Toezeggingen op het dossier mensenhandel
Brontekst
Versie f50836bbc4323699 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202528 638MensenhandelNr. 254 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 november 2024Tijdens het commissiedebat over mensenhandel en prostitutie op11 september jl. (Kamerstuk 28 638, nr. 253) heb ik uw Kamer toegezegdeen brief te sturen waarin ik stil sta bij de ambities van het kabinet bij hetaanpakken van mensenhandel. Deze brief stuur ik mede namens deStaatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport, de Staatssecretaris vanLangdurige en Maatschappelijke Zorg, de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en de Minister van Asiel enMigratie.Het kabinet spant zich in voor een veilig en weerbaar Nederland, waarinmensen ten volle hun vrijheid benutten en zichzelf kunnen ontplooien. Hetbestaan van mensenhandel ondermijnt deze ambitie op grove wijze. Doormensenhandelaren wordt de vrijheid en integriteit van anderen zwareschade berokkend.Zoals in het regeerprogramma is opgenomen gaat het kabinet door metde uitvoering van het versterkte Actieplan van het programma Samentegen mensenhandel, dat deze zomer aan uw Kamer werd aangeboden.1Ook zet dit kabinet verder in op het versterken van de strafrechtelijkeaanpak van mensenhandel, onder meer door voortvarend aan de slag tegaan met het implementeren van de herziene EU-richtlijn over mensen-handel. Ik ben voornemens op korte termijn een wetsvoorstel daartoe inconsultatie te geven. Bovendien ligt het wetsvoorstel voor moderniseringen uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel voor in deKamer. De nota naar aanleiding van het verslag is op 23 oktober jl.toegezonden.In het navolgende ga ik eerst in op de uitvoering van het versterkteActieplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de ambities voor hetaankomende jaar, de acties die al zijn uitgevoerd en de daaruit behaalde1Kamerstukken II, 28 638, nr. 251. kst-28638-254ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2541 resultaten. In de bijlage bij deze brief treft u daarnaast een overzicht vande behaalde resultaten van de no regret-projecten in de periode2023–2024 die uit de middelen van het programma Samen tegenmensenhandel zijn gefinancierd. Verder informeer ik uw Kamer over deuitvoering van twee in december 2023 aangenomen moties en zal ikenkele toezeggingen gestand doen die ik heb gedaan tijdens het commis-siedebat op 11 september jl. Ten slotte heb ik, zoals toegezegd, het WODCgevraagd om een onderzoek te doen naar mogelijke misstanden in deporno-industrie in Nederland.1. Actieplan programma Samen tegen mensenhandel Op 17 juni jl. is het Actieplan van het programma Samen tegen mensen-handel toegezonden.2 In de begeleidende brief is toegezegd dat u tweekeer per jaar wordt geïnformeerd over de voortgang van het Actieplan. Ikheb deze toezegging tijdens het commissiedebat van 11 septemberherhaald. De komende jaren ga ik, samen met betrokken bewindsper-sonen, de actiehouders en betrokken organisaties, aan de slag met deuitvoering van de acties uit het Actieplan. De afgelopen periode isdaarmee reeds gestart. Om brede bewustwording te creëren is gestartmet de inventarisatie van bestaande bewustwordingscampagnes enmeldpunten. Ook zijn voor het vergroten van de meldingsbereidheidvoorbereidingen getroffen om de Wegwijzer Mensenhandel naar dewebsite van het Coördinatiecentrum Menshandel te verplaatsen enworden er stappen gezet voor de verkenning naar een centraal informa-tiepunt. Verder is er gestart met het onderzoek en de inventarisatie naarde opvangplekken van slachtoffers mensenhandel. Om de bovenregionaleen regionale samenwerking te verbeteren heeft een eerste actiedag metregionale ketenpartners plaatsgevonden om tot een trainingsprogrammate komen voor een effectieve regionale