KamerkringInloggen
Kamerbrief

Opvolging hervormingsagenda voor versobering van de Algemene Bestuursdienst (ABD)

11 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c3aee9aa00dded66 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 490Vernieuwing van de rijksdienstNr. 388 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 2025Op 28 maart jl. heb ik uw Kamer per brief geïnformeerd over mijn plannenvoor hervorming van de Algemene Bestuursdienst (ABD)1. Ik heb in mijnbrief toegezegd u voor het zomerreces nader te informeren over demaatregelen die ik neem. Met deze brief informeer ik u over de stappendie ik zal zetten.Een mensgerichte en waardengedreven overheidZoals ik stelde in mijn brief moet de leefwereld van mensen uitgangspuntzijn bij alles wat de overheid doet. Het is tijd om concrete resultaten bovensystemen en procedures te zetten. Het gaat erom dat oplossingen voorproblemen waar mensen in de praktijk tegenaan lopen leidend zijn in hetwerk van de overheid. Dat vraagt om integrale oplossingen die deportefeuille van één ministerie overstijgen en om samenwerking tussengemeenten, provincies en de Rijksoverheid. Denk bijvoorbeeld aan dewoningbouwopgave, de aanpak verwarde personen of armoedebe-strijding. Daarom is het van belang dat ambtenaren hun werk voor én incontact met de samenleving doen, kennis hebben van de praktijk en altijdde aanpak van een probleem centraal stellen. Dit vraagt om een rijks-dienst waarin eenvoud, verbinding en vakmanschap centraal staan.Topambtenaren hebben als publiek leider een voorbeeldrol te vervullen inhun organisaties en het is dan ook van belang dat zij het voortouw nemenin het creëren van een cultuur die mensgericht is en waar rechtsstatelijkbesef en waardengedreven werken centraal staat. Kennis, vakmanschap,reflectie en verantwoording zijn hierbij essentieel. Het maatschappelijkcommitment van topambtenaren dat ik in mijn eerdere brief heb benoemdvormt daarvoor de basis. Een beschrijving van de maatschappelijkeopgave en een persoonlijk publiek leiderschapsplan maken hiervan deeluit.1Kamerstuk 31 490, nr. 360 kst-31490-388ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 490, nr. 3881 Naar een eenvoudiger en kleiner MD-stelsel voor topmanagersIk wil inzetten op het versterken van publiek leiderschap en eenslagvaardige ambtelijke top. Daarom vind ik het nodig om de huidigeAlgemene Bestuursdienst te verkleinen en te focussen op de topambte-naren met eindverantwoordelijkheid. Op dit moment bestaat de ABD uitleidinggevende ambtenaren in schaal 15 en hoger. De opgaven enverantwoordelijkheden van de relatief grote groep functies zijn echter vanuiteenlopende aard en de functie van afdelingshoofd vraagt iets anders ophet gebied van deskundigheid, verantwoording en leiderschap dan dievan een directeur of een secretaris-generaal. De toekomstigemanagement development dienstverlening zal daarom focussen op deschalen 16 en hoger.Zo zorgen we ervoor dat topambtenaren in deze schalen echt toegerustworden om daadwerkelijke verandering door te voeren bij het ontwikkelenen uitvoeren van beleid. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen functiesin beleid en uitvoering omdat beide juist nodig zijn voor het bereiken vande gewenste verandering.Ik vind het daarnaast belangrijk om ook te kijken naar het terugbrengenvan het aantal topfuncties in het kader van de taakstelling. Daarbij wil ikwel benadrukken dat departementen zelf verantwoordelijk zijn voor hetinvullen van de taakstelling en daarmee voor de invulling hun (top)for-matie. Wel zal ik als lid van de ministeriële commissie die de taakstellingbewaakt, de commissie vragen om naar mogelijkheden te kijken om ookhet terugbrengen van het aantal