KamerkringInloggen
Kamerbrief

Geannoteerde Agenda Formele Raad WSB van 29 juni 2026 en Informele Raad WSB van 6 juli 2026

15 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cd87bd667d52fabe · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-31Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid,Volksgezondheid en ConsumentenzakenNr. 828 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 juni 2026Op maandag 29 juni aanstaande vindt de Formele Raad Werkgelegenheiden Sociaal Beleid (WSB) plaats te Luxemburg. Een week later, op 6 juli,vindt de Informele Raad WSB plaats in Ballina, Ierland. Hierbij zend ik ueen gecombineerde Geannoteerde Agenda voor beide Raden toe.Conform de vastgestelde afspraken informeer ik uw Kamer middels deGeannoteerde Agenda tevens over de voortgang van de onderhande-lingen inzake de wijziging van de EU-Richtlijnen met betrekking tot hetversterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP-II).Uw Kamer is op 10 juni jl.1 reeds geïnformeerd over de laatste stand vanzaken met betrekking tot de herziening van de CoördinatieverordeningSociale Zekerheid.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. Vijlbrief1Appreciatie voorlopig akkoord herziening Verordening 883/2004 inzake de Coördinatie vanSociale Zekerheidsstelsels | Tweede Kamer der Staten-Generaal kst-21501-31-828ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8281 GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEIDEN SOCIAAL BELEID 29 juni 2026 en de INFORMELE RAADWERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID 6 juli 2026 In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:•De kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van hetEuropees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU)2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van hetraamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP, COM(2025) 842);•Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleidvan 29 juni 2026;•Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleidvan 6 juli 2026.Kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van hetEuropees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen(EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken vanhet raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (herziening IORPII richtlijn), COM(2025) 842Conform de informatieafspraken met uw Kamer informeer ik u hierbij overde stand van zaken rond de behandeling van het richtlijnvoorstel totherziening van de IORP II-richtlijn.Stand van zakenSinds de vorige kwartaalrapportage2 hebben drie technische raadswerk-groepen plaatsgevonden. Inmiddels zijn alle artikelen en overwegingenbesproken. Lidstaten hebben uitgebreid de gelegenheid gekregen omvragen over het voorstel te stellen. Deze zijn tijdens de Raadswerkgroependoor de Europese Commissie beantwoord. Voorts zijn lidstaten na afloopvan alle raadswerkgroepen uitgenodigd om tekstvoorstellen in te dienen.Ook Nederland heeft van die mogelijkheden gebruik gemaakt. In deraadswerkgroep die op 22 mei plaatsvond, is een eerste compromistekstbesproken. Op 10 juni is een tweede versie van een compromistekstbesproken.In de raadswerkgroepen zijn de posities van de lidstaten op de verschil-lende onderwerpen nader geïnventariseerd. Door veel lidstaten is ingezetop proportionaliteit (bij de toepassing van de richtlijn rekening houdenmet de omvang van de IORP), beperking van administratieve lasten en hetbehoud van het minimum harmonisatie karakter van de richtlijn.Nederland heeft inbreng geleverd in lijn met het BNC-fiche3. Het kabinetonderschrijft in algemene zin de noodzaak om de aanvullende pensioen-sector in de EU te versterken, zodat in het licht van de vergrijzing en dedruk op publieke pensioenstelsels zowel een adequaat pensioeninkomenwordt gewaarborgd als huishoudelijk spaargeld effectiever wordtgemobiliseerd voor productieve, innovatieve langetermijninvesteringen inde EU-economie. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat pensioenpro-ducten niet alleen financiële producten zijn, maar dat de wijze waarop eenpensioenstelsel in een lidstaat bestendig kan worden ingericht, sterksamenhangt met de sociale en culturele context in die lidstaat. In ditverband is het kabinet van mening dat bij de vormgeving van Europeseregels ten aanzien van het versterken van nationale pensioenstelselsgewaarborgd moet zijn dat deze regels geen afbreuk mogen doen aan algoed werkende pensioenstelsels zoals dat van Nederland. De Nederlandseinzet is er daarom op gericht dat er voldoende ruimte blijft voor de2Kamerstukken II, 2025/26, 21 501–31, nr. 8143Kamerstukken II, 2025/26, 22 112, nr. 4230Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8282 specifieke nationale kenmerken en dat de bevoegdheidsverdeling tussende EU en de lidstaten gerespecteerd wordt. Veel lidstaten delen dezepositie, waardoor het momenteel de verwachting is dat de uiteindelijkeRaadspositie op onderdelen wordt aangepast ten opzichte van hetvoorstel van de Europese Commissie, ook op de onderdelen waarNederland aanpassing wenst.VervolgHet Cypriotisch Voorzitterschap is voornemens de onderhandelingen in deRaad af te ronden op 24 juni a.s. Het Voorzitterschap zal dan een concept-Raadspositie aan het Coreper voorleggen. Deze compromistekst is bij hetopstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar. Indien decompromistekst voldoet aan de BNC-inzet en geen substantiële nieuweelementen bevat die afwijken van de Nederlandse inzet, zal Nederlandinstemmen met deze concept-Raadspositie.Het Europees Parlement (EP) is ook van start gegaan om te komen tot eenstandpuntbepaling. Rapporteur Boeselager (Groenen) heeft een voorlopigrapport opgesteld met amendementen op het herzieningsvoorstel van derichtlijn4. Het meest noemenswaardig is dat de rapporteur een nieuwconcept van «qualifying productive investments» voorstelt, investerings-categorieën die het nauwst verbonden zijn met productieve activiteitenom de lange termijn financiering van de reële economie van de EuropeseUnie te ondersteunen. Daarnaast is ook een voorstel opgenomen datpensioenfondsen met meer dan € 1 miljard vermogen minstens 2%daarvan beleggen in durfkapitaal. Ook wordt voorgesteld dat lidstatenverplicht een pensioen volgsysteem moeten hebben (in Nederlandmijnpensioenoverzicht.nl). Leden van de Commissie Economische enMonetaire zaken (Committee on Economic and Monetary Affairs, ECON)van het EP kunnen tot 25 juni a.s. amendementen indienen op hetvoorlopig rapport. Het EP stemt naar verwachting dit najaar in plenairezitting over het rapport.Zoals de onderhandelingen er nu voorstaan, krijgen lidstaten na eenuiteindelijk politiek akkoord tussen de Raad en het EP twee jaar de tijd omde gewijzigde IORP II richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Bij dezeomzetting zal ik – zoals reeds aan uw Kamer gemeld5 de voorgenomenwetswijziging over het stichtingsvereiste voor verplichtgestelde bedrijfs-takpensioenfondsen hierin meenemen. Zoals ik heb gemeld, was de vraagof de verplichtstelling als zodanig strijdig is met EU-recht geen onderdeelvan de EU-pilot en daar zijn dan ook geen conclusies aan verbonden.Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en SociaalBeleid van 29 juni 2026In het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheiden Sociaal Beleid van 29 juni 2026, waaraan ik voornemens ben deel tenemen. De Formele Raad vindt plaats in Luxemburg.4https://www.europarl.europa.eu/committees/nl/documents/latest-documents – publicatiedatum2 juni 2026.5Kamerstukken 32 043, nr. 711, Verzamelbrief pensioenonderwerpen voorjaar 2026.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8283 Agendapunt: Beleidsdebat over de bevordering van eerlijkearbeidsmobiliteit door middel van gemoderniseerde en vereen-voudigde regels voor de coördinatie van de sociale zekerheidDoel RaadsbehandelingHet Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden oververeenvoudiging en modernisering van de regels voor de coördinatie vande sociale zekerheid zoals neergelegd in Verordening (EU) 883/2004.InhoudHet beleidsdebat vindt plaats in het kader van het eerlijke arbeidsmobili-teitspakket (Fair Labour Mobility Package) dat de Europese Commissie(hierna: Commissie) naar verwachting na de zomer van 2026 zal publi-ceren. Nu op 22 april jl. in de trilogen een voorlopig politiek akkoord6 isbereikt over de herziening van Verordening 883/2004 (hierna: Verordening)wil de Commissie onderzoeken hoe de coördinatieregels in de Veror-dening verder kunnen worden vereenvoudigd en gemoderniseerd. In hetCoreper-overleg van 29 april jl. – waarin een meerderheid van lidstatenhet voorlopig politiek akkoord over de herziening heeft gesteund – heeftde Commissie een verklaring afgelegd met deze boodschap. In dieverklaring heeft de Commissie ook aangekondigd voorstellen te zullendoen voor versterking van de samenwerking tussen lidstaten op hetterrein van controle en arbeidsbemiddeling bij de export van werkloos-heidsuitkeringen. In het