Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 april 2025, over DUO en hoger onderwijs
Brontekst
Versie f3171d7458b9de62 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 1203 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 2 juni 2025 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft op23 april 2025 overleg gevoerd met de heer Bruins, Minister van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap, over:−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 7 april 2025 inzake opvolging amendement interna-tionale neerlandistiek (Kamerstuk 36 200 VIII, nr. 56) (Kamer-stuk 31 288, nr. 1186);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 9 april 2025 inzake toegankelijkheid en doorstroomin het hbo en wo (Kamerstuk 31 288, nr. 1188);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 14 maart 2025 inzake beleidsbrief vervolgonder-wijs, onderzoek en wetenschap (Kamerstuk 31 288, nr. 1185);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 13 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissieover het ECIO-onderzoek De Staat van Inclusief Onderwijs(Kamerstuk 31 288, nr. 1184);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 19 december 2024 inzake onderzoeksrapport overkansengelijkheid eerstegeneratiestudenten (Kamerstuk31 288, nr. 1174);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 20 februari 2025 inzake onderzoeksrapport«Hbo’ers gelijkgeschakeld?» van de Inspectie van het Onder-wijs (Kamerstuk 31 288, nr. 1179);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 17 oktober 2024 inzake reactie op rapport ibodoelmatig hoger onderwijs «Talent op de juiste plek» (Kamer-stuk 31 288, nr. 1155);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 22 oktober 2024 inzake onderzoekskader hogeronderwijs 2024 van de Inspectie van het Onderwijs en deverslagen van de afstemmingsoverleggen (Kamerstuk 31 288,nr. 1156); kst-31288-1203ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12031 −de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 28 januari 2025 inzake inspectierapport ArtEZhogeschool voor de kunsten (Kamerstuk 31 288, nr. 1177);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 18 december 2024 inzake reactie op het inspectie-rapport «Verwarring in veelvoud» en op de motie van het lidPaternotte over onderzoek naar de effectiviteit van hethandhavings- en sanctieregime met betrekking tot het gebruikvan de naam «hogeschool» en «universiteit» (Kamerstuk36 341, nr. 8) (Kamerstuk 36 341, nr. 11);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 16 december 2024 inzake evaluatie LandelijkCentrum Studiekeuze (Kamerstuk 31 288, nr. 1173);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 22 november 2024 inzake de financiële positie vanstudenten (Kamerstuk 31 288, nr. 1161);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 11 maart 2025 inzake reactie op verzoek commissieover de wet- en regelgeving omtrent overstappen tussenaflosregimes bij aflossen studieschuld (Kamerstuk 24 724,nr. 247);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 28 januari 2025 inzake deels foutief toegekendetegemoetkoming leenstelsel voor specifieke groep EER-studenten (Kamerstuk 24 724, nr. 245);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 21 februari 2025 inzake behandelen herzieningsver-zoeken controle uitwonendenbeurs (Kamerstuk 24 724,nr. 246);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 11 november 2024 inzake vervolgstappen controleuitwonendenbeurs (Kamerstuk 24 724, nr. 243);−de brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Weten-schap d.d. 24 oktober 2024 inzake reactie op tussentijdsadvies heroriëntatie IT-project «Doorontwikkelen Applicatie-landschap Bekostiging» van Adviescollege ICT-toetsing(Kamerstuk 26 643, nr. 1228).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,BrometDe griffier van de commissie,VerhoevTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12032 Voorzitter: BeversGriffier: HulsAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Bevers, Ergin, Van derHoeff, Van Houwelingen, Krul, Martens-America, Podt, Six Dijkstra, Stofferen Stultiens,en de heer Bruins, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Aanvang 10.01 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Ik open de vergadering van de vaste Kamercommissievoor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Een hartelijk welkom aan deMinister, de heer Bruins, en zijn ondersteuning. Hartelijk welkom aan demensen op de publieke tribune en aan iedereen die het debat online volgt.Welkom aan de collega’s aan mijn linkerzijde. Ik stel ze even aan u voor:de heer Krul van het CDA, mevrouw Podt van D66, de heer Stoffer van deSGP, de heer Van Houwelingen van Forum voor Democratie, de heer Vander Hoeff van de PVV, de heer Six Dijkstra van NSC, de heer Stultiens vanGroenLinks-PvdA, de heer Ergin van DENK en mevrouw Martens-Americavan de VVD.Dit debat is gepland tot 14.00 uur. Ik stel voor dat we van start gaan, meteen spreektijd van vier minuten per fractie. Ik wil voorstellen om vierinterrupties toe te staan, maar alleen als ze echt kort en bondig zijn, omdatwe echt een hele hoop onderwerpen op de agenda hebben, we ook graagde termijn van de Minister willen afmaken en we eventueel een tweedetermijn gelijk willen afronden.Ik zie dat mevrouw Podt een vraag of een opmerking heeft.Mevrouw Podt (D66):Een punt van orde, voorzitter. Ik ben op bezoek, dus ik vraag dit beleefd,maar met enige nadruk. We hebben vorige week natuurlijk deVoorjaarsnota kunnen inzien. Daar zat een half miljard aan onderwijsbe-zuinigingen in. Ik vind vier interrupties wel wat aan de karige kant omelkaar en de Minister daarop te kunnen bevragen. Ik wil dus eigenlijkvoorstellen om daar vijf of zes interrupties van te maken.De voorzitter:De ervaring in deze commissie leert dat dat echt te veel is. Dan gaan wehet gewoon niet redden. Ik ben best bereid om eventueel ruimhartig omte gaan met korte vervolgvragen, maar ik wil echt vasthouden aan dievier interrupties. Anders gaan we het gewoon binnen deze vier uur tijdniet redden met elkaar. Ik denk dat ook niemand zit te wachten op eenuitstel van de tweede termijn. Ik houd dus toch vier aan en zal proberendaar coulant mee om te gaan.Dan is als eerste het woord aan de heer Krul namens het CDA.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Ik spreek ook namens de fractie van de ChristenUnie vandaag.Allereerst oprechte felicitaties aan de Minister met zijn aangenomenbegroting; het was een monsterklus. Dat was dan ook gelijk het zoet,want, om die verschrikkelijke analogie van de afgelopen weken maar evenvoort te zetten, nu komt het zuur. U mag het best weten: de fracties vanhet CDA en de ChristenUnie hebben er flink de balen van. Je kunt over hetbelang van investeren in onderwijs altijd een inhoudelijke discussievoeren. Welke investeringen zijn nuttig? Wat kan ook zonder extra geld?Maar het lijkt er meer en meer op dat deze coalitie voor haar eigenhobby’s het onderwijs plundert. Vooral de manier waarop dit gebeurt, isfascinerend en onthutsend tegelijkertijd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12033 Ik noem twee punten. Ten eerste de Subsidieregeling praktijkleren.Acht partijen hebben zich er in de onderhandelingen over de Onderwijs-begroting voor ingespannen dat er niet 12 miljoen euro zou wordenbezuinigd op deze subsidie. Wat lezen we nu? Het gaat niet om 12, maarom 20 miljoen. Dat is bijna het dubbele. Dagen na mooie teksten over deaansluiting tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs in deze Kamer! In deVoorjaarsnota staat op pagina 92: we gaan het amendement-Bontenbaluitvoeren en die bezuiniging terugdraaien. Vervolgens staat op pagina 94,twee bladzijdes verderop, alsof iemand later is verdergegaan met tikken:we gaan 20 miljoen euro bezuinigen op praktijkleren. Hetzelfde geldt voorde regeling doorstroom beroepskolom. We hebben de bezuiniging hieropmet 20 miljoen euro teruggedraaid in december. Dit is netjes verwerkt inde Voorjaarsnota op pagina 92. Wederom staat twee bladzijdes verderop,alsof iemand vorige week ineens nog een stukje erbij moest tikken: wegaan 20 miljoen euro bezuinigen op deze regeling.Resumé. Het hoofdlijnenakkoord bezuinigt, de onderwijsdeal draaitbezuinigingen terug en de Voorjaarsnota bevat weer vrolijk dezelfdebezuinigingen. Je kunt erom lachen, maar we zijn hier niet om eenspelletje Whac-A-Mole met deze Minister te spelen, waarbij wij klaarstaanom elke slechte bezuiniging de kop in te slaan. Dit gaat om maatregelendie leerlingen, studenten, docenten en onderwijsinstellingen raken. Hetgaat om je houden aan afspraken. Daarom zijn wij oprecht benieuwd hoede Minister, die wij kennen als een verstandige man die wil staan voor wathij zegt, hier nou zelf naar kijkt. Op 8 april is de OCW-begroting aange-nomen in de Eerste Kamer, met daarin verschillende amendementen diebezuinigingen terugdraaien. Op 17 april krijgen we de Voorjaarsnota,waarin doodleuk weer enkele bezuinigingen staan die we net hebbenteruggedraaid. Ik ben nieuwsgierig hoe de Minister dit gaat uitleggen. Ikben nieuwsgierig hoe de Minister dit gaat uitleggen aan partijen die hemnet geholpen hebben zijn Onderwijsbegroting door het parlement tekrijgen. Graag een uitgebreide reflectie van deze Minister.Er zitten meer pareltjes in de Voorjaarsnota, voorzitter. Neem bijvoorbeeldhet afschaffen van de ov-vergoeding voor studenten in het buitenland. Hetkabinet draait deze bezuiniging toch maar terug, want het blijkt in strijdmet EU-regelgeving. Maar vervolgens wordt het wel gedekt uit debekostiging van het hele hoger onderwijs. Om het even goed te begrijpen:de maatregel kan niet en daarom gaan we maar 21 miljoen euro extrabezuinigen op de lumpsum.Voorzitter. Nu we het toch over de lumpsum hebben: het blijft niet bij21 miljoen euro. Er wordt 60 miljoen euro extra bezuinigd op de bekos-tiging van het hoger onderwijs. Er staat dat het geld nodig is voor deNIS2-richtlijn. Huh? Deze richtlijn gaat toch over cybersecurity? Dat valtonder BZK en JenV. Wat heeft dat met Onderwijs te maken? Kan deMinister uitleggen waarom zijn begroting hier weer voor moet opdraaien?Wat is de link met Onderwijs?Voorzitter. Ik heb het nog niet eens gehad over het afschaffen van deonderwijskansenregeling. Wat het CDA daarvan vindt, laat zich vast raden.Voorzitter. Dat was even het figuurlijke gal. Ik wil verdergaan, maar ik ziedat er wat vragen zijn.Mevrouw Podt (D66):Ik had opgeschreven om de heer Krul te vragen of hij zich genaaid voeldedoor de coalitie, maar ik geloof dat ik dat niet meer hoef te vragen. Ikvraag me wel af wat dit voor consequenties heeft voor hoe het CDA deverdere behandeling van de Voorjaarsnota ingaat.De heer Krul (CDA):Dat soort termen zou ik niet bezigen, maar mijn gevoelens zijn welduidelijk. Wij hebben ons gecommitteerd aan de begroting met daarinenkele wijzigingen waarvan sommige echt pijnlijk zijn. We hebbenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12034 daarover rond december uitgebreid gedebatteerd. Vervolgens zien we datde coalitie op sommige van die afspraken terugkomt. Dat heeft conse-quenties voor de verdere behandeling van zowel de verantwoording alsde begroting voor volgend jaar. Wij hebben ons daar niet aan gecommit-teerd, dus dat wordt weer een probleem, zou ik bijna willen zeggen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag sluit hierop aan. Ik ben blij dat het CDA zo boos is, want datben ik ook. Ik ben wel benieuwd wat dit betekent. Gaat het CDA hier hardzeggen «de volgende begroting gaan wij niet steunen als deze extra500 miljoen eruit is»? Ze gingen akkoord met 1,2 miljard. Daar hebben weeen verschil van mening over, maar ik neem toch aan dat extra bezuini-gingen de volgende keer geen steun zullen krijgen van het CDA.De heer Krul (CDA):Nee.De voorzitter:Duidelijker kan haast niet.De heer Ergin (DENK):Wat ik dan niet begrijp, is dat ... We hebben bij de begroting eigenlijkexact hetzelfde debat gevoerd. Toen vroeg ik de heer Krul: waarom blijft udit kabinet redden? Als ze niet in staat zijn om afspraken na te komen – datzijn geen afspraken die met DENK zijn gemaakt, maar met het CDA – danmoet je daaraan toch conclusies verbinden? Ik hoor de heer Krul daarovereigenlijk niks zeggen. Daarom nogmaals de vraag die collega’s eerder alstelden: welke conclusie verbindt het CDA hier nou aan?De heer Krul (CDA):Wij hebben ons gecommitteerd aan de Onderwijsbegroting zoals dievoorlag, met daarin een paar hele pijnlijke bezuinigingen. We hebben daarook – de heer Ergin weet dat, want hij heeft daar terecht bij meegeholpen– de nodige kritiek op gehad. Maar wij vonden dat wij het aan onze standverplicht waren om een begroting af te leveren. Wij zijn namelijk vanmening dat het onderwijs niet gebaat is bij het niet-hebben van eenbegroting. Dan is het heel pijnlijk om te constateren dat juist de zakenwaar je voor geknokt hebt, luttele weken later weer te maken krijgen meteen nieuwe bezuiniging. Uiteindelijk zal deze Minister toch weer eennieuwe begroting moeten maken. Het laat zich raden – volgens mij heb ikhet net in één woord gezegd tegen de heer Stultiens – hoe wij staan tenopzichte van deze nieuwe bezuinigingen. Die waren niet afgesproken.De heer Ergin (DENK):De heer Krul schetst een patroon dat wij de afgelopen bijna anderhalf jaarsteeds hebben gezien in onderwijsdebatten. Er worden afsprakengemaakt, er worden deals gesloten, maar de volgende dag wordt uwakker en blijkt er alweer geld weg te zijn gehaald. Ik wil de heer Kruloproepen om hier niet meer in te trappen. Laat het varen. Zorg ervoor dathet kabinet gewoon naar huis gaat als ze niet kunnen regeren. Trap niettelkens in die spelletjes van het kabinet. Aan de ene kant doen ze alsof erbesluiten worden genomen ten gunste van het onderwijs, maar telkensals ze er niet uit komen, zien ze onderwijs als een grabbelton waar ze gelduit kunnen halen. Trap er gewoon niet in!De voorzitter:Ik stel voor dat de heer Krul antwoordt zodra de vergaderbel is gestopt.De heer Krul (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12035 Voorzitter. «Trap er niet in.» Wij hebben met de beste intenties en de bestebedoelingen, ook omdat we vonden en vinden dat we dat aan onze standverplicht waren, meegeholpen aan het door de Kamers loodsen van deOnderwijsbegroting. Met wat er nu in de Voorjaarsnota staat, hoef ik deheer Ergin, denk ik, niet nog duidelijker te maken dan dit dat we dat nietnog eens op zo’n manier gaan doen.De voorzitter:Helder.De heer Stoffer (SGP):Die onderhandelingen over de Onderwijsbegroting vonden destijds plaatsmet de coalitiepartijen en vier oppositiepartijen, naast ChristenUnie enCDA ook JA21 en de SGP. De verbolgenheid die de heer Krol tentoon-spreidt, delen wij. Ik ben wel benieuwd of de heer Krul er rond deVoorjaarsnota in is meegenomen, door de Minister of door de coalitie, datdit überhaupt zou gebeuren, of dat het voor hem als een verrassing naarbuiten kwam toen de Voorjaarsnota gepresenteerd werd.De heer Krul (CDA):Dat zijn wij niet, en daarmee, neem ik aan, de heer Stoffer ook niet. Ik benbenieuwd of de Minister zelf daar überhaupt in meegenomen is, want erhoefde maar iets te gebeuren – zijn begroting stond een week of ander-halve week later op de agenda van de Eerste Kamer – of we hadden eenheel ander gesprek gehad, vermoed ik zo maar. Het korte antwoord is:nee, dat was voor ons net zo’n verrassing.De voorzitter:Gaat u verder.De heer Krul (CDA):Dan heb ik toch nog een mooi puntje om mee af te sluiten, om niethelemaal in het zuur te eindigen. Het nieuwe boek De bermudadriehoekvan talent, misschien bekend bij de Minister, beschrijft hoe slimme,ambitieuze studenten verstrikt raken in de zakelijke advocatuur, hetbankwezen en de consultancy. Ze zijn de hele dag bezig met Excelsheetsin plaats van met het leveren van een maatschappelijke bijdrage. Het boekbeschrijft ook wat we kunnen doen om dit te veranderen. Een mooivoorbeeld is het Teach First Training Programme in het VerenigdKoninkrijk, waarin topstudenten worden gerekruteerd om les te geven inkwetsbare wijken. Ik vind dat een hele mooie gedachte. Het «TeachFirst»-programma wordt ook echt gezien als iets prestigieus: alletopstudenten willen daaraan meedoen. In 2018 is er een keer zo’n initiatiefgekomen, mede op initiatief van CDA, ChristenUnie en SGP, maar toenwaren de geesten er nog niet rijp voor. Maar dat onderwerp is actuelerdan ooit. Ik ben benieuwd of de Minister naar zo’n «Teach First»-programma zou willen kijken.De voorzitter:Dank u wel, meneer Krul. Dan gaan we nu op verzoek van de heer Ergin,omdat hij aansluitend een ander debat heeft, luisteren naar zijn bijdrage ineerste termijn.De heer Ergin (DENK):Dank u wel, voorzitter, voor de coulance en nogmaals dank aan decollega’s die mij voorrang geven.Voorzitter. Tien jaar geleden werd Ahmed door DUO aangemerkt alsfraudeur omdat hij niet echt uitwonend zou zijn. Ahmed tekende bezwaaraan. Ik heb zijn bezwaarschrift gelezen. In zijn bezwaarschrift schrijft hijdat het meest pijnlijke destijds voor hem was dat medewerkers van DUOTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12036 hem verdacht hadden gemaakt vanwege zijn afkomst. Inspecteurs haddenbij zijn buren aangeklopt en naar hem gevraagd als «die buitenlander diedaar op nummer 4 woont». Studenten zoals Ahmed moesten meer dantien jaar wachten voordat de regering toegaf dat ze geen fraudeurs waren.Dit is een stap vooruit en het is ook goed dat de boetes eindelijk wordenteruggedraaid, maar tegelijkertijd is het terugdraaien van een boete veelte weinig voor jonge mensen die in de bloei van hun leven financieelkapot zijn gemaakt.De regering houdt namelijk vol dat hier sprake is van onbedoelde,indirecte discriminatie, veroorzaakt door algoritmes. Dat is niet alleenkwetsend voor al die leerlingen, die tienduizend studenten die nu mogelijkgecompenseerd moeten worden, zoals Ahmed, maar ook aantoonbaaronjuist. Het heeft niet alleen plaatsgevonden vanwege algoritmes, wantwe weten inmiddels dat bij drie van de vier stappen in het controleprocesvan DUO medewerkers betrokken waren. Er was niet alleen sprake vangeautomatiseerde selectie; dat was bij stap één. Bij de overige driestappen waren medewerkers, mensen van DUO, betrokken. Bij debureauselectie, bij de huisbezoeken en bij de eindbeoordeling zijn ervooringenomen keuzes gemaakt door mensen, niet alleen door systemen.Kan de Minister dit erkennen? Kan hij aangeven hoe het staat met decompensatieronde? Hoeveel studenten zijn er gecompenseerd? Is hetbedrag van 61 miljoen, dat eerder begroot is, voldoende? Welke verbete-ringen heeft DUO inmiddels doorgevoerd om discriminatie in de toekomstte voorkomen? Want uit onderzoek blijkt dat studenten met eenniet-Europese migratieachtergrond zes keer vaker handmatig zijngeselecteerd. Dat is niet puur toeval; dat zijn keuzes geweest. Ik vind hetwel raar dat de Minister dat probeert weg te moffelen, ook in zijn brieven,door te stellen dat zijn mensen niet responsief genoeg waren op signalenvan discriminatie. Dat komt over als een slap excuus. Dat is hetzelfde alsiemand omver rijden en dan zeggen «sorry, ik was niet responsief genoegop de signalen van het zebrapad waarover je liep».Voorzitter. Mijn volgende vraag gaat over de Nationale MoslimstudentenEnquête, want hieruit blijkt dat veel islamitische studenten uitsluitingervaren in het hoger onderwijs vanwege hun geloofsovertuiging. Het isvolgens mij goed dat de Minister hierover in gesprek gaat met studenten-verenigingen, maar ik vraag aan de Minister waarom dit soort gesprekkenalleen gevoerd worden als de problemen de spuigaten uitlopen. Waaromis er geen structurele vorm van overleg met studenten? Waarom vindt datoverleg alleen plaats als het controleproces door DUO uit de hand isgelopen? Waarom moet daar weer een enquête aan ten grondslag liggendie vooral negatieve elementen bevat?Voorzitter. Dan een vraag over de imamopleiding, want tijdens debegrotingsbehandeling stond de Minister positief tegenover het voorstelom een Nederlandse imamopleiding mogelijk te maken. Ik ben benieuwdwat de Minister tot nu toe heeft gedaan om een imamopleiding mogelijkte maken.Voorzitter, tot slot. We zien dat er op Nederlandse universiteiten enhogescholen steeds vaker demonstraties plaatsvinden. Studenten sprekenzich uit tegen de wrede moordpartijen in Palestina en massagraven inGaza. Studenten spreken zich er ook over uit dat Nederlandse universi-teiten de banden zouden moeten verbreken met universiteiten die deeluitmaken van de oorlogsindustrie en lesgeven vanuit bezet gebied. Ik benbenieuwd hoe de Minister daarop reflecteert en of hij bereid is om dezeboodschap van al die studenten ook uit te dragen tijdens zijn gesprekkenmet de universiteiten.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Martens-America.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12037 Mevrouw Martens-America (VVD):Gewoon een verduidelijkende vraag aan de heer Ergin. Als we de beeldenvan de afgelopen weken hebben gezien, ook uit Nijmegen, staan dievernielingen voor de heer Ergin dan gelijk aan «zich uitspreken»? Ik vraaghet zodat we dezelfde definitie hanteren als het gaat over demonstreren.De heer Ergin (DENK):DENK staat voor vreedzame demonstraties. We kunnen er telkens weereen specifiek protest of een specifieke demonstratie uit halen en hierspeculeren op basis van dingen die in de krant hebben gestaan. Datkunnen we allemaal doen en er zullen heus ook wel voorbeelden zijn dieniet door de beugel kunnen. Ik ben de laatste die dat zou ontkennen. Maarvolgens mij moeten wij het hebben over de kern. En de kern van het heledebat over studentenprotesten, ook hier in de Kamer, is dat we het teweinig hebben over de problemen die we moeten oplossen. We moetenvoorkomen dat met Nederlandse steun, met steun vanuit Nederlandseuniversiteiten en zelfs met financiële steun vanuit Nederland, eigenlijk eengenocide mogelijk wordt gemaakt. Daar moet het debat over gaan en niettelkens over weer een demonstratie die misschien niet helemaal binnende lijntjes van de regels in Nederland kleurt. Over dat laatste kunnen wehet hebben, maar het heeft niet mijn voorkeur.