Nota naar aanleiding van het verslag
Brontekst
Versie 5d78ea9912aa7dd6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 484Wijziging van enkele wetten op het terrein vande accountancy in verband met maatregelen terverhoging van de kwaliteit van de wettelijkecontrole (Wijzigingswet accountancysector)Nr. 6 NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAGOntvangen 9 mei 2025 InleidingDe regering is de vaste commissie voor Financiën erkentelijk voor deaandacht die zij aan het onderhavige wetsvoorstel heeft geschonken envoor de door haar daarover gestelde vragen. De vragen worden zo veelmogelijk beantwoord in de volgorde van het door de commissie uitge-brachte verslag. Voor zover vragen, vanwege overeenkomst in onderwerp,gezamenlijk beantwoord zijn, is dit vermeld.I ALGEMEEN De vaste commissie voor Financiën heeft in het kader van het voorbe-reidend onderzoek van dit wetsvoorstel het lid Van der Lee (GroenLinks-PvdA) tot wetgevingsrapporteur benoemd. De wetgevingsrapporteurheeft ten behoeve van het verslag een schriftelijke inbreng opgesteld ennamens de commissie vragen van verdiepende en verduidelijkende aardopgesteld aan de regering. De commissie is wetgevingsrapporteurerkentelijk voor zijn bijdrage aan het verslag. De commissie heeft beslotende inbreng van de wetgevingsrapporteur over te nemen en in dit verslagals inbreng van de commissie op te nemen. Deze inbreng wordt vooraf-gaand aan de vragen en opmerkingen van de fracties (die per onderdeelin de volgorde van de memorie van toelichting staan vermeld) weerge-geven.De leden van de PVV-fractie hebben een aantal vragen bij het voorlig-gende wetsvoorstel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van hetonderhavige wetsvoorstel. Deze leden hebben hierover een aantal vragen.De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstelen hebben naar aanleiding hiervan een aantal vragen aan de regering.Deze leden onderschrijven de noodzaak om de kwaliteit van accountants-controles structureel te verbeteren en daarbij waar nodig wetgeving te kst-36484-6ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 61 herzien of actualiseren. Tegelijkertijd merken deze leden op dat er ookreële zorgen zijn over de beschikbaarheid en kosten van accountantscon-troles, over de werking van de audit quality indicatoren (AQI’s) en deinvulling van de aanwijsbevoegdheid. Deze leden hebben naar aanleidingdaarvan nog een aantal vragen bij het wetsvoorstel.De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de Wijzigingswet accountancysector.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van het voorlig-gende wetsvoorstel. Deze leden hebben daarover enkele vragen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector. Deze leden hebben begripvoor het achterliggende doel van het wetsvoorstel, namelijk het vergrotenvan de kwaliteit van de controles uitgevoerd door accountantsorgani-saties. Evenwel maken deze leden zich zorgen over het effect vanvoorliggend wetsvoorstel op de accountancysector. De regeldruk in deaccountancysector is al groot, waardoor de aantrekkelijkheid van hetberoep van accountant (waaraan überhaupt al een groot tekort is) onderdruk staat. Verdere vergroting van de regeldruk versterkt dit effect, naaroordeel deze leden. Deze leden maken graag gebruik van de mogelijkheidtot het stellen van vragen over het voorliggende wetsvoorstel.Inbreng commissieAanbevelingen WetenschapstoetsOp verzoek van de vaste commissie voor Financiën is een wetenschaps-toets uitgevoegd met betrekking tot onderhavig wetsvoorstel, die isuitgevoerd door prof. dr. Gold (Vrije Universiteit Amsterdam) endr. Veltrop (Rijksuniversiteit Groningen).1 De leden van de commissie zijnhen zeer erkentelijk voor de toets die is verricht. In de wetenschapstoetszijn met betrekking tot het wetsvoorstel elf aanbevelingen gedaan. Deleden van de commissie vragen de regering om in de nota naar aanleidingvan het verslag bij het betreffende onderdeel van het wetsvoorstel steedsook een reactie te geven op de specifieke aanbevelingen die in dewetenschapstoets zijn gedaan en de analyse die daaraan ten grondslagligt.De regering wil de wetenschappers, prof. dr. Gold en dr. Veltrop,bedanken voor hun werk, bevindingen en aanbevelingen. Op hunaanbevelingen wordt bij het desbetreffende onderdeel van hetwetsvoorstel gereageerd.Doelstelling wetsvoorstelDe leden van de commissie begrijpen uit de memorie van toelichting datde doelstelling van het wetsvoorstel, in navolging van eerder genomenmaatregelen, is om de kwaliteit van de (wettelijke) accountantscontroleduurzaam te verhogen. Het merendeel van de in het wetsvoorstel vervattemaatregelen ziet op accountantsorganisaties en in mindere mate opindividuele accountants, die de controles uitvoeren.Kan de regering nader toelichten wat de doelen en subdoelen van ditwetsvoorstel zijn?1https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/e2024Z03801&did=2024D08960Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 62 De maatregelen in dit wetsvoorstel hebben als doel de verhoging van dekwaliteit van de wettelijke controle. Het resultaat van die wettelijkecontrole is een verklaring van de externe accountant over de getrouwheidvan de financiële verantwoording, zoals de jaarrekening. Een voorbeeldvan een maatregel is de verduidelijking van de medeverantwoordelijkheidvan de accountantsorganisatie voor de kwaliteit van de wettelijkecontrole. Het doel van deze maatregel is dat de accountantsorganisatieeen stelsel van kwaliteitsbeheersing heeft dat dat de kwaliteit van dewettelijke controle met goede procedures en maatregelen bevordert enrealiseert. Een ander voorbeeld van een maatregel is de uitbreiding enversterking van het intern toezicht bij de grootste accountantsorgani-saties. Door deze specifieke maatregel hebben meer accountantsorgani-saties een intern toezichtsorgaan dat erop kan toezien dat het stelsel vankwaliteitsbeheersing in orde is en werkt.Kan de regering in dit verband een definitie geven van controlekwaliteit,zoals ook wordt aanbevolen in de genoemde wetenschapstoets?De definitie van kwaliteit van de wettelijke controle volgt uit toepasselijkewet- en regelgeving. De verklaring van de externe accountant moet eenredelijke mate van zekerheid geven dat de financiële verantwoording hetwettelijk vereiste inzicht geeft (zie de artikelen 393, derde lid j° 362,eerste lid, Boek 2, Burgerlijk Wetboek). Die redelijke mate van inzichtvereist dat de uitvoering van de wettelijke controle geschiedt metinachtneming van beroepsreglementering, zoals ten minste met professi-onele oordeelsvorming, met een professioneel-kritische instelling en opbasis van voldoende en inzichtelijke controle-informatie.De personen die de wettelijke controle uitvoeren moeten daartoe in staatworden gesteld door de accountantsorganisatie. De accountantsorgani-satie is verantwoordelijk voor opzet, bestaan en werking van een stelselvan kwaliteitsbeheersing, dat de kwaliteit waarborgt van de wettelijkecontrole die wordt uitgevoerd door de externe accountants die verbondenzijn aan of werkzaam zijn bij de organisatie.De accountantsorganisatie heeft te zorgen voor een kwaliteitsgerichtecultuur, die het publiek belang vooropstelt van met name financiers,investeerders, kredietverschaffers of kapitaalverschaffers. Zij zijn degebruikers van de accountantsverklaring. De accountantsorganisatie is ermedeverantwoordelijk voor dat de gebruikers van de accountantsver-klaring kunnen vertrouwen op de financiële verantwoording van degecontroleerde onderneming of instelling.Er is geen sprake van kwaliteit enkel indien de accountantsorganisatieheeft gezorgd voor de randvoorwaarden (er is een stelsel van kwaliteits-beheersing) of indien er geen noodzaak bleek een afgegeven accountants-verklaring in te trekken of aan te passen. Er moet ook daadwerkelijk eenkwalitatief goede controle hebben plaatsgevonden.De wetenschapstoets bevat de aanbeveling de kwaliteit te definiëren vande wettelijke controle. Deze aanbeveling suggereert dat hier nu geendefinitie van is. Er is inderdaad niet één definitie van kwaliteit van dewettelijke controle. Dit is echter ook passend omdat de kwaliteit van dewettelijke controle niet terug te brengen is tot één onderdeel; de wettelijkecontrole bestaat uit verschillende onderdelen, waarvan de kwaliteitseisenop verschillende plekken vindbaar zijn. Die elementen zijn, zoals hiervoortoegelicht, (i) de accountantsorganisatie (bijvoorbeeld inzake het stelselvan kwaliteitsbeheersing), (ii) de externe accountants (beroepsreglemen-tering) en op (iii) de accountantsverklaring (oordeel over getrouwheid vande financiële verantwoording, zoals de jaarrekening, die het wettelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 63 vereiste inzicht geven). De drie rechtsbronnen waar kwaliteitseisen tevinden zijn waaraan deze elementen moeten voldoen, zijn het BurgerlijkWetboek, de Wet toezicht accountantsorganisaties en de Wet op hetaccountantsberoep. Wat mij betreft geven deze elkaar aanvullendebronnen duidelijke definities van de kwaliteit, waaraan de accountantsver-klaring (het resulterend product) moet voldoen, en van de wettelijkecontrole (de beoordeling).Anders dan uit de wetenschapstoets blijkt, gaat het geheel van wettelijkedefinities dus verder dan de waarschijnlijkheid dat een accountant eenfout van de cliënt ontdekt én rapporteert en een definitie van kwaliteit vande wettelijke controle. Beide suggesties miskennen dat er inhoudelijke,materiële eisen gelden naast formele of proceseisen.Hoe draagt het wetsvoorstel bij aan deze (sub)doelen en aan het verhogenvan de controlekwaliteit in het bijzonder?De Commissie toekomst accountancysector (Cta) heeft in haar rapport, datop 30 januari 2020 is aangeboden aan uw Kamer, verschillende aanbeve-lingen gedaan met als doel het duurzaam versterken van de kwaliteit vande wettelijke controles. Dit wetsvoorstel komt grotendeels voort uit dezeaanbevelingen. Alle onderdelen uit het wetsvoorstel zijn op zichzelfvoorwaardenscheppend voor het uiteindelijke doel van de verhoging vande kwaliteit van de wettelijke controle. In de tabel hieronder wordt permaatregel uit het wetsvoorstel ingegaan op de bijdrage van elkemaatregel aan het doel van de verhoging van de kwaliteit van dewettelijke controle.MaatregelBijdrage1Vaststelling, rapportageen publicatie auditquality indicators(«rapportageplicht»)Het bevorderen van het gesprek tussen (potentiële)controlecliënt of «gebruiker» en accountantsorganisatie overaspecten van de te verwachten kwaliteit van de wettelijkecontrole op basis van gerapporteerde informatie overkwaliteitsindicatoren, d.w.z. over aspecten van kwaliteit vande wettelijke controle.2Versterking governancegrootste accountantsor-ganisatiesMeer intern toezicht, onder andere op voorstellen totwinstuitkering en besluiten die de eigendomsverhoudingraken. De in totaal 20 à 25 grootste accountantsorganisatieskrijgen daartoe een intern toezichtsorgaan dat aandacht eistvan het management voor het publiek belang bij kwaliteit.3Aanwijzingsbevoegd-heid NBAOp verzoek van de controlecliënt kunnen voorzien in eenaccountantsorganisatie, zodat de financiële verantwoordingbij alle relevante ondernemingen wordt gecontroleerd. Dezemaatregel draagt bij aan kwaliteit in de zin van beschikbaar-heid van externe controle.4Verduidelijkingmede-verantwoor-delijkheid accountantsor-ganisatie voor dekwaliteit van dewettelijke controleHet hebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing bij deaccountantsorganisatie staat nog duidelijker in het teken vande kwaliteit van de wettelijke controle. De maatregel dwingtaandacht af van het management voor het doel van kwaliteitvan de wettelijke controle.5Overheveling toezicht opreguliere vergunning-houders op de AFMDe AFM is niet langer verplicht om rekening te houden metuitkomsten van kwaliteitstoetsingen door derden zoals deNBA of SRA, waardoor dit toezicht onafhankelijker wordt.Het onafhankelijke en professionele wettelijke toezicht vande AFM betreft nu ook de reguliere vergunninghouders.6Melding gebreken inwettelijke controle aande AFMEen melding van een gebrek in de wettelijke controle dooreen accountantsorganisatie vergroot inzicht in ruimte voorverbetering van de kwaliteit van de wettelijke controle.Meldingen van gebreken in de wettelijke controle vindenvaker plaats.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 64 7aDrempelverlagingvakbekwaamheidaccountants uit derdelandenAccountants van buiten de Europese Unie mogen aanvul-lende diploma’s etc. behalen om vakbekwaamheid aan tetonen in plaats van volledige opleiding te hoeven volgen.Aanbod van controlecapaciteit kan daardoor toenemenwaardoor er meer wettelijke controles mogelijk worden.7bModernisering internegovernance NBADe NBA vervangt haar ledengroepen door «faculties» en«communities» en kan bij eigen verordening haar organisa-tiestructuur aanpassen, rekening houdend met de diversiteitonder haar leden. Beroepsorganisatie gaat nog meerfunctioneren als een eenheidsorganisatie op basis vankennis in plaats van historische «bloedgroepen».7cStroomlijning accoun-tantstuchtrechtUitbreiding van het instrumentarium en wijziging inprocedures in het accountantstuchtrecht. Het tuchtrecht vanaccountants krijgt extra mogelijkheden tot het geven vangerichte prikkels aan accountants. De leden van de commissie constateren verder dat als problemen in desector een grote uitstroom en beperkte instroom van accountants en eendaling van het aantal met name kleine en middelgrote accountantskan-toren worden genoemd. In hoeverre is het wetsvoorstel ook gericht op hettegengaan van deze ontwikkelingen en hoe dragen de verschillendeelementen van het wetsvoorstel daaraan bij?Grote uitstroom en beperkte instroom van accountants is een probleemdat actie vereist. Het wetsvoorstel ziet hier niet specifiek op, omdat ineerste instantie de sector dit zelf dient op te pakken. De accountants, deaccountantsorganisaties, de Nederlandse Beroepsorganisatie vanAccountants (NBA) en de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding(CEA) werken onder andere aan de modernisering van het beroepsprofielvan de accountant en van de eindtermen voor de accountantsopleiding(Kamerstukken II 2023/24, 33 977, nr. 47).Wetsvoorstel in relatie tot lagere regelgevingDe leden van de commissie constateren dat het wetsvoorstel diverseverwijzingen bevat naar nog op te stellen lagere regelgeving. De ledenvan de commissie verwijzen in dit verband naar de voorsteldeartikelen 45a, eerste lid, (vaststellen kwaliteitsindicatoren), 45b (bepalenvan evaluatiefrequentie indicatoren), 45c, eerste lid, (maximale bewaar-termijn monitoringsinformatie), 45c, tweede lid, (bepalen van reikwijdtevan de rapportageverplichting ex artikel 45a, tweede lid), 45c, derde lid,(nadere regels inzake de verplichtingen als bedoeld in artikel 45a, tweedeen derde lid, en de evaluatie en het verslag, bedoeld in artikel 45), 54a,eerste lid, onderdeel e, (eisen aan aanvraag aanwijzing accountantsorga-nisatie), 54a, vierde lid, (reikwijdte aanwijzingsbevoegdheid), 54e (nadereregels inzake verschillende elementen uit de artikelen 54a, 54b en 54c) enartikel 57, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep (regels ter zakevan bevoegdheid AFM tot opleggen last onder dwangsom).Kan de regering een overzicht geven van alle voorgenomen lagereregelgeving en een toelichting geven op de hoofdlijnen van de inhouddaarvan en inzicht geven in de planning?Met de voorbereiding van de lagere regelgeving is begonnen, met het oogop consultatie daarvan. De inhoud daarvan is momenteel nog inonderzoek. Dit wetsvoorstel bevat een tiental delegatiebepalingen voor deWab in verband met de rapportageplicht van accountantsorganisaties ende aanwijzingsbevoegdheid van de NBA. De Wet toezicht accountantsor-ganisaties (Wta) bevat nu al een delegatiebepaling ten aanzien van hetstelsel van kwaliteitsbeheersing van een accountantsorganisaties dus dieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 65 hoeft niet aangepast te worden. Hieronder volgt een inhoudelijke richtingvoor de delegatiebepalingen, per betreffende maatregel en waar deze tevinden is in het wetsvoorstel.Rapportageplichti.Artikel 45a, eerste lid Wab stelt: «Bij regeling van Onze Ministerworden (...) kwaliteitsindicatoren vastgesteld (...)». Deze bepalingmaakt het mogelijk in een ministeriële regeling de eerste set vanelf kwaliteitsindicatoren bekend te maken waarover accountantsorga-nisaties gaan rapporteren (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3,blz. 50).ii.Artikel 45b Wab stelt: «Het bestuur van de beroepsorganisatieevalueert de geschiktheid en volledigheid van de kwaliteitsindicato-ren (...) telkens na een bij ministeriële regeling te bepalen peri-ode (...)». Op grond van deze bepaling zullen geregeld evaluatiesplaatsvinden van de geldende set kwaliteitsindicatoren. De eersteevaluatie door de NBA is voorzien na 3 jaar na inwerkintreding van derapportageplicht.iii.Artikel 45c, eerste lid, Wab stelt: «Bij algemene maatregel vanbestuur wordt de maximale bewaartermijn bepaald van aan hetbestuur van de beroepsorganisatie gerapporteerde informatie». Metdeze bepaling wordt duidelijk waaraan de NBA zich moet houden bijhet bewaren van de informatie die accountantsorganisaties aan haarrapporteren ten aanzien van de kwaliteitsindicatoren. Deze grondslagis opgenomen in verband met het beginsel van opslagbeperking.Aansluiting bij de bewaartermijn van controledossiers van 7 jaar leidttot dezelfde termijn voor de bewaring van de gerapporteerdeinformatie over kwaliteitsindicatoren (Kamerstukken II 2023/24,36 484, nr. 3, blz. 54).iv.In artikel 45c, tweede lid, Wab staat dat bij algemene maatregel vanbestuur kan worden bepaald dat de rapportageplicht van accoun-tantsorganisaties van toepassing is op andere controles dan in demaatregel genoemde categorieën van de wettelijke controles. Dezebepaling biedt de mogelijkheid om de reikwijdte van de rapportage-plicht uit te breiden. De gedachte achter deze mogelijkheid is namelijkdat er bij wet verplichte controles zijn die te vergelijken zijn met bijwettelijke verplichte controles als bedoeld in het jaarrekeningenrecht.Het kan daarom nuttig blijken voor beide categorieën controleshetzelfde inzicht in kwaliteitsaspecten van uitvoering te bieden aangebruikers (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, blz. 54).v.In artikel 45c, derde lid, Wab staat: «Bij regeling van Onze Ministerkunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot deverplichtingen, bedoelde in artikel 45a, tweede en derde lid, en deevaluatie en het verslag, bedoeld in artikel 45b». Deze bepaling maakthet mogelijk regels te stellen met het oog op de wijze van uitvoeringvan de rapportageverplichting, van de openbaarmakingsverplichtingvan de NBA. Deze bepaling ziet op technische aspecten, zoalsfrequentie, wijze van rapportering en openbaarmaking, met het oogop uniformiteit en daarmee op zo laag mogelijke administratievelasten. Daarnaast kunnen er regels komen om te voorzien in de wijzevan uitvoering van de evaluatie en het opstellen van het evaluatiever-slag. (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, blz. 54–55).Aanwijzingsbevoegdheidvi.Artikel 54a, eerste lid, onderdeel e, Wab zegt: «De aanvraag bevat: (...)andere bij algemene maatregel van bestuur bepaalde informatie».Deze bepaling biedt de mogelijkheid te verduidelijken welke extrainformatie een controleplichtige onderneming of instelling moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 66 aanleveren die een aanvraag indient om aanwijzing van eenaccountantsorganisatie, naast de in de wet bepaalde informatie. Alsbij de uitvoering van de aanwijzingsbevoegdheid blijkt dat hetbestuur van de NBA in aanvulling op de in de wet opgenomeninformatie nog aanvullende informatie nodig heeft om een zorgvuldigbesluit te nemen op de aanvraag kan bij AMvB worden bepaald datdie moet worden aangeleverd (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3,blz. 56).vii.Artikel 54a, vierde lid, Wab stelt: «Bij algemene maatregel vanbestuur kan worden bepaald dat dit hoofdstuk ook van toepassing isop ondernemingen of instellingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid,onderdeel p, van de Wet toezicht accountantsorganisaties». Met dezebepaling wordt het mogelijk erin te voorzien dat ook aan andereondernemingen of instellingen dan organisaties van openbaar belangde NBA mogen vragen om een accountantsorganisatie aan te wijzen.Indien het op enig moment nodig blijkt dat met organisaties vanopenbaar belang vergelijkbare ondernemingen of instelling alsbedoeld in de bijlage bij de Wta de mogelijkheid moeten krijgen tevragen om aanwijzing van een accountantsorganisatie, dan bestaatdaartoe de mogelijkheid (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3,blz. 56).viii.Artikel 54e, eerste lid, Wab zegt dat bij algemene maatregel vanbestuur regels kunnen worden gesteld over de aan te levereninformatie, de uiterlijk datum van indiening van de aanvraag en vande wijze van indiening van de aanvraag om aanwijzing van eenaccountantsorganisatie, de factoren op basis waarvan de NBA deinspanningen beoordeelt van de aanvragen om zelf een accountants-organisatie te contracteren, factoren aan de hand waarvan de NBA toteen besluit komt om een bepaalde accountantsorganisatie aan tewijzen en factoren aan de hand waarvan de NBA kan beslissen overeen redelijke vergoeding voor de controle-opdracht. Kortom, dezebepaling ziet op de inhoud en het proces van uitoefening van debevoegdheid van de NBA om een accountantsorganisatie aan tewijzen. Op dit moment is geen lagere regelgeving op deze grondslagvoorzien. Indien het op een later moment nodig blijkt kan wordenvoorzien in nadere regels met het oog op effectief, efficiënt enzorgvuldig verloop van de uitoefening van de aanwijzingsbevoegd-heid door de NBA (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, blz. 58).ix.Artikel 57, eerste lid, 2e volzin, Wab luidt: «Onze Minister kan regelsstellen ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid. Met «deze»wordt bedoeld de bevoegdheid van de AFM om tot oplegging vaneen bestuurlijke boete voor het niet-naleven door de accountantsor-ganisaties van de rapportageplicht of de medewerkingsplicht aan deaanwijzing tot als accountantsorganisatie die de wettelijke controlemoet uitvoeren.Stelsel van kwaliteitsbeheersingx.Artikel 18, derde lid, van de Wta stelt: «Bij of krachtens algemenemaatregel van bestuur worden met het oog op de bevordering vanhet vertrouwen in de financiële markten, de waarborging van hetpublieke belang van de accountantsverklaring en het toezicht op denaleving van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, regelsgesteld ten aanzien van de kwaliteitsbeheersing en het stelsel vankwaliteitsbeheersing». Het stelsel van kwaliteitsbeheersing van deaccountantsorganisatie moet de kwaliteit borgen van de wettelijkecontroles. Er zullen belangrijke minimale eisen aan de opzet, hetbestaan en de werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing zijn.In beeld zijn nu de volgende: de accountantsorganisatie zorgt er voordat de externe accountant en de overige controlemedewerkers in deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 67 uitvoering van de wettelijke controle professionele oordeelsvormingtoepassen. Dat zij werken met een professioneel-kritische instelling.En voorts dat het controle-oordeel is gebaseerd op voldoende engeschikte informatie. In essentie komt deze uitwerking erop neer datde accountantsorganisatie weet dat zij de externe accountants en demedewerkers, die meewerken aan de wettelijke controle, dekwaliteitsstandaarden moet laten toepassen (Kamerstukken II2023/24, 36 484, nr. 3, blz. 16).Aanbevelingen Commissie toekomst accountancysectorDe leden van de commissie constateren dat de Commissie toekomstaccountancysector (Cta) in haar eindrapport van 30 januari 2020 22 aanbe-velingen heeft gedaan om de wettelijke controle duurzaam te verbeteren.2Bij brief van 20 maart 2020 heeft de Minister van Financiën de Kamergeïnformeerd dat hij de analyse van de Cta onderschrijft en het overgrotedeel van de aanbevelingen zal opvolgen.3 Op 30 oktober 2023 is deslotrapportage verschenen van de kwartiermakers toekomst accountancy,die waren belast met de opvolging en uitvoering van een deel van deaanbevelingen van de Cta.4 Uit de stukken blijkt nu niet overzichtelijk hoede regering de aanbevelingen heeft opgevolgd.De leden van de commissie vragen de regering daarom of de regering eenoverzicht kan geven van de 22 aanbevelingen van de Cta en daarbij steedskan aangeven in hoeverre de betreffende aanbeveling is of wordtopgevolgd en op welke wijze (bijvoorbeeld door middel van onderhavigwetsvoorstel) en wat de stand van zaken en planning is.Ik kan het volgende schematische overzicht geven van de 22 aanbeve-lingen, de opvolging en de stand van zaken.Aanbeveling CtaOpvolgingStand van zaken/planningAanbeveling 1Om de kwaliteit vanwettelijke controles beterinzichtelijk te maken dienenop korte termijn uniformeAudit Quality Indicators teworden vastgesteld diebeoordeeld worden door detoezichthouder. Dezeindicatoren dienen gezamen-lijk representatief te zijn voorde drie niveaus van kwaliteitOpgenomen Artikel I,onderdeel M, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 2Accountantsorganisatiesdienen aan de hand van dezeindicatoren periodiek over dekwaliteit van de uitgevoerdewettelijke controles terapporteren. Deze rapporta-ges worden op één openbaartoegankelijke locatiebijeengebracht om vergelij-king van accountantsorgani-saties te vergemakkelijkenOpgenomen in Artikel I,onderdeel M, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede Kamer2Kamerstukken II 2018/19, 33 977, nr. 21.3Kamerstukken II 2019/20, 33 977, nr. 29.4Kamerstukken II 2023/24, 33 977, nr. 46.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 68 Aanbeveling CtaOpvolgingStand van zaken/planningAanbeveling 3Wetenschap, toezichthoudersen de accountancysectormoeten zich inspannen voormeer (wetenschappelijk)onderzoek naar de kwaliteitvan de Nederlandseaccountancysector, metinbegrip van de factoren dieverschillen in kwaliteitverklarenData komen beschikbaar die(wetenschappelijk) onder-zoek mogelijk maken,wanneer accountantsorgani-saties beginnen te rapporte-ren over de kwaliteitsindica-toren. Dit gebeurt nadat hetwetsvoorstel is aangenomen,inclusief de rapportageplicht,en inwerking is getredenBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 4De commissie beveelt aan deeffectieve werking van hettuchtrecht nader te onderzoe-kenOpgenomen in Artikel III,onderdeel A t/m H, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 5De commissie beveelt aandat in de wettelijke controlesmeer aandacht dient te zijnvoor aspecten van financiëlefraude en (dis)continuïteit. Bijde controle van middelgroteen grote entiteiten dient in deverschillende fasen van hetcontroleproces standaardforensische expertiseaanwezig te zijn in hetcontroleteam. Ook in de(permanente) educatie dientmeer aandacht te zijn voordeze onderwerpenSlotrapportage kwartierma-kers toekomst accountancys-ector van 21 november 2023roept hiertoe opDe NBA neemt deze aanbeve-lingen ter harte; zie haar briefvan 28 november 2024 (berichtvan 4 december 2024 opwww.accountant.nl)Aanbeveling 6Ten aanzien van de niet-financiële informatie beveeltde commissie aan dat dezeniet volledig moet wordenvoorbehouden aan accoun-tants en dat accountantstransparant zijn over de matevan zekerheid die aan eenonderzoek naar niet-financiële informatieontleend kan wordenImplementatie-voorstelrichtlijn CSRD ligt bij uwKamer, echter nog niet metde mogelijkheid vanonafhankelijke assurance-dienstverleners, in afwach-ting van de resultaten vaneen lopend onderzoekhiernaarBehandeling vindt plaats in deTweede Kamer van hetwetsvoorstel Wet implementa-tie richtlijn duurzaamheidsrap-portering (Kamerstukken II,36 678, nr. 3)Aanbeveling 7De commissie beveelt naderonderzoek aan naar reedsbestaande, alternatievestructuurmodellen zoals auditonly en joint auditSlotrapportage Kwartierma-kers toekomst accountancy-sector van 21 november 2023gaat in op resultaten vanonderzoeken naar alterna-tieve structuurmodellen:audit only, joint audit enintermediairmodelOp 12 maart 2024 is de Kamergeïnformeerd dat de conclu-sies van de Kwartiermakerstoekomst accountancysectorworden overgenomen: anderestructuurmodellen zijn nu nogniet aan de orde bij gebrek aanovertuigende voordelenAanbeveling 8De commissie beveeltanalyse van buitenlandseervaringen met alternatievestructuurmodellen aanAanbeveling 9De commissie beveelt aan opbeperkte schaal te experi-menteren met een intermedi-airTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 69 Aanbeveling CtaOpvolgingStand van zaken/planningAanbeveling 10De commissie beveeltinvoering van een op hetstructuurregime geïnspireerdregime voor OOB en groteniet-OOB accountantsorgani-saties aan. De raad vancommissarissen moet daarbijde opdracht krijgen in hetbijzonder acht te slaan op depublieke taak en verantwoor-delijkheid van de accoun-tantsorganisatie en goedkeu-ringsrechten krijgen voorbelangrijke besluiten, zoalsbijvoorbeeld ten aanzien vanwinstuitdeling, bezoldigings-beleid – waarbij kwaliteitcentraal moet staan – eninvesteringenVerwerkt in Artikel II,onderdeel D–E, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 11De ingezette cultuurverande-ring moet onverminderddoorgaan. Dit vergt aanpas-sing van de opleiding totaccountant en van accoun-tantsorganisaties waarbijmeer aandacht moet zijn voorsoft skills, reflectie enintervisie, werkdruk, dework-life balance en eencultuur gericht op «het goededoen». Autonomie en opencommunicatie moeten inplaats komen van hiërarchieen bureaucratie. Professio-nele oordeelsvorming moetvoldoende ruimte krijgenKwartiermakers toekomstaccountancysector hebben inhun slotrapportage van21 november 2023 tevens hetExpertadvies Educatieopenbaar aangebodenDe NBA heeft op 29 januari2025 bekend gemaakt dat eenkernteam voorstellen heeftontwikkeld tot moderniseringvan het beroepsprofiel van deaccountant, als ijkpunt voor demodernisering van deopleidingenAanbeveling 12De commissie beveelt aanhet begrip Organisatie vanOpenbaar belang op basisvan heldere criteria beter afte bakenenIn zijn appreciatie van20 maart 2020 heeft hettoenmalige kabinetbeargumenteerd dat derelatief open formulering vaneen organisatie vanopenbaar belang voordeligis. Er is daarmee juist ruimteom entiteiten aan te merkenals OOB waarbij eenverscherpte controle vantoegevoegde maatschappe-lijke waarde isIk deel de eerdere beoordelinghiernaast van deze aanbeve-lingAanbeveling 13De commissie beveelt aan teonderzoeken in welke mate inwetgeving en toezichtonderscheid kan wordengemaakt op klantniveau inplaats van op het niveau vande accountantsorganisatieDeze aanbeveling is eropgericht dat er ruimte komtvoor meer proportioneleeisen aan de wettelijkecontrole al naar gelang deaard en omvang van decontroleplichtige entiteit. Inplaats van, zoals nu het gevalis, generiek eisen te stellenaan de accountantsorganisa-ties, die OOB’s controlerenIn zijn appreciatie van 12 maart2024 heeft het toenmaligekabinet toegelicht dat nietwordt gekozen voor verlagingvan de waarborgen bijaccountantsorganisaties omorganisaties van openbaarbelang te mogen controleren.Dit vanwege het belang vandie waarborgen voor dekwaliteit van de wettelijkecontroleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 610 Aanbeveling CtaOpvolgingStand van zaken/planningAanbeveling 14De commissie adviseert deverlengingsmogelijkheid uitartikel 17, vierde lid, van deauditverordening alsnog opte nemen in de Wta endaarbij aan te sluiten bij inEuropa gebruikelijketermijnenIn zijn appreciatie van20 maart 2020 heeft hettoenmalige kabinettoegelicht deze aanbevelingniet over te nemen met hetoog op de positieveconsequenties van een«frisse blik» en op de risico’svan een langer dan 10-jarigeverbintenis tussen accoun-tantsorganisatie engecontroleerde onderne-ming.Ik deel de eerdere beoordelinghiernaast van deze aanbeve-lingAanbeveling 15De commissie beveeltinvoering aan van eenbevoegdheid voor deMinister van Financiën om –als ultimum remedium – eenaccountantsorganisatie toe tewijzen aan een controleplich-tige entiteit die er ondanksgerede inspanning niet in isgeslaagd een accountantsor-ganisatie te contracterenOpgenomen in Artikel I,onder O t/m R, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 16De commissie beveelt aan deverantwoordelijkheid van degecontroleerde entiteit voorde opzet en de werking vande risicobeheersings- encontrolesystemen meer totuitdrukking te laten brengen.De wijze waarop dientonderwerp te zijn van naderonderzoekHet toenmalige kabinet heeftdeze aanbevelingenovergenomen in deKamerbrief van 20 maart2020. Vervolgens hebben deschragende partijen van deNederlandse CorporateGovernance Code eenvoorstel ontwikkeld voor een«Verklaring omtrentRisicobeheersing»De Corporate GovernanceCode is geactualiseerd met deVerklaring omtrent Risicobe-heersing.Aanbeveling 17De commissie beveelt aan1) de communicatie teverbeteren tussen de raadvan commissarissen en deaandeelhouders over de wijzewaarop de opdrachtverleningaan en 2) het toezicht op hetfunctioneren van de externeaccountant heeft plaatsge-vonden. De wijze waaropdient onderwerp te zijn vannader onderzoekAan onderdeel 1 heeft de NBA opvolging gegeven door middelvan de aangepaste Handreiking 1118«Het optreden van de externe accountant in de algemenevergadering van aandeelhouders» van 27 februari 2024 (ziehttps://www.nba.nl/wet-en-regelgeving/handreikingen/nba-handreiking-1118/). De NBA vraagt hierin accountants omtransparanter te zijn over de bevindingen van de accountanttijdens de controle en verder o.a. dat de accountant bij hetoptreden op de aandeelhoudersvergadering duidelijk moetmaken aan welke onderwerpen door hem of haar primairaandacht is gegeven bij de controle, zoals aan continuïteit enfrauderisico’s.Aan onderdeel 2 is opvolging gegeven door middel van de«Verklaring omtrent Risicobeheersing», opgenomen in deNederlandse Corporate Governance Code. Zie hierboven vooreen toelichting.Aanbeveling 18De commissie beveelt deuitvoering van het toezicht zoin te richten dat het de jureen de facto wordt uitgeoe-fend door de AFMOpgenomen in Artikel II,onderdeel E, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 611 Aanbeveling CtaOpvolgingStand van zaken/planningAanbeveling 19De commissie beveelt aan inde uitvoering van het toezichtde beoordeling vankwaliteitsbeheersings-systemen, naast voldoendeaandacht voor compliance ende factoren die van materiëleinvloed zijn op de kwaliteit,centraal te stellen en hetbevorderen van kwaliteitsver-betering het doel te laten zijnOpgenomen in Artikel II,onderdeel A, van wetsvoor-stelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 20De commissie beveelt aan bijde toezichthouder eenlaagdrempelige voorzieningin te richten waar accoun-tants en accountantsorgani-saties gebreken in deuitvoering van controles doorandere accountants ofaccountantsorganisatieskunnen meldenOpgenomen in Artikel II,onderdeel B, van hetwetsvoorstelBehandeling vindt plaats in deTweede KamerAanbeveling 21De commissie beveelt aanbelemmeringen in detoepassing van nieuwetechnologie in controlestan-daarden en toezicht weg tenemen en om in de opleidingdaaraan gepaste aandacht tebestedenDe Kwartiermakers toekomstaccountancysector hebben inhun slotrapportage van21 november 2023 accoun-tantsorganisaties opgeroe-pen innovatieve instrumen-ten te gebruiken aangeziener geen belemmeringenblijken te zijnAccountantsorganisaties, dienu kunnen weten dat er geenbelemmeringen zijn, zijn nuaan zetAanbeveling 22De commissie beveelt aaneen kwartiermaker tebenoemen die de voortva-rende implementatie van dediverse aanbevelingenwaarborgtDe Kwartiermakers toekomstaccountancysector zijnaangesteld in 2020 enhebben hun slotrapportageop 21 november 2023aangeboden aan de Minister,die deze heeft gestuurd aande Tweede Kamer.De slotrapportage en eenappreciatie daarvan zijn aan deKamer aangeboden met eenKamerbrief van 12 maart 2024 Rapportageverplichting audit quality indicatorsDe leden van de vaste commissie voor Financiën hebben verzocht om tereflecteren op de aanbevelingen uit de wetenschapstoets WijzigingswetAccountancysector. Hieronder volgt een reactie op de specifieke aanbeve-lingen uit de wetenschapstoets over de rapportageverplichting en over deanalyse die daaraan ten grondslag ligt.De wetenschapstoets geeft aan dat de rapportageplicht redelijk enuitvoerbaar is als instrument om de beleidsdoelen te realiseren. Watbetreft doeltreffendheid stelt deze toets dat voor zes van de elf kwaliteits-indicatoren (of AQI’s) geldt dat er een duidelijke relatie is met auditkwa-liteit. Daarbij apprecieert de toets dat de doeltreffendheid van dezerapportageplicht veronderstelt dat er een relatie is tussen de kwaliteitsin-dicator en de controlekwaliteit en dat deze plicht een kwaliteitsverhogendeffect heeft. De wetenschappers menen dat de doeltreffendheid van deAQI’s beperkt is, dat de AQI’s verwarrend kunnen zijn en geven in huntweede aanbeveling aan dat een verdere onderbouwing nodig is voor derelatie tussen controlekwaliteit en de AQI’s.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 612 Het doel van deze maatregel is dat de rapporterende accountantsorgani-satie informatie beschikbaar stelt over aspecten die van invloed kunnenzijn op de kwaliteit van de wettelijke controle. Op basis van die openbareinformatie kunnen bijvoorbeeld bestaande en potentiële controlecliëntenmaar ook investeerders, kredietverschaffers of schuldeisers een accoun-tantsorganisatie bevragen over te verwachten kwaliteit van de wettelijkecontrole. Naar verwachting geeft de rapportage ook het management vande accountantsorganisaties inzicht op welke punten moet of kan wordenbijgestuurd voor wat betreft de kwaliteit en de daarvoor benodigdebedrijfsvoering. Die sturing kan mede plaatsvinden naar aanleiding van derelatieve prestaties van de eigen accountantsorganisatie ten opzichte vanandere kantoren. De rapportageplicht is te gebruiken voor iedereen dievertrouwen in de kwaliteit van de wettelijke controle wil kunnen baserenop openbare, vergelijkbaar gemaakte informatie over aspecten vankwaliteit van de wettelijke controle.Daarnaast is de regering ervan overtuigd, anders dan de wetenschaps-toets, dat alle elf kwaliteitsindicatoren een relatie hebben met decontrolekwaliteit. Zie daarvoor ook de tabel verderop. De aard van dierelatie verschilt uiteraard per kwaliteitsindicator en per niveau vanabstractie. Maar alle niveaus en alle kwaliteitsindicators zijn relevantomdat zij als geheel een beeld geven van de werkwijze van een accoun-tantsorganisatie op punten die van invloed zijn op de kwaliteit van hetcontrolewerk. De gebruiker kan daarbij aan bepaalde kwaliteitsindicatorennatuurlijk meer waarde toekennen dan aan andere kwaliteitsindicatoren.Een aantal aanbevelingen van de wetenschappers leidt tot een verhogingvan regeldruk en uitvoeringslasten voor accountantsorganisaties. De setkwaliteitsindicatoren is van groot belang, maar deze moeten wel op eenzo proportioneel mogelijke wijze worden ingevoerd. Dit wordt hierondertoegelicht.De wetenschappers stellen in hun derde aanbeveling voor om processenuit te werken voor de rapportage inclusief duidelijke normen. Daarnaaststellen de wetenschappers voor om een proces te beschrijven voor deverificatie van de juistheid. Tot slot adviseren deze wetenschappers omeen proces uit te werken voor een periodieke evaluatie van afzonderlijkeAQI’s, om de betrouwbaarheid en juistheid te waarborgen.De rapportages van de AQI’s geven feitelijke informatie zonder dataccountants worden onderworpen aan normen; er is immers geendoelstelling, minimum of maximum per AQI gesteld waar de accountants-organisatie aan moet voldoen. Accountantsorganisaties kunnen zelf hetbeste bepalen op welke manier zij deze informatie verzamelen. Deaccountantsorganisatie is zelf verantwoordelijk voor de juistheid van degerapporteerde informatie en gemeten resultaten. Omdat er geen reden iste veronderstellen dat er problemen zullen zijn met deze rapportageplichtis er geen aanleiding om op voorhand met meer regels te komen die zienop bedoelde waarborgen.De NBA zal een evaluatie uitvoeren van de eerste set kwaliteitsindicatorenwaarover accountantsorganisatie gaan rapporteren. Deze evaluatie isvoorzien na drie jaar na inwerkingtreding van deze plicht. De NBA zalhiervoor dus een proces in richten. Ik blijf hierover in gesprek met deNBA.De wetenschappers stellen in hun vierde aanbeveling voor om stake-holders van accountantsorganisaties duidelijke informatie te verschaffenover zowel de doelen als de beperkingen van kwaliteitsindicatoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 613 Er zijn op dit moment geen problemen te voorzien met de juistheid van derapportages. De gerapporteerde informatie bevat geen kwaliteitsoordeelen geeft alleen feitelijke informatie op elf aspecten van controlekwaliteit.Het is aan belanghebbenden zelf om die informatie te interpreteren endaar conclusies uit te trekken en daarover in gesprek te treden met debetreffende accountantsorganisatie.DoeltreffendheidDe leden van de commissie constateren dat de regering kiest voor eenwettelijke rapportageverplichting, waarbij de audit quality indicators –grotendeels op basis van het voorstel van de kwartiermakers – in eenministeriële regeling worden vastgesteld door de Minister van Financiën.De regering stelt – kort verwoord – dat van het invoeren van kwaliteitsindi-catoren op zichzelf geen kwaliteitsverhogend effect kan worden verwacht,maar dat data wel bijdragen aan het voeren van een goede discussie enhet nemen van gefundeerde beslissingen door belanghebbenden. Ookstelt de regering dat de indicatoren inzicht geven in de factoren die vaninvloed zijn op de kwaliteit van wettelijke controles en zo een basis biedenom het debat meer gefundeerd te voeren.Kan de regering nader toelichten in hoeverre de door de kwartiermakersopgestelde audit quality indicators een beeld geven van de kwaliteit vande wettelijke controle en dit toelichten per indicator?De elf kwaliteitsindicatoren zijn bedoeld om een indicatie te geven vanbepaalde aspecten die van in vloed kunnen zijn op kwaliteit van uitvoeringvan de wettelijke controle. Deze eerste set van elf indicatoren is zorgvuldigen in nauwe samenwerking tussen werkgroepen uit de accountancysectoren de kwartiermakers tot stand gekomen, inclusief een consultatie. Dezeset is bewust gekozen om kwaliteitsaspecten van de wettelijke controleinzichtelijk te maken, aan de hand van een beperkt aantal indicatoren.Nadat in de eerste drie jaren na inwerkintreding eerste ervaring isopgedaan zal de NBA evalueren, wat kan leiden tot aanpassing van een ofmeerdere indicatoren. Deze indicatoren bieden informatie als basis vooreen gesprek over aspecten van kwaliteit. Met die informatie kunnenbijvoorbeeld bestaande en potentiële controlecliënten maar ook inves-teerders, kredietverschaffers of schuldeisers een accountantsorganisatiebevragen over de te verwachten kwaliteit van de wettelijke controle.In de tabel hieronder volgt voor elk van de elf kwaliteitsindicatoren eentoelichting welke informatie deze geven over een bepaald aspect vankwaliteit.