voorliggende stuk wordt onder meer ingegaan opgegevensuitwisseling, activeringsmaatregelen en controle.Inzet NederlandIn 2025 heeft Nederland, in het kader van de onderhandelingen over deherziening van de Verordening, een non-paper opgesteld.7 Dat non-paperbevat een inventarisatie van uitdagingen, en voorstellen voor vervolg-stappen die nodig zijn om de Verordening te moderniseren en vereenvou-digen. Deze noodzaak bestaat vanwege fundamentele veranderingen opde arbeidsmarkt, zoals een toename in het tijd en plaatsonafhankelijkwerken. Daarnaast bestaat er vanuit de uitvoeringsinstanties de wens omde Verordening te vereenvoudigen. In het non-paper doet Nederlandvoorstellen voor onder andere het bevorderen van arbeidsparticipatie bijgeëxporteerde uitkeringen en het tegengaan van misbruik en fraude.Ik zal tijdens het beleidsdebat, conform het non-paper, het belang vanverdere modernisering en vereenvoudiging onderstrepen met het oog opeen toekomstbestendige uitvoering en begrijpelijke regels voor burgersen bedrijven. Ik zal ook aandacht vragen voor het vastleggen vaneffectieve afspraken in de Verordening die de samenwerking tussen dewerkloosheidsinstanties van de lidstaten op het terrein van arbeidsbemid-deling en controle verbeteren.6Kamerstukken II, 2025/26, 29 861, nr. 188 en Appreciatie voorlopig akkoord herzieningVerordening 883/2004 inzake de Coördinatie van Sociale Zekerheidsstelsels | Tweede Kamer derStaten-Generaal7Kamerstukken II, 2024/25, 29 861, nr. 158Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8284 Agendapunt: Beleidsdebat over de uitvoering van de EuropeseAnti-Armoedestrategie en de wegen naar een effectieveimplementatieDoel RaadsbehandelingHet Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houdenover de onlangs gepubliceerde mededeling over de EuropeseAnti-Armoedestrategie.InhoudOp 6 mei jl. heeft de Europese Commissie het Sociaal Pakket gepubli-ceerd, bestaande uit drie mededelingen en een voorstel voor eenraadsaanbeveling.8 Onderdeel van dit Sociaal Pakket is de EuropeseAnti-Armoedestrategie (hierna: Strategie). Deze mededeling zal de basisvormen voor het beleidsdebat. Het discussiedocument is ten tijde van hetopstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.In de Strategie spreekt de Commissie de ambitie uit om in 2050 een eindete maken aan armoede in de EU. De Strategie schets een alomvattende,integrale aanpak om armoede in de EU te voorkomen en te bestrijden enzo bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europese pijler van socialerechten. Het eerste deel van de Strategie richt zich op maatregelen omarmoede te bestrijden gedurende de gehele levenscyclus, en daarnaast ophet belang van werk, voor wie kan werken, als bescherming tegenarmoede. Het tweede deel van de Strategie ziet op maatregelen omhorizontale uitdagingen die armoede verergeren, aan te pakken. Het derdedeel van de Strategie ziet op het versterken van bestuurlijke aansturing,financiering en verbetering van de monitoring om armoede te vermin-deren en voorkomen. De Strategie kondigt daarnaast een aantal actuali-saties aan van bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid die in2026 en 2027 gepubliceerd zullen worden.Inzet NederlandZoals toegelicht in het BNC-fiche9, verwelkomt het kabinet de Strategie.Hoewel armoede een nationale competentie is, kunnen Europese landenveel van elkaar leren op het gebied van armoedebestrijding. Ter onder-steuning en beïnvloeding van de ontwikkeling van deze Strategie heeft hetkabinet in 2025 een non-paper10 opgesteld dat voortbouwt op hetNationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS)11. Het kabinetverwelkomt dat de Strategie in grote mate aansluit bij de punten die hetkabinet in het non-paper heeft benoemd, zoals het belang van ervarings-deskundigheid, preventie, en het hanteren van een geïntegreerde aanpakdie gericht is op intergenerationele armoede. Het kabinet onderschrijft datde beschikbaarheid en toegankelijkheid van inkomensondersteunenderegelingen en diensten van groot belang is en dat het tegengaan vanniet-gebruik van regelingen gebaat is bij een proactieve aanpak.De Commissie zal in 2027 met een aanbeveling komen om armoede onderwerkenden te voorkomen en te bestrijden. Het kabinet kijkt hier naar uit en8Het pakket bevat drie mededelingen over; (I) de Europese Anti-Armoedestrategie; (II) deversterking van de Europese Kindergarantie, (III) de versterking van de Europese strategie voorde rechten van personen met een handicap. Daarnaast