KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

13 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 413b7267ea674b71 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2026Nr. 16 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 13 november 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast methet voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eerverslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daaropgegeven antwoorden.De vragen zijn op 3 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister en deStaatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij brief van13 november 2025 zijn ze door de Minister en de Staatssecretarissen vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De fungerend voorzitter van de commissie,MohandisAdjunct-griffier van de commissie,Heller kst-36800-XVI-16ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 161 Vragen en antwoorden Vraag 1Wat zijn de parameters van de zorgtoeslag in 2026 en in 2030? Wilt uhierbij de hoogte van alle parameters noemen? Wilt u in ieder geval ooknoemen wat de hoogte is van de standaardpremie, van alle parametersdie worden gebruikt voor de berekening van de normpremie en hetmaximum inkomen en vermogen?AntwoordHieronder een tabel met de geraamde parameters zorgtoeslag voor 2026en 2030. Vanaf 2027 wordt de vermogensgrens met € 27.500 verlaagd inverband met dekking voor de beoogde aanpassing van het partnerbegripin de toeslagen (afschaffing samengesteld gezin criterium), waardoor devermogensgrenzen (na indexaties) in 2030 lager liggen dan in 2026.20262030Standaardpremie€ 2.143€ 2.576Drempelinkomen (=WML)€ 29.736€ 34.152Normpercentage 1-persoon1,912%1,975%Normpercentage 2-persoon4,289%4,352%Afbouwpercentage13,73%13,85%Maximum inkomen 1-persoon€ 41.032€ 47.709Maximum inkomen 2-persoon€ 51.492€ 60.446Vermogensgrens 1-persoon€ 146.011€ 128.845Vermogensgrens 2-persoon€ 184.633€ 171.143 Vraag 2Zijn de geoormerkte middelen voor «Standaardisatie gegevensuit-wisseling LDN, GF, Medicatieoverdracht, EHDS en Nictiz» die in 2025 zijntoegekend nog steeds beschikbaar?AntwoordDe voor 2025 toegekende middelen voor standaardisatie gegevensuit-wisseling Landelijke Dekkend Netwerk, Generieke Functies, Medicatieover-dracht, European Health Dataspace en Nictiz zijn nog steeds beschikbaar.Bij augustusbesluitvorming is bezien of alle in 2025 beschikbare middelenook in 2025 ingezet zouden worden. Voor de activiteiten die niet in 2025uitgevoerd gaan worden is een kasschuif ingediend. Hiermee kunnen debeschikbare middelen voor de betreffende onderwerpen ingezet worden.Vraag 3Hoe wordt er inmiddels uitvoering gegeven aan de motie-Claassen/Vondeling (Kamerstuk 29 689-1283) over Oekraïners die in Nederlandwerken en loon naar Nederlandse maatstaven ontvangen de basispremiete laten betalen?AntwoordDe Minister voor Asiel en Migratie heeft uw Kamer op 4 juli 2025 eenreactie1 gestuurd op de motie-Claassen/Vondeling. In deze Kamerbrief istoegelicht dat de eigen bijdrage zal verhoogd worden door ontheemdeneen bijdrage te laten leveren aan de exploitatiekosten van de opvang. Ookzal naar aanleiding van deze motie worden gekeken hoe hierbij dezorgkosten in rekening kunnen worden gebracht.Vraag 41Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 19 637, nr. 3451Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 162 Hoe vindt het besluit om de inflatiecorrectie in 2026 niet volledig door tevoeren zijn weerslag in de voorliggende Volksgezondheid, Welzijn enSport (VWS)-begroting?AntwoordIn de eerste suppletoire begroting 2025 van VWS, samenhangende met deVoorjaarsnota 2025, is toegelicht dat een deel van de loonbijstelling wordtingezet ter dekking van verschillende intensiveringen op de VWS-begroting, waaronder de inzet van vrijwilligers in de palliatieve terminalezorg, de aanpassing van de regeling dienstverlening aan huis en hetalternatief invullen van de aanvullende apparaatstaakstelling uitamendement Bontenbal c.s. In de Kamervragen die naar aanleiding vande eerste suppletoire begroting 2025 van VWS zijn gesteld, is toegelichtdat dit een korting op de beleidsartikelen van VWS betreft en instellingenin de premiegefinancierde zorguitgaven (zoals ziekenhuizen) niet geraaktworden. Vanaf de beleidsartikelen van VWS worden wel verschillendeorganisaties door VWS gesubsidieerd, waardoor deze korting welgesubsidieerde organisaties raakt. Het niet of slechts gedeeltelijkcorrigeren voor inflatie leidt tot relatief minder financiële ruimte bijgesubsidieerde instellingen, omdat de betrokken instellingen welgeconfronteerd worden met hogere lonen en prijzen.Vraag 5Betreft het besluit om inflatiecorrectie niet volledig door te voerenuitsluitend het jaar 2026 of wordt deze keuze ook voor de jaren daarnavoorzien?AntwoordVWS streeft ernaar om in de toekomst inflatiecorrectie toe te kunnenpassen op de gesubsidieerde instellingen. Dit blijft echter onderdeel vande financiële besluitvorming.Vraag 6Welke effecten verwacht u in verschillende inflatiescenario’s indien deinflatiecorrectie structureel niet of slechts deels wordt doorgevoerd?AntwoordHet niet of slechts gedeeltelijk corrigeren voor inflatie leidt tot relatiefminder financiële ruimte bij gesubsidieerde instellingen, omdat debetrokken instellingen wel geconfronteerd worden met hogere lonen enprijzen. De effecten hiervan kunnen per organisatie verschillen. Hoe hogerde feitelijke inflatie, hoe sterker het effect voor de betrokken organisaties.Door een zo optimaal mogelijke inzet van de uitgekeerde subsidies,kunnen de effecten van de korting binnen de betrokken organisaties waarmogelijk gemitigeerd worden.Vraag 7Kunt u een overzicht geven van de organisaties en kennisinstituten binnenhet VWS-domein die geraakt worden door het niet volledig doorvoerenvan inflatiecorrectie?AntwoordHet Ministerie van VWS heeft relaties met honderden organisaties. Er zijnoverzichten beschikbaar in de Ontwerpbegroting 2026, waaronder bijlage3 «Subsidieoverzicht». De doorwerking van het niet volledig doorvoerenvan de inflatiecorrectie kan verschillend uitwerken voor de gesubsidieerdeorganisaties.Vraag 8Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 163 Wanneer is de Kamer geïnformeerd dat de inflatiecorrectie definitief nietvolledig doorging?AntwoordIn de eerste suppletoire begroting 2025 van VWS, samenhangende met deVoorjaarsnota 2025, is toegelicht dat een deel van de loonbijstelling wordtingezet ter dekking van verschillende intensiveringen op de VWS-begroting, waaronder de inzet van vrijwilligers in de palliatieve terminalezorg, de aanpassing van de regeling dienstverlening aan huis en hetalternatief invullen van de aanvullende apparaatstaakstelling uitamendement Bontenbal c.s. In de Kamervragen die naar aanleiding vande eerste suppletoire begroting 2025 van VWS zijn gesteld, is toegelichtdat dit een korting op de beleidsartikelen van VWS betreft en instellingenin de premiegefinancierde zorguitgaven (zoals ziekenhuizen) niet geraaktworden. Vanaf de beleidsartikelen van VWS worden wel verschillendeorganisaties door VWS gesubsidieerd, waardoor deze korting welbetrekking heeft op gesubsidieerde organisaties.Vraag 9Wanneer zijn de betrokken organisaties geïnformeerd over het nietvolledig doorvoeren van de inflatiecorrectie?AntwoordOrganisaties zijn conform het reguliere proces via een beschikkingsbriefuiterlijk 1 oktober 2025 geïnformeerd over het besluit met betrekking totindexatie. Het ministerie gaat evalueren of het reguliere proces vansubsidiebeschikking voldoende tijd biedt voor organisaties om hunbegroting zorgvuldig voor te bereiden.Vraag 10Zijn alle organisaties op hetzelfde moment geïnformeerd over het volledigdoorvoeren van de inflatiecorrectie en zo niet, welke afwegingen zijndaarbij gemaakt?AntwoordOrganisaties zijn conform het reguliere proces via een beschikkingsbriefuiterlijk 1 oktober 2025 geïnformeerd over het besluit met betrekking totindexatie. Het ministerie gaat evalueren of het reguliere proces vansubsidiebeschikking voldoende tijd biedt voor organisaties om hunbegroting zorgvuldig voor te bereiden.Vraag 11Was de informatievoorziening over het niet volledig doorvoeren van deinflatiecorrectie aan organisaties tijdig of vond deze plaats na hetverstrijken van termijnen die nodig zijn om hun begrotingen zorgvuldigvoor te bereiden?AntwoordOrganisaties zijn conform het reguliere proces via een beschikkingsbriefuiterlijk 1 oktober geïnformeerd over het besluit met betrekking totindexatie. Het ministerie gaat evalueren of het reguliere proces vansubsidiebeschikking voldoende tijd biedt voor organisaties om hunbegroting zorgvuldig voor te bereiden.Vraag 12Welke gevolgen heeft het niet volledig doorvoeren van de inflatiecorrectievoor de uitvoerbaarheid van afspraken en verplichtingen binnen hetVWS-domein?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 164 Het niet of slechts gedeeltelijk corrigeren voor inflatie leidt tot relatiefminder financiële ruimte bij gesubsidieerde instellingen, omdat debetrokken instellingen wel geconfronteerd worden met hogere lonen enprijzen. De doorwerking van het niet volledig doorvoeren van deinflatiecorrectie kan verschillend uitwerken voor de gesubsidieerdeorganisaties. Door een zo optimaal mogelijke inzet van de uitgekeerdesubsidies, kunnen de effecten van de korting binnen de betrokkenorganisaties waar mogelijk gemitigeerd worden.Vraag 13Komt het niet doorvoeren van de volledige inflatiecorrectie feitelijk neerop een directe bezuiniging op organisaties met belangrijke maatschappe-lijke functies?AntwoordHet niet of slechts gedeeltelijk corrigeren voor inflatie leidt tot relatiefminder financiële ruimte bij gesubsidieerde instellingen, omdat debetrokken instellingen wel geconfronteerd worden met hogere lonen enprijzen. De doorwerking van het niet volledig doorvoeren van deinflatiecorrectie kan verschillend uitwerken voor de gesubsidieerdeorganisaties. Door een zo optimaal mogelijke inzet van de uitgekeerdesubsidies, kunnen de effecten van de korting binnen de betrokkenorganisaties waar mogelijk gemitigeerd worden.Vraag 14Zijn er middelen gereserveerd om organisaties die door het uitblijven vanvolledige inflatiecorrectie in de knel komen met hun verplichtingen tecompenseren?AntwoordHiervoor zijn geen middelen gereserveerd. Door een zo optimaalmogelijke inzet van de uitgekeerde subsidies, kunnen de effecten van dekorting binnen de betrokken organisaties waar mogelijk gemitigeerdworden. VWS treedt in overleg met organisaties die desondanks in deknel komen.Vraag 15Indien er geen middelen zijn gereserveerd, bent u dan bereid alsnogfinanciële compensatie te regelen voor organisaties die ernstig geraaktworden?AntwoordDoor een optimale inzet van de uitgekeerde subsidies, kunnen de effectenvan de korting binnen de betrokken organisaties waar mogelijk gemiti-geerd worden. VWS treedt in overleg met organisaties die desondanks inde knel komen.Vraag 16Is onderzocht of binnen de VWS-begroting middelen konden wordenherverdeeld om de inflatiecorrectie voor maatschappelijke partners tochmogelijk te maken?AntwoordJa, VWS streeft ernaar om inflatiecorrectie toe te kunnen passen op degesubsidieerde instellingen. Er zijn echter geen alternatieve oplossingengevonden.Vraag 17Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 165 Waarom is het niet mogelijk of niet voldoende gebleken om binnen deVWS-begroting intern middelen vrij te maken voor volledige inflatiecor-rectie?AntwoordDit jaar is een andere afweging gemaakt en is een deel van de loonbij-stelling ingezet ter dekking van andere prioriteiten, waaronder de inzetvan vrijwilligers in de palliatieve terminale zorg, de aanpassing van deregeling dienstverlening aan huis en het alternatief invullen van deaanvullende apparaatstaakstelling uit amendement Bontenbal c.s. HoewelVWS ernaar streeft om inflatiecorrectie toe te kunnen passen op degesubsidieerde instellingen, resteerden hierdoor minder middelen voorinflatiecorrectie.Vraag 18Hoe wordt het niet doorvoeren van inflatiecorrectie bij andere ministeriesbehandeld?AntwoordDe inzet van loon- en prijsbijstelling is een kabinetsbesluit. Doordatandere prioriteiten voorrang kunnen krijgen, kan de omgang metinflatiecorrectie per jaar en per departement verschillen.Vraag 19Waarom is bij VWS gekozen voor een andere benadering van inflatiecor-rectie dan bij andere ministeries?AntwoordDe inzet van loon- en prijsbijstelling is een kabinetsbesluit. Doordatandere prioriteiten voorrang kunnen krijgen, kan de omgang metinflatiecorrectie per jaar en per departement verschillen.Vraag 20Hoe wordt gewaarborgd dat het niet volledig doorvoeren van inflatiecor-rectie een eenmalige maatregel blijft?AntwoordVWS streeft ernaar om in de toekomst inflatiecorrectie toe te kunnenpassen op de gesubsidieerde instellingen. Dit blijft echter onderdeel vande financiële besluitvorming.Vraag 21Op welke wijze verzekert u dat organisaties in het VWS-domein nietstructureel het sluitstuk van bezuinigingsmaatregelen vormen doortelkens inflatiecorrectie te missen?AntwoordVWS streeft ernaar om in de toekomst inflatiecorrectie toe te kunnenpassen op de gesubsidieerde instellingen. Dit blijft echter onderdeel vande financiële besluitvorming.Vraag 22Hoe ontwikkelt de omvang van de wachtlijsten zich per type behandeling(zoals oncologie, GGZ, oogheelkunde, orthopedie en verpleeghuiszorg) inaanloop naar 2026 en in hoeverre is dat per sector individueelmeegewogen?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 166 Medisch specialistische zorgVoor de medisch specialistische behandelingen is er geen landelijk inzichtin de omvang van wachtlijsten.Wel verzamelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) informatie overwachttijden bij medisch specialistische zorgaanbieders conform deRegeling Aanleveren wachttijden medisch-specialistische zorg (NR/REG-2421). De monitor laat zien dat de wachttijden vaak langer zijn dan deTreeknormen (Monitor Toegankelijkheid van zorg – 22 juli 2025 – De NZa).De groeiende zorgvraag is namelijk steeds lastiger op te vangen.Zorgverzekeraars hebben de plicht om voldoende zorg in te kopen voorhun verzekerden. De verzekeraars houden bij het maken van afsprakenmet aanbieders, rekening met de zorgvraag in de regio. In het AanvullendZorg- en Welzijnsakkoord zijn afspraken (onder fiche C3) gemaakt om detransparantie en inzichten in wachtlijsten te verbeteren en actievezorgbemiddeling mogelijk te maken.GGZOok voor de GGZ geldt dat er geen inzicht is in het aantal mensen datwacht op een behandeling in de GGZ. Wel verzamelt de NZa informatieover wachtplekken en wachttijden bij GGZ-aanbieders conform deregeling Transparantieregeling (NR/REG-2219a). Uit de meest recenteinformatiekaart Wachttijden en wachtplekken GGZ (oktober 2024) en deMonitor Toegankelijkheid van zorg (juli 2025) blijkt dat de toegankelijkheidvan de GGZ helaas niet is verbeterd is ten opzichte van afgelopen jaren.Het verbeteren van de wachttijdinformatie in de GGZ is onderdeel van hetIZA en het AZWA. De NZa, zorgverzekeraars en aanbieders versterkengezamenlijk de datakwaliteit en transparantie via verbeteringen in hetZorgbeeldportaal, een pilot met declaratiedata en de ontwikkeling van eenlandelijk wachttijdendashboard. Het streven is dat het regionale inzicht inwachttijden uiterlijk in 2026 significant is verbeterd.VerpleeghuiszorgHet Zorginstituut publiceert elke maand de wachtlijstinformatie opwww.zorgcijfersdatabank.nl. Daarbij wordt scherp gekeken naar dezorgbehoefte van de wachtende. Daarom wordt in de wachtlijstmonitoronderscheid gemaakt tussen drie categorieën wachtenden: Acuutwachtenden; Actief plaatsen; Wachten op voorkeur.Het merendeel van de wachtenden wacht op voorkeur en ontvangtmomenteel zorg thuis en er is ook geen dringende noodzaak tot opnamein het verpleeghuis. Dit geldt wel voor de urgent wachtenden en de actiefte plaatsen cliënten. Voor deze cliënten is er een actief beleid vanzorgkantoren om binnen de geldende termijnen, een plek in eenverpleeghuis te regelen.De meest recente wachtlijstinformatie voor verpleging en verzorging isvan 1 augustus 2025.1-8-20221-8-20231-8-20241-8-2025Urgent plaatsen306318305312Actief plaatsen3.8483.8803.7563.852Wachten op voorkeur16.60517.57916.40013.763Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 167 1-8-20221-8-20231-8-20241-8-2025Totaal20.75921.77720.46117.927 Vraag 23Kunt u aangeven per specialisme hoeveel patiënten momenteel langerwachten dan de Treeknorm?AntwoordEr bestaat momenteel geen landelijke registratie van het aantal mensendat langer dan de Treeknorm moet wachten. Via de NederlandseZorgautoriteit (NZa) worden onder andere de wachttijden verzameld. Dezezijn na te kijken via ZorgkaartNederland.In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord hebben partijen afgesprokendat aanbieders per 1 januari 2026 het aantal wachtenden periodiek gaanaanleveren bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om inzicht te geven inhet aantal wachtenden per specialisme per zorgverzekeraar.Vraag 24Hoeveel weken bedraagt de gemiddelde wachttijd voor een behandelingin de geestelijke gezondheidszorg in 2026 volgens de begrotingsra-mingen? Kan dit worden uitgesplitst naar hoog-complexe en laag-complexe zorgvragen?AntwoordZowel de instroomaantallen als de wachttijden in de GGZ verschillen sterkper diagnosegroep. Deze verschillen maken dat het berekenen van eengewogen algemeen gemiddelde wachttijd beperkte informatiewaardeheeft. We zien dat voor alle diagnosegroepen de maximale aanvaardbarewachttijd die zorgaanbieders en zorgverzekeraars samen hebbenafgesproken wordt overschreden. (Monitor Toegankelijkheid van zorg-juli2025-Nederlandse Zorgautoriteit). Bij de verzameling van wachttijdinfor-matie wordt vooralsnog geen onderscheid gemaakt in zwaarte van dezorgvraag, wel wordt er onderscheid gemaakt in basis- en specialistischeGGZ. Er zijn geen wachtlijst-streeftijden opgesteld voor 2026. Wel zijn er inhet AZWA afspraken gemaakt om de toegankelijkheid van de GGZ teverbeteren.Vraag 25Wat zijn de actuele wachttijden voor planbare operaties, uitgesplitst naartype behandeling, en hoe verhouden deze zich tot vorig jaar?AntwoordTabel 1 bevat de gemiddelde wachttijden voor veelvoorkomende planbarebehandelingen in 2024 en 2025. Deze tabel is tot stand gekomen op basisvan informatie vanuit de Regeling Aanleveren wachttijden medisch-specialistische zorg (NR/REG-2421). De lijst van behandelingen in dezeregeling is tot stand gekomen in afstemming met partijen.De wachttijden lijken voor een groot deel van onderstaande behande-lingen licht te dalen ten opzichte van 2024. Voor een totaal beeld van dewachttijd tot een behandeling, moeten ook de wachttijden tot poliklinieken diagnostiek meegenomen worden (Monitor Toegankelijkheid van zorg– 22 juli 2025 – De Nederlandse Zorgautoriteit). De wachttijden voorpolikliniek lijken namelijk juist op te lopen. Ook verschillen (de trends van)de wachttijden tussen regio’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 168 Tabel 1. Gemiddelde wachttijd in weken over het jaar 2024 en 2025 voor veelvoorko-mende behandelingen.Type behandelingWachttijd in weken20242025 (t/mseptember)Primaire operatieve behandeling van afwijkingen vanneustussenschot (kno)15,615,1Ablatie (cardiologie)14,313,5Operatieve behandeling bij vergrote prostaat (urologie)11,811,5Operatieve behandeling urine-incontinentie en/ofverzakking bij vrouw (gynaecologie)11,111,3Operatieve behandeling urine-incontinentie en/ofblaasverzakking bij man (urologie)119,6Tonsillectomie en/of adenotomie (kno)10,99,2Sterilisatie man als zelfstandige verrichting (urologie,heelkunde)10,67,4Operatieve borstreconstructie (plastische chirurgie)10,19,4Operatieve behandeling navelbreuk (hernia umbilicalis)bij volwassenen (heelkunde)9,98,6Initiële totale knie vervanging (orthopedie)9,810Spondylodese operatie aan de wervelkolom anders danihkv behandeling van hernia nuclei pulposi/kanaalstenose (orthopedie, neurochirurgie)9,89,4Initiële staaroperatie (oogheelkunde)9,77,6Operatieve behandeling liesbreuk (hernia inguinalis/hernia femoralis) (heelkunde)9,68,4Percutane niersteenverwijdering (urologie)9,58,8Sterilisatie vrouw als zelfstandige verrichting (gynaeco-logie)9,19,9Besnijdenis als zelfstandige verrichting (urologie,heelkunde)8,88,3Geïsoleerde/ op zichzelf staande baarmoederverwijde-ring (gynaecologie)8,89,6Initiële totale heupvervanging (orthopedie)8,68,6Ooglidcorrectie (oogheelkunde)8,47,8Plaatsen middenoorbeluchtingsbuisjes (kno)8,36,8Galblaasverwijdering (heelkunde)86,9Operatieve behandeling hernia nuclei pulposi/kanaalstenose (orthopedie, neurochirurgie)87,8Extractie gebitselement(en), niet in algehele anesthesie(kaakchirurgie)7,57,9Behandeling vanwege apneu (CPAP, operatievebehandeling) (kno, longgeneeskunde)7,17,2Operatieve behandeling goedaardige aandoeningenvan/rondom de anus (heelkunde)76,2Operatieve behandeling goedaardige aandoeningenvan/rondom de anus (heelkunde, dermatologie)76,2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 169 Type behandelingWachttijd in weken20242025 (t/mseptember)Operatieve verwijdering slokdarm (heelkunde)6,96,6Operatieve behandeling meniscus en/of kniebanden(geen vers letsel, exclusief artroscopische behandeling)(heelkunde, orthopedie)6,86,6Apexresectie(s) (kaakchirurgie)6,87,3Behandeling spataderen (endovasculaire procedure)(dermatologie, heelkunde)6,66,4(Vaat)chirurgische behandeling spataderen (heelkunde)6,55,3Neurolyse perifere zenuw, waaronder carpaal tunnelsyndroom (neurochirurgie)6,46,4Operatieve behandeling prostaatcarcinoom (urologie)6,46,5Operatieve behandeling contractuur van Dupuytren(plastische chirurgie)6,16,8Mohs chirurgie (dermatologie)5,57,1Diagnostische en/of therapeutische kijkoperatie knie(orthopedie)5,35,8Aortocoronaire bypass-operatie als zelfstandigeverrichting (cardiopulmonale chirurgie)54,1Volumereductieoperatie maag bij overgewicht (heel-kunde)4,24IVF/ICSI (gynaecologie)4,14,4Initiële operatieve behandeling carpaal tunnel syndroom(heelkunde, orthopedie, plastische chirurgie)3,94,1Triggerfingerrelease (plastische chirurgie)3,74,3Vergruizing niersteen (urologie)3,73,1Longrevalidatie (revalidatiegeneeskunde)3,54,1Dotterbehandeling (cardiologie)3,23,1Hartkatheterisatie (cardiologie)3,13,5Hartrevalidatie (revalidatiegeneeskunde)33Revalidatie na beroerte (revalidatiegeneeskunde)2,82,9IUI (gynaecologie)2,63,1 Vraag 26Welke extra maatregelen neemt u in 2026 om wachttijden voor oncolo-gische behandelingen terug te dringen?AntwoordHet is belangrijk dat we de wachttijden voor de toegang tot zorg vooriedereen binnen de daarvoor geschikte normen brengen. In hetAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afspraken gemaakt omde toegankelijkheid van de zorg te borgen. Deze afspraken gaan over hetverbeteren van inzicht in de wachttijden, het mogelijk maken van actievezorgbemiddeling en het verbeteren van gelijkwaardigere toegang. Omgelijkwaardige toegang te verbeteren, onderzoeken partijen waarom detoegang tot zorg voor bepaalde groepen minder goed is. Dit onderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1610 richt zich onder andere op oncologische patiënten. Partijen hebbenafgesproken om concrete aanbevelingen uit dit onderzoek proactief op tepakken.Vraag 27Hoeveel patiënten wachten langer dan een half jaar op een eersteafspraak bij een specialist, uitgesplitst naar zorgdomein?AntwoordHet is niet bekend hoeveel patiënten langer dan een half jaar moetenwachten op een eerste afspraak bij een specialist in de medisch specialis-tische zorg of geestelijke gezondheidzorg.De Nederlandse Zorgautoriteit publiceert periodiek informatie overwachttijden (Monitor Toegankelijkheid van zorg – 22 juli 2025 – DeNederlandse Zorgautoriteit) maar daaruit is niet af te leiden hoeveelmensen langer dan een half jaar wachten op een eerste afspraak.In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord zijn er afspraken gemaaktvoor de geestelijke gezondheidszorg en de medisch specialistische zorgom de transparantie en inzichten in wachtlijsten te verbeteren en actievezorgbemiddeling mogelijk te maken. Het doel is om verdere stijging vande wachtlijsten te voorkomen en wachttijden binnen de daarvoorgeldende normen te brengen.Vraag 28Welke doelstellingen stelt u voor het verkorten van wachttijden per typebehandeling in 2026 en 2027?AntwoordPartijen hebben in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord de volgendedoelen gesteld: verdere stijging van de wachtlijsten voorkomen en dewachttijden binnen de daarvoor geldende normen (de Treeknormen)brengen. Om deze doelen te halen is afgesproken om proactievezorgbemiddeling in de medisch specialistische zorg en geestelijkegezondheidszorg mogelijk te maken per 2026. Ook streven partijen om debeschikbare capaciteit in de geestelijke gezondheidszorg efficiënter tegebruiken per 2026 en 2027. Specifiek voor de geestelijke gezond-heidszorg is tot doel gesteld dat in 2028 alle patiënten binnen deTreeknorm geestelijke gezondheidszorg ontvangen.Vraag 29Hoeveel middelen zijn in de VWS-begroting gereserveerd specifiek voorhet terugdringen van wachtlijsten, en hoe worden deze per zorgsectoringezet?AntwoordIn het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord hebben partijen afsprakengemaakt om de wachttijden voor de toegang tot zorg voor iedereenbinnen de daarvoor geschikte normen te brengen. Het is aan partijen omdeze afspraken te realiseren.Er is in het kader van het IZA afgesproken om in 2026 € 30 miljoen aanextra middelen toe te voegen aan het macrokader GGZ voor hetwegwerken van wachtlijsten.Vraag 30Hoe beoordeelt u de gevolgen van oplopende wachttijden voor dekwaliteit van zorg en gezondheid van patiënten, uitgesplitst naarbehandelingstype?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1611 AntwoordEr is geen breed inzicht in de gevolgen van oplopende wachttijden op dekwaliteit van zorg en gezondheid van patiënten, uitgesplitst naarbehandelingstypen in de geestelijke gezondheidszorg en de medischspecialistische zorg. Het is vervelend voor wachtenden als zij lang met eenzorgvraag blijven zitten. Dit kan ook tot verergering van de klachtenleiden. Het is de verantwoordelijkheid van zorgprofessionals en instel-lingen om goed zicht te houden op de patiënten op hun wachtlijst.Wanneer een wachtlijst van toepassing is, wordt door de zorgprofessi-onals bepaald of de patiënt al dan niet voorrang dient te krijgen en ofalternatieven ingezet moeten worden. In sommige gevallen kunnenklachten ook verminderen met tijd of ondersteuning binnen het sociaaldomein. Daarom wordt er door aanbieders ingezet op het verbeteren vanhet inzicht in hun wachtlijsten, het verkorten van wachttijden enversterking van de inzet op wachttijdondersteuning en andere vormen vanlaagdrempelige hulp, zoals e-communities.Als ik kijk naar de gezondheid van de patiënten is het, naast de inzet omde toegang tot zorg voor iedereen binnen de normen te brengen,belangrijk dat we bewegen van zorg naar gezondheid. Juist met oplos-singen in sectoren buiten zorg, zorgen we voor een betere gezondheid enverkleinen we de druk op de zorg. Door aandacht voor preventie, eengezonde leefomgeving en met een sterk sociaal netwerk. Hierover hebbenpartijen afspraken gemaakt in het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord.Vraag 31Waarom bevat de VWS-begroting geen structurele extra investeringen inpreventie, ondanks brede steun in de Kamer en in de samenleving?AntwoordBinnen de mogelijkheden van de VWS begroting zijn er extra investe-ringen opgenomen in preventie, als gevolg van de afspraken van hetAZWA. Dit is mede te danken aan de steun van de Kamer en van partijendie het AZWA hebben gesloten. Daarbij gaat het onder meer om struc-turele middelen voor medische preventie, dit zijn vaccinatie tegengordelroos en twee verbeteringen van het bevolkingsonderzoek naarborstkanker (implementeren van AI en bieden van MRI aan vrouwen metzeer dicht borstweefsel). Op het terrein van sociaal-medisch zijn er vanaf2026 extra middelen voor gemeenten om in te zetten op o.a. ketenaanpakGLI volwassenen, integrale gezinspoli, inloopvoorzieningenSociaal&Gezond en Mentale Gezonde School. Voor het volledige overzichtvan de maatregelen verwijst Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport unaar het AZWA-akkoord. Het AZWA bevat de mogelijkheid om het gesprekte voeren over het financieren van (toekomstige medische) preventie-maatregelen middels de opbrengsten van deze maatregelen in de vormvan bespaarde zorgkosten. De VWS-begroting voor 2026 bevat enkelebezuinigingen die voor een deel betrekking hebben op preventie. Zo is ereen taakstelling van € 300 miljoen op publieke gezondheid in hethoofdlijnenakkoord opgenomen, wat betekent dat de middelen rondompandemische paraatheid worden afgebouwd tot nul in 2029. Daarnaastzijn ook subsidies op o.a. het terrein van preventie met 10% gekort en zijnde gelden voor SPUKs waaronder de Brede SPUK met preventiemiddelenmet 10% gekort.Vraag 32Welke concrete stappen onderneemt u samen met uw ministerie ominvesteringen in preventie wél mogelijk te maken binnen de huidige ofvernieuwde begrotingssystematiek?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1612 Op 23 oktober 2025 is de richtlijn passend bewijs preventie aan uw Kameraangeboden.2 De richtlijn geeft de noodzakelijke methodologischehandvatten om de effectiviteit van preventiemaatregelen voldoendeovertuigend te onderbouwen. Deze onderbouwing is vervolgens bruikbaarom financiële reeksen op te stellen ten behoeve van besluitvorming. In debrief aan uw Kamer van 17 juni 2025 over het investeringsmodel voorpreventie is toegezegd in december een ambtelijk rapport aan te biedenover verkenning voor- en nadelen van verschillende financieringsoptiesvoor preventieve maatregelen, ook ten opzichte van de huidige situatie.Vanwege de val van het kabinet is dit vertraagd. De StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport zal uw Kamer in overleg met het Ministerie vanFinanciën informeren zodra er meer duidelijkheid is over de termijnwaarop dit rapport gereed kan zijn.Vraag 33Hoeveel middelen worden er in 2026 gereserveerd voor preventieve zorg,uitgesplitst naar programma (bijvoorbeeld vaccinatie, overgewicht,rookpreventie)?AntwoordDe begroting van VWS kent niet het specifieke label «preventieve zorg» of«preventie» gezien de begrippen zeer breed zijn. Een exact bedrag valtdan ook niet te noemen. Wel zijn er enkele thema’s te onderscheiden in debegroting die hieronder worden opgesomd die een beeld geven bij demiddelen die hiervoor beschikbaar zijn in 2026. Daarnaast zijn in hetAZWA ook middelen beschikbaar gesteld naar preventieve zorg voorzowel medische preventie als het sociaal domein.ThemaBedragBevolkingsonderzoeken€ 324,1 miljoenVaccinaties€ 268,4 miljoenPreventie van schadelijk middelengebruik€ 15,5 miljoenGezonde leefstijl en gezond gewicht€ 18,4 miljoen Vraag 34Heeft u laten onderzoeken welke begrotingsregels belemmerend werkenom structureel in preventie te investeren?AntwoordNee, de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport heeft dit niet latenonderzoeken. Op 23 oktober 2025 is de richtlijn passend bewijs preventieaan uw Kamer aangeboden.3 De richtlijn geeft de noodzakelijke methodo-logische handvatten om de effectiviteit van preventiemaatregelenvoldoende overtuigend te onderbouwen. Deze onderbouwing isvervolgens bruikbaar om financiële reeksen op te stellen ten behoeve vanbesluitvorming. In de brief aan uw Kamer van 17 juni 2025 over hetinvesteringsmodel voor preventie is toegezegd in december een ambtelijkrapport aan te bieden over verkenning voor- en nadelen van verschillendefinancieringsopties voor preventieve maatregelen, ook ten opzichte vande huidige situatie. Vanwege de val van het kabinet is dit vertraagd. Ik zaluw Kamer in overleg met het Ministerie van Financiën informeren zodraer meer duidelijkheid is over de termijn waarop dit rapport gereed kanzijn.Vraag 352Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 8693Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 869Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1613 Op welke manier zouden alternatieve begrotingsregels, zoals een«preventiefonds» of meerjarige investeringsruimte, bijdragen aan hetvergroten van preventie-uitgaven?AntwoordPreventie vergt doorgaans een lange adem (wegens (gezondheids)op-brengsten die verder in de toekomst liggen), doorlopende beleids-aandacht en stabiele financiering. Het structureel apart zetten vanfinanciële middelen voor preventiemaatregelen in een «preventiefonds»of meerjarige investeringsruimte kan dit bevorderen en daarmeebijdragen aan het vergroten van de preventie-uitgaven. Op 23 oktober2025 is de richtlijn passend bewijs preventie aan uw Kamer aangeboden.4De richtlijn geeft de noodzakelijke methodologische handvatten om deeffectiviteit van preventiemaatregelen voldoende overtuigend te onder-bouwen. Deze onderbouwing is vervolgens bruikbaar om financiëlereeksen op te stellen ten behoeve van besluitvorming. In de brief aan uwKamer van 17 juni 2025 over het investeringsmodel voor preventie istoegezegd in december een ambtelijk rapport aan te bieden oververkenning voor- en nadelen van verschillende financieringsopties voorpreventieve maatregelen, ook ten opzichte van de huidige situatie.Vanwege de val van het kabinet is dit vertraagd. De StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport zal uw Kamer informeren zodra er meerduidelijkheid is over de termijn waarop dit rapport gereed kan zijn.Vraag 36Hoeveel procent van het totale VWS-budget in 2026 gaat naar preventie?AntwoordEen exact percentage voor het totale VWS-budget naar preventie valt niette noemen. De begroting van VWS kent niet een specifiek label«preventie». Het is een zeer breed begrip dat zowel in de Zvw, Wlz, Wmoals de Rijksbegroting voor komt. Gezien de diversiteit is het uitsplitsen vanpreventie binnen de stelsels als de rijksbegroting niet mogelijk. Welkunnen enkele thema’s worden onderscheiden op de VWS-begroting dieeen beeld geven bij de middelen die onder dit begrip kunnen vallen. Debedragen die voor deze thema’s beschikbaar zijn in 2026 zijn hieronderopgesomd.ThemaBedragBevolkingsonderzoeken€ 324,1 miljoenVaccinaties€ 268,4 miljoenPreventie van schadelijk middelengebruik€ 15,5 miljoenGezonde leefstijl en gezond gewicht€ 18,4 miljoen Daarnaast zijn in het AZWA ook middelen beschikbaar gesteld voorpreventieve zorg voor zowel medische preventie als het sociaal domein.Vraag 37Welke voorbereidingen treffen u en uw ministerie om in toekomstige jarenstructurele verschuivingen naar preventie mogelijk te maken?AntwoordOp 23 oktober 2025 is de richtlijn passend bewijs preventie aan uw Kameraangeboden.5 De richtlijn geeft de noodzakelijke methodologischehandvatten om de effectiviteit van preventiemaatregelen voldoendeovertuigend te onderbouwen. Deze onderbouwing is vervolgens bruikbaar4Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 8695Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 869Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1614 om financiële reeksen op te stellen ten behoeve van besluitvorming. Op17 juni 2025 is uw Kamer geïnformeerd over de ontwikkeling van hetinvesteringsmodel voor preventie. Het werk hieraan gaat onverminderddoor. In december zal de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport uwKamer een uitgebreide stand van zaken, zoals toegezegd.Vraag 38Zijn er pilots of experimenten voorzien in 2026 waarin zorgverzekeraars engemeenten meerjarig in preventie mogen investeren en welke budgettenzijn hieraan gekoppeld?AntwoordIn 2026 zijn er geen pilots of experimenten vanuit de Rijksmiddelenvoorzien om zorgverzekeraars en gemeenten meerjarig in preventie telaten investeren. Dat laat onverlet dat gemeenten en zorgverzekeraars zelfbeleidsvrijheid hebben om zelfstandig beleidskeuzes te maken. Wel is inhet Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord – waar gemeenten, zorgverzeke-raars en het Rijk onderdeel van zijn – een ontwikkelagenda opgesteld waarvanaf 2027 voor een aantal jaren middelen aan zijn verbonden. In dezeontwikkelagenda zijn aanpakken opgenomen gericht op het voorkomen ofverminderen van zorg waar zorgverzekeraars en gemeenten op samen-werken. Doel van de ontwikkelagenda is te onderzoeken of dergelijkeaanpakken in aanmerking kunnen komen voor structurele financiering. Inde ontwikkelagenda «Sociaal Domein» van het AZWA is hiervoor€ 77 miljoen in 2027 oplopend naar € 153 miljoen in 2029 opgenomen. Inde ontwikkelagenda «Medische Preventie» van het AZWA is hiervoor€ 45 miljoen in 2027 en € 45 miljoen in 2028 opgenomen.Vraag 39Wat zijn de verwachte maatschappelijke besparingen op lange termijn alsgevolg van een substantiële investering in preventie, en waarom zijn dezebaten nu niet zichtbaar in de VWS-begroting?AntwoordInvesteren in preventie levert gezondheid op en daarmee meestal ookmaatschappelijke en economische baten. Deze zijn in begrotingsdocu-menten zoals die van VWS niet direct zichtbaar vanwege bijvoorbeeldtijdsvertragingen en complexiteit in toerekening. Bovendien kunnenpreventiebaten zich voordoen in andere sectoren dan VWS (bijvoorbeeldminder ziekteverzuim, uitkeringen of betere schoolprestaties), terwijl deinvestering binnen VWS plaatsvindt (of andersom). De baten vloeien indat geval terug via begrotingen van andere departementen naar het Rijk.Vraag 40Klopt het dat er in de VWS-begroting 2026 verschillende bedragen voor deSPUK-ASG worden genoemd, waaronder € 50 miljoen (pagina 51) en€ 45 miljoen (pagina 222)? Hoe verklaart u deze verschillen?AntwoordAlle afspraken over de extra intensiveringen binnen het AZWA zijnverwerkt in de plannen. Het gaat hierbij om de gedeeltelijke reparatie vande 10% SPUK-korting voor 2026 en maar de AZWA-middelen vanaf 2027:€ 5 miljoen in 2027 en vanaf 2028 jaarlijks € 7 miljoen. Maar dezeafspraken zijn niet goed terug te vinden in de begroting, omdat deAZWA-middelen per abuis zijn geboekt onder de begrotingspost voorbevolkingsonderzoeken. Deze fout wordt in het voorjaar van 2026gecorrigeerd. Daarnaast klopt het vermelde bedrag voor de ASG-regelingin 2025 en de jaren daarna niet. Dit komt doordat het budget voor hetwietexperiment, dat onder dezelfde gemeentelijke begrotingsregel valt,onbedoeld is meegeteld onder de post seksuele gezondheid. Het gaat hierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1615 om € 0,5 miljoen vanaf 2026, wat ook de verklaring is voor het verhoogdebedrag in 2025. Ook dit wordt komend voorjaar gecorrigeerd.Vraag 41Kunt u bevestigen dat de oorspronkelijk voorziene korting van tienprocent op de SPUK-ASG in 2026 volledig is weggewerkt zoals aangevenop pagina 51?AntwoordVoor het jaar 2026 is het gelukt om incidenteel € 3 miljoen beschikbaar testellen om de eerder voorziene korting van 10% op de SPUK-ASGgrotendeels te compenseren. Daarmee is de korting voor een groot deel,maar niet volledig, weggewerkt.Vraag 42Mocht de korting niet (volledig) zijn weggewerkt – zoals gesuggereerd opp. 222 – kunt u dan het juiste bedrag dat beschikbaar is voor de ASG in2026 delen?AntwoordIn 2026 is € 49,86 miljoen voor de ASG-regeling beschikbaar.Vraag 43Mocht de korting niet (volledig) zijn weggewerkt, is er overwogen om demiddelen uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), dievolgens de afspraken pas vanaf 2027 beschikbaar komen voor deSPUK-ASG, naar voren te halen om de korting in 2026 wel volledig terepareren?AntwoordDit is overwogen toen nog niet duidelijk was of een eenmalige reparatiehaalbaar zou zijn. Toen duidelijk werd dat de GGD’en voor een deel ontlastzouden worden met de incidentele investering van € 3 miljoen, is ditscenario niet verder uitgewerkt. De Kamer heeft inmiddels de motieKrul-Dobbe aangenomen.6 In lijn met de motie gaat de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport met de GGD’en in gesprek om te verkennen ofeen kasschuif naar 2026 uitkomst kan bieden. Uitkomsten van dezegesprekken, kunnen worden betrokken bij de gesprekken over deVoorjaarsnota 2026.Vraag 44Waarom zijn de extra investeringen in de ASG vanaf het jaar 2027 nietzichtbaar in de begroting?AntwoordAlle afspraken die zijn gemaakt over de extra intensiveringen binnen hetAZWA zijn verwerkt in de plannen. Deze afspraken zijn helaas niet goedterug te vinden in de begroting, omdat de AZWA-middelen per abuis zijngeboekt onder de begrotingspost voor bevolkingsonderzoeken. Deze foutwordt in het voorjaar van 2026 gecorrigeerd.Vraag 45Wat zouden de gevolgen zijn van de resterende korting van € 2 miljoen opde SPUK-ASG in 2026 voor de werkzaamheden van GGD’en indien dezeniet gerepareerd zouden worden, bijvoorbeeld op het gebied vanoverhead, contracten en laboratoriumkosten?Antwoord6TK 2025–2026, 32 793, nr. 859Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1616 Voor de SPUK-ASG-regeling is in 2026 € 49,86 miljoen beschikbaar,dankzij een incidentele investering van € 3 miljoen. Het beschikbarebedrag voor 2026 is daarmee ongeveer gelijk aan het beschikbare bedragvoor 2025. Hoewel het beschikbare budget voor de SPUK-ASG-regeling in2026 vrijwel gelijk is aan dat van 2025, blijven de gevolgen van deresterende korting voor de GGD’en merkbaar. Door stijgende kosten ophet gebied van personeel, contracten en laboratoriumtarieven zullenGGD’en minder ruimte hebben om aanvullende soa-zorg, seksualiteits-hulpverlening en PrEP-zorg aan te bieden. De Kamer heeft inmiddels demotie Krul-Dobbe aangenomen.7 In lijn met de motie gaat de Staatssecre-taris van Jeugd, Preventie en Sport met de GGD’en in gesprek om teverkennen of een kasschuif naar 2026 uitkomst kan bieden. Uitkomstenvan deze gesprekken kunnen worden betrokken bij de gesprekken over deVoorjaarsnota 2026.Vraag 46Welke risico’s voor de continuïteit van de publieke gezondheidszorg ziet uindien de korting van € 2 miljoen op de SPUK-ASG in 2026 niet wordtgerepareerd?AntwoordVoor de ASG-regeling is in 2026 € 49,86 miljoen beschikbaar, dankzij eenincidentele extra investering van € 3 miljoen. Het beschikbare bedragvoor 2026 is daarmee ongeveer gelijk aan het beschikbare bedrag voor2025. Maar door stijgende kosten op het gebied van personeel, contractenen laboratoriumtarieven zullen GGD’en minder ruimte hebben omaanvullende soa-zorg, seksualiteitshulpverlening en PrEP-zorg aan tekunnen bieden. Om de continuïteit van de publieke gezondheidszorgzoveel mogelijk te borgen is er – dankzij de AZWA-middelen – vanaf 2027structureel meer budget beschikbaar binnen de SPUK-ASG: € 5 miljoen in2027 en vanaf 2028 jaarlijks € 7 miljoen. Ook gaat de Staatssecretaris vanJeugd, Preventie en Sport met de GGD’en in gesprek om te verkennen ofeen kasschuif naar 2026 uitkomst kan bieden om het gat in 2026 volledigte dichten. Dit is in lijn met de motie Krul-Dobbe die de Kamer inmiddelsheeft aangenomen.8 Uitkomsten van deze gesprekken kunnen wordenbetrokken bij de gesprekken over de Voorjaarsnota 2026.Vraag 47Hoe beoordeelt u de signalen, benoemd in het commissiedebat PubliekeGezondheidszorg, dat meerdere partijen pleiten om de ASG-middelen uithet AZWA eerder beschikbaar te stellen om een budgetgat in 2026 tevoorkomen?AntwoordDe Kamer heeft de motie Krul-Dobbe aangenomen.9 In lijn met de motiegaat de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport met de GGD’en ingesprek om te verkennen of een kasschuif naar 2026 uitkomst kan bieden.Uitkomsten van deze gesprekken kunnen worden betrokken bij degesprekken over de Voorjaarsnota 2026.Vraag 48Bent u bereid om de VWS-begroting of een suppletoire begroting aan tepassen, zodat de volledige compensatie van de korting op de SPUK-ASGin 2026 wordt geborgd?Antwoord7TK 2025–2026, 32 793, nr. 8598TK 2025–2026, 32 793, nr. 8599TK 2025–2026, 32 793, nr. 859Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1617 Nee, hiervoor is geen financiële dekking beschikbaar. De Kamer heeftinmiddels de motie Krul-Dobbe aangenomen.10 In lijn met de motie gaatde Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport met de GGD’en ingesprek om te verkennen of een kasschuif naar 2026 uitkomst kan bieden.Uitkomsten van deze gesprekken kunnen worden betrokken bij degesprekken over de Voorjaarsnota 2026.Vraag 49Welke afspraken zijn er door u exact gemaakt met GGD’en over de hoogtevan het budget voor de SPUK-ASG in 2026, en hoe zijn deze afsprakenvastgelegd?AntwoordDe GGD’en weten dat er per 2026 een korting van 10% (een bedrag van€ 5 miljoen) wordt doorgevoerd op de SPUK ASG, dit is vastgelegd in hethoofdlijnenakkoord. De GGD’en zijn door het RIVM schriftelijk op dehoogte gesteld van de (incidentele) loon- en prijsbijstelling op deSPUK-ASG voor de jaren 2025 en 2026.11 Over de incidentele bijdragevoor het jaar 2026 van € 3 miljoen zijn de GGD’en tijdens een stuurgroepoverleg in september 2025 mondeling ingelicht. De beschikbare bedragenworden ook opgenomen in de gewijzigde ASG-regeling die eind dit jaarwordt gepubliceerd.Vraag 50Is er overleg geweest tussen VWS en gemeenten of veiligheidsregio’sover de gevolgen van de korting op de SPUK-ASG voor de uitvoering vanpublieke gezondheidszorg in 2026?AntwoordEr is geen overleg geweest tussen VWS en gemeenten of veiligheidsre-gio’s over de gevolgen van de korting op de SPUK-ASG. Er is welveelvuldig over dit onderwerp gesproken met de coördinerende GGD’enen het RIVM. Het RIVM voert regie op de uitvoering van de SPUK-ASG, demiddelen voor de uitvoering van deze taken worden via het RIVM aan achtcoördinerende GGD’en verstrekt. De gevolgen van de korting zijn in dezegesprekken duidelijk geworden. Deze hebben betrekking op het aantalconsulten en activiteiten die de GGD’en kunnen bieden en op het aantalmedewerkers van de GGD’en die deze belangrijk zorg leveren. De situatievoor 2026 was extra complex: door de korting zouden de GGD’en moeteninkrimpen, terwijl er vanaf 2027 juist extra middelen voor de ASGbeschikbaar komen dankzij het AZWA. Gelukkig is het gelukt om voor hetjaar 2026 incidenteel € 3 miljoen vrij te maken om dit voor een deel terepareren. De GGD’en zijn hierover tijdens een stuurgroep-bijeenkomst inseptember jl. geïnformeerd.Vraag 51Op welke manier wordt geborgd dat de financiële afspraken uit hetAZWA-akkoord voor de SPUK-ASG niet onder druk komen te staan doorde onzekerheid en onduidelijkheid in de begroting 2026?AntwoordVolgens de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport is er geen sprakevan onzekerheid over de beschikbare middelen voor de ASG-regeling. Alleafspraken uit het AZWA zijn gerespecteerd en tevens is in de begroting2026 een reparatie van de 10% korting verwerkt. De reparatie van de 10%korting voor 2026 komt neer op een korting van € 2 miljoen in plaats van10TK 2025–2026, 32 793, nr. 85911Het RIVM voert regie op de uitvoering van de SPUK-ASG, de middelen voor de uitvoering vandeze taken worden via het RIVM aan acht coördinerende GGD’en verstrekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1618 € 5 miljoen en vanaf 2027 betreffen de extra investeringen vanuit hetAZWA € 5 miljoen in 2027 en vanaf 2028 jaarlijks € 7 miljoen.Wel is er sprake van onduidelijkheid, als het gaat om het kunnenterugvinden van de gemaakte afspraken en bijbehorende bedragen op debegroting. De AZWA-middelen zijn per abuis geboekt onder de begro-tingspost voor bevolkingsonderzoeken. Dit wordt gecorrigeerd bij deVoorjaarsnota 2026. Daarnaast klopt het vermelde bedrag voor deASG-regeling in 2025 en de jaren daarna niet. Dit komt doordat het budgetvoor het wietexperiment, dat onder dezelfde gemeentelijke begrotings-regel valt, onbedoeld is meegeteld onder de post seksuele gezondheid.Het gaat hier om € 0,5 miljoen vanaf 2026, wat ook de verklaring is voorhet verhoogde bedrag in 2025. Ook dit wordt bij de Voorjaarsnota 2026gecorrigeerd.De GGD’en zijn door het RIVM12 geïnformeerd over de financiëleconsequenties van zowel de loon- en prijsbijstelling, de korting van 10%op de SPUK ASG per 2026, en de incidentele extra bijdrage van€ 3 miljoen. De beschikbare bedragen worden ook opgenomen in degewijzigde ASG-regeling die eind dit jaar wordt gepubliceerd. Dat zal per2027 ook gelden voor de extra middelen vanuit het AZWA-akkoord.Vraag 52Wat is de status van de Backpay-regeling? Zijn alle «rechthebbenden»inmiddels gecompenseerd? Zo niet, waarom niet en welk plan ligt er omdit alsnog te realiseren?AntwoordHet kabinet heeft besloten om € 50 miljoen euro te reserveren voor eenBackpay-regeling voor weduwen. Het is belangrijk dat de regelingzorgvuldig wordt gemaakt, zodat deze goed uitvoerbaar is. Het opstellenvan de regelgeving, consulteren van betrokken organisaties, verrichtenvan een uitvoeringstoets, uitvoeren van de internetconsultatie, inventari-seren van de fiscale gevolgen van een regeling, zorgdragen voor eengoed werkend ICT-systeem en oprichten van een team dat de regeling kanuitvoeren (inclusief de werving van gekwalificeerd personeel), kost tijd.Om deze redenen is het niet haalbaar om al in 2025 te starten met deuitvoering van de Backpay-regeling.Op dit moment zijn er nog geen uitkeringen verstrekt omdat het onrecht-matig is om zonder geldige regeling uitkeringen te verstrekken en hetonbekend is wie de rechthebbenden zijn. Momenteel wordt gewerkt aanhet vormgeven van de regeling. Naar verwachting zal eind dit jaar gestartkunnen worden met de uitvoeringstoets. Nadat de uitvoeringstoets heeftplaatsgevonden krijgen organisaties en burgers via de internetconsultatiezes weken de tijd om commentaar te geven op de concept-regeling. Het iswaarschijnlijk aan een nieuw kabinet, in afstemming met de nieuwgekozen Tweede Kamer, om vervolgens een besluit te nemen over devormgeving van de definitieve regeling en de invoering daarvan.Vraag 53Kunnen patiënten er in 2026 erop rekenen dat de maximering van deeigen bijdrage voor GVS-middelen blijft gehandhaafd op € 250? Wanneerwordt daar concreet meer helderheid over gegeven?Antwoord12Het RIVM voert regie op de uitvoering van de SPUK-ASG, de middelen voor de uitvoering vandeze taken worden via het RIVM aan acht coördinerende GGD’en verstrekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1619 De maximering van de eigen bijdrage voor geneesmiddelen is met eenjaar verlengd, zodat patiënten ook in 2026 maximaal 250 euro per jaarmoeten bijbetalen voor extramurale geneesmiddelen. Dit is bekendgemaakt in de beantwoording van de Kamervragen over de 1e suppletoirebegroting VWS 202513 en inmiddels ook in de regelgeving verwerkt, zie deStaatscourant van 26 september 2025.14Vraag 54Op welke wijze vinden onderhandelingen over medicatie plaats tussen hetministerie en farmaceuten? Gebeurt dit altijd fysiek? Of gaat dit perbrief/mail? En waarom gebeurt dat zo?AntwoordOm binnen de kaders van geheimhouding de transparantie zoveel alsmogelijk te vergroten, vinden de prijsonderhandelingen tussen hetministerie en farmaceuten plaats door middel van briefwisseling.Gedurende het onderhandelproces is het ook mogelijk dat er tussen hetministerie en de farmaceut een fysiek gesprek plaatsvindt.Vraag 55Wat was/is het aandeel geneesmiddelen (bruto en netto) in de totalezorguitgaven in de periode 2020–2025?AntwoordIn onderstaande tabel staan de netto-uitgaven aan geneesmiddelen, zowelverstrekt binnen de medisch specialistische zorg (intramuraal) als via deapotheek (extramuraal), ten opzichte van de totale netto-zorguitgaven.VWS beschikt niet over bronnen die een volledig en representatief beeldkunnen geven van de bruto-uitgaven aan geneesmiddelen.Uitgaven geneesmiddelen(Bedragen in miljarden €)202020212022202320242025Totaal geneesmiddelen778889Totale netto zorguitgaven7477818795100Aandeel geneesmiddelen (in % van zorguitgaven)9,9%9,7%9,5%9,1%8,9%8,7% De uitgaven van de extramurale geneesmiddelen zijn inclusief deterhandstellingskosten en daarmee gelijk aan de uitgaven apotheekzorg inde begroting.De inzet van intramurale geneesmiddelen wordt op verschillende wijzenbekostigd. De uitgaven aan relatief duurdere intramuraal verstrektegeneesmiddelen (oftewel de add on geneesmiddelen) worden apartbekostigd. Deze kosten zijn dan ook opgenomen als kosten intramuralegeneesmiddelen MSZ. De uitgaven aan de inzet van minder duregeneesmiddelen in instellingen van de medisch specialistische zorg zijnonderdeel van de integrale tarieven en worden dan ook niet apartbijgehouden. Deze kosten zijn dan ook niet meegenomen in de tabel. Ditgeldt ook voor de inzet van geneesmiddelen bij behandeling in genees-kundige GGZ-instellingen die ook niet apart worden bekostigd.De uitgaven zijn gebaseerd op cijfers van de zorgverzekeraars waareventuele kortingen, financiële arrangementen en btw in zijn verwerkt.De inzet van geneesmiddelen in Wlz-instellingen wordt ook niet apartbekostigd. Daar waar Wlz-cliënten zorg met behandeling geleverd krijgen13Kamerstukken 36 725 XVI-3.14Staatscourant 2025, 32588.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1620 vanuit de Wlz-instelling maakt dit onderdeel uit van de integrale tarieven.Cliënten zonder verblijf krijgen geneesmiddelen vanuit de Zorgverzeke-ringswet vergoed.Vraag 56Wat was/is het aandeel geneesmiddelen in de totale uitgaven aanmedisch-specialistische zorg in de periode 2020–2025?AntwoordDe inzet van intramurale geneesmiddelen wordt op verschillende wijzenbekostigd. De uitgaven aan relatief duurdere intramuraal verstrektegeneesmiddelen (oftewel de add on geneesmiddelen) worden apartbekostigd. Deze kosten zijn dan ook opgenomen als kosten intramuralegeneesmiddelen MSZ. De uitgaven aan de inzet van minder duregeneesmiddelen in instellingen van de medisch specialistische zorg zijnonderdeel van de integrale tarieven en worden dan ook niet apartbijgehouden. Deze kosten zijn dan ook niet meegenomen in de tabel.Onderstaande tabel geeft de uitgaven aan intramuraal verstrekte add-onsgeneesmiddelen weer in de periode 2020 t/m 2025.De uitgaven zijn gebaseerd op cijfers van de zorgverzekeraars waareventuele kortingen, financiële arrangementen en btw in zijn verwerkt.Uitgaven geneesmiddelen(in miljarden euro)202020212022202320242025Intramuraal verstrekte geneesmiddelen2,32,62,52,62,72,7Kosten totale MSZ24,725,626,328,030,131,7Aandeel (in %)9,5%10,0%9,7%9,2%8,9%8,6% Vraag 57Wat waren de (bruto en netto) uitgaven aan geneesmiddelen in demedisch specialistische zorg (intramuraal) en de apotheekzorg (extra-muraal) het afgelopen jaar?AntwoordIn onderstaande tabel staan de netto-uitgaven aan geneesmiddelen in demedisch specialistische zorg (intramuraal) en de apotheekzorg (extra-muraal) in 2024. VWS beschikt niet over bronnen die een volledig enrepresentatief beeld kunnen geven van de bruto-uitgaven aangeneesmiddelen.De netto-uitgaven van de extramurale geneesmiddelen zijn inclusief deterhandstellingskosten en daarmee gelijk aan de uitgaven apotheekzorg inde begroting.De inzet van intramurale geneesmiddelen wordt op verschillende wijzenbekostigd. De uitgaven aan relatief duurdere intramuraal verstrektegeneesmiddelen (oftewel de add on geneesmiddelen) worden apartbekostigd. Deze kosten zijn dan ook opgenomen als kosten intramuralegeneesmiddelen MSZ. De uitgaven aan de inzet van minder duregeneesmiddelen in instellingen van de medisch specialistische zorg zijnonderdeel van de integrale tarieven en worden dan ook niet apartbijgehouden. Deze kosten zijn dan ook niet meegenomen in de tabel. Ditgeldt ook voor de inzet van geneesmiddelen bij behandeling in genees-kundige GGZ-instellingen die ook niet apart worden bekostigd.Zowel de uitgaven voor intramurale geneesmiddelen als voor extramuralegeneesmiddelen zijn gebaseerd op cijfers van de zorgverzekeraars waareventuele kortingen, financiële arrangementen en btw in zijn verwerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1621 Uitgaven geneesmiddelen (in miljarden euro)2024Apotheekzorg5,7Intramurale geneesmiddelen MSZ2,7Totale netto-uitgaven geneesmiddelen8,4 Vraag 58Hoeveel subsidie is de afgelopen tien jaar aan academische geneesmidde-lenontwikkeling uitgegeven en hoeveel geneesmiddelen zijn hiermeeontwikkeld?AntwoordHet Ministerie van VWS houdt geen overzicht bij van subsidie die aanacademische geneesmiddelenontwikkeling wordt uitgegeven. InNederland wordt academisch onderzoek door veel verschillende organi-saties en vanuit verschillende geldstromen gesubsidieerd, hier bestaatgeen centraal overzicht van. Dit wordt verder bemoeilijkt omdat het nietaltijd duidelijk is wanneer onderzoek nog verkennend van aard is, ofwanneer de meer gerichte productontwikkeling begint. Ook is nietduidelijk hoeveel geneesmiddelen met Nederlandse subsidies zijnontwikkeld. Dit is ook moeilijk in kaart te brengen omdat geneesmiddelen-ontwikkeling in de regel geen lineair proces is, en ook vaak plaatsvindt ineen internationaal ecosysteem. Zo kan het zijn dat Nederlands onderzoekeen belangrijke bijdrage heeft geleverd aan een element van eengeneesmiddel, maar dat de verdere ontwikkeling elders heeftplaatsgevonden.Vraag 59Welk percentage van het bruto binnenlands product (bbp) geeft Nederlanduit aan geneesmiddelen?AntwoordOnderstaande tabel geeft de totale uitgaven aan extra en intramuralegeneesmiddelen ten opzichte van het BBP.Uitgaven geneesmiddelen (Bedragen in miljarden €)202020212022202320242025Totaal geneesmiddelen778889Bruto binnenlands product8178929941.0501.1221.187Aandeel geneesmiddelen (in %)0,9%0,8%0,8%0,8%0,7%0,7% De uitgaven van de extramurale geneesmiddelen zijn inclusief deterhandstellingskosten en daarmee gelijk aan de uitgaven apotheekzorg inde begroting.De inzet van intramurale geneesmiddelen wordt op verschillende wijzenbekostigd. De uitgaven aan relatief duurdere intramuraal verstrektegeneesmiddelen (oftewel de add on geneesmiddelen) worden apartbekostigd. Deze kosten zijn dan ook opgenomen als kosten intramuralegeneesmiddelen MSZ. De uitgaven aan de inzet van minder duregeneesmiddelen in instellingen van de medisch specialistische zorg zijnonderdeel van de integrale tarieven en worden dan ook niet apartbijgehouden. Deze kosten zijn dan ook niet meegenomen in de tabel. Ditgeldt ook voor de inzet van geneesmiddelen bij behandeling in genees-kundige GGZ-instellingen die ook niet apart worden bekostigd.De uitgaven zijn gebaseerd op cijfers van de zorgverzekeraars waareventuele kortingen, financiële arrangementen en btw in zijn verwerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1622 De inzet van geneesmiddelen in Wlz-instellingen wordt ook niet apartbekostigd. Daar waar Wlz-cliënten zorg met behandeling geleverd krijgenvanuit de Wlz-instelling maakt dit onderdeel uit van de integrale tarieven.Cliënten zonder verblijf krijgen geneesmiddelen vanuit de Zorgverzeke-ringswet vergoed.Vraag 60Wat is de reden dat het budget voor een gezonde leefstijl in 2026 wordtverlaagd naar € 18,39 miljoen (van € 29,29 miljoen in 2025)?AntwoordHet kabinet Rutte IV heeft tussen 2022–2025 extra geïnvesteerd inpreventie. Deze middelen waren tijdelijk van aard en komen per 2026 tevervallen. Dit is de reden waarom het budget voor gezonde leefstijl engezond gewicht in 2026 lager uitvalt dan in 2025.Vraag 61Welke werkzaamheden van het Zorginstituut (en eventuele andere ZBO’s)worden bedoeld en gewijzigd met «verbreden en verbeteren» van de toetsop het basispakket?AntwoordMet het verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket is eentraject in gang gezet om het pakketbeheer te verbeteren en verbreden tenbehoeve van passende zorg. Het Zorginstituut voert in het kader van hunwettelijke taak een aantal activiteiten uit om partijen te ondersteunen inhet uitvoeren van hun rol in het pakketbeheer en duidt daarbij gevraagden ongevraagd de inhoud en omvang van het pakket.Het gaat om de volgende werkzaamheden van het Zorginstituut:−het Zorginstituut ondersteunt veldpartijen door o.a. kaders enhandleidingen te ontwikkelen die duidelijkheid geven over hoe hetpakketbeheer werkt en wie daarin welke rol heeft;−het Zorginstituut werkt nu uit hoe de maatschappelijke opgave oparbeidsinzet en ecologische duurzaamheid in het pakketbeheerverankerd kunnen worden15;−het Zorginstituut doet op verzoek van VWS uitspraken over welke zorgwel of niet verzekerd is;−het Zorginstituut ondersteunt partijen bij de agendering voor onder-zoek naar pakketwaardigheid van zorg.−het Zorginstituut adviseert de Minister van VWS of dit onderzoekeventueel verplicht moet gebeuren via een nieuwe regeling (Vergoe-ding in Onderzoek, VIO) die vanaf begin 2026 wordt ingevoerd.−het Zorginstituut heeft een adviserende rol in het nieuwe «kaderpro-gramma Passende zorg» van ZonMw (KPPZ) om te borgen dat eronderzoek wordt uitgevoerd dat bruikbare uitkomsten oplevert omuitspraken te doen over pakketwaardigheid van de onderzochte zorg.Ook de werkzaamheden van ZonMw veranderen. Als gezegd voertZonMw het KPPZ uit. In KPPZ worden de onderzoeksprogramma’sDoelmatigheidsOnderzoek en HTA-Methodologie van ZonMw geïnte-greerd. Via het KPPZ wordt onderzoek gestimuleerd naar de pakketwaar-digheid van zorg zodat duidelijk wordt welke zorg wel of niet effectief is enwe dus wel of niet moeten vergoeden. Het gaat daarbij nadrukkelijk omonderwerpen met maatschappelijke impact.Vraag 6215Kamerstukken II 2024/25, 29 689, nr. 1296.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1623 Hoe en wanneer zal het programma «Verbeteren en Verbreden Toets ophet Basispakket» worden geeffectueerd en geëvalueerd?AntwoordHet verbeteren en verbreden van de toets op het basispakket (VVTB) heeftals doelom via intensiever pakketbeheer bij te dragen aan beschikbare,toegankelijke en betaalbare passende zorg – nú én in de toekomst. Ditprogramma heeft een aantal randvoorwaarden gecreëerd om develdpartijen in staat te stellen kritischer te kijken naar de effectiviteit enpassendheid van de zorg die zij bieden. En om te handelen wanneer daartwijfel over bestaat. Het gaat bijvoorbeeld over verheldering enverbreding van de criteria die gelden voor pakketbeheer en hoe die toe tepassen, uitgewerkt door Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorgin-stituut). Het Zorginstituut houdt met evaluatierapporten en monitors deeffecten van pakketbeoordelingen bij.Ook is recent het Kaderprogramma Passende Zorg (KPPZ) van ZonMwvan start gegaan. Hiermee wordt zoveel mogelijk ondersteuning gebodenom te onderzoeken of zorg passend en werkzaam is. KPPZ wordt in 2027extern geëvalueerd.Om afspraken die de zorgpartijen maken te borgen, zijn in het IntegraalZorgakkoord (IZA)16 door veldpartijen en overheidspartijen afsprakengemaakt om gezamenlijk stappen te zetten om passende zorg in hetpakketbeheer de norm te laten zijn. Met het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord (AZWA)17 hebben we bestendigd dat we hiermeeonverminderd doorgaan. De voortgang van de akkoorden wordtgemonitord. Vooral de medisch-specialistische zorg is hier al goed bijbetrokken. Voor sectoren die nog minder goed zijn betrokken is een trajectgestart om met hen in gesprek te gaan over de ontwikkelde randvoor-waarden. En over wat zij verder nodig hebben om te borgen dat alleeneffectieve en passende zorg wordt geleverd. De effecten van dit trajectzullen worden gemonitord.Vraag 63Hoeveel geld heeft Nederland in de periode 2020 tot 2025 jaarlijksuitgegeven aan medische preventie?AntwoordMedische preventie is een zeer breed begrip waar diverse vormen vanpreventie onder gerekend kunnen worden. Vormen van medischepreventie maken veelal ook deel uit van reguliere curatieve en langdurigezorg. Voor de beantwoording van deze vraag is gekeken naar de belang-rijke preventieve instrumenten op de VWS-begroting: bevolkingsonder-zoeken en het Rijksvaccinatieprogramma. In de onderstaande tabel zijn demiddelen hiervoor opgenomen voor de jaren 2020–2025. Voor 2020–2024betreft dit de realisatiecijfers die meerjarig zijn opgenomen in hetVWS-jaarverslag 2024. De cijfers van 2025 zijn de meest recente cijfers diein de VWS-begroting 2026 zijn opgenomen.De bedragen onder bevolkingsonderzoeken (SUB) betreffen de uitgavenvoor de uitvoering van de bevolkingsonderzoeken naar kanker door de16Kamerstukken II 2021/22, 31 765, nr. 655.17Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 943.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1624 stichting Bevolkingsonderzoek Nederland, en de afgelopen jaren ook deprenatale screening door de regionale centra prenatale screening. Dezelaatste programma’s kennen geen preventiedoelstelling maar vallen welonder dit begrotingsartikel. Onder RIVM bevolkingsonderzoeken valt deuitvoering van de hielprikscreening en het bloedonderzoek bij zwangerevrouwen. Het RIVM is daarnaast belast met de regievoering op dezeprogramma’s, dit is onderdeel van de bredere RIVM programmering enstaat niet in bovenstaand overzicht. De begrotingspost Vaccinatie (SUB)betreft de uitvoering van de griep- en pneumokokkenvaccinatie door deStichting Nationaal Programma Grieppreventie. Onder RIVM vaccinatiesvallen de kosten van het RIVM voor het Rijksvaccinatieprogramma en degriep- en pneumokokkenvaccinatie. Daarnaast zijn hieronder uitvoerings-kosten opgenomen van vaccinaties die (nog) niet in het RVP zijnopgenomen zoals RSV-immunisatie waarmee dit najaar is gestart.Vraag 64Hoelang gaat het volgens u en de Minister van Financiën duren om hetinvesteringsmodel voor preventie volledig te verwerken in de Neder-landse begrotingssystematiek?AntwoordHet ontwikkelen van het investeringsmodel voor preventie is eenomvangrijke en meerjarige opgave. De voorbereidende werkzaamheden,waaronder die in pijler 3 van het investeringsmodel met betrekking totfinanciële besluitvorming, worden uitgevoerd in 2025 en 2026.Vraag 65Welke stappen zijn voorzien in 2026 voor de verdere ontwikkeling eninvoering van het investeringsmodel voor preventie?AntwoordOp 23 oktober 2025 is de richtlijn passend bewijs preventie aan uw Kameraangeboden. De richtlijn geeft de noodzakelijke methodologischehandvatten om de effectiviteit van preventiemaatregelen voldoendeovertuigend te onderbouwen. Deze onderbouwing is vervolgens bruikbaarom financiële reeksen op te stellen ten behoeve van besluitvorming.18Voor het kerstreces stuurt de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sportuw Kamer een vervolg op de brief van 17 juni 2025 met een stand vanzaken over de ontwikkeling van het investeringsmodel voor preventie.Hierin geeft de Staatssecretaris Jeugd Preventie en Sport weer welkestappen in 2025 zijn gezet en op welke manier de ontwikkeling vorm krijgtin 2026 en verder.Vraag 66Welke mogelijkheden zijn er om investeringen in preventie buiten hetEMU-saldo te houden? Welke landen in Europa treffen soortgelijkemaatregelen?AntwoordDe definitie van het EMU-saldo wordt bepaald door het Europeesstatistiekbureau Eurostat en de regels daarover zijn vastgelegd in de TheEuropean System of Accounts (ESA2010). Er is binnen de regels vanEurostat geen mogelijkheid om bepaalde inhoudelijke thema’s buiten hetsaldo te plaatsen. Hier is bewust voor gekozen zodat het EMU-saldo eengetrouwe en uniforme weerspiegeling is van het saldo van landen in deEuropese Unie.Vraag 6718Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 869Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1625 Hoeveel middelen uit de beschikbare vaccinatiebudgetten zijn in 2026gealloceerd voor volwassenenvaccinaties?AntwoordDe vaccinaties voor volwassenen voorzien in het vaccineren van bepaalderisicogroepen. In 2026 gaat het om vaccinaties van risicogroepen voorgriep en pneumokokken, covid, monkeypox en hepatitis A en B. Het totalebudget dat hiervoor beschikbaar is in 2026 bedraagt circa € 330 miljoen.Vraag 68Welke structurele middelen zijn in de VWS-begroting vrijgemaakt voor devergoeding (gedeeltelijk of volledig) van behandelingen voor obesitas?AntwoordAls het gaat om de vergoeding van behandelingen voor obesitas, zijn wein het beantwoorden van de vraag ervan uitgegaan dat hiermee devergoeding vanuit de Zvw bedoeld wordt. Voor de vergoeding vanuit deZvw is het zo dat er niet vooraf «structurele middelen» worden begroot.Verzekerden die aanspraak kunnen maken op deze zorg, hebben immersrecht op de zorg als deze er op zijn aangewezen. Dit wordt bepaald doorzorgverlener en zorgverzekeraar. Daarom zijn de uiteindelijke bedragenvooral het gevolg van de vraag naar deze behandelingen.Om een indicatie te geven van de orde van grootte van de bedragen ishieronder meer toelichting gegeven over de middelen die afgelopen jarenvanuit de Zvw vergoed zijn voor behandelingen van obesitas.De behandeling van obesitas volgt het «stepped care»- en «matchedcare»-principe. De keuze voor een behandelmodaliteit vindt plaats opgeleide van o.a. het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR). Eengecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is in principe eerste keus.Hieronder een overzicht van vier veel voorkomende behandelopties vanovergewicht en obesitas, zijnde dieetadvisering (Zvw), GecombineerdeLeefstijlinterventie (GLI), de inzet van (obesitas)medicatie en chirurgischebehandeling. Omdat we op dit moment nog niet beschikken over de dataover 2025, betreft de data in onderstaand overzicht de periode 2020 t/m2024.JaarUitgaven GLI(in € mln)Uitgaven diëtetiek1(in € mln)Zvw uitgaven2Centraal werkendevermageringsmiddelenZvw uitgaven2Saxenda (Liraglutide)voor indicatie obesitas(in € mln)Inschatting3 kostenchirurgischebehandeltrajecten(in € mln)20205,944,5–––202111,952,8–––202221,854,9105.6028,5–202342,4581.913.25015,8125202451,064,63.413.80027,0128,51 deze bedragen betreffen de totale landelijke kosten voor diëtetiek voor uiteenlopende indicaties, waaronder bijvoorbeeld overgewicht/obesitas.We beschikken niet over data over dieetadvisering alleen voor de behandeling van overgewicht/obesitas.2 deze bedragen zijn ex btw en dienstverlening apotheek.3 deze inschatting kosten is gebaseerd op het totaal aantal chirurgische ingrepen per jaar (Geregistreerd door Dutch Audit for Treatment of Obesity(DATO): Obesitas – DATO – Dica). De kosten voor een volledig chirurgisch behandeltraject voor de behandeling van obesitas bedragenca. 10.000 euro. Als gevolg van Covid-19 is de data over de jaren 2020 t/m 2022 onvoldoende representatief en daarom niet opgenomen in bijge-voegd overzicht. Vraag 69Welke structurele middelen zijn in de VWS-begroting vrijgemaakt voor devergoeding (gedeeltelijk of volledig) van behandelingen voor oncologie?