Verslag van een schriftelijk overleg over de Kabinetsreactie SER briefadvies sociaaleconomische gezondheidsverschillen: Beleidsagenda ‘Gezondheid in alle beleidsdomeinen’ (Kamerstuk 32793-794)
Brontekst
Versie d3f87792faa05034 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 793Preventief gezondheidsbeleidNr. 817 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 28 maart 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 13 december 2024over de Kabinetsreactie SER briefadvies sociaaleconomische gezond-heidsverschillen: Beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdomeinen»(Kamerstuk 32 793, nr. 794).De vragen en opmerkingen zijn op 23 januari 2025 aan de Staatssecretarisvan Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 28 maart2025 zijn de vragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,Esmeijer kst-32793-817ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8171 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van deGroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie9Vragen en opmerkingen van de leden van deChristenUnie-fractie9II.Reactie van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie enSport mede namens de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid en de staatsecretaris van Participatieen Integratie.10 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV hebben kennisgenomen van de kabinetsreactie ophet SER-briefadvies over sociaaleconomische gezondheidsverschillen:Beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdomeinen», en hebbenhierover nog enkele vragen en opmerkingen.Hoewel het kabinet op papier een brede aanpak presenteert, valt op datveel maatregelen blijven steken in vage beloften en langdurige trajectenzonder directe impact op de burgers die nu al in de knel zitten. Het kabinetspreekt over een «domein overstijgende aanpak», maar wat betekent ditconcreet voor de mensen die nu niet rond kunnen komen en kampen metgezondheidsproblemen? Kan het kabinet exact aangeven welke concreteresultaten binnen één jaar worden verwacht? Welke meetbare doelenworden gesteld, en hoe worden deze gemonitord? Een ander punt vanzorg is de grote verantwoordelijkheid die bij gemeenten wordt neergelegdzonder dat daar extra middelen tegenover staan. Gemeenten hebben al temaken met zware tekorten en kunnen deze extra taken nauwelijks aan.Hoe denkt het kabinet dat gemeenten deze verantwoordelijkheid effectiefkunnen blijven dragen?De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel schimmelwoningen er in 2020waren en hoeveel er momenteel nog zijn. Wat zijn de effecten van dezeproblematiek op de gezondheidszorg tot nu toe, en welke concreteresultaten heeft het beleid van het kabinet opgeleverd om dit aan tepakken? Het kabinet geeft aan opnieuw met betrokken partijen te willenpraten om tot een langetermijnvisie te komen. Is dit niet opnieuw uitstelvan concrete actie terwijl de problemen al jaren bekend zijn? Hoeveel geldwil het kabinet nog uitgeven aan gesprekken terwijl er nu actie nodig is?Waarom kiest het kabinet er niet voor om direct maatregelen te nemen inplaats van eindeloos praten?1 op de 3 jongeren kampt met mentale klachten. Genoemde leden vindendit een schrikbarend hoog aantal en vragen het kabinet om concreet aante geven welke maatregelen direct worden genomen om dit probleem aante pakken? Hoe wordt voorkomen dat deze jongeren op lange termijnblijvende schade ondervinden? De SER biedt enkele oplossingen aan, watTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8172 vindt het kabinet concreet van deze oplossingen? Hoe wordt ervoorgezorgd dat deze oplossingen snel en effectief worden uitgevoerd zonderdat hoge regeldruk de voortgang belemmert?Ook het feit dat 1 op de 5 werknemers burn-outklachten ervaart, is ronduitschrikbarend. Door vergrijzing en arbeidskrapte zal de werkstress naarverwachting alleen maar toenemen, vooral bij zorgmedewerkers enwerkende mantelzorgers. Hoe verhoudt dit zich tot de plannen van hetkabinet om werkstress bij zorgmedewerkers te verminderen, bijvoorbeelddoor het aantrekken van meer zorgpersoneel en het terugdringen van deadministratieve last?Verder valt op dat het kabinet nauwelijks aandacht besteedt aan de rol vanimmigratie in het vergroten van de druk op de zorg en sociale voorzie-ningen. Ook het SER-advies lijkt deze factor volledig buiten beschouwingte laten, ondanks de duidelijke impact die immigratie kan hebben op zorgen sociale voorzieningen. Hoe kan het kabinet de sociaaleconomischegezondheidsverschillen verkleinen zonder de invloed van immigratie teerkennen, en waarom besteedt ook het SER-advies hier geen aandachtaan? Is het kabinet bereid om immigratiedruk als belangrijke factor mee tenemen in de verdere uitwerking van het beleid?Aangaande een gezonde fysieke leefomgeving, spreekt het kabinet overde impact van klimaatverandering op de volksgezondheid. Hoeveelbelastinggeld wordt besteed aan deze klimaatagenda, en welk effect heeftdit daadwerkelijk op de gezondheid van burgers?Het kabinet stelt dat oplopende temperaturen Nederland geschikterzouden maken voor de verspreiding van sommige infectieziekten,bijvoorbeeld door de (tijger)mug. Over welke infectieziekten gaat het hierprecies, en kunt u cijfers overleggen waaruit blijkt welke infectieziekten inNederland daadwerkelijk zijn toegenomen door de verondersteldeoplopende temperaturen?Hoe gaat het kabinet voorkomen dat de transitie van zorg naargezondheid en welzijn leidt tot nog meer inefficiëntie en onnodige inzetvan zorgmiddelen? Hoe denkt het kabinet de bureaucratische druk teverminderen en ervoor te zorgen dat professionals meer ruimte krijgenom hun werk effectief te doen? Kan het kabinet garanderen dat dezetransitie daadwerkelijk leidt tot minder zorgkosten en betere gezondheidvoor burgers?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennis genomen van deKabinetsreactie SER briefadvies sociaaleconomische gezondheidsver-schillen: Beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdomeinen». De ledenstellen zeer veel prioriteit aan het beperken van de sociaaleconomischegezondheidsverschillen en zijn van mening dat het kabinet hierin te kortschiet. De leden hebben hierover nog een aantal vragen.De leden lezen dat het bevorderen van gezondheid en specifiek hetverkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen een belang-rijke opgave is voor dit kabinet. Op welke wijze draagt dit kabinet bij aanhet verkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen? In hetSER advies lezen de leden dat bij algemene maatregelen de geboektegezondheidswinst veelal bij mensen bovenaan de maatschappelijkeladder komt en minder onderaan de maatschappelijke ladder. Wat doet ditkabinet concreet om juist beleid te voeren waarbij mensen onderaan deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8173 maatschappelijke ladder profiteren? Zodat de sociaal economischegezondheidsverschillen worden verminderd?De leden missen concrete doelen betreft sociaaleconomische gezond-heidsachterstanden. Wat is voor dit kabinet het doel betreft het tegengaanvan sociaaleconomische gezondheidsachterstanden? Wat is de concreteambitie van de Staatssecretaris voor de aankomende regeerperiode?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «gezondheid in allebeleidsdomeinen» een gezamenlijke inzet vereist. De leden zijn het eensdat het Rijk het niet alleen kan. Echter, de leden zien wel een prominenterol voor het Rijk weggelegd. Wat ziet het kabinet precies als de rol van hetRijk? Is het kabinet het eens met de leden dat het Rijk hierin wel eenvoortrekkersrol dient te spelen?De leden lezen ook dat er een belangrijke rol voor gemeentes en de GGDis weggelegd. Hoe ziet het kabinet die groeiende rol met het licht op debezuinigingen op preventie voor gemeentes en de GGD? Hoe kijkt u naarde rol van gemeentes gezien het feit dat zij de gesprekken betreft hetgezondheidsakkoord hebben opgeschort? Bent u het eens dat hetbelangrijk is dat gemeentes het Rijk vertrouwen om gezamenlijk degezondheidsverschillen aan te pakken? Erkent u dat bezuinigingen incombinatie met meer verantwoordelijkheden hier niet aan bijdragen? Hoevoorkomt u dat dit niet het geval gaat zijn met de gezamenlijke aanpakvan gezondheidsverschillen?De kabinetsreactie benadrukt het belang van ondersteuning in kwetsbareregio’s, maar noemt slechts een aantal bestaande voorbeelden zonder inte gaan op toekomstig beleid. Welke regio’s vallen allemaal onderkwetsbare regio’s? Welke voorstellen kunnen we van de Staatssecretarisverwachten om ook andere kwetsbare regio’s te ondersteunen terbevordering van de algemene gezondheid in die specifieke regio? Kan deStaatssecretaris toelichten welke specifieke maatregelen, middelen entijdlijnen hiervoor zijn voorzien?Voor GroenLinks-PvdA is net als voor de SER het verbeteren vanbestaanszekerheid een absolute prioriteit. De leden lezen dat de brief steltdat dit ook een speerpunt is van dit kabinet. Toch lezen de leden dat eengroot deel van de aanbevelingen van de SER die daadwerkelijk bijdragenaan bestaanszekerheid niet worden overgenomen. Een is een arbeids-markt op basis van vaste contracten, zodat mensen meer zekerheidhebben. Waarom worden vaste contracten niet weer de norm? Een andervoorbeeld is het verhogen van zowel het sociaal minimum als hetminimumloon. Waarom worden beiden niet verhoogd door dit kabinet?De doelen op het gebied van preventie in de kabinetsreactie zijnambitieus, maar zonder structurele en sluitende financiering dreigen dezeonhaalbaar te worden. Vooral gezien de cijfers uit het VTV-rapport van hetRIVM1, waaruit blijkt dat steeds meer Nederlanders overgewicht hebben,waaronder jongeren. Hoe gaat de staatsecretaris deze trend keren? Hoeziet de staatsecretaris deze ontwikkelingen gezien de grote bezuinigingendie dit kabinet op preventie doet? Hoe gaat de Staatssecretaris zorgenvoor een gezonde omgeving voor iedereen? Wat kunnen we concreetverwachten, bovenop het huidige beleid?1RIVM, 2024, Kiezen voor een gezonde toekomst, Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024,Kiezen voor een gezonde toekomst - VTV 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8174 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) en de kabinetsreactiedaarop. Genoemde leden sluiten aan bij de woorden van de SER datgezondheid door diverse determinanten wordt bepaald en dat (betaald)werken een belangrijk element is van gezond leven en het verkleinen vangezondheidsverschillen. Werken heeft immers veel meer dan alleenfinanciële meerwaarde, denk aan sociale contacten, structuur enzingeving. Zij herkennen in de kabinetsreactie deze waarde van werkenvoor leven in gezondheid. Zij hebben nog vragen.Wanneer de leden van de VVD-fractie de eerste contouren van debeleidsagenda lezen, zien zij vooral nog veel «wordt (blijvend) gewerktaan» en (verkennende) onderzoeken. De leden zoeken nog de concrete(cijfermatige) ambities en de concrete acties die daaruit moeten volgen.Welke concrete cijfermatige ambities stelt het kabinet voor? En wanneerverwacht het kabinet een concreet maatregelenpakket te kunnenaanbieden? Welke planning verwacht de SER te hanteren voor de in hetrapport genoemde vervolgadviezen?Misschien wel de belangrijkste vraag van de leden is in hoeverre hetkabinet ervoor wil zorgen dat mensen zich bewust zijn of worden van watleven in gezondheid voor hen kan betekenen en op welke manier zij daarzelf vorm aan kunnen geven en wat zij mogen en kunnen verwachten vanhun werkgever en van overheden. Vervolgens zijn de leden benieuwdnaar hoe sociaaleconomische vooruitgang bij kan dragen aan verkleiningvan de gezondheidsverschillen en hoe het kabinet daarmee aan de slaggaat en mensen kan inspireren of stimuleren daar zelf een rol in te nemen.In het verlengde daarvan willen de leden weten welke kwantitatieveonderzoeken het kabinet gebruikt om inzicht te krijgen in de gezondheids-vaardigheden van Nederlanders en de ontwikkeling daarvan. Is hetkabinet bereid gevalideerde cijfers over gezondheidsvaardigheden tegebruiken om de voortgang van het beleid te monitoren? En welkegevalideerde cijfers over gezondheidsverschillen gebruikt het kabinet omde voortgang van beleid te monitoren, te evalueren en bij te sturen?Zoals eerder aangegeven is werken een positieve determinant voor levenin gezondheid. Daarnaast hebben we iedereen in Nederland nodig. Deleden van de VVD-fractie vragen daarom welke doelen het kabinet stelt alshet gaat om arbeidsdeelname van mensen die nu (nog) niet (betaald) aanhet werk zijn? Tegen welke belemmeringen lopen werkgevers aan ommensen met chronische aandoeningen aan te nemen en wat is het kabinetvan plan om deze belemmeringen weg te nemen? En in hoeverre is hetmogelijk de sociale zekerheid zo te hervormen dat mensen gemotiveerdworden om – voor zover mogelijk – actief te worden en te blijven op dearbeidsmarkt?Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie welke stappen zijn gezet inhet optimaliseren van het werkhervattingsproces na kanker waartoe isopgeroepen in het amendement Tielen/Van Weyenberg?2 En in hoeverredit ook van toepassing is op werk en andere chronische aandoeningen,wetende dat het aantal mensen met één of meer chronische aandoe-ningen de komende jaren stijgt.2Kamerstuk 36 200 XVI, nr. 33Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8175 De leden van de VVD-fractie zien net als de SER, dat oorzaken enoplossingen van gezondheidsproblemen voor een groot deel buiten hetdomein van de zorg liggen, te denken valt aan geldzorgen. Zij zijnenthousiast over een Rotterdamse huisartsenpraktijk met een Praktijkon-dersteuner Huisartsen voor Financiën.3 De betreffende praktijk financiertdeze POH-F uit eigen middelen, omdat de huisarts ziet dat dit zorgkostenkan voorkomen. Is het kabinet bekend met dit voorbeeld en hoe wordtgestimuleerd dat zorgorganisaties zelf dergelijke initiatieven nemen omde druk op de zorg te voorkomen en bij te dragen aan gezondheid van depatiëntenpopulatie? Is het kabinet bereid daartoe nog eens te kijken of hetde voorstellen uit de initiatiefnota «Én-Én, een verjongingskuur voor debasiszorg» van Tielen mee kan nemen in de beleidsplannen?4Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie aan welke sociale partners,bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties het kabinet denkt, wanneerzij lezen dat met deze de komende tijd het gesprek gevoerd wordt over deaanpak «Gezondheid in alle beleidsdomeinen»?De leden van de VVD-fractie lezen dat schoolmaaltijden een belangrijkelement zijn om in te zetten voor een gezonde generatie. Voor deschoolmaaltijden kunnen scholen ervoor kiezen om de lunch zelf in tekopen en te bereiden of om dit uit te besteden aan een externe partij. Deleden vragen of scholen bijkomende personeelskosten mogen declarerenwanneer er wordt gekozen voor het zelf inkopen en bereiden van deschoollunch, zeker als zij hierbij ook bijdragen aan het vergroten van degezondheidsvaardigheden van leerlingen?Tot slot zijn de leden van de VVD-fractie benieuwd naar de samenhan-gende preventiestrategie die het kabinet ontwikkelt en vragen zij inhoeverre «werken als medicijn» hier onderdeel van wordt? Welkeverdelingseffecten verwacht het kabinet mee te nemen in het onderzoekvan het CPB naar preventie en gezondheidsbeleid?