Verslag van een notaoverleg, gehouden op 26 juni 2025, over Ontwerp Programma van Eisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029
Brontekst
Versie 46ef175284033b58 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202523 645Openbaar vervoerNr. 866 VERSLAG VAN EEN NOTAOVERLEGVastgesteld 16 juli 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft op 26 juni2025 overleg gevoerd met de heer Aartsen, Staatssecretaris OpenbaarVervoer en Milieu, over:−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 12 mei 2025 inzake ontwerpprogramma van eisenconcessies Friese Waddenveren vanaf 2029 (Kamerstuk23 645, nr. 851);−de brief van de Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieud.d. 24 juni 2025 inzake beantwoording vragen commissieover het ontwerpprogramma van eisen concessies FrieseWaddenveren vanaf 2029 (Kamerstuk 23 645, nr. 851) (Kamer-stuk 23 645, nr. 853).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,P. de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-23645-866ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8661 Voorzitter: De HoopGriffier: MeedendorpAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Boutkan, Grinwis, De Hoop,Pierik, Soepboer en Aukje de Vries,en de heer Aartsen, Staatssecretaris Openbaar Vervoer en Milieu.Aanvang 18.01 uur.De voorzitter:Goedenavond en welkom bij het notaoverleg Ontwerpprogramma vaneisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029. Allereerst heet ik deStaatssecretaris van harte welkom, evenals de commissieleden en demensen die op de tribune of thuis kijken.We hebben vandaag een notaoverleg en dat betekent dat we werken metspreektijden. Ik zal iedereen voor de zekerheid nog even aangevenhoelang die spreektijd is. De PVV-fractie heeft zeven minuten spreektijd,de VVD-fractie vijf minuten, de NSC-fractie vijf minuten, de BBB-fractievier minuten, de ChristenUniefractie drie minuten en mijn eigen fractie –ik zal zelf spreken namens GroenLinks-Partij van de Arbeid – heeftzes minuten. Ik zou als eerste het woord willen geven aan de heerSoepboer namens Nieuw Sociaal Contract.De heer Soepboer (NSC):Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we hier vanavond toch bij elkaar zijn. Ik zeg«toch», want het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad: het zou weldoorgaan, het zou niet doorgaan; het gaat uiteindelijk wel door. Op zichben ik daar best blij mee, omdat het goed is dat we er vandaag overspreken, maar daarin zit ook een stuk zorg voor mij. Aanvankelijk heb ikgezegd: laten we dit na het reces doen, want eigenlijk zien we nog niethoe de inspraak van de eilanders nu mee is genomen. We zien nog niethoe alle stukken die zijn aangeleverd, alle zienswijzen, zijn verwerkt. Duseigenlijk vind ik dat we direct na het zomerreces hier nog een keer overmoeten praten, in welke vorm dan ook, met de mogelijkheid om nog bij testuren. Daar sta ik op, dus dat wil ik alvast gezegd hebben in dit midden.Dan doen we dingen dubbelop, maar ik doe het liever dubbelop danslecht. Dat wil ik dus gezegd hebben. Dat moeten we waarschijnlijk voorelkaar krijgen in een procedurevergadering of iets dergelijks, en ik hoopdat daar ook steun voor is van mijn collega’s. Dat is dan ook een vraagaan die collega’s.Voorzitter. Dan even over de Wadden, want daar gaat het natuurlijk over.De Wadden zijn een heel bijzonder gebied. Natuurlijk is het UNESCO-Werelderfgoedgebied, maar het is ook een gebied waarvan misschiensoms onduidelijk is of het zee of land is. Het is een gebied waar vanoudsher mensen wonen. Het is ook een gebied waarover we steeds meer,zeker na de negentiende eeuw, zijn gaan redeneren vanuit een soortromantisch perspectief, namelijk dat het een soort kale, grote natuur is,waar de mens niks te zoeken heeft. Niks is natuurlijk minder waar: het iseen gebied dat juist van oudsher met de mens verbonden is, waar demens altijd middenin heeft gestaan.De benaderingswijze die Nieuw Sociaal Contract kiest, is eigenlijk om juistdaarnaar te kijken, om juist de mens centraal te stellen in dit prachtigegebied. Wij zijn daar dus niet slechts op bezoek in de natuur; we zijnonlosmakelijk verbonden met dat gebied. Dat betekent dus ook dat demensen die daar op de eilanden wonen, afhankelijk zijn van de verbindingwaar we het vandaag over hebben, die cruciaal voor hen is. Het belangdaarvan is dus moeilijk te overschatten voor ons. Daar wou ik meebeginnen: de mens moet centraal. Dat wil ik bespreken aan de hand vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8662 drie begrippen: betaalbaarheid, bereikbaarheid en betrokkenheid. Dat zijneigenlijk de drie kernbegrippen die ik koppel aan die verbinding.We gaan eerst even naar de betaalbaarheid. Een van de dingen waar ikgraag de Staatssecretaris over zou willen horen, is de verduurzamings-opgave. U wilt het budgetneutraal doen. Toch is die verduurzaming eenextra opgave, bovenop wat er al wordt gevraagd. Dan vind ik diebudgetneutraliteit, die ik voor de rest overigens logisch vind, vreemdworden. Die vind ik dan knellen. Ik zou de Staatssecretaris dus willenvragen of hij mogelijkheden ziet om op dat gebied de budgetneutraliteitlos te laten. Die budgetneutraliteit kan dus voor de rest gelden, maar nietvoor de verduurzamingsopgave. Wat zijn de mogelijkheden om die tochmet subsidies op te lossen, zodat voor de rest de budgetneutraliteitgehandhaafd kan worden maar het geld voor de verduurzamingsopgaveergens anders vandaan komt?Dan de hogere huur van de rijksinfrastructuur. Ik wil de Staatssecretarisvragen welke mogelijkheden hij ziet om die hogere huren te schrappen.Tot slot in het rijtje betaalbaarheid. We zien nu dat studenten die van heteiland afgaan om te studeren, hun eilanderstatus verliezen en daardoordus ook andere tarieven moeten gaan betalen. Ik wil de Staatssecretarisvragen of hij mogelijkheden ziet om die eilanderstatus te behouden, zodatde student voor een gereduceerd tarief op de boot kan. Over al dezeonderwerpen overweeg ik overigens moties, dus ik hoop natuurlijk dat deStaatssecretaris daar een goed verhaal over heeft.Dan de bereikbaarheid. Ik wil de Staatssecretaris vragen om deafmetingen van de vaargeul, evenals de duur van de overtocht vast teleggen in de concessie, in het programma van eisen.Dan de watertaxi’s. Het is een groot probleem dat ze ’s nachts nog steedsniet varen. Ook deze Staatssecretaris ga ik vragen om hierover zo snelmogelijk uitsluitsel te geven en toch mogelijk te maken dat ze ’s nachtskunnen varen met de gewenste snelheid.Dan de scholierenboot, zoals die in de volksmond wordt genoemd. Nustaat in het PvE, in de concessie, dat die blijft varen. Daar zijn we heel blijmee; dat moet ook in de concessie blijven staan. Maar we willen deStaatssecretaris vragen ervoor te zorgen dat die boot ook buiten deschoolvakanties vaart, omdat die niet alleen voor scholieren is, maar ookvoor andere lieden die heen en weer moeten. Dat is dus ook een vraag.Dan mijn laatste vraag in het blokje bereikbaarheid. We willen deStaatssecretaris vragen naar de gereserveerde plaatsen op de afvaarten.Daarmee bedoel ik niet alleen de eerste en de laatste afvaart, maar alleafvaarten, want het zijn juist die andere afvaarten waar de mensen meemeegaan, en juist niet de eerste en de laatste. Dat is dus een heelbelangrijk punt.Dan gaan we door naar het blokje betrokkenheid. Een van de belangrijkstedingen die ik hierin wil zeggen, is dat er een aangenomen motie van onsligt over een zwaarwegend adviesrecht. Dat zien we onvoldoende terug. Ikwil de Staatssecretaris vragen om daarop te reflecteren. Ik vraag hem hoehij dit alsnog, in precisie, gaat invoeren in het programma van eisen, maarook later, tijdens de concessie, tijdens de gunning. Daar wil ik deStaatssecretaris over horen.De voorzitter:Punt.De heer Soepboer (NSC):Dan sluit ik af met een compliment, met goedvinden van de voorzitter.Deze Staatssecretaris is nog maar kort in dienst, maar hij is nu al naar hetNoorden afgereisd om te praten met de eilanders. Ik zou zeggen: reis devolgende keer nog iets verder, dan bent u daadwerkelijk op de eilanden. Uweet nu hoever het is. Maar ik waardeer die geste ten zeerste.Dank u wel, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8663 De voorzitter:Dank aan u voor uw bijdrage. Ik was vergeten te zeggen dat het mij goedleek om vier interrupties per fractie toe te staan. Ik geef het woord aan deheer Boutkan van de PVV.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Vanmiddag hebben wij al kennisgemaakt met deStaatssecretaris bij een debat over een ander onderwerp, maar ook voordeze casus wensen wij hem natuurlijk heel veel succes met deze porte-feuille. Ook nu weer vragen wij hem om er creatief op los te gaan, hetgezonde verstand uit het bedrijfsleven te gebruiken en dat vooral te latenprevaleren boven allerlei zelfverzonnen regeltjes.Voorzitter. Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: de PVV is vanmening dat de Kamer met deze werkwijze onvoldoende in positie wordtgebracht. Ten eerste. Het rondetafelgesprek leverde genoeg aandachts-punten op, die we ongetwijfeld zullen terugzien in de zienswijzen op hetprogramma van eisen. Ten tweede. De termijn van consultatie duurt tot enmet 20 juli, maar we spreken hier vandaag al over. Ten derde. Hetministerie gaat de reacties verwerken. Ten vierde. Als de reacties zijnverwerkt, is de verwachting dat de aanbestedingsprocedure eindseptember start. Dit betekent dus dat de Kamer tussen de eindconclusievan de ingebrachte zienswijzen en het starten van de aanbestedingspro-cedure geen invloed meer heeft op het proces. Dit vindt de PVV eenongewenste ontwikkeling. Daarmee doen we iedereen die betrokken is bijde komende concessie tekort.Laat er geen misverstand over zijn: het programma van eisen hoeft wat dePVV betreft niet opnieuw. Bescherming van het gebied vinden wij ookbelangrijk. Elektrificatie? Ja, mits – er komt wel een mits aan – er wel eenverdienmodel bij is. Dat is een van de opmerkingen die ... En dat was nietéén opmerking, maar dat waren er vele, want ik heb ondertussen een helestapel van berichten aan mij, en aan ons allemaal, met vragen over enreacties op het programma van eisen. Daarom heb ik de volgende vraagaan de Staatssecretaris. De heer Soepboer vroeg daar ook om, en ikherhaal die vraag. Is de Staatssecretaris bereid om direct na het zomer-reces, als de ingediende zienswijzen zijn verwerkt, de resultaten hiervan tebespreken in de commissie? Kan de Staatssecretaris dat toezeggen?Naar aanleiding van het rondetafelgesprek leven er nog veel vragen, diebeantwoord en besproken moeten worden voordat er überhaupt sprakekan zijn van het uitzetten van een concessie. Laat dat duidelijk zijn. Inwillekeurige volgorde. De concessie gaat pas in 2029 in, voor de duur vanvijftien jaar. Dit vereist een zorgvuldig proces, voldoende indicatoren endraagvlak, in plaats van gehaaste besluitvorming, waardoor onzorgvul-digheid mogelijk een rol speelt. De Staatssecretaris wil direct na de zomerstarten met de aanbesteding. Gezien en gehoord hebbende de inbrengvan de eilandbewoners, de ondernemers, zowel op de eilanden als op devaste wal, de huidige veerdiensten en de bestuurders van de lokalegemeenten, is dit onverantwoord en te vroeg. De eilanders vinden hetprogramma van eisen onduidelijk en verre van volledig. De komendeconcessie moet de belangen van de eilanders dienen. Hun belang wordtin het huidige programma van eisen ondergeschikt gemaakt aan klimaaten duurzaamheid.De raadsleden van de eilanden zijn ook van mening dat de bewonersbe-langen onvoldoende geborgd zijn. Ondernemers op de eilanden zien doorde ernstige tekortkomingen in het programma van eisen, hun bedrijf ingevaar komen. In het programma van eisen ontbreekt het aan zekerheid,betrouwbaarheid en stabiliteit, waardoor toerisme en de aanvoer vandiverse goederen risico lopen. Het terugverdienmodel in de geëisteinvesteringen in klimaat en duurzaamheid voor de in te zetten schepenzijn zodanig onzeker opgenomen in het bestek, dat dit een groot risicobetekent voor toekomstig ondernemers. Het alleen maar consulteren isTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8664 niet voldoende, zeker gezien de ingebrachte op- en aanmerkingen vanuitde samenleving.De klachten en tekortkomingen verdienen serieus aandacht. Vervolgensmoet daarover actief worden teruggekoppeld aan de indieners, waarbij elkingebracht aandachtspunt voorzien wordt van een onderbouwing waaromdat wel of niet is opgenomen of overgenomen. Het zomerreces moethiervoor gebruikt worden, om te voorkomen dat deze consultatieuiteindelijk uitmondt in een grote teleurstelling voor alle betrokkenpartijen die het beste voorhebben om te komen tot een goede aanbe-steding. We hebben nog ruim de tijd voordat de aanbesteding ingaat. Hetbeoordelen en verwerken van alle reacties is belangrijk om te komen toteen verantwoorde en toekomstbestendige aanbesteding. Daar mogen wijals Kamer best kort na het reces over spreken.De huidige exploitanten maken zich zorgen over het toekomstigevaarwegprofiel. Het is onbegrijpelijk dat hiernaar nog een onderzoek looptterwijl de concessie al wordt gestart. In 2028 loopt de concessie voor hetonderhouden van de geul af. Dit heeft invloed op de komende concessie.Welke zekerheden zijn er dan nog voor de exploitanten om een exploi-tabele veerdienst te onderhouden? Ook de ingangsdatum van hetverplicht geëlektrificeerd varen brengt de nodige onzekerheid met zichmee. Dit geldt niet alleen voor de ingangsdatum, maar ook voor het totalekostenplaatje. Wordt dit een investering in elektrificatie die vervolgensopgehoest moet worden door de reizigers? Ik zit me echt af te vragen ofmen bij het opstellen van het programma van eisen daadwerkelijk wistwat een veerboot die geëlektrificeerd moet varen kost. Ik zit me echt af tevragen of iemand op dat kantoor weleens heeft nagevraagd wat zo’n dingkost.Over de kostenverhogingen gesproken: ook het toekomstige onderhoudvan de havens scoort anders. Ook hier loopt de reiziger weer het risico opverhoging van de prijs van het vervoersbewijs. Dit brengt de mogelijkheidmet zich mee dat er niet wordt ingeschreven. Deelt de Staatssecretaris demening en conclusies van de PVV over de genoemde voorbeelden? Graageen antwoord hierop, als het even kan mondeling. Dit mag ook in dekomende vergadering vlak na het reces. Dan neem ik alvast eenvoorschot.Voorzitter. Tot slot de watertaxi. Ondanks vier aangenomen Kamermotiesis er nog steeds een zwart gat voor de watertaxi. Is er ondertussen aloverleg gepleegd en, zo ja, wat zijn de resultaten hiervan? Is de Staatsse-cretaris het met de PVV eens dat de watertaxi een plek verdient binnen demobiliteit van en naar de eilanden, naast de veerboten? Het kan niet zozijn dat ambtelijke molens het de watertaxi onmogelijk maken om opsnelheid in het donker te kunnen varen. Het lijkt wel of de Staatssecretarisde urgentie van de watertaxi en de belangen van de eilandbewonersonvoldoende erkent, want anders zaten we na zo veel maanden niet metlege handen. Ik hoop van niet, maar anders is mijn vraag: deelt deStaatssecretaris deze conclusie?Ik rond af, voorzitter, met: dank u wel; dit was het.De voorzitter:Dat was het. Ook dank aan u, meneer Boutkan, voor uw bijdrage. Dan geefik het woord aan mevrouw De Vries. Zij spreekt namens de VVD-fractie.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Dank u wel, voorzitter. Het Waddengebied is voor mij een dierbaar gebied.Ik kom er graag en veel en het is fantastisch om daar te zijn. Ik hoop datde Staatssecretaris dat op korte termijn ook gaat doen. Dan weet je ookdat de bereikbaarheid voor de Waddeneilanden cruciaal is. Het is gewoonde levensader, niet alleen voor de mensen die daar wonen, maar ook voorde ondernemers, en natuurlijk ook voor de toeristen. Ik sluit me graag aanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8665 bij de vraag over de watertaxi, want ik denk dat die ook een heelbelangrijk onderdeel daarvan is, naast de veerdiensten.Dan kom ik bij de communicatie. Als ik terughoor wat de eilandbewonersen ondernemers daarover zeggen, dan is dat eigenlijk: er wordt veelgezonden en uitgelegd, maar er wordt eigenlijk niet echt geluisterd engekeken wat daarmee gedaan kan worden. Ik hoop dat de Staatssecretarisdat wil gaan verbeteren en ik ben benieuwd hoe hij dat wil gaan doen. Iksluit me ook aan bij het volgende. Mocht het nodig zijn en mochten deopmerkingen van zowel de bewoners als de Tweede Kamer de komendetijd niet goed verwerkt worden, dan gaan we er wat mij betreft inseptember nog een keer over debatteren.In het programma van eisen vind ik ondernemers in die communicatienog steeds ontbreken. Als je zegt dat de term «eilandbewoners en anderepotentiële reizigers» de personen dekken die afhankelijk zijn van deverbinding, heb je er volgens mij niet veel van begrepen. Ik hoop echt datdat aangepast wordt in het verhaal.In de antwoorden op de feitelijke vragen staat nog steeds nadrukkelijk datop tij varen een optie is voor Ameland. Wat ons betreft is dat het niet. Ikdenk ook dat als de Staatssecretaris en de Minister daar straks meeterugkomen, ze dan toch wel een probleem hebben.Dan de lengte van de concessie Waddenveren Oost. Ik denk dat de heerGrinwis daar straks ook het nodige over gaat zeggen. Er is een motieaangenomen. Ik zie dat de Staatssecretaris nog twijfelt, maar wij willen ertoch echt voor pleiten om voor de concessie oost te gaan voor een korteconcessie. We hopen dat daar op heel korte termijn duidelijkheid overkomt.Wat betreft de breedte en de diepte van de vaargeulen kan ik aansluitenbij wat eerder gezegd is. Wij vinden dat dat ook in het programma vaneisen moet worden opgenomen. Je kan verwijzen naar het NationaalWater Programma, maar waar slaat dat op? Dat ding loopt in 2027 af ende concessie begint pas te lopen vanaf 2029.Dan de ondernemers en de vrachtvaart. Daar is veel onzekerheid over. Ikweet dat we dat niet kunnen regelen in deze concessie. Op West heb jeander vrachtvervoer, maar op Oost is dat niet het geval. Wij vindeneigenlijk dat goed gemonitord moet worden of er wel voldoendecapaciteit blijft voor de vrachtvaart en of er als dat niet het geval is tochwel actie wordt ondernomen. Want ook daar geldt: als er geen etengebracht kan worden met het vrachtvervoer, heb je toch ook wel eenprobleem.De bewoners hebben nog een aantal punten aangeven: de kortingen voorde eilandbewoners, scholieren en sporters, evenals de overzetregelingvoor auto’s. Wij vinden het belangrijk dat de vaartijd en de vaarcapaciteitworden opgenomen in de concessie. Want je kan tien boten per daghebben, maar als die maar tien mensen per keer kunnen vervoeren, danheb je toch wel echt een probleem. We vinden ook dat de regeling voorspoedplekken beter moet. We zouden graag zien dat dat in nauweroverleg met de betrokken op de eilanden en de lokale overheden daargaat gebeuren.Over betaalbaarheid is al heel veel gezegd. Er was de opmerking over deeilanders en jongeren vanaf 21 jaar en studenten. Het lijkt mij ook logischom daar wat meer mee te doen, want de ov-jaarkaart geldt hier ook niet.We vinden echt dat kostenverhogende eisen die ook onzekerheid gevenvoor de rederijen uit het programma van eisen moeten. De optie vanelektrisch varen is natuurlijk fantastisch, maar die is ook kostenverhogend.Er wordt gezegd dat er een eerste financiële toets is gedaan en dat hetgeen kostenverhogende eisen zijn. Dat is natuurlijk niet waar. Ik moest ereigenlijk wel een beetje om lachen. Ja, het kaartje zal niet duurderworden, want de prijs van het kaartje ligt vast, maar de service zaluitgekleed worden en dat vind ik uiteindelijk ook een kostenverhogingTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8666 voor de bewoners van de eilanden en voor de ondernemers daar. Dus watons betreft zou dat eruit moeten.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Grinwis namens de ChristenUnie. Hetwoord is aan u. En de interrupties doen we niet te lang.De heer Grinwis (ChristenUnie):Nee, nee, nee. Heel goed. Ik dacht «toch maar eens een vraagje», maarvolgens mij beantwoordt mevrouw De Vries die al in haar laatste zin. DeVVD wil dus gewoon de eis om elektrisch te gaan varen in de komendeconcessieperiode, zowel in West als in Oost, eruit hebben. Dus niet datmocht er elektrisch gevaren gaan worden als het moment daar is, het danmoet worden gefinancierd aan de voorkant, bij het ontwerp van zo’ndubbel schip eigenlijk, uit het Klimaatfonds, zodat de betaalbaarheid nietin het geding is, maar gewoon sowieso niet. Begrijp ik het goed?Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Ik denk dat er veel te veel onzekerheid is over wanneer dat zou kunnen.Dat geeft ook weer onzekerheid voor de rederijen om te gaan inschrijven.Ik zou zeggen: mooie ambitie, laten we kijken hoe we de CO2-reductievoor elkaar krijgen. Ik denk dat dit net een stap te ver is voor dezeconcessie en laten we daar gewoon naar kijken voor een volgendeconcessie, als het dan wel realistisch is. Ik vind een mislukte inschrijvingen concessie eigenlijk ook heel slecht, moet ik eerlijk zeggen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Het onderhoud van walinstallaties, de infrastructuur en haveninrichtingwordt overgedragen aan de rederijen die gaan inschrijven, maar hetbudget gaat volgens mij niet mee. Dat vind ik heel onlogisch, want datbetekent weer, als het prijskaartje niet omhooggaat, dat de dingen dieeromheen en extra gedaan kunnen, gewoon verminderd worden. Dus ikzou zeggen: Rijkswaterstaat heeft gewoon budgetten om dat te onder-houden en hevel die mee over.Transparantieverplichtingen heb ik eerder al in een motie opgenomen. Ikvind dat nu echt nog te mager. Er wordt gezegd: we gaan door op demanier waarop het al gedaan werd. Ik vind dat echt te kort door de bocht.Tot slot. Eilanders en ondernemers willen meer zeggenschap en betrok-kenheid. Ik zou denken: dat is een hartenkreet. Het is denk ik ook eenhartenkreet vanuit de Tweede Kamer en zeker vanuit de VVD. Laten we datserieus doen, serieus oppakken, zorgen dat die betrokkenheid en diezeggenschap er gewoon zijn en dat ook vastleggen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Precies op uw tijd, mevrouw De Vries. Het woord is aan de heer Pieriknamens de BoerBurgerBeweging.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Eigenlijk wisten we vijftien jaar geleden al dat dezeconcessie eraan zou komen. We hebben een paar weken geleden eenrondetafelgesprek gehad en daar zijn nog heel wat dingen genoemd alshet gaat om omissies in het ontwerpprogramma van eisen en nu lijkt hetdat we met stoom en kokend water alles erin moeten rammen. Ik wileigenlijk voor de zorgvuldigheid van dit hele proces de Kamer wel in depositie brengen dat zij ook de zienswijzen die van de eilanden komen kanbetrekken bij uiteindelijk het definitieve programma van eisen. Ik denk datTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8667 het wat dat betreft heel goed is om na het zomerreces nog een keeropnieuw met de Kamer te praten over het programma van eisen.Ik ben blij met het betoog van de heer Soepboer, die betaalbaarheid,betrokkenheid en betrouwbaarheid zo ontzettend centraal stelt. Diedrie b’s zijn in dit dossiers belangrijk, maar die drie b’s zijn ook in andereopzichten vaak heel cruciaal. Dus wat dat betreft dank voor jouw inbreng.Voorzitter. Iedere hoek van het land moet bereikbaar zijn. Voor deWaddeneilanden is dat niet anders, maar de uitdagingen om de eilandenbereikbaar te houden zijn natuurlijk wel een stuk complexer, wantuiteindelijk lopen de verbindingen van de eilanden naar het vastelanddoor UNESCO-Werelderfgoed heen en dat overbruggen kent uitdagingen,zeker gezien het feit dat getijden ook een rol spelen.De enige echte verbindingen met het vasteland die de eilandbewonershebben, zijn de veerverbindingen. Dat is een primaire infrastructuur omde leefbaarheid op peil te houden. Het zorgt ervoor dat jongeren naarschool kunnen om zich te ontwikkelen, het zorgt ervoor dat zorgverlenersnaar de eilanden kunnen als dat nodig is en het zorgt ervoor dat onder-nemers kunnen ondernemen. Veerdiensten zijn meer dan overtochtenvoor toeristen. Het is dan ook van groot belang de bereikbaarheid, debetrouwbaarheid en de betaalbaarheid – ik heb ze er echt in staan, terwijlik nog niet wist wat de heer Soepboer ging vertellen – geborgd zijn,ongeacht verduurzaming of aanbestedingskeuzes. De levensader van deeilanden mag niet verstoord worden en onbetaalbaar worden. Vanuit datopzicht hebben we een aantal vragen opgesteld.Het nieuwe eisenpakket in het ontwerpprogramma van eisen is opmeerdere punten zwaarder dan het huidige. Zo zijn er zware eisen voorelektrificatie, moeten de reders binnen een jaar een milieuplan opstellenen is er extra regeldruk. Daarnaast is het risico dat de huurprijzen vanrijksinfrastructuur enorm gaan stijgen. De concessiehouder moet eenomzetgerelateerde vergoeding van 6,85% tot 7,25% afdragen voorcommerciële activiteiten. Bij groeiende commerciële activiteiten enkostenverhogingen kunnen deze bedragen fors oplopen. Verduurzamingis een kostbare exercitie voor reders. Het geld dat daarvoor nodig is, moetkomen uit commerciële activiteiten of hogere tarieven voor gebruikers. Ditontmoedigt de bereidheid om te investeren. Daarnaast zorgt het ervoordat de cruciale levensader van bewoners nog duurder zal worden. Datzien wij liever anders.Vandaar de volgende vragen. Is er een impactanalyse gemaakt op hetnieuwe programma van eisen, als het gaat om de exploitatie en tarieven?Is het mogelijk om extra kosten voor rederijen «plafonneerbaar» te makenof tijdelijk aan te passen bij ingrijpende verduurzamingsinvesteringen diegeen extra winst kunnen opleveren, maar voortkomen uit rijksbeleid?Vanaf wanneer moet er elektrisch gevaren worden? Wanneer gaat deverplichting van het programma van eisen in? Hier bestaat veel onduide-lijkheid over, dus ik ben heel benieuwd in hoeverre dit besproken is metde reders. Zonder concreet jaartal kan het immers onmogelijk zijn vooreen reder om een investeringsplan te maken. Kan de Staatssecretaris ookaangeven hoe belangrijk hij betrokkenheid van eilandbewoners en deeilandondernemers vindt bij de concessieverlening? De heer Soepboerrefereerde al aan een motie die breed aangenomen is. Die betrokkenheidvindt ook de BBB-fractie cruciaal.Voorzitter. We krijgen van meerdere reders te horen dat er veel onduide-lijkheid bestaat over de vaargeul.De voorzitter:U moet naar een einde gaan, meneer Pierik. U bent al door uw tijd heen.Dus nog twee zinnen.De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8668 Dan doe ik nog twee zinnen, over de vaargeul. Die is ook al aangestiptdoor de heer Soepboer en mevrouw De Vries. Is de Staatssecretaris hetmet de BBB-fractie eens dat de vaargeul een zeer wezenlijk punt moet zijnin het programma van eisen en kan de Staatssecretaris inzicht geven inhet tijdspad dat doorlopen moet worden in het proces om te komen tothet vaststellen van de toekomstige vaargeul en de vaargeulprofielen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Ik moet vandaag echt iets strenger zijn op de spreektijd, omdat die opbasis van de zetelverdeling is bij een notaoverleg. Dus excuus, meneerPierik. Maar uw laatste vraag is volgens mij goed doorgekomen bij deStaatssecretaris. Dan geef ik nu het woord aan de heer Grinwis namensde fractie van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. Ik voel de druk al van de spreektijd. Nou ja, het ishelder. Allereerst nog felicitaties aan de Staatssecretaris. Goed dat hij hierzit en goed dat hij gisteren op de Wadden was of in ieder geval inFriesland, niet op de Wadden. Deze zomer dan een aantal dagen naar deWadden. Dat is mijn dringende tip.Voorzitter. Waar ben je zonder vervoer? Nergens. Althans, dat valt bestmee als je aan de wal woont, zoals ik, maar niet als je op een van onzeprachtige Waddeneilanden woont. De Waddenveren zijn niet minder dande levensader voor de bewoners van deze eilanden en voor hen diewonen aan gene zijde, maar wel werken op de eilanden. Een levensaderdie heel diep en heel persoonlijk in de levens van de bijna 11.000 inwo-ners van de vier oostelijke eilanden ingrijpt. We hebben het over deconcessie Waddenveren West en de concessie Waddenveren Oost. Metdie levensader mag je niet gokken en dat gokken dreigt nu wel, zeker voorAmeland en de concessie Oost. Het is volstrekt onhelder hoe daar detoekomst er qua bevaarbaarheid uit komt te zien. Er moet nu iedere daggebaggerd worden om te kunnen varen en de concessie hiervoor loopt afin 2028. Een vraag tussendoor: wat doet de Staat na 2028 eigenlijk aangeulonderhoud?Op één fractie na heeft de hele Kamer een motie aangenomen die tegenhet Rijk zegt: bezint eer ge begint, kom met een tussenconcessie zolang jenog niet echt weet wat je gaat doen. Een niet-gokkenmotie dus, breedondertekend en ook breed aangenomen. Collega De Vries refereerde er alaan. Voor iedereen is het spannend. Kan de Staatssecretaris de Kamerschetsen hoe hij deze motie uitvoert, inclusief de tijdlijnen? En geenmisverstanden: in een programma van eisen voor een tussenconcessiekunnen ook verbeteringen worden geëist voor de reizigers en duurzaam-heidseisen worden gesteld in de vorm van een hogere CO2-reducties alsde Staatssecretaris dat wenst. Het kan allemaal. Ik was dan ook niet onderde indruk van de tegenargumenten in de beslisnotitie van de overigenseerzame ambtenaren.Voorzitter. Het eerste wat je als reder moet weten als je een vaarver-binding wilt aanbieden, is wat je vaarwater wordt. Anders kun je immersook geen schip ontwerpen. De recent gestarte MIRT-verkenning kan allesnog overhoopgooien. Kan de Staatssecretaris de Kamer garanderen dathij bij een aanbesteding van welke concessie dan ook een eenduidiggedefinieerd vaarwegprofiel onderdeel laat zijn van het programma vaneisen en wil hij dit qua onderhoud ook garanderen?Dan de betaalbaarheid. Terecht schrijft de Staatssecretaris voor dattarieven begrensd zijn. Prima, een eerste belang voor inwoners enreizigers. Maar ondertussen vraagt u nogal wat. Allereerst wordt zomaartussen neus en lippen door aan de vervoerders gevraagd om het heleonderhoud van de havenfaciliteiten, de aanlandinrichtingen, de rijbruggenen noem maar op over te nemen. Wij nemen aan dat dit geen vraag omTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 8669 gratis bier is. Wij nemen aan dat alle middelen die het Rijk hier nu aanspendeert overgaan naar de partijen die dan het onderhoud moeten gaanuitvoeren.Voorzitter. Ten slotte dit. Heel Nederland en ook wij zijn trots op onsUNESCO-Werelderfgoed, de Wadden. Niets is ook logischer dan een quamilieubelasting zo optimaal mogelijke veerverbinding voor de Wadden,voor het klimaat. In het programma van eisen vraagt u heel begrijpelijk –op zich welkom dus – om de mogelijkheid van emissieloos varen,bijvoorbeeld door nieuwe schepen zo te ontwerpen dat je ze elektrischkunt laten varen zodra elektriciteit aan de wal beschikbaar is. Dat is met denog jarenlange netcongestie geen sinecure.De voorzitter:Komt u tot uw laatste vraag?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat betekent twee boten in één qua ontwerp, terwijl de betaalbaarheidniet in het gedrang mag komen. Het kaartje mag niet duurder worden.Hoe gaat de Minister dit ondersteunen? Uit welke fondsen komt er geldbeschikbaar? Kan hij garanderen ...De voorzitter:U bent echt door uw tijd heen, meneer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):... dat deze ingreep met zijn visie gepaard gaat?Dat is denk ik het slot van mijn bijdrage in de eerste termijn. Dank.De voorzitter:Dat denk ik ook. Dank voor uw bijdrage, meneer Grinwis. Ik zie dat er nogeen interruptie is van de heer Boutkan van de PVV-fractie.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik geef misschien de heer Grinwis toch nog watspreektijd op deze manier. Ik hoorde de heer Grinwis iets zeggen over eenvaartuig geschikt voor twee modaliteiten om te kunnen varen. Is de heerGrinwis zich ervan bewust dat dat een enorme extra kostenpost met zichmeebrengt? Zou het niet handiger zijn om in de aanbesteding gewooneen bepaalde datum te noemen waarop men over zou moeten gaan totdie elektrificatie?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja. Ik ben het met de heer Boutkan eens dat het nu veel te onzeker is. Steldat je als Rijk de randvoorwaarden van de opgeloste netcongestie in 2035kunt bieden. Dan zou ik me kunnen voorstellen dat je, zoals ook in hetrondetafelgesprek aan de orde kwam, opschrijft «2035 plus of min éénjaar», zodat het heel helder is. Voor de tussenconcessie, die ik bepleit,betekent dat dus dat je geen elektrisch varen eist. Dat eis je dan in deconcessie die daarop volgt. Laat dat duidelijk zijn. Er zit wat mij betreft duseen onderscheid tussen West en Oost.De voorzitter:Helder. Dan vraag ik de heer Soepboer om het voorzitterschap even vanmij over te nemen.Voorzitter: SoepboerDe voorzitter:Ik heb elf jaar in het onderwijs gewerkt. Ik heb niet de voltallige commissienodig om mij op de spreektijd te wijzen. Ik ben streng van nature, edeleTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86610 ambtgenoten. Ik aanvaard het voorzitterschap graag, meneer De Hoop. Enals de commissie tot bedaren is gekomen, dan geef ik u graag het woorden dan kunt u aan uw inbreng beginnen. De heer De Hoop.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter. Ik ben net uit het onderwijs, dus wat dat betreft: ik hoop meeen beetje te gedragen.Voorzitter. Zonder de Waddenveren geen Waddeneilanders. We pratenerover omdat het een overheidstaak is om de bereikbaarheid van deeilanden te garanderen, want iedereen in Nederland heeft recht op goedebereikbaarheid. Dat is de eerst opdracht. We besteden die opdracht enuitvoering uit aan commerciële bedrijven die in ruil voor een monopoliegaan varen onder onze voorwaarden: frequentie, prijs, duurzaamheid,veiligheid. Wij vullen dat hier met elkaar in. We moeten ook voorwaardenbieden, zodat rederijen kunnen doen wat wij van ze vragen: kadefacili-teiten, vaargeulen, walstroom et cetera.Voorzitter. Elke vergadering weer vraagt mijn fractie om een duidelijke enheldere volgorde in het proces rond die nieuwe aanbesteding. Voor mijngevoel zijn we nog steeds op precies hetzelfde punt als een jaar geledenen dat is jammer. We vragen de rederijen om een bod te doen op eendienst waarvan belangrijke voorwaarden nog steeds niet zijn ingevuld envrijwel zeker nog gaan wijzigen: Holwerd of Ferwerd, wat is de maximalevaardiepte, wat is de verkeersvraag van auto’s en vrachtwagens, wanneergaan we over op elektrisch varen en wat voor schip is daarvoor nodig?Voor eilanders is het van groot belang te weten hoe laat de laatste bootvertrekt en wat een overtocht voor een gezin gaat kosten, maar datkunnen we pas invullen als we weten waar we boot vertrekt, hoe we devaargeul gaan onderhouden en of er überhaupt een boot is. Want dietechnische eisen qua diepgang en aandrijving bepalen wel wat kan en watdat dan kost. Dat weten we nog niet en de rederijen ook niet. Vorige weekbij de rondetafel bleek dat nog. Ze kunnen nog geen bod doen als nietduidelijk is wat wij met elkaar vragen. Mijn fractie vraagt hier al langerom, maar we zien dat we toch weinig zijn opgeschoten. Dat kunnen wedeze Staatssecretaris moeilijk kwalijk nemen, maar de vorige bewinds-persoon had daar wel al stappen op kunnen en misschien wel moetenzetten.Dat het anders moet dan het nu gaat, staat voor mijn fractie vast. Hetbasisuitgangspunt is hoe dan ook een betaalbare en betrouwbareverbinding met de eilanden. Dat blijft vooropstaan. Maar we moeten ookdecennia vooruitkijken. Afgelopen maandag nog presenteerde deWaddenacademie de Staat van de Wadden. Op 238 indicatoren wordtgetoetst of het goed gaat en wat er beter moet. Nou, het gaat niet goed.Op twee derde van de indicatoren scoorden we slecht of onzeker en opslechts 32% goed of stabiel. De helderheid van het water, de sedimentatieen slib zijn enorm belangrijk voor de gezondheid van het Wad. Datbetekent dat we op een gegeven moment een einde moeten maken aanhet permanent diep baggeren van de vaargeul tussen Holwerd enAmeland. Daar moet een duurzame oplossing komen die met zo minimaalmogelijk ingrijpen een frequente verbinding kan garanderen. En dat moetniet alleen voor het behoud van de natuur, maar ook om de kosten in dehand te houden.We hebben tot nu toe gezien dat er vanuit het ministerie niet zo heel veelcreatieve en innovatieve oplossingen zijn. Meer baggeren of minder varenlijkt eigenlijk de enige keuze en beide zijn niet acceptabel genoeg. En alswe kiezen voor Ferwerd moet ook op een gegeven moment weer tot in deeeuwigheid gebaggerd worden. Een kortere route weliswaar, maar ook debaggeraars durven niet te voorspellen – dat hoorden we vorige week ook– wat dat aan volumes gaat vragen. Ik had gehoopt op meer opties dandeze, maar zelfs deze zijn nog niet uitgewerkt. Dat maakt dat wij als wevooruitkijken zien dat er problemen zullen blijven bestaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86611 De voorzitter:Dank u wel. Er is een interruptie van mevrouw De Vries, VVD.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Dank u wel, voorzitter. Mooie woorden over de waarde van het gebied.Ook belangrijk dat er gewoon gewoond, gewerkt en geleefd kan wordennatuurlijk. Volgens mij is de heer De Hoop dat met mij eens. De vorigekeren was er wat onduidelijkheid over het standpunt vanGroenLinks-PvdA over het op tij varen. Voor de natuur zou dat misschienwel heel gunstig zijn, maar voor de eilanders natuurlijk heel slecht. Hetzou onze voorkeur niet hebben. Ik ben wel benieuwd waarGroenLinks-PvdA nu staat op dat punt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dat heb ik gezien. Ik heb het debat toen ook gevolgd. Mevrouw De Vriesheeft toen ook gezien dat wij uiteindelijk voor een motie hebben gestemddie zei: nee, dat op tij varen willen we niet. Laat ik wel zeggen dat ik denkdat het een worsteling is en dat we moeten kijken hoe we die bereik-baarheid op orde kunnen houden zonder dat we de Wadden te veelschade berokkenen. Maar het op tij varen raakt de bereikbaarheid te hard,vindt mijn fractie, om dat te willen. Dat is ook waarom wij, ondanks hetdebat dat toen plaatsvond, de afweging gemaakt hebben om de motie testeunen – ik geloof dat het de motie-Soepboer was – en om dat niet alsuitgangspunt te nemen, omdat ik mij realiseer hoe dat de bereikbaarheidvan de eilanden raakt.De voorzitter:De heer De Hoop vervolgt zijn betoog.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Dank, voorzitter. Over de diesel. Bij het vorige debat Wadden was devorige Minister er nog helemaal niet happig op om na te denken overelektrificatie. Er was geen stroom, er was geen plan en dus was er geentoekomst. Toen kwam Minister Hermans bij de Voorjaarsnota opeens meteen zak geld voor elektrificatie van Waddenveren en de walinfra. Daarvoorhebben we zelfs de drinkwaterbelasting verhoogd. Ja, helemaal primanatuurlijk, maar er is nog geen plan voor diezelfde Waddenveren om datop korte termijn te doen. Al het voorwerk uit het Programma naar eenRijke Waddenzee uit 2021 en uit de Green Shippingafspraak uit 2020: watis daarmee gedaan? Waarom is dit niet tijdig voor deze aanbestedingomgezet? Hoe gaan we nu verder?Wat ik niet vind kunnen, is dat we tot 2045 fossiel blijven varen enbaggeren. De CO2- en stikstofemissies moeten zo snel mogelijk naar nul,dus is er een plan met een tijdpad nodig. Dat ligt er gewoon nog niet. Dathad de basis moeten zijn voor een nieuwe aanbesteding. Mijn fractie zalook voorstellen om vandaag met elkaar die ambitie op 2035 te zetten. Deeis tot elektrificatie, een totale vanzelfsprekendheid, wordt nu een majeureontwikkeling, die ons en de rederijen dwingt om ergens in de komendetien jaar alles te gaan heronderhandelen wat we nu afspreken. We gaaneen contract afsluiten waarvan we nu al weten dat we het moeten gaanopenbreken. Ik vind dat slecht bestuur. Het is overigens ook heel duur,want als wij het contract moeten openbreken, moeten wij daar ook weervoor betalen met elkaar.Voorzitter. Ik zie dat mevrouw De Vries een interruptie heeft en ik kwamtoch al tot een punt.De voorzitter:Dat is heel mooi. Ik wou u inderdaad even tot een punt laten komen. Deheer Grinwis gaat, denk ik, even naar een ander debat; die verwachten wezo terug. Een interruptie van mevrouw De Vries.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86612 Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Als ik de heer De Hoop goed beluister, dan zegt hij eigenlijk: zet nu vastdat er in 2035 elektrisch gevaren wordt. Dat klinkt misschien aantrekkelijk,maar de vraag is wel of het haalbaar is en ook of het betaalbaar is tegendie tijd. Er komen signalen dat de onduidelijkheid over wat het preciesbetekent, ervoor zorgt dat partijen misschien niet gaan inschrijven.Waarom wacht u niet gewoon tot de concessie afgelopen is? Want je zitnu midden in een concessie. Er is geen oplossing voor de majeureontwikkelingen en wat dat dan precies betekent. Het risico ligt bij derederijen. Ik vind dat nog steeds een vaag begrip, dus de vraag is hoe udaarnaar kijkt.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Maar het andere uitgangspunt is dan dus pas 2045 en dat vind ik echt heelerg laat. Als ik dan zie dat het nodig is om met CO2- en stikstofemissieseen slag te maken, ook als het gaat over de Waddenveren, dan vind ik datwij met elkaar moeten kijken hoe we eerder een eis kunnen stellen. 