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 614 NiveauNr.KwaliteitsaspectInformatie1° Controlekwaliteit1Betrokkenheid van deexterne accountantHet percentage van de uren besteedaan de kwaliteit van de wettelijkecontrole door de eindverantwoorde-lijke accountant, ten opzichte van hettotale aantal uren besteed aanwettelijke controles2Tekortkomingen incontroles in jaarreke-ningenHet aantal afgeronde wettelijkecontroles met een tekortkoming in decontrole of de jaarrekening, onder-scheiden in soorten tekortkomingen3Actuele onderwerpen:fraude en continuïteitHet percentage vermoede ofgeïdentificeerde materiële fraudesdan wel gerede twijfel aan continuï-teit, van het totaal aantal wettelijkecontroles2° Kwaliteitsbeheesys-teem4KwaliteitsverhogendemaatregelenHet percentage controleopdrachtenwaarop een of meer kwaliteitsverho-gende maatregel(en) is (zijn) ingezet,onderscheiden naar soort maatregel5Kwaliteitsbeheersings-systeemTotaal aantal bevindingen entekortkomingen, geconstateerd doorde accountantsorganisatie, t.a.v. dewerking en de mate van naleving vankwaliteitsbeheersingssysteem endaarmee het verbeterpotentieel voorkwaliteitsbeheersings-systeem en hettekortkomingen daarin3° Context6CultuurOp een schaal van 1–7:– Medewerkersbetrokkenheid(verbondenheid)– Toereikende planning (tijdsdruk)– Cultuur van excellentie en groei(ruimte om te leren, experimenterenen om kritisch te zijn naast coaching)– Innovatie (toepassing).Responspercentage (onder medewer-kers)7Verloop in hetcontroleteamContinuïteit onder medewerkers inhet controleteam8Investeringen ininnovatieve technolo-giePercentage investeringen van omzet,als indicatie van de investeringsbe-reidheid9BudgetoverschrijdingPercentage controleopdrachten metniet-vergoede budgetoverschrijdingenals indicatie van commerciële druk10OpleidingsurenESG-onderwerpenPercentage uren besteed aanopleiding van totaal aantal beschik-bare uren11Opdrachtgeverstevre-denheidOp een schaal van 1–5:De mate van tevredenheid over dekwaliteit van de accountantsorganisa-tie van de opdrachtgever (auditcom-missie, AvA, RvC) en managementcontrolecliëntResponspercentages Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 615 Kan de regering hierbij ook reageren op de analyse die is gemaakt in hetkader van de wetenschapstoets?5Verwezen wordt naar de eerdere reflectie op alle aanbevelingen van dewetenschappers voor de rapportageverplichting aan het begin van deparagraaf over de rapportageverplichting.Deze leden vragen de regering ook in te gaan op in hoeverre deverplichting tot rapporteren op deze indicatoren bijdraagt aan dedoelstelling van het wetsvoorstel om de kwaliteit van de wettelijkecontrole te verbeteren.Het doel van de rapportageplicht is om gebruikers van de accountantsver-klaring op basis van vergelijkbare informatie in staat te stellen het gesprekaan te gaan met de accountantsorganisatie over wat de organisatie doetom de kwaliteit van de controle te borgen en wat de indicatoren daaroverzeggen. Daarmee draagt de rapportageplicht in ruimere zin bij aan dedoelstelling van dit wetsvoorstel; namelijk inzicht geven in de kwaliteitvan de wettelijke controle die vergelijking mogelijk maakt tussenaccountantsorganisaties en die uniform is voor alle accountantsorgani-saties die vallen onder de rapportageplicht.ReikwijdteDe leden van de commissie constateren dat de regering voornemens isom bij ministeriële regeling te bepalen dat de audit quality indicatorsperiodiek worden geëvalueerd met een eerste evaluatie na een periodevan twee tot drie jaar. In eerste instantie zal de rapportageverplichtingalleen gaan gelden voor een zestal accountantsorganisaties dat eenvergunning heeft om organisaties van openbaar belang te mogencontroleren. Het voornemen is dat na de eerste evaluatie, en aanbrengenvan eventuele aanpassingen van de indicatoren, de rapportagever-plichting wordt uitgebreid naar ook de accountantsorganisaties diewettelijke controles uitvoeren bij andere organisaties dan die vanopenbaar belang.Is de regering voornemens de Kamer te informeren over de uitkomstenvan deze evaluatie en eventuele aanpassingen van de indicatoren?Het voornemen is om de Kamer te informeren over de uitkomsten enimplicaties van de evaluatie van de indicatoren. Dit wordt gedaan zodrainformatie beschikbaar is, naar verwachting na het derde jaar nainwerkingtreding van de rapportageverplichting.Zowel de Afdeling advisering van de Raad van State als het Adviescollegetoetsing regeldruk geeft in overweging om eerst ervaring op te doen meteen experiment dan wel een pilot. Zijn reeds ervaringen opgedaan met deindicatoren? Zo ja, kan de regering deze toelichten? Zo nee, waarom iservoor gekozen te kiezen voor een wettelijke verplichting en niet eerst eenexperiment?In een brief van 22 maart 2024 schrijft de NBA dat van 2022 tot 2023 eenwerkgroep aan de slag is gegaan om de AQI’s te testen op begrip van determinologie en op hoe accountantsorganisaties de informatie uit hunsystemen kunnen halen. Deze testperiode was bedoeld opdat alleorganisaties hetzelfde aanleveren en uiteindelijk rapporteren. Dewerkzaamheden van deze werkgroep zijn nu klaar. De volgende stap, zovoegde de NBA daaraan toe, is het verzamelen van de meest recente data5Bijlage B bij https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/e2024Z03801&did=2024D08960.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 616 en het rapporteren aan alle gebruikers. Hieraan wordt op dit momentgewerkt door een NBA-projectgroep. Hieruit blijkt dat de uitvoerbaarheidde nodige aandacht krijgt bij de NBA.Bovendien is er al sprake van een gefaseerd invoeren, waarbij alleengestart wordt met de OOB-accountantsorganisaties. Deze rapportageplichtis minder geschikt voor kleinschalige invoering, bijvoorbeeld via een pilot.Juist de vergelijkbaarheid is namelijk een belangrijk doel van de rapporta-geplicht. Om te kunnen vergelijken is informatie van verschillendeaccountantsorganisaties nodig. Dit vergt een verplichting en toezicht opde naleving van de rapportageverplichting en dat deze plicht, indiennodig, kan worden gehandhaafd. Zo ontstaat er een gelijk speelveld vooraccountantsorganisaties.Is het mogelijk om in de eerste evaluatie ook de werkbaarheid van deindicatoren voor kleinere accountantsorganisaties te bezien aangezien derapportageverplichting aanvankelijk alleen geldt voor zes grotereaccountantsorganisaties?De rapportageplicht kwaliteitsindicatoren is belangrijk. Tegelijkertijd vergthet zorgvuldige besluitvorming om ook de circa 220 reguliere vergunning-houders onder deze rapportageplicht te brengen. De evaluatie is bedoeldom mogelijkheden te onderzoeken tot verbetering van de kwaliteit enrelevantie van de kwaliteitsindicatoren. Er kunnen zich immersmaatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan of nieuwewetenschappelijke inzichten zijn ontstaan. Deze kunnen gevolgen hebbenvoor de wijze waarop inzicht in de kwaliteit van de wettelijke controlebeter kan worden. Of ook reguliere vergunninghouders daarna aan deslag moeten gaan met een geëvalueerde en mogelijk verbeterde setindicatoren, mede op basis van ervaringen die zijn opgedaan door zesOOB-accountantsorganisaties, kan dan worden afgewogen. Ik stelbesluitvorming over de invoering van de rapportageplicht voor regulierevergunninghouders daarom uit. Hiertoe is een nota van wijziging bij hetwetsvoorstel opgesteld. Deze maakt het mogelijk de uitkomsten van deevaluatie te betrekken bij de definitieve beslissing over de rapportagedoor reguliere vergunninghouders.Kan de regering in dit licht ook nader ingaan op de keuze voor gefaseerdeinwerkingtreding voor de twee categorieën accountantsorganisaties?De rapportageplicht kwaliteitsindicatoren gaat gelden voorOOB-accountantsorganisaties. Ik heb besloten dat deze vooralsnog nietgaat gelden voor reguliere vergunninghouders. Een gefaseerde invoeringbiedt de mogelijkheid om lessen te trekken uit de eerste periode vanimplementatie en uitvoering, waardoor eventuele knelpunten of verbete-ringen kunnen worden geïdentificeerd en aangepakt. Daarna kan op basisvan lessen uit de evaluatie van de rapportageplicht worden besloten overde rapportage door de reguliere vergunninghouders.Wanneer en op basis van welke criteria zal worden besloten tot inwerking-treding voor beide categorieën?De rapportageplicht kwaliteitsindicatoren gaat nu eerst alleen gelden voorOOB-accountantsorganisaties. En nu nog niet voor de reguliere vergun-ninghouders. De set indicatoren wordt daarna geëvalueerd, waarnabesloten wordt over de rapportage door reguliere vergunninghouders.Welke rol ziet de regering voor de Kamer bij deze besluitvorming;controlerend achteraf of ook instemmend vooraf?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 617 Het wetsvoorstel bepaalt met de bijgevoegde nota van wijziging niet meerdat de reguliere vergunninghouders moeten gaan rapporteren over dezekwaliteitsindicatoren. Het kabinet zal uw Kamer informeren over deuitkomsten van de evaluatie en implicaties voor de rapportageplicht in hetalgemeen en de set kwaliteitsindicatoren in het bijzonder. Daarbij zal ookworden ingegaan op de rapportage door de reguliere vergunninghouders.Om een rapportageplicht in te stellen dient de wet dan te wordenaangepast, waarover uw Kamer dient te besluiten.De regering benoemt in de memorie van toelichting een MKB-toets die isuitgevoerd na een toezegging aan de Kamer op 30 maart 2023.6 Doel vandeze toets was om een nadere toelichting te krijgen op de werkbaarheid,uitvoerbaarheid, proportionaliteit en ervaren regeldruk van hetwetsvoorstel vanuit het perspectief van accountantsorganisaties, diewettelijke controles uitvoeren bij ondernemingen en instellingen, nietzijnde organisaties van openbaar belang. Kan de regering uitgebreideringaan op de bezwaren vanuit de deelnemers en het verslag van dezepanelbijeenkomst zenden aan de Kamer?De panelbijeenkomst was een bijeenkomst bij het Ministerie vanFinanciën en vertegenwoordigers van MKB-organisaties. Deze bijeen-komst was besloten zodat over en weer in openheid kon wordengesproken over de werkbaarheid en proportionaliteit van het geheel vanhet wetsvoorstel op middelgrote en kleinere accountantsorganisaties diewerken in het wettelijk domein. Het verslag van de MKB-toets is eenzakelijke samenvatting van het besprokene en geeft een algemeen beeldvan de panelbijeenkomst. Naar aanleiding van uw verzoek is aan devertegenwoordigers gevraagd of zij er bezwaar tegen hadden dit verslagopenbaar te maken. Eén vertegenwoordiger heeft een nadere zienswijzeverstuurd met als verzoek om deze met het verslag mee te sturen. Hetverslag en de additionele zienswijze zijn als bijlage toegevoegd.De deelnemers uitten hun zorgen over de maatregel van de rapportage-plicht. Ook deelden zijn hun zorgen over de maatregel van de uitbreidingen versterking van het intern toezicht. Daarnaast gaven zij onder meer aanbezorgd te zijn over de aantrekkelijkheid van het accountancyberoep en decapaciteit bij accountantsorganisaties om nieuwe regelgeving uit tevoeren. Veel deelnemers gaven aan dat zij nauwelijks nieuwe klantenaccepteren omdat zij daar geen ruimte voor hebben; klanten zijn vaaktrouw aan hun accountant. De kwaliteitsindicatoren zouden volgens dedeelnemers voor hun klanten derhalve niet (kunnen) leiden tot een andereaccountantskeuze. De deelnemers benadrukten de noodzaak om onder-scheid te maken tussen de grote accountantsorganisaties, die ookorganisaties van openbaar belang mogen controleren, en regulierevergunninghouders, die uitsluitend controleplichtige middelgrote enkleinere ondernemingen controleren. De wettelijk regels zoudenpassender moet zijn voor middelgrote en kleinere accountantsorgani-saties.De zorgen die tijdens de bijeenkomst zijn uitgesproken zijn begrijpelijk. Inhet wetsvoorstel is hieraan onder andere gehoor gegeven door deaanwijzingsbevoegdheid te beperken tot OOB-accountantsorganisaties.Voorts heb ik besloten om de rapportageplicht kwaliteitsindicatoren ineerste instantie te beperken tot deze accountantsorganisaties.Ook de zorgen over de aantrekkelijkheid van de opleiding tot en het werkvan accountant zijn begrijpelijk. Om die reden heeft het kabinet deslotrapportage van de kwartiermakers omarmd, waarvan het advies van6Kamerstukken 11 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 618 de experts Educatie onderdeel uitmaakt. Het is verheugend dat eenkernteam van de NBA voorstellen heeft ontwikkeld tot modernisering vanhet beroepsprofiel van accountant, als referentie voor de moderniseringvan de opleiding tot accountant. Het is ook positief dat tegelijkertijd onderde Commissie Eindtermen Accountantsopleiding een kerngroepvoorstellen heeft gedaan tot herziening van de eindtermen voor deopleiding tot accountant en dat beide teams contact houden waar datnuttig en nodig is. Deze acties en samenwerking geven kansen op hetaantrekkelijker maken van de opleiding tot en het werk van accountant.Kan de regering nader ingaan op het bezwaar dat de kwaliteitsindicatoren«een stapeling inhouden van telkens van elkaar afwijkende rapportagever-plichtingen jegens de eigen branchevereniging, de Nederlandse Beroeps-organisaties van Accountants, en/of de AFM» en of dit punt wordtmeegenomen in de voorgenomen lagere regelgeving en/of evaluatie(s)?Het kabinet zal zowel de NBA als de AFM vragen om gezamenlijk te kijkenwaar sprake is van een overlap in de rapportageverplichtingen en waarmogelijk die overlap te voorkomen.In hoeverre acht de regering de regeldruk als gevolg van dit wetsvoorstel,en de rapportageverplichting in het bijzonder, proportioneel?Bij de totstandkoming van het wetsvoorstel is ook het Adviescollegetoetsing regeldruk (ATR) geraadpleegd. Het ATR heeft enkele adviezengegeven over het voorstel. Deze adviezen zijn overgenomen in hetwetsvoorstel (Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, par. 5.4). Ook deKwartiermakers toekomst accountancysector hebben aandacht voor deervaren regeldruk bij accountantsorganisaties. Zij analyseren dat deervaren regeldruk niet zozeer voortkomt uit de huidige wet- en regel-geving. Zij hebben gezien dat de ervaren regeldruk eerder komt door demanier waarop accountantsorganisaties deze regels interpreteren enimplementeren binnen hun eigen organisatie. Accountantsorganisatiesvertalen wet- en regelgeving in strakke interne richtlijnen en checklists.Deze interne vertaling is beperkend voor professionals in alle beroeps-groepen, inclusief accountants (Slotrapportage Kwartiermakers toekomstaccountancysector «Druk en tegendruk», Kamerstukken II, 2023/24, 33 997,nr. 46, blz. 45). Er is geen wet-of regelgeving die voorschrijft dat accoun-tantsorganisaties open normen moeten vertalen in strakke internerichtlijnen en checklists. Dat is een keuze van de accountantsorganisatieszelf.Verwerking persoonsgegevensDe leden van de commissie constateren dat de regering het wetsvoorstelen de memorie van toelichting heeft aangepast naar aanleiding vankritische adviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)7 en deAfdeling advisering van de Raad van State.8 De AP stelde dat uit detoelichting op het concept van het wetsvoorstel geenszins de noodzaakbleek om persoonsgegevens van accountants openbaar te maken. De APgaf kort verwoord aan dat hiervoor publicatie op organisatieniveauvolstaat, dan wel voor zover de AFM informatie op persoonsniveau nodigheeft, verstrekken van deze informatie aan de AFM volstaat. De Raad vanState merkte onder meer op dat de effectiviteit van de indicatorenvooralsnog niet duidelijk was en dat daarmee de vraag rijst of de inbreukop het recht op bescherming van de privacy te rechtvaardigen valt. Naaraanleiding van deze adviezen is afgezien van het rapporteren over en7Bijlage bij Kamerstukken 11 2023/24, 36 484, nr. 3.8Kamerstukken 11 2023/24, 36 484, nr. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 619 vervolgens openbaar maken van prestaties op naam van de accountant. Invoorgesteld artikel 45a wordt nu weliswaar nog altijd mogelijk gemaaktdat kwaliteitsindicatoren betrekking kunnen hebben op aan de accoun-tantsorganisatie of het auditkantoor verbonden externe accountants(eerste lid), maar de rapportage geschiedt met gepseudonimiseerdevermelding van de naam van de betrokken externe accountant. Deberoepsorganisatie maakt deze informatie vervolgens openbaar(derde lid), waarbij de informatie in bepaalde gevallen herleidbaar is toteen persoon. Ook een gepseudonimiseerd persoonsgegeven is eenpersoonsgegeven en vergt dus een nadrukkelijke afweging van denoodzaak, evenredigheid en subsidiariteit van de maatregel. In dememorie van toelichting geeft de regering dan een toelichting op deproportionaliteit en de subsidiariteit van het gepseudonimiseerdpubliceren van persoonsgegevens.9 Dit roept bij de leden van decommissie toch nog enkele vragen op.Is het juist dat de enige audit quality indicator die gericht is op deindividuele externe accountant in het voorstel van de kwartiermakers nuziet op de urenbesteding?Ja, dat is juist.Op welke wijze geeft deze indicator inzicht in de kwaliteit van de wettelijkecontrole en hoe draagt het rapporteren hierover bij aan het doel van hetverbeteren van de kwaliteit van de accountantscontrole?Deze AQI biedt inzicht in de mate waarin de verantwoordelijke externeaccountant zelf tijd besteedt aan de uitvoering van wettelijke controles.Deze AQI maakt de relatieve omvang duidelijk van de betrokkenheid vandeze externe accountant, als percentage van het totale aantal urenbesteed aan het uitvoeren van de wettelijke controle. Het percentage urendat de externe accountant besteedt aan wettelijke controles kan daarmeeeen indicatie en dus een referentie zijn voor een gesprek over de mate vanbetrokkenheid van de externe accountant bij de uitvoering van dewettelijke controle, gegeven diens eindverantwoordelijk voor deuitvoering van wettelijke controles. Het zegt iets over de manier waaropde accountantsorganisatie controleteams samenstelt, de taakverdelingbinnen die teams en de rol daarin van de verantwoordelijke externeaccountant.Hoe verhoudt dit zich weer tot de proportionaliteit in het kader van deverwerking van deze persoonsgegevens?Door niet langer een accountantsorganisatie te verplichten de naam vande externe accountant te vermelden bij deze indicator maar slechts degepseudonimiseerde identiteit, is de inbreuk op de persoonlijke levens-sfeer van de externe accountant verminderd. De naam is immers nietlanger zichtbaar. Deze inbreuk is in dit wetvoorstel dus proportionelergemaakt. Daar komt bij dat het vak van accountant per definitie eenopenbaar ambt is, waarbij de accountant op naam de accountantsver-klaring tekent. De accountant is daarmee al een publiek persoon. Hetpubliceren van gepseudonimiseerde gegevens over de relatieve uren diezijn besteed aan wettelijke controles past bij het openbare karakter vandeze publieke taak. In een verzoek van een gebruiker om een naam vrij tegeven van een externe accountant treedt dit wetsvoorstel niet. Een besluitdaarover is aan de betreffende accountantsorganisatie als rapportage-plichtige. Deze accountantsorganisatie maakt een zorgvuldige afwegingvan alle relevante belangen, waaronder de privacy van individuele9Kamerstukken 11 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 50–54.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 620 accountants en nooit zonder toestemming van de betreffende externeaccountant.De leden van de commissie merken op dat de voorzitter van de AP tijdenseen rondetafelgesprek dat de commissie op 20 maart 2024 heeft gevoerdde suggestie deed om in de aangekondigde evaluatie van de audit qualityindicators mee te nemen of er met het oog op de subsidiariteit van deverwerking van persoonsgegevens van accountants bij kleinere kantorenmogelijke alternatieven zijn. De voorzitter van de AP gaf daarbij mee ompas na weging van de eventuele alternatieven een besluit te nemen overeen uitbreiding naar ook de accountantsorganisaties die wettelijkecontroles uitvoeren bij andere organisaties dan die van openbaar belang.Kan de regering reageren op deze suggestie?De leden van de commissie vragen naar om een beschouwing van desuggestie van de voorzitter van de AP tijdens het rondetafelgesprek van20 maart 2025 om in de evaluatie van de AQI’s mede te kijken naarsubsidiariteit van de verwerking van persoonsgegevens van accountantsbij kleinere kantoren. Welke rol ziet de regering hierbij voor de Kamer?De evaluatie is bedoeld om mogelijkheden te onderzoeken tot verbeteringvan de rapportageplicht in het algemeen en van de kwaliteit en relevantievan de kwaliteitsindicatoren in het bijzonder. Er kunnen zich immersmaatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan of nieuwewetenschappelijke inzichten zijn ontstaan. Deze ontwikkelingen ofinzichten kunnen gevolgen hebben voor de wijze waarop de kwaliteit vande wettelijke controle wordt vastgesteld, beoordeeld en gewaardeerddoor gebruikers die belang hechten aan deze informatie.Zoals eerder aangegeven ontvangt uw Kamer te zijner tijd de uitkomstenvan de evaluatie en implicaties voor de rapportageplicht en de setkwaliteitsindicatoren. Daarbij zal ook worden ingaan op de rapportagedoor de reguliere vergunninghouders.AanwijzingsbevoegdheidDe leden van de vaste commissie voor Financiën hebben mij verzocht omte reflecteren op de aanbevelingen uit de wetenschapstoets WijzigingswetAccountancysector. Hierna volgt een reactie op de specifieke aanbeve-lingen uit de wetenschapstoets over de aanwijzingsbevoegdheid en op deanalyse die daaraan ten grondslag ligt.In hun zesde aanbeveling stellen de wetenschappers voor om af te zienvan de invoering van de aanwijzingsbevoegdheid. Zij twijfelen namelijkaan de doeltreffendheid van dit instrument. Zij schrijven dat dit niet hetprobleem van schaarste aan accountants oplost en strijdig is met destandaarden voor cliëntacceptatie.Het doel van de aanwijzingsbevoegdheid is niet om het probleem vanschaarste aan accountants op te lossen. De aanwijzingsbevoegdheid dientom de onwenselijke situatie te voorkomen dat ondernemingen ofinstellingen er niet in slagen een accountantsorganisatie te contracterenterwijl zij wel de verplichting hebben de financiële verantwoording externte laten controleren.De mogelijkheid tot aanwijzing van een accountantsorganisatie betekentniet dat deze haar cliëntacceptatienormen hoeft te schrappen of minderstreng hoeft te zijn in haar controle dan de controlestandaardenvoorschrijven. Ook de vergoeding voor de uitvoering van de controle-opdracht mag redelijk zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 621 De wetenschappers verwachten daarnaast dat deze maatregel de prikkelwegneemt voor een onderneming of instelling om de administratie oporde te hebben of om de nodige risico’s te beheersen. Ook verwachten zijdat de aanwijzingsbevoegdheid voorkomt dat de markt weet dat onder-neming of instelling zelf geen accountant kon vinden. Bij afwezigheid vande dreiging van zo’n marktsignaal zou daarvan ook geen preventief effectmeer kunnen uitgaan.Deze verwachting van de wetenschappers is begrijpelijk. Het valt ook nietop voorhand uit te sluiten dat van een aanwijzingsbevoegdheid eenverkeerd signaal kan uitgaan. Omdat het beeld is dat er nu geenproblemen zijn bij controleplichtige ondernemingen of instellingen omeen accountantsorganisatie te vinden, maar deze maatregel wel inzetbaarmoet zijn indien overtuigend vaststaat dat alleen met deze maatregel eenprobleem kan worden opgelost wordt gewacht met de inwerkingtredingvan deze maatregel. Mochten controleplichtige ondernemingen ofinstellingen in de problemen komen, dan kan deze maatregel alsnog inwerking treden, af te wegen op dat moment.Ook een tegenovergesteld effect is mogelijk. De aanwijzingsbevoegdheidkan ervoor zorgen dat ook ondernemingen of instellingen die de adminis-tratie of de risicobeheersing niet op orde hebben worden gecontroleerd.De accountant kan in zo’n geval echter tot een oordeel komen metbeperking, met een oordeelsonthouding of met een afkeurend oordeel.Deze drie mogelijke verklaringen zal een onderneming willen voorkomen.De onderneming of instellingen zal dus ter vermijding van een dergelijkeaccountantsverklaring zijn administratie op orde willen brengen en denodige risico’s willen beheersen.De wetenschappers stellen in hun zevende aanbeveling voorts voor om teoverwegen om de externe controle van de financiële verantwoording vanorganisaties, die geen accountant kunnen vinden, onder te brengen bijeen gespecialiseerde accountantsorganisatie. Het oprichten van eenspeciale organisatie is een zwaarder middel dan hetgeen nu is voorge-steld in het wetsvoorstel. Het voorstel van de wetenschappers voorzietimmers in een forse ingreep in de (capaciteit van de) accountantsmarkt.Het oprichten van een speciale accountantsorganisatie kan er toe leidendat capaciteit moet worden weggehaald bij de bestaande accountantsor-ganisaties, terwijl er momenteel al schaarste aan controlecapaciteit is. Deaanwijzingsbevoegdheid lijkt daarmee een gerichter instrument, dat voornu voldoende lijkt voor de mogelijk beperkt aantal gevallen waar eenorganisatie van openbaar belang geen accountantsorganisatie kan vinden.Het oprichten van een speciale organisatie is op dit moment nietproportioneel.Tot slot stellen de wetenschappers in hun achtste aanbeveling voor ommogelijkheden te onderzoeken om het probleem van schaarste aanaccountants op te lossen. Zij stellen voor om de verhoging van het aantalOOB-vergunningen te stimuleren door de regeldruk voor die vergunningte verlagen.Ook dit voorstel van de wetenschappers is begrijpelijk in zoverre hetvoordelen kan hebben voor het vergroten van de OOB-controlecapaciteit.Tegelijkertijd is en blijft het van belang dat accountantsorganisaties, diecontroles verrichten van de financiële verantwoording van organisatiesvan openbaar belang, aan extra kwaliteitswaarborgen voldoen. Op ditmoment weegt dit belang zwaarder. Wel verkent de accountancysector, inhet kader van de aanbevelingen van de kwartiermakers, verdere mogelijk-heden om ervoor te zorgen dat er voldoende accountants beschikbaarblijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 622 Ook stellen de wetenschappers in hun achtste aanbeveling voor om, kortgezegd, in Nederland de controlecapaciteit voor organisaties vanopenbaar belang te vergroten door het verlagen van drempels vooraccountants of accountantsorganisaties om vanuit een andere lidstaat ofuit derde landen controlediensten te verlenen. De Wta voorziet al in debedoelde mogelijkheden. Op grond van Europese regels, zoals geïmple-menteerd in Nederland, kunnen auditkantoren die in andere lidstatenwettelijke controles verrichten, na registratie bij de AFM, in Nederlandwettelijke controles verrichten. In de praktijk gebeurt dit ook al.Doel en reikwijdteDe leden van de commissie constateren dat de regering aangeeft dat hetoogmerk van de aanwijzingsbevoegdheid niet hoofdzakelijk is om eenpraktisch probleem te adresseren, maar om het principe hoog te houdendat elke controleplichtige entiteit, voor zover een organisatie vanopenbaar belang, zo nodig daadwerkelijk om toegang zou moeten kunnenverzoeken tot een externe accountant. De regering heeft de verwachtingdat de aanwijzingsbevoegdheid bovendien niet op grote schaal hoeft teworden ingezet en zich vooral afspeelt in het oob-segment.10Kan de regering (bij benadering) aangeven hoeveel gevallen in hetoob-segment en hoeveel gevallen in andere categorieën controles dan bijorganisaties van openbaar belang bekend zijn, waarin het niet lukt om eenaccountantsorganisatie een opdracht te verlenen?In april 2023 is in het nieuws gekomen dat enkele kleinere beursgeno-teerde vennootschappen en daarmee organisaties van openbaar belangmoeilijkheden stelden te hebben met het contracteren van een accoun-tantsorganisaties (zie nos.nl/artikel/2471359-eigenaar-amsterdamse-beurs-schrapt-notering-zes-bedrijven). Deze organisaties zijn er uiteindelijk zelftoch in geslaagd een accountantsorganisatie te contracten voor deuitvoering van een controle-opdracht. Recentelijk nog bleken kleinerebeursgenoteerde vennootschappen een accountantsorganisatie te hebbengecontracteerd, die stelden daar aanvankelijk moeite mee te hebbengehad (fd.nl/financiele-markten/1544595/minifondsen-bever-en-dgb-veilig-dankzij-nieuwe-registeraccountant). Andere gevallen zijn mij niet bekend.Kan de regering nader toelichten waarom nu wordt gekozen om deaanwijzingsbevoegdheid te beperken tot verzoeken van organisaties vanopenbaar belang?De aanwijzingsbevoegdheid is bedoeld als instrument-van-laatste-orde.Uitoefening van deze bevoegdheid houdt een ingreep in in de bestaandecontractsvrijheid. Het is wenselijk hier terughoudend mee om te gaan endaarom, mede in het licht van het advies van de Raad van State, ditinstrument in eerste instantie beperken tot de controleplichtige entiteitenmet grootste maatschappelijke impact, te weten de organisaties vanopenbaar belang. Bovendien wordt deze maatregel wel ingevoerd, maarnog niet in werking gesteld. Mochten controleplichtige ondernemingen ofinstellingen in de problemen komen, dan kan deze maatregel alsnog inwerking treden.Tot slot vragen deze leden of de regering de keuze kan toelichten om eeneventuele uitbreiding van de reikwijdte vorm te geven bij algemenemaatregel van bestuur (AMvB) in plaats van dit nu al of in een laterstadium wettelijk vast te leggen.10Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 35.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 623 Er is voorzien in een relatief snelle mogelijkheid om de reikwijdte tekunnen uitbreiden van de aanwijzingsbevoegdheid van de NBA. Dat isvoor de zekerheid gedaan voor het geval dat in de toekomst andereorganisaties dan OOB’s het niet lukt zelf een accountantsorganisatie tecontracteren. Een algemene maatregel van bestuur leent zich voor eenrelatief snelle uitbreiding.Op basis waarvan beslist de regering te zijner tijd tot die uitbreiding bijAMvB? Dient hiervoor aan bepaalde voorwaarden te zijn voldaan?Het besluit tot het uitbreiden van de aanwijzingsbevoegdheid kan wordengenomen indien er overtuigende problemen blijken te zijn met hetcontracteren van een accountantsorganisatie, die niet anders zijn op telossen dan door regelgeving. Zoals nu ook al geldt vormen klachten overbijvoorbeeld dure offertes, over acceptatie-eisen, de dreiging van eenandere dan goedkeurende verklaring vanwege administraties die niet oporde zijn, of risico’s die niet voldoende zijn beheerst op zichzelf geenproblemen die mij aanleiding geven tot uitbreiding van de reikwijdte. Ermoet dan echt meer spelen.De reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheid is geregeld in artikel 54a.Deze richt zich zoals hiervoor gesteld vooralsnog tot organisaties vanopenbaar belang. Toch bevatten verschillende bepalingen regels voorondernemingen en instellingen, dat wil zeggen een bredere groep dan deorganisaties van openbaar belang, zie bijvoorbeeld artikel 54a, derde lid,artikel 54c en artikel 54d. Kan de regering toelichten waarom hiervoor isgekozen?Artikel 54a regelt dat organisaties van openbaar belang een aanvraagkunnen doen om een aanwijzing van een accountantsorganisatie.Verschillende andere bepalingen, zoals inderdaad artikel 54a, derde lid,artikel 54c en artikel 54d bevatten regels voor ondernemingen eninstellingen. Deze begrippen doelen niet op (geheel) andere organisaties;ondernemingen of instellingen zijn hier namelijk bedoeld als onderne-mingen en instellingen die organisaties van openbaar belang zijn, ofdaarmee vergelijkbare ondernemingen of instellingen die later bij AMvBworden aangewezen. De reikwijdte van deze verplichtingen is dan ookgelijk aan de reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheid.Inrichting aanwijzingsbevoegdheidDe leden van de commissie hebben nog enkele verhelderende vragenover de inrichting en uitwerking van de procedure tot aanwijzing van eenaccountantsorganisatie. Kan de regering toelichten hoe het bestuur in hetgeval van een positief besluit op een aanvraag bepaalt welke accountants-organisatie wordt aangewezen?De NBA stelt zelf vast op welke wijze zij haar bevoegdheid inzet. Zij kan opgrond van haar kennis van de sector een accountantsorganisatieaanwijzen die beschikt over specifieke kennis van de branche waarin deverzoekende onderneming of instelling actief is. Ook kan de NBA decontrolecapaciteit van de accountantsorganisatie laten meewegen om decontrole binnen de gestelde termijnen en de vereiste normen uit tevoeren. De NBA dient bij de aanwijzing wel rekening te houden met deprocedurele waarborgen in het wetsvoorstel. Zo moet het onder anderede huidige wettelijke regels rond clientacceptatie in acht nemen diekunnen verbieden dat een bepaalde accountantsorganisatie een specifiekecontroleplichtige entiteit aanvaardt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 624 Deze leden lezen dat de regering aangeeft dat kan worden gedacht aan deaccountantsorganisatie die de meeste deskundigheid bezit op een bepaaldterrein en dat daarbij de al dan niet aanwezige capaciteit wordt meege-wogen.11Kan de regering een nadere toelichting geven op deze en andere criteriaen aangeven in hoeverre deze objectiveerbaar zijn, ook in verband metmogelijk bezwaar en beroep?Het ligt in de lijn van verwachting dat de organisaties en aanvragen teveel van elkaar zullen verschillen om dit volledig objectiveerbaar temaken. Het is daarom van belang dat de NBA ruimte krijgt om hetbesluitvormingsproces zodanig in te richten dat zij kan komen tot eenonafhankelijke en zorgvuldige beslissing. Dit wetsvoorstel beperkt zichdan ook tot het vaststellen van kaders hiervoor.Deze kaders bestaan uit procedurele waarborgen waaraan de NBA zichdient te houden. De NBA dient bij haar beslissing onder andere rekeningte houden met de eisen die gelden voor accountantsorganisaties uitandere wet- en regelgeving. Het is van belang dat een accountantsorgani-satie voldoende is gepositioneerd om de wettelijke controle van eencontrolecliënt uit te voeren. De NBA zal daarom bij de aanwijzing zo veelmogelijk rekening houden met de aard van de cliënt. Hierbij kan wordengedacht aan onder andere de expertise van de accountantsorganisatie ende sector waarin de cliënt actief is. De NBA zal daarbij de controlecapa-citeit van de accountantsorganisatie meewegen, die nodig is om decontrole binnen de gestelde termijnen en volgens de vereiste normen uitte voeren.Tot slot, de controlecliënt heeft de mogelijkheid om in bezwaar of beroepte gaan. Het besluit van de NBA op de aanvraag tot aanwijzing van eenaccountantsorganisatie is namelijk een besluit in de zin van de Awb. Deaan te wijzen accountantsorganisatie heeft als belanghebbende, die nietom het besluit heeft gevraagd, het wettelijke recht zijn zienswijze kenbaarte maken aan de NBA voordat de NBA besluit. Daarmee kan de aan tewijzen accountantsorganisatie tijdig naar voren brengen wat zij belangrijkvindt voor de NBA om rekening mee te houden. Nadat de NBA hetaanwijzingsbesluit heeft genomen kan de betreffende accountantsorgani-satie daartegen in bezwaar bij de NBA of in beroep bij de rechter gaan.Is naar het oordeel van de regering bij de keuze voor de aan te wijzenaccountantsorganisatie nog van belang aan welke accountantsorgani-satie(s) de aanvrager aanvankelijk een opdracht wenste te verlenen ofspeelt dit geen rol bij deze keuze van het bestuur?Het bestuur van de NBA dient een onafhankelijke beslissing te nemenover de aanvraag tot een aanwijzing van een accountantsorganisatie opbasis van de eerder genoemde criteria. Dit staat los van de (eerdere)voorkeuren van de aanvragende organisatie om een opdracht te verlenenaan een specifieke accountantsorganisatie.De leden van de commissie constateren dat vanuit de beroepsgroepzorgen worden geuit over de aansprakelijkheidsrisico’s voor de NBA, deaccountant en/of de accountantsorganisatie in het geval een accountants-organisatie op basis van de nieuwe bevoegdheid wordt aangewezen. Deregering geeft in de memorie van toelichting echter aan geen aanleidingte zien om nadere maatregelen te treffen, omdat de regering kortverwoord geen verschil ziet ten opzichte van de situatie waarin een11Kamerstukken 11 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 625 accountantsorganisatie zonder tussenkomst van de NBA wordt gecontrac-teerd. De leden van de commissie begrijpen echter dat het in het kadervan de aanwijzingsbevoegdheid gaat om een situatie waarin eenaccountantsorganisatie wordt verplicht om een opdracht aan te nemenvan een controlecliënt met een naar verwachting hoger dan gemiddeldrisicoprofiel. Kan de regering een nadere toelichting geven op dit punt?De NBA heeft gesteld dat een wettelijke beperking gewenst is van haaraansprakelijkheid in verband met de uitvoering van de in dit wetsvoorstelopgenomen taak om op verzoek, onder voorwaarden, accountantsorgani-saties aan te wijzen. Naar mijn overtuiging zijn de aansprakelijkheidsri-sico’s van de NBA in verband met de aanwijzingsbevoegdheid echterbeperkt. Voor aansprakelijkheid is namelijk vereist dat een ander schadelijdt als gevolg van toerekenbaar onrechtmatig handelden door de NBA bijde vervulling van deze taak. Zolang de NBA zorgvuldig handelt en voldoetaan de wettelijke vereisten, zoals bijvoorbeeld neergelegd in de Wet ophet accountantsberoep, is toerekenbaar onrechtmatig handelden niet aande orde. In het geval dat een accountantsorganisatie die door de NBA isaangewezen vervolgens fouten maakt bij de vervulling van zijn opdracht,is dit onvoldoende voor aansprakelijkheid van de NBA. Hierbij is voortsvan belang dat voor de beperking van aansprakelijkheid een zwaarwe-gende rechtvaardiging dient te bestaan. Een beperking van aansprake-lijkheid kan er immers toe leiden dat degene die schade lijdt door toedoenvan een ander, zijn schade niet vergoed krijgt. Er is op dit moment geenaanleiding voor een wettelijke beperking van de aansprakelijkheid.Hetzelfde geldt voor accountantsorganisaties. Deze maatregel brengtimmers geen verandering in de waarborgen die deze organisatie mag ofmoet toepassen, zoals ten aanzien van de acceptatie van de controlecliëntof de vereiste kwaliteit van de wettelijke controle.De leden van de commissie constateren dat in artikel 54b, eerste lid vande Wet op het accountantsberoep gekozen is voor een beslistermijn vanacht weken en dat daarmee naar het oordeel van de regering een balanswordt gevonden tussen enerzijds de tijd die de NBA nodig heeft om eenzorgvuldig besluit te nemen en anderzijds het belang van de ondernemingof instelling om zo spoedig mogelijk duidelijkheid te krijgen.12 De NBAgeeft in de uitvoeringstoets echter aan dat de in de wet opgenomenbeslistermijn van acht weken naar verwachting te kort zal zijn om binnendie termijn een beslissing te kunnen nemen en dat de NBA ervan uitgaatdat de termijn met toepassing van artikel 4:14 van de Algemene wetbestuursrecht verlengd kan worden.13 Kan de regering hierop reageren? Isnaar aanleiding hiervan overleg gevoerd met de NBA? Krijgen debetreffende ondernemingen of instellingen naar verwachting binnen devoorgestelde termijn duidelijkheid?Ja, er is overleg gevoerd met de NBA. De NBA heeft hierin aangegevendat zij denkt dat onder sommige omstandigheden een beslistermijn vanacht weken kort kan zijn. Dit zou te maken hebben met het onderzoek datnodig is naar aanleiding van de cliëntacceptatie-eisen die volgen uitartikel 54b, eerste lid, onderdeel c.Met de huidige beslistermijn is een reële balans gevonden tussenenerzijds het belang van de NBA om tot een zorgvuldige beslissing tekunnen komen en anderzijds het belang van de onderneming om tijdigduidelijkheid te krijgen over het besluit van het bestuur van de NBA. Ikverwacht dan ook dat de NBA haar processen zo zal inrichten dat zijbinnen de beslistermijn van acht weken tot een zorgvuldig besluit kan12Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 56.13Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, p. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 626 komen. Indien een besluit niet binnen deze wettelijke bepaalde termijnvan acht weken kan worden gegeven, dan dient de NBA op basis vanartikel 4:14 van de Awb dit mede te delen aan de aanvragende organisatie.De NBA noemt daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen zij hetbesluit wel kan nemen. Dit kan niet worden gezien als een bevoegdheidom de wettelijke termijn om een besluit over de aanvraag te nemen teverlengen, want opschorting van de in acht te nemen beslistermijn staatpas open indien de aanvraag niet voldoende volledig blijkt om eenzorgvuldig besluit te kunnen nemen. Met andere woorden, de termijnopschorten kan, mits de aanvraag onvolledig blijkt. De termijn zondermeer verlengen kan niet.Lezen de leden van de commissie voorgesteld artikel 54c met betrekkingtot gevallen waarin geen overeenstemming bereikt kan worden over devergoeding juist dat dit artikel enkel is gericht op die gevallen waarin eenaccountantsorganisatie is aangewezen na afronding van de aanwijzings-procedure zoals beschreven in hoofdstuk 7A van het wetsvoorstel en dusgeen breder bereik heeft?Artikel 54c heeft alleen betrekking op de aangewezen accountantsorgani-satie en de controleplichtige entiteit. Indien de NBA besluit om deaanvraag toe te wijzen, dan dienen de aangewezen accountantsorgani-satie en aanvragende organisatie overeenstemming te bereiken over devergoeding voor diensten van de accountantsorganisatie. Indien dezepartijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de vergoedinghebben zij beiden de mogelijkheid om zich te wenden tot het bestuur vande NBA. Het bestuur van de NBA zal dan binnen vier weken beslissen overeen redelijke vergoeding.Gelden voor deze procedure specifieke vereisten en hoe is deze procedureingericht?Indien de aangewezen accountantsorganisatie en de controleplichtigeentiteitgeen overeenstemming kunnen bereiken hebben zij beide demogelijkheid om het bestuur van de NBA te verzoeken om een beslissingte nemen over de vergoeding, zoals beschreven in artikel 54c, eerste lid.Het is aan de NBA om een zorgvuldige procedure in te richten waarmeezowel de aangewezen accountantsorganisatie als de controlecliënt eenaanvraag kunnen indienen bij het bestuur van de NBA. Voor het besluit-vormingsproces van het bestuur van de NBA verplicht artikel 54d deaccountantsorganisatie en de controleplichtige entiteit om bij dezeprocedure de nodige informatie te verstrekken voor het nemen van dezebeslissing. Indien de partijen onvoldoende informatie verstrekken en deaanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door hetbestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen, dan kan het bestuur van deNBA besluiten om de aanvraag af te wijzen of op basis van artikel 4:5,eerste lid, Awb de aanvraag niet te behandelen.Tot slot vragen de leden van de commissie hoe het bestuur bepaalt wat ingevallen een redelijke vergoeding is.Het is aan de NBA om de belangen af te wegen van de accountantsorgani-satie en de controleplichtige entiteit. De oorzaken van het niet kunnenkomen tot een afspraak over een redelijk vergoeding kunnen namelijk pergeval verschillen. Hiervoor heeft de NBA ruimte nodig in haar beoordelingom te kunnen komen tot een redelijke vergoeding. Dit wetsvoorstel zaldaarom ook niet treden in het voorschrijven van voorwaardes tot hetkomen van een redelijke vergoeding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 627 Hoe wordt omgegaan met eventuele meerkosten, in het geval vancontrolecliënten waarbij niet goed vooraf te voorzien is wat de werkzaam-heden en kosten zullen zijn?De accountantsorganisaties dragen zelf de verantwoordelijkheid voor hetbepalen van een correcte dan wel reële inschatting van de benodigde tijden middelen voor de te verrichten werkzaamheden van de wettelijkecontrole. In de situatie waarbij de aanwijzingsbevoegdheid niet vantoepassing is, dient een accountantsorganisaties immers ook eeninschatting te maken van de benodigde tijd en middelen. Dat betekent dataccountantsorganisaties zelf verantwoordelijk zijn voor het risico dat erextra taken uit de controle kunnen voortvloeien. Een te lage inschatting endaarmee eventuele meerkosten, ook in de situatie waar de NBA decontrolecliënt heeft aangewezen, is dan ook een door de accountantsorga-nisatie te dragen risico. Gezien het commerciële belang van accountants-organisaties mag ervan worden uitgegaan dat deze organisaties in depraktijk al rekening houden met mogelijke meerkosten door hieroverafspraken te maken met hun controlecliënt.De leden van de commissie lezen in voorgesteld artikel 57, eerste lid, datde AFM bevoegd is tot oplegging van een last onder dwangsom terhandhaving van (onder meer) de verplichting van artikel 54d. Artikel 54dbepaalt dat een accountantsorganisatie tijdig inlichtingen verstrekt aanhet bestuur in een aanwijzingsprocedure en dat een gelijke verplichtingom tijdig inlichtingen te verstrekken berust op de onderneming ofinstelling die de aanvraag doet. Kan de regering toelichten of hiermeeinderdaad is bedoeld om het opleggen van een last onder dwangsom ookmogelijk te maken wanneer een aanvragende onderneming of instellingniet tijdig alle inlichtingen verstrekt? Zou het niet tijdig verstrekken vanalle inlichtingen in dergelijke gevallen niet uiteindelijk al (kunnen) leidentot het buiten behandeling stellen van een aanvraag door het bestuur?Artikel 57, eerste lid, geeft de AFM de mogelijkheid om een last onderdwangsom op te leggen aan een accountantsorganisaties die op basis vanartikel 54d, de informatie uit 54a en 54c niet tijdig verstrekt aan de NBA.Het is namelijk in het belang van de aanvragende onderneming ofinstelling om tijdig de benodigde informatie aan de NBA te verstrekken.Voor de aanvragende onderneming of instelling geldt, dat zij bij hunaanvraag aan verschillende voorwaarden dient te voldoen. De NBA dientop basis van de voorwaarden in artikel 54b te beslissen of de aanvra-gende onderneming in aanmerking komt voor de aanwijzingsbe-voegdheid. Het bestuur van de NBA heeft deze informatie nodig om tekomen tot een zorgvuldige beslissing. Het onvoldoende en niet tijdigverstrekken van de benodigde informatie kan ertoe leiden dat de NBA eenincorrect of onvolledig beeld heeft van de oorzaken van de situatie dat deaanvragende organisatie geen accountantsorganisatie heeft kunnencontracteren.Indien de onderneming of instelling onvoldoende informatie verstrekt enniet kan aantonen dat zij aan deze voorwaarden heeft voldaan, komt zijniet in aanmerking voor de aanwijzing van een accountantsorganisatie enkan de NBA op grond artikel 4:5, eerste lid, Awb besluiten de aanvraagniet te behandelen of deze af te wijzen.Evaluatie en monitoringDe leden van de vaste commissie voor Financiën hebben mij verzocht omte reflecteren op de aanbevelingen uit de wetenschapstoets WijzigingswetAccountancysector. In de tiende aanbeveling van de wetenschapstoetsstellen de wetenschappers voor om per beleidsinstrument duidelijk teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 628 maken op welke wijze er een (periodieke) evaluatie plaatsvindt, inclusiefeen zorgvuldige kosten-batenanalyse. Daarbij bevelen zij aan om de AQI’safzonderlijk te evalueren.Het voornemen bestaat om dit wetsvoorstel uiterlijk vijf jaar na inwerking-treding te evalueren met het oog op de doeltreffendheid, doelmatigheiden neveneffecten van deze wet in de praktijk. Een belangrijke vraag zaldan zijn of de in dit wetsvoorstel genoemde maatregelen hebbenbijgedragen aan de wettelijke kwaliteit, en zo ja, in welk opzicht. Dit is inlijn met wat in de brief aan uw Kamer van 12 maart 2024 is aangekondigdover het evalueren van de ontwikkeling van de kwaliteit van de wettelijkecontroles (Kamerstukken II 2023/4, 33 977, nr. 47).Naast dit voornemen zal de NBA een evaluatie uitvoeren van de eerste setkwaliteitsindicatoren waarover accountantsorganisatie gaan rapporteren.Deze evaluatie is voorzien na drie jaar na inwerkingtreding van dezeplicht.De leden van de commissie constateren dat de memorie van toelichtingbij het wetsvoorstel geen evaluatieparagraaf bevat. De leden van decommissie vragen in lijn met aanbeveling 11 van de uitgevoerdewetenschapstoets om voor de verschillende onderdelen van hetwetsvoorstel (dat wil zeggen niet alleen de kwaliteitsindicatoren, maar alleinstrumenten in het wetsvoorstel) inzichtelijk te maken of, hoe en wanneerdeze worden geëvalueerd en in welke frequentie.Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de beantwoordinghierboven.Kan de regering daarbij reeds aangeven op welke succesfactoren dangeëvalueerd zal worden?Het doel van dit wetsvoorstel is dat de daarin opgenomen maatregelenbijdragen aan de verhoging van de kwaliteit van de wettelijke controle. Devraag is dus in welk opzicht en in welke mate die maatregelendoeltreffend en doelmatig zijn geweest. Daarbij moet worden aange-tekend dat mogelijk niet altijd een causaal verband is vast te stellen tusseneen maatregel uit dit wetsvoorstel en de verhoging van kwaliteit van dewettelijke controle. Daarnaast wordt gehecht aan het onderzoeken van deneveneffecten van de maatregelen die mede bepalend zijn voor dedoelmatigheid.Kan de regering ook ingaan op de vraag of de regering het instrument vande invoeringstoets in het geval van onderhavig wetsvoorstel nuttig achtom op relatief korte termijn een beeld te krijgen van de ervaringen enwaar nodig te kunnen bijsturen?Een invoeringstoets heeft zin indien op het moment van uitvoeringduidelijk wordt of maatregelen bijgesteld moeten worden met het oog opeen goede werking. Voor een volledig beeld van de beleidseffecten heeftregelgeving echter tijd nodig. Bovendien zal er sowieso een aantalevaluaties gaan plaatsvinden (ervaringen met de eerste set kwaliteitsindi-catoren, stelsel van beroepsreglementering, doeltreffendheid, doelma-tigheid en neveneffecten van deze wet). Ik zal uiteraard wel in de gatenhouden of er overtuigende signalen zijn dat een of meerdere maatregelenniet werken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 629 Inbreng fracties1. Inleiding Ten aanzien van de inleiding en het algemeen deel van het wetsvoorstelwijzen de leden van de PVV-fractie erop dat de Raad van State in haaradvies14 aandacht vraagt voor de risico-regelreflex en wijzen op hetvolgende citaat: ¨Juist in een tijd waarin dit vertrouwen onder druk staat,is de vraag relevant wat het effect is van meer regels in een al sterkgereguleerde sector¨. Deze leden wijzen er voorts op dat Raad in dat kaderverwijst naar de Cta die tevens op de dynamiek van steeds meer regelswijst: «Het risico bestaat desondanks dat er, ondanks significanteverbeteringen in de kwaliteit van de wettelijke controle, maatschappelijkeonvrede blijft bestaan en er om die reden steeds nieuwe maatregelenworden genomen in de verwachting (of hoop) dat «het probleem» danwel opgelost wordt. Dat kan leiden tot een neerwaartse spiraal. De regelsvermenigvuldigen zich en het aanzien van het beroep devalueert, watweer leidt tot nieuwe problemen. Het is de uitdaging om enerzijdsmaatregelen te nemen om de kwaliteit duurzaam te verbeteren, maaranderzijds een einde te maken aan deze neerwaartse spiraal.».15De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat vanuit de controle-plichtige praktijk van het midden- en kleinbedrijf (mkb) al lange tijd wordtgewaarschuwd voor niet beheersbare en hanteerbare regeldruk. Alsgevolg daarvan neemt de aantrekkelijkheid van het beroep sterk af: alleregels slaan de professionaliteit dood en perken het vakmanschap van deaccountant in. Professionals en aankomend professionals, de studenten,haken af waardoor de werkdruk in een markt met personeelsschaarste enbudgetdruk voortvloeiend uit de regels, in de visie van deze leden alleenmaar toeneemt. Naast het vele alledaagse werk voor controleplichtigeondernemingen veranderen en ontwikkelen kantoren tegelijkertijd gestaagop allerlei gebied door. De controleplichtige mkb-praktijk (70 procent vanalle vergunninghouders) geeft aan zich onderaan de neerwaartse spiraalte bevinden. Het mkb verzuipt naar de mening van deze leden.In het licht van voorgaande stellen de leden van de PVV-fractie daarom devolgende vragen aan de regering:Heeft de regering een MKB-toets laten uitvoeren op het gehelewetsvoorstel?Ja. Op verzoek van uw Kamer van 30 maart 2023 is een MKB-toetstoegezegd en uitgevoerd, waarover de Kamer ook is geïnformeerd(Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, par. 5.5). Daartoe is op 11 juli 2023een panelbijeenkomst gehouden, met negen deelnemende accountantsor-ganisaties, die wettelijke controles uitvoeren bij (middel)grote onderne-mingen en instellingen, niet zijnde organisaties van openbaar belang. Hetdoel van deze toets was om van deze organisaties een toelichting tekrijgen op de werkbaarheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit en ervarenregeldruk van het geheel van dit wetsvoorstel.Heeft de regering onderzoek laten uitvoeren naar het effect van steedsmeer regels in een al sterk gereguleerde sector?14Advies Raad van State, Kamerstukken II 2023/27, 36484.15Eindrapport van de Commissie toekomst accountancysector, 30 januari 2020, «Vertrouwen opcontrole», pagina 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 630 Wet- en regelgeving zijn niet zaligmakend om de kwaliteit van dewettelijke controle te verhogen. Dit voorstel bevat dan ook geen stelselwij-ziging of structuurmaatregelen, waartoe sommige deskundigen oproepen.Het wetsvoorstel bevat slechts twee nieuwe maatregelen die louter zienop accountantsorganisaties: de rapportageplicht en de governance-eisen,waarvan de laatste zal gelden voor zo’n 15 à 20 extra accountantsorgani-saties. Individuele accountants zullen van deze twee maatregelen weinigtot geen lasten ervaren. Juist van de maatregel van het versterken van hetinterne toezicht mag een positieve bijdrage worden verwacht aan hetberoep omdat daarmee het bestuur van middelgrote accountantsorgani-saties meer tegenspraak en tegendruk krijgt. Bijvoorbeeld op cultuur-kwesties als werkdruk voor jonge accountants.Het wetsvoorstel is opgesteld mede op grond van aanbevelingen van deCommissie toekomst accountancysector over wat er beter kan en moet inde accountancysector, met het oog op het publiek belang. In dit kader zijnook de bevindingen van de AFM en de Kwartiermakers toekomstaccountancysector relevant. Regelmatig blijkt dat de kwaliteit van dewettelijke controle gebreken vertoont of voor verbetering vatbaar is(bijvoorbeeld op 21 maart 2024, aldus de AFM, opdrachtgerichtekwaliteitsbeoordelingen moeten beter, https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2024/maart/okb-moet-beter-bij-accountantsorganisaties en op30 januari 2025, accountants moeten specifieker en diepgravendercontroleren op frauderisico’s, https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2025/jan/pb-rapport-frauderisicos). Over extra regels zeggen de kwartiermakers:«Het wetsontwerp bevat in onze ogen noodzakelijke verbeteringen» (Druken tegendruk, slotrapportage Kwartiermakers toezicht accountancysector,par. 2.5).Wat is de visie van de regering op het genoemde risico dat ondankskwaliteitsverbeteringen, de perceptie over de sector en de kwaliteit van dewettelijke controle blijft bestaan?Accountantsorganisaties en externe accountants die werken in hetwettelijk domein, dus die wettelijke controles uitvoeren, hebben demaatschappelijke plicht te handelen in het publiek belang. Dat wil zeggen,die accountantsorganisaties en accountants zijn primair aan zet om tevoorkomen dat zich incidenten voordoen die afdoen aan het vertrouwenvan het publiek in hun werk. Accountantsorganisaties en accountantsweten dat en hoe zij zich integer en onafhankelijk moeten gedragen enwelke kwaliteit zij moeten leveren in het controlewerk. Het is aan hen omte zorgen voor een kwaliteitsgerichte cultuur, dat handelen in het publiekbelang van gebruikers van accountantsverklaringen vooropstelt, boven(mede) handelen uit commerciële overwegingen.Onderschrijft de regering de stelling dat stakeholders/gebruikers van dejaarrekening van controleplichtige mkb-ondernemingen veelal een andereperceptie over de kwaliteit van de wettelijke controle hebben danstakeholders bij beursgenoteerde ondernemingen? Zo ja, heeft deregering dit meegewogen bij het opstellen van het wetsvoorstel?Vooropgesteld, er bestaan in beginsel geen controleplichtige kleinebedrijven, tenzij specifiek aangewezen. Middelgrote en grote bedrijvenzijn dat wel. Elk middelgroot of groot bedrijf heeft de wettelijke plicht dejaarrekening te laten controleren door een externe accountant. Deaccountantsverklaring over de jaarrekening heeft te voldoen aan wettelijkeeisen, die uiteindelijk gaan over de kwaliteit ervan. Percepties vankwaliteit kunnen verschillen per categorie stakeholder/gebruiker. Zij allenhebben echter belang bij de wettelijk vereiste kwaliteit van de wettelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 631 controle. Bij dat belang past het dat zij allen desgewenst inzicht krijgen inde verschillende aspecten van kwaliteit van de wettelijke controle.Is er in het maatregelenpakket voldoende rekening gehouden met dediversiteit in de sector en de heterogene groep van zowel accountantskan-toren als de gecontroleerde ondernemingen in het controleplichtigemkb-segment?Dit wetsvoorstel gaat niet over de verplichtingen van of regels voor de tecontroleren ondernemingen of instellingen, dus ook niet voor onderne-mingen in het MKB-segment. Het wetsvoorstel heeft alleen betrekking open gevolgen voor accountantsorganisaties.Alle accountantsorganisaties met een vergunning voor het uitvoeren vanwettelijke controles hebben zich te houden aan de doorlopende eisen vande Wta. Zij mogen zelf echter nog steeds invulling geven aan de opengeformuleerde verplichtingen. Zo staat er in het voorstel bijvoorbeeld welaan welk kwaliteitsdoel het stelsel van kwaliteitsbeheersing moet voldoen(het borgen van de kwaliteit van de wettelijke controle), maar bepaalt eenaccountantsorganisatie zelf met welke procedures en maatregelen zij ditdoet.Zijn er in dat kader specifieke maatregelen genomen om dat deel van desector verder te helpen?Ja, het wetsvoorstel is gewijzigd. Vooralsnog blijven alle regulierevergunninghouders buiten de rapportageplicht kwaliteitsindicatoren. Pasna een evaluatie besluit de regering over de rapportage door de regulierevergunninghouders.Sluiten maatregelen aan bij de dagelijkse praktijk van de kantoren?Ja, de accountantsorganisaties kunnen de maatregelen uit hetwetsvoorstel goed laten aansluiten bij hun dagelijkse praktijk. Van demaatregelen uit dit wetsvoorstel zien er drie rechtstreeks op accountants-organisaties: (i) de rapportageplicht, (ii) het stelsel van kwaliteitsbe-heersing en (iii) de uitbreiding en versterking van intern toezicht. Het gaatdaarbij telkens om open geformuleerde verplichtingen; de accountantsor-ganisaties mogen zelf keuzes maken voor de wijze waarop zij deze opengeformuleerde verplichtingen concreet uitvoeren.Vindt de regering de lasten en daarmee kosten die gemoeid gaan met deeffort van mkb-kantoren om te blijven voldoen aan alle regels, inverhouding staan met de kosten die (kleine) controleplichtigemkb-ondernemingen inmiddels moeten betalen voor de wettelijkecontrole?Het is belangrijk om goed af te wegen wat de gevolgen van extra wet- enregelgeving zijn voor de regeldruk. Zoals hierboven is toegelicht zijn degevolgen van dit wetsvoorstel aanvaardbaar, zeker nu alle circa220 reguliere vergunninghouders in ieder geval tot na de evaluatie zijnuitgezonderd van de rapportageplicht kwaliteitsindicatoren. De Kwartier-makers toekomst accountancysector zijn ingegaan op de ervarenregeldruk bij accountantsorganisaties. Zij analyseren dat de ervarenregeldruk niet zozeer voortkomt uit de huidige wet- en regelgeving, maarvooral wordt veroorzaakt door de wijze waarop accountantsorganisatiesdeze regels interpreteren en implementeren binnen hun eigen organisatie.Accountantsorganisaties vertalen wet- en regelgeving soms in strakkeinterne richtlijnen en interne checklists. (Druk en tegendruk, slotrap-portage Kwartiermakers toekomst accountancysector, blz. 45).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 632 De kosten voor een gemiddelde wettelijke controle zijn (deels vanwegeprijsindexatie en inflatiecorrectie, deels vanwege extra benodigde uren)de afgelopen twee à drie jaar gestegen van 20.000 tot 30.000 euro, naar50.000 euro.Welke rol speelt de wijze van toezichthouden en de communicatiedaarover in het ontstaan van de neerwaartse spiraal en de perceptie overkwaliteit van de wettelijke controle?Het toezicht op accountantsorganisaties richt zich overwegend opgebreken in de kwaliteit van de wettelijke controle. Dat het wettelijktoezicht nodig is blijkt uit de mate waarin er gebreken zitten in de wettelijkvereiste kwaliteit van de wettelijke controle (zie https://www.afm.nl/nl-nl/sector/accountantsorganisaties/rapporten-publicaties). Onderzoeksrap-porten van onder meer de AFM wijzen op verbeterpunten en geven goedepraktijkvoorbeelden. Daarmee stuurt het toezicht juist op waar accoun-tantsorganisaties zich moeten verbeteren bij het uitvoeren van wettelijkecontroles.Op dit moment is er geen aanleiding om te concluderen dat de wijze vantoezichthouden en de communicatie daarover zou bijdragen aan eenneerwaartse spiraal en een mogelijke perceptie over kwaliteit van dewettelijke controle.Vindt de regering dat de toezichthouder een rol kan of wellicht moetspelen in het ombuigen van die neerwaartse spiraal, mede gezien deopmerkingen die de Cta in dat kader heeft gemaakt?16De Cta beschreef in haar eindrapport dat de AFM aanpassingen in haartoezicht overwoog (Nr. 420 uit Bijlage 921801 bij Kamerstukken II, 2019/20,33 977, nr. 28). Dit betrof zowel de nadruk van haar toezicht als detoonzetting. De Cta vond deze overweging positief. In 2023 constateerdende kwartiermakers een verbetering in de wijze waarop de sector omgaatmet de toezichthouder en omgekeerd. Uit hun eerste gesprekken met desector bleek dat er slechte ervaringen waren met zowel interne als externereviews. Zij merkten echter dat deze angst voor (externe) reviews, metname door de toezichthouder en accountantsorganisaties zelf, wasafgenomen. Dit vonden de kwartiermakers belangrijk omdat ditverkramping voorkomt en bijdraagt aan een open, lerende houding.(blz. 48, Bijlage «Druk en tegendruk», Slotrapportage kwartiermakerstoekomst accountancysector, bij Kamerstukken II, 2023/24, 33 977, nr. 46).De AFM houdt toezicht, doet onderzoek naar en stuurt op gedragsveran-dering door middel van bijvoorbeeld onderzoeksrapporten, die wijzen opverbeterpunten, en door het geven van goede praktijkvoorbeelden.Daarbij laat de AFM ook weten indien er categorieën accountantsorgani-saties zijn die relatief beter omgaan met de onderzochte kwaliteitseisen.Het is de verantwoordelijkheid van de accountantsorganisaties om eenkwaliteitsgerichte cultuur te waarborgen. Deze cultuur moet tegendrukbieden aan de druk die rust op de verantwoordelijke externe accountant,het middenkader dat de controle opzet en uitvoert, en de controlemede-werkers en specialisten die professioneel willen werken maar hier nietaltijd de gelegenheid toe krijgen.Binnen de accountancysector, voor het internationaal betrouwbaarzakendoen en voor de Nederlandse positie daarin, is naar de mening vande leden van de PVV-fractie het van cruciaal belang dat er volgens16«Vertrouwen op controle», Eindrapport van de Commissie toekomst accountancysector(30 januari 2020), pagina 107–108.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 633 dezelfde (spel)regels wordt gewerkt en dat er geen afwijkingen bestaantussen de Nederlandse wet- en regelgeving en hetgeen internationaal vantoepassing is.De memorie van toelichting geeft aan dat met het wetsvoorstel Wijzi-gingswet accountancysector geen stelselwijziging wordt beoogd.17 Dit zoubetekenen dat de voorgestelde maatregelen passen binnen (de reikwijdteen grondslagen van) huidige (inter)nationale wet- en regelgeving enberoepsregelgeving. Daarnaast zouden de maatregelen moeten passenbinnen het doel en scope van het wetsvoorstel: het verbeteren van dekwaliteit binnen het domein van de wettelijke controle. Naar aanleidingvan het voorgaande hebben de leden van de PVV-fractie de volgendevragen op dit punt aan de regering.Kan de regering beargumenteerd aangeven in hoeverre de volgendeaanpassingen in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en de Wetop het accountantsberoep (Wab) congruent zijn met vigerende (inter)na-tionale wet- en regelgeving (in den brede) en beroepsregelgeving enpassen binnen het doel en scope van het wetsvoorstel, namelijk hetwettelijke controledomein:•de reikwijdte van het voorgestelde artikel 45c, tweede lid, van de Wab:toepassing op andere categorieën van controles;•de grondslag van het voorgestelde artikel 55, eerste lid, van de Wab(met verwijzing naar artikel 45a, tweede lid, en artikel 45c, tweede lid,van de Wab): aanwijzing toezichthouder;•de grondslag van artikel 57, eerste en tweede lid, van de Wab, incombinatie met de reikwijdte van het voorgestelde artikel 45 van deWab;•de reikwijdte van het voorgestelde artikel 57a van de Wab, bezienvanuit de gestelde kaders van de Wta (hoofdstukken 5, 5a, 5b en 6) ende Algemene wet bestuursrecht (Awb);•de artikelen 16, derde tot en met het zesde lid, 16a, 22a eerste tot enmet het negende lid, 24c, 53 en 54 van de Wta, inclusief de bepalingenin hoofdstuk 7a van het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta);in het kader van rechtsongelijkheid binnen het (inter)nationale(EU-) systeem;•artikel 18, eerste lid, onderdeel b, van de Wta, in het kader van dewettelijke verantwoordelijkheidsverdeling conform de Wta eninternationale praktijk (Europese Richtlijn);18 en•artikel 18, derde lid, van de Wta, in het kader van de InternationaleStandaard voor Kwaliteitsmanagement (ISQM1), de wettelijkeverantwoordelijkheidsverdeling (Wta en Richtlijn), de VerordeningGedrags- en Beroepsregels Accountants (VGBA) en de Verordeninginzake Onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten(ViO).De vraag ziet op de volgende onderdelen uit het wetsvoorstel:•delegatiebepaling met het oog op de mogelijkheid tot uitbreiding vande rapportageplicht met zogeheten wettelijk verplichte controles(artikel 45c, tweede lid, Wab);•uitbreiding van de bevoegdheid van de Minister om het toezicht aan tewijzen op naleving van de (i) rapportageplicht, verplichting tot (ii)17Advies van de Raad van State en Nader Rapport (Kamerstukken II 2023/24, nr, 4, pagina 15.18Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende dewettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging vande Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn84/253/EEG van de Raad.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 634 uitvoering van de aangewezen wettelijke controle en tot (iii) medewer-king aan verzoek om informatie van de NBA (artikel 55, eerste lid,Wab);•uitbreiding van de bevoegdheid van de AFM tot oplegging van een lastonder dwangsom of een bestuurlijke boete i.v.m. rapportage- enmedewerkingsplicht aanwijzing wettelijke controle (artikelen 57, eersteen tweede lid, j° 45 Wab);•van overeenkomstige toepassing verklaring van het wettelijk kadervoor geheimhouding, (inter)nationale samenwerking uit de Wta op debevoegdheden van de AFM uit de Wab (artikel 57a Wab);•uitbreiding bevoegdheden van het intern toezichthoudend orgaan enuitbreiding toepassingsbereik governance tot grootste reguliereaccountantsorganisaties (artikelen 16, derde tot en met zesde lid, 16a,22a eerste tot en met negende lid, 24c, 53, 54 Wta jo hoofdstuk 7a Bta);•verduidelijking medeverantwoordelijkheid accountantsorganisatievoor kwaliteit wettelijke controle (artikel 18, eerste lid, onderdeel b,Wta);•delegatiegrondslag met het oog op de mogelijkheid tot uitwerkinghoofdnorm dat stelsel van kwaliteitsbeheersing kwaliteit moet borgenvan wettelijke controles (artikel 18, derde lid, Wta).Geen van de hierboven genoemde onderdelen uit het wetsvoorstel isstrijdig met of wordt geraakt door (maximumharmonisatie van) deAuditrichtlijn of de Auditverordening. De Auditrichtlijn of de Auditveror-dening laten zich namelijk niet uit over deze onderdelen.De hierboven genoemde onderdelen uit het wetsvoorstel treden voortsniet in beroepsreglementering; deze blijft geldig en onverkort vantoepassing. Specifieker, de internationale beroepsstandaarden, en danmet name ISA 220 – Quality management for an audit of financialstatements, en de Nederlandse implementatie daarvan in de NadereVoorschrift Controle- en Overige Standaarden, met daarbij de diverseStandaarden, zijn er op gebaseerd dat zowel de accountantsorganisatie(door middel van haar stelsel van kwaliteitsbeheersing) als de externeaccountant (door toepassing van controlestandaarden) beide eenverantwoordelijkheid hebben voor de kwaliteit van de wettelijke controle.De geïmplementeerde internationale standaard ISQM1 zal de verantwoor-delijkheid van de accountantsorganisatie voor het stelsel van kwaliteitsbe-heersing nader verduidelijken en specificeren. In zoverre is het voorstelvoor aanpassing van de verantwoordelijkheidsverdeling passend encongruent met de beroepsstandaarden.In Nederland kennen we wettelijke controles (artikel 1, eerste lid,onderdeel p, Wta). Dit zijn om te beginnen controles die verplicht zijn opgrond van het jaarrekeningenrecht en zien op controleplichtige onderne-mingen, dus op middelgrote of grote ondernemingen (jaarrekeningcon-trole). Daarnaast kennen we bij wet verplichte controles. Dat zijn controlesvan bijvoorbeeld de financiële verantwoording van woningcorporaties,die op grond van eigen wetgeving eveneens verplicht zijn hun financiëleverantwoording te laten controleren door een externe accountant(sectorspecifieke controles), zie de Bijlage bij de Wta). De Wta verstaatonder wettelijke controles zowel die van de jaarrekening van onderne-mingen als die van de financiële verantwoording van alle in de Bijlagegenoemde, bij wet verplichte controles. De hierboven genoemdeonderdelen uit het wetsvoorstel gaan uit van het wettelijk controledomein,dus van zowel jaarrekeningcontrole als sectorspecifieke controles. Er is demogelijkheid tot uitbreiding van de rapportageplicht met andereverplichte controles dan «wettelijke controles». Deze mogelijkheid is erom goede redenen. Immers, ook bij de mogelijke uitbreiding gaat het nogsteeds om controles waarop dezelfde controlestandaarden van toepassingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 635 zijn als op «wettelijke controles» (jaarrekeningcontrole en sectorspecifiekecontroles). Om deze redenen zijn bedoelde maatregelen congruent met ofpassend bij de genoemde wettelijke kaders.De leden van de NSC-fractie constateren dat het wijzigingsvoorstel eennieuwe aanscherping behelst van regels die beogen de kwaliteit van hettoezicht te verbeteren. Deze leden constateren ook dat de wet- enregelgeving in de afgelopen jaren meerdere malen is gewijzigd enaangescherpt, zonder dat dit kennelijk het beoogde resultaat heeft gehad.Deze leden vragen daarom de regering om eerst duidelijk nader teonderbouwen hoe de kwaliteit van het toezicht door accountants wordtbeoordeeld, wat volgens de regering de oorzaken zijn van de tekortschie-tende kwaliteit en van incidenten en hoe het wetsvoorstel preciesaangrijpt op deze oorzaken.Voor de beoordeling van het toezicht door accountants is de definitie vankwaliteit van de wettelijke controle van belang. De definitie van kwaliteitvan de wettelijke controle volgt uit toepasselijke wet- en regelgeving. Deverklaring van de externe accountant moet een redelijke mate vanzekerheid geven dat de financiële verantwoording het wettelijk vereisteinzicht geeft (zie de artikelen 393, derde lid j° 362, eerste lid, Boek 2,Burgerlijk Wetboek). Die redelijke mate van inzicht vereist dat deuitvoering van de wettelijke controle geschiedt met inachtneming vanberoepsreglementering, zoals tenminste met professionele oordeels-vorming, met een professioneel-kritische instelling en controle onder-bouwd met voldoende en geschikte controle-informatie.De personen die de wettelijke controle uitvoeren moeten daartoe in staatworden gesteld door de accountantsorganisatie. Deze is verantwoordelijkvoor opzet, bestaan en werking van een stelsel van kwaliteitsbeheersing,dat de kwaliteit waarborgt van de wettelijke controle.De accountantsorganisatie heeft te zorgen voor een kwaliteitsgerichtecultuur, die het publiek belang vooropstelt van met name financiers,investeerders, kredietverschaffers of kapitaalverschaffers. De accountants-organisatie is er medeverantwoordelijk voor dat de gebruikers van deaccountsverklaring kunnen vertrouwen op de financiële verantwoordingvan de gecontroleerde onderneming of instelling.Daarmee bestaat de definitie van kwaliteit van de wettelijke controle uitmeerdere eisen. Die eisen volgen uit het jaarrekeningrecht, de controle-standaarden en beroepsreglementering van de NBA en uit de Wta. Vankwaliteit van de wettelijke controle is geen sprake enkel indien deaccountantsorganisatie heeft gezorgd voor de randvoorwaarden (er is eenstelsel van kwaliteitsbeheersing) of er enkel geen noodzaak bleek eenafgegeven accountantsverklaring in te trekken of aan te passen.De Cta heeft het belang van en gebrek aan inzicht in de kwaliteit van dewettelijke controle nadrukkelijk geagendeerd. Tot heden is de kwaliteit vande wettelijke controle niet duidelijk na te gaan voor gebruikers van decontroleverklaring van de externe accountant.De oorzaken van de tekortschietende kwaliteit van de wettelijke controleen van incidenten liggen uiteindelijk in het gedrag en de cultuur binnenaccountantsorganisaties. Er is binnen accountantsorganisaties niet altijdvoldoende sprake van een kwaliteitsgerichte cultuur. Dat wordt veroor-zaakt door druk op tijd, budget, commerciële druk, druk van de controle-cliënt of door een toenemend takenpakket (Druk en tegendruk, rapportKwartiermakers toekomst accountancysector, 21 november 2023). DeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 636 accountantsorganisatie is ogenschijnlijk niet altijd voldoende in staat ofbereid om haar medewerkers te beschermen tegen die druk.Op die oorzaken grijpt het wetsvoorstel direct aan met de volgende driemaatregelen.1.De zes grootste accountantsorganisaties worden open over aspectenvan kwaliteit. Hierover stellen zij informatie beschikbaar. Dezeinformatie stelt belanghebbenden in staat vragen te stellen over diekwaliteitsaspecten, zodat accountantsorganisaties meer aandacht gaangeven aan kwaliteit. Na evaluatie wordt besloten over de rapportagedoor reguliere vergunninghouders.2.Accountantsorganisaties kunnen niet volstaan met enkel het hebbenvan een stelsel van kwaliteitsbeheersing; dit stelsel moet ook voldoenaan de doelstelling dat het de kwaliteit borgt van de wettelijkecontrole. Dit wordt verder uitgewerkt per AMvB. De AFM houdt daartoezicht op.3.De circa vijftien tot twintig grootste accountantsorganisaties moeteneen intern toezichtsorgaan hebben. Dit orgaan krijgt bovendien meerbevoegdheden. Het intern toezicht kan zodoende meer aandachtvragen voor kwaliteit van de interne organisatie.Naast dit wetsvoorstel zijn en blijven bovenal accountantsorganisaties zelfverantwoordelijk voor een kwaliteitsgerichte cultuur, dat het publiekbelang vooropstelt boven andere, commerciële belangen.Ook vragen deze leden de regering om hierbij aan te geven in hoeverredaarbij onderscheid kan en moet worden gemaakt tussen kleine engrotere kantoren.Er is geen verschil in wettelijke kwaliteitseisen tussen de jaarrekening vanmiddelgrote en die van grote controleplichtige ondernemingen. Er isvoorts geen verschil in de kwaliteit, die gebruikers mogen verwachten vande accountantsverklaring over een jaarrekening van middelgrote en vangrote controleplichtige ondernemingen. Er is daarom ook in beginsel geenaanleiding verschil te maken tussen kwaliteitseisen die gelden vooraccountantsorganisaties, voor zover zij wettelijke controle-opdrachtenuitvoeren, louter op grond van hun grootte. Daarbij komt dat een ookkleinere reguliere vergunninghouder een middelgrote of grote onder-neming kan controleren, zodat eigenlijk geen onderscheid kan wordengemaakt tussen grote en kleinere accountantsorganisaties. Tot slot, hettoezicht van de AFM is risicogebaseerd. Dit houdt in dat de AFM minderintensief toezicht houdt indien een accountantsorganisatie minder risico’soplevert. In zoverre is er differentiatie, op basis van risico’s.De leden van de NSC-fractie vernemen ook graag waarom de regeringervoor heeft gekozen om geen verdere opvolging te geven aan deverkenning van het SEO Economisch Onderzoek naar drie vormen van«audit only», te weten 1) een structurele splitsing van de controletak en deadviestak van accountantsorganisaties, 2) een operationele splitsing en 3)het verbeteren van de transparantie.De Tweede Kamer heeft eerder de conclusies ontvangen die de Kwartier-makers toekomst accountancysector hierover trekken, nadat zij onafhan-kelijk onderzoek naar deze modellen hebben laten uitvoeren. De Kwartier-makers constateren dat de voordelen van ingrijpen in de structuur vanaccountantsorganisaties op dit moment niet in verhouding staan tot denadelen. Ik zie met de Kwartiermakers wel enkele goede maatregelen dieaccountantsorganisaties zelf kunnen uitvoeren. Zo kunnen zij de winst- enverliesrekening van de audittak boekhoudkundig scheiden van die van deadviestak. Daarnaast kunnen accountantsorganisaties de variabeleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 637 beloning van de personen die werkzaam zijn in de audittak beperken totkwaliteitscriteria. Ook kunnen interne toezichthoudende organencommerciële prikkels beperken in de structuur van de variabelebeloningen van bestuurders. (Kamerstukken II 2023/24, 33 977, nr. 47,p. 4).In hoeverre is de constatering van de Autoriteit Financiële Markten (AFM)dat de kwaliteit van wettelijke controles kan achterblijven «als gevolg vankwetsbaarheden in de structuur van de accountancysector» nog steedsactueel?De structuur van accountantsorganisaties is nog steeds dat, kort gezegd,private accountantsorganisaties een publieke taak uitvoeren. De opdracht-gevende onderneming of instelling betaalt de accountantsorganisatievoor de wettelijke controle, voor liefst een goedkeurende accountantsver-klaring. Deze constatering is dus nog steeds actueel. Vandaar de maatre-gelen uit dit wetsvoorstel, die deze kwetsbaarheden beogen te mitigeren.In hoeverre kan naar het oordeel van de regering het inperken vancommerciële prikkels bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit vanhet toezicht bij grote accountants- en adviesorganisaties?Het inperken van commerciële prikkels kan bijdragen aan het verbeterenvan de kwaliteit van de wettelijke controle, zo hebben ook de kwartier-makers aanbevolen. Winstdeling kan bijvoorbeeld leiden tot aandachtvoor kostenbeheersing van de wettelijke controle ten koste van kwaliteit.Meer kwaliteitsprikkels, ten koste van minder commerciële prikkels, stuurthet gedrag van betrokkenen in de goede richting. Meer aandacht voorkwaliteit is in het publiek belang, evenals minder aandacht voor engedrevenheid door het behalen van commerciële doelen. Zij hebben aandie aanbeveling wel toegevoegd dat de betreffende accountantsorgani-saties dan ook verslag moeten doen van inperking van die prikkels.De leden van de NSC-fractie constateren dat het wetsvoorstel bepaalt dathet kwaliteitsbeheersingssysteem van de accountantsorganisaties dekwaliteit waarborgt van de wettelijke controles. Waarom kiest de regering,ondanks kritiek van de Raad van State, voor deze ingrijpende wijzing vande verantwoordelijkheidsverdeling van de accountantsorganisatie (voorhet stelsel van kwaliteitsbeheersing) en de externe accountant (voor hetcontroledossier)?Het naar aanleiding van het advies van de Raad van State aangepastevoorstel dat het kwaliteitsbeheersingssysteem van de accountantsorgani-saties de kwaliteit waarborgt van de wettelijke controles houdt geeningrijpende wijziging in van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen deaccountantsorganisatie (voor het stelsel van kwaliteitsbeheersing) en dievan de externe accountant (voor het controledossier). De accountantsor-ganisatie heeft al sinds de inwerkingtreding van de Wta in 2006 de plichteen stelsel van kwaliteitsbeheersing te hebben. Dit wetsvoorstel verduide-lijkt slechts dat die beheersing een kwaliteitsdoel heeft, namelijk deborging van de kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke controle. Ditwetsvoorstel treedt ook niet in de verantwoordelijkheid van de externeaccountant, zoals bepaald door de toepasselijke beroepsreglementering.Deze verduidelijking weerspiegelt de belangrijke ontwikkeling dat deaccountantsorganisatie in toenemende mate de kwaliteit beïnvloedt vaneen wettelijke controle. Daarmee is de accountantsorganisatie intoenemende mate verantwoordelijk voor de kwaliteit van de werkzaam-heden betreffende de wettelijke controle. Denk aan de selectie van deexterne accountant(s), de samenstelling van het controleteam, deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 638 beschikbaarstelling van onderzoeksbudget, onderzoeksmiddelen,controlemedewerkers en specialisten, en niet in de laatste plaats ook dewerkcultuur die heerst binnen de organisatie, en de mate waarin dezecultuur een professioneel-kritische instelling bevordert en gericht is op dekwaliteit van de wettelijke controle. De accountantsorganisatie is lang nietmeer enkel een verband van individueel werkende externe accountants,dat slechts randvoorwaarden stelt voor kwaliteit van uitvoering vanwettelijke controles dusdanig dat de individuele externe accountant alsenige aanspreekbaar is of behoort te zijn op tekortkomingen in dewettelijke controles. Deze ontwikkeling rechtvaardigt de keuze om demedeverantwoordelijkheid te verduidelijken van accountantsorganisaties.De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat de NBA een beroepsorgani-satie voor accountants is. Zowel de accountants in de private sector als deoverheidsaccountants zijn aangesloten bij de NBA. Voor de overheidsac-countants gelden op sommige punten aangepaste regelgeving in verbandmet de ambtelijke geheimhouding. Deze leden vragen hoe het onder-havige wetsvoorstel en de verantwoordelijkheden die bij de beroepsorga-nisatie worden gelegd zich verhouden tot deze ambtelijke geheim-houding.De in dit wetsvoorstel opgenomen onderdelen brengen geen wijzigingaan in de geheimhoudingsplicht van een accountant. Deze plicht geldtvoor accountants namelijk op grond van beroepsreglementering waarindit wetsvoorstel niet treedt.De leden van de SGP-fractie constateren dat het wetsvoorstel voorziet ineen aanwijzingsbevoegdheid waarbij – als ultimum remedium – eenaccountantsorganisatie met een oob-vergunning aan een organisatie vanopenbaar belang wordt toegewezen. Deze bevoegdheid wordt belegd bijde NBA. Ook wordt een grondslag gecreëerd om bepaalde publieke (nietoob-) instellingen onder de reikwijdte van deze bevoegdheid te brengen.Kan de regering aangeven welke signalen er zijn dat ook niet-oob-organisaties problemen tegenkomen bij het vinden van een accountantvoor het uitvoeren van wettelijke controles?Het is belangrijk om voorbereid zijn op het een mogelijk toekomstigprobleem dat een of meerdere controleplichtige organisaties vanopenbaar belang geen accountantsorganisatie weten te contracteren.Tegelijkertijd zijn de regering nu geen signalen bekend dat controle-plichtige organisaties van openbaar belang geen accountantsorganisatiekunnen contracteren. Daarom is deze maatregel wel opgenomen in hetwetsvoorstel, maar wordt gewacht met de inwerkingtreding daarvantotdat overtuigend vaststaat dat het nodig is om de aanwijzingsbe-voegdheid te kunnen laten gebruiken. Over de gevolgen van de invoeringen het uitstel van inwerkingtreding wordt overlegd met de NBA. De NBAheeft laten weten dat zij over voldoende tijd moet kunnen beschikkentussen het moment dat duidelijk dat haar bevoegdheid inwerking zaltreden en de daadwerkelijke aanvraag, om zich voor te bereiden op het inbehandeling nemen van een aanvraag. Deze wens is begrijpelijk enhiermee wordt rekening gehouden.In licht van het advies van de Raad van State is de aanwijzingsbe-voegdheid in dit wetsvoorstel in eerste instantie beperkt tot organisatiesvan openbaar belang. De enkele gevallen die bekend zijn geworden zagenop kleine beursgenoteerde ondernemingen, zijnde organisaties vanopenbaar belang, die stelden geen accountantsorganisatie te kunnencontracten wegens vermeende schaarste aan controlecapaciteit. Dezeondernemingen hebben uiteindelijk zelf toch met een accountantsorgani-satie overeenstemming bereikt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 639 Hoe wordt beoordeeld of de betrokkenheid van één of meer bestuurs-leden van de NBA of andere personen die werkzaam zijn bij de NBA ofeen specifieke accountantsorganisatie géén rol spelen bij het nemen vaneen aanwijzingsbesluit?Zoals is aangegeven in de artikelsgewijze toelichting op het voorgesteldenieuwe artikel 19, tweede lid, onderdeel p, wordt de NBA verplicht om eenprocedure in het leven te roepen op basis waarvan wordt verzekerd dathet aanwijzingsbesluit op onafhankelijke wijze tot stand komt. De NBAheeft laten weten dat zij van plan is om bij invoering van de aanwijzings-bevoegdheid een commissie in te stellen die van het bestuur van de NBAhet mandaat krijgt om te beslissen op een verzoek tot aanwijzing van eenaccountantsorganisatie. Daarbij staan in artikel 13, vierde lid van de Wetop het accountantsberoep waarborgen waardoor de betrokkenheid vanéén of meer bestuursleden van de NBA of andere personen die werkzaamzijn bij de NBA of een andere specifieke accountantsorganisatie geen rolmag spelen in specifieke situaties. Dit geldt onder andere bij het stemmenover aangelegenheden die betrekking hebben op degenen met wie zij inde uitoefening van een beroep voor gemene rekening of onder gemeen-schappelijk naam optreden, hun werkgevers, hun opdrachtgevers ofdegene op wie de in de uitoefening van hun beroep verrichte werkzaam-heden rechtstreeks betrekking hebben. Indien op basis van deze regels bijeen aanwijzingsaanvraag een potentieel belangenconflict ontstaat, danmoet het desbetreffende bestuurslid zich van de stemming onthouden.Hoe wordt de bezwaarprocedure in het kader van de aanwijzingspro-cedure ingericht bij de NBA?De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op de bezwaar-procedure. Deze voorschriften zullen worden gevolgd door de NBA.Daarbij kent de NBA een adviescommissie bezwaarschriften en heeft dezeingericht in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.Deze commissie is belast met het horen van een indiener in het kader vanhet bezwaar. Daaropvolgend adviseert deze commissie het bestuur van deNBA over de op een bezwaar te nemen beslissing. Het bestuur heeft demogelijkheid om dit advies naast zich neer te leggen, maar dient wel temotiveren waarom zij van het advies afwijkt.Daarbij voorkomt de wettelijke regeling voor stemonthouding voorbestuursleden van de NBA dat zij het risico lopen van belangenverstren-geling. Door zich te moeten onthouden van stemmen zijn zij nietbetrokken bij besluiten over accountantsorganisaties waarbij zij eenbelang hebben.2. Doel en hoofdlijnen van het wetsvoorstel De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de regering kijktnaar de pleidooien voor het verminderen van de regeldruk in de sectorom het schaarste probleem tegen te gaan. Wat voor een sterk effect zoueen dergelijke vermindering kunnen hebben op de regeldruk?Zoals eerder toegelicht geven de Kwartiermakers toekomst accountancys-ector aan dat de ervaren regeldruk niet zozeer voortkomt uit de huidigewet- en regelgeving. Zij hebben gezien dat de ervaren regeldruk eerderkomt door hoe accountantsorganisaties deze regels interpreteren enimplementeren binnen hun eigen organisatie. Accountantsorganisatiesvertalen soms wet- en regelgeving in strakke interne richtlijnen enchecklists. Deze interne vertaling kan beperkend voelen voor professionalsin alle beroepsgroepen, inclusief accountants. (Druk en tegendruk,slotrapportage Kwartiermakers toekomst accountancysector, blz. 45).