Stand van zaken vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen
Brontekst
Versie 41e37baa83a88564 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 043Toekomst pensioenstelselNr. 691 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 december 2025Met deze brief wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitwerking van demotie van het lid Oomen-Ruijten c.s. (CDA, D66, GroenLinks-PvdA en CU)1inzake het omdraaien van de standaardoptie van vrijwillige voorzettingvan het nabestaandenpensioen (naar een opt-out) in het nieuwe pensioen-stelsel. Dat betekent dat de dekking voor het partnerpensioen bijuitdiensttreding van een werknemer automatisch wordt voortgezet, tenzijdeze aangeeft hiervan af te zien. Ook is de toezegging aan het lid Flach(SGP)2 onderzocht of gegevensuitwisseling een oplossing zou bieden omhet aantal onbedoeld onverzekerden voor het nabestaandenpensioen teverminderen.In het eerste deel van deze brief wordt een korte schets gegeven van hoehet nabestaandenpensioen met het nieuwe pensioenstelsel wordtverbeterd. Vervolgens wordt ingegaan op de motie van het lid Oomen-Ruijten c.s. (CDA, D66, GroenLinks-PvdA en CU) (onder 2). Daarna komt dehuidige uitvoeringspraktijk aan bod (onder 3). Vervolgens wordt aandachtbesteed aan een aantal maatregelen die als doel hebben het aantalonbedoeld onverzekerden te verkleinen (onder 4). Tenslotte komen devervolgstappen aan bod (onder 5).1. Korte schets van het nabestaandenpensioen Het nabestaandenpensioen (partner- dan wel wezenpensioen) is eenbelangrijk onderdeel van de pensioenregeling. In de eerste plaats is eenoverlijden van een naaste een persoonlijk verlies voor de nabestaanden.Voor nabestaanden is het juist van belang dat er in moeilijke, persoonlijkeomstandigheden financiële zekerheid is.1Kamerstuk 36 067, AS.2Plenair debat over de stand van zaken van de Wet toekomst pensioenen, 17 januari 2024. kst-32043-691ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6911 In de Wtp is het nabestaandenpensioen gewijzigd met als doel om ervoorte zorgen dat het nabestaandenpensioen meer wordt gestandaardiseerd,adequater en begrijpelijker wordt en dat de risico’s voor nabestaandenworden verkleind.3Het oude stelsel kende namelijk een grote verscheidenheid aannabestaandenpensioenregelingen. Voor de deelnemers en hunnabestaanden was dit moeilijk te overzien, wat tot ingrijpende gevolgenkon leiden. Bij regelingen op basis van het oude stelsel is het bijvoorbeeldmogelijk dat bij overlijden van de deelnemer het tot dan toe opgebouwdepersoonlijke pensioenvermogen vervalt aan een eventuele partner ofkinderen in de vorm van een nabestaandenpensioen (restitutie). Dit leiddein de praktijk echter tot schijnzekerheid voor met name nabestaanden vandeelnemers die relatief jong overlijden of overlijden bij een relatief kortdienstverband. Dit omdat het tot dan toe opgebouwde pensioenvermogenbeperkt is. Om de ingrijpende gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, ishet nabestaandenpensioen in de Wtp gestandaardiseerd. Dit is vormge-geven door uniformering van het partnerbegrip, de verbetering van hetwezenpensioen, partnerpensioen na pensioendatum op opbouwbasis enhet partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum alleen nog maarop als verzekering toe te staan.Door de standaardisering is het nabestaandenpensioen begrijpelijker envoorspelbaarder voor de deelnemer. De hoogte van het nabestaanden-pensioen bij overlijden vóór pensioendatum is een percentage4 van hetpensioengevend salaris en diensttijdonafhankelijk. Voor deelnemers is hetdiensttijdonafhankelijke element met name relevant na een baanwisselingwaarbij men toetreedt in een nieuwe pensioenregeling waar hetnabestaandenpensioen onderdeel van uitmaakt. Ondanks een relatief kortdienstverband is door dit element een adequaat nabestaandenpensioenmogelijk.Nabestaandenpensioen vóór pensioendatumHet nabestaandenpensioen vóór pensioendatum is vormgegeven als eenverzekering (in pensioenjargon: op risicobasis). Op het moment dat nietlanger sprake