2035 istien jaar verder. Ik denk dat daar heel goed op te anticiperen is als we daarnu duidelijkheid over bieden. Het is een richting. Je kunt daar natuurlijkafwijkingsmogelijkheden voor bedenken. Maar als we daar op dit momentniet voor kiezen, dan wordt het 2045 en dat vindt mijn fractie echt te laat.Als je niet nu een richting geeft, dan weten de rederijen ook niet waar zeaan toe zijn. Dat is waarom ik die voorzet doe. Als ik vanuit het ministeriehoor «maak er 2037 van» of «maak er 2032 van, want dat vinden we welrealistisch», dan wil ik daar best over praten, maar die 2045 vind ik echt tever weg.De voorzitter:Mevrouw De Vries met een vervolgvraag.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Wat ik het ingewikkelde vind van elektrisch varen, is dat het middel eendoel op zich wordt. Ik ben ook voor het verminderen van de CO2-uitstoot,maar de vraag is of je dat per se nu al via elektrisch varen zou moetendoen. Ziet de heer De Hoop daar ook nog ruimte voor of zegt hij: nee, hetmoet per se elektrisch zijn en dat is de enige optie? Ik vind het inge-wikkeld, want het doel is eigenlijk CO2-reductie.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voor vervoer over het water vind ik elektrisch via walstroom de meestlogische vorm om de CO2-uitstoot te doen afnemen. We zien ook datMinister Hermans met een pakket is gekomen en dat dit de richting isbinnen de maritieme sector, dus als je die route kiest, is elektrischdaarvoor het meest logisch. Dat is inderdaad wel de richting waarin mijnfractie denkt.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Maar bent u dan ook bereid om ... Want we zitten nu natuurlijk metnetcongestie en het oplossen van de problemen daarmee. Dan moet jegaan prioriteren. De vraag is dan: is deze elektrificatie, terwijl je ookgewoon op een andere manier kan varen, belangrijker dan woongebiedenen bedrijven kunnen aansluiten en dat soort zaken? Ik vraag me af of deheer De Hoop voldoende heeft overzien wat daar de gevolgen van zoudenkunnen zijn, ook binnen een provincie als Fryslân.De voorzitter:Dat was de laatste interruptie van mevrouw De Vries. Daar gaat meneerDe Hoop nog antwoord op geven, en daarna gaan we naar meneerBoutkan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86613 De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik ben het met mevrouw De Vries eens dat we op dit moment heel groteproblemen hebben met de netcongestie. Maar ik zou er ook voor willenwaken dat wij ons daarachter verschuilen om dingen die nodig zijn niet tedoen. Het is tien jaar ver weg. Ik hoop dat we dan met elkaar eenoplossing hebben gevonden. Laten we wel wezen: het is wel door eengebied dat UNESCO-erfgoed is. Daar willen we volgens mij heel zuinig opzijn. Daar wil je zo weinig mogelijk uitstoot. Zoals ik al zei, doe ik eensuggestie voor 2035, maar zit ik daar niet geharnast in. Ik zou het weljammer vinden als we het pas in 2045 zouden doen. In dit debat ben ik opzoek naar hoe we dit eerder met elkaar kunnen doen.De heer Boutkan (PVV):Ik ben blij dat meneer De Hoop bereid is om, zoals mevrouw De Vries netook voorstelde, te kijken naar de datums en dergelijke. Ik hoorde hem aanhet begin iets zeggen over die diesel en de verhoging van de drinkwater-belasting om de elektriciteit te kunnen realiseren. Met dat laatste was iknatuurlijk al helemaal niet blij, maar goed. Er is natuurlijk meer in demaritieme sector dan alleen maar het woord «diesel». Is de heer De Hoopdan ook bereid om eens te kijken wat de mogelijke alternatieven zijn omtoch niet zo strak naar die datum te gaan, waardoor we met z’n allen naareen flexibele oplossing kunnen waarbij we oog hebben voor het gebied,de ondernemers en noem het maar op? We hebben hier met z’n allen zo’nbeetje het hele scala voorbij horen komen. Is de heer De Hoop daartoebereid?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik vond het ook heel onverstandig dat de PVV-bewindspersonen kozenvoor die drinkwaterbelasting om die kosten te dekken. Ik wil heel graagdat we voor 2045 zo weinig mogelijk uitstoot hebben bij de Waddenveren.Als daar andere mogelijkheden voor zijn, dan valt daar met mijn fractieover te praten. Ik wil ook tegen de andere collega’s zeggen: het staat nuvast op 2045, en ik hoop dat u met mij meedenkt over hoe we dat eerderkunnen doen. Ik zou het namelijk heel jammer vinden als de conclusie vandit debat en dit programma van eisen is dat we voor 2045 niks doen opdat vlak. Ik denk dat we dat ons niet kunnen veroorloven. Dat is twintigjaar verder weg. Ik hoop toch dat de ambitie van deze commissie ietshoger ligt.De voorzitter:Ik kijk even rond.De heer Boutkan (PVV):Dan kom ik toch terug op inmiddels toch een van mijn stokpaardjes:haalbaar, betaalbaar en realistisch. Dat zal dan ook het uitgangspunt zijn.Ik kijk schuin over de heer De Hoop heen naar de Staatssecretaris. Ik hoopdat hij daarin meedenkt en dat in die uiteindelijke concessie ookmeeneemt. Ik denk dat we er met z’n allen wel uit komen, ook metdegenen die zich gaan inschrijven, als zij weten waar de Kamer naarvraagt. Is de heer De Hoop dat met mij eens?De voorzitter:Ik wou al zeggen! Ik hoorde geen vraag, maar die kwam alsnog. De heerDe Hoop, bent u het daarmee eens?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ja. Sterker nog, hoe eerder wij met elkaar een datum bepalen waarop datmoet, hoe haalbaarder het wordt. Daar kunnen de rederijen zich opinstellen en daar kunnen ze op anticiperen. Dat was ook een vraag die wijin het rondetafelgesprek kregen: los van de keuzes die je maakt, zorg inTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86614 ieder geval voor duidelijkheid, zodat we de benodigde investeringenkunnen doen die daartoe moeten leiden. Ik denk dat dit wel duidelijkheidzou kunnen bieden. Misschien kunnen we er toch met elkaar uit komen.De voorzitter:Ik kijk even rond of er nog behoefte is aan een vervolgvraag.De heer Pierik (BBB):Ik vind het toch wel een interessant thema. Ik zoek ook even waar deruimte zit bij de heer De Hoop als het gaat om de emissiereductie, die wijmet z’n allen willen bewerkstelligen. Ik vind eerlijk gezegd de focus opelektrisch een beetje te zwaar. Ziet de heer De Hoop ook nog alterna-tieven? Zit hij heel erg vast aan elektrisch? Het gaat natuurlijk om eentijdspanne van tien jaar. Er zijn allerlei nieuwe technologieën in ontwik-keling. We hebben bijvoorbeeld te maken met biobrandstoffen. Er zijnalternatieven om te komen tot die emissiereductie. Ziet de heer De Hoopdie ook, en wil hij die meewegen?De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):De vorm maakt mij niet eens zo gek veel uit. Het gaat mij erom dat wehopelijk in 2035 op een schone manier de overtocht kunnen maken. Alshet met elkaar lukt om met innovatieve ideeën te komen om dat te kunnendoen zonder dat dat elektrisch is zodat we de netcongestie ergens andersvoor kunnen gebruiken, zoals mevrouw De Vries ook schetste – ik denk datdat voor woningbouw en andere zaken ook heel belangrijk is – heel graag.Heel graag. Maar het uitganspunt om schoon over de Waddenzee tekunnen in 2035, is wel het doel van de GroenLinks-Partij van de Arbeid-fractie. Ik denk dat de collega’s zich daar wel iets bij kunnen voorstellen.De voorzitter:Ik kijk rond. Er is geen behoefte aan een vervolgvraag. Er was alleen eenonderonsje. Dan gaan we terug naar de heer De Hoop. Dan kan hij zijnbetoog vervolgen.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Het doel is natuurlijk ook dat we het contract niet tussentijdsmoeten openbreken, zodat het niet wederom heel veel kost.Voorzitter. Ik wil me aansluiten bij de opmerkingen over de watertaxi. Ikvind ook echt dat er duidelijkheid moet zijn. Ik kan mij een aantal motiesvan de heer Pierik herinneren. Ik heb er geloof ik zelf een tijd geleden ookwat moties over ingediend. Ik vond het betoog van burgemeester Stoelafgelopen week op dit punt zeer ontroerend en heel erg duidelijk makenhoe belangrijk het is dat het op orde is in noodsituaties en op demomenten die ertoe doen. Geef de eilanders de zekerheid dat als het echtnodig is, zij die overtocht kunnen maken. Dat is mijn oproep aan deStaatssecretaris. Als het gaat over de korting voor eilanders en descholieren, sluit ik me aan bij de eerdere opmerkingen in de commissie.Ook hebben wij daar nog een motie over met collega Soepboer.Voorzitter, concluderend. De eilanders hebben recht op goede bereik-baarheid. Dat is voor mijn fractie echt het uitgangspunt. Maar we moetenook streven naar een zo gezond mogelijke Waddenzee. Ik zou willen datwe met elkaar op beide punten echt stappen kunnen zetten binnen dezeconcessie.Dank.De voorzitter:Fantastisch binnen de tijd, meneer De Hoop. Zo moet het dus! Ik geef udan ook het voorzitterschap graag terug.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86615 Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Dank, meneer Soepboer. Ik kijk naar de Staatssecretaris. Hoelang heeft hijnodig voor de voorbereiding van de beantwoording? Twintig minuten.Dan schorsen wij tot 19.05 uur. Dan zien we u weer terug.De vergadering wordt van 18.47 uur tot 19.06 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de Staatssecretaris voorzijn eerste termijn. Ondertussen krijgt hij nog even koffie en zet hij de boelklaar. Maar als het goed is, geef ik het woord nu aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Dank voor de enorme betrokkenheid bij dit onderwerp. Dat zegtvolgens mij wel iets over hoe belangrijk dit onderwerp ook voor uwKamer is. De veerdiensten naar de Friese Waddeneilanden zijn onmisbaarvoor de bewoners en de bezoekers van die Waddeneilanden. Dat heb ikgisteren zelf mogen ervaren bij mijn eerste werkbezoek aan Friesland enhelemaal over dit onderwerp. Ik dacht daar goed aan te doen, maarFriezen zijn niet heel snel tevreden te stellen. De kop bij Omrop Fryslânwas vanmorgen dan ook: de Staatssecretaris is nog nooit op eenWaddeneiland geweest, maar gaat er wel over. De lat ligt hoog. Dat gaanwe vandaag proberen goed te maken. Ik kan nu natuurlijk niet anders daneen keer langsgaan op een Waddeneiland. Ik zal u niet verklappen dat ereen dubieus VVD-clubje is, waarvan één lid hier vandaag in de Kameraanwezig is, dat ieder jaar met z’n allen naar de Waddeneilanden gaat. Zeproberen me al vele jaren te strikken om mee te gaan. Ik vrees met grotevreze dat ik mijn verzet moet staken en eind augustus misschien meega. Ikkijk daar enorm naar uit, want ik ben enorm gecharmeerd geraakt van deverhalen die ik gisteren heb gehoord.Dat is wel goed, want mijn overtuiging is wel geworden dat die Wadden-eilanden geen openluchtmuseum zijn, geen attractie waar je naartoe kan,geen natuurreservaat waar je mooi op bezoek kan en weer weg kan. Daarwonen mensen, die daar vaak al heel lang wonen. Die mensen hebbenfamilie, vrienden, werk, sociale interesses, activiteiten, hobby’s. Er zijn ookondernemers. De Waddeneilanden moeten dus daarop worden ingericht.De veerboten zijn wat dat betreft een levensader. Dat is zo’n woord dat wedan heel makkelijk gebruiken, maar het verhaal dat ik gisteren hoordeover het jaar 2023 ... Ik had al meegekregen dat er toen iets was met dedienst. Maar ik hoorde hoe dat op zo’n eiland, in zo’n gemeenschap,wordt beleefd. Dat raakt mensen. Dat raakt gemeenschappen, families,gezinnen. Mensen hebben daar nog steeds heel veel pijn van. Ik vond hetheel indrukwekkend om te horen. Het raakte mij om te zien dat zoiets, watdan op je Haagse bord komt, in de zin van «er was een dienstwijziging endat hebben we zo en zo gedaan», zo’n impact heeft op zo’n gemeenschap.Het raakte mij dat mensen tot op de dag van vandaag geëmotioneerdvertellen over wat er in die periode is gebeurd en dat dat toch wel watkrassen heeft opgeleverd. Ik denk dat het goed is om te blijven beseffendat we hier bevoegd zijn om daarover te mogen beslissen, maar dat wedat zeker met inspraak en betrokkenheid van de gemeenschap en debewoners moeten doen. Ik ben heel blij dat we daar vandaag met uwKamer over mogen spreken.In 2029 lopen de huidige vervoersconcessies af. Om ervoor te zorgen datvanaf die periode een goede en betaalbare bereikbaarheid wordtgegarandeerd, moeten wij nu als IenW die stappen zetten. Ik zie het tochook als een enorme balanceeract. Er zijn tal van belangen, waar we inmijn ogen allemaal een klein beetje aan moeten voldoen. Het allerbelang-rijkste belang is dat van de eilandbewoners, voor wie het betaalbaar moetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86616 zijn, voor wie de inspraak goed geregeld moet zijn en voor wie debereikbaarheid goed georganiseerd moet zijn. Maar we moeten natuurlijkook rekening houden met de belangen van de ondernemers. We moetenook rekening houden met de belangen van de reders. We hebben ons ooknog aan spelregels te houden ten aanzien van Europese aanbestedings-voorwaarden. De ene keer vinden we dat hartstikke leuk omdat het goedis voor onze economie, maar op andere momenten levert het misschienspanningen op. Ik noem ook de natuur en de ambities op het gebied vanklimaat. Dat zijn allemaal belangen die we op een redelijke manier – dat isin ieder geval de koers die ik probeer te gaan varen op dit dossier – inbalans proberen te houden: niet te veel de ene kant op, niet te veel deandere kant op, begrip hebben en kijken wat je kan doen. Zo proberen weop dit dossier een stap verder te komen.We hebben op 12 mei het ontwerpprogramma van eisen met uw Kamergedeeld. Daar hebben we ook een aantal vragen over beantwoord. Er is algoed geluisterd bij dit ontwerp. Er zijn ook een aantal sessies geweest vanmijn ambtenaren, zowel op de wal als op de eilanden. Ik benadruk hiernog maar eens dat dat op beide plekken heeft plaatsgevonden. Wijhebben geprobeerd om die inbreng zo goed als mogelijk te vertalen,waarbij we steeds kijken wat de randvoorwaarden zijn in het fysiekedomein, het juridische domein en het financiële domein.Nog los van de inhoudelijke zaken is het belangrijk dat we er eensuccesvolle concessie van maken. Ik denk dat dat belangrijk is. Het moetaantrekkelijk zijn om in te schrijven, dus aan de ene kant moeten werekening houden met de belangen. We moeten ook oppassen dat we hetniet te veel optuigen, want het moet nog wel aantrekkelijk zijn voormensen om erop in te schrijven. Het moet een succes zijn. Dat is nietomdat we per se aan die regeltjes willen voldoen. Als we daar niet aanvoldoen, hebben we daarna weer een probleem. Ik noem de concessievan de NS. Je wilt niet dat er gedoe ontstaat rondom zo’n concessie. Datmoet wel allemaal in één keer goed gaan.Ik wil nu een aantal vragen langslopen. Laat ik gewoon eens beginnenmet de inspraak, want ik denk dat dat een heel belangrijk onderwerp is.Het kwam gisteren ook naar voren: mensen willen betrokken zijn hierbij. Ikmerk dat mensen er veel begrip voor hebben dat misschien niet altijdalles kan. Als je met mensen spreekt, merk je dat ze heel goed snappendat iets soms wel kan en dat het soms misschien genuanceerd ligt, maarmensen willen serieus genomen worden. Dat was voor mij in ieder gevaleen argument om mijn agenda om te gooien en gisteren naar het noordenaf te reizen om die gesprekken te voeren. Maar het betekent niet alleen deinspraak van de mensen daar, maar ook de inspraak van uw Kamer. Ik hebu goed gehoord. Ik ben blij dat we vandaag over dit punt kunnen spreken,want ook deze punten kunnen wij allemaal weer – ik zal zo nog een aantaltoezeggingen doen – meenemen in de concessie. Ik heb u duidelijkgehoord. U zegt: ik wil graag met u spreken over die concessie. Ik ben dusvan harte bereid om dit nog terug te leggen in uw Kamer. Ik heb daarbijwel een verzoek, namelijk of dat dan echt wel begin september zoukunnen. Misschien kunnen we het al gelijk de eerste week bij de koppakken. Daar gaat u natuurlijk over, maar het helpt wel bij alles wat erspeelt als we niet te veel tijd verliezen. Maar ik wil voorstellen dat ik hetgewoon netjes bij uw Kamer terugleg, waarna we een goed debat metelkaar kunnen voeren.De inspraak gaat ook breder. Ik noemde net al 2023 met de forse wijzigingvan de concessie en het verzoek aan de concessieverlener, het Ministerievan IenW. Ik heb ook heel duidelijk van de bewoners, van de burge-meester en van de gemeente gehoord dat zij, ondanks alle goedegesprekken en de nauwe contacten met het ministerie, een formele plekmissen op het moment dat er een «majeure ontwikkeling» is, zoals we datjuridisch noemen. Ik zeg uw Kamer dus graag toe dat wij in de definitieveconcessie zullen opnemen dat er een zwaarwegend adviesrecht komt voorTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86617 decentrale overheden over het vervoersplan – wettelijk zijn we dat ookverplicht voor consumentenorganisaties – en een adviesrol bij wijzigingnaar aanleiding van eventuele majeure ontwikkelingen. Dan is er nietalleen een betrokkenheid richting de reder, maar ook een goede betrok-kenheid voor de decentrale overheden richting ons als concessieverlener.Datzelfde punt van inspraak wil ik graag toezeggen ten aanzien van deklantenpanels. De ondernemers zijn daar nu in geborgd. Ik hoop hiermeeook tegemoet te komen aan de motie van de heer Pierik. Ik zou hetonverstandig vinden om de ondernemersvereniging apart te noemen. Alswe één vereniging apart gaan noemen in het kader van adviesrecht, danmoet ik dat straks ook voor natuurverenigingen of andere typen vereni-gingen gaan doen. Voor je het weet, heeft dan iedereen adviesrecht. Deklantenpanels zijn, zoals we ook op andere eilanden hebben gezien, eenmiddel dat goed kan functioneren. Ik begreep dat de eerste op 12 mei isgeweest op Ameland. Het is mooi om dat wat kracht bij te zetten, zodatwe ook de klantenpanels een zwaarwegend adviesrecht kunnen geven. Ermoet wel gezegd worden dat het belangrijk is dat er een eenduidig adviesis van het hele klantenpanel. Ik denk dat we op deze manier ook deinspraak voor ondernemers goed kunnen organiseren.De heer Soepboer vroeg mij ook of ik alle reacties ga verwerken. Volgensmij waren het de heer Boutkan en de heer Pierik die vroegen of mensendan ook netjes een reactie krijgen in de zin van: dit is wel opgenomen, ditis niet opgenomen en met deze reden. Het antwoord daarop is: ja, datzullen wij doen. We vinden het belangrijk om dat netjes mee te geven.Uitleggen aan mensen waarom we soms dingen niet doen, hoort ook bijde gezonde balans tussen die dingen. In een reactienota zal ik dat nogverder toelichten, maar we zullen dit zeker doen.Voorzitter. Dat was het ten aanzien van de inspraak.De voorzitter:Ik zie allereerst een interruptie van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Hoeveel interrupties hebben we?De voorzitter:We hebben nog steeds vier interrupties per fractie. Het woord is aan deheer Pierik. De Staatssecretaris heeft zijn microfoon nog aan, zeg ik in zijneigen belang.De heer Pierik (BBB):Ik heb toch nog even een vraag over de inspraak van de ondernemers viade klantenpanels. Ik vind het toch wel een beetje een doekje voor hetbloeden. Ik snap wel dat je er keuzes in moet maken, maar ik maak me erwel zorgen over of het adviesrecht dan te vrijblijvend is en of de onder-nemers op de eilanden echt het gevoel krijgen dat ze voldoende gehoordworden via de klantenpanels. Ik zou daar graag iets meer duidelijkheidover willen. Zijn er contacten geweest met ondernemers die zichinderdaad voldoende vertegenwoordigd voelen via de klantenpanels?Staatssecretaris Aartsen:Ik heb gisteren zelf met de ondernemersvereniging op Amelandgesproken. Ik heb begrepen dat de klantenpanels op andere eilandengoed functioneren. Dat is de Westkant: daar functioneren de klantenpanelsgoed. Ze zijn dat nu ook op Oost aan het doen. Op 12 mei is de eerstegeweest. Er zitten nu ook ondernemersverenigingen in. Ik heb daar geenwanklanken over gehoord. Dat hoeft niet te betekenen dat het goed gaat,maar ze hebben in ieder geval niet tegen mij gezegd dat het slecht isgelopen. Wij willen de klantenpanels adviesrecht geven. Ik denk dat dit opzich een goede verankering is. Je moet natuurlijk oppassen dat het nietTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86618 dubbel is. Ondernemers zijn ook mensen, zeg ik maar even met mijnachtergrond. Ook de gemeenteraadsleden en het college van burge-meester en wethouders moeten de belangen van de ondernemers alsinwoners vertegenwoordigen, dus ook via die route hebben ondernemersal inspraak. Ik snap ook wel dat de gemeente een algemeen belang heeften dat voor ondernemers soms wat specifiekere zaken relevant zijn.Daarom vind ik het verstandig om dit via de klantenpanels te doen.De voorzitter:Ik zie dat er nog een vervolgvraag is van de heer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik krijg toch ook wel te horen dat het te weinig een zwaarwegendadviesrecht is en dat de ondernemers het idee hebben dat reders deadviezen heel makkelijk weer van tafel vegen. Hoe zwaarwegend is hetadviesrecht van de klantenpanels?Staatssecretaris Aartsen:Dat adviesrecht is wel zwaarwegend. Het gaat om «comply or explain»,dus: pas ons advies toe of leg gemotiveerd uit – dat heeft natuurlijk ookweer een juridische status – dat je het moet doen. Die zaken wordenvervolgens ook openbaar. Het heeft dus wel body. Ik denk dat datverstandig is, maar ik denk ook dat het verstandig is om het via deklantenpanels te doen. Ik snap de behoefte om het met ondernemersver-enigingen te doen. Nogmaals, ik heb altijd positieve gevoelens bijondernemersverenigingen. Maar u kunt zich ook voorstellen dat ikgehouden ben aan het gelijkheidsbeginsel. Als we het aan een onderne-mersvereniging het adviesrecht verlenen, welke argumenten heb ik dannog om andere verenigingen dat te weigeren? Ik wil ervoor oppassen omiedereen het adviesrecht te geven. Dan wordt het weer net iets te veel.Ook hier is er dus een secure belangenafweging tussen wat wel kan enwat niet kan. Ik denk dan dat de klantenpanels een mooi gebalanceerdgeheel zijn om die stem goed te vertegenwoordigen.