mensen met een beperking terug tedringen, zo ja welke plannen?Wat kan de Staatssecretaris in de tussentijd doen om regelingen tevereenvoudigen teneinde de toegankelijkheid ervan voor deze doelgroepte verbeteren? Kan de Staatssecretaris aangeven of zij met concretemaatregelen komt om de compensatie van meerkosten voor mensen meteen beperking verbeteren? Heeft de Staatssecretaris het voornemen om inoverleg te gaan met haar collega om de fiscale aftrek specifiekezorgkosten beter te richten op de doelgroep van mensen met eenlevenslange en levensbrede beperking die meerkosten hebben?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het Nibud-rapport«Meerkosten van het leven met een beperking». Zij hebben hierover nogeen aantal vragen aan het kabinet.De leden van de SP-fractie benadrukken dat het Nibud-rapport laat ziendat mensen met een beperking te maken krijgen met forse meerkostenvan vaak duizenden euro’s per jaar, terwijl zij ook nog eens vaak eenkleinere verdiencapaciteit hebben. Is de Staatssecretaris van plan om daarecht iets aan te veranderen? Zo ja, met welke concrete maatregelen komtzij hiervoor en op welke termijn?De leden van de SP-fractie wijzen erop dat de meerkosten voor mensenmet een beperking nog verder dreigen door te stijgen als het abonne-mentstarief in de Wmo weer wordt vervangen door hogere eigenbijdragen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Acht zij dit wenselijk?Hoe verhoudt dit zich tot het standstill-principe van het VN-verdraghandicap?De leden van de SP-fractie vragen de Staatssecretaris daarnaast of zij vanplan is om het aantal bijbetalingen en eigen betalingen die mensenmoeten doen i.v.m. hun beperking te verminderen. Zo ja, welke plannenheeft zij hiervoor, naast het verlagen van het eigen risico?De leden van de SP-fractie vragen tot slot of er plannen zijn om ook deniet-medische kosten die mensen moeten maken als gevolg van hunbeperking meer te compenseren.De leden van de SP-fractie vragen ten slotte in hoeverre mensen met eenbeperking zelf betrokken worden bij de aanpak van deze problemen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 3289 Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie maken graag van de gelegenheidgebruik om enkele vragen te stellen over het rapport «Meerkosten van hetleven met een beperking», uitgevoerd door het Nibud. Deze leden vindenhet zeer waardevol dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden, omdat dit eenrealistisch beeld lijkt te geven van de financiële situatie van mensen meteen beperking. Niet alleen de eventuele extra zorgkosten zijn berekend,maar ook de mogelijke meerkosten op alle andere terreinen van het leven.Is de Staatssecretaris het met deze leden eens dat de berekeningen zoalsin het rapport een realistischer beeld geven van de financiële situatie vanmensen met een beperking dan als alleen naar inkomen via loon ofuitkering en naar zorgkosten wordt gekeken? Op welke manier is zij methet kabinet van plan om in beleidskeuzes op het gebied van bestaansze-kerheid voor mensen met een beperking met de volledige breedte vanmeerkosten rekening te houden?Welke nieuwe inzichten heeft de Staatssecretaris opgedaan uit hetonderzoek, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Is de Staatsse-cretaris bereid om verder onderzoek te doen naar de spreiding en variatietussen gemeenten van de tegemoetkomingen voor de typen meerkostendie de meeste huishoudens hebben zoals vervoer, energie, medicijnen envoedingssupplementen, eigen betalingen voor hulpmiddelen en dezorgverzekering? Welke variatie tussen gemeenten vindt de Staatssecre-taris acceptabel?Uit het rapport komt naar voren dat het gebruik maken van aftrekpostenof tegemoetkomingen voor meerkosten cruciaal kan zijn om nog in hetlevensonderhoud te voorzien. Bekend is dat lang niet iedereen die daarrecht op heeft aanspraak maakt op een dergelijke vergoedingen. Wat gaatde Staatssecretaris met haar collega-bewindspersonen doen om hetgebruik van deze vergoedingen bij mensen met een beperking tebevorderen, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Vindt de Staatssecretaris de verschillende vergoedingen in alle gevallenzoals in het rapport geschetst voldoende in hoogte en soort, zo vragen deleden van de fractie van de ChristenUnie. Ook als mensen op ongeveerhet bijstandsniveau uitkomen? Hoe kijkt de Staatssecretaris in hetbijzonder naar de situatie zoals als eerste omschreven in het rapport,namelijk een alleenstaande met een motorische beperking in de bijstand,die elke maand een tekort heeft van € 62 als rekening wordt gehoudenmet minimale uitgaven. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar in het lichtvan het advies van de commissie sociaal minimum om het sociaalminimum aanzienlijk te verhogen? Welke stappen gaat zij zetten omervoor te zorgen dat de vergoedingen afdoende zijn om goed te kunnenleven in plaats van te «overleven»?De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen aan de Staatssecre-taris of zij in nauwe samenwerking met de Minister en Staatssecretarisvan Sociale Zaken en Werkgelegenheid de beleidsreactie op het rapportkan geven.II Reactie van de bewindspersoon InleidingHierbij bied ik u – mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijnen Sport, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en deStaatssecretaris van Participatie en Integratie – mijn reactie aan op deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32810 vragen die gesteld zijn in het Verslag van het schriftelijk overleg inzake hetonderzoek «meerkosten van het leven met een beperking.»Zoals de toenmalig Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aanuw Kamer heeft gemeld bij de publicatie van het onderzoek, was heteerste streven om in het vierde kwartaal van 2024 met een beleidsreactieop het onderzoek te komen.3 Een zorgvuldige reactie en het raadplegen enbetrekken van verschillende partijen bij die reactie vergt echter de nodigetijd. Bovendien neem ik graag de thema’s die in dit schriftelijk overleg aande orde komen bij deze beleidsreactie ter harte. Zoals u in de beant-woording van uw vragen terugleest, wil ik ook graag in nauwe samen-werking met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en deStaatssecretaris van Participatie en Integratie tot deze beleidsreactiekomen. In het voorjaar van 2025 kan uw Kamer de beleidsreactietegemoet zien.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieHet Nibud rapport «meerkosten van het leven met een beperking» geeftinzicht in de sociaaleconomische status van mensen met een beperking.In het onderzoek kwam tijdens groepsgesprekken naar voren dat het nietin alle gevallen mogelijk was om de juiste indicatie te krijgen voor eenbepaalde vorm van zorg vanuit de Wmo of Wlz of ondersteuning,waardoor mensen de kosten soms zelf dragen. Hoe kan dit? Kan deStaatssecretaris enkele voorbeelden geven?Het Nibud onderzoek richtte zich primair op het in kaart brengen vanmeerkosten en één van de onderzoeksmethodes was groepsgesprekken.Deelnemers hebben in deze gesprekken ook buiten het hoofdonderwerpmeerkosten hun ervaringen gedeeld. Om anonimiteit te waarborgen,hebben de onderzoekers van het Nibud hierover enkel op hoofdlijnengerapporteerd. In deze groepsgesprekken kwam ook het aanvragen enkrijgen van zorg of ondersteuning vanuit de Wmo 2015 of Wlz ter sprake.Er zijn ervaringen besproken waarin deelnemers aangaven dat het lastigwas geweest de juiste indicatie te krijgen en dat dit enige tijd hadgeduurd. Naast persoonlijke factoren kwam als hoofdlijn in dezegesprekken terug dat het tijd kan kosten om in te schatten welke vorm vanondersteuning passend is. Het vergemakkelijken en het verbeteren vanhet tijdig vinden van passende zorg en ondersteuning is een thema datmijn aandacht heeft in de toekomstagenda zorg en ondersteuning voormensen met een beperking. Ook geeft het Juiste Loket informatie aanmensen die vragen hebben over de langdurige zorg. Bijvoorbeeld als zijniet weten waar zij voor zorg of ondersteuning terecht kunnen.De complexiteit van het huidige stelsel vormt voor veel mensen eenbelemmering, de ondersteunende maatregelen en het systeem vanvergoedingen zijn versnipperd. Wat gaat de Staatssecretaris aan dezeversnippering doen?Ik erken dat mensen met een beperking veel tijd kwijt zijn aan het regelenvan allerlei ondersteuning en hoge administratieve lasten ervaren. Ik hebde ambitie om regelingen te vereenvoudigen, maar dit is een complexvraagstuk. Op dit moment werkt het kabinet aan verschillende trajectendie tezamen gericht zijn op verbeteringen.Begin dit jaar heeft het kabinet de Nationale strategie voor implementatievan het VN-verdrag handicap vastgesteld. Binnen de werkagenda vandeze strategie kijk ik ook naar het eenvoudig en transparant regelen van3Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 160.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32811 zorg en ondersteuning. Ik informeer u in het vierde kwartaal van 2024 perbrief nader over de voortgang van de ontwikkeling van de werkagenda.Daarnaast werkt het kabinet aan de verbetering van de fiscale regelingaftrek specifieke zorgkosten. Eén van de doelen van deze verbetering isom de regeling beter te richten op de doelgroep van mensen met eenchronische ziekte of beperking. Hiervoor worden verschillende opties inkaart gebracht. We streven ernaar om uiterlijk in het eerste kwartaal van2025 het eindrapport met alternatieven en aanpassingen van de fiscaleregeling specifieke zorgkosten af te ronden en vervolgens met uw Kamerte delen.Ook werkt het kabinet via het programma Vereenvoudiging inkomenson-dersteuning voor mensen aan de aanpak van knelpunten voor mensen dieveel meerkosten hebben. Begin 2025 zal uw Kamer hierover nadergeïnformeerd worden.Vanuit het veld horen de leden van de PVV-fractie ook dat er telkens weernieuwe indicatiestellingen plaats moeten vinden, ook bij mensen met eenblijvende handicap en bewezen onveranderde situatie. Het is schrijnend tehoren dat iemand met een volledige dwarslaesie telkens weer moetaantonen dat zij niet kan lopen. Kan de Staatssecretaris zich voorstellenwat dit met de mentale gesteldheid van iemand doet? Naast het feit datdit mensonterend is gaat dit wat de leden van de PVV-fractie betreft allerealiteitszin te boven, om over de extra kosten nog te zwijgen die gepaardgaan met al die indicatiestellingen. Wat gaat de Staatssecretaris voor dezemensen betekenen? Is de Staatssecretaris bereid dit probleem meturgentie aan te pakken?Dit signaal herken ik. Daarom ben ik ook blij te zien dat steeds meergemeenten vaker beschikkingen met een lange(re) looptijd afgeven daarwaar dat passend is. Juist omdat het meer rust en zekerheid biedt aanmensen met een langdurige ongewijzigde ondersteuningsbehoefte.Juridisch gezien staat gemeenten niets in de weg om beschikkingen af tegeven met een lange(re) looptijd, en gemeenten kunnen evalueren of degeïndiceerde ondersteuning toereikend is. Dit biedt ook ruimte aaninwoners om aan te geven of en wanneer hun ondersteuningsbehoeftetoeneemt of verandert.We stimuleren en ondersteunen gemeenten op verschillende manierenom een passende beschikkingsduur (voor een langere periode) in testellen. Zo is eind 2023 in een webinar het belang van een passendebeschikkingsduur benadrukt en zijn goede voorbeelden gedeeld vangemeenten die hier al mee werken. Het Ketenbureau (VNG) werkt samenmet het CAK aan het benaderen van alle MO/BW-regio’s om inzicht tegeven in de gemiddelde doorlooptijd van toegewezen zorgtrajecten. Zowillen ze de situatie inzichtelijk maken en kijken welke verdere ondersteu-ningsbehoeften er zijn. Dit gebeurt in het traject «verrassend passend.» Ikwerk samen met de VNG, VWS en het CAK aan een uitgebreid documentmet daarin alle relevante informatie als het gaat om de passendebeschikkingsduur. Ook komt er een opdracht voor een handzaamondersteunend product voor gemeenten.Binnen de Zvw-pgb is per mei 2023 de werkwijze verlengde toekenningingegaan. Dit betekent dat het voor budgethouders met een chronische enstabiele zorgvraag mogelijk is om in aanmerking te komen voor eentoekenning van Zvw-pgb tot maximaal 5 jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32812 Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom een hulphond wel vergoedwordt bij mensen met een visuele beperking en niet bij mensen metPTSS?De inzet van bepaalde type hulphonden, zoals de ADL hond, voorgespecificeerde indicaties, zoals een visuele beperking, komt voorvergoeding in aanmerking vanuit de Zvw. De inzet van deze hulphondenvoldoet aan de voorwaarden die gelden voor Zvw verzekerde zorg. Datgeldt niet voor de behandeling van psychosociale problematiek, zoalsdeze zich kan voordoen bij PTSS. De behandeling met deze hulphondenvoldoet (nog) niet aan de vereisten om opgenomen te worden in hetbasispakket van de zorgverzekering. Het Zorginstituut Nederland heefthierover een verdiepingsrapport opgesteld, in ieder geval ten aanzien vanPTSS in 2021. De effectiviteit van deze hulphonden is onvoldoendebewezen (het is geen «stand van wetenschap en praktijk»). De afgelopentijd is er veel aandacht voor de inzet van hulphonden. Ook in de weten-schap komt hier steeds meer aandacht voor. Ik hoop daarom dat dekomende tijd voldoende bruikbare kennis wordt vergaard om de(kosten)effectiviteit van psychosociale hulphonden vast te stellen. Deexpertise voor de beoordeling hiervan ligt bij zorgverzekeraars en hetZorginstituut. Het Zorginstituut houdt dit vraagstuk nauwlettend in degaten.Een hulphond kan vanuit de Wmo 2015 worden vergoed. Gemeentenonderzoeken en beoordelen iemands ondersteuningsbehoefte en kennenals dat nodig is een maatwerkvoorziening toe om iemands beperkingen inde zelfredzaamheid en/of participatie weg te nemen. Het kan bijvoorbeeldgaan om mensen met autisme of PTSS die aangeven baat te hebben bijeen hulphond. Een gemeente kan – blijkt ook uit jurisprudentie – eenaanvraag voor een assistentiehond afwijzen, omdat zij van mening is datdeze geen passende oplossing biedt om beperkingen in zelfredzaamheidof participatie van de aanvrager weg te nemen, of omdat er andereadequaat passende oplossingen zijn.Het verbaast de leden van de PVV-fractie dat er nog steeds zoveel verschilper gemeente bestaat in de bijkomende vervoerskosten, zou dit nietoveral gelijk moeten zijn? Het is bizar dat het aanleggen van een gehandi-captenparkeerplaats in de ene gemeente gratis is terwijl de kosten in eenandere gemeente oplopen tot ruim 600 euro. Hetzelfde geldt voor demedische keuring. Hoe staat de Staatssecretaris tegenover een landelijkbeleid ten aanzien van deze kosten?De wet stelt dat de tarieven voor het aanleggen van de gehandicaptenpar-keerplaats maximaal kostendekkend mogen zijn. Dit volgt uit artikel 229en artikel 229b Gemeentewet. Gemeenten moeten van hieruit zelfstandigbepalen welke tarieven zij voor het aanleggen van de gehandicaptenpar-keerplaats en de medische keuring rekenen. Uiteindelijk is de hoogte vande leges namelijk een afweging die de lokale politiek maakt.Ten slotte moet gezegd worden dat er in het onderzoek vaak benoemdwordt dat veel kosten erg specifiek zijn en hierdoor vaak moeilijk zijn in teschatten. Er wordt meer dan eens een aanname gedaan, het Nibud geeftaan dat aanvullend onderzoek nodig is om een uitputtend beeld teschetsen van meerkosten in alle voorkomende situaties. Wat heeft dithuidige onderzoek gekost? Wat zou een dergelijk vervolgonderzoekkosten?Het onderzoek van het Nibud naar meerkosten van het leven met eenbeperking heeft afgerond € 75.000 (exclusief BTW) gekost. De kosten vaneen eventueel vervolgonderzoek zijn afhankelijk van de precieze scopeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32813 van de onderzoeksopdracht. Ik kan de kosten daarvan dus niet opvoorhand inschatten.