Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 januari 2025, over Telecommunicatie
Brontekst
Versie efb6ec979553e034 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202524 095FrequentiebeleidNr. 588 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 21 februari 2025 De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 30 januari 2025overleg gevoerd met de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken,over:–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 30 maart 2023 inzake inkennisstelling ontwerpbekendma-kingsbesluit, ontwerpvergunningen en conceptveilingregeling3,5GHz-band (Kamerstuk 24 095, nr. 578);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 3 juli 2023 inzake antwoorden op vragen commissie overde inkennisstelling ontwerpbekendmakingsbesluit, ontwerp-vergunningen en conceptveilingregeling 3,5GHz-band (Kamer-stuk 24 095, nr. 578) (Kamerstuk 24 095, nr. 580);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 23 mei 2023 inzake tekst- en beeldbemiddelingsdienst:inrichting en proces nieuwe aanwijzing verzorger (Kamerstuk26 643, nr. 1028);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 3 juli 2023 inzake scenario’s 3,5GHz-veiling (Kamerstuk24 095, nr. 579);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 4 juli 2023 inzake voortgang snel internet en uitvoeringvan de motie van de leden Dekker-Abdulaziz en Leijten over deuniversele dienst (Kamerstuk 36 200 VII, nr. 65) (Kamerstuk26 643, nr. 1054);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 10 oktober 2023 inzake antwoorden op vragen commissieover de voortgang snel internet en uitvoering van de motie vande leden Dekker-Abdulaziz en Leijten over de universele dienst(Kamerstuk 26 643, nr. 1054) (Kamerstuk 26 643, nr. 1078);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 7 juli 2023 inzake commerciële radio: resultaten veilinglandelijke radiovergunningen (Kamerstuk 24 095, nr. 581);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 12 juli 2023 inzake Centraal Informatiepunt MobieleBereikbaarheid 112 (Kamerstuk 29 517, nr. 247); kst-24095-588ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5881 –de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 16 augustus 2023 inzake reactie op verzoek commissieover de stand van zaken onderhandelingen Inmarsat engesprekken Griekse overheid (Kamerstuk 24 095, nr. 582);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 31 oktober 2023 inzake evaluatie Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten ennetwerken (Kamerstuk 34 739, nr. 12);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 27 november 2023 inzake rapportage toepassing Wetongewenste zeggenschap telecommunicatie (oktober 2022–2023) (Kamerstuk 35 153, nr. 30);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 28 november 2023 inzake overeenstemming Inmarsat overmigratie NSV-dienstverlening (Kamerstuk 24 095, nr. 583);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 21 december 2023 inzake uitspraak beroepszaak NFP-wijziging 3,5GHz-band 2023 en veiling 3,5GHz-band (Kamer-stuk 24 095, nr. 584);–de brief van de Minister van Economische Zaken en Klimaatd.d. 23 december 2022 inzake commerciële radio: uitspraakCollege van Beroep voor het bedrijfsleven over verlengbaar-heidsbesluit (Kamerstuk 24 095, nr. 573);–de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 15 okto-ber 2024 inzake voortgang snel internet en uitvoering van degewijzigde motie van het lid Amhaouch c.s. over een conve-nant over het aansluiten van de 19.000 resterende adressen opsnel vast internet (Kamerstuk 36 410 XIII, nr. 77) en CentraalInformatiepunt Mobiele Bereikbaarheid 112 (Kamerstuk26 643, nr. 1224).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Michon-DerkzenDe griffier van de commissie,ReindersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5882 Voorzitter: Michon-DerkzenGriffier: Coco MartinAanwezig zijn vijf leden der Kamer, te weten: Idsinga, Kisteman, VanMeetelen, Michon-Derkzen en Thijssen,en de heer Beljaarts, Minister van Economische Zaken.Aanvang 11.00 uur.De voorzitter:Goedemorgen, allemaal. We zijn hier vandaag met de vaste commissievoor Economische Zaken. We hebben een commissiedebat over telecom-municatie, van 11.00 uur tot 13.00 uur. Van harte welkom aan de Ministervan Economische Zaken, geïnteresseerden hier en degenen die het vanafeen scherm volgen, en natuurlijk aan de leden. Ik wil een spreektijd vandrie minuten afspreken. Ik hoop dat ik u niet teleurstel. Maximaal drieminuten spreektijd en, laten we zeggen, maximaal vier vragen of tweeinterrupties in tweeën. Dan moet het lukken binnen de tijd. Dat gezegdhebbende wil ik graag als eerste het woord geven aan mevrouw VanMeetelen. Zij spreekt namens de PVV.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank u, voorzitter. U stelt mij niet teleur, hoor, want ik vind het helemaalprima. Allereerst moeten we toch vaststellen dat dit debat voornamelijkgaat over oude documenten en zaken die grotendeels niet meer relevantzijn. Maar goed, we zitten hier nu.Telecommunicatie is een breed begrip, iets wat inmiddels in de haarvatenvan ons bestaan zit. We gebruiken het allemaal, iedere dag, in hetbetaalverkeer, het onderwijs, de zorg, het lucht- en het wegverkeer, bijontspanning en voor onze veiligheid. De lijst is eindeloos. We kunnenabsoluut niet meer zonder, maar dat maakt het ook kwetsbaar. Er zijn bijnawekelijks debatten over onze economische maar ook fysieke veiligheid.Dat wil ik nu dan ook niet doen, maar ik heb wel wat vragen over dedekking van 112. In de stukken lezen wij dat er nooit 100% dekking kan zijnen dat er een informatiepunt opgericht gaat worden. Dit is er inmiddels al.Daar waren overigens verder geen documenten van. De PVV vraagt zich afof dit iets heeft opgeleverd en wat er met eventuele meldingen is gedaan.Als het niet meer nodig is, wanneer wordt zoiets dan weer afgebouwd? Ofblijft het voor altijd in de lucht? Ook heeft de PVV signalen gekregen datde 112-app niet goed werkt. Zou het informatiepunt hier iets mee kunnen,vraag ik de Minister.Voorzitter. De PVV heeft ook kennisgenomen van het onderzoek van deACM en vindt het toch wel schokkend dat wij in de top drie staan vanduurste landen in Europa voor het hebben van een internetaansluiting.We lezen dat het volgens de ACM voornamelijk ligt in het budgetsegment,maar als men een beetje verder kijkt en rekent, ziet men dat dit ook in deandere segmenten het geval is. In ieder geval loopt Nederland uit de pas.Wij zijn vele malen duurder dan andere landen. De meningen over watduur is, zijn verdeeld. Het is ook onduidelijk, want er wordt geschermdmet snelheden en verschillende pakketten, maar hoe het echt zit, is lastigte bepalen. Wat we wel weten, is dat mensen in het budgetsegment teveel betalen en het voor veel huishoudens te duur begint te worden.Daarom heb ik de volgende vraag aan de Minister. Zou de ACM nietmoeten kijken naar alle segmenten, en niet alleen naar het budget-segment? Zouden de snelheden waarmee internet wordt geleverd, en depakketten waar iets in zit, niet uitgesplitst moeten worden om een reëelbeeld te krijgen? Is het niet zo dat de positie van KPN en Ziggo, eigenlijkeen monopolie, ervoor zorgt dat ze kunnen vragen wat ze willen voor hetgebruik van hun netwerk, wat dus automatisch prijsopdrijvend werkt? ZouTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5883 de ACM daar eens naar kunnen kijken? Moet zij dat niet tegen het lichthouden?Dat was mijn inbreng.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een vraag van de heer Idsinga en ik zag ook een vraagvan de heer Thijssen. We beginnen met de heer Idsinga.De heer Idsinga (NSC):Ik sloeg even aan op het punt van 112, want het is natuurlijk belangrijk datNederlanders in geval van nood altijd in staat zijn om de hulpdiensten tebereiken. Dat lijkt me wel een basisbeginsel als we het hebben overbestaanszekerheid. Ik begrijp dat er zeven meldingen zijn binnengekomenop dat meldpunt. Ik ben ook benieuwd, dus ik schaar me graag achter devraag die de PVV aan de Minister stelt. Wat moet volgens de PVV dedekking zijn? Moet die helemaal 100% zijn? Is 100% mogelijk? Wat heeftde PVV daarbij voor ogen? Wat is ervoor nodig als blijkt dat het niet 100%is?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Het blijkt al niet haalbaar te zijn, door allerlei verschillende redenen. Datheeft met atmosferische storingen te maken, een bepaalde ligging, etcetera. Daarom is ook dat informatiepunt in het leven geroepen. Dus opzich denk ik dat dat goed genoeg moet zijn. De vraag is alleen wat ermeeis gebeurd. Dat konden wij verder niet vinden, want dat is ook nietmeegekomen met de documenten. In hoeverre is er actie op onder-nomen? Dan hebben we natuurlijk de vraag over de app. Als je een app inde lucht hebt, vind ik het wel belangrijk dat die ook werkt.De voorzitter:De heer Thijssen met een vraag.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank voor de bijdrage aan mevrouw Van Meetelen. Zij zei zelf al dat wetegenwoordig een fysieke en een digitale wereld hebben, die in de vezelsvan ons bestaan is doorgedrongen. Je ziet dat in die digitale wereld eenpaar grote Amerikaanse bedrijven eigenlijk de dienst uitmaken. Zeker numet Trump krijgen ze ook nog eens heel veel politieke macht. Ik gadadelijk een verzoek doen aan de Minister of hij met de inkoopkracht vande Nederlandse overheid – want we zijn de grootste afnemer van ICT inNederland – ervoor kan zorgen dat Europa meer digitaal autonoom wordten minder afhankelijk wordt van de Amerikaanse techbedrijven. Mijnvraag aan de PVV is: kunnen zij mij steunen in dit verzoek?De voorzitter:Wat vindt mevrouw Van Meetelen van het verzoek dat de heer Thijssengaat doen?