KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief moties en toezeggingen funderend onderwijs

3 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 80fcc89ae82b633b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 830 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2025Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), over de voortgang opverschillende thema’s binnen het funderend onderwijs. Daarnaast geef iku een update over de uitvoering van verschillende aangenomen moties entoezeggingen die zijn gedaan. Tot slot bied ik u de resultaten van enkeleonderzoeken aan.1. Publicatie tienjarige instellingssubsidie vakwedstrijden Op 15 april is de Regeling instellingssubsidie vakwedstrijden vo en mbo2026–2036 gepubliceerd in de Staatscourant. Hiermee wordt uitvoeringgegeven aan de motie van El Yassini (VVD) en Van der Molen (CDA), diede regering vraagt een wettelijke basis te creëren voor het organiserenvan de vakwedstrijden.1 De projectsubsidie is namelijk omgezet in eentienjarige instellingssubsidie. Hiermee wordt de subsidiëring van devakwedstrijden duurzamer. Met de nieuwe regeling wordt tevens voldaanaan de toezegging om de vakwedstrijden te versterken en uit te bouwen,zoals verwoord in de Kamerbrief Meer waardering voor praktijk in hetfunderend onderwijs.2 De vakwedstrijden worden in de toekomst, naastvoor het vmbo en het mbo, ook georganiseerd voor het praktijk onderwijs(pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso), havo en vwo. Ook krijgt deorganiserende partij via de nieuwe regeling extra geld voor het organi-seren van LOB (loopbaanoriëntatie en -begeleiding) activiteiten.2. Procesupdate verkenning Kwaliteitsalliantie leermiddelen In het debat met uw Kamer van 3 april over leermiddelen en technologiein het funderend onderwijs heb ik aangegeven uw Kamer voor de zomerte informeren over de stand van zaken van de verkenning naar de1Kamerstuk 36 200 VIII, nr. 77.2Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 697. kst-31293-830ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8301 kwaliteitsalliantie leermiddelen.3 Deze verkenning heeft het doel om tekomen tot een onafhankelijk en breed gedragen advies over de op- eninrichting van de kwaliteitsalliantie en wordt uitgevoerd door eenkwartiermaker van ABDTOPConsult.ABDTOPConsult heeft inmiddels met vertegenwoordigers gesproken vanonder meer leerlingen, leraren, ouders, schoolleiders, besturen, desectorraden, diverse uitgeverijen, wetenschappers en het Ministerie vanOCW. Momenteel werkt ABDTOPConsult aan de afronding van de laatstegesprekken en de totstandkoming van het advies. Ik verwacht het adviesvoorafgaand aan de begrotingsbehandeling met uw Kamer delen.3. Moties leermiddelenmarkt In het tweeminutendebat Digitalisering en leermiddelen van 22 mei zijn ervanuit uw Kamer twee moties ingediend, die de appreciatie ontradenhebben gekregen en bij de stemmingen op 27 mei zijn aangenomen.4 Demoties verzoeken maatregelen te nemen op de leermiddelenmarkt dieertoe leiden dat andere aanbiedingsmodellen buiten het LicentieFolio-model beschikbaar komen. Om invulling te geven aan de moties gaat hetMinisterie van OCW in gesprek met aanbieders en scholen. Ook wordt deuitvoering van de moties meegenomen in het verdiepend onderzoek dathet Ministerie van OCW samen met het Ministerie van EconomischeZaken uitvoert naar de structuur en werking van de leermiddelenmarkt inhet funderend onderwijs. Zoals toegezegd in het debat van 22 mei, wordtuw Kamer voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over onderandere deze marktwerkingsvraagstukken en begin 2026 over deuitkomsten van het verdiepend