is van deelnemerschap in de pensioenregeling vervalt dedekking. Om het risico te verkleinen dat iemand die tussen twee dienstver-banden in zit of iemand die werkloos of zelfstandige wordt, tijdelijk geenof een lagere dekking voor partnerpensioen heeft, is in het nieuwepensioenstelsel een aantal waarborgen opgenomen.Zo is een verplichte dekking van het nabestaandenpensioen geïntrodu-ceerd en wordt na afloop daarvan de mogelijkheid van vrijwilligevoortzetting van het partnerpensioen aangeboden. Zie hieronder eenkorte weergave: 1.Uit dienst:Deelnemer gaat uit dienst; pensioenregeling met nabestaanden-pensioen (partnerpensioen en/of wezenpensioen) 2.Verzekerd voor nabestaandenpensioen:Gewezen deelnemer is verzekerd voor het nabestaandenpensioentijdens uitloopperiode van 3 maanden (of 6 maanden alsafgesproken met sociale partners) verzekerd nabestaandenpensi-oen. De uitloopperiode van 3 of 6 maanden stopt eerder opmoment van indiensttreding of bij ingangsdatum van hetouderdomspensioen. Het nabestaandenpensioen is ook verzekerd3Kamerstuk 36 067, nr. 3.4Voor het partnerpensioen is dit percentage maximaal 50% en voor het wezenpensioen is ditmaximaal 20%.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6912 zolang de gewezen deelnemer direct aansluitend aan het eindevan deelname een WW/ZW-uitkering ontvangt of combinatiedaarvan. 3.Vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen op risicobasis:5Verzekerd voor partnerpensioen op risicobasis als gewezendeelnemer zelf kiest voor vrijwillig voortzetten van het partner-pensioen (opt-in). De financiering van dit partnerpensioengebeurt door uitruil van (een deel van) het ouderdomspensioen;het ouderdomspensioen wordt hierdoor lager.2. Uitwerking motie van het lid Oomen-Ruijten c.s. (CDA, D66,GroenLinks-PvdA en CU) Tijdens de plenaire behandeling van de Wtp in de Eerste Kamer is eenmotie van het lid Oomen-Ruijten c.s. aangenomen over de mogelijkheidde vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen als standaardoptie opte nemen. Op dit moment moet de deelnemer bewust zelf kiezen voor devoortzetting van de risicodekking (een zogenaamde opt-in). De motie zietop het omdraaien van de standaardoptie (naar een opt-out). Dat betekentdat het partnerpensioen wordt voortgezet tenzij de deelnemer aangeefthiervan af te zien.Omdraaien van de standaardoptie (naar een opt-out) en andere maatre-gelenHet omdraaien van de standaardoptie conform de motie is bedoeld omeen oplossing te bieden voor mensen die onvrijwillig onverzekerd zijn.Een van de overwegingen is om de standaardkeuze voor vrijwilligevoortzetting op «aan» te zetten, waardoor deelnemers actief moetenkiezen om van deze voortzetting af te zien. Dit zou volgens de indienersvan de motie het risico van de groep onbedoeld onverzekerden kunnenverminderen.Deze aanpak brengt ook grote nadelen met zich. Een van de nadelen is datdeelnemers die al een nieuwe baan hebben met een pensioenregeling dieeen nabestaandenpensioen omvat, mogelijk onbewust en onbedoeldoververzekerd raken. De vrijwillige voortzetting wordt gefinancierd doorhet opgebouwde ouderdomspensioen uit te ruilen. Dat betekent dat derisicopremies voor het vrijwillig voortgezette partnerpensioen wordenonttrokken aan het opgebouwde pensioenkapitaal. Dit heeft als risicouitholling van het ouderdomspensioen, zónder dat de gewezen deelnemerzich hiervan bewust is.Daarnaast is het moeilijk om van tevoren vast te stellen wie bewustonverzekerd is, omdat het gaat om deelnemers die, ondanks de wettelijkverplichte keuzebegeleiding van de pensioenuitvoerder, niet kiezen voorvrijwillige voortzetting. De redenen om niet te kiezen voor vrijwilligevoortzetting zijn divers, zoals het niet hebben van een partner ofdeelname aan een pensioenregeling met nabestaandenpensioen bij eennieuwe werkgever. Ook is het mogelijk dat de deelnemer al beschikt overvoldoende opgebouwd partnerpensioen vóór pensioendatum (overgangs-5In het wetsontwerp toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen is verder voorgesteldom de financiering van de voortzetting van het partner- én wezenpensioen vóór de pensioen-datum mogelijk te maken door het uitruilen van het ouderdomspensioen én het partnerpen-sioen vanaf pensioendatum.