Nederlandse wapeninzet 2-3 juni 2015 Hawija, Irak
Brontekst
Versie 59b8a22c6448fb13 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202627 925Bestrijding internationaal terrorismeNr. 1017 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 februari 2026Met deze brief informeer ik uw Kamer over drie recent afgerondeaanvullende onderzoeken inzake de Nederlandse wapeninzet tegen eenISIS bommenfabriek in Hawija op 2–3 juni 2015. Ook informeer ik u overmijn bezoek aan Hawija en over de stand van zaken van nieuwe projectenten behoeve van de getroffen gemeenschap.De luchtaanval in Hawija was onderdeel van de global coalition to defeatISIS. Deze coalition of the willing opereert sinds oktober 2014 met denaam Operation Inherent Resolve (OIR) onder operationele leiding van deVS. Nederland droeg gedurende twee inzetperiodes bij aan de luchtcam-pagne, van oktober 2014 tot en met juni 2016 en gedurende heel 2018. Intotaal voerden de Nederlandse F16’s in deze twee periodes circa 3.000missies uit, en zette daarbij meer dan 2.100 keer wapens in. ISIS werddoor OIR succesvol militair verslagen. Bij de luchtaanval in Hawija vielenonbedoeld ten minste 70 burgerslachtoffers.In november 2019 werd de Kamer in detail geïnformeerd over wat zich inHawija had voorgedaan. In 2020 werd de Commissie van onderzoekwapeninzet Hawija ingesteld (hierna Commissie-Sorgdrager). Dezecommissie werd verzocht te onderzoeken 1) hoe het kon dat er bij dewapeninzet in Hawija burgerslachtoffers zijn gevallen en 2) welke lessenvoor de toekomst te trekken zijn. Op 27 januari 20251 ontving uw Kamerhet rapport van de Commissie en op 14 maart volgde een uitgebreidekabinetsreactie.2 Nadat eind maart 2025 videobeelden werden getraceerddie werden gemaakt in de ochtend na de aanval en niet eerder warengedeeld met de Commissie, zijn er aanvullende onderzoeken ingesteld (ziehieronder).Op 15 mei 2025 voerde ik met uw Kamer debat over het rapport-Sorgdrager. In het debat kondigde ik onder meer aanvullende projecten1Kamerstuk 27 925, nr. 983.2Kamerstuk 27 925, nr. 985. kst-27925-1017ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10171 ter ondersteuning voor de getroffen gemeenschap aan, en sprak ik mijnvoornemen uit om zelf een bezoek te brengen aan Hawija.Bezoek Hawija en nieuwe projectenOp 15 januari jl. bezocht ik Hawija, waar ik persoonlijk de excuses hebovergebracht die ik vorig jaar namens het kabinet maakte voor deonbedoelde gevolgen van de Nederlandse luchtaanval in 2015. Hoewelhet kabinet van oordeel is dat de aanval op een ISIS bommenfabriekrechtmatig was, is het vreselijk dat daarbij onbedoeld burgerslachtofferszijn gevallen en veel schade is ontstaan.Mijn aanwezigheid in Hawija en het persoonlijk overbrengen van excuseswas van betekenis voor de gemeenschap in Hawija. Dit was ook voelbaartijdens een bijeenkomst met circa 100 Iraakse burgers die op uitnodigingvan de burgemeester van Hawija aan mij vertelden wat hen in 2015 isoverkomen. De verhalen van deze slachtoffers en nabestaanden warenindringend en aangrijpend. Er is nog altijd sprake van veel leed en ookonbegrip over hoe Nederland met de gevolgen is omgegaan. Ook deCommissie-Sorgdrager wees hierop. Mede hierom kondigde ik in dekabinetsreactie op het rapport-Sorgdrager aan om aanvullende projectente financieren die op een waardevolle en duurzame manier ten goedekomen aan de getroffen gemeenschap.In Hawija sprak ik ook met de gouverneur van de provincie Kirkuk en metde burgemeester van Hawija. Beiden zeiden het bezoek te zien als