onderzoek.4. Éénmeting «nee, tenzij»-afspraak mobiele telefoons in de klas Vorig jaar hebben vertegenwoordigers van leerlingen, ouders, leraren,schoolleiders, bestuurders en het Ministerie van OCW samen besloten ommobiele telefoons te weren uit de klas in het primair, voortgezet enspeciaal onderwijs. Deze gezamenlijke afspraak staat bekend als denee-tenzij afspraak. Het doel is helder: minder afleiding in de klas, zodatleerlingen zich beter kunnen concentreren en docenten zich volledigkunnen richten op hun kerntaak – lesgeven.De resultaten van de recent uitgevoerde éénmeting laten zien dat dezeaanpak werkt. Scholen passen de afspraak goed toe en de effecten zijnpositief. Leerlingen zijn socialer, voelen zich veiliger en ervaren minderafleiding. Deze uitkomsten zijn gebaseerd op onderzoek onder ruim800 scholen in het funderend onderwijs. Hierbij bied ik uw Kamer hetrapport en een bijbehorende factsheet aan.Op basis van deze bevindingen is de afspraak geëvalueerd met allebetrokken partijen. Zij zijn zeer tevreden met de resultaten en moedigenscholen aan om deze koers vast te houden. Samen zorgen we voor eenoptimale leeromgeving zonder onnodige afleiding van telefoons.Samen met de betrokken partijen houd ik de effecten van de afspraaknauwlettend in de gaten en blijf ik deze monitoren.3TZ202504-031 en TZ202504-032.4Motie van het lid Oostenbrink (Kamerstuk 32 034, nr. 62) en motie van de leden Soepboer enRooderkerk (Kamerstuk 32 034, nr. 65).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8302 5. Evaluatie subsidie Impuls en Innovatie Bewegingsonderwijs Tot en met 2024 konden scholen gebruik maken van de subsidieregelingImpuls en Innovatie Bewegingsonderwijs. Op verzoek van uw Kamer isdeze regeling gemaakt om scholen te ondersteunen in aanloop naar dewettelijke urennorm voor bewegingsonderwijs.5 In totaal hebben 1.613scholen (primair onderwijs) deelgenomen aan de subsidieregeling,verdeeld over twee jaar. Een consortium van ResearchNed, het MulierInstituut en KBA Nijmegen heeft een evaluatieonderzoek uitgevoerd naarde subsidieregeling. Hierbij bied ik uw Kamer het rapport aan. Met deoplevering van de evaluatie van de subsidieregeling is uitvoering gegevenaan het laatste deel van de motie die ten grondslag lag aan desubsidieregeling.66. Invulling motie-Stoffer over het academisch profiel vwo Op 22 mei is de motie van het lid Stoffer (SGP) aangenomen, waarin deregering wordt verzocht samen met het onderwijsveld te werken aanversterking van het academische profiel van het vwo.7Om de motie uit te voeren heb ik een aantal zaken in gang gezet. Deeerste stap is het helder in beeld krijgen van de verschillende ideeën dieer leven in het onderwijsveld. Hierbij is terminologie belangrijk: er is af entoe sprake van een te sterk onderscheid tussen praktisch en academisch.Juist academisch onderzoek kent immers vaak een praktische component,zoals laboratoriumonderzoek of de chirurgie. Daarnaast is het van belangde initiatieven die nu al lopen op scholen in de lijn van praktijkgerichtacademisch onderwijs op het vwo goed in beeld te krijgen. Daarom is hetMinisterie van OCW in gesprek met scholen, sectororganisaties en anderebetrokkenen. De eerste beelden wijzen erop dat er enthousiasme is vooreen praktijkgerichte component, maar wel meer gericht op onderzoeks-vaardigheden. Dit is dus echt iets anders dan de ontwikkeling rondom hetpraktijkgerichte vak op de havo. Het is nog te vroeg om te spreken overmogelijke scenario’s voor een praktijkgerichte academische componentop het vwo. Een verdere verkenning naar de wenselijkheid is nodig.Hierbij wordt het universitair onderwijs uiteraard betrokken. Hiermee isinvulling