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1626 Het kader medisch specialistische zorg in de VWS-begroting is hetbeschikbare bedrag voor alle zorguitgaven in de medisch-specialistischezorg. Dit is een totaalkader waarbij in de VWS-begroting geen uitsplitsingwordt gemaakt naar subonderdelen. De uitgaven die betrekking hebbenop behandelingen voor oncologie vallen onder het totale kader medischspecialistische zorg.Vraag 70Welke structurele middelen zijn in de VWS-begroting vrijgemaakt voor devergoeding (gedeeltelijk of volledig) van behandelingen voor hart- envaatziekten?AntwoordHet kader medisch specialistische zorg in de VWS-begroting is hetbeschikbare bedrag voor alle zorguitgaven in de medisch-specialistischezorg. Dit is een totaal kader waarbij in de VWS-begroting geen uitsplitsingwordt gemaakt naar subonderdelen. De uitgaven die betrekking hebbenop behandelingen voor hart- en vaatziekten vallen onder het totale kadermedisch specialistische zorg.Vraag 71Welke middelen en concrete maatregelen zijn in de begroting toegekendaan de Nationale Dementiestrategie (NDS)?AntwoordIn totaal is er € 23 miljoen per jaar beschikbaar voor de NDS tot en met2030. Hiervoor is € 16 miljoen beschikbaar voor het Onderzoekspro-gramma Dementie, dat loopt via ZonMw. Voor de overige € 7 miljoen diebeschikbaar is, geldt dat een deel van de activiteiten worden doorgezet,zoals het Programma Samen Dementievriendelijk. Op dit moment zijn webezig met de actualisatie van de NDS samen met verschillende veldpar-tijen. Op basis van deze actualisatie worden activiteiten binnen de NDSdefinitief gemaakt. Daarbij nemen we mee hoe de NDS aansluit bij anderebeleidsinitiatieven rond dementie zoals binnen het AZWA en HLO. Deactualisatie is naar verwachting gereed in het eerste kwartaal van 2026.Vraag 72Hoeveel duurder is het Pallas project uitgevallen dan vooraf begroot?AntwoordIn de brief van de toenmalige Minister van VWS van 20 september 2022(Kamerstuk 33 626, nr. 16) staat dat de totale investeringskosten van hetnieuwbouwprogramma door NRG PALLAS in het basisscenario wordengeschat op € 1,84 miljard (prijspeil 2022). Momenteel bedragen de totalekosten van het basisscenario € 2,53 miljard (prijspeil 2025). Dit is eenstijging van € 0,69 miljard die voor € 0,24 miljard betrekking heeft opindexatie en voor € 0,45 miljard op meerkosten, waarover de Kamereerder is geïnformeerd in de voortgangsrapportage over het Pallas-nieuwbouwprogramma uit mei 2025 (Kamerstuk 33 626, nr. 30).Vraag 73Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen en besparingenop het terrein van VWS die sinds 2021 zijn doorgevoerd?AntwoordOm een antwoord te kunnen schetsen op deze vraag is het belangrijk omte melden dat op het totaal sprake is van stijgende zorguitgaven. Dit komtgrotendeels door de autonome groei van de zorg door onder anderevergrijzing, kwaliteitsverbetering, hoger zorggebruik door hogereinkomens, sociaal-culturele trends en achterblijvende arbeidsproducti-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1627 viteit in de zorg. Beleidsmatig zijn zowel ombuigingen ingezet om dezestijging in de zorguitgaven af te remmen, als intensiveringen ombeleidsdoelen te bereiken. Dit resulteert ten tijde van de Miljoenennota inde onderstaande verwachte ontwikkeling van de zorguitgaven in deperiode 2025–2030. Hierin zijn de intensiveringen en onderstaandeombuigingen reeds verwerkt en is de volumegroei meegenomen.Exclusief loon- en prijsontwikkeling is er sprake van een stijging van dezorguitgaven van € 14 miljard.In miljarden202520262027202820292030Verschil 2030–2025Zorg1112115121123124126+ 141 Zie ook tabel 5 op blz. 53 van de miljoenennota 2026 Hieronder is een overzicht van de bezuinigingen die hebben plaatsge-vonden binnen VWS sinds het kabinet Rutte IV. Dit zijn alle ombuigingenuit de verticale toelichtingen (VT’s) van de premiegefinancierde zorguit-gaven van de Ontwerpbegrotingen vanaf 2021. In dit overzicht zijn detechnische mutaties, ramingsbijstellingen en herverdelingen nietmeegenomen. Verder betreft het hier alleen bezuinigingen binnen deVWS-begroting. De bezuinigingen op de jeugdzorg en de Wmo (welonderdeel van het VWS-terrein, maar de middelen bevinden zich in hetGemeentefonds) zijn buiten beschouwing gelaten. De ombuigingen zijnopgenomen zoals ze bij de besluitvorming zijn ingeboekt. Een deel vandeze ombuigingen is al gerealiseerd. De ombuigingen hangen ook deelssamen met de verschillende akkoorden die in de zorg zijn afgesloten(zoals het IZA, HLO, AZWA), waarmee deze ombuigingen beleidsmatig zijningevuld. Zoals genoemd zijn in deze periode ook investeringenafgesproken. Deze zijn niet opgenomen in de tabel.Tabel met budgettaire opgaven VWS (bedragen in miljoenen)Omschrijving20252026202720282029StrucVT OWB 2021Standaardisatie inkoop- en verantwoor-dingseisen in een aantal Zvw-sectoren– 100– 100– 100– 100– 100– 100VT OWB 2023Valpreventie bij 65-plussers (Zvw)– 30– 38– 46– 54– 61– 75Passende zorg als norm (enkel bewezeneffectieve zorg) in Zvw6030– 20– 77– 141– 1.140Integraal Zorgakkoord (IZA)– 1.171– 1.554– 1.554– 1.554– 1.554– 1.554Juiste zorg op de juiste plek– 100– 200– 300– 300– 300– 300Stimuleren anderhalvelijnszorg00– 70– 70– 70– 70Sturing op doelmatigheid via de tarieven– 140– 147– 147– 147– 147– 147Doelmatige inkoop geneesmiddelen enmedische technologie– 50– 65– 80– 90– 100– 130Standaardisatie gegevensuitwisseling00– 113– 227– 340– 340Standaardisatie inkoop- en verantwoor-dingseisen Zvw– 30– 30– 30– 30– 30– 30Pakketmaatregel vitamine D– 129– 129– 129– 129– 129– 129Valpreventie bij 65-plussers (Wlz)– 35– 38– 40– 43– 45– 50Meerjarige contracten ouderenzorg– 135– 70– 70– 70– 70– 70Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1628 Omschrijving20252026202720282029StrucMeerjarige contracten ghz en GGZ– 110– 65– 65– 65– 65– 65Doorontwikkeling Kwaliteitskaderverpleeghuiszorg– 200– 350– 350– 350– 350– 350Bevorderen doelmatigheid behandelingen geneesmiddelen Wlz– 170– 170– 170– 170– 170– 170Integraal Zorgakkoord (IZA)0– 15– 15– 15– 15– 15Scheiden wonen en zorg– 130– 173– 217– 257– 257– 1.200VT OWB 2024Maatregelen buiten IZA– 65– 145– 145– 145– 145– 145Alternatieve vormgeving CA-maatregeleigen risico– 52– 52– 52– 52– 52– 52Maatwerk pgb– 30– 60– 110– 110– 110– 110VT OWB 2025Aanpassing Wet Geneesmiddelenprijzen– 166– 166– 166– 166– 166– 166Pakketuitname codeïne– 13– 13– 13– 13– 13– 13Besparing RS vaccin– 16– 16– 16– 16– 16– 16HLA: Voortbouwen HLA curatieve zorg00– 250– 590– 590– 590HLA: Onafhankelijke indicatiestellingongecontracteerde wijkverpleging00– 85– 85– 85– 85HLA: Versnelling opschaling digitale zorgwijkverpleging00– 35– 85– 142– 210HLA: Verwerking taakstelling publiekegezondheid0– 9– 18– 25– 38– 38HLA: Versnellen opschaling digitale zorgin verpleeg- en gehandicaptenzorg00– 45– 110– 183– 270Domein overstijgend samenwerken– 2700000VT OWB 2026Dekking amendement t.b.v. OCW-begroting00– 315– 315– 315– 315Meer tijd voor de huisartsen0– 3– 20– 30– 43– 41Pakketmaatregel geneesmiddelen00– 70– 70– 70– 70Wlz-zorg zonder verblijf00– 129– 216– 334– 388 Vraag 74Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen en besparingenop het terrein van VWS die momenteel zijn ingepland, maar nog niet zijndoorgevoerd?AntwoordOmdat het tijd kost om besparingen in de zorg te realiseren, kennenombuigingen op VWS-terrein veelal een meerjarige oploop in debegroting en/of een startpunt in latere jaren. De huidige stand van zakenvan alle bezuinigingen en besparingen is terug te vinden in het antwoordop vraag 79 en vraag 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1629 Vraag 75Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen en besparingendie sinds 2021 op het terrein van VWS zijn ingepland, maar die vervolgenszijn geschrapt, verzacht en/of zijn uitgesteld?AntwoordHet realiseren van de bezuinigingen in de zorg kan onder meer vertragingoplopen door het controversieel verklaren door de Kamer. Ook is hetvoorgekomen dat de demissionaire status van een kabinet heeft geleid toteen vertraging in de doorvoering van bezuinigingen.Geschrapt:−Doelmatigheid via tarieven: In 2024 is besloten de maatregel sturingdoelmatigheid via tarieven niet uit te voeren naar aanleiding van hetNZa-advies hieromtrent. Dit heeft geleid tot een besparingsverlies van€ 73,5 miljoen.−GVS: Ook is in 2024 besloten de maatregel modernisering Geneesmid-delenvergoedingssysteem (GVS) niet door te voeren (€ 140 miljoen).−Korten subsidies bij- en nascholing medisch specialistische zorg(dekking OCW begroting) (€ 165 miljoen)Uitgesteld:−Tranchering ER: In 2024 is de voorgenomen tranchering van het eigenrisico controversieel verklaard in verband met de demissionaire statusvan Rutte IV. In 2025 heeft het kabinet besloten af te zien van de naar2026 uitgestelde tranchering van het eigen risico. Dit besparingsverliesbedroeg € 200 miljoen in zowel 2025 en 2026.−Vervanging abonnementstarief Wmo 2015: Door een vertraging vandeze wet, kan de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijkeigen bijdrage Wmo 2015 niet eerder dan per 1 januari 2027 plaatsvin-den. Dit heeft geleid tot een besparingsverlies van € 225 miljoen.−Doorontwikkeling kwaliteitskader verpleeghuiszorg: Deze maatregel isin 2025 niet gerealiseerd, hetgeen heeft geleid tot een besparingsver-lies van € 200 miljoen.−Behandeling Wlz: Deze maatregel is in 2025 niet gerealiseerd, hetgeenheeft geleid tot een besparingsverlies van € 170 miljoen. gerealiseerd,hetgeen heeft geleid tot een besparingsverlies van € 170 miljoen. Doorhet controversieel verklaren van deze maatregel kan de voorgesteldeverlaging van de tarieven ook in 2026 geen doorgang kan vinden. Ditleidt eveneens tot een besparingsverlies van € 88 miljoen in 2026.−Meerjarig contracteren: Op verzoek van de Kamer is deze maatregel in2026 niet doorgegaan, hetgeen leidt tot hogere uitgaven van € 65miljoen. Ook heeft deze maatregel in 2024 en 2025 tot een besparings-verlies geleid.Verzachting:−Ook is in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg een verzachting van alletariefmaatregelen binnen de Wlz ouderenzorg doorgevoerd (Dooront-wikkeling kwaliteitskader, Meerjarig contracteren, Behandeling Wlz, enVersnelling opschaling digitale zorg in de Wlz (Schoof)). De verzachtingbedraagt tussen € 242 miljoen en € 264 miljoen in de periode2026–2030 en € 250 miljoen structureel vanaf 2031.Vraag 76In hoeverre is de besparing die is ingepland in verband met de maatregel«Scheiden wonen en zorg» inmiddels doorgevoerd? Klopt het dat dezenog steeds moet oplopen tot een besparing van € 1.200 in 2052?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1630 De besparing op grond van de maatregel «Scheiden wonen en zorg» isingevoerd met ingang van 2023. Deze besparing sluit aan bij het beleidvan langer thuis wonen. Daarbij is het uitgangspunt dat het aantalverpleegzorgplekken met verblijf stabiel blijft op een structureel niveauvan 125 duizend. De verwachte groei van het beroep op verpleegzorgwordt opgevangen op basis van pakketten die aansluiten op de thuissi-tuatie, zoals het vpt, mpt en/of pgb. De maatregel levert jaarlijks eenbesparing op van netto € 40 miljoen ten opzichte van de groei van deuitgaven aan Wlz-ouderenzorg bij ongewijzigd beleid. De besparing looptin een periode van 30 jaar geleidelijk op tot € 1.200 miljoen structureelvanaf 2052.Vraag 77In hoeverre is de besparing die is ingepland in verband met de maatregel«Passende zorg» inmiddels doorgevoerd? Klopt het dat deze nog steedsmoet oplopen tot een besparing van € 1.206 in 2037? Hoe wordt dezebezuiniging ingevuld?AntwoordDe ombuiging is onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn in hetIntegraal Zorgakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Deombuiging loopt inderdaad op tot € 1,206 miljard in 2037. Tot en met 2028is de oploop verwerkt in de sectorale kaders van het IZA en AZWA. Deoploop van de besparing vanaf 2029 is nog niet verdeeld, deze staatgereserveerd op nominaal en onverdeeld Zvw (post in de VWS begrotingwaar alle nog niet verdeelde middelen en taakstellingen voor Zvw staangeparkeerd).Om de beweging naar passende zorg te ondersteunen en partijen in staatte stellen om de ombuiging te realiseren zijn er in het Integraal Zorgak-koord en in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord afspraken gemaakt.Op basis van deze afspraken zijn verschillende initiatieven en activiteitengestart. Het gaat onder andere om de volgende initiatieven:−Er is een groot onderzoeksprogramma (het Kaderprogrammapassende zorg) gestart waarmee gericht en minder vrijblijvendonderzoek gedaan kan worden naar de pakketwaardigheid van zorg.Ook zijn er binnen dit programma middelen beschikbaar gesteld voorhet inrichten van een onderzoeksinfrastructuur als deze infrastructuurnog niet aanwezig is in een sector. Als uit onderzoek blijkt dat zorg nieteffectief is, en daar mee niet voldoet aan de pakketcriteria, kan dezeniet meer vergoed worden binnen de Zvw. Het is aan veldpartijen dit teimplementeren. Op deze manier moet een groot deel van de ombui-ging? gehaald worden.−Het Zorginstituut ondersteunt veldpartijen door o.a. kaders enhandleidingen te ontwikkelen die duidelijkheid geven over hoe hetpakketbeheer werkt en wie daarin welke rol te nemen heeft. Ook heefthet Zorginstituut geadviseerd en werkt nu nader uit hoe de maatschap-pelijke opgave op arbeidsinzet en ecologische duurzaamheid in hetpakketbeheer verankerd worden.−Tevens zijn er middelen beschikbaar gesteld om de positie vanpatiëntenorganisaties te versterken zodat zij vanuit hun rol kunnenbijdragen aan het bereiken van passende zorg.−In aansluiting op de landelijke inspiratiesessies die is georganiseerd, ishet de bedoeling om in een of twee IZA-regio’s sessies te organiserenom een aantal passende zorg-voorbeelden vanuit de regio of daarbui-ten daadwerkelijk te kunnen opschalen. Hierbij worden ook hetZorginstituut en NZa betrokken.−In het project Herijken Kwaliteitstaken van het Zorginstituut onderzoekthet Ministerie van VWS of een modernisatie van de huidige kwaliteits-instrumenten van het Zorginstituut nodig is. Het advies van ZINTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1631 hierover kan naar verwachting begin volgend aan de Kamer wordengestuurd.19Vraag 78Klopt het dat er nog altijd een bezuiniging van € 463 miljoen in 2026,€ 570 miljoen in 2027 en structureel € 1.524 miljoen vanaf 2028 ingeplandstaat in verband met de hervormingsagenda Jeugd na de voorjaarsbe-sluitvorming? Zo nee, om welke bedrag gaat het dan?AntwoordDe genoemde bedragen zijn juist. De structurele besparing vanaf 2028 isals volgt opgebouwd: de structurele besparingsopgave van€ 1.018 miljoen en indexatie van deze besparingsopgave van€ 507 miljoen. Samen afgrond € 1.524 miljoen. Daarnaast zijn bijVoorjaarsnota 2025 vanaf 2028 aanvullende maatregelen afgesproken. Ditbetreft eigen bijdragen voor € 260 miljoen en sturen op trajectduur voor€ 68 miljoen. In totaal telt dit op tot een besparingsopgave van circa € 1,8miljard vanaf 2028 structureel. Naast deze besparingsopgave zijn ookinvesteringen gedaan, zo is bij de Voorjaarsnota 2025 € 3 miljard en bijMiljoenennota 2026 € 728 miljoen beschikbaar gesteld aan jeugdzorg engemeenten. Deze middelen kunnen worden ingezet om de benodigdetransitie te realiseren.Vraag 79Kunt u per VWS-maatregel uit de budgettaire bijlage van het coalitieak-koord van het kabinet-Rutte IV aangeven in hoeverre deze al is doorge-voerd, nog gepland staat of is aangepast?AntwoordDe onderstaande tabel zijn de reeksen zoals opgenomen in de budgettairebijlage van het coalitieakkoord Rutte IV. Dit komt niet meer in alle gevallenovereen met de ingeboekte ombuigingen, diverse ombuigingen zijnalternatief gedekt (zie ook het antwoord op vraag 73).Maatregelen Rutte IV202520262027StrucStruc injaarToelichtingValpreventie bij 65-plussers– 30– 38– 46– 752031Deze maatregel wordt uitgevoerd alsonderdeel van het IZA/AZWA.Passende zorg als norm (enkelbewezen effectieve zorg) inZvw6030– 20– 1.1402037Deze maatregel is in gang gezet alsonderdeel van het IZA. Onderdelen vande aanpak worden nog verder uitge-werkt.Doelmatige inkoop geneesmid-delen en medische technologie– 50– 65– 80– 1302032Met de aanpassing van de sluiscriteriaper 1 juli 2023 is de invulling van dezemaatregel afgerond.Standaardisatie gegevensuit-wisseling20020087– 3402029De uitvoering van deze maatregel isgestart. Op onderdelen wordt nognadere uitwerking gepland. Dezemaatregel leidt per 2027 per saldo toteen ombuiging.Stimuleren anderhalvelijnszorg00– 50– 502027Deze maatregel loopt mee in het AZWA.Deze maatregel leidt vanaf 2027 tot eenombuiging.Standaardisatie inkoop- enverantwoordingseisen Zvw– 30– 3030– 302024Deze maatregel is gerealiseerd. Hij looptgrotendeels mee in het IZA en isstructureel in het IZA-kader en de kadersvan enkele niet-IZA-sectoren verwerkt.19Kamerstukken II 2025/26, 25 268, nr. 244.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1632 Maatregelen Rutte IV202520262027StrucStruc injaarToelichtingJuiste zorg op de juiste plek28018080– 3002028Deze maatregel loopt tot en met 2026mee in het IZA en is voor 2027 en verderbetrokken bij het AZWA.Sturing op doelmatigheid viade tarieven– 140– 147– 147– 1472026Deze maatregel is deels betrokken bij definanciële afspraken uit het IZA, endaarmee structureel in het IZA-kaderverwerkt. Het resterende deel van demaatregel is in de Voorjaarsnota 2024structureel alternatief gedekt.Integraal Zorgakkoord– 886– 1.281– 1.489– 1.4892027Deze maatregel loopt mee in het IZA enis structureel in het IZA-kader verwerkt.Overhevelen behandeling engeneesmiddelen van Wlz naarZvw– 170– 170– 170– 1702025Het vorige kabinet heeft gekozen vooreen andere invulling van de maatregeldan de oorspronkelijke tekst uit hetcoalitieakkoord Rutte-IV. Deze maatregelheeft in 2025 tot een besparingsverliesgeleid. Voor 2026 is het aandeel van deouderenzorg per 2026 vervangen doorde afspraken over de tariefmaatregel vanhet hoofdlijnenakkoord ouderenzorg.Voor de gehandicaptenzorg (aandeel€ 88 miljoen) heeft deze maatregel in2026 tot een besparingsverlies geleid,aangezien deze controversieel verklaardis.Verplichten meerjarigecontracten en budgetafsprakenin de ouderenzorg– 135– 70– 70– 702026Deze maatregel heeft in 2024 en 2025 toteen besparingsverlies geleid, maar is per2026 vervangen door de afspraken overde tariefmaatregel van het hoofdlijnen-akkoord ouderenzorg.Verplichten meerjarigecontracten en budgetafsprakenin de ghz/GGZ– 110– 65– 65– 652026Deze maatregel heeft in 2024 en 2025 toteen besparingsverlies geleid en is opverzoek van de Kamer ook in 2026 nietdoorgegaan.Scheiden wonen en zorg8040– 200– 1.2002052Deze maatregel is in gang gezet door hetbevriezen van de verpleeghuiscapaciteitOm tot de structurele besparing tekomen is nog een wetswijziging nodig.Herinterpretatie Kwaliteitskaderverpleeghuiszorg– 200– 350– 350– 3502026Deze maatregel heeft in 2024 en 2025 toteen besparingsverlies geleid, maar is per2026 vervangen door de afspraken overde tariefmaatregel van het hoofdlijnen-akkoord ouderenzorg.Eigen bijdrage huishoudelijkehulp– 80– 80– 80– 802025Deze maatregel is komen te vervallen envervangen door Wetsvoorstel vervan-ging abonnementstarief Wmo 2015. Vraag 80Kunt u per VWS-maatregel uit de budgettaire bijlage van het hoofdlijnen-akkoord van het kabinet-Schoof aangeven in hoeverre deze al is doorge-voerd, nog gepland staat of is aangepast?AntwoordDe onderstaande tabel zijn de reeksen zoals opgenomen in de budgettairebijlage van het coalitieakkoord Schoof. Dit komt niet meer in alle gevallenovereen met de ingeboekte ombuigingen, diverse ombuigingen zijnalternatief gedekt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1633 Maatregelen Schoof202520262027StrucJaarToelichtingVoortbouwen hoofdlijnenak-koord curatieve zorg (Schoof)00– 250– 5902029In het AZWA hebben betrokken partijende handtekening gezet onder eenmeerjarenkader waarin deze taakstellingis verwerkt. Onderdeel van dit akkoord isdat een deel van de remgeldmiddelendie samenhangen met het halveren vanhet eigen risico, worden ingezet om eendeel van de inhoudelijke afspraken tefinancieren.Onafhankelijke indicatiestellingongecontracteerde wijkverple-ging (Schoof)00– 85– 852027Momenteel wordt gewerkt aan deinhoudelijke uitwerking van dezemaatregel. De ombuiging van€ 85 miljoen is ingeboekt vanaf 2027, deinvoering vraagt waarschijnlijk om eenaanpassing in de wetgeving.Versnelling opschalen digitalezorg in de wijkverpleging(Schoof)00– 35– 2102030In overleg met de sector wordt op ditmoment bezien op welke wijze invullingaan deze maatregel gegeven kanworden.Versnelling opschaling digitalezorg in de Wlz (Schoof)00– 45– 2702030Het aandeel van de ouderenzorg voor deversnelling van digitale zorg (geleidelijkoplopend van € 27 miljoen in 2027 totstructureel € 162 miljoen vanaf 2031) ismeegenomen in de totale set metfinanciële afspraken in het Hoofdlijnen-akkoord Ouderenzorg en wordt op basisvan die afspraken gerealiseerd. Hetaandeel van de gehandicaptenzorg indeze taakstelling (geleidelijk oplopendvan € 18 miljoen in 2027 tot structureel€ 108 miljoen vanaf 2030) staat noggepland.Subsidietaakstelling (Schoof)– 53– 124– 176– 2522028Deze maatregel is doorverdeeld naarkortingen op specifieke subsidies. Dit isverwerkt in de nota van wijziging op deOntwerpbegroting 2025.Terugdraaien intensiveringzorgarbeidsmarktbeleid(Schoof)0– 130– 130– 1302026De intensivering is conform het HLAteruggedraaid. Structureel is deterugdraai van de intensivering in 2026volledig verwerkt.SPUK naar GF/PF met 10%korting (Schoof)0– 73– 67– 602029In het Hoofdlijnenakkoord is besloten omspecifieke uitkeringen over te hevelennaar het Gemeente- en het Provincie-fonds en daarbij een budgetkorting van10 procent te hanteren, voor despecifieke uitkeringen (SPUKS) is deombuiging al budgettair op de VWS-begroting verwerkt.Terugdraaien intensiveringpublieke gezondheid (Schoof)– 50– 50– 150– 3002029De intensivering is conform het HLAteruggedraaid. Structureel is deterugdraai van de intensivering in 2029volledig verwerkt.Terugdraaien groei apparaatRijksoverheid (Schoof)– 18– 32– 47– 682028Deze maatregel is in gang gezet.Budgettair is de ombuiging al op deVWS-begroting verwerkt. Vraag 81Hoe staat het inmiddels met de besparing die gekoppeld was aan demaatregel «Verlagen intensivering publieke gezondheid»? Gaat deze nogdoor? Zo ja, zou u in een tabel een overzicht kunnen geven hoe dezebezuiniging per jaar oploopt? Ten koste waarvan gaat deze bezuiniging?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1634 AntwoordDe maatregel «Verlagen intensivering publieke gezondheid» betreft eenbezuiniging op het gehele programma pandemische paraatheid. Hoe dezetaakstelling oploopt ziet u in de tabel hieronder. De bezuiniging vloeitvoort uit het hoofdlijnenakkoord en daar ben ik aan gebonden. Voor debeleidsopgave leveringszekerheid geldt dat de meeste maatregelengeborgd zijn met de middelen die met de nota van wijziging bij debegroting 2025 zijn toegevoegd voor het verbeteren van de beschik-baarheid van geneesmiddelen. Voor de beleidsopgave flexibele zorg ligtdit genuanceerd. Zo is voor een deel bijvoorbeeld structurele middelengevonden (bijvoorbeeld opleiding Basis Acute zorg en monitoring ensurveillance in de ouderenzorg en gehandicaptenzorg), voor een deel zijnprogramma onderdelen afgerond (zoals het ZonMw programmadoorgang reguliere zorg), maar voor een deel zoek ik nog naar alterna-tieve structurele middelen. Voor het versterken van de publiekegezondheid zijn vooralsnog geen structurele middelen meer beschikbaar.Op uw vraag ten koste waarvan de bezuiniging gaat, geldt dat deoplopende reeks van de bezuinigingen het afgelopen jaar nog ruimte gafom veel zaken te continueren. Een aantal zaken die zouden starten, zijn onhold gezet. Verder is het zo dat er op de begroting van VWS incidentelemiddelen zijn vrij gemaakt om te voorkomen dat er op korte termijnonomkeerbare schade optreedt bij uitvoerders van de publieke gezond-heidszorg en het ROAZ. Echter, indien er komend voorjaar geen aanvul-lende structurele middelen vrij komen, dan moeten de versterkingenstapsgewijs worden afgebouwd. Daarbij geldt dat de afbouw al veeleerder moet starten dan dat de financiering stopt. Afbouw van maatre-gelen behelst immers reorganisaties. Deze afbouw gaat ten koste van deparaatheid en weerbaarheid van de Nederlandse zorg tegen grootschaligegezondheidscrises. Mede vanwege de samenloop met andere bezuini-gingen, zoals de subsidietaakstelling, vallen we zonder structureleinvesteringen vallen we terug tot onder het niveau van vóór de COVID-19pandemie. We zijn dan slechter voorbereid op grootschalige gezondheids-crisis en hebben de lessen van de COVID-19 pandemie niet opgevolgd.Overzicht oplopende bezuinigingen op pandemische paraatheid in het hoofdlijnenak-koord:(x mln.)202420252026202720282029(struc)Taakstelling0– 50– 50– 150– 200– 300 Vraag 82Klopt het dat er een bezuiniging gepland stond van € 250 miljoen in 2025,oplopend tot structureel € 590 miljoen, die is gekoppeld aan de maatregel«Voortbouwen hoofdlijnenakkoord curatieve zorg: volumegroei gelijk aanlaatste jaar Integraal Zorgakkoord (IZA) (in combinatie met MBI)»? Zo ja,zou u in een tabel een overzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging perjaar oploopt? In hoeverre is deze bezuiniging al gerealiseerd?AntwoordNee, deze besparing start vanaf 2027. De besparing die is gekoppeld aande genoemde maatregel bedraagt € 250 miljoen in 2027 en € 590 miljoenstructureel vanaf 2028. Zie onder in tabelvorm:Tabel. Besparing aanvullend zorgakkoord (bedragen x € 1 miljoen)20272028structureelTaakstelling aanvullend zorgakkoord250590590 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1635 In het AZWA zijn inhoudelijke en financiële afspraken gemaakt waarmeedeze taakstelling wordt ingevuld. Omdat dit toekomstige jaren betreftkunnen over de realisatie logischerwijs nog geen uitspraken wordengedaan.Vraag 83Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van structureel€ 85 miljoen vanaf 2027 in verband met de maatregel «Onafhankelijkeindicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging»? Hoe wordt dezebezuiniging ingevuld?AntwoordIn het Hoofdlijnenakkoord van dit kabinet is de maatregel «Onafhankelijkeindicatiestelling ongecontracteerde wijkverpleging» opgenomen. Hieraanis een ombuiging gekoppeld van structureel € 85 miljoen vanaf 2027.Momenteel werkt de Staatssecretaris LMZ aan de inhoudelijke uitwerkingvan deze maatregel.De ombuiging van € 85 miljoen is ingeboekt vanaf 2027 en de invoeringvraagt waarschijnlijk om aanpassing in de wetgeving. Omdat dezemaatregel zowel een wijziging in de organisatie van de wijkverpleging alswettelijke aanpassingen vereist, is zorgvuldigheid essentieel.Vraag 84Klopt het dat er een bezuiniging gepland staat van € 45 miljoen in 2027,oplopend tot structureel € 270 miljoen, die is gekoppeld aan de maatregel«Versnelling opschaling digitale zorg in de Wijkverpleging»? Zo ja, zou uin een tabel een overzicht kunnen geven hoe deze bezuiniging per jaaroploopt? Hoe wordt deze bezuiniging precies ingevuld?AntwoordIn het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof zijn twee maatregelenmet betrekking tot versnelling opschaling digitale zorg opgenomen.De eerste betreft de maatregel «Versnelling opschaling digitale zorg in dewijkverpleging». Hieraan is een taakstelling gekoppeld van € 35 miljoen in2027 oplopend naar structureel € 210 miljoen vanaf 2031.De tweede taakstelling betreft een taakstelling van € 45 miljoen in 2027,oplopend naar structureel € 270 miljoen; deze is gekoppeld aan deverpleeg- en gehandicaptenzorg.In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de oploop vanbeide taakstellingen:Besparing (in € mln.)20272028202920302031Struc. inVersnelling opschaling digitale zorg in dewijkverpleging– 35– 85– 142– 192– 2102031Versnelling opschaling digitale zorg in deverpleeg- en gehandicaptenzorg– 45– 110– 183– 248– 2702031 Wat de wijkverpleging betreft: er wordt nog in overleg met de sectorbezien op welke wijze invulling aan deze maatregel gegeven kan worden.Voor het aandeel van de ouderenzorg in de versnelling van digitale zorg(geleidelijk oplopend van € 27 miljoen in 2027 tot structureel€ 162 miljoen vanaf 2031) geldt dat deze is meegenomen in de totale setmet financiële afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg en opbasis van die afspraken aangepast wordt gerealiseerd. Het aandeel van degehandicaptenzorg in deze taakstelling (geleidelijk oplopend van€ 18 miljoen in 2027 tot structureel € 108 miljoen vanaf 2031) staat noggepland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1636 Vraag 85Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen, besparingen eninvesteringen in de gehandicaptenzorg voor de komende jaren?AntwoordOnderstaande tabel bevat een overzicht voor de Wlz-gehandicaptenzorg innatura voor de periode 2025–2030. Hierbij heb ik onderscheid gemaakttussen de impact van kostenonderzoeken en maatregelen op deNZa-tarieven (post 1 t/m 7) en de groeiruimte voor de gehandicaptenzorgop basis van de meest recente middellangetermijnverkenning (MLT) vanhet Centraal Planbureau (post 8). De groeiruimte is bedoeld om naast dedemografische ontwikkeling die leidt tot een hogere zorgvraag ook destand van zorg en praktijk te kunnen volgen (kwaliteit van zorg).Het saldo van de financiële ontwikkelingen voor de tarieven en degroeiruimte voor de gehandicaptenzorg bedraagt in 2025 bijna€ 0,5 miljard. Dit loopt geleidelijk op tot ruim € 2,2 miljard in 2030.Daarnaast worden de tarieven voor de gehandicaptenzorg jaarlijksconform de gebruikelijke systematiek gecompenseerd voor loon- enprijsontwikkelingen. Deze zijn niet toegevoegd in bovenstaande tabel.Vraag 86Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen, besparingen eninvesteringen in de ouderenzorg voor de komende jaren?AntwoordOnderstaande tabel bevat een overzicht voor de Wlz-ouderenzorg innatura voor de periode 2025–2030. Hierbij heb ik onderscheid gemaakttussen de impact van kostenonderzoeken en maatregelen op deNZa-tarieven (post 1 en 2) en de maatregelen met effect op volume vanhet zorggebruik en de groeiruimte voor de ouderenzorg op basis van demeest recente middellangetermijnverkenning (MLT) van het CentraalPlanbureau (posten 3 t/m 6). De groeiruimte is bedoeld om naast dedemografische ontwikkeling die leidt tot een hogere zorgvraag ook destand van zorg en praktijk te kunnen volgen (kwaliteit van zorg).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1637 Het saldo van de financiële ontwikkelingen voor de tarieven en degroeiruimte voor de ouderenzorg bedraagt in 2025 bijna € 0,6 miljard. Ditloopt geleidelijk op tot ruim € 3,5 miljard in 2030.Daarnaast worden de tarieven voor de ouderenzorg jaarlijks conform degebruikelijke systematiek gecompenseerd voor loon- en prijsontwikke-lingen. Deze zijn niet toegevoegd in de tabel.Vraag 87Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen, besparingen eninvesteringen in de wijkverpleging voor de komende jaren?AntwoordIn onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de volumeontwik-keling en ombuigingen in de wijkverpleging.In € mln.20262027202820292030VolumeontwikkelingAZWA/IZA: Volumegroei(3,5%)1138,1270,8404,2404,2404,2Remgeld AZWA0,038,643,643,643,6Remgeld bevriezing eigenrisico 20264,8Valpreventiemiddelen2,1OmbuigingenHLA: Onafhankelijke indicatie-stelling ongecontracteerdewijkverpleging0,0– 85,0– 85,0– 85,0– 85,0HLA: Versnelling opschalingdigitale zorg wijkverpleging0,0– 35,0– 85,0– 141,6– 192,31 De groeiruimte betreft de cumulatieve reeks van de tranches 2026 t/m 2028. De groeiruimtevanaf 2029 is nog niet bekend. Daarnaast is vanaf 2025 € 60 miljoen overgeheveld vanuit het premie-kader naar de VWS-begroting ten behoeve van de subsidieregelingWerkgeverskosten Opleiden Wijkverpleging (WOW). Tot slot zijn er geldenvanuit het IZA en AZWA beschikbaar voor subsidies rondom onderzoek enkwaliteit.Vraag 88Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen, besparingen eninvesteringen in de jeugdzorg voor de komende jaren?AntwoordDe afgelopen jaren hebben verschillende mutaties plaatsgevonden op hetGemeentefonds ten behoeve van jeugdzorg. Hierbij gaat het zowel omtijdelijke en structurele aanvullende middelen als besparingen. Inonderstaande tabel zijn de grootste en meest relevantste mutatiesopgenomen voor het huidige jaar en de komende jaren. In de tabel is deaanvullende besparingsopgave van € 511 miljoen uit het coalitieakkoordvan Rutte IV niet opgenomen omdat het kabinet Schoof deze heeftteruggebracht naar nul bij voorjaarsnota 2024 en miljoenennota 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1638 Voor de volledigheid is het goed hier te benoemen dat in de Hervormings-agenda afspraken zijn gemaakt over het monitoren en bijsturen op deuitvoering van maatregelen en de uitgavenontwikkeling. Ook is erafgesproken dat een externe commissie, de DeskundigencommissieJeugd, adviseert over een eventuele situatie waarin de uitgavenontwik-keling afwijkt van de vastgestelde reeks. De Deskundigencommissie zalbegin 2027 met een tweede advies komen. Hieronder de stand van hetmeerjarig financieel kader voor de jeugdzorg opgenomen. Een zeerbeperkt deel hiervan bevindt zich op de begroting van VWS ten behoevevan de uitvoering van de Hervormingsagenda. Het gros van de middelenis onderdeel van het Gemeentefonds. Deze worden jaarlijks geïndexeerden zijn beleids- en bestedingsvrij.In € mln2025202620272028Meerjarig Financieel Kader (standVJN 2025)8.80618.0287.9116.5481 inclusief de eenmalige toevoeging van € 728 miljoen bij miljoenennota 2026. Vraag 89Kunt u een totaaloverzicht geven van alle bezuinigingen, besparingen eninvesteringen in de kraamzorg voor de komende jaren?AntwoordIn onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de volumeontwik-keling in de kraamzorg. Er is geen sprake van ombuigingen in dekomende jaren.In € mln.20262027202820292030VolumeontwikkelingGroeiruimte110,010,010,010,010,0OmbuigingenNiet van toepassing1 Budgettaire ruimte die bestemd is voor het opvangen van de groei van de Zvw-uitgaven bijongewijzigd beleid. Dit betreft de tranche 2026. In de jaren na 2026 is de groeiruimte nog nietdefinitief vastgesteld en toebedeeld aan de sector. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar voor subsidies op het vlak vankwaliteit, opleiden, kennisontwikkeling en de implementatie daarvan. Totslot is recent bekend geworden dat € 9,8 miljoen aan IZA-transforma-tiemiddelen zal worden geïnvesteerd in de sector ten bevordering vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1639 passende kraamzorg, toepassing van digitale zorg en regionalecapaciteitsverdeling.Vraag 90Wat is volgens u de onderbouwing voor de bezuinigingen op de gehandi-captenzorg in verband met de maatregel «Meerjarig contracteren metbudgetafspraken»?AntwoordDe maatregel meerjarig contracteren is becijferd in Zorgkeuzes in Kaart engevalideerd door het Centraal Planbureau20. Het idee is dat meerjarigcontracteren met budgetafspraken, gecombineerd met een meerjarigecontracteerruimte, zorgaanbieders meer financiële zekerheid biedt endaarmee de ruimte om hun zorg anders te organiseren tegen lagerekosten.Voor de periode 2026–2030 heb ik een indicatief meerjarig Wlz-kader latenzien. Daarmee kunnen meerjarige contracten met budgetafspraken eenmiddel voor zorgkantoren en zorgaanbieders zijn om langere termijnaf-spraken te maken over de ontwikkeling van de zorgvraag. Meerjarigecontracten geven financiële zekerheid om te investeren in kwaliteit entoegankelijkheid en om personeel te binden.Minder onzekerheid over de omvang van het meerjarige budget kan erbijvoorbeeld toe leiden dat vast personeel wordt aangetrokken in plaatsvan (duurdere) externe krachten. Ook kan meerjarige zekerheid ertoeleiden dat instellingen goedkoper kunnen lenen en banken eerder bereidzijn om geld te verstrekken. Tot slot leiden meerjarige contracten totlagere administratieve lasten.De corresponderende korting is in de begroting blijven staan vanuit hetkabinet Schoof. Met de motie Dobbe en Westerveld21 is de korting voor2026 niet door gegaan, maar voor 2027 staat de korting nog.Vraag 91Wat is volgens u de onderbouwing voor de bezuinigingen op de gehandi-captenzorg in verband met de maatregel «Behandeling Wlz»?AntwoordBehandeling in de Wlz bestaat zowel uit specifieke behandeling alsbehandeling van algemeen medische aard (zie artikel 3.1.1. lid 1,onderdeel c1° en onderdeel d van de Wlz). Terwijl specifieke behandelingaltijd ten laste komt van de Wlz geldt voor algemene behandeling dat dezezowel vanuit de Wlz als vanuit de Zvw kan worden gefinancierd.Soms bieden instellingen zowel plekken met als zonder algemenebehandeling aan, waardoor cliënten die verblijven in dezelfde instelling temaken kunnen hebben met verschillende vormen van financiering. Zoalsuiteengezet in de brief over deze tariefmaatregel van de toenmaligeMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport22 is de vergoeding vooralgemene behandeling voor vergelijkbare cliënten totaal € 0,5 miljardduurder via het Wlz-model ten opzichte van het Zvw-model.Op basis van de vergelijking van de kosten van het Wlz-model tenopzichte van het «goedkopere» Zvw-model acht ik het met mijnvoorganger haalbaar dat zorgaanbieders een doelmatigheidsslag van€ 170 miljoen binnen de Wlz kunnen maken. Hierover heeft mijn20Centraal Planbureau. Analyse coalitieakkoord 2022–2025, januari 2022.21Kamerstukken II, 2024–2025, 36 725 XVI, nr. 18.22Kamerstukken II, 2023–2024, 34 104, nr. 405.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1640 voorganger ook afspraken gemaakt in het verlengde van hetWOZO-programma met de betrokken partijen.Het aandeel van de gehandicaptenzorg hierin bedraagt € 88 miljoen. Hetaandeel van de ouderenzorg ad € 82 miljoen wordt met ingang van 2026gerealiseerd via de afspraken over de tariefmaatregelen in het Hoofdlij-nenakkoord Ouderenzorg (HLO).De tariefmaatregel die samenhangt met deze afspraken is door hetcontroversieel verklaren in 2026 voor de gehandicaptensector nietuitgevoerd. Voor 2027 en verder is de maatregel nog onderdeel van debegroting.Vraag 92Wat gebeurt er nu precies met de € 600 miljoen die in het hoofdlijnenak-koord van het kabinet Schoof is vrijgemaakt voor de ouderenzorg? Kunt udit in een tabel uiteenzetten?AntwoordOnderstaande tabel geeft een overzicht van de benutting van deenveloppe voor betere ouderenzorg op de Aanvullende Post bij hetMinisterie van Financiën. De bedragen zijn hierbij afgerond op miljoeneneuro.In het Hoofdlijnenakkoord (HLA) is vanaf 2027 structureel € 600 miljoenbeschikbaar gesteld voor investeringen in verzorgings- en verpleeghuis-plekken. Met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling over 2025kwam aanvullend structureel € 27,8 miljoen beschikbaar. Een deel van deenvelop is inmiddels tijdelijk ingezet voor afspraken in het Hoofdlijnenak-koord ouderenzorg (HLO). In de jaren 2027–2029 gaat het om respectie-velijk € 229 miljoen, € 148 miljoen en € 41 miljoen. Omdat de financiëleafspraken in het HLO al per 2026 ingaan is een deel van de middelen naar2026 geschoven (€ 171 miljoen euro vanuit 2027, € 92 miljoen euro vanuit2028 en € 18 miljoen vanuit 2029).Daarnaast wordt er in 2027 65 miljoen euro ingezet ter (intertemporele)dekking van de motie Dobbe en Westerveld23 om de tariefmaatregelmeerjarig contracteren in de gehandicaptenzorg en de langdurige GGZvoor 2026 niet in te laten gaan. Ook wordt er 4,4 miljoen euro in 2027 envanaf 2028 structureel € 7,7 miljoen ingezet voor het toevoegen vantwee doelgroepen in de aanspraak op gespecialiseerde langdurige zorg(traject «laag volume hoog complex» (LVHC)). Ter dekking van structureleproblematiek op de Rijksbegroting wordt structureel 150 miljoen eurovanaf 2027 ingezet. Als laatste vindt er een kasschuif plaats van€ 91 miljoen van 2029 naar 2028 om andere kasschuiven op deVWS-begroting mogelijk te maken zonder het saldo in deze jaren tebelasten.23Kamerstukken II, 2024–2025, 36 725 XVI, nr. 18.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1641 Er resteert nu een structureel bedrag van € 470 miljoen dat beschikbaar isvoor de realisatie van moderne verzorgingshuizen, zoals toegelicht in debrief van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg oververgrijzing en het integrale ouderenbeleid24. Op dit moment wordtuitgewerkt hoe het op termijn introduceren van de moderne verzorgings-huizen vorm kan krijgen.Vraag 93Hoeveel budget is er beschikbaar voor het tegengaan van gezondheids-achterstanden bij vrouwen, het bevorderen van vrouwengezondheid enhet verbeteren van de zorg op het gebied van vrouwspecifiekeaandoeningen?AntwoordMet de toezending van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid25 heeftDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport u op de hoogte gesteld vande inzet van VWS. Voor het programma vrouwspecifieke aandoeningen bijZonMw is er voor 2026 € 2,9 miljoen beschikbaar. Deze middelen makendeel uit van het programma dat loopt van 2024–2030 en waarvoor intotaal € 15 miljoen beschikbaar is. In de bijlage bij de bovengenoemdestrategie heeft De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport aangegevendat er daarnaast ook beleidsonderwerpen (en financiële middelen) zijn diegericht zijn op de gehele bevolking en daarmee ook bijdragen aan degezondheid van vrouwen. Het onderwerp vrouwengezondheid krijgtsteeds meer aandacht, niet alleen binnen VWS maar ook elders. Zo zal erook binnen het Actieprogramma mentale gezondheid & GGZ aandachtworden besteed aan het thema. Hierover heeft De Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport uw Kamer onlangs geïnformeerd26. Zoals De Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie en Sport met de bovenstaande brief over deNationale Strategie Vrouwengezondheid heb laten weten organiseert DeStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport samen met ZonMw begin 2026een grote werkconferentie om samen met partijen tot een concretewerkagenda te komen. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport zaluw Kamer t.z.t. deze werkagenda toesturen.Vraag 94Hoeveel budget is er beschikbaar voor het tegengaan van sociaalecono-mische gezondheidsverschillen?AntwoordHet terugdringen van sociaaleconomische gezondheidsachterstanden iseen domein overstijgende opgave. Verschillende beleidsmaatregelen enprogramma’s, van VWS (bijvoorbeeld het terugdringen van gezondheids-achterstanden als dwarsdoorsnijdend thema in het GALA, de aanpakKansrijke Start en de inzet vanuit het kennisinstituut Pharos) en anderedepartementen, dragen direct dan wel indirect bij aan het tegengaanhiervan.27 Hierdoor is een exact bedrag niet te geven.Vraag 95Wat is de gemiddelde levensverwachting van mensen uitgesplist naar hetinkomen van mensen?AntwoordDe levensverwachting bij geboorte is het aantal jaren dat een persoonnaar verwachting (nog) zal leven, onder de aanname van gelijkblijvende24Kamerstukken II, 2025–2026, 29 389, nr. 158c.25Kamerstuk 31 765, nr. 93626Kamerstuk 25 424, nr. 76727Kamerstuk 32 793, nr. 794Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1642 leeftijdsspecifieke sterftekansen. De meest recente cijfers (CBS, 19 juni2025) zijn gebaseerd op het tijdvak 2019/2022. Omdat er verschil zit tussende levensverwachting van mannen en vrouwen worden deze doorgaansook apart gegeven.Voor inkomen is het gestandaardiseerd inkomen gebruikt. Dit is hetbesteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte ensamenstelling van het huishouden. De huishoudens zijn naar hoogte vanhun gestandaardiseerd inkomen in vijf groepen (kwintielgroepen) met eengelijk aantal huishoudens verdeeld. De inkomensgrenzen tussen dezevijf 20%-groepen verschillen van jaar tot jaar.Levensverwachting bij geboorte in jarenTotaalmannen envrouwenMannenVrouwenGestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep76,374,178,3Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep80,578,282,5Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep82,380,784,1Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep83,68285,2Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep8482,985,4Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85445NED/table?dl=AD51D Vraag 96Hoe groot zijn de sociaaleconomische verschillen in het aantal jaren datmensen leven in goede gezondheid?AntwoordHet verschil in levensverwachting in goed ervaren gezondheid tussenmensen met de 20% hoogste en de 20% laagste inkomens bedraagt21,4 jaar (51,2 jaar voor het laagste inkomenskwintiel en 72,6 jaar voor hethoogste inkomenskwintiel).28 Het verschil in levensverwachting in goedervaren gezondheid tussen de groep met basisonderwijs, vmbo of mbo-1en de groep met een hbo- of wo-opleiding was 14 jaar in de periodetussen 2021–2024 en 14,3 jaar in 2017–2020.29Vraag 97Zijn er zorgvormen die binnen de Wmo 2015 en/of de Jeugdwet nietzomaar mogen worden georganiseerd via (quasi-)inbesteden, als het ookmogelijk is om deze te organiseren via aanbesteden? Zo ja, om welkevormen gaat het hier en komt dit voort uit EU-wetgeving of Nederlandsewetgeving? Hoe zit het bijvoorbeeld met het doelgroepenvervoer?AntwoordOp basis van de Wmo 2015, de Jeugdwet, Europese aanbestedings-richtlijn en de Aanbestedingswet 2012 zijn gemeenten vrij om jeugdzorgof maatschappelijke ondersteuning zelf uit te voeren via (quasi)inbestedenof uit te besteden aan derden via aanbesteden, open house of subsidie. Ingenoemde wet- en regelgeving zijn geen specifieke uitzonderingen voorbepaalde zorgvormen geformuleerd. Ook voor het doelgroepenvervoergeldt geen specifieke uitzondering. Als de gemeente kiest voor inkoop viaaanbesteden dan moet zij de (Europese) aanbestedingsregels volgen. Alsde gemeente ervoor kiest voor (quasi) inbesteden dan moet zij zichhouden aan de wettelijke regels die daarop zien, zoals bijvoorbeeld de(Europese) aanbestedingsregels, de Wet gemeenschappelijke regelingenen de Wet Markt en Overheid. Er zijn diverse handreikingen ontwikkeldom gemeenten te ondersteunen bij het maken van deze keuzes, zoals28StatLine – Gezonde levensverwachting; inkomen en welvaart29StatLine – Gezonde levensverwachting; geslacht, leeftijd en onderwijsniveauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1643 bijvoorbeeld de Handreiking Aanbesteden Wmo 2015 en Jeugdwet,januari 2018.Vraag 98Hoeveel budget is er beschikbaar voor de bouw van nieuwe zorgvormenzoals het zorgbuurthuis?AntwoordEr is geen geoormerkt budget beschikbaar voor nieuwe zorgvormen zoalshet zorgbuurthuis. Binnen de Wlz zijn nieuwe zorgvormen mogelijk opbasis van «het scheiden van wonen en zorg» met behulp van een VPT,MPT en pgb. Cliënten betalen dan zelf hun woonlasten en kunnen zorg enondersteuning vanuit de Wlz ontvangen.Voor de stimuleringsregeling voor het bouwen van betaalbare zorgge-schikte woningen in de ouderenzorg is € 312 miljoen beschikbaar gesteld.Hiervan kunnen ook nieuwe zorgvormen worden gebouwd. Aanvragenkunnen t/m eind 2026 worden ingediend. De daarmee samenhangendekasuitgaven kunnen ook in latere jaren zullen ook in latere jarenplaatsvinden.Daarnaast gaat de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorgde komende maanden in vervolg op een onderzoek naar de herintroductievan het verzorgingshuis in gesprek met het veld over de mogelijkeinvulling van de extra zorg en ondersteuning, de stimulering van debouwopgave en de ontwikkeling van zorgzame gemeenschappen. Intotaal zijn hiervoor middelen beschikbaar oplopend tot € 470 miljoenvanaf 2030 vanuit de reservering op de aanvullende post die het kabinet inhet hoofdlijnenakkoord heeft afgesproken voor de kwaliteit van deouderenzorg. Daarnaast zijn er bij het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening middelen beschikbaar voor het stimuleren van debouw van zorggeschikte en geclusterde woningen. De uitwerking hiervanvindt momenteel plaats en wordt in samenhang met de bestaanderegelingen bezien.Vraag 99Welk deel van de opnames in verpleeghuizen betreft een spoedopname?AntwoordOp grond van de registraties is het aantal spoedopnamen in verpleeg-huizen niet te bepalen. Het eerstelijnsverblijf kent diverse prestaties, waarspoedzorg onderdeel van kan zijn. Uit de declaratiedata is niet af te leidenof een ELV-prestatie is gedeclareerd in het kader van een spoedsituatie. Inde Wlz kan het zorgkantoor een afspraak maken over spoedzorg middelseen aparte prestatie (Z110). Ook reguliere verpleeghuisopnamen in de Wlzkunnen een spoedeisend karakter hebben.Vraag 100Hoe zagen de jaarlijkse tekorten van intramurale verpleegzorgplekkeneruit voor de periode 2002 tot 2025?AntwoordHet Ministerie van VWS beschikt niet over cijfers over het jaarlijks tekortaan intramurale verpleeghuisplekken gedurende de periode 2002–2025. Eris namelijk geen registratie van het «tekort aan plaatsen» in de intra-murale setting.Het Zorginstituut publiceert wel elke maand de wachtlijstinformatie opwww.zorgcijfersdatabank.nl. De wachtlijstcijfers voor verpleeghuizenworden op deze site vermeld vanaf 2015. Daarbij wordt scherp gekekenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1644 naar de zorgbehoefte van de wachtende. Daarom wordt in de wachtlijst-monitor onderscheid gemaakt tussen drie categorieën wachtenden:Urgent plaatsen; Actief plaatsen; Wachten op voorkeur.Het merendeel van de wachtenden wacht op voorkeur en ontvangtmomenteel zorg thuis en er is ook geen dringende noodzaak tot opnamein het verpleeghuis. Dit geldt wel voor de urgent wachtenden en de actiefte plaatsen cliënten. Voor deze cliënten is er een actief beleid vanzorgkantoren om binnen de geldende termijnen, een plek in eenverpleeghuis te regelen.De meest recente wachtlijstinformatie voor verpleging en verzorging isvan 1 augustus 2025.1-8-20221-8-20231-8-20241-8-2025Urgent plaatsen306318305312Actief plaatsen3.8483.8803.7563.852Wachten op voorkeur16.60517.57916.40013.763Totaal20.75921.77720.46117.927 Vraag 101Hoeveel particuliere woonzorginstellingen hebben een winstoogmerk?Wat is hun aandeel in het totaal aanbod?AntwoordBinnen de Wlz wordt geregistreerd in welke leveringsvorm de zorggeleverd wordt (ZZP, VPT, MPT al dan niet in combinatie met pgb). Erwordt niet geregistreerd welke rechtsvorm de zorgaanbieders hebben enof deze een winstoogmerk hebben.Vraag 102Kunt u een overzicht sturen van wat de winsten van alle particulierewoonzorginstellingen in totaal waren in 2024?AntwoordDeze gegevens zijn bij het Ministerie van VWS niet bekend waardoor hetniet mogelijk is u van een overzicht te voorzien.Vraag 103Wat kost het gemiddeld per maand voor een bewoner om in eenparticuliere woonzorginstelling te wonen? Kunt u dit uitsplitsen perdoelgroep?AntwoordVoor zorg die vanuit de Wlz wordt geleverd en bekostigd, betalen decliënten een eigen bijdrage. Deze inkomensafhankelijke eigen bijdrage isin 2025 minimaal € 205,– per maand en kan oplopen tot € 1.076,60 permaand bij zorg op basis van het scheiden van wonen en zorg (vpt) en tot€ 2.954,40 per maand bij intramurale zorg.Indien zorg zonder verblijf geleverd wordt – hetgeen bij de particulierewoonzorginstellingen meestal het geval is – betalen cliënten daarnaastvoor huur- en servicekosten. Deze kosten worden binnen de overheid nietgeregistreerd. Cliënten kunnen daarbij zelf de afweging maken of decombinatie van het aanbod aan wonen en zorg in particuliere woonzorgin-stellingen voor hen van meerwaarde is ten opzichte van andere vormenvan zorgverlening en het woon/zorgaanbod op andere plekken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1645 Vraag 104Kunt u een overzicht geven van hoe de wachtlijsten in de verschillendesectoren van de zorg zich sinds 2010 hebben ontwikkeld?AntwoordMedisch specialistische zorgVoor de medisch specialistische behandelingen is er geen inzicht in dewachtlijsten. Wel verzamelt de Nederlandse Zorgautoriteit informatie overwachttijden bij medisch specialistische zorgaanbieders conform deRegeling Aanleveren wachttijden medisch-specialistische zorg(NR/REG-2421).Zorgaanbieders leveren op basis van de regeling periodiek de wachttijdenaan voor specifieke behandelingen.De website www.staatvenz.nl bevat grafieken met de wachttijden voormedisch specialistische zorg, uitgesplitst naar behandeling, polikliniek endiagnostiek. In deze grafieken30, 31, 32 is een trend zichtbaar dat hetpercentage wachtenden dat langer wacht dan de Treeknorm stijgt vanaf2013–2014. Het aantal wachtenden dat langer wacht dan de Treeknorm opeen behandeling, lijkt sinds 2022 af te nemen.Geestelijke gezondheidszorgDe Nederlandse Zorgautoriteit publiceert informatie over wachttijdensinds 2018 in de Informatiekaart wachttijden GGZ. Dit gaat om degeestelijke gezondheidszorg (GGZ) die valt onder zorgverzekeringswet.Vanaf 1 januari 2021 bevat de informatiekaart ook informatie over hetaantal mensen op de wachtlijst bij zorgaanbieders met meer dantien zorgverleners (Informatie kaart Wachttijden GGZ 2021 – de Neder-landse Zorgautoriteit). Vanaf 2023 spreekt de informatiekaart overwachtplekken in plaats van het aantal wachtenden. Hier wordt het aantalplekken op de wachtlijst bij een GGZ-aanbieder voor aanvang van eenintake of behandeling bedoeld, niet het aantal unieke personen dat op dewachtlijst staat.De website Nederlandse Zorgautoriteit bevat de informatiekaarten sinds2018. Deze geven ook inzicht in het percentage wachtenden dat langerdan wacht dan de Treeknorm, tussen 2021–2024. Op basis hiervan lijkt hetaantal wachtplekken sinds 2018 niet te dalen. Toch behoeven deze cijfersook enige nuance. De stijging komt ook voort uit het gegeven dat westeeds beter inzicht hebben in het aantal wachtplekken omdat steeds meerzorgaanbieders cijfers aanleveren. Dat resulteert ook in een hoger aantalwachtplekken.Langdurige zorgHet Ministerie van VWS beschikt over wachtlijstcijfers voor Wlz zorg vanaf2015. In onderstaande tabel treft u deze gegevens aan per sector. Dezegegevens treft u aan op: StatLine – Wachtenden in de langdurige zorg;sector, kwartaal (cbs.nl) Meer achtergrondinformatie over deze gegevenstreft u aan bij de toelichting op deze tabel op de website van StatLine.30Behandeling: https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/wachttijd-behandeling-medisch-specialistische-zorg-overschrijding-treeknorm-en-gemiddelde-wachttijd, datum: 17-02-202531Diagnostiek: https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/wachttijd-diagnostiek-medisch-specialistische-zorg-overschrijding-treeknorm-en-gemiddelde-wachttijd, datum: 17-02-202532Polikliniek: https://www.staatvenz.nl/wachttijd-poliklinisch-consult-medisch-specialistische-zorg-overschrijding-treeknorm-en-gemiddelde, datum: 03-03-2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1646 TotaalwachtendenWlzTotaalwachtendenzzp Verplegingen verzorgingTotaalwachtendenzzp Gehandi-captenzorgTotaalwachtendenzzp Geestelijkegezond-heidszorg2015 3e kwartaal13.5938.8604.6281052016 3e kwartaal14.7679.7754.910822017 3e kwartaal13.5079.4034.039652018 3e kwartaal––––2019 3e kwartaal18.99816.4242.558162020 3e kwartaal23.28220.6612.558332021 3e kwartaal18.00115.7351.8214452022 3e kwartaal21.65319.1921.7706912023 3e kwartaal23.67921.2091.8086622024 3e kwartaal22.74520.3041.7716702025 3e kwartaal19.99117.6381.711642 De cijfers van het derde kwartaal in 2025 zijn voorlopige cijfers.Vraag 105Hoeveel mensen staan er momenteel op de wachtlijst voor hetverpleeghuis?AntwoordDe meest recente wachtlijstinformatie voor verpleging en verzorging isvan 1 augustus 2025. In de wachtlijstmonitor wordt onderscheid gemaakttussen drie categorieën wachtenden: Urgent plaatsen; Actief plaatsen;Wachten op voorkeur. Het merendeel van de wachtenden wacht opvoorkeur en ontvangt momenteel zorg thuis en er is ook geen dringendenoodzaak tot opname in het verpleeghuis. Dit geldt wel voor de urgentwachtenden en de actief te plaatsen cliënten. Voor deze cliënten is er eenactief beleid van zorgkantoren om binnen de geldende termijnen, een plekin een verpleeghuis te regelen.1-8-2025Urgent plaatsen312Actief plaatsen3.852Wachten op voorkeur13.763Totaal17.927 Vraag 106Hoeveel mensen staan er momenteel op de wachtlijst voor een behan-deling in het ziekenhuis?AntwoordEr bestaat momenteel geen landelijke registratie van het aantal mensendat op een wachtlijst voor een behandeling in het ziekenhuis staat. Via deNederlandse Zorgautoriteit (NZa) worden onder andere de wachttijdenper behandeling verzameld, welke inzichtelijk zijn op ZorgkaartNederland.In het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord hebben partijen afgesprokendat aanbieders per 1 januari 2026 het aantal wachtenden periodiek gaanaanleveren bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om inzicht te geven inhet aantal wachtenden per specialisme per zorgverzekeraar.Vraag 107Hoeveel mensen hebben momenteel geen huisarts?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1647 Op basis van bestaande onderzoeken, onder andere van het NIVEL, heeftde Algemene Rekenkamer geconcludeerd dat er tussen de 45.000 en194.000 mensen zonder huisarts zijn33. Daarnaast is er een groep vanongeveer 600.000 volwassenen die wel bij een huisarts staaningeschreven, maar willen overstappen, bijvoorbeeld vanwege eenverhuizing of ontevredenheid over hun huidige praktijk34.Vraag 108Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de GGZ?AntwoordVolgens de laatste cijfers die de NZa heeft gepubliceerd waren er1 oktober 2024 108.878 wachtplekken voor de geestelijke gezondheidszorg(Informatiekaart Wachttijden en wachtplekken GGZ – oktober 2024 –Nederlandse Zorgautoriteit). Hierbij gaat het om 62.598 wachtplekkenbuiten de treeknorm. Omdat mensen op meerdere wachtlijsten kunnenstaan, is het aantal wachtplekken niet gelijk aan het aantal uniekepersonen dat wacht op GGZ. Dit jaar publiceert de NZa een openbaardashboard dat actuele GGZ-wachttijdgegevens op één plek samenbrengt.Dit dashboard gaat voorzien in een frequent, completer en actueler inzichtin wachttijden instroomaantallen dan de huidige informatiekaarten.Wachtplekken worden hierin niet meer geregistreerd en gepubliceerd.Vraag 109Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor transzorg?AntwoordCijfers over het aantal mensen dat op de wachtlijst staat voor transgen-derzorg worden niet apart bijgehouden. Volgens onderzoek dat inopdracht van het Ministerie van VWS heeft plaatsgevonden in 2022(Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 31 016, nr. 352) stonden er in2022 ruim 7000 mensen op de wachtlijst voor indicatiestelling voorsomatische transgenderzorg. Het bovengenoemde aantal wachtenden kanafwijken van het aantal mensen dat daadwerkelijk wacht op zorg,bijvoorbeeld doordat sommige mensen op meerdere wachtlijsten staanen mensen op de wachtlijst staan die geen zorgvraag meer hebben. In hetAanvullend Zorg en Welzijnsakkoord hebben partijen afgesproken dataanbieders wachtlijsten opschonen en partijen actieve zorgbemiddelinggaan invoeren.Het Landelijk Platform Transgenderzorg (LPT) is op 9 februari 2025officieel opgericht. Het LPT werkt aan het verbeteren van de toeganke-lijkheid en kwaliteit van de transgenderzorg en ontvangt hiervoor vanuitVWS een subsidie. Bij dit Platform is zowel de eerste, tweede als derde lijnbetrokken en wordt ook naar wachttijden gekeken.Vraag 110Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de gehandicap-tenzorg?AntwoordVolgens de wachtlijstregistratie van het Zorginstituut wachtten er op1 augustus 2025 1.738 cliënten op een plek in een instelling voorgehandicaptenzorg. U treft de maandelijkse rapportages aan op: Wacht-lijsten landelijk niveau | Zorgcijfersdatabank.nlVraag 11133https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/04/02/focus-op-huisartsentekort34https://www.nivel.nl/nl/publicatie/burgers-over-inschrijving-bij-een-nieuwe-huisartsenpraktijkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1648 Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de jeugdzorg?AntwoordGemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp.Inzicht in wachttijden gebeurt dus in eerste instantie op gemeentelijk enregionaal niveau.Cijfers over wachttijden zijn nu nog niet op landelijk niveau beschikbaar.Dit komt onder andere omdat gemeenten en regio’s op hun eigen manieraanmelding en start van een traject registreren, en er geen eenduidigedefinitie ligt van wat wachttijd precies is.Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport werkt aan hetverbeteren van inzicht in wachttijden op landelijk niveau. Dit doen wedoor in te zetten op het verbeteren van het (uniform) gebruik van hetBerichtenverkeer (standaardisatie). Dit is conform de afspraak uit deHervormingsagenda om middels data en monitoring inzicht in hetfunctioneren van het jeugdstelsel te verbeteren.Vraag 112Welk deel van de geplande bezuinigingen op de langdurige zorg komtnaar verwachting neer bij de gehandicaptenzorg, welk deel bij deouderenzorg en welk deel bij de langdurige GGZ?AntwoordBijgaande tabel geeft een overzicht van de tariefmaatregelen op hetterrein van de langdurige zorg per sector zoals verwerkt in de ontwerpbe-groting 2026 van het Ministerie van VWS. Voor de ouderenzorg wordendeze gerealiseerd op grond van de afspraken in het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg (HLO). Voor de gehandicaptenzorg en langdurige GGZ zijndeze gepland met ingang van 2027. Bij de gehandicaptenzorg gaat het omde som van de maatregelen op het terrein van meerjarig contracteren(€ 52 miljoen structureel), Wlz-behandeling (€ 88 miljoen structureel) enopschaling digitale zorg (oplopend tot € 108 miljoen structureel). Bij delangdurige GGZ gaat het om de maatregel op het terrein van meerjarigcontracteren (€ 13 miljoen structureel).Vraag 113Hoeveel gemeenten bieden een meerkostenregeling voor chronischzieken of mensen met een beperking aan? Wat is de gemiddelde hoogtevan de bedragen die beschikbaar zijn voor mensen via deze regelingen?AntwoordCijfers uit 202135 laten zien dat 59% van de gemeenten een meerkostenre-geling heeft in de vorm van individuele bijzondere bijstand en 47% van degemeenten in de vorm van een individuele tegemoetkoming (o.a. voormensen met een chronische ziekte en/of een beperking). We hebben geeninzicht in de gemiddelde hoogte van deze gemeentelijke regelingen.Vraag 114Hoe vaak worden er budgetplafonds opgelegd aan GGZ-aanbieders?Antwoord35Rapport: Goed geregeld? Een onderzoek naar gemeentelijke regelingen rondom financieelmaatwerk voor hoge zorgkosten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1649 Er is geen zicht op hoe vaak omzetplafonds worden afgesproken tussenzorgaanbieders en zorgverzekeraars. Het maken van afspraken, ook overomzetplafonds, is een zaak tussen individuele aanbieders en individuelezorgverzekeraars.Vraag 115Welke concrete plannen zijn er tot dusverre bekend om de wachtlijsten inde GGZ op korte termijn terug te dringen?AntwoordEr lopen verschillende maatregelen om de wachttijden in de GGZ terug tedringen. Binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn onder meer hetverkennend gesprek ingevoerd, extra uren beschikbaar gesteld voor dePOH-GGZ, en wordt gewerkt aan beter regionaal inzicht in wachttijdenzodat beschikbare capaciteit optimaal wordt benut. Ook wordt eenlandelijk netwerk van laagdrempelige steunpunten opgebouwd; inmiddelszijn er circa 278 locaties waar mensen snel terechtkunnen voor onder-steuning dicht bij huis.Daarnaast bevat het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)aanvullende maatregelen gericht op het voorkomen van instroom,bevorderen van door- en uitstroom en het wegnemen van ongewensteprikkels in het stelsel. Zo wordt gewerkt aan kortere en passenderbehandelvormen (zoals groeps- en online-behandeling), actieve zorgbe-middeling, het afschaffen van exclusiecriteria en een passender bekos-tiging van onderdelen van de cruciale GGZ.Met deze aanpak wordt ingezet op het sneller en passender helpen vanmensen met psychische problematiek, terwijl de capaciteit in de GGZbeter wordt benut.Vraag 116Hoeveel jongeren kregen er in 2024 jeugdzorg? Hoe is dit aantal verdeeldover de verschillende vormen van jeugdzorg?AntwoordDe definitieve cijfers van het CBS laten zien dat in 2024 491.025 jongeren(11.1%) een vorm van jeugdzorg kregen. Jongeren kunnen verschillendevormen van jeugdzorg tegelijk ontvangen. Onderstaande tabel laat pervorm van jeugdzorg zien hoeveel jongeren dit ontvangen.Perioden20242024Jongeren (aantallen)Jongeren (%)Totaal jeugdzorg (natura & PGB)491.02511,1Totaal jeugdhulp (natura & PGB)482.74010,9Totaal jeugdhulp (natura)478.65510,8Totaal jeugdhulp zonder verblijf (natura)461.89010,4Totaal jeugdhulp met verblijf (natura)41.7750,9Totaal jeugdbescherming (natura)33.9401Totaal jeugdreclassering (natura)8.2900,4Bron: CBS StatLine – Kerncijfers over jeugdzorg Note: de gegevens van de SVB (over jeugdhulpontvangers met een PGB)bevatten geen zorginhoudelijke informatie. Om die reden worden cijfersover jeugdhulpzorgvormen alleen in natura weergegeven.Vraag 117Hoeveel jongeren zitten er momenteel in de gesloten jeugdzorg?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1650 AntwoordVolgens de meest recente monitor van de Jeugdautoriteit verblijven er408 jeugdigen in een instelling voor gesloten jeugdhulp.36Vraag 118Hoeveel jongeren kregen er in 2025 jeugdzorg? Hoe is dit aantal verdeeldover de verschillende vormen van jeugdzorg?AntwoordCijfers over 2025 zijn nog niet beschikbaar. Wel zijn de voorlopige cijfersover het eerste halfjaar van 2025 beschikbaar. In het eerste halfjaar van2025 kregen 402.620 jongeren (9,1%) een vorm van jeugdzorg. Jongerenkunnen verschillende vormen van jeugdzorg tegelijk ontvangen. Onder-staande tabel laat per vorm van jeugdzorg zien hoeveel jongeren ditontvangen.Perioden1e halfjaar 202511e halfjaar 20251Jongeren (aantallen)Jongeren (%)Totaal jeugdzorg (natura & PGB)402.6209,1Totaal jeugdhulp (natura & PGB)393.7658,9Totaal jeugdhulp (natura)390.1008,8Totaal jeugdhulp zonder verblijf (natura)373.0158,4Totaal jeugdhulp met verblijf (natura)33.8650,8Totaal jeugdbescherming (natura)29.4250,9Totaal jeugdreclassering (natura)7.2000,31 Voorlopige cijfers Note: de gegevens van de SVB (over jeugdhulpontvangers met een PGB)bevatten geen zorginhoudelijke informatie. Om die reden worden cijfersover jeugdhulpzorgvormen alleen in natura weergegeven.Bron: CBS StatLine – Kerncijfers over jeugdzorgVraag 119Hoeveel jongeren zitten er momenteel in de residentiële jeugdzorg?AntwoordIn 2024 kregen 41.260 jeugdigen van 0 tot 22 jaar jeugdhulp met verblijf.Dit zijn de meest recente cijfers over 2024 van het CBS.37 Hier vallendiverse vormen van voltijd en deeltijd verblijf onder, zoals pleegzorg,gezinshuizen en residentiële instellingen, inclusief gesloten jeugdhulp. Erzijn geen andere actuele landelijke cijfers over jeugdigen in residentiëlejeugdzorg.Vraag 120Hoeveel budget komt er beschikbaar voor alternatieven voor de geslotenjeugdzorg?AntwoordVoor de transformatie van de gesloten jeugdhulp wordt over de periode2024–2028 in totaal € 176 miljoen beschikbaar gesteld aan de zevencoördinerende gemeenten, conform de bestuurlijke afspraken tussen hetRijk, de VNG en Jeugdzorg Nederland. Deze middelen voor geslotenjeugdhulp zijn primair bedoeld voor de afbouw van gesloten jeugdhulp enombouw naar kleinschalig gesloten jeugdhulp om zo te komen tot een36https://www.jeugdautoriteit.nl/documenten/2025/07/14/monitor-jeugdzorgplus-peildatum-31-maart-202537https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2025/jeugdhulp-2024/1-jongeren-met-jeugdhulpTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1651 gelijk speelveld te creëren voor alternatieven voor gesloten jeugdhulp. Ingevallen waar men al verder is in de transformatie, kunnen middelen ookvoor alternatieven ingezet worden.Ook is er budget beschikbaar voor de landelijke ondersteuning van dezetransformatie. Voor de structurele meerkosten van kleinschalige geslotenvoorzieningen is structureel € 74 miljoen beschikbaar.Voor de opbouw van alternatieven kunnen gemeenten ook ondersteuningkrijgen vanuit acht bovenregionale expertisenetwerken die via eenSPUK-regeling structureel bekostiging ontvangen en onder andere totdoel hebben om bij te dragen aan passende oplossingen voor jongerenmet complexe en meervoudige problematiek die vastlopen in de zorg.Over de eenmalige kosten voor de opbouw van alternatieven is in deHervormingsagenda Jeugd afgesproken dat alle gemeenten investerenmet de jeugdhulppartners in alternatieve vormen van zorg/hulp om inzetvan residentieel verblijf te voorkomen en een succesvolle terugkeer naarhuis te bevorderen.Vraag 121Hoe groot is de loonkloof tussen de zorg enerzijds en de rest van depublieke sector en de marktsector anderzijds?AntwoordUit onderzoek dat de voormalig Minister voor Langdurige Zorg en Sporteind 2023 naar uw Kamer heeft gestuurd38 blijkt dat het gemiddeldeuurloon van medewerkers in de zorg redelijk vergelijkbaar is met devergelijkbare medewerkers in de marktsector en wat achter loopt tenopzichte van andere (semi-)publieke sectoren. Daarnaast blijkt dat demarktconformiteit van de salarissen in de zorg verschilt tussenzorgbranches en ook tussen verschillende groepen binnen dezelfdebranche. Zo ligt het gemiddelde uurloon in de umc’s ruim boven hetuurloon van vergelijkbare werknemers zowel in de marktsector als depublieke sector, terwijl bijvoorbeeld het uurloon in de gehandicapten-sector of sociaal werk eronder ligt. Daarnaast zien we dat in de sector zorgen welzijn de hoogte van de beloning meer dan in andere sectorensamenhangt met opleidingsniveau en werkervaring. Voor mensen meteen mbo-opleiding of zonder startkwalificatie geldt dat ze in zorg enwelzijn in de meeste branches minder verdienen dan vergelijkbarewerknemers in andere sectoren. Het beeld voor medewerkers met eenhbo-opleiding verschilt sterk per branche, maar gemiddeld genomen voorde hele sector zorg en welzijn blijft de beloning iets achter ten opzichtevan vergelijkbare werknemers in andere sectoren. Medewerkers metwo-niveau verdienen relatief meer dan in andere sectoren in Nederland(behalve in het sociaal domein). Een compleet beeld van de uitkomstenkan uw Kamer vinden in de hierboven genoemde onderzoeken die eind2023 naar uw Kamer zijn gestuurd.Vraag 122Hoeveel zou het kosten om de lonen van alle zorgverleners te verhogennaar het niveau van vergelijkbare functies in de publieke sector en demarktsector?AntwoordDat hangt af van de wijze waarop deze verhoging ingevuld wordt en welkeaannames daarbij worden gehanteerd. Voor een beeld van de verschil-lende opties om de lonen binnen zorg en welzijn te verhogen naar het38Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, kamerdossier 29 282, kamerstuk nr. 552Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1652 niveau van vergelijkbare functies in de publieke sector en de marktsectormet bijbehorende kosten, wordt u verwezen naar de brief die op 27 juni2024 naar uw Kamer is gestuurd39.Vraag 123Hoeveel zou het op termijn opleveren om alle nieuwe medisch specia-listen in loondienst te laten gaan?AntwoordIn «Zorgkeuzes in Kaart» (ZiK, 2020) is een berekening gemaakt voor definanciële effecten van regelgeving waardoor medisch specialisten inloondienst gaan.40 Daarin is een raming gemaakt van de besparing oppersoneelskosten van structureel € 240 miljoen, een besparing als gevolgvan een lagere productieprikkel van € 100 miljoen en van de investeringvan € 10 miljoen voor transitiekosten gedurende vijf jaar en eenincidentele investering tot € 2.000 miljoen voor compensatie vangoodwill. Wanneer deze maatregel alleen wordt toegepast op «nieuwe»artsen, zal het aantal artsen in loondienst geleidelijk toenemen volgenseen groeipad. Het zal daarom lang (30 jaar) duren voor de genoemdeopbrengsten zich volledig manifesteren. Daarnaast zijn de berekeningengebaseerd op aannames en dusdanig met onzekerheden omgeven, dateen nadere berekening nodig is in geval een dergelijke maatregel wordtoverwogen. In het recent gepubliceerde Keuzes in Kaart heeft het CPB ditook in verschillende varianten doorgerekend.41 Het veld, de medischspecialisten, hebben zich kritisch uitgelaten over de onderbouwing vandeze doorrekening.Tot slot vergt een maatregel om nieuwe specialisten in loondienst tebrengen ook een gedegen juridische onderbouwing. Het (verplicht) inloondienst nemen van nieuwe medisch specialisten betreft wetgeving dieingrijpt in eigendom. De maatregel moet worden getoetst aan hetEuropees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Verdrag WerkingEuropese Unie in verband met het recht op eigendom. De maatregel moetnoodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn om het doel te behalen. Eerderheeft de Landsadvocaat aanzienlijke risico’s geconstateerd bij deuitvoerbaarheid van een maatregel om alle specialisten in loondienst tebrengen. Dezelfde voorbehouden gelden voor het in loondienst brengenvan nieuwe medisch specialisten.Vraag 124Welk percentage van de Nederlandse werkenden werkte in 2024 en 2025in de zorg?AntwoordIn het vierde kwartaal van 2024 werkte 15,8% van alle werkenden in desector Zorg en Welzijn (exclusief kinderopvang, bron: CBS, AZW Statline).Het percentage voor 2025 kan nog niet worden vastgesteld, aangezien wenog in 2025 zitten.Vraag 125Hoeveel uur werkte de gemiddelde werknemer in de zorg in 2024 en 2025per week en hoe verhoudt dat zich tot het gemiddelde aantal uur van allewerkenden in Nederland?Antwoord39Tweede Kamer, vergaderjaar 2023/2024, Kamerdossier 29 282, kamerstuk nr. 58040Zorgkeuzes in Kaart (ZiK) 37 Zorgkeuzes in Kaart | Rapport | Rijksoverheid.nl41Keuzes in Kaart 2027-2030 | CPB WebsiteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1653 Gemiddeld werkten werknemers in de zorg in 2024 21,8 uur per week,voor alle werkenden in Nederland was dat 26,3 uur (bron: CBS Statline).Dat is het aantal gewerkte uren per jaar gedeeld door 52 weken, hetgemiddelde per week dat men werkt ligt hoger. Omdat het aantal wekendat iemand vakantie heeft echter verschilt per branche en sector is eengemiddelde per gewerkte week niet te berekenen voor alle werkenden inNederland. Voor 2025 zijn nog geen cijfers beschikbaar.Vraag 126Welk deel van het totaal aantal fte in de Nederlandse economie wordtgeleverd door zorgverleners?AntwoordIn het 1e kwartaal van 2025 betrof het aantal fte in zorg en welzijn(excl. kinderopvang) 980.800. Dit is ruim 14% van het totaal fte in deNederlandse economie. In aantal werknemers ligt het aandeel van zorg enwelzijn hoger, namelijk op 16% (1 op 6,4).Vraag 127Welk deel van de werknemers in de zorg leeft onder de armoedegrens?AntwoordEr zijn geen specifieke statistieken die precies in kaart brengen hoeveelzorgmedewerkers onder de armoedegrens leven. Er wordt bij armoede-en koopkrachtramingen gekeken naar de gehele bevolking waarbij het nietmogelijk is de specifieke gegevens over alleen zorgmedewerkers daaruitte halen. Daarnaast is armoede niet alleen een kwestie van inkomen.Sommige mensen en dus ook zorgmedewerkers kunnen bijvoorbeeldschulden hebben of kampen met hoge vaste lasten, waardoor zefinancieel kwetsbaarder zijn dan hun salaris op het eerste gezicht doetvermoeden. Deze «onzichtbare» armoede wordt vaak niet goedvastgelegd in statistieken.Vraag 128Hoe groot zijn de personeelstekorten in de totale zorg momenteel? Kunt udit in een tabel uitsplitsen per sector?AntwoordEr zijn geen cijfers beschikbaar over de actuele tekorten per branche. Welzijn er cijfers beschikbaar op basis van de laatste prognose van najaar2024.In onderstaande tabel is weergegeven wat het verwachte tekort in 2025per branche is.Verwachte tekorten 2025in aantal werknemersVerwachte tekort in 2025 in% van het aantal werkzamewerknemersZorg en welzijn totaal66.3004,8%Universitair medische centra2.6003,2%Ziekenhuizen en overige med. spec.zorg7.8003,5%Geestelijke gezondheidszorg8.6007,7%Huisartsen en gezondheidscentra1.6004,4%Overige zorg en welzijn8.3006,0%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1654 Verwachte tekorten 2025in aantal werknemersVerwachte tekort in 2025 in% van het aantal werkzamewerknemersVerpleging en verzorging16.1004,8%Thuiszorg6.3004,0%Gehandicaptenzorg9.7005,2%Jeugdzorg1.3003,4%Sociaal werk4.1006,1%Bron: ABF Research, Prognosemodel Zorg en Welzijn Vraag 129Wat is het huidige tekort aan personeel op de spoedeisende hulpposten?AntwoordEr zijn geen cijfers beschikbaar over het totaal (landelijk) tekort aanpersoneel op de spoedeisende hulpposten. Het Capaciteitsorgaan heeft inhaar adviezen wel aandacht voor de tekorten van IC- en SEH-verpleegk-undigen. Het aantal IC-verpleegkundigen is de afgelopen jaren lichtgedaald. Uit het laatst beschikbare advies van het Capaciteitsorgaan uit2024 blijkt dat er in 2024 3.652 FTE aan IC-verpleegkundigen werkzaamwas, met 207 FTE aan openstaande vacatures. De groei in vraag naarIC-verpleegkundigen neemt af, bijvoorbeeld omdat ook andere verpleeg-kundigen op de IC worden ingezet. Echter, door het achterblijven van deinstroom op ten opzichte van de capaciteitsadviezen van afgelopen jaren,is een forse opleidingsinspanning nodig om in 2031 te kunnen voldoenaan de zorgvraag. Het aantal werkzame SEH-verpleegkundigen was in2024 2.306 FTE, met 108 FTE aan openstaande vacatures. Het aantalSEH-verpleegkundigen is de afgelopen jaren gestegen, en al blijven ertekorten bestaan, zijn deze wel afgenomen daar ziekenhuizen ervoorkiezen de tekorten sneller in te lopen. De afgelopen jaren zijn er dan ookeen flink aantal SEH-verpleegkundigen opgeleid, meer ook dangeadviseerd.Het Capaciteitsorgaan adviseert VWS over de benodigde instroom bij eengroot aantal (medische) vervolgopleidingen die worden bekostigd doorVWS, waaronder de SEH-arts. Voor de SEH-arts is de afgelopen jarenbudgettaire ruimte beschikbaar gesteld om het instroomadvies van hetCapaciteitsorgaan van 42 opleidingsplaatsen over te nemen.Vraag 130Hoeveel uur is de gemiddelde zorgverlener per week gemiddeld kwijt aanadministratie?AntwoordVolgens de meest recente cijfers (peildatum tweede kwartaal 2025,uitgevraagd door CBS42) waren zorgverleners gemiddeld 31,1 procent vanhun werktijd kwijt aan verslaglegging. Bij een 40-urige werkweek komt ditneer op ongeveer 12,5 uur administratie per week. Tussen de zorgsectorenonderling is er wel variatie in de tijd die wordt besteed aan administratie.In de wijkverpleging is de administratieve tijd met ongeveer 28 procenthet laagst, terwijl de administratietijd in de huisartsenzorg (36,9 procent)en jeugdzorg (38,1 procent) hoger ligt.Vraag 13142AZW: uitkomsten werknemersenquête, 2e kwartaal 2025 | CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1655 Hoeveel uur is de gemiddelde zorgverlener per week gemiddeld kwijt aanadministratieve handelingen die worden voorgeschreven door dezorgverzekeraars?AntwoordHet ministerie beschikt niet over de informatie waarnaar wordt gevraagd,omdat hier geen cijfers over bekend zijn.Vraag 132Hoeveel mensen werken er in de zorg? Kunt u dit in een tabel uitsplitsenper deelsector?AntwoordIn het eerste kwartaal van 2025 werkten er 1.343.200 mensen alswerknemer in de zorg. In de onderstaande tabel is dit per brancheweergegeven (seizoensgecorrigeerde aantallen, m.u.v. Jeugdzorg).Aantal werknemers, Q1 2025Universitair medische centra80.400Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg223.100Geestelijke gezondheidszorg110.500Huisartsen en gezondheidscentra36.100Overige zorg en welzijn137.700Verpleging, verzorging en thuiszorg471.200Gehandicaptenzorg184.400Jeugdzorg138.300Sociaal werk64.600Zorg en Welzijn totaal1.343.2001 Aantallen tellen niet op tot totaal omdat voor Jeugdzorg het niet-seizoensgecorrigeerde aantalis opgenomen (seizoensgecorrigeerde aantal is bij Jeugdzorg niet voorhanden) Vraag 133Hoeveel mensen werken er als zzp’er in de zorg? Kunt u dit in een tabeluitsplitsen per deelsector?AntwoordIn het tweede kwartaal van 2025 waren er 135.000 mensen actief als zzp’erin de zorg. In de onderstaande tabel is dit per branche weergegeven.Aantal zzp’ers, Q2 2025Universitair medische centra1.000Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg10.000Geestelijke gezondheidszorg15.000Huisartsen en gezondheidscentra11.000Overige zorg en welzijn56.000Verpleging, verzorging en thuiszorg22.000Gehandicaptenzorg5.000Jeugdzorg4.000Sociaal werk12.000Zorg en Welzijn totaal135.000Bron: CBS, AZW Statline Vraag 134Hoeveel fysiotherapeuten zijn er in 2024 gestopt?AntwoordHet exacte aantal fysiotherapeuten dat in 2024 is gestopt, is niet bekend.De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) doet momenteel onderzoek naar defysiotherapeutische sector. In de tussentijdse rapportage maakt de NZaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1656 gebruik van gegevens van het Stichting Pensioenfonds Fysiotherapeuten(SPF). Dit fonds registreert jaarlijks hoeveel fysiotherapeuten toetreden ofstoppen met werken. Uit de SPF-data blijkt dat de uitstroom de afgelopenjaren gestaag is toegenomen.Waar jarenlang meer fysiotherapeuten instroomden dan uitstroomden, isin 2022 en 2023 voor het eerst sprake van een lichte ommekeer: erstoppen tegenwoordig iets meer fysiotherapeuten dan erbij komen. Dezetrend sluit aan bij de cijfers uit het BIG-register.De NZa komt eind december 2025 met haar eindrapport over de ontwikke-lingen binnen de fysiotherapeutische markt, en bekijkt of het mogelijk isdaarin ook de meest recente cijfers over in- en uitstroom op te nemen.Vraag 135Welk percentage van de fysiotherapeuten verlaat binnen vijf jaar het vak?AntwoordEr zijn momenteel geen recente cijfers beschikbaar over het percentagefysiotherapeuten dat het vak binnen vijf jaar daadwerkelijk verlaat.De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg is bekend metsignalen dat fysiotherapeuten het vak vroegtijdig verlaten of ditoverwegen. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voert momenteel eenmarktonderzoek uit naar de fysiotherapeutische sector. De NZa komt einddecember 2025 met haar eindrapport over de ontwikkelingen binnen defysiotherapeutische markt, en bekijkt of het mogelijk is daarin ook meestrecente cijfers over in- en uitstroom op te nemen.Vraag 136Wat zijn de ziekteverzuimcijfers voor de gehele sector zorg & welzijn voor2025, voor de afgelopen vijf jaar en wat is de verwachting voor 2026?AntwoordIn het tweede kwartaal van 2025 was het verzuimpercentage voor desector Zorg en Welzijn 7,1%. In de vijf jaar daarvoor was dat:•Q2 2020: 6,2%•Q2 2021: 6,5%•Q2 2022: 7,5%•Q2 2023: 7,0%•Q2 2024: 7,2%Over het ziekteverzuim in 2026 kunnen geen uitspraken worden gedaan.De ontwikkeling van het ziekteverzuim is van veel onzekere factorenafhankelijk en daarmee moeilijk te prognosticeren.Vraag 137Hoeveel procent van de werknemers per sector in de zorg, verdienenminder dan een modaal salaris?AntwoordVolgens de laatste CPB-raming bedraagt het bruto modaal inkomen in2025 circa 46,5 duizend euro. Op basis van gegevens van het Pensioen-fonds zorg en welzijn (PFZW) over het bruto voltijdsjaarinkomen vanmedewerkers binnen zorg en welzijn (exclusief de branches umc’s enoverige zorg en welzijn) verdient naar schatting zo’n 50% van diewerknemers minder dan modaal. Een inkomensverdeling per branchebinnen zorg en welzijn is niet voor handen en daarom is ook geenschatting te maken hoeveel werknemers minder verdienen dan modaalvoor de afzonderlijke branches. Voor umc’s zijn geen recente gegevensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1657 bekend over de inkomensverdeling. Op basis van oude cijfers (over 2018)is wel de verwachting dat het aandeel werknemers dat minder dan eenmodaal inkomen verdient veel lager ligt dan het gemiddelde van circa50% voor andere branches binnen zorg en welzijn.Vraag 138Hoe hoog is de uitstroom in de zorg uitgesplitst per sector?AntwoordIn onderstaande tabel is voor de sector Zorg en Welzijn totaal en voor deverschillende branches weergegeven wat de uitstroom was tussen heteerste kwartaal van 2024 en het eerste kwartaal van 2025. Voor de sectorals totaal was de uitstroom 10,2%. Daarvan is 1,8 procentpunt uitstroomnaar pensioen (oftewel: 1 op de 6 mensen die uitstroomt gaat metpensioen).In de tabel is ook weergegeven wat de absolute uitstroom was, deabsolute instroom en wat het saldo van in- en uitstroom was. Te zien isdat in elke branche de instroom groter was dan de uitstroom en dat hetaantal werknemers in elke branche daarmee is toegenomen.Uitstroom-percentage (absoluteuitstroom in een jaar als aandeelvan het aantal werknemers aanhet begin van dat jaar)UitstroomabsoluutInstroomabsoluutSaldo in- enuitstroomUniversitair medische centra9,3%7.4808.5101.040Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg7,5%16.83017.700870Geestelijke gezondheidszorg8,6%9.49011.1001.620Huisartsen en gezondheidscentra8,3%2.9904.1401.150Overige zorg en welzijn12,2%16.73021.4104.680Verpleging, verzorging en thuiszorg11,2%52.95065.73012.780Gehandicaptenzorg9,3%17.13019.7502.620Jeugdzorg12,1%4.3805.6801.300Sociaal werk15,4%9.93013.1503.230Zorg en welzijn (smal)10,2%137.890167.17029.280Bron: CBS, AZW Statline. Vanwege de afronding op tientallen zit er soms een klein verschil tussen het totaal voor Zorg en Welzijn en de optelsomvan de verschillende branches, en tussen het saldo van in- en uitstroom en de aftrek Vraag 139Hoe groot is het aantal zorgmedewerkers dat binnen twee jaar na hunzorgopleiding uitstroomt naar een sector die geen onderdeel vormt vanZorg en Welzijn, uitgesplitst naar sector?AntwoordUit een onderzoek uit 2024 blijkt dat 12% van de werknemers binnen tweejaar na hun zorgopleiding uitstroomt uit de zorg (dat is inclusief degenendie tijdelijk vertrekken en binnen twee jaar weer in de zorg werkzaam zijn).De cijfers zijn afkomstig uit een onderzoek van SEO (2024; Voorkomen isbeter dan genezen; Vroege uitval uit de zorgsector in kaart gebracht – SEOEconomisch Onderzoek). Het gaat hier om werknemers, degenen die eenoverstap naar zzp-schap maken tellen mee als uitstroom. Daarnaast is inde afbakening van de zorg het welzijnswerk niet meegenomen. Degenendie uit bijvoorbeeld de jeugdzorg zijn overgestapt naar welzijnswerk tellendus ook mee als uitstroom. Deze cijfers zijn niet uit te splitsen naarbranche.Vraag 140Hoe groot is het aantal zorgmedewerkers dat binnen vijf jaar na hunzorgopleiding uitstroomt naar een sector die geen onderdeel vormt vanZorg en Welzijn, uitgesplitst naar sector?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1658 Uit een onderzoek uit 2024 blijkt dat 18% van de werknemers binnenvijf jaar na hun zorgopleiding uitstroomt uit de zorg (dat is inclusiefdegenen die tijdelijk vertrekken en binnen vijf jaar weer in de zorgwerkzaam zijn). De cijfers zijn afkomstig uit een onderzoek van SEO (2024;Voorkomen is beter dan genezen; Vroege uitval uit de zorgsector in kaartgebracht – SEO Economisch Onderzoek). Het gaat hier om werknemers,degenen die een overstap naar zzp-schap maken tellen mee als uitstroom.Daarnaast is in de afbakening van de zorg het welzijnswerk niet meege-nomen. Degenen die uit bijvoorbeeld de jeugdzorg zijn overgestapt naarwelzijnswerk tellen dus ook mee als uitstroom.In het rapport van SEO zijn gegevens per branche opgenomen overdegenen die binnen vijf jaar na diplomering vertrekken uit de sector.Hierbij zijn degenen die tijdelijk vertrekken en daarna weer in de zorg aande slag gaan meegeteld. Deze cijfers geven daarmee een beeld van hetaandeel werknemers dat binnen vijf jaar een vertrekbeweging maakt,maar niet van het aandeel dat na vijf jaar weg is uit de sector. Hetonderzoek maakt op sectorniveau wel inzichtelijk hoeveel mensen er zijnvertrokken en weer teruggekomen, maar dit wordt niet gesplitst naarbranche. Door dit aantal naar rato te verdelen over de branches, is eenindicatie te geven van het aandeel mensen per branche dat binnen vijfjaar vertrekt uit de sector en in die periode niet meer terugkeert (zij zijndus weg uit de sector).UitstroomZorg en welzijn (excl. sociaal domein)18%Universitair medische centra19%Ziekenhuizen en overige med. spec. zorg15%Geestelijke gezondheidszorg18%Huisartsen en gezondheidscentra10%Overige zorg en welzijn28%Verpleging, verzorging en thuiszorg17%Gehandicaptenzorg17%Jeugdzorg43% Vraag 141Welk percentage van de mensen die beginnen aan een zorgopleidingstopt hier voortijdig mee?AntwoordBinnen het AZW-programma zijn cijfers bekend over het studierendement.Dat is het aandeel leerlingen dat instroomt in een opleiding en binnen denominale studieduur + één jaar een diploma heeft behaald voor die op-leiding. Bijvoorbeeld: voor degenen die beginnen aan de mbo-opleidingtot verpleegkundige is gekeken naar het aandeel leerlingen dat binnen vijfjaar (vier jaar nominale studieduur + één jaar extra) het mbo-diplomaverpleegkundige heeft behaald. Leerlingen die er langer dan vijf jaar overdoen zijn hier niet meegeteld dus het daadwerkelijke aandeel leerlingendat met diploma de opleiding verlaat zal iets hoger liggen. Ook degenendie overstappen naar een andere (zorg)opleiding en daar een diplomabehalen zijn niet meegeteld.Het percentage leerlingen dat niet binnen de nominale studieduur +één jaar het diploma behaald is voor de zorg- en welzijnsopleidingen alsvolgt:202020212022202320241mbo3434343537Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1659 202020212022202320241hbo4950515252wo28293031311 Voorlopige cijfers. Het gaat hier om diplomajaren. Deze moeten als volgt worden gelezen: bijdiplomajaar 2024 worden degenen geteld die de nominale studieduur + 1 jaar geleden zijngestart met de opleiding maar (nog) geen diploma hebben gehaald. Ter vergelijking, voor de opleidingen buiten zorg en welzijn lag ditpercentage in dezelfde periode:•steeds 1 tot 3 procentpunt hoger bij de mbo-opleidingen•steeds 5 tot 10 procentpunt hoger bij de hbo-opleidingen•steeds 9 tot 12 procentpunt hoger bij de wo-opleidingenBron: CBS, AZW StatlineVraag 142Wat is de OVA-ruimte voor 2026?AntwoordDe OVA-ruimte voor 2026 bedraagt € 3,0 miljard structureel.Vraag 143Hoeveel ruimte is er voor loongroei in de zorg als geheel in 2026? Metwelk percentage zouden de salarissen gemiddeld gezien kunnen stijgen?AntwoordDe contractloonruimte voor 2026 bedraagt 4,2% en de incidenteleloonruimte 0,3%. De salarissen in de zorg zouden in 2026 op basis van dehuidige raming kunnen stijgen met gemiddeld 4,5%.Vraag 144Hoeveel ziekenhuizen en ziekenhuislocaties zijn er sinds 2010 gesloten?Welke waren dit?AntwoordIn onderstaande overzicht treft u per jaar het aantal algemene zieken-huizen, academische ziekenhuizen, kinderziekenhuizen en buitenpoli’s oplocatieniveau. De jaren 2017 en 2020 ontbreken. In deze jaren heeft ergeen telling plaatsgevonden. Vanaf 2016 worden de kinderziekenhuizenvoor het eerst apart vermeld. Vanaf 2018 zijn de locatiewijzigingen in kaartgebracht. Dit overzicht per jaar is tot stand gekomen op basis vanhandmatige inventarisaties. Er bestaat namelijk geen eenduidige bronwaarmee het RIVM de jaarlijkse update kan verzorgen op de websitevzinfo.nl. De handmatige inventarisatie is gebaseerd op de websites vande ziekenhuizen. Daarbij wordt aangetekend dat buitenpoli’s vaak moeilijkzijn terug te vinden op de websites, met name als er bijvoorbeeld voormaar 1 of 2 specialismen een spreekuur is.Aantal locaties algemene-, academische- en kinderziekenhuizen en aantal buitenpoli’s 2010–2025JaarAlgemeneZiekenhuizen(locatie niveau)LocatiewijzigingenalgemeneziekenhuizenAcademischeziekenhuizen(locatieniveau)LocatiewijzigingenacademischeziekenhuizenKinderzieken-huizen(locatieniveau)Locatiekinderzieken-huizenBuitenpoli’s(locatieniveau)201012611832011123118820121211197201312011106Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1660 JaarAlgemeneZiekenhuizen(locatie niveau)LocatiewijzigingenalgemeneziekenhuizenAcademischeziekenhuizen(locatieniveau)LocatiewijzigingenacademischeziekenhuizenKinderzieken-huizen(locatieniveau)Locatiekinderzieken-huizenBuitenpoli’s(locatieniveau)20141201111120151151112420161088– Erasmus MCDaniel denHoed– Erasmus MCSophia– UMC UtrechtWilhelminaKinderzieken-huis51. EmmaKinderzieken-huis Amster-dam2. ErasmusMedischCentrumSophiaKinderzieken-huis3. Willem-AlexanderLeiden4. RadboudUMC Amalia5. UMCUWilhelminaKinderzieken-huis1442018105– AlrijneZiekenhuisAlphen aanden Rijn– Haven-ziekenhuisRotterdam– AlbertSchweitzerZiekenhuisAmstelwijckDordrecht86+ PrincesMaximaCentrumUtrecht1342019101– MC Emmel-oord– MC Sloter-vaart– HagaZieken-huis JulianaDen Haag– OmmelanderlocatieDelfzicht87+ HagaZieken-huis JulianaDen Haag129202199– HagaZieken-huis SportlaanDen Haag– Meander MCBaarn87141202298– AmphiaZiekenhuisBredaLangendijk87145202398871472024988714820259887148 Vraag 145Hoeveel ziekenhuisafdelingen zijn er sinds 2010 gesloten? Welke warendit?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1661 AntwoordHet Ministerie van VWS beschikt niet over een overzicht van het aantalziekenhuisafdelingen dat sinds 2010 in Nederland is gesloten.Vraag 146Hoeveel spoedeisende hulpposten (SEH’s) zijn er sinds 2010 in Nederlandgesloten en hoeveel zijn afgebouwd tot spoedplein of niet meer 24/7bereikbaar? Kunt u een lijst geven van deze SEH’s?AntwoordIn onderstaande tabel staat het aantal spoedeisende hulp locaties (SEH’s)in Nederland van 2011 t/m Q1 2025 en staan de namen van geslotenSEH’s. Over 2010 zijn geen cijfers beschikbaar. In de periode vóór 2016 isniet systematisch bijgehouden welke SEH’s gesloten zijn. Een kaart metalle actueel geopende SEH’s is te vinden op Acute zorg | Regionaal | SEH |Volksgezondheid en Zorg (vzinfo.nl).Het is daarbij belangrijk om te vermelden dat een spoedplein eensamenwerking betreft tussen een SEH, huisartsenspoedpost en vaak ookeen dienstapotheek, en niet zozeer een afschaling van een SEH. Daarnaastzijn er ook spoedpoliklinieken en spoedposten. Hier zijn echter op ditmoment nog geen eenduidige definities voor. Er is daardoor geenoverzicht beschikbaar welke SEH’s zijn omgevormd tot dit soort verschij-ningsvormen. Wel zijn er enkele locaties die zich als spoedpolikliniek ofspoedpost profileren na sluiting van een SEH. Die zijn in onderstaandetabel aangegeven.PeildatumTotaal aantal SEH’s(incl. SEH’s die niet24/7 open zijn)Aantal SEHs 24/7-uursopenstellingNaam van gesloten24/7-uurs SEHNaam afgeschaaldeSEH van 24/7-uursSEH naar beperkteopeningstijdenNaam gesloten/heropende SEH metbeperkte openings-tijden2011999920139494201495912015959120169490Sluiting: Hagazieken-huis locatie Sportlaan20179489Afschaling van24/7-uurs SEH naardag/avond: FranciscusGasthuis & Vlietland inSchiedam20188986Sluiting: HMCAntoniushoveLeidschendam,St Antonius Woerden,ZGT HengeloSluiting van dag/avondSEH: Albert SchweitzerZwijndrecht, Havenzie-kenhuis RotterdamMaart 20198783Sluiting: MC Sloter-vaart Amsterdam, MCZuiderzee Lelystad1Afschaling van24/7-uurs SEH naardag/avond: ETZTweestedenMaart 20208380Sluiting: HMCBronovo, BethesdaHoogeveen en RefajaStadskanaalSluiting van dag/avondSEH: ETZ TweeStedenMaart 20218280Sluiting van dag/avondSEH: Spaarne HaarlemNoord tijdelijk geslotenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1662 PeildatumTotaal aantal SEH’s(incl. SEH’s die niet24/7 open zijn)Aantal SEHs 24/7-uursopenstellingNaam van gesloten24/7-uurs SEHNaam afgeschaaldeSEH van 24/7-uursSEH naar beperkteopeningstijdenNaam gesloten/heropende SEH metbeperkte openings-tijdenMaart 20228380Heropening: SpaarneHaarlem NoordApril 20238380Geen wijzigingen t.o.v. 2022.Maart20248177Sluiting: Tergooi MCBlaricumAfschaling van24/7-uurs SEH naardag/avond:Gelre ZiekenhuizenZutphen, AmsterdamUMC VUmcSluiting van dag/avondSEH: Spaarne HaarlemNoordMaart 20257976Sluiting: Zuyderlandziekenhuis Sittard-GeleenSluiting van dag/avondSEH: Amsterdam UMClocatie VUMC1 Locaties die zich als spoedpolikliniek of spoedpost profileren.Bron: RIVM bereikbaarheidsanalyses Vraag 147Hoeveel verloskunde afdelingen zijn er sinds 2010 in Nederland geslotenen hoeveel zijn niet meer 24/7 bereikbaar? Kunt u een lijst geven van dezeverloskunde afdelingen?AntwoordOnderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal locaties met een24/7 aanbod van acute verloskunde vanaf 2015 tot nu. Daarnaast is in detabel aangegeven welke locaties sinds 2015 gesloten zijn. Een kaart metalle actueel geopende acute verloskunde locaties is te vinden op Acutezorg | Regionaal | Acute verloskunde | Volksgezondheid en Zorg (vzinfo.nl).Daarnaast zijn er ziekenhuizen die niet 24/7 acute verloskunde aanbieden.Dit wordt niet door het RIVM bijgehouden.PeildatumAantal locatiesmet acute verlos-kunde1Naam van gesloten acute verloskunde locaties2015284201681Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:Bravis Roosendaal, Ziekenhuisgroep Twente locatieHengelo, Slotervaart Ziekenhuis Amsterdam201781Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:Alrijne Ziekenhuis Leiden, Zuyderland Sittard-GeleenDaarnaast waren er twee ziekenhuizen die in deinventarisatie van 2014 niet aan de criteria voor acuteverloskunde voldeden en vanaf 2017 wel.April 201880Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:Scheper ziekenhuis in Emmen, Elisabeth Twee Stedenziekenhuis locatie Tilburg, St. Antonius ziekenhuis inWoerdenHet St. Antoniusziekenhuis in Utrecht en het RefajaZiekenhuis in Stadskanaal bieden op het peilmomentin april 2018 wel acute verloskunde volgens degehanteerde eisen, terwijl ze dat in 2017 niet deden.Maart 201975Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:Treant Zorggroep Refaja Stadskanaal, BethesdaHoogeveen, Dijklander Ziekenhuis locatie Purmerend,St. Antoniusziekenhuis locatie Nieuwegein, SpaarneGasthuis locatie Hoofddorp, MC Zuiderzee ziekenhuisLelystadHeropening van 24/7-uurs AV-afdeling:Scheper ziekenhuis EmmenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1663 PeildatumAantal locatiesmet acute verlos-kunde1Naam van gesloten acute verloskunde locatiesMaart 202074Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:HMC Bronovo Den HaagMaart 202175Het Ziekenhuis Amstelland in Amstelveen isovergegaan van dag/avond aanbod in 2020 naar24/7-uurs aanbod in 2021.Maart 202274Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:Amsterdam UMC locatie VUMCApril 202372Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:Franciscus Vlietland Schiedam, Gelre ziekenhuisZutphenMaart 202471Sluiting van 24/7-uurs AV-afdeling:OLVG locatie West AmsterdamMaart 202571Geen veranderingen t.o.v. 2024.1 Volgens criteria waaronder 24/7 aanbod.2 Voor de jaren tot 2014 is door RIVM niet expliciet gevraagd naar het aanbod acute verloskundevolgens de criteria. Destijds is gevraagd of de SEH van een ziekenhuis «8 poortspecialismenaanbiedt», acute verloskunde was 1 van die 8 poortspecialismen. Vanaf 2014 is de uitvraag speci-fieker, met uitvraag naar aanwezigheid en beschikbaarheid van professionals en team. Daaromzijn de cijfers voor 2014 niet helemaal vergelijkbaar met de aantallen na 2014.Bron: RIVM bereikbaarheidsanalyses Vraag 148Welke wijzigingen bent u van plan om door te voeren in de regelgevingdie gevolgd moet worden als een ziekenhuis overweegt het aanbod vanacute zorg op een bepaalde locatie te beperken?AntwoordIk ben van plan om een aantal wijzigingen door te voeren in de regel-geving die gevolgd moet worden, als een ziekenhuis (of andere zorgaan-bieder) overweegt het aanbod van acute zorg op een bepaalde locatie tebeperken. Het betreft wijzigingen in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz en deUitvoeringsregeling Wkkgz. De belangrijkste wijzigingen betreffen:•Vastleggen dat belanghebbenden zoals gemeenten en inwonersvroegtijdig worden betrokken.•Uitbreiden van het toepassingsgebied van de bestaande regelgeving.Op dit moment moeten alleen ziekenhuizen met een afdeling spoedei-sende hulp of acute verloskunde die gevoelig zijn voor de45-minutennorm43 meewerken aan de zorgplicht van de zorgverzeke-raar. Met de voorgenomen wijziging gaan deze regels gelden voor alleziekenhuizen met een afdeling spoedeisende hulp of acute verlos-kunde.•Omschrijven van de reikwijdte van het aangenomen amendementBushoff/Krul44, dat gemeenten de mogelijkheid geeft een zwaarwe-gend advies uit te brengen wanneer een zorgaanbieder overweegt hetaanbod van acute zorg te beperken. Gemeenten krijgen de gelegen-heid een zwaarwegend advies uit te brengen wanneer traumacentra enandere ziekenhuizen, huisartsenspoedposten, aanbieders van acuteGGZ en dienstapotheken het aanbod van acute zorg op een bepaaldelocatie willen beperken.De voorgestelde wijzigingen van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz en deUitvoeringsregeling Wkkgz hebben tot 27 oktober 2025 voorgelegen voor43Een ziekenhuis is gevoelig voor de 45-minutennorm, indien het sluiten van diens afdelingspoedeisende hulp of acute verloskunde ertoe leidt dat het aantal mensen dat niet binnen45 minuten per ambulance een afdeling spoedeisende hulp of acute verloskunde kan bereikentoeneemt.44Kamerstukken II, 2024/25, 36 278, nr. 20.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1664 internetconsultatie45. Momenteel verwerk ik de inbreng uit de internetcon-sultatie. De inzet is om de voorgestelde aanpassingen begin van hetnieuwe jaar bij uw Kamer en de Eerste Kamer voor te hangen.Vraag 149Tot hoeveel operationele bedden kan de intensive care (ic) op dit momentworden opgeschaald in geval van een pandemie, ramp of terreuraanslag?AntwoordIn geval van een pandemie, ramp of terreuraanslag gelden de afsprakenuit het coördinatie- en opschalingsplan van het Landelijk Netwerk AcuteZorg (LNAZ). In dit plan wordt beschreven hoe de zorg, in geval van eendergelijke calamiteit, IC-zorg dient op te schalen. Afhankelijk van de fasevan de opschaling gaat dit om een opschaling tussen de 120% en 200%van de reguliere capaciteit. Het maximaal absolute aantal operationelebedden bij opschaling is niet op voorhand exact te specificeren. Dit aantalis in praktijk mede-afhankelijk van de beschikbaarheid van personeel enkeuzes over de verdeling van zorg binnen en buiten de IC. Ook is hetopschalingsgetal afhankelijk van de huidige capaciteit aan IC-bedden.Sinds juni 2024 hebben de ziekenhuizen binnen het LNAZ besloten dat hetniet langer noodzakelijk is om IC-bezetting in ziekenhuizen te monitoren.De NVIC heeft eind 2024 de inschatting gemaakt dat circa 850 beddenoperationeel zijn.Vraag 150Welke maatregelen in het preferentiebeleid zijn tot nu toe genomen omtekorten van levensreddende medicijnen te voorkomen? Zijn dezemaatregelen geëvalueerd? En waarom zien we dan nog geen substantiëleverbetering in de hoeveelheid tekorten?AntwoordSamen met veldpartijen zijn in het preferentiebeleid verschillendemaatregelen genomen om tekorten van geneesmiddelen te voorkomen:•Met leveranciers en zorgverzekeraars zijn in 2024 afspraken gemaaktover dakpansgewijs inkopen, een proportioneel boetebeleid datrekening houdt met de verwijtbaar van een leveringsprobleem, demogelijkheid van prijsverhogingen in overmachtssituaties en hetverzachten van het preferentiebeleid voor producten onder eenbepaalde omzetgrens. Deze maatregelen wordt naderen toegelicht inde bijlage «Werken aan het preferentiebeleid» bij de voortgangsbriefbeschikbaarheid en leveringszekerheid van juni 2025.46•Verder hebben zorgverzekeraars en groothandels vanaf 2023 afsprakengemaakt over een adequate bekostiging van de distributie en hetvoorraadbeheer van preferent aangewezen geneesmiddelen inpreferentie. Deze afspraken worden nader toegelicht in de voortgangs-brief aanpak beschikbaarheid geneesmiddelen van december 2024.47•Daarnaast werken alle partijen van het Bestuurlijk Overleg Farmacie inhet kader van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) op ditmoment aan een inkoopleidraad om ongewenste effecten van deinkoop op de beschikbaarheid van geneesmiddelen te voorkomen. Ditis vastgelegd in AZWA afspraak E5: «Betere beschikbaarheid vangeneesmiddelen.»4845De (inmiddels gesloten) internetconsultatie is te vinden op: https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingen_regelgeving_acute_zorg/46Kamerstuk 29 477, nr. 93947Kamerstuk 29 477, nr. 91848Kamerstuk 31 765, nr. OTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1665 Al deze maatregelen dragen bij aan een verbeterde beschikbaarheid vanlevensreddende geneesmiddelen. De maatregelen worden door debetrokken partijen periodiek geëvalueerd om deze zo nodig bij te kunnenstellen. Daarnaast worden de voorbereidingen getroffen voor deonafhankelijke evaluatie van het preferentiebeleid waar uw Kamer bijmotie om verzocht heeft49. Begin 2026 ontvangt uw Kamer een voort-gangsbrief over de beschikbaarheid van geneesmiddelen. In deze briefwordt u nader geïnformeerd over planning en voortgang van dezeevaluatie.Ik herken het beeld dat er nog geen substantiële verbetering is in dehoeveelheid tekorten niet. In 2024 zijn het aantal tekorten in de apotheekmet ruim 30% gedaald ten opzichte van 2023, volgens de cijfers vanKNMP Farmanco. Voor 2025 zijn de cijfers nog niet bekend, maar ik hebsignalen ontvangen van leveranciers en groothandels dat er dit jaaropnieuw minder leveringsproblemen zijn dan het jaar ervoor. Dit stemtmij positief. Helaas betekent dit niet dat alle beschikbaarheidsproblemenvoor patiënten verholpen zijn of dat de apotheker er minder last van heeft.Daarom zet ik mij onverminderd in om de beschikbaarheid van genees-middelen te verbeteren.Vraag 151Hoeveel winst werd er in 2024 uitgekeerd door zorgaanbieders?AntwoordIn de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) is voor zorginstellingen die zorgverlenen waarop aanspraak bestaat uit hoofde van de Zorgverzeke-ringswet (Zvw) of de Wet Langdurige Zorg (Wlz), een verbod op winstuit-kering vastgelegd. Daarbij is bij algemene maatregel van bestuur voor eenaantal categorieën instellingen een uitzondering gemaakt. Deze catego-rieën instellingen mogen wel winst uitkeren. Er is geen integraal overzichtvan uitgekeerde winst.SIRM en Finance Ideas hebben in 2019 in opdracht van VWS onderzoekgedaan naar dividenduitkering door zorgaanbieders met een Wtzi-toelating. In hun rapport zeggen de onderzoekers hier het volgende over:«Het is moeilijk rechtstreeks te achterhalen hoeveel dividend in de zorg isuitgekeerd. Onze ruwe schatting komt op € 275 miljoen voor 2016.Hieronder valt niet eventueel dividend uitgekeerd door BV’s aan wie WTZitoegelaten zorgaanbieders zorg hebben uitbesteed. Daarvoor hebben weonvoldoende gegevens. Wel hebben we de medisch-specialistischebedrijven meegenomen in de schatting. Het in de zorg uitgekeerddividend bestaat grotendeels uit dividend van bedrijven van medischspecialisten, huisartsen, tandartsen, apothekers en paramedici. Een kleindeel, ongeveer € 6 miljoen per jaar, wordt uitgekeerd door BV’s,werkzaam in de extramurale GGZ en thuiszorg. Of een ondernemer-zorgaanbieder kiest voor een BV of werkt als zelfstandige, is deels eenjuridische en fiscale optimalisatie. Daarom is ook de vergelijking metwinst van zelfstandig gevestigde zorgverleners zonder BV relevant. Datschatten we voor 2016 op € 0,6 miljard.Vraag 152Hoeveel winst werd er in 2024 gemaakt door zorgaanbieders?AntwoordHet Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie.Onderstaande tabel geeft een overzicht van het bedrijfsresultaat (debedrijfsopbrengsten minus de bedrijfslasten, exclusief het saldo van49Kamerstuk 36 682, nr. 11Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1666 financiële en buitengewone baten en lasten) van zorginstellingen in 2023.Dit zijn echter voorlopige cijfers. De cijfers van 2024 zijn nog nietbeschikbaar (CBS, Statline). Deze cijfers hebben betrekking op middel-grote en grote ondernemingen.In de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg vallen instellingenvoor intramurale zorg en delen van de extramurale zorg onder het verbodop winstoogmerk op grond van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi).Zij mogen geen winst uitkeren. Het positieve resultaat dat zij boeken, kanaangewend worden voor het aanleggen van reserves, of herinvesteringenin de zorg.SectorBedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen) in2023Universitair medisch centra293Algemene ziekenhuizen408Categorale ziekenhuizen28GGZ met overnachting156Gehandicaptenzorg159Jeugdzorg met overnachting25Maatschappelijke opvang (24-uurs)8Ambulante jeugdzorg24Verpleeg-, verzorgingshuizen en thuiszorg548Bron: CBS Statline, tabel Zorginstellingen; financiën en personeel Vraag 153Hoeveel winst werd er de afgelopen vijf jaar jaarlijks gemaakt doorfarmaceutische bedrijven in Nederland?AntwoordHet Ministerie van VWS houdt geen overzicht bij van de winst diefarmaceutische bedrijven maken. Voor beursgenoteerde bedrijven is ditopenbare informatie, aangezien deze bedrijven dit rapporteren in hunjaarverslagen.Vraag 154Hoeveel zorgaanbieders werden in 2024 overgenomen door een privateequity partij?AntwoordDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft zicht op concentraties (fusie ofovername) van zorgaanbieders waar vijftig of meer personen direct zorgleveren. Op basis van deze cijfers zijn er in 2024 van in totaal 214 goedge-keurde concentraties 99 concentraties goedgekeurd waarbij een privateequity partij betrokken is of was50. De kanttekening hierbij is dat de NZaniet controleert of de voorgenomen concentratie ook daadwerkelijkplaatsvindt. Het kan dus zo zijn dat het daadwerkelijke aantal concen-traties kleiner is. Daarnaast is niet uit deze cijfers te concluderen of er eentoename is in het aandeel private equity in zorg, omdat er ook concen-traties tussen kunnen zitten waarbij een al door private equity gefinan-cierde zorgaanbieder werd overgenomen door een andere private equitypartij. Er is geen zicht op de hoeveelheid concentraties van zorgaan-bieders waarbij minder dan vijftig personen direct zorg verlenen.Vraag 155Hoeveel winst werd er in 2024 gemaakt in de zorg door private equitypartijen?50Informatiekaart concentraties in de zorg 2025 – Nederlandse ZorgautoriteitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1667 AntwoordHet Ministerie van VWS beschikt niet over de precieze informatie die uvraagt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het bedrijfsresultaat(de bedrijfsopbrengsten minus de bedrijfslasten, exclusief saldo vanfinanciële en buitengewone baten en lasten) van instellingen metminimaal tien werknemers in de verschillende zorgsectoren in 2023. Opdit moment zijn de cijfers nog niet bekend over 2024 (CBS, Statline). Hetministerie beschikt niet over informatie om dit uit te splitsen naar hetgevraagde aandeel van zorgaanbieders met betrokkenheid van privateequity partijen.Bedrijfsresultaat per sector (x € 1 miljoen)20231Universitair medische centra293Algemene ziekenhuizen408Categorale ziekenhuizen28GGZ met overnachting156Gehandicaptenzorg159Jeugdzorg met overnachting25Maatschappelijke opvang (24-uurs)8Ambulante jeugdzorg24Verpleeg-, verzorgingshuizen, thuiszorg5481 voorlopige cijfers Vraag 156Welk deel van de zorgaanbieders is momenteel in handen van privateequity investeerders? Kunt u dat uitdrukken als percentage van de totaleomzet en het totaal aantal aanbieders? Hoe heeft dit percentage zich in deafgelopen vijf jaar ontwikkeld?AntwoordIn onderstaande tabel is het aandeel private equity in de zorg weerge-geven, uitgedrukt in percentages van de totale omzet van zorgaanbiedersmet betrokkenheid van private equity partijen binnen de Zorgverzeke-ringswet (Zvw) en Wet langdurige zorg (en binnen de verschillendesectoren) in 202251. Het Ministerie van VWS beschikt niet over dezelfdeinformatie van andere jaren. Ook beschikt het Ministerie van VWS nietover de cijfers van het aantal zorgaanbieders met private equity betrok-kenheid als percentage van het totaal aantal zorgaanbieders.Aandeel private equity in wettelijke geldstromen Zvw en Wlz per sector in 2022Private Equity ParticipatieZorgverzekeringswetPrivate Equity participatieWet langdurige zorgMedisch specialistische zorg~3,75%~1,16%Verpleeg- en Verzorgingshui-zen en thuiszorg~0,73%~0,55%Geestelijke gezondheidszorg~2,20%~0%Gehandicaptenzorg~0%~0%Huisartsenzorg~<1%–Kraamzorg~20–25%–Paramedische zorg~4–10%–Mondzorg~19–26%– Vraag 157Hoeveel zou het opleveren als het winstverbod zou worden verbreed naarde hele zorg?AntwoordEr is geen integraal overzicht van uitgekeerde winsten van zorgaan-bieders. In de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) is voor zorginstellingen51EY, onderzoek naar private equity in de zorg, 8 april 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1668 die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat uit hoofde van de Zorgverze-keringswet (Zvw) of de Wet Langdurige Zorg (Wlz), een verbod opwinstuitkering vastgelegd. Daarbij is bij algemene maatregel van bestuurvoor een aantal categorieën instellingen een uitzondering gemaakt: diecategorieën instellingen mogen dus wel winst uitkeren. Er is ook geenzicht op de financiële gevolgen van gedragseffecten die zouden optredenbij een verbreding van het verbod op winstuitkering. Denk hierbij aanzorgaanbieders die stoppen met het aanbieden van zorg waardoor hettoch al schaarse aanbod vermindert. In de publicatie «Zorgkeuzes inKaart»52 is geconcludeerd dat een algeheel verbod op winstuitkering leidttot transitiekosten bij zorgaanbieders die in de huidige situatie winst uitmogen keren. Deze transitiekosten werden geraamd op jaarlijks€ 80 miljoen gedurende twee jaar.Deze combinatie van factoren maakt het niet mogelijk om in beeld tebrengen wat een verbreding van het winstuitkeringsverbod naar degehele zorg zou opleveren of kosten.Vraag 158Hoeveel mensen maakten in 2024 hun volledige eigen risico vol?AntwoordVoor 2024 wordt verwacht dat 7,2 miljoen mensen (circa 50% van devolwassen verzekerden) hun volledige verplicht eigen risico hebbenvolgemaakt.Vraag 159Hoeveel mensen hebben in 2025 hun gehele eigen risico in de eerstemaand van het jaar opgemaakt?AntwoordHierover zijn geen gegevens beschikbaar.Vraag 160Hoeveel zou het jaarlijks kosten om zowel het verplicht als het vrijwilligeigen risico af te schaffen? Welk deel hiervan bestaat uit het wegvallenvan het zogeheten «remgeldeffect»?AntwoordIn het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken om het verplicht eigen risico per2027 te verlagen naar € 165 en het eigen risico voor medisch specialis-tische zorg te trancheren (op € 50 per behandelprestatie in 2027). Dekosten hiervan (€ 4,1 miljard in 2027) zijn reeds verwerkt in de begroting.Het kost naar verwachting € 2,7 miljard extra om het verplicht eigenrisico, dat per 2027 dus al verlaagd wordt naar € 165, volledig af teschaffen. Hiervan betreft € 1,6 miljard de derving van de opbrengsten vanhet verplicht eigen risico. Naar verwachting zal het remgeldeffectongeveer € 1,1 miljard bedragen. Voor het remgeld wordt normaliteraangesloten bij ramingen van het CPB; het CPB zou daarom om eenactuele inschatting van de remgeldeffecten gevraagd moeten worden.Doordat mensen zich minder bewust zijn van de kosten zullen zij snelleren vaker een beroep doen op de zorg. Dit kan zowel om noodzakelijke alsniet-noodzakelijke zorg gaan.52Zorgkeuzes in Kaart, Centraal Planbureau, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,Ministerie van Financiën, Juli 2020Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1669 In 2023 is onderzoek gedaan naar het vrijwillig eigen risico.53 Afschaffingvan het vrijwillig eigen risico zou leiden tot een toename van de totalezorguitgaven met circa € 120 miljoen per jaar. Dit bestaat volledig uit hetwegvallen van het remgeldeffect.De kosten van het afschaffen van zowel het verplicht als vrijwillig eigenrisico zullen jaarlijks toenemen, vanwege de stijging van de zorgkosten.Vraag 161Hoeveel zou het kosten om mondzorg op te nemen in het basispakket?Hoeveel zou het kosten als dit zou gebeuren zonder eigen risico?AntwoordHet Zorginstituut is gevraagd om te adviseren over een passendeaanspraak op mondzorg en heeft vorig jaar in dit kader een kostenanalyseopgeleverd.54 In dit rapport zijn meerdere scenario’s doorgerekend:1. jaarlijkse controles, 2. gebitsreiniging en het maken van foto’s,3. aanspraak mondzorg jeugd uitbreiden voor volwassenen, 4. medischnoodzakelijke handelingen en 5. verruiming van de huidige aanspraak totde leeftijd van 25 jaar. De budgetimpact van het meest uitgebreide pakket(scenario 3) wordt geschat tussen € 1,6 en € 1,7 miljard geschat,uitgaande van een eigen risico van € 385, en tussen € 2,3 en € 2,5 miljarduitgaande van een eigen risico van € 165. Zonder eigen risico zou debudgetimpact tussen € 2,9 en € 3,2 miljard liggen. Genoemde bedragenzijn in prijspeil 2023.Vraag 162Hoeveel zou het kosten om periodieke controles bij de tandarts op tenemen in het basispakket? Hoeveel zou het kosten als dit zou gebeurenzonder eigen risico?AntwoordHet Zorginstituut heeft ingeschat wat de budgetimpact zou zijn alsperiodieke controles ook voor volwassenen in het basispakket komen.55 Eris een scenario doorgerekend waarbij er 1 periodieke controle per jaar aanhet basispakket toegevoegd wordt en een scenario waarbij er 2 periodiekecontroles per jaar toegevoegd worden. Bij 1 periodieke controle per jaarzou de geschatte budgetimpact tussen € 137 en € 150 miljoen liggen meteen eigen risico van € 385, en tussen € 172 en € 188 miljoen met eeneigen risico van € 165. Zonder eigen risico wordt de budgetimpactgeschat tussen € 297 en € 321 miljoen. Bij 2 periodieke controles is debudgetimpact ingeschat tussen € 277 en € 304 miljoen met een eigenrisico van € 385 en tussen € 350 en 383 miljoen met een eigen risico van€ 165. Zonder eigen risico wordt de budgetimpact geschat tussen€ 595 en € 642 miljoen. Genoemde bedragen zijn in prijspeil 2023.Vraag 163Hoeveel zou het kosten om fysiotherapie op te nemen in het basispakket?Hoeveel zou het kosten als dit zou gebeuren zonder eigen risico?AntwoordIn het rapport Passende aanspraak fysio- en oefentherapie van hetZorginstituut56 staat dat in 2022 € 0,67 miljard aan eerstelijns fysiothe-rapie én oefentherapie vergoed werd vanuit de basisverzekering. En53https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2023/04/12/kamerbrief-over-overstapseizoen-2022-202354Rapport – Kostenanalyse mondzorg volwassenen | Zorginstituut Nederland55Rapport – Kostenanalyse mondzorg volwassenen | Zorginstituut Nederland56Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 916.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1670 € 1,11 miljard vanuit de aanvullende verzekering. Het is niet bekendhoeveel geld patiënten aan eerstelijns fysio- en oefentherapie uitgevenbuiten de basisverzekering en aanvullende verzekering om. VWS heeftdus geen compleet inzicht in wat het zou kosten om álle fysiotherapie (enoefentherapie) op te nemen in het basispakket. Dit zou nader onderzochten geanalyseerd kunnen worden. Daarbij moet dan ook rekeninggehouden worden met het effect van het eigen risico en gedragseffectenals gevolg van de opname in het basispakket. Zo’n berekening is op dekorte termijn niet mogelijk.Vraag 164Hoeveel geld zou het kosten om anticonceptie voor iedereen in Nederlandvanuit de basisverzekering te vergoeden?AntwoordBij de beantwoording is de Staatssecretaris uitgegaan van anticonceptievoor vrouwen. Voor vrouwen jonger dan 21 jaar is in de Regelingzorgverzekering (Rzv) reeds bepaald dat anticonceptie is verzekerd (art. 2.6onder i Rzv jo. art. 2.16 Rzv, art. 2.5 lid 2 Rzv jo. art. 64 uit bijlage 2 Rzv).De kosten voor het toevoegen van anticonceptie in de vorm van hormon(de pil) of spiraal, condooms niet meegeteld voor vrouwen vanaf 21 jaaraan het basispakket worden op basis van gegevens uit 2020 geschat op€ 25 miljoen per jaar. Als anticonceptie wordt uitgezonderd van het eigenrisico, bedragen de kosten € 60 miljoen per jaar (volume en prijspeil2020). De effecten op de nominale premie is zeer beperkt.Vraag 165Kunt u een overzicht sturen welke zaken aan het basispakket zijn toege-voegd of eruit zijn gehaald, vanaf 2006 tot en met 2025?AntwoordHet basispakket vergoedt de meeste zorg waarvan zorgpartijen zoals deberoepsgroepen, patiëntenorganisaties en de zorgverzekeraars het erovereens zijn dat deze zorg effectief is. Deze zorg komt daarmee in aanmerkingvoor vergoeding vanuit het basispakket. Het basispakket kent daarmeegeen gedetailleerde lijst, maar sluit aan bij wat beschouwd wordt alsgoede en effectieve zorg door de partijen. Hierdoor vergoedt de basisver-zekering zorg die aansluit bij de meest actuele ontwikkelingen en inzichtenin de medische wetenschap. Dit wordt ook wel een «open instroom»genoemd.Ongeveer 90% van de verzekerde zorg behoort tot dit open gedeelte vanhet basispakket. Hiervoor hoeft de overheid niet standaard een toetsing(beoordeling) te doen voor toelating tot de basisverzekering. Om dezereden is het niet mogelijk een volledig beeld te geven van alle zaken dieaan het basispakket zijn toegevoegd of eruit gehaald.Voor sommige vormen van zorg geldt de open instroom niet. De aard enomvang van de verzekerde zorg is beperkt vanwege beleidsmatige ofpolitieke redenen. Wijzigingen van deze aanspraak vereisen aanpassingvan het Besluit zorgverzekering of Regeling zorgverzekering. Dit geldtvoor bijvoorbeeld fysiotherapie en dure geneesmiddelen. De tabellen 1 en2 geven een overzicht van respectievelijk de uitbreidingen en beperkingenin het basispakket. Deze uitbreidingen en beperkingen worden ookjaarlijks met de Kamer gedeeld in het kader van de voorgestelde wijzi-gingen in de basisverzekering voor het aankomende jaar.Ook kan zorg voorwaardelijk worden toegelaten. In zo’n geval wordt zorgdie nog niet bewezen effectief is, toch tijdelijk toegelaten worden tot hetbasispakket. Als voorwaarde wordt gesteld dat in de periode van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1671 tijdelijke toelating gegevens worden verzameld over de effectiviteit van dezorg. Tabel 3 betreft de voorwaardelijk toegelaten behandelingen.Tot slot wordt maandelijks de aanspraak op extramurale geneesmiddelengewijzigd via een aanpassing van de Regeling zorgverzekering. Vanwegede enorme omvang van deze wijzigingen wordt hiervan geen lijst gedeeld.Dit gaat om veel middelen die maandelijks nieuw worden opgenomen in,of verwijderd uit het basispakket en betreft wijzigingen op productniveau.De wijzigingen zijn in te zien via de Regeling zorgverzekering en dewijzigingen worden maandelijks gepubliceerd in de Staatscourant.Hieronder zijn in tabel 1 en 2 wél de wijzigingen opgenomen die eerdermet de Kamer zijn gedeeld in het kader van de voorgestelde wijzigingen inde basisverzekering.Tabel 1: Overzicht politiek besloten uitbreidingen basispakket 2006–2025JaarUitbreiding2006geen uitbreidingen basispakket2007uitbreiding aantal zittingen psychotherapie2008jeugdtandzorg t/m 21 jaar2009dyslexiezorg aan kinderen t/m 12 jaar2010geen uitbreidingen basispakket2011bekkenfysiotherapie in verband met urine-incontinentiestoppen met roken2012geen uitbreidingen basispakket2013brillenglazen voor kinderen met medische indicatievervallen minimum leeftijdsgrens van 6 jaar bij fluorideapplicatie blijvende gebitselementengeriatrische revalidatie (overheveling uit AWBZ)bruikleen hulpmiddelen (overheveling uit AWBZ)stoppen met roken2014geen uitbreidingen basispakket2015niet-invasieve prenatale test (NIPT)zintuiglijk gehandicaptenzorg (overheveling uit AWBZ)verpleging en verzorging zonder verblijf (overheveling uit AWBZ)tweede en derde jaar intramurale geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (overheveling uit de AWBZ)2016geen uitbreidingen basispakket2017fysiotherapie bij claudicatio intermittens (etalagebenen)plastische chirurgie bij het uitvoeren van een bovenooglidcorrectieborstvergroting bij agenesie of aplasie van de borstcircumcisie om medische redenen(uitgestelde) fronttandvervanging bij verzekerden tot hun drieëntwintigste levensjaarbijzondere tandheelkunde, implantaatgedragen gebitsprothesen voor verzekerden die voor eigen rekening implantaten heeft latenplaatsen2018fysiotherapie bij artrose aan heup- en kniegewrichtenverleggen van de afbakening tussen het basispakket en de Jeugdwet als het gaat om verzorging bij verzekerden jonger danachttien jaarwijzigen van de prestatie zittend ziekenvervoer bij oncologische behandelingen waar het gaat om immuuntherapie met genees-middelen2019fysiotherapie bij Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD)uitbreiding aanspraak ziekenvervoer naar consulten, (na)controles en (bloed)onderzoek die nodig zijn voor de oncologischebehandelingen, nierdialyses en vergelijkbare situaties die onder de hardheidsclausule vallen2020Geneeskundige zorg van de specialist ouderengeneeskunde en de arts verstandelijk gehandicapten is overgeheveld vanuit de«Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling» naar de Zvw.Verruiming in de vergoeding van apotheekbereidingen van geneesmiddelen.De geriatrische revalidatiezorg is formeel (als categorie) aan de aanspraak voor ziekenvervoer toegevoegd.In situaties waarop normaal gesproken vervoer wordt vergoed, en dit vervoer op tenminste drie achtereenvolgende dagen nodigis, kan de zorgverzekeraar een vergoeding voor de kosten van logeren verstrekken die gedeeltelijk in de plaats komt van eenvergoeding voor vervoerskosten.2021Dagbehandeling voor verschillende patiëntgroepen, de gedragswetenschapper (gespecialiseerde psycholoog en orthopedagoog-generalist) en de paramedische zorg is overgeheveld vanuit de «Tijdelijke subsidieregeling extramurale behandeling» naar deZvw.Ziekenvervoer van en naar dagbehandeling die onderdeel is van een zorgprogramma bij chronisch progressieve degeneratieveaandoeningen, niet-aangeboren hersenletsel of in verband met een verstandelijke beperking is toegevoegd aan het basispakket.Orgaandonoren hoeven geen verplicht eigen risico meer te betalen voor medische kosten die verband houden met de donatie endie optreden na 13 weken na de donatie bij leven.Het maximaal aantal behandelingen en onderhoudsbehandelingen voor COPD-patiënten in subcategorie B2 is gelijkgetrokkenmet die van categorieën C en D.2022geen uitbreidingen basispakketTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1672 JaarUitbreiding2023Fysio- en oefentherapie voor een valpreventieve beweeginterventie is aan het basispakket toegevoegd.De kraamzorg is geflexibiliseerd. Dit houdt in dat kraamzorg gedurende ten hoogste 6 weken, in plaats van gedurende tenhoogste 10 dagen, geleverd mag worden (gerekend vanaf de dag van bevalling).2024Fysio- en oefentherapie bij reumatoïde artritis met ernstige functionele beperkingen is aan het basispakket toegevoegd.Het maximaal aantal behandelingen voor COPD-patiënten vervalt.De beperkende voorwaarden op de aanspraak voor geriatrische revalidatiezorg zijn geschrapt. Zo vervalt de voorwaarde datiemand eerst in een ziekenhuis moet hebben gelegen. Ook kan vanaf 2025 thuis gestart worden met revalideren.2025Het definitief toelaten tot het basispakket van langdurige gepersonaliseerde gesuperviseerde actieve oefentherapie bij reumatoïdeartritis met ernstige functionele beperkingen.De restricties op het aantal behandelingen voor gesuperviseerde oefentherapie bij COPD worden uit het basispakket geschrapt.Het verbreden van de aanspraak op geriatrische revalidatiezorg waarbij de geriatrische revalidatiezorg ook thuis geleverd kanworden Tabel 2: Overzicht politiek besloten beperkingen basispakket 2006–2025JaarBeperking2006geen beperkingen basispakket2007geen beperkingen basispakket2008geen beperkingen basispakket2009slaapmiddelencholesterolverlagershulpmiddelen2010acetylcysteïne2011antidepressivajeugd tandzorg boven 18 jaarextractiesanticonceptiefysiotherapie 9 naar 12 behandelingen voor eigen rekening2012fysiotherapie 12 naar 20 behandelingen voor eigen rekeningfysiotherapie, beperking chronische lijstmaagzuurremmers, met uitzondering van chronisch gebruikstoppen met rokendieetadviseringeerstelijns psychologische zorg, van 8 naar 5 behandelingenaanpassingsstoornissen2013eenvoudige mobiliteitshulpmiddelenredressiehelmbeperking aantal terug te plaatsen embryo’s bij ivfvruchtbaarheidsbehandelingen voor vrouwen van 43 jaar of ouderparacetamol/codeïne2014geen beperkingen basispakket2015jeugd-GGZ, inclusief dyslexiezorg voor kinderen naar Jeugdwetcombinatietest voor zwangere vrouwen vanaf 36 jaar2016geen beperkingen basispakket2017geen beperkingen basispakket2018geen beperkingen basispakket2019vitaminen, mineralen en paracetamol waarvoor een gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig alternatief bestaat in de vrijeverkoop2020Vitamine D, inclusief hoge doseringen.2021geen beperkingen basispakket2022combinatietest voor zwangere vrouwencolecalciferol-bevattende geneesmiddelen en calcifediol2023geen beperkingen basispakket2024geen beperkingen basispakket2025Codeïne, met uitzondering voor ernstige, langdurige diarree.Per 1 januari 2025 is de counseling bij prenatale screening, als laatste onderdeel van dit programma, overgeheveld van deZorgverzekeringswet (Zvw) naar de rijksbegroting. De financiering hiervan zal voortaan plaatsvinden via de Regionale Centra. Ditbetekent dat counseling niet langer onderdeel uitmaakt van het basispakket van de zorgverzekering. Tabel 3: Overzicht voorwaardelijk toegelaten behandelingen 2012–2025JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2012anesthesiologische pijnbestrijdingstechnieken bij patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn2013renale denervatie bij patiënten met therapieresistentie behandeling van een herseninfarct met toepassing van intra-arteriëlethrombolyse2014het endoscopisch in plaats van chirurgisch behandelen van abcessen bij patiënten met geïnfecteerde pancreasnecroseautologe stamceltransplantaties bij therapierefractaire patiënten (patiënten die niet voldoende reageren op medicamenteuzebehandeling met o.a. TNF-alfa blokkers) met de ziekte van CrohnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1673 JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2015het geneesmiddel Belimumab (Benlysta®) bij een deel van de volwassen patiënten met Systemische Lupus erythematosus (SLE)tumor infiltrerende lymfocyten (TIL) bij patiënten met uitgezaaid melanoom in de laatste stadiaeen bepaald type chemotherapie (HIPEC) ter preventie van uitzaaiingen in de buik bij bepaalde patiënten met darmkankerborstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatie2016percutane transforaminale endoscopische discectomie (PTED) bij lumbosacraal radiculair syndroom en lumbale herniabehandeling van medicamenteus onbehandelbare chronische clusterhoofdpijn met occipitale zenuwstimulatiehet geneesmiddel fampridine (Fampyra®) bij multiple sclerosis (MS)dendritische celvaccinaties bij patiënten met stadium IIIB en IIIC melanoom na complete resectiesacrale neuromodulatie bij therapieresistente functionele obstipatie met vertraagde darmpassage2017geïntensifieerde, alkylerende chemotherapie met autologe stamceltransplantatie voor behandeling van stadium III BRCA1-likeborstkankercombinatiebehandeling van cytoreductieve chirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) bij patiënten metzowel maagcarcinoom als synchrone buikvliesmetastasen of tumorpositief buikvocht2018geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakketverlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van percutane transforaminale endoscopische discectomie (PTED) bijlumbosacraal radiculair syndroom en lumbale hernia tot 1 december 2020verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van borstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatietot 1 oktober 20222019CardioMEMS arteria pulmonalis monitoring bij patiënten met chronischhartfalen New York Heart Association (NYHA) klasse IIImet recidiverende ziekenhuisopnamenDe behandeling met Binamed medische zilverkleding of Dermacura antibacterieel verbandkleding van kinderen en volwassenenmet matig tot ernstig constitutioneel eczeemLangdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandeling bij patiënten met axiale spondyloartritis met ernstigefunctionele beperkingen;Langdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandeling bij patiënten met reumatoïde artritis met ernstigefunctionele beperkingen.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelatingen van de behandeling met tumor infiltrerende lymfocyten van uitge-zaaid melanoom irresectabel stadium IIIc en stadium IV tot 1 juli 2022.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelatingen van de behandeling met dendritische cel vaccinaties van patiëntenmet stadium IIIB en IIIC melanoom na complete resectie tot 1 augustus 2022, enVerlenging van de periode van voorwaardelijke toelatingen van de behandeling met sacrale neuromodulatie voor therapieresis-tente, functionele obstipatie met vertraagde darmpassage tot 1 januari 20222020Nusinersen (Spinraza®) bij patiënten met 5q spinale spieratrofie (SMA) die 9,5 jaar en ouder zijn;Hypertherme intraperitoneale chemotherapie (HIPEC) toegevoegd aan primaire debulking bij patiënten met stadium III ovarium-carcinoom.2021Larotrectinib (Vitrakvi®) voor de behandeling van volwassen en pediatrische patiënten met solide tumoren die een neurotrofetyrosine receptor kinase-genfusie vertonenEntrectinib (Rozlytrek®) voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen van 12 jaar en ouder met solide tumoren dieeen neurotrofe tyrosine receptor kinase-genfusie vertonen2022Geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakketverlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van:borstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatie tot 1 januari 2023;VTumor infiltrerende lymfocyten van uitgezaaid melanoom irresectabel stadium IIIC en stadium IV tot 1 januari 2023;Binamed medische zilverkleding of Dermacura antibacterieel verbandkleding van kinderen en volwassenen met matig tot ernstigconstitutioneel eczeem tot 1 januari 2024;Langdurige actieve fysiotherapie bij patiënten met reumatoïde artritis met ernstige functionele beperkingen tot 1 januari 2024;CardioMEMS arteria pulmonalis monitoring bij patiënten met chronisch hartfalen New York Heart Association klasse III metrecidiverende ziekenhuisopnamen tot 1 maart 2024;Langdurige actieve fysiotherapie bij patiënten met axiale spondyloartritis met ernstige functionele beperkingen tot 1 juli 2024;Combinatiebehandeling van cytoreductieve chirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie bij patiënten met zowelmaagcarcinoom als synchrone buikvliesmetastasen of tumorpositief buikvocht tot 1 oktober 2024.Geïntensiveerde, alkylerende chemotherapie met stamceltransplantatie voor de behandeling van patiënten van 18 tot en met 65jaar met BRCA1-like, stadium III borstkanker tot 1 januari 2025;Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project: Dendritische cel vaccinaties bij patiënten met melanoom stadium IIIB enIIIC; Sacrale neurostimulatie bij patiënten met therapieresistente, functionele obstipatie met vertraagde darmpassage.2023Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating langdurige actieve fysiotherapie of oefentherapie voor de behandelingvan patiënten met reumatoïde artritis en ernstige functionele beperkingen tot 1 januari 2025.Verlenging van de periode van de voorwaardelijke toelating langdurige actieve fysiotherapie of oefentherapie voor de behande-ling van patiënten met axiale spondyloartritis en ernstige functionele beperkingen tot 1 januari 2026.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating van eerstelijns paramedische herstelzorg voor COVID-19-patiënten tot1 januari 2025.Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project:de behandeling met tumor infiltrerende lymfocyten van uitgezaaid melanoom irresectabel stadium IIIc en stadium IV.Borstreconstructie na borstkanker met autologe vet transplantatie.Larotrectinib voor de behandeling van volwassen en pediatrische patiënten met solide tumoren die een neurotrofe tyrosinereceptor kinase-genfusie vertonen.Entrectinib voor de behandeling van volwassen patiënten en kinderen van 12 jaar en ouder met solide tumoren die een neuro-trofe tyrosine receptor kinase-genfusie vertonen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1674 JaarVoorwaardelijk toegelaten behandelingen2024Geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakket.Verlenging van de periode van voorwaardelijke toelating Blaasinstillatie met blaasspoelvloeistoffen met chondroïtinesulfaat en/ofhyaluronzuur- voor de behandeling van patiënten met blaaspijnsyndroom met niet transurethraal behandelbare Hunnerse laesieste verlengen tot 1 januari 2027.Voorwaardelijke toelating combinatiebehandeling van cytoreductieve chirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie(HIPEC) bij patiënten met zowel maagcarcinoom als synchrone buikvliesmetastasen of tumorpositief buikvocht is met 9 maandenverlengd tot 1 juli 2025.Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project:CardioMEMS arteria pulmonalis monitoring bij patiënten met chronisch hartfalen New York Heart Association (NYHA) klasse IIImet recidiverende ziekenhuisopnamenPA telemonitoring bij patiënten met chronisch hartfalenlangdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandeling bij patiënten met reumatoïde artritis met ernstigefunctionele beperkingenParamedische herstelzorg na Covid-192025Geen nieuwe voorwaardelijke toelatingen tot het basispakket.Einde voorwaardelijke toelating i.v.m. afronding project:Geïntensifieerde, alkylerende chemotherapie met stamceltransplantatie voor de behandeling van patiënten van 18 tot en met 65jaar met BRCA1-like, stadium III borstkanker.Combinatiebehandeling van cytoreductieve chirurgie en hypertherme intraperitoneale chemotherapie bij patiënten met zowelmaagcarcinoom als synchrone buikvliesmetastasen of tumorpositief buikvocht.Langdurige actieve fysiotherapie vanaf de eenentwintigste behandeling bij patiënten met axiale spondyloartritis met ernstigefunctionele beperkingen. Vraag 166Hoeveel zou het kosten om Pre Expositie Profylaxe (PrEP) voor devolledige doelgroep te vergoeden, zonder eigen bijdrage?AntwoordDe omvang van de volledige doelgroep die in aanmerking komt voorPrEP-medicatie is lastig in te schatten. Het aantal personen kan wijzigenafhankelijk van onder andere seksueel gedrag, kennis over hiv en PrEP,risicoperceptie, bereidheid om PrEP te gebruiken, aanbod van PrEP-zorgen andere sociale omstandigheden zoals stigma.Volgens gegevens over het geneesmiddelengebruik in Nederland(Stichting Farmaceutische Kengetallen) zijn er nu zo’n 18.000 personen diePrEP gebruiken via de GGD, huisarts of andere zorgaanbieder. Bij deGGD’en staan per 1 juli 2025 nog 1.235 mensen op de wachtlijst voorPrEP-zorg. De prijs van PrEP-pillen op de vrije markt varieert per apotheeken per merk, het goedkoopste actuele aanbod bedraagt € 16 voor 30pillen.Uitgaande van dagelijks gebruik en deze laagste prijs, komen de jaarlijksekosten voor de genoemde gebruikersgroep uit op € 3,74 miljoen.Vraag 167Hoeveel zou het kosten om de eigen bijdrage voor geneesmiddelen af teschaffen?AntwoordIn 2024 werd € 126 miljoen euro aan eigen bijdragen betaald voorextramurale geneesmiddelen. Daarvan werd € 61 miljoen euro door deburger zelf betaald, en € 65 miljoen euro door de zorgverzekeraars, alsgevolg van de maximering van 250 euro per kalenderjaar van de eigenbijdrage. Deze maximering is recent verlengd tot eind 2026. In deafgelopen jaren is het aandeel eigen bijdragen dat voor rekening van dezorgverzekeraar komt groter geworden. Het afschaffen van de eigenbijdrage zou dus tenminste € 61 miljoen euro kosten.Het afschaffen van de eigen bijdrage zou in de praktijk neerkomen op hetopheffen van de clustersystematiek van het geneesmiddelenvergoedings-systeem (GVS), en daarmee mogelijk ook tot andere meerkosten leiden. ErTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1675 spelen diverse uitdagingen rondom het GVS. Hierover is uw kamer met debrief van 26 juni 202557 geïnformeerd. In deze brief wordt nader ingegaanop de mogelijkheid om de clustering en vergoedingslimieten op te heffen(met als gevolg het verdwijnen van de huidige eigen bijdrage).Vraag 168Welke rol ziet u voor de openbare apothekers bij het doen van investe-ringen in medische preventie en in het sociaal en medisch domein?AntwoordOpenbare apothekers zijn geen financiers, maar uitvoerders van zorgaf-spraken. De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport ziet dan ook geenrol voor apothekers voor het doen van investeringen. Wel kunnenapothekers, net als andere zorgverleners, een belangrijke rol spelen in hetverstrekken van betrouwbare informatie aan burgers over (medische)preventie, bijvoorbeeld over vaccins en vaccinaties. Mogelijk kunnenapothekers in de toekomst op meer vlakken een bijdrage leveren, maardaar kan de Staatssecretaris nu niet op vooruitlopen.Vraag 169Hoeveel zou het kosten om de eigen bijdrage voor kraamzorg af teschaffen?AntwoordHet afschaffen van de eigen bijdrage voor kraamzorg leidt tot hogerekosten, vanwege twee effecten. Ten eerste vindt er een financieringsschuifplaats van private uitgaven naar collectieve uitgaven. Ten tweede vindt ereen gedragseffect plaats, doordat het wegvallen van de eigen bijdrageleidt tot een hogere vraag naar kraamzorg. Gezien de huidige capaciteits-problemen in de kraamzorg zal aan deze hogere vraag waarschijnlijk opkorte termijn slechts beperkt voldaan kunnen worden.Volgens gegevens van het Zorginstituut bedraagt het totaal van eigenbijdragen in de kraamzorg in 2024 ruim € 21 miljoen. De structurelekosten van afschaffen zullen echter hoger zijn, doordat er nog rekeninggehouden moet worden met het bovengenoemde gedragseffect. In hetkader van de beantwoording van de motie van de leden Stoffer en Dijk(Kamerstuk 36 800, nr. 54), waarin de regering wordt verzocht scenario’sen (financiële) effecten van het afschaffen van de eigen bijdrage voor dekraamzorg en poliklinische bevalling in kaart te brengen, worden dezeeffecten nader in kaart gebracht. Uw Kamer wordt hier vóór de behan-deling van de begroting over geïnformeerd.Vraag 170Wat is de ontwikkeling van de zorgkosten in relatie tot de ontwikkeling vanhet bbp in de jaren 2010–2025 volgens de Zorgrekeningen van hetCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS)? Wat is de prognose voor dejaren 2026–2030? Kunt u dit in een tabel weergeven?AntwoordOp basis van de CBS-zorgrekeningencijfers zijn er twee definities vanzorguitgaven die regelmatig worden gebruikt:1.De zorguitgaven aan geneeskundige en langdurige zorg. Tot dezeuitgaven worden ook de zorgkosten gerekend die betaald worden viade aanvullende verzekeringen en eigen betalingen evenals de uitgavenaan beleids- en beheerorganisaties.2.De uitgaven aan zorg en welzijn, ook wel de brede definitie van zorggenoemd. Dit zijn uitgaven aan geneeskundige en langdurige zorg57Kamerstukken 29 477, nr. 938.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1676 aangevuld met de uitgaven aan kinderopvang, delen van de jeugdzorg,maatschappelijke opvang (waaronder asielopvang), sociaal werk enwelzijnsuitgaven.Beide uitgavendefinities zijn ruimer dan die worden gebruikt in deVWS-begroting.Alle zorguitgaven aan genees-kundige en langdurige zorgDe uitgaven aan zorg en welzijnvolgens de brede definitiemln. euro%BBPmln. euro%BBP201073.40211,5%85.79013,5%201175.59311,6%88.12513,5%201278.30912,0%90.62213,8%201378.95712,0%90.95413,8%201480.11611,9%91.92713,7%201580.11811,6%92.32313,3%201682.02111,6%94.84213,4%201783.93211,4%96.97213,1%201887.33411,3%101.03113,0%201992.80411,4%107.42913,2%2020100.53812,6%116.38414,6%2021107.94312,4%124.79414,3%2022108.27911,3%127.30613,3%20231106.38010,1%142.23913,5%20241114.95710,2%154.93313,8%1 Begin 2025 heeft het CBS de tabel over zorguitgaven gereviseerd. De cijfers over 2023 en 2024sluiten aan op deze revisie. De gegevens t/m 2022 zijn van vóór revisie.Bron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86015NED/table?dl=C7EF4 en https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84047NED/table?dl=AD561 NB De gegevens over 2025 zijn nog niet bekend.Omdat de hoogte van toekomstige zorguitgaven afhangt van dedemografie, de impact van technologische en maatschappelijke ontwikke-lingen, de economische groei en de impact van toekomstig beleid, is dezemoeilijk te voorspellen. Het CPB kent wel een raming voor de periode2026–2030, maar die is gebaseerd op een andere definitie, die nietsimpelweg valt toe te passen op de uitgaven volgens de definities van deZorgrekeningen van het CBS.Vraag 171Wat is de ontwikkeling van de zorgkosten in relatie tot de ontwikkeling vanhet bbp in de jaren 2010–2025 volgens de RIVM-definitie van zorgkosten?Wat is de prognose voor de jaren 2026–2030? Kunt u dit in een tabelweergeven?AntwoordHet RIVM gebruikt twee definities van zorguitgaven:1.Alle zorguitgaven aan geneeskundige en langdurige zorg. Tot dezeuitgaven worden ook de zorgkosten gerekend die betaald worden viade aanvullende verzekeringen en eigen betalingen evenals de uitgavenaan beleids- en beheerorganisaties. Deze definitie is ruimer dan diewordt gebruikt in de VWS-begroting.2.Gezondheidszorg volgens de internationale definitie. Deze definitie isop onderdelen ruimer dan die wordt gebruikt in de VWS-begroting enop andere onderdelen minder ruim.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1677 Alle zorguitgaven aan geneeskun-dige en langdurige zorgUitgaven voor gezondheidszorg conformde internationale definitiemln. euro%BBPmln. euro%BBP201073.40211,5%64.91010,2%201175.59311,6%66.55510,2%201278.30912,0%68.81610,5%201378.95712,0%69.90110,6%201480.11611,9%70.96410,6%201580.11811,6%71.23610,3%201682.02111,6%72.91810,3%201783.93211,4%74.61410,1%201887.33411,3%77.55310,0%201992.80411,4%82.44710,1%2020100.53812,6%89.40211,2%2021107.94312,4%96.85211,1%2022108.27911,3%96.82010,1%20231106.38010,1%104.9619,8%20241114.95710,2%113.47410,0%1 Begin 2025 heeft het CBS de tabel over zorguitgaven gereviseerd. De cijfers over 2023 en 2024sluiten aan op deze revisie. De gegevens t/m 2022 zijn van vóór revisie. NB De gegevens over 2025 zijn nog niet bekend.Omdat de hoogte van toekomstige zorguitgaven afhangt van dedemografie, de impact van technologische en maatschappelijke ontwikke-lingen, de economische groei en de impact van toekomstig beleid, is dezemoeilijk te voorspellen. Voor de beide RIVM-definities zijn er geentoekomstprojecties beschikbaar voor verwachte zorguitgaven. Het CPBkent wel een raming voor de periode 2026–2030, maar die is gebaseerd opeen andere definitie, die niet simpelweg valt toe te passen op de uitgavenvolgens de definities van het RIVM.Vraag 172Wat is de ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg in relatie tot deontwikkeling van het bbp in de jaren 2010–2025? Wat is de prognose voorde jaren 2026–2030? Kunt u dit in een tabel weergeven?AntwoordIn onderstaande tabel staat de netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw,Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot de ontwik-keling van het bruto binnenlands product (BBP) in de jaren 2010–2025 ende prognose voor de jaren 2026–2030.Het percentage dat de verhouding van de zorguitgaven ten opzichte vanhet BBP weergeeft fluctueert. Dit wordt met name veroorzaakt door deeconomische schommelingen. In jaren waar het BBP minder hard groeitof krimpt stijgt het percentage en in de jaren dat het BBP toeneemt viceversa. Wel is vanaf 2026 een opwaartse trend te zien.Tabel ontwikkeling netto gecorrigeerde zorguitgaven in relatie tot ontwikkeling BBP 2010–2025 en prognose 2026–2030 (bedragenx € 1 miljard)120102011201220132014220153 + 4201620172018Netto gecorrigeerdezorguitgaven (€)586062646459606465Groei van de nettozorguitgaven (€)31310– 5241Groei van de nettozorguitgaven (%)5%2%5%2%1%– 8%3%6%2%BBP (€)643656658666679699720751787Groei BBP (€)1813271321213136Groei BBP (%)3%2%0%1%2%3%3%4%5%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1678 20102011201220132014220153 + 4201620172018Netto gecorrigeerdezorguitgaven/BBP (%)9,0%9,1%9,5%9,6%9,4%8,4%8,4%8,5%8,3%1 Bij de beoordeling van deze cijfers is van belang dat de groei van de zorguitgaven wordt beïnvloed door wijzigingen in de definitie van de zorguit-gaven (zoals de overheveling van grote delen van de Wmo en de jeugdzorg naar het gemeentefonds) en door statistische vertekeningen, zoals in2014 de technische correctie kader jeugd, in 2015 de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd en in 2021 de statistische verlaging van deuitgaven vanwege de nieuwe bekostigingssystematiek in de ggz.Per 2024 is het Uitgavenplafond zorg (UPZ) afgeschaft.Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon- enprijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf 2024 niet meer opgenomen onder de definitie Premiegefinancierde zorguit-gaven (PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven in de onderstaande tabel ook voor de jaren 2010 t/m 2023 gecorrigeerd. Indeze uitgavendefinitie zijn de uitgaven uit de artikelen van de VWS-begroting niet meegenomen. De definitie wijkt ook af van de definitie die in deMiljoenennota wordt gehanteerd.2 In 2014 zijn de zorguitgaven met € 346 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie kader jeugd.3 In 2015 zijn de zorguitgaven met € 685 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd.4 De grote daling in 2015 ten opzichte van 2014 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Wmo en jeugd in 2015 naar de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). De IUSD telde mee in de definitie van de zorguitgaven. Vanaf 2019 zijn de middelen uit de IUSD opgegaan in deAlgemene Uitkering van het gemeentefonds en zijn ze geen onderdeel meer van de definitie van de zorguitgaven. Om een vergelijkbare uitgaven-reeks te hebben met dezelfde definitie is voor de jaren 2015 t/m 2018 gecorrigeerd voor de IUSD, door deze ook voor deze jaren niet mee te latentellen onder de definitie die nu wordt gehanteerd voor de Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ). Vraag 173Hoe heeft de groei van de collectieve zorguitgaven zich ten opzichte vande groei van de economie in de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld?AntwoordIn onderstaande tabel staat de netto gecorrigeerde zorguitgaven (Zvw,Wlz, Wmo beschermd wonen en AP-middelen) in relatie tot de ontwik-keling van het bruto binnenlands product (BBP) in de jaren 2010–2024 metals basisjaar 2009.Het percentage dat de verhouding van de zorguitgaven ten opzichte vanhet BBP weergeeft fluctueert. Dit wordt met name veroorzaakt door deeconomische schommelingen. In jaren waar het BBP minder hard groeitof krimpt stijgt het percentage en in de jaren dat het BBP toeneemt viceversa.Tabel ontwikkeling netto gecorrigeerde zorguitgaven in relatie tot ontwikkeling BBP 2010–2024 (bedragen x € 1 miljard)120102011201220132014220153, 42016Netto gecorrigeerde zorguitgaven (€)58606264645960Groei van de netto zorguitgaven (€)31310– 52Groei van de netto zorguitgaven (%)5%2%5%2%1%– 8%3%BBP (€)643656658666679699720Groei BBP (€)181327132121Groei BBP (%)3%2%0%1%2%3%3%Netto gecorrigeerde zorguitgaven/ BBP(%)9,0%9,1%9,5%9,6%9,4%8,4%8,4%Vervolg tabel20172018201920202021 52022202320246465697477818795414434686%2%7%6%4%5%7%9%7517878308178929941.0501.122313643– 137510256724%5%5%– 2%9%11%6%7%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1679 20102011201220132014220153, 420168,5%8,3%8,4%9,0%8,6%8,1%8,3%8,4%1 Bij de beoordeling van deze cijfers is van belang dat de groei van de zorguitgaven wordt beïnvloed door wijzigingen in de definitie van de zorguit-gaven (zoals de overheveling van grote delen van de Wmo en de jeugdzorg naar het gemeentefonds) en door statistische vertekeningen, zoals in2014 de technische correctie kader jeugd, in 2015 de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd en in 2021 de statistische verlaging van deuitgaven vanwege de nieuwe bekostigingssystematiek in de GGZ. Per 2024 is het Uitgavenplafond zorg (UPZ) afgeschaft.Vanwege het afschaffen van de deelplafonds worden de begrotingsgefinancierde zorguitgaven van de VWS-begroting en de gereserveerde loon- enprijsbijstellingen vanaf de ontwerpbegroting 2025 voor de jaren vanaf 2024 niet meer opgenomen onder de definitie Premiegefinancierde zorguit-gaven (PZ). Om vergelijkbare cijfers te presenteren zijn deze uitgaven in de onderstaande tabel ook voor de jaren 2010 t/m 2023 gecorrigeerd. Indeze uitgavendefinitie zijn de uitgaven uit de artikelen van de VWS-begroting niet meegenomen. De definitie wijkt ook af van de definitie die in deMiljoenennota wordt gehanteerd.2 In 2014 zijn de zorguitgaven met € 346 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie kader jeugd.3 In 2015 zijn de zorguitgaven met € 685 miljoen neerwaarts bijgesteld als gevolg van de technische correctie verkorting DBC-doorlooptijd.4 De grote daling in 2015 ten opzichte van 2014 wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Wmo en jeugd in 2015 naar de Integratie-uitkering Sociaal Domein (IUSD). De IUSD telde mee in de definitie van de zorguitgaven. Vanaf 2019 zijn de middelen uit de IUSD opgegaan in deAlgemene Uitkering van het gemeentefonds en zijn ze geen onderdeel meer van de definitie van de zorguitgaven. Om een vergelijkbare uitgaven-reeks te hebben met dezelfde definitie is voor de jaren 2015 t/m 2018 gecorrigeerd voor de IUSD, door deze ook voor deze jaren niet mee te latentellen onder de definitie die nu wordt gehanteerd voor de Premiegefinancierde Zorguitgaven (PZ).5 De zorguitgaven zijn in 2021 gecorrigeerd als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip GGZ van – € 1,2 miljard. Per1 januari 2022 wordt een nieuw bekostigingsmodel voor de GGZ ingevoerd. In dit nieuwe model wordt voor de bekostiging niet meer gewerkt metDBC’s en komt er een aparte bekostiging voor de basis-GGZ. De DBC’s die worden geopend in 2021 worden derhalve uiterlijk 31-12-2021 afgesloten;dit geldt ook voor de huidige bekostiging van de basis-GGZ. Hierdoor is er in 2021 om technisch-administratieve redenen sprake van eenmaliglagere zorguitgaven in termen van schadelast. Deze technische aanpassing heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid GGZ die feitelijk kan wordengeleverd of op de omzetten van zorgaanbieders. Er is geen sprake van een bezuiniging. Deze technische bijstelling heeft dan ook geen gevolgenvoor het EMU-saldo en geen invloed op de premiehoogte.Bron: VWS- en CPB-cijfers Vraag 174Wat is het gemiddelde aan niet-vergoede zorgkosten en eigen bijdragendat een chronische patiënt in 2025 naar benadering betaalt?AntwoordEr bestaat geen eenduidige definitie voor wanneer iemand een chronischepatiënt is. Daarnaast is er geen centrale databron beschikbaar voorniet-vergoede zorgkosten. Dit maakt het niet mogelijk om de gemiddeldeniet-vergoede zorgkosten en eigen bijdragen van een chronische patiëntte bepalen.Voor niet-vergoede zorgkosten die mensen maken in verband met ziekteof invaliditeit bestaat de fiscale regeling aftrek specifieke zorgkosten. Daarmogen mensen hun kosten voor geneeskundige hulp of hulpmiddelenonder bepaalde voorwaarden als aftrekpost opvoeren in de inkomstenbe-lasting. Voor mensen die geen of weinig inkomstenbelasting betalen endaardoor geen profijt hebben van het opvoeren van aftrekposten, bestaater de tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Ook kent een deel van degemeenten een meerkostenregeling voor chronisch patiënten en mensenmet een beperking.Vraag 175Hoe heeft de nominale premie zich sinds 2006 ontwikkeld als percentagevan het modale inkomen?AntwoordBruto modaal inkomenper jaarNominale premie perjaarNominale premie alspercentage van hetbruto modaal inkomen200629.5009263%200730.0001.0013%200831.5001.0493%200932.5001.0593%201032.5001.0953%201133.0001.1994%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1680 Bruto modaal inkomenper jaarNominale premie perjaarNominale premie alspercentage van hetbruto modaal inkomen201233.0001.2264%201332.5001.2134%201433.0001.0983%201533.0001.1584%201633.5001.2014%201734.0001.2864%201834.5001.3084%201935.0001.3844%202036.5001.4144%202137.5001.4714%202239.0001.5144%202341.5001.6504%202444.0001.7474%202546.0001.8764%202648.0001.9084% Noot: De inschatting van het modale inkomen is overgenomen van hetCPB. De nominale premie in de jaren 2006 en 2007 wijkt af vanwege deno-claimkorting. Gepresenteerde premie in die jaren is inclusief no-claimpremie en gemiddelde no-claim teruggave. Het jaar 2026 is gebaseerd opeen raming van de premie en het inkomen.Vraag 176Hoe heeft de nominale premie zich sinds 2006 ontwikkeld als percentagevan het minimumloon op maandbasis?AntwoordWML per maand(inclusief vakantiegeld)Nominale premie permaandNominale premie alspercentage van het WML20061.374776%20071.405836%20081.442876%20091.492886%20101.520916%20111.5381006%20121.5621027%20131.5871016%20141.604926%20151.622976%20161.6471006%20171.6761076%20181.7041096%20191.7451157%20201.7861187%20211.8201237%20221.8631267%20232.0891387%20242.2351467%20252.3671567%20262.4781596% Noot: De nominale premie in de jaren 2006 en 2007 wijkt af vanwege deno-claim. Gepresenteerde premie in die jaren is inclusief no-claim premieen gemiddelde no-claim teruggave. Het jaar 2026 is gebaseerd op eenraming van de premie en het inkomen.Vraag 177Hoeveel zouden de maandelijkse kosten dalen voor mensen met eenminimuminkomen als de nominale premie volledig inkomensafhankelijkzou worden?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1681 Hoe hoog de maandelijkse kosten worden voor mensen met eenminimuminkomen bij een inkomensafhankelijke nominale premie isvolledig afhankelijk van de keuzes die daarbij gemaakt worden in devormgeving. Hoe inkomensafhankelijker de variant gemaakt wordt, des telager de kosten voor de lagere inkomens zijn en hoe hoger de kosten voorde hogere inkomens zijn. Verder vraagt het invoeren van een inkomensaf-hankelijke nominale premie om keuzes en verdere uitwerking van deuitvoering.De financiering van de Zorgverzekeringswet is al deels inkomensafhan-kelijk, bijvoorbeeld via de inkomensafhankelijke bijdrage dat alspercentage over het inkomen wordt afgedragen. Daarnaast ontvangenverzekerden met de laagste inkomens een tegemoetkoming voor denominale premie en het gemiddelde eigen risico via de zorgtoeslag. Diezorgtoeslag is inkomensafhankelijk.Vraag 178Hoeveel zouden de maandelijkse kosten dalen voor mensen met eenmodaal inkomen als de nominale premie volledig inkomensafhankelijkzou worden?AntwoordHoe hoog de maandelijkse kosten worden voor mensen met een modaalinkomen bij een inkomensafhankelijke nominale premie is volledigafhankelijk van de keuzes die daarbij gemaakt worden in de vormgeving.Hoe inkomensafhankelijker de variant gemaakt wordt, des te lager dekosten voor de lagere inkomens zijn en hoe hoger de kosten voor dehogere inkomens zijn. Verder vraagt het invoeren van een inkomensafhan-kelijke nominale premie om keuzes en verdere uitwerking van deuitvoering.De financiering van de Zorgverzekeringswet is al deels inkomensafhan-kelijk, bijvoorbeeld via de inkomensafhankelijke bijdrage dat alspercentage over het inkomen wordt afgedragen. Daarnaast ontvangenverzekerden met de laagste inkomens een tegemoetkoming voor denominale premie en het gemiddelde eigen risico via de zorgtoeslag. Diezorgtoeslag is inkomensafhankelijk.Vraag 179Hoeveel geld gaat er in totaal naar mensen toe in het kader van dezorgtoeslag?AntwoordZoals in artikel 8 van de VWS-begroting is opgenomen verwachten we datin 2026 € 7.746.800.000 uitgegeven wordt aan zorgtoeslag. Dit betreftzowel betalingen over toeslagjaar 2026 als nabetalingen over eerderetoeslagjaren. Ook wordt er verwacht dat er in 2026 € 583.800.000ontvangen wordt vanwege terugvorderingen als gevolg van te veelvooruitbetaalde zorgtoeslag. Dit betreft zowel terugvorderingen overtoeslagjaar 2026 als terugvorderingen over eerdere toeslagjaren. Persaldo gaat er in 2026 naar verwachting € 7.163.000 naar mensen in hetkader van de zorgtoeslag. Welk bedrag er definitief aan zorgtoeslag wordtuitgekeerd in 2026 wordt te zijner tijd vermeld in het jaarverslag.Vraag 180Hoeveel mensen en welk percentage van de totale bevolking heeft eenbetalingsachterstand in het betalen van de zorgpremie?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1682 In de onderstaande tabel vindt u het aantal verzekerden met eenbetalingsachterstand.Verzekerden met betalingsachterstand van:Eind 2024Percentage van totaal2–4 maandpremies102.9630,7%4–6 maandpremies89.8600,6%van 6 of meer maandpremies231.6271,6%Totaal aantal betalingsachterstanden424.4502,9% Bij het berekenen van het percentage van de totale bevolking wordtuitgegaan van 14,5 miljoen verzekerden boven de 18 jaar.Op 1 oktober 2025 waren er 197.320 verzekerden met een betalingsachter-stand aan wie een bestuursrechtelijke premie werd opgelegd door hetCAK (Regeling Betalingsachterstand Zorgpremie). Dit is 1,4% van hettotaal aantal verzekerden boven de 18 jaar.Een deel van de 231.627 verzekerden met een betalingsachterstand van 6of meer maandpremies heeft een betalingsregeling getroffen met dezorgverzekeraar. De regeling betalingsachterstand zorgpremie wordt indat geval opgeschort.Vraag 181Kunt u in een tabel overzichtelijk maken per inkomensgroep hoeveel euroen procent zij erop vooruit dan wel achteruit zouden gaan als dezorgpremie volledig inkomensafhankelijk zou worden en het eigen risicovoor iedereen zou worden afgeschaft?AntwoordHoe hoog de maandelijkse kosten worden voor verschillende inkomens-groepen bij een inkomensafhankelijke nominale premie in combinatie methet afschaffen van het eigen risico is volledig afhankelijk van de keuzesdie daarbij gemaakt worden in de vormgeving. Het kost naar verwachting€ 2,7 miljard extra, bovenop de verlaging van het eigen risico naar € 165,om het eigen risico af te schaffen. Dit zorgt ervoor dat de gemiddeldepremie met ongeveer € 150 op jaarbasis moet stijgen. Dit komt bovenophet premie-effect van het verlagen van het eigen risico. Hoe inkomensaf-hankelijker de variant gemaakt wordt, des te lager de kosten voor delagere inkomens zijn en hoe hoger de kosten voor de hogere inkomenszijn. Verder vraagt het invoeren van een inkomensafhankelijke nominalepremie om keuzes en verdere uitwerking van de uitvoering.De financiering van de Zorgverzekeringswet is al deels inkomensafhan-kelijk. De helft van alle uitgaven wordt betaald via de inkomensafhanke-lijke bijdrage dat als percentage over het inkomen wordt afgedragen.Daarnaast ontvangen verzekerden met de laagste inkomens eentegemoetkoming voor de nominale premie en het gemiddelde eigen risicovia de zorgtoeslag. Die zorgtoeslag is inkomensafhankelijk.Vraag 182Hoeveel geeft elke zorgverzekeraar uit aan bedrijfskosten? Kunt u dit perzorgverzekeraar aangeven?AntwoordOnderstaande tabel geeft de door zorgverzekeraars gerapporteerdebedrijfskosten voor 2024 weer. 2024 is het jaar waarvoor de meest recentecijfers beschikbaar zijn. De tabel geeft zowel de totale bedrijfskosten perTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1683 concern weer als de bedrijfskosten als percentage van de totalezorgkosten (van een basisverzekering) per concern.Zorgverzekeraar (concern)Totale bedrijfskosten in 2024(x € 1 miljoen)Bedrijfskosten als percentagevan zorgkosten (%)ASR533,9%CZ3302,7%DSW + Stad Holland622,4%EUCARE213,7%Salland317,7%Menzis1422,2%ONVZ423,2%VGZ3302,6%Zorg en Zekerheid543,4%Zilveren Kruis3632,3%Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorg-verzekeraars gepresenteerd op hun website. Vraag 183Hoeveel geven zorgverzekeraars jaarlijks uit aan reclame-uitgaven?AntwoordIn de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, diesinds de jaarcijfers 2014 door individuele zorgverzekeraars wordengepubliceerd, worden de uitgaven aan reclame vermeld. Op basis daarvanis onderstaande tabel opgesteld. Voor de jaren daarvoor zijn geen cijfersbeschikbaar.Concern/JaarASRCZDSW + StadHollandEUCARESalland2014905.7516691.03120158786.58948468620161504.4497927672017744.97583691820181624.46485390020193212.98480788320202353.04885163620214932.81594344420225732.7921.02383020231812.59885933157920241812.636964362898 Ontwikkeling reclamekosten 2014–2024 op concernniveau (x € 1.000), basisverze-keringConcern/JaarMenzisONVZVGZZorg &ZekerheidZilverenKruisTotaal20145.1328866.8021.26918.10639.73620154.8359776.2861.27713.45735.46920164.4081.4044.5811.28816.15333.99220173.9008695.9621.45511.09330.08220183.7108824.8771.51112.32629.68520193.5456934.9501.2548.30723.74420202.8811.6574.6671.1175.92221.01420213.5351.1925.1701.3327.35223.27620223.3391.3904.9701.1704.62220.70920233.0141.5184.7661.6158.53823.99820244.1061.0695.1601.0959.35825.831Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorg-verzekeraars gepresenteerd op hun website. EUCARE publiceert deze gegevens sinds2023. Vraag 184Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1684 Hoeveel geven zorgverzekeraars jaarlijks uit aan acquisitiekosten? Is ditinclusief of exclusief reclame-uitgaven?AntwoordIn de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, diesinds de jaarcijfers 2014 door individuele zorgverzekeraars wordengepubliceerd, worden de uitgaven aan acquisitie vermeld. Op basisdaarvan is onderstaande tabel opgesteld. Voor de jaren daarvoor zijn geencijfers beschikbaar. Uit deze cijfers blijkt dat de totale acquisitiekosten(exclusief reclame-uitgaven) voor de basisverzekering in 2024 ca.€ 198 miljoen bedragen, oftewel ca. € 14 per premiebetaler.Ontwikkeling acquisitiekosten (excl. reclame-uitgaven) 2014–2024 op concernniveau (x € 1.000), basisverzekeringConcern/jaarASRCZDSW +StadHollandEUCAREMenzisONVZSallandVGZZorg &ZekerheidZilverenKruisTotaal20149.83639.2882.06023.2818.30366064.5822.18246.032196.22420154.50356.2262.29226.90210.9001.00167.2242.09545.379216.52220167.44157.3362.25129.7269.9511.26765.4572.53131.163207.12320176.58059.5192.13727.62110.6441.45665.8973.17430.082207.11020185.76863.8592.41125.94410.1131.94558.0933.36220.447191.94220196.64450.9462.29127.15310.2672.00761.4493.66741.222205.646202013.97152.3272.02527.9279.3481.85757.5843.71936.124204.88220217.11651.1332.16021.8127.4411.23262.5164.38233.303191.095202210.95747.7572.12523.0897.4022.82658.2285.84344.961203.18820236.52556.7152.09815.73213.5227.11967256.0955.51917.019181.01620244.64865.5282.20811.23711.3867.41446153.4856.55035.199198.115Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op hun website. EUCAREpubliceert deze gegevens sinds 2023. Vraag 185Kunt u per zorgverzekeraar de solvabiliteit noemen? Hoe groot is voor elkvan deze verzekeraars het bedrag aan reserves bovenop de door deNederlandse Bank (DNB) vereiste solvabiliteit? Wat is het totaal aanreserves van zorgverzekeraars bovenop de door DNB vereistesolvabiliteit?AntwoordVoor 2024 (het jaar waarvoor de meest recente cijfers beschikbaar zijn)vindt u hieronder de aanwezige en vereiste solvabiliteit basisverzekeringen de solvabiliteitsratio’s. De aanwezige reserves basisverzekering vanzorgverzekeraars tezamen bedragen ultimo 2024 € 11,4 miljard. Hiervan isbijna € 8,2 miljard wettelijk vereist. De gewogen gemiddelde solvabili-teitsratio bedraagt 139%.Solvabiliteit basisverzekering 2024, Solvency II (x € 1 mln.)2024AanwezigesolvabiliteitVereistesolvabiliteitVerschil tussen aanwezigeen vereiste solvabiliteitASR139%24417668CZ141%2.5211.782739DSW + StadHolland137%495362133EUCARE130%30237Salland135%916723Menzis140%1.362969392ONVZ135%25518966VGZ139%2.8102.022787Zorg & Zekerheid154%368239129Zilveren Kruis138%3.2522.363889Macro139%11.4288.1933.234Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorg-verzekeraars gepresenteerd op hun website. Zilveren Kruis betreft een optelling door VWSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1685 van de solvabiliteitcijfers van de verschillende risicodragers van Zilveren Kruis. VGZ betreft eeninschatting op basis van de solvabiliteit basis- plus aanvullende verzekering van VGZ, naarrato van de schade basis- en aanvullende verzekering VGZ. Vraag 186Hoeveel premiegeld geven zorgverzekeraars uit om zorgaanbieders tecontroleren?AntwoordUit de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering blijktdat de totale schadebehandelingskosten voor de basisverzekering in 2024ca. € 212 miljoen bedragen, oftewel ca. € 15 per premiebetaler. Deschadebehandelingskosten omvatten alle kosten die verband houden metde afwikkeling of uitkering van zorgkosten. Welk deel hiervan wordtbesteed aan het controleren van zorgaanbieders, is niet bekend.Vraag 187Hoe groot is de solvabiliteitsreserve van de zorgverzekeraars op ditmoment? Hoe hebben de reserves van de zorgverzekeraars zich deafgelopen tien jaar ontwikkeld?AntwoordVoor 2024 (het jaar waarvoor de meest recente cijfers beschikbaar zijn)vindt u hieronder de aanwezige en vereiste solvabiliteit basisverzekeringen de solvabiliteitsratio’s voor de jaren 2014 t/m 2024. De aanwezigereserves basisverzekering van zorgverzekeraars tezamen bedragen ultimo2024 € 11,4 miljard. Hiervan is bijna € 8,2 miljard wettelijk vereist. Desolvabiliteitsratio bedraagt gemiddeld 139%.Concern/jaarASRCZDSW +SHEUCAREMenzisONVZSallandVGZZ&ZZilverenKruisTotaal2014151%163%154%129%157%114%137%172%162%151%2015146%169%157%124%166%108%155%188%174%160%2016144%173%141%123%142%160%149%157%167%155%2017138%149%147%129%121%159%141%151%137%140%2018140%157%134%138%132%166%142%165%141%145%2019144%154%130%145%124%155%143%168%146%146%2020140%160%144%142%155%144%136%171%149%148%2021138%160%145%132%142%146%136%158%138%142%2022124%145%128%128%128%131%129%151%147%138%2023133%142%131%137%146%127%140%142%161%142%142%2024139%141%137%130%140%135%135%139%154%138%139%Aanwe-zigesolvabili-teit 2024(x € 1 mln)2442.521495301.362255912.8103683.25211.428Vereistesolvabili-teit 2024(x € 1 mln)1761.78236223969189672.0222392.3638.193Bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op hun website. ZilverenKruis betreft een optelling door VWS van de solvabiliteitcijfers van de verschillende risicodragers van Zilveren Kruis. VGZ betreft een inschat-ting op basis van de solvabiliteit basis- plus aanvullende verzekering van VGZ, naar rato van de schade basis- en aanvullende verzekeringVGZ. EUCARE publiceert deze gegevens sinds 2023. Vraag 188Hoeveel gezonde levensjaren worden er per jaar toegevoegd door hetpreventieve werk van de GGD’en?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1686 Het preventieve werk van de GGD’en (of andere organisaties) kan nietéén op één vertaald worden naar gezonde levensjaren. Wel draagt hetpreventieve werk van de GGD aantoonbaar bij aan de gezondheid vanNederlanders. Ik doel hiermee onder meer op de infectieziektenbe-strijding, de preventie en behandeling van seksueel overdraagbareaandoeningen, en de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg (vaccinatie-programma, gehoorscreening, hielprik), dat veelal onderdeel is van dewerkzaamheden van de GGD.Vraag 189Welke bezuinigingen en belastingverhogingen zullen de komende jarengevolgen hebben voor de sport?AntwoordDe volgende maatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord hebben betrek-kingen op sport:−De 10% korting op alle Specifieke Uitkeringen (SPUKS) vanaf 2026 isreeds ingeboekt op de begroting. Dit betreft drie SPUKS op het gebiedvan Sport en bewegen:CSPUK Stimulering Sport;CSPUK Brede regeling Combinatiefuncties, nu onderdeel van BredeSPUK tot en met 2026;CSPUK Lokale Sportakkoorden nu onderdeel van brede SPUK tot enmet 2026.−De ingeboekte subsidietaakstelling heeft in 2026 een omvang van circa€ 34 miljoen. Zo wordt bijna € 6 miljoen bespaard op diversesubsidiebudgetten waaronder onderzoek en innovatie voor de sport.Ook wordt vanaf 2026 een besparing van € 28 miljoen op de BOSA-regeling ingeboekt.−De trapsgewijze verhoging kansspelbelasting (in 2025 van 30,5 naar34,2% en in 2026 van 34,2 naar 37,8%) kan gevolgen hebben voor deafdrachten aan NOC*NSF.Vraag 190Hoeveel zou het kosten om de btw op sport te verlagen naar nul procent?Hoeveel zou dit kosten als enkel de kosten voor het beoefenen van sportworden verlaagd naar nul procent en de btw op sport kijken op negenprocent te houden?AntwoordHet is niet mogelijk een 0%-tarief op sport te introduceren omdat dit nietis toegestaan op grond van het Europese recht, dat geldt zowel voor hetbezoeken van sportwedstrijden als het beoefenen van sport. Voor meerinformatie over de mogelijkheden die de Btw-richtlijn biedt voor hetintroduceren van verlaagde btw-tarieven verwijst het kabinet naar de brief«Beleidsruimte btw-tarievenrichtlijn»58. Sportverenigingen die geen winstbeogen zoals voetbal-, korfbal-, volleybalverenigingen, etc., zijn vrijgesteldvan btw.Vraag 191Hoeveel zou het kosten om alle sporten gratis te maken voor alle jongerentot 23 jaar?AntwoordEr zijn 4,7 miljoen kinderen/jongeren tussen de 0 en 23 jaar. De kostenvoor sport lopen erg uiteen. Voor deze berekening wordt uitgegaan van deinschatting per persoon die het Jeugdfonds Sport en Cultuur eerder ditjaar hanteerde. Dit is een gemiddeld bedrag van € 291 per jaar voor58Kamerstuk 32 140, nr. 119Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1687 één abonnement berekend over alle sporten inclusief zwemles. Ditbetekent dat als alle sporten gratis worden gemaakt voor jongeren tot enmet 23 jaar een bedrag van minimaal afgerond € 1,4 miljard per jaarnodig is om alle jongeren van 0 tot 23 één sport te laten beoefenen. Dit isdan contributievergoeding, geen vergoeding van benodigde materialen.Vraag 192Hoeveel kost een gemiddeld sportabonnement voor volwassenen?AntwoordOnderzoek van het CBS (202359) geeft aan dat het duurste maandabon-nement van een fitnesscentrum gemiddeld € 61 per maand is en hetgoedkoopste € 31. Het betreft hier een ongewogen gemiddelde vanrespectievelijk het maandabonnement met de laagste prijs en hetmaandabonnement met de hoogste prijs. Indien het gemiddelde van dezetwee bedragen wordt genomen, komt dat neer op € 46 per maand.Vraag 193Hoe hoog is de gemiddelde contributie voor het lidmaatschap van eensportvereniging voor volwassenen?AntwoordDe door het Mulier Instituut gepubliceerde Contributiemonitor2024/202560 biedt inzicht in de ontwikkeling van de contributies vanverschillende sporttakken. Hierin wordt per sport onderscheiden wat degemiddelde contributie is voor pupillen, junioren en senioren. De monitorbiedt geen inzicht in de gemiddelde contributie voor volwassen over degehele sportsector. Voor een overzicht van de gemiddelde contributiesvan een voetbal-, tennis-, hockey-, en atletiekvereniging verwijst deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport u naar de beantwoording vanvraag 194.Vraag 194Hoe hoog is de gemiddelde contributie voor een voetbalvereniging, eentennisvereniging, een hockeyvereniging en een atletiekvereniging?AntwoordDe door het Mulier Instituut gepubliceerde Contributiemonitor 2024/2025biedt inzicht in de gemiddelde hoogten van de contributies van verschil-lende sporttakken. Hierin wordt per sport onderscheiden wat de gemid-delde contributie is voor pupillen, junioren en senioren. Uit de Contribu-tiemonitor 2024/2025 blijkt:•De gemiddelde contributie van voetbalverenigingen in het seizoen2024/2025 bedraagt voor pupillen € 142, € 171 voor junioren en € 223voor senioren.•De gemiddelde contributie van hockeyverenigingen in het seizoen2024/2025 bedraagt voor pupillen € 260, € 326 voor junioren en € 349voor senioren.•De gemiddelde contributie van atletiekverenigingen in het seizoen2024/2025 bedraagt voor pupillen € 144, € 163 voor junioren en € 169voor senioren.De meest recente cijfers van tenniscontributies komen uit de Contributie-monitor 2023/2024. Daarvoor geldt:•De gemiddelde contributie van tennisverenigingen in het seizoen2023/2024 bedraagt voor pupillen € 62, € 80 voor junioren en € 151voor senioren.59Fitnesscentra; klanten, abonnementsprijzen en voorzieningen, CBS (2023).60Contributiemonitor 2024/2025, Mulier Instituut (2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1688 Vraag 195Hoeveel kost een gemiddeld sportabonnement voor minderjarigen?AntwoordUit onderzoek van het CBS (2023) blijkt dat van de 2,3 miljoen mensenmet een sportabonnement bij een fitnesscentrum, er 250 duizendminderjarig zijn. Er zijn geen onderzoeksgegevens bekend over degemiddelde prijs van een sportabonnement voor minderjarigen. Voor debeste benadering verwijst de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport unaar de beantwoording van vraag 192.Vraag 196Hoe hoog is de gemiddelde contributie voor het lidmaatschap van eensportvereniging voor minderjarigen?AntwoordDe door het Mulier Instituut gepubliceerde Contributiemonitor 2024/2025biedt inzicht in de hoogten en ontwikkeling van de contributies vanverschillende sporttakken. Hierin wordt per sport onderscheiden wat degemiddelde contributie is voor pupillen, junioren en senioren. Hiervoorverwijst de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport u naar de beant-woording van vraag 194. De Monitor biedt geen inzicht in de gemiddeldecontributie van een sportvereniging voor minderjarigen over de gehelesportsector.Vraag 197Hoeveel zou het kosten om iedere jongere tot 23 jaar een vrij besteedbaarsportbudget (bijvoorbeeld via een sportpas) te geven ter hoogte van dekosten van een gemiddeld sportabonnement of contributie van eensportvereniging?AntwoordZoals bij vraag 191 toegelicht, is een bedrag van minimaal afgerond€ 1,4 miljard nodig om voor iedere jongere tot en met 23 jaar een vrijbesteedbaar sportbudget (bijvoorbeeld via een sportpas) te geven.Vraag 198Hoe lang zijn de wachtlijsten voor zwemles?AntwoordVia de brief «Aanpak wachtlijsten zwemles en landelijk dekkend aanbod»(Kamerstukken II 2022–2023, 30 234, nr. 366) is de Kamer geïnformeerdover het gegeven dat er geen centraal overzicht van wachttijden voorzwemles bestaat. Dit zou beperkte waarde hebben omdat ouders vaak hunkind al ruim voor de mogelijke startleeftijd (vaak 4–5 jaar) inschrijven ofomdat kinderen op meerdere plekken ingeschreven staan. Vorig jaarinformeerde de Staatssecretaris van JPS de Kamer met de inschatting vande Nationale Raad Zwemveiligheid over de wachtlijsten voor zwemles. Deraad gaf toen aan dat de wachttijd per locatie nog altijd sterk kandifferentiëren van 0 tot 24 maanden, maar dat kinderen en hun oudersrekening kunnen houden met een gemiddelde wachttijd van circa6 maanden. Op dit moment is er geen reden om aan te nemen dat dezewachttijd sterk gewijzigd is.Vraag 199Hoe groot is het tekort aan zwemdocenten?AntwoordIn het najaar van 2025 staan ongeveer 80 vacatures open voor zwemdo-centen via het platform «Werken in het water». In de zomer van 2024 is deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1689 Vereniging Werkgevers in Zwembaden en Zwemscholen een arbeids-marktcampagne gestart via de website www.werkeninhetwater.nl omwerken in zwembaden aantrekkelijker te maken.Vraag 200Hoeveel houden mensen die intramuraal wonen met een Wet langdurigezorg (Wlz)-indicatie met een hoge eigen bijdrage maandelijks gemiddeldover na betaling daarvan?AntwoordDe hoogte van de intramurale eigen bijdrage Wlz hangt van veel factorenaf, zoals het inkomen, het vermogen, de betaalde belasting, de leeftijd, ende huishoudsamenstelling. Het bedrag dat de cliënt uiteindelijk overhoudthangt dan ook sterk af van de individuele situatie. De variatie tussen decliënten is daarom ook groot en de waarde die het gemiddelde bedrag datoverblijft na eigen betalingen representeert, is daarom beperkt. Wel is hetmogelijk een versimpelde berekening te maken voor de grootste groepdie verblijft in een intramurale instelling, namelijk de alleenstaandezonder vermogen. Op basis van de gegevens van de CBS microdata is hetgemiddelde bedrag dat deze groep overhoudt € 942 per maand nabetaling van de eigen bijdrage Wlz in 2023. De systematiek van de eigenbijdrage Wlz waarborgt dat cliënten altijd tenminste het zak- en kleedgeldoverhouden na betaling van de eigen bijdrage. De hoogte van het zak- enkleedgeld is in 2025 € 426 per maand voor een alleenstaande.Vraag 201Hoeveel houden mensen met een beperking die intramuraal wonen meteen Wlz-indicatie met een hoge eigen bijdrage maandelijks gemiddeldover na betaling daarvan?AntwoordDe hoogte van de intramurale eigen bijdrage Wlz hangt van veel factorenaf, zoals het inkomen, het vermogen, de betaalde belasting, de leeftijd, ende huishoudsamenstelling. Het bedrag dat de cliënt uiteindelijk overhoudthangt dan ook sterk af van de individuele situatie. De variatie tussen decliënten is daarom ook groot en de waarde die het gemiddelde bedrag datoverblijft na eigen betalingen representeert, is daarom beperkt.Wel is het mogelijk een versimpelde berekening te maken voor degrootste groep die verblijft in de intramurale gehandicaptenzorg, nl. eenalleenstaande zonder vermogen. Op basis van microdata van het CBS uit2023 hielden deze cliënten gemiddeld € 897 per maand over na betalingvan de eigen bijdrage Wlz in 2023.Vraag 202Hoeveel houden ouderen die intramuraal wonen met een Wlz-indicatiemet een hoge eigen bijdrage maandelijks gemiddeld over na betalingdaarvan?AntwoordDe hoogte van de intramurale eigen bijdrage Wlz hangt van veel factorenaf, zoals het inkomen, het vermogen, de betaalde belasting, de leeftijd, ende huishoudsamenstelling. Het bedrag dat de cliënt uiteindelijk overhoudthangt dan ook sterk af van de individuele situatie. De variatie tussen decliënten is daarom ook groot en de waarde die het gemiddelde bedrag datoverblijft na eigen betalingen representeert, is daarom beperkt.Wel is het mogelijk een versimpelde berekening te maken voor degrootste groep die verblijft in de intramurale verpleging & verzorging, nl.een alleenstaande zonder vermogen. Op basis van microdata van het CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1690 uit 2023 hielden deze cliënten gemiddeld € 992 per maand over nabetaling van de eigen bijdrage Wlz in 2023.Vraag 203Hoeveel houden mensen met een minimuminkomen die intramuraalwonen met een Wlz-indicatie met een hoge eigen bijdrage maandelijksgemiddeld over na betaling daarvan?AntwoordAOW-gerechtigde cliënten en niet AOW-gerechtigde cliënten hebben eenverschillend minimuminkomen. Een alleenstaande AOW’er, met alleenAOW en geen vermogen houdt na betaling van de eigen bijdrage Wlz, denominale Zvw-premie, het (gemiddelde) eigen risico Zvw en de ontvangstvan de zorgtoeslag € 748 per maand over. Bij een alleenstaande metalleen een Wajong-uitkering en geen vermogen is dit € 731 per maand.Hierbij is er van uitgegaan dat er in beide gevallen loonbelasting isbetaald en er geen gebruik is gemaakt van aftrekposten.Vraag 204Hoeveel houden mensen met een beperking en een minimuminkomen dieintramuraal wonen met een Wlz-indicatie met een hoge eigen bijdragemaandelijks gemiddeld over na betaling daarvan?AntwoordOnder de aanname dat een cliënt in de gehandicaptenzorg nog nietAOW-gerechtigd is en geen partner en geen vermogen heeft, wordt eenminimuminkomen gelijk gesteld aan de Wajong-uitkering. De cliënt houdtna betaling van de eigen bijdrage Wlz, de nominale Zvw-premie, het(gemiddelde) eigen risico Zvw en na ontvangst van de zorgtoeslag € 731per maand over.Vraag 205Hoeveel houden ouderen met een minimuminkomen die intramuraalwonen met een Wlz-indicatie met een hoge eigen bijdrage maandelijksgemiddeld over na betaling daarvan?AntwoordOnder de aanname dat een cliënt in de verpleging & verzorgingAOW-gerechtigd is en geen partner en geen vermogen heeft, wordt eenminimuminkomen gelijk gesteld aan de AOW-uitkering. De cliënt houdt nabetaling van de eigen bijdrage Wlz, de nominale Zvw-premie, het(gemiddelde) eigen risico Zvw en na ontvangst van de zorgtoeslag € 748per maand over.Vraag 206Hoe heeft het aantal onverzekerde Nederlanders zich de afgelopen jarenontwikkeld?AntwoordHet precieze aantal onverzekerde Nederlanders en de ontwikkelingdaarvan, is onbekend. Veel onverzekerde Nederlanders zijn niet zichtbaarin overheidssystemen. Zij kunnen daarom niet worden opgespoord doorde SVB, niet worden aangeschreven door het CAK, en niet worden beboeten ambtshalve verzekerd door het CAK. Deze werkwijze betreft de regelingOpsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering. In dit proceszitten doorgaans circa 25.000 mensen, waarvan een groot deel arbeidsmi-granten en buitenlandse studenten. Een onbekend deel van dit aantal iseen Nederlandse ingezetene.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1691 Voor een indicatie van het aantal onverzekerde Nederlanders kan ookgekeken worden naar de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aanonverzekerden (SOV). Zorgaanbieders kunnen de kosten van zorg aanonverzekerden declareren bij het CAK ten laste van de SOV. Het CAK steltdat ongeveer 30% van de zorgkosten van de SOV (het totaal bedraagtcirca € 100 miljoen in 2025) wordt gemaakt voor mensen met eenNederlandse nationaliteit. Gemiddeld genomen wordt er voor circa32.000 patiënten per jaar gedeclareerd. Dit zou betekenen dat de zorg aancirca 10.000 onverzekerde Nederlanders ten laste komt van de SOV. Hettotale aantal onverzekerde Nederlanders – inclusief de onverzekerdeNederlanders aan wie geen zorg wordt geleverd ten laste van de SOV – isonbekend.Vraag 207Hoeveel zou het kosten om het aantal plaatsen in de vrouwenopvang teverhogen naar 1.800, in lijn met het verdrag van Istanbul?AntwoordBranchevereniging Valente heeft in het kader van het huidige capaciteits-tekort een berekening gemaakt waarbij geldt dat voor de realisatie van153 extra opvangplaatsen (30 crisisplekken en 123 vervolgplekken)structureel € 12 miljoen nodig is. Gemiddeld genomen is daarmee78.431 euro benodigd voor de financiering van één opvangplaats in devrouwenopvang. De verantwoordelijkheid voor het organiseren enfinancieren van de vrouwenopvang is een gemeentelijke verantwoorde-lijkheid op grond van de Wmo2015. Er kunnen regionale verschillenbestaan in kostprijzen die gelden voor de vrouwenopvang en er bestaatgeen landelijk inzicht in deze kostprijzen. In het Verdrag van Istanbul is deaanbeveling opgenomen de norm van 1 opvangplaats per10.000 inwoners te hanteren. Daarbij wordt gesteld dat het daadwerkelijkaantal opvangplaatsen moet worden afgestemd op de nationale contextvan de lidstaat; de norm is daarmee geen verplichting. Voor de Neder-landse context is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) enbranchevereniging Valente besproken dat 1.800 opvangplaatsen nietpassend is in verhouding tot het aantal slachtoffers met een opvangbe-hoefte; het is echter lastig te bepalen welk aantal wel passend is voor deNederlandse context. Hierover vinden continu gesprekken plaats.Vraag 208Hoeveel zou het kosten om het eigen risico voor slachtoffers van seksueelgeweld af te schaffen?AntwoordSlachtoffers van seksueel geweld kunnen kosteloos hulp zoeken bij hetCentrum Seksueel Geweld. Op basis van de situatie en behoeften van hetslachtoffer wordt bepaald welke zorg nodig is. Het is niet voor alleslachtoffers van seksueel geweld noodzakelijk om medische zorg en/ofpsychologische zorg te ontvangen, maar zo nodig wordt forensische enmedische zorg geboden. Bijvoorbeeld medisch onderzoek en behandelingals er letsel is. indien sprake is van ernstig psychische klachten wordtvanuit het CSG doorverwezen naar de reguliere GGZ. Er is daarmee nieteen standaard pakket aan zorg dat wordt geboden, maar maatwerk datwordt geleverd per slachtoffer op basis van zijn of haar behoeftes.Voor sommige medische zorg geldt het eigen risico. De hoogte van heteigen risico wat in rekening wordt gebracht is afhankelijk van welkeZvw-zorg iemand nodig heeft en/of het eigen risico al volledig of deels isverbruikt aan andere vormen van zorg op het moment dat iemand naseksueel geweld medische zorg ontvangt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1692 Het Nederlandse zorgstelsel is zo ingericht dat op iedere verzekerde van18 jaar of ouder het verplicht eigen risico van toepassing is. Daarbij is nietrelevant of de medische noodzaak voor zorg ontstaat door ziekte, eenaandoening of een externe oorzaak zoals geweld. Uitzonderingen geldenalleen voor bepaalde zorgvormen zoals de huisartsenzorg en verlos-kundige zorg.De medische handelingen worden gedeclareerd bij zorgverzekeraars viade reguliere prestatie- en declaratiecodes. In deze declaratiecodes is nietopgenomen wat de aanleiding voor de medische zorg is. Het is daarmeeniet te herleiden op basis van declaraties of medische zorg wordt verleendvanwege seksueel geweld en hoeveel kosten hiermee gemoeid zijn. Wehebben dan ook geen inzicht in om hoeveel slachtoffers het gaat, hoeveelbehandelingen het betreft en wat het zou kosten om deze zorg uit tesluiten van het eigen risico.Vraag 209Hoeveel zou het kosten om het Centrum Seksueel Geweld uit te zonderenvan het eigen risico?AntwoordSlachtoffers van seksueel geweld kunnen kosteloos hulp zoeken bij hetCentrum Seksueel Geweld. Op basis van de situatie en behoeften van hetslachtoffer wordt bepaald welke zorg nodig is. Het is niet voor alleslachtoffers van seksueel geweld noodzakelijk om medische zorg en/ofpsychologische zorg te ontvangen, maar zo nodig wordt forensische enmedische zorg geboden. Bijvoorbeeld medisch onderzoek en behandelingals er letsel is. indien sprake is van ernstig psychische klachten wordtvanuit het CSG doorverwezen naar de reguliere GGZ. Er is daarmee nieteen standaard pakket aan zorg dat wordt geboden, maar maatwerk datwordt geleverd per slachtoffer op basis van zijn of haar behoeftes.Voor sommige medische zorg geldt het eigen risico. De hoogte van heteigen risico wat in rekening wordt gebracht is afhankelijk van welkeZvw-zorg iemand nodig heeft en/of het eigen risico al volledig of deels isverbruikt aan andere vormen van zorg op het moment dat iemand naseksueel geweld medische zorg ontvangt.Het Nederlandse zorgstelsel is zo ingericht dat op iedere verzekerde van18 jaar of ouder het verplicht eigen risico van toepassing is. Daarbij is nietrelevant of de medische noodzaak voor zorg ontstaat door ziekte, eenaandoening of een externe oorzaak zoals geweld. Uitzonderingen geldenalleen voor bepaalde zorgvormen zoals de huisartsenzorg en verlos-kundige zorg.De medische handelingen worden gedeclareerd bij zorgverzekeraars viade reguliere prestatie- en declaratiecodes. In deze declaratiecodes is nietopgenomen wat de aanleiding voor de medische zorg is. Het is daarmeeniet te herleiden op basis van declaraties of medische zorg wordt verleendvanwege seksueel geweld en hoeveel kosten hiermee gemoeid zijn. Wehebben dan ook geen inzicht in om hoeveel slachtoffers het gaat, hoeveelbehandelingen het betreft en wat het zou kosten om deze zorg uit tesluiten van het eigen risico.Vraag 210Hoe groot zijn de verschillen tussen gemeenten in de uitgaven aanjeugdzorg?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1693 De verschillen tussen uitgaven van gemeenten aan jeugdzorg worden nietlandelijk gemonitord. Met een eerder onderzoek61 zijn de totale uitgavenvan gemeenten aan jeugdzorg voor 2023 en een prognose voor 2024 inbeeld gebracht. Er is via de Iv3-cijfers (gemeentelijke jaarverantwoording)wel inzicht in de uitgaven van gemeenten aan maatwerkvoorzieningen inde jeugdzorg. Dit geeft echter geen volledig beeld van de totale uitgavenaan jeugdzorg.Vraag 211Hoe groot zijn de verschillen tussen gemeenten als het gaat om detekorten op het jeugdzorgbudget?AntwoordHet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft geen landelijkoverzicht van welke gemeenten een tekort op jeugdzorg hebben. Demiddelen uit de Algemene Uitkering van het Gemeentefonds zijn beleids-en bestedingsvrij voor gemeenten. Het is aan individuele gemeenten hoezij hun ontvangsten uit het gemeentefonds inzetten. De gemeenteraadstelt jaarlijks een begroting vast en de gemeente dient ervoor te zorgendat deze structureel en reëel in evenwicht is.Met een eerder onderzoek62 naar de uitgaven in 2023 en 2024 is geconsta-teerd dat het Meerjarig Financieel Kader uit de Hervormingsagenda en detotale uitgaven van gemeenten aan jeugdzorg niet in lijn waren metelkaar. De tekorten die hierin naar voren komen, respectievelijk€ 628 miljoen in 2023 en € 828 miljoen in 2024, zijn dit jaar bij deVoorjaarsnota en de augustusbesluitvorming betrokken.Om toch een indicatief beeld te krijgen in hoeverre gemeenten uitkomenmet het budget voor jeugdzorg, is in 2024 een analyse gemaakt op basisvan de Iv3-data (gemeentelijke jaarverantwoording) en het MeerjarigFinancieel Kader van de Hervormingsagenda Jeugd. Op basis hiervanblijkt dat er grote verschillen tussen gemeenten zijn63.Vraag 212Hoe groot zijn de verschillen tussen gemeenten als het gaat om devoorzieningen voor mensen met een beperking?AntwoordEr bestaan verschillen tussen gemeenten als het gaat om voorzieningenvoor mensen met een beperking. Dit is inherent aan een gedecentrali-seerd stelsel met gemeentelijke beleidsvrijheid. In de werkagendaVN-Verdrag Handicap staat een maatregel om onderzoek te doen naardeze verschillen tussen gemeenten. Het gaat daarbij om de vraag welkeverschillen er worden ervaren, zijn deze verschillen verklaarbaar binnenhet decentrale stelsel en hoe kan er waar mogelijk en wenselijk meerharmonisatie in het lokale beleid worden aangebracht. De uitkomsten vandit onderzoek – dat de VNG zal doen samen met ervaringsdeskundigen –zal de Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg met uwKamer delen.Vraag 213Kunt u per begrotingsartikel een overzicht geven van waar deniet-juridisch verplichte uitgaven voor bestemd zijn? Kunt u daarbij ookexpliciet aangeven voor welk bedrag nog geen specifieke bestemmingbestaat?61Gedeeld als bijlage met Kamerstuk 31 839, nr. 103162Gedeeld als bijlage bij Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 103163Kamerstukken II, 2024/25, 31 839, nr. 1063Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1694 AntwoordIn de Ontwerpbegroting 2026 staat onder «budgettaire gevolgen vanbeleid» toegelicht welk aandeel van de middelen wel of niet juridischverplicht zijn. Dit noemen we de budgetflexibiliteit. Dit is voor ieder artikelper instrument inzichtelijk gemaakt. Ook is per artikel het percentage vande totaalomvang weergegeven van de middelen die nog niet ingevuld, endaarmee vrij te besteden is.Vraag 214In hoeverre deelt u de vrees dat het aantal weesgeneesmiddelen dat dekomende tijd niet aan de criteria van kosteneffectiviteit voldoen,toeneemt. Hoe wilt u waarborgen dat deze weesgeneesmiddelen welbeschikbaar komen? Denkt u dat dit kan binnen de huidige regelgeving ofdat alternatieve procedures zoals Orphan Drug Access Protocol (ODAP)noodzakelijk zijn?Antwoord−Op basis van de prijs die de leverancier vaststelt, komt het steedsvaker voor dat weesgeneesmiddelen niet kosteneffectief zijn.−De balans tussen de gezondheidswinst voor de patiënt en de prijs vanhet geneesmiddel is dan ongunstig−De Minister van VWS kan dan door het Zorginstituut worden geadvi-seerd om te onderhandelen over de prijs van een weesgeneesmiddelom zodoende te grote financiële risico’s af te dekken, zodat ook dezeniet-kosteneffectieve weesgeneesmiddelen na een succesvolleprijsonderhandeling beschikbaar kunnen komen voor patiënten.−Daarnaast bekijkt de Minister momenteel, in vervolg op de beleidsma-tige evaluatie ervan, of het instrument van de VoorwaardelijkeToelating, dat momenteel specifiek bedoeld is om patiënten ondervoorwaarden toegang te geven tot weesgeneesmiddelen waarvan deeffectiviteit (laat staan de kosteneffectiviteit) nog niet vaststaat, kan enmoet worden aangepast. Hierbij betrekt hij ook vergelijkbare initiatie-ven als DAP en ODAP. De Minister wil er daarbij wel op wijzen dat dezeinitiatieven zich richten op de beoordeling van effectiviteit (en nietkosteneffectiviteit) en dat in eerste instantie beoordelen op uitkomstenin een individuele patiënt, hoewel uiteindelijk gestreefd wordt naareffectiviteit op groepsniveau.−Het vraagstuk van beperkte data en dus grote onzekerheid bij dit typegeneesmiddelen, is ook onderdeel van de inzet van de Minister vooreen toekomstbestendig stelsel geneesmiddelen (TSG). Hieroverinformeert hij uw Kamer voor het einde van dit jaar.−In de situaties waarin een leverancier niet bereid is een bod te doendat maatschappelijk aanvaardbaar is, blijft het geneesmiddel nietbeschikbaar voor de patiënten. Elke euro kan maar één keer wordenuitgeven. Met het beschikbare budget dient de meeste gezondheids-winst behaald te worden. Meer betalen dan de maatschappelijkvastgestelde waarde betekent dat die euro’s niet meer aan iets andersuitgegeven kan worden dat potentieel meer gezondheidswinstoplevert.Vraag 215Vindt u het gerechtvaardigd dat mannen wel toegang hebben tot eenextern en vergoede externe katheter, maar vrouwen niet? Ziet u hierin eenrisico op (onbedoelde) discriminatie op basis van gender? Bent u bereid teonderzoeken hoe externe katheters voor vrouwen opgenomen kunnenworden in het basispakket?AntwoordHet geschetste beeld in de vraag herken ik niet. Externe katheters kunnennamelijk vergoed worden uit het basispakket als een verzekerde daarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1695 redelijkerwijs op is aangewezen. Voor de vergoeding van katheters maaktde wet- en regelgeving geen onderscheid in geslacht, en ook niet of heteen externe of interne katheter betreft.Wel kan het zijn dat de aangevraagde externe katheter voor een indivi-duele verzekerde niet vergoed wordt. Redenen hiervoor kunnen zijn datonduidelijk is of de katheter voldoet aan het wettelijk criterium de «standvan de wetenschap en praktijk». Of omdat vergoeding van de kathetervolgens de beoordeling van de zorgverzekeraar niet gerechtvaardigd is.Dat kan als er geen medische noodzaak is voor de katheter, de aange-vraagde katheter niet de meest geschikte oplossing is, of omdat hetonnodig duur is. Ik zie geen reden om dit verder te onderzoeken.Vraag 216Hoe staat het met de uitvoering van het amendement-Dobbe over hetoprichten van een team dat actief ondersteunt bij het opzetten vanzorgbuurthuizen en vergelijkbare woonzorgvormen voor ouderen(Kamerstuk 36 725 XVI-7)? Hoe kunnen mensen of organisaties die eenzorgbuurthuis willen oprichten hier toegang toe krijgen?AntwoordDe Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg is in gesprekmet het Aanjaagteam Wonen Welzijn en Zorg voor ouderen om dekomende maanden te gaan verkennen hoe we dat ondersteuningsteamhet beste kunnen inrichten.Vraag 217Worden de middelen die zijn vrijgemaakt via het amendement-Dobbe overhet oprichten van een team dat actief ondersteunt bij het opzetten vanzorgbuurthuizen en vergelijkbare woonzorgvormen voor ouderen(Kamerstuk 36 725 XVI-7) ook in 2026 hiervoor beschikbaar gesteld?AntwoordHet Aanjaagteam Wonen Welzijn en Zorg voor Ouderen gaat de komendemaanden verkennen hoe we het ondersteuningsteam het beste kunneninrichten. Aan de hand van deze verkenning bekijkt de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg of hiervoor de komende jarenmiddelen nodig en beschikbaar zijn. Voor 2026 zijn hiervoor geenmiddelen gereserveerd op de begroting van VWS. Wel zet hetAanjaagteam Wonen Welzijn en Zorg voor Ouderen zich tot juli 2026 invoor het opzetten van nieuwe woonzorgvormen.Vraag 218Hoe wordt de overgenomen motie over afspraken over een regionaalbudget uitgevoerd?AntwoordDe motie verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de verschillendefinanciers van de verschillende wetten op regionaal niveau afsprakenmaken over een regionaal budget en daarbij ook afspraken maken over deverantwoording van deze middelen.64 Dit verzoek is in lijn met verschil-lende mogelijkheden die er op dit moment al zijn (zoals de IZA SPUK’s ende transformatiemiddelen) en de verschillende (landelijke) initiatieven dieerop gericht zijn om wetgeving beter op elkaar aan te laten sluiten. Eenvoorbeeld hiervan is de verkenning naar het beter op elkaar afstemmenen mogelijk samenvoegen van zorgwetten.64TK 2024/2025, 34 104, nr. 439.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1696 De komende tijd worden er met de uitvoering van het AZWA (zoalshoofdstuk D5 en D6 en de doorbraakmiddelen) verdere stappen gezet. Ikblijf deze ontwikkelingen en de praktijkervaringen nauwgezet volgen omuiteindelijk te bepalen of op termijn aanvullende maatregelen nodig zijn.Mocht dit het geval zijn, dan zal ik uw Kamer hierover informeren via devoortgangsbrieven rondom het IZA en het AZWA.Vraag 219Worden zorgboerderijen en andere kleinschalige zorgaanbieders explicietmeegenomen in de uitbreiding van de veldbevraging over zinnigeadministratie en verslaglegging naar overige zorgsectoren?AntwoordZorgprofessionals in de wijkverpleging, huisartsenzorg en GGZ doen almee met de veldbevraging administratieve lasten in de zorg. Daarin wordtde zorgprofessional bevraagd over hoe we in praktijk kunnen komen totzinnige administratie die past binnen maximaal 20 procent administra-tietijd. Brancheorganisaties en beroepsverenigingen van de overigesectoren die lid zijn van de Regiegroep Aanpak Regeldruk, zullengevraagd worden om deel te nemen aan de tweede tranche van develdbevraging die plaatsvindt in 2026. Brancheorganisaties en beroeps-verenigingen selecteren zelf de teams binnen de eigen sector voordeelname aan de veldbevraging. Dit is belangrijk omdat deze organisatieshet best weten waar de grootste knelpunten zitten. Doorgaans richt develdbevraging zich op een mix van diverse zorgprofessionals enaanbieders. De brancheorganisaties en beroepsverenigingen kunnen ookbepalen hoe kleine zorgaanbieders en zorgboerderijen betrokken worden.Vraag 220In hoeverre is er inzicht in de specifieke administratieve lasten diezorgboeren ervaren, bijvoorbeeld bij het voldoen aan eisen vanuitmeerdere domeinen (landbouw, welzijn, Wlz, Wmo 2015, Jeugdwet)?AntwoordHet is bekend dat zorgboeren administratieve lasten ervaren. Hieroverhebben zorgboeren de afgelopen jaren meerdere gesprekken gevoerd methet Ministerie van VWS. Waar mogelijk wordt ingezet op synergie in wet-en regelgeving van het Ministerie van VWS en het terugdringen vanadministratieve lasten. Zo is per 1 januari 2025 een wijziging van deRegeling openbare jaarverantwoording WMG in werking getreden. Dezewijziging maakt het mogelijk dat micro-zorgaanbieders zich volgens eenlichter verantwoordingsregime kunnen verantwoorden. Verder werkt hetMinisterie van VWS met de Regiegroep Aanpak Regeldruk gezamenlijkaan regeldrukvermindering in de gehele zorgsector.Vraag 221Hoe wordt geborgd dat de effecten van de regeldrukaanpak ook daadwer-kelijk merkbaar worden bij kleinschalige zorgaanbieders, en niet alleen bijgrote organisaties?AntwoordDe aanpak voor regeldrukvermindering richt zich op het schrappen,versoepelen, uniformeren of anderszins aanpassen van (de toepassingvan) regels in de zorg. Dat is in het belang van zowel grote als kleinezorgorganisaties. Doel is dat zorgverleners gemiddeld maximaal 20% vanhun tijd per week kwijt zijn aan administratie. Bij concrete projecten rondregeldrukvermindering, bijvoorbeeld rond de afspraken gemaakt in hetAZWA, zullen de aangesloten partijen ermee rekening houden datregeldrukvermindering evenredig verdeeld is. Zo is het aan branche- enberoepsorganisaties in de zorg om ervoor te zorgen dat hun inbrengTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1697 binnen bijvoorbeeld de Regiegroep Aanpak Regeldruk representatief isvoor hun hele achterban, waaronder kleinschalige zorgaanbieders.Vraag 222Hoe gaat u om met innovatieve medicijntrajecten voor Long-Covid? Zijner al medicijntrajecten in zicht en welke rol ligt hier voor zorgverzeke-raars?AntwoordVanuit het ZonMw onderzoeksprogramma voor post-COVID65 wordenverschillende studies naar medicijnen gefinancierd, zowel voor kinderenals volwassenen. Een deel van deze studies vindt plaats in de post-COVIDexpertisecentra. Daarbij gaat het met name om onderzoek naar bestaandemedicijnen die al gebruikt worden bij andere ziektes of vergelijkbareklachten.De ontwikkeling van nieuwe, post-COVID specifieke medicijnen zal naarverwachting nog even op zich laten wachten, omdat nog veel onduidelijkis over de oorzaken van post-COVID. De hoop is dat inzichten uit biome-disch onderzoek die ontwikkeling een stapje dichterbij brengt. Daaromwordt hier binnen het ZonMw post-COVID programma op ingezet. Eenvoorbeeld voor specifiek het testen van medicijnen voor post-COVIDpatiënten is de RECLAIM studie66.Om de resultaten uit de medicijnstudies door te geleiden naar de praktijkzullen deze moeten worden opgenomen in richtlijnen. Deze worden opbasis van publicaties ontwikkeld door de beroepsgroepen. In het doorZonMw gefinancierde post-COVID Netwerk Nederland (PCNN) is eenkennisinfrastructuur ontworpen om onderzoeksresultaten te laten landenin de praktijk en dit is ook expliciet onderdeel van de opdracht van depost-COVID expertisecentra. Zorgverzekeraars zijn bij de totstandkomingvan deze post-COVID expertisecentra nauw betrokken.Vraag 223Wat is de exacte instellingssubsidie die u heeft toegekend aan deNederlandse Transplantatie Stichting voor 2026?AntwoordVoor 2026 kan de NTS € 17.465.355 aan instellingssubsidie aanvragen.Vraag 224Heeft u een impactanalyse voor de orgaan- en weefselketen gedaan vanhet gevolg van de korting die aan de Nederlandse Transplantatie Stichtingis opgelegd?AntwoordNee. Omdat inmiddels is besloten dat de instellingssubsidie voor de NTSwordt opgehoogd om rekening te houden met de loon- en prijsontwik-keling (OVA) voor 2026 is deze vraag niet langer aan de orde.Vraag 225Kunnen alle ombuigingen voor het jaar 2026 in een tabel wordenweergegeven?AntwoordIn het antwoord op vraag 73 staan alle ombuigingen en taakstellingenmeerjarig in een tabel toegelicht.65Post-COVID: onderzoeksprogramma, kennisinfrastructuur en expertis66https://projecten.zonmw.nl/nl/project/reclaim-minocycline-vs-placebo-reclaim-mpTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1698 Vraag 226Kunnen alle taakstellingen voor 2026 in een tabel worden weergegeven?AntwoordIn het antwoord op vraag 73 staan alle ombuigingen en taakstellingenmeerjarig in een tabel toegelicht.Vraag 227Kan nader worden toegelicht hoe het kan dat de Wlz-premie gelijk blijft,maar de Wlz-kosten stijgen?AntwoordDe Wlz-premie wordt niet lastendekkend vastgesteld. Het premieper-centage wordt sinds de invoering van de Wlz in 2015 constant gehoudenop 9,65% van de premiegrondslag in de eerste schijf van de inkomstenbe-lasting. De premieontvangsten groeien daardoor mee met de inkomstenvan burgers, niet met de Wlz-uitgaven. De groei van de uitgaven hangtsamen met de groei van de zorgbehoefte. De zorgbehoefte neemt snellertoe dan het inkomen. Voor een belangrijk deel is dit het gevolg van eenvergrijzende bevolking waardoor vooral de vraag naar ouderenzorgtoeneemt. Het verschil tussen de premieontvangsten en de Wlz-uitgavenwordt aangevuld met rijksbijdragen aan het Fonds langdurige zorg, zodater geen tekorten ontstaan in de financiering van de Wlz. De rijksbijdragenworden betaald uit de algemene middelen.Vraag 228Wat wordt er op (ziekte)preventie bezuinigd?AntwoordDe VWS-begroting voor 2026 bevat enkele bezuinigingen die voor eendeel betrekking hebben op preventie. Zo is er een taakstelling van€ 300 miljoen op publieke gezondheid in het hoofdlijnenakkoordopgenomen, wat betekent dat de middelen rondom pandemischeparaatheid worden afgebouwd tot nul in 2029. Daarnaast zijn ooksubsidies op o.a. het terrein van preventie met 10% gekort en zijn degelden voor SPUKs waaronder de Brede SPUK met preventiemiddelenmet 10% gekort. De VWS-begroting kent onder artikel 1 het specifiekeartikelonderdeel ziektepreventie. Dit onderdeel bevat meerdere instru-menten waaronder bijdrages aan het RIVM en subsidies. Het budget bij ditartikelonderdeel loopt af, echter is niet de volledige afloop een bezui-niging. De budgetten in de begroting die zijn gereserveerd voor het RIVMbestaan uit structurele en tijdelijke budgetten. Daardoor lopen debudgetten voor een deel af. Wel is een taakstelling doorgevoerd op debudgetten voor het RIVM voor € 29 miljoen structureel waardoor over dehele breedte van het portfolio keuzes moeten worden gemaakt in deprogrammering. Deze keuzes zullen met uw Kamer worden gedeeld via debeleidsinhoudelijke brieven waar deze programma’s aan bijdragen.Daarnaast staat een deel van de middelen voor het voormaligeprogramma pandemische paraatheid op dit artikelonderdeel. Dezemiddelen lopen zoals eerder benoemd af vanwege de taakstelling van€ 300 miljoen op publieke gezondheid in het hoofdlijnenakkoord. Tevensstaan op dit artikelonderdeel middelen voor de bestrijding van Covid-19.Over de beschikbaarheid van deze middelen wordt tot nu toe jaarlijksbesloten waardoor deze middelen vanaf 2027 en verder niet structureel inhet budget zitten. Als laatste bevat dit artikelonderdeel subsidies, die methet hoofdlijnenakkoord zoals eerder benoemd 10% zijn gekort vanaf 2026wat terug is te zien in de budgetten.Vraag 229Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 1699 Hoeveel minder vacatures worden er naar verwachting vervuld in de zorgdoor het wegvallen van de arbeidsmarktmiddelen?AntwoordDe genoemde arbeidsmarktmiddelen dienden ter tijdelijke ondersteuningvan de werkgevers en zijn deels ingezet voor het opleiden vanmedewerkers in de sector zorg en welzijn. Verder zijn onder anderemiddelen beschikbaar gesteld voor instrumenten gericht op het behoudvan medewerkers.In september 2024 is een eindevaluatie gedaan van Sectorplanplus overde periode van 2017 tot en met 2022. Een van de conclusies was dat opbasis van de arbeidsmarktcijfers niet concreet is vast te stellen hoe groothet effect is van Sectorplanplus op bijvoorbeeld de instroom en hetbehoud van personeel. Ook voor de werkgever is dit vaak niet goedmogelijk. Het is voor werkgevers lastig om de invloed van Sectorplanpluslos te zien van andere ontwikkelingen en beleid dat ze voeren. Ookhouden werkgevers zich veelal (nog) niet bezig met het meten en bepalenvan de mogelijke effecten. Het is derhalve niet goed mogelijk om eenconcreet aantal te koppelen aan het positieve effect noch het effect doorhet wegvallen van de middelen.Daarnaast is het goed om op te merken dat er momenteel gesprekkengaande zijn met veldpartijen over de invulling van de structurelefinanciering van opleidingskosten. Voor het opleiden buiten het ziekenhuisis in 2026 € 53 miljoen beschikbaar oplopend tot € 185 miljoen in 2029.Voor het opleiden in het ziekenhuis is hetzelfde budget als voorheenbeschikbaar.Het is primair de verantwoordelijkheid van werkgevers om het vakman-schap en werkplezier van hun werknemers te borgen. Hetzelfde geldt voorhet vervullen van vacatures binnen hun organisatie. Het is aan werkgeversom met een passend HR-beleid uitvoering te geven aan deze aspecten.Vraag 230Kan precies worden toegelicht worden welke ombuigingen op depandemische paraatheid niet worden teruggedraaid?AntwoordZoals ik uw Kamer in juli heb geïnformeerd heeft binnen het weerbarezorg programma een herschikking plaatsgevonden om deze bezuinigingop een aantal onderdelen incidenteel op te vangen. Daarmee wordtvoorkomen dat op korte termijn onomkeerbare schade ontstaat op eenaantal posten die van groot belang zijn voor weerbare zorg. Dit biedt (nog)geen structurele oplossing en er zijn daarmee maar enkele ombuigingenstructureel teruggedraaid. Voor het overige deel zoek ik nog naaralternatieve structurele middelen. Concreet zijn voor de versterkingen vande GGD’en, het RIVM (inclusief de Landelijke Functie OpschalingInfectieziektebestrijding (LFI)) en inzicht in patiëntenspreiding en capaciteitvoor het Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) extra middelen gevonden.Deze financiering loopt tot en met 2028. De uitzondering hierop vormt depost -Inzicht in zorgcapaciteit/patiëntspreiding en Regionaal Overleg AcuteZorgketen (ROAZ). Vanwege de verplichte afbouwperiode van drie jaarwordt deze post incidenteel tot en met 2029 voor een klein deel gedekt.Vraag 231Wat zijn de consequenties van het maar deels terugdraaien van deombuigingen op de pandemische paraatheid?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16100 Het maar deels en overigens ook voornamelijk tijdelijk terugdraaien vande ombuigingen betekent dat er nog steeds onzekerheid is voor een grootdeel van de maatregelen pandemische paraatheid met name in depublieke gezondheid. Concreet kan ik door deze onzekerheid bijvoorbeeldde aanbesteding van het IV IZB systeem niet in de markt zetten terwijl –binnen de reikwijdte van het advies van de Adviescommissie ICT67 – welaan de verdere voorbereidingen wordt doorgewerkt. Ook is er groteonzekerheid bij GGD’en en RIVM over de continuering van investeringenin personeel en infrastructuur die zijn gedaan met de middelen voorpandemische paraatheid. Denk aan de LFI, de rioolwatersurveillance enhet extra personeel dat is aangetrokken bij de GGD’en. Indien er komendvoorjaar geen structurele middelen vrij worden gemaakt, dan moeten demaatregelen pandemische paraatheid stapsgewijs worden afgebouwd.Daarbij geldt dat de afbouw al veel eerder moet starten dan dat definanciering stopt. Afbouw van maatregelen behelst immers reorgani-saties. Deze afbouw gaat ten koste van de paraatheid en weerbaarheidvan de Nederlandse zorg tegen grootschalige gezondheidscrises.Vraag 232Voor hoeveel jaar zijn de teruggedraaide ombuigingen op pandemischeparaatheid geborgd?AntwoordVoor de versterkingen van de GGD’en, het RIVM (inclusief de LandelijkeFunctie Opschaling Infectieziektebestrijding (LFI) zijn t/m 2028 middelengevonden. Dat betekent dat die maatregelen tot eind 2028 geborgd zijn,waarbij de afbouw, als er geen structurele middelen beschikbaar komen inhet voorjaar van 2026, wel circa 2 jaar eerder dient te beginnen. De post-Inzicht in zorgcapaciteit/patiëntspreiding en Regionaal Overleg AcuteZorgketen (ROAZ) is vanwege de verplichte afbouwperiode van drie jaarincidenteel tot en met 2029 gedekt.Vraag 233Hoeveel geld wat gereserveerd was voor het remgeld effect gaat er naarhet AZWA?AntwoordVoor het remgeldeffect is in 2027 € 2,174 miljard oplopend tot € 2,358miljard vanaf 2029 beschikbaar gesteld. In het AZWA zijn de volgendeafspraken gefinancierd vanuit de remgelden68:Bedragen in miljoenen20272028Inzet t.b.v. de contractering AZWA-sectoren9581.081Inzet voor AZWA-afspraken188206Doorbraakmiddelen400400Totaal1.5461.687 Inzet remgeldmiddelen ten behoeve van contractering IZA-sectorenOp grond van het AZWA is een deel van het remgeld toegevoegd aan dekaders van de sectoren MSZ, GGZ, wijkverpleging, huisartsenzorg enmultidisciplinaire zorg.67Kamerstukken II 2024/25, 25 295, nr. 223568Remgelden zijn de in het Hoofdlijnenakkoord gereserveerde middelen om de extra zorgvraagals gevolg van de verlaging van het eigen risico vanaf 2027 op te vangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16101 Inzet remgeldmiddelen voor AZWA-afsprakenIn het kader van het AZWA wordt structureel € 235 miljoen van hetremgeldeffect door het verlagen van het eigen risico ingezet voorinvesteringen in o.a. het sociaal domein, medische preventie en opleiden.Reservering remgeldConform de inhoudelijke afspraken in het AZWA worden in 2027 en 2028vanuit het remgeld doorbraakmiddelen beschikbaar gesteld. Deze staanmomenteel gereserveerd op de Aanvullende Post bij het Ministerie vanFinanciën. Dit startpakket wordt vervolgens geëvalueerd, op basiswaarvan wordt besloten of en hoe deze reservering binnen het remgeldvanaf 2029 wordt ingezet.Vraag 234Is er te weinig budget beschikbaar voor het verwachte remgeldeffect doorhet verlagen van het eigen risico?AntwoordNee er is niet te weinig budget beschikbaar voor het verwachte remgeld-effect. VWS neemt de raming van het CPB over voor het totaalbedrag aanremgeld. CPB maakt een onafhankelijke inschatting op basis van hungegevens en modellen.Vraag 235Kan de post «AZWA: Effect eigen risico» nader worden toegelicht?AntwoordDe uiteindelijke verdeling van het remgeld van de in het Hoofdlijnenak-koord voorgenomen verlaging van het eigen risico over de verschillendesectoren wijkt iets af ten opzichte van eerdere veronderstellingen. Deverdeling van de remgelden over Zvw-sectoren heeft ook effect op deopbrengsten van het eigen risico. Omdat de daadwerkelijke verdeling ietsafwijkt van eerdere veronderstellingen, ontstaat een kleine structureletegenvaller bij de opbrengsten eigen risico vanaf 2027.Vraag 236Is er al een verwachting met hoeveel de zorgpremie in 2027 stijgt tenopzichte van 2026?AntwoordDe verwachting voor de stijging van de nominale premie in 2027 wordtbekend gemaakt bij de VWS-begroting 2027. Het komende jaarverwachten we de realisaties in de zorguitgaven en realisaties van deinkomsten en uitgaven van het zorgverzekeringsfonds. Deze zijn medebe-palend voor de verwachtingen rondom de premiestijging voor 2027.Wel zien we al twee ontwikkelingen die leiden tot een hogere verwachtepremiestijging voor 2027 dan we in 2026 verwachten. Ten eerste wordt depremie 2026 gedempt door een eenmalige meevaller in het zorgverzeke-ringsfonds ter hoogte van € 73 per premiebetaler per jaar. Deze meevallervervalt in 2027 waardoor de jaarpremie naar verwachting alsnog met € 73zal stijgen. Ten tweede leidt de voorgenomen bevriezing van het eigenrisico in 2026 en de verlaging in 2027 ook tot een hogere premie. Dit effectwordt geschat op € 199 in 2027. Deze twee bedragen komen boven op dereguliere premiestijging (bijvoorbeeld als gevolg van de ontwikkeling vanlonen en prijzen in de zorg). Hoe de verwachte premieontwikkeling van2026 op 2027 er daadwerkelijk uitziet, wordt in de VWS-begroting van2027 bekend gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16102 Vraag 237Waar gaan de volgende gelden «grond van het AZWA wordt structureel€ 230 miljoen van het remgeldeffect door het verlagen van het eigenrisico ingezet voor investeringen in het sociaal domein, medischepreventie en opleiden» precies heen?AntwoordDeze € 230 miljoen vanuit het remgeld is één van de dekkingsbronnen dieis ingezet het AZWA. Andere dekkingsbronnen betreffen de inzet vanenkele posten binnen de VWS begroting, en verschuivingen van premie-gefinancierde uitgaven. Deze dekkingsbronnen gezamenlijk zorgen voorde financiering van de totale set aan afspraken in het AZWA; de indivi-duele dekkingsbronnen zijn om die reden niet gekoppeld aan specifiekeafspraken. De investeringen die lopen via de VWS begroting zijn te vindenin bijlage 2 van het AZWA (Kamerstuk 31 765, nr. 943). Dit betreft o.a.uitgaven aan het gordelroosvaccin, middelen voor opleiden buiten hetziekenhuis, fraudebestrijding en middelen voor het sociaal domein.Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor o.a. de Regionale samen-werkingsverbanden (RESV’s) in de eerstelijnszorg. Voor bepaaldeinvesteringen, zoals de vaccinatie gordelroos, is al duidelijk waar demiddelen precies aan besteed zullen worden. Voor andere investeringen,zoals opleiden buiten het ziekenhuis, zal dit in samenwerking met develdpartijen de komende jaren worden uitgewerkt.Vraag 238Waar wordt het geld «meer tijd voor huisartsen» precies aan besteed?AntwoordVoor «Meer tijd voor huisartsen» is een oplopende reeks van € 4 miljoentot structureel € 120 miljoen beschikbaar gesteld in het coalitieakkoordvan Rutte IV (2022). Van dit bedrag is structureel € 64 miljoen gereser-veerd voor meer opleidingsplaatsen voor huisartsen (en een beperktaantal opleidingsplaatsen voor verpleegkundig specialisten en physicianassistants).Het restant van de middelen (structureel € 56 miljoen) was in principebestemd voor de opschaling van Meer Tijd voor de Patiënt (MTVP), maarbleek niet meer nodig: de versnelde landelijke opschaling is reedsstructureel vanuit het huisartsenkader gefinancierd en gerealiseerd.Hiervoor was in het Integraal Zorgakkoord (IZA) namelijk voldoendevolumegroei beschikbaar gesteld. Deze middelen waren dus niet meernodig voor de opschaling en zijn alternatief ingezet voor o.a. de finan-ciering van afspraken in het AZWA en om knelpunten op deVWS-begroting op te vangen.Vraag 239Kan nader worden toegelicht waar de ombuiging op «ZonMw: Program-mering» precies terechtkomt?AntwoordZoals in bijlage 1 bij de nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2025te zien is, komt de ombuiging terecht op de volgende programma’s:2026202720282029Personen met verwardgedrag en onderzoekGGZ– 2.120.000– 2.270.000– 2.270.000– 2.270.000Kwaliteitsgelden0– 4.730.000– 4.730.000– 4.730.000Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16103 2026202720282029Doelmatigheid,passende zorg, ZEGG endoelmatigheids-onderzoek– 654.000– 20.275.000– 6.541.000– 9.407.000Basisbudget (incidenteelniet uitkeren)– 5.872.000 Vraag 240Wat wordt er precies omgebogen dat de uitgaven van artikel 6 Sport enBewegen van € 465.864 in het jaar 2025 naar € 366.759 in het jaar 2026dalen?AntwoordDe daling van het uitgavenkader 2026 ten opzichte van 2025 heeft eenomvang van circa € 99 miljoen en is een optelsom van verschillendestructurele en incidentele budgetmutaties.De grootste structurele mutaties komen voort uit de subsidietaakstellingvan circa – € 34 miljoen vanuit het Regeerakkoord Schoof I (onder anderede BOSA-regeling, Kennis en Innovatie), de 10% taakstelling op SPUK’svan circa – € 20 miljoen en daarnaast het vervallen van incidenteelbeschikbaar gestelde middelen vanuit het Regeerakkoord Rutte IV vancirca – € 22 miljoen.De grootste incidentele mutaties komen voort uit de nabetaling op devaststelling van de regeling SPUK Stimulering Sport 2023 (circa – € 33 miljoen) en het eindigen van het uitvoeren van een incidentele motieper 2026 (circa + € 10 miljoen).Vraag 241Hoeveel minder sportverenigingen kunnen er naar verwachting wordenverduurzaamd door de bezuiniging op de subsidieregeling DuurzaamMaatschappelijk Vastgoed (DUMAVA)?AntwoordEr is geen sprake van een bezuiniging op de DUMAVA. Wat nu op debegroting staat is het beschikbare kasbudget. Dat is niet hetzelfde als hetbeschikbare subsidieplafond voor de DUMAVA. Met het beschikbarekasbudget wordt niet alleen de bevoorschotting betaald van de nieuweaanvragen uit dat jaar, maar ook eventuele vaststellingen uit eerderesubsidierondes.Uit het klimaatfonds is in de periode 2024–2030 in totaal € 1,9 miljard terbeschikking gekomen voor de verduurzaming van maatschappelijkvastgoed. Elk jaar wordt het subsidieplafond opnieuw vastgesteld, medeop basis van de behoefte in het veld en een spreiding van de beschikbaremiddelen over de jaren heen. Hiermee kiest het kabinet voor een optimalebesteding van de beschikbare middelen. Het subsidieplafond voor 2026wordt nog vastgesteld door het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening. Dit gebeurt op basis van de evaluatie die nu gaandeis en op basis van het verloop van de huidige tranche. Bij deVoorjaarsnota 2026 wordt zo nodig het bedrag aangepast.Vraag 242Hoeveel sportverenigingen konden afgelopen jaar niet verduurzamendoordat de pot van de DUMAVA al leeg was?