KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

24 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8b3299a1fc5dbaa7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XXVaststelling van de begrotingsstaat van hetMinisterie van Asiel en Migratie (XX) voor hetjaar 2025Nr. 5 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 24 oktober 2024 De vaste commissie voor Asiel en Migratie, belast met het voorbereidendonderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen inde vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.De vragen zijn op 10 oktober 2024 voorgelegd aan de Minister van Asielen Migratie. Bij brief van 24 oktober 2024 zijn ze door de Minister vanAsiel en Migratie beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,VijlbriefAdjunct-griffier van de commissie,Burger kst-36600-XX-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 51 Vragen en antwoordenVraag (1):Wat zijn de kosten van het oprichten van het Ministerie van Asiel enMigratie en welke personele gevolgen heeft dit?Antwoord:In het kabinet is afgesproken dat de inrichting van de nieuwe ministerieszo efficiënt mogelijk wordt uitgevoerd binnen de bestaande financiëlekaders. De besluitvorming hierover vindt thans nog plaats.Vraag (2):Wat is de stand van zaken wat betreft de uitvoering van de motie van hetlid Piri over de Kamer informeren hoe de achterstanden bij de Basisregis-tratie Personen (BRP) weggewerkt zullen worden (Kamerstuk 36 410-VI, nr.81)?Antwoord:Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrektnog dit jaar, samen met het Ministerie van Asiel en Migratie, specifiekeuitkeringen (SPUK) aan de gemeente Amsterdam en de gemeente Gilzeen Rijen om in de periode van november 2024 tot mei 2025 16.500inschrijvingen in de BRP te doen. Met deze grootschalige actie zal eengroot deel van de achterstand medio 2025 worden weggewerkt. De inzetvan deze gemeenten is onmisbaar en wordt erg gewaardeerd. Er is eenverhoging van de structurele inschrijfcapaciteit nodig om het restant vande achterstand in te schrijven. Er worden gesprekken gevoerd met driegemeenten over het openen van meerdere nieuweBRP-inschrijfvoorzieningen.Over de wijze waarop de resultaten van de BRP-straten elk kwartaalgepubliceerd zullen worden lopen gesprekken. Zodra daar uitsluitsel overis zal uw Kamer geïnformeerd worden.Vraag (3):Worden de aanbevelingen uit het rapport Bouwstenen voor een duurzaamasielbeleid (februari 2024) de komende jaren geïmplementeerd enuitgevoerd? Zo ja, welke middelen zijn daarvoor gereserveerd?Antwoord:De inzichten uit het rapport «Bouwstenen voor een duurzaam asielbeleid»waren één van de beschikbare bronnen ter overweging voor de forme-rende partijen. De plannen van dit kabinet zijn uiteindelijk neergelegd inhet hoofdlijnenakkoord en daarop gevolgde regeerprogramma. Waar deaanbevelingen uit het rapport «Bouwstenen voor een duurzaam asiel-beleid» een plek hebben gekregen in het regeerprogramma, zullen dezeworden uitgevoerd. Voor zover de aanbeveling niet zijn opgenomen in hetregeerprogramma, zijn er geen concrete voornemens deze teimplementeren.Vraag (4):Zijn er middelen in de begroting gereserveerd voor het verbeteren van dekwaliteit van de asielopvang voor kinderen? Zo ja, welke middelen betreftdit?Antwoord:Het COA biedt iedereen met recht op opvang een plek. Het COA voorzietasielzoekers van noodzakelijke middelen en regelt de veiligheid enleefbaarheid in de opvang op basis van kwaliteitseisen. Dit is vastgelegdin de Wet COA. Een kwart van de asielzoekers in de opvang van het COATweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 52 zijn kinderen. Het COA ondersteunt ouders van kinderen wanneer datnodig is in de vorm van begeleiding voor ouders en activiteiten voorkinderen. Op alle locaties van het COA is een basisaanbod met sport enspel, kunst en muziek, weerbaarheid en voorlichting. Daarnaast zijn ermedewerkers die getraind zijn in de rol van aandachtsfunctionaris gerichtop de veiligheid van kinderen. Alle leerplichtige kinderen (van 5 t/m 17jaar) hebben recht op onderwijs. Alleenstaande kinderen verblijven, inprincipe, op daarvoor aangewezen amv-locaties. De bekostiging van deopvang van kinderen en de daarbij behorende kwaliteitseisen is geregeldin begroting, ook voor de kwaliteit van opvang in de meer sobere tijdelijkenoodopvanglocaties.Vraag (5):Hoe rijmt u de kostendaling ten opzichte van de daling van de asielin-stroom, aangezien in 2029 ruim 8,2 miljard euro minder (bijna acht keerminder) uitgegeven wordt dan in 2025, terwijl de verwachte instroom van76.400 naar 24.730 gaat (bijna drie keer minder)?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat, in samenhangmet het maatregelenpakket uit het regeerplan, de asielbegroting wordtverlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor dalen de kosten in 2029 sterk tenaanzien van 2025.Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezien welke middelen dekomende jaren nodig zijn voor de asielketen. Bij de voorjaarsnota zalhierover besluitvorming plaatsvinden.Vraag (6):Welke stappen worden gezet om telefoons en andere gegevensdragers uitte lezen van asielzoekers om hun juiste land van herkomst te beoordelen?Antwoord:Naar aanleiding van door uw Kamer ingediende moties en de hierbijaansluitende ambitie in het Regeerprogramma is gewerkt aan eeninventarisatie van het huidige proces en hoe in het kader van de asielaan-vraag er meer gericht gebruik gemaakt kan worden van de informatie diehet uitlezen nu oplevert. Hieruit blijkt dat veel data vanuit mobieletelefoons wordt bekeken ter vaststelling van de identiteit, maar dat hierverbeteringen in mogelijk zijn. Dit wordt meegenomen in de wijzigingenin het aanmeldproces.Vraag (7):Kunt u toelichten welke maatregelen in de asielprocedure ervoor moetenzorgen dat het Nederlandse inwilligingspercentage voor asielaanvragen,dat in Nederland fors hoger ligt dan in andere Europese landen, zal dalen?Antwoord:Naast de maatregelen met betrekking tot de geloofwaardigheidsbeoor-deling bij asielaanvragen per 1 juli jl. en de nieuwe inrichting van hetasiellandenbeleid, zal ook aanpassing van de asielprocedure plaatsvindenmet als uitgangspunt dat Nederland niet onnodig aantrekkelijker is danandere EU-landen. Ditzelfde uitgangspunt zal leidend zijn bij de imple-mentatie van het EU-pact. In aanvulling daarop wordt ook de definitie vankerngezin voor asielzaken ingeperkt en worden extra voorwaarden voornareis gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 53 Vraag (8):Kunt u een prognose geven van het aantal locaties van het CentraalOrgaan opvang Asielzoekers (COA) in 2025 t/m 2029?Antwoord:Het COA baseert haar capaciteitsbehoefte op de Meerjaren ProductiePlanning (MPP). Hierin worden verwachtingen ten aanzien van instroom,productie van ketenpartners en uitstroom gecombineerd tot eengezamenlijk toekomstbeeld voor de gehele asielketen.Op basis van het vigerende MPP 2024-I is de COA capaciteitsbehoefte toteind 2026:•Per 01/01/2025 ca. 96.000 opvangplekken waarvan ca 9.500 amvplekken•Per 01/07/2025 ca. 115.000 opvangplekken•Per 01/01/2026 ca. 135.000 opvangplekken waarvan ca 13.950 amvplekkenDe verwachting is dat de komende jaren de capaciteitsbehoefte bij hetCOA verder zal toenemen.Let wel, het gaat hier om de ontwikkeling van de totale benodigd aantalopvangplekken en niet om het aantal benodigde locaties. Het aantalbenodigde locaties hangt van meer variabelen af, waaronder de omvangvan locaties, maar ook bijvoorbeeld de verhouding tussen noodopvang(veelal korte duur) en reguliere opvang plekken.De gemiddelde omvang van nieuw aangeboden, reguliere locaties is deafgelopen periode gedaald naar 290 plekken. Voor amv is de gemiddeldeomvang van nieuwe locaties 59 plekken.Per 1 oktober ’24 heeft het COA 95 reguliere locaties en 200 noodop-vanglocaties in beheer.Vraag (9):Kunt u omschrijven hoe het gedifferentieerd beperken en versoberen vande opvang, wat onderdeel is van de asielcrisiswet, er voor verschillendetype opvanglocaties uit gaat zien?Antwoord:Op dit moment kan dit nog niet voor verschillende type opvanglocatiesworden aangegeven. Zodra dit is uitgewerkt zal de Kamer daarovervanzelfsprekend worden geïnformeerd. Wel kan ik aangeven dat verso-bering waar mogelijk zal aansluiten bij het verblijfsperspectief vanasielzoekers. Zeker bij asielzoekers met een kansarme aanvraag is hetbelangrijk opvang te bieden die niet onnodig aantrekkelijk is. Maar ookvoor andere asielzoekers geldt dat bezien zal worden op welke wijzeversobering aangewezen is. Tegelijk zal de geboden opvang vanzelf-sprekend in lijn moeten zijn met de verplichte normen uit het EU-acquis.Vraag (10):Zullen er banen in de asielketen verloren gaan als de asielinstroom forsnaar beneden gaat? Zo ja, hoeveel? In het verlengde hiervan, spant u zichin om deze mensen werkzaam te houden elders binnen de overheid?Antwoord:Op dit moment is nog niet duidelijk wat de impact op het aantal banen isals de instroom daalt. Daarnaast wordt ook ingezet op kostenbesparingwaar mogelijk, bijvoorbeeld door versobering. Wijziging in de instroomzal gezien de bestaande voorraden niet onmiddellijk leiden tot een lagereTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 54 werklast. Daarnaast is het voorstelbaar dat er verschuivingen plaatsvindenin de capaciteitsbehoefte binnen de keten.Vraag (11):Wat is uw verwachting voor het landenbeleid van Syrië in de komendejaren?Antwoord:De ontwikkeling van het landenbeleid van Syrië is afhankelijk van deontwikkelingen in het landzelf. Het kabinet monitort de situatie in Syrië enhet eerstvolgende ambtsbericht verschijnt begin 2025. Tussentijds wordtechter ook gekeken naar andere objectieve bronnen voor mogelijkenieuwe landeninformatie. Indien nieuwe landeninformatie daar aanleidingtoe geeft, zal het kabinet passende wijzigingen in het beleid aanbrengen.Vraag (12):Hoeveel aanvragen minder verwacht u in behandeling te hoeven nemendoor de Dublinverordening strikter na te leven, wat het voornemen is?Antwoord:Er zijn meerdere oorzaken die er toe kunnen leiden dat Nederland eenaanvraag in behandeling neemt waarvoor een andere lidstaat verantwoor-delijk is. Daarnaast zullen we de effecten van het Europees Migratiepacten de nieuwe Dublin verordening (AMMR) pas na enige tijd na de ingangvan deze regelgeving in juni 2026 merken. Het is om deze reden nietmogelijk aan te geven hoeveel aanvragen in de toekomst niet in onzenationale procedure in behandeling genomen zullen worden.Vraag (13):Kunt u inzichtelijk maken hoeveel en welke gemeenten gebruikmaken vande bonusregeling bij de spreidingswet?Antwoord:De Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningenkent een drietal specifieke uitkeringen waarvoor gemeenten inaanmerking (kunnen) komen. Zo kunnen gemeenten bijvoorbeeld eenaanvraag doen voor een uitkering voor duurzame opvangplekken die vooreen periode langer dan 5 jaar worden aangeboden en ontvangen zij eenuitkering op het moment dat zij bijzondere opvangplekken (zoalsamv-plekken) aanbieden. De voorwaarden en wijze van uitkering zijnopgenomen in de Regeling specifieke uitkeringen Wet gemeentelijke taakmogelijk maken asielopvangvoorzieningen. In principe kan elke gemeentedie voldoet aan de voorwaarden van een (of meerdere) specifiekeuitkeringen hiervoor in aanmerking komen. In de genoemde regeling isopgenomen dat de uitbetaling van de bonusregeling voor duurzameplekken plaatsvindt in 2025. Hier hebben naar verwachting 39 gemeentenrecht op. De uitkering van de andere bonusregelingen vindt in 2026 plaats.Een specifiek aantal is voor deze bonusregelingen nu niet te noemen.Vraag (14):Hoeveel statushouders zijn de afgelopen vijf jaar op vakantie en/offamiliebezoek gegaan naar het land dat zij zijn ontvlucht?Antwoord:De IND werkt samen met de KMar en andere ketenpartners om tecontroleren of vreemdelingen met een asielvergunning naar hunherkomstland zijn gereisd. Als wordt geconstateerd dat vreemdelingenmet een asielvergunning hun herkomstland hebben bezocht, dan start deIND in de regel een herbeoordelingsprocedure. In deze procedure wordtindividueel beoordeeld of de asielvergunning kan worden ingetrokken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 55 Intrekken kan als de grond voor verlening is komen te vervallen engebleken is dat bescherming niet langer nodig is.Het is mogelijk om cijfers te geven over het aantal intrekkingen op grondvan terugkeer naar het herkomstland vanaf 2022. Cijfers van voor 2022zijn niet beschikbaar omdat terugkeer naar het land van herkomst alsonderdeel van de intrekkings-/niet-verlengingsgronden onder artikel 32,eerste lid, onder c, Vreemdelingenwet niet apart geregistreerd werd in hetregistratiesysteem van de IND.In 2022 zijn 10 asielvergunningen ingetrokken vanwege terugkeer naar hetland van herkomst. De herkomst van deze vreemdelingen is als volgt:Ugandese, Turkse, Somalische, Eritrese, Staatloos, Burger van Trinidad enTobago, Iraakse en Afghaanse nationaliteit. In 2023 zijn minder dan 10asielvergunningen ingetrokken vanwege terugkeer naar het land vanherkomst. De herkomst van deze vreemdelingen is als volgt: Syrische enSaoedi-Arabische nationaliteit. In 2024 zijn tot en met september minderdan tien asielvergunningen ingetrokken vanwege terugkeer naar het landvan herkomst, het betreft vreemdelingen met de Syrische en Libischenationaliteit.1Vraag (15):Welke stappen worden er ondernomen wanneer vreemdelingen hunidentiteitsdocumenten niet kunnen overleggen?Antwoord:Tijdens de verschillende contactmomenten met de vreemdeling (bij deAVIM/KMar en bij de IND) wordt er naar documenten gevraagd. Wanneereen vreemdeling geen documenten kan overleggen, wordt er tijdens degehoren gevraagd waarom hij dit niet kan. Als de vreemdeling – ongeachtde reden – zijn identiteit niet of onvoldoende kan onderbouwen metobjectieve bewijsstukken, toetst de IND aan de hand van de voorwaardenvan artikel 31, zesde lid, Vreemdelingenwet (Vw) of de verklaringen van devreemdeling omtrent zijn identiteit alsnog geloofwaardig geacht moetenworden. Ook vindt er in deze gevallen altijd een herkomstonderzoekplaats. Op deze manier houdt de IND ook rekening met de omstandigheiddat van een vreemdeling doorgaans niet verwacht kan worden dat hij zijnrelaas volledig met bewijsmateriaal staaft.Als de vreemdeling geen documenten heeft maar wel een verschoonbarereden heeft hiervoor, wordt de identiteit vastgesteld aan de hand van deverklaring van de vreemdeling, het herkomstonderzoek, eventueelkopieën van documenten en eventuele registraties in andere lidstaten(hierbij wordt ook gekeken of de vreemdeling verder consistent verklaarden of er contra-indicaties zijn om de identiteit niet te volgen). Als er geenverschoonbare reden is voor het niet overleggen van documenten, heeftdit gevolgen voor de uitkomst van de procedure. Op grond van artikel 31,zesde lid, onder b, Vw mag van de vreemdeling verwacht worden dat hijalle relevante elementen overlegt waarover hij beschikt en een bevredi-gende verklaring geeft omtrent het ontbreken van andere relevanteelementen.Wanneer de vreemdeling geen documenten kan overleggen en daarvoorgeen bevredigende verklaring kan geven, of hij verricht geen inspanningom de documenten die redelijkerwijs van hem verwacht mogen worden,te overleggen, kan op basis daarvan het asielrelaas ongeloofwaardigworden geacht. Dit kan tot gevolg hebben dat de aanvraag wordtafgewezen.1Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 56 Vraag (16):Welke Europese landen hebben delen van Syrië veilig verklaard? Welkelanden beoordelen de situatie per individu?Antwoord:Een land aanwijzen als veilig land van herkomst of als veilig derde land,kan op basis van Europese regelgeving en is aan strikte voorwaardenverbonden. Voor Syrië is dit onder de huidige omstandigheden niet aande orde en er zijn dan ook geen EU lidstaten die deze conceptentoepassen op Syrië. Wel is het mogelijk om binnen het asielbeleid eenappreciatie te maken van de mate van willekeurig geweld dat plaats vindtin een land of gebied ten gevolge van een gewapend conflict. Dit gebeurtin het kader van de toepassing van artikel 15 onder c Kwalificatierichtlijn(hierna: artikel 15c). Dit concept wordt breed toegepast door alle EUlidstaten. Er is echter geen overzicht beschikbaar van de appreciaties perlidstaat van de situatie in Syrië in het kader van artikel 15c. Gelet op devertrouwelijkheid van het (landen)beleid van veel lidstaten zal dit ook nietgeproduceerd kunnen worden. Ik acht het in dit verband overigens vanbelang om te benoemen dat indien een gebied of een land niet wordtgekwalificeerd als gebied waar er sprake is van een situatie zoals bedoeldonder artikel 15c, dit niet onverkort betekent dat het desbetreffendegebied of land veilig is. Er kan namelijk nog altijd sprake zijn van eengegronde vrees voor vervolging wegens ras, geloofsovertuiging,nationaliteit, behoren tot een sociale groep en politieke overtuiging.Daarnaast kan er ook sprake zijn van een reëel risico op ernstige schadeuit hoofde van gericht geweld in plaats van het willekeurige geweld zoalsbedoeld in artikel 15c.Elke aanvraag van een asielzoeker dient gelet op Europese en interna-tionale regelgeving op de individuele merites beoordeeld te worden. ElkEU lidstaat dient elke aanvraag dus individueel te beoordelen. Daarbijwordt vanzelfsprekend wel rekening gehouden met de veiligheids- enmensenrechtensituatie in Syrië. Ook in EU lidstaten die oordelen dat er insommige gebieden in Syrië in beginsel personen, ook bij terugkeer, geenreëel risico lopen op ernstige schade vindt een individuele toets plaats.Vraag (17):Kunt u een overzicht geven van het aantal en de totaalbedragen diegedurende 2024 zijn uitgekeerd aan dwangsommen in vreemdelingen-zaken, uitgesplitst naar rechterlijke en bestuurlijke dwangsommen?Antwoord:Hieronder treft u de aantallen en totaalbedragen die tot en met september2024 zijn uitgekeerd aan dwangsommen in vreemdelingenzaken,uitgesplitst naar rechterlijke en bestuurlijke dwangsommen.Rechterlijke dwangsommenAantallenTotaaluitgekeerd (x €mln.)Asielzaken6184,1Nareiszaken1.86412,6Reguliere zaken1000,6 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 57 Bestuurlijke dwangsommenAantallenTotaaluitgekeerd (x €mln.)Asielzaken340,04Nareiszaken2.8804,1Reguliere zaken182,0 Vraag (18):Kunt u inzicht bieden in het aantal en totaalbedrag dat u verwacht dekomende jaren nog te zullen uitkeren aan dwangsommen in vreemde-lingenzaken?Antwoord:Periodiek worden de verwachtingen op de uit te keren dwangsommenvoor de komende jaren herijkt. Vanwege de onzekerheden naar detoekomst worden de verwachtingen in bandbreedtes uitgedrukt.Voor de komende 5 jaren (t/m 2028) is de verwachting van de uit te kerendwangsommen als volgt. Voor:–Asielzaken: tussen € 97,6 mln. en € 123 mln.–Nareiszaken: tussen € 89,5 mln. en € 109,3 mln.