samenwerking. Voor het verbe-teren van de informatiedeling en gegevensverwerking is een werkgroepgegevensverwerking en informatiedeling gevormd die wordt begeleiddoor het Kennis- en Expertisenetwerk voor vraagstukken op het gebiedvan privacy en gegevensdeling bij samenwerking in het sociaal-, zorg- enveiligheidsdomein (KEN!). Bij de betrokken organisaties is geïnventari-seerd wat hun huidige werkwijze is bij de signalering van mensenhandelen de routering van signalen en wordt er onderzocht of er in dezewerkwijze tot meer eenduidige begrippen kan worden gekomen. Tot slot iser gestart met de uitvoering van de acties die de positie van minderjarigeslachtoffers moet versterken. Hieronder zal ik nog meer ingaan op despecifieke acties aangaande minderjarige slachtoffers. In het voorjaar2025 zal ik u een uitgebreider verslag sturen van de monitoring van deacties uit het Actieplan.1.1. Zicht op minderjarigen In het commissiedebat vroeg uw Kamer aandacht voor het afnemendezicht op minderjarige slachtoffers. De acties in Actielijn 1 van het planrichten zich op het vergroten van de bewustwording over wat mensen-handel is. In de actielijn is specifiek aandacht voor minderjarige jongeren.Het afgelopen jaar heeft CoMensha drie campagnes uitgevoerd gericht ophet vergroten van bewustwording onder professionals over seksueleuitbuiting, criminele uitbuiting en arbeidsuitbuiting: «Jouw twijfel,iemands kans».3 Bij zowel de campagne over seksuele uitbuiting alscriminele uitbuiting wordt een casus met een jongere in beeld gebrachtom de bewustwording te vergroten dat jongeren een kwetsbare groepzijn. Aan de campagne is een handelingsperspectief gekoppeld voor de2Kamerstukken II, 28 638, nr. 251.3Jouw twijfel iemands kans – CoMenshaTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2542 professional die signalen van mensenhandel ziet. Dit draagt bij aan eenverhoogde bewustwording en meer zicht op het aantal minderjarigeslachtoffers. De campagnes worden met financiering vanuit het Actieplanvoortgezet.Om meer zicht te krijgen op (minderjarige) slachtoffers wordt ook ingezetop het vergroten van de meldingsbereidheid met de acties uit Actielijn 2.Het gaat daarbij onder andere om het ontwikkelen van één centraalinformatiepunt waar slachtoffers en eerstelijns professionals op eentoegankelijke manier informatie kunnen vinden en worden doorverwezenbij vragen over aangifte, hulp en opvang. Daarnaast zal worden verkend inhoeverre het haalbaar is de Proeftuin aangiftebereidheid structureel in tebedden. In opdracht van de politie is deze proeftuin in 2021 gestart metals doel de drempels die slachtoffers ervaren om aangifte te doen teverlagen en het zicht op deze slachtoffers te vergroten. De proeftuin kenteen operationele looptijd tot en met oktober 2024. De ervaringen kunnenvervolgens worden gebruikt in de verkenning naar de haalbaarheid van destructurele inbedding van de proeftuin aangiftebereidheid, wat als actie inhet Actieplan programma Samen tegen Mensenhandel is opgenomen. Derapportage over de verlenging van de proeftuin verschijnt in het eerstekwartaal van 2025. Verder is in Actielijn 2 een actie opgenomen die zichricht op het creëren van bewustwording over mensenhandel op scholen.De uitvoering van deze actie start in 2025. Hierbij wordt waar mogelijkaangesloten bij bestaande programma’s over onder meer seksueleuitbuiting, mediawijsheid, geldzaken, burgerschap en criminaliteit enveiligheid.Tot slot richt actielijn 6 zich op het versterken van de positie van minder-jarige slachtoffers. Het beoogde effect van de acties uit deze actielijn isonder meer een betere signalering, bescherming en ondersteuning vanminderjarige slachtoffers mensenhandel.1.2. Verbinding tussen het Actieplan en de internationale aanpak Het versterken van de verbinding tussen de nationale trends en ontwikke-lingen