KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over verkiezingen

19 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 83ccc6f538aa9871 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202635 165VerkiezingenNr. 104 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 19 februari 2026 De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 14 januari 2026overleg gevoerd met de heer Rijkaart, Minister van Binnenlandse Zakenen Koninkrijksrelaties, over:–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 9 januari 2026 inzake evaluatie TweedeKamerverkiezing 29 oktober 2025 (Kamerstuk 35 165, nr. 102);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 5 december 2025 inzake kabinetsreactie opvoorlichting Raad van State over geschilbeslechting in hetverkiezingsproces (Kamerstuk 35 165, nr. 99);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 1 december 2025 inzake deel 1 van adviesKiesraad over termijnen voor vervroegde verkiezingen(Kamerstuk 35 165, nr. 98);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 28 oktober 2025 inzake reactie op hetverzoek van het lid Dassen om voor de aankomende TweedeKamerverkiezing in gesprek te gaan met de grote techbedrij-ven over hun rol en verantwoordelijkheden om buitenlandseinmenging te voorkomen (Kamerstuk 35 165, nr. 97);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 26 september 2025 inzake uitvoering van deEuropese Verordening betreffende transparantie en gerichtepolitieke reclame (Kamerstuk 36 013, nr. 5);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 19 september 2025 inzake waarborgenpassief kiesrecht (Kamerstuk 29 614, nr. 185);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 19 september 2025 inzake voorbereidingenTweede Kamerverkiezing 2025 en gemeenteraadsverkiezingen2026 (Kamerstuk 35 165, nr. 93);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 4 juli 2025 inzake tegengaan van risico’s opbuitenlandse beïnvloeding in het verkiezingsproces (Kamer-stuk 36 552, nr. 12); kst-35165-104ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1041 –de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 6 december 2024 inzake evaluatie EuropeesParlementsverkiezing 6 juni 2024 (Kamerstuk 35 165, nr. 86);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 18 november 2024 inzake evaluatie experi-ment met een nieuw stembiljet tijdens de Europees Parle-mentsverkiezing op 6 juni 2024 (Kamerstuk 35 455, nr. 21);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 7 oktober 2024 inzake voorlichting Raad vanState over geschilbeslechting in het verkiezingsproces(Kamerstuk 35 165, nr. 84);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 19 juni 2024 inzake hoofdlijnen wetsvoorstelBijstand in het stemhokje (Kamerstuk 35 165, nr. 81);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 11 juni 2024 inzake peilingen voorafgaandaan een verkiezing en bezorging verkiezingspost (Kamerstuk35 165, nr. 77);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 22 april 2024 inzake opzet evaluatie experi-ment met een nieuw stembiljet bij de Europees Parlementsver-kiezing op 6 juni 2024 (Kamerstuk 35 455, nr. 20);–de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties d.d. 16 april 2024 inzake versterking van dekandidaatstellingsprocedure (Kamerstuk 35 165, nr. 74).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Van EijkDe griffier van de commissie,HonsbeekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1042 Voorzitter: SnellerGriffier: KlingAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van Baarle, Tijs van denBrink, Clemminck, Erkens, Lammers, Sneller, Tseggai en Vermeer,en de heer Rijkaart, Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksre-laties.Aanvang 15.01 uur.De voorzitter:Ik open de commissievergadering van de commissie voor BinnenlandseZaken. Oeh, daar komt toch een andere potentiële voorzitter binnen! Dit ishet commissiedebat Verkiezingen. Hartelijk welkom aan de Minister vanBuitenlandse Zaken. Ik kijk ook even naar de zijde van de Kamer. Hartelijkwelkom aan de woordvoerders: de heer Vermeer namens de BBB,mevrouw Tseggai namens GroenLinks-PvdA, de heer Tijs van den Brinknamens het CDA, mevrouw Lammers namens de PVV-fractie, de heerClemminck namens JA21 en de heer Erkens namens de VVD-fractie. Ik zalaan het eind het woord voeren namens de D66-fractie. Vanaf 18.15 uurneemt iemand anders het voorzitterschap over. We hebben vijf minutenspreektijd per fractie afgesproken. Ik heb gezorgd dat iedereen zich kaninstalleren. Ik kijk naar de heer Vermeer om te zien of hij klaar is voor zijninbreng. Dat is het geval. Ik geef hem graag het woord namens BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Verkiezingen vormen het fundament van onzedemocratische rechtsstaat. Het vertrouwen daarin is allesbepalend, ofzoals de Minister zelf schrijft: «Verkiezingen nemen binnen de democra-tische rechtsstaat een centrale en cruciale plek in. Door verkiezingen zijnburgers in staat om op democratische wijze te bepalen wie hen vertegen-woordigt. Wanneer verkiezingen openlijk of heimelijk worden beïnvloed ofer ongefundeerde en onterechte twijfels worden gezaaid over de uitslag,schaadt dit het vertrouwen in het verkiezingsproces zelf en uiteindelijk delegitimiteit van de volksvertegenwoordiging.»Laat ik daar meteen bij zeggen dat dat vertrouwen in Nederland gelukkignog stevig staat. Onze verkiezingen zijn eerlijk, transparant en contro-leerbaar. Dat is geen toeval. Dat is te danken aan duizenden vrijwilligers,stembureauleden en onze gemeentes. Zij zijn de ruggengraat van onzedemocratie. Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht is dat extrarelevant. Gemeentes staan opnieuw onder enorme druk. Verkiezingenorganiseren is geen bijzaak; het is een kernverantwoordelijkheid. Dieverantwoordelijkheid verdient respect, middelen en ondersteuning.Onlangs ontving de commissie een brief van de Vereniging van Neder-landse Gemeenten, de VNG. Daarin verwijst zij naar een onderzoek uit2024 waaruit blijkt dat de vergoeding voor de reguliere kosten voor deorganisatie van de verkiezingen nog lang niet op het niveau van dewerkelijke kosten zit. Nu zou slechts 40% vergoed worden via hetgemeentefonds en ontbreekt er structureel 70 miljoen euro. Allereerst wilik de Minister bedanken voor de 60 miljoen die hij bij de afgelopenTweede Kamerverkiezingen heeft vrijgemaakt voor de gemeentes. Toch deeerste vraag: deelt de Minister de analyse van de VNG dat er sprake is vaneen structurele disbalans tussen de werkelijke kosten van de verkiezingenen de vergoedingen via het gemeentefonds? Zo ja, hoe gaat hij dezedisbalans concreet oplossen richting de aankomende gemeenteraadsver-kiezingen en daarna?Voorzitter. Dan het nieuwe stembiljet waarmee een pilot is gedraaid. DeMinister stelt dat kiezers het goed begrijpen en dat het aantal ongeldigestemmen is gedaald, in ieder geval ten opzichte van een eerderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1043 experiment. Tegelijkertijd lees ik in de stukken dat landelijk gezien bijgemeentes met het oude stembiljet 0,26% van de uitgebrachte stemmenongeldig was en dat bij stemlokalen waar met het nieuwe stembiljetgestemd kon worden 0,47% ongeldig was. Dat is gewoon een hogerpercentage fouten. Kan de Minister uitleggen hoe dit zich verhoudt tot deconclusie dat het nieuwe biljet beter werkt? Worden deze cijfers strakseerlijk meegenomen bij de evaluatie na de gemeenteraadsverkiezingen?Persoonlijk vind ik het nieuwe biljet eigenlijk ook een achteruitgang watbetreft de herkenbaarheid van de individuele kandidaten en het aantalvoorkeursstemmen op individuele kandidaten. We stemmen uiteindelijkop volksvertegenwoordigers, niet op partijen.Dan het advies van de Kiesraad over snellere verkiezingen. De Kiesraadzegt: als we sneller naar de stembus willen na een kabinetsval, moeten wede grondwettelijke termijn van 90 dagen als uitgangspunt nemen. Daarzitten stevige consequenties aan, want er is dan sprake van mindervoorbereidingstijd, zwaardere druk op gemeentes, grotere gevolgen voorpolitieke partijen en risico’s voor de toegankelijkheid. Wij zijn het met deKiesraad eens dat snellere verkiezingen ervoor zorgen dat er sneller eennieuw mandaat van de kiezer ligt. Daarom heb ik de volgende vragen. Hoekijkt de Minister tegen dit spanningsveld aan? Is snelheid echt belangrijkerdan zorgvuldigheid of is het andersom? Hoeveel extra druk kun jegemeentes nog opleggen voordat het systeem gaat kraken? Wordt datmeegenomen in een vervolgadvies van de Kiesraad?Met het oog op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen tot slot eenpunt dat de BBB zeer raakt – ik hoop dat dit nog mag qua tijd, voorzitter –over de mensen die onze democratie dragen: raadsleden, wethouders enlokale bestuurders. De intimidatie neemt toe en de werkdruk is torenhoog.In kleine gemeentes wordt het wethouderschap bijna ondoenlijk. En nee,ik pleit hier niet voor fusie van gemeentes. In de meest recente monitor uit2024 geeft 45% van alle decentrale politieke ambtsdragers aan in hetafgelopen jaar te maken te hebben gehad met een vorm van agressie. Datis een verdubbeling ten opzichte van 2014. Ik wil graag nogmaals horenwat de Minister concreet doet tegen intimidatie van lokale politici, hoeraadsleden beschermd kunnen worden tegen onlinehaat en bedreiging,en wat hij en wij kunnen doen om het wethouderschap in kleinegemeentes werkbaar te houden. Als niemand het nog aandurft om lokaalverantwoordelijkheid te nemen, dan verliest de democratie namelijk haarbasis.Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Tseggai, die spreekt namensGroenLinks-PvdA.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Ik wil natuurlijk even beginnen met het geven vancomplimenten aan al die vrijwilligers die de afgelopen Tweede Kamer-voorzieningen mogelijk hebben gemaakt. Dat was geen sinecure. Ik bennatuurlijk ontzettend blij dat het wederom een zorgvuldig en betrouwbaarproces is geweest in Nederland. Dat is niet vanzelfsprekend. Ik vind hetdan ook heel goed dat de Minister in zijn brief duidelijk afstand neemt vaneen suggestie van de PVV dat de verkiezingsuitslag niet betrouwbaar zouzijn. Daarover een compliment aan de Minister.Voorzitter. Ik heb een aantal punten vandaag, allereerst de vervroegdeverkiezingen. De tijd tussen het besluit om in Nederland nieuwe verkie-zingen te houden en de uiteindelijke verkiezingsdatum is erg lang. Naaraanleiding van de motie-Timmermans c.s. heeft de Minister aan deKiesraad om advies gevraagd over hoe die termijn verkort zou kunnenworden. Het eerste deel van het advies is net binnen. De kabinetsreactiekomt pas nadat de Kiesraad een tweede advies heeft uitgebracht, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1044 toch geeft het eerste advies alvast handvatten. Wat gaat het kabinet doenom de adviezen van de Kiesraad over het versnellen van de termijn tussende val van een kabinet en de tussentijdse verkiezingen te realiseren? Zoude Minister daar alvast iets over kunnen zeggen op basis van het eerstedeel van het advies van de Kiesraad?Dan de toegankelijkheid van stemmen. Ik denk dat misschien wel hetallerbelangrijkste tijdens het organiseren van verkiezingen is dat iedereenzijn stemrecht uit kan voeren of daar gebruik van kan maken. Ik denk dater meerdere wegen zijn naar het toegankelijker en eenvoudiger makenvan stemmen. Dat begint allereerst bij de toegankelijkheid van stembu-reaus. Kiezers moeten natuurlijk, als het ook maar enigszins kan,zelfstandig kunnen stemmen. We hebben ons al eerder hardgemaakt voormeer stembureaus waar ook met een lichamelijke beperking gestemd kanworden. Sinds mei dit jaar kenen we ook het Actieplan ToegankelijkStemmen. Toen is er een nulmeting uitgevoerd. Kan de Minister al zeggenof dit bij de laatste verkiezingen tot verbetering heeft geleid? Of horen wedat bij de uitgebreidere evaluatie van de Tweede Kamerverkiezingen? Ikhoop natuurlijk dat eerste, want ik zou graag zien dat het bij de gemeente-raadsverkiezingen al tot verbeteringen gaat leiden, en die zijn op zeerkorte termijn.Voorzitter. De toegankelijkheid neemt ook toe als we niet langer dathuidige onhandige stembiljet hoeven te hanteren. Meneer Vermeer zei hetal: er liep een experiment. Ik vind de resultaten daarvan veelbelovend.Kiezers en stembureauleden zijn tevreden, er wordt meer op voorkeurs-kandidaten gestemd, alleen is het aantal ongeldige stemmen hoger danbij het normale stembiljet, zoals de heer Vermeer ook al zei.De voorzitter:Ik heb het vermoeden dat er een interruptie op dit punt is.De heer Vermeer (BBB):Ja, voorzitter. Mevrouw Tseggai zegt namelijk dat er meer op voorkeurs-kandidaten gestemd is, maar dat is toch niet correct of heb ik verkeerdecijfers gezien?De voorzitter:Dit was een van de vier interrupties van de heer Vermeer, zeg ik erbij.De heer Vermeer (BBB):Daar komt u nu mee!Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Mag ik hieruit opmaken dat de heer Vermeer deze interruptie intrekt?De heer Vermeer (BBB):Nee.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Volgens mijn gegevens is er meer op voorkeurskandidaten gestemd, maarik wil daar best even op terugkomen in een eventuele tweede termijn.Misschien hebben meneer Vermeer en ik het allebei anders gelezen.Waar ik het over wilde hebben, is het aantal ongeldige stemmen. Ik vraagme af of het een kwestie van gewenning is dat het aantal ongeldigestemmen hoger is dan bij het normale stembiljet. Ik vind het dan ook geengoed teken dat een van de vijf gemeenten die hieraan meededen, heeftbesloten uit het experiment te stappen. Hoe ziet de Minister dit allemaal?Wat mij betreft zijn de voordelen van het nieuwe stembiljet namelijkgroter dan de nadelen. Ik hoor dus graag hoe de Minister daarnaar kijkt.Daarnaast is op 1 december het eerder beloofde wetsvoorstel over hulp inhet stemhokje naar de Kamer gestuurd. Het valt mij nu al op dat voorTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1045 mensen met een lichamelijke beperking de mogelijkheid blijft bestaan omdoor iedereen te worden geholpen, terwijl dat voor mensen met eenverstandelijke beperking alleen stembureauleden mogen zijn. Ik heb daareen beetje mijn vraagtekens bij, dus ik kom er bij de behandeling van dewet zeker op terug, maar misschien kan de Minister alvast iets zeggenover de reden waarom hij die keuze gemaakt heeft.Dan mijn laatste punt over toegankelijkheid. We zien bij elke verkiezingweer dat de stempas voor sommige mensen een struikelblok vormt.Mensen die laaggeletterd zijn, mensen die geen vaste woon- of verblijf-plaats hebben of gewoon toevallig net verhuisd zijn en mensen die vervan een gemeentehuis wonen, raken hun stempas vaak kwijt of vindenhet moeilijk om een nieuwe aan te vragen. Ziet de Minister wellichtalternatieven voor de stempas? En, zo nee, ziet hij mogelijkheden om hetin ieder geval makkelijker te maken om een nieuwe stempas aan tevragen?Voorzitter, ik kijk naar u.De voorzitter:U zit twintig seconden over uw tijd, dus als dit ...Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Oké, ik heb nog één laatste punt.De voorzitter:Dat is dan helaas voor de tweede termijn. O, het was inclusief deinterrupties. U heeft nog een halve minuut.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Oké, dan had ik het goed begrepen.Als laatste wil ik een zeer belangrijk punt aankaarten, namelijk het feit datde meeste partijen hier het gelukkig heel normaal vinden dat vrouwengebruikmaken van hun actieve én hun passieve kiesrecht, maar dat er éénpartij in ons midden is die dat niet normaal vindt. Dat is de SGP. De HogeRaad heeft hier een uitspraak over gedaan. De Minister heeft daar ietsover gezegd, maar heeft het eigenlijk een beetje doorgeschoven naar eenvolgend kabinet. Ik vind dat toch jammer. Zou de Minister een naderetoelichting willen geven op wat hij nou precies vindt en op wat hij opkorte termijn zou kunnen doen? Welke optie vindt hij het meest gepast?Daar hou ik het bij, voorzitter.De voorzitter:Dan gaan we naar de heer Van den Brink, namens het CDA.De heer Tijs van den Brink (CDA):Dank u wel, meneer de voorzitter. Onze democratie staat of valt metverkiezingen die betrouwbaar, toegankelijk en uitvoerbaar zijn. Daarbij wilhet CDA expliciet uitspreken dat wij volledig vertrouwen hebben in deKiesraad en wij die steun ook graag breed in deze Kamer zien. Onafhanke-lijke instellingen zoals de Kiesraad vormen een fundament van onzedemocratische rechtsstaat. Dat betekent dat insinuaties zonder aanleidingdie het gezag van deze organisaties kunnen ondermijnen ongepast engevaarlijk zijn. De vele evaluaties die wij vandaag bespreken, laten ziendat er veel goed gaat, maar ook dat verbeteringen noodzakelijk blijven.Allereerst het verkiezingsproces zelf. Gemeenten, stembureauleden en deKiesraad werken hard. Het CDA is blij met de inzet van zo veel professi-onals en betrokken vrijwilligers. De rapportages laten zien dat het grotestembiljet leidt tot fouten, lange teltijden en frustratie bij kiezers en tellers.Het CDA vindt dat het kleinere stembiljet niet langer een experiment magzijn. Het nieuwe stembiljet is uitvoerbaar, overzichtelijk en toegankelijkervoor mensen met een beperking, en het verlicht de werkdruk. Wat onsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1046 betreft mag dat zo snel als verantwoord is landelijk worden ingevoerd.Kan de Minister aangeven wanneer hij een voorgenomen besluit totlandelijke invoering naar de Kamer stuurt?Dan de toegankelijkheid. Jaar na jaar blijkt dat een substantieel deel vande stemlokalen niet rolstoeltoegankelijk is en dat kiezers moeite hebbenmet privacy in het stemhokje. Welke concrete maatregelen neemt deMinister voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 om dit te verbe-teren?Voorzitter. Ook de betrouwbaarheid vraagt aandacht. De nieuweprocedure vaststelling verkiezingsuitslagen is een stap vooruit, maargemeenten ervaren administratieve complexiteit en grote tijdsdruk.Telverschillen blijven voorkomen, zeker bij decentrale telling. Wat gaat deMinister doen om gemeenten beter te ondersteunen bij de keuze voor eencentrale stemopneming, die aantoonbaar tot minder fouten leidt?Dan de weerbaarheid tegen buitenlandse beïnvloeding. In de beant-woording van onze schriftelijke vragen over de trollenlegers die onderandere vanuit Nigeria en Ghana hebben geprobeerd de Tweede Kamer-verkiezingen te beïnvloeden, erkent de Minister dat pogingen totbeïnvloeding via buitenlandse trollenlegers ernstig zijn en raken aan onzedemocratische veiligheid, maar stelt hij dat de vastgestelde impactbeperkt is. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat «het zicht op statelijkeactoren per definitie onvolledig is en dat beïnvloeding zich met namerondom verkiezingen kan voordoen». Dat roept bij het CDA de vraag ophoe het nou zit. Als het zicht op die statelijke actoren per definitieonvolledig is, hoe weet u dan dat de impact beperkt is gebleven? En kande Minister toelichten hoe hij vóór de gemeenteraadsverkiezingen van ditjaar borgt dat detectie, platformverantwoordelijkheid en Europesehandhaving samenkomen, zodat wordt voorkomen dat die verkiezingenworden beïnvloed? Platforms spelen een cruciale rol. Het CDA vindt dathet herhaald falen van platforms om buitenlandse nepaccounts teverwijderen, gevolgen moet hebben. Hoe gaat de Minister borgen dat dehandhaving van de DSA, de nieuwe verordening over politieke reclame ende nationale regels tijdig en daadwerkelijk kunnen worden toegepast,vóór de volgende verkiezingen?Voorzitter. Tot slot de vraag of verkiezingen sneller na de val van eenkabinet georganiseerd kunnen worden. De termijnen bij vervroegdeverkiezingen zijn nu krap en leggen grote druk op uitvoerders. De Kiesraadheeft op 25 november het advies «Sneller naar de stembus bij tussen-tijdse verkiezingen» uitgebracht. Daaruit blijkt dat versnelling alleenmogelijk is met fundamentele keuzes en structurele investeringen inpermanente verkiezingsgereedheid, onder meer bij gemeenten, kiezersbuiten Nederland én politieke partijen. Hoe beoordeelt de Minister deaanbeveling dat Nederland moet investeren in een structureel robuusteverkiezingsorganisatie voordat verkorting überhaupt haalbaar is? Ookwillen we graag weten welke onderdelen van dit advies de Ministeroverneemt.Voorzitter. Het CDA wil verkiezingen die begrijpelijk, toegankelijk enbetrouwbaar zijn voor iedereen. We zien uit naar concrete toezeggingenvoor de verkiezingen van 18 maart. Dank u wel.De voorzitter:Uitstekend, dank u wel. Als u de microfoon weer uitzet, gaan we naarmevrouw Lammers namens de PVV-fractie.Mevrouw Lammers (PVV):Dank u wel, voorzitter. Bij de afgelopen verkiezingen zijn opnieuw bijna3 miljoen Nederlanders thuisgebleven. Het vertrouwen in Den Haag is opeen dieptepunt. Dat komt niet uit de lucht vallen. Structureel laat depolitiek na de echte problemen van Nederlanders serieus te nemen endaadwerkelijk aan te pakken. Neem migratie. Nederlanders worden jaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1047 in, jaar uit voor de gek gehouden met leuzen als «grip op migratie», maardie grip komt er nooit. Sommige partijen zijn liever het schoothondje vanBrussel dan dat ze luisteren naar de mensen thuis. Dat is onacceptabel.Wij zijn niet gekozen voor Brussel. Dit is Nederland, en wij zijn alsNederlandse parlementariërs gekozen om op te komen voor de belangenvan ónze mensen.Wat er in dit huis wél doorgaat, zijn de spelletjes, het uitsluiten vanpartijen, zoals opnieuw de PVV door bijna de hele Kamer wordt uitge-sloten. 1,7 miljoen kiezers worden aan de kant gezet. Het is ongehoord enonacceptabel. Ik ben benieuwd wat deze BBB-Minister vindt van dezetwee zaken en hoe hij denkt dat het vertrouwen in de politiek kanterugkeren.Ik ga verder, voorzitter. Bij de afgelopen twee verkiezingen heeft in vijfgemeenten een experiment plaatsgevonden met een nieuw stembiljet.Dat zou praktischer en overzichtelijker zijn. Echter, wat blijkt: dit kleinerebiljet leidt tot veel meer ongeldige stemmen. Bij de Europese verkiezingenwas 0,74% van de stemmen met dit biljet ongeldig, tegenover 0,16% vande gewone stembiljetten. Ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2025zien we dit verschil: 0,48% ongeldige stemmen bij het nieuwe biljettegenover 0,27% bij gewone stembiljetten. Dat moeten we niet willen. Steldat het experiment landelijk was uitgerold tijdens de Tweede Kamerver-kiezingen, dan zou dit zo’n 50.000 ongeldige stemmen hebbenopgeleverd. Dat zijn tienduizenden ongeldige stemmen meer dan met hetouderwetse stembiljet. De Minister spreekt van gewenning en eenleereffect, maar daar kunnen wij niets mee. Deze ongeldige stemmen zijndefinitief en beïnvloeden de uitslag. Wij willen daarom dat de ouderwetse,grote stembiljetten blijven, totdat er een serieus en goed alternatief komt.Daarom mag wat ons betreft dit experiment niet landelijk wordenuitgerold.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):De leider van de PVV had de dagen na de verkiezingen hele hardewoorden over de betrouwbaarheid van de verkiezingen. Daar hoor ikmevrouw Lammers nu niet over. Neemt u die verdachtmakingen danterug? Stelt u vast dat de verkiezingen eerlijk en transparant zijn verlopen?Wat is nu het standpunt van de PVV hierover?Mevrouw Lammers (PVV):Nee, dat neem ik zeker niet terug. Onze fractievoorzitter heeft vragengesteld bij berichten die op internet zijn verschenen. Daar is onderzoeknaar gedaan. Door de Kiesraad is de uitslag gepubliceerd en die hebbenwij overgenomen. Dus ik begrijp de vraag niet zo goed.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dus de PVV neemt dan wél terug dat de verkiezingen niet eerlijk entransparant zijn verlopen? Of vindt de PVV de verkiezingen nietbetrouwbaar? Dat is mij onduidelijk.Mevrouw Lammers (PVV):Nee, de PVV neemt niks terug. Er is bijvoorbeeld – ik weet niet meerprecies in welke provincie, maar ik meen Limburg – een voorzitter van eenstembureau opgestapt. Dat was dus een legitieme vraag en daaruit is datdus ook gebleken. Uiteindelijk is door de Kiesraad de verkiezingsuitslagvastgesteld, en daar hebben wij ons altijd aan gehouden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1048 Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Dit is niet helemaal in lijn met wat de heer Wilders in de dagen na deverkiezingen heeft getweet. Ik heb mevrouw Lammers ook niet gehoordover deze ongeregeldheden tijdens de verkiezingen, terwijl dit dan toch deplek is waar je dat soort dingen kunt aankaarten. Ik zou de PVV dus willenoproepen om, als zij vindt dat de verkiezingen niet goed verlopen zijn, diepunten dan ook hier op tafel te leggen.Mevrouw Lammers (PVV):Onze fractievoorzitter heeft daar vragen over gesteld. Dat is onderzocht.Uiteindelijk is door de Kiesraad de uitslag vastgesteld. Onze fractievoor-zitter heeft ook gezegd: wij houden ons aan de uitslag van de Kiesraad.Daarmee is dat volgens mij geen probleem meer.De voorzitter:Oké, dan komt er een einde aan de inbreng van mevrouw Lammers engaan we luisteren naar de heer Clemminck namens JA21.De heer Clemminck (JA21):Dank u wel, voorzitter. Er is een grote diversiteit aan onderwerpen. Ik kieser vier uit voor een nadere toelichting in dit debat. Allereerst de geschilbe-slechting en het verkiezingsproces. We hebben een voorlichting gehadvan de Raad van State en een kabinetsreactie. Het moet mij van het hartdat wij als JA21 principiële bezwaren hebben tegen de noodzaak van dittraject. Het is afkomstig vanuit internationale jurisprudentie van hetEVRM. Daardoor worden wij als volksvertegenwoordigers verplicht omons aan een bepaald stramien te houden, terwijl wij misschien zelf alsnationale volksvertegenwoordigers andere keuzemogelijkheden zoudenwillen hebben gehad. We zien dat mechanisme van Europese verdragenen jurisprudentie van rechters wel vaker terugkomen, wat uiteindelijk tochwel de keuzemogelijkheid beperkt die wij als volksvertegenwoordigers inNederland hebben, ook in dit geval. Tegelijkertijd is dat de politiekerealiteit en hebben we het te doen met het systeem waarin we zitten. Wezouden dan zeggen: doe het met frisse tegenzin en wees voorzichtig in deaanpak. Ik meen tussen de regels door te lezen dat dit ook wel een beetjede houding van het kabinet is. Ik hoor daar graag een toelichting op vande Minister.Het kabinet wil een procedure voor vaststelling van de verkiezingsuitslagaanvullen met een nieuwe onafhankelijke kiesinstantie, mogelijk deKiesraad, lees ik. Mijn vraag is of de burgers op dit moment eigenlijk nietal voldoende mogelijkheden hebben om bezwaar te maken tegen hetverkiezingsproces? Wat voegt deze extra stap nou eigenlijk toe aan debestaande praktijk?Politieke groeperingen hebben ook de mogelijkheid om bij de Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State bezwaar te maken tegen deuitslag. Dit gaat in tegen het principe van het parlementaire privilege. Ikheb daarover een aantal vragen aan de Minister. Allereerst: wat bedoeltde Minister met «politieke groeperingen»? Zijn dat alleen partijen die ookeen zetel hebben gekregen na de verkiezingen of zijn dat alle partijen diezich hebben geregistreerd voor de verkiezingen? Wellicht kan de Ministerdaar een toelichting op geven.Ik vraag me ook af of er nog andere mogelijkheden zijn dan het doen vaneen rechterlijke uitspraak, waarbij het parlementaire privilege niet tenietwordt gedaan, bijvoorbeeld door de aanpassing van het Reglement vanOrde van de Tweede Kamer. Er bestaat namelijk best wel een verschiltussen de casus in België, die aanleiding was voor de jurisprudentie, endie in Nederland. Ik hoor graag van de Minister of het klopt, maar ik hebbegrepen dat in België de nieuwe Kamer een beslissing neemt en dat inNederland de Kamer in de oude samenstelling een beslissing neemt overde verkiezingsuitslag. De mogelijkheid zou zijn om bijvoorbeeld in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 1049 Reglement van Orde op te nemen dat Kamerleden die opnieuw verkozenzijn, geen lid zijn van de commissie voor de Geloofsbrieven. Ook dat zoueen manier kunnen zijn om de onpartijdigheid van het proces te duiden.Dan hebben we dus geen rechterlijke toetsing nodig. Graag een reactievan de Minister.Voorzitter. Het is al eerder genoemd: de termijnen voor vervroegdeverkiezingen. Volgens mij zijn wij het er allemaal over eens dat we zo snelmogelijk verkiezingen moeten kunnen organiseren na de val van eenkabinet. Tegelijkertijd is er de zoektocht naar een balans met een goedeorganisatie en een goed proces. Zeker voor de gemeenten betekent datook best wat. Waar mijn partij niet veel enthousiasme voor heeft, is deoptie die genoemd wordt in het rapport van de Kiesraad om de registratievan nieuwe partijen te sluiten en niet meer toe te laten na de val van eenkabinet. Dat zou bijvoorbeeld in de praktijk betekend hebben dat NSC bijde vorige verkiezingen in 2023 niet met een logo en een naam mee hadkunnen doen. Dat had voor mijn eigen partij betekend dat het ook maarnet krap aan was. Volgens mij is het voordeel en de kracht van het huidigesysteem dat wij nieuwe politieke partijen veel ruimte en mogelijkhedenbieden om mee te doen aan het democratisch proces. Het beperkendaarvan zou niet mijn voorkeur hebben. Tegelijkertijd is tijdswinst wellichtwel mogelijk en in ieder geval ook wenselijk. Wij zoeken het eerder inbijvoorbeeld het aanpassen van het proces rondom stemmen vanuit hetbuitenland. Wellicht is daar nog tijdswinst te behalen. Als er voor hetrobuust en permanent optuigen van verkiezingsprojectteams bijgemeenten investeringen nodig zijn, zijn we daar zeker toe bereid. Ik hoorgraag een reactie van de Minister.Voorzitter. Dan het waarborgen van passief kiesrecht. Het ging in destukken over de SGP en het passief kiesrecht voor vrouwen. We hebbeneerder geluiden gehoord uit de politiek om partijen zonder internedemocratische processen ook uit te sluiten van verkiezingen. Dat heeftecht niet de voorkeur van JA21. Ik denk dat we op de inhoud partijen ineen debat kunnen wijzen op hun organisatie, maar ik vind niet dat wij alswetgever te veel in interne partijorganisaties moeten treden. Dat zou zekerniet mijn voorkeur hebben. Ik denk dat juist de kracht is dat partijen meekunnen doen aan de verkiezingen. Laat het dan maar in het debatterugkomen in scherpte en laat het aan de kiezer om daar een keuze in temaken.Voorzitter. Ik heb volgens mij nog een paar seconden. Mijn laatsteonderwerp is: wat te doen met peilingen? Ik kan eigenlijk de kabinetsre-actie wel volgen. Ik denk dat het belangrijk is dat kiezers, onze burgers,informatie hebben over verkiezingen. Peilingen horen daar dus gewoonbij. Tegelijkertijd zie ik ook allerlei handhavingsproblemen optreden. Wezien dat in de praktijk in Europese landen die al zo’n verbod op peilingenhebben. Dan gaat het over peilingen in het buitenland, die dan tochuiteindelijk in het land waar het verbod geldt van belang kunnen zijn.Voorzitter. Ik ben over mijn tijd heen, dus ik hou het hier even bij. Dank u.De voorzitter:U bent heel netjes. Dan ga ik naar de heer Erkens, voor zijn inbrengnamens de VVD.De heer Erkens (VVD):Dank u, voorzitter. Ik wil allereerst ook mijn waardering uitspreken vooralle mensen die weer geholpen hebben bij het organiseren van de TweedeKamerverkiezingen. Dat zijn mensen die in stembureaus hebben gewerkten alle andere relevante taken hebben uitgevoerd, vaak als vrijwilligernaast de drukke dagtaak die ze al hebben. Op deze mensen rust een groteverantwoordelijkheid, dus dank aan hen, ook via u, voorzitter.Voorzitter. Dan naar de inhoud. Onze verkiezingen in Nederland kenneneen relatief hoog vertrouwen en een relatief hoge opkomst, ook verge-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10410 leken met andere landen. Alle vormen van modernisering moeten wekritisch bekijken. Leidt het tot een beter proces, of veranderen we metelkaar zaken die eigenlijk gewoon nog goed werken? Veel van deinitiatieven die tot modernisering moeten leiden, hebben wel het effectdat we verkiezingen complexer maken, bureaucratiseren of verderjuridisch maken. Daardoor maken we zaken ook foutgevoeliger. Dat lijktons onverstandig. Dat begint bij de Europese verordening omtrent hetgebruik van labels bij politieke advertenties. Dit zorgt voor extra regeldrukbij partijen en adverteerders. Het brengt ook een noodzaak tot middelenvoor handhaving met zich mee voor iets wat vrij weinig meerwaardeheeft. Welke mogelijkheden ziet het kabinet om dit versoepeld in te voerenin Nederland of in ieder geval de administratieve lasten die hierbij komenkijken te versoepelen? Zouden drempelwaardes hierbij kunnen helpen?Zoals het nu bij de landelijke verkiezingen werkt zou het namelijk heelmoeilijk worden voor gemeentelijke verkiezingen. Daar zijn toch vaakkleine afdelingen en lokale partijen verantwoordelijk voor naleving vanregels die heel complex zijn.Daarnaast heb ik vragen over de juridificering van de geschilbeslechtingbij de vaststelling van de verkiezingsuitslag. Op dit moment beslist deoude Tweede Kamer over een mogelijk geschil. Het inbouwen van eenprocedure zou er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat ook in eendemissionaire periode, waarin er weinig nieuw beleid gemaakt wordt,langer kan gaan duren. Ziet het kabinet dit risico? Ziet het kabinet ook hetrisico dat wanneer zo’n juridisch proces bijna standaard en vrij makkelijkgestart kan worden, dat het vertrouwen in de verkiezingen verder kanverlagen in Nederland? De VVD is hier dan ook geen groot voorstandervan.Onze vraag is dan ook, gelijk aan die van JA21: moeten wij vooruitlopenop deze uitspraak in België of kunnen wij als Nederland meer de tijdnemen om na te denken over welk model bij ons zou passen? Want wijgaan het natuurlijk proactief invoeren op basis van de uitspraak die inBelgië heeft plaatsgevonden, maar nog niet in Nederland op dezelfdemanier aanhangig is geweest.Voorzitter. De VVD is op dit moment ook geen groot voorstander van hetuitbreiden van bijstand in het stemhokje. Er wordt voorgesteld dit te latendoen door leden van het stembureau. We gaan de wet binnenkortbehandelen, maar we zijn hier niet positief over omdat het stemgeheimcruciaal is. We bouwen steeds meer deurtjes in om ondersteuning tebieden aan mensen. Dat is goedbedoeld, maar dat maakt het wel eencomplexer en fraudegevoeliger proces. Mochten er incidenten plaats-vinden waarbij individuen onder druk gezet worden in het stemhokje, danvergroot dat de kans dat het vertrouwen in de verkiezingen lager wordt.Voorzitter. Dan de voorstellen voor een kleiner stembiljet. Wat is hetvoornaamste probleem dat het kabinet hiermee wil oplossen? Zit het ’m inde toegankelijkheid voor kiezers of in de simplificatie van het tellen van destemmen? De opkomst in Nederland is hoog. Het aantal ongeldigestemmen is heel laag. Kiezers zijn tevreden met het huidige proces. Gaanwe door met miljoenen uitgeven aan het traject voor een nieuwstembiljet? Het is een ander formulier. Kiezers krijgen daarmee minderinformatie, want je ziet niet direct in een oogopslag de naam en dewoonplaats van de kandidaat. Er wordt geconcludeerd dat het experimenteen succes was, terwijl er wel vier à vijf keer zo veel ongeldige stemmenzijn uitgebracht. Graag een reactie daarop van de Minister. Ik krijg ookgraag een verduidelijking op het interruptiedebatje tussen BBB enGroenLinks-PvdA over de vraag of er in het experiment meer of mindervoorkeurstemmen werden uitgebracht, want daar ben ik nu wel benieuwdnaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10411 De heer Vermeer (BBB):Daarover moet ik even melden dat ik abuis was. Er was wel een bijzonderfenomeen aan de hand. Mensen die op de plek stonden die gelijk was aanhet lijstnummer, kregen namelijk meer voorkeursstemmen. Of er persaldo echt meer voorkeurstemmen waren, moet nog even goed geanaly-seerd worden, maar als u op lijst 3 staat, adviseer ik u te proberen opnummer 3 te komen.De voorzitter:Gratis tip!De heer Erkens (VVD):Dank u wel voor deze tip. Ik ben heel benieuwd naar de verduidelijkingvan de Minister over de vraag over voorkeurstemmen en de vraag of hetindividueel mandaat van Kamerleden net zo sterk of zelfs sterker kanworden of juist verzwakt kan worden in zo’n model. Dit gaat ook over deregionale binding van kandidaten.Voorzitter. Ik heb nog twee overige punten ter afronding. De periodestussen het opstappen van het kabinet en het moment waarop wijverkiezingen hebben, zijn inderdaad ontzettend lang in Nederland. Wij zijnvoor het verkorten van die termijnen bij tussentijdse verkiezingen. Het zoueen goede eerste stap zijn om dit naar drie maanden te brengen, maar datvoelt nog steeds als best lang. Waarom kan het in andere landen in eenaantal weken en in Nederland niet, vraag ik aan de Minister, ook op basisvan het onderzoek dat nu is uitgezet. Ik zag daarin een aantal termijnen. Iksnap hoe het in de huidige wet- en regelgeving staat, maar zijn er nogmogelijkheden om zaken aan te passen als we met elkaar willen dat hetsneller gaat? Is de Minister bereid om in ieder geval ook uit te werken ofin gang te zetten dat die drie maanden mogelijk de standaard gaanworden, zodat we die ook gaan hanteren in Nederland? Wil hij daarvoorde voorbereidingen in gang zetten?Voorzitter. Het laatste punt gaat over de rol van peilingen. Het is vrijbijzonder dat de grootste peilingbureaus in Nederland compleet anderevoorspellingen kunnen doen over de uitslag van de verkiezingen. Zehebben wel degelijk impact op de uitslag. Dat zien we ook in de openbareonderzoeken van EenVandaag, Maurice de Hond en ga zo maar door. Wezien dat kiezers daarop strategisch hun stemkeuze baseren. Dat is niet perse erg, maar in verschillende talkshows worden verschillende peilingenneergezet als de waarheid. Het is wel belangrijk om de methodiek dieeraan ten grondslag ligt, openbaar te krijgen. Wij zijn zelf geenvoorstander van een peilingverbod, ook door alle handhavingscriteria diedaarbij komen kijken en de complexiteit ervan. Maar is de Minister welbereid om met de peilers af te spreken dat die methodiek verplichtopenbaar gemaakt wordt, wil zo’n peiling terug kunnen komen intalkshows en dergelijke? Dan kunnen we extern getoetst krijgen of diepeilingen representatief zijn of niet.Dank u, voorzitter.