eenbelangrijke bijdrage aan een nieuwe positieve relatie tussen Hawija enNederland. Met beide bestuurders bracht ik een bezoek aan de locatie vande luchtaanval en aan de projecten voor reconstructie en wederopbouwdie in opdracht van Nederland in 2023 zijn afgerond. De eerder doorNederland gefinancierde projecten hebben zichtbare resultatenopgeleverd, overeenkomstig met wat in 2023 in de met uw Kamergedeelde eindrapportages is geschetst.3Het bezoek sterkt mij in het streven om voort te gaan met nieuweprojecten. Conform moties die door uw Kamer hierover zijn aangenomen,vonden de afgelopen maanden uitgebreide consultaties plaats met hetlokale bestuur, community leaders en (lokale) ngo’s om behoeften enwensen voor nieuwe projecten te inventariseren. In dat kader bracht deNederlandse ambassadeur in september jl. een bezoek aan Hawija. Nudeze fase is afgerond, kunnen er concrete projectvoorstellen wordenuitgevraagd en kan besluitvorming plaatsvinden. Uw Kamer wordt voorde zomer over de voortgang van dit proces geïnformeerd.Aanvullende onderzoekenOp 27 maart 2025 bracht ik uw Kamer ervan op de hoogte dat er video-beelden waren getraceerd, gemaakt door een Nederlandse F-16 in deochtend na de aanval. Deze beelden waren niet eerder gedeeld met deCommissie-Sorgdrager. Naar aanleiding hiervan is een aantal aanvullendeonderzoeken gestart.4 Op 9 december jl. informeerde ik de Kamer over detussentijdse voortgang van de aanvullende onderzoeken.5 De huidigestand van zaken is als volgt:•Onderzoek naar de gang van zaken omtrent de getraceerde videobeel-den. De Commissie van onderzoek teruggevonden F-16 videobeelden3Kamerstuk 27 925, nr. 937.4Kamerstuk 27 925, nr. 986.5Kamerstuk 27 925, nr. 1014.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10172 Hawija (Irak) (hierna Commissie-Brouwer) heeft dit onderzoekafgerond en bood mij op 11 februari jl. haar rapport aan (bijgevoegd).•Onderzoek naar de stand van de missie-gerelateerde archivering bijDefensie. De Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IO&E) voert ditonderzoek uit. De verwachting is dat IO&E in het eerste kwartaal van2026 de resultaten van haar onderzoek naar richtlijnen voor archive-ring zal opleveren, waarna verderop in het jaar de andere resultatenvolgen.•Onderzoek naar het handelen van de toenmalige detachementscom-mandant. Naar aanleiding van aangescherpte conclusies van deCommissie-Sorgdrager over de getraceerde videobeelden (d.d. 2 april20256) informeerde ik uw Kamer op 11 april 2025 over mijn besluit ditonderzoek in te stellen.7 Dit onderzoek is op 30 december jl. afgerond.•Aanvullend onderzoek door de Commissie-Sorgdrager. Op 23 mei 2025informeerde de Commissie-Sorgdrager mij over haar besluit hetonderzoek te heropenen en een addendum op te stellen.8 De Commis-sie heeft het aanvullende onderzoek afgerond en bood mij op26 januari jl. het addendum op haar rapport aan (bijgevoegd).Ik wil alle onderzoekscommissies danken voor de inspanningen en degedetailleerde (aanvullende) rapporten. De Commissie-Brouwer heeft zeerprecies in kaart gebracht wat er met de videobeelden van de overvlucht isgebeurd vanaf het moment dat ze gemaakt werden. Voor Defensie was ditonder andere van belang om te kunnen reconstrueren welke informatie detoenmalige detachementscommandant tot zijn beschikking had toen hijzijn After Action Report (AAR) opstelde. De vraag of hij het AAR naarwaarheid invulde kan middels het persoonsgerichte onderzoek naar hethandelen van de detachementscommandant nu beter in perspectiefworden