Hoofdlijnen 'Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs'
Brontekst
Versie 29ecdfdbd413051d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 293Primair Onderwijs31 289Voortgezet OnderwijsNr. 762 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 12 november 2024Het onderwijs legt de basis voor het verdere leven van ieder kind in onsland. Het bepaalt of kinderen die nu opgroeien straks een baan vinden enmee kunnen doen in de samenleving. De kwaliteit van ons onderwijs staatechter onder druk. Er zijn te weinig leraren en schoolleiders en deonderwijsresultaten van leerlingen in Nederland dalen al langere tijd.Steeds meer leerlingen en studenten beheersen het lezen, schrijven enrekenen onvoldoende. Dat laat internationaal vergelijkend onderzoek,zoals Pisa1, duidelijk zien. Deze dalende onderwijsresultaten zijn nietalleen een probleem voor de leerlingen zelf, maar ook voor Nederland alsgeheel.We moeten daarom de basis weer op orde brengen, zodat de kwaliteit vanons onderwijs verbetert. Daarom komt dit kabinet met een Herstelplankwaliteit funderend onderwijs. Hiervoor trekken we samen met allebetrokkenen in het onderwijs op, zodat we van het onderwijs weer eensector kunnen maken waar mensen graag gaan en blijven werken en diegoed onderwijs levert voor ieder kind en elke jongere.Het proces om te komen tot een HerstelplanZoals aangekondigd in het hoofdlijnenakkoord2 en het regeerprogramma3wil het kabinet samen met mensen uit de onderwijspraktijk werken aan debasis voor kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen. Om tot eenHerstelplan te komen, spreken we dan ook met leraren, schoolleiders,leerlingen, ouders, bestuurders, onderwijsinspecteurs en wetenschappers.Het is belangrijk om ervaringen uit de klas te horen en deze te kunnen1Internationale prestaties (PISA) | Nederland internationaal vergeleken | OCW in cijfers2HOOP, LEF EN TROTS – Hoofdlijnenakkoord 2024 – 2028 van PVV, VVD, NSC en BBB, 16 mei20243Regeerprogramma. Uitwerking van het hoofdlijnenakkoord door het kabinet, 13 september2024, bijlage bij Kamerstuk 36 471, nr. 96 kst-31293-762ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7621 gebruiken voor het Herstelplan. We spreken ook met vertegenwoordigersvan werkgevers, werknemers/beroepsgroepen, en lerarenopleiders omconcrete afspraken te maken en daarmee de impact van het plan op hetonderwijs te vergroten. Om tot herstel van de kwaliteit van het onderwijste komen zijn niet alleen maatregelen nodig vanuit Den Haag, maar ookvanuit de werkgevers en beroepsgroepen zelf. We staan samen aan de lat.De Algemene Onderwijsbond, het Christelijk Nationaal Vakverbond, deFederatie van Onderwijsvakorganisatie, de PO-Raad, VO-raad, MBO Raad,de Academie Vakvereniging Schoolleiders, Vereniging Hogescholen enUniversiteiten van Nederland hebben aangegeven graag tot concreteacties en afspraken te willen komen. Ook zij voelen een grote verantwoor-delijkheid om het onderwijs beter te maken. Dat is mooi, want deze groteopgave kunnen we alleen in gezamenlijkheid succesvol oppakken. Ditbetekent ook dat alle partijen aan zet zijn om een deel van het noggezamenlijk op te stellen plan uit te werken en uit te voeren.Deze brief is een aanzet op hoofdlijnen om te komen tot een gedragenHerstelplan kwaliteit funderend onderwijs. Op basis van deze brief ga ikgraag in gesprek met uw Kamer over de ideeën op hoofdlijnen en opbasis van uw input zullen we het gesprek vervolgens voeren met allebetrokkenen uit het onderwijs over de uitwerking van het plan. In hetvoorjaar van 2025 deelt het kabinet het uitgewerkte Herstelplan kwaliteitfunderend onderwijs met uw Kamer. Het kabinet werkt het Herstelplankwaliteit funderend onderwijs uit binnen de beschikbare middelen op deOCW-begroting.Invulling Herstelplan op hoofdlijnenReikwijdteHet Herstelplan richt zich op de onderwijsresultaten van de leerlingen inhet funderend onderwijs en een goede aansluiting op het