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Met alle respect, maar daar moet ik echt over nadenken. Maar ik denk nietdat wij moeten beslissen over specifiek de inkoopkracht van bepaalde ... Ikmoet eerlijk zeggen dat ik een beetje zoek naar wat u precies wilt. Kan deheer Thijssen mij dat uitleggen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat kan ik wel. We zijn gewoon heel erg afhankelijk van een paarAmerikaanse bedrijven die schathemeltjerijk worden, omdat ze bijna eenmonopolie hebben op bepaalde diensten, bijvoorbeeld clouddiensten.Europa heeft daar gewoon niet heel veel bedrijven in. Nou is de overheidmet tientallen miljarden een van de grootste inkopers van Nederland. DusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5884 de overheid kan zeggen: we gaan aanbestedingen doen en dan gaan wezeggen dat we graag willen dat Europese bedrijven die opdrachtenkrijgen, zodat we in Europa digitaal autonomer worden en in Europa zelfook een dergelijke techsector opbouwen. Dat is het idee, zodat Europadigitaal autonomer wordt, wat volgens mij heel dringend is nu Trumpweer president is.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dat is al iets duidelijker. De PVV is er natuurlijk absoluut voor om goed tekijken naar onze eigen autonomie en onze eigen veiligheid. Wij vindenook dat je ervoor moet zorgen dat onze eigen bedrijven de kans krijgenom te bestendigen en te vergroten. Ik ben eerlijk gezegd nog een beetjezoekende naar de wijze waarop we dat moeten doen, want ik ben niet zosnel voor bepaalde verplichtingen en voor het afbakenen van dingen.Daar moet je heel voorzichtig mee zijn, want het mes snijdt aan tweekanten. De PVV is natuurlijk wel voor versteviging en bestendiging vanons eigen netwerk.De voorzitter:Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdrage van mevrouwVan Meetelen. We gaan luisteren naar de heer Kisteman. Hij spreektnamens de VVD.De heer Kisteman (VVD):Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het goed is dat we dit debat vandaagvoeren, want het is lang geleden. De belangen en de infrastructuur zijngroot. Ondernemers zijn de ruggengraat van onze samenleving. Ze zijncreatief en verzinnen oplossingen voor problemen, technische oplos-singen die onder andere kunnen bijdragen aan het stijgen van dearbeidsproductiviteit, een belangrijk onderwerp van de Minister. 5G, en inde toekomst 6G, zorgt ervoor dat machines met elkaar communiceren. 5Gzorgt er ook voor dat we onderling met elkaar kunnen bellen of kunneninternetten. Terwijl een ambulance met een patiënt onderweg is naar hetziekenhuis, kan er dankzij 5G al gecommuniceerd worden. En we kunnenpinnen bij evenementen.Voorzitter. Deze basisvoorziening is essentieel voor de veiligheid en deeconomie van ons land, maar staat onder druk. Het gebruik van data stijgtde laatste jaren hard. De verwachting is dat dit de komende drie jaar met30% tot 40% gaat toenemen. Voor een goed netwerk zijn er opstelpuntennodig. Daar zit ruis op de lijn. Aflopende contracten worden niet verlengden gebouwen worden steeds hoger, waardoor bestaande opstelpuntenhun doel verliezen. Gemeenten vinden het horizonvervuiling en woning-corporaties hebben geen zin om de discussie met hun huurders aan tegaan. Kortom, zonder ingrijpen van de Minister koersen wij af op eennieuw landelijk probleem, namelijk datacongestie.Voorzitter. Hier heb ik een aantal vragen over. Erkent de Minister hetprobleem van een gebrek aan voldoende opstelpunten, met als gevolg datwe tegen een nieuw landelijk probleem oplopen, namelijk datacongestie,als er niet wordt ingegrepen? Is de Minister het met de VVD eens dat hetplaatsen van opstelpunten vergunningvrij moet worden en dat eenmeldplicht voldoende zou moeten zijn? Is de Minister het met de VVDeens dat op daken van kantoren, overheidsgebouwen en flats vanwoningcorporaties gewoon opstelpunten geplaatst moeten kunnenworden? Wat gaat de Minister doen aan dit komende probleem? Gaat hijtijdig ingrijpen voordat het te laat is?Voorzitter. Dan over de radiokavels. Bij de laatste veiling is besloten datcommerciële radiostations maar drie kavels mogen hebben, en publiekevier. De VVD vindt dit een oneerlijke verdeling. In het verleden was hetgelijk verdeeld, maar op advies van de ACM is het aangepast. Echter is hetadvies door de rechter al tenietgedaan. Is de Minister het met de VVDTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5885 eens dat dit weer teruggedraaid moet worden? Mogen commerciëlestations net als publieke in het bezit zijn van vier kavels? Wil de Ministerdit in de wet aanpassen? Kan de Minister uitleggen waarom de kavels vanpublieke radiozenders wel een landelijke dekking hebben maar die vancommerciële niet? Is dit niet een oneerlijke vorm van concurrentie?Voorzitter. Tot slot de Telecomwet. Telecombedrijven zijn verplicht hunabonneehouders op de hoogte te brengen als hun abonnement afloopt.Volgens de ACM voldoen deze bedrijven momenteel niet aan deze plichten gaat de ACM hier meer op toezien. Wat kunnen deze bedrijven binnende huidige kaders volgens de Minister nog doen om wel aan dezeinformatieplicht te voldoen?Daar wil ik het bij laten.De voorzitter:Dank u wel. Meneer Thijssen heeft een vraag voor u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Om het even goed te begrijpen. Stelt de VVD nou voor dat commerciëlebedrijven die een antenne nodig hebben in Nederland kunnen zeggen: opdit overheidsgebouw, dit gemeentehuis, dit buurthuis, deze woningcorpo-ratie wil ik wel een antenne plaatsen? Zegt de VVD dan dat ze dat moetenkunnen doen zonder overleg met de gemeente of de bewoners van dewooncorporatie, zo van: ga je gang maar; plaats maar antennes overalwaar je wil? Is dat het voorstel? Of begrijp ik het niet goed?De heer Kisteman (VVD):De heer Thijssen maakt het wel heel zwart-wit. Het gaat erom dat dit nutegengehouden kan worden door dit soort partijen. Het gaat er niet omdat er op elk dak een opstelpunt komt te staan. Het gaat erom dat er eennetwerk overeind gehouden kan worden. Dat gaat over hoge gebouwen,over flats, maar niet over rijtjeswoningen van woningcorporaties. Daargaat het niet om. Het gaat om flats, om hoge gebouwen. Nu kan het lokaalworden tegengehouden, met alle gevolgen van dien voor onze infra-structuur van 5G en in de toekomst 6G.De voorzitter:Daarmee bent u aan het eind van uw bijdrage gekomen. We gaanluisteren naar meneer Idsinga. Hij spreekt namens het NSC.De heer Idsinga (NSC):Dank u wel, voorzitter. Nederland behoort tot de digitale koplopers vanEuropa, maar is dat niet voor iedereen. Nog altijd zitten 27.500huishoudens zonder snel internet, vooral in de buitengebieden, bijvoor-beeld in Zeeland en Groningen. De Minister heeft eerder aangegeven dathij geen steunmaatregelen beschikbaar stelt omdat de prognoses voor deglasvezeluitrol gunstiger zijn dan verwacht en er goede draadlozealternatieven zouden zijn. De Minister heeft gevraagd naar de uitrol-plannen van glasvezel van marktpartijen. Daaruit bleek dat er nog eens12.000 adressen overblijven die afhankelijk blijven van draadlozealternatieven zoals 5G. Maar heeft iemand deze 12.000 huishoudens ooitgevraagd of ze deze alternatieven acceptabel vinden? Kan de Ministerdaarop reflecteren?Het feit dat er een alternatief is, betekent nog niet dat het een volwaardigen toekomstbestendig alternatief is. Huishoudens en bedrijven dieafhankelijk zijn van slecht of instabiel internet lopen economische ensociale risico’s. Zonder snel internet kun je tegenwoordig niet volwaardigmeedoen in de samenleving: geen toegang tot digitaal onderwijs, geenthuiswerken, geen fatsoenlijke digitale dienstverlening et cetera. Insommige gevallen staat het zelfs de bedrijfsvoering en innovatie in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5886 weg. Is de Minister bereid om in kaart te brengen hoe deze groephuishoudens de situatie ervaart?Dan het Nationaal Frequentieplan. Door de overstap van FM naar DAB+moeten regionale publieke en commerciële zenders samenwerken op éénfrequentie. Hierdoor kunnen publieke regionale omroepen niet meer dehele bevolking in hun provincie bereiken, want commerciële zendersinvesteren niet graag in minder rendabele gebieden, zoals de Wadden-eilanden. Gevolg: mensen kunnen hun eigen regionale omroep niet meerontvangen. Met name in het geval van calamiteiten is dat mogelijkerwijseen groot probleem. U weet het: NSC is een partij voor de regio. Daaromwillen we dat regionale publieke omroepen niet alleen voorrang krijgen bijde uitrol van DAB+ – die krijgen ze al – maar ook dat er voorrang wordtverleend ten aanzien van dekking en kwaliteit. Kan de Minister daaropreflecteren? Is die bereid om het Nationaal Frequentieplan daarop aan tepassen?Verder zien we dat regionale omroepen bij de uitrol van DAB moeitehebben om het publiek te bereiken. Dat geldt ook voor de streekom-roepen; ik weet niet of dat helemaal op het bordje ligt van deze Minister.Zij krijgen door een aanstaande wetswijziging, die nu in consultatie is,mogelijkerwijs problemen ten aanzien van lokale nieuwsvoorziening,namelijk omdat ze moeten doen aan schaalvergroting en moetensamenwerken binnen grotere gebieden. Hoe kijkt de Minister daarnaar?We hechten toch wel aan een goede lokale nieuwsvoorziening.Tot slot 6G. Mijn collega noemde het al. De overheid investeert 61 miljoenin 6G Future Network Services. Dat vinden wij een goed plan. We moeteninderdaad verder kijken, want hoe gaat dit concreet bijdragen aan onsconcurrentievermogen? Dat is mijn constructieve vraag aan de Minister.Hoe behouden we onze internationale toppositie? Dat vinden we vangroot belang. Wat is in zijn algemeenheid de visie van de Minister of hetkabinet ten aanzien van 6G?Dat was ’m.