geplaatst. Hieronder ga ik in op de afgeronde onderzoeken enreageer ik op de conclusies en indien van toepassing op de aanbeve-lingen.Onderzoek teruggevonden F-16 videobeelden (Commissie-Brouwer)De Commissie van onderzoek teruggevonden F-16 videobeelden Hawija(Irak), onder leiding van dhr. Harm Brouwer, heeft een feitenreconstructieopgesteld die duidelijk maakt wat er met de teruggevonden beelden isgebeurd, en heeft op basis daarvan een oordeel geveld en conclusiesgetrokken.Maken, bewaren, gebruiken en traceren van teruggevonden videobeeldenDe Commissie-Brouwer beschrijft in detail wanneer de overvluchtbeeldenzijn gemaakt, hoe en waarom deze destijds zijn opgeslagen en gebruikt, inwelke archieven de beelden zijn opgeslagen en hoe de beelden uitein-delijk zijn getraceerd. De Commissie geeft in haar rapport (menselijke enorganisatorische) verklaringen voor het feit dat de originele overvlucht-beelden niet op tijd bij de Commissie-Sorgdrager terecht zijn gekomen.De Commissie-Brouwer wijst in dit kader op misverstanden, tekortko-mingen, functiewisselingen, spraakverwarring, het verstrijken van de tijd,werkwijzen en organisatorische aspecten die zijn samengevallen met debehandeling van de uitvragen van de Commissie-Sorgdrager door hetministerie.6Kamerstuk 27 925, nr. 987.7Kamerstuk 27 925, nr. 989.8Kamerstuk 27 925, nr. 1010.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10173 Door alle feiten op een rij te zetten heeft de Commissie-Brouwer ook hetinterne feitenrelaas van Defensie geverifieerd dat ik ten behoeve van ditonderzoek had laten opstellen. Ik gaf destijds aan het wenselijk te vindendat een onafhankelijke partij uiteindelijk de feiten vaststelt.9 Zo is het vanbelang dat de Commissie heeft vastgesteld dat er tussen 3 en 8 juni 2015geen videobeelden van de overvlucht beschikbaar waren voor hetministerie in Den Haag, anders dan hoogstwaarschijnlijk een zeer kortfragment (7 seconden) afkomstig uit een videocompilatie, dat destijds dieniet als zodanig werd herkend. Na een fact-finding missie naar hetAmerikaanse hoofdkwartier CAOC op 7 en 8 juni kwamen meerderefragmenten van de overvlucht voor het ministerie beschikbaar, ondermeer via genoemde videocompilatie die door het detachement wasgemaakt ten behoeve van de Amerikaanse BDA (Battle DamageAssessment). De Commissie heeft vastgesteld dat de originele overvlucht-beelden tot februari 2024 niet in Den Haag beschikbaar waren.Betekenis teruggevonden F-16 videobeeldenInzake de betekenis van de videobeelden maakt de Commissie-Brouwereen onderscheid tussen de operationele betekenis, de onderzoeksinhou-delijke betekenis voor de Commissie-Sorgdrager en de politieke betekenisdie de videobeelden van de overvlucht hebben gekregen.De Commissie concludeert dat het beeldmateriaal van de overvluchttoentertijd maar beperkt van operationele meerwaarde was, vanwege deAmerikaanse dronebeelden die na de luchtaanval werden gemaakt tenbehoeve van het Amerikaanse BDA. Daardoor hadden het detachement inJordanië en het Ministerie van Defensie in Den Haag (al snel) beterbeeldmateriaal voorhanden om hun beoordeling van de luchtaanval uit tevoeren. Het onbemensde vliegtuig kon namelijk gedetailleerd, hogeresolutie beeldmateriaal maken en bevond zich bovendien dichterbij hetdoelgebied dan de Nederlandse F-16’s die overvlogen. Het beeld van deAmerikaanse BDA was daarmee technisch superieur aan het beeld van deNederlandse F-16.De Commissie stelt ook dat de overvluchtbeelden een eigenstandigeonderzoeksinhoudelijke betekenis hadden voor