vervolgon-derwijs. Het is daarvoor van belang dat leerlingen aan het einde van hunmiddelbare schoolcarrière een voldoende niveau hebben in lezen,schrijven en rekenen. Daarbij is vanuit de inhoud een doorlopende leerlijnvan belang. Zolang het niveau van lezen, schrijven en rekenen vanmiddelbare scholieren die gaan studeren nog niet op orde is, heeft hetvervolgonderwijs de uitdaging om deze vaardigheden op niveau tebrengen. We nemen in het Herstelplan voor- en vroegschoolse educatie(vve) mee, omdat al vóór een kind op school start, de basis wordt gelegdvoor zijn of haar verdere ontwikkeling. Dat maakt vve met name belangrijkvoor de taalontwikkeling van jonge kinderen die een risico op eentaalachterstand hebben. Ook nemen we de lerarenopleidingen mee,omdat de lerarenopleidingen de basis vormen voor de kwaliteit vanleraren. De lerarenopleidingen (VH, UNL, MBO Raad) dragen ook actief alspartner bij aan de verdere professionalisering van onderwijspersoneel.Het Herstelplan kwaliteit funderend onderwijs bestaat uit samenhangendemaatregelen waarvan evident is dat ze bijdragen aan het verbeteren vande onderwijsresultaten. We kijken naar de korte én langere termijn, stellenconcrete ambities en doelen op om de basis op orde te krijgen, werken uithoe we de ontwikkelingen gaan volgen en welke resultaten we op kortetermijn, over vijf jaar, en op de langere termijn willen zien. Focus is nodigom de basis op orde te krijgen. Dat betekent dat we ook focus aanbrengenin het Herstelplan. Om die reden zijn het verbeteren van lezen, schrijvenen rekenen en het zorgen voor voldoende en goed onderwijspersoneeltopprioriteit en vallen de maatregelen uit het hoofdlijnenakkoord en hetregeerprogramma die hieraan bijdragen onder het Herstelplan. Dezemaatregelen alleen zijn echter niet voldoende om onze ambities waar teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7622 maken en kinderen het beste onderwijs te bieden. Daar is alle denk- endoe-kracht uit het onderwijs voor nodig.De contextHet funderend onderwijs heeft een brede opdracht. Naast het werken aanonderwijsresultaten bouwen scholen aan persoonsvorming, socialisatie,burgerschap en kansengelijkheid voor alle kinderen. Kinderen zitten nietalleen op school, ook de thuisomgeving heeft grote invloed op deontwikkeling van het kind. Of je wat je op school leert in je op kan nemen,hangt van meer omstandigheden af dan de kwaliteit van de lessen en deleerlingen. Als je je zorgen maakt over thuis, je nergens je huiswerk kuntmaken of als je een lege maag hebt, is leren lastiger. Hoe goed de leerstofook wordt aangeboden. Veel van wat er in de maatschappij gebeurt, komthet onderwijs binnen.Dit zijn omstandigheden die voor een belangrijk deel buiten het onderwijsom liggen: armoede, huiselijke spanningen of geweld in de wijk ofpolarisatie in de samenleving. We trekken samen met de andere minis-teries en organisaties in het sociaal domein op om hier stappen te zetten,bijvoorbeeld binnen het programma Preventie met Gezag. Het kabinetfinanciert het programma Schoolmaaltijden structureel zodat kinderenzonder honger in de klas zitten. Met het programma School en Omgevingen via brugfunctionarissen stimuleren we dat ook buiten school kinderenextra aandacht kunnen krijgen. Daarnaast stimuleren we hiermee dat deschool als natuurlijke vindplaats voor sociale problematiek kan doorver-wijzen naar de juiste instantie, maar dat de leraar dit er niet bij krijgt opzijn reeds volle bord. Tot slot is het van groot belang dat we in gesprekblijven met (vertegenwoordigers van) ouders over ouderbetrokkenheid ende thuissituatie van het kind.Ook binnen het onderwijs zijn er thema’s naast onderwijskwaliteit dieaandacht vragen, zoals slimme samenwerking met de kinderopvang,inclusiever onderwijs en passende onderwijshuisvesting. Aan dezethema’s blijven we actief werken maar deze nemen we niet op in hetHerstelplan. De extra inzet van het herstelplan kent een duidelijke focusom