Verslag van een schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit wijziging Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (Kamerstuk 19637-3525)
Brontekst
Versie 4dccaf5199def828 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202619 637VreemdelingenbeleidNr. 3561 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 28 mei 2026 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 30 maart 2026 over hetontwerpbesluit wijziging Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen2022 (Kamerstuk 19 637, nr. 3525).De vragen en opmerkingen zijn op 17 april 2026 aan de Minister vanSociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 28 mei 2026zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,Van der LeeAdjunct-griffier van de commissie,Van den Broek kst-19637-3561ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35611 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie10IIAntwoord/Reactie van de Minister11 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van hetOntwerpbesluit wijziging Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen2022. Deze leden pleiten er al langer voor om kansrijke asielzoekerssneller toegang tot de arbeidsmarkt te geven, vanuit de overtuiging dathet benutten van hun talenten een positieve uitwerking heeft op zowel hetintegratieproces als de Nederlandse economie. Deze leden zijn verheugddat het ontwerpbesluit een stap in die richting zet en hebben nog enkelevragen.3.2 Wachttermijn wordt ingekort tot drie maandenDe leden van de D66-fractie lezen dat met dit besluit de wachttijd voor detoegang van asielzoekers tot de arbeidsmarkt wordt verkort van zes naardrie maanden. Deze leden ondersteunen het uitgangspunt dat vroegtijdigearbeidsparticipatie bijdraagt aan integratie en zingeving, maar vragen hoewordt geborgd dat asielzoekers daadwerkelijk na drie maanden toegangkrijgen tot werk, en niet worden belemmerd door uitvoeringsproblemen.Ook vragen zij de Minister aan te geven in hoeverre hij mogelijkheden zietom in samenwerking met uitzendbureaus zoals Untapped Talents hetbenutten van de snellere toegang tot de arbeidsmarkt te stimuleren.3.4 Duur tewerkstellingsvergunning met burgerservicenummerDe leden van de D66-fractie begrijpen dat het een vereiste is dat dewerkgever het burgerservicenummer van de asielzoeker opgeeft bij deaanvraag voor de tewerkstellingsvergunning. Voor asielzoekers zonderburgerservicenummer kan een tewerkstellingsvergunning van maximaaldrie maanden worden afgegeven. De werkgever zal daarna opnieuw eenaanvraag moeten indienen. Welke administratieve lasten brengt dit meevoor werkgevers? In hoeveel gevallen verwacht de Minister dat eenherhaalde aanvraag nodig zal zijn?3.5 Duur tewerkstellingsvergunning zonder dat een burgerservicenummeris afgegevenDe leden van de D66-fractie begrijpen dat de Immigratie- en Naturalisatie-dienst (IND) aangeeft dat het voor de meeste asielzoekers haalbaar lijktom binnen drie maanden de identiteit vast te stellen, maar dat er altijdeen restgroep zal zijn waarvoor dit niet lukt. Hoe groot is deze groep?Welke concrete inspanningen worden gedaan om te voorkomen datasielzoekers met een hoge kans op inwilliging onnodig moeten wachtendoor vertraging in de identiteitsvaststelling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35612 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet ontwerpbesluit dat het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen2022 wijzigt. Deze leden constateren dat het doel van deze wijziging hetmogelijk maken voor bepaalde groepen asielzoekers om na drie maandenna de asielaanvraag toe te treden tot de arbeidsmarkt is. Tegelijkertijdzorgt de implementatiewet van het Europese Asiel- en Migratiepact ervoordat kansarme asielzoekers geen toegang tot de arbeidsmarkt meer krijgen.Deze leden hebben naar aanleiding van het ontwerpbesluit nog enkelevragen.3.2 Wachttermijn wordt ingekort tot drie maandenDe leden van de VVD-fractie merken op dat het kabinet van mening is datwerk een belangrijke bijdrage kan leveren aan de zelfstandigheid enpersoonlijk ontwikkeling van asielzoekers, en dat er daarom is gekozenom de wachttermijn in te korten tot drie maanden. Deze leden beamen deratio achter het voorstel, maar vrezen wel dat het verkorten van dewachttermijn kan leiden tot een aanzuigende werking van asielzoekers.Hoe beoordeelt de Minister deze zorg? Op welke manier wordt in hetverlengde hiervan ervoor gezorgd dat het voor kansarme asielzoekers ineen zo vroeg mogelijk stadium duidelijk is dat zij in Nederland niet kunnenrekenen op recht tot de arbeidsmarkt?De leden van de VVD-fractie maken zich voorts zorgen over het risico datmalafide werkgevers van deze versoepeling gebruik gaan maken ommigranten te stimuleren om naar Nederland te komen om asiel aan tevragen, terwijl deze migranten zonder deze aansporing hoogstwaar-schijnlijk niet naar Nederland waren gekomen. Hoe beoordeelt de Ministerdeze zorg? Welke stappen is de Minister bereid te zetten om in een vroegstadium misbruik van deze versoepeling door malafide werkgevers ofasielzoekers zo een halt toe te roepen?3.4 Duur tewerkstellingsvergunning met burgerservicenummerDe leden van de VVD-fractie constateren dat de duur van de tewerkstel-lingsvergunning maximaal drie jaar bedraagt. Deze tewerkstellingsver-gunning kan worden ingetrokken op het moment dat een asielzoeker nietlanger een lopende asielaanvraag heeft. Deze leden vragen hierbij hoeveeltijd er in de praktijk zal zitten tussen het afwijzen dan wel intrekken van deasielaanvraag, en het intrekken van de tewerkstellingsvergunning. Deeltde Minister de opvatting van deze leden dat de tijdspanne tussen beidebeslissingen zo kort mogelijk dient te zijn, zodat wordt voorkomen datafgewezen asielzoekers lang toegang hebben tot de arbeidsmarkt?De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast wat er gebeurt als deasielaanvraag van een asielzoeker wordt ingewilligd, waarna dezevergunning na verloop van tijd wordt ingetrokken omdat niet meer aan devoorwaarden wordt voldaan. Krijgt het UWV dan wel de werkgever eenmelding van deze intrekking? Betekent dit in de praktijk dan ook dat detewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken, en zo ja, wat is degemiddeld tijdspanne tussen beide beslissingen?3.5 Duur tewerkstellingsvergunning zonder dat een burgerservicenummeris afgegevenDe leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinet voornemens isom asielzoekers ook de mogelijkheid te geven om toe te treden tot dearbeidsmarkt in de uitzonderlijke situatie dat de asielzoeker niet op tijdTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35613 beschikt over een burgerservicenummer. Is dit een verplichting dievoortvloeit uit hoger recht (in bijzonder de herziene Opvangrichtlijn), of isdit een beleidskeuze? Hoelang zal het volgens de Minister gemiddeld gaanduren voordat asielzoekers een burgerservicenummer kunnen hebben?Zijn er situaties denkbaar waarbij het niet op tijd verkrijgen van eenburgerservicenummer te wijten valt aan de asielzoeker in kwestie? Zo ja,deelt de Minister dan de opvatting van deze leden dat dit consequentiesdient te hebben voor de toegang tot de arbeidsmarkt van de desbetref-fende asielzoeker?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met belangstellingkennisgenomen van het ontwerpbesluit aan houdende de wijziging vanhet Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022. Hoewel deze ledeneen beleid voorstaan waar kansrijke asielzoekers sneller zouden moetenkunnen meedoen, en niet pas na drie maanden, zijn zij positief over dezestap in de goede richting. Ook maken zij zich zorgen over de kwetsbarepositie van asielzoekers op de arbeidsmarkt. Zij hebben nog enkele vragenen opmerkingen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de wachttermijn voorkansrijke asielzoekers wordt gehalveerd. Dit is volgens deze leden eenwelkome stap in de juiste richting. Ook het afschaffen van de 24-weken-eisachten zij zeer positief. Wel zijn zij van mening dat kansrijke asielzoekerszo snel mogelijk aan het werk zouden moeten kunnen. Waarom is voordrie maanden gekozen? Zou het al mogelijk zijn om na één maand eentewerkstellingsvergunning te krijgen? Zou dit volgens de EuropeseRichtlijn mogelijk zijn? Is de wachttijd van drie maanden aan de hoge oflage kant in vergelijking met andere Europese Unie (EU-)lidstaten? In dewetstekst staat dat de tewerkstellingsvergunning voor ten hoogste driejaar wordt verleend. Is er een mogelijkheid om deze te verlengen als deprocedure bijvoorbeeld langer dan drie jaar duurt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat asielzoekerswaarbij het perspectief op inwilliging snel duidelijk is binnen een maandvolledig aan het werk zouden moeten kunnen. Ook zijn deze leden vanmening dat de noodzaak voor een tewerkstellingsvergunning moetgeschrapt worden, net als bij Oekraïense vluchtelingen. Dit is goed voorde integratie van de nieuwkomer én hiermee kan de krapte op dearbeidsmarkt worden verlicht. Waarom is er niet voor gekozen om denoodzaak tot een tewerkstellingsvergunning af te schaffen?Op dit moment zijn er ongeveer 50.000 openstaande asielaanvragen inNederland. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of dezeverkorting van de wachttijd ook gaat gelden voor de mensen die al in deprocedure zitten – en minder dan zes maanden wachten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de mensen met weinigkans op een verblijfsvergunning niet meer mogen werken. In de memorievan toelichting staat: «In overweging 51 bij de richtlijn is opgenomen datde asielzoeker het recht moet hebben om werk te zoeken. Daarnaastbenoemt artikel 17, tweede lid, van de Opvangrichtlijn dat lidstaten ervoormoeten zorgen dat asielzoekers daadwerkelijk toegang hebben tot dearbeidsmarkt overeenkomstig het nationale recht.» Deze leden vragen ofhet niet is strijd is met deze overweging en dit artikel om kansarmeasielzoekers geen toegang te geven tot de arbeidsmarkt. Deze leden lezendat er juridische bezwaren kunnen zijn om een onderscheid te makentussen kansrijke en kansarme asielzoekers gelet op het gelijkheidsbeginselTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35614 en er onderscheid gemaakt wordt op basis van nationaliteit. Acht deMinister dit onderscheid juridisch houdbaar?Onder het Asiel- en Migratiepact wordt een asielzoeker die voor politiekevervolging vlucht uit bijvoorbeeld Turkije niet gezien als kansrijkeasielzoeker aangezien het land van herkomst een lager gemiddeldinwilligingspercentage heeft dan 20%, constateren de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie. Bovendien is Turkije officieel nog steedskandidaat-lidstaat. Deze leden vragen hoe lang de Minister inschat dat hetduurt voor deze mensen om aan het werk te mogen. Hoe lang zou hetmaximaal kunnen duren voordat deze mensen aan het werk mogen?De leden van GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de rol van uitzendbu-reaus zal zijn in de begeleiding naar de arbeidsmarkt van asielzoekers enof mensen op die manier duurzaam werk op niveau zouden krijgen. Komthet voor dat de taak van begeleiden naar werk wordt uitbesteed aanuitzendbureaus? Acht de Minister dit wenselijk? Ziet hij voor zich dat ervia deze route hoogkwalitatief werk wordt gevonden? Is hij van planmaatregelen te treffen om dit tegen te gaan? Deze leden vragenbovendien hoe asielzoekers die toch kwetsbaarder zijn voor slecht werk enmisstanden beschermd worden tegen uitbuiting en onderbetaling. Is ervoldoende toezicht en handhaving?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Arbeidsinspectie decontrole uitvoert op de Wet arbeid vreemdelingen, ook bij deze groep.Deze leden gaan ervan uit dat de Arbeidsinspectie ook actief toezicht zalhouden op de wetten die werkenden beschermen tegen oneerlijk, onveiligen ongezond werk van werkende asielzoekers. Klopt deze aanname en iser voldoende aandacht voor de kwetsbare positie van asielzoekers?Waarom is er op deze factoren geen toets gedaan door de arbeidsin-spectie?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat werk,inburgeren en het leren van de taal allen van belang zijn. Het kanvoorkomen dat een asielzoeker in een omgeving gaat werken met veelEngelstalige collega’s. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de inburge-ringstaken zoals het leren van de taal niet komen te lijden onder het werk?Wordt geborgd dat de werkgever hier ruimte voor laat? Op welke manierkunnen werkgevers een rol krijgen in het vroegtijdig leren van deNederlandse taal?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of er problemenoptreden wanneer asielzoekers regelmatig van locatie verhuisd moetworden. Hoe kunnen zij dan hun werk behouden? Worden zij daardoorniet onaantrekkelijker voor werkgevers? Hoe moet dit contractueelopgelost worden in het geval een asielzoeker naar de andere kant van hetland moet verhuizen? Deze leden vragen welke maatregelen er wordengetroffen om te zorgen dat mensen niet moeten stoppen met werken alsgevolg van verplaatsing van de woonlocatie. Hoe wordt tegengegaan datasielzoekers door de vele verhuizingen met name laag kwalitatief flexwerkgaan doen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of tegelijk met hetstarten van werk ook gestart kan worden met het in gang zetten van deerkenningsprocedure van diploma’s en kwalificaties zodat asielzoekers opniveau aan het werk gaan. Deze leden achten dit van belang om asiel-zoekers op hun niveau aan het werk te krijgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35615 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat asielzoekers ook werkkunnen doen als zelfstandige. Deze leden maken zich zorgen over demogelijkheid dat asielzoekers hierdoor makkelijk als schijnzelfstandigekunnen worden ingezet. Zijn hier nu aanwijzingen voor? Op welke manierwordt er toezicht gehouden dat asielzoekers niet massaal als schijnzelf-standige worden ingezet?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het oude artikel 6.2,eerste lid, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemde-lingen (BuWav) vervalt. Is er nu voldoende gewaarborgd dat asielzoekersonder marktconforme voorwaarden moeten werken? Graag eentoelichting.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tot slot hoe gezorgdwordt dat mensen echt de ruimte krijgen om passend werk te vinden envoorkomen wordt dat er geen dwang ontstaat om ieder werk te accep-teren dat aangeboden wordt. Zijn hiervoor maatregelen getroffen?Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen2022 en verwerpen de voorgestelde verruiming van de toegang tot dearbeidsmarkt voor asielzoekers. Asielzoekers behoren tijdens de asielpro-cedure geen toegang te hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt.De leden van de PVV-fractie constateren dat dit voorstel voortvloeit uitEuropese regelgeving, maar dat het kabinet er desondanks voor kiest omverder te gaan dan waartoe deze regelgeving verplicht. Waarom benut hetkabinet niet de ruimte om juist strengere nationale voorwaarden testellen, in plaats van de toegang tot de arbeidsmarkt te verruimen?De leden van de PVV-fractie constateren dat de wachttijd voor toegang totde arbeidsmarkt voor asielzoekers, voor wie de toegang tot de arbeids-markt niet is uitgesloten, wordt verkort van zes naar drie maanden. Dezeleden achten dit een verkeerde en onverantwoorde keuze, omdat hiermeede aanzuigende werking van het Nederlandse asielbeleid verder wordtvergroot. Kan het kabinet onderbouwen waarom het sneller toelaten vanasielzoekers tot de arbeidsmarkt geen extra instroom stimuleert, terwijlbetere voorzieningen en perspectief op werk bekende pullfactoren zijn?De leden van de PVV-fractie vragen waarom het kabinet ervoor kiest omasielzoekers sneller toegang te geven tot de arbeidsmarkt, terwijl eengrote groep statushouders momenteel niet werkt. Wat is het exactepercentage statushouders dat op dit moment niet werkt en geheel ofgedeeltelijk afhankelijk is van de bijstand? Kan het kabinet dit uitsplitsennaar duur van verblijf in Nederland, herkomstland en leeftijdscategorie?Wat zijn de totale jaarlijkse kosten van uitkeringen en aanvullendevoorzieningen voor statushouders die niet werken, en kan het kabinetdeze kosten inzichtelijk maken over de afgelopen tien jaar? Hoeverhouden deze cijfers zich tot de arbeidsparticipatie van andere groepenin Nederland? Waarom wordt niet eerst ingezet op het activeren vanstatushouders die reeds in Nederland verblijven voordat nieuwe groepentoegang krijgen tot de arbeidsmarkt?De leden van de PVV-fractie vragen hoe het kabinet voorkomt dat betaaldearbeid tijdens de asielprocedure feitelijk leidt tot integratie, terwijl nog nietvaststaat of betrokkene recht heeft op verblijf. Kan het kabinet onder-bouwen dat asielzoekers die tijdelijk betaalde arbeid verrichten, maaruiteindelijk geen verblijfsstatus krijgen en Nederland moeten verlaten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35616 geen rechten opbouwen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale zekerheidof verblijfsrecht, die hun uitzetting bemoeilijken of in de praktijkonmogelijk maken, en zo ja, op basis van welke juridische waarborgen?De leden van de PVV-fractie vragen aandacht voor asielzoekers van wie deidentiteit nog niet is vastgesteld. Deze leden zijn van oordeel dat personenzonder vastgestelde identiteit geen plaats hebben op de Nederlandsearbeidsmarkt. Kan het kabinet toelichten waarom het voorstel ruimte laatvoor het verlenen van tewerkstellingsvergunningen in situaties waaringeen burgerservicenummer beschikbaar is? Hoe wordt de controleer-baarheid gewaarborgd, mede gelet op de beperkte mogelijkheden tottoezicht en tijdige intrekking van vergunningen in deze gevallen?De leden van de PVV-fractie ondersteunen het uitgangspunt dat asiel-zoekers met een lage kans op inwilliging van hun aanvraag geen toegangtot de arbeidsmarkt dienen te krijgen. Hoe wordt deze uitsluiting in depraktijk strikt en consequent gehandhaafd en hoe wordt voorkomen datvia procedurele wijzigingen alsnog toegang tot de arbeidsmarkt ontstaat?Daarnaast vragen deze leden welke waarborgen bestaan tegenverdringing van Nederlandse werkzoekenden, met name in sectoren waarsprake is van laagbetaald en flexibel werk.Ten aanzien van de handhaving vragen de leden van de PVV-fractie hoewordt geborgd dat tewerkstellingsvergunningen onmiddellijk wordeningetrokken wanneer het recht op toegang tot de arbeidsmarkt vervalt enhoe werkgevers daarover tijdig en volledig worden geïnformeerd.Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie in hoeverre asielzoekers diebetaalde arbeid verrichten verplicht worden om zelf te betalen voor hunopvang, zorg, eten, drinken en overige collectief gefinancierde voorzie-ningen. Gaan asielzoekers die mogen werken deze kosten daadwerkelijkzelf dragen? En is de Minister bereid om deze eigen bijdrage te verhogen,zodat betaalde arbeid ook daadwerkelijk leidt tot het verminderen van dekosten voor de samenleving?De leden van de PVV-fractie zien de beantwoording van hun vragen metbelangstelling tegemoet.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen2022 en hebben daarover enkele vragen.Deze leden onderschrijven dat met name kansrijke asielzoekers zo snelmogelijk moeten kunnen meedoen via werk, juist omdat werk kanbijdragen aan taalverwerving, zelfstandigheid en integratie. Tegelijkachten zij het van belang dat de regeling in de praktijk ook uitvoerbaar,controleerbaar en handhaafbaar is.De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet beoordeelt of deverkorting van de wachttermijn van zes naar drie maanden in de praktijkdaadwerkelijk werkbaar is voor UWV, IND, gemeenten en werkgevers. Inhet bijzonder vragen zij welk aandeel van de betrokken asielzoekers naarverwachting na drie maanden al beschikt over een burgerservicenummer.De leden van de CDA-fractie lezen dat bij ontbreken van een burgerser-vicenummer slechts een tewerkstellingsvergunning voor maximaal driemaanden kan worden afgegeven. Deze leden vragen hoe wordtvoorkomen dat dit in de praktijk leidt tot extra administratieve lasten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35617 herhaalaanvragen en terughoudendheid bij werkgevers om asielzoekersin dienst te nemen.Voorts vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet de keuzebeoordeelt om de tewerkstellingsvergunningplicht te handhaven. Welkeconcrete belemmeringen maken dat een eenvoudiger systeem, zoals eenmeldplicht of een andere vorm van registratie, op dit moment nog nietmogelijk is? Ook vragen deze leden of het kabinet al een tijdpad voor zichziet waarbinnen een lichter en werkbaarder systeem wel gerealiseerd zoukunnen worden.De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe het kabinet degevolgen inschat van het vervallen van de 24-weken-eis. Welke effectenverwacht het kabinet hiervan op arbeidsparticipatie, werkgeversbe-reidheid en de uitvoeringspraktijk? Ook vragen deze leden hoe het kabinetwaarborgt dat eerdere en ruimere toegang tot arbeid niet leidt tot grotererisico’s op onderbetaling, oneerlijke arbeidsvoorwaarden of anderevormen van misbruik op de arbeidsmarkt.Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet de uitvoer-baarheid per 12 juni 2026 beoordeelt, gelet op de genoemde tijdelijkeworkaround bij UWV en de nog te dekken uitvoeringskosten. Welkerisico’s ziet het kabinet voor een tijdige en ordelijke invoering, en hoeworden die ondervangen?Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen enconstateren dat daarin de wachttermijn voor asielzoekers om te mogenwerken wordt verkort van zes naar drie maanden, terwijl de Europeserichtlijn slechts voorschrijft dat toegang uiterlijk na zes maanden moetworden gegeven. Deze leden vragen de Minister of hij erkent dat hetkabinet hiermee bewust verder gaat dan Europees noodzakelijk is, feitelijkeen nationale kop creëert en waarom hiervoor is gekozen, ook gelet ophet gegeven dat deze maatregel het aanvragen van asiel in Nederlandmogelijk aantrekkelijker kan maken en het stelsel nu al onder grote drukstaat. Deze leden merken op dat de Minister schrijft dat asielzoekers«eerder aan het werk» moeten gaan om bij te dragen aan arbeidsmarkt enopvangkosten. Dit klinkt logisch, maar tegelijkertijd vragen deze leden ofhet kabinet het risico ziet dat de asielprocedure zo in de praktijk tevensgebruikt kan worden als eenvoudige arbeidsmigratieroute. Zij vragen hoehij het weegt dat mensen al na drie maanden kunnen werken terwijl hunasielverzoek nog lang niet is beoordeeld, en of hij erkent dat asielzoekersonder het huidige stelsel vaak rond de twee jaar in procedure zitten, zodatzij met dit ontwerpbesluit feitelijk ruim anderhalf jaar toegang krijgen totde Nederlandse arbeidsmarkt en loonniveau voordat er een definitiefoordeel is over hun aanvraag.Voorts vragen de leden van de JA21-fractie hoe de Minister de kansbeoordeelt dat dit pakket – drie maanden wachttijd, langdurige toegangtot werk en relatief lange procedures – een aanzuigende werking heeft opkansarme groepen, zoals asielzoekers uit (West-)Balkanlanden, die in hunthuisland goed weten dat de kans op een vergunning klein is maar hierwel langdurig legaal kunnen werken en geld verdienen. Deze leden vragenof de Minister met hen van mening is dat het juist voor deze kansarmegroepen ronduit onverstandig is om de toegang tot de arbeidsmarkt tevervroegen, omdat dit de prikkel kan versterken om een asielaanvraag inte dienen, ongeacht de uitkomst daarvan, en welke specifieke mitigerendemaatregelen hij overweegt om dit misbruik te voorkomen. Deze ledenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35618 vragen de Minister om kwantitatief te onderbouwen waarom dezeverruimde toegang tot werk niet zal leiden tot extra instroom uit landenmet lage inwilligingspercentages, en indien een dergelijke onderbouwingontbreekt, of hij dan erkent dat het kabinet bewust het risico neemt datNederland aantrekkelijker wordt als «arbeidsmigratieroute via asiel» danbuurlanden die aan de termijn van zes maanden vasthouden.De leden van de JA21-fractie vragen verder hoe deze keuze om al na driemaanden werken toe te laten zich verhoudt tot het uitgangspunt van hetEuropese migratie- en asielpact, waarin wordt beoogd secundairemigratie en «asylum shopping» tegen te gaan. Deze leden vragen of deMinister hun zorg deelt dat Nederland zich met deze nationale koppositioneert als aantrekkelijke bestemming binnen de EU voor kansarmeasielzoekers die maximaal willen profiteren van werkmogelijkheden. Ookwillen zij weten in hoeverre het kabinet het aannemelijk acht dat het feitdat asielzoekers gedurende een zeer lange periode legaal in Nederlandkunnen werken – soms meer dan anderhalf jaar vóór een definitievebeslissing – invloed heeft op de beoordeling van hun zaak door IND enrechterlijke macht. Deze leden vragen of de Minister onderkent datlangdurige arbeid, opgebouwde sociale banden en financiële afhankelijk-heden in de praktijk impliciet kunnen worden meegewogen en zo in depraktijk kunnen leiden tot hogere inwilligingspercentages of ruimeretoepassing van schrijnendheid, artikel 8 EVRM of andere verblijfsgrond.De leden van de JA21-fractie constateren dat met dit ontwerpbesluit eentewerkstellingsvergunning voor asielzoekers bij gebruik van een burger-servicenummer voor maximaal drie jaar kan worden verleend, in plaatsvan gekoppeld te blijven aan de duur van het W-document. Daarbijmerken deze leden op dat de nota van toelichting erkent dat asielzoekersvanaf het moment dat zij gaan werken rechten op uitkeringen en socialeverzekeringen opbouwen en dat dit structureel oploopt tot 4 miljoen euroaan extra uitkeringslasten, plus miljoenen aan UWV-uitvoeringskosten. Zijvragen of en hoe de Minister dit verdedigbaar vindt en waarom niet isgekozen voor een soberder regime dat geen extra uitkeringsrechtencreëert.Daarnaast constateren de leden van de JA21-fractie dat het kabinet steltdat asielzoekers die «waarschijnlijk mogen blijven» eerder moeten kunnenwerken, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat de IND vaak niet binnen driemaanden de identiteit kan vaststellen en dat procedurewissels encomplexiteit toenemen. Deze leden vragen of de Minister hoe hijvoorkomt dat mensen met onduidelijke identiteit of kansarme aanvragentoch jarenlang in Nederland kunnen werken. In de stukken lezen dezeleden verder dat sommige categorieën kansarme asielzoekers met lagekans op inwilliging (zoals veilige-landers en bepaalde Dublinclaimanten)straks helemaal niet meer mogen werken, terwijl andere kansarmegroepen – bijvoorbeeld nationaliteiten met een EU-inwilligingspercentagevan ten hoogste 20% – juist wel toegang kunnen krijgen. Zij vragen of deMinister niet erkent dat dit onderscheid willekeurig en juridisch kwetsbaaroogt, en waarom niet wordt gekozen voor het consequente uitgangspuntvan geen toegang tot de arbeidsmarkt voor alle asielzoekers.De leden van de JA21-fractie constateren daarnaast dat in de toelichtingwordt gesteld dat meer en eerder werk van asielzoekers goed is voor«zelfstandigheid, integratie en mentale gezondheid». Deze leden vragen ofde Minister het met hen eens is dat dit een sterke normatieve keuzerichting snelle integratie is, en hoe dit zich verhoudt tot het uitgangspuntdat asielmigratie van tijdelijke aard dient te zijn en dat afwijzing en vertrekonlosmakelijk onderdeel van de procedure zijn. Ook lezen zij dat in debeleidstukken wordt aangegeven dat werkgevers de huidige tewerkstel-lingsregels en wachttijden als belemmering zien en dat dit ontwerpbesluitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 35619 mede is ingegeven door de wensen van werkgevers en maatschappelijkeorganisaties. Zij vragen hoe de Minister deze veronderstelde arbeids-marktbelangen en werkgeverswensen weegt in relatie tot het grotemaatschappelijke draagvlak voor een strenger asielbeleid en kortereasielprocedures.Voorts constateren de leden van de JA21-fractie dat de 24-weken-eis na deuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is afgeschaft en nu ook uitde regelgeving wordt geschrapt, waardoor asielzoekers in principefulltime en langdurig kunnen werken gedurende de hele procedure. Dezeleden vragen of de Minister of en welke mogelijkheden hij ziet om binnenhet Europese recht toch grenzen te stellen aan arbeidsomvang en duur.Uit de stukken volgt verder dat de Nederlandse Arbeidsinspectieweliswaar kan handhaven op illegale tewerkstelling, maar dat de feitelijkecapaciteit beperkt is en dat sterk wordt gerekend op «goede voorlichting»als belangrijke pijler. Deze leden vragen of de Minister van mening is datvoorlichting een voldoende instrument is om uitbuiting, schijncon-structies, illegale arbeid en verdringing in dit segment te voorkomen, enof hij bereid is extra capaciteit en maatregelen vrij te maken en te treffengericht op het tegengaan van misbruik van deze regeling.De leden van de JA21-fractie merken daarnaast op dat in de toelichtingexpliciet staat dat werkgevers dankzij de langere duur van de tewerkstel-lingsvergunning minder vaak een aanvraag hoeven te doen, wat deadministratieve lasten verlaagt. Deze leden vragen of de Minister nieterkent dat deze «regeldrukreductie» er in de praktijk toe leidt datwerkgevers voor langere tijd een asielzoeker aan zich kunnen binden endat zij bij afwijzing van het asielverzoek een groot belang hebben bijvoortgezet verblijf. Deze leden vragen hoe hij voorkomt dat dit in depraktijk tot het starten van vervolgprocedures kan leiden. Daarnaast wordtin de nota’s erkend dat de implementatiedeadline van 12 juni 2026waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat de richtlijn dan rechtstreeksewerking krijgt, terwijl de IT-systemen van UWV en ketenpartners nog nietklaar zijn. Deze leden vragen de Minister hoe hij beoordeelt dat Nederlandopnieuw kiest voor relatief ruime toegang tot de arbeidsmarkt voorasielzoekers, terwijl de benodigde uitvoeringssystemen nog niet volledigzijn ingericht, en hoe hij kan waarborgen dat de combinatie van vervroegdwerkrecht en nog niet volledig uitgewerkte uitvoeringsprocessen niet leidttot extra complexiteit, misverstanden of misbruik.