de Commissie-Sorgdrager.Immers, hoewel de operationele betekenis ervan beperkt was ten opzichtevan de Amerikaanse dronebeelden, waren de Nederlandse overvlucht-beelden wél enkele dagen eerder beschikbaar voor het detachement. Opbasis van zowel de beelden van de aanvalsvlucht als die van deovervlucht werd destijds een eerste, voorlopige inschatting gemaakt vande effecten. Het was volgens de Commissie-Brouwer betekenisvolgeweest voor de Commissie-Sorgdrager om kennis te nemen van deovervluchtbeelden.Omdat de Commissie-Sorgdrager van Defensie te horen kreeg dat deovervluchtbeelden waren overschreven, terwijl dit feitelijk niet het gevalwas, hebben de beelden volgens de Commissie-Brouwer ook een politiekebetekenis gekregen: het riep vragen op over het vertrouwen dat inDefensie kan worden gesteld aangaande het traceren en beschikbaarmaken van informatie.Conclusies en aanbevelingenOver wat er met de overvluchtbeelden is gebeurd nadat ze gemaakt zijn,concludeert de Commissie-Brouwer het volgende. De origineleovervluchtbeelden waren de hele duur van het onderzoek van de9Kamerstuk 27 925, nr. 989.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10174 Commissie-Sorgdrager aanwezig in het archief van de missie inLeeuwarden alsmede in Volkel. De beelden waren daarmee beschikbaaren conform de daarvoor toentertijd geldende logica opgeslagen. Datdelen uit deze beelden zijn opgenomen in een compilatie die aan velenbinnen en buiten het Ministerie van Defensie is getoond en beschikbaar isgesteld, is niet als zodanig herkend en ook niet gemeld aan deCommissie-Sorgdrager waaraan deze compilatie ook is verschaft.Over de vraag waarom de overvluchtbeelden niet eerder zijn terugge-vonden, concludeert de Commissie dat er geen bevindingen zijn die eropwijzen dat de overvluchtbeelden met opzet zijn achtergehouden. Debeelden zijn door een betreurenswaardige samenloop van gebeurtenissenniet bij de Commissie-Sorgdrager terecht gekomen gedurende de looptijdvan haar onderzoek. Het alsnog terugvinden van deze beelden napublicatie van het rapport-Sorgdrager, nadat eerder door Defensie wasgemeld dat de beelden waren overschreven, werd vooral een vertrou-wenskwestie in plaats van een situatie met een operationele relevantie. Erzijn organisatorische factoren aan te wijzen die op voorgaande vaninvloed zijn geweest.De conclusies van de Commissie-Brouwer schetsen een zeer precies beeldvan de gang van zaken rondom de overvluchtbeelden, en houdenDefensie daarmee een duidelijke spiegel voor. De conclusie van deCommissie-Sorgdrager op dit punt, namelijk dat de gang van zaken eenbelemmerend effect heeft gehad op waarheidsvinding en parlementairecontrole is wederom pijnlijk. Echter, er zijn op basis van het onderzoek vande Commissie-Brouwer geen aanwijzingen van kwade opzet. Deconclusies maken vooral eens te meer duidelijk dat Defensie veel moetinvesteren in de informatiehuishouding en archivering. Daar is deorganisatie zich zeer bewust van.Aanbeveling: de Commissie beveelt aan om de ondersteuning dieonafhankelijke onderzoekscommissies vanuit Defensie ontvangen verderte professionaliseren.Sinds 1 juli 2024 beschikt Defensie, in navolging van de Defensienota2024, over een projectdirectie voor de ondersteuning van externeonderzoekscommissies. Het afgelopen jaar is gebleken dat commissies enook Defensie baat hebben bij een gestructureerde en gecoördineerdebegeleiding van externe onderzoeken. Recent is het besluit genomen omdeze projectdirectie steviger te verankeren in de defensieorganisatie. Ditdraagt