de kwaliteit van het funderend onderwijs te verbeteren.Focus op 3 thema’sHet Herstelplan kiest een scherpe focus om de basis op orde te krijgen:1)prioriteit is het verbeteren van de onderwijsresultaten op lezen,schrijven en rekenen;2)het borgen van voldoende en kwalitatief goed onderwijspersoneel;3)zorgen voor randvoorwaarden voor de basis van goed onderwijs inde klas, via structurele bekostiging voor structurele taken en eenveilige leeromgeving.1. Goed onderwijs voor elk kind: inzetten op lezen, schrijven enrekenen. De basis die leerlingen in ieder geval mee moeten krijgen in het onderwijszijn een goede beheersing van lezen, schrijven en rekenen. Dat is namelijkde basis voor meedoen in de samenleving, een vervolgopleiding enkansen op de arbeidsmarkt. Dit bepaalt ook of de kinderen van nu straksin staat zijn te bouwen aan het Nederland van morgen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7623 Met het Masterplan basisvaardigheden is de afgelopen 1,5 jaar eentrendbreuk ingezet in de aanpak van de overheid en scholen in debasisvaardigheden4 en hebben lezen, schrijven en rekenen prioriteitgekregen. Zo zijn ambitieuze doelen hierop geformuleerd en heeft ditprioriteit gekregen in het toezicht van de Onderwijsinspectie. Ook heeft60% procent van de scholen een meerjarige, financiële impuls gekregenvoor het verbeteren van de basisvaardigheden en krijgen scholen daarbijdirecte ondersteuning van het Ministerie van OCW en de relevanteexpertisepunten om met bewezen effectieve aanpakken aan de slag tegaan. Ten slotte is de bijstelling van het curriculum op stoom gekomen.Hiermee wordt de opdracht voor scholen concreter en ontstaat meerfocus op de basisvaardigheden.Er is echter meer nodig dan we al doen. In het Herstelplan willen wedaarom aanvullende stappen zetten:1)Nog meer focus in de opdracht voor scholen op lezen, schrijven enrekenen:In het regeerprogramma is opgenomen dat de huidige curriculumbij-stelling, met prioriteit op lezen, schrijven en rekenen, wordt doorgezet.Recent is uw Kamer geïnformeerd dat momenteel op de opgeleverdekerndoelen nog een verscherpte selectie plaatsvindt om het aantalkerndoelen fors terug te brengen. Dat houdt in dat er nog meeraandacht komt voor lezen, schrijven en rekenen. Niet alleen bij deleergebieden Nederlands en rekenen-wiskunde, maar bij álle leergebie-den. Om een tekst vloeiend te kunnen lezen moet je immers grofweg90% van de woorden kennen die in de tekst staan. Daar is kennis voornodig die je bij andere vakken ook kunt aanleren door middel van rijketeksten en schrijfopdrachten. De curriculumbijstelling heeft grootdraagvlak van het onderwijsveld; dit dringt de overladenheid terug enverscherpt het werken aan basisvaardigheden.2)Beter onderwijs in lezen, schrijven en rekenen in de klas (methodes,toetsen, lerarenopleidingen):Nu het «wat» voor scholen is verhelderd, is het voor de basisvaardig-heden essentieel dat het «hoe» ook wordt verbeterd. Met anderewoorden; hoe zorgen we dat het daadwerkelijk gerealiseerde curricu-lum van scholen (de lessen van leraren) daadwerkelijk meer en beteronderwijs oplevert voor lezen, schrijven en rekenen. Hiervoor is hetvan belang dat de overheid en sector de handen ineenslaan op devolgende sporen:–Het zo snel mogelijk implementeren van het vernieuwde curriculumvoor lezen, schrijven en rekenen op de lerarenopleidingen5,inclusief betere begeleiding om te borgen dat beginnende lerarendeze vaardigheden afdoende beheersen.–Het goed laten landen van het nieuwe curriculum voor lezen,schrijven en rekenen in leermiddelen op scholen. Aangezienscholen de leermiddelen zullen moeten vervangen, is dit hetmoment om dit direct met bewezen effectieve leermiddelen tedoen.