Reactie op de brief van de MBO Raad, namens 10 mbo-instellingen, over de omkeerregeling in het mbo
Brontekst
Versie cefd26c80c4a2de6 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 693 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 mei 2026Met de brief van 3 april jl. (kenmerk 2026D15885) heeft de Vastecommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mij gevraagd eenreactie te geven op de brief van de MBO Raad, namens 10 mbo-instel-lingen over de omkeerregeling in het mbo. Met deze brief voldoe ik aandit verzoek.De komende jaren is al het beschikbare talent in Nederland hard nodig insectoren als de zorg en de techniek, en voor de transitieopgaven rondduurzaamheid. Goed opgeleide mbo’ers spelen hierin een cruciale rol ookzij met een anderstalige en internationale achtergrond. Zonder hun kennisen vakmanschap zijn we niet in staat maatschappelijke uitdagingen zoalsde energietransitie en vergrijzing aan te pakken. Het is daarbij onver-minderd van belang dat de waarde van het mbo-diploma onomstreden isen aan de kwaliteitseisen van wet- en regelgeving voldoet.In het vervolg van deze brief ga ik in op wat de omkeerregeling inhoudt envoor wie de regeling is bedoeld. Vervolgens schets ik de achtergrond vande omkeerregeling en waarom invoering ervan op problemen stuit. Totslot ga ik in op het verzoek van de MBO Raad om op korte termijn tezorgen voor een oplossing.Wat houdt het inAlle mbo-studenten die een diplomagerichte route volgen op niveau 4,moeten voor het generieke vak Nederlands het 3F niveau halen. Deomkeerregeling maakt het voor een specifieke groep internationalestudenten mogelijk om een lager niveau Nederlandse taal (2F i.p.v. 3F) tecompenseren met een hoger niveau voor een andere moderne vreemdetaal dan vastgesteld voor de opleiding die gevolgd wordt. Het gaat omstudenten, die ten hoogste zes jaar onderwijs in Europees Nederlandhebben gevolgd en het Nederlands niet als moedertaal hebben. Bijvoor-beeld kinderen en partners van expats die in de Brainportregio Eindhoven kst-31524-693ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6931 een mbo-opleiding volgen en studenten uit de grensregio. Met deomkeerregeling werd beoogd de toegankelijkheid van het hoogstembo-niveau (niveau 4) voor deze studenten te borgen en de arbeidsparti-cipatie te bevorderen.Wat is de achtergrondSinds 2010 maakt het generieke kwalificatie-onderdeel Nederlandse taalwettelijk onderdeel uit van elke beroepsopleiding in het mbo. De niveauswaarop moet worden onderwezen en geëxamineerd zijn opgenomen inhet Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Kort daarnaspeelde in het onderwijsveld en in uw Kamer de discussie op over heteffect hiervan voor de toegankelijkheid van het mbo voor studenten dietot de doelgroep van de omkeerregeling behoren. Vanaf 2016 isvervolgens drie keer geprobeerd om een grondslag voor invoering van deomkeerregeling in een wetsvoorstel te creëren. Recent nog via hetwetsvoorstel Internationalisering in Balans. Al deze keren stuitte dit opinhoudelijke bezwaren, waaronder die van de Raad van State (RvS).Waarom is invoering problematischEr is een aantal fundamentele bezwaren tegen het mogelijk maken vaneen omkeerregeling voor het mbo die ook de RvS aanvoert. Zo heeft deomkeerregeling gevolgen voor de waarde van een mbo-4 diploma. Met ditdiploma moeten studenten in staat zijn om voldoende taalvaardig door teleren in het hbo en te functioneren in iedere baan op mbo-4 niveau inNederland, niet alleen in specifieke regio’s. Het mbo-4 diploma staat nugelijk aan de waarde van het havo-diploma met het Nederlands op 3Fniveau. Met beide diploma’s kunnen studenten doorstromen naar het hbo.Die koppeling wordt met de omkeerregeling losgelaten.Daarnaast bestaat het risico van precedentwerking door een verlaging vanhet niveau voor Nederlands voor deze groep internationale studenten