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 640 Dit wetsvoorstel, voor zover hier voornamelijk van belang in termen vanregeldruk, (i) verduidelijkt de (in de praktijk) reeds lang bestaandemedeverantwoordelijkheid van de accountantsorganisatie voor dekwaliteit van de wettelijke controle, (ii) breidt het interne toezicht uit tot decirca 15 à 20 grootste reguliere vergunninghouders en (iii) voert eenrapportageplicht in voor de zes grootste OOB-accountantsorganisaties.Deze drie maatregelen, die zien op accountantsorganisaties, houden directverband met de wens tot verhoging van de kwaliteit van de wettelijkecontrole en hebben nauwelijks gevolgen voor de regeldruk van eenindividuele accountant.Zijn hier (in Nederland, dan wel daar buiten) bepaalde onderzoeken naargedaan?De NBA heeft laten weten dat zij in het voorjaar van 2024 een enquêteonder haar leden heeft gehouden met de vraag naar regeldruk. Hierophebben zo’n 450 leden gereageerd. De respondenten noemden regelsbehorende tot de categorie «NBA Beroepsregelgeving» met 46% hetvaakst, gevolgd door «Overheidsregelgeving» met 36%. In de categorieoverheidsregelgeving scoren de Wet ter voorkoming van witwassen enfinancieren van terrorisme (Wwft) en de Wet normering topinkomens(Wnt) het hoogst als wetgeving waar veel werkzaamheden uit voort-vloeien. Ook zijn er door verschillende organisaties afgelopen jaardrie onderzoeken uitgebracht die gaan over de omvang en complexiteitvan verantwoordingseisen in de regelgeving. De NBA verwijst naar enkelevoorbeelden van onderzoeken: Eindrapport-Proportionaliteit vanverantwoordingseisen(https://www.atr-regeldruk.nl/wp-content/uploads/2024/03/Eindrapport-Proportionaliteit-van-verantwoordingseisen-v1.0.pdf),rapport Evaluatie Uniform Subsidie-kader (USK) (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/02/23/evaluatie-uniform-subsidiekader-usk). Omdat voor de verantwoording vaak eenberoep wordt gedaan op de accountant, dragen complexe eisen recht-streeks bij aan de door accountants ervaren regeldruk. Deze rapportenpleiten voor een verlichting van de verantwoordingseisen door beter oogte houden voor proportionaliteit of voor het aanpassen van controle-grenzen bij subsidies. Het gaat de NBA hier om sectorspecifieke regel-geving.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de wens van deNBA om ook op accountancy-organisaties (en niet alleen individuen)toezicht te gaan houden. Wat kan de regering zeggen over de gesprekkendaarover die de regering met de NBA voert?Alleen de AFM oefent het wettelijk toezicht uit op accountantsorganisatiesen dit blijft zo. Wettelijk toezicht is niet op één lijn te stellen met dereglementering van accountantsorganisaties door de NBA, waarbij thansgeldt dat de NBA de plicht heeft om regels te stellen ten aanzien vanonder andere het stelsel van kwaliteitsbeheersing van accountantsorgani-saties, volgens artikel 19, tweede lid, onderdeel c, Wab.In het kader van de evaluatie van het stelsel van beroepsreglementeringdie is aangekondigd zal ook de NBA in gelegenheid worden gesteld zichuit te spreken over reglementering van accountantsorganisaties, en hoedie reglementering zich volgens de NBA in de toekomst zou moetenverhouden tot de Wet toezicht accountantsorganisaties.Wat is de reactie van de regering op de negatieve respons hierop van deAFM?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 641 De wettelijke toezichthouder is het enige bestuursorgaan dat het wettelijktoezicht uitoefent op accountantsorganisaties. Het is daarom van grootbelang dat de AFM deze rol en taken heeft en behoudt. Nogmaals, hetwettelijk toezicht laat ruimte voor sectoreigen initiatieven ter bevorderingvan de kwaliteit zoals eigen toetsingen.De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat het voor de noodzakelijkestructurele kwaliteitsverbetering in de accountantssector, die met diewetsvoorstel wordt beoogd, ook belangrijk is het wetsvoorstel insamenhang te bezien met de aanpak van capaciteitsproblemen in desector, de toegenomen rapportageverplichtingen en de regeldruk. Hoe zietde regering in dit licht de wenselijkheid om het aantal accountantskan-toren met een oob-vergunning in de toekomst te vergroten en ziet deregering hierin een spanning met de invoering van een aanwijsbe-voegdheid?Het is wenselijk dat er voldoende controlecapaciteit is in Nederland en datdie van goede kwaliteit is. Met dit wetsvoorstel neemt de kans toe datorganisaties van openbaar belang een ruimere keuze krijgen uit accoun-tantsorganisaties dan de huidige zes. Het voorstel bevat namelijk demaatregel dat naast deze zes de circa 15 à 20 grootste reguliere vergun-ninghouders een intern toezichtsorgaan moeten hebben. Dit voorstelneemt daarmee een drempel weg om een omzetting aan te vragen vanhun vergunning met het oog op het controleren van organisaties vanopenbaar belang.Het is ook aan de betreffende organisaties van openbaar belang omnieuwe accountantsorganisaties de kans te bieden marktaandeel op tebouwen. Indien zij geneigd zouden zijn te blijven kiezen voor een van degrootste zes accountantsorganisaties worden zij geen markt voor nieuweaccountantsorganisaties, die dan hun controlecapaciteit ook niet rendabelkunnen krijgen voor het specialistische werk van wettelijke controles vanorganisaties van openbaar belang.Ook vragen deze leden de regering om nader in te gaan op de kritiek vande Raad van State dat met de beoogde AQI’s niet direct de kwaliteit vanaccountantscontroles wordt gemeten.Het wetsvoorstel ziet op een set van AQI’s, die zijn geadviseerd door deKwartiermakers, op basis van de Nederlandse situatie en de aanbeve-lingen van de Cta. De AQI’s zijn mijns inziens gericht op het bieden vaninzicht in factoren die kunnen bijdragen aan kwaliteit van wettelijkecontroles en vormen een basis om het gesprek in de toekomst beteronderbouwd te voeren over de auditkwaliteit in de sector. Bovendienondersteunt deze informatie publieke en private organisaties bij het kiezenvan een accountantsorganisatie, stimuleert het de sector om haarprestaties op het gebied van AQI’s zowel op het niveau van de accoun-tantsorganisatie als op opdrachtniveau steeds te verbeteren, en maakt hetduidelijk waar eventueel moet worden bijgestuurd.Heeft de regering in dit kader gekeken hoe in andere EU-landenAQI-verplichtingen zijn vastgelegd of alternatieve invullingen overwogen?Het is bekend dat sommige EU-landen, zoals Portugal en Duitsland, eenvorm van audit quality indicators kennen. De wijze waarop AQI’s wordenverzameld, waarover wordt gerapporteerd en aan wie verschilt per land.De leden van de SGP-fractie hechten aan een goede evaluatie van hetwetsvoorstel. De mogelijke uitbreiding van de wet hangt nauw samen metde uitkomst van de evaluatie. Klopt het dat de evaluatie van de wet niet inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 642 de wettekst zelf is opgenomen? Waarom is daar niet voor gekozen? Is deregering bereid alsnog een evaluatiebepaling toe te voegen aan hetwetsvoorstel?Ja, dat klopt. Het voornemen bestaat niettemin om dit wetsvoorsteluiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding te evalueren op doeltreffendheid,doelmatigheid en neveneffecten van deze wet in de praktijk.Daarnaast is in de brief van 12 maart 2024 aangekondigd de ontwikkelingvan de kwaliteit van de wettelijke controles te evalueren (Kamerstukken II2023/24, 33 977, nr. 47). Een belangrijke vraag in deze evaluatie zal zijn inhoeverre de onderdelen van dit voorstel bijdragen aan een beterekwaliteit van de wettelijke controle.Naast dit voornemen zal de NBA een evaluatie uitvoeren van de eerste setkwaliteitsindicatoren waarover accountantsorganisatie gaan rapporteren.Deze evaluatie is voorzien na drie jaar na inwerkingtreding van dezeplicht.De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de werking van deze wetop woningcorporaties. Hoeveel woningcorporaties hebben op dit momenteen oob-status?Er zijn zo’n 140 woningcorporaties die tevens organisatie van openbaarbelang zijn. Dat betreft ongeveer de helft van het totale aantal woningcor-poraties.Is de regering bereid de grens op basis waarvan woningcorporatieskwalificeren als oob (aantal verhuureenheden) te verhogen? Wat zijndaarbij de overwegingen van de regering?Ja, de bereidheid bestaat om de grens te verhogen waarboven woning-corporaties verplicht zijn hun financiële verantwoording door een externeaccountant te laten controleren. Zie ook de brief van de Minister vanVolkshuisvesting en Ruimtelijk Ordening van 10 december 2024 (Kamer-stukken II, 2024/25, 32 847, nr. 1236). De verhoging van de grens in hetBesluit toezicht accountantsorganisaties, waarboven woningcorporatiesverplicht zijn hun financiële verantwoording door een externe accountantte laten controleren, vergt een wijziging van het Besluit toezicht accoun-tantsorganisaties (Bta). Deze wijziging van het Bta gaat mee in devoorbereiding van een besluit ter uitvoering van dit wetsvoorstel. Metdeze voorbereiding is inmiddels begonnen.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich met name zorgen overhet effect van het voorliggende wetsvoorstel voor accountantskantoren inhet mkb en de kosten voor het laten uitvoeren van een wettelijk verplichtecontrole door kleine(re) ondernemers en organisaties.Deze leden vragen de regering of er in het maatregelenpakket voldoenderekening gehouden is met de diversiteit in de sector (zeer grote kantorenen zeer kleine kantoren) en de groep van zowel accountantskantoren alsde gecontroleerde ondernemingen in het controleplichtige mkb-segment?Zijn er in dat kader specifieke maatregelen genomen om dat deel van desector verder te helpen?Dit wetsvoorstel heeft alleen betrekking op accountantsorganisaties diewerken in het wettelijk domein en niet op controleplichtige onderne-mingen. Zoals eerder is aangegeven schrijven de maatregelen in ditwetsvoorstel voor wat accountantsorganisaties moeten doen, maar niethoe zij dat moeten of kunnen doen. Een voorbeeld daarvan is deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 643 maatregel over het stelsel van kwaliteitsbeheersing. Het wetsvoorstelwerkt uit aan welk kwaliteitsdoel dat stelsel heeft te voldoen om dekwaliteit van de wettelijke controle te borgen. Het wetsvoorstel schrijftechter niet voor met welke procedures en maatregelen een accountantsor-ganisatie voorziet in die borging. Deze ruimte is gegeven met het oog opde diversiteit in de sector en de groep accountantsorganisaties.Daarnaast wordt de rapportageverplichting over de kwaliteitsindicatorennu beperkt tot de zes grootste accountantsorganisaties, die ook organi-saties van openbaar belang mogen controleren. Ook zal een evaluatieplaatsvinden van de ingevoerde set. Deze evaluatie kan leiden tot eenaangepaste set AQI’s. Dan zal ook opnieuw worden gekeken naar derapportage door reguliere vergunninghouders. Ook de maatregel van deuitbreiding van de reikwijdte van de maatregel van intern toezicht houdtrekening met de diversiteit in de sector. Deze uitbreiding is beperkt tot decirca vijftien à twintig grootste reguliere vergunninghouders vanuit degedachte dat de circa twintig grootste en OOB-accountantsorganisatiesgezamenlijk verreweg de meeste wettelijke controles uitvoeren.Sluiten de maatregelen naar oordeel van de regering voldoende aan bij dedagelijkse praktijk van de kantoren? Deze leden vragen de regering hieropte reflecteren.Zoals eerder aangegeven zien drie van de maatregelen uit ditwetsvoorstel rechtstreeks op accountantsorganisaties: (i) de rapportage-plicht, (ii) het stelsel van kwaliteitsbeheersing en (iii) de uitbreiding enversterking intern toezicht. Deze drie maatregelen schrijven voor wataccountantsorganisaties moeten doen maar niet hoe zij die plichtenmoeten uitvoeren. Die ruimte hebben zij in dit wetsvoorstel. Zij mogenkeuzes maken voor de wijze waarop zij de open geformuleerde verplich-tingen concreet uitvoeren. Op deze manier kunnen de accountantsorgani-saties de drie maatregelen laten aansluiten bij de dagelijkse praktijk.De kosten voor het laten uitvoeren van een kleine controleplichtigeonderneming zijn de afgelopen jaren verdubbeld. De leden van deChristenUnie-fractie vinden dit een zeer onwenselijke ontwikkeling. Is deregering dit met deze leden eens?Ondernemingen zijn controleplichtig indien zij tenminste € 7.500.000 aanbalanstotaal, tenminste € 15.000.000 netto-omzet en/of tenminste 50medewerkers hebben. Dit zijn de zogenaamde «controlegrenzen».Accountantsorganisatie en controleplichtige onderneming zijn contracts-partijen die kunnen onderhandelen, ook over de prijs. Op 19 oktober 2023heeft de Europese Commissie, mede op aandringen van Nederland,besloten tot verhoging van de controlegrenzen met circa 25%, met hetoog op regeldrukvermindering voor ondernemingen. Het kabinet heeft hetimplementatiebesluit op 5 maart 2024 bekendgemaakt (Stb. 2024, nr. 52).Dit betekent dat minder ondernemingen hun jaarrekening hoeven te latencontroleren door een accountant. De maatregel van versterking enuitbreiding van het intern toezicht is in dit wetsvoorstel welbewustbeperkt tot de grootste reguliere vergunninghouders. De controleplichtigeonderneming kan zelf ook bijdragen aan vermindering van de meersysteemgerichte controlelast en daarmee aan de prijs, door zijn internebeheersing op orde te hebben en daarover duidelijkheid te kunnen geven.Welke maatregelen kunnen er genomen worden om deze kosten tedempen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 644 Om te beginnen kan de controleplichtige onderneming de prijs van dewettelijke controle helpen drukken door zijn interne risicobeheersing enadministratie op orde te hebben en daarover de accountantsorganisatie teinformeren. Met de verklaring omtrent risicobeheersing (VOR) geeft eenonderneming inzicht in de aard en inhoud van zijn procedures enmaatregelen waarmee zij zicht houdt en stuurt op belangrijke bedrijfsvoe-ringsaspecten. Een op orde zijnde administratie, een goede risicobe-heersing en een VOR kan ertoe leiden dat accountantsorganisaties minderrisico-mitigerende maatregelen hoeven te nemen bij de voorbereiding enuitvoering van de wettelijke controle. Hierdoor kan sprake zijn van eenlagere vergoeding of te wel minder controlekosten voor de controle-plichtige entiteit. Vervolgens kan de accountantsorganisatie sturen opefficiëntie en inzet van innovatie bij de uitvoering van de wettelijkecontrole.Is de regering bereid om in Europees verband te pleiten tot het verhogenvan de grens waarboven ondernemingen controleplichtig zijn? Zo nee,waarom niet?In 2023 heeft Nederland met succes gepleit voor een aanpassing van dezecontrolegrenzen op basis van inflatiecorrectie. De grenzen zijn toen metzo’n 25% verhoogd, waardoor minder ondernemingen controleplichtigzijn geworden. Indien er signalen zijn dat het nodig is deze grens verder teverhogen, dan overweegt het kabinet een nieuwe inzet.3. Versterking van de keten: uitwerking van de onderdelen De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering de enormeimpact die de invoering van een rapportagestelsel door AQI’s op regulierevergunninghouders heeft erkend door de bepaling op te nemen dat hetvoorstel eerst voor oob-accountantsorganisaties gaat gelden. Deze ledennemen daarbij de wetenschappelijke onderzoeksresultaten in aanmerkingdat gebruikers van de jaarrekening weinig tot geen inzicht zullen krijgen inde gesteldheid van de (integrale) auditkwaliteit van een individueleaccountantsorganisatie (het doel van AQI’s).19Voorts constateren deze leden de internationale toepassing, waarbij AQI’sworden gebruikt als stuurinformatie voor de eigen organisatie en dezeinformatie wordt gedeeld vooral vanuit oob-perspectief en met specifiekegebruikers en stakeholders zoals auditcommissies en Raden vanCommissarissen (RvC’s).20Verder nemen deze leden kennis van de adviezen van de Raad van Stateen de AP. Bovendien constateren deze leden de inbreuk op het recht vanprivacybescherming van externe accountants werkzaam bij een substan-tieel deel aan kleinere accountantsorganisaties (163 van de 224) en deimpact daarvan op de persoonlijke levenssfeer, en gelet op de daarmeeontstane ongelijke behandeling van externe accountants bij kleinere engrotere accountantsorganisaties (inbreuk op gelijkheidsbeginsel).2119«Zie bijvoorbeeld Van Buuren en Snoei, (2021), «Over de diagnostische eigenschappen vanAudit Quality Indicators», of Van Brenk e.a. (2021), «De tragiek van audit quality indicatoren(AQI’s)», Maandblad voor accountancy en bedrijfseconomie, 95 (1/2), resp. p. 33–45 enp. 57–64.(https://mab-online.nl/article/60776/).20https://www.a.ccountancyeurope.eu/wp-content/uploads/2022/12/220401-Factsheet-Audit-Quality-Indicators.pdf.21Zie Autoriteit Persoonsgegevens, Advies wet toekomst accountancysector (23 maart 2022,pagina 2Advies Raad van State, Wetsvoorstel Toekomst accountancysector Kenmerk W06.22.0142/III,36 484, Kamerstukken II 2023/24, nr. 4, pagina 3 en 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 645 Ook constateren deze leden de regeldruk (lasten en kosten) die met derapportageverplichting ontstaat, dat met uitstel geen afstel van regeldrukkomt en het feit dat reguliere vergunninghouders zich niet proactief eneerder kunnen voorbereiden voordat de voorgestelde evaluatie van deeerste set AQI’s is afgerond (zie het in het wetsvoorstel opgenomenovergangsrecht).Daarnaast constateren deze leden het belang van het behoud van kleinerereguliere vergunninghouders voor het controleplichtige mkb-segment ende gestage afname van kleinere reguliere vergunninghouders.22Tot slot stellen deze leden de beginselen van proportionaliteit (rekeninghoudend met schaalbaarheid en complexiteit) vast, de effectiviteit (geenonbedoelde bijeffecten) en doeltreffendheid van de maatregel voor hetreguliere segment. Naar aanleiding van deze constateringen hebben deleden van de PVV-fractie de volgende vragen aan de regering.Kan de regering nader toelichten op welke wijze de verplichting tot hetrapporteren met AQI’s voor reguliere vergunninghouders bijdraagt aanmeer inzicht in de gesteldheid van de integrale auditkwaliteit en in hetverlengde daarvan in een bijdrage aan het verhogen van de kwaliteit vande wettelijke controle?Het doel van de kwaliteitsindicatoren is dat accountantsorganisatiesvergelijkbare informatie beschikbaar maken die gebruikers van deaccountantsverklaring, zoals bestuurders en commissarissen vanbestaande en potentiële controlecliënten, aandeelhouders, schuldeisersen kredietverschaffers, in staat stellen het gesprek aan te gaan over demanier waarop de accountantsorganisatie het controleproces inricht enhoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van de wettelijke controle. Daarmeedragen de kwaliteitsindicatoren bij aan de doelstelling van ditwetsvoorstel. De elf indicatoren zijn bedoeld om ieder voor zich engezamenlijk een beeld te geven van hoe binnen de accountantsorganisatiehet controlewerk verloopt.Denkt de regering dat AQI’s voorzien in een behoefte van controleplichtigemkb-ondernemingen en hun stakeholders en de AQI’s zullen gebruiken alskeuze-instrument voor een bepaalde accountantsorganisatie?Met de rapportageplicht wordt beoogd bestuurders en commissarissenvan bestaande en potentiële controlecliënten, aandeelhouders, schuld-eisers en kredietverschaffers inzicht te geven in kwaliteitsaspecten van dewettelijke controle. Zij kunnen dan hun vertrouwen in de kwaliteit van dewettelijke controle ook baseren op de informatie uit onder meer de setvan elf kwaliteitsindicatoren.Ligt het in het verlengde van bovenstaande overwegingen niet voor dehand om de (mogelijke) verplichting tot vaststelling en rapportage vankwaliteitsindicatoren alleen te laten gelden voor het oob-deel binnen hetwettelijke controledomein?Ik kies ervoor om niet alle circa 220 reguliere vergunninghouders onderdeze rapportageplicht te brengen. Na de evaluatie van de eerste setkwaliteitsindicatoren wordt opnieuw nagedacht over de rapportage doorreguliere vergunninghouders. Zij werken tenslotte ook in het wettelijkdomein.22Bron: Sector in beeld 2023; Ontwikkelingen in de markt van accountantsorganisaties (AFM)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 646 De leden van de PVV-fractie stellen vast dat de Wijzigingswet als doelheeft het duurzaam verbeteren van de kwaliteit van de wettelijkecontroles. De voorgestelde verplichting voor accountantsorganisaties omook te rapporteren over andere controles dan de wettelijke controles, gaatnaar de mening van deze leden aan dit doel voorbij. Die controlesbetreffen andere domeinen dan het domein van de wettelijke controle,waarop de Wta niet ziet. De uitbreiding naar een nog niet gedefinieerderuimere kring schept bovendien rechtsongelijkheid ten opzichte vanaccountantskantoren, die controles of overige assurance-opdrachten23uitvoeren, maar geen accountantsorganisatie zijn in de zin van de Wta.Kan de regering de keuze voor een rapportageverplichting over anderecontroles (zijnde niet wettelijke controles) verder onderbouwen enconcreter definiëren, mede in het licht van de voornoemde overwegingenen opmerkingen?Deze rapportageplicht geldt bij nadere afweging alleen voor de zesgrootste accountantsorganisaties die een vergunning hebben omwettelijke controles te verrichten bij organisaties van openbaar belang. Erzijn echter ook andere dan wettelijke controles (jaarrekeningcontrole ensectorspecifieke controle genoemd in de bijlage bij de Wta). Bij die anderedan «wettelijke controles» past de accountant dezelfde controlestan-daarden toe. Het gaat hier allemaal om externe controles door eenexterne accountant, verbonden aan een wettelijk gereguleerde accoun-tantsorganisatie, waarin een gebruiker inzicht zou willen en dus zoumoeten kunnen verkrijgen. Aangezien het allemaal verplichte controleszijn, is een prioritering hierin niet aan de orde.Deze leden constateren dat artikel 55, eerste lid, van de Wab wordtaangepast met verwijzing naar de artikelen 45, tweede lid, en 45c, tweedelid, van de Wab. Dit biedt een grondslag om een toezichthouder aan tewijzen op de naleving van de verplichting van een accountantsorganisatiedie wettelijke controles uitvoert om op basis van die indicatoren terapporteren aan de beroepsorganisatie. Deze leden constateren hetgegeven dat het toezicht op de accountantsorganisatie in het bijzonder isgericht op de volledigheid en tijdigheid van de verstrekte informatie en dewijze van rapportage (zijn alle indicatoren ingevuld, op tijd aangeleverd enop de juiste wijze gerapporteerd?) en niet op de inhoud ervan.Ook stellen deze leden het gegeven vast dat de AQI’s een weergave vanfeiten zijn, nadrukkelijk géén norm zijn en daarmee niet beoogd alshandhavingsgrond voor de externe toezichthouder.24 Deze leden zienvoorts het voorgestelde artikel 45a, derde lid, van de Wab (grondslaggegevensverstrekking), waarbij de beroepsorganisatie verplicht wordtgesteld om de verkregen informatie (aan derden) openbaar te maken enconstateren de wettelijke geregelde en gescheiden taken, verantwoorde-lijkheden en toezichtdomeinen van zowel de beroepsorganisatie en detoezichthouder in respectievelijk de Wab en Wta.Gelet op de kwaliteitsbevorderende taken van de beroepsorganisatie(benoemd in de Wet op het accountantsberoep), de bevoegdheden van deberoepsorganisatie (vastgelegd in de Verordening op de kwaliteitsbeoor-delingen25, waardoor de beroepsorganisatie informatie van accountants-organisaties kan opvragen, toetsen en kan delen met de toezichthouder)23Dit betreffen overige controles van jaarrekeningen, zijnde vrijwillige controles of overigeassurance-opdrachten van andere informatie, niet zijnde een jaarrekening.24Kwartiermakers toekomst accountancysector, toelichting op de Consultatie Audit QualityIndicators (8 juli 2021), pagina 3.24 memorie van toelichting Wijzigingswet accountancysector, pagina 47.25Zie https://wetten.overheid.nl/BWR0039808/2023-07-01.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 647 en de zienswijze van de Raad van State dat zonder verwerking vanpersoonsgegevens bovendien de vraag rijst of een wettelijke regelingnodig is, of dat volstaan kan worden met zelfregulering door de sector,kan de NBA hierin als publiekrechtelijke beroepsorganisatie met verorde-nende bevoegdheid het voortouw nemen.26Mede gelet op het gegeven dat de rapportage plaatsvindt aan deberoepsorganisatie en de beroepsorganisatie (naast vaststelling,actualisatie en evaluatie) verantwoordelijk wordt voor openbaarmaking ende regering de publiekrechtelijke beroepsorganisatie daarvoor de meestgeschikte organisatie vindt, hebben de leden van de PVV-fractie devolgende vragen aan de regering.Kan de regering toelichten waarom een nieuwe grondslag en daarmeewetswijziging nodig is? Kan de regering toelichten waarom hetvoornemen bestaat de AFM als toezichthouder aan te wijzen?De AFM is al wettelijk toezichthouder op accountantsorganisaties,waardoor het logisch is om de AFM ook toezichthouder te maken voordeze rapportageplicht. Voor dit wettelijk toezicht is echter een wettelijkegrondslag nodig, maar die was er nog niet. Deze grondslag wordt met ditwetsvoorstel geregeld. Voor een zo kansrijk mogelijk begin van dezekwaliteitsindicatoren is wettelijk toezicht gewenst op de naleving vanrapportageplicht.Kan de regering in dat kader toelichten welke gegronde redenen er zijnom af te wijken van de bestaande verhoudingen en gescheiden verant-woordelijkheden in het stelsel?De rapportageplicht rust op accountantsorganisaties. Het wettelijk toezichtop accountantsorganisaties ligt al bij de AFM. De AFM is en blijft het enigezelfstandige bestuursorgaan dat beschikt over wettelijke bevoegdhedenom met wettelijke waarborgen omklede herstel- of strafmaatregelen op teleggen aan accountantsorganisaties, waartegen rechtsbescherming openstaat bij de rechter. Deze maatregel houdt geen afwijking in van debestaande verhouding tussen het wettelijk toezicht van de AFM opaccountantsorganisaties en de (wettelijk geborgde) beroepsreglemen-tering door de NBA van accountants. De reden dat de rapportageplicht isopgenomen in de Wet op het accountantsberoep (Wab) is dat deze plichtook ziet op een indicator betreffende de externe accountant.In het verlengde van de vorige vraag constateren de leden van dePVV-fractie het volgende: met de invoeging van artikel 57a van de Wabwordt geregeld dat de bepalingen uit de Wta, voor zover van betrekkingop toezicht en handhaving, van overeenkomstige toepassing zijn op detoezicht- en handhavingstaak van de AFM op grond van het gewijzigdeartikel 55, eerste lid, en artikel 57 van de Wab. Dat is volgens de regeringnodig, omdat de reikwijdte van de Wta-bepalingen ten aanzien van detoezichttaak van de AFM nu nog is beperkt tot de Wta.Het toezicht dat op grond van de Wta op accountantsorganisaties wordtuitgeoefend door de AFM dient te geschieden binnen de kaders diedaarvoor zijn gesteld in de Awb en de Wta.27 Naar aanleiding hiervanhebben deze leden de volgende vragen aan de regering.26Advies Raad van State, Wetsvoorstel Toekomst accountancysector Kenmerk W06.22.0142/III,36 484, Kamerstukken II 2023/24, nr. 4, pagina 5.27Kamerstuk 33 977, nr. 16, Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta); Briefregering;Rechtsbescherming accountants en accountantsorganisaties, 31 januari 2017.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 648 Kan de regering toelichten waarom de reikwijdte en de grondslagen vanzowel de Wta als de Wab expliciet worden gewijzigd?De vraag ziet op de uitbreiding van het bestaande toezicht van de AFM opaccountantsorganisaties, in verband met: (i) rapportage van kwaliteitsindi-catoren, (ii) uitvoering van de aangewezen accountantscontrole en(iii) medewerking aan een informatieverzoek van de NBA als aanwijzendeautoriteit. Dit wetsvoorstel biedt de mogelijkheid voor de Minister vanFinanciën om een toezichthouder aan te wijzen die er op kan toezien datdeze drie nieuwe verplichtingen door accountantsorganisaties wordennageleefd. Omdat zowel de rapportageplicht als de bevoegdheid van deNBA tot aanwijzing van een accountantscontrole in dit wetsvoorstel zijnopgenomen als aanpassingen van de Wab, worden de bijbehorendegrondslagen voor de toezichtsbevoegdheden en handhavingsinstru-menten van de AFM eveneens in dit wetsvoorstel opgenomen alsaanpassingen van de Wab, rechtstreeks dan wel door van overeenkom-stige toepassingverklaring van bevoegdheden uit de Wta.Wat zijn de gegronde redenen voor deze stelselwijziging?Dat dit wetsvoorstel voorziet in drie nieuwe verplichtingen van accoun-tantsorganisaties (rapportageplicht, uitvoeringsplicht aangewezenaccountantscontrole en medewerkingsplicht aan NBA als aanwijzendeautoriteit) en in bijbehorende toezicht en handhaving houdt niet in dat ersprake is van een stelselwijziging. De AFM is en blijft de enige wettelijketoezichthouder op accountantsorganisaties, met bijbehorende bevoegd-heden. Breiden de verplichtingen zich uit van accountantsorganisaties, enis extern wettelijk toezicht aan de orde, dan ligt het daarmee voor de handdat de AFM dat toezicht uitoefent op accountantsorganisaties. Zo ook ditwetsvoorstel.Kan de regering in het antwoord hierbij ook ingaan op de werking enimplicaties van deze wetswijziging en de gevolgen daarvan voor deformele rechtspositie van accountants en accountantsorganisaties?De drie nieuwe verplichtingen van accountantsorganisaties (rapportage-plicht, uitvoeringsplicht aangewezen accountantscontrole en medewer-kingsplicht aan een informatieverzoek van de NBA als aanwijzendeautoriteit) en bijbehorend toezicht en handhaving door de AFM brengengeen verandering in de bestuursrechtelijke rechtsbescherming vanaccountantsorganisaties. Tegen een besluit van de AFM om een maatregelop te leggen aan accountantsorganisatie, die niet voldoet aan dezeverplichtingen, kunnen accountantsorganisaties in bezwaar gaan bij deAFM en daarna in (hoger) beroep bij de rechter. Deze drie nieuwemaatregelen zien niet op individuele accountants.Kan de regering toelichten waarom in dit kader ook artikel 25a wijzigt?De AFM dient zowel toezicht te kunnen houden als handhavend te kunnenoptreden op de verplichtingen uit onder andere artikelen 54b, vijfde lid,54c, tweede lid, en 54d Wab. Om handhavend te kunnen optreden moetde AFM ook kunnen beschikken over de bij de NBA aanwezige informatie,ondanks de vertrouwelijkheid van deze informatie. Daarom wordt in ditverband een uitdrukkelijke grondslag opgenomen in artikel 25a voorgegevensverstrekking.Kan de regering daarbij expliciet ingaan op de toevoeging «in afwijkingvan artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht», waardoor deregering regelt dat de toezichthouder geen wettelijke grondslag nodigTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 649 heeft voor doorbreking van de geheimhoudingsplicht van de beroepsor-ganisatie?Het voorgestelde artikel 25a, op te nemen in de Wab, houdt verband metde aanwijzingsbevoegdheid van de NBA en met het beginsel dat de NBAis gehouden geheimhouding te betrachten bij de uitoefening van dezetaak. Deze geheimhoudingsplicht van de NBA volgt uit artikel 2:5 Awb. Inde situatie dat een onderneming of instelling geen bereidheid bespeurt bijde aangewezen accountantsorganisatie om de wettelijke controle uit tevoeren, dan zal die onderneming of instelling dit laten weten aan de NBA.Omdat die accountantsorganisatie de plicht heeft de accountantscontroleuit te voeren en de AFM de taak heeft om toe te zien op de naleving vanook deze plicht van accountantsorganisaties, is het belangrijk dat de NBAde AFM informeert over deze vorm van niet-naleving door de betreffendeaccountantsorganisatie. Daartoe bevat dit wetsvoorstel een uitzonderings-bepaling op artikel 2:5 Awb, waardoor de NBA niet in strijd handelt met dehaar van toepassing zijnde bestuursrechtelijke geheimhoudingsplicht alsde NBA de AFM informeert.De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de reikwijdte van de weten met name de voorgenomen reikwijdte. De wet is allereerst vantoepassing op de zes accountantsorganisaties met een oob-vergunning.Na een evaluatie volgen de overig accountantsorganisaties met eenvergunning (op dit moment 227). Klopt het dat deze uitbreiding uit de weten de memorie van toelichting moet volgen?Uit oogpunt van zorgvuldigheid van besluitvorming is ervoor gekozen omalle circa 220 reguliere vergunninghouders nu niet onder de rapportage-plicht kwaliteitsindicatoren te brengen. Daartoe is het wetsvoorstelgewijzigd. Indien na de evaluatie van de eerste set kwaliteitsindicatorenwordt besloten over de de rapportage door reguliere vergunninghouders,dan volgen daartoe nadere voorstellen.Waarom is niet gekozen voor een ¨kan-bepaling¨, door eerst de evaluatieaf te wachten en daarna pas te besluiten of de toepassing van de wetwordt uitgebreid naar de overige vergunningshouders?Vooralsnog zullen alle circa 220 reguliere vergunninghouders niet onderdeze rapportageplicht vallen. Om die reden is in dit wetvoorstel geenkan-bepaling nodig. Indien wordt besloten over een rapportageplicht voorreguliere vergunninghouders, dan volgende daartoe nadere voorstellen.3.1 Vaststelling, rapportage en publicatie audit quality indicators De leden van de PVV-fractie constateren dat de Raad van State in haaradvies stelt dat de effectiviteit van AQI’s en daarmee de toegevoegdewaarde niet is bewezen. Kan de regering aangeven waarop deverwachting is gebaseerd dat rapportage op basis van AQI’s een impulsgeven aan de kwaliteit van het toezicht zelf?Het beschikbaar komen van wezenlijke informatie over aspecten vankwaliteit van uitvoering van de wettelijke controle zal belangrijkeinformatie geven voor betrokkenen en dat zij hierover in gesprek gaanmet de accountantsorganisatie. Het gaat om een diverse groep belang-hebbenden: bestaande en potentiële controleplichtige middelgrote, ofgrote ondernemingen; controlecliënten, hun aandeelhouders, inves-teerders, kredietverschaffers of schuldeisers. Een voorbeeld is het aspectvan het relatieve aantal uren dat de externe accountant besteedt aan dewettelijke controles ten opzichte van het totaal aantal controle-uren. Dezeindicator is geen maatstaf voor kwaliteit, maar zegt wel iets over deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 650 manier waarop een accountantsorganisatie het controleproces organi-seert en is daarmee interessant om vragen over te stellen en discussieover te voeren die ook gaan over de kwaliteit van de controle.Kan worden aangeven tot welke aanvullende administratieve belasting derapportage over de AQI’s leidt?De rapportageplicht kwaliteitsindicatoren is inmiddels beperkt tot zesgrootste accountantsorganisaties, die organisaties van openbaar belangmogen controleren. De reguliere vergunninghouders krijgen nu niet temaken met deze rapportageplicht. Voor hen als groep vallen de totaleinitiële kosten weg van € 6.192.560 en de totale doorlopende kosten van€ 1.048.740, die het gevolg zouden zijn geweest van deze rapportageplicht(Kamerstukken II, 2023/24, 36 484, nr. 3, par. 5.2.1. en 5.2.2). Dieberekening is uitgevoerd met inachtneming van het toepasselijkenormenkader (Handboek meting regeldruk, 1 februari 2023, van hetAdviescollege Toetsing Regeldruk).Is de regering van mening dat de toename van de regeldruk proportioneelis en opweegt tegen de maatschappelijke baten en kan de regeringtoelichten waarom?Accountantsorganisaties die wettelijke controles uitvoeren zijn nuonvoldoende transparant over aspecten van kwaliteit, zo constateerden deCta en de Kwartiermakers. Voor middelgrote en grote bedrijven eninstellingen die verplicht zijn om gecontroleerd te worden, hun aandeel-houders, investeerders, kredietverstrekkers en schuldeisers is hetbelangrijk dat ze vertrouwen kunnen hebben in de kwaliteit van dewettelijke controles. Hun vertrouwen kunnen zij baseren op het inzicht datzij verkrijgen uit de informatie die de elf aspecten van kwaliteit uit de setkwaliteitsindicatoren geven. De genoemde belanghebbenden kunnenaccountantsorganisaties dan bevragen over kwaliteit van uitvoering vanhet controlewerk op basis relevante en vergelijkbaar gemaakte informatie,die dan daartoe wel openbaar moet zijn gemaakt. Deze bevragingverhoogt ook de interne aandacht bij accountantsorganisaties in de vormvan sturing op kwaliteitsaspecten.Welke alternatieven zijn overwogen om kwaliteit te meten en te verbe-teren? Is er bijvoorbeeld gedacht aan zelfevaluatie en onderlinge visitatie?Is over deze alternatieven overleg geweest met beroepsorganisaties enwaarom is er uiteindelijk voor extra regulering gekozen?De Cta deed al in 2020 de aanbeveling dat er snel informatie beschikbaarmoet komen over de kwaliteit van het controlewerk. Accountantsorgani-saties zijn te weinig transparant over die kwaliteit. Gegeven het publiekebelang bij inzicht in kwaliteit is het voorstel van de Cta overgenomen enals maatregel voorgesteld, zij het dat OOB-accountantsorganisatiesbeginnen met deze rapportageplicht.Voor een wettelijke rapportageverplichting, in plaats van een experimentof zelfregulering, is gekozen vanwege het belang van het instrument voorhet verkrijgen van inzicht in aspecten van kwaliteit van de wettelijkecontrole. Daarbij past dat toezicht wordt gehouden op de naleving van derapportageverplichting en dat deze handhaafbaar is. Met een zo kansrijkmogelijk begin van deze kwaliteitsindicatoren, op basis van wettelijkecontroleerbaarheid, ontstaat ook meer toegevoegde waarde voorbelanghebbenden en voor OOB-accountantsorganisaties die transparantzijn over de kwaliteitsaspecten van uitvoering van het controlewerk. Eenbelangrijk voordeel is immers de vergelijkbaarheid, waarvan het voordeelmoeilijk op kleine schaal te testen is. Handhaafbaarheid bevordert ook eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 651 gelijk speelveld tussen OOB-accountantsorganisaties in zoverre zij alleuitvoering moeten geven aan de rapportageplicht en geen accountantsor-ganisatie voordeel kan hebben van de keuze dit niet te doen.Kan de regering nader toelichten waarom de kwaliteitsindicatoren eenwettelijke verankering behoeven?Wettelijke verankering van de rapportageplicht en de bijbehorende setkwaliteitsindicatoren maakt wettelijk toezicht mogelijk door de AFM. Diekan, als een accountantsorganisatie haar geen andere keuze laat dan tothet afdwingen van de naleving van deze plicht, ingrijpen met wettelijkebevoegdheden.Waarom wordt de AFM aangewezen als toezichthouder voor de nalevingvan de verplichting van een accountantsorganisatie om te rapporterenaan de beroepsorganisatie NBA? Deelt de regering de opvatting van deRaad van State dat, indien ervoor wordt gekozen om geen persoonsge-gevens te verwerken, het de vraag is of een wettelijke regeling nodig is endat ook volstaan kan worden met zelfregulering door de sector?De AFM is al toezichthouder op de naleving van regels die gelden vooraccountantsorganisaties. Aangezien de rapportageplicht rust op accoun-tantsorganisaties ligt het voor de hand om het toezicht op de naleving vandeze plicht toe te voegen aan het bestaande toezicht van de AFM.De vraag ziet op de eerste van elf kwaliteitsindicatoren, die inzicht geeft inhet aantal uren dat de externe accountant besteedt in verhouding tot hettotaal uren dat is besteed aan de wettelijke controle. Deze indicator maaktduidelijk in welke mate de externe accountant die de controleverklaringtekent, zelf betrokken is bij en dus zelf tijd besteedt aan de uitvoering vande wettelijke controle. Immers, het is de externe accountant die medever-antwoordelijk is voor de kwaliteit van de controlewerkzaamheden met alsresultaat kwaliteit van de accountantsverklaring. Deze indicator isbelangrijk voor een zinvolle discussie over kwaliteit van de wettelijkecontrole. Deze indicator draagt bij een zo volledig mogelijk inzicht in welkekwaliteit belanghebbenden mogen verwachten van de wettelijke controle.Deelt de regering de vrees van de AP dat rapportages over de AQI’s bijkleine organisaties snel herleidbaar zijn tot personen, ook als er sprake isvan pseudonimiseren? En dat dit «een forse inbreuk op de persoonlijkelevenssfeer van de betrokken accountant» kan betekenen, waarbij hetbelang van een algemene openbaarmakingsverplichting zelden zouprevaleren?De maatregel van pseudonimisering van de naam van de externeaccountant vervangt de aanvankelijk voorgenomen verplichting vooraccountantsorganisaties om de naam te vermelden. De informatie overhet relatief aantal door de externe accountant besteedde uren aan dewettelijke controle is daarmee ontdaan van de betreffende naam.Zoals aangegeven is besloten het wetsvoorstel te wijzigen. Alleen de zesgrootste accountantsorganisaties, die organisaties van openbaar belangmogen controleren, rapporteren over kwaliteitsaspecten. Aangezien dezezes grootste OOB-accountantsorganisaties veel externe accountantshebben kan zich nu niet de situatie voordoen dat duidelijk is op welkepersonen de hier bedoelde informatie kan zien. Mocht dat desondankstoch het geval zijn dan is dat echter nog steeds niet in een oogopslagzichtbaar en vergt nader onderzoek, zodat de inbreuk naar mijn oordeelbeperkt is en gerechtvaardigd. Hierbij weegt ook mee dat externeaccountant een publiek beroep is en dat een zekere mate vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 652 openbaarheid, zoals bijvoorbeeld ook het met de eigen naam tekenen vande accountantsverklaring, daarbij past.Kan de regering aangeven waarom het wetsvoorstel op voorhand regeltdat na een evaluatie en eventuele herziening van de indicatoren ookreguliere vergunninghouders zullen worden verplicht tot rapportage opbasis van de betreffende kwaliteitsindicatoren?Is de regering bereid om deze verplichting voor reguliere vergunning-houders uit het wetsvoorstel te schrappen en op basis van de eersteervaringen te bezien of verplichte rapportage proportioneel is en deprivacy voldoende is gewaarborgd?Zoals hiervoor aangegeven wordt voorgesteld om het wetsvoorstel tewijzigen. Vooralsnog zullen alle circa 220 reguliere vergunninghoudersniet onder deze rapportageplicht vallen. Na de evaluatie van de eerste setkwaliteitsindicatoren is er dan een moment om een zorgvuldige afwegingte maken over de rapportage door reguliere vergunninghouders.