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik had dit eigenlijk willen laten gaan, omdat ik dacht: ik weet wat de heerErgin hiervan vindt. Maar het moeilijke vind ik, omdat de heer Erginervoor kiest om dit onderwerp op deze wijze te benadrukken, dat ik deheer Ergin ook ken als iemand die altijd opkomt voor groeperingen diezich op onze onderwijsinstellingen niet vrij en veilig voelen. Ik ken hem alsiemand die de Minister elke keer aanspreekt op het feit dat hij nietvoldoende doet om te zorgen dat iedereen daar toegang toe heeft. Danmoet ik ook wel iets heel eerlijk zeggen. Het feit dat er studenten endocenten zijn die vandaag de dag, al zijn het er maar vijf, niet naar deuniversiteit kunnen omdat zij geïntimideerd, gedoxt, lastiggevallen enbespuugd worden, zou onacceptabel moeten zijn. Ik had gehoopt dat almijn collega’s hier zouden zeggen: «Dat is onacceptabel. Eén persoon diethuisblijft in het geval van intimidatie om wie hij of zij is, is onacceptabel.»De heer Ergin kiest ervoor een punt te maken van het feit dat niet iedereende ruimte heeft om te demonstreren.Voorzitter. Onze universiteiten worden gesloopt, voor miljoenen enmiljoenen. Waar is de verontwaardiging daarover van de heer Ergin?Meneer Ergin, uw sterke verhaal, altijd oprecht, over groepen die niet vrijen veilig zijn op onze instellingen, zou zo veel sterker zijn als u vandaaghiervan een punt had gemaakt en een oproep had gedaan aan deMinister: «Minister, er zijn vijf mensen thuis. Hoe gaan wij bewerkstelligendat zij weer terug naar die instellingen kunnen gaan?»De heer Ergin (DENK):Mevrouw Martens-America probeert hier een beeld te schetsen alsofDENK het zou goedpraten dat studenten met welke achtergrond danook ... Ik vermoed dat zij het heeft over studenten met een Joodseachtergrond die zich onveilig voelen. Volgens mij hebben we daar tallozedebatten over gevoerd. We hebben talloze debatten gevoerd waarin iktelkens deze vraag, met andere woorden en in andere vormen, vanmevrouw Martens-America kreeg. Ik weet eerlijk gezegd ook niet meer ofik antwoord moet blijven geven op mevrouw Martens-America, maar ikgeef telkens het antwoord dat wij er altijd voorstander van zijn en ookaltijd voorstellen hebben gesteund die ervoor zorgen dat studentengewoon veilig naar hun school kunnen gaan. We hebben alle voorstellengesteund die zeggen dat intimidatie gewoon onacceptabel is en nietmogelijk moet zijn en dat mensen die andere mensen intimideren, eropTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12038 aangesproken en aangepakt moeten worden. Maar wij gaan ook nietwegkijken van het feit dat er op dit moment, nu wij hier met elkaar eendebat voeren, bommen vallen op Palestijnse kinderen, hulpmedewerkersmet ambulances en al worden begraven en iedereen in dit huis eigenlijkwegkijkt. Daar moeten we het ook over hebben, want daar ligt de woedevan de studenten. Daar ligt de kern van het probleem dat we moetenoplossen. Als we die massademonstraties en studentendemonstratieswillen stoppen, als mevrouw Martens-America dat wil, dan moet ze kijkennaar de kernoorzaken en naar de oorzaak van die demonstraties en dat isde genocide in Gaza. En ook daar ... Ja, ik kan hier wel een heel verhaalhouden.De voorzitter:Wilt u afronden?De heer Ergin (DENK):Maar ook daar zie ik dat de VVD weer één kant op kijkt en het bredereperspectief op dit onderwerp eigenlijk gewoon totaal mist. Jammer.De voorzitter:Een korte vervolgvraag.Mevrouw Martens-America (VVD):Laten we even vooropstellen dat een verschrikkelijke situatie elders geenvrijbrief is om een universiteit helemaal kort en klein te slaan. Ik haak aanop het punt dat de heer Ergin zegt dat hij altijd alle voorstellen heeftgesteund om te zorgen dat iedereen hier vrij en veilig naar school kan. Datheeft de heer Ergin niet. De heer Ergin heeft er zelfs voor gekozen om eenpunt te maken van instellingen die er wél voor kozen om eindelijk eenkeertje daadkrachtig op te treden en private beveiliging in te huren om tezorgen dat mensen niet thuisbleven. Hij heeft ook de Minister explicietopgeroepen en gevraagd om daar terughoudend mee te zijn. Instellingendie er dus wel voor kozen om een keertje daadkrachtig op te treden,werden door de heer Ergin teruggeroepen omdat dat niet veilig en vrij zouzijn en omdat het beperkend zou zijn voor andere studenten. Het is prima.Waarvan akte. De heer Ergin is selectief als het gaat over het opkomenvoor groeperingen die naar onze universiteiten gaan. We hebben het overNederlandse onderwijsinstellingen. Dus: waarvan akte.De voorzitter:Een korte reactie nog, meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Mevrouw Martens-America mag mij voor alles en iedereen uitmaken,maar het gaat er hier om dat die private beveiliging waar mevrouwMartens-America het over heeft, alleen specifieke studenten gingfouilleren, studenten letterlijk buiten het universiteitsgebouw om gingvolgen en in tassen ging neuzen toen studenten naar het toilet gingen. Datis niet mijn manier van het bieden van veiligheid aan studenten, maarkennelijk wel die van de VVD. Dat hebben we dan ook gehoord.De voorzitter:Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Stoffer voor zijn interruptie.De heer Stoffer (SGP):Ik begrijp dat de heer Ergin de Minister wil laten reflecteren en oproeptom banden met universiteiten in Israël te verbreken. Ik ben wel benieuwdof de heer Ergin ook wat betreft andere landen de Minister oproept om debanden met de universiteiten te verbreken, bijvoorbeeld landen waarchristenen vervolgd worden of misschien hele andere landen waar ietsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 12039 anders speelt. Ik ben benieuwd of er buiten Israël ook nog landen zijnwaarmee iets verbroken moet worden.De heer Ergin (DENK):Wordt mij gevraagd dat ik alle 300 landen in de wereld afga? Volgens mijis dat niet de bedoeling van dit debat. Er zullen heus wel redenen zijn, ookbij andere landen ... Ik kom nu even niet op landen – misschien komt datterug in de vervolgvraag van de heer Stoffer – waarbij je echt serieus zoumoeten kijken of je de samenwerking zou moeten stoppen. Maar watIsraël betreft is voor ons en ook voor heel veel studenten in het land –afgelopen zondag zagen we nog in Rotterdam dat tienduizenden mensende straat op gingen tegen de genocide – de genocide wel een heleduidelijke rode lijn als het gaat om het verbreken van banden met landenüberhaupt, maar zeker als het gaat om samenwerking in het hogeronderwijs.De voorzitter:Een vervolgvraag van meneer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ik constateer dat de heer Ergin op dit moment geen andere landen kannoemen waarmee universiteiten hun banden moeten verbreken. Danmisschien de oproep om in een volgend debat daarop terug te komen. Hijkan daar dan de komende tijd eens over nadenken. Het is dus niet directeen vraag, maar wel een oproep voor een volgend debat.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Ergin, een korte reactie daarop.De heer Ergin (DENK):Ik word dezer dagen heel vaak opgeroepen om iets wel of niet te doen.Misschien moeten we dit debat in dit huis wel gaan voeren. We moetenhet debat niet voeren om Israël het hoofd boven water te houden – zo kenik de heer Stoffer wel – maar we moeten een eerlijk debat voeren over watde rode lijn is. Onder die voorwaarde wil ik dat debat zeker voeren met deheer Stoffer. Maar dat moet niet zijn om Israël het hoofd boven water tehouden.De voorzitter:Waarvan akte. Ik geef het woord aan mevrouw Podt voor haar bijdrage.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, dank u wel. Ik zit hier vandaag ter vervanging van mijn collegaJan Paternotte, die ergens anders moest zijn.Voorzitter. Ik heb naar aanleiding van de Voorjaarsnota een serieuze vraagaan de Minister, want er is nog eens een half miljard aan onderwijsbezui-nigingen bij gekomen. We hoorden het net al: niemand zag dit aankomen.Het onderwijs is verdrietig en boos. NSC, de eigen partij van dezeMinister, had het voor, tijdens en na de onderhandelingen geen momentover het onderwijs, net als de VVD, de BBB en de PVV. Deze coalitie noemtongeveer elke post, van de provinciale weg in Kampen tot Indischeweduwen, maar niemand stak een poot uit voor het onderwijs. Na dielange nacht moest alleen iemand nog even de Minister bellen, om temelden dat hij nog een half miljard mag gaan snoeien. Oliedommebezuinigingen op de onderwijskansenregeling en op de basisvaardig-heden van leerlingen. Er komt weer een bezuiniging op onze universi-teiten en onze hogescholen. Er komt een bezuiniging op onze beroepsop-leidingen, want de tekorten zijn daar al zo klein. En er komt zelfs eenbezuiniging op het praktijkleren. De zorgvuldig gesloten deal metoppositiepartijen gaat bij dezen gewoon door de shredder. AfgelopenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120310 vrijdag vroeg deze Minister zich eindelijk eens af: zijn de consequenties enmaatschappelijke gevolgen van de bezuinigingen wel goed doordacht? Ikwil dat ook van hem horen. Gaat hij deze extra bezuinigingen uitvoeren,en, zo ja, hoe?Voor instellingen in het vervolgonderwijs is dit de zoveelste financiëleklap. Naast de maatregelen en de taakstelling voor internationalestudenten, de historische bezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord en dedemografische ontwikkelingen, die met name in de regio effecten hebbenop studentenaantallen, wordt er nu opnieuw een bezuiniging ingevoerd. Isdit nou het werken aan die stabiele bekostiging, zoals de Minister het zelfnoemt? Als de Minister dit kruis gaat dragen, wil ik ook snel duidelijkheidvan hem. Wat is de impact ervan?Ik heb dan ook de volgende vragen. Er wordt extra bezuinigd op het hogeronderwijs: 60 miljoen. Wat is de impact van deze bezuiniging op de toch alkwetsbare financiële positie van onze onderwijsinstellingen, met name inde regio, waar toch al veel ontslagen zijn gevallen? Denk aan Twente,Zeeland en Limburg. Hoe verhoudt deze extra bezuiniging zich tot derechtszaken die aangekondigd zijn door universiteiten, vanwege hetopenbreken van het bestuursakkoord? Er wordt bezuinigd op het mbo. Hetis zeer onverstandig om op vakmensen van de toekomst te bezuinigen,terwijl de tekorten al zo groot zijn. Hoeveel mbo’ers worden hierdoorminder opgeleid? Welke opleidingen en instellingen worden hierdoorgeraakt? Ten slotte wordt er gesneden in het praktijkleren. Hoeveelstageplekken gaan hierdoor verdwijnen? En wat is het effect hiervan op dekansen van leerlingen en studenten?Voorzitter. Er moet mij iets van het hart. Afgelopen najaar hebben eenaantal oppositiepartijen – we hoorden het net al – hun nek uitgestoken omde OCW-begroting door het parlement te krijgen. Nog geen twee wekengeleden heeft de Eerste Kamer ingestemd met de OCW-begroting. En nukomt de coalitie alweer terug op deze afspraak, en bezuinigt gewoon oppraktijkleren en het mbo. Partijen als het CDA, de ChristenUnie, de SGP enJA21 hadden juist de afspraak gemaakt: doe dat nou niet! Brutaal enonbeschoft, zou ik het willen noemen. Ik wil graag een reactie van deMinister.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Podt. Dan is het woord aan de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Het wetenschappelijk onderwijs is al een behoorlijke tijd eenlagedrukgebied. Er is namelijk sprake van een gestage opwaartse stroomom een steeds hoger opleidingsniveau te krijgen en het liefst in testromen in de universiteit. Maar tegelijk neemt, paradoxaal genoeg, ookde praktijkgerichte druk steeds verder toe. Die druk was er, terecht, allanger in het vmbo. Vervolgens kreeg dit, begrijpelijkerwijs, voet aan degrond in de havo. Maar inmiddels horen we ook steeds vaker pleidooienvoor een praktijkgericht vwo. De SGP heeft de indruk dat we met ditlaatste van de regen in de drup komen.Voorzitter. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid van de Minister hoort deSGP graag wat hij van de praktijkgerichte druk in het onderwijs vindt. Pastdeze toenemende vermenging bij de noodzaak om duidelijker te profilerentussen hbo en wetenschappelijk onderwijs? Elke student op de juiste plekkrijgen, begint ermee dat we elke onderwijssoort op de juiste plekhouden. Is er niet eerder noodzaak om het vwo academischer te maken inplaats van praktijkgerichter? Wat doet de Minister daar concreet aan?Voorzitter. Als het gaat om de bekostiging is er op veel fronten drukte. Ikvraag hier aandacht voor drie punten. Het eerste: de SGP vindt het eengoed voornemen van de Minister om niet meer met tijdelijkeprogramma’s en projecten te werken. Het systeem van de kwaliteitsaf-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120311 spraken in het mbo is bijvoorbeeld erg intensief. Kan de Ministerbevestigen dat zulke programma’s na 2027 niet in een ander jasje alsnogeen vervolg krijgen?Het tweede: de SGP onderschrijft de analyse van de Onderwijsraad dat wehet opleidingsaanbod niet alleen moeten bekijken door de bril van dearbeidsmarkt en de maatschappelijke opgave, maar ook in het perspectiefvan keuzevrijheid en profilering. De identiteit van een instelling is eigenlijkals zodanig een maatschappelijke opgave en is bijzonder relevant voor dekeuze van studenten, bedrijven en organisaties. Kan de Minister beves-tigen dat denominatie voluit van belang blijft als criterium bij de ontwik-keling van het opleidingsaanbod en de inzet op regionale samenwerking?Krijgt dit ook een plek in het beleidsinhoudelijk kader van macrodoelma-tigheid?Het derde punt: de SGP steunt de keuze van de Minister om eerst gedegente verkennen wat de effecten van nieuwe bekostigingssystemen zijn,voordat we oude schoenen weggooien. Neemt hij ook de inbreng van deVereniging Hogescholen mee dat er betere alternatieven zijn dan hetinvoeren van capaciteitsbekostiging? Hoe reageert de Minister op dekritiek van hogescholen dat de beproefde structuren van samen opleidenmet het funderend onderwijs onder druk staan door het verleggen vangeldstromen naar de onderwijsregio’s?Voorzitter. Dan heel wat anders. Bij de begroting voor 2025 heeft deKamer uitgesproken dat er een actieplan moet komen voor de toekomstvan de talenstudies Frans en Duits. Het is belangrijk dat er gezamenlijkeafspraken komen over de noodzakelijke basis die we in Nederland willenbieden. Kan de Minister vertellen hoe het staat met de uitwerking van ditamendement?Voorzitter. Ook in de voorbereiding van dit debat is gebleken dat instantieszoals de Onderwijsraad en de Adviesraad voor wetenschap, technologieen innovatie een belangrijke bijdrage leveren aan het ontwikkelen vanzorgvuldig beleid. Daar moeten we dus zuinig op zijn. Maar toch krijgendeze organisaties naast een efficiencykorting ook nog een algemenekorting opgelegd. Mijn vraag is of de Minister de algemene korting wilheroverwegen.Voorzitter, tot slot de financiële situatie van studenten. De Minister geeftaan dat hij geen reden ziet om financiële regelingen aan te passen. DeSGP begrijpt dat het tij niet gunstig is voor investeringen, maar kan deMinister wel uitleggen hoe hij tegen de blijvende verschillen tussen mboen hoger onderwijs aankijkt? De maximale bedragen om te lenen zijn voormbo’ers bijvoorbeeld beperkter. Is daar een goede reden voor of is er eengoede reden om dat gelijk te trekken?Tot slot, voorzitter. We kregen hier onlangs een petitie over collegegeldvrijbesturen. Mijn vraag is of de Minister mogelijkheden ziet om dat tebevorderen.Dank u wel.De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ik was wel even benieuwd naar het volgende. We hebben de heer Krul netgehoord over het openbreken van de afspraken met de goedgezindeoppositie. Ik vroeg me af of de heer Stoffer daar misschien ook even opwil reflecteren. Ik kan me namelijk voorstellen – ik zal natuurlijk nietdezelfde woorden gebruiken als ik bij collega Krul heb gedaan – dat hijzich ook wel een beetje bedonderd voelt.De heer Stoffer (SGP):De heer Krul en ik zijn in meerdere opzichten geestverwanten, praktischen geestelijk. Dank voor de vraag. Ik heb in de interruptie op de heer KrulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120312 aangegeven dat ik de verbolgenheid deel. Laat ik helder zijn: ook ik vindhet opmerkelijk en ook wij kwamen er pas achter op het moment dat deVoorjaarsnota naar buiten kwam. Dat maakt het nog moeilijkerverteerbaar. Dus ja, ik deel die verbolgenheid. Maar de heer Krul heeft hetzo mooi verwoord, dat ik dacht: dat hoeft niet meer. Hij had me er vantevoren ook van op de hoogte gesteld dat hij dit ging doen. Wat datbetreft sluit ik me bij die vragen en die verbolgenheid aan.De voorzitter:Een vraag van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Betekent dit ook dat de SGP zich aansluit bij de rode lijn van het CDA? Zijgaan deze extra bezuinigingen namelijk niet steunen.De heer Stoffer (SGP):Ik heb niet zo snel een rode waas voor ogen. Ik wacht eerst de beant-woording van de Minister af. Ik denk dat je dat geheel moet overwegen.Dan gaan we kijken waar we staan. Maar laat ik heel helder zijn: zoals iknet al zei, zit de verbolgenheid – ik denk dat dat een goed woord is om hetuit te drukken – er bij ons ook zeker. Maar we luisteren eerst naar deMinister en kijken dan of er wel of geen lijn overschreden is. Wij kijkenaltijd verder, want ik kan wel zeggen «dit is een rode lijn», maar je moet indit land ook verder. Je moet blijven besturen. Daar hebben wij als SGP alzo lang als we bestaan voor gestaan, denk ik. Dat doen we al meer dan100 jaar. Ik sta in de traditie van De Vries en Van der Staaij, die zeggen datwe altijd met redelijkheid moeten kijken, argumenten moeten aanhorenen dan moeten kijken hoe we dat wegen en waar we staan. Tot nu toe ishet nog geen rode lijn, maar dat zou het kunnen worden. Je weet maarnooit.De heer Van Houwelingen (FVD):De heer Stoffer begon zijn betoog met een heel strikt onderscheid – datverbaasde me – tussen theoretisch onderwijs en praktisch onderwijs inhet hoger onderwijs. Is dat niet bijvoorbeeld ook zo in het academischonderwijs? Neem geneeskunde. Een chirurg moet toch praktischevaardigheden hebben. Waar komt het vandaan dat u daar zo strikt aan wilvasthouden?De heer Stoffer (SGP):Toch mooi dat een gepromoveerd academicus zo’n vraag stelt. Dat doetme goed. Ik ben zelf een redelijk praktisch opgeleide academicus: eeningenieur, civiel ingenieur. Het is heel goed dat er in het havo bijvoorbeeldeen techniek-havo komt. Dat er aandacht voor techniek is, is heel goed.Maar als we kijken naar onze positie in de wereld, vinden we wetenschap,echt fundamentele wetenschap, fundamenteel onderzoek, echt essentieel.Volgens mij is de Minister die hier zit een voorbeeld van iemand die opdie manier is opgeleid, als gepromoveerd natuurkundige. We hechten erenorm aan dat we ook echt academisch onderwijs blijven houden enacademische vorming hebben, ook om te zorgen dat we in dit land watdat betreft concurrerend blijven met de rest van de wereld. De vorigeMinister die hier zat, had volgens mij eenzelfde soort achtergrond als dezeMinister, maar die gaf altijd aan: als je het academisch goed wilt doen,moet je ook een sterk mbo hebben; als je prijzen wilt winnen, moet je ookiemand hebben die alles kan bouwen. Dat vond ik mooi. Hij gaf ook hetvoorbeeld dat als je een of andere Nobelprijs wilt winnen, je een mbo’ernodig hebt die zorgt dat je 10 graden extra kunt koelen. Dus het is het een– heel belangrijk – en het ander, maar je moet het niet allemaal opéén hoop gooien, want dan krijg je een soort hutspot waarvan je denkt: ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120313 onderscheidt niet meer. Dus wij hechten aan een heel sterke praktijk enook een heel sterk academisch onderwijs.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Het is heel interessant wat de heer Stoffer zegt. Daar wil ik een korteopmerking over maken. Je moet het inderdaad niet op een hoop gooien.Maar toevallig is het zo dat in ieder geval in het bedrijfsleven nu wordterkend – Vance heeft daar onlangs nog een speech over gegeven – dat hetscheiden zoals Apple dat bijvoorbeeld doet, maar moeilijk kan. Apple doetin Californië de ontwikkeling en de theorie en in China vindt het fabricerenplaats. Maar men ziet daarbij dat die innovatie daarmee verweven is endat je dat alles heel moeilijk uit elkaar kan houden. Productie, innovatie enproductinnovatie zijn één geheel. Ik snap wat u zegt, maar in de praktijk –om dat woord maar weer te gebruiken – werkt het toch wellicht anders.De heer Stoffer (SGP):Nee, ik ben het ermee eens dat je dat juist bij elkaar moet houden. Zojuistrefereerde ik aan de vorige Minister, toenmalig Minister Dijkgraaf, dietelkens aanhaalde: als je als wetenschapper wat wilt, dan heb je directiemand nodig die voor jou de systemen kan bouwen enzovoorts. Dus jemoet dat bij elkaar houden, en niet het ene hier doen en het andere inChina. Maar je moet wel zorgen dat ook het wetenschappelijke niveau, hetacademische niveau, echt kan floreren. Wat dat betreft vind ik hetbelangrijk dat we zorgen dat er ook in de toeleidende weg daarnaartoe,bijvoorbeeld op het vwo, echt academisch niveau mogelijk blijft en dat jeniet denkt: laten we nu alles maar praktijkgericht maken. Dus: het een enhet ander. En die combinatie, maar dan nadrukkelijk met de gedachte «wemaken er geen hutspot van, maar het wordt echt opgediend als eenculinair iets, waarbij je apart die smaken proeft», vind ik heel essentieel. Ikheb daar graag de discussie over, want als het anders is, moet je elkaardaar ook van kunnen overtuigen. Dus dit is heel goed. Dank dat Forumvoor Democratie die vraag stelt. Ik luister straks ook graag naar hoe deMinister daartegen aankijkt.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Van Houwelingen voor zijn bijdrage.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank u, voorzitter. Vier vragen, vier minuten, dus ik ga maar gelijk vanstart.Ik las in de brief van de Minister – en dat lijkt me een hele goededenkrichting – dat de financiering van het toekomstig stelsel wellichtminder op studentenaantallen gebaseerd zal zijn. Die manier vanfinancieren heeft natuurlijk allemaal negatieve bijeffecten gehad,waardoor onder andere universiteiten heel veel studenten gingenaantrekken uit het buitenland. We kennen de verengelsing van hetonderwijs en de druk op de woningmarkt. Ik zou daar de volgendeopmerking bij willen plaatsen, want ik ben gewoon heel benieuwd hoe deMinister tegen dat idee aankijkt. Wellicht kan het zo zijn dat je als landacademische disciplines zoals Sanskriet en klassieke talen, waarbij zichmisschien heel weinig studenten of zelfs geen enkele student aanmeldt,toch wil behouden op die en die universiteiten. Zou dat daarmee ookonderdeel kunnen zijn van een toekomstig financieringssysteem? Dat ismijn eerste vraag.Mijn tweede vraag betreft DEI. Wij zijn natuurlijk heel blij met de executiveorder van Trump dat het DEI, dus het diversity-, equity- en inclusiebeleid,niet meer mag aan Amerikaanse universiteiten en min of meer verbodenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120314 is. Je krijgt geen financiering meer. Zoals bekend is het DEI een orwelli-aanse term. Als het bijvoorbeeld om diversiteit gaat, is het helaas zo –daar hebben we eerder een debat over gehad met de Minister – dat erecht een monocultuur is op universiteiten. Ik noem een paar voorbeelden.Jan van de Beek, een goed immigratiedeskundige, denkt anders overmassamigratie. Hij kan nergens emplooi vinden aan een Nederlandseuniversiteit – dat heeft hij ook mooi beschreven – ook al kan hij zijn eigengeld meebrengen. Neem Marcel Crok, ook een erkend deskundige op hetgebied van klimaat. Hij is nergens welkom op Nederlandse universiteiten.Zo kan ik allemaal voorbeelden nagaan. We hebben dus een enormemonocultuur op de universiteiten, en ik denk dat dit ook komt door hetDEI-beleid en door equity. Alles is omgekeerd: equity, gelijke kansen. Wehebben het er ook eerder over gehad. De universiteit in Eindhoven heeftonder het mom van dat beleid zelfs een verbod ingesteld voor mannen –dan weten ze ineens wel weer wie man en vrouw is, hè – om te sollici-teren. De rechter heeft de universiteit ook teruggefloten. Je ziet dus datalles omgekeerd is. Inclusie is hetzelfde verhaal. Probeer maar eens alseen publieke FVD’er emplooi te vinden aan een universiteit. Dat isonmogelijk. Je ziet dus hoe dat beleid uitwerkt en hoe dat in strijd is metonze kernwaarden. Mijn vraag is dus: zou de Minister niet eigenlijk hetbeleid van zijn Amerikaanse collega moeten overnemen en zeggen dat wedit gewoon niet willen op universiteiten omdat het in strijd is met onzekernwaarden, dat we ermee moeten stoppen en dat, als universiteiten hetdan toch blijven doen, ze geen financiering meer krijgen? Ik heb hetgisteravond nog even opgezocht: alle universiteiten hebben zo’nDEI-centre. Mijn tweede vraag is dus: moeten we daar niet mee stoppen?Mijn derde vraag gaat over dat plan dat de Minister vorige maand heeftafgekondigd en waar heel veel kritiek op was. Ik ben benieuwd hoe deMinister daar nu tegen aankijkt. Het plan was om wetenschappers uit hetbuitenland naar Nederland te halen. De Minister heeft daar tientallenmiljoenen voor vrijgemaakt op de begroting, naar ik begrijp via de NWO.Wij willen trouwens sowieso af van de NWO. Er worden nu zo veelwetenschappers ontslagen op Nederlandse universiteiten. We hebben hetnu ook weer over bezuinigingen. Is het dan niet heel wrang dat er apartgeld wordt vrijgemaakt op de bestaande begroting voor buitenlandsedocenten, die waarschijnlijk ook voor een groot deel uit Amerika gevluchtzijn om die DEI-redenen? Wat Forum voor Democratie betreft zouden zedaarom juist niet naar Nederland moeten komen.Als laatste wil ik hier nog op één specifiek geval ingaan, omdat dat iets iswat ons ook zorgen baart. Dat gaat over de enorme bezuiniging die hetUniversity College Roosevelt in Middelburg nu treft. De Minister heeftdaar wellicht van gehoord. Maar liefst een op de drie docenten en allehoogleraren worden ontslagen. Daar zitten echt pareltjes tussen. Daarwaren namelijk nog wel hoogleraren – het komt dus her en der wel voorin Nederland – die anders denken, zoals Jaap Hanekamp. Ik weet dat deMinister dat ook op prijs stelt. Die hoogleraren die bijvoorbeeld andersdenken over het stikstofbeleid zijn allemaal midden in het semester bij hetgrofvuil gezet. Het is echt ongelofelijk wat daar gebeurt. De studenten zijndaar zelfs gaan staken. Dat is eigenlijk ook ongehoord. Ik kan niets anderszeggen dan dat het bestuur op die universiteit volstrekt incompetent is. Zehebben het zelfs gepresteerd om een docente te ontslaan en weer aan tenemen, omdat ze er een paar weken na het ontslag achter kwamen dat zehet semester niet af konden maken en de studenten geen cijfers kondenkrijgen. Dat is dus één grote janboel. De instelling die daar primairverantwoordelijk voor is, is de Universiteit Utrecht. Dat besef ik, maar diedoet niks. Die trekt de handen ervan af.Mijn laatste vraag aan de Minister is dus de volgende. Ik snap dat hij hiernu niet snel een oordeel over kan geven, maar zou hij zich daar alssysteemverantwoordelijke in willen verdiepen? Het hele Nederlandsehoger onderwijs staat nu ook internationaal te kijk door wat er op het UCRTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120315 gebeurt. Zou hij als Minister en systeemverantwoordelijke willentoezeggen om gewoon te kijken wat daar in hemelsnaam gebeurt? Dat ismijn laatste vraag.