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik had nog even een vraag aan de VVD over het passief kiesrecht voorvrouwen. De Minister heeft vlak voor het kerstreces een brief gestuurdmet een aantal opties om dat te waarborgen. Denk daarbij aan eenquotum of het aanpassen van de subsidievoorwaarden voor politiekepartijen. Ik ken de VVD als groot voorstander van vrouwenrechten, dus ikben wel benieuwd hoe de VVD hiernaar kijkt.De heer Erkens (VVD):Wij als partij zouden daarin heel andere keuzes maken en dat doen weook. Ik vind er persoonlijk ook wat van dat vrouwen niet op een lijstkunnen staan. Tegelijkertijd vinden wij het ingrijpen in de interneTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10412 aangelegenheden van een andere partij best een zwaar middel. Ik zouwillen zeggen dat wij daar voorzichtig in zijn. Als je hierin stappen gaatzetten met elkaar, wat is dan de volgende stap? Wanneer gaan weingrijpen bij andere partijen in deze Kamer? Ik vind dat een mooionderwerp voor een volgend kabinet om zich verder over te buigen. Het iswat ons betreft een proces dat we heel zorgvuldig moeten doorlopen metelkaar. Wij gaan hier niet heel snel een knoop over doorhakken.De heer Van Baarle (DENK):Nog even over de manier waarop de heer Erkens voorstelt om te gaanmet peilingen. Hij geeft aan dat op het moment dat de methodiek bij eenpeiling door een peilingbureau niet is geopenbaard, dat gevolgen zoumoeten hebben voor het openbaren of bespreken daarvan in talkshows.Zoiets zei hij. Moet ik dat dan zo zien dat hij voorstaat dat er een soortwettelijke regeling komt die bepaalt dat er een bepaalde methodiek moetzijn voordat een peiling gepresenteerd kan worden? Of ziet hij liever datde Minister probeert daarover het gesprek te voeren met peilingbureaus?Hoe ziet hij dat in de praktijk voor zich?De heer Erkens (VVD):In de praktijk zie ik voor me dat de Minister met de drie grote peilbureaus– er zijn daarnaast nog een aantal kleinere peilbureaus in Nederland – eengesprek aangaat om te kijken of de methodiek op vrijwillige basisopenbaar gemaakt kan worden: hoe groot is de steekproef, op welkemanier wordt gewogen en op welke manier corrigeer je voor groepenwaarvan je weet dat die erin ondervertegenwoordigd zijn? Ik denk dat ervoldoende slimme mensen en wetenschappers in Nederland zijn die alsdie methodiek openbaar is, alle haken en ogen kunnen aangeven diedaarbij komen kijken. Ik hoop dat dat dan ook op die manier meegenomenwordt in de verslaggeving. Maar ik denk inderdaad dat het onwenselijk isom vanuit de overheid een methodiek te verplichten. Het gaat omtransparantie over wat er gebeurt.De heer Van Baarle (DENK):Dat is voor mij een helder antwoord.De voorzitter:Uitstekend. Dan geef ik u graag het woord, meneer Van Baarle, namens deDENK-fractie.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. Ook ik begin natuurlijk met een woord van dank aan al demensen die de verkiezingen mogelijk hebben gemaakt, al de mensen dietot laat in de avond en de nacht bezig waren met het tellen van destemmen. Die vrije verkiezingen zijn het fundament van onze prachtigedemocratie.Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen heeft gelukkig 78,3% van deNederlanders gebruikgemaakt van het stemrecht. Dat is iets meer dan bijde verkiezingen daarvoor, maar als je inzoomt op ons land, zie je nogsteeds grote verschillen. In mijn thuisgemeente Rotterdam lag hetopkomstpercentage op 63%. Ik zal er maar niet van uitgaan dat dat ermeete maken heeft dat ik er woon! Als je verder inzoomt, zie je bijvoorbeelddat in de wijk Bloemhof in Rotterdam-Zuid niet eens twee op de vijfstemgerechtigden een stem hebben uitgebracht. Dat geldt niet alleen voorBloemhof; in het Transvaalkwartier in Den Haag was er een opkomst van52,9% en in de wijk Geuzenveld in Amsterdam kwam slechts de helft vande stemgerechtigden opdagen.Natuurlijk hebben wij als politici in de Tweede Kamer een grote verant-woordelijkheid om het vertrouwen in de politiek te herstellen. Wij moetenhet goede voorbeeld geven. Dat kunnen we allemaal, zonder uitzondering,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10413 beter doen. Tegelijkertijd zijn we er dus ook nog niet, ondanks depubliekscampagnes die de overheid uitvoert. Met het oog op de gemeen-teraadsverkiezingen in maart vraag ik de Minister hoe hij de opkomstbe-vordering verder gaat versterken. Welke dingen gaat hij slimmer en extradoen? Hoeveel budget is daar bij de aankomende gemeenteraadsverkie-zingen voor beschikbaar? Is dat meer dan bij de vorige gemeenteraadsver-kiezingen of wordt er minder aan uitgegeven? Kan de Minister daar ietsover zeggen?Voorzitter. Als overheid ...De voorzitter:Excuus, er is een interruptie van de heer Clemminck.De heer Clemminck (JA21):De publiekscampagnes van de overheid zijn vrij algemeen. Mijn vraag aande heer Van Baarle is of hij van de overheid verwacht dat die meerspecifieke groepen gaat benaderen met een opkomstbevorderendecampagne.De heer Van Baarle (DENK):Ik heb de brief van de Minister over opkomstbevordering gelezen. Daarinzegt de Minister eigenlijk vrij algemeen dat ze proberen te leren vaneerdere campagnes en in te zoomen op specifieke groepen, zoalsjongeren. Ik denk dat dat goed is. Ik denk dat we een weg in moeten slaanwaarbij we bij alle publiekscampagnes die de overheid voert, goednadenken welke belangrijkste groepen het doel van de campagne zijn. Datzijn de groepen waarbij de opkomst bij de verkiezingen achterblijft. Datzijn verschillende groepen. Ik denk dat je dat gewoon op een objectieve,wetenschappelijke manier kan vaststellen en dat je op grond daarvan alsoverheid moet kijken hoe je die groepen het beste kan benaderen. Ik denkdat we daar als politiek niet in zouden moeten shoppen, want dan ga jeals politiek zeggen: bij de ene groep gaan we wel de opkomst bevorderenen bij de andere niet. Dat is ook weer niet zuiver. Laten we dat aan dewetenschappers overlaten.Als overheid moeten we ook het stemproces zelf zo eenvoudig entoegankelijk mogelijk maken. In de evaluatie zien we dat er rond deverkiezingen ongeveer 20 miljoen stempassen zijn bezorgd, maar we zienook dat het mis kan gaan met de bezorging. In Amsterdam werden erbijvoorbeeld 1.300 stempassen niet bezorgd. Ook in andere gemeentenwaren er problemen. De verkiezingen daarvoor was het in Rotterdam aande orde. Welke stappen gaat de Minister nou zetten om dit in de toekomstniet meer te laten gebeuren? Naar aanleiding van de verkiezingen in 2023zijn er namelijk afspraken gemaakt, onder andere met PostNL, maar wezien dat er in wijken in Amsterdam weer zoveel stempassen niet bezorgdzijn. Wat gaat de Minister dus extra doen?De vraag is ook of het voor ons niet tijd is om kritischer te kijken naar hetgebruik van die stempas. Ook mevrouw Tseggai zei daar wat over. Inandere landen kan je namelijk stemmen door je legitimatiebewijs tegebruiken. Is de Minister bereid om te verkennen of we in Nederlanduiteindelijk ook toe kunnen gaan naar een systeem zonder stempaswaarbij je kan stemmen met je legitimatiebewijs? Is hij bereid om te kijkennaar de ervaringen in andere landen waar dit nu al gebeurt? Dat isvolgens mij iets concreets waarmee we een hoop bureaucratie kunnenvoorkomen.Voorzitter. Dan de deelnemende partijen. Zeker nieuwe of kleinere partijenlopen bij het deelnemen aan verkiezingen soms vast in de procedures.Sommige gemeenten beantwoorden vragen niet altijd uniform. Controleszijn verschillend of komen pas laat in het proces. Welke stappen kan deMinister zetten om dit verder te uniformeren? Is de Minister bereid om tewerken aan een landelijk vervroegd voorinlevermoment, zodat partijenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10414 eerder weten waar ze aan toe zijn en niet tegen verrassingen aanlopen?Wanneer maakt de Minister digitale ondersteuningsverklaringen mogelijk,met een fysieke route als alternatief voor wie dat nodig heeft? Deelt deMinister de opvatting dat het onwenselijk is dat partijen werken metkopieën van identiteitsbewijzen en privacygevoelige documenten?Kunnen we eindelijk toegaan naar instemming en verificatie van kandi-daten mogelijk maken met een centraal digitaal systeem, zodat deadministratieve lasten naar beneden gaan en ook de bescherming vanpersoonsgegevens beter wordt? Tot zover het boodschappenlijstje vanmijn partijorganisatie.Voorzitter. Als we de opkomst structureel willen verbeteren, moet we ookinvesteren in de volgende generatie kiezers. Sinds onze oprichting pleitenwe al voor een lagere stemgerechtigde leeftijd. Wat ons betreft is die16 jaar. Dat hoeft niet overal in één keer. We kunnen ook beginnen zoalsandere landen dat hebben gedaan, bijvoorbeeld België en Duitsland bij deEuropese verkiezingen. Mijn vraag aan de Minister is of hij bereid is om teverkennen of we de stemgerechtigde leeftijd in Nederland ook kunnenverlagen om jongeren bij de politiek te betrekken.Dan het experiment met de nieuwe stembiljetten. Bij het nieuwsteexperiment daalde het aandeel ongeldige stemmen, maar het ligt nogsteeds boven het landelijk niveau. Dat kan een leereffect zijn. Ik benbenieuwd naar de duiding van de Minister. Tegelijkertijd is de vraag welkprobleem we oplossen als het percentage ongeldige stemmen nog steedshoger ligt dan het landelijke. Hoe ziet de Minister het vervolg van ditexperiment? Ik ben benieuwd naar zijn duiding.Naast opkomstbevordering is het, mede hierdoor, voor mijn fractie ookvan belang om in de publiekscampagnes aandacht te geven aan hoe mencorrect stemt, om fouten te voorkomen. Ik krijg tijdens de verkiezingenvaak van die stemfoto’s van mensen. Soms zit daar een foto tussenwaarop ik zie dat mensen helaas verkeerd gestemd hebben. Volgens mijhebben we dat allemaal weleens meegemaakt. Het gebeurt nog te veel.Het is een groot percentage. Moeten we daar niet meer aandacht aangeven in de publiekscampagne?Tot slot de brief van de VNG over de financiering. Zij heeft het erover dateen groot gedeelte van de tegemoetkoming van de kosten van verkie-zingen niet vergoed wordt. Wat vindt de Minister daarvan?De voorzitter:Dank u wel. Er zijn geen interrupties meer. Dan geef ik graag het voorzit-terschap over aan de heer Vermeer.Voorzitter: VermeerDe voorzitter:Dank u wel, ex-voorzitter. Ik geef graag het woord aan de heer Sneller vanD66.De heer Sneller (D66):Dank u wel, voorzitter. In de mediadynamiek gaat het soms zo dat je op devoorpagina heel groot nieuws maakt en dat de correctie dan ergens oppagina 18 blijkt te staan. Dat is ook wat de Minister eigenlijk is overkomen.Hij zei op 7 november niet zo’n moeite te hebben met de tweets van deheer Wilders. In de brief die wij afgelopen vrijdag, twee maanden later,mochten ontvangen, staat eigenlijk dat hij zijn zorg daarover wiluitspreken. Dat is weinig opgepikt in de media. Ik wil hem dus graag degelegenheid geven om daar nog wat meer over te zeggen, zeker gezien degrote woorden dat dergelijke uitingen het vertrouwen in onze democratiekunnen ondermijnen en enorm onrecht doen aan de inzet van betrok-kenen. Daar sluit ik mij van harte bij aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10415 Dan het verkorten van het tijdpad voor verkiezingen. Volgens mij is dateen interessant eerste advies van de Kiesraad, met een hele reeksno-regretmaatregelen. Ik hoor graag van de Minister hoe hij daarmee nual aan de slag gaat. Eerder heeft onder andere het CDA aandachtgevraagd voor de fiscale vrijstelling voor de vrijwilligersvergoeding voorstembureauleden. Hoe staat het daarmee? Ook de meewerkplicht voorgebouwenbeheerders vond ik een interessante maatregel, niet per se eenno-regretmaatregel, want er gaat wel iets achter vandaan komen, maarwel een interessante maatregel om verder te verkennen wat mij betreft.Zo ook het registreren van meer Nederlanders in het buitenland. Volgensmij is een hele grote groep nog niet geregistreerd. In het advies van deKiesraad staat: hierop moet de communicatie worden versterkt. Wat mijbetreft gaan we dat inderdaad alvast met Buitenlandse Zaken oppakken,om te zorgen dat onze posten in het buitenland dat beter gaan doen. Ikhoor graag wat Minister op dit punt al met zijn collega-minister heeftbesproken of bereid is in gang te zetten. Wat mijn fractie betreft gaan weook een pilot doen met digitaal stemmen voor Nederlanders in hetbuitenland. Dan gaat het dus niet alleen om het digitaal opsturen van hetbriefstembewijs, dat je kunt uitprinten, maar ook om echt digitaalstemmen, zoals dat ook in andere landen wel gebeurt.Dan het fameuze nieuwe stembiljet. Ook ik ben benieuwd naar hetpercentage stemmen op lijsttrekkers, want tijdens de behandeling van deexperimentenwet was dat een van de aandachtspunten, terwijl ik dat nu inde korte evaluatie van deze keer eigenlijk niet teruglees als een relevantgegeven. Ik hoop dus dat we daar na de gemeenteraadsverkiezingen watuitgebreider informatie over krijgen.Aan de ene kant heb je de ongeldige stemmen die zijn uitgebracht.Volgens mij is dat een relevante factor om naar te kijken. Aan de anderekant heb je ook minder telfouten, als het goed is. Ik hoop dat dat ookinzichtelijk wordt gemaakt, want dat is een van de redenen waarom hetenthousiasme groot is onder kiezers, stembureauleden en gemeenten.De uitvoerbaarheid van verkiezingen is wel degelijk een probleem op ditmoment, maar dat moet er niet toe leiden dat de kandidaten verdwijnenen alleen de partijen naar boven komen. Met het toesturen van het heleoverzicht van kandidaten kun je juist meer informatie geven over dekandidaten die op het stembiljet staan. Dat gebeurt nu nog niet, maar deleeftijd of geboortedatum van kandidaten kan voor bepaalde kiezers eenhele relevante factor zijn bij het uitbrengen van hun stem, terwijl dat eengegeven is dat nu niet wordt gecommuniceerd.Ook goede voorlichting is van belang. Bij de verkiezingen voor hetEuropees Parlement heb ik zelf in Alphen aan den Rijn gestemd, omdatdat een van de deelnemende gemeenten was. Volgens mij krijg je daargoede voorlichting, maar die krijg je pas vlak voordat je gaat stemmen.Misschien is het wel nuttig om daarvan te leren. Ik ben benieuwd wat er algeleerd is over de manier waarop je voorlichting geeft. Staat er ook iets inde lokale krant voor de gemeenteraadsverkiezingen in je gemeente, zodatje dat thuis al op je gemak tot je kunt nemen? Dat is, zeker afhankelijk vanje doenvermogen en van hoe spannend je het vindt om te gaan stemmen,volgens mij relevant voor het omlaagbrengen van het foutenpercentage.Dan de beroepsmogelijkheid. Daar was ik ook al voor voordat hetEuropees Hof daar een uitspraak over deed, want ook de OVSE alsverkiezingswaarnemer heeft ons er al een aantal keer aan herinnerd datdie belangrijk is. De bezwaren die worden genoemd, met name hetbezwaar over de termijnen, zijn natuurlijk wel heel relevant. Ik ben ereigenlijk voor om de beroepsmogelijkheid breder toegankelijk te maken,maar ja, wat betekent dat voor de termijnen, die we juist willen verkortenmet dat Kiesraadadvies? Ik hoor dus graag wat daar, ook wat kwantita-tiever, de verwachtingen van zijn. Nu is het een kwalitatieve inschatting,ook in het advies van de Raad van State, maar ik zou daar graag wat meerduidelijkheid over hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10416 Ten slotte de weerbaarheid. De Minister zegt dat de impact op deverkiezingsuitslag beperkt is. Ik ben benieuwd waar hij dat precies uitafleidt en hoe lang hij dat nog droog kan houden, als je ziet hoe snel deontwikkelingen van desinformatie gaan. De Russische trollen uitWest-Afrika werden al even genoemd, maar er zijn heel veel anderemanieren waarop het ook gebeurt. Ik zie dat BZK, met zijn trustedflagger-status, zoals dat dan heet, precies één post van X en Meta onder deaandacht heeft gebracht. Nadat eerst gezegd was dat die post nergensmee in strijd was, is die uiteindelijk drie dagen later pas verwijderd, terwijlwe in rapporten hebben gelezen hoe snel het gaat. Ik hoor dus graag vande Minister wat hij als vervolg hierop gaat doen.De voorzitter:Dank u wel, meneer Sneller, voor uw bijdrage. Ik draag het voorzitter-schap graag weer aan u over.Voorzitter: SnellerMinister Rijkaart:Er zijn wat behoorlijk technische en juridische vragen gesteld. Daar zijn wedruk mee bezig. Het gros van de vragen komen we echter wel uit. Na eenhalfuurtje hoop ik in ieder geval zo veel mogelijk van uw vragen te kunnenbeantwoorden.De voorzitter:Dan gaan we om 16.20 uur weer verder. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 15.50 uur tot 16.20 uur geschorst.De voorzitter:Het is 16.20 uur. We hadden afgesproken dat we dan weer zoudenbeginnen, dus ik heropen de vergadering en geef het woord graag aan deMinister van Binnenlandse Zaken.Minister Rijkaart:Voorzitter, dank u wel. Zoals te doen gebruikelijk – wellicht voor de nieuweleden – zal ik beginnen met een korte inleidende spreektekst en daarna zalik per blokje de diverse vragen zo goed mogelijk proberen te beant-woorden. Dat zal gaan via de Tweede Kamerverkiezingen, de gemeente-raadsverkiezingen, het nieuwe stembiljet, een kopje weerbaarheid en eenkopje varia. Dan kunnen we vanaf daar kijken hoe verder.Allereerst dank voor de gelegenheid om te spreken over de verkiezingenen het verkiezingsproces. Ook dank voor de vele complimenten die u heeftgegeven aan de vele vrijwilligers. Laat ik ook meteen maar even zeggenhoeveel dat er dan zijn: dat zijn er meer dan 100.000. En over de aard enomvang: het is eigenlijk het grootste evenement dat Nederland kent in dieorde. Dan tel ik natuurlijk iets als een voetbalevenement even niet mee.Het geeft wel aan hoe groot dit is.Vrije en eerlijke verkiezingen zijn de ruggengraat van onze democratie endaarom moeten we dat koesteren. We koesteren dan ook dat de verkie-zingen in Nederland vrij en eerlijk zijn en dat het vertrouwen van burgershierin heel erg groot is. Om dat vertrouwen vast te houden en tevoorkomen dat de verkiezingen worden ondermijnd of heimelijk wordenbeïnvloed, werk ik aan het verder beschermen en verbeteren van hetverkiezingsproces. Zo zorgen we ervoor dat onze verkiezingen robuust,toegankelijk, uitvoerbaar en weerbaar zijn en blijven.29 oktober waren de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer. Wekunnen samen terugkijken op goed verlopen verkiezingen. Een verkorteevaluatie van deze verkiezingen heb ik begin deze week aan uw Kamergestuurd. Hierin ligt de focus op de ervaringen van de verkiezingen dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10417 van belang zijn voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen van18 maart. Ook ga ik in deze brief in op de eerste ervaringen van hetexperiment met het nieuwe stembiljet dat tijdens deze verkiezingen heeftplaatsgevonden. Een uitgebreide evaluatie van zowel de TweedeKamerverkiezingen als de gemeenteraadsverkiezingen, inclusief verslagenvan de uitgevoerde onderzoeken en het experiment met het nieuwestembiljet, volgt na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Op datmoment zal ik ook een geactualiseerde versie van de verkiezingsagendaaan uw Kamer toesturen. Samen met de Kiesraad, de VNG en deNederlandse Vereniging voor Burgerzaken maak ik hierin afspraken overde gewenste verbeteringen in het verkiezingsproces in de komende jaren.Om te zorgen dat iedereen kan stemmen, werken gemeenten en deKiesraad hard aan de organisatie van robuuste, eerlijke en toegankelijkeverkiezingen en daarbij ondersteun ik hen waar nodig.De beantwoording van de vragen doe ik aan de hand van de volgendeonderdelen: Tweede Kamerverkiezingen 2025 en de gemeenteraadsverkie-zingen 2026, het nieuwe stembiljet, weerbaarheid en varia. Dat brengt mijbij het eerste kopje: de Tweede Kamerverkiezingen en de gemeenteraads-verkiezingen. Ik doe per blokje even een korte inleiding, voor de beeld-vorming.Op 29 oktober waren dus de verkiezingen voor de leden van de TweedeKamer. De opkomst was bij deze verkiezingen met 78,3% hoger dan die bijde Tweede Kamerverkiezingen van 2023, die op 77,7% bleef steken. Ikconcludeer dat de verkiezingen mede dankzij de inzet van gemeenten,duizenden vrijwilligers en de Kiesraad goed zijn verlopen. De commissievoor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft geconcludeerd dat deverkiezingen eerlijk, transparant en controleerbaar zijn geweest. Er zijngeen aanwijzingen dat er ongewenste verkiezingsbeïnvloeding heeftplaatsgevonden die effect heeft gehad op het verloop of de uitkomst vande verkiezingen. Toch is het niet vanzelfsprekend dat onze verkiezingenbehoed zijn voor heimelijke beïnvloeding of andere vormen van onder-mijning. Het Ministerie van BZK neemt daarom maatregelen om hetverkiezingsproces weerbaar te houden, ook richting de gemeenteraads-verkiezingen. Daar kom ik zo op terug in het blok weerbaarheid.Dan de vragen. De heer Van Baarle van DENK vroeg: gaat de Minister deopkomstbevordering versterken? Wat gaat hij slimmer doen en hoeveelbudget is daarvoor beschikbaar bij de komende gemeenteraadsverkie-zingen? Is dat meer dan bij vorige gemeenteraadsverkiezingen? Inaanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen gaan we een activerendepubliekscampagne starten. Daarbij ligt de nadruk op het belang van hetgevoel dat stemmen er überhaupt toe doet. In de campagne gaat extraaandacht uit naar specifiek twee doelgroepen, de situationeleniet-stemmers en de jongeren. Dit zijn de groepen kiezers die soms wel ensoms niet stemmen. Zo is er bij de afgelopen verkiezingen een subsidietoegekend aan de Nationale Jeugdraad en De Kiesmannen. De NJRontwikkelde de campagne Alles = Politiek. De Kiesmannen verzorgdenverkiezingsshows op mbo-scholen. Overigens heb ik hier de afgelopenmaanden ook regelmatig aan bijgedragen. Ik kan u allen met het nodigeenthousiasme aanraden om, mocht u gevraagd worden, daar vooral aanmee te doen, want het is ontzettend leuk en motiverend om met dejongeren daarover in gesprek te gaan.Gemeenten worden ondersteund met een toolkit waarmee ze lokaalgerichte en toegankelijke informatie kunnen delen met kiezers.Dan over het budget. Het budget voor de opkomstbevorderendecampagne is 1,2 miljoen. Voor maatwerkcommunicatie aan specifiekedoelgroepen is dit € 400.000. Het budget voor de campagne en het budgetvoor de communicatie aan specifieke doelgroepen zijn bij de komende GRgelijk aan het budget dat we hadden bij de afgelopen Tweede Kamerver-kiezingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10418 De heer Van Baarle stelt ook dat uit onderzoek blijkt dat de opkomstnadrukkelijk samenhangt met het vertrouwen van burgers in de politiek.Hierin zou een belangrijke taak liggen voor volksvertegenwoordigers. Ikkan uw oproep eigenlijk alleen maar van harte ondersteunen. Zoals u zei,zijn we er allemaal voor om het vertrouwen in de politiek te vergroten. Uvindt mij daarin geheel aan uw zijde.De heer Sneller: kan de Minister meer zeggen over de uitspraken overtwijfels over het verkiezingsproces? Mijn opvatting is en blijft dat wegoede verkiezingen hebben gehad. Het proces is eerlijk verlopen. Ik hebgrote waardering voor alle vrijwilligers en ambtenaren die zich hiervoorhebben ingezet. Ik heb de democratie, net als u allen, hoog zitten. Wehebben een heel robuust verkiezingsproces, dat ook internationaal hoogin aanzien staat. Ten eerste is het een papieren proces. Dat maakt dat weeigenlijk altijd terug kunnen kijken naar hoe de uitslag tot stand isgekomen. Ten tweede bevat het verkiezingsproces veel controles, zoals demogelijkheid tot hertellingen, gemeentelijke stembureaus die naar detellingen kijken, de Kiesraad die controle na controle doet en eencommissie van de Tweede Kamer die nogmaals een check uitvoertvoordat de uitslag definitief wordt vastgesteld. Ten derde wordt hetproces uitgevoerd met behulp van tienduizenden burgers en ambtenaren.Die werken allemaal samen bij de stemming, het tellen en de totstand-koming van de uitslag. Zij doen dat met elkaar. Ze kijken met elkaar meeen controleren elkaar. Ik ben recent bij een stembureau geweest. Mocht ueen keer in de gelegenheid zijn om hier in Den Haag bij het centralebureau te kijken, dan ziet u hoe zorgvuldig dat gaat en hoeveel tolpoortjesje door moet voordat uiteindelijk de uitslag wordt ingevoerd. Eenaanrader.Iedereen kan tijdens het verkiezingsproces meekijken en melding makenals men denkt dat er ergens een fout is gemaakt. Dit wordt dan onder-zocht en indien nodig wordt er herteld. Zoals de Kiesraad en de TweedeKamer hebben vastgesteld en zoals ikzelf ook al heb benadrukt, hebbenzich geen onregelmatigheden voorgedaan die de betrouwbaarheid van deverkiezingen in twijfel trekken. De uitslag is inmiddels officieel vastgestelden daar heeft iedereen zich aan gecommitteerd. Dat is terecht. Dat is eenbevestiging van het feit dat we een solide en betrouwbaar proces hebbenmet elkaar. Ik voeg daaraan toe dat ik graag zie dat we net zulke goedeverkiezingen zullen hebben bij de aankomende gemeenteraadsverkie-zingen als bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen.Het lid Sneller vraagt om inzichtelijk te maken in hoeverre er mindertelfouten zijn. Ik heb van de Kiesraad begrepen dat het tellen rustigerverloopt als er minder verschuivingen lijken te zijn. Dat gaat dan voorna-melijk over het tellen met het nieuwe stembiljet. Ik onderschrijf dat. Erheerst echt een serene rust in het stembureau. Ook geven ambtenarenaan dat het nieuwe stembiljet zorgt voor rust en snellere tellingen en dathet tellen van de stemmen gemakkelijker verloopt dan met het huidigestembiljet. Met dat grote biljet is het echt een ratelen van wat bijnabehangrollen aan stempapier zijn. Die worden doorgegeven over helegrote tafels. Als je dan het verschil ziet met dat kleine stembiljet, dan kanik me indenken dat de tellers daar echt mee geholpen zijn.«Kan de Minister reflecteren op de grote groep niet geregistreerde kiezersin het buitenland?» In de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen zalik ook een actualisering van de verkiezingsagenda opnemen. Hierin zal ikingaan op de communicatie richting de kiezers in het buitenland eneventuele maatregelen die hierin kunnen worden meegenomen om deregistratie van deze kiezers te vereenvoudigen en vooral de opkomst tevergroten. Ik verwacht u deze brief dan ook voor de zomer toe te sturen.De voorzitter:Ik zeg het van tevoren, meneer Vermeer: vier interrupties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10419 De heer Vermeer (BBB):Om op het laatste puntje van de Minister terug te komen: bij de laatsteverkiezingen hebben nogal veel mensen uit het buitenland ons benaderdom aan te geven dat de afstanden daar vele malen groter zijn dan hier inNederland. Gaat de Minister in de brief die hij gaat sturen, ook kijken naardat concrete probleem om kiesgerechtigde in het buitenland te worden?Minister Rijkaart:De heer Vermeer geeft een aandachtspunt mee. Ik ben uiteraard bereidom dat in die brief mee te nemen.De heer Vermeer (BBB):Ik had bij dit blokje nog een punt. Ik was eigenlijk verbaasd dat in deexperimenteergemeentes een stem waarbij iemand alleen de partijaangevinkt heeft en niet de kandidaat, als geldige stem geïnterpreteerd is.Ons hele systeem kent officieel namelijk helemaal geen partijen. Het zijnverkiezingen voor volksvertegenwoordigers. Hoe kan dat dan? Ik wil daargraag een juridisch antwoord op. Daar mag schriftelijk op teruggekomenworden. Hoe kan dat als een geldige stem geïnterpreteerd worden dieautomatisch aan een lijsttrekker toegekend wordt? Wij kennen volgens dewet helemaal geen partijen, volgens mij, en al zeker geen lijsttrekkersbinnen een partij, die dan automatisch een stem zouden krijgen.De voorzitter:Ik heb genoteerd dat het derde blokje het nieuwe stembiljet is, maar ik ganaar de Minister.Minister Rijkaart:Wij hebben van tevoren, toen wij onder de noemer van dit experimentmet dat kleine stembiljet aan de gang gingen, hiervoor een uitzonderings-mogelijkheid opgenomen. Daarin zit het antwoord op de vraag van deheer Vermeer, namelijk dat dit een van de uitzonderingen is die daarin zijngezet.Nu we toch bij het kleine stembiljet zijn ...De voorzitter:Nee, ik moet u onderbreken. De heer Clemminck heeft een interruptie endaarna de heer Van Baarle.De heer Clemminck (JA21):De Minister zei dat hij de opkomst van de buitenlandse stemmers wilvergroten. Tegelijkertijd zijn we aan het zoeken naar mogelijkheden omhet proces tussen de val van het kabinet en nieuwe verkiezingen teversnellen. Een van de opties die de Kiesraad in het eerste deel van zijnadvies meegeeft, is om naar het proces van buitenlandse stemmen tekijken. Daarin een versnelling aanbrengen zou kunnen betekenen dat deopkomst wellicht minder groot is dan nu. Betekent de opmerking van deMinister dat hij de opkomst van de buitenlandse stemmers wil vergrotendus dat hij niet kiest voor de opties die de Kiesraad meegeeft om hetbuitenlandse stemproces te versnellen?Minister Rijkaart:Kiezers in het buitenland kunnen zichzelf al doorlopend registreren. Heelveel zaken die u hier vandaag als commissie aan de orde stelt, vragen eennadrukkelijke balans, in de zin van of we linksaf gaan met negatievegevolgen voor rechts enzovoort. We willen graag allemaal dat het snellergaat, maar dat heeft ook gevolgen die negatief uitpakken. Daar moeten wehet echt later nog een keer over hebben, ook in relatie tot bijvoorbeeld hetnieuwe stembiljet en alles wat wij hier aan het doen zijn. Er zal wat betrefthet buitenland inderdaad veel gericht worden op communicatie, hoe weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10420 dat dan gaan doen en hoe we die stemmers dan gaan bereiken. Of hetdaar echt een-twee-drie sneller kan, met alle negatieve gevolgen van dien,betwijfel ik eerlijk gezegd.De heer Clemminck (JA21):Uiteraard gaan we daar op een ander moment wat verder op in, maar ikhoor de Minister ook zeggen de opkomst van de buitenlandse stemmerste willen vergroten. Ik interpreteer dat als een doelstelling. Als dat eendoelstelling is, hoe verhoudt die zich dan tot de opties die wij nog metelkaar moeten bediscussiëren om het proces te versnellen? Dat zoukunnen betekenen dat die doelstelling niet te handhaven is. Ik zoek dusnaar het volgende: betekent deze keuze eigenlijk ook iets voor de keuzeover de procesversnelling, mogelijk via aanpassing van het proces vanstemmen vanuit het buitenland?Minister Rijkaart:Ik denk dat we daar bij de latere uitwerking nog dieper op in moeten gaan,maar u heeft wel een terecht punt, namelijk dat het één het ander lijkt tebijten. Ik denk dat we in de communicatie nog wel wat kunnen winnen.De voorzitter:Dat was de heer Clemminck. Dan gaan we naar de heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):De Minister geeft aan dat er een activerende publiekscampagne gericht opde situationele niet-stemmers en jongeren gevoerd gaat worden en dathet bedrag dat we daarvoor vrijgemaakt hebben, gelijk is aan het bedragdat we vrijgemaakt hebben bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022. O,bij de Tweede Kamerverkiezingen! Aha, dan begrijp ik het goed! Nu vraagik me het volgende af. We hebben het over een bedrag van 1,2 miljoenplus € 400.000. We hebben 342 gemeenten en 13,4 miljoen kiesgerech-tigden. Als we zien dat de opkomst echt al een tijdje aan het dalen is, metname bij de lokale verkiezingen, dan vraag ik me af of we dan met ditbudget en de inspanningen die Minister voor ogen heeft, wel voldoendeinspanning leveren op het gebied van de opkomstbevordering. Ik zou dusgraag iets meer willen horen over hoe hij denkt hier echt het verschil meete kunnen maken.Minister Rijkaart:We hebben al enigszins het verschil gemaakt in de afgelopen campagne.Het is u mogelijk niet echt opgevallen, maar het verschil met voorgaandecampagnes was dat we in de voorgaande campagne aankondigden dat deverkiezingen eraan kwamen. Punt. Dat werkte maar matig. Dezecampagne heeft zich veel meer gericht op «de verkiezingen komen eraan»én «ga stemmen». De specifieke doelgroepen waren dan wel de situati-onele niet-stemmers en de jongeren. De proef op de som zijn de gemeen-teraadsverkiezingen. De komende tijd zal uitgewezen moeten worden ofhet ook een effect heeft op de gemeenteraadsverkiezingen. De marge aande bovenzijde voor deze verkiezingen is vrij klein. De opkomst is bijTweede Kamerverkiezingen traditioneel de hoogste. Daar hebben we tocheen kleine winst weten te boeken. Ik moet wel zeggen dat ik zelf een ietsoptimistischer doelstelling van 80% had gesteld. Dat is niet gelukt helaas.De gemeenteraadsverkiezingen moeten het gaan uitwijzen.Daarnaast doen gemeentes zelf ontzettend veel. Ook tijdens dezeverkiezingen ben ik bij diverse gemeentes geweest die zich echt juistfocussen op die wijken waar de opkomst heel erg laag was. Dat doet menmet buurtteams. Ik heb hele creatieve oplossingen gezien met het inzettenvan jongeren. Er zijn wijkregisseurs. Ik heb van alles voorbij zien komen.Gemeentes doen echt hun uiterste best om de mensen te mobiliseren. Ikdenk echt dat we de evaluatie van deze verkiezingen moeten afwachtenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10421 om te kunnen bekijken of die hele campagne, die massale inzet, totresultaat gaat leiden.De voorzitter:Dat is voldoende van de kant van de Kamer voor dit blokje. We gaan terugnaar de Minister.Minister Rijkaart:Dan begin ik nu toch echt aan het experiment met het nieuwe stembiljet.Het huidige stembiljet is groot en lastig te hanteren voor kiezers enstembureauleden. Ik zei dat al. Met name bij de verkiezingen voor deTweede Kamer worden alle grenzen van het papier opgezocht om allepartijen, namen en overige gegevens op dat biljet te krijgen. Voor uwinformatie zeg ik dat het overigens echt zo was van: meer kan niet; dit washet maximum. Het resulteert in een onhandzaam en voor veel kiezersonleesbaar stembiljet. Dit geldt in het bijzonder voor blinde en slecht-ziende kiezers. Ook mensen met een motorische beperking, zoalsbijvoorbeeld mensen met parkinson, hebben met het huidige stembiljetgrote moeite om zelfstandig te kunnen stemmen. Ook de commissie voorhet onderzoek van de Geloofsbrieven benoemt dit en geeft aan dat veelklachten van kiezers gaan over de grootte. De grootte van het huidigestembiljet is aanleiding voor veel klachten van kiezers en deze gaan vooralover het gebrek aan