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe controlekwaliteit nuprecies in de wet is gedefinieerd.De definitie van kwaliteit van de wettelijke controle volgt uit toepasselijkewet- en regelgeving. De verklaring van de externe accountant moet eenredelijke mate van zekerheid geven dat de financiële verantwoording hetwettelijke vereiste inzicht geeft (zie de artikelen 393, derde lid j° 362, eerstelid, Boek 2, Burgerlijk Wetboek). Die redelijke mate van inzicht vereist datde uitvoering van de wettelijke controle geschiedt met inachtneming vanberoepsreglementering, zoals tenminste professionele oordeelsvorming,een professioneel-kritische instelling en een controle-oordeel dat isgebaseerd op voldoende en geschikte controle-informatie.De personen die de wettelijke controle uitvoeren moeten daartoe in staatworden gesteld door de accountantsorganisatie. Deze is verantwoordelijkvoor opzet, bestaan en werking van een stelsel van kwaliteitsbeheersingdat de kwaliteit waarborgt van de wettelijke controle van de externeaccountants die werkzaam zijn in de organisatie.De accountantsorganisatie heeft te zorgen voor een kwaliteitsgerichtecultuur, die het publiek belang vooropstelt. De accountantsorganisatie iser medeverantwoordelijk voor dat die gebruikers van de accountsver-klaring kunnen vertrouwen op de financiële verantwoording van degecontroleerde onderneming of instelling.Van kwaliteit is dus geen sprake enkel indien de accountantsorganisatieheeft gezorgd voor de randvoorwaarden (i.e. er is een stelsel vankwaliteitsbeheersing) of er geen noodzaak bleek een afgegeven accoun-tantsverklaring in te trekken of aan te passen.Er zijn verschillende definities die tezamen bepalen aan welke kwaliteits-eisen de wettelijke controle moet voldoen. Die elementen zien, zoalshiervoor toegelicht, op (i) de accountantsorganisatie (bijvoorbeeld inzakehet stelsel van kwaliteitsbeheersing), (ii) de externe accountants (beroeps-reglementering en controlestandaarden) (iii) de accountantsverklaring(oordeel over getrouwheid van de jaarrekening, die het wettelijk vereisteinzicht geven). De drie rechtsbronnen zijn het Burgerlijk Wetboek, de Wettoezicht accountantsorganisaties en de Wet op het accountantsberoep.Deze gerelateerde bronnen geven duidelijke definities van de kwaliteit,waaraan de accountantsverklaring (het resulterend product) moetvoldoen, en van de wettelijke controle (de beoordeling).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 653 Deze leden vragen of de regering het ermee eens dat dit op dit momentwat te breed is, en dat controlekwaliteit in essentie moet gaan overwaarschijnlijkheid dat een fout ontdekt en wordt gerapporteerd.Een definitie van kwaliteit inhoudende de waarschijnlijkheid dat een foutwordt ontdekt en gerapporteerd is te beperkt. Er zijn immers 3 dimensiesvan kwaliteit, zie (i) het jaarrekeningenrecht, (ii) de beroepsreglementeringen controlestandaarden, die zien op de externe accountant, en (iii) de Wtadie ziet op de accountantsorganisatie die verantwoordelijk is voor dekwaliteitsbeheersing.Deze leden vragen voorts wat de achterliggende reden is dat controlekwa-liteit nu vrij breed wordt gedefinieerd.Het samenstel van definities is historisch te verklaren. Eerst waren erberoepsbeoefenaren die zich verenigden en zich wilden houden aan eigennormen. Daar kwam het jaarrekeningenrecht bij met de wettelijkverplichte externe controle, gevolgd door de introductie van vergunning-plichtige accountantsorganisaties, die exclusief wettelijke controle-opdrachten mochten aannemen.Is het bijvoorbeeld niet ongewenst om daarbij ook klanttevredenheid meete nemen? Dit omdat een accountant die fouten detecteert niet altijd opeen tevreden klant kan rekenen (en dit ook niet per se de bedoeling is).Klanttevredenheid is geen maatstaf voor kwaliteit van de wettelijkecontrole. Om die reden is klanttevredenheid ook geen onderdeel van hetsamenstel van wettelijke definities.Klanttevredenheid is bedoeld om inzicht te geven in de mate waarin deaccountantsorganisatie, door middel van een effectief kwaliteitsbeheer-singssysteem, in staat is volgens de perceptie van de klant, toegevoegdewaarde te leveren met de verleende diensten. Een ontevreden klant iskennelijk niet tevreden genoeg over de kwaliteit of de toegevoegdewaarde van de dienst ingekocht bij de accountantsorganisatie. Vandaar deopname van dit aspect in de set van elf kwaliteitsindicatoren en niet inenige wettelijke definitie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen verder of de regeringbereid is controlekwaliteit enger, preciezer te definiëren in een nota vanwijziging.De definitie van kwaliteit van de wettelijke controle bestaat al. Zij is tevinden in het jaarrekeningrecht, de wettelijk geborgde beroepsreglemen-tering van accountants en de wettelijke regulering van accountantsorgani-saties. Er is geen aanleiding om in te grijpen in die wettelijke definities enkwaliteitseisen.Deze leden vragen bovendien hoe controlekwaliteit straks gemeten gaatworden: kwalitatief of kwantitatief, of beiden?De eisen die gelden voor de kwaliteit van de wettelijke controle vloeienonder meer voort uit de Nadere Voorschriften Controle- en OverigeStandaarden (NV COS) van de NBA. Deze eisen zijn kwalitatief van aard.Denk aan de eis dat de controleverklaring moet zijn onderbouwd metvoldoende en geschikte controle-informatie. Om anderzijds te voldoenaan een eis dat de conclusies over de kwaliteit van de wettelijke controlerepresentatief zijn voor alle uitgevoerde wettelijke controles, geldenkwantitatieve eisen. Oftewel, hoeveel controledossiers zijn onderzocht tenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 654 opzichte van een totaal aantal controledossiers in de onderzochte periode.Beide zijn dus nodig.Hoe gaat voor een geharmoniseerde onderbouwing worden gezorgd?Elk onderzoek naar de kwaliteit van de wettelijke controle dient alsreferentie een beoordelingskader te hebben dat vertrouwen biedt dat hetonderzoek consistent en gevalideerd wordt uitgevoerd.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie merken op dat de AFM geentoezicht houdt op de juistheid van de AQI’s. Deze leden vragen waaromdaarvoor niet is gekozen. Hoe wordt de juistheid van de AQI’s dan straksgetoetst?De gerapporteerde informatie bevat geen kwaliteitsoordeel en ziet alleenop elf feitelijke aspecten van auditkwaliteit. Ook is het vooral de verant-woordelijkheid van elke rapporterende accountantsorganisatie om zorg tedragen voor de juistheid van de gerapporteerde kwaliteitsindicatoren.Mocht in de toekomst signalen krijgen dat duiden op problemen met dejuistheid van de AQI’s dan zal dit opnieuw worden beoordeeld.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe ordening ensynergie wordt aangebracht in nationale en internationale trajecten tenaanzien van kwaliteitsindicatoren en ondoelmatige dubbeling vanrapportage over AQI’s op dat punt kunnen worden voorkomen.Dit wetvoorstel voert één nieuwe rapportageverplichting in en treedtdaarmee in geen enkele andere vergelijkbare verplichting. De accoun-tantsorganisaties die duidelijk kunnen maken dat er bij hen sprake is vanonnodige overlap in rapportages zijn vrij om hierover contact op te nemenmet de partijen aan wie zij rapporteren. Over de invoering van de AQI’s ende implicaties hiervan wordt gesproken met de AFM en NBA. Indien wet-en regelgeving onnodige overlap veroorzaakt dan volgt hierover uiteraardhet gesprek.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen voorts naar de herleid-baarheid van het publiceren van AQI’s bij kleinere kantoren, waarvan tezijner tijd sprake zou kunnen zijn. Is de regering het met de AP eens dat ditdan herleidbaar zou kunnen zijn naar personen?Zoals hiervoor toegelicht is ervoor gekozen alle circa 220 regulierevergunninghouders niet onder deze rapportageplicht te brengen. Ditomdat uitbreiding van de reikwijdte tot reguliere vergunninghouderszorgvuldige afweging vergt. Na de evaluatie van de eerste set kwaliteitsin-dicatoren is er een moment om een besluit te nemen over de rapportagedoor deze kantoren, mede in het licht van de getrokken lessen enopgedane ervaring met de rapportageplicht waarmee de zes grootsteaccountantsorganisaties zijn begonnen.De maatregel van pseudonimisering van de naam van de externeaccountant laat de regering staan in het wetsvoorstel. Pseudonimiseringvervangt, zoals eerder toegelicht, de verplichting van accountantsorgani-saties om de naam te vermelden. De informatie over het relatief aantaldoor de externe accountant besteedde uren aan de wettelijke controle isdaarmee ontdaan van de betreffende naam.Het nu niet het beeld dat ondanks de maatregel van pseudonimisering desituatie zich kan voordoen dat bij de grootste zes accountantsorganisaties,gelet op het feit dat aan hen niet slechts één of enkele externe accoun-tants zijn verbonden, duidelijk kan worden op welke personen deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 655 informatie betrekking kan hebben. Al zou dit wel zo zijn dan is dat zekerniet in een oogopslag zichtbaar en vergt nader onderzoek, zodat ook in ditgeval de inbreuk naar mijn oordeel beperkt is en gerechtvaardigd. Hierbijweegt ook mee dat externe accountant een publiek beroep is en dat eenzekere mate van openbaarheid, zoals bijvoorbeeld ook het met de eigennaam tekenen van de accountantsverklaring, daarbij past.Op welke manier wordt in de evaluatie van het wetsvoorstel meegenomende vraag of er een alternatief is voor het openbaar maken van derapporten voor kleinere kantoren?In dit wetsvoorstel is de rapportageverplichting beperkt totOOB-accountantsorganisaties. De evaluatie van de eerste set van elfkwaliteitsindicatoren is bedoeld om maatschappelijke ontwikkelingen ofnieuwe wetenschappelijke inzichten te verwerken. De evaluatie kanaanleiding geven om te verandering aan te brengen in de reikwijdte vande rapportageplicht met het oog op reguliere vergunninghouders die ookwettelijke controles uitvoeren.Op welke manier wordt de sector hierbij betrokken?De NBA zal de evaluatie op zich nemen van de eerste set kwaliteitsindica-toren. De NBA is, als organisatie voor en door accountants, goedgepositioneerd om breed aandachtspunten op te halen. Een daartoe doorde NBA op te richten onafhankelijke commissie zal een brede vertegen-woordiging kennen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen tot slot op dit punt of deregering bereid is op het bovengenoemde punt een voorhang in tebouwen, zodat de Kamer hierover mee kan praten?Dit wetsvoorstel voorziet erin dat de NBA een verslag aan de Minister vanFinanciën uitbrengt over de resultaten van de evaluatie. Dat verslag zalmet uw Kamer worden gedeeld en tevens zal worden toegelicht of eraanpassingen aan de eerste set kwaliteitsindicatoren nodig zijn en, zo ja,welke dat zijn. Verder zal het verslag ingaan op de rapportage door dereguliere vergunninghouders. De uiteindelijke instelling van daarvan vergteen wetswijziging. Over een ingediend wetsvoorstel beslist de Kamer danmee.De leden van de SGP-fractie constateren dat de Minister van Financiënkan besluiten over de vaststelling en wijziging van de audit qualityindicators. Welke ruimte heeft de Minister hiervoor? Zijn hiervoor kadersopgesteld?De Minister van Financiën besluit over aanpassing van de inhoud van dekwaliteitsindicatoren door middel van een ministeriële regeling. Dit besluitwordt genomen met inachtneming van de wettelijke grondslagen waarinde rapportageverplichting zelf is opgenomen. Het evaluatiekader stelt datmaatschappelijke ontwikkelingen of nieuwe wetenschappelijke inzichtenmoeten kunnen worden verwerkt, voor zover deze invloed hebben op demanier waarop de kwaliteit van wettelijke controles inzichtelijk kanworden gemaakt. Ervaringen die zijn opgedaan met de eerste setindicatoren kunnen leiden tot aanpassing van de inhoud van de volgendeset, als dat nuttig of nodig is voor het doel: inzicht in aspecten vankwaliteit van de wettelijke controle.De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de Raad van State inhaar advies suggereert om een meer proportionele aanpak te hanterenmet betrekking tot het inzicht in de factoren die de kwaliteit van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 656 wettelijke controle zouden kunnen bepalen. De Raad stelt hierbij voor omeerst een experiment uit te voeren om te toetsen of er daadwerkelijk eenverband bestaat tussen kwaliteit van de wettelijke controle en dekwaliteitsindicatoren die in het wetsvoorstel worden voorgesteld. Deleden van de ChristenUnie-fractie vinden deze suggestie zinvol.Kan de regering nader motiveren waarom dit toch vrij fundamenteleadvies van de Raad van State niet wordt gevolgd?Dit wetsvoorstel neemt een van de belangrijkste aanbevelingen over vande Commissie toekomst accountancysector. In 2020 adviseerde decommissie dat er snel betere informatie beschikbaar moet komen over dekwaliteit van het controlewerk. Accountantsorganisaties zijn daar helaaszelfstandig niet transparant genoeg over.Er is gekozen voor een wettelijke rapportageverplichting in plaats van eenexperiment of zelfregulering vanwege het belang van de rapportagever-plichting voor het verkrijgen van inzicht in kwaliteit. Dit vereist dat toezichtwordt gehouden op de naleving van de rapportageverplichting en datdeze handhaafbaar is. Met een zo kansrijk mogelijk begin van dezekwaliteitsindicatoren, gebaseerd op wettelijke controleerbaarheid,ontstaat ook meer toegevoegde waarde voor belanghebbenden en vooraccountantsorganisaties die transparant zijn over de kwaliteitsaspectenvan uitvoering van het controlewerk. Een belangrijk voordeel is devergelijkbaarheid, waarvan het voordeel moeilijk op kleine schaal te testenis. Handhaafbaarheid bevordert ook een gelijk speelveld tussen accoun-tantsorganisaties, omdat daarmee (beter) wordt geborgd dat alleaccountantsorganisaties die onder de rapportageplicht vallen hier ookdaadwerkelijk en op de voorgeschreven wijze uitvoering aan gaan geven.In proportionaliteit wordt voorzien door nu alleen de allergrootsteaccountantsorganisaties te laten starten met de rapportageplicht en dooralle circa 220 reguliere vergunninghouders vooralsnog niet onder dezeplicht te brengen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om nader temotiveren op welke wijze het rapporteren met AQI’s voor regulierevergunninghouders bijdraagt aan de verhoging van de kwaliteit van dewettelijke controle.Er is vanuit het oogpunt van zorgvuldige besluitvorming voor gekozen decirca 220 reguliere vergunninghouders nu niet onder deze rapportage-plicht te brengen. Na een evaluatie van deze rapportage zal het kabinetopnieuw oordelen over de rapportage door deze kantoren.Op basis van het advies van de Raad van State heeft de regering hetwetsvoorstel aangepast waarmee gepoogd wordt de inbreuk op het rechtop bescherming van de privacy te mitigeren door de naam van de externeaccountant te pseudonimiseren, zo constateren deze leden. In hetrondetafelgesprek, dat in de Kamer is gehouden, werd duidelijk dat eenheel groot deel van de accountantskantoren hiermee alsnog herleidbaarzouden zijn in verband met hun kleine personeelsbestand (1 tot5 personen). Hoe reageert de regering hierop?Zoals hiervoor al toegelicht is er voor gekozen nu reguliere vergunning-houders, waaronder dergelijke kleine kantoren, niet onder deze rapporta-geplicht te brengen.De maatregel van pseudonimisering van de naam van de externeaccountant blijft staan in het wetsvoorstel. Pseudonimisering vervangt,zoals eerder toegelicht, de verplichting van accountantsorganisaties omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 657 de naam te vermelden. De informatie over het relatief aantal door deexterne accountant besteedde uren aan de wettelijke controle is daarmeeontdaan van de betreffende naam. Hierbij weegt mee dat externeaccountant een publiek beroep is en dat een zekere mate vanopenbaarheid, zoals bijvoorbeeld ook het met de eigen naam tekenen vande accountantsverklaring, daarbij past.Is de AP geconsulteerd over de wijziging die de regering heeft aange-bracht in het wetsvoorstel?Het advies van de Raad van State, dat ook zag op de privacyaspecten vande rapportageplicht, heeft geleid tot aanpassing van het wetsvoorstel. Hetvoorstel bevat namelijk de minder vergaande maatregel van de publicatievan de gepseudonimiseerde naam van de accountant. De AP is nietgeconsulteerd over de wijziging van de pseudonimisering van de naamvan de externe accountant. Dit is ook niet gebruikelijk. Tijdens hetrondetafelgesprek in uw Kamer over de Wijzigingswet accountancysectorop 20 maart 2024 kwam naar voren dat de AP vindt dat het kabinet haarwetgevingsadvies goed heeft overgenomen maar vroeg zij nadrukkelijkaandacht voor het risico van herleidbaar bij kleinere kantoren, met eenbeperkt aantal accountants. Hierover is eerder in deze antwoordentoegelicht dat het beroep van openbare accountants, die werken in hetpublieke domein en persoonlijk de controleverklaring tekenen, met zichbrengt dat eventuele herleidbaarheid niet onevenredig hoeft te wordengeacht.Er is in het wetsvoorstel gekozen voor een gefaseerde invoering: twee totdrie jaar na invoering van de AQI’s voor het oob-segment worden dezegeëvalueerd. De leden van de ChristenUnie-fractie achten, wanneergekozen wordt voor deze methode, een gefaseerde invoering verstandig.Echter vragen deze leden wel waarom daarbij niet is gekozen voorwettelijke instemming alvorens over te gaan tot een verdere uitrol naarhet niet-oob segment.Het wetsvoorstel is gewijzigd. De maatregel van de rapportageplicht geldtnu voor de accountantsorganisaties, die wettelijke controles mogenuitvoeren bij organisaties van openbaar belang. Dat zijn de zes grootsteaccountantsorganisaties. Het instellen van een verplichting voor regulierevergunninghouders vergt een wetswijziging waarover uw Kamer dus meebesluit.In het wetsvoorstel worden rondom de AQI’s ook wijzigingen aangebrachtin de bestaande verhoudingen en gescheiden verantwoordelijkheden inhet stelsel tussen de NBA en de AFM. De AFM krijgt de verantwoorde-lijkheid om toezicht te houden of de naleving van de verplichting tecontroleren. De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering omnader te motiveren met welke argumenten hiervoor is gekozen.De AFM houdt reeds toezicht op accountantsorganisatie. Daardoor is deAFM goed gepositioneerd om met wettelijke bevoegdheden zo nodig eenaccountantsorganisatie te kunnen dwingen de rapportageplicht na televen. Tegen deze bevoegdheid staat ook rechtsbescherming open. Zo kande AFM zorgen voor een gelijk speelveld tussen alle accountantsorgani-saties, in het publiek belang van gebruikers van de gerapporteerdeinformatie. Anderzijds is de NBA als wettelijke beroepsorganisatie, die wilbijdragen aan transparantie en kwaliteit in de accountancysector, goedgepositioneerd om de gerapporteerde informatie openbaar te maken ende set kwaliteitsindicatoren regelmatig te evalueren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 658 Voorts constateren de leden van de ChristenUnie-fractie dat devoorganger van de Minister van Financiën schrijft dat er een evaluatie zalplaatsvinden na twee á drie jaar. Nadat de eerste evaluatie heeft plaatsge-vonden en eventuele aanpassingen in de audit quality indicators zijnaangebracht, volgen door de zogeheten reguliere vergunninghouders,zijnde accountantsorganisaties, die wettelijke controles uitvoeren bijandere organisaties dan die van openbaar belang, zo staat vermeld oppagina zeven van de memorie van toelichting.Is de regering van mening dat een dergelijke evaluatie een controlepuntmoet zijn voor de eventuele toegang van kleinere organisaties en dat dezetoegang niet op voorhand al een vanzelfsprekendheid kan zijn zonder datbekend is hoe effectief deze wet zal zijn?Hoe kijkt de regering aan tegen een bepaling die waarborgt dat de Kamerna evaluatie eerst weer akkoord moet gaan voordat de doelgroep wordtuitgebreid?Zoals hierboven toegelicht geldt de rapportageplicht nu alleen vooraccountantsorganisaties, die wettelijke controles mogen uitvoeren bijorganisaties van openbaar belang. Dat zijn de zes grootsteOOB-accountantsorganisaties. Het instellen van een verplichting voorreguliere vergunninghouders vergt een wetswijziging waarover uw Kamerdus mee besluit.3.2 Versterking governance grootste accountantsorganisaties De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben verzocht om tereflecteren op de aanbevelingen uit de wetenschapstoets WijzigingswetAccountancysector. Hieronder volgt dan ook een reactie op de specifiekeaanbeveling uit de wetenschapstoets over de versterking van de gover-nance van de grootste accountantsorganisaties en op de analyse diedaaraan ten grondslag ligt.De maatregel van versterking van de governance van de grootsteaccountantsorganisatie bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste wordt dereikwijdte uitgebreid voor de plicht om een intern toezichtsorgaan tehebben. Deze uitbreiding heeft naar verwachting betrekking op tussen decirca 15 à 20 van de grootste reguliere vergunninghouders. Ten tweedeworden de taken en bevoegdheden uitgebreid van het intern toezichts-orgaan. De eerste conclusie van de wetenschappers luidt dat dezemaatregel redelijk en uitvoerbaar is. Tegelijkertijd concludeerden dewetenschappers dat aanvullende bevoegdheden van het intern toezicht-houdend orgaan weliswaar de controlekwaliteit kunnen versterken maardat het orgaan daartoe wel onafhankelijk moet kunnen functioneren vande eigenaren, veelal zijnde de partners bij de accountantsorganisatie. Dewetenschappers stellen daarom in hun vijfde aanbeveling voor om deonafhankelijkheid van het orgaan ten opzichte van de algemene verga-dering van aandeelhouders statutair vast te leggen.Samen met de wetenschappers vind ik dat het intern toezicht op debestuurders van de accountantsorganisaties goed en onafhankelijk moetfunctioneren. Accountantsorganisaties, die moeten voorzien in een stelselvan intern toezicht, zijn wettelijk verplicht ervoor te zorgen dat dit stelselonafhankelijk is (artikel 22a, eerste lid, Wta). Daarnaast schrijft de Wtavoor dat de intern toezichthouders zelf onafhankelijk moeten zijn van debestuurders of de personen die stemrechten houden in de accountantsor-ganisatie (artikel 22a, vierde lid, Wta). Hiermee bevat deze wet twee naarmijn mening voldoende waarborgen voor het onafhankelijk functionerenvan het orgaan ten opzichte van de aandeelhouders/eigenaren/partnersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 659 van de accountantsorganisatie. Ik zie op dit moment geen noodzaak omdeze waarborgen verder uit te werken. Het is aan de accountantsorgani-saties om deze onafhankelijkheid van het interne toezicht, bijvoorbeeldstatutair, te borgen en te formaliseren.De leden van de PVV-fractie constateren op dit punt het volgende. Hetsegment van reguliere vergunninghouders kent vanwege de kantoor-omvang, type klanten en hun specifieke kring van stakeholders (eindge-bruikers) een wezenlijk andere dynamiek, andere aansturing en anderecultuur dan de grote internationaal aangestuurde collega-oob-kantoren.Dit is internationaal en nationaal erkend door de verschillende regimes dievanuit wetgevende instanties en beroepsorganisaties zijn opgetuigd voorenerzijds oob-accountantsorganisaties en anderzijds reguliere vergun-ninghouders, bijvoorbeeld via de Auditrichtlijn 2006/43/EG, Auditveror-dening (EU) Nr. 537/2014, de Wet toezicht accountantsorganisaties of deStandaarden (NV COS). Van de wetgever vraagt dit om maatregelen dierekening houden met diversiteit in «de sector», met proportionaliteit encomplexiteit. Deze leden hebben op dit punt de volgende vragen aan deregering.Kan de regering reflecteren op de keuze om het bewust aangebrachteonderscheid in vigerende Europese en nationale wet- en regelgevingtussen oob en niet-oob (reguliere vergunninghouders), waarbij rechtwordt gedaan aan de mate van publiek belang, proportionaliteit encomplexiteit, los te laten door met het voorstel ook reguliere vergunning-houders onderwerp te laten zijn van een oob-regime?Vindt de regering de keuze voor rechtsongelijkheid in het juridischesysteem en de effecten daarvan op de dagelijkse praktijk van regulierevergunninghouders gerechtvaardigd, bezien vanuit internationaalperspectief én vanuit het proportionaliteitsbeginsel?De versterking van het intern toezicht bij de grootste accountantsorgani-saties, waaronder reguliere vergunninghouders, past in de Europeseregelgeving. Noch de Auditrichtlijn 2006/43/EG noch de Auditverordening(EU) 537/2014 bevatten dwingende bepalingen met betrekking tot interntoezicht binnen accountantsorganisaties. Lidstaten hebben de vrijheid omnationale regels vast te stellen voor intern toezicht. Nederland heeft hierook gebruik van gemaakt; sinds de invoering van de Wet aanvullendemaatregelen accountantsorganisaties (Stb. 2018, 139) zijn vergunninghou-dende accountantsorganisaties in Nederland verplicht een interntoezichtsorgaan te hebben wanneer zij organisaties van openbaar belangcontroleren (artikel 22a Wet toezicht accountantsorganisaties).Dit voorstel breidt de bestaande verplichting uit naar een bredere groepaccountantsorganisaties. Niet automatisch, maar onder tweevoorwaarden: zij moeten een vergunning hebben voor het uitvoeren vanwettelijke controles en voldoen aan nadere omvangscriteria. Hiervoor isonder meer gekozen omdat uit een verkennend onderzoek van 13 oktober2021 van de AFM is gebleken dat interne toezichthoudende organen bijaccountantsorganisaties een positieve invloed hebben. Zij bevorderen deaandacht en aansturing op kwaliteit, de verbetering van kwaliteitswaar-borgen en vragen aandacht voor de ontwikkeling en leiderschap vanaccountants.Naar verwachting zullen de circa 15 à 20 grootste reguliere vergunning-houders een intern toezichtsorgaan moeten hebben. Zij voeren samenmet de OOB-kantoren verreweg de meeste wettelijke controles uit bijgrote ondernemingen, controles die dienen te resulteren in een oordeelover de getrouwheid van de financiële verantwoording, zoals de jaarre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 660 kening. Zij vertegenwoordigen gezamenlijk een groot publiek belang endaarbij past een goede governance.Zoals eerder aangegeven voldoet de sinds 2018 bestaande verplichtingaan Europese regelgeving. De uitbreiding is proportioneel, nu deze slechtsbetrekking heeft op de circa 15 à 20 grootste reguliere vergunning-houders. Kleinere accountantsorganisaties zullen niet onder dezeverplichting vallen. Alleen wanneer accountantsorganisaties ervoor kiezenom hun activiteiten uit te breiden en daarmee hun omvang van wettelijkecontrolewerkzaamheden vergroten, zullen zij mogelijk met dezeverplichting te maken krijgen.Hoe verhoudt de keuze om het onderscheid tussen oob en niet-oob los telaten, zich tot consistente harmonisatie en uniforme toepassing van deregels en hoe draagt dit voorstel volgens de regering bij aan eeneffectiever functioneren van de accountant/accountantsorganisatie en dekwaliteit in de (interne) markt?Bij afwezigheid van dwingende Europese regels ten aanzien van interntoezicht laat het wetsvoorstel niet het onderscheid los tussen accountants-organisaties die wel en geen organisaties van openbaar belang mogencontroleren. Accountantsorganisaties, die organisaties van openbaarbelang willen controleren, moeten nog steeds aan de aanvullendewettelijke eisen voldoen.De grootste reguliere vergunninghouders zijn in bepaalde opzichten tevergelijken met de zes grootste accountantsorganisaties. Beide catego-rieën accountantsorganisatie verrichten namelijk wettelijke controles bij(zeer) grote publieke of private ondernemingen of instellingen, die hetbelang van een controleplichtige gemiddelde middelgrote ondernemingaanzienlijk overstijgen. In zoverre is het passend dat de grootste regulierevergunninghouders hetzelfde intern toezicht hebben als de zes grootsteaccountantsorganisaties (par. 234, Rapport Commissie toekomstaccountancysector «Vertrouwen op controle», 30 januari 2020, Kamer-stukken II 2019/20, 33 977, nr. 28).De uitbreiding en versterking van het intern toezicht binnen accountants-organisaties is ook doelgericht. De circa 15 à 20 grootste regulierevergunninghouders moeten straks een intern toezichtsorgaan hebben. Zijvoeren samen met de OOB-accountantsorganisaties verreweg de meestewettelijke controles uit bij grote ondernemingen, controles die dienen teresulteren in een oordeel over de getrouwheid van de financiële verant-woording, zoals de jaarrekening. Zij vertegenwoordigen gezamenlijk eengroot publiek belang en daarbij past een goede governance.Welke waarborgen kan de regering geven dat reguliere vergunning-houders niet verder zullen worden geconfronteerd met extra verplich-tingen die op basis van huidige (inter)nationale wet- en regelgeving nuniet voor hen gelden?Elke maatregel is zo beperkt en doelgericht mogelijk. In dit geval hebbenzowel een aanbeveling van de Commissie toekomst accountancysector alsonderzoek van de AFM aanleiding gegeven tot deze maatregel. Demaatregel is zorgvuldig beperkt tot ongeveer 10% van alle accountantsor-ganisaties die een vergunning hebben om wettelijke controles uit tevoeren. Er zijn geen voornemens voor andere verplichtingen.Kan de regering, mocht het wetsvoorstel worden doorgevoerd, eenbepaling via de Wijzigingswet in de Wet op het accountantsberoepopnemen waarbij de voorgestelde cumulatieve criteria periodiekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 661 (bijvoorbeeld om de vijf jaar) worden geëvalueerd, waarbij de wetgeverde mogelijkheid krijgt om per AMvB een inflatiecorrectie toe te passen?De vraag ziet op aanpassing van de omvangscriteria, die de reikwijdtebepalen van de verplichting om te voorzien in sterk intern toezicht bij eenaccountantsorganisatie. De omvangscriteria zijn naar mijn mening de kernvan de verplichting en daarmee zo elementair dat daartoe een wetswijzinggerechtvaardigd is. Om die reden is aanpassing via lagere regelgevingwetstechnisch niet de juiste weg.3.3 Aanwijzingsbevoegdheid voor organisaties van openbaar belangzonder accountant De leden van de PVV-fractie constateren dat het wetsvoorstel voorziet ineen aanwijzingsbevoegdheid waarbij – als ultimum remedium – eenaccountantsorganisatie met een oob-vergunning aan een organisatie vanopenbaar belang wordt toegewezen. Deze bevoegdheid wordt belegd bijde NBA. Ook wordt een grondslag gecreëerd om bepaalde publieke (nietoob-) instellingen onder de reikwijdte van deze bevoegdheid te brengen.Kan de regering aangeven welke signalen er zijn dat ook niet-oob-organisaties problemen tegenkomen bij het vinden van een accountantvoor het uitvoeren van wettelijke controles?Zoals eerder aangegeven zijn er nu geen signalen dat controleplichtige(middel)grote ondernemingen en instellingen, niet zijnde organisaties vanopenbaar belang, geen accountantsorganisatie kunnen contracteren.Hoe wordt beoordeeld of de betrokkenheid van één of meer bestuurs-leden van de NBA of andere personen die werkzaam zijn bij de NBA ofeen specifieke accountantsorganisatie géén rol spelen bij het nemen vaneen aanwijzingsbesluit?De NBA wordt verplicht om een procedure in het leven te roepen op basiswaarvan wordt verzekerd dat het aanwijzingsbesluit op onafhankelijkewijze tot stand komt. De NBA heeft mij laten weten dat zij van plan is ombij inwerkingtreding van de aanwijzingsbevoegdheid een commissie in testellen die van het bestuur van de NBA het mandaat krijgt om te beslissenop een verzoek tot aanwijzing van een accountantsorganisatie. Daarbijstaan in artikel 13, lid 4 van de Wet op het accountantsberoep waarborgenwaardoor de betrokkenheid van één of meer bestuursleden van de NBA ofandere personen die werkzaam zijn bij de NBA of een andere specifiekeaccountantsorganisatie geen rol mag spelen in specifieke situaties. Ditgeldt onder andere bij het stemmen over aangelegenheden die betrekkinghebben op degenen met wie zij in de uitoefening van een beroep voorgemene rekening of onder gemeenschappelijk naam optreden, hunwerkgevers, hun opdrachtgevers of degene op wie de in de uitoefeningvan hun beroep verrichte werkzaamheden rechtstreeks betrekkinghebben. Indien op basis van deze regels bij een aanwijzingsaanvraag eenpotentieel belangenconflict ontstaat, dan moet het desbetreffendebestuurslid zich van de stemming onthouden.Hoe wordt de bezwaarprocedure in het kader van de aanwijzingspro-cedure ingericht bij de NBA?Zoals eerder beschreven dient de NBA een commissie in te richten in dezin van artikel 7:13 van de Awb. De NBA heeft daarom een adviescom-missie voor de bezwaarschriften. Deze commissie is belast met het horenvan het bezwaar van een indiener en adviseert vervolgens het bestuur vande NBA over de te nemen beslissing op een bezwaar. Het bestuur heeft deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 662 mogelijkheid om dit advies naast zich neer te leggen, maar dient wel temotiveren waarom hij van het advies afwijkt.Daarbij voorkomt de wettelijke regeling voor stemonthouding doorbestuursleden van de NBA dat bestuursleden of andere personen diewerkzaam zijn bij de NBA of een specifieke accountantsorganisatie,betrokken zijn bij het nemen van een beslissing op een bezwaar tegen eenaanwijzingsbesluit of de afwijzing daarvan.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering of deaanwijsverplichting de schaarste in de sector (van menskracht) niet juistvergroot.Het doel van de aanwijzingsbevoegdheid is om te voorkomen dat deonwenselijke situatie ontstaat dat een controleplichtige onderneming ofinstelling er niet in slaagt om een partij te contracteren voor de wettelijkecontrole. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de aanwijzingsbe-voegdheid een noemenswaardig invloed zal hebben op de schaarste,omdat deze maatregel geen impact heeft op het aantal controleplichtigeondernemingen of instellingen die de wettelijke verplichting hebben omgecontroleerd te worden noch op het aantal accountants.Deze leden vragen voorts hoe in het regime van een aanwijsplicht genoegprikkels zijn ingebouwd voor de gecontroleerde organisatie om haarfinanciële administratie op orde te krijgen, mocht deze ondermaats zijn.Het wetsvoorstel is aangepast op dit punt. De maatregel is opgenomen inhet wetsvoorstel, maar later wordt bepaald of en wanneer deze inwerkingtreedt. Dit betekent dat een controleplichtige onderneming of instellingvooral eerst zelf zijn interne risicobeheersing inzichtelijk moet hebbenvoor de externe controle en niet naar de NBA kan stappen met als doeleen accountant aangewezen te krijgen.De accountant kan, ook na aangewezen te zijn, na de uitvoering van decontrole komen tot een goedkeurende accountantsverklaring, maar ooktot een oordeel met beperking, een oordeelonthouding of een afkeurendoordeel. Een reden voor het niet geven van een goedkeurende accoun-tantsverklaring kan bijvoorbeeld liggen aan een gebrekkige internebeheersing van de te controleren entiteit. Het risico dat de controlecliënteen oordeel, anders dan een goedkeurende accountantsverklaring krijgt,kan er juist zorgen voor een prikkel om haar financiële verantwoording eninterne beheersing op orde te krijgen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering verder of erniet juist ook een gedisciplineerde werking uitgaat van het niet kunnenkrijgen van een accountant voor een organisatie.De maatregel wordt wel ingevoerd, maar zal nog niet in werking treden.Een koninklijk besluit is daarvoor nodig. Dit betekent dat een controle-plichtige onderneming of instelling, net zoals nu het geval is, eerst zelf deinterne risicobeheersing op orde moet hebben en niet zonder meer naarde NBA kan stappen met als doel een accountant aangewezen te krijgen.Deze leden vragen bovendien op basis waarvan de NBA een organisatiezal toewijzen.De NBA stelt zelf vast op welke wijze zij haar bevoegdheid inzet. Zij kan opgrond van haar kennis van de sector een accountantsorganisatieaanwijzen die beschikt over specifieke kennis van de branche waarin deverzoekende onderneming actief is. Ook kan de NBA de controlecapaciteitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 663 van de accountantsorganisatie laten meewegen om de controle binnen degestelde termijnen en de vereiste normen uit te voeren. De NBA dient bijde aanwijzing rekening te houden met de procedurele waarborgen in hetwetsvoorstel. Zo moet het onder andere de huidige wettelijke regels rondclientacceptatie in acht nemen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarnaast hoe deaansprakelijkheid is geregeld mocht er bij een aangewezen organisatietoch iets mis zijn dat de accountant niet heeft ontdekt.Bij het aanwijzen van een accountantsorganisatie aan een controle-plichtige entiteit zou de aansprakelijkheid voor de wettelijke controle nietanders moeten zijn dan wanneer er geen aanwijzing heeft plaatsge-vonden. De toe te passen regels zijn immers gelijk. Dit houdt in dat deaccountantsorganisatie zelf verantwoordelijk is voor het nemen vanpassende risicobeperkende maatregelen tijdens de controle, het leverenvan hoogwaardig werk en het afleggen van verantwoording hierover.Deze leden vragen de regering waar de meerkosten terecht komen vancomplexe controle-operaties bij organisaties onder het aanwijzings-regime.De accountantsorganisaties dragen zelf de verantwoordelijkheid voor hetbepalen van een correcte dan wel reële inschatting van de benodigde tijden middelen voor de te verrichten werkzaamheden van de wettelijkecontrole. Dit betekent dat accountantsorganisaties zelf verantwoordelijkzijn voor het risico dat er extra taken uit de controle kunnen voortvloeien.Gezien het commerciële belang van accountantsorganisaties lijkt hetaannemelijk dat accountantsorganisaties in de praktijk maatregelen zullentreffen om mogelijke bijkomende kosten te beheersen door hieroverafspraken te maken met hun controlecliënt.Zij vragen tot slot op dit punt wat de regering vindt van het voorstel vooreen speciale accountantsorganisatie voor entiteiten die niet aan eenaccountant kunnen komen.De oprichting van een speciale organisatie is mijns inziens een zwaardermiddel dan hetgeen nu is voorgesteld in het wetsvoorstel. Het oprichtenvan een dergelijke organisatie zou immers een forse ingreep zijn in de(capaciteit van de) accountantsmarkt en kan ertoe leiden dat capaciteit bijaccountantsorganisaties, en daarmee de markt, kleiner wordt. Momenteelis er al een krapte op de arbeidsmarkt voor wat betreft het aantalvoldoende gekwalificeerde en gespecialiseerde controlemedewerkers enaccountants. De aanwijzingsbevoegdheid lijkt daarmee een gerichterinstrument, dat voor nu voldoende lijkt voor de mogelijk beperkt aantalgevallen waar een OOB-entiteit geen accountant kan vinden.De leden van de VVD-fractie menen dat het instellen van een aanwijsbe-voegdheid een zeer ingrijpende bevoegdheid is, waarbij de Raad vanState aangeeft om deze bevoegdheid alleen tot de oob-categorie tebeperken en in de wetenschapstoets zelfs wordt aangegeven dat ditinstrument ongeschikt is. Waarom heeft de regering in het wetsvoorstel,ondanks deze kritiek, een grondslag opgenomen om de doelgroep tekunnen verruimen buiten de organisaties van openbaar belang?De Raad van State (RvS) benadrukt dat er een serieus probleem dient tezijn bij het naleven van de verplichting tot wettelijke controle. Ook erkentde RvS dat elke controleplichtige entiteit daadwerkelijk toegang tot eenaccountant moet hebben. Er waren signalen dat organisaties vanopenbaar belang geen accountantsorganisatie zouden weten te contrac-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 664 teren, maar er zijn vooralsnog geen signalen dat dit ook geldt voor andereorganisaties. Indien het in de toekomst echter toch nodig is om aan dezeondernemingen of instellingen een accountantsorganisatie toe te kunnenlaten wijzen, is er uit voorzorg een delegatiegrondslag opgenomen om dereikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheid uit te breiden. Een dergelijkeuitbreiding zal uiteraard ter advisering aan de RvS worden voorgelegd enalleen worden gebruikt als er concrete signalen zijn dat een dergelijkemaatregel nodig is.Wat is de reactie van de regering op de kritiek dat deze maatregelaverechts kan uitwerken ten aanzien van de disciplinerende werking opcontroleplichtige ondernemingen?Deze maatregel wordt weliswaar ingevoerd, maar er zal nog wordenbepaald of en wanneer de maatregel in werking treedt. Dit betekent dateen controleplichtige onderneming of instelling, net zoals nu het geval is,eerst zelf de interne risicobeheersing op orde moet hebben en niet zondermeer naar de NBA kan stappen met als doel een accountant aangewezente krijgen.Hoe ziet de regering deze maatregel in het licht dat het aantal accoun-tantskantoren met een oob-vergunning de afgelopen jaren is afgenomen?De aanwijzingsbevoegdheid staat los van het feit dat het aantal accoun-tantsorganisatie met een OOB-vergunning de afgelopen jaren isafgenomen. De krapte zit namelijk voornamelijk in het aantal gekwalifi-ceerde medewerkers voor het verrichten van controlewerkzaamheden tenbehoeve van de wettelijke controles, waaronder vooral ook accountants.Het zijn deze mensen die uiteindelijk de controle dienen uit te voeren ende controleverklaring ondertekenen.De leden van de VVD-fractie vragen hoe vaak de regering verwacht dat deaanwijzingsbevoegdheid in de praktijk wordt ingezet en of de regeringproblemen voorziet met de inzet van deze bevoegdheid in het geval hetaantal oob-vergunninghouders in de toekomst zou dalen.De aanwijzingsbevoegdheid kan vooralsnog niet worden ingezet. Er zijnop dit moment namelijk geen signalen dat organisaties van openbaarbelang redelijkerwijs geen accountantsorganisatie kunnen contracterenvoor de wettelijke controle. Het is ook lastig in te schatten hoeveelorganisaties in de komende jaren het terecht niet lukt om een accoun-tantsorganisatie te contracteren voor de wettelijke controle maar dit is ietsdat in de gaten zal worden gehouden.Tot slot vragen deze leden de regering om nader te duiden hoe deaansprakelijkheid van de NBA zelf bij dit instrument is ingericht in het lichtvan de zorgen die hierover vanuit de NBA zijn geuit. Kan de regeringtoelichten waarom zij niet voor een beperking van deze aansprakelijkheidheeft gekozen in het wetsvoorstel?De NBA stelt voor om bij de implementatie van de wet eenzelfdebeperking van aansprakelijkheid op te nemen als in artikel 1:25d van deWet op het financieel toezicht, zoals van toepassing is voor de AFM enDNB. De AFM en DNB kennen op basis van artikel 1:25d van Wet op hetfinancieel toezicht een beperking in de aansprakelijkheid. Hiervoor is toengekozen omdat zij in een bijzondere situatie opereren. De AFM en DNBhebben een aannemelijke kans dat zij te maken krijgen met aansprakelijk-heidsclaim bij zowel het ingrijpen als het niet ingrijpen in bepaaldesituaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 665 Daartegenover is het aansprakelijkheidsrisico van de NBA in verband metde aanwijzingsbevoegdheid te beperkt. Voor aansprakelijkheid is vereistdat een ander schade lijdt als gevolg van toerekenbaar onrechtmatighandelden door de NBA bij de vervulling van deze taak. Zolang de NBAzorgvuldig handelt en voldoet aan de wettelijke vereisten, zoals bijvoor-beeld neergelegd in de Wet op het accountantsberoep en de Algemenewet bestuursrecht (Awb), wordt een reëel aansprakelijkheidsrisico nietverwacht. Het is daarom van belang dat de NBA intern een zorgvuldigbesluitvormingsproces inricht, dat tot een gemotiveerde beoordeling leidtvan het toekennen van een accountantsorganisatie.De leden van de SGP-fractie hebben vragen over de positie van accoun-tantsorganisaties als het gaat om de aanwijzingsbevoegdheid. Welkegronden hebben accountantsorganisaties om een aanwijzing te weigeren?Een accountantsorganisatie heeft niet de mogelijkheid om zelfstandig deaanwijzing te weigeren. Wel heeft de accountantsorganisatie demogelijkheid om eerst in bezwaar en daarna in beroep te gaan tegen debeslissing van het bestuur van de NBA. Een bezwaar/beroep zal inbeginsel geen opschortende werking hebben. Dit betekent dat gedurendede bezwaar- en beroepstermijn de beslissingen, tot de aanwijzing en totvaststelling van de voorwaarde(n), blijven gelden.Welke inspraak hebben accountantsorganisaties in het proces vanaanwijzen?Het proces van aanwijzen geschiedt onafhankelijk. Accountantsorgani-saties mogen hun zienswijze kenbaar maken over het te nemen besluitvan het bestuur van de NBA. Wel hebben zij een informatieplicht op basisvan artikel 54d van het wetsvoorstel. Deze informatie kan de NBAgebruiken ter ondersteuning van haar beslissing.Waarom is niet gekozen om accountantsorganisaties een zienswijze metzwaarwegende belangen in te laten dienen bij een besluit tot aanwijzing?Dit wetsvoorstel beperkt zich tot het regelen van de randvoorwaarden omte komen tot een zorgvuldige besluitvorming voor de aanwijzingsbe-voegdheid. Dat wil niet zeggen dat een zienswijze met zwaarwegendebelangen geen onderdeel is van deze besluitvorming. Het is aan hetbestuur van de NBA om te bepalen hoe zij een ingediende zienswijzeverwerkt in het maken van een zorgvuldige en onafhankelijke beslissing.Indien de NBA de accountantsorganisaties verzoekt om deze of andereinformatie te verstrekken, zijn de accountantsorganisaties hiertoe verplichtop basis van artikel 54d van dit wetsvoorstel.De leden van de SGP-fractie wijzen op de zeer kritische reflectie in dewetenschapstoets op de aanwijzingsbevoegdheid voor oob’s. Kan deregering hierop reflecteren?Hiervoor wordt verwezen naar de eerdere reflectie op alle aanbevelingenvan de wetenschappers op de aanwijzingsbevoegdheid.Kan de regering daarbij ook ingaan op de voorziene uitvoeringspro-blemen, zoals genoemd in de wetenschapstoets?De wetenschappers geven aan dat zij een uitvoeringsprobleem voorzienomdat de aanwijzingsbevoegdheid het onderliggende schaarsteprobleemvan accountants niet adresseert en strijdig is met de richtlijnen voorcliëntacceptatie. Zoals al eerder beschreven heeft de aanwijzingsbe-voegdheid niet als doel om het probleem van schaarste aan controlecapa-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 666 citeit op te lossen. De aanwijzingsbevoegdheid dient om de onwenselijkesituatie te voorkomen dat controleplichtige entiteiten er niet in slagen eenaccountantsorganisatie te contracteren.Het niet kunnen voldoen aan de wettelijke standaarden voor cliëntaccep-tatie kan nog steeds leiden tot een weigering van de controleplichtigeentiteit. Als het gaat om de standaarden voor cliëntacceptatie, kan de NBAalleen overgaan tot een aanwijzing van een accountantsorganisatie indienwet- en regelgeving deze accountantsorganisatie niet dwingt tot hetafwijzen van de controleplichtige entiteit, zoals beschreven in artikel 54bvan dit wetsvoorstel. De aanwijzingsbevoegdheid is dan ook niet strijdigmet de standaarden voor cliëntacceptatie.Hoe reflecteert de regering op de stelling uit de wetenschapstoets dat eenaanwijzingsbevoegdheid de «noodzaak van de onderneming om eenordentelijke administratie te voeren» vermindert?Deze maatregel wordt weliswaar ingevoerd, maar er wordt nog bepaald ofen wanneer de maatregel in werking treedt. Dit betekent dat een controle-plichtige onderneming of instelling, net zoals nu het geval is, eerst zelf deinterne risicobeheersing op orde moet hebben en niet naar de NBA kanstappen met als doel een accountant aangewezen te krijgen.