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbe-sluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen2022. Deze leden erkennen de noodzaak om nationale regelgeving in lijnte brengen met Europese richtlijnen en rechterlijke uitspraken. Tegelij-kertijd hebben zij enkele kritische vragen over de praktische uitvoering, dehandhaafbaarheid en de maatschappelijke impact van de voorgesteldewijzigingen.De leden van de BBB-fractie hebben verschillende vragen aan het kabinet.Hoe borgt het kabinet dat de verkorting van de wachttermijn van zes naardrie maanden voor kansrijke asielzoekers niet leidt tot een aanzuigendewerking op migranten die primair om economische redenen naarNederland komen? Kan het kabinet nader specificeren wat onder een«hogere kans op inwilliging» wordt verstaan en welke objectieve criteriaworden gehanteerd om dit onderscheid reeds na drie maandenbetrouwbaar te maken? Deze leden steunen het uitgangspunt datasielzoekers uit veilige landen niet mogen werken tijdens de procedure.Hoe gaat de Arbeidsinspectie controleren op illegale tewerkstelling vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356110 deze groep, gezien de verhoogde prikkel om nu illegaal inkomen tegenereren? Voorziet de Minister problemen bij de terugkeer van asiel-zoekers van wie het verzoek wordt afgewezen, maar die inmiddels eenlangdurige arbeidsrelatie hebben opgebouwd door het vervallen van dezebeperking?II Antwoord/Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieVraag 1: Deze leden ondersteunen het uitgangspunt dat vroegtijdigearbeidsparticipatie bijdraagt aan integratie en zingeving, maar vragen hoewordt geborgd dat asielzoekers daadwerkelijk na drie maanden toegangkrijgen tot werk, en niet worden belemmerd door uitvoeringsproblemen.Reactie:Er is gekozen voor een wachttermijn van drie maanden voor asielzoekersom te mogen werken, omdat het kabinet het belangrijk vindt dat mensenmet een grote kans op asiel zo snel mogelijk mee kunnen doen. Een baanhelpt bij het integreren en zorgt ervoor dat iemand sneller de taal leert enkan meedoen in de samenleving.Het kabinet zet zich daarom samen met de betrokken uitvoeringsorgani-saties ervoor in om asielzoekers na drie maanden toegang te geven totwerk. Hierbij kijken we in de voorbereidende fase hoe uitvoeringspro-blemen zoveel mogelijk kunnen worden gemitigeerd. Zo zorgen UWV enIND er bijvoorbeeld voor dat gegevensuitwisseling zoveel mogelijkgeautomatiseerd verloopt. In de uitvoeringstoets die is uitgevoerd doorIND1 is aangegeven dat het haalbaar lijkt om voor een groot deel van deasielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitgeslotenbinnen drie maanden de identiteit vast te stellen, zodat er zo snel mogelijkeen burgerservicenummer kan worden aangevraagd.Vraag 2: Ook vragen zij de Minister aan te geven in hoeverre hij mogelijk-heden ziet om in samenwerking met uitzendbureaus zoals UntappedTalents het benutten van de snellere toegang tot de arbeidsmarkt testimuleren.Reactie:Eerder is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eenverkenning gedaan naar de manier waarop de begeleiding naar werk vanasielzoekers kan worden vormgegeven. Daarbij is geconcludeerd dataansluiting bij bestaande structuren voor arbeidstoeleiding (de arbeids-marktinfrastructuur) het meest voor de hand ligt. Tegelijkertijd bestaan ernog verschillende vragen over de meest effectieve vorm van onder-steuning. In het kader van de Actieagenda Integratie2 is door het vorigekabinet extra budget beschikbaar gesteld voor pilots en onderzoek naareffectieve mechanismen voor arbeidstoeleiding van asielzoekers. Daarbijzal ook gekeken worden naar de rol van private intermediairs.Vraag 3: Voor asielzoekers zonder burgerservicenummer kan eentewerkstellingsvergunning van maximaal drie maanden wordenafgegeven. De werkgever zal daarna opnieuw een aanvraag moetenindienen. Welke administratieve lasten brengt dit mee voor werkgevers?In hoeveel gevallen verwacht de Minister dat een herhaalde aanvraagnodig zal zijn?Reactie:Het streven van het kabinet is om na de eerste drie maanden na registratievan het asielverzoek een burgerservicenummer te kunnen afgeven. In de1Uitvoeringstoets Wijziging toegang arbeidsmarkt asielzoekers in procedure, IND, april 2025.Uitvoeringstoets – Wijziging toegang arbeidsmarkt asielzoekers in procedure – april 2025.2Actieagenda Integratie en de Open en Vrije Samenleving, Werk maken van integratie voor eenopen en vrije samenleving | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356111 uitvoeringstoets van IND is aangegeven dat het haalbaar lijkt om voor eengroot deel van de asielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarktniet is uitgesloten binnen drie maanden de identiteit vast te stellen3, zodater zo snel mogelijk een burgerservicenummer kan worden afgegeven.Echter zal het niet in alle gevallen lukken om binnen deze periode deidentiteit vast te stellen. Het is niet mogelijk om op voorhand in te kunnenschatten over hoeveel gevallen dit zal gaan. Om ervoor te zorgen dat ookasielzoekers kunnen werken, ook als er na drie maanden nog geenburgerservicenummer is afgegeven, blijft het mogelijk voor de werkgeverom een tewerkstellingsvergunning te krijgen zonder dat het burgerser-vicenummer bekend is. De duur van de tewerkstellingsvergunning zal indat geval beperkt zijn tot maximaal drie maanden, en nooit langer dan deduur van de arbeidsovereenkomst.Het kabinet heeft voor deze oplossing gekozen, omdat de toegang tot dearbeidsmarkt niet kan worden ontzegd voor deze specifieke gevallen. Ditzou in strijd zijn met de Europese Opvangrichtlijn. Op grond van artikel 17,eerste lid, van de herschikte Opvangrichtlijn moeten lidstaten er namelijkvoor zorgen dat asielzoekers uiterlijk zes maanden na de datum waarophet verzoek om internationale bescherming is geregistreerd, toeganghebben tot de arbeidsmarkt, tenzij sprake is van een uitzondering op hetrecht op toegang tot de arbeidsmarkt.Daarom maakt het kabinet het ook mogelijk om zonder burgerservice-nummer te werken, maar wel onder strenge voorwaarden, namelijk vooreen korte termijn van ten hoogste drie maanden. UWV heeft het burger-servicenummer nodig bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning,om conform de verplichting uit de Europese Opvangrichtlijn devergunning in te kunnen trekken als de asielzoeker van procedure wijzigtwaardoor hij niet langer toegang meer heeft tot de arbeidsmarkt.De werkgever zal worden voorgelicht over wat de implicaties zijn van hetontbreken van een burgservicenummer bij de aanvraag van een tewerk-stellingsvergunning. Bij de afloop van deze korte tewerkstellingsver-gunning kan de werkgever opnieuw een tewerkstellingsvergunningaanvragen. Veelal zal op dat moment wel de BRP-inschrijving enburgerservicenummer afgifte plaatsgevonden hebben, waardoor op datmoment een tewerkstellingsvergunning voor een langere duur kanworden afgegeven. Dit komt doordat de inschrijving als ingezetene in deBRP moet worden gedaan als mensen (naar verwachting) minimaal zesmaanden in Nederland verblijven. De verwachting is daarom dat in veelgevallen het voor werkgevers niet nodig zal zijn om vaker een herhaaldeaanvraag te moeten doen met een maximale duur van de tewerkstellings-vergunning van drie maanden. Op het moment dat het burgerservice-nummer bekend is zal immers een tewerkstellingsvergunning voor eenlangere duur afgegeven kunnen worden.Vraag 4: Hoe groot is deze groep? Welke concrete inspanningen wordengedaan om te voorkomen dat asielzoekers met een hoge kans opinwilliging onnodig moeten wachten door vertraging in de identiteitsvast-stelling?Reactie:Een van de criteria voor de IND om aan de gemeente een mededeling tekunnen doen ten behoeve van inschrijving in de BRP is dat de identiteitdeugdelijk is vastgesteld. De IND houdt geen registratie bij van het aantalpersonen ten aanzien waarvan als gevolg van toetsing aan dit criteriumvooralsnog geen mededeling kan worden gedaan. De IND kan dus nietzeggen hoe groot deze groep is.Een deugdelijke identiteitsvaststelling kan moeilijk, zo niet onmogelijk zijnbij asielzoekers die ongedocumenteerd zijn. Wanneer een asielzoeker3Uitvoeringstoets Wijziging toegang arbeidsmarkt asielzoekers in procedure, IND, april 2025.Uitvoeringstoets – Wijziging toegang arbeidsmarkt asielzoekers in procedure – april 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356112 ongedocumenteerd is, moet de IND gedurende de asielprocedureonderzoek doen naar de gestelde identiteit. De uitkomst van dit onderzoekkan mede bepalend zijn voor de vraag of de asielaanvraag kan wordeningewilligd. De IND behandelt elke asielaanvraag, dus ook aanvragenwaarin onderzoek naar de identiteit nodig is, zo voortvarend mogelijk. Ditbetekent ook dat vermeden wordt dat de identiteitsvaststelling onnodigstilligt.Daarnaast blijft het met deze nieuwe regels mogelijk voor asielzoekersvoor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitgesloten te werken naafloop van de wachttermijn, ook wanneer zij nog geen burgerservice-nummer hebben.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVraag 5: Deze leden beamen de ratio achter het voorstel, maar vrezen weldat het verkorten van de wachttermijn kan leiden tot een aanzuigendewerking van asielzoekers. Hoe beoordeelt de Minister deze zorg? Op welkemanier wordt in het verlengde hiervan ervoor gezorgd dat het voorkansarme asielzoekers in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijk is dat zijin Nederland niet kunnen rekenen op recht tot de arbeidsmarkt?Reactie:Met deze wijziging kunnen asielzoekers met een grotere kans op eenverblijfsvergunning na drie in plaats van zes maanden aan het werk. Deasielaanvraag van asielzoekers van wie de kans klein is dat hun asiel-verzoek wordt ingewilligd, wordt versneld behandeld. Bij binnenkomstwordt zo snel mogelijk bepaald in welke procedure een asielverzoek wordtbehandeld.Daarnaast geldt dat voor een aantal categorieën asielzoekers binnen deversnelde procedure de toegang tot de arbeidsmarkt is uitgesloten. Metdeze nieuwe regels mogen bijvoorbeeld asielzoekers afkomstig uit veiligelanden van herkomst4, asielzoekers die enkel een aanvraag doen omterugkeer te verhinderen, of wanneer er kennelijk valse/onwaarschijnlijkverklaringen zijn afgelegd niet meer werken. De Asielprocedureveror-dening schrijft voor dat een beslissing op het asielverzoek binnen deversnelde behandelingsprocedure zo snel mogelijk en binnen driemaanden moet worden afgerond. Toegang tot de arbeidsmarkt is tevensuitgesloten voor asielzoekers die in kennis zijn gesteld van een genomenoverdrachtsbesluit overeenkomstig artikel 42 van de Verordeningbetreffende asiel- en migratiebeheer (en artikel 21 van de Opvangrichtlijn).WODC heeft in een onderzoek aangegeven dat met name andere factorendan arbeidsmogelijkheden, namelijk op het gebied van veiligheid ensociale netwerken, een rol kunnen spelen bij de komst van asielzoekersnaar Nederland.5 Daarnaast sluit een wachttermijn van drie maanden aanbij de termijn die ons omringende lidstaten hanteren. Onder andereDuitsland en Oostenrijk hebben ook een wachttermijn van drie maanden6.België en Luxemburg willen een wachttermijn (blijven) hanteren van viermaanden. Enkel het verkorten van de wachttermijn van zes naar drie4Vanaf 12 juni 2026 is er een Europese lijst met veilige landen. Op de EU-lijst met veilige landenstaan vanaf 12 juni 2026 Bangladesh, Colombia, Egypte, Kosovo, India, Marokko en Tunesië.Ook de kandidaat-lidstaten van de EU, met uitzondering van Oekraïne, staan op deze lijst. Delijst is opgenomen in de bijlage van de Europese verordening 2026/464,L_202600464NL.000101.fmx.xml.5«Invloed asielbeleid op migratie naar Nederland. Wetenschappelijk inzichten in migratie-drivers», Verwey-Jonker Instituut, juli 2023. Geen bewijs dat asielbeleid aanzuigende werkingheeft op instroom asielzoekers | WODC – Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum6«2025.66 Implementation of the waiting period for access to the labour market under article 17of the recast reception conditions directive», European Migration Network, Ad-hoc query,december 2025. Nederland wil met de invoering migratiepact de wachttijd voor toegang tot dearbeidsmarkt voor asielzoekers verkorten, de meeste EU-lidstaten behouden huidige termijn |EMN Nederland – Europees Migratienetwerk NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356113 maanden, in combinatie met de regels dat bepaalde asielzoekers met eenlagere kans op inwilliging van het asielverzoek niet meer mogen werken,zal naar verwachting niet leiden tot een aanzuigende werking ofNederland in dit opzicht aantrekkelijker maken dan andere lidstaten.Tegen die achtergrond en met de aanpassing dat asielzoekers met eenkleine kans op een asielaanvraag niet meer mogen werken verwacht hetkabinet dat de wijziging er niet voor zal zorgen dat meer mensen eensuccesvolle asielaanvraag in Nederland zullen doen of dat dit Nederlandaantrekkelijker zou maken voor het doen van een asielaanvraag dan onsomringende lidstaten.Vraag 6: De leden van de VVD-fractie maken zich voorts zorgen over hetrisico dat malafide werkgevers van deze versoepeling gebruik gaan makenom migranten te stimuleren om naar Nederland te komen om asiel aan tevragen, terwijl deze migranten zonder deze aansporing hoogstwaar-schijnlijk niet naar Nederland waren gekomen. Hoe beoordeelt de Ministerdeze zorg? Welke stappen is de Minister bereid te zetten om in een vroegstadium misbruik van deze versoepeling door malafide werkgevers ofasielzoekers zo een halt toe te roepen?Reactie:In de herschikte Opvangrichtlijn, onderdeel van het Europese Migra-tiepact, is opgenomen dat bepaalde categorieën asielzoekers met eenlagere kans op een asielvergunning binnen de versnelde behandelings-procedure niet mogen werken. Zo zullen onder andere asielzoekersafkomstig uit veilige landen van herkomst niet mogen werken. Deverwachting is dat de aanpassing van de wachttermijn van zes naar driemaanden geen reden is voor werkgevers om mensen te stimuleren naarNederland te komen en asiel aan te vragen (zie ook het antwoord bijvraag 5).De aanname dat werkgevers actief mensen gaan werven in het buitenlanden hen stimuleren om asiel aan te vragen acht het kabinet niet aanne-melijk. Naast het feit dat voor veel asielzoekers met een lagere kans opeen asielvergunning de toegang tot de arbeidsmarkt volledig is uitge-sloten, bestaan er praktische en logistieke belemmeringen om vanuit hetbuitenland naar Nederland te reizen om asiel aan te vragen. Ook mogenasielzoekers voor wie de toegang niet is uitgesloten de eerste driemaanden in Nederland niet werken, en hebben zij (of hun werkgevers)geen invloed op de plaatsing binnen een specifieke regio of opvanglo-catie.Vraag 7: Deze leden vragen hierbij hoeveel tijd er in de praktijk zal zittentussen het afwijzen dan wel intrekken van de asielaanvraag, en hetintrekken van de tewerkstellingsvergunning. Deelt de Minister deopvatting van deze leden dat de tijdspanne tussen beide beslissingen zokort mogelijk dient te zijn, zodat wordt voorkomen dat afgewezenasielzoekers lang toegang hebben tot de arbeidsmarkt?Reactie:Ja, het is van belang dat zodra de asielzoeker niet meer mag werken zospoedig mogelijk de tewerkstellingsvergunning van de werkgever wordtingetrokken. Het UWV gaat over tot intrekking van de tewerkstellingsver-gunning zodra de IND heeft vastgesteld