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA fractie hebben het rapport «Meerkostenvan het leven met een beperking» met interesse gelezen. Al jaren kaartende leden de ongelijkheid aan die mensen met een beperking ervaren in deextra kosten die zij moeten maken. Het is dan ook goed dat het Nibuddeze kosten nu in beeld heeft gebracht. De leden hebben hier nog welenkele vragen over.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat in de inleiding wordtgerefereerd aan het VN-verdrag Handicap, dat in 2016 door Nederland isgeratificeerd. Dit verdrag is erop gericht dat mensen met een beperkingop gelijke voet kunnen meedoen aan de samenleving. Uit de conclusievan het Nibud rapport blijkt dat veel mensen met een beperking te makenhebben met meerkosten en dit kan leiden tot financiële problemen oftekorten, die op hun beurt gelijkwaardige participatie belemmeren. Is deStaatssecretaris het met de leden eens dat dit rapport laat zien, dat demeerkosten die mensen met een beperking moeten betalen, rechtstreekstegen het VN-verdrag Handicap ingaat?Het VN-verdrag Handicap stelt vast dat mensen met een beperking rechthebben op een behoorlijke levenstandaard. Het Nibud onderzoek toontaan dat mensen met een beperking veel verschillende meerkostenhebben, zowel medisch als niet-medisch, en dat de hoogte van dezemeerkosten erg kunnen verschillen per individu. Omdat het VN-verdrageen bredere insteek heeft dan het specifieke onderwerp van het Nibudonderzoek, kan ik conclusies hierover niet één op één aan elkaarverbinden. Ik zie de uitkomsten van het Nibud onderzoek vooral als eenaanleiding om, samen met collega-bewindspersonen van het Ministerievan SZW, in gesprek te gaan en met een beleidsreactie op dit rapport tekomen. Hierbij is het regeerprogramma van het kabinet het vertrekpunt.In het regeerprogramma kondigt het kabinet reeds algemene lastenver-lichting aan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. Dealgemene lastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van eenextra tarief in de inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlagingvan het tarief in de eerste schijf. Hier profiteren de lage en middenin-komens het meest van, ook in huishoudens waarin een lid van dathuishouden een beperking heeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling4 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.5 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.4Kamerstuk 36 617, nr. 25Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32814 Tot slot zet het kabinet in op een meer gelijkwaardige toegang tot zorgvoor iedereen door het verplicht eigen risico per 2027 te verlagen naar€ 165 euro en te trancheren. Verder kunnen mensen die veel zorgkostenmaken wellicht een beroep doen op al bestaande regelingen zoals dezorgtoeslag voor mensen met een lager inkomen of eventueel maatwerkvia hun gemeente.Een ander belangrijk uitgangspunt van het VN-verdrag Handicap is dat hetmensen mogelijk wordt gemaakt om de eigen financiële situatie teverbeteren. Er moet een mogelijkheid zijn om de leefomstandigheden teverbeteren. Toch concludeert het Nibud in het rapport dat mensen meteen beperking minder mogelijkheden hebben om hun situatie te verbe-teren. Opnieuw een conclusie die laat zien dat het beleid rondomstructurele meerkosten tegen het VN-verdrag ingaat. De leden begrijpendat de regering in het vierde kwartaal van 2024 met een beleidsreactie ophet rapport zal komen. Kan de regering in deze beleidsreactie deconclusies van het Nibud rapport naast het VN-verdrag Handicap leggenen per punt concluderen of het in lijn is met het Verdrag of dat het hiertegenin gaat?Ik zal in de beleidsreactie op het Nibud onderzoek een reflectie op deonderzoeksresultaten vanuit het VN-verdrag Handicap opnemen.Kan de regering in de beleidsreactie ook meenemen wat zij concreet gaatdoen om het beleid rondom meerkosten in lijn te brengen met hetVN-verdrag Handicap, waar Nederland zich immers heeft aan gecommit-teerd? Kortom, wat gaat de regering doen met de duidelijke conclusies uitdit rapport?Om te beginnen verlaagt het kabinet het verplicht eigen risico per 2027voor een meer gelijkwaardige toegang tot zorg voor iedereen. In hetregeerprogramma kondigt het kabinet verder algemene lastenverlichtingaan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. De algemenelastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van een extra tarief inde inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief inde eerste schijf. Hier profiteren de lage en middeninkomens het meestvan, ook in huishoudens waarin een lid van dat huishouden een beperkingheeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling6 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.7 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.Met het regeerprogramma als vertrekpunt ga ik naar aanleiding van hetNibud onderzoek in gesprek met mijn collega-bewindspersonen van hetMinisterie van SZW. De uitkomsten hiervan neem ik mee in een beleidsre-actie op het onderzoek.6Kamerstuk 36 617, nr. 27Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32815 Op welke manier gaat de regering de geconstateerde ongelijkheidaanpakken?Als coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap zet ik mij in omeen gelijkwaardige positie van mensen met een beperking in onzesamenleving te versterken. Dit doe ik onder andere door, in samenwerkingmet mijn collega’s in het kabinet, een werkagenda bij de nationalestrategie VN-verdrag Handicap uit te werken. Ik informeer u in het vierdekwartaal van 2024 per brief nader over de voortgang van de ontwikkelingvan de werkagenda.En hoe passen de plannen om in 2026 voor ondersteuning vanuit deWMO een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren bij deconclusies van dit rapport? Zal dit de structurele meerkosten voor mensenmet een beperking niet verder verhogen?Een belangrijke conclusie uit het onderzoek van het Nibud is dathuishoudens met (kinderen met) een beperking vanwege hun meerkostenminder geld overhouden dan vergelijkbare huishoudens. Een beperkingkan er bovendien voor zorgen dat iemand minder of helemaal niet kanwerken, wat het besteedbaar inkomen drukt. Het risico dat mensen meteen beperkt inkomen en een beperking maandelijks geld tekortkomen is– als gevolg van hun meerkosten – hoger dan voor andere huishoudens.Op dit moment is, in het kader van de Wmo 2015, op veel maatwerkvoor-zieningen het zogenoemde abonnementstarief als eigen bijdrage vantoepassing, een vaste eigen bijdrage van € 20,60 per maand. Als gevolgvan de vervanging van het abonnementstarief door een inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) zullen sommige Wmo-cliënten– afhankelijk van hun inkomen en vermogen en dat van hun partner –meer eigen bijdrage gaan betalen. Dit geldt zowel voor Wmo-cliënten metals zonder beperking. De ivb zal (net als nu het abonnementstarief)evenwel niet kunnen stapelen met eigen bijdragen voor de Wetlangdurige zorg (Wlz) of eigen bijdragen voor beschermd wonen ofopvang in de Wmo 2015.Verder is de verwachting dat – door de invoering van de ivb – debeschikbaarheid van maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015zal verbeteren. Dat is in het belang van mensen met een beperking. Doorde invoering van het abonnementstarief in 2019 is de vraag naar metname huishoudelijke hulp binnen de Wmo enorm toegenomen, ook ondermensen met een hoog inkomen of hoger middeninkomen. Mensen dievoor hun huishoudelijke hulp afhankelijk zijn van de Wmo 2015 zijndaardoor op de wachtlijst komen te staan. Doel van de ivb is onder andereom dat tij te keren. De ivb leidt ertoe dat gemeenten beter in staat wordengesteld om maatwerkvoorzieningen te bieden aan die burgers die daar hetmeest op zijn aangewezen en die die – om financiële of andere redenen –niet zelf in hun ondersteuningsbehoefte kunnen voorzien.Is voldoende in beeld wat deze maatregel gaat betekenen voor mensenmet een beperking? Graag een reflectie van de regering op hoe zij dezeplannen ziet in het licht van dit rapport en het VN-verdrag Handicap.De effecten van de maatregel worden van te voren in kaart gebracht voorverschillende huishoudens- en inkomenscategorieën. Omdat de ivbbehalve van het bijdrageplichtig inkomen ook afhankelijk is van dehuishoudenssamenstelling, waarbij onder andere onderscheid wordtgemaakt tussen wel/niet-pensioengerechtigden, worden de financiëlegevolgen voor AOW-gerechtigden separaat in kaart gebracht. Ook wordende effecten van de maatregel, vanaf invoering, gemonitord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32816 Of iemand wel of niet een beperking of chronische aandoening heeft, isniet van invloed op de hoogte van de ivb die iemand moet betalen.Daarom zijn de effecten van de maatregel voor mensen met eenbeperking of chronische aandoening in de basis hetzelfde als voor andereburgers die voor ondersteuning een (langdurig) beroep doen op de Wmo2015 en eenzelfde huishoudenssamenstelling en bijdrageplichtig inkomenhebben.De verhouding tussen de plannen en het VN-Verdrag inzake de rechtenvan personen met een handicap (VN-verdrag Handicap) zie ik als volgt.Door de ivb wordt de druk op de beschikbaarheid van voorzieningen opgrond van de Wmo 2015 verminderd en worden gemeenten beter in staatgesteld maatwerkvoorzieningen te bieden aan die burgers die daar hetmeest op zijn aangewezen. De toegankelijkheid (artikel 9 VN-verdragHandicap), het deel uitmaken van de maatschappij (artikel 19 VN-verdragHandicap) en de persoonlijke mobiliteit (artikel 20 VN-verdrag Handicap)van mensen met een beperking zijn daarmee gediend.De ivb maakt geen onderscheid tussen mensen met een beperking enandere personen: de ivb geldt voor alle cliënten en is voor mensen meteen laag inkomen lager dan voor mensen met een hoog inkomen. Verderbehouden gemeenten de mogelijkheid om cliënten vrij te stellen van hetbetalen van een eigen bijdrage, bijvoorbeeld bij een gebrek aan betalings-capaciteit. Ook relevant voor mensen met een beperking is dat de ivb nietzal kunnen stapelen met eigen bijdragen voor langdurige zorg op grondvan de Wlz of voor beschermd wonen of opvang op grond van de Wmo2015. De voorgenomen herinvoering van de ivb is derhalve naar mijninzicht in overeenstemming met de grondbeginselen van het VN-verdragHandicap. Deze maatregel biedt ten opzichte van de huidige situatiebetere waarborgen voor de beschikbaarheid van maatwerkvoorzieningenmet het oog op zelfredzaamheid en participatie die bijdragen aan depersoonlijke autonomie en onafhankelijkheid van mensen met eenbeperking.De regering heeft daarnaast in het Hoofdlijnenakkoord verschillendemaatregelen opgenomen op diverse domeinen die mensen met eenbeperking zullen raken. Kan de Staatssecretaris reflecteren wat de plannenvan het nieuwe kabinet gaan betekenen voor mensen met een beperking?Zeker als ze inmiddels uitgewerkt zijn in een regeerakkoord.Om te beginnen verlaagt het kabinet het verplicht eigen risico per 2027voor een meer gelijkwaardige toegang tot zorg voor iedereen. In hetregeerprogramma kondigt het kabinet verder algemene lastenverlichtingaan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. De algemenelastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van een extra tarief inde inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief inde eerste schijf. Hier profiteren de lage en middeninkomens het meestvan, ook in huishoudens waarin een lid van dat huishouden een beperkingheeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling8 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.9 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensen8Kamerstuk 36 617, nr. 29Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32817 met een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.Als coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap zet ik mij in omde positie van mensen met een beperking te versterken. Dit doe ik onderandere door, met mijn collega’s in het kabinet, een werkagenda bij denationale strategie VN-verdrag Handicap uit te werken. Ik informeer u inhet vierde kwartaal van 2024 per brief nader over de voortgang van deontwikkeling van de werkagenda.