KamerkringInloggen
Kamerbrief

Nadere uitwerking maatregelenpakket energieschok

22 mei 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 39c1d81ce1f5f427 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 933Noodpakket energie, mobiliteit en economieNr. 38 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VANFINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 mei 2026Het kabinet heeft op maandag 20 april jl. een aantal concrete maatregelenaangekondigd in reactie op het conflict in het Midden-Oosten. Dezemaatregelen zijn gericht op de koopkracht van huishoudens en deveerkracht van bedrijven, de leveringszekerheid van olie en gas en deweerbaarheid met betrekking tot de vraag naar energie.1 Naar aanleidingvan het debat met uw Kamer op woensdag 22 april jl. heeft het kabinet hetpakket op een aantal punten aangepast, in lijn met de wensen van uwKamer. In deze brief wordt u geïnformeerd over het aangepaste pakket. Deverwerking van de uitgavenmaatregelen volgt via Nota’s van wijziging opverschillende begrotingen. Deze worden vrijdag 22 mei met uw Kamergedeeld. De fiscale maatregelen die nog dit jaar in werking treden zijnuitgewerkt in een beleidsbesluit, waar uw Kamer in deze brief nader overwordt geïnformeerd. Tot slot wordt uw Kamer in deze brief geïnformeerdover een nadere analyse van afspraken over de reiskostenvergoeding inCAO’s en over de uitvoerbaarheid van een verlaagd btw-tarief voor hetopenbaar vervoer per 1 juli. Uitvoering van de uitgavenmaatregelen looptvia de beleidsverantwoordelijke departementen. Over de stand van zakenvan moties en toezeggingen op die beleidsterreinen wordt u op daarvoorgepaste momenten geïnformeerd door de beleidsverantwoordelijkebewindspersoon.Aangepast pakketIn tabel 1 is de laatste stand van de lastenkant van het maatregelenpakketopgenomen en in tabel 2 de laatste stand van de uitgavenkant. Dit pakketis naar aanleiding van het debat op 22 april jl. op een aantal puntengewijzigd t.o.v. het oorspronkelijk voorgestelde pakket op 20 april.Ten eerste heeft uw Kamer op 23 april jl. twee moties aangenomen diebetrekking hebben op de vrachtwagenheffing, die per 1 juli a.s. van start1Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1. kst-36933-38ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 381 gaat. Het betreft de motie-Flach c.s2 en de motie-Eerdmans/Wilders3. Demotie-Flach c.s. verzoekt de tarieven van de vrachtwagenheffing zo snelmogelijk te verlagen. De motie-Eerdmans/Wilders verzoekt de start van devrachtwagenheffing uit te stellen tot 1 januari 2027. Bij de appreciatie vandeze laatste motie heeft het kabinet aangegeven dat deze motie wordtgeïnterpreteerd als de motie-Flach c.s., namelijk als een verzoek tot een zosnel mogelijke verlaging van de tarieven van de vrachtwagenheffing totaan 2027. Het kabinet geeft uitvoering aan beide moties en bereidt eentijdelijke tariefverlaging van de vrachtwagenheffing voor. Mijn collega vanInfrastructuur en Waterstaat informeert u op korte termijn over deconcrete uitwerking hiervan.De incidentele budgettaire derving bedraagt € 80 mln. en wordt gedektvanuit de lastenkant. Het tijdelijk verlagen van het tarief heeft daardoorgeen gevolgen voor de hoogte van de terugsluis en de bijbehorendesubsidies voor de aanschaf van elektrische vrachtwagens en laadinfra-structuur. Dit vanwege het breed gedeelde belang van de elektrificatie vanhet wagenpark om de uitstoot van het wegvervoer te verminderen en deweerbaarheid van de vervoerssector te vergroten.Ten tweede is de dekking van het maatregelenpakket aangepast naaraanleiding van de hiervoor genoemde motie-Flach c.s. In de motie wordtverzocht de versobering van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)niet door te laten gaan en