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16104 Er is nog steeds geld beschikbaar in de subsidieronde van 2025. Tot opheden zijn alle aanvragen gehonoreerd die aan de voorwaarden voldeden.De regeling stond open tot 31 oktober 2025.Vraag 243Waar komt de ombuiging op duurzame en toegankelijke sportaccommo-daties precies terecht?AntwoordOnderdeel van het Hoofdlijnenakkoord is het doorvoeren van eenbezuiniging op subsidies. Hierbij is de insteek geweest om medische enpreventieve zorg en ondersteuning die mensen direct raakt te voorkomen.Een generieke korting op alle subsidiebudgetten was daardoor nietmogelijk en niet wenselijk. Door het ontzien van deze subsidies is hetautomatische gevolg dat de opgave voor het overige subsidielandschapgroter is geworden. De ombuiging op duurzame en toegankelijkesportaccommodaties is hier het gevolg van.Zoals aangegeven in de Toelichting bij de nota van wijziging op Ontwerp-begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorhet jaar 2025 is vanaf 2026 een besparing van € 28 miljoen op deBOSA-regeling ingeboekt. Deze korting voorkomt dat de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport bijvoorbeeld moet korten op andere subsidies,zoals het jeugd- en cultuursportfonds. Voor de jaren 2028 en 2029 is eenverder oplopende korting ingeboekt op de BOSA-regeling tot€ 53 miljoen.Vraag 244Wat wordt er precies gefinancierd uit de pot duurzame en toegankelijkesportaccommodaties?AntwoordHet Rijk zet zich met gemeenten in om investeringen in sportaccommo-daties en sportmaterialen te ondersteunen. Dat gaat onder andere via desubsidieregeling bouw en onderhoud sportaccommodaties. Amateur-sportorganisaties kunnen een subsidie aanvragen voor de bouw of hetonderhoud van sportaccommodaties of voor de aanschaf of hetonderhoud van sportmaterialen. Hierbij is er in 2026 een mogelijkheid toteen aanvullende subsidie voor investeringen in circulariteit, klimaatadap-tatie en toegankelijkheid van sportaccommodaties. Hiervoor is in 2026 eenbedrag van maximaal € 46,0 miljoen beschikbaar. Daarnaast zet deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport in op het toegankelijk makenvan verduurzaming. Voor het vervolg van het ontzorgingsprogrammawaarmee eigenaren van sportaccommodaties de mogelijkheid krijgenvoor begeleiding om kennis- en capaciteitsdrempels weg te nemen is in2026 een bedrag van € 4,0 miljoen beschikbaar.Via de Specifieke Uitkering Stimulering Sport is de afgelopen jarenbeoogd om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodatiesen de aanschaf van sportmaterialen door gemeenten te stimuleren, daarwaar de mogelijkheid tot btw-aftrek is vervallen.Vraag 245Wat houdt de Actualisatie wijkverpleging precies in?AntwoordAlle Zvw-uitgaven worden geactualiseerd op basis van de uitvoeringsin-formatie van het Zorginstituut. Daarin wordt een inschatting van de totalezorguitgaven in het desbetreffende jaar weergegeven. Deze komt tot standTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16105 met behulp van gegevens van zorgverzekeraars over de bij hen gedecla-reerde zorg.De uitgaven aan de wijkverpleging vallen o.b.v. deze uitvoeringsinfor-matie lager uit dan eerder was geraamd. Deze lagere uitgaven wordenstructureel verondersteld. Het financieel kader wijkverpleging wordtdaarop aangepast.De bijstelling is conform de afspraken hierover in het AZWA.Vraag 246Wat is er qua maatregelen en financiële middelen nodig om de doelen uithet preventieakkoord te halen?AntwoordIn 2024 heeft het RIVM een doorrekening gemaakt van de impact van hetNationaal Preventieakkoord (hierna: NPA) voor roken, overgewicht enproblematisch alcoholgebruik. Uit de doorrekening blijkt dat om tot eengezonde generatie in 2040 te komen het nodig is de bestaande afsprakennog breder en beter te implementeren en verder te intensiveren.Daarnaast zijn aanvullende maatregelen nodig.Mede gezien deze doorrekening heeft het kabinet in juni 2025 deSamenhangende preventiestrategie (hierna: preventiestrategie) gelan-ceerd. Met de preventiestrategie borduren we voort op het NPA. Hetkabinet houdt vast aan de ambities uit het NPA, maar hanteert een andereaanpak gericht op leefomgevingen en verbreedt de aanpak naar11 preventiethema’s. Hiermee zet het kabinet in op het verbreden vanafspraken en aanvullende maatregelen om de impact van ons preventie-beleid te vergroten.Structurele en duurzame investering in preventie en gezondheidsbevor-dering is nodig om ingezet beleid voort te zetten en bestaande maatre-gelen te versterken. Alleen de maatregelen uit de preventiestrategie zijnonvoldoende. Het is aan een nieuw kabinet om te besluiten over aanvul-lende maatregelen en financiering. Het kabinet werkt aan een investe-ringsmodel voor preventie/gezondheid. Hiermee hoopt het meer inzicht tekrijgen in de effecten van preventie en de kostenbesparingen doorpreventie. Binnen de reguliere begrotingsprocessen kan worden beslotenom deze kostenbesparingen te gebruiken voor de financiering van de in tezetten preventieve maatregelen. Dit kan investeringen in preventievemaatregelen aanjagen. Eind 2025 informeer ik uw Kamer nader over devoortgang hiervan.Vraag 247Waarom wordt de € 225 miljoen voor de Wet vervanging abonnements-tarief Wmo overgeheveld naar het Gemeentefonds?AntwoordBij Voorjaarsnota 2023 is besloten met ingang van 2026 structureel€ 225 miljoen uit te nemen uit het Gemeentefonds in verband met devervanging van het abonnementstarief Wmo 2015 door een inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb).69 Bij brief van 20 december2024 heeft de toenmalig Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg echter aan uw Kamer laten weten dat de hierbij behorende planning,die gericht was op invoering van de ivb per 1 januari 2026, niet meerrealistisch was. Daarbij werd de beoogde implementatiedatum69Kamerstukken II 2022/23, 36 350, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16106 verschoven naar 1 januari 2027.70 Aansluitend hierbij is bij Voorjaarsnota2025 de bovengenoemde uitname van € 225 miljoen uit het Gemeente-fonds voor specifiek het jaar 2026 teruggedraaid.71Vraag 248Waarom wordt de COVID-19-vaccinatie niet onderdeel van de jaarlijksegriepprik?AntwoordDit heeft ermee te maken dat het om twee losse vaccinaties gaat die op ditmoment worden toegediend door verschillende uitvoerders. De GGD’envoeren de Covid-19 vaccinatie uit en huisartsen de jaarlijkse griepprik.Mogelijk verandert dit in de toekomst door de inzet die is gericht op hetverbeteren, versimpelen en toekomstbestendig maken van de vaccina-tiezorg voor volwassenen.Vraag 249Is er een politieke aanleiding voor de nieuwe directie Open Overheid?AntwoordDe politiek vraagt structureel om inzicht en openbaarheid. De centraledirectie Open Overheid (DOO) maakt voor VWS publieke informatie opverantwoorde wijze openbaar. Daarnaast wil de samenleving de overheidgraag kunnen volgen/controleren.De DOO is een bundeling van afdelingen en teams uit bestaande directies.Door de bundeling werkt de directie Open Overheid efficiënter eneffectiever. Het vakmanschap vergroot op het gebied van de Wet OpenOverheid, waarbij de burger centraal staat. De aanleiding was niet nieuw,de wijze waarop openbaarmaking nu is ingericht maakt dat de directieefficiënter en effectiever kan werken.Vraag 250Hoeveel extra fte’s zijn er bijgekomen met het opzetten van de nieuwedirecte Open Overheid?AntwoordDe Directie Open Overheid (DOO) is gestart per 1 april 2025. De DOO iseen bundeling van afdelingen en teams vanuit de directies WJZ, DICIO,OBP, de programmadirectie Openbaarheid en de Parlementaire EnquêteCorona. Er was geen sprake van extra Fte’s bij de opzet van de directiemaar uitsluitend overdracht van medewerkers «as is». Een deel van deovergedragen medewerkers van deze afdelingen waren werkzaam opbasis van tijdelijke middelen, deze middelen zijn met de oprichtingstructureel toegevoegd aan de begroting.Vraag 251Wie vallen er onder «onverzekerden»?AntwoordDe groep «onverzekerden» bestaat uit verschillende subgroepen die welen niet verzekeringsplichtig kunnen zijn. Iedereen die ingezetene is inNederland of in Nederland aan loonbelasting is onderworpen, is verzekerd70Kamerstukken II 2024/25, 29 538, nr. 365. Het werd noodzakelijk geacht de beoogde invoerings-datum te verschuiven omdat er voldoende tijd moet zitten tussen de publicatie van hetwetsvoorstel en het moment van inwerkingtreding en om zo aan zowel burgers, aanbiedersvan ondersteuning, als aan uitvoerende partijen – zoals het CAK en gemeenten – degelegenheid te bieden zich goed voor te bereiden op de invoering van dit wetsvoorstel.71Kamerstukken II 2024/25, 36 725, nr. 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16107 voor de volksverzekeringen en verzekeringsplichtig voor de Zorgverzeke-ringswet (art. 2.1.1 Wlz en artikel 2 Zvw). Het gaat hier dus niet omonverzekerbare vreemdelingen die in Nederland verblijven. Hierondervolgt een toelichting op de verschillende subgroepen.Wel verzekeringsplichtig, maar niet verzekerd•Onverzekerde dakloze ingezeten: dit betreft dakloze mensen dieingezetene zijn van Nederland. Door bijvoorbeeld het niet hebben vaneen briefadres in de Basisregistratiepersonen en het ontbreken vaninkomen, kunnen zij lastiger een zorgverzekering afsluiten.•Onverzekerde werkende arbeidsmigranten: deze groep werkt inNederland en is loonbelastingplichtig, maar heeft niet altijd eenzorgverzekering. Bijvoorbeeld vanwege onwetendheid of omdatmalafide werkgevers en pandjesbazen hen beletten hun adres kenbaarte maken in overheidssystemen.•«Onverzekerde» ex-gedetineerden: gedetineerden moeten zelf hunverzekering opschorten en na vrijlating uit detentie weer activeren. Ditgebeurt niet altijd, waardoor ex-gedetineerde personen zonder actieveverzekering («onverzekerd») uit detentie komen.Niet verzekeringsplichtig en onvoldoende verzekerd•Tijdelijk werkloze EU-arbeidsmigranten: EU-arbeidsmigranten zonderwerk en uitkering zijn niet verzekeringsplichtig maar verblijven welrechtmatig in Nederland. Zij zouden moeten terugvallen op hunherkomstland maar zijn daar vaak uitgeschreven.•Onvoldoende verzekerde toeristen: toeristen van buiten de EU hebbensoms onvoldoende dekking voor zorgkosten in Nederland. Dit betreftwaarschijnlijk een beperkte groep.•Onvoldoende verzekerde buitenlandse studenten: buitenlandsestudenten van buiten de EU blijven verzekerd in hun oorspronkelijkewoonland, maar deze dekking is soms onvoldoende. Ook dit betreftwaarschijnlijk een beperkte groep.Vraag 252Waarom is DUTCH niet beschikbaar voor extramurale opleidingen/ontwikkelprogramma’s van zorgprofessionals?AntwoordDUTCH is een stichting die 50% van de praktijkuren in de opleidingen totoperatieassistent, anesthesiemedewerker en radiodiagnostisch laborantwil aanbieden door middel van fysieke en/of virtuele simulatie. DUTCHricht zich in de eerste ontwikkeljaren op deze drie opleidingen, omdat dezekampen met grote tekorten en omdat deze professionals nauw met elkaarsamen werken. Het streven is om vanaf 2028 op te schalen naar anderezorgsectoren die kampen met tekorten, zowel binnen als buiten hetziekenhuis.Vraag 253Hoeveel procent van de jaarlijkse ziektekosten is, ongeveer, terug teherleiden naar roken en overgewicht?AntwoordHet RIVM heeft in 2006 een schatting gemaakt waaruit blijkt dat de kostenvan ziekten als gevolg van roken 3,7% van de totale zorgkosten vormen endat dit voor overgewicht 2% bedraagt.72 Er zijn helaas geen recentere72RIVM, 2006. Zorgkosten van ongezond gedrag. Beschikbaar via https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/270751015.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16108 cijfers beschikbaar. In het verlengde daarvan blijkt uit de VTV2024 wel datin 2022 roken verantwoordelijk was voor 7,6% van de totale ziektelast inNederland en overgewicht voor 2,3%. Verder is er onderzoek uit 2022waaruit blijkt dat de gemiddelde totale kosten van overgewicht enobesitas bij volwassenen in Nederland bijna € 11.500 bedragen pervolwassene met overgewicht en/of obesitas. Een deel hiervan omvatzorgkosten, gemiddeld in totaal bijna € 3.000 per volwassene metovergewicht en/of obesitas.73 Het onderzoek laat zien dat de gemiddeldetotale kosten significant hoger liggen bij mensen met obesitas dan bijovergewicht en hoger bij mensen met een laag tot gemiddeld opleidings-niveau dan bij een hoog opleidingsniveau. VZinfo laat zien dat in 202450,4% van de Nederlanders van 18 jaar overgewicht had waarvan 15,7%ernstig overgewicht (obesitas). Uit deze gegevens of het onderzoekhierboven blijkt niet in hoeveel gevallen overgewicht en/of obesitasdaadwerkelijk tot zorgkosten leidt op populatieniveau.74Vraag 254Hoeveel geld gaat er jaarlijks – schematisch weergegeven van 2020–2025– naar (alle) overgewichtsbehandelingen, -medicijnen en medischeingrepen?AntwoordDe behandeling van obesitas volgt het «stepped care»- en «matchedcare»-principe. De keuze voor een behandelmodaliteit vindt plaats opgeleide van o.a. het gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico (GGR). Eengecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is in principe eerste keus.Hieronder een overzicht van vier veel voorkomende behandelopties vanovergewicht en obesitas, zijnde dieetadvisering (Zvw), GLI, de inzet van(obesitas)medicatie en chirurgische behandeling. Omdat we op ditmoment nog niet beschikken over de data over 2025, betreft de data inonderstaand overzicht de periode 2020 t/m 2024.JaarUitgaven GLI(in € mln)Uitgaven diëtetiek1(in € mln)Obesitasmedicatie:Zvw uitgaven2Centraal werkendevermageringsmiddelen(in € mln)Obesitasmedicatie:Zvw uitgaven2Saxenda (Liraglutide)voor indicatie obesitas(in € mln)Inschatting3 kostenchirurgischebehandeltrajecten(in € mln)20205,944,5–––202111,952,8–––202221,854,90,18,5–202342,4581,915,8125202451,064,63,427128,51 deze bedragen betreffen de totale landelijke kosten voor diëtetiek voor uiteenlopende indicaties, waaronder bijvoorbeeld overgewicht/obesitas.We beschikken niet over data over dieetadvisering alleen voor de behandeling van overgewicht/obesitas.2 deze bedragen zijn ex btw en dienstverlening apotheek.3 deze inschatting van kosten is gebaseerd op het totaal aantal chirurgische ingrepen per jaar (Geregistreerd door Dutch Audit for Treatment ofObesity (DATO): Obesitas – DATO – Dica). De kosten voor een volledig chirurgisch behandeltraject voor de behandeling van obesitas bedragenca. 10.000 euro. Als gevolg van Covid-19 is de data over de jaren 2020 t/m 2022 onvoldoende representatief en daarom niet opgenomen in bijge-voegd overzicht. Vraag 255Hoeveel geld gaat er jaarlijks – schematisch weergegeven van 2020–2025– naar (alle) stoppen-met-roken-behandelingen en -medicijnen?73Hecker J. et al. 2022. Burden of disease study of overweight and obesity; the societal impact interms of cost-of-illness and health-related quality of life. BMC Public Health, 22 (1):46.Beschikbaar via: https://bmcpublichealth.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12889-021-12449-274RIVM. VZinfo.nl – Overgewicht | Volwassenen. Beschikbaar via: https://www.vzinfo.nl/overgewicht/volwassenenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16109 AntwoordHet aanbod van hulp bij stoppen met roken is erg divers. Stoponder-steuning wordt onder andere geboden door huisartsen, gespecialiseerdeaanbieders of als onderdeel van ketenzorg. De exacte kosten zijn daardoorniet eenvoudig in kaart te brengen, maar op basis van de declaraties vande huisartsenzorg en cijfers van de branchevereniging voor gespeciali-seerde aanbieders komt de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport totde volgende tabel. Het gaat om een goede inschatting van de kostenont-wikkeling, die overigens vooral wordt veroorzaakt door veel meer mensendie met effectieve begeleiding stoppen met roken. Dat is in lijn met dedoelstelling uit het Nationaal Preventieakkoord om meer rokers die eenserieuze stoppoging doen gebruik te laten maken van effectievebegeleiding. We weten immers dat die begeleiding het stopsucces zeersignificant verhoogt. Het jaar 2025 is nog niet opgenomen omdat er nogte weinig cijfers bekend zijn om een inschatting te maken.JaarKosten2020€ 13.400.000,–2021€ 14.000.000,–2022€ 16.300.000,–2023€ 21.200.000,–2024€ 26.700.000,– Vraag 256Wat is het percentage rokers (tegenover niet-rokers) in de samenleving,uitgesplitst in minderjarig en meerjarig en in jaren vanaf 2020?AntwoordVoor het percentage 18-plussers dat weleens rookt is een dalende trendzichtbaar: van 20,2% in 2020, 20,6% in 2021, 18,9% in 2022, en 19,0% in2023 naar 18,2% in 2024.75 Voor minderjarigen zijn de cijfers van hetPeilstationsonderzoek en het HBSC-onderzoek die onder scholierenworden afgenomen het meest betrouwbaar. Deze worden elke twee jaarverzameld onder 12- t/m 16-jarigen. De cijfers laten geen duidelijke trendzien: 7,7% van de 12- t/m 16-jarigen gaf in 2019 aan de afgelopen maandgerookt te hebben. In 2021 was dit 9,5%, en in 2023 8,5%.76Vraag 257Wat is het percentage mensen met overgewicht (tegenover mensenzonder overgewicht) in de samenleving, uitgesplist in minderjarig enmeerjarig en in jaren vanaf 2020?AntwoordHet percentage kinderen (4–18 jaar) met overgewicht vanaf 2020 is als volgt:– 202014,7% overgewicht, waarvan 2,5% obesitas– 202115,9% overgewicht, waarvan 3,5% obesitas– 202212,9% overgewicht, waarvan 3% obesitas– 202312,7% overgewicht, waarvan 4,1% obesitas– 202414,2% overgewicht, waarvan 3,6% obesitasBron: https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/overgewicht-jongeren 75RIVM, De Staat van Volksgezondheid en Zorg. Roken: volwassenen. Beschikbaar viahttps://www.staatvenz.nl/kerncijfers/roken76RIVM, De Staat van Volksgezondheid en Zorg. Roken: jongeren. Beschikbaar via https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/roken-jongerenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16110 Het percentage volwassenen (18+) met overgewicht vanaf 2020 ziet er als volgt uit:– 202050% overgewicht, waarvan 13,9% obesitas– 202150% overgewicht, waarvan 14,3% obesitas– 202250,2% overgewicht, waarvan 15,1% obesitas– 202350% overgewicht, waarvan 15,4% obesitas– 202450,4% overgewicht, waarvan 15,7% obesitasBron: https://www.staatvenz.nl/kerncijfers/overgewicht-volwassenen Vraag 258Wat is de vaccinatiegraad van kinderen tot vier jaar oud, uitgesplitst injaren vanaf 2000?AntwoordOp 19 juni jl. publiceerde het RIVM de meest recente jaarlijkse cijfers vande vaccinatiegraad voor het Rijksvaccinatieprogramma.77 In onderstaandetabel is de vaccinatiegraad tot vier jaar oud per vaccinatie weergegeven,op basis van op persoon geregistreerde vaccinaties.CohortVaccinatieVaccinatiegraadexclusief vaccinatiesdie later zijn gegevenVaccinatiegraadinclusief vaccinaties dielater zijn gegevenZuigelingen(cohort 2022)DKTP87,9%88,5%Hib88,6%89,2%Hep B87,9%88,5%Pneu87,8%87,8%BMR88,1%88,8%MenACWY87,7%88,7%Volledig, alleRVP-vaccinatiesvolgens schema optweejarige leeftijd85,4%86,0% Betekenis afkortingen: D(K)TP = difterie, kinkhoest, tetanus, poliomyelitis,Hib = Haemophilus influenzae type b-ziekte, Hep B = hepatitis B, Pneu =pneumokokkenziekte, BMR = bof, mazelen, rodehond, MenACWY =meningokokken ACWY-ziekte.Een terugblik in de ontwikkeling van de vaccinatiegraad vanaf 2000 is tevinden op De Staat van Volksgezondheid en Zorg, Rijksvaccinatiepro-gramma (RVP): deelname zuigelingen.78Vraag 259Is er inzicht over gezondheidskosten die worden gemaakt door verkeerdediagnoses richting vrouwen?AntwoordIk beschik niet over een overzicht van de gezondheidskosten (zorguit-gaven) die worden gemaakt door verkeerde diagnoses richting vrouwen.In een eerder uitgebracht rapport over de maatschappelijke kosten vangezondheidsproblemen bij vrouwen wordt aandacht besteed aanbijvoorbeeld onnodig gemaakte zorgkosten in het ziekenhuis voorafgaandaan de juiste diagnose voor klachten van vrouwen. Tevens wordtingegaan op kosten die gepaard gaan met (onherstelbare) schade aan hetlichaam die door een eerdere juiste diagnose voorkomen hadden kunnenworden.7977Tweede Kamer, 2024/25, 32 793, nr. 85178Rijksvaccinatieprogramma (RVP): deelname zuigelingen | De Staat van Volksgezondheid enZorg (staatvenz.nl)79Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 765, nr. 843Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16111 In dit rapport is er een schatting gemaakt van potentieel te voorkomenkosten door betere herkenning, diagnose en behandeling van klachten.Het betreft een viertal casussen (twee vrouwspecifieke aandoeningen entwee vrouw sensitieve aandoeningen) die gerelateerd zijn aan endome-triose, de overgang, en twee veelvoorkomende psychische aandoeningenen hart- en vaatziekten bij vrouwen in Nederland. Op basis van debevindingen uit dit rapport is een schatting gemaakt dat tijdige diagnoseen adequate behandeling van deze aandoeningen bij vrouwen inNederland kan leiden tot totale potentiële baten van € 7,6 miljard.Vraag 260Wat zijn de meerkosten van ongecontracteerde zorg (tegenover gecontrac-teerde zorg), uitgesplitst in jaren vanaf 2000?AntwoordAls ik de vraag zo interpreteer dat er gevraagd wordt naar het verschil inkosten van individuele behandelingen tussen gecontracteerde en nietgecontracteerde zorg, dan kan ik deze vraag niet beantwoorden. Dezeinformatie is niet beschikbaar omdat dit niet wordt geregistreerd. Het isook niet mogelijk om een indicatie te geven op basis van declaratiege-gevens.Via de rapportages van Vektis die uw Kamer eerder ontvangen heeft is erwel informatie beschikbaar over de ontwikkeling van de omvang van deniet-gecontracteerde zorg. Voor de wijkverpleging zijn cijfers beschikbaart/m 2021 en voor de GGZ t/m 2019.In de Ombuigingslijst 2025 van Financiën is er een schatting gemaakt vande opbrengst van het afschaffen van de vergoeding voor ongecontrac-teerde zorg. De opbrengst van deze maatregel wordt geschat op€ 190 miljoen vanaf 2028. Het CPB schat de structurele opbrengst inKeuzes in Kaart 2027–2030 in op € 0,2 miljard vanaf 2030.Op dit moment wordt naar aanleiding van de afspraak E4 «We zorgen datiedereen een eerlijke bijdrage levert» uit het Aanvullend Zorg- enWelzijnsakkoord onder meer gekeken naar niet gecontracteerde zorg in dewijkverpleging, geestelijke gezondheidszorg en medisch-specialistischezorg. Ik verwacht uw Kamer op zijn vroegst in het eerste kwartaal van2026 te kunnen informeren over de resultaten van dit traject.Vraag 261Welke leefstijlinterventies die door de overheid zijn bekostigd, hebbengeleid tot verbetering in leefstijl? Om hoeveel budget gaat het persuccesvolle leefstijlinterventie en wat waren de concrete resultaten?AntwoordIn de databank van Loket Gezond Leven (RIVM) staan leefstijlinterventiesdie zijn beoordeeld op effectiviteit. Deze interventies kunnen doorverschillende organisaties en professionals worden ingezet en bekostigd.Vaak zijn dit gemeenten, GGD’en of scholen. De inzet van leefstijlinter-venties gebeurt veelal als onderdeel van een bredere aanpak. Denk hierbijaan scholen die interventies inzetten binnen het programma GezondeSchool. Omdat leefstijlinterventies vaak door andere organisaties wordeningezet en een onderdeel zijn van een bredere aanpak, is het niet mogelijkom uitgesplitst per leefstijlinterventie hier een budget aan te koppelen ofconcrete resultaten aan te verbinden.Een leefstijlinterventie die vanuit de Zvw wordt vergoed en waaruitgebreide monitoring op loopt is de Gecombineerde Leefstijlinterventie(GLI) voor volwassenen met overgewicht of obesitas. Er zijn momenteelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16112 9 verschillende GLI-programma’s voor volwassenen die worden vergoedvanuit de basisverzekering. Het maximumtarief in 2025 van een volledigprogramma is, zoals vastgesteld door de NZa, € 1.333,78. Dit bedrag isopgebouwd uit een intake, vier kwartalen behandelfase en vier kwartalenonderhoudsfase. Aan het einde van het GLI-traject hebben deelnemers, zoblijkt uit de meest recente rapportage van de GLI-monitor (RIVM 2024),gemiddeld 5 procent gewicht verloren en is de buikomvang gemiddeldmet bijna 5 procent afgenomen. De kwaliteit van leven laat een flinkeverbetering zien na deelname, deze is 13 punten hoger dan bij het beginvan de GLI, op een schaal van 0 tot 100.Vraag 262Met welke criteria worden de gezondheidsvaardigheden van Nederlandersgemeten?AntwoordDe gezondheidsvaardigheden van Nederlanders worden gemeten met deHealth Literacy Survey (HLS), bestaande uit 47 vragen over het verkrijgen,begrijpen, beoordelen en toepassen van informatie ten aanzien vangezondheidszorg, preventie van ziekte en gezondheidsbevordering.Deelnemers moeten bijvoorbeeld aangeven hoe moeilijk of gemakkelijk zijhet vinden om te begrijpen wat de dokter zegt, om te bepalen welkevaccinaties zij nodig hebben of om beslissingen te nemen ter verbeteringvan de eigen gezondheid. De HLS is in 2011 voor het laatst in Nederlanden 7 andere Europese afgenomen.80Voortbouwend op deze survey, is in 2018 het WHO Action Network onMeasuring Population and Organizational Health Literacy (M-POHL)opgericht.81 Het doel van M-POHL is het uitvoeren van internationaalvergelijkbare metingen van gezondheidsvaardigheden in de populatie(population heatlh literacy) en van de mate waarin zorgorganisaties hunbeleid, communicatie en dienstverlening afstemmen op gezondheidsvaar-digheden van hun cliënten (organizational health literacy). Op dit momentloopt een nieuwe ronde (HLS24), waaraan RIVM en Nivel namensNederland deelnemen. Analyses worden momenteel uitgevoerd en debevindingen worden in 2026 gerapporteerd aan VWS.Vraag 263Hoe staat het volgens die criteria met de gezondheidsvaardigheden vanNederlanders, uitgesplitst over verschillende inkomens- en opleidings-groepen en samenstelling van huishouden?AntwoordDit jaar hebben 11.000 Nederlandse burgers de Health Literacy Survey(HLS) ingevuld. Verschillende inkomens- en opleidingsgroepen komenhierin voldoende terug om bij nadere analyses een goed beeld te krijgenvan gezondheidsvaardigheden in de Nederlandse populatie. Analysesworden momenteel uitgevoerd en de bevindingen worden in 2026gerapporteerd aan VWS.Daarnaast neemt het Nivel periodiek een verkorte versie van de HLS-EU(16 items) af onder zijn Consumentenpanel gezondheidszorg. Dit panelbestaat uit 1500 deelnemers die representatief zijn voor de bevolking watbetreft leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. In 2023 vulden 723 panel-leden de vragenlijst in.82 Van de panelleden met het laagste opleidings-80Health literacy of Dutch adults: a cross sectional survey – PubMed (nih.gov)81About M-POHL | M-POHL – WHO Action Network on Measuring Population and OrganizationalHealth Literacy82Microsoft PowerPoint – 2024-05-13 Infographic gezondheidsvaardigheden 2023.pptx (nivel.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16113 niveau had 60% beperkte of onvoldoende gezondheidsvaardigheden, ditwas 39% onder mensen met een gemiddeld opleidingsniveau en 27%onder mensen met een hoog opleidingsniveau. Verschillen wat betreftinkomen en samenstelling van huishoudens zijn niet onderzocht. Hetpanel omvat weinig mensen met een migratieachtergrond waardooruitsplitsing naar deze groepen op basis van het consumentenpanel nietmogelijk is.Vraag 264Hoe verhouden de gezondheidsvaardigheden van Nederlanders zich totde gezondheidsvaardigheden van inwoners van andere Europese landen,Japan en Amerika en Canada bijvoorbeeld?AntwoordIn 2011 is de HLS-EU voor het laatst uitgevoerd voor de Nederlandsepopulatie.83 Destijds had 28,6% van de Nederlandse HLS-EU deelnemersonvoldoende of beperkte gezondheidsvaardigheden. In andere deelne-mende Europese landen (Duitsland, Ierland, Polen, Oostenrijk, Bulgarije,Griekenland en Spanje) lag dit percentage tussen 40% en 62%.84 Op ditmoment nemen momenteel 21 landen waaronder Nederland deel aan denieuwe ronde (HLS24) binnen het WHO Action Network on MeasuringPopulation and Organizational Health Literacy (M-POHL).85 De bevin-dingen vanuit Nederland zullen met deze landen worden vergeleken.Analyses worden momenteel uitgevoerd en de bevindingen worden in2026 gerapporteerd aan VWS. Een vergelijking met Japan, Amerika enCanada is voor de Nederlandse situatie niet bekend.Vraag 265Hoeveel verschillende cao’s zijn van toepassing op de verschillendemedewerkers in de zorg?AntwoordVan het sluiten, wijzigen of opzeggen van een cao moeten cao-partijenmededeling doen bij de Minister van SZW. Nadat deze melding isbevestigd door middel van een kennisgeving van ontvangst treedt deaangemelde of gewijzigde cao in werking. Elke cao kent zijn eigenwerkingssfeer. De werkingssfeer wordt bepaald door sociale partners. HetMinisterie van SZW beoordeelt niet welke cao behoort tot de sector zorgen welzijn. Via het Ministerie van SZW is daarom geen uitputtendoverzicht te verkrijgen van de cao’s die tot de sector zorg en welzijngerekend zouden moeten worden. Voorbeelden van cao’s waarvan deprimaire werkingssfeer binnen zorg en welzijn ligt zijn: Cao Umc’s, CAOZiekenhuizen, Cao Zelfstandige Klinieken Nederland, Cao Ambulancezorg,Cao Huisartsenzorg, Cao GGZ, Cao VVT, Cao Gehandicaptenzorg, CaoSociaal werk, Cao Jeugdzorg, Cao Kraamzorg, Cao Apotheken, Cao SBOHen Cao Sanquin.Daarnaast zijn er soms ook cao’s met een primaire werkingssfeer buitenzorg en welzijn (zoals bijvoorbeeld de Cao Gemeenten) van toepassing opwerknemers die werken binnen zorg en welzijn.Vraag 266Welke en hoeveel belangenorganisaties zijn betrokken bij de verschillendecao’s?83Health literacy of Dutch adults: a cross sectional survey – PubMed (nih.gov)84Health literacy in Europe: comparative results of the European health literacy survey (HLS-EU)– PubMed (nih.gov)85About M-POHL | M-POHL – WHO Action Network on Measuring Population and OrganizationalHealth LiteracyTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16114 AntwoordIn Nederland geldt het principe van contractsvrijheid. Cao’s wordenafgesloten tussen werkgevers(organisaties) en vakbonden. Cao-partijenbepalen zelf met wie zij cao-onderhandelingen voeren en een cao sluiten.De betrokkenheid van partijen kan per cao verschillend zijn. Zoalsaangegeven in het antwoord op vraag 265 beschikt het Ministerie vanVWS niet over een uitputtend overzicht van de cao’s die tot zorg enwelzijn gerekend zouden moeten worden. Daarom kan ook geen compleetoverzicht worden geven van de organisaties die betrokken zijn bij dezecao’s.Vraag 267Wat is de bevoegdheid van het kabinet over het arbeidstijdenbesluit, diebepaalt dat zorgmedewerkers niet meer dan acht uur per dag mogenwerken?AntwoordHet Arbeidstijdenbesluit bevat specifieke regels voor werk- en rusttijdenvoor specifieke beroepen of sectoren, zoals in de verpleging enverzorging. Daarbij gaat het om afwijkende rusttijden en regels vooraanwezigheids- en oproepdiensten. Dit zijn aanvullende regels op dealgemene regels voor werk- en rusttijden uit de Arbeidstijdenwet. Dezeregels zijn van belang voor de gezondheid en veiligheid van werknemers,zeker in de zorg waar er ook risico’s kunnen zijn voor patiënten als er telang gewerkt wordt en te weinig pauze wordt genomen. Tegelijkertijdbieden de arbeidstijdenwet en het besluit ook flexibiliteit voor het werk inde zorg. Er is geen bepaling die stelt dat 8 uur per dag de maximumarbeidstijd is.Eerder dit jaar is er nog overleg geweest met werknemers- en werkgevers-partijen over de wenselijkheid en haalbaarheid van flexibilisering van dearbeidstijdenregelgeving. Dit was naar aanleiding van de motie van het lidTielen d.d. 24 oktober 202486. Uit het overleg met werknemers- enwerkgeverspartijen kwam naar voren dat er geen tot een geringe behoefteis aan onderzoek ten behoeve van flexibilisering van de arbeidstijdenre-gelgeving. Werknemers- en werkgeverspartijen kwamen gezamenlijk totde conclusie dat een dergelijke flexibilisering niet opweegt tegen derisico’s die dat met zich meebrengt. De arbeidstijdenregels biedennamelijk een basisniveau van bescherming aan werknemers. Men vindthet belangrijk om dat in stand te houden. Ook gaven partijen aan dat ervoldoende ruimte is binnen bestaande wetgeving voor flexibele arbeids-tijden. Zo is het mogelijk om op bepaalde onderdelen via cao’s afwijkendeof aanvullende afspraken te maken.Vraag 268Hoeveel procent van de VWS-begroting wordt besteed aan ambtelijke(overhead) kosten?AntwoordVolgens de definitie van overhead die Rijksbreed wordt gehanteerd,bestaat 50% van de totale formatie van kerndepartementen uit overhead-functies. Dit betreft de functiefamilies bedrijfsvoering en lijnmanagement,inclusief de bedrijfsvoering-SSO’s voor het deel dat zij werkzaam zijn voordepartementen (FMH, Doc-Direkt, SSC ICT, UBR en P-Direkt).De administratieve systemen van VWS zijn – conform Rijksbrede definitiesen voorschriften – niet zodanig ingericht dat deze vraag eenduidig kanworden beantwoord.86Kamerstuk 36 600 XVI, nr. 67Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16115 De totale uitgaven op de VWS-begroting zijn op € 7 miljard geraamd,exclusief Tegemoetkomingen en Rijksbijdragen. De apparaatsuitgaven(alle personele en materiële uitgaven) van het kerndepartement enagentschappen zijn begroot op € 1,5 miljard.Vraag 269Hoeveel fte zijn er momenteel in dienst bij het Ministerie van VWS?AntwoordUltimo juni 2025 is binnen het kerndepartement van VWS sprake van2.016 fte eigen personeel in dienst (exclusief Inspectie, Commissies enRaden en Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen).Vraag 270Kan bij alle beleidsmatig gereserveerde middelen worden toegelichtwaarvoor ze gereserveerd zijn?AntwoordIn de Ontwerpbegroting 2026 staat onder «budgettaire gevolgen vanbeleid» de budgetflexibiliteit toegelicht. Hierin wordt ook toegelicht welkemiddelen beleidsmatig gereserveerd zijn. Dit is voor ieder artikel perinstrument inzichtelijk gemaakt.Vraag 271Hoeveel van het beschikbare budget van € 44,6 miljoen in 2026 isspecifiek gereserveerd voor de profielopleiding tot arts infectieziektenbe-strijding?AntwoordVoor de profielopleiding tot arts infectieziektenbestrijding zijn er voor de1e fase 23 plaatsen beschikbaar gesteld en in de 2e fase 23 plaatsen. Voorbeide fasen is een tarief bepaald per fte. De werkelijke uitgaven zijnafhankelijk van de daadwerkelijke in- en doorstroom, de deeltijdfactor enontwikkelingen in het werkveld. Op basis van voorgaande periode gingca. 25% van het totale beschikbare budget naar plekken voor de opleidingtot arts infectieziektenbestrijding. Op basis hiervan is het de verwachtingdat in 2026 maximaal ca. € 11 miljoen aangevraagd zal worden voorplekken binnen deze opleiding.Vraag 272Welke activiteiten kan de overheid niet meer ondernemen als gevolg vande bezuiniging op het budget «preventie schadelijk middelengebruik»?AntwoordDe bezuiniging op het budget «preventie schadelijk middelengebruik»betekent onder meer dat een aantal subsidies wordt gekort, wordtafgebouwd en/of stopgezet. Zo is de subsidie voor het integrale preventie-programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving, gericht op middelen-gebruik en mentale gezondheid in 2026 gehalveerd. In 2026 is er ook geensubsidie meer voor het programma IkPas/Dry January dat je helpt om jealcoholgebruik te pauzeren en er is minder subsidie voor het programmavroegsignalering alcoholproblematiek en het platform Alles Over Drinken.Op het terrein van roken zijn er geen middelen meer om Stoptober teondersteunen en kon de subsidie voor de Rookvrije Wijkaanpak nietworden verlengd. Met deze aanpak wordt op wijkniveau gewerkt aanbetere toeleiding naar geschikte Stoppen met roken-zorg en normveran-dering op roken. Tot slot wordt de subsidie aan Mainline vanaf 2026stapsgewijs afgebouwd.Vraag 273Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16116 In hoeveel gevallen is een burgerhulpverlener eerder ter plekke bij eenhartstilstand dan de ambulance?AntwoordIn 2023 is in 78,8% van de gevallen de reanimatie gestart door eenburgerhulpverlener via HartslagNu87.Vraag 274Hoeveel AED’s dienen er nog geïnstalleerd te worden om vollediglandelijke dekking te hebben?AntwoordIn Nederland zijn momenteel circa 30.000 AED’s geregistreerd bijHartslagNu. Om een volledig dekking te bereiken – waarbij binnenzes minuten levensreddende hulp kan worden geboden – zijn naarschatting 3.500 tot 4.000 extra AED’s noodzakelijk. Het enkel plaatsen vanAED’s is niet voldoende. Er zijn ook voldoende burgerhulpverleners nodig.Gemeenten kunnen bij HartslagNu een analyse opvragen waarininzichtelijk wordt gemaakt waar de combinatie van voldoende burgerhulp-verleners, AED’s en het aantal reanimaties de grootste impact heeft.Vraag 275Hoeveel reanimatiemeldingen en hoeveel daadwerkelijke reanimatiesvinden er in Nederland jaarlijks buiten het ziekenhuis plaats?AntwoordOp basis van gegevens die door HartslagNu worden verzameld waren erin 2023 12.456 geregistreerde reanimatiemeldingen buiten het ziekenhuis.Er zijn geen cijfers bekend of het aantal reanimatiemeldingenovereenkomt met het aantal daadwerkelijke reanimaties buiten hetziekenhuis.Vraag 276Wat is in Nederland het overlevingspercentage van mensen die buiten hetziekenhuis worden gereanimeerd?AntwoordUit recent onderzoek88 is gebleken dat de gemiddelde overlevingskans bijeen hartstilstand buiten het ziekenhuis in Nederland op loopt tot 25% ofzelfs hoger.Vraag 277Hoe wordt het bedrag van circa € 5 miljoen voor valpreventie verdeeldover de verschillende activiteiten (onder andere ondersteuninggemeenten/zorgprofessionals, campagne, technologie, monitor)?AntwoordHet budget dat voor gemeenten via de SPUK-gelden voor 2026beschikbaar is voor implementatie van valpreventie komt neer op eenbedrag van ca € 45 miljoen. Het genoemde bedrag van circa € 5 miljoenis beschikbaar voor de landelijke versterking en ondersteuning van dezeimplementatie en wordt ingezet over onderstaande activiteiten:−Ca. € 0,5 miljoen voor publiekscommunicatie, zoals de campagnetijdens de valpreventieweek87Bron: Jaarverslag 2023_DEF HartslagNu.nl88Stieglis R. et al. (2021). Alert system-supported lay defibrillation and basic life-support forcardiac arrest at home 1 Department of Cardiology, Amsterdam University Medical Center,Location AMCTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16117 −Ca. € 1 miljoen voor de inzet van kennisinstituten, zoals Veiligheidnlom gemeenten te ondersteunen−Ca. € 2 miljoen voor monitoring en evaluatie, bijvoorbeeld door hetRIVM−Ca. € 1,5 miljoen voor technologie en innovatie, grotendeels voor eenZonMw subsidieoproep.Vraag 278Hoeveel van het subsidiebudget van € 2 miljoen voor valpreventie is in2025 reeds toegekend en aan welke partijen?AntwoordVan het subsidiebudget voor valpreventie is momenteel circa € 1 miljoengerealiseerd voor de monitoring in 2025. Dit is toegekend aan het RIVMom de ontwikkeling van de samenwerking en resultaten in de keten-aanpak te onderzoeken en in beeld te brengen.Voor het deel dat niet is benut, is er een kasschuif toegepast naar 2027.Vraag 279Hoeveel gemeenten nemen op dit moment deel aan de valpreventieketenen hoeveel zijn er in 2026 beoogd?AntwoordIn bijna alle gemeenten in Nederland (98 procent) is een begin gemaaktmet de ketenaanpak valpreventie. Dat betekent overigens niet dat alleelementen van de ketenaanpak overal al goed zijn ingericht, sommigegemeenten zitten nog in de opstartfase.Het streven is dat in 2026 alle gemeenten begonnen zijn met deketenaanpak.Vraag 280Wat is de status van de Staatscommissie Zorgstelsel?AntwoordOp 24 oktober 2024 is tijdens de Begrotingsbehandeling VWS 2025 demotie Krul c.s. ingediend en aangenomen over het treffen van voorberei-dingen voor een staatscommissie voor advisering over een toekomstbe-stendige en weerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel.89Het demissionair kabinet werkt momenteel aan de voorbereidingen vande instelling van de staatscommissie. Vanwege de recente wisselingenvan bewindspersonen heeft dit enige vertraging opgelopen. Het streven isom uw Kamer hier op korte termijn nader per brief over te informeren enom de staatscommissie in het eerste kwartaal van 2026 in te stellen.Vraag 281Op welke manier wordt ervoor gezorgd dat nieuwe medische innovaties,zoals combinatievaccins, tijdig beoordeeld kunnen worden, zodat er geengezondheidswinst verloren gaat door vertraging in adviezen of besluiten?AntwoordDe Minister erkent dat combinatiebehandelingen een uitdaging vormenvoor pakketbeheer. Bijvoorbeeld omdat het niet altijd mogelijk is voor hetZorginstituut om vast te stellen of deze behandelingen effectief en/ofkosteneffectief zijn, omdat daar niet altijd de juiste klinische data voor is ofomdat het niet bekend is of het middel waarmee het wordt vergeleken89Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 XVI, nr. 69Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16118 kosteneffectief wordt ingezet. Bij combinatietherapieën nemen debehandelkosten fors toe en vaak in mindere mate de effecten. Hierdoor ishet waarschijnlijker dat deze therapieën niet kosteneffectief zijn. Het kanook zijn dat het nieuwe middel moet worden gecombineerd met eenbestaand middel dat al op de markt is zonder dat over het bestaandemiddel onderhandeld. Dat betekent dat alle korting behaald moet wordenop het nieuwe middel. Bij de beoordeling van een combinatieproduct kanhet tenslotte zo zijn dat beide middelen van dezelfde leverancier zijn of datde gecombineerde middelen van verschillende leveranciers zijn. Omdathet de verantwoordelijkheid is van de nieuwe toetreder om de pakket-waardigheid aan te tonen is het lastig om de leverancier van hetbestaande middel, wat al op de markt is, te bewegen om te onderhan-delen over de prijs.Nieuwe ontwikkelingen zoals combinatietherapieën vormen daarom bijuitstek een aanleiding om het systeem anders, toekomstbestendiger vormte geven. Dat doet de Minister van VWS dus ook. Daarin is hetuitgangspunt: snel als het kan, uitgebreid als het moet. Door de beroeps-groep eerder te betrekken, kan bijvoorbeeld sneller worden bekeken watde plaatsbepaling is van een nieuwe combinatie. Dus op welk moment inde behandeling zal de combinatie worden ingezet, en bij welke patiënten,en op grond van welke criteria. Ook kunnen beheersmaatregelen wordenafgesproken, zoals gepast gebruik afspraken of nader onderzoek in depraktijk. En als de risico’s klein zijn, kan een middel of een combinatie-middel zonder uitvoerige beoordeling instromen. De Minister informeertuw Kamer over de voortgang nog voor het eind van dit jaar.Vraag 282Kunt u aangeven hoe de zorg voor mensen met post covid en q-koorts na2027 is geregeld?AntwoordIn de begroting is een structurele reeks opgenomen van 2,44 miljoen eurovoor het borgen van kennis, onder andere over nazorg voor patiënten metQ-koorts en post-COVID. Het is belangrijk dat patiënten met post-COVID,Q-koorts vermoeidheidssyndroom (QVS) en andere postinfectieuzeaandoeningen zo snel mogelijk terecht kunnen in de reguliere structurenvan zorg en welzijn. Daar bestaan instellingen wiens taak het is om dezemensen te behandelen alsook te ondersteunen. De huidige initiatieven(post-COVID expertisecentra, Q-koortsambassadeur en post-COVIDonderzoeksprogramma) zijn ook nadrukkelijk gericht op het inbedden vandeze patiënten in de reguliere zorg en ondersteuning, zodat zij direct goedgeholpen worden.Vraag 283Waar en onder welk artikel/regel is de (via de Kamer tot stand gekomen)vergoeding van de jaarlijkse tandartscontrole in het basispakket verwerkt,en wat is het geraamde budgettaire effect?AntwoordAlleen verzekerden onder de 18 jaar kunnen momenteel aanspraak doenop periodieke tandartscontroles vanuit het basispakket. Dit is opgenomenin artikel 2.7, lid 4, onderdeel a.Als u doelt op de twee aangenomen moties waarin de regering wordtverzocht een jaarlijkse tandartscontrole in het basispakket op te nemen 90,91, dan is het aan het nieuwe kabinet om te bezien of opname in het90Kamerstukken II 2024/25, 32 620, nr. 304.91Kamerstukken II 2024/25, 32 620, nr. 310.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16119 basispakket wenselijk is en hoe deze extra uitgaven financieel gedektworden. Bovendien loopt het adviestraject van het Zorginstituut nog enwordt VWS nog geadviseerd over een passende aanspraak op mondzorg.In het kader van dit adviestraject heeft het Zorginstituut wel al eenkostenanalyse opgeleverd waarin de budgetimpact van het toevoegen van1 periodieke controle per jaar aan het basispakket berekend is.92 Degeschatte budgetimpact ligt tussen € 137 en 150 miljoen met een eigenrisico van € 385 en tussen € 297 en 321 miljoen zonder eigen risico.Genoemde bedragen zijn in prijspeil 2023.Vraag 284Wordt er voldoende gecompenseerd voor loon- en prijsbijstellingen of zijner posten waar dit niet het geval is?AntwoordIn de eerste suppletoire begroting 2025 van VWS, samenhangende met deVoorjaarsnota 2025, is toegelicht dat een deel van de loonbijstelling wordtingezet ter dekking van verschillende intensiveringen op deVWS-begroting, waaronder de inzet van vrijwilligers in de palliatieveterminale zorg, de aanpassing van de regeling dienstverlening aan huis enhet alternatief invullen van de aanvullende apparaatstaakstelling uitamendement Bontenbal c.s. Hierdoor resteerden er minder middelen voorinflatiecorrectie. Het niet of slechts gedeeltelijk corrigeren voor inflatieleidt tot relatief minder financiële ruimte bij gesubsidieerde instellingen,omdat de betrokken instellingen wel geconfronteerd worden met hogerelonen en prijzen. De doorwerking van het niet volledig doorvoeren van deinflatiecorrectie kan verschillend uitwerken voor de gesubsidieerdeorganisaties. Door een zo optimaal mogelijke inzet van de uitgekeerdesubsidies, kunnen de effecten van de korting binnen de betrokkenorganisaties waar mogelijk gemitigeerd wordenVraag 285Hoeveel ziekenhuizen zitten er in de financiële problemen?AntwoordWanneer ziekenhuizen in financiële problemen (dreigen) te komen, en decontinuïteit van de zorg in het geding dreigt te komen, gelden de EarlyWarning System (EWS)-afspraken. Op basis van deze afspraken doet eenzorgverzekeraar een Early Warning Melding bij de NZa als zij risico’s zietvoor de continuïteit van zorg op de korte termijn. De NZa meldt ditvervolgens aan het Ministerie van VWS.In 2024 en 2025 (tot 10 oktober 2025) heeft de NZa over acht ziekenhuizeneen signaal ontvangen. Bij geen van die signalen ging het om kortetermijn liquiditeitsproblemen. In veel gevallen is sprake van bredereproblematiek, zoals personeelstekort of herprofilering, en gaat het niet omacute financiële problemen.Overigens hangt het antwoord van deze vraag ook af van hoe «financiëleproblemen» wordt gedefinieerd. Dat blijkt ook uit recent verschenenrapporten waarin verschillende methoden voor het analyseren van decijfers uit de jaarverantwoording van zorginstellingen worden gebruikt.Uit de EY Barometer Nederlandse Gezondheidszorg 2025 blijkt dat degemiddelde rating van de topklinische ziekenhuizen en de algemeneziekenhuizen in 2024 gelijk is gebleven ten opzichte van 2023. Degemiddelde rating van de UMC’s is in 2024 gedaald ten opzichte van eenjaar eerder. Desondanks is de rating van de UMC’s nog altijd de hoogste92Rapport – Kostenanalyse mondzorg volwassenen | Zorginstituut NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16120 rating van alle subsectoren. BDO komt in de BDO Benchmark Zieken-huizen en UMC’s 2025 tot vergelijkbare bevindingen.Als enkel wordt gekeken naar het behaalde rendement in 2024 danbehalen alle UMC’s en topklinische ziekenhuizen een positief resultaat. Hetaantal algemene ziekenhuizen met een negatief resultaat is ongeveergehalveerd ten opzichte van 2023.Vraag 286In welke delen van het land is het personeelstekort in de zorg het meestnijpend?AntwoordUit de spanningsindicator van het UWV voor het tweede kwartaal 2025blijkt dat de arbeidsmarkt voor zorg- en welzijnsberoepen in alleprovincies zeer krap is. De spanningsindicator zegt iets over deverhouding tussen het aantal openstaande vacatures en het aantalwerkloze werkzoekenden. De krapte is relatief het grootste in de provincieZeeland, op enige afstand gevolgd door Utrecht.Vraag 287Wat zijn de eerste resultaten van de pilot wijkgerichte vaccinatieaanpakmet de G4-gemeenten?AntwoordDe pilot met de G4-gemeenten loopt nog en zal begin 2026 wordengeëvalueerd. De pilot richt zich op het intensiveren en uitbreiden van dewijkgerichte aanpak, waarmee onder andere in Amsterdam en Den Haagal goede ervaringen zijn opgedaan. Eerste cijfers, van vóór de start van depilot, laten positieve resultaten zien. Zo is de opkomst voor de vaccinatiesvoor schoolgaande kinderen en jongeren in Amsterdam in 2024 gestegen,het sterkst in de gebieden waar extra op de wijkgerichte aanpak is ingezet:de opkomst voor de BMR- en DTP-vaccinatie voor 9-jarigen steeg in dewijken Bos en Lommer, Slotervaart en Bijlmer Centrum met respectievelijk15, 7 en 9 procentpunt ten opzichte van 2023.93 Ook in Den Haag is eentrendbreuk zichtbaar tussen 2023 en 2024: het aantal gezette maternalekinkhoest-, BMR1- en DKTP-vaccinaties steeg daar met respectievelijk 14,4 en 9 procent.94 Vanzelfsprekend is het belangrijk om de baten goed af tewegen tegen de kosten. Dat zal in de evaluatie van de pilot begin 2026gedaan worden. De opkomst voor vaccinatie van zuigelingen laat geenzichtbare stijging zien.Vraag 288Hoe hebben de gezondheidsverschillen tussen verschillende bevolkings-groepen zich in de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?AntwoordIn Nederland is nog altijd sprake van verschillen in gezondheid tussengroepen, die mede te maken hebben met de maatschappelijke positie vanmensen.95 Volgens het RIVM is een periode van vijf jaar te kort omontwikkelingen goed te beoordelen. Er zijn in de afgelopen vijf jaar geenduidelijke aanwijzingen voor een toe- of afname van gezondheidsver-93Zie: «RVP-vaccinatieopkomst schoolkinderen en jongeren 2024» (28 januari 2025). https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/15093578/1?connection_type=17&connection_id=1146902794Zie: «Vaccinatiegraadcijfers op stadsdeel- en wijkniveau in Den Haag» (9 september 2025).https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15947862/1?connection_type=17&connection_id=1231830795https://www.volksgezondheidtoekomstverkenning.nl/vtv-2024/hoofdrapportTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16121 schillen tussen groepen. Zo leefden in 2024 mannen bij geboorte 1,5 jaarlanger in goed ervaren gezondheid dan vrouwen, tegenover 1,6 jaar in2019.96 Het verschil in levensverwachting in goed ervaren gezondheidtussen de groep met basisonderwijs, vmbo of mbo-1 en de groep met eenhbo- of wo-opleiding was 14 jaar in de periode tussen 2021 en 2024 en14,3 jaar in 2017–2020 (zie ook antwoord vraag 96).97 Het verschil inlevensverwachting in goed ervaren gezondheid tussen de groep methavo, vwo, mbo2–4 ten opzichte van de groep met basisonderwijs, vmboof mbo-1 en de groep met een hbo- of wo-opleiding, was respectievelijk8,3 jaar en 5,7 jaar in de periode 2021–2024 en 7,8 en 6,5 jaar in de periode2017–2021.98 Over een langere periode (1999–2023) zijn de verschillentussen opleidingsgroepen in ervaren gezondheid, overgewicht en rokenlicht toegenomen.99Vraag 289Op welke concrete manieren worden mantelzorgers en vrijwilligers in dezorg ondersteund?AntwoordEr zijn veel verschillende manieren waarop mantelzorgers en vrijwilligersin de zorg worden ondersteund. Voor mantelzorgers geldt dat gemeentenvanuit de Wmo-2015 de taak hebben om mantelzorgondersteuning en-waardering aan te bieden. De precieze invulling hiervan verschilt pergemeente. Dit gebeurt bijvoorbeeld door middel van financiëleregelingen, zoals een cadeaubon als mantelzorgwaardering en tegemoet-koming bij parkeerkosten, emotionele ondersteuning, waaronderlotgenotencontact, en vervangende mantelzorg, zoals respijtzorg aan huisen logeerzorg.Vanuit de Mantelzorgagenda 2023–2026 zet de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg in op de ondersteuning vanmantelzorgers. In het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg100 en deWerkagenda VN-verdrag Handicap101 zijn deze ambities aangescherpt omzo onder meer het ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers verder teversterken en de gelijkwaardige samenwerking tussen formele eninformele zorg te stimuleren.Voor vrijwilligers in de zorg zijn er ook verschillende vormen vanondersteuning. Zo kunnen vrijwilligers bij sommige (vrijwilligers)organi-saties een beloning of een vrijwilligersvergoeding ontvangen. Devrijwilligersvergoeding wordt bepaald door de vrijwilligersorganisatie zelf.Een andere vorm van ondersteuning is dat vrijwilligers via de RegelingGratis VOG kosteloos een VOG kunnen aanvragen. Ook bestaan er terondersteuning verschillende vormen van deskundigheidsbevordering enpersoonlijke begeleiding. Tot slot wordt er ingezet in het verminderenregeldruk bij vrijwilligers, zoals het bieden van ondersteuning bijvrijwilligers om zich te houden aan wettelijke verplichtingen. Hierover isde Tweede Kamer op 28 november 2024 geïnformeerd.102Vraag 290Hoe hebben de gezondheidsverschillen per socio-economische klassevoor ouderen zich in de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?96StatLine – Gezonde levensverwachting; vanaf 198197StatLine – Gezonde levensverwachting; geslacht, leeftijd en onderwijsniveau98StatLine – Gezonde levensverwachting; geslacht, leeftijd en onderwijsniveau99https://www.volksgezondheidtoekomstverkenning.nl/vtv-2024/hoofdrapport100Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg101Werkagenda VN-verdrag Handicap 2025–2030102Kamerstukken 2024/2025 29 515, nr. 494Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16122 AntwoordIn Nederland bestaan verschillen in gezondheid tussen hoge en lagesociaaleconomische groepen bij ouderen. Volgens het RIVM is vijf jaareen te korte periode is om ontwikkelingen in gezondheid goed tebeoordelen. Er zijn in de afgelopen vijf jaar geen duidelijke aanwijzingenvoor een toe- of afname van gezondheidsverschillen per socio-economische klasse onder ouderen. Zo was het verschil in levensver-wachting in goed ervaren gezondheid op 65-jarige leeftijd tussen de groepmet basisonderwijs, vmbo-opleiding of mbo-1 opleiding en een hbo- ofwo-opleiding in de periode 2017–2020 4,2 jaar en 4,1 jaar in de periode2021–2024.103Vraag 291Hoeveel geld wordt er geïnvesteerd in het bevorderen van een wijkge-richte aanpak van (ouderen)zorg?AntwoordWijkgerichte zorg, waarbij mensen hulp krijgen in de eigen leefomgeving,is belangrijk. Vanuit het Ministerie van VWS wordt daarom geïnvesteerdin een sterkere eerstelijnszorg. Hiervoor is in het ZonMw programma«Versterking organisatie eerstelijnszorg» € 104 miljoen beschikbaar voorde periode 2023–2026.Een deel van deze middelen wordt ingezet voor de versterking van dewijkgerichte aanpak, door het faciliteren van de inrichting van hechtewijkverbanden. Een hecht wijkverband is een samenwerking waarintenminste de huisarts, wijkverpleging, apotheker en sociaal domeinprofessional elkaar in de wijk goed kunnen vinden en samenwerken aangoede zorg en ondersteuning in de wijk.Daarnaast zijn in het AZWA afspraken gemaakt over investeringen in deverbinding tussen stevige lokale teams en hechte wijkverbanden.Daarvoor is een financiële reeks opgenomen, startend met € 30 miljoen in2027 oplopend tot € 58 miljoen structureel na 2030.Vraag 292Hoe lang zijn de wachtlijsten voor verpleeghuizen momenteel?AntwoordDe meest recente wachtlijstinformatie voor verpleging en verzorging isvan 1 augustus 2025. In de wachtlijstmonitor wordt onderscheid gemaakttussen drie categorieën wachtenden: Urgent plaatsen; Actief plaatsen;Wachten op voorkeur. Het merendeel van de wachtenden wacht opvoorkeur en ontvangt momenteel zorg thuis en er is ook geen dringendenoodzaak tot opname in het verpleeghuis. Dit geldt wel voor de urgentwachtenden en de actief te plaatsen cliënten. Voor deze cliënten is er eenactief beleid van zorgkantoren om binnen de geldende termijnen, een plekin een verpleeghuis te regelen.1-8-2025Urgent plaatsen312Actief plaatsen3.852Wachten op voorkeur13.763Totaal17.927 Vraag 293103StatLine – Gezonde levensverwachting; geslacht, leeftijd en onderwijsniveauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16123 Op welke manier wordt de ambitie om administratieve lasten terug tedringen versterkt door het voornemen van de Minister van EconomischeZaken om 500 regels te schrappen?AntwoordDe plannen van de Minister van Economische Zaken richten zichhoofdzakelijk op ondernemers binnen het bedrijfsleven met als doel hetversterken van het ondernemersklimaat en het bevorderen van hetconcurrentievermogen van Nederland. Regeldruk onder zorgverlenerswordt daarentegen geadresseerd binnen bijvoorbeeld de RegiegroepAanpak Regeldruk, het programma [Ont]Regel de Zorg binnen hetMinisterie van VWS en de afspraken in het AZWA. Tegelijkertijd vullen alletrajecten rond regeldrukvermindering elkaar uiteraard aan. Bij alleministeries en in alle sectoren is het van belang dat kritisch wordt gekekennaar bestaande regels. Ongeacht welke sector het betreft komt hetimmers voor dat regels ooit meerwaarde hadden maar door verande-rende omstandigheden minder relevant worden en daarom geschrapt ofversimpeld kunnen worden. Het is goed dat hier meer aandacht voorkomt.Vraag 294Klopt het dat, vanwege de bezuinigingen die het kabinet-Schoofdoorvoert, het afgesproken budget voor de uitvoeringsplannen van deGreen Deal in 2026 met € 1.025.000 naar is beneden bijgesteld? En klopthet dat in plaats van de afgesproken € 9.1 miljoen in 2026 dus € 8.075.000beschikbaar is?AntwoordJa, dat klopt. Het kabinet heeft een taakstelling op subsidies doorgevoerd,van structureel 1 miljard euro Rijksbreed. Deze bezuiniging is verdeeldover alle ministeries en is verwerkt in de begrotingen.De Kamer is op 21 oktober 2024 geïnformeerd over hoe deze bezuinigingis doorgevoerd in de begroting van VWS104. Het gaat om een neerwaartsebijstelling van destijds nog niet juridisch verplichte ruimte op de VWSbegroting voor 2026 (art. 4 Zorgbreed beleid (art. 4.1)).Daardoor is het bedrag voor 2026 lager uitgekomen.Vraag 295Hoeveel organisaties hebben naast de partijen die de Green Deal metelkaar hebben afgesloten eind 2022 in zorg en welzijn de Green DealDuurzame Zorg 3.0 ondertekend?AntwoordSinds 2022 hebben 620 organisaties de Green Deal Samen werken aanduurzame zorg 3.0 ondertekend. Een overzicht van alle ondertekenaars iste vinden op www.greendealduurzamezorg.nlVraag 296Hoe worden de organisaties ondersteund die de Green Deal DuurzameZorg omarmen om ook daadwerkelijk de high-impact verduurzamingsslagte maken?Antwoord104https://www.rijksoverheid.nl/documenten/Kamerstukken/2024/10/21/aanbiedingsbrief-nota-van-wijziging-op-ontwerpbegroting-van-het-ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport-voor-het-jaar-2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16124 Organisaties die de Green Deal DZ 3.0. ondertekend hebben worden opverschillende manieren met verschillende instrumenten door VWSondersteund:1.Door communicatie (o.a. over websites waar specifiek informatie oververduurzaming van de zorg te vinden is). Zo is er de websitewww.ver-groendezorg.nl waarop allerlei best practices, tips en informatie is tevinden.2.Door kennis en onderzoek (zowel de ontwikkeling als verspreidingervan). Zo geeft de voetafdrukstudie van het RIVM inzicht in waar demeeste klimaat en milieu impact zit.3.Door waar mogelijk belemmeringen in wet- en regelgeving op telossen.4.Door incidentele financiële ondersteuning (via subsidies of de tijdelijkeInnovatie en Opschalingsregeling Duurzaamheid van ZonMw).5.Door het organiseren van speciale bijeenkomsten (expertmeetings ofwebinars) voor de sector waarbij een speciaal thema inzake verduurza-ming centraal staat (bv de bedrijventafel circulariteit in de zorg).Vraag 297Hoeveel geld is er nodig om de nationale strategie vrouwengezondheidvorm te geven als in het Verenigd Koninkrijk of Australië is gedaan?AntwoordMet de toezending van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid105 hebik u op de hoogte gesteld van de inzet van VWS op dit onderwerp.Australië heeft aanzienlijke investeringen aangekondigd in vrouwenge-zondheid met als doel de toegang tot zorg te verbeteren, de kosten teverlagen en meer keuze te bieden aan vrouwen. Het Verenigd Koninkrijkheeft een plan opgesteld voor 10 jaar waarin beschreven wordt hoe degezondheid van vrouwen verbeterd moet worden. Ik heb kennisgenomenvan de beide strategieën. Ik ben niet bekend met de bedragen die hiermeegemoeid zijn. Omdat de zorg in die landen op andere wijze georganiseerden bekostigd wordt is het niet goed mogelijk een vergelijking te makenmet de Nederlandse situatie.Vraag 298Hoeveel middelen zijn er nu per jaar gereserveerd voor de nationalevrouwengezondheid strategie?AntwoordMet de toezending van de Nationale Strategie Vrouwengezondheid106 hebik u op de hoogte gesteld van de inzet van VWS. Zoals ik in deze brief enbijlage heb aangegeven wordt voor de nationale strategie vrouwenge-zondheid naast de middelen die al beschikbaar zijn gesteld voor hetkennisprogramma rondom vrouwspecifieke gezondheid bij ZonMw107(6 x € 2.5 miljoen per jaar), geen beschikbaar budget vrijgemaakt.Vraag 299Hoeveel kost het om fysiotherapie op te nemen in het basispakket? Kan ditworden uitgesplitst naar tien behandelingen, twintig behandelingen ofonbeperkt?AntwoordVolgens het rapport Passende aanspraak fysio- en oefentherapie van hetZorginstituut108 werd in 2022 € 0,67 miljard aan eerstelijnsfysiotherapie105Kamerstuk 31 765, nr. 936106TK 2024/2025 31 765, nr. 936107Vrouwspecifieke gezondheid | ZonMw108Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 916.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16125 én eerstelijnsoefentherapie vergoed vanuit de basisverzekering. Daarnaastwerd € 1,11 miljard vergoed via aanvullende verzekeringen. Het is nietbekend hoeveel patiënten zelf betalen voor deze zorg buiten de verzeke-ringen om. Daardoor heeft VWS geen volledig beeld van de totale kostenals álle fysio- en oefentherapie onbeperkt opgenomen zou worden in hetbasispakket.Voor een volledig beeld en een uitsplitsing naar tien of twintig behande-lingen, moet bovendien met meerdere zaken rekening worden gehouden.Zo moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met eventuelegedragseffecten als gevolg van de uitbreiding van de vergoeding uit hetbasispakket, de invloed van het eigen risico op de zorgafname, eventueleverplaatsing van zorg van de tweede naar de eerste lijn, en met degevolgen voor patiënten die nu onbeperkt fysio- of oefentherapie vergoedkrijgen vanuit de basisverzekering, omdat zij een aandoening hebben dieis opgenomen in Bijlage 1 van het Besluit zorgverzekering (in devolksmond ook wel bekend als de «chronische lijst»). Daarnaast moet zorgook bewezen effectief zijn. Hiervoor is een kwaliteitskader randvoorwaar-delijk. Nader onderzoek en analyse zou uitgevoerd kunnen worden omeen zo’n volledig mogelijk beeld te krijgen. Een dergelijk onderzoek is opkorte termijn niet haalbaar.Vraag 300Is er momenteel een arbeidsmarkttekort in de fysiotherapie? Zo ja, omhoeveel fte gaat het?AntwoordDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voert momenteel een markton-derzoek uit naar de fysiotherapeutische sector. In de tussenrapportageconcludeert de NZa dat er op de korte termijn geen sprake is van eentoegankelijkheidsprobleem. De huidige capaciteit aan fysiotherapeutenlijkt toereikend om te voorzien in de bestaande zichtbare zorgvraag enwacht- en reistijden binnen de sector zijn over het algemeen kort.Tegelijkertijd ontvangt VWS wel signalen vanuit het veld over knelpuntenop de arbeidsmarkt binnen de fysiotherapie. Diverse partijen melden datvacatures lastig te vervullen zijn en dat fysiotherapeuten het beroep intoenemende mate verlaten. Eind 2025 levert de NZa haar definitieverapportage op, waar naar verwachting ook meer recente cijfers zijnopgenomen over de ontwikkelingen binnen de fysiotherapeutische markt.Vraag 301Kan een schatting worden gegeven van de extra kosten die ontstaan doorhet mijden van mondzorg en de 640.000 volwassen die om financiëleredenen niet eens per twee jaar naar de tandarts gaat?AntwoordWe weten dat het mijden van mondzorg kan leiden tot het ontstaan vanernstiger mondziekten en daarmee verdere gevolgen voor de mondge-zondheid, algemene gezondheid of deelname aan de maatschappij kanhebben. En dat het mijden van mondzorg tot extra kosten kan leiden. Ikkan uw Kamer echter geen kwantitatieve inschatting geven van de extrakosten die ontstaan doordat naar schatting 640.000 mensen om financiëleredenen niet eens per twee jaar naar de tandarts gaan.Zoals in het Eindverslag109 van het project «vermindering van mondzorg-mijding vanwege financiële redenen» is genoemd, laten onderzoeken ziendat er een wisselwerking is tussen het hebben van mondziekten en(onder andere) diabetes en hart- en vaatziekten en dat er een causaal109Kamerstukken II, 2023–2024, 32 620, nr. 292Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16126 verband is tussen het hebben van mondziekten en depressieve klachten.Ook wordt het aantal verloren gezonde levensjaren als gevolg vanmondziekten geschat op 3,5 miljard euro110 (uitgedrukt in DALY’s). Hetterugdringen van mondziekten kent dus bredere baten, het is echter zeerlastig om deze bredere baten te koppelen aan individuele maatregelen.Dat heeft verschillende oorzaken. Ook is er geen bewijs voor een causaalverband tussen frequente tandartscontroles en mondzorgkosten, datbemoeilijkt het berekenen van de bredere kosten en baten. In hetadviestraject van het Zorginstituut over een passende aanspraak voormondzorg zal ook aandacht besteed worden aan de bredere baten vanmondzorg.Vraag 302Hoeveel van de 640.000 mensen die mondzorg mijden zijn naarverwachting geholpen met de maatregel mondzorg voor minima uit hetAZWA?AntwoordHet is nu nog niet mogelijk om aan te geven hoeveel mensen naarverwachting geholpen kunnen worden. De afspraak in het AZWA vergtnog nadere uitwerking.In het AZWA zijn afspraken gemaakt op het gebied van medischepreventie. Onderdeel hiervan vormt een ontwikkelagenda, waarbij insamenspraak met de relevante AZWA-partijen maatregelen in kaartworden gebracht die zorgvraag kunnen tegengaan. Deze maatregelenworden nader onderbouwd, zodat daarover besluitvorming kan plaats-vinden. Voor de jaren 2027 en 2028 is € 45 miljoen gereserveerd hiervoor.Mondzorg voor minima is één van de onderwerpen op deze ontwikkel-agenda. De komende maanden worden de stappen verder uitgewerkt.Overigens brengt het Ministerie van VWS samen met veldpartijen deverschillende mogelijkheden voor gerichte regelingen voor minima inbeeld. Dit ter eventuele besluitvorming aan een nieuw Kabinet. Uw Kamerontvangt hier dit najaar een rapport over. Ook is het ZorginstituutNederland gevraagd om een advies uit te brengen over een passendeaanspraak voor mondzorg.Vraag 303Hoe heeft het aantal ouderen met een zorg- of ondersteuningsbehoeftezich ontwikkeld in de afgelopen vijf jaar? Hoe zal dit zich in de komendevijf jaar verder ontwikkelen?AntwoordVolgens cijfers van het CBS – Monitor Langdurige Zorg (StatLine –Personen met indicatie; grondslag, zzp, stand en in- en uitstroom,kwartaal) is het aantal cliënten met een indicatie voor verpleging enverzorging (VV) gestegen van circa 171.000 in 2020 tot circa 198.000 in2025. Op basis van de meest recente middellangetermijnraming (MLT)van het CPB is de verwachting dat de VV-populatie op grond vandemografische ontwikkelingen jaarlijks met ongeveer 2,7% toeneemt.Daarmee zou het aantal cliënten in 2030 uitkomen op circa 225.000.Vraag 304Wanneer kunnen de uitkomsten van het onderzoek naar de bekostigingvan reablement verwacht worden?110«Global-, Regional-, and Country-level Economic Impact of Dental Diseases in 2015»,A. Righol, M. Jevdjevic, W. Marcenes, and S. Listl, 2018.NB: Een DALY is een samengestelde (financiële) maat voor gezondheidsverlies.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16127 AntwoordDe uitkomsten van het onderzoek worden eind 2025 verwacht.Vraag 305Op welke manier wordt meer maatwerk in de Wlz mogelijk gemaakt?AntwoordBij maatwerk in de Wlz gaat het om het bekostigen van zorg die aansluitop de zorgbehoefte van de individuele cliënt. Dit maatwerk is vooral aande orde bij cliënten die hun zorg thuis ontvangen, waaronder cliënten meteen persoonsgebonden budget (pgb). Regelgeving maakt het mogelijk datthuis extra zorg kan worden gefinancierd dan ten opzichte van de zorg diebeschikbaar is op basis van het best passend zorgprofiel. Dit maatwerkkan bijvoorbeeld op basis van de regeling Extra kosten thuis, diversetoeslagen voor specifieke cliëntsituaties en de regeling meerzorg (voorcliënten met een bijzondere zorgbehoefte). Wanneer meer maatwerknodig is, wordt dit bezien op basis van casuïstiek en wordt in overleg metvertegenwoordigers van cliëntenorganisaties en de zorgkantoren naar eenpassende oplossing gezocht.Vraag 306Wanneer kan het afwegingskader zorg met verblijf in de Wlz verwachtworden?AntwoordIn het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg is afgesproken dat in de Wlz eenafwegingskader voor verblijf wordt ingevoerd op basis waarvan wordtbepaald of een oudere in aanmerking komt voor verblijf in eenverpleeghuis. Op verzoek van VWS ontwikkelt het Zorginstituut ditafwegingskader. De verwachting is dat het afwegingskader in april 2026gereed is.Parallel worden, zoals afgesproken in het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg, de juridische, organisatorische en uitvoeringstechnischeconsequenties in beeld gebracht. Op basis van de uitkomsten worden debenodigde wijzigingen in wet- en regelgeving in gang gezet. Het streven isom per 1 januari 2028 het afwegingskader, met de benodigde wijzigingenin wet- en regelgeving, in te voeren.Vraag 307Hoe groot is het tekort aan zorggeschikte woningen voor ouderen met eenbeperking momenteel?AntwoordHet is niet mogelijk om op basis van de huidige beschikbare informatieaan te geven hoe groot het huidige tekort aan zorggeschikte woningen is.Wel is op basis van een prognose van het RIVM/ABF bekend dat eentoename van 40.000 zorggeschikte woningen tot en met 2030 gewenst is(en ook is vastgelegd in de woondealafspraken).Vraag 308Hoe groot is het tekort aan geschikte woningen voor ouderen momenteel?AntwoordEr is geen registratie van het «tekort aan seniorenwoningen». Op basisvan een ramingsmodel van onderzoeksinstituut ABF is een inschattinggemaakt van het aantal extra woningen dat de komende jaren nodig isvoor ouderen. Hierbij is vooral de groei van het aantal ouderen vanbelang. In het kader van het programma WOZO (Wonen, Zorg enOndersteuning voor Ouderen) zijn in 2022 afspraken gemaakt over eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16128 uitbreiding met 290.000 woningen voor ouderen in de periode t/m 2030(170.000 nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woningen, 40.000 zorg-geschikte woningen).Vraag 309Op welke manier wordt de verlaging van de eerder ingevoerde bezui-niging op de ouderenzorg bekostigd?AntwoordDe verzachting van de tariefmaatregelen op de ouderenzorg is financieelgedekt binnen het geheel van afspraken die zijn gemaakt in het Hoofdlij-nenakkoord Ouderenzorg (HLO). Onderdeel daarvan zijn een tijdelijkebijdrage vanuit de enveloppe voor betere ouderenzorg en de opbrengstenvan de maatregel gericht op vereenvoudiging van de leveringsvormenvoor Wlz-ouderenzorg thuis.Vraag 310Hoeveel mantelzorgers krijgen extra ondersteuning op basis van debestuurlijke afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg?AntwoordEr zijn landelijk geen exacte cijfers beschikbaar over het gebruik van (deverschillende vormen van) mantelzorgondersteuning. In het Hoofdlijnen-akkoord Ouderenzorg (HLO) zijn meerdere maatregelen opgenomen diebijdragen aan de versterking van het ondersteuningsaanbod voormantelzorgers. Zoals in het HLO opgenomen worden deze afsprakenmomenteel inhoudelijk nader uitgewerkt met de VNG en ZN. Deuitvoering hiervan kan, gelet op de beleidsruimte en bestedingsvrijheidvan gemeenten, op lokaal niveau verschillen.Vraag 311Hoeveel van de € 600 miljoen gereserveerd voor verzorgingstehuizen is ernog over? Is er geld «kwijtgeraakt» voor de ouderenzorg, inclusiefhuisvesting?AntwoordBijgaande tabel geeft een overzicht van de benutting van de enveloppevoor betere ouderenzorg op de Aanvullende Post bij het Ministerie vanFinanciën. De bedragen zijn hierbij afgerond op miljoenen.In het Hoofdlijnenakkoord (HLA) is vanaf 2027 structureel € 600 miljoenbeschikbaar gesteld voor investeringen in verzorgings- en verpleeghuis-plekken. Met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling over 2025kwam aanvullend structureel € 27,8 miljoen beschikbaar. Een deel van deenvelop is inmiddels tijdelijk ingezet voor afspraken in het Hoofdlijnenak-koord ouderenzorg (HLO). In de jaren 2027–2029 gaat het om respectie-velijk € 229 miljoen, € 148 miljoen en € 41 miljoen. Omdat de financiëleafspraken in het HLO al per 2026 ingaan is een deel van de middelen naar2026 geschoven (€ 171 miljoen euro vanuit 2027, € 92 miljoen euro vanuit2028 en € 18 miljoen vanuit 2029). Daarnaast wordt er in 2027Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16129 € 65 miljoen euro ingezet ter (intertemporele) dekking van de motieDobbe en Westerveld111 om de tariefmaatregel meerjarig contracteren inde gehandicaptenzorg en de langdurige GGZ voor 2026 niet in te latengaan. Ook wordt er € 4,4 miljoen euro in 2027 en vanaf 2028 structureel€ 7,7 miljoen ingezet voor het toevoegen van twee doelgroepen in deaanspraak op gespecialiseerde langdurige zorg (traject «laag volume hoogcomplex» (LVHC)). Ter dekking van structurele problematiek op deRijksbegroting wordt structureel € 150 miljoen euro vanaf 2027 ingezet.Als laatste vindt er een kasschuif plaats van € 91 miljoen van 2029 naar2028 om andere kasschuiven op de VWS-begroting mogelijk te makenzonder het saldo in deze jaren te belasten. Er resteert nu een structureelbedrag van € 470 miljoen dat beschikbaar is voor de realisatie vanmoderne verzorgingshuizen, zoals toegelicht in de brief vande Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg over vergrijzingen het integrale ouderenbeleid112. Op dit moment worden de detailsuitgewerkt van het op termijn introduceren van de moderne verzorgings-huizen.Vraag 312Klopt het dat de monitor geclusterd wonen een verwachte onderschattingis?AntwoordEr is op dit moment geen reden te veronderstellen dat de uitbreiding met290.000 woningen voor ouderen in de periode tot en met 2030 eenonderschatting is. Op dit moment wordt er ook onderzoek gedaan naar devraag op de langere termijn na 2030.Vraag 313Hoeveel plekken zijn er momenteel beschikbaar in de crisisopvang voorouderen die niet meer thuis kunnen wonen?AntwoordEr wordt niet apart geregistreerd hoeveel plekken er beschikbaar zijn voorcrisisopvang voor ouderen die niet meer thuis kunnen wonen. Plekken inhet verpleeghuis worden daartoe niet apart gelabeld. Beschikbare plekkenworden zowel ingezet voor mensen die op de wachtlijst staan als voormensen die met spoed een plek nodig hebben. De inzet van plekken kandaarmee ook telkens veranderen. De zorgkantoren kijken bij het bemid-delen van cliënten naar de voorkeuren van cliënten en de urgentie.Vraag 314In hoeverre zijn de beschikbare middelen binnen de envelop ouderenzorgop de Aanvullende post (ter waarde van € 470 miljoen structureel)afdoende voor het realiseren van voldoende passende huisvesting voorouderen?AntwoordDe beschikbare middelen bieden mogelijkheden voor een serieuzeverbetering van de ouderenhuisvesting. In vervolg op het onderzoek naarde herintroductie van verzorgingshuizen gaat de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg de komende maanden in gesprekmet het veld over de mogelijke invulling van de extra zorg en onder-steuning, de stimulering van de bouwopgave en de ontwikkeling vanzorgzame gemeenschappen. Zij verwacht dat ze u begin 2026 meer111Kamerstukken II, 2024–2025, 36 725 XVI, nr. 18.112Kamerstukken II, 2025–2026, 29 389, nr. 158c.