gegeven aan de motie. Ik houd uw Kamer op de hoogte van deverdere ontwikkelingen.7. Schoolloopbanenonderzoek DUO Voor het derde jaar op rij heeft DUO de schoolloopbanen van leerlingenonderzocht.8 DUO heeft onderzocht in hoeverre er sprake is van verande-ringen in de in-, door- en uitstroom van leerlingen tijdens de coronapan-demie en de looptijd van het NP Onderwijs. Het rapport is gepubliceerdop de website van DUO. Uiterlijk december 2025 wordt uw Kamergeïnformeerd over de eindevaluatie van het Nationaal ProgrammaOnderwijs, waarin de resultaten van dit onderzoek en de analyse die opbasis daarvan de komende tijd gemaakt wordt, zijn meegenomen.5Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 42.6Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 42.7Kamerstuk 31 288, nr. 119.8https://www.duo.nl/open_onderwijsdata/onderwijs-algemeen/publicaties/schoolloopbanen-npo.jspTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8303 8. Motie vaststelling adviesdata voorjaarsvakantie (structureelrekening houden met carnavalsperiode) Op 4 april 2025 hebben de leden Wijen-Nass (BBB) en Van Nispen (SP)een motie ingediend, waarin de regering wordt opgeroepen om bij devaststelling van de adviesdata voor de voorjaarsvakantie structureelrekening te houden met de carnavalsperiode.9.Voor de voorjaarsvakantie worden door het Ministerie van OCW alleenadviesdata opgesteld. Tijdige publicatie van die adviesdata – de data voorschoolvakanties van 2025 tot en met 2030 zijn onlangs vastgesteld10 –bieden scholen en regio’s voldoende ruimte om hierop te anticiperen endesgewenst om op een beredeneerde en zorgvuldige wijze van dezeadviesdata af te wijken. Momenteel voert Oberon in opdracht van hetMinisterie van OCW onderzoek uit naar de vaststelling van de schoolva-kanties in het funderend onderwijs in Nederland. Het eindrapport wordtdit najaar verwacht. Het Ministerie van OCW probeert bij het bepalen vande schoolvakanties altijd rekening te houden met verschillende (soms ookconflicterende) wensen, belangen, tradities en immaterieel erfgoed, zoalsscholen, ouders en de toeristische sector, het jaarritme van het onderwijs,de planning van de centrale examens en de carnavalsperiode. HetMinisterie van OCW stemt daarom de data van de schoolvakanties altijd afmet verschillende partijen, zoals de toeristische sector, ouderorganisatiesen de sectorraden voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, zodat deplanning van de schoolvakanties zo breed mogelijk gedragen wordt. Het isechter niet uit te sluiten dat deze belangenafweging niet elk jaar voor elkperspectief optimaal uitwerkt. Voor het al dan niet samenvallen van devoorjaarsvakantie met de periode van carnaval is daarbij relevant in welkeweek carnaval valt.In de communicatie over de vaststelling van de schoolvakanties, zoals opRijksoverheid.nl, is naar aanleiding van de motie nader toegelicht dathierbij structureel sprake is van een zorgvuldige belangenafweging, en datscholen bij hun eigen planning van onder meer de voorjaarsvakantie deruimte hebben om eigen afwegingen te maken.11 Daarmee is invullinggegeven aan de motie.9. Beoordeling standaard basisvaardigheden door de Inspectievan het Onderwijs (hierna: inspectie) In de voortgangsbrief toezicht van 20 december 202412 heb ik u geïnfor-meerd dat de inspectie vanaf 1 augustus 2025 de standaard basisvaardig-heden (OP0) zal meewegen in het eindoordeel op school-, afdelings- ofopleidingsniveau. Met deze standaard toetst de inspectie het aanbod voorNederlandse taal, rekenen-wiskunde en burgerschap in het primaironderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en mbo. Door het meewegenvan deze