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een vraag van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Ik hoor de heer Idsinga zeggen dat hij het belangrijk vindt dat er overalinternet is. Is de heer Idsinga het met de VVD eens dat er dan ook ietsmoet gebeuren aan de opstelpunten? Nu kunnen gemeenten dit tegen-houden. We zien hier in Den Haag dat opstelpunten worden gepasseerddoordat gebouwen steeds hoger worden en ze dus hun nut verliezen. IsNSC het met de VVD eens dat we een ander beleid moeten voeren voorde opstelpunten?De heer Idsinga (NSC):Ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik die knelpunten niet tot in detail ken,maar ik sta er in het algemeen positief tegenover dat er linksom ofrechtsom wordt voorzien in goed internet, dat voor veel mensen gewooneen basislevensbehoefte is.De voorzitter:Er is een vervolgvraag van de heer Kisteman.De heer Kisteman (VVD):Dus als we naar vergunningsvrije gebieden voor opstelpunten moeten,zou NSC daarin mee kunnen gaan?De heer Idsinga (NSC):Dan gaan we dat constructief bekijken, zeg ik tegen de heer Kisteman.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5887 Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik heb een vraag aan de heer Idsinga. U heeft het over die 12.000huishoudens. Ik ben het ermee eens dat dit goed geregeld moet worden,maar ik ben er natuurlijk ook van op de hoogte dat we gewoon mobielinternet hebben. Bent u het eens met de PVV dat het belangrijkste is dathet betaalbaar blijft en dat we ervoor moeten zorgen dat de providers eengoede prijs kunnen bieden? Dan heeft iedereen internet voor eenbetaalbare prijs.De heer Idsinga (NSC):Het is wat mij betreft niet of-of. Ik vind dat een beetje een valse tegen-stelling. Wat mij betreft is het en-en. In de eerste plaats moet er toegangzijn en in de tweede plaats – dat ben ik wel eens met mevrouw VanMeetelen van de PVV – moet het uiteraard ook betaalbaar zijn.De voorzitter:Ik kijk nog even rond. Meneer Thijssen had ook nog een vraag voor u.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dezelfde vraag die ik aan de PVV stelde, wil ik nu stellen aan de heerIdsinga. Hoe kijkt de heer Idsinga ernaar dat de overheid haar inkoop-kracht gebruikt om Nederland en daarmee Europa meer digitaalautonoom te krijgen en daardoor wat minder afhankelijk te maken van deAmerikaanse techreuzen?De heer Idsinga (NSC):Goeie vraag. Ik interpreteer de vraag zo dat de inkoopkracht wordt ingezetom in een markt die vrij monopolistisch opereert, gebruik te maken vande grootte van de inkoopmogelijkheid die je hebt. Daarmee ben je zelfnatuurlijk ook een grote marktspeler. In zijn algemeenheid ... Ik ga datvanmiddag nog aanhalen in een debat over een markt die ook oligopolis-tisch werkt, namelijk de bancaire markt ten aanzien van bijvoorbeeldspaarrente. Ook daar vinden wij dat we moeten ingrijpen. Ik vind dit opzich een heel interessant voorstel van GroenLinks-PvdA, want oligopolis-tische markten rechtvaardigen in zijn algemeenheid een ingrijpen door deoverheid als het gaat om marktmeesterschap.De voorzitter:Daarmee komen we bij meneer Thijssen voor zijn bijdrage aan dit debat.De heer Thijssen spreekt namens GroenLinks-PvdA.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Eerder deze maand bleek dat de Russen erg druk zijngeweest op de Oostzee. Een Russisch schip was «vergeten» dat zijn ankernog niet was opgehaald en veroorzaakte zo «per ongeluk» schade aaninternetkabels waarvan miljoenen Europeanen afhankelijk zijn. Of, zoalsexperts zeggen: pure sabotage en hybride oorlogsvoering. Ziet deMinister dit ook zo? Wat doet de Minister om deze kabels te beschermen?Neemt hij aanvullende acties om onze kritieke infrastructuur ook op onzeNoordzee te beschermen? Stel dat het nog een keer gebeurt en stel dathet in Nederland gebeurt. Zijn wij dan weerbaar tegen zo’n kabelbreuk? Ikkan me voorstellen dat daar ooit over is nagedacht, maar nu de dreigingzo reëel is, is het tijd om die plannen eens af te stoffen en te kijken hoeweerbaar we nu echt zijn.Wat mijn fractie betreft moeten Nederland en Europa digitaal autonoomworden. Op dit moment wordt ons internet gedomineerd door eenhandvol vooral Amerikaanse bedrijven met foute verdienmodellen. NuTrump aan de macht is, wordt dit alleen maar erger. Onderschrijft deMinister dit? Welke initiatieven neemt hij om de digitale autonomie vanNederland in zowel het Europese als het Caribische deel te vergroten enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5888 de afhankelijkheid van de VS te verminderen? Is hij bereid om demarktmacht van de overheid als grootste ICT-afnemer van Nederland in tezetten om de nationale techsector te stimuleren? Een van de concreteinstrumenten die de voorganger van de Minister heeft geïntroduceerd isde Wet ongewenste zeggenschap telecom. Vindt de Minister dat deze wetnu goed werkt en ons goed genoeg beschermt? Is de Minister bereid omte onderzoeken of ook clouddiensten, die we nu bijna volledig afnemenvan Amerikaanse techbedrijven, in deze wet kunnen worden onderge-bracht? Wordt deze wet tijdig en in samenhang met de Wet vifo geëva-lueerd?Voorzitter. Wat mijn fractie betreft is toegang tot het internet eenbasisrecht. Veel Nederlanders blijken te moeten kiezen tussen eeninternetaanbod of een sportclub voor de kinderen. Dat is onacceptabel,vindt mijn fractie. Daarom pleit mijn collega Kathmann voor een sociaalinternetaanbod.Vandaag wil ik het nog hebben over de prognose van 12.000 adressen in2028 die geen vast internet hebben. Om deze adressen aan te sluiten isoverheidsinterventie onvermijdelijk, zo schrijft de Minister zelf. Toch gaatde Minister hier niks aan doen. De Minister hoopt op gunstigereprognoses en nieuwe, draadloze alternatieven. Maar is dat geenwensdenken? Waarom maakt hij geen kostenanalyse om het benodigdebedrag in ieder geval te berekenen? Dan kunnen we daar een debat overvoeren.Verder sluit ik me graag bij de vragen van de collega van de PVV over demarktmacht die de internetaanbieders hebben en of de concurrentie welgoed tot stand komt en de prijzen dus niet te hoog zijn.Tot slot. De ontwikkelingen in de telecomsector gaan hard. De in 2000 totstand gekomen nota Nationaal antennebeleid loopt volgens mobieleoperators niet langer in de pas met de huidige behoefte aan nieuwe envervangende antenneopstelpunten voor mobiele telecomnetwerken. Watgaat de Minister hieraan doen?Dank, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. De heer Kisteman heeft een vraag voor u.De heer Kisteman (VVD):De heer Thijssen noemt het een basisrecht dat mensen internet kunnenhebben. Nou zijn er bijvoorbeeld in Amsterdam weleens momenten dathet netwerk zo overbelast is dat er gewoon geen internet is. Dat komtdoor een gebrek aan goede opstelpunten. Vindt de heer Thijssen niet, netals de VVD, dat daar iets aan moet gebeuren?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Natuurlijk moet daar iets aan gebeuren. Ik denk dat dat in het belang isvan de bewoners en van de telecombedrijven. De bestuurders van eenstad en de bestuurders van woningcorporaties zullen natuurlijk ookzeggen: wij willen voor onze inwoners en bewoners dat dat goed isgeregeld. Dus ja, daar moet zeker wat aan gedaan worden. Maar hetvoorstel om dan maar te zeggen «free for all, ga je gang maar, telecombe-drijven», gaat mij iets te snel. Volgens mij kunnen de bestuurders vanwoningcorporaties en gemeentes prima naar dit soort problemen kijkenen deze ook oplossen en hoeven we niet meteen te zeggen dat er geenvergunningen meer nodig zijn. Dat lijkt mij echt een beetje doorgeslagen.De heer Kisteman (VVD):Uit de praktijk blijkt dat dit niet het geval is. In bijvoorbeeld Amsterdamvinden ze dat de opstelpunten horizonvervuiling zijn, dat ze niet mooi zijnvoor het zicht. Daarom worden ze minder geplaatst. Schijnbaar zijn er dusgemeentes die dat niet kunnen. Die moeten we toch op een andereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 5889 manier helpen? Hoe kijkt de heer Thijssen aan tegen gemeentes die datniet willen doen?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Volgens mij willen gemeentes dat wel doen en moeten we ze inderdaadhelpen, maar we moeten ze niet buitenspel zetten, zoals in het voorstelvan de VVD. Ik vind dat gewoon onacceptabel. Als er problemen zijn,moeten de bestuurders van een gemeente gewoon bedenken hoe ze diewillen oplossen. Als ze daarbij hulp nodig hebben van de Minister, danhoren we graag van de Minister hoe hij daartegen aankijkt. Maar om nougemeentes buitenspel te zetten? Nee, dat is een pad dat we niet opmoeten gaan.De voorzitter:Mevrouw Van Meetelen had ook een vraag.