–Reguliere zaken: tussen € 3,4 mln. en € 4,4 mln.Dit beeld is gebaseerd op de meest recente herijking uit april van hetlopend jaar. Op dit moment worden de verwachtingen herijkt enbijgesteld.Vraag (19):Hoe hoog is de werkvoorraad van de Immigratie- en Naturalisatiedienst(IND) op dit moment?Antwoord:Op dit moment is de werkvoorraad bij de IND met de peildatum van1 september 2024 als volgt:Asiel 69.330Regulier 138.920Naturalisatie 17.000Vraag (20):Wat is de gemiddelde wachttijd in vreemdelingenzaken, uitgesplitst naarcategorie?Antwoord:Om een goed beeld te geven van hoe lang een asielzoeker moet wachtenop een besluit op zijn aanvraag registreert de IND de gemiddeldedoorlooptijd van een zaak. De doorlooptijd is de tijd vanaf momentindiening aanvraag tot het moment dat de IND een besluit neemt.Om een goed gemiddelde weer te geven is in de onderstaande tabel voorde asielsporen spoor 1 (Dublinprocedure), spoor 2 (veilig land vanherkomst of legaal verblijf in ander EU-land), eerste aanvragen spoor 4(algemene asielprocedure (AA) en verlengde asielprocedure (VA)) ennareiszaken een overzicht gemaakt van de gemiddelde doorlooptijd over2023 en 2024.Tabel 1: Gemiddelde doorlooptijd asielaanvragen per spoor in weken, 2023–2024(Bron: IND; peildatum 1 oktober 2024)20232024Asiel – spoor 12218Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 58 20232024Asiel – spoor 21215Asiel – spoor 45061MVV Nareis4770 Voor reguliere aanvragen is in onderstaande tabel gebruik gemaakt vande gemiddelde doorlooptijd in zaken die betrekking hebben op: VVRFamilie en Gezin (o.a. verblijf bij partner, 8EVRM bij AMV), VVR Kennis enTalent (o.a. Kennismigranten en afgestudeerden met een zoekjaar), VVRstudie, VVR arbeidsmigratie (o.a. arbeid in loondienst, grensoverschrij-dende dienstverlening) en Naturalisatie.Tabel 2: Gemiddelde doorlooptijd reguliere aanvragen per cluster in weken,2023–2024 (Bron: IND; peildatum 1 oktober 2024)20232024VVR Familie en Gezin11319VVR Kennis en Talent45VVR Studie12VVR Arbeidsmigratie1312Naturalisatie28211 VVR Familie en Gezin is inclusief TEV 8EVRM bij AMV en in lijn met de Staat van Migratie. Vraag (21):Wat is de geprognotiseerde werkvoorraad van de IND voor de jaren 2025,2026, 2027, 2028, 2029?Antwoord:De IND-begroting in de Rijksbegroting is gebaseerd op de verwachtingenuit de MPP 2024-I. Zie hieronder een overzicht van de geprognotiseerdewerkvoorraad van de IND, gesplitst tussen asiel, regulier en naturalisatie.De geprognotiseerde werkvoorraad van de IND voor 2029 is nog nietbekend. De MPP wordt dit najaar herijkt.2025202620272028Asiel91.440101.330116.740129.940Regulier112.130110.330117.500127.940Naturalisatie10.0407.0407.0407.040*De aantallen zijn zonder (hoger) beroepen Vraag (22):Hoe ontwikkelen de achterstanden van de IND zich naar verwachting voorde jaren 2025, 2026, 2027, 2028, 2029?Antwoord:In het antwoord van vraag 21 staat dat de prognose is dat dewerkvoorraad bij de IND de komende jaren blijft oplopen. Het is lastig omeen duidelijk beeld te geven hoe de oplopende werkvoorraden bij de INDzich daadwerkelijk gaan ontwikkelen omdat ook actuele ontwikkelingenvan invloed kunnen zijn. Ook de ontwikkeling van de doorlooptijden islastig te kwantificeren. Dit komt mede door verschillende prioriteiten dieaan de IND worden gevraagd waardoor het vaak niet mogelijk is omvolgens het first in first out (fifo) principe te werken. In het najaar van 2024wordt uw Kamer geïnformeerd over de actuele situatie van de asielketenmet nieuwe prognoses en maatregelen voor de komende jaren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 59 De IND blijft zich inzetten voor het ophogen van de productie. Dit zalechter niet voldoende zijn om op korte termijn in te lopen op devoorraden en de instroom bij te houden. De aanstaande veranderingen inhet asielproces ten gevolge van het asiel- en migratiepact en deuitwerking van het hoofdlijnenakkoord zullen niet direct leiden tot eenverhoging van de productie. Na invoering van het migratiepact enveranderingen als gevolg van het hoofdlijnenakkoord zou het voor de INDwel mogelijk moeten zijn om in te lopen op bestaande voorraden.Vraag (23):Wat is de verwachte asielinstroom voor de jaren 2025, 2026, 2027, 2028,2029, afgezet tegen de verwachte realisatie van de asielopvang?Antwoord:In de brief over de actuele situatie asielketen, die op korte termijn naar uwKamer wordt verstuurd, worden de uitkomsten van de prognose metdaarin de verwachte asielinstroom voor de komende jaren met u gedeeld.Hierbij wordt ook inzicht gegeven in de verwachtingen van de bezettingbij het COA. Opgemerkt wordt dat, vanwege de volatiliteit van deasielinstroom, het inherent aan prognoses is dat de betrouwbaarheidverderop in de tijd afneemt.Vraag (24):Hoeveel blauwe kaarten en vergunningen op grond van de nationalekennismigrantenregeling zijn er afgelopen jaar verleend?Antwoord:In 2023 zijn 300 vergunningen verleend op grond van de Europese blauwekaart (Richtlijn (EU) 2021/1883) en 21.560 vergunningen op grond van denationale kennismigrantenregeling.Deze cijfers zijn het totaal aantal ingewilligde verblijfsaanvragen voor deEuropese Blauwe kaart en de nationale kennismigrantenregeling, inclusiefde ingewilligde aanvragen wijziging beperking naar deze verblijfsdoelenover het jaar 2023. Cijfers voor het verblijfsdoel «Overplaatsing binneneen onderneming» (Richtlijn 2014/66/EU voor Intra Corporate Transferees),zijn niet meegenomen in de beantwoording.Bron: IND, cijfers afgerond op tientallen.Vraag (25):Hoeveel van het totaal aantal reguliere verblijfsprocedures zijn in deafgelopen 5 jaar doorlopen door vreemdelingen die daarvoor ookasielprocedures hebben doorlopen?Antwoord:In de afgelopen vijf jaar (2019 t/m 2023) zijn in totaal 13.480 reguliereaanvragen ingediend door vreemdelingen die eerder een asielaanvraaghebben ingediend. In dezelfde periode zijn 671.520 reguliere aanvrageningediend door vreemdelingen die geen asielaanvraag hebben ingediend.Bron:IND, cijfers afgerond op tientallen.Vraag (26):Hoe vaak is vorig jaar het verblijfsrecht ingetrokken van EU-onderdanen?Antwoord:In 2023 is in circa 890 zaken het verblijf van een EU-burger beëindigd. In120 zaken is het verblijf beëindigd en is vervolgens tot ongewenstver-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 510 klaring overgegaan. In de overige 770 zaken is het verblijf beëindigd,omdat niet aan een of meerdere voorwaarden uit de Richtlijn vrij verkeervan personen is voldaan.Vraag (27):Hoe vaak zijn in de afgelopen vijf jaar verblijfsvergunningen ingetrokkenen op grond waarvan?Antwoord:Intrekking regulierIn de afgelopen 5 jaar (1 januari 2020 t/m september 2024) zijn in totaal52.910 reguliere verblijfsvergunningen ingetrokken.De IND kan een reguliere verblijfsvergunning om diverse redenenintrekken. Dit kan onder andere zijn omdat iemand een beroep op debijstand doet, iemand niet langer voldoet aan de voorwaarden van eenverblijfsvergunning of als iemand Nederland verlaat voordat de verblijfs-vergunning is verlopen.Vanwege technische redenen is het niet mogelijk cijfers te genereren opbasis van welke gronden de verblijfsvergunningen regulier zijningetrokken.Intrekking asielIn de afgelopen 5 jaar (1 januari 2020 t/m september 2024) zijn in totaal910 asielvergunningen ingetrokken.Een asielvergunning kan worden ingetrokken indien de vreemdelingonjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden, devreemdeling een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid isen als de vreemdeling zijn hoofdverblijf heeft verplaatst. Een asielver-gunning voor bepaalde tijd kan daarnaast nog worden ingetrokken als degrond voor verlening is komen te vervallen en vanwege het verbreken vanhet huwelijks- of gezinsleven.Het is mogelijk om cijfers te genereren over de grond voor de intrekkingvan een verblijfsvergunning asiel vanaf 2022. Cijfers van voor 2022 zijnniet beschikbaar omdat de grond voor intrekking niet apart werdgeregistreerd door de IND.Vanaf 2022 zijn 60 asielvergunningen ingetrokken omdat de vreemdelingonjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden; 40asielvergunningen zijn ingetrokken omdat de vreemdeling een gevaarvoor de openbare orde of nationale veiligheid is; 30 vanwege hetverbreken van het huwelijks- of gezinsleven; 10 vanwege het verplaatsenvan het hoofdverblijf en 400 vanwege het vervallen van de verlenings-grond. De verleningsgrond kan bijvoorbeeld vervallen wanneer devreemdeling terugkeert naar het land van herkomst.Bron: IND, peildatum 1 oktober 2024. Cijfers afgerond op tientallen.Vraag (28):Wat is het percentage mannelijke versus vrouwelijke asielzoekers datjaarlijks Nederland binnenkomt?Antwoord:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 511 Om het aandeel mannen en vrouwen binnen de eerste asielaanvragen inNederland te kunnen vergelijken kan gebruik worden gemaakt van degegevens in Eurostat.JaarMannenVrouwen202177%23%202277%23%202376%24%2024 t/m aug75%25%Bron: Eurostat Vraag (29):Wat is de gemiddelde leeftijd van asielzoekers bij binnenkomst inNederland?Antwoord:De gemiddelde leeftijd van een vreemdeling die in 2024 asiel heeftaangevraagd is ongeveer 27 jaar.Bron: Metis, peildatum 1 oktober 2024Vraag (30):Wat is de spreiding van asielzoekers per provincie?Antwoord:Op 1 oktober 2024 waren er ca. 71.650 personen met recht op opvangdoor het COA. 69.300 personen verbleven op een COA locatie en 2.350 opeen niet-COA locatie. Deze waren als volgt verdeeld over de provincies2:ProvincieAantalasielzoekersmet recht opopvangDrenthe5.010Flevoland3.910Friesland4.280Gelderland9.850Groningen5.950Limburg3.520Noord-Brabant7.970Noord-Holland10.070Overijssel4.170Utrecht4.650Zeeland1.820Zuid-Holland10.250Bron: COA Vraag (31):Hoeveel vreemdelingen zullen naar alle waarschijnlijkheid een A-status ofB-status krijgen in een tweestatusstelsel?Antwoord:In de tabel in de bijlage is voor de periode 2018 tot en met augustus 2024het aantal ingewilligde asielaanvragen op grond van vluchtelingschap2Van 210 asielzoekers was geen provincie geregistreerd. Dit gaat voornamelijk om personen dieniet op een COA locatie verblijven, waarbij nog administratieve aanpassingen moeten wordendoorgevoerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 512 (A-status) en subsidiaire bescherming of humanitaire gronden (B-status)weergegeven.Van alle vreemdelingen waarvan de asielaanvragen sinds 2018 tot en metaugustus 2024 zijn ingewilligd kreeg 45% een vergunning als vluchteling.Vanaf 2023 is overigens een verschuiving te zien in de afdoening vanasielaanvragen, van minder inwilligingen op grond van vluchtelingschapnaar meer inwilligingen op de subsidiaire beschermingsgrond. Dit kan temaken hebben met een gewijzigd beleidskader en de projectmatigeaanpak van kansrijke nationaliteiten.20182019202020212022202320241TotaalVluchtelingenstatus (A-status)1.9302.8005.1107.9109.5003.4704.48035.200Subsidiair en humanitaire gronden(B-status)2.8903.9204.0004.6307.07011.8408.31042.660Totaal4.8206.7209.11012.54016.57015.31012.79077.8601 2024 tot en met augustus 2018201920202021202220232023TotaalVluchtelingenstatus (A-status)40%42%56%63%57%23%35%45%Subsidiair en humanitaire gronden(B-status)60%58%44%37%43%78%65%55%Bron: IND Vraag (32):Hoeveel bedragen de kosten voor het gebruik van OV door asielzoekers?Antwoord:De vervoerskosten OV door asielzoekers in 2023 bedroegen ca. € 5,3miljoen.Vraag (33):Welke gemeenten hebben al aangegeven mee te willen werken met despreidingswet? En welke niet?Antwoord:Zolang de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzie-ningen van kracht is zal hier uitvoering aan worden gegeven. De CDK’swerken vanuit hun rol als rijksorgaan aan de provinciale verslagen en zijnhierover middels de Provinciale Regietafels in contact met gemeenten. Naanalyse van de ingediende verslagen op 1 november kan wordenbeoordeeld hoeveel gemeenten medewerking verlenen.Vraag (34):Hoe worden migratiedeals met derde landen gefinancierd?Antwoord:Nederland werkt aan duurzame en brede migratiepartnerschappen metbelangrijke landen van herkomst, transit en opvang om terugkeer tebevorderen, irreguliere migratie tegen te gaan en kwetsbare migranten.Vanaf eind mei 2023 is er structureel EUR 6,8 mln beschikbaar ombilaterale projecten op te starten ten behoeve van partnerschappen. Dezeinzet wordt vormgegeven in nauwe samenwerking met, en aansluitend opde middelen die bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken beschikbaarzijn voor migratiesamenwerking met derde landen. Waar relevant wordtaangesloten bij Europese inzet.Vraag (35):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 513 Hoeveel is hiervoor begroot voor de komende jaren en hoe verhoudt datzich tot de afgelopen jaren?Antwoord:Zie vraag 34. Vanaf eind mei 2023 is er additioneel vanuit JenV (AenM)structureel 6,8 miljoen euro ter beschikking gesteld om in het kader vanmigratiepartnerschappen in te zetten op het verbeteren van terugkeer, hettegengaan van irreguliere migratie en beschermen van migranten.Vraag (36):Hoe wordt toezicht gehouden op deze middelen?Antwoord:Migratieprogrammering wordt zorgvuldig ingericht, uitgevoerd engemonitord volgens internationale normen. Periodieke narratieve enfinanciële rapportages, jaarlijkse audits, periodieke overleggen enmonitoringsmissies zijn onderdeel van toezicht op de middelen.Bij de keuze met welke uitvoeringspartner in zee wordt gegaan voor deuitvoering van projecten, kijkt het kabinet naar de inhoudelijke kennis enkunde van een organisatie. Een grondige organisatietoets en capaciteits-beoordeling aan de hand van een beleidskader is hier onderdeel van.Vraag (37):Waarop zijn de cijfers rondom in- en uitstroom uit de COA-opvanggebaseerd?Antwoord:Instroom in de COA opvang wordt mogelijk zodra iemand asiel aanvraagt.Van uitstroom bij het COA is sprake als een asielzoeker de opvang verlaat.Ze gaan als vergunninghouder naar een woning in een gemeente, kerenterug naar het land van herkomst of vertrekken met onbekendebestemming.De verwachte ontwikkeling van zowel instroom bij het COA als deuitstroom bij het COA (i.e de ontwikkeling van de bezetting bij het COA) isonderdeel van de Meerjaren Productie Planning (MPP). Deze MPP wordt 2keer per jaar door het Ministerie AenM opgesteld.Vraag (38):Welke EU-lidstaat heeft volgens u de strengste toelatingsregels vanEuropa en waarin wijken die af van het huidige Nederlandse asielstelsel?Antwoord:Het is niet mogelijk één lidstaat te noemen met de strengste toelatings-regels. Binnen het geldende EU-recht kunnen er verschillen bestaan in hettoelatingsbeleid. Dat toelatingsbeleid van lidstaten is een totaalbeeld vanzeer veel beleidsonderdelen, waaronder de inrichting van de asielpro-cedure, het rechterlijk bestel, het landenbeleid en andere procedurele eninhoudelijke aspecten. Naast deze beleidsonderdelen is ook de feitelijkeuitvoering van dat beleid van groot belang. Het gaat dus om veel factorendie in de tijd ook kunnen variëren.Wel kan ik u aangeven dat uw Kamer sinds kort periodiek wordt geïnfor-meerd over wijzigingen die worden doorgevoerd in het asielbeleid van deons omringende landen. Een eerste periodieke rapportage ontvang uwKamer op 9 oktober jl.Vraag (39):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 514 Welke maatregelen bent u voornemens te nemen om arbeidsmigratiebinnen de Europese Unie (EU) te beperken?Antwoord:Gelet op het recht op vrij verkeer voor EU-burgers zijn er met nameindirecte sturingsmogelijkheden op het gebied van arbeidsmigratiebinnen de EU, bijvoorbeeld via economisch- of arbeidsmarktbeleid.De in het Regeerprogramma aangekondigde maatregelen om eenselectiever en gerichter arbeidsmigratiebeleid te voeren zijn hier eenbelangrijk onderdeel van. De maatregelen richten zich onder andere ophet tegengaan van arbeidsmigratie in laagbetaalde banen en onderslechte omstandigheden.Het kabinet is bezig met een verkenning naar de mogelijkheid om opsectoraal niveau het inlenen van arbeidskrachten te verbieden of eenverplichting op te nemen om een minimaal percentage arbeidskrachten ineigen dienst te nemen.Daarnaast ontwikkelt het kabinet samen met gemeenten en anderebetrokken partijen een afwegingskader voor nieuwe bedrijvigheid, inrelatie tot de benodigde arbeidsmigranten, ruimte en energie. Eenuniform en verplicht kader voor alle gemeenten kan overbelasting vanruimte, energie en andere voorzieningen helpen voorkomen. Hierbij wordtvoortgebouwd op de effectrapportage voor nieuwe bedrijvigheid. Tenslotte wil ik samen met de betrokken collega’s het huidige beleid opverschillende terreinen doorlichten en onderzoeken hoe arbeidsmigratiebeïnvloed wordt door de verschillende vormen van overheidsbeleid. Aldeze plannen en maatregelen dragen bij aan meer grip op arbeidsmi-gratie.Vraag (40):Wanneer ontvangt de Kamer het nationale uitvoeringsplan dat u teruitvoering van het EU-migratiepact bij de commissie dient aan te leveren?En welke parlementaire betrokkenheid is hierin voorzien?Antwoord:Het EU asiel- en migratiepact bestaat hoofdzakelijk uit verordeningen. Eenverordening maakt na inwerkingtreding automatisch onderdeel uit van denationale rechtsorde. Het nationale implementatieplan ziet, naast eenoverzicht van de benodigde aanpassingen in de nationale wet- enregelgeving, op de praktische implementatie van de verordeningen in hetnationale asielstelsel, met bijbehorende mijlpalen en impact. Hetnationale implementatieplan dient ten laatste 12 december 2024 te zijnaangeleverd bij de Europese Commissie. Bij verzending aan deCommissie zal een afschrift van dat plan aan uw Kamer worden toege-stuurd. Dat afschrift zal ik vergezeld doen gaan van een brief met eenfocus op de kernonderdelen van het pact en de invoering daarvan in deNederlandse praktijk, als ook de invulling van beleidskeuzes op dieonderdelen waar de verordeningen nog ruimte laten. De aanpassingenvan de nationale wetgeving (Vreemdelingenwet) wordt via de gebruike-lijke weg ter behandeling aan uw Kamer gestuurd, nadat de consulta-tiefase en advisering van de Raad van State zijn afgerond. Naarverwachting wordt de gewijzigde Vreemdelingenwet (de Uitvoeringswet)in de tweede helft van 2025 aan uw Kamer aangeboden.Vraag (41):Welk percentage van de totale immigratie naar Nederland kan wordengerelateerd aan asielmigratie?Antwoord:U wordt verwezen naar het antwoord op vraag 42.