is er (IV) een voorstel voor eenraadsaanbeveling over de bestrijding van uitsluiting op de woningmarkt gepresenteerd.9Fiche: Mededeling Europese Anti–Armoede Strategie | Tweede Kamer der Staten-Generaal10https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/11/17/nederlandse-non-paper-europese-anti-armoedestrategie11Kamerstukken II, 2024/25, 24 515, nr. 799Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8285 ik zal dit ook tijdens het debat benoemen. Het kabinet ziet gelijke kansenop de arbeidsmarkt en het begeleiden van mensen naar werk als eenbelangrijke prioriteit en werkt aan een aanpak gericht op het eerderbereiken van werkenden met een laag inkomen, zodat deze groep zovroeg mogelijk wordt geholpen in geval van geldzorgen en/of beginnendeschulden. Ik zal tijdens het beleidsdebat, conform het BNC-fiche,daarnaast aandacht vragen voor het belang van preventie van geldzorgenen (beginnende) schulden, en het belang van financiële educatie voorkinderen en jongeren benadrukken.Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake het voorkomen enbestrijden van cybergeweld tegen meisjesDoel RaadsbehandelingAanname van de Raadsconclusies.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Cypriotische Voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies(hierna: Raadsconclusies) over het voorkomen en bestrijden van cyber-geweld tegen meisjes. De Raadsconclusies bouwen voort op al bestaandeEU-instrumenten over het tegengaan van geweld tegen vrouwen,gendergelijkheid en digitale veiligheid, zoals de richtlijn «Geweld tegenVrouwen en Huiselijk Geweld».12De Europese Commissie constateert dat meisjes steeds vaker slachtofferworden van online geweld. De Raadsconclusies benadrukken datcybergeweld ernstige gevolgen heeft voor de mentale gezondheid, hetzelfvertrouwen en het welzijn van meisjes en hun rechten en veiligheid indigitale ruimtes. De Raadsconclusies roepen EU-lidstaten op om cyber-geweld tegen meisjes te erkennen als een ernstige vorm van gendergere-lateerd geweld en via preventie, bescherming en handhaving de onlineveiligheid van meisjes structureel te verbeteren.Inzet NederlandIk ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadscon-clusies. Nederland verwelkomt de aandacht voor het voorkomen enbestrijden van online geweld tegen meisjes op Europees niveau. DeRaadsconclusies zijn in lijn met staand Nederlands beleid en de ambitiesvan het kabinet.Op dit moment vindt op nationaal niveau de doorontwikkeling plaats vande integrale aanpak van geweld tegen vrouwen en meisjes.13 Eén van deambities hierbinnen, zoals ook verwoord in het Coalitieakkoord, is hetbeter borgen van de aanpak van online geweld tegen vrouwen en meisjes.Het kabinet zet hierbij in op het versterken van de coördinatie door het zosnel mogelijk aanstellen van een «Nationaal Coördinator Geweld tegenVrouwen en Huiselijk Geweld».De Raadsconclusies noemen ook interventies via het onderwijs.Nederland heeft erop toegezien dat de genoemde interventies voldoenderuimte bieden aan lidstaten om hun eigen onderwijscurriculum in terichten.12https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L_20240138513Kamerstukken II, 2025/26, 28345, 31 015, nr. 293Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8286 Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake wonen; verande-rende demografie en de vormgeving van beleidDoel RaadsbehandelingAanname van de Raadsconclusies.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenHet Cypriotisch Voorzitterschap heeft concept-Raadsconclusies (hierna:Raadsconclusies) gepresenteerd over huisvesting. De Raadsconclusiesbenadrukken dat huisvesting een nationale bevoegdheid van de lidstatenblijft, maar erkennen tegelijkertijd dat Europese samenwerking kanbijdragen aan het aanpakken van gedeelde uitdagingen op het gebied vanbetaalbaarheid, woningtekorten, verduurzaming en sociale inclusie.Een belangrijk onderdeel van de Raadsconclusies betreft de relatie tussenhuisvesting en demografische ontwikkelingen. De Raadsconclusies wijzenonder meer op vergrijzing, veranderende huishoudsamenstellingen,urbanisatie en regionale bevolkingskrimp als structurele factoren die devraag naar woningen beïnvloeden. Daarbij is specifieke aandacht voor depositie van jongeren, ouderen, gezinnen en kwetsbare groepen op dewoningmarkt. Verder richten de Raadsconclusies zich op het stimulerenvan publieke en private investeringen, het versnellen van woningbouw enrenovatie, vereenvoudiging van procedures, innovatie in