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Soepboer van NSC.De heer Soepboer (NSC):Ik begrijp wat de Staatssecretaris zegt. Ik begrijp ook wat hij zegt over debalans die goed moet zijn. In zijn aanloopje zei hij ook dat het eerstebelang eigenlijk dat van de eilandbewoners moet zijn. Dat heeft deStaatssecretaris ook gezegd. Ik ben heel blij met die woorden, wantdaarom zitten we hier eigenlijk ook vandaag. Mijn vraag gaat dan tocheven over dat zwaarwegende adviesrecht. Er is een breed aangenomenmotie. Ook bij het rondetafelgesprek kreeg ik soms het gevoel dat dat nogniet zo werd ervaren door de mensen. Met de woorden die u nu zegt, kuntu expliciteren hoe dat zwaarwegende adviesrecht verder in het PvEterecht zal komen. Zal er ook een moment zijn bij de gunning waarop ernog inspraak is en waarbij het adviesrecht zal gelden?Staatssecretaris Aartsen:Mag ik een praktische vraag stellen? Anders gaan er een paar dingen doorelkaar lopen. Welk specifiek adviesrecht bedoelt u, voor wie en op welkeplek?De voorzitter:De heer Soepboer, om te verhelderen.De heer Soepboer (NSC):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86619 Ik heb het over het zwaarwegende adviesrecht van de eilandbewoners,dat bijvoorbeeld door de gemeenteraden tot stand zou kunnen komen.Dat zijn de gremia waarin de eilandbewoners in principe vertegen-woordigd zijn. Maar dat moet dus wel op een goede manier ingerichtworden. Het moet wel op een goede manier in het PvE staan. Mensenmoeten ook daadwerkelijk het gevoel hebben dat ze erbij betrokken zijn endat ze ook echt wat te zeggen hebben. De vraag is hoe u dit expliciet in hetPvE gaat zetten, ook in tussentijdse gevallen, bij «majeure ontwikke-lingen», zoals u het zelf noemde. Is er ook nog een moment bij degunning? Hoe maken we dat hard?Staatssecretaris Aartsen:Dank u wel; het is nu wat helderder. Er is inspraak. Op dit moment zijn eral allerlei bijeenkomsten geweest, aan wal en op de eilanden. We hebbennu dit moment in de Kamer, met u als volksvertegenwoordigers. Er is eenopenbare consultatie. Dat alles verzamelen wij vervolgens. Daarna vindthet definitieve ontwerp plaats van het definitieve PvE. Bij de gunning ishet technisch gezien niet mogelijk. Die gunning gebeurt op basis vanwegingsfactoren. Die zijn geheim, dus ik kan u helaas niet laten zien ... Wijzijn daaraan gebonden. Wij kunnen niet laten zien hoe de belangen vaninwoners daarin worden meegenomen. Ik zou dat graag willen, want dankan ik u laten zien dat het echt zo is, maar dat kan simpelweg niet. Als wedat openbaar zouden maken, weet iedereen natuurlijk precies hoe zemoeten inschrijven. Dat gaat simpelweg niet; dat hoort bij de aanbe-steding. In de gunning zelf lukt dat dus niet. We hebben wel gezegd datwe dit gaan aanpassen bij het vervoersplan en als er majeure ontwikke-lingen zijn, die we netjes hebben beschreven in het PvE. Dan gaan we dataanpassen en nemen we erin op dat er een zwaarwegend adviesrecht zalkomen voor decentrale overheden en consumentenorganisaties.De voorzitter:De heer Soepboer heeft een vervolgvraag.De heer Soepboer (NSC):U zegt dat de gunningscriteria niet openbaar zijn, maar dat ze geheim zijn.Dan zal een eilandbewoner dus nooit kunnen staven in hoeverre zijnbelang daarin al dan niet zwaarwegend is meegenomen. Ik weet niet of ubijvoorbeeld De Telegraaf van vandaag heeft gelezen. Er zijn eilandbe-woners wier vertrouwen dusdanig is beschadigd dat ze zeggen «wehopen dat een Duitse reder het krijgt» of «we moeten het zelf maar doen».Hoe weegt u dat dan? Hoe bent u van plan om toch iets te doen met degevoelens die er zijn? Ik zoek toch wel naar iets wat nog concreter is danwat we nu hebben. Anders moet ik erover nadenken hoe we dit gaanregelen, maar ik geef u nog de gelegenheid om daar iets van te vinden.Staatssecretaris Aartsen:Dat doen we door juist nadrukkelijk op dit soort zaken te proberen hetvertrouwen te herstellen. Ik herken dat gevoel. Nogmaals, ik ben ervangeschrokken hoe hard dat traumatische jaar 2023 erin heeft gehakt. Datheeft echt iets gedaan met het vertrouwen, merk ik in de verhalen diemensen daarover vertelden. Maar daar zat ook het gevoel bij van: «Dit iseen majeure ontwikkeling. Er wordt een wijziging gedaan en wij hebbenniet iets formeels om mee naar het ministerie te stappen.» Dat doetnatuurlijk wel iets met de eilandbewoners. Mensen zeggen: «Wacht even.Het gaat over ons, en nu wordt het geregeld tussen de rederij en hetministerie als concessieverlener. In dat proces heb ik als eilandbewoner ofals burgemeester of gemeenteraad niets om formeel mijn vinger over opte steken.» Dat doet wat met het vertrouwen. Dat hebben we echt heelgoed gehoord. We hopen het niet, maar stel dat zich weer zo’n majeureontwikkeling voordoet en dat er weer een wijziging nodig is. Dan is er dusTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86620 een zwaarwegend adviesrecht voor de decentrale overheid, dus degemeente, om niet alleen van zich te laten horen in gesprekken et ceteramaar ook om een formeel advies uit te brengen, waar wij als ministerievervolgens ook iets mee moeten. Dat is het «comply or explain»-principe:leg het uit of neem het over. Als je het niet overneemt, moet je ookgemotiveerd uitleggen, netjes op papier, waarom je er niet aan voldoet. Ikhoop daarmee tegemoet te komen aan de gevoelens die met name zijnontstaan na de gebeurtenissen in 2023, door dit formeel te maken.De heer Boutkan (PVV):Ik heb een vraag over de klantenpanels. Ik zit een beetje te denken overhoe de keuze voor de samenstelling daarvan plaatsvindt. Wie gaatwanneer? Wie vertegenwoordigt wie en hoe? Ik stel die vraag niet voorniets, want in mijn achterhoofd heb ik mijn andere portefeuille: luchtvaart,met de Maatschappelijke Raad Schiphol. Ook daar hebben we dediscussie over wie nou wie vertegenwoordigt en wie er wel en niet inmag. De vraag aan de Staatssecretaris is hoe hij gaat borgen dat deondernemers, de eilandbewoners en noem ze allemaal maar op, zichvertegenwoordigd voelen in het klantenpanel, zonder dat, plat gezegd, deschreeuwers het daar weer voor het zeggen krijgen.Staatssecretaris Aartsen:Dat laatste is natuurlijk altijd een hele lastige. Ik had een heel stukvoorbereid, maar over de exacte samenstelling van het klantenpanelovervraagt u mij. Met uw goedkeuren kom ik graag in tweede termijneven terug op wat die samenstelling is, wie dat bepaalt en hoe diesamenstelling tot stand is gekomen.De voorzitter:Ik kijk naar de commissie, maar ik zie dat er geen behoefte is aan vragen,dus dan kan de Staatssecretaris door met het volgende blokje.Staatssecretaris Aartsen:Voorzitter. Dat blokje gaat over de dienstregeling en de tarieven.Nogmaals, hier is het belang ook echt weer om goede bereikbaarheid tegaranderen. Ik denk dat het belangrijk is dat we in het programma vaneisen goed opnemen hoe vaak schepen ten minste moeten varen en hoevaak schepen ten hoogste mogen uitvallen of vertraagd mogen zijn. Ikdenk dat die prestatieafspraken echt belangrijk zijn, ook vanwege hetbelang van de eilandbewoners. We hebben ook naar de minimaledienstverlening gekeken, zodat de afvaarten ook in de wintermaandengoed zijn geregeld. We hebben dat gebaseerd op de huidige dienstver-lening. Het idee daarachter is dat we willen voorkomen dat het slechtergaat dan nu.De voorzitter:Ik zie dat er bij mevrouw De Vries behoefte is aan een interruptie.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Ik denk dat het ook belangrijk is om te kijken hoe je de vaartijd vast kanleggen. Je kan natuurlijk zeggen dat je in drie kwartier overgaat of dat hetanderhalf uur wordt. En dat geldt ook voor de capaciteit van de vloot. Alser zes afvaarten op een dag zijn – dat zou heel veel zijn; daar zouden eenaantal van de eilanden heel blij mee zijn – maar je hele kleine schepenhebt, dan heb je ook weinig capaciteit qua aantallen mensen en auto’s. Ikzou er dus voor zijn dat dat ook vastgelegd wordt. Kan dat opgenomenworden in het definitieve programma van eisen?Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86621 Ja, de capaciteit wordt opgenomen in het programma van eisen. Wehebben de dienstverlening gehanteerd die op dit moment geldt, dus wehebben de vijfkwartiersregeling behouden. De aanloop daarnaartoe, in2023, was niet zo prettig, maar ik heb gisteren van de meeste mensenmogen horen dat die vijf kwartier op zichzelf een hele hoop rust geeft endat er daardoor minder uitval en vertraging zijn. Dat is goed voor debetrouwbaarheid.De veerdiensten moeten natuurlijk ook betaalbaar zijn voor de reiziger,dus de maximale tarieven zijn ook nauwkeurig vastgelegd, evenals degereduceerde prijzen voor de eilandbewoners zelf. Ook de methode om tebepalen hoe de tarieven jaarlijks mogen stijgen, is nauwkeurigvastgelegd. Voor eilandbewoners die voor het bereiken van essentiëlevoorzieningen afhankelijk zijn van de veerdiensten komen er net als in dehuidige praktijk fors gereduceerde tarieven. Daarnaast moet de aanbe-steding ook een concessie opleveren die de reder natuurlijk ook gewooneen gezonde boterham en een gezond rendement kan opleveren, want alswe dat niet goed weten te borgen, dan schuiven mensen simpelweg nietin. Dat is weer die balans. We proberen hierin met elkaar steeds op eengoede manier de balans te zoeken tussen aan de ene kant het goedregelen voor de eilandbewoners en aan de andere kant ervoor zorgen datde reder een gezonde boterham heeft.De heer Soepboer vroeg mij: kunt u in overleg met de eilanden over eenbetere regeling voor spoedplekken en gereserveerde plekken? We hebbennu in ieder geval voorzien dat er gereserveerde autoplekken zijn voor deeerste en de laatste afvaart. Dat is vergelijkbaar met de huidige praktijk opWest, de concessie voor de Waddenveren West. Het idee erachter is datdaar aan de randen van de dag nog goed naar wordt gekeken. Je wil datniet te massief maken over de hele dag heen, want dan komen datrendement en die gezonde boterham weer in gevaar. Dus daar zoeken wenu continu naar balans. Maar ik zou wel willen kijken naar de systematiek,het systeem van online reserveren, die er op dit moment in de Wadden-veren Oost is en of we dat nog zouden kunnen toevoegen. Daar wordt nugewerkt met een soort reservelijst voor eilandbewoners. Ik ben van hartebereid om te kijken of we die elementen nog mee zouden kunnen nemen.De voorzitter:Er is op dit punt een interruptie van mevrouw De Vries van de VVD.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Dit is wel een graat in de keel voor heel veel bewoners. Het is allemaalhartstikke leuk, maar als je een spoedgeval hebt om 11.00 uur in deochtend, dan kan je pas de volgende ochtend met de eerste afvaart naarhet vasteland. Dat is voor heel veel mensen toch wel een doembeeld datze eigenlijk niet zouden willen, denk ik. Wat zegt de Staatssecretaris nutoe? Je kan ook twee reserveplekken reserveren en zeggen: die kun jeeventueel t.z.t. wel weer invullen. Wat gaat er dan nu veranderen tenopzichte van wat er nu in het conceptprogramma van eisen staat?Staatssecretaris Aartsen:De consultatie moet nog sluiten. We gaan er nog goed naar kijken, maar ikheb dit punt heel duidelijk gehoord. Er is bij de eilanders een grotebehoefte aan dat het wat langer doorvaart, met name in de avonden. Datis financieel natuurlijk wel weer een hele ingewikkelde voor de reder, dusook daar moeten we die balans in vinden. In dat pakket gaan we eensgoed kijken wat we nou kunnen doen, bijvoorbeeld door nog eens watbeter te kijken naar het systeem dat op dit moment al wordt gebruikt opde Waddenveren Oost, zodat mensen niet het gevoel hebben dat ze alshet ware achteruit gaan. Daar gaan we dus nog even goed naar kijken. Ikkan daar op dit moment niet iets hards over toezeggen, maar dit puntTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86622 hebben we heel duidelijk verstaan en we kijken of we dat mee kunnennemen.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Het punt is: je zet een prijs vast – dat is mooi en goed voor de eilanders –maar je gaat vervolgens wel een bak aan extra eisen neerleggen. Dat zit’m niet alleen hierin, maar ook in een heleboel andere dingen. De vraag isdan wel welke risico’s de Staatssecretaris ziet. De prijs van het kaartje zalniet omhooggaan, maar je kunt beknibbelen op een heleboel anderedingen. Van een aantal extra’s die nu soms door rederijen wordengeleverd, kunnen ze zeggen: dat gaan we niet meer doen; we gaan onsstrak aan het vastgelegde minimum houden. Een aantal van die kosten-verhogende elementen moeten we echt met elkaar gaan regelen, maarvan bepaalde kostenverhogende elementen denk ik: daar moet je naarkijken. Dan heb ik het onder andere over elektrisch varen; daar zal deStaatssecretaris zo nog wel op komen. Ik vind het echt een zorg dat je ófgeen aanbesteding krijgt óf ergens op gaat beknibbelen. Welke risico’s zietde Staatssecretaris daarbij?Staatssecretaris Aartsen:Die risico’s zijn bekend. Ik zal zo nog wat zeggen over elektrificatie enüberhaupt de concessie, vanwege de onzekerheden die natuurlijk spelen.Maar dit is wel die balans die ik bedoel. Aan de ene kant wil je dat tarievenniet te hoog worden; die wil je maximeren. Aan de andere kant wil je ookeen aantrekkelijke concessie en een gezonde boterham voor de reder,zodat er ook wordt ingeschreven. Aan de andere kant wil je de kwaliteitwaarborgen als het gaat om de dienstverlening. Ik hoor ook een aantalmensen zeggen: we willen extra in de avonden. Dat heeft wel weer eenkostenverhogend effect. Als je dan ook de tarieven wil compenseren, dangaat dat natuurlijk ergens het rendement een beetje drukken. Die driehoektussen comfort, tarieven en rendement moet je in balans weten tehouden. We kijken continu hoe we dat goed kunnen uitbalanceren. Dus alswe op de één een beweging maken, moeten we rekening houden met deandere. Je kunt niet op alle drie de knoppen tegelijk gaan duwen. Danweet je één ding zeker, namelijk dat het mislukt. Mevrouw De Vries weetvolgens mij heel goed dat dat een hele ingewikkelde is. De vraag van deheer Soepboer ging over gereserveerde plekken over de hele dag. Dankom je wel weer in de knel op andere plekken, dus vandaar dat we gezegdhebben: we gaan kijken of we het systeem van reservelijsten dat nu opOost al geldt mee kunnen nemen, omdat dat een systeem is dat nu alfunctioneert en zodat mensen het gevoel hebben dat ze in ieder geval nietachteruitgaan. Dat willen we op die manier doen, zodat we die balanskunnen houden met elkaar.De heer Soepboer (NSC):We weten natuurlijk dat een toezegging pas een toezegging is als er ookeen tijd enzovoort aan zit, dus ik hoor graag zo meteen van de Staatsse-cretaris hoe en wanneer hij dat aan ons terug gaat koppelen. Ik neem aandat het ook iets meer is dan: we gaan even naar de reserveringssystemenkijken. Want juist op de andere afvaarten, niet de eerste en de laatste,hebben heel veel eilandbewoners de noodzaak om over te gaan. Het is hetenige middel om over te gaan. Dan lijkt het me niet meer dan billijk dandat je tot een x-aantal uur voor de afvaart een plaats vrijhoudt die als hijniet gebruikt wordt alsnog kan vervallen en aan een toerist toe kankomen. Dus ik hoor graag een iets concretere toezegging daarop. En ik wilnog een vraag stellen over die gereserveerde plaatsen: hebben we in hetnieuwe bestek evenveel, meer of minder gereserveerde plaatsen dan watnu de staande praktijk is?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86623 Dat waren eigenlijk twee interrupties in een, maar ik zie het deze keer doorde vingers, meneer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):U bent coulant.De voorzitter:Ik ben een iets minder strenge leraar dan u vroeger was, geloof ik. Hetwoord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Mijn concrete toezegging is dat we deze zaken gaan meewegen in hetdefinitieve PvE, het programma van eisen. Daar kom ik op terug op hetmoment dat ik dat definitieve programma van eisen naar uw Kamer stuur.Dan kunnen we daarover spreken. Dat had ik eigenlijk al toegezegd,natuurlijk. Dat neem ik hierin mee. We gaan toch even alles goed bekijken.Er zit natuurlijk een wens in voor avondvaarten en voor gereserveerdeplekken. Dan is er nog de vraag «hoe dan?» bij dat reserveringssysteem.Dat zijn allemaal van die elementen. Nogmaals, ik ga dat nu niet hardtoezeggen. Dat kan ik ook niet. Maar we gaan gewoon eens even goedkijken waar de wensen zitten en hoe we die op een redelijke manier in debalans der dingen kunnen meenemen. Over de exacte vraag of het noumeer, gelijk of beter is, kunnen we gaan speculeren, maar als u wil kan ikdaar in de tweede termijn op terugkomen. Anders ga ik dadelijk dingenzeggen waar ik later spijt van krijg, en dat moet ik niet doen.De heer De Hoop heeft mij gevraagd wat de verkeersvraag van auto’s envrachtvervoer gaat worden. IenW heeft een vervoerswaardenstudie latenopstellen, die beschikbaar wordt gesteld bij de aanbestedingsprocedure.De vervoerswaardenstudie biedt prognoses over de reizigers en het aantalauto-overzettingen. In het ontwerp-PvE is een minimale dienstregelingvoor het hele jaar opgenomen. Deze is gebaseerd op de huidige dienstver-lening. Ik heb daarbij gekozen om het referentiejaar 2025 te hanteren,omdat dat het meest recente jaar is.Mevrouw De Vries heeft mij gevraagd waarom de duur van de overtochtniet wordt opgenomen in het ontwerp-PvE. Het klopt inderdaad dat deduur niet is opgenomen. Dat heeft er vooral mee te maken dat het eeningewikkeld gebied is. Dat hoef ik mevrouw De Vries natuurlijk niet tevertellen; zij kent het als geen ander. Dat gebied is weerbarstig. We vindenhet daarom ook belangrijk dat een reder zelf aangeeft wat een realistischevaartijd is die past bij een robuuste dienstverlening, en dat die daar ookallerlei factoren, zoals de staat van de vaargeulen en de eigenschappenvan de schepen, in kan meenemen. Daarnaast heeft sneller of langzamervaren juist impact op meer of minder kosten.De heer Soepboer heeft mij gevraagd naar – jaja, daar komt ie – scholen-verbinding tussen eilanden. Hij vroeg of we die ook tijdens de schoolva-kanties kunnen laten varen. Ik kan me voorstellen dat dat zeer wenselijk is.Ik kan toezeggen dat we dit gaan opnemen in het programma van eisen,tenzij natuurlijk uit de marktconsultatie blijkt dat dat een enorm obstakelgaat zijn. Dat denken we niet, maar ik wil deze disclaimer wel even maken.Mocht nou de halve marktconsultatie zeggen «paniek, help», dan wordthet wel ingewikkeld, maar in beginsel kan ik het toezeggen om dit op tenemen in het programma van eisen.Is er een impactanalyse van het programma van eisen op de exploitatie entarieven, vraagt de heer Pierik aan mij. Ik kan zeggen dat dat is gebeurd endat de eerste doorrekeningen een optimistisch beeld daarvan geven. Inprincipe zou er rendabel moeten kunnen worden geëxploiteerd. Komendezomer vindt er nog een tweede financiële toets plaats.Kan de Staatssecretaris uitleggen waarom de korting voor kinderen vaneilandbewoners tot 21 jaar geldt, en is hij bereid om deze terug tedraaien? Voor de leeftijd van 21 jaar is gekozen omdat die verband houdtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86624 met de wettelijke zorgplicht van ouders. Tegelijkertijd heb ik in mijngesprekken begrepen dat er ook een hoop studenten zijn – want daarhebben we het dan over – die de leeftijd van 21 jaar zijn gepasseerd enformeel gezien niet meer op de eilanden wonen, maar daar natuurlijk nogwel naar huis terug willen. Ik kan u toezeggen dat we dat gaan herover-wegen. Ik ben er graag toe bereid om dat te regelen. Ik zie de heerSoepboer schudden. Ik moet een beetje oppassen, natuurlijk; ik zit pas inmijn wittebroodsdagen. Wij kunnen toezeggen dat te gaan regelen.Sinterklaas komt dit jaar vroeg voor de heer Soepboer!De heer De Hoop heeft mij nog gevraagd wat een overtocht voor eengezin gaat kosten. Nogmaals, het is goed om te vermelden dat de huidigetarieven in beginsel de basis vormen voor de concessie, plus de jaarlijkseindexatie. Er zijn afspraken gemaakt om de jaarlijkse tariefstijging tebegrenzen.Dat waren volgens mij alle vragen ten aanzien van de dienstregeling en detarieven. En zo niet, dan gaan mensen vanzelf ...De voorzitter:Ik kijk naar de commissie. Ik zie dat mevrouw De Vries een vraag heeft.Dat is wel uw laatste interruptie.