KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een wetgevingsoverleg, gehouden op 17 november 2025, over het Pakket Belastingplan 2026 (eerste termijn Kamer)

8 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a69adfa699937803 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 812Wijziging van enkele belastingwetten en enigeandere wetten (Belastingplan 2026)Nr. 114 VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEGVastgesteld 8 december 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft op 17 november 2025 overleggevoerd met de heer Heijnen, Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdiensten Douane, over:−de brief van de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst enDouane d.d. 17 september 2025 inzake aanbieding pakketBelastingplan 2026 (Kamerstuk 36 812, nr. 6);−het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten enenige andere wetten (Belastingplan 2026) (Kamerstuk 36 812);−het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten enenige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2026)(Kamerstuk 36 813);−het wetsvoorstel Wijziging van de Wet belastingen op milieu-grondslag in verband met differentiatie van het tarief van devliegbelasting (Wet differentiatie vliegbelasting) (Kamerstuk36 815);−het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inzakerijksbelastingen en enkele andere wetten in verband met hetstroomlijnen van het fiscale inzagerecht (Wet stroomlijningfiscaal inzagerecht) (Kamerstuk 36 816);−het wetsvoorstel Tweede wijziging van de Wet minimumbelas-ting 2024 in verband met de in december 2023, juni 2024 enjanuari 2025 internationaal overeengekomen administratieverichtsnoeren en een aantal overige technische wijzigingen(Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024)(Kamerstuk 36 817);−het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationalebijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Wetminimumbelasting 2024 in verband met de implementatie vanRichtlijn (EU) 2025/872 van de Raad van 14 april 2025 totwijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administra-tieve samenwerking op het gebied van de belastingen (Wetimplementatie EU-richtlijn gegevensuitwisseling minimumbe-lasting) (Kamerstuk 36 818); kst-36812-114ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1141 −het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer in verbandmet de nadere operationalisering van het mechanisme vooreen koolstofcorrectie aan de grens (Kamerstuk 36 819).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der LeeDe griffier van de commissie,WeeberTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1142 Voorzitter: FlachGriffier: LipsAanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Inge van Dijk, Van Eijk,Flach, Grinwis, Hoogeveen, Oosterhuis, Stoffer, Stultiens, Vermeer enVlottes,en de heer Heijnen, Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane.Aanvang 11.01 uur.De voorzitter:Ik open deze vergadering. Het is niet zomaar een vergadering; het is deeerste reguliere vergadering van deze nieuwe Kamer. Dat is ook terecht,want het gaat gelijk over een belangrijk onderwerp: de belastingen voorvolgend jaar. Hartelijk welkom bij het eerste wetgevingsoverleg, over hetpakket Belastingplan 2026, waarin zeven wetsvoorstellen wordenbehandeld. Vandaag is de eerste termijn van de Kamer. Aanstaandewoensdag is er een tweede wetgevingsoverleg, waarbij de regeringreageert op de vragen en opmerkingen van de Kamerleden, gevolgd doorde tweede termijn van de Kamer en van de regering. Donderdag gaat deKamer vervolgens verder met de plenaire behandeling van het pakket aanwetsvoorstellen.Hartelijk welkom aan Staatssecretaris Heijnen en zijn ondersteuning, enaan de woordvoerders. Ik loop ze even langs: de heer Grinwis van deChristenUnie, de heer Hoogeveen van JA21, de heer Vlottes van de PVV,de heer Oosterhuis van D66, de heer Stultiens van GroenLinks-PvdA,mevrouw Van Eijk van de VVD, mevrouw Van Dijk van het CDA en de heerVermeer van BBB. En welkom aan de mensen op de publieke tribune ende mensen die dit debat thuis volgen. Ik zou bijna zeggen: een fijne daggewenst!De woordvoerders hebben van tevoren indicatieve spreektijden aange-geven. In principe is er bij behandeling van wetgeving geen limiet, maar ikga ervan uit dat iedereen die spreektijden niet voor niks heeft opgegevenen hoop dat men zich min of meer zal houden aan de spreektijdindicaties.Verder heeft de commissie afgesproken in dit geval een sprekersvolgordeaan te houden aan de hand van fractiegrootte. Daarnaast meld ik dat deheer Stoffer iets later zal komen en als een-na-laatste zal spreken, namensde SGP.Tot slot. Ook qua interrupties is het in principe vrij, maar om onszelf eenklein beetje in toom te houden en ervoor te zorgen dat dit overlegenigszins op tijd eindigt, stel ik voor om te beginnen met zes interrupties,met uw welnemen. Mocht halverwege het debat blijken dat het veel teweinig is, dan kunnen we dat aantal bijstellen, maar wellicht is het goedom dit aan te houden bij de start van dit overleg.Als dat voor u akkoord is, zou ik nu heel graag het woord willen geven aande heer Oosterhuis, die voor het eerst het woord zal voeren in dezecommissie en donderdag zijn maidenspeech zal houden. Hij spreektnamens D66.De heer Oosterhuis (D66):Dank u, voorzitter. Wat een eer om deze nieuwe Kamerperiode te mogenopenen, en dan ook nog in deze prachtige commissie. Met al dieherbenoemde leden voelt het wel een beetje alsof je nieuw bent in eenschoolklas waarin iedereen elkaar al kent. Maar goed, we gaan het, geloofik, alleen deze week al meer dan 30 uur met elkaar over het Belastingplanhebben, dus ik zie u meer dan mijn vrouw en kinderen. Ik zie uit naar desamenwerking. Ik feliciteer natuurlijk ook de heer Hoogeveen alsmedenieuwkomer in deze commissie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1143 Voorzitter. Het Belastingplan wordt altijd in een hoog tempo behandeld.Vanwege de verkiezingen doen we dat nu nóg sneller dan normaal. Ik wilalvast mijn dank uitspreken aan iedereen die het achter de schermenmogelijk maakt. Elk jaar is het Belastingplan een van de meest bepalendewetten die deze Kamer behandelt. Het vertelt wat wij als samenlevingbelangrijk vinden, waar we stimuleren, wat we willen afremmen en hoewe met elkaar de rekening verdelen. Voor D66 staat daarbij één vraagcentraal: bouwen we aan een vrije, duurzame en toekomstgerichtesamenleving waarin iedereen mee kan doen? Wanneer ik donderdag mijnmaidenspeech zal houden, zal ik daar nog wat meer over zeggen, maarvandaag beperk ik me tot dit Belastingplan.Dit Belastingplan illustreert volgens mij goed de staat van dit diepdemissionaire kabinet. Het was goed zoeken naar een lijn in devoorstellen, zal ik maar zeggen. Ik zie maatregelen die soms de goede kantopgaan, soms noodzakelijk zijn en soms de verkeerde kant opgaan. Ikdenk dat het aan de formatie en aan het volgende kabinet is om de echtedoorbraken te creëren waarmee Nederland weer vooruit kan.Voorzitter. Ik zal een aantal onderwerpen aflopen waar ik nog vragen bijheb. Ik doe dat grofweg in de volgorde van het Belastingplan. Ik begin methet inkomensbeleid. D66 wil lagere belastingen op werk en inkomen. Hetkabinet kiest er dit jaar voor om de belastingschijven niet volledig aan tepassen aan de inflatie, door de tabelcorrectiefactor niet volledig toe tepassen. Stiekem leidt dat natuurlijk tot hogere belastingen op werk. Dat isniet de kant die wij op willen, vooral niet als het onnodig is. Voor hetkabinet is die tabelcorrectiefactor namelijk de noodrem, omdat de eigenstelpost voor het schrappen van fiscale regelingen niet volledig isingevuld. Ik vind dat wel jammer, want er zijn zo veel negatief geëvalu-eerde fiscale regelingen. Kan de Staatssecretaris toelichten waaromervoor gekozen is om de lasten op arbeid te verhogen in plaats van tekijken naar fiscale regelingen waarvan we weten dat ze niet goedfunctioneren?Daarnaast wil ik van de Staatssecretaris weten hoe hij kijkt naar destapeling van toeslagen en kortingen. De marginale druk is nog altijdhoog en ondoorzichtig, vooral voor mensen die meer willen gaan werken.Ziet hij nog quick wins op dit gebied of interessante pilots die gestartzouden kunnen worden, bijvoorbeeld rondom een verzilverbare heffings-korting, iets wat meerdere partijen in hun verkiezingsprogramma hebbenstaan?Voorzitter. We lezen dit jaar dat werkenden er in doorsnee 1,3% opvooruitgaan en uitkeringsgerechtigden ook. Dat is in evenwicht, maarwerken wordt dus niet extra beloond. Tegelijkertijd geldt dat het sociaalminimum krap blijft. De Commissie sociaal minimum heeft vorig jaar noggeconcludeerd dat veel huishoudens structureel tekortkomen. Hoe borgthet kabinet dat de koopkrachtstijging van 2026 niet direct verdampt doorstijgende vaste lasten? Hoe past dit in de bredere ambitie om de bestaans-zekerheid structureel te versterken? Wat D66 betreft hadden de beidestijgingen dus forser mogen zijn.Voorzitter. Dan de lucratiefbelangregeling. D66 steunt het doel omonwenselijke constructies te sluiten en belastingontwijking tegen te gaan.Ik denk dat niemand het verdedigbaar vindt dat private-equitymanagersdie waanzinnige bedragen verdienen via ingewikkelde holdings belastingkunnen ontlopen. Tegelijkertijd moeten we er ook voor waken dat we hetkind met het badwater weggooien. Het voorstel lijkt namelijk ook start-upsen scale-ups te raken en volgens de uitvoeringstoets is het toezicht doorde Belastingdienst bewerkelijk en lastig, en is de maatregel niet fraudebe-stendig. Ik krijg ook signalen dat er nu al ontwijkconstructies wordenopgetuigd.Daarom een paar vragen aan de Staatssecretaris hierover. Klopt het dat debelastingdruk die hierdoor ontstaat voor lucratiefbelanghouders vanstart-ups en scale-ups aanzienlijk hoger wordt dan in omringende landen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1144 Hoe zorgt het kabinet ervoor dat deze wijziging niet onevenredig nadeliguitpakt voor innovatieve bedrijven die werknemersparticipatie gebruikenals financieringsvorm? Waarom vindt de Staatssecretaris het verstandigom deze wijziging nu door te voeren, voordat het nieuwe box 3-stelselingaat? Is overwogen om een drempel of vrijstelling in te bouwen voorkleine participaties? Ziet de Staatssecretaris ook signalen dat er in depraktijk nu al constructies worden opgetuigd? Hoe zal dat gaan na dezewijziging?De voorzitter:Ik zie een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter, meer een punt van orde. Volgens mij gaat er echt iets niet goedmet de geluidsinstallatie. Ik weet niet hoe dat thuis is, maar misschien kanhet even gecheckt worden.De voorzitter:Klopt. Er wordt aan gewerkt, begrijp ik. Ik merkte het zelf net ook al. Ophet moment dat je opzij kijkt, valt het geluid weg. Dus strak recht vooruitkijken lijkt voorlopig even het devies, maar er wordt aan gewerkt.De heer Oosterhuis (D66):Ik zal mijn best doen. Ik weet niet of het er leuker van wordt, maarmisschien is het dan wel beter te volgen.Ik kom op box 3. Dat blijft een ingewikkeld dossier. Wat mij betreft moetenwe zo snel mogelijk toe naar een stelsel op basis van werkelijk rendement,maar zolang dat nog niet is ingevoerd, moeten we zorgvuldig omgaanmet de tussenfase. Ik steun de richting van het kabinet dat de dekkingvoor de box 3-tegenvaller binnen box 3 wordt gezocht. Ik heb daarbij eenvraag over het heffingsvrij vermogen. Dat wordt verlaagd, maar dat levertmaar een relatief klein deel van de opbrengst op, terwijl er daardoor wel300.000 mensen extra opeens belasting in box 3 moeten gaan betalen. Ikhoor daarom graag van de Staatssecretaris waarom er is gekozen voor dieverlaging van het heffingsvrij vermogen in plaats van voor een verhogingvan het tarief. Wat zou de Staatssecretaris ervan vinden om het alsnog viahet tarief te dekken in plaats van via het heffingsvrij vermogen? Of welkemogelijkheden ziet hij om het breder binnen het vermogensdomein op telossen, bijvoorbeeld binnen de erf- en schenkbelasting?De voorzitter:Dat levert twee interrupties op. Ik zag niet wie als eerste de vinger opstak,maar ik denk dat het de heer Vermeer was.De heer Vermeer (BBB):Ik was wel even getriggerd door de heer Oosterhuis, die streeft naarwerkelijk rendement, maar vervolgens zegt «doe het tarief nog maarverder omhoog». Hoe kan hij dat met elkaar rijmen?De heer Oosterhuis (D66):Omdat het tarief en het rendement los van elkaar staan. Het gaat mij omhet tarief van ...[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]... voor de duidelijkheid.De heer Vermeer (BBB):Of je het nou uit het forfait haalt of uit het tarief op het bedrag dat ervervolgens weer uitkomt: je komt op deze manier op steeds hogerenettobelastingen uit. De kritiek op het huidige systeem is dat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1145 opbrengsten voor veel mensen op dit moment al lager zijn dan debelastingen die ze moeten betalen. Dat wordt ook gefundeerd doorberekeningen die daaronder liggen. Toch zegt de heer Oosterhuis: wedoen het tarief nog verder omhoog. Dan komen we veel verder af te staanvan een redelijke belastingheffing dan ...[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]... rendement te praten als je het gewoon onbeperkt belast.De heer Oosterhuis (D66):Misschien moet ik even een klein beetje uitzoomen als het gaat overbox 3. Een relatief klein deel van de belastingplichtigen betaalt überhauptbelasting in box 3. Degenen die de categorie «overige bezittingen»hebben ingevuld, die het zwaarst belast worden, is een nog kleineregroep. We hebben het over het meest vermogende deel van de samen-leving. Ik vind het best reëel om daar belasting over te heffen.De voorzitter:Dat leidt tot een vervolginterruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Dat is een absurde voorstelling van de werkelijkheid. Er zijn meer dan300.000 mensen die een of soms twee extra woningen hebben. Dat is heelvaak hun toekomstige of huidige pensioen. Dat zijn helemaal geen zeervermogende mensen. Ik denk dat u en ik misschien al meer pensioenopgebouwd hebben dan deze mensen in dat ene huisje hebben zitten.Meneer Oosterhuis, wilt u ervoor oppassen om deze groep weg te zettenals vermogende mensen die dat makkelijk kunnen betalen? Voor het grosis dit hun pensioen. Zij komen op dit moment in liquiditeitsproblemen. Ofvindt de heer Oosterhuis dat volstrekte nonsens?De voorzitter:We gaan luisteren naar het antwoord van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ik zou het in mijn allereerste debat wat aanmatigend vinden om het«volstrekte nonsens» te noemen.[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]Maar ik geloof in alle eerlijkheid niet dat dit de groep is waar de grootsteproblemen in onze samenleving zitten. Zoals ik al zei, vind ik het terechtdat de oplossing voor box 3 daarbinnen wordt gezocht. Ik zie ook datmensen dit jaar of volgend jaar wellicht iets te veel belasting betalen,maar er is ook nog de tegenbewijsregeling. Als we terugkijken naar deafgelopen jaren, dan zien we dat er vaak relatief weinig belasting isbetaald binnen box 3. Al met al vind ik het heel realistisch om de dekkingbinnen box 3 te zoeken. Ik vraag aan de Staatssecretaris wat hij ervanvindt om in plaats van het heffingsvrije vermogen te kijken naar het tarief.De heer Grinwis (ChristenUnie):Allereerst van harte welkom aan collega Oosterhuis in deze prachtigecommissie bij het mooiste debat van het jaar. Dat gezegd zijnde, begintmijn kritische vraag. Het is wel een beetje bijzonder dat ik D66 hier gelijkhoor zeggen: de Hoge Raad kan wel twee keer een arrest hebben gewezenover dat er te veel belasting is geheven in box 3, het kerstarrest en hetarrest in juni, maar het moet toch coûte que coûte worden teruggehaaldin box 3. Probeer je dan niet een vierkante cirkel te tekenen? Is dat nietveel te eng en moeten we niet veel breder in het vermogensdomeinkijken? Dat deed de heer Oosterhuis volgens mij al door te hinten op deerf- en schenkbelasting. Je zou ook nog andere belastingen kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1146 overwegen. Maar ik wil eerst een antwoord op de vraag: is dit niet eenbeetje een vierkante cirkel ...[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]... in box 3?De heer Oosterhuis (D66):Als uitgangspunt lijkt het oplossen binnen box 3 mij heel redelijk, ookvanwege de redenen die ik net in het antwoord op de vraag van de heerVermeer gaf. Maar mochten er slimme opties zijn om het binnen hetvermogensdomein en binnen dezelfde doelgroep te doen, maar niet striktbinnen box 3 ... Ik noemde net zelf de erf- en schenkbelasting. Wellichtheeft de heer Grinwis andere slimme ideeën. Ik heb niet iets anders dandit gevonden, maar mochten die opties er zijn, dan ben ik altijd bereid omdaarnaar te kijken.De voorzitter:De heer Grinwis heeft een vervolgvraag.De heer Grinwis (ChristenUnie):Allereerst zijn er natuurlijk twijfels bij de omvang van het vraagstuk. Hetkerstarrest werd ingeschat op 6 miljard; het heeft 3 miljard gekost. Nuwordt dit grapje ingeschat op 12 miljard. Ik hoor straks van de Staatsse-cretaris waarom die raming nog steeds 12 miljard is, maar oké: wehebben spelregels in dit huis en als we met amendementen komen, danmoeten we ze inderdaad dekken. Ik heb natuurlijk nagedacht over wat noueen goed alternatief zou zijn dat eventueel op draagvlak zou kunnenrekenen. Wat vindt de heer Oosterhuis van het idee om de afbouw van dewet-Hillen wat te versnellen? In het coalitieakkoord van het kabinet-RutteIII was die afbouw oorspronkelijk afgesproken op 20 jaar. In de dyingseconds is dat 30 jaar geworden. Stel je voor dat je ergens tussen de 20en 30 jaar gaat zitten. Dan heb je voldoende munitie om te voorkomen dathet heffingsvrije vermogen omlaag moet en het forfaitair rendement in decategorie «overige beleggingen» met 1,78% extra omhoog moet. Het is inzijn aard namelijk een incidentele dekking voor een incidenteel probleem.Wat vindt de heer Oosterhuis van dit idee?De heer Oosterhuis (D66):Ik vind het op z’n minst een heel creatief idee van de heer Grinwis. Zo kenik hem ook. Ik denk ook dat het deels in hetzelfde domein zit. Ik zie alleenwel dat het in compleet andere jaren zit, want de wet-Hillen schaffen wevolgens mij af tot 2048. Dus dat is een belastingopbrengst die in heleandere jaren zit. Maar ik ben ook heel benieuwd naar de reactie van deStaatssecretaris op dit voorstel.De voorzitter:Dat waren de interrupties. Inmiddels is de publieke tribune aardigvolgestroomd. Welkom ook aan de nieuwe bezoekers. Gezien de leeftijdvan sommige bezoekers zou het zomaar kunnen zijn dat er wat familie-leden bij zitten. Welkom en veel plezier ook vandaag.Vervolgt u uw betoog, meneer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Het kwam net al even naar voren in de interrupties: er is ook discussieover de hoogte van het forfait. Maar als ik het goed begrijp, kan iedereendie minder rendement haalt dan het forfait, gebruikmaken van detegenbewijsregeling. Ik hoor graag van de Staatssecretaris of dat klopt.Betekent dat niet dat het verlagen van het forfait er niet per se toe leidt datminder mensen te veel belasting gaan betalen, maar wel dat een anderdeel juist te weinig belasting gaat betalen, namelijk iedereen met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1147 rendement dat hoger is dan het forfait? Ik snap dat er in de praktijknatuurlijk nadelen aan zitten, maar in theorie heeft een heel hoog forfaitook voordelen zolang er sprake is van een tegenbewijsregeling, want hoehoger dat forfait, hoe dichter je bij het belasten van het werkelijkerendement komt. Ik hoor graag hoe de Staatssecretaris dit ziet.Voorzitter. Dan heb ik vragen over groen beleggen. De vrijstellingen enheffingskortingen op groen beleggen worden op dit moment afgebouwdals gevolg van eerdere amendementen bij eerdere belastingplannen. Hetafschaffen van deze relatief kleine regeling heeft mogelijk veel grotereeffecten dan gedacht, waardoor miljarden aan duurzame investeringengevaar lopen. Kan de Staatssecretaris nog wat meer cijfers en duidinggeven bij de effecten van het verdwijnen van deze vrijstelling? Omhoeveel investeringen gaat het? Waar moeten we dan ongeveer aandenken? Hoe verhoudt deze wijziging zich tot de ambitie om particulierkapitaal juist meer te laten bijdragen aan de klimaattransitie? Hoe kijkt deStaatssecretaris aan tegen de wenselijkheid van het verdwijnen van dezeregeling? Het afbouwen van deze regeling kwam niet vanuit het kabinet,maar daarom ben ik wel nog benieuwd naar de expert opinion van hetkabinet.Voorzitter. Dan kom ik op de pseudo-eindheffing voor fossiele leaseauto’s.De pseudo-eindheffing op fossiele auto’s van de zaak moet leiden totvergroening van het wagenpark. Daar sta ik achter, want elektrische auto’szijn in vrijwel alle opzichten superieur aan fossiele auto’s. Wel hoor ik watzorgen over dat dit tot extra complexiteit en administratie bij werkgeversleidt. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat een werkgever die emissie-vrije auto’s ter beschikking stelt verder geen verplichtingen heeft?Daarnaast vind ik het belangrijk dat deze regeling niet leidt tot nieuweomzeilconstructies, bijvoorbeeld door werknemers een vergoeding tegeven in plaats van een auto. Kan de Staatssecretaris aangeven inhoeverre hij deze risico’s ziet en hoe deze regeling in de praktijk gaatworden gehandhaafd?Voorzitter. Ik vind het goed dat de werkgever een prikkel krijgt om in eenelektrische auto te voorzien, maar hoe zorgen we ervoor dat het ook voorde werknemer aantrekkelijk is om elektrisch te rijden? Dus hoe zorgen weervoor dat hij eigenlijk altijd minder betaalt wanneer hij elektrisch rijdt danwanneer hij een fossiele auto rijdt? Dan kan bijvoorbeeld door de lagebijtelling te verlengen. Of misschien kunnen we werknemers stimulerenom te kiezen voor de fiets. Vanuit de Fietsersbond komt de suggestie omwerknemers die kiezen voor een leasefiets ook een onbelaste reiskosten-vergoeding te kunnen geven. Hoe kijkt de Staatssecretaris naar datvoorstel?Voorzitter. Ik kom op de afvalstoffenbelasting, die nu in het Belastingplanzit ter vervanging van de circulairplastic-heffing. Die heffing had als doelhet bevorderen van duurzaamheid en circulariteit, maar is nu vervangendoor een platte verhoging van de afvalstoffenbelasting, die daar weinigtot niets aan bijdraagt maar wel voor consumenten de vaste lastenverhoogt, zonder dat ze daar iets aan kunnen doen.De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Sorry, ik was een beetje traag. Ik heb nog een opmerking over het vorigepunt van de elektrische auto en dat nu plotsklaps in 2026 de bijtelling naar22% gaat. Dat is dezelfde bijtelling als voor fossiele auto’s. Omdat decataloguswaarde van elektrische auto’s gemiddeld net wat hoger ligt danvan fossiele auto’s is de facto de bijtelling straks ...[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1148 Collega Oosterhuis hint er al op dat die uiteindelijk omlaag zou moeten. Ikheb een amendement in voorbereiding om de bijtelling de komende jarenop 18% te houden, want 18% is gemiddeld genomen gelijk aan 22% voorfossiele auto’s, en om dat te dekken uit een versobering van de youngti-merregeling. Wat vindt de heer Oosterhuis van D66 van dit idee? Zou hijmisschien wel mede-indiener willen worden?De voorzitter:Hoe reageert de heer Oosterhuis op deze uitnodiging?De heer Oosterhuis (D66):Ik vind het een heel interessant idee. Ik denk wel dat we er even naarmoeten kijken hoe dat amendement er precies uitziet, want de youngti-merregeling is er natuurlijk, dus ik weet niet ...[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]... of we dat nu direct per 1 januari moeten gaan doen of dat we menseniets meer tijd moeten geven. Maar ik vind het een heel interessant idee.De voorzitter:Een extra interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Een heel korte toelichting. Met de slag om de arm ben ik het eens. Ik vinddat we niet op stel en sprong in één keer die youngtimerregeling met ikweet niet hoeveel ...[Wegens een ontbrekende geluidsregistratie is een deel van de uitge-sproken tekst niet beschikbaar.]Dus je moet inderdaad een soort eerbiedigende werking in acht nemen,omdat het al bijna 1 januari 2026 is. Ja, in het amendement dat we invoorbereiding hebben, zit dus een wat geleidelijke ingroei.De voorzitter:Prima. Leidt dat nog tot een reactie? Of gaat u door?De heer Oosterhuis (D66):Dit klinkt interessant. Ik denk dat ik er buiten het debat nog even overdoorpraat met de heer Grinwis.De voorzitter:Prima. Vervolgt u uw betoog.De heer Oosterhuis (D66):Ik had het over de afvalstoffenbelasting, waarmee ook nog de recycle-sector wordt geraakt. Die heeft natuurlijk ook nog reststromen waar dieopeens meer belasting over moet gaan betalen, terwijl recycling juistonderdeel is van de oplossing. In plaats van te investeren in schoneverwerking in Nederland, gaat het nu ook aantrekkelijker worden om afvalin het buitenland te gaan verwerken. Daardoor dreigt ook de opstart vanCO2-opslag in het project Aramis te stagneren. Heeft het kabinet dezeeffecten meegewogen? Het kabinet presenteert de afvalstoffenbelastingals «technische dekking», maar kan de Staatssecretaris toelichten wat datbetekent? De dreiging van deze heffing heeft namelijk nu al effecten op deechte wereld. Wat wij hier in Den Haag «technisch» noemen, weegt voorbedrijven dus wel gewoon mee in businesscases. Over welke alterna-tieven is het kabinet zelf aan het nadenken richting het voorjaar? Of ligtdie bal volledig bij de sector aan de Plastic Tafel? De heffing gaat pas in2027–2028 in, dus er is nog tijd om hier bij de formatie of in het voorjaargoed over na te denken. Maar daarvoor helpt het wel als er alternatieveTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 1149 scenario’s en opties op tafel liggen. Is de Staatssecretaris bereid hieroverna te denken en deze uit te werken voor het geval de sector er niet uitkomt?Voorzitter. Een beetje in hetzelfde domein: de CO2-heffing voor deindustrie. Dat is een belangrijk instrument om de klimaatdoelen te halenen wordt nu naar aanleiding van Kamermoties feitelijk op nul gezet. Maarhet nu afschaffen van de CO2-heffing zonder een alternatief voelt wel eenbeetje als het weggooien van oude schoenen voordat er nieuwe zijn. Hetis ook een voorbeeld van versnipperd beleid, terwijl er juist behoefte isaan een duidelijke, stabiele route richting verduurzaming van de industrie.Hoe ziet de Staatssecretaris dat? En welke mogelijke alternatieven diebijdragen aan het halen van de klimaatdoelen ziet hij? Deze maatregelleidt er ook toe dat dat er in het Klimaatfonds 275 miljoen euro wordtbezuinigd op subsidies voor verduurzaming van de industrie. Welkeprojecten worden hierdoor geraakt, vraag ik aan het kabinet.Ik zei in mijn intro al dat er niet heel veel lijn zit in de voorstellen. In hetpakket zit ook een vrij willekeurige verlaging van de energiebelasting.Voor 100 miljoen wordt de energiebelasting met € 9,30 per huishoudenper jaar verlaagd. Ik vraag mij af of dat nou echt het verschil gaat maken.Waarom wordt deze belastingvermindering niet gerichter ingezet,bijvoorbeeld voor woningisolatie of voor huurders met lage inkomens?Voorzitter. Een van de grootste maatregelen in dit Belastingplan is het metéén jaar doortrekken van de accijnsverlaging op brandstof. Dat benzine-infuus is een vrij dure maatregel, die ook slecht is voor de verduurzamingvan de mobiliteit en ook niet terechtkomt bij de mensen die het echt nodighebben. Bovendien is het een pleister waarvan we allemaal weten dat dieer op een gegeven moment af moet. Doordat de accijnzen ook al een paarjaar niet geïndexeerd zijn, gaat dat steeds meer pijn doen. Het gat wordtsteeds groter. Ik moest eerlijk gezegd wel een klein beetje lachen toen ikde schriftelijke antwoorden van de Staatssecretaris las. Hij schreef dat erniet is gekozen voor een afbouwpad om een abrupte lastenstijging tevoorkomen. Maar die abrupte lastenstijging komt nu in 2027 in plaats van2026, terwijl het kabinet er ook voor had kunnen kiezen om met hetzelfdebudget een afbouwpad te maken, waarin de accijnzen geleidelijk naar hetoude niveau gaan. Waarom heeft het kabinet nu gekozen voor één jaarvolledig verlengen, maar heeft het niets geregeld voor 2027 en verder? Iser een exitstrategie of dacht het kabinet: na ons de zondvloed?De btw op logies gaat komend jaar naar het hoge tarief, als gevolg van hetBelastingplan van vorig jaar. Kan de Staatssecretaris de raming hierbijnog een keer goed toelichten, ook op basis van nieuwe inzichten? Er zijnnamelijk signalen dat deze btw-verhoging een stuk minder gaatopbrengen dan gedacht door veel grotere gedragseffecten. Nu stelt hetkabinet dat mensen die geen hotel meer boeken, dat geld grotendeelsuitgeven aan andere producten, waar ze dan ook weer btw over betalen.Maar dat geldt natuurlijk niet voor buitenlandse toeristen die nu niet meernaar Nederland komen of voor Nederlanders die hun vakantie naar hetbuitenland verplaatsen. Ik hoor dus graag nog een keer zo preciesmogelijk van de Staatssecretaris wat de laatste inzichten zijn en hoe diezich verhouden tot de oorspronkelijke raming, en of dat nog tot nieuweinzichten leidt over de wenselijkheid van deze maatregel.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik werd nog even getriggerd door de aangekondigde zondvloed van deheer Oosterhuis met betrekking tot de benzineaccijns. Welke structureledekking stelt hij voor om dit probleem een keer structureel op te lossen?De heer Oosterhuis (D66):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11410 Als de heer Vermeer mijn verkiezingsprogramma leest, dan ziet hij dat iker geen voorstander van ben om deze accijnsverlaging structureel temaken. De vraag is dus volgens mij niet welke dekking ik heb om het op telossen, maar welke dekking de heer Vermeer heeft om de verlaging doorte trekken.De voorzitter:Dit lijkt op een wedervraag en dat is volgens mij niet helemaal debedoeling. Maar de heer Vermeer kennende heeft hij daar wel eenantwoord op.De heer Vermeer (BBB):Nee, dat maakt mij niet uit. Maar als de heer Oosterhuis toch niet van planis om het door te voeren, waarom maakt hij zich dan druk over structureledekking en de zondvloed?De heer Oosterhuis (D66):Omdat het naar mijn mening nooit heel verstandig is om hele abruptewijzigingen in beleid te hebben. Ik denk dat geleidelijkheid beter werkt. Ikzou mij dus beter kunnen voorstellen dat er een afbouwpad is, waarin hetdus niet één jaar nog wordt doorgetrokken en daarna alles verdwijnt,maar dat de afbouw wat langer duurt, om het allemaal wat geleidelijker telaten verlopen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Oosterhuis (D66):Ik stelde net een vraag over de raming van btw op logies en ik hebeigenlijk precies dezelfde vraag over de kansspelbelasting. Die is vorigjaar verhoogd en moet volgend jaar nog verder stijgen. Over dit jaar zoudie verhoging 202 miljoen euro op moeten leveren, maar die opbrengstwordt volstrekt niet gehaald. Sterker nog, de kansspelbelasting levert ditjaar juist minder op dan in eerdere jaren. Volgens de Miljoenennota vanhet kabinet zelf komt dit mede door het hogere belastingtarief. Ik vraagme dan wel af wat we hier aan het doen zijn. Kan de Staatssecretaristoelichten hoe hij hiernaar kijkt? Zou het niet verstandig zijn om degeplande verhoging van de kansspelbelasting voor 2026 on hold te zetten,tot er meer inzicht is of de verhoging niet gaat leiden tot een verdereverplaatsing naar het illegale circuit en uiteindelijk juist tot lagerebelastingopbrengsten?De voorzitter:U heeft een interruptie van mevrouw Van Eijk van de VVD.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ook hiervoor geldt natuurlijk dat er geraamd is en dat er een bepaaldeopbrengst is ingeboekt. Als wij daar als Tweede Kamer iets in willenveranderen, dan zullen we met een dekking moeten komen. Wat zou opdit specifieke punt het voorstel zijn van de heer Oosterhuis?De heer Oosterhuis (D66):Dat snap ik heel goed en dat vind ik precies het ingewikkelde bij ditonderwerp, omdat de raming hier blijkbaar zo afwijkt van de realisatie. Wehebben inderdaad spelregels met elkaar afgesproken, maar die schrijvenvoor dat we het zouden moeten dekken als we het nu bevriezen, terwijleigenlijk blijkt dat de verhoging juist heeft geleid tot een lagere opbrengstin plaats van tot een hogere. Ik heb dus zelf ook nog niet de oplossingvoor deze puzzel, maar ik hoor wel graag meer duiding van de Staatsse-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11411 cretaris over hoe het nu zit met deze opbrengst. Hoe komt dit nu en watziet het kabinet gebeuren?De heer Grinwis (ChristenUnie):Dit brengt ons eigenlijk op een punt dat wij bij verschillende belastingenen belastingverhogingen waarschijnlijk het optimale punt op de Laffer-curve al zijn gepasseerd: het optimum tussen belastingtarieven enbelastingontvangst. We hebben nu namelijk de kansspelbelasting op dekorrel. Eerder hadden we het over de tabaksaccijns. Zo meteen hebben wehet in de bijdragen waarschijnlijk nog over de differentiatie in devliegbelasting. We hebben het over de brandstofaccijns gehad. Is het niettijd om daar beter zicht op te krijgen? Wij kunnen in een tabel wel heelmakkelijk een verhoging doorvoeren, inclusief een geraamde opbrengst,maar dat valt in de praktijk al meerdere keren tegen. Wat betreft detabaksaccijns zijn we al op de koffie gekomen. Een tweede voorbeeld is dekansspelbelasting. Eigenlijk zitten we met de benzineaccijns ook al op zo’npunt vanochtend, en bij de Wet differentiatie vliegbelasting komt ditgesprek ook weer op tafel. Ik ben dus heel benieuwd hoe de heerOosterhuis hiertegen aankijkt en of we hier niet eens wat grondiger naarmoeten kijken.De heer Oosterhuis (D66):Ja. Ik denk dat het sowieso goed is om ook naar de ramingen te kijken. DeAlgemene Rekenkamer heeft daar kortgeleden ook zinvolle dingen overgezegd, volgens mij. Het hangt natuurlijk ook heel erg af van het doel vaneen verhoging. Ik kan me best voorstellen dat we nog een keer detabaksaccijnzen verhogen met het doel dat er minder gerookt wordt,waardoor we minder accijns binnenhalen. Ik denk dus dat het permaatregel verschilt, maar het is goed om ons elke keer af te vragen of westuren op een hogere opbrengst of op gedrag, wat daarachter zit. Dat kanverschillen, volgens mij, maar bij de kansspelbelasting ben ik in iedergeval een beetje bevreesd dat het vooral verschuift naar het illegalecircuit, waardoor er niet minder wordt gegokt, maar er wel minder wordtgegokt onder toezicht en er ook minder belastingopbrengsten zijn. Danzijn we met z’n allen verder van huis. Dat is niet wat het beleid beoogt.