bij aan een verbeterde begeleiding van externe commissies. Zoalsde Commissie voorstelt zullen toekomstige onafhankelijke onderzoeks-commissies proactief informatie worden aangeboden, op basis vangesprekken vooraf met de commissie in kwestie. Hoe dit precies vormtkrijgt zal worden betrokken bij de verdere professionalisering van deondersteuning.Aanbeveling: de Commissie beveelt aan om de archivering van onderandere missie-informatie te verbeteren door deze organisatorisch en quawerkwijze te professionaliseren.Zoals de Commissie voorstelt wordt de inzet die Defensie pleegt op hetgebied van informatiehuishouding en archivering met kracht doorgezet.Daarnaast voert de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IO&E) opdit moment op mijn verzoek onderzoek uit naar de huidige praktijk vanmissie-gerelateerde archivering bij Defensie. Dit onderzoek richt zich ophet verkrijgen van overzicht in de missie-archieven, de duurzametoegankelijkheid ervan en het in kaart brengen van de richtlijnen voorarchivering. Ik heb IO&E verzocht de aangescherpte aanbevelingen van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10175 Commissie bij haar onderzoek te betrekken. Het onderzoek wordtgefaseerd uitgevoerd. De verwachting is dat IO&E in het eerste kwartaalvan 2026 de resultaten van haar onderzoek naar richtlijnen voor archi-vering zal opleveren, waarna verderop in het jaar de andere resultatenvolgen.Addendum Commissie van Onderzoek Wapeninzet Hawija(Commissie-Sorgdrager)De Commissie-Sorgdrager besloot haar onderzoek te heropenen en eenaddendum op haar rapport op te stellen. Het addendum bevat diversehernieuwde bevindingen, conclusies en aanbevelingen ten aanzien van deteruggevonden F-16 beelden, de informatieplicht aan de Kamer, deinlichtingenpositie van Defensie en archivering.Teruggevonden F-16 beeldenHet addendum van de Commissie-Sorgdrager bevat ook een analyse vande F-16 videobeelden, zowel van de aanval zelf als van de overvlucht dooreen Nederlandse F-16 in de ochtend na de aanval.10 De Commissie geeftaan dat een aantal van de ontvangen originele beelden van de aanvals-vlucht en Nederlandse overvlucht haar extra informatie verschafte over degevolgen van de wapeninzet. De Commissie constateert daarnaast datfragmenten van de overvluchtbeelden zijn verwerkt in een compilatie dieeen dag na de inzet werd gemaakt voor het hoofdkwartier van de coalitiein Qatar (CAOC). De Commissie verwijst in dit verband ook naar hetinterne feitenrelaas van Defensie naar de vondst van de videobeelden, datwerd opgesteld ten behoeve van de Commissie-Brouwer. De Commissiegeeft ook aan dat de compilatie op 9 juni 2015 werd getoond aan deMinister van Defensie en de ambtelijke/militaire top. Ze concludeert dathet voor de aanwezigen «duidelijk moet zijn geweest dat het uiterstonwaarschijnlijk was dat er géén burgerslachtoffers waren gedood bij deaanval in Hawija.» Ook concludeert zij dat de Minister minder afwachtendhad moeten zijn en de Kamer vertrouwelijk had moeten informeren. Dit isin lijn met de conclusie in het oorspronkelijke rapport op dit punt.Het staat voor mij vast dat de Commissie gedurende de gehele onder-zoeksperiode eerder en beter bediend had moeten worden in reactie ophaar verzoek om alle (originele) videobeelden waar zij naar vroeg teontvangen. Op 3 april 2025 bood ik de Commissie mijn verontschuldi-gingen aan voor het feit dat bepaalde videobeelden niet eerder warengetraceerd en met de Commissie gedeeld.11 In de kabinetsreactie op hetrapport erkent het kabinet