Capaciteitsmanagement spoor en Europese ontwikkelingen spoor
Brontekst
Versie 9435623eccdfd368 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1288 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juni 2026Hierbij ontvangt de Kamer, conform de toezegging tijdens het commissie-debat spoor op 18 december jl., het rapport van ProRail over kaderover-eenkomsten.1 Met deze brief wordt invulling gegeven aan de motie vanhet lid Veltman en de motie van de leden Veltman en Olger van Dijk overdit onderwerp2.Verder wordt de Kamer in deze brief geïnformeerd over de nieuweEuropese verordening spoorweginfrastructuurcapaciteit en de Neder-landse implementatie ervan. Recent is de Kamer geïnformeerd over devoortgang van het programma Toekomstige Marktordening Spoor(verder: TMS).3 Parallel aan dit programma wordt gewerkt aan devoorbereiding van de implementatie van de verordening spoorweginfra-structuurcapaciteit. In deze brief worden de hoofdlijnen van dezeverordening toegelicht. Daarbij komt ook de relatie met de toekomstigemarktordening spoor aan de orde. Met de verordening verandert demanier waarop spoorwegcapaciteit wordt verdeeld. Onder de nieuweverordening kan beleidssturing gegeven worden aan ProRail voor deverdeling van spoorcapaciteit. Voor deze beleidssturing worden dezelfdedoelen gehanteerd als voor de toekomstige marktordening op het spoor.Daarnaast worden hierin uiteraard de doelen voor goederenvervoer eninternationaal personenvervoer meegenomen.Voorts wordt de Kamer geïnformeerd over ontwikkelingen op het gebiedvan internationaal reizigersvervoer4 en internationale nachttreinen.Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie van de leden Kröger enDassen en de motie van de leden Dassen en Koekoek over internationaalreizigersvervoer per spoor5.1Toezegging 202512-077.2Kamerstukken 2025/26, 36 563, nrs. 11 en 12, toezegging TZ202505–0823Kamerstukken 2025/206, 29 984, nr. 1283.4Conform Kamerstuk 36 287-6/2024D37716.5Kamerstukken 2025/26, 36 563, nrs. 9 en 15 kst-29984-1288ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12881 1. EU-verordening spoorweginfrastructuurcapaciteit Het nieuwe Europese kader voor capaciteitsmanagement, dat naarverwachting per medio juni aanstaande rechtstreeks en gefaseerd tot hetjaar 2031 in werking treedt, moderniseert de manier waarop spoorwegca-paciteit wordt verdeeld in Europa. Voor Nederland is dit van groot belanggezien ons druk bereden spoornetwerk en de gewenste ontwikkeling vaninternationale treindiensten voor goederen- en passagiersvervoer. Het isvoor ons belangrijk om ook de binnenlandse reiziger zekerheid te biedenen bij schaarse capaciteit voldoende waarborgen te hebben voor deuitvoering van binnenlands spoorvervoer.6 Daarom zijn voldoendebevoegdheden voor de lidstaten van belang voor beleidssturing van deinfrastructuurbeheerders. Het BNC-fiche7 en het gemeenschappelijkstandpunt van de EU Transportraad 18 juni 20248 zijn voor Nederlandleidend geweest in de onderhandelingen in de Raad, en in de triloog methet Europees Parlement (EP) en de Europese Commissie (EC).In het eindakkoord zijn voldoende bevoegdheden voor lidstatenverkregen, omdat een lidstaat een infrastructuurbeheerder via bindende«strategic guidance» (strategische richtsnoeren) beleidssturing kan gevenop bijvoorbeeld een klokvaste dienstregeling (zoals het Nederlandse BasisUur Patroon). Ook kan de lidstaat meer sturen op het garanderen vanminimum volumes voor verschillende deelmarkten (bv. binnenlandspersonenvervoer, goederenvervoer, internationaal personenvervoer) ophet spoor, conform onze huidige regelgeving9. In de «strategic guidance»zullen, net als bij de toekomstige marktordening, de beleidsdoelen voorhet spoor bepalend zijn voor de keuzes. In de verordening is ook eenartikel opgenomen over grensoverschrijdende