standaard in het eindoordeel krijgt het aanbod in de basisvaar-digheden een belangrijke plaats binnen het toezicht; dit past bij de focusop basisvaardigheden.Bij het bepalen van de precieze weging binnen het eindoordeel is hetbelangrijk dat dit leidt tot een evenwichtig oordeel binnen het toezicht-kader. Het doel is dat er meer focus is op basisvaardigheden, tegelijkertijdmoet een te eenzijdige focus voorkomen worden. In de afgelopen periodeheeft de inspectie zorgvuldig nagedacht over de precieze weging van de9Kamerstuk 29 697, nr. 164.10Staatscourant 2024 nr. 19237 (17 juni 2024).11www.Rijksoverheid.nl/onderwerpen/schoolvakanties/vaststellen-data-schoolvakanties12Kamerstuk 31 293, nr. 780.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8304 standaard OP0 en hierover ook overleg gevoerd met de Ringen.13Besloten is dat de standaard OP0 vanaf 1 augustus 2025 meeweegt voorhet eindoordeel op school-, afdelings- of opleidingsniveau. In de wegingzal gelden dat een onvoldoende op deze standaard niet gelijk tot heteindoordeel onvoldoende op school-, afdelings- of opleidingsniveau leidt;daarvoor moet ook minimaal één andere standaard onvoldoende zijn. Destandaard OP0 wordt als onvoldoende beoordeeld als twee van de driebasisvaardigheden onvoldoende zijn. De inspectie maakt hierbij geenonderscheid tussen de drie basisvaardigheden. Als er sprake is van hetoordeel onvoldoende op één van de basisvaardigheden, dan is hetoordeel op de standaard OP0 dus voldoende. Uiteraard moeten detekortkomingen op die basisvaardigheid wel worden hersteld. Deinspectie geeft, evenals in de huidige situatie, een herstelopdracht om detekortkomingen op de betreffende basisvaardigheid te herstellen. Dekeuze voor deze benadering kent meerdere redenen. Allereerst sluit dezewerkwijze aan bij een samenhangend onderzoekskader, waarin standaardOP0 samen met de andere standaarden, bijvoorbeeld de standaarden diebetrekking hebben op veiligheid en pedagogisch-didactisch handelen, opeen evenwichtige manier bijdraagt aan het eindoordeel van de school,afdeling of opleiding. Door OP0 mee te laten tellen bij de beoordeling vande school, afdeling of opleiding als geheel krijgen de basisvaardighedenbinnen het toezicht de aandacht die past bij deze kerntaak. Daarbijvoorkomt deze voorgestelde werkwijze dat burgerschap onevenredigdoorwerkt in de beoordeling van de standaard OP0; het scholenveld isnog volop bezig om burgerschap vorm te geven in het curriculum. Dewijziging wordt verwerkt in de jaarlijkse actualisatie van de onderzoeks-kaders, die uw Kamer voor het zomerreces ontvangt. Deze werkwijze geldtvoor de schooljaren 2025/2026 en 2026/2027. De huidige onderzoeks-kaders worden grondig herzien, deze nieuwe onderzoekskaders tredenvanaf schooljaar 2027 in werking. Bij deze herziening wordt de standaardOP0, inclusief de weging en positionering daarvan binnen het kader,opnieuw tegen het licht gehouden.10. Update Persoonlijk Voortgezet Onderwijs (Pvo) Het bestuur van Persoonlijk Voortgezet Onderwijs (Pvo) heeft hetafgelopen jaar de mogelijkheden onderzocht om het Pvo-onderwijs tekunnen blijven voorzetten. In Stichting Carmelcollege is een stabiele enbetrouwbare partner gevonden, dat vind ik een positieve beweging. Pvodraagt de scholen in Geldermalsen en Hurdegrayp per 1 augustus 2025over aan Stichting Carmelcollege. Het Pvo-onderwijs in Deventer wordtonder Stichting Carmelcollege voortgezet als onderdeel van het EttyHillesum Lyceum.Pvo Hoorn zal per 1 augustus 2025 haar deuren definitief sluiten. Bijna alleleerlingen hebben inmiddels een passende plek gevonden op een schoolin de regio. Pvo draagt er zorg voor dat de leerlingen die