–Betere toetsen op lezen, schrijven en rekenen; dit geldt zowel voorde door de overheid voorgeschreven toetsen en zoveel mogelijk inde door scholen gebruikte schooleigen toetsen. Daarbij is het vanbelang om de juiste balans tussen meer inzicht in onderwijsresulta-ten en toetsdruk in het oog te houden.4In het Masterplan basisvaardigheden gaat het naast taal en rekenen ook over burgerschap endigitale geletterdheid. Binnen het Masterplan hebben taal en rekenen altijd al prioriteitgekregen; zo moest de subsidie hier sowieso aan besteed worden. Binnen het Herstelplanwordt nu topprioriteit gegeven aan lezen, schrijven en rekenen.5De implementatie moet vorm krijgen in de herziening van de kennisbasis en vervolgens in decurricula van de opleidingen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7624 –Goede, zoveel mogelijk bewezen effectieve bij- en nascholing voorleraren om met het nieuwe curriculum en leermiddelen voor lezen,schrijven en rekenen te gaan werken.3)Structurele bekostiging basisvaardigheden:Via het Masterplan basisvaardigheden hebben scholen de afgelopenjaren tijdelijke impulsen gekregen via subsidieregelingen om te werkenaan basisvaardigheden. Het is zaak dat dit zo snel als mogelijk wordtomgezet in structurele bekostiging voor basisvaardigheden. Ditgebeurt per 2027 via het nieuwe instrument gerichte bekostiging. Dehiervoor benodigde wetswijziging en praktische uitvoering vraagtzorgvuldige voorbereiding en overleg. Bezien wordt hoe de volgendeopenstelling van de subsidieronde basisvaardigheden in 2025 al kanzorgen voor een goede overgang voor zoveel mogelijk scholen richtingstructurele bekostiging in 2027.4)Betere toeloop tot vve voor taal en rekenen:Het is het meest doelmatig als kinderen al zo vroeg mogelijk met taalen rekenen in aanraking komen, zeker daar waar kinderen er insommige gezinnen niet of beperkt mee in aanraking komen. In nauwesamenwerking met gemeenten en het Ministerie van SZW wordtbekeken hoe de toeleiding van deze doelgroep richting de vveverbeterd kan worden.5)Scholen die bewezen effectief werken en, indien nodig, kwalitatiefgoede en betaalbare ondersteuning kunnen inschakelen:Het is van belang om de verbetercultuur op scholen verder testimuleren en te ondersteunen. Dat vraagt om toegankelijke enbetrouwbare kennis voor scholen en leraren over bewezen effectieveaanpakken. Hierbij valt te denken aan een Kennisinstituut voor hetonderwijs dat de verbinding legt tussen wetenschap en de praktijk eneen wettelijke eis voor evidence-informed onderwijs. Om de wettelijkeeisen aan evidence-informed werken en kwaliteitscultuur ook in depraktijk goed te laten landen, willen we scholen van elkaar laten lerenen stimuleren we gesprekken over de invulling van ieders rol hierbij eneen passend professionaliseringsaanbod. Wanneer scholen hulp enexpertise van buiten de school in willen schakelen, is het nodig omervoor te zorgen dat dit kwalitatief goede en betaalbare ondersteuningis. In het Herstelplan worden maatregelen opgenomen die daarvoorzorgen.6)Toezicht op onderwijskwaliteit:Toezicht is het sluitstuk bij het sturen op onderwijskwaliteit. Daarom ishet essentieel dat de Inspectie van het Onderwijs goed toezicht houdtop de thema’s die het meest bijdragen aan onderwijskwaliteit. Focus isdaarbij van belang, ook om de toezichtslast bij scholen en besturen tebeperken.De focus op lezen, schrijven en rekenen is, met name door de arbeids-marktkrapte, hard nodig. Er zit namelijk een spanning tussen depersoneelstekorten en het zorgen voor een basis die op orde is. Daarom ishet van belang dat we de samenhang tussen de thema’s in het Herstelplangoed bezien.2. Goed en voldoende onderwijspersoneel voor ieder kind Goed onderwijs staat of valt met goede leraren, schoolleiders,bestuurders en onderwijsondersteunend personeel. Dit is een steedsgrotere uitdaging, zeker gezien de demografische ontwikkelingen. Deaanhoudende tekorten zijn een risico voor de kwaliteit en de continuïteitvan het onderwijs. Naast maatregelen gericht op het aantrekken enbehouden van personeel vragen de demografische ontwikkelingen omook na te denken over hoe we het onderwijs kunnen inrichten bijaanhoudende schaarste.