Stand van zaken moties en toezeggingen zomer 2024
Brontekst
Versie f2966d72d1eae592 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 410 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2024Nr. 160 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJNEN SPORT EN VOOR MEDISCHE ZORG EN DE STAATSSECRE-TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 juni 2024Hierbij sturen wij uw Kamer een stand van zaken van een aantal moties entoezeggingen. Een aantal van deze moties en toezegging wordt met hetverzenden van deze brief als afgedaan beschouwd. Ook wordt met dezebrief twee rapporten aangeboden.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderDe Minister voor Medische ZorgP.A. DijkstraDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van Ooijen kst-36410-XVI-160ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1601 – STAND VAN ZAKEN MOTIES EN TOEZEGGINGENMinister van Volksgezondheid, Welzijn en SportMotie van het lid Paulusma over de hoogte van het subsidiebedrag voorfederatieve samenwerkingsverbandenDe motie van het lid Paulusma verzoekt de regering te onderzoeken of hetsubsidiebedrag voor samenwerkingsverbanden gericht op zeldzameziektes kan meegroeien met het aantal aangesloten organisaties en dedoelgroep.1De Minister van VWS onderschrijft dat een stevige patiënten vertegen-woordiging voor patiënten met zeldzame aandoeningen van groot belangis. Tijdens de totstandkoming van de subsidieregeling voor patiënten- engehandicaptenorganisaties 2024–2028 is nadrukkelijk aandacht geweestvoor deze groep patiënten. Deze subsidieregeling regelt de instellingssub-sidies voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties (pg-organisaties),waaronder voor federatieve samenwerkingsverbanden in subsidiestroom3 waaraan in de motie wordt gerefereerd.De hoogte van de subsidie voor federatieve samenwerkingsverbanden –zoals samenwerkingsverbanden voor zeldzame en genetische aandoe-ningen – is al afhankelijk van het aantal leden. Er geldt immers: hoe meerlid-organisaties, des te hoger de instellingssubsidie.Desondanks is het subsidiebedrag wel begrensd op een maximum van€ 300.000,- per jaar. Gelet op de organisatiegraad in de pg-beweging – delandelijke patiëntenkoepels, federatieve samenwerkingsverbanden encategorale pg-organisaties, die ook elk afzonderlijk in aanmerking kunnenkomen voor subsidie – beschouwt de Minister van VWS dit als eenrealistische ondersteuning die past bij de rol van dergelijke samenwer-kingsverbanden. Bovendien zou het loslaten van dit subsidieplafond perverband betekenen dat dit ten koste gaat van de hoogte van de subsidieaan andere federatieve samenwerkingsverbanden. De Minister van VWSacht dit niet wenselijk.De motie wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Motie van de leden Van den Berg en Agema over het beperken vanadministratielasten voor zorgaanbieders (en de toezegging daarover deKamer te informeren)De motie van de leden Van den Berg en Agema verzoekt de regering inoverleg te gaan met zorgverzekeraars, Zorgautoriteit en inspectie en tekomen tot eenduidigheid in de vraagstelling alsmede tot één portaal vooraanlevering om administratieve lasten te beperken (Kamerstuk 29 689, nr.1209). In navolging daarvan heeft de toenmalige Minister voor LangdurigeZorg en Sport toegezegd, uw Kamer hierover te informeren in eenvoortgangsbrief over het IZA.2 In plaats daarvan wordt uw Kamer metdeze brief over de motie geïnformeerd.Het verzoek om te komen tot eenduidigheid in de vraagstelling aanzorgaanbieders, hergebruik van gegevens en gestandaardiseerdeaanlevering van deze gegevens wordt breed gedragen. Dit valt onder degrotere ambitie om tot een sluitend en ondersteunend gezondheidsinfor-matiestelsel in Nederland te komen. Onder het IZA is de Minister vanVWS, samen met het veld, diverse activiteiten aan het uitvoeren om deze1Kamerstukken ll 2023/24, 29 214, nr. 100.2TZ202310–033.BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1602 doelstelling te realiseren. Onderstaande activiteiten geven invulling aande motie van de leden Van den Berg en Agema.Inhoud en vraagformuleringDoor standaardisatie van taal, betekenis en eenduidigheid in de vraag-stelling kan broninformatie beschikbaar worden gesteld voor primair ensecundair gebruik3, met minimale registratielast voor zorgverleners. DeIZA-partijen hebben met elkaar afgesproken hier de komende jarengezamenlijk aan te werken.Om dit te realiseren lopen verschillende acties waarvan hier enkeleworden benoemd.•Het gestandaardiseerd vastleggen van data helpt zorgaanbieders bijhet aanleveren van data aan de verschillende instanties. Om dezeeenheid van taal te bewerkstelligen wil de Minister van VWS regienemen op de doorontwikkeling van informatiestandaarden. Want danis het voor zorgverleners steeds een kwestie van dezelfde dataaanleveren in een andere samenstelling. Hiertoe heeft de Minister vanVWS een aantal onderzoeken laten uitvoeren waarover de Minister uwKamer geïnformeerd heeft in de brief van 15 december 2022.4 Deonderzoeken bieden waardevolle inzichten voor de verdere inrichtingvan het stelsel en het oplossen van de knelpunten.•Data die betrekking hebben op de openbare jaarverantwoording wordtal eenmalig uitgevraagd en via één portaal aangeleverd. Dit principevan eenmalig uitvragen en meervoudig gebruiken wil de Minister vanVWS maximaal doorgevoerd hebben. Nut en noodzaak moet evidentzijn, dus alleen maatschappelijk relevante vragen en geen gegevens ofinformatie die ook elders openbaar beschikbaar zijn, moeten wordenuitgevraagd. Om die reden houd de Minister van VWS, naast deopenbare vragenlijst, samen met de IGJ, NZa, CBS, RIVM en het CIBGook de niet-openbare vragenlijsten opnieuw tegen het licht en wordendeze getoetst aan de hierboven genoemde uitgangspunten.5Ook zorgverzekeraars hebben stappen gezet om te uniformeren. Zijhebben afspraken gemaakt om het hulpmiddelenreglementen teuniformeren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt op drie niveaus: taal,vorm en inhoud. Er is hiervoor bij de zorgverzekeraars een specialegemandateerde werkgroep opgericht. Naar aanleiding van heteindrapport van deze werkgroep hebben de zorgverzekeraarsovereenstemming bereikt over de uitgangspunten voor uniformeringvan taal en vorm. Zorgverzekeraars zijn nu bezig met het implemente-ren van deze afspraken. Deze afspraken worden vervolgens perzorgverzekeraar doorgevoerd voor hun hulpmiddelenreglementen3Kamerstukken II 2022/2023, 27 529, nr. 294, p.1: «Onder secundair gebruik van elektronischegezondheidsgegevens (hierna secundair gebruik van gezondheidsgegevens of secundairdatagebruik) versta ik: het gebruik van gegevens voor andere doelen dan waarvoor dezeoorspronkelijk zijn geregistreerd in het operationele zorg- en bedrijfsvoeringproces, eventueelaangevuld met andere gegevens zoals gegevens uit het sociale domein. Het gaat dan bijvoor-beeld om het gebruik van gegevens voor secundaire doelen zoals (wetenschappelijk)onderzoek, zorgcoördinatie, kwaliteitsevaluatie, procesverbeteringen, gepersonaliseerde zorg,managementen stuurinformatie, (medtech) innovaties in de breedste zin van het woord(waaronder AI-toepassingen), zorginkoop, maar ook voor monitoring, toezicht, marktregu-lering, pakketbeheer, (beleids)evaluaties, verantwoordingsinformatie en als basis voorbeleidsbeslissingen»4Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 288.5Er zijn drie niet-openbare vragenlijsten die in het gebruikersportaal (DigiMV) tegelijk wordenuitgevraagd en geen onderdeel vormen van de openbare jaarverantwoording. Dit betreft tweevragenlijsten op grond van de eigen wettelijke grondslag van, respectievelijk, de NZa en hetCBS. Daarnaast betreft het een vragenlijst van het RIVM aan zorgaanbieders die radiodiagnos-tische behandelingen en interventieradiologie uitvoeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1603 2025. Ook zijn gesprekken gestart om te komen tot uniformering opinhoud.UitwisselingTen slotte neemt de Minister van VWS uw Kamer graag mee in deplannen om op een eenvoudige en veilige wijze gegevens uit te wisselen.In de nationale visie en strategie gezondheidsinformatiestelsel (NVS) isuw Kamer geïnformeerd over de voorgenomen strategie om te komen toteen landelijk dekkend netwerk voor gegevensuitwisseling.6 Deze isuiteengezet in drie plateaus: interoperabiliteit (2023–2026), betereondersteuning van netwerkzorg (2027–2030) en geïntegreerde zorg enondersteuning (2031–2035).Deze visie moet leiden tot databeschikbaarheid en eenheid van taal entechniek, middels landelijk interoperabel ict-infrastructuurnetwerken,invulling van generieke functies, een landelijke set aan interoperabeleafsprakenstelsels en een landelijke ict-architectuur. Dit geldt voor zowelprimair als secundair gebruik met oog voor de verschillen tussenzorgsectoren. Op deze manier moet ook verantwoordingsinformatiegestandaardiseerd uit systemen gehaald en gebruikt kunnen worden.Door in te zetten op deze functionaliteiten acht de Minister van VWSinvulling te geven aan de behoefte achter één portaal. De komst van deEuropean Health Dataspaces (EHDS) in Europa versnelt deze ontwikkeling.Om dit te realiseren lopen verschillende acties waarvan hier enkeleworden benoemd.