topfuncties te monitoren bij de verschil-lende departementen.Inhoudelijke kennis en (rechtsstatelijk) ambtelijk vakmanschap moetdaarnaast het primaire uitgangspunt zijn in de werving, selectie enontwikkeling van topambtenaren. Dat betekent dat topambtenaren dekernprincipes van onze democratische rechtsstaat en Grondwet kennen enuitdragen, over kennis en expertise beschikken van het domein waarin zijwerken en de context kennen die hoort bij de maatschappelijke opgave. Ikhecht eraan dat topambtenaren in hun loopbaan verschillende functiesvervullen in uitvoering, beleid en toezicht zodat zij kennis opbouwen vande verschillende werkvelden en brede kennis opbouwen binnen eendomein. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat zij langer in functieblijven om kennis en de opgebouwde netwerken optimaal te benutten enom de kennis en kunde over te dragen waardoor ook het collectievegeheugen wordt bestendigd. Dat is essentieel om te leren van hetverleden, kritisch en onafhankelijk te kunnen adviseren, zichtbaarverantwoordelijkheid te nemen en de maatschappelijke opgave verder tebrengenTen slotte vind ik het van belang dat de ambtelijke top soberheid nastreeftin de uitvoering van het werk, bijvoorbeeld in het geval van dienstvervoer,dienstreizen of het organiseren van bijeenkomsten. Dit is passend bij devoorbeeldrol die topambtenaren vervullen in hun organisatie en naar desamenleving.Verkenningen versoberingsmaatregelenOm concreet invulling te geven aan bovenstaande ambitie zijn conformmijn brief van 28 maart jl. in april en mei twee verkenningen uitgevoerdom te onderzoeken welke maatregelen kunnen bijdragen aan dehervorming en versobering van de ABD:1)De verkenning naar het verminderen van het aantal functies dat onderde ABD valt door managementfuncties in schaal 15 (ten dele) nietlanger deel te laten uitmaken van de ABD;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 490, nr. 3882 2)Een verkenning naar het verder inperken van functieroulatie van detopmanagementgroep (TMG2).Ook is naar aanleiding van de motie Grinwis3 een verkenning uitgevoerdnaar het terugbrengen van dienstvervoer van de TMG.In aanvulling op het bovenstaande vind ik het relevant om de uitkomstenen bevindingen van het rapport «deskundige overheid» van de Weten-schappelijke Raad voor het regeringsbeleid (WRR) dat op 8 juli jl. isgepubliceerd, mee te kunnen nemen in de verdere ontwikkeling van deplannen voor hervorming en versobering van de ABD.Ten slotte is en wordt nog gesproken met een aantal (externe) kritischeexperts met kennis over en visie op de ontwikkeling van de rijksdienst enhet benodigde leiderschap. Dit borgt een frisse blik van buiten. Ook dezepunten zal ik betrekken bij de uitwerking van de maatregelen die zien opkennis en ambtelijke deskundigheid.Op basis van de verkenningen en de gevoerde gesprekken heb ik beslotenom de volgende maatregelen nader uit te werken en met de betrokkenpartijen in gang te zetten.Herijken van de focusHet directoraat-generaal Algemene Bestuursdienst wil ik omvormen naareen nieuw directoraat-generaal (DG). Dienstverlening van het DG zalgericht zijn op topambtenaren (schaal 16 en hoger) die als leider hetpublieke belang dienen. Om de objectiviteit in de benoemingsprocedureste waarborgen blijft een onafhankelijke positie van het DG van belang.