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Oosterhuis (D66):Voorzitter. Dan de vliegbelasting. De heer Grinwis noemde die al. Dedifferentiatie van de vliegbelasting naar afstand is wat mij betreft eenlogische stap. Wie verder vliegt, vervuilt ook meer. D66 pleit al jaren voordeze differentiatie. Het had voor mij eigenlijk nog wel wat verder mogengaan dan dit voorstel. Zeker de werkelijke kosten van vliegen, inclusiefklimaatschade, luchtvervuiling en geluidshinder, liggen nog vele malenhoger dan deze belastingtarieven. Maar goed, ik tel mijn zegeningen en ikben blij met deze stap. Ik heb nog wel de vraag aan de Staatssecretarishoe hij tot deze tarieven is gekomen. Is dat vanuit een beoogd effect ofvanuit een beoogde opbrengst? Hoe verhouden de voorgestelde tarievenzich tot de klimaatdoelen? Doen we nu voldoende of niet? Deelt deStaatssecretaris de mening dat uiteindelijk alle externe effecten idealiteringeprijsd moeten worden? Waarom is daar nu nog niet voor gekozen?Verder wil ik nogmaals de noodzaak om te komen tot Europese afsprakenover de vliegbelasting benadrukken. Ik denk dat dat het punt dat de heerGrinwis net maakte over opbrengsten en effecten versterkt. Het heeft nietzo heel veel zin om in Nederland de vliegbelasting te verhogen alsmensen vervolgens vanuit Brussel of Düsseldorf vliegen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11412 Een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Misschien ben ik daar te snel mee. Ik ben heel blij om te horen dat deEuropese route waarschijnlijk de betere route is om gezamenlijk in op tetrekken. Maar als je het hebt over het inprijzen van externe kosten, zekerals het gaat om vliegen, dan heb je het over gigantische bedragen. Ik denkdat mensen dan überhaupt niet meer kunnen vliegen. Dus waar ligt danhet omslagpunt? Ik denk namelijk echt dat dat niet realistisch is volgensde heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ik erken dat het niet realistisch is om dit als Nederland alleen te doen. Datzal op z’n minst op Europese schaal moeten. We hebben er ook schriftelijknaar gevraagd; de externe effecten zijn gigantisch groot, zeker die vanlangeafstandsvluchten. Ik sluit dus ook helemaal niet uit dat dat betekentdat mensen in de toekomst minder kunnen vliegen, of dat vliegen flinkschoner zal moeten worden en de luchtvaartsector echt een hele forsestap zal moeten doen om die externe effecten kleiner te maken.De voorzitter:Een vervolginterruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):De opbrengst gaat nu inderdaad naar de algemene middelen. Daar ben ikop zich voorstander van, maar ik snap wel dat vanuit de sector wordtopgeroepen om dan ook te helpen met verduurzamen. Waar zou de heerOosterhuis dan op inzetten?De heer Oosterhuis (D66):Ja, dat denk ik ook. Ik steun ook dat de opbrengsten daar nu niet naartoegaan. Ik denk wel dat er nog veel meer mogelijk is op het gebied van hetontwikkelen van duurzame brandstoffen en normeren. Dat zal ookinternationaal moeten. Ik verwacht dat je richting de sector meer aan dieroutes zal moeten denken om het vliegen ook daadwerkelijk schoner tegaan maken. Mijn vraag aan het kabinet is in ieder geval welke inspan-ningen er nu gedaan worden en of die nog geïntensiveerd kunnen wordenom ook de rest van Europa mee te krijgen in een verhoging van devliegbelasting.Dan CBAM, de koolstofheffing. Die implementatie steunen wij, maar uithet advies van de Raad van State bleek dat het maken van keuzes over deuitvoering hiervan deels werd gemandateerd aan een commerciële,externe partij. Dat is nu weer teruggedraaid. Ik dank de Raad van Statevoor de scherpte. Kan de Staatssecretaris toelichten waarom hier eerstwel voor gekozen werd? Zijn er meer situaties waarin bevoegdhedenworden gemandateerd aan commerciële partijen? Ik snap dat inhuur somsnodig is voor de uitvoering, maar het uitbesteden van de formelemandatering lijkt mij toch echt een brug te ver. Kan de Staatssecretaristoezeggen dat dit niet weer zal worden gedaan?Voorzitter. Ik heb ook enkele vragen over het wetsvoorstel over het fiscaalinzagerecht. Het gaat eigenlijk om een wijziging van een onuitvoerbaaramendement-Omtzigt. Tot zover zorgvuldige wetgeving en goed bestuur.In de titel van het wetsvoorstel staat het woord «stroomlijning». Dat ismisschien wel een beetje een eufemisme. In werkelijkheid wordt demogelijkheid tot transparantie deels teruggedraaid omdat de Belasting-dienst het nog niet aankan. Daarom heb ik een paar vragen aan hetkabinet.De eerste gaat over het doel van het inzagerecht. Erkent de Staatssecre-taris dat het inzagerecht bedoeld is voor situaties waarin er geen lopendebezwaar- of beroepsprocedure is? Als bijvoorbeeld pas jaren later blijktTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11413 dat iemand onterecht op een bepaalde manier is behandeld, staanbelastingaanslagen al onherroepelijk vast, waardoor er geen anderemogelijkheden tot inzage meer openstaan. Waarom kiest het kabinetervoor om de bezwaar- of beroepsmogelijkheid weg te nemen als burgersvermoeden dat hun dossier onvolledig is? Is dat niet juist het momentwaarop rechtsbescherming het meest nodig is?Dan de uitvoerbaarheid. De Belastingdienst zegt de mogelijkheid tottransparantie niet aan te kunnen. Wat doet het kabinet concreet om deinformatiehuishouding wel op orde te krijgen, zodat openheid de normwordt in plaats van een risico? Is de Staatssecretaris bereid om te kijkennaar een uitvoerbaar fiscaal inzagerecht in artikel 66b, met een bezwaar-of beroepsmogelijkheid?Voorzitter. De uitvoering bij de Belastingdienst blijft een punt vanaandacht. In de stukken lezen we dat de Belastingdienst, Dienst Toeslagenen de Douane ook dit jaar nog kampen met krapte en grote uitdagingen;kijk maar naar box 3. Hoe kijkt de Staatssecretaris hier op dit momentnaar? Maakt hij zich daar zorgen over, ook naar de toekomst kijkend? Deverwachte uitstroom bij de Belastingdienst is, voor zover ik weet, hoog.Hoe gaat de Belastingdienst dit oplossen? Kan de Staatssecretarisaangeven welke maatregelen concreet worden genomen om deuitvoering te ontlasten, bijvoorbeeld via digitalisering of beteredata-uitwisseling?Voorzitter. Ik kom tot een afronding. Het Belastingplan 2026 bevat eenpaar verstandige keuzes en ook echt wat zaken waar ik sterke twijfels bijheb. Het zal in ieder geval geen belastingplan worden waar we het overtwintig jaar nog over hebben. Maar goed, het kabinet is natuurlijk ookdemissionair. Ik hoop vooral dat het volgende Belastingplan wel weer eenbelastingplan gaat worden met grote en gedurfde keuzes. Daar ga ik me inieder geval de komende tijd voor inzetten.De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Dank aan de heer Oosterhuis voor zijn bijdrage. Nu ik zijn bijdrage zo hebgehoord, heb ik één overkoepelende vraag. U zegt bijvoorbeeld dat devliegbelasting niet ver genoeg gaat. Tegelijkertijd moet die ook inEuropees verband worden aangepakt. Over bijvoorbeeld de CO2-heffingzegt u juist: het is juist hartstikke goed als Nederland dat strenger ensteviger doet dan Europa, dus boven op het huidige ETS. Hoe kijkt de heerOosterhuis naar het vestigingsklimaat van Nederland? Hoe kijkt hij naarhet Europese speelveld dat gecreëerd wordt? Is het dan juist nietverstandiger om de CO2-heffing praktisch op nul te zetten, zoals hetkabinet nu doet, en terug te vallen op ETS, omdat je dan dus dat gelijkespeelveld hanteert, precies wat de heer Oosterhuis zegt over devliegbelasting?De heer Oosterhuis (D66):Ik zie ook wel dat de industrie het in Nederland niet heel makkelijk heeftop dit moment. Wat dat betreft is mijn filosofie altijd de volgendegeweest. Ik vind het niet zo gek om in Nederland voorop te lopen met watstrengere maatregelen. Aan de andere kant staat daar ook een grote bakaan subsidies en hulp tegenover. Ik vind het op dit moment het grootsteprobleem dat de industrie op dit moment ook niet zo goed weet waar zeaan toe zijn. Nu wordt er plotseling weer een klein deel uit gehaald. Deindustrie is er mogelijk blij mee om de CO2-heffing nu tijdelijk te verlagen.Maar wat is nu echt het toekomstperspectief? Ik had liever gezien dat ditonderdeel was van groter beleid, dan dat er nu even kort op ééninstrument iets gedaan wordt. Dat is mijn voornaamste punt. Verder kentTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11414 u mijn partij: wij doen alles graag in Europees verband en het liefst lopenwij daarin voorop in Europa.De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):De heer Oosterhuis zei eerder in zijn betoog dat hij geen abruptewijzigingen in beleid wil. Hij sluit af met de opmerking dat het volgendeBelastingplan grote en gedurfde keuzes moet bevatten. Ik kan dietwee dingen niet goed met elkaar rijmen. Hoe komt de heer Oosterhuis uitdeze catch 22?De heer Oosterhuis (D66):Grote en gedurfde keuzes en een grote herziening van het belasting- entoeslagenstelsel, wat naar mijn mening mogelijk is, zullen nooit inéén jaar gebeuren. Dat zal enkele jaren vergen. Juist door de grootsheidvan de renovatie, waarbij je meerdere plussen en minnen tegen elkaarweg kunt strepen, kun je de gevolgen ook dempen. Door niet alleen maarenkele losse maatregelen te nemen, maar juist het stelsel in zijn geheelonder de loep te nemen, denk ik dat het mogelijk is om grotere keuzes temaken, zoals ook bij eerdere belastinghervormingen.De voorzitter:Als ik het goed zag, is de heer Oosterhuis daarmee aan het einde van zijneerste termijn gekomen. Hij heeft zich niet alleen door vijftien interruptiesheen geslagen, maar ook door een haperende geluidsinstallatie. Het ismogelijk om daar iets aan te doen. Daarvoor moeten we een halve minuutschorsen. Mocht dat niet tot voldoende resultaat leiden, zal ik daarna eenkwartier moeten schorsen. Maar we gaan eerst de korte versie proberen.Ik schors voor een halve minuut.De vergadering wordt van 11.42 uur tot 11.44 uur geschorst.De voorzitter:De korte versie van de reset is niet geslaagd. Dat betekent dat we eenkoffiepauze inlassen van vijftien minuten. Het is nu 11.45 uur. Om12.00 uur wordt deze vergadering hervat. Ik schors de vergadering.De vergadering wordt van 11.45 uur tot 12.01 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen de vergadering. We hebben van de technische dienst doorge-kregen dat de storing verholpen is. Daar ga ik dus vooralsnog van uit. Debijdrage van de heer Vlottes van de PVV kan daarmee ongehinderdplaatsvinden. Hij heeft vijftien minuten spreektijd aangevraagd. MeneerVlottes, ga uw gang.De heer Vlottes (PVV):Heel veel dank, voorzitter. Nou ja, we gaan beleven hoever we komen methet geluid.Voorzitter. We zijn net vorige week weer beëdigd. Hartelijke felicitaties nogaan de collega’s, en speciale felicitaties natuurlijk aan de nieuwbenoemdecollega’s in deze commissie. Maar hier zijn we weer, met het Belastingplan2026. Dat is qua wetgeving wat minder omvangrijk dan in voorgaandejaren, maar vooralsnog niet minder chaotisch. De btw-verhoging opcultuur, media en boeken is eruit gehaald en al behandeld bij deAlgemene Financiële Beschouwingen. Maar één ding verandert niet,namelijk dat het Belastingplan gelukkig nog wel één groot pakket is,waarover nog genoeg te zeggen valt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11415 Ik begin dan maar met het meest veelomvattende. Het grote idee was omhet stelsel makkelijker en eenvoudiger te maken. Dat is niet gelukt, enkennelijk is ook het kabinet die mening toegedaan. Het persbericht bij ditBelastingplan kopte namelijk: «Naar een beter belastingstelsel». Enverhip, dan valt ineens het kwartje en snap je waarom het aantalambtenaren op de afdeling communicatie van het Ministerie vanFinanciën met zo’n 85% is toegenomen. «Beter» maakt het immers nogniet eenvoudiger of makkelijker, maar het bekt wel lekker. Nou is er in deportefeuille Fiscaliteit ook een hoop gebeurd qua bewindspersonen, maarer staat toch heel duidelijk dat er 250 miljoen gebruikt zal worden omconstructies en regelingen af te bouwen. Dit is niet gehaald en dit wordtnu gedekt door de zogeheten tabelcorrectie minder toe te passen. Kortgezegd komt het erop neer dat er minder rekening wordt gehouden metinflatie in de doorberekening van de tarieven van de inkomstenbelasting,oftewel een lastenverzwaring voor de mensen thuis. Daardoor moetenalle mensen thuis ervoor opdraaien dat het het kabinet niet gelukt is omhet belastingstelsel te vereenvoudigen. Maar dit is wel lekker makkelijk zo.In de slipstream van het terugdraaien van de btw-verhoging wordt detaakstelling om het belastingstelsel te vereenvoudigen gemakshalve ookmaar geschrapt. Nu betaalt iedereen mee aan het operafeestje vanRoderick, maar ook aan het feit dat het kabinet zijn eigen taakstelling niethaalt. Waarom is hiervoor gekozen?Al met al komt dit over alsof deze Staatssecretaris het bijltje er toch eenbeetje bij neergooit als het gaat om lastenverlichting. Het PVV-plan om heteigen risico te halveren gaat niet door, het bevriezen van de sociale hurengaat niet door en de boodschappenbonus gaat niet door, maar deStaatssecretaris zit wel vol energie als het gaat om lastenverlichtingen.Toegegeven, de brandstofaccijns blijft op het niveau van 2023. Gelukkigheeft het kabinet die correctiefactor nog wél met rust weten te laten. Het iseen schrale, maar noodzakelijke troost voor de mensen die nog altijd hunbankrekening meer zien verdampen dan de benzine in hun auto. Daarte-genover worden echter de belasting op leidingwater en de afvalstoffen-heffing verhoogd en komen er een pseudo-eindheffing, een hogereverbruiksbelasting op bepaalde dranken, een hogere CO2-heffing voorbedrijven, een hogere vliegbelasting en ga zo maar door.Voorzitter. Nederland is kampioen in het stapelen van belastingen. Neemde tabaksaccijns. Zat er in 2018 nog zo’n € 5,33 op een pakje shag, in 2024liep dit op naar maar liefst € 17,35, alleen al aan accijns en btw. Hetgevolg: de accijns op tabak is zo hoog geworden dat iedere verhogingniets meer opbrengt. Dat valt te lezen in de sleuteltabel die we ontvangenbij de jaarstukken.Het is dan ook niet zo gek dat De Telegraaf vorige week kopte: «Schatkistloopt 2,6 miljard mis. Nederlanders halen meeste tabak uit hetbuitenland.» Dit roept dan ook gelijk de vraag op of de Staatssecretaris opdeze nieuwste cijfers kan reageren en dan ook nadrukkelijk op decorrelatie tussen de illegale sigaretten die ons land binnenkomen en hetverhogen van de accijns. Hoe verhouden deze zich tot elkaar?Voorzitter. Dit is meer ter illustratie voor de wet die nu voorligt, die van dedifferentiatie van de vliegbelasting naar afstand, oftewel: hoe verder jevliegt, hoe meer belasting je gaat betalen. Dit betekent dat een gemiddeldgezin maar zo € 280 per passagier extra kwijt is aan belastingen. Op dezemanier wordt een gewone vakantie, waar mensen hard voor gewerkt enook in veel gevallen gespaard hebben, onbetaalbaar. Sterker nog,Nederland krijgt hiermee de hoogste belasting op een vliegticket vanEuropa. Heeft de Staatssecretaris overwogen dat het met de vliegbe-lasting ook dezelfde kant op kan gaan als wat we nu zien met tabaksac-cijns en dat deze belasting dus eerder geld kost dan opbrengt?Voorzitter. Dit kun je immers ook geen «grenseffect» meer noemen, wantzo ongeveer heel Nederland is op deze manier al een grensregiogeworden. Door de alsmaar stijgende accijnzen en belastingen loont hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11416 dus om naar Duitsland, Luxemburg of België te gaan en om daar je tabakte halen, je boodschappen te doen, te tanken en dan dus ook straks tegaan vliegen. Over die boodschappen kom ik nog op een later moment tespreken, want de boodschappen stijgen zo ongeveer per week in prijs,lezen we. Veel mensen kunnen het amper nog betalen.Voorzitter. Dan wil ik toch terugkomen op die vereenvoudiging die maarniet wil lukken: de multiplier in de lucratiefbelangregeling. Dit is eenuitwerking van meerdere aangenomen moties. Vooropgesteld: het is goeddat er nu wat wordt gedaan aan de constructie waarbij voornamelijkprivate-equitymanagers en investeerders een hogere effectieve belas-tingdruk hebben, als betrof het gewoon loon. Kort gezegd komt deregeling erop neer dat het nominale belang wordt vermenigvuldigd meteen tarief, vaak in box 3, en dat wordt dan weer gedeeld in het geldendetarief in box 2. Dit bedrag dus, met een fictief groter belang, wordt danbelast volgens de huidige tarieven in box 2. Met dit Belastingplan zoudeze regeling in werking kunnen treden per 1 januari 2026, maar metalleen de inwerkintreding zijn we er duidelijk nog niet. Er zitten namelijkzo veel haken en ogen aan deze regeling dat de Staatssecretaris zelf ookhet volgende schrijft, wat ik citeer: «Handhaving is gebaat bij een goedeIV-ondersteuning, maar deze ondersteuning is niet voor 1 januari 2029 terealiseren.»Sterker nog, de Staatssecretaris schrijft zelfs dat door het ontbreken vanIV-ondersteuning de belastingplichtigen geacht worden uit eigenbeweging de multiplier toe te passen en de voordelen uit lucratief belangop te geven. Ook de uitvoeringstoets schetst duidelijke problemen. Demaatregel is niet fraudebestendig, is complexiteitsverhogend en geeft eenhoog risico op procesverstoringen. Dus ongeveer alles wat fout kán gaan,zal ook fout gaan bij deze maatregel. Daarom vragen wij ons af ofinvoering van deze lucratiefbelangregeling voor vertraging in hetIV-portfolio kan zorgen. Onderaan de streep komt het er namelijk op neerdat deze maatregel technisch wel gaat bestaan, maar dat we voor1 januari 2029 geen toepassing en handhaving hoeven te verwachten. Enzelfs dan is het nog maar de vraag of deze maatregel effect heeft. Kan deStaatssecretaris hierop reageren? Hoe gaat de Staatssecretaris dezerisico’s ondervangen?De voorzitter:Dit leidt tot een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):De heer Vlottes ziet allerlei beren op de weg. Die zien wij ook. Wij hebbenook een aantal inhoudelijke argumenten voor het feit dat we dit een slechtidee vinden. Als de Staatssecretaris gaat bevestigen wat de heer Vlotteshier allemaal zegt, is hij dan te porren voor uitstel of afstel van dezeregeling?De heer Vlottes (PVV):Ja, de microfoon doet het! Ik dacht even dat het knopje van de microfoonook al niet meer werkte. We laten het antwoord van de Staatssecretariseerst nog even op ons inwerken. Het moet natuurlijk wel zo zijn dat wemaatregelen invoeren die effect sorteren; dat past ook weer een beetje indie vereenvoudiging van het belastingstelsel. Dat er dan misschienproblemen zijn in het IV-portfolio weet mevrouw Van Eijk natuurlijk ook,want daar worden we ook mee getorpedeerd bij onder andere box 3.Maar laten we eerst even de beantwoording van de Staatssecretarishierover afwachten.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11417 De heer Vlottes (PVV):Voorzitter. Wat is het nut van deze maatregel als er geen IV-ondersteuningis – daar ging de interruptie eigenlijk ook al over – en het vooral uit deprivate-equitysector zelf moet komen en er wordt verwacht dat er vanuitdie sector naar alternatieve standpunten wordt gezocht, buiten het zichtvan de Belastingdienst om? Hoe gaat de Staatssecretaris hiermee om?Voorzitter. Dan box 3. Inmiddels kunnen we wel zeggen dat een Belas-tingplan zonder iets over box 3 te zeggen, haast geen Belastingplan meeris. Over een verhoging van 1,9% voor overige belegging ten opzichte van2025 is het Register Belastingadviseurs klip-en-klaar. Ik citeer: «Het is sterkde vraag of de gegeven onderbouwing van de toename van het forfaitvoor overige bezittingen met 1,9% stand zal houden bij de rechter.» Hoebeoordeelt de Staatssecretaris deze conclusie? Uit de antwoorden die wehebben ontvangen van de Staatssecretaris blijkt ook wel dat er extrabezwaar- en beroepsprocedures zullen volgen. Hij verwacht dat er doordeze verhoging op basis van de tegenbewijsregeling 40% meer bezwarenzullen worden ingediend. Waar is dit aantal van 40% op gebaseerd? Is diteen ondergrens of een verwachting? En waar is deze verwachting dan opgebaseerd?Voorzitter. Momenteel staat box 3 voor veel mensen met enkele huurwo-ningen zo ongeveer gelijk aan de verkoop van hun portfolio. Desalniet-temin geeft de Staatssecretaris aan niets te kunnen doen als tegemoet-koming. Hij wijst daarvoor op de kostenaftrekregeling, zoals die zal gaangelden in de mogelijk toekomstige Wet werkelijk rendement. Erkent deStaatssecretaris dat een kostenaftrek in de Wet tegenbewijsregeling hetleed had kunnen verzachten? En erkent hij dat het ook een potentieel van40% meer bezwaren, met alle gevolgen van dien, in de uitvoering hadkunnen voorkomen? Graag een reactie hierop. Want als de uitvoerings-toets nog moet worden geüpdatet, is dat dan ook al niet rijkelijk laat? Enwat zijn de gevolgen voor bijvoorbeeld het IV-domein? Bestaat dan ook demogelijkheid dat hierdoor het nieuwe stelsel per 1 januari ’28 niet gehaaldkan worden? Is de Staatssecretaris dan bereid om in ieder geval deuitvoeringstoets naar voren te halen, die nu ergens voor het eerstekwartaal, Q1, van volgend jaar gepland staat? Zo lopen we niet het risicoom hier komend voorjaar bij elkaar te zitten en dan geconfronteerd teworden met nog grotere derving, vastgelopen systemen en anderebestuurlijke rampen. Graag ook hier een reactie op.Voorzitter. Dan kom ik terug op de vereenvoudiging van het belasting-stelsel, wat niet gelukt is, namelijk de pseudo-eindheffing. Vooral debrandstofauto moet het ontgelden in dit Belastingplan, met een verhogingvan de motorrijtuigenbelasting voor benzine- en dieselauto’s en eenverhoging in de aanschafbelasting. Kortom, auto’s worden nog duurder,met als duveltje uit een doosje de pseudo-eindheffing: een soort strafvoor bedrijven als hun personeel rondrijdt met een brandstofauto inplaats van met een elektrische auto, oplopend tot maar liefst 12% extra opde cataloguswaarde. Dit betekent dat een gemiddelde leaseautoduizenden euro’s duurder wordt. Volgens de Staatssecretaris mag dezeheffing dan niet worden doorberekend aan de werknemer. Betekent datdan niet dat het gebruik van leaseauto’s in zijn geheel, of in heel veelgevallen, geschrapt zal gaan worden en werknemers dan bijvoorbeeldvoor eigen vervoer gaan zorgen tegen een kilometervergoeding? In depraktijk zal dit ervoor zorgen dat werknemers gewoon een brandstofautokopen om lekker naar hun werk, hun klus of hun professionele werkzaam-heden te rijden en daar vervolgens een kilometervergoeding voor krijgen,waardoor het effect dus nihil is. Kan de Staatssecretaris hierop reageren?Voorzitter. De reden waarom ik dit vraag, laat zich wel raden. Op pagina 55van de nota naar aanleiding van het verslag staat dat er is voorgesteld omeen lager bijtellingspercentage op te nemen, maar dat dit om «budgettaireredenen» niet is gedaan. Dat is vreemd, want de reden waarom dezemaatregel is ingevoerd is toch echt de CO2-besparing. Een paar pagina’sTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11418 verder lezen we dan ook: het doel is niet om een budgettaire opbrengst tegenereren, maar om de ingroei van elektrische auto’s te versnellen. Wat ishet nu? Wat betekent het voor de voorspelde CO2-besparing alswerknemers inderdaad zelf voor het vervoer gaan zorgen tegen eenvergoeding? Graag een reactie hierop.Voorzitter. Eerlijk is eerlijk, het lijkt erop dat de Staatssecretaris zelf ook debui ziet hangen bij deze gammele constructie, want voor deze maatregelwordt er gebruikgemaakt van de Wet op de loonbelasting, ondanks hetfeit dat dit helemaal niets met loon te maken heeft. Ook hier schrijft deStaatssecretaris: het kabinet heeft als doelstelling om maatregelen tetreffen die eraan bijdragen om de klimaatdoelen te halen. Het doel heiligtde middelen, moet de Staatssecretaris hebben gedacht, maar dat gaat danwel ten koste van werkgevers en werknemers. Hoe reageert de Staatsse-cretaris hierop? Als ik mij niet vergis, was er namelijk een stelpost van250 miljoen opgenomen om complexe fiscale constructies te schrappenen niet om die er nog bij te maken.Voorzitter. Tot slot doe ik een lucratieve suggestie. Is het een idee om dezepseudo-eindheffing dan gewoon niet in te voeren? De opbrengstenkunnen dan gebruikt worden om deze taakstelling in te vullen en op diemanier is er in ieder geval een begin gemaakt met de vereenvoudigingvan het belasting- en toeslagenstelsel.Voorzitter, dank u wel. Tot zover mijn bijdrage.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage. Die leidt verder niet tot interrupties. Dan kom ik bijde bijdrage van mevrouw Van Eijk. Zij heeft 35 minuten spreektijdaangevraagd.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, er is in het weekend gewoon vijftien minuten bij gekomen toen ik gingoefenen. Het zijn toch best wel veel onderwerpen, dus ja.Voorzitter. Ook een demissionair kabinet moet verantwoordelijkheidnemen. Voor burgers en ondernemers is financiële rust essentieel. Hetbehandelen van een belastingplan van een demissionair kabinet isuitdagend. Dit wordt nog versterkt door de inmiddels andere verhou-dingen in de Tweede Kamer. Toch vinden wij het belangrijk dat het kabinetkan doorwerken en kan doen wat nodig is voor mensen en bedrijven in ditland. Dat betekent: rust bewaren, ervoor zorgen dat mensen meer geld inde portemonnee overhouden en ruimte geven aan ondernemers.De VVD is in grote lijnen tevreden met het pakket Belastingplan 2026. Dekoopkracht stijgt, brandstof en energie blijven betaalbaar en de rekeningwordt niet bij ondernemers gelegd. Zoals gezegd, vinden we hetbelangrijk om in deze fase van de formatie, de informatie, de rust tebewaren. We willen nu dus geen geld uitgeven zonder te weten hoe wedat in de toekomst betalen. We schuiven de rekening niet door. Weweigeren mee te gaan in voorstellen die misschien lekker voelen, maardie laten zien dat men de moed mist om echte keuzes te maken. Tegelij-kertijd willen wij met een aantal wijzigingsvoorstellen recht doen aan onsverkiezingsprogramma.Het begint bij de portemonnee van Nederlanders, want zonder koopkrachtgeen perspectief en zonder financiële zekerheid geen vertrouwen.Hardwerkende mensen verdienen het dat hun inspanningen zichtbaar zijnin wat er onderaan de streep overblijft. De VVD wil hun portemonneebeschermen. De VVD kiest dus voor ruimte en vertrouwen, voor eenaantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat, waarin bedrijven durvente investeren en te groeien. Want pas als geld verdiend is, kan het wordenuitgegeven. Pas als we hier een sterke economie behouden, kunnen weonze middenklasse en onze veiligheid beschermen.Ik loop vandaag per wet door het pakket Belastingplan 2026 heen en zoomdaarbij in op de maatregelen die de VVD belangrijk vindt, waar zij vragenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11419 over heeft of die zij overweegt te wijzigen. Daarnaast sta ik stil bij eenaantal overige fiscale onderwerpen die aandacht verdienen. Ik rond af metde uitvoerbaarheid. Goed beleid staat of valt namelijk met wat deBelastingdienst daadwerkelijk kan uitvoeren.Voorzitter. Ik begin bij het inkomensbeleid. De VVD is tevreden dat hetkoopkrachtbeeld voor 2026 evenwichtig is en dat vrijwel alle groepen er indoorsnee op vooruitgaan. Huishoudens gaan er gemiddeld 1,3% opvooruit. De verhoging van de arbeidskorting is een stap in de goederichting om werken meer te laten lonen en de belastingdruk op arbeidverder te verlagen. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wens vande VVD om mensen die werken of willen gaan werken, extra te onder-steunen. Tegelijkertijd vinden wij het teleurstellend dat werkenden er nietmeer op vooruitgaan dan niet-werkenden. Voor een sterke economie ishet belangrijk dat arbeid structureel aantrekkelijker wordt gemaakt dan hetontvangen van een uitkering. De VVD vindt dat werken, meer uren makenen doorgroeien altijd financieel moeten lonen.Het schrappen van de zogenoemde buffelboete, hoewel begrijpelijk vanuitinkomensbescherming, leidt ertoe dat de prikkel om meer te gaan werkenwordt verzwakt. Dat is een gemiste kans. We zouden liever hebben geziendat de middelen gericht worden ingezet om arbeidsparticipatie testimuleren, maar we hebben hierover een afspraak gemaakt en daarzullen wij ons aan houden.De VVD is blij dat een simpele schriftelijke afspraak tussen werkgever enwerknemer genoeg is om vast te leggen dat een fiets van de zaak nietprivé wordt gebruikt. Dat scheelt regeldruk, gedoe en controles voorwerkgevers en voor de Belastingdienst. Maar we zien wel dat de fiscaleregels voor de fiets van de zaak anders uitpakken dan andere fietsrege-lingen. Collega Van Oostenbruggen refereerde daar ook al aan. Dat leidttot onduidelijkheid en maakt het gebruik ... O sorry, ik bedoelde «collegaOosterhuis». Ik moet echt nog oefenen; excuus daarvoor. Maar webedoelen hetzelfde.Dat leidt tot onduidelijkheid en maakt het gebruik van de fiets voorwoon-werkverkeer onnodig ingewikkeld. Daarom vraag ik de Staatssecre-taris of hij bereid is deze verschillen te verkleinen en de regels tevereenvoudigen. Kan hij inzicht geven in welke stappen hij kan zetten omhet fiscaal aantrekkelijker en eenvoudiger te maken om voor de fiets tekiezen?Dan de lucratiefbelangregeling. Die is ook door een aantal van decollega’s al aangehaald. De VVD heeft grote moeite met de voorgesteldeverzwaring van de lucratiefbelangregeling. De maatregel zorgt ervoor datwerknemers van start-ups en investeringsfondsen zwaarder wordenbelast. Wat bedoeld is om misbruik aan te pakken, raakt in de praktijk juistde mensen die zorgen voor een groeiende economie: innovatieveondernemers, mkb-investeerders en investeringsfondsen. Terwijl andereEuropese landen carried interest met 25% tot 30% belasten, jagen wij zeweg met een effectief tarief van 36%. De effectieve belasting kan zelfsoplopen tot maximaal 52,51%, hoger dan het toptarief in box 1.Bij andere debatten hebben we het vaak over de vraag hoe we groeigeldkunnen aantrekken voor de Nederlandse economie, terwijl de maatregeldie nu wordt voorgesteld, juist zorgt voor minder groeigeld in Nederlanden tegengesteld is aan de kabinetsplannen om werknemersparticipatie testimuleren. Dat is funest voor ons vestigingsklimaat, voor investeringenen voor het aantrekken van talent. En dat terwijl de commissie-Wenninkover enkele weken met een advies komt over ons toekomstig verdienver-mogen. De VVD wil misbruik aanpakken en steunt de maatregel omonwenselijke structuren tegen te gaan, maar het is onbegrijpelijk omdaarnaast juist nu een forse belastingverhoging door te voeren zonder datadvies af te wachten. Dit is niet voorspelbaar, niet verstandig en nietuitvoerbaar. Daarom heb ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11420 Erkent hij dat dit voorstel Nederland minder aantrekkelijk maakt voorinvesteerders en talent? Waarom niet wachten op het advies-Wenninkvoordat we zo’n grote stap zetten? Erkent de Staatssecretaris dat ditvoorstel kan zorgen voor een verdere verstoring van het globaalevenwicht als het gaat om de belastingdruk voor verschillende belasting-plichtigen? Dit voorstel maakt management- en aandelenplannenonaantrekkelijker en dat is precies het tegenovergestelde van wat nodig isvoor groeiende bedrijven en voor het aantrekken van schaarse specia-listen. Ziet de Staatssecretaris dat dit haaks staat op zijn eigen ambitiesvoor werknemersparticipatie? De Belastingdienst krijgt meer werk, minderoverzicht en meer discussies achteraf doordat VSO’s wegvallen.Daarnaast is tot 2029 goede handhaving moeilijk doordat de IT-systemenvan de Belastingdienst pas op dat moment aangepast kunnen worden.Erkent de Staatssecretaris dat de uitvoeringslast fors toeneemt? Hoe is ditvoorstel dan toch als uitvoerbaar beoordeeld? In het eigen onderzoeks-rapport van Financiën staat: niet wijzigen vóór inwerkingtreding van hetnieuwe box 3-stelsel. Waarom wordt dit advies genegeerd? Is deStaatssecretaris bereid de invoeringsdatum uit te stellen?Voorzitter. Dan de aanpassingen in box 3. De VVD maakt zich grote zorgenover de voorgestelde verhoging van het box 3-forfait voor overigebezittingen en de verlaging van het heffingsvrije vermogen. Dezemaatregelen zijn bedoeld om een budgettair gat te vullen, maar treffen inde praktijk juist mensen die investeren in onze economie en in onzewoningmarkt. Het forfait voor overige bezittingen gaat naar bijna 8% endat is fors. Dit raakt onder anderen particuliere verhuurders, terwijl zij juistinvesteren in betaalbare huurwoningen en broodnodig aanbod creëren.Met dit soort stappen maken we het investeringsklimaat alleen maarslechter en daarmee het woningtekort alleen maar groter. Daarnaastwordt het heffingsvrije vermogen verlaagd. Daardoor komen er, zoalsgezegd, 300.000 extra belastingplichtigen in box 3. Dat zijn mensen metsimpelweg wat spaargeld. Dat is niet alleen slecht voor hen, maar ookvoor de uitvoering, die nu al op omvallen staat. De VVD is tegen extrabelastingverhogingen op spaargeld en vermogen. Ik heb dan ook eenaantal vragen aan de Staatssecretaris.Erkent de Staatssecretaris dat een forfait van bijna 8% investeringen inhuurwoningen verder ontmoedigt? Ziet hij het risico dat dit voorstel hetaanbod van betaalbare huur verder onder druk zet? Wat betekent het voorde uitvoering dat er 300.000 belastingplichtigen bij komen in box 3, terwijlde Belastingdienst al overbelast is? Deelt de Staatssecretaris de zorg datwe hiermee opnieuw mensen met relatief kleine vermogens onevenredighard raken? Staat de Staatssecretaris open voor een meer gematigdeverhoging van het forfait en voor het niet-verlagen van het heffingsvrijvermogen, zeker nu het nieuwe stelsel pas in 2028 ingaat?De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, voordat ik haar plaats, heb ik een vraag. U schijnt aan devoorkant iets te hebben gezegd over een maximum van zes interrupties. Ikdreig daar al overheen te gaan. Voordat ik mevrouw Van Eijk een helewaardevolle vraag ga stellen: welke coulance is er mogelijk?De voorzitter:Meneer Grinwis, het is natuurlijk zo dat het in een wetgevingsoverleg inprincipe vrijstaat om maximaal te interrumperen. Ik heb gepoogd enigezelfdiscipline op te leggen, maar ik zie ook wel dat het tot behoorlijk watreacties leidt. U mag een voorstel doen. Dan leg ik dat voor aan devergadering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11421 De heer Grinwis (ChristenUnie):Kijk aan, ik krijg de vrijheid. Dank, voorzitter. Dan zou ik willen voorstellenom in te zetten op het dubbele: twaalf.De voorzitter:Ik kijk even of de collega’s zich daarin kunnen vinden. Ja, zie ik. Dan gaanwe dat doen. Dan vraag ik wel om uw zelfdiscipline om die interruptieswat kort te houden.