nu nog geen plekhebben, begeleid worden zodat ook zij na de zomer hun onderwijs kunnenvoorzetten. Voor het personeel is er een sociaal plan.Hiermee is er voor de leerlingen van Pvo een passende oplossing waarbijzij hun schoolloopbaan verder kunnen vervolgen.13De Ringen zijn structureel georganiseerde overleggen met vertegenwoordigers uit hetonderwijsveld en andere betrokkenen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8305 11. Onderzoek naar de samenwerking tussen kinderopvang enonderwijs Op 26 april 2023 ontving uw Kamer een brief over oplossingen voorgeïdentificeerde knelpunten in de samenwerking tussen kinderopvang enhet onderwijs.14 In de brief is aangekondigd dat de Ministeries van OCWen SZW een onderzoek zouden gaan uitvoeren om cijfers en feitelijkegegevens rondom de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijsop een rij te zetten. Hierbij bied ik uw Kamer het rapport aan, uitgevoerddoor Andersson Elffers Felix (AEF). De relevante veldpartijen zijn actiefbetrokken geweest bij het onderzoek. Als vervolg hierop zullen deMinisteries van OCW en SZW de resultaten van het onderzoekgezamenlijk verder bespreken met deze partijen en bekijken welkemaatregelen nodig zijn en doorgevoerd kunnen worden12. Maatwerkmogelijkheden in het funderend onderwijs Het is belangrijk dat ieder kind zich kan ontwikkelen op een passende enveilige plek. Hiervoor kan het nodig zijn dat onderwijs en zorg meerflexibel worden ingezet. Binnen de huidige wet- en regelgeving zijn er alverschillende mogelijkheden voor scholen, besturen en samenwerkings-verbanden om maatwerk te bieden. Dat kan bijvoorbeeld via een afwijkingvan de onderwijstijd voor individuele leerlingen of het inrichten vanspeciale voorzieningen.Zoals in de motie van het lid Van Zanten (BBB) wordt benadrukt, is hetessentieel dat de ruimte voor scholen, besturen en samenwerkingsver-banden voor het bieden van maatwerk bij hen bekend is.15 Daarom zijn zijrecentelijk onder andere via de nieuwskanalen van het Ministerie vanOCW gewezen op de verschillende maatwerkmogelijkheden in hetonderwijs. Het Steunpunt Passend Onderwijs heeft deze mogelijkhedenoverzichtelijk weergegeven op hun webpagina Ruimte in Regels.Bovendien heeft de inspectie haar brochure genaamd Ruimte in Regelsrecentelijk geactualiseerd, waarin enkele van de belangrijkste regelsrondom administratie en verantwoording voor het po staan.Om ervoor te zorgen dat er voor ieder kind een passende plek in hetonderwijs is, is het van belang dat er structureel meer ruimte komt voorflexibiliteit in wetgeving. Om dit mogelijk te maken, is eind vorig jaar eenwetstraject gestart dat het aantal maatwerkmogelijkheden zal verbreden.13. Structurele middelen voor hoogbegaafdheid Zoals toegezegd in de kamerbrief Passend onderwijs informeer ik hierbijuw Kamer over de inzet van de middelen per 2026. Met het plan vanaanpak hoogbegaafdheid en de twee subsidieregelingen Begaafdeleerlingen (2019–2023; 2023–2025) is een positieve impuls gegeven aanhet onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor (hoog)begaafde leerlingen.Eind 2025 loopt de subsidieregeling Begaafde leerlingen po en vo2023–2025 voor de samenwerkingsverbanden po en vo af. De grotemeerderheid van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs heeftdeze middelen in 2019 en 2022 toegekend gekregen en gericht ingezet,waarmee de ondersteuning en het aanbod op het gebied van hoogbe-gaafdheid is versterkt. Bij een impuls past het instrument subsidie, maarbij het borgen van deze opbrengsten past een meer duurzame inzet vande middelen. Ik ben daarom voornemens om de structureel beschikbaremiddelen van 23,3 miljoen euro per jaar voor (hoog)begaafde leerlingen14Kamerstuk 31 322, nr. 489.15Kamerstuk, 31 497, nr. 481.