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen op verschillende plekkenin het rapport aanbevelingen voor nader onderzoek, bijvoorbeeld rondomvervoerskosten en de verschillen tussen gemeenten. Is de regering vanplan om de aanbevelingen voor nieuw onderzoek die het Nibud doet op tepakken? Hoe wil de regering structureel inzicht krijgen in het aantalmensen met een beperking dat te maken heeft met meerkosten en deontwikkeling van de stapeling van meerkosten bij hen?Het Nibud onderzoek geeft nu goede indicaties van de meerkosten diemensen met een beperking ervaren. Op dit moment ligt mijn prioriteit bijde invulling van de werkagenda bij de nationale strategie VN-verdragHandicap, samen met mijn collega bewindspersonen. Ik zet me ervoor indat de werkagenda maatregelen gaat bevatten die bijdragen aan hetbevorderen van gelijkheid tussen mensen met en mensen zonderbeperking.De leden zijn ook benieuwd of de regering van plan is onderzoek te doennaar de eigen betalingen van mensen die een Wlz-indicatie met verblijfhebben? Weet de regering of het zak- en kleedgeld wat deze mensenkrijgen toereikend is en passend bij de levensfase waar deze mensen inzitten?Voor nadere informatie over de eigen betalingen van mensen met eenWlz-indicatie met verblijf, verwijs ik graag naar de monitor stapeling eigenbijdragen. De monitor is door het CBS gepubliceerd in september 2023 enreeds gedeeld met uw Kamer. De inhoudelijke reactie op de monitor isaan uw Kamer aangeboden op 8 mei 2024.10 Naar aanleiding van dezebrief zijn er door uw Kamer aanvullende vragen gesteld. Deze zijnbeantwoord bij brief van 13 juni 2024.11De Staatssecretaris van Participatie en Integratie onderzoekt de beleids-theorie achter de bijstandsnorm bij verblijf in een zorginstelling (zak- enkleedgeld) en waardoor het komt dat deze als niet-toereikend wordtervaren.12En hoe kijkt de regering tegen de soms enorme verschillen per gemeenteals het gaat om kosten? Bijvoorbeeld voor een medische keuring of eengehandicaptenparkeerkaart? Is het niet gek dat deze bedragen enormkunnen verschillen? Net als de tegemoetkomingen die sommigegemeenten wel geven (voor bijvoorbeeld zorgkosten) en anderen weerniet?10Kamerstuk 29 689, nr. 124811Verslag van een schriftelijk overleg, Kamerstuk 29 689, nr. 125412Normbedrag verblijf in inrichting, Artikel 23, ParticipatiewetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32818 Een belangrijk fundament van gedecentraliseerde wetgeving is voorgemeenten het hebben van beleidsruimte. Ruimte om beleid te kunnenvoeren passend bij de lokale situatie, hetgeen verankerd wordt in delokale verordening, dan wel lokale beleidsregels. Hierdoor kunnen dusverschillen ontstaan bij de uitvoering van taken door gemeenten als hetgaat om kosten maar ook als het gaat om de vormgeving van regelingen.Tien jaar na de decentralisatie rijst de vraag of die diversiteit op alleonderdelen van de uitvoeringspraktijk noodzakelijk en nuttig is. Derhalvewordt in een brede studie naar de houdbaarheid van de Wmo 2015 in denabije toekomst ook gekeken naar de diversiteit in de uitvoeringspraktijken zodoende ook naar de reikwijdte van beleidsruimte en stelselverant-woordelijkheid.De Commissie Sociaal Minimum adviseert om de voorwaarden voorlokale regelingen te harmoniseren. Heeft de regering plannen om deverschillen in vergoedingen te harmoniseren?De Staatssecretaris van Participatie en Integratie gaat in overleg metgemeenten kijken hoe we het (kinder)armoedebeleid kunnen verbeteren.Inzet daarbij is onder andere om mensen eerder te bereiken en omniet-gebruik van voorzieningen tegen te gaan.Een belangrijk fundament van gedecentraliseerde wetgeving in algemenezin is de beleidsruimte die gemeenten hebben om tot lokale regelgevingte komen die passend is bij de lokale situatie ter bevordering van hetkunnen bieden van maatwerk. Hierdoor kunnen dus verschillen ontstaanbij de uitvoering van taken door gemeenten, als het gaat om kosten, maarook als het gaat om de vormgeving van regelingen.Tien jaar na de decentralisatie rijst de vraag of die diversiteit op alleonderdelen van de uitvoeringspraktijk noodzakelijk en nuttig is. Derhalvewordt in een brede studie naar de houdbaarheid van de Wmo 2015 in denabije toekomst ook gekeken naar de diversiteit in de uitvoeringspraktijken zodoende ook naar de reikwijdte van beleidsruimte en stelselverant-woordelijkheid.De leden missen in het rapport dat zaken als een eigen bijdrage en andereregelingen ook van invloed zijn op de vrijheid om levenskeuzes te makenzoals trouwen en kinderen krijgen. Is er een reden waarom dat niet ismeegenomen in het rapport? Erkent de regering dat mensen met eenbeperking ook bij dit soort keuzes extra na moeten denken over definanciële gevolgen, vanwege bijvoorbeeld (gezins)inkomens en vermo-gensafhankelijke eigen bijdragen? De leden waren ook benieuwd waaromde doelgroep met waarschijnlijk de hoogste meerkosten, namelijk tweepersonen met een handicap die samenleven, niet is meegenomen als éénvan de voorbeeldsituaties in dit onderzoek?Ik heb het Nibud gevraagd de meerkosten van huishoudens met eenbeperking in kaart te brengen en deze af te zetten tegen huishoudenszonder beperking. De groep mensen met een beperking is zeer divers, datbetekende dat in het Nibud onderzoek keuzes gemaakt moesten wordenom voor een aantal subgroepen voorbeeldbegrotingen uit te kunnenwerken. De invloed op levenskeuzes die mensen maken, viel buiten deonderzoeksopdracht. Wel is ervoor gekozen om sommige huishoudens opmeerdere inkomensniveaus of in meerdere situaties te vergelijken. Op diemanier is wel een zekere mate van inzicht gegeven in de financiële impactvan deze keuzes. De genoemde aspecten, bijvoorbeeld het ervaren vanfinanciële drempels om te gaan samenwonen, zijn wel ter sprake geweestTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32819 tijdens de groepsgesprekken die het onderzoek zijn gevoerd. De preciezefinanciële impact hiervan was in deze gesprekken niet vast te stellen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in het rapport dat op blz. 7verwezen wordt naar een rapport van VWS uit 2023 dat stelt dat hetgemiddelde bedrag dat personen die meerdere vormen van eigenbijdragen betalen is gedaald. Kan de Staatssecretaris hier meer overuitleggen? Op welke manier is het gedaald en wat is hier de oorzaak van?Kan dat rapport ook gedeeld worden met de Kamer?Het rapport waar naar verwezen wordt, betreft de monitor stapeling eigenbijdragen die in opdracht van het Ministerie van VWS is ontwikkeld doorhet CBS. De monitor is door het CBS gepubliceerd in september 2023 enreeds gedeeld met uw Kamer. De inhoudelijke reactie op de monitor isaan uw Kamer aangeboden op 8 mei 2024.13 Naar aanleiding van dezebrief zijn er door uw Kamer aanvullende vragen gesteld. Deze zijnbeantwoord op 13 juni 2024.14Uit het onderzoek is de conclusie getrokken dat het gemiddelde bedragdat personen met meerdere eigen bijdragen per maand betalen aan eigenbijdragen is gedaald van € 117 per maand in 2016 tot € 84 in 2021. Erheeft de afgelopen jaren wel een verschuiving plaats gevonden: het aantalpersonen met meerdere soorten eigen bijdragen is licht gestegen. Deoorzaak van de daling zijn de verschillende maatregelen die de vorigekabinetten hebben genomen: het maximeren van de eigen bijdragen voorextramurale geneesmiddelen vanaf 2019, de invoering van het abonne-mentstarief in de Wmo 2015 in 2019 en de in 2018 en 2019 doorgevoerdemaatregelen om het inkomen en vermogen minder zwaar mee te tellenvoor de eigen bijdragen in de Wlz en beschermd wonen in de Wmo 2015.Is het zo dat er geen anticumulatie plaatsvindt tussen eigen bijdragen uitde Wlz en eigen betalingen uit de Zvw?Indien er sprake is van verblijf bij een aanbieder van Wlz-zorg dan wordtde specifieke behandeling bekostigt vanuit de Wlz en behoeft daarvoorgeen eigen bijdrage te worden betaald. Indien er geen verblijf is metbehandeling wordt de behandeling bekostigd vanuit de Zorgverzeke-ringswet (Zvw). In dat geval moeten eventuele eigen bijdragen dienormaal gesproken onder de Zvw verschuldigd zijn, wel betaald worden.Dit geldt ook voor eigen bijdragen die te maken hebben met Zvw-zorg dieniet te maken hebben met de specifieke aandoening waarvoor men bij dezorgaanbieder verblijft. Er is dus alleen sprake van anti-cumulatie op hetmoment dat iemand verblijf met behandeling vanuit de Wlz ontvangt,voor zover de behandeling te maken heeft met de eigen aandoening. Dit isook logisch omdat een eigen bijdrage vanuit de Wlz wordt geheven omdatiemand afhankelijk van de leveringsvorm naast verpleging en verzorgingook eten en drinken en huisvestingskosten vergoed krijgt.De leden lezen in het rapport dat het niet altijd lukt om de juiste indicatiete krijgen, waardoor mensen soms bepaalde kosten zelf moeten betalen.Voor persoonlijke verzorging en verpleging vanuit de Zvw (wijkver-pleging) hoeft bijvoorbeeld geen eigen bijdrage te worden betaald, maardezelfde verzorging en verpleging uit de Wlz heeft wel een eigen bijdragedie hoog kan oplopen. Kan de Staatssecretaris die verschillen uitleggen envindt de regering dit eerlijk? Zeker in het licht dat niet altijd de juisteindicatie wordt gegeven?13Kamerstuk 29 689, nr. 1248.14Verslag van een schriftelijk overleg, Kamerstuk 29 689, nr. 1254Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32820 Er zijn verschillen tussen het gebruik van wijkverpleging en de zorgver-lening in de Wet langdurige zorg (Wlz) en in de Zorgverzekeringswet diehet verschil verklaren. Mensen die een Wlz-indicatie hebben, zijn mensendie een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur perdag zorg in de nabijheid nodig hebben. Deze mensen hebben dan in deregel ook een (veel) zwaardere zorgvraag dan mensen die zorg krijgen uitde wijkverpleging. Daarnaast krijgen mensen, die op basis van de Wlz bijeen zorgaanbieder verblijven, verzorging en verpleging en betalen zijgeen eigen huur, energiekosten en kosten voor eten en drinken. Mensenmet een volledig pakket thuis krijgen bovendien, naast de verzorging enverpleging, hun eten en drinken vergoed. Hiervoor geldt in de Wlz eeninkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage en dat lijkt mijredelijk. Mensen die vanuit de Zorgverzekeringswet wijkverplegingontvangen, betalen namelijk zelf hun woonlasten en eten en drinken.Kan de regering ook toelichten hoe het staat met de uitvoering van deaangenomen motie Westerveld c.s.15 over onderzoeken of de stapelingvan eigen bijdragen kan worden teruggebracht door mensen met eenbeperking maximaal uit één wet een eigen bijdrage te laten betalen?Het onderwerp heeft mijn aandacht en het is mijn bedoeling u voor heteind van dit jaar te informeren hierover.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat wordt geconcludeerddat er voor bepaalde kosten tegemoetkomingen zijn, maar dat die via veelverschillende regelingen gaan. Als voorbeeld wordt vervoer genoemd,waarbij er regelingen zijn vanuit de gemeente, het UWV en de Belasting-dienst. Ook zijn er verschillende regelingen voor verschillende soortenvervoerskosten. Er wordt gewaarschuwd dat er een risico is dat mensenvanwege deze versnippering niet goed op de hoogte zijn van de mogelijk-heden. Ziet de Staatssecretaris dit risico ook? Hoe kan deze versnipperingtegen worden gegaan en op welke manier kunnen mensen beter op dehoogte worden gebracht van welke mogelijkheden voor tegemoetkominger zijn?Ja, dit risico zie ik ook. Eén van de trajecten om te werken aan hettegengaan van versnippering is het programma «Inrichten overheids-brede loketten» van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties (BZK). Vanuit het «geen verkeerde, altijd de juiste deur»principe geeft het Ministerie van BZK invulling aan overheidsbredeingangen en toegang tot publieke dienstverlening. Het doel daarvan is dathet niet uitmaakt waar de burger bij de overheid aanklopt; de overheidzorgt gezamenlijk voor een oplossing vanuit de beleving van mensen,ongeacht hoe de overheid zelf is georganiseerd. Bij voorkeur door directte helpen of door mensen warm door te verwijzen naar een andere(overheids)organisatie of een overheidsdienstverlener die directe lijnenheeft met relevante landelijke en lokale organisaties.Ook bij het regelen van zorg en ondersteuning ervaren mensenknelpunten, zeker als er sprake is van zorg en ondersteuning vanuitmeerdere wetten (Wmo, Jeugdwet, Wlz en/of Zvw). Dit raakt ook aan deverdere uitwerking van de werkagenda onder de Nationale Strategie vanhet VN-verdrag handicap. Eén van de doelstellingen betreft namelijk heteenvoudig en transparant regelen van zorg en ondersteuning. Binnen dewerkagenda pak ik dit thema verder op, waarbij ik mij specifiek richt opzorg en ondersteuning.15Kamerstuk 24 170, nr. 312Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32821 Daarnaast werkt het kabinet met het programma Vereenvoudiginginkomensondersteuning voor mensen (VIM) aan het tegengaan vanversnippering, in specifieke zin verschillende korte termijn knelpuntenwaarvan het besteedbaar inkomen bij meerkosten in verband met eenbeperking er één is. Begin 2025 zal uw Kamer worden geïnformeerd overde voortgang hiervan.Is er ook hulp voor mensen om uit te vinden welke regeling bij hun past?Ja, onafhankelijke cliëntondersteuners kunnen hier bijvoorbeeld bijhelpen. Vanuit de Wmo 2015 kunnen mensen gebruik maken vancliëntondersteuning. Cliëntondersteuning is gratis en onafhankelijk.Cliëntondersteuners helpen door de weg te wijzen naar passende zorgen/of ondersteuning. Dit geldt ook voor zorg en ondersteuning vanuit deJeugdwet, Zorgverzekeringswet en toeleiding naar de Wet LangdurigeZorg. Daarnaast kunnen zij ook helpen bij vragen over aanpalendedomeinen, zoals werk, inkomen of wonen. Naast het wijzen van de weg,behartigt een cliëntondersteuner ook de belangen van de inwoner. Ookgeeft het Juiste Loket informatie aan mensen die vragen hebben over delangdurige zorg. Bijvoorbeeld als zij niet weten waar zij voor zorg ofondersteuning terecht kunnen. Tenslotte geeft koepelorganisatie ieder(in)op www.meerkosten.nl informatie over diverse regelingen gericht opchronisch zieken en mensen met een beperking.Ziet de Staatssecretaris ook dat deze versnippering aan regelingen voorenorme administratieve lasten zorgt voor mensen? Op welke manier kandat verminderd worden?Ja. In dit rapport en ook in de gesprekken die mijn ministerie heeftgevoerd met ervaringsdeskundigen komt naar voren dat mensen met eenchronische ziekte of een beperking hoge administratieve lasten ervarenvoor het aanvragen van de verschillende regelingen.Ik erken dat mensen met een beperking veel tijd kwijt zijn aan het regelenvan allerlei ondersteuning en hoge administratieve lasten ervaren. Ik hebde ambitie om regelingen te vereenvoudigen, maar dit is een complexvraagstuk. Op dit moment werkt het kabinet aan verschillende trajectendie tezamen gericht zijn op verbeteringen.Begin dit jaar heeft het kabinet de Nationale strategie voor de implemen-tatie van het VN-verdrag handicap vastgesteld. Binnen de werkagendavan deze strategie kijk ik ook naar het eenvoudig en transparant regelenvan zorg en ondersteuning. Ik informeer u in het vierde kwartaal van 2024per brief nader over de voortgang van de ontwikkeling van dewerkagenda.Daarnaast werkt het kabinet aan de verbetering van de fiscale regelingaftrek specifieke zorgkosten. Eén van de doelen van deze verbetering isom de regeling beter te richten op de doelgroep van mensen met eenchronische ziekte of beperking. Hiervoor breng ik samen met mijncollega’s in het kabinet verschillende opties in kaart. We streven ernaarom uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 het eindrapport met alterna-tieven en aanpassingen van de fiscale regeling specifieke zorgkosten af teronden en vervolgens met uw Kamer te delen.Ook werkt het kabinet via het programma Vereenvoudiging inkomenson-dersteuning voor mensen aan de aanpak van knelpunten voor mensen