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben voorts vragen over nut ennoodzaak van het instrument van de aanwijzingsbevoegdheid. Kan deregering de noodzaak voor het instrument zowel numeriek als op basisvan maatschappelijke noodzaak nader onderbouwen?De aanwijzingsbevoegdheid zorgt ervoor dat organisaties die erzelfstandig niet in slagen een accountantsorganisatie te contracteren demogelijkheid krijgen om toch hun financiële verantwoording te kunnenlaten controleren. Controleplichtige entiteiten hebben een impact op hetmaatschappelijk verkeer. Het is daarom een publiek belang dat organi-saties hun financiële verantwoording kunnen laten controleren door eenaccountantsorganisatie, zodat belanghebbenden ervan uit kunnen gaandat de financiële verantwoording juist en volledig is. Er is een beperktaantal gevallen bekend waarin kleinere beursfondsen stelden moeite tehebben gehad om een accountantsorganisatie te contracteren. Uiteindelijkzijn geen concrete gevallen bekend geworden dat een controleplichtigeonderneming of instelling geen accountantsorganisatie heeft kunnencontracteren. Mochten controleplichtige ondernemingen of instellingen inde problemen komen dan kan deze maatregel alsnog in werking treden.Dat zal op dat moment worden afgewogen.De aanwijzingsbevoegdheid gaat vooralsnog alleen gelden voor organi-saties van openbaar belang en accountantsorganisaties met eenoob-vergunning, constateren deze leden. Dit is een beperking van deaanwijzingsbevoegdheid. De leden van de ChristenUnie-fractie lezen datevenwel een grondslag wordt gecreëerd om bepaalde publieke (nietoob-)instellingen ook onder de reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheidte brengen. Deze leden zien de aanwijzingsbevoegdheid als een zeeringrijpend instrument. Zij hebben dan ook grote vragen over nut,noodzaak en proportionaliteit van de opgenomen grondslag in artikel 54a,vierde lid, van de Wab dat de mogelijkheid schept om de aanwijzingsbe-voegdheid via AMvB ook van toepassing te verklaren op het niet-oobsegment. Kan de regering nader motiveren waarom voor dezemogelijkheid is gekozen, zeker gezien het advies van de Raad van State?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 667 Zijn er signalen waaruit blijkt dat ook niet-oob-organisaties problemenhebben bij het vinden van een accountant voor het uitvoeren van dewettelijke controle?De Raad van State (RvS) benadrukt dat er een serieus probleem dient tezijn met het naleven van de verplichting tot wettelijke controle. Ook erkentde RvS dat elke controleplichtige entiteit daadwerkelijk toegang tot eenaccountant moet hebben. Er waren signalen dat organisaties vanopenbaar belang geen accountantsorganisatie zouden weten te contrac-teren, maar er zijn vooralsnog geen signalen dat andere organisaties geenaccountantsorganisatie kunnen contracteren. Indien het in de toekomstechter toch nodig is om aan deze ondernemingen of instellingen eenaccountantsorganisatie toe te wijzen, is er uit voorzorg een delegatie-grondslag opgenomen om de reikwijdte van de aanwijzingsbevoegdheiduit te breiden. Een dergelijke uitbreiding wordt alleen overwogen indien erconcrete signalen zijn dat een dergelijke maatregel nodig is. Over eendergelijke voorgenomen uitbreiding ontvangt uw Kamer dan eerstinformatie.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben ook fundamentele vragenover de zorgvuldigheid van de opgenomen grondslag in artikel 54a. Achtde regering het zorgvuldig en proportioneel om bij AMvB, zondervoorhangprocedure, een dergelijk ingrijpend instrument ook vantoepassing te verklaren op ondernemingen en instellingen, niet vallendonder het oob-segment? Deze leden vinden het van toepassing verklarenvan een dergelijk instrument zonder expliciete parlementaire instemmingover nut en noodzaak niet zorgvuldig en vragen de regering deze bepalingte heroverwegen.Indien een dergelijke uitbreiding aan de orde komt dan ontvangt uwKamer hierover informatie. Als andere ondernemingen of instellingen erredelijkerwijs niet in slagen een accountantsorganisatie te contracteren,moet de mogelijkheid er zijn om de reikwijdte van de aanwijzingsbe-voegdheid relatief snel kunnen uitbreiden.Op pagina 13 van de memorie van toelichting schrijft de regering hetvolgende: «Om voor een aanwijzing in aanmerking te komen, moet deorganisatie van openbaar belang alle redelijke en tijdige inspanningenhebben geleverd om een accountantsorganisatie bereid te vinden deopdracht tot een wettelijke controle te aanvaarden.» Kan de regeringaangeven hoe concreet dit kader wordt opgesteld. Wat betekent «er allesaan doen» concreet?Het bestuur van de NBA dient bij de aanvraag tot een aanwijzingzorgvuldig te onderbouwen hoe zij tot haar beslissing komt. De NBA heeftruimte heeft om dit kader op te stellen, met inachtname van de proce-durele waarborgen van het wetsvoorstel. De omstandigheden zullen naaralle waarschijnlijkheid verschillen per aanvraag. Het is dan ook nodig omde NBA deze ruimte te geven om tot een zorgvuldig en onderbouwdebeslissing te komen. Alleen datgene wat nodig en passend is om bij wette regelen, dient ook daadwerkelijk geregeld te worden in ditwetsvoorstel. Het is daarom aan de NBA om in haar afwegingen tebepalen of de organisatie alle redelijke en tijdige inspanningen heeftverricht.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering om nader uit eente zetten hoe een aanwijzingsbevoegdheid in praktijk eruit zou komen tezien. Op basis waarvan besluit de NBA of een organisatie in aanmerkingkomt voor een aanwijzingsbevoegdheid en op basis van welke criteriawordt vervolgens een accountantsorganisatie geselecteerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 668 De NBA dient op basis van de voorwaarden in artikel 54b te beslissen ofde aanvragende onderneming in aanmerking komt voor de aanwijzings-bevoegdheid. Deze kaders bestaan uit procedurele waarborgen waaraande NBA zich dient te houden. De NBA dient onder andere bij haarbeslissing rekening te houden met de eisen die gelden voor accountants-organisaties uit andere wet- en regelgeving. Dit zijn onder andere dehuidige wettelijke regels die kunnen verbieden dat een bepaaldeaccountantsorganisatie een specifieke controlecliënt aanvaardt.Het is van belang dat een accountantsorganisatie voldoende is geëqui-peerd om de wettelijke controle van een controleplichtige onderneming ofinstelling uit te voeren. De NBA zal daarom bij de aanwijzing zo veelmogelijk rekening houden met de aard van de controleplichtige onder-neming of instelling. Hierbij kan worden gedacht aan onder andere deexpertise van de accountantsorganisatie en de sector waarin de cliëntactief is. De NBA zal daarbij de controlecapaciteit van de accountantsorga-nisatie meewegen, die nodig is om de controle binnen de gesteldetermijnen en volgens de vereiste normen uit te voeren.Hoe wordt voorkomen dat er belangenconflicten ontstaan bij heteffectueren van de aanwijzingsbevoegdheid van bestuursleden van deNBA die tevens werkzaam zijn bij een specifieke accountantsorganisatie?De NBA wordt verplicht om een procedure in het leven te roepen op basiswaarvan wordt verzekerd dat het aanwijzingsbesluit op onafhankelijkewijze tot stand komt. De NBA heeft mij laten weten dat zij van plan is omeen commissie in te stellen die van het bestuur van de NBA het mandaatkrijgt om te beslissen op een verzoek tot aanwijzing van een accountants-organisatie. Daarbij staan in artikel 13, lid 4 van de Wet op het accoun-tantsberoep waarborgen waardoor de betrokkenheid van één of meerbestuursleden van de NBA of andere personen die werkzaam zijn bij deNBA of een andere specifieke accountantsorganisatie geen rol mag spelenin specifieke situaties. Dit geldt onder andere bij het stemmen overaangelegenheden die betrekking hebben op degenen met wie zij in deuitoefening van een beroep voor gemene rekening of onder gemeen-schappelijk naam optreden, hun werkgevers, hun opdrachtgevers ofdegene op wie de in de uitoefening van hun beroep verrichte werkzaam-heden rechtstreeks betrekking hebben. Indien op basis van deze regels bijeen aanwijzingsaanvraag een potentieel belangenconflict ontstaat, danmoet het desbetreffende bestuurslid zich van de stemming onthouden.3.4. Verduidelijking van de medeverantwoordelijkheid accountantsorgani-satie voor de kwaliteit van de wettelijke controle De leden van de PVV-fractie constateren dat de wetswijziging eenuitbreiding omvat van artikel 18, tweede lid, van de Wta dat aanvullendstelt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing zodanig is ingericht dat dekwaliteit van wettelijke controles is geborgd. De memorie van toelichtingstelt daarbij: «Het voorgestelde artikel 18, tweede lid, onderdeel b, is in lijnmet de in Richtlijn 2006/43/EG opgenomen bepalingen ten aanzien van hetkwaliteitsbeheersingssysteem. Dat het stelsel de kwaliteit moet borgenvan de wettelijke controles is namelijk in lijn met artikel 24 bis, eerste lid,onder g, van de Auditrichtlijn.»28De Wta vraagt met artikel 18, eerste lid, van de Wta een resultaatsver-plichting van de accountantsorganisatie voor het hebben van een stelselvan kwaliteitsbeheersing. De leden van de PVV-fractie vragen de regeringgelet op het bovenstaande om te reflecteren op de volgende vragen:28Memorie van toelichting Wetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector, pagina 17.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 669 Is de beoogde «borging» congruent met het bepaalde in de tekst vanAuditrichtlijn 2006/43/EG, namelijk bedoeld om accountantsorganisaties tebewegen een deugdelijk stelsel van kwaliteitsbeheersing in te richten,zonder resultaatsverbintenis op dossierniveau?Ja, dat is congruent. De richtlijn schrijft voor dat (...) een wettelijke auditorof auditkantoor aan de volgende organisatorische eisen voldoet: ({) eenwettelijke auditor of een auditkantoor voert een intern kwaliteitsbeheer-singssysteem in om de kwaliteit van de wettelijke controle te waarborgen.Oftewel, een wettelijke auditor of auditkantoor implementeert een internkwaliteitsbeheersingssysteem met als doel de kwaliteit van de wettelijkecontrole te waarborgen. Het kwaliteitsbeheersingssysteem en deverantwoordelijkheid voor een goede wettelijke controle hangen dusnauw met elkaar samen. Andersom gesteld zijn gebreken in onderzochtewettelijke controles juist een uiting van een tekortschietend stelsel vankwaliteitsbeheersing dat niet aan de kwaliteitseisen voldoet.Zo ja, waarom wordt dan de Wta gewijzigd?Ik vind het belangrijk om verder te verduidelijken wat de plicht tot hethebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing betekent, zoals de wet nuenkel nog voorschrijft. De verduidelijking houdt in dat de accountantsor-ganisatie weet dat haar stelsel van kwaliteitsbeheersing de kwaliteit vande wettelijke controle moet borgen. Dus dat het in opzet, bestaan enwerking de kwaliteit waarborgt van de uitvoering van de wettelijkecontrole en daarmee ook van de accountantsverklaring. Hiermee wordtdus ook meteen de accountantsorganisatie verantwoordelijk voor dekwaliteit van de wettelijke controle.Of is wetswijziging bedoeld om de accountantsorganisatie ook verant-woordelijk te maken voor individuele dossierkwaliteit (waarvoor deexterne accountant primair verantwoordelijk is): een resultaatsverbin-tenis?Nee, dit voorstel is te zien als een resultaatsverbintenis ten aanzien vanhet stelsel van kwaliteitsbeheersing. Met deze verduidelijking staatnamelijk buiten discussie dat het doel van het stelsel van kwaliteitsbe-heersing is om de kwaliteit van de wettelijke controle, waarondercontroledossiers, te borgen. Gebreken in onderzochte wettelijke controleszijn dan een uiting van het onvoldoende functioneren van het stelsel vankwaliteitsbeheersing. Dat stelsel heeft daarmee mogelijk niet aan dekwaliteitseisen voldaan. In geval van gebrekkige wettelijke controles,waaronder bijbehorende controledossiers, kan de AFM de accountantsor-ganisatie aanspreken en wel op het vereiste dat haar stelsel van kwaliteits-beheersing in opzet, bestaan en werking niet de kwaliteit heeft geborgdvan de wettelijke controle.Kan de regering beargumenteerd aangeven of het te bereiken resultaatvan de accountantsorganisatie in de voorgestelde redactie van artikel 18,tweede lid, onderdeel b, de kwaliteit van de wettelijke controle betreft?De accountantsorganisatie moet er door middel van haar stelsel vankwaliteitsbeheersing voor zorgen dat opzet, bestaan en werking van hetkernproces van de wettelijke controle de vereiste kwaliteit borgt. Deverduidelijking van de medeverantwoordelijkheid van de accountantsor-ganisatie voor de kwaliteit van de wettelijke controle, door middel van hetstelsel van kwaliteitsbeheersing, ziet op het resultaat dat de interneorganisatie, bestaande uit procedures en maatregelen, de kwaliteitwaarborgt van de wettelijke controle. Dat resultaat kan blijken uitcontroledossiers. Indien er sprake is van gebreken in controledossiersTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 670 komt de vraag aan de orde of het stelsel van kwaliteitsbeheersing dekwaliteit heeft geleverd van de uitvoering van de wettelijke controle,waarvoor de accountantsorganisatie als organisatie verantwoordelijk is.Als het beoogde doel een resultaatverbintenis is, dan wijzigt daarmee inde ogen van de leden van de PVV-fractie ook het wettelijke stelsel. Kan deregering aangeven welke betekenis gegeven kan worden aan de tekst vande memorie van toelichting waarin staat dat de maatregel «geen ingreepis in de bestaande en juridische verdeling van verantwoordelijkhedentussen de accountantsorganisatie en de externe accountant» en ook geenstelselwijziging inhoudt.Er geldt nu al een verplichting voor accountantsorganisaties om eenstelsel van kwaliteitsbeheersing te hebben. Het voorstel voegt eenkwaliteitsdoelstelling toe aan deze verplichting. Door het doel van hetstelsel van kwaliteitsbeheersing te verduidelijken (namelijk hetwaarborgen van de kwaliteit van de wettelijke controle), wordt het vooraccountantsorganisaties duidelijker waar hun stelsel van kwaliteitsbe-heersing toe dient. Accountantsorganisaties zijn al lange tijd verantwoor-delijk voor het opzetten en onderhouden van een dergelijk stelsel vankwaliteitsbeheersing. Dit stelsel bestaat uit procedures en maatregelen diein opzet, bestaan en werking ervoor moeten zorgen dat de externeaccountant en de controle-medewerkers de controlestandaarden kunnenen mogen toepassen, met als uiteindelijke doel de kwaliteit van dewettelijke controle. Naast deze bestaande verantwoordelijkheid is deexterne accountant verantwoordelijk voor de kwaliteit van de accountants-verklaring. Dit verandert niet.De beslisnota bij het wetsvoorstel stelt na kritiek van de Raad van Stateten aanzien van de resultaatsverplichting: «Het initiële wetsvoorstelvoorzag in een resultaatsverplichting voor accountantsorganisaties (...).Dit is naar aanleiding van het advies van de RvS aangepast. Hetwetsvoorstel verduidelijkt nu dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing alsdoel heeft de kwaliteit de wettelijke controle te borgen. In lagere regelingwordt uitgewerkt aan welke minimale eisen die waarborg moet voldoen:i)de externe accountant en de overige controlemedewerkers passenprofessionele oordeelsvorming toe;ii)werken met een professioneel-kritische houding; eniii)de controle vindt plaats op basis van voldoende en geschikteinformatie».29Op grond van de delegatiebepaling in artikel 18, derde lid, worden in iedergeval bovenstaande materiële eisen gesteld aan het stelsel van kwaliteits-beheersing. Anders gezegd, de accountantsorganisatie heeft de plicht inzijn bedrijfsvoering passende maatregelen te nemen die er in opzet,bestaan en werking voor zorgen dat de externe accountants en demedewerkers die meewerken aan de wettelijke controle, de hier bedoeldeberoepsstandaarden kunnen en willen toepassen (NV COS, nrs. 200.15–200.17).30De leden van de PVV-fractie vragen de regering te reflecteren op devolgende vragen:29Kamerstukken 11 2023/24, 36 484, nr. 3 (Beslisnota’s), beslisnota d.d. 13 november 2023,pag. 2.30Memorie van toelichting Wijzigingswet accountancysector, pagina 16.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 671 Denkt de regering de resultaatsverplichting van de accountantsorganisatieop dossierniveau met de aanpassing van artikel 18, tweede lid,onderdeel b, van de Wta in inhoudelijke en juridische zin uit het initiëlewetsvoorstel te hebben verwijderd? Zo ja, op welke manier?In de consultatieversie van het wetsvoorstel stond dat een accountantsor-ganisatie haar stelsel van kwaliteitsbeheersing zodanig moest inrichtendat het ernstige tekortkomingen in wettelijke controles zou voorkomen.Een aantal ernstige gebreken in controledossiers zou daarmee het bewijsopleveren dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing niet effectief was in hetbeheersen van de kwaliteit van de wettelijke controles. Het voorstel zegtnu dat een accountantsorganisatie haar stelsel van kwaliteitsbeheersingzodanig moet inrichten dat dit stelsel de kwaliteit van de wettelijkecontrole borgt.Hiermee is een resultaatsverplichting die gericht is op het voorkomen vanernstige tekortkomingen in de wettelijke controles, vervangen door deresultaatsverplichting dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing de kwaliteitborgt van de wettelijke controle. Een aantal ernstige gebreken incontroledossiers levert daarmee niet automatisch het bewijs op dat hetstelsel van kwaliteitsbeheersing niet effectief is geweest in het beheersenvan de kwaliteit van de wettelijke controles. Voor dat bewijs is meernodig, namelijk dat externe accountants en de controlemedewerkerscontroles verrichten op basis van onvoldoende en ongeschikte controle-informatie en dat dit kwaliteitsgebrek van significante, stelselmatige ofstructurele aard is.Wordt met het benoemen van minimale, materiële eisen in artikel 18,derde lid, van de Wta alsnog een resultaatsverbintenis op dossierniveaugeïntroduceerd? Zo nee, waarom niet?Met het noemen van minimale materiële eisen in artikel 18, derde lid, vande Wta introduceert het wetsvoorstel een resultaatsverbintenis op hetniveau van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van een accountantsorga-nisatie. De nog nader uit te werken vereisten geven richting aan deuitwerking van de wijze van borging door middel van het stelsel vankwaliteitsbeheersing. Bij gebreken in wettelijke controles rijst dan devraag of deze samenhangen met tekortkomingen in het kwaliteitsbeheer-singssysteem.Vindt met het benoemen van minimale, materiële eisen in artikel 18,derde lid, van de Wta, vermenging van verantwoordelijkheden plaats nude accountantsorganisatie de verplichting krijgt om er in opzet, bestaanen werking voor te zorgen dat de eisen die gesteld worden aan externeaccountants worden nageleefd?Het voorstel beoogt dat de accountantsorganisatie weet welke minimalemateriële eisen gelden voor het organiseren van haar bedrijfsprocessen,zodanig dat deze zijn gericht op de kwaliteit van de wettelijke controle. Deinterne organisatie met betrekking tot de uitvoering van de wettelijkecontroles moet ertoe leiden dat de accountantsorganisatie erin slaagt teorganiseren dat externe accountants en hun controlemedewerkersrelevante beroepsreglementering en wettelijke eisen kunnen en willennaleven, en dat ook daadwerkelijk doen. De externe accountants zijn enblijven daarnaast zelf ook verantwoordelijk om relevante beroepsregle-mentering en wettelijke eisen na te leven. In zoverre brengt dit voorstelgeen verandering in ieders medeverantwoordelijkheid voor de kwaliteitvan de wettelijke controle.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 672 Wat is de toegevoegde waarde van het benoemen van de materiële eisen,aangezien individuele externe accountants deze eisen op basis vanhuidige regelgeving reeds dienen toe te passen en daarop aanspreekbaarzijn?De toegevoegde waarde van het benoemen van de materiële eisen is datde accountantsorganisatie aanspreekbaar is op drie aspecten. Ten eersteop het hebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing. Ten tweede op dekwaliteitseis dat dat stelsel de kwaliteit borgt van de wettelijke controle.Ten derde op de minimale eisen waaraan die borging moet voldoen.De kern van deze minimale eisen is dat de accountantsorganisatie doormiddel van haar stelsel van kwaliteitsbeheersing ervoor verantwoordelijkis dat de externe accountant en de controlemedewerkers professioneelwerken. Dit gewenste gedrag is essentieel voor de kwaliteit van uitvoeringvan de wettelijke controle. Deze kwaliteit is op haar beurt cruciaal voor hetuiteindelijke doel: een hoge kwaliteit van de accountantsverklaring. Dit isvan groot (publiek) belang voor de gebruikers van jaarrekeningen en debijbehorende accountantsverklaringen.Externe accountants hebben in de ogen van deze leden een eigenverantwoordelijkheid voor de door hen af te geven controleverklaringen.Zij mogen niet worden beïnvloed bij hun controlewerkzaamheden, dat zouafbreuk doen aan de waarde van de controleverklaringen en de waardedie het maatschappelijk verkeer daaraan kan ontlenen. De in hetwetsvoorstel voorgestelde «medeverantwoordelijkheid» van de accoun-tantsorganisatie voor kwaliteit en de voorgestelde minimale eisen aan dekwaliteitswaarborgen zijn daarmee in de ogen van de leden van dePVV-fractie rechtstreeks strijdig.Kan de regering toelichten waarom de materiële eisen waarvoor deaccountantsorganisatie nu ook verantwoordelijk wordt gesteld,verenigbaar zijn met de gestelde normen voor accountants in de VGBA enViO, ondanks het gevaar van oneigenlijke beïnvloeding van de externeaccountant door de eigen accountantsorganisatie en daarmee eenafbreukrisico voor de kwaliteit van de wettelijke controle?De bepaling in het wetsvoorstel, dat het stelsel van kwaliteitsbeheersingde kwaliteit van de wettelijke controle moet borgen door de interneorganisatie zo in te richten dat dat de externe accountant zich kan houdenaan belangrijke beroepsreglementering, treedt niet in de beroepsregle-mentering.De minimale eisen zijn niet bedoeld voor oneigenlijke beïnvloeding doorde accountantsorganisatie van de externe accountants en de controleme-dewerkers. Het is veeleer een kwestie van dat de accountantsorganisatiede accountant in staat stelt zijn werk goed uit te voeren; externe accoun-tants moeten geen druk ervaren maar juist in staat worden gesteld doorde accountantsorganisatie om hun belangrijke controlewerk te kunnenverrichten met de vereiste professioneel-kritische instelling, professioneleoordeelsvorming en controle onderbouwd met voldoende en geschiktecontrole-informatie. De minimale eisen aan de kwaliteitsborging door deaccountantsorganisatie zijn bedoeld om te waarborgen dat de accoun-tantsorganisatie deze ruimte biedt, in het uiteindelijke publieke belang vangebruikers van jaarrekeningen en bijbehorende accountantsverklaringen.Geen enkel stelsel van kwaliteitsbeheersing zou de externe accountant inzijn professioneel-kritische instelling mogen beperken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 673 Hoe verhoudt deze maatregel zich tot internationale beroepsstandaarden,meer specifiek ISQM1 en doet het wetsvoorstel recht aan de praktijk enaan de inherente beperkingen waarmee mensen nu eenmaal werken?Het voorstel treedt niet in deze internationale beroepsstandaarden. Hetlaat de ISQM1 dan ook onverlet. Accountantsorganisatie die zich houdenaan deze standaarden verbinden zich aan kwaliteitsbevorderendemaatregelen. Die standaarden zijn internationaal opgesteld door endaarmee afkomstig van accountantsorganisaties. Zij staan naast debestaande wettelijke verplichting, dat een accountantsorganisatie eenstelsel van kwaliteitsbeheersing moet hebben. Accountantsorganisatiesdie werken in het wettelijk domein hebben dat altijd te doen metinachtneming van tenminste de wettelijke regels.ISQM1 stelt: «Een redelijke mate van zekerheid wordt bereikt wanneer hetkwaliteitsmanagementsysteem het risico dat de in paragraaf 14 a) en b)genoemde doelstellingen niet worden bereikt, tot een aanvaardbaar laagniveau terugbrengt. Een aanvaardbaar laag niveau is geen absoluutniveau van zekerheid, omdat er inherente beperkingen van een kwaliteits-managementsysteem bestaan. Tot deze beperkingen behoort het feit datoordeelsvorming door mensen bij besluitvorming gebrekkig kan zijn endat falingen in het kwaliteitsmanagementsysteem van een kantoorbijvoorbeeld kunnen optreden als gevolg van menselijke fouten ofgedragingen of van storingen in toepassingen inzake informatietechno-logie (IT).»Het wetsvoorstel verduidelijkt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing alsdoel heeft de kwaliteit van de wettelijke controle te borgen. In lagereregeling wordt uitgewerkt aan welke minimale eisen die waarborg moetvoldoen.Kan de regering toelichten of bij het niet voldoen aan één van deze eisenbij een individuele wettelijke controle, de vereiste waarborg door deaccountantsorganisatie niet wordt behaald waardoor er sprake is vanovertreding van artikel 18, tweede lid, onderdeel b, van de Wta?Het hangt van de omstandigheden van het geval af of het niet hebbenvoldaan aan één van de minimale eisen tot de conclusie leidt dat deaccountantsorganisatie nalatig is geweest omdat haar stelsel vankwaliteitsbeheersing niet de kwaliteit heeft geborgd van de wettelijkecontrole. In geval van overtreding van een minimale eis heeft deaccountantsorganisatie in eerste instantie die uitwerkingsnormovertreden. Wil er sprake zijn van overtreding van de bovenliggende norm(het stelsel van kwaliteitsbeheersing heeft niet de kwaliteit geborgd vande wettelijke controle) dan moet uit onderzoek blijken dat de accountants-organisatie significant, structureel of stelselmatig tekort is geschoten. Detekortkoming moet er dan uit bestaan dat het stelsel in opzet, bestaan enwerking procedures en maatregelen niet de kwaliteit van de wettelijkecontrole daadwerkelijk heeft gerealiseerd.De leden van de PVV-fractie vragen de regering om toe te lichten of eenaccountantsorganisatie een boete kan worden opgelegd op basis van éénof enkele individuele controledossiers (die niet voldoet/voldoen aan een ofmeer waarborgen), zonder dat de toezichthouder verder onderzoek hoeftte doen naar het kwaliteitsstelsel van de accountantsorganisatie?Nee, de AFM kan niet zonder onderzoek te doen naar het stelsel vankwaliteitsbeheersing een bestuurlijke boete opleggen wegens overtredingvan de eis dat het stelsel de kwaliteit moet borgen van de wettelijkecontrole. Of hier van nalatigheid sprake is hangt af van de omstandig-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 674 heden van het geval en uit die omstandigheden moeten wel significante,structurele of stelselmatige elementen blijken. Eén gebrekkig controle-dossier is één uiting, meerdere van die uitingen kunnen duiden op diesignificante, structurele of stelselmatige elementen die maken dat hetstelsel van kwaliteitsbeheersing niet de kwaliteit heeft geborgd van dewettelijke controle.Kan de regering toelichten welke impact deze maatregel heeft op derechtsbescherming van zowel de accountantsorganisatie als deaccountant als ook op de onderlinge aansprakelijkheid in geval van hetniet voldoen aan één van de vereiste waarborgen?Dit wetsvoorstel verandert niet dat de accountantsorganisatie bestuurs-rechtelijke rechtsbescherming geniet. Ook na de toevoeging van eenkwaliteitsdoel aan de verplichting om een stelsel van kwaliteitsbeheersingte hebben kan een accountantsorganisatie zich kan verweren tegen eenstraf- of herstelmaatregel van de wettelijk toezichthouder.De betreffende accountantsorganisatie kan zich immers trachten teverweren tegen het verwijt van de AFM dat zij de minimale materiëleuitwerkingseisen heeft overtreden. Spreekt de wettelijk toezichthouderhaar er daarnaast ook nog op aan dat haar stelsel van kwaliteitsbe-heersing niet geschikt bleek om de kwaliteit van de wettelijke controle teborgen, dan kan de accountantsorganisatie zich trachten te verwerentegen het verwijt dat sprake is van significante, structurele of stelsel-matige elementen, die maken dat het stelsel in opzet, bestaan en werkingniet heeft voldaan aan de eis dat het de kwaliteit moest waarborgen vanwettelijke controles. Het wetsvoorstel verduidelijkt waar de accountantsor-ganisatie aan moet voldoen en beperkt haar niet in haar mogelijkhedenom aan te tonen dat zij hieraan ook heeft voldaan.In de tuchtrechtelijke rechtsbescherming van de individuele externeaccountant treedt dit voorstel niet. Dit voorstel verandert ook niet deeventuele onderlinge aansprakelijkheid van externe accountants die zijnverbonden aan de accountantsorganisatie.De Minister van Financiën stelt in zijn Appreciatie SlotrapportageKwartiermakers toekomst accountancysector «Druk en tegendruk»31 in hetkader van deze maatregel: «(...) Daaraan voegen de kwartiermakers toedat het middenkader van de accountantsorganisatie meer autonomiemoet krijgen bij het uitvoeren van de opdracht tot wettelijke controle vande financiële verantwoording. Juist het middenkader moet immers devereiste professioneel-kritische instelling (kunnen) ontwikkelen».32Kan de regering reflecteren op het feit dat enerzijds gesteld wordt dat hetmiddenkader van de accountantsorganisatie meer autonomie moetkrijgen bij het uitvoeren van de wettelijke controleopdracht, juist vanwegede ontwikkeling van de vereiste professioneel-kritische instelling (één vande vereiste materiële waarborgen uit artikel 18, derde lid, van de Wta),terwijl anderzijds de medeverantwoordelijkheid van de accountantsorga-nisatie deze autonomie en professioneel-kritische instelling lijkt in teperken?Dat een accountantsorganisatie een stelsel van kwaliteitsbeheersing moethebben is een sinds de invoering van de Wta een bestaande verplichting.Dit voorstel verduidelijkt waartoe dat stelsel moet strekken, onder anderedat de externe accountant en de controlemedewerkers, inclusief het31Kamerstukken II, 2023/2024,33 977, nr. 46.32Kamerstukken II, 2023/2024,33 977, nr. 47.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 675 middenkader, in de uitvoering van het werk van de wettelijke controle eenprofessioneel-kritische instelling mogen en kunnen aannemen en dat ookdaadwerkelijk doen. Daarmee is deze materiële eis voor hen dus juistfaciliterend. De accountantsorganisatie moet er namelijk door middel vaneen kwaliteitsgerichte cultuur voor zorgen dat de externe accountant, hetmiddenkader en de controlemedewerkers geen druk ervaren, die maaktdat zij belemmerd worden in het hebben en toepassen van eenprofessioneel-kritische instelling met betrekking de controleplichtigeonderneming of instelling en de van hen ontvangen controle-informatie.Het voorstel is geen aanbeveling van de Cta, maar vloeit voort uit de wensvan de AFM om accountantsorganisaties «direct en (rechts)persoonlijkverantwoordelijk [te stellen] voor de kwaliteit van individuele wettelijkecontroles».33 De wens om de wet aan te passen, volgde na uitspraken vanRechtbank Rotterdam34 en het College van Beroep voor het bedrijfsleven(CBb).35AFM-bestuurder Everts zegt destijds over de uitspraken in NRCHandelsblad: «dat we geen boetes kunnen opleggen op basis van slechtecontroles». (...) «Er werken tientallen, honderden, soms duizendenmensen aan zo’n controle. Wij vinden dat de verantwoordelijkheid vanzo’n controle niet bij een individu ligt, maar bij kantoren. Zíj moeteninstaan voor de kwaliteit.»36.Kan de regering reflecteren op deze uitspraak van de toezichthoudervanuit het perspectief van accountantsorganisaties opererend in hetreguliere segment, en daarbij in overweging nemend dat:In het licht van het advies van de Raad van State is er voor gekozen demedeverantwoordelijkheid van de accountantsorganisatie te verduide-lijken door een kwaliteitsdoel toe te voegen aan de reeds bestaandeverplichting tot het hebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing.Hiermee verduidelijkt dit wetsvoorstel in welk opzicht de accountantsorga-nisatie medeverantwoordelijk is voor de kwaliteit van de wettelijkecontrole.Een onderscheid daarbij tussen accountantsorganisaties is niet aan deorde, die organisaties van openbaar belang mogen controleren(OOB-accountantsorganisaties) en die dat niet mogen doen (regulierevergunninghouders). De reden hiervoor is dat beide categorieën accoun-tantsorganisaties wettelijke controles uitvoeren van verplichte financiëleverantwoording. Gebruikers die hun vertrouwen in een wettelijk verplichtefinanciële verantwoording willen baseren op de accountantsverklaringvan een externe accountant, moeten kunnen uitgaan van de kwaliteit vandie verklaring. Voor de accountantsverklaring bij de jaarrekening vanbijvoorbeeld een middelgrote onderneming hoort wettelijk geen lagerkwaliteitsniveau te gelden dan die bij de jaarrekening van een beursgeno-teerde onderneming.•De jurisprudentie van Rechtbank Rotterdam en het CBb ziet op hetoob-segment;33Advies Raad van State, Wetsvoorstel toekomst accountancysector (pagina 10) en Wetgevings-brief AFM (24 april 2020).34ECLI:NL:RBROT:2017:9978 en ECLI:NL:RBROT:2017:9977 – Rechtbank Rotterdam, 20-12-2017/17/7332 en 16/7329.35ECLLNL:CBB:2019:234 en ECLLNL:CBB:2019:235 – College van Beroep voor het bedrijfsleven,18-06-2019 /18/183 en 18/991.36AFM-bestuurder Everts in NRC Handelsblad (19 juni 2020), «AFM lijdt twee keer zelfdenederlaag»; Zie https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/19/afm-lijdt-twee-keer-zelfde-nederlaag-a3964192?t=1711263932.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 676 De aangehaalde jurisprudentie heeft duidelijk gemaakt dat er geen(toereikende) wettelijke grondslag bestond voor de principiëlegelijkschakeling van ernstige tekortkomingen in de wettelijke controlesmet het falen van het stelsel van kwaliteitsbeheersing, ongeacht decategorie van de accountantsorganisatie die de opdracht hadaangenomen tot de wettelijke controle. Dit wetsvoorstel, met dezeaangepaste bepaling, neemt de jurisprudentie in acht.De aard van de accountantsorganisatie speelt geen rol bij de vraag aanwelke kwaliteitsdoelstelling het stelsel van kwaliteitsbeheersing moetvoldoen. Het publiek belang voor het vertrouwen van de gebruikersvan een jaarrekening of anderszins financiële verantwoording geldtongeacht of de accountantsverklaring is opgesteld door een OOB-accountantsorganisatie of een reguliere vergunninghouder.•de toezichthouder op dat moment alleen kwaliteitstoetsingenuitvoerde in het oob-segment;De AFM voerde tot 2022 voornamelijk kwaliteitstoetsingen uit bijaccountantsorganisaties die organisaties mogen controleren vanopenbaar belang. De AFM was daarnaast eindverantwoordelijk voorhet toezicht op reguliere vergunninghouders, en maakte daartoegebruik van kwaliteitstoetsingen van de NBA of de SRA. Het wettelijktoezicht op accountantsorganisaties verschilde dus in de manier vanuitoefening, maar ging steeds uit van dezelfde te toetsen norm.•de omvang, aansturing, structuur en cultuur, en dynamiek vanoob-accountantsorganisaties wezenlijk anders is dan bij de reguliereaccountantsorganisaties, waarvan meer dan 75 procent zelf mkb-onderneming is;Het voorstel schrijft niet voor hoe accountantsorganisaties hun stelselvan kwaliteitsbeheersing moeten implementeren om te voldoen aanminimale eisen voor wettelijke controles. Het vereist slechts aan welkdoel dit stelsel een kwaliteitsdoel moet beantwoorden en aan welkeminimale eisen de borging van de kwaliteit van de wettelijke controlemoet voldoen. Zo blijft er ruimte voor eigen invulling in verband metde verschillen tussen accountantsorganisaties. Dat neemt echter nietweg ook accountantsorganisaties van een kleinere omvang (zeer) groteondernemingen controleren. Het hebben van een degelijk stelsel vankwaliteitsbeheersing is nodig voor alle accountantsorganisaties.•de inzet van mensen op een wettelijke controle in het segment vanreguliere vergunninghouders geen «tientallen, honderden en somsduizenden mensen» omvat;Het voorstel treedt niet in dat soort omvangverschillen. Het treedtenkel in kwaliteitsaspecten, met het oog op het publiek belang vangebruikers die hun vertrouwen in een wettelijk verplichte jaarrekeningof financiële verantwoording willen kunnen baseren op een accoun-tantsverklaring die aan wettelijke kwaliteitseisen voldoet.•wet- en regelgeving duidelijk is waar het gaat om gescheidenverantwoordelijkheden tussen accountantsorganisatie en de externeaccountant:De accountantsorganisatie en externe accountant zijn ieder medever-antwoordelijk voor de kwaliteit van de wettelijke controle. De reik-wijdte van die medeverantwoordelijkheden is echter verschillend. Deaccountantsorganisatie is verantwoordelijk voor het effectief organise-ren van kwaliteit door middel van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.De externe accountant is verantwoordelijk voor de inachtneming vanrelevante beroepsreglementering (waaronder controlestandaarden), inhet bijzonder die reglementering die ziet op die kwaliteit; denk aanonafhankelijkheid, integriteit en controlestandaarden. Er is samenloopdaar waar de accountantsorganisatie de verantwoordelijkheid heeftom door middel van haar stelsel van kwaliteitsbeheersing ervoor tezorgen dat de externe accountant in staat is om die beroepsreglemen-tering in acht te nemen en dat ook daadwerkelijk doet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 677 •wet- en regelgeving duidelijk is waar het gaat om proportionaliteit enschaalbaarheid in het houden van toezicht (toetsing en de weging vanhet resultaat van de toetsing, artikel 48a, vierde lid, van de Wta); enArtikel 48, vierde lid, Wta vereist dat de beoordeling door de toezicht-houder passend is en evenredig ten opzichte van de schaal encomplexiteit van de activiteit van de accountantsorganisatie. Dezebepaling is zo bedoeld dat de wettelijk toezichthouder een accoun-tantsorganisatie beoordeelt op naleving van toepasselijke eisen op eenwijze die passend en evenredig is bij de schaal en complexiteit van deactiviteiten van de accountantsorganisatie.Voor de volledigheid: deze bepaling schrijft voor dat de wettelijktoezichthouder haar beoordeling afstemt op de grootte en ingewikkeld-heid van de wettelijke controles die de accountantsorganisatie verricht,maar niet hoe de toezichthouder die afstemming invult. Hiermee is dewettelijk toezichthouder aanspreekbaar op de passendheid van debeoordeling. Indien een relatief kleine accountantsorganisatie vanmening is dat de wettelijk toezichthouder de beoordeling niet dan welonvoldoende heeft afgestemd op haar grootte, dan kan de accoun-tantsorganisatie zich daartegen verweren, zelfs in rechte, mitsovertuigend onderbouwd. Dit was al zo en blijft onveranderd in ditvoorstel.