en de internationale inzet draagt bij aan het versterken van deaanpak van mensenhandel in zijn geheel. Binnen het Actieplan zijnverschillende actielijnen en acties opgenomen die ten doel hebben om deaanpak van mensenhandel op nationaal niveau te verbeteren. Dezeverbeteringen op nationaal niveau zullen er voor kunnen zorgen dat deinternationale inzet omtrent preventie en bescherming, maar ook destrafrechtelijke aanpak, beter kan worden afgestemd op de herkomst- endoorreislanden. Zo zal het verbeteren van het zicht op slachtoffers opnationaal niveau er waarschijnlijk voor zorgen dat duidelijker wordt waarde meeste slachtoffers en daders vandaan komen. Hierdoor kan deaanpak beter toegespitst worden op de juiste herkomst- endoorreislanden. Het verbeteren van het zicht zal moeten plaatsvindendoor het vergroten van de meldingsbereidheid van professionals en deaangiftebereidheid van slachtoffers zelf. In dit kader kunnen bewustwor-dingscampagnes voor professionals en het grote publiek een positievebijdrage leveren. Veel van de acties in het Actieplan werken zo door in deaanpak die Nederland internationaal hanteert en omgekeerd. In de contextvan het Actieplan zal daarom steeds worden gekeken hoe de nationale eninternationale inzet met elkaar kunnen worden verbonden.De internationale aanpak van mensenhandel is gebaseerd op vier pijlers,die volgen uit internationale en Europese verdragen. Te weten:•Prevention – voorkomen;•Protection – beschermen;•Prosecution – vervolgen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2543 •Partnerships – samenwerken.Op basis van deze pijlers zet Nederland zich in om mensenhandel tegen tegaan op de verschillende migratieroutes. Door middel van verschillendeprogramma’s4 wordt ingezet op het voorkomen van mensenhandel, hetbeschermen van (potentiële) slachtoffers en het verbeteren van deopsporing en vervolging van daders in herkomst- en doorreislanden. Zosteunt Nederland het PROMIS-project dat wordt uitgevoerd door hetVN-Bureau voor Drugs en Criminaliteit (United Nations Office on Drugsand Crime, UNODC) en het Bureau van de Hoge Commissaris van deVerenigde Naties voor de Mensenrechten (Office of the United NationsHigh Commissioner for Human Rights, OHCHR), gericht op het versterkenvan capaciteiten van negen West-Afrikaanse staten op dit gebied. In hetkader van dit programma zijn Afrikaanse aanklagers gestationeerd inEuropese landen teneinde de internationale samenwerking te verbeteren.Tot op heden heeft dit geleid tot juridische samenwerking op 62 zaken vanmensenhandel of -smokkel. Een voorbeeld ter illustratie: een bepaaldverzoek tot uitlevering tussen Nigeria en Italië in 2023 heeft geleid tot deveroordeling van een dader in Italië. Vanwege goede resultaten is dezeaanpak uitgebreid naar andere landen. Inmiddels zijn zeven landenbetrokken: naast Nigeria en Italië ook Spanje, Niger, Eritrea, Ethiopië enLibië.Ook investeert Nederland in het verbeteren van de relaties tussen landenen organisaties om de internationale samenwerking te intensiveren. Ditwordt onder andere gedaan via verschillende dialogen zoals hetKhartoum-proces5 (dialoog tussen Europa en Oost-Afrikaanse landen), hetRabat-proces6 (dialoog tussen Europa en Centraal-, West- en Noord-Afrikaanse landen) en de Niamey Declaration7. Binnen deze dialogenwordt aandacht besteed aan het bestrijden van mensenhandel; er wordtonder andere onderling kennis en informatie op het gebied van (hetbestrijden van) mensenhandel uitgewisseld.Daarnaast neemt Nederland actief deel aan de verschillende interna-tionale gremia waar de bestrijding van mensenhandel op de agenda staat,zoals het Nationaal Rapporteurs Netwerk van de Europese Commissie(NREM), het Comité van de Partijen ten aanzien van het Verdrag van deRaad van Europa inzake bestrijding mensenhandel (GRETA), het samen-werkingsverband