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 515 Vraag (42):Kunt u een overzicht geven van het percentage asielmigratie inverhouding tot de totale migratie tussen 2017 en 2024?Antwoord:Zoals in de Staat van Migratie 2024 is vermeld, is het gemiddeldepercentage asielmigratie over de periode 2013–2022 11%. In de afgelopenjaren schommelt het percentage tussen de 7% en 13%. De percentagesasielmigratie voor de afzonderlijke jaren zijn weergegeven in de tabel inde bijlage. Het percentage voor 2024 kan nog niet worden berekend.JaarAantalimmigrantenNiet –NederlandseNationaliteitwaarvanasielmotiefPercentageasielmigratie2017183.85624.43013%2018191.00512.9957%2019215.22815.6957%2020170.61212.5657%2021208.05621.65510%2022359.33127.7258%2023291.23331.95511%Bron: CBS StatLine, geraadpleegd op 15 oktober 2024 Vraag (43):Hoeveel statushouders komen momenteel in aanmerking voor devoorrangsregels van gemeenten betreffende het krijgen van een woning?Antwoord:Tot 1 juli 2017 waren statushouders op grond van de Huisvestingswet2014 een verplichte urgentiecategorie voor gemeenten bij de toewijzingvan sociale huurwoningen. Sinds 1 juli 2017 zijn gemeenten niet meerverplicht om statushouders op grond van het feit dat zij statushouder zijnurgentie te verlenen indien een gemeente een urgentieregeling vaststelt –de mogelijkheid bestaat nog wel. Uit de laatste inventarisatie met data uit2021 blijkt dat ongeveer de helft van de gemeenten dat jaar een urgentie-regeling had, waarbij ongeveer drie kwart van de gemeenten status-houders had opgenomen als urgentiecategorie.3 Alhoewel statushoudersgeen verplichte urgentiecategorie zijn, moeten gemeenten wel voldoenaan de halfjaarlijkse taakstelling voor de huisvesting van statushouders,zoals vastgelegd in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014. Het grootstedeel van de statushouders wordt gehuisvest in sociale huurwoningen vanwoningcorporaties. Hiertoe maken gemeenten en woningcorporatiesafspraken over de huisvesting van statushouders waarbij woningcorpo-raties via directe bemiddeling een bepaald aantal woningen toewijzen aanstatushouders. De afgelopen halfjaarlijkse taakstellingperioden werden inveel gemeenten echter onvoldoende statushouders van huisvestingvoorzien om aan de taakstelling te voldoen: de eerste helft van 2024 werdafgesloten met een achterstand van circa 10.800 te huisvesten status-houders. Inclusief de taakstelling van 17.000 betreft de totale opgave voorde tweede helft van 2024 circa 27.800 te huisvesten statushouders. Voordeze statushouders geldt dat zij, afhankelijk van de gemeente aan wie zijgekoppeld zijn, in aanmerking komen voor huisvesting met voorrang viaeen urgentieregeling dan wel via directe bemiddeling door corporaties.Naar verwachting wordt de taakstelling eind 2024 opnieuw met een forseachterstand afgesloten, welke zal worden opgeteld bij de taakstelling voorde eerste helft van 2025.3Companen (2022)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 516 Onder verantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) wordt gewerkt aan een verbod op voorrangvoor statushouders bij de toewijzing van sociale huurwoningen op grondvan het feit dat zij statushouder zijn. Hiertoe zal de Huisvestingswet 2014worden gewijzigd. Voor statushouders wordt onder meer ingezet oponzelfstandige huisvesting, de verdere ontwikkeling van doorstroomlo-caties en andere vormen van flexibele huisvesting.Vraag (44):Aan welke vereisten moeten asielzoekers momenteel voldoen om inaanmerking te komen voor werk?Antwoord:In Nederland mag een asielzoeker werken als zijn asielaanvraag tenminste zes maanden in behandeling is. In de Europese Opvangrichtlijn zijnde regels opgenomen over de normen voor de opvang van asielzoekers.Op grond van de huidige Opvangrichtlijn moeten lidstaten uiterlijk negenmaanden na de asielaanvraag toegang tot de arbeidsmarkt garanderen.Onder de herziene Opvangrichtlijn is dat binnen zes maanden. De regelsuit de herziene Opvangrichtlijn, ook voor wat betreft de toegang tot dearbeidsmarkt voor asielzoekers, moeten uiterlijk 12 juni 2026 geïmplemen-teerd zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving.De werkgever heeft een tewerkstellingsvergunning nodig om eenasielzoeker betaalde arbeid te mogen laten verrichten. De werkgever moetde tewerkstellingsvergunning aanvragen bij het UWV. De tewerkstellings-vergunning wordt afgegeven voor maximale duur dat het W-documentgeldig is. Bij de beoordeling van de aanvraag gelden de algemenevoorwaarden (waaronder bijvoorbeeld dat de werkgever zich houdt aande arbeidsvoorwaarden). Naast de algemene voorwaarden gelden devolgende voorwaarden bij het aanvragen van een werkvergunning voorbetaald werk door de overige groep asielzoekers:•De aanvraag voor asiel is ten minste zes maanden in behandeling bijde Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND);•De asielzoeker heeft recht op opvang bij het Centraal Orgaan opvangasielzoekers (COA);•De asielzoeker heeft een geldig Vreemdelingen Identiteitsbewijs(W-document); en•Het loon is marktconform. Dat betekent dat het loon normaal is voorhet werk dat de asielzoeker met zijn kennis en ervaring gaat doen. Dewerkgever stuurt bij de aanvraag voor de tewerkstellingsvergunningeen kopie mee van de concept arbeidsovereenkomst met handteke-ning werkgever.Voor het laten verrichten van vrijwilligerswerk door een asielzoeker heeftde werkgever geen tewerkstellingsvergunning nodig. Wel moet dewerkgever een vrijwilligersverklaring hebben van het UWV. Dezeverklaring is 3 jaar geldig en geldt niet voor een persoon, maar voor hetsoort vrijwilligerswerk. UWV bekijkt of het gaat om vrijwilligerswerk datgebruikelijk onbetaald is voor een organisatie zonder winstoogmerk en ofhet vrijwilligerswerk een maatschappelijk belang heeft. Zodra dewerkgever een ontvangstbevestiging heeft gekregen, kan worden gestartmet het vrijwilligerswerk. De werkgever hoeft dus niet te wachten op deverklaring. Als de werkgever geen vrijwilligersverklaring krijgt, moet devrijwilliger stoppen met de activiteiten.Vraag (45):Hoe lang duurt het gemiddeld om de procedures te doorlopen voor eenasielzoeker om in aanmerking te komen voor werk?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 517 Antwoord:Asielzoekers in procedure mogen werken op het moment dat de asielaan-vraag minimaal zes maanden in behandeling is bij de IND. Voor dewerkgever is een tewerkstellingsvergunning vereist om een asielzoekerbetaalde arbeid te mogen laten verrichten. Bij de behandeling van deaanvraag voor de tewerkstellingsvergunning vraagt UWV bij de IND na ofde aanvraag voor asiel minimaal 6 maanden in behandeling is. Bij hetCOA gaat UWV na of zij de asielzoeker opvang biedt.De wettelijke beslistermijn voor UWV om een beslissing te nemen optewerkstellingsvergunningaanvragen bedraagt vijf weken. Voorwerkgevers die asielzoekers in dienst nemen vormt – zo blijkt ook uit hetrapport van Regioplan4 – de beslistermijn een belemmering. Daaromheeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan UWVverzocht om tewerkstellingsvergunningaanvragen voor asielzoekers metvoorrang te behandelen en binnen een streeftermijn van twee weken opde aanvragen te beslissen, in plaats van de reguliere termijn van vijfweken. UWV verkent momenteel of en op welke termijn zij dezeaanvragen binnen een streeftermijn van twee weken zouden kunnenbehandelen.Vraag (46):Op basis waarvan worden asielprognoses gemaakt en welk onzekerheids-marge wordt hierin gebruikt?Antwoord:De Meerjaren Productie Prognose waaraan gerefereerd wordt, is eenperiodiek overzicht van prognoses voor een groot aantal organisaties inde migratieketen, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en deRechtspraak.Inherent aan een prognose is dat deze aan vele externe factoren onder-hevig is en daardoor complex is, zeker bij een volatiel onderwerp alsmigratie. Daardoor wordt er gewerkt met scenarios binnen een bepaaldebandbreedte. Door deze aanpak kan de prognose ook rekening houdenmet de mogelijkheid dat er gebeurtenissen optreden, die invloed hebbenop de migratiestromen.Deze scenarios kennen een bepaalde kansdichtheidsfunctie, die inzichtgeeft in de kans dat een bepaalde asielinstroom wordt overschreden. Dezekansdichtheidsfunctie geeft daarmee een kwantitatieve maat voor deonzekerheidsmarge in de prognose. Vanuit deze kansdichtheidsfunctiewordt een bandbreedte voor de asielinstroom prognose berekendbestaande uit meerdere scenario: «scenario laag», «scenario medio» en«scenario hoog». Voor het «scenario laag» geldt een overschrijdingskansvan 87,5%, voor het «scenario medio» een overschrijdingskans van 33%en voor het «scenario hoog» een overschrijdingskans van 12,5%.Vraag (47):Is er sprake van een wetenschappelijke basis waarop u zich beroept tenaanzien van het effect van het asielbeleid op de asielprognoses betref-fende de instroom?Antwoord:Inherent aan een prognose is dat deze aan vele externe factoren onder-hevig is en daardoor complex is bij een volatiel onderwerp als migratie.Naast de mogelijke veranderingen rondom het Nederlandse asielbeleid,spelen er in Europa nog veel andere ontwikkelingen die de asielstromen4Belemmeringen asielzoekers bij het toetreden tot de arbeidsmarkt, 11 april 2023, Regioplan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 518 beïnvloeden. Pas wanneer het nieuwe beleid concreet is uitgewerkt en deeffecten hiervan in beeld gebracht kunnen worden, zullen deze onderdeelzijn van de asielinstroom prognoses. Hierbij wordt zoals altijd zoveelmogelijk gebruik gemaakt van wetenschappelijke inzichten.Vraag (48):Op welke manier wordt berekend dat een verwachte daling van deuitgaven voor de opvang van asielzoekers gelijke tred houdt met deverwachte daling van het aantal asielzoekers in de opvang?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Ook wordt naafloop van het uitvoeringsjaar op basis van nacalculatie definitiefafgerekend. Dat betekent dat de uitgaven altijd in lijn zijn met de daadwer-kelijke gemaakte benodigde kosten. Dit geldt daarmee ook voor de kostenvoor de asielomvang. Vanwege de onzekerheid in de asielprognoses is definanciering verwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat, insamenhang met het maatregelenpakket uit het regeerplan, de asielbe-groting wordt verlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor dalen de kosten in2029 sterk ten aanzien van 2025.Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezien welke middelen dekomende jaren nodig zijn voor de asielketen. Bij de voorjaarsnota zalhierover besluitvorming plaatsvinden.Vraag (49):Aan welke landen wordt gedacht bij het sluiten van de eerste partner-schappen? Bent u al in deze landen geweest of wanneer gaat u andersvoor het eerst naar deze landen?Antwoord:Het kabinet werkt samen met landen in Noord-Afrika, het Midden-Oostenen Sub-Sahara Afrika, denk bijvoorbeeld aan Marokko, Turkije en Nigeria.Het kabinet is voornemens de huidige migratiesamenwerking met derdelanden voort te zetten en waar nodig uit te bouwen. Als het gaat omsamenwerking in het kader van «out-of-the-box», loopt het kabinet vooropin de EU om innovatieve oplossingen zoals de afspraken tussen Italië enAlbanië verder uit te werken. Zo stuurde het kabinet op 15 mei j.l. samenmet 14 andere lidstaten een brief aan de Eurocommissaris voor Binnen-landse Zaken met daarin de oproep tot het verder uitwerken van verschil-lende innovatieve oplossingen5. Het kabinet werkt tegelijkertijd samenmet een groot aantal gelijkgezinde landen, zoals Zweden en Denemarken,om innovatieve concepten zoals de terugkeerhub uit te werken en brengtdaarbij ook in kaart te brengen welke landen buiten de EU in aanmerkingzouden kunnen komen voor een dergelijk partnerschap. Wanneerkabinetsleden bezoeken brengen aan deze landen in het kader vanmigratiesamenwerking zal uw Kamer daarover worden geïnformeerd.Vraag (50):Wanneer verwacht u de Kamer te kunnen informeren over de argumen-tatie voor het in werking stellen van artikel 111 van de Vreemdelingenwet?Antwoord:Momenteel vinden er in de coalitie gesprekken plaats over de verschil-lende wetgevingstrajecten op het gebied van asiel en migratie. Daarom ishet op dit moment niet mogelijk een inschatting te geven van de loop vandie verschillende trajecten.5Kamerstuk II 2023/2023 32 317, nr. 878Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 519 Vraag (51):Kunt u de adviezen van de landsadvocaat over het in werking stellen vanartikel 111 van de Vreemdelingenwet met de Kamer delen? En indien dezealleen mondeling zijn gegeven, kunt u dan een verslag laten maken en ditmet de Kamer delen?Antwoord:Er is geen advies. Vanaf eind augustus is er contact geweest met delandsadvocaat teneinde met het oog op eventuele juridische procedureste bezien of ambtelijk alle (juridische)invalshoeken met betrekking tot de toepassing van het noodrecht opgrond van de Vreemdelingenwet 2000 in beeld waren. In eerste instantieheeft een ambtelijk gesprek met de landsadvocaat plaatsgevonden. Naaraanleiding daarvan en na bestudering van de op dat moment ambtelijkgeproduceerde stukken, hebben de betrokken advocaten ter naderebespreking een eerste concept notitie opgesteld.Daarna heeft nogmaals een gesprek plaatsgevonden. Geconstateerd werdvervolgens dat het doel van het betrekken van de landsadvocaat al wasbereikt, omdat gebleken was dat ambtelijk alle (juridische) invalshoeken inbeeld waren. Er bestond dus geen aanleiding het adviestraject tevervolgen en het is daarom voor wat betreft de advisering van deLandadvocaat bij de gesprekken en het onvoltooide concept gebleven.Over genomen besluiten, de onderbouwing daarvan en de afgewogenalternatieven wordt zoals gebruikelijk verantwoording afgelegd aan uwKamer.Vraag (52):Wat wordt bedoeld met een «drastische beperking» als het gaat over deomvang van migratie? Over welke aantallen/bandbreedtes gaat dit?Antwoord:Er zijn geen getallen of percentages gekoppeld aan deze kabinetsvoor-nemens. De term drastisch beoogt aan te geven dat het hier gaat om eenbeperking van een omvang die wezenlijke verschil maakt voor demigratieketen en de samenleving.Vraag (53):Wat is de stand van zaken wat betreft de tijdelijke asiel crisiswet?Antwoord:Momenteel vinden er in de coalitie gesprekken plaats over de verschil-lende wetgevingstrajecten op het gebied van asiel en migratie. Daarom ishet op dit moment niet mogelijk een inschatting te geven van de loop vandie verschillende trajecten.Vraag (54):Welke maatregelen zijn erop gericht de instroom vanaf 2027 verder tebeperken dan de gemiddelde instroom tijdens de strenge reisbeperkingendoor corona in de jaren 2019 (29.435), 2020 (19.132) en 2021 (36.620)?Antwoord:Zoals aangegeven in het Regeerprogramma zet het kabinet in op eenbreed pakket aan maatregelen om het asielstelsel ingrijpend tehervormen, de instroom te beperken en de asielketen per direct teontlasten. Dit maatregelenpakket moet in samenhang zorgen voor eendaling van de instroom en een verlaging van de kosten in de asielketenvan 500 mln. in 2027 en structureel 1 miljard euro vanaf 2028 zoals reedsin de begroting is verwerkt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 520 Vraag (55):Klopt het dat de intensivering van de controle aan de Nederlandsegrenzen enkel en alleen betrekking heeft op het mobiele toezicht en dusop geen enkele manier kan kwalificeren als een volledige grenscontrole?Antwoord:Zoals in het regeerprogramma is aangegeven wil het kabinet controlesaan onze grenzen versterken. Dat is noodzakelijk om irreguliere migratietegen te gaan en draagt bij aan aanpak van grensoverschrijdendecriminaliteit, waaronder mensensmokkel. Momenteel worden maatre-gelen en besluitvorming hieromtrent nader uitgewerkt. Daarbij kijkt hetkabinet naar mogelijke versterking van controles zowel in het kader vanreeds bestaande Mobiel Toezicht Veiligheid als de mogelijkheden encriteria voor herinvoering van binnengrenstoezicht, conform Europeseregelgeving.Vraag (56):Wat wordt precies bedoeld met het «stroomlijnen van de grenspassage»(door publiek-private partnerschappen)? En wat is het Digital TravelCredential?Antwoord:Een Digital Travel Credential (DTC) is een ondertekende digitale represen-tatie van de gegevens die op de paspoorthouderpagina staan. Met hetstroomlijnen van grenspassage wordt bedoeld dat processen op en rondde grens, efficiënter en effectiever uitgevoerd kunnen worden alsbepaalde gegevens eerder beschikbaar zijn. De DTC maakt het mogelijkom grenscontroles grotendeels te kunnen uitvoeren voordat de reiziger bijde grens aankomt. Reizigers zullen hierdoor tijd besparen aan de grens,wat de reiservaring soepeler maakt.Vraag (57):Welke middelen in de begroting zijn gereserveerd om te investeren inbuffercapaciteit (opvang) en voldoende personeel bij de uitvoeringsin-stanties (IND, COA, Nidos), zoals wordt voorgeschreven in hetEU-migratiepact, gelet op het feit dat wordt benadrukt dat Nederland inzetop doeltreffende implementatie van het asiel- en migratiepact?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). In de MPP wordengeen maatregelen of beleidswijzigingen meegenomen wanneer de teverwachte effecten (nog) niet concreet kwantificeerbaar zijn of nog nietzijn gerealiseerd. Nieuw te nemen maatregelen of beleidswijzigingenzoals de implementatie van het migratiepact kunnen van invloed zijn opde scenario’s zoals deze nu in de MPP zijn geschetst, maar zijn op ditmoment nog geen onderdeel van de MPP en/of de begroting. Wanneer dete verwachten effecten van de implementatie voldoende concreet zijn, zaldit in de raming worden meegenomen. Wanneer deze raming ookbudgettair is verwerkt, wordt duidelijk hoeveel middelen in de begrotingbeschikbaar zijn voor de buffercapaciteit in de opvang of voor uitgavenaan personeel bij de IND, COA en Nidos. De begroting van de asielketendaalt vanaf 2027 sterk ten aanzien van 2025, vanwege de onzekerheid inde MPP is de bijstelling van de financiering verwerkt t/m 2026. Voorts is inde begroting verwerkt dat, in samenhang met het maatregelenpakket uithet regeerplan, de asielbegroting wordt verlaagd met 1 miljard euro.Vraag (58):Kan worden toegelicht hoe de controle aan de Nederlandse grenzengeïntensiveerd zal worden binnen het kader van de Schengen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 521 gedragscode? Hoeveel grenscontroles en op welke locaties? Gaat het ommobiele controles of grensposten? Op hoeveel plekken? Hoeveel budgetis hiervoor gereserveerd?Antwoord:Conform artikel 23 van de Schengengrenscode kunnen lidstaten aan hunbinnengrenzen (politie)controles uitvoeren, bijvoorbeeld ten behoeve vanveiligheid of vreemdelingentoezicht. Een belangrijke voorwaarde is datdeze controles niet hetzelfde effect hebben als systematische grenscon-troles. In lijn met artikel 23 voert Nederland reeds jaren zogenoemdeMobiel Toezicht Veiligheid (MTV) controles uit in de binnengrensregio’smet België en Duitsland. Dit zijn informatiegestuurd, niet-systematischecontroles die de KMar uitvoert op grond van de Vreemdelingenwet. Hetaantal controles en locatie hangt onder meer af van de informatie dievoorhanden is en de beschikbare capaciteit. Daarnaast biedt Schengen-grenscode artikel 25 de mogelijkheid voor lidstaten om, ondervoorwaarden, binnengrenscontroles opnieuw in te voeren, als bijvoorziene of onvoorziene situaties, sprake is van een ernstige dreigingvoor de openbare orde of binnenlandse veiligheid. Bij herinvoering vangrenscontroles kunnen lidstaten zelf bepalen op welke grens(delen) zijgrenscontrole willen uitvoeren en met welke intensiteit.Zoals in het regeerprogramma is aangegeven wil het kabinet controlesaan onze grenzen versterken. Dat is noodzakelijk om irreguliere migratietegen te gaan en draagt bij aan aanpak van grensoverschrijdendecriminaliteit, waaronder mensensmokkel. Momenteel worden maatre-gelen en besluitvorming hieromtrent nader uitgewerkt. Het is dus nog tevroeg om aan te geven hoe het kabinet de grenscontroles zal versterken.Vraag (59):Voor welke groepen is het Digital Travel Credential bedoeld?Antwoord:Een Digital Travel Credential (DTC) is bedoeld voor reizigers, EU burgersen derde landers, die in het bezit zijn van geldig een fysiek biometrischpaspoort.Vraag (60):Wat zijn de gevolgen van het stoppen van de bekostiging van hettaalonderwijs voor Oekraïense ontheemden na 2025 (als de tijdelijkerichtlijn nog een jaar doorloopt)? Welke gedachte zit hierachter tenaanzien van verblijf en integratie van Oekraïense ontheemden? (p.8)Antwoord:Het kabinet vindt het van belang dat ontheemden uit Oekraïne meekunnen doen in de Nederlandse samenleving tijdens hun verblijf hier. Hetis bekend dat het niet spreken van de Nederlandse taal een obstakel is bijhet meedoen, zeker als het gaat om het vinden van passend en duurzaamwerk, en dat ontheemden uit Oekraïne ondersteuning nodig hebben bijhet leren van de taal. Niet voor niets heeft het kabinet voor drie achtereen-volgende jaren (2023, 2024, 2025) aanvullende middelen vrijgemaakt diegemeenten in kunnen zetten voor taalonderwijs voor deze groep.Het kabinet beziet richting het voorjaar van 2025 of aanvullende middelenvoor gemeenten in 2026 eveneens wenselijk zijn binnen de brede inzet opparticipatie en zelfredzaamheid voor deze groep. Naast de aanvullendemiddelen kunnen gemeenten voor ontheemden uit Oekraïne overigensook gebruik maken van reguliere middelen voor taalonderwijs.Vraag (61):Op welke termijn wordt de taaleis voor naturalisatie verhoogd naar B1?