dat het asielverzoek van deasielzoeker onder een categorie komt te vallen waarbij de toegang tot dearbeidsmarkt is uitgesloten of als iemand niet langer een lopendeasielaanvraag heeft.Het intrekken van de tewerkstellingsvergunning is enkel mogelijk indienbij de aanvraag van de tewerkstellingsvergunning het burgerservice-nummer is opgegeven. Via de BRP ontvangt UWV dan een signaleringover de door de IND gewijzigde verblijfstitelcode van de asielzoeker. Dit isde directe aanleiding voor een weigering of intrekking van een al lopendewerkvergunning. Een lopende tewerkstellingsvergunning zal vervolgensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356114 middels een besluit, gericht aan de werkgever, worden ingetrokken. Vanafdat moment mag de werkgever de asielzoeker geen werkzaamheden meerlaten verrichten. De datum waarop de verblijfstatus van de asielzoeker isgewijzigd is daarmee niet leidend, maar het moment dat de werkgevergeïnformeerd is door UWV dat niet meer wordt voldaan aan devoorwaarden voor de toegang tot de arbeidsmarkt en per welke datum detewerkstellingsvergunning daarom is ingetrokken.Vraag 8: De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast wat er gebeurt alsde asielaanvraag van een asielzoeker wordt ingewilligd, waarna dezevergunning na verloop van tijd wordt ingetrokken omdat niet meer aan devoorwaarden wordt voldaan. Krijgt het UWV dan wel de werkgever eenmelding van deze intrekking? Betekent dit in de praktijk dan ook dat detewerkstellingsvergunning wordt ingetrokken, en zo ja, wat is degemiddeld tijdspanne tussen beide beslissingen?Reactie: zie de beantwoording opgenomen bij vraag 7. Voor status-houders geldt dat zij vrij zijn op de arbeidsmarkt en dat de werkgevergeen tewerkstellingsvergunning hoeft te hebben. Om in Nederland tekunnen werken is een geldige verblijfsgrond nodig. Wanneer de asielver-gunning is ingetrokken en de vreemdeling niet een andere geldigeverblijfstitel heeft, moet de vreemdeling Nederland verlaten. De vreem-deling mag na het intrekken van de asielvergunning niet meer inNederland werken.Vraag 9: De leden van de VVD-fractie constateren dat het kabinetvoornemens is om asielzoekers ook de mogelijkheid te geven om toe tetreden tot de arbeidsmarkt in de uitzonderlijke situatie dat de asielzoekerniet op tijd beschikt over een burgerservicenummer. Is dit een verplichtingdie voortvloeit uit hoger recht (in bijzonder de herziene Opvangrichtlijn),of is dit een beleidskeuze? Hoelang zal het volgens de Minister gemiddeldgaan duren voordat asielzoekers een burgerservicenummer kunnenhebben? Zijn er situaties denkbaar waarbij het niet op tijd verkrijgen vaneen burgerservicenummer te wijten valt aan de asielzoeker in kwestie? Zoja, deelt de Minister dan de opvatting van deze leden dat dit conse-quenties dient te hebben voor de toegang tot de arbeidsmarkt van dedesbetreffende asielzoeker?Reactie:In het voorstel zijn wijzigingen opgenomen ten aanzien van de regels overde toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers. Het recht van asiel-zoekers op toegang tot de arbeidsmarkt volgt uit de herschikte EuropeseOpvangrichtlijn.7 Deze richtlijn bevat normen voor de opvang enbijbehorende voorzieningen die lidstaten aan asielzoekers moeten bieden.Op grond van artikel 17, eerste lid, van de herschikte Opvangrichtlijnmoeten lidstaten ervoor zorgen dat asielzoekers uiterlijk zes maanden nade datum waarop het verzoek om internationale bescherming is geregis-treerd, toegang hebben tot de arbeidsmarkt, tenzij sprake is van eenuitzondering op het recht op toegang tot de arbeidsmarkt. Hiermee moetde asielzoeker het recht krijgen om werk te zoeken. Lidstaten moetenervoor zorgen dat de toegang tot de arbeidsmarkt effectief is, doorbijvoorbeeld geen voorwaarden op te leggen die verhinderen dat eenasielzoeker werk kan zoeken of door geen onredelijke administratieveformaliteiten op te leggen. Het is derhalve niet mogelijk om asielzoekersdie nog geen burgerservicenummer hebben uit te sluiten van de toegangtot de arbeidsmarkt.Wel geldt dat de toegang tot de arbeidsmarkt is uitgesloten voorasielzoekers die vallen onder een aantal categorieën binnen de versnelde7Artikel 17 van de richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees parlement en de Raad van 14 mei2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationalebescherming.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356115 behandelingsprocedure. Eén van die categorieën betreft wanneer deasielzoeker valse informatie of documenten heeft verstrekt of relevanteinformatie heeft achtergehouden, met name omtrent zijn of haar identiteitof nationaliteit, die een negatieve invloed op de beslissing hadden kunnenhebben. Dit geldt ook wanneer er duidelijke gronden zijn om te oordelendat de verzoeker te slechter trouw een identiteitsbewijs of reisdocumentheeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan om de vaststelling van zijnof haar identiteit of nationaliteit te verhinderen.Een van de criteria voor de IND om aan de gemeente een mededeling tekunnen doen ten behoeve van inschrijving in de BRP is dat de identiteitdeugdelijk is vastgesteld. Het verschilt per geval of en hoe snel ditmogelijk is. Wanneer een asielzoeker ongedocumenteerd is, moet de INDgedurende de asielprocedure onderzoek doen naar de gestelde identiteit.Het proces van vaststelling van identiteit kan in deze gevallen weken totmaanden duren. De IND verwacht dat de toegang tot de arbeidsmarktdaarom op zijn vroegst na een wachttermijn van drie maanden mogelijkis. Als het vaststellen van de identiteit niet mogelijk is omdat de vreem-deling niet meewerkt, zal in de regel het onderzoek naar de identiteitlanger duren. Dit heeft daarmee direct consequenties voor de vreem-deling en zijn recht op toegang tot de arbeidsmarkt, doordat er nog geenburgerservicenummer kan worden aangevraagd en voor de vreemdelingdus alleen een tewerkstellingsvergunning kan worden aangevraagd meteen kortere geldigheidsduur.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieVraag 10: Waarom is voor drie maanden gekozen? Zou het al mogelijk zijnom na één maand een tewerkstellingsvergunning te krijgen? Zou ditvolgens de Europese Richtlijn mogelijk zijn? Is de wachttijd van driemaanden aan de hoge of lage kant in vergelijking met andere EuropeseUnie (EU-)lidstaten?Reactie:Op grond van artikel 17, eerste lid, van de herschikte Opvangrichtlijnmoeten lidstaten aan asielzoekers – indien de toegang niet is uitgesloten –toegang geven tot de arbeidsmarkt binnen uiterlijk zes maanden nadat deasielaanvraag is geregistreerd. In de overwegingen bij de richtlijn isopgenomen dat lidstaten worden aangemoedigd om asielzoekers eerderte laten werken als hun asielverzoek waarschijnlijk gegrond is, met hetoog op het bevorderen van de zelfstandigheid van asielzoekers. Op grondvan de richtlijn is het mogelijk een kortere wachttermijn te hanteren.Er is door het kabinet gekozen voor een wachttermijn van drie maanden.Bij een nog kortere periode zou de uitvoerbaarheid onder druk komen testaan. Dit volgt onder andere uit de uitvoeringstoets van de IND. Daarin isaangegeven dat het haalbaar lijkt om voor een groot deel van deasielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitgesloten,binnen drie maanden de identiteit vast te stellen. Een kortere termijn vanbijvoorbeeld één maand is niet uitvoerbaar. Een wachttermijn van driemaanden sluit aan bij de termijn die ons omringende lidstaten hanteren.Onder andere Duitsland en Oostenrijk hebben ook een wachttermijn vandrie maanden. België en Luxemburg willen een wachttermijn (blijven)hanteren van vier maanden.Een termijn van drie maanden sluit daarnaast goed aan op de duur van deversnelde behandelingsprocedure. Onder de versnelde behandelingspro-cedure vallen groepen asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dathun asielaanvraag wordt ingewilligd. Lidstaten dienen voor asielaan-vragen die ze versneld behandelen binnen drie maanden een beslissingop de aanvraag te nemen. Voor asielzoekers van wie het verzoek niet valtonder de versnelde behandelingsprocedure geldt een langere beslis-termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356116 Vraag 11: In de wetstekst staat dat de tewerkstellingsvergunning voor tenhoogste drie jaar wordt verleend. Is er een mogelijkheid om deze teverlengen als de procedure bijvoorbeeld langer dan drie jaar duurt?Reactie:De tewerkstellingsvergunning kan voor maximaal drie jaar wordenafgegeven. Dit volgt uit artikel 11, eerste lid, van de Wet arbeid vreemde-lingen. Bij de aanvraag dient dan wel het burgerservicenummer van deasielzoeker te worden vermeld. Tewerkstellingsvergunningen wordennooit voor een langere duur afgegeven dan de duur van de arbeidsover-eenkomst. Indien de tewerkstellingsvergunning (bijna) is verlopen kan dewerkgever een nieuwe vergunning aanvragen. Deze kan dan wederomvoor maximaal drie jaar, of de duur van de arbeidsovereenkomst als dezekorter is, worden afgegeven.Vraag 12: Waarom is er niet voor gekozen om de noodzaak tot eentewerkstellingsvergunning af te schaffen?Reactie:Met de implementatie van de herschikte Opvangrichtlijn is ervoor gekozende tewerkstellingsvergunningplicht in stand te laten. De reden hiervoor isdat het op dit moment uitvoeringstechnisch niet mogelijk is de vergun-ningplicht af te schaffen. Daarnaast ziet deze wijziging op de implemen-tatie van de richtlijn.8 Gelet op de korte implementatiedeadline en degrote impact die de invoering van het EU migratiepact al op de uitvoeringmeebracht, is ervoor gekozen om dit niet in het kader van de implemen-tatie van de Richtlijn te verkennen. In het coalitieakkoord is opgenomendat er een alternatief komt voor de tewerkstellingsvergunningplicht. Er zalhiertoe een verkenning worden uitgevoerd om de mogelijkheden voor eenalternatief in beeld te brengen.Met de implementatie van de herschikte Opvangrichtlijn worden bepaaldegroepen asielzoekers uitgesloten van toegang tot de arbeidsmarkt. Het isdus belangrijk dat een werkgever zekerheid kan krijgen over de vraag ofde asielzoeker die hij wil aannemen, ook mag werken. Dat kan op ditmoment enkel via het proces van de tewerkstellingsvergunning. Bij hetafschaffen van de tewerkstellingsvergunning en in plaats daarvan hethanteren van de meldplicht, zoals thans geldt voor ontheemden uitOekraïne, zou de werkgever zelf moeten toetsen of de persoon eenlopende asielprocedure heeft, de wachttermijn is verstreken en debehandeling van de asielaanvraag niet valt onder één van de categorieënwaarvan op grond van de richtlijn de toegang tot de arbeidsmarkt isuitgesloten. Daarnaast zou een werkgever geïnformeerd moeten wordenals een asielzoeker niet meer mag werken, bijvoorbeeld door eenwijziging in de asielprocedure, aangezien de werkgever het risico loopt opeen boete als niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden om deasielzoeker te mogen laten werken. Het is op dit moment niet mogelijkdeze informatie rechtstreeks beschikbaar te stellen aan de werkgever.Voordat kan worden overgegaan op een alternatief voor de tewerkstel-lingsvergunning, zal daarom eerst goed in kaart moeten worden gebrachthoe de werkgever gemakkelijk aan de goede actuele informatie komt, enwelke juridische en (systeem-)technische consequenties dit heeft.Vraag 13: Op dit moment zijn er ongeveer 50.000 openstaande asielaan-vragen in Nederland. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ofdeze verkorting van de wachttijd ook gaat gelden voor de mensen die al inde procedure zitten – en minder dan zes maanden wachten.Reactie:8Dit is overeenkomst aanwijzing 9.4 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Hierin isopgenomen dat gelet op de noodzaak van tijdige implementatie o.a. wordt vermeden dat«extra» nationaal beleid wordt meegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356117 De nieuwe regels voor werk zien zowel op de mensen die een verblijfs-vergunning asiel hebben aangevraagd voor de inwerkingtredingsdatumvan het Asiel- en Migratiepact op 12 juni 2026 als voor de mensen die ditna de inwerkingtredingsdatum hebben gedaan. Voor asielzoekers met eenasielaanvraag van voor deze datum zijn de nieuwe regels op basiswaarvan de groepen worden uitgesloten van de toegang tot de arbeids-markt echter niet van toepassing. Voor hen mag en wordt geen onder-scheid gemaakt op deze gronden voor wat betreft de toegang tot dearbeidsmarkt. Met de overgangsbepaling die is opgenomen in dit voorstelkrijgen na de inwerkingtreding van de wijzigingen ook asielzoekers meteen aanvraag van voor 12 juni 2026 toegang na drie maanden in plaatsvan zes maanden. Hiermee gelden voor wat betreft de wachttermijndezelfde regels voor asielzoekers ongeacht het moment van het indienenvan het asielverzoek.Vraag 14: Deze leden vragen of het niet is strijd is met deze overweging endit artikel om kansarme asielzoekers geen toegang te geven tot dearbeidsmarkt. Deze leden lezen dat er juridische bezwaren kunnen zijn omeen onderscheid te maken tussen kansrijke en kansarme asielzoekersgelet op het gelijkheidsbeginsel en er onderscheid gemaakt wordt opbasis van nationaliteit. Acht de Minister dit onderscheid juridischhoudbaar?Reactie:Het onderscheid tussen de verschillende categorieën asielzoekers die metdeze nieuwe regels juist wel of geen toegang hebben tot de arbeidsmarktvolgt direct uit de herziene Opvangrichtlijn. Het is daarom ook nietmogelijk als lidstaat een andere afweging hierin te maken. Met dezeaanpassingen zorgen we voor een implementatie die direct aansluit op deregels zoals die zijn opgenomen in de richtlijn.Met de nieuwe regels uit het Asiel- en migratiepact worden asielaan-vragen van een aantal groepen asielzoekers versneld behandeld. Onderde versnelde behandelingsprocedure vallen groepen asielzoekers voorwie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd. Eenaantal categorieën binnen deze procedure wordt uitgesloten van detoegang tot de arbeidsmarkt (artikel 17 Opvangrichtlijn). Het gaat omgroepen asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaan-vraag wordt ingewilligd, omdat:–er kennelijk valse/onwaarschijnlijke verklaringen zijn afgelegd;–er valse informatie of documenten zijn verstrekt of relevante informatieis achtergehouden;–er enkel een verzoek is ingediend om terugkeer te verhinderen;–de verzoeker komt uit een veilig land van herkomst; of–de verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of deopenbare orde.Deze groepen asielzoekers met een asielaanvraag binnen de versneldebehandelingsprocedure hebben geen toegang tot de arbeidsmarkt.Lidstaten hebben bij de implementatie van dit artikel uit deOpvangrichtlijn geen ruimte om hier van af te wijken. De uitsluiting van detoegang tot de arbeidsmarkt geldt ook voor Dublinclaimanten die eenoverdrachtsbesluit hebben gekregen (artikel 21 Opvangrichtlijn). Voorandere groepen asielzoekers voor wie de toegang niet is uitgeslotenmoeten lidstaten ervoor zorgen dat zij daadwerkelijke en effectievetoegang hebben tot de arbeidsmarkt uiterlijk zes maanden nadat hunasielaanvraag is geregistreerd. Op basis van het EU migratiepact moetenlidstaten dus onderscheid maken tussen verschillende