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6913 recht Wtp)6 of een private oplossing (bijvoorbeeld overlijdensrisicoverze-kering) heeft.Er is dus sprake van een dilemma. Namelijk dat het te allen tijdevoorkomen van onbewust onverzekerden, onherroepelijk leidt tot een veelgrotere groep onbedoeld oververzekerden. In lijn met de eerdere analysedie met uw Kamers is gedeeld, worden daarmee de nadelen van hetomdraaien van de standaardoptie substantieel groter geacht dan devoordelen. Niettemin wordt de wens van de indieners van de motiegedeeld om het aantal onbewust onverzekerden zoveel mogelijk tebeperken. Daartoe zijn door het Ministerie van SZW met pensioenuit-voerders in de afgelopen periode verschillende maatregelen verkend.3. Huidige uitvoeringspraktijk Door de toezegging aan het lid Flach (SGP)7 om te bezien in hoeverregegevensuitwisseling een oplossing kan bieden om het aantal onbedoeldonverzekerden8 voor het nabestaandenpensioen te verminderen, heeft hetMinisterie van SZW met uitvoerders, Stichting Pensioenregister (SPR) enhet UWV overleg gevoerd.Zoals in het eerste deel van deze brief aangegeven, hanteren pensioenuit-voerders in het nieuwe pensioenstelsel een verplichte uitloopdekking vanhet nabestaandenpensioen en bieden zij vrijwillige voortzetting aan.Informatie over vrijwillige voortzetting en doen van aanbodDe gewezen deelnemer ontvangt nadat de deelname aan de pensioenre-geling is beëindigd, informatie over de mogelijkheid tot vrijwilligevoortzetting en wordt daarbij door de pensioenuitvoerder via de keuzebe-geleidingsnorm op een adequate wijze begeleid bij het maken van eenkeuze.9 De gewezen deelnemer moet door de pensioenuitvoerder in staatworden gesteld een passende keuze te maken. Daarbij is niet wettelijkvoorgeschreven hoe deze informatieverstrekking en keuzebegeleiding erexact uit moet komen te zien. Wel omvat de norm keuzebegeleiding eenadequate begeleiding van gewezen deelnemers en een ingerichtekeuzeomgeving, zodat zij een passende keuze kunnen maken. Het isbelangrijk dat de informatie die verstrekt wordt aansluit bij de kenmerkenvan de gewezen deelnemers. Daarnaast dient de te verstrekken informatiete voldoen aan de wettelijke eisen dat informatie correct, duidelijk enevenwichtig is als ook dat die informatie tijdig wordt verstrekt. Ook geldtdat de pensioenuitvoerder bevordert dat de informatie de gewezendeelnemer aanzet tot relevante actie.6Het partnerpensioen dat de deelnemer heeft opgebouwd voordat de pensioenuitvoerder isovergestapt naar het nieuwe pensioenstelsel, blijft behouden in het nieuwe pensioenstelsel.Personen met een groot arbeidsverleden onder het oude pensioenstelsel (bijvoorbeeld de60-plussers) beschikken hierdoor veelal over voldoende opgebouwd partnerpensioen vóórpensioendatum.7Plenair debat over de stand van zaken van de Wet toekomst pensioenen, 17 januari 2024.8In deze brief wordt onder onbedoeld onverzekerden verstaan de personen die ongewild geennabestaandenpensioen hebben, omdat zij daar niet van op de hoogte zijn. Dat gaat over degroep die uit dienst is getreden, voor wie de verplichte voortzetting is afgelopen én waaraannog geen aanbod voor vrijwillige voorzetting NP is gedaan, of al wel een aanbod is gedaanmaar nog geen keuze is gemaakt tijdens de gevraagde reactietermijn.9Artikel 48a Pensioenwet en artikel 59a Wet verplichte beroepspensioenregeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6914 Proces aanbod vrijwillige voortzetting is verschillend bij pensioenuit-voerdersIn de huidige praktijk versturen sommige pensioenuitvoerders informatieover het vrijwillig voortzetten, samen met de zogenaamde stopbrief, diebij einde deelname aan een pensioenregeling wordt verstuurd. Anderepensioenuitvoerders informeren over het vrijwillig voortzetten op eenander moment. Meestal krijgt de gewezen deelnemer enkele weken de tijdom