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Nee, maar dit is gewoon een vraag die niet beantwoord is.De voorzitter:O, oké. Nou, gaat uw gang.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Ik had nog het volgende gevraagd. De kortingen voor de eilandbewonerswaren helder, maar er zijn voor scholieren en sporters ook vaak kortingen.Ik neem aan dat die ook gewoon doorlopen in de nieuwe concessie.Staatssecretaris Aartsen:Mag ik daar in de tweede termijn op terugkomen?De voorzitter:Ja. Vervolgt u uw betoog.Staatssecretaris Aartsen:Dank. Het is goed om het even over de concessie en de tussenconcessiete hebben. De heer Grinwis vraagt mij of ik de motie van de heer Grinwiszelf over het inpassen van een tussenconcessie wil uitvoeren. Mijn eerlijkeantwoord daarop is dat ik er nog over nadenk of dat verstandig is. Erzitten namelijk wel echt nadelen aan een tussenconcessie. Tegelijkertijdhoor ik ook heel goed wat uw Kamer zegt. Ik zie vooral ook de onzeker-heden over die vaargeul: de MIRT-verkenning, de breedte en de diepteervan, hoe moeten we dat goed doen? Ik denk dat dat belangrijk is. Ik zieook echt wel dat het heel ingewikkeld is om daar goed op in te schrijven.Ik ben dus wel gevoelig voor dat argument. Nogmaals, het verlenen vaneen tussenconcessie betekent wel wat. Het betekent dat voor heel veelandere partijen ... Laat ik ook maar eerlijk zijn. Vanmorgen stond in DeTelegraaf een initiatief van de eilanders zelf met een Duitse partij. De kansdat zo’n partij inschrijft op een tussenconcessie is natuurlijk zeer gering.Daar moeten we dan ook gewoon transparant en eerlijk over zijn. Zo’ntussenconcessie betekent dus wel wat. Het wordt dan wel wat ingewik-kelder om in een concessie voor vijftien jaar de waarborgen op het gebiedvan verduurzaming, maar ook op het gebied van de kwaliteit van dedienstverlening en andere zaken, goed te regelen. Maar het is nietonmogelijk. Ik ga mij hier dus echt nog over beraden. Ik hink wat datbetreft nog op twee gedachten. Er ligt een Kamermotie die een behoor-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86625 lijke meerderheid heeft. Ik ga daar dus even goed over nadenken enwikken en wegen wat daarbij nou wijsheid is.De voorzitter:Een interruptie van de heer Grinwis, ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik neem het de Staatssecretaris niet kwalijk – hij is nog maar koudStaatssecretaris – dat hij nu niet zomaar even een koerswijzigingdoorvoert. Tegelijkertijd is dit breed in de Kamer uitgesproken. Er is nietzomaar een meerderheid. Eén partij heeft tegengestemd. Dat was wel eenvrij grote, maar alle andere fracties hebben gewoon voorgestemd. Ik snapde gevoeligheid et cetera. Vorig jaar hebben we op een ontbijtbijeenkomstvan Ameland een helder signaal gekregen en we hebben van de reder eenhelder signaal gekregen. Maar wij hoorden ook argumenten, en het isvooral heel belangrijk om die argumenten goed te wegen. De Staatssecre-taris wijst hier nu op nadelen. Sorry, maar je kunt het ook omdraaien. Alsje een tussenconcessie verleent voor vijf of zes jaar, geeft dat de eilandersjuist de gelegenheid om zich samen met een andere partij heel goed voorte bereiden op de eerstvolgende van vijftien jaar. Want het is nog maarzeer de vraag of zij nu al voor de eerstvolgende vijftienjaarsconcessie eenvolwaardige inschrijving kunnen houden. Andere nadelen zijn volgens mijook om te draaien naar een voordeel.De voorzitter:Meneer Grinwis, u weidt een beetje uit.De heer Grinwis (ChristenUnie):De Staatssecretaris schermt hier met een paar nadelen, maar zijn dat welecht zulke harde nadelen?Staatssecretaris Aartsen:Ik probeer gewoon te schetsen wat het speelveld is en dat er aan de enekant wel argumenten zijn voor een tussenconcessie, maar dat er ooknadelen zijn. Ik heb geschetst wat die inhouden en ik heb geschetst wat deconsequentie is van het initiatief dat vanmorgen in De Telegraaf stond.Bijvoorbeeld Schiermonnikoog heeft ook argumenten aangedragen; zijhebben ook wat mitsen en maren. Ook die zitten natuurlijk in dezeconcessie en ook die argumenten moeten we, evenals die van de mensenop Ameland, goed afwegen. Vandaar dat ik heb gezegd: we wachten eersteven dit debat af. We gaan goed luisteren. Dat hebben we gisteren ookgedaan en dat gaan we ook doen als we op 20 juli alles hebbenontvangen. En na 20 juli gaan we eens even een goede afweging maken:wat is nou wijsheid?De voorzitter:Een korte vervolgvraag van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, voorzitter, heel kort. Ik begrijp dat en ik wens de Staatssecretaris daarwijsheid bij. De nadelen die hij noemt en de tegenargumenten die nuklinken, waren bekend toen wij de motie indienden. Schiermonnikoog zitanders in de wedstrijd dan bijvoorbeeld de reder of het prachtigeAmeland. Daar wisten wij van. Dat was allemaal bekend. Dat zijn geennieuwe feiten. Ondanks dat we dit wisten, hebben wij die motie ingedienden is die heel breed aangenomen. Mijn enige vraag aan de Staatssecre-taris is nu nog: wanneer wil hij dan zijn ei gelegd hebben? Want dat kanniet eindeloos duren. Ik wil de broedende kip niet storen, maar als hij diebeslissing na 20 juli neemt, dan zou het wel fijn zijn als die bijvoorbeeldop 31 juli bekend is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86626 Staatssecretaris Aartsen:Ik zal maar niet zeggen wanneer ik mijn vakantie heb gepland. Als meneerGrinwis zich populair wil maken in huize Aartsen, dan moet hij niet ditsoort opmerkingen maken. Nee, daar kan ik niks over zeggen. We moeteneven rustig kijken hoeveel tijd we nodig hebben om dat goed teverwerken. Laten we afspreken dat het ergens tussen 20 juli en1 september komt. Dan moet het ook hier voorliggen, zodat we het metelkaar kunnen bespreken. Dan gaan we over het hele pakket beslissen. Ofdat vanaf de camping of vanaf kantoor gebeurt, hangt af van hoe goedalles is voorbereid. Ik regel het óf op de camping, óf ik rijd snel hierheenom het alsnog op kantoor te doen. Dus dat komt helemaal goed.De voorzitter:Komt dat per brief, Staatssecretaris? Dan schrijven we dat op.Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat kan in een aparte brief, maar het zal waarschijnlijk in een pakketkomen. Dat betreft dan het programma van eisen en het besluit. Ik stelvoor dat we dat gewoon in één pakketje doen. Dat is net zo makkelijk.Anders roept de ene brief weer allerlei vragen op die niet beantwoord zijn.De voorzitter:Helder. Mevrouw De Vries heeft als eerste het woord voor een interruptie.Dit is uw laatste interruptie, mevrouw De Vries.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Ja, dat weet ik. Ik heb nog een heleboel vragen, maar het is niet anders.Dan doen we dan anders. Ik wil dat stuk wel echt eerder dan 1 septemberhebben. Als wij het in de eerste week na het reces moeten bespreken, danwil ik het echt wel wat eerder hebben. Ik snap alle problemen die er zijn.Maar mijn vraag gaat over de lengte van de concessie. Ik denk dat deStaatssecretaris ook de opmerkingen van de rederij heeft gehoord overalle onzekerheden in de concessie. Dat is vooral in Oost het geval. Zeweten niet waarvandaan ze moeten varen. Er is een heleboel onduidelijk.De Staatssecretaris laat zelfs het besluit over het op tij varen nog bovende markt hangen. Dat is voor ons uitgesloten. Ik denk dat die onzekerheidook heel zwaar moet meewegen bij het besluit of je een tussenconcessiedoet of niet. Ik denk dat de onzekerheid dat je straks misschien helemaalgeen inschrijvingen hebt, een van de belangrijke redenen is geweest voormijn partij om die motie mede in te dienen. Ik zou daar nog wel eenreflectie van de Staatssecretaris op willen hebben, om te horen hoe hij datgaat meewegen. Rederij Wagenborg was namelijk best heel hard in hetrondetafelgesprek.Staatssecretaris Aartsen:Dat hebben ze in het gesprek met mij ook aangegeven. Dat is gewoon deafweging die wij nu moeten maken. Kies je voor een concessie van vijftienjaar, waarmee je ook voor flexibiliteit kiest, begrip toont voor de onzeker-heden en die goed probeert te ondervangen in de majeure ontwikke-lingen, de majeure bepalingen? Of kies je voor een tussenconcessie?Beide opties hebben voor- en nadelen. Ik heb gezegd dat ik die open metelkaar wil wegen. De heer Grinwis was net even weg, maar ik hebtoegezegd om dit in de eerste week van september hier nog een keer tebespreken, dus daarom zeg ik dat. En natuurlijk, mevrouw De Vries. Ikweet hoe ingewikkeld het soms is voor een Kamerlid om op korte termijneen hele bulk aan informatie te verwerken. We gaan zeker proberen omdaar rekening mee te houden. Mevrouw De Vries vraagt buiten demicrofoon om een vragenronde. Dat willen we ook graag doen. Ik kom zonog wel even terug op het op tij varen, want ik herken mij niet in destellige formulering van mevrouw De Vries.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86627 De voorzitter:Staatssecretaris, u heeft nog een vraag van de heer Soepboer. Dat is delaatste interruptie van de NSC-fractie.De heer Soepboer (NSC):Ik ga dit toch zeggen, zeker nu de Staatssecretaris dit ook nog heeftgezegd. Ik vind de Staatssecretaris hartstikke sympathiek. Hij doet hetvolgens mij hartstikke goed gezien het feit dat hij nog maar net isbegonnen, maar ik ga toch het volgende zeggen. Ten eerste is de motieover het uitsluiten van het op tij varen aangenomen. Er ligt gewoon eenuitspraak van de Kamer dat we dat gaan uitsluiten.Dan mijn tweede punt. De vraag ging over de motie over de tussencon-cessie, maar die vraag is dus evengoed van toepassing op de motie overhet uitsluiten van het op tij varen. De motie over de tussenconcessie zegtniet: ga het maar eens even op uw dooie gemak doorakkeren; slaap ereens een nachtje over en weeg het maar tegen elkaar af. Nee, die motieverzoekt de regering voor de concessie voor Waddenveren Oost in tezetten op een tussenconcessie. Dat is wat de motie verzoekt. Dan kunt ugaan wegen tot u een ons weegt, zou ik willen zeggen, maar er is gewooneen uitspraak van de Kamer: we willen de tussenconcessie en niet delange concessie. U zegt vervolgens: ik ga alles nog eens even afwegen enkijken wat de voors en tegens zijn. Dat is leuk en aardig, maar de uitspraakvan de Kamer is: er moet een tussenconcessie komen. Hoe reageert deStaatssecretaris daarop? Hetzelfde geldt natuurlijk voor de motie over hetuitsluiten van het op tij varen.Staatssecretaris Aartsen:Wikken en wegen tot ik een ons weeg duurt bij mij wel een tijdje. Het isoverigens wel een aanlokkelijk tijdpad.De heer Soepboer (NSC):Zo bedoelde ik het niet.Staatssecretaris Aartsen:Neenee, dat weet ik, dat weet ik. Ja, er ligt een Kameruitspraak; dat is heelduidelijk. Tegelijkertijd is die motie ontraden en heeft de regering eeneigenstandige positie. De regering regeert wat dat betreft. Het is gebrui-kelijk om moties netjes uit te voeren, edoch het is niet verplicht om dieblind uit te voeren. Vandaar dat ik heb gezegd dat mijn voorganger diemotie met argumenten heeft ontraden. Ik heb gezegd: ik ga open naar diemotie kijken. Ik ga dat rustig wikken en wegen, maar ik ga daar op ditmoment nog geen beslissing over nemen. Ik vind het heel verstandig omdat nu zo te doen.Dan ga ik in op de zekerheden die worden geboden over de vaargeul. Inhet huidige PvE gaan wij uit van de bestaande vaargeul en van deprofielen, de breedte en de diepte, zoals die zijn vastgelegd in hetNationaal Water Programma. Daarin zijn ook de onderhoudsbreedte en-diepte vastgelegd. De vaarroute past Rijkswaterstaat steeds aan aan denatuurlijk processen van de Waddenzee. Dat gebeurt nu al en dat zullenwe steeds blijven doen in goed overleg met de reders.Er is een MIRT-traject gestart en dat levert uiteraard onzekerheden op. Diezien wij ook, ook in deze concessie. Dat is de reden waarom wij inbeginsel hebben ingezet op flexibiliteit in de concessie zelf. Want mochtde vaargeul aangepast worden – de route zelf, de breedte, de diepte, deafvaartlocatie – dan kun je dat als een majeure ontwikkeling bestempelenen dan biedt de concessie de flexibiliteit om een en ander daarop aan tepassen. Het idee erachter is dat je probeert om die onzekerheden weg tenemen. Dat is één. Twee. We hebben ook gehoord dat die onzekerhedener nog steeds zijn, dat het grote onzekerheden zijn en dat die onzeker-heden ook samenhangen met ambities bijvoorbeeld op het gebied vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86628 elektrificatie. Daar zal ik straks wat over zeggen. Dan is er inderdaadspanning: gaat het überhaupt wel succesvol zijn en is een tussenconcessiedan niet verstandiger? Dat is het standpunt van de Kamer. Dat is iets watwe gaan afwegen. De belangrijkste factoren daarin zijn natuurlijk devaargeul, de dimensie daarvan en wat gedaan en onderzocht gaat wordenin het MIRT-traject.Mevrouw De Vries heeft nog gevraagd of het überhaupt niet beter is omde breedte en de diepte op te nemen in het PvE in plaats te verwijzen naarhet Nationaal Water Programma. Ik heb al gezegd dat de PvE in principe isaangepast aan het Nationaal Water Programma en dat wij dat ookverstandig achten. Wel wil ik toezeggen meer zekerheden in te bouwenvoor Ameland, bijvoorbeeld over hoelang de vaargeuldimensies minimaalmoeten worden aangehouden. Wat daarbij een verstandig jaartal is, moetik nog nader bepalen.De heer Grinwis vroeg mij wat de Staat na 2028 doet aan geulonderhoud.Belangrijk is dat dit blijft zoals het op dit moment loopt.Ik ben even aan het zoeken naar het blaadje over op tij varen. O, ja! Dezezocht ik. Op tij varen is volgens mij een belangrijk onderwerp voor velenvan jullie. Laat ik daar duidelijk over zijn. Ik snap de bezwaren tegen hetop tij varen heel goed. Sorry. Meneer Grinwis?De voorzitter:Ik kijk naar de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik miste het antwoord over de vaargeul. De Staatssecretaris begon meteen antwoord, maar hij maakte dat volgens mij niet af.Staatssecretaris Aartsen:Ja. Wat doet de Staat na 2028 aan geulonderhoud? Dat was de vraag vande heer Grinwis. De baggeractiviteiten worden op dit moment volgenseen contract tussen Rijkswaterstaat, de opdrachtgever, en de baggeraars,de opdrachtnemers, uitgevoerd. Dat gebeurt dus niet onder de concessie.De maatvoering van de geulen waarop wordt gebaggerd, is vastgelegd ishet Nationaal Water Programma. De huidige opdracht loopt nog tot 2030.Daarna wordt opnieuw aanbesteed. De maatvoering verandert daardoorniet in de aanbesteding. Er vindt dus nog een aparte aanbesteding plaatstussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer.Dan komen we op het op tij varen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet wistwat dat was tot gisteren. De heer Boutkan zei tegen mij: ik hoop dat u uwgezonde verstand laat varen. Sorry, dat ik het vast blijf houden. Er wordtgelachen; ja, we hebben het zo veel over varen vandaag. Nou ja, hij hooptdat ik wel heel goed snap, op basis van mijn gezonde verstand, waar debezwaren tegen het op tij varen vandaan komen. Ik denk dat het belangrijkis om te zeggen dat het varen op tij dan ook geen optie is in hetprogramma van eisen voor de concessie.In de MIRT-verkenning is het wel een optie, maar dat heeft vooral ook eentechnische en een juridische dimensie. In die MIRT-verkenning is het zeeronverstandig om een optie als deze uit te sluiten. Je moet namelijk in eenMIRT-verkenning – het woord zegt het al – verkennen wat alle opties zijn.Als je dat niet goed organiseert, dan loop je het risico dat daar bezwaartegen gemaakt gaat worden en dat je daar weer vervolgens ...De voorzitter:Ik verzoek de leden om niet buiten de microfoon te spreken. De Staatsse-cretaris gaat gewoon door met zijn betoog.Staatssecretaris Aartsen:Technisch en juridisch is het dus een optie in de MIRT-verkenning,vanwege het feit dat simpelweg alle opties moeten worden verkend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86629 Nogmaals, het woord zegt het al. De opties in de MIRT-verkenning zullenuiteraard ook worden beoordeeld op bereikbaarheid. Ik verwacht daaromook, zeg ik even heel duidelijk hier, dat de optie van op tij varensimpelweg gaat afvallen. Dat is mijn verwachting als Staatssecretaris,maar ik kan daar op dit moment gewoon geen harde toezegging op doen,ook gezien de juridische aard van de MIRT-verkenning. Maar ik hoopvooral dat dit antwoord u genoeg comfort en duidelijkheid biedt.De voorzitter:Op dit punt is er een interruptie van de heer Pierik, BBB.De heer Pierik (BBB):Kennelijk wordt op tij varen wel bekeken voor de MIRT-verkenning, maarer zijn andere dingen die niet onderzocht of verkend worden. Ik bedoel,een tunnel is in principe ook een optie, en een brug is in principe ook eenoptie, maar die staan niet in de MIRT-lijst. Kan de Staatssecretaris dusuitleggen waarom het een er wel in terechtkomt en het andere niet?Staatssecretaris Aartsen:Omdat het gaat om een vaarroute. Dit gaat om de vaargeul. Dat is een vande redenen. Er is nu een verkenning gaande over die vaargeul: hoemoeten we dat gaan doen? Daar hoort dit ook bij. Nogmaals, je hebt erjuridisch gewoon mee te maken dat dit een van de opties is. Ik blijfherhalen dat ik heel goed snap dat het verschrikkelijk ingewikkeld gaatworden om op tij te gaan varen. Daarom is op tij varen absoluut geenoptie in het programma van eisen. Ik verwacht ook dat de optie van op tijvaren gaat afvallen, omdat we in de MIRT-verkenning hebben gezegd:bereikbaarheid is een heel belangrijk onderdeel. Bereikbaarheid verhoudtzich moeilijk tot op tij varen.Ik hoop dus ook – dat ga ik hier ook zeggen – dat het spookbeeld, alsof datboven de markt hangt, alsof dat een reële optie is, toch een klein beetjekan worden weggenomen. Daar moeten we samen aan werken, zeg iktegen de Kamerleden. Ja, het is een technische optie in deMIRT-verkenning. Die staat erin vanwege het feit dat we geen juridischeprocedures willen waardoor die MIRT-verkenning in de problemen komt.Maar nogmaals, ik verwacht dat die optie zal afvallen.De voorzitter:Staatssecretaris, u hebt de microfoon uitgezet. Als u die weer evenaandoet, hoort iedereen u.Staatssecretaris Aartsen:De heer Boutkan had me nog gevraagd welke zekerheden er voor deexploitant zijn om te varen. Reders schrijven zich op dit moment in opbasis van de huidige vaargeulen en gaan er bij inschrijving van uit dat devaargeul gedurende het traject onveranderd blijft. Ik heb al gezegd dat inhet ontwerp-PvE uitgegaan wordt van de majeure ontwikkelingen. Wegaan nog overwegen of de concessie hier dan een optie is of niet.Volgens mij heb ik nu alles beantwoord ten aanzien van de concessie. Wegaan naar het mapje elektrificatie. We zijn er bijna, voorzitter. Nog driemapjes. De Kamer heeft veel vragen gesteld. Ik zei al dat de nieuweconcessie de volgende kenmerken moet hebben: betrouwbaar, betaalbaar,bereikbaar, frequenter en structureel. Gelet op de aard van die concessiezitten we in 2044 als je voor vijftien jaar vergunt. De concessie moet dustoekomstbestendig zijn, ook ten aanzien van duurzaamheid. We hebbeneen Klimaatwet liggen, die heel duidelijke doelen stelt ten aanzien van2030 en 2050. Dat was ooit een initiatiefwetsvoorstel vanuit de Kamer. Deambitie van dit kabinet is om die wet van de Kamer netjes uit te voeren,samen met de afspraken die we hebben gemaakt in het Klimaatakkoord.