daarvoor in de plaats in de werkkostenregelingde gerichte vrijstelling voor korting op branche-eigen producten per 2027af te schaffen. Hier wordt gevolg aan gegeven, waardoor er € 126 mln. inplaats van € 100 mln. wordt opgehaald. Deze extra middelen wordengebruikt om de tijdelijke tariefsverlaging van de vrachtwagenheffingbinnen de huidige kabinetsperiode te dekken.Ten derde heeft uw Kamer met de aangenomen motie Bontenbal c.s.4verzocht om alle eventuele resterende structurele middelen uit hetmaatregelenpakket te reserveren om meer investeringen los te trekken,door in lijn met het coalitieakkoord te werken aan verbetering van defiscale investeringsaftrekken, een win-winlening en eenEU-beleggingsrekening. Conform deze motie reserveert het kabinet destructurele opbrengst van het pakket (€ 152 mln.) voor een dergelijkeenvelop.Naast deze wijzigingen is de budgettaire reeks van startersaftrek voor2027 bijgesteld van € 119 mln. naar € 116 mln. Structureel neemt deopbrengst toe van € 100 naar € 103 mln. Volledige afschaffen van destartersaftrek is uitvoerbaar per 2028, vooruitlopend hierop zal deze in2027 worden verlaagd. In het pakket Belastingplan 2027 wordt dezeverlaging nader uitgewerkt, waarbij rekening wordt gehouden met debudgettaire opbrengst en de uitlegbaarheid voor startende ondernemersvan de resterende aftrek.Onderstaande budgettaire plaat verwerkt het kabinet in het inkomsten-kader. Uw Kamer zal hier bij Prinsjesdag via de Miljoenennota opnieuwover worden geïnformeerd.2Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 30.3Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 4.4Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 31.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 382 Tabel 1 – lastenkant maatregelenpakket energieschokIn miljoen euro (– is lastenverlichting)202620272028202920302031StrucLastenverlichtingenVerhogen onbelaste reiskostenvergoeding met € 0,02 naar€ 0,25 per kilometer1– 155– 191– 223– 218– 212– 207– 207Tijdelijk verlagen motorrijtuigenbelasting tarief voor bestelauto’svan ondernemers met 50% t/m december (half jaar)– 150Tijdelijk verlagen motorrijtuigenbelasting tarief vrachtauto’s naarnihil – van 1 juli t/m december– 35Verhogen aftrekpercentage EIA naar 45,5%0000000Envelop nader uit te werken verbeteringen fiscale investeringsaf-trekken, win-winlening en/of EU beleggingsrekening– 152Tijdelijke verlaging tarieven vrachtwagenheffing– 80DekkingIndexeren alcoholaccijns26477090110130Afschaffen startersaftrek116116113110108103Afschaffen gerichte vrijstelling korting branche-eigen producten(WKR)126126126126126126Totaal energiepakket lastenkant– 42077669111413701 Voor Caribisch Nederland wordt de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd met $ 0,02 naar $ 0,22 per kilometer. Tot slot is in tabel 2 de motie Klaver5 over een ticket voor onbeperkt reizenmet de trein in de daluren verwerkt. Het kabinet reserveert hier € 118 mln.euro voor. Met een ticket van € 49 euro per maand kunnen reizigers vooreen periode van drie maanden onbeperkt met de trein reizen tijdensdaluren. Net als de rest van het pakket is ook deze maatregel gedekt.Tabel 2 – Uitgavenkant maatregelenpakket energieschokIn mln. € (– = saldoverbeterend)202620272028202920302031UitgavenReservering Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE)40155Warmtefonds180Energiefixers4040Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV)555Subsidieregeling Verenigingen van Eigenaren – SVVE25Inruilregeling brandstofauto’s23020Energiebesparende maatregelen MKB238Energie-efficiëntieregelingen visserij25Subsidies vermindering gebruik energie en kunstmest25Ticket 3 maanden onbeperkt reizen trein in daluren118DekkingBestaande middelen energiearmoede– 40– 50Reservering envelop