de keuze te maken om het partnerpensioen vóór pensioendatum oprisicobasis voort te zetten. Het moment waarop het aanbod wordt gedaan,de duur van de keuzetermijn en de voorwaarden die gelden terwijl er noggeen keuze is gemaakt, verschillen per pensioenuitvoerder.Gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders en UWVPensioenuitvoerders kunnen gebruik maken van de gegevensuitwisselingtussen hen en het UWV om het passende moment te bepalen waarop eenaanbod voor vrijwillige voortzetting dient te worden gedaan. Hiertoebestaat reeds een wettelijke grondslag.10 Het is niet wettelijk voorge-schreven dat uitvoerders gebruikmaken van de gegevensuitwisseling methet UWV. Pensioenuitvoerders dienen hiervoor zelf een gebruikersover-eenkomst af te sluiten met het UWV.Bij de gegevensuitwisseling kan bijvoorbeeld informatie wordenopgevraagd over de datum van een nieuw dienstverband of relevanteinformatie over de WW-uitkering of ZW-uitkering.11Deze gegevensuitwisseling is voor pensioenuitvoerders een goedhulpmiddel, maar er zal wel altijd enige informatievertraging zijn tenopzichte van de werkelijke situatie van de betreffende persoon. Bij degegevensuitwisseling is het UWV onder meer afhankelijk van wanneer de(nieuwe) werkgever een indiensttreding doorgeeft via de Loonaangifte-keten; de verplichting hiertoe is binnen twee maanden. Gelet hieropontvangen pensioenuitvoerders circa twee maanden na een mutatie (zoalsindiensttreding bij een andere werkgever) de relevante gegevens van hetUWV. Verder is (nog) niet voor alle gegevens geautomatiseerde gegevens-uitwisseling mogelijk. Dit is bijvoorbeeld bij de start van de WW-uitkeringhet vermelden van de (verwachte) einddatum van de WW-uitkering.12Daarom verzoeken verschillende pensioenuitvoerders de gewezendeelnemer om zelf de relevante informatie aan te leveren of wordt bijoverlijden diens nabestaande verzocht om alsnog de relevante informatiete verstrekken.4. Mogelijke maatregelen In het kader van de toezegging aan het lid Flach (SGP) om te onderzoekenin hoeverre uitbreiding gegevensuitwisseling leidt tot vermindering vande groep onbedoeld onverzekerden, zijn de reeds aanwezige aandachts-punten in kaart gebracht. Wanneer deze punten zich namelijk blijvenvoordoen, zal de inzet op gegevensuitwisseling nog niet het gewensteeffect hebben. Daarnaast biedt het wegnemen van reeds bestaande10Artikel 5:12 van het Besluit SUWI in samenhang met artikel 61a Pensioenwet.11Bij de gegevensuitwisseling wordt gebruik gemaakt van de Loonaangifteketen/de Polisadmi-nistratie en het administratiesysteem voor de WW- en ZW-uitkeringen van het UWV. Deloonaangifteketen is een samenwerkingsverband tussen de Belastingdienst, het UWV en hetCBS.12De WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden en maximaal 24 maanden, gebaseerd oparbeidsverleden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6915 aandachtspunten al een oplossing om de groep onbedoeld onverzekerdenzoveel mogelijk te beperken. Naar aanleiding van een verkenning met desector, de door hen aangedragen aandachtspunten en de mogelijkhedenvoor gegevensuitwisseling zijn zes mogelijke maatregelen onderzocht.1. Stop- en herhalingsbrieven Laagdrempelige manieren om bewustwording bij deelnemers teverhogen, die reeds door verschillende pensioenuitvoerders wordengedaan, zijn om na het einde van het dienstverband in de stopbrief13 dekeuze voor vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen voor te leggenaan de gewezen deelnemer. De stopbrief geeft onder andere inzicht inkeuzemogelijkheden van de pensioenregeling en gevolgen van belang-rijke gebeurtenissen voor het pensioen, zoals uitdiensttreding. Daarnaastkunnen er ook herhalingsbrieven worden verstuurd om de gewezendeelnemer (met een WW-uitkering of ZW-uitkering) erop te attenderen omeen keuze te maken. Bij de herhalingsbrieven kan ook gebruik wordengemaakt van een responsformulier (acceptatie/afwijzen van het aanbod).2. Startbrief (bijvoorbeeld Pensioen 1-2-3) Bij de start van de deelname aan een pensioenregeling ontvangt