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik ben vooral benieuwd. Want het klinkt natuurlijk hartstikke sympathiek,sociaal internet, maar de grote vraag die daarboven hangt, is: hoe gaanwe dat bepalen? Hoe wil GroenLinks-PvdA dat financieren?De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Er is geld genoeg in Nederland. Onze economie is groter dan ooit tevoren.We verdienen meer dan 1.000 miljard bij elkaar. Als je ziet hoe het geld datwe verdienen verdeeld wordt, dan blijkt onevenredig veel daarvan terechtte komen bij de winsten van bedrijven, ook historisch. Als je naar dezogenaamde winstquote kijkt, dan zie je dat we ongekend veel winstmaken en dat de investeringen achterblijven. Dat betekent dat vooralaandeelhouders in Nederland heel veel wijzer worden van de econo-mische groei. Als dit kabinet bereid zou zijn om niet zozeer de btw teverhogen en de prijzen nog verder op te drijven of mensen nog meerbelasting te laten betalen, maar het geld gewoon daar te halen waar hetzit, namelijk bij winstgevende bedrijven – niet gewoon bedrijven in hetalgemeen, maar winstgevende bedrijven die profiteren van al die sterkeen goede kanten die Nederland heeft – dan ... Laatst was er een studiewaaruit blijkt dat bedrijven 30 miljard meer verdienen dan wanneer zewinst zouden maken volgens het EU-gemiddelde. Als we 30 miljard vandie winsten inzetten om onze samenleving mooier te maken, bijvoorbeeldmet sociaal internet, dan is er een gelijk speelveld met andere Europesebedrijven. Ik zou dus zeggen: ga daar kijken. Anders is er nog eenmogelijkheid om de vermogenden in Nederland eens wat meer aan tepakken. De mensen die miljoenen en miljoenen hebben betalen veelminder belasting dan de gemiddelde Nederlander. Daar zit dus ook eengrote bron van mogelijk geld om sociaal internet uit te kunnen rollen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Zonder in discussie te komen over die btw-verhoging. De afgelopendagen is het in het nieuws geweest: de PVV is daartegen. Laat dat gezegdzijn. Kijk, u komt zoals altijd weer met hetzelfde riedeltje dat we het daarweg moeten halen. Dat klinkt op zich makkelijk, zo van «dat moeten wedoen», totdat die bedrijven zeggen «toedeledokie, we gaan wel ergensanders zitten» en dan kunnen we helemaal niets meer betalen. Dat lijkt mijdus uiteindelijk een heel slechte oplossing.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik wil er geen btw-debat van maken, maar het is wel een PVV-kabinet datde maatregel voorstelde. We zullen zien wat er uiteindelijk mee gebeurt.Maar we kunnen wel met iets meer zelfvertrouwen praten over Nederland.In Nederland hebben we een fantastische infrastructuur. We hebben heelgoed opgeleide mensen. We hebben een rechtsstaat, waardoor ookTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58810 bedrijven en ondernemers hun recht kunnen halen. Heel veel is best goedop orde in Nederland. Ja, we hebben allerlei plannen waardoor het nogveel eerlijker en vooral veel groener kan. Maar om nou te zeggen datbedrijven die hier een bedrijf hebben waarmee ze winst maken de boelzomaar even kunnen oppakken en naar het buitenland kunnen gaan ... Datis simpelweg niet zo. Neem het grootste bedrijf van Nederland, ASML. Datis zo succesvol omdat ze opereren in een ecosysteem van bedrijven in deBrainport. ASML kan dus niet zeggen: we pakken de boel even op, wegaan naar Frankrijk. Daar kunnen ze wel mee dreigen, maar ik vind datNederland, dat deze Minister dan wel wat meer zelfvertrouwen kanhebben en kan zeggen: maar zo simpel is het nou ook weer niet.Wij vinden dat als Nederland keer op keer investeert in een mooiNederland, bijvoorbeeld met het Project Beethoven, een investering dieGroenLinks-PvdA heeft gesteund om de Brainport te kunnen latengroeien, en bedrijven in die Brainportregio vervolgens heel veel winstgaan maken, wij dan ook kunnen zeggen: oké, dan willen wij ook, nu julliewinst maken, een bijdrage van jullie aan de Nederlandse samenleving.Tsja, dat is onze visie op een eerlijker Nederland.De heer Idsinga (NSC):Nu duizelt het me even, want het was toch de heer Thijssen zelf die optafel stond te juichen en te dansen op het moment dat Shell Nederlandverliet. Kan hij daar even op reflecteren in het kader van vestigingsklimaaten dergelijke?De voorzitter:We gaan iets van de orde af, maar ik laat de heer Thijssen dit antwoordgeven. Daarna wil ik de eerste termijn van de Kamer afronden.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):We hebben het over Shell, hè? Dat is het bedrijf dat in het noorden vanNederland gas wint en maar door gaat met gas winnen, ook al zijn eradviezen waaruit blijkt dat dit leidt tot aardbevingen. Dit is mede hetbedrijf dat doorging met gas winnen, wat heeft geleid tot een parlemen-taire enquête met als uitkomst dat we een ereschuld hebben aanGroningen. Dit is het bedrijf dat, nu we bezig zijn met die schade af tehandelen en dat op een nette manier te doen voor de Groningers, weigertom gewoon de portemonnee te treken en te zorgen dat het soepel gaat.Dit is het bedrijf dat rechtszaken voert tegen de Nederlandse overheid diedit netjes probeert te regelen. Dit bedrijf, dat in de jaren tachtig wist vanzijn eigen wetenschappers dat klimaatverandering een bedreiging is vooronze samenleving en deze studies vakkundig in de la heeft gegooid omtoch vooral maar door te kunnen gaan met waar het goed in is, namelijkfossiele brandstoffen winnen, verkopen en schandalig veel winst maken.Dit bedrijf. Maar let wel, bij dit bedrijf werken natuurlijk heel veel mensen,in Nederland en in het buitenland. Dit bedrijf heeft ook geïnvesteerd inwindmolenparken. Dit bedrijf zou zijn innovatiekracht en zijn investerings-kracht kunnen inzetten om inderdaad iets goeds te betekenen voor dezesamenleving. Alleen, keer op keer blijkt dat Shell kiest voor zijn fossielekortetermijnwinsten en niet voor het langetermijnwelzijn van Nederland.Maar ik ben er nog steeds voor dat Shell verandert in een bedrijf dat zegt:«Ja, wij zijn er voor energie voor de wereld. Wij willen die energie op eenschone manier opwekken, zodat wij geen gevaarlijke klimaatveranderingkrijgen.» Maar als we kijken naar de acties van Shell op dit moment, is datniet wat ze doen.De voorzitter:Een heel lang antwoord.De heer Idsinga (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58811 Een heel lang antwoord op de vraag. Tot op zekere hoogte begrijp ik ookwaar het pleidooi vandaan komt. Tegelijkertijd, Shell bestaat nog steeds.Shell zit nu in Engeland en betaalt daar belasting en draagt daar bij aan dewelvaart en niet langer in Nederland. Het gaat mij nu niet specifiek om hetbedrijf Shell, maar het gaat mij er wel om dat we – dat ben ik helemaalmet mevrouw Van Meetelen eens – voorzichtig moeten zijn en niet optafel moeten gaan dansen op het moment dat bedrijven Nederlandverlaten. Dat was mijn punt.De voorzitter:Dan mag de heer Thijssen daar nog een reactie op geven. Daarna wil ikecht naar een afronding van de eerste termijn.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Maar om dan even heel precies te zijn: dat wil ik natuurlijk ook niet. Debedrijven hebben we kei- en keihard nodig, om heel veel redenen. Er zijnmaatschappelijke opgaven. Mijn partij maakt zich bijvoorbeeld heel drukover klimaatverandering. Maar bedrijven zijn natuurlijk ook de plekkenwaar mensen werken, waar ze voldoening vinden omdat ze iets mooismaken of nuttige diensten leveren. Het is de plek waar ze loon verdienen,zodat ze hun gezin kunnen onderhouden. Bedrijven zijn dus cruciaal inonze samenleving. En ja, natuurlijk moeten we oppassen dat die bedrijven... Dat snap ik ook heel goed, ik praat ook met die bedrijven. Ze zeggen:we willen wel investeren, maar we zijn wel aan het kijken waar we datgaan doen. Dat ligt deels aan de belastingdruk. Maar veel belangrijker is:kan ik eigenlijk wel een vergunning krijgen, of hebben we een stikstofpro-bleem? Is er eigenlijk wel innovatiegeld, zodat ik geholpen kan worden omte innoveren in dit land? Zijn er eigenlijk wel hoogopgeleide mensen ofgoed opgeleide mensen die mij daarbij kunnen helpen? Zijn er nog anderebedrijven? Is er goede infrastructuur? Is er rechtspraak? Dat zijn allemaalbelangrijke redenen voor bedrijven om te besluiten waar ze zich gaanvestigen.Dan is belastingdruk nog steeds een van de argumenten. Daarom heb ikhet ook zo precies uitgezocht. Als je kijkt naar hoeveel winst er wordtgemaakt in Nederland in vergelijking met andere lidstaten, dan blijkenbedrijven nu 30 miljard meer te verdienen dan in andere lidstaten. Als jedus sec naar de belastingdruk kijkt, kun je zeggen: oké, er is ruimte ommeer winstbelasting te heffen. Dan is er nog steeds een gelijk speelveldmet andere lidstaten. Dit is de grootste macro-economische ontwikkelingvan de afgelopen vijf jaar. Er is in al het geld dat we verdienen eenenorme verschuiving geweest van lonen naar winsten. Daarom moet hetkabinet daarnaar kijken om op die manier dit land te financieren en ookeerlijker te maken.De voorzitter:Daarmee zijn we aan het einde gekomen ... Nee, meneer Idsinga ...De heer Idsinga (NSC):Eentje dan.De voorzitter:Nou, kom op ... We hebben twee uur voor een debat over telecommuni-catie. Laatste vraag van de heer Idsinga.De heer Idsinga (NSC):Dan wil ik toch nog even zeggen, en dan neem ik het toch even op voorNederland, dat de belastingdruk in Nederland boven hetOESO-gemiddelde zit. Het is dus niet zo dat wij een ontzettend lagebelastingdruk kennen in dit land. Dat wil ik tot slot nog even opgemerkthebben.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58812 De voorzitter:Daar wil meneer Thijssen nog een slotopmerking over maken, kan ik mijzo voorstellen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dat zeg ik ook helemaal niet. Ik zeg helemaal niet dat de belastindruk hoogof laag is. Ik constateer dat er winstgevende bedrijven in Nederland zijndie historisch hoge winsten maken. Dat betekent dat er minder geld isvoor lonen. Mensen maken al vijf jaar lang verlies, want hun lonenhebben nog steeds niet de hogere prijzen ingehaald. Bedrijven makenwinst, zelfs historisch hoge winsten. Je moet kijken naar die winstgevendebedrijven. Misschien kun je dat gebruiken om een aantal opgaves in ditland te financieren en eerlijker te maken.