de bouwsector,betere benutting van de bestaande woningvoorraad en het verbeteren vandataverzameling en kennisuitwisseling tussen lidstaten.Inzet NederlandIk ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadscon-clusies. Het uitgangspunt blijft dat huisvestingsbeleid primair eennationale bevoegdheid is en dat Europese samenwerking aanvullend enondersteunend moet zijn. Dat is voldoende geborgd in deze Raadscon-clusies. Het kabinet vindt het positief dat de samenhang tussendemografie en huisvesting nadrukkelijk wordt benoemd. In Nederlandhebben bevolkingsgroei, vergrijzing en veranderende huishoudenssamen-stellingen grote impact op de woningmarkt en de groeiende behoefte aanpassende woningen voor verschillende doelgroepen. Demografie moetdaarom het vertrekpunt zijn van het woningbeleid. Het kabinetverwelkomt daarnaast de aandacht voor vereenvoudiging, innovatie,circulair bouwen en kennisuitwisseling tussen lidstaten. Ook de focus ophet versnellen van vergunningverlening en het verminderen vanadministratieve lasten sluit goed aan bij de Nederlandse inzet opwoningbouwversnelling.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementNaar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadscon-clusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8287 Agendapunt: Beleidsdebat woonzekerheid voor iedereen: inspelenop de behoeften van studenten en gezinnen met een middenin-komenDoel RaadsbehandelingHet Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houdenover woonzekerheid.InhoudDe Europese Commissie (hierna: Commissie) is voornemens om op 7 julihaar voorstel voor de Afforable Housing Act te presenteren. In aanloopnaar deze publicatie heeft het Cypriotische voorzitterschap een beleids-debat geagendeerd over woonzekerheid. Een discussiedocument tenbehoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van dezeGeannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Inzet NederlandWonen betaalbaarder maken is een topprioriteit voor het kabinet. Omwonen voor middeninkomens betaalbaarder te maken, zet Nederland inop de bouw van meer betaalbare koop- en huurwoningen. Daarnaastheeft Nederland in 2024 huurprijsregulering ingevoerd in het middens-egment, met als doel om te zorgen dat woningen die kwalitatief gezien inhet middensegment thuishoren, ook voor een midden huurprijs wordenverhuurd. Met het staatssteunbesluit van de Commissie als onderdeel vanhet pakket voor betaalbaar wonen (Afforable Housing Package)14, zalstaatssteun voor betaalbare huisvesting (inclusief midden huur) mogelijkworden. Nederland verwelkomt daarom de herziene staatssteunregels vande Europese Commissie. Het kabinetsbeleid is er verder op gericht vooralle aandachtsgroepen betaalbare huisvesting te realiseren, waaronderstudenten. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting15 makenwe afspraken over aantallen en typen woningen voor aandachtsgroepen.Agendapunt: Europees Semester 2026a) Presentatie van de Europese Commissie over het Lentepakket2026 en aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsa-specten van de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) voor 2026.Doel RaadsbehandelingDe Raad zal de presentatie van de Europese Commissie aanhoren over hetvoorstel voor het Lentepakket 2026. Ook wordt de Raad gevraagd in testemmen met de aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsa-specten van de landspecifieke aanbevelingen.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenOp 3 juni 2026 publiceerde de Commissie het Lentepakket in het kader vanhet Europees Semester. Het Lentepakket bestaat uit (i) een overkoepe-lende mededeling over de economische situatie van de EU, (ii) landenrap-porten inclusief een analyse van het economisch beleid van de lidstaten,(iii) voorstellen voor landspecifieke aanbevelingen (LSA’s), (iv) deuitkomsten van de onderzoeken naar macro-economische onevenwichtig-heden en (v) de richtsnoeren voor werkgelegenheidsbeleid. Tijdens de14Kamerstukken II, 2025 – 26, 22 112, nr. 427415Kamerstukken II 2023–24, 36 512, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8288 Raad staan de ontwikkelingen op sociaal en werkgelegenheidsterrein opde agenda.De voorgestelde landspecifieke aanbevelingen voor Nederland op sociaal-en werkgelegenheidsterrein luiden als volgt:5.1 Neem en implementeer maatregelen om de prikkels voor flexibele entijdelijke arbeidscontracten te verminderen.5.2 Pak de tekorten op de arbeidsmarkt en het gebrek aan vaardighedenaan, onder meer door onbenut