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de Kabinetsre-actie SER briefadvies sociaaleconomische gezondheidsverschillen:Beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdomeinen». Deze leden hebbenhier nog enkele vragen en opmerkingen over.De leden van de NSC-fractie zien in de kabinetsreactie dat het belang vanondersteuning in kwetsbare regio’s wordt benadrukt. Kan de Staatssecre-taris nader toelichten welke concrete maatregelen, middelen en tijdslijnener zijn vastgesteld om deze ondersteuning vorm te geven?De leden van de NSC-fractie constateren dat het kennisinstituut Pharosheeft aangegeven dat roken een van de belangrijkste factoren is waaropverbetering mogelijk is om gezondheidsverschillen tussen sociaalecono-mische klassen te verkleinen. Hoewel deze leden zien dat vapen inmiddelsin toenemende mate wordt aangepakt, blijft de aanpak van roken, ookonder jongeren, achter. Is de Staatssecretaris bereid om ook het rokenmeer actief aan te pakken?De leden van de NSC-fractie constateren dat in de Kabinetsreactie hetthema sport en bewegen slechts beperkt aan bod komt, terwijl regelmatigsporten en bewegen een belangrijke bijdrage kan leveren aan hetvoorkomen van zowel mentale en fysieke gezondheidsproblemen. Kan de3Gezondheidscentrum lijn 2, Praktijkondersteuner huisartsen voor financiën (POH-F),lijn2_nieuwsbrief_POH_F-1.pdf4Kamerstuk 36 396, nr. 2Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8176 Staatssecretaris toelichten op welke wijze dit thema centraal wordtgesteld in het gezondheidsbeleid in de verschillende beleidsdomeinen?De leden van de NSC-fractie constateren dat de Beleidsagenda belangrijkevoornemens bevat, maar vragen zich af hoe wordt gemonitord of dezemaatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het verkleinen van de gezond-heidsverschillen. Deze leden lezen dat er jaarlijks wordt gerapporteerdover de voortgang. Welke specifieke gegevens en indicatoren wordenprecies gerapporteerd? En is de Staatssecretaris bereid om samen metbetrokken partijen te kijken naar aanvullende acties indien nodig om degestelde gezondheidsdoelen, waaronder die uit het Nationaal preventieak-koord te behalen?Daarnaast willen de leden van de NSC-fractie weten of de Staatssecretariswerkelijk denkt dat de huidige maatregelen voldoende effect zullenhebben. Gezien de eerder genomen stappen onvoldoende resultaathebben opgeleverd, vragen deze leden zich af welke meer rigoureuzemaatregelen de Staatssecretaris overweegt om de leefstijl gerelateerdegezondheidsproblemen daadwerkelijk aan te pakken. Welke concretedoelen/cijfers heeft de Staatssecretaris op het oog?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de fractie van D66 danken het kabinet voor de reactie op hetadvies van de Sociaal Economische Raad en de beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen». Deze leden constateren dat degezondheidsverschillen in Nederland te groot zijn. Het maakt uit voor jegezondheid waar je wieg staat, welke opleiding je hebt gevolgd en welkesekse je hebt. Het verschil van 21 jaar leven in goede gezondheid, is watbetreft deze leden veel te groot. Het is daarom een goede zaak dat er meeraandacht is voor het creëren van een gelijke gezonde basis en dathiervoor vaak juist buiten de zorg moet worden gekeken. Deze ledenhebben daartoe de volgende vragen.De leden van de D66-fractie hebben met interesse het voornemen van hetkabinet gelezen om in te zetten op een gezonde generatie. Daarbij wordtprioriteit in het onderwijs gelegd op basisvaardigheden als rekenen enschrijven om de onderwijsprestaties te verhogen. Uit onderzoek blijkt datgezonde schoollunches leiden tot betere prestaties. Ook de SER geeft alsadvies om bewegen en gezonde lunchen tot de norm te maken, ookomdat veel jongeren kampen met overgewicht. Kan het kabinet aangevenop welke wijze de aanpak gezonde schoollunches wordt meegenomen?En kan de Staatssecretaris bij de integrale preventievisie toelichten hoe ditadvies van de SER wordt meegenomen, zo vragen deze leden.De leden van de D66-fractie vinden het van groot belang om achter-standen aan te pakken en scholen te renoveren en vernieuwen, gezien derelatie tussen een gezond binnenklimaat en leerprestaties en gezondheidvan leraren. Wat doet het kabinet om dit te versterken en klopt de analysevan de VNG, PO-raad en VO-raad dat er 1,2 miljard euro per jaar nodig isom de achterstanden aan te pakken en om alle scholen voor 2050 terenoveren en te vernieuwen?Deze leden vinden het een goede zaak dat er wordt ingezet op het beter inbeeld brengen van de kosten en baten van preventie. Op welke wijze ishet kabinet voornemens om bij de volgende doorrekening van verkie-zingsprogramma’s en het coalitieakkoord deze inzichten daadwerkelijkmee te nemen, zo vragen deze leden? Is het kabinet bereid om naast eenactualisatie van Zorgkeuzes in Kaart, conform motie Paulusma (Kamerstuk36 410 XV, nr. 59), aan de slag te gaan met een ombuigings- en intensive-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8177 ringslijst waarin juist kosten en baten van preventie worden meege-nomen, zo vragen deze leden. Voorts vragen deze leden om bij deontwikkeling van het model voor kosten en baten van preventie ookorganisaties buiten de zorg mee te nemen, zoals ondernemersorgani-saties, sport- en bewegingsorganisaties en onderwijsorganisaties tebetrekken.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB hebben kennisgenomen van de Kabinetsreactie SERbriefadvies sociaaleconomische gezondheidsverschillen: Beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen». De leden hebben de volgendevragen aan de Staatssecretaris.De leden zijn blij met de reactie van het kabinet op de beleidsagenda maarvinden dat er in de reactie een aantal belangrijke gezondheidsonder-werpen ontbreken. Hierom vragen de leden zich af waarom het kabinetgeen standpunt heeft ingenomen over de gezondheidsgevolgen vanwindmolens, zoals geluidsoverlast, slagschaduw van de wieken enhorizonvervuiling.Kan de Staatssecretaris alsnog een reactie geven op de gezondheidsge-volgen van windmolens, zoals geluidsoverlast, slagschaduw van dewieken en horizonvervuiling?Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de kabinetsreactieop het SER-briefadvies sociaaleconomische gezondheidsverschillen:Beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdomeinen». Zij hebben hiernog een aantal vragen en opmerkingen over.De leden van de SP-fractie merken op dat er een veelvoud aan maatre-gelen in de brief genoemd worden, maar dat een groot deel daarvan gaatom bestaand beleid en dat er weinig fundamentele maatregelen genoemdworden. In hoeverre verwachten de bewindspersonen dat deze reedsingevoerde maatregelen alsnog een substantiële bijdrage zullen leverenaan het verkleinen van de sociaaleconomische gezondheidsverschillen?De leden van de SP-fractie merken daarnaast op dat het kabinet in deaanpak geen maatregelen aankondigt om de inkomens- en vermogenson-gelijkheid te verkleinen, terwijl dit één van de belangrijkste oorzaken isvan sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Waarom kiest hetkabinet ervoor om zich enkel te richten opinkomenszekerheid en niet tevens op het verkleinen van de ongelijkheid?In hoeverre is het beschermen van de positie van de hoogste inkomens ende meest vermogenden ten koste van het aanpakken van onrechtvaardigegezondheidsverschillen een prioriteit voor dit kabinet?De leden van de SP-fractie lezen dat de Kamer jaarlijks geïnformeerd zalworden over de voortgang van de beleidsagenda. Zij vragen de bewinds-personen of hierbij ook jaarlijks wordt gerapporteerd over de huidigesociaaleconomische gezondheidsverschillen. Immers is het onmogelijkom de effectiviteit van de beleidsagenda te beoordelen, zonder datduidelijk is of de verschillen in levensverwachting en gezonde levensver-wachting zijn afgenomen. Zijn de bewindspersonen bereid om jaarlijks bijde voortgangsrapportage ook deze cijfers te leveren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8178 Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van dekabinetsreactie en de beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdo-meinen». Ze hebben hierover een aantal vragen.In de kabinetsreactie wordt geschetst dat er aanzienlijke gezondheidsver-schillen bestaan tussen de meest en minst welvarende mensen inNederland. De leden van de SGP-fractie zien dit ook en vinden hetlegitiem dat de overheid maatregelen treft om die gezondheidsverschillente verkleinen. Tegelijkertijd vragen de leden van de SGP-fractie zich af ofhet realistisch is om te verwachten dat gezondheidsverschillen dooroverheidsbeleid volledig of grotendeels zullen verdwijnen. Immers,sociaaleconomische verschillen zijn van alle tijden en vertalen zich, zoblijkt uit de beleidsagenda, in sociaaleconomische gezondheidsver-schillen. Dit roept de vraag op wat precies het (eind)doel van hetkabinetsbeleid is. Wanneer is de beleidsagenda «Gezondheid in allebeleidsdomeinen» een succes, en hoe worden resultaten gemeten? Deleden van de SGP-fractie vragen de Staatssecretaris om dit nader toe telichten.In aanvulling daarop constateren de leden van de SGP-fractie datgezondheid wordt beïnvloed door een ingewikkeld samenspel vanverschillende factoren. Nu de regering zich ten doel stelt om overkoe-pelend beleid formuleren, roept dat de vraag op hoe bepaald kan wordenwelke specifieke beleidsmaatregelen het meeste bijdragen aan debevordering van de gezondheid. Kan de Staatssecretaris aangeven wat debelangrijkste oorzaken zijn van gezondheidsverschillen? Heeft het kabinetoverwogen om zich uitsluitend op de belangrijkste (bijvoorbeeld: drie ofvijf) oorzaken te richten en daar gericht maatregelen op te nemen? Tervergelijking verwijzen de leden van de SGP-fractie naar het Preventieak-koord, waarin uitsluitend maatregelen genomen worden op het gebiedvan roken, alcohol en overgewicht, omdat deze de grootste gezondheids-schade veroorzaken en maatregelen op deze drie thema’s dus ook demeeste gezondheidswinst op kunnen leveren. De leden van de SGP-fractievragen overigens de regering te verduidelijken hoe deze beleidsagendazich verhoudt tot het Preventieakkoord.De leden van de SGP-fractie constateren dat in de Kamerbrief tal vanmaatregelen worden opgesomd die reeds aangekondigd zijn in hetregeerprogramma. Kan de Staatssecretaris aangeven of er in de beleids-agenda nieuwe maatregelen worden aangekondigd, die nog niet eerderzijn benoemd in hoofdlijnenakkoord, regeerprogramma, begroting ofanderszins?De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering niet, zoalsgebruikelijk bij kabinetsreacties op SER-adviezen, apart ingaat op alle opalle specifieke aanbevelingen, maar de aanbevelingen heeft verwerkt in debeleidsagenda en meeneemt in de verdere uitwerking. Zij vragen deStaatssecretaris om expliciet aan te geven of de regering specifiekeaanbevelingen sowieso niet gaat opvolgen.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke manier u de driehandelingsopties betrekt die in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning2024 (VTV 2024) worden geschetst als het gaat om het verkleinen vangezondheidsverschillen, namelijk (1) het werk maken van integralepreventie die vraagt om een lange adem en structurele samenwerkingtussen ministeries, (2) het beschikbaar maken van laagdrempelig adviesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 8179 en hulp bij gezond leven, zoals laagdrempelige plekken in de wijk waarook achterliggende problemen opgespoord kunnen worden en (3) hetversterken en bestendigen van de wijkgerichte aanpak, waarbij de basiseen gezonde fysieke leefomgeving is?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe dit kabinet de financiëlebestaansonzekerheid van Nederlanders verkleint. Deze leden lezen wel deambities van het kabinet om meer bestaanszekerheid te bieden, maar zientot nu toe nog weinig stappen die hieraan bijdragen. Hoe verbetert ditkabinet op de korte termijn de financiële bestaanszekerheid? Waaromkiest dit kabinet vooral voor stappen die pas op de langere termijn effectzullen hebben, zoals een hervormingsagenda sociale zekerheid, toeslagenen belastingstelsel, en niet voor het verder verhogen van hetminimumloon?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de investeringen inpreventie. Hoe rijmt u bezuinigingen op preventieve maatregelen met deambitie om een samenhangende effectieve preventiestrategie uit tewerken? Op welke manier wil u de doelen van het nationaal preventieak-koord bereiken? Zijn de voorgenomen en ingezette maatregelen volgens ugenoeg om deze doelen te behalen?II. Reactie van de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport,mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheiden de staatsecretaris van Participatie en Integratie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieHoewel het kabinet op papier een brede aanpak presenteert, valt het deleden van de PVV-fractie op dat veel maatregelen blijven steken in vagebeloften en langdurige trajecten zonder directe impact op de burgers dienu al in de knel zitten. Het kabinet spreekt over een «domein overstijgendeaanpak», maar wat betekent dit concreet voor de mensen die nu niet rondkunnen komen en kampen met gezondheidsproblemen? Kan het kabinetexact aangeven welke concrete resultaten binnen één jaar wordenverwacht? Welke meetbare doelen worden gesteld, en hoe worden dezegemonitord?Het kabinet heeft in de brief de eerste contouren van de beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen» geschetst. In de komende tijd zalde beleidsagenda verder worden doorontwikkeld en meer focus krijgen.Daarbij zal het kabinet ook bepalen op welke langere termijn doelen dekomende jaren wordt ingezet en welke monitoring daarbij past.Een belangrijke basis voor de beleidsagenda ligt in het versterken van debestaanszekerheid van mensen. In de beleidsagenda worden onder hetthema «Bestaanszekerheid en werk» hiertoe verschillende acties genoemddie mensen direct in hun portemonnee voelen, zoals een lastenverlichtingvan 4 miljard euro, een verhoging van toeslagen het kind gebondenbudget in 2025, een vereenvoudiging van de huurtoeslag en de uitwerkingvan het arbeidsmarktpakket.Een ander punt van zorg van de leden van de PVV-fractie is de groteverantwoordelijkheid die bij gemeenten wordt neergelegd zonder dat daarextra middelen tegenover staan. Gemeenten hebben al te maken metzware tekorten en kunnen deze extra taken nauwelijks aan. Hoe denkt hetkabinet dat gemeenten deze verantwoordelijkheid effectief kunnen blijvendragen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81710 Met betrekking tot de gemeentefinanciën in algemene zin heeft deMinister van Binnenlandse Zaken uw Kamer geïnformeerd in haar briefvan 29 november 2024.5 Daarin erkent het kabinet dat de balans tussenambities, taken, middelen en uitvoeringskracht onder druk staat, maar ookdat het gesprek hierover zorgvuldig moet worden gevoerd.Voor de inzet op gezondheid in alle beleidsdomeinen is zeker eenbelangrijke rol weggelegd voor gemeenten. De verdere uitwerking vandeze beleidsagenda wordt daarom ook in overleg met gemeenten gedaan.Hierbij zal nadrukkelijk aandacht zijn voor het aspect van uitvoerbaarheidvan beleid met een balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoe-ringskracht door middel van het toepassen van de uitvoerbaarheidstoetsdecentrale overheden (UDO). Uitgangspunt is om vooral te kijken hoebinnen de bestaande inzet op beleidsdomeinen gemeenten meeraandacht kunnen geven aan gezondheid. Voor de zomer zullen – terinspiratie voor gemeenten- enkele praktische voorbeelden uit verschil-lende gemeenten worden gepubliceerd.De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel schimmelwoningen er in 2020waren en hoeveel er momenteel nog zijn. Wat zijn de effecten van dezeproblematiek op de gezondheidszorg tot nu toe, en welke concreteresultaten heeft het beleid van het kabinet opgeleverd om dit aan tepakken? Het kabinet geeft aan opnieuw met betrokken partijen te willenpraten om tot een langetermijnvisie te komen. Is dit niet opnieuw uitstelvan concrete actie terwijl de problemen al jaren bekend zijn? Hoeveel geldwil het kabinet nog uitgeven aan gesprekken terwijl er nu actie nodig is?Waarom kiest het kabinet er niet voor om direct maatregelen te nemen inplaats van eindeloos praten?Schimmels in huis- en slaapkamers kunnen zorgen voor verschillendeluchtwegklachten en kunnen astma, allergieën en longziekten verergeren.Ook kan het stress en bijbehorende gezondheidsklachten veroorzaken.Hoe vaak dat gebeurt, weten we echter niet. Niet in alle gevallen leidtschimmel in huis ook tot gezondheidsklachten.De meest recente cijfers over de omvang van de schimmelproblematiekzijn te vinden in het WoonOnderzoek 2021.6 Daaruit blijkt dat zo’n 15% vanalle huishoudens aangeeft last te hebben van vocht en/of schimmel in dewoning. Bij koopwoningen is het percentage schimmelwoningen lagerdan bij huurwoningen. Verder blijkt dat het verschil in percentage tussencorporatie-huurwoningen en huurwoningen van private verhuurdersgering is. In 2018 gaf 12% van de ondervraagden met een koopwoningaan last te hebben van vocht en schimmelproblematiek, in 2021 was ditafgenomen tot 10%. Voor corporatiewoningen was dit respectievelijk 28%(2018) en 24% (2021). Voor private huur 27% (2018) en 23% (2021). Er wasdus in 2021 een afname te zien van vocht- en schimmelproblematiek inwoningen ten opzichte van 2018.Op dit moment zijn er nog geen cijfers wat betreft vocht- en schimmelpro-blematiek in 2024 beschikbaar. De resultaten van het WoonOnderzoek2024 worden in de eerste helft van 2025 gepresenteerd. Gezien designalen van gemeenten en corporaties is de verwachting dat (mede) doorde energiecrisis, vocht- en schimmelproblematiek is toegenomen. Met deverwachting om kosten te besparen hebben huishoudens de afgelopenjaren minder de verwarming aangezet en minder geventileerd, ditveroorzaakt echter vocht- en schimmelproblematiek.5Kamerstukken II 2024/25, 36 600 B, nr. 22.6https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/06/09/woononderzoek-nederland-2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81711 Mede gezien de huidige problematiek, nemen we als kabinet vocht- enschimmelproblematiek serieus en ondernemen concrete acties. Zo is in deNationale Prestatieafspraken (NPA), waarover uw Kamer op 11 december2024 is geïnformeerd, afgesproken dat woningcorporaties zich maximaalinzetten om vocht en schimmel op te lossen of beheersbaar te houden.7Daar waar het aan het gebruik van de woning ligt, helpen woningcorpo-raties proactief om samen met de huurder de problematiek aan te pakken.Daar waar onduidelijkheid bestaat over de oorzaak van de problematiek(gebouw of bewoning) worden onafhankelijke experts ingezet om dit tebeoordelen. Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening(VRO), de VNG en Aedes gaan met elkaar in gesprek over de invulling enbekostiging van de onafhankelijk experts.Daarnaast zullen woningcorporaties tot en met 2030 jaarlijks 200 miljoeneuro extra in woningverbetering steken. Hierbij is, naast de aanpak asbesten loden leidingen, extra aandacht voor vocht- en schimmelproblematiek.Verder committeren woningcorporaties zich eraan dat er vanaf 2026 geenwoningen meer zijn met een slechte staat van onderhoud (categorie 5 of6), tenzij er voor deze woningen concrete sloop-of renovatieplannen zijn.Verder wordt in de handreiking lokale prestatieafspraken extra aandachtbesteed aan de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek, ditstimuleert corporaties, gemeenten en huurdersorganisaties om op lokaalniveau concrete afspraken te maken. Lokale partijen (bewoners, huurder-verenigingen, gemeenten en corporaties)hebben het beste zicht op de problematiek en een passende aanpak.Corporaties moeten ook in hun bod voor de lokale prestatie ingaan op deonderwerpen kwaliteit en leefbaarheid. Vocht en schimmel valt onderdeze onderwerpen.Ook heeft de Wet Goed Verhuurderschap ten aanzien van de particulierehuursector een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap in devorm van algemene regels geïntroduceerd. Huurders kunnen een meldingmaken bij de gemeente. Gemeenten hebben met deze wet debevoegdheid gekregen om een verhuurvergunning te eisen, waarmee zijextra voorwaarden kunnen stellen aan verhuurders ten aanzien vanbijvoorbeeld onderhoud.1 op de 3 jongeren kampt met mentale klachten. De leden van dePVV-fractie vinden dit een schrikbarend hoog aantal en vragen het kabinetom concreet aan te geven welke maatregelen direct worden genomen omdit probleem aan te pakken. Hoe wordt voorkomen dat deze jongeren oplange termijn blijvende schade ondervinden? De SER biedt enkeleoplossingen aan, wat vindt het kabinet concreet van deze oplossingen?Hoe wordt ervoor gezorgd dat deze oplossingen snel en effectief wordenuitgevoerd zonder dat hoge regeldruk de voortgang belemmert?Het feit dat mentaal welzijn van jongeren onder druk staat, is zorgelijk. Hetis belangrijk de mentale veerkracht van jongeren te versterken, zodat zijweerbaar zijn en mee kunnen (blijven) doen in de samenleving.Ik onderschrijf dan ook het advies van zowel de SER als het SERJongerenplatform8 dat de mentale gezondheid van jongeren aandachtnodig heeft. Mentale problemen van jongeren kunnen echter veelverschillende oorzaken hebben en om een verschillende aanpak vragen.Diverse maatregelen zijn reeds ingezet, maar er is meer nodig.Zo wordt op korte termijn het, grotendeels door het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gefinancierde, online platformmentale gezondheid gelanceerd. Het platform biedt betrouwbareinformatie over mentale gezondheid en verschillende vormen van7Kamerstukken II 2024/25, 29 453, nr. 574.8Veelbelovend (2022), SER Jongerenplatform.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81712 ondersteuning voor jongeren met beginnende mentale klachten. Hetplatform is een belangrijke aanvulling op bestaande voorzieningen gerichtop het voorkomen van mentale problemen.Vanuit de kennis dat problematisch social media gebruik negatievegevolgen kan hebben voor de mentale gezondheid ben ik daarnaast bezigmet het samenbrengen en aanscherpen van richtlijnen voor gezond enverantwoord scherm- en social mediagebruik met handelingsperspectiefvoor ouders.Ondertussen vind ik het ook belangrijk dat we als samenleving enoverheid in gesprek blijven met jongeren over wat zij nodig hebben om dementale veerkracht te versterken op de lange termijn. Welke ideeënhebben jongeren zelf om bijvoorbeeld prestatiedruk, stress eneenzaamheid te verminderen? Wat kan school, de sportvereniging of degemeente doen? Dit gesprek voer en faciliteer ik onder meer vanuit debredere maatschappelijke dialoog over het normaliseren en versterkenvan het gewone leven.Tot slot bied ik uw Kamer nog voor de zomer het actieprogramma mentalegezondheid en ggz aan, dat ook zal ingaan op het versterken van dementale veerkracht van jongeren. Op dit moment worden mogelijke actiesnader uitgewerkt. Daarnaast is het streven om in het kader van het AZWAook afspraken te maken die ten goede komen aan de (mentale)gezondheid van jongeren.Ook vanuit het onderwijs wordt ingezet op het versterken van de mentaleveerkracht en weerbaarheid van jongeren. Zo wordt op diverse scholen,ondersteund door VWS, vanuit de Gezonde School-aanpak en Welbe-vinden op School integraal gewerkt aan de (mentale) gezondheid enleefstijl van kinderen en jongeren in het po, vo en mbo, en worden mbo-,hbo- en wo-instellingen met het programma STIJN door het Ministerievan Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) ondersteund om hetwelzijn van studenten te verbeteren (bijvoorbeeld door de samenwerkingtussen gemeenten, zorgpartijen en onderwijsinstellingen te versterken).Het is bekend dat toets- en prestatiedruk op school oorzaken kunnen zijnvoor mentale klachten bij jongeren. Om scholen te ondersteunen bij hetverminderen van toetsdruk financiert het Ministerie van OCW eenmeerjarig project (2024–2027) van het Landelijke Aktie Komitee Scholieren(LAKS) en de VO-raad gericht op het formuleren en implementeren vaneen schoolvisie op toetsing. De lessen uit het project worden breed onderde aandacht gebracht bij scholen.Ten slotte worden er verschillende maatregelen getroffen om (te) vroegeselectie in het onderwijs te voorkomen. Het Ministerie van OCW onder-steunt dit door kennisopbouw en kennisdeling te faciliteren en doormaatregelen te stimuleren die verbeteringen beogen op het gebied van deovergang van primair naar voortgezet onderwijs en de tussentijdse switchen doorstroom in het voortgezet onderwijs. Denk daarbij bijvoorbeeld aanbrede of heterogene brugklassen waarmee leerlingen langer de tijdkrijgen om op een voor hen passend onderwijsniveau te komen. Ookonderzoekt het Ministerie van OCW samen met de VO-raad hoe deaantrekkelijkheid van brede scholengemeenschappen kan wordenbevorderd, omdat leerlingen op deze scholen gemakkelijker tussentijdskunnen doorstromen naar een onderwijsrichting die bij de ontwikkelingvan de leerling past.Naast de invalshoeken die in het SER-advies worden benoemd weten wedat er ook een belangrijke relatie is tussen geldzorgen en (problematische)schulden en het mentaal welzijn van jongeren. Het kabinet zet in opfinanciële educatie op scholen om kinderen en jongeren zo vroeg mogelijkte leren omgaan met geld en wat er bij het op orde houden van hunTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81713 financiën komt kijken (denk ook aan regelingen waar jongeren recht ophebben vanaf 18 jaar en ouder). Jongeren zijn ook een specifiekedoelgroep voor campagnes vanuit de rijksoverheid gericht op hetvroegtijdig bereiken van jongeren met geldzorgen.Ook het feit dat 1 op de 5 werknemers burn-outklachten ervaart, vinden deleden van de PVV-fractie ronduit schrikbarend. Door vergrijzing enarbeidskrapte zal de werkstress naar verwachting alleen maar toenemen,vooral bij zorgmedewerkers en werkende mantelzorgers. De leden van dePVV-fractie vragen hoe zich dit verhoudt tot de plannen van het kabinetom werkstress bij zorgmedewerkers te verminderen, bijvoorbeeld doorhet aantrekken van meer zorgpersoneel en het terugdringen van deadministratieve last.Met de Brede Maatschappelijke Samenwerking burn-outklachten (BMS)zet de staatsecretaris Participatie en Integratie in op het voorkomen enverminderen van burn-outklachten door werk. Binnen de Arbeidsomstan-dighedenwet zijn werkgevers verantwoordelijk voor het voorkomen enindien dat niet mogelijk is het beperken van psychosociale arbeidsbe-lasting, waaronder ongezonde werkstress door werkdruk. Met de BMSworden werkgevers (en werknemers) ondersteund om ongezondewerkstress op organisatieniveau en individueel niveau te voorkomen of zovroeg mogelijk aan te pakken. Zo loopt er een aanpak die mkb-bedrijvenondersteunt bij het in een vroeg stadium aanpakken van werkstress enwerkdruk. In de eerste helft van dit jaar stuurt de staatsecretaris vanParticipatie en Integratie een voortgangsbrief van het programma BMSaan de Kamer.De Minister van VWS deelt de zorgen over werkstress onder zorgmede-werkers, zeker gezien de stijgende zorgvraag en de toenemende krapte opde arbeidsmarkt. Het is lastig om deze arbeidsmarkttekorten op te lossendoor steeds meer mensen van buiten de zorg aan te trekken, omdat daarook grote tekorten zijn. We zullen het moeten doen met de mensen die nual in de zorg werken en de natuurlijke aanwas.Het beleid van de Minister van VWS richt zich op het tegengaan vanarbeidskrapte en het behouden van zorgmedewerkers door in te zetten opdrie lijnen: het halveren van de administratietijd, de juiste inzet vanmedewerkers en het vergroten van vakmanschap en werkplezier. In hetIntegraal Zorgakkoord (IZA) hebben we afgesproken om de administra-tietijd fors te reduceren. Dit zorgt voor meer tijd, menselijk contact enminder werkstress. Ook door arbeidsbesparende technologieën in tezetten, zoals digitale zorg en AI, en deze sneller op te schalen, wordt dewerkdruk verder verlaagd.Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers behouden blijven voor desector. Om dit te behalen, stimuleert de Minister van VWS de samenwer-kingen binnen regionaal werkgeverschap, zodat zorgmedewerkersmakkelijker bij meerdere organisaties in de regio kunnen werken. Dit biedtwerknemers meer afwisseling, autonomie en loopbaanontwikkeling enlaat werkgevers het beschikbare arbeidspotentieel beter benutten. DeMinister van VWS werkt verder aan een leidraad vakmanschap enwerkplezier, geïnspireerd op de aanpak van een aantal voorlopers in desector en gericht op het behoud van zorgmedewerkers. Verder onder-steunt de Minister van VWS werkgevers bij het tegengaan van verzuim enverloop van werknemers via het preventieplan Zorg en Welzijn. Dit is eendata-gedreven aanpak met hoopvolle resultaten, waarvan de resultatenbreed verspreid worden. Ook wordt er gewerkt aan het verminderen vanagressie tegen zorgmedewerkers. Zo komt er in 2025 een communicatie-aanpak tegen agressie: Agressie tegen hulpverleners, dat doe je niet! Demogelijkheid om je blijvend te kunnen ontwikkelen is ook belangrijk voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81714 behoud van medewerkers. Dit komt terug in het onderdeel vakmanschapvan de leidraad en gaat over scholing, bij- en nascholing en het strate-gisch opleiden van personeel in zorg en welzijn. Opleidingsplaatsen ingroeiberoepen en -regio’s hebben daarbij prioriteit, zodat de beschikbarecapaciteit zo effectief mogelijk wordt benut.Aan het eind van 2025 komt het Capaciteitsorgaan met een nieuweraming en wordt er een nieuwe arbeidsmarktprognose van hetprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn gepubliceerd.Verder valt het de leden van de PVV-fractie op dat het kabinet nauwelijksaandacht besteedt aan de rol van immigratie in het vergroten van de drukop de zorg en sociale voorzieningen. Ook het SER-advies lijkt deze factorvolledig buiten beschouwing te laten, ondanks de duidelijke impact dieimmigratie kan hebben op zorg en sociale voorzieningen. De leden van dePVV-fractie vragen hoe het kabinet de sociaaleconomische gezondheids-verschillen kan verkleinen zonder de invloed van immigratie te erkennen,en waarom besteedt ook het SER-advies hier geen aandacht aan. Is hetkabinet bereid om immigratiedruk als belangrijke factor mee te nemen inde verdere uitwerking van het beleid?Migratieachtergrond is een persoonsgegeven dat niet relevant is voor detoegang tot de gezondheidszorg, in het kader van rechtsgelijkheid. Alsiemand recht heeft op zorg en sociale voorzieningen, maakt het niet uitwelke achtergrond iemand heeft. In het kader daarvan, en in het kader vande Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), mag migratie-achtergrond dan ook niet geregistreerd worden door de zorgaanbieders,aanbieders van sociale voorzieningen en verzekeraars. Om die reden is ergeen informatie beschikbaar in hoeverre de druk op de zorg en socialevoorzieningen, gemeten middels wachtlijsten en -tijden, wordt veroor-zaakt door personen met een migratieachtergrond. Overigens geeft demigrantenmonitor van het CBS9 wel enig inzicht in het zorggebruik vanmigranten naar verschillende migratiemotieven.Het briefadvies van de SER dat ten grondslag ligt aan de beleidsagenda«gezondheid in alle beleidsdomeinen» is opgesteld op verzoek van hetvorige kabinet. De vraag destijds was gericht op het vraagstuk wat deonderliggende problematiek is (schulden, armoede, laaggeletterdheiden/of werkloosheid) dat resulteert in gezondheidsproblemen. De SER isverzocht een advies uit te brengen dat zich richt op de domeinen waarveel van de achterliggende oorzaken samenkomen: arbeidsmarktbeleid,sociale zekerheid en het sociaal domein. Het vorige kabinet heeft vooralgevraagd te kijken naar de rol van de systemen bij gezondheidsachter-standen en niet naar bijvoorbeeld verschillende doelgroepen.10Dit kabinet zet in op een omvangrijk pakket voor grip op migratie, in lijnmet het scenario van gematigde groei dat is geadviseerd door deStaatscommissie Demografie. Het verminderen van de druk op voorzie-ningen, zoals woningen, zorg en sociale zekerheid, vormen een belang-rijke overweging hierin.Aangaande een gezonde fysieke leefomgeving, spreekt het kabinet overde impact van klimaatverandering op de volksgezondheid. De leden vande PVV-fractie vragen hoeveel belastinggeld wordt besteed aan dezeklimaatagenda, en welk effect heeft dit daadwerkelijk op de gezondheidvan burgers.9https://dashboards.cbs.nl/v5/Migratiemotieven/10https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2023/gezond-opgroeien-wonen-werken.