•De managers in schaal 15 (ongeveer 1250 functies) vormen voortaanhet «senior management» met potentieel om door te groeien naartopfuncties. Het is van belang om een zekere mate van kwaliteit eneenheid te borgen wat betreft de (selectie)procedures, zicht te houdenop het talent in deze groep en de toegang tot integraal opleidingsaan-bod te waarborgen. Dienstverlening voor managers in schaal 15 wordtaangepast op deze doelstellingen.Uit de verkenning blijkt dat het niet opportuun is voor departementenen uitvoeringsorganisaties om MD dienstverlening aan de managers inschaal 15 weer volledig zelf te gaan uitvoeren omdat efficiëntievoorde-len dan verloren gaan en integraal zicht op -en het bewaken van- dekwaliteit, het talent en de externe instroom lastig te waarborgen is. Ditis onwenselijk in het licht van de rijksbrede taakstelling en de ambitieom de rijksdienst juist verder te ontschotten.Voor het behoud van een kwalitatief sterke ambtelijke top op langetermijn, blijft het belangrijk zicht te houden op kwaliteit en talentont-wikkeling. We richten het nieuwe DG ook hierop in. Samen met dedepartementen zal in een passende centrale vorm van dienstverleningworden voorzien waarbij ook wordt gekeken naar een slimme inzet vanmensen en middelen en een herverdeling van taken.Kennis en ambtelijke professionaliteit•Binnen de rijksdienst wordt het realiseren van een rijksbreed oplei-dingshuis verkend om krachten te bundelen en beter te kunnen sturen2De topmanagementgroep (TMG) is een specifieke groep binnen de Algemene Bestuursdienst(ABD). Deze groep bestaat uit de hoogste ambtenaren van de Nederlandse Rijksoverheid,waaronder secretarissen-generaal, directeuren-generaal, inspecteurs-generaal en anderehiermee gelijkgestelde functies3Kamerstuk 36 600 IX, nr. 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 490, nr. 3883 op benodigde kennis en expertise van ambtenaren4. We onderzoekenwaar we meerwaarde kunnen bieden door bijvoorbeeld leeractiviteitenmet rijksbrede doelstellingen voor topambtenaren beschikbaar testellen voor andere leidinggevenden binnen de Rijksoverheid.•Kennisbehoud onder TMG-leden wordt versterkt door in te zetten opeen langere functieduur van TMG-leden. Uit de uitgevoerde verken-ning blijkt dat hier verschillende mogelijkheden voor zijn, zoals hetverlengen van de maximale benoemingstermijn van 7 naar 9 jaar of debenoemingstermijnen van topambtenaren vergelijkbaar maken metbenoemingen voor leden van Raden van Bestuur van zelfstandigebestuursorganen die veelal benoemd worden voor een periode van vijfjaar, met de mogelijkheid om daarna opnieuw voor vijf jaar benoemdte worden. In overleg met relevante stakeholders zal een keuze wordengemaakt voor de meest wenselijke en effectieve optie.Overige versoberingenOm invulling te geven aan de motie-Grinwis die onder andere ziet opvermindering van het dienstvervoer voor topambtenaren zet ik in eersteinstantie in op kostenbesparing van dienstvervoer door te werken met eenpool aan chauffeurs in plaats van vaste chauffeurs voor TMG-leden. Ditheeft efficiency voordelen. Verder onderzoek ik onder welke voorwaardennieuwe TMG’ers al dan niet in aanmerking kunnen komen voor dienst-vervoer ten behoeve van het woon-werk verkeer. Hierbij weeg ik de(persoonlijke) veiligheid en de doelmatigheid van het reistraject nader af.Op dit moment vind ik het niet aangewezen om woon-werkverkeer metdienstvervoer voor de huidige TMG-leden af te schaffen. Wel wijs ik alleTMG-leden erop om zelf kritisch te zijn op het gebruik van dienstvervoervoor woon-werkverkeer en alternatieve vervoersvormen te overwegen.De komende maanden werk ik bovenstaande maatregelen verder uit enzet ik deze in gang. Ik zal uw Kamer informeren over de verdereontwikkelingen.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,J.J.M. Uitermark4Rapport «De Vrijblijvendheid Voorbij», 2024 ABDTOPConsultTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 490, nr. 3884

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7509bd9982300d5c

14 okt 2026 · 237379b604de0258

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.