dedeelnemer informatie van de werkgever of pensioenuitvoerder met debelangrijkste kenmerken van de nieuwe pensioenregeling.14 Dezestartbrief kan via een Pensioen 1-2-3 verstrekt worden.De startbrief (of Pensioen 1-2-3) zou een rol kunnen spelen om debewustwording over de keuze van vrijwillige voortzetting bij (gewezen)deelnemers te vergroten. Dit communicatiemiddel geeft de deelnemerinformatie over de belangrijkste onderdelen van de pensioenregeling. Eenonderdeel van de startbrief is informatie over de keuzes die eendeelnemer kan maken, waaronder de keuzes bij de verandering van baan.3. Informatie en melding op mijnpensioenoverzicht.nl Ook is het van belang om bewustwording over de keuze van vrijwilligevoortzetting bij (gewezen) deelnemers te vergroten via andere kanalen.Stichting Pensioenregister (SPR) is verantwoordelijk voor mijnpensi-oenoverzicht.nl (MPO). Personen die inloggen op MPO krijgen op ditmoment een melding op de website als er op dat moment geen actievepensioenopbouw is (om mensen te attenderen op een mogelijke wittevlek).15 In dat geval is er dus ook geen actieve verzekering voor hetnabestaandenpensioen bij een eventuele nieuwe werkgever. In dezelfdemelding zou een waarschuwing meegenomen kunnen worden waarin depersoon erop geattendeerd wordt dat hij of zij mogelijk geen nabestaan-denpensioen heeft en dat deze persoon het nabestaandenpensioen bij eenvorige pensioenuitvoerder mogelijk vrijwillig kan voortzetten. Hieroverzijn gesprekken met SPR wanneer dit gerealiseerd kan worden.Ook zien personen die inloggen op MPO nog geen informatie overvrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen. Het tonen van dieinformatie kan bijdragen aan zowel het voorkomen van onbewuston(der)verzekerden (doordat mensen zien dat uitloopdekking gestopt is)en oververzekering (dat mensen zien dat vrijwillige voortzetting loopt).13Artikel 39 Pensioenwet en artikel 50 Wet verplichte beroepspensioenregeling.14Artikel 21 Pensioenwet en artikel 48 Wet verplichte beroepspensioenregeling.15Artikel 51, eerste lid, onderdeel c, Pensioenwet en artikel 62, eerste lid, onderdeel c, Wetverplichte beroepspensioenregeling.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6916 Hierover vinden ook gesprekken plaats met SPR wanneer dit gerealiseerdkan worden.4. Gegevensuitwisseling via Stichting Pensioenregister Momenteel maakt Pensioenregister automatische waardeoverdracht vankleine pensioenen mogelijk door middel van gegevensuitwisseling tussenpensioenuitvoerders. Pensioenuitvoerders van kleine aanspraken van eengewezen deelnemer kunnen deze aanmelden bij het Pensioenregister.Vervolgens wordt er gekeken of en zo ja bij welke pensioenuitvoerder dedeelnemer actief pensioen opbouwt, zodat de aanspraken overgedragenkunnen worden. De deelnemer krijgt dan een bericht van de pensioenuit-voerder waarnaar het kleine pensioen wordt overgedragen.Het is technisch mogelijk om een systeem te bouwen waarbij de pensi-oenuitvoerder bijvoorbeeld na einde deelname kan uitvragen of degewezen deelnemer bij een andere pensioenuitvoerder gestart is metpensioenopbouw. Dit om het passende moment te bepalen voor hetaanbod voor vrijwillige voortzetting Op dit moment is hiervoor nog geenwettelijke grondslag.5. Gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerder en UWV Zoals in de brief uiteengezet kunnen pensioenuitvoerders al gebruikmaken van de gegevensuitwisseling tussen hen en het UWV. Dit om hetpassende moment te bepalen voor het aanbod voor vrijwillige voort-zetting. Deze bevoegdheid om gegevens te verstrekken is al wettelijkvastgelegd, maar geautomatiseerde gegevensuitwisseling is (nog) nietvoor alle gegevens mogelijk.Dit is bijvoorbeeld bij de start van de WW-uitkering het vermelden van de(verwachte) einddatum van de WW-uitkering. Via gesprekken opregelmatige basis met het UWV wordt vinger aan de pols gehouden metbetrekking tot de voortgang daarvan.6. Dekking nabestaandenpensioen voor onbedoeld onverzekerden Deze maatregel ziet op het bieden van risicodekking als een gewezendeelnemer