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81715 Het Ministerie van VWS werkt aan het vergroten van inzicht in de relatietussen klimaat en gezondheid en gericht op het verbeteren van publiekegezondheidsmaatregelen, zoals het verbeteren van de manier waaropsterfte en ziekte door hittestress wordt geregistreerd. In 2025 wordt daarin totaal 1.150.000 euro aan besteed. Voor de inzet van andere departe-menten om gezondheidsgevolgen van klimaatverandering mee te nemenin het beleid zijn geen extra middelen beschikbaar en dat zal moetenworden bekostigd uit bestaande middelen.Het kabinet stelt dat oplopende temperaturen Nederland geschikterzouden maken voor de verspreiding van sommige infectieziekten,bijvoorbeeld door de (tijger)mug. De leden van de PVV-fractie vragen overwelke infectieziekten het hier precies gaat, en cijfers te overleggen waaruitblijkt welke infectieziekten in Nederland daadwerkelijk zijn toegenomendoor de veronderstelde oplopende temperaturen.Onafhankelijke wetenschappelijke organisaties zoals het internationaleIntergouvernementele panel voor klimaatverandering (IPCC) en hetKoninklijk Nederland Meteorologisch Instituut (KNMI) hebben vastgestelddat de temperaturen in Nederland oplopen en verder zullen stijgen. HetRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) stelt vast dat doorklimaatverandering bestaande infectieziekten kunnen verergeren ennieuwe infectieziekten opkomen. Voor verschillende infectieziekten is aleen effect van klimaatverandering vastgesteld. In 2020 zijn voor het eerstin Nederland zeven infecties met het West-Nijlvirus vastgesteld. Dezeexotische ziekte wordt door de in Nederland inheemse muggen overge-dragen. Na 2020 zijn er geen nieuwe lokaal opgelopen gevallen van eenmug overdraagbare infectieziekte gerapporteerd. Vibrio-bacteriën inzeewater kunnen toenemen waardoor het risico van overdacht bijrecreatie vergroot. In Nederland is er geen meldplicht voor non-choleraVibrio-infecties, waardoor er geen goed zicht is op eventuele trends inziektegevallen. Ook de longontsteking door Legionella lijkt vaker voor tegaan komen door klimaatverandering. De incidentie van Legionellapneumonie in Nederland was in de periode 1987–1998 0,27 per 100.000inwoners en stijgt nu tot boven de drie per 100.000. Doordat het infectie-risico ook afhangt van andere factoren is het lastig aan te geven hoeveelhet aantal infectieziekten in Nederland precies is toegenomen door hetveranderende klimaat. Het gaat dan om factoren zoals bijvoorbeeldinternationalisering, migratie, verstedelijking en dierdichtheid.De leden van de PVV-fractie vragen hoe het kabinet gaat voorkomen datde transitie van zorg naar gezondheid en welzijn leidt tot nog meerinefficiëntie en onnodige inzet van zorgmiddelen? Hoe denkt het kabinetde bureaucratische druk te verminderen en ervoor te zorgen dat professi-onals meer ruimte krijgen om hun werk effectief te doen? Kan het kabinetgaranderen dat deze transitie daadwerkelijk leidt tot minder zorgkosten enbetere gezondheid voor burgers?Zoals bekend staat de zorg toenemend onder druk. Momenteel wordenaanvullende afspraken gemaakt om de zorg toegankelijk en toekomstbe-stendig te houden. Het verminderen van de druk op het zorgpersoneelstaat hierin centraal. De mogelijkheden van AI en vermindering vanadministratieve lasten zijn belangrijke speerpunten. Uiteraard is eenefficiënte en zinvolle inzet van zorgmiddelen het uitgangspunt. Om tot eeneffectieve aanpak te komen, is het ook van belang dat de medische, deverpleegkundige en de gemeentelijke sociale expertise goed wordenbenut. Niet alle gezondheidsproblemen vragen om een medisch antwoorden kunnen zo de druk op de medische zorg verlichten. Het «verkennendgesprek ggz» is hier een voorbeeld van. In een dergelijk gesprek komeneen ggz-behandelaar, een professional uit het sociaal domein en zoTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81716 mogelijk een ervaringsdeskundige samen met de cliënt om dienshulpvraag te doorgronden. Een ander voorbeeld is «welzijn op recept»waarbij huisartsen mensen met psychosociale klachten doorverwijzennaar een welzijnscoach of een recept uitschrijven voor activiteiten op hetgebied van ontmoeting, sport of cultuur. Doel is dat mensen door dezeactiviteiten zelf actief hun gezondheid en welzijn verhogen.In het regeerprogramma staat dat de administratietijd in 2030 gehalveerdmoet zijn tot 20 procent van de werktijd en in het IZA was al opgenomendat eind 2025 zorgverleners 2 uur per week minder tijd moeten bestedenaan administratie. Binnen de Regiegroep Aanpak Regeldruk werken alleIZA partijen samen met de speciaal gezanten regeldruk aan dezedoelstellingen door middel van een werkagenda. Voorbeelden waaraangewerkt wordt zijn het uniformeren van de hulpmiddelenreglementen vanzorgverzekeraars, ActiZ die technologische innovaties in de sectorstimuleert en de Nederlandse ggz die met hun transitieplan met vierkoplopers de professionals op de werkvloer centraal stelt om te komen totmaximaal 20 procent administratietijd.Verder is de Minister van VWS voornemens om in het Aanvullend Zorg-en Welzijnsakkoord (AZWA) aanvullende afspraken te maken overoverkoepelende thema’s, zoals machtigingen en het opschalen vansuccesvolle doorbraakprojecten waaronder de samenwerking tussenmedisch en sociaal domein. Tegelijkertijd is door de regiegroep eenveldbevraging gestart van de administratieve lasten bij huisartsen, in deggz en bij de wijkverpleging. De vraag die in de veldbevraging centraalstaat is welke administratie volgens zorgverleners zinnig is om te blijvenuitvoeren voor de kwaliteit van zorg en de verantwoording daarvan, diepast binnen maximaal 20 procent administratietijd. De rapportage hiervanvolgt voor de zomer van 2025.Hierbij kijkt het Ministerie van VWS ook kritisch naar eigen wet- enregelgeving. Uitgangspunt is dat wet- en regelgeving die tot onnodigeadministratietijd leidt wordt vereenvoudigd, geüniformeerd of geschrapt.Vertrouwen in zorgmedewerkers staat daarbij centraal.Tot slot ziet de Minister van VWS veel potentie in de inzet van digitali-sering, gegevensuitwisseling en AI. De eerste toepassingen van AI in dezorg stemmen hoopgevend dat dit een belangrijke rol gaat spelen dekomende jaren. Dat vraagt wel om nadere uitwerking, ook met het veld.Daarom werkt het Ministerie van VWS samen met het zorgveld aan eenaanpak met afspraken voor de veilige, snelle en zorgvuldige inzet van AIin de zorg. Hierbij wordt de mogelijke tijdsbesparing met AI in kaartgebracht en worden validatie en AI-readiness gestimuleerd, zoalsaangegeven in de kamerbrief over de inzet van AI in de zorg. Deze aanpakwordt verwacht in het tweede kwartaal van dit jaar.In het IZA zijn veel inhoudelijke afspraken gemaakt die bijdragen aan devoorgenomen besparing uit het IZA. Aangezien de recente (voorlopige)actualisatiecijfers laten zien dat de totale uitgaven van de IZA-sectoren t/m2024 binnen het afgesproken IZA-kader blijven, kan worden veronderstelddat de besparing op totaalniveau wordt gerealiseerd. Op basis van ditgegeven en gezien het commitment van de IZA-partijen op de financiëleafspraken is mijn verwachting dat de besparing ook de komende jarenwordt gerealiseerd. De effecten op de gezondheid zijn lastiger te volgenop korte termijn. Met de «Monitor doelgroepen IZA» van het Zorginstituutwordt, zoals overeengekomen met de IZA-partijen voor vijf doelgroepen,in kaart gebracht wat de effecten zijn van alle inspanningen op degezondheid van mensen over een langere periode. Dit geeft geengaranties, maar wel informatie om in de toekomst bij te sturen indien weniet de gewenste effecten zien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81717 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het bevorderen vangezondheid en specifiek het verkleinen van sociaaleconomische gezond-heidsverschillen een belangrijke opgave is voor dit kabinet. Op welkewijze draagt dit kabinet bij aan het verkleinen van sociaaleconomischegezondheidsverschillen? In het SER-advies lezen de leden dat bijalgemene maatregelen de geboekte gezondheidswinst veelal bij mensenbovenaan de maatschappelijke ladder komt en minder onderaan demaatschappelijke ladder. Wat doet dit kabinet concreet om juist beleid tevoeren waarbij mensen onderaan de maatschappelijke ladder profiteren?Zodat de sociaaleconomische gezondheidsverschillen wordenverminderd?In de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen» wordenverschillende acties genoemd die dit kabinet neemt en voortzet omgezondheidsachterstanden terug te dringen op vier impactvolle beleids-thema’s, namelijk:1.Bestaanszekerheid en werk;2.Gezonde generatie;3.Gezonde fysieke leefomgeving;4.Van zorg naar gezondheid en welzijn.Verschillende acties zijn daarbij specifiek gericht op mensen met eenminder gunstige maatschappelijke positie, vaak uitgedrukt in sociaaleco-nomische status (SES). Een voorbeeld hiervan is het wetsvoorstel Meerzekerheid flexwerkers. Hierdoor krijgen werkenden in een flexibel contractmeer zekerheid. Een ander voorbeeld is het wetsvoorstel Verduidelijkingbeoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden om schijnzelfstandigheidaan te pakken. Daarnaast neemt het kabinet ook op andere manierenmaatregelen om gezondheidsverschillen te verminderen. Ik noem eenaantal voorbeelden. Zo wordt met het Nationaal Programma Leefbaarheiden Veiligheid (NPLV) door het Rijk samen met gemeenten en andere lokalepartijen langjarig ingezet om de leefbaarheid en veiligheid in 20 focusge-bieden in 19 steden te verbeteren. In het kader van het NPLV voert hetMinisterie van VWS bijvoorbeeld nu een verkenning uit naar het terug-dringen van gezondheidsachterstanden. De verkenning kijkt onder meernaar wat werkzame elementen uit verschillende aanpakken zijn en hoe deverschillende domeinen (waaronder de zorg en het sociaal domein) hierinkunnen samenwerken. Hierbij wordt ook gekeken wat dat betekent voorde financiering en welke rol bijvoorbeeld gemeenten en zorgverzekeraarsdaarin kunnen hebben. Daarnaast wordt Pharos (expertisecentrumgezondheidsverschillen) door het Ministerie van VWS gefinancierd.Pharos ondersteunt via onder meer onderzoeken, bijeenkomsten enhandreikingen gemeentelijke beleidsmakers, zorgverleners en andereprofessionals bij de aanpak van gezondheidsachterstanden. Verderontvangen gemeenten via de Brede SPUK middelen om uitvoering tegeven aan de afspraken uit het GALA en Sportakkoord II, waaronderstructurele middelen voor het terugdringen van gezondheidsachter-standen.De leden van GroenLinks-PvdA-fractie missen concrete doelen betreftsociaaleconomische gezondheidsachterstanden. Wat is voor dit kabinethet doel betreft het tegengaan van sociaaleconomische gezondheidsach-terstanden? Wat is de concrete ambitie van de Staatssecretaris voor deaankomende regeerperiode?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81718 Het doel van dit kabinet is een gezonde generatie in 2040. Daarvoor willenwe de gezondheid van iedereen – en in het bijzonder die van mensen ineen kwetsbare situatie – in de basis verbeteren. Tevens willen wegezondheidsachterstanden niet groter laten worden en waar het kanverkleinen. Dit kan alleen bereikt worden door een domeinoverstijgendeaanpak van gezondheid, zoals in het regeerprogramma is afgesproken.Het kabinet heeft met de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdo-meinen» hiervoor de eerste stappen gezet. In de komende periode wordtdeze aanpak verder doorontwikkeld en zal meer focus krijgen. Daarbij ishet wel belangrijk te realiseren dat er voor een ingewikkeld vraagstuk alsgezondheidsachterstanden geen simpele en snelle oplossing is. Hetvraagt om een lange adem, waarvan de daadwerkelijk impact opgezondheidsachterstanden pas over langere tijd merkbaar zal zijn.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat «gezondheid in allebeleidsdomeinen» een gezamenlijke inzet vereist. De leden zijn het eensdat het Rijk het niet alleen kan. Echter, de leden zien wel een prominenterol voor het Rijk weggelegd. Wat ziet het kabinet precies als de rol van hetRijk? Is het kabinet het eens met de leden dat het Rijk hierin wel eenvoortrekkersrol dient te spelen?Het kabinet ziet zeker een belangrijke aanjagende rol van het Rijk inzake«gezondheid in alle beleidsdomeinen» weggelegd. In deze eerste versievan beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen» geven we aanwat de inzet vanuit het Rijk is. De beleidsagenda gaan we in de komendtijd verder ontwikkelen. Hiervoor gaan we met verschillende partijen engemeenten in gesprek. Verder gaan we in overleg met de SER een bredebijeenkomst over gezondheid in alle beleidsdomeinen organiseren. Doelhiervan is om input op te halen voor de doorontwikkeling van debeleidsagenda vooral ook om maatschappelijke partijen en gemeenten teinspireren en te ondersteunen om met «gezondheid in alle beleidsdo-meinen» aan de slag te gaan. Een goede gezondheid is van waarde voorhet individu, onze samenleving en onze economie en hiermee niet alleeneen opgave voor het Rijk alleen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen ook dat er een belangrijkerol voor gemeentes en de GGD is weggelegd. Hoe ziet het kabinet diegroeiende rol met het licht op de bezuinigingen op preventie voorgemeentes en de GGD? Hoe kijkt u naar de rol van gemeentes gezien hetfeit dat zij de gesprekken betreft het gezondheidsakkoord hebbenopgeschort? Bent u het eens dat het belangrijk is dat gemeentes het Rijkvertrouwen om gezamenlijk de gezondheidsverschillen aan te pakken?Erkent u dat bezuinigingen in combinatie met meer verantwoordelijk-heden hier niet aan bijdragen? Hoe voorkomt u dat dit niet het geval gaatzijn met de gezamenlijke aanpak van gezondheidsverschillen?Gemeenten en GGD »en spelen een belangrijke rol bij het bevorderen enbeschermen van de gezondheid en het terugdringen van gezondheidsach-terstanden. In het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) is afgesprokendat gemeenten met een brede en integrale aanpak, door bijvoorbeeld tekijken naar de fysieke omgeving en factoren als bestaanszekerheid, aan deslag gaan. Dit is met name voor het terugdringen van gezondheidsachter-standen nodig. Hier stelt VWS ook middelen voor beschikbaar.Met betrekking tot de gemeentefinanciën in algemene zin heeft deMinister van Binnenlandse Zaken uw Kamer geïnformeerd in haar briefvan 29 november 2024.11 Daarin erkent het kabinet dat de balans tussen11Kamerstukken II 2024/25, 36 600 B, nr. 22.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81719 ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht onder druk staat, maar ookdat het gesprek hierover zorgvuldig moet worden gevoerd.De kabinetsreactie benadrukt het belang van ondersteuning in kwetsbareregio’s, maar noemt slechts een aantal bestaande voorbeelden zonder inte gaan op toekomstig beleid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractievragen welke regio’s allemaal vallen onder kwetsbare regio’s. Welkevoorstellen kunnen genoemde leden verwachten van de Staatssecretarisverwachten om ook andere kwetsbare regio’s te ondersteunen terbevordering van de algemene gezondheid in die specifieke regio? Kan deStaatssecretaris toelichten welke specifieke maatregelen, middelen entijdlijnen hiervoor zijn voorzien?Kwetsbare regio’s in Nederland zijn gebieden waar meerdere structureleuitdagingen samenkomen. Deze regio’s kampen met een stapeling vanlangdurige problemen die niet op korte termijn op te lossen zijn en vragenom een gerichte, langjarige aanpak. Het kabinet heeft binnen hetprogramma «Elke Regio Telt» elf regio’s geïdentificeerd waar dezeproblematiek het meest urgent is en waar een integrale en langjarigeaanpak noodzakelijk is.12 Daarnaast wordt het NPLV doorgezet.13 HetNPLV blijft een belangrijk instrument om stedelijke gebieden waar deleefbaarheid en veiligheid onder druk staan te versterken.Om de ondersteuning van kwetsbare regio’s aan de randen van Nederlandte versterken, wordt invulling gegeven aan «Elke Regio Telt» vanuit hetnieuwe Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Het NPVR biedt eensamenhangende en langjarige aanpak, waarbij het kabinet zich commit-teert aan een langjarige samenwerking met de betrokken regio’s voor tenminste twintig jaar. Het NPVR richt zich op het verbeteren van deleefbaarheid en veiligheid, het behoud en de versterking van basisvoorzie-ningen zoals zorg en onderwijs en het vergroten van kansen voorinwoners op het gebied van werk en gezondheid. Dit vraagt om eenmaatwerkbenadering per regio, waarbij niet wordt uitgegaan vangenerieke maatregelen, maar van specifieke uitvoeringsagenda’s dieaansluiten bij de lokale context en behoeften.Vanuit het Rijk worden middelen ingezet voor de organisatie en totstand-koming van de aanpak van Elke Regio Telt, inclusief ondersteuning vanhet proces om tot langjarige agenda’s te komen. Op dit moment zijn ergeen extra middelen beschikbaar gesteld voor mogelijke financiëleondersteuning bij de uitvoering van de inhoudelijke opgaven in delangjarige agenda’s. Eventuele ondersteuning vanuit het Rijk wordtbepaald op basis van de specifieke opgaven in de uitvoeringsagenda’s.Hierbij wordt bekeken of bestaand beleid anders kan worden ingezet,waar maatwerk geboden kan worden en waar gebruik gemaakt kanworden van bestaande financiële stromen. Op de kortere termijn moetenmogelijkheden onderzocht worden om de huidige middelen meerspecifiek in te zetten voor deze regio’s.In 2025 wordt in nauwe samenwerking met deze regio’s een planontwikkeld, dat vervolgens wordt vertaald naar een concrete actieagenda.Hierbij worden niet alleen decentrale overheden betrokken, maar ookmaatschappelijke organisaties, bedrijven en initiatieven van inwoners.Eind 2025 is het de bedoeling dat de elf regio’s hun uitvoeringsagenda’sklaar hebben om de komende vier jaar opgaves aan te pakken. Hierbijrichten de pijlen zich op drie doelstellingen: veilige en leefbare regio’s,duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau, en een gezonde enkansrijke toekomst voor inwoners.12https://www.elkeregiotelt.nl/13https://www.leefbaarenveilig.