•In april 2023 heeft de Minister van VWS aan uw Kamer een visie enstrategie voor het secundaire datagebruik aangeboden, aansluitend opde NVS.7 Hierin heeft de Minister acties beschreven om te komen totorganisatorische en technische randvoorwaarden om uitwisseling vangegevens voor meervoudig gebruik mogelijk te maken. Dit wordtgerealiseerd door afspraken te maken over het gebruik van standaar-den en infrastructuur. Het Ministerie van VWS doet dit onder anderesamen met HealthRI.•De Minister van VWS omarmt het veldinitiatief Cumuluz, als infrastruc-tuur voor gegevensuitwisseling. Hierover heeft de Minister recentelijkafspraken met het veld gemaakt in het uitvoeringsakkoord IZA. Ditgeeft een concreet zicht op een instrument om gezondheidsgegevensaltijd en overal beschikbaar te maken. De Minister van VWS zal, samenmet het veld, hier de komende tijd verder invulling aan geven.De motie en daarbij horende toezegging worden hiermee als afgedaanbeschouwd.Toezegging over vervoerscapaciteit voor het vervoer van patiënten incrisissituatiesIn de voortgangsbrief Pandemische Paraatheid najaar 2023 heeft deMinister van VWS toegezegd uw Kamer te informeren over de voortgangvan het onderzoek naar extra vervoerscapaciteit voor patiënten incrisissituaties.8 Daarop is opdracht gegeven aan het Erasmus MC om inkaart te brengen of, en op welke wijze, er extra vervoerscapaciteitgeorganiseerd kan worden, om in tijden van crisis patiënten teverplaatsen. In de opdracht wordt meegenomen hoe deze extra vervoers-capaciteit, ook in reguliere tijden doelmatig ingezet kan worden. Eind 2024worden de eindrapportage van het onderzoek verwacht.6Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 292.7Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 294.8Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2147.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1604 Met deze brief wordt de toezegging uw Kamer te informeren over destatus van het onderzoek, als afgedaan beschouwd.Motie van de leden Tielen en Pouw-Verweij over medisch generalismeDe motie van de leden Tielen en Pouw-Verweij verzoekt de regering omsamen met de medische beroepsgroep synergie aan te brengen in deontwikkelingen rond de positionering van medisch generalisten, zoals inde houtskoolschets van het specialismenlandschap 2035 van het CollegeGeneeskundige Specialsmen en het Integraal Zorgakkoord (IZA).9Zoals de Minister van VWS bij de appreciatie van deze motie heeftaangegeven, wordt in gesprekken met de sector, over ontwikkelingenrond het specialistenlandschap, het belang benadrukt van inzet op meergeneralisten. Daarmee is het een permanent aandachtspunt in decontacten met de betrokken veldpartijen en aan de motie wordt op dezewijze invulling gegeven.Toezegging over de versnelling van de verduurzaming van hetzorgvastgoed en het maatschappelijk vastgoedDe Minister van VWS heeft tijdens de begrotingsbehandeling voor het jaar2024 toegezegd uw Kamer te informeren over de versnelling van deverduurzaming van het zorgvastgoed en het maatschappelijk vastgoed.10Vanaf 3 juni 2024 kunnen eigenaren van maatschappelijk vastgoed weersubsidie aanvragen met de Subsidieregeling Duurzaam MaatschappelijkVastgoed (DUMAVA). De DUMAVA-regeling is onderdeel van een pakketaan maatregelen van het Ministerie van BZK om de verduurzaming van degebouwde omgeving te versnellen. Tijdens eerdere rondes was debelangstelling erg groot, waardoor het subsidieplafond binnen een dagbereikt werd en aanvragen afgewezen moesten worden.Daarom heeft de demissionair Minister van BZK via de Voorjaarsnota 150miljoen euro uit de DUMAVA-middelen van latere jaren naar vorengehaald. Daarnaast vindt onder andere indexatie van middelen plaats. Hetreguliere subsidieplafond van deze regeling is daarom voor deze nieuweronde verhoogd van 237,5 miljoen euro naar 405,3 miljoen euro. Voorprimair en voortgezet onderwijs is nog eens 47 miljoen euro extrabeschikbaar gesteld, waarmee uitvoering wordt gegeven aan hetamendement van het lid Boucke.11 Met dit totale budget van € 452,3miljoen euro kan de verduurzaming van het zorgvastgoed en hetmaatschappelijk vastgoed versneld worden.Hiermee wordt de toezegging als voldaan beschouwd.Motie van het lid Paulusma over een publiekscampagne over hoe de zorgwordt vormgegeven en waaromDe motie van het lid Paulusma roept de regering op om een publiekcam-pagne op te zetten, met als doel het informeren over de veranderingen dienodig zijn om de zorg toekomstbestendig te maken (Kamerstuk 36 200XVI, nr. 186).Met het nieuwe kabinet zal opnieuw worden bezien hoe om te gaan metdeze motie, waarna uw Kamer verder wordt geïnformeerd.9Kamerstukken II 2023/24, 31 016, nr. 358.10TZ202402–143.11Kamerstukken II 2023/24, 36 410-XIII, nr. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1605 Motie van de leden Westerveld en Werner over het betrekken van mensenmet een beperking bij het maken van nieuwe wetten en nieuw beleidDe motie van de leden Westerveld en Werner verzoekt de regering bij hetontwikkelen en toetsen van nieuwe wetsvoorstellen aan het VN-verdrag,ervaringsdeskundigen te betrekken en hierover ook in overleg te tredenmet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovin-ciaal Overleg (IPO).12 De Minister van VWS benadrukt allereerst graag,zoals zij ook in het plenair debat over de implementatie van hetVN-verdrag handicap op 3 april 2024 heeft aangegeven, dat het betrekkenvan mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organi-saties bij beleid ontzettend belangrijk is. Zij kunnen immers het bestevertellen wat nodig is om de samenleving toegankelijker en inclusiever temaken. De Minister van VWS heeft samen met mensen met een beperkingde Nationale strategie voor het VN-verdrag ontwikkeld. Op dezelfdemanier zullen de Minister van VWS en andere leden van het kabinet methen blijven samenwerken om de werkagenda bij deze strategie teontwikkelen, waarover u aan het einde van het vierde kwartaal van 2024geïnformeerd wordt.Vanuit deze strategie en werkagenda werkt de Minister van VWS aan deinbedding van de werkwijze met ervaringsdeskundigen in de algemenewerkwijzen binnen het Rijk. Het College voor de Rechten van de Mensheeft een handreiking ontwikkeld die helpt bij het toetsen van wetgevingaan het VN-verdrag en deze handreiking draagt ook bij aan dezeinbedding.13 De Minister van VWS is daarom ook in gesprek met haarcollega’s van BZK en JenV over het opnemen van de handreiking in hetBeleidskompas, de centrale werkwijze voor het maken van beleid bij derijksoverheid.14Ook op regionaal en lokaal niveau vraagt de Minister van VWS aandachtvoor deze werkwijze. Dit gebeurt bijvoorbeeld via het traject regionaleinfrastructuur beleidsparticipatie met participatiehubs en het traject lokaleinclusie-agenda’s.Om ervoor te zorgen dat inwoners in regio’s ook volwaardig betrokkenkunnen worden, gaat er jaarlijks € 8 mln. naar het opzetten van eenregionale infrastructuur beleidsparticipatie met zogenoemde participa-tiehubs in een landelijk dekkend netwerk. Deze middelen makenonderdeel uit van de structureel € 50 mln om de betrokkenheid en depositie van patiënten en cliënten verder te versterken. Om tot zo’nlandelijk dekkend netwerk van participatiehubs te komen, is in april 2024een ZonMw-programma van start gegaan. Een regionaal participatiehubis een aanspreekbaar netwerk van organisaties en mensen die inwonersen (samenwerkingsverbanden van) zorgaanbieders, verzekeraars engemeenten kan ondersteunen bij inwonerparticipatie