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 522 Antwoord:Voor de verhoging van de taaleis voor naturalisatie naar B1 is aanpassingvan een algemene maatregel van rijksbestuur vereist. Dit betekent dat deoverige Koninkrijkslanden geconsulteerd worden en moeten instemmenmet de aanpassing in de Rijksministerraad. Dit wijzigingstraject (totaanbieden van de stukken aan de Raad van State voor advies) heeft eendoorlooptijd van ongeveer een jaar. Het proces voor o.a. de inkoop van deexamens wordt zo spoedig mogelijk in gang gezet.Vraag (62):Heeft u overwogen te kiezen voor een reservering van middelen op debegroting na 2027 voor de financiering voor gemeenten voor opvang vanOekraïners? Zo nee, waarom niet?Antwoord:De reservering van middelen op de begroting komt overeen met deperiode dat er door gemeenten in opvang voor ontheemden uit Oekraïnemoet worden voorzien volgens de Tijdelijke wet opvang ontheemdenOekraïne. De Tijdelijke Wet vervalt niet later dan 1 jaar na de einddatumvan de inzet van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming, die isverlengd tot en met 4 maart 2026. Dit betekent dat er op dit moment tot enmet uiterlijk maart 2027 ontheemden moeten worden opgevangen doorgemeenten. Het is voor diezelfde periode dat er middelen zijn gereser-veerd op de Rijksbegroting. Het aantal ontheemden waarvoor opvangmoet worden verzorgd is met grote onzekerheden omgeven. Debudgetten in de begroting zijn gebaseerd op een prognose over deverwachte in- en uitstroom van ontheemden, die verder naar de toekomstonzekerder wordt. Deze prognose wordt bij de eerstvolgendevoorjaarsnota weer bijgesteld naar de dan geldende inzichten.Vraag (63):Is financiële aanpassing van de asielbegroting vanaf 2027 enkel en alleende doorvertaling van de (Meerjaren Productie Prognose) MPP-cijfers of iser daarnaast ook nog een berekening en onderbouwing van het effect vanhet maatregelenpakket asiel van dit kabinet?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voor de jaren na 2026 wordt een nieuwe MPPopgesteld en zal in het voorjaar verdere besluitvorming plaatsvinden.Voorts is in de begroting verwerkt dat in samenhang met het maatrege-lenpakket op het terrein van asiel de asielbegroting wordt verlaagd met 1miljard euro.De uitwerking van de maatregelen uit het regeerprogramma moetinvulling gaan geven aan het beperken van de instroom.Vraag (64):Kunt u uiteenzetten wat de achtergronden zijn voor het feit dat gemeentenmeer bonussen aanvragen in het kader van de spreidingswet? Wat was deinschatting voor 2024 en wat is de realisatie en wat is de inschatting voor2025?Antwoord:In het begin van 2024 is ten behoeve van de voorjaarsbesluitvorming eeninschatting gemaakt van het bedrag dat in het lopende jaar al nodig zoumoeten zijn voor het uitkeren van de drie specifieke uitkeringenbehorende bij de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 523 voorzieningen. Aangezien de Wet gemeentelijke taak mogelijk makenasielopvangvoorzieningen een tweejaarlijkse cyclus hanteert en een deelvan de specifieke uitkeringen pas na ommekomst van de eerste cyclus in2026 worden uitgekeerd, gaat het voor 2024 en 2025 vooralsnog om despecifieke uitkering voor gemeenten die nu al duurzaam (langer dan 5jaar) meer plekken aanbieden dan de indicatieve verdeling. Verwacht werddat circa 40 gemeenten op basis van hun bestaande opvang gebruikkunnen maken van deze specifieke uitkering, waarbij de precieze hoogteafhankelijke is van de soort en het aantal plekken. Dit bedrag is voor 2024en 2025 becijferd op ongeveer 31 miljoen euro.Vraag (65):Worden in het onderzoek naar terugkeer ook de aanpak en resultaten vande Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) meegenomen? Zo nee,waarom niet?Antwoord:De vraag verwijst naar de invulling van de strategische evaluatie agenda(SEA) aangaande het terugkeerbeleid (art. 37.3). In 2026 is de periodiekerapportage voorzien langs een viertal thema’s: begeleiding en onder-steuning, toezichtsmaatregelen, samenwerking keten en internationaal, enoverkoepelend. In de periodieke rapportage worden de belangrijksteonderzoeksinzichten van de afgelopen jaren gebundeld. De via het WODCuitgevoerde onderzoeken naar de LVV-pilots, te weten de plan- enprocesevaluatie (2020), de tussenevaluatie (2021) en de eindevaluatie(2022) zullen worden meegenomen in de periodieke rapportage.Vraag (66):Hoe wordt er uiting gegeven aan het doel van stimuleren van zelfred-zaamheid van migranten?Antwoord:Dit houdt onder meer in dat bij de herinrichting van het asielproces en deimplementatie van het EU-pact waar mogelijk uitgegaan wordt van dezelfredzaamheid van de migrant en de verantwoordelijkheid die daarbijpast. Tegelijk zal er oog zijn voor migranten die niet of minder zelfredzaamzijn en daarom meer begeleiding nodig hebben.Vraag (67):Hoe zal er uitvoering gegeven worden aan «doelmatige asielopvang»?Antwoord:De inzet om te komen tot een doelmatiger asielopvang kan wordenvertaald als een inzet om te komen tot kostenbesparing waar mogelijk.Tegelijk sluit die inzet aan op de in het regeerprogramma beschrevenvoornemen tot meer sobere opvang en meer grote opvanglocaties.Vraag (68):Hoe zijn de kosten om de achterstanden in te lopen meegenomen in debegroting, gezien er momenteel bijna 90.000 asiel- en nareisaanvragenopen staan voor behandeling door de IND? (p.11)Antwoord:De prognoses uit de Meerjaren Productie Prognose (MPP) is een belang-rijke bron voor de financiering van de organisaties binnen de migratie-keten (waaronder de IND) en één van de bronnen voor de begrotings-cyclus. Deze begroting is gebaseerd op de verwachtingen uit de MPP2024–1, die vanwege de onzekerheid in de asielprognoses financieel isverwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat, in samenhangmet het maatregelenpakket uit het regeerplan, de asielbegroting wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 524 verlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor dalen de kosten in 2029 sterk tenaanzien van 2025. De afgesproken en verwachte productie voor dekomende jaren is lager dan de instroomprognoses. Dit leidt er toe dat devoorraden en de doorlooptijden bij de IND naar verwachting verder zullenoplopen. Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezien welkemiddelen de komende jaren nodig zijn voor de asielketen. Bij devoorjaarsnota zal hierover besluitvorming plaatsvinden.Vraag (69):Kunt u de extra kosten in kaart brengen als gevolg van de huidigegemiddelde behandeltermijn van een asielaanvraag van 21 maanden inplaats van de officiële beslistermijn van 6 maanden in relatie tot deopvang?Antwoord:De huidige gemiddelde behandeltermijn van een asielaanvraag betekentdat asielzoekers in ieder geval gemiddeld 15 maanden langer in deopvang verblijven dan de norm. De daarmee samenhangende extraopvangkosten zijn lastig te bepalen en onder andere afhankelijk van despecifieke locatie waar asielzoekers worden opgevangen. De locatiege-bonden kosten van een noodopvangplek zijn in 2024 op jaarbasisgemiddeld € 55.700, ruim twee keer meer dan een reguliere opvangplek.De niet-locatiegebonden zorgkosten en overheadkosten bedragen in 2024landelijk gemiddeld circa € 8.600 per bewoner op jaarbasis. In theoriezouden de extra opvangkosten voor deze 15 maanden opvang perpersoon ongeveer uitkomen tussen de € 40.000 en € 80.400, afhankelijkvan op wat voor soort locatie deze persoon opgevangen wordt.Daarnaast verblijven statushouders na de beslistermijn vaak langer in deopvang dan nodig.Verkorting van de behandeltermijn leidt naar verwachting tot een hogeraantal statushouders en een hoger aantal uitzettingen, maar leidt pas totdaadwerkelijke kostenbesparingen als ook de uitstroom van status-houders naar gemeenten sterk wordt verbeterd.Vraag (70):Hoe lang duurde in 2024 gemiddeld de beslistermijn voor eenasielprocedure?Antwoord:Gemiddeld was de doorlooptijd in 2024 tot en met september voor Spoor4 AA (algemene asielprocedure) 57 weken en voor Spoor 4 VA (verlengdeasielprocedure) 70 weken.Bron: IND/Metis.Vraag (71):Wat is de reden dat de beslistermijn voor asielprocedures momenteel langis?Antwoord:In de afgelopen jaren waren de instroomcijfers hoger dan wat de IND opbasis van haar besliscapaciteit aan kan. Bovendien is de complexiteit vande besluitvorming toegenomen, waardoor het meer tijd kost om eendefinitief besluit te nemen. Het is daardoor voor de IND niet mogelijk omde instroom bij te houden. Dit heeft als resultaat dat de werkvoorraden bijde IND blijven oplopen.Vraag (72):Hoe hangt de MPP samen met uw financiële plannen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 525 Antwoord:De MPP is een periodiek overzicht van prognoses voor een groot aantalorganisaties in de Migratieketen, het Ministerie van Buitenlandse Zaken,de Rechtspraak en Nidos. Deze prognoses geven een beeld van deverwachte in-, door- en uitstroom van asielzoekers en de mogelijkeeffecten binnen de keten. Dit gemeenschappelijk verwachtingsbeeld wordtgebruikt als één van de bronnen voor de begroting/P&C cyclus. Op basisvan de MPP zal worden bezien welke middelen de komende jaren nodigzijn voor de asielketen. Bij de voorjaarsnota zal hierover besluitvormingplaatsvinden.Vraag (73):Hoeveel mensen moeten er minder naar Nederland komen om deingeboekte bezuinigingen te realiseren? Kunt u dit specificeren voor zowelhet scenario dat er voldoende reguliere opvang is als voor de scenario’smet noodopvang en crisisnoodopvang?Antwoord:Op dit moment wordt gewerkt aan concrete plannen en beleidswijzi-gingen om de asielinstroom te verminderen maar ook om o.a. de opvangbetaalbaar te maken, in te zetten op terugkeer en versobering in hetalgemeen. Daarbij wordt opgemerkt dat het realiseren van bezuinigingenbinnen de Migratieketen afhankelijk is van meer dan alleen de omvangvan de asielinstroom. Ook de kosten voor opvang, begeleiding, deuitstroom van statushouders, terugkeer en beleidswijzigingen spelenhierbij een rol. Het is om die reden niet mogelijk om een aantal tekoppelen aan een verminderde asielinstroom versus ingeboektebezuinigen.Vraag (74):Kunt u reageren op de constatering op pagina 5 van de brief van deAlgemene Rekenkamer (Kamerstuk 36 600-XX, nr. 4), waar de AlgemeneRekenkamer constateert dat er vanaf 2027 een scherpe daling van deasieluitgaven is voorzien, terwijl het aantal asielzoekers hoog blijft?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat in samenhangmet het maatregelenpakket op het terrein van asiel de asielbegrotingvanaf 2027 wordt verlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor daalt hetbeschikbaar budgettair kader voor de uitvoeringsorganisaties.Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezien welke middelen dekomende jaren nodig zijn voor de asielketen. Bij de voorjaarsnota zalhierover besluitvorming plaatsvinden.Vraag (75):Kunt u toelichten waarom de uitgaven aan de IND de komende jaren zosterk dalen, terwijl de instroom (voorlopig) nog niet daalt en de IND ooknog kampt met een achterstallige werkvoorraad?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de IND isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voor de jaren na 2026 wordt een nieuwe MPPopgesteld en zal in het voorjaar verdere besluitvorming plaatsvinden.Reeds is in de begroting vanaf 2027 verwerkt dat in samenhang met hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 526 maatregelenpakket op het terrein van asiel de asielbegroting wordtverlaagd met 1 miljard euro.De IND begroting is gebaseerd op de verwachtingen uit de MPP 2024–1.Daarin is zichtbaar dat de asielinstroom hoger ligt dan de productiever-wachtingen waar de IND voor is ingericht. Vanuit de MPP is deverwachting dat de voorraden verder zullen oplopen.Vraag (76):Hoe groot is de werkvoorraad van de IND op dit moment? Is deverwachting dat de werkvoorraad zal groeien of krimpen en zo ja, methoeveel? Wat zijn de verwachte kosten van het wegwerken van dezewerkvoorraad t/m 2029?Antwoord:Graag verwijs ik u ook naar de antwoorden op de vragen 19 en 21. Op ditmoment is de werkvoorraad bij de IND met de peildatum van 1 oktober2024 als volgt:Asiel 69.330Regulier 138.920Naturalisatie 17.000Refererend aan het antwoord op vraag 21 is de IND begroting isgebaseerd op de verwachtingen uit de MPP 2024-I. In de MPP 2024-I is degeprognotiseerde werkvoorraad opgenomen over de jaren 2025, 2026,2027 en 2028.De verwachting is dat de werkvoorraad voor asiel en regulier zal blijvengroeien en voor naturalisatie stabiel blijft. Het komende najaar wordt uwKamer geïnformeerd over de actuele stand van zaken in de asielketen.Daarbij moet opgemerkt worden dat de aanstaande veranderingen in hetasielproces ten gevolge van het asiel- en migratiepact en de uitwerkingvan het hoofdlijnen akkoord nog niet zijn meegenomen in de MPP-raming.De verwachting is dat de uitkomsten effect hebben op de werkvoorradenvan de IND. De MPP wordt dit najaar herijkt. Op basis van onder anderede nieuwe MPP zal worden bezien welke middelen de komende jarennodig zijn voor de asielketen. Bij de voorjaarsnota zal hierover besluit-vorming plaatsvinden.Zie hieronder een overzicht van de geprognotiseerde werkvoorraad vande IND, gesplitst tussen asiel, regulier en naturalisatie.2025202620272028Asiel91.440101.330116.740129.940Regulier112.130110.330117.500127.940Naturalisatie10.0407.0407.0407.040*Aantallen zijn exclusief (hoger) beroepen Vraag (77):Waarom zal post ’37.3 Terugkeer en bewaring vreemdelingen» tussen2025 tot 2029 worden gehalveerd?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat, in samenhangTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 527 met het maatregelenpakket uit het regeerplan, de asielbegroting wordtverlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor dalen de budgetten in 2029 sterkten aanzien van 2025. Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezienwelke middelen de komende jaren nodig zijn voor de asielketen. Bij devoorjaarsnota zal hierover besluitvorming plaatsvinden.Tevens zet het kabinet in met een pakket aan maatregelen op asiel om gripop migratie te krijgen, zoals ook in het regeerprogramma uiteen gezet. Deverwachting van het kabinet is dat het gehele pakket aan asielmaatregelende komende jaren effect zal sorteren en dat daarmee de kosten over degehele Migratieketen naar beneden kunnen worden bijgesteld.Vraag (78):Hoe is de structurele financiering van het COA en de afgesproken ijzerenvoorraad van 41.000 opvangplekken geregeld in deze begroting?Antwoord:De wens van het kabinet is nog steeds om te komen tot een stabielecapaciteit bij het COA. Dit om op termijn de kosten van noodopvang teverminderen. Het COA zal de komende jaren zoveel mogelijk toegroeiennaar de afgesproken vaste voorraad van 41.000 als binnen de meerjarigefinanciële kaders mogelijk is. Met de vanaf 2027 beschikbare middelen inde begroting is een stabiele capaciteit van 41.000 opvangplekken nietmogelijk. Daarmee is de structurele financiering van de vaste voorraadvooralsnog niet geborgd in de Rijksbegroting.Vraag (79):Wat is de stand van zaken met betrekking tot afspraken met de IND overstructurele financiering, zoals ook met het COA is afgesproken?Antwoord:Begin 2024 is de opdracht gegeven aan een externe partij om een adviesmet betrekking tot de toekomstbestendige bekostigingssystematiek voorIND te geven. In de afgelopen maanden is onderzoek gepleegd om tekomen tot dit advies met betrekking tot de structurele financiering. Hetuitgangspunt is dat de financieringsvorm ondersteunend is aan demeerjarige opdrachten van de IND. Op korte termijn wordt dit adviesverder geconcretiseerd en zal gedeeld worden met uw Kamer.Vraag (80):Hoe is het getal van ongeveer 25.000 asielzoekers (instroom) in 2027 en2028 tot stand gekomen? Kunt u dit aantal onderbouwen en hierbijaandacht geven aan het verschil met de geprognotiseerde instroomcijfersde jaren daarvoor (rond de 70.000–78.000 tussen 2023 en 2025)? Wat zijnde financiële consequenties als deze getallen niet worden gehaald – zekerals ook de asielreserve al in 2024 wordt ingezet?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat, in samenhangmet het maatregelenpakket uit het regeerplan, de asielbegroting isverlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor daalt het beschikbaar budgettairkader. Op basis van het budgettair kader kan rekening worden gehoudenmet een instroom van 25.000 asielzoekers.Op basis van een nieuwe MPP zal worden bezien welke middelen dekomende jaren nodig zijn voor de asielketen. Bij de voorjaarsnota zalhierover besluitvorming plaatsvinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 528 Vraag (81):Kunt u toelichten waarom u inzet op de daling van het aantal terug-keerders (vrijwillig en gedwongen)?Antwoord:Het kabinet blijft inzetten op 100% terugkeer. Daarbij is de ambitie dat inde toekomst meer mensen zelf zonder toezicht terugkeren. In de reeks opblz 14 komt dit uiting in de streefwaarden van 2024 en verder. Het kabinetdiet dit door andere in te zetten op uitbreiding van vreemdelingenbe-waring en het strafbaar stellen van het niet meewerken aan terugkeer. OpEuropees niveau wordt eveneens gewerkt aan aanscherping van deTerugkeerrichtlijn.Vraag (82):Welke maatregelen gaat u nemen om grootschaliger asielopvang tebevorderen, zoals aangekondigd in het hoofdlijnenakkoord? In hoeverresluit dit aan bij eerdere afspraken met gemeenten ten aanzien vankleinschaliger opvang en in het licht van de aangenomen motie van het lidPodt over kleine opvanglocaties blijven faciliteren (Kamerstuk 19 637, nr.3287)?Antwoord:De Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen6 (hierna: uitvoeringsa-genda), die eerder dit jaar met de Tweede Kamer is gedeeld, schetst hettoekomstbeeld van het asielopvanglandschap. Het realiseren van grotelocaties blijft nodig om de opvangbehoefte in te kunnen vullen. Dit pastook binnen de kaders van de uitvoeringsagenda en is aanvullend op deruimte die gemeenten hebben om kleinschalige locaties te realiseren.Hierover worden afspraken gemaakt met gemeenten. Hiermee wordtvoldaan aan motie 19 637, nr. 3287 van lid Podt (D66).Bij de implementatie van de uitvoeringsagenda is ook het streven omopvangcapaciteit te realiseren die voldoende stabiel en flexibel is om,binnen aanvaardbare bandbreedtes, snel te kunnen meebewegen met deactuele vraag naar opvangplekken. De inzet van kostbare noodopvang,cruiseschepen, hotels en tijdelijke gemeentelijke opvang wordt zoveelmogelijk voorkomen. Bestaande noodopvanglocaties zullen op termijnvervangen worden door structurele opvangplekken, waaronder ookgrootschalige sobere opvanglocaties verdeeld over Nederland. Hiermeewordt beoogd om voldoende betaalbare opvangplekken te realiseren.Vraag (83):Welke maatregelen worden er genomen om de voorspelde asielinstroomin 2025 (76.400) en 2026 (78.780) op te kunnen vangen?Antwoord:In Nederland geldt als uitgangspunt iedereen die daar recht op heeftfatsoenlijk wordt opgevangen. Op 1 november 2024 komen de provincialelijsten binnen waarop aangegeven is hoeveel opvangplekken erbeschikbaar komen voor 2025, naast de plekken die reeds in beeld zijn.Indien blijkt dat er sprake is van een tekort worden aanvullende maatre-gelen genomen waaronder het bevorderen van de uitstroom vanstatushouders naar de gemeente. Het is de verwachting dat eind 2024bijna 30.000 statushouders in de opvang zitten die reeds naar huisvestingin de gemeente hadden moeten uitstromen. Daarnaast zet dit kabinet inop een streng en sober migratiebeleid dat op termijn zal moeten zorgenvoor een fors lagere asielinstroom.6Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen, 3 april 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 529 Vraag (84):Hoeveel alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) verblijven ermomenteel in de noodopvang en voor gemiddeld hoe lang?Antwoord:In de noodopvang – locaties die niet voldoen aan de kwaliteits- envoorzieningenstandaarden van het COA – verblijven momenteel (mediooktober 2024) 2.430 alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Degemiddelde duur van het verblijf van een amv op een noodopvanglocatieis 196 dagen.Vraag (85):Wat is de capaciteit voor vreemdelingenbewaring in 2024 en 2025?Antwoord:De operationele capaciteit in 2024 en 2025 is 468 plaatsen.Vraag (86):Wat zijn de vertrekcijfers in de afgelopen 3 jaar voor gedwongen enzelfstandig vertrek, gespecificeerd per nationaliteit (inclusief staatloos ennationaliteit onbekend)?Antwoord:U wordt verwezen naar de tabel in de bijlage.Vraag (87):Hoe vaak werd er tussen 2020 en 2024 een buitenschuld vergunningaangevraagd en afgegeven, gespecificeerd per nationaliteit (inclusiefstaatloos en nationaliteit onbekend)? (p.14)Antwoord:U wordt verwezen naar de tabel in de bijlage.Vraag (88):Hoe vaak werd er tussen 2020 en 2024 gebruikgemaakt van de discretio-naire bevoegdheid door de IND, per jaar? (p.14)Antwoord:In de periode van 1 januari 2020 tot en met 11 oktober 2024 heeft de DGIND (voorheen Hoofddirecteur van de IND) ten aanzien van 23 personengebruik gemaakt van de discretionaire bevoegdheid.In 2020: 8 personen, in 2021: 0 personen, in 2022: 6 personen, in 2023: 9personen en in 2024: 0 personen.Vraag (89):Is de MPP nog steeds leidend is voor de begroting van de IND?