binnen het VN-bureau voor Drugs en Criminaliteit(UNODC) en de samenwerking binnen de Organisatie voor Veiligheid enSamenwerking in Europa (OVSE). De verplichtingen die voortkomen uit deverschillende gremia worden op nationaal niveau geïmplementeerd.Voorts vindt binnen de EU samenwerking op operationeel niveau plaatsmet als doel om daders aan te pakken en slachtoffers te voorkomen. Ditvindt plaats binnen het European Multidisciplinary Platform AgainstCriminal Threats – Trafficking of human beings (EMPACT-THB). Nederlandis sinds 2019 trekker van EMPACT-THB. Binnen dit project is aandacht4Voorbeeld hiervan is het COMPASS programma (doel: bescherming van migranten incl.slachtoffers van mensenhandel, uitgevoerd door De Internationale Organisatie voor Migratie(IOM).5Home – Khartoum Process6Euro-African Dialogue on Migration and Development – Rabat Process (rabat-process.org)7Niamey (unodc.org)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2544 voor diverse vormen van uitbuiting waarbij in EU-verband multidisci-plinair wordt samengewerkt.82. Uitvoering moties debat 21 december 2023 2.1. Motie-Mutluer e.a. over het House of Inner Strength Naar aanleiding van de motie van de leden Mutluer (GL/PvdA), Bikker(CU), Tseggai (GL/PvdA) en Van Nispen (SP) waarin de regering wordtverzocht te overleggen over op welke wijze de continuering vaninloophuis het Eindhovense inloophuis House of Inner Strength (HIS) kanworden gegarandeerd, hebben nadere gesprekken plaatsgevonden tussenHIS, de betrokken gemeenten, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, hetMinisterie van VWS en mijn ministerie.9 Er blijken geen signalen vandusdanige financiële tekorten bij HIS waardoor de continuering van deregionale activiteiten van het inloophuis onder druk zou staan. Wel heeftHIS de wens uitgesproken om de activiteiten van het inloophuis inEindhoven uit te breiden, om zo ook andere regio’s te ondersteunen en teadviseren over de doelgroep.De middelen waarmee het HIS wordt gefinancierd worden vanuit het Rijkdecentraal uitgekeerd aan centrumgemeente ‘s-Hertogenbosch. Het pastniet in de financieringssystematiek om landelijk extra middelen in tezetten voor HIS. Er is gesproken met de overige centrumgemeenten om teonderzoeken of de regio’s een deel van de uitkering aan het HIS willenbesteden. De centrumgemeenten zijn vrij in de besteding van de middelenen het is uit de gesprekken duidelijk geworden dat de gemeenten het HISniet extra kunnen of willen financieren vanuit die middelen. Het Ministerievan Justitie en Veiligheid raadt het HIS aan om met de zorgcoördinatorenen andere partijen van de regio en de gemeente te onderzoeken ofaanvullende financiering op een andere wijze mogelijk is. In de bijlage iseen uitgebreide toelichting over de gesprekken opgenomen. Hiermeebeschouw ik de motie als afgedaan.2.2. Motie-Mutluer e.a. over onderzoek naar landelijke aansturing encoördinatie mensenhandel Op 21 december 2023 is door de leden Mutluer (GL/PvdA), Bikker (CU),Tseggai (GL/PvdA) en Van Nispen (SP) een motie ingediend ten aanzienvan de landelijke aansturing en coördinatie van mensenhandel.10 Deaangenomen motie «verzoekt de regering te onderzoeken hoe eenlandelijke aansturing en coördinatie van mensenhandel wel kan wordenbewerkstelligd en welke meerwaarde een nationaal coördinator mensen-handel daarbij kan hebben». Ter uitvoering van de motie is besloten omeen onderzoeksaanvraag in te dienen bij het WODC. Naar verwachting zalhet onderzoek in de loop van 2025 van start gaan. Daarnaast heeft deNationaal Rapporteur recent een advies uitgebracht over de versterkingvan de governance aanpak mensenhandel. Ik kom nog met een reactie opdit advies.8Onder leiding van Nederland wordt ingezet om de aanpak van mensenhandel verder teverbreden en te verdiepen. Naast informatie-uitwisseling, analyse en opsporing wordt ingezetop samenwerking met gemeenten en NGO’s. De deelname aan het EMPACT-project ismultidisciplinair, waarbij politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie, KMar en het OpenbaarMinisterie nauw samenwerken. In totaal nemen 29 landen en vier EU-agentschappen deel aanhet project. Er is meer aandacht voor het criminele gebruik van internet en social media ennieuwe technologieën. Ook wordt vanuit EMPACT THB met niet-EU landen samengewerkt.9Kamerstuk 28 638, nr. 245.10Kamerstuk 28 638, nr. 244.