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Hoeff van de PVV.De heer Van der Hoeff (PVV):Voorzitter, dank u wel. Dank aan de Minister voor de brief inzake detoegankelijkheid en doorstroom in het hbo en wo. Er waren genoeginteressante dingen in te lezen, maar ik stoorde me toch wel aan hetgedweep met kansengelijkheid en de tendentieuze benadering vanselectieprocedures. Selectie moet plaatsvinden op basis van kwaliteiten ofde potentie van een student. Dat sommige groepen hierin slecht uit detest komen, betekent niet noodzakelijk dat de selectieprocedure tekort-schiet. De PVV zal het vandaag echter voornamelijk over een andere boeggooien. Er zijn simpelweg te veel punten om te bespreken, dus daarommaken we wat keuzes.Ook de Wet internationalisering in balans vergt immers nog aandacht;nog steeds, helaas. Nog steeds krijgen wij bezorgde instellingen aan dedeur die vrezen aanzienlijk te moeten gaan krimpen of zelfs de deur temoeten gaan sluiten. Wat de PVV betreft mogen we dit voornamelijktoeschrijven aan een nodeloze bangmakerij. Het doel van de Wib en zijntaaltoets is duidelijk: onnodige, anderstalige studies en hun hordesgesubsidieerde buitenlandse studenten moeten ruimte maken voor debelangen van Nederland. Als het aan de PVV lag, waren we nog een stukverder gegaan dan nu. We moeten tevreden zijn met wat we hebben,maar laten we ook eerlijk zijn over de wet. Het betekent uiteraard niet datelke opleiding met een anderstalige studie of een studie die voor eengedeelte in een andere taal wordt gegeven, moet sidderen van angst voorhet zwaard van de Minister. Zo scherp is dat zwaard van de Minister niet.Noch zou de wettekst instellingen die indruk moeten geven. Er zijngewoonweg uitzonderingsgronden mogelijk, die degelijk zijn geformu-leerd. Graag een reflectie van de Minister op wat de eigenlijke redenenvoor deze aanhoudende zorgen kunnen zijn.Voorzitter. Hoewel we binnenkort een debat daarover op de agendahebben staan, wil ik ingaan op de toestand aan de universiteiten. Dezwakheid van de Minister tekent immers zijn hele ambtsperiode. Als hetniet gaat over de schikking met de discriminatieroepers, wat de belasting-betaler miljoenen heeft gekost, dan gaat het wel over zijn constanteterughoudende opstelling tegenover het verderfelijke pro-Palestina-tuig.Kennelijk schuilt hij liever achter de luide, militante organisaties enuniversiteitsbesturen dan achter de eerlijke, hardwerkende, studerendestudent. Ik zal er nader op ingaan wanneer we binnenkort specifiek overdit onderwerp gaan spreken, maar ik zou hier nu toch al van de Ministereen reflectie op willen zien. We weten dat hij, conform artikel 2.5 van deWet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voorwaardenkan stellen aan de bekostiging van universiteiten. We weten ook dat deGrondwet de Minister oproept de onderwijsvrijheid te respecteren. Maarwe weten ook dat dit nog steeds een aanhoudende zorg is voor deoverheid, waarbij de bekwaamheid van de instellingen in acht moetworden genomen. Het staat immers in de wet. Hoe toont het enigebekwaamheid om constant studenten in gevaar te brengen door geweld-dadige criminelen hun goddelijke gang te laten gaan? Het is nu toch zekerwel tijd om de universiteitsbesturen te corrigeren en ze te laten voelen alsze niet willen luisteren? Graag een reactie van de Minister.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Six Dijkstra.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120316 De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u wel, voorzitter. Er staan vandaag belangrijke thema’s op deagenda. In het bijzonder wil ik het hebben over de plaats van het Engels inhet publiekbekostigde hoger onderwijs en de bestaanszekerheid vanstudenten. Het is goed om eens te debatteren met de commissie OCW enmet Minister Bruins. Mijn waarde collega Annemarie Heite, onzewoordvoerder op deze dossiers, was helaas vandaag verhinderd. Maarhet kleine onderdeel DUO en stufi valt toevallig wel weer binnen mijnportefeuille.Voorzitter. Allereerst het terugdringen van de verengelsing van hetcurriculum. We hebben er in principe geen bezwaar tegen als eenopleiding in het Engels wordt aangeboden, mits daar wel een goedereden voor is, bijvoorbeeld als het aantoonbaar helpt om tekorten in dearbeidsmarkt terug te dringen. Maar dat brengt me wel op een kritischpunt: het arbeidsmarktcriterium, zoals dat nu voorligt in de concept-AMvBvan de Wet internationalisering in balans, schiet op dit punt nog tekort.Het enkele feit dat een opleiding opleidt tot een beroep met tekorten iswat ons betreft niet voldoende. Veel internationale studenten blijvenimmers na hun studie niet in Nederland. Daarom pleit Nieuw SociaalContract voor een aanscherping. Om een beroep te doen op dezeuitzonderingsgrond moet een instelling ook aannemelijk kunnen makendat buitenlandse studenten die voor de opleiding in kwestie kiezen ookdaadwerkelijk na diplomering in Nederland gaan werken en nietteruggaan naar het land van herkomst. Deelt de Minister deze analyse? Ishij bereid om het criterium op dit punt aan te scherpen?Voorzitter. Een andere zorgelijke ontwikkeling, die losstaat van de waardevan internationale oriëntatie, is de hoge instroom van studenten uitandere lidstaten. Dat kost onze samenleving heel veel geld: € 9.000 perstudent per studiejaar. Daarnaast kunnen ze vrij eenvoudig ...De voorzitter:U heeft een interruptie ...De heer Six Dijkstra (NSC):O, een interruptie! Dan onderbreek ik mijn betoog even.De voorzitter:... van mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):De Wib is natuurlijk al aangescherpt, hè. Er zijn nu heel veel zorgen overdie taaleis. Wat de VVD betreft is het een wet die in balans moet zijn. Maarals ik Nieuw Sociaal Contract zo hoor, gaat ook de aanscherping nog nietver genoeg. Heb ik dat goed begrepen?De heer Six Dijkstra (NSC):Op dit punt wel, als het specifiek gaat om het arbeidsmarktcriterium. Mijnpunt is eigenlijk als volgt. Als een goede Franse student informatica inNederland komt studeren en daarna weer teruggaat naar Grenoble, danheeft de samenleving daar minder aan dan wanneer studenten hierkomen die binding hebben met het land en ook weer in Nederland aan hetwerk gaan in de tekortsectoren. Op dat punt zouden wij graag eenaanscherping willen zien.De voorzitter:U bent enthousiast door uw interrupties heen aan het gaan, mevrouwMartens. Nog een korte vervolgvraag.Mevrouw Martens-America (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120317 Ja, mijn laatste. Het gaat natuurlijk om het effect dat het uitstraalt, hè. Defractie van Nieuw Sociaal Contract is bijvoorbeeld ook eigenlijk voor hetstoppen van de expatregeling. Dat heeft ook een gevolg voor hetaantrekkelijk maken van Nederland als vestigingsland voor internationaaltalent. Als je de Wib en de taaleis nog verder aanscherpt, dan heeft datnatuurlijk ook gewoon effecten voor mensen die er al dan niet voor kiezenom naar Nederland of naar Duitsland te gaan. Is Nieuw Sociaal Contractdan nergens bang voor het feit dat wij ons volledig achter de dijkenverstoppen en elke vorm van talent mislopen? Hoe gaat Nieuw SociaalContract dat dan ook voorkomen?De heer Six Dijkstra (NSC):De reden dat we deze aanscherping op deze manier willen, is omdat wejuist willen dat mensen die hierheen komen ook zullen bijdragen aanbijvoorbeeld het vestigingsklimaat van Nederland en het stimuleren vanonze economie. Als je het hebt over de tekortsectoren, dan is het dus juisthandig dat als mensen ervoor kiezen om in Nederland te studeren, zij opeen gegeven moment ook in Nederland gaan werken en eraan bijdragendat de investering die wij als samenleving in die studenten stoppen, zichook weer terugbetaalt naar de samenleving toe.De voorzitter:Gaat u verder.De heer Six Dijkstra (NSC):Dank u.De voorzitter:O, nee, sorry. Ik zag meneer Krul te laat. Ik geef hem dus het woord vooreen interruptie.De heer Krul (CDA):Ik ben allesbehalve een liberaal, maar ik neem toch aan dat op hetmoment dat mensen hier komen studeren, we ze moeilijk in detentiekunnen plaatsen om te voorkomen dat ze weggaan? Hoe gaan we dat dandoen? Hoe kan een instelling nou garanderen dat een student blijft?De heer Six Dijkstra (NSC):Die garanties willen wij zeker niet. We hebben het over het aannemelijkmaken ervan door opleidingen die hier een curriculum aanbieden en veelinternationale studenten zullen aantrekken omdat het in het Engels is. Zemoeten het kunnen aantonen, bijvoorbeeld omdat in het curriculumruimte is voor het onderwerp strategische autonomie, omdat er strate-gische partnerschappen zijn met Nederlandse bedrijven, omdat zeduidelijk kunnen meten dat studenten die hierheen komen op termijn ookin Nederland blijven. Dat is juist wat we moeten doen. Het gaat dus nietom individuele studenten. Die moet je niet in detentie plaatsen. Maar ikdenk wel dat je het kan aanscherpen en dat aan de kant van universiteiteneen plicht zit om te kunnen beargumenteren waarom studenten die hierstuderen ook iets terug zullen geven aan de samenleving.De heer Van Houwelingen (FVD):Dit is wel een onderwerp dat me erg interesseert. Hoe kijkt NSC dan aantegen het feit dat we nu, zoals u zelf ook gezegd heeft, buitenlandsestudenten financieren? Ze hoeven vaak het instellingstarief niet te betalenen krijgen soms ook studiefinanciering, terwijl er ook – dat is iets wat onssteekt – heel veel volwassen Nederlanders zijn die graag een studiezouden willen volgen. Zij moeten wel het instellingstarief betalen. Onzeeigen bevolking kan het niet betalen, maar ondertussen financieren weTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120318 wel buitenlandse studenten. Dat is het dilemma. Zouden we daar niethelemaal mee moeten stoppen, is mijn vraag.De heer Six Dijkstra (NSC):Ik zou zeker niet zeggen dat we daar helemaal mee moeten stoppen. Maarwij zijn wel kritisch op het gemak waarmee internationale studenten uit deEER-regio in Nederland studiefinanciering kunnen aanvragen. Dat wilde ikverderop in mijn spreektekst nog benadrukken, dus misschien kan ik ge-woon doorgaan. Dan zal ik het daar benoemen, als de heer Van Houwe-lingen daar content mee is.De voorzitter:Gaat u verder.De heer Six Dijkstra (NSC):Hij geeft aan van wel. Een internationale student kost de samenleving€ 9.000 per student per studiejaar. Daarnaast kunnen zij vrij eenvoudigstudiefinanciering aanvragen, eenvoudiger dan in andere landen, terwijl80% van hen niet in Nederland blijft werken. Hoe je het ook wendt ofkeert, zo worden publieke middelen niet ingezet als investering in detoekomst van Nederland. Ik weet dat de Minister deze zorgen omtrent hetgemak waarmee internationale studenten stufi kunnen aanvragen deelt enheeft geprobeerd om in EU-verband tot een oplossing te komen. Helaasontbreekt de politieke wil nog in andere lidstaten. Maar daar kunnen weons toch niet zomaar bij neerleggen? Onderkent de Minister dezenoodzaak en kan hij toezeggen dat hij dit onderwerp blijft agenderentijdens de komende OJCS-Raden?Voorzitter. Dan ga ik naar mijn laatste twee onderwerpen, te beginnen metde bestaanszekerheid van studenten. Dit thema gaat Nieuw SociaalContract zeer aan het hart. We zijn blij met de verhoging van hetminimumjeugdloon, dat we in de Voorjaarsnota-onderhandelingenhebben bereikt. Maar om de rechten van studenten te kunnen borgen,moet de overheid ook toegankelijk en begrijpelijk voor ze zijn. In de briefvan de Minister laat hij zien dat het studiefinancieringssysteem voorstudenten onvoldoende inzichtelijk is. Daarom zouden we graag willenpleiten voor een toegankelijke DUO-app waarmee studenten eenvoudighun financiële situatie kunnen inzien. In tegenstelling tot andereoverheidsapps is die er nog niet, terwijl het vrij makkelijk te realiseren zoumoeten zijn. Erkent de Minister de meerwaarde hiervan en is hij bereiddeze app te laten ontwikkelen?Voorzitter, tot slot mijn derde punt: risicoprofileringsalgoritmen bij DUO.Collega Ergin had het daar ook al even over. Hier is natuurlijk al eerderuitgebreid over gesproken door de Kamer. Ik was benieuwd of de Ministereen update kan geven. Kan hij garanderen dat DUO bij fraudebestrij-dingen het risico op discriminatie daadwerkelijk heeft afgevangen?Voldoet DUO verder aan alle eisen die volgens de AP voortvloeien uit deplichten conform de AVG, zoals het hanteren van passende wiskundige enstatistische procedures, het recht op betekenisvolle menselijke tussen-komst en het recht op het kunnen aanvechten van een besluit? In dit kaderis het goed om te noemen dat ik bezig ben met een initiatiefwet om eenverplichte terugkerende toets op risicoprofileringsalgoritmen wettelijk teverankeren.Dat was het van mijn kant.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Tot vorige week leek het erop dat er voor 1,2 miljard bezuinigd gingworden op het onderwijs. Dat noemde uw eigen Minister «heel pijnlijk»,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120319 eigenlijk al maandenlang. Het hele land stond vol met stakingen enprotesten, van Amsterdam tot Leiden tot Groningen tot Tilburg. De grotehoop tijdens de miniformatie van de afgelopen weken was dat er nog ietszou gaan lukken. Wat blijkt dan aan het eind van die miniformatie? Erwordt nog eens 500 miljoen extra bezuinigd. De vraag is heel simpel: watheeft NSC zitten doen tijdens die onderhandelingen?De heer Six Dijkstra (NSC):Ik beperk mij hier even tot mijn woordvoerderschap en de orde van hetdebat. Dat gaat over het hoger onderwijs. Dan hebben we het inderdaadover een bezuiniging van 58,8 miljoen. Dat is vooral een dekking vantegenvallers. Dat is pijnlijk. Elke bezuiniging is pijnlijk. Dat zouden weinderdaad liever niet gehad willen hebben. Maar dat is vaak wel de aardvan een compromis: als je met een paar partijen een politieke samen-werking hebt, komen er soms pijnlijke bezuinigingen uit. Dit is daar eenvan.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Heeft NSC überhaupt geprobeerd om een deel van de bezuiniging, van die1,2 miljard, van tafel te krijgen, of was gelijk duidelijk: hier gaat niemandvoor vechten en de uitkomst is nog een extra bezuiniging van 500 mil-joen?De heer Six Dijkstra (NSC):Tijdens de onderhandelingen over de Voorjaarsnota hebben we een paarhele mooie punten binnen gehaald. Ik noemde net al het minimum-jeugdloon. De sociale advocatuur is er ook eentje. Een ander punt betreftrechtvaardige uitkeringen voor de personen die recht hebben op eenWIA-uitkering. Voor onderwijs zat dat er niet in. Dat is een afweging diegemaakt is en die is deze kant op gevallen.De voorzitter:Dan is het woord aan de heer Stultiens voor zijn bijdrage.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank. Er is al veel gezegd over de bezuinigingen, dus ik sluit me aan bij dewoorden van onder anderen collega Podt. Ik ben wel benieuwd hoe deMinister zelf aankijkt tegen deze forse extra bezuiniging, die opeens uit dehoge hoed komt. Waar ligt voor hemzelf de grens? Hoelang blijft hij nogde slechte plannen van de coalitie verdedigen en overnemen? Wanneerzegt hij een keer: dit is mijn grens; tot hier en niet verder? Ik kijk ook deoppositie aan vandaag. Ik ben blij om te horen dat een aantal woord-voerders zeiden: dit gaan wij niet steunen. We hebben als oppositie eenmeerderheid met elkaar in de Eerste Kamer om dit tegen te houden.Mensen in het land roepen ons er bij protesten al maandenlang toe op omdit niet te doen. Ik hoop echt dat het deze keer lukt om dit van tafel tekrijgen, want ik hoor vandaag de C3 al zeggen: dit gaan wij niet steunen.Ik geef de Minister dus vast een tip: bel de Minister van Financiën op enzeg dat u te weinig geld heeft om steun te krijgen, en doe dat deze keergraag tijdig.Een ander heet hangijzer is de Wib, over de internationale studenten. Watmij betreft is deze wet nu niet in balans. Ik vind het interessant om te ziendat vandaag de provincies, burgemeesters, universiteiten en VNO-NCWallemaal zeggen: schrap de bureaucratische taaltoets voor bestaandeopleidingen. Laat die mensen niet anderhalf jaar bezig zijn met bureau-cratie, met extra papierwerk, want we kunnen zo veel betere dingen doen.Ik hoop dat de Minister – ik kijk hem aan – deze oproep steunt, want ikdenk dat het een hele goede oproep is, ook gelet op het brede draagvlakin het land. Graag een reactie op deze harde eis van de universiteiten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120320 Dan de beleidsregel publiek-privaat, waardoor universiteiten enhogescholen nu opeens veel meer geld moeten gaan vragen aanstudenten die willen sporten. De prijzen gaan omhoog van € 200 naar€ 700. Ik vind dat onbegrijpelijk. Het is een soort doorgeslagen markt-werking, waardoor we nu opeens moeten gaan concurreren metbedrijven, terwijl het overduidelijk in het belang is van studenten, van hunmentaal welzijn, dat er toegankelijke faciliteiten, waaronder sportfacili-teiten, zijn. Ik roep de Minister op om dit plan te herzien. In antwoord opKamervragen zei de Minister dat er niets gaat veranderen. Dat is volgensmij ridicuul, want alle universiteiten zeggen dat ze nu juist wel dingenmoeten gaan wijzigen ten opzichte van de afgelopen jaren. Ik wil daar dusgraag een beter antwoord op.De onderwijsinspectie trekt aan de bel vanwege het feit dat een kwart vande wo-masters op dit moment per definitie hbo-bachelors uitsluit. Dat istegen de wet. Ik ben benieuwd hoe de Minister dit gaat oplossen, wantalleen maar een briefje ter herinnering vind ik wat slap als het gaat omeen overtreding van de wet. Volgens mij moet hij duidelijker maken hoede wet wel gevolgd gaat worden. Daarbij sluit ook de oproep vanstudenten zelf aan: waarom krijg je voor een hbo-bachelor plus eenhbo-master wel vijf jaar een basisbeurs, maar voor dezelfde bachelor meteen wo-master niet? Ik vind dit scheef.Ik sluit me aan bij de vragen van de SGP over het mbo. Daarover hebbenwe een brief gehad waarin wordt aangegeven waarom er verschil is inbepaalde tarieven en beurzen, terwijl iedereen wel te maken heeft metdezelfde hoge inflatie, dezelfde hoge huren, hetzelfde dure ov en dezelfdedure boodschappen. Ik vind het moeilijk uit te leggen waarom bijvoor-beeld de aanvullende beurs dan verschilt. Ik hoor graag een reactie van deMinister.Mijn laatste punt gaat over discriminatie op basis van diploma’s. HetCollege voor de Rechten van de Mens heeft een jaar geleden al geadvi-seerd om de wet hierop aan te passen, bijvoorbeeld als het gaat omverzekeringen voor alleen maar hogeropgeleiden of cafés die bepaaldembo-studenten weigeren. Ik vind het eigenlijk absurd dat dit nog steedskan. Wat mij betreft moet het snel in de wet worden opgenomen. Sterkernog, we hebben tweeënhalf jaar geleden een motie ingediend waarinstond: zet het in de wet. Acht maanden geleden hebben we Kamervragengesteld en nog steeds wachten we op een nadere reactie van het kabinet.Ik vind het te lang duren, dus ik hoop dat de Minister vandaag met betereantwoorden komt.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Martens-America voor haarbijdrage. De plenaire bel is nu afgelopen. Het woord is aan u.Mevrouw Martens-America (VVD):Voorzitter, dank. Vandaag spreken we over DUO en het hoger onderwijs.In verband met de tijd richt ik mij op drie onderwerpen: veiligheid op onzeinstellingen, aansluiting van ons onderwijs op de arbeidsmarkt, en detoekomst en regie van opleidingen.Voorzitter. Vorige week hebben we gezien dat instellingen wederom nietvrij en veilig toegankelijk zijn voor alle studenten, ditmaal in Nijmegen. Ikheb de ongemakkelijke beelden bekeken waarmee het bestuur van deuniversiteit onder druk werd gezet. Mijn fractie is van mening dat ditopnieuw een dieptepunt is in een saga waar geen einde aan lijkt tekomen. Ik heb dan ook een vraag aan de Minister, want waar was zijnopenlijke verontwaardiging? Waar is de oproep dat dit moet stoppen?Mijn vervolgvraag is: hoe gaan we dit laten stoppen? Ik kan mij heugendat wij hier inmiddels vele debatten hebben gehad over wie waar al danniet over gaat en wiens verantwoordelijkheid waar ligt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120321 De realiteit is echter dat er vandaag nog steeds mensen thuis zijn en nietmeer naar instellingen komen en dat instellingen voor miljoenen euro’sworden geplunderd en gesloopt. Mijn vraag is: hoe kan ik de Ministerhelpen? Wat heeft de Minister van de Kamer nodig om te zorgen dat hijkan optreden? Waar blijft die toegezegde escalatieladder waardoor voorons als Tweede Kamerleden duidelijk wordt wanneer wij de Ministerkunnen vragen om op te treden en te handelen? Want eerlijk is eerlijk: hijblijft eindverantwoordelijk voor de veiligheid op onze universiteiten.Voorzitter. Dan het hoger onderwijs als voorbereiding op de arbeidsmarkt.Mijn fractie is van mening dat het belangrijk is dat we studenten voorbe-reiden op de samenleving en de arbeidsmarkt van nu, maar ook die vande toekomst. Aan de hand van de beleidsbrief die wij afgelopen maandhebben ontvangen, wil ik de Minister vragen hoe bijvoorbeeld degesprekken met het Ministerie van EZ lopen op dit dossier. Wat zijn devervolgstappen die we kunnen verwachten van de Minister? Wanneerkunnen we die verwachten?Dan regie op opleidingen. Mijn fractie heeft hier vaker een punt vangemaakt: grip op aanbod. Bezuinigingen zullen tot gevolg hebben dat erkritisch moet worden gekeken naar het aanbod, maar instellingenhandelen autonoom en niet altijd allemaal vanuit landsperspectief. Welkerol gaat de Minister hierin pakken? Ook dit heb ik al vaker aan hemgevraagd, maar ik krijg vrij weinig concrete, tastbare handvatten om tevoorkomen dat bijvoorbeeld kleinetalenstudies overal verdwijnen, inplaats van dat wij ervoor kunnen zorgen dat deze op bijvoorbeeld tenminste twee plekken in Nederland moeten worden aangeboden.Tot slot. De heer Paternotte en ik maken al enige tijd een punt van het feitdat er wat ons betreft collegegeldvrij bestuurd zou moeten kunnenworden. Dit ligt natuurlijk bij instellingen zelf. De aangenomen motie omdit te bespreken met de instellingen heeft blijkbaar tot nu toe weinig effectgehad. Zijn er mogelijkheden om dit wettelijk te verankeren? Ook hierbijvraag ik wat de Minister nodig heeft van de Kamer om te zorgen dat wedit kunnen gaan regelen voor alle studenten die zich op deze manierinzetten voor onze samenleving.Dan wacht ik nu op de interrupties.De voorzitter:De eerste interruptie is van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Zoals gezegd is dit mijn eerste debat in deze commissie. Nu heb ik vanmijn collega die dit normaal gesproken doet, begrepen dat mevrouwMartens altijd groot de loftrompet steekt over het mbo. Mooi, wantmbo’ers zijn hartstikke belangrijk op allerlei plekken in onze samenleving,maar met name ook voor onze economie. Nu trekt mevrouw Martens eenhele grote broek aan over het mbo en over het belang van het mbo voorde samenleving. Ze heeft het hier ook over de aansluiting op de arbeids-markt. Vervolgens wordt er door haar partij weer ongelofelijk bezuinigdop het onderwijs, op het mbo en op het praktijkleren, wat nu juist moetzorgen voor die aansluiting op de arbeidsmarkt. Dat kan toch niet? Ik bentoch heel benieuwd of ze dat kan toelichten.Mevrouw Martens-America (VVD):Fijn dat het is opgevallen dat ik opkom voor het mbo. «Trekt een grotebroek aan» zijn woorden die ikzelf niet per se zou kiezen voor collega’s diezich inzetten voor een bepaalde onderwijstak, maar dat laat ik aan defractie van D66. Dit is een hbo-wo-DUO-debat. Volgens mij gaan we hethier niet hebben over het mbo. Maar goed, ik ben de beroerdste niet enmevrouw Podt is hier te gast, dus ik ga proberen antwoord te geven. Erzijn keuzes gemaakt. Er zijn tegenvallers geweest die moesten wordenopgevangen. Het zijn niet allemaal mijn keuzes, maar ik sta er wel voor. IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120322 ben ook benieuwd of de Minister kan reflecteren op hoe hij tot dezekeuzes gekomen is. Dan zullen we er tijdens de behandeling van deVoorjaarsnota langer over doorpraten.De voorzitter:Meneer Stultiens. Nee, een vervolgvraag van mevrouw Podt; sorry.Mevrouw Podt (D66):Mevrouw Martens zegt: ik vind het raar om dat «een grote broek» tenoemen. Die grote broek noem ik niet omdat mevrouw Martens zich inzetvoor het mbo. Die noem ik omdat mevrouw Martens zich zegt in te zettenvoor het mbo, terwijl ze ondertussen staat voor bezuinigingen op hetmbo. Dat rijmt niet met elkaar en ik vind het eerlijk gezegd ook nogal slap.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik hoor geen specifieke vraag, behalve dat mevrouw Podt tegen mij wilzeggen dat ze het slap vindt. Waarvan akte; dat is prima. We hebben veledebatten gevoerd over het mbo. Mevrouw Podt is de woordvoerder niet,maar ik neem graag de moeite om het even verder toe te lichten. Juistover het mbo zijn er een aantal Rekenkamerrapporten geweest die hebbengezegd dat de middelen niet altijd per definitie doelmatig zijn en dat hetbij al die losse potjes soms best wel lastig is om aan te tonen dat heteffect heeft gehad. Dus ja, het is niet per se: één plus één is twee. Extrageld betekent in het mbo ook niet altijd dat het beter is, eigenlijk nergensin het onderwijs. Als we kijken naar de Staat van het Onderwijs, dan zienwe dat meer geld überhaupt niet per definitie heeft geleid tot beteronderwijs. Maar ik ga hier niet verdedigen dat een bezuiniging op hetonderwijs goed en mooi is. Er zijn gewoon keuzes gemaakt. Ik ben heelbenieuwd hoe de Minister tot zijn keuzes is gekomen om de tegenvallersin de begroting, bijvoorbeeld op het internationale reisproduct, op tevangen. Daar zullen we vervolgens bij de Voorjaarsnota dan met z’n allenlanger over van gedachten wisselen, maar op dit moment heb ik dezelfdevragen als mevrouw Podt.De voorzitter:Uw laatste vraag, kort, aan mevrouw Martens-America.Mevrouw Podt (D66):Ik ga het nog één keer proberen, want ik krijg heel veel tekst, maar nietecht veel antwoord. Het gaat niet om extra geld naar het mbo, het gaatom minder geld naar het mbo. Als je zegt «we moeten waardering hebbenvoor het mbo», slaat dat helemaal nergens op als je dat niet met extrageld staaft. De CEO’s van grote Nederlandse bedrijven hebben al eerderaangegeven dat bezuinigingen op kennis en innovatie in feite eenbezuiniging zijn op het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Ikweet dat mevrouw Martens ook de woordvoerder Economie is. Ik hoopdat zij nog één keer een poging kan doen om mij uit te leggen hoe de VVDvoor een bezuiniging kan gaan staan die daar dan in schiet, die datverdienvermogen ondermijnt.Mevrouw Martens-America (VVD):Ja, dat kan ik. Allereerst, het bedrijfsleven erbij halen lijkt me als fractievan D66 nogal lastig, want volgens mij heeft deze fractie ingestemd metonder andere het amendement-Van der Lee, het afschaffen van deexpatregeling, et cetera, et cetera, waarvan diezelfde CEO’s hebbengezegd: doe het alsjeblieft niet. Laten we economie dus bij economie latenen het hier hebben over onderwijs. Ik ga nog een keer uitleggen wat ik netprobeerde uit te leggen. Juist in het mbo is aangetoond door onderandere de Rekenkamer dat extra geld niet per definitie doelmatig is. Hetleidt dus niet per definitie tot beter onderwijs. Als je dat dan niet doet, enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120323 dus minder potjes hebt, is dat per definitie een bezuiniging. Je kandaarvan niet zeggen dat het leidt tot beter onderwijs. Daaraan voeg ik toe– ik zie mevrouw Podt nu heel verontwaardigd nee schudden; ik ben nietgewend dat we dit in een onderwijsdebat op die manier met elkaar doen –dat ik dit niet ga goedpraten. Er zijn keuzes gemaakt. Die zijn altijd pijnlijk.Ik ben heel benieuwd hoe de Minister tot deze keuzes is gekomen. Diezorg deel ik dus met mevrouw Podt. Er zijn tegenvallers geweest en is hetaan hem om daar binnen zijn begroting alternatieven voor aan te dragen.Waarom zijn deze alternatieven aangedragen? Als die alternatieven watons betreft beter kunnen of anders kunnen, dan ga ik daar graag met z’nallen naar kijken.De voorzitter:Meneer Stultiens voor een interruptie.