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7625 De afgelopen periode is met het werkplan «Samen voor het besteonderwijs» een eerste stap gezet om samenwerking centraal te stellen. Ditomdat samenwerken en solidariteit nodig zijn in plaats van concurrentie.Bovendien verschilt de opgave en context tussen en binnen regio’s, zoalsde omvang van de tekorten, groei/krimp en de mate van verstedelijking.Schoolbesturen, de beroepsgroep en lerarenopleidingen werken daaromsamen om te zorgen voor voldoende en (blijvend) goed onderwijsper-soneel dat met plezier werkt in een prettige omgeving. Via de onderwijsre-gio’s is daarvoor de ruimte om binnen een regio passende maatregelen tenemen op werving en behoud van personeel en om de opleidingen aan telaten sluiten op de lokaal gewenste of benodigde professionalise-ringswens. Vanuit Samen Opleiden en Professionaliseren fungeren deopleidingen hierin als partner. De maatschappelijke opgave van de regiovormt daarbij het uitgangspunt. De regionale aanpak met onderwijsregio’sis onderdeel van de landelijke strategie.De landelijke strategie pakt door op complexe thema’s zoals het bevor-deren van instroom en zij-instroom, het faciliteren van meer uren werkenen strategisch personeelsbeleid en het aanpakken van ervaren beper-kingen in onderwijstijd en bevoegdheden. Ook zorgen we voor een goedeopleidingsinfrastructuur en een passend curriculum op de lerarenoplei-dingen, zodat de opleidingen toegerust en aantrekkelijk zijn voor zowelscholieren die van het vo komen als voor zij-instromers.Leraren en schoolleiders maken samen de school tot een lerendeorganisatie waarin zij systematisch en cyclisch werken aan onderwijskwa-liteit en een aantrekkelijke werkomgeving. Door de tekorten staan dekwaliteit en de continuïteit onder druk. Naast het aantrekken van nieuweleraren en schoolleiders is het daarom van belang om te zorgen datiedereen met plezier blijft werken. We verkennen daarom ook hoe we deervaren administratieve lasten en werkdruk kunnen aanpakken. Doortegelijkertijd ook in te zetten op professionalisering, duidelijke rollen,evenwichtige medezeggenschap en strategisch personeelsbeleid werkenwij met een breed pakket aan het creëren van een aantrekkelijke werkom-geving.De inzet zoals hiervoor omschreven is niet voldoende om de verwachteschaarste te ondervangen. Om de kwaliteit en continuïteit te borgen, ismeer nodig. Met de scholen en partners werken we daarom ook aanalternatieve vormen om het onderwijs vorm te geven waarbij de kwaliteithet uitgangspunt is. Afgelopen jaren hebben we in de G5 (G4 en Almere)gezien dat andere professionals een rol kunnen spelen in de ontwikkelingvan kinderen en jongeren en bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs.Gezien de grote tekorten is het ook nodig om te kijken naar de organisatievan het onderwijs; het anders indelen van de dag en/of anders beleggenvan niet-lesgebonden taken kan niet alleen ruimte bieden voor de leraar,maar ook zorgen voor kwaliteit en continuïteit van het onderwijs.Om dit verder uit te werken richten we ons op:1.Goed toegeruste professionals, met als doel dat de school als lerendeorganisatie werkt aan onderwijskwaliteit en een aantrekkelijkewerkomgeving is. Met inzet op de vorming van beroepsgroepen voorschoolleiders en leraren, doorlopend professionaliseren van alleprofessionals en goed werkgeverschap. Ik steun de beweging die deverschillende vakorganisaties hier gezamenlijk in willen zetten endaar waar nodig, versterk ik verdere professionalisering met naderbeleid. Ook de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren wordtvoorgezet, ten behoeve van een leven lang ontwikkelen in hetonderwijs.