armoede en schulden uit CA– 105Middelen klimaatakkoord op Aanvullende Post– 19– 13– 6– 11– 11Niet verplichte middelen Grondfaciliteit– 90Reservering nog onverdeelde Loon- en Prijsontwikkeling opbegroting VRO– 8Klimaat- en energiefonds– 70– 32– 65– 92– 3– 48Mobiliteitsfonds– 32Reservering Loon- en Prijsontwikkeling op begroting LVVN– 50TotaalCumula-tiefUitgaven43527833745Dekking– 301– 208– 71– 103– 14– 48– 745Optelling extra uitgaven en dekking13470– 39– 103– 14– 480 Uitwerking fiscale steunmaatregelen 2026 in beleidsbesluitDe fiscale steunmaatregelen van bovenstaand pakket treden – zoals ook isaangegeven in het debat – op de kortst mogelijke termijn in werking, doordeze maatregelen te implementeren via een goedkeurend beleidsbesluitvooruitlopend op wetgeving.5Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 383 Het gaat om de volgende maatregelen:1.Structureel en met terugwerkende kracht verhogen van de gerichtvrijgestelde reiskostenvergoeding;2.Structureel en met terugwerkende kracht verhogen van de aftrekbarereiskosten van IB-ondernemers en resultaatgenieters;3.Structureel en met terugwerkende kracht verhogen onbelastekilometervergoeding en aanverwante regelingen BES eilanden;4.Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voorbtw-ondernemers;5.Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s.Indachtig het afwegingskader voor beleidsbesluiten vooruitlopend opwetgeving informeer ik met deze brief uw Kamer over het genomenbeleidsbesluit, dat op 21 mei 2026 gepubliceerd is in de Staatscourant, nr.2026, 18302.De Belastingdienst heeft de maatregelen uit het beleidsbesluit beoordeeldmet de uitvoeringstoets. Deze uitvoeringstoetsen zijn te vinden in bijlage1.De tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting bestelauto’s voorbtw-ondernemers evenals de tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelastingvoor vrachtauto’s zijn uitvoerbaar, met de kanttekening dat kritischeonderhoudstrajecten vertraging oplopen en er een kans is dat debereikbaarheid van de BelastingTelefoon verslechterd. Het kabinet heeftdit gewogen en geaccepteerd, gegeven de wens om op korte termijnlastenverlichting aan deze groep te kunnen geven. De mrb maatregelenzullen door de Belastingdienst worden doorgevoerd in het voor betref-fende voertuig geldende tijdvak dat begint op 1 juli 2026 of erna. Datbetekent dat voor voertuigen waarvan het tijdvak start op 1 juli de kortingdirect wordt doorgevoerd en zal eindigen op 31 december 2026, maarvoor voertuigen waarvan het tijdvak is gestart op 30 juni deze korting pasop 30 september zal worden geeffectueerd, maar zal doorlopen tot30 maart 2027. Het is op deze termijn niet meer mogelijk voor deBelastingdienst om de houders van bestelauto’s en vrachtauto’s per briefover de regeling te informeren (zie ook de uitvoeringstoetsen in bijlage 1).De verhoging van 23 naar 25 cent in de inkomensbelasting en deloonbelasting zijn eveneens uitvoerbaar voor de Belastingdienst, met dekanttekening dat de verhoging pas bij de definitieve aangifte inkomsten-belasting kan worden toegepast. De verhoging van de reiskostenver-goeding en -aftrek in de BES-eilanden is tot slot uitvoerbaar.De verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding heeft ookgevolgen voor UWV. In de dienstverlening van UWV zijn enkeleuitvoeringstaken gekoppeld aan de maximale onbelaste kilometerver-goeding. Deze taken zijn echter niet ingericht op wijzigingen metterugwerkende kracht. Het alsnog met terugwerkende kracht doorvoerenvan deze wijziging zou gepaard gaan met aanzienlijke uitvoeringslasten,die niet in verhouding staan tot het beoogde effect. Vanwege de snelheidwaarmee tot deze verhoging is besloten en de voorziene impact ervan,maakt het kabinet voor UWV