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16130 duidelijkheid kan geven over de resultaten van deze verkenning. Dan zaler ook duidelijkheid zijn over de verwachte financiële gevolgen.Vraag 315Hoe zal de vraag naar inzet van vrijwilligers in de palliatieve zorg zich naarverwachting ontwikkelen in de komende vijf jaar?AntwoordEen precieze prognose van de vraag naar de inzet van vrijwilligers valtniet te geven. Uit de jaarlijkse registratierapportage van AssociatieHospicezorg Nederland (AHzN) en Vrijwilligers Palliatieve Terminale ZorgNederland (VPTZ)113 blijkt dat er in 2024 14.242 vrijwilligers ondersteuninghebben verleend aan mensen in de palliatieve fase, thuis of in eenhospice. Hun ondersteuning is aanvullend op de zorg die wordt gebodendoor zorgprofessionals en mantelzorgers. De behoefte aan inzet vanvrijwilligers in de palliatieve zorg zal in de komende vijf jaar toenemenmet het oog op de verwachte stijging van het aantal mensen in depalliatieve fase. De verwachte stijging van het aantal sterfgevallen is 1,5%per jaar (CBS-prognose). Vrijwilligers in de palliatieve terminale zorgworden daarnaast steeds beter gevonden waardoor hier vaker een beroepop wordt gedaan.Vraag 316Hoe en met welke middelen wordt de verduurzamingsslag in verpleeg-huiszorg mogelijk c.q. de greendeal 3.0?AntwoordIn de brief van 17 april jl. heeft SJPS toegelicht hoe de zorgsector,inclusief de langdurige zorg, in samenwerking met VWS en het Rijk werktaan de verduurzaming van de zorg. Verduurzamen is een verantwoorde-lijkheid van zorgaanbieders zelf, maar wordt met kennis, onderzoek,regelgeving en financiële middelen ondersteund door de rijksoverheid. Inde Green Deal Samen werken aan duurzame zorg (GDDZ 3.0) hebbenpartijen, waaronder Actiz Ouderenzorg, concrete doelen en afsprakengemaakt over verduurzamen. De afspraken geven richting en houvast aanindividuele zorginstellingen om de verduurzaming vorm te geven.Om de verduurzaming van de zorg te ondersteunen is incidenteel€ 42 miljoen vrijgemaakt voor de periode 2023 tot en met 2026 voor degehele zorg. Op basis van de GDDZ 3.0 en het Uitvoeringsprogrammaverduurzamen (publieke) zorg en welzijn worden de middelen ingezetvoor onderzoek, kennis, implementatie en opschaling. Via ZonMw zijnmiddelen beschikbaar gesteld om met behulp van implementatie enopschalingscoaches zorginstellingen (waaronder de langdurige zorg) teondersteunen bij het beter, sneller en duurzaam implementeren enopschalen van initiatieven die bijdragen aan de verduurzaming van dezorgsector.Voor het verduurzamen van het vastgoed – de grootste financiële opgaveten aanzien van verduurzaming – is er de subsidieregeling DuurzaamMaatschappelijk Vastgoed van het Ministerie van VRO. Deze isbeschikbaar tot en met 2030. Zorginstellingen, zorg- en welzijnsbreed,kunnen daar gebruik van maken. Daarnaast is voor de aanbieders vanlangdurige zorg, de normatieve huisvestingscomponent (NHC) op eenzodanig niveau vastgesteld dat bij nieuwbouw en renovatie voldaan kanworden aan de actuele eisen op het gebied van duurzaamheid (en113Registratierapportage-VPTZ-AHzN-2024-aug-2025 (1).pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16131 brandveiligheid). De middelen hiervoor zijn vanaf 2026 toegevoegd aanhet Wlz-kader.114Het Expertisecentrum Verduurzaming Zorg ondersteunt zorginstellingenbij het verduurzamen van hun vastgoed. Bijvoorbeeld met het invullenvan de portefeuille-routekaarten waardoor zorgaanbieders inzicht krijgenin hun CO2-emissie en energieverbruik. Daarnaast publiceert het EVZkennisartikelen met praktijkvoorbeelden en tips. Er worden bijeenkomstengeorganiseerd en webinars om zorgorganisaties zoveel mogelijk te helpenen hen te stimuleren om over te gaan op duurzame energie.Vraag 317Wat is er in 2025 bereikt op het gebied van het terugdringen van dearbeidsmarkttekorten in de zorg door middel van het gebruik vanArtificiële Intelligentie (AI)?AntwoordIn 2025 was vanuit de Stimuleringsregeling Technologie in Ondersteuningen Zorg (STOZ) € 54 miljoen beschikbaar voor de opschaling van digitaleen hybride processen in ondersteuning en zorg. De STOZ heeft mede alsdoel arbeidsverlichting. Processen waar aanvragen voor ingediendkonden worden zijn o.a. spraakgestuurd rapporteren en planning metAI-software. Inmiddels is de regeling gesloten en blijkt het animo bijorganisaties groot met een totaal van 1281 aanvragen.Verder zijn er in 2025 afspraken gemaakt in het Aanvullend Zorg enWelzijnsakkoord (AZWA), waarbij het eerste hoofdstuk gaat over hetterugdringen van administratieve lasten. De afspraken in het AZWA zijneen versnelling op enkele thema’s en dragen bij aan het terugdringen vande administratieve tijd naar maximaal 20 procent van de werktijd in 2030.Het versneld en verantwoord inzetten van AI is één van de afspraken omde administratieve lasten terug te dringen, de werkdruk van professionalste verlichten en zo de druk op de arbeidsmarkt te verlagen. Graag verwijstde Minister van VWS in dit kader ook naar de brief aan uw Kamer van6 oktober jl. over de «Inzet op realisatie AI in de zorg» (kenmerk 4231928-1089437-DICIO).Vraag 318Hoe wordt de doelstelling om de administratietijd van zorgprofessionalste verminderen naar maximaal twintig procent in 2030 concreetgerealiseerd?AntwoordMet het IZA hebben betrokken partijen, aangevuld met enkele andereleden, afgesproken om binnen de Regiegroep Aanpak Regeldruk aan dehand van een werkagenda gezamenlijk te werken aan regeldrukvermin-dering. Vanuit het principe «whole system in the room» worden partijenop hun verantwoordelijkheden aangesproken, wordt voortganggemonitord en wordt complexe casuïstiek gezamenlijk besproken om totoplossingen te komen. Alle partijen hebben gezamenlijk als doel datzorgverleners gemiddeld maximaal 20% van hun tijd per week aanadministratie besteden. Deze inzet wordt versterkt door de afspraken inhet AZWA, waarmee een aanvullende impuls wordt gegeven aan deactiviteiten binnen (en buiten) de Regiegroep Aanpak Regeldruk. Zo wordtingezet op het opschalen van succesvolle doorbraakprojecten, zoalsZinvolle Registratie (ZIRE) op intensive cares binnen de medisch-specialistische zorg. Ook zijn afspraken gemaakt rond het verminderen114Kamerbrief over definitieve kaderbrief Wlz 2026 en het indicatieve Wlz-kader voor de jaren2027–2030 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16132 van regeldruk als gevolg van machtigingen en verklaringen en (verschillentussen) inkoop- en verantwoordingseisen. Afgesproken is dat betrokken(branche)verenigingen een top 10 machtigingen en aanvullende verkla-ringen en een top 10 inkoop- en verantwoordingseisen aanleveren bijzorgverzekeraars, op basis waarvan wordt geanalyseerd hoe regeldrukkan worden verminderd. Ook zijn afspraken gemaakt over het bevorderenvan digitalisering (bv. AI) en gegevensuitwisseling. Gezamenlijk zullen alleafspraken en maatregelen zich doorvertalen naar merkbare verminderingvan regeldruk op de werkvloer van zorgprofessionals, alsook tot uitingkomen in bijvoorbeeld de bestaande landelijke metingen door hetCentraal Bureau voor de Statistiek.Vraag 319Hoe wordt bij de inzet op vermindering van regeldruk administratievelasten van zorgprofessionals gezorgd dat de kwaliteit van zorg gewaar-borgd en inzichtelijk blijft?AntwoordBij vermindering van regeldruk moet altijd een zorgvuldige afwegingplaatsvinden met andere maatschappelijke belangen waaronder in iedergeval de kwaliteit van zorg. Dat wordt ook breed gedragen onder allebetrokken partijen die meewerken aan regeldrukvermindering. Zo isbijvoorbeeld in de AZWA-afspraak over het opschalen van doorbraakpro-jecten samen met partijen afgesproken dat het behoud van de kwaliteitvan zorg als expliciete randvoorwaarde wordt gehanteerd.Vraag 320Welke andere sectoren dan de verpleeghuiszorg kunnen in de toekomstook profiteren van de herindicatievereenvoudiging zoals afgesproken inhet Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg?AntwoordOok de GHZ en de GGZ kunnen in de toekomst profiteren van deherindicatievereenvoudiging zoals afgesproken in het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg. Het CIZ onderzoekt samen met alle sectoren hoe devereenvoudiging het beste vorm kan krijgen waarbij in ieder gevaluitgegaan wordt van het verkorten van het aanvraagformulier.Vraag 321Welke AI-partijen zijn onderdeel van de NL AI-coalitie in de zorg?AntwoordDe werkgroep Gezondheid en Zorg van de AI Coalitie voor Nederland(AIC4NL, voorheen Nederlandse AI Coalitie) is een initiatief van deAIC4NL115 in samenwerking met het Ministerie van VWS, Health Hollanden Dutch Digital Delta. De werkgroep heeft momenteel meer dan130 deelnemende organisaties, waaronder o.a. MKB, start-ups, acade-mische ziekenhuizen, kennisinstellingen, zorginstellingen en zorgkoepels.Daarnaast wordt er afhankelijk van de activiteiten en context gerichtsamengewerkt met andere relevante partijen.Vraag 322Welke maatregelen uit deze begroting komen ten goede aan chronischzieken?AntwoordDe maatregelen die vallen onder de beleidsartikelen 1 Volksgezondheid,2 Curatieve zorg, 3 Langdurige zorg en ondersteuning, 4 Zorgbreed beleid,115Alle deelnemers van AIC4NL staan vermeld op de website: https://aic4nl.nl/deelnemers/.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16133 5 Jeugd en 6 Sport en bewegen komen, onder andere, ten goede aanchronisch zieken. Hieronder vallen maatregelen aangaande gezondheids-verbetering, ziektepreventie, verpleging en verzorging vanuit verschil-lende wetten, en specifieke programma’s zoals re-integratiemethodeIndividuele Plaatsing en Steun en de Stimuleringsregeling Technologie inOndersteuning en Zorg.Vraag 323Hoeveel van de miljoenen uit de envelop ouderenzorg wordt in 2026daadwerkelijk ingezet voor de herinvoering van moderne verzorgings-huizen, en in welke regio’s start de uitvoering?AntwoordIn 2026 zijn er geen middelen beschikbaar voor de herintroductie van demoderne verzorgingshuizen. De envelop uit het hoofdlijnenakkoord bevatmiddelen vanaf 2027. Via een kasschuif zijn wel middelen uit de envelopouderenzorg in 2026 tijdelijk ingezet voor het HoofdlijnenakkoordOuderenzorg. In vervolg op onderzoek naar de herintroductie vanverzorgingshuizen gaat de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg de komende maanden in gesprek met het veld over demogelijke invulling van de extra zorg en ondersteuning, de stimuleringvan de bouwopgave en de ontwikkeling van zorgzame gemeenschappen.De Staatssecretaris verwacht dat zij u begin 2026 meer duidelijkheid kangeven over de resultaten van de verkenning.Vraag 324Onder welke posten zijn middelen «om eenheid van taal en techniek terealiseren voor verbetering van de elektronische gegevensuitwisseling»onderverdeeld?AntwoordDe middelen voor eenheid van taal en techniek zijn opgenomen op deVWS-begroting bij artikel 4.3 «Informatiebeleid». De middelen wordenverstrekt als opdrachten aan ICTU en bijdrage aan het agentschap RIVM.Zie vraag 329 welke bedragen hiermee zijn gemoeid. Daarnaast wordensubsidies verstrekt aan partijen zoals Nictiz en Cumuluz, die bijdragen aanhet behalen van de VWS-doelstellingen voor gegevensuitwisseling.Vraag 325Wat is het tijdpad voor de inzet op het verbeteren van databeschik-baarheid in de zorg?AntwoordIn de kamerbrief Nationale Visie en Strategie voor het Gezondheidsinfor-matiestelsel116 staan de 3 plateaus genoemd waarlangs de transitie naardatabeschikbaarheid voor gezondheid, zorg en preventie verloopt.Plateau 1: interoperabiliteit georganiseerd, 2023 t/m 2026Plateau 2: Netwerkzorg georganiseerd, 2027 t/m 2030Plateau 3: Integraal georganiseerd, 2031 t/m 2035In Plateau 1 werken we aan de geprioriteerde WEGIZ gegevensuitwisse-lingen en de basis functionaliteiten om databeschikbaarheid in de zorgmogelijk te maken.116Kamerstukken II 2024/2025, 27 529, nr. 326Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16134 In Plateau 2 realiseren we databeschikbaarheid in de zorg ter onder-steuning van netwerkzorg én de integratie met de EHDS.In Plateau 3 wordt het Sociaal Domein aangesloten op basis van integraledatabeschikbaarheid voor gezondheid, zorg en preventie.Vraag 326Wanneer wordt de opt-out voor gegevensuitwisseling in de acute zorgingevoerd?AntwoordEr wordt hard gewerkt aan het mogelijk maken van een opt-out in deacute zorg, waarbij gegevens breed kunnen worden uitgewisseld, maarwaarbij burgers ook kunnen aangeven wanneer zij niet willen dat hungegevens worden gedeeld. In dat kader is gewerkt aan het wetsvoorstelopvraagbaarheid gegevens bij acute zorg (Wogaz).In februari 2025 is de EHDS-verordening in werking getreden. De EHDSheeft qua reikwijdte grote overlap met de Wogaz. De EHDS biedtdaarnaast de mogelijkheid om, via beperkingsrechten, een opt-out-rechtwettelijk in te regelen. Om te voorkomen dat er twee wetstrajecten methetzelfde doel gelijktijdig worden ontwikkeld, en mogelijk door elkaarheen gaan lopen, wordt alle aandacht gericht op de realisatie van deEHDS. Er is daarom voor gekozen om de beleidsontwikkeling van deWogaz te stoppen, en de doelstellingen van dat wetsvoorstel mee te latenlopen met de EHDS-implementatiewetgeving. Dit is al eerder aange-kondigd in de Kamerbrief van 10 juli 2025.117De EHDS-bepalingen die relevant zijn voor de opt-out worden gefaseerdvan toepassing. De opt-out als EHDS-beperkingsrecht moet vanaf maart2029 wettelijk zijn geregeld. De opt-out voor de acute zorg zal samen metde Nederlandse EHDS-implementatiewetgeving worden uitgewerkt en totstand komen. Dat betekent dat er wordt gestuurd om de opt-out voorgegevensuitwisseling in de acute zorg in maart 2029 mogelijk te maken.Vraag 327Hoe wordt gewerkt aan een veilige publieke infrastructuur?AntwoordIn het project «Veilig Netwerk», binnen het programma Landelijk DekkendNetwerk, werkt VWS aan een veilige landelijke infrastructuur voor hetuitwisselen en beschikbaar stellen van gezondheidsgegevens doorzorgverleners. De organisaties die gezondheidsgegevens uitwisselendienen te voldoen aan de norm voor informatiebeveiliging in de zorg, deNEN 7512. De praktijk wijst nu uit dat hoewel partijen aan NEN 7512voldoen, er toch vaak geen technische verbinding kan worden gelegd omveilig gegevens uit te wisselen. Dit wordt veroorzaakt doordat sectoren enregio’s op een verschillende manier invulling geven aan de veilig-heidseisen van de norm. Hierdoor kan er geen veilige verbinding tot standkan komen.Het project Veilig Netwerk doorbreekt dit door samen met de vertegen-woordigers van zorgaanbieders en de softwareleveranciers tot zorgbredeafspraken te komen voor de manier van veilig gegevens uitwisselen. In2026 zijn deze afspraken gereed waarna gestart wordt met het doorvoerenvan de noodzakelijke aanpassingen om te komen tot een veilige landelijkeinfrastructuur.117Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 XVI, nr. 200Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16135 Vraag 328Hoe worden de miljoenen voor AI in de zorg in 2026 besteed aan hethalveren van administratietijd, en welke concrete projecten wordenopgeschaald?AntwoordEr zijn in 2026 geen miljoenen gereserveerd voor het halveren vanadministratietijd met AI in de zorg. Zoals in de Kamerbrief over inzet oprealisatie van AI in de zorg (Kamerstukken II 2025/26, 27 529, nr. 350) isvermeld, is het opschalen van AI onderdeel van de AZWA-afspraken enligt dit voor een groot gedeelte bij keuzes van zorgaanbieders zelf vanuithun reguliere bedrijfsvoering. Over de precieze wijze van opschaling vindtde komende periode nog afstemming plaats met de AZWA-partijen.Zorgaanbieders en zorgverzekeraars investeren ook zelf in AI-toepas-singen in de zorg. Daarnaast zijn er afspraken over doorbraakmiddelengemaakt. Voor impactvolle transformaties, aanvullend op de bestaandetransformatiemiddelen uit het IZA, is er voor de jaren 2027 en 2028 € 400miljoen per jaar beschikbaar. Deze middelen worden ingezet voorarbeidsbesparende maatregelen zoals de inzet van AI, medische techno-logie en hulpmiddelen.Vraag 329Zijn er, in het kader van de Wet elektronische gegevensuitwisseling in dezorg (Wegiz), middelen opgenomen om de eenheid van taal tebevorderen?AntwoordVanuit de Coalitieakkoord 2021–2025 zijn middelen voor het standaardi-seren van de gegevensuitwisseling beschikbaar gesteld. Deze middelenworden ook ingezet om de eenheid van taal te bevorderen in het kadervan de Wegiz. In 2025 is voor € 0,9 miljoen euro aan bijdrage aan hetagentschap RIVM verstrekt en voor € 1,0 miljoen euro aan opdrachtenvoor ICTU. Voor de periode na 2025 is VWS voornemens om middelenaan te vragen in het kader van de Voorjaarsnota 2026 (VJN 26) om verderestappen te zetten op dit terrein. De omvang van deze middelen is nog nietdefinitief vastgesteld.Vraag 330Is er onder de toegankelijkheid en beschikbaar houden van medischehulpmiddelen speciale aandacht voor de toegankelijkheid voor kinderen?AntwoordJa. Ik vind het belangrijk dat medische hulpmiddelen toegankelijk enbeschikbaar zijn voor iedereen die deze nodig heeft, waaronder kinderen.Kinderen en neonaten hebben soms specifieke medische hulpmiddelennodig. Doordat veel van deze hulpmiddelen bedoeld zijn voor een kleinepatiëntenpopulatie, kunnen de marges voor fabrikanten soms smal zijn.Mede hierdoor zien zij in sommige gevallen af van certificering van hunproducten onder de Europese wet- en regelgeving (de Medical DeviceRegulation (MDR) en In-Vitro Diagnostics Regulation (IVDR) en brengen zijhun product niet op de Europese markt, met beschikbaarheidsproblemenals gevolg. Ik bekijk daarom samen met andere Europese lidstaten naarmogelijkheden om deze zogenoemde «orphan devices» toegankelijk enbeschikbaar te houden. Zo heeft de Europese Commissie recent eennieuw initiatiefprogramma opgezet om de ontwikkeling en beoordelingvan orphan devices te ondersteunen.Vraag 331Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16136 Bent u ervan op de hoogte dat in een rijk land als Nederland hulpmid-delen zoals brillen voor kinderen vaak alleen beschikbaar zijn met hulp ofondersteuning van goede doelen?AntwoordIk vind het belangrijk dat alle kinderen in Nederland, ongeacht definanciële situatie van hun ouders, over een bril beschikken als datnoodzakelijk is. Goed zicht is namelijk essentieel voor de ontwikkeling vankinderen.Eind 2024 heeft uw Kamer een amendement118 aangenomen over deverstrekking van brillen aan kinderen die deze niet vergoed krijgen uit hetbasispakket voor het jaar 2025. Het amendement is gericht op eentegemoetkoming aan ouders of verzorgers die de kosten van een bril voorhun kind(eren) niet kunnen dragen. Momenteel voer ik dit amendementuit, door het beschikbaar stellen van een subsidieregeling aan tweeinstellingen, namelijk het Nationaal Fonds Kinderhulp en het Jeugdeduca-tiefonds. Via deze instellingen kan een tegemoetkoming worden verstrektvoor de kosten van een bril voor kinderen.Tegelijkertijd ben ik in gesprek met veldpartijen, onderzoeksinstituten enhet Zorginstituut om te bezien of de huidige aanspraak op kinderbrillenherzien moet worden. Het Zorginstituut verwacht hier eind 2026 eenadvies over uit te kunnen brengen. Ik heb daarom besloten om desubsidieregeling te verlengen voor 2026. Op die manier wordt ook voorhet komende jaar de toegang voor kinderen die een bril nodig hebbenverbeterd. Ik geef zo ook uitwerking aan de motie van de leden Dijk enBushoff119 die verzoekt om met een oplossing te komen om de toeganke-lijkheid voor brillen voor kinderen te verbeteren, zolang het advies van hetZorginstituut nog niet gereed is.Vraag 332Wanneer wordt de onafhankelijke evaluatie van het preferentiebeleid naarverwachting opgeleverd?AntwoordMomenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de onafhankelijkeevaluatie. Bij de planning van de evaluatie wordt rekening gehouden methet verzoek van uw de Kamer om haar 1 oktober 2026 over de evaluatie teinformeren. Begin 2026 ontvangt uw Kamer een voortgangsbrief over debeschikbaarheid van geneesmiddelen. In deze brief wordt u nadergeïnformeerd over planning en voortgang van de evaluatie.Vraag 333Hoe wordt de effectiviteit van de werkagenda VN-verdrag beoordeelddoor mensen met een beperking en hun belangenbehartigers?AntwoordNa het lanceren van de werkagenda VN-verdrag Handicap hebbenverschillende vertegenwoordigende organisaties en belangenbehartigersgereageerd op de inhoud ervan. De belangenorganisaties zijn blij dat dewerkagenda gepubliceerd is en dat het kabinet stappen gaat zetten om hetVN-verdrag Handicap verder te implementeren. Tegelijkertijd zijnbelangenorganisaties terughoudend over het ambitieniveau van demaatregelen in de werkagenda. Zij twijfelen of dit voldoende is om dedoelen in de nationale strategie te bereiken en roepen op tot uitbreidingvan de werkagenda met meer ambities.118Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 136119Kamerstukken II 2024/25, 29 689, nr. 1315Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16137 Vraag 334Is er enig signaal of de verhoging van de tarieven van de VG7 kosten-dekkend zijn?AntwoordDe NZa heeft als taak om redelijkerwijs kostendekkende tarieven vast testellen. Op basis van recente kostenonderzoeken zijn de tarieven voor degehandicaptenzorg voor 2026 door de NZa geactualiseerd, na eenvoorlopige actualisatie van de tarieven voor 2025. Ik ga er daarmee vanuitdat deze redelijkerwijs kostendekkend zijn.Vraag 335Wat doet u en het kabinet, naast de Wet integere bedrijfsvoering zorg- enjeugdhulpaanbieders (Wibz), aan het weren van niet-integere aanbieders(met name private equity partijen) uit de zorg?AntwoordEr lopen naast het genoemde wetsvoorstel meerdere trajecten bij hetMinisterie van VWS om niet-integere zorgaanbieders te weren. Er wordtonder andere gewerkt aan een wetsvoorstel Zorgspecifieke fusietoets (Zft)om fusies en overnames in de zorg meer inhoudelijk te toetsen. HetMinisterie van VWS wil de bevoegdheden van Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) uitbreiden om evident onwenselijke fusies op grond van kwaliteits-,continuïteits- of rechtmatigheidsoverwegingen tegen te kunnen houden.Daarnaast zijn in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)afspraken gemaakt om fraude in de zorg te voorkomen, op te sporen, testoppen en te bestraffen. De maatregelen hebben betrekking op de geheleketen, van tijdig signaleren en delen van vermoedens van misstanden toteen betere screening van potentiële malafide aanbieders tot extracapaciteit voor bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Eendeel van die maatregelen is erop gericht om mensen die eerder in de zorghebben gefraudeerd uit de zorg te weren, zoals het beter benutten van demogelijkheden die de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door hetopenbaar bestuur (Wet Bibob) biedt en het verkennen van mogelijkeaanvullende voorwaarden aan de vergunningverlening. Samen metbetrokken partijen worden de maatregelen verder uitgewerkt.Vraag 336Hoeveel huisartsenpraktijken zijn er tot nu toe in 2025 overgenomen doorprivate equity of commerciële partijen?AntwoordDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft zicht op concentraties (fusie ofovername) van zorgaanbieders waar vijftig of meer personen direct zorgleveren. De cijfers van 2025 zijn op dit moment nog niet vastgesteld,daarom worden hieronder de cijfers van 2024 weergegeven. De NZamaakt in haar monitoring onderscheid tussen concentraties waar eenprivate equity partij of een buitenlandse partij betrokken is. Er wordt geenonderscheid gemaakt naar het aantal commerciële partijen, mede omdateen commerciële partij geen vastomlijnde definitie heeft.In 2024 zijn er 7 concentraties gemeld binnen de huisartsenzorg. Bij geenvan de concentraties was private equity of een buitenlandse partijbetrokken.Er is geen zicht op de hoeveelheid concentraties van zorgaanbiederswaarbij minder dan vijftig personen direct zorg verlenen.Vraag 337Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16138 Hoeveel tandartspraktijken zijn er tot nu toe in 2025 overgenomen doorprivate equity of commerciële partijen?AntwoordDe Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft zicht op concentraties (fusie ofovername) van zorgaanbieders waar vijftig of meer personen direct zorgleveren. De cijfers van 2025 zijn op dit moment nog niet vastgesteld doorde NZa, daarom worden hieronder de cijfers van 2024 weergegeven. DeNZa maakt in haar monitoring onderscheid tussen concentraties waar eenprivate equity partij of een buitenlandse partij betrokken is. Er wordt geenonderscheid gemaakt naar het aantal commerciële partijen, mede omdateen commerciële partij geen vastomlijnde definitie heeft.In 2024 was bij 40 van de 61 concentratie-aanvragen in de mondzorgprivate equity betrokken. Uit deze cijfers valt niet te concluderen of er eentoename is in het aandeel private equity in zorg, omdat er ook concen-traties tussen kunnen zitten waarbij een al door private equity gefinan-cierde zorgaanbieder werd overgenomen door een andere private equitypartij.Er is geen zicht op de hoeveelheid concentraties van zorgaanbiederswaarbij minder dan vijftig personen direct zorg verlenen.Vraag 338Kan een overzicht gegeven worden welke middelen concreet beschikbaarworden gesteld voor de uitvoering van de samenhangende preventiestra-tegie?AntwoordEr zijn geen middelen expliciet beschikbaar gesteld voor de uitvoering vande Samenhangende preventiestrategie (hierna: preventiestrategie). Demiddelen voor elk van de elf preventiethema’s, beschreven in depreventiestrategie, staan reeds op de begroting van VWS. Met dezemiddelen wordt onder andere uitvoering gegeven aan de opgenomenacties en maatregelen.Vraag 339Hoe is de tariefbijstelling van € 152 miljoen (per 2026) voor gehandicap-tenzorg en de langdurige GGZ uitgesplitst en waar zijn aanvullendereserveringen voor hogere tarieven of huisvesting in 2026 opgenomen?AntwoordDe structurele tariefbijstelling per 2026 van € 152 miljoen valt uiteen in€ 112 miljoen voor prestaties binnen de gehandicaptenzorg en€ 40 miljoen voor de langdurige GGZ. Deze hangen samen met hetkostenonderzoek dat de NZa heeft uitgevoerd voor de zorg gerelateerdeuitgaven en de daarmee samenhangende wijzigingen van de maximum-beleidsregelwaarde voor kostendekkende tarieven van de zorgzwaartepak-ketten.De middelen voor de tariefsverhoging van de normatieve huisvestings-component ad € 400 miljoen structureel vanaf 2026 zijn verwerkt in degeraamde Wlz-uitgaven voor de ouderenzorg (€ 231 miljoen), gehandi-captenzorg (€ 140 miljoen) en de langdurige GGZ (€ 29 miljoen).Vraag 340Waarom wacht u met een bredere uitrol van de wijkgerichte vaccinatie-aanpak, terwijl de eerste signalen uit de G4-pilot succesvol zijn?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16139 De wijkgerichte aanpak laat eerste, veelbelovende resultaten zien op eendeel van de doelen. Maar op dit moment is nog niet goed in kaartgebracht hoe de opbrengsten zich verhouden tot de kosten. Het is vanbelang hier inzicht in te krijgen. Op basis daarvan kan worden bepaald ofen hoe de aanpak op een doelmatige wijze kan worden voortgezet enverbreed.Vraag 341Ziet u mogelijkheden om, in afwachting van de evaluatie van de G4-pilot,in 2026 al stappen te zetten om de wijkgerichte vaccinatieaanpak voort tezetten of uit te breiden?AntwoordDe pilot begin 2026 wordt geëvalueerd. Geleerde lessen uit de pilotworden landelijk gedeeld. Daarnaast lopen de acties120, die zijn ingezetom landelijk bij te dragen aan het fijnmaziger vaccineren, door in 2026.Vraag 342Hoeveel middelen zijn er in 2026 gereserveerd voorpost-covidexpertisecentra?AntwoordVanuit het amendement Bushoff c.s.121 is eerder € 27 miljoen gereser-veerd: € 12 miljoen voor 2025 en € 15 miljoen voor 2026.Vraag 343Betekent een nalevingscijfer van de alcoholleeftijd van 32,7 procent datmeer dan twee op de drie verkooppunten wel alcohol verkoopt aanminderjarigen?AntwoordEen nalevingcijfer van 32,7 procent betekent dat het minderjarigen in ruimtwee op de drie pogingen lukt om alcohol te kopen. Meer informatie overhet nalevingsonderzoek, de achtergrond hiervan en onze beleidsreactie opde nalevingscijfers, kunt u terugvinden op Landelijk onderzoek nalevingleeftijdsgrens alcohol- en tabaksverkoop 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nlVraag 344Welke impactvolle maatregelen worden doorontwikkeld op de beleids-agenda ten behoeve van gezondheidsachterstanden?AntwoordOp dit moment wordt de beleidsagenda Gezondheid in alle Beleidsdo-meinen samen met verschillende departementen en partijen verderuitgewerkt. Eind dit jaar wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.Vraag 345Hoeveel laagdrempelige steunpunten zoals zelfregie- en herstelorgani-saties zijn er in het land? Hoeveel zijn er de afgelopen vijf jaar bijge-komen? Is er sprake van een landelijk dekkend netwerk?AntwoordToenmalig Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg heeftuw Kamer in het najaar van 2024 geïnformeerd over een eersteverkennend onderzoek naar de ontwikkeling van laagdrempeligesteunpunten. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat er in oktober 2024120Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 851121Kamerstuk 36 410 XVI, nr. 130Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16140 278 laagdrempelige steunpunten waren.122 Dit zijn de cijfers die op ditmoment beschikbaar zijn; een verdere duiding over de afgelopen vijf jaaris dan ook niet te geven.Nieuwe cijfers over de ontwikkeling van de laagdrempelige steunpuntenworden begin 2026 verwacht. Hierover zal de Tweede Kamer in het eerstekwartaal van 2026 geïnformeerd worden. Op basis van de nieuwe cijferszal de landelijke IZA werkgroep meer duiding geven aan de landelijkedekkingsgraad. Deze monitoring maakt onderdeel uit van het landelijkondersteuningsprogramma dat begin dit jaar is gestart en dat debeweging naar een landelijk dekkend netwerk verder kracht bij zet.Daarnaast zijn laagdrempelige steunpunten één van de basisfunctionali-teiten in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Daarmee isafgesproken dat deze functionaliteit in elke regio of gemeente ingevuld enbeschikbaar moet zijn voor inwoners ten behoeve van een landelijkdekkend aanbod.Vraag 346Loopt het financiële kader voor het uitvoeren van de HervormingsagendaJeugd nog in de pas met de voorspelde uitgaven en besparingen bij hettekenen van de Hervormingsagenda? Zo niet, bij welke maatregelen wordtmeer of minder uitgegeven en bij welke maatregelen wordt de besparingniet gehaald en bij welke wel?AntwoordDe (financiële) effecten van maatregelen kunnen niet per individuelemaatregel in beeld worden gebracht. Ook niet op gemeentelijk niveau.Redenen hiervoor zijn:1.verschillende maatregelen bijdragen aan eenzelfde effect2.er interferentie tussen effecten bestaat; en3.er buiten de uitvoering van de maatregelen ook (autonome) effecten inde sector op kunnen treden. Bijvoorbeeld het effect van de mentalegezondheid van jongeren op de vraag naar Jeugdzorg.Dat betekent dat het effect van de uitvoering van de Hervormingsagendaop de uitgavenontwikkeling enkel overkoepelend bezien kan worden,zonder dat daarin uitspraken gedaan kunnen worden over causaliteit.De totale uitgavenontwikkeling is daarmee een belangrijke parameter,specifiek ook voor de financiële doelstelling van de Hervormingsagenda.Met het uitgavenonderzoek naar de uitgaven in 2023 en 2024123 isgeconstateerd dat het Meerjarig Financieel Kader uit de Hervormingsa-genda en de totale uitgaven van gemeenten aan Jeugdzorg niet in lijn zijnmet elkaar. De tekorten die hierin naar voren komen, respectievelijk€ 628 miljoen in 2023 en € 828 miljoen in 2024, zijn dit jaar op basis vanhet advies van de Deskundigencommissie bij de augustusbesluitvormingbetrokken. Eerder is met de voorjaarsnota het financiële kader bezien aande hand van het advies van de Deskundigencommissie Jeugd. Op basishiervan is besloten aanvullende middelen beschikbaar te stellen,aanvullende beheersmaatregelen te nemen en de uitvoering van deHervormingsagenda te intensiveren124. Dit leidt ertoe dat de financiëlekaders van de Hervormingsagenda dit jaar zijn geactualiseerd, onderandere leidende tot een verzachting van het ingroeipad van debesparingsopgave.122Kamerstukken II 2024/25, 29 538, nr. 365.123Kamerstukken II 2023/24, 31 839, nr. 1031.124Kamerstukken II, 2023/24, 31 839, nr. 1093.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16141 Naast de ontwikkeling van de uitgaven wordt gekeken naar inhoudelijkeontwikkelingen. Naar aanleiding van het advies van de commissie Van Arkwordt de monitoring hiervan opnieuw bezien. Dit loopt mee in degesprekken met gemeenten, aanbieders, professionals en cliënten over deintensivering van de Hervormingsagenda en zal in de routekaart die isaangekondigd worden vastgelegd.Vraag 347Hoe groot is het arbeidsmarkttekort in de jeugdzorg momenteel?AntwoordEr zijn geen cijfers beschikbaar over de actuele tekorten per branche. Welzijn er cijfers beschikbaar op basis van de laatste prognose van najaar2024. Het verwachte tekort in 2025 in de jeugdzorg bedraagt1.300 werknemers.Vraag 348Wat houdt de taakopdracht bij de gemeente in om te komen tot eensuïcidepreventiebeleid?AntwoordHet landelijke integrale suïcidepreventiebeleid wordt elke vier jaarvastgesteld met de landelijke nota gezondheidsbeleid. Daaruit vloeit detaakopdracht voor gemeenten voort. De gemeentelijke nota moetdaarmee dus ook doelstellingen, acties en gewenste resultaten bevattenvan het gemeentelijke beleid inzake suïcidepreventie. De wet publiekegezondheid, waar suïcidepreventie per 1 januari 2026 onderdeel van uitgaat maken, schrijft niet voor hoe het gemeentelijk beleid eruit moet zien.Door middel van onder meer het landelijke suïcidepreventiebeleid en delandelijke agenda suïcidepreventie worden gemeenten voorzien vaninformatie en kennis over hoe dit lokale beleid kan worden vormgegevenen hoe zij dit naar hun eigen context kunnen vertalen.Vraag 349Hoeveel stevige lokale teams jeugdzorg zijn er nu over het hele land?Hoeveel zijn er opgericht sinds het tekenen van de HervormingsagendaJeugd?AntwoordSinds de decentralisaties in 2015 heeft de meerderheid van de gemeenteneen vorm van lokale teams.We hebben geen zicht op hoeveel gemeenten stevige lokale teamshebben sinds het ondertekenen van de Hervormingsagenda Jeugd.Inmiddels heeft het Ondersteuningsteam voor de Jeugd (OZJ)108 gemeenten geholpen om stevige lokale teams te ontwikkelen.125In de Meta-analyse startfoto’s Hervormingsagenda Jeugd (gepubliceerddoor de VNG in april 2024), heeft 52% van de gemeenten aangegevenvoldoende stevige lokale teams te hebben, dan wel dat het merendeel vande lokale teams voldoende stevig is in lijn met het Richtinggevend kader«toegang, lokale teams en integrale dienstverlening».126 15% van degemeenten geeft aan dat de helft van de lokale teams voldoende stevig is.125Via deze ondersteuningslijn kunnen gemeenten middels werkpakketten, voorlichting, adviesen daadwerkelijke ondersteuning en coaching door transformatiecoaches, worden geholpenom te komen tot een meer stevig lokaal team.126Dit kader is vastgesteld door de VNG en gemeenten in het voorjaar van 2024. Hierin zijn dekenmerken van stevige lokale teams vastgelegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16142 En 33% van de gemeenten geeft aan dat (het merendeel van) de lokaleteams nog onvoldoende stevig is.Vraag 350Op welke concrete wijze wordt er bijgedragen aan het verbeteren van derisico taxatie en veiligheidsbeoordeling instrumenten voor huiselijkgeweld en femicide?AntwoordOp dit moment loopt er in opdracht van het Ministerie van VWS en JenVeen onderzoek wat wordt uitgevoerd door Regioplan, gericht op hetherijken van de risico taxatie en veiligheidsbeoordelingsinstrumenten. Deuitkomsten van dit onderzoek worden eind 2025 verwacht.De uitkomsten zullen gaan over:−Welke instrumenten nu gebruikt worden.−Hoe die instrumenten gebruikt worden.−Of dit toereikend zou moeten zijn of dat er iets anders/andereinstrumenten nodig zijn.−Welke samenwerkingsafspraken nodig zijn om de risicotaxatie enveiligheidsbeoordeling te verbeteren.−Andere aanbevelingen die uit het onderzoek naar voren komen.Aan de hand van de uitkomsten wordt met de relevante uitvoeringsorga-nisaties en de betrokken ministeries een plan gemaakt om de benodigdedoorontwikkeling uit te voeren.Vraag 351Hoe groot is het huidige tekort aan opvangplekken voor slachtoffers vanhuiselijk geweld? Hoeveel geld zou er nodig zijn om te voldoen aan inieder geval de eisen die voortvloeien uit het Verdrag van Istanbul?AntwoordBranchevereniging Valente heeft in het kader van het huidige capaciteits-tekort een berekening gemaakt waarbij geldt dat voor de realisatie van153 extra opvangplaatsen (30 crisisplekken en 123 vervolgplekken)structureel € 12 miljoen nodig is. Gemiddeld genomen is daarmee€ 78.431,– benodigd voor de financiering van één opvangplaats in devrouwenopvang. De verantwoordelijkheid voor het organiseren enfinancieren van de vrouwenopvang is een gemeentelijke verantwoorde-lijkheid op grond van de Wmo2015. Er kunnen regionale verschillenbestaan in kostprijzen die gelden voor de vrouwenopvang en er bestaatgeen landelijk inzicht in deze kostprijzen. In het Verdrag van Istanbul is deaanbeveling opgenomen de norm van 1 opvangplaats per10.000 inwoners te hanteren. Daarbij wordt gesteld dat het daadwerkelijkaantal opvangplaatsen moet worden afgestemd op de nationale contextvan de lidstaat; de norm is daarmee geen verplichting. Voor de Neder-landse context is met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) enbranchevereniging Valente besproken dat 1.800 opvangplaatsen nietpassend is in verhouding tot het aantal slachtoffers met een opvangbe-hoefte; het is echter lastig te bepalen welk aantal wel passend is voor deNederlandse context. Hierover vinden continu gesprekken plaats.Vraag 352Welke concrete maatregelen worden er in 2026 genomen om de samen-werking tussen partners in zorg en veiligheid te verbeteren bij hetsignaleren en handelen bij signalen van huiselijk geweld en kindermishan-deling?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16143 De aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling omvat een brede inzetwaarbij partijen uit zorg en veiligheid betrokken zijn.−Er wordt verder gewerkt aan de aanpak Veiligheid Voorop: dit is eensamenwerking tussen Veilig Thuis, politie, OM, reclassering en Raadvoor de Kinderbescherming om samen te werken bij signalen vanhuiselijk geweld en kindermishandeling, met acties zoals het samen oppad gaan bij acute meldingen, het uitwisselen van informatie voor eenbeter beeld van de situatie, een gezamenlijk plan om de directeonveiligheid te stoppen en duurzame veiligheid te bewerkstelligen enbetere afdoening.−Vanuit het plan van aanpak «Stop femicide» worden ook in 2026 eenaantal acties voortgezet:CEen vervolg van de herijking van de risicotaxatie en veiligheidsbe-oordelingsinstrumenten. Hierin werken zorg en veiligheidspartnerssamen om tot een goede invoering van taxatie instrumenten tekomen.CHet ontwikkelen van een strategie voor gezamenlijke deskundig-heidsbevordering (en uitvoering gaan geven aan die strategie), metnaast aandacht voor de inhoudelijke kennis over huiselijk gewelden kindermishandeling, ook aandacht voor kennis en kunde overelkaars werk en de versterking van samenwerking.CBeter en systematisch evalueren van casuïstiek waarmee hetleerrendement wordt vergroot.CDoorontwikkeling van instrumenten als het tijdelijk huisverbod,slachtofferdevice en plegerinterventies waarin de samenwerkingtussen zorg en veiligheidspartners cruciaal is.−De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vervult eenbelangrijke rol. Om via de meldcode beter te signaleren en tehandelen, wordt verder ingezet op bewustwording, deskundigheidsbe-vordering van professionals en versterking van de adviesfunctie.−De 31 regionale Zorg- en Veiligheidshuizen in Nederland, verzorgentrainingen en kennis- en reflectiesessies voor gemeenten en netwerk-partners uit het zorg en strafrechtdomein vanuit hun rol als kennis-knooppunt binnen hun regio, ook op het gebied van huiselijk gewelden kindermishandeling.Op stelselniveau zijn er verschillende trajecten die bij moeten dragen aaneen betere samenwerking bij signalering en handelen waar het gaat omhuiselijk geweld en kindermishandeling. Waaronder het vormgeven vancoördinatie, monitoring en evaluatie op de brede aanpak van huiselijkgeweld en kindermishandeling. Vanuit het Toekomstscenario wordtingezet op een beter stelsel van kind- en gezinsbescherming.Vraag 353Worden er nog aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld voorhet verbeteren van de deskundigheid voor professionals voor alle vormenvan huiselijk geweld en kindermishandeling?AntwoordMedio september startte een traject in opdracht van de Ministeries vanVWS en JenV om de deskundigheid van professionals die werken bij zorg-en straforganisaties (zoals Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld,Vrouwenopvang, politie, Openbaar Ministerie, Reclassering, Raad voor deKinderbescherming en Jeugdbescherming) voor het voorkomen vangeweld tegen vrouwen verder te versterken. Het is van groot belang datprofessionals werkzaam bij deze organisaties over de juiste kennis envaardigheden beschikken om signalen van geweld tegen vrouwen (allevormen van huiselijk geweld en kindermishandeling) te herkennen enhierop adequaat te handelen. Niet alleen als individuele professionalsmaar ook als goedwerkend netwerk, waarin ieder zijn eigen rol en taakTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16144 vervult en een aansluitend geheel bestaat. Hierbij is nadrukkelijk ookaandacht voor het signaleren, herkennen en handelen bij slachtoffers meteen verhoogde kwetsbaarheid doordat zij te maken hebben met één ofmeerdere vormen van ongelijkheid en uitsluiting (intersectionaliteit), zoalsmensen met een (verstandelijke) beperking. De eerder genoemde zorg- enstraforganisaties zetten nu ook al in op deskundigheidsbevordering enwerken hierbij samen. Er ligt daarmee een basis om op voort te bouwen.Deze organisaties hebben de ambitie om deskundigheidsbevorderingstructureel naar een hoger niveau te tillen.Vraag 354In hoeverre is de additioneel beschikbaar gestelde € 12 miljoen struc-tureel toereikend in het realiseren van voldoende opvangplekken voorvrouwen?AntwoordBranchevereniging Valente stelt dat voor het wegnemen van het huidigecapaciteitstekort (in ieder geval) 153 extra opvangplaatsen nodig zijn. Voorhet realiseren van 153 opvangplekken is volgens Valente € 12 miljoennodig. Tevens kan worden ingezet op aanpalende maatregelen, zoals hetbevorderen van de doorstroom. Op dit moment bestaat er geen inzicht inhet benodigd totaalaantal opvangplaatsen in de Nederlandse context. Deontwikkeling van de druk op de capaciteit en zaken als wachtlijsten of hetaantal hotelplaatsingen zullen worden gemonitord om hier beter zicht opte krijgen.Vraag 355Wordt er ook ingezet en geïnvesteerd in kennisvermeerdering over hetsignaleren, herkennen en handelen bij huiselijk geweld waarbij hetslachtoffer een (verstandelijke) beperking heeft?AntwoordMedio september startte een traject in opdracht van de Ministeries vanVWS en JenV om de deskundigheid van professionals die werken bij zorg-en straforganisaties (zoals Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld,Vrouwenopvang, politie, Openbaar Ministerie, Reclassering, Raad voor deKinderbescherming en Jeugdbescherming) in het voorkomen vangendergerelateerd geweld verder te versterken. Het is van groot belangdat professionals werkzaam bij deze organisaties over de juiste kennis envaardigheden beschikken om signalen van gendergerelateerd geweld(waaronder alle vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling) teherkennen en hierop adequaat te handelen. Niet alleen als individueleprofessionals maar ook als goedwerkend netwerk, waarin ieder zijn eigenrol en taak vervult en een aansluitend geheel bestaat. Hierbij is nadruk-kelijk ook aandacht voor het signaleren, herkennen en handelen bijslachtoffers met een verhoogde kwetsbaarheid doordat zij te makenhebben met één of meerdere vormen van ongelijkheid en uitsluiting(intersectionaliteit). Zoals mensen met een (verstandelijke) beperking. Deeerder genoemde zorg- en straforganisaties zetten nu ook al in opdeskundigheidsbevordering en werken hierbij samen. Er ligt daarmee eenbasis om op voort te bouwen. Deze organisaties hebben de ambitie omdeskundigheidsbevordering structureel naar een hoger niveau te tillen.Vraag 356Wat valt concreet onder de «basisnoodzorg» waarvoor in 2026€ 250 miljoen is gereserveerd? Zijn er ook middelen gereserveerd voor dejaren daarna?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16145 In 2026 is er voor basisnoodzorg een bedrag van € 252 miljoen gereser-veerd. Omdat deze middelen hun oorsprong kennen uit de enveloppandemische paraatheid, worden de middelen hoofdzakelijk voor dezevorm van basisnoodzorg ingezet. Daarbinnen zijn onder andere decategorieën publieke gezondheid, curatieve zorg, langdurige zorg,leveringszekerheid en productie, infectieziektebestrijding, de NationaleZorgreserve, (wetgeving rondom) opleidingen en certificering vanzorgpersoneel, ICT, en zorg in Caribisch Nederland te onderscheiden.Conform HLA worden de middelen voor pandemische paraatheidafgebouwd. Dat betekent dat de hoeveelheid gereserveerde middelenvoor deze categorieën afneemt. In 2027 is er een bedrag van 150 miljoengereserveerd, voor dezelfde categorieën. De hoeveelheid gereserveerdemiddelen voor deze categorieën neemt af naar € 150 miljoen in 2027; en€ 117 miljoen in 2028. Ten slotte is in 2029 € 3 miljoen voor de curatievezorg gereserveerd.Vraag 357Kan worden toegelicht hoe het bedrag van € 250 miljoen in 2026 voor debasisnoodzorg zich precies verhoudt tot de vijf genoemde thema’s:medische voorraden, zorgcapaciteit, IT/data/faciliteiten, bevoegdheden bijcrises en civiel-militaire samenwerking? Kan een uitsplitsing gegevenworden van de beschikbare middelen per thema?AntwoordHet is niet mogelijk om een exacte verdeling te maken van de activiteitenbinnen de vijf genoemde thema’s, omdat veel uitgaven betrekking hebbenop meerdere thema’s en er daardoor sprake is van overlap. In onder-staande uitsplitsing zijn de uitgaven daarom gekoppeld aan het themawaarop ze het meest van toepassing zijn.Het versterken van de zorgcapaciteit en de gewondenzorg zijn grotendeelsgerelateerd aan de uitgaven aan de curatieve zorg, maar ook binnen dedomeinen van de publieke gezondheid, langdurige zorg en investeringenin Caribisch Nederland:−LFI;−Versterking GGD’en;−Versterking RIVM IZB keten;−Landelijke ziekenhuis coördinatie;−ROAZ en LCPS;−Versterking GGD Caribisch Nederland;−Caribische Hub;−NZR en Module Basis Acute Zorg;−Opleiden artsen IZB;−Zoönose;−Kennis en innovatie;−Rioolwatersurveillance;−Infectiepreventie bij Wlz aanbieders;−Monitoring en surveillance in de ouderen- en gehandicaptenzorg.Investeringen in medische voorraden betreffen met name uitgaven voorleveringszekerheid, weerbaarheidsvoorraden en onderzoek naarweerbaarheid.−Geneesmiddelen, vaccins en medische hulpmiddelen.IT/data/faciliteiten betreft onder andere het versterken van cybersecurityen ICT-systemen. Ook worden middelen die bedoeld zijn voor het instellenvan een Caribische Hub onder meer ingezet voor IT/data/faciliteiten.−Versterking IV/ICT;−Caribische Hub.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16146 Bevoegdheden bij crises is uit te splitsen in bevoegdheden tijdens crisesen internationale samenwerking.−Personeel en programma weerbare zorg;−Internationale samenwerking.Vraag 358Kan worden toegelicht of de € 250 miljoen voor basisnoodzorg in 2026additionele middelen betreft, of dat dit grotendeels komt uit herverdeling?Als sprake is van herverdeling van middelen: uit welke bestaandeprogramma’s of posten wordt de € 250 miljoen voor basisnoodzorg dangefinancierd?AntwoordDe € 250 miljoen voor basisnoodzorg in 2026 betreffen geen additionelemiddelen. Deze middelen komen voort uit de in het coalitieakkoordRutte IV beschikbaar gestelde middelen voor Pandemische Paraatheid.Vraag 359Hoe wordt geborgd dat de afbouw van de middelen voor pandemischeparaatheid tot nul in 2029 geen afbreuk doet aan de continuïteit enbeschikbaarheid van zorg tijdens een toekomstige pandemie?AntwoordOm continuïteit en beschikbaarheid van zorg tijdens een toekomstigepandemie of andere grootschalige gezondheidszorgcrisis te versterken,waren na COVID-19 maatregelen in gang gezet op het gebied van depublieke gezondheidszorg, leveringszekerheid en flexibele enopschaalbare zorg. Mede vanwege de samenloop met andere bezuini-gingen, zoals de subsidietaakstelling op het Centrum infectieziektebe-strijding van het RIVM, vallen de financiën voor bestrijding van eenpandemie en andere grootschalige gezondheidszorgcrisis, terug tot onderhet niveau van vóór de COVID-19 pandemie. Het afbouwen van deinvesteringen leidt bovendien tot vertrek van ervaren mensen en naarverwachting tot mindere betrokkenheid, waardoor de basis voor samen-werking wanneer dit nodig is in een crisis, onder druk staat. Dit overziendzijn we dan dus slechter voorbereid op grootschalige gezondheidscrisis enhebben we de lessen van de COVID-19 pandemie niet opgevolgd. Ik kandaarom niet borgen dat de afbouw van middelen voor pandemischeparaatheid geen afbreuk doet aan de continuïteit en beschikbaarheid vanzorg tijdens een toekomstige pandemie.Vraag 360Hoe wordt geborgd dat de afbouw van de middelen voor pandemischeparaatheid geen afbreuk doet aan de continuïteit en beschikbaarheid vanzorg tijdens een toekomstige pandemie?AntwoordOm continuïteit en beschikbaarheid van zorg tijdens een toekomstigepandemie of andere grootschalige gezondheidszorg te versterken, warenna COVID-19 maatregelen in gang gezet op het gebied van de publiekegezondheidszorg, leveringszekerheid en flexibele en opschaalbare zorg.Worden deze maatregelen weer afgebouwd dan betekent dat dat we onsmoeten gaan inzetten om met minder middelen toch zo goed mogelijkvoorbereid te zijn op crises. Daarom zoek ik nog naar alternatievestructurele middelen.Vraag 361Hoe staat het ervoor met ouderenzorg in Caribisch Nederland?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16147 Het aantal ouderen op de BES-eilanden is in het afgelopen decenniumsterk gegroeid.Op de BES-eilanden zijn er verpleeghuisvoorzieningen beschikbaar.Daarnaast wordt er maatschappelijke ondersteuning aangeboden in devorm van huishoudelijke hulp, maaltijdservice, vervoer op maat,dagbesteding, respijtzorg en woningaanpassingen in het kader van hetbesluit maatschappelijke ondersteuning BES. Verder is de samenwerkingtussen de zorgorganisaties op de eilanden de afgelopen periode ookgeïntensiveerd. Zo heeft Bonaire in 2023 een samenwerkingsverband,genaamd Cockpitgroep Ketenalliantie Ouderenzorg (CKO), opgezet tussende diverse zorgorganisaties om de gezamenlijke uitvoering van het beleidVitaal ouder worden in de zorgketen te realiseren127. Sint Eustatius heefteen gelijksoortig samenwerkingsband.Onder de groep ouderen neemt de complexiteit van de zorg en deincidentie van dementie toe. De volgende ontwikkelingen rondom deouderenzorg die relevant zijn voor de toenemende vergrijzing endementie op de BES-eilanden zijn hierbij relevant. Ten eerste zijn beleids-en praktijkgerichte projecten opgezet. Een belangrijke wijziging betreft hetaanpassen van de Regeling aanspraken zorgverzekering BES (RazBES)door onder andere geriatrische revalidatiezorg per januari 2025 op tenemen in de vergoedingslijst128. Op de BES-eilanden worden er verschil-lende activiteiten uitgevoerd voor de dementiezorg129. Goede initiatievenzijn het beleidsplan Dementie en de Dementiemonitor op Bonaire130, 131.Om te kunnen anticiperen op de veranderingen in de ouderenzorg vraagtde komende periode een aantal punten om aandacht, namelijk: destructurele personeelscapaciteit, de deskundigheidsbevordering van hetzorgpersoneel, het beschikbare en kwalitatieve infrastructuur voor zowelde kleinschalige als grootschalige woonvoorzieningen, de palliatieve zorgen de samenwerking voor integrale zorg binnen en tussen eilanden.Daarnaast is de infrastructuur voor palliatieve zorg en hospicezorg op deBES-eilanden tot op heden beperkt.Vraag 362Zijn er additionele financiële middelen beschikbaar voor investeringen inde ouderenzorg in Caribisch Nederland?AntwoordBij september suppletoire begroting 2024 zijn additionele financiëlemiddelen beschikbaar gesteld voor investeringen in de ouderenzorg inCaribisch Nederland, namelijk:Jaar202420252026202720282029Middelen x€ 1.0001.2227.5716.1874.2894.5254.818 127https://ris.konsehoinsular.org/Agenda/Document/f9d57644-d2a0-44dc-ac8e-e57e11867ef0?documentId=f529ddce-f13a-4869-91e0-8963c250e49b&agendaItemId=e360b6a1-3d23-4a3f-9ffd-abbf13504ef0128https://www.rijksdienstcn.com/actueel/nieuws/2024/december/06/wijziging-aansprakenpakket-zorgverzekering-caribisch-nederland-per-1-januari-2025129https://www.zonmw.nl/nl/nieuws/kwaliteit-van-leven-voor-mensen-met-dementie-op-de-cariben-verbeteren130https://www.alzint.org/u/Beleidsplan-Dementie-Bonaire-2019-09-Webversion-Losse-paginas.pdf131https://media.alzheimer-nederland.nl/s3fs-public/media/2025-03/documents/Rapport%20Dementiemonitor%20Bonaire%202025.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16148 De middelen zijn bedoeld voor het terugdringen van achterstanden bij dedagbesteding, de maaltijdservice, de thuiszorg en de maatschappelijkeondersteuning voor de ouderen.Vraag 363Op welke concrete wijze wordt er gewerkt aan de opbouw van maatschap-pelijke ondersteuning en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishan-deling?AntwoordDe Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg is samenmet de VNG opdrachtgever van het «houdbaarheidsonderzoek Wmo».Middels het houdbaarheidsonderzoek wordt gewerkt aan dehoudbaarheid en daarmee ook de toekomst van de Wmo. Dit onderzoekgaat onder andere over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk engemeenten en de balans in taken en middelen. De aanpak van huiselijkgeweld wordt uitgevoerd als onderdeel van de Wmo. In het kader van deaanpak huiselijk geweld, wordt daarnaast gewerkt aan de implementatievan de Europese richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen enhuiselijk geweld.Vraag 364Wat is de omvang van de femicide-problematiek in Caribisch Nederlanden hoe kan Caribisch Nederland meegenomen worden in een aanpak vanfemicide?AntwoordIn zowel 2023 als 2024 is er in Caribisch Nederland in beide afzonderlijkejaren één persoon omgebracht. In beide gevallen betrof het een mannelijkslachtoffer en in beide gevallen vond dit plaats op Bonaire.Hoewel in deze recente jaren geen sprake is geweest van femicide inCaribisch Nederland, zijn geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld, enkindermishandeling ook in Caribisch Nederland een probleem. Om ditbeter te voorkomen en te bestrijden wordt momenteel door de Ministeriesvan VWS, JenV, OCW, SZW en BZK samen met de openbare lichamen vanBonaire, Sint Eustatius en Saba gewerkt aan een gezamenlijke Toekomst-visie voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld enkindermishandeling in Caribisch Nederland.Deze Toekomstvisie bevat strategische doelen, waarin de vier pijlers vande aanpak van femicide – primaire preventie, zicht op (dreigend) geweld,interventies en hulpverlening, en inzicht in probleem en aanpak – zijnverwerkt. De strategische doelen die opgesteld worden in de Toekomst-visie, word vertaald naar concrete acties die in het nieuwe gezamenlijkebestuursakkoord komen te staan ter voorbereiding op de bekrachtigingvan het Verdrag van Istanbul voor Caribisch Nederland.Daarnaast worden relevante onderdelen uit het Nederlandse plan vanaanpak «Stop femicide!» uitgewerkt naar de behoeften en lokale contextvan Caribisch Nederland. Dit betreft onder meer de verbetering vanveiligheids- en risicobeoordelingen, en de voorbereiding van eenwetsvoorstel voor aparte strafbaarstelling van psychisch geweld, waarbijook de toepassing in Caribisch Nederland wordt betrokken.Dit najaar ontvangt de Kamer een brief met een toelichting op devoortgang van de aanpak van huiselijk geweld, geweld tegen vrouwen enkindermishandeling in Caribisch Nederland. In deze brief wordt ook destand van zaken rondom de bekrachtiging van het Verdrag van Istanbuluiteengezet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16149 Vraag 365Is de verwachting dat er geen extra uitgaven nodig zijn voor de instand-houding liquiditeitspositie NRG Pallas na 2025?AntwoordDoor uitdagende marktontwikkelingen staat de liquiditeitspositie van NRGPALLAS ook in 2026 en verdere jaren onder druk. Daarnaast is er een reëlekans op ongeplande stilstand van de HFR (Hoge Flux Reactor), gezien deouderdom daarvan. Mocht dat zich voordoen, dan zal dat eveneens eennegatief effect hebben op de liquiditeitspositie van NRG PALLAS. DeKamer is hierover eerder geïnformeerd bij het kabinetsbesluit vanseptember 2022 om middelen te reserveren voor het PALLAS-nieuwbouwprogramma (zie bijlage bij Kamerstuk 33 626, nr. 16).Het is mede hierdoor niet op voorhand te zeggen dat er geen extrauitgaven nodig zullen zijn voor de instandhouding van de liquiditeitspo-sitie van NRG PALLAS na 2025.Vraag 366Kan de «dekking OCW begroting» nader worden toegelicht?AntwoordIn het amendement Bontenbal c.s. (12 december 2024) wordt een deel vande onderwijsbezuinigingen teruggedraaid. Dit wordt ten dele gedekt dooreen aanvullende apparaatstaakstelling bij VWS van € 15,1 miljoenstructureel. In het amendement is opgenomen dat een bredere,niet-beleidsinhoudelijke invulling van de aanvullende apparaatstaak-stelling door de regering mogelijk is, zoals het beperken van de reguliereprijsindexatie. VWS heeft daarop besloten de aanvullende apparaatstaak-stelling te dekken vanuit de reguliere loon- en prijsindexatie.Vraag 367Kan er nader toegelicht worden waarom een Backpay-regeling in 2025uitvoeringstechnisch niet mogelijk was?AntwoordDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport is zich bewust dat snelheidvereist is bij de totstandkoming van de Backpay-regeling voor weduwen.Het gaat immers om mensen die op zeer hoge leeftijd zijn. Tegelijkertijd ishet belangrijk dat de regeling zorgvuldig wordt gemaakt, zodat deze goeduitvoerbaar is. Het opstellen van de regelgeving, consulteren van Indischeorganisaties, verrichten van een uitvoeringstoets, uitvoeren van deinternetconsultatie, inventariseren van de fiscale gevolgen van eenregeling, zorgdragen voor een goed werkend ICT systeem en oprichtenvan een team dat de regeling kan uitvoeren (inclusief de werving vangekwalificeerd personeel), kost tijd. Om deze redenen bleek het niethaalbaar om al in 2025 te starten met de uitvoering een Backpay-regelingvoor weduwen.Vraag 368Hoe wordt gewaarborgd dat de Backpay-regeling doorgang kan vinden bijtoekomstige kabinetten?AntwoordHet kabinet heeft besloten om € 50 miljoen euro te reserveren voor eenBackpay-regeling voor weduwen. Momenteel wordt gewerkt aan hetvormgeven van de regeling. Naar verwachting zal eind dit jaar gestartkunnen worden met de uitvoeringstoets. Nadat de uitvoeringstoets heeftplaatsgevonden krijgen organisaties en burgers via de internetconsultatiezes weken de tijd om commentaar te geven op de concept-regeling. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16150 waarschijnlijk aan een nieuw kabinet, in afstemming met de nieuwgekozen Tweede Kamer, om vervolgens een besluit te nemen over devormgeving van de definitieve regeling en de invoering daarvan.Vraag 369Hoe groot is het arbeidsmarkttekort in de ouderenzorg momenteel?AntwoordEr zijn geen cijfers beschikbaar over de actuele tekorten per branche. Welzijn er cijfers beschikbaar op basis van de laatste prognose van najaar2024. Het verwachte tekort in 2025 in de ouderenzorg bedraagt22.400 werknemers.Vraag 370Hoe groot is het arbeidsmarkttekort in de gehandicaptenzorg momenteel?AntwoordEr zijn geen cijfers beschikbaar over de actuele tekorten per branche. Welzijn er cijfers beschikbaar op basis van de laatste prognose van najaar2024. Het verwachte tekort in 2025 in de gehandicaptenzorg bedraagt9.700 werknemers.Vraag 371Hoe wordt het structurele bedrag voor vrouwenopvang in 2026 verdeeldover gemeenten, en hoe wordt de doorstroom verbeterd?AntwoordDe aanvullende financiële middelen van structureel € 12 miljoen zijntoegevoegd aan de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang (DUVO).Over de nadere afspraken en verdeling van deze middelen vindt nogafstemming plaats tussen Rijk en gemeenten. De verwachting is dat dedaadwerkelijke verdeling wordt opgenomen in de decembercirculaire2025. Welke inzet gemeenten plegen voor de verbetering van dedoorstroom uit de vrouwenopvang kan verschillen. Vanuit het gedecentra-liseerde stelsel bestaat beleidsvrijheid voor gemeenten voor de invullingvan dergelijke inzet.Vraag 372Is VWS voldoende betrokken bij de overheveling van de AI-middelen naarde EZ-begroting? Hoe wordt gemonitord of dit zal bijdragen aan deAZWA-doelstellingen om met inzet van AI administratieve lasten in dezorg te verlichten? Is duidelijk welk aandeel hiervan voor welke delen vande zorg wordt ingezet?AntwoordJa, de financiële bijdrage van VWS is vastgelegd en wordt onderdeel vande bijdrage van Rijk en regio aan de investering in een AI-fabriek inGroningen. De afstemming daarover tussen EZ en VWS loopt goed. Deprecieze governance van de AI-fabriek wordt de komende periode noguitgewerkt. Ook de monitoring van de bijdrage van de inzet van AI aan deAZWA-doelstellingen wordt op dit moment nog ingericht. Er kan nu dusniet gespecifieerd worden wat de bijdrage van de AI-fabriek aan deAZWA-doelstellingen gaat zijn.Vraag 373Waar wordt de € 1 miljoen aan besteed voor de StaatscommissieZorgstelsel?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16151 Op 24 oktober 2024 is tijdens de Begrotingsbehandeling VWS 2025 demotie Krul c.s. ingediend en aangenomen over het treffen van voorberei-dingen voor een staatscommissie voor advisering over een toekomstbe-stendige en weerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel.132Ervaringen met andere staatscommissies in het recente verleden latenzien dat de gemiddelde looptijd 1,5 tot 2 jaar is en dat de kosten ongeveer€ 1 miljoen per jaar bedragen. Het grootste deel van deze kosten betreftpersonele kosten voor de leden van zowel de staatscommissie als hetsecretariaat dat de staatscommissie ondersteunt gedurende de looptijd.Daarnaast is rekening gehouden met huisvestingskosten, eventuelekosten voor extern onderzoek en kosten voor drukwerk.Vraag 374Is er in 2026 een € 225 miljoen mutatie opgenomen voor «uitstelvervanging abonnementstarief Wmo» en welke beleids- en inkomensef-fecten zijn hiermee verondersteld?AntwoordBij Voorjaarsnota 2023 is besloten met ingang van 2026 structureel€ 225 miljoen uit te nemen uit het Gemeentefonds in verband met devervanging van het abonnementstarief Wmo 2015 door een inkomens- envermogensafhankelijke eigen bijdrage (ivb).133 Bij brief van 20 december2024 heeft de toenmalig Staatssecretaris Langdurige en MaatschappelijkeZorg echter aan uw Kamer laten weten dat de hierbij behorende planning,die gericht was op invoering van de ivb per 1 januari 2026, niet meerrealistisch was. Daarbij werd de beoogde implementatiedatumverschoven naar 1 januari 2027.134 Aansluitend hierbij is bij Voorjaarsnota2025 de bovengenoemde uitname van € 225 miljoen uit het Gemeente-fonds voor specifiek het jaar 2026 teruggedraaid,135 deze middelen zijnovergeheveld van de VWS-begroting naar het Gemeentefonds.Het verschuiven van de implementatiedatum van de ivb heeft tot gevolgdat de beleids- en inkomenseffecten van de ivb in de tijd zullen meeschuiven. Voor een uiteenzetting van de beleids- en inkomenseffecten vande ivb, verwijs ik u naar de memorie van toelichting en de nota naaraanleiding van het verslag bij het voorstel van wet vervanging abonne-mentstarief Wmo 2015.136Vraag 375Is er in 2026 € 40 miljoen gereserveerd voor het «COVID-19-vaccinatieprogramma» en hoe is dit bedrag opgebouwd (bijvoorbeelddoelgroepen, inkoop/uitvoering, apparaatsdeel)? Waarom neemt hetbedrag voor de vaccinatiecampagne toe als de groep mensen die inaanmerking komen voor een COVID-19-vaccinatie afneemt?AntwoordWellicht wordt met deze vraag de € 140 miljoen bedoeld voor hetCOVID-19 vaccinatieprogramma die in tabel 1 op pagina 27 isopgenomen. De bedragen in tabel 1 (pagina 227) betreffen de mutatiesten opzichte van de eerdere begrotingsstukken. De € 140 miljoen is in de132Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 XVI, nr. 69133Kamerstukken II 2022/23, 36 350, nr. 1.134Kamerstukken II 2024/25, 29 538, nr. 365. Het werd noodzakelijk geacht de beoogde invoe-ringsdatum te verschuiven omdat er voldoende tijd moet zitten tussen de publicatie van hetwetsvoorstel en het moment van inwerkingtreding en om zo aan zowel burgers, aanbiedersvan ondersteuning, als aan uitvoerende partijen – zoals het CAK en gemeenten – degelegenheid te bieden zich goed voor te bereiden op de invoering van dit wetsvoorstel.135Kamerstukken II 2024/25, 36 725, nr. 1.136Kamerstukken II 2024/25, 36 713, nrs. 3 en 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16152 tabel opgenomen omdat deze middelen in de voorjaarsbesluitvormingbeschikbaar zijn gesteld. Het bedrag voor de uitvoering daalt van€ 155 miljoen in 2025 naar 135 miljoen in 2026. Dit bedrag is bestemdvoor de uitvoering door GGD’en, de landelijke coördinatie van decampagne en de IV bij GGD GHOR Nederland en voor het COVID-19vaccinatieprogramma bij het RIVM.Vraag 376Kan worden uitgesplitst welk deel van de AZWA-middelen voor oplei-dingsbeleid buiten het ziekenhuis (structureel 185 euro) voor welkeonderdelen van de zorg buiten het ziekenhuis beschikbaar zijn?AntwoordIn AZWA is afgesproken om te investeren in opleiding en scholing voorbuiten het ziekenhuis, omdat daar de grootste veranderingen en tekortenworden verwacht. Er is hiervoor per 2026 € 53 miljoen beschikbaar,oplopend naar € 185 miljoen in 2029 structureel. Deze middelen zullenworden besteed aan het verstevigen van de instroom, het verstevigen vanhet aanbod aan vervolgopleidingen, bij- en nascholing van professionalsen loopbaaninstrumenten. De komende tijd zal ik met de AZWA partijenkijken naar hoe deze middelen het beste besteed kunnen worden. Debestuurlijke overleggen daarvoor zijn in september gestart. Daarbij zalgekeken worden naar een goede verdeling tussen de beroepsgroepen inde eerste lijn als ook uit de andere sectoren die betrokken zijn bij AZWA,zoals sociaal werk, geestelijke gezondheidszorg en de preventievegezondheidszorg.Vraag 377Hoe groot is het arbeidsmarkttekort in de GGZ momenteel?AntwoordEr zijn geen cijfers beschikbaar over de actuele tekorten per branche. Welzijn er cijfers beschikbaar op basis van de laatste prognose van najaar2024. Het verwachte tekort in 2025 in de GGZ bedraagt 8.600 werknemers.Vraag 378Hoeveel geld stelt u in 2026 beschikbaar voor medische producten en ishier ook ruimte voor brillen, beugels en orthopedische schoenen?AntwoordHet begrip medische producten is breder dan medische hulpmiddelen enomvat bijvoorbeeld ook geneesmiddelen. Ik focus mij bij de beant-woording op medische hulpmiddelen, aangezien brillen, beugels enorthopedische schoenen daaronder vallen. Ook ben ik hierbij uitgegaanvan orthopedische beugels. De uitgaven voor alle extramurale medischehulpmiddelen, vergoed uit de Zvw, worden in 2026 ingeschat op eenbedrag van € 2,2 miljard euro. Dit omvat naast brillen en orthopedischeschoenen ook andere hulpmiddelen zoals incontinentiemateriaal,diabeteshulpmiddelen, en prothesen.Vraag 379Wordt er bij de toegankelijkheid van betaalbare genees- en hulpmiddelenook rekening gehouden met kinderen?AntwoordJa, de Minister van VWS houdt in zijn beleid voor de beschikbaarheid vangenees- en hulpmiddelen ook rekening met kinderen. Bij het waarborgenvan de beschikbaarheid van betaalbare geneesmiddelen en hulpmiddelenmaakt de Minister van VWS geen onderscheid tussen volwassenen enkinderen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16153 Vraag 380Welk bedrag is in 2026 gereserveerd voor de voorraadopbouw van kritiekegeneesmiddelen en wat valt er onder kritieke geneesmiddelen?AntwoordIn 2026 is € 35,2 miljoen beschikbaar voor het aanleggen en aanhoudenvan de extra voorraad kritieke geneesmiddelen. De term kritieke genees-middelen verwijst naar de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen 2025die opgesteld is door het Landelijke Coördinatiecentrum Geneesmiddelen,samen met zorgverleners.137 «Kritiek» wordt in deze context gedefinieerdop basis van de termijn waarop patiënten ernstige gezondheidsschadeondervinden als een geneesmiddel niet beschikbaar is. Hiervoor wordendrie categorieën gehanteerd: rood, oranje en geel. Deze extra voorraadkritieke geneesmiddelen waarop gedoeld wordt – die wordt opgebouwdbovenop de bestaande voorraadverplichting van in totaal 8 weken –beperkt zich tot de geneesmiddelen van de rode en oranje categorie vande Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelen138 met een apotheekinkoop-prijs (AIP) onder € 15.Vraag 381Hoeveel wordt er bezuinigd op het Nationaal Actieplan Dakloosheid?AntwoordVanaf 2022 is structureel € 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor deaanpak van dakloosheid. Er is structureel € 55 miljoen toegevoegd aan dedecentralisatie uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid (voor centrum-gemeenten). De middelen komen boven op de € 385 miljoen (excl.indexatie via het accres) die via de decentralisatie uitkering Maatschappe-lijke Opvang aan 44 centrumgemeenten wordt verstrekt. Gemeentenontvangen via decentralisatie uitkeringen dus € 440 miljoen in totaal (excl.indexatie via het accres). Deze middelen zijn structureel beschikbaar voorde aanpak van dakloosheid. Daarnaast is er van de overige € 10 miljoenvanaf 2026 € 2 miljoen aangewend voor bredere Wmo doeleinden en€ 8 miljoen onderdeel van de VWS-begroting ten behoeve van de aanpakvan dakloosheid. Hiervan wordt voor € 3 miljoen gewerkt aan de transitienaar Preventie en Wonen Eerst, het verbeteren van de monitoringdakloosheid (ETHOS tellingen) en het aanjagen van de beweging inregio’s door middel van subsidies aan o.a. Housing First Nederland,Platform Sociaal Domein en Valente. Daarnaast wordt vanuit hetMinisterie van VWS het samenwerkingsverband Dakloosheid Voorbij!gefinancierd en wordt ingezet op het ontwikkelen van kennis oververschillende woonvormen voor (ex)dakloze mensen. Daarnaast wordt ervanaf 2026 t/m 2028 € 5 miljoen ingezet ten behoeve van de Pilot daklozeEU-burgers. De Pilot dakloze EU-burgers wordt vanaf 2026 uitgebreid enmedegefinancierd door SZW met jaarlijks € 8 miljoen. In totaal is voordeze pilot jaarlijks € 13 miljoen beschikbaar voor de jaren 2026, 2027 en2028. Er is derhalve geen sprake van een bezuiniging op het NationaalActieplan Dakloosheid.Vraag 382Hoeveel geld is er beschikbaar voor het Nationaal Actieplan Dakloosheidin de jaren 2026, 2027, 2028 en 2029?AntwoordVanaf 2022 is structureel € 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor deaanpak van dakloosheid. Er is structureel € 55 miljoen toegevoegd aan dedecentralisatie uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid (voor centrum-137https://lcg.nl/lijst-kritieke-geneesmiddelen/138Zie Lijst kritieke geneesmiddelen | Landelijk Coördinatiecentrum GeneesmiddelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16154 gemeenten). De middelen komen boven op de € 385 miljoen (excl.indexatie via het accres) die via de decentralisatie uitkering Maatschappe-lijke Opvang aan 44 centrumgemeenten wordt verstrekt. Gemeentenontvangen via decentralisatie uitkeringen dus € 440 miljoen in totaal (excl.indexatie via het accres). Deze middelen zijn structureel beschikbaar voorde aanpak van dakloosheid. Daarnaast is er van de overige € 10 miljoenvanaf 2026 € 2 miljoen aangewend voor bredere Wmo doeleinden en€ 8 miljoen onderdeel van de VWS-begroting ten behoeve van de aanpakvan dakloosheid. Hiervan wordt voor € 3 miljoen wordt gewerkt aan detransitie naar Preventie en Wonen Eerst, het verbeteren van de monitoringdakloosheid (ETHOS tellingen) en het aanjagen van de beweging inregio’s door middel van subsidies aan o.a. Housing First Nederland,Platform Sociaal Domein en Valente. Daarnaast wordt vanuit hetMinisterie van VWS het samenwerkingsverband Dakloosheid Voorbij!gefinancierd en wordt ingezet op het ontwikkelen van kennis oververschillende woonvormen voor (ex)dakloze mensen. Daarnaast wordt ervanaf 2026 t/m 2028 € 5 miljoen ingezet ten behoeve van de Pilot daklozeEU-burgers. De Pilot dakloze EU-burgers wordt vanaf 2026 uitgebreid enmedegefinancierd door SZW met jaarlijks € 8 miljoen. In totaal is voordeze pilot jaarlijks € 13 miljoen beschikbaar voor de jaren 2026, 2027 en2028. Er is derhalve geen sprake van een bezuiniging op het NationaalActieplan Dakloosheid.Vraag 383Wanneer wordt de actualisatie van de Nationale Dementiestrategie naarverwachting opgeleverd?AntwoordIk verwacht deze het eerste kwartaal van 2026 op te leveren.Vraag 384Wat is de gemiddelde verblijfsduur van mensen met een beperking in eenzorginstelling?AntwoordDe verblijfsduur van mensen met een beperking is sterk afhankelijk van deaard van de beperking, de zorgbehoefte en de gekozen woonvorm. Dezevarieert van kortdurend verblijf tot levenslange bewoning in gespeciali-seerde instellingen of begeleid wonen. Er is geen landelijke databronbeschikbaar die inzicht geeft in de gemiddelde verblijfsduur van mensenmet een beperking in een zorginstelling.Een manier om de gemiddelde verblijfsduur van Wlz-cliënten in degehandicaptenzorg te benaderen is om de jaarlijkse uitstroom af te zettentegen het gemiddeld aantal opgenomen cliënten in het jaar. In het jaar2024 bedroeg de uitstroom 2.775 personen (2.275 door overlijden en 500overige uitstroom). Het gemiddeld aantal opgenomen personen in degehandicaptenzorg was 81.355. Op grond van deze gegevens is deinschatting dat de gemiddelde verblijfsduur ruim 29 jaar bedraagt.Het bronmateriaal treft u aan op:Wlz-gebruik per sector naar leveringsvorm en in- en uitstroom per week,2020 week 2 – 2025 week 35 | COVID-19 maatwerk publicatie | MonitorLangdurige ZorgVraag 385Wat is de gemiddelde verblijfsduur van mensen in een verpleeghuis?