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Mooi om te zien hoe het amendement-Van der Lee altijd weer terugkomtbij elk debat, maar daar gaat mijn vraag niet over. Mijn vraag gaat overhet punt van mevrouw Martens over economie, vestigingsklimaat, zoekennaar talent en dan vooral de oproep vandaag van provinciebestuurders,ook vanuit haar eigen partij, VNO-NCW en burgemeesters, die allemaalzeggen: schrap alsjeblieft die bureaucratische taaleis op bestaandeopleidingen. Mijn vraag is eigenlijk heel simpel: is de VVD bereid om naardeze oproep te luisteren?Mevrouw Martens-America (VVD):Dank aan de heer Stultiens voor deze inhoudelijke vraag, want dit is eendossier waarover ook ik – daar kan ik heel eerlijk over zijn – best wel mijnhoofd breek. Aan de ene kant zie je, zoals hier ook eerder genoemd is, dater heel veel talent naar Nederland komt dat hier niet blijft. We kunnenvolgens mij ongeacht onze politieke kleur wel zeggen dat we daarverbeteringen in kunnen aanbrengen. Aan de andere kant zie je datwanneer je te generieke maatregelen neemt, bijvoorbeeld ook eenhotelschool die daadwerkelijk draait op internationaal talent hierslachtoffer van wordt. Dus ja, wat de VVD-fractie betreft zullen we heelgoed moeten gaan kijken naar de wet en de daadwerkelijke uitvoering. Ikben bijvoorbeeld persoonlijk bang dat wij vanuit een ivoren toren een wetmaken, waarbij we onvoldoende overzien wat de gevolgen zijn. Ik kan viade voorzitter wel tegen de heer Stultiens zeggen: we zullen niet over alleshetzelfde vinden. Ik vind dat het aangescherpt mag worden. Ik vind dat teveel talent hierheen komt om direct weer te vertrekken. Alleen, ik deel dezorgen van alle oproepen vandaag wel degelijk. Wij hebben een economievan de toekomst en vooral in de bètaopleidingen en techniek spreekt hettalent Engels. Ik denk dus dat we het kind niet met het badwater moetenweggooien en goed moeten gaan kijken naar de uitvoering. Ik hoop datwe daar nog vele debatten over gaan voeren, dus ik ga dat absoluut met udoen.De voorzitter:Een vraag van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Ik begrijp dat mevrouw Martens-America zegt: ik loop er niet voor weg,maar ik ga er ook niet voor staan. Ik bedoel, we hoeven niet te juichenvoor meer bezuinigingen in het onderwijs. Maar hoe reflecteert ze op hetproces? Ik bespeur geen enkele vorm van frustratie. We komen net uit eenonderhandelingstraject over de Onderwijsbegroting, waar mevrouwMartens en ik beide bij betrokken waren, en we zien dat de afspraken nugewoon weer door de shredder gaan. Dat is toch ontzettend vreemd? IkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120324 kan me voorstellen dat dat tot enige frustratie heeft geleid bij mevrouwMartens.Mevrouw Martens-America (VVD):Dat is een geheel terechte vraag. Laat ik dat hier ook even stellen.Specifiek op het hbo en wo en de wetenschap gaat het volgens mij om 58miljoen, zoals net ook is gezegd. Het is vooral die tegenvaller die wemoeten opvangen. De Minister heeft gekozen voor deze specifiekebezuiniging, die inderdaad exact valt op de punten waar we lang overhebben onderhandeld. Ik zou de Minister graag willen vragen welkeandere opties op tafel hebben gelegen. Hoe kijken we hiernaar? Hoe zijnwe hiertoe gekomen? Laat ik vooropstellen dat ik het helemaal met deheer Krul eens ben. Ik ben oprecht benieuwd welke opties er zijn, maar deheer Krul heeft gewoon gelijk.De heer Stoffer (SGP):Ik vind het goed dat mevrouw Martens op de vraag van de heer Krul inieder geval aangeeft dat het proces niet de schoonheidsprijs verdient. Devier partijen hebben echt hun nek uitgestoken om de onderhandelingen tedoen. Dat was een heel pijnlijk proces. Ik denk dat ik een van de weinigenben die alle gesprekken heeft gedaan, omdat ik zowel woordvoerder alsfractievoorzitter ben. Ik zei het net al: de rode lijn is bij mij altijd ver weg,maar op dat moment zat ik er heel dichtbij. Dan zie je wat eruit komt. Wehoren straks natuurlijk van de Minister hoe dat gegaan is. Kan mevrouwMartens zich voorstellen dat dat weinig vertrouwen geeft voor detoekomst? Ga je als partijen nog een keer een heel moeizaam proces in,waarbij je nog een keer denkt: wat is nu het resultaat? Kan mevrouwMartens zich voorstellen dat partijen die echt constructief zijn en iets voorelkaar willen krijgen, zich daarbij toch afvragen: waarom doen we diteigenlijk nog een keer?Mevrouw Martens-America (VVD):In navolging op mijn antwoord aan de heer Krul zeg ik het volgende. Ikbegrijp dat heel goed. Maar volgens mij is het deze Minister geweest dieervoor heeft gekozen om afspraken tussen Ministers op deze manier in tevullen, wat normaal gebeurt bij de voorjaarsnota. Ik ben ook heelbenieuwd waarom er bijvoorbeeld voor gekozen is om dit niet verder tebespreken. Laten we deze vraag doorgeleiden naar de Minister: waarom iservoor gekozen om dat op die manier te doen, wetende dat er eenamendement ligt waarvoor een aantal partijen hun steun hebbenuitgesproken?De voorzitter:Daarmee komen we aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. Ikstel voor dat we ruim een half uur schorsen, tot 11.45 uur. Daarnavervolgen we met de eerste termijn van het kabinet.De vergadering wordt van 11.13 uur tot 11.47 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering van de commissie voor Onderwijs, Cultuur enWetenschap voor de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Ik kendeze Minister als iemand die probeert alle vragen te beantwoorden. Nuzijn er ook wat vragen gesteld over onderwerpen die niet op de agendastaan. Ik ben daar ruim mee omgegaan. Ik wijs u er wel op dat op 4 junihet debat over de Voorjaarsnota is ingepland; dat even ter informatie. Ikstel vier interrupties van de zijde van de Kamer voor. Het woord is aan deMinister van OCW.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120325 Dank u wel, voorzitter. Goed dat we bij elkaar zitten vandaag in hetcommissiedebat over het hbo, het wo en DUO-studiefinanciering. Erspeelt veel, het is een onrustige tijd. Dat laat uw inbreng ook zien. Ik benook wel blij dat we in de volle breedte van de onderwerpen vandaag alleswat belangrijk is de revue kunnen laten passeren en dat ik daarover metuw Kamer in gesprek kan gaan. Er zullen vandaag ook veel cijferslangskomen. Ik denk dat het goed is om te zeggen dat daar mensen achterzitten: studenten, docenten, wetenschappers en, breder in mijn porte-feuille, ook journalisten en culturele makers. Het gaat altijd over mensen.We praten hier veel over geld – geld is belangrijk – maar uiteindelijk gaathet om de mensen die erachter zitten.Voorzitter, u zei het al: ik zal zo veel mogelijk vragen beantwoorden.Daarbij moet ik wel zeggen dat nog niet op alle vragen een antwoord kanworden gegeven omdat de eerste suppletoire begroting op grond van deVoorjaarsnota later deze week zal komen. Maar ik ga al wel zo veelmogelijk details geven die ik met u kan delen. Waar ik duidelijkheid kangeven, zal ik dat dus ook doen. Dat doe ik zonder verdere inleiding in eenaantal blokjes. Ik begin met de voorjaarsbesluitvorming, gevolgd door deprotesten, door internationalisering, door onderwerpen die raken aan mijnvorige maand gepubliceerde beleidsbrief, en door vragen over studiefi-nanciering en DUO. Wellicht is er dan nog iets wat in geen enkel blokjepast. Dat is dan zo. Maar het laatste is zeker niet het minste.De Voorjaarsnota. Een aantal tegenvallers heb ik moeten opvangenbinnen mijn eigen begroting, zoals dat netjes hoort volgens de begro-tingsregels. De grootste tegenvaller is dat we meer hbo-studentenhebben. Dat noemen we een tegenvaller, maar ik vind het eigenlijk heelgoed nieuws. Want in het hbo dreigt demografische krimp de grootstedief te zijn. De ramingen zeggen echter dat er meer hbo-studenten zijndan eerder werd verwacht. Daardoor gaat er bijna 100 miljoen extra naarhet hbo. Dat is een tegenvaller die ik binnen mijn eigen begroting moetoplossen, maar voor het hbo is dat een meevaller van 100 miljoen.Daarnaast wordt de loon- en prijsbijstelling uitgekeerd, weliswaar niethelemaal, maar toch voor 84%: de loonbijstelling in zijn geheel en deprijsbijstelling voor de helft. Daardoor komt er dit jaar ruim 2 miljard bijvoor het onderwijs als geheel en voor het hoger onderwijs, het onderwerpvan vandaag, is dat bijna een half miljard. Dat betekent dat er dit jaarmeer geld naar OCW gaat dan ooit tevoren en meer geld naar het hogeronderwijs, voor het eerst meer dan 12 miljard. Dat is 5% meer dan waar ikmee begon bij de Miljoenennota in september. Als de heer Stultiens enanderen mij vragen of dit kan dragen, is het antwoord dus: ja, dit kan ikdragen.Wat ik echter wel ingewikkeld vind, is het politieke proces. Op 8 april heeftde Eerste Kamer mijn begroting goedgekeurd, na drie termijnen en vierschriftelijke rondes. Dan zo snel na 8 april komen met een aantaltegenvallers binnen de eigen begroting op een aantal posten die juist zoprominent op het netvlies stonden van een aantal oppositiepartijen – ikkijk ook naar de heer Krul – vind ik politiek ingewikkeld. Daar heb ik vorigeweek echt wel even een nachtje wakker van gelegen, omdat de samen-werking tussen regering en parlement is gebaseerd op vertrouwen envertrouwen ook met betrouwbaarheid komt. Ik heb dus gekeken welkeposten binnen de begroting een tegenvaller zijn, hoe ik die dek, of ik datvoor mezelf kan dragen en of ik dat uit kan leggen aan de heer Krul, deheer Stoffer en anderen. Daarom ben ik eigenlijk wel dankbaar dat we eenbeetje buiten de orde van de agenda gaan en dat ik dus een aantal zakenhier mag benoemen die ook door uw leden zijn genoemd, zoals hetpraktijkleren.Het bezuinigen op praktijkleren, zoals dat door uw leden werd genoemd,is een effect van een aanpassing van een raming. Er zijn minderbbl-studenten dan geraamd. Er zijn dus minder bbl- en meerbol-studenten. Dat betekent dat daar door een andere raming wat geldTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120326 vrijvalt. Maar we hebben ervoor gezorgd dat de € 2.700 per bedrijf, perplek, per student, voor praktijkleren gelijk blijft. Er wordt dus nietbezuinigd op het geld voor praktijkleren, maar het aantal bbl-studenten islager dan verwacht. Als het gaat om de doorstroom binnen de beroeps-kolom – 20 miljoen bezuiniging – hebben we voor een ingroeipad voorextra middelen gekozen. Daardoor blijft er eenmalig een driehoekje in debegroting over. Dat zetten we in voor basisvaardigheden in het mbo, ookomdat we ervan overtuigd zijn dat hoe beter de basisvaardighedenworden aangeleerd, hoe beter dat is voor doorstroom binnen deberoepskolom. Dat geldt zeker voor de doorstroom van mbo naar hbo.Het gaat hier dus om een eenmalige, dus incidentele, cumulatieveverschuiving van 20 miljoen, waarbij wij het verstandig vinden om hetingroeipad te gebruiken omdat we denken dat daarmee de middelen voorde doorstroom binnen de beroepskolom absorbeerbaar blijven. Dathebben we slimmer ingezet voor de basisvaardigheden in het mbo.Er werd ook nog gevraagd naar het studentenreisproduct voor studentendie in het buitenland verblijven. Dat is inderdaad een eenmalige tegen-valler. Dat is een bezuinigingsmaatregel uit het hoofdlijnenakkoord dievolgens mijn juristen en ook volgens de landsadvocaat niet uitvoerbaar is.Die moest ik dekken. Ik stond voor de keuze: zal ik dat weghalen bijstudenten of zal ik dat verdelen over de instellingen? Ik heb voor datlaatste gekozen.De vierde vraag was: wat heeft NIS2 nou te maken met het hogeronderwijs? Voor het geval ik het hoger onderwijs ga aanwijzen als sectordie valt onder NIS2, zou er een advies- en toezichtfunctie moeten wordeningericht. Het gaat om een klein bedrag dat ik voor die functie heb willenreserveren en oormerken. Ook dat wordt binnen de begroting alstegenvaller gedekt.Dat is het overzicht van de zaken waarvan ik heb besloten dat ik ze zo zalinrichten. Ik zie ernaar uit om dit ook wel zorgvuldig en in detail met uwKamer te gaan bespreken. De suppletoire begroting komt langs in deTweede Kamer en in de Eerste Kamer. Dit kan ik verdedigen en dragen,zeker ook omdat er onder de streep uiteindelijk een half miljard voor hethoger onderwijs bij komt, al hadden ik en uw leden van de Kamernatuurlijk graag gezien dat het nog meer zou zijn geweest.De voorzitter:U heeft een interruptie, allereerst van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Het woord is inderdaad bijna «uitlokking», haha. Nou, daar komt het weleen beetje op neer. Na het verschijnen van de Voorjaarsnota konden wijde Minister namelijk in de media zien. Toen heeft hij zich hardopafgevraagd of er wel is nagedacht over de consequenties en demaatschappelijke gevolgen van de bezuiniging van de deal die nugesloten is. In de eerste ronde van dit debat zei mevrouw Martens van deVVD: deze Minister heeft de keuze gemaakt het op deze manier te doen.Volgens mij kan het niet allebei waar zijn. Nou ben ik dus toch welbenieuwd of de Minister ook achter deze keuze staat.Minister Bruins:Toen ik voor de ministerraad het Catshuis binnenliep – dat was overigensvoordat ik de Voorjaarsnota in zijn geheel zag, want die is in de minis-terraad aan ons uitgedeeld – heb ik mij hardop afgevraagd: is alles noudoordacht? Nou, de onderwijskansenregeling in het voortgezet onderwijsvind ik er eentje waarvan ik mij afvraag of die doordacht is. Dat maaktgeen onderdeel uit van dit debat, en dit onderwerp ligt bij de Staatssecre-taris, maar daarvan vraag ik mij nog wel af hoe je dat zou willen beargu-menteren. Maar als het gaat om het onderwerp van dit debat, het hogeronderwijs en de studiefinanciering, zie ik dat er geen verdere bezuini-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120327 gingen op hoger onderwijs en wetenschap door de onderhandelaars zijntoegevoegd aan de toch al zware bezuinigingen op het hoger onderwijs indeze kabinetsperiode. Dat is denk ik positief nieuws. Daarmee komt hettotaalbedrag op ruim 12 miljard uit. Dat is iets wat ik goed kan dragen.Mevrouw Podt (D66):Ik hoor een Minister die zijn woorden héééél zorgvuldig kiest. Dat valt opzich natuurlijk te prijzen, maar het komt natuurlijk niet helemaal overeenmet de woorden die hij uitsprak voordat hij de ministerraad inliep. Ik bendan toch wel benieuwd of hij, zoals de collega’s van het CDA en de SGPnet zeiden, ook is overvallen door wat de coalitiepartners hier hebbengedaan.Minister Bruins:Dit kabinet is geconfronteerd met keuzes die in nachtelijke uren zijngemaakt door vier fractievoorzitters. Ja. Daar hebben meerdere collega’sook al opmerkingen over gemaakt in de pers. Dat is voor mij niet anders.Het was voor mij dus ook afwachten of die vier zouden kiezen voorverdere bezuinigingen op onderwijs. Aan de kant van het hoger onderwijsis dat in ieder geval niet gebeurd. Dat is goed nieuws. Dat is een precairproces. Het gaat altijd wel zo dat bij de besluitvorming over devoorjaarsnota en bij de augustusbesluitvorming de Kamer weer aan zet is,met name de coalitiepartijen, de dragende partijen van een kabinet. Maardat het zó extraparlementair gaat als deze keer, daar zijn meerderecollega’s wel door overvallen geweest. Er zijn ook wel commentaren vanmijn collega’s gekomen, die daar verder op in zijn gegaan.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Dat deze Minister zegt dat het zó extraparlementair was, kan ik toch nietanders duiden dan: ik voelde me toch ook eigenlijk nogal overvallen enmisschien ook wel een beetje in mijn hemd staan. Kijk, ik stel me het alsvolgt voor. Deze Minister gaat regelmatig op werkbezoek en dan komt hijbij die instellingen en zegt hij: goedemiddag, ik ben de Minister vanOnderwijs; hartstikke leuk. De afgelopen tijd heeft hij steeds moetenzeggen: hallo, ik ben de Minister van Onderwijs, en deze keer heb ik nógminder geld bij me. Het kan toch niet prettig zijn dat je iedere keer in je rolals Minister niet alleen dit soort boodschappen moet brengen, maar ookdat het op zo’n lelijke manier gaat, met al die consequenties? Want deMinister zei net zelf: het gaat over mensen. Ja, inderdaad, het gaat overmensen. Dat geld heeft ook een directe impact op mensen. Dus ik kan metoch niet voorstellen dat dat als Minister een comfortabele positie is.Minister Bruins:Ik ben natuurlijk door mijn eigen fractievoorzitter goed op de hoogtegehouden tijdens het proces. Ik weet ook welke bezuinigingsideeën erallemaal zo langskwamen, op tafel lagen, en weer weggetikt zijn. Danmoet ik toch zeggen dat het eindresultaat is: geen verdere bezuiniging ophet hoger onderwijs of mbo, en het minimumjeugdloon dat omhoog isgegaan. Ook gaat de btw niet omhoog voor cultuur en boeken, waaronderschoolboeken. Ook is er meer koopkracht voor de mensen. Uiteindelijk iser na de Voorjaarsnota 5% meer voor het hoger onderwijs dan dat we bijde Miljoenennota vorig jaar september hadden gedacht. Na dezeVoorjaarsnota durf ik de mensen dus echt wel weer onder ogen te komen.Mevrouw Podt (D66):Nou, voorzitter. Ik ben een beetje in de war nu, want nu zegt de Ministervolgens mij wel weer dat hij op de hoogte was. Ik weet het allemaal niet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120328 Ik weet in ieder geval wel dat bezuinigingen geen natuurverschijnsel zijnen de manier waarop ze plaatsvinden al helemaal niet. Misschien dan nogeen laatste vraag. Die gaat dan over het politieke proces, waar de Ministerzich ook over uitsprak. Ik zit hier te midden van twee collega’s die op eennare manier verrast zijn en die zich daar in verschillende bewoordingenover uitlaten. Ik ben dan toch benieuwd waarom die afspraak met dezepartijen door de shredder is gegaan. Hoe duidt de Minister dat?Minister Bruins:Zodat er geen misverstand ontstaat omtrent het op de hoogte zijn:natuurlijk heeft mijn fractievoorzitter mij gedurende het proces van tiendagen op de hoogte gehouden. Ik wist wat er soms op tafel lag en wat erook weer van tafel afgetikt werd. Maar gedurende de nacht en wat betrefter uiteindelijk is gekomen na de lange nacht, tijdens dat buitengewoonprecaire proces, was het voor alle Minister afwachten waar de vier coali-tiepartijen uiteindelijk zouden eindigen. Dat hebben we op donderdag inde ministerraad met elkaar kunnen zien. Natuurlijk ben ik die ochtenddaarvoor op grote lijnen al wel even bijgepraat. Dat is de mate waarin ikop de hoogte was en ik vermoed zomaar dat dat voor mijn collega’s ookzo geldt.Als het gaat over het verbolgen zijn van uw collega’s: ja, dat snap ik ookwel, zeker wanneer je ziet dat het er op een aantal posten die nou juistdoor het amendement-Bontenbal zijn gekozen als belangrijk toch uitzietalsof daar weer verder op bezuinigd wordt. Daarom is het ook belangrijkdat we die suppletoire begroting uitgebreid gaan behandelen in uwKamer. Ik heb al een klein doorkijkje daarnaar gegeven, waarbij ik gezegdheb dat dat praktijkleren slechts een ramingsaanpassing is, dat demiddelen juist in stand blijven voor de bbl en ook voor het duaal leren inhet hbo en dat ik heb gekozen voor een verstandig ingroeipad, hetslimmer inzetten van een eenmalig ingroeipad voor de middelen voorbasisvaardigheden mbo. Hoewel ik me puur op basis van het lezen van deverticale toelichting, zeg maar bij eerste lezing en bij eerste indruk, deverbolgenheid kan voorstellen – ik weet zelf hoe het was als Kamerlid omdan weer een begroting voor je neus te krijgen en al die minnen te zien –denk ik dat als ik in het debat de kans krijg om het totaalplaatje teschetsen zoals ik dat nu ook kort even voor u heb gedaan, inclusief deloon- en prijsbijstelling van een half miljard die erbij komt, het verstandiginzetten van de middelen en het dekken van een aantal posten vanuit deeigen begroting, ik het kan verdedigen. Maar ik besef wel heel goed dathet voor het politieke proces nog wel nodig is om dat gesprek uitgebreidmet elkaar te voeren, dus ik zie uit naar de behandeling van de suppletoirebegroting in uw Kamer.De voorzitter:Mevrouw Podt, u heeft inmiddels al vier vragen gesteld. U mag er nogeentje stellen, maar dan moet het een heel korte zijn.Mevrouw Podt (D66):Dan toch even concluderend. Ik begon mijn vraag met: hoe kan het noudat de VVD dan eigenlijk zegt dat deze Minister de keuze heeft gemaaktom het op deze manier te doen? Dat klopt dan toch niet?Minister Bruins:De keuze voor de dekking van een aantal tegenvallers binnen mijn eigenbegroting heb ik zelf gemaakt. Daar ga ik ook over. Anderen hebbenervoor gekozen om geen nieuwe bezuinigingen op het hoger onderwijstoe te laten. Dat was de uitkomst van de onderhandeltafel. En dat de loon-en prijsbijstelling voor 84% wordt uitgekeerd, bijna een half miljard extra,is uiteindelijk, op donderdag in de ministerraad toen de Voorjaarsnotavoorlag, een besluit van het hele kabinet geweest.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120329 De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Krul, daarna naar de heer Stultiens en vervolgensnaar de heer Stoffer. Dan weet u even dat ik u allen gezien heb.De heer Krul (CDA):Er zijn een paar vragen die maar niet weggaan bij mij. De Minister geeftaan: ik heb er vorige week best wel een nachtje van wakker gelegen. Ikzou bijna willen zeggen: had hij die tijd maar gebruikt om even detelefoon te pakken. Maar goed, ik ben wel benieuwd. Heeft de Ministerrichting de fractievoorzitters gezegd: «Ik heb een probleem. Ik hebtegenvallers die deels lijken te raken aan afspraken die jullie ook gemaakthebben, die we met elkaar gemaakt hebben. Ik moet hier een claim voorindienen.»