Antwoord op de vraag van het lid Leijten over de uitgaven AWBZ 2013
Brontekst
Versie 5d699082f3445da8 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 30 597Toekomst AWBZ Nr. 465 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 9 september 2014 In het overleg over de wachtlijsten AWBZ met de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 september 2014 is toege-zegd dat ik nader zal ingaan op de vraag van mevrouw Leijten (SP) over de uitgaven AWBZ 2013. De vraag had betrekking op de onderuitputting van de contracteerruimte AWBZ 2013. De NZa heeft aangegeven dat in 2013 een onderuitputting van circa € 200 miljoen aanwezig was. Mevrouw Leijten stelde de vraag waar deze onderuitputting exact betrekking op had, in welk document deze informatie is opgenomen en wat er gebeurd is met de gereserveerde middelen. De onderuitputting had betrekking op het verschil tussen de vastgestelde contracteerruimte voor zorg in natura AWBZ 2013 en de feitelijke ver-goedingen die aan zorgaanbieders zijn toegezegd. De NZa heeft dit berekend op € 178 miljoen op een totale contracteerruimte van € 21,5 miljard in het zogenaamde «mei-advies» dat jaarlijks door de NZa wordt uitgebracht. In de antwoorden op Kamervragen van mevrouw Agema (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 2188) is aangegeven dat er sprake is van een onderuitputting bij de uitgaven zorg in natura 2013. Deze niet bestede gereserveerde middelen komen in principe ten gunste van het AWBZ-fonds. Het is echter van belang om op te merken dat de AWBZ-uitgaven niet alleen bestaan uit de vergoeding voor zorg in natura. Een andere belangrijke uitgavenpost betreft de vergoeding voor nacalcu-leerbare kapitaallasten. Ook daarover heeft de NZa in het voorjaar voorlopige informatie verstrekt en uit deze informatie blijkt dat de uitgaven kapitaallasten 2013 naar verwachting € 100–150 miljoen hoger zullen uitvallen dan oorspronkelijk geraamd. kst-30597-465ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2014Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4651 Per saldo is het totaal van de geraamde uitgaven AWBZ ook daadwerkelijk besteed in 2013. De definitieve afrekening van de AWBZ-uitgaven 2013 zal in het najaar door de NZa worden opgemaakt. De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van RijnTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 30 597, nr. 4652
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.