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81720 Daarnaast werkt het Ministerie van VWS met het IZA aan de totstand-koming van regiobeelden, regioplannen en het opzetten van eenaanspreekbaar samenwerkingsverband in iedere (zorgkantoor-)regio. Devolgende fase richt zich op het borgen, faciliteren, verbinden en regis-seren van deze samenwerking in de regio, met de intentie om eenaanvullend zorg- en welzijnsakkoord af te sluiten waarin samen metveldpartijen aanvullende afspraken worden gemaakt.Voor de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is net als voor de SER hetverbeteren van bestaanszekerheid een absolute prioriteit. De genoemdeleden lezen dat de brief stelt dat dit ook een speerpunt is van dit kabinet.Toch lezen de genoemde leden dat een groot deel van de aanbevelingenvan de SER die daadwerkelijk bijdragen aan bestaanszekerheid nietworden overgenomen. Een is een arbeidsmarkt op basis van vastecontracten, zodat mensen meer zekerheid hebben. Waarom worden vastecontracten niet weer de norm? Een ander voorbeeld is het verhogen vanzowel het sociaal minimum als het minimumloon. Waarom wordenbeiden niet verhoogd door dit kabinet?Het kabinet wil inderdaad de bestaanszekerheid van mensen vergroten,onder meer door ervoor te zorgen dat meer mensen een vaste baankrijgen en met koopkrachtmaatregelen die mensen direct voelen in deportemonnee.Op dit moment heeft flexibel werk een aandeel van ongeveer 40% op dearbeidsmarkt.14 Het kabinet zet onder andere met het arbeidsmarktpakketin op het verbeteren van de zekerheid van werkenden en dewendbaarheid van werkgevers. Om de zekerheid van werkenden in deflexibele schil te verbeteren werkt het kabinet aan het wetsvoorstel Meerzekerheid flexwerkers, waarmee oproepkrachten, uitzendkrachten enmensen met een tijdelijk contract beter beschermd worden. Dit verhoogtde zekerheid van werkenden in een flexibel contract. Hierdoor nemen deverschillen tussen flexibele en vaste contracten af, wat vaste contractenrelatief aantrekkelijker maakt. Daarnaast werkt het kabinet middels hetwetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsver-moeden aan het verduidelijken wanneer iemand werkt als zelfstandige enwanneer als werknemer. Het hervatten van de handhaving op schijnzelf-standigheid, zoals per 1 januari jongstleden is gebeurd, heeft ten doel omschijnzelfstandigheid tegen te gaan en vergroot op die manier debestaanszekerheid van kwetsbare werkenden. Ook werkt het kabinet aaneen verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Ditgeeft zelfstandigen bestaanszekerheid in gevallen van langdurigearbeidsongeschiktheid en zorgt voor een gelijker speelveld tussenwerkenden en zelfstandigen. Om de wendbaarheid van werkgevers teverbeteren, worden de wetsvoorstellen Personeelsbehoud bij crisis enRe-integratie tweede spoor uitgewerkt. Deze verhoogde wendbaarheidhelpt werkgevers om goed in te kunnen spelen op veranderingen in deeconomie, en maakt tegelijkertijd het vaste contract aantrekkelijker. Totslot heeft het wetsvoorstel rond de arbeidsmarktinfrastructuur tot doel omervoor te zorgen dat werkenden sneller (ander) werk vinden of werkhouden. Dit draagt bij aan bestaanszekerheid en is ook in het belang vanwerkgevers. Gezamenlijk dragen de verschillende maatregelen uit hetarbeidsmarktpakket eraan bij dat werkenden meer (bestaans)zekerheidkrijgen, terwijl werkgevers wendbaarder worden en zo in staat blijven omvaste contracten aan te bieden.Het kabinet heeft met het koopkrachtpakket een balans gezocht tussen deverschillende doelen: werken laten lonen, (kinder-)armoede tegengaan en14https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/85278NEDTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81721 het belastingstelsel begrijpelijker maken. Het kabinet treft maatregelen diehuishoudensop het sociaal minimum ondersteunen, bijvoorbeeld door de verhogingvan de huurtoeslag en het kind gebonden budget en het instellen van eennieuwe eerste belastingschijf met een lager tarief.Het kabinet heeft niet gekozen voor een verhoging van het minimumloon.Voor het wettelijk minimumloon geldt dat dit recent al aanzienlijk isverhoogd. Dit is gebeurd in 2023 en middels de invoering van hetminimumuurloon in 2024. Tussen 2022 en 2024 is het brutominimumloonper uur zo, afhankelijk van het aantal gewerkte uren, met 21 tot 34 procentgestegen. Na deze aanzienlijke stijgingen wil het kabinet dat hetminimumloon zich gedurende deze kabinetsperiode stabiel ontwikkelt. Hetminimumloon wordt halfjaarlijks verhoogd via de reguliere indexatie. Zois het minimumloon per 1 januari 2025 verhoogd van 13,68 euro per uurnaar 14,06 euro per uur.Verder zijn een aantal trajecten ingezet die inzichten kunnen geven in eenpassende hoogte van het minimumloon:–Verkenning naar het minimumjeugdloon. Deze verkenning gaat in opde bestaanszekerheid van jongeren die voor hun bestaan van hetminimumjeugdloon afhankelijk zijn; en op de stimulering van hetvolgen van onderwijs voor jeugdige werknemers om een beterepositie te verkrijgen op de arbeidsmarkt. Het streven is om deverkenning in het voorjaar van 2025 af te ronden.–Onderzoek naar de effecten van de verhogingen in 2023 en 2024. HetCentraal Planbureau (CPB) zal dit onderzoek uitvoeren. CPB verwachthet onderzoek in 2027 af te ronden.–Hervorming inkomensondersteuning. In deze agenda bekijkt hetkabinet de relatie tussen het toeslagen- en belastingstelsel, hetminimumloon en de sociale zekerheid. Een vereenvoudiging kanbetekenen dat de context verandert waarin het kabinet de toereikend-heid van het minimumloon beziet. In het kader van deze hervormings-agenda heeft het kabinet de ambitie om deze kabinetsperiodewetgeving voor te bereiden.De doelen op het gebied van preventie in de kabinetsreactie zijnambitieus, maar zonder structurele en sluitende financiering dreigen dezevolgens de leden van GroenLinks-PvdA-fractie onhaalbaar te worden.Vooral gezien de cijfers uit het VTV-rapport van het RIVM15, waaruit blijktdat steeds meer Nederlanders overgewicht hebben, waaronder jongeren.Hoe gaat de staatsecretaris deze trend keren? De leden van deGroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de staatsecretaris deze ontwikke-lingen ziet gezien de grote bezuinigingen die dit kabinet op preventie doet.Hoe gaat de Staatssecretaris zorgen voor een gezonde omgeving vooriedereen? Wat kunnen we concreet verwachten, boven op het huidigebeleid?Uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) blijkt een verwachtetoename van onder meer het aantal jongeren met overgewicht. Overge-wicht is een uitkomstmaat met meerdere mogelijke oorzaken, waaronderook een ongezonde leefstijl. Vanwege de complexiteit vraagt de aanpakvan overgewicht een systeem brede aanpak. Het voorkomen en terug-dringen van overgewicht, en de gezondheidsrisico’s die daarmee gepaardkunnen gaan, vormen dan ook een belangrijk onderdeel van de samen-hangende effectieve preventiestrategie waarover ik uw Kamer in heteerste kwartaal van dit jaar zal informeren. Ik wil een gezonde(voedsel)omgeving bevorderen, zodat mensen makkelijker een gezonde15RIVM (2024), Kiezen voor een gezonde toekomst, Volksgezondheid Toekomst Verkenning2024,https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0110.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81722 keuze kunnen maken. Daarbij kijk ik naar bijvoorbeeld ongewenstemarketing gericht op kinderen of het aanbod van ongezond voedsel inwinkelstraten.Het is een gegeven dat er minder middelen beschikbaar zijn voorpreventie dan onder voorgaande kabinetten. Daarom kijk ik goed naar deinzet van andere beleidsinstrumenten dan subsidies, zoals wet- enregelgeving of verder gaande afspraken met producenten en super-markten. Tevens wordt zorgvuldig met (veld)partijen gekeken waarefficiëntiewinst mogelijk is. Ook laat ik een investeringsmodel voorpreventie ontwikkelen. Dit model kan in de toekomst helpen om de kostenen baten van preventie beter in kaart te brengen, en zo mee te wegen bijde (financiële) besluitvorming over preventieve maatregelen van VWS enop andere beleidsterreinen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieWanneer de leden van de VVD-fractie de eerste contouren van debeleidsagenda lezen, zien zij vooral nog veel «wordt (blijvend) gewerktaan» en (verkennende) onderzoeken. De leden zoeken nog de concrete(cijfermatige) ambities en de concrete acties die daaruit moeten volgen.Welke concrete cijfermatige ambities stelt het kabinet voor? En wanneerverwacht het kabinet een concreet maatregelenpakket te kunnenaanbieden? Welke planning verwacht de SER te hanteren voor de in hetrapport genoemde vervolgadviezen?Zoals aangegeven, bevat de Kamerbrief een eerste aanzet van debeleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen». Allereerst wordt opde vier impactvolle beleidsthema’s een (niet uitputtende) schets gegevenvan lopende en nieuwe acties van dit kabinet die het bevorderen van degezondheid of het verminderen van de gezondheidsachterstandenondersteunen. Daarnaast gaan we in de komende tijd – onder meer inoverleg met maatschappelijke partijen en gemeenten – verkennen hoe wemeer focus krijgen in de beleidsagenda door in te zetten op een aantalgerichte concrete maatregelen met een duidelijke ambitie die extra impactrealiseren.Verder zijn een tweetal trajecten in gang gezet die in de komende tijdbouwstenen gaan opleveren voor een aanpak op de langere termijn enmogelijk aanvullende maatregelen. Het betreft lijn B (verkennen beleidsin-strumentarium om effecten op gezondheid nadrukkelijker mee te wegenin Rijksbeleid) en lijn C (gezamenlijke kennisopbouw: waarderen vangezondheid). Over de uitkomsten van de bovengenoemde acties wordt uwKamer in het najaar geïnformeerd in de eerste voortgangsrapportage vande beleidsagenda.De SER heeft aangegeven verheugd te zijn dat het kabinet een dergelijkeuitgebreide reactie heeft uitgebracht in de vorm van de beleidsagenda«Gezondheid in alle domeinen» en de aanbevelingen van het SER-adviesals uitgangspunt heeft genomen voor de beleidsreactie. De reactie van hetkabinet geeft een omvangrijk overzicht aan voornemens en maatregelenin reactie op de aanbevelingen uit het SER-advies. De uitgebreide reactievan het kabinet vraagt – volgens de SER – om een zorgvuldige analysevan de aanbevelingen uit het SER-advies en de voornemens en maatre-gelen van het kabinet. Op dit moment staat een nieuw advies niet op dewerkagenda van de SER. Wel blijft de SER in overleg met het kabinet overde vervolgactiviteiten en of/wanneer een toekomstig advies passend is.Misschien wel de belangrijkste vraag van de leden van de VVD-factie is inhoeverre het kabinet ervoor wil zorgen dat mensen zich bewust zijn ofworden van wat leven in gezondheid voor hen kan betekenen en op welkemanier zij daar zelf vorm aan kunnen geven en wat zij mogen en kunnenverwachten van hun werkgever en van overheden. Vervolgens zijn deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81723 leden benieuwd naar hoe sociaaleconomische vooruitgang bij kan dragenaan verkleining van de gezondheidsverschillen en hoe het kabinetdaarmee aan de slag gaat en mensen kan inspireren of stimuleren daarzelf een rol in te nemen.Iedereen draagt zelf een verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheiden leefstijl. De sociaaleconomische omstandigheden waarin iemandopgroeit, werkt en woont, werken echter wel door op iemands gezondheiden (leefstijl) keuzes. Zo hebben mensen die werken over het algemeen eenbetere gezondheid dan mensen die niet werken. Daarbij is financiëlebestaansonzekerheid een belangrijke factor voor het ontstaan vangezondheidsachterstanden.16 Daarom is «bestaanszekerheid en werk» eenbelangrijk thema in de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdo-meinen» en bevat verschillende acties die het kabinet op dit thema neemt.Het punt over bewustwording en het inspireren en stimuleren vanmensen over wat leven in gezondheid kan betekenen en op welke manierzij daar zelf vorm aan kunnen geven en wat zij mogen en kunnenverwachten van hun werkgever en van overheden, zullen we meenemenin de in de beleidsagenda aangekondigde gesprekken met externe partijenen gemeenten en in de verdere uitwerking van de beleidsagenda.In het verlengde daarvan willen de leden van de VVD-fractie weten welkekwantitatieve onderzoeken het kabinet gebruikt om inzicht te krijgen in degezondheidsvaardigheden van Nederlanders en de ontwikkeling daarvan.Is het kabinet bereid gevalideerde cijfers over gezondheidsvaardighedente gebruiken om de voortgang van het beleid te monitoren? En welkegevalideerde cijfers over gezondheidsverschillen gebruikt het kabinet omde voortgang van beleid te monitoren, te evalueren en bij te sturen?Gezondheidsvaardigheden hebben impact. Beperkte gezondheidsvaardig-heden komen relatief vaker voor bij mensen die al kwetsbaar zijn en eenminder goede gezondheid ervaren. Voorbeelden hiervan zijn ouderen,mensen met een lage sociaaleconomische positie en mensen metchronische aandoeningen. Gezondheidsverschillen kunnen wordenverkleind door het verbeteren van de vaardigheden van de mensen diezorg ontvangen, maar ook de zorg zelf kan iets doen. Zo neemt het aantallaaggeletterden in Nederland toe en begrijpt daardoor niet iedereen detekst en uitleg alvorens bijvoorbeeld een operatie plaatsvindt. Door hettaalniveau aan te passen in brieven naar B1 of zelfs A2, begrijpen meermensen wat de zorgverleners van hen verlangen. Niet iedereen begrijptbijvoorbeeld goed wat het impliceert om «nuchter» naar een operatie tekomen. Door zich bewust te zijn van en rekening te houden met devaardigheden van patiënten, kunnen zorgverleners de zorg beterafstemmen en laten aansluiten op de patiënt. Dit kan bijdragen aan hetverkleinen van de gezondheidsverschillen.Inzicht in de groep mensen met lage(re) gezondheidsvaardigheden en deimpact van het (zorg)beleid op deze groep is belangrijk. Daarom wordt inde IZA-doelgroepenmonitor de doelgroep met beperkte gezondheidsvaar-digheden gemonitord. Naast het monitoren van gezondheidsvaardig-heden worden gezondheidsverschillen in brede zin gemonitord. Ditgebeurt in onder andere de GALA-monitor, waarin inzicht wordt gegevenin de acties die gemeenten ondernemen om gezondheidsverschillen terugte dringen. Daarnaast wordt in de monitor Kansrijke Start onderscheidgemaakt naar sociaaleconomische kwetsbaarheid van gezinnen.16RIVM (2024), Kiezen voor een gezonde toekomst, Volksgezondheid Toekomst Verkenning2024,https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2024-0110.