? Heeft de Minister dat aangegeven richting de onderhande-lingstafel?Minister Bruins:Ik heb mijn fractievoorzitter vooraf een aantal boodschappen meege-geven. Ik vind het niet verstandig om die boodschappen hier via demicrofoon te herhalen. De heer Stultiens vroeg mij of ik nog grenzen heben of ik rode lijnen heb. Waar die liggen, heb ik wel duidelijk gemaakt aanmijn fractievoorzitter. De vraag is ook of ik dit kan dragen. Ja, dit kan ikdragen. Geen verdere bezuinigingen op hoger onderwijs, een loon- enprijsbijstelling die grotendeels wordt uitgekeerd, uiteindelijk 5% meer danwe in september dachten, en een aantal verschuivingen binnen debegroting die uitlegbaar zijn, omdat daar ook echt ruimte is om dieverschuiving te maken, zoals de ramingsaanpassing omdat er minderbbl-studenten zijn. Ja, daar kan ik mee leven. Dat ik een nachtje wakkerheb gelegen, had ermee te maken dat ik het in het politieke proces lelijkvind dat op 8 april in feite de vorige versie van de begroting wordtgoedgekeurd en dat die een paar dagen later alweer wordt aangepast opeen manier die er in de tabel lelijk uitziet. Ik heb wel een nachtje wakkergelegen, omdat ik besefte dat ik opnieuw gesprekken moet voeren omopnieuw het vertrouwen op te bouwen dat de keuzes die ik maak de juistekeuzes op het juiste moment zijn binnen de kaders die mij gegeven zijn.Daar moet ik opnieuw aan werken en ik weet hoe hard werken het was,sinds afgelopen oktober, om deze begroting erdoorheen te krijgen op8 april in de Eerste Kamer.De heer Krul (CDA):Ik heb nu niet de middelen om met de Minister een discussie aan te gaanover die referentieramingen et cetera. Wij hebben gewoon pagina 94 vande Voorjaarsnota gelezen en dit is de conclusie die wij getrokken hebben.Dus dat debat gaan we zeker aan bij de suppletoire begroting. Ik wilgewoon iets meegeven aan de Minister. Daar ben ik, nogmaals, echtbenieuwd naar. Hij hoeft mij niet via de microfoon aan te geven wat zijnrode lijnen zijn. Ik begrijp dat hij dat niet wil, maar ik wil gewoon evenklip-en-klaar hebben of aan de onderhandelingstafel bekend was dat detegenvallers van OCW zouden betekenen in de tabel dat de afspraken diegemaakt zijn niet helemaal waargemaakt kunnen worden. Dat wil ikgewoon even weten. Heeft die claim op tafel gelegen? Heeft de Ministergezegd: «Die 500 miljoen. Ik heb tegenvallers en ik zou het wel heel fijnvinden als we daar een oplossing voor kunnen vinden aan die tafel en nietalleen in mijn rekenmachine.»Minister Bruins:Dit lijkt toch een beetje alsof we even onder de deken van het politiekeproces kijken. Dat vind ik wel ingewikkeld. Dus laat ik in algemenebewoordingen de uitspraak doen dat het vrij normaal is dat je tegenvallersbinnen je eigen begroting oplost en dat je ervoor knokt om de loon- enprijsbijstelling zo veel mogelijk in stand te houden, omdat dat echt deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120330 grote plus is in de suppletoire begroting op basis van de Voorjaarsnota.Voor mij zijn beide punten belangrijk geweest in het politieke proces vande afgelopen weken.De voorzitter:Dan ga ik naar de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Vorige week zagen we vanuit de coalitiepartijen eerst een paar dagen eensoort mooiweershow met alleen maar positief nieuws: het lekkers en niethet zuur. Het valt me tegen dat ook de Minister vandaag eigenlijk weerbezig is met cijfers heel mooi presenteren, terwijl de werkelijkheid echtheel anders is. Hij zegt onder andere: het hoogste bedrag ooit voor OCW.Ja, kom op. Het is dit jaar 57 miljard, volgend jaar 54 miljard: 3 miljarderaf. Het komende jaar is het 3 miljard minder. Dat is juist het hele punt.Het bedrag is nu hoog door de vorige jaren. Onze zorg gaat over wat er dekomende jaren gebeurt. Het bedrag gaat fors omlaag. De Minister zegtook: de loon- en prijsbijstelling wordt deels uitgekeerd. Dat is eentechnisch begrip voor: de bedragen voor inflatie worden gecompenseerd,voor hogere lonen. Dat gebeurt nu niet of maar voor de helft, dus mindergeld voor salarissen. En als je dan zegt: voor hoger onderwijs is er niksergs bij gekomen ... Er is nu voor 1,7 miljard euro aan bezuinigingen oponderwijs. Dan kun je toch niet zeggen «het hoogste bedrag ooit»? Ikhoop dat de Minister ook gewoon eerlijk durft te zeggen «het is eengigantisch hoog bedrag, historisch hoog», in plaats van hier te gaan doenalsof het wel meevalt omdat de lpo voor een deel wordt uitgekeerd.Minister Bruins:Zeker vanuit de positie van de heer Stultiens ... Het is goed dat we debalans in de toon van het gesprek brengen, want het is niet allemaalzonneschijn. Integendeel. Al komt voor het eerst in de geschiedenis hetbedrag voor OCW boven de 60 miljard, de prijsbijstelling wordt nietvolledig uitgekeerd. Dat betekent dus dat de compensatie voor gestegenprijzen niet volledig wordt uitgekeerd. Dat betekent dat het leven duurderwordt en dat de universiteiten en hogescholen daar geen volledigecompensatie voor krijgen. Dat is zo. Daar heeft de heer Stultiens gelijk in.De loonbijstelling, dus de compensatie voor gestegen salarissen, wordtwel volledig uitgekeerd. Dat is ook maar goed, want dat gaat overmiljarden. Als dat niet zou gebeuren, zouden de problemen echt heelgroot zijn. Verder wijst de heer Stultiens op de komende jaren. Dat is ookgeheel terecht. Want al is het bedrag nu hoger dan ooit, in de komendejaren daalt het bedrag als gevolg van bezuinigingen van dit kabinet en alsgevolg van de demografische krimp. Er komen steeds minder jongemensen. Daardoor komen er steeds minder leerlingen en studenten endaardoor is er minder geld voor onderwijs. Met name die demografischekrimp is de grootste dief van de portemonnee van het onderwijs. Wemoeten er dus ook voor zorgen dat de financiering van het hogeronderwijs stabieler wordt op de lange termijn, ook in een situatie vandemografische krimp. Ook moeten we ervoor gaan zorgen dat oplei-dingen op alle plekken in Nederland in stand kunnen blijven en dat er eendoelmatig opleidingsaanbod blijft. Daar moet ik ook met de sector over ingesprek.De heer Stultiens heeft dus geheel gelijk. Ik wil ook niet mooi weer spelen.Het is dan weliswaar nu meer dan ooit, maar de komende jaren slaan diebezuinigingen in. De zorgen die Colleges van Bestuur en ook studentendaarover hebben, begrijp ik volledig. Over die bezuinigingen heb ik in deeerste maanden in de woordvoeringslijnen die ik telkens heb gekozen,gezegd wat ik daarover heb gezegd.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120331 Het is mooi dat we in elk geval over dezelfde cijfers praten. De Ministergaf aan dat deze 1,7 miljard aan bezuinigingen per jaar niet over zijn rodelijn gaat. Het gaat wel over die van mij in elk geval en ook over die vanveel collega’s hier. Mijn vraag aan de Minister is dus: als hij nu aanvoeltdat er geen steun vanuit de oppositie is voor deze gigantische bezuini-gingen, hoe gaat hij het dan deze keer anders aanpakken dan in het najaarom bij Minister Heinen wel op tijd genoeg geld te krijgen?Minister Bruins:Ik heb al even gezegd dat precies de relatie met uw Kamer zo vroeg na8 april mijn enige reden was om een nachtje wakker te liggen. Dat proceszal dus ook heel zorgvuldig en in goede stapjes moeten gaan verlopen.Zodra de suppletoire begroting later deze week wordt gepubliceerd, ga ikook meteen beginnen met het politieke handwerk, dat ook deze keer weerbuitengewoon intensief zal zijn, naar mijn verwachting.De heer Stoffer (SGP):Hier is al een hoop over gevraagd. Ik denk dat ik in interrupties, of daarwaar ik geïnterrumpeerd werd, onze insteek rond de Voorjaarsnota welheb neergezet. De Minister geeft nou aan dat hij een nacht wakker heeftgelegen over de vraag of die Onderwijsbegroting op 8 april door de EersteKamer kwam, ook met een proces daarvoor dat heel precies is geweest. Ikzei straks al dat ik bij alle gesprekken heb gezeten die in de onderhande-lingen tussen de partijen en de coalitie gevoerd zijn. Dat ging echt overeen paar miljoen rond wat we exact wilden aan de wensenkant. Daarna ishet nog een heel gedoe geweest over hoe we dat dekten. Nadat we er aluit waren, kwam er ook nog een hoop narigheid, maar dat laat ik maareven terzijde. Maar het was een heel precies proces. Kan de Minister zichdan voorstellen dat je denkt ... Laat ik erbij zeggen: de SGP heeft allebegrotingen gesteund. Dat was voor een heel aantal begrotingen bestmakkelijk en voor een paar niet. Dit was een begroting, zeker nadat we dieonderhandelingen waren begonnen, die niet heel makkelijk was om testeunen. Maar dan ben je eruit en dan denk je: dit is het. Voor ons voelthet dus ook als een stukje schending van vertrouwen. Ik gaf straks in eeninterruptie ook al aan dat ik dacht: waarom zou je dit nu dadelijk nog eenkeer doen? Wat kan de Minister ons dus bieden, in plaats van dat hij denktdat we volgend jaar nog eens zo’n proces in moeten gaan? Want ik benhelemaal niet onwillig om dat nog een keer te doen, zeg maar, maar dithelpt niet. Ik denk niet «dit wordt een hele goede verkering» of zo. Zou deMinister daar toch eens op in kunnen gaan? Want met één nacht wakkerliggen – laat ik het heel eerlijk zeggen – zijn we er niet.Minister Bruins:Ik zou mij politiek wensen dat dit woorden van de heer Stoffer zijn die hijzou uitspreken om ophef te creëren, maar ik weet dat dat niet zo is. Ikweet ook dat ik serieus werk te verrichten heb. Ik weet ook met welkezorgvuldigheid de onderhandelingen destijds zijn gevoerd rondom mijnbegroting. Ik vind het ook heel mooi dat er nu eindelijk sinds 8 aprilduidelijkheid is voor het onderwijs waar het voor staat. En ja, de achtpartijen, waaronder de vier oppositiepartijen, hebben grondig werkverricht om ervoor te zorgen dat de bezuinigingen op onderwijs gehal-veerd zijn. Het is precies dit punt dat ik ook heb benadrukt in mijnantwoorden: lelijke pers in de kranten kan ik nog wel aan, maar ik weetdat het daadwerkelijke politieke werk hier in huis gebeurt; en daarvoor isook vertrouwen nodig. Ik heb de getallen bekeken en heb voor mezelfbesloten dat dit uitlegbaar is en dat we uiteindelijk toch doen wat ook devier oppositiepartijen van mij vragen. Dat proces van uitleggen – er zalheel wat uitleg voor nodig zijn – gaat direct beginnen zodra later vandaagof morgen of ergens deze week die suppletoire begroting naar buitenkomt en alle plussen en minnen duidelijk zijn: de keuzes die gemaakt zijn,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120332 de dekkingen die gekozen zijn en de resultaten onderaan de streep. Bijiedereen die het gevoel heeft dat het politieke proces niet mooi is, zal ikopnieuw het vertrouwen moeten vinden dat we samen door één deurpassen en dat we allemaal het beste voorhebben met het onderwijs en datwe uiteindelijk aan dezelfde kant van het touw trekken. Maar daar is nogwel heel wat praatwerk voor nodig; dat besef ik.De voorzitter:Dan stel ik voor dat u uw betoog vervolgt.Minister Bruins:De heer Stoffer sprak mij nog specifiek aan op de middelen voor deOnderwijsraad en de AWTI, twee buitengewoon relevante en wijze radendie onder OCW vallen. Hij drong erop aan om de extra algemene kortingboven op de efficiencykorting te heroverwegen. Nou is het mij niethelemaal helder welke korting de heer Stoffer hier bedoelt. Ten aanzienvan de eerdere efficiencykorting op de apparaatskosten geldt dat deuitvoering daar voor een relatief klein deel in meedoet, maar hetovergrote deel bij het kerndepartement ligt. Ten aanzien van deingehouden prijsbijstelling in de voorjaarsbesluitvorming: de preciezeverdeling ziet u in de suppletoire begroting later deze week. Maarvooruitlopend daarop wil ik u al wel zeggen dat de sectoren waarbij deprijsbijstelling verplicht is, deze prijsbijstelling ook ontvangen. Dat geldtbijvoorbeeld voor het primair onderwijs, voor studiefinanciering, voormedia. Het restant van de prijsbijstelling wordt dan gericht ingezet waarwe die het meest nodig vinden. De AWTI en de Onderwijsraad ontvangenook prijsbijstelling. Dat is een keuze die u nog niet kunt weten omdat desuppletoire begroting nog niet uit is, maar ik licht hier wel alvast een tipjevan de sluier op voorafgaand daaraan.Ik denk dat hiermee de vragen rondom de Voorjaarsnota behandeld zijn.O, er was nog één vraag van mevrouw Podt: wat betekent dezeVoorjaarsnota nu voor de rechtszaken? Zij heeft het dan over de rechts-zaken die Tilburg en Radboud Nijmegen willen gaan voeren. De besluitenin de Voorjaarsnota staan in principe los van de posten uit het bestuursak-koord. De rechtszaken die Tilburg en Radboud willen voeren gaan over deafspraken in het bestuursakkoord. Ik heb in mijn derde termijn in de EersteKamer uitgebreid gesproken over de rechtmatigheid van de bezuinigingenin het hoofdlijnenakkoord in relatie tot het bestuursakkoord. Dat ging overde mate van juridische afdwingbaarheid van de afspraken in het bestuurs-akkoord ten opzichte van wanneer je zaken als een subsidie toekent. Ik ziedie rechtszaken eigenlijk wel met vertrouwen tegemoet, op basis van deredenering die ik in de Eerste Kamer heb gevolgd op grond van hetjuridisch advies dat mij is gegeven. Desondanks vind ik het goed dat we ineen land leven waarin mensen naar de rechter kunnen, dus daar gaan wevol goede moed naartoe.Dat was alles rond de Voorjaarsnota, volgens mij. Dan kom ik bij blokjetwee, over de protesten. Voordat ik inga op de specifieke vragen vanmevrouw Martens-America, meneer Ergin en meneer Van der Hoeff wil ikzelf eerst even iets kwijt over de meest recente berichten die we in dekrant konden lezen, van 14 april. Wat er op 14 april bij het Maagdenhuisheeft plaatsgevonden, gaat alle perken te buiten. Demonstreren mag,maar demonstreren is niet bezetten, is niet geweld gebruiken, is nietandermans bezit of gebouwen vernielen. Dat is volstrekt onacceptabel.Bovendien zijn onverlaten daar binnengedrongen en hebben nooduit-gangen gebarricadeerd. Ik vind het echt van de ratten besnuffeld. Dat doeje gewoon niet. Te vaak hebben we in het afgelopen jaar de grenzen vannormaal gedrag overschreden zien worden door individuen en doorgroepen. Dat men daarvoor de universiteit als plek kiest, vind ik extrapijnlijk, omdat de academie, zoals je dat vroeger noemde – meneer Stofferhad het ook over academische vorming – nou juist de plek is waar je hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120333 met elkaar oneens kunt zijn, waar je elkaar met argumenten bestrijdt enwaar je elkaar daarna de hand schudt, omdat je het grondig en van hartemet elkaar oneens bent. Zo ga je in de academie met elkaar om. Dat ditdus juist op onze universiteiten gebeurt, vind ik echt van de lelijkste soort.We zien overigens geregeld dat actievoerders geen studenten of docentenzijn, maar mensen van buiten. Wanneer ik voorzitters van CvB’s opbel,hoor ik telkens wel dat ze zien dat het grimmiger wordt wanneer er weereen groepje professioneel tuig aan komt rijden in een busje; dat zet deboel echt op scherp. Mensen die alleen maar komen om te rellen en tevernielen, hebben daar helemaal niets te zoeken. Dat moeten ze ookgewoon niet doen op onze universiteiten. Dat moeten ze nergens doen,maar zeker niet op onze universiteiten en hogescholen. Ik wil hier heelhelder over zijn: demonstraties vinden plaats binnen de grenzen van dewet en binnen de huisregels van de instellingen. Die huisregels zijnhelder. De instellingen hebben gezamenlijk een richtlijn voor protestenopgesteld om hier duidelijkheid over te bieden. Het recht op demonstratieis, net als elk ander recht, geen vrijbrief; het is geen vrijbrief voorhuisvredebreuk, geweld en vernieling. Je blijft gewoon met je poten vande spullen van anderen af.Met deze situatie hebben Colleges van Bestuur lokaal te maken. Ik sta palvoor de Colleges van Bestuur, want dat is niet makkelijk en daar moetenwe ook zeker niet makkelijk over doen. Zij hebben de ingewikkelde taakom zowel de academische vrijheid als de vrijheid van meningsuiting alshet demonstratierecht op de campus te waarborgen, en ook nog eenszorg te dragen voor een veilige werkomgeving en een veilige studieom-geving voor werknemers en studenten. Dat is buitengewoon lastig.Telkens als ik na zo’n incident ’s avonds bel met een voorzitter van eenCollege van Bestuur, vraag ik of het onderwijs doorgang kon vinden. Datwil ik vragen, omdat er een aangenomen motie van mevrouw Martens-America ligt waarin staat dat ik onverwijld de Kamer inlicht zodra ergensop grootschalige wijze het onderwijs in de knel komt. Als ik dan bel, ben iktelkens weer blij om te horen dat de banden met de lokale driehoek heelclose zijn en dat, zodra er aangifte wordt gedaan, de politie meteen op destoep staat. Op 14 april waren ze, met de ME, in vol ornaat aanwezig, metwapenstokken, en zijn die mensen binnen de kortste keren hetMaagdenhuis uit geholpen. Daar ben ik tevreden over.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik zit een beetje met mijn oren te klapperen hier, want ik hoor woorden als«blij», «tevreden» en «ik sta pal voor die bestuurders». Ik vind het tochwel lastig. In de posts die de Minister af en toe doet op zijn kanalen, mis ikwat ik eerder heb aangegeven over deze incidenten. Ik denk dat eenoproep van de Minister, zoals hij hier doet, wel degelijk impact zoukunnen hebben. Maar dat laat ik even daar.Ik had die woorden niet gebruikt, omdat ik in diezelfde posts zie dat deMinister ook een hele grote groep Joodse docenten en studenten spreekten ervan op de hoogte is dat er heel veel studenten zijn die zich geïntimi-deerd voelen en dat er docenten zijn die thuisblijven. In diezelfde beeldendie wij allemaal zien, zien wij docenten – docenten! – die dit goedpratenen verheerlijken. Die ga ik hier niet bij naam noemen, want wij zijn geenwerkgever en dat moeten we ook zo houden. Diezelfde bestuurders tredenniet op, terwijl zij over die huisregels gaan. Ik ben er eigenlijk een beetjeklaar mee dat ik al anderhalf jaar aan de Minister vraag wat hij gaat doenen wanneer hij dat gaat doen, en dat ik hem in debatten hoor zeggen: ikben blij en ik sta achter de bestuurders. «Blij» is toch het meest bizarrewoord dat we in deze context zouden kunnen gebruiken? Ik wil heel graaghoren van de Minister waarom hij kiest voor het woord «blij» terwijl ermensen thuis zijn en terwijl er docenten geïntimideerd worden enverschillende lokalen niet in kunnen. Bereiken de geluiden die mijbereiken ook de Minister? Is de Minister ervan op de hoogte dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120334 meldingen die worden gedaan bij vertrouwenspersonen nooit aankomenen dat besturen reageren op mails van studenten met opmerkingen als«laten we dit maar fysiek bespreken», want het moet natuurlijk niet opschrift staan? En dan nog kiest deze Minister ervoor om het woord «blij»te gebruiken. Kan de Minister toch nog een keertje reflecteren op waaromik blij zou moeten zijn?Minister Bruins:Ik heb de woorden «van de ratten besnuffeld», «onacceptabel» en «je blijftmet je poten van de spullen van een ander af» gebruikt. Ik denk dat ik hetvanuit mijn ambt niet sterker kan uitdrukken dan dat.Dan de rest van de vragen die in de bijdrage van mevrouw Martens-America zitten. Dat er studenten zijn die zich geïntimideerd voelen en nietnaar de campus durven, mag niet en kan niet. Ik praat ook met studentendie, net zoals wij, met afgrijzen kijken naar de slogans die geroepenworden en de intimiderende en agressieve manier waarop er gedemon-streerd wordt. Uiteindelijk is het aan de politie en justitie, en niet aan mij,om te beoordelen of er grenzen worden overtreden en of zaken ontoe-laatbaar zijn. Wat er moet gebeuren met werknemers die bepaaldeuitlatingen doen, valt onder het arbeidsrecht. Ik kan om privacyredenenook niet ingaan op wat individuele universiteiten op dit moment onder-nemen richting die individuele werknemers. Daar kunnen we wel met z’nallen wat van vinden. Daar vind ik ook een heleboel van, maar ik laat dat,denk ik, allemaal achterwege in mijn repliek. Dat moeten we vooral bij dewerkgevers laten. Ik heb wel gezegd: ik sta achter de bestuurders. Ik zie deingewikkelde taak die ze hebben. Maar ik zie ook dat de zaken veel beteronder controle zijn dan een jaar geleden, toen ze hier geregeld doorwerden overvallen. Ik zie dat de politie er snel is, dat de contacten met delokale driehoek goed en intensief zijn en dat de politie direct komtopdraven in het tenue dat nodig is om te doen wat er nodig is. Dat vind ikeen buitengewoon goede ontwikkeling.Mevrouw Martens-America (VVD):Alle respect dat de Minister niet ingaat op die personele zaken, wantvolgens mij is dat een weg die we niet moeten bewandelen. Maar watnatuurlijk wel blootligt, is: de Minister grijpt de hele tijd terug opincidenten die er spelen. Ik heb het over het al anderhalf jaar sluimerendeantisemitisme. Dat is wel degelijk iets waar deze bestuurders iets aanzouden kunnen doen. Dus of dit nu de huisregels betreft of devoorwaarden die in arbeidsovereenkomsten gaan ... Wij in de politiekgaan niet direct over die bestuurders, maar de Minister gaat wel over detoezichthouders. Is de Minister het met de VVD eens dat een van deweinige instrumenten die wij op dit moment hebben in de Kamer om tezeggen dat er blijkbaar andere vaardigheden nodig zijn om onze universi-teiten veilig te houden, is om te kijken naar de profielen van dezetoezichthouders? Ik hoop dat de Minister begrijpt dat ik inmiddels op zoekben naar dingen die we wel kunnen. Ik hoop dat de Minister ook begrijptdat ruim een jaar «ik ga hier niet over» en «we gaan hier niet over», vooreen volksvertegenwoordiger onvoldoende is als je weet dat er mensenthuiszitten. Ik stel dus nogmaals mijn vraag. Buiten de toegezegdeescalatieladder die we krijgen, wat het minste zou moeten zijn: deelt deMinister met mij de extreme zorg dat wij hier toekijken en zien dat ermensen thuisblijven? Ik vraag aan de Minister om met ons te delen watwe wel kunnen doen om te zeggen: blijkbaar is niet iedereen veilig.Minister Bruins:Ik maak mij specifiek zorgen over de Joodse studenten. Ik praat regel-matig met ze. Ze hebben zich nu ook verenigd in een studentenoverleg.Daarmee neemt hun stem toe. Dat vind ik goed. Ik zie dat we het tot eenjaar terug alleen maar hadden over sociale veiligheid, terwijl op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120335 moment het begrip fysieke veiligheid eigenlijk minstens zo belangrijk isgeworden. Dat betekent dat fysieke veiligheid ook specifiek moet wordenmeegenomen in de aanpak van deze problematiek. De Taskforce Antisemi-tismebestrijding is nu gestart, waarbij specifiek wordt gefocust op deveiligheid van Joodse mensen in het ov en de veiligheid van Joodsestudenten en werknemers aan de onderwijsinstellingen. Ik zie ook uit naarwat die taskforce kan gaan betekenen om te bekijken: wat kan er meergebeuren dan er op dit moment gebeurt?De gedachte «we zien het nu al een jaar fout gaan» deel ik echt volstrektniet. Ruim een jaar geleden zaten bestuurders best wel met de handen inhet haar. Ik zie dat mijn ambtsvoorganger goed werk heeft gedaan om deColleges van Bestuur bij elkaar te brengen om ervoor te zorgen dat zeallemaal dezelfde richtlijnen hanteren en de boel op dezelfde manieraanpakken. Ze hebben ook met elkaar afgesproken: er wordt aangiftegedaan zodra er sprake is van ongeregeldheden, vernieling of geweld. Erzijn ook buiten incidenten om goede contacten met de lokale driehoek.Daar moet het uiteindelijk ook gebeuren. Dit zijn ongeregeldheden in onzemaatschappij. Tuig kiest ervoor om onze onderwijsinstellingen daarvoorte gebruiken en misbruiken. Dat is kwalijk, want juist de wetenschap,hoger onderwijs en onafhankelijke media, zeg ik even vanuit mijnportefeuille, zijn nodig om onze rechtsstaat in stand te houden. Dieinstituties van de open samenleving zijn mij alles waard. Daar moeten weook als politiek voor staan. Ik waardeer de uitgestoken hand van mevrouwMartens-America met betrekking tot de vraag: wat kunnen we nog meerdoen? Ik hoop dat de taskforce extra antwoorden geeft op de vraag watwe meer kunnen doen.Binnen die ingewikkelde driehoek van academische vrijheid, vrijheid vanmeningsuiting, demonstratierecht en een veilige sociale en fysiekeomgeving voor studenten en werknemers, daar moeten we het met elkaarvinden, binnen de rechtsstaat en binnen de democratie. Daar moeten weonze uiterste best voor doen. Maar dat ligt primair bij de Minister vanJustitie, bij de politie en bij het OM. Ik zie juist dat de bestuurders en deraden van toezicht in het afgelopen jaar echt up-to-speed zijn gekomen,zich met z’n allen houden aan de afspraken die gemaakt zijn en schouderaan schouder staan, omdat ze weten dat wanneer één universiteit door deknieën gaat, je allemaal door de knieën gaat. Dat mag niet gebeuren.Omdat ze niet door de knieën mogen gaan, sta ik volledig achter diebesturen.De voorzitter:Uw vierde interruptie, mevrouw Martens-America.Mevrouw Martens-America (VVD):Ik wil eigenlijk bijna zeggen: ik geef het op. Maar ik geef niet op. Voor nukan ik niets anders dan concluderen dat ik de Minister net een rijtje metverantwoordelijken hoor opsommen, zoals het openbaar bestuur, deMinister van Justitie ... Eigenlijk wordt iedereen genoemd, behalve deMinister zelf. Hij schuift het af op de taskforce. Ik vind het echt heel spijtig.Ik denk dat er meer is dan in een commissiezaal roepen dat het onaccep-tabel is, namelijk naar buiten treden en zeggen dat het onacceptabel is.Mensen moeten dit zien. Mensen moeten dit horen. Ze willen maatregelenzien en horen. Ik vind het heel spijtig. Ik denk dat de Minister hierin eenbelangrijke rol zou kunnen nemen en dat hij die op dit moment niet wilnemen. Ik ga dus zelf met voorstellen komen. Dan gaan we er gewoonnog een jaar langer over door. Dit moet stoppen.De voorzitter:De Minister heeft behoefte aan een reactie.Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120336 Het is goed dat ik naar buiten treed met deze woorden. Dat doe ik hier. Ditis een openbare sessie. Heel Nederland kan meekijken. Ik doe dit ookvanuit alle plekken waar ik veel op werkbezoek ben. Het is van de rattenbesnuffeld – en dit is niet de eerste keer dat ik dat vanaf een publiekpodium zo formuleer, al is het geen mooie uitdrukking. Desondankswaardeer ik juist de felheid en de passie van mevrouw Martens-America,zoals ik al zei. Ik zie uit naar haar voorstellen, omdat ik denk dat we binnende rechtsstaat het uiterste moeten doen om onze instituties, onzeuniversiteiten, onze academie, te beschermen tegen deze onverlaten.Mensen die alleen maar komen om te rellen en om te vernielen, horenniet onze universiteiten te bezetten. Die dienen vrije plekken te zijn, waarhet debat op een academische manier plaatsvindt. Ik werk graag samenmet mevrouw Martens-America om te kijken hoe we binnen de rechts-staat tot het uiterste kunnen gaan om onze universiteiten te beschermen.De voorzitter:Een interruptie van de heer Six Dijkstra.De heer Six Dijkstra (NSC):Bij dit soort ontoelaatbare toestanden, inderdaad met professionelerelschoppers die naar universiteiten komen om de boel kort en klein teslaan, om anderen te intimideren en niet om het demonstratierecht tegebruiken maar om het daadwerkelijk te misbruiken, wordt er ook vaakgebruikgemaakt van gezichtsbedekking, van sjaaltjes die omgewondenworden. Ik ben benieuwd of de Minister in kan gaan op de vraag of het optermijn ingaan van het verbod op gebruik van gezichtsbedekkende kledingbij demonstraties universiteiten ook zal helpen om dit soort demonstratieseerder in de kiem te smoren. Of verwacht hij dat dat in de praktijk weinigeffect zal hebben?Minister Bruins:Dat is meer een juridische vraag dan een vraag voor de Minister vanOCW. Maar we zien juist bij de protesten over dit onderwerp buiten-gewoon veel mensen met gezichtsbedekking. Uit de gesprekken die ikvoer, merk ik ook wel dat juist het professionele tuig zich bedekt, omdat zijook wel weten dat ze niet met goede intenties komen. Wellicht dat dit kanhelpen, maar alle voor- en nadelen van een dergelijk wetsvoorstel en vande handhaving van dergelijke regels moeten goed gewogen worden. Datgaat breder dan de verantwoordelijkheid van een Minister van OCW. Ikkan wel zeggen dat de universiteiten vorig jaar zomer of zo al met elkaarhebben afgesproken om niet meer te onderhandelen met mensen die hungezicht bedekken. Voor zover ik na kan gaan uit mijn gesprekken metColleges van Bestuur, houden ze zich daar nog steeds aan. Als je met eensjaal om aan tafel komt zitten om je eisen te formuleren, dan wordt er nietmeer met je in gesprek gegaan. Dat is best ingewikkeld in sommigeomstandigheden, maar ik denk dat het heel verstandig is om die lijn aante houden. Hoe nauwer de banden met de lokale driehoek zijn, hoe snellerde politie wordt gebeld om in te grijpen en hoe sneller er aangifte wordtgedaan van overtreding van de wet, hoe beter de universiteiten in staatzijn om die met elkaar afgesproken regels te handhaven.De voorzitter:Dan een interruptie van de heer Van der Hoeff, volgens mij.De heer Van der Hoeff (PVV):Ik zal iets meer tijd nemen. Ik hoop dat u mij dat even toestaat, want ikheb in de eerste termijn geen interrupties gepleegd. Maar ik vind het weleen dusdanig belangrijk onderwerp dat ik zeg: daar heb ik gewoon extratijd voor nodig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120337 Ik hoor de Minister zeggen: als ik de bestuurder bel, ben ik blij te horendat het onderwijs doorgang kan vinden. Mij bereiken compleet andereberichten. Er zijn berichten in de media te vinden waarin staat: heb je eenexamen of tentamen, zet dan maar een koptelefoon met noisecancellingop. Dat is de situatie op dit moment. Ik heb een tijd geleden op voordrachtvan mevrouw Martens met een groep Joodse studenten gezeten. Ik neemeven de moeite om mijn aantekeningen hier door nemen. Er zijnuitspraken van eerstejaarsstudenten die nog maar vijf weken op schoolzaten. Een dame deed de uitspraak: «Na vijf weken brak de oorlog uit. Devertrouwenspersoon kan de veiligheid niet garanderen. Ik kreeg verbalebedreigingen, werd fysiek aangevallen en geïntimideerd. Je kunt nietvertellen dat je uit Israël komt. Je kunt niet zeggen dat je achter deregering staat. Ik vrees voor mijn leven. Ik durf mijn halssieraad niet meerte dragen. De rector magnificus weet het ook niet meer. Je kunt een goedeonderzoeker zijn, maar dat wil niet zeggen dat je die studenten kanbegeleiden. Docenten en bestuurders kunnen niet meer besturen, dooreen kleine groep die voor veel lawaai en ontwrichting zorgt. De vertrou-wenspersoon weet ook niet wat de gevoelens van de Israëlische mensenzijn. Protocollen zijn niet dekkend. Bestuurders en docenten zijn nietopgewassen tegen deze situatie. Juist docenten liepen ook met Palestijnsevlaggen.» We praten hier over handelingsverlegenheid. Ik heb de Ministerde afgelopen weken op verschillende manieren, samen met collega Boon,bevraagd, met schriftelijke vragen, omdat het natuurlijk ook antisemitismeis, wat niet mijn portefeuille is. Maar de universiteiten wel. Het aanhou-dende wanbeheer. Als we dan kijken naar artikel 9.9a van de Wet op hethoger onderwijs, kan de Minister gewoon ingrijpen. De Minister kangewoon ... Onder «wanbeheer» wordt verstaan: ernstige nalatigheid om,in ieder geval in strijd met artikel 1.18, maatregelen te treffen dienoodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en goedevoortgang van het onderwijs aan de instelling en om te voorkomen ...De voorzitter:Meneer Van der Hoeff. U bent inmiddels bijna aan een tweede termijnbegonnen.De heer Van der Hoeff (PVV):Ja, maar ...De voorzitter:Ik wil dus vragen of u een vraag wilt stellen aan de Minister. Ik heb u wattijd gegeven, maar ik wil u echt vragen of u nu wilt afronden.De heer Van der Hoeff (PVV):Dat snap ik, voorzitter, maar ik had het van tevoren aangekondigd en ikhad graag deze zin even afgemaakt, want ik kwam tot mijn punt. Onder«wanbeheer» wordt verstaan: ernstige nalatigheid om, ieder geval in strijdmet artikel 1.18, maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor hetwaarborgen van de kwaliteit van een goede voortgang van het onderwijsaan de instelling en om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel vanwetenschappelijk onderwijs in gevaar komt. En dat is in gevaar. Dat isprecies het item waar het om gaat. U kunt hier gewoon ingrijpen, zeg iktegen de Minister via de voorzitter. Graag een reflectie van de Minister opmijn betoog.Minister Bruins:Een boel vragen van de heer Van der Hoeff om te beantwoorden. Laat ikproberen volledig te zijn, maar niet alle kanten op te waaieren. Despecifieke situatie op de VU met het geluid, dat is inderdaad een ingewik-kelde situatie. Er is overleg geweest met mijn ministerie over wat daar nuprecies heeft plaatsgevonden. Wat in ieder geval zo is, is dat de situatieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120338 dat het onderwijs geen doorgang kon vinden niet heeft plaatsgevonden.Alles ging door. Anders zou u ook van mij een brief hebben gehad naaraanleiding van de motie-Martens-America. Dus die situatie ligt wel watgenuanceerder dan hoe die op dit moment wordt beschreven.Het tweede punt, ook buitengewoon relevant, gaat over de vertrouwens-personen: kan je de vertrouwenspersoon vertrouwen? Daar heb ik ookmet Joodse studenten over gesproken en dat is best ingewikkeld, als jeals Joodse student niet weet welke vertrouwenspersoon je tegenover jekrijgt en hoe die kijkt naar de ingewikkelde situatie in het Midden-Oosten.Tegelijkertijd zijn vertrouwenspersonen professionele personen en horendie op professionele wijze iedereen te kunnen bijstaan, maar ik heb dezezorg wel overgebracht in een bestuurlijk gesprek met UNL en ook binnende regeling sociale veiligheid die ik, in februari meen ik, heb geopend isruimte om met deze problematiek om te gaan. Ook vanuit mijn ministeriezijn we in gesprek met vertrouwenspersonen om ook van henzelf te horenwat zij nodig hebben om hun taak goed uit te voeren.Het derde punt dat de heer Van der Hoeff ter sprake brengt, gaat over hetmogen ingrijpen op grond van de WHW. Dat klopt. Ik kan ingrijpen, maardan zal wel eerst de inspectie moeten vaststellen of er inderdaad sprake isvan ernstige nalatigheid en of het onderwijs of de kwaliteit van hetonderwijs in gevaar is. Als de inspectie dat vaststelt – dat moet ik niet zelfvaststellen, daar hebben we een onafhankelijke inspectie voor – dan isingrijpen mogelijk.Ik moet wel zeggen dat ik dat echt op grond van feiten wil doen, op grondvan bevindingen, van feiten, van de inspectie en niet op grond van opiniesof op grond van krantenartikelen, omdat ik ook zie dat er democratieën inde wereld zijn die afglijden naar situaties waarin wetenschap en hogeronderwijs monddood worden gemaakt. De Raad van State waarschuwtook voor die ontwikkeling, met name wanneer democratieën afglijdennaar autocratieën. In het nieuwste jaarverslag heeft de Raad van Stateuitgebreid gerapporteerd over wat er dan gebeurt. De instituties van deopen samenleving kunnen onder druk komen te staan door de opkomstvan op emoties gerichte mediatisering en dramatisering, schrijft de Raadvan State. Deze ontwikkeling wordt ook nog eens geïntensiveerd door deopkomst van sociale media sinds de negentiger jaren en zeker de laatstetien jaar. Dus ik wil dit wel op basis van feiten doen. Maar zoals de heerVan der Hoeff het beschrijft, kan dat op grond van constateringen die deinspectie zou kunnen doen.De voorzitter:Dan een interruptie van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Korte interruptie aan het eind van dit blokje. Bij deze protesten, waar wehet nu de hele tijd over hebben, zie je ook vaak die lgbtqi-vlag, diediversiteitsvaan. Dat is natuurlijk ook het symbool van die «diversity,equity and inclusion»-centra, die we hebben. Daar wordt, en dat vind ikheel zorgelijk, eigenlijk racistisch onderwijs gegeven. Die centra gevencursussen, ook op Nederlandse universiteiten, waarin mensen wordtwijsgemaakt dat blanken inherent racistisch zijn. Dat wordt weer gebruiktin die protesten. Want onze Joodse studenten zijn vaak blank en dat wordtdan weer gebruikt. Die DEI-centra zijn dus echt een tumor, wil ik nog maareens benadrukken, ook wat deze protesten betreft. Is dat niet een redentemeer om eens heel serieus te kijken naar wat er in die centra allemaalgebeurt?Minister Bruins:Het onderwerp diversiteit is een heel mooi onderwerp. Het verdienteigenlijk een apart debat zelfs. Want hoe kijk je nou eigenlijk naar hetonderwerp DEI, naar diversiteit? De heer Van Houwelingen wijst op, zoalsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120339 hij het noemt, een enorme monocultuur als gevolg van diversiteits- eninclusiebeleid. Ik herinner me nog uit mijn tijd als Kamerlid dat PieterDuisenberg als VVD-Kamerlid binnen de vaste Kamercommissie voorHoger Onderwijs voor het eerst de vraag stelde of alle meningen wel aanbod komen binnen de universiteiten. Ik herinner me zelfs de verontwaar-diging rondom het naakte feit dat hij die vraag durfde te stellen. Ik denkdat we een eind zijn opgeschoten in de afgelopen zeven, acht jaar, nu deheer Van Houwelingen deze vraag kan stellen, zelfs in de bewoordingenzoals hij die vraag stelt. Dat zouden niet mijn woorden zijn, maar hij heeftwel de vrijheid om die vraag zo te stellen en het recht op een Minister diedaar serieus op in wil gaan. Dus in die zin denk ik dat het goed is om hetonderwerp diversiteit binnen universiteiten bespreekbaar te maken.Tegelijkertijd heeft de heer Van Houwelingen in zijn inbreng ook eenaantal voorbeelden genoemd, waarvan hij zegt: ik zou willen dat bepaaldemeningen op universiteiten meer aan bod komen, zoals in de lijn vanDuisenberg. Dat is ook diversiteit. Dus ik ben eigenlijk een grootvoorstander van diversiteitsbeleid vanuit de gedachte dat alle manierenvan op een wetenschappelijke en robuuste manier kijken naar dewerkelijkheid een plek moeten hebben binnen onze academie. Dat moetlos van politieke voorkeuren; op grond van politieke gezindheid mag ergrondwettelijk gezien ook helemaal niet gediscrimineerd worden. Nou,dat weet de heer Van Houwelingen allemaal. Diversiteits- en inclusiebeleidis dus juist heel erg belangrijk, maar ik denk dat de heer Van Houwelingenons er allemaal op wil wijzen dat het op meer assen moet gebeuren danhet meestal gebeurde in de afgelopen tien jaar. Dus in plaats van dat ik numet afschuw reageer op de woorden van de heer Van Houwelingen, wil ikeigenlijk begrip tonen voor het feit dat hij probeert duidelijk te maken dater meer diversiteitsassen zijn dan de diversiteitsassen waar meestal overgesproken wordt. Daar sta ik voor open, juist op een academie waar allewereldbeelden, maatschappijbeelden en mensbeelden aan de orde komenbinnen de wetenschappelijke robuuste methode zoals we die kennen. Ener is academische vrijheid. Dus hoe sympathiek ik er ook tegenover sta, ikga als Minister niet ingrijpen, een aanwijzing geven of beleid vormgeven.Het is juist aan de academie en de academische vrijheid om de vrijheidvan kunsten en wetenschappen te bewaken. Dat is niet alleen aan deuniversiteiten, dat is aan ons allemaal. Vanuit de denkwereld van de heerVan Houwelingen weet ik ook dat hij juist dat met mij eens is. Dus bij mij,bij de overheid en bij de Kamer ligt de taak om ervoor te zorgen dat deoverheid zich verre houdt van bemoeienis met de inhoud, van bemoeienismet methodes, uitkomsten van onderzoek en de wijze waarop het beleidwordt vormgegeven. Dit alles gezegd hebbende, begrijp ik wel wat deheer Van Houwelingen bedoelt, maar ga ik mij er juist als politicus opgeen enkele manier mee bemoeien.De voorzitter:Een korte vervolgvraag graag.De heer Van Houwelingen (FVD):Heel veel dank voor het antwoord. Ik geloof ook echt dat de Ministerdiversiteit aan het hart gaat en dat hij die andere assen erkent. Waaromgebruikte ik nou net zulke harde bewoordingen? Ik probeer dat heelbewust te doen. Je ziet namelijk, en daarop heb ik nog geen antwoordgehad – laat ik het heel concreet maken – dat bijvoorbeeld op de«diversity, equity en inclusion»-centra wordt onderwezen dat blankeninherent racistisch zouden zijn. Ik vind dat zelf een ongelofelijk abjecteracistische leer. Dat wordt dus onderwezen op universiteiten envervolgens ook bij de protesten gebruikt. Dan stel ik toch weer de vraag:deelt de Minister mijn zorg dat dit wordt onderwezen op onze universi-teiten? Dat is mijn vraag. Ik gebruik sterke bewoordingen omdat ik dit heelstuitend vind.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120340 Minister Bruins:Hoe aanlokkelijk het ook is om hier inhoudelijk op in te gaan ... Wat erprecies wordt onderwezen, in welke context, met welke woorden, metwelke nuances en op basis van welke feiten, daar kan ik als weten-schapper van alles van vinden, maar niet als politicus. Wat ik wel wilzeggen, is dat de hoge wetenschappelijke standaarden gerespecteerddienen te worden en dat de wetenschap een robuuste manier is om totwaarheidsvinding en een beschrijving van de werkelijkheid te komen. Dierobuuste standaarden moeten we met z’n allen bewaken. Die taak ligtprimair bij de academie en niet bij mij als Minister en de politiek, juistvanwege de academische vrijheid. Als wetenschapper kan ik een meninghebben over de kwaliteit van andere wetenschapsgebieden, maar alsnatuurkundige word je al heel gauw hautain gevonden als je iets vindt vanandere wetenschapsgebieden of daar uitspraken over doet. Maar ik bengeen natuurkundige meer; ik ben nu de Minister van Onderwijs. Iedereuitspraak over methodes of manieren van onderzoek, over uitkomsten vaneen onderzoek of over de inhoud van een onderzoek, zou een aantastingvan de rechtsstaat en een aantasting van de academische vrijheid voorkunsten en wetenschappen zijn. Ik ga dus op geen enkele manier in op deinhoud en de manier waarop er les wordt gegeven en onderzoek wordtgedaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik heb geprobeerd de eerste twee onderwerpen zo veelmogelijk ruimte te geven, maar ik ga nu voorstellen om de Minister zijnbetoog te laten vervolgen, omdat er nog een aantal onderwerpen liggen.Het woord is aan de Minister.Minister Bruins:Dit waren inderdaad de twee grote blokken. Ik ben altijd gewend om degrote blokken aan de voorkant te doen. Nu komen er nog een paarkleinere blokken, die minder aan bod kwamen maar die óók belangrijkzijn, zoals internationalisering. Onder anderen de heer Stultiens gingdaarop in, maar ook de heer Six Dijkstra en de heer Van der Hoeff. Wat ikmet u kan delen, is dat ik de stap die de universiteiten nu zetten metzelfregie en met het plan dat ze naar buiten hebben gebracht, een grotestap vind. Ik vind het een historisch moment. Ik wil dat benadrukken. Hetfeit dat veertien universiteiten zich met elkaar afvragen «wat is er goedvoor Nederland?», even los van de concurrentieprikkel waar universiteitenin zitten als het gaat om het werven van studenten, en dat ze komen meteen zelfregieplan, vind ik een historisch moment. Ik besef dat hieronderling hele zware gesprekken aan ten grondslag hebben gelegen. Datze desondanks naar buiten treden in die kwetsbaarheid en hier nu meekomen, verdient een heel groot compliment. Tegelijkertijd zie ik deze stapook in de context van de gewenste samenwerking die ik in mijn beleids-brief heb opgenomen. Dit is wat mij betreft dus ook de eerste stap op wegnaar een andere manier van kijken naar hoe het hoger onderwijs komt totkeuzes over welke opleidingen, waar en op welke manier wordengegeven. Ik denk dat we over een paar jaar terugkijken en zeggen «dit wasde eerste keer dat universiteiten met elkaar keken naar wat eendoelmatige manier is van het neerzetten van opleidingsaanbod in ditland». Ik denk dat we naar steeds meer samenwerkende universiteitengaan en weg zullen gaan van onderlinge concurrentie. Het is dus echt heelerg goed wat hier gebeurt.Ik heb ook vernomen dat de voorwaarde is dat de toets anderstaligonderwijs geschrapt wordt uit het wetsvoorstel. Dat is wat de universi-teiten ook via de krant aan mij laten weten. Het nu, op dit moment,plompverloren laten vervallen van die toets vraagt aan mij in feite om dedoelstellingen van het wetsvoorstel te heroverwegen of om deze op z’nminst in een ander licht te zien. Het is belangrijk om te stellen – dat heb ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120341 ook eerder gedaan – dat het doel van dit wetsvoorstel niet minderinternationale studenten is. Het doel van dit wetsvoorstel is om hetNederlands als taal de norm te maken in het hoger onderwijs, zeker in debachelorfase, en ervoor te zorgen dat de manier waarop deze opleidingenworden aangeboden doelmatig is. Daar wordt eigenlijk al tien jaar overgesproken in de politiek. Dat is ooit begonnen bij Minister Bussemakervan de PvdA, maar ook D66-ministers hebben dit voortgetrokken. De Wetinternationalisering in balans, is in balans gebracht door mijn voorganger,Dijkgraaf, omdat het wetsvoorstel voor de Wet taal en toegankelijkheidonvoldoende in balans werd gevonden.Nu is de Wib er. Als ik op dit moment plompverloren die taaltoets laatvervallen, zoals de universiteiten van mij vragen, dan geef ik ook mijn remhelemaal uit handen om iets van controle te krijgen over de doelstellingenwaar deze Kamer en de opvolgende bewindspersonen al tien jaar overpraten. Ik zie wat er gebeurt. Ik besef het historische moment vansamenwerkende universiteiten die kijken naar een landelijk dekkendaanbod. Maar het vraagt wel een grondige weging, grondiger dan ik u nu,een paar dagen nadat dit plan naar buiten is gekomen, kan geven. Ik voerhierover overleg met UNL. Ik heb hier gisteren nog bestuurlijk overlegover gehad, om de eerste indrukken met ze te delen. Ook daarbij heb ikgesproken over het diepe besef dat het hier een historisch momentbetreft, en dat ik ook besef dat er op dit moment iets van mij wordtgevraagd. Dat vraagt u ook, aan de hand van het amendement-Bontenbal.Daar moet ik een antwoord op geven. Daar kom ik dan ook mee.Voor de zomer kom ik met een nota van wijziging, die een antwoord geeftop al deze vragen. Die moet niet alleen een antwoord geven op hetamendement-Bontenbal, maar het moet ook een reactie zijn op wat er nugebeurt. Die nota van wijziging is nog niet geschreven. Ik ben in gesprekmet de universiteiten om hiermee een goed traject te doorlopen, zodat weook aan de universiteiten zekerheid en stabiliteit kunnen geven. Wemoeten niet te lang wachten, nu de universiteiten zich zo kwetsbaaropstellen. We moeten niet te lang wachten met een duidelijk antwoord opde vraag wat de gezamenlijke toekomst en de gezamenlijke gesprekkeninhouden waar we dan met elkaar mee op weg gaan.De voorzitter:U heeft een vraag van meneer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Wederom veel mooie, lovende woorden, maar weinig concrete acties. Hetwordt «historisch» genoemd. Een groot compliment; het is heel goed water nu ligt. Maar de universiteiten, de provincies, de burgemeesters enVNO-NCW hebben één harde eis geformuleerd: schrap nou die bureaucra-tische toets. De Minister verwijst naar het amendement-Bontenbal, maardat gaat hier niet over. Dat amendement is al aangenomen. Dit is een eisdaarbovenop, namelijk: schrap die toets. Daarom roep ik de Minister opom te luisteren naar alle mensen in het veld die hier maanden aangewerkt hebben. Anders is dit niet alleen de eerste, maar ook gelijk delaatste keer dat zij bereid zijn zelf de nek uit te steken. Ik hoop dus echt datde Minister een iets meer open houding gaat hebben naar dit plan, wantik vind het een hele redelijke eis. Sterker nog, wat mij betreft gaan weverder dan deze eis. Maar goed, ik snap dat er een compromis gevondenis. Ik hoop dus echt dat hij bereid is deze eis in te willigen.Minister Bruins:Ik waardeer het dat de heer Stultiens mijn woorden ook echt op waardeschat. Die open houding naar de toekomst, die is er. Die is ook belangrijk,omdat ik weet dat universiteiten as we speak met hun medezeggenschapom tafel zitten vanwege deze plannen. Het is belangrijk om hier uit tespreken dat ik in de Eerste Kamer de toezegging heb gedaan dat ik deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120342 zelfregie van universiteiten zal betrekken bij de nota van wijziging, waar iknog voor de zomer mee zal komen. Dat, samen met de woorden dat ikbesef dat dit een historische stap is, toont denk ik de open houding die ikheb. Ik ga niet in dit debat toezeggen wat de universiteiten van mij vragen.Maar de kans om samen met universiteiten op een andere manier tekijken naar het geheel aan opleidingsaanbod in Nederland, is een kans dieik niet aan mij voorbij laat gaan.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:Voorzitter. De heer Six Dijkstra vroeg mij naar dezelfde Wet internationali-sering in balans, en dan met name naar de blijfkans van studenten, diedaarbij belangrijk is. De Wet internationalisering in balans kijkt naar dearbeidsmarkt en naar regio’s en niet specifiek naar blijfkansen. Maar het iswel zo dat in een tekortsector als de techniek de blijfkans nu al relatiefgroot is. In de zelfregie van de universiteiten zien we dat ze op specifiekeopleidingen een fixus willen zetten terwijl ze bijvoorbeeld in de tekort-sector techniek, ook in de regio’s en in de grensgebieden, de ruimte willengeven voor internationale studenten. Ik zie dat dat de goede kant op gaat.Dan zie je dat, als het lukt om voldoende internationale studenten tetrekken in de techniek, de blijfkans dus ook groot zal zijn.Tegelijkertijd wil ik er ook voor zorgen dat we er alles aan gaan doen omde kans op blijven maximaliseren voor de internationale studenten diedan wél gaan komen. Ik zou willen – en dat gebeurt ook al op heel veelplekken – dat universiteiten internationale studenten zo snel mogelijk bijde hand nemen om ze te helpen met het leren van Nederlands en om ze telaten wennen aan onze samenleving en onze cultuur, zodat ze zich hierook echt thuis voelen. Dan is het nettoresultaat ook dat we meer interna-tionale studenten trekken op de plekken waar we ze nodig hebben. Maarwaar opleidingen niet op een doelmatige manier in het Engels wordengegeven, moeten we dat ook niet onnodig doen, om ervoor te zorgen dathoger onderwijs ook toegankelijk blijft voor Nederlandse studenten.De heer Van der Hoeff vroeg mij het volgende. Instellingen vrezen temoeten krimpen of sluiten; kan de Minister reflecteren op die aanhou-dende zorgen? Ja, er zijn zorgen over opleidingen die krimpen of sluiten.Maar ik moet ook zeggen dat dat een waaier aan oorzaken heeft. We zienal zeker tien jaar dat studenten steeds minder specialistische opleidingenkiezen en voor steeds bredere opleidingen gaan. Dat betekent dat smalle,specialistische opleidingen steeds moeilijker in de lucht te houden zijn.We zien dat de aantallen studenten van specialistische opleidingen dalen.Neem bijvoorbeeld aardwetenschappen aan de VU, waar laatst veel om tedoen was. Daar is in tien jaar tijd het aantal eerstejaars gewoon gehal-veerd. Op een gegeven moment moet je zeggen: het gaat niet meer.Universiteiten en hogescholen maken zich zorgen om de specialistischeopleidingen. Ik maak mij daar ook zorgen om, want ik vind het juist zomooi als mensen een vak leren, hun tanden ergens in zetten, voordat zegaan verbreden. Ik ben heel erg bang met generalistische opleidingen, datje van alles een beetje leert en van niets écht diep begrip krijgt. Maargoed, dat is een manier van kijken naar onderwijs waar ik, ook alsMinister, niet over ga. Maar het is wel een zorg die ik heb.Naast het feit dat jonge mensen steeds bredere opleidingen kiezen,hebben we ook nog eens de demografische krimp waardoor de aantallennaar beneden gaan. Ook daar maak ik me zorgen om. Daar komt dan bij –en dan kijk ik meteen naar de heer Stultiens – dat dit kabinet bezuinigt oponderwijs. Ook dat baart de universiteiten en hogescholen grote zorgen,want dat komt in een tijd die al niet makkelijk is en waarin al die anderezorgen er ook al zijn. Maar de grote sluipmoordenaar is de demografischekrimp; die zorgt echt voor een daling in de budgetten. Daarom is het ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120343 nodig dat we de bekostiging minder volatiel en meer voorspelbaar wetente maken. Het is dan ook mijn grote opdracht voor deze kabinetsperiodeom dat stelsel voor financiering beter en anders in te richten en weertoekomstbestendig te maken.De voorzitter:U heeft een vraag van de heer Krul.De heer Krul (CDA):Mooi dat ik de Minister toch ergens op een mening betrapte. Dat is maargoed ook. Even in ogenschouw nemend dat dit de drie ontwikkelingen zijndie ertoe leiden dat er krimp plaatsvindt. Dan is de manier om dat destabiliseren of mitigeren toch de influx van internationale studenten?Neem bijvoorbeeld een opleiding in Zeeland, waar we gelukkig nogspecialistische opleidingen hebben: voor vijf Zeeuwse studenten is datniet te doen, maar op het moment dat er twintig in die klas zitten, waarvaner tien uit de EER komen en misschien vijf niet, dan is het ineens weer welte doen. Zo zie je dat het, om onderwijs beschikbaar te houden, juist voorde lokale bevolking en onze studenten, soms belangrijk is dat er eenbeetje vet op de botten zit van de instellingen, in de vorm van instroomvan internationale studenten. Hoe kunnen we die balans nou waarborgen?Dat is eigenlijk de vraag die ik de Minister stel. Hoe kijkt hij daarnaar, ookin ogenschouw nemend dat hij dus bezig is met die nota van wijziging?Minister Bruins:Alle begrip voor wat de heer Krul hier zegt. De influx van internationalestudenten is belangrijk voor ons land. Ik maak me zorgen over de manierwaarop we het afgelopen jaar hebben gesproken over de Wet internatio-nalisering in balans. In het buitenland lijkt de indruk te ontstaan dat we zeniet meer willen. Daardoor ontstaat een autonome daling van interna-tionale studenten, omdat ze denken dat Nederland geen internationalestudenten meer wil. Maar