KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de contracteer- en overstapseizoen 2023-2024 (Kamerstuk 29689-1249)

22 aug 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie aa03379154aeacbf · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202429 689Herziening ZorgstelselNr. 1264 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 22 augustus 2024 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over de brief van 15 mei 2024 over decontracteer- en overstapseizoen 2023–2024 (Kamerstuk 29 689, nr. 1249).De vragen en opmerkingen zijn op 20 juni 2024 aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 22 augustus2024 zijn de vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,EerdmansDe adjunct-griffier van de commissie,Sjerp kst-29689-1264ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12641 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie7Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie8II.Reactie van de Minister9 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fractiesVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het afgelopen contracteer- en overstapseizoen. Deze ledenzetten vraagtekens bij de conclusie dat het afgelopen contracteerseizoenaanzienlijk beter is verlopen, en hebben daarom nog de volgende vragenen opmerkingen.De leden van de PVV-fractie lezen in de brief dat op 22 december 2023 inongeveer 90%, van de onderhandelingen tussen zorgverzekeraars enzorgaanbieders, duidelijk was of er een contract werd gesloten of niet.Maar het overstapseizoen begint op 12 november en op die datummoeten zorgverzekeraars hun premies en voorwaarden met betrekking totde contractering bekend maken. Wat was de stand van contractering op12 november, zo willen deze leden weten. Kunnen de leden hier eenoverzicht van krijgen per zorgverzekeraar? Het is genoemde leden ook nietduidelijk of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gaat handhaven bijzorgverzekeraars als zij hun deadline niet halen. Kan de Minister dittoelichten?De leden van de PVV-fractie vragen waarom de contractering vanGGZ-aanbieders duidelijk achterblijft bij de andere sectoren. Hoeveelmeerjarige-contracten zijn er met GGZ-aanbieders afgesloten en hoeveelcontracten hebben omzetplafonds? Wordt voor niet-gecontracteerdeGGZ-aanbieders nog een redelijke vergoeding geboden, hoe wordt ditkenbaar gemaakt aan verzekerden en hoe verschillen de zorgverzekeraarshierin? Ziet de Minister een relatie tussen de jarenlange onderschrijdingenin de GGZ-sector, de achterblijvende contracteergraad, beperkendevoorwaarden als omzetplafonds enerzijds en de groei van de wachtlijstenen de toename aan crisiszorg anderzijds? Graag ontvangen deze ledeneen uitgebreide toelichting.De leden van de PVV-fractie begrijpen dat bij de restitutiepolis vaker hogekosten gedeclareerd worden, ligt dat dan aan duurdere behandelingen ofgebruiken verzekerden met een restitutiepolis meer zorg? Is daar al eensonderzoek naar gedaan?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief over het jaarlijks overstapseizoen op de zorgverzeke-ringsmarkt. Zij hebben nog wel enkele vragen over deze brief.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12642 In deze brief erkent de Minister het probleem dat het voor verzekerdenvaak onduidelijk is welke zorg niet gecontracteerd is en welke kostenhiermee gemoeid zijn. Het gevolg hiervan is dat patiënten te vaak metonverwacht hoge kosten worden geconfronteerd. Dit probleem baart defractie van GroenLinks-PvdA grote zorgen. Hoe kijkt de Minister naar ditprobleem?Een offerteplicht, het schriftelijke moeten informeren van patiënten ingeval van (onvolledige) vergoeding van zorgkosten, zoals de aangenomenmotie Bushoff (Kamerstuk 31 765, nr. 764) voorstelt, kan hierin uitkomst inbieden. De Minister geeft aan dat de offerteplicht in zijn huidige definitiejuridisch niet houdbaar is.Kan de Minister inzichtelijk maken welke wetswijziging er dient plaats tevinden om het juridisch houdbaar te krijgen? Is de Minister bereid omdeze stap te zetten? Kan het buitenlandse ongecontracteerde zorg niet alsuitzondering gelden? Verder noemt de Minister het invoeren van eenofferteplicht onwenselijk. Hoe vindt de Minister dat de nadelen, zoalsbijvoorbeeld administratieve lasten, opwegen tegen de voordelen datpatiënten niet meer tegen onverwachts hoge zorgkosten aanlopen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn tevreden dat het NZahetzelfde doel als genoemde leden nastreeft, namelijk het voorkomen datpatiënten onbedoeld terechtkomen bij niet-gecontracteerde zorgaan-bieders. Het verplicht schriftelijk informeren in plaats van vormvrij kanhieraan bijdragen als alternatief van de offerteplicht. Op welke termijn zijndeze nieuwe regels voorzien? Gaat dit nieuwe beleid worden gemonitord?Wordt daarbij gekeken in hoeverre het bijdraagt aan het doel om tevoorkomen dat patiënten onbedoeld terechtkomen bij niet-gecontrac-teerde zorgaanbieders?In de brief geeft de Minister aan dat er in ons zorgstelsel een belangrijkerol is weggelegd voor de verzekerde. Volgens de Minister leidt keuze-vrijheid en marktwerking tot betere kwalitatieve zorg, betaalbaarheid entoegankelijkheid. De Minister stelt dat de verzekerde dan wel in staat moetzijn om een weloverwogen keuze te maken voor een polis, waardoor hetbelangrijk is dat zoveel mogelijk contracten in het overstapseizoen wordenafgesloten. Het staat het buiten kijf dat het later bekend maken van hetgecontracteerde aanbod niet in het belang is van de verzekerden. Hoe kijktde Minister aan tegen feit dat verzekerden zonder volledig geïnformeerdte zijn een keuze voor een polis moeten maken? Hoe kunnen verzekerdendeze keus goed maken zonder dat ze precies weten wat de gecontrac-teerde zorg is?In de brief laat de Minister weten dat op 22 december 2023 in ongeveer90 procent van de onderhandelingen duidelijk was of er een contract werdgesloten of niet. Dat betekent dat er in ongeveer 10 procent van degevallen geen duidelijkheid is geweest over het contract en verzekerdendus geen weloverwogen keuze hebben kunnen maken wat betreft hunpolis. Daarbovenop ligt dit percentage veel hoger bij de officiële deadlinevan 12 november. Erkent de Minister dat dit het fundament raakt van onszorgstelsel? Waarom hebben verzekerden niet het recht om tussentijdsover te stappen in het geval dat de zorgverzekeraar niet voor 12 novemberuitsluitsel kan geven over contracten? Ze moeten immers een keus makenop basis van gebrekkige informatie waardoor er een kans bestaat dat zeonbedoeld tegen hoge kosten oplopen doordat ze gebruikmaken vanniet-gecontracteerde zorgverleners. Is de Minister bereid om het recht optussentijds overstappen voor verzekerden te onderzoeken? Zo nee,waarom niet?