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank. Ook dank aan de collega’s. Ik heb hierover een vraag aancollega Van Eijk. Ik ben het namelijk zeer eens met wat ze zegt over box 3.Zij vraagt om tempering, niet om het schrappen van de versoberingen vande lastenverzwaring. Mijn vraag is: waarom? En hoe zou ze het willenbetalen? Er zijn veel vragen te stellen over of de raming inderdaad klopt,maar de regels der kunst zijn nou eenmaal dat wij met een dekkingmoeten komen. Aan welke dekking denkt zij? Wat vond zij van desuggestie die ik al eerder in het debat richting collega Oosterhuis hebgedaan?De voorzitter:Helder. Dit waren drie of vier vragen in één, dus het was ook heeleffectief!Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik ben pas de derde spreker, maar je ziet dus dat box 3 ook hier in de vollebreedte leeft. We zijn allemaal op zoek naar oplossingen voor hetheffingsvrij vermogen, dan wel voor de verhoging van het forfait. Wehebben ook allemaal ideeën over welke dekking daarbij zou passen. Ikdenk ook dat we de komende dagen moeten gebruiken om te kijkenwaarover we overeenstemming kunnen bereiken. Ik heb heel specifiekgekeken naar het volgende. De groep belastingplichtigen waarom het hiergaat, bestaat vooral uit belastingplichtigen die ook in box 1 onder hethoogste tarief vallen. Ik zou dus openstaan voor een oplossing in het watbredere domein. Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat er ietsgedaan wordt aan het aangrijpingspunt toptarief box 1. We hebben daarook een stukje dekking uit gehaald om de buffelboete mee te dekken. Dathebben we in een brede coalitie voor elkaar gekregen. Mijn idee zou duszijn om daar in ieder geval ook naar te kijken. Een oplossing binnen box 3zelf zie ik absoluut niet werken, omdat die belastingdruk al gigantischzwaar is. Ik zeg dus nu al dat als die voorstellen er komen, ik die niet gasteunen.De voorzitter:Daarmee ga ik naar de volgende spreker.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik zie de heer Grinwis kijken. Ik heb een heel rijtje gemaakt. Ik zag erf- enschenkbelasting voorbijkomen, evenals het tarief. Maar de heer Grinwismoet me heel even helpen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, als het mag? Het betrof een iets snellere afbouw van dewet-Hillen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Die ga ik mee terugnemen. Ik denk namelijk dat het sowieso, los van deinhoud al, ingewikkeld wordt om dat als deugdelijke dekking te kunnenbestempelen. Maar goed, ik wacht de reactie van de Staatssecretarisdaarover even af. Zoals ik zei zijn er heel veel verschillende ideeën over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11422 dekking. Er zijn ook heel veel verschillende ideeën over waar het danterecht zou moeten komen. Het matigen van de voorgenomen verhogingvan het forfait is omdat er budgettair gezien niet heel veel ruimte is omdat helemaal op te lossen. Overigens had ik dat het liefste gedaan.De voorzitter:De volgende interruptie is van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Mevrouw Van Eijk noemt een verhoging in box 1. Alleen zou die ertoeleiden dat werken minder gaat lonen en ook dat méér werken minder gaatlonen. Is zij het dus niet met mij eens dat een oplossing voor box 3, als diegezocht moet worden, toch meer in de vermogenssfeer zou moeten zittendan in de inkomenssfeer?Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik begrijp heel goed wat hier gezegd wordt. Uiteraard moet werken lonenen moet meer werken meer lonen. Maar alsnog blijft er ruimte over om indie inkomensgroep mensen erop vooruit te laten gaan. Alleen, ze gaan erminder op vooruit als je deze dekking daarvoor zal aanwenden. Maar wezijn het nog aan het uitwerken, dus ik moet nog zien hoe het precies gaatuitpakken. Maar ik wil niet uitsluiten dat we breder kijken dan alleen maarnaar box 3.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Mijn vraag raakt hier ook aan. Ik begrijp het niet. De VVD begon hetbetoog met: werken moet lonen. Maar nu wordt alweer gesuggereerd: wegaan de lasten in box 1 verhogen om die in box 3 te verlagen. Dat staattoch haaks op het hele betoog om werken te laten lonen? Volgens mijworden hier verschillende routes genoemd. Ik sta open voor alles, maarniet voor box 1. Het is heel raar als we met elkaar zeggen dat werken moetlonen en dan met box 3 gaan compenseren. Zou u daarop kunnenreflecteren?Mevrouw Van Eijk (VVD):Dan val ik in herhaling. Ik heb aangegeven dat we hebben gekeken naardeze groep box 3-belastingplichtigen. Waar zitten die ergens in box 1?Daarin zit gewoon overlap in de doelgroep, om het zo maar eventjes tenoemen. Daarmee vind ik het verantwoord. Ik heb aangegeven dat dezegroep er dan nog steeds op vooruitgaat. We moeten dus niet het frameopplakken dat het betekent dat werkenden er niet op vooruitgaan, wantdat is gewoon niet waar.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Mevrouw Van Eijk (VVD):Voorzitter. Ik kom bij de ETK-regeling. De VVD hecht groot belang aan hetbehoud van een sterke en concurrerende kennismigrantenregeling. Dezeregeling is cruciaal voor het aantrekken van internationaal talent, dat onzekennisintensieve economie draaiende houdt. Nederland kan zich geenonzekerheid permitteren in een tijd waarin ons verdienvermogen onderdruk staat. Wij moeten aantrekkelijk blijven voor hoogopgeleide specia-listen en innovatieve ondernemers. De VVD steunt het aanpakken vanmisbruik, maar werkgevers en kennisinstellingen hebben wel recht op rusten stabiliteit. Het op korte termijn opzeggen van convenanten, waarwerkgevers nu op vertrouwen, voelt voor velen als oneerlijk en onvoor-spelbaar. Graag een reflectie van de Staatssecretaris. Begrijpt hij dezezorgen en ziet hij ruimte om dit zorgvuldiger te doen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11423 Dan de pseudo-eindheffing. De VVD zal met frisse tegenzin instemmenmet de voorgestelde pseudo-eindheffing op fossiele leaseauto’s. Het doel,verduurzaming van het wagenpark, onderschrijven wij, maar wij gelovenmeer in positieve stimulansen dan in nieuwe strafheffingen. Wij vindendat beleid uitvoerbaar, eenvoudig en realistisch moet zijn. Het kabinet wilvanaf 2017 een heffing van 12% boven op de reguliere bijtelling volledigvoor rekening van werkgevers laten komen. Maar laten we eerlijk zijn, metdeze maatregelen dwingen we ondernemers richting elektrisch rijden,terwijl zelfs de overheid daar zelf nog niet klaar voor is. Rijkswaterstaatschaft 200 nieuwe diesels aan. Dat is niet uit onwil, maar omdat elektrischin de praktijk vaak niet werkt, niet voor lange afstanden en niet voor zwarebelastingen. Dat is precies wat ondernemers al jaren aangeven. De VVD isook bezorgd over de extra nalevingskosten voor werkgevers énwerknemers. Het is gewoon extra regeldruk. Daarom zullen wij eenpraktische, eenvoudige suggestie doen: pas de pseudo-eindheffing, netals de bijtelling, toe vanaf de maand na registratie. Dat voorkomtonnodige administratieve rompslomp. De derving ervan is verwaar-loosbaar. Daarnaast zien wij kansen in flankerend beleid, zoals hetcontinueren van een lagere bijtelling voor emissievrije auto’s. Daarmeestimuleer je verduurzaming in plaats van het te forceren.Dan heb ik nog enkele concrete vragen. Erkent de Staatssecretaris datdeze maatregel de nalevingskosten voor werkgevers aanzienlijk verhoogt?En ziet hij ruimte om onze suggestie, toepassing vanaf de maand naregistratie, over te nemen? In de toelichting wordt de situatie van salarysplits niet besproken. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat de pseudo-eindheffing proportioneel wordt toegepast wanneer een werknemerslechts voor een deel van zijn inkomen in Nederland belast is?Dan de aanpassingen aan de CO2-heffing voor de industrie. De VVD is blijdat het kabinet stappen zet om de nationale CO2-heffing voor de industriein lijn te brengen met Europa. Nederland was het enige EU-land met eeneigen extra heffing boven op het ETS. Daarmee zetten we onze eigenindustrie op achterstand, terwijl andere landen hun bedrijven juistbeschermen. Het is goed dat het kabinet het tarief nu verlaagt en devrijgestelde rechten verruimt. Dat brengt ons dichter bij een gelijkspeelveld en geeft bedrijven de ruimte om te investeren in innovatie enverduurzaming. Zo geven we onze industrie, die wil verduurzamen, dekans om dat in Nederland te doen in plaats van over de grens. Onzeindustrie wordt al jaren geconfronteerd met hoge energieprijzen,oplopende netwerkkosten en een stapeling van nationale heffingen.Terwijl Duitsland, België en Frankrijk stevig ondersteunen, is in Nederlandjuist de volumecorrectieregeling afgeschaft. Gelukkig is de indirectekostencompensatie wél verlengd. Maar het verder afbouwen vanzogenaamde fossiele subsidies of het verder belasten van uitstoot helptniet, zeker niet in de internationale concurrentiestrijd waarin we zitten.Twee vragen aan de Staatssecretaris. Erkent de Staatssecretaris datverdere nationale koppen op het ETS in welke vorm dan ook schadelijkzijn voor ons verdienvermogen en dat Nederland zich in Brussel moetrichten op één eerlijk Europees systeem in plaats van eigen aanvullendeheffingen? En hoe zorgt het kabinet ervoor dat de industrie daadwerkelijkruimte krijgt om te investeren, nu energiekosten, netwerkkosten en fiscalelasten nog steeds stapelen? Is het kabinet bereid om in samenhang tekijken naar het totale pakket aan lasten dat op de industrie drukt?Dan de belastingvermindering energiebelasting. De VVD steunt deverhoging van de belastingvermindering op de energierekening, zodatenergie voor huishoudens betaalbaar blijft en mensen meer lucht houdenin hun maandlasten. Het is een eenvoudige en effectieve manier om deenergierekening te verlagen. We kijken uit naar de verdere uitwerkingrichting 2029. Hoe blijft het kabinet oog houden voor het mkb, dat nogaltijd kampt met hoge energiekosten en voor wie betaalbare energiecruciaal is om te kunnen blijven ondernemen? Kan het kabinet bij deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11424 appreciatie van het amendement-Kouwenhoven ingaan op het effect opde energierekening van mkb’ers als de belastingkorting voor hen wordtgeschrapt?Dan het verlengen van de verlaagde accijnstarieven op brandstof. De VVDsteunt uiteraard de verlenging van de verlaging van de brandstofaccijnstot 1 januari 2027, zodat autorijden betaalbaar blijft en automobilisten nietgeconfronteerd worden met een tientje extra afrekenen aan de pomp,zeker nu de benzineprijs het hoogste punt bereikt in bijna anderhalf jaartijd. Voor veel Nederlanders is de auto geen luxe, maar een noodzaak omnaar werk, school of familie te gaan. Door deze maatregelen beschermenwe de portemonnee van werkenden en houden we mobiliteit bereikbaarvoor iedereen.De bedrijfsopvolgingsregeling mag ook niet ontbreken in een debat overhet Belastingplan. Familiebedrijven vormen de ruggengraat van onzeeconomie en zorgen voor werkgelegenheid, continuïteit en regionalebinding. De VVD is teleurgesteld dat de verruiming van de bedrijfsopvol-gingsregeling niet doorgaat vanwege juridische risico’s en uitvoeringsri-sico’s. Maar tegelijkertijd is zij opgelucht dat een verdere versobering vantafel is. Familiebedrijven verdienen duidelijkheid en rust om metvertrouwen te kunnen investeren en hun onderneming over te dragen aande volgende generatie. De VVD wil daarom een einde aan de onzekerheidrond de BOR en een stabiel toekomstbestendig opvolgingsklimaat voorfamiliebedrijven. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat de versoberingvan de BOR uit het vorige Belastingplan ook echt definitief van de baan isnu door het amendement-Stoffer deze versobering niet in werking treedt?Is de Staatssecretaris bekend met het stimuleringsbeleid van de EuropeseCommissie om familiebedrijven bij bedrijfsopvolging te faciliteren? Steunthij dit beleid actief?Voorzitter. Dat was het wetsvoorstel inzake het Belastingplan. Ik kom nuaan bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen. Daar heb ik tweepunten bij. Ten eerste de Wet modernisering elektronisch bestuurlijkverkeer. De VVD begrijpt dat een uitzondering op de Wet moderniseringelektronisch bestuurlijk verkeer voor de Belastingdienst en Douane op ditmoment noodzakelijk is. De uitvoering loopt tegen serieuze problemenaan en bovendien zou volledige toepassing nu botsen met EU-recht.Daarom blijft de huidige digitale werkwijze voorlopig gehandhaafd enschuift volledige aansluiting op tot 2030. Maar daarmee is het probleemniet opgelost, want digitaal bezwaar kan nog steeds niet voor allebelastingen en beschikkingen. Dat leidt tot onzekerheid voor burgers enbedrijven en tot het risico dat bezwaren onterecht niet-ontvankelijkworden verklaard. Dat is niet uit te leggen. De VVD vindt dat debewaarfase veel hoger op de prioriteitenlijst moet komen binnen hetingroeimodel. Burgers en ondernemers moeten tijdig duidelijk en volledigdigitaal bezwaar moeten kunnen maken; dat is een basisvoorwaarde voorrechtsbescherming en voor vertrouwen in de overheid.Daarom de volgende vraag aan de Staatssecretaris. Kan hij toezeggen datde bezwaarfase en het volledig digitaal kunnen indienen van bezwaarversneld worden opgepakt binnen het ingroeipad naar 2030? Wanneer kande Kamer verwachten dat digitaal bezwaar voor alle soorten belastingenbeschikbaar is?Dan het tijdelijk overgangsrecht fonds voor gemene rekening. We hebbendaar bij het vorige Belastingplan uitgebreid bij stilgestaan. Ik weet noggoed dat ik toen een amendement klaar had liggen, maar dat ik vanwegede complexiteit van de hele materie daar niet op door durfde te pakken.Maar ik ben wel ontzettend blij met de uitvoering van mijn motie,waardoor het gesprek met belangenorganisaties echt is aangegaan omervoor te zorgen dat we voorkomen dat er hier allerlei ongelukkengebeuren. Maar we zijn er nog niet, zeg ik tegen de Staatssecretaris, via u,voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11425 Het overgangsrecht voor een fonds voor gemene rekening is namelijk tebeperkt. Zoals ook Vakstudie Nieuws terecht opmerkt, geldt dat nu alleenvoor fondsen die al op 31 december 2024 bestonden. Voor nieuwefondsen, zeker buitenlandse fondsen, ontstaat daardoor een probleem. Inde praktijk is namelijk niet altijd helder of een fonds naar Nederlandsemaatstaven wel of niet een fonds voor gemene rekening is. Dat geldt voorNederlandse fondsen, maar zeker ook voor buitenlandse fondsen, waarrechtsvormen en regimes enorm uiteenlopen. Het inkoopmechanisme datnodig is om transparant te blijven, is in het buitenland simpelwegongebruikelijk.Als we het overgangsrecht niet verruimen, dan krijgen buitenlandsefondsen tussen 2025 en 2028 te maken met een kortstondige en volledigonbedoelde belastingplicht: eerst wel belast, maar vanaf 2027 en 2028waarschijnlijk weer niet. Dat is administratief onwerkbaar en kostbaar, enjaagt investeerders weg. Dat moeten we niet willen. Vakstudie Nieuwszegt het treffend: wat is eigenlijk het bezwaar om het overgangsrecht ooktoe te passen op nieuw opgerichte entiteiten? De VVD ziet dat bezwaarook niet. Daarom mijn vraag aan de Staatssecretaris: is hij bereid om hetovergangsrecht te verruimen naar alle fondsen die na 31 december 2024worden opgericht, zodat we voorkomen dat nieuwe en met namebuitenlandse fondsen onnodig en kortstondig belastingplichtig worden?Ik dacht: misschien komt er een interruptie; dan neem ik een slok water.Maar die kwam niet, dus ik neem ’m nu alsnog.Het wetsvoorstel Tweede wet aanpassing Wet minimumbelasting 2024 iseen onderwerp waar ik aandacht voor vraag in alle debatten die gaan overinternationale fiscaliteit en het vestigingsklimaat. De VVD staat achter hetdoel van Pijler 2: het tegengaan van mondiale winstverschuiving en hetzorgen voor een eerlijk minimumtarief. Maar we moeten ook eerlijk zijn:de internationale implementatie is nog verre van stabiel. Terwijlwereldwijd wordt gewerkt aan vereenvoudiging en een side-by-side-benadering met de VS, moet Nederland scherp blijven op het behoud vaneen gelijk speelveld en de concurrentiekracht van Europese multinati-onals. Nu de praktijk op stoom komt, zien we dat de regels van deEuropese Pijler 2 in veel gevallen zwaarder uitpakken dan de Amerikaanseregels. Dat leidt tot een verslechtering van onze concurrentiepositie.Bedrijven met een effectieve belastingdruk van ver boven de 15%, vaak20% tot 25%, worden alsnog geconfronteerd met enorme administratievelasten, zonder enig risico op onderbelasting.Een eenvoudiger systeem, zoals global blending of een hightech safeharbour, kan hier verlichting bieden. Het levert rust, voorspelbaarheid enuitvoerbaarheid op, zonder af te wijken van het minimumtarief. Daarnaastmag Pijler 2 er nooit toe leiden dat Europees strategisch beleid wordtuitgehold. Belastingfaciliteiten voor innovatie, semiconductors, Defensie,AI, farma of onze zeevaartsector, die allemaal cruciaal zijn voor onsverdienvermogen, mogen niet onbedoeld worden geneutraliseerd.Incentives die passen binnen het EU- en OESO-kader moeten ook onderPijler 2 herkenbaar blijven. Ziet de Staatssecretaris het risico dat Europesebedrijven door een strengere toepassing van Pijler 2 verder achteropraken ten opzichte van Amerikaanse bedrijven? Erkent de Staatssecretarisdat veel multinationals ervaren dat hun concrete voorbeelden vanknelpunten onvoldoende worden meegenomen? Hoe gaat hij ervoorzorgen dat deze signalen wél worden vertaald naar de Nederlandse inzetin Brussel en het Inclusive Framework? Is hij bereid om in het InclusiveFramework actief te pleiten voor een hightech safe harbour voorondernemingen met een effectieve belastingdruk die ruimschoots bovende 15% ligt en voor een ruimhartige behandeling van strategische techincentives?Ik wil het op dit punt nog specifiek hebben over de zeevaart. De tonnage-regeling is essentieel voor onze economie, energievoorziening endefensie. Door verschillen tussen de definities van Pijler 2 en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11426 tonnageregime ontstaat het risico dat Nederlandse rederijen onterecht alsonderbelast worden aangemerkt. Dat mogen we niet laten gebeuren. Ikheb twee vragen aan de Staatssecretaris. Deelt hij de opvatting dat eennationale verduidelijking van artikel 8.3 van de Wet minimumbelastingnoodzakelijk en proportioneel kan zijn om voor mobiele activa die niet inéén jurisdictie opereren een reële en evenwichtige toepassing van deregel voor uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid tewaarborgen, zonder af te wijken van de OESO- en EU-kaders? Ik bedenkme nu dat we een tweede schriftelijke ronde hadden moeten hebben. Diehadden we niet. Vandaar dat ik deze vragen toch stel, ook al zijn zesupertechnisch. Is hij bereid om te bevestigen dat voor een periodewaarin werkschepen of andere mobiele materiële activa niet aan eenbuitenlandse vaste inrichting zijn toe te rekenen en de daarmee samen-hangende inkomsten in Nederland wel tot het wereldinkomen behoren,deze activa voor de toepassing van de SBIE geacht kunnen worden inNederland te zijn gelegen zodat de betreffende dagen meetellen voor deNederlandse grondslag, mits dubbeltelling wordt voorkomen?Het wordt weer een stuk makkelijker, hoor. Ik kom bij de Wet stroomlijningfiscaal inzagerecht, ook al aangehaald door mijn collega’s. Het recht opinzage in het eigen fiscale dossier is belangrijk. Burgers en ondernemersmoeten kunnen zien welke informatie de Belastingdienst gebruikt enwaarop beslissingen zijn gebaseerd. Dit staat voor de VVD niet terdiscussie, maar we moeten ook eerlijk zijn. Artikel 66a AWR is in dehuidige vorm simpelweg niet uitvoerbaar. Het amendement-Omtzigttreedt eind ’25 in werking, maar de Belastingdienst en de Douane kunnendat technisch helemaal niet aan, niet zonder grote risico’s, dubbel werk enverdringing binnen een IV-portfolio dat nu al overvol zit. Invoering voor2030 is volgens de uitvoeringsinstanties zelf niet reëel. Daarom snapt deVVD dat dit wetsvoorstel kiest voor een gefaseerde, uitvoerbare aanpakvia AMvB of per rijksbelasting, maar dan moet wel helder zijn waar weaan toe zijn.Dan mijn vragen. Kan de Staatssecretaris bevestigen dat de inkomstenbe-lasting niet al per 31 december ’25 onder het inzagerecht wordt gebrachtzolang dit leidt tot tijdelijke noodoplossingen en verdringing bij groteIT-vernieuwingen? Erkent de Staatssecretaris dat een halve, noodge-dwongen of tijdelijke implementatie van artikel 66 leidt tot meer risico’s,minder rechtszekerheid en uiteindelijk vertraging? Is hij bereid expliciet depauzeknop in te drukken totdat de informatiehuishouding daadwerkelijkop orde is? Wanneer ontvangt de Kamer een concreet, realistisch tijdspadrichting volledige implementatie na 2030?Voorzitter. Ik kom bij de vliegbelasting. De VVD kan instemmen met devoorgestelde differentiatie in de vliegbelasting. Dat langere vluchten diemeer uitstoten zwaarder worden belast, is logisch en past bij het principe«de vervuiler betaalt». Zolang we aansluiten bij wat omringende landendoen, houden we een eerlijk speelveld. De VVD is heel duidelijk: dit is watons betreft de grens. We gaan niets terugdraaien, maar we gaan ook nietverder omhoog. Dat betekent geen transfer tax, geen extra heffing opbusinessclass en geen nieuwe nationale koppen boven op Europeesbeleid. Dat zou onze economie, onze hubfunctie en ons vestigingsklimaatdirect schaden. Juist nu Duitsland per 2026 zijn luchtvaartbelastingverlaagt, moeten we voorkomen dat Nederland zichzelf uit de markt prijst,want dat betekent simpelweg meer uitwijk naar het buitenland, minderconnectiviteit en minder banen hier.De VVD vraagt daarom wel extra aandacht voor regionale luchthavens,zoals Eelde en Maastricht. Die worden door hun grensligging en beperkteschaal onevenredig hard geraakt. Reizigers stappen letterlijk tien minutenverderop in Duitsland goedkoper op het vliegtuig. Daarom heb ik devolgende vraag aan de Staatssecretaris. Welke maatregelen kan hetkabinet nemen om voor regionale luchthavens een gelijker speelveld tecreëren, bijvoorbeeld via gerichte compensatie of vrijstellingen binnen deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11427 Europese kaders? Is de Staatssecretaris bereid te onderzoeken welkealternatieven er zijn om te voorkomen dat regionale luchthavensstructureel worden weggeconcurreerd door luchthavens net over degrens?Ik heb nog een kopje overig met twee onderwerpen die niet echt onder tebrengen waren bij de wetsvoorstellen die nu voorliggen, maar die ik welheel erg belangrijk vind. Het eerste onderwerp is de bijzondere invalidi-teitsverhoging. De bijzondere invaliditeitsverhoging is smartengeld. Het iscompensatie voor immateriële schade die veteranen opliepen in dienstvan Nederland. Smartengeld hoort netto te zijn. In alle andere letselscha-dezaken is dat zo, maar voor onze veteranen niet. Dat is niet uit te leggen.De VVD vraagt hier al jaren aandacht voor in Kamerbrieven, debatten enmoties. Steeds weer wijzen we op hetzelfde punt: veteranen worden doorde huidige belasting op de BIV slechter behandeld dan andere slachtoffersvan letselschade. Dat doet geen recht aan hun positie en zeker niet aan dewaardering die zij verdienen. De VVD vindt dat de BIV fiscaal moetworden behandeld als wat zij is: smartengeld, geen inkomen. Weoverwegen een amendement om de BIV onder artikel 3.104, onderdeel r,Wet IB 2001 te brengen, gewoon net zoals andere vergelijkbare vrijstel-lingen.Ik heb de volgende vragen aan de Staatssecretaris. Waarom lukt het inNederland wel om smartengeld in civiele letselschadezaken vrij te stellen,maar niet om dat te doen voor veteranen die letselschade opliepennamens de Staat? Erkent de Staatssecretaris dat het belasten van de BIVleidt tot lagere nettocompensatie dan bij andere letselschadeslachtoffers?De voorzitter:Dit leidt tot een interruptie van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ho, ik stoot mijn glas om. Nou ja, het is maar water. Mevrouw Van Eijkbrengt hier een heel relevant punt in. Zij zegt dat ze overweegt om eenamendement in te dienen. Ik vraag me af wat ervoor nodig is om dat niette hoeven doen.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ja, een toezegging, maar ik heb hier al zo vaak aandacht voor gevraagdmiddels Kamerbrieven, moties et cetera dat ik er weinig vertrouwen inheb dat deze Staatssecretaris deze toezegging gaat doen. Als die er nietkomt – ik verwacht dat die er niet gaat komen – dan overweeg ik eenamendement in te dienen, maar ik wil uiteraard wel een amendement datuitvoerbaar en juridisch houdbaar is. Daar hebben we verschil vanmening over. Dus ik ben nog druk in overleg, ook met een aantal mensenuit de praktijk en een aantal juristen, maar ook met het ministerie. Dus datis «onderhanden werk», zoals ze dat noemen.De voorzitter:Dat leidt niet meer tot vervolginterrupties, dus vervolgt u uw betoog,mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Dan weet ik niet zeker meer of ik de laatste vraag had gesteld. Waarom ishet toevoegen van de BIV aan een bestaande vrijstellingsbepaling,conform artikel 3.104, onderdeel r van de Wet IB volgens het kabinet eenprobleem en wat is hier het principiële bezwaar tegen? Ik hoop ook dat ernieuwe argumenten worden aangedragen, want ik heb alle brieven goedgelezen maar ik was nog niet overtuigd. Dat is dus een uitnodiging aan deStaatssecretaris.Dan de Wbso. Ik verwacht dat een aantal collega’s hier ook nog wel ietsover gaan zeggen. Het is een supergoed instrument dat we in onzeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11428 gereedschapskist hebben, en dat moeten we maximaal benutten. De VVDwil innovatie en technologische groei verder aanjagen. Daarom zijn wijblij dat de Wbso wordt uitgebreid en versterkt. De Wbso is dé motor vaninnovatie in Nederland: laagdrempelig, effectief en essentieel voor onsvestigingsklimaat. Eén probleem blijft hardnekkig en vraagt om actie: deverzilveringsproblematiek. Juist de bedrijven die het meest innovatief zijn,start-ups en scale-ups, kunnen hun Wbso-voordeel vaak niet volledigbenutten. Hun loonsom is in de beginfase te laag waardoor een deel vanhet voordeel eenvoudigweg wegvalt. Dat betekent dat de fiscale stimulansverloren gaat op het moment dat ondernemers hem het hardst nodighebben. Dat remt de groei, de innovatie en de ontwikkeling van nieuwtechnologisch talent. Dat moeten we oplossen. De VVD wil dat onder-nemers de Wbso volledig kunnen benutten. Daarom pleiten wij voor eencarry-forwardmogelijkheid of een andere robuuste oplossing, zodat ditvoordeel niet vervalt maar meegaat naar latere jaren, waarmee bedrijvende ruimte wél hebben om te verzilveren. Is de Staatssecretaris bereid omeen carry-forward- of andere verzilveringsoplossing uit te werken,specifiek gericht op start-ups en scale-ups?Voorzitter. Ten slotte noem ik de uitvoering. De VVD vindt het belangrijkdat het Belastingplan niet alleen politiek wenselijk is, maar ookuitvoerbaar is. Ja, het pakket van 2026 is uitvoerbaar, maar laten we eerlijkzijn: een vereenvoudiging is het als geheel niet. De uitvoering staat alenorm onder druk en dit pakket duwt daar verder tegenaan. Met name hetfiscale inzagerecht, de box 3-reparaties en de pseudo-eindheffing vragenforse IV-capaciteit op plekken waar die capaciteit op is. Dat betekent:herprioriteren, schuiven, vertragen. Dat raakt de planning voor grotemoderniseringsslagen, zoals de uitfasering van Cool:Gen. De boodschapis simpel: niet alles kan tegelijk. We zien bovendien dat de keten inkom-mensheffing inmiddels een hele rij aan maatregelen heeft staan voorimplementatie vanaf 2028. De vraag is niet of het vastloopt, maarwanneer. Dat vraagt wat van ons allemaal. We moeten keuzes indammenen echte vereenvoudiging opnieuw als absolute prioriteit neerzetten, wantanders blijft de uitvoering achter de ontwikkelingen aan lopen.Ik noem twee concrete voorbeelden. Ten eerste is dat de digitalisering vande bpm-aangifte. De VVD heeft zich hier altijd hard voor gemaakt. En wathoren we nu? Het wordt niet 2026, maar 1 januari 2028, terwijl de RDWhalverwege ’26 al klaar kan staan. Het is een vertraging die volledig aande kant van de Belastingdienst zit, die het in eigen beheer wil bouwen. Datis absurd. Het laat pijnlijk zien hoe traag en gefragmenteerd we werken alsverschillende bloedgroepen binnen de overheid niet op elkaar aansluiten.Ten tweede: DAC8. Dat is een Europese verplichting, dus implementatiemoet. Maar de uitvoeringstoets is duidelijk: de impact is zeer groot, maarde huidige arbeidsmarkt kan de structurele personele inzet van 126 fte,vooral cryptoanalisten, nauwelijks leveren. Dan hebben we nog niet eenszicht op de uiteindelijke last, omdat de omvang van het cryptobezit, hetfiscale belang en de mate van compliance grote onzekerheden zijn. Nietvoor niets is afgesproken dat de uitvoeringstoets eind ’26 moet wordenherijkt. Dat zegt genoeg.Deze twee voorbeelden illustreren precies het bredere punt. De belasting-uitvoering zit aan de grens van wat mogelijk is. Nieuwe beleidswensenkunnen er simpelweg niet meer bij. De VVD vraagt het kabinet daaromexpliciet: hoe gaat de Staatssecretaris voorkomen dat het pakketBelastingplan 2026 verdere vertraging veroorzaakt in cruciale modernise-ringstrajecten? Welke maatregelen neemt hij om de uitvoering tebeschermen tegen nog meer stapeling? En zet het kabinet echt elkemogelijke stap om de uitvoering te versnellen? Kunnen alle program-meurs werken en hun tijd besteden aan programmeren of lopen zij net alsheel veel andere IT’ers bij de overheid vast in procedures, vergaderingenen andere knellende regels? Graag een reactie van de Staatssecretaris.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11429 Voorzitter, tot slot. Nederland heeft behoefte aan een belastingstelselwaarin werken loont, dat ondernemers stimuleert en dat ons verdienver-mogen versterkt. De VVD kiest voor stabiliteit, uitvoerbaarheid en eensterk economisch fundament. We zullen elke maatregel steunen diedaaraan bijdraagt en we zullen ons krachtig verzetten tegen alles watNederlanders opzadelt met hogere lasten of wat ons vestigingsklimaatondermijnt. Met die inzet gaan we de verdere behandeling van het pakketBelastingplan 2026 in.Dank u wel.De voorzitter:Dank voor de bijdrage, mevrouw Van Eijk. Er is nog een interruptie van deheer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik had nog één vraag aan de VVD. Dit is natuurlijk het eerste debat in eennieuwe fase na de verkiezingen. Ik ben benieuwd wat nou de status is vande coalitie. Voelt de coalitie zich nog gebonden aan alle afspraken, aan dezeven wetten? Ik hoor namelijk tussen de regels door dat de VVD dewetten gaat steunen, maar ik zie ook amendementen uit de coalitievoorbijkomen die die wetten eigenlijk helemaal ondermijnen. Daarom devraag, ook voor de Eerste en Tweede Kamer: wat is op dit moment destatus van de afspraken van de coalitie?Mevrouw Van Eijk (VVD):Dat is een vraag die u in andere debatten had kunnen of had moetenstellen, denk ik. Ik kijk nu naar de behandeling van het Belastingplan. Ikheb aangegeven hoe ik hier in zit en hoe ik deze maatregelen beoordeel.Daar sloot ik, nota bene, ook mee af. Die ga ik beoordelen. Ik wil heelgraag vooruitkijken, net als een meerderheid in deze Kamer, denk ik, enkijken hoe we dit Belastingplan tot een goed einde brengen, zonder daarinal te grote dingen te verschuiven en te verbouwen. Zo kunnen we in allerust bouwen aan een nieuwe coalitie, in welke vorm dan ook. Daar zullenwij op een constructieve manier een bijdrage aan leveren.De voorzitter:Meneer Stultiens heeft een vervolginterruptie.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja. Ik krijg een verwijzing naar een ander debat. Ik weet niet precies welkdebat dat dan is, maar volgens mij is de vraag logisch. We gaan nu metelkaar zeven wetten behandelen. De vraag is gewoon: is de coalitiegecommitteerd aan deze wetten, ja of nee?Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik heb voor mijzelf uitgesproken hoe de VVD-fractie dit Belastingplanbehandelt en hoe wij erin zitten. Ik heb inderdaad in grote lijnen steunuitgesproken voor dit Belastingplan, omdat ik vind dat nu niet hetmoment is om daar hele grote wijzigingen in aan te brengen. Daar waarwe voorstellen kunnen verbeteren, zal ik daarop amendementen indienen.Dat gaat ook afhankelijk zijn van de beantwoording van deze Staatssecre-taris.De voorzitter:Daarmee kunnen we naar de bijdrage van de heer Stultiens, die van planis ons 30 minuten te gaan boeien met zijn bijdrage. Ik kondig alvast aandat ik van plan ben om daarna een halfuur te schorsen voor delunchpauze.