groepen asiel-zoekers en er is geen ruimte in het pact om daar vanaf te wijken.Vraag 15: Onder het Asiel- en Migratiepact wordt een asielzoeker die voorpolitieke vervolging vlucht uit bijvoorbeeld Turkije niet gezien als kansrijkeasielzoeker aangezien het land van herkomst een lager gemiddeldTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356118 inwilligingspercentage heeft dan 20%, constateren de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie. Bovendien is Turkije officieel nog steedskandidaat-lidstaat. Deze leden vragen hoe lang de Minister inschat dat hetduurt voor deze mensen om aan het werk te mogen. Hoe lang zou hetmaximaal kunnen duren voordat deze mensen aan het werk mogen?Reactie:Binnen de versnelde behandelingsprocedure geldt dat voor een aantalcategorieën, zoals voor asielzoekers afkomstig uit veilige landen vanherkomst, de toegang tot de arbeidsmarkt is uitgesloten. Vanaf 12 juni2026 geldt er een Europese lijst met veilige landen9. Ook kandidaat-lidstaten van de EU, waaronder Turkije, staan op deze lijst. Gedurende deprocedure geldt voor asielzoekers afkomstig uit deze landen dat zij nietmogen werken. De beslistermijn binnen de versnelde behandelingspro-cedure bedraagt drie maanden. Bij een toewijzing van het asielverzoekkrijgen mensen toegang tot de arbeidsmarkt, ook als zij gedurende deasielprocedure vielen onder één van de categorieën voor wie de toegangtot de arbeidsmarkt was uitgesloten.Uit de Opvangrichtlijn volgt dat asielzoekers geen recht hebben om tewerken als de behandeling van de asielaanvraag is versneld op grond vanartikel 42, lid 1 onder a t/m f. Dit gaat om bijv. asielzoekers die uit eenveilig land van herkomst komen, die een gevaar vormen voor openbareorde en nationale veiligheid en als er sprake is van bijv. misleiding. Vooreen aantal categorieën groepen binnen deze versnelde behandelingspro-cedure, zoals asielzoekers met een nationaliteit uit een land waarvan hetgemiddelde inwilligingspercentage lager dan 20% is geldt dit niet. Voorhen geldt dat zij mogen werken na afloop van de wachttermijn van driemaanden. Ongeacht of de aanvraag binnen drie maanden is afgehandeld,heeft deze categorie daarom na drie maanden toegang tot de arbeids-markt.Alleen in het geval dat de IND besluit het onderzoek voort te zetten in hetkader van de reguliere procedure kunnen deze asielzoekers alsnogtoegang krijgen tot de arbeidsmarkt. Indien de IND van mening is dat eenbetreffend verzoek te complex is om te onderzoeken in het kader van deversnelde procedure, kan de IND op basis van artikel 42, tweede lid,Procedureverordening de behandeling voortzetten in de reguliereprocedure. Daarnaast kan de IND op basis van artikel 21, tweede lid,Procedureverordening besluiten de versnelde procedure niet (langer) toete passen. De toepassing van één van deze bevoegdheden van de INDleidt ertoe dat de tewerkstellingsvergunning niet op deze grond zalworden geweigerd.Vraag 16: De leden van GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de rol vanuitzendbureaus zal zijn in de begeleiding naar de arbeidsmarkt vanasielzoekers en of mensen op die manier duurzaam werk op niveauzouden krijgen. Komt het voor dat de taak van begeleiden naar werkwordt uitbesteed aan uitzendbureaus? Acht de Minister dit wenselijk? Ziethij voor zich dat er via deze route hoogkwalitatief werk wordt gevonden?Is hij van plan maatregelen te treffen om dit tegen te gaan? Deze ledenvragen bovendien hoe asielzoekers die toch kwetsbaarder zijn voor slechtwerk en misstanden beschermd worden tegen uitbuiting en onderbe-taling. Is er voldoende toezicht en handhaving?Reactie:Er is geen formele rol voor uitzendbureaus in de begeleiding naar werkvoor asielzoekers. Wel kan het in de praktijk zo zijn dat werkgevershiervoor uitzendbureaus inschakelen. Eerder is een verkenning gedaannaar de manier waarop de begeleiding naar werk van asielzoekers kanworden vormgegeven. Daarbij is geconcludeerd dat aansluiting bijbestaande structuren voor arbeidstoeleiding (de arbeidsmarktinfra-9Welke landen staan op de lijst van veilige landen van herkomst? | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356119 structuur) het meest voor de hand ligt. Tegelijkertijd bestaan er nogverschillende vragen over de meest effectieve vorm van ondersteuning. Inhet kader van de Actieagenda Integratie is door het vorige kabinet extrabudget beschikbaar gesteld voor pilots en onderzoek naar effectievemechanismen voor arbeidstoeleiding van asielzoekers. Daarbij zal ookgekeken worden naar de rol van private intermediairs.Het kabinet is zich ervan bewust dat asielzoekers behoren tot een van degroepen werknemers die kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Debescherming tegen misstanden begint aan de voorkant, bij het activerenvan asielzoekers om te gaan werken. We zullen daarom asielzoekerswijzen op hun rechten, plichten en meldmogelijkheden bij missstanden.Werkgevers zijn primair verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandig-heden en – voorwaarden voor hun werknemers. In de voorlichting richtingwerkgevers over de nieuwe regels zal dit benadrukt worden. Verder toetstUWV bij de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning of er markt-conform loon wordt betaald en of er aan de overige arbeidsvoorwaardenwordt voldaan. Omwille van de verplichte tewerkstellingsvergunning voorasielzoekers is er zicht op werkgevers die asielzoekers tewerkstellen of eenaanvraag hebben ingediend.De Arbeidsinspectie houdt risicogericht toezicht en controleert individuelewerkgevers op de naleving van de arbeidswetten. De status van dewerknemers speelt daarbij geen rol. Als bijvoorbeeld in eenWml-onderzoek onderbetaling van werknemers waaronder asielzoekers isgeconstateerd, dan legt de Arbeidsinspectie aan de werkgever – naast eenboete voor de onderbetaling – ook een verplichting tot nabetaling van hetonterecht niet-betaalde loon op.In november 2025 is de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeids-krachten (Wtta) aangenomen door de Eerste Kamer. De Wtta regelt datbedrijven alleen nog werknemers mogen uitlenen als zij daarvoor eentoelating hebben. Om deze toelating te krijgen moet de uitlener hetnormenkader naleven, een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overleggenen een waarborgsom van € 100.000 storten. Met deze wet wil de overheidmisstanden op de uitleenmarkt tegengaan en zorgen voor een eerlijkerspeelveld. De wet treedt op 1 januari 2027 in werking. Vanaf 1 januari 2028gaat de Nederlandse Arbeidsinspectie handhaven op deze toelatings-plicht.Vraag 17: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Arbeidsin-spectie de controle uitvoert op de Wet arbeid vreemdelingen, ook bij dezegroep. Deze leden gaan ervan uit dat de Arbeidsinspectie ook actieftoezicht zal houden op de wetten die werkenden beschermen tegenoneerlijk, onveilig en ongezond werk van werkende asielzoekers. Kloptdeze aanname en is er voldoende aandacht voor de kwetsbare positie vanasielzoekers? Waarom is er op deze factoren geen toets gedaan door dearbeidsinspectie?Reactie:De Arbeidsinspectie houdt toezicht op naleving van arbeidswetten doorwerkgevers. Ze organiseert haar actieve toezicht in risicogerichteprogramma’s. Op deze wijze komt ze in sectoren en bedrijven waar eenhoog risico is op het niet naleven van een of meer arbeidswetten. Zij heeftgeen programma’s die gericht zijn op bepaalde groepen werknemers,zoals asielzoekers, maar focust op bepaalde sectoren en of werkgeverswaar de arbeidsrisico’s het hoogst zijn. De Arbeidsinspectie maakt bij haarafhandeling van de bij de werkgever geconstateerde overtreding(en) geenonderscheid tussen deze verschillende groepen werknemers.Vanzelfsprekend zal altijd opgetreden worden wanneer er aanwijzingenzijn van mensenhandel in de vorm van arbeidsuitbuiting of een acuteonveilige of ongezonde werksituatie. Als de Arbeidsinspectie gevraagdwordt een toets te doen op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid vannieuwe of gewijzigde wet- en regelgeving, geeft zij een oordeel over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356120 voorgelegde wet of regel. In dit geval is gevraagd naar haar oordeel overde wijzigingen op het terrein van de Wet arbeid vreemdelingen. DeArbeidsinspectie heeft deze wijzigingen uitvoerbaar en handhaafbaarbevonden.Vraag 18: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening datwerk, inburgeren en het leren van de taal allen van belang zijn. Het kanvoorkomen dat een asielzoeker in een omgeving gaat werken met veelEngelstalige collega’s. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de inburge-ringstaken zoals het leren van de taal niet komen te lijden onder het werk?Wordt geborgd dat de werkgever hier ruimte voor laat? Op welke manierkunnen werkgevers een rol krijgen in het vroegtijdig leren van deNederlandse taal?Reactie:Het kabinet is het eens met de fractie GroenLinks-PvdA dat naast werkenook het leren van de taal van belang is. Asielzoekers zijn echter (nog) nietinburgeringsplichtig waardoor er geen sprake is van inburgeringstakenzoals omgeschreven in de Wet inburgering 2021 (Wi2021). Desondanks ishet leren van de taal belangrijk om mee te kunnen doen op de arbeids-markt en na statusverlening sneller door het inburgeringstraject te gaan.Naast taalaanbod in de opvang subsidieert de Minister van Werk enParticipatie «Het begint met taal». Deze stichting werkt aan de totstand-koming van een landelijk dekkend aanbod van taalbuddy’s op dewerkvloer. Steeds meer bedrijven sluiten zich hierbij aan en leiden eigenmedewerkers op tot taalbuddy voor het begeleiden van anderstaligen.Asielzoekers met een baan kunnen hier ook gebruik van maken.De Minister van Werk en Participatie werkt op het moment aan een planvan aanpak Werk en Meedoen, dat voor de zomer naar de Tweede Kamerverstuurd zal worden. Dit plan bevat maatregelen die bijdragen aan hetbeter combineren van werk, het leren van de taal en inburgeren voorasielzoekers en statushouders.Vraag 19: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of erproblemen optreden wanneer asielzoekers regelmatig van locatieverhuisd moet worden. Hoe kunnen zij dan hun werk behouden? Wordenzij daardoor niet onaantrekkelijker voor werkgevers? Hoe moet ditcontractueel opgelost worden in het geval een asielzoeker naar de anderekant van het land moet verhuizen? Deze leden vragen welke maatregelener worden getroffen om te zorgen dat mensen niet moeten stoppen metwerken als gevolg van verplaatsing van de woonlocatie. Hoe wordttegengegaan dat asielzoekers door de vele verhuizingen met name laagkwalitatief flexwerk gaan doen?Reactie:De voorgenomen wet- en regelging ziet niet op het reduceren vanverhuisbewegingen. Verhuisbewegingen kunnen wel een belemmeringvormen voor zowel de asielzoeker als de werkgever aangezien het onzekeris of de asielzoeker de beoogde periode op dezelfde plek zal kunnenblijven wonen en voor werk beschikbaar zal zijn. De huidige stand van hetopvanglandschap met het tekort aan opvangplekken zorgt ervoor datasielzoekers worden geplaatst waar er in het land op dat moment beddenbeschikbaar zijn om vervolgens, indien er plekken beschikbaar zijn, in eenreguliere locatie geplaatst te worden. Een belangrijke stap om stabiliteit tecreëren in de asielopvang is de afbouw van (tijdelijke) noodopvang. HetCOA verwacht in het kader van de eerste cyclus van de Spreidingswet75.000 plekken te kunnen realiseren, waarvan voor ca. 70.000 meerjarige(financiële) afspraken kunnen worden gemaakt met gemeenten. Degerealiseerde plekken zullen er rechtstreeks aan bijdragen dat asielzoekersdie nu in dure noodopvang verblijven elders kunnen worden opgevangen.Met het realiseren van meer reguliere opvangplekken en bevorderen vandoorstroom van statushouders naar huisvesting, kan de noodopvangTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356121 worden afgebouwd. Hiermee kunnen we ervoor zorgen dat verhuisbewe-gingen als gevolg van het plaatsen in en sluiten van tijdelijke noodopvangzo veel mogelijk wordt voorkomen.Vraag 20: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of tegelijk methet starten van werk ook gestart kan worden met het in gang zetten vande erkenningsprocedure van diploma’s en kwalificaties zodat asielzoekersop niveau aan het werk gaan. Deze leden achten dit van belang omasielzoekers op hun niveau aan het werk te krijgen.Reactie:Het is zowel voor nieuwkomers als voor de samenleving van belang dat zijzo snel mogelijk instromen in een baan, het liefst een baan die passend isbij eerdere werkervaring en opleidingsachtergrond. Een diplomawaar-dering vergroot de kans dat asielzoekers makkelijker doorstromen naarpassend werk of vervolgonderwijs, met betere kansen op een baan opniveau. Met een diplomawaarderingsprocedure wordt bekeken met welkNederlands opleidingsniveau een buitenlands diploma vergelijkbaar is. Deoverheid bekostigt een diplomawaarderingsprocedure voor inburgerings-plichtigen.Vraag 21: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat asielzoekersook werk kunnen doen als zelfstandige. Deze leden maken zich zorgenover de mogelijkheid dat asielzoekers hierdoor makkelijk als schijnzelf-standige kunnen worden ingezet. Zijn hier nu aanwijzingen voor? Opwelke manier wordt er toezicht gehouden dat asielzoekers niet massaalals schijnzelfstandige worden ingezet?Reactie:Met deze wijziging blijft het, net als onder de huidige regelgeving hetgeval is, mogelijk voor asielzoekers om als zelfstandige te werken. Voorhet laten verrichten van arbeid als zelfstandige is net als bij het verrichtenvan arbeid in loondienst een tewerkstellingsvergunning vereist. Dewerkgever (of opdrachtgever) dient in het bezit te zijn van een tewerkstel-lingsvergunning om een asielzoeker arbeid als zelfstandige te latenverrichten. De aanvraag wordt getoetst aan dezelfde voorwaarden als diegelden bij arbeid in loondienst. De Arbeidsinspectie houdt hier toezicht open dat verandert niet met deze wijziging.Daarnaast handhaaft de Belastingdienst op de kwalificatie van dearbeidsrelatie voor de loonheffingen. Het handhavingsmoratorium voorde handhaving op schijnzelfstandigheid is per 1 januari 2025 opgeheven.De Nederlandse Arbeidsinspectie en Belastingdienst werken ook samenom schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Een belangrijke drempel bij deBelastingdienst voor deze samenwerking – het delen en verwerken vangegevens – wordt in 2026 weggenomen omdat de Belastingdienst danweer meldingen van de Arbeidsinspectie over schijnzelfstandigheid kanbetrekken in zijn handhaving. Andersom doet de Arbeidsinspectie alverzoeken aan de Belastingdienst om fiscale gegevens te delen.Daarnaast is onlangs door uw Kamer het wetsvoorstel rechtsvermoedenvan een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief aangenomen.10Hiermee krijgen mensen die werken voor een relatief laag uurtarief en diemenen werkzaam te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst eenbetere bewijspositie om dat aan te tonen.Vraag 22: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het oudeartikel 6.2, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit uitvoering Wet arbeidvreemdelingen (BuWav) vervalt. Is