dat uw Kamer zo snel mogelijk geïnformeerdhad moeten worden toen de gevolgen van deze inzet duidelijk werden.Aanbeveling: de Commissie beveelt aan om het parlement in het vervolgmeteen over (vermoedens van) burgerslachtoffers te informeren.In de kabinetsreactie op het rapport worden de afspraken met de TweedeKamer uit 2020 aangehaald, die onder meer bepalen dat de Kamer binneneen week wordt geïnformeerd als Defensie intern onderzoek opent naarvermoedens van burgerslachtoffers. Dit is reeds in de praktijk gebracht bijhet onderzoek naar een vermoeden van burgerslachtoffers bij Nederlandsoptreden in 2016 in Mosul, Irak.1210De Commissie-Sorgdrager verwijst in het addendum met de term Nederlandse «1e BDA»(Battle Damage Assessment) naar de aanvalsbeelden en met de term Nederlandse «2e BDA»naar de beelden van de overvlucht.11Kamerstuk 27 925, nr. 987.12Kamerstuk 29 521, nr. 458.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10176 Informatieplicht, inlichtingenpositie en archiveringDe Commissie-Sorgdrager stelt in het addendum dat het opereren van hetMinisterie van Defensie ertoe heeft geleid dat daardoor een goededemocratische controle door de Tweede Kamer op ontoelaatbare wijze isbelemmerend.Het is duidelijk dat de gebrekkige informatievoorziening en transparantierichting uw Kamer niet zo hadden mogen gebeuren. In de kabinetsreactieop het rapport bood het kabinet daar in lijn met voorgangers opnieuwexcuses voor aan, niet alleen voor het onjuist en onvolledig informerenvan uw Kamer, maar ook voor het feit dat het zo lang duurde voordat alleinformatie beschikbaar was. Ook in het debat met uw Kamer over hetrapport heb ik mijn verontschuldiging hiervoor gemaakt. Namens hetkabinet onderstreepte ik dat het van essentieel belang is dat uw Kamer opeen juiste en volledige wijze geïnformeerd wordt. De aangescherpteconclusies in het addendum onderstrepen opnieuw het belang daarvan. Inde kabinetsreactie op het rapport gaf het kabinet aan dat er in deafgelopen jaren al de nodige maatregelen zijn genomen om de informatie-positie van uw Kamer te versterken, en kondigde zij een groot aantalaanvullende acties aan richting de toekomst. Deze acties wordensindsdien in de praktijk gebracht. Zo toetst Defensie middels een vastefrequentie (voor, tijdens en na een missie) of er meer informatie kanworden vrijgegeven over Nederlandse wapeninzet, zodat transparantiebeter is geborgd. Ook is de procedure voor het behandelen vanmeldingen van vermoedens van burgerslachtoffers verder aangescherpten openbaar en is er een meldpunt ingesteld.13Aanbeveling: de Commissie beveelt aan om te laten beoordelen of deMIVD anno 2026 wel voldoet aan de hogere classificatie wat betreft deinlichtingenpositie, om tot een versterkte inlichtingenpositie te komen.Ten aanzien van de Nederlandse inlichtingenpositie bij de inzet in Irak zietde Commissie-Sorgdrager haar conclusie uit het rapport bevestigd datdeze structureel tekortschoot. In de kabinetsreactie beschrijft het kabinetop welke wijze zij de inlichtingenpositie van Nederland wenst teversterken en welke acties daarvoor worden uitgevoerd. De aange-scherpte aanbeveling uit het addendum wordt bij deze actielijnenbetrokken.Aanbeveling: de Commissie beveelt aan om bij de voorbereiding van eenmissie, militairen actief te informeren over de wijze van archivering en ominterne regelgeving specifiek op papier te zetten over wat tot missie-informatie behoort die gearchiveerd moet worden. Ook beveelt deCommissie aan om het project Open Overheid bij Defensie