Motie van de leden Van den Hul en Westerveld over afspraken over instellingscollegegeld
Motietekst
Versie fb146b375b4b4009 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2019–2020 35 282Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met het stellen van voorschriften ten behoeve van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en met betrekking tot taal in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs (Wet taal en toegankelijkheid) Nr. 40 MOTIE VAN DE LEDEN VAN DEN HUL EN WESTERVELD Voorgesteld 11 december 2019 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat niet-EER-studenten relatief veel instellingscollegegeld betalen dat ten gunste komt aan de onderwijsinstellingen; van mening dat deze financiële opbrengsten nooit een doel op zichzelf mogen zijn; verzoekt de regering, afspraken te maken met het onderwijsveld om ervoor te zorgen dat de meerwaarde, boven op de kostprijs, van het instellingscollegegeld ten goede komt aan de bestedingscategorieën die ook gelden voor de studievoorschotmiddelen, en gaat over tot de orde van de dag. Van den Hul Westerveld kst-35282-40ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 35 282, nr. 40
Gerelateerde bronnen
- Motie van de leden Van den Hul en Westerveld over afspraken over instellingscollegegeld
Motie van de leden Van den Hul en Westerveld over afspraken over instellingscollegegeld
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.