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11430 Veel dank. Heel misschien ben ik een paar minuten eerder klaar, want erzijn al hele goede vragen gesteld door de collega’s. Daar kan ik gewoon bijaansluiten.Voorzitter. Fijn dat we vandaag een inhoudelijk debat kunnen voeren metelkaar, en wel over een van de belangrijkste onderwerpen hier in DenHaag: belastingen. Want belastingen bepalen wie in Nederland derekening betaalt voor onze voorzieningen. Belastingen kunnen ervoorzorgen dat ongelijkheid toeneemt of afneemt. En belastingen bepalenmede of wij met elkaar de klimaatdoelen van Parijs wel of niet gaan halen.Dit belangrijke onderwerp verdient daarom een goed debat. Ik zalvandaag mijn inbreng doen in vier blokken. Dat zijn ten eerste devergroening van het belastingstelsel, ten tweede het verkleinen vanongelijkheid, ten derde transparante belastingen en tot slot de aanpak vanbelastingontwijking.Ik begin bij de vergroening van het belastingstelsel. GroenLinks-PvdA wilde aarde in goeie staat doorgeven aan toekomstige generaties: een veiligewereld, met schone lucht, waar kinderen gezond kunnen opgroeien.Daarom is het van groot belang dat we het belastingstelsel verder gaanvergroenen, zodat de negatieve externe effecten worden meegenomen inde prijs en zodat grote vervuilers ook gaan betalen voor hun uitstoot.Helaas doet het kabinet op dit vlak niet genoeg. De afgesproken klimaat-doelen worden bij lange na niet gehaald. Hierdoor staat onze veiligheid ophet spel, met name die van de jongste generaties. Het fiscale klimaat-beleid van dit kabinet is niet alleen onvoldoende, het is ook onvoor-spelbaar, ondoordacht en onsamenhangend. Belastingen worden eerstaangekondigd en dan toch weer ingetrokken. De ene groene knop wordtfors aangedraaid en de andere wordt juist weer op nul gezet. Dit is eenvan de redenen dat het vertrouwen in de politiek laag is, want de mensenthuis, maar ook ondernemers, worden gek van dit onvoorspelbarejojobeleid. Alvast een disclaimer: als ik zeg «de Staatssecretaris», dan hebik het ook over zijn voorgangers, want hij zit er pas net en ik heb hetnatuurlijk over het kabinet als geheel. Het maakt het lastig dat we hier elkjaar een nieuw gezicht zien. Ik kan hem dus persoonlijk weinig verwijten,maar het kabinet in brede zin uiteraard wel. Het is dus niet persoonlijkbedoeld.GroenLinks-PvdA wil voorspelbaar belastingbeleid, waarbij huishoudensen bedrijven weten waar ze aan toe zijn en waarbij bedrijven kunneninvesteren, omdat ze op de langetermijnvisie van de overheid kunnenbouwen. Door de juiste prikkels te geven, kunnen we niet alleen vervuilingontmoedigen, maar ook innovatie aanjagen, net als werkgelegenheid enenergieonafhankelijkheid. We willen daarom een eerlijk belastingstelselwaarbij de duurzame optie ook de goedkopere optie is en waarbij we alsland wel onze internationale afspraken nakomen en de klimaatdoelengaan halen.Voorzitter. Dat brengt me bij het eerste wetsvoorstel: de Wet differentiatievliegbelasting. Dit voorstel is een verbetering ten opzichte van de huidigesituatie, dus mijn fractie zal deze wet steunen, maar het roept wel eenaantal kritische vragen op. D66 zei het al eerder: waarom kiest het kabineter nog steeds niet voor om de externe kosten van vliegen volledig in teprijzen? Als je autorijdt bijvoorbeeld, betaal je wel volledig voor jeuitstoot, met accijns of andere belastingen. Dus automobilisten moetenwel betalen voor hun uitstoot, maar mensen die veel en ver vliegen nogsteeds niet. De externe kosten waren eerst ingeprijsd voor 17%. Dankzijdeze wet wordt dat 21%. De rest van de rekening blijft daarmee liggen bijde samenleving in de vorm van hoge gezondheidskosten, geluidshinder,milieuschade en minder schone lucht.We zien hier – dat gebeurt vaker; dat werd vandaag ook benoemd – dathet kabinet vasthoudt aan een gewenste budgettaire opbrengst in plaatsvan te kijken wat er echt nodig is voor een eerlijke vliegprijs.GroenLinks-PvdA wil vooral de grootste vervuilers meer laten betalen. EnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11431 nee, dat zijn dus niet de families die eens in de zoveel jaar op vakantiegaan naar Griekenland. Dan hebben we het over de echte veelvliegers. InNederland wordt 40% van de vliegreizen gemaakt door 8% van deNederlanders. Waarom kiest het kabinet er niet voor om juist deze groepzwaarder te belasten? Waarom geen hoger tarief voor businessclasspas-sagiers of voor privéjets? We zien namelijk dat het wél kan, ook in landenom ons heen. Er wordt vandaag vaak verwezen naar Europa, en terecht,maar we zien in Frankrijk bijvoorbeeld een tarief van € 1.000 of zelfs€ 2.000 voor zakenvluchten met een straalmotor. Het Verenigd Koninkrijkheft op privéjets een belasting van € 700. Bij ons is dat een paar tientjes.Wat is er nodig om dit in Nederland ook mogelijk te maken?Tot slot op dit punt de transferpassagiers. GroenLinks-PvdA vindt dat ooktransferpassagiers vliegbelasting zouden moeten betalen. Sterker nog,twee jaar geleden vond een Kamermeerderheid dat ook en werd demotie-Bontenbal aangenomen die ertoe opriep om de belastingkortingvoor transfers te schrappen. Waarom is deze motie niet uitgevoerd? Hetkabinet geeft als tegenargument dat het belasten van transferpassagiersde ruimte beperkt om langeafstandsvluchten zwaarder te belasten, maardat is natuurlijk pure Haagse logica. We zouden prima extra opbrengstenkunnen binnenhalen en die zelfs kunnen gebruiken om bijvoorbeeld desector zelf te vergroenen. Dat is allemaal prima, maar het argument dat jegeen transfers kunt belasten vanwege langeafstandsvluchten, is natuurlijkniet waar. De industrie zelf is tegen. Het argument is dat deze mensen alhebben betaald bij vertrek. Maar dat argument staat weer haaks op eenanalyse die we ook vaak horen, namelijk dat andere landen geenvliegbelasting hebben, dat Nederland vooroploopt en te veel doet. Welkevan de twee is het nu? Hebben deze transferpassagiers al wel envoldoende betaald bij vertrek? Of is het nodig om ze extra te belasten? Ikhoor graag van de Staatssecretaris of hij meer kan zeggen over welk deelvan deze grote groep passagiers van transfervluchten al heeft betaald bijvertrek.Het volgende groene wetsvoorstel gaat over de CO2-belasting aan deEuropese grens, ook bekend als CBAM. De wet kan op onze steunrekenen. We sluiten ons wel aan bij de vragen die hier eerder gesteld zijnen bij de kritische opmerking over het delegeren van overheidstaken aaneen commerciële partij. Ook de Raad van State zegt: het past niet bij deministeriële verantwoordelijkheid om een commercieel bedrijf temandateren om te handelen naast de overheid. Dat doet afbreuk aan deherkenbaarheid van de overheid. Als we het goed begrijpen, dan geldtvoor de komende jaren nog steeds dat de Nederlandse Emissieautoriteitdeze taken blijft delegeren of uitbesteden aan PwC. Het gaat volgens mijom 18 fte. Ik zou denken dat die echt wel ergens binnen de overheid tevinden zijn. Wat ons betreft moeten dit soort overheidstaken, zoals hetinnen van belastingen, gewoon bij de overheid blijven liggen en moetendie niet terechtkomen bij een bedrijf dat ook nog eens fiscaal advies geeftin hetzelfde domein. Ik snap heel goed dat ze intern Chinese walls hebben,maar vanwege de schijn van belangenverstrengeling vind ik het beter alsdit soort taken bij de overheid belegd blijven.Dan gaan we door naar de CO2-belasting in eigen huis. D66 heeft ookdaarover deels al gezegd wat ik wilde zeggen. Wij zijn tegen dezeversobering. We zien nu dat het doel dat we met elkaar hebbenafgesproken als Nederlandse industrie onvoldoende gehaald wordt methet huidige Europese systeem. Bovendien zien we ook hier weer eenvoorbeeld van instabiel overheidsbeleid. Ook de Nederlandse Emissieau-toriteit zegt dat voorspelbaarheid juist zo belangrijk is voor bedrijven, ookom investeringen te kunnen plannen. Nu zien we dat groene koplopers dieop deze belasting rekenden worden afgestraft vanwege hun ambitieuzeinzet, terwijl juist de achterblijvers worden beloond. Dit ondermijnt hetvertrouwen in de overheid en ook het draagvlak, terwijl dat hard nodig isvoor klimaatbeleid. Het kabinet zegt nog steeds vast te houden aan deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11432 klimaatdoelen. Er komt zowaar een overlegtafel CO2-heffing. Maar ikvraag me sterk af: hoe ga je deze doelen halen? Want ze werden al nietgehaald, en nu worden ze zelfs nog verder versoberd.Als we het hebben over onvoorspelbaar overheidsbeleid, dan kunnen wede plastic-heffing natuurlijk ook niet onbenoemd laten. Het kabinet hadambitieuze voornemens om te werken aan een circulaire economie,waarbij er een heffing zou komen op plastic, op polymeren. Dit plan ishelaas geschrapt. Het wordt nu vervangen door een hele forse extraheffing op afval. GroenLinks-PvdA wil vooral dat de overheid de circulairedoelen, de klimaatdoelen en de energiedoelen wel gaat halen. En ja, in detoekomst zullen we meer grondstoffen gaan hergebruiken en zal er dusminder afval zijn. Maar we vragen ons af of dit huidige voorstel wel goedin balans is. Klopt het dat de circulaire doelen van het kabinet nog steedsniet worden bereikt? Kan het kabinet onderbouwen hoe deze heffing gaatbijdragen aan het stimuleren van recycling? Want dat is iets wat wevolgens mij allemaal willen.Waarom wordt er niet breder gekeken naar de hele keten dan alleen naarhet laatste station, namelijk de afvalverbrandingsinstallaties? Is het nietbeter voor de economie, maar ook voor het klimaat, om dat meer uit tesmeren over de hele keten? Geert Gabriëls, helaas mijn oud-collega, heefthier een maand geleden een motie over ingediend. Die motie heeft hettoen net niet gehaald; 67 Kamerleden stemden voor. In de nieuweverhoudingen zou die wel op steun moeten kunnen rekenen. Deze motievroeg om te kijken naar een evenredige verdeling over de hele keten,waarbij de klimaatdoelen wel gehaald worden en waarbij we ook kijkennaar de producenten van plastic en naar bedrijven die onnodig plasticstoevoegen. Er wordt daarbij dus niet alleen gekeken naar het eindstation,de afvalheffing.Het laatste groene thema betreft de autobelastingen. Die zijn belangrijkvoor het klimaat en ook voor het tegengaan van de stikstofuitstoot. Ikbegin bij de elektrische auto’s. Het kabinet zegt terecht dat we niet moetenwachten op de Europese Commissie, omdat er anders waardevolle tijdverloren gaat op weg naar het doel van 2030. Maar in de antwoorden inhet verslag zien we dat ook de doelen op dit gebied nog steeds nietgehaald worden. Het kabinet wil dat 100% van de nieuwverkoop in 2030emissievrij is, maar blijft steken op zo’n 83%. Wat gaat het kabinet doenom de eigen doelstelling wel te halen met aanvullend beleid? Waarom iser niet gekozen voor een verbod dat ingaat over een paar jaar in plaatsvan voor deze pseudo-eindheffing? Ook D66 zei het al terecht: op hetgebied van autobelastingen is er sprake van tegenstrijdig beleid. Hetverlagen van de accijnzen zorgt er juist voor dat de klimaatdoelen in desector mobiliteit verder uit het zicht raken. Het resulteert in weer een halvemegaton extra CO2-uitstoot. Bovendien belandt het geld niet bij demensen die het hard nodig hebben, maar juist bij de rijkste huishoudens.Was een meer gerichte maatregel niet meer op z’n plek geweest? Dat zegtook de Raad van State.Voorzitter. De vergroening was het grootste blok. Dan kom ik bij blok twee:het verkleinen van de ongelijkheid. GroenLinks-PvdA staat voor eeneerlijke spreiding van kennis, macht, inkomen, bezit en zeggenschap. Omdit te bereiken is een eerlijk belastingstelsel nodig, waarbij werken echtloont en waarbij inkomen uit werk dus ook niet zwaarder wordt belast daninkomen uit vermogen.Laat ik daarom beginnen met de buffelboete. Hier is bij de FinanciëleBeschouwingen lang over gepraat. Het gaat over mensen die parttimewerken en meer belasting zouden gaan betalen. We hebben het dan onderandere over winkelmedewerkers, schoonmakers en apotheekmede-werkers. Gelukkig was er in de Kamer een meerderheid te vinden om dezebuffelboete ongedaan te maken. Ik dank de Staatssecretaris voor de notavan wijziging. Wel hebben we nog twee kritische kanttekeningen hierbij.De kosten na 2030 bleken hoger uit te vallen dan eerder verwacht. Dat laatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11433 overigens zien waarom een motie beter was dan een amendement, wantwe hebben meer kennis. Daarom dank voor deze informatie. Het kabinetkiest er echter wel voor om deze extra kosten volledig neer te laten slaanbij het tarief in de eerste schijf, terwijl de strekking van de motie juist wasom het gelijkmatig te verdelen met een derde, een derde, een derde. Zouhet niet beter zijn om deze extra tegenvaller ook op die manier te dekken?Bovendien zeiden ambtenaren in de beslismemo terecht dat het hier gaatover een derving na de begrotingshorizon. Had dit ook niet opgelostkunnen worden bij de voorjaarsbesluitvorming of in de formatie?De tweede kritische kanttekening gaat over het structurele probleemachter de buffelboete, want dat is helaas nog steeds niet opgelost. Ook inde toekomst kan het, zodra de lonen harder stijgen dan de prijzen, weergebeuren dat er vanwege de indexatiemanieren een nieuwe buffelboeteontstaat. Hoe gaat de Staatssecretaris dit in de toekomst voorkomen,zodat we dit debat niet elk jaar opnieuw hoeven te voeren?De voorzitter:Dat leidt tot een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Mijn collega Stultiens noemt het weer de «buffelboete». Hij steltinderdaad dat we ieder jaar een probleem hebben als de lonen nietmeestijgen en de tariefgrenzen wel. Maar zijn we niet het paard enormachter de wagen aan het spannen? Nu heeft GroenLinks-PvdA namelijksamen met toen nog NSC deze nota van wijziging afgedwongen. Hiermeewordt de arbeidskorting de facto weer verder opgepompt met 734 miljoenstructureel. Je kunt op heel veel manieren tegen dit probleem aankijken,maar de prijs is wel dat het tarief in de eerste schijf omhooggaat. Zoudenwe in ieder geval dan niet moeten zorgen dat we dat deel dat gedektwordt door het tarief in de eerste schijf terugdraaien? Deze nota vanwijziging is met 734 miljoen structureel namelijk veel groter dan waartoen in de plenaire zaal over gesproken werd. Ik heb hier echt een heelunheimisch gevoel bij, nog los van het feit dat deze regeling door hetverder verhogen van de arbeidskorting discrimineert naar arbeidsonge-schikten en naar kostwinnersgezinnen, die de arbeidskorting niet krijgen.Het maakt voltijds werken bovendien nog onaantrekkelijker dan het nu alis met deze arbeidskorting met het afbouwpad. Ik ben dus niet tevredenmet deze uitkomst. Voelt de heer Stultiens dat met mij mee? Is hij bereidom met mij te zoeken naar een oplossing?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dat waren meerdere punten. Voor een behoorlijk deel ga ik erin mee.Allereerst ga ik mee in de analyse van de arbeidskorting; die is doorge-slagen. Dat zit wel vooral bij dat tweede en derde punt, want daar is dekorting echt duizenden euro’s per jaar. Bij deze groep is het bedrag echtereen stuk lager. Ik deel de analyse van de heer Grinwis dus dat je zekerverderop in de arbeidskorting zou moeten kijken of het minder kan. Ik staopen voor opties. Het was destijds wel een compromis met meerderepartijen, want we moesten een meerderheid vinden. Ik heb suggesties vande heer Grinwis gelezen waar ik het persoonlijk prima mee eens ben,maar die hadden destijds geen meerderheid gehaald. Als hij nu ietscreatiefs vindt waar steun voor is, dan denk ik graag mee. Ik deeloverigens ook zijn overkoepelende punt, maar dat zal toch in de formatiemoeten gebeuren met een stelselwijziging en -herziening die breder isdan alleen maar pleisters plakken. Dat deden we natuurlijk wel bij de AFB.Als het gaat over de eerste schijf, sta ik zeer open voor alles waarbij we delasten voor de eerste schijf terugdraaien. Ik hoop wel dat we dan meerpartijen aan boord krijgen die dat willen steunen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11434 Vervolgt u uw betoog.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Dan kom ik bij inkomen uit vermogen. Op dit moment wordt inkomen uitvermogen niet op een eerlijke manier belast. Mensen die weinigrendement maken, betalen een te hoge forfaitaire belasting en mensendie veel rendement maken, betalen een te lage forfaitaire belasting. Detegenbewijsregeling heeft dit voor een deel opgelost, maar het tweedeprobleem bestaat nog, want die laatste groep heeft er nog steeds profijtvan. Daarom is het goed dat we met elkaar de nieuwe box 3-wet gaanbehandelen, hopelijk voor de kerst. Toch worden er deze week al een paarkeuzes gemaakt binnen box 3.Ten eerste is dat het verlagen van het heffingsvrije vermogen. Ik sluit meaan bij het punt van D66, want ik had er ook niet voor gekozen om juist degroep van de kleine spaarders te raken. Bovendien gaat het nu om300.000 extra belastingplichtigen. Dan zou ik zeggen: probeer dat op eenandere manier op te lossen binnen het domein. Ja, de optie van het tariefzou kunnen. De heer Grinwis noemde andere opties, die ik ook primavind. Opties in de categorie van een eigenwoningforfait voor de hoogstetop of de wet-Hillen zijn voor mij allemaal bespreekbaar, maar laten we dekleine spaarder niet belasten en laten we het binnen het domeinvermogen houden.Dan wordt er binnen box 3 een ontwijkingsroute gedicht. Die gaat over deobligatie met aangegroeide rente. Het is goed dat de Staatssecretaris zosnel heeft gehandeld, anders zouden we toch weer 100 miljoen euromislopen met elkaar. De vraag blijft wel of de Staatssecretaris en wij alsKamer deze route een paar maanden terug niet hadden kunnen voorzien,toen we de wet behandelden. En – daarom stel ik de vraag nu – zijn er nogmeer onvoorziene routes die we zo snel mogelijk moeten dichten? Ik wilnamelijk voorkomen dat we over een paar maanden weer denken: oeh,we hebben het laten lopen en ze hebben weer een slimme truc bedachtwaarmee ze voor veel geld handig kunnen shoppen in de regels die wemet elkaar hebben bedacht. De Staatssecretaris heeft meer ondersteuningdan wij als fracties. Ik hoop dus dat hij zijn ondersteuning nog eens heeftgevraagd om grondig te kijken of er nog routes zijn die wij hebben gemisten of die zo snel mogelijk gedicht kunnen worden.Tot slot noem ik bij dit punt de aangenomen motie van onszelf en D66. Diemotie vroeg eigenlijk om die grote herverdeling van werkende mensennaar vermogenden te herstellen. Dat ging over de hersteloperatie inbox 3. Het gaat om vele miljarden. Die hersteloperatie is voor een deelbetaald uit de staatsschuld en voor een deel uit de koopkracht en dat vindik onwenselijk, vandaar dat we die motie hebben ingediend. Die motieheeft het gehaald, alleen voert de Staatssecretaris die nu uit met deboodschap: we gaan deze herverdeling niet nog erger maken. De nieuwederving wordt nu dus gedekt binnen box 3 en dat is een goede eerstestap, maar wij vroegen de Staatssecretaris juist om de compensatie vande andere miljarden ook terug te draaien. Ik hoor graag welke optie hijdaarvoor ziet.Het punt over groen beleggen is al gemaakt door mijn collega en daarsluit ik me bij aan.Dan kom ik bij het derde blokje, over transparante belastingen. Voordraagvlak en vertrouwen in de overheid is transparantie van groot belang.Dat betekent: weten waarom je een bepaalde belasting moet betalen enweten dat andere mensen en bedrijven ook eerlijk hun steentje bijdragen.Daarom begin ik bij het fiscaal inzagerecht. Het doel van het amendement-Omtzigt was om elke burger het recht te geven op inzage in zijn eigenfiscale dossier. Ter bescherming van deze burger voorzag hetamendement in de mogelijkheid om bezwaar en beroep aan te tekenentegen een beslissing van de Belastingdienst als je het gevoel hebt dat erbepaalde informatie achtergehouden wordt of niet gegeven wordt. PreciesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11435 dat kernpunt wordt met deze wet ongedaan gemaakt en dat vind ikzorgelijk, want dit was juist de kern van het amendement. En ja, mijnfractie hecht zeer veel waarde aan de uitvoerbaarheid voor de Belasting-dienst en snapt dus goed dat daarnaar gekeken moet worden, maar ikhoor ook graag van de Staatssecretaris of hij met ons deelt dat hetprincipe dat een belastingplichtige bezwaar moet kunnen maken, ook vancruciaal belang is voor de rechtsbescherming. Zo ja, is er dan eenuitvoerbare variant denkbaar waarin we bezwaar en beroep wel mogelijkmaken, maar zonder dat dit ten koste gaat van onnodig veel fte’s enzonder dat we weer een nieuw circus optuigen, waar weer bedrijfjes opspringen die eraan willen verdienen? Dat moeten we niet hebben, maar ikvind het wel belangrijk om die rechtsbescherming van mensen tewaarborgen. We hebben in het verleden immers ook gezien dat het eenaantal keren is misgegaan.Dan de motie over verhuld vermogen in het buitenland. Die gaat ook overtransparantie. We vroegen daarin om meer inzicht in het vermogen dat inhet buitenland is verstopt. Dat was naar aanleiding van een wetenschap-pelijk artikel uit Denemarken, waarin wetenschappers eigenlijk deaanname deden dat ook zo’n 18 tot 44 miljard euro van het Nederlandsevermogen in het buitenland is verstopt. De vraag in die motie waseigenlijk of wij zelf kunnen kijken wat onze data zeggen. Wat zegt deBelastingdienst nou? Helaas is deze motie nog niet uitgevoerd. DeStaatssecretaris verwijst namelijk opnieuw naar het artikel dat we alhadden, maar dat is gebaseerd op Deense bankgegevens. Ik wil graagweten wat we zelf kunnen vinden. Volgens mij vinden we het allemaal,van links tot rechts, onwenselijk als belasting wordt ontdoken. Kan er dus,desnoods vertrouwelijk, meer inzicht in gegeven worden of het deafgelopen jaren is gelukt om deze groepen op te sporen met het teamverhuld vermogen? Is er meer mogelijk dan we nu weten?Dan de fiscale regelingen. Ik sluit me aan – en dat gebeurt niet vaak – bijde woorden van de PVV. «Goed voorbeeld doet volgen», hoor ik hier aanmijn rechteroor van de heer Vlottes. Er was namelijk een doelstellingafgesproken en die wordt niet gehaald. De rekening wordt weerneergelegd bij de gewone mensen thuis, terwijl er zo veel rapporten enmogelijkheden liggen om deze fiscale regelingen af te bouwen. Dan valthet mij vies tegen dat het niet gelukt is. Ik heb niet de illusie dat hetvandaag wel gaat lukken. Ik roep de volgende coalitie, na de formatie, opom op dit punt wat meer politiek lef en politieke daadkracht te tonen.Eén manier om deze fiscale regeling af te bouwen, is het toevoegen vaneen horizonbepaling, waardoor die automatisch afloopt tenzij je ervoorkiest om hem te verlengen. Drie jaar geleden stemde de Kamer voor onzemotie om dit te regelen, ook bij fiscale regelingen die al bestaan. Dezemotie is helaas nog steeds niet uitgevoerd, terwijl het verzoek heelduidelijk was om ook in bestaande regelingen een horizonbepaling toe tevoegen. Ik roep deze Staatssecretaris, en daarmee ook zijn voorgangersen zijn opvolgers, op om werk te maken van deze motie. Het is vancruciaal belang dat ook de bestaande regelingen een horizonbepalingkrijgen.Tot slot dan één fiscale regeling die voor een klein deel wel wordtversoberd: de ETK-regeling. Het kabinet stelt terecht dat er op dit momenttussen Nederlandse werknemers en arbeidsmigranten geen eerlijkspeelveld is. Daarom wordt hij versoberd. De vraag aan het kabinet blijftwel wat de onderbouwing is om die overgebleven posten binnen deETK-regeling te laten bestaan.Voorzitter. Dan mijn laatste blok voordat we gaan lunchen met elkaar: deaanpak van belastingontwijking. Naast transparantie bij belasting is hetvan groot belang dat iedereen zijn steentje bijdraagt. We kunnen namelijkaan gewone mensen thuis of aan de mkb’er om de hoek niet uitleggen datzij wel netjes belasting betalen, terwijl ontwijkers allemaal sluiprouteshebben om geen belasting te betalen. Dat brengt me als eerste bij de WetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11436 minimumbelasting en bij de gegevensuitwisseling, want ja, de besteaanpak van belastingontwijking is een internationale aanpak. Dan weet jezeker dat de trucs niet gewoon via het buitenland alsnog wordentoegepast. We zijn daarom als GroenLinks-PvdA groot voorstander van deinternationale minimumbelasting, om ervoor te zorgen dat ook demultinationals hun eerlijke steentje bijdragen.Kan de Staatssecretaris al meer inzicht geven in de effectiviteit van dezeminimumbelasting? Hebben alle EU-lidstaten deze richtlijn inmiddelsgeïmplementeerd? Zien we al gedragseffecten? Zien we al extraopbrengsten van deze belasting? De wetten die vandaag voorliggen,kunnen op onze steun rekenen, want er wordt voor een deel onnodigeadministratie teruggebracht. Dat is natuurlijk prima, zolang het niet tenkoste gaat van daadwerkelijke belastingafdracht. Daarom nog één vraagbij deze wet. Het kabinet verwacht ook afspraken te maken met niet-EU-landen. Welke landen zijn dit? Hoe gaat het kabinet ermee om als deinformatiehuishouding in deze landen van een lagere kwaliteit is dan inNederland?Dan het lucratief belang. Daar is al veel over gezegd door de collega’s. Wijvinden het goed dat er na de moties nu een stap wordt gezet. We haddenoorspronkelijk liever gehad dat het volledig in box 1 zou komen, maar datwas niet uitvoerbaar op deze termijn. Daarom is er gekozen voor demultiplierroute. We hopen wel dat deze regeling integraal wordt meege-nomen bij de herziening en de brede hervorming van de inkomstenbe-lasting. Ik sluit me aan bij de vraag van D66 over de routes om dit teontwijken, want die worden nu al gesignaleerd. Wat gaat het kabinet doenom deze nieuwe structuren op te sporen en zo snel mogelijk te dichten?Dan de liquidatieverliesregeling. Ik ga gewoon ongeveer alle belastingenaf die er bestaan. Eerder dit jaar is er een lek ontstaan door een uitspraakvan de Hoge Raad. Die ging over Aegon. Aegon kon verliezen inNederland aftrekken die ook in Ierland aftrekbaar waren. Dat was dus eendubbele aftrek van hetzelfde verlies. Volgens mij vinden we dat in bredezin onwenselijk. De vraag is of dit heffingslek inmiddels gedicht is. Zo niet,waarom niet? Het lijkt mij namelijk logisch dat een bedrijf zijn verliezen inNederland óf in Ierland kan aftrekken, maar niet in beide landen. Weoverwegen hierover zelf een amendement in te dienen, maar het zou nogbeter zijn als het kabinet dit zelf oplost. We lezen in het verslag dat dedekking van het gat wordt gevonden op een andere manier, namelijk viade valutarisico’s. Het ging over 840 miljoen euro eenmalig en 65 miljoenjaarlijks. Welk deel van deze dekking is nu echt gevonden binnen hetzelfdedomein vermogen en winst? En welk deel nog niet?Dan kom ik bij de volgende belasting, de erfbelasting, en dan vooral deroute schenken op papier. Het CDA heeft hier ook vragen over gesteld. Viaschenken op papier kun je op papier jarenlang geld geven aan je kind,waardoor dat kind na overlijden minder erfbelasting hoeft te betalen.Deelt het kabinet de opvatting van GroenLinks-PvdA dat deze route, indiendit louter vanuit fiscale redenen is gebeurd, onwenselijk is? En is hetkabinet bereid om opties in kaart te brengen hoe deze constructieaangepakt zou kunnen worden? Dat hoeft niet binnen twee dagen, hetmag ook langer duren, maar wel graag op een volledige manier. Volgensmij zouden we dit niet moeten willen met elkaar.Dan over de grondslag leenstructuur in de EIA en de MIA. Waarom laathet kabinet de aanpak van deze route eigenlijk liggen? Vorig jaar was hetkabinet het nog met ons eens dat hier sprake was van een ongewenstevorm van belastingontwijking. Dit zou een mooie dekking kunnen zijnvoor een van de vele amendementen die vandaag al worden aange-kondigd.Dan kom ik bij de laatste belasting in het blokje belastingontwijking, dat isde dividendbelasting. De afgelopen tijd hebben we weer over veelconstructies kunnen lezen in de kranten, vorige week bijvoorbeeld nogvanuit Magnum. De komende jaren kan Magnum jarenlang belastingvrijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11437 kapitaal teruggeven in plaats van belastbaar dividend. Afgelopen jaarhebben we ook al meer constructies voorbij zien komen van Shell enHeineken. Deze constructies worden eigenlijk steeds creatiever en, in mijnogen, ook brutaler. De rijkste vrouw van Nederland krijgt het bijvoorbeeldvoor elkaar om via Luxemburg en de Kanaaleilanden minder belasting tehoeven betalen. Als wij als wetgever vervolgens zeggen dat we eenbronbelasting en een zwarte lijst van belastingparadijzen maken, komt er– hop! – weer een nieuwe truc voorbij. Hierdoor kan er elk jaar 130 miljoeneuro onbelast worden uitgekeerd in plaats van dividend. Dit kan dekomende decennia nog. We zien nu hetzelfde gebeuren bij Magnum. Ookde komende jaren wordt er kapitaal gegeven aan beleggers, waarvan jezou kunnen beargumenteren dat deze beleggers dit geld nooit zelf hebbengestort. Professor Heithuis zegt dat ook. Er is geen sprake van eenteruggave; het is gewoon winst die wordt uitgekeerd, maar dan onbelast.We hebben het hier niet over een echte bijdrage aan de economie of overhet teruggeven van geld. Het gaat gewoon over winstuitkeringen diebelast zouden moeten worden via de dividendbelasting, terwijl die nuontweken wordt. Mijn vraag aan de Staatssecretaris en ook aan mijncollega’s hier is hoelang wij dit als wetgever nog blijven toestaan.Wanneer gaan we hier iets aan doen? Waarom zouden we niet verplichtendat je eerst belast je winst moet uitkeren, voordat je onbelast kapitaal kuntteruggeven? Waarom hanteert Nederland als een van de weinige landennog steeds een step-up als bedrijven hiernaartoe komen, waardoor zeover alle winsten die hiervoor zijn opgebouwd geen belasting betalen?Kan de Staatssecretaris heel precies in beeld brengen welke anderelanden ook zo’n step-up hebben in de dividendbelasting?Tot slot binnen het onderwerp dividendbelasting kom ik op de inkoop vaneigen aandelen. Dat is ook zo’n truc die wordt gebruikt om dividendbe-lasting te ontwijken. We lazen een paar weken geleden in het FD een goedbetoog van hoogleraar Kees Cools, die inderdaad aangaf dat Nederland indezen een buitenbeentje is. Dit kabinet heeft er helaas voor gekozen omdeze belastingvrije route in stand te houden. Ik verwacht niet dat we hetvandaag eens gaan worden over dit onderwerp, maar ik hoop wel dat wein elk geval dezelfde basis van informatie hebben. We zien nu namelijkveel verschillende signalen. De een zegt dat het 1 miljard per jaar kost ende ander zegt 2 miljard. Ook al verschillen we van mening, het helpt welals we dezelfde basis, dezelfde raming, hebben om te beoordelen of wedit in stand willen houden of niet.Daarom stel ik een paar feitelijke vragen. Klopt het dat de aandeleninkoopsinds 2000 met een factor vijf is toegenomen, van zo’n 5 miljard naar25 miljard, terwijl de dividendbetalingen zijn verdubbeld? Kan deStaatssecretaris deze cijfers bevestigen en met ons delen? Hoe verhoudtdit zich tot de rest van Europa? Klopt het dat deze inkoop tot 2001 welwerd belast, maar dat dit daarna is afgeschaft? Wat doen de landen omons heen nou precies? We krijgen signalen dat de VS sinds twee jaarbijvoorbeeld een belasting hebben ingevoerd. Ook Frankrijk en Italiëhebben dit jaar een speciale belasting op aandeleninkoop ingevoerd.Misschien is deze vraag te complex om binnen een week te beant-woorden. Het mag langer duren, want een antwoord op deze vraag zouhelpen om een beter beeld te krijgen van wat de rest van Europa doet omvervolgens politiek te wegen wat wij in Nederland zouden moeten doen.Ik hoor het graag.Ik heb nog één zin; daarna ben ik klaar met mijn betoog. Het kabinet gaatuit van 1 miljard. SOMO zegt het dubbele. Ik zou willen vragen of deStaatssecretaris bij de Belastingdienst kan uitvragen welke informatie wehebben om een beter beeld te krijgen van hoeveel dividendteruggaven erzijn, hoeveel aandelen er worden ingekocht en hoeveel geld wij per jaarnou echt mislopen als overheid.Tot slot, voorzitter. Ik kijk uit naar de beantwoording van deze vragen, naarde rest van het debat en naar de interruptie van mevrouw Van Eijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11438 De voorzitter:Dank, meneer Stultiens. En inderdaad, er is een interruptie van mevrouwVan Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik heb er twee. Over de liquidatieverliesregeling hebben wij zelf ook eenaantal vragen gesteld in het verslag, omdat ik er erg voorstander van zouzijn om te kijken hoe je dat in de wet zelf kan repareren. Misschien kan deheer Stultiens op dat punt een tipje van de sluier oplichten.Over de inkoop van eigen aandelen vraagt hij feitelijke informatie op. Datis natuurlijk prima, maar ik zou zelf ook heel erg geïnteresseerd zijn in deargumenten en de bedrijfseconomische redenen waarom bedrijven somsvoor deze route kiezen. Wellicht zou de heer Stultiens – dat is eensuggestie – dat aan zijn lijstje met vragen kunnen toevoegen.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Wat een constructief debat wordt dit. Ik voeg deze vragen toe aan hetlijstje vragen en daarmee ook aan de huiswerkopdracht voor de Staatsse-cretaris. Ik vind het inderdaad relevant om te weten wat de economischeonderbouwingen zijn. Wij denken dat die soms beperkt zijn, maar goed,laten we dat inderdaad opvragen.Dan de liquidatieverliesregeling. Ja, het zou nog mooier zijn als dedekking wordt gevonden binnen de wet zelf. Wij denken – maar nogmaals,ik heb minder ondersteuning dan de Staatssecretaris – dat je zou moetenkunnen zeggen: we gaan verbieden dat je verliezen hier aftrekt als ze al ineen ander land afgetrokken worden. We willen dus geen dubbele aftrek.Dat klinkt eigenlijk heel logisch, maar daarvoor zetten we wel de vraag uit:is dit juridisch houdbaar? We willen hier namelijk, en volgens mij delenwe dat, geen dingen voorstellen waarvoor we een jaar later weer wordenteruggefloten door de rechter. Dan zijn we verder van huis. Maar ja, ikdeel wel de wens: gaten in deze belasting zou je vervolgens het liefst ookweer dichten binnen de liquidatieverliesregeling zelf.De voorzitter:Zo leidt dit debat tot hele onverwachte samenwerkingen. We zijn hiermeegekomen aan het einde van de bijdrage van de heer Stultiens. Zoalsbeloofd gaan we schorsen voor de lunch. Ik wil schorsen tot 14.00 uur,afgerond. Dan vervolgen we het debat. Ik schors deze vergadering.De vergadering wordt van 13.24 uur tot 14.01 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen deze vergadering. We hebben, na de schorsing van devergadering, nog de bijdrages van mevrouw Van Dijk, de heer Hoogeveen,de heer Baudet, de heer Vermeer, de heer Stoffer en de heer Grinwistegoed. De heer Stoffer komt er nog aan. Van de heer Baudet hebben wenog niets gehoord, maar hij staat voorlopig nog wel op de sprekerslijst.We gaan nu eerst 30 minuten luisteren naar de bijdrage van mevrouwVan Dijk van het CDA.