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16155 Volgens gegevens van het CBS bedraagt het gemiddeld aantalopgenomen dagen van cliënten die in 2022 op het moment van overlijdenzorg ontvingen op basis van een VV4, VV5 of VV6 circa 875 dagen. Bijcliënten die zorg ontvingen op basis van een VV7 en VV8 was hetgemiddeld circa 1.380 dagen. Deze aantallen en een toelichting op deberekeningswijze treft u aan op: Gemiddeld aantal Wlz-opnamedagen vanpersonen die in 2022 overleden zijn met een ZZP VV01 t/m VV09b, naarZZP bij overlijden | Maatwerk publicatie | Monitor Langdurige ZorgOok het Zorginstituut rapporteert met enige regelmaat over deverblijfsduur van ouderen in verpleeghuizen. De rapporten gaan in opverschillende methoden om een gemiddelde verblijfsduur te bepalen ende beperkingen die er zijn om op grond van de beschikbare data diegemiddelden te berekenen.U treft de rapportages van het Zorginstituut aan op: Verblijfsduur Wlz |Zorgcijfersdatabank.nlVraag 386Hoe heeft de levensverwachting van mensen met een beperking – zowelbinnen als buiten een zorginstelling – zich de afgelopen tien jaarontwikkeld?AntwoordDe groep mensen met een beperking is buitengewoon divers. Delevensverwachting binnen deze groep kent dan ook een behoorlijkevariatie, en is in sterke mate afhankelijk van de aard en de ernst van debeperking. Er is dus niet een uniform beeld te schetsen over de ontwik-keling van de levensverwachting ten opzichte van die van de algemenepopulatie. Gedetailleerde informatie over de laatste tien jaar is nietbeschikbaar, en gegevens ontbreken om het onderscheid tussen intra-muraal en extramuraal te kunnen maken. In algemene zin blijkt uitonderzoek dat de levensverwachting van mensen met een beperkingafgelopen decennia is meegestegen met die van de algemene bevolking-ten aanzien van sommige doelgroepen was de groei zelfs nog wat sterker.Het verschil in levensverwachting blijkt echter wel persistent. Voor degroep mensen met een verstandelijke beperking geldt bijvoorbeeld dathun levensverwachting op dit moment gemiddeld 15 jaar lager ligt dandie de gemiddelde bevolking, met een spreiding van 6 tot 20 jaar. Daarbijgeldt doorgaans: hoe ernstiger de verstandelijke beperking, hoe lager delevensverwachting.Vraag 387Hoe heeft de levensverwachting van ouderen – zowel binnen als buiteneen verpleeghuis of zorginstelling – zich de afgelopen tien jaarontwikkeld?AntwoordVolgens cijfers van het CBS is de levensverwachting van 65-jarigengestegen van 19,66 jaar in 2015 naar 20,25 jaar in 2025: Prognoselevensverwachting 65-jarigen: 20,96 jaar in 2030 | CBS. Daarbij wordt geenonderscheid gemaakt naar ouderen binnen of buiten een zorginstelling.Veel ouderen brengen alleen de laatste fase van hun leven door in eenverpleeghuis of zorginstelling. Het Zorginstituut publiceert sinds 2018jaarlijks gegevens over de verblijfsduur binnen de Wet langdurige zorg(Wlz) voor de sector Verpleging en Verzorging (V&V). Uit deze cijfers blijktdat in 2018 circa 20% van de cliënten met zorgprofiel VV4 tot en met VV8binnen drie maanden uitstroomde. In 2024 is dit aandeel licht gedaaldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16156 naar circa 17%. Het percentage cliënten met een verblijfsduur langer dan24 maanden daalde tussen 2019 en 2024 van circa 43% naar circa 40%.U treft de onderliggende cijfers en rapportages aan op: Verblijfsduur Wlz |Zorgcijfersdatabank.nlVraag 388Hoe heeft het aantal mensen met een beperking en gedragsproblematiekin een zorginstelling zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld?AntwoordVoor de beantwoording van de vraag worden mensen met een VG6- enVG7-indicatie meegenomen die verblijven in een zorginstelling. VG6 staatvoor «Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregu-lering» en VG7 staat voor «(Besloten) wonen met zeer intensievebegeleiding, verzorging en gedragsregulering». In de verstandelijkegehandicaptenzorg zijn dit de twee zorgprofielen waarbij gedragsregu-lering specifiek is opgenomen. De cijfers rondom de LVG-zorgprofielen(licht verstandelijk gehandicapt) zijn voor de beantwoording van dezevraag buiten beschouwing gelaten, omdat deze zorgprofielen van tijdelijkeaard zijn en gericht zijn op behandeling.Er is een toename te zien van het aantal cliënten van 36.240 in 2015 naar51.235 in 2025139.De ontwikkeling van het aantal mensen is te zien in onderstaande grafiek.Vraag 389Welke sociale en technologische ontwikkelingen worden bedoeld?AntwoordIn 2024 is heeft de Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg 2 een uitvraaggedaan onder medewerkers van 69 verschillende gehandicaptenzorgorga-nisaties over de inzet van zorgtechnologie. Hieruit bleek dat er veelverschillende technologieën ingezet worden, o.a. binnen de domeinen«stimulering, beweging, ontspanning en vermaak», «verbeteren van dedagstructuur» en «verbeteren van de slaap». In 2026 zal de uitvraagherhaald worden.Binnen de gehandicaptenzorg zijn veel zorgaanbieders continu bezig methet verbeteren van de zorg, en uit dat proces vloeien veel socialevernieuwingen of innovaties voort. Dan gaat het bijvoorbeeld om139Monitor Langdurige Zorg, CBSTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16157 vernieuwende aanpakken om zorg aan mensen met een beperkingpersoonsgerichter te maken. Met begeleiding à la carte 2 (BALC 2)stimuleert VWS de inhoudelijke doorontwikkeling van deze aanpakken viaintervisie en coaching; aspecten die daarbij aandacht krijgen zijn onderandere het systematische beschrijven van de aanpak en het verhelderenvan de werkzame elementen. Daarnaast beoogt BALC 2 de uitwisselingvan waardevolle sociale innovaties in de sector te versterken, doorintensieve uitwisseling tussen deelnemende zorgaanbieders.Vraag 390Wat is er gereserveerd voor palliatieve zorg wanneer het programmapalliatieve zorg per 1 januari 2027 stopt?AntwoordIn 2027 en 2028 is jaarlijks € 2,5 miljoen gereserveerd voor afronding,evaluatie en borging Nationaal Programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) endoorstart naar de Toekomstagenda palliatieve zorg en ondersteuning, dienu in ontwikkeling is. Deze middelen zijn onderdeel van de € 150 miljoencoalitieakkoordmiddelen Rutte IV die eind 2021 meerjarig geoormerkt zijnvoor palliatieve zorg. Dit is naast de lopende instellingssubsidies(€ 12 miljoen per jaar) en de reeks voor de Subsidieregeling palliatieveterminale zorg en geestelijke verzorging (€ 56 miljoen in 2027,€ 58 miljoen in 2028, € 53 miljoen 2029 e.v.).Vraag 391Hoeveel mensen zijn er met palliatieve zorg? En voor hoeveel jongemensen met kinderen wordt de kinderopvang stopgezet? Hoeveel van henmaken daarbij gebruik van de gemeentelijke regeling? Hoeveel dagenduurt deze aanvraagprocedure tot en met toekenning/afwijzinggemiddeld?AntwoordJaarlijks sterven in Nederland ongeveer 170.000 mensen. Bij 70% vandeze mensen (ruim 100.000) komt het overlijden niet onverwacht. Zijkunnen in de laatste levensfase behoefte hebben aan palliatieve zorg(kerncijfers palliatieve zorg 2023, zie https://palliaweb.nl/onderzoek/kerncijfers-palliatieve-zorg/kerncijfers-behoefte-aan-palliatieve-zorg).Kinderopvangtoeslag is bedoeld om werk en de zorg voor kinderen tecombineren. Als een ouder langdurig ziek wordt eindigt het arbeidscon-tract na (meestal) 2 jaar. In die periode blijft het recht op kinderopvang-toeslag bestaan. Na beëindiging van het dienstverband blijft er nog3 maanden recht op kinderopvangtoeslag bestaan. Als er in het lopendejaar nog opgebouwde uren aan toeslag niet zijn afgenomen, mogen dieworden ingezet in de resterende periode van dat jaar.Als er geen recht op kinderopvangtoeslag meer is, dan kan een gezin datte maken heeft met sociaal medische problematiek bij de gemeente eenvergoeding krijgen voor de kosten van kinderopvang. Daarvoor geeft degemeente een SMI (Sociaal Medische Indicatie) af. Gemeenten zijnverantwoordelijk voor de uitvoering van SMI.Het is onbekend hoeveel ouders met jonge kinderen het recht opkinderopvangtoeslag verliezen en hoeveel gebruik maken van SMI.Het aantal dagen tussen aanvraag en toekenning verschilt per gemeenteen per situatie. Sommige gemeenten hanteren een wettelijke termijn van8 weken. Gemeenten streven naar een zo spoedig mogelijke afhandeling.Vraag 392Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16158 Welke maatregelen worden door u genomen om invulling te geven aanhet «boeien, binden en benutten» in de gehandicaptenzorg?AntwoordMet de Toekomstagenda «zorg en ondersteuning voor mensen met eenbeperking» zijn verschillende maatregelen in gang gezet om invulling tegeven aan het boeien, binden en benutten in de gehandicaptenzorg. Voorhet boeien van medewerkers is het belangrijk om aandacht te hebbenvoor de juiste beeldvorming. Met de leergang Ambassadeurs Gehandi-captenzorg van de Beroepsvereniging van professionals in sociaal werk(BPSW) en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)ontwikkelen professionals uit de gehandicaptenzorg zich tot ambassadeur.Er zijn totaal vijf lichtingen afgestudeerd.Deze ambassadeurs zijn enthousiast over hun vak, maken zichtbaar wat erspeelt op de werkvloer en vragen aandacht voor de gehandicaptensector.Om medewerkers te binden en te behouden is het van belang dat hetberoep zich blijft ontwikkelen. De BPSW heeft een vierjarige subsidiegekregen om te werken aan het verstevigen van de professie en hetvakmanschap van professionals. Zij voeren onder andere de pilotberoepsregistratie uit en onderzoeken wat dit betekent voor de professio-nalisering van het beroep. Voor het benutten van aanwezige kennis enervaring is, door de Academische Werkplaats Leven met een verstande-lijke beperking, verkend wat het netwerk van mensen met een beperkingkan betekenen in een meer gelijkwaardige positie tot de professional.Daarnaast wordt het Preventieplan Zorg en Welzijn gesteund. Dat richtzich zowel op het behoud van medewerkers in de sector zorg en welzijnals op het tegengaan van verzuim. Voor het behouden van medewerkersis een goed en veilig leerklimaat van belang. Het gaat hierbij niet alleenom het kunnen volgen van scholing, maar ook om het kunnen spiegelenen reflecteren, mogen maken van fouten, learning on the job of het verderkunnen brengen van het vak. Het preventieplan biedt zorgorganisatieshandvatten voor een aanpak om het verloop in hun organisatie terug tedringen. Door het thema in alle lagen van de organisatie hoog op deagenda te zetten en door sámen met medewerkers te kijken naar watdaadwerkelijk nodig is om mensen te behouden.Vraag 393Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de gehandicap-tenzorg?AntwoordVolgens de wachtlijstregistratie van het Zorginstituut wachtten er op1 augustus 2025 1.738 cliënten op een plek in een instelling voorgehandicaptenzorg. U treft de maandelijkse rapportages aan op: Wacht-lijsten landelijk niveau | Zorgcijfersdatabank.nlVraag 394Hoe wordt samenwerking tussen de geestelijke gezondheidszorg en degehandicaptenzorg vormgegeven?AntwoordIn de beantwoording ligt de focus op de zorg voor mensen met eenWlz-indicatie. De samenwerking tussen de geestelijke gezondheidszorg(GGZ) en de gehandicaptenzorg (ghz) richt zich op het bieden vanpassende, samenhangende zorg en ondersteuning aan mensen metmeervoudige en complexe problematiek, zoals de combinatie van eenpsychische aandoening en een (licht) verstandelijke beperking (LVB). Voordeze mensen is de zorg vaak niet goed op elkaar afgestemd. DaaromTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16159 zetten we via de bestuurlijke afspraken met Zorgverzekeraars Nederland(ZN), de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), Ieder(in), deNederlandse GGZ en VWS in op het verbeteren van deze samenwerkingtussen beide sectoren140. Dit is één van de prioriteiten binnen debestuurlijke afspraken die vallen onder de «Toekomstagenda zorg enondersteuning voor mensen met een beperking», die een looptijd heeft toten met 2026. Daarnaast zijn in de werkagenda «Een betekenisvol levenvoor mensen met een langdurige psychische aandoening» actiesopgenomen ten aanzien van het verbeteren van de samenwerking in deregio en het realiseren van meer passende woonzorgconcepten en-voorzieningen, ook voor mensen met een psychische aandoening en een(licht) verstandelijke beperking141.Vraag 395Op welke manier wordt de samenwerking tussen zorgdomein en sociaaldomein precies vormgegeven?AntwoordAl langere tijd wordt ingezet op een sterkere samenwerking tussen hetzorgdomein en sociaal domein. Zo werd in het Integraal Zorgakkoord(IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) onder andere ingezet opdomeinoverstijgende ketenaanpakken. In het Aanvullend zorg enwelzijnsakkoord (AZWA) wordt deze samenwerking nu nog concretervormgegeven door onder andere afspraken over het structureel veran-keren van basisfunctionaliteiten op het snijvlak zorg-sociaal domein.Hierbij worden landelijke afspraken gemaakt tussen gemeenten enzorgverzekeraars op specifieke thema’s als valpreventie, laagdrempeligesteunpunten voor de EPA-doelgroep en sociaal verwijzen. Deze afsprakengaan over welke zorg en ondersteuning in de regio en lokaal beschikbaarmoet zijn om zo duidelijk aan te kunnen geven aan inwoners waar men opkan rekenen. Daarbij wordt de basis in het sociaal domein verstevigd,onder andere door afspraken te maken over de basisinfrastructuur en deaansluiting van lokale teams op de hechte wijkverbanden eerstelijnszorgen de JGZ.Vraag 396Wat is de rolverdeling tussen VNG, Zorgverzekeraars Nederland engemeenten bij de verdere uitwerking van het AZWA in 2026?AntwoordHet aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) is afgesloten met debetrokken partijen uit zorg en welzijn, waaronder de Vereniging Neder-landse Gemeenten (VNG) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Oplandelijk niveau zijn begin 2025 afspraken gemaakt over gelijkwaardigpartnerschap in de samenwerking tussen VWS, VNG en ZN. In de IZAregio’s werken gemeenten en zorgverzekeraars al langere tijd samen aande doorontwikkeling van zorg en welzijn. De marktleidende zorgverze-keraar en de aangewezen gemeente zijn dan ook samen verantwoordelijkom het initiatief te nemen om tot een (geactualiseerd) regiobeeld tekomen.De komende periode maken VWS, VNG en ZN in afstemming met(vertegenwoordigers van) aanbieders van zorg en ondersteuninglandelijke afspraken over de in het AZWA beschreven basisfunctionali-teiten. Het doel is dat deze functionaliteiten in elke regio of gemeenteingevuld en beschikbaar zijn voor inwoners. Gemeenten, zorgverzekeraars140Kamerstukken II, 2024/2025, 24 170, nr. 352141Kamerstukken II, 2024/2025, 25 424, nr. 727Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16160 en aanbieders van zorg en ondersteuning zijn hierop wederzijdsaanspreekbaar.Vraag 397Is er binnen het AZWA ruimte voor psychosociale ondersteuning bijkanker die op maat lokaal wordt geboden?AntwoordIn het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn o.a. afsprakengemaakt over basisfunctionaliteiten en de basisinfrastructuur op hetsnijvlak van het zorgdomein en het sociaal domein. Er is bij de ontwik-keling en implementatie van basisfunctionaliteiten niet voorzien inspecifieke afspraken over psychosociale ondersteuning bij kanker. Wel kanbij de uitwerking van de basisinfrastructuur gekeken worden naar vormenvan psychosociale ondersteuning. De afspraken vanuit het AZWA wordenmomenteel verder uitgewerkt.Vraag 398Wat zal de impact van het AZWA zijn op mensen die leven met en nakanker?AntwoordMet het IZA en AZWA wordt een brede beweging ingezet die ziet optoegankelijke en passende zorg en ondersteuning voor iedereen die dezenodig heeft. Dit geldt ook voor mensen die leven met en na kanker. Op hetgebied van de oncologie specifiek, zet het Aanvullend Zorg- en Welzijnsak-koord (AZWA) de beweging voort die eerder is ingezet in het IntegraalZorgakkoord (IZA) en het daaruit vloeiende Plan van Aanpak netwerk- enexpertzorg voor mensen met kanker (Passende zorg in de oncologiere-gio’s). Door de oncologische zorg in netwerken te organiseren kan er aanoncologische patiënten betere en passende zorg geboden worden, enblijft die zorg ook in de toekomst betaalbaar en voor iedereen toegan-kelijk. Samenwerking in netwerken helpt om ieder patiënt met kanker debeste zorg te geven, ongeacht waar zijn of haar zorgtraject start.Vraag 399Ziet u een rol voor inloophuizen, zoals de IPSO centra, binnen het makenvan de afspraken voor het AZWA?AntwoordInloophuizen voor (ex)-kankerpatiënten en hun naasten, zoals IPSO centra,zijn van groot belang. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)zijn verschillende aandachtspunten opgenomen voor de informele zorg.Er is onder andere opgenomen dat er intensiever en gelijkwaardigersamengewerkt wordt tussen het medische en sociale domein ompassende zorg te garanderen. Daarnaast zijn er in het AZWA afsprakengemaakt over basisfunctionaliteiten en de basisinfrastructuur op hetsnijvlak van het zorgdomein en het sociaal domein. Op dit moment is bijde ontwikkeling en implementatie van basisfunctionaliteiten niet voorzienin specifieke afspraken over psychosociale ondersteuning bij kanker. Bijhet maken van afspraken over de inrichting en uitvoering van debasisinfrastructuur, bijvoorbeeld op het punt van inloopvoorzieningen,kan hier wel naar gekeken worden. Dit vraagt nadere uitwerking.Vraag 400Ziet u een rol voor inloophuizen voor (ex-)kankerpatiënten ennabestaanden binnen het maken van de afspraken voor het AZWA?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16161 Zoals genoemd in vraag 399 zijn er in het Aanvullend Zorg en Welzijnsak-koord (AZWA) verschillende aandachtspunten opgenomen voor deinformele zorg.Vraag 401Wat zijn de gevolgen van het lagere budget in 2025 en de komende jarenvoor het RIVM? Welke taken kan het RIVM hierdoor niet (meer) uitvoeren?AntwoordDe budgetten die in de begroting zijn gereserveerd voor het RIVM bestaanuit structurele en tijdelijke budgetten. Omdat bepaalde tijdelijke budgettenniet worden verlengd loopt het totale budget af. Daarnaast is eentaakstelling doorgevoerd op de budgetten voor het RIVM, waardoor overde hele breedte van het portfolio keuzes moeten worden gemaakt in deprogrammering. Deze keuzes zullen met uw Kamer worden gedeeld via debeleidsinhoudelijke brieven waar deze programma’s aan bijdragen.Vraag 402Welke programma’s van ZonMw worden geschrapt of versoberd door hetlagere budget voor ZonMw programmering?AntwoordZonMw werkt programmatisch. Daarbij lopen programma’s voor eenaantal jaren. Na afloop van die periode staat het budget niet meer in debegroting bij artikel 1.Het programma kan een vervolg krijgen van uit het budget van deopdrachtgevende beleidsdirectie. Het budget wordt pas overgeheveld bijofficiële verlenging van het programma. Vandaar dat de budgetten in demeerjarige reeks aflopen. Er is soms ook sprake van programma’s meteen tijdelijke financiering. Deze krijgen geen vervolg.Daarnaast is in bijlage 1 bij de nota van wijziging op de ontwerpbegroting2025 te zien dat er gekort wordt op de volgende programma’s:2026202720282029Personen met verward gedragen onderzoek GGZ– 2.120.000– 2.270.000– 2.270.000– 2.270.000Kwaliteitsgelden0– 4.730.000– 4.730.000– 4.730.000Doelmatigheid, passendezorg, ZEGG en doelmatig-heidsonderzoek– 654.000– 20.275.000– 6.541.000– 9.407.000Basisbudget (incidenteel nietuitkeren)– 5.872.000 Vraag 403Waarom is er in 2026 een lager bedrag begroot voor vaccinaties dan in2025?AntwoordIn 2025 is een nieuw pneumokokkenvaccin in gebruik genomen datlevenslange bescherming biedt en geschikt is voor mensen met eenverminderd afweersysteem. In 2025 vindt een eenmalige inhaalcampagneplaats om ook 85-plussers met dit vaccin te vaccineren, waardoor ersprake is van hogere uitvoerings- en vaccinkosten.Vraag 404Wat is de reden dat het budget Gezonde Leefstijl en Gezond gewicht vanaf2026 substantieel afneemt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16162 AntwoordHet kabinet Rutte IV heeft tussen 2022–2025 extra geïnvesteerd inpreventie. Deze middelen waren tijdelijk van aard en komen per 2026 tevervallen. Het huidige kabinet heeft daarnaast een bezuiniging opsubsidies doorgevoerd. Dit is de reden waarom het budget voor gezondeleefstijl en gezond gewicht in 2026 lager uitvalt dan in 2025.Vraag 405Waarom is er geen oplossing gevonden voor de gelden voor pande-mische paraatheid, die vanaf 2030 op nul staan, ondanks eerderetoezeggingen aan deze Kamer? Op welke wijze wordt er toch recht gedaanaan deze toezeggingen?AntwoordMijn voorgangers hebben toegezegd op zoek te gaan naar alternatievefinanciering. Het kabinet heeft tot op heden niet besloten tot het vrijmakenvan alternatieve financiering. Daarom zoek ik nog naar alternatievestructurele middelen.Vraag 406Kunnen de verscheidene posten pandemische paraatheid op pagina 50nader worden toegelicht? Waar wordt het geld precies aan besteed?AntwoordDe posten pandemische paraatheid in de tabel op pagina 50 betreffen denog beschikbare middelen voor «pandemische paraatheid» onder artikel1. Totaal gaat het in de tabel bij de verschillende begrotingsinstrumentenom bijna 149 miljoen. Hiervan is in 2026 € 41,8 miljoen gereserveerd voorde SPUK Versterking GGD’en, € 47 miljoen voor versterking van infectie-ziektebestrijding bij het RIVM en voor de LFI, € 47 miljoen is gereserveerdvoor de vernieuwing van het IV-landschap infectieziektebestrijding bij hetRIVM en de GGD’en. De overige middelen van de € 149 miljoen uit detabel worden ingezet voor het monitoren en bestrijden van zoönosen, derioolwatersurveillance door waterschappen en voor het ontwikkelen vangedragskennis en het onderhouden van een gedragsnetwerk door RIVM.Vraag 407Wat zijn in de meest recente jaren de bijgewerkte reeksen van delevensverwachting man/vrouw, plus een korte methodische toelichting opeventuele herzieningen?AntwoordIn onderstaande tabel wordt de (resterende) levensverwachting naargeslacht, leeftijd en periode in kaart gebracht:LeeftijdPeriodeMannenVrouwenVerschil(jaren)(jaren)(jaren)0 jaar195070,372,62,30 jaar198072,579,26,70 jaar202480,583,32,80 jaar205085,088,13,10 jaar207087,590,63,165 jaar195014,414,90,565 jaar198014,318,84,565 jaar202419,321,32,065 jaar205022,624,92,465 jaar207024,627,02,4Bron: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/37360ned/table?dl=C86AB en https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/86042NED/table?dl=C86B9 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16163 De cijfers zijn per 28 mei 2025. Er zijn geen methodische wijzigingengeweest.Eén van de belangrijkste oorzaken van het afgenomen verschil inlevensverwachting tussen mannen en vrouwen in de periode 1980–2024 isde afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokendevrouwen142. Het percentage mannen dat rookt, is sinds de jaren vijftig vande vorige eeuw gedaald. Het percentage rokende vrouwen is toegenomentussen 1958 en 1970 en daarna weer gedaald. Door de afname van deverschillen tussen mannen en vrouwen in rookgedrag nemen ooksekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoalslongkanker143 en hart- en vaatziekten144, af.Het CBS verwacht op basis van analyses van sterftetrends uit het verledendat de levensverwachting (het gemiddeld aantal nog te verwachtenlevensjaren op een bepaalde leeftijd) verder zal toenemen voor zowelmannen als vrouwen. Het CBS verwacht in 2070 een levensverwachtingvan 87,5 jaar voor mannen en 90,6 jaar voor vrouwen. Het verschil inlevensverwachting bij geboorte tussen mannen en vrouwen zal naarverwachting iets toenemen van 2,8 jaar in 2024 naar 3,1 in 2070.Vraag 408Wat houdt de ondersteuning vanuit de VNG om gemeenten te onder-steunen bij hun nieuwe taak om een integraal suïcidepreventie lokaalvorm te geven in?AntwoordMet dit ondersteuningsprogramma wordt door partijen bijgedragen aaneen sterke basis voor suïcidepreventie in heel Nederland. Na afloop vanhet ondersteuningsprogramma hebben gemeenten kennis over de nieuwewetgeving en beschikken ze over de adequate handvatten en een versterktnetwerk in de regio om beleid op te stellen en (regionaal) te implemen-teren.Vanuit het programma worden producten, tools, trainingen en kennisaangeboden en wordt onderlinge uitwisseling tussen gemeenten – goedevoorbeelden en ervaringen – gefaciliteerd. Het betreft hier een projectwaarbij de VNG penvoerder is van het ondersteuningsprogramma en alsopdrachtgever fungeert richting de voornaamste uitvoeringspartners, teweten GGD GHOR Nederland en Stichting 113 Zelfmoordpreventie.Vraag 409Welke specifieke programma’s binnen ZonMw uit tabel 12 worden gekort?AntwoordZonMw werkt programmatisch. Daarbij lopen programma’s voor eenaantal jaren. Na afloop van die periode staat het budget niet meer in debegroting bij artikel 1. Het programma kan een vervolg krijgen van uit hetbudget van de opdrachtgevende beleidsdirectie. Het budget wordt pasovergeheveld bij officiële verlenging van het programma. Vandaar dat debudgetten in de meerjarige reeks aflopen. Er is soms ook sprake vanprogramma’s met een tijdelijke financiering. Deze krijgen geen vervolg.Daarnaast is in bijlage 1 bij de nota van wijziging op de ontwerpbegroting2025 te zien dat er gekort wordt op de volgende programma’s:142Roken | Volwassenen | Volksgezondheid en Zorg143Longkanker | Volksgezondheid en Zorg144Hart- en vaatziekten | Volksgezondheid en ZorgTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16164 2026202720282029Personen met verward gedragen onderzoek GGZ– 2.120.000– 2.270.000– 2.270.000– 2.270.000Kwaliteitsgelden0– 4.730.000– 4.730.000– 4.730.000Doelmatigheid, passendezorg, ZEGG en doelmatig-heidsonderzoek– 654.000– 20.275.000– 6.541.000– 9.407.000Basisbudget (incidenteel nietuitkeren)– 5.872.000 Vraag 410Wat zijn de resultaten van onderzoek gericht op (post-)covid en op welkewijze worden deze benut in beleidswegingen rondom expertisezorg enpandemische paraatheid?AntwoordSinds de start van de pandemie zijn bij kennisinstellingen zoals het RIVM,TNO en ZonMw veel onderzoeken gefinancierd. Bij ZonMw gebeurt datbinnen het COVID-19 onderzoeksprogramma. Een volledig overzicht staatop de ZonMw website145.Een deel van deze resultaten is direct toegepast tijdens de Coronapandemie, bijvoorbeeld resultaten van vaccinstudies (o.a. de SWITCHstudie146). Medische kennis uit de onderzoeken is tijdens de pandemiegeïmplementeerd in ziekenhuizen (o.a. de TURN-COVID studie147). Meeronderzoek is uitgezet naar het bevorderen van optimale zorg voorCOVID-19 patiënten148.De onderzoeken vormden daarnaast een basis voor het kennisprogrammaPandemische Paraatheid149. Voor dit lopende kennisprogramma is ingezetop duurzaam beleid dat multidisciplinaire samenwerkingen en investe-ringen voor de lange termijn stimuleert. Dit vraagt ook om intersectoralesamenwerkingen, nationaal en internationaal. Een voorbeeld hiervan ishet onderzoek naar overstijgende analyses van COVID-vaccin immuun-respons150. VWS zet hier op in door het financieren van consortia op hetgebied van pandemische paraatheid, namelijk BePrepared en NCOH151.Op internationaal gebied draagt VWS bij aan het Europees partnerschapvoor pandemische paraatheid: BE READY NOW152.Binnen het COVID-19 onderzoeksprogramma werden ook onderzoekennaar post-COVID gefinancierd. Daarnaast bestaat het ZonMw programmapost-COVID153 (2023–2028), met daarin een meerjarige onderzoekspro-grammalijn en een programmalijn voor onderzoeksinfrastructuur ensamenwerking voor de vorming van een nationaal expertisenetwerk(post-COVID Netwerk Nederland/PCNN). In totaal is binnen dit programmaruim € 40 miljoen beschikbaar.145https://www.zonmw.nl/nl/programma/covid-19-programma146https://projecten.zonmw.nl/nl/project/switching-covid-19-vaccines-solution-problems-multicentre-randomised-single-blind147https://projecten.zonmw.nl/nl/project/turn-covid-nederlandse-cohort-studie-ter-evaluatie-van-het-gebruik-van-neutraliserende148https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-naar-optimale-medisch-specialistische-zorg-bij-covid-19149https://www.zonmw.nl/nl/programma/kennisprogramma-pandemische-paraatheid150https://projecten.zonmw.nl/nl/project/inrichting-van-een-organisatie-en-infrastructuur-voor-onderzoeksgroep-overstijgende151https://www.zonmw.nl/nl/nieuws/consortia-ncoh-en-beprepared-ontvangen-aanvullende-financiering152https://cordis.europa.eu/project/id/101226682153https://www.zonmw.nl/nl/programma/post-covid-onderzoeksprogramma-kennisinfrastructuur-en-expertisenetwerkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16165 Vraag 411Hoeveel geld is er in 2026 en 2027 (en daarna) gereserveerd voorpost-covidonderzoek?AntwoordHet ZonMw post-COVID programma loopt van 2023 t/m 2028 en heeft eentotaalbudget van ruim € 40 miljoen. Van dit budget is € 36 miljoengereserveerd voor onderzoek. In de periode 2023 tot nu is € 31 miljoentoegekend aan 30 onderzoeken. 22 onderzoeken lopen tot eind 2026. Deoverige onderzoeken worden nog tot maart 2028 gefinancierd. Er is nogruim € 5 miljoen beschikbaar voor drie subsidierondes die in 2025 opengaan en starten in 2026. De toegekende projecten in die ronde worden totmedio 2028 gefinancierd.Vraag 412Wat zijn de resultaten van het onderzoek van/via ZonMw gericht op Coviden op welke wijze deze benut wordt in beleidswegingen rond exper-tisezorg en pandemische paraatheid?AntwoordBij ZonMw zijn sinds de start van de pandemie veel onderzoekengefinancierd binnen het COVID-19 onderzoeksprogramma op uiteenlo-pende onderwerpen. Een overzicht hiervan staat op de ZonMw website154.Een deel van deze resultaten is direct toegepast tijdens de Coronapandemie, bijvoorbeeld resultaten van vaccinstudies (o.a. de SWITCHstudie155). Medische kennis uit de onderzoeken is tijdens de pandemiegeïmplementeerd in ziekenhuizen (o.a. de TURN-COVID studie156). Ook isonderzoek uitgezet naar het bevorderen van optimale zorg voor COVID-19patiënten157.De onderzoeken vormden daarnaast een basis voor het kennisprogrammaPandemische Paraatheid158. Voor pandemische paraatheid is duurzaambeleid nodig dat multidisciplinaire samenwerkingen stimuleert eninvesteringen voor de lange termijn identificeert. Dit vraagt om intersec-torale samenwerkingen, nationaal en internationaal. VWS zet hier op indoor het financieren van consortia op het gebied van pandemischeparaatheid, namelijk BePrepared en NCOH159. Op internationaal gebieddraagt VWS bij aan het Europees partnerschap voor pandemischeparaatheid: BE READY NOW160.Vraag 413Wordt er bij het Rijksvaccinatieprogramma ook rekening gehouden met deaanbevelingen in de leidraad vaccineren van de LAN over deRS-vaccinatie voor chronisch zieken?AntwoordHet Rijksvaccinatieprogramma (RVP) richt zich primair op de vaccinatievan kinderen tot 18 jaar. De aanbevelingen in de leidraad Vaccineren vanvolwassenen met een chronische aandoening van de Landelijke Advies-154https://www.zonmw.nl/nl/programma/covid-19-programma155https://projecten.zonmw.nl/nl/project/switching-covid-19-vaccines-solution-problems-multicentre-randomised-single-blind)156https://projecten.zonmw.nl/nl/project/turn-covid-nederlandse-cohort-studie-ter-evaluatie-van-het-gebruik-van-neutraliserende157https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-naar-optimale-medisch-specialistische-zorg-bij-covid-19158https://www.zonmw.nl/nl/programma/kennisprogramma-pandemische-paraatheid159https://www.zonmw.nl/nl/nieuws/consortia-ncoh-en-beprepared-ontvangen-aanvullende-financiering160https://cordis.europa.eu/project/id/101226682Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16166 groep Nationaal Programma Grieppreventie (LAN) hebben betrekking opvolwassenen met een verhoogd risico op ernstige ziekte door infectie-ziekten, zoals RSV. Deze aanbevelingen vallen buiten het bereik van hetRVP. Wel werkt het Ministerie van VWS aan het verbeteren van detoegankelijkheid van vaccinaties voor volwassenen.Vraag 414Hoe is de zorg voor mensen met post-covid en Q-koorts na 2027geregeld? Klopt het dat hier na 2027 geen budget meer voor is vrijge-maakt? Op welke wijze zijn patiëntenorganisaties betrokken bij dit besluit?AntwoordIn de begroting is een structurele reeks opgenomen van 2,44 miljoen eurovoor het borgen van kennis, onder andere over nazorg voor patiënten metQ-koorts en post-COVID, dit bedrag staat ook voor na 2027 voor dit doelgereserveerd. Het is belangrijk dat patiënten met post-COVID, Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS) en andere postinfectieuze aandoeningenzo snel mogelijk terecht kunnen in de reguliere structuren van zorg enwelzijn. De reguliere structuren van zorg en welzijn kennen instellingenwiens taak het is om deze mensen te behandelen alsook te ondersteunen;denk hierbij aan de huisarts, medisch specialist, maar ook aan het sociaaldomein. De huidige initiatieven (post-COVID expertisecentra,Q-koortsambassadeur en post-COVID onderzoeksprogramma) zijn ooknadrukkelijk gericht op het inbedden van deze patiënten in de regulierestructuren van zorg en ondersteuning, zodat zij direct goed geholpenworden. De patiëntenorganisaties worden hierover in de regulierecontacten regelmatig geïnformeerd.Vraag 415Hoeveel van het totale ziekte preventiebudget van € 27,5 miljoen in 2026is specifiek bestemd voor het Lyme-expertisecentrum?AntwoordHet Lyme-expertisecentrum ontvangt in 2026 € 800.000.Vraag 416Welke middelen zijn in 2026 voorzien voor RS-vaccinatie en pandemischeparaatheid binnen het totale vaccinatiebudget, inclusief de verhoudingsubsidies vs. RIVM-uitvoering?AntwoordVoor de RSV-immunisatie is in 2026 € 52,1 miljoen beschikbaar. Dezemiddelen staan volledig op het instrument Bijdrage Agentschappen RIVM.De nog beschikbare middelen voor pandemische paraatheid maken geendeel uit van de vaccinatiebudgetten. Voor de maatregelen ter versterkingvan de publieke gezondheid van het beleidsprogramma pandemischeparaatheid is vooralsnog geen alternatieve dekking gevonden.Vraag 417Kan nader worden gespecificeerd waar de bezuinigingen op subsidies enZBO’s landen?AntwoordIn de eerste suppletoire begroting 2025 van VWS, samenhangende met deVoorjaarsnota 2025, is toegelicht dat een deel van de loonbijstelling wordtingezet ter dekking van verschillende intensiveringen op de VWS-begroting, waaronder de inzet van vrijwilligers in de palliatieve terminalezorg, de aanpassing van de regeling dienstverlening aan huis en hetalternatief invullen van de aanvullende apparaatstaakstelling uitamendement Bontenbal c.s. Vanaf de beleidsartikelen van VWS wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16167 wel verschillende organisaties door VWS gesubsidieerd, waardoor dezekorting wel gesubsidieerde organisaties raakt. Het niet of slechtsgedeeltelijk corrigeren voor inflatie leidt tot relatief minder financiëleruimte bij gesubsidieerde instellingen, omdat de betrokken instellingenwel geconfronteerd worden met hogere lonen en prijzen.Voor de ZBO’s (zelfstandige bestuursorganen) geldt dat deze via dehalfjaarlijkse midtermreview inzicht geven in de kosten voor het lopendejaar. Dat is ook het moment om te kijken of er voldoende budgetvoorhanden is. Voor de APK taakstelling zijn opdrachtgevers en ZBO’s ingesprek over welke opdrachten en taken anders kunnen worden ingevuldom zo de taakstelling in te vullen.Vraag 418Hoe reflecteert u op de vraag of een bedrag van € 9,6 miljoen in 2026voldoende is om antimicrobiële resistentie effectief terug te dringen,gezien de omvang van het probleem en de structurele inzet die nodig is?AntwoordDe € 9,6 miljoen in 2026 wordt gebruikt om een extra voorraad van4 weken aan te leggen van essentiële antibiotica en salbutamol aerosolen.Deze extra voorraad van essentiële antibiotica is niet primair bedoeld omantimicrobiële resistentie te voorkomen en/of terug te dringen, hoewel deMinister van VWS het met de leden eens is dat dit op zichzelf eenbelangrijk doel is. Het aanleggen van de extra voorraad zorgt voor minderleveringsonderbrekingen en tekorten voor patiënten. Hierdoor kan zo vaakmogelijk het eerste keus middel ingezet worden bij een behandeling. Bijde behandeling van een infectie is de inzet van het eerste keus middelextra van belang, omdat dit resistentievorming tegengaat. Hetvoorschrijven van bijvoorbeeld een breedspectrum antibioticum in plaatsvan een smalspectrum middel zou kunnen leiden tot verhoogde resisten-tievorming. Een secundair beleidseffect van het aanleggen van extravoorraden van antibiotica is dan ook het tegengaan van resistentie-vorming.Dit geldt ook zo voor het 2-jarig experiment dat 1 augustus is gestart omantimicrobiële geneesmiddelen (zoals antibiotica) beter beschikbaar temaken. In dit experiment wordt deze groep geneesmiddelen uitgezonderdvan de vergoedingslimieten die gelden in het geneesmiddelenvergoe-dingssysteem (GVS). Doordat deze prijsdruk vervalt, verwacht de Ministervan VWS dat antimicrobiële middelen beter beschikbaar zullen zijn. Ookzorgt het opheffen van de GVS-vergoedingslimieten voor deze groepgeneesmiddelen ervoor dat patiënten die deze middelen nodig hebben,geen eigen bijdrage voor hun geneesmiddelen meer hoeven te betalen.Dat zorgt ervoor dat ze niet om financiële redenen hoeven te wisselennaar een niet-optimaal geneesmiddel voor hun situatie. Ook ditexperiment heeft dus als secundair beleidseffect dat antimicrobiëleresistentie wordt tegengegaan.De Minister van VWS doet daarnaast nog veel meer om antimicrobiëleresistentie het hoofd te bieden. Zijn acties op dit terrein zijn samengevatin het «Nationaal Actieplan Antimicrobiële Resistentie 2024–2030»161 datzijn voorganger samen met de voormalig Minister van Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit in 2024 aan uw Kamer heeft gestuurd.Vraag 419Hoe is het bedrag van € 24,6 miljoen, beschikbaar voor het verstrekkenvan subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en161Kamerstukken 2023–2024, 32 793, nr. 753Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16168 betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg, samenge-steld? Waarvoor zijn middelen gereserveerd?AntwoordDe € 24,6 miljoen die door het Ministerie van VWS beschikbaar is gesteldvoor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit,toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezond-heidszorg bestaat uit de volgende posten.Zoals vermeld in de begroting van het Ministerie van VWS voor 2026, isvoor het ondersteunen van de afronding van de implementatie en deuitvoering van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (WvGGZ) in2026 € 11,8 miljoen beschikbaar. Een groot deel van deze middelen isgereserveerd voor de instellingssubsidies voor vertrouwenspersonen. Ditzorgt voor borging van vertrouwenswerk in de GGZ conform de WvGGZ.Verder is voor de aanpak van personen met verward gedrag in 2026 intotaal € 5,7 miljoen beschikbaar. Hieronder valt onder andere de bijdrageaan de aanpak van problematiek van mensen die het meest kwetsbaar zijnbinnen de groep van verwarde personen, genaamd de levensloopaanpak.Daarnaast wordt er vanuit de curatieve GGZ middelen beschikbaar gesteldvoor complexe casuïstiek binnen het dossier van verwarde personen.Daarnaast zijn middelen gereserveerd voor projecten. Voor Nemesis 3 is€ 1,3 miljoen beschikbaar. Dit is de derde uitvoering van een meerjarigestudie gericht op het verkrijgen van actuele informatie over de preva-lentie, incidentie en het beloop van psychische aandoeningen vanpersonen tussen 18–75 jaar en om aan te tonen wat investeren in depsychische gezondheid oplevert voor de maatschappij. Ten behoeve vande afspraken die zijn gemaakt in het IZA ter versterking van de samen-werking tussen het sociaal domein, de huisartsen en de GGZ is eenbedrag van € 1,2 miljoen gereserveerd. Ook is er € 1 miljoen beschikbaarvoor een project in het kader van de re-integratiemethode IndividuelePlaatsing en Steun, waarbij mensen met ernstige psychische aandoe-ningen, en ook mensen met mildere psychische aandoeningen, begeleidworden bij het verkrijgen en behouden van betaald werk.De overige middelen zijn gereserveerd voor onder andere het in beeldbrengen van de vraag en aanbod naar GGZ op regionaal en landelijkniveau, sturing op wachttijden in de GGZ en borging van het aanbod vancomplexe GGZ.Vraag 420Waarom worden er geen extra middelen voor een interdepartementaleaanpak personen onbegrepen gedrag (waarbij het Ministerie van BZKregiehouder is) vrijgemaakt, gezien op de begrotingen van BZK, J&V enVRO ook geen budget wordt vrijgemaakt om deze aanpak uit te rollen?Hoe zal met deze aanpak aan de slag worden gegaan zonder middelen?AntwoordDe interdepartementale aanpak personen onbegrepen gedrag waarvanhet Ministerie van BZK regiehouder is, heeft geen extra middelen omdatde departementen die deel uitmaken van deze aanpak zelf verantwoor-delijk zijn voor het beleid en de middelen die hiervoor worden ingezet.Zo is bij brief van 28 maart jl. de Kamer162 inzicht gegeven over definancieringsstromen met betrekking tot de aanpak van personen metverward en/of onbegrepen gedrag. Deze hebben betrekking op de162Kamerstuk II 2025/26, 25 424, nr. 729Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16169 middelen die het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als hetMinisterie van Justitie en Veiligheid hiervoor hebben ingezet en dekomende tijd zullen blijven inzetten.Vraag 421Waar wordt de € 5,7 miljoen, vrijgemaakt voor de aanpak verwardgedrag, precies aan besteed? Is een deel van dit bedrag bedoeld voor deinterdepartementale aanpak personen met onbegrepen gedrag?AntwoordHet Ministerie van VWS stelt € 5,7 miljoen beschikbaar voor hetverstrekken van subsidies voor de aanpak van personen met verwarden/of onbegrepen gedrag als onderdeel van het budget van de curatievegeestelijke gezondheidszorg. Deze middelen bestaan onder andere uit decoördinatiekosten van de levensloopaanpak en een bijdrage aan hetMinisterie van JenV voor doeleinden ter bevordering van de aanpak vanpersonen met verward en/of onbegrepen gedrag. Hieronder vallenbijvoorbeeld het landelijk bureau van Zorg- en Veiligheidshuizen en hetcoördinatiepunt van beveiligde bedden.Voor de interdepartementale aanpak zelf zijn geen extra middelenvrijgemaakt, maar zetten de departementen bestaande middelen in voorde maatregelen waarvoor zij beleidsmatig verantwoordelijk zijn. Dat geldtook voor deze € 5,7 miljoen.Vraag 422Zijn er middelen gereserveerd om passende woonzorg plekken terealiseren voor mensen met onbegrepen gedrag die nu vaak op straatverblijven of in de daklozenopvang? Zijn er middelen geserveerd voor hetActieplan Passende zorg voor dakloze mensen met een Wlz-indicatie opde VWS begroting of op een andere begroting?AntwoordHet Ministerie van VWS stelt jaarlijks middelen beschikbaar aangemeenten voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang opgrond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en aan zorgkan-toren voor mensen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg.Gemeenten en zorgkantoren kunnen hiermee ondersteuning en zorginkopen bij aanbieders die woonzorg leveren aan mensen met eenlangdurige psychische aandoening, waaronder mensen met onbegrepengedrag.Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft in 2025via de Regeling Huisvesting aandachtsgroepen middelen beschikbaargesteld voor gemeenten die woonruimte willen financieren vooraandachtsgroepen, zoals dakloze mensen of mensen die uitstromen uiteen zorginstelling.Specifiek voor het Actieplan passende langdurige zorg voor daklozemensen zijn geen additionele middelen gereserveerd op de VWSbegroting.Vraag 423Hoeveel mensen staan momenteel op de wachtlijst voor de GGZ?AntwoordVolgens de laatste cijfers die de NZa heeft gepubliceerd waren er1 oktober 2024 108.878 wachtplekken (Informatiekaart Wachttijden enwachtplekken GGZ – oktober 2024 – Nederlandse Zorgautoriteit). Hierbijgaat het om 62.598 wachtplekken buiten de treeknorm. Omdat mensen opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16170 meerdere wachtlijsten kunnen staan, is het aantal wachtplekken niet gelijkaan het aantal unieke personen dat wacht op GGZ. Dit jaar publiceert deNZa een openbaar dashboard dat actuele GGZ-wachttijdgegevens opéén plek samenbrengt. Dit dashboard gaat voorzien in een frequent,completer en actueler inzicht in wachttijden en instroomaantallen dan dehuidige informatiekaarten. Wachtplekken worden hierin niet meergeregistreerd en gepubliceerd.Vraag 424Welke definitie voor kritieke geneesmiddelen wordt gehanteerd en welkemiddelen vallen daaronder?AntwoordDe term kritieke geneesmiddelen verwijst naar de Nederlandse lijstkritieke geneesmiddelen 2025 die opgesteld is door het LandelijkeCoördinatiecentrum Geneesmiddelen, samen met zorgverleners.163«Kritiek» wordt in deze context gedefinieerd op basis van de termijnwaarop patiënten ernstige gezondheidsschade ondervinden als eengeneesmiddel niet beschikbaar is. Hiervoor worden drie categorieëngehanteerd:•Rood: Geneesmiddelen die onmiddellijk (binnen enkele uren) of opkorte termijn (binnen 48 uur) nodig zijn, anders leidt dit tot mortaliteit.Voorbeelden zijn bepaalde soorten pijnmedicatie, antibiotica die breedinzetbaar zijn, astmamedicatie.•Oranje: Het ontbreken van deze middelen leidt binnen 3 dagen tot3 maanden tot mortaliteit of sterk verhoogde ziektelast in de algemenebevolking of voor een patiënt(engroep). Voorbeelden zijn antistollings-middelen, oncolytica, andere soorten antibiotica.•Geel: Geneesmiddelen die nodig zijn om het maatschappelijk verkeerbinnen Nederland te waarborgen. Voorbeelden zijn diabetesmiddelen,medicatie voor hart- en vaatziekten, anesthetica.Vraag 425Hoe zit de impuls aan de voorraadopbouw van kritieke geneesmiddelenbij de volgesorteerde farmaceutische groothandels eruit?AntwoordZoals de Minister van VWS uw Kamer heeft geïnformeerd164 gaat hijbovenop de bestaande voorraadverplichting van in totaal 8 weken eenextra voorraad aan (laten) leggen. Dit gaat om 4 weken van geneesmid-delen uit categorie rood van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelenmet een apotheekinkoopprijs (AIP) onder € 15, en 3 weken van genees-middelen uit categorie oranje van de Nederlandse lijst kritieke geneesmid-delen met een AIP onder € 15. Voor het aanleggen van deze voorradenhebben de volgesorteerde groothandels inmiddels een herzieningsaan-vraag voor de huidige subsidie, die gold voor de aanleg van extravoorraden essentiële antibiotica en salbutamol, ingediend. Deze wordtmet grote prioriteit behandeld.Vraag 426Wat is het doel en de huidige status van de opbouw van de voorraden vankritieke geneesmiddelen?AntwoordHet doel van het aanleggen van extra voorraden van kritieke geneesmid-delen is om leveringsonderbrekingen van geneesmiddelen te kunnenoverbruggen die langer duren dan de 2 maanden waarvoor nu al163https://lcg.nl/lijst-kritieke-geneesmiddelen/164Kamerstukken 2024–2025, 29 477, nr. 918, 939 en 949Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16171 voorraadverplichting geldt. Ook kan er tijdens deze periode gezochtworden naar alternatieve oplossingen om een potentieel tekort tevoorkomen. Zo zorgen de extra voorraden van kritieke geneesmiddelenop verschillende manieren voor minder tekorten voor de patiënt. De extravoorraden laat de Minister van VWS aanleggen van geneesmiddelen uitcategorie rood en oranje van de Nederlandse lijst kritieke geneesmiddelenmet een apotheekinkoopprijs (AIP) onder € 15. Voor het aanleggen vandeze voorraden hebben de volgesorteerde groothandels inmiddels eenherzieningsaanvraag voor de huidige subsidie, die gold voor de aanlegvan extra voorraden essentiële antibiotica en salbutamol, ingediend. Dezewordt met grote prioriteit behandeld.Vraag 427Klopt het dat GGZ-aanbieders nog geen gebruik kunnen maken van deondersteuning van het programma Met Spoed Beschikbaar 2.0?AntwoordHet klopt dat GGZ-aanbieders op dit moment niet meedoen aan hetprogramma Met Spoed Beschikbaar 2.0. Dit programma heeft als doel omde Richtlijn gegevensuitwisseling acute zorg te implementeren. De (acute)GGZ valt momenteel niet onder deze Richtlijn. In het IZA is afgesprokendat Nictiz een verkenning uitvoert over het mogelijk opnemen van deacute verpleging, verzorging, thuiszorg (VVT), GGZ en geplande ambulan-cezorg in de Richtlijn. De resultaten van deze verkenning wachten wemomenteel af.Vraag 428Hoeveel van de € 8,6 miljoen voor het programma weerbare zorg in 2026wordt besteed aan de Nationale Zorgreserve en de gevolgen van deconflicten in Oekraïne en Gaza? En hoeveel blijft over voor andereonderwerpen zoals de voorbereiding op een gewapend conflict, hybridedreiging, grote uitbraken van infectieziekten of extreme weersomstandig-heden?AntwoordIn 2026 is er € 5,2 miljoen gereserveerd voor het beheer, de uitbreiding eninrichting van de Nationale Zorgreserve. Daarnaast is € 3,4 miljoenbeschikbaar voor de inzet op huidige crises – zoals medische evacuatiesvan patiënten uit oorlogsgebieden naar Nederland – en voor deversterking van de weerbaarheid van de zorg bij toekomstige crises.Vraag 429Kan worden toegelicht waar de € 2,5 miljoen die gereserveerd is voor debeoordeling van erkenningen van expertisecentra voor zeldzameaandoeningen precies voor bedoeld is?AntwoordHet bedrag is gereserveerd voor de uitvoering van het beoordelings-proces voor expertisecentra voor zeldzame aandoeningen. Het gaatdaarbij onder meer om de ondersteuning van het beoordelingscomité, hetbenodigde ICT-systeem, de vergoeding voor de betrokkenheid vanpatiëntenorganisaties en juridische kosten.Vraag 430Kunt u aangeven waar in de VWS-begroting de middelen voor deuitwerking en implementatie van het Nationaal Plan Zeldzame Aandoe-ningen zijn terug te vinden?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16172 De middelen staan gereserveerd op artikel 2 curatieve zorg. Onder hetinstrument subsidies medisch specialistische zorg. Het gereserveerdebedrag is lager dan de norm voor eigenstandige toelichting in debegroting. De middelen zijn gereserveerd voor de uitwerking van hetnationaal plan. Voor specifiek de implementatie zijn niet apart middelengereserveerd.Vraag 431Kan nader worden toegelicht hoe de € 2,5 miljoen euro wordt ingezet dieis bedoeld voor het verbeteren van de organisatiegraad in de farmaceu-tische zorg?AntwoordVoor het bevorderen van de organisatiegraad in de farmaceutische zorg isin totaal € 6 miljoen euro beschikbaar gesteld. De inzet van deze middelenverloopt via een subsidieronde van ZonMw. De € 2,5 miljoen euro in 2026is onderdeel van een meerjarig traject.Het doel is om met deze IZA-middelen projecten en pilots mogelijk temaken die samenwerking en organisatie binnen en tussen beroeps-groepen verbeteren rond het leveren van eerstelijns apotheekzorg. Ditzodat zorgaanbieders gezamenlijk beter afgestemde zorg leveren enpatiënten sneller op de juiste plek komen.Projecten die in aanmerking komen moeten innovatief zijn, bijdragen aande doelen van de «Visie Eerstelijnszorg 2030» en een substantiële bijdrageleveren aan een betere en/of duurzamere inzet van farmaceutische zorg.Vraag 432Hoe zullen de middelen voor het verbeteren van pakketbeheer en vooropschaalbare productie van persoonlijke beschermingsmiddelen wordeningezet?AntwoordIn 2026 is er € 1,5 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van hetpakketbeheer van nieuwe geneesmiddelen. Dit budget gaat naar hetZorginstituut Nederland. Zij hebben verschillende projecten die samen«Toekomstig Stelsel Geneesmiddelen» vormen. Ongeveer de helft van hetbudget is bedoeld om het informatiesysteem van de HorizonscanGeneesmiddelen te verbeteren. Het systeem gaat gebruikt worden doorbijvoorbeeld het Zorginstituut en artsen, en farmaceutische bedrijvenkunnen daarvoor informatie aanleveren. Met het verbeterde systeemkunnen risico’s voor het basispakket eerder in beeld worden gebracht,bijvoorbeeld het risico dat er niet genoeg bewijs is dat een geneesmiddeleffectief is of dat een geneesmiddel een te hoge prijs heeft. Alle deelpro-jecten van TSG samen hebben als doel dat goede geneesmiddelen snelbeschikbaar komen voor een redelijke prijs, en zal op 1 januari 2027 inwerking treden.Voor wat betreft de € 1,1 miljoen voor de opschaalbare productie vanpersoonlijke beschermingsmiddelen heeft VWS eind 2023 voor vier jaareen overeenkomst afgesloten met een fabrikant van FFP2 mondmaskers.Dat gaat onder andere om het laten draaien en onderhouden van demachines waarmee de mondmaskers worden geproduceerd en hetbeschikbaar houden van getraind personeel. Daarnaast worden demiddelen ingezet om een voorraad grondstoffen aan te houden zodat (ookbij dichte grenzen) een jaar lang op grote schaal kan worden geprodu-ceerd. Verder beschikt de fabrikant over een kleine voorraadmondmaskers om bij schaarste de tijd te overbruggen die nodig is om deproductie op te schalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16173 Vraag 433Kunt u de post «toegang tot zorg en ondersteuning» voor de jaren2026–2029 uitsplitsen in de verschillende onderliggende thema’s(waaronder veilig thuis, femicide, seksueel geweld, nationaal actieplandakloosheid, Ethos in de regio)?AntwoordDe begrotingspost subsidies (regelingen) voor «toegang tot zorg enondersteuning» is een (totaal)budget dat uit veel verschillende subsidiesvoor uiteenlopende beleidsthema’s bestaat. Er is niet sprake van eenbudget per thema. Voor het totale beleidsbudget op dit artikelonderdeelmoet bovendien ook gekeken worden naar de andere begrotingsinstru-menten.Vraag 434Hoeveel wordt er in totaal bezuinigd op de subsidieregeling «Toegang totzorg en ondersteuning» en hoe is die bezuiniging uitgesplitst per thema’sdie onder deze subsidieregeling vallen? Hoeveel zal er per thema wordenbezuinigd en ten koste van welke programma’s en regelingen gaat dit?AntwoordDe begrotingspost subsidies (regelingen) voor «toegang tot zorg enondersteuning» is een budget dat uit veel verschillende subsidies vooruiteenlopende beleidsthema’s bestaat. Zoals in de begroting al toegelichtvallen hieronder de volgende thema’s: aanpak mensenhandel, uitvoeringmeerjarenagenda Landelijk netwerk Veilig Thuis, aanpak femicide,bestrijden seksueel geweld, Nationaal Actieplan Dakloosheid, Ethos in deregio, de gratis VOG regeling, aanpak huiselijk geweld en respijtzorg.Een afname in deze budgetten wil niet zeggen dat op het subsidiebudgetbezuinigd is.•Projecten zijn vaak van tijdelijke aard en stoppen op een gegevenmoment•Ook is het mogelijk dat de geprognotiseerde uitgaven voor projectenin een bepaald jaar lager zijn dan het voorafgaande jaar.•Een deel van de uitgaven kan vanaf een bepaald jaar ook via een anderbegrotingsinstrument zoals opdrachten of een bijdrage medeoverhe-den ingezet worden.•Tevens is mogelijk dat vanuit andere begrotingsartikelen of departe-menten een ophoging/verlaging plaatsvindt wat nu nog niet in debegroting zichtbaar is.Door de laatste twee redenen kan gesteld worden dat het subsidieon-derdeel van een thema niet het volledige jaarbudget is voor het betref-fende thema. De budgetten staan immers verspreid over verschillendebegrotingsinstrumenten en mogelijk wordt hier nog op gemuteerd doorbijdragen/afdrachten van/naar andere begrotingsartikelen of departe-menten.Daarnaast worden subsidies soms op een ander subsidiebudget geboekt.Het is daarom relevant om te kijken naar het geheel van verschillendebegrotingsposten samen en daarbij de posten «inclusieve samenleving»en «kennis en informatiebeleid» te betrekken. Dit totaal laat een stijgingzien van 3,1 miljoen van 2025 naar 2026.Dit maakt dat het niet mogelijk is een duidelijke verklaring te geven voorde geconstateerde daling. Hoewel er in 2026 veranderingen zullenplaatsvinden in (de samenstelling van) het totaal aan subsidies datgekoppeld is aan deze begrotingspost is deze geconstateerde daling nietdirect het volledige gevolg van bezuinigingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16174 Vraag 435Hoeveel pgb-houders worden geraakt door de verandering in de Regelingdienstverlening aan huis, waaruit voortvloeit dat pgb-houderstwintig procent aan werkgeverslasten moeten gaan betalen?AntwoordHet gaat om ongeveer 16.000 budgethouders die een of meerdereovereenkomsten onder de Regeling dienstverlening aan huis hebbenafgesloten. Totaal is dit ongeveer 30.000 overeenkomsten. Deze cijfers zijndoor de SVB opgeleverd bij de uitvoeringstoets uit 2024. Ervaring leert datbudgethouders regelmatig overeenkomsten opzeggen en nieuwe aangaanmet verschillende zorgverleners. Daarom kan ik geen exacte aantallennoemen.Vraag 436Waarom worden op verschillende beleidsartikelen (bijvoorbeeld beleidsar-tikel 4) over bepaalde onderwerpen wel meetbare doelformuleringengesteld en op andere niet?AntwoordDe zorg is complex en uitkomsten van beleid zijn niet altijd directmeetbaar. Bij onderwerpen waarvoor duidelijke, kwantitatieve indicatorenbeschikbaar zijn en de relatie tussen beleid en resultaten goed afgebakendis, kunnen concrete en meetbare doelen met een streefwaarde wordengeformuleerd. In andere gevallen, zoals bij beleid gericht op preventie,welzijn of gezondheidsbevordering, is die relatie minder direct. Demaatschappelijke effecten van beleid zijn daar vaak pas op langere termijnzichtbaar en worden mede beïnvloed door diverse externe factoren. In diegevallen wordt er vaak gekozen voor het opnemen van kengetallen.Of er een indicator met een duidelijke streefwaarde of een kengetal diemeer iets zegt over de richting waarop een doelstelling zich beweegthangt dus samen met de aard van het beleidsterrein en de mate waarinresultaten rechtstreeks meetbaar of beïnvloedbaar zijn door het beleid vanVWS.Vraag 437Kan gebruik gemaakt worden van subsidie bij de IZA-afspraken over hetvergroten van transparantie in de GGZ?AntwoordIn het kader van de gezamenlijke afspraken uit IZA geeft het ZorginstituutNederland uitvoering aan het Programma Versterken kwaliteitstranspa-rantie GGZ. Er bestaat geen losstaande subsidieregeling voor transpa-rantie in de GGZ.Vraag 438Hoeveel opleidingsplekken voor gz-psychologen waren er de afgelopentien jaar? In hoeverre is per jaar de afgelopen tien jaar het advies van hetCapaciteitsorgaan opgevolgd? Hoeveel opleidingsplekken voorgz-psychologen zijn er komend jaar?AntwoordDe afgelopen tien jaar zijn in totaal 7443 gesubsidieerde opleidings-plekken voor de GZ-psycholoog beschikbaar gesteld.Uit onderstaande tabel volgt in hoeverre de afgelopen tien jaar deadviezen van het Capaciteitsorgaan zijn opgevolgd. Voor de jaren2024–2027 is niet voor het voorkeursadvies van het Capaciteitsorgaangekozen, maar voor het scenario waar wel de groeiende zorgvraag wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16175 meegenomen, maar niet wordt meegegaan in de extra kwaliteitswens vande sector165. Hierbij zijn het aantal opleidingsplekken met 16% verhoogd,van 832 instroomplekken naar 965.JaartalAdvies CapaciteitsorgaanAantal gesubsidieerdeopleidingsplekken2015, 2016 en 201752450020187236112019723760202072390620217238322022 en 20238328322024 en 20251.885965 Voor 2026 worden net zoals in 2024 en 2025 965 gesubsidieerde oplei-dingsplekken beschikbaar gesteld voor gz-psychologen. Eind 2025 wordteen nieuwe integrale raming van het Capaciteitsorgaan verwacht.Vraag 439Hoeveel van het beschikbare budget van € 44,6 miljoen in 2026 isspecifiek gereserveerd voor de profielopleiding tot arts infectieziektenbe-strijding?AntwoordVoor de profielopleiding tot arts infectieziektenbestrijding zijn er voor de1e fase 23 plaatsen beschikbaar gesteld en in de 2e fase 23 plaatsen. Voorbeide fasen is een tarief bepaald per fte. De werkelijke uitgaven zijnafhankelijk van de daadwerkelijke in- en doorstroom, de deeltijdfactor enontwikkelingen in het werkveld. Op basis van voorgaande periode ging ca.25% van het totale beschikbare budget naar plekken voor de opleiding totarts infectieziektenbestrijding. Op basis hiervan is het de verwachting datin 2026 maximaal ca. € 11 miljoen aangevraagd zal worden voor plekkenbinnen deze opleiding.Vraag 440Wat is de reden voor de verlaging voor het extra opleiden van PA en VS inde huisartsenzorg, terwijl de vraag naar PA’s in de huisartsenzorg juisttoeneemt?AntwoordEr is geen verlaging voorzien van het budget voor het extra opleiden vanPA en VS in de huisartsenzorg ten opzichte van eerdere jaren. Vanuit demiddelen voor meer tijd voor de patiënt (MTVDP) zal er in 2026 en verderjuist meer ruimte zijn om het opleiden van PA en VS in de huisartsenzorgte stimuleren.In de begroting voor 2025 is gemeld dat er in totaal € 4 miljoenbeschikbaar was voor de jaren 2023 tot en met 2025. Het bedrag van€ 3 miljoen dat is vermeld in de ontwerpbegroting 2026 heeft enkelbetrekking op dat begrotingsjaar. Gekeken naar het begrotingsjaar is erdus een stijging van het beschikbare budget ten opzichte van voorgaandeperiode.Vraag 441Klopt het dat ziekenhuizen een opleidingsbudget hebben voor PA’s, terwijlhuisartsen de opleidingskosten zelf moeten dragen? Zo ja, hoe wordt ditverschil verklaard en is het genoemde bedrag in de begroting (de165Kamerstukken II 2022–2023, 29 282, nr. 521Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16176 € 3 miljoen) specifiek bedoeld om deze kosten voor de huisartsenzorg tedekken?AntwoordNee, er zijn binnen de begroting van VWS geen budgetten die specifiekzijn geoormerkt voor het opleiden van PA in ziekenhuizen. Vanuit deSubsidieregeling opleiding tot advanced nurse practitioner en physicianassistant zijn middelen beschikbaar voor een tegemoetkoming in dewerkgeverskosten van het opleiden van PA en VS, zonder onderscheidnaar sector. In aanvulling hierop zijn er middelen beschikbaar om hetopleiden in de huisartsenzorg een extra stimulans te geven. De redenhiervoor is dat de kosten voor het realiseren van een opleidingsplek in dehuisartsenzorg hoger zijn door de kleinschalige context waarbinnengewerkt wordt. Hierdoor bleek in de praktijk dat een relatief klein deel vande opleidingsplekken voor PA en VS werd aangevraagd door huisartsen-praktijken. Terwijl de vraag hiernaar toeneemt en juist ook in deze sectortaakherschikking door middel van het inzetten van PA en VS belangrijk is.Vraag 442Gaat de € 10,4 miljoen voor de ondersteuning van digitale en fysiekeweerbaarheid in de zorgsector alleen ingezet worden ten behoeve vanZ-Cert, of kunnen zorginstellingen zelf ook een beroep doen op dezemiddelen?AntwoordDe structurele reservering van € 10,4 miljoen per jaar die VWS heeftgereserveerd is enkel voor Z-Cert. Hierbij vervult Z-CERT met de inwer-kingtreding van de Cyberbeveiligingswet een rol in de ondersteuning vande digitale weerbaarheid van het zorgveld.Vraag 443Kan nader worden toegelicht hoe het bedrag van € 3 miljoen vanuit hetAZWA, dat deels bestemd is om druk weg te nemen bij onder anderehuisartsenpraktijken, precies wordt ingezet? Waar worden deze middelenaan besteed?AntwoordDeze genoemde middelen zijn onderdeel van de AZWA-afspraak om eenlandelijk dekkend netwerk voor digitale zorgondersteuning te realiseren:één centraal punt voor alle niet-medische vragen rondom toegang engebruik van digitale zorg, dat nauw samenwerkt met lokale, fysiekeondersteuningspunten. Dit draagt bij aan een toekomstbestendigezorginfrastructuur, het verlicht de werkdruk van zorg- en welzijnsprofessi-onals, het vermindert digitale ongelijkheid en bevordert een inclusievesamenleving waarin (digitale) zorg voor iedereen toegankelijk is.Als eerste stap is afgesproken dat AZWA-partijen de komende maandeneen opdracht gaan formuleren om de scope, samenhang, borging enfinanciering in een businessplan uit te werken.Vraag 444Klopt het dat de Reikwijdtewet voor de jeugdzorg pas in het vierdekwartaal van 2026 naar de Kamer komt?AntwoordDit wetsvoorstel is complex en vraagt een zorgvuldig proces metgemeenten en alle andere betrokken partijen. Het is van belang de tijd tenemen voor een goede uitwerking en het toetsen van de effecten in depraktijk. Het wetsvoorstel zal later dit jaar in consultatie gaan en in 2026aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Wanneer dit precies zal zijn,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16177 hangt mede af van de reacties tijdens de internetconsultatie het adviesvan de Raad van State en volgens en behandeling in de Tweede Kamer.Vraag 445Hoeveel subsidie gaat er in de komende jaren van 2026 t/m 2030 naarJeugdstem? Wordt hierop bezuinigd? Zo ja, wat voor taken wordenhierdoor geraakt?AntwoordJeugdstem ontvangt van 2026 t/m 2030 € 12,6 miljoen subsidie per jaar.Er is geen sprake van bezuinigingen. De middelen die in 2025 incidenteelbeschikbaar zijn gesteld voor digitalisering en het bezoeken van nieuwaangemelde gezinshuizen zijn benut. Verdere digitalisering wordtbekostigd vanuit de subsidiereserves van Jeugdstem. Hiermee beogen wede groei van het vertrouwenswerk op te vangen.Vraag 446Welke subsidies op het thema jeugd worden geraakt door de subsidietaak-stelling? Kunt u uiteenzetten hoeveel er wordt bezuinigd per jaar van 2026t/m 2030 en per subsidie die wordt geraakt?AntwoordHet betreft hier een subsidietaakstelling ad. € 3,1 miljoen in 2026, dieoploopt tot € 11,8 miljoen structureel vanaf 2027, en is ten laste gebrachtvan diverse subsidies, bijvoorbeeld in het kader van kennisdeling enondersteuning clientraden.Vraag 447Dalen de uitgaven onder artikel 5 van € 197,645 miljoen (2025) naar€ 188,298 miljoen (2026)? In hoeverre is dit beleidsmatig dan weltechnisch? Kunt u een korte toelichting per instrument geven? Hoeveelgezinnen worden geraakt als gevolg van deze daling in uitgaven?AntwoordHet gaat hier inderdaad om een daling van de kasbudgetten. De dalingwordt voornamelijk veroorzaakt door een subsidietaakstelling ad.€ 3,1 miljoen en voor het overige deel door interne en interdeparte-mentale overboekingen, voor diverse Jeugd gerelateerde subsidies enopdrachten. Deze daling heeft verder geen directe gevolgen voorgezinnen.Vraag 448Hoeveel wordt er bezuinigd op de bovenregionale expertisenetwerken(BEN) in de jaren 2026 t/m 2030? Welke taken worden hierdoor geraakt?AntwoordDe Bovenregionale Expertisenetwerken worden gefinancierd middels eenspecifieke uitkering (SPUK). In het Regeerprogramma is opgenomen datop SPUK’s een korting van 10% op het budget wordt doorgevoerd vanaf2026. Het is aan de acht coördinerende gemeenten om met in achtnemingvan de behoefte in hun regio invulling te geven aan deze korting en tebepalen wat dat betekent voor de manier waarop zij hun taken uitvoeren.Vraag 449Op welke manier pakt u de regisseerrol in het bijeenbrengen van hetbedrijfsleven om te komen tot een gezamenlijke beleidsagenda?AntwoordHet Sportakkoord is het kader waarlangs de Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport in de periode 2023–2026 het sport- en beweegbeleidTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16178 vormgeeft en uitwerkt. Lokaal en regionaal wordt het bedrijfslevenaangehaakt waar mogelijk en wenselijk.Vraag 450Hoeveel organisaties, gemeenten en sportorganisaties, maken momenteelnog gebruik van de regeling Sportakkoord II?AntwoordOnder de regeling Sportakkoord II wordt verstaan de budgetten die vanuitVWS naar gemeenten gaan, zowel voor de uitvoering van de lokalesportakkoorden, als de budgetten vanuit de SPUK BRC.In 2026 maken alle 342 gemeenten gebruik van de SPUK Sportakkoord ende SPUK BRC.Daarnaast verstaat de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport onder deregeling Sportakkoord II de budgetten die van VWS via NOC*NSF naar desportsector gaan. Ongeveer 71 sportbonden maken gebruik van dezeregeling om hun bond te versterken. In 2023 hebben daarnaast 2.618unieke sportaanbieders ondersteuning aangevraagd via deze regeling inde vorm van het afnemen van services. In 2024 waren dat 4.052 uniekesportaanbieders en in 2025 tot nu toe 1.251 unieke sportaanbieders. In2025 is nog ruimte voor 350 sportaanbieders en in 2026 voor 1.000 sport-aanbieders om gebruik te maken van ondersteuning.Sportaanbieders hebben via NOC*NSF naast ondersteuning in de vormvan services ook kleine ondersteuningsbudgetten kunnen aanvragen viade regeling Sportakkoord II. In 2025 waren dat tot nog toecirca 3.000 sportaanbieders. In het resterende deel van 2025 is er nogruimte voor 4.000 en in 2026 circa 2.000 sportaanbieders om onder-steuning aan te vragen.Vraag 451Wat is de planning en het budget voor de oprichting van het IntegereSport Nederland (ISN), dat vanaf 2026 meldingen van grensover-schrijdend gedrag moet gaan onderzoeken?AntwoordDe planning voor het oprichten van ISN is mede afhankelijk van omstan-digheden. De daadwerkelijke oprichting van ISN houdt sterk verband metde parlementaire behandeling van het wetsvoorstel.De enige datum die met zekerheid kan worden genoemd is 26 oktober2025; het moment dat de internetconsultatie van het conceptwetsvoorstelsluit. In de periode daarna worden de binnengekomen reacties enadviezen bestudeerd en waar mogelijk verwerkt.Vervolgens wordt een aangepast conceptwetsvoorstel na akkoord van deministerraad voor advies aangeboden aan de Raad van State. Naverwerking van het advies Raad van State wordt wetsvoorstel ingediendbij de Tweede Kamer. Nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeftaangenomen volgt indiening bij de Eerste Kamer. Nadat de Eerste Kamerwetsvoorstel heeft aangenomen volgt inwerkingtreding wet en oprichtingISN.Deze planning met onzekere doorlooptijd, maakt dat geen concreteuitspraak over de start van het ISN gedaan kan worden. Hetgeen zoals inde vraag gesteld «dat vanaf 2026 meldingen van grensoverschrijdendgedrag moet gaan onderzoeken?», is dan ook onjuist.