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerstetermijn van de zijde van de Kamer. We schorsen tot 12.00 uur. Dan gaanwe luisteren naar de antwoorden van de zijde van het kabinet.De vergadering wordt van 11.33 uur tot 12.00 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen hierbij het commissiedebat Telecommunicatie van de vastecommissie voor Economische Zaken. De Minister begint aan zijnbeantwoording in eerste termijn. Ik wil met de leden afspreken om drievragen te doen. We hebben een uur. Laten we kijken of we het met drievragen kunnen redden. Ik zal flexibel met de tijd omgaan, maar ik wil hetook afronden. Dat gezegd hebbende ga ik direct door naar de Minister. Wegaan luisteren naar de beantwoording.Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Dank aan de leden voor de vragen en de interesse.We zijn nergens zonder onze digitale infrastructuur. Denk daarbij aan devaste én de mobiele telecomnetwerken. Als consument, als bedrijf en alsmaatschappij zijn we daarop aangewezen. Gelukkig zijn de netwerken vanNederland van zo’n hoog niveau dat we wereldwijd koploper zijn. Daarmogen we trots op zijn. Mijn inzet is om dat in de toekomst zo te houdenen hier zo voortvarend mogelijk mee bezig te blijven. Dit is ook nodig inhet kader van een weerbare economie, zoals eerder aan bod gekomen.Daarom zetten we ons proactief in voor het aantrekken van nieuwezeekabels via de Zeekabel Coalitie en het beschermen van de huidigezeekabelinfrastructuur, waar ik ook met de commissie voor Digitale Zakenmeermaals over heb gedebatteerd.Voorzitter. Ik heb de beantwoording in vier blokjes verdeeld, te weten:internet, radio en antennes, bereikbaarheid 112 en overig.Ik begin met het blokje internet, waar ik begin met de vraag van mevrouwVan Meetelen. Uw Kamer heeft meerdere vragen gesteld over debetaalbaarheid van de internetabonnementen, over het budgetsegment.Dan haak ik daar ook de vragen van de heer Thijssen aan. De door devragenstellers genoemde onderzoeken vind ik ook belangrijk; laat dathelder zijn. In antwoord op de eerdere motie van de leden Kathmann enVermeer heb ik een onderzoek aangekondigd over hoe het komt dat dekale internettarieven in Nederland zo hoog, of hoger, liggen. Met de tweeonderzoeken wordt een heel breed palet aan internetabonnementenbeschouwd. Dat vind ik ook belangrijk. Het gaat dus niet alleen over hetbudgetsegment, maar over alle kale internetabonnementen. Dat wilzeggen: zonder tv en andere abonnementen. De twee onderzoeken zullenuiteraard in onderlinge samenhang worden afgestemd. Ten overvloedewijs ik er daarbij op dat de ACM, zoals bekend, een eigen verantwoorde-lijkheid heeft. Ik heb toegezegd de Kamer voor de zomer van dit jaar teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58813 informeren over de resultaten van het onderzoek. Ik wil daarom nietvooruitlopen op de gevraagde opties om prijzen eventueel te verlagen.De heer Kisteman vroeg naar de Telecomwet en vroeg om abonnee-houders op de hoogte te houden. Het is in de eerste plaats aan de ACMom als toezichthouder aan te geven hoe telecombedrijven dit goedkunnen invullen. Dat doen ze ook. Ik kan me voorstellen dat telecombe-drijven wat houvast zoeken van de toezichthouder. Ik zal het signaaluiteraard onder de aandacht brengen van de ACM.De heer Idsinga vroeg of ik bereid ben in kaart te brengen hoe de groepvan 12.000 huishoudens de situatie ervaart als het gaat om snel vastinternet. Ik vind het belangrijk dat iedereen digitaal mee kan doen en kanbeschikken over snel internet. Daarom monitor ik deze voortgang jaarlijks.Ik ben blij dat de markt zich inspant om alle huishoudens in Nederlandvan snel internet te voorzien via een vaste en/of draadloze verbinding. De12.000 huishoudens waaraan gerefereerd werd, is een prognose, waarbijdenkbaar is dat de groep steeds kleiner wordt door meer glasvezeluitrolvan de markt, omdat dat natuurlijk nog gewoon elke dag plaatsvindt. Ikblijf uiteraard de beschikbaarheid van snel vast internet in het buiten-gebied jaarlijks monitoren en de lijst met restadressen delen met demarktpartijen. Voor de adressen die nog niet beschikken over snel vastinternet zijn er gelukkig steeds meer draadloze oplossingen beschikbaarmet snelheden tot 300 à 400 megabits per seconde, vaak ook tegen eenaantrekkelijk tarief. Ik blijf de doorontwikkeling van deze alternatieven quabeschikbaarheid en kwaliteit voor de restgroep tot en met 2028 volgen.Vervolgens maak ik opnieuw de balans op.Ik blijf bij de heer Idsinga. Hij had een vraag over 6G en de investering vande overheid in Future Network Services. Om internationaal koploper teblijven, is het belangrijk om te blijven innoveren en investeren. Dathoorde ik de heer Idsinga ook zeggen. Dit vraagt een goed samenspeltussen de markt en de overheid, niet alleen met 6G, maar met het heleecosysteem van onze digitale infrastructuur. Met de Staat van de DigitaleInfrastructuur van vorig jaar is in kaart gebracht hoe mijn ministeriedaarop inzet. De 6G-technologie voor mobiele netwerken bevindt zich inde ontwikkelfase. De marktintroductie wordt verwacht rond 2030. Omhierin als Nederland een eigen belangrijke positie te creëren, investeerthet kabinet vanuit het Nationaal Groeifonds in deze ontwikkeling. Hetproject 6G Future Network Services is gericht op de onderdelen waaropNederlandse bedrijven zich kunnen onderscheiden, namelijk radiocompo-nenten en antennes, intelligente netwerken en maatschappelijk relevantetoepassingen in bijvoorbeeld de zorg en de energiesector. Dat moetbijdragen aan het concurrentievermogen op lange termijn. Naast de reedstoegekende 61 miljoen is aanvullend 142 miljoen gereserveerd voor eentweede fase.Voorzitter. Dan ben ik aangekomen bij het tweede blokje: radio enantennes. Ik begin met de beantwoording van de vraag van de heerKisteman of ik het probleem herken ...De voorzitter:Voordat u daarmee begint, heeft de heer Thijssen nog een vraag over heteerste blokje.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Ik had een vraag gesteld over die 12.000 huishoudens. Is de Ministerbereid om te berekenen wat het kost om die aan te sluiten? Dan wetenwaar we het over hebben in het debat. Ik had ook een vraag over hoeweerbaar Nederland digitaal gezien nou is als een kabel doorgebrokenraakt.Minister Beljaarts:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58814 Op de zeekabels kom ik zo uitgebreid terug. Om de 12.000 adressen nu tevoorzien van snel vast internet is een opgave van 125 miljoen euro.Meneer Kisteman vroeg of ik het probleem herken van het gebrek aangenoeg opstelpunten. Ik hecht er uiteraard aan, net als het lid Kisteman,dat de mobiele dienstverlening van hoog niveau is en blijft. Daarom neemik de signalen uit de sector serieus. Ik heb daarover overigens al eenconstructief gesprek gehad met de vereniging Monet. Monet is, zoalswellicht bekend, een samenwerkingsverband van de drie grote mobielenetwerkaanbieders rond antenneplaatsing. Zij waarschuwden mij dat hetsteeds lastiger wordt om voldoende opstelpunten te vinden, dus ik herkenhet signaal. Overigens, antenneplaatsing tot 5 meter is nu al vergun-ningsvrij. Ook spreken we met het Ministerie van VRO over de mogelijkeverruiming van de vergunningsvrije antennes, bijvoorbeeld van 5 naar 7meter, dus ook dat is in beweging. De sector gaat op mijn verzoek aan deslag om een goede probleemanalyse te maken en zal daarmee samen metmijn ministerie onderzoeken welke oplossingen mogelijk zijn, waaronderde verruiming van de vergunningsvrije antennes. Hierover is mijnministerie in gesprek met de sector. Het maakt namelijk nogal wat uit ofde problemen geografisch bepaald zijn, of het met bepaalde sectoren temaken heeft, maar ook de hoeveelheid belemmeringen die ervaren wordten wat de redenen daarvoor zijn.De voorzitter:Heeft u een vraag, meneer Kisteman?De heer Kisteman (VVD):Ja, als de Minister klaar is met dit stukje.Minister Beljaarts:Nee, ik heb nog een vervolg.De voorzitter:Dan wachten we daarop.Minister Beljaarts:Ik blijf bij de heer Kisteman met een iets specifieker antwoord op de vraagover de daken, kantoren en opstelpunten die gebruikt kunnen wordenvoor het plaatsen. Allereerst is het een commerciële taak van de mobieleoperators om te zorgen dat hun contracten tijdig worden vernieuwd ofopnieuw worden afgesloten. Ik neem de signalen rond de schaarste vanopstelpunten serieus. Ik ga dus met de vereniging Monet aan de slag omeen goede probleemanalyse te maken. Daarom is die inventarisatie vanbelang, zodat we weten waar we het over hebben. Het signaal afgeven iséén, maar om er juist op te kunnen handelen en anticiperen, hebben wede inventarisatie nodig. Overigens zal de plaatsing van antennes opoverheidsgebouwen met de EU-gigabitverordening makkelijker worden.Als ik me niet vergis, is die in november 2025 aanstaande om effectief teworden. Ook ben ik uiteraard bereid om bijvoorbeeld met Aedes, dekoepel van woningcorporaties, in gesprek te gaan om te kijken wat demogelijkheden tot plaatsing van antennes op gebouwen van woningcor-poraties zijn. Daarbij wil ik wel aangeven dat het in eerste instantie eenactie is van de commerciële partijen om zelf die afspraken te maken, maarindien nodig wil ik me daar altijd toe inzetten.De heer Kisteman (VVD):Ik mis een beetje de ambitie van de Minister op dit punt. Wanneer moetendie gesprekken resultaat opleveren? Waar hebben we het over? Als er nikswordt gedaan en we blijven alleen praten, loopt het over twee of drie jaarvolledig vast. Kunnen wij bijvoorbeeld voor de zomer van de Minister eenplan van aanpak ontvangen dat samen met deze sector wordt opgesteld?