in 2026 goedte evalueren of de missiearchivering nu wel op orde is.De Commissie wijst in het addendum opnieuw op de noodzaak tot(rijksbrede) verbeteringen op het gebied van archivering en regelgevingomtrent derubricering van informatie. In de kabinetsreactie op het rapportvan de Commissie is een groot aantal acties ter verbetering benoemd. Zozal Defensie handreikingen opstellen en actualiseren voor medewerkersover rubriceren, derubriceren, passief en actief openbaar maken enoverbrengen (eventueel met beperkingen) van documenten. Defensieinvesteert fors in het verbeteren van de informatiehuishouding. Hiermeeis gestart in de Defensienota 2022, en deze lijn is door het kabinetvoortgezet in de Defensienota 2024. Het programma Defensie Open opOrde (DOO) vormt hier de kern van. Uit de jaarlijkse volwassenheids-13https://www.defensie.nl/onderwerpen/burgerslachtoffersTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10177 meting die alle departementen uitvoeren, blijkt dat de informatiehuis-houding binnen Defensie al aanzienlijk is verbeterd. Los van de maatre-gelen die het kabinet al treft, heb ik IO&E verzocht om de aangescherpteaanbevelingen van de Commissie te betrekken bij het onderzoek naarmogelijkheden tot verdere verbetering van missie-gerelateerde archi-vering bij Defensie.Onderzoek handelen detachementscommandantDe Commissie-Sorgdrager concludeert in haar rapport van januari 2025(en opnieuw in het addendum) dat de detachementscommandant hetAfter Action Report (AAR) naar waarheid had moeten invullen, door eenvermoeden van burgerslachtoffers ook in het AAR te melden. Daarmeegeeft de Commissie een oordeel over het handelen van een militair.Hierop besloot ik in april 2025 een persoonsgericht onderzoek in te latenstellen naar dit handelen.Het persoonsgerichte onderzoek is op 30 december 2025 afgerond. Deonderzoeksopdracht was om te beoordelen of de betrokken detache-mentscommandant het AAR in de gegeven omstandigheden zorgvuldig,volledig en naar waarheid heeft opgemaakt met in achtneming van dedaarvoor geldende regelgeving, aanwijzingen en vigerende uitvoerings-praktijk. Een commissie bestaande uit drie onafhankelijke externen deedruim een half jaar uitgebreid onderzoek. Omdat dit een persoonsgerichtonderzoek is, doet Defensie in de regel geen uitspraken over deuitkomsten daarvan. Gelet op het oordeel van de Commissie-Sorgdragerin het rapport en het addendum, de persoonlijke gevolgen daarvan voorde toenmalige detachementscommandant en de verantwoordelijkheid vanDefensie als werkgever hecht ik er echter aan de uitkomsten van ditonderzoek met uw Kamer te delen. Dit doe ik met instemming van detoenmalige detachementscommandant.De onderzoekscommissie heeft alle AAR-formulieren van oktober 2014 t/meind 2016 (de eerste inzetperiode van Nederland binnen de luchtcam-pagne van OIR) onderzocht en stelt vast dat alle formulieren op dezelfdeconsistente wijze zijn ingevuld. De commissie constateert dat steeds hetuitgangspunt werd gehanteerd dat slechts melding wordt gemaakt vanhetgeen feitelijk kon worden vastgesteld, door eigen waarneming of doorwaarneming van een coalitiepartner. De onderzoekscommissie constateertdat op slechts één van de ruim 500 AAR-formulieren het vermoeden vanburgerslachtoffers is opgenomen.Naar het oordeel van de onderzoekscommissie vormde de overvlucht-beelden geen aanleiding voor de toenmalige detachementscommandantom het AAR-formulier anders in te vullen dan hij heeft gedaan. Decommissie heeft geconstateerd dat op die beelden wel te zien