samenwerking tussenlidstaten ter bevordering van internationaal spoorvervoer via eenonderlinge coördinatie. Het voorlopige beeld is dat deze coördinatie voorde eerste keer in oktober 2027 dient te worden afgerond.In ruil voor de ruimte voor lidstaten heeft het EP een prominentere plaatsbedongen voor een geharmoniseerde sociaaleconomische methodologievoor het beslechten van capaciteitsconflicten. Dit leidt tot meer uniformevoorrangsregels in Europa in het geval van schaarse spoorwegcapaciteit.Dit Europese kader wordt uitgewerkt door het Europees netwerk vaninfrastructuurbeheerders (ENIM).In het eindakkoord is dus meer beleidsruimte voor een nationale lidstaatbedongen, maar die ruimte is kleiner dan we nu in Nederland gewendzijn. Dat betekent dat met deze verordening aan alle concessievervoer –dat in de huidige capaciteitsverdelingsregels in Nederland een belangrijkeplaats inneemt – niet zonder meer voorrang kan worden gegeven per2031. Enkele belangrijke elementen uit de verordening worden hieronderkort weergegeven.Proces uitwerking «strategic guidance»Met «strategic guidance» kan een lidstaat ervoor zorgen dat de capaci-teitsverdeling aansluit bij de algemene doelen van het nationale spoor-beleid en bij de investeringen in infrastructuur. De «strategic guidance»6Via openbare dienstcontracten of vervoersconcessies, zowel op het hoofdrailnet als hetregionale net.7Zie Kamerstuk 2023/24, 22 112, nr. 3822. Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van delidstaten van de Europese Unie | Tweede Kamer der Staten-Generaal8Vergroening goederenvervoer: Raad bepaalt standpunt over pakket voor efficiënter beheer vanspoorinfrastructuurcapaciteit en -verkeer - Consilium9Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12882 moet in het najaar van 2027 gereed zijn zodat ProRail tijdig beleidssturingontvangt voor de capaciteitsplanning voor dienstregelingsjaar 2031 en dejaren daarna. Voor de bindende elementen van «strategic guidance»wordt een algemene maatregel van bestuur (AMvB) opgesteld. Naarverwachting kan de internetconsultatie aan het einde van dit jaar wordengehouden. Daarna kan de voorhang in de Tweede Kamer naarverwachting plaatsvinden in het voorjaar van 2027.Timetable Redesign (TTR)TTR is een Europees programma dat beoogt de capaciteitsplanning op hetspoor flexibeler en meer vraaggestuurd te maken en vormt een basis voordeze verordening. Het kabinet onderschrijft de toepassing vanTTR-principes en de digitalisering en automatisering van processen terverbetering van de spoorcapaciteitsverdeling. De TTR-principes makeneen flexibelere capaciteits-planning mogelijk, zodat meer treinen kunnenrijden tegen lagere kosten. Voor de spoorgoederenvervoersector is ditbelangrijk, omdat zij korter voor ingang van de nieuwe dienstregeling engedurende het dienstregelingsjaar capaciteit kunnen reserveren. Voor hetinternationale personenvervoer per spoor is het belangrijk omdat zijeerder inzicht krijgen in de dienstregeling.Militaire mobiliteitOm prioriteit te kunnen geven aan spoorvervoer voor militaire doeleindenmogen lidstaten na inwerkingtreding afwijken van de regels uit de nieuweverordening. Dit geldt zowel voor militaire operaties als voor training. Inde huidige geopolitieke context is deze ruimte van groot belang,aangezien Europees militair vervoer veelal start bij Nederlandsezeehavens. Het kabinet is blij dat deze mogelijkheid nu Europees isgeregeld.AnnuleringsheffingHet eindpakket bevat een wederkerige annuleringsheffing. Deinfrastructuur-beheerder en de vervoerder betalen een boete als zijcapaciteit intrekken na toekenning of het niet gebruiken en dit eensignificante impact heeft op de operaties van de ander. Zowel het EP alsde EC vinden dit instrument een effectieve prikkel voor het beter benuttenvan beschikbare