op het gebied vangezondheid, zorg en ondersteuning in de regio.In het traject rond de lokale inclusie-agenda’s zijn bestuurlijk aanjagerGuusje ter Horst en de VNG dit jaar aan de slag, om te zorgen dat allegemeenten werken aan lokaal inclusiebeleid, en dit beleid te ontwikkelensamen betrokkenen (zoals inwoners met een beperking en lokalebelangenverenigingen), en bezoeken hiertoe ook regelmatig gemeenten.Met het IPO is hiervoor ook het eerste contact gelegd. Een recent bezoekaan de gemeente Venlo bracht bijvoorbeeld mooi in beeld hoe een12Kamerstukken II 2023/24, 29 214, nr. 99.13https://publicaties.mensenrechten.nl/publicatie/bc9fa4c9-64f5-4765-a67d-54d8de9f5912 (29 mei2024).14https://www.kcbr.nl/beleid-en-regelgeving-ontwikkelen/beleidskompas (29 mei 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1606 gemeente actief en duurzaam de samenwerking kan opzoeken met eenlokale gehandicapten- en adviesraad om hun lokale inclusie-agenda temaken.Met de activiteiten die hierboven zijn beschreven, heeft de Minister vanVWS invulling gegeven aan de motie, en wordt het als afgedaanbeschouwd.Motie over in kaart brengen wat er nodig is om de gewenste digitaliseringen informele netwerkversterking te realiserenIn het najaar van 2023 heeft het lid van Haga een motie ingediend, waarinde regering wordt verzocht gedurende haar demissionaire periode in kaartte brengen wat er nodig is om de gewenste digitalisering en informelenetwerkversterking te realiseren en hiervoor met een uitgewerkt enrealistisch plan te komen.15De beleidsinitiatieven met betrekking tot digitalisering in de langdurigezorg zijn opgenomen in actie lijn 5 van het WOZO-programma. Over devoortgang informeert de Minister van VWS uw Kamer periodiek (laatstevoortgangsrapportage 16 mei 202416).Met betrekking tot de informele netwerken heeft de Minister van VWS uwKamer op 22 april 2024 uitgebreid geïnformeerd in reactie op de petitievan het LOC over burgerinitiatieven in de ouderenzorg.17De motie wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Toezegging over het toesturen van het kwaliteitskompasDe Minister van VWS zal, nadat het nieuwe Kwaliteitskompas bij hetZorginstituut is geregistreerd, het document naar uw Kamer sturen.Voorzien is dat het nieuwe kwaliteitskompas op 1 juli 2024 wordtgeregistreerd door het Zorginstituut, waarna het uw Kamer wordttoegestuurd.Toezegging over voortgangsbrief geavanceerde domoticaIn navolging van haar schriftelijke toezegging informeert de Minister vanVWS uw Kamer hierbij op het thema geavanceerde domotica.De beleidsinitiatieven met betrekking tot digitalisering en domotica in delangdurige zorg zijn opgenomen in actie lijn 5 van het WOZO-programma.Over de voortgang informeert de Minister van VWS uw Kamer periodiek(laatste voortgangsrapportage 16 mei 202418). De toezegging wordthiermee als afgedaan beschouwd.Motie van de (voormalige) leden Kwint en de Neef en lid Westerveld overbeschermen van hulpverleners tegen intimidatie en bedreigingenDe motie verzoekt de regering om samen met mensen die in de zorgwerken tot concrete maatregelen te komen die hulpverleners beterbeschermen tegen intimidatie en bedreigingen dan nu het geval is.1915Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 806.16Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr. 126.17Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr. 125.18Kamerstukken II 2023/24, 29 389, nr. 126.19Kamerstukken II 2023/24, 35 771, nr. 17.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1607 De Minister van VWS heeft subsidie beschikbaar gesteld aan socialepartners in zorg en welzijn, zodat zij een aanpak van agressie kunnenontwikkelen die is toegespitst op de specifieke omstandigheden in deeigen branche. Daarnaast stimuleert de Minister van VWS werkgevers omaangifte te doen van agressie richting hun medewerkers, door hetorganiseren van regionale bijeenkomsten waarin politie en OM hetaangifteproces en de rol van de werkgever daar in toelichten. Overhetzelfde thema is een podcast ontwikkeld. Deze podcast is beschikbaarvia een streamingapp en wordt binnenkort gepubliceerd op rijksover-heid.nl.De indieners van de motie hebben specifiek hun zorgen geuit over doxing:het (digitaal) aanbieden of verspreiden van identificerende persoonsge-gevens, met de intentie om vrees aan te (laten) jagen, ernstige overlastaan te (laten) doen of de medewerker in zijn ambt of beroep ernstig te(laten) hinderen. Per 1 januari 2024 is de Wet strafbaarstelling gebruikpersoonsgegevens voor intimiderende doeleinden ingegaan. Doxing issinds die datum een strafbaar feit waarvoor aangifte gedaan kan worden.De Taskforce Onze hulpverleners veilig heeft een generiek handelings-kader doxing voor werkgevers en werknemers laten ontwikkelen.20 Hethandelingskader is generiek van aard, dus iedere werkgever kan bepalenhoe hij deze eenduidige aanpak vertaalt naar de eigen specifiekewerkcontext. Om de medewerkers inzicht te geven wat zij zelf kunnendoen in geval van doxing is als bijlage bij het handelingskader doxing eenchecklist voor medewerkers toegevoegd. De Minister van VWS heeft dithandelingskader verspreid onder werkgevers- en werknemersvereni-gingen in zorg en welzijn.Hiermee beschouwt de Minister van VWS deze motie als afgedaan.Toezegging tot het informeren over openbaring van COVID-19 gerela-teerde chatconversatiesZoals toegezegd in de brief over het vervolg verzoek over het openbaarmaken van chat- en sms-berichten, van 15 december 2022, wordt uwKamer hierbij geïnformeerd over de voortgang van het openbaarmakings-proces van de totale verzameling van COVID-19 gerelateerde chatconver-saties.21Naar aanleiding van een verzoek over het spoedadvies Tijdelijke wetuitbreiding van coronatoegangsbewijzen en de tijdelijke wet differentiatiecoronatoegangsbewijzen van de Raad voor de rechtspraak, zijn al chat- ensms-berichten openbaar gemaakt.22Daarnaast is het Ministerie van VWS, naar aanleiding van een aantalWoo-verzoeken over de overeenkomst tussen het Landelijk ConsortiumHulpmiddelen (LCH) en Relief Goods Alliance B.V. (RGA), op dit momentbezig met het beoordelen van chat- en sms-berichten, die niet vielenbinnen de reikwijdte van het verzoek waar op 1 december 2022 op isbeslist (en waarvan de documenten op 15 december 2022 aan de Kamerzijn verstrekt).23Het ministerie spant zich maximaal in om de COVID-19 gerelateerdechatconversaties zo spoedig mogelijk te behandelen.20Handelingskader doxing. Handvatten voor werkgevers om de impact op medewerkers teverminderen. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/privacy-en-persoonsgegevens/vraag-en-antwoord/wat-kan-ik-doen-als-ik-slachtoffer-ben-van-doxing voor (3 juni 2024).21Kamerstukken II 2022/23, 32 805, nr. 154.22https://open.minvws.nl/dossier/VWS-WOO/3798064-1063791-pdo (5 juni 2024).23Kamerstuk 32 805, nr. 154Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1608 Amendement Van den Berg en Veldman over een toetsingskader voorgezondheidsappsHet amendement van de leden Van den Berg en Veldman is gericht op hetbeschikbaar stellen van middelen voor het ontwikkelen van eenkeuzehulp, waarmee burgers makkelijker de juiste en betrouwbaregezondheidsapps kunnen vinden.In dat kader zou uiterlijk 31 maart 2024 gerapporteerd worden over hettoetsingskader van gezondheidsapps. Echter, door nieuwe ontwikkelingenin het zorgveld (zoals het digitaliseringstraject uit het IZA), vraagt hetmaken van het rapport meer tijd, zodat het actualiteit genoeg blijft. Naarverwachting zal het rapport in het derde kwartaal van dit jaar zijnafgerond, waarna uw Kamer hierover wordt geïnformeerd.Softwaresysteem update voor RIVM: het programma ERP transitieHet huidige softwaresysteem van het RIVM krijgt een update, zodatbelangrijke missie processen, waaronder het Rijksvaccinatieprogramma(RVP), kunnen worden voortgezet. Daarvoor is het programma EnterpriseResource Planning (ERP) Transitie opgezet, aan de hand waarvanessentiële onderdelen van het huidige systeem bijtijds worden vernieuwd.Het programma is conform Rijksbrede beheersmaatregelen en rapporta-geafspraken uit het Handboek Portfoliomanagement Rijk aangemeld bijhet Adviescollege ICT-toetsing. Meer informatie hierover wordt gepubli-ceerd op het Rijks ICT-dashboard. Naar verwachting volgt deze informatiein het derde kwartaal van dit jaar, waarna uw Kamer het op genoemdeweblocatie