KamerkringInloggen
Antwoord op Kamervragen

Antwoord op vragen van het lid Van Lanschot over het CPB-rapport 'Macro-economische effecten van hogere defensie-uitgaven'

20 jan 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 5037a677a999f849 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden909Vragen van het lid Van Lanschot (CDA) aan de Minister en Staatssecretarisvan Defensie en de Minister van Economische Zaken over het CPB-rapport«Macro-economische effecten van hogere defensie-uitgaven» (ingezonden24 november 2025).Antwoord van Minister Brekelmans (Defensie) en de Staatssecretaris vanDefensie en de Minister van Economische Zaken (ontvangen 20 januari 2026).Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 654Vraag 1Onderschrijft u de stelling van het CPB dat op een termijn van 1–4 jaar «dehogere defensie-uitgaven volledig ten koste gaan van andere economischeactiviteiten en geen extra toename van het bbp bewerkstelligen.»?1Antwoord 1Investeren in Defensie is in eerste instantie een investering in de veiligheidvan Nederland en Europa. Veiligheid is een cruciale voorwaarde voor hetgoed functioneren van een economie. De baten van veiligheid zijn echter nietaltijd makkelijk uit te drukken in economische waarden.Het kabinet onderschrijft niet de stelling dat hogere defensie-uitgavenvolledig ten koste gaan van andere economische activiteiten. Tegelijkertijderkent het kabinet wel de door het CPB geschetste beperkingen voor extraeconomische groei op de korte termijn (1–4 jaar) in de Nederlandse context.Deze beperkingen hangen samen met structurele knelpunten, zoals de krapteop de arbeidsmarkt, ruimtelijke beperkingen en het risico op verdringing vanbestaande economische activiteiten. Het CPB wijst er bovendien op dat demacro-economische effecten mede afhangen van de wijze van financiering(schulden, ombuigingen of belastingen), waarover besluitvorming aan eenvolgend kabinet is.Defensie zet momenteel stappen op verschillende punten die het CPBbenoemt. Met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (D-SII)2025–20292 wordt ingezet op industrieversterkend inkopen in Nederland enEuropa en op de gerichte opschaling van deze industrieën. Daarnaast kunnendefensie-investeringen bijdragen aan regionale economische activiteit,1CPB, 19 november 2025, «Macro-economische effecten van hogere defensie-uitgaven»2Zie Aanbiedingsbrief Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl ah-tk-20252026-909ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 bijvoorbeeld rond defensielocaties en innovatieve ecosystemen. Het CPBgeeft aan dat dergelijke investeringen kunnen leiden tot positieve economi-sche spill-overeffecten, onder meer voor lokale ondernemers. Tegen dezeachtergrond is de Nederlandse defensie-industrie tussen 2022 en 2023gegroeid van circa € 5,7 mld. naar € 7,7 mld.Daarbij merkt het kabinet op dat een belangrijk deel van de economischeeffecten van defensie-investeringen zich vooral op de middellange en langetermijn zal voordoen. Positieve economische effecten ontstaan vooralwanneer deze inzet gepaard gaat met gerichte investeringen in R&D, hetrealiseren van schaalvoordelen en het benutten van Nederlandse compara-tieve voordelen, zoals uitgewerkt in de beantwoording van vraag 4.Vraag 2Kunt u, indien dat niet het geval is, aangeven waar u verschillen ziet?Bijvoorbeeld ten aanzien van de onderliggende methodologie (literatuuron-derzoek), de gebruikte data of de daaruit volgende conclusie.Antwoord 2Zie het antwoord op vraag 1.Vraag 3Deelt u de mening dat we een «once in a generation» kans hebben om toe tegroeien naar de afgesproken NAVO-norm van 3,5% én tegelijkertijd onzeNederlandse en Europese (defensie-)industrie te versterken?Antwoord 3Wij delen de opvatting dat de huidige situatie een bijzondere gelegenheidbiedt om zowel de NAVO-norm van 3,5% defensie-uitgaven te realiseren alsde Nederlandse en Europese defensie-industrie te versterken. Het is een kansom op een strategische manier te investeren in nationale veiligheid,noodzakelijke capaciteiten en technologische vernieuwing. Defensie en EZwerken samen met de Nederlandse industrie en onze NAVO-bondgenotenaan het benutten van de kansen voor de industrie.Vraag 4Kunt u een overzicht geven van de knoppen waaraan uw ministeries op dekorte (1–4 jaar) en langere termijn (5–15 jaar) kunnen draaien om de«defensie-multiplier» te verhogen?Antwoord 4Er zijn verschillende knoppen die benut (kunnen) worden om de economischeeffecten van Defensie-uitgaven op de (midden)lange termijn zo gunstigmogelijk te maken:1.Meer (innovatieve) productie binnen Nederland en Europa: Met de D-SIIzet Defensie in op industrieversterkend inkopen in Nederland en Europaen de opschaling van deze industrieën. Het «weglek-effect» dat ontstaatals de defensie-uitgaven door import uit het buitenland terechtkomenkan daarmee worden beperkt. Wanneer Defensie importeert wordtingezet op Industriële Participatie, wat inhoudt dat EZ en Defensie metbuitenlandse leveranciers afspreken dat de Nederlandse industrie bijorders wordt betrokken. Voorbeelden