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8306 daarom, zoals bij aanvang van de subsidie aangekondigd, structureelonderdeel van de bekostiging aan samenwerkingsverbanden te latenworden. Zo blijven de middelen structureel beschikbaar en kan hetingerichte aanbod voor deze leerlingen en de opgebouwde kennis overhoogbegaafdheid worden bestendigd. Onderwijsprofessionals kunnentevens een beroep blijven doen op de ondersteuning en expertise doorhet Kenniscentrum Hoogbegaafdheid.Naar verwachting informeer ik uw Kamer aan het eind van het jaar verderover de opbrengsten van het plan van aanpak hoogbegaafdheid en deuitkomsten van diverse onderzoeken, waaronder het monitoronderzoek bijde regeling Begaafde leerlingen po en vo 2023–2025. Ook wordt ditverbonden aan de beleidsontwikkeling op het gebied van inclusiefonderwijs, waaronder bijvoorbeeld de themagroep «Ondersteuning in enom de school» die in het najaar advies zal uitbrengen.14. Afspraken met samenwerkingsverbanden over ouder- enjeugdsteunpunten Tijdens het plenaire debat met uw Kamer op 18 april 2024, over hetwetsvoorstel Versterking positie ouders en leerlingen in het passendonderwijs, zijn er twee moties ingediend die de regering oproepen ommet samenwerkingsverbanden afspraken te maken over de ouder- enjeugdsteunpunten. Het lid Westerveld (GL-PvdA) heeft een motieingediend die de regering vraagt om met samenwerkingsverbandenafspraken te maken over hoe zij de ervaringen van leerlingen en oudersverwerken bij het opzetten, doorontwikkelen en evalueren van de ouder-en jeugdsteunpunten.16 Het lid De Kort (VVD) heeft een motie ingediendwaarin hij de regering vraagt om afspraken te maken met de samenwer-kingsverbanden passend onderwijs over hoe de onafhankelijkheid van deouder- en jeugdsteunpunten wordt geborgd. Dit zodat de ouder- enjeugdsteunpunten uitsluitend in het belang van de leerling ouders enleerlingen werken.17De wet Versterking positie ouders en leerlingen in passend onderwijsverplicht ouder- en jeugdsteunpunten om uitsluitend in het belang van deleerling hun taken uit te voeren. Bij de totstandkoming van de ouder- enjeugdsteunpunten hebben samenwerkingsverbanden, leerlingen enouders nagedacht over opzet en inrichting van de ouder- en jeugdsteun-punten. Dit heeft geresulteerd in de Leidraad voor samenwerkingsver-banden: Samen bouwen aan ouder- en jeugdsteunpunten.18 Deze leidraadbevat een stappenplan dat duidelijk aangeeft hoe samenwerkingsver-banden met (de ervaringen van) ouders en leerlingen het ouder- enjeugdsteunpunt kunnen opzetten en doorontwikkelen. Onderdeel van ditstappenplan zijn ook aanwijzingen hoe ouder- en jeugdsteunpuntenonafhankelijk van de procedures van het samenwerkingsverband kunnenwerken.Ouder- en jeugdsteunpunten worden nu op basis van subsidie van hetMinisterie van OCW ondersteund door het Ondersteuningsplein Ouder- enJeugdsteunpunten (Ondersteuningsplein OJS). Het OndersteuningspleinOJS heeft begin dit jaar een check- en gesprekstool ontwikkeld.19 Op basisvan de hierboven genoemde wet zijn 18 punten beschreven waar ouder-en jeugdsteunpunten aan moeten voldoen. Het gaat dan bijvoorbeeld om16Kamerstuk 36 443, nr. 9.17Kamerstuk 36 443, nr. 12.18www.steunpuntpassendonderwijs-povo.nl/wp-content/uploads/2021/10/Leidraad-Samen-bouwen-aan-ouder-en-jeugdsteunpunten.pdf19www.ondersteuningspleinojs.nl/kennisbank/ondersteunen/check-en-gesprekstool/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8307 een periodieke check bij ouders en leerlingen over welke verbeteringenmogelijk zijn voor het steunpunt, of de