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16179 Op de begroting van de directie Sport en Bewegen van het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport is budget gereserveerd voor deoprichting van ISN én om de huidige werkzaamheden van de Dopingauto-riteit en het huidige Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) onder hetdak van ISN voort te zetten. Aangezien gedeeltelijk sprake is van voort-zetting van werkzaamheden blijven beschikbare middelen hiervoor onderde beleidsinstrumenten Subsidies (regelingen) – Sportakkoord en Bijdrageaan ZBO’s/RWT’s – Dopingautoriteit (€ 4,9 miljoen) vallen. Op het momentdat ISN daadwerkelijk is opgericht zal het budget volledig onder hetbeleidsinstrument Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s gaan vallen.Vraag 452Op welke wijze wordt ingezet op een toekomstbestendige sportinfra-structuur voor (her)nieuwbouw van sportaccommodaties in 2026 en dekomende jaren?AntwoordHet Rijk zet zich met gemeenten in om investeringen in sportaccommo-daties en sportmaterialen te ondersteunen. Dat gaat onder andere via desubsidieregeling bouw en onderhoud sportaccommodaties. Amateur-sportorganisaties kunnen een subsidie aanvragen voor de bouw of hetonderhoud van sportaccommodaties of voor de aanschaf of hetonderhoud van sportmaterialen. Hierbij is in 2026 een mogelijkheid toteen aanvullende subsidie voor investeringen in circulariteit, klimaatadap-tatie en toegankelijkheid van sportaccommodaties. Hiervoor is in 2026 eenbedrag van maximaal € 46,0 miljoen beschikbaar.Daarnaast zet de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport in op hettoegankelijk maken van verduurzaming. Voor het vervolg van hetontzorgingsprogramma waarmee eigenaren van sportaccommodaties demogelijkheid krijgen voor begeleiding om kennis- en capaciteitsdrempelsweg te nemen is in 2026 een bedrag van € 4,0 miljoen beschikbaar.Via de Specifieke Uitkering Stimulering Sport is de afgelopen jarenbeoogd om de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodatiesen de aanschaf van sportmaterialen door gemeenten te stimuleren, daarwaar de mogelijkheid tot btw-aftrek is vervallen. Deze regeling wordt meteen jaar verlengd en loopt daarmee tot en met 2026. In totaal is hiervoorin 2026 maximaal € 177,7 miljoen beschikbaar.In de Najaarsbrief Sport en Bewegen 2024 is aangekondigd om medio2025 te komen tot een plan gericht op een toekomstbestendige infra-structuur en ruimte voor sport en bewegen. In dit plan gaat de Staatsse-cretaris Jeugd, Preventie en Sport in op de inzet op een toekomstbe-stendige sportinfrastructuur op langere termijn. De StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport heeft dit plan in het najaar aan uw Kamer tedoen toekomen.Vraag 453Wanneer is de evaluatie van de sportakkoorden en Brede RegelingCombinatiefuncties, opdat er uiteindelijk een tijdig lokaal sportbeleidvanaf 2027 klaar is?AntwoordDe evaluatie wordt op dit moment uitgevoerd. In het eerste kwartaal van2026 zal Berenschot het eindrapport opleveren. Zodra de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport het eindrapport heeft ontvangen, wordt dezenaar uw Kamer gestuurd.Vraag 454Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16180 Wanneer ontvangt de Kamer de uitkomsten van het sportpasonderzoek enwelke financiële bandbreedte wordt daarbij onderzocht?AntwoordHet onderzoek naar de effecten van het conceptsportpas verlooptgefaseerd en langs 4 lijnen, namelijk (1) een behoefteanalyse onderjongeren (reeds afgerond), (2) pilots in drie gemeenten, (3) onderzoeknaar vergelijkbare trajecten en (4) onderzoek naar kosten voor eenlandelijke invoering van een sportpas.Het rapport van de behoefteanalyse is inmiddels gereed en wordt gedeeldmet uw Kamer via de verzamelbrief sport en bewegen ten behoeve vanhet wetgevingsoverleg februari 2026. De pilots in de drie gemeenteneindigen in het voorjaar van 2027. De eerste resultaten kunnen in hetnajaar van 2027 worden gedeeld met de Kamer. In het voorjaar en najaarvan 2026 kunnen de (eerste) resultaten van het onderzoek naar verge-lijkbare trajecten worden gedeeld met de Kamer. Bij het onderzoek naarde kosten van een sportpas worden verschillende doelgroepen in beeldgebracht om zo inzicht te krijgen in wat effectief is en welke de verschil-lende financiële bandbreedtes mogelijk zijn om een sportpas landelijk inte voeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om jongeren van 12 t/m 23 jaar, allejeugd en jongeren van 4 t/m 23 jaar, jeugd en jongeren in armoede.Uitkomsten van dit onderzoek worden medio 2026 verwacht.Vraag 455Wordt door de daling in de uitgaven aan het beleidsartikel Sport &Bewegen nog steeds voldaan aan de ambitie van het kabinet om zichmeer in te zetten voor (leefstijl)preventie?AntwoordIn het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat preventie meer centraalkomt te staan. Dit gebeurt onder meer met beleidsagenda «Gezondheid inalle beleidsterreinen» en de Samenhangende preventiestrategie. Ookbijvoorbeeld het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord bevat afsprakenom de verschuiving van zorg naar preventie te versterken.Ondanks dat dit kabinet preventie centraal stelt, is tegelijkertijd de realiteitdat er minder middelen dan voorheen beschikbaar zijn, voornamelijk doorhet wegvallen van tijdelijke middelen. Dat betekent dat de StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport realistisch moet zijn in de ambities, prioriteitenmoet stellen, middelen moet inzetten waar ze het meest effect hebben,creatiever moet zijn en meer focus moet aanbrengen. Dat doet deStaatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport bijvoorbeeld met de hierbovengenoemde beleidsagenda, de strategie en het akkoord. Wel komen methet AZWA de komende jaren structureel aanvullende middelenbeschikbaar voor gemeenten om de samenwerking met de zorgpartijenop het sociaal domein en gezondheid te kunnen intensiveren. Bijvoor-beeld waar het gaat om de aanpak overgewicht volwassenen, of de inzetop «Nu niet zwanger» en integrale gezinspoli vanuit het programmaKansrijke Start. Ook zijn middelen voor gemeenten beschikbaar gesteldom een aantal aanpakken verder te kunnen ontwikkelen, zoals deketenaanpak overgewicht kinderen of rookvrije start en nicotinevrij. Dezemiddelen zijn tijdelijk.Bovendien heeft het kabinet voor het stimuleren van bewegen€ 7,7 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan € 5,5 miljoen voor 2026. Metdit beschikbare budget voor 2026 kan een deel van de plannen uit hetActieplan Nederland Beweegt voor een extra jaar worden voortgezet.Hierbij meer focus wordt aangebracht, zoals toegelicht met de KamerbriefCommissiedebat Sport en Bewegen 2025 van 18 juni 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16181 Vraag 456Hoeveel procent van de sportaccommodaties is in 2026 al verduurzaamd?AntwoordHet is moeilijk aan te geven hoeveel sportaccommodaties precies zijnverduurzaamd, en in welke mate. Het Mulier Instituut concludeert in hetrapport Sportaccommodaties 2023 dat op basis van de energieverbruikge-gevens van het CBS nog weinig inzicht is in de gerealiseerde energiebe-sparingen. Hoewel de energielabels de goede kant uit lijken te bewegen,vertegenwoordigen deze maar een klein deel van de sportaccommodatiesin Nederland. Wel blijkt uit ditzelfde rapport dat de sportsector steedsmeer aandacht heeft voor duurzaamheid, met jaarlijks toenemendeinvesteringen van sportverenigingen en gemeenten in energiebesparing,circulariteit en klimaatadaptatie. Ook heeft de meerderheid van degemeenten de afgelopen jaren geïnvesteerd in energiebesparendemaatregelen bij gemeentelijke sportaccommodaties.Zo had tijdens de eerste meting van het Mulier Instituut in 2014 slechts 4%van de verenigingen zonnepanelen, terwijl dit inmiddels is opgelopen tot33%. Ook heeft de helft van de verenigingen die door het Mulier Instituutbevraagd zijn geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen. Dit issinds juli 2022 gestegen van 36% naar 51%.Vraag 457Welke oorzaken zijn bekend over de afname van de hechting aan 4 en5 mei?AntwoordHet Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) onderzoekt jaarlijks de beleving van4 en 5 mei onder inwoners. Uit het laatste onderzoek komt niet eenduidignaar voren dat er sprake is van een afname van de hechting van Neder-landers met 4 en 5 mei. Er is een toename te zien in de mate waarin menheeft stilgestaan bij de Nationale Herdenking en Bevrijdingsdag. Tegelij-kertijd wordt er een meerjarige afname geconstateerd van de importantiedie wordt gehecht aan de Nationale Herdenking. Over de resultaten vandit jaarlijks onderzoek – inclusief over hoe deze te duiden – blijft mijnministerie in contact met het NC. Het is namelijk van groot belang dat hetherdenken van de Tweede Wereldoorlog en het vieren van onze bevrijdingvanuit een brede gezamenlijke betrokkenheid wordt beleefd.Vraag 458Hoe wordt het resterende financieringsgat van kamp Westerbork gedicht?Welke reserves in de begroting zijn beschikbaar mocht het financie-ringsgat in de praktijk niet gedicht kunnen worden via particulierefinanciering?AntwoordHet Rijk heeft vanaf 2026 extra middelen beschikbaar gesteld aan KampWesterbork en de andere Nationale Herinneringscentra om de authentiekeplekken waar de Tweede Wereldoorlog zich heeft afgespeeld toekomstbe-stendig te maken. Dit zodat dit verhaal wordt overgedragen aan volgendegeneraties.Het Rijk heeft € 15 miljoen beschikbaar gemaakt zodat de grootschaligevernieuwing van Herinneringscentrum Kamp Westerbork gefaseerd vanstart kan gaan. Kamp Westerbork is daarnaast druk bezig om ook anderefinanciers aan te trekken. Mede naar aanleiding van de inzet van het Rijkzijn de gesprekken met particuliere financiers en medeoverheden tot nutoe positief. Op dit moment zijn er geen middelen in de begrotingbeschikbaar voor een additionele bijdrage. Een besluit over eventueleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16182 vervolgfinanciering vanuit het Rijk voor de vernieuwing van KampWesterbork is in beginsel aan het volgende kabinet.Vraag 459Hoe gaat de geraamde afname aan personele uitgaven bereikt worden?AntwoordDe geraamde afname aan personele uitgaven is een gevolg van deinvulling van de taakstelling. Deze is bij de Ontwerpbegroting 2025verwerkt in het apparaatsartikel. De taakstelling is op twee maniereningevuld binnen het departement. Zo is er een generieke korting doorge-voerd bij het gehele ministerie, inclusief de concernorganisaties. Dezeloopt op tot 2,5% in 2029. Daarnaast zijn bewuste keuzes gemaakt ombepaalde taken niet meer te vervullen, inhuur daar waar mogelijk tebeperken en versoberingen door te voeren in de bedrijfsvoering.Vraag 460Wat zijn de apparaatsuitgaven voor artikel 10 in 2026 (€ 615,331 miljoen)en wat is de uitsplitsing hiervan (personeel, materieel, inhuur externene.d.), inclusief het aandeel externe inhuur in 2026 op basis van tabel 50?Wordt met deze uitgaven aan externe inhuur voldaan aan de Roemernormvolgens motie-De Korte166?AntwoordIn onderstaande tabel zijn de geraamde apparaatsuitgaven opgenomenvoor artikel 10, separaat zijn ook de geraamde apparaatsuitgaven van deagentschappen van het ministerie benoemd.Kerndepar-tementAgentschappenTotaalApparaatsuitgaven totaal€ 615.3 miljoen€ 887,5 miljoen€ 1.502,8 miljoenWaarvan personele uitgaven€ 491.2 miljoen€ 468,4 miljoen€ 959,6 miljoenWaarvan materiële uitgaven€ 124.1 miljoen€ 419,1 miljoen€ 543,2 miljoenInhuur externen€ 73.3 miljoen€ 79,6 miljoen€ 152,9 miljoen Op basis van bovenstaande tabel wordt zodoende een extern inhuurpercentage verwacht van 15,9% voor het gehele departement in 2026. Deontwerpbegroting reflecteert hiermee nog niet de gewenste afbouwvanuit de motie-De Korte. Op basis van de apparaatstaakstelling werd alingezet op een afname van externe inhuur. Elementen hierin zijn o.a. hetopzetten van een «make-or-buy» kader, daarnaast wordt nagedacht overhet inzetten op generalistische en specialistische poolcapaciteit. Dezeontwikkelingen zullen bijdragen aan de uitvoering van de motie-De Korte.Vraag 461Op welk moment bepaalt u of er in 2027 een nieuwe COVID-vaccinatie-ronde komt? En is Nederland daarbij tijdig genoeg om vaccins in te kopen,mede in het licht van het aflopende contract van een van de vaccinleve-ranciers?AntwoordHet besluit over een COVID-19-vaccinatieronde in 2027 is afhankelijk vande beschikbare financiering. Indien bij de voorjaarsbesluitvorming 2026de benodigde middelen voor 2027 beschikbaar worden gesteld, zalaansluitend het besluit worden genomen over de COVID-19-vaccinatie-ronde 2027. Dit moment is tijdig genoeg om de voorbereidingen te treffenvoor een najaarsronde in 2027. Dít omvat ook de inkoop van vaccins,166Kamerstuk 36 725 XVI, nr. 31Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16183 zodat voldoende vaccins beschikbaar zijn voor het COVID-19-vaccinatieprogramma, mede gelet op het aflopen van bestaandecontracten.Vraag 462Kan het budget voor COVID-vaccinaties worden opgeschaald vanaf 2027,wanneer ook het contract met de leveranciers van de vaccins verloopt, alsdat noodzakelijk is gezien nieuwe varianten van COVID?AntwoordEr zijn voor COVID-19-vaccinatie geen structurele middelen beschikbaargesteld, alleen incidenteel voor 2026. Tot nu toe is ieder jaar bij hetopstellen van de begroting bepaald wat de noodzakelijke kosten voor hetkomende jaar zijn. Eventuele verdere ophoging van het budget zalmeegewogen moeten worden in de gebruikelijke, integrale besluitvor-mingsmomenten.Vraag 463Welke nominale premie kan men verbinden aan de geraamde uitgavenbinnen de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor de jaren 2027 t/m 2030?AntwoordHoe de nominale premie zich na 2026 zal ontwikkelen is nog onzeker. Elkjaar komen er nieuwe realisatiegegevens beschikbaar over de zorguit-gaven die ook doorwerken op de verwachte premies. Daarnaast speeltook de ontwikkeling van de inkomsten en uitgaven van het zorgverzeke-ringsfonds, de verwachte reserves bij verzekeraars en de ontwikkeling vanhet aantal verzekerden een rol.Op basis van de huidige en voorlopige beschikbare informatie ziet depremieontwikkeling er als volgt uit:2027202820292030Premie per maand€ 195€ 205€ 210€ 215 Vraag 464Wat is de achtergrond van de minus € 170 miljoen aan apotheekzorg engeneesmiddelen? Welke zorg en geneesmiddelen betreft dit en wat zijn degevolgen voor patiënten?AntwoordHet betreft de actualisatie van de zorguitgaven op basis van uitvoeringsin-formatie van het Zorginstituut en geeft aan met welk bedrag de ramingenzijn bijgesteld tussen de begroting 2025 en de begroting 2026, op basisvan de realisatie van de uitgaven in 2024 en het eerste half jaar van 2025.Deze minus € 170 miljoen heeft voor € 142,6 miljoen betrekking opapotheekzorg en € 27,5 miljoen op hulpmiddelen. Er wordt in dezebijstellingen geen nader onderscheid gemaakt in zorg en/of geneesmid-delen.Omdat de verwachte uitgaven worden bijgesteld op basis van (voorlopig)gerealiseerde uitgaven, heeft dit geen gevolgen voor patiënten.Vraag 465Hoeveel bureaus binnen de wijkverpleging leveren gecontracteerde enongecontracteerde zorg?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16184 De wijkverpleging wordt voor het overgrote deel geleverd door gecontrac-teerde zorgaanbieders. Niet-gecontracteerd zorgaanbod, inclusiefZvw-pgb, was in 2023 goed voor 13% van de totale omzet en 4% van hetaantal cliënten in de wijkverpleging167. Exclusief Zvw-pgb gaat het om6,1% van de totale omzet.Er is geen data beschikbaar over het exacte aantal aanbieders dieniet-gecontracteerde zorg leveren op dit moment. Onderstaande tabelbevat cijfers uit 2023168.Vraag 466Hoe wordt per Zvw-sector remgeld ingezet en wat zijn de geraamderemgeldeffecten/opbrengsten vanaf 2027 zoals in de begrotingverondersteld?AntwoordHet remgeldeffect, in prijspeil 2025, is ingeschat op € 2,174 miljard in2027, € 2,259 miljard in 2028 en € 2,358 miljard in 2029 en verder. Deremgeldmiddelen worden voor het grootste gedeelte ingezet voor eenverhoging van de reguliere Zvw-kaders om de hogere zorguitgaven alsgevolg van de verwachte stijging van de zorgvraag door de verlaging vanhet eigen risico op te vangen. Daarbij is per sector gekeken of er een teverwachten effect is van de verlaging van het eigen risico. Zo zijn nietalleen kaders van sectoren verhoogd waar een eigen risico geldt, maarook van sectoren die indirect meer zorgvraag kunnen verwachten zoalshuisartsenzorg. De verdeling van het remgeld per Zvw-sector dat isingezet voor een verhoging van de kaders is weergegeven in onder-staande tabel. De oploop van de remgeldmiddelen vanaf 2028 hierin nogniet meegenomen.Het resterende remgeld is ingezet voor afspraken in het AZWA voordoorbraakmiddelen (€ 0,4 miljard), preventie, opleiden en sociaal domein(€ 0,24 miljard).Verdeling over AZWA-sectoren(bedragen in miljoenen)12027202820292030MSZ676763763763GGZ123139139139Wijkverpleging39444444Huisartsenzorg99112112112MDZ21242424TOTAAL9581.0811.0811.081Verdeling over niet AZWA-sectoren12027202820292030Tandheelkundige zorg Zvw26292929Zorg voor zintuiglijk gehandicapten6777Paramedische zorg29333333Overig curatieve zorg Zvw21242424Ambulancezorg25282828167Uitvoeringsadvies Integrale prestaties verpleging en verzorging wijkverpleging | Rapport |Rijksoverheid.nl168Uitvoeringsadvies Integrale prestaties verpleging en verzorging wijkverpleging | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16185 Verdeling over AZWA-sectoren(bedragen in miljoenen)12027202820292030Overig ziekenvervoer3444Apotheekzorg152172172172Hulpmiddelen53606060Grensoverschrijdende zorg (in MPB)114161616Geriatrische revalidatiezorg/Eerstelijnsverblijf36414141TOTAAL3654114114111 Bedragen in prijspeil 2025 Vraag 467Hoeveel mensen maken gebruik van zelfzorggeneesmiddelen?AntwoordHet aantal unieke gebruikers van zelfzorggeneesmiddelen is niet bekend.Er waren volgens de GIP-databank in 2024 bijvoorbeeld 2,2 miljoengebruikers van maagmiddelen die worden vergoed vanuit de Zorgverze-keringswet, en 1,9 miljoen gebruikers van pijnstillers/ontstekingsremmers,maar een deel zal dubbel geteld worden, omdat bij sommige pijnstillers/ontstekingsremmers ook maagmiddelen worden voorgeschreven.Hiernaast zijn er natuurlijk ook veel mensen die zelfzorggeneesmiddelenzelf kopen, bijvoorbeeld bij de drogist of supermarkt. Deze aantallen zijnniet centraal bekend.Vraag 468Kan een overzicht gemaakt worden van alle zelfzorggeneesmiddelen?AntwoordAls we van de geneesmiddeleninformatiebank van het CBG alle genees-middelen selecteren met afleverstatus Uitsluitend Apotheek (UA),Uitsluitend Apotheek en Drogist) en AV (Algemene Verkoop) en dan deomschrijving op ATC-4 niveau (therapeutische of farmacologischesubgroep) nemen, dan levert dat het volgende overzicht op.OmschrijvingAce-remmersAce-remmers, combinatiepreparatenAcnepreparaten voor system.gebruikAcnepreparaten, lokaleAddit v intraveneuze infusievloeistAdemhalingsstelselAdenohypofysehormonen en verw verbAdsorberende darmmiddelenAlgemene anaestheticaAlkaloïden en ov. natuurlijke prod.Alkylerende middelenAlle ov. therapeutische middelenAllergenenAmfenicolenAminoglycosidenAmoebiasismidd. + andere antiprotozAnabole steroïdenAnaesthetica, lokaleAnaesthetica, lokaleAndrogenenAndrogenen met vrouw. gesl.hormonenAngiotensine-ii-antagon., comb.prepAngiotensine-ii-antagonistenAntacidaAnthelminthica tegen cestodenAnthelminthica tegen nematodenAnthelminthica tegen trematodenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16186 OmschrijvingAnti-adrenale middelenAnti-androgenenAnti-aritmische midd. klasse i/iiiAntibiotica, lokaleAnticonceptiva, lokaleAntidepressivaAnti-emeticaAnti-epilepticaAntifibrinolyticaAntihistaminica v system. gebruikAntihormonenAntihypertensiva met diureticaAnti-inflam.midd m antimicrob.midd.Anti-inflam+antirheum.m., comb.prepAnti-inflammatoire darmmiddelenAnti-inflammatoire middelenAnti-inflammatoire middelenAntilipaemica, combinatiepreparatenAntilipaemica, enkelvoudigAntimetabolietenAntimicrob. midd m corticosteroïdenAntimicrob. midd, comb.preparatenAntimicrob.midd., ex comb corticostAntimicrobiële darmmiddelenAntimicrobiële middelenAntimicrobiële middelenAntimicrobiële middelenAntimycotica v systemisch gebruikAntimycotica v systemisch gebruikAntimycotica, lokaleAntiparathyreoide middelenAntiprurit,incl.antihist/anaest etcAntipsychoticaAntirheumatica in engere zinAntithromboticaAntivaricosaAnxiolyticaAscorbinezuur, incl comb.preparatenBacteriële vaccinsBacteriële vaccins m virale vaccinsBelladonna en derivatenBeta-blokk.m thiaziden en ov diuretBeta-blokkersBeta-blokkers m ov antihypertensivaBeta-blokkers met overige diureticaBeta-blokkers met thiazidenBeta-blokkers met vasodilatantiaBetalactam-antibiotica,penicillinesBijschildklierhormonen en analogenBloedgluc.verlag.midd ex. insulinesBloedproducten en verwante middelenBotstruct+botmineralis.beïnvl. middCalciumCalciumantagonisten met diureticaCapillairstabiliserende middelenCentraal werkende spierrelaxantiaCentraal werkende sympathicolyticaCentraal zenuwstelselChinolonenChirurgische hulpmiddelenComb antihypertensiva atc-groep C02Combinaties v antibacteriële midd.Contrastmidd. kernspintomografieContrastmidd.onderz met ultrageluidCorticosteroïd.met antimicrob. middCorticosteroïdenCorticosteroïdenCorticosteroïden m antimicrob middCorticosteroïden met antibioticaCorticosteroïden met antisepticaCorticosteroïden met ov. middelenCorticosteroïden system.gebr, combTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16187 OmschrijvingCorticosteroïden v systemisch gebr.Cytotoxische antibiotica+verw verb.Decongestiva ea lok.midd nasaal gebDecongestiva en allergiemiddelenDementiemiddelenDesinfectantiaDiagnosticaDiagnostica voor urinetestenDieetmidd voor behandeling obesitasDigestiva, inclusief enzymenDirect werkende antivirale middelenDirect werkende spierrelaxantiaDiuretica met kaliumsparende midd.DopaminergicaEiwitsupplementenElektrolyten met koolhydratenEmollientia en protectivaEnkelvoudige corticosteroïdenEnzymenExpectorantia excl. comb.preparatenGaltherapeuticaGaltherapeutica met lipotrope midd.Ganglionblokker. sympathicolyticaGeimpregneerde verbandmiddelenGlaucoommiddelen en mioticaGlycogenolytische hormonenGonadotrofinen+andere ovul.stim.mdlHartglycosidenHartstimulantia,excl hartglycosidenHartvaatstelselHemodialysemiddel. en hemofiltraten«High-ceiling» diureticaHoestprik.demp.midd, excl comb.prepHoestprik.demp.midd.m expectorantiaHorm. anticonceptiva v system.gebrHormonenHypnotica en sedativaHypothalamushormonenIJzerpreparatenImmunoglobulinenImmunostimulantiaImmunosuppressivaInsecticiden + insectenwerende middInsulines en analogenIntraveneuze oplossingenIrrigatievloeistoffenJichtmiddelenJodiumpreparatenKaliumKaliumsparende middelenLaxantiaLeishmaniasis- + trypanosomias.middLepramiddelenLever en galwegenLevertherapeutica, lipotrope midd.Lok midd hemorroïden+anale fissurenLokale antirheumaticaLokale chemische antimicrob. midd.«Low-ceiling» diuret, exc thiaziden«Low-ceiling» diuretica, thiazidenMacrolid., lincosamid.+ streptogramMalariamiddelenMicro-organismen tegen diarreeMidd benigne prostaathyperplasieMidd ulcus pept/gastro-oesof.refluxMidd. gladde spieren vd arteriolenMiddelen bij funct. darmstoornissenMiddelen bij vaataandoeningen oogMiddelen bij verslavingenMigrainemiddelenMondpreparatenMotiliteitsbevorderende middelenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16188 OmschrijvingMotiliteitsremmende middelenMultivitaminenMultivitaminen, combinat.preparatenMydriatica en cycloplegicaNeurohypofysehormonenNeusslijmvliesdecong v system gebrNierenNiet ingevuldNiet-selectieve calciumantagonistenNiet-ster.anti-inflam+antirheum.midOestrogenenOestrogenen met progestagenenOntsteking en infectieOpioidenOrofaryngeale middelenOv enkelv. vitaminepreparatenOv gesl.horm.+modulat.genit.stelselOv inhalatiemiddelen bij astma/copdOv maagdarmkanaal- en metabol.prod.Ov midd aangrijp op ren-angiot.systOv midd astma/copd v system gebruikOv midd bij zuurgerelateerde afwijkOv midd ziekten skeletspierstelselOv middelen v oogheelkundig gebruikOv spasmolytica en parasympath.combOv urogenit.midd, incl spasmolyticaOv verkoudheidsmidd,comb.preparatenOv vitam.prod, combinatiepreparatenOv. midd. voor ademhalingsstelselOv. midd. werkzaam op zenuwstelselOv. middelen oorheelkundig gebruikOv. niet-therapeutische middelenOv. Oogheelkund/oorheelkundige middOv. radiofarmaca voor diagnostiekOverige anabole middelenOverige analgetica en antipyreticaOverige antibacteriële middelenOverige antidiarrhoïcaOverige antihypertensivaOverige betalactam-antibioticaOverige cardiacaOverige dermatologische preparatenOverige diabetesmiddelenOverige diagnostische middelenOverige diureticaOverige gynaecologische middelenOverige hematologische middelenOverige middelen bij anemieOverige mineraalsupplementenOverige oncolyticaOverige proteinekinaseremmersOverige radiofarmaca voor therapieOverige vaccinsOverige voedingsstoffenOxytocicaParasympathicolyticaParasympathicomimeticaPerifeer werkende spierrelaxantiaPerifeer werkende sympathicolyticaPerifere vasodilatantiaPijnstilling (botzoekende middelen)Preparaten voor peritoneaaldialyseProgestagenenProtectiva tegen uv-stralingPsoriasismiddelen voor system.gebrPsoriasismiddelen, lokalePsycholeptica met psychoanalepticaPsychostimul., midd adhd/nootropicaRontgencontrastmidd, niet-gejodeerdRontgencontrastmiddelen, gejodeerdScabies- en pediculosemiddelenSchildklierTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16189 OmschrijvingSel.calc.antagon.m directe hart-effSel.calc.antagon.m vnl vasc werkingSeraSkeletSpasmolytica met analgeticaSpasmolytica met psycholepticaSulfonamiden en trimethoprimSympathicomimetica v system gebruikSympathicomimetica voor inhalatieTetracyclinesThyreomimeticaThyreostaticaTonicaTuberculosemiddelenTumorVasodilatantia bij hartziektenVermageringsmiddelen,excl dieetprodVertigomiddelenVirale vaccinsVit A en D, incl comb. v deze tweeVit B1, enkelv. en met B6 en/of B12Vitamine B complex, incl comb.prepVitamine B12 en foliumzuurVitamine K en overige haemostaticaWondhelende middelenZuigelingenvoeding Vraag 469Hoeveel zijn patiënten die gebruik maken van zelfzorggeneesmiddelen perjaar naar verwachting gemiddeld kwijt als de bezuiniging hierop per 2027ingaat?AntwoordOmdat er nog geen besluit is genomen over welke geneesmiddelenvanwege de taakstellende bezuiniging van € 70 miljoen niet langer(volledig) worden vergoed is deze vraag op dit moment niet goed tebeantwoorden. De Minister van VWS brengt momenteel de mogelijk-heden in kaart, in afstemming met het Zorginstituut Nederland, de KNMPen Zorgverzekeraars Nederland. Het Zorginstituut adviseert de Ministerover het opnemen of uitnemen van zorg en de gevolgen daarvan,waaronder extramurale geneesmiddelen.Het Zorginstituut heeft een advies over allergiemiddelen in voorbereiding.Hiervan maken zo’n 1,5 miljoen mensen gebruik. De gemiddeldevergoeding voor allergiemiddelen exclusie btw was in 2023 € 37,25 perpersoon per jaar. Op dit moment is dit advies in consultatie169.Vraag 470Welke zelfzorggeneesmiddelen worden het meest gebruikt en worden hetmeest vergoed?AntwoordVan de zelfzorggeneesmiddelen die worden vergoed vanuit de Zorgverze-kering worden maagmiddelen het meest gebruikt. In 2024 betrof het2.244.150 gebruikers en waren de totale uitgaven aan deze middelenvanuit de zorgverzekering ongeveer 60 miljoen euro.Vraag 471169https://www.zorginstituutnederland.nl/documenten/2025/09/24/consultatiedocument-advies-over-vergoeden-van-geneesmiddelen-bij-allergie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16190 Wat zijn per sector de bedragen en ramingsgrond als gevolg van hetopvangen van de extra zorgvraag naar aanleiding van het verlagen vanhet eigen risico vanaf 2027?AntwoordDe verdeling van het remgeld per Zvw-sector:Verdeling remgeld over IZA-sectoren(bedragen x € 1 miljoen)2027202820292030MSZ676763763763GGZ123139139139Wijkverpleging39444444Huisartsenzorg99112112112MDZ121242424TOTAAL9581.0811.0811.081Verdeling remgeld over niet IZA-sectoren2027202820292030Tandheelkundige zorg Zvw26292929Zorg voor zintuiglijk gehandicapten6777Paramedische zorg29333333Overig curatieve zorg Zvw21242424Ambulancezorg25282828Overig ziekenvervoer3444Apotheekzorg152172172172Hulpmiddelen53606060Grensoverschrijdende zorg (in MPB)14161616Geriatrische revalidatiezorg/Eerstelijnsverblijf36414141TOTAAL3654114114111 Boven op deze reeks wordt binnen het AZWA nog structureel € 70 miljoen toegevoegd vanuithet remgeld. Dit is ten behoeve van de structurele borging van de Regionale Eerstelijnssamen-werkingsverbanden (RESVs). Het resterende remgeld is ingezet voor afspraken in het AZWA voordoorbraakmiddelen (€ 0,4 miljard), preventie, opleiden en sociaal domein(€ 0,24 miljard).De standen van de Zvw-sectoren (de grondslagen) in de ontwerpbe-groting 2026, incl. de verdeling van het remgeld.Stand ontwerpbegroting perZvw-sector incl. remgeld(bedragen x € 1 miljoen)2027202820292030IZA-sectorenMSZ32.42732.51432.51432.514GGZ5.9345.9735.9735.973Wijkverpleging3.8493.9343.8763.822Huisartsenzorg5.0865.2745.2745.274MDZ1.1761.2331.2331.233TOTAAL48.47148.92848.86948.815niet IZA-sectoren2027202820292030Tandheelkundige zorg Zvw1.0591.0621.0621.062Zorg voor zintuiglijk gehandicapten258259259259Paramedische zorg1.1911.1941.1941.194Overig curatieve zorg Zvw689689689689Ambulancezorg1.0311.0341.0341.034Overig ziekenvervoer121122122122Apotheekzorg6.2746.2896.2846.284Hulpmiddelen2.2112.2182.2182.218Grensoverschrijdende zorg (in MPB)607609609609Geriatrische revalidatiezorg/Eerstelijnsverblijf1.5841.5881.5881.588TOTAAL15.02515.06515.06015.060 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16191 Vraag 472Wat is de geraamde omvang van onderuitputting in 2026 en 2027 perZvw-sector (inclusief ziekenhuiszorg en wijkverpleging), waar is dezebegroot en voor welke doeleinden wordt zij ingezet?AntwoordOnder onderuitputting wordt doorgaans een meevaller verstaan die zichvoordoet ten opzichte van de begroting van enig jaar. Op basis vanuitvoeringscijfers die VWS elk jaar in het najaar ontvangt valt een eerstebeeld van de onderuitputting voor het lopende jaar te bepalen. Uw Kamerwordt hierover via de begrotingsstukken geïnformeerd.Een deel van de onderuitputting die zich voordoet wordt structureelverwerkt. In onderstaande tabel staat de doorwerking van mee- entegenvallers sinds de start van het huidige kabinet (het beeld op basis vande actualisatiecijfers die we na twee kwartalen in 2025 ontvangen hebben)naar 2026 en 2027 vermeld. Dit betreft dus bijstellingen in 2026 en 2027ten opzichte van de raming 2026 en 2027 uit de raming ten tijde van destart van het huidige kabinet.Het in onderstaande tabel gemelde saldo van mee- en tegenvallers iseerst ingezet voor budgettaire problematiek bij VWS, en daarna voorlastenverlichting.Tabel: Mee- en tegenvallers ten opzichte van de meerjarige raming uit de Begroting2024 in miljoenen20262027HuisartsenTandheelkundige zorg– 42– 42Verloskundige zorg55Kraamzorg– 17– 17Zintuiglijk gehandicapten1111Wijkverpleging– 1.015– 1.015Paramedische zorg2828Overige curatieve zorg– 1– 1Beschikbaarheidbijdr. Academische zorg– 14– 14Beschikbaarheidbijdr. Kapitaall. Acad. zorg11Medisch Specialistische zorg– 75– 75Ambulancevervoer– 27– 27Overig ziekenvervoer– 40– 40Apotheekzorg– 149– 149Hulpmiddelen– 27-27GGZ202202Grensoverschrijdende zorg7070Multidisciplinaire zorg77Beschikbaarheidbijdr. Opleidingen– 1624Geriatrische revalidatiezorg– 50– 50Eerstelijnsverblijf4848Totaal– 1.102– 1.062 Vraag 473Is er afgezien van de per 2026 voorgenomen tranchering van het eigenrisico (€ 150 per behandeling in de medisch specialistische zieken-huiszorg)? Wat voor gevolg heeft dit voor de daarbij genoemde begro-tingseffecten (€ 318 miljoen uitgaven/€ 118 miljoen ontvangsten eigenrisico; saldo € 200 miljoen) per sector?AntwoordIn het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken om per 2027 het eigen risico tetrancheren met een bedrag van € 50 per behandeling in de medischspecialistische zorg bij een eigen risico van € 165. Om die reden isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16192 afgezien van de tranchering van het eigen risico met een bedrag van€ 150 per 2026.170Het niet doorgaan van de tranchering leidt (ten opzichte van het weldoorgaan van tranchering) tot € 318 miljoen hogere zorguitgaven. Inonderstaande tabel staat de verdeling hiervan per sector (€ 52 miljoenwas gereserveerd op de sector Nominaal en onverdeeld Zvw). Tevensleidt dit tot een € 118 miljoen hogere opbrengst van het eigen risico.SectorBedrag in € mlnHuisartsenzorg21,0Multidisciplinaire zorgverlening4,4Tandheelkundige zorg4,9Paramedische zorg5,6Zorg voor zintuigelijk gehandicapten1,1Medisch-specialistische zorg146,7Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf6,8Overig curatieve zorg3,7Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg25,8Apotheekzorg28,1Hulpmiddelen10,0Ambulancezorg4,6Overig ziekenvervoer0,7Grensoverschrijdende zorg2,6Nominaal en onverdeeld Zvw52,0Totaal318,0 Het besparingsverlies van per saldo € 200 miljoen in 2026 is gedektbinnen de premiegefinancierde zorguitgaven (zie ook de 1e suppletoirebegroting 2025).171 In onderstaande tabel is de volledige dekkingopgenomen:BronBedrag in € mln20262027202820291. Transformatiemiddelen– 105,02. Onderschrijding wijkverpleging– 30,03. Aanvullende Post Financiën:Kasschuif Gegevensuitwisseling– 45,010,015,020,04. Aanvullende Post Financiën:Kasschuif Passende zorg– 20,05,05,010,05. Meer Tijd Voor Huisartsen– 15,0– 20,0– 30,0Totaal– 200,00,00,00,0 Toelichting:1.Van de in 2026 beschikbare transformatiemiddelen is € 105 miljoen inmindering gebracht. Dit bedrag wordt later weer toegevoegd vanuit dete ontvangen loon- en prijsbijstelling in de komende jaren.2.Van de onderschrijding in de uitgaven wijkverpleging is een bedragvan € 30 miljoen als dekking gebruikt.3.(en 4.) Op de Aanvullende Post bij Financiën staan middelen voorGegevensuitwisseling en Passende zorg. De middelen in 2026 zijndeels afgeroomd en in 2027 en 2028 via een kasschuif weer toege-voegd. De middelen voor gegevensuitwisseling en passende zorgblijven daarmee in totaal gelijk.5.Op de post Nominaal en onverdeeld Zvw staan in de komende jarenmiddelen voor Meer Tijd voor Huisartsen. Een deel van die middelen is170https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/12/16/kamerbrief-over-nivel-kennisvraag-kenmerken-van-mensen-die-afzien-van-zorg-om-financiele-redenen171https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/kamerstuk_pdf/kst-36725-XVI-2_0.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16193 gebruikt voor het creëren van meer opleidingsplekken. Het resterendedeel was beoogd voor het ophogen van het huisartsenkader. Omdat inhet IZA snellere invoering is overeengekomen, zijn de resterendemiddelen niet meer nodig voor dit doel.Vraag 474Waarom stijgt de ontwikkeling van de Zvw-uitgaven van de kraamzorgniet op dezelfde manier als andere vormen van eerstelijnszorg, waaronderde huisartsenzorg en tandheelkundige zorg?AntwoordDe uitgavenontwikkeling in de huisartsenzorg wordt onder anderebepaald door de afspraken in het Integraal Zorgakkoord (IZA) enAanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Dat zijn enerzijds beleidsin-houdelijke afspraken, maar anderzijds ook afspraken over de volume-groeipercentages per sector.Voor eerstelijnssectoren die niet binnen deze akkoorden vallen, zoals detandheelkundige zorg en de kraamzorg, geldt dat de uitgavengroeivoornamelijk van elkaar kan afwijken door onderlinge verschillen in desamenstelling van de populatie, prijs- en loonontwikkelingen (tarieven),arbeidscapaciteit en/of technologische ontwikkelingen.Vraag 475Wat valt onder «overige curatieve zorg» en wat verklaart het lagerebudget per 2027 op deze post?AntwoordDe sector overig curatieve zorg omvat de huisartsenlaboratoria, trombo-sediensten, de uitgaven op basis van de beleidsregel innovatie, deGecombineerde Leefstijl Interventie (GLI), anonieme e-mental health enoverige geneeskundige zorg. Deze laatste betreft een verzamelpost vanoverige zorguitgaven met als grootste posten: voetzorg bij DiabetesMellitus type 2, orthoptie, optometrie en complexe wondzorg.Het lagere kader overige curatieve zorg vanaf het jaar 2027 kan wordenverklaard doordat de middelen van de voormalige KiPZ-regeling(Kwaliteitsimpuls Personeel Ziekenhuiszorg) tot en met 2026 voor de helft(€ 119 miljoen) zijn toegevoegd aan het kader overige curatieve zorg.Vanaf 2027 staan deze middelen weer gereserveerd op de VWS begroting,onder artikel 4 Zorgbreed beleid.Vraag 476Bent u zich ervan bewust dat in de gehandicaptenzorg de stijging van€ 112 miljoen in de maximumbeleidsregelwaarden voor kostendekkendetarieven, voortkomend uit het kostenonderzoek van de NederlandseZorgautoriteit (NZa), vrijwel geheel weer ingeleverd wordt via dezorginkoop (door de zorgkantoren) door een daling van het richttariefper-centage met 1,2 procent (€ 100 miljoen)? Hoe ziet u het met dezeontwikkeling voor zich dat de sector in staat blijft om, voor nu en in detoekomst, te investeren in toegankelijke, duurzame en kwalitatief goedezorg? Dalen de tarieven zo niet vanzelf weer onder de kostprijzen,aangezien de NZa de nieuwe tarieven gebaseerd heeft op kostprijsonder-zoeken?AntwoordJa, ik ben me hiervan bewust, zie ook de toelichting in het antwoord opvraag 85. In beginsel bestrijd ik dat de tarieven dalen onder de kostprijzen.Ten opzichte van 2024 zal de komende jaren het beschikbare bedrag percliënt in de gehandicaptenzorg verder toenemen. Behalve het bedrag vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16194 € 112 miljoen op grond van het kostenonderzoek 2026 gaat het hierbij omextra middelen van € 128 miljoen structureel die per 2025 reeds op basisvan het voorlopige kostenonderzoek aan de tarieven zijn toegevoegd.Daar komen vanaf 2026 de extra middelen voor de huisvestingskostenad € 140 miljoen en voor LVHC ad € 13 miljoen nog bovenop. In totaallevert dit ten opzichte van 2024 extra middelen op van € 393 miljoen.De zorgkantoren hanteren een richttariefpercentage van de (verhoogde)maximumtarieven bij hun zorginkoop. Voor 2026 is het richttariefper-centage vastgesteld op 96,6 procent. Dat betekent ten opzichte van 2025inderdaad een verlaging met 1,2 procent en ruim € 100 miljoen aan lagereinkomsten. Maar ten opzichte van het financieel gezonde basisjaar 2024gaat het om een verlaging met 0,4 procent en lagere inkomsten van circa€ 40 miljoen.Het saldo van de extra middelen op grond van de kostenonderzoeken(€ 393 miljoen) en de verlaging van de richttarieven (€ 40 miljoen) is in2026 dus € 353 miljoen positief. Waarbij conform de gebruikelijkesystematiek nog gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkelingen.Daarbij plaats ik deze cijfers ook graag in een breder perspectief. Uitrecente cijfers van het CBS172 blijkt dat de gehandicaptenzorg over hetjaar 2024 een gezond resultaat heeft behaald van gemiddeld 2,5 procent.Daarmee heeft de gehandicaptenzorg zich hersteld van de financieelzwaardere jaren 2022 (1,2 procent positief) en 2023 (0,9 procent positief).Ook het weerstandsvermogen (30,5 procent) en de solvabiliteit(46,4 procent) liggen op een relatief hoog niveau en zijn hoger dangemiddeld in de langdurige zorg. De financiële kengetallen over 2024liggen daarmee boven de normen die banken stellen om te investeren inde sector. Ook in het licht van de extra middelen die per 2026 per saldobeschikbaar zijn ten opzichte van 2024is er ruimte in de sector om teinvesteren in toegankelijke, duurzame en kwalitatief goede zorg.Vraag 477Op verzoek van de Kamer (motie-Dobbe/Westerveld) wordt de kortingvoor meerjarig contracteren niet per 2026 doorgevoerd, hiervoor isincidenteel € 65 miljoen aan het kader toegevoegd, maar klopt het datzonder wijziging deze korting per 2027 alsnog structureel wordtingevoerd? Wat is de inhoudelijke onderbouwing bij die voorgenomenkorting?AntwoordJa, dit klopt. Met de motie Dobbe c.s. is de korting voor 2026 niet doorgegaan, maar voor 2027 staat de korting nog.De maatregel meerjarig contracteren is becijferd in Zorgkeuzes in Kaart engevalideerd door het Centraal Planbureau.173 Het idee is dat meerjarigcontracteren met budgetafspraken, gecombineerd met een meerjarigecontracteerruimte, zorgaanbieders meer financiële zekerheid biedt endaarmee de ruimte om hun zorg anders te organiseren tegen lagerekosten. Voor de periode 2026–2030 heb ik een indicatief meerjarigWlz-kader laten zien. Daarmee kunnen meerjarige contracten metbudgetafspraken een middel voor zorgkantoren en zorgaanbieders zijn omlangere termijnafspraken te maken over de ontwikkeling van dezorgvraag. Meerjarige contracten geven financiële zekerheid om teinvesteren in kwaliteit en toegankelijkheid en om personeel te binden.172Financiële kengetallen zorginstellingen, 2024** | Maatwerk publicatie | Monitor LangdurigeZorg.173Centraal Planbureau, «Analyse coalitieakkoord 2022–2025», januari 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16195 Minder onzekerheid over de omvang van het meerjarige budget kan erbijvoorbeeld toe leiden dat vast personeel wordt aangetrokken in plaatsvan (duurdere) externe krachten. Ook kan meerjarige zekerheid ertoeleiden dat instellingen goedkoper kunnen lenen en banken eerder bereidzijn om geld te verstrekken. Tot slot leiden meerjarige contracten totlagere administratieve lasten. De corresponderende korting is in debegroting blijven staan vanuit het kabinet Schoof.Vraag 478Wat gebeurt er met de € 700 miljoen uit het Wlz-kader die niet wordtuitgegeven?AntwoordHet bedrag van € 700 miljoen dat in 2025 niet wordt uitgegeven via hetWlz-kader is betrokken bij de integrale besluitvorming over de begroting2026. De lagere uitgaven in 2025 werken door naar latere jaren. Vanaf2026 is er echter ook sprake van aanzienlijk hogere uitgaven in de Wlz,bijvoorbeeld op grond van kostprijsonderzoeken in de gehandicaptenzorgen langdurige GGZ en voor de normatieve huisvestingscomponent.Daarmee heeft een groot deel van deze meevaller een bestemminggekregen binnen de Wlz.Vraag 479Welke tariefcomponenten (loon, materieel) verklaren de € 152 miljoen enkunt u per deelsector (gehandicaptenzorg, langdurige GGZ) een nadereuitsplitsing geven?AntwoordHet kostenonderzoek van de NZa op het terrein van de gehandicaptenzorgen langdurige GGZ leidt per 2026 tot een verhoging van de maximumbe-leidsregelwaarden met € 152 miljoen. Hiervan heeft € 112 miljoenbetrekking op de gehandicaptenzorg en € 40 miljoen op de langdurigeGGZ. Ik kan hiervan geen nadere uitsplitsing geven naar loon enmaterieel.Vraag 480Waarom moeten de tarieven op grond van het kostenonderzoek in degehandicaptenzorg en de GGZ worden verhoogd? Wat is de verdeling vande € 152 miljoen tussen de gehandicaptenzorg en GGZ? Zijn de tarievenin de gehandicaptenzorg en de GGZ hiermee kostendekkend voor 2026?AntwoordDe NZa heeft als wettelijke taak om tenminste redelijkerwijs kostendek-kende tarieven vast te stellen. Vanuit deze taak voert zij periodiekkostenonderzoeken uit om te onderzoeken of de maximumbeleidsregel-waarden nog aansluiten bij de gemaakte kosten. Het bedrag van€ 152 miljoen dat vanaf 2026 als extra middelen beschikbaar komt heeftvoor € 112 miljoen betrekking op de gehandicaptenzorg en € 40 miljoenop de langdurige GGZ. Deze bedragen komen bovenop de tariefsver-hoging van € 168 miljoen voor de gehandicaptenzorg die reeds per 2025in de tarieven zijn verwerkt. Met deze middelen worden de maximumbe-leidsregelwaarden aangepast en hiermee zijn de tarieven voor 2026redelijkerwijs kostendekkend.Vraag 481Klopt het dat de zorgkantoren een korting doorvoeren op de nieuwetarieven voor de gehandicaptenzorg en de GGZ in 2026? Hoe hoog is dezekorting (in procenten en in miljoenen euro’s) voor respectievelijk degehandicaptenzorg en de GGZ?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16196 AntwoordDe zorgkantoren stellen jaarlijks richttariefpercentages vast waarmee zijper sector binnen de Wlz de zorg inkopen. Voor 2026 gaat het voor degehandicaptenzorg om 96,6 procent en voor de langdurige GGZ om96,9 procent. Dat betekent kortingen van 3,4 procent (circa € 340 miljoen)bij de gehandicaptenzorg en 3,1 procent (circa € 60 miljoen) bij de GGZ.De kortingspercentages zijn afgestemd op een doelmatige zorginkoopwaarbij 75 procent van de zorgaanbieders en 75 procent van de omzetmet een positief resultaat wordt gerealiseerd. Hierbij worden ook definancieringsbaten en -lasten meegenomen. De berekeningssystematiekdie de zorgkantoren hanteren voor de richttariefpercentages sluit aan bijeen rechterlijke uitspraak uit 2024 over het bieden van reële prijzen aanzorgaanbieders die op een transparante wijze zijn onderbouwd.Vraag 482Hebben zorginstellingen in het verleden te weinig middelen gekregen,gegeven het feit dat de verhoging van de normatieve huisvestingscom-ponent samen hangt met de eisen aan gebouwen op het terrein vanduurzaamheid en brandveiligheid? Heeft dit geleid tot onvoldoendeinvesteringen in duurzaamheid en brandveiligheid? Zo nee, hoe hebbeninstellingen deze investeringen dan gefinancierd? Hebben zorginstellingennu voldoende middelen om invulling te geven aan de afspraken in hetkader van de Green Deal?AntwoordDe normatieve huisvestingscomponent (nhc) wordt door de NZa op eenzodanig niveau vastgesteld dat bij nieuwbouw voldaan kan worden aande actuele eisen op het gebied van duurzaamheid en brandveiligheid. DeNZa heeft afgelopen jaar onderzoek laten doen naar de impact van dieeisen op de nhc. De uitkomsten van dat onderzoek zijn in de nhc c.q. detarieven voor 2026 verwerkt. De nhc maakt onderdeel uit van een integraaltarief voor de zorgzwaartepakketten (ZZP’s). Binnen dat integrale tariefkunnen instellingen keuzes maken hoe deze middelen in te zetten. In deafgelopen jaren was gemiddeld genomen de nhc-vergoeding hoger dande feitelijke uitgaven voor huisvesting. Daarmee ga ik ervan uit dat devergoeding voor de huisvestingscomponent in de afgelopen jaren niet telaag was. Ik ga ervan uit dat Wlz-zorginstellingen – zeker met deverhoogde tarieven – de afspraken in het kader van de Greendeal kunnennakomen.Vraag 483Hoe wordt de Kasschuif meerjarig contracteren (motie-Dobbe/Westerveld)in 2027 gedekt?AntwoordVanaf de Aanvullende Post is een bedrag van € 65 miljoen in 2027overgeheveld naar de Wlz-uitgaven. De afroep van dit bedrag vanuit deenveloppe voor betere ouderenzorg in 2027 levert de budgettaire ruimtevoor de kasschuif om het besparingsverlies vanwege het niet doorgaanvan de tariefmaatregel meerjarig contracteren in 2026 te dekken.Vraag 484Hoe wordt het schrappen van de bezuiniging van € 88 miljoen op degehandicaptenzorg in verband met de maatregel behandeling in 2026gedekt?AntwoordHet besparingsverlies van € 88 miljoen vanwege het niet doorgaan van devoorgestelde maatregel op het terrein van Wlz-behandeling gehandicap-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16197 tenzorg is gedekt binnen de integrale besluitvorming over de begroting2026. Er is derhalve geen specifieke post aan te wijzen.Vraag 485Klopt het dat de «maatregel behandeling» voor de gehandicaptenzorg, dievanaf 2027 voor € 88 miljoen ingepland is, is gebaseerd op een maatregeldie uiteindelijk nooit is doorgevoerd, namelijk het plan om de medisch-generalistische zorg en de geneesmiddelen geheel over te hevelen naarde Zorgverzekeringswet (uit het coalitieakkoord van 2021)? Hoe kan eenbezuiniging doorgevoerd worden als de grondslag voor die bezuiniging isweggevallen? Welke beleidsbijstelling verwacht u van gehandicaptenorga-nisaties om deze bezuiniging te realiseren? Klopt het dat, nu er recentnieuwe tarieven zijn vastgesteld op basis van actuele kostprijsonder-zoeken, een dergelijke bezuiniging direct te koste gaat van de zorg en datde tarieven hierdoor weer ónder de recent berekende kostprijstarievenduiken?AntwoordDe oorspronkelijke «maatregel behandeling» in het coalitieakkoord2021–2025174 van het kabinet-Rutte IV ging er inderdaad van uit datbehandeling en geneesmiddelen overgeheveld zouden worden van Wlznaar Zvw per 2025. Veldpartijen hebben aangegeven dat een zorgvuldigeoverheveling per 2025 een ongewenst hoge druk zou zetten op de(continuïteit van) zorgverlening aan de meest kwetsbare ouderen enmensen met een beperking. In het verlengde van het WOZO-programmais daarom met betrokken organisaties afgesproken om samen teonderzoeken hoe we voor mensen met een zeer complexe zorgvraag debehandeling vanuit de Wlz kunnen blijven bieden en deze dus niet over tehevelen naar de Zvw175. Harde voorwaarde bij deze afgesprokenaanpassing van de maatregel was onder andere dat de taakstelling uit hetcoalitieakkoord van € 170 miljoen structureel per 2025 binnen de Wlzwordt gerealiseerd (via aanpassing van prestatie- en tariefregulering doorde NZa).Zoals uiteengezet in de brief over deze tariefmaatregel van de toenmaligeMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport176 is de vergoeding vooralgemene behandeling voor vergelijkbare cliënten totaal € 0,5 miljardduurder via het Wlz-model ten opzichte van het Zvw-model. Op basis vande vergelijking van de kosten van het Wlz-model ten opzichte van het«goedkopere» Zvw-model is het keverantwoord en haalbaar dat zorgaan-bieders een doelmatigheidsslag binnen de Wlz kunnen maken. Hetaandeel van de gehandicaptenzorg hierin bedraagt € 88 miljoen. Detariefmaatregel die samenhangt met deze afspraken is door het controver-sieel verklaren in 2026 voor de gehandicaptensector niet uitgevoerd. Voor2027 e.v. is de maatregel onderdeel van de begroting. Ten opzichte van deuitgaven aan gehandicaptenzorg in natura in 2027 gaat het om een relatiefbeperkte bijstelling van 0,7 procent.Daarbij plaats ik deze cijfers ook graag in een breder perspectief. Uitrecente cijfers van het CBS177 blijkt dat de gehandicaptenzorg over hetjaar 2024 een gezond resultaat heeft behaald van gemiddeld 2,5 procent.Daarmee heeft de gehandicaptenzorg zich hersteld van de financieelzwaardere jaren 2022 (1,2 procent positief) en 2023 (0,9 procent positief).Ook het weerstandsvermogen (30,5 procent) en de solvabiliteit174Zie: Budgettaire bijlage coalitieakkoord 2021-2025 | Publicatie | Rijksoverheid.nl175Kamerstukken II, vergaderjaar 2021–2022, 29 389, nr. 111.176Kamerstukken II, 2023–2024, 34 104, nr. 405.177Financiële kengetallen zorginstellingen, 2024** | Maatwerk publicatie | Monitor LangdurigeZorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16198 (46,4 procent) liggen op een relatief hoog niveau en zijn hoger dangemiddeld in de langdurige zorg. De financiële kengetallen over 2024liggen daarmee boven de normen die banken stellen om te investeren inde sector. Ook in het licht van de extra middelen die vanaf 2026 struc-tureel beschikbaar zijn ten opzichte van 2024 zijn er mogelijkheden in desector om deze taakstelling vanaf 2027 op te vangen.Vraag 486Kunt u onderbouwen waarom de «maatregel meerjarig contracteren»voor de gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg € 65 miljoenop kan leveren vanaf 2027? Klopt het dat er de afgelopen jaren vaak almeerjarige contracten zijn gesloten? Klopt het dat eventuele besparingen,als die zich al voordoen door dit meerjarig contracteren, dus ook al meezijn genomen in de recente kostprijsonderzoeken door de NZa? Klopt hetdat als de effecten van meerjarig contracteren (deels of geheel) ook almee zijn genomen in de kostprijsonderzoeken en de daaruit voort-vloeiende nieuwe tarieven, de ingeplande bezuiniging in 2027 ten kostegaat van de zorg en het tarief weer onder de kostprijs doet belanden?AntwoordDe maatregel meerjarig contracteren is becijferd in Zorgkeuzes in Kaart engevalideerd door het Centraal Planbureau178. Het idee is dat meerjarigcontracteren met budgetafspraken, gecombineerd met een meerjarigecontracteerruimte, zorgaanbieders meer financiële zekerheid biedt endaarmee de ruimte om hun zorg anders te organiseren tegen lagerekosten. In de definitieve kaderbrief Wlz 2026 is een indicatief meerjarigWlz-kader voor de periode 2027–2030 opgenomen. Daarmee kunnenmeerjarige contracten met budgetafspraken een middel voor zorgkan-toren en zorgaanbieders zijn om langere termijnafspraken te maken overde ontwikkeling van de zorgvraag. Meerjarige contracten geven financiëlezekerheid om te investeren in kwaliteit en toegankelijkheid en ompersoneel te binden.Minder onzekerheid over de omvang van het meerjarige budget kan erbijvoorbeeld toe leiden dat vast personeel wordt aangetrokken in plaatsvan (duurdere) externe krachten. Ook kan meerjarige zekerheid ertoeleiden dat instellingen goedkoper kunnen lenen en banken eerder bereidzijn om geld te verstrekken. Tot slot leiden meerjarige contracten totlagere administratieve lasten. De corresponderende maatregel isgenomen door het kabinet-Rutte IV en op basis van het Hoofdlijnenak-koord in de begroting blijven staan.Het afsluiten van meerjarige contracten komt binnen de Wlz nog beperktvoor. Het maken van budgetafspraken wordt daarbij bemoeilijk door hetontbreken van meerjarige transparantie en zekerheid over de contracteer-ruimte. Het besparingspotentieel van meerjarige afspraken met budgetaf-spraken wordt hierdoor nog niet benut. Zoals hiervoor aangegeven, biedtde definitieve kaderbrief Wlz 2026 een meerjarige doorkijk voor de periode2027–2030179. Er is ook geen sprake van dat de effecten van meerjarigcontracteren zijn meegenomen in de tarieven voor 2026. Deze zijngebaseerd op recente kostprijsonderzoeken van de NZa, die zijn uitge-voerd op basis van gegevens over het jaar 2022.Vraag 487Kunt u de logica uitleggen achter het enerzijds verhogen van de tarievenvoor de gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg met€ 152 miljoen op basis van kostenonderzoek door de NZa, en het178Centraal Planbureau, «Analyse coalitieakkoord 2022–2025», januari 2022.179Kamerstukken II, 2025–2026, 34 104, nr. 450.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16199 tegelijkertijd vasthouden aan bezuinigingen vanaf 2027, die dezeverhoging weer volledig teniet doen? Hoe ziet het meerjarig financieelperspectief voor de verschillende deelsectoren binnen de langdurige zorger precies uit, rekening houdend met alle stijgingen en dalingen?AntwoordJa. De systematiek in de Wlz is erop gericht dat de NZa tenminsteredelijkerwijs kostendekkende tarieven vaststelt. De NZa heeft in haarrecente kostenonderzoeken geconcludeerd dat haar maximumtarievenmoesten worden aangepast. Dit heeft per 2026 geleid tot de genoemdeverhoging van de tarieven voor de gehandicaptenzorg en langdurige GGZmet € 152 miljoen. Deze verhoging kwam bovenop een eerdere verhogingvan de tarieven voor de gehandicaptenzorg met € 168 miljoen die reedsvanaf 2025 is doorgevoerd. De NZa heeft haar kostenonderzoekenuitgevoerd over het jaar 2022. Ten opzichte van de bedrijfsvoering in 2022zijn er verbeteringen mogelijk in de bedrijfsvoering. De tariefmaatregelenop het terrein van Wlz-behandeling, meerjarenafspraken en digitaliseringzijn gericht op het vergroten van de doelmatigheid in de zorgverlening endaarmee het verlagen van de kosten van zorgaanbieders. Dat geeft debasis voor de tariefmaatregelen vanaf 2027.Het meerjarig perspectief voor de verschillende sectoren binnen delangdurige zorg is opgenomen in onderstaande tabel. Het betreft hierbijbedragen in prijspeil 2025 en per sector het totaal aan uitgaven aan zorgin natura en persoonsgebonden budgetten (pgb). Hierbij is rekeninggehouden met de groeiruimte vanaf 2026 op grond van de meest recentemiddellangetermijnraming (MLT) van het Centraal Planbureau. Dejaarlijkse compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen komt hier opgrond van de gebruikelijke systematiek nog bovenop.Voor de ouderenzorg nemen de uitgaven – rekening houdend met allestijgingen en dalingen – toe van afgerond € 20,7 miljard in 2025 tot€ 23,8 miljard in 2030; de uitgaven gehandicaptenzorg stijgen in dezeperiode van € 14,1 miljard naar € 16,2 miljard en de uitgaven aanlangdurige GGZ van € 2,7 miljard naar € 3,1 miljard.Vraag 488Zijn de tarieven voor de gehandicaptenzorg en GGZ kostendekkend na deverhoging van de tarieven op basis van het kostenonderzoek van de NZa?AntwoordJa, de tarieven die de NZa op grond van het kostenonderzoek heeftvastgesteld voor de gehandicaptenzorg en langdurige GGZ zijn tenminsteredelijkerwijs kostendekkend.Vraag 489Welk richttariefpercentage hanteren de zorgkantoren voor 2026 voor degehandicaptenzorg respectievelijk de GGZ en hoeveel wijkt dat af van hetrichttariefpercentage in 2025?AntwoordDe zorgkantoren hanteren voor de gehandicaptenzorg in 2026 eenrichttariefpercentage van 96,6 procent. Dat wijkt 1,2 procent af van hetrichttariefpercentage in 2025 (97,8 procent). De zorgkantoren hanterenvoor de langdurige GGZ in 2026 een richttariefpercentage van 96,9Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16200 procent. Dat wijkt 0,2 procent af van het richttariefpercentage in 2025(97,1 procent).Vraag 490Welke bedragen krijgen de gehandicaptenzorg respectievelijk de GGZ in2026 minder door het toegepaste richttariefpercentage (zowel ten opzichtevan 2025 als in totaal door toepassing van het richttariefpercentage)?AntwoordDe lagere richttariefpercentages voor de gehandicaptenzorg en delangdurige GGZ in 2026 leiden er ten opzichte van 2025 niet toe datzorgaanbieders in deze sectoren een lager bedrag ontvangen voor degeleverde zorg. Tegenover de lagere richttariefpercentages staan namelijkgrotere «plussen» op grond van de kostprijsonderzoeken van de NZa(gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg en normatievehuisvestingscomponent). Het saldo hiervan ten opzichte van 2025 is voorbeide sectoren in 2026 positief. De gehandicaptenzorg ontvangt ook methet lagere richttarief per saldo € 145 miljoen hogere tarieven ten opzichtevan 2025. De langdurige GGZ ontvangt ook met het lagere richttarief persaldo € 65 miljoen extra ten opzichte van 2025.Vraag 491Duiken de recent op basis van kostenonderzoek opnieuw vastgesteldetarieven door deze korting middels het richttariefpercentage onder dekostprijzen?AntwoordNee. De tarieven die de NZa heeft vastgesteld zijn tenminste redelijkerwijskostendekkend. De kortingspercentages van de zorgkantoren zijnafgestemd op een doelmatige zorginkoop waarbij 75 procent van dezorgaanbieders en 75 procent van de omzet met een positief resultaatwordt gerealiseerd. Hierbij worden ook de financieringsbaten en -lastenmeegenomen. De berekeningssystematiek die de zorgkantoren hanterenvoor de richttariefpercentages sluit aan bij een rechterlijke uitspraak uit2024 over het bieden van reële prijzen aan zorgaanbieders die op eentransparante wijze zijn onderbouwd.Vraag 492Hoe verhoudt het vanaf 2027 doorvoeren van de Wlz-kortingen«maatregel behandeling» en «maatregel meerjarenafspraken» zich tot derecent op basis van actueel kostenonderzoek vastgestelde tarieven voorde gehandicaptenzorg? Komen de tarieven door deze kortingen onder deberekende kostprijs?AntwoordDe maatregelen op het terrein van «Wlz-behandeling» en «meerjarenaf-spraken» zijn gericht op het vergroten van de doelmatigheid in dezorgverlening.Het doorvoeren van deze kortingen vanaf 2027 betekent overigens niet datde tarieven voor de gehandicaptenzorg per saldo dalen ten opzichte van2024. Regel 10 van bijgaande tabel laat zien dat het saldo voor degehandicaptenzorg – ook rekening houdend met de tariefmaatregelen – inde jaren 2027–2031 positief is. De extra middelen per 2031 bedragen nogsteeds € 145 miljoen structureel. Dit zijn de bedragen exclusief groei-ruimte en exclusief loon- en prijsbijstelling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16201 Vraag 493Welk beleid worden aanbieders van gehandicaptenzorg geacht te voerenom deze kortingen te realiseren, met andere woorden: wat moeten zijanders of niet meer doen?AntwoordHet beleid in de gehandicaptenzorg is erop gericht om de zorg toegan-kelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Dat betekent datzorgaanbieders hun bedrijfsvoering doelmatig moeten organiseren.Hiervoor zijn drie maatregelen van belang. De maatregelen meerjarigcontracteren en behandeling zijn becijferd in Zorgkeuzes in Kaart engevalideerd door het Centraal Planbureau.180 Hieronder wordt hetgeendaar is opgenomen nader toegelicht.De maatregel meerjarig contracteren met budgetafspraken, gecombineerdmet een meerjarige contracteerruimte, biedt zorgaanbieders meerfinanciële zekerheid en daarmee de ruimte om hun zorg anders teorganiseren tegen lagere kosten. Meerjarige contracten met budgetaf-spraken zijn een middel voor zorgkantoren en zorgaanbieders om langeretermijnafspraken te maken over de ontwikkeling van de zorg. Meerjarigecontracten geven financiële zekerheid om te investeren in kwaliteit entoegankelijkheid en om personeel te binden.Minder onzekerheid over de omvang van het meerjarige budget kan erbijvoorbeeld toe leiden dat vast personeel wordt aangetrokken in plaatsvan (duurdere) externe krachten. Ook kan meerjarige zekerheid ertoeleiden dat instellingen goedkoper kunnen lenen en banken eerder bereidzijn om geld te verstrekken. Tot slot leiden meerjarige contracten totlagere administratieve lasten.Op het terrein van Wlz-behandeling is verondersteld dat er mogelijkhedenvoor meer doelmatigheid zijn in de doorrekening. Vergeleken met dekosten van algemene behandeling van Wlz-cliënten via de Zvw liggen dekosten in de Wlz namelijk € 0,5 miljard hoger. Door de inzet van passendebehandeling kunnen zorgaanbieders een deel daarvan besparen op deinzet van zorgpersoneel, hetgeen van groot belang is in het licht van dekrappe arbeidsmarkt en het betaalbaar houden van de zorg. Over dezemaatregel zijn met de sector specifieke alternatieve afspraken gemaakt.De korting is in de gehandicaptenzorg voor 2027 en verder nog in debegroting opgenomen.De maatregel opschaling digitale zorg tot slot is erop gericht om bedrijfs-voeringsprocessen efficiënter in te richten. Ook deze maatregel via ondermeer lagere administratieve lasten leiden tot besparingen op de inzet van180Centraal Planbureau, «Analyse coalitieakkoord 2022–2025», januari 2022.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16202 (zorg)personeel. Tijdens de transitiefase van deze maatregelen zijn erextra middelen beschikbaar om de zorgaanbieders te ondersteunen.Vraag 494Betekent tabel 8 dat voor de huidige groep cliënten met zorg in natura in2030 in reële termen ruim € 1,2 miljard minder beschikbaar is dan in 2026,aangezien tabel 8 met ingang van 2027 een dalende reeks laat zien voorzorg in natura binnen de contracteerruimte, en de reeks nominaal enonverdeeld Wlz in dezelfde tabel bestemd is voor de groei van het aantalcliënten, de toenemende zorgzwaarte en het compenseren van de inflatie?AntwoordTabel 8 in de ontwerpbegroting 2026 laat de ontwikkeling van deWlz-uitgaven voor zorg in natura en persoonsgebonden budgetten persector (ouderenzorg, gehandicaptenzorg en langdurige GGZ) zien, waarbijde maatregelen meerjarig in de kaders zijn verwerkt, maar de volume-groei vanaf 2027 nog niet. In onderstaande tabel is voor de zorg in naturaook de groeiruimte vanaf 2027 in beeld gebracht. De tabel laat op regel 5zien dat in reële termen het beschikbare bedrag voor de huidige groepcliënten met zorg in natura in 2030 met € 109.800 per cliënt afgerond€ 1.700 hoger ligt dan het bedrag in 2026 (€ 108.100 per cliënt). Dit betreftbedragen in loon- en prijspeil 2025. Deze zullen daarnaast dus nogworden geïndexeerd op grond van loon- en prijsontwikkelingen.Het gemiddelde bedrag per cliënt met zorg in natura is als volgt berekend:•Regel 2 bevat de voorlopige groeiruimte op basis van de meestrecente middellangetermijnraming (MLT) van het Centraal Planbureau.Dit betreft het aandeel van zorg in natura in de groeiruimte (dusexclusief de groeiruimte voor persoonsgebonden budgetten enoverige Wlz-uitgaven).•Regel 3 laat zien dat het beschikbare bedrag voor zorg in natura in debegroting toeneemt van afgerond € 35,3 miljard in 2026 tot € 38,7 mil-jard in 2030.•Regel 4 bevat de ontwikkeling van het aantal cliënten met zorg innatura op grond van de demografische ontwikkelingen in de MLT. Ditneemt met ruim 1,9% per jaar toe van 321 duizend cliënten oppeilmoment 1 juli 2025181 naar 353 duizend cliënten in 2030.•Regel 5 berekent het gemiddelde bedrag per cliënt per jaar als quotiëntvan het beschikbaar bedrag op regel 3 en het aantal cliënten opregel 4.Vraag 495Waaraan wordt de envelop ouderenzorg uitgegeven?AntwoordBijgaande tabel geeft een overzicht van de benutting van de enveloppevoor betere ouderenzorg op de Aanvullende Post bij het Ministerie vanFinanciën. De bedragen zijn hierbij afgerond op miljoenen euro.181Bron: Uitvoeringsinformatie iWlz van Zorginstituut Nederland, peilmoment 1 juli 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16203 In het Hoofdlijnenakkoord (HLA) is vanaf 2027 structureel € 600 miljoenbeschikbaar gesteld voor investeringen in verzorgings- en verpleeghuis-plekken. Met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling over 2025kwam aanvullend structureel € 27,8 miljoen beschikbaar. Een deel van deenvelop is inmiddels tijdelijk ingezet voor afspraken in het Hoofdlijnenak-koord ouderenzorg (HLO). In de jaren 2027–2029 gaat het om respectie-velijk € 229 miljoen, € 148 miljoen en € 41 miljoen. Omdat de financiëleafspraken in het HLO al per 2026 ingaan is een deel van de middelen naar2026 geschoven (€ 171 miljoen euro vanuit 2027, € 92 miljoen euro vanuit2028 en € 18 miljoen vanuit 2029).Daarnaast wordt er in 2027 65 miljoen euro ingezet ter (intertemporele)dekking van de motie Dobbe en Westerveld182 om de tariefmaatregelmeerjarig contracteren in de gehandicaptenzorg en de langdurige GGZvoor 2026 niet in te laten gaan. Ook wordt er 4,4 miljoen euro in 2027 envanaf 2028 structureel € 7,7 miljoen ingezet voor het toevoegen vantwee doelgroepen in de aanspraak op gespecialiseerde langdurige zorg(traject «laag volume hoog complex» (LVHC)). Ter dekking van structureleproblematiek op de Rijksbegroting wordt structureel 150 miljoen eurovanaf 2027 ingezet.Als laatste vindt er een kasschuif plaats van € 91 miljoen van 2029 naar2028 om andere kasschuiven op de VWS-begroting mogelijk te makenzonder het saldo in deze jaren te belasten. Er resteert nu een structureelbedrag van € 470 miljoen dat is gereserveerd voor de realisatie vanmoderne verzorgingshuizen, zoals toegelicht in de brief van de Staatsse-cretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg over vergrijzing en hetintegrale ouderenbeleid.183 Op dit moment wordt uitgewerkt hoe het optermijn introduceren van de moderne verzorgingshuizen vorm kan krijgen.Vraag 496Hoeveel kost het om brillen voor kinderen op te nemen in hetbasispakket?AntwoordOp dit moment worden alleen brillenglazen voor kinderen met specifiekemedische afwijkingen vergoed vanuit het basispakket.Ik heb het Zorginstituut gevraagd om inzichtelijk te maken wat de kostenzouden zijn als de aanspraak wordt uitgebreid. De geschatte kosten voorhet uitbreiden van de aanspraak naar alle kinderbrillen liggen tussen de€ 72 miljoen en € 160 miljoen per jaar, uitgaande van één bril per kind perjaar.Wanneer de huidige eigen bijdrage van € 64 per glas en maximaal € 128per bril gehandhaafd blijft, worden de totale kosten voor de uitbreiding182Kamerstukken II, 2024–2025, 36 725 XVI, nr. 18.183Kamerstukken II, 2025–2026, 29 389, nr. 158c.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16204 van de aanspraak op kinderbrillen in het basispakket geraamd op tussende € 3,3 miljoen en € 91,4 miljoen per jaar.Vraag 497Klopt het dat vanaf 2026 alle gelden rond pandemische paraatheid voorde GGD-en komen te vervallen? Kan worden toegelicht waarom dezekeuze gemaakt is? Wat betekent dit voor de opschaalbaarheid indien zicheen nieuwe pandemie voordoet?AntwoordDit klopt niet. Voor de versterkingen van de GGD’en is incidentele dekkinggevonden t/m 2028. Hierover heeft mijn voorganger u op 3 juli jl. per briefgeïnformeerd.184Vraag 498Kunt u aangeven hoe de zorg voor mensen met post-covid en q-koorts na2027 is geregeld?AntwoordIn de begroting is een structurele reeks opgenomen van 2,44 miljoen eurovoor het borgen van kennis, onder andere over nazorg voor patiënten metQ-koorts en post-COVID. Het is belangrijk dat patiënten met post-COVID,Q-koorts vermoeidheidssyndroom (QVS) en andere postinfectieuzeaandoeningen zo snel mogelijk terecht kunnen in de reguliere structurenvan zorg en welzijn. Daar bestaan instellingen wiens taak het is om dezemensen te behandelen alsook te ondersteunen. De huidige initiatieven(post-COVID expertisecentra, Q-koortsambassadeur en post-COVIDonderzoeksprogramma) zijn ook nadrukkelijk gericht op het inbedden vandeze patiënten in de reguliere zorg en ondersteuning, zodat zij direct goedgeholpen worden.Vraag 499Hoeveel mentale gezondheidscentra zijn er in het land? Hoeveel zijn ersinds het IZA opgericht? Is er sprake van een landelijk dekkend netwerk?AntwoordEr wordt toegewerkt naar een landelijk dekkend netwerken van MentaleGezondheidsnetwerken. In alle IZA regio’s zijn mentale gezondheidsnet-werken (MGN) in oprichting, 42 in totaal. Hiervoor worden in alle regio’stransformatieplannen ingediend. In samenwerking met de brancheorgani-saties, het Zorginstituut en de NZa zijn de afgelopen maanden verschil-lende maatregelen getroffen om de ontwikkeling van de mentaleGezondheidsnetwerken te versnellen. Het streven is dat alle 42 plannenvoor het einde van dit jaar zijn goedgekeurd, waarna de fase komt waarinalle goedgekeurde plannen in de praktijk moeten worden gebracht.Vraag 500Wat valt er onder de definitie cruciale GGZ?AntwoordDe werkdefinitie van cruciale GGZ die in de regio’s wordt gebruikt bij hetin kaart brengen van zorgvraag en de cruciale zorgnetwerken is: «GGZmet een hoge logistiek (zorgaanbod) en een inhoudelijke (zorgvraag)complexiteit, waarbij cliënten/patiënten ernstige gezondheidsschadekunnen oplopen wanneer deze zorg (tijdelijk) niet meer beschikbaar is.»Cruciale GGZ gaat dus om de zorgvraag van mensen die ernstig lijden, dieniet in hokjes te stoppen zijn of een vastomlijnd aanbod volgen. Mensenlijden niet alleen aan een psychische aandoening, maar vaak meerdere184Kamerstukken II 2024/25, 30 821, nr. 303.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16205 aandoeningen of aan een combinatie van psychisch lijden en andereproblematiek, zoals schulden, gebrek aan huisvesting of eenzaamheid.Ook kent de zorg voor deze patiënten vaak een onvoorspelbaar beloop.Welk zorgaanbod cruciaal is, kan per regio verschillen, omdat dezorgvraag ook per regio verschilt. Er zijn wel zes clusters van zorgaanboddie tot cruciale GGZ kunnen worden gerekend: acute zorg, outreachendezorg, klinische zorg, beveiligde zorg, hoogspecialistische zorg vanuit deGGZ en hoogspecialistische zorg vanuit het ziekenhuis.Vraag 501Hoeveel cruciale GGZ-instellingen zijn er in Nederland? Hoeveel zijn er deafgelopen vijf jaar gesloten?AntwoordVoor mensen met een hoog-complexe zorgvraag moet voldoende,passend zorgaanbod zijn: cruciale GGZ. Uitgangspunt is dat de zorgvraagleidend is. Elke regio legt op grond van de zorgvraag en regionalewachtlijsten de puzzel over welk aanbod nodig is. Elke regio stelt vast wathet aanbod cruciale GGZ betreft. Er bestaan daarmee feitelijk geen«cruciale GGZ-instellingen». Tegelijkertijd heb ik wel bestuurlijkeafspraken gemaakt die bijdragen aan borging van cruciale GGZ:−Voor inkoopjaar 2025 en 2026 hebben landelijke GGZ-partijenafgesproken dat er geen cruciaal GGZ aanbod verdwijnt om financiëleredenen.−Voor de acute GGZ (HIC en IHT) doet de NZa onderzoek naar budgetbe-kostiging voor de volledige High & Intensive Care en Intensive Hometreatment. Dit zijn onderdelen van de acute GGZ.Mocht er sluiting van een zorginstelling plaatsvinden vanwege financiëleredenen, waarbij de continuïteit van zorg voor patiënten en/of cliënten inhet geding is, dan geldt het continuïteitsbeleid.185Vraag 502Is de in 2025 via amendement toegekende € 750.000 voor het «UniekSporten Centraal Loket» in 2026 en 2027 gecontinueerd? Zo ja, waar is ditin de begroting terug te vinden?AntwoordHet amendement stelt voor om in 2025 extra € 750.000 vrij te maken voorhet centrale loket voor sporthulpmiddelen. Dit gaat dus om een eenmaligetoekenning. Daarnaast gaat het amendement in op de vraag of ook in2026 en 2027 het centrale loket versterkt kan worden. Momenteel wordtonderzocht wat de mogelijkheden zijn om hetzelfde bedrag in 2026 en2027 beschikbaar te stellen.Vraag 503Hoe wordt het totaalbudget van het Nationaal Actieplan Dakloosheidverdeelt, wetende dat € 55 miljoen naar gemeenten gaat? Hoe wordt deoverige € 10 miljoen verdeeld? Hoeveel van deze middelen worden aanpreventie besteed en hoeveel worden aan woonplekken voor dak- enthuisloze mensen besteed?AntwoordVanaf 2022 is structureel € 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor deaanpak van dakloosheid. Er is structureel € 55 miljoen toegevoegd aan dedecentralisatie uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid (voor centrum-gemeenten). Daarnaast is er van de overige € 10 miljoen vanaf 2026185Kamerstukken II 2019–2020 31 016, nr. 288Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16206 structureel € 8 miljoen onderdeel van de VWS-begroting ten behoeve vande aanpak van dakloosheid. Hiervan wordt voor € 3 miljoen wordtgewerkt aan de transitie naar Preventie en Wonen Eerst, het verbeterenvan de monitoring dakloosheid (ETHOS tellingen) en het aanjagen van debeweging in regio’s door middel van subsidies aan o.a. Housing FirstNederland, Platform Sociaal Domein en Valente. Daarnaast wordt vanuithet Ministerie van VWS het samenwerkingsverband Dakloosheid Voorbij!gefinancierd en wordt ingezet op het ontwikkelen van kennis oververschillende woonvormen voor (ex)dakloze mensen. Daarnaast wordt ervanaf 2026 t/m 2028 € 5 miljoen ingezet ten behoeve van de Pilot daklozeEU-burgers. De Pilot dakloze EU-burgers wordt vanaf 2026 uitgebreid enmedegefinancierd door SZW met jaarlijks € 8 miljoen. In totaal is voordeze pilot jaarlijks € 13 miljoen beschikbaar voor de jaren 2026, 2027 en2028. De resterende € 2 miljoen is niet meer beschikbaar voor hetNationaal Actieplan Dakloosheid en ingezet ten behoeve van bredereWmo doeleinden.Vraag 504Waarom wordt er in 2026 door u € 2 miljoen minder besteed aan deaanpak dakloze EU-burgers? Waar wordt deze € 2 miljoen in 2026 aanbesteed?AntwoordIn 2023 t/m 2025 was vanuit VWS € 7 miljoen per jaar beschikbaar voor6 pilotgemeenten voor de opvang van dakloze EU migranten. Vanaf 2026wordt de pilot uitgebreid naar 19 gemeenten/regio’s. Omdat dakloosheidvan EU-burgers meerdere oorzaken kent, is besloten om vanuit meerdereministeries een bijdrage te doen voor de financiering van deze pilot. Omdie reden wordt vanaf 2026 de pilot gezamenlijk gefinancierd: voor dejaren 2026 t/m 2028 zal vanuit de VWS-middelen dakloosheid € 5 miljoenen vanuit SZW € 8 miljoen worden toegekend aan de voortzetting enuitbreiding van deze pilot. De resterende € 2 miljoen is niet meerbeschikbaar voor het Nationaal Actieplan Dakloosheid en ingezet tenbehoeve van bredere Wmo doeleinden.Vraag 505Wordt er in 2026 of de jaren erna bezuinigd op het Nationaal ActieplanDakloosheid of blijft het de hele periode van 2026 t/m 2030 € 65 miljoenper jaar? Als er wel bezuinigd wordt, hoeveel en op wat?AntwoordVanaf 2022 is structureel € 65 miljoen extra beschikbaar gesteld voor deaanpak van dakloosheid. Er is structureel € 55 miljoen toegevoegd aan dedecentralisatie uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid (voor centrum-gemeenten). De middelen komen boven op de € 385 miljoen (excl.indexatie via het accres) die via de decentralisatie uitkering Maatschappe-lijke Opvang aan 44 centrumgemeenten wordt verstrekt. Gemeentenontvangen via decentralisatie uitkeringen dus € 440 miljoen in totaal (excl.indexatie via het accres). Deze middelen zijn structureel beschikbaar voorde aanpak van dakloosheid. Daarnaast is er van de overige € 10 miljoenvanaf 2026 € 2 miljoen aangewend voor andere Wmo doeleinden en€ 8 miljoen onderdeel van de VWS-begroting ten behoeve van de aanpakvan dakloosheid. Voor € 3 miljoen wordt gewerkt aan de transitie naarPreventie en Wonen Eerst, het verbeteren van de monitoring dakloosheid(ETHOS tellingen) en het aanjagen van de beweging in regio’s doormiddel van subsidies aan o.a. Housing First Nederland, Platform SociaalDomein en Valente. Daarnaast wordt vanuit het Ministerie van VWS hetsamenwerkingsverband Dakloosheid Voorbij! gefinancierd en wordtingezet op het ontwikkelen van kennis over verschillende woonvormenvoor (ex)dakloze mensen. Daarnaast wordt er vanaf 2026 t/m 2028Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16207 € 5 miljoen ingezet ten behoeve van de Pilot dakloze EU-burgers. De Pilotdakloze EU-burgers wordt vanaf 2026 uitgebreid en medegefinancierddoor SZW met jaarlijks € 8 miljoen. In totaal is voor deze pilot jaarlijks€ 13 miljoen beschikbaar voor de jaren 2026, 2027 en 2028. Er is derhalvegeen sprake van een bezuiniging op het Nationaal Actieplan Dakloosheid.Vraag 506Waar zijn de extra middelen voor de opvang van dakloze EU-burgers(€ 13 miljoen per jaar), die per 1 januari 2026 zouden worden besteed, tevinden op de begroting?AntwoordVoor de jaren 2026 t/m 2028 zal vanuit de VWS-middelen die beschikbaarzijn voor de aanpak van dakloosheid € 5 miljoen en vanuit SZW€ 8 miljoen worden toegekend aan de voortzetting en uitbreiding vandeze pilot. De € 5 miljoen die VWS besteedt, is te vinden op artikel 3 en deSZW-middelen staan op de SZW-begroting op artikel 99.Vraag 507Waarom is in de Strategische Beleidsagenda met betrekking tot deevaluatie van het persoonsgebonden budget (PGB) slechts één onderzoekopgenomen, wetende dat veel mensen met één van de vier soorten PGBzorg inkopen en meer onderzoek naar de evaluatie hiervan dus vanmeerwaarde kan zijn?AntwoordHet klopt dat in de door u aangehaalde agenda alleen een onderzoek staatover het persoonsgebonden budget in de Wlz. Ik heb hiervoor gekozenomdat het Wlz-pgb de grootste en snelst groeiende variant is van het pgb.Daarbij verwacht ik dat ik op basis van dit verkennende onderzoekduidelijk wordt hoe de verschillende soorten pgb elkaar beïnvloeden. Ookwil ik uit het onderzoek naar de Wlz lessen trekken die ik kan toepassen ophet pgb in andere domeinen. Deze lessen worden dan voor naderonderzoek in de SEA geformuleerd. De resultaten van deze verbre-dingsslag zullen onderdeel vormen van de geactualiseerde SEA in deeerstkomende begroting. Daarnaast heeft mijn voorganger afgesprokendat het besluit, om de hoogte van het pgb-Wlz verplicht af te stemmen opeen passende zorginzet, wordt geëvalueerd. Het besluit is inwerkinggetreden op 1 januari 2025 en zal al in 2026 worden geëvalueerd. Ditlevert eerste beelden op van de implementatie van dit besluit.Vraag 508Hoeveel mensen hebben momenteel geen vaste huisarts?AntwoordOp basis van bestaande onderzoeken, onder andere van het NIVEL, heeftde Algemene Rekenkamer geconcludeerd dat er tussen de 45.000 en194.000 mensen zonder huisarts zijn186. Deze groep mensen staat(ongewenst) niet ingeschreven bij een huisartsenpraktijk.Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal mensen dat wel bij eenpraktijk staat ingeschreven, maar daar geen vaste huisarts of vast teamvan zorgverleners heeft.186https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2025/04/02/focus-op-huisartsentekortTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 XVI, nr. 16208

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 04bf76e2fc4f4ae8

14 okt 2026 · e58d6efdb506fe76

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.