een uitzondering op de terugwerkendekracht. UWV zal de verhoogde maximale kilometervergoeding weldoorvoeren, maar op toekomende datum en in ieder geval per 1 januari2027.De benodigde wetgeving voor de fiscale maatregelen en aanpassing vande vrachtwagenheffing zal worden opgenomen in het pakket Belas-tingplan 2027, dat uw Kamer met Prinsjesdag ontvangt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 384 Stand van zaken van een tweetal toezeggingen/moties van hetdebat van 22 april jl.Uitvoerbaarheid btw-verlaging openbaar vervoer per 1 juliDe aangenomen motie van de leden Bikker en Flach6 verzoekt de regeringduidelijkheid te geven over de omstandigheid dat het kabinet tijdens hetdebat inzake de hoge energie-en brandstofprijzen aangeeft de btw opopenbaar vervoer niet per 1 juli a.s. te kunnen verlagen, terwijl in bijlage 2bij de kabinetsbrief7 staat dat het btw-tarief wel per 1 juli a.s. omlaag kan.Kort samengevat is het mogelijk om het btw-tarief per 1 juli a.s. teverlagen, maar dit kent substantiële nadelen voor vervoerders. Dezenadelen doen zich niet, of in veel mindere mate voor bij het tijdelijkgoedkoper aanbieden van bestaande proposities, zoals het tijdelijke€ 49-ticket voor de trein waar met de motie-Klaver c.s.8 om wordtgevraagd. Deze optie is in de uitvoering significant sneller en eenvoudigerte realiseren is.Post b.9 van Tabel I Wet op de omzetbelasting 1968 omschrijft hetverlaagde tarief voor personenvervoer. Daaronder valt onder meerbesloten busvervoer, openbaar vervoer en taxivervoer als bedoeld inartikel 1 van de Wet personenvervoer 2000. De post ziet dus op meercategorieën personenvervoer dan enkel openbaar vervoer. Aangenomenwordt dat het btw-nultarief enkel van toepassing zou moeten zijn op hetopenbaar vervoer.Voor de uitvoerbaarheid van een btw-verlaging voor openbaar vervoerper 1 juli zijn drie zaken van belang. Ten eerste moet het mogelijk zijn omde wet- en regelgeving binnen deze termijn aan te passen. Ten tweedemoet het uitvoerbaar zijn voor de Belastingdienst en ten derde moet hetuitvoerbaar zijn voor de vervoerders, die de wijziging van het btw-tariefmoeten verwerken in hun administratie.Bij invoering per 1 juli alleen goedkeurend beleidsbesluit mogelijkDe btw-tarieven zijn wettelijk vastgelegd. Vanwege het zeer krappetijdpad, is het niet mogelijk om per 1 juli a.s. een btw-nultarief vooropenbaar vervoer wettelijk vast te leggen. Ook een spoedprocedure biedthiervoor geen oplossing omdat het niet realistisch is dat de versneldebehandeling van een wetsvoorstel tot btw-verlaging voor openbaarvervoer tijdig kan worden afgerond. Een btw-verlaging kan daarom per1 juli juridisch alleen mogelijk worden gemaakt via een goedkeurendbeleidsbesluit. Hierbij past wel de kanttekening dat het kabinetvervoerders niet kan dwingen het nultarief daadwerkelijk toe te passen.Uitvoering belastingdienstHet is voor de Belastingdienst mogelijk om op korte termijn uitvoering tegeven aan een verlaging van het btw-tarief op openbaar vervoer naar nulprocent. Tariefaanpassingen vinden bij voorkeur per kwartaal plaats (geletop duidelijkheid voor ondernemers en aangiftetijdvakken). De Belasting-dienst heeft hiervoor in beginsel circa één maand voorbereidingstijdnodig, met name ten behoeve van communicatie. Voor de uitvoerbaarheidvan de Belastingdienst is het daarnaast van belang dat het bedrijfsleventijdig kan anticiperen op de wijziging. Indien dit niet het geval is, kan dit6Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 17.7Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 1.8Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 385 leiden tot onjuiste aangiften en correcties, met als gevolg extra uitvoe-ringslasten voor de Belastingdienst.Zoals aangegeven bevat post