objectieve en feitelijke informatievan het steunpunt wordt aangevuld met informatie van ouders enleerlingen en of het steunpunt goed in beeld is bij bijvoorbeeld ouder-raden, leerlingraden, jeugdraden en partners als jeugdhulpverlening enbrugfunctionaris. De tool bevat per onderdeel verdiepende vragen omsamenwerkingsverbanden en ouder- en jeugdsteunpunten te helpen dieonderdelen te ontwikkelen. Daar worden ze in ondersteund door hetOndersteuningsplein OJS. De check- en gesprekstool is overhandigd aanhet bestuur van het Overkoepelend Netwerk Samenwerkingsverbanden(ONSwv) en met hen wordt de voortgang op de punten gemonitord.15. Samenwerking bij de overgang van po naar vo voor leerlingenmet een ondersteuningsbehoefte Het lid De Kort (VVD) heeft mij tijdens het plenaire debat met uw Kamerop 18 april 2024, over het wetsvoorstel Versterking positie ouders enleerlingen in het passend onderwijs, verzocht in kaart te brengen hoesteunpunten kunnen samenwerken om de overgang van po naar vo tevergemakkelijken voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte enbreder in kaart te brengen of de samenwerking tussen samenwerkingsver-banden po en vo optimaal verloopt.20Om het bovenstaande beter in beeld te krijgen, heeft Oberon in opdrachtvan het Ministerie van OCW een onderzoek uitgevoerd onder allesamenwerkingsverbanden. Hierbij bied ik u het onderzoeksrapport aan.De onderzoeksresultaten laten zien dat de meeste samenwerkingsver-banden samenwerken rond de overgang van po naar vo van leerlingenmet een ondersteuningsbehoefte. Samenwerkingsverbanden die in ditkader (nog) niet met een ander samenwerkingsverband samenwerken,werken doorgaans wel met andere partners (zoals scholen) samen om deovergang van po naar vo te vergemakkelijken voor kwetsbare leerlingen.Ouder- en jeugdsteunpunten werken vooral op casusniveau met elkaarsamen. In sommige gevallen is er sprake van gezamenlijke ouder- enjeugdsteunpunten voor het po en vo.Het onderzoek laat zien dat de samenwerking tussen samenwerkingsver-banden voor po en vo over het algemeen goed verloopt. Verbetering ismogelijk door bijvoorbeeld te werken aan een gezamenlijke visie endoelen, gezamenlijk beleid en een duidelijke rol- en taakverdeling. Alssamenwerkingsverbanden dezelfde visie hebben over de ondersteuningaan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte kunnen ze hier eenduidigbeleid op maken. In dit beleid is opgenomen wat scholen in zowel het poals het vo kunnen bieden, wat voor leerlingen met een extra ondersteu-ningsbehoefte nodig is om een succesvolle overstap te maken en wathierin de rol is van de po school, de vo school, het ouder- en jeugd-steunpunt en het samenwerkingsverband. Door dit beleid te communi-ceren naar scholen, ouders en leerlingen en toe te zien op de uitvoeringkunnen leerlingen met een ondersteuningsbehoefte een soepelereoverstap maken van het po naar het vo.Het rapport is gedeeld met alle samenwerkingsverbanden passendonderwijs en aan het bestuur van het ONSwv overhandigd, zodat ergebruik gemaakt kan worden van de goede voorbeelden en werkzameelementen. De verbeterpunten die in het rapport worden genoemd en deaanbevelingen die de onderzoekers doen werken wij de komende periodemet hen uit.20Kamerstuk 36 443, nr. 11.