arbeidspotentieel beter te benutten endoor sterker in te zetten op bij- en omscholingsmaatregelen. Moedigmobiliteit aan naar hoogproductieve sectoren en sectoren waar eenmaatschappelijke uitdaging is. Verbeter de werk en leefomstandighedenvan arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU.De LSA’s komen grotendeels overeen met die van voorgaande jaren.Nieuw is de aanbeveling om de werk- en leefomstandigheden vanarbeidsmigranten van binnen en buiten de EU te verbeteren.Inzet NederlandIk ben namens Nederland voornemens in te stemmen met dewerkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifiekeaanbevelingen. Zoals toegelicht in de nagestuurde Geannoteerde Agendaover de Ecofinraad van 12 juni16, herkent het kabinet zich in de eersteaanbeveling van de Commissie om prikkels te verminderen om flexibeleof tijdelijke contracten te gebruiken. In nauw overleg met sociale partnerszijn de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet op het gebiedvan flexibilisering. Hierbij is naar een nieuwe balans op de arbeidsmarktgezocht, met voldoende wendbaarheid voor werkgevers. Het wetsvoorstel«Meer zekerheid flexwerkers»17 ziet erop dat werknemers met eenoproepcontract meer zekerheid over hun inkomen en werktijd krijgen.Het kabinet kan zich ook vinden in de tweede aanbeveling. Hoewel dearbeidsparticipatie in Nederland tot de hoogste van Europa behoort,18blijft het kabinet zich inzetten om belemmeringen weg te nemen dieverschillende groepen ervan weerhouden om te werken of meer uren tewerken. Het kabinet zet daarnaast specifiek in op een Talentstrategie, dieuw Kamer voor de zomer van 2026 zal ontvangen.19 Hiermee wil hetkabinet beleid rondom onder andere de arbeidsmarkt, onderwijs enmigratie meer in samenhang inzetten om talent op te leiden voor en tebewegen naar sectoren die van belang zijn voor onze economische groeien voor het realiseren van de belangrijke maatschappelijke doelen. DeTalentstrategie geeft ook richting aan het instrumentarium voor een LevenLang Ontwikkelen (LLO). Uw Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 eenbrief over LLO namens de Ministers van SZW, OCW en EZK.Verder zet het kabinet zich in voor de aanpak van misstanden dooronverminderd de aanbevelingen van het Aanjaagteam beschermingarbeidsmigranten en het SER-advies «Arbeidsmigratie naar waarde» uit tevoeren.16Kamerstukken II 2025/26, 21 501–07, nr. 219717Kamerstukken II, 2024/25, 36 746, nr. 218Employment - annual statistics - Statistics Explained - Eurostat19Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 148Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 8289 Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementOp het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda zijn deLSA’s nog niet besproken in de Brusselse comités, er is derhalve nog geenbeeld van het krachtenveld. Het Europees Parlement heeft geen rol.b) Aanname opinie van het Werkgelegenheidscomité en hetSociaal Beschermingscomité over het Europees Semester 2026Doel RaadsbehandelingAanname van de opinie.Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenDe opinie beschrijft het gedane werk door het Werkgelegenheidscomité(Employment Committee, EMCO) en het Sociaal Beschermingscomité(Social Protection Committee, SPC) sinds de verschijning van hetLentepakket van afgelopen jaar. De comités keken onder meer naar devoortgang met nationaal beleid aan de hand van de LSA’s uit 202520, denationale doelen voor 203021, de voorbereiding van de 2026 Aanbeve-lingen aan de eurozone22 en het opstellen van het Gezamenlijk Werkgele-genheidsrapport 202623. Ook toetsen de comités het werkgelegenheids-en sociale beschermingsbeleid in de budgettair-structurele plannen24.Tevens werd in maart 2026 de Raadsaanbeveling over menselijk kapitaalaangenomen. Deze Raadsaanbeveling is bedoeld als aanvulling op derichtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, doormenselijk kapitaal aan te wijzen als een drijver van concurrentievermogen.Ten slotte verwijst de opinie naar het gedane werk door EMCO en SPCrondom de behandeling van de LSA’s, ter voorbereiding op de behan-deling in de Raad WSB van 29 juni.Inzet NederlandHet kabinet herkent het waardevolle werk van de comités in het kader vanhet Europees Semester. Ik ben voornemens om in te stemmen met deaanname van de opinie.Indicatie krachtenveld Raad en Europees ParlementOp het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda is deopinie nog niet gefinaliseerd, dit zal naar verwachting gebeuren