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2545 3. Overige toezeggingen debat 11 september 2024 3.1. Wet langdurig toezicht In het commissiedebat van 11 september jl. heb ik uw Kamer toegezegd ineen brief in te gaan op de Wet langdurig toezicht (Wlt). De hoge recidive-percentages bij veroordelingen voor binnenlandse seksuele uitbuiting zijnzorgelijk. Langdurig toezicht kan eraan bijdragen recidive te verminderen.De Wlt, die in 2018 in werking is getreden, speelt hierbij een belangrijkerol. Het doel van de Wlt is om effectiever toezicht te kunnen houden opdaders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven. De Wlt biedt hiervoordrie aanvullende mogelijkheden: de ongemaximeerde verlenging van devoorwaardelijke beëindiging van de maatregel terbeschikkingstelling (tbs),de verlenging van de proeftijd bij de voorwaardelijke invrijheidstelling(v.i.) en de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel(GVM).De GVM is een zelfstandige toezichtmaatregel die alleen kan wordengecombineerd met een gevangenisstraf, een tbs-maatregel of beide. DeGVM kan bij eindvonnis of eindarrest worden opgelegd. Wanneer detbs-maatregel of gevangenisstraf eindigt, moet de GVM opnieuw door hetOM worden gevorderd en beslist de rechter of de GVM ten uitvoer wordtgelegd. Met de GVM is het mogelijk om langer toezicht te houden endaarbij voorwaarden te stellen. De reclassering houdt toezicht op devoorwaarden die bij de GVM worden gesteld.De Wlt wordt na vijf jaar geëvalueerd. Voor deze wetsevaluatie heeft hetWetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) een onderzoeks-programma opgesteld.11 Het onderzoeksprogramma gaat onder meer inop de toepassing en de effecten van de Wlt. Via jaarlijkse monitoring,verdiepende deelonderzoeken en recidivemetingen wordt zicht gegevenop de manier waarop de Wlt in de praktijk wordt toegepast. De afgelopenjaren zijn vanuit het onderzoeksprogramma meerdere onderzoeken enrapporten door het WODC gepubliceerd.Op 16 oktober jl. is het rapport «De gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbe-perkende maatregel in 2022» van het WODC gepubliceerd. Dit rapportblikt terug op de cijfers over de GVM uit 2018 tot en met 2021, laat deresultaten van de nieuwe opleggingen van de GVM in 2022 zien enbespreekt de eerste tien tenuitvoerleggingen van de maatregel. Ditrapport is samen met de beleidsreactie van de Staatssecretaris vanJustitie en Veiligheid op 17 oktober jl. aan uw Kamer aangeboden.12 Deverwachting is dat volgend jaar een aantal andere rapporten metrecidivemetingen zal verschijnen. Uw Kamer zal hierover door deStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid worden geïnformeerd.3.2. Online opsporingsstrategie politie Tijdens het commissiedebat op 11 september jl. zijn vragen gesteld overde inzet in het online domein. Hoewel de online mogelijkheden en inzetbinnen de aanpak van mensenhandel breder zijn dan alleen de onlineopsporing door de politie, heb ik na vragen van het lid Bikker toegezegd teverkennen of, en zo ja wat er met betrekking tot de online opsporingsstra-tegie mensenhandel van de politie met de Kamer gedeeld kan worden. Ikdoe deze toezegging bij deze graag gestand.11Nagtegaal, M.H. (2020a), Wet langdurig toezicht; Onderzoeksprogramma naar de toepassingenvan de Wet langdurig toezicht in 2017–2022, WODC, Cahier 2020–4.12Kamerstuk 24 587 en 29 452, nr. 976.