privacy, de grootte, de leesbaarheid en de begrijpe-lijkheid van het stembiljet.Het nieuwe kleinere stembiljet, waar nu mee geëxperimenteerd wordt, issinds 2010 in ontwikkeling en uitgebreid getest door diverse doelgroepen.Het is kleiner, omdat de namen van de kandidaten niet meer op hetstembiljet staan, maar op het overzicht van de kandidaten dat in hetstemhokje direct raadpleegbaar is. In vijf gemeenten is tijdens deverkiezingen geëxperimenteerd met het nieuwe, kleinere stembiljet. Uit deeerste resultaten van de evaluatie die is gehouden onder kiezers,stembureauleden en gemeenten blijkt het enthousiasme voor het nieuwestembiljet groot. Ook de commissie voor het onderzoek van de Geloofs-brieven benoemt in haar verslag de voordelen van het stembiljet en depositieve ervaringen daarmee. Zo benoemt de commissie dat kiezers hetstembiljet overzichtelijk en handig vinden. De commissie adviseert deKamer en de regering op korte termijn stappen te zetten met het kleinerestembiljet. De commissie vindt het daarom noodzakelijk de Kamer en deregering erop te wijzen dat het op deze manier, met het grote stembiljet,echt niet meer kan. Ik ben dit eens met de commissie.Bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt in elf gemeenten, namelijkAlphen aan den Rijn, Boekel, Gouda, Leiden, Meierijstad, Midden-Delfland, Nijmegen, Noordoostpolder, ’s-Hertogenbosch, Soest enTynaarlo, opnieuw met het kleinere stembiljet geëxperimenteerd. Ik hebdaar vorige week Gouda aan toegevoegd. Die documenten zal ik ueerdaags doen toekomen. Het enthousiasme om deel te nemen aan ditexperiment is onverminderd groot. Dit voorjaar verwacht ik uw Kamerverder te informeren over de uitgebreide evaluatie van het experimentmet het nieuwe stembiljet. Gelet op de ervaringen van kiezers, stembu-reauleden en gemeenten bij de eerste experimenten sta ik uitermatepositief tegenover dit nieuwe stembiljet. Op basis van de evaluatie van hetexperiment ben ik dan ook voornemens om een raamwerk op te stellenvoor de landelijke invoering hiervan.Er waren ook diverse vragen over het nieuwe stembiljet, onder anderenvan de heren Van Baarle, Vermeer en Erkens. «Klopt de lezing dat hetongeldigheidspercentage bij het nieuwe stembiljet, 0,47%, hoger is dan bijhet huidige stembiljet, 0,26%? Kan de Minister uitleggen hoe dit zichverhoudt tot de conclusie dat het nieuwe biljet beter werkt? Worden dezecijfers straks eerlijk meegenomen bij de evaluatie na de gemeenteraads-verkiezingen? Graag een reactie van het kabinet op wat met het nieuweTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10422 stembiljet opgelost wordt terwijl er vier tot vijf keer zoveel ongeldigestemmen zijn uitgebracht.» De daling die ik in de evaluatiebrief benoem,betreft het aantal ongeldige stemmen dat is uitgebracht bij het tweedeexperiment met het nieuwe stembiljet ten opzichte van het eersteexperiment, dat in 2024 werd gehouden bij de verkiezingen voor hetEuropees Parlement. Het percentage was toen 0,74% en dat is bij derecente verkiezingen dus gedaald naar 0,47%. Dat zijn weliswaar vier totvijf keer zoveel ongeldige stemmen bij de verkiezingen voor het EuropeesParlement, maar nog geen twee keer zoveel ongeldige stemmen bij deTweede Kamerverkiezingen. Dat is dus een aanmerkelijke verbetering. Hetklopt dat het percentage ongeldige stemmen bij het nieuwe, kleinerestembiljet nog wel hoger is dan bij het huidige stembiljet. Dat kiezersmoeten wennen aan een nieuw model stembiljet waardoor er in eersteinstantie meer ongeldige stemmen worden uitgebracht, ligt ook wel in delijn der verwachting, maar de twee experimenten laten terdege zien dat ereen lerend vermogen onder de kiezers is. Ook is naar aanleiding van heteerste experiment de voorlichting aan kiezers verbeterd.De heer Vermeer (BBB):Maar dat is dus inclusief de uitzondering die al gemaakt is voor mensendie alleen de partij aangevinkt hebben, terwijl dat feitelijk een incorrectemanier van stemmen is? Feitelijk moet dat percentage daar dus ook nogbij opgeteld worden om het aantal foutstemmers goed te kunnen bepalen.Ik neem aan dat zodra de experimenteerfase voorbij is, de Kamer nietakkoord kan gaan met het aanvinken van een partij, omdat dat feitelijkgewoon niet klopt.Minister Rijkaart:Beginnend met dat laatste: tenzij de Kamer de regelgeving aanpast. In hethuidige experiment is een stem zoals u die schetst, op een partij, dus nietals een foutstem aangemerkt, omdat we daar een uitzonderingspositievoor hadden gecreëerd in verband met de experimenteerruimte die wehierin zochten. Dan moet je het ook nog in breder perspectief bezien. Denkaan de opkomst en dergelijke. Dan ben ik nog steeds uitermate positiefover het huidige experiment.GroenLinks-PvdA: «Alleen het aantal ongeldige stemmen is bij het nieuwestembiljet hoger dan bij het normale stembiljet. Is het een kwestie vangewenning? Het is geen goed teken dat een van de gemeenten uit hetexperiment is gestapt. Hoe ziet u dit?» De gewenning is er zeker. Ik waszelf overigens in Alphen aan den Rijn. Er staan dan begeleiders omnogmaals te benadrukken dat het een nieuw stembiljet is. Daar werd doorde kiezers zelf aangegeven: nee, ik weet al hoe het gaat, want ik was er devorige keer ook. Dat is een opmerking die ik veel heb gehoord. Het is duszeker gewenning.Borne heeft inderdaad besloten om uit het experiment te stappen. Dat iszeker jammer, want voor ieder experiment moet de gemeenteraad van dedesbetreffende gemeente instemmen om daaraan mee te doen. Borneheeft gezegd: we hebben dit gedaan en we doen dat niet nog eens. Datwerd destijds gemotiveerd door het ongeldigheidspercentage. Tijdens deTweede Kamerverkiezingen bleek dat het ongeldigheidspercentageaanzienlijk is gedaald, maar het college van Borne heeft toch besloten omniet voort te gaan en niet mee te doen met het experiment. De ruimtewordt ruimschoots ingevuld door andere enthousiaste gemeenten. Deuitslagen daarvan zullen kort na de gemeenteraadsverkiezingen wel weergepresenteerd worden. Ik hoop eerlijk gezegd dat de stijgende lijn daarinwederom zichtbaar is.«Kan de Minister aangeven wanneer hij een voorgenomen besluit totlandelijke invoering van het nieuwe stembiljet naar de Kamer stuurt?»Zoals ik al zei, ben ik op basis van de twee experimenten uiterst positiefhierover. Na een positieve evaluatie van het experiment tijdens deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10423 gemeenteraadsverkiezingen van 2026 zal het proces van landelijkeinvoering dan ook opstarten. Dan ga ik het proces ook met uw Kamerdelen.Dan rest de laatste vraag van dit blokje. Die vraag, gesteld door de heerSneller, ging voornamelijk over voorlichting. Hij vroeg om een voorbeeldvan de voorlichting die her en der gestuurd wordt. Ze ontvangen een flyermet voorlichting over het nieuwe stembiljet. Dan worden ze verwezennaar de website nieuwstembiljet.nl, waarop ze in de weken voorafgaandaan de verkiezing alle informatie kunnen vinden. Daarnaast doen degemeenten ook aan lokale huis-aan-huisbladenpromotie over het nieuwestembiljet en ze gebruiken hiervoor ook nog social media. Ook bij dekandidatenlijst die de kiezers thuis ontvangen zit informatie over hetnieuwe stembiljet. Die flyer wordt ook nog verspreid via bibliotheken,buurthuizen enzovoort. Als je dan uiteindelijk in het stemlokaal belandt,dan is er ook nog een extra stembureaulid aanwezig dat aan iedere kiezerinformatie verstrekt. Dan ben je volgens mij van begin tot eind aardiggeholpen.Dat brengt mij bij het einde van het blokje over het nieuwe stembiljet,voorzitter.De heer Erkens (VVD):Het is goed om te horen dat die leereffecten er inderdaad zijn en dat je zietdat het aantal ongeldige stemmen afneemt. Tegelijkertijd, als je ’m devolgende keer landelijk uitrolt, zul je aan het begin met een hogerpercentage eindigen, omdat iedereen door die leercurve moet. Het is weleen feit dat je er beter over leert communiceren als overheid. 0,47% komtnog steeds neer op circa 50.000 stemmen bij de laatste verkiezingen. Erwaren heel veel ongeldige stemmen. Welke lessen ziet de Minister hierindie ook breder getrokken kunnen worden als je dat landelijk zou uitrollen?Zou de verwachting dan inderdaad zijn dat je wel op een lager percentagekan uitkomen na deze experimenten?Minister Rijkaart:Als we zover gaan dat we het landelijk uitrollen, dan is ook een landelijkecampagne mogelijk. Dan kun je die communicatie, die nu nog heel lokaalplaatsvindt, ook daarvoor benutten. Het percentage is ook afhankelijk vanwat er gaat gebeuren bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Dat wilje natuurlijk zo laag mogelijk hebben. Heel Nederland zal inderdaad dooreen leercurve moeten. Anderzijds kun je dus ook massaler inzetten op decommunicatie daaromheen. We hebben het over 50.000 op een totaal van3 miljoen. Dat percentage moet natuurlijk zo laag mogelijk blijven. Datblijft altijd het streven. Het is raadzaam om te kijken wat er gaat gebeurennu we het experiment uit gaan breiden om daar zo goed mogelijk op in tekunnen zetten.De heer Erkens (VVD):Het gaat nog steeds om één à twee zetels bij de Kamerverkiezing als wekijken naar het aantal ongeldige stemmen. Die impact is dus wel degelijkvrij groot. Ik ben wel benieuwd – daar kan het misschien ook watuitvoeriger over gaan in de tweede termijn – naar de kosten als je hetlandelijk zou uitrollen. Want je krijgt natuurlijk andere processen: je moethet gaan begeleiden, gaan opzetten en gaan communiceren. Als er eenvoornemen naar de Kamer gestuurd wordt, zal de Kamer daar ook zelfmee moeten instemmen. Komt er een voorhang van een dergelijk besluit,zodat we als Kamer de afweging kunnen maken over de kosten en batenvan een dergelijk nieuw stembiljet?Minister Rijkaart:U schetst de procedure volgens mij inderdaad correct. U zegt dat deimpact groot kan zijn. Het kan gaan om twee zetels in totaal. Ik denk datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10424 we ons allemaal realiseren dat het zeer, zeer, zeer uitzonderlijk zou zijn alsdie twee zetels allebei bij één partij zouden landen. Maar ik onderschrijf deaandacht die u erop vestigt. Daar moeten we ook oog voor blijven houdenin het hele proces dat we uiteindelijk met elkaar ingaan.De voorzitter:Voor de mensen thuis: 50.000 stemmen is niet genoeg voor twee zetels.Misschien is het goed om even te benadrukken wat u bedoelt.De heer Erkens (VVD):Bij het eerste experiment ging het aantal ongeldige stemmen bijnarichting 1 procentpunt. Nu is het verbeterd en gaat het om 0,47%. In deeerste ronde zou dat zich doorvertalen naar bijna twee mogelijke zetels.Nu is het naar één gedaald. Het effect bij een landelijke uitrol zou welweer aan de hoge kant zitten in de beginnersdagen.De voorzitter:Dat is dan duidelijk voor iedereen thuis.De heer Vermeer (BBB):Wordt er ook een dataset ter beschikking gesteld waaruit blijkt in welkehoek die fouten gemaakt worden? Gaat het om specifieke partijen? Destemmers op verschillende partijen hebben namelijk verschillendeprofielen. Ik noem bijvoorbeeld theoretisch of praktisch opgeleidemensen. Voor de een is een formulier en een instructie makkelijker telezen dan voor een ander. Wordt er ook een analyse gemaakt waaruit blijktof het gaat om mensen met specifieke kenmerken? Het kan namelijk zozijn dat het procentuele verschil bij een bepaalde doelgroep vele malenhoger is dan het gemiddelde.Minister Rijkaart:Ik snap de wens, maar hier komt toch ook een klein moeilijkheidje om dehoek. Vanwege het stemgeheim kunnen we niet alles waar hier overgesproken wordt helemaal destilleren en analyseren met statistieken.Daar waar mogelijk kunnen we een en ander analyseren, maar als we heelspecifiek de kwalificaties van de stemmer in het stemhokje gaan proberente achterhalen, dan wordt dat wel een beetje een probleem.De heer Van Baarle (DENK):Ik begrijp het antwoord op de vraag van de heer Vermeer. Tegelijkertijdbegrijp ik ook de vraag van de heer Vermeer. Is de opzet van het nieuwestembiljet wetenschappelijk getoetst? Is dit gesimuleerd? Is er ookgekeken of uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er verschillen inuitkomsten zijn bij bepaalde groepen? Dat kan je namelijk wel doen,zonder dat je te maken hebt met het stemgeheim. Wat blijkt daaruit?Minister Rijkaart:Het is al getest door diverse groepen stemmers. De mensen met eenbeperking zijn daarbij vooral ruim aan bod gekomen. Daar zijn evaluatiesvan geweest. Die erkennen dat het nieuwe stembiljet voor hen prettigerwerkt. Daarnaast weten we ook dat het nieuwe stembiljet in uiteindelijkevorm voor bijvoorbeeld een kostenreductie op gemeentelijk niveau gaatzorgen, omdat het stembiljet zelf automatisch in een nieuwe stemmalpast. Het grote stembiljet past daar niet in. Dat zorgt iedere keer weer vooreen nieuwe stemmal. Ik ga er even van uit dat iedereen weet wat eenstemmal is. Dat is het geval; ik zie iedereen knikken. Die zou bij elkeverkiezingen opnieuw gemaakt moeten worden, à raison van ongeveer€ 2.000 per stuk. Dat zijn toch forse kosten. Die ondervang je hier ookmee. Dat zijn dus de dingen die onder andere in het testen en evaluerennaar voren zijn gekomen, waar we ook aandacht voor hebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10425 De voorzitter:De Minister vervolgt zijn beantwoording.Minister Rijkaart:Voorzitter. Dan kom ik bij blok nummer drie: de weerbaarheid van onzeverkiezingen. Ik heb ook hier weer een korte inleiding bij. We zijn onsbewust van de dreigingen en zijn dus waakzaam. We nemen maatregelenom onze verkiezingen hiertegen weerbaar te maken. We doen dit metwaarborgen, zodat we niet verliezen waar het in essentie om gaat: eenvrije en open samenleving. We leven in een grimmige tijd, met eengeopolitieke technologische ontwikkeling die grote druk zet op onzedemocratie. De diensten en de NCTV waarschuwen al langer voor hoestatelijke actoren onze democratie kunnen en willen ondermijnen.Pogingen tot heimelijke beïnvloeding van onze democratie door eenstatelijke actor is, op welke schaal dan ook, volstrekt onwenselijk.Tegelijkertijd hebben we een robuuste democratische rechtsstaat enverkiezingen die transparant en controleerbaar zijn. Ik sta ervoor dat onzeverkiezingen vrij en veilig zijn verlopen. Er zijn geen aanwijzingen dat hetverloop of de uitkomst van de verkiezingen zijn beïnvloed. Dat neemt nietweg dat er op het internet ook allerlei campagnes plaatsvinden vannepaccounts die bepaalde profielen pushen. Dat is zeer onwenselijk voorhet vrije en open publieke debat en raakt de kern van onze democratie.Wij blijven waakzaam.Dat brengt me dan ook nu bij het woord «weerbaar». Uw Kamer is doormijn ambtsvoorganger geïnformeerd over hoe risico’s op buitenlandsebeïnvloeding in het verkiezingsproces worden tegengegaan. Voor deverkiezingen heb ik u geïnformeerd over het contact met de socialmedia-platformen. De AIVD onderzoekt heimelijke beïnvloeding door statelijkeactoren en kan waar nodig de samenleving en instanties informeren. Wezijn alert op signalen van risico’s en monitoren deze. We nemen ookgerichte aanvullende acties. Die zijn gericht op het tegengaan vanbuitenlandse beïnvloeding en dat platformen hun verantwoordelijkheidnemen. We werken aan de inrichting van detectiecapaciteit voor buiten-landse beïnvloedingscampagnes die onze democratie en maatschappe-lijke stabiliteit willen ondermijnen. We laten ons daarbij inspireren doorvoorbeelden uit Zweden en Frankrijk. Ook halen we ervaring en kennis opbij de Europese Dienst voor Extern Optreden en de Organisatie voorEconomische Samenwerking en Ontwikkeling.We moeten onze democratische rechtsstaat niet verliezen terwijl we haaraan het beschermen zijn met weerbaarheidsmaatregelen. Onze inzet doenwe daarom met inachtneming van democratische en rechtsstatelijkewaarborgen. Bevoegdheden van de overheid voor bijvoorbeeld detectievan desinformatie vormen een inmenging op grondrechten, waaronderprivacy. We werken aan een vorm die recht doet aan de noodzaak die wezien, met een dragende onderbouwing voor de uitvoering. Daarnaasthebben we verschillende onderzoeken lopen waarvan de resultaten in2026 worden verwacht, onder andere over de impact van desinformatieop onze samenleving en welke rol het maatschappelijke middenveld voorzichzelf ziet bij desinformatiedetectie.Hoewel verkiezingen een nationale aangelegenheid zijn, zijn de dreigingeninternationaal. Het is daarom van groot belang dat we de ervaringenhiermee op Europees vlak met elkaar delen en een gezamenlijke aanpakvoeren. We staan dan ook niet alleen. Zoals u weet, werkt de EuropeseCommissie aan het Europees democratieschild en een resilience centreom de verkiezingen te beschermen tegen verspreiding van desinformatiedoor statelijke actoren.Socialmediaplatformen moeten hun verantwoordelijkheid nemen enmaatregelen treffen tegen illegale content en desinformatie. Ik steun deEuropese Commissie in het houden van toezicht op de DSA en de lopendeonderzoeken naar bigtechbedrijven. Ook in Europees verband wordt metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10426 de platformen gesproken. Op 2 december kwam Meta langs bij deHorizontal Working Party on Enhancing Resilience and Countering HybridThreats. Tijdens deze bijeenkomst is gesproken over het beleid van Metain het licht van de campagnes die worden blootgelegd, en ook over deberichten dat er vanuit hen weinig met de meldingen zou worden gedaan.Ik vind het belangrijk om vóór de gemeenteraadsverkiezingen deplatformen te spreken over hun verantwoordelijkheid voor hetbeschermen van het publieke debat en het verkiezingsproces. Bij dezegesprekken betrek ik de Europese Commissie en, waar nodig, de nationaletoezichthouders. Het belang om actief in gesprek te blijven met detechbedrijven over de DSA wordt ook onderstreept door de visumres-tricties die door de VS zijn opgelegd aan enkele personen. Ik sta voor onzeEuropese regelgeving, die democratisch tot stand is gekomen en door deparlementen van de 27 EU-lidstaten en het Europees Parlement isaangenomen.Dat brengt mij bij de vragen, onder anderen van de heer Sneller en deheer Van den Brink. «Als het zicht op statelijke actoren per definitieonvolledig is, hoe weet de Minister dan dat de impact op de verkiezingenbeperkt is gebleven?». Nou, onder andere doordat we zo’n robuust entransparant verkiezingsproces hebben. En door ons pluralistische stelselvan evenredige vertegenwoordiging zijn we automatisch al minderkwetsbaar dan bijvoorbeeld een «winner takes all»-systeem. Daarnaast isde impact van een campagne afhankelijk van een aantal factoren: hetbereik van de berichten uiteraard, maar ook waar kiezers hun informatieom te stemmen vandaan halen. Gelukkig zie ik dat veel misleidende enonjuiste berichtgeving al voorafgaand aan de verkiezingen weersprokenwordt, bijvoorbeeld door factcheckers en mediaorganisaties, maar veelalook door burgers zelf.