kan naslaan.Motie van de leden Van den Hil en Tielen met betrekking tot elektronischegegevens uitwisseling in de spoedeisende zorg en de toezegging hiervooreen wetsvoorstel de Kamer toe te sturenHierbij biedt de Minister van VWS uw Kamer een update over debehandeling van de motie van de leden Van den Hil en Tielen, dat deregering verzoekt uiterlijk in het voorjaar van 2023 te komen tot eenwettelijke verankering van een opt-out voor de spoedeisende zorg.24 Bijde behandeling van deze motie hoort ook de toezegging, dat detoenmalige Minister van VWS had gedaan, om uiterlijk in het voorjaar van2023 het wetsvoorstel ter invulling van de motie uw Kamer toe te sturen.25Op 14 maart 2024 is er een voorlopig politiek akkoord gesloten over deEuropean Health Data Space-verordening (hierna: EHDS). De EHDS heefttot doel om de beschikbaarheid van gezondheidsgegevens te verbeteren.De EHDS leidt er toe dat in ieder geval bepaalde prioritaire gezondheids-gegevens verplicht beschikbaar gesteld moeten worden voor anderezorgprofessionals, ongeacht de lidstaat waarin zij werkzaam zijn. Ditbetekent dat burgers daarvoor niet langer -zoals nu vaak het geval is-eerst toestemming moeten geven. Burgers krijgen wel het recht detoegang tot de gegevens te beperken. In het geval van vitaal belang mageen zorgverlener toch bij de gegevens – zelfs als beperkingen zijnopgelegd. Daarnaast krijgen lidstaten nationale ruimte om aan burgershet recht te geven bezwaar te maken tegen beschikbaarstelling vangegevens via een toegangsdienst voor zorgprofessionals (opt-out). Dezeregels uit de EHDS gaan gelden voor zowel geplande als acute zorg.24Kamerstukken II 2022/23, 35 824, nr. 42.25TZ202211–070.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 1609 De EHDS heeft effect op het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel waarinde grondslagen voor gegevensuitwisseling in geval van acute zorgworden aangepast (hierna: het wetsvoorstel). De EHDS overlapt namelijkinhoudelijk met het wetsvoorstel. De verwachting is dat de EHDS in hetvierde kwartaal van dit jaar definitief wordt bekrachtigd. In dat geval zal deEHDS in het vierde kwartaal van 2028 van toepassing worden voor eenaantal prioritaire categorieën gezondheidsgegevens die nagenoegoverlappen met de gegevens die als eerste onder de reikwijdte van hetwetsvoorstel zouden gaan vallen (zijnde de spoed- en waarneemsamen-vatting). Relevant is dat de verwachte inwerkingtredingsdatum van hetwetsvoorstel niet veel eerder zou zijn dan medio 2027, en mogelijk later.Dit heeft te maken met de realisatie en verplichtstelling van technischecomponenten zodat het wetsvoorstel doelmatig, uitvoerbaar en verant-woord is.Zolang de EHDS nog niet officieel bekrachtigd is, zal doorgewerkt wordenaan de voorbereiding van het wetsvoorstel, voor zover deze werkzaam-heden ook voor de EHDS relevant zijn. Parallel zal de komende periode deimplementatie van de EHDS worden voorbereid. Wanneer de EHDSdefinitief is zal de Minister van VWS uw Kamer informeren over de manierwaarop de beschikbaarheid van gegevens in de acute zorg door middelvan aanpassing van grondslagen zal worden geregeld.Toezegging over vergelijkend onderzoek uitgevoerd door NictizIn het schriftelijk overleg op 26 juli 2023, over de informele EU Gezond-heidsraad van 27 en 28 juli 2023, heeft de toenmalige Minister van VWStoegezegd, uw Kamer te informeren over het door Nictiz uitgevoerdevergelijkend onderzoek: een zogenaamde fit-gap-analyse.26Het vergelijkend onderzoek van Nictiz ziet op de verhoudingen EHDS ende Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz). In dezeanalyse is gekeken op welke onderdelen de nationale uitwisselingovereenkomt met, of verschilt van, de Europese uitwisselingsformats. UwKamer is hier reeds over geïnformeerd met een samenvatting van deresultaten van het onderzoek, welke zijn gedeeld in de voortgangsbriefWegiz.27Het verslag van Nictiz is nog niet met uw Kamer gedeeld, in afwachtingvan een geüpdatet versie van het verslag. De Minister van VWS verwachtuw Kamer uiterlijk het derde kwartaal van 2024 nader te informeren.Nibud rapport: meerkosten van het leven met een beperkingMede ingegeven vanuit de wens van uw Kamer om meer inzicht te krijgenin de sociaaleconomische situatie van mensen met een beperking heefthet Nibud in de afgelopen periode onderzoek gedaan naar meerkosten inhet leven van mensen met een beperking.28 De resultaten van ditonderzoek zijn weergegeven in een aantal voorbeeldbegrotingen dieindicaties geven voor verschillende huishoudens in verschillendeinkomenssituaties. In de bijlage ontvangt u dit rapport. Uiterlijk in hetvierde kwartaal van 2024 ontvangt uw Kamer ook nog een naderebeleidsreactie op dit rapport.26Kamerstukken II 2022/23, 21 501–31, nr. 719.27Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 303.28Kamerstukken II 2022/23, 24 170, nr. 287, p.7 en Kamerstukken II 2023/24 24 170, nr. 311, p. 21en p. 36.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16010 Motie over voorwaarden bij primair als secundair gebruik van data methet doel snel tot één degelijk landelijk netwerk te komenNaar aanleiding van het Commissiedebat Digitale ontwikkelingen in dezorg d.d. 5 oktober 2023 heeft lid Van den Berg in het Tweeminutendebatvan 26 oktober j.l. een motie ingebracht met het verzoek aan de regeringom, met het doel om snel tot één degelijk landelijk netwerk te komen, teborgen dat bij zowel primair als secundair gebruik van data aan een aantalvoorwaarden wordt voldaan.29Zoals benoemd in de Kamerbrief van 11 januari jl. blijft de Minister vanVWS zich onverminderd inzetten voor één Landelijk dekkend netwerk(LDN) voor zowel primair en secundair gebruik. Dit netwerk wordtontwikkeld vanuit één doelarchitectuur (gebaseerd op het CumuluZ-gedachtegoed) en maakt maximaal (her)gebruik van de kennis, ervaringen functionaliteit die aanwezig is bij de bewezen initiatieven. De totstand-koming van het LDN voor zowel primair als secundair datagebruik is inhet uitvoeringsakkoord onderschreven door veldpartijen en wordt dekomende jaren verder gebracht.Voor het einde van dit jaar zal de Minister van VWS uw Kamer informerenover de voortgang omtrent de doelstellingen die in 2025 gerealiseerdmoeten worden en de doelarchitectuur en het transitieplan.Toezegging om begin 2023 terug te komen op de end-to-endbeveiligingNaar aanleiding van vragen en opmerkingen van het lid Van den Bergtijdens het debat Digitale ontwikkelingen in de zorg, d.d. 5 oktober 2023, isdoor de toenmalige Minister van VWS toegezegd, om de end-to-endbeveiliging mee te nemen in de doorontwikkeling van de nationalevisie en strategie, en het landelijke vertrouwensmodel, en de Kamer daarin het eerste kwartaal van dit jaar aanvullend over te informeren.30Op dit moment wordt de beveiliging van het dataverkeer tussen zorgaan-bieders verschillend ingevuld door leveranciers van infrastructuren eninformatiesystemen. Om de bestaande infrastructuren met elkaar teverbinden tot een landelijk dekkend netwerk (zoals benoemd in deKamerbrief van 11 januari jl.), is een eenduidige afspraak over de wijzevan beveiliging van het berichtenverkeer noodzakelijk. In 2024 worden deverschillende te maken keuzes om tot een veilig netwerk te komen, doorhet Ministerie van VWS uitgewerkt. Uw Kamer wordt eind 2024 geïnfor-meerd over de hoe de veilige uitwisseling tussen zorgaanbieders eruitkomt te zien.Toezeggingen met betrekking tot de persoonlijke gezondheidsomgevingHierbij informeert de Minister van VWS uw Kamer over de toezeggingenover de voortgang en vervolgstappen inzake de persoonlijke gezondheids-omgeving (PGO). Onder deze toezeggingen valt een tweetal schriftelijketoezeggingen over de noodzaak van aanvullende wetgeving en deuitwerking van de heroverweging,31 en een tweetal mondelinge toezeg-gingen aangaande de voortgang en vervolgstappen.32Met betrekking tot de toezegging over de noodzaak van aanvullendewetgeving voor de PGO’s, laat de Minister van VWS momenteel onder-29Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 308.30TZ202310–108.31Kamerstukken II 2023/24, 27 529, nr. 304.32TZ202312–003 en TZ202310–107.