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2546 In de Veiligheidsagenda is ten aanzien van de onlinecomponent vanmensenhandel onder andere afgesproken dat de politie uitvoering geeftaan een online opsporingsstrategie gericht op het signaleren, voorkomenen opsporen van verschillende vormen van (het faciliteren van) uitbuitingdie online plaatsvinden. De politie zorgt daarbij voor landelijke coördinatieen het centraal signaleren en interveniëren bij verschillende vormen vanuitbuiting. Met de Jaarverantwoording politie 2023 is de Kamer geïnfor-meerd dat een opsporingsstrategie is vormgegeven. De strategie ziet opverschillende activiteiten, waaronder het reeds opgezette landelijkcoördinatiepunt voor online mensenhandelsignalen (LCOM). Het LCOM iseen punt van waaruit verschillende projecten zijn geïnitieerd om zoeffectief en efficiënt mogelijk signalen van mensenhandel van onlineplatformen te halen, ten behoeve van het genereren van opsporingson-derzoeken naar mensenhandel en het inzetten van alternatieve betekenis-volle interventies. Het doel daarvan is om uiteindelijk het grootstemaatschappelijk effect te bereiken ten aanzien van het voorkomen vanslachtoffer- en daderschap, het beschermen van slachtoffers en hetstraffen van daders. Binnen het LCOM zijn alle eenheden vertegen-woordigd, waardoor kennis en inzicht uit de projecten vertaald kunnenworden naar de dagelijkse lokale opsporingspraktijk.In het kader van de signalering van verschillende vormen van uitbuitingdie online plaatsvinden richt de politie zich op de online surveillance, desamenwerking met aanbieders van seksadvertentiewebsites en samen-werking met zorgverleners. Hiermee wordt getracht vroegtijdig zicht tekrijgen op signalen waarop geïntervenieerd kan worden. Daarnaast is eenplatform in ontwikkeling, waarbij signalen van online uitbuiting centraal(digitaal) kunnen worden aangeboden aan de politie. Een voorbeeld vande samenwerking met een zorgpartner is de samenwerking met Fier bijhun project Chat met Fier.Binnen het kader van de opsporing van verschillende vormen vanuitbuiting die online plaatsvinden wordt ingezet op het vormgeven van deopsporing binnen de regionale teams mensenhandel. Daar wordt op basisvan signalen over uitbuiting door gespecialiseerde rechercheurs onlineonderzoek gedaan naar online informatie die wordt omgezet naar tastbaretactische aanknopingspunten om vervolgens in de offline wereld tekunnen interveniëren. Hierbij wordt onder andere ook gebruikgemaaktvan de politiewebcrawler. Voor de mogelijkheden omtrent de inzet van dewebcrawler verwijs ik u naar de verzamelbrief mensenhandel 2023.13Om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van verschillendevormen van uitbuiting die online plaatsvinden, wordt ingezet op hetvergroten van de bewustwording. In voorlichting van de politie overuitbuiting aan partijen zoals gemeenten, scholen en zorginstellingenwordt specifiek stil gestaan bij de online component. Daarnaast wordt inde samenwerking met aanbieders van seksadvertentiewebsites bekekenhoe zij door het modereren en het opwerpen van drempels kunnenvoorkomen dat slachtoffers via hun platform worden aangeboden.Internationaal heeft de politie een samenwerkingsverband met universi-teiten in diverse bronlanden van slachtoffers, waar training wordtgegeven over het signaleren van online uitbuiting, waarbij onder andereook de lokale politie en ngo’s aansluiten.13Kamerstuk 28 638, nr. 237.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2547 Tot slot zal ik uw Kamer in het voorjaar via een brief informeren over deverdere voortgang van de uitvoering van het Actieplan.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 28 638, nr. 2548
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.