«Wat gaat de Minister als vervolg doen met de flaggerstatus ten aanzienvan de inzet van de verkiezingen en de opvolging door X en Meta?». Ja,we hebben twee keer gebruikgemaakt van de zogenaamde flaggerstatus:eenmaal richting Meta en eenmaal richting X. Met de verkiezing van deflaggerstatus kan BZK platformen erop attenderen dat er berichtencirculeren die een risico vormen voor die integriteit van het verkiezings-proces. Het is aan de platformen zelf om de berichten te controleren opstrijd met de gebruiksvoorwaarden van het platform. We hebben geenbevoegdheid om de platformen te verplichten om berichten te verwij-deren, en dat doen we dan ook niet.De voorzitter gunt zichzelf een interruptie.Voorzitter: VermeerDe heer Sneller (D66):Ik heb een aantal vragen op dit punt, want dit is volgens mij ook richtingde toekomst wel relevant. Het is één post, die volgens mij is aangedragendoor Justice for Prosperity bij BZK tijdens de hele campagne, waarbij BZKdeze status heeft ingezet. Ik zou toch een reflectie willen op het volgende:kan het zijn dat het die ene post is die gaat over twee vakjes rood makenals je GroenLinks-PvdA kiest? Duidelijke desinformatie. Dat is de enige dieis aangemeld bij socialmediaplatforms. Was dat nou het enige berichttijdens de hele campagne dat daarvoor in aanmerking kwam? Envervolgens zie je dat X en Meta allebei in eerste instantie zeggen: nee,geen violation of community policies. Zo was de reactie van de socialeme-diabedrijven. Wat is de reflectie van de Minister daarop?Minister Rijkaart:Zoals ik in de inleiding zei, voordat je gaat ingrijpen in een proces als ditheeft dat ook te maken met diverse rechten die mensen hebben, bijvoor-beeld het recht op vrije meningsuiting enzovoort. Je wil daar niet te snelin gaan zitten, dus de lat om dat te doen ligt wat ons betreft vrij hoog, ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10427 bijvoorbeeld om te voorkomen dat wij door het inzetten van die statuservan beschuldigd zouden kunnen worden dat wijzelf een bepaaldeinvloed zouden hebben op het sturen van de uitkomst van verkiezingen,omdat we zouden zeggen dat iets werkelijk onwenselijk is. Dus voor deinzet van die flaggerstatus en het aanmerken ligt die lat echt heel hoog,juist ook om te voorkomen dat wij het transparante en eerlijke proces zelfzouden beïnvloeden.De heer Sneller (D66):Daarmee mis ik nog de reflectie op het feit dat zowel X als Metavervolgens zegt «nee hoor, helemaal niks aan de hand» en ze pas nadathet Ministerie van Binnenlandse Zaken nog een keer zegt – waarvoor lof –dat het hierover meer uitleg wil, tot actie overgaan. En dat was in beidegevallen meerdere dagen, terwijl we uit onderzoek weten hoe snel ditsoort berichten van desinformatie zich verspreiden. Dus ik zou daar graagnog een reactie op willen.En als de Minister weer in gesprek gaat met de platformen: ik miste X inhet overzicht van gesprekspartners. Ik was dus ook benieuwd of daar welactief mee is gesproken. Of blijven ze erbuiten?Minister Rijkaart:Volgens mij is het wel de bedoeling om ook met X in gesprek te gaan. Dusik ga nog even na of dit werkelijk klopt, maar volgens mij gaan wij dat weldoen. Uw eerste vraag ging als ik u goed begrijp meer over de snelheidwaarmee dat gaat. U zegt: dat ging toch allemaal vrij traag. Wij hebben alskabinet dus niet de bevoegdheid om dusdanig in te grijpen dat we kunnenzeggen: haal dat bericht weg. Dat lukt niet. De snelheid hangt ook eenbeetje samen met de zorgvuldigheid waarmee we dat doen. Ik herken datsommige desinformatie zich heel snel kan verspreiden. Het liefst zou jedaar dus nog dichter op willen zitten. Ik zie niet echt mogelijkheden omdat nóg sneller te doen zonder de zorgvuldigheid uit het oog te verliezen.Ik voel uw ongemak, maar ik wil u wel meegeven dat in dit geval, met deacties die we wél gezien hebben, de beïnvloeding zeer minimaal is. Ik hebweleens een rekensommetje gemaakt. Voor de beeldvorming: er gaan perdag in Nederland 3 miljoen X-berichten de deur uit. Je moet dus echt weleen behoorlijke campagne opzetten, wil je daar forse tractie op krijgen.Voor de beeldvorming is het wel goed om dat te weten. Dus we willen erzo dicht mogelijk op zitten, maar ook niet zo dicht dat we te snel instappenen bepaalde vrijheden beperken.De voorzitter:Meneer Sneller, u heeft nog een interruptie?De heer Sneller (D66):Dat snap ik. Het gaat mij ook niet om de voortvarendheid van Binnen-landse Zaken, maar om de voortvarendheid van de platforms om daarvervolgens op te acteren. Zeker als het er maar één is geweest, en het duszo selectief wordt ingezet, ga er dan ook serieus op in als platform als jeeen brief krijgt van het Ministry of the Interior. Daar zie ik weinig voortva-rendheid. Dan lees ik in de brief ook dat de ACM aan deze very large onlyplatforms en search engines heeft gevraagd om een postelectorale reviewte doen. Is het mogelijk om die ook te krijgen als Kamer op het momentdat die klaar is? Over hoe snel het kan gaan, is onlangs het rapport Vanbotnet tot beeldvorming verschenen. Volgens mij kan je daar best heelsnel een grote megafoon op zetten. Dus ik zou graag horen of dat rapporten de aanbevelingen kunnen worden meegenomen in de follow-up.De voorzitter:U heeft dus twee vragen in één interruptie gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10428 Minister Rijkaart:De rapporten zijn opgevraagd, maar we zijn wel afhankelijk van ofplatformen die dan ook gaan leveren. Wel blijven we onverminderd aande Europese Commissie vragen om druk te zetten op die platformen omactie te ondernemen waar dat nodig is. Want zoals u weet, loopt hettoezicht op de DSA via Europa. En wat was uw tweede vraag?De heer Sneller (D66):Dit was een verzoek, niet van de Europese Commissie, maar van deAutoriteit Consument & Markt, de Nederlandse toezichthouder op de DSA.De andere vraag ging over het rapport van Justice for Prosperity met detitel Van botnet tot beeldvorming, met een aantal aanbevelingen aan hetministerie om te zorgen dat het toezicht effectiever wordt.Minister Rijkaart:Nu ken ik dat rapport niet helemaal uit mijn hoofd. Ik moet echt laterterugkomen op wat daar allemaal in staat, voordat ik daar een concretetoezegging op kan doen.De voorzitter:Prima. Dan geef ik de voorzittershamer terug aan de heer Sneller.Voorzitter: SnellerDe voorzitter:Dank u wel. De heer Van den Brink heeft nog een interruptie.De heer Tijs van den Brink (CDA):U zegt dat wij als overheid niet zo snel kunnen reageren, omdat dan ookonze onpartijdigheid in het geding kan komen. Althans, u kuntbeschuldigd worden van partijdigheid. Zou u het toezicht daarop dan nietbij een externe partij moeten beleggen?Minister Rijkaart:U doet een suggestie. Op dit moment heb ik niet de indruk dat wij daaronze neutraliteit mee verliezen, juist omdat we er echt, zoals ik net al zei,aandacht voor hebben om dat niet te doen en om die lat niet te hoog teleggen. Dus je kunt de afslag nemen en het extern beleggen. Ik weetoverigens niet of het proces daar sneller van wordt, maar op dit momentheb ik er heel veel vertrouwen in dat wij dat als ministerie op de juiste encorrecte manier doen.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik aarzel. Het is dan nu goed gegaan en het is niet heel groot geworden. Uzegt dat de impact beperkt is gebleven. U treedt zelf ook terughoudendop. Je zou dus kunnen zeggen dat het wel heel snel kan gaan. Als u danniet snel kunt ingrijpen omdat u onpartijdig wilt blijven – dat snap enwaardeer ik – is het wel fijn als er een andere veiligheidsklem is.Minister Rijkaart:Die is er natuurlijk wel, alleen is snelheid niet alleen afhankelijk van onzeonpartijdigheid. Dat gaat ook over hoe snel een melding bij onsbinnenkomt, en welke maat en omvang het heeft. Zoiets moet wel altijdbeoordeeld worden. Als je een account hebt met één volger waar éénberichtje op staat, ga je daar dan het hele departement voor in werkingzetten? Nee, dat niet.Ik ga nog wel eventjes in op het rapport: die aanbevelingen wordenmeegenomen. Dat kwam net binnen via het separate kanaal.Mevrouw Lammers, die niet meer aanwezig is, vroeg: «Wat vindt deMinister van het feit dat de PVV wordt uitgesloten en dat parlementsledenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10429 hier alleen voor Brussel zitten en niet voor de Nederlanders? Hoe denkt hijdat het vertrouwen in de politiek hersteld kan worden?» Op de vraag hoehet vertrouwen in de politiek hersteld kan worden, ben ik al ingegaan inmijn reactie op de opmerking van de heer Van Baarle. Daar zijn wevolgens mij met z’n allen bij. Ik ga niet mee in deze kwalificatie. Volgensmij is de opmerking van mevrouw Lammers vooral een discussieonderling in de Kamer waard.De heer Van den Brink vraagt hoe de Minister gaat borgen dat de nieuweverordening over politieke reclame vóór de landelijke verkiezingen in denationale regels wordt opgenomen en daadwerkelijk wordt toegepast. DeEuropese verordening inzake transparantie en gerichte politieke reclameis per 10 oktober 2025 van toepassing. Momenteel leg ik de laatste handaan de uitvoeringswet. Ik verwacht die op korte termijn bij uw Kamer in tekunnen dienen. «En wat is dan korte termijn?» Ik hoor het u al bijnadenken. Dat is in ieder geval in Q1. Daarnaast heeft het kabinet de door debeoogde toezichthouders gevraagde middelen vrijgemaakt om hen instaat te stellen de taken die volgen uit de verordening, goed uit te voeren.Het kabinet verwacht dat daarmee het toezicht en de handhaving van deregels uit de verordening bij de volgende landelijke verkiezingen goed zijngeborgd.Een vraag van de VVD: «Welke mogelijkheid ziet het kabinet om deEuropese verordening in Nederland níet in te voeren of de desbetreffendeadministratieve lasten te versoepelen? Zouden de drempelwaardes hierbijkunnen helpen?» De Europese verordening is per 10 oktober rechtstreeksvan toepassing in alle lidstaten van de Europese Unie. Er bestaan geenmogelijkheden om daarvan af te wijken. Omdat niet alle Nederlanderspolitieke reclame als zodanig herkennen, onderschrijft het kabinet dedoelstelling van de verordening. Ik vind het wel van groot belang dat deregels uitvoerbaar zijn. De administratieve lasten die volgen uit deverordening zijn voor politieke partijen te overzien. Ik ben in gesprek metuitgevers van politieke reclame over de uitvoeringslasten. Dit is eveneensonderwerp van gesprek met de Europese Commissie en andere lidstatenen tussen toezichthouders, bijvoorbeeld voor wat betreft de gemeente-raadsverkiezingen, waarbij veel kleine reclamecampagnes voor relatieflage bedragen worden ingekocht. Het is uiteindelijk aan de EuropeseCommissie om te bepalen of met drempelbedragen kan worden gewerkt.De heer Erkens (VVD):Ik vind het nog steeds een vrij vreemde verordening, want je krijgtallemaal labels, alsof het gaat om een pakje sigaretten waarop staat«roken is dodelijk», zo van «politiek en stemmen hebben zo’n effect». Insubjectieve zin vind ik daar iets van, maar goed, de verordening is wat dieis. Is de Minister bereid om bij zijn Europese collega’s en de Commissie tepleiten voor het invoeren van die drempelwaardes?Minister Rijkaart:Zoals ik al zei, lijken de lasten op dit moment nihil te zijn. We kunnen hetgesprek wel voeren en kijken hoe dit verdergaat. Op dit moment krijg iknog geen hordes aan klachten die erop wijzen dat het niet uitvoerbaar zouzijn. Mogelijk komen die gaandeweg nog. Mocht dat wél spelen, dankunnen we dat opnieuw evalueren en onder de aandacht brengen.De heer Van den Brink heeft gevraagd of ik kan toelichten hoe ik zalborgen dat vóór de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 detectie,platformverantwoordelijkheid en de Europese handhaving samenkomen,zodat wordt voorkomen dat die verkiezingen worden beïnvloed. «Hoe gaik voor de volgende landelijke verkiezingen borgen dat de DSA wordtgehandhaafd?» Platformen zijn onder de DSA bij iedere verkiezing, dusook bij de gemeenteraadsverkiezingen, verantwoordelijk voor het nemenvan maatregelen ter bescherming van het publieke debat en het verkie-zingsproces. Bij overtredingen kán de Europese Commissie handhavendTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10430 optreden. Zoals ik al zei, blijf ik met de platformen in gesprek over hunverantwoordelijkheden tijdens de verkiezingen. Verder werken we aanruimere mogelijkheden voor detectie van buitenlandse beïnvloedingscam-pagnes die onze democratie willen ondermijnen. Ondertussen werk ik aaneen pilot voor detectie die vóór de gemeenteraadsverkiezingen zoumoeten starten. Hierover ga ik u dan ook op korte termijn nader infor-meren.Voorzitter, tot zover het blokje weerbaarheid. Dat brengt mij bij het laatsteblok: diversen, ook wel «varia» genoemd.Diverse fracties hebben een vraag gesteld over het advies van de Kiesraadover de mogelijkheden om de termijnen voor de organisatie vanvervroegde verkiezingen in te korten. Ik heb gemeend het eerste deel vanhet advies al naar u toe te moeten sturen. Ik verwacht het komende jaarhet tweede deel van het advies. Ik heb de Kiesraad gevraagd om in ditvervolgadvies aandacht te besteden aan de gevolgen voor de uitvoeringvan het verkiezingsproces. Dat geldt ook voor eventuele gevolgen voorgemeenten. Na ontvangst van het tweede deel zal ik het advies in zijngeheel tot me nemen en u er ook in zijn geheel een reactie op doentoekomen. Hierbij zal ik uiteraard stilstaan bij de balans tussen het belangvan een zorgvuldige organisatie en het belang van een snelle organisatievan de verkiezingen na de val van een kabinet.«Wat doet de Minister concreet tegen bedreiging en intimidatie van lokalepolitici, ook online? Wat doet hij om het wethouderschap in kleinegemeenten werkbaar te houden?» Dat is eigenlijk een overkoepelendevraag. Ik herken die zorgen natuurlijk. Het is de afgelopen tijd veel in hetnieuws geweest. Veel mensen hebben zich ook bij mij gemeld. Natuurlijkheb je dan zorgen over de aantrekkelijkheid van het politieke ambt, ook indecentrale setting. Het moge duidelijk zijn: bedreiging en intimidatie, inelke vorm die daarbij komt kijken, zijn volstrekt onwenselijk en keuren wijscherp af. Onderzoek laat echter gelukkig nog steeds zien dat burge-meesters, wethouders en raadsleden hun werkplezier nog steeds met eenhoog cijfer waarderen.Maar het staat wel onder druk. Een lager werkplezier kan op zijn beurtinvloed hebben op de intentie om door te gaan of zelfs die om aan hetpolitieke ambt te beginnen. Uit onderzoek blijkt dat deze impact hoger isbij vrouwen dan bij mannen. Daar hebben we op geacteerd. Hetprogramma Weerbaar Bestuur werkt aan de weerbaarheid van decentralepolitieke ambtsdragers en hun organisatie, zodat zij zonder vormen vanoneigenlijke druk hun ambt kunnen vervullen. Het programma zet in oppreventie, reactie en nazorg bij agressie en intimidatie.Daar hebben we ook een aantal concrete acties voor. Het Ondersteuning-steam Weerbaar Bestuur is 24/7 bereikbaar bij incidenten en maakt eentour door het land met voorlichting en gesprekken met politieke ambts-dragers. Het CCV voert veiligheidsscans uit voor volksvertegenwoor-digers. Ook kunnen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies opmaat krijgen. Daarnaast bestaat nog het Steunpakket tegen OnlineAgressie en Intimidatie, met een overzicht van praktische tips in depreventie, reactie en nazorgfase na online-agressie en -intimidatie. Ookhebben we recent 3 miljoen beschikbaar gesteld voor decentraleoverheden voor veilige vergaderingen van gemeenteraden, provincialestaten en algemene besturen.In de Kamerbrief «waardevol ambt» van vorig jaar heb ik maatregelenaangekondigd ter verlichting van de werkdruk. Dat was een vraag van deheer Van den Brink, meen ik. Het gaat om betere ondersteuning en hetstimuleren van de instroom.Daar zitten ook wat concrete zaken bij. Ik bereid een wetsvoorstel voor omde norm van het aantal wethouders te verruimen, zodat de werkdruk beterkan worden gespreid. Dat was een vraag van de heer Vermeer. Ookworden verlof- en vervangingsmogelijkheden verruimd. Dat wetsvoorstelis nu in consultatie. Ik werk ook aan een bredere instroom in het ambtTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10431 door oriëntatieprogramma’s structureel te financieren. Ook investeer ik inmeer opleidings- en ontwikkelmogelijkheden voor decentrale bestuurdersen volksvertegenwoordigers.