b.9 van Tabel I Wet op de omzetbelasting1968 verschillende categorieën personenvervoer. Indien het tarief alleenvoor openbaar vervoer wordt verlaagd, dan leidt dit mogelijk tot nieuweafbakeningsproblematiek en procedures wat kan leiden tot extra druk opde uitvoering.Uitvoering voor het bedrijfslevenAanbieders van openbaar vervoer maken gebruik van uiteenlopendeIT-systemen voor onder meer facturering en belastingen (btw). Indien hetbtw-tarief op ov per 1 juli a.s. wordt gewijzigd, moeten deze systemen opzeer korte termijn worden aangepast. Dat is voor de vervoerders eencomplexe en tijdsintensieve exercitie, maar uiteindelijk alleen haalbaar alshet btw-tarief voor de rest van het jaar zou worden verlaagd. Wisselendebtw tarieven leggen grote administratieve druk op het bedrijfsleven. Hettijdelijk goedkoper aanbieden van bestaande proposities, in lijn met hettijdelijke € 49-ticket voor de trein waar met de motie-Klaver c.s.9 om wordtgevraagd, is in de uitvoering voor de trein echter sneller en eenvoudigerte realiseren.Inzet kabinet zorgen dat reiskostenvergoeding daadwerkelijk bijwerknemers terecht komt en quickscan cao’s (motie Bikker/Jimmy Dijk)Het kabinet heeft zich, in lijn met de motie-Bikker/Jimmy Dijk10, ingezetom de verruimde fiscale ruimte voor reiskostenvergoedingen onder deaandacht te brengen bij sociale partners, waaronder werkgevers- enwerknemersorganisaties in de Stichting van de Arbeid. Ook is bij publiekewerkgevers geïnventariseerd welke mogelijkheden en knelpunten bestaanom de verhoging door te laten werken naar werknemers. Het kabinet heeftruimte gemaakt voor een verhoging, maar de hoogte van de reiskosten-vergoeding blijft een afspraak tussen werkgevers en werknemers. Hetkabinet roept werkgevers daarom op om de verruimde fiscale ruimte waarmogelijk te benutten, zodat de verhoging zo veel mogelijk terechtkomt bijwerknemers die hogere reiskosten maken. Het kabinet gaat hierover graagverder in gesprek met werkgevers en werknemers. Daarnaast is, conformde toezegging tijdens het debat van 22 april jl., een quickscan uitgevoerdnaar de huidige afspraken over de verhoogde onbelaste reiskostenver-goeding in cao’s. Zie hiervoor bijlage 2 bij deze brief. Het is goed hierbijop te merken dat de quickscan geen volledig beeld geeft, aangezien veelafspraken ook op bedrijfsniveau worden gemaakt. Zo zijn er veelvoorbeelden van fiscale uitruil, bijvoorbeeld via een individueel keuze-budget, die eveneens een bijdrage leveren aan de vergoeding vanreiskosten.Tot slotIk hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over denadere uitwerking van de maatregelen in reactie op de energieschok.Begin juni informeert het kabinet uw Kamer over de stand van zaken vaneen aantal andere toezeggingen, die tijdens het debat over de energie-schok zijn gedaan. Het gaat onder andere over een analyse van debtw-inkomsten van brandstof en de toezeggingen rondom mogelijkeoverwinsten bij energiebedrijven. Het kabinet zal dan ook de gesteldevragen van de leden Teunissen (PvdD) en Van Oosterhout (GroenLinks-9Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 8.10Kamerstukken II 2025/26, 36 933, nr. 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 386 PvdA) over overwinsten van olie- en gasbedrijven beantwoorden(kenmerk: 2026Z07912). Deze vragen kunnen niet binnen de gebruikelijketermijn worden beantwoord vanwege samenhang met de uitwerking vande andere gedane toezeggingen op dit vlak.De Minister van Financiën,E. HeinenDe Staatssecretaris van Financiën,E. EerenbergTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 933, nr. 387

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 51b7d80343d630d3

14 okt 2026 · 6aff8f3dc3b0c110

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.