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de IND isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP). Vanwege deonzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financieringverwerkt t/m 2026. Voorts is in de begroting verwerkt dat, in samenhangmet het maatregelenpakket uit het regeerplan, de gehele asielbegroting isverlaagd met 1 miljard euro. Hierdoor daalt het beschikbaar budgettairkader van de IND eveneens. Op basis van de meest recente MPP zalworden bezien welke middelen de komende jaren nodig zijn voor deasielketen. Bij de voorjaarsnota zal hierover besluitvorming plaatsvinden.Vraag (90):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 530 Hoeveel asielzaken zitten er momenteel in de verlengde asielprocedure?Wat is de gemiddelde beslisduur voor zaken in de verlengde asielpro-cedure?Antwoord:Op dit moment bestaat de voorraad van de verlengde asielprocedure(spoor 4 VA) uit 3.960 zaken. Gemiddeld is de doorlooptijd 70 weken.7Vraag (91):Hoe lang duurt het gemiddeld genomen per spoor voordat de beroeps-procedure in asielzaken is behandeld? Hoe lang is de wachttijd in beroepen in hoger beroep gemiddeld per spoor?Antwoord:In de Staat van Migratie 2024 zijn tabellen opgenomen met de doorloop-tijden in weken in beroep en hoger beroep per spoor over 2023.BeroepGemiddeldedoorlooptijd inwekenSpoor 19Spoor 211Spoor 4 AA18Spoor 4 VA35 Hoger beroep Gemiddelde doorlooptijd in wekenSpoor 114Spoor 217Spoor 4 AA21Spoor 4 VA35Bron: Ministerie van Asiel en Migratie Vraag (92):Hoe vaak vindt een spoorwisseling plaats (van spoor 2 naar spoor 4)?Worden deze zaken meegenomen in het inwilligingspercentage van spoor2 of spoor 4?Antwoord:Een aanvraag die in eerste instantie in spoor 2 instroomt kan in sommigegevallen toch in spoor 4 worden afgedaan. Dit is bijvoorbeeld het gevalals de vreemdeling aannemelijk maakt dat zijn land van herkomst in zijnspecifieke geval niet als veilig aangemerkt kan worden.De IND kan geen cijfers uit de geautomatiseerde informatiesystemengenereren over het aantal spoorwisselingen.In de regel wordt in spoor 2 niet ingewilligd. Indien in spoor 2 aanwij-zingen bestaan dat de aanvraag mogelijk kan worden ingewilligd wordtdeze in spoor 4 behandeld. Het inwilligingspercentage wordt berekend opbasis van het aantal inwilligingen afgezet tegen het aantal beslissingenvoor een bepaalde nationaliteit van spoor 2 en spoor 4 gezamenlijk.Vraag (93):Kunt u aangeven hoeveel Dublinclaims er daadwerkelijk worden geëffec-tueerd van het totaal aantal claims dat wordt gelegd?7Peildatum 1 september 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 531 Antwoord:Jaar waarin claim is verzonden20202021202220232024Totaal aantal ingediende claims7.4007.0209.69011.4406.840Ontvangen claim akkoorden4.5704.4906.9607.9604.400Waarvan geeffectueerde overdrachten1.4001.0101.4602.320780 Disclaimer algemeen:Bron IND (Metis). Standmaand/peildatum: 1 oktober 2024.Alle cijfers (zowel de totalen als de verschillende deelcijfers) zijn afgerondop tientallen: individuele jaren. Cijfers tussen 1–4 worden vermeld als <5,cijfers tussen 5–9 worden vermeld als < 10. Door de afrondingen kan eenogenschijnlijk verschil ontstaan tussen de eindtotalen en de optelsommenvan de verschillende deelcijfers.De cijfers voor het aantal ontvangen claim akkoorden en geeffectueerdeoverdrachten kunnen nog wijzigen. De IND telt een gerealiseerdeoverdracht mee in het jaar waarin de claim is gelegd.Vraag (94):Hoe lang zitten asielzoekers die reeds op een andere lidstaat zijn geclaimdnog in de opvang voordat zij worden overgedragen?Antwoord:Het antwoord op deze vraag kan niet worden gegeven. Het COA regis-treert niet de verblijfsduur van asielzoekers in de opvang vanaf hetmoment dat een claim is gelegd bij een andere lidstaat tot het momentdat de overdracht plaatsvindt.Vraag (95):Hoe groot was de voorraad nareisaanvragen op 1 januari 2023, op1 januari 2024 en op 1 september 2024?Antwoord:Op 1 januari 2023 was de voorraad aanvragen voor nareis 24.030. Op1 januari 2023 was de voorraad bezwaar voor nareis 3.710.Op 1 januari 2024 was de voorraad aanvragen voor nareis 38.600. Op1 januari 2024 was de voorraad bezwaar voor nareis 4.410.Op 1 oktober 2024 was de voorraad aanvragen voor nareis 64.070. Op1 oktober 2024 was de voorraad bezwaar voor nareis 3.300.Deze aantallen omvatten zowel MVV-nareis aanvragen, alsmedeaanvragen van gezinsleden van asielstatushouders die een beroep doenop het recht op gezins- en familieleven van artikel 8 van het EuropeesVerdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentelevrijheden.Bron: INDiGO/METiS stand voor 1 januari 2023 is 12–2022, stand voor1 januari 2024 is 12–2023, stand voor 1 oktober 2024 is 09–2024Vraag (96):In hoeveel procent van de nareiszaken overschrijdt de IND de behandel-termijn van zes maanden?Antwoord:In 2023 overschreed de IND in 84% van de MVV-nareiszaken de wettelijkebeslistermijn van 6 maanden op het moment van beslissen. In 2024 (tot1 oktober 2024) overschreed de IND in 92% van de MVV-nareiszaken deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 532 wettelijke beslistermijn van 6 maanden op het moment van beslissen. Op1 oktober 2024 overschreed de IND in 65% van de MVV-nareiszaken in devoorraad de wettelijke beslistermijn van 6 maanden.Bron: INDiGO/METiS stand voor 2023 standmaand 12–2023 en voor 2024standmaand 09–2024.Vraag (97):Hoe lang is de wachttijd voordat een nareisaanvraag in behandelingwordt genomen?Antwoord:Hoe lang de wachttijd op dit moment is voordat een nareisaanvraag inbehandeling wordt genomen hangt af van de indieningsdatum van denareisaanvraag. Aanvragen die in oktober 2024 in behandeling wordengenomen zijn in februari en maart 2023 ingediend. Dit betreft eenwachttijd van 20 maanden. Op de IND website wordt per maand bijge-houden wat de actuele wachttijd is.Bron: Wanneer begint de IND met mijn nareisaanvraag? | INDVraag (98):Welke versnellingsmaatregelen worden genomen om de achterstandenweg te werken?Antwoord:Mijn voorganger heeft u in het voorjaar geïnformeerd over diversemaatregelen die zijn getroffen om versneld aanvragen te behandelen omzo de oplopende werkvoorraad minder snel te laten oplopen. Zo heeft deIND afgelopen jaar meer zaken afgedaan. Dit komt met name door hetproject Bespoediging Afdoening Asiel (BAA). Daarnaast heeft de IND deafgelopen periode prioriteit gegeven aan de behandeling van aanvragenmet een laag inwilligingspercentage, zoals aanvragen in spoor 1 en 2 enkansarme aanvragen in spoor 4 zoals bijvoorbeeld Algerijnse en Molda-vische aanvragen. In het najaar wordt uw Kamer geïnformeerd over deactuele stand van zaken in de asielketen en de aanvullende maatregelendie worden getroffen bij de IND.Vraag (99):Wat zijn de maatschappelijke effecten van een langdurige scheiding vanvluchtelingengezinnen na lange wachttijden voor de asielprocedure enlange wachttijden voor gezinshereniging?Antwoord:Concrete gegevens over de maatschappelijke kosten van langdurigescheidingen binnen gezinnen ontbreken. Uit onderzoek blijkt echter weldat het lange wachten in de gezinsherenigingsprocedure een risicofactoris voor de psychische gezondheid8 en daarmee een negatief effect kanhebben op de (arbeids-)participatie en integratie van asielstatushouders.9Daarnaast geven zowel scholen als medewerkers van het COA en deStichting Nidos aan dat leerlingen met zorgen om hun familie vakerverzuimen en vaker moe, onvoorbereid en ongeconcentreerd deelnemen8Brummel-Ahlaloum, J., T. Andriessen, E. Smal en R. Kawous (2018). Welzijn en gezondheid vangezinsherenigers – Een verkenning. Utrecht: Pharos. Gezondheidsraad (2016). Briefadviesgeestelijke gezondheid vluchtelingen. Den Haag: Gezondheidsraad. Kahmann, M., S. deWinter-Koçak, M. de Gruijter en I. Razenberg (2018). VluchtelingenWerk IntegratieBarometer2018. Een onderzoek naar de ervaringen van vluchtelingen met inburgering. Amsterdam:VluchtelingenWerk Nederland.9Sociaal Cultureel Planbureau (2021). In uitvoering. Een analyse van het op statushoudersgerichte beleid en wat er nodig is om dit beleid te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 533 aan de lessen. Dit is zowel het geval bij kinderen die in een gezin naarNederland zijn gekomen waarvan enkele gezinsleden zich nog in deasielprocedure bevinden als bij alleenstaande minderjarige vreemde-lingen die zonder ouders het land zijn binnengekomen.Vraag (100):Wat is de gemiddelde doorlooptijd van een nareisaanvraag vanaf hetmoment van in behandeling nemen tot de beslissing? Wat is de gemid-delde doorlooptijd van beslissing tot aankomst in Nederland?Antwoord:Van de nareisaanvragen die in de afgelopen 6 maanden zijn beslist, wasde gemiddelde doorlooptijd (van indiening aanvraag tot besluit IND) 73weken.Van de tussen 1 januari 2023 en 1 oktober 2024 ingewilligde MVV nareisaanvragen is de gemiddelde doorlooptijd van beslissing tot aankomst inNederland 11 weken. Voor de beantwoording van deze vraag wordt metaankomst in Nederland bedoeld, het moment dat een gezinslid in hetkader van MVV-nareis naar Nederland is gekomen en een afgeleideasielvergunning heeft gekregen.Bron: INDiGO/METIS stand voor laatste zes maanden is 04–2024 t/m09–2024 en stand voor 1 januari 2023 en 1 oktober 2024 is 01–2023 t/m09–2024Vraag (101):Wat is het inwilligingspercentage van de top tien nationaliteiten tenaanzien van nareisaanvragen voor 2023 en 2024?Antwoord:Het inwilligingspercentage voor MVV-nareisaanvragen is gemiddeld hoogomdat het om gezinsleden van asielstatushouders gaat die zijnopgenomen in artikel 29, tweede lid, Vw. Het inwilligingspercentage kanbeïnvloed worden door verschillende factoren, zoals het aantalMVV-nareisaanvragen voor gezinsleden van het feitelijke biologischekerngezin, het aantal gedocumenteerde gezinsleden voor wieMVV-nareisaanvragen zijn ingediend, het aantal gezinsleden voor wieMVV-nareisaanvragen zijn ingediend die wel en niet beschikbaar zijn voornader onderzoek.Het inwilligingspercentage van MVV-nareisaanvragen (exclusiefaanvragen op grond van 8 EVRM) voor de top tien nationaliteiten in 2023en 2024 was per nationaliteit als volgt:Nationaliteit bij uitstroomInwilligings-percentage2023Inwilligingsper-centage 20241. Syrische94%93%2. Jemenitische92%84%3. Turkse91%85%4. Eritrese35%48%5. Iraakse93%90%6. Somalische49%48%7. Afghaanse48%50%8. Onbekend186%93%9. Pakistaanse90%79%10. Staatloos97%86%1 Als de IND niet kan vaststellen wat de nationaliteit is wordt deze geregistreerd als Onbekend.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 534 Bron: INDiGO/METiS voor 2023 stand 12–2023 en voor 2024 stand 09–2024. Vraag (102):Wat is de prognose voor het aantal aankomsten van nareizigers in 2025?Antwoord:In de MPP 2024–1 prognose van begin dit jaar wordt uitgegaan van eenverwachting van ongeveer 23.300 ingereisde nareizigers in 2025. In hetnajaar van 2024 wordt uw Kamer geïnformeerd over de actuele situatievan de asielketen met nieuwe prognoses en maatregelen voor dekomende jaren.Vraag (103):Hoe groot is de achterstand bij de inschrijving in de BRP van asielzoekersdie al een halfjaar of langer in Nederland verblijven?Antwoord:Op peilmoment 1 oktober 2024 moesten nog ongeveer 15.600 asielzoekersdie langer dan een half jaar in Nederland wonen worden ingeschreven. Ofal deze personen daadwerkelijk in de BRP ingeschreven kunnen wordenmoet per individueel geval worden beoordeeld. Het kan daaromvoorkomen dat niet alle personen die wachten op een inschrijving ook aande inschrijvingscriteria voldoen. Dit kan het geval zijn als de identiteit nietdeugdelijk is vastgesteld.Vraag (104):Hoe groot is de achterstand bij de inschrijving in de BRP van status-houders in de opvang?Antwoord:Op peilmoment 1 oktober 2024 moesten nog ongeveer 1.700 status-houders in de BRP worden ingeschreven.Vraag (105):Wat is de kostenpost voor het COA doordat huisvesting van statushouderswordt vertraagd omdat zij niet tijdig worden ingeschreven en asielzoekersen statushouders geen toegang tot werk hebben?Antwoord:Ten aanzien van de huisvesting: De directe opvangkosten voor vertragingin de inschrijving van statushouders zijn moeilijk te kwantificeren. HetCOA heeft geen specifieke uitgavenpost voor deze groep. Ook kan nietexact worden bepaald hoeveel langer iemand in de opvang verblijftvoordat passende huisvesting beschikbaar komt. Bovendien betekent hetfeit dat een statushouder langer in de opvang verblijft voornamelijk datdeze opvangcapaciteit niet gebruikt kan worden voor nieuwe instroom. In2024 had 45% van de statushouders al een BSN vóór de vergunningver-lening, terwijl 55% dit na de vergunningverlening ontving.10Er is bestuurlijk afgesproken dat een statushouder binnen 14 weken navergunningverlening moet uitstromen naar huisvesting. In het begin van2024 was de wachttijd voor een statushouder op afgifte van een BSNgemiddeld 3 weken. Dit kwam doordat de groep statushouders zonderBSN relatief laag was. In de loop van 2024 is het aantal statushouderszonder BSN gestegen. Op dit moment is de wachttijd voor statushoudersop een BSN ongeveer 14 weken.10Cijfers zijn op peilmoment 13 oktober 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 535 Daarnaast zijn er in 2024 tot peilmoment 13 oktober 2024, 721 spoedver-zoeken ingediend bij de BRP-straten omdat er passende huisvesting isgevonden.Ten aanzien van de toegang tot werk: Het COA heeft geen directe cijfersover hoeveel asielzoekers of statushouders niet aan het werk konden doorhet ontbreken van een BSN. In 2024 zijn er tot 13 oktober, 2017 spoedver-zoeken ingediend in verband met werk. Daaruit kan niet worden herleidhoeveel mensen daarvan niet konden werken door het ontbreken van eenBSN. Het kost het COA ongeveer 8 à 9 fte op jaarbasis extra voor despoedzaken die betrekking hebben op huisvesting en arbeid. Deze tijdwordt besteed aan administratieve ondersteuning, begeleiding en inzetvan beleid. Dit vertaalt zich naar ongeveer 800.000 euro op jaarbasisVraag (106):Hoe wordt de capaciteit van de huidige BRP-straten verhoogd zodat deachterstanden snel worden weggewerkt en is hiervoor voldoendefinanciering in de begroting opgenomen naast de financiering vanuit hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties?Antwoord:Om de achterstanden snel weg te werken is een combinatie van maatre-gelen genomen. Het inschrijven van asielzoekers en statushouders in deBRP is een taak van de gemeenten met een BRP-straat. De financieringdaarvan verloopt via een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds.Deze financiering wordt voor 2025 door de VNG herijkt. Er wordt rekeningwordt gehouden met de instroomprognoses vanuit het MeerjarenProductie Prognose (MPP). Het doel is om de financiering flexibel in terichten waarbij de mogelijkheid bestaat om deze jaarlijks te herzien omvoorbereid te zijn op de fluctuaties in de asielinstroom en daarmee aan debenodigde capaciteit voor inschrijvingen.Enkele BRP-straten hebben in 2023 en 2024 een Specifieke Uitkering(SPUK) ontvangen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie en Veiligheid / Asiel enMigratie om hun capaciteit tijdelijk te verhogen. De vier bestaandeBRP-straten draaien momenteel op hun maximale capaciteit, rekeninghoudend met het aantal medewerkers dat binnen hun huidige huisvestingpast. Hierdoor is verdere opschaling bij deze locaties niet mogelijk. Desituatie van de BRP-straat in Zevenaar, die wordt uitgevoerd door degemeente Arnhem, wordt behandeld bij vraag 107.Vanaf november 2024 tot mei 2025 loopt een project waarbij de gemeenteAmsterdam en de gemeente Gilze en Rijen 16.500 personen gaaninschrijven. Dit project is gefinancierd door het Ministeries van Binnen-landse Zaken en Koninkrijksrelaties en Asiel en Migratie. De overigeBRP-straten zullen op hun huidige capaciteit blijven werken. Naarverwachting zal tegen het midden van 2025 een groot deel van deachterstand zijn ingelopen. Om het restant van de achterstand in 2025 inte lopen worden op dit moment gesprekken met nieuwe gemeentengevoerd voor het openen van nieuwe BRP-inschrijfvoorzieningen. Nieuweinschrijfvoorzieningen zorgen voor een bredere geografische spreiding eneen structurele uitbreiding van de capaciteit. De financiering voor dezenieuwe inschrijfvoorzieningen wordt meegenomen in de herijking dedecentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds. Daarbij wordt ookrekening wordt gehouden met de extra middelen en capaciteit die nodigzullen zijn om de resterende achterstand in 2025 weg te werken.Vraag (107):Wanneer wordt de huidige BRP-straat in Zevenaar/Arnhem ingezet enzonodig uitgebreid zodat alle nareizigers daar direct na registratie bij deIND kunnen worden ingeschreven in plaats van dat zij met hoge vervoers-kosten naar andere BRP-straten vervoerd moeten worden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 536 Antwoord:Om alle nareizigers direct na registratie bij de IND in Zevenaar te kunneninschrijven in de BRP is een aanzienlijke uitbreiding van de BRP-straat inZevenaar nodig. De BRP-straat in Zevenaar wordt uitgevoerd door degemeente Arnhem. Gemeente Arnhem onderzoekt hoe zij de inschrij-vingen van nareizigers kan overnemen. De huidige capaciteit van deBRP-straat is beperkt. Om alle nareis inschrijvingen over te nemen is eenaanzienlijke opschaling nodig waarbij ook een nieuwe ruimte moetworden gevonden waarin de inschrijvingen kunnen worden gedaan.Op dit moment wordt samen met de gemeente Arnhem, het Ministerievan Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de IND gewerkt aan eenplan hoe een eventuele opschaling en uitbreiding kan worden gereali-seerd. Dit vraagt om zorgvuldige voorbereiding en planning. Over dedefinitieve uitvoering en planning moet nog besluitvorming plaatsvinden.Vraag (108):Is in de overwegingen om significant minder budget te reserveren voor deuitvoeringsorganisaties (COA, Nidos, IND) gekeken naar de invloed vandeze budgetverminderingen op de ontwikkeling van kinderen waar dezeuitvoerorganisaties voor verantwoordelijk zijn?Antwoord:De budgetkorting op de uitvoeringsorganisaties is gekoppeld aan eenverwachte lagere asielinstroom. Hoe deze budgetkorting wordt toegepast,zal in de komende jaren worden bezien.Vraag (109):Wat wordt precies bedoeld met «Oekraïners die in Nederland verblijvenvan de juiste toelatingspapieren behorend bij hun status te voorzien»? Omwelke papieren gaat dit en hoe wordt voorkomen dat Oekraïners moetenwachten op een sticker of een papier?Antwoord:Op het moment dat blijkt dat een Oekraïner voldoet aan de voorwaardenvoor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn TijdelijkeBescherming ontvangt diegene van de IND een bijbehorend verblijfs-bewijs in de vorm van een sticker of een O-document. Er zijn voldoendedocumenten op voorraad. Deze documenten kunnen, nadat blijkt datiemand aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming voldoet, directworden uitgereikt (in het geval van een sticker) of binnen enkele dagenworden uitgegeven (in het geval van een O-document op naam).Gedurende deze paar dagen staat al wel in het systeem dat betrokkenetijdelijke bescherming heeft.Vraag (110):Hoeveel O-documenten zijn er in 2023 verstrekt?Antwoord:Personen die zich hebben geregistreerd op grond van de RichtlijnTijdelijke Bescherming (RTB) Oekraïne ontvangen een verblijfssticker ineen geldig paspoort of op een apart inlegvel. Een O-document wordtverstrekt als het niet mogelijk is om een verblijfssticker te verstrekken,bijvoorbeeld als een paspoort is verlopen of als geen paspoortvoorhanden is en de nationaliteit met andere documenten is aangetoond.In 2023 heeft de IND 28.640 personen geregistreerd die in aanmerkingkomen voor een O-document of verblijfssticker op grond van de RTBOekraïne.