capaciteit. De financiële risico’s voor beide partijen zijnbeperkt via het instellen van plafonds aan de boetes, en het duidelijkdefiniëren van uitzonderingsvoorwaarden, zoals force majeure bepalingenen het mogen intrekken van capaciteit indien een vervoerder een risicooplevert voor de nationale veiligheid. Ook heeft de infrastructuur-beheerder mogelijkheden om af te wijken van de planning voor tijdelijkecapaciteitsbeperkingen, bijvoorbeeld om redenen van veiligheid.Versterking rol infrastructuurbeheerderMet de verordening worden de bevoegdheden van de infrastructuurbe-heerder versterkt. Er komen geharmoniseerde processen inzake capaci-teitsverdeling en verkeersleiding. Deze worden uitgewerkt in de ENIM.Eén van de onderdelen hiervan is het gebruik van (multi-netwerk-)kaderovereenkomsten. In een kaderovereenkomst kunnen capaciteitsaf-spraken gemaakt worden tussen een infrastructuurbeheerder en eenvervoerder. Dit kan (meer) zekerheid opleveren dat de betreffendecapaciteit meerjarig kan worden aangeboden. Verderop in de brief wordtuitgebreider stilgestaan bij het onderzoek van ProRail naar kaderovereen-komsten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12883 Juridisch kaderHet eindakkoord bevat een juridisch kader en tijdspad waarmee de EC kanoptreden als de Europese sectorregulering onvoldoende effectief is. Destok achter de deur voor de EC gebeurt via bevoegdheden voor gedele-geerde en/of uitvoeringshandelingen. Nederland heeft erop ingezet omdeze gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen proportioneel te houdenom de regeldruk te beperken. In de slottriloog zijn onder druk van het EPde bevoegdheden voor de EC om in te grijpen echter verruimd.Realistische transitie- en implementatietermijnenNederland heeft continu gepleit voor realistische transitiedata, zowel voorde ICT-transitie als voor de overgang van de spoorgoederencorridors naarde nieuwe integrale spoornetwerkbenadering. De datum voor volledigetoepassing van alle artikelen uit de verordening, waaronder de intrekkingvan de spoorgoederen-corridors, is vastgesteld op de dienstregeling per14 december 2030 (ingang in het jaar 2031). Dit is een jaar later dan in hetoorspronkelijke EC-voorstel was voorgesteld. Een belangrijke voorwaardevoor succesvolle implementatie van deze nieuwe verordening is ook detijdige toepassing door infrastructuurbeheerders en vervoerders van deEuropese standaarden voor gegevensuitwisseling10.Relatie met toekomstige marktordening spoorZoals vermeld in de recente Kamerbrief zal het kabinet begin 2027besluiten over de marktordening op het spoor na 2033. Daarbij liggen ookopties voor die meer ruimte bieden aan verschillende vervoerders op hethoofdrailnet. Omdat het Nederlandse spoornetwerk zeer intensief wordtgebruikt, is het dan cruciaal dat kan worden geborgd dat het netwerkoptimaal wordt benut. Met de beleidssturing en de capaciteitsverdelings-regels wordt hierin voorzien.2. Kaderovereenkomsten ProRail heeft een onderzoek uitgevoerd om in kaart te brengen of en zo ja,hoe kaderovereenkomsten in de Nederlandse context gebruikt kunnenworden. Ook heeft ProRail onderzocht hoe in verschillende Europeselidstaten wordt omgegaan met kaderovereenkomsten.11 ProRail doet inhaar rapport verschillende aanbevelingen om in de toekomst meergebruik te maken van het instrument. Het gebruik maken van kaderover-eenkomsten blijft echter complex op het druk bereden Nederlandsespoornet. De komende periode gaan IenW en ProRail aan de slag om deconclusies van het rapport en de verdere tijdlijn te bespreken. Deconclusies en aanbevelingen uit het onderzoek van ProRail zullenbetrokken worden bij de uitwerking van de «strategic guidance» onder deverordening en in het programma TMS. Bij toekomstige opvolging vanhet rapport wordt steeds het belang van en zekerheid voor de reizigervooropgesteld.10TSI telematica, (EU) 2026/253 van 6 februari 2026.11Dit rapport vindt u in bijlage 1.