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16011 zoeken wat de impact is van de EHDS. Daaruit zal blijken of er extrawetgeving noodzakelijk is ter aanvulling op de Wegiz, voor het ontsluitenvan gegevens naar de PGO. Hierover zal de Minister van VWS uw Kamerin het vierde kwartaal nader informeren.Over de plannen en de andere ontwikkelingen op het gebied van PGOverwacht de Minister van VWS uw Kamer in het vierde kwartaal van ditjaar te informeren.Toezegging tot informeren over de inzet van de coalitieakkoordmiddelenwanneer zij worden toegevoegd aan de begroting van het Ministerie vanVWSDe toenmalige Minister van VWS heeft in de brief van 23 juni 2023 detoezegging gedaan uw Kamer te blijven informeren over de inzet vancoalitieakkoordmiddelen, zodra deze worden toegevoegd aan debegroting van het Ministerie van VWS.33Bij de eerste suppletoire begroting 2024 is voor 2024 een budget van€ 65,2 miljoen beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn bedoeld voor deinzet op generieke functies en een landelijk dekkend netwerk. Daarnaastworden de middelen ingezet om de technische basis van zorginstellingenop de BES-eilanden verder te brengen.Voor de beleidsactiviteiten waarvoor eerder financiële middelenbeschikbaar zijn gesteld, gaan de beleidsactiviteiten van de onderliggendeprogramma’s onverminderd door. De voortgang van deze programma’swordt continu gemonitord om de doelmatig- en doeltreffendheid tewaarborgen.De Minister van VWS blijft zich inzetten om de gezamenlijke bewegingnaar een duurzaam gezondheidsinformatiestelsel door te zetten enconform haar toezegging zal ze uw Kamer blijven informeren over de inzetvan de coalitieakkoordmiddelen.Minister voor Medische ZorgMotie van het lid Van der Plas over een impactanalyse van beperkingen inwaterrijke gebiedenIn de motie van het lid Van der Plas is verzocht, om met een impact-analyse, vooraf te bepalen in welke mate het doorvoeren van beperkingenin waterrijke gebieden, daadwerkelijk het risico voor uitbraken vanvogelgriep bij pluimveehouderijen terugdringt.34 Deze motie voert deMinister van LNV uit.In het intensiveringsplan vogelgriep, waarover uw Kamer reeds isgeïnformeerd, is opgenomen dat experts een impactanalyse zullenuitvoeren naar de verwachte effectiviteit (verlaging van het risico voordier- en volksgezondheid) en impact van structuurmaatregelen op desector.35 Tijdens het debat over het Nationaal Programma LandelijkGebied (NPLG), op 23 februari 2024, heeft de Minister van LNV toegezegd,uw Kamer voor de zomer van 2024, nader over het proces en planningvan de impactanalyse te informeren. De uitvoering ervan zal onder hetvolgend kabinet vallen; naar verwachting in 2024.33Kamerstukken II 2022/23, 27 529, nr. 302.34Kamerstukken II 2022/23, 28 807, nr. 282.35Kamerstukken II 2022/23, 28 807, nr. 269; en Kamerstukken II 2022/23, 28 807, nr. 284.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16012 Toezegging over de EU-resolutie «COVID-19-pandemie: geleerde lessen enaanbevelingen voor de toekomst»De toenmalige Minister van VWS heeft toegezegd schriftelijk terug tekomen op de belangrijkste lessen voor het Ministerie van VWS uit deresolutie van het Europees Parlement «COVID-19 pandemic: lessonslearned and recommendations for the future».36 Op 12 juli 2023 nam hetEuropees Parlement de resolutie «COVID-19 pandemic: lessons learnedand recommendations for the future» aan.37 In deze resolutie worden delessen die de Europese instellingen en de lidstaten kunnen leren van decoronacrisis en aanbevelingen voor de toekomst gevat.Centraal in de resolutie staat de immense, wereldwijde impact vanCOVID-19. De COVID-19-pandemie leert ons dat we beter voorbereidmoeten zijn op potentiële pandemieën. Hieraan draagt ook deze resolutiebij. De Minister voor MZ herkent veel van de lessen die het EuropeesParlement trekt in zijn omvangrijke resolutie.De getrokken lessen sluiten aan bij en komen deels overeen met eerdereevaluaties, zoals de drie deelrapporten van de Onderzoeksraad voorVeiligheid.38 Middels het beleidsprogramma Pandemische Paraatheid isde afgelopen jaren gewerkt aan het versterken van onze voorbereiding optoekomstige pandemieën. De uitgangspunten van de versterkingen zijnslagvaardigheid, wendbaarheid en opschaalbaarheid. Zoals eerderaangegeven in haar brieven over het beleidsprogramma, heeft de Ministervoor MZ uit de evaluaties geput, bij het ontwikkelen van beleid rondompandemische paraatheid.39 In haar beantwoording van het schriftelijkoverleg over het beleidsprogramma pandemische paraatheid40 heeft deMinister voor MZ uitgelicht welke specifieke lessen zij heeft getrokken enhoe zij hier opvolging aan geeft. In het bijzonder verwijst de Minister voorMZ uw Kamer graag naar de kabinetsreacties op de drie OVV rapporten.41Deze getrokken lessen zijn in lijn met de lessen en reflecties uit de doorhet Europees Parlement opgestelde resolutie. Via de reguliere voort-gangsrapportage pandemische paraatheid informeert de Minister voorMZ uw Kamer in het najaar van 2024 over de vorderingen.Met de hierboven beschreven aansluiting van de door het EuropeesParlement genoemde lessen op de inzet vanuit het VWS op onder anderehet gebied van pandemische paraatheid is voldaan aan de toezegging omschriftelijk terug te komen op de belangrijkste lessen voor het Ministerievan VWS uit de resolutie van het Europees Parlement «COVID-19pandemic: lessons learned and recommendations for the future.Toezegging de uitwerking van de maatregelen voor doelmatige inkoopvan extramurale- en intramurale medische technologieDe toenmalige Minister van VWS heeft in zijn brief, van 13 december2022, toegezegd uw Kamer einde van het tweede kwartaal 2024 een planvan aanpak te sturen dat gericht is op het beheersen van de kosten voordure medische technologie of voor technologie met hoge budgettaireimpact.4236Kamerstukken II 2022/23, 21 501-31, nr. 719.37Europees Parlement, nr. 749.809, juli 2023.38Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nrs. 1808, nr. 1956 en nr. 2148.39Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nrs. 1836, nr. 1964 en nr. 2147.40Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nr. 2000.41Kamerstukken II 2023/24, 25 295, nrs. 1827, nr. 1999 en nr. 2173.42Kamerstukken II 2022/23, 32 805, nr. 153.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16013 Er wordt gekeken naar maatregelen die zijn te treffen binnen de bestaandewettelijke kaders, waarbij de focus zal liggen op extramurale hulpmid-delen. Om tijdig te kunnen signaleren en handelen is hier een belangrijkerol weggelegd voor het Zorginstituut. De toenmalige Minister van VWSheeft eerderaangegeven dat vervolggesprekken met het Zorginstituut hierovernoodzakelijk zijn. Deze gesprekken hebben vertraging opgelopen. Heteerstvolgende gesprek staat nu eind mei gepland. Voor het einde van hetvierde kwartaal 2024 ontvangt uw Kamer een update over dit traject.Toezegging over het voor te bereiden wetsvoorstel notificatieplichtlaboratoriaIn de brief van de toenmalige Minister van VWS, van 5 juli 2023, is uwKamer geïnformeerd over de voorbereiding van een wijziging van deWarenwet, gericht op de invoering van een wettelijke notificatieplicht voorlevensmiddelen door laboratoria.43 Daarbij gaf de toenmalige Ministervan VWS aan te verwachten dat het wetsvoorstel in 2023 in procedurewordt gebracht.Momenteel wordt ter voorbereiding van de invoering van de notificatie-plicht door de NVWA een pilot voorbereid, waarbij in afstemming met debelanghebbende partijen, het beoogde proces zal worden getest. Deresultaten van de pilot worden voor het eind van 2024 aan het Ministerievan VWS voorgelegd, waarna dat gebruikt wordt om de voorbereidingvan het wetsvoorstel af te ronden en in procedure te brengen.Toezegging over het beheersen van de kosten voor dure medischetechnologie of voor technologie met hoge budgettaire impactDe toenmalige Minister van VWS heeft in zijn Kamerbrief, van 4 maart2022, toegezegd uw Kamer einde van het tweede kwartaal 2024 een planvan aanpak te sturen, dat gericht is op het beheersen van de kosten voordure medische technologie of voor technologie met hoge budgettaireimpact.44Er wordt gekeken naar maatregelen die zijn te treffen binnen de bestaandewettelijke kaders, waarbij de focus zal liggen op extramurale hulpmid-delen. Om tijdig te kunnen signaleren en handelen is hier een belangrijkerol weggelegd voor het Zorginstituut. De toenmalige Minister van VWSheeft eerder aangegeven dat vervolggesprekken met het Zorginstituuthierover noodzakelijk zijn. Deze gesprekken hebben vertraging opgelopen.Het eerstvolgende gesprek staat nu eind mei gepland. Voor het einde vanhet vierde kwartaal 2024 ontvangt uw Kamer een update over dit traject.Motie van het lid Bushoff over stimuleren van geneesmiddelenfabrikantentot prijstransparantieDe motie van het lid Bushoff verzoekt de regering te onderzoeken of eentoekomstbestendig Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) genees-middelenfabrikanten kan stimuleren tot prijstransparantie.45De invulling aan deze motie wordt meegenomen in de uitwerking van eentoekomstbestendig GVS. De Minister van Medische Zorg verwacht uwKamer hier in het komende najaar over te informeren.43Kamerstukken II 2022/23, 26 991, nr. 584.44Kamerstukken II 2021/22, 35 925-XVI, nr. 170.45Kamerstukken II 2022/23, 29 477, nr. 815.