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen over delange wachttijden in de zorg. Dit raakt een van de belangrijkste pijlers vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12643 een solidair zorgstelsel; toegankelijkheid voor iedereen. Het beleid vanomzetplafonds, of zorgplafond, draagt bij aan wachttijden. Genoemdeleden zijn daarom erg kritisch op het zorgplafond. Hoe kijkt de Ministernaar de relatie tussen het zorgplafond en wachttijden in de zorg? Kan deMinister in kaart brengen in hoeverre het zorgplafond bijdraagt aan dewachttijden in de zorg? Het argument voor het zorgplafond is hetbetaalbaar houden van de zorg.In hoeverre draagt het zorgplafond daadwerkelijk bij aan de betaal-baarheid van de zorg als een deel van die zorg simpelweg wordtuitgesteld? Is er geen alternatief voor het zorgplafond dat wachttijden nietin de hand helpt?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben gelezen dat het polisaanbod in 2024 59 is. Hoe kijkt de Minister tegen dit hoge aantal polissenaan? Deelt de Minister de mening dat dit hoge aantal polissen niettransparant is en het hoge aantal juist contraproductief is voor dekeuzevrijheid van consumenten? Wat is volgens de Minister het idealeaantal polissen? Welke mogelijkheden zijn er om het aantal polissen terugte dringen? Artikel 17 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) verbiedt datgelijke polissen voor verschillende prijzen worden aangeboden. Is deMinister bereid om artikel 17 Zvw aan te passen zodat (i) ook (bijna)gelijke polissen hieronder vallen en (ii) ook (bijna) gelijke polissen binnenhetzelfde concern hieronder vallen om het aantal polissen terug tedringen?Sinds de Zorgverzekeringswet (Zvw) is er sprake van gereguleerdemarktwerking in de zorg. Een onderdeel van de Zvw is concurrentie onderzorgverzekeraars, wat zich onder andere uit in marketing en onlinevergelijkers. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn kritisch op dezekosten omdat deze niet direct bijdragen aan betere zorg. Genoemde ledenvragen hoeveel geld er van verzekeraars naar vergelijkingswebsites, zoalsbijvoorbeeld Independer, en marketing gaat. Kan de Minister in kaartbrengen hoe dit zich verhoudt tot het budget wat daadwerkelijk naar zorggaat?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben signalen ontvangen datpatiënten in de GGZ bij een x aantal behandelingen privacy gevoeligeinformatie dienen te delen met de zorgverzekering om hun behandeling tekunnen voortzetten. Gezien de gevoeligheid van zulke informatie en deimpact die het delen van deze informatie voor de patiënt kan hebben,baart dit de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zorgen. Herkent deMinister dit beeld? Zo ja, hoe kijkt de Minister hier tegenaan? Waarommag de zorgverzekeraar zulke privacy gevoelige informatie opvragen?Vooral gezien de impact die dit heeft op de patiënt? Waarom dienenpatiënten gevoelige informatie te delen en geldt de opinie van dezorgprofessional niet als afdoende om een behandeling voort te zetten?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken overhet contracteer- en overstapseizoen 2023–2024. Zij hebben hierbij nogenkele vragen aan de Minister.Genoemde leden zijn blij te lezen dat het contracteer- en overstapseizoendit jaar beter en tijdiger is verlopen dan het contracteerseizoen het jaardaarvoor. Dit lijkt te komen doordat er geen grote beleidsveranderingengedurende het inkoopseizoen plaatsvonden, zoals het sluiten van hetIntegraal Zorgakkoord (IZA) in september 2022, en doordat er geen sprakewas grote externe ontwikkelingen, zoals impact van bijvoorbeeld inflatieof covid-1. Kan de Minister op dit eerste punt reflecteren? Is het mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12644 om grote beleidsveranderingen zoveel mogelijk voorafgaand aan hetinkoopseizoen door te voeren, indien nodig, om zo de rust in hetinkoopseizoen te bewaken?Het doet de leden van de VVD-fractie goed dat zowel zorgaanbieders alszorgverzekeraars ernaar hebben gestreefd contracten op 12 november afte ronden. Wel blijkt dit streven in face-to-face onderhandelingen mindereffectief te zijn geweest. Genoemde leden vragen de Minister waar ditmee te maken heeft. In welke sectoren vinden face-to-face onderhande-lingen plaats. Wat wordt ondernomen om ook deze vorm van onderhan-delen sneller te laten verlopen, opdat verzekerden tijdig weten waar zeaan toe zijn.De leden van de VVD-fractie lezen dat afgelopen seizoen het op een nahoogste overstappercentage is vastgesteld. De Minister stelt datoverstappen geen doel op zich is, maar het vooral van belang is datverzekerden nagaan of de polis die ze hebben nog goed bij hen past.Genoemde leden delen dit, maar zijn van mening dat overstappen meeris, namelijk ook een middel om zorgverzekeraars scherp te houden op deinkoop van goede zorg tegen een aanvaardbare prijs. Zij vinden hetzorgelijk dat uit onderzoek van de toezichthouders is gebleken datverzekeraars hun klanten op verschillende manieren belemmeren om eenoverstap te maken naar een goedkopere basisverzekering. Ook het aantalpolissen dat inhoudelijk op elkaar lijkt, lijkt nog steeds een hardnekkigprobleem te zijn, ondanks herhaalde oproepen en besluiten vanuit depolitiek om dit te verbeteren. Kan de Minister aangeven hoe er gevolgwordt gegeven aan de oproep van de Autoriteit Consument en Markt(ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)om het aantal basispolissendat inhoudelijk sterk op elkaar lijkt te verminderen en de koppeling tussende aanvullende verzekering en specifieke basispolissen los te laten?De leden van de VVD lezen in figuur 1 dat de contracteergraad binnen deggz-instellingen afwijkt van de contracteergraad bij andere zorgsectoren.Kan de Minister de historische ontwikkeling van deze cijfers delen met deKamer, voorzien van een duiding van deze ontwikkeling?Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht maar zijn voor het tijdig afrondenvan het contracteerproces ook afhankelijk van de offertes van zorgaan-bieders en daar heeft het afgelopen seizoen enige discussie overplaatsgevonden. Kan de Minister aangeven hoe de verhouding is tussenzorgaanbieders en het wel en niet tijdig aanleveren van offertes? De ledenvan de VVD-fractie lezen dat de NZa hier reeds actie op onderneemt doorrichtsnoeren om te vormen naar regelgeving, onder andere op het gebiedvan het tijdig aanleveren van offertes waarop de NZa gaat handhaven.Wat zijn de gevolgen voor zorgaanbieders indien zij de offertes niet tijdigaanleveren?De leden van de VVD-fractie zijn positief over de samenwerking tussenzorgverzekeraars en vergelijkingssites en vinden het goed te zien dat ditverzekerden in staat stelt om een goede vergelijking tussen polissen temaken. Kan worden toegelicht hoeveel mensen gebruik hebben gemaaktvan een vergelijkingswebsite tijdens het afgelopen overstapseizoen enook wanneer zij hier voornamelijk gebruik van maken? In hoeverre is ereen verband te zien tussen zekerheid over contracten en het gebruik vanvergelijkingssites?De NZa heeft geconcludeerd dat een offerteplicht voor niet-gecontrac-teerde zorg op dit moment niet mogelijk en wenselijk is en dat gekekenwordt om dit op een andere manier vorm te geven, zo lezen de leden vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12645 de VVD-fractie. Aanpassing van de Regeling Transparantie Zorgaan-bieders wordt hierbij genoemd.Op welke manier wordt deze aanpassing gemonitord en geëvalueerd omte zien of de aanpassing daadwerkelijk tot verbetering leidt? Genoemdeleden hebben kennisgenomen van de verkenning transparantie niet-gecontracteerde zorg. Zij menen uit de conclusies op te kunnen maken datde overheid weinig niet-vrijblijvende maatregelen in handen heeft ommeer transparantie af te kunnen dwingen, klopt deze conclusie? Zo nee,welke niet-vrijblijvende instrumenten heeft de overheid, naast eenofferteplicht, in handen om transparantie meer af te kunnen dwingen?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNZa over de overstapperiode 2024, alsmede ook van de reactie van deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hierop. De leden van deNSC-fractie erkennen de inspanningen die zorgverleners hebben geleverdin het belang van de verzekeringsnemers om het contracteerproces teverbeteren. Er moeten zeker nog stappen worden genomen, voornamelijkop het gebied van informatievoorziening aan verzekerden en hetcontracteren van passende zorg. Zij zullen hier tijdens het commissie-debat Zorgverzekeringsstelsel verder op ingaan en hebben geen verderevragen aan de Minister.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse de brief gelezen van deMinister over het contracteer- en overstapseizoen 2023–2024 en hebbennog enkele vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat ruim 1,3 miljoen verzekerden zijngewisseld van zorgverzekeraar. Dit komt over met 7,4% van de verze-kerden. Kan de Minister aangeven welk percentage van de verzekerdenniet gewisseld is, maar de polis heeft aangepast bij de eigen verzekeraar.In theorie zou dit betekenen dat het voor overige verzekerden niet nodigwas om te wisselen van zorgverzekeraar of om bij de eigen zorgverze-keraar de verzekering aan te passen. Kan de Minister informatie delen metbetrekking tot een passende zorgverzekering bij consumenten? Inhoeverre is er sprake van over- of onderverzekering bij consumenten.Voorts vragen de leden van de D66-fractie of consumenten op de hoogteworden gesteld wanneer de polis van de consument afgesloten in hetvorige jaar, wordt aangepast in het nieuwe jaar. Kan de Minister aangevenof consumenten zich bewust zijn dat hun huidige polis kan veranderen? Isde Minister bereid dit mee te nemen in een volgende publiekscampagnebij het overstapseizoen? Welke mogelijkheden ziet de Minister om nogbeter te waarborgen dat consumenten een verzekering hebben passendbij hun zorgvraag en geïnformeerd worden over een goedkoper alter-natief. Kan de Minister hierin reageren op de suggesties van ACM en NZaom het keuzeproces voor consumenten te verbeteren.Tot slot, de leden van de D66-fractie stelden eerder individuele schriftelijkevragen over het bericht dat zorgverzekeraars overstappers belemmerenwaardoor de premie onnodig hoog is. Deze leden danken de Minister voorde beantwoording op deze vragen die zij reeds op 18 juni 2024 hebbenontvangen1.12024Z10466Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12646 Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief over hetcontracteer- en overstapseizoen 2023–2024 en hebben de volgende vragenaan de Minister.De leden van de BB-fractie hebben gelezen dat zorgverzekeraars enzorgaanbieders samenwerken om de administratieve lasten te vermin-deren en de inkoopvereisten verder te standaardiseren. Genoemde ledenvragen de Minister om specifieker te zijn en te informeren hoe precies deadministratieve lasten zullen worden verlaagd.Verder hebben deze leden gelezen dat er wordt gewerkt aan duidelijkheidover de mogelijkheden voor kleine zorgaanbieders om samen te werkenbinnen de mededingingsregels. Wanneer zullen de besprekingen tussenbrancheverenigingen en de ACM worden afgerond?Daarnaast willen kleine zorgaanbieders in de regio vaak wel onderhan-delen met zorgverzekeraars, maar zijn zij bang dat ze hun zelfstandigheidzullen verliezen of zullen worden overtroefd door grote aanbieders. Opwelke manier wordt er rekening gehouden met de regio, bij hetgezamenlijk optrekken van kleine zorgaanbieders? Hoe wordt voorkomendat zij hun kleinschalige karakter en zelfstandigheid moeten opgeven voorgecontracteerde zorg?