we willen ze wél, en we hebben ze nodig, vooralbinnen de tekortsectoren. Ik noem techniek en zorg; we komen daar zo’nenorme hoeveelheid mensen tekort. Het zijn juist die cruciale sectoren dieonze toekomstige maatschappij op poten houden. Daarom is hetbelangrijk dat we wegkomen van het frame dat we ze niet meer willen endat de grenzen daar niet meer voor openstaan.We moeten gaan naar waar de Wet internationalisering in balans voorbedoeld is, namelijk dat Nederlands de norm is in de bachelorfase in hethoger onderwijs in Nederland. We moeten ervoor zorgen dat we op alleplekken, in arbeidsmarkttekortsectoren, in de regio waar zaken zoudenomvallen als internationale studenten niet meer komen, geen dingenstukmaken die ons lief zijn. Ik ben zeer dankbaar voor het amendement-Bontenbal en de manier waarop dat amendement ons ook wijst op dieurgentie. De zelfregie van de universiteiten had op geen beter momentkunnen komen. Ik zal met de nota van wijziging de antwoorden moetenvinden op beide ontwikkelingen.De voorzitter:Ik stel voor dat u uw betoog vervolgt.Minister Bruins:Nog een laatste vraag in dit blokje, van de heer Van Houwelingen, overmijn fonds voor het aantrekken van internationale wetenschappers. Ik hebervoor gekozen om, ondanks de bezuinigingen voor de komende jaren,toch niet te aarzelen om wetenschappelijk talent naar Nederland te halenals die kans zich voordoet. De heer Van Houwelingen spitste zijn vraag toeop het onderwerp DEI. Ik ben nog in gesprek met NWO over devoorwaarden waaronder dit fonds vormgegeven gaat worden en demanier waarop het uitgevoerd gaat worden. De bedoeling hiervan is nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120344 om DEI-wetenschappers naar Nederland te halen. Sterker nog, we pratenover voorwaarden. Ik vind het belangrijk dat we, net als met de Wetinternationalisering in balans, proberen wetenschappers te trekken diebijvoorbeeld kunnen bijdragen aan de strategische autonomie vanNederland, de weerbaarheid van onze samenleving, verdere economischegroei, of innovatie. Kortom, we zijn nog in gesprek over de preciezevoorwaarden die we gaan stellen. Die leg ik in eerste instantie bij NWOneer; zij zijn specialist in het creëren van dit type instrument. Maar over dezorg die de heer Van Houwelingen heeft, kan ik hem melden dat het fondszich daar niet specifiek op richt.De voorzitter:Ik wil u vragen het wat compacter te houden, meneer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Het is een korte vraag. Het is fijn om dat te horen. Mijn initiële vraag blijfttoch staan. We hebben het over onderwijsbezuinigingen. Ik noemde deUniversity College Roosevelt waar een derde van het docententeam wordtontslagen. Voor mij is het echt onbegrijpelijk. Hoe kan het zo zijn dat we,terwijl er zó veel talent in Nederland is – ik heb zelfs een paar namengenoemd van hele goede hoogleraren die geen werk meer hebben –tientallen miljoenen gaan vrijmaken om mensen uit het buitenland tehalen? Ik begrijp simpelweg die afweging niet.De voorzitter:Een reactie van de Minister.Minister Bruins:Eigenlijk zijn universiteiten altijd bezig met wervingsbeleid en met hetbinnenhalen van internationale toppers. Daar kunnen zomaar heel veelNederlanders tussen zitten die we weer terug willen halen naarNederland. Dat is ook heel mooi. Wat betreft de keuzes die de instellingenmaken om bepaalde onderzoeken of onderzoekslijnen wel of niet tefinancieren, bepaalde studies te stoppen of bepaalde studies te starten:het is goed om te stellen dat zowel in het hbo als in het wo ieder jaar aljarenlang meer opleidingen starten dan er geschrapt worden. Er zijn ruimmeer startende, nieuwe opleidingen dan opleidingen die stoppen. Dat zijnautonome keuzes die instellingen maken. Wie de beste wetenschapper isdie ze hiernaartoe willen halen, laat ik ook volledig aan hen.De voorzitter:De laatste korte vraag.De heer Van Houwelingen (FVD):Dit is dus juist geen keuze van universiteiten. Dit is een plan van deMinister via NWO om tientallen miljoenen vrij te maken voor dit plan, inprincipe voor buitenlandse docenten en hoogleraren. Nogmaals, deMinister heeft daarin een afweging gemaakt. Dat geld stopt hij hier niet inhet onderwijs ten behoeve van Nederlandse docenten die geen baankunnen vinden. Dus nogmaals, vanwaar die afweging?De voorzitter:Een korte reactie nog van de Minister.Minister Bruins:Ik ben van plan een bepaald bedrag af te splitsen en ook te zoeken naareen multiplier om er uiteindelijk voor te zorgen dat er meer geld kan gaannaar het hoger onderwijs en de wetenschap. Of dat laatste lukt, zullen wezien. Het doel daarvan is om de beste mensen naar Nederland te trekken.Dat mogen ook Nederlanders zijn. Ik doe dat dus neutraal, ongeacht deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120345 nationaliteit. Dat is niet gerelateerd aan de keuzes die universiteiten hierinmaken. Het stoppen of starten van onderzoek en het stoppen of startenvan studies zijn autonome ontwikkelingen die altijd gaande zijn. Dit hoeftdaar niet mee te bijten.De voorzitter:Ik stel voor dat u verdergaat met het volgende onderwerp.Minister Bruins:Het volgende blokje is de beleidsbrief en de vragen die daarover zijngesteld. Mevrouw Martens-America pleitte ervoor om meer regie tepakken op het opleidingsaanbod. Ja, dat doe ik ook. Ik heb daar ook alover gesproken vanwege het dalende aantal studenten, waardoor we niethetzelfde opleidingsaanbod in stand kunnen houden. Daarom werk ik aaneen beleidsinhoudelijk kader voor het opleidingsaanbod en verken ik hoedeze gezamenlijke verantwoordelijkheid op het gebied van het opleidings-aanbod ook in de wet opgenomen kan worden. Ik vind het heel belangrijkdat we die verantwoordelijkheid nu ook echt gaan vastleggen.De heer Stoffer vroeg mij specifiek naar de talenstudies, bijvoorbeeldFrans en Duits, en het amendement daarover. Het amendement stelt€ 100.000 beschikbaar voor een actieplan voor de opleidingen Frans enDuits binnen het sectorplan talen en culturen. Ik ben inmiddels in goedoverleg met de universiteiten over de uitwerking van het amendementbinnen het sectorplan om te kijken hoe we de opleidingen Frans en Duitsduurzaam kunnen borgen. Ook dit is dus weer een ontwikkeling naarsamenwerken in het totale opleidingsaanbod in plaats van concurreren.Daarom is het ook zo goed dat we nu het fenomeen van de sectorplannenhebben. Ik ben dan ook blij dat ik de sectorplannen heb kunnen behouden,terwijl die in het hoofdlijnenakkoord geschrapt werden. Het is dus goeddat het nu op deze manier vorm gaat krijgen. Ik verwacht na de zomeruitvoering te kunnen geven aan het amendement. Dan zal ik ook de heerStoffer en uw hele Kamer zo spoedig mogelijk daarna informeren.Mevrouw Martens-America vroeg mij met betrekking tot de aansluitingvan het onderwijs op de arbeidsmarkt hoe de gesprekken met EZ op ditdossier gaan en wat de vervolgstappen zijn. Het is belangrijk dat OCW, EZen ook Sociale Zaken hierin nauw samenwerken. We hebben het ActieplanGroene en Digitale Banen en we hebben het LLO-beleid, dus het LevenLang Ontwikkelen, waar we samen aan werken. We hebben recent ook dearbeidsmarkttop gehad, waarbij we met een volle zaal met iedereen dieertoe doet, hebben gesproken over dit onderwerp. Keuzes over wat vooreconomie wij willen zijn, hebben ook effect op het opleidingsaanbod datwe uiteindelijk verwachten. In de uitwerking van het beleid zoals ik datpresenteer in mijn beleidsbrief, zal ik de gesprekken over het gewensteopleidingsaanbod met EZ maar ook met SZW voortzetten. Ook de Ministervan VWS is hierbij betrokken, omdat de zorg in absolute aantallen degrootste tekortsector is en omdat het ook nodig is dat we met z’n allen dehanden aan het bed weten op te leiden.De heer Stoffer vroeg mij nog of ik ook de inbreng van de VerenigingHogescholen, met als strekking dat er betere alternatieven zijn dan hetinvoeren van capaciteitsbekostiging, meeneem. Ja, ik praat veel met deVH, ook over capaciteitsbekostiging, en ik deel met de VH dat we hetstelsel moeten voorbereiden op krimp en dat we bij de verkenning rondbekostigingssystemen alle opties goed moeten beschouwen. Wat erprecies wordt verstaan onder «capaciteitsbekostiging» is dus ook nognader te definiëren. Daar wordt al twintig jaar over gepraat, maar nu gaanwe het ook echt doen en dan moet je ook definiëren wat het is. Als eersteconcrete nieuwe stap ga ik de middelen voor het praktijkgericht onderzoeken het hbo toevoegen aan de vaste voet van de bekostiging. Dat is eenvoorstel van de VH zelf geweest; dat voorstel honoreer ik. Ook verken ikverdere mogelijkheden voor het hele vervolgonderwijs. Daarbij kijk ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120346 specifiek ook naar regiobekostiging als vorm van capaciteitsbekostiging;ook dat is een voorstel van de VH zelf. Dus ja, ik praat met ze. Ik praat nietalleen met ze; ik luister ook nog.Voorzitter. De heer Stoffer vroeg mij ook of we niet minder kunnen werkenmet tijdelijke programma’s en projecten. Ja, ik steun die richting. Ik wilminder schotten, minder losse potjes en minder tijdelijke potjes en ik wilmeer naar de bekostiging. Dat heb ik ook opgenomen in mijn beleidsbrief.Ik zie ook in dat een deel van de stappen die ik op dit moment kan nemenrichting de universiteiten en hogescholen, ook weer bestaat uit hetverminderen van administratieve lasten, het minder volatiel maken van debekostiging en ervoor zorgen dat ze meer dan voorheen kunnenvertrouwen op wat er in de toekomst ligt.Een laatste vraag in dit blokje kwam van de heer Stultiens en ging overhet onderzoeksrapport «Hbo’ers gelijkgeschakeld?» Bijna een kwart vande wo-masters sluit een hbo-bachelor per definitie uit. Er werd mijgevraagd of ik wat sterker kan handhaven. Ik heb hier met UNL overgepraat. Ze hebben laten weten dat zij conform de aanbeveling van deinspectie het toelatingsbeleid voor de wo-masters opnieuw tegen het lichtgaan houden. Zij gaan daarbij na of er sprake is van onterechte uitsluitingvan hbo-bachelors en zij zullen het beleid aanpassen wanneer zij vindendat er inderdaad onterecht wordt uitgesloten. Ik zal samen met deinspectie ook nog een brief aan de instellingen schrijven; dat had ik altoegezegd, maar UNL gaat hier ook daadwerkelijk mee aan de slag.Tot slot wil ik, in de waaiergedachte, improviserend nog zeggen datniemand heeft gesproken over de aansluiting van hbo-masters voorwo-bachelors, maar dat ik ook daarover wil nadenken. Ook daar moetenwe eens een keer met elkaar over spreken, maar dat is voor een anderekeer.Dan het blokje studiefinanciering en DUO. Daarover waren er veel vragenvan de heer Ergin. Ik moest u even zoeken, want u zit op een andere plek;fijn dat u er weer bent. Bij de controle op de uitwonendenbeurs was eronbedoelde indirecte discriminatie. Daar heeft mijn voorganger ookuitgebreid excuses voor gemaakt. Wat daar gebeurd is, is buitengewoonpijnlijk. Ik heb de studenten ook in de ogen gekeken; dat was eenemotionele bijeenkomst. Ik blijf ook met ze praten. Laatst had ik deMoslimstudenten Associatie bij mij op bezoek en ik ben op uitnodigingook bij hen geweest. Eigenlijk is dit, discriminatie, telkens weer hetonderwerp. Dat is pijnlijk. Via u, voorzitter, zeg ik tegen de heer Ergin datik ernaar uitzie dat er een tijd komt waarin dit niet meer het hoofdon-derwerp is. Ik denk dat we ons daar met z’n allen hard voor mogen enmoeten maken.Inmiddels is DUO hard bezig met het uitvoeren van de operatie. Hoe staathet daar nu mee, vraagt de heer Ergin. DUO heeft in 2024 al besluitenteruggedraaid van de lopende zaken en heeft begin dit jaar ook een aantalherzieningsverzoeken behandeld. Op dit moment draait de operatie voorhet terugdraaien van de ruim 10.000 besluiten. Dat is een grote operatie;daar zijn we hard mee aan de gang. Dit moet ook zeer zorgvuldig wordenvoorbereid. Dat kost tijd, maar gelukkig wordt er ook echt geleerd vanhersteloperaties binnen de overheid. Op dit moment is DUO vol bezig metdie voorbereiding, zodat op een gegeven moment ook op die knopgedrukt moet worden. Dan moet het ook vloeiend gaan.De voorzitter:Een vraag van de heer Ergin.De heer Ergin (DENK):Dank aan de Minister voor zijn toelichting. Kan hij ook aangeven hoelanghij verwacht dat die hersteloperatie gaat duren?Minister Bruins:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120347 Dat is best nog moeilijk om aan te geven. Als dit eenmaal goed isvoorbereid, dan zou het als het geautomatiseerd gaat ... We weten omwelke studenten het gaat – dat is het goede nieuws – in tegenstelling totbij andere operaties binnen de overheid. Een beter antwoord kan ik gevenin de brief die ik nog dit voorjaar ga sturen. Ik heb uw Kamer toegezegdom een voortgangsbrief over deze operatie te sturen, over de controles opde uitwonendenbeurs. Nog dit voorjaar ontvangt u de voortgangsbrief endaarin zal ik ook hierop, voor zover dat kan, zo veel mogelijk ingaan.De voorzitter:Een vervolgvraag van meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Er is iets wat me enorm irriteert. Dat wil ik dan wel graag vandaag hierdelen met de Minister. Misschien kan hij daar ook op ingaan in zijn brief.Ik hoop ook dat hij snel aan de slag kan gaan. Nu al krijgen studenten –dat hoor ik zo af en toe als ik met mensen praat – de waarschuwing: letop, dit kan nog jaren gaan duren. Terwijl we weten om welke studentenhet gaat. Het gaat om 10.000 studenten. We weten om welke kosten hetgaat, althans welke bedragen destijds zijn teruggevorderd van destudenten. Het lijkt tamelijk op een uitvoerbare hersteloperatie. Ik zou dandus van de Minister willen weten – het liefst nog voor die brief, misschienkan hij het in zijn tweede termijn doen – waar hij de knelpunten ziet, alsdie er zijn, en hoe hij van plan is om dat proces te versnellen. Wantvolgens mij is het niet de bedoeling dat we na tien jaar wachten operkenning nog eens tien jaar gaan doen over een relatief overzichtelijkehersteloperatie binnen alle hersteloperaties die we al bij de overheidhebben.Minister Bruins:Ik deel het ongeduld van de heer Ergin en ik wil ook dat dit zo snelmogelijk gebeurt. Mijn indruk vanuit die grote Hoftoren in Den Haag isook: hé, redelijk overzichtelijk, 10.000 mensen en we weten wie het zijn.Maar de devil is altijd in de details bij dit soort operaties, dus daar ben ikvoorzichtig in. Ik wil ook geen verwachtingen wekken die ik niet kanwaarmaken. Ik zal even kijken of ik in tweede termijn iets meer kanzeggen. Ik ga er in ieder geval op in in die brief die in het voorjaar komt,maar misschien dat ik in de tweede termijn al iets meer kan zeggen. Geengarantie, maar wat ik kan zeggen in tweede termijn, zal ik uitspreken.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:Is de 61 miljoen die nu is gereserveerd voor de hersteloperatie voldoende,vraagt de heer Ergin. Er is in november zo veel mogelijk rekeninggehouden met alle voorzienbare kosten die de herzieningsopgave metzich meebrengt. Dit betreft dus de bedragen die terugbetaald moetenworden na het herzien van het oorspronkelijke besluit teruggevorderdeuitwonendenbeurs en boete. Bij Voorjaarsnota is nog eens 14 miljoenextra vrijgemaakt om studenten ook de wettelijke rente over de herzieningte vergoeden. Dat is een van de plussen die u nog moet gaan zien morgenof overmorgen als de suppletoire begroting naar buiten komt. Daarmeehebben we 61 plus 14 is 75 miljoen waarmee we denken dit te kunnendoen.Welke maatregelen heeft DUO nu doorgevoerd om problemen die zichvoordeden in de toekomst te voorkomen, vraagt de heer Ergin. Het isgoed om te benoemen dat DUO de komende tijd, en nu ook al, aselectcontroleert en blijft controleren. Dus zonder risicomodel, waar de heer SixDijkstra zo veel verstand van heeft. Op dit moment is het volledig aselect.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120348 Binnen de controles zijn ook wijzigingen doorgevoerd, ook op basis vande gesprekken die door DUO gevoerd zijn met een aantal studenten en degesprekken die met de controleurs gevoerd zijn. Naar aanleiding van dezegesprekken zijn ook de richtlijnen voor de huisbezoeken aangepast, zeg iktegen de heer Ergin. Daarnaast wordt er dus gewerkt aan een nieuwcontroleproces en dat moet door en door en door getest worden volgensde standaarden van de heer Six Dijkstra, die ik van harte deel. Ik informeeru in dezelfde brief dit voorjaar nog over de voortgang van dit proces.De heer Six Dijkstra had het over discriminerende algoritmes. VoldoetDUO nu aan alle eisen die volgens de Autoriteit Persoonsgegevensvoortvloeien uit de plicht conform de AVG? Op dit moment gaat alles nogaselect en er wordt geconstateerd dat het nodig is om dieper in te zoomenop alle risico’s op discriminatie bij het gebruik van algoritmes en ook omaan alle eisen van de AP te voldoen. Daarom is in maart bij DUO hetprogramma algoritmes gestart. Hierin worden alle algoritmes verderdoorgelicht op mogelijke directe en indirecte discriminatie. En specifiekvoor de controles op de uitwonendenbeurs wordt dus een nieuwrisicogericht selectiemodel gemaakt, waarbij geborgd wordt dat aan allevoorwaarden wordt voldaan die de Autoriteit Persoonsgegevens en dewet stellen. Ook hierover zal ik u informeren in het voorjaar.Dan de gedachte van de heer Six Dijkstra: kunnen we nou niet op eenmakkelijker manier studenten een overzicht geven van hun studieschuld?Gemakkelijk inzicht is zeker voor schulden buitengewoon belangrijk. Opdit moment kan dat via Mijn DUO in een goed beveiligde omgeving. DUOblijft uiteraard openstaan voor suggesties om verder te leren. Desuggestie voor een app die de heer Six Dijkstra deed, zal ik doorgeven aanDUO. Verder werkt DUO ook samen met andere rijksdiensten om ervoor tezorgen dat alle vorderingen die de burger heeft binnen de rijksoverheid opéén plek, in één overzicht samengebracht kunnen worden. Dat zou ookeen enorme stap vooruit zijn.De voorzitter:De heer Ergin heeft naar aanleiding daarvan een vraag.De heer Ergin (DENK):Ik wil nog even een klein beetje terugspoelen, naar het antwoord van deMinister op de vraag over de gesprekken die hij voert met organisaties alsMSA. Ik heb begrepen dat de Minister zelfs bij een iftar van MSA isgeweest. Het lijkt me heel goed dat de Minister dat heeft gedaan. Maarwaar ik eigenlijk naar op zoek ben, is dat – daar kan ik ook op alle anderefronten voorbeelden van geven – alleen het gesprek wordt gearrangeerden opgezocht als er problemen zijn, dus als er weer een schandaal is bijDUO of als er maatschappelijke spanningen zijn. Dat is prima, maar deoproep is eigenlijk: doe dat ook als die problemen er niet zijn. Gabijvoorbeeld ook in gesprek met studentenorganisaties over de stelselher-ziening in het hoger onderwijs. Ik heb daar nog geen antwoord opgekregen van de Minister.Minister Bruins:Mooi punt. Het zat in mijn mapje overig, maar het is buitengewoonbelangrijk. Ik heb precies dit punt met de studenten van MSA besproken,want zij zeiden dit ook gewoon letterlijk tegen mij: «Altijd als er weergedoe is, mogen we weer komen opdraven. Praat nou gewoon eens opeen andere manier met ons.» En ik heb ze dat toegezegd. Ik ga, net zoalsik met JOB MBO, met ISO en met LSVb op regelmatige basis praat, ookmet de studenten van de MSA op regelmatige basis praten om gewoon tehoren wat hen bezighoudt, om ervoor te zorgen dat we ook op eenpositieve manier contact houden met elkaar en over positieve onder-werpen met elkaar kunnen spreken. Overigens heb ik dezelfde afspraakgemaakt met de Joodse studenten, die ook het gevoel hadden: we kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120349 weer komen opdraven bij het ministerie wanneer er weer eens rellen zijngeweest waarbij we ons weer onveilig voelden; kunnen we nou niet ookvanuit een positieve bijdrage die onze identiteit levert aan deze samen-leving met elkaar in gesprek komen? Dus eigenlijk aan alle kanten voel ikdat identiteit en ook religieuze identiteit van toenemend belang is voorjonge mensen in ons land en dat je wanneer je je verzamelt rondom datkenmerk, ook behoefte hebt aan regelmatig overleg vanuit een positievegrondhouding. Ik sta daar, ook vanuit waar ik zelf vandaan kom, buiten-gewoon voor open.De voorzitter:Uw laatste vraag, meneer Ergin.De heer Ergin (DENK):Dank u wel, in ieder geval. Dit klinkt goed, dat het gesprek met zoweljoodse als islamitische studenten wordt aangegaan. Het is ook goed datdat op een soort reguliere basis gaat gebeuren. Ik wil daar alleen wel ietsmeer over weten van de Minister. Misschien dat hij daar in zijn tweedetermijn of in zijn brief op terug kan komen. Ik wil daar wel iets meer bodybij hebben, anders dan alleen de intentie om het te doen. Dus de intentieis prima. Daar ben ik het helemaal mee eens, maar ook graag de inhoud,hoe dat gaat plaatsvinden.Minister Bruins:Goede vraag van de heer Ergin. Ik heb concreet met de studentenafgesproken dat ze in ieder geval tweemaal per jaar met mij om tafelzitten. De volgende datum staat al ingepland. En tussendoor wordt er ookambtelijk goed contact gehouden. Het is dus zeer concreet en staat in deagenda.De voorzitter:Gaat u verder.Minister Bruins:Dan een vraag van de heer Stultiens over de aanvullende beurs. Heelbelangrijk dat studenten daar aanspraak op kunnen maken, ook los van desituatie van hun ouders. Momenteel bestudeer ik de achterliggendejurisprudentie die hieraan refereert en op basis van kennis over deuitwerking van de regeling zal ik bezien of het mogelijk is om het beleidaan te passen en of daar aanleiding toe is. Dus dit is ongoing business. Devraag is me ook eerder gesteld in de context van een ander debat. Hier gaik mee door, want dit is een schrijnende situatie en hier word ik ook in degesprekken die ik heb met studenten regelmatig aan herinnerd. Dus hierwil ik mee aan de slag blijven, maar dit vergt wel een goede juridischeonderbouwing.De heer Stultiens en de heer Stoffer vroegen mij ook om nog wat nader inte gaan op verschillen tussen mbo, hbo en wo, bijvoorbeeld op hetmaximale bedrag om te lenen, dat voor het mbo beperkter is. Zijn hiergoede redenen voor? Sommige van de verschillen zijn beleidsmatiguitlegbaar. Soms lijkt iets een nadeel, maar dan staat er ook een voordeeltegenover. Hierover is uw Kamer specifiek geïnformeerd – dat is alweereen tijdje terug, door mijn ambtsvoorganger – in maart 2024 in wat toende «waaierbrief» heette. De normbedragen zijn op dit moment zoals zezijn. Als we die willen aanpassen, kost dat geld. Tenminste, als we zeomhoog zouden willen aanpassen. Op dit moment heb ik niet diefinanciële middelen. Tenzij ik andere studenten erop achteruit laat gaan,zodat ik het budgetneutraal kan doen. Het kan wenselijk zijn om sommigebedragen, zoals die voor de aanvullende beurs, te harmoniseren vanuit dewens om studenten gelijkwaardig te behandelen, maar voor bijvoorbeeldde basisbeurs is dat minder voor de hand liggend omdat mbo-studentenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120350 ook een lager bedrag aan lesgeld betalen dan studenten in het wo en hethbo betalen aan collegegeld. Zo moet je dus de plussen en de minnentelkens goed tegen elkaar afwegen. Ieder voordeel heb zijn nadeel, zei eenberoemde Amsterdamse filosoof ooit. Dus dat moeten we goed wegen.Dan de prestatiebeurs, enerzijds hbo-bachelor en -master en anderzijdshbo- bachelor en wo-master. Het studiefinancieringsstelsel gaat uit vanvier jaar prestatiebeurs voor zowel hbo als wo. Die vier jaar is hetuitgangspunt. Hiermee hebben studenten voldoende prestatiebeurs-rechten om een hbo-bachelor of een wo-bachelor plus eenjarigewo-master nominaal af te ronden. Dat is de basis van het stelsel, dus datis in principe een gelijkwaardige behandeling. Bij wo-masters met eenlangere nominale duur dan één studiejaar wordt het recht verlengd methet aantal maanden van de studie minus twaalf maanden.Hbo-masterstudenten krijgen extra prestatiebeurs voor de nominale duurvan de hbo-master.Tot slot nog in dit blokje de heer Six Dijkstra.De voorzitter:Volgens mij heeft de heer Stultiens nog een vraag over het voorgaande.