overlijdt wanneer er nog geen aanbod voor vrijwilligevoorzetting van het nabestaandenpensioen is gedaan, of al wel eenaanbod is gedaan maar hij of zij nog geen keuze heeft gemaakt tijdens degevraagde reactietermijn. Als de verplichte uitloopdekking eerder eindigtdan de standaard uitloopdekking (3 of 6 maanden, afhankelijk van depensioenregeling) vanwege een nieuwe dienstbetrekking (met of zonderpensioenregeling), of wanneer de gewezen deelnemer geen WW/ZW-uitkering meer ontvangt, kan de gewezen deelnemer het partnerpensioenvrijwillig voortzetten. De gewijzigde situatie is echter niet altijd bekend bijde oude pensioenuitvoerder. Het kan dus voorkomen dat de gewezendeelnemer nog geen aanbod van vrijwillige voortzetting heeft ontvangenvan de pensioenuitvoerder of wel een aanbod heeft gehad maar nog geenkeuze heeft gemaakt, maar al wel is komen te overlijden. In een dergelijkesituatie ontstaat onbedoelde onverzekerdheid. Samen met de sector zetSZW zich in om dit zoveel mogelijk te voorkomen.Om deze situaties van onbedoeld onverzekerden te voorkomen, hanterenveel pensioenfondsen volgens de Pensioenfederatie een coulanceregelingof maken zij een beroep op de hardheidsclausule mogelijk bij overlijdenvan de gewezen deelnemer die gedurende de keuzetermijn nog geenkeuze heeft gemaakt of wanneer er nog geen aanbod gedaan is. In dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6917 situatie zal het pensioenfonds (na onderzoek) overgaan tot uitkering vanhet partnerpensioen alsof er wel een dekking zou zijn geweest.De (gewezen) deelnemers en hun nabestaanden zijn gebaat bij eensectorbrede regeling en pensioenfondsen zijn bereid om maatregelen tetreffen om de groep onbedoeld onverzekerden zoveel mogelijk tebeperken. Mijn ministerie zal zich daarom samen met de Pensioenfede-ratie inspannen om een sectorbrede coulanceregeling te bewerkstelligen.Het Verbond van Verzekeraars onderschrijft het belang van het voorkomenvan onbedoelde onverzekerdheid ook en zet zich in voor een effectieveaanpak. Het Verbond van Verzekeraars beziet momenteel de mededin-gingsrechtelijke ruimte om hier sectorbreed kaders voor te bieden. Viagesprekken op regelmatige basis met het Verbond van Verzekeraars wordtvinger aan de pols gehouden met betrekking tot de voortgang daarvan ende eventuele te nemen vervolgstappen.Overigens geldt dat wanneer een persoon onbedoeld onverzekerd isgeweest en deze (of de nabestaande) kan aantonen dat de schuld van hetfeit dat hij onverzekerd is bij de pensioenuitvoerder ligt, de gewezendeelnemer de pensioenuitvoerder daarop kan aanspreken. Hierbij kan hetbijvoorbeeld gaan om situaties dat de pensioenuitvoerder een gewezendeelnemer de vrijwillige voortzetting niet heeft aangeboden ondanks dathet een wettelijk recht is of zijn aanvraag per abuis niet opgenomen wasin de administratie. In het geval de klacht volgens de pensioenuitvoerderterecht is, krijgt die persoon alsnog de dekking die hoort bij de verzekeringwaar deze persoon recht op had.Als de klacht (gedeeltelijk) is afgewezen of niet op tijd (binnen 12 weken)is afgehandeld, dan kan de persoon het geschil met een verzekeraarvoorleggen aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (KiFID) enhet geschil met een pensioenfonds aan de Geschilleninstantie Pensioen-fondsen (GIP).5. Vervolgstappen Het nabestaandenpensioen is een belangrijk onderdeel van de pensioen-regeling, welke bijdraagt aan de bestaanszekerheid van nabestaanden nahet overlijden van de (gewezen) deelnemer. De onderzochte maatregelendragen bij om de groep onbedoeld onverzekerden te beperken, waarbij degroep onbewust oververzekerden ook niet zal toenemen. Het streven isom in het voorjaar van 2026 uw Kamer nader te informeren over demogelijkheid van het opnemen van een sectorbrede coulanceregeling enworden de hiervoor beschreven mogelijke maatregelen nader getoetst op(juridische) uitvoerbaarheid en waar mogelijk verder uitgewerkt.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 043, nr. 6918
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.