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81724 Op verschillende manieren worden gegevens verzameld over gezond-heidsverschillen. Zo wordt binnenkort op VZInfo17 voor een aantalgezondheidsindicatoren te weten roken, overgewicht en ervarengezondheid de trend gepresenteerd voor verschillende opleidingsgroepenen de verschillen in gezondheidsindicatoren tussen deze groepen. OpRegiobeeld worden trends voor een aantal indicatoren van hetprogramma Kansrijke Start gepresenteerd voor gezinnen in een kwetsbaresituatie.18Daarnaast is er de vierjaarlijkse Gezondheidsmonitor van het CentraalBureau voor de Statistiek, RIVM en de GGD «en die informatie geeft overde (gezonde) levensverwachting naar inkomen, welvaart en opleidings-niveau.19 Dit is een samenvoeging van gegevens over personen van 18jaar of ouder uit de CBS Gezondheidsenquête en van de gegevens uit deVolwassenmonitor (VGZ) en de Ouderenmonitor (GZO) van alle 25 GGD«en.De oorzaken van gezondheidsverschillen zijn echter veel complexer danalleen inkomen, welvaart en opleidingsniveau, denk aan onzeker werk enslechte woonomstandigheden. In de VTV-2024 heeft het RIVM dan ookgeen trendscenario’s voor gezondheidsverschillen in de toekomstdoorgerekend, onder meer vanwege het ontbreken van toekomstra-mingen voor opleidingsniveau en omdat het opleidingsniveau een steedsminder duidelijke relatie met gezondheidsverschillen heeft en gaathebben. Bovendien is (gezonde) levensverwachting een gezondheidsuit-komst waarin pas op langere termijn veranderingen te zien zullen zijn,mogelijk door beleid, maar ook door andere, autonome, ontwikkelingen.Dit alles maakt het niet eenvoudig om cijfers over gezondheidsverschillengoed te benutten voor het monitoren en evalueren van de maatregelenvan de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen». Op ditmoment zijn opleiding en inkomen nog de best bruikbare indicatorenmaar voor de toekomst zullen dat mogelijk andere indicatoren worden, ofeen combinatie van indicatoren. Het RIVM is hierover in gesprek met hetCBS. Uw Kamer zal hierover in de voortgangsrapportage van de beleids-agenda worden geïnformeerd.De leden van de VVD-fractie, dat werken een positieve determinant is voorleven in gezondheid. Daarnaast hebben we iedereen in Nederland nodig.De leden van de VVD-fractie vragen daarom welke doelen het kabinet steltals het gaat om arbeidsdeelname van mensen die nu (nog) niet (betaald)aan het werk zijn? Tegen welke belemmeringen lopen werkgevers aan ommensen met chronische aandoeningen aan te nemen en wat is het kabinetvan plan om deze belemmeringen weg te nemen? En in hoeverre is hetmogelijk de sociale zekerheid zo te hervormen dat mensen gemotiveerdworden om – voor zover mogelijk – actief te worden en te blijven op dearbeidsmarkt?Allereerst onderstreept dit kabinet de waarde van (betaald) werk voormensen en het doel om iedereen te laten participeren die dit kan, nietalleen vanuit de economische bijdrage die iemand levert en het inkomendat daarbij hoort, maar ook door de waarde die het heeft voor hetindividu. Mede dankzij de gunstige conjunctuur en krappe arbeidsmarkt isde kans op het vinden van betaald werk momenteel relatief groot. Datgeldt ook voor mensen in een uitkering die aan het werk kunnen, zoals de17https://www.vzinfo.nl/18https://www.regiobeeld.nl/kansrijke-start?regioIndeling=ZK®io=ZK11&ksOptiesVoor=lage_leefbaarheid&ksOptiesTijdens=psych_prob_tijdens&ksOptiesNa=big219https://www.monitorgezondheid.nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81725 Participatiewet waar veel mensen met een (chronische) aandoening inverblijven. Er bestaat echter een aanzienlijke mismatch tussen de huidigebijstandspopulatie en de vraag op de arbeidsmarkt.Voor werkgevers is het ingewikkeld dat zij tegelijkertijd worden benaderddoor verschillende partijen. Ze hebben te maken met een grote diversiteitaan regelingen en uitvoerders en met instrumenten met complexevoorwaarden en procedures. Zeker als een werkgever mensen uitmeerdere gemeenten en/of doelgroepen in dienst heeft, zijn verschillen invoorwaarden tussen instrumenten, tussen gemeenten en tussengemeenten en Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)complicerend. Daar komt bij dat het voor werkgevers niet altijd mogelijk isom de doelgroep goed in beeld te krijgen. De hervorming van dearbeidsmarktinfrastructuur draagt bij aan de oplossing van dit probleem.Dat geldt ook voor het wetsvoorstel vereenvoudiging banenafspraak.Daarmee worden verbeteringen doorgevoerd voor werkgevers, met hetdoel om meer banen te creëren voor mensen met een beperking bij(reguliere) werkgevers.Vanuit de Participatiewet in balans spoor 2 wordt gewerkt aan vereenvou-digingen voor werkzoekenden, werkgevers en werknemers. En tevens aanopties om de ondersteuning bij het vinden en houden werk te verbe-teren.20Om mensen te (blijven) motiveren op de arbeidsmarkt is het belangrijk datzij zekerheid ervaren, regelingen makkelijker begrijpen, en (meer) werkenlonender is. Hier maakt het kabinet, aanvullend op de al genoemdemaatregelen, werk van middels meerdere hervormingen, zoals deHervormingsagenda inkomensondersteuning21 en de maatregelen in heteerder aangekondigde arbeidsmarktpakket.Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie welke stappen zijn gezet inhet optimaliseren van het werkhervattingsproces na kanker waartoe isopgeroepen in het amendement Tielen/Van Weyenberg?22 En in hoeverredit ook van toepassing is op werk en andere chronische aandoeningen,wetende dat het aantal mensen met één of meer chronische aandoe-ningen de komende jaren stijgt.In opdracht van het Ministerie van VWS heeft ZonMw een subsidiepro-gramma gemaakt, Kanker en Werk. Dit naar aanleiding van een in 2022aangenomen amendement van de Kamerleden Tielen (VVD) en VanWeyenberg (D66) op de VWS-begroting.23 Het consortium is samenge-steld en bestaat uit verschillende belangrijke partners in het veld rondomkanker en werk, namelijk: Stichting Kanker.nl, de Nederlandse Federatievan Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), het Integraal KankercentrumNederland (IKNL), Amsterdam UMC, de Nederlandse Vereniging voorArbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), Nederlandse Vereniging voorKlinische Arbeidsgeneeskunde (NVKA) en Re-integratiebureau Re-Turn.Het consortium heeft in de eerste fase van het programma een overzichtgemaakt van de behoefte en het aanbod van informatie over kanker enwerk. Daarnaast zijn zij gestart met het vormen van een netwerk dat in hetvervolg van het programma zorgdraagt voor actuele en betrouwbareinformatie op de juiste plek. In de huidige fase van het programma wordtde gevonden informatie samengebracht en worden voorbereidingengetroffen voor het organiseren van een werkconferentie.20Kamerstukken II 2024/25, 34 352, nr. 330.21Kamerstukken II 2024/25, 26 448, nr. 792.22Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 33.23Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 33.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81726 Het doel van het programma is het verbeteren van informatievoorzieningrondom kanker en werk, voor werkenden, werkgevers en behandelaars.Het Ministerie van VWS zal aan ZonMw vragen of deze verbetering vaninformatievoorziening ook breder toegepast kan worden voor mensenmet een of meerdere chronische aandoeningen. Hierover zal de Kamer opeen later moment geïnformeerd worden.De leden van de VVD-fractie zien net als de SER, dat oorzaken enoplossingen van gezondheidsproblemen voor een groot deel buiten hetdomein van de zorg liggen, te denken valt aan geldzorgen. Zij zijnenthousiast over een Rotterdamse huisartsenpraktijk met een Praktijkon-dersteuner Huisartsen voor Financiën.24 De betreffende praktijk financiertdeze POH-F uit eigen middelen, omdat de huisarts ziet dat dit zorgkostenkan voorkomen. Is het kabinet bekend met dit voorbeeld en hoe wordtgestimuleerd dat zorgorganisaties zelf dergelijke initiatieven nemen omde druk op de zorg te voorkomen en bij te dragen aan gezondheid van depatiëntenpopulatie? Is het kabinet bereid daartoe nog eens te kijken of hetde voorstellen uit de initiatiefnota «Én-Én, een verjongingskuur voor debasiszorg» van Tielen mee kan nemen in de beleidsplannen?25Het voorbeeld in Rotterdam is bekend. Het kabinet ziet het belang van eengoede samenwerking tussen de (eerstelijns)zorg en het sociaal domein,waaronder de schuldhulpverlening.In het IZA en het GALA zijn verschillende afspraken met zorg- enwelzijnspartijen gemaakt om de verbinding tussen het medisch en sociaaldomein te versterken. Zo zetten we met de visie eerstelijnszorg 2030 in opde versterking van de eerstelijnszorg. In deze visie staat dat er lokaal, in dewijken, hechte wijkverbanden komen waar in ieder geval de huisarts,wijkverpleging, apotheekzorg en hulpverleners uit het sociaal domeinelkaar makkelijk kunnen vinden. Bij de uitwerking van de visie eerste-lijnszorg is gekeken naar elementen die in door de leden van deVVD-fractie genoemde initiatiefnota van Tielen zijn meegegeven. In hetIZA zijn ook afspraken gemaakt over meer tijd voor de patiënt (MTVP) inde spreekkamer van de huisarts. De extra tijd kan goed worden gebruiktvoor het goede gesprek over niet-medische zaken als oorzaak vangezondheidsklachten, ook door inzet van extra ondersteunend personeel.Daarover kunnen afspraken met de verzekeraar worden gemaakt.Onderdeel daarvan is ook de samenwerking met het netwerk, medegefaciliteerd door de regionale huisartsen organisatie (RHO). Tevens zijner vanuit het IZA en GALA financiële middelen beschikbaar om passendedomein overstijgende samenwerkingsvormen op te zetten die bijdragenaan het signaleren van geldzorgen en hulp op de juiste plek, onder anderevoor de verschillende ketenaanpakken, zoals Welzijn op Recept (hiervoorzijn tot 2027 middelen beschikbaar vanuit het GALA) In het AZWA wordtgewerkt aan afspraken over het versterken van de verbinding tussen hetmedische en sociale domein op een aantal specifieke onderwerpen.Tot slot, het is aan de regio en wijken om te bepalen wat er op basis vande specifieke kenmerken van een populatie nodig is in een regio/wijk. Debasis is daarbij altijd de samenwerking tussen de kernpartijen uit hethechte wijkverband, waaronder de huisartsenzorg en het sociaal domein.Uitgangspunt is dat zorgvragen met zorg worden beantwoord en socialevragen met ondersteuning vanuit het sociaal domein. Afspraken hieroverdienen tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en gemeenten in de regioworden gemaakt.24Gezondheidscentrum lijn 2, Praktijkondersteuner huisartsen voor financiën (POH-F),https://gcl2.nl/wp-content/uploads/2020/12/lijn2_nieuwsbrief_POH_F-1.pdf25Kamerstuk II 2022/23, 36 396, nr. 2.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81727 Daarnaast vragen de leden van de VVD-fractie aan welke sociale partners,bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties het kabinet denkt, wanneerzij lezen dat met deze de komende tijd het gesprek gevoerd wordt over deaanpak «Gezondheid in alle beleidsdomeinen»?Het kabinet gaat ten eerste graag in gesprek met de brede coalitie vanvertegenwoordigers uit diverse sectoren binnen en buiten de zorg,waaronder het onderwijs, lokale overheden en het bedrijfsleven, die infebruari 2024 een gezamenlijke brief aan de informateur hebbengestuurd.26 Maar ook met andere partijen zoals kennisinstituten zoalsPlatform31, Movisie, Trimbos, werkgeversorganisaties zoals VNO-NCW enFNV, adviesraden zoals de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving engemeenten.De leden van de VVD-fractie lezen dat schoolmaaltijden een belangrijkelement zijn om in te zetten voor een gezonde generatie. Voor deschoolmaaltijden kunnen scholen ervoor kiezen om de lunch zelf in tekopen en te bereiden of om dit uit te besteden aan een externe partij. Deleden vragen of scholen bijkomende personeelskosten mogen declarerenwanneer er wordt gekozen voor het zelf inkopen en bereiden van deschoollunch, zeker als zij hierbij ook bijdragen aan het vergroten van degezondheidsvaardigheden van leerlingen?Voor het programma Schoolmaaltijden is structureel 135 miljoen euro perjaar beschikbaar. Dit is bedoeld voor de scholen met de leerlingen die dithet hardst nodig hebben. Het is van belang dat de middelen zoveel alsmogelijk voor daadwerkelijke maaltijden worden ingezet, zodat zoveelmogelijk leerlingen die daar baat bij hebben een schoolmaaltijd kunnenontvangen. Scholen kunnen er in de organisatie van de schoolmaaltijdeninderdaad voor kiezen de organisatie uit te besteden aan een externepartij of om de maaltijden zelf in te kopen bij de supermarkt. In dat gevalkunnen zij eventuele vrijwilligers die hierbij ondersteunen een vrijwilli-gersvergoeding geven.De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd naar de samenhangendepreventiestrategie die het kabinet ontwikkelt en vragen zij in hoeverre«werken als medicijn» hier onderdeel van wordt?De leden van de VVD-fractie hebben gelijk dat werk doorgaans bijdraagtaan de fysieke en mentale gezondheid, mits het werk aansluit bij iemandscapaciteiten, veilig is en stabiliteit biedt. Zoals we in de Beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen» aangeven, is bestaanszekerheid enwerkzekerheid daarom een van de speerpunten van dit kabinet. En in debeleidsagenda noemen we dan ook diverse acties om de bestaansze-kerheid en werkzekerheid te vergroten.Daarnaast wordt door het kabinet op dit moment gewerkt aan eensamenhangende, effectieve preventiestrategie. In deze strategie wordtingegaan op de doelstellingen van het preventiebeleid en de inzet omdeze te bereiken, de werkomgeving maakt onderdeel uit van dezestrategie. Aan uw Kamer is toegezegd deze in het eerste kwartaal van2025 te sturen.De leden van de VVD-fractie vragen welke verdelingseffecten het kabinetverwacht mee te nemen in het onderzoek van het CPB naar preventie engezondheidsbeleid?Het CPB is in 2024 gestart met een meerjarige onderzoekslijn overpreventie en gezondheidsbeleid. Dit project beoogt meer inzicht te krijgen26Boodschap aan nieuw kabinet: neem regie voor gelijke kansen op gezondheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81728 in de waarde van preventiebeleid vanuit een economisch perspectief». Hetproject geeft op basis van bestaande literatuur een overzicht van deeffecten van diverse typen preventiebeleid voor onder meer gezondheid.Meer informatie over deze onderzoekslijn is opgenomen in de brief aanuw Kamer van 21 oktober 2024 over het investeringsmodel voorpreventie. 27In het onderzoek van het CPB worden brede maatschappelijke overwe-gingen beschouwd, zoals effecten op gezondheidsverschillen (wie hebbenbaat of juist niet bij een bepaald type preventiebeleid). En verdelingsef-fecten (wie dragen de kosten of ondervinden de baten voor een bepaaldtype preventiebeleid). Het gaat daarbij om preventiebeleid in den brede(gerangschikt naar type preventie of programma’s) en niet om individuelemaatregelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie zien in de kabinetsreactie dat het belang vanondersteuning in kwetsbare regio’s wordt benadrukt. Kan de Staatssecre-taris nader toelichten welke concrete maatregelen, middelen en tijdslijnener zijn vastgesteld om deze ondersteuning vorm te geven?Om de ondersteuning van kwetsbare regio’s aan de randen van Nederlandte versterken, wordt invulling gegeven aan «Elke Regio Telt» vanuit hetnieuwe Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR). Het NPVR biedt eensamenhangende en langjarige aanpak, waarbij het kabinet zich commit-teert aan een structurele samenwerking met de betrokken regio’s voor tenminste twintig jaar. Het NPVR richt zich op het verbeteren van deleefbaarheid en veiligheid, het behoud en de versterking van basisvoorzie-ningen zoals zorg en onderwijs en het vergroten van kansen voorinwoners op het gebied van werk en gezondheid. Dit vraagt om eenmaatwerkbenadering per regio, waarbij niet wordt uitgegaan vangenerieke maatregelen, maar van specifieke uitvoeringsagenda’s dieaansluiten bij de lokale context en behoeften.In 2025 wordt onder regie van het Ministerie van BZK en in nauwesamenwerking met deze regio’s een plan ontwikkeld, dat vervolgenswordt vertaald naar een concrete actieagenda. Hierbij worden niet alleendecentrale overheden betrokken, maar ook maatschappelijke organisaties,bedrijven en initiatieven van inwoners. Eind 2025 is het de bedoeling datde elf regio’s hun uitvoeringsagenda’s klaar hebben om de komende vierjaar opgaves aan te pakken. Hierbij richten de pijlen zich op drie doelstel-lingen: veilige en leefbare regio’s, duurzaam en bereikbaar voorzieningen-niveau, en een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners.Daarnaast werkt het Ministerie van VWS met het IZA aan de totstand-koming van regiobeelden, regioplannen en het opzetten van eenaanspreekbaar samenwerkingsverband in iedere (zorgkantoor-)regio. Devolgende fase richt zich op het borgen, faciliteren, verbinden en regis-seren van deze samenwerking in de regio, met de intentie om eenaanvullend zorg- en welzijnsakkoord af te sluiten waarin samen metveldpartijen aanvullende afspraken worden gemaakt. Tevens wordt hetNPLV doorgezet. Het NPLV blijft een belangrijk instrument om stedelijkegebieden waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan teversterken.De leden van de NSC-fractie constateren dat het kennisinstituut Pharosheeft aangegeven dat roken een van de belangrijkste factoren is waaropverbetering mogelijk is om gezondheidsverschillen tussen sociaalecono-mische klassen te verkleinen. Hoewel de leden van de NSC-fractie zien dat27Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 783.