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16014 Toezegging over gepersonaliseerd gebruik van geneesmiddelen enmedische techniekBij de begrotingsbehandeling VWS voor 2020 heeft het toenmaligeKamerlid Veldman (VVD) gewezen op de toename aan gepersonaliseerdebehandelingen en de (vermeende) onhoudbaarheid van het huidigeprijsmodel waarbij ontwikkelingskosten moeten worden terugverdiend.Dit is goed mogelijk bij grote groepen patiënten maar kan voor meergepersonaliseerde behandelingen op den duur tot onhoudbaar hogekosten leiden. Veldman heeft verzocht in kaart te brengen hoe nieuwetherapieën de patiënt kunnen blijven bereiken, en welke ontwikkel- enbusinessmodellen daarbij passen, rekening houdend met de betaal-baarheid.Bij de schriftelijke beantwoording van de begrotingsbehandeling van VWSvoor 2020 heeft de toenmalige Minister van VWS gewezen op lopendeinitiatieven op dit gebied.46 Daarbij is aangegeven dat deze initiatievennog vol in ontwikkeling zijn en dat de Kamer daarvan op de hoogte zalworden gehouden.Eerder dit jaar informeerde de toenmalige Minister van VWS uw Kamerover de bijdrage van het expertisecentrum FAST (Centre for FutureAffordable Sustainable Therapy Development) en het Zorginstituut op ditgebied.47 Daarbij werd toegezegd uw Kamer hierover dit voorjaar verderte informeren. Hieronder schetst de Minister voor MZ verschillendeontwikkelingen en acties die nu op dit gebied lopen. De focus ligt opgeneesmiddelen omdat het geschetste probleem daarbij in grotere matespeelt dan bij medische technologie. De Minister voor MZ doet hiermeede toezegging gestand.Het aantal geavanceerde geneesmiddelen (met relatief hoge ontwikke-lingskosten) neemt toe. Nagenoeg alle Europese overheden worstelenmet de sterk stijgende uitgaven aan nieuwe geavanceerde geneesmid-delen en de grote druk die dit legt op de houdbaarheid van de zorg alsgeheel. Daar komt bij dat er steeds meer onzekerheid bestaat over deeffectiviteit van deze middelen in de praktijk. Hierover heeft de Ministervoor MZ uw Kamer recent geïnformeerd in de Kamerbrief over voortgangpakketbeheer van dure geneesmiddelen.48 De Minister voor MZ werkt aaneen stelsel waarin meer nieuwe geneesmiddelen fasegewijs wordenbeoordeeld en de beroepsgroep structureel (en in een eerder stadium)wordt betrokken in het proces van vergoeding van dure geneesmiddelen.Het doel is het vroegtijdig identificeren van risico’s, zoals onzekerheidover de relatieve effectiviteit, het risico op niet-gepaste inzet en het risicoop grote financiële impact en deze tijdig beheersen.Om recht te doen aan zowel de waarde van het geneesmiddel als aan deredelijkheid van de prijs bekijkt het Zorginstituut hoe elementen, zoals hettoenemend aantal weesgeneesmiddelen, de huidige kostenontwikkelingvan geneesmiddelen en de impact op het totale gezondheidszorgbudgettevoren ingeschat kunnen worden, en hoe en wanneer verschillendevergoedingsbenaderingen ingezet kunnen worden.49 Het Zorginstituutwerkt samen met andere Europese lidstaten in het International HorizonScanning Initiative. Via dit initiatief wordt informatie verzameld en462019Z20783.47Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 35.48Kamerstukken II 2023/24, 29 477, nr. 883.49«Argumentenkader dure geneesmiddelen van de Adviescommissie Pakket», ZorginstituutNederland, 5 februari 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16015 gedeeld over nieuwe innovatieve geneesmiddelen die op de marktworden verwacht.De Minister voor MZ acht het noodzakelijk om duidelijker aan te gevenaan welke geneesmiddelen wij als maatschappij behoefte hebben en watwe bereid zijn om daarvoor te betalen: meer van een aanbod-gestuurdesituatie naar een vraag-gestuurde situatie. Dat vraagt om twee belangrijkeen complexe stappen: allereerst moet bepaald worden wat onze unmetmedical needs, onze grootste onvervulde medische behoeften, zijn. DeMinister voor MZ zet zich op verschillende niveaus in om deze discussieverder te brengen, in Nederland, maar ook in Europa. Ten tweede moeteen breed gedragen maatschappelijk kader worden ontwikkeld voor hetbepalen van de hoogte van geneesmiddelenprijzen en -uitgaven. Daarmeekan vastgesteld worden wat we aanvaardbare uitgaven voor geneesmid-delen vinden. Zoals uw Kamer reeds is geïnformeerd, werken, deAutoriteit Consument & Markt (ACM), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)en het Zorginstituut op dit moment samen aan een beleidsadvies voormaatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmiddelen.50Het Zorginstituut neemt daarnaast deel aan het Europese projectSUSTAIN-HTA, dat als doel heeft om methodologie te leveren voor «NextGeneration HTA» om daarmee patiëntgerichte, maatschappelijkegeoriënteerde, real-time toelatings- en vergoedingsbeslissingen in Europate ondersteunen.51De Minister voor MZ zet zich ook in voor het stimuleren van academischegeneesmiddelenontwikkeling. Investeren in academische ontwikkelingbiedt mogelijkheden om te sturen op onderzoek naar middelen die dichtop de zorgpraktijk worden ontwikkeld en goed aansluiten bij de behoeftenvan patiënten en artsen. Wanneer publieke organisaties niet zelf devalorisatie uitvoeren (het benutten van kennis), kunnen zij hun genees-middelenoctrooien licentiëren aan bedrijven. Dit biedt een kans om hiervoorwaarden aan te verbinden met het oog op de latere betaalbaarheid enbeschikbaarheid van die geneesmiddelen. De Nederlandse Federatie vanUniversitair Medische Centra (NFU) ontwikkelde samen met de VSNU (nu:Universiteiten van Nederland (UNL)) instrumenten om vindingen vanuitde academie maatschappelijk verantwoord naar de markt te brengen: deTien Principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL, 2019)en een uitwerking daarvan in de vorm van een toolkit voor Maatschap-pelijk Verantwoord Licentiëren (2020). Deze zullen worden doorontwikkelddoor NFU en UNL.52Toezegging over stand van zaken vergoedingssystematiek bij terugroe-pacties van geneesmiddelenIn de stand van zakenbrief moties en toezeggingen begrotingsbehan-deling 2024, is toegezegd uw Kamer uiterlijk in het eerste kwartaal van2024 nader te informeren, over de uitkomst van het gesprek tussenapothekers, zorgverzekeraars en fabrikanten, en over de vergoedingssys-tematiek bij terugroepacties van geneesmiddelen.5350Kamerstukken II 2023/24, 29 477, nr. 801.51https://www.uu.nl/nieuws/innovatieve-methoden-waarmee-gezondheidszorg-beoordeeld-wordt-beter-implementeren-in-de-dagelijkse (31 mei 2024), dit is het vervolg op het eerderuitgevoerde HTx project.52https://www.nfu.nl/sites/default/files/2023-08/Rapport_Doorontwikkeling_MVL.pdf (31 mei2024).53Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 35.