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Mooi, die druk op die 30 minuten.Voorzitter. Vandaag gaan we het, nadat we er even tussenuit zijn geweestvanwege de verkiezingen, in een nieuwe samenstelling weer hebben overhet pakket Belastingplan. Natuurlijk een hartelijk welkom aan mijn nieuwecollega’s in deze commissie, maar zeker ook aan de al bekende leden. Fijnom weer verder te gaan met de inhoud.Het pakket Belastingplan zal een relatief beleidsarm pakket moeten zijnvanwege de demissionaire status van het kabinet. Het is zeker kleiner danvorige pakketten, maar beleidsarm vind ik het dan weer niet. Ik hebTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11439 behoorlijk wat vragen, ook na de beantwoording van onze schriftelijk algestelde vragen. Ook heb ik nog vraagtekens bij het gebrek aan consis-tentie tussen verschillende antwoorden. Daarnaast vergroot het Belas-tingplan de administratieve regeldruk voor ondernemers en vergroot hetde complexiteit in de uitvoering, verhoogt het de kosten en zorgt het voorweer meer fte’s die nodig zijn bij de Belastingdienst. De ambities vanminder regels, minder complexiteit en een kleinere overheid raken weerverder uit zicht.Voorzitter. Dat gezegd hebbende zal ik onze punten in de volgorde van hetpakket Belastingplan inbrengen. Ik wil beginnen met de onderwerpen uithet Belastingplan die het inkomensbeleid raken. In eerste instantie kwamhet trucje van het nog verder oppompen van de arbeidskorting weer vanstal, specifiek om werkenden te bevoordelen ten koste van generiekeib-schijftarieven. Klopt het dat deze verhoging met de nota van wijziginghelemaal is teruggedraaid, terwijl de tarieven nog verder verhoogdworden, omdat aan de oplossing voor de buffelboete een prijskaartje van600 miljoen hing? Klopt het dus dat er geen hogere arbeidskorting is,maar wel een verdere verhoging van de ib-tarieven?Toch wil ik nog even ingaan op de arbeidskorting. Aan zijn antwoord heeftde Staatssecretaris namelijk een overzicht toegevoegd van hoe dezekorting in de afgelopen 25 jaar gestegen is: van € 920 tot € 5.600,waarvan circa € 1.400 vanwege indexatie, maar zo’n € 3.300 beleids-matig. Nu zijn wij zeker niet tegen het stimuleren van arbeid, integendeel.We hebben alleen wel moeite met de manier waarop de huidige arbeids-korting steeds verder van haar doel verwijderd raakt naarmate deze hogerwordt. Want bij een stijgend inkomen wordt de arbeidskorting lager, watmeer werken juist niet stimuleert. Is de Staatssecretaris bekend met deevaluatie van de heffingskortingen? Deelt hij de bevinding dat dearbeidskorting niet langer doelmatig is als instrument voor meerarbeidsparticipatie? En deelt hij de bevinding dat we daarom kritisch naarde vormgeving moeten kijken, voordat we besluiten zo’n korting nogverder op te pompen?Ik ben ook benieuwd hoe deze Staatssecretaris kijkt naar ons voorstel omover te gaan naar een arbeidskorting op basis van het aantal uren datiemand werkt. Zo is niet de hoogte van je salaris bepalend voor wat deoverheid je teruggeeft, maar de omvang van je dienstverband. Wantwaarom krijgt een ICT’er die 20 uur werkt net zo veel arbeidskorting alseen verpleegkundige die 36 uur werkt? Dat is puur en alleen omdat ze methet aantal gewerkte uren hetzelfde salaris verdienen. Daar komt bij datdegene die 20 uur werkt, ook tijd overhoudt voor andere dingen. Diegenekan bijvoorbeeld besparen op kosten als kinderopvang. Ik weet natuurlijkheel goed dat overstappen naar een dergelijk systeem de complexiteitvergroot en dat de randvoorwaarden hiervoor goed moeten wordenuitgewerkt en doordacht. Maar is de Staatssecretaris het met ons eens datwe prikkels in een nieuw systeem veel doelmatiger moeten gaan inrichtenen dat dit weleens een goede denkrichting zou kunnen zijn?Voorzitter. Weer terug naar het inkomensbeleid. Want wat ook van invloedis op het inkomen van mensen, is het niet realiseren van de stelpost voorfiscale regelingen en constructies. Hierdoor worden de gederfdeinkomsten in dit Belastingplan opgevangen in de ib en de loonbelasting.Waarom is er niet meer inzet op de fiscale regelingen? Had deze generiekeverhoging van belastingen over het inkomen van alle Nederlanders echtniet voorkomen kunnen worden? Welke alternatieve dekkingsbronnenheeft de Staatssecretaris wél overwogen?Voorzitter. Ik ga verder met de losse maatregelen uit het Belastingplan, tebeginnen bij de verduidelijking van de fietsregeling. Het lijkt een kleinemaatregel, maar het is er wel een waardoor bij mij weer de uitvoerings-en handhavingsjeuk naar bovenkomt. Want hoe ga je controleren of eenbedrijfsfiets wel of niet meer dan 10% bij het woon- of verblijfadres wordtgestald? Dit is toch een wassen neus? Dit leidt vooral tot meer administra-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11440 tieve regeldruk bij zowel ondernemers als bij de Belastingdienst. Kun je decontrole tot een bepaald aantal fietsen niet gewoon loslaten? Dus bij eenx-aantal medewerkers mag je een x-aantal deelfietsen belastingvrijhebben, punt. Daarboven moet je gewoon betalen. Graag krijg ik eenreflectie van de Staatssecretaris.Voorzitter. De maatregel lucratief belang. Lees ik goed dat het voorsteltechnisch, zonder IV-ondersteuning, in te voeren is per 1 januari 2026,maar dat voor de handhaving door de Belastingdienst wél IV-onder-steuning nodig is en die dus niet voor 1 januari 2029 te realiseren is?Daarom is de maatregel tot 2029 arbeidsintensief en fraudegevoelig. Weleggen daarmee al een claim op toekomstige IV-capaciteit, terwijl we diewellicht effectiever zouden kunnen inzetten om misbruik te voorkomen.Zeker als ik lees dat het een en ander samenhangt met het nieuwebox 3-stelsel en er een rechtszaak loopt over een heffing over eenverkregen voordeel in relatie tot lucratief belang in box 1, vraag ik me echtaf wat we nu aan het doen zijn.Daarbovenop komt nog een ander onwenselijk aspect. De maatregel heeftnamelijk een veel breder negatief effect. Dat betreft snelgroeiendebedrijven, mkb-investeerders en de aangekondigde maatregel vooraandelenopties in start-ups en scale-ups. Hun participaties wordenimmers ook vaak via lucratief belang vormgegeven. Het is wat ons betreftnou juist niet de bedoeling om hen zo te raken. Kan de Staatssecretarisaangeven of we het risico lopen dat we hier met een kanon op een mugschieten? Wordt dit voorstel in relatie tot de plannen voor de aandelen-opties in start-ups en scale-ups straks geen onwerkbaar gedrocht? Ook wijwillen misbruik aanpakken, maar gaat dit middel dat doel effectiefbereiken? Of zou deze wens voor een effectieve aanpak op het lijstje vanvernieuwing van het stelsel moeten landen, gezien de lopende discussiesen risico’s?Zoals ik net al noemde, is de opbrengst ingezet als «lang voor kort» voorde accijnsverlaging. Het gaat om een onuitvoerbare maatregel omdekking te zoeken voor een eenmalige uitgave, terwijl we weten dat wedeze 45 miljoen per jaar waarschijnlijk nooit gaan ophalen. Kan deStaatssecretaris hier verder op ingaan?Dan de aanpassingen op een van onze hoofdpijndossiers: box 3. De PVVzei het zo mooi: geen fiscaal debat zonder box 3. Het gaat om een flinkeverhoging van het forfait, met 1,78 procentpunt, en een verlaging van hetheffingsvrije vermogen. De reden is puur dekking. Ook de argumentatierondom een kostenaftrek rommelt. In de beantwoording geeft deStaatssecretaris een ontwijkend antwoord op mijn vraag hoe hij eerderepassages in onze wetsgeschiedenis beoordeelt, namelijk dat er wordt«aangenomen dat huuropbrengsten en kosten van bezit per saldo tegenelkaar wegvallen». Kan hij nogmaals ingaan op de vraag waarom volgenshem alleen huuropbrengsten in het forfait zullen worden meegenomen endaarbij niet alleen maar verwijzen naar de HR-uitspraak?Laten we het even over de gevolgen in de praktijk hebben. We vroegen inonze schriftelijke inbreng naar de impact van de maatregelen in box 3 opde huurmarkt. In hoeverre wordt verwacht dat de komende twee jaar hethuuraanbod verder krimpt? Kan het kabinet een gezamenlijke analysevanuit de fiscaliteit en de woningmarkt geven? Er is inmiddels eenSEO-rapport uitgekomen over het investeringsklimaat voor de huurmarkt,waar alleen een hele korte beschrijving van particuliere verhuurders instaat. Die vallen eigenlijk buiten de reikwijdte van het rapport. Zelfs diekorte beschrijving laat zien dat er in 2026 en 2027 een negatief exploitatie-saldo overblijft voor particuliere verhuurders, omdat de ongerealiseerdewaardestijging van de woning in de tegenbewijsregeling wordt meege-nomen. De voorgestelde verhoging van het al hoge forfait voor overigebezittingen zal dus zorgen voor een forse stijging van de lastendruk voorparticuliere vastgoedbeleggers, waarvoor de tegenbewijsregeling geenuitkomst biedt. Klopt het dat de Staatssecretaris dit probleem ook erkent?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11441 In de beantwoording schrijft hij namelijk dat verhuurders pas geholpenzijn als de Wet werkelijk rendement box 3 ingevoerd wordt. Vindt hij ditecht acceptabel?De verwachting is dat het aantal tegenbewijzen met 40% zal toenemen alsgevolg van het verhogen van het forfait op overige bezittingen. Kan deStaatssecretaris ingaan op de gevolgen voor de mogelijkheid om eennieuw stelsel per 2028 in te voeren? En, zo niet, hoe kunnen we dan nogtijdig bijsturen, nu de herijking van de Wet tegenbewijsregeling box 3 pasin de eerste helft van 2026 naar de Kamer wordt gestuurd? Zit hierinvolgens de Staatssecretaris een risico? Kan de Staatssecretaris onsgaranderen dat de mogelijke inwerkingtreding van de Wet werkelijkrendement box 3 niet verder naar achter schuift vanwege de hoeveelheidextra beroep op de tegenbewijsregeling? Als het volgend jaar wel zo blijktte zijn, hadden we hier nu een andere discussie gehad over maatregelenom de heffing eventueel te verzachten.Hoe beoordeelt de Staatssecretaris de conclusie van de AlgemeneRekenkamer dat de gebudgetteerde tegenvaller voor het rechtsherstelsignificant veel te hoog is? Het gaat om 3 miljard in plaats van degeraamde 6 miljard. Heeft het geen invloed op de ramingen van dederving voor de komende twee jaar, die in realiteit waarschijnlijk veellager uitvalt? Is zo’n grote verhoging van het forfait dan eigenlijk welnodig? Is de Staatssecretaris bereid om voor het volgende WGO, of inieder geval voor het plenaire debat, de Kamer te informeren over deraming in relatie tot de reeds ingediende «opgaaf werkelijk rendement»-formulieren en wat daadwerkelijk wordt terugbetaald, zodat wij eenactuele stand van zaken hebben als het gaat om wat nu daadwerkelijk detegenvaller is? We zouden graag willen weten hoeveel tegenbewijsformu-lieren zijn ingediend, hoeveel dit afwijkt van de eerdere inschatting opbasis waarvan de Belastingdienst de derving heeft begroot per jaarwaarop het betrekking heeft, en een opgaaf willen hebben van de terug tebetalen belasting op basis van de ingediende formulieren per jaar waarhet betrekking op heeft.Het argument van de Staatssecretaris is overigens dat door de verhogingvan het forfait budget wordt opgebracht voor belastingplichtigen methogere rendementen. Maar hoe kan hij dan verantwoorden dat aan deandere kant het heffingsvrije vermogen stevig wordt verlaagd? Netjessparen voor een eigen huis ga je bijvoorbeeld zwaarder belasten. Datvinden wij wrang. Ik gooi ’m er toch maar even in: daarom blijven wijpleiten voor een bouwspaarproduct, waardoor het juist fiscaal gestimu-leerd wordt om voor bepaalde doelen te sparen. Hoe kijkt de Staatssecre-taris daarnaar? Hierin is ook het onderzoek van de ING interessant dataantoont dat sparen voor een doel het meeste effect blijkt te hebben.Voorzitter. Dan het akkoord Gezond naar het pensioen.De voorzitter:Voordat u daaraan begint, is er eerst een interruptie van mevrouw VanEijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Mevrouw Inge van Dijk stelt heel veel vragen over box 3, en terecht. Datzijn vragen die wij ook allemaal hebben. Ik hoor tussen de regels door datzij er iets aan zou willen veranderen. Mijn vraag is of zij met een concreetvoorstel gaat komen om de voorgenomen verhoging van het forfait tematigen of terug te draaien. Hetzelfde geldt voor het heffingsvrijevermogen. Zo ja, hoe denkt zij dat dan te gaan dekken?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank voor de vraag. Ik hoorde bij verschillende collega’s natuurlijk ook alhet debat hierover. Er liggen volgens mij inmiddels een aantal voorstellenof denkwijzen over hoe hiermee om te gaan. Wij worstelen natuurlijk metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11442 hetzelfde als alle andere partijen hier. Het is een flink gat. Hoe ga je datdekken? Kan dat bijvoorbeeld met het voorstel dat de collega van de VVDvoorstelt? Of is wat de ChristenUnie opwerpt een idee? Wij zullen al dievoorstellen serieus bekijken, maar wij willen ook een serieus antwoord ophoe hoog die raming nu daadwerkelijk is. Als we daar echt serieus eendiscussie over zouden kunnen voeren, moeten we dat wel doen, want hetmaakt de dekkingsopgave wel een stuk kleiner. Dan praten we ook alergens anders over.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik heb een aanvullende vraag. Los van de raming denk ik dat we hetbedrag voor het heffingsvrij vermogen allemaal wenselijk vinden. Er zijnal meerdere varianten voorbijgekomen. Zou het CDA een tipje van desluier kunnen oplichten: hebben zij een voorkeur voor de route om het tedekken via box 1 of via box 3?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Daar zou ik eerst echt graag de amendementen voor willen zien. Volgensmij zijn die nog niet binnen, althans, dat waren ze niet toen ik mijnmailbox zojuist checkte. Op basis van de inhoud van die amendementenen hoe ze uitgewerkt zijn, ga ik graag verder in op deze vraag van decollega van GroenLinks-PvdA.De voorzitter:Verder zijn er geen interrupties. Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan het akkoord Gezond naar het pensioen. Het is belangrijk dat er eengoede regeling ligt voor mensen met een zwaar beroep, waardoor zijeerder met pensioen kunnen gaan. Het vaststellen van de doelmatigheidvan deze regeling is natuurlijk dé grote uitdaging. Daarom is het goed datmet ingang van 2025 gestart is met een proces van gezamenlijkemonitoring door SZW met sociale partners. Mijn vraag is wel hoe ze ophet aantal van 15.000 nieuwe RVU-deelnemers als signaalwaarde komen.Is hierbij gekeken naar de dubbele vergrijzing die aanstaande is? Is hetbudgettair gedreven of zitten hier andere argumenten achter?Voorzitter. Dan ga ik door naar de versobering van de ETK-regeling. Hetkabinet stelt voor om de ETK-regeling te versoberen om, zo zeggen ze,een gelijker speelveld te creëren. Extra kosten voor levensonderhoudworden vanaf ’26 uitgesloten van onbelast vergoeden. Het ibo arbeidsmi-gratie stelt dat niet uitgesloten wordt dat een versobering van deETK-regeling, en daarmee een verlaging van het premievoordeel voorwerkgevers, kan bijdragen aan het minder voordelig maken van de inzetvan buitenlandse arbeidskrachten. Hoewel het advies aangeeft dat degevolgen voor de in- en uitstroom van arbeidsmigranten naarverwachting beperkt is, valt ons op dat de budgettaire opbrengst van hetadvies uit het ibo 6 miljoen is, terwijl het Belastingplan een opbrengst van21 miljoen heeft opgenomen. Betekent dit dat er een stevigere variantwordt ingevoerd dan in het advies? Wat is daarvan dan de impact?De vraag die je vervolgens ook moet stellen, is wat het voor impact heeftop de huidige krappe arbeidsmarkt en of we die wenselijk vinden. Hettekort aan arbeidskrachten blijft bij 33% van de ondernemers de meestgenoemde belemmering in de bedrijfsvoering. Dit aandeel is sinds hetderde kwartaal van 2021 onafgebroken het hoogst.Ik lees ook dat deze versobering nog niet wordt doorgevoerd vooruitgezonden werknemers en dat daar nog onderzoek naar gedaan moetworden. Werken we hier niet een verschuiving mee in de hand? Vindenwe dat wenselijk? Want ook in dit geval is er geen sprake van een gelijkspeelveld, wat wellicht weer vraagt om jurisprudentie. De ETK-regeling isvooral bedoeld als sociaal-economische maatregel om redelijke kosten-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11443 vergoedingen mogelijk te maken en uitbuiting te beperken. Gaan we datlaatste, uitbuiting, weer in de hand werken met versobering, is mijn vraag.Voorzitter. Dan de pseudo-eindheffing. Het kabinet constateert dat deverkoop van nieuwe elektrische auto’s achterblijft bij het doel van 100% in2030. Dat doel gaan we ook niet halen, denken we, aangezien deaanschafprijs van deze auto’s nog steeds relatief hoog is. Als ik nog verderkijk, vraag ik me ook af of de tweedehandsmarkt goed werkt. Veel metname elektrische leaseauto’s gaan bijvoorbeeld de grens over, met alsreden dat er in de tweedehandsmarkt meer vraag is naar betaalbaarderemodellen.Maar even terug naar dit voorstel, dat gaat over het verduurzamen vanhet zakelijke wagenpark. Voor deze regeling wordt gewerkt met eenovergangstermijn waarbij gekeken is naar het gegeven dat zakelijkeleasecontracten vaak worden afgesloten voor vier of vijf jaar. Maar wat alsik als ondernemer aan een langer contract vastzit? Dan mag ik gewoongaan dokken, terwijl ik geen mogelijkheden heb om hier goed op teanticiperen. We zien ook in de praktijk bij operationele lease ondernemersdie heel bewust langer vast willen houden aan één auto. In het kader vanduurzaamheid hoeft dat ook helemaal niet verkeerd te zijn. Deze heffing isweer een extra administratieve last voor ondernemers. Wat is detoegevoegde ervan, als onder het Europese bronbeleid per volgens mijinmiddels ’35 alleen nog duurzame auto’s geproduceerd mogen worden?Worden de belangrijke randvoorwaarden van voldoende laadpalen bijwerkgever en werknemer, het oplossen van netcongestie en hogerekosten van elektrische auto’s in aanschaf en onderhoud voldoendemeegenomen in de besluitvorming? Ik zie daar niets over terug. Oftewel:stellen we realistische eisen aan werkgevers om ons gewenste doel tehalen?De Belastingdienst verwacht veel bezwaar en beroep tegen deze pseudo-eindheffing, met name over de definitie van «woon-werk» en «privé».Daarnaast is de maatregel niet fraudebestendig. Hoe effectief acht deStaatssecretaris de maatregel als we uit de praktijk signalen horen dat hetaantrekkelijker wordt om een mobiliteitsbudget te geven waarmee dewerknemer wederom een goedkopere fossiele auto kan aanschaffen?Want er wordt vooral de focus gelegd op een elektrische auto onder lease,maar de vraag is of mensen dit ook automatisch gaan doen.Zijn er echt geen eenvoudiger alternatieven? Hoe kijkt de Staatssecretarisbijvoorbeeld naar het doortrekken van het lagere tarief in de bijtellingvoor elektrische auto’s, dat per 2026 zou verdwijnen, of naar een kortingop de aanschaf van elektrische auto’s, om ook een wortel toe te voegen?Meerdere collega’s hebben dit ook al opgeworpen. Of hoe kijkt deStaatssecretaris naar een stevige stok achter de deur, bijvoorbeeld doorsimpelweg op termijn een verbod op het toevoegen van fossiele auto’saan het zakelijke wagenpark in te stellen op het moment dat dwingenderEuropees beleid toch die richting op gaat? Is dat niet veel duidelijker,effectiever en efficiënter voor de Belastingdienst en bedrijven?Voorzitter. Ik vind het goed dat de maatregel tot verlenging van deingangsdatum belastingrente erfbelasting en aangiftetermijn erfbelastingwordt voorgesteld. Ik wil dat toch even benoemen, want ik denk dat weallemaal weleens mails hebben gehad van terecht zwaar gefrustreerdefamilieleden die de erfbelasting netjes wilden regelen, maar inderdaadcompleet stukliepen op termijnen. Dank dan ook voor dit voorstel totaanpassing.Ik ga verder met de maatregel tot ophoging en afschaffing van hetheffingsplafond voor belasting op leidingwater. De eerste vraag is: is hetprimaire doel nu budgettair of waterbesparing? Wij kunnen ons heel goedvoorstellen dat je een plan maakt hoe zuinig om te gaan met watergebruiken dat je daar ook de prijs in meeneemt, maar nu is er eigenlijk geenbeeld van de impact en weten we in ieder geval zeker dat zwemmen nogduurder gaat worden voor kinderen, terwijl er voor die zwembadenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11444 vooralsnog geen andere oplossing is dan dit water te blijven gebruiken.Ook worden de kosten veel hoger, tot wel anderhalve ton per jaar, inbepaalde essentiële sectoren, zoals de zorg, de farmaceutische industrieen de voedingsmiddelenindustrie, terwijl ook zij geen alternatievenhebben. De Staatssecretaris geeft zelf aan dat data over de mogelijkhedenper sector om ook niet-drinkwater te gebruiken niet bekend zijn. Conclu-deert hij niet iets te gemakkelijk dat deze kosten simpelweg door teberekenen zijn aan de consument? Zo kunnen we elke 100 miljoenlastenverzwaring wel eenvoudig wegschrijven.Zo kom ik bij mijn volgende thema: de verhoging van de afvalstoffen-heffing. Die is ook voor 60% door te berekenen aan de burger. Dezemaatregel is nodig omdat de heffing op polymeren niet wordt ingevoerd.Dat leidt tot een derving van 567 miljoen vanaf 2028. Het kabinet zegt nueigenlijk simpelweg: we hebben geen alternatief, dus gooien we het overde schutting bij de afvalsector. Dat is wel de omgekeerde wereld. Kortgezegd, de technische dekking is puur budgettair en heeft mogelijk net zoveel negatieve als positieve effecten op het milieu en de heffing komt viade afvalstoffenheffing grotendeels bij de burger terecht, die daar niets aankan doen. De Werkgroep afvalsector is nu ingesteld om te zoeken naaralternatieven. Waarom niet deze werkgroep even afwachten en besluit-vorming in voorjaar ’26 plaats laten vinden via een aparte wet in plaatsvan nu al alles vastleggen? Dan krijgen we meteen een betere spreidingvan fiscale wetgeving, wat we al jaren roepen te willen. Het kabinet zegtzelf ook te gaan zoeken naar circulaire oplossingen. Kan de Staatssecre-taris aangeven hoeveel van de dekkingsopgave uiteindelijk bij deafvalsector neergelegd wordt en voor welk deel het kabinet zelf circulaireoplossingen gaat zoeken?Ik wil nog kort ingaan op de maatregel tot aanpassing van de zuiveldefi-nitie. Toen in 2024 de berichten in de media verschenen over een scheutjezuivel bij de vruchtensappen van Appelsientje en DubbelFrisss werd metoch wel weer even heel duidelijk hoe sommige producenten denken.Goed dat het kabinet deze omissie gaat herstellen. Ik heb gewoon eenvraag uit belangstelling. Had het kabinet deze uitwijkingsmogelijkheidverwacht bij het instellen van de initiële maatregel verbruiksbelasting bijalcoholvrije dranken?Daarnaast vinden wij het jammer dat er nu geen verdere stappen gezetworden naar het belasten van het suikergehalte van dranken, zodatproducenten ook daadwerkelijk worden gestimuleerd minder suiker aaneen product toe te voegen.De accijnsverlaging laat ik zitten; daar is al veel over gezegd.De heer Vermeer (BBB):Altijd mooi, toch?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ja, nou ja, goed. Volgens mij onderscheid ik me hier niet zo heel erg in.Dan kom ik bij de wet die de btw-verhoging op sport, cultuur en mediaterugdraait. Wij zijn blij dat dit nu geregeld is. Wel zijn wij enigszinsverbaasd over het antwoord van de Staatssecretaris ten aanzien van debtw-verhoging op logies, namelijk dat het niet past bij de maatregel om tekijken naar verzachtende maatregelen die nodig zijn voor sectorpartijendie harder geraakt worden. Uit het impactassessment blijkt dat daar welsprake van is, vooral bij kleinere partijen en in buitenstedelijk gebied. Hetimpactassessment is pas na invoering van de maatregel gedaan. Dus hetis ook niet zo gek dat we aan de hand daarvan kijken of er nog iets nodigis. De sector noemt bijvoorbeeld maatregelen om te verduurzamen zodatkosten bespaard kunnen worden. Kan de Staatssecretaris hier verder opingaan?Ik ga verder met het wetsvoorstel tot nadere operationalisering van hetmechanisme voor een koolstofcorrectie aan de grens. Dat kennen we alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11445 het CBAM. Mijn eerste vraag is in hoeverre nationale sancties dieeventueel opgelegd gaan worden, afgestemd worden binnen Europa. Hetis vrij logisch om deze bevoegdheid bij de Minister van Financiën tebeleggen, maar hoe voorkomen we dat dit instrument, net als bijvoor-beeld bij verkeersboetes, te veel gaat afwijken van het principe «redelijk,billijk en voldoende afschrikwekkend» en vooral een middel wordt omgaten in begrotingen te vullen? Geregeld wordt dat via gedelegeerde enuitvoeringshandelingen de verordening verder wordt uitgewerkt. Er staatin de stukken dat er voor een breed scala aan andere onderwerpen «nognadere regels kunnen worden gesteld». Het zicht hierop verdwijnt voor deKamer na accordering van het voorstel. Kan de Staatssecretaris toezeggendat we niet strenger zullen worden en niet meer administratie zullenopleggen dan de landen om ons heen?Dan het wetsvoorstel voor het stroomlijnen van het fiscaal inzagerecht.Hoe zorgen we voor hetzelfde informatieniveau voor belastingbetalers tenopzichte van de Belastingdienst? Want het lijkt zo ...De voorzitter:Een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Die gaat nog over CBAM. Je ziet dat Europese inkomsten in de jaren ’26en ’27 nog naar de nationale kas vloeien; het gaat om 211 miljoen en237 miljoen, bij mekaar 448 miljoen. Dat zijn dus inkomsten als gevolg vanEuropees klimaatbeleid, een grensheffing ter correctie van CO2-uitstootelders, buiten de EU. Dat wordt ingezet ter dekking van de brandstofac-cijns. Hoe krom wil je het hebben? Is het niet een idee om die inkomstenvoor Nederland voor de jaren ’26 en ’27 niet weg te geven aan de pompals een soort fossiele subsidie – want dit is dan écht een fossiele subsidie– maar om dat te geven aan het openbaar vervoer, waarop bezuinigdwordt?Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dan ga ik even proberen de vraag van de heer Grinwis iets scherper testellen. Dus eigenlijk zegt hij: verlaag de accijns aan de pomp, en zet eendeel daarvan anders in. Sorry, ik weet dat ik geen wedervraag moetstellen, maar ik wil zeker weten dat ik het goed interpreteer.De voorzitter:Ik zie dit als een verhelderingsverzoek aan de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank, voorzitter, heel goed. Er is nu 1,7 miljard gestopt in lagere brandsto-faccijns. Als je die CBAM-inkomsten niet meer zou gebruiken als dekkingdaarvoor maar aan het ov zou geven, dan zou de verlaging van debrandstofaccijns verminderen met 448 miljoen, dus dan kom je ergensrond de 1,3 miljard uit. Dan gaat die 448 miljoen dus naar deIenW-begroting om daarmee het ov in den lande in stand te houden,omdat als gevolg van de verschraling, de bezuiniging op het studenten-reisproduct, er in sommige provincies 10% tot wel 12,5% minderinkomsten voor het ov zijn. In Friesland is dat bijvoorbeeld 12,5%. Datleidt tot minder buslijnen en nog hogere prijzen in het ov. Met dat geldkun je dat in de jaren ’26 en ’27 voorkomen.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Ik zit tegelijkertijd een beetje na te denken over hoe dat dan begrotings-technisch werkt. Aan de ene kant heb je natuurlijk belastingen. Ik moethier even op kauwen, met goedvinden van de heer Grinwis. Wij ziennatuurlijk ook dat de prijzen aan de pomp gigantisch hoog zijn. Wijhadden het ook mooier gevonden als het uitgesmeerd werd. Nu komt erTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11446 nog een ander aspect bij. Dat is natuurlijk altijd het mooie van zo’nwetgevingsoverleg. Met goedvinden van de heer Grinwis ga ik er dus heeleven over nadenken en het, heel eerlijk, voorleggen in de fractie. Wehebben veel nieuwe woordvoerders en ik ben benieuwd hoe zij naardergelijke voostellen kijken.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Inge van Dijk (CDA):Dank je wel, voorzitter. We gaan weer naar het fiscaal inzagerecht. In dehersteloperatie toeslagenaffaire zit inzage in het volledige dossier. Dat iseen van de heikele punten waardoor het herstel traag verloopt. Ouderswillen weten waarom hen dit is overkomen en hopen dit antwoord in eenpersoonlijk dossier te vinden. Tot op de dag van vandaag is dat antwoorder vaak niet. Dat komt vaak doordat er stukken uit verschillende systemenmoeten worden gehaald, omdat de informatiehuishouding bij deBelastingdienst niet op orde is. Dat kan dit voorstel oplossen.Ik maak me er vooral zorgen over dat de Staatssecretaris schrijft dat ditvoor een deel ook handmatig zal moeten gebeuren. Is die handmatigeverwerking tijdelijk, totdat alles voldoende geautomatiseerd is, of zal eraltijd handmatige verwerking moeten plaatsvinden? Er zijn namelijk eenheleboel belastingplichtigen in Nederland. Wat halen we ons daarmee opde hals? En hoe kostbaar zal dit project worden, aangezien de voorberei-dingskosten voor het eerste stukje al 25 miljoen zijn? Kan de uitvoering ditnu aan of neemt dat de focus op modernisering weg?Er is veel onzekerheid over de planning, de uitvoeringslast en de kosten. Ikvoorspel dat teleurstelling op de loer ligt. Inwoners verwachten namelijkdat er nu binnen afzienbare tijd grote stappen gezet gaan worden, maarwe moeten daar realistisch over zijn. Kan de Staatssecretaris toch eeneerste inschatting geven van een implementatieplan en de bijbehorendekosten?Dit is meteen een duidelijk signaal voor de inrichting van het nieuwebelastingstelsel. Zorg ervoor dat bij de inrichting hiervan volledige inzagein het dossier goed geregeld is voor mensen. Moeten daarin ook nietdirect onze decentrale overheden en waterschappen worden meege-nomen, zodat die niet nog een keer het wiel hoeven uit te vinden? Zokunnen burgers echt overzicht krijgen over alle betaalde belastingen.Een ander zorgpunt is dat de informatie die in het systeem wordtopgenomen «grofmazig» is, zoals de Staatssecretaris schrijft. Het kan dusvoorkomen dat een belastingplichtige nadere vragen heeft, ook als deaanslag onherroepelijk vaststaat. Zie wederom de toeslagenaffaire. Hetvoorstel perkt het inzagerecht in. Ziet de Staatssecretaris mogelijkhedenom dit toch beschikbaar te houden, zeker totdat het systeem echt goedwerkt? Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door het overgangsrechtlanger in stand te houden, zodat op verzoek nog steeds nadere informatiekan worden verstrekt.Wat mijn partij betreft gaan we wat lichtvaardiger om met het aspectdoenvermogen. We vergelijken dit voorstel met het amendement-Omtzigt,maar ik vergelijk het met de wetenschap dat ongeveer 2,8 miljoen mensenin Nederland digitaal minder vaardig zijn. Mijn vraag is dan ook wanneerzij de mogelijkheid krijgen om een geprinte versie op te vragen, aangeziendit nog later op de planning komt te staan. We moeten echt waken vooraannames vanuit onze hoogopgeleide bubbel waardoor we deze groepmensen iedere keer verder op achterstand zetten. Wij sluiten ons graagaan bij de vragen die al door verschillende partijen zijn gesteld over demogelijkheid tot beroep en bezwaar.Dan ga ik verder naar de Wet differentiatie vliegbelasting. In de differen-tiatie van de vliegbelasting zitten twee dingen mij toch wel wat dwars. Teneerste is dat dat er primair op een budgettaire uitkomst wordt gestuurd enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11447 dat daarmee de tarieven redelijk hoog worden ingestoken. In de schrifte-lijke beantwoording wordt meermaals de vergelijking met Duitslandgetrokken, maar die gaat richting de toekomst minder op. Afgelopen weekwerd bekendgemaakt dat de tarieven verlaagd worden tot € 12, € 32 en€ 57. Dan hebben we dus én een veel hoger tarief dan in België én eenveel hoger tarief dan in Duitsland. Beide landen zijn binnen korte tijdbereikbaar voor Nederlandse reizigers. Kan de Staatssecretaris hiernogmaals op reflecteren? Is hij bereid te onderzoeken waar de heffing inDuitsland op uit zou komen en wat de impact daarvan is op Nederlandseluchthavens? Waarom zoeken we dit niet eerst uit, voordat er beslotenwordt tot een heffing per 2027 die heel erg uit de pas zou kunnen gaanlopen? Waarom wordt er niet op Europese niveau geprobeerd te komentot een gecoördineerde aanpak om een gelijk speelveld te bereiken?Dan ben ik bij het tweede punt dat mij dwarszit, namelijk de tijdelijkehandmatige systematiek via het aangifteformulier. Die heb ik vorig jaarexact voorgesteld in het kader van tariefdifferentiatie in de kansspelbe-lasting. De Staatssecretaris schrijft nu dat hij de analogie begrijpt en komtmet verschillende argumenten waarom het meer werk is bij de kansspel-belasting. Maar dat was niet het breekpunt vorig jaar. Daar kregen we echtte horen dat het technisch niet mogelijk was. Dat blijkt nu dus niet waar tezijn. Kan de Staatssecretaris verklaren waarom deze systematiek hier nuwel kan? Want onze zorgen zijn er nog steeds en die worden, wederom,bevestigd door de sportsector, namelijk dat sport hard wordt geraakt doorverhoging van de kansspelbelasting. De wettelijk geborgde afdrachtvanuit de Nederlandse Loterij en NOC*NSF helpt namelijk 79 sportbondenen 25.000 sportverenigingen. Heeft de Staatssecretaris inzicht in deeffecten van de verhoging van de heffing over 2025, en heeft hij hierovercontact gehad met de goededoelensector?Voorzitter. Dan heb ik nog twee vragen. Het is een heel ander onderwerp,maar ik pak hier de kans maar: de btw-regeling voor ondernemersvereni-gingen. Daarvoor bestaat een verlengstuk voor aangesloten leden. Als eenwinkeliersvereniging dus gezamenlijk kerstverlichting aanschaft voor dewinkelstraat – dat is heel actueel op het moment – blijft logischerwijs rechtop teruggave van de btw bestaan. Nu begrijpen we uit de praktijk datenkele inspecteurs hiertegenover het formalistische standpunt stellen datdit niet geldt voor ondernemersfondsen in de vorm van een stichting. Datis in de praktijk eigenlijk precies hetzelfde, maar daarbij is formeel geensprake van leden. En dat terwijl veel winkeliersverenigingen derechtsvorm van een stichting hebben. Is dit volgens de Staatssecretaris debedoeling?Tot slot: de Wbso, een belangrijke regeling voor ons. We hebben daarvorig jaar een amendement over ingediend, dat voor het grootste deelook is uitgevoerd. De derde van de drie maatregelen uit ons amendementwas het verhogen van de schijfgrens naar 380.000, maar die stijgt nietverder mee met de inflatie. Vanuit de sector begrepen wij echter dat juistdeze wijziging van de schijfgrens het meeste effect heeft gehad op deinvesteringsbereidheid en R&D, met name dat innovatieve mkb’ershierdoor extra R&D-medewerkers aannemen. Hoe kijkt de Staatssecretarisnaar het structureel meenemen van inflatie in de verhoging van deschijfgrens? De kosten van R&D stijgen immers ook. Zouden we het nietuit de gebleken overschotten binnen de regeling kunnen halen? Het kostcirca 5 miljoen per jaar en het zou erg effectief zijn.Dank je wel, voorzitter.De voorzitter:Dank voor de bijdrage, mevrouw Van Dijk. U zat ruim binnen deopgegeven tijd. Dan gaan we naar het hernieuwde debuut, denk ik, van deheer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11448 Kijk aan! Dank u, voorzitter. Ik dank ook de Staatssecretaris en zijn mensenvoor het aanleveren van de uitgebreide documentatie die bij het Belas-tingplan hoort. Zoals zojuist al werd gezegd, ben ik vorige week beëdigd,dus ik had dit weekend flink wat in te halen. Gelukkig waren deoverzichten van het ministerie helder en overzichtelijk.Voorzitter. Vorig jaar zette het kabinet in het regeerprogramma vol in ophet motto «werken moet lonen». Er lag ambitie en er kwamen gerichtemaatregelen voor koopkracht, inkomenszekerheid en het terugdraaien vanfiscale ingrepen die ons ondernemersklimaat aantasten. In deVoorjaarsnota en in de fiscale beleids- en uitvoeringsagenda werd eenreeks van die voornemens aangekondigd, maar nog geen halfjaar laterklapte het kabinet en nu ligt er een beleidsarm Belastingplan voor ons.Wat resteert zijn nog steeds wel een flink aantal voorstellen, maar vooralfragmenten van wat ooit een bredere fiscale hervorming had moeten zijn.Dat is begrijpelijk in bestuurlijke zin, maar politiek gezien ben ik blij dat ikhier mag zitten en dat wij hier nu met negen zetels sterk zitten. Het blijftnatuurlijk wel zonde, want de potentie was er wel zeker.Laat ik beginnen met te zeggen dat JA21 verschillende positieveelementen ziet in het Belastingplan en in de bijbehorende wetten. Deverlenging van de accijnsverlaging op brandstoffen en het de factoafschaffen van de nationale CO2-heffing zijn maatregelen waar allang omwerd gevraagd, ook door mijn partij, en waarvan wij denken dat ze eenpositieve uitwerking zullen hebben op de portemonnee van burgers enhet bedrijfsmodel van bijvoorbeeld ons mkb. Tegelijkertijd staan daaruiteraard ook maatregelen met een kostenplaatje tegenover. Sommigedaarvan zijn niet mals. Daar hebben wij dan ook enkele vragen over.Allereerst een vraag over de tabelcorrectiefactor in het inkomensbeleid. Inde praktijk komt dit neer op een belastingverhoging, zoals mijn collega’sal meerdere keren hebben herhaald. Door de grenzen van de belasting-schijven niet volledig te indexeren, schuiven mensen eerder op naar eenhogere belastingschijf en betalen zij dus meer. Volgens de ramingen levertdat 1,46 miljard op. Het is bovendien de tweede keer in tien jaar tijd datdeze maatregel wordt toegepast. Daar heb ik enkele vragen over. Teneerste: kan de Staatssecretaris uiteenzetten wat nou het effect is op demarginale druk, dus het deel van elke extra verdiende euro dat iemandkwijt is aan belastingen en het afbouwen van kortingen, en voor welkeinkomensgroepen deze marginale druk het meeste stijgt? Ten tweede: zijner alternatieven onderzocht die een vergelijkbaar budgettair effectopleveren, maar minder nadelig uitpakken voor werkprikkels, wat toch deoriginele ambitie was van het kabinet voordat het demissionair werd? Tenderde: wat zijn de risico’s van het herhaaldelijk beperken van de tabelcor-rectiefactor? Dat is toch een vraag die bij mij opkomt. Bestaat er binnenhet ministerie een soort afwegingskader voor wanneer dit instrumentingezet kan worden? Met andere woorden, ziet de Staatssecretaris dit alseen uitzonderlijke maatregel om het terugdraaien van de verhoging vande btw op media, sport en cultuur op te vangen, of is dit een knop waarhet kabinet vaker aan mag en kan gaan draaien als er gaten gedichtmoeten worden?Dan de multiplier in de lucratiefbelangregeling. Deze maatregel verhoogtde belasting op bepaalde winstdeling of aandelen die iemand krijgt in hetkader van zijn of haar werk door het box 2-inkomen kunstmatig op tehogen met een multiplier. De oorspronkelijke bedoeling van de motie-Idsinga, zoals ik die las, was om de excessieve bonussen van een kleinegroep private-equitymanagers zwaarder te belasten. Maar zoals eenaantal van mijn collega’s al zeiden, raakt dit ook gewone ondernemers,scale-ups en mkb-investeerders, waardoor investeringen wordenontmoedigd. Dat zijn juist de partijen die we nodig hebben voor onzegroei en innovatie. Ook het beroemde Draghirapport memoreert dat datjuist iets is waar we op moeten inzetten. Ik begrijp dat een aparte fiscaleregeling in het kader van medewerkersparticipatie speciaal voor start-upsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11449 en scale-ups in de maak is bij het kabinet. Die zou in Q1 van 2026 naar deKamer komen en op 1 januari 2027 ingaan. Dat ligt bij het Ministerie vanEconomische Zaken. Maar ik zou toch aan de Staatssecretaris willenvragen: wat is nou precies de synergie tussen dat voorstel en deverzwaring die nu voor ons ligt? Hoe kijkt de Staatssecretaris naar het feitdat het kabinet nu demissionair is en dat deze speciale regeling voorstart-ups en scale-ups door een volgend kabinet – dat zou dan in iedergeval een kabinet zijn waar JA21 niet in zit – misschien wel wordtteruggedraaid?Daar komt nog bij dat er zorgen zijn over hoe het tarief zich verhoudt tothet internationale speelveld. Het kabinet verhoogt de lastendruk van 31%naar ongeveer 36%. In de schriftelijke beantwoording van de Staatssecre-taris wordt verwezen naar het Verenigd Koninkrijk, waar het tarief onlangseveneens werd verhoogd naar 34%. Maar in veel omringende landen zienwe dat de belastingdruk op carried interest juist lager ligt. In Frankrijk,België, Italië, Duitsland en Spanje gaat het om ongeveer 25% tot 30%. Datroept ook vragen op over ons investeringsklimaat en onze internationaleconcurrentiepositie. Kan de Staatssecretaris ingaan op de vergelijking metdeze landen, waar de belastingdruk voor vergelijkbare winstdelingenveelal lager ligt?Voorzitter. Ik had nog wat vragen over box 3, maar in al het enthousiasmevan mijn collega’s zijn die al gesteld, dus die zal ik achterwege laten.Ik heb wel nog enkele vragen over de pseudo-eindheffing voor fossieleauto’s. Vanaf 2027 moeten werkgevers een eindheffing van 12% over eencataloguswaarde betalen als zij werknemers geen elektrische autoaanbieden. Deze maatregel gaat echter voorbij aan de realiteit, waarinveel bedrijven nu al tegen hun grenzen aanlopen als het gaat om deuitbreiding van de netcapaciteit. Bedrijventerreinen kunnen vaak nietuitgebreid worden; bedrijven wachten soms jaren op die netverzwaringen.Ik kan u garanderen dat het niet leuk is als u aankomt op werk en u uwelektrische auto niet kunt opladen, getuige het feit dat mijn auto nu nogmet een 8 kilometer-range in de kelder staat en de gehele laadinfra-structuur van de Tweede Kamer eruit ligt.Mijn vragen hierover zijn als volgt. Erkent de Staatssecretaris dat veelbedrijven simpelweg niet in staat zijn om een volledig elektrischwagenpark te faciliteren? Acht hij het proportioneel om dan toch eenboete van 12% op te leggen? Bovendien wordt de keuze voor een fossieleof elektrische auto in de praktijk vaak al gemaakt door de werknemer. Zijkiezen binnen hun leasebudget zelf of zien geheel af van het kopen vaneen leaseauto en kopen vervolgens van hun mobiliteitsbudget of huneigen middelen een fossiele auto. Kan de Staatssecretaris toelichtenwaarom er gekozen is voor het neerleggen van een heffing bij dewerkgever, terwijl de keuze voor het type auto in veel gevallen feitelijk bijde werknemer ligt? Hoe effectief acht hij deze maatregel? Is overwogenom de transitie op een minder dwingende manier te stimuleren, bijvoor-beeld via positieve prikkels in plaats van een sanctie? Ik heb nogéén aanvullende vraag. Er wordt nu puur ingezet op volledig elektrischeauto’s. Zou het ook een overweging zijn om bijvoorbeeld hybride ofplug-inhybrides mee te nemen? Is er onderzoek naar gedaan of datlogisch zou zijn?Voorzitter. Dan de Wet differentiatie vliegbelasting. Waar Nederland kiestvoor een verhoging van bijna € 30, € 50 of zelfs € 70 per ticket, zien we inomringende landen juist het tegenovergestelde gebeuren. Vorige weeknog zagen we dat Duitsland de recente belastingverhoging op vliegenheeft teruggedraaid, omdat zij de economische schade te groot vonden enomdat de luchtvaartsector nog lang niet op het niveau zit van precorona.Ook Zweden heeft onlangs, op 1 juli van dit jaar volgens mij, de vliegbe-lasting teruggedraaid om dezelfde redenen. De Nederlandse luchtvaart-sector waarschuwt hier al langer voor. BARIN, de brancheorganisatie vanalle luchtvaartmaatschappijen, die het grootste deel van alle vluchten vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11450 en naar Nederland vertegenwoordigt, noemt deze langeafstandstaks eengrote fout en vreest dat dit reizigers en maatschappijen nog verder degrens over jaagt, zeker nu landen om ons heen die fiscale verlichting welbieden.Het kabinet verwijst dan naar een onderzoek van CE Delft, waaruit zoublijken dat het risico op uitwijkgedrag beperkt is. Tegelijkertijd laat datonderzoek zien dat er wel degelijk sprake is van uitwijking naar buiten-landse luchthavens. Kan de Staatssecretaris uitleggen hoe hij in het lichtvan die uitwijkcijfers, en dus ook in het licht van de recente fiscaleverlichtingen om ons heen, tot de conclusie is gekomen dat het risico totuitwijken beperkt is? Wat zijn de economische gevolgen voor luchtvaart-maatschappijen, touroperators en de reissector als geheel? Is dat ookgekwantificeerd?Ten slotte. Zoals al door de collega aan de linkerzijde werd verteld, wordtdeze maatregel toch ook echt ingevoerd omdat dit ook een CO2-reductieteweeg moet brengen. Is in kaart gebracht hoeveel CO2-reductie zo’nvliegtaks nou precies opbrengt?Tot slot heb ik nog een vraag over de handhaafbaarheid van deCBAM-verordening. Wij als JA21 zijn nooit echt heel blij geweest met deCBAM-verordening. Het is toch eigenlijk een soort protectionistischemaatregel, omdat je je eigen producten duurder maakt met een ETS. Maarik heb vooral een vraag over de uitvoering. Onder die uitvoering hebbende nationale autoriteiten namelijk het mandaat gekregen om gegevens teinnen, maar die autoriteiten hebben geen rechtsmacht buiten de EU. Zijkunnen de emissiegegevens uit derde landen niet zelfstandig verifiëren.Zij zijn aangewezen op de gegevens die importeurs zelf aanleveren of opgegevens van externe bronnen, waarvan de kwaliteit per land waaruitwordt geïmporteerd, sterk verschilt. Acht de Staatssecretaris het risicoreëel dat CBAM hierdoor uiteindelijk een soort papieren systeem wordtwaarin onderrapportage moeilijk te detecteren is? Welke concretewaarborgen biedt de Europese Commissie ons binnen het zogeheten riskmanagement framework, om te voorkomen dat het systeem afhankelijkwordt van ongecontroleerde of strategisch laag gerapporteerde uitstoot-cijfers?Voorzitter, dank u wel. Ik zie uit naar de beantwoording van deStaatssecretaris.De voorzitter:Dank voor uw eerste betoog in deze commissie. Ik zie geen interrupties.Dat betekent dat we doorgaan naar de volgende spreker op de lijst en datis de heer Vermeer namens BBB.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Hoe betalen we onze toekomst? Dat is de vraag dieop tafel ligt bij de behandeling van elk belastingplan. Wat BBB betreftwordt die vraag in ieder geval niet beantwoord met een alsmaar verderstijgende belastingdruk. Ambities moeten realistisch zijn en niet resul-teren in het kapot belasten van de samenleving. Elk voorstel moetuiteindelijk weer opgehoest worden door belastingbetalers. Nederlandmoet een land zijn waarin een burger die hard werkt een goed leven kanleiden, waarin de belastingbetaler niet onredelijk belast wordt en waarinbedrijven gefaciliteerd worden, in plaats van tegengewerkt worden. Debelastingbetalende Nederlander is immers de motor van onze begroting.Laten we dat niet vergeten. Een toekomstig kabinet moet zich daarom ookzelf effectief insnoeren.BBB wil een rem op onnodige uitgaven, om de begroting niet te doenontsporen en de lastendruk beheersbaar te houden. Tegelijkertijd moetenwe oog houden voor noodzakelijke investeringen die juist bijdragen aaneen solide begroting op de lange termijn. Een voorbeeld waarbij datmisgaat, is de botte sanering van de gezondheidszorg, zoals tijdens deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11451 campagne is voorgesteld door een aantal partijen. Een dergelijke aanpakondermijnt namelijk innovatie en preventie, waardoor kosten op langetermijn weer stijgen. Dat is in goed Nederlands penny wise, poundfoolish. Op de lange termijn is het ook slecht voor onze schatkist.Dan nu het Belastingplan. Ik wil graag een aantal maatregelen uitlichten,te beginnen bij de pseudo-eindheffing voor zakelijke auto’s met eenverbrandingsmotor. «Verbrandingsmotor» is bijna een vies woordgeworden. Het gaat gewoon om een diesel- of benzineauto.De voorzitter:Voordat we het over vieze woorden gaan hebben, gaan we eerst naar eeninterruptie van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Voordat de heer Vermeer met de inhoud begint, wil ik wel graag van hemweten hoe ik naar zijn betoog moet gaan luisteren. Volgens mij zijn demeeste amendementen namelijk nu ingediend door de heer Vermeer. Hijheeft ook wat kritische interrupties geplaatst, terwijl dit toch het Belas-tingplan is van een kabinet dat bestaat uit VVD en BBB. Ik zou duseigenlijk wel van de heer Vermeer willen horen of het Belastingplan op desteun van BBB kan rekenen als het Belastingplan na deze behandelingblijft zoals het er nu ligt?De heer Vermeer (BBB):Dit zijn twee vragen. De eerste vraag die de heer Oosterhuis stelt, is hoehij moet luisteren. Ik zou zeggen: heel aandachtig, met toepassing van eenhoop gezond verstand en er zaken uit pikken waarvan hij denkt dat dienog wel eens verstandig zouden kunnen zijn en die voorleggen aan zijnfractie, zodat hij eventueel de amendementen die wij indienen, kansteunen. U luistert gewoon naar Kamerlid Vermeer van BBB, die kijkt naardit Belastingplan en dat op onderdelen probeert te verbeteren.De heer Oosterhuis (D66):Meneer Vermeer geeft geen antwoord op mijn tweede vraag, namelijk ofhet Belastingplan zoals het er nu ligt, kan rekenen op steun van BBB. In ditkabinet zitten op dit moment meer BBB-bewindspersonen dan erBBB-Kamerleden zijn. Ik neem dus aan dat het Belastingplan zoals het ernu ligt, flink is beïnvloed door de bewindspersonen die namens zijn partijin het kabinet zetten. Ik stel mijn vraag dus nogmaals. Ik denk dat die ookrelevant is met het oog op de Eerste Kamer. Kan dit Belastingplan rekenenop de steun van de fractie van BBB?De heer Vermeer (BBB):Dat gaat de heer Oosterhuis zien bij de stemmingen, en het is medeafhankelijk van de manier waarop dit Belastingplan nog vertimmerd gaatworden door deze Kamer, met onder andere de door ons voorgesteldewijzigingen. Het begrotingsrecht ligt bij de Tweede Kamer en niet bij hetkabinet.De voorzitter:Dan is er nog een interruptie van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Kijk, op zich is het inderdaad heel dualistisch dat de heer Vermeer doetwat hij zelf wil in plaats van zaken met de Staatssecretaris af te stemmen,maar het is natuurlijk wel een rare vorm als zijn Staatssecretaris hier meteen wet komt waarmee de heffing op auto’s verhoogd wordt, en de heerVermeer het hele plan vervolgens ongedaan maakt met een amendement.En als de heer Vermeer komt met amendementen over CO2-belastingendie ons miljarden aan boetes uit Europa gaan kosten, is de vrij normaleTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11452 vraag: staat hij nog achter het Belastingplan of niet? Hij is nog steeds vaneen coalitiepartij. Er wordt erg ontwijkend gereageerd, maar het is eennormale vraag. Staat BBB nog steeds achter de afspraken van de coalitieof is het nu gewoon echt free for all geworden?De voorzitter:Niemand is eigenaar van de Staatssecretaris, want die is natuurlijkdienaar van de Kroon, maar dat bedoelde de heer Stultiens waarschijnlijkook te zeggen.De heer Vermeer (BBB):Ja, de Kamer gaat over de begrotingen en het Belastingplan. Wij gaandaar dus zelf over, en niet het kabinet, zoals de heer Stultiens weet. U zultaan ons stemgedrag en aan mijn inbreng hier zien wat we ervan vinden.Volgens mij moet het hier gaan om het kiezen van het beste voorstel enniet om de wie de afzender van een voorstel is of wat de kleur van eenpartij is. Ik neem tenminste aan dat de heer Stultiens de plannen op diemanier bekijkt.De voorzitter:Dat leidt tot een vervolgvraag van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Nee, dat klopt, maar het maakt nogal uit voor het debat of we hier metelkaar open en vrij mogen amenderen en mogen stemmen wat we willen,of dat er bepaalde afspraken liggen. Zo ging het namelijk in het afgelopenjaar steeds met de coalitie. Als de heer Vermeer nu dus zegt dat hij zichvrij voelt om gewoon te doen wat zijn partij zelf wil, is dat nuttigeinformatie, die ons ook helpt bij het al dan niet indienen van amende-menten.De heer Vermeer (BBB):Dat zou de heer Stultiens totaal niet moeten helpen, want hij moetgewoon voorstellen wat hij zelf verstandig vindt. Dat heeft niets te makenmet wat wij voorstellen of met wat het kabinet voorstelt. Tenminste, ikmag hopen dat GroenLinks-PvdA op die manier naar voorstellen uit deKamer kijkt. Anders zou het een beetje nutteloos voor ze zijn om hier dekomende vier jaar nog mee te doen als ze niet in een coalitie komen.De voorzitter:Nog een interruptie van de heer Stultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Tot slot. Nee, het enige wat hier natuurlijk uniek aan is, is dat een kabinetnormaal gesproken steun heeft van een coalitie in de Tweede en de EersteKamer. Dat is nu spannend, want er is een nieuwe fase aangebroken.Daarom willen partijen graag weten of BBB nog achter oude afsprakenstaat, of niet meer. Dat is gewoon een relevant feit voor bij de behan-deling in de komende weken. Blijkbaar wilt u dat nog niet zeggen. Datmag, en dat vind ik dan weer veelzeggend voor de komende weken.De voorzitter:De heer Vermeer, tot slot.De heer Vermeer (BBB):Als dat toch allemaal al veelzeggend is, hoeft de heer Stultiens ook geenvraag te stellen. Hij ziet welke voorstellen wij indienen. Ik neem gewooneen positie in ten opzichte van dit Belastingplan en ik ga mijn bijdragen opdie manier doen. Daar kunnen allerlei conclusies uit getrokken worden –dat mag iedereen zelf weten – maar het doel is dat we straks als KamerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11453 samen een nieuw Belastingplan vaststellen dat zo goed mogelijk is en datkan rekenen op een meerderheid in deze Kamer. Ik hoop op uw steun voorde fantastische amendementen die ik voorstel.De voorzitter:Dan mag u uw betoog vervolgen.De heer Vermeer (BBB):Ik wil inderdaad graag een aantal maatregelen uitlichten. We waren bij deverbrandingsmotor en dat onderwerp leidde tot reacties. Het kabinet steltvoor om een extra heffing in te voeren voor werkgevers bij een keuze vooreen fossiele leaseauto voor de werknemer. Dit heeft als doel om deelektrificering van het wagenpark te versnellen. Los van de uitwijkeffectennaar bijvoorbeeld een kilometervergoeding, is de maatregel ook vanuitduurzaamheidsperspectief onwenselijk. Zeer zuinige hybride auto’s, diejuist een waardevolle bijdrage leveren aan schoner vervoer, worden ookgeraakt. Bovendien kan ons energienet een versnelde elektrificeringhelemaal niet dragen. Ik hoor zelf continu in allerlei debatten entechnische briefings hoe gigantisch de problemen van netcongestie zijn.Dit rijmt dus totaal niet met elkaar. Netcongestie wordt een steeds groterprobleem en elektrische auto’s zijn een belangrijke veroorzaker. Een pasop de plaats is noodzakelijk. Tel daarbij op dat de pseudo-eindheffing dooranticipatie-effecten een negatief budgettair effect heeft en dit alles maakthet wat BBB betreft een buitengewoon onwenselijke maatregel die we hetliefst geschrapt zien, coalitiepartij of niet.De Staatssecretaris is eerder ingegaan op de ontwijkingseffecten, waarvanhij niet inschat dat zij concreet een probleem opleveren, maar hoe kijkt hijaan tegen netcongestie? Is een te snelle groei van elektrische voertuigenwat hem betreft ook onwenselijk? Het is verder zo dat elektrischeleaseauto’s door gebrek aan binnenlandse vraag na de leasetermijn intoenemende mate naar het buitenland verdwijnen. De eindheffing heeftals gevolg dat wij het gebruik van zakelijke elektrische voertuigenstimuleren met belastinggeld, die vervolgens na vier jaar richting hetbuitenland gaan. Betaalt de Nederlander dan niet voor de transitie van hetbuitenland, is mijn vraag aan de Staatssecretaris. Is het dan niet onver-standig om deze heffing in te voeren?Eerder gaven collega’s hier al in hun bijdrage en in interrupties aan datelektrische auto’s gestimuleerd moeten worden, maar dat rijmt totaal nietmet de eerdere afschaffing van een subsidie op elektrische bestelbusjesper 31 december 2024. De Kamer werd daarbij geïnformeerd dat er geenenkele stimulans meer nodig was, omdat het businessmodel en de totalcost of ownership van elektrische auto’s juist veel lager waren dan vanauto’s met een brandstofmotor. Is er dus iets veranderd in de tussenlig-gende jaren, vraag ik de Staatssecretaris, of worden hier gewoon selectiefargumenten naar voren gehaald als dat uitkomt?Voorzitter. Voor ons als beleidsmakers ligt er een taak om de belasting opconsumptie en gebruik zo laag mogelijk te houden, omdat de koopkrachtvan burgers, met name ook aan de onderkant, zo onder druk staat.De heer Grinwis (ChristenUnie):Volgens mij pleitten veel partijen er de laatste jaren niet zozeer voor omelektrisch rijden te stimuleren, maar om het op z’n minst concurrentieel tehouden met fossiel rijden. Een van de voorbeelden die we bij de handhadden, is vandaag natuurlijk de bijtelling. Doordat de cataloguswaardegemiddeld hoger is voor een EV dat verder aan dezelfde kenmerkenvoldoet als zijn fossiele evenknie, is 22% bijtelling voor een EV zwaarderdan voor een fossiele auto. Is het dan niet reëel om niet in één keer destap te maken van 17% naar 22%, maar om ongeveer op die 18% te gaanzitten in 2026, zodat je een beetje een gelijk speelveld hebt in de bijtelling?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11454 Dat is toch de keerzijde van het betoog van de heer Vermeer, dat je ze nietfiscaal moet afstraffen?De voorzitter:Helder. Het antwoord van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):De heer Grinwis gaat er hierbij van uit dat als er op elektrisch overge-schakeld wordt, er van dezelfde klasse auto gebruikgemaakt wordt. Maarom op dezelfde bijtelling uit te komen, kan ook voor een wat kleinermodel gekozen worden. Als iemand het zo belangrijk vindt om elektrischte rijden of als de werkgever dat belangrijk vindt, dan kan ook daarvoorgekozen worden.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ja, maar nu verandert de heer Vermeer het geweer van schouder en gaathij appels met peren vergelijken. Dat kan op zich, maar het gaat erom ofde keerzijde van het betoog van de heer Vermeer niet is dat je EV’s fiscaalper saldo op dezelfde wijze dient te belasten als fossiele auto’s. Als weniet ingrijpen als Kamer op de manier waarop het nu gaat gebeuren, dangaat vanaf 2026 het rijden in een vergelijkbare EV qua bijtelling duurderworden. De heer Vermeer stelt wel een gedragsreactie voor voor degenendie het zo belangrijk vinden, maar het gaat natuurlijk meer over de vraagof dat fair of rechtvaardig is en of we dat niet meer gelijkwaardig moetenmaken. Dat is in ieder geval het voorstel dat ik doe.De heer Vermeer (BBB):Dat wil ik zeker wel overwegen, want dat klinkt rechtvaardiger, maar wezitten sowieso al scheef met die hele motorrijtuigenbelasting, die opgewicht gebaseerd is. Wij moeten dus toe naar een totaal andere maniervan waarderen van auto’s en de omvang daarvan, maar ook van debelasting op het wegdek et cetera. Dat is van veel factoren afhankelijk.Volgens mij moeten we dat in één keer aanpassen. Dat is net als bij detoeslagen en belastingen. Sommige partijen hier stellen voor om eenbeetje aan knoppen te gaan draaien, maar volgens mij is ook hier maaréén oplossing: een wit blaadje pakken en opnieuw beginnen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog, meneer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Ik was gebleven bij de constatering dat de stijgende lasten dieleiden tot inflatie voor veel mensen steeds moeilijker op te vangen zijn. Indat verband pleit BBB voor een pas op de plaats bij de verhoging van dewegenbelasting voor specifieke groepen, zoals kampeervoertuigen envervoerders van paarden. Dat is samen goed voor ruim 80 miljoen euroaan lastenverzwaringen. Ik weet dat deze maatregelen al onderdeel warenvan een eerder belastingplan, maar BBB wil deze maatregelen toch inieder geval gedeeltelijk geschrapt zien. Wij hebben daartoe eenamendement ingediend.Ook de oldtimerregeling is bij het Belastingplan ’24 versoberd. Dit houdtin dat nieuwe oldtimers van na 1988 niet meer in aanmerking komen vooreen motorrijtuigenbelastingvrijstelling, terwijl oldtimers zeer waardevolzijn als cultureel en mobiel erfgoed. De lastenverzwaring van ruim150 miljoen euro die hiermee gepaard gaat, is wat BBB betreft dan ookdisproportioneel. We komen daarom ook op dit punt met eenamendement om de versobering terug te draaien.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11455 Dan de arbeidskorting. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen isovereenstemming ...De voorzitter:Dat leidt opnieuw tot een interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Het pleidooi voor de oldtimer is natuurlijk heel sympathiek, maar ik kijkdan ook naar de dekking. De dekking komt van het gewoon helemaalschrappen van de MIA, de Milieu-investeringsaftrek, en de VAMIL. Hoelegt de heer Vermeer dat uit aan al die ondernemers die willen investerenen die, bijvoorbeeld in de glastuinbouwsector en in de landbouwsector,veelvuldig gebruikmaken van de MIA en de VAMIL? Hij zegt daar altijdzo’n warm hart voor te hebben. Die voorbeelden staan nota beneopgesomd op de RVO-website. Die kent de heer Vermeer waarschijnlijkook. Ik krijg het niet uitgelegd, de heer Vermeer wel?De voorzitter:Een poging van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Volgens mij worden wij bij het hele Belastingplan en alles wat wij steedsvoorstellen in ieder geval geacht om toch te kijken hoe we dat ergens meegedekt krijgen. Maar feit is ook dat we hier vastlopen. De heer Grinwisheeft zelf de Laffercurve al genoemd. Als je goed gaat kijken, zitten weeigenlijk aan het maximum van belastingen op het gebied van tabak,kansspelen, benzine, box 3, campers; je kunt het niet opnoemen. We zitteneigenlijk met alles aan het maximum. Voor alles wat op dit momentvoorgesteld wordt, moeten wij dekkingen verzinnen. Als wij die dekkingenniet verzinnen en een maatregel doorgaat, dan krijgen we dat geld dekomende jaren uiteindelijk allemaal niet binnen door uitwijkgedrag ofdoor het verplaatsen van honderden miljoenen of tientallen miljarden vanbijvoorbeeld vastgoed naar investeringen in het buitenland. En, ja, wijkijken dan gewoon of er nog ergens potjes zijn waar je wat mee zoukunnen doen, maar die zijn allemaal verschrikkelijk en halen allemaal bijiemand iets weg, wat je eigenlijk helemaal niet weg wilt halen. Ik pleitervoor dat we op een andere manier naar de VAMIL gaan kijken. Daarhebben wij hier ook al hele sessies voor gehad. Op dit moment ben ik nietblij met die dekking. We zoeken ook nog naar een alternatieve dekking,maar ik heb die er voorlopig even in gezet om het punt te kunnenagenderen, omdat wij wel willen dat er op dit moment nog overal eendekking voor is. Alleen lopen wij hier met z’n allen knettervast, want bijalles wordt gefocust op budgetneutraliteit, terwijl we weten dat we diebudgetten van je lang zal ze leven nooit binnen gaan halen. We moetenmet z’n allen dat patroon doorbreken, dus ik hoor graag van de heerGrinwis of we het daar weer eens een keer over kunnen hebben. Hoe gaanwij dit probleem tackelen? Want wij bezuinigen onszelf op deze manierkapot. Dus, nee, ik vind dit soort maatregelen waardeloos en ik ben nogop zoek naar een alternatief.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Vermeer (BBB):Dan de arbeidskorting. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen isovereenstemming bereikt over het beperken van de indexatie van deinkomensgrens in de arbeidskorting om te voorkomen dat lage inkomensmeer belasting zouden moeten betalen. Dat is gevolg van veel gesteggelover de effecten van veranderingen in de arbeidskorting en de toeslagenvoor lage inkomens. Mijn fractie vindt dat we in de toekomst minderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11456 afhankelijk moeten zijn van heffingskortingen en toeslagen. We moeten deinkomens van burgers niet bestoken met verborgen heffingen, kortingenen complexe toeslagen. Is de Staatssecretaris ook van mening dat ervoorafgaand aan een nieuw stelsel in de inkomenssfeer in ieder geval eenpas op de plaats wenselijk is wat betreft inkomensafhankelijke regelingen?Is hij het ook met me eens dat we een complex stelsel niet nog complexermoeten maken en dat het opschroeven van inkomensafhankelijkeregelingen daar in ieder geval niet aan bijdraagt?Voorzitter. Ik wil het ook nog kort hebben over box 3. Afgelopen junihebben we als Kamer de Wet tegenbewijsregeling box 3 behandeld, eenwet die vermogensaanwas betrekt bij de bepaling van het werkelijkrendement en bovendien geen kostenaftrek toestaat. Mijn amendementom een regeling te treffen voor verhuurders van woningen haalde hethelaas niet. Wat zien we nu? Verhuurders van woningen dumpen hunpanden, studenten kunnen niet meer aan een kamer komen en dehuursector staat zwaar onder druk. Volgens het Kenniscentrum Studen-tenhuisvesting verloor Nederland de afgelopen twee jaar zo’n 9% van destudentenkamervoorraad. In de vrije sector betaalden nieuwe huurdersafgelopen kwartaal € 1.856 huur per maand, een duizelingwekkendbedrag voor veel mensen.Daarom heb ik de volgende vragen aan de Staatssecretaris. Wat hebbende recente verkoopgolven voor gevolgen voor de box 3-ramingen? Zijn deramingen nog up-to-date? Kan de Staatssecretaris daarop reageren? In debijlage bij de Miljoenennota staat nog dat beleidswijzigingen in box 3gepaard gaan met een hogere opbrengst in 2026. Is dit nog altijd zo?Verwacht de Staatssecretaris in 2026 een hogere opbrengst dan in 2025,ondanks deze ontwikkelingen?Het volgende punt dat ik wil behandelen, is de verbruiksbelasting. BBB isvoorstander van een gedifferentieerde verbruiksbelasting waarbij enkeltoegevoegde suikers worden belast, in lijn met het zogenaamdescenario 5 uit de brief van voormalig Staatssecretaris Van Oostenbruggen.Volgens mij heeft de Eerste Kamer daarbij ook een belangrijke vinger inde pap gehad. Een gedifferentieerde verbruiksbelasting is er nog altijdniet. Wij overwegen in samenwerking met de SGP een motie in te dienenbij de plenaire behandeling om hier vaart achter te zetten. Ondertussenbetalen Nederlandse bedrijven, vaak lokale familiebedrijven, hogebelastingen voor hun producten.Pure fruitsappen zouden volgens sommigen even slecht zijn alsfrisdranken, maar uit een recent onderzoek van Maastricht UMC+ blijktnog eens dat dat niet het geval is, wat iedereen met gezond verstandnatuurlijk al had kunnen bedenken. Vruchtensap is namelijk meer danalleen water en suikers. Volgens dit onderzoek hebben toegevoegdesuikers een verhogend effect op de bloeddruk, en pure fruitsappen niet ofaanzienlijk minder. Wat BBB betreft wordt er dan ook op korte termijn eenuitzonderingspositie geregeld voor de makers van pure fruit- en groentes-appen. Ook wij overwegen een amendement in die richting. Hier zitnamelijk ook een psychologisch gedragseffect achter. Als pure fruitsappenopeens als ongezond gekwalificeerd worden, hoe geloven kinderen dannog dat je wel een appel en een peer moet eten? Wij moeten hier dus echteen patroon doorbreken, want dit gaat de verkeerde kant op.Dan de CO2-belasting.De voorzitter:Deze opmerking leidt tot een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):De heer Vermeer en de heer Grinwis zijn in dit dossier volgens mij alverschillende keren samen opgetrokken. De heer Stoffer hoort daartrouwens ook bij. Er liggen natuurlijk verschillende scenario’s voor.Begrijp ik nu goed dat de heer Vermeer pleit voor een volledige vrijstellingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11457 of is hij ook in voor het scenario waarin we met het verlaagde tarief gaanwerken?De heer Vermeer (BBB):Idealiter gaan wij voor een volledige vrijstelling, omdat wij gewoonvinden dat dit moet gaan over toegevoegde suikers. Als er geen suikerstoegevoegd worden, dan moet je het ook niet doorberekenen.De voorzitter:Een vervolgvraag van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Ik heb het amendement nog niet gezien. De uitvoering zal ongetwijfeldeen uitdaging gaan worden, maar laten we eens veronderstellen dat hetallemaal kan. Hoe gaat de heer Vermeer dit dan dekken?De heer Vermeer (BBB):Het voorstel ligt nog niet op tafel, omdat ik daar nog geen dekking voorheb. Maar dat past weer bij het betoog dat ik vijf minuten geleden hield:op deze manier zetten we ons wat mij betreft volledig klem en zijn we nietde juiste dingen aan het doen. Wij weten inmiddels ook dat wij bijvoor-beeld bier en andere alcoholhoudende dranken hier niet aan kunnentoevoegen, want daar zitten we al ver over het niveau heen dat acceptabelis om grensoverschrijdende aankopen tegen te gaan; misschien bevor-deren we zo zelfs de illegale productie, net als bij tabak. Volgens mij zittenwe op dit soort terreinen dus helemaal klem. Als wij budgetneutraliteitwillen blijven handhaven, moet er iets gebeuren, want dit is wat onsbetreft inmiddels een puzzel met een onmogelijke samenstellinggeworden.