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 537 In de periode 2022 tot en met september 2024 heeft de IND 119.020personen geregistreerd die in aanmerking komen voor een O-document ofverblijfssticker op grond van de RTB Oekraïne.Bron: IND; peildatum 1 oktober 2024. Cijfers afgerond op tientallen.Vraag (111):Hoeveel ontheemden uit Oekraïne die in Nederland tijdelijke bescherminghebben (en een Nederlands bewijs van verblijf hebben) zijn in anderelidstaten in vreemdelingenbewaring geplaatst of hebben andereproblemen ondervonden omdat het bewijs van verblijf niet werd(h)erkend door de autoriteiten van de andere lidstaten?Antwoord:De IND heeft geen inzicht in de plaatsing in vreemdelingenbewaring doorandere lidstaten van ontheemden uit Oekraïne met tijdelijke beschermingin Nederland. Ook zijn er geen exacte cijfers bekend over het aantalontheemden dat problemen heeft ondervonden tijdens het reizen binnenhet Schengengebied of op en neer naar Oekraïne. Eerder (medio 2023)heeft de voormalig Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de Neder-landse documenten in de systemen voor grenswachters laten plaatsen(PRADO en FADO). Verder wordt bezien op welke wijze de rechten die aanhet verblijfsbewijs verbonden zijn, kunnen worden verduidelijkt opdat hetvrij reizen van ontheemden uit Oekraïne binnen het Schengengebied enop en neer naar Oekraïne is geborgd.Vraag (112):Op hoeveel asielverzoeken van Oekraïners is er in 2023 beslist? Kunt uaangeven wat het inwilligingspercentage is? Hoeveel asielverzoeken vanOekraïners staan er nog open? Hoeveel van deze verzoeken zijn vanOekraïners die niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) vallen?Hoeveel van deze asielverzoeken staan al langer dan 21 maanden open?Kunt u aangeven op welke termijn een plan wordt gemaakt voor debehandeling van de asielaanvragen van ontheemden uit Oekraïne dietijdelijke bescherming genieten in Nederland?Antwoord:In 2023 was (tot 28 november) een Besluitmoratorium van kracht. Inbeginsel beslist de IND dan niet op asielverzoeken, tenzij de maximalebeslistermijn van 21 maanden is verstreken. Gelet op het ingesteldebesluitmoratorium kan dan onvoldoende worden beoordeeld en gemoti-veerd dat er géén risico bij terugkeer is. Dit betekent dat asielverzoeken inbeginsel worden ingewilligd.In 2023 heeft de IND 390 asielverzoeken van Oekraïners afgehandeld. Hetbetrof in verreweg de meeste gevallen een intrekking door de aanvragerof een afwijzing op grond van de Dublin-verordening. Dit betekent dat eenandere EU-lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van hetasielverzoek. Verder is in eerste aanleg 1% van de 390 asielverzoekeningewilligd en na (hoger) beroep nog eens 31%. De IND heeft gedurendede looptijd van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming tot nu toe ca. 119.000verzoeken om tijdelijke bescherming ontvangen. De asielaanvragen diehieraan ten grondslag liggen, worden op dit moment niet inhoudelijkbehandeld. Op 1 oktober 2024 stonden er 670 asielverzoeken vanOekraïners open die niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vallen.Daarvan staan 310 asielverzoeken langer dan 21 maanden open.De situatie – in Oekraïne – na afloop van de tijdelijke bescherming isongewis. Het daadwerkelijk inhoudelijk behandelen van ca. 119.000asielaanvragen neemt jaren in beslag. De inzet van Nederland is primairTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 538 een Europees gecoördineerde aanpak voor verblijf en terugkeer vanontheemden uit Oekraïne op de langere termijn. Ingeval een dergelijkeaanpak uitblijft of niet passend blijkt te zijn voor de Nederlandse situatie,wordt er gewerkt aan een nationale terugvaloptie. Daarbij wordt verwezennaar het antwoord op begrotingsvraag 113.Bron: IND. Cijfers afgerond op tientallen.Vraag (113):Hoeveel tijd heeft Nederland nodig voor invoering van de zogehetennationale terugvaloptie op het gebied van verblijfsrecht wanneer er geenbesluit tot gezamenlijke Europese verlenging van het verblijf vanOekraïners wordt genomen? Hoe wordt hier in de capaciteit van de INDrekening mee gehouden?Antwoord:Het kabinet werkt aan de voorbereiding op de situatie na afloop van detijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming(RTB), ook al lijkt een einde aan het conflict nog niet in zicht. Onze inzet isen blijft in eerste instantie om te komen tot een gezamenlijke Europeseoplossing ten aanzien van terugkeer en indien nodig langer verblijf. Voorhet geval een Europese oplossing uitblijft en langer verblijf nodig is,wordt er een terugvaloptie uitgewerkt. Hierbij wordt gekeken naar eenaanpak die toepasbaar is voor de omvangrijke groep ontheemden uitOekraïne en ook uitvoerbaar, waarbij de benodigde tijd tot invoering en decapaciteit van de betrokken organisaties waaronder de IND wordenbetrokken.Vraag (114):Hoeveel personen met de Oekraïense nationaliteit zijn er sinds deinwerkingtreding van de RTB aan de grens gedetineerd op grond vanartikel 6 Vw? Kunt u dit uitsplitsen per jaar? Wat was de gemiddelde duurvan deze detentie? Welk percentage van de Oekraïners in grensdetentieviel onder de RTB? Hoeveel van deze personen waren in het bezit van eenbiometrisch Oekraïens paspoort?Antwoord:De Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) is op 4 maart 2022 in werkinggesteld. Vanaf deze datum tot en met 30 september 2024 zijn afgerondtien vreemdelingen met de Oekraïense nationaliteit bij de Dienst JustitiëleInrichtingen11 ingestroomd op grond van artikel 6 Vw. Allen in het jaar2024.Direct na de Russische inval in Oekraïne was er sprake van een crisissi-tuatie en de beoordeling of aan de voorwaarden van de RTB werd voldaanwas nieuw. Hierdoor was niet altijd direct duidelijk welke gevolgen deactivering van de RTB had voor onder andere de toegang aan de grens.Als gevolg daarvan is in de beginperiode vaker besloten om ontheemdenuit Oekraïne direct toegang te geven tot Nederland. Sinds medio januari11Indien aan de grens geweigerde vreemdelingen in Nederland asiel aanvragen, vangt devrijheidsbeneming aan in het aanmeldcentrum van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND)in het Justitieel Complex Schiphol waar het Reglement Regime Grenslogies (RRG) vantoepassing is. Gedurende de asielprocedure heeft de vreemdeling als regel rechtmatig verblijf.Als na een zorgvuldige procedure een asielaanvraag wordt afgewezen en de rechter eeneventueel door de vreemdeling ingesteld (hoger) beroep tegen de afwijzing ongegrondverklaart, wordt hij of zij overgeplaatst naar een detentiecentrum van de Dienst JustitiëleInrichtingen (DJI).Bovenstaande cijfers hebben enkel betrekking op vreemdelingen, die al dan niet aansluitendop een verblijf in het aanmeldcentrum van de IND, in een detentiecentrum van DJI hebbenverbleven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 539 2024 wordt er geheel volgens de toepasselijke regels met betrekking totde grensprocedure gehandeld. De IND mag maximaal vier weken doenover de beoordeling in de grensprocedure, maar doet dit in zo’n kortmogelijke tijd. De exacte gemiddelde detentietijd in de grensprocedurewordt voor geen enkele nationaliteit bijgehouden door de IND. De INDregistreert bij de grensprocedure ook niet of een Oekraïner onder de RTBvalt en of diegene in het bezit is van een biometrisch Oekraïens paspoort.Uit cijfers van de Dienst Justitiële Inrichtingen komt naar voren dat degemiddelde duur van de detentie 12,3 dagen bedroeg. Bij de DienstJustitie Inrichtingen is geen informatie beschikbaar over het percentage ingrensdetentie dat viel onder de RTB of het aantal dat in het bezit was vaneen biometrisch Oekraïens paspoort.Vraag (115):Wat is de onderbouwing voor de prestatie indicator in tabel 11 dat deopvangduur voor statushouders 5,9 maanden is tot 2028? Wat is op ditmoment de gemiddelde opvangduur van statushouders in de opvang?Antwoord:Op dit moment is de gemiddelde verblijfsduur van een statushouder in deopvang ca. 6 maanden. Het is de inzet van dit kabinet om te zorgen vooruitstroom van statushouders naar vervolghuisvesting in de gemeente.Hier zal fors op worden ingezet, om die reden is uitgegaan van een lagergemiddelde in de tabel.Vraag (116):Hoeveel kinderen zitten er in de reguliere opvang en hoeveel kinderenzitten in de noodopvang? Kan hier een overzicht van worden gegeven?Antwoord:Op 1 januari 2024 bevonden zich totaal 16.210 kinderen in de opvang. 890kinderen in de tijdelijke gemeentelijke opvang, 6.140 kinderen in denoodopvang en 9.180 kinderen in de reguliere opvang.Kinderen in de opvang (Peildatum 17-10-2024)Tijdelijke gemeentelijke opvang – 890Noodopvang – 6.140Reguliere opvang – 9.180Totaal – 16.210Bron: COA. Cijfers afgerond op tientallen.Vraag (117):Hoeveel kinderen worden opgevangen op cruiseschepen?Antwoord:Medio oktober 2024 verblijven 117 kinderen op een cruiseschip.Vraag (118):Op welke manier wordt gelet op kinderen op cruiseschepen en dienszwemvaardigheden?Antwoord:In het geval kinderen zijn geplaatst op schepen met opvangvoorzieningenwordt er door het COA gezorgd voor zwemlessen. Ook krijgen zowel deouders als de kinderen voorlichting over diverse aspecten die zien op hetverblijf op een schip. Daarnaast zijn op diverse plekken waarschuwings-borden aangebracht. Het uitgangspunt is (overigens) dat kinderen niet opschepen worden geplaatst. De huidige situatie van capacitaire druk zorgtTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 540 ervoor dat dit, ook al wordt het zoveel mogelijk voorkomen, niet altijdmogelijk is.Vraag (119):Hoeveel duurder is de opvang op respectievelijk een cruiseschip of eenhotel in vergelijking met reguliere opvang?Antwoord:De (integrale) kosten van een reguliere opvangplek in 2024 bedragen€ 32.400 per bewoner.In 2024 bedragen de (integrale) kosten in een hotel ca. € 94.200 perbewoner en de kosten van een opvangplek op cruiseferry’s bedragen ca.€ 63.000 per bewoner. Tot op dit moment; 2024 is nog een lopendboekjaar.Het betreft de integrale kosten. Dit betekent inclusief de niet locatiegebonden kosten zoals de zorgkosten en de kosten voor de niet locatiegebonden overhead.Vraag (120):Kan een overzicht worden gegeven van de totale instroom middelsgezinshereniging tussen 2017 en 2024?Antwoord:In de periode van 2017 tot en met september 2024 zijn 262.910 aanvragenom een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf alsfamilie- of gezinslid in eerste aanleg ingewilligd. Daarnaast zijn in dezelfdeperiode 64.930 verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd op grondvan nareis ingewilligd.Vergunninghouders asiel kunnen binnen drie maanden na verlening vande vergunning asiel voor bepaalde tijd een verzoek indienen voorgezinshereniging. Migranten die op grond daarvan Nederland inreizenworden nareizigers genoemd. Zij vallen onder de categorie asielmigratie,net als asielzoekers en hervestigde vluchtelingen. Voor regulieremigranten en voor vergunninghouders asiel die langer dan drie maandenna verlening een verzoek indienen voor gezinshereniging, geldt hetreguliere beleid voor gezinshereniging.Bron:IND, Metis, peildatum: voor 2017–2023 jaarstanden, 2024 peildatum1-10-2024Vraag (121):Verwacht u een hogere instroom van het aantal mensen dat naarNederland gaat in het kader van gezinshereniging in 2025?Antwoord:In de recente prognoses die ten grondslag liggen aan de begroting wordtalleen een specifieke prognose gegeven voor Asiel Nareis, oftewelgezinshereniging aangevraagd door een statushouder. De recenteprognoses gaan uit van een hogere instroom van het aantal nareizigers in2025 dan in 2024.Vraag (122):Hoeveel nieuwe reguliere opvanglocaties zijn er of zullen er in 2024geopend worden met hoeveel capaciteit?Antwoord:In 2024 zijn er 5 nieuwe reguliere opvanglocaties geopend, met een totaleopvangcapaciteit van 546 plekken. Een van deze 5 nieuwe locaties betrefteen uitbreidingslocatie van een al bestaande reguliere opvanglocatie. EenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 541 reguliere opvanglocatie is een locatie die voldoet aan de (reguliere)kwaliteits- en voorzieningenstandaarden van het COA.Op dit moment is de verwachting dat er in 2024 nog 6 locaties opgeleverdzullen worden, met een totale capaciteit van 1.223 plekken. Daarbij wordtde kanttekening geplaatst dat de precieze momenten van opleveringafhankelijk zijn van de specifieke projectrisico’s en daardoor nog kunnenwijzigen. Het betreft de volgende 6 locaties:CapaciteitEindhoven250Enschede550Alkmaar150Leusden80Aerdenhout28Gorinchem165Totaal1.223 Vraag (123):Waarom is het COA er niet in geslaagd meer reguliere opvanglocaties teopenen?Antwoord:Het openen van een reguliere opvanglocatie beslaat een niet onaanzienlijktijdspad en is afhankelijk van verschillende factoren.Het COA is op de eerste plaats afhankelijk van de bereidwilligheid van degemeenten tot het vestigen binnen de gemeentegrenzen van eenreguliere opvanglocatie. Dit is afhankelijk van draagvlak, collegedoelen enmogelijkheden op het gebied van ruimtelijke ordening. Vanuit het COAwordt hard gewerkt aan het verkrijgen van het noodzakelijke bestuurlijkedraagvlak, en met de gemeente aan het verkrijgen van draagvlak bij debewoners.Van belang is op te merken dat veel inzet en inspanningen vanuit het COAin het afgelopen periode zijn gegaan naar het openen van noodlocaties,en de daartoe vaak noodzakelijke, kleine, verbouwingen. Inzet eninspanningen die ook nodig zijn geweest voor het veelvuldig (moeten)sluiten van locaties voor noodopvang, gegeven de vaak kortedoorlooptijd.Gemeenten zijn daarbij dit jaar erg druk geweest met (het realiseren van)de opgave uit de spreidingswet. Gemeenten hebben daarbij te maken met(langdurige) processen die betrekking hebben op het vinden van de meestgeschikte locatie en het betrekken van de raad en de inwoners. Dezeprocessen vragen veel tijd. De verwachting is dat in 2025 er veel meerreguliere locaties zullen worden gerealiseerd.Diverse factoren spelen een rol bij het (kunnen) openen van een(reguliere) opvanglocatie en zijn van invloed op de termijn voor hetopenen ervan:•De bouwkundige staat van de aangeboden locaties en de staat (vanonderhoud) van (technische) voorzieningen. Deze zijn vaak nietoptimaal en behoeven allerlei aanpassingen. Ook zijn de benodigdeenergievoorzieningen niet altijd al beschikbaar. Niet ieder aangebodenpand is ook geschikt voor opvang. Bijvoorbeeld vanwege de ligging;gekeken wordt naar de aanwezigheid in de omgeving van openbarevoorzieningen zoals openbaar vervoer, onderwijs- en zorgvoorzienin-gen.•De aanwezigheid (of juist het ontbreken van) bestuurlijk draagvlak. Ditvraagt ook om uitgebreide gesprekken en onderhandelingen met deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 542 gemeente over het verkrijgen van draagvlak. Gemeente en het COAmoeten ook overeenstemming (kunnen) bereiken over de in de locatiete plaatsen doelgroep.•Het onderhandelingstraject met de vastgoedeigenaar teneinde tekomen tot huur of tot aankoop. Dit traject moet goed verlopen (zo zaler overeenstemming moeten zijn over de prijs) en vraagt tijd.•Het projectontwikkelingsproces van (her)ontwikkeling of transformatievan de locatie tot een opvang locatie, met alle bijbehorende voorzie-ningen. Locaties moeten onder meer voldoen aan alle geldende milieuen duurzaamheidsvereisten voldoen. Regelmatig brengt dit met zichmee dat installaties moeten worden vervangen door moderneinstallaties.•Het vergunningentraject bij de gemeente moet goed verlopen, envraagt veel tijd. De noodzakelijke vergunning(en) moeten zijnafgegeven. Ingediende bezwaren zorgen voor vertraging.•Realisatie- en inrichtingstijd. Marktomstandigheden spelen een rol.Denk aan schaarste in bouwpersoneel en in materialen.In brede, algemene zin moet uitgegaan worden van 6 maanden tot zeker 3jaar of langer voordat een reguliere opvanglocatie geopend kan worden.Vraag (124):Klopt het dat de gemiddelde opvangduur van vergunninghouders navergunningverlening en de gemiddelde verblijfsduur in de opvang opbasis van uitstroom (in het aantal maanden) ten opzichte van 2023/2024gelijk blijft de komende jaren (tot 2028)? Zo ja, betekent dit dat er geeninzet of budget is voor snellere doorstroom van statushouders naarhuisvesting en het verminderingen van de wachtlijst bij de IND?Antwoord:De verblijfsduur van bewoners die op dit moment in de opvang verblijvenmet een vergunning is 6,48 maanden. Het is op dit moment niet te zeggenof deze duur, of de duur van het verblijf op het moment dat een vergun-ninghouder uitstroomt, zich in de komende jaren wijzigt. Dit is onder meerafhankelijk van de woningen die in de komende jaren beschikbaar komenvoor vergunninghouders.Vraag (125):Hoe wordt de gezondheidszorg georganiseerd en betaald?Antwoord:Het COA is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van de gezond-heidszorg aan asielzoekers.Voor de curatieve zorg geldt dat het COA na aanbesteding een contractheeft met Arts en Zorg. Binnen Arts en Zorg is GZA (Gezondheidzorgasielzoekers) verantwoordelijk voor de huisartsenzorg op of nabij elkasielzoekerscentrum. De wijze waarop deze zorg is georganiseerd isvergelijkbaar met de huisartsenzorg voor Nederlanders. Dit betekent datde asielzoeker eerst naar de huisarts van de door het COA gecontrac-teerde GZA gaat voordat hij, indien nodig, wordt doorverwezen(poortwachtersfunctie).Binnen Arts en Zorg is RMA Healthcare verantwoordelijk voor deuitvoering van de ziektekostenregeling asielzoekers (nu RMA) d.w.z. dezorginkoop, verzekerdenadministratie en afhandeling van de facturen vanzorgverleners. Asielzoekers maken aanspraak op vergoeding van zorgzoals is vastgelegd in de ziektekostenregeling (RMA). Het verstrekkingen-pakket van de RMA komt grotendeels overeen met het verstrekkingen-pakket van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg (Wlz) enbevat een aantal onderdelen uit de Wet maatschappelijke ondersteuningTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 543 (Wmo). Het verstrekkingenpakket is vastgesteld door J&V. De zorgkostendie vergoed zijn door RMA worden volledig betaald door het COA.Voor de preventieve zorg heeft het COA drie contracten met de GGDGHOR. De contracten voor de niet wettelijke taken als gezondheidsbevor-dering, voorlichting en jeugdgezondheidszorg zijn tot stand gekomen naeen aanbestedingsprocedure. Onder het PGA (publieke gezondheidszorgasielzoekers) vallen de wettelijk taken die de GGD uitvoert voor asiel-zoekers (tbc-screening, bestrijding, technische hygiënezorg(THZ),infectieziekten).Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten sinds 2015 verantwoordelijkvoor de uitvoering van de jeugdhulp voor alle kinderen die in de betref-fende gemeente verblijven. De Jeugdwet maakt hierin geen onderscheidin rechtmatig en niet-rechtmatige kinderen. Dit betekent dat degemeenten in Nederland ook wettelijk verantwoordelijk zijn voor dejeugdhulp voor asielkinderen. Financiering van de jeugdhulp vindt plaatsvia het gemeentefonds en een decentralisatieuitkering.De kosten van de curatieve en preventieve zorg zijn opgenomen in dekostprijs van het COA.Vraag (126):Hoe wordt tandheelkundige zorg georganiseerd en betaald? Zijn er ooktandartsen die vrijwillig een bijdrage leveren?Antwoord:De tandheelkundige zorg valt onder het verstrekkingenpakket van deziektekostenregeling asielzoekers (RMA). Asielzoekers tot 18 jaar hebbenrecht op dezelfde mondzorg als Nederlandse jongeren met een basisver-zekering. Boven de 18 jaar maakt een asielzoeker uitsluitend aanspraak ophulp bij ernstige pijn- en/of kauwklachten. Tandartsen worden gecontrac-teerd door RMA Healthcare.De kosten voor mondzorg maken deel uit van de kosten voor curatievegezondheidszorg en zijn dus onderdeel van de kostprijs.Bij het COA wordt niet centraal bijgehouden of er op locaties tandartsenzijn die een vrijwillige bijdrage leveren. Wel is bekend dat deze situatiezich voordoet.Vraag (127):Welke opvanglocaties moeten in principe dicht in 2025?Antwoord:In 2025 staan geen sluitingen van de locaties van Nidos en haar contract-partners gepland. Alle plekken bij Nidos zijn van duurzame aard.Vraag (128):Wat is de prognose voor de uitbreiding van het aantal plekken inopvanglocaties in 2025? (p.18).Antwoord:Op basis van de prognose die is opgesteld in het voorjaar 2024 is rekeninggehouden met een netto instroom van ca. 28.000 ontheemden in 2024 enwas de verwachting dat er per 1 januari 2025 ca. 136.000 ontheemden uitOekraïne in Nederland zouden verblijven. Op basis van deze prognose isde gemeenten gevraagd om 120.000 gemeentelijke opvangplekken per1 januari 2025 te realiseren met (financiële) ondersteuning van deNationale Opvang Organisatie (NOO). Dit najaar wordt de prognosegeactualiseerd. Dan zal de opvangopgave voor het benodigde aantalgemeentelijke opvangplekken per 1 juli 2025 vastgesteld worden. UitTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 544 recente inzichten komt naar voren dat meer ontheemden die in Nederlandarriveren opvang in eigen circuit vinden dan voorheen het geval was, watde druk op de gemeentelijke opvang verlicht. Om gemeenten te onder-steunen bij hun taak zal snel perspectief op de opvang worden geboden(duur, termijn, samenstelling van de opvang etc), zodat zij hun inspan-ningen beter kunnen plannen.Vraag (129):Hoeveel van de geprognotiseerde nieuwe plekken in 2025 zijn vantijdelijke aard en hoeveel zijn van structurele aard?Antwoord:Door de decentrale verantwoordelijkheid van de opvangcapaciteit doorgemeenten bestaat er geen volledig beeld van de samenstelling enkwaliteit van opvanglocaties die in 2025 zullen openen.Vraag (130):Klopt het dat de budgetten voor het COA en de IND meerdere jaren op rijte laag zijn begroot?Antwoord:Het kader voor de werkzaamheden en financiering van de migratieketen isgebaseerd op de meerjarenproductieprognose (MPP) van het jaar t-1. Opbasis van de MPP in jaar t wordt ieder jaar opnieuw bezien of meer ofminder middelen de komende jaren nodig zijn voor de asielketen.Hiervoor kunnen claims worden ingediend. Besluitvorming hierover vindtplaats in het voorjaar.Vraag (131):Kan een overzicht worden gegeven van het totaal aantal opvangplekkenvoor asielzoekers dat per 2025 wordt geboden door de 20 welvarendstegemeenten (op basis van gemiddeld huishoudensinkomen)?Antwoord:In de onderstaande tabel is uitgegaan van de CBS index 2020 voor hetbepalen van de top 20 van gemiddelde huishoudensinkomens(https://www.cbs.nl/nl/maatwerk/2023/35/inkomen-per-gemeente-en-wijk-2020).Bij het bepalen van de opvangcapaciteit (op 1 juli 2025) is uitgegaan vande nu bekende informatie met betrekking tot de looptijd van de locaties.Mogelijke verlengingen van bestuursovereenkomsten voor zover nog nietbekend, zijn hier nog niet in meegenomen.GemeenteProvincieCapaciteit op01-07-2025WassenaarZuid-Holland911BloemendaalNoord-Holland28Laren (NH.)Noord-Holland–BlaricumNoord-Holland250RozendaalGelderland–HeemstedeNoord-Holland20OegstgeestZuid-Holland200Gooise MerenNoord-Holland120Ouder-AmstelNoord-Holland30AmstelveenNoord-Holland360De BiltUtrecht–WaalreNoord-Brabant–VoorschotenZuid-Holland–ZeistUtrecht426VughtNoord-Brabant–Utrechtse HeuvelrugUtrecht634Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 545 GemeenteProvincieCapaciteit op01-07-2025WijdemerenNoord-Holland–AlbrandswaardZuid-Holland–BaarnUtrecht–De Ronde VenenUtrecht–TOTAAL2.979 Vraag (132):Kan een overzicht worden gegeven van het totaal aantal opvangplekkenvoor asielzoekers dat per 2025 wordt geboden door de 20 minst welva-rende gemeenten (op basis van gemiddeld huishoudensinkomen)?Antwoord:In de onderstaande tabel is uitgegaan van de CBS index 2020 voor hetbepalen van de 20 minst welvarende gemeenten, uitgaande van degemiddelde huishoudensinkomens (https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2023/35/inkomen-per-gemeente-en-wijk-2020).Bij het bepalen van de opvangcapaciteit op 1 juli 2025 is uitgegaan van denu bekende informatie met betrekking tot looptijd van locaties. Mogelijkeverlengingen van bestuursovereenkomsten voor zover nog niet bekend,zijn hier nog niet in meegenomen.GemeenteProvincieCapaciteit op01-07-2025UrkFlevoland–PekelaGroningen–AchtkarspelenFriesland–DantumadielFriesland–Noardeast-FryslânFriesland–StadskanaalGroningen467StaphorstOverijssel–TwenterandOverijssel–WesterwoldeGroningen2.281EnschedeOverijssel550OldambtGroningen180HoogeveenDrenthe958AlmeloOverijssel288VeendamGroningen–KerkradeLimburg–ReimerswaalZeeland–EmmenDrenthe724HarlingenFriesland–WeststellingwerfFriesland–EemsdeltaGroningen904TOTAAL6.352 Vraag (133):Op basis waarvan worden niet-gouvernementele organisatie (ngo’s) diesubsidie krijgen voor ondersteuning van zelfstandig vertrek bekostigd?Worden hier voorwaarden of bepaalde doelstellingen en indicatoren aangekoppeld?Antwoord:De ngo’s ontvangen subsidie op basis van de Subsidieregeling Onder-steuning Zelfstandig Vertrek 2023 (OZV 2023). Hiervoor wordt jaarlijks inde begroting een bedrag van ongeveer € 3.500.000 gereserveerd.De hoofdvoorwaarde aan een verstrekte subsidie is, dat de projectactivi-teiten bijdragen aan het beleidsdoel om zelfstandige terugkeer metTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 546 herintegratieondersteuning van vertrekplichtige vreemdelingen (ofdakloze EU-onderdanen) te realiseren. DTenV verstrekt een subsidie naeen positieve beoordeling van de ingediende projectplannen.Aan de subsidieaanvraag worden daarnaast verschillende administratieveen financiële voorwaarden gesteld als verzekering dat de projectactivi-teiten daadwerkelijk door de ngo kunnen worden uitgevoerd, er sprake isvan financiële stabiliteit van de ngo en de gemaakte kosten op eendeugdelijke manier kunnen worden verantwoord (zie artikel 8 OZV 2023).In de projectbeschrijving omschrijven de ngo’s de projectactiviteiten eneen indicatie van meetbare doelstellingen die zij met de activiteitentrachten te bereiken, bijvoorbeeld aantal voorlichtingsgesprekken,informatiebijeenkomsten, terugkeerders met herintegratieondersteuningen monitoringsmissies. In de voortgangsgesprekken die DTenV met dengo’s voert zijn deze meetbare doelstellingen de indicatoren op basiswaarvan hun inspanningsverplichtingen worden beoordeeld. Bij achter-blijven van meetbare doelstellingen en hieraan gekoppelde onderuit-putting van het projectbudget, kan DTenV uitbetaling van financiëlevoorschotten uit- of afstellen, of na vaststelling het subsidiebedragverlagen. De ngo’s dienen bij de eindrapportage ook altijd een goedkeu-rende accountantsverklaring te overleggen.Vraag (134):Richt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zich naast gedwongenvertrek ook op vrijwillig vertrek? Kunt u cijfers aanleveren van de caseloaden de daadwerkelijk vertrokken mensen met een uitsplitsing naar deaantallen bij DT&V en die van de (gezamenlijke) ngo’s?Antwoord:Als uitvoerder van het Nederlandse terugkeerbeleid heeft DTenV deopdracht vreemdelingen zonder verblijfsrecht rechtmatig en respectvol telaten terugkeren naar het land van herkomst. Het streven is dat vreemde-lingen zo veel mogelijk zelfstandig uit Nederland vertrekken. Daarbijkrijgen zij waar nodig hulp van DTenV, bijvoorbeeld bij het verkrijgen vanreisdocumenten. Ook helpt DTenV de vreemdeling perspectief te krijgenop herintegratie in het land van herkomst. Hiervoor werken we samen metdiverse (maatschappelijke) organisaties. Op 30 september 2024 bedraagtde caseload van DTenV 10.490 vreemdelingen.20202021202220232024 (t/m sept.)Vertrek met IOM / ngo1.5201.2901.2301.5601.310Overig aantoonbaar vertrek2.8402.4703.1404.2103.370Totaal4.3603.7604.3705.7804.680Bron: DTenV, cijfers afgerond op tientallen. Vraag (135):Kunt u een overzicht geven van de landen waar migranten naar zijnteruggekeerd (zowel vrijwillig als gedwongen) en dat uitsplitsen permaand vanaf 1 januari 2023 tot de meest recente cijfers?Antwoord:De gevraagde specificering per maand naar bestemmingsland, incombinatie met het soort vertrek, zou leiden tot een groot aantalafzonderlijke tabellen, met kleine aantallen. Omwille van de overzichte-lijkheid is de vraag daarom beantwoord met drie tabellen die sameninzicht geven in de landen waar migranten naartoe vertrekken.Tabel 1 bevat per maand het vertrek naar type bestemmingsland. Ook iseen opsplitsing gemaakt naar zelfstandig vertrek en gedwongen vertrek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 547 MaandLand van herkomstOnder Dublin verordeningAnder bestemmingslandZelfstandigvertrek zondertoezichtZelfstandigGedwongenZelfstandigGedwongenZelfstandigGedwongenjan-233408030803010310feb-2328010030904010300mrt-231809030803010410apr-231608020804010400mei-23180100501101010440jun-2315010030802020400jul-23250100301004020420aug-2321012050905030420sep-2319011050704020430okt-23190110501005010500nov-231709060804010560dec-2319010060704020430jan-24170100601003020520feb-24220160701201020540mrt-24310150701005020510apr-24190140801102020490mei-2422013060904020510jun-24170110501003010440jul-2421014080903020460aug-2415015030803020460sep-241208030703010350 Daarnaast is in tabellen 2 en 3 per type bestemmingsland een top-10 vanlanden gegeven, over de gehele periode januari 2023 tot en metseptember 2024. De gegevens zijn wederom uitgesplitst in zelfstandigvertrek en gedwongen vertrek.Tabel 2:Top-10 vertrek naar herkomstlanden (jan-23 t/m sept 24)Aantal personenZelfstandigGedwongen1. Polen05902. Marokko1803103. Turkije290404. Nigeria280505. Albanië220706. Moldavië260307. Oezbekistan240108. India200509. Tadzjikistan230010. Indonesië220<5 Tabel 3:Top-10 vertrek naar Dublinlanden (jan-23 t/m sept 24)Aantal personenZelfstandigGedwongen1. Duitsland5106702. Spanje1303203. Frankrijk1302204. Oostenrijk502105. Zwitserland201206. België80607. Kroatië20808. Zweden20409. Bulgarije<54010. Denemarken1020Bron: DTenV. Cijfers afgerond op tientallen. Vraag (136):Hoeveel amv’s verblijven er momenteel in de opvang voor volwassenen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 548 Antwoord:Medio oktober 2024 verblijven 1.211 amv’s in een reguliere opvanglocatie.Het betreft jongeren die tenminste 17 jaar en 9 maanden zijn en jongerendie met een begeleider – niet zijnde een of meerdere ouders – naarNederland zijn toegekomen.Vraag (137):Hoeveel amv’s wachten er langer dan 6 maanden op een aanmeldgehoor?Wat is de gemiddelde wachttijd voor amv’s voor het aanmeldgehoor?Wachten amv’s gemiddeld langer op een aanmeldgehoor dan volwas-senen? Zo ja, wat is de reden dat amv’s langer wachten op een aanmeld-gehoor dan volwassen aanvragers?Antwoord:Op peildatum 1 oktober 2024 wachtten 520 amv’s langer dan een half jaarop een aanmeldgehoor.Amv’s wachtten op peildatum 1 oktober 2024 gemiddeld 23 weken op eenaanmeldgehoor. Voor niet-amv’s is de wachttijd voor een aanmeldgehoor4 weken. Reden dat amv’s langer moeten wachten op een aanmeldgehooris de sterke stijging – in zowel absolute zin en als aandeel van de geheleasielinstroom – van de amv-instroom sinds de zomer van 2021. Aanmeld-gehoren van amv’s zijn arbeidsintensiever dan die van andere asiel-zoekers. De IND besteedt tijdens de gehoren onder meer extra aandachtaan de gezinsleden, woonadressen en de levensloop van de amv. Ookvoert de IND een leeftijdsschouw uit. Bovendien kunnen amv’s, medegezien het feit dat het hier een kwetsbare groep betreft, alleen wordengehoord door medewerkers die daarvoor een speciale training hebbengevolgd.De IND streeft ernaar alle al langer wachtende amv’s binnen afzienbaretijd een aanmeldgehoor te geven. Met het oog daarop wordt sinds 1 juli jl.een inhaalslag gemaakt. Amv’s die nu asiel aanvragen, krijgen veel snellereen aanmeldgehoor dan het hiervoor genoemde gemiddelde van 23weken.Vraag (138):Hoeveel opvangplekken voor ontheemden uit Oekraïne worden er binnenafzienbare tijd gerealiseerd?Antwoord:Vanwege de decentrale verantwoordelijkheid voor de opvangcapaciteitdoor gemeenten hebben we hier niet volledig zicht op.Vraag (139):Kunt u aangeven in hoeverre u verwacht dat de instroom van Oekraïnersde komende maanden gaat toenemen of afnemen? Met hoeveel procent?Hoeveel procent van het totaal aantal Oekraïners die zich in Europabevinden vangt Nederland op? Hoe verhoudt zich dat tot andere landen?Antwoord:•In lijn met de MPP wordt een prognose opgesteld voor de nettoinstroom van Oekraïense ontheemden. Op basis van de huidigeprognose wordt rekening gehouden met een gemiddelde nettoinstroom van 540 ontheemden per week.•Op dit moment wordt de prognose herijkt en zal gekeken worden naarde te verwachten instroom voor de komende maanden. In novemberzal uw Kamer hierover geïnformeerd worden.•In deze prognose wordt ook meegenomen hoe de daadwerkelijkerealisatie van de instroom zich ontwikkeld heeft ten opzichte van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 549 huidige prognose. Deze prognose zal de basis vormen voor devaststelling van het aantal benodigde opvangplekken voor medio 2025.•Uit informatie van de Europese Commissie blijkt dat Nederland op ditmoment 2,6% opvangt van het totaal aantal ontheemden dat wordtopgevangen door de lidstaten van de EU, Noorwegen, IJsland enZwitserland. Ter vergelijking enkele buurlanden: Duitsland vangt 25,3%op, Polen 21,6%, Frankrijk 2,2% en België 1,9%. Dit betreft het aantalpersonen dat is ingeschreven onder de Richtlijn Tijdelijke Bescher-ming.•Het instituut Clingendael onderzoekt in opdracht van het Ministerie vanAenM regelmatig de verwachtingen ten aanzien van de beschermings-opdracht voor ontheemden uit Oekraïne. Op 27 september jl. is hetmeest recente rapport verschenen.12Vraag (140):Waarom zijn de kosten voor verzorging zo sterk toegenomen van 2023naar 2024? Kunnen die kosten nader worden toegelicht en uitgesplitst?Antwoord:De stijging van de verzorgingskosten bij Nidos kent meerdere oorzaken.Ten eerste zijn de personeels- en apparaatskosten ten opzichte van 2023gestegen. Daarnaast lukt het Nidos door een tekort aan woningen niet omvoldoende kleinschalige wooneenheden (KWE, woonhuizen) te vinden,waardoor meer jongeren in kinderwoongroepen (KWG) wordenopgevangen. In KWG is meer begeleiding aanwezig dan in KWE,waardoor de kostprijs voor deze opvangvorm hoger ligt en de totaleverzorgingskosten zijn gestegen. Tenslotte vangt Nidos verhoudings-gewijs in 2024 meer jongeren op in KWE en KWG en minder in opvangge-zinnen (OWG). De kostprijs van een OWG-plek is lager dan de kostprijsvan een KWE- en KWG-plek, wat er eveneens toe leidt dat de totaleverzorgingskosten zijn toegenomen.Vraag (141):Wat is de stand van zaken voor een stabiele financiering voor de IND?Antwoord:Begin 2024 is de opdracht gegeven aan een externe partij om een adviesmet betrekking tot de toekomstbestendige bekostigingssystematiek voorIND te geven. In de afgelopen maanden is onderzoek gepleegd om tekomen tot dit advies met betrekking tot de structurele financiering. Hetuitgangspunt is dat de financieringsvorm ondersteunend is aan demeerjarige opdrachten van de IND. Op korte termijn wordt dit adviesverder geconcretiseerd en zal gedeeld worden met uw Kamer.Vraag (142):Wat is de stand van zaken van de motie van het lid Van Nispen over eenplan van aanpak voor het verkorten van beslistermijnen in asiel- ennareiszaken en het wegwerken van wachtlijsten bij de IND (Kamerstuk36 349, nr. 15)?Antwoord:U wordt dit najaar schriftelijk geïnformeerd over de uitwerking van demotie van het lid Van Nispen inzake plan van aanpak voor het verkortenvan de beslistermijnen in asiel- en nareiszaken. Hierbij wordt verwezennaar de onlangs uitgebrachte Stand van de Uitvoering van 11 juni 2024.Daarin staat dat de IND de ambitie heeft om via drie lijnen tot 2028 tewerken om de voorraad van aanvragen terug te dringen en tijdiger tebeslissen op de aanvragen. Zoals de IND heeft gecommuniceerd doet zij12Kamerstukken II 2024/25, 19 637, nr. 3295 .Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 550 dit door 1) de complexiteit in de behandeling van een aanvraag teverminderen, 2) door slimmer en efficiënter te werken en 3) door meerpersoneel aan te trekken.Vraag (143):Kan de Kamer de herziene MPP cijfers van dit najaar voor de begrotings-behandeling van het Ministerie van Asiel en Migratie ontvangen? Wordende cijfers van deze nieuwe MPP ook doorvertaald naar nieuwe financiëleafspraken met COA en IND? Zo nee, waarom niet?Antwoord:In de brief over de actuele situatie asielketen, die op korte termijn, maarna de begrotingsbehandeling naar uw Kamer wordt verstuurd, worden deuitkomsten van de MPP met u gedeeld. De MPP is één van de bronnen inhet kader van stukken die in het kader van de P&C-cyclus wordenopgesteld, waaronder de opdrachtbrieven aan de uitvoeringsorganisatieszoals COA en IND, maar ook de hernieuwde afspraken/ opdrachten en definanciële verantwoordingen.Vraag (144):Klopt het dat het algoritme Intelligent zoeken Basisvoorziening Vreemde-lingen (BVV) niet voldoet aan het toetsingskader van de AlgemeneRekenkamer?Antwoord:Op 18 mei 2022 heeft de Algemene Rekenkamer het rapport «Algoritmesgetoetst» naar de Tweede en Eerste Kamer gestuurd en gepubliceerd. Hetklopt dat in het rapport door de Algemene Rekenkamer is geconstateerddat het algoritme voor intelligent zoeken in de BVV op een aantalonderdelen niet voldoet aan het toetsingskader van de AlgemeneRekenkamer.Naar aanleiding van dit onderzoek zijn beheersmaatregelen genomen ofin onderzoek. Aan de Kamer is eerder gemeld dat de risico’s op de inzetvan het zoekalgoritme op de BVV, acceptabel zijn. Het algoritme gebruiktgeen variabelen die discriminatie in de hand werken; heeft geen zelflerendvermogen en trekt geen conclusies. Het wordt door ketenpartners gebruiktals hulpmiddel bij het zoeken naar vreemdelingen.Het algoritme is gepubliceerd in het algoritmeregister op Overheid.nl.Vraag (145):Welke veranderingen in het BVV zijn doorgevoerd sinds het negatieveoordeel van het toetsingskader van de Algemene Rekenkamer?Antwoord:De Basis Voorziening Vreemdelingen is het informatiesysteem in demigratieketen waarin basisgegevens van vreemdelingen in Nederland zijnopgeslagen. In de BVV zelf zijn geen veranderingen doorgevoerd. T.a.v.het algoritme wordt opgemerkt dat de correcte werking van het algoritmeregelmatig wordt getoetst. Waar nodig zijn de IT-controls t.a.v. deleverancier aangescherpt.Aan de Kamer is eerder gemeld dat de risico’s op de inzet van hetzoekalgoritme op de BVV, acceptabel zijn. Het algoritme gebruikt geenvariabelen die discriminatie in de hand werken; heeft geen zelflerendvermogen en trekt geen conclusies. Het wordt door ketenpartners gebruiktals hulpmiddel bij het zoeken naar vreemdelingen.Het algoritme is gepubliceerd in het algoritmeregister op Overheid.nl.Vraag (146):Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 551 Wat was de kritiek van de Algemene Rekenkamer op het algoritme opgrenscontroles en wat is hiermee gebeurd?Antwoord:Het rapport van de Algemene Rekenkamer (AR) gaat over het AdvancedPassenger Information-3 systeem (API). Dit is een IT-systeem van hetMinisterie van Defensie. De AR heeft geconcludeerd dat er serieus werkwordt gemaakt van de risicobeheersing rondom inzet van het algoritmebij grenscontrole. Niettemin zijn er aanbevelingen gedaan met betrekkingtot onduidelijkheden in rollen, taken en verantwoordelijkheden op hetgebied van IT-beheer tussen de Koninklijke Marechaussee (KMar), hetMinisterie van Defensie en het Ministerie van JenV als voorganger van hetMinisterie van Asiel en Migratie, evenals ten aanzien van de evaluatie vanrisicoprofielen. De verdere uitwerking en borging van IT-beheer wordennader uitgewerkt en bekrachtigd in een data protection impactassessment (DPIA). Daarnaast wordt hard gewerkt om duidelijke kaders tescheppen waaronder voor de evaluatie van het gebruik van risicopro-fielen. Dit past bij de kabinetsinzet waar informatiegestuurd optredenbijdraagt aan doelmatig en doeltreffende grenscontroles.Vraag (147):Hoeveel fte was er op 1 januari 2024 beschikbaar voor de afhandeling vannareiszaken en hoeveel extra fte zal er in 2025 ingezet worden om deachterstanden weg te werken?Antwoord:Per 1 januari 2024 is ruim 300 fte beschikbaar (exclusief ondersteuning)voor de afhandeling van nareiszaken. Aanvullend is een totale uitbreidingvan 100 – 120 fte voorzien; de uitbreiding van deze extra capaciteit staatgepland voor eind 2024/begin 2025.Vraag (148):Wat is het te verwachten bedrag aan dwangsommen indien de generiekeverlenging van de beslistermijn juridisch niet houdbaar blijkt?Antwoord:Wanneer de generieke verlenging van de beslistermijn asiel (van 6 naar 15maanden) juridisch onhoudbaar blijkt en met terugwerkende krachtgeheel ongedaan wordt gemaakt, zal de verwachte potentiële dwangsom-schuld op asiel voor de jaren 2024 t/m 2027 in totaal gezamenlijk (dus nietper jaar) stijgen met circa € 52,– miljoen.Voor de jaren 2028 en verder heeft het geen gevolgen, omdat debeslistermijn in alle asielzaken dan weer 6 maanden bedraagt.Het beeld is gebaseerd uit de meest recente herijking uit april van hetlopend jaar. Op dit moment worden de verwachtingen herijkt enbijgesteld.Vraag (149):Binnen welke termijn wordt verwacht asielaanvragen en nareisaanvragenweer binnen de wettelijke termijn te behandelen?Antwoord:Alhoewel de IND onverminderd blijft inzetten op het verder verhogen vande productie zijn de voorraden op asiel – en nareisaanvragen zodanighoog en de doorlooptijden dusdanig lang, dat de IND niet in staat zal zijnde komende jaren binnen de wettelijke beslistermijn (van oorspronkelijk 6maanden) te beslissen. Er zijn ook geen eenvoudige maatregelen meer tenemen om de aanvragen weer binnen wettelijk termijn te behandelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 552 Uiteraard blijft de IND ook de komende jaren wel investeren in hetophogen van de productie. Dit zal echter niet voldoende zijn om op kortetermijn in te lopen op de voorraden en de instroom bij te houden. Deaanstaande veranderingen in het asielproces ten gevolge van het asiel- enmigratiepact en de uitwerking van het hoofdlijnen akkoord zullen in eersteinstantie tot een verzwaring van deze problematiek te leiden, alvorens deeffecten van het asiel- en migratiepact, de veranderingen het hoofdlijnenakkoord en de nieuwe asielprocedure uiteindelijk tot een merkbareverbetering zullen leiden.Vraag (150):Hoeveel Oekraïners volgen Nederlands taalonderwijs vanuit dezogenoemde WEB-gelden?Antwoord:Het is niet mogelijk om te achterhalen hoeveel ontheemden uit Oekraïnetaallessen volgen die gefinancierd worden vanuit de Wet educatie enberoepsonderwijs (WEB). Dit wordt niet landelijk geregistreerd.Vraag (151):Wanneer ontvangt de Kamer de voor september 2024 toegezegdeinformatie n.a.v. de motie van de leden Brekelmans en Van den Brink overonderzoeken hoe bij kansarme asielaanvragen aan het begin van deprocedure de waarschijnlijke optie van terugkeer een nadrukkelijkere plekkan krijgen (Kamerstuk 19 637, nr. 3146)?Antwoord:Met de ontwikkeling van de PBL wordt reeds invulling gegeven aan demotie. Tijdens de begeleiding, die vreemdelingen die in de PBL zijngeplaatst zullen ontvangen, komt de optie van terugkeer uitgebreid aanbod. De DT&V zal hierbij individuele voorlichtingsgesprekken voeren metde vreemdelingen in de PBL. Deze begeleiding zal al starten voordat deasielbeschikking wordt uitgereikt. Omdat de PBL-aanpak in ontwikkelingis, vind ik het van belang om ook op andere manieren terugkeer nadruk-kelijk een plek te geven tijdens de asielprocedure van kansarme asiel-zoekers. Ik verwacht uw Kamer voor het kerstreces over de mogelijkhedendaarvoor te informeren.Vraag (152):Kunt u de namen van de moties in de tabel opnemen en de tabelnogmaals naar de Kamer sturen?Antwoord:U vindt de tabel in de bijlage.Vraag (153):Wat is de stand van zaken t.a.v. de uitvoering van de motie van het lidBisschop over het uitwerken van verschillende beleidsvarianten voor eenbovengrens aan immigratie (Kamerstuk 36 333, nr. 67)?Antwoord:Het kabinet werkt, zoals ook de Minister-President heeft aangegeventijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, aan beheersbare migratiedoor in te zetten op het oplossen van de knelpunten per migratiestroom.Dat ligt in het verlengde van de Staatscommissie DemografischeOntwikkelingen 2050. Dit vraag een gerichte aanpak per migratiestroom,zoals beschreven in het regeerprogramma. Voor asielmigratie gebeurt ditdoor in te zetten op het zo drastisch mogelijk beperken hiervan door hetasielstelsel ingrijpend te hervormen en de asielketen per direct teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 553 ontlasten. In het regeerprogramma treft u tevens de uitwerking voor deandere migratiestromen.Vraag (154):Wat is de stand van zaken t.a.v. de uitvoering van de motie van het lidDiederik van Dijk over bezien hoe de verslagen van de gesprekken van deregietafels voortaan openbaar kunnen worden gemaakt (Kamerstuk36 410-VI, nr. 86)?Antwoord:Met de PRT’s is afgesproken dat de verslagen conform de Wet OpenOverheid worden opgesteld. Uit een rondgang uit de PRT’s blijkt dat 6 vande PRT’s hun verslagen actief openbaar willen maken. De overige PRT’swillen de verslagen passief (op verzoek) openbaar maken. Dit wordtmeegenomen in uitvoering van deze motie waarop wij op een latermoment terugkomen.Vraag (155):Wat is de stand van zaken t.a.v. de uitvoering van de motie van het lidDiederik van Dijk c.s. over mogelijkheden verkennen om antisemitisme alsweigerings- of intrekkingsgrond zwaarder mee te wegen (Kamerstuk36 196, nr. 10)?Antwoord:Ter uitwerking van deze motie wordt conform eerdere toezeggingbinnenkort Kamerbrief en beslisnota naar de Tweede Kamer gestuurd.Hiervan gaat ook een afschrift naar de Eerste Kamer.Vraag (156):Wat is de stand van zaken t.a.v. de uitvoering van de motie van het lidBisschop over inventariseren welke investeringen noodzakelijk zijn om tekomen tot een robuuste en wendbare asielketen (Kamerstuk 19 637, nr.2798)?Antwoord:In de afgelopen jaren is gebleken dat het op- en afschalen van decapaciteit van de IND en het COA en het meebewegen met de actueleasielinstroom en opvangbehoefte niet meer werkt. Het COA is afhankelijkvan draagvlak bij gemeenten en omwonenden, geschikt vastgoed enpersoneel die vaak op korte termijn niet beschikbaar zijn of alleen tegenhoge kosten.Bij voorjaarsnota 2023 is daarom besloten dat het Rijk een vaste capaciteitvan 41.000 opvangplekken met bijbehorende personele bezettingmeerjarig (stabiel) financiert. Er wordt niet afgeschaald onder deze vastecapaciteit van opvangplekken van reguliere kwaliteit. Als er minderasielzoekers zijn dan kan een deel ingezet worden voor andere groepen(bijvoorbeeld studenten en daklozen). Het COA kan hierdoor beteranticiperen op fluctuaties in de bezetting tegen lagere kosten voorpersoneel en huisvesting dan bij noodopvang het geval is.Met de vanaf 2027 beschikbare middelen in de begroting is het nietmogelijk om deze stabiele capaciteit van 41.000 opvangplekken aan teblijven houden. Daarmee is de structurele financiering van de vastevoorraad vooralsnog niet geborgd in de Rijksbegroting.Bij de IND is begin 2024 de opdracht gegeven aan een externe partij omeen advies met betrekking tot de toekomstbestendige bekostigingssyste-matiek voor IND te geven. In de afgelopen maanden is onderzoekgepleegd om te komen tot dit advies met betrekking tot de structurelefinanciering. Het uitgangspunt is dat de financieringsvorm ondersteunendis aan de meerjarige opdrachten van de IND. Dit advies behoeft nogTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 554 verdere concretisering waar de komende tijd aan gewerkt zal worden. Deuitkomsten hiervan zullen gedeeld worden met uw Kamer.Vraag (157):Wat is de stand van zaken t.a.v. de uitvoering van de motie van de ledenDiederik van Dijk en Brekelmans over maatregelen treffen om hetno-showpercentage bij IND-gehoren terug te dringen (Kamerstuk 36 349,nr. 16)?Antwoord:U wordt dit najaar, door middel van de Kamerbrief over de actuele situatieasielketen en uitkomsten MPP-2024-II, geïnformeerd over de uitwerkingvan de motie van de leden van Dijk en Brekelmans over de getroffenmaatregelen om het no-showpercentage bij de IND-gehoren terug tedringen.Vraag (158):Wat is de stand van zaken t.a.v. de uitvoering van de motie van het lidDiederik van Dijk c.s. over verkennen hoe andere lidstaten invulling gevenaan het beginsel van effectieve rechtsbescherming voor vreemdelingen(Kamerstuk 35 749, nr. 11)?Antwoord:Uw Kamer ontvangt z.s.m. en uiterlijk vóór het kerstreces een schriftelijkereactie op de motie.Vraag (159):Hoeveel aanvragen zijn er binnen de PBAA afgewezen? Hoeveelaanvragen zijn ingewilligd?Antwoord:Binnen de PBAA zijn 500 aanvragen afgewezen. Er zijn 17.440 aanvrageningewilligd. Daarnaast zijn er 80 zaken niet-inhoudelijk afgedaan,bijvoorbeeld vanwege intrekking van de aanvraag.In totaal zijn in de PBAA 18.020 aanvragen afgehandeld.Bron: IND; peildatum 1 oktober 2024. Cijfers afgerond op tientallen.Vraag (160):Wat is het aantal extra asielaanvragen die zijn behandeld door deinstelling van de PBAA?Antwoord:In PBAA zijn 18.020 asielaanvragen afgehandeld. Bij de start van de PBAAis aangegeven dat capaciteit van de directie Asiel & Bescherming zouworden ingezet voor de PBAA, waardoor Asiel & Bescherming 5.000minder zaken af zou kunnen doen gedurende de looptijd van de PBAA. Ditbetekent dat door BPAA er 13.000 extra zaken zijn afgehandeld in deperiode van mei 2023 tot en met juli 2024.Bron: IND, peildatum 1 oktober 2024. Cijfers afgerond op tientallen.Vraag (161):Welke maatregelen worden er genomen om ook in de toekomst despecifieke aandacht voor kwetsbare groepen in de opvang te waarborgen?Antwoord:Het COA heeft op dit moment specifiek beleid voor kinderen en amv. Ookgeven COA medewerkers structureel aandacht aan andere (extra)kwetsbare personen in de opvang. Daarbij wordt erkend dat er groepenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 555 zijn waarbinnen risico op kwetsbaarheid nadrukkelijker aanwezig is. In ditkader kan er worden gesproken over kwetsbare groepen in de opvang,waarbij altijd wordt uitgegaan van kwetsbaarheid op persoonsniveau.De niet-limitatieve lijst van personen die binnen deze groepen kunnenvallen bevat onder andere LHBTI-personen en slachtoffers van seksueel,gender, racistisch of religieus geweld en slachtoffers van een gedwongenhuwelijk en kindbruiden.Het COA zorgt ervoor dat eventuele kwetsbaarheden en bijzondereopvangbehoeften van bewoners zo snel mogelijk worden gesignaleerd.Het COA is voornemens om, in lijn met de nieuwe bepalingen in deOpvangrichtlijn, een training te ontwikkelen voor COA-medewerkers diedeze beoordeling zullen uitvoeren op locatie en op basis daarvanpassende begeleiding en/of doorverwijzing kunnen bieden.Daarnaast werkt het COA op alle locaties, inclusief de centrale ontvangst-locatie, met getrainde contactpersonen die aandacht hebben voorpotentieel kwetsbare personen, zoals LHBTI-personen of slachtoffersmensenhandel. Daarnaast zijn er opgeleide aandachtsfunctionarissenmeldcode die letten op signalen van o.a. huiselijk of eergerelateerdgeweld en kindermishandeling.De contactpersonen zijn kennisdrager op hun thema en fungeren alsintern en extern aanspreekpunt op dit gebied. Ze onderhouden hetnetwerk met relevante partnerorganisaties in de omgeving voor doorver-wijzing van bewoners en andere vormen van samenwerking.Vraag (162):Hoeveel kinderen in de opvang hebben nu geen toegang tot onderwijs?Antwoord:Het aantal is op dit moment niet te geven. Het COA registreert nietstandaard of kinderen al dan niet naar school gaan. Overigens valt debeschikbaarheid en organisatie van het onderwijs niet onder de verant-woordelijkheid van het COA.Vraag (163):Hoeveel kinderen in de opvang hebben nu geen mogelijkheid om buitente spelen?Antwoord:Het COA Ruimtelijk Functioneel Programma van Eisen voor de regulierelocaties van het COA, en het Programma van Eisen voor de locaties voornoodopvang beschrijven dat locaties worden voorzien van een buiten-speelplaats. Voor jongere en oudere kinderen zijn er gebieden voorrecreatie en sport zoals basketbal-, volleybal- en voetbalvelden. Voor dekinderen tot 6 jaar worden voorzieningen als een wipkip, duikelrek ofspeelhuis met glijbaan geplaatst.Weliswaar is niet altijd bij het begin van de ingebruikname van eennoodopvanglocatie buitenspeelgelegenheid ook aanwezig. De aanwe-zigheid hiervan is wel het uitgangspunt, en zij wordt dan ook spoedigaangebracht. Is er geen specifieke buitenspeelruimte (nog) beschikbaardan worden er allerlei activiteiten voor kinderen georganiseerd.Vraag (164):Kunt u een overzicht geven van het aantal opvanglocaties waar meer dan500 asielzoekers worden opgevangen, waar tussen de 400–499, 300–399,200–299, 100–199 asielzoekers worden opgevangen en waar tussen de 1en de 99 asielzoekers worden opgevangen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 556 Antwoord:In de onderstaande tabel is het aantal opvanglocaties ingedeeld naaromvang, uitgedrukt in aantal opvangplekken. Dit betreft het beeld per1 oktober 2024. Het betreft hier, naast de locaties voor alleenstaandeminderjarige vreemdelingen, reguliere opvanglocaties die voldoen aan dereguliere kwaliteits- en voorzieningenstandaarden van het COA, ennoodopvanglocaties die niet aan deze standaarden voldoen.Omvang locatieAMV locatiesOpvanglo-catiesTotaal1 – 99 opvangplaatsen4963112100 – 199 opvangplaatsen45660200 – 299 opvangplaatsen2424300 – 399 opvangplaatsen1515400 – 499 opvangplaatsen1212500 en meer opvangplaatsen4444TOTAAL53214267 Vraag (165):Wat was de gemiddelde doorlooptijd voor asielverzoeken in spoor 4 injanuari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus van dit jaar?Antwoord:In de tabel vindt u de gemiddelde doorlooptijd van eerste aanvragen opspoor 4 in 2024, over de maanden januari tot en met september.Tabel: Doorlooptijden eerste asielaanvragen in spoor 4 in weken, 2024 tot en metseptember (Bron: IND; peildatum 1 oktober 2024)2024Doorlooptijdspoor 4(weken)Januari63Februari62Maart63April59Mei61Juni58Juli59Augustus66September62 Op 18 juni jl. is door de toenmalig Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid toegezegd om per kwartaal inzicht te geven in de doorloop-tijden van de IND op spoor 4. Sinds enige tijd worden de doorlooptijdenvan spoor 4 gepubliceerd op de website van de IND. Deze wordengelijktijdig gedeeld met de tertaalcijfers. Daarna volgt iedere viermaanden een publicatie.Vraag (166):Kunt u per land van herkomst aangeven hoeveel asielverzoeken wachtenop een beoordeling en kunt u dat ook doen voor amv’s?Antwoord:De IND registreert de nationaliteit van asielzoekers en niet het land vanherkomst. In het antwoord is dus per nationaliteit aangegeven hoeveelasielverzoeken wachten op een beoordeling.De genoemde aantallen betreffen eerste asielaanvragen, opvolgendeaanvragen en zij-instroom (opengevallen asielaanvragen na intrekking vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 557 een besluit of gegrondverklaring van een beroep) samen. De cijfers zijnafgerond op tientallen.Totaal aantal openstaande asielverzoeken per nationaliteit (nationaliteitenwaarin minder dan 50 asielverzoeken wachten op een beoordeling, zijnopgenomen in de categorie overig)*:NationaliteitAantalSyrische15.530Turkse3.810Iraakse3.720Eritrese3.180Somalische2.630Jemenitische2.430Iraanse2.060Onbekend1.700Nigeriaanse1.580Soedanese1.180Pakistaanse1.070Oekraïense1.070Colombiaanse1.010Afghaanse930Ethiopische690Gambiaanse640Ugandese620Algerijnse610Russische600Egyptische550Chinese540Sierra Leoonse510Marokkaanse370Libische340Venezolaanse340Guinese320Azerbeidzjaanse210Jordaanse190Moldavische180Tunesische170Libanese150Belarussische110Sri Lankaanse100Kameroense90Staatloos90Oezbeekse80Myanmarese80Turkmeense80Armeense80Kazachse60Indiase60Peruaanse60Kenyaanse60Ivoriaanse60Bengalese60Liberiaanse60Nicaraguaanse50Zimbabwaanse50Burger van Congo50Angolese50Tadzjiekse50Overig1.190 Aantal openstaande asielverzoeken van amv’s per nationaliteit (nationali-teiten waarin minder dan 10 asielverzoeken wachten op een beoordeling,zijn opgenomen in de categorie overig)*:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 558 NationaliteitAantalSyrische3.380Eritrese800Iraakse760Somalische530Gambiaanse240Jemenitische190Ethiopische180Soedanese170Onbekend110Afghaanse100Turkse60Guinese50Sierra Leoonse40Marokkaanse30Algerijnse30Iraanse20Pakistaanse10Overig120 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XX, nr. 559

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 45b1af896d5be8c0

14 okt 2026 · 57e94e0bd22c9272

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.