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16016 De koepelpartijen zijn op dit moment nog niet tot een oplossing gekomen,maar streven naar het vinden van overeenstemming over dubbel betalenbij recalls. Aangezien het in hun gezamenlijke belang is om hier goedeafspraken over te maken, verwacht de Minister voor MZ dat zij daartoestappen blijven zetten. In het proces tussen deze marktpartijen ziet zijgeen nadrukkelijke rol meer voor VWS en daarmee beschouwt zij detoezegging als afgedaan.Toezegging over vindbaarheid van patient access programma’sBij het Commissiedebat Geneesmiddelenbeleid vorig jaar heeft KamerlidMaeijer (PVV) de toenmalige Minister van VWS gevraagd de vindbaarheidvan patient-access programma’s voor geneesmiddelen te vergroten.54 Detoenmalige Minister van VWS heeft toen toegezegd uw Kamer begin ditjaar te informeren of en op welke wijze patient access programma’s voorgeneesmiddelen, die nog niet tot het verzekerde pakket behoren, centraalkunnen worden geïdentificeerd.55De Minister voor MZ is hierover in overleg met de Inspectie Gezond-heidszorg en Jeugd (IGJ), de Patiëntenfederatie, de Vereniging Innova-tieve Geneesmiddelen (VIG), HollandBio en de Federatie MedischSpecialisten (FMS). De voorliggende vraag vergt nader overleg enoverdenking. De Minister voor MZ zal uw Kamer hierover na de zomerinformeren.Staatssteunprocedure PALLAS-projectDe Minister voor MZ heeft uw Kamer op 13 mei jl. geïnformeerd over hetstaatssteuntraject van het PALLAS-project, waarbij zij heeft toegezegd uwKamer te informeren op het moment dat de Europese Commissie eenbesluit heeft genomen.56De verwachting is dat de Europese Commissie voor de zomer van 2024een besluit neemt over de steunmaatregel. Indien dit besluit tijdens dezomer genomen wordt, wordt uw Kamer tijdens het zomerreces geïnfor-meerd over de uitkomst van dit besluit.Motie van het lid Claassen c.s over mogelijke uitbreiding van het mobielmedisch teamHet doel van de inzet van een Mobiel Medisch Team (MMT) is om zo snelmogelijk medisch specialistische zorg naar één of meerdere patiënt(en) inacuut levensgevaar te brengen. Het team komt per helikopter ter plaatse,of per voertuig. De laatste tien jaar is het aantal oproepen van het MMTverdubbeld en is de toegankelijkheid van de MMT-zorg in sommige delenvan het land in toenemende mate onder druk komen te staan.Het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) heeft de toegankelijkheid van deMMT-zorg in Nederland in beeld gebracht. Daaruit volgt dat er is enerzijdseen absoluut tekort is in Oost-Nederland en Zuid-Limburg, waar binnen 30minuten geen MMT ter plaatse kan zijn (witte vlekken). Anderzijds is ereen tekort door drukte in West-Nederland. Hier is het MMT in toenemendemate niet beschikbaar voor een nieuwe MMT-zorgvraag, omdat het MMTreeds is ingezet (zwarte vlekken).54Kamerstukken II 2022/23, 29 477, nr. 828.55Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XVI, nr. 236.56Kamerstukken II 2023/24, 33 626, nr. 24.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16017 Het LNAZ heeft vervolgens uitgewerkt hoe de dekking van MMT-zorg inNederland te verbeteren. Het LNAZ geeft aan dat de zogenoemde wittevlekken ingevuld kunnen worden door middel van een (vijfde) 24/7Helikopter-MMT (H-MMT) op luchthaven Teuge en een 24/7 grondge-bonden MMT (GG-MMT) in Maastricht. Daarnaast adviseert het LNAZ omin totaal twee extra «piekuren» (tussen 10.00 en 22.00 uur) grondge-bonden MMT’s toe te voegen aan de traumacentra in Amsterdam enRotterdam.Op dit moment worden de juridische en financiële consequenties vandeze intensivering van MMT-zorg uitgewerkt. Op basis hiervan kan er eenbesluit worden genomen over de uitbreiding van de MMT-zorg inNederland en de financiële dekking daarvan.Met deze brief beschouwt de Minister voor MZ de motie van het LidClaassen57, om uw Kamer te informeren over de stand van zaken metbetrekking tot besluitvorming rondom de uitbreiding van MMT-zorg, alsafgedaan.Toezegging tot het aanbieden van een wetsvoorstel voor de wijziging vande EmbryowetZoals aangekondigd in de kabinetsreactie op de derde evaluatie van deEmbryowet van 17 oktober 2022, zal de Minister voor MZ eenwetsvoorstel voor de wijziging van de Embryowet aan uw Kameraanbieden.58 De wijziging van deze wet volgt op basis van de derdeevaluatie van deze wet en de afspraken die hierover gemaakt zijn in hetcoalitieakkoord.Oorspronkelijk was het streven het wetsvoorstel in de tweede helft van2023 aan te kunnen bieden, maar dat blijkt helaas niet mogelijk. Om toteen voor het veld werkbaar voorstel te komen, waarbij rekening wordtgehouden met alle wetenschappelijke ontwikkelingen, heeft deafstemming met veldpartijen meer tijd in beslag genomen. Binnenkort zalhet wetsvoorstel worden voorgelegd aan de Afdeling Advisering van deRaad van State, en de verwachting is dat het wetsvoorstel in het vierdekwartaal van dit jaar wordt aangeboden aan uw Kamer.Handhavingscijfers NVWABij deze brief ontvangt uw Kamer de factsheet van de NVWA over deinspectieresultaten van de controles op de Alcoholwet op het gebied vanverkoop op afstand. De NVWA houdt toezicht op de online verkoop vanalcohol, onder andere op het leeftijdsverificatiesysteem en de verplichtegeborgde werkwijze waarover online verkopers van alcoholhoudendedrank moeten beschikken.Tot op heden inspecteerde de NVWA enkel of online verkopers eenleeftijdsvraag hanteerden en beschikten over een geborgde werkwijze. Hetcontroleren van de naleving van de leeftijdsgrens bij de aflevering wasniet mogelijk. Met een pilot is een nieuwe inspectiemethodiek toegepast.Daardoor kan nu geïnspecteerd worden of er daadwerkelijk geenalcoholhoudende drank aan minderjarigen wordt afgeleverd.De factsheet toont de resultaten van de pilot van februari tot en met mei2024, waarmee de nieuwe inspectiemethodiek is getest. Van de 53 onlineverkopers had 38 (72%) geen correcte geborgde werkwijze. 23 verkopers57Kamerstukken II 2023/24, 29 247, nr. 446.58Kamerstukken II 2022/23, 30 486, nr. 28.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16018 hebben aangegeven ervoor te kiezen om te stoppen met de onlineverkoop van alcoholhoudende drank. Na de herinspectie bleek bij deovergebleven verkopers de geborgde werkwijze te voldoen. Daarna is bij20 verkopers een bestelling gedaan om na te gaan of de geborgdewerkwijze wordt gehanteerd en er geen alcoholhoudende drank aanminderjarigen wordt afgeleverd. 14 (70%) verkopers hielden zich niet aande geborgde werkwijze en leverden de alcoholhoudende drank aan detestkoper af. Bij herinspecties bij deze verkopers leverden 7 (50%)bedrijven opnieuw alcoholhoudende drank aan de minderjarige testkoper.De inspectieresultaten van deze pilot laten zien dat de meerderheid van degeïnspecteerde online verkopers van alcoholhoudende drank bezorgt aanminderjarigen. Het is zorgwekkend dat jongeren online eenvoudigalcoholhoudende drank kunnen kopen. Dit laat de noodzaak zien voor hetnemen van extra maatregelen om te voorkomen dat minderjarigen onlinealcohol kunnen bestellen. Uiteraard is het aan een volgend kabinet omverdere maatregelen te nemen om problematisch alcoholgebruik verdertegen te gaan.Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en SportMotie van het lid Synheave over medische zorg voor slachtoffers vanhuiselijk geweld en jonge vrouwen die geheim geplaatst zijnDe motie van het lid Synhaeve59 verzoekt de regering te bewerkstelligendat slachtoffers van huiselijk geweld en jonge vrouwen, die geheim zijngeplaatst vanwege gevaar voor eergerelateerd geweld, zonder veilig-heidsrisico’s medische zorg kunnen ontvangen.Naar aanleiding van deze motie is het Ministerie van VWS in gesprekgegaan met de branchevereniging voor de vrouwenopvang Valente enbranchevereniging voor zorgverzekeraars Zorgverzekeraars Nederland.Hieruit bleek dat een vervolggesprek nodig is om de casuïstiek uit tediepen en de afgesproken werkwijze tegen het licht te houden, ommogelijke veiligheidsrisico’s voor deze doelgroep weg te nemen. DeStaatssecretaris van VWS zal uw Kamer, na het zomerreces, informerenover de uitkomsten van dit gesprek.Toezegging met betrekking tot het adviesrapport van de Raad voorVolksgezondheid en Samenleving «Op onze gezondheid»Op 23 mei 2023 is het advies van de Raad van Volksgezondheid enSamenleving (RVS), «Op onze gezondheid», over de inrichting van hetstelsel voor de publieke gezondheidzorg, aangeboden aan de TweedeKamer.60 Daarin is toegezegd dat er in het najaar 2023 een reactie komt enspecifiek wordt ingegaan op de aanbeveling over een gezondheidscom-missaris. Echter, tussentijds is het kabinet gevallen, vandaar is inantwoord op Kamervragen van het lid Van Esch (PvdD), over gezond-heidsdoelen in de wet opnemen (van 28 augustus 2023)61 aangegeven dat– gelet op de demissionaire status van dit kabinet – de reactie op hetadvies van de RVS, aan het volgend kabinet zal worden overgelaten.59Kamerstukken ll 2023/24, 36 410 XVI, nr. 57.60Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 693.61Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 3443.