tijdens deEMCO-SPC vergadering van 18 juni. Het is de verwachting dat de opinietijdens de Raad zal worden aangenomen. Het Europees Parlement heeftgeen rol.Agendapunt: Presentatie Kernboodschappen gender-gerelateerdeaspecten van kwaliteitsbanenDoel RaadsbehandelingDe Raad zal de presentatie aanhoren.20Kamerstukken II, 2024/25, 21 501–31, nr.78921Kamerstukken II, 2021/22, 21 501–31, nr.66922https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-recommendation-euro-area_en23https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/joint-employment-report-2026_en24In het kader van de herziene Europese begrotingsregels, zie ook Kamerstukken II, 2024/25, 21501–07, nr. 2085Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 82810 Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingenDe voorzitter van het Werkgelegenheidscomité (Employment Committee,EMCO) zal de uitkomsten presenteren van een overleg van EMCO dat op24 en 25 maart plaatsvond. Sociale partners namen hier ook aan deel.Lidstaten wisselden daarbij ervaringen uit over recent ingevoerdebeleidsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de arbeidspo-sitie van vrouwen. De verwachting is dat de presentatie geleerde lessenvan nationale maatregelen benoemt over de aanpak van verschillen ininkomen, pensioenopbouw, carrièrekansen, kinderopvang en werkgerela-teerde stress, zoals mentale klachten en de balans tussen werk-privé.Inzet NederlandNederland zal de presentatie aanhoren. Het kabinet gaat door met bijnagratis kinderopvang voor werkende ouders, want met het afschaffen vande grootste toeslag, wordt de grootste onzekerheid in de portemonneevan werkende ouders weggenomen. Verder moet het eenvoudigerworden om werk met een gezin en zorg te kunnen combineren. Daaromvereenvoudigt het kabinet het verlofstelsel met het SER-advies «Balans inmaatschappelijk verlof» als startpunt. Ook moet het lonen om meer urente werken. Het kabinet onderzoekt onorthodoxe maatregelen om dit terealiseren, zoals het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur(voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel. Ookwerkt het kabinet onverminderd door aan de implementatie van derichtlijn loontransparantie. Ten slotte roept het kabinet sociale partners opom een constructieve dialoog te blijven voeren om de genderkloof tedichten.Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en SociaalBeleid van 6 juli 2026In het nu volgende informeer ik u over de Informele Raad Werkgele-genheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026. De Informele Raad vindt plaatsin Ballina, Ierland. Nederland zal bij deze bijeenkomst op ambtelijk niveauworden vertegenwoordigd gelet op de substantiële reistijd en andereverplichtingen.Agendapunt: Beleidsdebat over de benaderingen voor hetaanpakken en voorkomen van armoede gedurende de helelevenscyclusDoel RaadsbehandelingHet Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houdenover het aanpakken en voorkomen van armoede.InhoudOp 6 mei 2026 heeft de Europese Commissie de mededelingen over deEuropese Anti-Armoedestrategie en de versterking van de EuropeseKindergarantie gepubliceerd als onderdeel van het Sociaal pakket. Inbeide mededelingen is aandacht voor het aanpakken en voorkomen vanarmoede gedurende de hele levenscyclus. Een discussiedocument tenbehoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van dezeGeannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 82811 Inzet NederlandHet kabinet verwelkomt de Europese Anti-Armoede strategie25 en deversterking van de Europese Kindergarantie26. Het kabinet is, net als deCommissie, van mening dat werk de beste manier uit armoede is. Hetkabinet verwelkomt daarom de aandacht die wordt besteed aanwerkenden in beide mededelingen.Ook onderschrijft het kabinet het belang van de beschikbaarheid entoegankelijkheid van inkomensondersteunende maatregelen evenals eenproactieve aanpak om niet gebruik tegen te gaan. Nederland heeft reedseen goed ontwikkeld multi-pijler pensioenstelsel, met een kapitaal gedekteaanvullende pensioenpijler, en onderschrijft dat dit kan bijdragen aanminder risico op armoede onder ouderen.Het kabinet vindt het verstandig om de Kindergarantie en Jeugdgarantienauwer met elkaar te verbinden, zoals benoemd in de mededeling over deversterking van de Europese Kindergarantie. Dit om te voorkomen datkinderen tussen verschillende regelingen terecht komen.Daarnaast zal Nederland tijdens deze Raad aandacht vragen voorfinanciële educatie door de hele