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86630 Als we dingen richting 2044 doen, dan is het niet gek om te bekijken hoeje duurzaamheid daar een plekje in geeft. Om die reden hebben we eenreductiepad voor CO2-emissies opgenomen in het ontwerp-PvE, maar wehebben daarin geen techniek voorgeschreven. Het gaat om een reduc-tiepad voor CO2-emissies, dus dat kan ook met biodiesel worden gehaald.Vanuit het Klimaatfonds is er een bijdrage van 50 miljoen voor dewalinfrastructuur. Als er subsidie komt vanuit het Klimaatfonds voor dewalinfra, dan spreekt het voor zich om een stopcontact aan wal te zetten.Dan is het ook niet gek als je zegt: jongens, wij maken die infrastructuur,dus maak er ook gebruik van! Dat is op zich geen gekke gedachte daarbijen dan kiezen we wel heel bewust voor de optie van elektrificatie. Daarbijmoet worden aangemerkt dat elektrificatie ook gewoon kan plaatsvindenzonder verhoging van de ticketprijzen. De vraag is überhaupt of deelektrificatie het varen op langere termijn duurder zal maken. Het kan ookzorgen voor een verlaging van de kosten.De heer Boutkan vroeg mij wat zo’n boot dan kost: weten de mensen ophet ministerie dat wel? We hebben het gisteren even gevraagd aan dereders. Dat is best een interessante exercitie, want koop je dan eencompleet nieuwe boot of bouw je de huidige boot om? Dat heeft te makenmet de ligging en de diepte van die boten. Ook de reders zien wel datelektrificatie the way to go is. Er zijn nog allerlei andere mogelijkheden. Jehebt bijvoorbeeld ook waterstof, maar dan zit je toch echt meer naar deandere kant, naar het Groningse, te kijken, omdat je daar ook weerinfrastructuur en energiedragers voor nodig hebt. Vanuit de markt klinktgewoon het signaal dat elektrificatie het meest voor de hand liggende is,maar we hebben heel bewust gezegd: we gaan niet de techniek opnemenin het PvE.Daarmee heb ik volgens mij ook de vraag van mevrouw De Vriesbeantwoord over de ticketprijs en elektrificatie.Dan heb ik nog de vraag van meneer Pierik wanneer de verplichtingingaat. Daar is geen jaartal voor te geven, omdat er sprake is vannetcongestieproblematiek. Het gaat ook om verschillende havens enverschillende startjaren. Enkel voor het veer naar Schiermonnikoog kanop dit moment ... Nee, sorry, er is sprake van netcongestie. We nemen ditmee in de consultatie om ervoor te zorgen dat dit een goede plek krijgt.We kunnen op dit moment dus nog geen jaartal noemen en daaromhebben we gezegd: op het moment dat de walinfrastructuur wordtaangebracht, kunnen we wel het reductiepad doen.De voorzitter:Op dit punt heeft u een interruptie van de heer Grinwis van deChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Maar dit is wel heel majeur. Je kunt dat niet zomaar ondervangen in eenalgemene bepaling. Vraag één: de wens of eis tot elektrificatie zit tochgewoon in het ontwerpprogramma van eisen? Nee, is dat alleen de wens?Oké. En ten tweede: hoe wil de Staatssecretaris zonder duidelijkheid overwanneer dan wél zo’n aanbesteding laten slagen? Want dan moet je alsreder gaan nadenken: als het nou in het eerste, tweede of derde jaar is,dan moet ik misschien maar extra vaart maken en het gelijk maarelektrisch doen, want als ik het in de laatste paar jaar doe, dan kan ik hetnooit meer terugverdienen. Dit staat nog even los van de vraag of datmag in de concessie. Ik snap gewoon niet hoe je met zo’n open uitvraageen soort wensdroom van elektrificatie najaagt, terwijl je als overheid nietde randvoorwaarden biedt, zo van: dan en dan is er geen risico meer opnetcongestie en kunnen we het met elkaar waarmaken.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86631 Nogmaals, in de concessie nemen we niet de techniek op, maar wel hetafbouwpad van CO2-emissies. Op het moment dat de subsidie uit hetKlimaatfonds zich voltrekt en de walinfrastructuur wordt gerealiseerd, isdat een majeure wijziging. Dan heb je flexibiliteit in de concessie en ga jedit opnemen. Dan ga je zeggen vanaf welk moment er geëlektrificeerdwordt. Daarbij is volgens mij ook besloten dat het om één boot per jaar zalgaan. We gaan dus niet in een keer om. Dat is wat er nu voorligt.De heer Pierik (BBB):Ik zit nog erg te worstelen met dit antwoord, omdat de reders moetenweten op basis waarvan ze kunnen investeren. Zij moeten weten met watvoor vaartuigen ze aan de slag kunnen. Voordat ze zich inschrijven voorzo’n concessie, moeten ze weten wat ze kunnen verwachten. Zij vragenzich af: in welk jaar kan ik elektrisch gaan varen en in welk jaar moet ikbepaalde CO2-emissies gereduceerd hebben? Er staat nu geen enkeljaartal in. Dat betekent dat het voor rederijen verschrikkelijk lastig wordtom hier met een adequaat voorstel te komen. Is de Staatssecretaris datmet mij eens?Staatssecretaris Aartsen:Ik ben mij ervan bewust dat dit heel ingewikkeld is. De wereld is nietmaakbaar en dit ook niet. Tegelijkertijd is dat natuurlijk wel de stap die jewilt zetten. In het huidige ontwerp-PvE hebben we dit proberen op telossen met die majeure bepalingen, dus door te zeggen: dan kunnen erwijzigingen plaatsvinden en kunnen we overleggen met de concessie-houder over de manier waarop we dat gaan doen. Dat is de flexibiliteit dieje graag wilt hebben in de bestaande concessie. Dit zou geen belem-mering moeten zijn voor het inschrijven. Daar hebben we nu voorgekozen. Wij wachten rustig af hoe het met de consultatie gaat. Dan horenwij ook terug hoe en wat en weten we, in overleg met de provincieFryslân, wanneer dat reëel zou zijn. Dan kunnen we het betrekken bij degesprekken daar. Nogmaals, wij proberen met de geïnteresseerde rederste bekijken hoe we dit op een goede manier in die marktconsultatiekunnen krijgen. Wij zijn ons bewust van de onzekerheid en proberen dieop te lossen door flexibiliteit te regelen in de concessie en in hetprogramma van eisen.De heer Boutkan (PVV):De Staatssecretaris zal aan de hand van deze vragen en antwoordenongetwijfeld merken dat dit echt leeft. Ik zit nu echt het volgende tedenken. Als ik me als ondernemer zou inschrijven en er komt eenwijziging, bijvoorbeeld en jaartal, dan moet ik misschien wat anders. Ikheb al eerder iets gezegd over het verdienmodel van de ondernemer. DeStaatssecretaris heeft bij de reders de vraag uitgezet: hoe gaat dat meteen schip; doe je dat elektrisch of niet en wat voor schip? De algemenetendens op dit moment is gewoon: een nieuwe laten bouwen isgoedkoper dan er een om laten bouwen. Dan ga je ook met je tijd mee enkun je rekening houden met de vaargeul enzovoorts. Mijn vraag gaat overde onzekerheid. Ik blijf maar onzekerheid horen in de antwoorden van deStaatssecretaris. Er wordt namelijk geen zekerheid geboden aan deinschrijvers over het moment waarop ze op iets anders over moeten gaan.Als ze zich nu inschrijven, hoelang kunnen ze dan met een bepaald schipblijven varen? Ik krijg daar niet echt een vinger achter bij dezeStaatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Die onzekerheid kan ik ook niet wegnemen. Die is er. Aan de ene kantproberen we de onzekerheden zo goed mogelijk af te dekken, door despelregels voor de concessie goed te bepalen. Aan de andere kantproberen we ervoor te zorgen dat je ook in de concessie voldoendeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86632 flexibiliteit hebt, zodat je de inschrijvers vertrouwen geeft en zegt: op hetmoment dat we die zekerheden wel hebben, dan is er sprake van eenmajeure bepaling en gaan we daar eens even goed naar kijken. Als erwijzigingen nodig zijn, kunnen we bekijken hoe we die goed kunnenregelen. Die onzekerheden kun je niet wegnemen. Ik zou dat graag willen,maar dat gaat niet. Je zult dus moeten bekijken hoe je dit binnen hetprogramma van eisen, binnen de concessie op een goede manier kuntondervangen. Wij denken dat te doen door de flexibiliteit in die concessieop die manier vorm te geven.Is het mogelijk om de extra kosten voor rederijen «plafonneerbaar» temaken of tijdelijk aan te passen bij ingrijpende verduurzamingsinveste-ringen die geen extra commerciële winst opleveren, maar voortkomen uitrijksbeleid? Dat is een vraag van de heer Pierik. In het geval vanduurzaamheidsinvesteringen geldt dat de investeringen in de infra-structuur voor de rekening van de overheid komen en niet voor die van derederijen. Bij investeringen in schepen zal zo veel mogelijk wordenaangesloten bij de voorziene vervangingstermijn van de huidige schepen.Zo kan ook de impact op de exploitatie worden voorkomen.GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft mij gevraagd wat er gedaan kanworden met de Green Shippingafspraken. IenW zet in op elektrificatie opde middellange termijn. Hiervoor zijn er middelen uit hetzelfde Klimaat-fonds ingezet, zoals ik net al zei. Tegelijkertijd is in het programma vaneisen slechts een reductiepad van CO2 opgenomen. Dat geldt dus ook alvoordat de elektrificatie er zou zijn. We kiezen hier dus voor hetafbouwpad en niet voor de techniek.De heer Soepboer en de heer Grinwis vroegen mij nog: kan de Staatsse-cretaris toezeggen dat hij zal verkennen welke mogelijkheden er zijn omde verduurzaming te bewerkstelligen via eventuele subsidies? Ik kan umelden dat we reeds via het Klimaatfonds een grote subsidie van50 miljoen hebben verleend voor het realiseren van de infrastructuur vanbatterij-elektrisch varen.Dan heb ik nog twee mapjes.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Grinwis. Ik zeg er wel bij dat de inter-rupties steeds langer worden. Ik wil aan iedereen vragen ...De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik zal het kort houden, voorzitter. De antwoorden over elektrisch varenklinken erg als gezien vanuit de overheid. De overheid creëert flexibiliteit.Ja, voor zichzelf, maar niet voor de reder. Voor de reder creëert ze vooralonduidelijkheid. Dat is mijn afdronk. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecre-taris daarnaar kijkt. Moet 100% reductie van CO2 per se via elektrificatie ofkan dat ook via HVO, een duurzame brandstof waar je fossiele dieselvolledig mee kunt vervangen? Dan hoef je geen aanpassingen aan jeschip te doen. Dat is dus ook een mogelijkheid bij de inschrijving.Staatssecretaris Aartsen:Ja, dat kan via HVO. Nogmaals, we kiezen ervoor om de techniek niet opte nemen. Op het moment dat de infrastructuur daar is aangelegd en diesubsidie is verleend, dan is het natuurlijk wel zo dat daar gebruik vangemaakt gaat worden. Dat is een voorwaarde voor subsidie uit hetKlimaatfonds, want anders zijn we met elkaar geld aan het weggooien.Dat wil je natuurlijk voorkomen. De heer Grinwis had het net over deflexibiliteit. Aan de onzekerheid kunnen we niets doen. Ik kan de netcon-gestie niet wegtoveren op dit moment. Ik zou dat graag willen, maar datlukt niet. Dat is dus een fact of life. Daar moeten we mee zien te werken.We proberen in de concessie dus juist voor de reder flexibiliteit te creëren.Dat proberen we op dit moment te doen. Ik denk dat dit punt nog welterug zal komen in de tweede termijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86633 Voorzitter. Het volgende blokje is transparantieverplichting. Kan deStaatssecretaris toezeggen dat de transparantieverplichting voor rederijenverdergaat dan in de huidige concessie? Zowel in de huidige als in denieuwe concessie zullen de reders zich moeten verantwoorden richtingIenW en alles transparant maken. Daarnaast kan IenW ook bij de rederijinformatie opvragen die nodig is voor het concessiebeheer. Daarbovenopzal in de nieuwe concessie het maximale rendement dat een rederij magrealiseren, openbaar worden gemaakt. Het openbaar maken van definanciële resultaten van een bedrijf zal straks echter niet mogelijk zijn. Datis nu ook al niet mogelijk vanwege bedrijfsvertrouwelijkheid.De heer Soepboer vroeg mij of ik kan toezeggen dat de verhoogde huurvoor rijkinfrastructuur geschrapt kan worden om de kosten te drukken en,zo ja, per wanneer. Het wordt ingewikkeld om dit toe te zeggen. Ik heb algeprobeerd om zo veel mogelijk toe te zeggen. Dit wordt heelingewikkeld, omdat er natuurlijk een ander type beleid is vanuit derijksoverheid, waarbij wordt gezegd: iedereen dient netjes een marktcon-forme bijdrage te betalen voor zaken die worden afgenomen bijoverheidsdiensten, het Rijksvastgoedbedrijf in dit geval. Dus ja, er isinderdaad sprake van een verhoogde huur, maar dat komt omdat we nueen verlaagde huur hebben en we naar een marktconforme vergoedinggaan, zoals ook rijksbreed het beleid is. Dat betekent dat commerciëlepartijen die gebruikmaken van diensten van de overheid, daar gewoonnetjes een marktconform bedrag voor dienen te betalen.Mevrouw De Vries heeft mij gevraagd hoe het zit met de onderhoudsbud-getten aan wal en de haveninrichting die wordt overgedragen aan derederijen. Ik kan deze wens niet zomaar overnemen. De intentie is om inde concessie het dagelijks beheer en het eerstelijnsonderhoud bij dereders te beleggen en niet langer bij Rijkswaterstaat. Het grotere en nietdagelijkse onderhoud blijft echter wel bij Rijkswaterstaat. Dit is overigensook een wens van de reders. Om verschillende interpretaties van dieverdeling van verantwoordelijkheden rond het onderhoud te voorkomen,zal ik hierover nog in gesprek gaan met Rijkswaterstaat en de geïnteres-seerde marktpartijen, en dit meenemen in de definitieve teksten.Dan het blokje met overige vragen, voorzitter. Dat is er maar één; datscheelt. De heer Boutkan en de heer Soepboer vroegen mij natuurlijk nognaar de watertaxi en het nachtelijk varen. In het debat een paar uurgeleden heeft de Minister die over dit dossier gaat, daar al iets overgezegd. Wij snappen heel goed dat eilandbewoners ook ’s nachts graagde zekerheid willen dat ze naar het vasteland kunnen en dat daardoor hetwegvallen van de watertaxi een hele vervelende maatregel is. Er is nugeen taxidienst. Dat is niet omdat het verboden is om ’s nachts te varen,maar omdat er vanuit veiligheidsoverwegingen is gezegd dat er nietharder dan 20 kilometer per uur mag worden gevaren. Vervolgens heeftde ondernemer gezegd: met die snelheid kan ik niet meer op een goedemanier varen. Hij heeft zich dan ook teruggetrokken. Op basis daarvanheeft de Minister een onafhankelijk onderzoek vanuit MARIN ingesteld,omdat we zeker willen weten of het veilig kan. Met een pilot willen we ookin kaart gaan brengen in welke gevallen een verruiming van de huidigeuitzonderingssituatie mogelijk is en hoe we dat in de praktijk kunnenbrengen. De Minister zal daar nog op terugkomen bij u.Voorzitter. Ik heb geprobeerd alle vragen van uw Kamer te beantwoorden.Ik begon mijn bijdrage met die balans. Ik heb maximaal geprobeerd omdie balans goed te bewaken. Ik denk dat ik niet alle Kamerleden tevredenheb kunnen stellen, maar ik vraag de Kamer om begrip daarvoor. Wehebben een gezonde balans nodig tussen al die wensen, tussen aan deene kant de onzekerheden en aan de andere kant het doorzetten van ditproces. Als Staatssecretaris ga ik proberen een gezonde balans mogelijkte maken tussen alle belangen, met aan de ene kant de onzekerheden enflexibiliteit. Ik hoop dat dit een eerste goede stap is om dit gezamenlijkmet u als Kamer te doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86634 Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.De voorzitter:Er is nog een interruptie van de heer Boutkan, PVV.De heer Boutkan (PVV):Ik heb toch nog een vraag over de concessie en de elektrificatie. Want inde beantwoording van vraag 96 wordt gesteld: «In de concessie is wel deverplichting opgenomen om, op redelijke termijn, met één schip per jaarover te gaan op batterij-elektrisch varen wanneer de infrastructuur er ligt.»Net in de beantwoording werd er weliswaar ook een termijn genoemd,maar toen werd er gezegd: te zijner tijd. Daarin is dus wel sprake van dieonzekerheid, terwijl in het stuk zwart-op-wit staat: in de concessie gaan wegewoon opnemen dat er een verplichting komt om met één schip per jaarelektrisch te gaan varen. Dat staat hier, maar hoe gaan we dat dan in depraktijk brengen, met in het achterhoofd het verdienmodel en het feit datje iemand moet hebben die daarop wil gaan inschrijven? Want het lijktalsof we hier een beetje omheen blijven draaien.Staatssecretaris Aartsen:Ik ga nog een poging wagen om het duidelijk te maken. Op het momentdat een reder start vanaf 2029 vormt de huidige vloot de basis. Vanaf datmoment gaat er een CO2-reductiepad lopen. Het staat reders dan vrij omzelf te bepalen hoe ze dat reductiepad vormgeven, dus op welke manier zedat graag zouden willen doen. De heer Grinwis vroeg mij net of dat viaHVO kan. Ja, dat kan via HVO. Vervolgens hebben we een andere situatie,die in beginsel losstaat van deze concessie, namelijk dat er een subsidie isaangevraagd bij het Klimaatfonds van 50 miljoen om laadinfrastructuuraan wal mogelijk te maken. Die 50 miljoen is toegezegd. Stel dat dieinfrastructuur er ligt in 2035 of in 2032; ik weet niet wanneer dat zal zijn.Maar stel, er is een jaartal waarin dat er ligt. Dan is het niet meer danredelijk om een reder te vragen om daar gebruik van te maken, anders zijnwe die infrastructuur voor Jan met de korte achternaam aan hetaanleggen, zeg ik dan even met het gezonde verstand. Waarom stoppenwe daar dan zo veel geld in, zeg ik even heel eerlijk. Het is dus niet gek datals je die aanlegt, je die dan ook moet gaan gebruiken. Daarover hebbenwe gezegd: vanaf het moment dat die infrastructuur er ligt, geldt er eenverplichting om één schip per jaar te elektrificeren. Daarmee proberen weal vooraf zo veel mogelijk zekerheid te geven in een toch onzekere situatie.Tot slot, voorzitter. Vier jaar voordat die verplichting van één schip per jaarzal gaan gelden, gaan we de zekerheid geven. Vier jaar voorafgaand zaldie zekerheid er dus zijn. In de onzekerheid die er gewoon is, vanwege hetfeit dat we netcongestie hebben en dat we ons moeten verhouden tenopzichte van de klimaatdoelen, die door de Kamer vastgelegd zijn in eeninitiatiefwetsvoorstel, proberen we dit op deze manier goed te onder-vangen. Ik hoop dat ik ’m daarmee ... Ik wil ’m best nog een keer doen en’m echt even heel duidelijk nog een keer neerzetten.De voorzitter:Ik zie dat mevrouw De Vries een punt van orde heeft.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Nou ja, het blijft onduidelijk. We lopen een beetje tegen elkaar aan tepraten. Enerzijds wordt er gezegd dat het niet in een concessie zit en alshet er is, moet het er wel in en zit het er ook in, want dan zijn ze verplichtom het doen. Ik zou willen voorstellen dat we toch op papier terugkrijgenwat nou de exacte situatie is en wat de risico’s daarvan zijn, zodat we datin september wat beter kunnen wegen. Ik vind het nu namelijk heelingewikkeld om dat te kunnen bepalen. Misschien wordt er nog wel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86635 motie over ingediend – dat weet ik niet – maar ik denk dat wat ik nuvoorstel, het verheldert.Staatssecretaris Aartsen:Zullen we het volgende afspreken? Ik snap dat u de ruimte wil hebben ommoties in te dienen. We stemmen daar dan dinsdag over – nee, u stemtdaar dinsdag over, ik niet meer. Ik zou willen voorstellen om het evennetjes en heel strak op papier te zetten, want ik snap dat het heel veel is.Dan sturen we u daar voor dinsdag nog een brief over.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Maar dan ook even met uitleg over wat er dan in de beantwoording vande vragen staat en over wat er hier gezegd is over het fenomeen van water wel en niet in de concessie zit.Staatssecretaris Aartsen:Daar zit geen licht tussen, maar dat gaan we heel duidelijk en heel strakop een rij zetten, in een tijdlijn of iets dergelijks. Daar gaan we ons uiterstebest voor doen.De voorzitter:We gaan geen heropening van het debat doen, maar ik hoor dat de heerSoepboer ook nog een kleine toevoeging op dit verzoek heeft.De heer Soepboer (NSC):Ik heb een punt van orde, voorzitter, om inderdaad te voorkomen dat wehet debat nu helemaal over gaan doen. Zouden we vijf minuten kunnenschorsen, zodat de leden zich even kunnen beraden over het al dan nietindienen van een motie in de tweede termijn?De voorzitter:Vanzelfsprekend. Dan gaan wij nu even vijf minuten schorsen, laten wezeggen tot 20.30 uur. Daarna vervolgen we het debat.De vergadering wordt van 20.23 uur tot 20.31 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen het debat. Dan gaan we door naar de tweede termijn van deKamer. Dan geef ik als eerste de heer Soepboer van NSC het woord.De heer Soepboer (NSC):Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de coulance zodat we dit nog evenkonden doen. Ik heb vier moties daar ik twee toezeggingen heb, namelijkover de scholierenboot die ook buiten de vakanties gaat varen en over destudenten die hun eilanderstatus behouden nadat ze 21 zijn geworden.Dank voor die toezeggingen.Dan volgen de vier moties.