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16019 Toezegging over het advies nationale voorschriften productverbeteringZoals in een eerdere Kamerbrief is toegezegd, informeert de Staatssecre-taris van VWS uw Kamer hierbij over de voortgang in de wettelijkemaatregelen productverbetering.62Voor het uitwerken van nationale voorschriften voor productverbeteringbinnen de Europese wettelijke kaders is advies gevraagd aan de landsad-vocaat. Uit het advies blijkt dat als er maximumgehaltes voor zout, suikeren/of verzadigd vet worden vastgesteld, deze voorschriften, die het vrijeverkeer beperken, enkel gerechtvaardigd zijn als ze geschikt, noodzakelijken evenredig zijn om de volksgezondheid te beschermen.63 Het is onzekerof aan deze drie voorwaarden kan worden voldaan.Een alternatieve optie is om in te zetten op geharmoniseerde Europesewetgeving. Van een dergelijke harmonisatie is op dit moment(vooralsnog) geen sprake. De staatsecretaris van VWS laat deze keuze aaneen volgend kabinet.De toezegging wordt hiermee als afgedaan beschouwd.GLI monitor – factsheet juni 2024Sinds 2019 rapporteert het RIVM tweemaal per jaar over de landelijkeimplementatie van de Gecombineerde Leefstijlinterventie en wordt uwKamer hier periodiek over geïnformeerd. Voor de meest recenterapportage (in de vorm van een factsheet), dat deze week is gepubliceerd,verwijzen uw Kamer naar de website van het RIVM.64 Hieronder wordende belangrijkste resultaten kort toegelicht.De rapportage, waarin gegevens tot en met 31 december 2023 zijnopgenomen, toont aan dat inmiddels 102 duizend personen deelnemen ofhebben deelgenomen aan een GLI. Anders dan in eerdere rapportages isnu niet alleen de behandelfase maar ook de onderhoudsfase (jaar 2 vaneen GLI) meegenomen. Gemiddeld verliezen deelnemers 3,6% van hungewicht tijdens de behandelfase. Na 24 maanden, na het einde van deonderhoudsfase, is het gemiddelde gewichtsverlies 5,1% en de BMIafname 1,9. Hieruit blijkt dat de gewichtsverandering van de behandelfasein stand gehouden wordt tijdens de onderhoudsfase en zelfs verdertoeneemt. De eventuele rol van gewichtsverlagende medicatie in dezeresultaten is nog onduidelijk, het RIVM gaat daar nader onderzoek naardoen. Tot slot is de verbetering van kwaliteit van leven van 7,5 punttijdens de behandelfase (op een schaal van 0 tot 100) verder doorgegroeidnaar een toename van gemiddeld 12,9 punt tot het einde van de onder-houdsfase. Dit toont aan dat de impact van een GLI programma verdergaat dan alleen gewichtsverlies.Deze resultaten zijn gebaseerd op deelnemers die het programma volledigafmaken. Momenteel doet het RIVM verdiepend onderzoek naar deuitvalredenen tijdens een GLI. Deze uitkomsten worden meegenomen inde optimalisatie van de GLI, waar in het kader van het GALA en IZA, allebetrokken partijen aan blijven werken.62Kamerstukken II 2023/24, 32 793, nr. 647.63https://www.rijksoverheid.nl/documenten/richtlijnen/2024/04/17/advies-over-levensmiddelen-in-nationale-voorschriften-en-vrij-verkeer-van-goederen (11 juni 2024).64https://www.rivm.nl/publicatieoverzicht (11 juni 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16020 Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Staatssecre-taris van Volksgezondheid, Welzijn en SportMotie van het Synhaeve c.s., en toezegging, over overbruggingszorg in deggzDe motie van lid Synhaeve c.s. verzoekt het kabinet te stimuleren dat eind2024 door alle zorgaanbieders in de ggz een vorm van overbruggingszorgwordt aangeboden.65 Met onderstaande tekst, en in navolging van zijntoezegging, informeert de Staatssecretaris van VWS over de wijze waaropde motie invulling krijgt en de termijn waarop dit plaatsvindt.66 67Zorgverzekeraars moeten in het kader van de wettelijke zorgplichtvoldoende zorg inkopen of bemiddelen als iemand niet snel genoeg bijeen zorgaanbieder terecht kan (wachttijdbemiddeling). Wanneer iemanddoor de huisarts wordt verwezen voor behandeling naar de ggz, is hetbelangrijk dat mensen ondersteuning krijgen tijdens het wachten, om tevoorkomen dat problemen verergeren. Deze overbruggingszorg is feitelijkgeen zorg, het gaat om activiteiten die worden aangeboden om deperiode tot zorg te overbruggen en zijn daarmee onderdeel van hetsociaal domein.De Minister en Staatssecretaris van VWS hebben de «StuurgroepToegankelijkheid en wachttijden» verzocht, om in afstemming met deregionale versnellers, te kijken naar mogelijkheden om mensen bijverwijzing naar de ggz, meer informatie te bieden over waar men in deregio terecht kan voor ondersteuning, tijdens het wachten op behandelingin de ggz. Daarbij is het streven om eind 2024 te starten met hetaanbieden van deze informatie bij de verwijzing.Tegelijk bieden veel gemeenten een sociale kaart waar voorzieningen ophet gebied van zorg en welzijn zichtbaar zijn. Daarbij is met het IntegraalZorgakkoord (IZA) is afgesproken om in vijf jaar toe te werken naar eenlandelijk dekkend netwerk van laagdrempelige steunpunten ene-communities, waar iedere inwoner zonder indicatie toegang tot heeft enwaar je kunt werken aan je herstel. Zoals eerder aan uw Kamer berichtkunnen gemeenten voor het realiseren van deze IZA afspraak financiëlemiddelen aanvragen.68Ook worden per 2025 in alle regio’s samenwerkingsafspraken gemaaktover het opzetten van mentale gezondheidsnetwerken. In de mentalegezondheidsnetwerken worden door professionals vanuit het sociaaldomein en de ggz, verkennende gesprekken gevoerd, waarbij wordtgekeken naar de mogelijkheden van overbruggingszorg vanuit het sociaaldomein. Via de voortgangsbrieven van het IZA wordt uw Kamer periodiekgeïnformeerd over de voortgang hierop.De motie wordt hiermee als afgedaan beschouwd.65Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XVI, nr. 58.66Kamerstukken II 2023/24, 25 424, nr. 686.67TZ202402–147.68Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 812.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16021 Minister voor Medische Zorg en Staatssecretaris van Volksge-zondheid, Welzijn en SportToezegging tot brief met betrekking tot gezonde leefomgevingTijdens het commissiedebat over medische preventie op 16 februari 2023hebben de toenmalige Minister van VWS en de Staatssecretaris van VWSuw Kamer toegezegd, schriftelijk terug te komen op hun inzet metbetrekking tot het realiseren van een gezonde(re) leefomgeving.69Vanwege de demissionaire status van het kabinet is deze brief nog nietaan uw Kamer verstuurd. Daarop heeft uw Kamer, tijdens het commissie-debat over leefstijlpreventie op 16 mei jl., gevraagd alsnog een overzichtte ontvangen, van de kennis die nu beschikbaar is over dit onderwerp. DeStaatssecretaris van VWS heeft toegezegd dit rond de zomer aan deKamer te zullen sturen.69TZ202302–203.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 XVI, nr. 16022
Gerelateerde bronnen
- De minister zegt toe voor het zomerreces een brief te sturen over de mogelijke inzet van een extra MMT-helikopter ter verbetering van de dekking in de oosten va
De minister zegt toe voor het zomerreces een brief te sturen over de mogelijke inzet van een extra MMT-helikopter ter verbetering van de dekking in de oosten van het land.
- Uiterlijk in het voorjaar van 2023 stuurt de minister van VWS de Kamer het wetsvoorstel dat een opt-out regelt voor het beschikbaar stellen en verstrekken van g
Uiterlijk in het voorjaar van 2023 stuurt de minister van VWS de Kamer het wetsvoorstel dat een opt-out regelt voor het beschikbaar stellen en verstrekken van gegevens bij acute zorg.
- De minister voor Langdurige Zorg en Sport zal in een voortgangsbrief over het IZA voor eind 2023 aangeven hoe de motie Van den Berg/Agema over eenduidigheid van
De minister voor Langdurige Zorg en Sport zal in een voortgangsbrief over het IZA voor eind 2023 aangeven hoe de motie Van den Berg/Agema over eenduidigheid van vraagstelling aan zorgaanbieders (en 1 portaal voor aanlevering) wordt uitgevoerd.
- In het eerste kwartaal van 2024 ontvangt de Kamer van de Minister van VWS een brief over de PGO’s. Dat is naar aanleiding van een vraag van mevrouw Van den Berg
In het eerste kwartaal van 2024 ontvangt de Kamer van de Minister van VWS een brief over de PGO’s. Dat is naar aanleiding van een vraag van mevrouw Van den Berg en mevrouw Paulusma.
- De minister zegt toe te kijken of het mogelijk is de PGO nog verder naar voren te trekken en de Kamer te informeren.
De minister zegt toe te kijken of het mogelijk is de PGO nog verder naar voren te trekken en de Kamer te informeren.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.