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81729 vapen inmiddels in toenemende mate wordt aangepakt, blijft de aanpakvan roken, ook onder jongeren, achter. Is de Staatssecretaris bereid omook het roken meer actief aan te pakken?Roken is inderdaad helaas een belangrijke oorzaak van de huidigegezondheidskloof tussen sociaaleconomische klassen. Pharos heeftsamen met GGD GHOR de afgelopen jaren, met ondersteuning van hetMinisterie van VWS, in 38 aandachtswijken een lokale aanpak ontwikkeldom mensen te helpen stoppen met roken. Daarnaast zet ik mij op veelmeer manieren in om roken te ontmoedigen in mijn samenhangendeeffectieve preventiestrategie. Verder heb ik 12 maart jongstleden hetactieplan anti-vapen gepresenteerd. Zowel met de strategie als met ditactieplan richt ik mij in het bijzonder op de jeugd. Ik zal uw Kamer in heteerste kwartaal van dit jaar informeren over de samenhangende effectievepreventiestrategie.De leden van de NSC-fractie constateren dat in de Kabinetsreactie hetthema sport en bewegen slechts beperkt aan bod komt, terwijl regelmatigsporten en bewegen een belangrijke bijdrage kan leveren aan hetvoorkomen van zowel mentale en fysieke gezondheidsproblemen. Kan deStaatssecretaris toelichten op welke wijze dit thema centraal wordtgesteld in het gezondheidsbeleid in de verschillende beleidsdomeinen?Ik erken het belang en de bijdrage van sport en bewegen aan de fysiekeen mentale gezondheid van Nederlanders. Daarom zet ik me in om sporten bewegen in het dagelijks leven te stimuleren in verschillendeomgevingen waar Nederlanders zich bevinden zoals in de school-, werk,en zorg- en leefomgeving. Het integreren van bewegen in het dagelijksleven raakt daarmee een breed palet aan beleidsdomeinen, waarondergezondheid. Sport en Bewegen is daarom ook een onderdeel van desamenhangende effectieve preventiestrategie, die op dit momentuitgewerkt wordt. Ook wordt sport en bewegen meegenomen in mijninzet op een gezonde fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld door hetonderzoek hoe sport en bewegen onder druk staan in de ruimtelijkeordening. Tevens heb ik als ambitie gesteld dat 10 procent meer jongerenvoldoende bewegen in 2028, als belangrijke bijdragen voor een gezondegeneratie.28 Naast gezondheidsbeleid werk ik hierin ook samen metministeries waar bewegen kan bijdragen aan de beleidsdoelstellingen,bijvoorbeeld de ministeries van VRO en OCW, zoals ook gesteld in debeleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen».Daarnaast is tijdens het Wetgevingsoverleg sport en bewegen op2 december 2024 toegezegd dat ik voor de zomer van 2025 zal schetsenhoe de ambities uit het programma Nederland Beweegt voor de toekomst,mits financieel inpasbaar, gewaarborgd kunnen blijven in lijn met desamenhangende preventiestrategie.29De leden van de NSC-fractie constateren dat de Beleidsagenda belangrijkevoornemens bevat, maar vragen zich af hoe wordt gemonitord of dezemaatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het verkleinen van de gezond-heidsverschillen. Deze leden lezen dat er jaarlijks wordt gerapporteerdover de voortgang. Welke specifieke gegevens en indicatoren wordenprecies gerapporteerd? En is de Staatssecretaris bereid om samen metbetrokken partijen te kijken naar aanvullende acties indien nodig om degestelde gezondheidsdoelen, waaronder die uit het Nationaal preventieak-koord te behalen?28Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 396.29Kamerstukken II 2024/25, 30 234, nr. 396Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81730 Zoals aangegeven in de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdo-meinen» zal in de eerste voortgangsrapportage onder meer gerapporteerdworden over drie lijnen van de beleidsagenda te weten de stand vanzaken op de vier impactvolle beleidsthema’s, de uitkomsten en vervolg-acties naar aanleiding van de verkenning van ABDTOPConsult naarmogelijke beleidsinstrumenten en de ontwikkelingen rondom hetinvesteringsmodel voor preventie. Tevens zullen we uw Kamer informerenover de uitwerking van de brede bijeenkomst «Gezondheid in allebeleidsdomeinen». De komende periode wordt de beleidsagenda verderdoorontwikkeld en meer focus aangebracht. Hiertoe gaan we in gesprekmet betrokken partijen en gemeenten. Op basis daarvan gaan we eenaantal langere termijn doelen bepalen en welke monitoring daarbij past.Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd in de voortgangsrapportage ditnajaar.Daarnaast willen de leden van de NSC-fractie weten of de Staatssecretariswerkelijk denkt dat de huidige maatregelen voldoende effect zullenhebben. Gezien de eerder genomen stappen onvoldoende resultaathebben opgeleverd, vragen de leden zich af welke meer rigoureuzemaatregelen de Staatssecretaris overweegt om de leefstijl gerelateerdegezondheidsproblemen daadwerkelijk aan te pakken. Welke concretedoelen/cijfers heeft de Staatssecretaris op het oog?Een van de vier impactvolle beleidsthema’s in de beleidsagenda«gezondheid in alle beleidsdomeinen» is een gezonde generatie waarbijonder meer wordt ingezet op een gezonde leefstijl. Zoals is aangekondigdin het regeerprogramma, houd ik de ambitie van een gezonde generatie in2040 aan, die in het Nationaal Preventieakkoord (NPA) en in het GALAwerd omarmd. Om te komen tot een gezonde generatie in 2040 werk ik opdit moment aan een samenhangende effectieve preventiestrategie, zodatde gezonde keuze de makkelijke keuze wordt. Daarnaast heb ik onlangshet actieplan anti-vapen gepresenteerd en werk ik aan het beperken vande marketing van ongezonde voedingsmiddelen gericht op kinderen.Tevens wordt momenteel gewerkt aan het AZWA dat aanvullendeafspraken bevat op het terrein van het IZA en GALA.Het doel van de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen» isde gezondheid van iedereen – en in het bijzonder die van mensen in eenkwetsbare situatie – in de basis te verbeteren en om gezondheidsachter-standen terug te dringen. Hiervoor zijn geen snelle oplossingen. Maatre-gelen vragen om een lange adem en dat maakt het meten van effectenvooral op de kortere termijn niet eenvoudig. Zo is het lastig om cijfersover gezondheidsverschillen goed te benutten voor het monitoren vanmaatregelen. De oorzaken van gezondheidsverschillen zijn namelijk veelcomplexer dan alleen inkomen, welvaart en opleidingsniveau, denk aanonzeker werk en slechte woonomstandigheden. In de VTV-2024 heeft hetRIVM dan ook geen trendscenario’s voor gezondheidsverschillen in detoekomst doorgerekend, onder meer vanwege het ontbreken vantoekomstramingen voor opleidingsniveau en omdat het opleidingsniveaueen steeds minder duidelijke relatie met gezondheidsverschillen heeft engaat hebben. In de komende tijd gaan we meer focus aanbrengen enwerken we de lange termijndoelen voor de beleidsagenda uit rekeninghoudend met de (on)mogelijkheden van het monitoren van de effectenvan deze inzet.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse het voornemen van hetkabinet gelezen om in te zetten op een gezonde generatie. Daarbij wordtprioriteit in het onderwijs gelegd op basisvaardigheden als rekenen enschrijven om de onderwijsprestaties te verhogen. Uit onderzoek blijkt datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81731 gezonde schoollunches leiden tot betere prestaties. Ook de SER geeft alsadvies om bewegen en gezonde lunchen tot de norm te maken, ookomdat veel jongeren kampen met overgewicht. Kan het kabinet aangevenop welke wijze de aanpak gezonde schoollunches wordt meegenomen?En kan de Staatssecretaris bij de integrale preventievisie toelichten hoe ditadvies van de SER wordt meegenomen, zo vragen deze leden.Het kabinet streeft met het programma Schoolmaaltijden verschillendedoelen na: kansengelijkheid, armoedebestrijding en gezondheidsbevor-dering. Uit onderzoek blijkt dat de doelen van het programma School-maaltijden grotendeels worden behaald. De meerderheid van de scholenervaart dat leerlingen met meer energie in de klas zitten, het programmastress verlicht rondom voedselonzekerheid in gezinnen en dat leerlingengezonder en gevarieerder eten. Dit kabinet heeft de financiering voor hetprogramma Schoolmaaltijden structureel gemaakt. Binnenkort wordt ugeïnformeerd over de contouren van het structurele programma. De inzetvan het kabinet op schoolmaaltijden wordt ook benoemd in de samenhan-gende effectieve preventiestrategie waarover ik uw Kamer in het eerstekwartaal dit jaar zal informeren.De leden van de D66-fractie vinden het van groot belang om achter-standen aan te pakken en scholen te renoveren en vernieuwen, gezien derelatie tussen een gezond binnenklimaat en leerprestaties en gezondheidvan leraren. Wat doet het kabinet om dit te versterken en klopt de analysevan de VNG, PO-raad en VO-raad dat er 1,2 miljard euro per jaar nodig isom de achterstanden aan te pakken en om alle scholen voor 2050 terenoveren en te vernieuwen?In het IBO Onderwijshuisvesting uit 2021 is berekend dat er tot en met2050 een jaarlijks tekort is van 730 miljoen euro om aan de klimaatdoel-stellingen te voldoen. Dit bedrag is gebaseerd op het prijspeil van 2019.Het kabinet werkt met het Programma Onderwijshuisvesting, hetInnovatieprogramma en het wetsvoorstel doelmatige onderwijshuis-vesting aan ondersteuning van gemeenten en schoolbesturen, professio-nalisering van de sector en het bevorderen van innovatie en kennisdeling.Het doel is om zo de samenwerking tussen marktpartijen, schoolbesturenen gemeenten te verbeteren en zo efficiënter te komen tot schoolge-bouwen van een hogere kwaliteit.De leden van de D66-fractie vinden het een goede zaak dat er wordtingezet op het beter in beeld brengen van de kosten en baten vanpreventie. Op welke wijze is het kabinet voornemens om bij de volgendedoorrekening van verkiezingsprogramma’s en het coalitieakkoord dezeinzichten daadwerkelijk mee te nemen, zo vragen deze leden? Is hetkabinet bereid om naast een actualisatie van Zorgkeuzes in Kaart, conformmotie Paulusma, aan de slag te gaan met een ombuigings- en intensive-ringslijst waarin juist kosten en baten van preventie worden meege-nomen, zo vragen deze leden. Voorts vragen deze leden om bij deontwikkeling van het model voor kosten en baten van preventie ookorganisaties buiten de zorg mee te nemen, zoals ondernemersorgani-saties, sport- en bewegingsorganisaties en onderwijsorganisaties tebetrekken.De komende periode werkt het Ministerie van VWS aan een investerings-model voor preventie. Het investeringsmodel zal de politieke besluit-vorming over het invoeren van preventieve maatregelen ondersteunen. Inhet verlengde hiervan vragen de leden van de D66-fractie om eenombuigings- en intensiveringslijst te publiceren waarin juist kosten enbaten van preventie worden meegenomen. Ik zal uw Kamer voor dezomer van 2025 informeren over de tijdlijn ten aanzien van de ontwik-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81732 keling van het investeringsmodel voor preventie met daarin een overzichtvan acties die het Ministerie van VWS onderneemt en de wijze waarop wein gesprek zijn of gaan met organisaties buiten de zorg en welke mogelijk-heden er zijn van het periodiek publiceren van een specifieke ombuigings-en intensiveringslijst ten aan zien van preventie. Wat betreft het doorre-kenen van verkiezingsprogramma’s is het aan de politieke partijen zelf omhier een afweging in te maken.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie zijn blij met de reactie van het kabinet op debeleidsagenda maar vinden dat er in de reactie een aantal belangrijkegezondheidsonderwerpen ontbreken. Hierom vragen de leden zich afwaarom het kabinet geen standpunt heeft ingenomen over de gezond-heidsgevolgen van windmolens, zoals geluidsoverlast, slagschaduw vande wieken en horizonvervuiling? De leden van de BBB-fractie vragen of deStaatssecretaris alsnog een reactie kan geven op de gezondheidsgevolgenvan windmolens, zoals geluidsoverlast, slagschaduw van de wieken enhorizonvervuiling?Er leven zorgen over de mogelijke gezondheidseffecten van het wonennabij windturbines. Het kabinet heeft begrip voor deze zorgen en vindt hetbelangrijk dat de plaatsing van windturbines zorgvuldig gebeurt. Hetkabinet streeft naar een adequate bescherming van omwonenden bijbijvoorbeeld windturbines, terwijl zij ook ruimte creëert voor duurzameontwikkelingen, zoals de opwek van windenergie. Afgelopen jaren zijn ermeerdere studies uitgevoerd, onder meer door het RIVM en het Analisten-netwerk Nationale Veiligheid, naar de veiligheids- en gezondheidsrisico’sdie samenhangen met fossiele en duurzame energie. Daaruit blijkt dat detransitie naar duurzame energie, zoals onder andere windenergie, eenpositief effect heeft op de gezondheid en veiligheid in Nederland.30Bij het plaatsen van windturbines gelden milieunormen, zoals geluid-,veiligheids- en slagschaduwnormen, met het doel de gezondheid vanomwonenden te beschermen. Milieunormen zijn niet hetzelfde alsgezondheidsdoelen, maar zorgen wel voor bescherming vanomwonenden tegen onevenredig hinder en veiligheidsrisico’s.Het RIVM houdt al jaren onderzoek bij naar de gezondheidseffecten vangeluid afkomstig van verschillende bronnen, zoals windturbines. Zoworden door het RIVM de internationale stand van kennis over degezondheidseffecten van windturbines bijgehouden door middel vanuitgebreide overzichtsstudies. Hinder is het meest beschreven en bewezengezondheidseffect van windturbinegeluid. De hinder die mensenondervinden van windturbines kan indirect andere gezondheidsklachtenveroorzaken. Onderzoeken naar slaapverstoring door windturbines gevengeen eenduidig beeld, ze laten verschillende resultaten zien. Voor anderegezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten en effecten op de mentalegezondheid is op dit moment onvoldoende bewijs gevonden dat diesamenhangen met het geluid of wonen in de buurt van windturbines.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie merken op dat er een veelvoud aan maatre-gelen in de brief genoemd worden, maar dat een groot deel daarvan gaatom bestaand beleid en dat er weinig fundamentele maatregelen genoemdworden. In hoeverre verwachten de bewindspersonen dat deze reeds30Kamerstukken II 2020/21 32 813, nr. 813.