er nu voldoende gewaarborgd dat10Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het invoeren van eenrechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief | Tweede Kamer derStaten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356122 asielzoekers onder marktconforme voorwaarden moeten werken? Graageen toelichting.Reactie:Bij de beslissing op de tewerkstellingsvergunningaanvraag toetst UWVonder andere of het loon marktconform is. Dit biedt bescherming aan deasielzoeker. De tewerkstellingsvergunning wordt alleen verleend als dewerkgever zich houdt aan de geldende arbeidsvoorwaarden. Dezevoorwaarde blijft ook met deze wijziging in stand. Met deze wijziging isdeze voorwaarde echter niet langer meer opgenomen in dit artikel van hetBesluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022). Dereden hiervoor is dat dit vereiste ook is opgenomen in de Wet arbeidvreemdelingen. Het is daarom niet nodig om het apart op te nemen in delagere regelgeving. In artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Wet arbeidvreemdelingen is reeds opgenomen dat de tewerkstellingsvergunningmoet worden geweigerd indien van de te vervullen arbeidsplaats dearbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandighedenbeneden het niveau liggen dat wettelijk is vereist of in de desbetreffendebedrijfstak gebruikelijk is.Vraag 23: De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tot slot hoegezorgd wordt dat mensen echt de ruimte krijgen om passend werk tevinden en voorkomen wordt dat er geen dwang ontstaat om ieder werk teaccepteren dat aangeboden wordt. Zijn hiervoor maatregelen getroffen?Reactie:In Nederland is geen wettelijke verplichting voor asielzoekers om betaaldwerk te verrichten. Veel van de asielzoekers willen graag aan het werk, omgeld te verdienen, een zinvolle dagbesteding te hebben of iets terug tedoen voor hun mogelijk nieuwe thuisland. Niet altijd betreft dit werk watpassend is bij hun werkervaring en/of opleiding in land van herkomst. Zowerken weinig statushouders in maatschappelijke tekortsectoren. Vooraltaalachterstand en deficiënties in hun opleiding kunnen het moeilijkmaken om passend werk te vinden.Vanuit de Actieagenda Integratie zijn daarom verschillende acties gestartom de instroom van statushouders in vooral tekortsectoren te vergroten.Zo wordt gewerkt aan het inzichtelijk maken van het opleidingsniveau ende werkervaring van inburgeringsplichtige statushouders in lijn met deaanbeveling van de Algemene Rekenkamer. Ook is het van belang datwerkgevers weten wat de vaardigheden van statushouders zijn.CompetentNL11 heeft een skillstaal ontwikkeld voor het (mbo-)onderwijsen de arbeidsmarkt. Deze skillstaal moet ook passend zijn voor status-houders. Om meer statushouders een Nederlandse vakopleiding te latenafronden, wordt samengewerkt met het Ministerie van OCW en vertegen-woordigers van sectoren aan de ontwikkeling en toepassing van sectoraleOntwikkelpaden. Verder wordt voor de instroom in tekortsectorensamengewerkt met de Ministeries van EZ, VWS en OCW en verschillendebranches en sectoren die specifieke trajecten voor statushouders hebbenopgezet.Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieVraag 24: De leden van de PVV-fractie constateren dat dit voorstelvoortvloeit uit Europese regelgeving, maar dat het kabinet er desondanksvoor kiest om verder te gaan dan waartoe deze regelgeving verplicht.Waarom benut het kabinet niet de ruimte om juist strengere nationale11De Uitvoeringsorganisatie Werknemers Verzekeringen (UWV), SamenwerkingsorganisatieBeroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)werken samen aan de ontwikkeling van CompetentNL.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356123 voorwaarden te stellen, in plaats van de toegang tot de arbeidsmarkt teverruimen?Reactie:Het recht op toegang tot de arbeidsmarkt van mensen die een verblijfs-vergunning asiel hebben aangevraagd volgt uit artikel 17 van deherschikte Opvangrichtlijn. Op grond van deze richtlijn moeten lidstatenervoor zorgen dat asielzoekers uiterlijk zes maanden na de datum waarophet verzoek om internationale bescherming is geregistreerd, toeganghebben tot de arbeidsmarkt. Tenzij er sprake is van een uitzondering ophet recht op toegang tot de arbeidsmarkt.In de overwegingen bij de herziene Opvangrichtlijn is opgenomen datlidstaten worden aangemoedigd om asielzoekers eerder te laten werkenals hun asielverzoek waarschijnlijk gegrond is. Dit om de integratievoor-uitzichten en de zelfstandigheid van asielzoekers te vergroten. Het kabinetheeft ervoor gekozen om de wachttermijn te verkorten. Met deze wijzigingkunnen asielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet isuitgesloten, eerder gedurende de asielprocedure werken, wat onder meerbijdraagt aan het verkrijgen van meer (financiële) zelfstandigheid, en hetleren van de Nederlandse taal. Daarnaast dragen asielzoekers wanneer zijeerder mogen werken ook eerder bij aan de kosten voor de opvang.Doordat bepaalde categorieën asielzoekers straks na drie maandenmogen werken zullen zij eerder een afdracht moeten doen op grond vande Reba12. Verder kan het ook bijdragen aan een hogere arbeidspartici-patie voor statushouders, als zij al gedurende het asielproces hebbenkunnen werken.Vraag 25: De leden van de PVV-fractie constateren dat de wachttijd voortoegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers, voor wie de toegang tot dearbeidsmarkt niet is uitgesloten, wordt verkort van zes naar drie maanden.Deze leden achten dit een verkeerde en onverantwoorde keuze, omdathiermee de aanzuigende werking van het Nederlandse asielbeleid verderwordt vergroot. Kan het kabinet onderbouwen waarom het snellertoelaten van asielzoekers tot de arbeidsmarkt geen extra instroomstimuleert, terwijl betere voorzieningen en perspectief op werk bekendepullfactoren zijn?Reactie: zie de beantwoording opgenomen bij vraag 5.Vraag 26: De leden van de PVV-fractie vragen waarom het kabinet ervoorkiest om asielzoekers sneller toegang te geven tot de arbeidsmarkt, terwijleen grote groep statushouders momenteel niet werkt. Wat is het exactepercentage statushouders dat op dit moment niet werkt en geheel ofgedeeltelijk afhankelijk is van de bijstand? Kan het kabinet dit uitsplitsennaar duur van verblijf in Nederland, herkomstland en leeftijdscategorie?Wat zijn de totale jaarlijkse kosten van uitkeringen en aanvullendevoorzieningen voor statushouders die niet werken, en kan het kabinetdeze kosten inzichtelijk maken over de afgelopen tien jaar? Hoeverhouden deze cijfers zich tot de arbeidsparticipatie van andere groepenin Nederland? Waarom wordt niet eerst ingezet op het activeren vanstatushouders die reeds in Nederland verblijven voordat nieuwe groepentoegang krijgen tot de arbeidsmarkt?Reactie:Van de (ex)statushouders die tussen 2014 en 2024 naar Nederlandkwamen (en nog niet de Nederlandse nationaliteit verkregen) ontvangt48% bijstand. Het dashboard Asiel en Migratie van het CBS biedt demogelijkheid om uitsplitsingen te maken naar duur van verblijf inNederland, herkomstland en leeftijdscategorie. Deze cijfers laten zien datvooral duur van verblijf in Nederland een belangrijke factor betreft. Dearbeidsdeelname neemt toe hoe langer mensen in Nederland verblijven.12Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen 2008.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356124 Zo is de arbeidsdeelname van cohort 2014 na 8,5 jaar verblijf in Nederland59%. De arbeidsdeelname van statushouders blijft achter bij die vanandere bevolkingsgroepen (de gemiddelde arbeidsdeelname van deNederlandse beroepsbevolking is 81%).13De kosten van individuele burgers of groepen burgers, op basis vanherkomst en afkomst, kunnen niet inzichtelijk gemaakt worden. Mede inhet kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)wordt door de instanties die de sociale zekerheid uitbetalen migratieach-tergrond niet geregistreerd. Als iemand recht heeft op een regeling danvolgt ook de uitbetaling, daarbij maakt het niet uit welke migratieachter-grond iemand heeft. De informatie over welk deel van het totaalbudgetvan sociale zekerheidsregelingen naar welke personen of groepen isgegaan is daarmee dus niet beschikbaar. Via CBS Statline is wel infor-matie beschikbaar over aantallen ontvangers van verschillende socialezekerheidsregelingen.Met het eerder toegang geven tot de arbeidsmarkt aan asielzoekers wordtbeoogd dat asielzoekers eerder geactiveerd worden om aan de slag tegaan in Nederland. Dit kan ervoor zorgen dat zij ook later, als zij eenverblijfsvergunning hebben gekregen, sneller zullen deelnemen aan dearbeidsmarkt, aangezien zij al beter bekend zijn met werken in Nederland.Vraag 27: De leden van de PVV-fractie vragen hoe het kabinet voorkomtdat betaalde arbeid tijdens de asielprocedure feitelijk leidt tot integratie,terwijl nog niet vaststaat of betrokkene recht heeft op verblijf. Kan hetkabinet onderbouwen dat asielzoekers die tijdelijk betaalde arbeidverrichten, maar uiteindelijk geen verblijfsstatus krijgen en Nederlandmoeten verlaten, geen rechten opbouwen, bijvoorbeeld op het gebied vansociale zekerheid of verblijfsrecht, die hun uitzetting bemoeilijken of in depraktijk onmogelijk maken, en zo ja, op basis van welke juridischewaarborgen?Reactie:Asielzoekers in procedure vallen onder de kring van verzekerden van devolks- en werknemersverzekeringen, als zij werken in dienstbetrekking.Wanneer asielzoekers in procedure in loondienst werken, wordt er door envoor deze asielzoekers loonbelasting en premies afgedragen. Indien zicheen sociaal risico voordoet (ziekte, werkloosheid, overlijden etc.) tijdenseen verzekerde periode kan dit leiden tot een uitkering. Net als nu, zaldeze uitkering echter niet uitbetaald worden als de asielzoeker niet langerrechtmatig in Nederland verblijft. De uitbetaling kan pas worden hervatindien er weer sprake is van rechtmatig verblijf in Nederland, of indien debetrokkene in een ander land is gaan wonen én export van de uitkeringmogelijk is naar dat land. Voor werkloosheidsuitkering geldt eenalgemeen exportverbod.Gelet op het voorgaande verwacht het kabinet niet dat het opgebouwdesociaal zekerheidsrecht een juridische belemmering zal zijn voor deterugkeer naar het land van herkomst. Op de vraag of de opbouw vansociale zekerheid effect kan hebben op de bereidwilligheid van eenuitgeprocedeerde asielzoeker om mee te werken aan zijn terugkeer is nietvast te stellen.Vraag 28: De leden van de PVV-fractie vragen aandacht voor asielzoekersvan wie de identiteit nog niet is vastgesteld. Deze leden zijn van oordeeldat personen zonder vastgestelde identiteit geen plaats hebben op deNederlandse arbeidsmarkt. Kan het kabinet toelichten waarom hetvoorstel ruimte laat voor het verlenen van tewerkstellingsvergunningen insituaties waarin geen burgerservicenummer beschikbaar is? Hoe wordt decontroleerbaarheid gewaarborgd, mede gelet op de beperkte mogelijk-13Bron: CBS, 2025, Rapportage Inclusieve ArbeidsmarktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356125 heden tot toezicht en tijdige intrekking van vergunningen in dezegevallen?Reactie: zie de beantwoording opgenomen bij vraag 9.Vraag 29: De leden van de PVV-fractie ondersteunen het uitgangspunt datasielzoekers met een lage kans op inwilliging van hun aanvraag geentoegang tot de arbeidsmarkt dienen te krijgen. Hoe wordt deze uitsluitingin de praktijk strikt en consequent gehandhaafd en hoe wordt voorkomendat via procedurele wijzigingen alsnog toegang tot de arbeidsmarktontstaat?Reactie:Op grond van de herschikte Opvangrichtlijn mogen lidstaten asielzoekersdie vallen onder de uitgesloten categorieën geen toegang geven tot dearbeidsmarkt. Met de wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen,opgenomen in de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en Migra-tiepact 2026, is ten behoeve hiervan een nieuwe intrekkings- en weige-ringsgrond opgenomen. Hiermee worden aanvragen voor een tewerkstel-lingsvergunning door UWV geweigerd indien het een aanvraag is vooreen asielzoeker die niet mag werken. UWV kan bij de beoordeling van deaanvraag zien aan de hand van de gegevens van de IND omtrent deverblijfstitel of de asielzoeker voor wie de vergunning is aangevraagd magwerken. Wanneer iemand uit bijvoorbeeld een veilig land van herkomstkomt en daarom niet mag werken, is dat herkenbaar op basis van deverblijfstitel van de asielzoeker, en geeft UWV geen tewerkstellingsver-gunning af aan de werkgever.Vraag 30: Daarnaast vragen deze leden welke waarborgen bestaan tegenverdringing van Nederlandse werkzoekenden, met name in sectoren waarsprake is van laagbetaald en flexibel werk.Reactie:Bij een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning voor asielzoekersgeldt geen toets op prioriteit genietend aanbod. Wel geldt de voorwaardedat er sprake moet zijn van het verrichten van werkzaamheden ondermarktconforme voorwaarden. De arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhou-dingen of arbeidsomstandigheden mogen niet beneden het niveau liggendat wettelijk vereist is of in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is.Hiermee zorgen we ervoor dat het voor werkgevers niet goedkoper is omasielzoekers in dienst te nemen dan andere werkzoekenden.Vraag 31: Ten aanzien van de handhaving vragen de leden van dePVV-fractie hoe wordt geborgd dat tewerkstellingsvergunningen onmid-dellijk worden ingetrokken wanneer het recht op toegang tot de arbeids-markt vervalt en hoe werkgevers daarover tijdig en volledig wordengeïnformeerd.Reactie: zie de beantwoording van vraag 7.Vraag 32: Tot slot vragen de leden van de PVV-fractie in hoeverreasielzoekers die betaalde arbeid verrichten verplicht worden om zelf tebetalen voor hun opvang, zorg, eten, drinken en overige collectiefgefinancierde voorzieningen. Gaan asielzoekers die mogen werken dezekosten daadwerkelijk zelf dragen? En is de Minister bereid om deze eigenbijdrage te verhogen, zodat betaalde arbeid ook daadwerkelijk leidt tot hetverminderen van de kosten voor de samenleving?Reactie:Asielzoekers die inkomen of vermogen hebben, betalen sinds 2008 eeneigen bijdrage voor de kosten van de opvang (zoals de kosten voor dewoonruimte, zorg en weekgeld t.b.v. voedsel en andere uitgaven). Dezebijdrage wordt berekend op basis van het nettoloon. Hoeveel eenasielzoeker moet betalen hangt af van de gezinssamenstelling, de hoogtevan het inkomen en of de asielzoeker zelf voor zijn maaltijden zorgt ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356126 niet. Er is op dit moment geen aanleiding om de hoogte hiervan aan tepassen. De Regeling eigen bijdrage voor asielzoekers met inkomen envermogen 2008 valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister vanAsiel en Migratie.