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief over hetcontracteer- en overstapseizoen 2023–2024 en hebben hierover nog enkelevragen aan de Minister.De leden van de CDA-fractie lezen dat de NZa beziet of de handvattenvoor contractering aanscherping nodig hebben. Deze leden vragen of deMinister wil aangeven wanneer de Kamer hier meer over hoort.De leden van de CDA-fractie lezen dat met de Nederlandse GGZ, ActiZ enZorgthuis.nl wordt geëvalueerd welke verbetermogelijkheden er zijn voorde ondersteuning van het contracteerproces en dat hierbij ook debereikbaarheid van de kleine zorgaanbieders wordt meegenomen. Dezeleden vragen of de Minister dit concreet wil maken en wanneer de Kamermeer horen over deze evaluatie.De leden van de CDA-fractie lezen dat de zorgverzekeraars stappenhebben gezet om de polisinformatie te verrijken met relevante factoren alskwaliteit en toegankelijkheid. Deze leden vragen welke stappen er danprecies zijn gezet. Hoe is dit in de praktijk tot uiting gekomen, zijn hiervoorbeelden van?Wat kunnen we voor de polissen voor 2025 verwachten op dit punt? Hoerekent de Minister de zorgverzekeraars hierop af?De leden van de CDA-fractie lezen dat er een toename van 14 naar59 meldingen is bij de NZa over het overstapseizoen 2023–2024. Wat is dereden dat het hogere aantal meldingen niet heeft geleid tot de inzet vantoezichtsinstrumenten? Heeft dit een inhoudelijke of organisatorischereden? Zijn de meldingen wel behandeld?Genoemde leden vragen verder hoe de Minister de toekomst van derestitutiepolis ziet, aangezien het aantal restitutiepolissen opnieuw isafgenomen, van zeven naar vier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12647 De leden van de CDA-fractie vragen hoe het staat het met de analysesnaar nagenoeg gelijke polissen. Zij verwijzen naar de motie van de ledenVan den Berg en Bushoff (Kamerstuk 29 689, nr. 1208) waarin de regeringwerd verzocht de verkenning naar de «Gower distance» uiterlijk mei 2024te doen. Deze leden vragen of in deze analyses ook de aanpak vantweelingpolissen wordt meegenomen en zo nee, dit wel te doen.De leden van de CDA-fractie constateren dat de motie van de ledenVan den Berg en Agema (Kamerstuk 29 689, nr. 1232) over het doorzorgverzekeraars aanbieden van een contract aan kleine zorgaanbiedersen het percentage kleine zorgaanbieders dat voor 2024 een contractaangeboden heeft gekregen alsmede de motie van de leden Van den Bergen Tielen (Kamerstuk 29 689, nr. 1207) over het monitoren of zorgverzeke-raars meer kleine zorgaanbieders voor het jaar 2024 contracteren, wel zijnafgedaan maar niet zijn uitgevoerd. Genoemde leden vragen waarom nietspecifiek gemonitord kan worden of meer kleine zorgaanbieders zijngecontracteerd. De cijfers waar de Minister naar verwijst vinden dezeleden te algemeen omdat hieruit onvoldoende duidelijk wordt hoe hetstaat met de contractering van kleine zorgaanbieders. De leden van deCDA-fractie vragen of de Minister alsnog bereid is om te kijken naarmogelijkheden om het aantal gecontracteerde kleine zorgaanbieders temonitoren.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het contracteer- en overstapseizoen, de brief van de NZA enhet bijbehorend onderzoek. Genoemde leden hebben hierover nog eenaantal vragen en opmerkingen.De leden van de SP-fractie vinden het gejubel van de Minister over hoegoed het «contracteerseizoen» verlopen is misplaatst. Alle verbeteringenwaarmee zij probeert dit overstapcircus te verbeteren zijn schijnoplos-singen voor het echte probleem: het huidige zorgstelsel. De marktwerkingdie leidt tot concurrentie tussen zorgverzekeraars om maar zoveelmogelijk «consumenten» binnen te harken dient het belang van dezorgverzekeraar, maar niet van mensen. Zij worden opgezadeld metingewikkelde keuzes, onduidelijkheden over de contractering van zorg enelk jaar een hogere premie. Genoemde leden zijn van mening dat éénNationaal Zorgfonds zonder eigen risico een einde zou kunnen maken aandit overstapcircus. Deze leden vragen de Minister hoe zij kijkt naar eenNationaal Zorgfonds.Vorig jaar stapte ruim 1,3 miljoen verzekerden over naar een anderezorgverzekeraar. Dit is het één na hoogste overstappercentage sinds deinvoering van de zorgverzekeringswet in 2006. De leden van de SP-fractiezijn kritisch op de gang van zaken bij de contractering van de zorg. Zijvragen waarom dit percentage afgelopen jaar zo hoog was. Bovendienvragen de leden van de SP-fractie wat de «publieksvoorlichting» tijdenshet «contracteerseizoen» heeft gekost. Gelieve dit uit te splitsen naarverschillende onderdelen van deze campagne. Hoeveel zorggeld bestedenverzekeraars jaarlijks aan reclame en marketing? Wat vindt de Ministerervan dat ruim 1,3 miljoen mensen zich afgelopen jaar door eeningewikkeld web van zorgverzekeringen en zorgverzekeraars hebbengewurmd om de juiste zorgverzekering te krijgen? Deelt de Minister demening dat zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zou moeten zijnzonder dat zorgverzekeraars om hun premiegeld zouden moetenconcurreren? Kunt u een overzicht naar de Kamer sturen van de winstenvan de zorgverzekeraars afgelopen jaar die naar de reserves zijn gegaan?De NZa doet tevens een verkenning of verzekeraars premiebetalers actiefTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12648 moeten informeren als er een beter geschikte en betaalbaardere polisbeschikbaar is. Waarom is hiervoor een verkenning nodig en wordt hierniet meteen toe overgegaan?De Minister stelt dat het «contracteerseizoen» beter en tijdiger is verlopen.Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars streefde ernaar om decontracten op 12 november af te ronden. Maar de leden van de SP-fractieconstateren dat dit niet is gelukt. Op 22 december 2023 was in ongeveer90% van de onderhandelingen duidelijk of er een contract werd geslotenof niet. Hoe verklaart de Minister dat het niet lukt om de contractering oporde te krijgen voor 12 november? Welke belangen van zorgverzekeraarsspelen er volgens de Minister mee in deze onderhandelingen? Deelt deMinister de mening dat zorgverzekeraars kleinere zorgaanbieders onderdruk kunnen zetten om tot een contract te komen voor een te lagevergoeding? Wat zijn de gevolgen hiervan voor patiënten? Genoemdeleden vragen waarom de Minister geen harde afspraken maakt metzorgverzekeraars om deze contracten eerder rond te krijgen. Welkeplannen heeft zij hiervoor op de plank liggen? Veel mensen moeten nogsteeds een verzekering afsluiten zonder dat zij weten of de juiste zorgaan-bieder wel een contract met de verzekeraar sluit. Wat is de Minister vanplan om hieraan te doen? Welk percentage van de contracten was dit jaarvoor 12 november afgesloten? Hoeveel voor 1 januari?De leden van de SP-fractie lezen dat een deel van de zorgaanbiedersontevreden is over de uitkomsten van de onderhandelingen in hetcontracteerproces. Zij geven aan beperkte onderhandelmogelijkheden teervaren, zijn ontevreden over de indexeringen en de tarieven en missendeels transparantie ten aanzien van het gebruik van benchmarks enrekentools. Wat gaat de Minister doen met deze signalen van zorgaan-bieders? Is de Minister verrast dat de zorgverzekeraars de contracteringals beter en tijdiger hebben ervaren dan de zorgaanbieders? Hoe gaat deMinister zorgen voor meer transparantie vanuit de zorgverzekeraars?In de brief van de NZa lezen de leden van de SP-fractie dat het aantalmeldingen sinds vorig jaar is gestegen van 14 naar 59 tijdens hetoverstapseizoen. Deze meldingen komen voort uit een vermoeden vaneen overtreding. Kan de Minister uitgebreider ingaan op de toename inhet aantal meldingen? Wat is er met deze meldingen gedaan?II. Reactie van de MinisterVragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het afgelopen contracteer- en overstapseizoen. Deze ledenzetten vraagtekens bij de conclusie dat het afgelopen contracteerseizoenaanzienlijk beter is verlopen, en hebben daarom nog de volgende vragenen opmerkingen.De leden van de PVV-fractie lezen in de brief dat op 22 december 2023 inongeveer 90%, van de onderhandelingen tussen zorgverzekeraars enzorgaanbieders, duidelijk was of er een contract werd gesloten of niet.Maar het overstapseizoen begint op 12 november en op die datummoeten zorgverzekeraars hun premies en voorwaarden met betrekking totde contractering bekend maken. Wat was de stand van contractering op12 november, zo willen deze leden weten. Kunnen de leden hier eenoverzicht van krijgen per zorgverzekeraar?Met de leden van de PVV-fractie ben ik het eens dat het inderdaad vanbelang is dat een verzekerde bij het afsluiten van een verzekering moetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 12649 weten waar hij of zij aan toe is. Een verzekerde moet dus weten of er welof geen contract is afgesloten, maar vooral ook wat voor vergoeding ergeldt en wat de financiële consequentie zijn als er geen contract isafgesloten. Ook wanneer er geen contract is afgesloten kan het namelijkzijn dat de zorg wel volledig vergoed wordt.Een adequaat contracteerproces is een belangrijke voorwaarde voor hetmaken van goede contractuele afspraken over de transitie naar passendezorg. Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars streven ernaar om, zoalsook afgesproken in het IZA, de contractering zo veel mogelijk op12 november af te ronden en hebben hiertoe verschillende verbeter-stappen gezet. Zo hebben zorgverzekeraars bijvoorbeeld de voorlichtingaan de verzekerden over de contracteergraad verbeterd door gebruik temaken van vijf contracteerstatussen.De NZa heeft het afgelopen contracteerseizoen geëvalueerd en per sectorde contracteergraad gemeten op vier peilmomenten. Er zijn gegevensbekend van de contracteergraad op 12 november, 8 december,22 december en op 22 januari jl. In onderstaande tabel is opgenomen welkaandeel van zorgaanbieders een contract heeft of geen contract, maarwaarbij de zorg wel volledig vergoed wordt. Vervolgens is uitgesplitstwelk percentage gecontracteerd is. Op 12 november is duidelijk dat metingang van 2024, bij 58% van de academische ziekenhuizen de zorgvolledig vergoed wordt (met uitzondering van het eigen risico). Bij 39% iseen contract afgesloten. Bij de overige 17% is dus geen contractafgesloten, maar wel sprake van volledige vergoeding. Ik heb geenoverzicht beschikbaar van de stand van de contractering per zorgverze-keraar.Sector12 november8 december22 december22 januariAlgemene ziekenhuizen56% (39+17)83% (60+23)99% (84 +15)99% (89+10)Academische ziekenhuizen58% (39+19)91% (67+24)100% (91+9)100% (95+5)Zelfstandige klinieken48% (47+1)68% (65+3)83% (82+1)90% (90+0)GGZ instellingen57% (32+25)77% (44+33)90% (65+25)92% (77+15)GGZ overig82% (71+11)89% (88+1)91% (90+1)94% (93+1)Wijkverpleging face totface55% (48+7)85% (75+10)95% (89+6)97% (95+2)Wijkverpleging digitaal63% (63+0)87% (79+8)92%(86+6)94% (91+3) Met de IZA-partijen is afgesproken dat er wordt bezien hoe de evaluatievan het contracteerseizoen volgend jaar vorm wordt gegeven.Afgesproken is dat het meten van de contracteergraad daar opnieuwonderdeel van is. Ik vind het heel belangrijk om mij te blijven inzetten voorhet tijdig afronden van het contracteerproces, zodat de verzekerde aan destart van het overstapseizoen voldoende duidelijkheid heeft ten behoevevan het maken van een weloverwogen keuze voor een zorgverzekering. Inhet Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» heb ik daaromafgesproken dat de voorwaarden van de zorgpolis, inclusief contractering,glashelder moeten zijn bij het afsluiten van