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7626 2.Duidelijke rollen en het beter benutten van het systeem van medezeg-genschap; met als doel de inspraak van schoolleiders, leraren, oudersen leerlingen beter te borgen. Dit kan bijvoorbeeld door beroepsbeel-den voor onderwijsondersteunend personeel, leraren, schoolleiders,besturen en intern toezicht beter op elkaar aan te laten sluiten, betergebruik te maken van het professioneel statuut en het makkelijkermaken om de medezeggenschapsrol goed in te vullen.3.Regionaal samenwerken met als doel de doorontwikkeling van deonderwijsregio’s om samenwerking tussen de partners in de regio –met het mbo als werkgever – te bevorderen, ook in relatie tot debrede arbeidsmarkt, omdat solidariteit en eerlijker verdelen nodig isin plaats van concurrentie. Dit moet er toe leiden dat het onderwijsweer een sector wordt waar mensen graag gaan en blijven werken endie goed onderwijs levert voor ieder kind, elke jongere en elkestudent.4.Opleiden en bevoegdheden, met als doel het aanbrengen van focusin de kwaliteitseisen van lerarenopleidingen via het OpleidingsberaadLeraren en het borgen van deze kwaliteit via een bevoegdheid.Bijvoorbeeld inzet op een pabo voor het jonge en oudere kind en hetaanpakken van knelpunten rondom bevoegdheden.5.Arbeidsorganisatie en arbeidsvoorwaarden, waarbij het doel is dat ermeer werkplezier voor leraren is, bijvoorbeeld door inzet op hetverlagen van de werkdruk en door het verbeteren van het ontwikkel-/loopbaanperspectief van leraren.3. Randvoorwaarden voor goed onderwijs: bekostiging en veiligeleeromgeving Om te kunnen zorgen voor goed onderwijs met goed onderwijspersoneel,is het van belang dat we kijken naar de randvoorwaarden voor bekos-tiging en sociale veiligheid.Bekostiging: duidelijkheid in bekostiging en structurele bekostiging voorstructurele takenIn het regeerprogramma heeft het kabinet de ambitie opgenomen omstructurele taken structureel te bekostigen. Structurele taken zijn bijvoor-beeld werken aan basisvaardigheden van leerlingen en personeel.Daarnaast wil het kabinet normen stellen voor het primaire proces. Zozorgen we ervoor dat bekostiging in de klas landt. Deze ambities uit hetregeerprogramma werken we nader uit in het Herstelplan. We gaan:1.De lump sum omvormen tot een bekostiging met normen voorbesteding. Er komt een norm voor de hoeveelheid middelen voor hetprimaire proces (deze landen in de klas) en een maximale norm vooroverhead. Er kunnen goede redenen zijn waarom de norm nietgehaald wordt. Er blijft dus ruimte voor maatwerk, maar dan moetdat van goede uitleg worden voorzien. We zullen de uitzonderingenen uitleg daarbij goed volgen. Ook de medezeggenschapsraad kandaarop meekijken. Deze maatregel is nodig om het vertrouwen vanleraren – en de politiek – in een verantwoorde besteding van debekostiging te borgen.2.Het uitgangspunt hanteren dat structurele taken structureel bekostigdworden. Dit is belangrijk om te kunnen werken aan duurzameonderwijsverbetering.3.Terughoudend omgaan met het verstrekken van subsidies. Hetinstrument subsidie is vooral passend als er voor een beperkt aantalscholen of instellingen een taak ligt. Van de huidige subsidies zalbezien worden welke omgezet kunnen worden in bekostiging voorscholen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7627 4.Werken aan het wetsvoorstel gerichte bekostiging. Daardoor wordthet mogelijk om de middelen voor basisvaardigheden per 2027 teverstrekken aan alle scholen met voorwaarden. Hierbij moet eengoed evenwicht gevonden worden tussen voorwaarden die zorgenvoor grip en de administratieve lasten die scholen ervaren in denbrede.Sociale veiligheid: een veilig leer- en werkklimaat waarin iedereen telt enzichzelf kan zijnEen fijne schooltijd draag je je hele leven mee. We weten uit onderzoekdat kinderen en jongeren zich veilig moeten voelen op school om tot lerente komen. Ook onderwijspersoneel moet zich veilig voelen om met plezierte werken. Zonder veiligheid en inzet op preventie is het welbevinden vanleerlingen en onderwijspersoneel lager en zijn de inspanningen om tekomen tot goed leren lezen, schrijven en rekenen minder effectief. In hetfunderend onderwijs voelt tussen