dieveel meerkosten hebben. Begin 2025 zal uw Kamer hierover nadergeïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32822 Is de regering bekend met het zorgkostenonderzoek16 dat Ieder(in) heeftuitgevoerd? Wat is de reactie van de Staatssecretaris op de conclusies uitdit onderzoek?Ja, Ieder(in) heeft een vragenlijst over zorgkosten uitgezet onder haarachterban die door 1513 respondenten is ingevuld. Deze peiling liepparallel aan de uitvoering van het Nibud onderzoek, waarbinnen Ieder(in)ook betrokken was. Ieder(in) herkent vanuit deze eigen peiling ook deuitkomsten van het Nibud onderzoek. Voor mij is dit een verdereaansporing om naar aanleiding van het Nibud onderzoek in gesprek tegaan met mijn collega-bewindspersonen van het Ministerie van SZW eneen beleidsreactie op het Nibud onderzoek op te stellen.Is de Staatssecretaris het met de leden van de fractie vanGroenLinks-PvdA eens dat zowel het Nibud onderzoek als het onderzoekvan Ieder(in) hetzelfde beeld laten zien, namelijk dat mensen met eenbeperking meer moeite moeten doen om rond te komen, hoge zorg- enmeerkosten hebben en hun bestaanszekerheid onder druk staat? Zo ja,wat gaat de Staatssecretaris doen om dit aan te pakken?Om te beginnen verlaagt het kabinet het verplicht eigen risico per 2027voor een meer gelijkwaardige toegang tot zorg voor iedereen. In hetregeerprogramma kondigt het kabinet verder algemene lastenverlichtingaan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. De algemenelastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van een extra tarief inde inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief inde eerste schijf. Hier profiteren de lage en middeninkomens het meestvan, ook in huishoudens waarin een lid van dat huishouden een beperkingheeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling17en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.18 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer. Verder kunnen mensendie veel zorgkosten maken wellicht een beroep doen op al bestaanderegelingen zoals de zorgtoeslag voor mensen met een lager inkomen ofeventueel maatwerk via hun gemeente.Met het regeerprogramma als vertrekpunt ga ik naar aanleiding van hetNibud onderzoek in gesprek met mijn collega-bewindspersonen van hetMinisterie van SZW en kunt een beleidsreactie op het onderzoekverwachten.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het NIBUDrapport Meerkosten van het leven met een beperking. De leden dankenhet NIBUD voor de uitgebreide rapportage. Omdat de beleidsreactie vanhet kabinet nog ontbreekt beperken de leden zich tot de vraag in hoeverre16Zorgkosten rijzen de pan uit voor chronisch zieken en mensen met een beperking - Iederin17Kamerstuk 36 617, nr. 218Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32823 de beschreven conclusie «Voor mensen met meerkosten door eenbeperking is het risico op tekorten groter» ook tot gevolg heeft dat hetrisico op schulden toe neemt. Zijn er aanvullende cijfers bekend waaruitblijkt dat mensen met meerkosten door een beperking verhoudingsgewijshier vaker mee te maken krijgen dan mensen zonder beperking?Er zijn geen aanvullende cijfers beschikbaar waaruit blijkt dat mensen meteen beperking verhoudingsgewijs meer schulden hebben. Als mensenmaandelijks geld te kort komen, is de kans groter dat zij schulden moetenmaken.De leden van de VVD-fractie wachten met belangstelling de beleidsreactievan het kabinet af waarbij we nadrukkelijk benieuwd zijn naar de visie opde het stelsel van tegemoetkomingen en compensatiemaatregelen en demate waarin dat al of niet toereikend is.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet rapport «Meerkosten van het leven met een handicap» van het NIBUD.Wij vinden het goed dat de meerkosten in kaart zijn gebracht. Het rapportlaat de enorme complexiteit zien van alle regelingen waar mensen meteen beperking mee te maken kunnen krijgen. Het geeft een duidelijk beelddat mensen met een beperking ook daadwerkelijk meerkosten hebben.Wij hebben hier nog verschillende vragen over.Zij lezen dat het NIBUD rapport uitgaat van de aannames dat huishoudenszeer goed met geld om kunnen gaan en alle inkomensondersteuning waarze recht op hebben aanvragen. Tegelijkertijd geeft het NIBUD ook aan datuit gesprekken blijkt dat mensen niet alles weten te vinden en debelastingaftrek voor specifieke zorgkosten ingewikkeld is. Hoe realistischacht de Staatssecretaris het dat mensen met een beperking van allemogelijke inkomensondersteuning gebruik maken?Er zijn veel verschillende inkomensondersteunende regelingen waarmensen met een beperking gebruik van kunnen maken, met veelverschillende aanvraagloketten. Ik erken dat het ingewikkeld kan zijn omvolledig op de hoogte te zijn om goed gebruik te kunnen maken van dezeregelingen. Er is geen beeld van het niet-gebruik van deze verschillenderegelingen specifiek door mensen met een beperking. Uit gesprekken metervaringsdeskundigen blijkt wel dat, gegeven dat mensen met eenbeperking deze beperking voor een langere tijd hebben, ze door de tijdheen hun weg weten te vinden naar de verschillende regelingen.Wie of welke organisatie zou een rol kunnen spelen in het helpen metaanvragen van de verschillende regelingen?Op dit moment zijn er verschillende initiatieven die mensen helpen bij hetaanvragen van verschillende regelingen. Een voorbeeld is het werk datlokale wijkteams of lokale formulierenteams hierin verrichten of inloop-spreekuren van welzijnsorganisaties. Ook geeft het Juiste Loket informatieaan mensen die vragen hebben over de langdurige zorg. Bijvoorbeeld alszij niet weten waar zij voor zorg of ondersteuning terecht kunnen. Mensenkunnen ook gebruik maken van cliëntondersteuning. Cliëntondersteuningis gratis en onafhankelijk. Cliëntondersteuners helpen door de weg tewijzen naar passende zorg en/of ondersteuning. Dit geldt ook voor zorg enondersteuning vanuit de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet en toeleidingnaar de Wet Langdurige Zorg. Daarnaast kunnen zij ook helpen bij vragenover aanpalende domeinen, zoals werk, inkomen of wonen. Tenslottegeeft koepelorganisatie ieder(in) op www.meerkosten.nl informatie overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32824 diverse regelingen gericht op chronisch zieken en mensen met eenbeperking.Kan er niet één loket komen waar mensen terecht kunnen?Het is mij bekend dat mensen een «kastje naar de muur gevoel» kunnenervaren in het contact met de overheid en daarbij telkens opnieuw hunverhaal moeten doen. Deze signalen zijn er ook als het gaat om hetregelen van zorg en ondersteuning.Vanuit het «geen verkeerde, altijd de juiste deur» principe geeft hetMinisterie van BZK invulling aan overheidsbrede ingangen en toegang totpublieke dienstverlening. Het doel daarvan is dat het niet uitmaakt waarde burger bij de overheid aanklopt; de overheid zorgt gezamenlijk vooreen oplossing vanuit de beleving van mensen, ongeacht hoe de overheidzelf is georganiseerd. Bij voorkeur door direct te helpen of door mensenwarm door te verwijzen naar een andere (overheids)organisatie of eenoverheidsdienstverlener die directe lijnen heeft met relevante landelijkeen lokale organisaties.Ook bij het regelen van zorg en ondersteuning ervaren mensenknelpunten, zeker als er sprake is van zorg en ondersteuning vanuitmeerdere wetten (Wmo 2015, Jeugdwet, Wlz en/of Zvw). Dit raakt ook aande verdere uitwerking van de werkagenda onder de Nationale Strategievan het VN-verdrag handicap. Eén van de doelstellingen betreft namelijkhet eenvoudig en transparant regelen van zorg en ondersteuning. Binnende werkagenda pak ik dit thema verder op, waarbij ik mij specifiek richt opzorg en ondersteuning.De leden van de NSC-fractie lezen in het NIBUD rapport dat mensen meteen beperking veel tijd kwijt zijn aan het regelen van allerlei onder-steuning en hoge administratieve lasten kunnen ervaren. Ziet deStaatssecretaris mogelijkheden dit te vereenvoudigen en te verbeteren?Ik erken dat mensen met een beperking veel tijd kwijt zijn aan het regelenvan allerlei ondersteuning en hoge administratieve lasten ervaren. Ik hebde ambitie om regelingen te vereenvoudigen. Dit is een complexvraagstuk. Op dit moment werkt het kabinet aan verschillende trajectendie tezamen gericht zijn op verbeteringen.Begin dit jaar heeft het kabinet de Nationale strategie voor implementatievan het VN-verdrag handicap vastgesteld. Binnen de werkagenda vandeze strategie wordt ook gekeken naar het eenvoudig en transparantregelen van zorg en ondersteuning. Ik informeer u in het vierde kwartaalvan 2024 per brief nader over de voortgang van de ontwikkeling van dewerkagenda.Daarnaast werkt het kabinet aan de verbetering van de fiscale regelingaftrek specifieke zorgkosten. Eén van de doelen van deze verbetering isom de regeling beter te richten op de doelgroep van mensen met eenchronische ziekte of beperking. We streven ernaar om uiterlijk in heteerste kwartaal van 2025 het eindrapport met alternatieven en aanpas-singen van de fiscale regeling specifieke zorgkosten af te ronden envervolgens met uw Kamer te delen.Ook werkt het kabinet via het programma Vereenvoudiging inkomenson-dersteuning voor mensen aan de aanpak van knelpunten voor mensen dieveel meerkosten hebben. Begin 2025 zal uw Kamer hierover nadergeïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32825 Is in de gesprekken ook naar voren gekomen hoeveel tijd mensen kwijtzijn om alles te regelen en waar de knelpunten zitten volgens dedeelnemers?Het doel van de gesprekken in het Nibud onderzoek was in kaart brengenwelke meerkosten mensen met een beperking hebben. Er is daarom welnaar voren gekomen dat mensen veel tijd kwijt zijn om alles te regelen,maar er is niet uitgebreid stilgestaan bij hoeveel tijd zij daar precies meekwijt zijn. Wel kwam in de gesprekken naar voren dat zij niet alleen veeltijd kwijt zijn met het verdiepen in de regelingen en het aanvragendaarvan, maar bijvoorbeeld ook met telefoneren met betreffendeinstanties. Dat het regelen van ondersteuning veel tijd kost, is een bekendsignaal. Daarom kijkt het kabinet op dit moment naar het vereenvoudigenvan inkomensregelingen. En verken ik daarnaast zelf de mogelijkheid omhet aanvragen en regelen van passende zorg te vereenvoudigen. Dit isonderwerp van gesprek in de ontwikkeling van de werkagenda bij denationale strategie VN-verdrag Handicap, en zal daarin een uitwerkingkrijgen.Zij lezen dat het NIBUD constateert dat mensen met een beperking nietdezelfde financiële ruimte hebben als mensen zonder beperking methetzelfde inkomen. Is de Staatssecretaris bereid om deze ongelijkheid aante pakken en welke concrete plannen heeft zij daartoe?Als coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap zet ik mij in omde positie van mensen met een beperking te versterken. Dit is eenkabinetsbrede verantwoordelijkheid. Samen met mijn collega’s in hetkabinet werk ik een werkagenda uit bij de reeds in de ministerraadvastgestelde nationale strategie VN-verdrag Handicap. Deze werkagendais een belangrijke stap in het aanpakken van ongelijkheid voor mensenmet een beperking. Ook ben ik specifiek in gesprek met mijn collega-bewindspersonen van het Ministerie van SZW over de uitkomsten van ditonderzoek en kom ik met een nadere reactie op het onderzoek.Het NIBUD constateert verder dat een beperking ook gevolgen kanhebben voor het inkomen dat iemand in staat is te verwerven, waardoormensen met een beperking minder mogelijkheden om hun situatie teverbeteren. Is de Staatssecretaris het met ons eens dat dit in strijd is methet VN verdrag handicap en wat er beoogd wordt in de Nationalestrategie?Ik erken dat het hebben van een beperking gevolgen kan hebben voor hetinkomen en dat dit kan leiden tot minder mogelijkheden om hun situatiete verbeteren. Het Nibud onderzoek toont aan dat mensen met eenbeperking veel verschillende meerkosten hebben, zowel medisch alsniet-medisch, en dat de hoogte van deze meerkosten erg kunnenverschillen per individu. Omdat het VN-verdrag een bredere insteek heeftdan het specifieke onderwerp van het Nibud onderzoek, kan ik conclusieshierover niet 1 op 1 aan elkaar verbinden.Nederland erkent het recht van mensen met een beperking op werk en opeen behoorlijke levensstandaard voor henzelf en voor hun gezinnen. Metde nationale strategie beoog ik onder andere deze artikelen uit hetVN-Verdrag Handicap verder te implementeren opdat de doelstellingen uitde nationale strategie in 2040 behaald worden.Het kabinet vindt dat iedereen in Nederland mee moet kunnen doen op dearbeidsmarkt. Ook mensen die daarbij ondersteuning nodig hebben. Hetis van belang dat obstakels die werk en het verwerven van inkomen in deweg staan worden weggenomen, zowel voor mensen met een beperkingals voor werkgevers. Onder andere met de banenafspraak, het bieden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32826 passende werkvoorzieningen, persoonlijke ondersteuning en hettegengaan van arbeidsmarktdiscriminatie beoogt het kabinet mensenoptimaal te ondersteunen naar werk en belemmeringen weg te nemen.Samen met mijn collega-bewindspersonen van het Ministerie van SZWwerk ik verder aan (aanvullende) maatregelen voor in de werkagenda voorde uitvoering van de nationale strategie VN-Verdrag Handicap. Deuitkomsten van het NIBUD rapport worden hierin meegenomen.Is het kabinet bereid om nader onderzoek te doen naar de oorzaken enmogelijke oplossingen om die ongelijkheid op te heffen?Op dit moment ligt mijn prioriteit bij de invulling van de werkagenda bijde nationale strategie VN-verdrag Handicap, samen met mijn collegabewindspersonen. Ik zet me ervoor in dat de werkagenda maatregelengaat bevatten die bijdragen aan het bevorderen van gelijkheid tussenmensen met en mensen zonder beperking.De leden van de NSC- fractie lezen dat het NIBUD rapport niet is toege-spitst op mensen met een psychische aandoening of kwetsbaarheid.Echter ook bij de groep mensen met een psychische aandoening ofkwetsbaarheid kunnen de meerkosten in de praktijk flink kunnen oplopen.Kan de Staatssecretaris aangeven hoe zij aankijkt tegen de bestaansze-kerheid, meerkosten en inkomensmogelijkheden voor mensen met een(ernstige) psychische aandoening of kwetsbaarheid?Als coördinerend bewindspersoon VN-verdrag Handicap maak ik geenonderscheid tussen de rechten van mensen met een (ernstige) psychischeaandoening of kwetsbaarheid of andere mensen met een beperking.Iedereen heeft recht op een behoorlijke levensstandaard.De groep mensen met een beperking is zeer divers, dus in het Nibudonderzoek moesten keuzes gemaakt worden om voor een aantalsubgroepen voorbeeldbegrotingen uit te kunnen werken. Belangrijkcriterium daarvoor was de mate waarin verwacht werd dat mensenmeerkosten zouden hebben als gevolg van hun aandoening of beperking.Voor mensen met een spieraandoening is het bijvoorbeeld te verwachtendat zij extra energiekosten hebben omdat zij waarschijnlijk een hogeretemperatuur in huis hebben dan een gemiddeld huishouden. Hoewelmensen met een psychische aandoening of kwetsbaarheid mogelijkhogere zorgkosten hebben, was er geen aanleiding om te verwachten datzij op andere terreinen kosten zouden hebben die afwijken van mensenzonder beperking. Vandaar dat er gekozen is om geen apart profiel voordeze groep uit te werken in het onderzoek.Zij constateren dat het Nibud onderzoek niet ingaat op mensen die in eeninstelling wonen. Mensen die in een instelling wonen betalen vaak eenhoge eigen bijdrage, waarbij de regels ervan uitgaan dat iemand alleenmaar zak- en kleedgeld nodig heeft. Vanuit de praktijk horen wij echter datmensen die in een instelling wonen hieraan tekort komen. Bijvoorbeelddoordat iemand in een woonzorgcentrum zelf moet betalen voor hetgebruik van de wasmachine, wifi-abonnement, telefoonabonnement,vervoer, sport, zelfzorgmiddelen zoals maandverband, shampoo, deo,maar ook cadeautjes, hobbyspullen, extra eigen eten (tussendoortjes,fruit), enz. Is de Staatssecretaris bereid om te laten onderzoeken of hetzak- en kleedgeld van mensen die een Wlz-indicatie met verblijf hebbentoereikend is en tevens passend bij de levensfase?