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):De Minister benoemt dat hij ziet dat de impact op vrouwelijke politici vaakgroter is dan op mannelijke politici. Hij zei dat hij daar een deel van zijnaanpak op toespitst. Maar vorige week nog is er een onderzoek vanPointer uitgekomen waaruit blijkt dat ook politici met een migratieachter-grond vaker te maken hebben met intimidatie en bedreigingen, evenalspolitici met asiel- en lhbti+-rechten in hun portefeuille. Dat weten wetrouwens ook al langer. Doen deze feiten nog iets met de aanpak van deMinister? Is hij misschien voornemens om deze aanpak nog iets speci-fieker te maken? Een heel algemene aanpak lijkt me zonde als we vrijprecies weten waar de kwetsbaarheden zitten.Minister Rijkaart:Ik moet het onderzoek van Pointer nog even goed bekijken. Mocht erinderdaad een uitbreiding van de groepen zijn die een verhoogdekwetsbaarheid hebben, om het zo maar eens te zeggen, dan wil ik er zekereven naar kijken of er een differentiatie-uitbreiding of iets van dien aard inmoet komen. Buiten de microfoon wordt gevraagd of ik daarop terug kankomen. Ja, daar kom ik later op terug.Mevrouw Tseggai vroeg naar het Actieplan Toegankelijk Stemmen. Wekennen het actieplan. Daarvoor is een nulmeting uitgevoerd. «Kan deMinister al zeggen of dit bij de laatste verkiezingen tot verbeteringen heeftgeleid? Of horen we dit bij de uitgebreidere evaluatie?» De toeganke-lijkheid van stemlokalen is natuurlijk uiterst belangrijk. We hebben insamenspraak met belangenorganisaties het Actieplan ToegankelijkStemmen opgesteld. De toegankelijkheid van stemlokalen maakt deel uitvan dat totale actieplan. De nulmeting die voor dit actieplan is uitgevoerdstaat niet op zich, want in 2027 en in 2029 doen we nieuwe metingen, omde voortgang van de acties te meten en waar nodig aanpassingen in hetactieplan door te voeren. Natuurlijk evalueren we bij elke verkiezing. Detoegankelijkheid is een uitgebreid onderdeel hiervan. Bij de uitgebreideevaluatie na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 gaan we dieper ophet onderwerp in, omdat er dan ook meer informatie beschikbaar is.Waarom is er een verschil tussen hulp voor mensen met een fysiekebeperking en anderen? Dat was ook een vraag van mevrouw Tseggai. Wehebben een wetsvoorstel, namelijk het wetsvoorstel Bijstand in hetstemhokje, dat op 1 december 2025 aan de Tweede Kamer is toegestuurd.Op 22 januari is de inbreng voor het verslag over het wetsvoorstel. Ik stelvoor om in mijn reactie daarop de vragen die hierover gaan te beant-woorden in plaats van hier nu op vooruit te lopen. Dan gaat het in éénproces mee.Wil de Minister reflecteren op de verkenning omtrent het passief kiesrechtvoor vrouwen en de maatregel die zijn voorkeur heeft? Het ging danspecifiek over de kandidatenlijst van de SGP. Dat is een interne aangele-genheid van de partij zelf, maar als Minister draag ik de verantwoorde-lijkheid om het actief en passief kiesrecht in Nederland te waarborgen. Datomvat onder andere de plicht om maatregelen te treffen indien blijkt datvrouwen niet op gelijke voet worden behandeld bij deelname aan eendemocratisch proces. De recente ontwikkelingen bij de SGP riepen bijmijn voorganger vragen op. Daarom heeft er afgelopen zomer eengesprek met de SGP plaatsgevonden. In de verkenning die ik voor de kerstaan de Kamer heb toegezonden – ik benadruk even dat die in de vollebreedte is gedaan – heb ik een aantal mogelijkheden geschetst om hetpassief kiesrecht voor vrouwen aanvullend wettelijk te borgen. Uit diebrief blijkt dat dat geen eenvoudige keuzes zijn. Hierover moet dan ookhet debat worden gevoerd met de Kamer. Gezien de demissionaire statusTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10432 van dit kabinet vind ik het echter passend om dat aan een volgend kabinette laten.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik snap op zich dat het niet eenvoudig is om in te grijpen bij internepartijaangelegenheden, maar zoals de Minister zegt, is het zijn taak omhet passief kiesrecht van vrouwen te waarborgen. We kunnen het weerdoorschuiven naar een volgend kabinet, maar intussen zijn er alweergemeenteraadsverkiezingen et cetera. Ik vind het wel lang duren. De HogeRaad heeft hier al vijftien jaar geleden een uitspraak over gedaan. Het istoch niet zo heel ingewikkeld om bijvoorbeeld de subsidievoorwaardenaan te passen?Minister Rijkaart:Dat zegt mevrouw Tseggai op zich heel terecht: ja, dit duurt al lang. Je zietdat er in het afgelopen jaar wel een versnelling heeft plaatsgevonden doordeze specifieke casus aan te pakken en het gesprek daarover aan te gaan.Daarna heeft de partij ook toegezegd verbeteringen door te voeren. Uheeft het over maatregelen. Die komen voort uit een gesprek dat onderandere uw Kamer nog moet hebben. Er zijn ook in dit gremium zojuist albedenkingen geuit. In hoeverre wil je ingrijpen in partijeigen zaken? Diekeus is ogenschijnlijk eenvoudig zo even op tafel gelegd, maar die vereistecht een dieper debat. Ik heb daarvan gezegd dat het aan een volgendkabinet is. Dat is met mijn demissionaire status niet meer van toepassing.Het gesprek en de verkenning die ik heb gedaan, zijn voor deze periodedus het maximale wat ik eruit kan halen.De heer Van Baarle (DENK):Ik snap dat. Ik snap dat als je uitkomt op het doorvoeren van wetswijzi-gingen die ook ingrijpen in het kiesstelsel, de Minister kan zeggen: dat isiets van de langere adem. Tegelijkertijd snap ik mevrouw Tseggai ook.Deze Minister is verantwoordelijk voor het waarborgen van het passiefkiesrecht en is de hoeder van het stelsel van de parlementaire democratie.Vanuit die verantwoordelijkheid kan het niet zo zijn dat op het moment datwe een vorm van institutionele discriminatie zien, de Minister zegt: daargaat een volgend kabinet over. Wat kan de Minister vanuit zijn rolop-vatting op dit moment wél?Minister Rijkaart:Het is natuurlijk niet zo dat we hier geconstateerd hebben dat er institu-tionele discriminatie plaatsvindt en dat deze Minister zegt: dat heb ikgeconstateerd en daar doe ik niks mee. Daar hou ik mij dan ook verre van.Als we inderdaad nu dit proces ingaan met elkaar, is het toch echt inbelangrijke mate aan mijn opvolger, zeker gezien de recente ontwikke-lingen, om daar verder vorm aan te geven en te bezien of we eenwetswijzigingstraject met dit als onderlegger willen ingaan. Dat is echtaan mijn opvolger. Dat meen ik nog steeds.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik wil het toch nog even proberen. Ziet de Minister dan geen mogelijkheidom dit te regelen door bijvoorbeeld de Wet op de politieke partijen aan tepassen? Wat is volgens de Minister zelf de beste optie om dit goed teregelen? Ik zou denken dat je daarvoor toch voorbereidende werkzaam-heden kunt verrichten.Minister Rijkaart:Dat is makkelijk gezegd, maar dan kom ik toch weer terug op het eerderepunt, namelijk dat dit ook iets is waarover de Kamer met elkaar in debatzal moeten gaan. Want anders geef ik een voorzet van de mogelijkhedendie ik zelf zie, en zoals ik al heb gezegd, past dat niet bij mijn demissio-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10433 naire status. Dat laat onverlet dat ik vind dat het passief kiesrecht voorvrouwen een groot goed is dat we moeten borgen. Dat heb ik met dezehele exercitie ook proberen duidelijk te maken. Een verder vervolg isechter aan een nieuw kabinet in combinatie met een onderling debat in denieuwe Kamer. Helaas zitten we nu even in het grijze gebied dat nueenmaal zo is ingericht. Wat mij betreft is het gelet op mijn demissionairestatus niet meer aan mij om daar verder op vooruit te lopen.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):De rechtsstaat is niet demissionair. Het hoeden van de rechtsstaat is detaak van de Minister van Binnenlandse Zaken, die, zo wil ik daar even bijzeggen, tevens coördinerend bewindspersoon Discriminatie is. Ik snap dathet kabinet demissionair is, maar sommige onderwerpen kunnen nietwachten. Als wij met z’n allen én deze Minister vaststellen dat hier sprakeis van discriminatie van vrouwen, dan kan het kabinet wel demissionairzijn, maar dan heb je naar mijn mening de morele plicht om in te grijpen.Ik vind het jammer dat deze Minister dat niet doet.Minister Rijkaart:Ik zei al dat we hierbij een aantal zaken hebben ingezet. We hebben onderandere gesprekken gevoerd met de partij die het betrof. Daarna hebbenwe nog een verkenning gedaan. Het is dus niet zo dat deze Ministeruiteindelijk niets heeft gedaan. We hebben u ook nog een brief overpassief kiesrecht gestuurd. Ik kijk even. Ondertussen krijg ik nog wat info,maar dan nog blijft staan dat het echt aan een volgend kabinet en eenvolgende Kamer is om met elkaar in te vullen hoe je dit onder andere dooreen verandering van wet- of regelgeving verder wil gaan aanpakken. Dietwee passen immers naadloos in elkaar als dat traject daadwerkelijk vormwordt gegeven. Ook deze commissie heeft al gezegd dat het niet meer aanmij is om echt te gaan ingrijpen in partijen en partijstructuren. Dat laatonverlet dat discriminatie een zeer verwerpelijke zaak is en dat daaropingegrepen moet worden. Nou, die indicatie hebben wij hier gegeven enbinnen de mogelijkheden die we op dit moment hebben, hebben we daarinvulling aan gegeven.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn beantwoording.Minister Rijkaart:Ondertussen beantwoord ik de vraag of ik koffie wil.Dan kom ik op de vraag van GroenLinks-PvdA en DENK over alternatievenvoor een stempas of, anders, over het makkelijker maken of mogelijkmaken van stemmen met een ID-bewijs. Iedereen ontvangt de stempasthuis. Iemand die geen stempas ontvangt of de stempas kwijtraakt, kaneen vervangende stempas aanvragen bij de gemeente. Dat kan schriftelijkof op het gemeentehuis zelf. Als dat echt niet mogelijk is, zou je ook noghet een en ander kunnen doen via een volmacht. Er zijn dus best wel watmogelijkheden. Op dit moment zie ik echter geen alternatieven voor destempas, want met een stempas kunnen mensen in elk stemlokaal in hungemeente stemmen, wat goed is voor de toegankelijkheid van deverkiezingen. Zou stemmen ook kunnen met alleen een ID-bewijs, en duszonder stempas – dat suggereerde de heer Van Baarle – dan zoudenmensen echt op een vast stembureau moeten gaan stemmen, waar daneen lijst aanwezig is van personen van wie de naam wordt afgevinkt, endat is dan weer niet wenselijk. Of er zou bijvoorbeeld als alternatief eencentrale digitale database moeten zijn die op elk moment en op elkstembureau kan worden geraadpleegd. Dat zie ik niet als een realistischeoptie. We hebben immers al eerder met elkaar vastgesteld dat digitalesystemen, hoewel zij best mooi zijn bij het vergemakkelijken, ookkwetsbaar zijn voor het proces waar we met z’n allen voor staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10434 «Kan de Minister reageren op het voorstel voor een pilot met digitaalstemmen voor kiezers in het buitenland?» In het Nederlandse verkiezings-proces is het papieren proces leidend. Voornamelijk voor de verkiezings-waarborgen zoals transparantie en het stemgeheim is dat natuurlijk eengroot goed. Ik zei het net al. Dat geldt ook voor de stemmingen vankiezers in het buitenland. In het Cybersecuritybeeld Nederland 2025 wordthier nogmaals op gewezen. Eerdere kabinetten hebben daarom hetstandpunt ingenomen geen digitale kwetsbaarheden te introduceren inhet verkiezingsproces. Het is aan het nieuwe kabinet om dit standpunt tenaanzien van digitaal stemmen opnieuw te overwegen indien er daarvooraanleiding is. Op dit moment is het papieren proces dus het meest veiligeproces.Dan de vraag: welke concrete maatregelen neemt de Minister voor degemeenteraadsverkiezingen van 2026 om de toegankelijkheid werkelijk teverbeteren? In samenspraak met de belangenorganisaties hebben we dushet Actieplan Toegankelijk Stemmen opgesteld. Dat hebben we u in meivan 2025 toegestuurd. Voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingenstuurt de Kiesraad nieuwsbrieven over de verkiezingen aan degemeenten. Ook beheert de Kiesraad de toolkit voor verkiezingen. Daarinwordt ook informatie over de toegankelijkheidscriteria meegenomen. Inde instructies voor stembureauleden wordt dan nog extra aandachtbesteed aan de toegankelijkheid van de stemlokalen. Daarnaast brengt deKiesraad bestaande handreikingen voor het toegankelijk maken vanstemlokalen bij gemeenten nog eens onder de aandacht, zoals via deVNG, de Oogvereniging en stichting Alzheimer Nederland. BZK geeftsubsidie aan de Open State Foundation voor de website www.waarismijnstemlokaal.nl. Hier kunnen kiezers zien welke voorzieningen er in destemlokalen zijn, zodat ze weten waar ze terechtkunnen om zo zelfstandigmogelijk hun stem uit te brengen.Wat gaat de Minister doen om gemeenten beter te ondersteunen bij dekeuze voor centrale stemopneming, die aantoonbaar leidt tot minderfouten? Dat was een vraag van de heer Van den Brink. De keuze voorcentrale of decentrale stemopneming is echt aan de gemeenten. Hetcollege van burgemeester en wethouders weet namelijk het beste welkevariant het beste past bij de gemeentelijke context. Gemeenten die sindsjaar en dag succesvol en naar tevredenheid een decentrale stemopneminghebben, ga ik niet opleggen dat dat anders moet; dat zou ook wel weervreemd zijn. Gemeenten zijn en worden nog steeds op verschillendemanieren door de Kiesraad ondersteund bij het maken van deze keuze,onder andere door informatie in een toolkit, instructies voor het organi-seren van de zitting en een afwegingskader voor de keuze tussen centraleof decentrale stemopneming.De VVD en JA21 hebben vragen gesteld over het voorstel tot wijziging vanhet stelsel van geschilbeslechting in het verkiezingsproces. In 2020 heefthet Europees Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak gedaan in eenBelgische zaak over geschilbeslechting in het verkiezingsproces. In dieuitspraak stelt het Europees Hof dat het systeem van geschilbeslechtingaan bepaalde eisen moet voldoen om verkiezingsgeschillen effectief en inlijn met het EVRM te beslechten. In lijn hiermee hebben ook de Kiesraaden de OVSE geadviseerd om een beroepsmogelijkheid te overwegen. Omhet Nederlandse systeem te versterken in lijn met de eisen die volgen uitde uitspraak van het EVRM, heeft de toenmalige Minister van BZK injanuari 2024 aan uw Kamer gecommuniceerd voornemens te zijn dezeberoepsmogelijkheid te introduceren. In zijn voorlichting heeft de Raadvan State dit voornemen onderschreven. Er zijn goede redenen om deprocedure van geschilbeslechting tegen het licht te houden. Ik erkenechter wel – daar ben ik het dan ook wel mee eens – de door de VVD enJA21 geschetste risico’s. Daarom kom ik binnenkort schriftelijk op de doorde fracties gestelde vragen terug. Ik verwacht u deze brief nog dit voorjaarte doen toekomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10435 De heer Erkens vroeg of de voordelen van het wetsvoorstel Bijstand in hetstemhokje opwegen tegen de nadelen van mogelijke fraude. Hetwetsvoorstel Bijstand in het stemhokje is u dus al toegestuurd. Op22 januari kom ik daar in zijn totaliteit op terug. Tenminste, op 22 januari isdan de inbreng voor het verslag voor het wetsvoorstel en dan kom ik daardaarna bij u op terug.De VVD is voor het verkorten van de termijnen bij tussentijdse verkie-zingen. Dat naar drie maanden brengen zou een goede stap zijn, zei deheer Erkens. Hij vroeg: waarom kan dit in andere landen wel en bij onsniet, en is de Minister bereid om in ieder geval de driemaandentermijn nual standaard te gaan vastleggen en om voorbereidingen daarvoor in gangte zetten? In 2024 hebben de Universiteit Twente en de Universiteit vanAmsterdam in opdracht van ons departement een internationaalvergelijkend onderzoek naar de termijnen gedaan. Daaruit blijkt dat ergeen eenduidig antwoord valt te geven op de vraag waarom het elderswel sneller kan. De belangrijkste observaties zijn dat het onder andere ligtaan de grondwettelijke termijnen, de termijnen voor registratie van depolitieke partijen en de kandidaten, en de termijnen voor de registratie enhet benaderen van kiezers in het buitenland en de regels daaromtrent. Ikben voornemens om de conclusies van dit onderzoek waar opportuun tebetrekken bij mijn reactie op het tweede deel van het advies van deKiesraad. Zoals ik u al heb gezegd, volgt dat later dit jaar. Deze reactie zaltoezien op het gehele proces van de organisatie van vervroegde verkie-zingen. Ik vind het niet passend om daar nu al op vooruit te lopen en in tegaan op onderdelen van dit proces, zoals de driemaandentermijn. Diekomt dan wel terug in het geheel van de reactie.«Is de Minister bereid om de methodiek van de grote peilers verplichtopenbaar te maken?» Om meer inzicht te krijgen in de wijze waarop grotepeilers omgaan met de openbaarmaking van hun methodiek ga ik hetgesprek met de peilbureaus aan. Dat gesprek wil ik graag nog vóór degemeenteraadsverkiezingen houden. Verplichte openbaarmaking komt ernu nog niet, maar ik ga er wel aandacht voor vragen bij de partijen en depeilers. Er waren zorgen over ...De voorzitter:Excuus. De heer Van den Brink wil graag een vraag stellen op dit punt.De heer Tijs van den Brink (CDA):U zegt: nu nog niet. Heeft u wel plannen in die richting?Minister Rijkaart:Nee, op dit moment heb ik geen plannen voor een verplichting, maar ik gahier dus wel aandacht voor vragen bij de partijen – u zei dat er drie grotepeilbureaus zijn – om te kijken of zij op hun website of iets van dien aardde wijze waarop zij hun peilingen vormgeven, kenbaar kunnen maken.De heer Tijs van den Brink (CDA):U gaat het ze vriendelijk verzoeken en daar laat u het voorlopig bij?Minister Rijkaart:Inderdaad. Om nu al meteen met een soort dwingende hamer te komenterwijl we elkaar nog moeten spreken, is misschien ook wat onsympa-thiek, toch? Dat zeg ik uiteraard via de voorzitter.De heer Van Baarle vroeg naar de bezorging van de stempassen. Over hetalgemeen is de postbezorging goed verlopen. Bij een verzending van13 miljoen stempassen gaan er natuurlijk ook weleens wat dingen fout.Gelukkig hebben gemeenten in samenwerking met PostNL in dezegevallen actie kunnen ondernemen. Er is ook snel op geacteerd. U haaldeeen voorbeeld aan van 1.300 stempassen in Amsterdam. Daar is direct opingegrepen en actie op ondernomen door vervangende stempassen teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10436 verstrekken. Het is wel van belang dat kiezers tijdig hun stembescheidenontvangen. Daarom houd ik ook aandacht voor het waarborgen van dekwaliteit van de bezorging van de stembescheiden samen met PostNL ende gemeenten. Om dit te verbeteren kijk ik of de wettelijke termijnen voorbezorging van die stembescheiden kunnen worden verruimd. Dit doe ik bijde uitwerking van het wetsvoorstel voor verstrekking van de kandidaat-stellingsprocedure.