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58815 Wat gaat de Minister doen? De commerciële partijen zijn inderdaad aanzet, maar wat als die woningcorporaties zeggen dat ze niets gaan doen?Dan kan de Minister met hen in gesprek gaan, maar van mij mag het weliets ambitieuzer.Minister Beljaarts:Dat beeld wil ik graag nuanceren, want begin januari ben ik door devereniging Monet op de hoogte gesteld van het probleem. Nog geen tweeweken later heeft er al een gesprek plaatsgevonden en heb ik henuitgenodigd om met een duidelijke probleemanalyse en inventarisatie tekomen. Ik denk dus dat die nuance op zijn plaats is. Er is snel gehandeldom dit in kaart te brengen, ook door mijzelf persoonlijk.Over «het signaal afgeven» wil ik het volgende zeggen. Het was een briefvan één A4’tje met een signaal: let op, hier zit een mogelijk gevaar. Maarwil ik daadkrachtig kunnen handelen of tot de conclusie kunnen komendat er gehandeld moet worden van overheidswege, dan zullen we eersthuiswerk moeten zien over waar het probleem zit. Dus de ambitie is erabsoluut. Er is heel snel gehandeld. Ik wil nu niet vooruitlopen op degrootte of de omvang van het probleem, omdat die nog niet in kaart isgebracht. In dat proces wil ik ’m heel zorgvuldig meenemen. Ik heb ookintern bij het ministerie aangegeven dat het prioriteit heeft en dat we hetsnel moeten doen. Ik vind het uiteraard geen enkel probleem om voor dezomer met een brief te komen en daarin een korte update aan uw Kamerdaarover te geven. Dat doe ik altijd met plezier.De voorzitter:Dan even precies: hebben we het dan over een toezegging van een briefmet daarin de stand van zaken?Minister Beljaarts:De stand van zaken over deze problematiek en de acties die genomen zijndoor alle partijen die erbij betrokken zijn.De heer Kisteman (VVD):En de acties die de Minister eventueel gaat nemen, als blijkt dat dat nodigis.Minister Beljaarts:Als dat nodig is, dan wordt dat uiteraard meegenomen in de brief.De voorzitter:Oké. Vervolgt u uw betoog.Minister Beljaarts:Dan blijf ik bij de heer Kisteman. Hij had een vraag over de kavels. Wehebben het nu over de commerciële radio en de veiling. Hij vroeg wat ikervan vind om commerciële partijen eigenaar te laten zijn van vier kavels.Op basis van het advies van de ACM is bij aanvang van de landelijkeveiling bepaald dat een en dezelfde rechtspersoon in een veiling drievergunningen mag verwerven. Daar zit soms nog weleens verwarring. Hetgaat niet om commerciële partijen, maar het gaat om een rechtspersoondie maximaal drie vergunningen mag hebben. Het gaat dus om eengebruiksbeperking die op basis van de wet- en regelgeving ook van krachtblijft na de veiling.Eén partij heeft na afloop van de veiling beroep tegen die gebruiksbe-perking ingesteld bij de rechtbank van Rotterdam. In het kader van dezeprocedure heeft de ACM nogmaals geoordeeld dat op grond van hetmededingingsrecht een en dezelfde rechtspersoon over maximaal drievergunningen mag beschikken, ter voorkoming van het ontstaan van eeneconomische machtspositie. Het is nu aan de rechter om hier een oordeelTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58816 over te vellen. Ik kan hier dus nu geen uitspraak over doen. Ik verwachtdie uitspraak overigens deze zomer. Ik kan daar uiteraard uw Kamer overinformeren.De heer Idsinga vroeg mij naar het belang van de publieke regionaleomroep, de frequenties, de verdeling daarvan en of ik bereid ben om hetNationaal Frequentieplan aan te passen. Dank voor de vraag. Ik ben hetmet u eens dat het heel belangrijk is dat ook in de regio publieke radiogoed geregeld is via de publieke omroepen. Gelukkig bestaat al hetzogenaamde voorrangsrecht van de publieke omroep. Dus dat is in die zingeborgd. Dat staat in de Telecommunicatiewet. Daarin is ook bepaald, inartikel 3.7, dat de regionale publieke omroepen voor de verzorging van deregionale publieke mediadienst voor ten minste één omroepnet eenvergunning verleend krijgen op zodanige wijze, voor zover dit technischmogelijk is, dat provinciaal analoog bereik mogelijk is: FM.Aangezien FM nu nog leidend is en er in de komende tien jaar nog geensprake is van een verplichte afschakeling daarvan, is de bepaling op ditmoment voldoende om ervoor te zorgen dat de publieke regionaleomroep goed te ontvangen is en er geen onnodig beslag wordt gelegd opde schaarse frequenties. Dus vooruitlopend op de afschakeling van FM ende overschakeling naar DAB, dus digitaal, zal ik met mijn collega van OCWoverleggen op welke wijze de toewijzing van de digitale frequenties aande publieke radio geregeld kan worden in de Telecommunicatiewet.De heer Idsinga (NSC):Dank. Ik noteer dit maar even als een toezegging. Op wat voor termijn kande Minister hierover aan de Kamer terug rapporteren? Want het isnatuurlijk van groot belang dat calamiteitenzenders ook in de toekomstvoor iedereen te beluisteren zijn.Minister Beljaarts:Ik ben even zoekende naar de noodzaak. Het is geborgd. Er is ook geenreden om daar nu aan te twijfelen. Er wordt ook niets in stelling gebrachtom dit te wijzigen. In die zin is het dus geborgd. Er zal op korte termijnook nog geen situatie voorkomen waarin er een afschakeling van FM gaatplaatsvinden. Ik zoek even naar welk comfort ik de heer Idsinga kan geven.Maar het is geborgd. Er is ook niets in gang gezet wat op korte termijn zoumaken dat dit in gevaar zou komen. Daarom ben ik even zoekend naar de...De voorzitter:Ik kan me zo voorstellen dat de heer Idsinga, als dat wel gaat gebeuren,daarover van tevoren geïnformeerd wil worden.De heer Idsinga (NSC):Dank u wel, voorzitter, fijn dat u de vraag voor mij invult. Het gaat er mijom dat mensen die thuis alleen een DAB-radio hebben, even ervanuitgaande dat ze geen FM meer kunnen ontvangen, in bepaalde gebiedenniet meer die regionale omroepen kunnen ontvangen. In het geval vancalamiteiten is dat een probleem. Ik zou toch graag van de Minister willenzien dat hij dat probleem wel serieus neemt. Ik blijf daar wel heel graaghet gesprek over aangaan.Minister Beljaarts:Ik deel de zorgen, zeker over de consequenties die het zou kunnenhebben. Vandaar dat ik ook met collega Bruins van OCW daarover inoverleg zal gaan. Als het comfort geeft om daar een voortgangsbrief overte sturen, bijvoorbeeld voor de zomer of misschien voor het einde van hetjaar, als we ook echt daadwerkelijk iets te melden hebben, dan doe ik datuiteraard met alle plezier. Dat spreekt voor zich.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58817 De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Minister Beljaarts:De heer Kisteman vroeg mij of het mogelijk is om de wet aan te passenvoor de kavels van publieke stations met een landelijke dekking. Lande-lijke commerciële partijen hebben een landelijke dekking aangezien ze ookbeschikken over een digitale vergunning. Dus het probleem doet zich daarniet voor. De Telecommunicatiewet aanpassen is daarom nu ook nietnodig. In dit geval is er ook geen onderscheid tussen publieke encommerciële omroepen. Dat is dus in die zin ook goed om mee te nemen.Voorzitter. Dan ben ik aangekomen bij het blokje over de bereikbaarheidvan 112. Dank voor de vragen en ik begrijp de zorg. Het zijn terechtepunten om in de Kamer te delen. Mevrouw Van Meetelen vroeg mij naarde dekking, of het informatiepunt er is, of dat opgeleverd is en wat er metde meldingen gedaan wordt. Het Centraal Informatiepunt MobieleBereikbaarheid 112 is vorig jaar, 1 januari, opgericht. Inmiddels is beslotenom het voort te zetten in 2025. De meldingen worden zorgvuldigopgevolgd door te kijken naar de oorzaken. Waar mogelijk is er ookcontact met melders. De conclusies worden gedeeld met de relevantepartijen, zoals gemeenten en telecomproviders. Het beeld is nu dat inslechts zeven gevallen de kwaliteit van het mobiele netwerk onvoldoendewas. Laat me er gelijk bij zeggen dat in ieder geval er natuurlijk nog een teveel is. Ik wil die zeven niet bagatelliseren. Maar daarom zet ik ook juistdat meldpunt voort. In mijn Kamerbrief van oktober vorig jaar heb ik ditoverigens uitgebreid toegelicht. Die brief stond, als ik me niet vergis, voordit debat geagendeerd.Dan blijf ik bij mevrouw Van Meetelen, die mij ook vroeg naar de signalenuit de app. Dat is ook belangrijk. Het is zorgelijk als er signalen zijn dat de112-app niet goed werkt. Zoals u weet, biedt de politie de app aan. Het isgoed om te kijken of er een probleem is en zo ja, wat het probleem is.Komt het door problemen met de mobiele dekking dat de app niet goedwerkt of betreft het de werking van de app zelf? Die nuance is daar ookvan belang. Het meldpunt is er voor de mobiele dekking, maar signalenover de 112-app van de politie kunnen we zeker onder de aandachtbrengen bij het Ministerie van JenV.Voorzitter. Dan ben ik aangekomen bij het kopje overig, waarbij ik nutoekom aan de vraag van de heer Thijssen over de zeekabels. Dank voordie vraag. Wat doen wij om die te beschermen? Het kabinet neemtverschillende maatregelen. We versterken bijvoorbeeld de beeldopbouw.De Kustwacht intensiveert bijvoorbeeld zijn patrouilles en werkt aan hetverbeteren van sensorische systemen. Er is ook een uitbreiding van deDefensiecapaciteit. Het Ministerie