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja, dank. Eigenlijk somt de Minister de tabel op en die ken ik. Het punt isjuist dat het voor studenten onrechtvaardig voelt dat je als je eenhbo-bachelor hebt afgerond en vervolgens voor een hbo-master kiest, weleen beurs krijgt, maar als je voor een wo-master kiest niet. Dat voeltscheef. Ik ben benieuwd wat daar dan de onderbouwing van is, waarom jebij die hbo-master wel een extra jaar krijgt, dat vijfde jaar, maar voor diewo-master niet.Minister Bruins:Ik snap dat dit oneerlijk voelt, ook voor studenten. Over dit onderwerp zijnonlangs twee tegengestelde rechterlijke uitspraken gedaan. In een van dezaken kwam de rechter tot de conclusie dat er in dat geval sprake is vanongelijke behandeling. Studenten met een aanvangsniveau van eenwo-master hebben afhankelijk van het type bacheloropleiding dus meer ofminder prestatiebeursrechten. Maar in een andere zaak oordeelde derechter juist dat er geen sprake was van ongelijke behandeling. Ik hebhoger beroep ingesteld tegen de eerdergenoemde uitspraak om meerduidelijkheid te krijgen. Op dit moment kan ik daar dus niet politiek eenuitspraak over doen. Ik moet eerst de uitspraak van de hoogste rechterafwachten op dit terrein en dat is de Centrale Raad van Beroep. Zodra dieuitspraak er is, kan ik verder en kijken of we hier ook politiek iets willendoen. Maar ik heb er begrip voor dat het onrechtvaardig voelt. Of het ookonrechtvaardig is, leg ik bij de rechtspraak neer.De voorzitter:Dank u wel. Gaat u verder.Minister Bruins:De laatste vraag van dit blokje gaat over de EER-studenten. Het blijft nodigom mij op Europees vlak actief te blijven inzetten om het recht opstudiefinanciering voor EER-studenten aan te scherpen, want er isnatuurlijk geen sprake van een level playing field op Europese grond. Ikheb dat inderdaad gedaan door dit met collega’s te bespreken tijdens deOJCS-Raad in november. Ik heb wel in de praktijk ervaren dat er maarweinig respons komt van de andere kant van de tafel. Ik moet deverwachtingen dus temperen. De politieke haalbaarheid acht ik gering. Eris niet heel veel interesse voor het probleem dat ik aankaart, gewoonomdat zij het probleem niet hebben. Dit is ook een kwestie van verschil-lende belangen. Maar ik heb de heer Six Dijkstra gehoord en ik zal hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120351 recht op studiefinanciering voor EER-studenten blijven adresseren – ik benonvermoeibaar wat dat betreft – maar dat wil ik dan doen als onderdeelvan de bredere inzet op een evenredige mobiliteit, van internationali-sering in balans. Dat is een onderwerp waarvan ik wel hoor dat hetresoneert. Vanuit dat onderwerp zal ik dit punt ook telkens blijvenaansnijden.De voorzitter:Dan kijk ik altijd met enige zorg naar het mapje overig, maar ik weet nietof dat nu ook nodig is.Minister Bruins:Dit gaat snel.De voorzitter:Ik wil echt mijn uiterste best doen om ook de tweede termijn te kunnenbehandelen, om te voorkomen dat we een nieuwe datum moeten prikken.Ik stel dus voor dat u het mapje overig ter hand neemt en de antwoordengeeft op de vragen daarin.Minister Bruins:Ja, voorzitter. Ik ga verder met het mapje overig. Wat ik daarvan albehandeld heb zal ik ook resoluut overslaan, maar de volgende vraag iseen belangrijke. Deze vraag gaat over het publiek-private grensvlak, zoalsde heer Stultiens het noemde, op het gebied van welzijn en de ontplooiingvan studenten. We hebben de bijdragen van zowel publieke als privateinstellingen hard nodig. Het is onze inzet om de kwaliteiten van publiekeen private aanbieders goed te benutten. Zoals toegezegd in de KamerbriefUitwerking onderwijsagenda LLO voeren we een verkenning uit naar hetvraagstuk rondom een wettelijke opdracht voor LLO voor bekostigd mbo,hbo en wo. In het najaar zal ik u daarover informeren.Publiek-privaat ging ook over sportfaciliteiten en de gestegen kosten vanabonnementen die dit tot gevolg zou kunnen hebben. Ik moet starten methierover te zeggen dat het beleid ten aanzien van investeringen invoorzieningen voor studenten niet gewijzigd is. Ik wijzig dat beleid ookniet. OCW bekostigt instellingen voor de uitvoering van wettelijke taken.Dat zijn de drie wettelijke taken in de wet: onderwijs, onderzoek enkennisoverdracht aan de maatschappij. Sportfaciliteiten zie ik niet alsessentieel voor of direct ondersteunend aan het diplomagerichteonderwijs. Ook in het verleden werd dat zo beschouwd. Daarombeschouw ik het dus niet als onderdeel van de wettelijke taken. Dat wasdus ook in het verleden zo, en ik wijzig dat niet. Instellingen mogensportfaciliteiten dus wel aanbieden, maar dan als private activiteit. Zemoeten zich dan houden aan de voorwaarden uit de beleidsregel, en diebeleidsregel heb ik aangepast. Die is ruimer geworden, namelijk: hetrekenen van een marktconform tarief óf een integrale kostprijs. Dat zouhet makkelijker moeten maken voor instellingen, zeker als het gaat omeen verminderde administratieve last. Het aanbieden van sportfaciliteitenals private activiteit is nodig omdat het anders ten koste zou gaan van debeschikbare middelen voor onderzoek en onderwijs.De voorzitter:U bent door uw vragen heen, meneer Stultiens, en ik moet echt evenstreng zijn. Als u het in één zin kan, mag het. In tweede termijn? Prima.Minister Bruins:De heer Stoffer had het over praktijkgerichtheid en profilering en over depraktijkgerichte druk, zelfs richting het vwo. Dat is inderdaad heelbijzonder. We hebben het er altijd over dat het meer praktijkgericht moet,maar er is nu ook aandacht voor de balans, zodat er ook academischeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120352 opleidingen blijven, en academische vorming in het voorbereidendwetenschappelijk onderwijs. Zeker, dat is belangrijk, zoals ik het ookbelangrijk vind dat universiteiten en hogescholen ieder hun profileringhebben, en hun eigenstandige plek in de waaier. Zo beschouwen we dat.Hogescholen moeten niet lijken op universiteiten en zo moet ook het havoniet lijken op het vwo. Het vwo hoort voor te bereiden op wetenschap-pelijk onderwijs en het havo is wat mij betreft voorbereidend op beroeps-onderwijs. Ik vind het belangrijk om dat ook te blijven benadrukken.Misschien vinden sommigen dat wat ouderwets, maar dan ben ik danmaar ouderwets. Zoals de heer Stoffer zo helder verwoordde: je hebtbeide nodig, zowel een sterk praktijkgericht onderwijs alsook sterkwetenschappelijk onderwijs. Toen ik nog wetenschappelijk publiceerde,heb ik altijd vol trots de technici die mijn geweldige detector bouwden enonderhielden, ook opgenomen op de lijst van auteurs van mijn weten-schappelijke publicaties. Die hoorden er net zozeer bij als de weten-schappers die de data analyseerden, want zonder detectoren had ikhelemaal geen data gehad en ook geen proefschrift.De heer Stoffer had het ook over samen opleiden en professionaliseren ende zorg van hogescholen dat de beproefde structuur van samen opleidenonder druk staat door het verleggen van geldstromen naar onderwijsre-gio’s. Het bundelen van verschillende financieringsstromen via deonderwijsregio’s doen we onder andere omdat dat zorgt voor minderbureaucratie. En hoe minder bureaucratie, hoe meer geld er in de klasterecht kan komen. Met de middelen kan de onderwijsregio doorgaan metde systematiek van samen opleiden, waar de heer Stoffer het over heeft,voor de betreffende studenten. De effectieve samenwerking tussenlerarenopleidingen, het funderend onderwijs en het mbo is daar eenonderdeel van. Nu blijft samen opleiden mogelijk en worden lerarenoplei-dingen hiervoor gefinancierd. De levensbeschouwelijke invalshoek, waarde heer Stoffer aandacht voor vraagt, heb ik ook op het oog. Daar spreekik ook over met de mensen in het veld die hierover gaan.Dan vroeg de heer Ergin – hij is nu weg – mij nog over de imamopleiding.Hier hebben we ook eerder over gesproken in het kader van de begro-tingsbehandeling in de Tweede Kamer. De middelen die zeven jaar langop de begroting van OCW hebben gestaan om te helpen bij het startenvan een imamopleiding, heb ik geschrapt omdat ze niet gebruikt werden.Zomaar geld dat niet gebruikt wordt op de begroting laten staan: in zulketijden leven we niet. Samen met de Staatssecretaris van SZW blijf ik mijwel inspannen om tot een imamopleiding te komen. Hier worden dusgesprekken over gevoerd, maar het is belangrijk om te stellen dat deonderwijsinstellingen hierover gaan. We zien al zeven jaar lang dat hetniet gebeurt, terwijl er wel geld staat te wachten. Uiteindelijk zal er eersteen goed plan moeten komen. Het is van belang dat ik het starten en deinhoudelijke ontwikkeling van een nieuwe opleiding echt bij de onderwijs-instellingen leg. Die moeten dit in deze situatie natuurlijk ook doen ingoed overleg met de geloofsgemeenschap.Ik had nog een vraag van de heer Stultiens over discriminatie op basis vanopleidingsachtergrond. Hoe staat het met de motie-De Hoop/Bouchallikhtom opleidingsniveau als discriminatiegrond toe te voegen aan deAlgemene wet gelijke behandeling? Ik heb in het voorjaar van 2024hierover een adviesaanvraag ingediend bij het College voor de Rechtenvan de Mens. Dat heb ik niet gedaan, maar mijn ambtsvoorganger. In dezomer van vorig jaar heb ik dit advies naar uw Kamer gestuurd. Ikverwacht uw Kamer nog voor deze zomer een kabinetsreactie te sturen.Uit het advies blijkt wel dat het invoeren van opleidingsniveau alsdiscriminatiegrond verregaande gevolgen kan hebben, bijvoorbeeld voorvervolgopleiding of werk. Daarom wil ik ook de mogelijkheden goedafstemmen met de Minister van BZK en gezamenlijk besluiten of eenwetswijziging passend is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120353 Er werd ook nog gevraagd naar collegegeldvrij besturen. Hoe kan je datnou wettelijk verankeren? Er zijn voor instellingen diverse wettelijkemogelijkheden om studenten te ondersteunen, waaronder collegegeldvrijbesturen. Het is aan de instellingen om te bezien welke van die mogelijk-heden het beste aansluiten bij de behoefte van de instelling en destudenten. In de wet is gekozen voor een kan-bepaling. Het kan dus al enhet is in die zin wettelijk verankerd dat instellingen hiervoor kunnenkiezen.De laatste vraag die ik nog in mijn stapeltje heb, komt van de heer Krul engaat over het «Teach First»-programma. Dat is een programma in het VKwaarbij topstudenten lesgeven in kwetsbare wijken. En wat is er noumooier dan lesgeven? We willen dus onze topstudenten voor de klashebben staan. Ik ben het met u eens dat Teach First een mooi initiatief is.In Nederland hebben wij een soortgelijk programma. Dat heet Trainees inonderwijs. Misschien moeten we nog even kijken naar de branding, wantook hier moet het uitstralen dat we de allerbeste en allerslimste, debrightest minds, voor de klas willen hebben staan. Dit programma heefttot doel trainees de mogelijkheid te bieden om direct in de klas aan deslag te gaan en dit te combineren met colleges en trainingen. Dezecombinatie zorgt ervoor dat de theorie en de praktijk verbonden kunnenworden. Ik herinner mij dat de woordvoerder van de ChristenUnie destijdshier ook een groot voorstander van was; die is nu Minister van Onderwijs.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik had nog één vraag waar u nog geen aandacht aan besteed hebt. Diegaat over het UCR, het University College Roosevelt. Misschien zit die nogin het mapje.Minister Bruins:Ja. Die kwam ik tegen. Ik dacht hem te beantwoord te hebben toen ik ookde heer Krul antwoordde op de vraag hoe we omgaan met de regio, metarbeidsmarkttekorten en met specifieke regionale kenmerken. Dat komt inde nota van wijzigging die ik nog voor de zomer naar de Tweede Kamerstuur.De heer Van Houwelingen (FVD):Mijn vraag waar ik nog geen antwoord op gehoord heb, was of deMinister naar deze casus wil kijken.Minister Bruins:Dat ging over die ene docent.De heer Van Houwelingen (FVD):Over die organisatie.Minister Bruins:Ja.De voorzitter:Ik kijk even naar Minister of hij dat in tweede termijn doet.Minister Bruins:Ik kan er uiteindelijk niet heel veel meer over zeggen dan dat instellingenhier vooraleerst zelf aan zet zijn. De keuzes die zij maken laat ik dus echtbij de instelling. Ik heb op dit moment niet de indruk dat bezuinigingen dienog moeten gaan komen, of de Wet internationalisering in balans die nogmoet gaan komen en die er nog niet is, aan de basis liggen van wat er opdit moment bij Roosevelt gebeurt. De keuzes die de universiteit zelf maakt,ofwel de moederuniversiteit Utrecht of Roosevelt zelf, zijn ook echt aanhen en daar hoor ik mij ook niet mee te bemoeien. Ik ga ervan uit dat alsTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120354 ze op een of andere manier denken dat ik mij er wel mee moet bemoeien,ze hierover dan ook met mij contact zullen opnemen.De voorzitter:Dan dank ik de Minister voor de beantwoording van alle vragen in deeerste termijn. Ik stel voor dat we direct doorgaan met de tweede termijnvan de Kamer. U heeft maximaal 1 minuut en 20 seconden spreektijd. Hetwoord is aan de heer Krul.De heer Krul (CDA):Voorzitter. Diezelfde beroemde Amsterdamse filosoof had nog een helemooie uitspraak, namelijk «het goede doel is nooit je eigen doel». Die ismooi voor voetballers, maar er zitten meer lagen in die uitspraak die ikmooi vind. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze Ministerinmiddels wat ballen in eigen doel heeft liggen. Ik heb hem goed gehoorden ik denk inderdaad dat het nodig is dat deze Minister wat zendingswerkdoet. Hij gelooft in de belofte van het evangelie, dus dat komt vast goed.Ik denk dat het nodig is. Ik ga een tweeminutendebat aanvragen, omdatwij gewoon ontzettend veel vragen, opmerkingen en vooral bedenkingenhebben bij de voorgenomen bezuinigingen. Ja, we gaan nog spreken overde suppletoire begroting, maar toch. Hij heeft ook aangekondigd dat denota van wijziging op het nippertje voor de zomer komt, dus we gaan ookproberen om dat tweeminutendebat rond dat moment in te plannen. Datis in ieder geval een inspanning die ik ga leveren. Ik denk dat vlak daarnaeen goed moment zijn, want dan kunnen we daar nog wat suggestiesmeegeven aan de Minister.Verder: dank u.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter. Laat ik duidelijk zijn: een half miljard extra bezuinigen oponderwijs is gewoon een kwalijke zaak. Ik ben ook verbaasd over wat ikbegrijp, namelijk dat er niet eens afstemming is gezocht met partijen diebetrokken waren – dat gaat over mijn buurmannen – bij het sluiten vaneen deal over de OCW-begroting. Deze deal is gewoon door de shreddergegaan, twee weken nadat hij gematerialiseerd is. Een akkoord met dezecoalitie bleek niets waard. Ik hoor een Minister zeggen: ik heb er wakkervan gelegen, ik vraag me af of het doordacht is en ik denk dat deonderwijskansenregeling niet uit te leggen is. Maar hij zegt ook dat hijmeegenomen is en dat hij aan de voorkant input geleverd heeft. Ik hoorde VVD zeggen dat de Minister dit besloten heeft, maar diezelfde VVD zatde afgelopen weken ook aan tafel om te onderhandelen.Voorzitter. Ik ben het spoor dus een beetje bijster, maar ik zou de Ministereen advies willen meegeven. U bent de bestuurder. U draagt de verant-woordelijkheid voor wat wij als D66 in ieder geval de belangrijkste sectordie we hebben, vinden. Draag die verantwoordelijkheid. En als u dieverantwoordelijkheid niet draagt omdat u in de nacht wakker ligt over debesluiten die worden genomen en omdat u zich afvraagt of wat er gebeurtwel verstandig is, verbind daar dan conclusies aan. Regeer of stap op.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Ik heb drie puntjes. Het eerste is een heel concreet punt,naar aanleiding van dat collegegeldvrij besturen. Er zou ook nog eenbeleidsbrief komen over flexstuderen. Zou de Minister kunnen aangevenwanneer die komt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120355 Mijn tweede punt betreft de korting voor de Adviesraad wetenschap,techniek en innovatie en de Onderwijsraad. Daar is de Minister opingegaan. Bij de suppletoire begroting en de behandeling daarvan kunnenwe daarop terugkomen. Ik heb de indruk dat er naast die efficiencykorting,waarover we wellicht nog positief verrast worden, toch sprake is van eenalgemene korting van 100 miljoen, zoals ik heb horen vallen. Mijn vraagis: zou de Minister hier voor de behandeling van de suppletoire begrotingnog per brief op terug kunnen komenHet derde punt is eigenlijk een heel klein puntje. Ik vroeg er aandacht voorom niet meer met tijdelijke programma’s en projecten te werken. Heelspecifiek had ik er nog bij benoemd dat het systeem van de kwaliteitsaf-spraken in het mbo heel erg intensief is. Nu dacht ik dat de Minister daarpositief op antwoordde, maar ik weet dat niet meer helemaal zeker. Heefthij dat dus ook voor de bril? Of is het goed dat ik dat hierbij nog een keeropmerk? Zou hij daar dan nog positief op willen antwoorden?Dat is het, voorzitter. Dank.De voorzitter:Dank u wel. Het woord is aan de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Veel dank voor de beantwoording. Ik geloof dat de Minister net als wij vanmening is dat pluriformiteit op universiteiten heel belangrijk is. Alleenverschillen wij er echt in dat wij denken dat dat nu niet het geval is – ikheb dat betoogd – en dat die DEI-centra juist uniformiteit afdwingen. Daarblijven we ons dus heel erg veel zorgen over maken.Ook de afweging van de Minister om dus tientallen miljoenen vrij temaken voor onderzoekers uit het buitenland, terwijl hier zo bezuinigdwordt, begrijpen we niet.Tot slot, voorzitter. Ik wil mijn vraag toch nog maar een keer herhalen,want misschien heeft de Minister mij niet goed begrepen. Bij UniversityCollege Roosevelt wordt een draconische reorganisatie doorgevoerd, duseen derde van de studenten moet weg. Dat gaat op een manier die, om determen van de Minister te gebruiken, van de ratten besnuffeld is, in de zindat docenten te horen hebben gekregen dat ze ontslagen zijn en dan eenpaar weken later een brief krijgen – het is allemaal echt gebeurd – dat zetoch weer moeten komen, want anders worden de toetsen niet op tijdnagekeken. Studenten gaan zelfs staken. De Universiteit Utrecht doet niks.Er zijn zelfs kwade tongen die beweren dat de Universiteit Utrecht het welbest vindt, omdat ze toch van het college af willen. Het university collegezelf gaat natuurlijk niet bij de Minister aan de bel trekken. Ik probeer dusallemaal alarmsignalen te geven aan de Minister. Mijn vraag is nogmaalsof het misschien toch verstandig is – de Minister hoeft dat niet zelf te doen– om een ambtenaar te laten kijken of het wel koosjer is wat daar gebeurt.Dat is dus nogmaals mijn vraag.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van der Hoeff.De heer Van der Hoeff (PVV):Ik maak geen gebruik van de tweede termijn.De voorzitter:Meneer Six Dijkstra ook niet. De heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dank. Over de bezuinigingen is al veel gezegd en daar gaan we nog veelover praten. Ik heb er ook geen goed woord voor over, zeker niet na al dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120356 protesten in het land van de afgelopen weken. Het is een nieuwdieptepunt.Dan de Wib en de bureaucratische taaltoets. Ik proef een open houding bijzowel de VVD als de Minister om nog eens te kijken of er echt naar dezeoproep over die bestaande toets geluisterd kan worden. Dat zou heel veelwinst zijn, zeker als de Minister zegt dat we af moeten van het frame datstudenten hier niet welkom zijn. Dat frame heeft hij natuurlijk zelfgecreëerd met de coalitie. Dat is geen frame, maar dat is gewoon staandbeleid. Ik hoop dus inderdaad dat we dat gaan wijzigen.Dan het verschil qua prestatiebeurs tussen een hbo-master na eenhbo-bachelor en een wo-master. Ik hoor dat er een hoger beroep loopt. Ikhoor na afloop graag van de Minister wat de uitkomst hiervan is en wat degevolgen zijn voor zijn politieke opvatting.Dan de sportfaciliteiten. Ik merk dat het een beetje een woordspel is. Eerstzei de Minister: er is niks veranderd. Toen zei hij: ja, het wordt juistverruimd. Maar onderaan de streep moeten studenten in plaats van€ 200 gewoon € 700 gaan betalen. Dat vind ik echt een kwalijke zaak, dushierover overweeg ik een motie in te dienen.Tot slot de aanpak van diplomadiscriminatie. Er komt voor de zomer eenbrief. Ik wil wel genoemd hebben dat ik dit echt rijkelijk laat vind,aangezien de motie tweeënhalf jaar geleden aangenomen is.Dank u wel.De voorzitter:Mevrouw Martens-America wil geen tweede termijn. Dan wil ik deMinister even de gelegenheid geven een paar antwoorden voor tebereiden. Vijf minuten. Wij gaan om 14.00 uur verder en dan kunnen wedaarna afronden.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:Dan heropen ik de vergadering voor de tweede termijn van de zijde vanhet kabinet. Het woord is aan de Minister.Minister Bruins:Dank u wel, voorzitter. De heer Krul wees mij erop dat er nog aardig watzendingswerk te doen is. Dat zal ik dan ook onvermoeibaar doen, in degeest van zijn oproep.Mevrouw Podt waarschuwde mij nog voor mijn nachtrust, maar ik hebtoch echt duidelijk gemaakt dat de uitkomst voor mij te dragen is maar datik mij wel zorgen maak over hoe het politieke proces eruitziet. Maar deuitkomst – geen verdere bezuinigingen op hoger onderwijs en de loon- enprijsbijstelling die nagenoeg geheel wordt toegekend, namelijk voor 84%,en een half miljard extra vanuit die loonbijstelling – kan ik heel goeddragen. Verder lijkt het erop dat bezuinigen vooral het heralloceren binnende eigen begroting zal zijn.De heer Stoffer sprak nog over flexstuderen. De brief daarover komt nogvoor de zomer. Die wordt mogelijk gecombineerd met een andere brief,maar de informatie die hij zoekt, komt nog voor de zomer naar de Kamertoe.De heer Stoffer sprak nogmaals over een mogelijke bezuiniging op deOnderwijsraad en de AWTI. Ik stel voor dat we even de eerste suppletoirebegroting afwachten, want ik ben echt benieuwd welke bezuiniging hijbedoelt. Ik herken die namelijk niet, maar we gaan dan samen debegroting bekijken. Als we daarover vervolgens debatteren, gaan wezoeken naar waar het precies zit en wat hij bedoelt. Dit zijn namelijk tweebuitengewoon waardevolle raden, waar we niet lichtzinnig mee willenomgaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120357 De heer Stoffer sprak ook nog over de kwaliteitsafspraken voor het mbo.Die moeten uiteraard te doen zijn voor de instellingen. Ik hoor het signaaldus, en ik zal bij het volgende bestuurlijke overleg gewoon nog eens evenvragen hoe de sector nu zelf vindt dat het gaat, en of dit inderdaad eenadministratieve last geeft. Moet er iets lichter gemaakt worden en watkunnen we daarin verbeteren? Ik zal dat onderwerp aansnijden bij hetvolgende overleg.De voorzitter:Ik zie de heer Stoffer. Kort graag.De heer Stoffer (SGP):Heel kort. Wil de Minister de uitkomsten daarvan ook terugkoppelen aande Kamer?Minister Bruins:Ik kan dat terugkoppelen in een mbo-brief die ergens later dit jaar gaatkomen. Dat valt natuurlijk buiten het onderwerp van dit debat, maar datgaat lukken.Dan de reorganisatie die op dit moment gaande is bij University CollegeRoosevelt. In eerste instantie gaat het interne toezicht daarover, zeg iktegen de heer Van Houwelingen, en in tweede instantie het externetoezicht. Dat is de onafhankelijke inspectie, die ik geen opdracht kanmeegeven maar die misschien wel zit mee te kijken met dit debat; datweet ik niet. Ik kan dus niet ingrijpen, maar zodra de inspectie constateertdat hier zaken gebeuren die niet goed zijn, wordt dat bij ernstig falennatuurlijk aan mij teruggekoppeld. Dan kan ik ingrijpen.Ik waardeer de woorden van de heer Stultiens over mijn houding inzakede Wib en de taaltoets. Er is mij inderdaad veel aan gelegen dat westappen vooruit kunnen zetten samen met de sector.Ik zal de Kamer inderdaad informeren zodra het hoger beroep tot eenuitspraak is gekomen.De specifieke casus rond de grote stijging van € 200 naar € 700 ken ikniet, maar het komt in ieder geval niet door verandering van regels. Welkiezen we ervoor om het niet meer door de vingers te zien. Het is eigenlijktwintig jaar lang gedoogd, maar je moet ergens een lijn trekken. Zeker indeze tijd, waarin zo veel mogelijk van het geld dat voor onderwijs enonderzoek bedoeld is ook bij onderwijs en onderzoek terecht moet komen,is het zaak dat we ervoor zorgen dat iedere euro goed besteed wordt aande kerntaken van de universiteiten.Dan de vraag van de heer Ergin hoelang het proces duurt van deterugbetaling aan studenten met een uitwonendenbeurs. Aangezien hij erniet is, zal ik daar per brief op terugkomen, zodat hij het ook kan lezen. Diebrief komt in juni.De voorzitter:Dan ... Nee, ik zie nog een herkansing, geloof ik.Minister Bruins:Ja, voorzitter. Bij de toezeggingen zult u ongetwijfeld voorlezen:verkenning wettelijke taak LLO. Daarvan heb ik gezegd dat die in hetnajaar komt, maar dat wordt waarschijnlijk net in het nieuwe jaar, wantdie is pas eind 2025 klaar.De voorzitter:Helder. Dan dank ik u voor de antwoorden in tweede termijn. Daarmee zijnwe gekomen aan het eind van dit debat. Ik kijk even naar links, voor delijst met toezegging. Of gaan we die schriftelijk doen? Ik ga ze gewoonoplezen. Dan wordt er vast op gereageerd.Ik heb in ieder geval de volgende toezeggingen staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120358 −Na de zomer van 2025 geeft de Minister uitvoering aan het amende-ment van het lid Stoffer over middelen voor een actieplan talenstudies,Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 70, en hij zal de Kamer hierover na de zomervan 2025 informeren.−De Minister neemt in zijn eerder toegezegde voortgangsbrief controleuitwonendenbeurs, die in het voorjaar van 2025 naar de Kamer komt,ook het tijdpad van de hersteloperatie en het nieuwe risicoselectiemo-del op.−De Minister informeert de Kamer in het voorjaar van 2026 over deverkenning van de wettelijke opdracht bekostigd mbo en hogeronderwijs.−Voor de zomer van 2025 komt de kabinetsreactie op het advies van hetCollege voor de Rechten van de Mens over het toevoegen vanopleidingsniveau als discriminatiegrond aan de Algemene wet gelijkebehandeling.−De Minister stuurt voor de zomer van 2025 een brief over flexstuderennaar de Kamer en de Minister zal de Kamer informeren over deuitkomsten van het hoger beroep over de zaak rondom de studiefinan-ciering van hbo-bachelor naar wo-master.Ik dank de collega’s voor hun bijdrage. Er is een tweeminutendebataangevraagd door de heer Krul. Die is tevens eerste spreker. Wij zullen hetdoorgeleiden naar de Griffie plenair.Ik dank de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis hebbenmeegekeken. Ik wens u een prettige middag verder.Sluiting 14.08 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 120359
Gerelateerde bronnen
- DUO en hoger onderwijs
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 23 april 2025, over DUO en hoger onderwijs
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.