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieVraag 33: De leden van de CDA-fractie vragen hoe het kabinet beoordeeltof de verkorting van de wachttermijn van zes naar drie maanden in depraktijk daadwerkelijk werkbaar is voor UWV, IND, gemeenten enwerkgevers.Reactie:De Nederlandse Arbeidsinspectie, de IND en het UWV hebben eenhandhavingstoets respectievelijk uitvoeringstoets gedaan op dezewijzigingen. Hiermee is in beeld gebracht of de voorgestelde wijzigingenuitvoerbaar zijn. Vanuit de reacties die zijn ontvangen op de internetcon-sultatie is ook de inbreng vanuit de VNG en werkgevers meegenomen.Hieruit is naar voren gekomen dat de wijzigingen uitvoerbaar lijken. UWVheeft in de uitvoeringstoets enkele randvoorwaarden en knelpuntengeïdentificeerd. Dit ziet met name op het afgeven van een tewerkstellings-vergunning zonder dat het burgerservicenummer bekend is bij deaanvraag.Hiervoor is inzet nodig van alle partners in de keten. In de uitvoeringstoetsvan IND is aangegeven dat het haalbaar lijkt om voor een groot deel vande asielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitge-sloten binnen drie maanden de identiteit vast te stellen, zodat er zo snelmogelijk een BSN kan worden aangevraagd. Dit, gecombineerd met datde afgelopen maanden de achterstanden in de BRP-straten zijn wegge-werkt, geeft het vertrouwen dat veel asielzoekers na afloop van dewachttermijn over een burgerservicenummer zouden moeten kunnenbeschikken.Vraag 34: In het bijzonder vragen zij welk aandeel van de betrokkenasielzoekers naar verwachting na drie maanden al beschikt over eenburgerservicenummer.Reactie: zie de beantwoording bij vraag 4.Vraag 35: De leden van de CDA-fractie lezen dat bij ontbreken van eenburgerservicenummer slechts een tewerkstellingsvergunning voormaximaal drie maanden kan worden afgegeven. Deze leden vragen hoewordt voorkomen dat dit in de praktijk leidt tot extra administratievelasten, herhaalaanvragen en terughoudendheid bij werkgevers omasielzoekers in dienst te nemen.Reactie: zie de beantwoording bij vraag 3.Vraag 36: Voorts vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet dekeuze beoordeelt om de tewerkstellingsvergunningplicht te handhaven.Welke concrete belemmeringen maken dat een eenvoudiger systeem,zoals een meldplicht of een andere vorm van registratie, op dit momentnog niet mogelijk is? Ook vragen deze leden of het kabinet al een tijdpadvoor zich ziet waarbinnen een lichter en werkbaarder systeem welgerealiseerd zou kunnen worden.Reactie: zie de beantwoording bij vraag 12.Vraag 37: De leden van de CDA-fractie vragen daarnaast hoe het kabinetde gevolgen inschat van het vervallen van de 24-weken-eis. Welkeeffecten verwacht het kabinet hiervan op arbeidsparticipatie, werkgevers-bereidheid en de uitvoeringspraktijk?Reactie:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356127 Na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad vanState op 29 november 2023 over de 24-weken-eis14 is het aantal tewerk-stellingsvergunningen sterk toegenomen. Het UWV past sinds deuitspraak niet langer de 24-weken-eis toe bij aanvragen voor om eentewerkstellingsvergunningen ten behoeve van asielzoekers. Eind 2024 isdoor UWV een rapportage gepubliceerd15 waarin in beeld is gebracht wathet effect van het loslaten van de 24-weken-eis is op de tewerkstellings-vergunningen. In de periode van december 2023 tot en met oktober 2024verdrievoudigde het aantal aanvragen voor een tewerkstellingsver-gunning voor asielzoekers. Ook daarna is het aantal tewerkstellingsver-gunningen blijven toenemen. UWV heeft een dashboard gemaakt waarininzichtelijk is hoeveel aanvragen voor asielzoekers er zijn gedaan16. In2025 zijn er iets meer dan 23.000 tewerkstellingsvergunningen verstrektvoor asielzoekers. Hierbij wordt opgemerkt dat er ook voor één persoonmeerdere vergunningen in een jaar afgegeven kunnen worden en dat nietalle vergunningen nog in gebruik zijn. Wel toont het aan dat door hetafschaffen van de 24-weken-eis veel meer asielzoekers aan het werk zijn.Vraag 38: Ook vragen deze leden hoe het kabinet waarborgt dat eerdereen ruimere toegang tot arbeid niet leidt tot grotere risico’s op onderbe-taling, oneerlijke arbeidsvoorwaarden of andere vormen van misbruik opde arbeidsmarkt.Reactie: zie de beantwoording van vraag 16.Vraag 39: Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet deuitvoerbaarheid per 12 juni 2026 beoordeelt, gelet op de genoemdetijdelijke workaround bij UWV en de nog te dekken uitvoeringskosten.Welke risico’s ziet het kabinet voor een tijdige en ordelijke invoering, enhoe worden die ondervangen?Reactie:Het UWV voert momenteel de noodzakelijke voorbereidende werkzaam-heden uit voor de implementatie van de wetgeving in de Wet arbeidvreemdelingen. Deze werkzaamheden verlopen conform planning enzullen naar verwachting tijdig gereed zijn op 12 juni 2026. Met dezewijziging wordt gezorgd dat voor bepaalde groepen asielzoekers die opgrond van de herschikte Opvangrichtlijn niet mogen werken de tewerk-stellingsvergunning wordt geweigerd. Dit betreft asielzoekers met eenlagere kans van inwilliging van het asielverzoek (waaronder Dublinclai-manten en asielzoekers uit veilige landen van herkomst). Het intrekkenvan tewerkstellingsvergunningen indien de verblijfsstatus van deasielzoekers gedurende hun asielprocedure wijzigen en zij niet langermeer mogen werken, moet tegelijkertijd met de lagere regelgevingworden geïmplementeerd.De wijziging van de lagere regelgeving, waaronder de verkorte wacht-termijn en het onderscheid bij aanvraag voor een tewerkstellingsver-gunning met of zonder burgerservicenummer, treedt niet op 12 juni inwerking, omdat het wetgevingsproces meer tijd in beslag heeft genomendan voorzien. Tot aan de inwerkingtreding zullen daarom de huidigeregels ten aanzien van onder andere de duur van de tewerkstellingsver-gunning en de wachttermijn blijven gelden. IND en UWV hebbenafspraken gemaakt om in de tussenliggende periode de uitvoering tecontinueren zodat de dienstverlening niet belemmerd wordt.14Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 november 2023,ECLI:NL:RVS:2023:4418 en ECLI:NL:RVS:2023:4341.15«Tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers. Eén jaar na de afschaffing van de24-wekeneis.» UWV, 2024. Tewerkstellingsvergunningen voor asielzoekers | UWV16Dashboard Tewerkstellingsvergunningen | UWVTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356128 Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractieVraag 40: De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van hetontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeidvreemdelingen en constateren dat daarin de wachttermijn voor asiel-zoekers om te mogen werken wordt verkort van zes naar drie maanden,terwijl de Europese richtlijn slechts voorschrijft dat toegang uiterlijk na zesmaanden moet worden gegeven. Deze leden vragen de Minister of hijerkent dat het kabinet hiermee bewust verder gaat dan Europeesnoodzakelijk is, feitelijk een nationale kop creëert en waarom hiervoor isgekozen, ook gelet op het gegeven dat deze maatregel het aanvragen vanasiel in Nederland mogelijk aantrekkelijker kan maken en het stelsel nu alonder grote druk staat.Reactie: zie de beantwoording van vraag 24.Vraag 41: Deze leden merken op dat de Minister schrijft dat asielzoekers«eerder aan het werk» moeten gaan om bij te dragen aan arbeidsmarkt enopvangkosten. Dit klinkt logisch, maar tegelijkertijd vragen deze leden ofhet kabinet het risico ziet dat de asielprocedure zo in de praktijk tevensgebruikt kan worden als eenvoudige arbeidsmigratieroute.Reactie: zie de beantwoording van vraag 6.Vraag 42: Zij vragen hoe hij het weegt dat mensen al na drie maandenkunnen werken terwijl hun asielverzoek nog lang niet is beoordeeld, en ofhij erkent dat asielzoekers onder het huidige stelsel vaak rond de twee jaarin procedure zitten, zodat zij met dit ontwerpbesluit feitelijk ruim anderhalfjaar toegang krijgen tot de Nederlandse arbeidsmarkt en loonniveauvoordat er een definitief oordeel is over hun aanvraag.Reactie:Onder de nieuwe regelgeving kunnen asielzoekers met een grotere kansop een verblijfsvergunning na drie in plaats van zes maanden aan hetwerk. Daarnaast schrijft de Asielprocedureverordening voor dat debehandeling van een asielverzoek dat niet wordt behandeld in deversnelde procedure zo snel mogelijk en binnen zes maanden wordtafgerond. Deze termijn mag eenmaal met maximaal zes maanden wordenverlengd. Dat betekent inderdaad dat asielzoekers gedurende de periodedat er nog niet op hun asielaanvraag is beslist toegang hebben tot dearbeidsmarkt.Vraag 43: Voorts vragen de leden van de JA21-fractie hoe de Minister dekans beoordeelt dat dit pakket – drie maanden wachttijd, langdurigetoegang tot werk en relatief lange procedures – een aanzuigende werkingheeft op kansarme groepen, zoals asielzoekers uit (West-)Balkanlanden,die in hun thuisland goed weten dat de kans op een vergunning klein ismaar hier wel langdurig legaal kunnen werken en geld verdienen. Dezeleden vragen of de Minister met hen van mening is dat het juist voor dezekansarme groepen ronduit onverstandig is om de toegang tot dearbeidsmarkt te vervroegen, omdat dit de prikkel kan versterken om eenasielaanvraag in te dienen, ongeacht de uitkomst daarvan, en welkespecifieke mitigerende maatregelen hij overweegt om dit misbruik tevoorkomen. Deze leden vragen de Minister om kwantitatief te onder-bouwen waarom deze verruimde toegang tot werk niet zal leiden tot extrainstroom uit landen met lage inwilligingspercentages, en indien eendergelijke onderbouwing ontbreekt, of hij dan erkent dat het kabinetbewust het risico neemt dat Nederland aantrekkelijker wordt als «arbeids-migratieroute via asiel» dan buurlanden die aan de termijn van zesmaanden vasthouden.Reactie:Op dit moment geldt er nog geen onderscheid voor de toegang tot dearbeidsmarkt voor verschillende categorieën asielzoekers. In de herschikteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356129 Opvangrichtlijn, onderdeel van het Europese Migratiepact, is opgenomendat bepaalde categorieën asielzoekers met een lagere kans op eenasielvergunning binnen de versnelde behandelingsprocedure niet mogenwerken. Met deze wijzigingen ten behoeve van de implementatie van derichtlijn zullen onder andere asielzoekers afkomstig uit veilige landen vanherkomst niet mogen werken. Vanaf 12 juni 2026 geldt er een Europeselijst met veilige landen17. Onder andere de kandidaat-lidstaten van de EUen Kosovo staan op deze lijst. Aangezien asielzoekers afkomstig uit veiligelanden gedurende de asielprocedure geen toegang hebben tot dearbeidsmarkt is de aanname dat met het verkorten van de wachttermijnNederland niet aantrekkelijker zal worden voor mensen uit deze landenom in Nederland asiel aan te vragen. Zie ook de beantwoording vanvraag 5.Vraag 44: De leden van de JA21-fractie vragen verder hoe deze keuze omal na drie maanden werken toe te laten zich verhoudt tot het uitgangspuntvan het Europese migratie- en asielpact, waarin wordt beoogd secundairemigratie en «asylum shopping» tegen te gaan.Reactie:Onze buurlanden België en Duitsland hanteren een wachttermijn vanrespectievelijk vier en drie maanden. De meeste andere Europeselidstaten hanteren ook een termijn van drie of vier maanden. Het ligtdaarom niet voor de hand dat verkorting van de wachttermijn «asylumshopping» in de hand werkt.Vraag 45: Deze leden vragen of de Minister hun zorg deelt dat Nederlandzich met deze nationale kop positioneert als aantrekkelijke bestemmingbinnen de EU voor kansarme asielzoekers die maximaal willen profiterenvan werkmogelijkheden. Ook willen zij weten in hoeverre het kabinet hetaannemelijk acht dat het feit dat asielzoekers gedurende een zeer langeperiode legaal in Nederland kunnen werken – soms meer dan anderhalfjaar vóór een definitieve beslissing – invloed heeft op de beoordeling vanhun zaak door IND en rechterlijke macht. Deze leden vragen of de Ministeronderkent dat langdurige arbeid, opgebouwde sociale banden enfinanciële afhankelijkheden in de praktijk impliciet kunnen wordenmeegewogen en zo in de praktijk kunnen leiden tot hogere inwilligings-percentages of ruimere toepassing van schrijnendheid, artikel 8 EVRM ofandere verblijfsgrond.Reactie:Uit onderzoek van Regioplan18 naar Nederlandse rechtspraak overprivéleven opgebouwd tijdens onrechtmatig of onzeker verblijf zijn geenuitspraken naar voren gekomen waarin een arbeidsrelatie of socialebanden als een bijzondere omstandigheid wordt gezien op grond waarvaneen verblijfsvergunning zou moeten worden verleend. Een arbeidsrelatieen opgebouwde banden met vrienden, kennissen en collega’s wordengezien als inherent aan langdurig verblijf in Nederland en gelden daaromniet als bijzondere omstandigheid op basis waarvan een aanvraag vooreen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM zou moeten wordeningewilligd.Vraag 46: De leden van de JA21-fractie constateren dat met dit ontwerpbe-sluit een tewerkstellingsvergunning voor asielzoekers bij gebruik van eenburgerservicenummer voor maximaal drie jaar kan worden verleend, in17Op de EU-lijst met veilige landen staan vanaf 12 juni 2026 Bangladesh, Colombia, Egypte,Kosovo, India, Marokko en Tunesië. Ook de kandidaat-lidstaten van de EU, met uitzonderingvan Oekraïne, staan op deze lijst. De lijst is opgenomen in de bijlage van de Europeseverordening 2026/464, L_202600464NL.000101.fmx.xml.18«Belemmeringen asielzoekers bij het toetreden tot de arbeidsmarkt», 11 april 2023, Regioplan.Eindrapport Belemmeringen asielzoekersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356130 plaats van gekoppeld te blijven aan de duur van het Wdocument. Daarbijmerken deze leden op dat de nota van toelichting erkent dat asielzoekersvanaf het moment dat zij gaan werken rechten op uitkeringen en socialeverzekeringen opbouwen en dat dit structureel oploopt tot 4 miljoen euroaan extra uitkeringslasten, plus miljoenen aan UWVuitvoeringskosten. Zijvragen of en hoe de Minister dit verdedigbaar vindt en waarom niet isgekozen voor een soberder regime dat geen extra uitkeringsrechtencreëert.Reactie:Het kabinet treft maatregelen om ervoor te zorgen dat iedereen snellermee kan doen. Een van de elementen van deze aanpak is dat asielzoekersmet een goede kans op een verblijfsvergunning na drie maanden hetrecht krijgen om aan het werk te gaan. Werk kan een belangrijke bijdrageleveren aan iemands mentale gezondheid, (financiële) zelfstandigheid enpersoonlijke ontwikkeling. Daarnaast zorgen we er hiermee voor datmensen mee kunnen doen in de samenleving en eraan bijdragen.Wanneer asielzoekers eerder toegang krijgen tot de arbeidsmarkt heeft diteen positief economisch effect. Zij zorgen voor toename van het arbeids-aanbod en leveren een productieve bijdrage. Onder andere uit het rapportvan SEO19 volgt dat het bieden van ruimere werkmogelijkheden voorasielzoekers leidt tot substantiële maatschappelijke baten. Ook leverenasielzoekers die werken een financiële bijdrage voor de kosten van deasielopvang, afhankelijk van de hoogte van hun inkomsten, op grond vande Reba (Regeling eigen bijdrage asielzoekers met inkomen en vermogen2008), en dragen zij premies en inkomstenbelasting af. Daarnaast is deverwachting dat asielzoekers die werken op een later moment als zijstatushouder zijn minder vaak een beroep doen op een bijstandsuitkering.Als mensen werken in dienstbetrekking vallen zij onder de kring vanverzekerden van de volks- en werknemersverzekeringen. Dit geldt ookvoor asielzoekers, net zoals op dit moment al het geval is. Wanneer zij