de polis. De NederlandseZorgautoriteit moet hierop gaan toezien. De komende tijd zal ik samenmet partijen inventariseren welk stappen verder gezet kunnen worden inhet glashelder krijgen van de polisvoorwaarden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126410 Het is genoemde leden ook niet duidelijk of de Nederlandse Zorgautoriteit(NZa) gaat handhaven bij zorgverzekeraars als zij hun deadline niet halen.Kan de Minister dit toelichten?In de Handvatten Contractering en Transparantie gecontracteerde zorg zijnrichtlijnen opgenomen om het contracteerproces voorspelbaarder temaken. De NZa heeft 12 november in de Handvatten opgenomen alsrichtpunt voor de afronding van het contracteerproces. Naast dezeHandvatten heeft de NZa de Regeling Transparantie zorginkoopproces in2024 vastgesteld. Op basis hiervan kan de NZa handhaven. Het tijdigbereiken van een overeenkomst vraagt een inspanning van zowelzorgverzekeraars als ook zorgaanbieders. Er is geen deadline dat decontractering op 12 november is afgerond. Als de contractering op12 november nog niet is afgerond, dan verwacht de NZa van zorgverzeke-raars en zorgaanbieders wel eenduidige, heldere en bruikbare informatiegedurende de overstapperiode voor de burger. Daarnaast ben ik bezig metde uitwerking van de maatregel uit het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028«Hoop, Lef en Trots» die betrekking heeft op de glasheldere polisvoor-waarden. De NZa moet hierop gaan toezien.De leden van de PVV-fractie vragen waarom de contractering vanGGZ-aanbieders duidelijk achterblijft bij de andere sectoren.Uit de evaluatie van de NZa naar de contractering voor 2024 is naar vorengekomen dat de contracteergraad in de GGZ achterblijft ten opzichte vanandere sectoren. Er is hiervoor geen duidelijk aanwijsbare redengevonden. Bij het uitwerken van de evaluatie van de contractering voor2025 zal ik de NZa vragen om te verkennen wat de oorzaken van deachterblijvende contractering zijn.Hoeveel meerjarige-contracten zijn er met GGZ-aanbieders afgesloten enhoeveel contracten hebben omzetplafonds?Er is één zorgverzekeraar die met meer dan 10% van de zorgaanbiederseen meerjarig contract heeft afgesloten. Er zijn zorgverzekeraars die geenmeerjarige contracten afsluiten. Meerjarige contracten zorgen voorminder administratieve lasten, maar soms willen zorgaanbieders geenmeerjarig contract afsluiten, omdat de zorgaanbieder zich dan vastlegt opeen meerjarige visie waar deze zich niet altijd meerjarig aan wilcommitteren.Het al dan niet afspreken van een omzetplafond is de uitkomst vanonderhandelingen door twee private partijen, de zorgverzekeraar en dezorgaanbieder. Ik heb geen inzicht in het aantal omzetplafonds dat isafgesproken.Wordt voor niet-gecontracteerde GGZ-aanbieders nog een redelijkevergoeding geboden, hoe wordt dit kenbaar gemaakt aan verzekerden enhoe verschillen de zorgverzekeraars hierin?Zorgverzekeraars zijn verplicht een vergoeding te betalen voor niet-gecontracteerde zorg. Daarbij dienen zij rekening te houden met hethinderpaalcriterium. Zorgverzekeraars moeten transparant zijn over devergoedingen voor niet-gecontracteerde zorg, conform de regels van deNZa2. In artikel 10 van deze regels staat dat als de zorgverzekeraar metgecontracteerde zorgaanbieders werkt en dit mogelijk consequenties heeftvoor de verzekerde dan:2TH/NR-022 – Regeling informatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten –Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126411 a.meldt de zorgverzekeraar dit via zijn relevante openbare communica-tiekanalen en vermeldt de zorgverzekeraar hierbij de informatie dierelevant is voor de consument voor het maken van een keuze, enb.neemt de zorgverzekeraar in zijn relevante openbare communicatieka-nalen een actueel overzicht op met welke zorgaanbieders op datmoment per polis zijn gecontracteerd en vermeldt de zorgverzekeraarhierbij de informatie die relevant is voor de consument voor het makenvan een keuze. De zorgverzekeraar geeft in de polisvoorwaarden aanwaar dit overzicht van gecontracteerde zorgaanbieders te vinden is.Ziet de Minister een relatie tussen de jarenlange onderschrijdingen in deGGZ-sector, de achterblijvende contracteergraad, beperkendevoorwaarden als omzetplafonds enerzijds en de groei van de wachtlijstenen de toename aan crisiszorg anderzijds? Graag ontvangen deze ledeneen uitgebreide toelichting.Ik herken en betreur de problematiek die er is in de ggz. De groei van dewachtlijsten en de toename van de crisiszorg zijn een bekend probleem. Ikzie echter de relatie zoals hierboven geformuleerd niet op deze manier.Voor de wachtlijsten in delen van de ggz zijn diverse oorzaken en er wordthard gewerkt om tot oplossingen te komen. In de zorg is in toenemendemate sprake van krapte aan personeel. Dat geldt zeker ook voor de ggz.Tegelijkertijd is er ook sprake van een toenemende zorgvraag.De afgelopen jaren is met het financieren van opleidingsplaatsen voor ggzopleidingen en het actieprogramma «Werken in de zorg» sterk ingezet ophet vergroten van de instroom en het behoud van zittend personeel in dezorg.Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht. De NZa ziet toe op de nalevingdaarvan. In het kader van dat toezicht heeft de NZa een beoordelingskaderontwikkeld dat beschrijft wat zij van zorgverzekeraars verwacht tenaanzien van de aanpak van wachttijden in de ggz. Een van de onderdelenvan dit beoordelingskader betreft het tijdig beslissingen nemen overcorrect ingediende aanvragen om een omzetplafond te verhogen.In de Monitor contractering ggz 2020 constateerde de NZa dat zorgverze-keraars ten opzichte van 2019 meer beleid hebben geformuleerd voor dezogenoemde bijcontractering, maar dat hier nog winst te behalen is inbijvoorbeeld snelheid van afhandeling van verzoeken.In Nederland geven we ieder jaar meer geld uit aan de geneeskundigeggz. In de rijksbegroting zet het Ministerie van VWS ieder jaar een bedragopzij voor de geneeskundige ggz. Dit is het macrokader ggz. Dit bedrag istussen 2019 en 2023 met 24% toegenomen. Daarvan komt 14% doorprijsindexatie.Ten aanzien van omzetplafonds zet de NZa zich vanuit haar toezicht in opgoede informatieverstrekking richting verzekerden over van toepassingzijnde omzetplafonds en de consequenties daarvan. Zodat de verzekerdeneen weloverwogen eigen keuze tussen zorgverzekeraars kunnen makenop moment van afsluiten polis en de keuze tussen aanbieders in geval vaneen zorgvraag. Indien een verzekerde niet bij een bepaalde zorgaanbiederterecht kan, dient de zorgverzekeraar desgevraagd via bemiddeling tezorgen voor een passend alternatief. Als de NZa signalen heeft datverzekerden geen tijdige toegang tot zorg hebben, dan spreekt zij debetreffende zorgverzekeraar aan op de verantwoordelijkheid om passendezorg te vinden (via zorgbemiddeling) en monitort vanuit toezicht deopvolging daarvan.Omzetplafonds kunnen de zorgverzekeraars juist ook helpen om goedesturing te geven om schaarse capaciteit optimaal in te zetten en erdaarmee voor zorgen dat de zorg bij de patiënten terecht komen die dezorg het hardst nodig hebben. Daarnaast zitten er diverse waarborgen inhet systeem die het recht op zorg voor de verzekerde beschermen.Immers kan er doorleverplicht met de aanbieder zijn afgesproken, waarbijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126412 de patiënt de zorg krijgt waarop hij recht heeft. Als geen doorleverplicht isafgesproken dan zal de verzekeraar de patiënt uit hoofde van de zorgplichtbemiddelen naar een andere zorgaanbieder waar de zorg tijdig en opredelijke reisafstand kan worden geleverd.Voor de toegankelijkheidsvraagstukken in de ggz bestaat geen eenvoudigeoplossing zoals bijvoorbeeld het onbeperkt inkopen van ggz-zorg door hetafschaffen van omzetplafonds. Er is immers sprake van een groteschaarste aan personeel, dat maar één keer goed kan worden ingezet. Hetzorgen en borgen van voldoende aanbod voor patiënten daar waar dewachtlijsten het langst zijn, namelijk voor patiënten met een hoogcom-plexe zorgvraag, vergt een gedeelde inzet van alle partijen: de zorgin-koper, de zorgaanbieder, de professional en de overheid. Daarom heeftmijn voorganger afspraken gemaakt in het kader van de «cruciale ggz».3Onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn over cruciale ggz is datzorginkopers, zorgaanbieders en (vertegenwoordigers van) patiëntennauw samenwerken om op grond van regionale wachtlijsten en deverwachte zorgvraag passend zorgaanbod te organiseren. Partijen hebbendaarnaast met elkaar afgesproken dat de in de regio overeengekomencruciale zorgnetwerken vanaf de inkoop voor 2026 waar nodig gelijkge-richt ingekocht worden.De leden van de PVV-fractie begrijpen dat bij de restitutiepolis vaker hogekosten gedeclareerd worden, ligt dat dan aan duurdere behandelingen ofgebruiken verzekerden met een restitutiepolis meer zorg? Is daar al eensonderzoek naar gedaan?De afgelopen periode is een aantal restitutiepolissen omgezet naarcombinatiepolissen, waarbij meestal alleen zorg voor wijkverpleging enggz wordt vergoed in natura en de overige zorg wordt vergoed viarestitutie. De reden die zorgverzekeraars daarvoor aangeven is dat bij derestitutiepolissen zeer hoge kosten gedeclareerd worden voorniet-gecontracteerde zorg, met name in de wijkverpleging en de ggz, waarhet aandeel niet-gecontracteerde zorg groot is. Uit eerder onderzoek blijktdat niet-gecontracteerde zorgaanbieders in de wijkverpleging enniet-gecontracteerde zorgaanbieders in delen van de ggz verhoudings-gewijs meer zorg leveren per patiënt, zonder dat de patiëntkenmerkendaarvoor een duidelijke verklaring bieden4.Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de brief over het jaarlijks overstapseizoen op de zorgverzeke-ringsmarkt. Zij hebben nog wel enkele vragen over deze brief.In deze brief erkent de Minister het probleem dat het voor verzekerdenvaak onduidelijk is welke zorg niet gecontracteerd is en welke kostenhiermee gemoeid zijn. Het gevolg hiervan is dat patiënten te vaak metonverwacht hoge kosten worden geconfronteerd. Dit probleem baart defractie van GroenLinks-PvdA grote zorgen. Hoe kijkt de Minister naar ditprobleem?Ik vind het belangrijk dat verzekerden een goed geïnformeerde keuzekunnen maken voor hun zorgverzekeraar en herken de zorgen die ubenoemt Het is voor verzekerden ingewikkeld om te bepalen wat ereventueel bijbetaald moet worden. Ik zie dat er nog verbeteringen3Kamerstuk II 2023–2024, 25 424, nr. 6844Kamerstukken II, 6 december 2022, 23 235, nr. 219Kamerstukken II, 6 januari 2022, 25 424, nr. 599Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126413 mogelijk zijn in de informatievoorziening richting verzekerden. Mijnambtsvoorganger heeft met partijen in de zorg expliciete afsprakengemaakt over het verbeteren van de informatie over het gecontracteerdeen het niet-gecontracteerde zorgaanbod, waarin zowel aanbieders alsverzekeraars stappen te zetten hebben. Deze stappen hebben zij deafgelopen periode ook daadwerkelijk gezet, al vraagt het verder verbe-teren van deze informatie ook nog langer stevige inzet van alle partijen.De zorgverzekeraars hanteren sinds afgelopen overstapseizoen uniformeinformatieverstrekking over de stand van de contractering en vergoedingrichting hun verzekerden. Zo is voor de verzekerden tijdens het overstap-seizoen duidelijk wat de status van de contractering van zorgaanbiedersis. Zorgverzekeraars willen deze (uniforme) kernboodschappen nog verderaanscherpen en verbeteren. Onderzoek door zorgverzekeraars heeftaangetoond dat deze verduidelijking verzekerden heeft geholpen in hunkeuzeproces. Daarnaast is door Equalis, in opdracht van VWS, eeninventarisatie en verkenning uitgevoerd naar de huidige informatiever-strekking over niet-gecontracteerde zorg. Deze verkenning laat een aantalaandachtspunten zien ten aanzien van de informatieverstrekking rondomniet-gecontracteerde zorg. Dit betreft met name de informatieverstrekkingdoor