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in het programma van eisen voor de concessie FrieseWaddenveren de verplichting tot elektrisch varen is opgenomen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86636 overwegende dat er op dit moment nog aanzienlijke onzekerhedenbestaan over de technische haalbaarheid van volledige elektrificatie vande veerdiensten in dit gebied;overwegende dat de beschikbaarheid van laadinfrastructuur en de huidigenetcongestie in de regio een risico vormen voor de betrouwbaarheid encontinuïteit van de veerdiensten;van mening dat essentiële verbindingen met de Waddeneilanden niet ingevaar mogen komen door overhaaste keuzes ten aanzien van verduur-zaming zonder dat randvoorwaarden zijn geborgd;verzoekt de regering om de eis tot volledig elektrisch varen uit hetprogramma van eisen voor de concessie Friese Waddenveren teschrappen als er op voorhand geen duidelijk jaartal kan wordenvastgelegd en er geen duidelijkheid over de kostenverhogende effectenkan zijn,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Soepboer, Grinwis en Aukje deVries.Zij krijgt nr. 854 (23 645).De heer Soepboer (NSC):Dan de motie «aanvullen zaken in het ontwerp plan van eisen».Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de huidige versie van het ontwerp plan van eisenniet concreet is opgenomen wat de afmetingen moeten zijn van devaargeul, welke compensatie er zal zijn voor onderhoudswerkzaamhedenen wat de duur is van de overtochten;overwegende dat concrete afspraken een goed houvast zijn voor deconcessiegever en -verlener, waarmee de betrouwbaarheid verstevigdwordt;overwegende dat voorspelbaar wordt welk materieel er nodig is om aande eisen te voldoen, zodat hier tijdig in geïnvesteerd kan worden, wat ookeen positief effect heeft op de betaalbaarheid van de diensten;verzoekt de Minister om in het plan van eisen concreet op te nemen watde dimensies van de vaargeulen moeten zijn, welke compensatie er zalzijn voor onderhoudswerkzaamheden en wat de duur is van deovertochten, en dit voor het einde van het zomerreces terug te koppelenaan de Kamer;verzoekt tevens om uit te zoeken op welke zaken zij nog concreter kunnenzijn in de eisen ten gunste van de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en hetvoorspelbare effect van de concessie, en de bevindingen te delen met deKamer,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86637 en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Soepboer en Grinwis.Zij krijgt nr. 855 (23 645).De heer Soepboer (NSC):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat in de huidige versie van het PvE Friese Waddenverenhoge huurkosten opgenomen zijn voor het gebruik van de rijksinfra-structuur;overwegende dat deze kosten ervoor zorgen dat de veerdiensten hunprijzen moeten laten stijgen om dit te bekostigen;overwegende dat de prijzen voor de veerdiensten voor vele eilanders albestempeld worden als niet betaalbaar en hen dit nog zwaarder zal raken;verzoekt de Minister om de hogere huurkosten voor het gebruik van derijksinfrastructuur in de nieuwe concessies per 2029 te schrappen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid Soepboer.Zij krijgt nr. 856 (23 645).De heer Soepboer (NSC):Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat een retourtje met de auto voor de eilanders € 160 tot€ 200 kan kosten, waarmee eventuele prijsstijgingen de betaalbaarheidverder in het niet zullen brengen;overwegende dat verduurzaming in het Waddengebied gewenst is doorde lokale overheden en belanghebbenden met de boodschap datfinanciering niet gerealiseerd mag worden uit de portemonnee van deeilanders;overwegende dat budgetneutraliteit van toepassing zal moeten zijn, maarverduurzaming een extra opgave is en dus buiten die budgetneutraliteitzou moeten vallen;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86638 verzoekt de regering te verkennen welke mogelijkheden er zijn om viasubsidies verduurzaming van de veerdiensten mogelijk te maken in hetWaddengebied, en dit tijdig te rapporteren aan de Kamer,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Soepboer en Grinwis.Zij krijgt nr. 857 (23 645).De heer Soepboer (NSC):Dat gaat dus verder dan wat de Staatssecretaris net zei.Ik heb nog een paar seconden. Dan rest mij om af te sluiten en deStaatssecretaris te bedanken. Ik neem u graag nog even mee naarHolwerd vanavond. Daar is het dorpsfeest. Ik ga zo meteen ook weer naarhet Noorden. Ik zag net voorbijkomen dat een van de versierde wagensdaar een vliegtuig is met «Wagenborg Airlines» en de tekst «Baggerjebliuwt in hiele toer, dus stekke wy mei it fleantúch oer», oftewel: dan gaanwe met het vliegtuig over. Die wou ik u niet ontnemen.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor deze mooie toevoeging, meneer Soepboer. Ik geef het woordaan de heer Boutkan. Ook u heeft drie minuten.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik zou dan wel graag willen beginnen met tezeggen: fantastisch wat de heer Soepboer voorlas, maar ik versta er geenbal van, dus ondertiteling zou zeer gewenst zijn. Bij dezen dus het verzoek,maar dat hoor ik dadelijk wel als mijn spreektijd om is.Voorzitter. Voordat u het vergeet: in de tweede termijn krijg ik nogantwoord over de samenstelling van de klantenpanels. Dat antwoord hadik nog tegoed, dus voor alle zekerheid vermeld ik het bij dezen.Voorzitter. Ik heb wat vragen gesteld en er zijn wat antwoorden gekomen,maar toch blijft het onbehagen bij mij hangen met betrekking tot deonzekerheid van de verdienmodellen, de onzekerheid van de inspraak, deonzekerheid over de inbreng van de eilandbewoners en alle andereondernemers, zowel aan de wal als op de eilanden zelf. Ik denk dat wenog een lange weg te gaan hebben, maar ik ben in ieder geval blij dat wijhopelijk zeer kort na het zomerreces bij elkaar komen om toch even tekijken hoe men ambtelijk het programma van eisen en al die zienswijzendie dus gaan komen, verwerkt heeft. Hopelijk krijgen wij die stukken danook op tijd zodat we ons voor kunnen bereiden op die bijeenkomst, zodatwij als Kamer wel degelijk in positie worden gebracht, wat ik tot nu toemiste. Dus nogmaals dank daarvoor. Wij hebben geen moties, dus datscheelt weer. Maar ik heb net goed geluisterd naar de heer Soepboer endat sprak mij wel aan. Ik zal mijn stinkende best doen om hem daarbij aande benodigde meerderheid te helpen.Hiermee sluit ik mijn bijdrage af, voorzitter.De voorzitter:Dank, meneer Boutkan. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw De Vriesnamens de VVD-fractie. Ook u heeft drie minuten.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Dank u wel, voorzitter. We beginnen direct maar met de moties. Ik hebgeprobeerd om ze hier en daar nog wat in te korten.De motie over de spoedplekken is vooral een stimulans om het goed tegaan regelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86639 Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de eilanders ontevreden zijn over de regeling spoed-plekken in het conceptprogramma van eisen;verzoekt het kabinet om in overleg met de eilanders en de lokaleoverheden een betere regeling voor spoedplekken uit te werken en op tenemen het programma van eisen,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries, Grinwis enSoepboer.Zij krijgt nr. 858 (23 645).Mevrouw Aukje de Vries (VVD):De tweede motie gaat over het vrachtvervoer.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat rederijen voor de veerdienst geen exclusief rechthebben voor vrachtvervoer;van mening dat ook vrachtvervoer hoort tot de levensader voor deWaddeneilanden en daarvoor voldoende mogelijkheden moeten zijn;verzoekt het kabinet het aanbod van vrachtvervoer te monitoren en indiennodig binnen de juridische kaders naar oplossingen te kijken in overlegmet de ondernemers en lokale overheden van de Waddeneilanden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries en Grinwis.Zij krijgt nr. 859 (23 645).Mevrouw Aukje de Vries (VVD):De laatste motie is helaas iets langer, voorzitter.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86640 constaterende dat voor de diepte en breedte van de vaargeul wordtverwezen naar het Nationaal Water Programma 2022–2027, terwijl deconcessie loopt vanaf 2029;constaterende dat het kabinet voor de financiële transparantie van derederijen wil aansluiten bij de huidige praktijk en dat dit volstrektonvoldoende is;constaterende dat het nogal wat uitmaakt hoelang de vaartijd is, maar ookhoeveel capaciteit er op een afvaart beschikbaar is;constaterende dat het Waddengebied een bijzonder gebied is en het hiertotaal anders is dan de veerdiensten in bijvoorbeeld Noorwegen enGriekenland;constaterende dat het overdragen van alle onderhoud aan de walinstal-laties en haveninrichtingen in het bezit van het Rijk zorgt voor hogerekosten dan wel een verschraling van de dienstverlening;verzoekt het kabinet in het programma van eisen en de concessie nadereverplichtingen op te nemen over transparantie, de diepte en breedte vande vaargeul, de vaartijden en de vlootcapaciteit;verzoekt het kabinet om «ervaring met veerdiensten in een gebied zoalsde Wadden» mee te nemen in de aanbesteding en de gunningscriteria, enom de bestaande onderhoudsbudgetten voor het onderhoud voor de wal-en haveninrichting mee over te dragen aan de rederij,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries en Grinwis.Zij krijgt nr. 860 (23 645).Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Verder dank ik de Staatssecretaris voor de toezeggingen. Ik hoop dat hijop heel korte termijn toch een keer een bezoek aan de eilanden gaatbrengen. Eigenlijk zou hij alle eilanden moeten bezoeken, want zeverschillen nogal van elkaar en de situaties op de eilanden verschillen ooknogal. Ik denk namelijk dat Ameland echt een totaal andere situatie heeftdan Vlieland of Terschelling of Texel. Maar dank voor alle toezeggingen ende beantwoording. Ik hoop dat we het op een goede manier voor deeilanders en de ondernemers op de eilanden gaan regelen.De voorzitter:Dank, mevrouw De Vries. Het woord is aan de heer Pierik van deBBB-fractie. U heeft twee minuten.De heer Pierik (BBB):Dank, voorzitter. Eerst nog een vraag over die scholierenboot. Ik vraag meaf of het misschien in een aparte aanbesteding gestopt kan worden, zodatook de watertaxibedrijven op de eilanden zich daarvoor kunneninschrijven. Dat biedt ook mkb-ondernemers wat meer mogelijkheden omhierin een rol te pakken.Dan een verzuchting. Ik vind het echt heel bizar ... Over die watertaxihebben we begin dit jaar nog een motie ingediend over het presenterenvan een goede oplossing binnen zes weken. Maar het duurt en het duurt.Eind dit jaar komt MARIN met een advies. Dit is eigenlijk een verzuchtingin de trant van: waarom moet het nou zo verschrikkelijk lang duren?Het laatste ...Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86641 De voorzitter:Ik heb nog een interruptie van de heer Soepboer van NSC voor u, meneerPierik.De heer Soepboer (NSC):Ik hoor de heer Pierik volgens mij zeggen dat het scholierenbootje wel uitde concessie kan, terwijl dat nu heel mooi in die concessie staat. Als u ’mdaarin laat staan, is het juist duidelijk dat ie er in ieder geval gaat komen.Dan is het niet afhankelijk van de markt. Volgens mij is dat wat we willenvoor de eilandbewoners. Kan de heer Pierik mij uitleggen waarom hij datzo graag uit de concessie wil halen en wil overlaten aan de markt? Is datin het belang van de eilanders?De heer Pierik (BBB):Het belang van de eilanders staat natuurlijk voorop. Ik wil een goedeoplossing. Ik wil eigenlijk zo veel mogelijk marktpartijen de gelegenheidgeven om hierop in te schrijven. Dus ik wil geen uitspraak doen over ofhet nou al dan niet in die concessie moet, maar ik wil wel graag dat ookmkb-bedrijven op de eilanden in de gelegenheid gesteld worden om zichin te schrijven om dit stukje vervoer te faciliteren.De voorzitter:Toch nog een vervolgvraag van de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Maar is de heer Pierik het met mij eens dat als het één keer goed in dieconcessie staat, het dan geborgd is en het er dan in ieder geval gaatkomen?De heer Pierik (BBB):Zeker. Dat is ook de logische route, maar ik wil toch ook een pleidooihouden voor mkb-bedrijven die hierin ook een rol zouden kunnen pakken.Als laatste punt heb ik toch zorgen over die verduurzaming. Ik vraag meeigenlijk het volgende af. Als de Staatssecretaris zelf een rederij zouhebben, zou hij dan inschrijven op zo’n concessie waarin zo veelonzekerheden zitten en waarbij je er eigenlijk geen idee van hebt wanneerje moet gaan voldoen aan bepaalde verduurzamingseisen? Ik vraag deStaatssecretaris om even in de huid te kruipen van een rederij om tekijken of hij dan blij wordt van de voorliggende concessie.Dank u wel.De voorzitter:Dan geef ik het woord aan de heer Grinwis van de ChristenUnie. Hij heeftook twee minuten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Gelukkig is het nog geen concessie, maar slechts een ontwerp-programma van eisen. En het is maar goed dat dit een ontwerp is, wantals dit de definitieve was, weet ik niet of er binnenkort nog een goedeverbinding naar de Waddeneilanden was geweest. Er moet namelijk echtnog een hoop gebeuren voordat dit het predicaat «definitief programmavan eisen» gaat krijgen.In ieder geval moet de motie over de tussenconcessie natuurlijk gewoonworden uitgevoerd. Ik ga de Staatssecretaris niet verblijden met een motiedie zegt: voer die motie uit. Maar ik dien wel een motie in die daaraanraakt. Die luidt als volgt.Motie Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86642 De Kamer,gehoord de beraadslaging,constaterende dat de Kamer eerder de motie-Grinwis c.s. (29 684, nr. 293)aangenomen heeft die de regering oproept om voor het concessiegebiedWadden-Oost en voorafgaand aan een concessie over de duur van vijftienjaar een tussenconcessie aan te besteden totdat, na afronding van dethans startende MIRT-studie Ameland, de daaruit voortvloeiendeconclusie over de beoogde vaarweg beschikbaar is;overwegende dat het voor alle partijen, zoals regionale overheden,mogelijke aanbieders en inwoners van de eilanden van belang is te wetenhoe het toekomstige verloop van concessieverlening eruit komt te zien;verzoekt de regering om op korte termijn een globaal tijdschema tepubliceren waarin de tijdlijnen van concessieaanbesteding en -verlening,mét tussenconcessie, zichtbaar worden,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door de leden Grinwis en Aukje de Vries.Zij krijgt nr. 861 (23 645).De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik had oorspronkelijk vier moties meegenomen, maar collega’sSoepboer en collega De Vries hebben al moties ingediend over duide-lijkheid over het vaarprofiel, over de onderhoudskosten en het budgetdaarvoor, plus over de bijdrage in de kosten voor de reders voor deombouw of eigenlijk voor het dubbele ontwerp van de schepen als je zougaan elektrificeren. Die heb ik meegetekend. Ik hoop dat ze aangenomenworden, want ik denk dat alle drie de onderwerpen die ik net noemde echtessentieel zijn om tot een goed programma van eisen en uiteindelijk eengoede concessie te komen. Die concessie is nodig om uiteindelijk dielevensader in stand te houden voor de bewoners van de Waddeneilanden.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Ik kijk of de heer Soepboer weer even kort hetfractievoorzitterschap wil overnemen ... Fractievoorzitterschap, zeg ik! Datgaat wel heel hard.De heer Soepboer (NSC):Een vooruitziende blik, meneer De Hoop!De voorzitter:Ik hoorde de heer Soepboer net al in het Fries praten, dus wie weet wat ernog komt. Maar ik vraag de heer Soepboer of hij het voorzitterschap vanmij over kan nemen.Voorzitter: SoepboerDe voorzitter:De heer Soepboer neemt het voorzitterschap van deze commissie metliefde van u over, voorzitter. Dan geef ik het woord aan de heer De Hoopvoor zijn inbreng.De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86643 Dank, voorzitter. Ik vind het volgende lastig qua afdronk van dit debat. Ermoeten in die concessie afspraken gemaakt worden, maar er is geenhelderheid. Daardoor slopen we benodigde afspraken daar misschienweer uit. Ik merk dat dat ontstaat bij de verduurzaming. Als wij met elkaarzeggen dat verduurzaming keihard nodig is en eigenlijk opgenomen zoumoeten worden in zo’n concessie, vind ik het zonde als we dat er weeruithalen. Ik draai ’m dan toch om. In tal van landen zie je dat er aljarenlang op de accu wordt gevaren; kijk maar om je heen. Het kan dus.En het scheelt ook tonnen stikstof, zeg ik tegen partijen hier aan tafel diezeggen dat die ingezet moeten worden voor de veestapel, voor de vissersdie ook over het water gaan, voor het autoverkeer. Ik zou dus zeggen:laten we dat dan op een andere manier vastleggen. Daarom kijkt mijnfractie er net even anders naar dan andere fracties hier. Vandaar dat ik devolgende motie heb.Motie De Kamer,gehoord de beraadslaging,overwegende dat de aanbesteding van de Waddenveren moet leiden toteen robuuste, frequente, betaalbare en duurzame verbinding tussen dewal en de eilanden;overwegende dat we nu niet alleen moeten vastleggen wat we in 2029willen hebben, maar ook in 2045;overwegende dat biedende rederijen moeten weten waar ze aan toe zijnen welk schip hiervoor nodig is;verzoekt de regering om in het PvE op te nemen dat alle Waddenverenuiterlijk in 2035 elektrisch varen en te garanderen dat de hiervoorbenodigde (laad)faciliteiten worden geleverd,en gaat over tot de orde van de dag.De voorzitter:Deze motie is voorgesteld door het lid De Hoop.Zij krijgt nr. 862 (23 645).De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA):Ik zeg tegen de Staatssecretaris: als u een ander jaartal verstandig vindten daarin iets anders wilt, ben ik daar best toe bereid. Maar ik vind hetbelangrijk dat we iets vastleggen, zodat ook de rederijen die hierin moeteninvesteren daarin een richting krijgen. Ik denk dat dat heel verstandig zouzijn.Dank, voorzitter.De voorzitter:Ik kijk even rond en zie dat niemand de behoefte heeft om daar nog ietsvan te vinden. Dan geef ik het voorzitterschap van deze commissie graagterug aan de heer De Hoop.Voorzitter: De HoopDe voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86644 Het is een lange dag, collega Soepboer. Dan schorsen we weer even. Ikkijk even hoeveel tijd de Staatssecretaris nodig denkt te hebben. Ongeveervijf minuten? Dan schorsen wij tot 20.50 uur of misschien net iets langer.Dan gaan we naar de tweede termijn van de Staatssecretaris.De vergadering wordt van 20.46 uur tot 20.57 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We gaan door met de tweede termijn van deStaatssecretaris. Er is in ieder geval een negental moties ingediend. Ikgeloof dat er misschien ook nog wel ergens een vraag tussendoor isgekomen, dus ik geef het woord aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Dank, voorzitter. Ik heb geprobeerd om zo goed mogelijk mee te bewegenmet alle wensen vanuit de Kamer. Ik denk ook dat dat aardig gelukt is,behalve op het punt van de elektrificatie. Daar gaan we nog even een briefover schrijven, zodat het extra duidelijk is. Ik heb ook nog eens even zittengrasduinen in de 111 vragen die wij hebben gekregen en ook in detientallen mondelinge vragen die we hier hebben gekregen. In vraag 96staat inderdaad aan het einde van een zin, aan het staartje: wanneer deinfrastructuur er ligt. Dat hadden we iets duidelijker moeten verwoorden,althans ik. De heer Pierik had het in dat kader ook over onduidelijkheid. Ikwil echt benadrukken dat we dit zo strak als mogelijk hebben proberenneer te zetten. Op het moment dat de concessie start, is er geenverplichting, maar op het moment dat de walinfrastructuur gereed is, gaater een periode van vier jaar lopen. Dan is er dus duidelijkheid. Op hetmoment dat die walinfrastructuur gereed is, is er duidelijkheid. Dan gaater een periode van vier jaar lopen. En vanaf dat moment gaat het om éénboot per jaar voor die elektrificatie, omdat op dat moment die 50 miljoenis geïnvesteerd. Dat is hoe we het hebben gedaan, maar dit gaan we nogeven in een brief opschrijven.De vraag van de heer Pierik was: zou u zelf intekenen? Ja, want wehebben het volgens mij op deze manier heel duidelijk proberen te doen.We komen hier nog op terug, maar dit betekent ook dat ik de eerste motievan de heer Soepboer, die op stuk nr. 854, oordeel Kamer kan geven, metdien verstande dat we die zo mogen lezen dat we daar een jaartal op gaanproberen te plakken; dat is dan de meest reële inschatting. Maar we gaandat dus ook nog even netjes in een brief uiteenzetten. Ik zeg daar ook nogbij dat we, indien gewenst, ook de termijn van die vier jaar nog zoudenkunnen oprekken, want dat hebben we ook gewoon ingebouwd om juistweer die zekerheid te bieden. We doen dus echt verschrikkelijk veel om deonzekerheid die er is met betrekking tot de netcongestie – that’s a fact oflife – zo goed en zo strak mogelijk te regelen. We gaan dit nog in een briefopschrijven, maar de motie op stuk nr. 854 krijgt daarmee oordeel Kamer.De heer Soepboer (NSC):Oordeel Kamer, maar wel gewoon met het dictum dat hier staat. Ik snapdat u zegt: we gaan dit en dat doen en we sturen daar nog een brief over.Dat begrijp ik, maar ik hecht er waarde aan om hier gezegd te hebben – ikben blij met het oordeel Kamer – dat er wel gewoon staat wat er staat ener dus gewoon van tevoren een hard jaartal moet komen.De voorzitter:Ik kijk even of het dan nog steeds oordeel Kamer is voor de Staatssecre-taris.Staatssecretaris Aartsen:Dat kan niet, want we weten niet wanneer die netcongestie opgelost is.Als u dus zegt dat er een hard jaartal moet komen en dat ik als Staatsse-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86645 cretaris de pineut ben als het één dag later wordt, dan kan ik dit niet doen.Het enige wat ik kan doen, is de meest reële inschatting die we op datmoment hebben opnemen, gezamenlijk met een brief daarover. Ik snapuw punt en we doen echt ons best om dit zo duidelijk mogelijk op teschrijven, maar wat niet kan, kan niet. Als u dus volhoudt dat het een hardjaartal moet zijn, dan moet ik ’m gaan ontraden. Maar wij doen echt onsbest om dit zo duidelijk mogelijk te maken – dat gaan we ook in die briefdoen – wetende dat we te maken hebben met een factor die onduidelijk is,namelijk de netcongestie. En daar hangt natuurlijk ook van alles meesamen. Je hebt bijvoorbeeld mensen nodig die dat kunnen doen et cetera,et cetera. Ik kijk dus even naar de indiener: wat gaat het worden?De voorzitter:Ik kijk ook naar de indiener. Mevrouw De Vries is ook indiener. Heeft zijbehoefte aan een vraag? Ik zag haar hand namelijk omhooggaan.