Reactie op verzoek commissie over de opening van de formele onderzoeksprocedure door de Europese Commissie in het dossier fiscale rulings Inter Ikea Systems BV
Brontekst
Versie 939fb74244db362d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2017–2018 25 087Internationaal fiscaal (verdrags)beleid Nr. 193 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 27 maart 2018 Zoals toegezegd in mijn brief van 18 december 2017 (Kamerstuk 25 087, nr. 183) zult u tijdens een besloten en vertrouwelijke technische briefing worden geïnformeerd over een tweetal rulings (Advanced Pricing Agreements, APA’s) die zijn gesloten tussen Inter IKEA Systems B.V. en de Belastingdienst en het besluit van de Europese Commissie om een formele onderzoeksprocedure te openen naar mogelijk staatssteun hieromtrent (hierna kortweg: de casus IKEA). De briefing kan binnenkort plaatsvinden nu het openingsbesluit openbaar is geworden. Bij brief van 22 februari 2018 heeft de vaste commissie voor Financiën van uw Kamer verzocht haar te informeren of een hoogleraar of andere externe deskundige (hierna: deskundige) de besloten en vertrouwelijke technische briefing kan bijwonen, na ondertekening van een geheimhoudingsver-klaring. Mijn reactie treft u hierbij aan. Zoals aangegeven in mijn brief van 6 februari 2018 kan de briefing niet in de openbaarheid gevoerd worden vanwege het feit dat ik geen gegevens van individuele belastingplichtigen openbaar mag maken.1 Vanwege de grondwettelijke inlichtingenplicht aan de Staten-Generaal kan het in bijzondere gevallen, waarin een cruciaal politiek oordeel zich toespitst op één specifiek geval, wenselijk zijn uw Kamer wel vertrouwelijk inzicht te geven in een ruling. De casus IKEA is een dergelijk geval, vooral vanwege de grote hoeveelheid informatie die hierover na de publicatie van het openingsbesluit naar verwachting openbaar zal zijn. De vaste commissie voor Financiën verzoekt om de aanwezigheid van een deskundige. De grondwettelijke inlichtingenplicht van artikel 68 Grondwet, op basis waarvan de vertrouwelijke informatie zal worden verschaft, ziet echter alleen op Kamerleden. Op het verstrekken van gegevens van individuele belastingplichtigen aan externen, zoals een deskundige, is de fiscale geheimhoudingsplicht van artikel 67 Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) onverkort van toepassing. Nu de grondwettelijke verplichting jegens een externe deskundige ontbreekt, wordt aan het 1Kamerstuk 25 087, nr.186 kst-25087-193ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2018Tweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 25 087, nr. 1931 verzoek van de vaste commissie niet tegemoet gekomen. Ik hecht er bovendien aan om hier te benadrukken dat het principe van een besloten en vertrouwelijke technische briefing, waarbij ambtenaren rechtstreeks een feitelijk toelichting geven aan Kamerleden, reeds een afwijking is van de hoofdregel dat communicatie met de Kamer via een bewindspersoon verloopt. Een briefing strekt er toe meer duiding en begrip ten aanzien van een onderwerp te creëren. De op dit terrein zeer deskundige medewerkers van de Belastingdienst en eventueel van het Ministerie van Financiën zullen zich tot het uiterste inspannen uw Kamer een helder en transparant beeld te schetsen. De Staatssecretaris van Financiën, M. SnelTweede Kamer, vergaderjaar 2017–2018, 25 087, nr. 1932
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.