•er geen MKB-toets op dit onderwerp heeft plaatsgevonden.De MKB-toets zag op het geheel van het wetsvoorstel, ook op demaatregel van toevoeging van een kwaliteitsdoel aan de verplichtingvan een accountantsorganisatie om een stelsel van kwaliteitsbeheer-sing te hebben.De leden van de PVV-fractie wijzen erop dat de jurisprudentie van derechtbank Rotterdam en het CBb handelt om de zorgplicht van accoun-tantsorganisaties. De zorgplicht van accountantsorganisatie is vastgelegdin artikel 14 van de Wta:De accountantsorganisatie draagt er zorg voor dat de externe accountantsdie bij haar werkzaam zijn of aan haar zijn verbonden voldoen aan het bijof krachtens afdeling 3.2 bepaalde.37Het legt de accountantsorganisatie in de visie van de leden van dePVV-fractie de plicht op ervoor te zorgen dat de externe accountants diebij haar werkzaam zijn of aan haar verbonden, adequaat functioneren.Aangezien de voorgestelde maatregel draait om het verduidelijken van dezorgplicht van accountantsorganisaties vragen deze leden of de regeringkan aangeven waarom de regering de wijziging van artikel 14 Wta nietaangrijpt ter verduidelijking van verantwoordelijkheden van de accoun-tantsorganisatie.Dit wetsvoorstel wijzigt artikel 18 van de Wta en niet artikel 14 Wta. Dereden daarvoor is dat het toezicht op het stelsel van kwaliteitsbeheersingeen kernbepaling is voor de wens tot verhoging van de kwaliteit van dewettelijke controle. De norm inzake dat stelsel is vervat in artikel 18 en nietin artikel 14 Wta. Deze wijziging sluit aan bij de norm in artikel 24bis,eerste lid, onderdeel g, van de Auditrichtlijn. Daarin staat met zo veelwoorden dat het «interne kwaliteitsbeheersingssyteem» de kwaliteit moetborgen van de wettelijke controle. Deze aanpassing heeft tot doel demedeverantwoordelijkheid te verduidelijken van de accountantsorgani-satie voor de kwaliteit van de wettelijke controle. Het wetsvoorstelconcretiseert deze maatregel door een kernverplichting toe te voegen: hetverplicht stellen van een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat specifiek37Zie Wet toezicht accountantsorganisaties https://wetten.overheid.nl/BWBR0019468/2022-07-07.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 678 gericht is op de kwaliteit van wettelijke controles. Deze keuze komt voortuit de constatering dat de kwaliteit van de wettelijke controle voor eenbelangrijk deel afhankelijk is van het stelsel van kwaliteitsbeheersing, dusvan beheersingsmaatregelen van de accountantsorganisatie. Het betrefteen norm inzake de interne organisatie, die ziet op relevante bedrijfspro-cessen. Naast dat de bedrijfsvoering is ingericht om beheerste en integereuitoefening van haar bedrijf te waarborgen (artikel 21 Wta) moet hetstelsel van kwaliteitsbeheersing, ook een onderdeel van de bedrijfs-voering, zijn ingericht om de kwaliteit te borgen van de wettelijkecontrole.Gelet op het gestelde in afdeling 3.1 van de Wta (artikelen 13–24b, Deaccountantsorganisatie) vragen deze leden voorts:Kan de regering aangeven welke onduidelijkheden bestaan ten aanzienvan de verantwoordelijkheden van de accountantsorganisatie ten aanzienvan haar zorgplicht?De huidige wettelijke bepaling maakt niet duidelijk dat het stelsel vankwaliteitsbeheersing een doel moet dienen en welk doel dat is. Dit terwijlde norm in artikel 24bis, eerste lid, onderdeel g, van de Auditrichtlijn metzo veel woorden bepaalt dat het «interne kwaliteitsbeheersingssyteem»de kwaliteit moet borgen van de wettelijke controle. Het voorstel neemtdeze kwaliteitsdoelstelling nu over. Hierdoor kan de accountantsorgani-satie ook beter haar interne organisatie inrichten om te voorzien in dezekwaliteit in opzet, bestaan en werking.Tot slot weet de accountantsorganisatie door middel van dit voorstel nuook dat zij wettelijk aanspreekbaar is op de kwaliteit van de wettelijkecontroles en waarom dat is, namelijk in het publiek belang van gebruikersdie hun vertrouwen in een wettelijk verplichte financiële verantwoordingwillen kunnen baseren op een accountantsverklaring.Bovenal is met deze toevoeging duidelijk dat de accountantsorganisatieniet kan volstaan met de stelling dat zij niet aan te spreken is op dekwaliteit van de controledossiers louter omdat er geen reden was om eenaccountantsverklaring te wijzigen of in te trekken. Zij kan ook niet volstaanmet de stelling dat zij heeft gezorgd voor de randvoorwaarden endaarmee niet aanspreekbaar is op de kwaliteit van uitvoering van dewettelijke controle.Gelet op de verwijzing in artikel 14 van de Wta naar het bij of krachtensafdeling 3.2 (De externe accountant) bepaalde, stellen deze leden devolgende vraag:Welke verduidelijking of toevoeging bevatten de minimaal gestelde eisenin het voorgestelde artikel 18, derde lid, van de Wta ten opzichte vanhuidige (inter)nationale wet- en regelgeving (Europese Richtlijn, Wta, Bta)en beroepsreglementering (NV COS, ISQC en ISQM)?Het voornemen bestaat om uit te werken dat de accountantsorganisatieeen stelsel van kwaliteitsbeheersing heeft dat de kwaliteit realiseert vande wettelijke controles door tenminste te organiseren dat (i) de externeaccountant en de overige controlemedewerkers in de uitvoering van dewettelijke controle professionele oordeelsvorming toepassen, dat (ii) zijwerken met een professioneel-kritische instelling en dat (iii) het wettelijkcontrole-oordeel is onderbouwd met voldoende en geschikte controle-informatie. Anders gezegd, de accountantsorganisatie heeft de plicht inzijn bedrijfsvoering passende maatregelen te nemen die er in opzet,bestaan en werking toe leiden dat de externe accountants en de controle-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 679 medewerkers de hier bedoelde beroepsstandaarden kunnen en willentoepassen die verband houden met enkele van de Nadere VoorschriftenControle- en Overige Standaarden (nrs. 200.15–200.17). Deze wettelijkeverduidelijking en toevoeging zijn in lijn met bestaande (inter)nationalewet- en regelgeving (zoals Europese Richtlijnen, de Wta en Bta) enberoepsregels (zoals NV COS, ISQC en ISQM). Alle verplichte nationale enEuropese wet- en regelgeving blijven van kracht, evenals alle verplichteberoepsregels. Dit voorstel heeft geen invloed op vrijwillige (inter)na-tionale kwaliteitsstandaarden.Kan de regering bij de beantwoording van deze vraag specifiek ingaan enbeargumenteren welke verduidelijking in dat kader artikel 24 bis, eerstelid, van de Europese Richtlijn en de doorvertaling daarvan behoeft?38Artikel 24 bis, eerste lid, onder g, van de Auditrichtlijn vereist dat deaccountantsorganisatie een intern kwaliteitsbeheersingssysteem invoertom de kwaliteit van de wettelijke controle te waarborgen. Het kwali-teitsdoel uit deze richtlijnbepaling was tot nu toe niet overgenomen in deNederlandse Wta, hoewel dit wel mogelijk en nog steeds toegestaan is.Het voorstel neemt het kwaliteitsdoel uit deze richtlijnbepaling nu dus welover in de Wta en dan waar dat thuishoort, namelijk in de bepaling inzakehet stelsel van kwaliteitsbeheersing. De reden hiervoor is dat kwaliteit vande wettelijke controle de hoogst mogelijk aandacht vergt van allebetrokkenen, niet in de laatste plaats van de accountantsorganisatie, ompassende interne beheersingsmaatregelen te nemen gericht op hetrealiseren van die kwaliteit. Met de volledige doorvertaling van dezebepaling uit de Auditrichtlijn en met de ook door de Raad van Stategeadviseerde verdere invulling door middel van nadere eisen wordt hetprobleem opgelost dat voor de accountantsorganisatie de medeverant-woordelijkheid voor de kwaliteit van de wettelijke controle niet duidelijkgenoeg was uitgewerkt.Kan de regering beargumenteerd aangeven of en op welke manier bij deverduidelijking middels de minimaal gestelde eisen in het voorgesteldeartikel 18, derde lid, van de Wta rekening is gehouden is met artikel 24 bis,tweede lid, van dezelfde Richtlijn?De minimale eisen zien erop dat de accountantsorganisatie haar stelselvan kwaliteitsbeheersing in opzet, bestaan en werking zo inricht dat het dekwaliteit realiseert van de wettelijke controles door tenminste te organi-seren dat (i) de externe accountant en de overige controlemedewerkers inde uitvoering van de wettelijke controle professionele oordeelsvormingtoepassen, dat (ii) zij werken met een professioneel-kritische instelling endat (iii) het wettelijk controle-oordeel is onderbouwd met voldoende engeschikte informatie. Bij deze minimale eisen is rekening gehouden metgenoemde bepaling uit de Auditrichtlijn, die eveneens ziet op het stelselvan kwaliteitsbeheersing, waarbij geldt dat die bepaling Nederland deruimte geeft nader invulling te geven door nadere uitwerking met het oogop het waarborgen van de kwaliteit van de wettelijke controle. Dit gebeurtook bij AMvB.38Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijzigingvan Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsoli-deerde jaarrekeningen; Zie https://www.nba.nl/wet--en-regelgeving/hra/9/66/ en https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2014/56/oj/nld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 680 3.5 Overheveling toezicht op niet-oob accountantsorganisaties naar AFM De leden van de PVV-fractie vragen de regering, gelet op het gegeven datde AFM sinds 1 januari 2022 «de facto» en «de jure» toezicht uitvoert inhet wettelijke controledomein en de beroepsorganisatie en andereorganisaties als gevolg daarvan geen kwaliteitstoetsingen meer uitvoerenin het wettelijke controledomein, op dit punt het volgende.Kan de regering toelichten waarom artikel 48 van de Wta wordt aangepastnaar een «kan»-bepaling; welke mogelijkheid of mogelijkheden houdt deregering hiermee open?Kan artikel 48 van de Wta gezien de «de facto» en «de jure» praktijk nietgewoonweg vervallen?De voorgestelde wijziging van artikel 48 Wta hangt samen met dedoorgevoerde overheveling van het toezicht op de reguliere accountants-organisaties naar de AFM. Op dit moment vereist het artikel dat de AFMbij haar toezicht op accountantsorganisaties rekening houdt met deresultaten van kwaliteitstoetsingen door andere organisaties. Ditwetsvoorstel wijzigt die verplichting in een mogelijkheid voor de AFM ommet die resultaten rekening te houden bij de uitoefening van haar toezicht.Bij de introductie van de Wta in 2006 was artikel 48 Wta bedoeld om debestaande verhouding tussen de AFM en beroeps- of andere organisatiesin het toezicht op reguliere accountantsorganisaties te verduidelijken(Kamerstukken II 2004/05, 29 658, nr. 55). Deze organisaties dragen bij aanhet waarborgen van adequate kwaliteitsbeheersingssystemen binnenaccountantsorganisaties. De AFM bleef eindverantwoordelijk voor hetwettelijk toezicht op deze organisaties en nam bij haar toezicht deresultaten van de kwaliteitstoetsingen van deze (beroeps)organisatiesmee. In de praktijk werd het toezicht op accountantsorganisaties met eenreguliere vergunning op basis van convenanten uitgeoefend door middelvan toetsingen door de organisaties NBA en SRA.Voorgesteld wordt om de verhouding tussen de het wettelijk toezicht vanAFM en de toetsingen door (beroeps)organisaties in lijn te brengen metde gewijzigde situatie per 1 januari 2022. Per die datum zijn namelijk detoezichtconvenanten tussen enerzijds de AFM en NBA en anderzijds deAFM en SRA beëindigd en vervangen door informatie-uitwisselings-convenanten. Het toezicht op accountantsorganisaties met een regulierevergunning is overgeheveld naar de AFM. Dit houdt in dat de AFM hettoezicht op accountantsorganisaties met een reguliere vergunninguitoefent, en dat zij bij het bepalen van de wijze waarop zij haar toezichtuitoefent rekening kan houden met uitkomsten van toetsingen van deNBA en de SRA. Hierdoor is het niet langer verplicht dat de AFM rekeninghoudt met de resultaten van toetsingen door de NBA en SRA.De AFM verricht als gevolg van deze overheveling sinds 1 januari 2022alleen en zelfstandig de in de Europese Auditrichtlijn en Wet toezichtaccountantsorganisaties bedoelde kwaliteitsbeoordelingen bij alleaccountantsorganisaties in het wettelijke controledomein. Dit staat er nietaan in de weg dat NBA en SRA ook toetsingen voor overige domeinenverrichten, zoals bijvoorbeeld vrijwillige controles en samenstelop-drachten en het bijbehorende stelsel van kwaliteitsbeheersing. Dezetoetsingen kunnen nuttige informatie voor de AFM opleveren over hetstelsel van kwaliteitsbeheersing voor haar doeleinden, waarvoor devoornoemde vervangende informatie-uitwisselingsconvenanten tussenenerzijds de AFM en NBA en anderzijds de AFM en SRA zijn gesloten. Omduidelijk te maken dat de AFM de informatie uit toetsingen van de NBA enTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 681 SRA kan gebruiken in haar toezicht, wordt het wenselijk geacht om dedesbetreffende bepaling in de Wta aan te passen in een «kan»-bepaling,en deze niet in zijn geheel te laten vervallen.De leden van de PVV-fractie constateren dat de toezichthouder sinds 2022themaonderzoeken uitvoert bij de 224 reguliere vergunninghouders. Dewijze van onderzoek is «risicogestuurd» en «datagedreven».Kan de regering toelichten hoe deze wijze van toezichthouden zichverhoudt tot artikel 48a, eerste en derde lid van de Wta, dat stelt dat hetintegrale kwaliteitsbeheersingssysteem van accountantsorganisatiesminimaal eenmaal per zes jaar moet worden getoetst en waarbij debeoordeling ten minste gebaseerd wordt op een toetsing van een selectievan controledossiers?Op grond van artikel 48a, eerste lid, Wta dient de AFM ten minste eenmaalin de zes jaar, of zoveel vaker als nodig is op basis van een risicoanalyse,te beoordelen of een accountantsorganisatie voldoet aan de wettelijkevoorschriften. Uit het derde lid van artikel 48a Wta volgt dat de AFM haarbeoordeling ten minste baseert op een toetsing van een selectie vancontroledossiers.De groep van reguliere accountantsorganisaties is zeer divers quaomvang en aantal wettelijke controles dat zij verricht. Daarom segmen-teert de AFM accountantsorganisaties. De AFM ontwikkelt per segmenteen toezichtaanpak, waarbij zij rekening houdt met de grootte encomplexiteit van de accountantsorganisaties. De AFM is zelf verantwoor-delijk voor het vormgeven van effectief toezicht, met inachtneming van devereisten uit de Nederlandse en Europese wetgeving. Het in de vraaggenoemde artikel 48a Wta is een implementatie van onderdelen uitartikel 29 van Richtlijn 2006/43/EG (de Auditrichtlijn). Artikel 48a Wta enartikel 29 Auditrichtlijn laten ruimte om het toezicht risicogericht endatagedreven vorm te geven, en de periodieke kwaliteitsbeoordeling inverschillende deelonderzoeken (waaronder themaonderzoeken) uit tevoeren, verspreid over een periode van zes jaar. De AFM maakt in hettoezicht gebruik van deze ruimte om haar capaciteit optimaal in te zetten,namelijk waar zij de grootste risico’s verwacht te beheersen. De AFMverricht onder andere themaonderzoeken om belangrijke onderwerpen enrisico’s bij meerdere accountantsorganisaties te onderzoeken. Hierbijbetrekt de AFM ook controledossiers.Kan de regering toelichten of de accountantsorganisaties die voor hetlaatst conform artikel 48a, eerste lid, van de Wta zijn getoetst op hetintegrale kwaliteitsbeheersingssysteem in 2016 en 2017, vanwege devereiste frequentie van doorlopend toezicht (conform artikel 48a, eerstelid, van de Wta) zijn getoetst in respectievelijk 2022 en 2023?De AFM past de in artikel 48a Wta genoemde frequentie van uitvoeringvan kwaliteitsbeoordelingen bij reguliere accountantsorganisaties toeuitgaande van opeenvolgende perioden van zes jaar. Dat betekent datvanaf 1 januari 2022 de tot die datum gehanteerde zesjaars toetsings-cyclus van de NBA en SRA is losgelaten. De AFM heeft vanaf 2022 eennieuwe zesjaarscyclus ingesteld, die gelijk is voor alle reguliere accoun-tantsorganisaties. In die periode van zes jaar betrekt de AFM dezeaccountantsorganisaties in meerdere onderzoeken en uitvragen.Zoals aangegeven in het antwoord op de bovenstaande vraag, richt deAFM haar toezicht risicogestuurd in. Zij verspreidt periodieke kwaliteitsbe-oordelingen over verschillende deelonderzoeken (waaronder thema-onderzoeken) binnen een onderzoekcyclus van zes jaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 682 Gelet op het voorgaande, is het mogelijk dat niet alle reguliere accoun-tantsorganisaties die in 2016 en 2017 door de NBA of SRA zijn getoetst, alin 2022 of 2023 in een of meerdere deelonderzoeken ten behoeve vankwaliteitsbeoordelingen door de AFM zijn betrokken.Kan de regering toelichten op welke wijze artikel 48a, vierde lid, van deWta wordt toegepast in de toetsingen en in de beoordeling vanuitkomsten van de themaonderzoeken door de toezichthouder?Op grond van artikel 48a, vierde lid, Wta dient de beoordeling van eenaccountantsorganisatie door de AFM passend en evenredig te zijn tenopzichte van de schaal en complexiteit van de activiteit van de accoun-tantsorganisatie. Omdat de groep accountantsorganisaties met eenreguliere vergunning zeer divers is, heeft de AFM deze groep onderver-deeld in verschillende segmenten. Per segment heeft de AFM eentoezichtaanpak ontwikkeld, waarbij zij rekening houdt met de grootte enactiviteiten van de accountantsorganisaties.In de deelonderzoeken (waaronder themaonderzoeken) van kwaliteitsbe-oordelingen dient de AFM bij toetsing aan normen rekening te houdenmet de grootte en complexiteit van de accountantsorganisaties. Zo zal hetbestuur van een grote accountantsorganisatie op andere manieren ervoormoeten zorgen dat zij grip houdt op de interne organisatie dan eenkleinere accountantsorganisatie. Op deze wijze wil de AFM ervoor zorgendat de beoordeling passend en evenredig is ten opzichte van de schaal encomplexiteit van de activiteiten van de accountantsorganisaties. Voorzover het gaat om de evaluatie van de toepassing van controlestan-daarden in wettelijke controles dient de AFM eveneens rekening tehouden met de omvang en complexiteit van de controlecliënt.Gegeven artikel 29, lid e, van de Europese Richtlijn en de ervaring vanaccountantsorganisaties dat de toezichthouder medewerkers van eencommerciële organisatie inzet om mede toezichtonderzoek uit te voeren,vragen de leden van de PVV-fractie of de regering kan toelichten welkewaarborgen zijn getroffen om dit (schijnbare) conflict of interest temitigeren.Op grond van artikel 29 van de Auditrichtlijn dienen externe accountantsen accountantsorganisaties onder een kwaliteitsborgingsstelsel te vallen.De Auditrichtlijn bepaalt aan welke criteria het stelsel moet voldoen,waaronder de vereisten voor personen die kwaliteitsbeoordelingenverrichten. Artikel 29, eerste lid, onderdeel e, van de Auditrichtlijn bepaaltdat de selectie van beoordelaars voor het verrichten van specifiekekwaliteitsbeoordelingen plaatsvindt volgens een objectieve procedure, dieis opgezet om belangenconflicten te voorkomen tussen de beoordelaarsen de wettelijke auditors en auditkantoren die worden beoordeeld. Ditvoorschrift is uitgewerkt in het tweede lid van artikel 29, Auditrichtlijn, datspecifieke eisen bevat voor personen die zijn belast met het toezicht.Deze vereisten uit de Auditrichtlijn zijn in Nederland geïmplementeerd inartikel 49a Wta. Hiermee is geborgd dat personen die als kwaliteitsbeoor-delaar voor de AFM werken over voldoende deskundigheid beschikkenom de beoordeling te kunnen uitvoeren en dat op een onafhankelijkemanier kunnen doen. Het kan nodig zijn dat de AFM externe beoordelaarsaantrekt. Ook in dat geval gelden de vereisten van artikel 49a Wta. Hetrisico van een mogelijk conflict of interest mitigeert de AFM door hetvereiste toe te passen dat de kwaliteitsbeoordelaars drie jaar voorafgaandaan de beoordeling niet betrokken waren bij de te beoordelen accoun-tantsorganisatie. Verder moet een persoon die belast is met de beoor-deling van een accountantsorganisatie voorafgaand aan de beoordelingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 683 tegenover de AFM verklaren dat er geen belangenconflicten bestaantussen hem en de te beoordelen accountantsorganisatie.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de regering wat deeffecten van de in het wetsvoorstel genoemde overheveling zijn voor deextra capaciteit die nodig is bij de AFM. Wat zegt het wetsvoorstelhierover? Hoe wordt gezorgd dat de AFM voldoende middelen enexpertise krijgt?De overheveling van het toezicht heeft plaatsgevonden per 1 januari 2022.In een brief aan uw Kamer van 18 september 2020 over het kostenkadervan de AFM voor de periode van 2021–2024 is de extra financiële ruimtetoegelicht voor de overheveling van het toezicht op reguliere vergunning-houders (Kamerstukken II 2020/21, 33 957, nr. 33). In die brief wordt ookingegaan op het gekozen ingroeipad voor de stijging van de kosten vanhet toezicht op accountantsorganisaties. Het kostenkader ging uit van hetscenario waarin de AFM het toezicht op reguliere vergunninghouders ginguitvoeren met ingang van 1 januari 2022. Het jaar 2021 werd daarmee eenovergangsjaar, waarin de AFM voorbereidingen ging treffen voor hetuitvoeren van de nieuwe toezichttaken. De AFM nam in dit scenario aande hand van een ingroeipad het toezicht feitelijk over van NBA en SRA ophet segment reguliere vergunninghouders voor wat betreft naleving vande Wet toezicht accountantsorganisaties, waaronder de kwaliteitsbe-heersing en de kwaliteit van wettelijke controles.Een concept van het wetsvoorstel is voor een uitvoeringtoets voorgelegdaan de AFM. De AFM heeft in haar uitvoeringstoets en ook later te kennengegeven dat zij verwacht met de toegekende verhoging van het kosten-kader van de AFM voor respectievelijk 2021–2024 en voor 2025–2028voldoende middelen te hebben om het toezicht op de reguliere accoun-tantsorganisaties feitelijk uit te voeren vanaf 1 januari 2022 (Uitvoerings-toets AFM, Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3. Bijlage). De AFM heeftgeschreven dat zij daarbij mede afhankelijk is van het tijdig kunnenaantrekken van voldoende aan te trekken gekwalificeerde medewerkers.Artikel 48 van de Wet toezicht accountantsverklaring wordt gewijzigd vaneen gebonden bevoegdheid naar een kan-bepaling. De leden van deChristenUnie-fractie vragen naar aanleiding hiervan de regering naderuiteen te zetten wat de achterliggende rationale is bij deze wijziging.Zoals hierboven beschreven in antwoord op een vraag van de leden vande PVV-fractie, heeft de voorgestelde wijziging van artikel 48 Wta tot doelom recht te doen aan de wijziging van de manier waarop het toezicht opreguliere vergunninghouders zich per 1 januari 2022 heeft ontwikkeld.Op grond van de Wta is de AFM wettelijk toezichthouder op alle vergun-ninghoudende accountantsorganisaties. Tot 1 januari 2022 had de AFMtoezichtsconvenanten gesloten met de beroepsorganisatie NBA en deorganisatie SRA. Op basis van deze convenanten verrichtten dezeorganisaties kwaliteitstoetsingen bij accountantsorganisaties met eenreguliere vergunning en oefenden in de praktijk het toezicht uit op dezeaccountantsorganisaties. De Cta noemde in haar rapport «Vertrouwen opcontrole» dit systeem «ondoorzichtig en complex». Zij adviseerde om deuitvoering van het toezicht zo in te richten dat het de jure en de factowordt uitgeoefend door de AFM. De Cta meent dat het uitgangspunt hoortte zijn dat de AFM in beginsel altijd zelf de beoordeling of onderdelendaarvan ter hand neemt. Ook noemt de Cta het vanzelfsprekend dat deAFM nog steeds gebruik kan maken van de beoordeling van kwaliteitsbe-heersing van accountantsorganisaties door de NBA en de SRA, en daarook desgewenst beleid voor kan formuleren (Vertrouwen op controle,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 684 Rapport van de Commissie toekomst accountancysector, Kamerstukken II2019/20, 33 977, nr. 28, bijlage, blz. 101–109).In zijn reactie op het rapport van de Cta schreef het toenmalige kabinet dathet de analyse van de Cta deelde dat het toezicht eenvoudiger entransparanter moet worden en dat het de benodigde stappen ging zettenom uitvoering te geven aan de aanbeveling van de Cta (Kamerstukken II2019/20, 33 977, nr. 29.). De toezichtconvenanten tussen de AFM, de NBAen de SRA zijn per 1 januari 2022 beëindigd en vervangen doorinformatie-uitwisselingsconvenanten. De AFM is nu niet alleen formeel,maar ook in de praktijk toezichthouder voor reguliere accountantsorgani-saties.In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld om artikel 48 Wta aan dezeoverheveling van het toezicht aan te passen. De NBA en de SRA mogentoetsingen blijven verrichten, maar de AFM is formeel niet langer verplichtrekening te houden met de uitkomsten van die toetsingen. Met ditvoorstel wordt duidelijk dat de AFM enige wettelijk toezichthouder is dieonafhankelijk het toezicht uitoefent op alle accountantsorganisaties,terwijl (niet-wettelijke) kwaliteitstoetsingen mogelijk blijven en waardekunnen hebben voor de getoetste accountantsorganisaties.3.7 Overige wijzigingen De leden van de VVD-fractie vragen de regering om te verduidelijken opwelke wijze de toetsing van vakbekwaamheidseisen verandert.De wijze van toetsing door het bestuur de NBA van stukken die aantonendat aan vakbekwaamheidseisen is voldaan, verandert niet door ditvoorstel. Ook de beoordeling van de mate waarin de aanvrager eenzelfdeniveau van vakbekwaamheid aantoont als een Nederlandse opleiding totaccountant, op grond van verkregen aanvullende diploma’s of soortgelijkebewijsstukken, verandert niet. Het bestuur besluit met inachtneming van,onder andere, de beginselen van zorgvuldigheid en motivering, zoalsvereist op grond van de Algemene wet bestuursrecht.Dit wetsvoorstel regelt wel dat accountants uit derde landen niet degehele Nederlandse opleiding hoeven te doorlopen; zij krijgen demogelijkheid om aanvullende diploma’s of bewijsstukken te behalen omte kunnen voldoen aan het Nederlands vereiste niveau. De accountant uiteen derde land kan de aspecten die in de buitenlandse opleidingontbraken aanvullen met specifieke cursussen. Hiermee tracht ditwetsvoorstel het makkelijker te maken voor accountants uit derde landenom een verklaring van vakbekwaamheid te verkrijgen.Deze leden vragen daarbij tevens een toelichting hoeveel accountants uitderde landen op dit moment jaarlijks een verklaring van vakbekwaamheidkrijgen en of dit naar verwachting wijzigt na doorvoering van dezewijziging.Navraag bij de NBA heeft opgeleverd dat sinds de taak voor het afgevenvan de Verklaring van Vakbekwaamheid in 2020 bij de NBA is komen teliggen de volgende aantallen verklaringen zijn afgegeven:202012021020226Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 685 2023720249 Het wetsvoorstel verruimt de mogelijkheden voor buitenlandse accoun-tants om hetzelfde niveau van vakbekwaamheid te behalen als inNederland. De eisen voor een verklaring van vakbekwaamheid blijvenhetzelfde, maar accountants uit derde landen hoeven door ditwetsvoorstel nu niet meer de gehele Nederlandse opleiding te doorlopenom aan deze vakbekwaamheidsvereisten te voldoen. Zij krijgen nu demogelijkheid om in aanvulling op hun buitenlandse opleiding, waarnodig, aanvullende cursussen en bewijsstukken te behalen, zodat zijkunnen voldoen aan de Nederlandse vereisten. Dit maakt het gemakke-lijker voor deze accountants om een verklaring van vakbekwaamheid teverkrijgen. Om die reden mag worden verwacht dat er meer verzoeken bijde NBA komen tot het afgeven van die verklaring. Het is echter voor deNBA op voorhand niet goed in te schatten hoe groot het effect zal zijn vande voorgestelde verruiming.De leden van de SGP-fractie vragen de regering op basis waarvan de NBAvaststelt of en welke aanvullende cursussen noodzakelijk zijn vooraccountants uit derde landen om te voldoen aan de gewenste vakbe-kwaamheid.De NBA geeft een verklaring van vakbekwaamheid af op basis van zoweldiploma’s en soortgelijke bewijsstukken als van behaalde tentamens(artikel 54 Wab). De NBA toetst diploma’s en soortgelijke bewijsstukkenaan de hand van de bepalingen over de opleidingseisen zoals opgenomenin Richtlijn 2006/43/EG. Voor de tentamens zijn beoordelingscriteriabepaald. Indien het gaat om de verplichte examens in Nederlands Rechten Gedrags- en beroepsregels van de Proeve van Vakbekwaamheid geeftde NBA buitenlandse accountants de mogelijkheid om een voorlopigoordeel aan te vragen over de mogelijkheid van het verkrijgen van deVerklaring van Vakbekwaamheid. De NBA beoordeelt dan of de aanvrager,indien de verplichte examens van de proeve zijn behaald, voor deverklaring in aanmerking komt. Op haar website geeft de NBA een soort«roadmap» voor het aanvragen van de verklaring (inclusief het voorlopigeoordeel) en is het examenprogramma te vinden (https://www.nba.nl/over-nba/lidmaatschap/buitenlandse-accountants-die-in-nederland-willen-werken/proeve-van-vakbekwaamheid-aa/). De NBA geeft een gemoti-veerde afwijzing en adviseert de buitenlandse accountant over mogelijkevervolgstappen. Het is op grond van door de NBA gesignaleerdeontbrekende vakbekwaamheid aan de aanvrager te bepalen of daarvoornadere cursussen of opleiding noodzakelijk zijn.3.7.1 Vakbekwaamheid accountants uit derde landen De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben mij verzocht omte reflecteren op de aanbevelingen uit de wetenschapstoets WijzigingswetAccountancysector. In de negende aanbeveling van de wetenschapstoetsstellen de wetenschappers voor om duidelijke uitvoerbare richtlijnen op testellen voor vrijstellingen van buitenlandse accountants waar het gaat omde vereiste eindtermen.Het is van belang dat accountants die controles uitvoeren in Nederlandover de noodzakelijke theoretische kennis van de vakgebieden beschikkenen die kunnen toepassen in de praktijk. Hiervoor zijn eindtermenopgesteld waaraan elke accountant dient te voldoen. Accountants uitderde landen kunnen zich alleen laten inschrijven in het Nederlandsaccountantsregister en lid worden van de NBA indien zij een verklaringvan vakbekwaamheid bezitten. De praktijk leert dat accountantsoplei-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 686 dingen uit derde landen niet volledig overeenkomen met de Nederlandseopleiding. Om de kwaliteit van de wettelijke controle te borgen dienendeze accountants uit derde landen wel te voldoen aan de Nederlandsevakbekwaamheidseisen. Het is aan de NBA, als eerstverantwoordelijkevoor de uitvoering van het vakbekwaamheidsbeleid, om dit te beoordelenen de accountants uit derde landen te toetsen aan de eindtermen. Er zijnop voorhand geen signalen dat deze beoordeling niet adequaat zougebeuren en dat het van het uitschrijven van de richtlijnen en vrijstel-lingen nodig is. Mocht deze signalen er in de toekomst wel zijn dan zal ditopnieuw worden beoordeeld.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen naar de controlekwaliteitvan accountants uit derde landen. Wat zorgt ervoor dat die voldoende isgewaarborgd?Een (individuele) accountant uit een zogeheten derde land mag inNederland niet zonder meer wettelijke controleverklaringen afgeven;daartoe dient een auditkantoor, waaraan die accountant is verbonden,ingeschreven te zijn bij de AFM. Dit auditkantoor dient in Nederland eenaccountant te hebben die de controleverklaring mag tekenen. Dat wilzeggen, deze accountant dient in Nederland zijn of haar vakbekwaam tehebben aangetoond, te beoordelen door de NBA. Voor zover het gaat omeen buitenlandse accountant gebeurt dit (deels) door middel van eenvrijstellingsbesluit. Op deze accountant is Nederlands tuchtrecht vantoepassing. Deze accountant dient ingeschreven te zijn bij de NBA en deAFM. Op de uitvoering van de wettelijke controle in Nederland door dieexterne accountant is de Nederlandse beroepsreglementering vantoepassing, waaronder de controlestandaarden.Deze leden vragen voorts hoe een «weglekeffect» voorkomen gaatworden richting derde landen.Om te beginnen bepaalt de controleplichtige onderneming of instellingwelke accountant of accountantsorganisatie de opdracht krijgt totuitvoering van de wettelijke controle. Deze onderneming of instellingheeft dus de belangrijke keuze te maken aan welke accountantsorganisatieof externe accountant zij de wettelijk verplichte controle van de financiëleverantwoording toevertrouwt, gegeven de te verwachten kwaliteit.Voorts heeft de NBA een belangrijke rol bij de beoordeling van devakbekwaamheid van de accountant uit een derde land. Cruciaal daarin isdat naar de overtuiging van de NBA is aangetoond dat de accountant metbewijzen aantoont te beschikken over vakbekwaamheid vergelijkbaar metaccountants die in Nederland zijn opgeleid tot accountant.In welke mate moeten accountants uit bijvoorbeeld Portugal of Cyprusrapporteren over AQI’s?Een auditkantoor uit een lidstaat van de Europese Unie dat in Nederlandwettelijke controles wil uitvoeren en daartoe is ingeschreven in hetregister van de AFM dient ook over de kwaliteitsindicatoren te rappor-teren. Daartoe strekt dit voorstel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen verder naar de risico’svan het verruimen van toezicht voor buitenlandse accountants voor decontrolekwaliteit.Een accountantskantoor uit een lidstaat van de Europese Unie dient opgrond van de Auditrichtlijn onder andere een stelsel van kwaliteitsbe-heersing te hebben, net zoals nu het geval is voor Nederlandse accoun-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 687 tantsorganisaties. Ook dient dit accountantskantoor waaraan dezeaccountant verbonden is ingeschreven te staan bij de AFM. Het kantoormoet in Nederland een accountant hebben die bevoegd is om decontroleverklaring te ondertekenen. Indien zo’n kantoor in Nederland eenwettelijke controle uitvoert, dan dient dat kantoor in Nederland eenexterne accountant dan wel een auditor uit een lidstaat te hebben diestaat ingeschreven in het register van de NBA. Deze accountant of auditoris aanspreekbaar op de kwaliteit van de wettelijke controle in Nederland.Een accountantskantoor uit een lidstaat van de Europese Unie staat voorwat betreft haar stelsel van kwaliteitsbeheersing onder toezicht van dewettelijk toezichthouder uit het eigen land, net zoals Nederlandseaccountantsorganisaties onder toezicht staan van de AFM.Deze leden vragen bovendien naar andere instrumenten om het schaarsteproblemen op te lossen, zoals arbeidsmarktinstrumenten. Welke andereknoppen zijn er om aan te draaien om het accountancyberoep aantrekke-lijker te maken? In welke mate zijn die door de regering overwogen?In de slotrapportage nemen de Kwartiermakers toekomst accountancys-ector het advies van de Expert Educatie in zijn volledigheid over. Ditadvies roept op tot de modernisering van het beroepsprofiel van deaccountant. Dit herziene beroepsprofiel dient dan als vertrekpunt voor demodernisering van de opleiding tot accountant. Hiermee dient het beroepvan accountant aantrekkelijker te worden. Het is dan ook verheugend datde NBA in 2024 bekend heeft gemaakt dat een breed samengesteldkernteam zich richt op herziening van het beroepsprofiel. Dat kernteamheeft op 29 januari 2025 voorstellen bekend gemaakt tot moderniseringvan het beroepsprofiel van de accountant, met het oog op besluitvormingdaarover in juni 2025. Het is eveneens positief dat de CEA op 20 juni 2024een breed samengestelde kerngroep heeft ingesteld die zich ging richtenop de herziening van de eindtermen voor de accountantsopleiding. Dezegroep heeft in 13 december 2024 voorstellen bekend heeft gemaakt totherziening van het raamwerk voor nieuwe eindtermen voor de oplei-dingen tot accountant. Beide projectgroepen houden elkaar ook op dehoogte, hetgeen het kabinet toejuicht.Daarnaast moet de praktijk van het controlewerk zelf aantrekkelijkerworden. Er is een cultuur nodig waarin de accountantsorganisatietegendruk geeft aan de druk op accountants. Voor die cultuur zijn primairde accountantsorganisaties aan zet. Accountantsorganisaties moetenervoor zorgen dat de accountants hun werk professioneel (kunnen)uitvoeren.Zoals eerder toegelicht geven de Kwartiermakers toekomst accountancys-ector aan dat de ervaren regeldruk niet zozeer voortkomt uit de huidigeauditwet- en regelgeving. Zij hebben gezien dat de ervaren regeldrukeerder komt door hoe accountantsorganisaties deze regels interpreterenen implementeren binnen hun eigen organisatie. Accountantsorganisatiesvertalen wet- en regelgeving in strakke interne richtlijnen en internechecklists. Deze interne vertaling is beperkend voor professionals in alleberoepsgroepen, inclusief accountants. Wet- of regelgeving schrijven nietvoor dat accountantsorganisaties open normen moeten vertalen indichtgetimmerde interne richtlijnen en afvinklijsten. (Druk en tegendruk,slotrapportage Kwartiermakers toezicht accountancysector, blz. 45).3.7.2 Modernisering inter governance NBA Een ander middel om de kwaliteit van de controles te verbeteren is hetverplicht invoeren van een Raad van Commissarissen. De leden van deNSC-fractie delen de inschatting dat intern toezicht een positief effect kanhebben op de controlekwaliteit. Kan de regering aangeven in welke mateTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 688 accountantsorganisaties met en zonder een OOB-vergunning op ditmoment al beschikken over een RvC?Alle zes accountantsorganisaties met een OOB-vergunning beschikkenover een intern toezichtsorgaan. In het kader van de voorbereiding van ditwetsvoorstel is uit navraag bij de AFM gebleken dat van de vermoedelijkcirca 15 à 20 reguliere vergunninghouders die volgens dit wetsvoorstelook zo’n orgaan moeten instellen, er circa 10 al een vorm van interntoezicht hebben.In hoeverre is een wettelijke bepaling nodig om de interne governance teversterken?Van een intern toezichtorgaan gaat een positieve impuls uit voor dekwaliteit van de wettelijke controle. Daarvoor wordt verwezen naar hetonderzoek van de AFM van 13 oktober 2021 (https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2021/oktober/onderzoek-impact-rvcs-oob-accountantsorganisaties). De AFM heeft daar geconstateerd dat raden vancommissarissen impact hebben; zij stimuleren de agendering enaansturing op kwaliteit en de verbetering van kwaliteitswaarborgen. Zijvragen voorts om aandacht voor ontwikkeling en leiderschap vanaccountants. Een wettelijke bepaling is nodig om de interne governance teversterken om ervoor te zorgen dat accountantsorganisaties die nietvrijwillig voorzien in een intern toezichtorgaan, een voordeel genietenboven accountantsorganisaties die wel zo’n orgaan hebben ingevoerd. Erbestaat, kortom, het risico van een ongelijk speelveld dat een negatieveprikkel kan zijn voor het instellen van intern toezicht. Ik vind het belangrijkdeze mogelijke prikkel weg te nemen.5. Regeldruk De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben mij verzocht omte reflecteren op de aanbevelingen uit de wetenschapstoets WijzigingswetAccountancysector. In de elfde en laatste aanbeveling van de weten-schapstoets stellen de wetenschappers voor om de regeldruk te minimali-seren.Dit wetsvoorstel voert slechts twee gerichte nieuwe maatregelen in enbevat geen stelselwijziging of fundamentele ingreep in de sector. In deeerste plaats gaat het om de rapportageplicht voor nu slechts de zesgrootste accountantsorganisaties. In zoverre een accountantsorganisatievoor haar interne organisatie nog niet over deze managementinformatiezou beschikken zullen de dagelijks beleidsbepalers ervoor moeten zorgendat dit alsnog het geval is. De tweede nieuwe maatregel betreft van deversterking van de governance, deze zal alleen gelden voor de circatwintig grootste accountantsorganisaties.De voornaamste zorgen van de deelnemers aan de MKB-toets haddenbetrekking op de invoering van de verplichting om te rapporteren overkwaliteitsindicatoren. Als bezwaren tegen deze maatregel werd genoemddat deze rapportageplicht onevenredige lasten met zich zou brengen enniet zou voorzien in de behoefte van de controlecliënten en een opeensta-peling zou inhouden van telkens van elkaar afwijkende rapportagever-plichtingen jegens de eigen brancheverenging, de Nederlandse Beroeps-organisaties van Accountants, en/of de AFM. Het wetsvoorstel is op ditpunt aangepast zodat de circa 220 reguliere vergunninghoudersvooralsnog niet te maken krijgen met de rapportageplicht. De rapportage-plicht kwaliteitsindicatoren wordt alleen van toepassing opOOB-accountantsorganisaties. Daarmee is de regeldruk die gepaard gaatmet het wetsvoorstel voor nu beperkt en proportioneler gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 689 5.1 Algemeen Het voorliggende wetsvoorstel brengt aanzienlijke kosten voor accoun-tantsorganisaties met zich mee, zo concluderen de leden van deSGP-fractie. Hoe hoog worden de incidentele en structurele kostengeschat per accountantsorganisatie van het gehele wetsvoorstel? Kan deregering een inzicht geven de relatieve kosten voor individuele accoun-tantsorganisaties die vergunningshouders zijn? Kan de regering daarbijook inzage geven in de verschillen tussen de grootte van deze accoun-tantsorganisaties?Dit wetsvoorstel voert twee nieuwe verplichtingen in voor (vergunning-houdende) accountantsorganisaties: de rapportageplicht voor deOOB-accountantsorganisaties en de plicht tot invoering van een interntoezichtsorgaan voor de circa vijftien tot twintig grootste regulierevergunninghouders. Voor de andere maatregelen in dit wetsvoorstelworden geen hoge regeldrukkosten verwacht. De kostenramingen zijnberekend zoals voorgeschreven in het Handboek meting regeldrukkostenvan het Adviescollege Toetsing Regeldruk. De kostenramingen zijnschematisch als volgt weer te geven:MaatregelReguliere vergunninghouders(227)OOB-accountants-organisatie (6)Alle accountsorganisatiesInitieelStructureelInitieelStructureelTotaal initieelTotaal structureelRapportageplicht kwaliteits-indicatorenN.v.t.N.v.t.