inloondienst werken, wordt er door en voor hen loonbelasting en premiesafgedragen. Wel gelden er al beperkingen voor de export van uitkeringennaar het buitenland en geldt er voor de werkloosheidsuitkering eenalgemeen exportverbod.Vraag 47: Daarnaast constateren de leden van de JA21-fractie dat hetkabinet stelt dat asielzoekers die «waarschijnlijk mogen blijven» eerdermoeten kunnen werken, terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat de IND vaakniet binnen drie maanden de identiteit kan vaststellen en dat procedure-wissels en complexiteit toenemen. Deze leden vragen of de Minister hoehij voorkomt dat mensen met onduidelijke identiteit of kansarmeaanvragen toch jarenlang in Nederland kunnen werken.Reactie:De inspanningen van de IND zijn erop gericht om ten aanzien vanasielaanvragen ingediend vanaf 12 juni 2026 de wettelijke termijnen na televen en de instroom bij te houden. Het kan noodzakelijk zijn om in deasielprocedure onderzoek te doen naar de gestelde identiteit. Bijaanvragen ingediend vanaf 12 juni aanstaande worden noodzakelijkeonderzoeken, bijvoorbeeld ten aanzien van de gestelde identiteit, inprincipe kort na indiening van de asielaanvraag opgestart. Verder krijgtelke asielzoeker een persoonlijk onderhoud, waarin indien nodig ook degestelde identiteit wordt onderzocht. Dit persoonlijk onderhoud vindt inprincipe plaats binnen twee maanden na indiening van de aanvraag.Hiermee streeft de IND een tijdig oordeel over de door een asielzoekergestelde identiteit na.19«Ruimere werkmogelijkheden asielzoekers. Maatschappelijke kosten-batenanalyse ophoofdlijnen», maart 2024, SEO economisch onderzoek. Ruimere werkmogelijkheden asiel-zoekers – SEO Economisch OnderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356131 Vraag 48: In de stukken lezen deze leden verder dat sommige categorieënkansarme asielzoekers met lage kans op inwilliging (zoals veiligelandersen bepaalde Dublinclaimanten) straks helemaal niet meer mogen werken,terwijl andere kansarme groepen – bijvoorbeeld nationaliteiten met eenEU inwilligingspercentage van ten hoogste 20% – juist wel toegangkunnen krijgen. Zij vragen of de Minister niet erkent dat dit onderscheidwillekeurig en juridisch kwetsbaar oogt, en waarom niet wordt gekozenvoor het consequente uitgangspunt van geen toegang tot de arbeidsmarktvoor alle asielzoekers.Reactie:Het onderscheid tussen de verschillende categorieën asielzoekers die metdeze nieuwe regels juist wel of geen toegang hebben tot de arbeidsmarktvolgt rechtstreeks uit de herschikte Opvangrichtlijn. Met deze nieuweregels uit het Asiel- en migratiepact worden asielaanvragen van eenaantal groepen asielzoekers versneld behandeld. Onder de versneldebehandelingsprocedure vallen groepen asielzoekers voor wie het nietwaarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd. Een aantalcategorieën binnen deze procedure worden uitgesloten van de toegangtot de arbeidsmarkt (artikel 17, eerste lid, Opvangrichtlijn). Deze groepenasielzoekers met een asielaanvraag binnen de versnelde behandelingspro-cedure hebben geen toegang tot de arbeidsmarkt. Lidstaten hebben bij deimplementatie van dit artikel uit de Opvangrichtlijn geen ruimte omhiervan af te wijken. De uitsluiting van de toegang tot de arbeidsmarktgeldt ook voor Dublinclaimanten die een overdrachtsbesluit hebbengekregen (artikel 21 Opvangrichtlijn). Voor andere groepen asielzoekersvoor wie de toegang niet is uitgesloten, zoals bijvoorbeeld voor asiel-zoekers met een nationaliteit van een land waarvan het gemiddeldeinwilligingspercentage lager dan 20% is, moeten lidstaten ervoor zorgendat zij daadwerkelijke en effectieve toegang hebben tot de arbeidsmarktuiterlijk zes maanden nadat hun asielaanvraag is geregistreerd. Hetkabinet heeft ervoor gekozen om de groep die niet uitgesloten is van dearbeidsmarkt al na drie maanden toegang te geven tot de arbeidsmarkt.Op basis van het EU Asiel- en migratiepact moeten lidstaten dusonderscheid maken tussen verschillende groepen asielzoekers en er isgeen ruimte in het pact om daarvan af te wijken.Vraag 49: De leden van de JA21-fractie constateren daarnaast dat in detoelichting wordt gesteld dat meer en eerder werk van asielzoekers goedis voor «zelfstandigheid, integratie en mentale gezondheid». Deze ledenvragen of de Minister het met hen eens is dat dit een sterke normatievekeuze richting snelle integratie is, en hoe dit zich verhoudt tot hetuitgangspunt dat asielmigratie van tijdelijke aard dient te zijn en datafwijzing en vertrek onlosmakelijk onderdeel van de procedure zijn.Reactie:Het kabinet acht het van belang dat asielzoekers voor wie de kans groot isdat zij een asielvergunning krijgen snel aan het werk gaan. Hetuitgangspunt hierbij is dat iedereen, ook nieuwkomers, actief deelnemenen bijdragen aan de samenleving. Werk vormt hiervoor één belangrijkelement. Asielzoekers kunnen de taal leren op het werk, doen ervaring open dragen ook financieel bij aan de kosten voor de opvang. Daarbij geldtwel dat overeenkomstig met de bepalingen uit de herschikteOpvangrichtlijn andere groepen asielzoekers met een lagere kans opinwilliging, bijvoorbeeld omdat zij uit een veilig land van herkomstkomen, niet mogen werken. Ook na (onherroepelijke) afwijzing van hetasielverzoek mag er niet langer worden gewerkt. Indien er niet langersprake is van een lopende asielprocedure is dit een reden om eeneventuele tewerkstellingsvergunningen voor de asielzoeker in te trekken.Vraag 50: Ook lezen zij dat in de beleidstukken wordt aangegeven datwerkgevers de huidige tewerkstellingsregels en wachttijden als belem-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356132 mering zien en dat dit ontwerpbesluit mede is ingegeven door de wensenvan werkgevers en maatschappelijke organisaties. Zij vragen hoe deMinister deze veronderstelde arbeidsmarktbelangen en werkgevers-wensen weegt in relatie tot het grote maatschappelijke draagvlak voor eenstrenger asielbeleid en kortere asielprocedures.Reactie:De aanleiding van dit ontwerpbesluit is het Europese asiel- en migra-tiepact en de herziene Opvangrichtlijn. Het kabinet vindt dat de aanpas-singen met betrekking tot de regels voor asielzoekers om te mogenwerken niet conflicteren met de inzet gericht op het terugdringen van deasielinstroom. Uit het Migratiepact volgt dat er kortere beslistermijnengelden binnen de versnelde behandelingsprocedure voor asielzoekers meteen lagere kans op een asielvergunning. Uit de herschikte Opvangrichtlijnvolgt dat lidstaten geen toegang tot de arbeidsmarkt meer mogen gevenaan een aantal categorieën asielzoekers die vallen onder deze versneldebehandelingsprocedure.Tegelijkertijd is de ambitie in het coalitieakkoord opgenomen omiedereen, waaronder ook asielzoekers met een hogere kans op eenasielvergunningen, actief deel te laten nemen en bij te laten dragen aande samenleving. Werk en vrijwilligerswerk spelen hierin voor asielzoekerseen belangrijke rol. Om ervoor te zorgen dat asielzoekers ook daadwer-kelijk aan de slag kunnen is het van belang om ook te kijken naar debelemmeringen waar werkgevers tegenaan lopen om hen in dienst tenemen. Er zal daarom ook een verkenning worden gedaan om te kijken ofer een alternatief kan worden ingevoerd voor de tewerkstellingsvergun-ningplicht voor de werkgevers.Vraag 51: Voorts constateren de leden van de JA21-fractie dat de24wekeneis na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak isafgeschaft en nu ook uit de regelgeving wordt geschrapt, waardoorasielzoekers in principe fulltime en langdurig kunnen werken gedurendede hele procedure. Deze leden vragen of de Minister of en welke mogelijk-heden hij ziet om binnen het Europese recht toch grenzen te stellen aanarbeidsomvang en duur.Reactie:Op 29 november 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raadvan State uitspraak gedaan over deze zogeheten 24-weken-eis20. DeAfdeling bestuursrechtspraak is tot het oordeel gekomen dat de24-weken-eis niet in lijn is met de Opvangrichtlijn.21 In de uitspraak is doorde Afdeling bestuursrechtspraak aangegeven dat de 24-weken-eis afbreukdoet aan het doel en nuttig effect van de Europese Opvangrichtlijn. De24-weken-eis is onverbindend verklaard. Ook uit de herschikteOpvangrichtlijn volgt dat er sprake moet zijn van daadwerkelijke toegang.Er mogen geen voorwaarden worden opgelegd die effectief verhinderendat een asielzoeker werk zoekt.22 Ook mogen er geen onredelijkeadministratieve formaliteiten worden opgelegd en ook de arbeidstijd magniet onnodig worden beperkt.Gelet op de richtlijn lijkt het niet aannemelijk dat het mogelijk is de duuren arbeidsomvang voor asielzoekers in het algemeen te beperken. Hierbijzal namelijk snel sprake zijn van een ontoelaatbare beperking van deeffectieve toegang tot de arbeidsmarkt. Het kabinet acht het daarnaast ookonwenselijk met het oog op de inzet op het verhogen van de arbeidsparti-cipatie van asielzoekers met een goede kans op een asielvergunning omde toegang tot de arbeidsmarkt te beperken.20Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 november 2023,ECLI:NL:RVS:2023:4418 en ECLI:NL:RVS:2023:4341.21Richtlijn 2013/33/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststellingvan normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking)22overweging 50 van de richtlijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356133 Vraag 52: Uit de stukken volgt verder dat de Nederlandse Arbeidsinspectieweliswaar kan handhaven op illegale tewerkstelling, maar dat de feitelijkecapaciteit beperkt is en dat sterk wordt gerekend op «goede voorlichting»als belangrijke pijler. Deze leden vragen of de Minister van mening is datvoorlichting een voldoende instrument is om uitbuiting, schijncon-structies, illegale arbeid en verdringing in dit segment te voorkomen, enof hij bereid is extra capaciteit en maatregelen vrij te maken en te treffengericht op het tegengaan van misbruik van deze regeling.Reactie:Om het risico op misstanden en illegale tewerkstelling te beperken zijn erverschillende interventies vanuit de overheid nodig die elkaar afdoendeversterken om gezamenlijk effectief te zijn. Voorlichting vanuit de(rijks)overheid is een belangrijke middel om werkgevers bekend te makenmet de bestaande en nieuwe regels ten aanzien van de tewerkstelling vanasielzoekers, zodat zij weten wat zij moeten doen om de arbeidswetten,waaronder de Wet arbeid vreemdelingen, na te leven. Na inwerking-treding van wet- en regelgeving kan en mag een toezichthouder als deArbeidsinspectie die een overtreding constateert, geen onderscheidmaken tussen werkgevers met goede of slechte bedoelingen. Ommaatschappelijk effect te bereiken zet de Arbeidsinspectie verschillendeinterventies en instrumenten in, die aansluiten bij de motieven voor(niet-)naleving.23 Zo krijgen notoire overtreders zwaardere straffen (zoalshogere boetes, stilleggingen of strafrechtelijke vervolging). Ik acht decapaciteit en het instrumentarium afdoende.Vraag 53: De leden van de JA21-fractie merken daarnaast op dat in detoelichting expliciet staat dat werkgevers dankzij de langere duur van detewerkstellingsvergunning minder vaak een aanvraag hoeven te doen,wat de administratieve lasten verlaagt. Deze leden vragen of de Ministerniet erkent dat deze «regeldrukreductie» er in de praktijk toe leidt datwerkgevers voor langere tijd een asielzoeker aan zich kunnen binden endat zij bij afwijzing van het asielverzoek een groot belang hebben bijvoortgezet verblijf. Deze leden vragen hoe hij voorkomt dat dit in depraktijk tot het starten van vervolgprocedures kan leiden.Reactie:In de herschikte Opvangrichtlijn, onderdeel van het Europese Migra-tiepact, is opgenomen dat bepaalde categorieën asielzoekers met eenlagere de kans op een asielvergunning binnen de versnelde behandelings-procedure niet mogen werken. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat eenasielzoeker bij de asielaanvraag alleen feiten aan de orde heeft gesteld dieniet ter zake doen. Indien het asielverzoek van een werkende asielzoekerwordt afgewezen, moet hij in principe terugkeren naar het land vanherkomst. Indien er een volgend asielverzoek wordt ingediend, wordt dezebehandeld onder de versnelde procedure.Vraag 54: Daarnaast wordt in de nota’s erkend dat de implementatie-deadline van 12 juni 2026 waarschijnlijk niet wordt gehaald en dat derichtlijn dan rechtstreekse werking krijgt, terwijl de ITsystemen van UWVen ketenpartners nog niet klaar zijn. Deze leden vragen de Minister hoe hijbeoordeelt dat Nederland opnieuw kiest voor relatief ruime toegang tot dearbeidsmarkt voor asielzoekers, terwijl de benodigde uitvoeringssystemennog niet volledig zijn ingericht, en hoe hij kan waarborgen dat decombinatie van vervroegd werkrecht en nog niet volledig uitgewerkteuitvoeringsprocessen niet leidt tot extra complexiteit, misverstanden ofmisbruik.Reactie: zie de beantwoording van vraag 39.23Jaarplan Nederlandse Arbeidsinspectie 2026, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/jaarplannen/2025/11/20/jaarplan-nederlandse-arbeidsinspectie-2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356134 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieVraag 55: De leden van de BBB-fractie hebben verschillende vragen aanhet kabinet. Hoe borgt het kabinet dat de verkorting van de wachttermijnvan zes naar drie maanden voor kansrijke asielzoekers niet leidt tot eenaanzuigende werking op migranten die primair om economische redenennaar Nederland komen?Reactie:Zie ook de beantwoording van vraag 5.Vraag 56: Kan het kabinet nader specificeren wat onder een «hogere kansop inwilliging» wordt verstaan en welke objectieve criteria wordengehanteerd om dit onderscheid reeds na drie maanden betrouwbaar temaken?Reactie: zie de beantwoording van vraag 48.Vraag 57: Deze leden steunen het uitgangspunt dat asielzoekers uit veiligelanden niet mogen werken tijdens de procedure. Hoe gaat de Arbeidsin-spectie controleren op illegale tewerkstelling van deze groep, gezien deverhoogde prikkel om nu illegaal inkomen te genereren?Reactie: zie de beantwoording van vraag 52.Vraag 58: Voorziet de Minister problemen bij de terugkeer van asiel-zoekers van wie het verzoek wordt afgewezen, maar die inmiddels eenlangdurige arbeidsrelatie hebben opgebouwd door het vervallen van dezebeperking?Reactie:Uit onderzoek van Regioplan24 naar Nederlandse rechtspraak overprivéleven opgebouwd tijdens onrechtmatig of onzeker verblijf zijn geenuitspraken naar voren gekomen waarin een arbeidsrelatie of socialebanden als een bijzondere omstandigheid wordt gezien op grond waarvaneen verblijfsvergunning zou moeten worden verleend. Een arbeidsrelatieen opgebouwde banden met vrienden, kennissen en collega’s wordengezien als inherent aan langdurig verblijf in Nederland en gelden daaromniet als bijzondere omstandigheid op basis waarvan een aanvraag vooreen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM zou moeten wordeningewilligd.24«Belemmeringen asielzoekers bij het toetreden tot de arbeidsmarkt», 11 april 2023, Regioplan.Eindrapport Belemmeringen asielzoekersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 19 637, nr. 356135
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.