van Defensie investeert in extracapaciteit, zoals drones en patrouillevaartuigen. Er is ook internationalesamenwerking. Nederland werkt dus ook met bondgenoten samen om debeveiliging van kritieke infrastructuur op zee te verbeteren. Dit omvat ookgemeenschappelijke en gezamenlijke oefeningen, en kennisdeling. Ook inde laatste Raad Telecommunicatie in Brussel heb ik hier met mijncounterparts van de noordse landen over gesproken. Er vinden dus opveel manieren gesprekken hierover plaats. Uiteraard wordt uw Kamer opde hoogte gehouden van alle maatregelen die de voortgangsrapportages,ook die van het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur, metzich meebrengen. Dat blijft uiteraard overeind staan.De voorzitter:Dit roept een vraag op bij de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank voor deze beantwoording. Het is goed om te horen wat er allemaalgebeurt om deze infrastructuur te beschermen. Ik had ook een vraag overTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58818 wat er gebeurt als het ze toch wel lukt om een kabel te beschadigen... Diekomt nog, zie ik. Sorry. Dan wacht ik rustig het antwoord af.Minister Beljaarts:Uiteraard. We nemen alle vragen van de heer Thijssen georganiseerdmee, want het zijn allemaal terechte zorgpunten. Er gaat geen weekvoorbij zonder een bericht in het nieuws dat er, zoals de heer Thijssen hetzegt, een «ongelukje» is gebeurd. Daar zijn we absoluut alert op. Het isdaarom misschien ook goed om te weten dat de datanetwerken, inclusiefde zeekabels en onze aanlandingspunten, zich kenmerken door een hogemate van redundantie. Hierdoor zal bijvoorbeeld het uitvallen van een ofmeerdere kabels, of zelfs van een aanlandingspunt, niet leiden tot eenonderbreking van intercontinentale connectiviteit, omdat er altijdovergenomen kan worden door een andere zeekabel. Hoe meer alterna-tieve routes er beschikbaar zijn, hoe weerbaarder het netwerk of dedatadienst is. De mate van bescherming door deze redundantie is bijmeervoudige kabelbreuken echter moeilijk in te schatten. Door onderlingeafhankelijkheden kan een verstoring bij een beperkt aantal zeekabels – danhebben we het over drie of meer kabels – toch voor problemen zorgen bijspecifieke stakeholders met private verbindingen, zoals financiëlediensten. Nu is drie of meer verstoorde kabels zeker geen ongeluk en is dekans daarop ook niet heel groot, maar het zijn wel scenario’s waaropvoorgesorteerd wordt. Dat is ook omdat stakeholders verbindingenhebben op specifieke kabels die niet altijd automatisch omgeleid kunnenworden. Dat probleem geldt dus niet voor openbare verbindingen. Deimpact van een enkelvoudige kabelbreuk blijft voor de eigenaar dusbeperkt tot de reparatiekosten en de reparatieduur. Een kabelbreuk, omeen idee te geven, wordt typisch binnen tien tot vijftien dagen hersteld.De hoge mate van redundantie en de snelle hersteltijd zorgen ervoor datuitval van intercontinentale connectiviteit hoogst onwaarschijnlijk is. Hetblijft in dit kader – dat is een ander debat dat we hierover gevoerd hebben;dat was ook met het lid Kathmann – natuurlijk wel belangrijk om hieraandacht voor te blijven vragen, ook om die redundantie op het juisteniveau te houden. Daarom ben ik blij met de aandacht van het lidKathmann voor het niet vanzelfsprekend zijn van die zeekabels en voorhet op peil houden van die redundantie.De voorzitter:Voor u verdergaat, Minister, is er een vraag van mevrouw Van Meetelen.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Voorzitter, sorry. Zojuist moest ik echt nog even nadenken over de wijzewaarop ik mijn vraag wilde stellen. Kan ik mijn vraag over 112 nogstellen?De voorzitter:Het kan nu, maar het kan ook in de tweede termijn. Die hebben we ooknog. Wat u wil. Wilt u nu een vraag stellen of wacht u even?Mevrouw Van Meetelen (PVV):Ik wacht wel even. Dan bewaar ik hem.De voorzitter:De Minister vervolgt zijn betoog.Minister Beljaarts:De heer Thijssen vroeg mij of er aanvullende acties komen ten aanzienvan digitale autonomie, nu Trump aan de macht is. Ik heb in mijnbeantwoording een aantal vragen van het lid Thijssen gebundeld – dat zegik er op voorhand even bij. Ten aanzien van de Verenigde Staten wil ikTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58819 beginnen met aan te geven dat Amerikaanse technologiebedrijvenbelangrijke producten en diensten leveren waar wij ook onze digitaleeconomie en samenleving op laten draaien. Het is dus van belang dat wehier de vruchten van blijven plukken. Juist onze open economie heeft erde afgelopen decennia mede voor gezorgd dat de Nederlandse welvaarthoog is en dat Nederlandse bedrijven internationaal innovatief enconcurrerend zijn. Tegelijkertijd hebben we met het kabinet duidelijk voorogen dat we in de huidige wereldorde onze open en strategischeautonomie, en in het bijzonder onze digitale autonomie, moetenversterken. Dit gaat uiteraard in samenwerking met de EU. Het kabinets-beleid hiertoe is uiteengezet in de agenda DOSA, Digitale Open Strate-gische Autonomie. Hier lopen verschillende initiatieven voor, waaronderde beoogde totstandkoming van de Nederlandse AI-fabriek, wat we in eenandere commissie ook uitvoerig en hartstochtelijk hebben bepleit, methulp van de motie van het lid Kathmann. De Kamerbrief over de kabinet-sappreciatie van de initiatiefnota Wolken aan de horizon schetst de extrainzet op cloud. Ook wordt er gewerkt aan de uitwerking van bestaandbeleid, zoals de Groeifondsprogramma’s, waaronder AiNed, voor deontwikkeling van AI, en Future Network Services, voor de ontwikkelingvan 6G-technologie, waar ik net aan heb gerefereerd.De heer Thijssen vroeg mij naar het functioneren van de Wozt, de Wetongewenste zeggenschap telecommunicatie. Die is in oktober dit jaar...De voorzitter:Ik zat hem al aan te kijken: voordat u deze vraag beantwoordt, heeft deheer Thijssen een vraag over het vorige antwoord.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank voor de beantwoording. Goed om te horen dat het kabinet inzet opmeer digitale autonomie. Mijn vraag is dan: stelt het kabinet zichzelf eenbepaald doel voor per wanneer er een bepaalde mate van autonomiegerealiseerd moet zijn? De vraag die daarachteraan komt, is natuurlijk:oké, welk beleid gaat bij elkaar optellen zodat we dat doel ook halen?Maar laten we maar eens beginnen bij het doel. Hebben we nou een doelvoor wanneer we digitaal autonoom willen zijn?Minister Beljaarts:Nee. Er zitten een aantal vragen achter de vraag van de heer Thijssen, dieook over en weer zijn gesteld. Sommige hebben te maken met deaanbesteding van de overheid, dus de eigen inkoopkracht. Dat is niet deletterlijke vraag die voorligt, maar ik kan er wel even op ingaan. Daar is deStaatssecretaris Digitalisering natuurlijk ook nadrukkelijk mee bezig. Ergaat geen week voorbij zonder dat we het daarover hebben. We kijken ernatuurlijk ook in EU-verband naar. We doen het ook situationeel – dat isbijvoorbeeld gebeurd in de casus-SIDN, waar ik zelf heb ingegrepen – alser informatie komt van veiligheids- en inlichtingendiensten. We doen hetdus op meerdere vlakken. We kijken inderdaad naar de wijze vanaanbesteden. Dat doen we natuurlijk in EU-verband. We kijken situationeelals zaken van de veiligheids- en inlichtingendiensten tot mij komen ofingrijpen nodig is. We kijken ook naar de wisselende marktomstandig-heden, dus naar aanbieders. We zien in veel gevallen dat bedrijven diebijvoorbeeld clouddiensten in Europa of Nederland aanbieden nog nietvoldoende tot wasdom zijn gekomen om een heel pakket, zoals hetOfficepakket waarmee de Nederlandse overheid werkt, te kunnenvervangen. We kijken dus via verschillende lijnen naar nut, noodzaak ende ambitie van het kabinet.De voorzitter:Meneer Thijssen, u zit al aan de drie vragen. Maar ik had flexibiliteittoegezegd, dus dan moet ik me daar ook aan houden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58820 De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Wat fijn, voorzitter!De voorzitter:Dus nog een korte vervolgvraag hierop? Anders is er nog de tweedetermijn, wil ik maar zeggen, meneer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dan een korte vervolgvraag. De Minister zegt dat hij naar allerlei dingengaat kijken, maar begrijp ik het dan goed dat het kabinet van plan is om deinkoopkracht van de overheid te gaan gebruiken om de digitaleautonomie echt voor elkaar te krijgen in Europa?Minister Beljaarts:Dat is een toezegging die ik niet kan doen namens de Staatssecretaris. Ikweet wel dat de Staatssecretaris Digitalisering een enorme ambitie enkennis heeft op dit vlak om het juiste te doen. Daar heeft hij een actieveagenda voor. Overigens is dat een gedeelde verantwoordelijkheid, want inde DOSA-brief hebben we het daadwerkelijk, ik ook, gehad over AI encloud. Er is dus een hoop in beweging. Ik denk dat dit antwoord geeft opde vraag van de heer Thijssen.Ik blijf bij de heer Thijssen, die vraag naar de Wozt, die in oktober dit jaarvijf jaar geleden in werking is getreden. In de wet is voorgeschreven datdeze na vijf jaar wordt geëvalueerd. Die evaluatie zal daarom nog in deloop van dit jaar worden uitgevoerd. In die evaluatie gaan we ook kijkennaar de doeltreffendheid en de effecten van de Wozt in de praktijk. Daarbijzal ook aandacht worden besteed aan de verhouding met de Wet vifo,waar de heer Thijssen het terecht ook over had. Tegelijkertijd kijken wenaar de reikwijdte. Daarbij zullen we de suggestie meenemen om er ookandere spelers in de digitale infrastructuur, zoals aanbieders