KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op de motie van de leden Segers en Van Laar inzake mensenhandel in Cariben

24 feb 2015 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5356240a44aaf5ab · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2014–2015 28 638Mensenhandel Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 24 februari 2015 Op 28 november 2013 heeft uw Kamer een motie van de leden Segers en Van Laar aangenomen (Kamerstuk 33 750 IV, nr. 16). In deze motie wordt de regering verzocht om te bezien of er gezamenlijk met de ministeries op Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in samenwerking met Caribisch Nederland een onafhankelijk onderzoek ingesteld kan worden naar de aard en omvang van mensenhandel, gedwongen prostitutie en seksueel misbruik op de genoemde eilanden en naar de effectiviteit van het huidige beleid. Ik heb uw Kamer, mede namens de Minister Veiligheid en Justitie, per brief (Kamerstuk 28 638, nr. 115) bericht dat vooruitlopend op de evaluatie van het Memorandum of Understanding inzake samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van mensenhandel, mensensmokkel en illegale migratie een dergelijk onderzoek voor alle landen niet direct noodzakelijk werd geacht. Tevens heb ik u toegezegd dat op basis van de resultaten van de evaluatie zou worden bezien of een gezamenlijk onderzoek toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de onderzoeken die reeds hebben plaatsgevonden naar inspanningen voor de bestrijding van mensenhandel, gedwongen prostitutie en seksueel misbruik in het Caribische deel van het Koninkrijk. De interne evaluatie laat zien dat in de afgelopen drie jaar door de landen en door Nederland veel is gedaan op genoemde thema’s. Het Justitieel Vierpartijen Overleg (JVO) heeft in januari 2015 de uitkomsten van de evaluatie van het Memorandum of Understanding vastgesteld. Tevens heeft het JVO opgeroepen, op basis van de uit de evaluatie voortkomende aanbevelingen, het Memorandum of Under-standing aan te passen en dit in het JVO van juni 2015 te behandelen. De focus in de toekomstige samenwerking zal met name liggen in het verder intensiveren van de uitwisseling van informatie en de operationele samenwerking tussen de betrokken diensten. Daarnaast zullen verdere controles in hoge risico sectoren voor mensenhandel worden uitgevoerd kst-28638-130ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2015Tweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 28 638, nr. 1301 en worden kwetsbare groepen zoals migranten beter geïnformeerd over hun rechten en de mogelijkheden voor het inroepen van hulp bij opkomende problemen. De vier partijen achten het, gezien de uitkomsten van de evaluatie, niet noodzakelijk dat er nader onafhankelijk onderzoek naar de aard en omvang van mensenhandel, gedwongen prostitutie en seksueel misbruik op de genoemde eilanden en naar de effectiviteit van het huidige beleid wordt gedaan. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. PlasterkTweede Kamer, vergaderjaar 2014–2015, 28 638, nr. 1302

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a564b0c82886b261

14 okt 2026 · 9cf6513c317184c8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.