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Vermeer (BBB):Dan de CO2-belasting. Onze industrie gaat gebukt onder een nationale kopop Europees beleid. Daarnaast drukken de hogere energietarieven ennetwerkkosten zwaar op onze concurrentiepositie. In de afgelopen periodehebben we al enkele pogingen gedaan en gezien om deze CO2-heffing teschrappen, maar helaas heeft het kabinet de CO2-belasting als eendraaibare belastingknop gehandhaafd in het Belastingplan 2026. Ik zit nogniet zo lang in de Kamer, maar ik ben inmiddels niet naïef meer over water gebeurt als iemand een knop in het zicht krijgt. Meestal wordt er dantoch aan gedraaid, en wel op het verkeerde moment. Wat ons betreft moetdie knop dus gewoon weggehaald worden.Voor ETS1-broeikasgasinstallaties en -lachgasinstallaties zal de effectievebelastingdruk echter nul zijn. Om verdere duidelijkheid te geven aan desector ziet BBB de belasting voor deze sectoren het liefst helemaalverdwijnen. Dat biedt deze ondernemingen de broodnodige stabiliteit enis ook een helder signaal aan buitenlandse boardrooms met Nederlandsevestigingen. Voor afvalverwerkingsinstallaties is vanaf 2027 echter eenstructurele opbrengst ingeboekt van 270 miljoen euro aan CO2-belasting,terwijl die belasting nooit bedoeld was om geld op te halen, maar alsmaatregel om de CO2-uitstoot te beperken. Ook voor deze sector geldt datbelastingverhoging een aanzienlijke druk geeft op het investeringsver-mogen.Voorzitter. In de nota naar aanleiding van het verslag geeft het kabinet aandat een snelle realisatie van Aramis belangrijk zal zijn voor het vermijdenvan een CO2-heffing in de toekomst, maar is er ook een kans dat vanwegede verslechterde businesscase van de AVI’s het Aramisproject überhauptTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11458 niet gerealiseerd zal worden door gebrek aan investeringen? Dan is er ookgeen handelingsperspectief meer.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Het zal u niet verbazen dat GroenLinks-PvdA het oneens is met de BBBover klimaatbeleid. Wij vinden de CO2-belasting namelijk wel belangrijk.Alleen, mijn vraag gaat over de dekking van zo’n amendement. DeStaatssecretaris geeft namelijk aan in de brief waarom het kabinet nietvoor nul euro gaat, maar voor de gekozen bedragen: anders komt er eenforse boete uit Brussel. Dan lopen we namelijk geld mis uit het EuropeseHerstel- en Veerkrachtplan. Dit kan oplopen tot 1,2 miljard euro. Nu is devraag: is de heer Vermeer het oneens met de Staatssecretaris of gaat hijnog een dekking vinden voor dat amendement?De heer Vermeer (BBB):Ik snap dat de Staatssecretaris vanuit zijn functie risico’s moet benoemen,maar ik moet nog zien ... Dit is weer zo’n voorbeeld van hoe wij onsvolledig in een hoek geschilderd hebben. We hebben dus eerst geld in eenpot gestopt. Vervolgens hebben we er zelf voorwaarden aan verbondenom dat geld terug te krijgen. Diezelfde voorwaarden worden nu gebruiktom allerlei voorstellen die we met z’n allen verstandig vinden, niet uit tevoeren. Dit is echt knettergek. Dit moet stoppen. Daarom moeten wij ookecht stoppen met de discussie over eurobonds en het daaraan straks weerverbinden van allerlei voorwaarden. Want dan gaan we weer preciesdezelfde soep krijgen met z’n allen. Op deze manier kunnen kabinettennog twintig jaar vooruit regeren door iedereen klem te zetten met boetesdie ze zelf ingesteld hebben. Dit moet echt stoppen. Ik snap dat deStaatssecretaris risico’s benoemt, maar die discussie moet maar eens metEuropa aangegaan worden. Ik ga hier geen dekking voor regelen, want ikzie het niet als een risico.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Er wordt nu heel veel op één grote hoop gegooid: van eurobonds totandere dingen. Nederland wil dat alle andere Europese landen gaanhervormen. Als ze dat niet doen, dan krijgen ze minder geld. Dat is deafspraak. Nu hebben we als land zelf gezegd dat we een CO2-belastinggaan invoeren. Die willen we terugtrekken, althans sommige partijen hier.En de Staatssecretaris zegt: als je die op nul zet, dan krijg je je geld niet uitBrussel. Het gaat om 600 miljoen tot 1,2 miljard. Is het amendement – datis geen motie, maar echt een wetswijziging – een serieus voorstel van deheer Vermeer? Zegt hij: «Weet je wat? We gaan gewoon risico lopen. Iknegeer de Staatssecretaris. Wij gaan gewoon 1,2 miljard euro riskerenvanwege mijn amendement.»? Is dat echt het plan dat hij hier indient?De heer Vermeer (BBB):Volgens mij heb ik het al ingediend.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Leuk, een gevatte opmerking. Maar er ligt nu een wetswijziging van eencoalitiepartij die zegt: «Weet je wat? Misschien kost het 1,2 miljard. Datzegt de Staatssecretaris namens het kabinet. Maar we negeren datgewoon. We zien wel.» Dat is toch geen betrouwbaar bestuur? Dat is tochniet hoe je met elkaar je amendementen maakt? Ik vind het gek – ik hoopdat meer partijen dat gaan zeggen – dat je hier iets indient wat 1,2 miljardkan kosten, maar dat je dat overlaat aan je opvolgers. Graag een meerinhoudelijke reactie op het feit dat de Staatssecretaris zegt dat dit ons heelveel geld gaat kosten.De heer Vermeer (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11459 Als wij die CO2-heffing en die knop niet weghalen, dan gaat ons dat zékerheel veel geld kosten. Dat heeft namelijk grote gevolgen voor hetinvesterings- en vestigingsklimaat. Zolang dat soort kosten niet meege-nomen worden in de afwegingen hier in de Kamer, zetten wij onszelf klemen zorgen we ervoor dat we het verdienvermogen van Nederland voor detoekomst ernstig aantasten. Wij hebben gewoon gezegd: tot hier en nietverder; dit is een keer klaar.De voorzitter:We gaan naar de een-na-laatste interruptie van de heer Grinwis.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank voor de herinnering. Er komt heel veel frustratie uit bij deheer Vermeer. Die frustratie is vooral na de formatie pas opgestapeld.Tijdens de kabinetsformatie van het vorige kabinet kon hij dit namelijkallemaal al weten. Hij kon al weten dat er inderdaad randvoorwaardenwaren en dat als je plannen wilt afvoeren, je met een alternatief moetkomen, omdat je anders het risico loopt dat je 600 miljoen tot 1,2 miljardverliest. Dat was niet alleen zo bij deze maatregel, maar bij wel zeventienmaatregelen, zeg ik uit mijn hoofd. Zegt de heer Vermeer dus eigenlijk dathij nu wakker is geworden, maar toen sliep? Welke boodschap geeft hijnou mee? Ik snap de frustratie namelijk, maar dan moet je gewoonopletten tijdens de formatie. Ligt dat uiteindelijk hier niet op tafel?Misschien moet ik het ook niet al te euvel duiden. Het was namelijk deeerste keer dat de BBB meeformeerde. Ik snap het allemaal, maar dezefrustratie is niet helemaal terecht, want u was er zelf bij, meneer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Allereerst vind ik het dedain dat de heer Grinwis toont door te zeggen datwij iets voor de eerste keer deden, hebben zitten snurken, niet opgelethebben en het allemaal hebben laten gebeuren, volkomen onterecht. Ikheb mijn frustratie hierover vanaf het eerste moment in de formatiegemeld. Daar was de heer Grinwis niet bij, dus dat kan hij niet weten.Maar ik vind het wel kwalijk dat hij suggereert dat wij er als een stelletjedombo’s bij zaten en dat wij gewoon niet wisten wat er speelde.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat zijn uw woorden.De heer Vermeer (BBB):Nee, dat zijn uw woorden, die u mij oplegt door de manier waarop u devraag stelt. U had gewoon kunnen vragen: bent u er later pas achtergekomen of wist u het aan het begin al? Nou, ik wist aan het begin al datwe klem zaten op allerlei gebieden. Bij elke uitvraag aan Financiënkwamen dit soort tabellen en risico’s van wat er allemaal kon gebeurenterug. Daarin zit frustratie, want op deze manier zijn we niet de juistebesluiten voor Nederland aan het nemen. We brengen het verdienver-mogen van Nederland, de potentie waar wij alle voorzieningen uit moetenbetalen in dit land, ernstig in gevaar door de manier waarop we onszelfklemgezet hebben. Ik zit nu pas in de positie waarin ik kan zeggen: tot hieren niet verder. Daarvoor kon dat niet. Daarin ziet u dus een gedragswij-ziging. Die frustratie is er echt vanaf het begin, hoor. Daar kunt u van opaan. In elke terugkoppeling kwamen al die beperkingen steeds terug.De voorzitter:Dan komen we bij een interruptie van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):De CO2-heffing wordt met het wetsvoorstel dat nu voorligt, feitelijk op nulgezet. Dat vergt een wetswijziging. De heer Vermeer dient nu eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11460 amendement in om ook het instrument zelf uit de wet te schrappen, maardat is ook een eenvoudige wetswijziging. In beide gevallen volstaat eensimpele wetswijziging om de CO2-heffing weer terug te brengen. MeneerVermeer en ik zijn het oneens over of dat wenselijk zou zijn, maar feitelijkmaakt het voor de moeite die het kost om ’m weer in te voeren tochhelemaal niks uit of het nu wel of niet in de wet staat? Het amendementvan de heer Vermeer is toch louter symbolisch? Daarmee neemt hij welhet risico om ruim 1 miljard euro uit Brussel op het spel te zetten.De heer Vermeer (BBB):Ik probeer de vraag goed te begrijpen. Ik probeer goed te begrijpen wat deheer Oosterhuis hiermee wil bereiken. Wij willen gewoon dat die knoperuit gaat. Wij weten gewoon dat het een veel grotere drempel is om eennieuwe wet of een nieuwe wetswijziging door te voeren dan dit nu bij hetBelastingplan te regelen. Dat is de reden waarom ik dat ding eruit wilhebben. Het is veel moeilijker om iets wat hier een keer geschrapt is, weerterug te krijgen dan om iets te laten staan en te activeren. Theoretisch ishet misschien even makkelijk, maar praktisch en politiek gezien is dat veelmoelijker.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Ooster ...De heer Oosterhuis (D66):Het punt is dat ik ...De voorzitter:Een moment, meneer Oosterhuis. Ik kondig u aan en dan kunt u uwmicrofoon aanzetten. Een vervolgvraag van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Excuus, voorzitter. Ik probeer te betogen dat het ook politiek net zoeenvoudig is om dit weer terug te draaien. Al die wetsartikelen liggen alklaar. Die staan nu in de wet. Die kunnen er ook zo weer in geamendeerdworden. Het voorstel dat nodig is om het tarief aan te passen, is ongeveervergelijkbaar met het voorstel om de heffing opnieuw in te voeren, dus iksnap echt niet dat de heer Vermeer dit risico wil nemen, want feitelijkgebeurt nu wat hij wil.De heer Vermeer (BBB):Nou, wij kijken daar verschillend naar. Gezien de ontwikkelingen die op ditmoment plaatsvinden in Europa – ik heb het over hoe tegen CO2-reductieen doelstellingen aangekeken wordt – denk ik dat er in dit geval mettertijdmeer gezond verstand zal komen en het politiek dus met de dag moeilijkerzal worden om dit terug in te voeren. Dat is mijn inschatting. Anders stemtu gewoon tegen; dan moeten we die zetels missen. Dan moeten webekijken of er verder wel een meerderheid voor is.De voorzitter:Verder geen interrupties? Dan mag de heer Vermeer zijn betoog gaanafronden.De heer Vermeer (BBB):Voorzitter. Ik was nog bij de CO2-heffing en het Aramisproject. Ik heb nogenkele vragen aan de Staatssecretaris. Loopt de Staat niet het risico dat zijvanwege de volloopgarantie moet gaan betalen vanwege het mislukkenvan Aramis? Zo ja, is met deze budgettaire risico’s rekening gehouden? Zonee, waarom niet? Er zijn dus meer risico’s dan alleen de Europeseboetes.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11461 Over de weglekrisico’s van afvalstromen schrijft de Staatssecretaris in eennota naar aanleiding van het verslag dat deze zijn omgeven met groteonzekerheden. Daarom wordt er in de ramingen rekening gehouden meteen gelijkblijvende exportstroom. Was het niet beter geweest om hier eenwat minder gunstig scenario aan te houden? Nu wordt er eigenlijk vanuitgegaan dat er helemaal geen afname is van de grondslag in deCO2-belasting door export van afval. Dat er te discussiëren valt over hetprecieze effect begrijp ik, maar helemaal geen rekening houden metgrondslagerosie door export lijkt mij onverstandig. Graag een reactie vande Staatssecretaris.Voorzitter. Tot slot een opmerking over de ramingen en budgettaireeffecten van beleid. Ik heb inmiddels al enkele amendementen ingediend.Bij elk amendement houdt BBB zich aan de begrotingsregels zoals hetscheiden van inkomsten en uitgaven. Maar ik wil daarbij, net als eerder al,wel opmerken dat bij veel thema’s de lastenverhogingen wat mij betreft teoptimistisch worden doorgerekend. Ik heb net het voorbeeld genoemdvan de CO2-belasting op AVI’s waarbij er geen rekening wordt gehoudenmet een toename in de exportstroom. Ook bij box 3 en de tabaksaccijnshebben we grote gedragseffecten gezien. Ik heb geen aanvullende vraaghierover aan de Staatssecretaris, maar wil graag de collega’s oproepenom zich bij de verdere behandeling en ook bij de formatie niet blind testaren op statische modellen en ramingen, maar vooral ook het gezondeverstand te gebruiken bij het wegen van de financiële effecten van beleid.Dank u wel.De voorzitter:Tot zover de bijdrage van de heer Vermeer. Dank u wel. Dan gaan we nunaar een spreker die we deze middag nog niet gehoord hebben, namelijkde heer Stoffer van de SGP.De heer Stoffer (SGP):Dank, voorzitter. Dat klopt; ik was helaas vanmorgen niet op tijd hier. Ik zalniet uitleggen waar het allemaal mee te maken had, maar het had wel ietste maken met waar de heer Hoogeveen tegen aanhikte: het laden van eenauto. Het is wat, die elektrische auto’s.Goed. Voorzitter. We starten vandaag met ... Nee, we zijn natuurlijk alruimschoots gestart met de belastingplanvierdaagse. Het is, denk ik, eenheel mooi dossier om in deze eerste week van de nieuwe Kamer mee testarten. Er liggen heel veel wetten voor, soms technisch en weinigpolitiek, maar zeker in de Wet Belastingplan 2026 zitten een paarmaatregelen waar best een stevig debat over nodig zou kunnen zijn. Er isnatuurlijk al het een en ander met elkaar gedebatteerd; ik heb vanochtendal het een en ander meegekregen.Als SGP zijn we niet onverdeeld positief over een aantal maatregelen. Indeze bijdrage zullen we dan ook onze eigen wensen inbrengen. Ik gavandaag in op het Belastingplan 2026 en op de Wet vliegbelasting.Als eerste het inkomensbeleid. In een eerste versie van het wetsvoorstelwas het voornemen opgenomen om de arbeidskorting te verhogen. Dat isgelukkig inmiddels ingetrokken. De dekking, het verhogen van de tarievenin de inkomstenbelasting, is echter niet ingetrokken. Sterker nog, door denota van wijziging wordt het belastingtarief de komende jaren verderverhoogd. Ook het budget voor de arbeidskorting wordt verhoogd, terwijlwe juist de andere kant op moeten: lagere tarieven en lagere kortingen.Dat maakt het stelsel namelijk eenvoudiger. Mijn eerste vraag aan deStaatssecretaris is of hij deze mening deelt. En of dat nou wel of niet zo is,waarom wordt er toch voor gekozen om zowel de tarieven als dearbeidskorting te verhogen?Daarnaast wordt de stelpost fiscale regelingen opnieuw ingevuld door eenlastenverzwaring in de inkomstenbelasting. Mijn vraag is: daar is dieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11462 stelpost toch eigenlijk niet voor bedoeld? Gezinnen zijn nu de dupe vanhet feit dat het kabinet die stelpost niet kan invullen.Voorzitter. Vorig jaar is er een amendement van de SGP aangenomen datde positie van eenverdieners verbetert. Dat is heel mooi en was ook eenechte trendbreuk. Wat ons betreft was dit uiteraard een eerste stap, wantde belastingkloof tussen eenverdieners en tweeverdieners was en is nogsteeds enorm. Vandaar dat ik een amendement overweeg om eenvolgende stap te zetten. Vanaf 2028 wordt de overdraagbaarheid van dealgemene heffingskorting opnieuw ingevoerd, maar slechts voor eenbeperkte groep: vanaf een inkomen van € 36.000 word deze afgebouwd.Mijn voorstel is om die grens wat hoger te leggen, zodat ook middenin-komens profiteren. Ik kom daarover nog met een amendement.Voorzitter. Het is ook goed dat er eindelijk duidelijkheid is over deverlenging van de RVU, de Regeling Vervroegde Uittreding. Deze regelingzou dit jaar aflopen, maar wordt met dit Belastingplan gelukkig verlengd.De vrijstelling wordt met € 300 verhoogd. Die dekking wordt gevondendoor het RVU-tarief te verhogen. Nu betalen werkgevers een tarief van52% over het deel boven het drempelbedrag. Werknemers met een laaginkomen kunnen goed uit de voeten met een verhoging van het drempel-bedrag. Dat is positief, maar de rekening wordt wel deels neergelegd bijwerknemers met een middeninkomen. Als zij eerder willen stoppen metwerken en de werkgever een uitkering wil geven die niet voor een enormeinkomensachteruitgang zorgt, dan betaalt die werkgever een steedshogere RVU-heffing. Die loopt op tot zelfs 65% in 2028. De zorg van deSGP is dat werkgevers daardoor minder geneigd zijn om werknemers meteen inkomen boven de drempelvrijstelling een uitkering aan te bieden.Mijn vraag is of de Staatssecretaris op deze zorg kan reageren. Is in beeldgebracht wat de verhoging van de RVU-heffing doet met het aantalaangeboden regelingen? Tot slot op dit punt: ziet de Staatssecretarismogelijkheden om de rekening op een andere manier te dekken?Voorzitter. Dan hetgeen al meerdere keren is langsgekomen vandaag engedurende de tijd dat ik hier zit: de verbruiksbelasting op alcoholvrijedranken. In die verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken wordt eengeitenpaadje afgesloten. Als er bijvoorbeeld een vleugje zuivel aanfrisdrank wordt toegevoegd, dan kan die verbruiksbelasting nu wordenontweken. Dat is niet de bedoeling van die belasting. Het is goed dat hetkabinet daar een stokje voor steekt. Maar het steekt wel dat de opbrengstten goede komt aan de algemene middelen, terwijl er ook voor gekozenkan worden om het tarief te verlagen. Waarom is daar niet voor gekozen?Daarnaast vallen pure groente- en fruitsappen nog steeds onder deverbruiksbelasting. Dat is al vaker aan de orde gekomen. Daarin zittengeen toegevoegde suikers. Pure groente- en fruitsappen verschillen enkelvan groente en fruit als het gaat om de substantie. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is of hij bereid is om die pure groente- en fruitsappen uitte zonderen van de verbruiksbelasting.Op 11 juli heeft de vorige Staatssecretaris een brief naar de Kamergestuurd met een aantal scenario’s voor de omzetting naar een gediffe-rentieerd tarief op basis van het suikergehalte. In die brief wordt aan deKamer gevraagd om een keuze te maken. Wat de SGP betreft kiezen wevoor een scenario waarin wordt geheven op basis van de toegevoegdesuikers, scenario 5, net als de heer Vermeer van de BBB zojuist aangaf.Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of hij kan toezeggen dat hij datscenario gaat uitwerken in een wetsvoorstel. Als die toezegging niet komt,dan zullen wij aanstaande donderdag een motie indienen, zoals al isaangegeven. Als er mensen zijn die willen meetekenen, dan zijn zeuiteraard van harte welkom. Maar ik hoop in eerste instantie op eentoezegging van de Staatssecretaris; dat begrijpt u.Dan box 3. In het Belastingplan worden twee maatregelen genomen voorbox 3 waar de SGP kritisch op is: het verlagen van het heffingsvrijvermogen en het verhogen van het forfaitair rendement. Gelukkig staanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11463 we daar niet alleen in. Dat is bedoeld om het uitstel van de Wet werkelijkrendement box 3 te dekken. Met het eerste, het verlagen van ...De voorzitter:Er is een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):Met vertraging, want ik was al een tijdje aan het zwaaien. Mijn vraag gaatnog over de verbruiksbelasting. Die vraag heb ik zojuist ook gesteld aande heer Vermeer. Volgens mij lopen er wat dingen door elkaar. Is het eenmotie of een amendement? Als het een amendement is, hoe gaat de heerStoffer dat dan dekken?De heer Stoffer (SGP):Er ligt een amendement voor. Dat wordt in eerste instantie ingediend doorde BBB. Wij zullen dat medeondertekenen. De motie zal van onze handkomen.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Stoffer (SGP):Ik was gebleven bij de eerste maatregel waar ik niet al te blij mee ben,namelijk het verlagen van het heffingsvrij vermogen. Je raakt daarmeevooral mensen met een klein vermogen. De SGP wil juist dat hetheffingsvrij vermogen wordt verhoogd. Dat is dus precies het tegenover-gestelde van wat het kabinet voorstelt. Maar het verhogen van hetforfaitair rendement is zo mogelijk nog problematischer, van 6% naarmaar liefst 7,78%. Dat zijn rendementen die voor velen niet of voor eenenkeling nauwelijks haalbaar zijn. In sommige gevallen is zo’n rendementniet eens mogelijk, bijvoorbeeld bij een pachtcontract. Mijn vraag is of deStaatssecretaris daarop kan reageren. Verwacht hij niet nog meerrechtszaken?Ik dacht dat het forfaitair rendement altijd technisch berekend werd, opbasis van feitelijke informatie, maar nu blijkt dat als er geld nodig is, hetforfaitair rendement opeens verhoogd kan worden. Mijn vraag is: welkprecedent wordt daarmee geschapen? Kan dat percentage nog verderstijgen als er op de een of andere manier weer extra geld nodig is? Hetaantal tegenbewijzen zal door dit voorstel met zo’n 40% toenemen, kreegik als antwoord op onze schriftelijke vragen. Ik meen mij te herinneren datde uitvoering van de Wet tegenbewijsregeling box 3 niet heel eenvoudigwas en dan druk ik mij nog zachtjes uit. Mijn vraag is: welke gevolgenheeft deze stijging voor de uitvoering van die wet?Ook zal de verhoging grote gevolgen hebben voor de rendementen vanverhuurders van woningen. Nu lopen de rendementen de laatste jaren alstevig terug, met veel verkopen tot gevolg. Onder aan de streep is hetrisico groot dat door deze maatregel het woningaanbod in de huursectornog verder zal afnemen. Mijn vraag is: welke effecten verwacht hetkabinet in dit opzicht? Is deze maatregel afgestemd met het Ministerie vanVolkshuisvesting? Want dit is echt weer een maatregel die fiscaalmisschien best logisch lijkt, maar een enorm effect heeft op de woning-markt.Voorzitter. In juni dit jaar is een motie van mevrouw Van Eijk en mij overdeze verhoging aangenomen. Het verzoek in die motie was om in gesprekte gaan met groepen, belastingplichtigen, die direct geraakt worden enom alternatieven te onderzoeken. Dat eerste lijkt te zijn gebeurd, dattweede niet. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of hij kan toezeggen dathij alsnog met alternatieven komt, zoals de motie destijds ook vroeg.In juni heeft de SGP ook een motie ingediend om te bezien hoe de fiscalepositie van rijksmonumenten verbeterd kan worden. Uit de sector begrijpTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11464 ik dat de gesprekken inmiddels stilliggen. Mijn vraag is: wat is precies destand van zaken in dezen? Wanneer stuurt de Staatssecretaris opties naarde Kamer om de positie van rijksmonumenten te verbeteren? Er ligt eenheldere aangenomen motie die wat ons betreft snel uitgevoerd moetworden.Voorzitter. Dan kom ik bij de bedrijfsopvolgingsregeling. Daar hebben wein de afgelopen jaren ...De voorzitter:Voordat u daaraan begint, meneer Stoffer, is er een interruptie van de heerStultiens.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik wil iets zeggen over box 3. Volgens mij hebben eigenlijk alle partijenvandaag gezegd dat ze iets met het heffingsvrije vermogen willen. Er zijnheel veel varianten aangeleverd voor hoe dat betaald moet worden: tariefin box 3, grens in box 1, de wet-Hillen, het eigenwoningforfait. De vraagis: gaat de SGP nog een optie toevoegen of is er een voorkeur? Kunt uzeggen waar u aan denkt en wat een goed idee zou zijn? Volgens mij zouhet mooi zijn als we dit deze week met elkaar kunnen fiksen.De heer Stoffer (SGP):Nee, ik ga er niet wat aan toevoegen, omdat ik ook begrepen heb dat erheel veel opties zijn. Dus wat mij betreft kijken we deze week hoe we metelkaar tot een zo goed mogelijke optie komen. Wat mij betreft hoeven weniet alleen maar te kijken binnen box 3 zelf. Dat geef ik er wel bij aan. Watmij betreft zou het ook daarbuiten kunnen. Laten we met elkaar kijken watwe hieraan kunnen doen, maar ik ga er niet nog een extra optie aantoevoegen, want dat maakt het speelveld alleen maar nog ingewikkelder,denk ik.De voorzitter:Dan is er nog een interruptie van mevrouw Van Eijk.Mevrouw Van Eijk (VVD):De heer Stultiens heeft het alleen over de dekking van het terugdraaienvan het verlagen van het heffingsvrije vermogen, maar er is ook eenbreedgedragen wens voor een demping of het terugdraaien van devoorgenomen verhoging van het forfait. Geldt hetgeen de heer Stofferheeft gezegd dan voor beide onderdelen van die maatregel?De heer Stoffer (SGP):Het is natuurlijk best een heel ... Je kunt van alles willen; de dekking isaltijd heel lastig. Ik ga ervan uit dat de vraag van mevrouw Van Eijk is of jevoor beide ook buiten box 3 kunt kijken. Ik zie haar ja knikken. Ja, wat onsbetreft moeten we breder kijken dan alleen het box 3-verhaal. Het isnatuurlijk mooi als het daaruit kan komen, maar ik begrijp ook dat datgewoon heel erg lastig is. Dus we moeten met elkaar ook iets brederkijken dan dat, denk ik. Wat mij betreft moeten we alle opties goed inogenschouw nemen met elkaar en moeten we kijken of we hier een zobreed mogelijk draagvlak kunnen vinden om toch wat te doen aan ditonderdeel.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Stoffer (SGP):Voorzitter. Ik had al aangegeven dat ik bij de BOR was aangekomen. Daarhebben we veel over gesproken. Er lag een amendement voor van hetCDA en de VVD waardoor een familietoets en een verwateringsregelingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11465 ingevoerd zouden worden. Nu is gebleken dat die maatregelen om allerleiredenen niet uitgevoerd kunnen worden, moeten we constateren dat dateigenlijk best zuur is. Ik roep dan ook allereerst de Staatssecretaris op omte blijven zoeken naar alternatieven om datzelfde doel te bereiken. In hetvorige Belastingplan zat ook een nare maatregel, namelijk een stevigeinperking van de BOR. De SGP heeft toen een amendement ingediend, datgelukkig ook is aangenomen, om deze versobering niet door te laten gaanals de familietoets en de verwateringsregeling onverhoopt niet doorkunnen gaan. Mijn vragen zijn de volgende. Kan ik nu dus concluderen datdit amendement in werking treedt, waardoor de beperking van de BORdefinitief van de baan is? Klopt het dat hiermee ook lidmaatschapsrechtenin een coöperatie, die veel voorkomen in bijvoorbeeld de agrarischesector, zich nog steeds kwalificeren voor de BOR?Voorzitter. Dan kom ik bij de pseudo-eindheffing. Daar is ook al meer overgezegd, maar ik wil daar een paar woorden aan toevoegen. In hetBelastingplan is een voorstel opgenomen om de verkoop van elektrischeauto’s te stimuleren. Dat is op zich natuurlijk goed, maar het is dit keergeen wortel maar een stok. Werkgevers gaan straks 12% belasting betalenals ze een fossiele auto ter beschikking stellen aan werknemers die dieauto ook privé gebruiken. Het opvallende is dat deze heffing onderaan destreep geld kost, omdat er minder belasting wordt opgehaald door deelektrificatie van het wagenpark. De komende jaren kost die maatregelzo’n 700 miljoen euro, en structureel 43 miljoen euro als je het op het eindbekijkt. Dat is bedoeld om het wagenpark te elektrificeren. Maar mijnvraag is of die honderden miljoenen niet op een efficiëntere manier zijn inte zetten, bijvoorbeeld door werkgevers financieel te stimuleren en tehelpen hun wagenpark te elektrificeren in plaats van ze een extrabelasting op te leggen? Zeker voor kleine werkgevers zijn die lasten heelhoog, niet alleen financieel maar ook administratief. Mijn vraag is of diestijgende lastendruk in kaart is gebracht en, als het toch doorgaat, hoekleine werkgevers ondersteund worden bij de uitvoering van dezemaatregel. Het risico is ook dat werkgevers kiezen voor een alternatievereiskostenvergoeding en werknemers zélf de auto aanschaffen. Dan zul jezien dat een minder zuinige tweedehandsauto gekocht zal worden.Mijn vraag is hoe groot de Staatssecretaris het risico op alternatieveroutes acht. Ik wil hierbij opmerken dat ik zojuist ook een amendement opdit punt heb ingediend, waarbij we deze regeling niet door laten gaan enwaarbij er natuurlijk ook geld vrijvalt. Ik geef hier maar aan dat ik daar opdit moment geen doel in heb gelegd, alleen dat we het in de breedtezouden moeten toepassen om elektrificatie te stimuleren. Dus als mensenhele goede ideeën hebben, dan wil ik het amendement best aanpassenom te kijken hoe we dat zouden kunnen invullen. Maar wat ons betreftmoet het dan wel blijven binnen de stimulering van de elektrische auto.Voorzitter. Dan ga ik naar de afvalstoffenbelasting. Er wordt een heelaantal voorstellen gedaan; voorstellen die nog niet helemaal in betongegoten zijn omdat in afstemming met de sector gekeken wordt naaralternatieven. Dat is wat mij betreft een vrij bijzondere route. De sectormag meedenken over de invulling en het kabinet stelt alvast een invullingvast. Zou het niet beter geweest zijn om eerst gewoon de uitkomsten vande gesprekken af te wachten? En kan de Staatssecretaris een updategeven van de gesprekken die geweest zijn? De SGP pleit ervoor om dekomende tijd in alle rust en samen met de sector tot een gedragen pakkette komen, waarbij alle negatieve gevolgen ook goed meegenomenworden. Het pakket aan belastingverhogingen zal naar verwachtingbijvoorbeeld ook leiden tot meer export en minder import van afval.Kortom, de milieuwinst die hier op papier behaald wordt, leidt in hetbuitenland juist tot schade. Nederlandse bedrijven zijn het kind van derekening maar dit kabinet wilde het vestigingsklimaat juist verbeteren. Datis hard nodig en u vindt de SGP daarin aan uw zijde, maar ik heb het ideeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11466 dat deze ambitie het vestigingsklimaat niet vooruithelpt. Ik hoor graag hetantwoord van de Staatssecretaris daarop.Voorzitter. Een onderdeel van de technische invulling is het laten vervallenvan de vrijstelling voor zuiveringsslib. Dat is een maatregel die vooralonze waterschappen raakt. Het kabinet raamt de kosten op 1 miljoen euro,volgens het antwoord op onze vraag in de schriftelijke ronde. Vanuit dewaterschappen krijg ik veel hogere bedragen door. Ik hoor dus graag waarde raming van het kabinet precies op gebaseerd is, zeker als het tarief vande afvalstoffenbelasting in de komende jaren nog verder gaat stijgen. Ookgeeft de regering aan dat het grootste deel van het slib wordt aangebodenbij monoverbranders, waarvoor de vrijstelling in stand blijft. Het gaatvolgens de sector om 60% en de rest wordt dus belast. Mijn vraag is:wegen de enorme lasten voor waterschappen echt op tegen de mogelijkevoordelen? Monoverbranding, die dus vrijgesteld blijft, vergt de komendejaren nog veel innovatie. Deze belastingverhoging remt die innovatie,terwijl monoverbranding juist duurzamer is. Mijn vraag is: is het niet beterom even een pas op de plaats te maken en het voorstel het komende jaarte herzien? Ik begreep ook dat er geen Uitvoerbaarheidstoets DecentraleOverheden voor dit voorstel is uitgevoerd. Mijn vraag aan de Staatssecre-taris is – dat begrijpt u – of hij kan toezeggen dat die alsnog plaatsvindt.Voorzitter. Dan ga ik door met de gevolgen voor de bodemsanering enwoningbouw. Eenzelfde effect zie je namelijk bij de bodemsanering, dieheel relevant is voor woningbouw. Tariefverhoging heeft grote gevolgenvoor de kosten van bodemsanering, maar de Staatssecretaris geeft in deschriftelijke beantwoording aan dat de kostenstijging beperkt is en dat dieversnelling van de woningbouw niet in de weg staat. Graag hoor ik waardat precies op gebaseerd is. Er zijn namelijk wel vaker maatregelengenomen die fiscaal logisch leken, maar voor de woningmarkt funestuitpakten.Voorzitter. Dan kom ik bij de multiplier in de lucratiefbelangregeling. In delucratiefbelangregeling wordt namelijk een ingewikkelde wijzigingvoorgesteld. Die is ook ingewikkeld omdat deze volgens de uitvoerings-toets lastig uitvoerbaar is, met grote risico’s op procesverstoringen. Demaatregel is ook nog niet eens fraudebestendig. Is het niet beter om nogeven te wachten met de invoering van deze maatregel of om nog even tetijd te nemen om tot een uitvoerbare oplossing te komen?Voorzitter. Dan kom ik aan bij mijn laatste punt en dat is de vliegbelasting.De SGP vindt het positief dat er een tarief komt op basis van afstand,maar we zijn wel kritisch op de uitzonderingen die gemaakt zijn voorultraperifere gebieden, zogenaamde UPG’s. Daarvoor wordt afgewekenvan de standaard tariefindeling. Als een UPG dichter dan 3.500 kilometervan Nederland ligt, valt deze in het lage tarief in plaats van in het tweedetarief. Voor het Caribisch deel van Nederland snap ik dat, want die hebbenecht een aparte status. Maar de uitzondering geldt ook voor de Azoren,Madeira, de Canarische Eilanden en delen van het Verenigd Koninkrijk.Mijn vraag is: waarom is nu specifiek voor die gebieden een uitzonderinggemaakt en niet voor andere gebieden? Is het niet veel rechtvaardiger omalle UPG’s gelijk te behandelen, het Caribisch deel van Nederlanduiteraard uitgezonderd?De tariefsverhoging zorgt tegelijkertijd wel voor enorme verschillen metonze omliggende landen. Daar ligt van onze kant ook best een zorg. Invergelijking met België is het Nederlandse tarief fors hoger. Maar ook hettarief voor korte afstanden is een stuk hoger dan het Duitse tarief. Mijnvraag is: is het kabinet zich bewust van de grote weglekeffecten? En hoewordt er bijgestuurd, mochten die weglekeffecten echt te groot worden?Voorzitter. Dat is mijn bijdrage in deze instantie. Ik zie uiteraard uit naar debeantwoording van de Staatssecretaris. Dank u wel.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11467 Dank u wel, meneer Stoffer. Dit wetgevingsoverleg staat gepland tot19.00 uur. Het ziet er dus naar uit dat we vroeger klaar zullen zijn. Ik kandat alleen niet nog niet garanderen, want we gaan nog naar het slotstukvan deze middag. Dat is de bijdrage van de heer Grinwis namens deChristenUnie. Gaat u er maar eens goed voor zitten.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank voor de aankondiging. Ik voel de druk om het voor19.00 uur af te ronden. Ook van mijn kant heet ik de Staatssecretariswelkom bij zijn eerste belastingplanbehandeling in deze Kamer. Ookwelkom aan nieuwe collega’s Oosterhuis en Hoogeveen, die al eenprachtige eerste termijn op de mat hebben gelegd. Dank en welkom indeze prachtige commissie. De behandeling van het Belastingplan is watmij betreft een feest. Voordat ik inga op de inhoud, richt ik nog een woordvan dank aan de ambtenaren, die ondanks de verkiezingsperikelenonverdroten hebben doorgewerkt aan duidelijke antwoorden en mooietabellen en grafieken, bijvoorbeeld in de nota naar aanleiding van hetverslag. Die zijn zeer inzicht gevend en behulpzaam.Voorzitter. Dan is het nu tijd voor de inhoud. Zeg mij wie of wat u wiltbelasten en ik zal zeggen wat voor u belangrijk is, welke samenleving uvoorstaat en welke ideologie u heeft. Het is betekenisvol dat het eersteecht inhoudelijke debat in de nieuwe Kamerperiode een debat is overbelastingen, over het Belastingplan, over ons belasting- en toeslagen-stelsel.De voorzitter:Meneer Stoffer, uw microfoon staat nog aan. Zou die uit mogen?De heer Stoffer (SGP):Ik praat graag een beetje mee met de heer Grinwis. Sorry, voorzitter.