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32827 De Staatssecretaris Participatie en Integratie onderzoekt de beleidstheorieachter de bijstandsnorm bij verblijf in een zorginstelling (zak- enkleedgeld)19 en waardoor het komt dat deze als niet toereikend wordtervaren.De leden van de NSC-fractie zien dat er in het NIBUD rapport vrijwel geenaandacht is voor mensen die een ernstige beperking krijgen terwijl ze ineen niet aanpasbare ongeschikte koopwoning wonen. Verhuizen naar eengeschikte koopwoning kan lastig zijn door de inkomenseisen voor eenhypotheek en een overlijdensrisicoverzekering, verhuizen naar eengeschikte huurwoning is in de particuliere sector vaak te duur en in desociale sector moeilijk door de inkomenseisen en de beperkte beschik-baarheid. Kan de Staatssecretaris inzicht geven in deze problematiek enwelke oplossingen er zijn voor deze doelgroep?Mede door de krapte op de woningmarkt kunnen mensen met eenbeperking problemen ondervinden bij het vinden van een toegankelijke enbetaalbare woning. De eerste stap is altijd om met de gemeente ingesprek te gaan over welke ondersteuning nodig is en of een woningaan-passing kan bijdragen aan participatie en herstel (in de zin van de Wmo2015). Soms kan een verhuizing een beter passende oplossing zijn geziende beperkingen die iemand ondervindt. Het gaat hierbij altijd ommaatwerk, die mede afhankelijk is van de aard van de (persoonlijke)omstandigheden, de huidige woning, de aard en mate van de beper-kingen, de met een woningaanpassing of verhuizing samenhangendekosten en het beschikbare aanbod aan passende woningen in eengemeente of regio. Het terugdringen van het woningtekort is één van deprioriteiten van het kabinet. Hierbij is extra aandacht voor woningen voormensen met een lage- en middeninkomens.De leden van de NSC-fractie hebben gelezen dat een client die persoon-lijke verzorging en verpleging krijgt vanuit de Zvw (wijkverpleging) geenbijdrage hoeft te betalen, terwijl een client die dezelfde persoonlijkeverzorging en verpleging krijgt vanuit de Wlz hiervoor wel een eigenbijdrage moet betalen die kan oplopen tot meer dan € 800 per maand.Vindt de Staatssecretaris dit uitlegbaar, mede gezien het VN VerdragHandicap? Wat gaat de Staatssecretaris hier aan doen?Er zijn verschillen tussen het gebruik van wijkverpleging en de zorgver-lening in de Wet langdurige zorg (Wlz) en in de Zorgverzekeringswet diehet verschil verklaren. Mensen die een Wlz-indicatie hebben, zijn mensendie een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur perdag zorg in de nabijheid nodig hebben. Deze mensen hebben in de regeldan ook een (veel) zwaardere zorgvraag dan mensen die zorg krijgen uitde wijkverpleging. Daarnaast krijgen mensen die op basis van de Wlz bijeen zorgaanbieder verblijven verzorging en verpleging en betalen geeneigen huur of energiekosten. Mensen met een volledig pakket thuiskrijgen bovendien, naast de verzorging en verpleging, hun eten en drinkenvergoed. Hiervoor geldt in de Wlz een inkomens- en vermogensafhanke-lijke eigen bijdrage en dat lijkt mij redelijk. Mensen die vanuit de Zorgver-zekeringswet wijkverpleging ontvangen, betalen namelijk zelf hunwoonlasten en eten en drinken.Zij begrijpen van mensen met een beperking dat de gezinsinkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrageregeling Wlz extramuraal zebelemmerd en beperkt in de vrijheid om levenskeuzes te maken zoalswerken, samenwonen en trouwen. Kan de Staatssecretaris hierop19Normbedrag verblijf is inrichting, Artikel 23 ParticipatiewetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32828 reflecteren en is zij bereid om voor deze groep de eigen bijdragerege-lingen aan te passen?De eigen bijdrage in de Wlz wordt geheven omdat we het redelijk vindendat de gebruiker van zorg voor een gedeelte bijdraagt in de kosten vanzorg. Zorggebruikers met een hoger inkomen en vermogen kunnen eengroter deel van hun zorgkosten zelf dragen dan gebruikers met een lagerinkomen en vermogen. En uiteindelijk wordt slechts een klein gedeeltevan de totale zorguitgaven bij de zorggebruiker zelf gelegd.In een huwelijk/geregistreerd partnerschap wordt een zekere mate vansolidariteit gevraagd, omdat bij het vaststellen van de eigen bijdrage ookhet inkomen van de gehuwde (of partner) wordt meegeteld. Bijgehuwden/partners is in algemene zin vaker sprake van meer besteedbaarinkomen dan bij een alleenstaande. Ik zie op dit moment daarom geenaanleiding om de eigen bijdrageregelingen voor deze groep aan tepassen.De leden van de NSC-fractie constateren dat het voornemen om de eigenbijdrage voor de Wmo inkomensafhankelijk te maken, kan leiden tot noghogere meerkosten voor mensen met een beperking die zijn aangewezenop ondersteuning. Is de Staatssecretaris bereid om rekening te houdenmet de mogelijke verdere stapeling van eigen bijdragen om te voorkomendat de bestaanszekerheid van mensen met een beperkingen (nog meer) inde knel komt en hierop waar nodig passende maatregelen te nemen?Eén van de uitgangspunten bij de vormgeving van de voorgenomeninkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb) is dat detoename van de stapeling van eigen bijdragen voor de burger (diesamenhangt met de invoering van de ivb) waar mogelijk wordt beperkt.Zo zal de ivb (net als nu het abonnementstarief) niet kunnen stapelen meteigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) of eigen bijdragen voorbeschermd wonen of opvang in de Wmo 2015. Ook behouden gemeentende mogelijkheid om cliënten vrij te stellen van het betalen van een eigenbijdrage, bijvoorbeeld bij een gebrek aan betalingscapaciteit.De leden van de fractie Nieuw Sociaal Contract lezen in het Hoofdlijnenak-koord dat er lastenverlichting komt, ook voor mensen in de knel en hunbestaanszekerheid. Hoe gaat de Staatssecretaris hier invulling aan geven?In het regeerprogramma kondigt het kabinet reeds algemene lastenver-lichting aan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. Dealgemene lastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van eenextra tarief in de inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlagingvan het tarief in de eerste schijf. Hier profiteren de lage en middenin-komens het meest van, ook in huishoudens waarin een lid van dathuishouden een beperking heeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling20 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.21 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voor20Kamerstuk 36 617, nr. 221Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32829 beschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.Zij lezen in een advies van de Raad van Volksgezondheid «Met de stroommee» (2023) dat een maximering zou moeten komen voor eigen betalingvan chronisch zieken. Is de Staatssecretaris voornemens iets met ditadvies te doen? Zo ja, welke stappen gaat de Staatssecretaris hierin zettenen wanneer komt zij met een voorstel? Zo nee, waarom niet?Een inhoudelijke reactie op de aanbevelingen van de Raad van Volksge-zondheid zal ik geven in de kabinetsreactie op dit rapport. Vooruitlopenddaarop wil ik aangeven dat het kabinet met de voorgenomen forseverlaging van het eigen risico naar 165 euro een flinke stap zet om tot eenmeer gelijkwaardige toegang tot zorg te komen, voor mensen die met veelzorgkosten te maken hebben, zoals chronisch zieken.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met veel belangstelling kennisge-nomen van de informatie over de meerkosten van leven met eenbeperking. Zij hebben sterke zorgen over de stapeling van zorgkosten dieveel mensen met een beperking ondervinden, waardoor zij moeilijk rondkunnen komen. Daarom hebben deze leden nog de volgende vragen.De leden van de D66-fractie merken op dat in de voorstellen van hetHoofdlijnenakkoord onder andere het verlagen van het eigen risico en hetafschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten staan,waarbij de tegemoetkoming ongeveer even groot is als de voorgesteldeverlaging van het eigen risico. Waarom is ervoor gekozen om eenmaatregel te nemen die op de langere termijn meer dan 5 miljard kost enniet ten goede komt aan arbeidsongeschikten?Het doel van de verlaging van het verplicht eigen risico is het verlagenvan de (ervaren) financiële drempel voor de toegang tot zorg voormensen die zorg nodig hebben, zeker als ze moeite hebben metrondkomen. De tegemoetkoming arbeidsongeschikten met een WAO-,WAZ-, WIA- of Wajong-uitkering is in het verleden ingesteld als compen-satie voor verwachte hogere (verborgen) kosten voor ziekte die dezegroep maakt. Nu het eigen risico wordt verlaagd, is er minder noodzaakvoor deze tegemoetkoming.Sommige mensen met een tegemoetkoming voor arbeidsongeschiktengaan er naar verwachting door de twee maatregelen op voor uit, ensommige mensen zullen er op achter uit gaan. Bij ongewijzigd beleid zoude tegemoetkoming naar verwachting € 235,11 bedragen in 2027. Heteigen risico zou bij ongewijzigd beleid op basis van de huidige inzichtenuitkomen op € 415 in 2027, maar wordt verlaagd naar € 165. Voormensen die het eigen risico volmaken, betekent dat een voordeel van€ 250. Ondanks dat niet precies bekend is in hoeverre alle gerechtigdenvan een AO-tegemoetkoming hun gehele eigen risico vol maken, is hetwel aannemelijk dat dit voor een groot deel van deze populatie het gevalzal zijn.De leden van de D66-fractie hebben over de samenloop van deze tweemaatregelen nog enkele specifieke vragen die we graag één voor éénbeantwoord willen hebben. Betreft de groep die de tegemoetkoming voorarbeidsongeschikten ontvangt volgens de schatting van de Staatssecre-taris voornamelijk de chronisch zieken met een lager of een hogerinkomen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32830 Er is geen data over hoeveel chronisch zieken de tegemoetkomingarbeidsongeschikten ontvangt, en of dit mensen met een lager of eenhoger inkomen betreft. Wel is bekend dat iedereen met een recht op eenWIA- WAO- of WAZ-uitkering die als minimaal 35% arbeidsongeschikt isaangemerkt de tegemoetkoming ontvangt. Ook mensen met recht op eenWajong-uitkering ontvangen de tegemoetkoming. Het inkomen van dezemensen verschilt per persoon en is situatie afhankelijk. Het is bijvoorbeeldafhankelijk van het inkomen voordat arbeidsongeschiktheid intrad, welkeuitkering de persoon ontvangt en of er nog sprake is van inkomsten uitarbeid. Hierdoor zullen er mensen zijn met een inkomen rond het sociaalminimum en ook mensen met een inkomen van 75% van het maximumdagloon wat bruto 4.500 euro per maand bedraagt. Het inkomen van degehele groep zal gemiddeld lager zijn omdat de uitkering 70 of 75% vanhet laatstverdiende loon bedraagt.Mensen met recht op een Wajong-DGA of WIA-, WAO- of WAZ-uitkeringdie meer dan 80% arbeidsongeschiktheid zijn en voor langere tijd hulp ofverzorging nodig hebben kunnen een verhoging van hun uitkeringaanvragen. Afhankelijk van de situatie van de persoon kan de uitkeringomhoog gaan naar 85 of 100% van het (vervolg)maandloon of grondslag.En betreft dat volgens deze schatting voornamelijk de mensen met relatieflage of relatief hoge meerkosten?Het kabinet heeft geen inzicht in of de mensen die de tegemoetkomingarbeidsongeschikten ontvangen mensen betreft met hoge of lagemeerkosten. De tegemoetkoming wordt verstrekt aan alle mensen metrecht op een WIA-, WAO- WAZ- of Wajong uitkering die minimaal 35%arbeidsongeschikt zijn, ongeacht de zorgkosten die zij hebben.Mensen met recht op een Wajong-DGA of WIA-, WAO- of WAZ-uitkeringdie meer dan 80% arbeidsongeschiktheid zijn en voor langere tijd hulp ofverzorging nodig hebben kunnen een verhoging van hun uitkeringaanvragen. Afhankelijk van de situatie van de persoon kan de uitkeringomhoog gaan naar 85 of 100% van het (vervolg)maandloon of grondslagKlopt het dat ontvangers van de tegemoetkoming arbeidsongeschiktendie het eigen risico hebben meeverzekerd via de minimapolis van hungemeente, er zelfs op achteruit gaan door deze combinatie van maatre-gelen, nog los van de effecten op premies en belastingen?Allereerst merk ik op dat het gemeenten vrij staat al dan niet eengemeentepolis aan te bieden en dat voor mensen met een minimumin-komen die weinig zorgkosten maken de gemeentepolis niet de bestpassende zorgverzekering hoeft te zijn. Het is namelijk een relatiefuitgebreide en dure polis.Als iemand een gemeentepolis heeft is niet op voorhand te zeggen ofiemand er op voor- of achteruitgaat, omdat het afhangt van de gemeentewaar iemand woont, het type gemeentepolis dat iemand op dit momentheeft en de eventuele reactie van gemeenten op de verlaging van heteigen risico of iemand erop vooruit- of achteruitgaat.Het verschilt per gemeente en/of de door hen met zorgverzekeraarsovereengekomen gemeentepolis in welke mate door gemeenten wordtbijgedragen aan eigen betalingen in de vorm van het eigen risico. Bijsommige gemeentepolissen is het eigen risico meeverzekerd en een vastonderdeel van de maandelijkse premie. De gemeentelijke bijdrage aan degemeentepolis staat dan los van de hoogte van het eigen risico, en in datgeval hoeft iemand met zo’n gemeentepolis er niet op achteruit te gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32831 