was dat degevolgen van de secundaire explosie groot waren, maar er waren geenfeitelijkheden of activiteiten zichtbaar die konden duiden op eenvermoeden van burgerslachtoffers. De commissie constateert dat hetnormale leven zijn loop had hervat.De onderzoekscommissie concludeert dat de detachementscommandanthet AAR-formulier in de gegeven omstandigheden zorgvuldig, volledig ennaar waarheid heeft opgemaakt met inachtneming van de daarvoorgeldende regelgeving, aanwijzingen en vigerende uitvoeringspraktijk. Decommissie concludeert dat de detachementscommandant steeds integerheeft gehandeld en in het gehele proces rondom het melden van desecundaire explosie openheid heeft betracht. Binnen enkele uren na dewapeninzet in Hawija, in de vroege ochtend van 3 juni 2015, heeft hijdirect telefonisch contact opgenomen met het ministerie om door teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10178 geven dat zich een bijzondere situatie had voorgedaan waarbij mogelijkburgerslachtoffers waren gevallen. Vervolgens is hij voortvarend aan deslag gegaan met het verzamelen van zoveel mogelijk verifieerbare enfeitelijke informatie, hetgeen bij de commissie is bevestigd door diverseter zake deskundige gehoorden.Ik constateer dat de toenmalige detachementscommandant op geenenkele manier verwijtbaar heeft gehandeld. Ik omarm de conclusies vande onderzoekscommissie en acht het van belang dat zijn integer optredenwordt erkend. Gezien de aard van het onderzoek doet de onderzoekscom-missie geen aanbevelingen.SlotOnze militairen hebben zich op basis van het politiek mandaat ingezet inIrak om een bijdrage te leveren aan de veiligheid van Nederland,bondgenoten en Irak. Het inzetten van geweldsmiddelen kan nodig zijnom een militair doel te bereiken in een oorlog. Daarbij zetten Nederlandsemilitairen zich altijd in om op basis van het humanitair oorlogsrecht deburgerbevolking zoveel als mogelijk te ontzien en burgerslachtoffers tevoorkomen. Als militair handelen burgerslachtoffers tot gevolg heeft,ondanks het nemen van alle praktisch uitvoerbare voorzorgsmaatregelen,dan heeft dat ook een blijvende impact op alle betrokkenen binnenDefensie. Richting hen wil het kabinet haar waardering uitspreken voor deinzet die zij tonen, toen en nu.De uitkomst van de overige aanvullende onderzoeken naar de luchtaanvalvan 2–3 juni 2015 en mijn eigen bezoek aan Hawija hebben mij er nogmeer van doordrongen dat Defensie alle lessen moet leren uit dezetragische gebeurtenis. Zoals ik in de kabinetsreactie op het rapport-Sorgdrager aangaf, moet het kabinet open zijn over het karakter vandeelname aan internationale missies. Vooraf, tijdens en na een missiemoet Defensie transparant en eerlijk zijn over (het vermoeden van)burgerslachtoffers en daar gedegen onderzoek naar doen. In een missiemoeten goed voorbereide experts op de juiste plekken zitten, en deinlichtingenpositie moet worden versterkt. Ten slotte moet er (rijksbreed)geïnvesteerd worden in de informatiehuishouding (incl. een databaseover wapeninzet) en archivering. Ik zie uit naar het rapport van IO&E overde missie-archivering bij Defensie, dat meteen met de Kamer gedeeld zalworden.Daarnaast is het van het grootste belang dat voortgang wordt geboektmet de totstandkoming van nieuwe projecten die op een waardevolle enduurzame manier ten goede komen aan de getroffen gemeenschap inHawija.De Minister van Defensie,R.P. BrekelmansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 27 925, nr. 10179
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.