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12884 3. Internationale ontwikkelingen Antwoord op aanbevelingen van het Beneluxparlement over fiets- enspoorbeleidHet Beneluxparlement heeft in de zomer 2024 aanbevelingen omtrentspoorbeleid gedeeld. Deze zijn ook gedeeld met de Kamer.12 De drieBenelux-landen hebben gezamenlijk een reactie op deze aanbevelingenopgesteld.13 Met deze brief wordt de Kamer hierover geïnformeerd. In ditantwoord op de aanbevelingen wordt per aanbeveling de reactie van deBenelux-landen toegelicht, waarbij wordt verwezen naar bestaandebeleidsinzet en, indien relevant, de lopende samenwerking binnen deBenelux. De antwoorden zijn officieel aangenomen door het Comité vanMinisters van de Benelux. Daarnaast is op 18 februari jl. een gezamenlijkeverklaring «Intensivering samenwerking op spoordossiers» met Belgiëondertekend. Hierover is de Kamer eerder geïnformeerd.14NachttreinenZoals aangegeven in de brief «Ontwikkelingen internationaal personen-vervoer per spoor» van 4 november 202515, zijn vanuit IenW gesprekkengevoerd met aanbieders van nachttreinverbindingen van en naarNederland. Zoals per motie is verzocht, is hier gesproken over praktischebelemmeringen om nieuwe nachttreinen te laten rijden. En ook, zoalsdoor de Kamer verzocht door de motie van de leden Dassen en Koekoek16,over de Europese pilot Amsterdam – Barcelona.De gesprekken bevestigen de bevindingen uit het rapport over nacht-treinen dat eerder, met de brief van 4 november, met de Tweede Kamer isgedeeld. In de brief zijn drie typen drempels voor de invoering vannachttreinen zijn genoemd. Ten eerste is er beperkte beschikbaarheid vaninfrastructuur en het verkrijgen van meerjarige zekerheid op het spoor. Alstweede wordt de beperkte beschikbaarheid van treinmaterieel genoemd.Met name de financiering en technische vereisten van nieuw materieel iseen uitdaging. Ten slotte is er een gebrek aan een geïntegreerd kaart-verkoop systeem.Tijdens gesprekken met aanbieders van nachttreinen in Nederland,kwamen deze drempels ook naar voren17. De uitwerking van deTTR-principes in de Europese verordening spoorweginfrastructuurcapa-citeit helpt de vervoerders bij de kaartverkoop, omdat zij eerder inzagekrijgen in de dienstregeling. IenW blijft in gesprek met vervoerders enneemt dit mee in de bredere context van internationaal reizigersvervoerper spoor. Dit kan ruimte geven aan innovatieve nieuwe aanbieders vannachttreinen op het spoor, wat in lijn is met het coalitieakkoord. Hiermeewordt invulling gegeven aan de motie van de leden Kröger en Dassen ende motie van de leden Dassen en Koekoek18.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.W.H. Bertram12Kamerstukken 2024/25, 36 287, nr. 6.13Deze reactie vindt u in bijlage 2.14Kamerstukken 2025/26, 29 984, nr. 1276.15Kamerbrief over ontwikkelingen internationaal personenvervoer per spoor november 2025.16Kamerstukken 2025/26, 36 563, nr. 9 en 15.17De EC heeft op 13 mei haar voorstellen gepubliceerd voor internationale ticketverkoop terbevordering van internationaal personenvervoer per spoor. Het kabinet stelt hierover een BNCfiche op dat aan de Kamer wordt toegestuurd.18Kamerstukken 2025/26, 36 563, nr. 9 en 15.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12885
Gerelateerde bronnen
- De staatssecretaris zegt toe de Kamer in het najaar per brief te informeren over de stand van zaken wat betreft de mogelijkheden voor het werken met nieuwe kade
De staatssecretaris zegt toe de Kamer in het najaar per brief te informeren over de stand van zaken wat betreft de mogelijkheden voor het werken met nieuwe kaderovereenkomsten door ProRail.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.