levenscyclus als instrument om armoedete voorkomen.Agendapunt: Beleidsdebat over effectieve handhaving in eenveranderende arbeidsmarkt – toezichtsysteem voor werkgele-genheid, arbeidsinspectie en de bescherming van werknemersDoel RaadsbehandelingHet Ierse Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden overeffectieve handhaving in een veranderende arbeidsmarkt.InhoudEen discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijdevan het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Inzet NederlandNederland juicht toe dat het Ierse voorzitterschap aandacht besteedt aaneffectieve handhaving. De veranderende arbeidsmarkt wordt onderandere gekenmerkt door toenemende internationalisering en grensover-schrijdende arbeidsmobiliteit. Dit vraagt om een intensieve samenwerkingen informatie-uitwisseling tussen nationale autoriteiten om te bevorderendat werknemers de bescherming ontvangen waar zij recht op hebben enom oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De Europese Arbeidsautoriteit(ELA) speelt hierin een belangrijke rol. De ELA bevordert de samen-werking tussen EU-landen, coördineert gezamenlijke inspecties, maaktanalyses en risicobeoordelingen, en bemiddelt in geschillen tussenEU-landen op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit enhandhaving.De Europese Commissie zal naar verwachting na de zomer van 2026 eenvoorstel publiceren om het mandaat van de ELA te herzien. Dit voorstelzal deel uitmaken van een breder pakket ter bevordering van eerlijke25Fiche: Mededeling Europese Anti–Armoede Strategie | Tweede Kamer der Staten-Generaal26Fiche: Mededeling Versterken van de Europese Kindergarantie | Tweede Kamer derStaten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 82812 arbeidsmobiliteit. Tijdens de Raad zal Nederland zich uitspreken voorversterking van het ELA-mandaat, zodat de impact van de ELA kanworden vergroot. In lijn met het eerder door Nederland opgesteldeposition paper27 zal Nederland tijdens het beleidsdebat pleiten voor: (1)een sterkere rol van ELA ten aanzien van (gedetacheerde) derdelanders,(2) een ruimer onderzoeksmandaat voor de ELA, met name op het terreinvan persoonsgegevensverwerking, zodat een gerichte grensoverschrij-dende aanpak mogelijk wordt op basis van EU-brede risicoanalyses, (3)een meer proactieve rol voor de ELA bij het initiëren en coördineren vangezamenlijke inspecties, en (4) betere toegang tot relevante informatie,teneinde de positie en rechtsbescherming van kwetsbare groepenarbeidsmigranten verder te versterken.Agendapunt: Beleidsdebat over het aanpakken van de kloof in dewerkgelegenheid voor mensen met een beperking voor een meerinclusieve en concurrerende EUDoel RaadsbehandelingHet Ierse Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden overhet aanpakken van de kloof in de werkgelegenheid voor mensen met eenbeperking.InhoudEen discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijdevan het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.Inzet NederlandHet kabinet acht het van belang dat zoveel mogelijk mensen, binnen hunmogelijkheden, meedoen via betaald werk. Dat geldt voor mannen envrouwen, jongeren en ouderen en mensen zonder en met een beperking.Uitval vanwege werkloosheid of arbeidsongeschiktheid moet wordenvoorkomen. Daarom zet Nederland stevig in op Leven Lang Ontwikkelenen het van werk-naar-werk begeleiden van werknemers. Dit is belangrijkvoor de mensen zelf en voor de samenleving als geheel en daarnaastnodig om de concurrentiepositie van Nederland en van de Europese Uniete bevorderen.Het kabinet heeft in de Werkagenda VN-Verdrag Handicap28 belangrijkemaatregelen opgenomen die gericht zijn op een inclusieve arbeidsmarkt.Enkele voorbeelden van maatregelen die beogen om de kloof in dewerkgelegenheid voor mensen met een beperking te dichten, zijn dehervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur en de komst van regionalewerkcentra, het versterken van de sociale infrastructuur en beschut werk,de agenda inclusief werkgeverschap en de wet «van School naarDuurzaam werk». Nederland zal tijdens het beleidsdebat deze en mogelijkandere voorbeelden onder de aandacht brengen.27https://open.overheid.nl/documenten/92444fcf-870c-4224-8721-ddc0cdf01a86/file28Kamerstukken II, 20254/25, 24 170, nr. 362Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-31, nr. 82813

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b2b17eb6ef26d84f

14 okt 2026 · 501b88bf57a5823c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.