«Hoe kijkt de Minister naar een verlaging van de stemgerechtigde leeftijdnaar 16 jaar?» Ik begrijp die discussie heel goed, maar achtereenvolgendekabinetten hebben het niet opportuun geacht om de kiesgerechtigdeleeftijd, die in de Grondwet is vastgelegd, te verlagen naar 16 jaar. Dat isdus ook nog wel even een proces. Je verandert een Grondwet nietzomaar, zoals u allen weet. In de discussie speelt mee dat jongeren inonderzoek zelf aangeven geen voorstander te zijn van het verlagen van dekiesgerechtigde leeftijd. Dat is een onderzoek van I&O Research. Ikmoedig wel op andere manieren de betrokkenheid aan van jongeren bijpolitiek en bestuur. Daar heb ik u al een aantal voorbeelden van gegeven.Jongeren kunnen bijvoorbeeld al op diverse manieren hun invloeduitoefenen, bijvoorbeeld door lid te worden van een jongerenraad in eengemeente. In de Wet stroomlijning verkiezingsproces wordt bovendiengeregeld dat stembureaus ondersteuners in kunnen zetten vanaf 16 jaar.Door dit mogelijk te maken kunnen jongeren ook al snel in aanrakingkomen met de verkiezingen.«Wanneer maakt de Minister digitale ondersteuningsverklaringenmogelijk? Deelt de Minister dat het onwenselijk is dat partijen werken metkopieën van ID-kaarten en privacygevoelige informatie, en kan hier eensysteem voor komen?» Dat was ook een vraag van de heer Van Baarle. Erwordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel voor versterking van dekandidaatstellingsprocedure. Uw Kamer is hier in april 2024 overgeïnformeerd middels een Kamerbrief. Met dit wetsvoorstel wordt dekandidaatstellingsprocedure gedigitaliseerd middels een digitaal centraalsysteem. Met dit wetsvoorstel moet het in de toekomst ook mogelijkworden om ondersteuningsverklaringen digitaal in te dienen met eenterugvaloptie voor mensen die minder digitaal vaardig zijn. De Kiesraadgaat dit systeem voor de digitale kandidaatsstelling ontwikkelen. Ikverwacht dat het wetsvoorstel in Q4 van dit jaar bij uw Kamer ingediendgaat worden. Ik deel niet de mening dat het onwenselijk is dat er wordtgewerkt met kopieën van bijvoorbeeld ID-bewijzen. Deze worden bij decentrale stembureaus ingediend en die gaan hier zorgvuldig mee om.«Graag ook een verduidelijking op het debatje tussen BBB enGroenLinks-PvdA over de voorkeursstemmen.» Volgens mij had u eenonderling debat en heeft de heer Vermeer het antwoord gegeven dat ikeigenlijk moest geven aan mevrouw Tseggai. Dat is dus geregeld.De voorzitter:Dat ging volgens mij over de EP-verkiezingen, de Europees Parlements-verkiezingen. De vraag ging ook over de gemeenteraadsverkiezingen, dusof er een indicatie is van het aantal stemmen op de lijsttrekkers versus hetaantal stemmen op andere kandidaten.Minister Rijkaart:Richting de gemeenteraadsverkiezingen doen we verder onderzoek naarhet kiesgedrag. Dat wordt gedaan door een gespecialiseerd onderzoeks-bureau. Als dat bekend is, zullen we dat uiteraard ook delen. Ik zie eenreactie van de heer Vermeer.De voorzitter:Dat is zijn vijfde en dus echt zijn allerlaatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10437 De heer Vermeer (BBB):Ik dacht: ik probeer het. Dank u wel, voorzitter. Als daar een gespeciali-seerd onderzoeksbureau naar gaat kijken, dan kunnen wij ook wel om dathele AVG-probleem heen. Dan kunnen we ook meteen bekijken of ermeegenomen kan worden wat het profiel is van de mensen die foutengemaakt hebben. Ik wil de Minister verzoeken om dat dan in de onder-zoeksopdracht mee te nemen.Minister Rijkaart:Dat geeft zelfs in de uitvoering nog wel wat problemen. Dat heeft ervoornamelijk mee te maken dat we niet mee mogen kijken in hetstemhokje, wie daar achter het gordijntje, dat je volgens mij vroeger had,staat. Dat bemoeilijkt de detaillering.Voorzitter. Een vraag van de heer Van Baarle. Nieuwe kleine partijen lopenvast bij procedures voor deelname aan de verkiezingen. Welke stappenkan de Minister zetten om dit verder te uniformeren? Is de Minister bereidom te werken aan een landelijk voorinlevermoment? Er is inderdaad watorganisatiecapaciteit nodig om mee te doen aan een verkiezing. Datherken ik wel. We mogen ook van partijen en van personen die volksverte-genwoordiger willen worden, wel enige inzet verwachten. Tegelijkertijd ishet natuurlijk niet de bedoeling dat nieuwe of kleine partijen vastlopen ineen systeem van kandidaatstelling. Alle stappen van de kandidaatstellingzijn vastgelegd in de Kieswet. Ook wordt alle informatie over deelnameaan de verkiezing duidelijk en helder uitgelegd op de website van deKiesraad. Een voorinlevermoment, waar de heer Van Baarle op doelt,bestaat al. De partijen kunnen hun kandidatenlijst en bijbehorendestukken vaak al vóór de dag van de kandidaatstelling laten controleren. Bijde gemeenteraadsverkiezingen is niet de Kiesraad maar de gemeente hetcentrale stembureau waar de stukken moeten worden ingeleverd.Gemeenten worden in deze rol actief begeleid door de Kiesraad middelsonder andere nieuwsbrieven en digitale inloopspreekuren. Partijenkunnen daarnaast ook altijd terecht bij het informatiepunt van deKiesraad.De heer Van Baarle (DENK):Het klopt dat de gemeenten verantwoordelijk zijn. Met mijn vraagbedoelde ik dat ik denk dat het van belang is dat deze Minister vanuit zijnrol bekijkt hoe hij voor die 342 gemeenten die we hebben, deze processenverder kan uniformeren. Daarover ging bijvoorbeeld ook de vraag overhet centraliseren van dat voorinlevermoment. Als je dat voor al diegemeenten op één moment doet, maakt dat het voor partijen overzichte-lijker. Ik zit niet helemaal in die procedure, hoe dat werkt in de backoffice,maar de vraag is: kan de Minister een inspanning leveren om het voor aldie gemeenten verder te uniformeren, bijvoorbeeld door het maken vanafspraken?Minister Rijkaart:Allereerst: in het wetsvoorstel van het najaar wordt ook naar dezeprocedure gekeken. Ik heb overigens tweemaal het genoegen mogenhebben om deze procedure te doorlopen. Het gevaar van een unifor-mering ... De procedure zelf is al uniform; die is voor iedereen gelijk. Jekunt je echter wel afvragen of je dat centraal moet gaat doen voor allegemeenten. Dat kan een nadeel hebben. Dan kan je dus vanuit ergens bijMaastricht of in Friesland – ik noem maar wat plaatsen – gevraagdworden om naar Den Haag te komen. Dat willen we misschien ook niet.Dat heeft zo zijn nadelen. Ik heb wel goeie ervaringen met een landelijkvoorinlevermoment. Dat bestaat inderdaad. Dan wordt er gecheckt of hetallemaal klopt of dat een en ander nog aanpassingen nodig heeft vóór dedefinitieve datum. Die datum is namelijk wel vrij definitief, kan ik u uitervaring vertellen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10438 De voorzitter:Wat we aan de heer Vermeer toestaan, staan we ook aan de heer VanBaarle toe.De heer Van Baarle (DENK):Dat vind ik fijn. Zoals u weet ben ik tegen het maken van onrechtmatigonderscheid. Inderdaad, meneer Erkens, wie is dat niet? Dat is eenterechte vraag, maar daar zullen we het niet in dit debat maar in eenander debat over hebben. Dit was trouwens geen suggestieve opmerkingnaar de heer Vermeer. De Minister geeft aan dat er landelijk zo’n centraalvoorinlevermoment is en dat we niet alles centraal moeten regelen omdathet lokale verkiezingen zijn. Allemaal mee eens! Tegelijkertijd ben je nu inde procedures afhankelijk van een aantal zaken, zoals de manier waaropindividuele gemeenten het geregeld hebben in relatie tot de politiekepartijen. Ik denk dat er best wel een slag gemaakt kan worden. Er zijn eenaantal elementen in dat proces waarover je bijvoorbeeld in VNG-verbandafspraken kan maken, om die gelijk te trekken. Zo wordt het voor politiekepartijen iets overzichtelijker. Mijn vraag is: kan de Minister die slagmaken?Minister Rijkaart:Wat u schetst, herken ik niet helemaal. Dat zou namelijk betekenen dat ereen differentiatie is binnen gemeenten in hoe zij met deze procedureomgaan. Met het digitale systeem waaraan wij werken, is dat in één klapondervangen, want dan is het voor iedereen gelijk. Ik zou daar ten volle opwillen inzetten. Wij nemen uw suggestie daar natuurlijk in mee.Voorzitter. Ik heb hier nog één vraag liggen van de heer Van Baarle overaandacht in de publiekscampagnes voor hoe mensen correct stemmen,om te voorkomen dat mensen incorrect stemmen. We krijgen vaak foto’svan ongeldige stemmen. Dat gebeurt te veel. Hij vraagt: moeten we daarin de publiekscampagne niet meer aandacht aan geven? Kiezers wordenal op verschillende manieren geïnformeerd over het correct uitbrengenvan hun stem, bijvoorbeeld in de bijsluiter van de stempas. Via informatiein het stemlokaal wordt ook nog uitgelegd hoe je correct kan stemmen.We hebben ook nog een toolkit met communicatiemiddelen en informatiebeschikbaar voor gemeenten en belangenorganisaties. We hebbenhuis-aan-huismiddelen; die noemde ik al even. We hebben ook noginfographics, video’s en socialmediacontent. In samenwerking metbelangenorganisaties en bijvoorbeeld ProDemos zet het ministerie ooknog extra communicatie in in de richting van specifieke groepen kiezers.Na elke verkiezing evalueren we hoe de informatievoorziening rondom deverkiezingen nog verbeterd kan worden. Dat zal ook nu gebeuren. Erwordt dus al heel veel gedaan. Ik heb op dit moment niet de indruk dat erop een specifiek onderdeel echt nog extra inzet nodig is. Maar, zoals ik zei,na elke verkiezing evalueren we. Mocht daar toch aanleiding toe zijn, danzullen we daar ook op acteren.Voorzitter, dan ben ik erdoorheen.De voorzitter:Uitstekend, dank u wel. Dan stel ik voor dat we direct doorgaan met detweede termijn. U heeft daarin een derde van de eerste termijn aanspreektijd. Dat is 1 minuut en 40 seconden. Dan geef ik het woord aan deheer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil slechts de Minister en zijn team bedankenvoor de antwoorden die we gekregen hebben. Hopelijk zien we helesuccesvolle verkiezingen met een hoge opkomst tegemoet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10439 De voorzitter:Mooi. Mevrouw Tseggai.Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Dank aan de Minister voor de antwoorden. Het enige antwoorddat ik nogal onbevredigend vond, was dat over het passieve kiesrecht vanvrouwen. Mijn fractie zal kijken hoe we dat per amendement op de Wet opde politieke partijen toch kunnen regelen. Ik wil daar namelijk graag watvaart achter zetten, vijftien jaar na de uitspraak van de Hoge Raad.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Tijs van den Brink.De heer Tijs van den Brink (CDA):Ik dank de Minister voor zijn beantwoording. Ik heb geen verdere vragen.De voorzitter:De heer Clemminck.De heer Clemminck (JA21):Nee, geen verdere opmerkingen. Dank voor de beantwoording van devragen.De voorzitter:De heer Erkens.De heer Erkens (VVD):Voorzitter. Dank voor de beantwoording. Nog twee vragen van mijn kant.Ik heb nog een vraag over de Europese verordening omtrent het gebruikvan labels. Ik snap de beantwoording van de Minister ten dele. Tegelij-kertijd komen de gemeenteraadsverkiezingen eraan. Er is gewoon veelonduidelijkheid, bij ons, maar ook bij veel afdelingen van lokale partijen.Ik heb dus toch het verzoek of de Minister kan ingaan op het volgende. Erwordt namelijk toch regeldruk ervaren. Er is onduidelijkheid over deverordening. Er is überhaupt niet veel over bekend bij heel veel lokalefracties. Wat kunnen wij aan de voorkant doen om te voorkomen dat erongelukken ontstaan met fracties die iets niet hebben, daardoor een flinkeboete krijgen en ga zo door? Ik heb het volgende verzoek. Volgens mijmoeten we Europees gezien nadenken over hoe we de administratievelasten kunnen minimaliseren. Tegelijkertijd gaat de Minister uiteraard welover de handhaving bij de gemeenteraadsverkiezingen, die vrij snelkomen. Misschien kan hij daar wat over zeggen.Voorzitter. Ik heb ook nog een vraag over de peilingen. Ik ben blij dat deMinister in gesprek wil gaan met de peilbureaus over dit voorstel. Opwelke termijn verwacht hij de Kamer daarover te kunnen informeren?De voorzitter:Uitstekend. De heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dank, voorzitter. Ik blijf vraagtekens bij het volgende houden. Als je echtsubstantieel iets wil doen om de opkomst bij de lokale verkiezingen teverhogen, dan vraag ik me af of het bedrag dat op dit momentbeschikbaar is gesteld voor publiekscampagnes, voldoende is, ook als jedat vergelijkt met wat daar internationaal aan uitgegeven wordt. Dat gaanwe bij de evaluatie met elkaar bekijken. Het is nu, in aanloop naar degemeenteraadsverkiezingen, moeilijk om daar een gezaghebbendeuitspraak over te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10440 Dan het nieuwe stembiljet. Ik vraag me echt het volgende af. Als we ziendat het percentage foutstemmen hoger is, lossen we daar dan eenprobleem mee op? Ik snap dat het een budgettaire afweging is, maar watmij betreft mag onze parlementaire democratie best wat kosten. Als deMinister aangeeft naar aanleiding van de evaluatie met een raamwerk tekomen voor hoe we dit gaan invoeren, dan zou ik hem toch de vraagwillen stellen of we dan niet op een iets te snelle en onzorgvuldige maniereen fuik in aan het gaan zijn. De Minister zegt dat hier evaluaties enonderzoeken aan ten grondslag liggen. Ik zou die graag willen krijgenvoordat we het daarover hebben. Dat is dus ook een vraag.Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Mijn vraag over de fiscale vrijstelling van de vrijwilligers voorde stembureaus uit de eerste termijn is blijven liggen. Verder zie ik af vaneen tweede termijn.Dan geef ik graag het woord aan de Minister voor zijn beantwoording.Minister Rijkaart:De heer Erkens zegt: meer info en duidelijkheid naar gemeenten over hoeverder en over de waarborgen. Het lijkt mij prima om daarover in de briefdie ik naar verwachting eind februari 2026 aan de gemeenten zal sturen,het een en ander mee te nemen. Ik verwacht eind februari overigens ookhet gesprek met de peilbureaus te hebben en dan lever ik ook deterugkoppeling daarvan aan.De heer Van Baarle vroeg of hij een aantal onderzoeken toegestuurd konkrijgen. Volgens mij hebben we die al met de Kamer gedeeld.De voorzitter:Ik wil tussendoor even iets zeggen. Daarover is de afgelopen veertien jaarveel gediscussieerd met de Kamer, maar de Kamer is sindsdien ook weervoor ongeveer honderd procent vernieuwd. Het is trouwens niet helemaalhonderd procent; dat neem ik terug. Het verzoek van de heer Van Baarlewas volgens mij of op het moment dat er weer een wetsvoorstel of eenvervolgstap wordt voorgesteld, ook de rapporten kunnen wordenmeegestuurd.Minister Rijkaart:Wij denken dat alle rapporten er inmiddels zijn, maar we kunnen wel eveneen overzicht geven van die rapporten.Gezegd werd ook nog even: ik heb toch echt wel mijn bedenkingen bij defoutmarge van het nieuwe stembiljet en vooral bij de kosten daarvan.Staan die in verhouding tot wat we proberen op te lossen? Het gaat ommeer dan alleen de kosten. Het gaat ook om de werkdruk, de wijze waaropmensen met elkaar omgaan, de enorme druk op het stembureau en detellingen. Het gaat dus om meer. Mag dat wat kosten? Ja, soms mag datook wat kosten, maar primair heeft de Kamer natuurlijk budgetrecht. Alswe met z’n allen zeggen dat het meer mag kosten om iets te doen en alswe de nadelen accepteren, dan horen we dat graag. Dat is iets voor later.Nogmaals, mijn indruk is dat het nieuwe stembiljet echt een aanmerkelijkeverbetering en verlichting op gaat leveren op heel veel vlakken en fronten.Dat heb ik al uitgebreid uitgelegd en bij dezen benadruk ik dat nogmaals.Voorzitter, dan de fiscale vrijstelling. Momentje! Wat betreft de fiscalevrijstelling gaat er ineens wel een belletje rinkelen bij deze Minister, zovan: hoe zat dat ook alweer? Ik moet dat echt even uitzoeken. Misschien ishet goed om de fiscale vrijstelling ook mee te nemen in de brief vanfebruari. Daarin kom ik er dan op terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10441 De voorzitter:Uitstekend, veel dank. Ik kijk naar de kant van de Kamer. Daar zijn geennadere vragen. Dan rest mij nog even de toezeggingen voor te lezen endoor te nemen. Het is een zevental.–De Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 de uitgebreide evaluatievan de Tweede Kamerverkiezing 2025, inclusief de actualisering van deverkiezingsagenda en het plan voor de opkomstbevordering van deNederlandse kiezers in het buitenland.Ja. Dit wordt herkend.–De tweede toezegging. De Kamer ontvangt dit voorjaar een uitgebreideevaluatie van het experiment met het kleinere stembiljet.–De Kamer ontvangt in het eerste kwartaal van 2026 de Uitvoeringswetvan de Europese verordening inzake transparantie en gerichte politiekereclame.–Nummer vier is een toezegging aan mevrouw Tseggai. De Kamerontvangt een brief met een reactie op het onderzoek van Pointer naarbedreiging van lokale politici en wat dat eventueel verandert aan deaanpak en de differentiatie daarin.Een seconde. Ik weet niet of daar een termijn aan is gesteld. Wanneer kandat komen?Mevrouw Tseggai (GroenLinks-PvdA):Ik ben het helemaal eens met de toezegging, maar die brief hoeft voor mijniet alleen maar toegespitst te zijn op het onderzoek van Pointer. Er zijnmeerdere onderzoeken die dit al eerder hebben aangegeven. Het mag vanmij dus best ruimer opgevat worden.De voorzitter:Wanneer zullen we daarvoor noteren? Het voorjaar! Ik prik ’m op hetvoorjaar. 2026!–De beantwoording van de tijdens dit commissiedebat gestelde vragenover bijstand in het stemhokje wordt meegenomen in de nota naaraanleiding van het verslag van het wetsvoorstel Wijziging van deKieswet in verband met het stellen van nadere regels voor bijstand inhet stemhokje.–De Kamer ontvangt dit voorjaar een brief met de beantwoording vande gestelde vragen over geschilbeslechting in het verkiezingsproces.–De zevende toezegging is gedaan aan de heer Erkens. De Kamerontvangt eind februari een terugkoppeling op het gesprek metpeilbureaus.Heb ik geen toezeggingen gemist? Nee.Dan wil ik de Minister en zijn ondersteuning hartelijk danken voor debeantwoording en de Kamerleden voor hun aanwezigheid. Ook dank ik deondersteuning hier in de Kamer. Ik wens u allen een fijne avond.Sluiting 17.50 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 35 165, nr. 10442

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6bc5e5c36753fcdf

14 okt 2026 · 5abd9901a3c4cb49

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingVerkiezingen
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 14 januari 2026, over verkiezingen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.