opmbo-niveau 4. De omkeerregeling kan namelijk als discriminerend wordenervaren naar andere mbo-studenten met een ondersteuningsbehoefte.Bijvoorbeeld studenten met dyslexie, anderstaligen op mbo-niveau 2 of 3of studenten met rekenangst en dyscalculie. Deze studenten krijgen ookgeen verlaging van het niveau dat nodig is om het mbo-diploma de halen.Door de omkeerregeling kunnen zij hier wel een beroep op gaan doen. Totslot bestaat er onvoldoende zicht op de omvang van de groep interna-tionale mbo-studenten nu en in de toekomst, waarvoor de regeling zougaan gelden.Welke oplossing is erOm bovengenoemde redenen ben ik geen voorstander van het invoerenvan de omkeerregeling. Dat doet niets af aan de behoefte aan voldoendevakmensen voor de opgaven waar Nederland voor staat. Daarom werk ikaan andere manieren om studenten met een meertalige of internationaleachtergrond via het mbo gericht op te leiden voor de Nederlandsearbeidsmarkt. Zonder daarbij iets af te doen aan de waarde van hetmbo-diploma.Allereerst is het al mogelijk om via bekostigd of niet-bekostigd onderwijsvoor de beroepsgerichte onderdelen van het kwalificatiedossier eenmbo-certificaat of een mbo-verklaring te halen. Hiermee kan de student opde arbeidsmarkt aantonen over welke vaardigheden hij/zij beschikt. Hierkunnen ze vaak direct mee aan de slag, zoals we bijvoorbeeld veelvuldigzien in de zorg.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6932 Voor de diplomagerichte opleidingstrajecten introduceer ik, op eentermijn van 2 tot 3 jaar, nieuwe taaleisen en een bijpassende examineringvoor het vak Nederlands in het mbo. Deze sluiten beter aan op deverschillende mbo-studentengroepen en op de praktijksituaties voor hetberoep, de maatschappij en de mogelijke doorstroom naar vervolgon-derwijs waarvoor zij worden opgeleid. De nieuwe taaleisen richten zich ophet gebruiken van Nederlandse taalvaardigheden in realistischembo-praktijksituaties. Dit maakt de nieuwe taaleisen ook beter haalbaarvoor meertalige studenten waarvoor het leren van de taal moeilijk is inabstracte situaties waarin de focus enkelzijdig ligt op de techniek van detaal. Het beheersingsniveau in de examinering is en blijft gebaseerd opniveau 3F. Studenten tonen daarin aan dat zij taalvaardigheden beheersenen kunnen toepassen in alle beroepsgerichte en maatschappelijkecontexten die relevant zijn voor een niveau 4 student.De afgelopen maanden is in het onderwijsveld getoetst of de nieuwetaaleisen bruikbaar zijn in de praktijk. Het rapport over deze bruikbaar-heidstoets ontvangt u in juni. De resultaten wijzen al wel uit dat docentenzeer positief zijn en aangeven dat de nieuwe taaleisen goed bruikbaar zijn,ook voor meertalige studenten waaronder nieuwkomers en internationalestudenten. Met de nieuwe taaleisen wordt de noodzaak voor eenomkeerregeling minder groot en kom ik voor een groot deel tegemoet aande oproep van de MBO Raad om het diplomagericht onderwijs opmbo-niveau 4 voor internationale studenten toegankelijker te maken.Ik ben met de MBO Raad in overleg welke oplossingsrichtingen kunnenworden gezocht binnen bestaande wet- en regelgeving, totdat de nieuwetaaleisen (incl. passende examinering) zijn ingevoerd. In dit verband heeftmijn voorganger, dhr. Dijkgraaf, de MBO Raad er in 2023 op gewezen datvooruitlopen op invoering van een omkeerregeling, en het afgeven vanmbo-diploma’s waarbij niet is voldaan aan de geldende diploma-eis voorhet Nederlands, niet is toegestaan.In het derde kwartaal van 2026 ontvangt uw Kamer een brief over taal inhet mbo. In deze brief wordt onder andere ingegaan op de nieuwetaaleisen, de examinering en op de toegankelijkheid van het taalonderwijsvoor anderstaligen.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.M. LetschertTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 524, nr. 6933
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.