vanclouddiensten, in onder te brengen. De Kamer wordt in het vierdekwartaal van dit jaar over de uitkomsten van de evaluatie geïnformeerd.Dan ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van de vragen.De voorzitter:Die indruk had ik ook. Ik wil direct doorgaan naar de tweede termijn, metéén minuut spreektijd per fractie. Mevrouw Van Meetelen, u krijgt hetwoord voor uw tweede termijn.Mevrouw Van Meetelen (PVV):Dank, voorzitter. Dan doe ik het gauw. Ik heb nog een vraag over 112. Iksnap dat het informatiepunt bij u ligt en de werking van de app niet. Maarer komen signalen over binnen. Het is fijn dat u zegt: we zetten het door.Maar de vraag is een beetje waar mensen terechtkunnen als ze eenprobleem ervaren. Er is een informatiepunt voor de dekking, maar ik weetniet hoe dat dan zit met die app. Als mensen de app willen gebruikenmaar dat niet gaat, dan kan dat eventueel tot heel vervelende dingenleiden. Waar kunnen ze dus naartoe?Dan nog een vraag over de 12.000 huishoudens die wel of niet aange-sloten zijn. Hoe dat precies zit, laat ik even in het midden. Maar is deMinister niet ook gewoon blij dat we snel internet hebben via wifi etcetera? Is het probleem dan niet eigenlijk gewoon al opgelost? Is het nietgewoon het allerbelangrijkste dat we het betaalbaar en beschikbaarhouden?De voorzitter:Dank u wel. Meneer Kisteman, voor zijn tweede termijn.De heer Kisteman (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58821 Dank u wel, voorzitter. Ik wil de Minister bedanken voor zijn beant-woording. Ik ben blij om te horen dat hij ambitieus is met de opstel-punten. Ik heb toch nog even een vraag over die radiokabels. De NPO mager wel vier hebben, maar de commerciële zenders niet. Wat betreft delandelijke dekking: DAB heeft een landelijke dekking en de FM van de NPOheeft ook een landelijke dekking, maar de commerciëlen hebben maarmaximaal 70%. Daar ging mijn vraag over. Zou de Minister nog kunnenuitleggen waarom daar die verschillen zijn?De voorzitter:De heer Idsinga.De heer Idsinga (NSC):Dank aan de Minister voor de antwoorden. Ik blijf er, net als mijn collegavan de PVV, op hameren dat het belangrijk blijft dat die 12.000 gezinnendie nog niet zijn aangesloten linksom of rechtsom ook gebruik kunnenmaken van internet van de hoogst mogelijke kwaliteit. Dank daarvoor,alvast. Dank ook voor de toezegging rondom de DAB. Ik blijf dit dossier opde voet volgen. Dank aan de Minister.De voorzitter:Dank u wel. Tot slot de heer Thijssen.De heer Thijssen (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister en zijn team voor de beant-woording van alle vragen.Ik zit nog even na te denken over dat digitaal autonoom worden. Wehebben natuurlijk net een tweeminutendebat gehad over het Europeseconcurrentievermogen, waarin ik een motie indiende met het verzoek omte kijken of niet sommige stukken gewoon in Europa gemaakt moetenworden, zodat we op die manier kunnen borgen dat we op digitaal, maarook op andere zaken autonoom worden. Die heeft de Minister ontraden.Nu is er een hoop in beweging en wie weet wat er gaat gebeuren met deinkoopkracht van de Nederlandse overheid. Ik denk wel dat we naar datsoort middelen moeten kijken, ook omdat onze handelspartners dat ookdoen. Het zou mooi zijn als we gewoon volgens regels met marktenkunnen werken, maar we zien gewoon dat een aantal concurrenten datniet doen. Ik roep de Minister dus wel op om dit soort mogelijkhedenexpliciet op tafel te houden, om te zorgen dat we digitaal autonoomworden en onze bedrijven niet kapot worden gemaakt door dit soortpraktijken van andere landen.Ik heb nog één vraag. Stel dat het toch misgaat en dat die ongelukkentoch gewoon hybride oorlogsvoering zijn. Het is meer uit interesse, maarik dacht: misschien weet de Minister het. Stel dat er minder dataverkeer is.Betekent dat dat er dan een soort management gaat komen van wie ernou gebruik mag maken van die kabel of is het free for all? Hoe werkt datprecies als we echt in zo’n noodsituatie zitten?Tot slot vraag ik graag een tweeminutendebat aan.De voorzitter:Waarvan akte. Kunnen we gelijk door naar de beantwoording of zullen weeven twee minuutjes schorsen voor wat ruggespraak? Oké. Ik schors vooreen paar minuten.De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.De voorzitter:De Minister is zover. We gaan luisteren naar de beantwoording in detweede termijn van de Minister. Ik geef hem nu graag het woord. DeMinister.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58822 Minister Beljaarts:Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de vraag van mevrouw Van Meetelen.Op de app zelf kan er melding van gemaakt worden als er met de app zelfproblemen zijn. Bij veel apps is dat het geval. Dus daar is dat punt. Hetmeldpunt is inderdaad voor de dekking.Wat betreft de vraag van de heer Kisteman over de FM-kabels: die staan aljaren vast. Dat kan niet nu na de veiling gewijzigd worden. Nu is het zo datde volgende veiling over twaalf jaar is. Dat moesten we even verifiëren.Dan wordt er ook overgegaan naar DAB.Van de heer Idsinga heb ik geen vraag gehoord. Dat wilde ik evenverifiëren.Aan de heer Thijssen heb ik vanochtend in het tweeminutendebat,waarvoor dank, aangegeven dat ik wel mee kan in de geest van de motieom die autonomie te hebben. Alleen moeten we dat, zoals de heerThijssen weet, in EU-verband doen. We hebben ook nog te handelen naarde afspraken binnen de WTO. We kunnen dus niet nu een digitaal of fysiekhek opwerpen. Maar ik snap het en ik poogde net aan te geven dat we welaan het bekijken zijn wat we kunnen doen met de aanbestedingsregels,waarbij we meer naar de Europese mogelijkheden kijken. StaatssecretarisSzabó kijkt daar ook naar voor de eigen overheid. Maar zo ver als detoezegging die gevraagd is, kan ik niet gaan.Wat betreft de tweede vraag van de heer Thijssen, uit interesse, over dekabels: dat heeft allemaal te maken met redundantie. Ik gaf aan dat daarnatuurlijk ook kansberekeningen op worden toegepast. Je moet al drie ofmeer kabels hebben, wil je echt serieuze problemen veroorzaken. Als hetper keer steeds om één kabel gaat – dat is nu telkens het geval – dan is hetvooral heel vervelend voor de eigenaar die dit moet repareren en daargeld in moet steken, maar het is niet zo dat dataverkeer daarmee ingevaar komt. Sommige zaken zijn ook gescheiden, bijvoorbeeld Defensie,publiek en privaat. Het is dus ook niet zo dat altijd alles door elkaar loopt.Daar zitten dus ook echt wel waarborgen in.De voorzitter:Ik kijk even naar de leden om te zien of er nog vragen zijn. MeneerKisteman heeft nog een vraag.De heer Kisteman (VVD):Ik heb twee vragen. De eerste is: waarom mag de NPO wel vier kavels eneen commerciële zender niet? De andere vraag is: waarom hebben dievan de NPO wel 100% landelijke dekking en die van de commerciëlenniet? U heeft één vraag beantwoord – ik weet niet precies welke van detwee – over die veiling die er over twaalf jaar komt. Maar één vraag is nietbeantwoord, volgens mij.Minister Beljaarts:Met goedvinden van de heer Kisteman zou ik die tweede specifieke vraaggraag schriftelijk willen beantwoorden binnen twee weken.De voorzitter:Daar komt de Minister op terug. Bent u daarmee aan het einde van debeantwoording? Ik kijk ook even naar de leden en ik begrijp dat de vragenallemaal beantwoord zijn. Dan kom ik op de toezeggingen. We moeteneven opletten of we de administratie goed hebben gedaan. Overigensheeft het lid Thijssen een tweeminutendebat aangevraagd, dus dat zalplenair ingepland worden.De toezeggingen:–De Minister zegt toe voor de zomer van dit jaar de Kamer de resultatenvan twee onderzoeken over internettarieven te sturen. Dat is eentoezegging aan mevrouw Van Meetelen en de heer Thijssen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58823 –De Minister zegt toe voor de zomer van dit jaar de Kamer eenstand-van-zakenbrief te geven omtrent de schaarste van opstelpunten.Dat is een toezegging aan de heer Kisteman.Minister Beljaarts:Dat halen we net niet voor de zomer, dus dat wordt net na de zomer.De voorzitter:Het wordt net na de zomer, meneer Kisteman. Laten we zeggen: inseptember. Dat is net na de zomer.Minister Beljaarts:In de wetenschap dat de signalering ook pas in januari is binnengekomen,is dit dus qua snelheid en zorgvuldigheid een ambitieuze tijdlijn.De voorzitter:Akkoord.–De Minister zegt toe een brief te sturen over de wijze waarop detoewijzing geregeld kan worden in de Telecommunicatiewet metbetrekking tot de stap van FM naar DAB. Dat is een toezegging aan deheer Idsinga.–De Minister zegt toe een brief aan de Kamer te sturen over hetfunctioneren van de Wozt in het vierde kwartaal van het jaar. Dat is eentoezegging aan het lid Thijssen.Hebben we alle toezeggingen te pakken? Missen de leden toezeggingen?Ja, meneer Kisteman krijgt dus nog binnen twee weken die brief. Ik neemaan dat dit dan voor het tweeminutendebat zal zijn dat de heer Thijssenheeft aangevraagd, en dan zo verder.Daarmee zijn we dus echt aan het einde van dit debat gekomen. Ik dankde Minister hartelijk en natuurlijk ook zijn staf voor de beantwoording vande vragen. Alle geïnteresseerden hier en anderszins: dank voor deinteresse. Natuurlijk dank ik ook de leden voor hun waardevolle bijdragenaan het debat. Ik wens u allen een heel fijne dag.Sluiting 12.42 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 24 095, nr. 58824
Gerelateerde bronnen
- Telecommunicatie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 30 januari 2025, over Telecommunicatie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.