van belangrijke projecten zijn delanglopende betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij het F-35programma en recent deelname van de industrie aan de productie vande nieuwe onderzeeboten met een waarde van ruim € 1 miljard.3Defensie zet bij de inkoop meer in op single-source inkoop, doortoepassing van WVEU 346, wat het mogelijk maakt gericht te sturen opde herkomst van producten. Daardoor kan snel en gericht in Nederlandworden ingekocht. We kopen vaker dezelfde producten als onzebondgenoten. Wat goed is voor hen, is ook goed voor ons (enandersom). Met een Government-to-Government office en actievebusiness development werkt Defensie ook actief aan het aansporen vanexport door de Nederlandse industrie.3https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/09/10/deelname-nederlandse-industrie-aan-nieuwe-onderzeeboten-getekendTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 2.Meer inzet op R&D, met name voor dual-use toepassingen en fundamen-teel onderzoek: Er bestaat bewijs dat met name uitgaven aan R&Dpositieve economische effecten kunnen hebben4, vooral wanneer dezegericht zijn op fundamenteel onderzoek of technologie met brederemaatschappelijke (dual-use) toepassingen. Met de D-SII committeertDefensie zich eraan om te investeren in R&D via de 5 focusgebieden (dezogeheten NLD-gebieden): kwantum, slimme materialen, intelligentesystemen, ruimtevaarttechnologie, sensoren. De groei van defensie-uitgaven in deze gebieden kan een sterke bijdrage leveren aan deNederlandse (kennis)economie. Deze wordt verder versterkt door hetopzetten van regionale ecosystemen gericht op de NLD-gebieden. Ookwordt R&D verder versterkt door het ondersteunen van dual-usestart-ups vanuit het Secfund en de Thematische Technology Transfer-regeling. Ten slotte, geeft Nederland stabiel 1,3% van de Defensie-begroting uit aan Research & Technology (R&T). Ook als onderdeel vanmaterieelprojecten worden investeringen in innovatie gedaan. Metbijvoorbeeld de C-UAS challenge daagt Defensie bedrijven actief uit ommet oplossingen te komen voor nieuwe uitdagingen.3.Schaalvoordelen realiseren: Door grotere aantallen materieel aan teschaffen, kunnen bedrijven middels learning-by-doing, grote productie-series en grotere afnamezekerheid de kosten per geproduceerde eenheidmaterieel drukken. Nederland zet in op vraagbundeling en gezamenlijkeinkopen met bondgenoten op basis van de capaciteitsbehoefte. Concreetheeft Defensie dit jaar een government-2-government office ingericht datzich specifiek richt op kansen voor gezamenlijke (internationale)aanschaf. Bovendien zet het kabinet in op EU defensieprogramma’s dieinternationale samenwerking en gezamenlijke ontwikkeling en aanschafbevorderen zoals, het Europees Defensie-Industrie Programma (EDIP) enhet Europees Investeringsfonds (EIF). De Industrial ReinforcementActions (IRA) en op Common Procurement Actions (CPA) biedennadrukkelijk kansen voor Nederland. Het uitgangspunt voor de gezamen-lijke ontwikkeling van militaire vermogens (capabilities) in EU-verbandzijn negen prioritaire capaciteitsgebieden (PCA’s). Op de drones encounter-drones PCA pakt Nederland een voortrekkersrol.4.Aansluiten op comparatieve voordelen: Hogere economische batenworden bereikt door in te zetten op de zaken waar Nederland goed inpresteert. De Nederlandse kenniseconomie, gedreven door bedrijven enonderwijs- en kennisinstellingen van hoge kwaliteit, stellen Nederland instaat zeer effectief te zijn bij de ontwikkeling en productie van hoogwaar-dige technologie. Het kabinet speelt hierop in met de 5 NLD-gebieden ende maritieme maakindustrie, die allen aansluiten bij bestaande ecosyste-men.Tot slot geldt dat het oplossen van algemene knelpunten in de Nederlandseeconomie eraan bijdragen dat de bovenstaande knoppen tot minderverdringing van andere economische activiteiten plaatsvindt wanneeruitgaven aan defensie worden verhoogd.Vraag 5Kunt u aangeven welke van deze knoppen u als meest kansrijk ziet? Kunt ueen inschatting geven op hoofdlijnen aan de hand van de variabelen moeite(inclusief kosten) en impact?Antwoord 5Met de D-SII 2025–2029 heeft het kabinet reeds een belangrijke stap gezet omzowel de nationale en internationale veiligheid te garanderen als deeconomische baten te verhogen. Dit wordt gedaan door gecombineerde inzetop de beschreven knoppen. Dit draagt bij aan een sterke NederlandseKrijgsmacht die een technologische voorsprong heeft op potentiële tegen-standers en toegang behoudt tot hoogwaardig, betaalbaar materieel waarbijleveringszekerheid noodzakelijk is. Ook zal de Economische beleidsanalyse(EBA) defensie-industrie in de tweede helft van 2026 een advies uitbrengendat hier rekenschap van zal geven.4Zie bijvoorbeeld het literatuuroverzicht in Guns and Growth: The Economic Consequences ofDefense Buildups (IFW Kiel, 2025)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 Vraag 6Kunt u aangeven welke initiatieven er vanuit uw ministeries ten aanzien vandeze knoppen lopen?Antwoord 6Zie beantwoording vraag 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.