Er zijn ook gemeenten die een vast (forfaitair) bedrag uitkeren dat bedoeldis als compensatie voor het eigen risico of voor zorgkosten in hetalgemeen. Ook in dat geval hoeft de verlaging van het eigen risico er niettoe te leiden dat iemand in zo’n gemeente financieel slechter af is. Het isechter ook mogelijk dat de gemeentelijke bijdrage aan de minimapolisspecifiek is gekoppeld aan het eigen risico. In dat geval kan iemand metzo’n gemeentepolis er financieel wel op achteruitgaan. Op dit moment iser geen inzicht in hoeveel mensen in welke categorie vallen.Daarnaast is relevant in welke mate gemeenten de voorwaarden voor hungemeentepolis aanpassen n.a.v. de verlaging van het eigen risico.Gemeenten kunnen immers besluiten om die aan te passen. Ook dat kaninvloed hebben op de mate waarin mensen met een minimapolis eropvooruit- of achteruitgaan.Kan de Staatssecretaris reflecteren op de gestelde doelen van deverlaging van het eigen risico en in hoeverre deze naar verwachtinggehaald gaan worden indien deze maatregel wordt genomen in combi-natie met het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsonge-schikten?Het doel van de verlaging van het verplicht eigen risico is het verlagenvan de (ervaren) financiële drempel voor de toegang tot zorg voormensen die zorg nodig hebben, zeker als ze moeite hebben metrondkomen. Met het flink verlagen van het eigen risico naar € 165 entranchering per 2027 creëert het kabinet een gelijkwaardigere toegang totzorg voor iedereen in Nederland.De tegemoetkoming arbeidsongeschikten met een WAO-, WAZ-, WIA- ofWajong-uitkering is in het verleden ingesteld als compensatie voorverwachte hogere (verborgen) kosten voor ziekte die deze groep maakt.Alle mensen met een WAO-, WAZ-, WIA- en Wajong-uitkering en eenarbeidsongeschiktheid van tenminste 35% ontvangen de tegemoetkomingarbeidsongeschikten. Naar schatting hebben in 2024 circa 815 duizendpersonen recht op deze tegemoetkoming. De tegemoetkoming arbeidson-geschikten bedraagt in 2024 netto € 217,29 per jaar. Nu het eigen risicowordt verlaagd, is er minder noodzaak voor deze tegemoetkoming. Dat iseen van de redenen waarom de tegemoetkoming vanaf 2027 wordtafgeschaft. Een tweede reden voor de afschaffing van de tegemoetkomingvoor arbeidsongeschikten hangt samen met het feit dat de regelingongelijkheid veroorzaakt. De regeling is namelijk uitsluitend voor mensenmet een UWV-uitkering; mensen die ziek of arbeidsongeschikt zijn maargeen UWV-uitkering hebben, komen niet in aanmerking voor de regeling.Die ongelijkheid is moeilijk uitlegbaar. De afspraken in het regeerakkoordzorgen ervoor dat iedereen met hogere kosten in het kader van deZorgverzekeringswet in gelijke mate worden gecompenseerd via deverlaging van het eigen risico.Sommige mensen met een tegemoetkoming voor arbeidsongeschiktengaan er naar verwachting door de twee maatregelen op voor uit, ensommige mensen zullen er op achter uit gaan. Bij ongewijzigd beleid zoude tegemoetkoming naar verwachting € 235,11 bedragen in 2027. Heteigen risico zou bij ongewijzigd beleid op basis van de huidige inzichtenuitkomen op € 415 in 2027, maar wordt verlaagd naar € 165. Voormensen die het eigen risico volmaken betekent dat een voordeel van€ 250. Ondanks dat niet precies bekend is in hoeverre alle gerechtigdenvan een AO-tegemoetkoming hun gehele eigen risico vol maken, is hetwel aannemelijk dat dit voor een groot deel van deze populatie het gevalzal zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32832 Het kabinet is zich ervan bewust dat mensen die nu een tegemoetkomingvoor arbeidsongeschikten ontvangen als gevolg van de afschaffing persaldo minder baat hebben van de verlaging van het eigen risico danandere groepen. Het kabinet heeft dit ook meegewogen bij de besluit-vorming over het algemene koopkrachtbeeld. Zo heeft het kabinetbesloten om een extra schijf in de inkomstenbelasting te introduceren meteen verlaagd tarief. Daarnaast gaan de huurtoeslag en het kindgebondenbudget de komende jaren omhoog. Hier profiteren lage en middenin-komens het meest van, waaronder ook de groepUWV-uitkeringsgerechtigden.De leden van de D66-fractie merken op in het onderzoek van Ieder(in) dat28% van de onderzochte chronisch zieken de tegemoetkoming arbeidson-geschiktheid ontvangt. Stroken die cijfers met het beeld van de Staatsse-cretaris? Hoeveel mensen ontvangen deze tegemoetkoming?Het onderzoek van Ieder(in) gaat over 1.513 respondenten, die op deoproep hebben gereageerd om een vragenlijst in te vullen. Er is geenlandelijke data met een aselecte steekproef beschikbaar over hoeveelchronisch zieken de tegemoetkoming arbeidsongeschikten ontvangt, en ofdit mensen met een lager of een hoger inkomen betreft.Wel is bekend dat iedereen met een recht op een WIA- WAO- ofWAZ-uitkering die minimaal 35% arbeidsongeschikt is de tegemoet-koming ontvangt. Naar schatting hebben in 2024 circa 815 duizendpersonen recht op de tegemoetkoming arbeidsongeschiktheid.En hoeveel volwassenen zijn er met een chronische aandoening,waarvoor ze het afgelopen jaar in ieder geval één keer contact hebbengehad met de huisarts?Op basis van de Nivel zorgregistraties 1e lijn gaan we uit van ruim10 miljoen mensen met een chronische aandoening.22 Van de groep meteen chronische aandoening heeft in 2023 5,5 miljoen personen gedurende2023 contact gehad met de huisarts.23Hoeveel zou het naar schatting kosten om de tegemoetkoming voorarbeidsongeschikten niet af te schaffen, zoals het kabinet voorstaat, maaruit te breiden naar alle chronisch zieken?Het laten bestaan van de AO-tegemoetkoming vanaf 2027 kost structureel300 miljoen euro per jaar. De kosten van het uitbreiden van dezetegemoetkoming naar alle chronisch zieken zijn op voorhand niet aan tegeven, omdat dit afhangt van de definitie van chronische ziekte en verderebepalingen die men bij een uitbreiding zou vaststellen.De leden van de D66-fractie merken op dat in het hoofdlijnenakkoordmiddelen zijn opgenomen voor groepen in de knel. Vindt de Staatssecre-taris chronisch zieken en mensen met een beperking een groep die in deknel zit, afgaande op de voorliggende cijfers?Het is niet op voorhand te zeggen dat alle chronisch zieken en mensenmet een beperking behoren tot groepen die in de knel zitten. Tegelijkertijdlaat het onderzoek duidelijk zien dat huishoudens met iemand met eenbeperking in veel gevallen aanzienlijk minder te besteden hebben danhuishoudens zonder iemand met een beperking. Daarnaast laat het22www.vzinfo.nl23www.staatvenz.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32833 onderzoek zien dat sommige huishoudens – als gevolg van de meerkostenbij een beperking – maandelijks geld tekortkomen.In sommige gevallen zijn er gemeentelijke regelingen waarop mensen diein de knel komen een beroep kunnen doen, zoals bijzondere bijstand. Dezegemeentelijke regelingen zijn niet meegenomen in het onderzoek. Dat laatonverlet dat mensen met een beperking moeite kunnen hebben om rondte komen.Op welke manier worden deze middelen specifiek aangewend voorchronisch zieken en mensen met een beperking?Het kabinet is op dit moment niet voornemens om een deel van demiddelen voor groepen in de knel specifiek aan te wenden voorzorgkosten voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Welkunnen huishoudens met iemand met een chronische ziekte of beperkingbaat hebben bij de inzet van de middelen voor groepen in de knel, als zijtot de doelgroep behoren van de maatregelen die hieronder vallen.Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek van extravervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelasting per1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensen meteen beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibud onderzoek,stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voor beschikbaar om hetforfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoerskosten te verhogennaar 0,60 euro per kilometer.Specifiek voor mensen met een psychische aandoening heeft het kabinetbesloten om de effectief bewezen re-integratiemethode IndividuelePlaatsing en Steun voor de gemeentelijke doelgroep te verlengen tot enmet 2025. De precieze inzet van deze middelen zoals beoogd door hetkabinet is te vinden in de Miljoenennota.Kan de Staatssecretaris andere voorbeelden geven van maatregelen in hetHoofdlijnenakkoord die specifiek gericht zijn op het verminderen vanstapeling van zorgkosten voor chronisch zieken en mensen met eenbeperking?Een voorbeeld is de verlaging van het eigen risico per 2027, die ook vaninvloed zal zijn op de hoogte van de (gestapelde) zorgkosten die chronischzieken of mensen met een beperking betalen. Tot die tijd blijft het eigenrisico overigens bevroren.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de meerkostenvan het leven met een beperking. De leden hebben de volgende vragenaan de Staatssecretaris.De leden lezen dat het onderzoek concludeert dat in sommige gevallenmensen met een beperking en een inkomen boven het minimumnauwelijks beter af zijn dan hetzelfde huishoudtype zonder meerkosten opbijstandsniveau. Dat betekent dat het risico dat mensen met een beperktinkomen en een beperking maandelijks geld tekortkomen als gevolg vanhun meerkosten hoger is dan voor andere huishoudens. Sommigemeerkosten zoals premie en het eigen risico zijn volgens het onderzoekeenvoudig vast te stellen. Wat gaat de Staatssecretaris voor mensen meteen beperking doen om deze meerkosten te verminderen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32834 Dit kabinet verlaagt het verplichte eigen risico in de Zorgverzekeringswetnaar € 165 in 2027. Dit zorgt ervoor dat mensen die elk jaar hun eigenrisico volmaken erop vooruit gaan. Door het verlagen van het eigen risicozal de nominale premie stijgen. Deze stijging zal het kabinet compenserendoor het tarief van de eerste schijf in de inkomstenbelasting te verlagen.Dit verlaagde tarief gaat al in vanaf 2025. De zorgtoeslag zorgt ervoor datmensen nooit meer dan een bepaald deel van het inkomen kwijt zijn aankosten voor de Zorgverzekeringswet (premie en eigen risico). Dezorgtoeslag zal daardoor ook stijgen.In het regeerprogramma kondigt het kabinet algemene lastenverlichtingaan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. De algemenelastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van een extra tarief inde inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief inde eerste schijf. Hier profiteren de lage en middeninkomens het meestvan.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling24 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.25 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.En welke regelingen zijn er op dit moment al waar mensen met eenbeperking aanspraak op kunnen doen?Het Nibud onderzoek geeft inzicht in de regelingen waar mensenaanspraak op kunnen doen voor tegemoetkoming in de kosten. Mensenkunnen op verschillende gebieden aanspraak maken op een tegemoet-koming in de kosten. De regelingen moeten over het algemeen allemaalapart worden aangevraagd met ook ieder zijn eigen toekenningscriteria.Op het gebied van woonkosten kunnen mensen – indien zij voldoen aande daarvoor gestelde eisen aanspraak maken op een verhoging van dehuurtoeslag. Op het gebied van zorgkosten zijn er zorgwetten waarin eentegemoetkoming wordt geregeld zoals de zorgtoeslag en men kan gebruikmaken van de fiscale aftrekpost specifieke zorgkosten.Op het gebied van vervoer is er een verlaagd tarief in de motorrijtuitgen-belasting (mrb). Daarnaast geldt er voor groepenvervoer van rolstoelge-bruikers en voor speciaal ingerichte bestelauto voor gehandicaptengelden teruggaafregelingen in de belasting van personenauto’s enmotorrijwielen (bpm). Ook kunnen mensen met een WIA, WAZ, WAO ofWajong-uitkering aanspraak maken op een verhoging van hun uitkeringop basis van hulpbehoevendheid.Afhankelijk van zijn of haar woonplaats is er ook nog recht op gemeente-lijke regelingen. Hierbij kan gedacht worden aan individuele bijstand,meerkostenregelingen en individuele bijzondere bijstand. De hoogte vandeze regelingen lopen erg uiteen daarnaast wordt er vaak inkomensgrenstussen de 110% en 130% van het wettelijk minimumloon gehanteerd. Voorouders met kinderen zijn er ook specifieke regelingen zoals dubbele24Kamerstuk 36 617, nr. 225Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32835 kinderbijslag bij intensieve zorg (DKIZ) en aanvullende kinderbijslag(AKW+). Wanneer aan een studie wordt begonnen kunnen jongerengebruik maken van studietoeslag. Tenslotte geeft koepelorganisatieieder(in) op www.meerkosten.nl informatie over diverse regelingengericht op chronisch zieken en mensen met een beperking.Daarnaast lezen de leden dat niet alleen huishoudens met een beperkingte maken hebben met meerkosten maar mensen ook te maken hebbenmet minder inkomen. Ook zijn zij door hun beperking (of de beperking vanhun partner of kinderen) niet in staat meer te werken of een baan met eenhoger salaris te verkrijgen. Dit zorgt ervoor dat huishoudens met(kinderen met) een beperking niet alleen minder bestedingsruimte hebbendan mensen zonder beperking, maar ook minder mogelijkheden om hunsituatie te verbeteren. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar en wat wil zijdoen om de situatie voor deze huishoudens te verbeteren?In het regeerprogramma kondigt het kabinet reeds algemene lastenver-lichting aan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. Dealgemene lastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van eenextra tarief in de inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlagingvan het tarief in de eerste schijf. Hier profiteren de lage en middenin-komens het meest van, ook in huishoudens waarin een lid van dathuishouden een beperking heeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling26en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.27 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.Ik zie de uitkomsten van het Nibud onderzoek als een aanleiding om,samen met collega-bewindspersonen van het Ministerie van SZW, ingesprek te gaan en met een beleidsreactie op dit rapport te komen. Hierbijis het regeerprogramma van het kabinet het vertrekpunt.Verder vragen de leden of de Staatssecretaris uitgebreider onderzoek wildoen naar de extra kosten van het leven met een beperking. En zo ja, is deStaatssecretaris bereid om dit onderzoek af te ronden met verschillendeaanbevelingen over hoe het risico van maandelijks financieel tekort alsgevolg van de extra kosten voor mensen met een beperkt inkomen en eenbeperking kan worden verminderd?Het Nibud onderzoek geeft nu goede indicaties van de meerkosten diemensen met een beperking ervaren. Op dit moment ligt mijn prioriteit bijde invulling van de werkagenda bij de nationale strategie VN-verdragHandicap, samen met mijn collega bewindspersonen. Ik zet me ervoor indat de werkagenda maatregelen gaat bevatten die bijdragen aan hetbevorderen van gelijkheid tussen mensen met en mensen zonderbeperking.26Kamerstuk 36 617, nr. 227Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32836 Daarnaast werkt het kabinet met het programma Vereenvoudiginginkomensondersteuning voor mensen (VIM) aan het tegengaan vanversnippering, in specifieke zin verschillende korte termijn knelpuntenwaarvan het besteedbaar inkomen bij meerkosten in verband met eenbeperking er één is. Begin 2025 zal uw Kamer worden geïnformeerd overde voortgang hiervan.Tot slot lezen de leden dat veel mensen met een beperking of chronischeziekte naast zorgkosten meerkosten hebben die samenhangen met hunaandoening (zoals extra energiekosten, hogere was- en kledingkosten,aangepaste kleding, vervoerskosten in verband met zorg, etc.). Hoe denktde Staatssecretaris structureel inzicht te verkrijgen in deze overigemeerkosten? En hoe wil de Staatssecretaris structureel inzicht krijgen inhet aantal mensen met een beperking of chronische ziekte dat te makenheeft met meerkosten en de ontwikkeling van de stapeling vanmeerkosten?Het klopt inderdaad dat mensen met een beperking niet alleen metmeerkosten in de vorm van zorgkosten te maken hebben. De voorbeeld-begrotingen die het Nibud heeft ontwikkeld in dit onderzoek gevendaarom inzicht in zowel de zorgkosten als de overige meerkosten, zoals dehogere energiekosten of hogere woonlasten. Eén van de redenen om indit onderzoek te kiezen voor de voorbeeldbegrotingen van het Nibud, isdat het Nibud de begrotingen ieder jaar in december/januari zal updaten.Jaarlijks worden er dan kleine aanpassingen gedaan, op basis van deontwikkeling van tarieven, hoogten van eigen bijdragen, of indexatie vanhet CPI (Consumentenprijsindex). Op die manier blijft het inzicht in demeerkosten waar mensen met een beperking mee te maken krijgenactueel.Het Nibud onderzoek laat zien dat inzicht krijgen in het aantal mensen meteen beperking of chronische ziekte dat te maken heeft met meerkostenheel ingewikkeld is. Dit hangt af van meerdere factoren, bijvoorbeeld desamenstelling van het huishouden, type zorg- of ondersteuningsbehoefte,inkomenssituatie van de persoon en een eventuele partner. Ik heb eerderreeds met het CBS verkend wat zij kunnen betekenen in het verder in kaartbrengen van de groep mensen met een beperking of chronischeaandoening. Nederland kent op dit moment geen landelijk registratiebe-stand van alle inwoners, waarin de beperkingen van mensen zijngeregistreerd en waaraan de registers van CBS gekoppeld zouden kunnenworden. Zo’n koppeling is op dit moment technisch niet mogelijk.Bovendien is een verdere discussie op zijn plaats of deze koppelingwenselijk is, vanuit privacy overwegingen en het risico op stigmatisering.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het onderzoekvan het Nibud over de meerkosten van het leven met een beperking. Deleden maken graag van de gelegenheid gebruik enkele aanvullendevragen te stellen. Hoe wil de Staatssecretaris structureel inzicht krijgen inhet aantal mensen met een beperking of chronische ziekte dat te makenheeft met meerkosten en de ontwikkeling van de stapeling vanmeerkosten bij hen? Kan de regering hier eens op reflecteren?Eén van de redenen om in dit onderzoek te kiezen voor de voorbeeldbe-grotingen van het Nibud, is dat het Nibud de begrotingen ieder jaar indecember/januari zal updaten. Jaarlijks worden er dan kleine aanpas-singen gedaan, op basis van de ontwikkeling van tarieven, hoogten vaneigen bijdragen, of indexatie van het CPI (Consumentenprijsindex). Op diemanier blijft het inzicht in de meerkosten waar mensen met een beperkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32837 mee te maken krijgen actueel. Het Nibud onderzoek laat zien dat inzichtkrijgen in het aantal mensen met een beperking of chronische ziekte dat temaken heeft met meerkosten heel ingewikkeld is. Dit hangt af vanmeerdere factoren, bijvoorbeeld de samenstelling van het huishouden,type zorg- of ondersteuningsbehoefte, inkomenssituatie van de persoonen een eventuele partner.Ik heb eerder met het CBS verkend wat zij kunnen betekenen in het verderin kaart brengen van de groep mensen met een beperking of chronischeaandoening. Nederland kent op dit moment geen landelijk registratiebe-stand van alle inwoners, waarin de beperkingen van mensen zijngeregistreerd en waaraan de registers van CBS gekoppeld zouden kunnenworden. Zo’n koppeling is op dit moment technisch niet mogelijk.Bovendien is een verdere discussie op zijn plaats of zo’n koppelingwenselijk is, vanuit privacy overwegingen en het risico op stigmatisering.Niet alle uitgaven die aan de beperking zijn gerelateerd worden vergoed,zo blijkt ook uit het rapport van het Nibud. Tegemoetkomingen encompensatiemaatregelen zijn versnipperd. De leden van de CDA-fractievinden het ingewikkeld en het kan leiden tot veel administratieverompslomp. De bewijslast ligt bij de burger met een handicap ofchronische ziekte. Wat vindt de Staatssecretaris hiervan? Erkent deStaatssecretaris de complexiteit van de financiële vergoedingen voormensen met een handicap en chronische ziekte?Ik erken dat mensen met een beperking veel tijd kwijt zijn aan het regelenvan allerlei ondersteuning en hoge administratieve lasten ervaren. Ik hebde ambitie om regelingen te vereenvoudigen, maar dit is een complexvraagstuk. Op dit moment werkt het kabinet aan verschillende trajectendie tezamen gericht zijn op verbeteringen.Begin dit jaar heeft het kabinet de Nationale strategie voor implementatievan het VN-verdrag handicap vastgesteld. Binnen de werkagenda vandeze strategie kijk ik ook naar het eenvoudig en transparant regelen vanzorg en ondersteuning. Ik informeer u in het vierde kwartaal van 2024 perbrief nader over de voortgang van de ontwikkeling van de werkagenda.Daarnaast werkt het kabinet aan de verbetering van de fiscale regelingaftrek specifieke zorgkosten. Sinds afgelopen jaar wordt interdeparte-mentaal (Financiën, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksge-zondheid, Welzijn en Sport) samengewerkt aan het uitwerken vanverbeteringen van en alternatieven voor de huidige fiscale regeling in eeneindrapport. Eén van de doelen van deze verbetering is om de regelingbeter te richten op de doelgroep van mensen met een chronische ziekte ofbeperking. De regeling dient, als ze behouden wordt, te worden vereen-voudigd. Voor op de korte termijn zijn in het Belastingplan 2025 reeds eenaantal verbeteringen opgenomen van de regeling voor de posten«vervoerskosten» en «bezoek». Deze vereenvoudiging maakt de aftrekposteenduidiger. Daarnaast wordt het invullen van deze kostenposten in deaangifte eenvoudiger voor de burger. Het verbeteren van de regelingbetreft een complex vraagstuk, waarbij elke variant zowel voor- alsnadelen heeft. Die moeten zorgvuldig worden uitgewerkt en nadat ditgereed is zal ook het eindrapport met uw Kamer worden gedeeld.Ook werkt het kabinet via het programma Vereenvoudiging inkomenson-dersteuning voor mensen aan de aanpak van knelpunten voor mensen dieveel meerkosten hebben. Begin 2025 zal uw Kamer hierover nadergeïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32838 Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen de verschillen tussen gemeentenals het gaat om die financiële vergoedingen? Wat vindt de Staatssecretarisvan gemeenten die geen vergoeding meer geven voor het hebben vanmeerkosten door het hebben van een handicap of een chronische ziekte?Heeft de Staatssecretaris concrete plannen om de verschillen tussengemeenten in vergoedingen voor mensen met een beperking terug tedringen, zo ja welke plannen?Met het overhevelen van het budget voor de Wet tegemoetkomingchronisch gehandicapten (Wtcg) in 2015, is ook de opdracht die hieraangekoppeld was, gedecentraliseerd naar gemeenten. Een belangrijkfundament van gedecentraliseerde wetgeving is de beleidsruimte diegemeenten hebben om tot lokale regelgeving te komen die passend is bijde lokale situatie ter bevordering van het kunnen bieden van maatwerk.Hierdoor kunnen dus verschillen ontstaan bij de uitvoering van taken doorgemeenten, als het gaat om kosten, maar ook als het gaat om devormgeving van regelingen.Tien jaar na de decentralisatie rijst de vraag of die diversiteit op alleonderdelen van de uitvoeringspraktijk noodzakelijk en nuttig is. Derhalvewordt in een brede studie naar de houdbaarheid van de Wmo 2015 in denabije toekomst ook gekeken naar de diversiteit in de uitvoeringspraktijken zodoende ook naar de reikwijdte van beleidsruimte en stelselverant-woordelijkheid.Vanzelfsprekend zal ik gemeenten erop blijven attenderen juist voor dezegroep mensen (altijd) extra aandacht te hebben. In algemene zin biedengemeenten meerdere handreikingen aan mensen in financiële nood.Bijvoorbeeld door te bezien of een vergoeding of tegemoetkoming in demeerkosten mogelijk is, of een beroep op bijzondere bijstand, of een(tijdelijke) vrijstelling van de eigen bijdrage of een betalingsregeling ofbelastingaftrek.Wat kan de Staatssecretaris in de tussentijd doen om regelingen tevereenvoudigen teneinde de toegankelijkheid ervan voor deze doelgroepte verbeteren? Kan de Staatssecretaris aangeven of zij met concretemaatregelen komt om de compensatie van meerkosten voor mensen meteen beperking verbeteren?Op dit moment werkt het kabinet aan verschillende trajecten die tezamengericht zijn op verbeteringen. Eén van deze trajecten is de monitorstapeling eigen bijdragen. Hierin geeft het CBS een overzicht van alleverplichte eigen bijdragen voor verzekerde zorg of ondersteuning voor degehele Nederlandse bevolking. De monitor is een belangrijk instrumentom de betaalbaarheid van zorg voor de zorggebruiker nog beter in kaart tebrengen. De eerste conclusie in 2024 was dat de mate van stapeling vaneigen bijdragen gemiddeld is afgenomen. Dat neemt niet weg dat erspecifieke groepen (of individuen) kunnen zijn waarbij dit beeld afwijkt.Daarnaast werkt het kabinet aan de verbetering van de fiscale regelingaftrek specifieke zorgkosten. Eén van de doelen van deze verbetering isom de regeling beter te richten op de doelgroep van mensen met eenchronische ziekte of beperking. Hiervoor worden verschillende opties inkaart gebracht. We streven ernaar om uiterlijk in het eerste kwartaal van2025 het eindrapport met alternatieven en aanpassingen van de fiscaleregeling specifieke zorgkosten af te ronden en vervolgens met uw Kamerte delen. Ook werkt het kabinet via het programma Vereenvoudiginginkomensondersteuning voor mensen aan de aanpak van knelpunten voormensen die veel meerkosten hebben. Begin 2025 zal uw Kamer hierovernader geïnformeerd worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32839 Heeft de Staatssecretaris het voornemen om in overleg te gaan met haarcollega om de fiscale aftrek specifieke zorgkosten beter te richten op dedoelgroep van mensen met een levenslange en levensbrede beperking diemeerkosten hebben?Sinds afgelopen jaar wordt interdepartementaal (Financiën, Sociale Zakenen Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport) samenge-werkt aan het uitwerken van verbeteringen van en alternatieven voor dehuidige fiscale regeling in een eindrapport. Eén van de doelen van dezeverbetering is om de regeling beter te richten op de doelgroep vanmensen met een chronische ziekte of beperking. De regeling dient, als zebehouden wordt, te worden vereenvoudigd. Voor op de korte termijn zijnin het Belastingplan 2025 reeds een aantal verbeteringen opgenomen vande regeling voor de posten «vervoerskosten» en «bezoek». Deze vereen-voudiging maakt de aftrekpost eenduidiger. Daarnaast wordt het invullenvan deze kostenposten in de aangifte eenvoudiger voor de burger. Hetverbeteren van de regeling betreft een complex vraagstuk, waarbij elkevariant zowel voor- als nadelen heeft. Die moeten zorgvuldig wordenuitgewerkt en nadat dit gereed is zal ook het eindrapport met uw Kamerworden gedeeld.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het Nibud-rapport«Meerkosten van het leven met een beperking». Zij hebben hierover nogeen aantal vragen aan het kabinet.De leden van de SP-fractie benadrukken dat het Nibud-rapport laat ziendat mensen met een beperking te maken krijgen met forse meerkostenvan vaak duizenden euro’s per jaar, terwijl zij ook nog eens vaak eenkleinere verdiencapaciteit hebben. Is de Staatssecretaris van plan om daarecht iets aan te veranderen? Zo ja, met welke concrete maatregelen komtzij hiervoor en op welke termijn?Om te beginnen verlaagt het kabinet het eigen risico per 2027 voor eenmeer gelijkwaardige toegang tot zorg voor iedereen. In het regeerpro-gramma kondigt het kabinet verder algemene lastenverlichting aan enspecifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. De algemenelastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van een extra tarief inde inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief inde eerste schijf. Hier profiteren de lage en middeninkomens het meestvan, ook in huishoudens waarin een lid van dat huishouden een beperkingheeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling28 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.29 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.28Kamerstuk 36 617, nr. 229Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32840 Ik zie de uitkomsten van het Nibud onderzoek als een aanleiding om,samen met collega-bewindspersonen van het Ministerie van SZW, ingesprek te gaan en met een beleidsreactie op dit rapport te komen. Hierbijis het regeerprogramma van het kabinet het vertrekpunt.De leden van de SP-fractie wijzen erop dat de meerkosten voor mensenmet een beperking nog verder dreigen door te stijgen als het abonne-mentstarief in de Wmo weer wordt vervangen door hogere eigenbijdragen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar? Acht zij dit wenselijk?De invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage(ivb) in de Wmo 2015 draagt naar verwachting bij aan het verbeteren vande beschikbaarheid van Wmo-ondersteuning, vooral voor hen die hetmeest kwetsbaar zijn, waaronder ook mensen met een beperking.Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat de toename van de stapeling vaneigen bijdragen, die het gevolg is van de invoering van de ivb, waarmogelijk wordt beperkt. Ik zie dat als een belangrijk uitgangspunt voor denieuwe maatregel.De herinvoering van een ivb in de Wmo 2015 is een maatregel die doorhet vorige kabinet is uitgewerkt in een wetsvoorstel dat afgelopenvoorjaar voor advies is aangeboden aan de Raad van State. Het vorigekabinet heeft hier in het voorjaar van 2023 ook al een opbrengst vooringeboekt. Op 28 augustus heeft de Raad van State advies uitgebracht bijhet betreffende wetsvoorstel. Momenteel ben ik dit advies aan hetverwerken en daarbij aan het bekijken of ik in het voorstel – met behoudvan de totale opbrengst – meer recht kan doen aan het bovengenoemdeuitgangspunt, rekening houdend met de financiële draagkracht vanverschillende groepen.Hoe verhoudt dit zich tot het standstill-principe van het VN-verdraghandicap?Door de ivb wordt de druk op de beschikbaarheid van voorzieningen opgrond van de Wmo 2015 verminderd en worden gemeenten beter in staatgesteld maatwerkvoorzieningen te bieden aan die burgers die daar hetmeest op zijn aangewezen. De toegankelijkheid (artikel 9 VN-verdraghandicap), het deel uitmaken van de maatschappij (artikel VN-verdragHandicap) en de persoonlijke mobiliteit (artikel 20 VN-verdrag handicap)van mensen met een beperking zijn daarmee gediend.De ivb maakt geen onderscheid tussen mensen met een beperking enandere personen: de ivb geldt voor alle mensen die gebruik maken vanWmo-maatwerkvoorzieningen waarop nu het abonnementstarief vantoepassing en is voor mensen met een laag inkomen lager dan voormensen met een hoog inkomen. Verder behouden gemeenten demogelijkheid om cliënten vrij te stellen van het betalen van een eigenbijdrage, bijvoorbeeld bij een gebrek aan betalingscapaciteit. Ook relevantvoor mensen met een beperking is dat de ivb niet zal kunnen stapelen meteigen bijdragen voor langdurige zorg op grond van de Wlz of voorbeschermd wonen of opvang op grond van de Wmo 2015. De voorge-nomen herinvoering van de ivb is derhalve naar mijn inzicht in overeen-stemming met de grondbeginselen van het VN-verdrag Handicap. Dezemaatregel biedt ten opzichte van de huidige situatie betere waarborgenvoor de beschikbaarheid van maatwerkvoorzieningen met het oog opzelfredzaamheid en participatie die bijdragen aan de persoonlijkeautonomie en onafhankelijkheid van mensen met een beperking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32841 De leden van de SP-fractie vragen de Staatssecretaris daarnaast of zij vanplan is om het aantal bijbetalingen en eigen betalingen die mensenmoeten doen i.v.m. hun beperking te verminderen. Zo ja, welke plannenheeft zij hiervoor, naast het verlagen van het eigen risico?De Minister van VWS houdt vinger aan de pols op eigen (bij)betalingenmet de monitor stapeling eigen bijdragen. Hierin geeft het CBS eenoverzicht van alle verplichte eigen bijdragen voor verzekerde zorg ofondersteuning voor de gehele Nederlandse bevolking. De monitor is eenbelangrijk instrument om de betaalbaarheid van zorg voor de zorgge-bruiker nog beter in kaart te brengen. De eerste conclusie in 2024 was datde mate van stapeling van eigen bijdragen gemiddeld is afgenomen. Datneemt niet weg dat er specifieke groepen (of individuen) kunnen zijnwaarbij dit beeld afwijkt.De leden van de SP-fractie vragen tot slot of er plannen zijn om ook deniet-medische kosten die mensen moeten maken als gevolg van hunbeperking meer te compenseren.In het regeerprogramma kondigt het kabinet reeds algemene lastenver-lichting aan en specifieke lastenverlichting voor groepen in de knel. Dealgemene lastenverlichting wordt ingevuld door de introductie van eenextra tarief in de inkomstenbelasting, gecombineerd met een verlagingvan het tarief in de eerste schijf. Hier profiteren de lage en middenin-komens het meest van, ook in huishoudens waarin een lid van dathuishouden een beperking heeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling30 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.31 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar.De leden van de SP-fractie vragen ten slotte in hoeverre mensen met eenbeperking zelf betrokken worden bij de aanpak van deze problemen.Op dit moment werk ik aan de invulling van de werkagenda bij deNationale Strategie VN-verdrag Handicap. Ik betrek belangenverenigingenen ervaringsdeskundigen op verschillende momenten in dit proces om zohun waardevolle ervaringen en kennis mee te kunnen nemen. Bijvoor-beeld met de sprintsessies die zijn georganiseerd voor het maken vandeze werkagenda in juni en juli van dit jaar en die ook dit najaar en aanhet begin van 2025 weer zullen worden georganiseerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie maken graag van de gelegenheidgebruik om enkele vragen te stellen over het rapport «Meerkosten van hetleven met een beperking», uitgevoerd door het Nibud. Deze leden vindenhet zeer waardevol dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden, omdat dit eenrealistisch beeld lijkt te geven van de financiële situatie van mensen meteen beperking. Niet alleen de eventuele extra zorgkosten zijn berekend,30Kamerstuk 36 617, nr. 231Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32842 maar ook de mogelijke meerkosten op alle andere terreinen van het leven.Is de Staatssecretaris het met deze leden eens dat de berekeningen zoalsin het rapport een realistischer beeld geven van de financiële situatie vanmensen met een beperking dan als alleen naar inkomen via loon ofuitkering en naar zorgkosten wordt gekeken?Ja, het is van belang om te kijken naar de volledige financiële situatie.Daarom is het van belang dat ook de (meer)kosten inzichtelijk zijn.Op welke manier is zij met het kabinet van plan om in beleidskeuzes ophet gebied van bestaanszekerheid voor mensen met een beperking met devolledige breedte van meerkosten rekening te houden?Om te beginnen verlaagt het kabinet het eigen risico per 2027 voor eenmeer gelijkwaardige toegang tot zorg voor iedereen. In het regeerpro-gramma kondigt het kabinet verder algemene lastenverlichting aan enspecifieke lastenverlichting voor groepen de knel. De algemene lastenver-lichting wordt ingevuld door de introductie van een extra tarief in deinkomstenbelasting, gecombineerd met een verlaging van het tarief in deeerste schijf. Hier profiteren de lage en middeninkomens het meest van,ook in huishoudens waarin een lid van dat huishouden een beperkingheeft.Het kabinet wil verder een specifieke oplossing voor alleenverdieners meteen inkomen onder het bestaansminimum. Dit doen we met een tijdelijkeregeling32 en vervolgens een oplossing in de inkomstenbelasting.33 Bijnaalle betrokken huishoudens ontvangen een WAO/WIA- of Wajong-uitkering. Daarnaast vereenvoudigt het kabinet specifiek de aftrek vanextra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit in de inkomstenbelastingper 1 januari 2025. Om beter aan te sluiten bij de hoge kosten die mensenmet een beperking maken voor vervoer, ook genoemd in het Nibudonderzoek, stelt het kabinet hier bovendien extra middelen voorbeschikbaar om het forfait voor het aftrekbaar bedrag bij extra vervoers-kosten te verhogen naar 0,60 euro per kilometer.Met het regeerprogramma als vertrekpunt ga ik naar aanleiding van hetNibud onderzoek in gesprek met mijn collega-bewindspersonen van hetMinisterie van SZW en kunt u een beleidsreactie op het onderzoekverwachten.Welke nieuwe inzichten heeft de Staatssecretaris opgedaan uit hetonderzoek, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Het Nibud onderzoek heeft voor mij bevestigd dat de spreiding en variatiein meerkosten zeer divers is. En dat de hoogte van de meerkosten enormkan verschillen per individuele situatie. De vaststelling dat aan de ene kantde kosten hoog kunnen zijn, en aan de andere kant de mogelijkheden ominkomen te vergroten beperkt zijn, vind ik zorgelijk. Daarom spreek ik metmijn collega’s in de ontwikkeling van de werkagenda bij de nationalestrategie VN-verdrag Handicap bijvoorbeeld juist ook over het verbeterenvan de toegankelijkheid van de arbeidsmarkt.Is de Staatssecretaris bereid om verder onderzoek te doen naar despreiding en variatie tussen gemeenten van de tegemoetkomingen voorde typen meerkosten die de meeste huishoudens hebben zoals vervoer,energie, medicijnen en voedingssupplementen, eigen betalingen voor32Kamerstuk 36 617, nr. 233Kamerstuk 36 602, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32843 hulpmiddelen en de zorgverzekering? Welke variatie tussen gemeentenvindt de Staatssecretaris acceptabel?Variatie en diversiteit is onlosmakelijk verbonden met gedecentraliseerdewetgeving. Het beperken van mogelijke variatie verhoudt zich lastig metde uitgangspunten van gedecentraliseerde wetgeving, zoals bijvoorbeeldde Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Op grond vande Wmo 2015 is het mogelijk voor gemeenten om een bijdrage te vragenvoor de kosten van maatwerkvoorzieningen, persoonsgebonden budgeten algemene voorzieningen. Sinds 2019 geldt vooralsnog (voor demeeste) maatwerkvoorzieningen het abonnementstarief (20,60 euro per2024) ongeacht het inkomen, vermogen en de omvang van het gebruik.Gemeenten kunnen (bij verordening) ten gunste van hun inwoners eenlager bedrag hanteren.10 jaar na de decentralisatie rijst de vraag of die diversiteit op alleonderdelen van de uitvoeringspraktijk noodzakelijk en nuttig is. Derhalvewordt in een brede studie naar de houdbaarheid van de Wmo 2015 in denabije toekomst ook gekeken naar de diversiteit in de uitvoeringspraktijken zodoende ook naar de reikwijdte van beleidsruimte en stelselverant-woordelijkheid.Uit het rapport komt naar voren dat het gebruik maken van aftrekpostenof tegemoetkomingen voor meerkosten cruciaal kan zijn om nog in hetlevensonderhoud te voorzien. Bekend is dat lang niet iedereen die daarrecht op heeft aanspraak maakt op een dergelijke vergoedingen. Wat gaatde Staatssecretaris met haar collega-bewindspersonen doen om hetgebruik van deze vergoedingen bij mensen met een beperking tebevorderen, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie.Vanuit het «geen verkeerde, altijd de juiste deur» principe geeft hetMinisterie van BZK invulling aan overheidsbrede ingangen en toegang totpublieke dienstverlening. Het doel daarvan is dat het niet uitmaakt waarde burger bij de overheid aanklopt; de overheid zorgt gezamenlijk vooreen oplossing vanuit de beleving van mensen, ongeacht hoe de overheidzelf is georganiseerd. Bij voorkeur door direct te helpen of door mensenwarm door te verwijzen naar een andere (overheids)organisatie of eenoverheidsdienstverlener die directe lijnen heeft met relevante landelijkeen lokale organisaties.Ook bij het regelen van zorg en ondersteuning ervaren mensenknelpunten, zeker als er sprake is van zorg en ondersteuning vanuitmeerdere wetten (Wmo, Jeugdwet, Wlz en/of Zvw). Dit raakt ook aan deverdere uitwerking van de werkagenda onder de Nationale Strategie vanhet VN-verdrag handicap. Eén van de doelstellingen betreft namelijk heteenvoudig en transparant regelen van zorg en ondersteuning. Binnen dewerkagenda pak ik dit thema verder op, waarbij ik mij specifiek richt opzorg en ondersteuning.Vindt de Staatssecretaris de verschillende vergoedingen in alle gevallenzoals in het rapport geschetst voldoende in hoogte en soort, zo vragen deleden van de fractie van de ChristenUnie. Ook als mensen op ongeveerhet bijstandsniveau uitkomen? Hoe kijkt de Staatssecretaris in hetbijzonder naar de situatie zoals als eerste omschreven in het rapport,namelijk een alleenstaande met een motorische beperking in de bijstand,die elke maand een tekort heeft van € 62 als rekening wordt gehoudenmet minimale uitgaven. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiernaar in het lichtvan het advies van de commissie sociaal minimum om het sociaalminimum aanzienlijk te verhogen? Welke stappen gaat zij zetten omervoor te zorgen dat de vergoedingen afdoende zijn om goed te kunnenleven in plaats van te «overleven»?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32844 De casus waarnaar wordt verwezen heeft betrekking op iemand met eenmotorische beperking in de bijstand. De casus laat zien dat de persoon indeze specifieke situatie maandelijks geld tekortkomt voor minimaalnoodzakelijke uitgaven. De casus is illustratief. Het betekent niet datiedereen met een beperking in de bijstand maandelijks geld tekortkomt,maar het betekent wel dat dit voor een deel van de mensen met eenbeperking geldt. Bij andere beperkingen met hogere meerkosten kunnentekorten ook groter zijn dan in deze specifieke casus.Uiteraard vind ik het onwenselijk dat mensen geld tekortkomen voorminimaal noodzakelijke uitgaven. In de specifieke casus is overigens geenrekening gehouden met ondersteuning vanuit gemeentelijke regelingen.In de praktijk bieden veel gemeenten dergelijke regelingen aan mensenmet inkomen op of rond het sociaal minimum. Denk daarbij aan eencollectieve zorgverzekering of andere minimaregelingen. Daarnaastkunnen mensen met een laag inkomen (waaronder mensen met bijstand)een aanvraag voor individuele bijzondere bijstand doen. Op gronddaarvan kunnen mensen ook extra ondersteuning krijgen op maat.Ik zie de uitkomsten van het Nibud onderzoek als een aanleiding om,samen met mijn collega-bewindspersonen van het Ministerie van SZW, ingesprek te gaan en met een beleidsreactie op dit rapport te komen. Hierbijis het regeerprogramma van het kabinet, waarin diverse lastenverlich-tingen en koopkrachtmaatregelen zijn opgenomen, het vertrekpunt. Ditkabinet heeft middelen uitgetrokken voor de ondersteuning van lageinkomens, waaronder mensen met bijstand. Het eigen risico wordt meerdan gehalveerd, en de belastingen worden verlaagd, waardoor de nettobijstand stijgt. Daarnaast wil het kabinet de huurtoeslag vanaf 2026verhogen met € 11,50 per maand. Vooruitlopend op die reactie kan ikaangeven dat de vergoedingen en tegemoetkomingen onderwerp vangesprek zijn in de verschillende trajecten die al lopen. Zo bespreek ik ditmet mijn collega’s rondom het vereenvoudigen van inkomensregelingen,de fiscale aftrek zorgkosten en de invoering van de verlaging van heteigen risico.De leden van de fractie van de ChristenUnie vragen aan de Staatssecre-taris of zij in nauwe samenwerking met de Minister en Staatssecretarisvan Sociale Zaken en Werkgelegenheid de beleidsreactie op het rapportkan geven.Ja, ik geef de beleidsreactie op het rapport in nauwe samenwerking metde Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretarisvan Participatie en Integratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 170, nr. 32845

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e73615c65ff53f27

14 okt 2026 · 48e3992cb9496fb9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.