de 95% en 98% van de leerlingen zichveilig. Dat betekent dat het overgrootste deel van de leerlingen zichgelukkig veilig voelt, maar ook dat dat helaas nog niet voor iedereengeldt. Sommige groepen, zoals lhbti-leerlingen, voelen zich minder veilig.Dat mogen we niet accepteren. Dat vraagt ten eerste om een positiefpedagogisch klimaat op scholen middels inzet op preventie. Dat is debelangrijkste inzet om de veiligheid op scholen te verbeteren en daarzetten we vol op in. Daarnaast nemen we ook twee maatregelen omsituaties waarin het helaas niet goed gaat aan te kunnen pakken. Ook datmoet immers goed geregeld zijn, ook al gaat er gelukkig veel goed. Datleidt tot drie maatregelen:1.Inzet op preventie en een positief pedagogisch klimaatPreventie draagt bij aan een positief pedagogisch klimaat waarinleerlingen tot leren komen, zich optimaal kunnen ontwikkelen enwaarmee we voorkomen dat leerlingen elkaar pesten, hun seksueleoriëntatie moeten verbergen of dat leerlingen verleid worden totcriminaliteit. Binnen een positief pedagogisch klimaat voelen leerlin-gen en onderwijspersoneel zich gezien, veilig en welkom en is erruimte voor open gesprekken. Ook, of juist, waar dat soms schuurt.Om die reden gaan OCW en de sociale partners, samen met stichtingSchool en Veiligheid, onderzoeken hoe we scholen (verder) kunnenondersteunen bij het versterken van een positief pedagogisch klimaatop school.2.Het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijsMet het Wetsvoorstel vrij en veilig onderwijs wordt de zorgplichtsociale veiligheid verder uitgebreid en worden scholen verplicht omhet zicht op de veiligheid te vergroten en tot gedegener veiligheidsbe-leid te komen. Het kabinet is voornemens het wetsvoorstel in de eerstehelft van 2025 naar de Tweede Kamer te sturen. Vervolgens zal hetwetsvoorstel naar verwachting per 1 augustus 2026 in werking treden.3.Intensivering VOG-procedureIn het voorjaar van 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de wens omde VOG-procedure in het onderwijs aan te scherpen. Op dit momentverkennen wij, samen met de sociale partners, hoe en onder welkevoorwaarden een vorm van continue screening in het funderendonderwijs mogelijk gemaakt kan worden6. Een keuze voor continuescreening heeft de voorkeur omdat dat systeem de meeste waarbor-gen voor veiligheid biedt.6Toezegging die is gedaan in het commissiedebat Veiligheid op Scholen van 15 mei jlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7628 Regeldruk en administratieve lastenAfsluitend is in het regeerprogramma ook opgenomen dat we deregeldruk en administratieve lasten fors willen verlagen, wat ook kanbijdragen aan focus en het op orde brengen van de basis. Het totaalpakketaan maatregelen in het Herstelplan zal tegen die achtergrond wordengewogen. Tevens komt er in 2025 een onderzoek van de AlgemeneRekenkamer over de vermindering van regeldruk en administratievelasten: ook dat onderzoek kunnen we goed benutten in onze aanpak.Tot slotMet deze brief zijn de eerste kaders geschetst voor de invulling van hetHerstelplan. De komende periode ga ik deze met uiteenlopende partijenuit het onderwijsveld uitwerken. Hiervoor zullen we volop in gesprek gaanover hoe de basis samen te versterken en vanuit deze basis toe te werkennaar goed onderwijs voor elke leerling.Ik informeer uw Kamer in het voorjaar 2025 over het Herstelplan onder-wijskwaliteit en kijk uit naar onze gedachtewisselingen hierover met alsdoel samen te bouwen aan kwaliteit van onderwijs voor ieder kind.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,M.L.J. PaulTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 293, nr. 7629
Gerelateerde bronnen
- Voor het einde van het jaar ontvangt de Kamer een brief over de continue screening in het funderend onderwijs
Voor het einde van het jaar ontvangt de Kamer een brief over de continue screening in het funderend onderwijs
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.