€ 163.680€ 27.720€ 163.680€ 27.720Versterking intern toezicht(circa 20 RV’ers/OOB)€ 840.000 –€ 1.120.000€ 945.000 –€ 1.260.000€ 840.000 –€ 1.120.000€ 945.000 –€ 1.260.000Totaal€ 840.000 –€ 1.120.000€ 945.000 –€ 1.260.000€ 163.680€ 27.720€ 1.003.680 –€ 1.283.680€ 972.720 –€ 1.287.720Bron: Kamerstukken II 2023/24, 36 484, nr. 3, par. 5, Regeldruk. De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over de effectenvan het voorliggende voorstel op de regeldruk die nu al erg hoog is. Dezeleden vragen de regering of de regering het met deze leden eens is dat dehuidige regeldruk ervoor zorgt dat het beroep van accountant onaantrek-kelijk is en de regeldruk verminderd zou moeten worden?Zoals eerder beschreven voert dit wetsvoorstel slechts twee nieuwemaatregelen in. Deze maatregelen zullen naar verwachting geen afbreukdoen aan de aantrekkelijkheid van het accountantsberoep, in tegendeel.De eerste nieuwe maategel is de rapportageplicht voor de zes grootsteaccountantsorganisaties. Het betreft hier elf indicatoren, waarvanverwacht mag worden dat een accountantsorganisatie die ook voor haarinterne organisatie nodig heeft als managementinformatie bij het sturenop kwaliteit. Deze indicatoren kan de accountant ook zelf inzicht geven inde manier waarop de wettelijke controle wordt verricht en de accountantuitdagen zijn eigen proces te analyseren. Dit kan de aantrekkelijkheid vanhet beroep ook verhogen. Daarmee wordt de regeldruk, die gepaard gaatmet het wetsvoorstel, proportioneel geacht. Daarbij wordt opgemerkt datde Kwartiermakers in hun slotrapportage hebben geschreven dat deregeldruk niet zozeer voortkomt uit de huidige wet- en regelgeving, maareerder uit hoe accountantsorganisaties binnen hun eigen organisatiesdeze regels interpreteren en implementeren. De regeldruk voor deindividuele accountant wordt door deze maatregel bovendien beperktgeacht. Deze maatregel richt zich vooral op de accountantsorganisatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 690 De tweede maatregel is de versterking van de governance. Hiervan gaatnaar verwachting een positieve impuls uit in de vorm van meer aandachtvoor kwaliteit van de wettelijke controle. Dit zou voor de externe accoun-tants en de controlemedewerkers een steun in de rug moeten zijn bij hetop professionele wijze uitvoeren van hun vak en daarmee moetenbijdragen aan het werkplezier. Voor de individuele accountant leidt dit niettot verzwaring van de regeldruk.Heeft de regering onderzoek uit laten voeren naar het effect van steedsmeer regels in een al sterk gereguleerde sector? Zo nee, is de regeringdaartoe bereid?Dit wetsvoorstel is mede opgesteld op grond van aanbevelingen van deCommissie toekomst accountancysector over wat er beter kan en moet inde accountancysector. Deze commissie was door het toenmalige kabinetingesteld nadat er in politiek en maatschappij breed het beeld was dat dekwaliteit van de wettelijke controle omhoog moest. Zo concludeerde deAFM dat (de kwaliteit van) de wettelijke controle nog steeds gebrekenvertoont en voor verbetering vatbaar is (https://www.afm.nl/nl-nl/sector/actueel/2024/maart/okb-moet-beter-bij-accountantsorganisaties). Ook deeerder genoemde Kwartiermakers toekomst accountancysector gevenaan: «Het wetsontwerp bevat in onze ogen noodzakelijke verbeteringen»(Druk en tegendruk, slotrapportage Kwartiermakers toezicht accountan-cysector, par. 2.5).De Kwartiermakers toekomst accountancysector concludeerden naaraanleiding van dit wetsvoorstel:«Exemplarisch hierbij is in onze ogen de algemene teneur van de reactiesop het wetsvoorstel: regeldruk, kosten, rompslomp, overlast. Nauwelijksblijkt het besef dat de voorgestelde wetswijzigingen voortkomen uitmaatschappelijke onvrede en objectieve aanbevelingen. Het monopoliebrengt nu eenmaal verplichtingen met zich mee. Noblesse oblige.»en«In onze optiek is het van groot belang dat het wetsvoorstel in huidigevorm zo spoedig mogelijk in werking treedt. Het wetsvoorstel bevat eenaantal belangrijke maatregelen gericht op het verbeteren van de kwaliteitvan de wettelijke controle, waaronder invoering van de AQI’s. Deverankering van de AQI’s, zoals opgenomen in het wetsontwerp, sluitnauw aan bij ons advies. Een spoedige invoering van de AQI’s iswenselijk, omdat dit een kader biedt om te beoordelen hoe de anderemaatregelen de kwaliteit van de wettelijke controle mogelijkbeïnvloeden. (...) Daarom opnieuw de oproep aan de wetgever om vaartte maken met dit wetsvoorstel, en aan de NBA om de implementatie teblijven ondersteunen.»De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over het effectvan het wetsvoorstel voor het mkb (zowel aan de zijde van de accountantsals aan de controleplichtige ondernemingen). Is de regering het met dezeleden eens dat normstelling (principle-based) een passender uitgangspuntzou zijn voor dit segment dan de rule-based benadering, waarvoor nu isgekozen.Dit wetsvoorstel bevat voornamelijk open normen, juist om ruimte telaten voor uitvoering en naleving door alle accountantsorganisaties dieverschillen in omvang en werkwijze. Voor wat betreft de kwaliteitsindica-toren is het zo dat deze geen normerende, maar een signalerende werkingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 691 hebben. De enige norm voor de kwaliteitsindicatoren geldt dat hieroverdient te worden gerapporteerd.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering naar hetvoornemen van de regering om de oob-grens voor woningcorporaties teverhogen van 5.000 verhuureenheden naar 10.000 verhuureenheden.Klopt het dat invoering van deze wijziging afhangt van de voortgang vanvoorliggend wetsvoorstel?Dat klopt. De verhoging van de grens in de Wet toezicht accountantsorga-nisaties, waarboven woningcorporaties verplicht zijn hun financiëleverantwoording door een externe accountant te laten controleren, vergteen wijziging van het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta). Ikneem deze wijziging van het Bta mee in de voorbereiding van een besluitter uitvoering van dit wetsvoorstel.Deze leden achten het van groot belang dat deze wijziging ingevoerdwordt per 1 januari 2025. Zij vragen of de regering bereid is om, mocht debehandeling van voorliggend wetsvoorstel niet voor die datum zijnafgerond, deze wijziging via een andere weg, bijvoorbeeld per AMvB,mogelijk te maken. Zo nee, waarom niet?Het kabinet is bereid de grens te verhogen waarboven woningcorporatiesverplicht zijn hun financiële verantwoording door een externe accountantte laten controleren. De tijdswinst van de wijziging van deze grens via eenandere weg wordt als te gering geacht ten opzichte van de voorgenomenplanning van een wijzigingsbesluit ter uitvoering van dit wetsvoorstel.Voor beide gevallen is begonnen aan de voorbereiding van een wijzi-gingsbesluit. De wijziging geschiedt per AMvB.5.2 Verplichting tot rapportage audit quality indicators De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering een evaluatie van hetgebruik van de AQI’s na drie jaar voorziet en op basis van die evaluatie wilbesluiten over de verdere gefaseerde invoering in de sector. Deze ledenvragen hierbij waarom de regering verwacht dat er na drie jaar eenvoldoende beeld is van de effecten en hoe de regering hiermee wilomgaan als er na drie jaar geen duidelijk beeld is van de effectiviteit.De evaluatie van de werking van de kwaliteitsindicatoren kan pasplaatsvinden nadat enige jaren ervaring is opgedaan met de uitvoering.Het is ook belangrijk dat de evaluatie niet te lang op zich laat wachtenzodat de eerste set van elf kwaliteitsindicatoren verbeterd kan worden.Een periode van drie jaar van opgedane jaren ervaring lijkt mij (net)voldoende om te kunnen evalueren of inhoudelijke bijstelling van dekwaliteitsindicatoren met het oog op invoering van een aangepaste setkwaliteitsindicatoren in het derde jaar na invoering van de rapportage-plicht.De evaluatie van de kwaliteitsindicatoren is bedoeld om de werking ervante evalueren. Een belangrijke onderzoeksvraag is daarom of het doel, teweten het bieden van inzicht in de kwaliteitsaspecten van de wettelijkecontrole, beter tot zijn recht komt met een inhoudelijke bijstelling van dekwaliteitsindicatoren. Ik zal uw Kamer informeren over de uitkomsten vande evaluatie. In de betreffende brief zal ook worden ingegaan op deimplicaties van die uitkomsten voor eventuele inhoudelijke bijstelling vande kwaliteitsindicatoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 692 Ook vragen deze leden de regering om nader toe te lichten hoe hetpseudonimiseren van namen bij openbaarmaking een oplossing is voorde herleidbaarheid naar personen bij zeer kleine accountantskantoren,wanneer de AQI’s in de toekomst breder verplicht worden gesteld. Dezekantoren lopen dan nog steeds tegen het oorspronkelijke probleem aandat een pseudoniem makkelijk herleidbaar is tot personen. Deze ledenvragen de regering om nader toe te lichten welke waarborgen hiervoorzijn opgenomen.Zoals aangegeven is besloten het wetsvoorstel te wijzigen. Alleenaccountantsorganisaties, die organisaties van openbaar belang mogencontroleren, gaan rapporteren over kwaliteitsaspecten. Aangezien dezezes grootste OOB-accountantsorganisaties veel externe accountantshebben kan zich nu niet de situatie voordoen dat duidelijk is op welkepersonen de hier bedoelde informatie kan zien. Mocht dat desondankstoch het geval zijn dan is dat echter nog steeds niet in een oogopslagzichtbaar en vergt het nader onderzoek, zodat de inbreuk naar mijnoordeel beperkt is en gerechtvaardigd. Hierbij weegt ook mee dat externeaccountant een publiek beroep is en dat een zekere mate vanopenbaarheid, zoals bijvoorbeeld ook het met de eigen naam tekenen vande accountantsverklaring, daarbij past.5.3.2 Structurele kosten De leden van de VVD-fractie lezen in het wetsvoorstel een inschatting vande directe kosten die uit het wetsvoorstel voortvloeien, maar zijn daarbijbezorgd over het bredere beeld dat de toezichtslasten en totale kosten inde sector de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Heeft de regering eenbeeld hoe de totale kostenontwikkeling in de accountantssector als gevolgvan regelgeving de afgelopen jaren is ontwikkeld? Kan de regering inzichtgeven in de toezichtlasten die aan de sector zijn doorberekend in deafgelopen vijf jaar en hoe deze kosten zich voor individuele kantorenontwikkelen wanneer de kosten over een steeds kleiner aantal kantorenworden verdeeld?Kan de regering nader toelichten hoe zij deze kostenontwikkeling raamtvoor het OOB-segment en (bij toekomstige uitbreiding van de verplicht-stelling voor AQI-rapportage) het niet-OOB-segment?Er is geen totaalbeeld van de kostenontwikkelingen bij accountantsorgani-saties. Kosten die bijvoorbeeld voortvloeien uit de beroepsreglementeringof toetsingen door de NBA of de SRA vallen buiten het zicht van deoverheid. Wel is er zicht op de kosten als gevolg van (i) heffingen voor hetdoorlopend toezicht van de AFM op accountantsorganisaties en (ii) van deregeldrukkosten van dit wetsvoorstel.Het begrotingsmaximum van de AFM (het kostenkader) is de afgelopenjaren tweemaal verhoogd vanwege het accountancytoezicht. Vanaf 2021 ishet kostenkader van de AFM met € 5,1 mln. verhoogd vanwege deoverheveling van het toezicht op reguliere vergunninghouders van deNBA en de SRA naar de AFM (Kamerstukken II 2020/21, 33 957, nr. 33,p. 3). Vanaf 2022 is het kostenkader opnieuw met € 2,4 mln. verhoogd inverband met de intensivering van het toezicht op OOB-accountants-organisaties (Kamerstukken II 2020/21, 33 977, nr. 36.). Voor beideintensiveringen gold een ingroeipad en is het procentuele aandeel vanaccountantsorganisaties in het kostentotaal van de AFM verhoogd (Besluitvan 11 november 2020 tot wijziging van het Besluit bekostiging financieeltoezicht 2019 in verband met vaststelling van een nieuwe procentueleverdeling van de kosten van het doorlopend toezicht van de AutoriteitFinanciële Markten (Stb. 2020, 470); Besluit van 9 december 2021 totwijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verbandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 693 met uitbreiding van het accountantstoezicht door de AFM en doorbere-kening van integriteitstoezicht aan betaalinstellingen met een vergunningin een andere lidstaat (Stb. 2021, 614); Besluit van 14 februari 2023 totwijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verbandmet de invoering van een heffingsreserve en een nieuwe maatstaf voorhandelsplatformen, alsmede uitbreiding van het accountancy- enpensioentoezicht (Stb. 2023, 80)). Daarnaast zijn de kosten in beperktemate gestegen vanwege bredere (toezicht)ontwikkelingen, zoals intensi-vering van het integriteitstoezicht en de hoge inflatie van de afgelopenjaren.Deze ontwikkelingen hebben hun beslag gekregen in de uiteindelijkeheffingen aan de accountantsorganisaties, zoals is te zien in de tabelhieronder. Het bedrag dat de AFM jaarlijks aan accountantsorganisaties inrekening brengt, wordt kort gezegd bepaald door de begrote totale kostenvan de AFM voor het lopende jaar te vermenigvuldigen met een voorafbepaald procentueel aandeel voor het toezicht op de accountantsorgani-saties. De heffing voor een individuele accountantsorganisatie bestaat uiteen vast gedeelte en een variabel gedeelte op basis van de omzet uitwettelijke controles, waarbij gedifferentieerd wordt tussen de omzet uitcontroles bij organisaties van openbaar belang en overige organisaties.Het variabele gedeelte kent een schijvenstructuur (vergelijkbaar met deinkomstenbelasting) met een degressief tarief. De tarieven wordenjaarlijks bepaald op basis van het aantal instellingen en hun totale omzetin het voorafgaande jaar. De tarieven zijn te vinden in de Regelingbekostiging financieel toezicht van het betreffende jaar.Het bedrag dat aan accountantsorganisaties is doorberekend voor hettoezicht door de AFM heeft zich in de jaren 2019 tot en met 2024 als volgtontwikkeld.Bedragen in mln. €201920202021202220232024Totaal te heffen bijaccountants-organisaties11,011,612,814,118,619,6Bron: Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, Regelingen bekostiging financieel toezicht2020–2024. De leden van de VVD-fractie vragen verder hoe deze kosten zich voorindividuele kantoren ontwikkelen wanneer de kosten over een steedskleiner aantal kantoren worden verdeeld. De afgelopen jaren is erinderdaad sprake van consolidatie in de Nederlandse accountancysector.In 2019 stonden 291 instellingen geregistreerd bij de AFM, waarvan 9 meteen OOB-vergunning; in 2024 waren dat 249 instellingen, waarvan 6 meteen OOB-vergunning.Om een beeld te krijgen van de effecten op individuele instellingen isechter niet het aantal partijen relevant, maar hun draagkracht. Dezedraagkracht wordt in de bekostigingssystematiek afgeleid uit de omzet uitwettelijke controles bij organisaties van openbaar en niet-openbaarbelang. Uit de grafiek hieronder kan worden afgeleid dat de ontwikkelingvan de heffingen voor accountantsorganisaties van 2019 tot 2024 grofweggelijke tred houdt met de ontwikkeling van de totale maatstafwaarde,namelijk de omzet uit wettelijke controles, met een lichte verhoging na2022. De oorzaken hiervan zijn hierboven genoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 694 Ook vragen deze leden de regering om nader in te gaan op de zorgen dieer vanuit de sector zijn over de structurele rapportage- en nalevingskostendie gepaard gaan met het wetsvoorstel.Waar kostenvoordelen te behalen zijn door onnodige stapeling vanrapportageplichten weg te halen, zet ik mij daar graag voor in. Tegelij-kertijd heeft een accountantsorganisatie, die werkt in het wettelijk domein,zekere verplichtingen die verband houden met het publiek belang. Deaccountantsverklaring dient immers het publiek belang, dat wil zeggen hetzorgen voor vertrouwen bij gebruikers die belang hebben bij de kwaliteitvan die verklaring.Aan de bevordering van die kwaliteit draagt ook goed wettelijk toezichtbij. Om doelmatig en doelgericht toezicht mogelijk te maken heeft detoezichthouder informatie nodig. Hetzelfde geldt voor de gebruiker, die wilkunnen vertrouwen op de kwaliteit van de wettelijke controles van eenaccountantsorganisatie en inzicht nodig heeft in aspecten van kwaliteit.Het publieke belang dat de sector vertegenwoordigt vergt dat accoun-tantsorganisaties zich ook realiseren dat zij verantwoording hebben af teleggen door middel van rapportages, aan gebruikers en de toezicht-houder, om deze zo in staat stellen te beoordelen van welke kwaliteit dewettelijke controle is.5.5. MKB-toets De leden van de VVD-fractie lezen dat uit de MKB-toets uitgevoerd op hetvoorliggende wetsvoorstel blijkt dat een verplichting tot rapportage op dekwaliteitsindicatoren zou leiden tot onevenredige lasten en niet voorzienis in de behoefte van controlecliënten. Daarnaast lezen deze leden datdeze verplichting zal resulteren in een stapeling van afwijkende rapporta-geverplichtingen. Deze leden lezen dat de regering tegemoet wil komenaan deze bezwaren door de rapportage op kwaliteitsindicatoren eerst teverplichten voor oob-kantoren en deze rapportage slechts na evaluatie teverplichten aan alle accountantsorganisaties. Deze leden zijn bezorgd dathiermee maar beperkt tegemoet is gekomen aan de punten die uit demkb-toets kwamen. Is de regering van plan om de afwijkende rapportage-verplichtingen te stroomlijnen voordat eventueel AQI’s voor alle accoun-tantsorganisaties verplicht gesteld worden om zo te voorkomen dat ersprake is van afwijkende rapportageverplichtingen met onredelijkeadministratieve lasten tot gevolg? Zo ja, hoe is de regering voornemensdit te doen? Zo nee, waarom niet?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 695 Zoals hierboven aangegeven bestaat de bereidheid te onderzoeken of ermogelijkheden en aanleiding is rapportageverplichtingen om te stroom-lijnen. Daartoe zal het gesprek worden aangegaan met vertegenwoor-digers van accountantsorganisaties, de NBA en de AFM nadat ditwetsvoorstel is aangenomen en voordat het in werking is getreden.Daarnaast lezen de leden dat het invoeren van de kwaliteitsindicatoren opzichzelf geen kwaliteitsverhoging hoeft te betekenen. Is de regering bereidde rapportage op deze kwaliteitsindicatoren niet in te voeren voor deoverige accountantskantoren wanneer uit de evaluatie blijkt dat dit geenkwaliteitsverhogend effect heeft?Ik heb besloten om het besluit over de rapportage door regulierevergunninghouders uit te stellen. Dit vergt een zorgvuldige en afgewogenbesluitvorming. Het doel van deze rapportage is voor de goede orde niethet verhogen van de kwaliteit van de accountantsverklaring als zodanigmaar het verschaffen van relevante informatie aan bestaande of poten-tiële controlecliënten, kredietverschaffers en schuldeisers die eenaccountantsorganisatie willen kunnen vergelijken op aspecten vankwaliteit. Een gebruiker die wil kunnen vertrouwen op de kwaliteit van dewettelijke controles van een accountantsorganisatie en van de accoun-tantsverklaring, heeft inzicht nodig in aspecten van kwaliteit. Dezeinformatie ontbreekt op dit moment waardoor geen gesprek mogelijk isover die aspecten.Mocht uit de evaluatie blijken dat er wel sprake is van een kwaliteitsver-hogend effect, wat ziet de regering dan als een redelijke invoeringstermijnvoor deze rapportage?Het wetsvoorstel voorziet in invoering van de rapportageplicht voor alleenaccountantsorganisaties die organisaties van openbaar belang mogencontroleren. Dat zijn er nu zes. Deze OOB-accountantsorganisatiesbeginnen hier direct mee na inwerkingtreding van dit voorstel. Voor hetinstellen van een verplichting voor reguliere vergunninghouders zijnnadere voorstellen nodig.6. Uitvoerings- en handhavingstoets Waarom is niet ingegaan op het verzoek van de NBA om een wettelijkebeperking van de aansprakelijkheid, zo vragen de leden van deSGP-fractie.De NBA heeft verzocht om een wettelijke beperking van aansprakelijkheid.Dit verzoek hangt samen met de in dit wetsvoorstel opgenomen taak omop verzoek, onder voorwaarden, accountantsorganisaties aan te wijzen.Naar mijn inschatting zijn de aansprakelijkheidsrisico’s van de NBA inverband met deze taak beperkt. Voor aansprakelijkheid is immers vereistdat een ander schade lijdt als gevolg van toerekenbaar onrechtmatighandelden door de NBA bij de vervulling van deze taak. Zolang de NBAzorgvuldig handelt en voldoet aan de wettelijke vereisten, zoals bijvoor-beeld neergelegd in de Wet op het accountantsberoep en de Algemenewet bestuursrecht, is aansprakelijkheid daarom niet aan de orde.Hierbij is voorts van belang dat voor de beperking van aansprakelijkheideen zwaarwegende rechtvaardiging dient te bestaan. Een beperking vanaansprakelijkheid kan er immers toe leiden dat degene die schade lijdtdoor toedoen van een ander, zijn schade niet vergoed krijgt. Er is om dezeredenen op dit moment geen aanleiding tot beperking van de aanspra-kelijk van de NBA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 696 Waarom past hier eenzelfde beperking zoals de AFM en DNB deze kennenop basis van artikel 1:25d van de Wet op het financieel toezicht niet?Er is een wezenlijk verschil tussen de positie van de AFM en DNB tenopzichte van de NBA als aanwijzende instantie. Een expliciete wettelijkebeperking van aansprakelijkheid ten opzichte van het huidige aansprake-lijkheidsregime bleek gewenst voor de toezichthoudende taken van DNBen de AFM, die voortvloeien uit de Wet op het financieel toezicht (Wft).DNB en de AFM worden geconfronteerd met een knellend toezichthouder-dilemma dat behelst dat bij zowel ingrijpen als bij niet-ingrijpen aanspra-kelijkheidsclaims kunnen opkomen, vanwege tegengestelde belangen vandiverse belanghebbenden binnen financiële ondernemingen. De toezicht-houders moeten daarbij een balans zien te hun tussen het behoud vanfinanciële stabiliteit of de reputatie van de aan zijn toezicht onderworpenfinanciële ondernemingen en anderzijds het beschermen van de belangenvan financiële consumenten, spaarders, depositohouders en polis-houders.De situatie kan zich voordoen dat volgens de in beginsel geldendenormen de toezichthouder zou moeten ingrijpen, bijvoorbeeld om decontinuïteit van een bepaald bedrijf te waarborgen. Echter, als ditingrijpen openbaar wordt, kan dit alleen al een zodanige impact hebbenop de markt dat de continuïteit of reputatie alsnog wordt geschaad.Hetzelfde probleem kan spelen ten aanzien van het moment van ingrijpen;waar de ene partij ingrijpen wellicht prematuur vindt, vindt een ander datwellicht al te laat. De toezichthouder heeft dus soms enkel een keuze uittwee kwaden. Daarbij past een beperking van de aansprakelijkheid. Bij deuitoefening van wettelijke bevoegdheden op basis van andere wetgevingmoet de NBA ook belangen afwegen, maar zij verkeert daarbij niet indezelfde delicate evenwichtspositie als bij het toezicht op grond van deWft.7. Consultatie De leden van de PVV-fractie constateren dat de toezichthouder deuitspraak van CBb dat «de huidige wetgeving geen ruimte biedt omaccountantsorganisaties aan te spreken op de kwaliteit van wettelijkecontroles» interpreteert. De toezichthouder vindt dat zij geen adequatehandhavingsmogelijkheden meer heeft om accountantsorganisatiesspecifiek juridisch aan te spreken: «De inschatting op basis van dezeuitspraak is dat het in de praktijk moeilijk zal zijn een direct en bewijsbaarverband te leggen tussen tekortkomingen in de controles en specifiekeomissies in het kwaliteitsbeleid die dit hebben veroorzaakt».39Jurisprudentie legt daarbij in de visie van de leden van de PVV-fractie eenduidelijke link met benodigd onderzoek naar het stelsel van kwaliteitsbe-heersing en/of het kwaliteitsbeleid van de accountantsorganisatie: «Deaard, ernst en hoeveelheid van de tekortkomingen in de controlewerk-zaamheden van de externe accountants zeggen op zichzelf beschouwdonvoldoende over een eigenstandige gedraging van de accountantsorga-nisatie om een overtreding van de zorgplicht van artikel 14 van de Wta tekunnen vaststellen. Om inzicht te verkrijgen in de wijze waarop deaccountantsorganisatie invulling geeft aan haar wettelijke verplichtingen,in het bijzonder de op grond van artikel 14 van de Wta op haar rustendezorgplicht, valt er in de meeste gevallen niet aan te ontkomen (enig)onderzoek naar (de opzet en werking van) het stelsel van kwaliteitsbe-39Zie https://www.afin.nl/nl-nl/sector/actueel/2019/iun/cbb-uitspraak-accountants.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 697 heersing en/of het kwaliteitsbeleid te doen.40 Deze leden hebben daaromde volgende vragen aan de regering.Is de regering het eens met de stelling dat de toezichthouder op ditmoment diverse wettelijke bevoegdheden én verschillende juridische enniet-juridische instrumenten heeft om de accountantsorganisatie aan tespreken op de kwaliteit van wettelijke controles?Het wetsvoorstel is er mede op gericht de toezichthouder beter in staat testellen desnoods met formele herstel- of strafmaatregelen en zo nodig inrechte af te dwingen wat de accountantsorganisatie minder, meer ofanders moet doen. De manier waarop de verplichtingen van de accoun-tantsorganisatie op dit moment in de Wta zijn opgenomen, maken ditcomplex. De AFM moet aannemelijk maken welk handelen of nalaten doorde accountantsorganisatie maakt dat het stelsel van kwaliteitsbeheersingheeft geleid tot wettelijke controles van gebrekkige kwaliteit, zoals blijkenduit controledossiers. Bij een noodzaak tot formele handhaving zijn tebeantwoorden vragen voor de toezichthouder: (i) is er een verband tussengebrekkige kwaliteit van wettelijke controles en het stelsel van kwaliteits-beheersing en, zo ja, (ii) welke verband er is en (iii) is dat verband tekwalificeren als een overtreding van regels gesteld bij of krachtens deWta? Het wetsvoorstel beoogt met een grondslag voor nadere regels bijAMvB concreter te maken wat de accountantsorganisaties moet doen omhaar verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de controle vorm tegeven. Dit maakt indien nodig de naleving ook beter afdwingbaar.Volgt de regering de jurisprudentie in dit kader dat de toezichthouder enigonderzoek zal moeten doen naar het stelsel van kwaliteitsbeheersing en/ofhet kwaliteitsbeleid van een accountantsorganisatie om inzicht te krijgenin haar wettelijke verplichtingen, en dat de toezichthouder daarmee kanaantonen of een direct en bewijsbaar verband kan worden gelegd metspecifieke omissies in het kwaliteitsbeleid?Ja, de AFM moet volgens dit voorstel vaststellen (i) of er een verband istussen gebrekkige kwaliteit van wettelijke controles en het stelsel vankwaliteitsbeheersing en, zo ja, (ii) welk verband er is en (iii) of dat verbandte kwalificeren is als een overtreding van regels gesteld bij of krachtens deWta.Volgt de regering in dit kader ook de Cta en de Raad van State die stellendat de wet voor ¨(enig) onderzoek naar (de opzet en werking van) hetstelsel van kwaliteitsbeheersing en/of het kwaliteitsbeleid¨ niet hoeft teworden aangepast? Zo ja, kan de regering dan aangeven waarom eenwetswijziging wordt beoogd?Het wetsvoorstel heeft als doel de kwaliteit van de wettelijke controles teverhogen. Daartoe bevat het voorstel de maatregel van verduidelijkingvan de medeverantwoordelijkheid van de accountantsorganisatie voor dekwaliteit van de wettelijke controles. De maatregel houdt in dat eenaccountantsorganisatie niet alleen een stelsel van kwaliteitsbeheersingmoet hebben, maar dat dit stelsel ook de kwaliteit van de wettelijkecontroles moet borgen. Door dit kwaliteitsdoel te integreren in het stelselvan kwaliteitsbeheersing wordt voor de accountantsorganisatie duidelijkwaartoe haar stelsel moet strekken. Ik vind het belangrijk dat dezekernnorm duidelijk is. Daarnaast wordt het voor de toezichthouderduidelijk welk onderzoek zij moet doen als er sprake is van gebrekkigecontroles zoals blijkend uit controledossiers. In alle gevallen moet de AFM40Zie voetnoot 16.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 698 grondig onderzoeken of en op welke wijze het stelsel van kwaliteitsbe-heersing heeft gefaald in opzet, bestaan of werking.De leden van de PVV-fractie constateren dat de memorie van toelichtingstelt: «In de praktijk is de ontwikkeling dat de accountantsorganisatie intoenemende mate invloed heeft op en dus verantwoordelijk is voor dekwaliteit van de werkzaamheden betreffende de controle. (...) De accoun-tantsorganisatie is lang niet meer enkel een verband van individueelwerkende externe accountants, dat slechts randvoorwaarden stelt voorkwaliteit van uitvoering van wettelijke controles dusdanig dat deindividuele externe accountant als enige aanspreekbaar is of hoort te zijnop tekortkomingen in de wettelijke controles.»41Deze ontwikkeling wordt als argument opgevoerd om de verantwoorde-lijkheid en zorgplicht van de accountantsorganisatie uit te breiden met eenkwaliteitsdoelstelling.Met verwijzing naar de wetsgeschiedenis vragen deze leden de regering:Is de regering het eens met de stelling dat deze ontwikkeling al bij detotstandkoming van de Wet toezicht accountantsorganisaties werdvoorzien door juist de accountantsorganisatie als aanknopingspunt(normadressaat) te nemen voor het toezicht?42, 43Enige onduidelijkheid over de reikwijdte van de inderdaad al bestaandemedeverantwoordelijkheid van accountantsorganisaties voor de kwaliteitvan de wettelijke controle wordt weggenomen door in dit wetsvoorstel teverduidelijken dat het stelsel deze kwaliteit moet borgen, met nog naderuit te werken minimale vereisten.Ingevolge artikel 48a, eerste lid, van de Wta is het toezicht in dat kaderprimair gericht op de vraag of de accountantsorganisatie voldoet aanwettelijke eisen. Deze vraag zou in de visie van deze leden dus centraalmoeten staan in het uit te voeren toezicht.Wat vindt de regering van de stelling dat de wijze waarop het regelgevendkader is ingeregeld (Europese Richtlijn en Verordening, de Wta en het Bta,de VAO in letter en geest, onafhankelijk publiek toezicht en handhaving enrechtspraak), de toezichthouder (blijkbaar) onvoldoende handvatten biedtom de accountantsorganisatie (primair normadressaat) ter verant-woording te roepen?Zoals hierboven toegelicht is de vraag in het kader van dit wetsvoorstelniet zo zeer of de toezichthouder een accountantsorganisatie magaanspreken maar of zij ook formeel mag handhaven door het treffen vanjuridische maatregelen. Daarvoor moeten op de accountantsorganisatiehandhaafbare normen van toepassing zijn. De kernbepaling ten aanzienvan kwaliteit, namelijk die inzake het stelsel van kwaliteitsbeheersing,behoeft verduidelijking. Het kan nu onduidelijk zijn welk doel dat stelselheeft. Dit wetsvoorstel en deze maatregel maakt het door middel vanminimale invulling duidelijk dat de accountantsorganisatie weet waartoezij haar stelsel moet inrichten en waarop zij tenminste moet sturen waarbetreft kwaliteit. Deze normen bepalen ook naar welk handelen of nalatende AFM onderzoek doet.41Memorie van toelichting Wetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector (pagina 16).42Zie bijvoorbeeld Kamerstukken 29 658, nr. 3 (2003–2004) memorie van toelichting Wet toezichtaccountantsorganisaties, pagina 11.43Zie ook de Nota van Toelichting Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta), Kamerstuk29 658-73-b2, Inleiding, pagina 1: «In navolging van de Wta richt het besluit zich tot accoun-tantsorganisaties en indirect of via de accountantsorganisatie ook tot de externe accountant».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 699 Mede gezien de stellingname van de rechterlijke macht, de Cta en de Raadvan State. Ligt dat aan de wet of ligt dat aan de wijze waarop de toezicht-houder het toezicht uitvoert? Hoe kijkt de regering daarnaar?De accountantsorganisatie is de normadressaat met de primaire verant-woordelijkheid om de kwaliteit te borgen van de wettelijke controle.Indien er tussen de accountantsorganisatie (randvoorwaarden zijnvervuld, over naar de externe accountant) en toezichthouder (er zijngebreken in de wettelijke controles) onduidelijkheid kan ontstaan over deverantwoordelijkheid voor het borgen van de kwaliteit van de wettelijkecontrole ontstaat er voor beide partijen een onwenselijke situatie. Dieonduidelijkheid neemt dit wetsvoorstel weg. De accountantsorganisatieweet voortaan waartoe haar stelsel van kwaliteitsbeheersing moetstrekken, namelijk de borging van kwaliteit van de wettelijke controles, endoor middel van welke minimale invulling, zoals uit te werken bij AMvB.Daarnaast weet de toezichthouder straks naar welke feiten zij involdoende mate onderzoek moet doen indien het gedrag van de betref-fende accountantsorganisatie haar geen andere keuze laat dan formeel tehandhaven.De leden van de PVV-fractie constateren dat de memorie van toelichtingstelt: «Door deze als verduidelijking van de medeverantwoordelijkheid vande accountantsorganisatie voor de kwaliteit van de wettelijke controlesbedoelde verplichting komt ook, zoals aanbevolen door de Cta, het stelselvan kwaliteitsbeheersing centraler te staan.»Aanbeveling 19 van de Cta was erop gericht om «in de uitvoering van hettoezicht, de beoordeling van kwaliteitsbeheersingssystemen, naastvoldoende aandacht voor compliance en factoren die van materiëleinvloed zijn op de kwaliteit, centraal te stellen en het bevorderen vankwaliteitsverbetering het doel te laten zijn.»44«De Commissie ziet dat de AFM aanpassingen in haar toezicht overweegt.Dit betreft zowel de focus van haar toezicht – van dossierbeoordeling naareen meer integrale beoordeling van het kwaliteitsbeheersingssysteem,mede naar aanleiding van de genoemde uitspraak van het CBB – als detoonzetting. Dat is positief en de commissie meent dat er alle aanleiding isom een dergelijke aanpassing ook snel door te voeren.»45Kan de regering naar aanleiding van het bovenstaande toelichten of deaanbeveling van de Cta betrekking heeft op de inrichting van het toezichtzoals door de toezichthouder uitgevoerd (verandering in focus vantoezicht en toonzetting), of op het feit dat het centraal stellen van hetkwaliteitsbeheersingssysteem onvoldoende tot uiting komt in de huidigewet en daarom aanpassing behoeft?Indien de aanbeveling van de Cta gericht is op de verandering van focusvan toezichthouden door de toezichthouder, kan de regering danaangeven waarom de wet gewijzigd moet worden?De aanbeveling van de Cta heeft betrekking op waar het toezicht van deAFM zich op zou moeten richten. Wat de Cta betreft dient het wettelijktoezicht twee doelen. Eén doel is de handhaving in enge zin van detoepasselijke wettelijke eisen. Anders gezegd, het handhavende toezichtsanctioneert de accountantsorganisatie indien de wettelijke controle niet44Rapport «Vertrouwen op controle», Commissie toekomst accountancysector (30 januari 2020),pagina 111–112.45Rapport «Vertrouwen op controle», Commissie toekomst accountancysector (30 januari 2020),pagina 108.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 6100 dan wel onvoldoende is verricht met inachtneming alle formele daaraante stellen eisen op grond van de Wta en de krachtens de Wab toepasse-lijke beroepsreglementering, waaronder de controle- en overigestandaarden.Een ander doel van het toezicht is het bevorderen van de kwaliteit van dewettelijke controle, door oorzaken boven water te krijgen van problemenmet de kwaliteit van de wettelijke controle. Dit onderdeel van het toezichtvergt erkenning bij accountantsorganisaties dat kwaliteitsbeheersing vande wettelijke controle meer is dan aan de randvoorwaarde te hebbenvoldaan van het enkel hebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing.Dat kwaliteit ook meer is dan dat er geen accountantsverklaringeningetrokken of aangepast hoefden te worden bij gebrek aan gemistematerieel van belang zijnde informatie. Naast het resultaat (de wettelijkecontrole) moeten ook de inspanningen (het stelsel van kwaliteitsbe-heersing borgt de kwaliteit van de wettelijke controle) van kwaliteit zijn. Inde mate waarin er kennelijk nog onduidelijkheid bestaat waartoe datstelsel moet dienen is er aanleiding om die onduidelijkheid weg te nemen,zoals dit wetsvoorstel doet. Deze verduidelijking past bij de aanbevelingvan de Cta dat het stelsel centraal komt te staan in het toezicht van deAFM.Het doel van de Wijzigingswet, dan wel maatregel, is het verhogen van dekwaliteit van de wettelijke controle, constateren de leden van dePVV-fractie. Daarvoor is de externe accountant primair verantwoordelijk.De memorie van toelichting licht niet toe wat (en op welke wijze) deverduidelijking van de medeverantwoordelijkheid van de accountantsor-ganisaties daartoe concreet bijdraagt of bewerkstelligt.Mede gezien het gegeven dat de toezichthouder zoekt naar adequatehandhavingsmogelijkheden en het juridisch aanspreken van accountants-organisaties (maatregel «versterking handhavingsinstrumentarium» uithet initiële Wetsvoorstel toekomst accountancysector), en de maatregelgeen voorstel is van de Cta hebben de leden van de PVV-fractie devolgende vragen aan de regering.Kan de regering verduidelijken en beargumenteren waarom juistuitbreiding van handhavingsmogelijkheden en het juridische aansprekenvan accountantsorganisaties ingezet wordt als beleidsinstrument om dekwaliteit van wettelijke controles te verhogen?De accountantsorganisatie voert de wettelijke controle uit en moet daarinsturen op kwaliteit van uitvoering. Daartoe dient de accountantsorgani-satie volgens de huidige Wta enkel een stelsel van kwaliteitsbeheersing tehebben. Maar deze verplichting maakt niet duidelijk waartoe dat stelselmoet strekken terwijl de Auditrichtlijn dat wel doet en de Raad van Statein haar advies hierop heeft gewezen. Omdat de accountantsorganisatiemedeverantwoordelijk is voor de kwaliteit van de wettelijke controle, ishet terecht en logisch om een kwaliteitsdoel toe te voegen aan deverplichting tot het hebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing.Kwaliteit begint bij of en hoe de accountantsorganisatie in opzet, bestaanen werking processen en maatregelen heeft ingericht met als doel dat dekwaliteit van de wettelijke controle is geborgd. Anders gezegd, dat deexterne accountant, het middenkader en de controlespecialisten en-medewerkers die als professionals kwaliteit willen leveren daartoe ook instaat worden gesteld door de organisatie. Dat er aanleiding is om demedeverantwoordelijk van de accountantsorganisatie voor de kwaliteitvan de wettelijke controle te onderstrepen blijkt ook uit onderzoeken vande AFM naar aspecten van kwaliteit van de wettelijke controle deafgelopen jaren (https://www.afm.nl/nl-nl/sector/accountantsorganisaties/Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 6101 rapporten-publicaties). Er is nog steeds op belangrijke onderdelen ruimtevoor verbetering. De voorgestelde wijzigingen bevestigen en onder-strepen de belangrijke en onmisbare rol die de accountantsorganisatie inde praktijk heeft bij het tot stand komen van kwalitatief goede controles,dragen bij aan de goede vervulling van die rol en daarmee aan dekwaliteit van de wettelijke controle.Denkt de regering het beoogde doel van kwaliteitsverbetering in de sectorvia de weg van juridisering en (punitieve) sanctionering te kunnenbewerkstelligen?De accountantsorganisatie heeft nu al de verplichting om een stelsel vankwaliteitsbeheersing te hebben ingevoerd. Aan die verplichting voegt ditwetsvoorstel een kwaliteitsdoel toe. Het primaire doel van deze maatregelis dat de accountantsorganisatie weet dat haar stelsel de kwaliteit van dewettelijke controle moet borgen. Het secundaire doel is dat de toezicht-houder weet naar welk handelen of nalaten van de accountantsorganisatiezij onderzoek moet doen om aannemelijk te kunnen maken in welk opzichthet stelsel van kwaliteitsverbetering niet heeft voldaan aan de minimaaldaaraan te stellen eisen. Dit kan naar mijn mening zeker bijdragen aan hetbeoogde doel van de kwaliteitsverbetering, omdat de accountantsorgani-satie op basis van de bevindingen van de toezichthouder handvaten kankrijgen om het stelsel van kwaliteitsbeheersing te verbeteren.Heeft de regering de effecten van de maatregel onderzocht, onder anderein het kader van doelmatigheid en doeltreffendheid?De maatregel van toevoeging van een kwaliteitsdoel aan de verplichtingtot het hebben van een stelsel van kwaliteitsbeheersing is tot standgekomen in het licht van het advies van de Raad van State. Die maatregelpast niet alleen bij dat advies maar ook bij de Auditrichtlijn. De voorge-nomen minimale uitwerking zal bestaan uit de volgende belangrijkevoorwaarden voor kwaliteit van de wettelijke controle: (i) de externeaccountant en de overige controlemedewerkers passen professioneleoordeelsvorming toe, (ii) zij werken met een professioneel-kritischeinstelling en (iii) het controle-oordeel is onderbouwd met voldoende engeschikte controle-informatie. Deze aspecten passen goed bij correspon-derende controlestandaarden die de externe accountant heeft toe tepassen. In zoverre bestaat het vertrouwen dat deze maatregelendoelmatig en doeltreffend zijn.Mede gelet op de formulering in de memorie van toelichting dat «formelebestuurs- en tuchtrechtelijke handhaving (door respectievelijk de AFM alswettelijk toezichthouder en de Accountantskamer als tuchtrechter) daarbijgeen doel op zich is, maar een mogelijkheid als stok achter de deur»:46 enhet gegeven dat de toezichthouder «gedragstoezicht» uitoefent bijaccountantsorganisaties vragen de leden van de PVV-fractie bovendien ofde regering denkt dat «deze stok» helpt om een gedragsverandering endaarmee kwaliteitsverbetering bij en binnen accountantsorganisaties tebewerkstelligen.De AFM hanteert voor haar toezicht het ISMA-model. Dit model bevordertallereerst het individuele normbesef binnen accountantsorganisaties,vervolgens de sociale norm binnen de groep, gevolgd door het creërenvan de mogelijkheid tot naleving door middel van informatie in rapporten.Hiermee is afschrikking alleen een instrument indien andere opties zijnuitgeput. Ik ben er dan ook van overtuigd dat de optie van de AFM totformele handhaving werkt als een stok achter de deur bij accountantsor-46Memorie van toelichting Wetsvoorstel Wijzigingswet accountancysector, pagina 5.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 6102 ganisaties. Als een accountantsorganisatie weet dat de toezichthouderdesnoods met formele herstel- of sanctiemaatregelen respectievelijkverbetergedrag kan afdwingen of het uitblijven daarvan kan sanctioneren,zal een accountantsorganisatie eerder geneigd zijn de toezichtbevindingenter harte te nemen. Dat is ook de ervaring van de AFM en de reden dat zijin onderzoeksrapporten de nadruk legt op waar ruimte voor verbeteringmogelijk is.ARTIKELSGEWIJSArtikel I (Wet op het accountantsberoep)Artikel 45aDe leden van de SGP-fractie hebben vragen over het pseudonimiserenvan persoonsgegevens. Deze leden achten het risico op tot persoonherleidbare informatie nog steeds aanzienlijk, zeker bij kleine organisaties.Hoe is geborgd dat persoonsgegevens voldoende is geborgd?Waarom maakt het vermelden van de gepseudonimiseerde naam van eenaccountant volgens de regering geen inbreuk op de privacy?De bescherming van de privacy bestaat uit het niet langer verplichten vande vermelding van de naam van de externe accountant bij de betreffendekwaliteitsindicator. Desondanks zou in sommige gevallen sprake zijn vanherleidbaarheid van de informatie uit die kwaliteitsindicator tot eenpersoon indien er slechts één externe accountant is verbonden aan debetreffende accountantsorganisatie. Daar staat tegenover dat ook dezeaccountantsorganisaties en de daar werkzame externe accountant werkenin het wettelijk domein en wettelijk verplichte accountantscontroles voorde financiële verantwoording verrichten. De eventuele inbreuk op deprivacy van de externe accountant wordt daarom gerechtvaardigd geacht,gezien de publieke verantwoordelijkheid van de openbare accountant dieeen openbare accountantsverklaring, onder eigen naam, afgeeft.Indien er volgens de regering wel inbreuk op privacy wordt gemaakt,waarom is dat proportioneel? Waarom is niet overwogen om bij kleineaccountantsorganisaties in het geheel geen persoonsgegevens openbaarte maken, ook niet gepseudonimiseerd?Zoals eerder toegelicht is het wetsvoorstel aangepast. De circa 220 regu-liere vergunninghouders worden nu niet verplicht te rapporten overkwaliteitsindicatoren.Artikel VIII (Inwerkingtreding)De inwerkingtreding vindt plaats op een bij koninklijk besluit te bepalentijdstip, zo lezen de lezen van de SGP-fractie. Kan de regering dit tijdspadvoor zover mogelijk nu al schetsen?Ik ben voornemens dit wetsvoorstel in werking te laten treden zo kortmogelijk nadat beide Kamers het voorstel hebben aangenomen. Onder-tussen is met de voorbereiding van het bij dit wetsvoorstel behorendlagere regelgeving begonnen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 6103 De maatregel van de aanwijzingsbevoegdheid van de NBA wordtingevoerd, zoals eerder aangeven, maar treedt nog niet in werking.Mochten controleplichtige organisaties van openbaar belang ten onrechtein de problemen komen dan kan deze maatregel alsnog in werkingworden gesteld. Dat wordt op dat moment afgewogen.De Minister van Financiën,E. HeinenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 484, nr. 6104
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.