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Volgens mij willen wij geen mislukte aanbesteding straks. We willen ookniet een of ander ... Ik vind de signalen die wij nu krijgen vanuit derederijen, behoorlijk zwaar in het kader van alle zaken die daarin staan. Ditis daar een van. Zij zeggen: er moet een harde datum in. Dan is het welingewikkeld als de Staatssecretaris zegt: tja, ik ga daar nog eens even naarkijken. Maar goed, de motie krijgt oordeel Kamer. Ik ga er dus van uit dathij ’m gewoon uitvoert.De voorzitter:Ik geef het woord weer aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris Aartsen:Sorry, dan toch even vanuit mijn kant. Ik zeg niet: we kijken wel even. Datzeg ik niet. Ik zeg: we trekken aan dezelfde kant van het touw en weproberen zo veel mogelijk duidelijkheid te geven. Je start met deconcessie. Op het moment dat de walinfrastructuur gereed is, heb je nogeen periode van vier jaar daarna. Maar wanneer die gereed is, heeft temaken met de netcongestie. Dat is dus onduidelijk. Maar dat is dus niet:we zien wel even. Dit heeft te maken met het feit dat we in ongeveer hethele land netcongestie hebben en we het dus niet weten. That’s a fact oflife. Dat proberen we zo goed mogelijk te doen. Ik zeg tegen de Kamer dusniet «ik kijk wel even», maar «we proberen de meest reële inschatting temaken en die in een jaartal te vatten, wetende dat het onzeker is wanneerdit is». Dat is wat ik vraag aan de Kamer. Dan kan ik de motie oordeelKamer geven.De voorzitter:We gaan dit debat niet nog een keer doen. Kan de heer Soepboer levenmet deze appreciatie? Zo ja, dan is het oordeel Kamer, en als hij vasthoudtaan het dictum is het «ontraden».De heer Soepboer (NSC):Ik zou het willen omdraaien: zolang je nog geen zekerheid hebt, moet jehet gewoon niet in je concessie zetten. Zo simpel is het eigenlijk. Dan kande reder alles doen om toch te verduurzamen. Je kunt later namelijkallemaal mooie dingen bedenken om ze toch wat aan te sporen om dat tedoen. Ik wil dus graag vasthouden aan het dictum zoals dat er staat.De voorzitter:Dan is de motie ontraden. Dan geef ik het woord weer aan de Staatssecre-taris voor de appreciatie van de motie op stuk nr. 855.Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86646 Voorzitter. Ik ga nog niet naar de motie op stuk nr. 855, want ik ga eerstnog een aantal vragen beantwoorden; ik ga daar ook nog wel watopmerkingen aan toevoegen. Ik begon net over die balans; dat raakt ookdit hele punt. Wij proberen die balans op een aantal zaken goed tebehouden. Want, zeg ik er ook maar even bij, niet alles kan. Ik noemde netdus die balans. Aan de ene kant heb je de eisen die je stelt en alle dingendie je vraagt. Aan de andere kant van de driehoek zit de betaalbaarheid,dus de prijs. Weer aan de andere kant zit de aantrekkelijkheid en degezonde boterham van de reder. Je kunt niet op alle drie knoppen tegelijkduwen. Ik kan niet zeggen: ik wil 20 kilo afvallen, maar ik wil niet sportenen ik wil iedere dag een zak paprikachips eten. Dat kan ook niet alle drietegelijk.Van een aantal zaken die u mij vraagt, moet ik heel eerlijk zeggen dat dieingewikkeld worden. Dat is bijvoorbeeld de motie op stuk nr. 855. Ik hebgezegd: de duur van de overtocht vastleggen in de concessie is prijsop-drijvend. Tegelijkertijd zegt de motie dat het ten gunste moet komen vande betaalbaarheid. Die twee dingen in die motie zijn strijdig met elkaar; ikkan er niks anders van maken. Dat is gewoon een gegeven. Ik moet dezemotie dus helaas ... Nee, sorry, ik ga het anders zeggen. Ik ga hierconstructief naar kijken en wil de motie graag «ontijdig» geven.Nogmaals, al die zaken exact opnemen in het PvE werkt prijsopdrijvenden maakt het minder aantrekkelijk. Tegelijkertijd zijn dit wel puntenwaarvan ik bereid ben om te kijken hoe we daarmee een goede balanskunnen creëren, ook in combinatie met een marktconsultatie. Ik ga er dusnaar kijken, maar ik vind het onverstandig om het nu al hard op te nemen.Daarom geef ik de appreciatie «ontijdig».De voorzitter:De appreciatie is «ontijdig». Het zou een suggestie voor de heer Soepboerkunnen zijn om de motie aan te houden. Ik geef hem daarom het woord.De heer Soepboer (NSC):Ik begrijp die suggestie, maar de heer Soepboer gaat ’m wel indienen.Maar ik wil wel graag gezegd hebben, ook richting de Staatssecretaris, datdit twee verschillende dingen zijn. Het zijn twee verschillende delen vanhet dictum. In het eerste deel staat een aantal concrete zaken, bijvoor-beeld die onderhoudswerkzaamheden en de duur van de overtocht. In hettweede deel van het dictum staat het verzoek om te kijken welke anderezaken bijvoorbeeld ten gunste van de betaalbaarheid zouden kunnenkomen. Dat tweede deel is heel vrij interpreteerbaar en dus ook nieteen-op-een te combineren met dat andere deel. U zegt «het is tegen-strijdig», maar het zijn echt twee verschillende dingen, namelijk dieconcrete zaken en die oproep aan de Staatssecretaris om te kijken wat hijverder nog kan doen. Zo moet u ’m lezen.Staatssecretaris Aartsen:Dat doe ik ook. Tegelijkertijd zitten er een aantal zaken in die de balansecht wel verstoren als je ze er zo hard in zet, zoals ik net zei. Daarom achtik de motie ontijdig. Ik snap de zorgen – daar proberen we goed aantegemoet te komen – maar het hard opnemen verstoort die balans.Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 856. Die moet ik helaas ontraden,omdat die ingaat tegen het beleid dat we rijksbreed hebben om hetRijksvastgoedbedrijf voor commerciële partijen gewoon netjes markt-conform te maken. Er wordt ook gesproken over dat ernaar moet wordengekeken ten aanzien van de Wet markt en overheid. Als dit niet wordtgerealiseerd, moet daar ook dekking voor worden gevonden.De voorzitter:De motie op stuk nr. 856 is ontraden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86647 Staatssecretaris Aartsen:De motie op stuk nr. 857 gaat over de duurzaamheidssubsidies. Die is inbeginsel overbodig. Als het gaat om de walinfrastructuur betaalt deoverheid door middel van het Klimaatfonds de 50 miljoen. We hebben eenbusinesscase gemaakt samen met de reders, waaruit blijkt dat het inbeginsel rendabel is om ook elektrisch te varen en te verduurzamen, geletop de prijs op dit moment en in de toekomst van elektriciteit en diesel,helemaal wanneer de overheid de infrastructuur betaalt.De voorzitter:De heer Grinwis heeft een vraag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Garandeert de Staatssecretaris hiermee dat de betaalbaarheid van dekaartjes van de overtocht niet in het geding is bij elektrificatie, terwijl dereders wel een soort dubbel ontwerp in de markt moeten zetten? Is datwat de Staatssecretaris zegt?Staatssecretaris Aartsen:Ja, ik garandeer dat er geen verhoging van de ticketprijs is vanwegeelektrificatie. Dat hebben we opgenomen.Dan de motie op stuk nr. 858, over spoedplekken. Ook die moet ik alsoordeel «ontijdig» geven, ook weer vanwege het feit dat er, als we het zohard regelen, mogelijk sprake is van zaken die de balans verstoren. Dereden waarom ik de motie niet ontraad, is dat ik denk dat het zeker eeninteressant punt is, waar we goed naar moeten kijken. We moetenbekijken hoe we dit opnemen in de volledige balans. Ik heb eerder al ietsgezegd over hoe we daarnaar gaan kijken, met de reservelijst et cetera. Ikrefereer dus aan de toezegging die ik heb gedaan.De motie op stuk nr. 859, over het vrachtverkeer, kan ik oordeel Kamergeven. Dat gaan we doen.De motie op stuk nr. 860 moet ik ontijdig verklaren. In het PvE en definanciële bepalingen zullen voorwaarden worden opgenomen tenaanzien van de transparantie. Ook hiervoor geldt dat we dit serieus zullenmeenemen in de balans richting het definitieve ontwerp. Op dit momentis het ontijdig, maar we gaan kijken hoe we het goed kunnen meenemen.Dan de motie op stuk nr. 861, over de tijdlijn en de tussenconcessie.De voorzitter:Er is een vraag van mevrouw De Vries over de motie op stuk nr. 860,waarover u het advies «ontijdig» heeft gegeven.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Mijn vraag is dan wel: welke van deze dingen gaan het problematischmaken, zeg maar? Daar ben ik namelijk naar op zoek. Ten aanzien van detransparantie heb ik altijd al gezegd: bedrijfsvertrouwelijke informatiehoeft niet naar buiten. Het moet ergens ... De lokale overheid kanbijvoorbeeld in een vertrouwelijke setting kijken of er niet te veel winstwordt gemaakt. Ten aanzien van die andere zaken, de diepte en breedtevan de vaargeul: ik denk niet dat dat prijsopdrijvend werkt.Staatssecretaris Aartsen:Er zijn een aantal elementen die ook weer die balans verstoren. Dat isonder andere het bijzondere gebied. Dat is iets waar we naar kijken.Mevrouw De Vries noemt financiële transparantie. Dat kunnen wesimpelweg niet doen vanwege het aspect van bedrijfsvertrouwelijkeinformatie. Dat is gewoon hoe het werkt met bedrijven. Daarover kunnenwe niet alle informatie beschikbaar stellen. Ik heb eerder gezegd dat wetoezeggen dat we het maximale rendement wel openbaar gaan maken,Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86648 maar bedrijfsgeheime en bedrijfsvertrouwelijke informatie kunnen we nietopenbaar maken. Vandaar mijn appreciatie.De motie op stuk nr. 861, over de tijdlijn en de tussenconcessie, kan ikoordeel Kamer geven. Dat lijkt mij vanzelfsprekend.De motie op stuk nr. 862 moet ik helaas ontraden, vanwege het jaartal datdaarin staat. Ik refereer daarvoor nog even aan de brief die wij gaansturen over de elektrificatie.Voorzitter. We hadden nog een aantal vragen openstaan. De eerste is vande heer Soepboer en vooral ook van mevrouw De Vries, over de gereser-veerde plaatsen: zijn er in het ontwerp-PvE nu meer of minder gereser-veerde plaatsen dan in de huidige situatie? Het aantal gereserveerdeplaatsen in het ontwerp-PvE is gelijk aan dat in de huidige situatie van deWaddenveren West. Ik heb inmiddels signalen gekregen dat er tenopzichte van de huidige situatie van de Waddenveren Oost een verslech-tering zou kunnen plaatsvinden. Daarom heb ik al eerder toegezegd datwe gaan kijken hoe we elementen uit de bestaande systematiek van Oostkunnen overnemen. Op dit moment wordt daar ook gewerkt met dereservelijst. We gaan kijken of we dat nog kunnen meenemen, want hetstreven is dat het in zowel West als Oost hetzelfde blijft of zelfs beterwordt dan op dit moment.De voorzitter:Er is een vraag van de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Als u mij nou de harde toezegging doet dat u uw uiterste best gaat doenom ervoor te zorgen dat er ook in Oost geen verslechtering zal zijn, kunt ude volgende keer dat u naar het eiland gaat even een bakje koffie halen bijmij in Nijewier.De voorzitter:Dit riekt naar chantage, zeg ik als neutrale voorzitter.Staatssecretaris Aartsen:Nou moet ik dat kopje koffie zelf gaan betalen; dat snap u natuurlijk, hè? Ikkan u zeker toezeggen dat we daar ons uiterste best voor gaan doen.Uiteindelijk doen we dit niet om de mensen te pesten. Daar zal ik aan heteinde nog iets over zeggen. We doen dit omdat we een goede concessiewillen hebben die aan alle kanten op een juiste manier in balans is.De heer Boutkan heeft nog een vraag gesteld over de klantenpanels: hoewordt de samenstelling bepaald? In beginsel is dat aan de concessie-houder zelf en moet die dat inrichten, maar het is natuurlijk wel zo dat ereen brede, representatieve afvaardiging moet zijn van personen diegebruikmaken van de dienst en/of afhankelijk zijn van de veerdienst op heteiland. In ieder geval zit daar dus ook – dat hebben we nu gezegd – eenvertegenwoordiging van de ondernemers in. Daar ging de motie-Pierikover.Mevrouw De Vries vroeg nog: krijgen sporters en scholieren korting op deovertocht? Als een scholier of sporter op het eiland woont en naar devaste wal gaat, geldt voor hem de korting die voor de eilandbewonersgeldt. Dat is voor de terugreis natuurlijk ook het geval. Voor scholieren ensporters die op de vaste wal wonen, geldt die korting niet. Ik heb daarechter wel over gezegd dat die korting wel zal gaan gelden voorscholieren die ingeschreven staan. Maar voor die andere doelgroep is hetwel lastig om te kijken hoe we dat kunnen doen omdat je dan zit met hoeje die groep afbakent. Dus nogmaals, voor scholieren of sporters die ophet eiland wonen en naar de vaste wal gaan, geldt de korting, dus het zeergereduceerde tarief, die voor de eilandbewoners geldt.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86649 Even een verhelderende vraag nog: dat is dus exact dezelfde regeling dieer nu ook geldt? Die wordt ook meegenomen in de nieuwe concessie.Staatssecretaris Aartsen:Ja. Die wordt ook uitgebreid – dat is een goede toevoeging, zeg ik tegenmijn ambtelijke ondersteuning; dank je wel. Die wordt uitgebreid, want wehebben gezegd dat die ook gaat gelden voor de mensen die studeren aande andere kant.Dan had ik nog een vraag – dat is de laatste, voorzitter – van meneerPierik. Die ging over de aanbesteding van de scholierenboot. Die blijkt opdit moment zeer onrendabel. Op dit moment doet de reder dit al vrijwillig.Maar als je die niet opneemt in de concessie of die wordt niet vrijwilliggedaan, is het gewoon een zeer onrendabele situatie. De verwachting isdan ook dat als je er een aparte aanbesteding van maakt, die zalmislukken. Daarom doen wij dat niet. Ik denk op zich dat we de situatiemet de scholierenboot, inclusief de toezegging die ik heb gedaan, op dezemanier goed kunnen ondervangen.Voorzitter. Ik dank oprecht de Kamerleden voor hun betrokkenheid. Wehebben volgens mij een goed debat gehad. Ik heb geprobeerd zo veelmogelijk geprobeerd tegemoet te komen aan de ingebrachte punten enom de belangen te adresseren. Ik heb geprobeerd overal waar dat kanduidelijkheid te geven. Dat gaan we nog proberen te repareren op hetelektrificatiedeel, maar ik hoop oprecht dat we met al deze punten eengoede concessie kunnen gaan bouwen. Nogmaals, wij doen dat niet ommensen te pesten of uit een stukje onwil of om dingen van bovenaf op teleggen. Maar al die belangen, van de eilandbewoners, van de onder-nemers, van de toeristen en andere bezoekers, van de natuur, van demensen op het eiland zelf, van de mensen die ernaartoe willen, proberenwe allemaal te vangen op een goede manier. Dat geldt natuurlijk ook voorde belangen van de reders zelf. En dat in combinatie met de Europeseregels, waar wij ons netjes aan te houden hebben. Ik ga mij de komendetijd beraden op onder andere de motie-Grinwis over de tussenconcessie.Daarin nemen we deze ook mee. Ik hoop u na het zomerreces zeerspoedig te spreken over dit onderwerp.De voorzitter:Dank aan de Staatssecretaris en de ondersteuning voor de beantwoordingin de tweede termijn. Ook gefeliciteerd met uw debuut in deze commissie.U had twee debatten op uw eerste wedstrijddag – dat is heel wat – maarvolgens mij zit u hier nog heel enthousiast. Voor de afronding van hetdebat lopen we nog wel even de toezeggingen door.−De eerste toezegging. De Staatssecretaris stuurt de Kamer vooraanstaande dinsdag een brief met daarin de vragen en de risico’s dieer zijn omtrent de elektrificatie en de relatie met de verduurzaming vande walinfrastructuur.−De tweede toezegging is vrij uitgebreid. De Staatssecretaris stuurt deKamer voor september het definitieve programma van eisen toe,waarin onder de volgende onderdelen terugkomen. Zwaarwegendadviesrecht voor decentrale overheden bij de vervoersplannen.Klantenpanels krijgen adviesrecht.Staatssecretaris Aartsen:Hoho, en majeure bepalingen.De voorzitter:We noteren nog «en majeure bepalingen».−Ik vervolg de tweede toezegging. Klantenpanels krijgen adviesrecht.Een adviesrol voor decentrale overheden bij majeure ontwikkelingen –die zat er dus bij. Een reactienota over welke aspecten uit de internet-en marktconsultatie wel en niet zijn overgenomen. InterinsulaireTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86650 overtocht, ook in de schoolvakanties. Gereserveerde plekken, ookoverdag, in plaats van alleen de eerste en de laatste overtochten,waarbij ook wordt gekeken naar de optie van reserveringslijsten. Erwordt niet alleen naar het aantal afvaarten gekeken, maar ook naar decapaciteit van de boten die de afvaarten verzorgen. Een heroverwegingvan de korting voor een eilandtarief voor studenten ouder dan 21 jaar.Als laatste de mogelijkheid voor het hanteren van een tussenconcessievoor de Waddenveren Oost.Dan zie ik nog twee vingers. Eerst de heer Soepboer.De heer Soepboer (NSC):Ik mis de volgens mij meest recente toezegging in dit debat, namelijk dieover het aantal gereserveerde plaatsen. De Staatssecretaris gaat er zijnuiterste best voor doen om ook in de concessie Oost geen sprake te latenzijn van een verslechtering van het aantal gereserveerde plaatsen. Dat iseen inspanningsverplichting, dus hij rapporteert dat ook aan de Kamer.Dat hoort namelijk bij een verplichting.De voorzitter:De Staatssecretaris knikt, dus die schrijven we op. Dan kijk ik naarmevrouw De Vries.Mevrouw Aukje de Vries (VVD):Ja, dit gaat even over de reactie op de consultatierondes. De kritiek wasde vorige keer dat het absoluut onduidelijk was waarom sommige dingenwel of niet waren overgenomen. Ik hoor nu in de toezegging wat wel enniet wordt meegenomen. Ik ga ervan uit dat er ook een motivatie en eenuitleg is van waarom iets wel of niet wordt meegenomen en dat dat ookwel een beetje substantieel zal zijn, want dat was volgens mij eenfrustratie bij de vorige ronde.De voorzitter:Ik zag eerst de heer Grinwis en daarna de heer Boutkan.De heer Grinwis (ChristenUnie):Even over dat laatste punt, de mogelijkheid van een tussenconcessie. Hetis wat steviger. Het gaat over de uitvoering van de aangenomen motieinzake de tussenconcessie. Als het zo soft wordt opgeschreven, dan durfik nu namelijk alweer te voorspellen wat er gaat gebeuren.De voorzitter:We gaan het heel hard neerzetten, meneer Grinwis. Ik kijk naar de heerBoutkan. U had toch ook nog een opmerking?De heer Boutkan (PVV):De Staatssecretaris gaf tekst en uitleg over hoe hij omging met klachtenen dergelijke. Ik verstond alleen niet aan wie die toezegging was toebe-deeld, want dan kan ik die zelf in mijn administratie verwerken of niet. Datgaat dus over het serieus nemen van die klachten en terugkoppelen hoeeen en ander wel of niet verwerkt is.Staatssecretaris Aartsen:Dat is een opmerking richting de heer Boutkan.De heer Boutkan (PVV):O, kijk!Staatssecretaris Aartsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86651 Dat zei ik net ook buiten de microfoon. U had mij niet alleen gevraagd omde reactienota te sturen – wat wel en wat niet – maar ook om datgemotiveerd te doen. Dat heb ik toegezegd.De heer Boutkan (PVV):Dank u wel!De voorzitter:We schrijven de motivatie er nog bij. Dan vraag ik de heer Boutkan om zijnmicrofoon uit te zetten.Ik dank nogmaals de Staatssecretaris, de ondersteuning, de leden, maarvooral ook de ondersteuning hier in de Kamer, de mensen op de publieketribune en de mensen die mee hebben gekeken. Ik sluit deze vergadering.Sluiting 21.19 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 23 645, nr. 86652
Gerelateerde bronnen
- Ontwerp Programma van Eisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029
Verslag van een notaoverleg, gehouden op 26 juni 2025, over Ontwerp Programma van Eisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.