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik begon dus te zeggen dat het goed is dat het eerste echt inhoudelijkedebat een debat is over de belastingen en het Belastingplan. Het haalde,ten onrechte, niet als een van de grote thema’s het eindverslag vanverkenner Koolmees, maar dat is het natuurlijk wel. Bijna niets van hetoverheidshandelen heeft zo’n impact als het opleggen van belastingen.Daarom moeten de belastingen begrijpelijk, eenvoudig en rechtvaardigzijn. Dat zijn ze heel vaak niet. De ene euro wordt heel anders belast dande andere euro, het ene huishouden heel anders dan het andere, de enemanier van wonen heel anders dan de andere manieren et cetera, etcetera.Dat het niet goed gaat met ons belastingstelsel laten de diverse herstel-operaties zien: het toeslagenschandaal, het box 3-fiasco en de repara-tiewet die nodig was om alleenverdieners niet onder het bijstandsniveaute laten zakken. Het stelsel is te complex, het instrumentalisme te groot enhet lef om door te pakken en het urgentiebesef zijn te klein. Maar er staatweer een kabinetsformatie voor de deur. Dat is een gouden kans om deproblemen van ons belastingstelsel voor burgers, bedrijven en deBelastingdienst aan te pakken. Het is een kans die je niet grijpt als jealleen maar vergezichten opschrijft. Nee, je zult concreet moeten wordenover de marsroute, in het coalitieakkoord zelf maar zeker ook in definanciële bijlage. Denk bijvoorbeeld aan welke toeslag of fiscale regelingje als eerste gaat wegspelen, de vervolgstappen en de hoeveelheidsmeermiddel.Immers, meer eenvoud maakt het stelsel minder gericht. Je hebt dus geldnodig om te grote negatieve koopkrachteffecten te voorkomen, zonder tevervallen in koopkrachtfetisjisme. Welke stap zou de Staatssecretaris alseerste zetten bij het vereenvoudigen van ons belasting- en toeslagen-stelsel? Stel dat de aanvliegroute gericht is op uitvoerbaarheid voor deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11468 Belastingdienst, welke drie regelingen gaan er dan als eerste op deschop? En welke als je het burgerperspectief kiest? Stel dat het eerste doelis om het aantal terugvorderingen bij toeslagen terug te dringen. Welkemaatregel zou je dan als Staatssecretaris als eerste nemen: toeslagenbaseren op vastgestelde inkomens, technisch t-2 genoemd, of eenconcrete toeslag wegspelen? Welke toeslag zou de Staatssecretaris danals eerste kiezen: de zorgtoeslag, omdat deze de grootste is, terwijl weheel eenvoudig zonder zouden kunnen aangezien in principe eenieder eenzorgverzekering heeft? Ik daag de Staatssecretaris graag uit om zijnkaarten op tafel te leggen, want als we dit debat nu niet voeren en nugeen keuzes maken, dan blijft de vereenvoudiging, de hervorming, vanons belasting- en toeslagenstelsel een vogel in de lucht.Voorzitter. Na deze inleiding ga ik eerst maar eens in op het fiscaaldiscriminerende voorstel dat in dit Belastingplan is geslopen. Dan heb ikhet over het voorstel in de eerste nota van wijziging. Deze nota, naaraanleiding van de motie-Klaver/Kouwenhoven, vergroot het verschiltussen mensen die betaald werk verrichten en mensen die dat ook deden,maar arbeidsongeschikt zijn geraakt. De verschillen waren al zo groot.Betaald werken willen bevorderen is prima, maar de verschillen inbelastingdruk tussen verschillende groepen bij een gelijk bruto inkomen,zowel op individueel niveau als op huishoudniveau, mogen niet te grootworden, en die zijn nu wel te groot.Uit de rekenvoorbeelden in de nota naar aanleiding van het verslag –waarvoor dank – wordt dat eens te meer duidelijk. Een werknemer metminimumloon, dus met een brutojaarinkomen van zeg € 30.000, heeft eenbelastingdruk van 11%. Een voormalige, maar nu arbeidsongeschiktewerknemer heeft bij datzelfde inkomen een belastingdruk van 27%. Dewerknemer betaalt bij € 30.000 namelijk € 3.200 inkomstenbelasting en devoormalige, maar nu arbeidsongeschikte werknemer betaalt € 7.900belasting. Dat is bijna tweeënhalf keer zo veel. Dat verschil in belas-tingdruk loopt verder op bij een tweede verdiener in een huishouden.Immers, bij arbeidsongeschiktheid valt dan ook het recht op de inkomens-afhankelijke combinatiekorting weg. Voor een tweede verdiener is€ 30.000 bruto bijna belastingvrij. In 2026 resteerde nog slechts eenbelastingbedrag van € 479. Dat betekent dat een voormalige tweedeverdiener die arbeidsongeschikt raakt bij een brutoinkomen van € 30.000wel zestienenhalf keer meer belasting gaat betalen dan degene die diepech niet heeft met zijn inkomen en werk. Is deze discriminatie nourechtvaardig, Staatssecretaris? Hebben GroenLinks-PvdA geen spijt vande discriminerende oplossing in hun motie? Mijn fractie betreurt het zeerdat er met steun van een Kamermeerderheid voor is gekozen om zó veelgeld, namelijk 734 miljoen per jaar, aan de arbeidskorting toe te voegen.Dat is een stap de verkeerde kant op. Graag hoor ik de reflectie van deStaatssecretaris hierop.Ik was onaangenaam verrast dat de Staatssecretaris in de nota naaraanleiding van het verslag de bezwaren wegwuifde, alsof de arbeids-korting niet tot fiscale discriminatie leidt en het doel, arbeidsparticipatie,elk middel heiligt. Dit terwijl de Staatssecretaris in reactie op onze vragenook duidelijk maakt dat als sinds 2001 alleen de tabelcorrectiefactor zouzijn toegepast, de maximale arbeidskorting in 2025 slechts € 1.500 zouhebben bedragen in plaats van € 5.599. Bovendien wordt met de nota vanwijziging bevorderd dat mensen nog meer in kleine deeltijdbanen gaanwerken in plaats van in grote deeltijdbanen, laat staan voltijdbanen. Dat zitbesloten in de huidige vormgeving en hoogte van de arbeidskorting.Zolang de arbeidskorting niet is gebaseerd op uren, conform de al eenaantal jaar terug aangenomen motie-Van Weyenberg/Grinwis, is dearbeidskorting, zeker in combinatie met de andere inkomensafhankelijkeafbouwpaden in ons stelsel, namelijk toeslagen en de algemene heffings-korting, een premie op in deeltijd werken en een straf op voltijds werken.Naast het feit dat de huidige arbeidskorting door de extreme hoogte zeerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11469 discriminerend is voor arbeidsongeschikten en kostwinnergezinnen, bijtdit instrument door de hoogte en de afbouw steeds meer in zijn eigenstaart, omdat meer werken te weinig oplevert.Ik weet dat een arbeidskorting op basis van uren op uitvoeringsproblemenstuit, maar moeten we in de tussentijd dan niet de omgekeerde beweginggaan maken door niet eindeloos de arbeidskorting op te pompen, maareenvoudig het belastingtarief in de eerste schijf omlaag te brengen?Collega Stoffer bepleitte dat ook al.Het amendement op stuk nr. 11 (36 812) had ik ingediend om deverhoging van het belastingtarief in de eerste schijf en de extra verhogingvan de arbeidskorting ongedaan te maken. Dat zal ik in ieder geval zoaanpassen dat voorkomen wordt dat het tarief in de eerste schrijf stijgt. Ikzal met het oog op steun in de Kamer de als gevolg van de motie-Klaver/Kouwenhoven bijgestelde knikpunten niet aanpassen. In plaats daarvanzal ik het benodigde bedrag om de tariefverhoging in box 1 teniet te doenhalen uit de hoogte van de arbeidskorting over de hele linie. Dan wordt bijelk knikpunt de arbeidskorting naar rato verlaagd, overeenkomend met189 miljoen in 2026 en structureel met 311 miljoen.Voorzitter. Dan kom ik bij box 3. De wijzigingen die het kabinet daarvoorvoorstelt, liggen mijn fractie zwaar op de maag. Dat komt niet alleendoordat er iets onrechtvaardigs zit in het deels dekken van de herstelope-ratie door niet-bezwaarmakers te laten betalen voor de bezwaarmakers,maar ook omdat de interactie met de woningmarkt wordt veronacht-zaamd. Particuliere verhuurders, eigenaren van NSW-landgoederen eneigenaren van een vakantiewoning zijn de pisang. Bovendien leidt hetverlagen van het heffingsvrije vermogen tot meer uitvoeringslastenvanwege de extra 300.000 belastingplichtigen die deze verlaging met zichmeebrengt. Het kabinet wijst mijns inziens te gemakkelijk naar detegenbewijsregeling voor het geval het genoten rendement lager is danhet forfaitaire rendement. Het is toch een veeg teken dat met het oog opparticuliere verhuurders wordt gezegd dat het nieuwe stelsel op basis vanwerkelijk rendement voor hen een forse verbetering zal betekenen?Waarom dan in de tussentijd het forfaitaire rendement verhogen terwijl dekosten niet mogen worden verrekend?Ondertussen wordt er als oplossing wel gewezen naar de huurverho-gingen die Minister Keijzer mogelijk wil maken. Dat is echt schoppentegen het zere been van mijn fractie, juist met het oog op de uitpondgolfdie gaande is door particuliere verhuurders. Met het oog op het belangvan betaalbare huren zou je als wetgever in box 3 een pas op de plaatsmoeten maken en niet coûte que coûte deze verhoging van het forfaitairerendement met 1,78% moeten doorzetten. Graag een reactie van deStaatssecretaris. Is bovendien voldoende zeker dat de raming inzake dekosten van de hersteloperatie van box 3 klopt? Want daar zijn van meet afaan serieuze vragen bij gesteld. Het rechtsherstel in vervolg op hetkerstarrest heeft toch ook geen 6 miljard gekost, maar 3 miljard? In HetFinancieele Dagblad zei de Staatssecretaris: als vandaag de raming invervolg op de juni-arresten opnieuw zou moeten worden gemaakt, danzou er hetzelfde zijn uitgekomen, ofwel 12,4 miljard euro. Kan hij daar nogeens nader op ingaan? Hier werd ook door collega Vermeer al naargevraagd.Stel dat we de lastenverzwaring in box 3 à 2,5 miljard cumulatief nietdoorzetten, hoeveel minder dekking is er dan nodig, gelet op hetverminderde gebruik van de tegenbewijsregeling? Ergo, voor hoeveelmiljoen dekt zo’n amendement om de belastingverhoging terug te draaienzichzelf? Mijn oordeel is in ieder geval dat de voorgestelde belastingver-hoging in box 3 voor de komende twee jaar onverstandig, onrechtvaardigen onnodig is. De in het verleden volgens de Hoge Raad te veel gehevenbelasting op vermogen in box 3 deels terughalen bij dezelfde belasting-plichtigen in box 3 is de omgekeerde wereld. Er zijn genoeg anderevermogensbronnen die je zou kunnen kiezen ter dekking. Ook al betwijfelTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11470 ik dat de tegenbewijsregeling daadwerkelijk zoveel gaat kosten, volgensde begrotingsregels moet ik met een dekking op de proppen komen als ikmet een amendement kom om de verlaging van het heffingsvrijvermogen en de verhoging van het forfaitair rendement in de categorieoverige beleggingen met 1,78% terug te draaien.Mijn idee zou zijn om de afbouw van de wet-Hillen met enkele jaren teversnellen. Deze regeling zou oorspronkelijk worden afgebouwd in 20 jaar,maar is in de dying second van de kabinetsformatie van 2017 verlengdnaar 30 jaar. Doe die afbouw iets sneller, maar nog altijd in meer dantwintig jaar, en je hebt een verantwoorde alternatieve dekking. Hoe staatde Staatssecretaris hier tegenover? Aan een dergelijk amendement wordtnu gewerkt door de amendementenservice. En ja, ik snap dat er eenmismatch in de tijd kan ontstaan, maar dat is natuurlijk geen tegenar-gument voor dit Klarnakabinet dat het brandstofaccijnscadeau van 2026financiert met een dekking tot 2032.Voorzitter. Diverse voorstellen in het Belastingplan hebben een link methet klimaat. Soms hebben de voorstellen een positieve impact op deCO2-uitstoot, maar soms ook een negatieve. Zo straft het kabinet af datwerkgevers fossiele auto’s nog als leaseauto aanbieden. Dat doet het viaeen pseudo-heffing, een eindheffing. Het kabinet acht het risico dat ermeer gebruikgemaakt zal gaan worden van de onbelaste reiskostenver-goeding gering. Dat schrijft het kabinet in de nota naar aanleiding van hetverslag, maar het gaat in het antwoord alleen in op een privé aange-schafte nieuwe auto. Dat zal natuurlijk niet zo snel gebeuren. Maar meteen ouder dieseltje van en naar je werk gaan, wordt natuurlijk welinteressanter. Is dit risico niet te veel weggeschreven in de nota naaraanleiding van het verslag? Graag een reactie.Dan het flankerende beleid, dat aanvankelijk wel in het Belastingplan zat,maar te elfder ure is geschrapt; althans, zo begreep ik het. Dat gaat er watmij betreft weer terug in. Ik heb daar vanochtend al over geïnterrumpeerd.Daarom heb ik dus een amendement in voorbereiding om de bijtellingvoor elektrische auto’s, EV’s, in 2026 en 2027 niet op 22% te zetten, maarop 18%. Deze vier procentpunten zijn dus nodig om te voorkomen datEV’s in de bijtelling zwaarder worden belast dan vergelijkbare benzine-auto’s. Dan zouden we in 2028 naar 20% gaan en in 2029 naar 22%, wanthet moet natuurlijk wel gedekt worden en we hebben niet eindeloos diepezakken. Ter dekking stel ik voor de youngtimerregeling geleidelijk teversoberen. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is hoe hij tegenover dezeinvulling van flankerend beleid staat.Sowieso mag het overheidsbeleid inzake elektrisch rijden wel watstabieler. Ik ben niet voor het nodeloos pamperen van EV-rijders, maar hetkan toch niet zo zijn dat we de EV onaantrekkelijker maken dan de fossieleauto? Is de Staatssecretaris dat met mij eens?Dan de belastingvermindering in de energiebelasting. De motie-Van Hijumheeft verzocht deze enkel op huishoudens te richten, wat een opbrengstzou betekenen van structureel 411 miljoen euro. Dit is uitvoerbaar per2029, schrijft de Staatssecretaris, en wordt opgenomen in het Belas-tingplan 2027. Dat is mooi. Is het een idee om de opbrengst niet in tezetten voor een hogere belastingvermindering voor huishoudens, maarvanaf 2027 voor een verlaging van de energiebelasting voor elektriciteit inde eerste twee schijven? Daarmee wordt de klap van de afschaffing vande salderingsregeling minder hard. Graag een reactie van de Staatssecre-taris op dit idee.Dan het brandstofaccijnsballetje dat nu al een paar jaar telkens metéén jaar vooruit wordt getrapt, zonder een fundamenteel gesprek tevoeren over hoe brandstofaccijnzen moeten worden geheven en welke rolautomatische indexatie daar wel of niet in zou moeten spelen. OmdatNederland dat automatisme in principe wel kent, maar andere landen inde buurt niet, dreigt de kloof tussen Nederlandse, Duitse en Belgischetankstations steeds groter te worden. Ik snap dat je daar iets mee moet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11471 Maar hoe in dit Belastingplan de heilige koe wordt ontzien aan de pomp,slaat als een tang op een varken. Dan doel ik op de dekking.Het duurt niet alleen tot 2032 voor het cadeau aan de kiezer van1,7 miljard in 2026 is afbetaald – ik heb dat eerder dus het «Klarnakabinetin optima forma» genoemd: buy now, pay pain later – maar ook op dedekkingsbronnen is veel af te dingen. Het bizarst vind ik de inzet van deopbrengsten uit het CBAM, de Europese grensheffing om ter correctie eenprijs te vragen voor buiten de EU uitgestoten CO2. Die wordt nu ingezetals fossiele subsidie aan de pomp. Alles goed en wel, maar zet dit geldliever in om iets klimaatvriendelijks te bekostigen, zoals het dempen vande bezuinigingen van dit kabinet op het openbaar vervoer. Ik heb daarzojuist een amendement over ingediend, dus zowel een amendement aande inkomstenkant – dat is rondgedeeld – als een amendement aan deuitgavenkant, waarbij in 2026 en 2027 geld wordt toegevoegd aan debegroting van IenW om de bezuinigingen op de herijking van hetstudentenreisproduct in ieder geval voor de jaren 2026 en 2027 terug tedraaien.Dan over de differentiatie in de vliegbelasting, een afspraak uit hethoofdlijnenakkoord van PVV, VVD, NSC en BBB. Daar is al veel overgezegd, ook vandaag weer. In principe vind ik een differentiatie eenlogische stap, al begrijp ik nog niet elke keuze. Ik heb in ieder geval eenamendement ingediend om Suriname toe te voegen aan bijlage A, zodatwe recht doen aan de grote Surinaamse gemeenschap in ons land en aande historische band met Suriname. Daarnaast heb ik de vraag waarom wein de wet niet differentiëren tussen economyclass en businessclass en wedit aan de maatschappijen laten. Ten slotte heb ik de vraag wat de reactievan de Staatssecretaris is op het feit dat Duitsland uiteindelijk deverhoging van de vliegbelasting voor de langere afstand terugschroeft. Ikben in principe voor het beter beprijzen van de negatieve externe effectenvan vliegen en ik onderken dat we dat met dit wetsvoorstel in de hand ooknog steeds niet helemaal doen, maar hoe schat de Staatssecretaris hetrisico in dat we ons uit de markt prijzen en de weglek van passagiers naarDuitsland en België dermate toeneemt dat de opbrengst in Nederlandtegenvalt? De schade van het rooktoerisme ervaren we al. Gaan we dieschade ook niet ervaren van het vliegtoerisme?De voorzitter:Even een korte pauze voor een interruptie van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ik heb een vraag over het amendement van de heer Grinwis over hettoevoegen van Suriname. Aan de ene kant snap ik dat, want toen ik in hetvoorstel las over de uitzondering voor Caribisch Nederland, was Surinameeigenlijk ook het eerste land dat in mij opkwam. Maar ik las ook hetantwoord van de Staatssecretaris in de schriftelijke ronde over deafbakening. Het Koninkrijk is natuurlijk een hele heldere afbakening.Suriname is geen onderdeel meer van het Koninkrijk, dus hoe ziet de heerGrinwis de juridische houdbaarheid van een uitzondering voor Suriname,ook in relatie tot andere voorbeelden, zoals Indonesië, waar we natuurlijkook historische banden mee hebben?De heer Grinwis (ChristenUnie):Kijk, de historische band met Suriname is in ieder geval helder. Die is erinderdaad ook met Indonesië, maar de Surinaamse gemeenschap inNederland is ongelofelijk veel groter dan de Indonesische gemeenschapin Nederland. We kunnen het natuurlijk in de bijlage hebben overIndonesië, maar we weten dat heel veel verkeer naar Indonesië toeristischis, terwijl verkeer naar Suriname toch echt vaak plaatsvindt in eenfamiliecontext. Ik vind dat er dus echt wel een materieel verschil is tussenIndonesië en Suriname, waardoor je het ene land wel zou kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11472 toevoegen en het andere niet. Bovendien is Nederland hierin uniek inEuropa. We hebben hier duidelijk een grote, zeer gewaardeerdeSurinaamse gemeenschap, die er elders in Europa niet is. Daarom vertrektvanuit Amsterdam ook de enige rechtstreekse vlucht naar Paramaribo vandit hele continent. Daar wordt ook flink gebruik van gemaakt, want erwordt vaak geklaagd over de prijs daarvan. Als we die prijs nu nog verderopstuwen door die in de hoogste categorie van de vliegbelasting testoppen, vind ik echt dat we geen recht doen aan deze gemeenschap enaan de historische band, en dat we het eigenlijk nog meer afstraffen omfamilie te bezoeken. Soms doen mensen dat omdat ze het graag willen, ensoms ook noodgedwongen door iets verdrietigs in de familie. Ik vind hetnogal wat dat je dan willens en wetens je ogen sluit voor die groteSurinaamse gemeenschap in Nederland, en Suriname dan maar niet inbijlage A zet, omdat het niet meer tot het Koninkrijk behoort. Dan zeg ik:kijk niet alleen naar hoe het juridisch precies zit met het wel of niet binnenhet Koninkrijk vallen, maar kijk ook naar de praktijk. De praktijk leidt ertoedat je dit amendement zou moeten steunen. Dat zou althans mijn advieszijn.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Oosterhuis.De heer Oosterhuis (D66):Ja, heel kort. Ik moet zeggen dat ik het betoog van de heer Grinwis vooreen heel groot deel kan volgen, maar misschien zou ik dan toch via deheer Grinwis aan de Staatssecretaris kunnen vragen om wel iets te zeggenover de juridische houdbaarheid van het amendement. Als het onder-scheid namelijk juridisch ingewikkeld is en het amendement daarmee niethoudbaar is of tot allerlei andere procedures leidt, kan het ons ook verdervan huis brengen. Misschien zou ik de Staatssecretaris dus, via de heerGrinwis, toch mogen vragen om in juridische zin iets over ditamendement te zeggen.De voorzitter:Daarmee is het feitelijk een vraag aan de Staatssecretaris. Kan de heerGrinwis daar nog heel kort op reageren?De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik ben benieuwd naar het antwoord van de Staatssecretaris op deze vraagen ik ben graag bereid om de juridische onderbouwing van mijnamendement te versterken. Ik denk daarbij ook terug aan wat de heerStoffer zei, namelijk dat er nu al bijzonderheden zijn opgenomen rondomde Azoren en wat andere uitzonderingen, en dat er kennelijk ook geenjuridisch beletsel was om die zo aan de Kamer aan te leveren. Dat alleenal lijkt mij voldoende ruimte en voldoende precedent bieden om hiervoorook een uitzondering te maken, met nota bene een goede onderbouwingin de praktijk.De voorzitter:Suriname maakt de tongen los, zie ik, want we hebben een interruptie vande heer Stultiens en daarna van de heer Vermeer.De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ik hou het dichter bij huis, want ik blijf bij Duitsland. Mijn vraag aan deheer Grinwis is wat hij dan een acceptabel prijsverschil vindt. Ik hoornamelijk al de hele dag partijen naar Duitsland verwijzen, dat in hetafgelopen jaar een tarief had van € 70, terwijl wij € 30 hadden. Zij warendus € 40 duurder dan wij. Nou gaan zij volgend jaar naar € 56 en hebbenwij opeens € 14 meer. Ik ben dus benieuwd wat nou voor de ChristenUniede grens is waarboven het te veel uit de pas loopt. Ik hoorde hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11473 afgelopen jaar namelijk geen enkele partij zeggen: hé, we zijn € 14goedkoper dan Duitsland; het moet omhoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Vanaf het hoofdlijnenakkoord was al duidelijk dat hier een gedifferenti-eerde vliegbelasting zou komen, dus wat in het vat zit, verzuurt niet. Hetligt nu voor in het Belastingplan. Ik ben er ook in principe voorstandervan, alleen lijkt het mij terecht dat wij vragen naar de gedragseffecten.Welk verschil is logisch en acceptabel meer vanuit het Laffercurveper-spectief, dat ik al eerder deze dag aanhaalde? Je wilt niet dat hierdoor teveel Nederlanders naar naburige luchthavens gaan om daar alsnog in eenvliegtuig te stappen, wat voor het klimaat sowieso weinig doet. Mijnvoorkeur gaat uit naar een gecoördineerde Europese strategie, waarbij wevliegen gewoon belasten en in principe gewoon de volledige prijs, dusinclusief alle negatieve externaliteiten, betalen. Ik denk dus dat weinhoudelijk heel erg dicht bij elkaar zitten, alleen moeten we er wel voorzorgen dat een alleingang, zoals we die nu ondernemen, niet leidt tot tegrote negatieve effecten, want dan schiet je er niet zo veel mee op. Het isdus toch een beetje schipperen tussen enerzijds het principe van hetvolledig beprijzen van negatieve externe effecten, in dit geval voor hetklimaat maar ook voor geluid en andere zaken, en anderzijds dat je eenbeetje rekening houdt met je buurlanden die dat niet doen, zodat mensendan met de voeten kunnen gaan stemmen. Dat is eigenlijk het punt dat ikhier op tafel leg. Als de Staatssecretaris daar beredeneerd en onderbouwdinzicht in kan geven, dan zou dat helpen om gerust voor dit wetsvoorstelte kunnen stemmen.De voorzitter:Helder. Leidt dit nog tot een vervolgvraag?De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA):Ja, tot slot. Volgens mij zijn we het dan inderdaad meer eens dan gedacht.Ja, volgens mij gaan we überhaupt het liefste uit van een Europesestrategie. Ik weet dat een van de voorgangers, volgens mij Menno Snel,nog actief op pad ging in Europa om samen op te trekken, dus ik hoopinderdaad dat dat een keer gaat lukken, maar tot die tijd hoop ik datpartijen die inzoomen op andere landen, ook de andere excessen ofuitschieters zien. In het VK is de belasting namelijk inderdaad veel hoger.Er is ook jarenlang gezegd dat Heathrow een grote concurrent vanSchiphol is. Daar betaal je wel € 100. Zeker voor de privéjets – daar gingmijn eerdere punt over – geldt het tienvoudige van onze belastingen. Ikhoop dat we ook kijken naar en leren van andere landen die juist wel meerbelasting heffen.De voorzitter:Helder.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat kan ik alleen maar beamen. We moeten niet alleen maar op dit punten op deze toevallige vergelijking focussen, maar de langere termijn inogenschouw nemen. In dat kader stel ik ook de vraag of we niet zelfonderscheid moeten aanbrengen tussen bijvoorbeeld businessclass eneconomyclass. Businessclass is namelijk veel minder prijsgevoelig.Moeten we het helemaal overlaten aan de maatschappijen of moeten wedaar zelf een voorstel voor doen? Ik ben ook wel benieuwd naar de reactievan de Staatssecretaris daarop.Voorzitter. Dan ga ik naar ...De voorzitter:Voordat u verdergaat, is er ook nog een interruptie van de heer Vermeer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11474 De heer Vermeer (BBB):Ik ben wel benieuwd waarom de heer Grinwis wel een uitzondering voorde Surinaamse gemeenschap wil maken, maar niet voor de Indische enMolukse gemeenschap.De heer Grinwis (ChristenUnie):Zoals ik net al zei, ben ik er best toe bereid om nog zo’n amendement temaken, alleen weten we dat de Surinaamse gemeenschap in Nederlandeen veel grotere gemeenschap is en dat vluchten naar Indonesië minderworden gedomineerd door die oude verbanden en oude banden. Als jeIndonesië ook op bijlage A zou zetten, dan weet je dat je veel meervluchten meepakt die niet familiegerelateerd zijn dan wanneer je devluchten naar Suriname pakt. Maar ik wil hier best nog eens overnadenken. Er is inderdaad een historische relatie en we hebben te makenmet een mooie Indische en Molukse gemeenschap in ons land.De voorzitter:Dat leidt tot een vervolgvraag van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ja, of de heer Grinwis die cijfers over die verschillen even naar decommissie toe kan sturen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dat kan ik nu zo niet, maar daar wil ik best wel in duiken. Maar of dat totde conclusie leidt dat daar uiteindelijk ook een amendement voor moetworden gemaakt, ga ik nu niet zeggen. De precieze cijfers heb ik hier nuniet paraat, meneer Vermeer, maar we weten hoe groot de diversegemeenschappen zijn. We weten ook dat er, anders dan in het geval vanIndonesië, naar Suriname enkel hier in Amsterdam een rechtstreekselijnvlucht wordt aangeboden vanuit het Europese vasteland. Dat is duswel een heel duidelijk verschil.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter. Ik kom nog even op de glastuinbouw. Mijn fractie maakt zichzorgen over het toevoegen van de glastuinbouw onder ETS2. Er ligt eenaangenomen motie van collega Flach en mij die het kabinet niet uitvoert,terwijl onze buurlanden de glastuinbouw ondertussen wel buiten ETS2houden. Hier komt ook nog een groengasbijmengverplichting bij enhebben we als Rijk de randvoorwaarden voor de glastuinbouw om teverduurzamen niet op orde. Ondanks alles zit de glastuinbouw heel dichtbij het CO2-reductiedoel voor 2030. Staatssecretaris, leg mij dan eens uitdat dit demissionaire kabinet van VVD en BBB niet gokt met de toekomstvan de glastuinbouw in Nederland. Ik kan het niet anders zien dan dat ditkabinet, met de BBB er dus bij, een goede toekomst van deze innovatievesector in ons land op het spel zet, althans, laat ik het iets zachter formu-leren, dat het kabinet echt risico’s neemt. Ik ben heel erg benieuwd hoe deStaatssecretaris dit ziet en welke mogelijkheden hij ziet om dit nog teverbeteren.Dan kom ik bij de circulairplastic-heffing. Deze heffing is door het kabinetingeruild door een verhoging van de afvalstoffenbelasting. Het kabinetheeft een budgettair probleem van 567 miljoen per jaar en gooitvervolgens de afvalbedrijven maar voor de bus. Kan de Staatssecretarismij uitleggen waarom de keuze van het kabinet logisch, goed enzorgvuldig is? Ik snap dat je de import van afval wil stoppen. Maar kan deStaatssecretaris aan mij aantonen dat voorliggend voorstel van deweeromstuit niet tot export van afval gaat leiden? En waarom is er nietTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11475 een evenwichtiger voorstel gedaan, waarbij de CO2-heffing niet voor veel,maar voor een paar jaar op nul wordt gezet en tegelijkertijd de afval-branche evenwichtiger wordt behandeld? We weten immers allemaal hoehet meestal gaat met technische invullingen en placeholders: die blijvenvaak staan. Ook nu weer wordt door de Staatssecretaris benadrukt dat hetallemaal nog technisch is. Dat is in het verleden wel bij meer zakenbeweerd. Uiteindelijk blijft die technische invulling, omdat er geenpolitieke overeenstemming komt over een invulling, zomaar staan enblijkt het toch een politieke invulling te zijn geweest.Dat brengt me, voorzitter, als vanzelf bij het volgende punt. Het is nietgelukt om de stelpost fiscale regelingen en belastingconstructies in tevullen. Alleen enkele evidente misbruikgevallen worden aangepakt, zoalshet gebruik dan wel het misbruik dat Appelsientje maakte van dezuiveluitzondering in de verbruiksbelasting à 36 miljoen structureel. Daarwordt nu een stokje voor gestoken. Hoe kunnen we dit beter doen in detoekomst? Kan dat door in een coalitieakkoord dan wel begrotingsaf-spraken gewoon concreet te worden? Ik ben benieuwd wat de Staatsse-cretaris hierop te zeggen heeft, want terugvallen op ib-tarieven of detabelcorrectiefactor, zoals we nu doen, is toch wel een zwaktebod? Ikoverweeg een motie op dit punt.Ik kom nog even op de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken, oftewelde suikertaks. Een volledig nieuw vormgegeven verbruiksbelasting hadonderdeel moeten zijn van dit Belastingplan. Er liggen tal van variantenvoor waar de politiek uit moet kiezen. Heeft de Staatssecretaris nog steedsdezelfde voorkeur als toen hij nog senator was, namelijk de voorkeur voorvariant 5?Mijns inziens passen de eerste drie varianten niet binnen de kaders van deoptelsom van de aangenomen moties die de leden Erkens en Grinwishebben ingediend. De varianten 1 tot en met 3 vallen wat mij betreft perdefinitie af. Het begint dus pas interessant te worden vanaf variant 4. Ikben benieuwd hoe de Staatssecretaris hiertegenover staat. Ik wasinderdaad van plan om hier een voorstel over te doen, maar ik hoorde datcollega Stoffer ook van zins is om hierover samen met collega Vermeereen motie voor te stellen. Zij zitten helemaal op spoor 5. Ik vind variant 5interessant, maar daar zitten natuurlijk wel haken en ogen aan, want als jede grondslag steeds smaller maakt, worden de resterende tarieven steedshoger gelet op de eis van budgetneutraliteit. Ik vind zelf de varianten 4 enmet name 4b heel interessant. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretarishet punt van de grondslagen en de hoogte van de tarieven weegt. Wat ishet meest evenwichtig? Is dat inderdaad nu rücksichtslos zeggen:variant 5? Of moet je ook nog heel serieus kijken naar de varianten 4a en4b? Ik ben benieuwd.Voorzitter. Op de laatste dag voor het verkiezingsreces is mijn motieaangenomen om af te zien van de overdrachtsbelasting bij taakover-drachten tussen woningcorporaties. Dat gaat om de motie op stuknr. 1380 (32 847). Hoe en wanneer voert de Staatssecretaris deze motieuit? Regelt hij dat nog met een nota van wijziging in dit Belastingplan ofzegt hij toe dit te regelen in het volgende Belastingplan?Voorzitter. Nog iets over woningcorporaties, want daar heb ik het over. Zijzijn een cruciale bondgenoot in het realiseren van betaalbare huurwo-ningen en het betaalbaar houden daarvan. Naar zijn aard is dat echter eenonrendabele business, ook al doet de af te dragen vennootschapsbe-lasting iets anders vermoeden. Mijn suggestie: zo spoedig mogelijk deherbestedingsreserve herintroduceren. Welke stappen kan de Staatssecre-taris alvast nemen om dat mogelijk te maken voor het geval daar in deformatie toe besloten wordt? Mijns inziens is dit een absoluut noodzake-lijke stap, die we moeten gaan zetten in een volgend belastingplan.De Staatssecretaris heeft vast ook het nieuws gezien dat er een fiscalestrop dreigt voor tot wel 1,6 miljoen pensioenverzekerden. Wat kan en wilde Staatssecretaris nog meer doen om werkgevers tot actie te manen enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11476 te voorkomen dat de Belastingdienst in 2028 ongewenst op de stoep staatbij pensioenverzekerden?Voorzitter. Ten slotte sluit ik me voor een aantal thema’s aan bij depleidooien van collega’s. Zo sluit ik me wat betreft de BOR aan bij hetpleidooi voor familiebedrijven van collega Van Eijk. Ik zie echter ook datde feiten zijn zoals ze zijn beschreven in de nota naar aanleiding van hetverslag. Voor wat betreft de fiets sluit ik me aan bij collega Oosterhuis ennog wel een aantal anderen die ook een verhaal in dezelfde lijn hebbengehouden. Voor wat betreft de lucratiefbelangregeling ben ik benieuwdnaar de reactie van de Staatssecretaris op het pleidooi voor uitstel datdoor diverse collega’s al is gehouden. Dat leek mij een heel reëel verhaal.Voorzitter, tot zover in deze eerste termijn. Er zijn dus nog een aantalamendementen onderweg. Moties komen natuurlijk allemaal plenair,volgende week. Andere deelonderwerpen inzake box 3 gaan we behan-delen bij de Wet werkelijk rendement box 3 wat mij betreft.Tot zover in deze termijn. Ik zie uit naar de beantwoording van deStaatssecretaris en wens hem en zijn ambtenaren veel sterkte om ditallemaal zo snel voor te bereiden.De voorzitter:Dank voor uw bijdrage, meneer Grinwis. Daarmee zijn we aan het eindegekomen van de eerste termijn van de Kamer. Dank aan de mensen op depublieke tribune, de pers en de kijkers thuis voor hun geduld. Dank aan demensen die ons vandaag ondersteunden. Ook dank aan de leden van decommissie voor de gedisciplineerde wijze van vergaderen, maar vooralook de prettige en constructieve wijze van debatteren bij de eersteinhoudelijke vergadering van deze nieuwe Kamer. Dat belooft wat voor derest van deze periode.Dank u wel.Sluiting 16.11 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 812, nr. 11477

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a6e5dc6ae14db93d

14 okt 2026 · 7d7993d854b4585d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.