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8308 16. Dyslexieverklaring bij spraaksynthese Het lid Rooderkerk (D66) vroeg in het debat passend onderwijs van 21 meijl. naar de noodzaak van deskundigenverklaringen voor het mogengebruiken van een voorleeshulp (formeel: spraaksynthese) bij de examensvan de taalvakken.21 Sinds dit jaar is spraaksynthese voor alle vakken,behalve de talen, toegestaan voor alle leerlingen waarvan de inschattingis dat zij hier baat bij hebben. Dit is opgenomen in de Regeling toegestanehulpmiddelen voor de centrale examens van het College voor Toetsen enExamens (hierna: CvTE). Een deskundigenverklaring is hiervoor nietnodig. Voor spraaksynthese bij de taalvakken is wel een deskundigenver-klaring nodig. Dit komt omdat technisch lezen onderdeel is van hetdomein leesvaardigheid dat in dit examen wordt getoetst. Een deskundi-genverklaring betekent in dit geval niet dat er ook sprake moet zijn vandyslexie. Niet de diagnose van een leerling staat bij de deskundigenver-klaring centraal maar de ondersteuningsbehoefte.In mijn brief over de toekomst van de examenvoorzieningen voortgezetonderwijs heb ik aangekondigd dat de regelgeving over de deskundigen-verklaring onder de loep wordt genomen.22 Onderzocht wordt of dezevoldoende ruimte biedt om daadwerkelijk passende aanpassingen aan hetexamen te kunnen doen.Voor het einde van 2025 informeer ik uw Kamer over de stand van zakenvan deze en andere maatregelen uit bovengenoemde brief.17. Start programma digitaal examineren Het centraal examen is een belangrijk fundament onder het Nederlandseonderwijsstelsel. Het zorgt voor een lat die voor iedereen gelijk is,ongeacht de onderwijskundige keuzes die scholen zelf mogen maken.Examens zijn onderdeel van het onderwijs en sluiten daar ook op aan. Alshet onderwijs digitaliseert, dienen examens waar gewenst mee tebewegen. Het centraal examen wordt nu deels digitaal en deels op papierafgenomen. De examens in het vmbo-bb/kb kennen al ruim tien jaar eendigitale vorm, maar de examens voor kandidaten in het vmbo-tl/gl, havoen vwo worden nog op papier afgenomen.De examenketen gaat daarom, onder leiding van het College voor Toetsenen Examens (CvTE), onderzoeken op welke manier examinering in hetvoortgezet onderwijs verbeterd kan worden met behulp van digitalisering.Hierbij is digitalisering geen doel op zich, maar een middel om een brederpalet aan kennis en vaardigheden te kunnen toetsen. Digitalisering kan zohelpen bij het vergemakkelijken van de correctie en bijdragen aan eenlagere werkdruk van docenten.De komende vijf jaar wordt binnen het programma digitaal examinerensamen met scholen, docenten en leerlingen verkend of en op welkemanier geleidelijk toegewerkt wordt naar digitale centrale examens. Hetprogramma is opgebouwd uit drie programmalijnen: Het verkennen vannieuwe technologische oplossingen binnen de examens en de examen-keten, het verkennen van ICT-oplossingen voor vakinhoudelijke vernieu-wingen en de doorontwikkeling van de ICT-infrastructuur van de examen-keten.De mogelijkheden van technologie moeten benut worden voor hetverbeteren van de centrale examens. Dit zorgt voor een efficiëntere enmeer wendbare examenketen die veilig en betrouwbaar is. Dit zal met oog21TZ202505-102.22Kamerstuk 31 289, nr. 601.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 8309 voor uitvoerbaarheid, veiligheid, en meerwaarde voor het huidigeexamenprogramma gebeuren. Ook zal er aandacht zijn voor continuïteitvan de digitale examens in het geval van een storing of cyberaanval. Nade zomer worden er onderzoeken op scholen gestart en eind 2026 zijn deeerste resultaten bekend.Uw Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van het programmadigitaal examineren en de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken enpilots.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 83010

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · e727b38f350263c1

14 okt 2026 · dcb8acac30e5503e

13 okt 2026 · c1dc7ba5700f2a84

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.