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81733 ingevoerde maatregelen alsnog een substantiële bijdrage zullen leverenaan het verkleinen van de sociaaleconomische gezondheidsverschillen?De maatregelen op de vier impactvolle beleidsthema’s zijn inderdaadgrotendeels maatregelen die al lopen, maar voor een aantal geldt dat dezezeker fundamenteel te noemen zijn. Het kabinet treft koopkrachtmaatre-gelen om huishoudens te ondersteunen. Het kabinet heeft bijvoorbeeldeen extra schijf in de inkomstenbelasting met een verlaagd tariefingevoerd. Ook het kind gebonden budget is verhoogd en de huurtoeslagvereenvoudigd. Daarnaast wordt het eigen risico verlaagd naar 165 europer 2027. Deze maatregelen kunnen een bijdrage leveren aan hetverkleinen van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Hoe grootdeze bijdrage is, is moeilijk te voorspellen. Dit hangt ook af van persoon-lijke omstandigheden en levensgebeurtenissen van mensen. Daarnaastzet het kabinet met onder andere het arbeidsmarktpakket in op hetverbeteren van de zekerheid van werkenden.De leden van de SP-fractie merken daarnaast op dat het kabinet in deaanpak geen maatregelen aankondigt om de inkomens- en vermogenson-gelijkheid te verkleinen, terwijl dit één van de belangrijkste oorzaken isvan sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Waarom kiest hetkabinet ervoor om zich enkel te richten op inkomenszekerheid en niettevens op het verkleinen van de ongelijkheid? In hoeverre is hetbeschermen van de positie van de hoogste inkomens en de meestvermogenden ten koste van het aanpakken van onrechtvaardige gezond-heidsverschillen een prioriteit voor dit kabinet?Het kabinet heeft met het koopkrachtpakket een balans gezocht tussen deverschillende doelen: werken laten lonen, (kinder-)armoede tegengaan enhet belastingstelsel begrijpelijker maken. Het kabinet introduceertbijvoorbeeld een extra schijf in de inkomstenbelasting met een verlaagdtarief. Ook heeft het kabinet het kind gebonden budget verhoogd en dehuurtoeslag vereenvoudigd. De huurtoeslag wordt per 2026 verhoogd.Het kabinet heeft tijdens de besluitvorming over koopkrachtmaatregelengestreefd naar een evenwichtig koopkrachtbeeld met aandacht voor hetondersteunen van kwetsbare groepen en werkende middeninkomens.Verder vindt ook het kabinet het verkleinen van sociaaleconomischegezondheidsverschillen een belangrijke opgave en wil dit doen door deachterliggende maatschappelijke oorzaken van een slechte gezondheid engezondheidsverschillen aan te pakken. In het regeerprogramma isafgesproken dat het kabinet afspraken gaat maken over hoe beleid opandere terreinen de gezondheid kan bevorderen, zoals aanpak vanschimmelwoningen, goede luchtkwaliteit en effectieve schuldhulpver-lening. Het doel van het kabinet is niet om de gezondheid of financiëlepositie van mensen met een hoog inkomen te verslechteren, maar juistom de situatie van mensen in een laag economische positie verbeterenom zo de verschillen aan te pakken. De beleidsagenda «gezondheid in allebeleidsdomeinen» is een eerste uitwerking van deze afspraak en bevatmaatregelen die zich richten op het verbeteren van de gezondheid en hetverkleinen van gezondheidsachterstanden. Het kabinet heeft daarbij ookoog voor financiële factoren. Het is van groot belang dat wanneer mensenin een kwetsbare situatie gezondheidsklachten krijgen, zij een lagerefinanciële drempel ervaren om tijdig een beroep op de zorg te doen. Hetkabinet wil een gelijkwaardigere toegang tot zorg bereiken door het eigenrisico te verlagen naar 165 euro in 2027. Voorafgaand aan deze verlagingwordt in 2025 en 2026 het verplicht eigen risico bevroren.De leden van de SP-fractie lezen dat de Kamer jaarlijks geïnformeerd zalworden over de voortgang van de beleidsagenda. Zij vragen de bewinds-personen of hierbij ook jaarlijks wordt gerapporteerd over de huidigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81734 sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Immers is het onmogelijkom de effectiviteit van de beleidsagenda te beoordelen, zonder datduidelijk is of de verschillen in levensverwachting en gezonde levensver-wachting zijn afgenomen. Zijn de bewindspersonen bereid om jaarlijks bijde voortgangsrapportage ook deze cijfers te leveren?De Gezondheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek, RIVMen de GGD‘en geeft informatie over de (gezonde) levensverwachting naarinkomen, welvaart en opleidingsniveau. Dit is een samenvoeging vangegevens over personen van 18 jaar of ouder uit de CBS Gezondheidsen-quête en van de gegevens uit de Volwassenmonitor (VGZ) en de Ouderen-monitor (GZO) van alle 25 GGD «en. De oorzaken van gezondheidsver-schillen zijn echter veel complexer dan alleen inkomen, welvaart enopleidingsniveau, denk aan onzeker werk en slechte woonomstandig-heden. In de VTV-2024 heeft het RIVM dan ook geen trendscenario’s voorgezondheidsverschillen in de toekomst doorgerekend, onder meervanwege het ontbreken van toekomstramingen voor opleidingsniveau enomdat het opleidingsniveau een steeds minder duidelijke relatie metgezondheidsverschillen heeft en gaat hebben. Dit alles maakt het nieteenvoudig om cijfers over gezondheidsverschillen goed te benutten voorhet monitoren en evalueren van maatregelen van de beleidsagenda«gezondheid in alle beleidsdomeinen». Op dit moment zijn opleiding eninkomen nog de best bruikbare indicatoren, maar voor de toekomst zullendat mogelijk andere indicatoren worden, of een combinatie van indica-toren. Het RIVM is hierover in gesprek met het CBS. Uw Kamer zal over destand van zaken hiervan in de voortgangsrapportage van de beleids-agenda worden geïnformeerd.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieIn de kabinetsreactie wordt geschetst dat er aanzienlijke gezondheidsver-schillen bestaan tussen de meest en minst welvarende mensen inNederland. De leden van de SGP-fractie zien dit ook en vinden hetlegitiem dat de overheid maatregelen treft om die gezondheidsverschillente verkleinen. Tegelijkertijd vragen de leden van de SGP-fractie zich af ofhet realistisch is om te verwachten dat gezondheidsverschillen dooroverheidsbeleid volledig of grotendeels zullen verdwijnen. Immers,sociaaleconomische verschillen zijn van alle tijden en vertalen zich, zoblijkt uit de beleidsagenda, in sociaaleconomische gezondheidsver-schillen. Dit roept de vraag op wat precies het (eind)doel van hetkabinetsbeleid is. Wanneer is de beleidsagenda «Gezondheid in allebeleidsdomeinen» een succes, en hoe worden resultaten gemeten? Deleden van de SGP-fractie vragen de Staatssecretaris om dit nader toe telichten.Het doel van het kabinet is een gezonde generatie in 2040. Daarvoorwillen we de gezondheid van iedereen – en in het bijzonder die vanmensen in een kwetsbare situatie – in de basis verbeteren en gezond-heidsachterstanden niet groter laten worden en waar kan te verkleinen. Dekomende periode wordt de beleidsagenda «Gezondheid in alle beleidsdo-meinen» verder doorontwikkeld. Daarbij gaan we ook kijken op welkelangere termijn doelen het kabinet gaat inzetten en welke monitoringhierbij past. Uw Kamer wordt hierover in de voortgangsrapportage ditnajaar geïnformeerd. Daarbij is het belangrijk te realiseren dat er geenquick-fix is voor het tegengaan van gezondheidsachterstanden. Het vraagtom een lange adem waarvan de daadwerkelijk impact op gezondheids-achterstanden pas over langere tijd merkbaar zal zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81735 De leden van de SGP-fractie constateren dat gezondheid wordt beïnvloeddoor een ingewikkeld samenspel van verschillende factoren. Nu deregering zich ten doel stelt om overkoepelend beleid formuleren, roept datde vraag op hoe bepaald kan worden welke specifieke beleidsmaatregelenhet meeste bijdragen aan de bevordering van de gezondheid. Kan deStaatssecretaris aangeven wat de belangrijkste oorzaken zijn vangezondheidsverschillen? Heeft het kabinet overwogen om zich uitsluitendop de belangrijkste (bijvoorbeeld: drie of vijf) oorzaken te richten en daargericht maatregelen op te nemen? Ter vergelijking verwijzen de leden vande SGP-fractie naar het Preventieakkoord, waarin uitsluitend maatregelengenomen worden op het gebied van roken, alcohol en overgewicht,omdat deze de grootste gezondheidsschade veroorzaken en maatregelenop deze drie thema’s dus ook de meeste gezondheidswinst op kunnenleveren. De leden van de SGP-fractie vragen overigens de regering teverduidelijken hoe deze beleidsagenda zich verhoudt tot het Preventieak-koord.Gezondheid wordt beïnvloedt door een ingewikkeld samenspel vanverschillende factoren (zie ook figuur 1 «Brede determinanten vangezondheid» in de beleidsagenda31), namelijk persoonsgebondenfactoren, leefstijl en leef-, woon-en werkomstandigheden. Zoals aange-geven in de beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen» zijnslechte leefomstandigheden en bestaansonzekerheid belangrijke oorzakenvan sociaaleconomische gezondheidsverschillen.32 Daarom zijn bestaans-zekerheid en werk en een gezonde fysieke leefomgeving benoemd alskansrijke beleidsthema’s en bevat de beleidsagenda diverse acties die hetkabinet hierop neemt en voortzet. De komende periode wordt debeleidsagenda verder uitgewerkt en vooral focus aangebracht, door tekiezen voor een paar specifieke maatregelen, met daaraan gekoppeldconcrete doelstellingen en acties.Er is een verschil tussen het Preventieakkoord en de beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen». Het Preventieakkoord richt zich opleefstijl, specifiek gericht op de onderwerpen roken, problematischalcoholgebruik en overgewicht. Het perspectief van de beleidsagenda iseen bredere inzet op achterliggende determinanten die de gezondheidbeïnvloed zoals de leef-, woon- en werkomstandigheden van mensen.De leden van de SGP-fractie constateren dat in de Kamerbrief tal vanmaatregelen worden opgesomd die reeds aangekondigd zijn in hetregeerprogramma. Kan de Staatssecretaris aangeven of er in de beleids-agenda nieuwe maatregelen worden aangekondigd, die nog niet eerderzijn benoemd in hoofdlijnenakkoord, regeerprogramma, begroting ofanderszins?We beginnen gelukkig niet bij nul. Het Rijk heeft al langer aandacht voorgezondheid en gezondheidsachterstanden in andere beleidsdomeinen. Debeleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen» bevat daarom zowellopende als nieuwe maatregelen. Allereerst wordt op vier impactvollebeleidsthema’s een (niet uitputtende) schets gegeven van lopende ennieuwe acties van dit kabinet die het bevorderen van de gezondheid of hetverminderen van de gezondheidsachterstanden ondersteunen. Daarnaastgaan we in de komende tijd – onder meer in overleg met maatschappe-lijke partijen en gemeenten – verkennen hoe we meer focus krijgen in debeleidsagenda door in te zetten op een beperkt aantal gerichte maatre-gelen die extra impact realiseren.31Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 794 (blz. 3 figuur 1).32WHO (2019), Healthy, prosperous lives for all: the European Health Equity Status Report(who.int) en VTV-2024 | Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81736 Verder is een tweetal trajecten in gang gezet die in de komende tijdbouwstenen gaan opleveren voor een aanpak op de lange termijn enmogelijk aanvullende maatregelen. Het betreft lijn B (verkennen beleidsin-strumentarium om effecten op gezondheid nadrukkelijker mee te wegenin Rijksbeleid) en lijn C (gezamenlijke kennisopbouw: waarderen vangezondheid) van de beleidsagenda. Uw Kamer wordt dit najaar geïnfor-meerd over de resultaten hiervan bij de voortgangsrapportage.De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering niet, zoalsgebruikelijk bij kabinetsreacties op SER-adviezen, apart ingaat op alle opalle specifieke aanbevelingen, maar de aanbevelingen heeft verwerkt in debeleidsagenda en meeneemt in de verdere uitwerking. Zij vragen deStaatssecretaris om expliciet aan te geven of de regering specifiekeaanbevelingen sowieso niet gaat opvolgen.De aanbevelingen van de SER hebben bijna allemaal een plek gekregen inde beleidsagenda of worden meegenomen in de uitwerking. Er zijn echterminder middelen beschikbaar voor preventie dan onder voorgaandekabinetten. Aan de aanbeveling van de SER om de huidige financieringvan preventie structureel te maken zal dus geen vervolg worden gegeven.Wel wordt gewerkt aan een investeringsmodel voor preventie om hetinvoeren van preventieve maatregelen te ondersteunen. Hiermee krijgenwe inzicht in investeringsbedragen en (maatschappelijke) baten hoe dieover de tijd worden gerealiseerd, zodat deze kunnen bijdragen aan definanciering van preventieve maatregelen.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie vragen op welke manier u de driehandelingsopties betrekt die in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning2024 (VTV 2024) worden geschetst als het gaat om het verkleinen vangezondheidsverschillen, namelijk (1) het werk maken van integralepreventie die vraagt om een lange adem en structurele samenwerkingtussen ministeries, (2) het beschikbaar maken van laagdrempelig adviesen hulp bij gezond leven, zoals laagdrempelige plekken in de wijk waarook achterliggende problemen opgespoord kunnen worden en (3) hetversterken en bestendigen van de wijkgerichte aanpak, waarbij de basiseen gezonde fysieke leefomgeving is?De eerste handelingsoptie van het VTV is een oproep om achterliggendeoorzaken van ongezondheid zoals schulden en ongunstige woonsituatie insamenhang aan te pakken door samenwerking tussen verschillendeministeries. De beleidsagenda «gezondheid in alle beleidsdomeinen»geeft hier invulling aan. De tweede handelingsoptie gaat over hetrealiseren van laagdrempelige plekken in de wijk waar bewoners terechtkunnen met vragen. Vanuit de WMO en het GALA wordt al ingezet oplaagdrempelige ondersteuning en ontmoetingsplekken in wijken met hetversterken van de sociale basis. Uit de eerste VoortgangsrapportageGALA van het RIVM blijkt dat gemeenten hier opvolging aan geven methet opstellen van een visie op de sociale basis. Het kabinet zet zich opdiverse manieren in op het derde handelingsperspectief van de VTV teweten het bestendigen en versterken van de wijkgericht aanpak. Bijvoor-beeld via het NLPV en de sociale agenda Groningen en Noord-Drenthe33investeert het Rijk langjarig in een lokale wijkgerichte aanpak.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoe dit kabinet de financiëlebestaansonzekerheid van Nederlanders verkleint. Deze leden lezen wel deambities van het kabinet om meer bestaanszekerheid te bieden, maar zien33Sociale-Agenda-Nij-Begun-digitaal.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81737 tot nu toe nog weinig stappen die hieraan bijdragen. Hoe verbetert ditkabinet op de korte termijn de financiële bestaanszekerheid? Waaromkiest dit kabinet vooral voor stappen die pas op de langere termijneffectzullen hebben, zoals een hervormingsagenda sociale zekerheid, toeslagenen belastingstelsel, en niet voor het verder verhogen van hetminimumloon?Het stelsel van inkomensondersteuning is complex geworden en hetkabinet is hier hard mee aan de slag. Het kabinet is gestart met eenhervormingsagenda voor diverse onderdelen van de sociale zekerheid ende Hervorming van het belasting- entoeslagenstelsel. In het voorjaar ontvangt de Kamer een inhoudelijke briefmet varianten en keuzeopties, zoals aangegeven in de taakopdrachtHervorming belasting- en toeslagenstelsel.In de tussentijd heeft het kabinet verschillende maatregelen genomen ombestaanszekerheid op korte termijn te vergroten en (kinder-)armoedetegen te gaan. Het kind gebonden budget is per 2025 verhoogd en ook dehuurtoeslag wordt per 2026 verhoogd. Vanaf 2027 wordt het eigen risicoin de zorg verlaagd van 385 euro naar 165 euro. Al vanaf 2025 gaat heteigen risico niet meer omhoog. Op de begroting is geld vrijgemaakt voorgroepen in de knel, voor een voortzetting van gratis schoolmaaltijden eneen lagere energiebelasting. Het kabinet heeft daarnaast een extrabelastingschijf in de inkomstenbelasting met een verlaagd tariefingevoerd.Ook op het gebied van de complexiteit van het stelsel neemt het kabineteen aantal kortetermijnmaatregelen. We werken uit hoe we invullingkunnen geven aan het recht op vergissen uit het hoofdlijnenakkoord énmeer hulp kunnen bieden voor mensen die de aanvraag van uitkeringenof voorzieningen ingewikkeld vinden. We werken aan een wetsvoorstelproactieve dienstverlening voor gemeenten, UWV en de Sociale Verzeke-ringsbank om het niet-gebruik tegen te gaan, zodat meer mensen krijgenwaar ze voor in aanmerking komen.In reactie op vragen van GroenLinks-PvdA over bestaanszekerheid wordtnader ingegaan op een aantal andere maatregelen die het kabinet neemtop korte termijn om bestaanszekerheid te bevorderen. Zoals de maatre-gelen uit het arbeidsmarktpakket om de (inkomens-)zekerheid voorwerkenden te vergroten.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen naar de investeringen inpreventie. Hoe rijmt u bezuinigingen op preventieve maatregelen met deambitie om een samenhangende effectieve preventiestrategie uit tewerken? Op welke manier wil u de doelen van het nationaal preventieak-koord bereiken? Zijn de voorgenomen en ingezette maatregelen volgens ugenoeg om deze doelen te behalen?Met het NPA is een stevige basis gelegd ten aanzien van het preventie-beleid. In het akkoord heeft een groot aantal partijen zich verbonden aanambitieuze doelstellingen. Ondanks hun inzet in de afgelopen jaren, latende cijfers zien dat er nog een hoop werk te verzetten is om tot deze doelente komen. We blijven ons inzetten voor een gezonde generatie in 2040.Niet alleen de overheid, maar ook de partijen die bij het NPA betrokkenzijn. Daar is een lange adem en een samenhangende effectieve aanpaknodig. Het is daarbij een gegeven dat er minder middelen beschikbaar zijndan onder voorgaande kabinetten. Daarom kijk ik goed naar de inzet vanandere beleidsinstrumenten dan subsidies, zoals wet- en regelgeving ofverder gaande afspraken met producenten en supermarkten. Tevenswordt zorgvuldig met (veld)partijen gekeken waar efficiëntiewinstmogelijk is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81738 Ik informeer uw Kamer graag in het eerste kwartaal van dit jaar over de –in het regeerprogramma aangekondigde – samenhangende effectievepreventiestrategie. Hierover ben ik momenteel ook in gesprek met departijen die het NPA hebben ondertekend en zich aan deNPA-doelstellingen hebben gecommitteerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 793, nr. 81739
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.