zorgaanbieders en vergelijkingssites. In lijn met de bevindingen indit rapport, focus ik mij samen met andere partijen op de lopendetrajecten zoals de verbeteringen van de kernboodschappen, de jaarlijksepublieksvoorlichting vanuit VWS en de aanpassing van de RegelingTransparantie Zorgaanbieders door de NZa.Tot slot is in het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots»afgesproken dat de polisvoorwaarden glashelder moeten zijn voorverzekerden bij het afsluiten van de polis. De komende tijd werk ik samenmet partijen hieraan, zodat de informatievoorziening richting verzekerdende komende jaren nog verder verbetert.Een offerteplicht, het schriftelijke moeten informeren van patiënten ingeval van (onvolledige) vergoeding van zorgkosten, zoals de aangenomenmotie Bushoff (Kamerstuk 31 765, nr. 764) voorstelt, kan hierin uitkomst inbieden. De Minister geeft aan dat de offerteplicht in zijn huidige definitiejuridisch niet houdbaar is. Kan de Minister inzichtelijk maken welkewetswijziging er dient plaats te vinden om het juridisch houdbaar tekrijgen?De NZa heeft voorafgaand een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkeinvoering van een offerteplicht, zoals voorgesteld in het IZA. De NZa heeftgeconcludeerd dat een offerteplicht op dit moment juridisch niet mogelijken niet wenselijk is. Een onderscheid in regels t.a.v. gecontracteerde enniet-gecontracteerde zorg vergt een aanpassing van de Wmg. Anderedelen van de Wmg (Artikel 38, lid 7 en 39, lid 2 Wmg) geven de NZa wel alde bevoegdheid om nadere regels te stellen m.b.t. informatieverstrekkingdoor zorgaanbieders aan de consument, inclusief informatieverplich-tingen voor zorgaanbieders richting de patiënt t.a.v. niet-gecontracteerdezorg en de invloed die dit heeft op de hoogte van de vergoeding van degeleverde zorg. De NZa zal de werking van de aangescherpte regelingmonitoren.Ik zal de monitoring van de aangescherpte regeling van de NZanauwkeurig volgen en wil de uitkomsten hiervan afwachten, het is nu duste vroeg om te kijken naar het invoeren van de offerteplicht. Ik acht hettevens vooralsnog niet noodzakelijk en proportioneel om een algemeneregeling op te stellen die enkel is gericht op niet-gecontracteerdezorgaanbieders. Daarmee wordt een extra administratieve last gecreëerden wachtlijsten worden mogelijk nog langer door de tijd die met hetopstellen en goedkeuren van een offerte gepaard gaat. Ik focus mijdaarom vooralsnog liever op meer proportionele mogelijkheden om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126414 doel, goede informatievoorziening voor de patiënt, te bereiken endaarmee ook de administratieve lasten te beperken.Is de Minister bereid om deze stap te zetten? Kan het buitenlandseongecontracteerde zorg niet als uitzondering gelden? Verder noemt deMinister het invoeren van een offerteplicht onwenselijk. Hoe vindt deMinister dat de nadelen, zoals bijvoorbeeld administratieve lasten,opwegen tegen de voordelen dat patiënten niet meer tegen onverwachtshoge zorgkosten aanlopen?Ik begrijp de wens van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie om deinformatievoorziening voor verzekerden bij niet-gecontracteerde zorg teverbeteren. Ik ben echter, zoals toegelicht in de kamerbrief over hetoverstap- en contracteerseizoen, van mening dat het aanpassen van deWmg met als doel de offerteplicht in te voeren daarvoor niet de meestgeschikte manier is. Ik acht het niet noodzakelijk en proportioneel om eenverplichting op te stellen die enkel is gericht op niet-gecontracteerdezorgaanbieders. Daarmee wordt een extra administratieve last gecreëerden wachtlijsten worden mogelijk nog langer door de tijd die met hetopstellen en goedkeuren van een offerte gepaard gaat. Ik focus mijdaarom liever op meer proportionele mogelijkheden om het doel, goedeinformatievoorziening voor de patiënt, te bereiken en daarmee ook deadministratieve lasten te beperken.Zo heeft de NZa onlangs haar regeling transparantie zorgaanbiedersaangepast met daarin de verplichting voor de zorgaanbieders omvoorafgaand actief en aantoonbaar informatie te verstrekken aan deconsument over niet-gecontracteerde zorg en daarbij ook vast te leggendat deze informatie daadwerkelijk is verstrekt.5De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn tevreden dat het NZahetzelfde doel als genoemde leden nastreeft, namelijk het voorkomen datpatiënten onbedoeld terechtkomen bij niet-gecontracteerde zorgaan-bieders. Het verplicht schriftelijk informeren in plaats van vormvrij kanhieraan bijdragen als alternatief van de offerteplicht. Op welke termijn zijndeze nieuwe regels voorzien? Gaat dit nieuwe beleid worden gemonitord?Wordt daarbij gekeken in hoeverre het bijdraagt aan het doel om tevoorkomen dat patiënten onbedoeld terechtkomen bijniet-gecontracteerde zorgaanbieders?Ik wil, net zoals de leden van GroenLinks-PvdA-fractie en net als de NZA,ook voorkomen dat mensen onbedoeld bij niet-gecontracteerde zorgaan-bieders terecht komen en wellicht met onverwachtse bijbetaling te makenkrijgen. De gewijzigde Regeling Transparantie Zorgaanbieders, kernmerkTH/NR-035, treedt op 1 september 2024 in werking. De verplichting vaninformatieverstrekking door de zorgaanbieder over contractering bestondal, maar is in de herziene regeling gespecificeerd met betrekking totniet-gecontracteerde zorg en de mogelijke (financiële) gevolgen van hetgebruiken van zorg bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders. Daaraan isverder toegevoegd dat zorgaanbieders consumenten actief enaantoonbaar moeten informeren over de aan- of afwezigheid van eencontract met de zorgverzekeraar van de consument en over mogelijkegevolgen daarvan voor de vergoeding van zorg of diensten door dezorgverzekeraar. De NZa heeft deze wijziging ook opgenomen in deHandvatten Contractering en Transparantie gecontracteerde zorg en gaatdeze na afloop van het komende contracteerseizoen, begin 2025,evalueren. In de evaluatie is ook aandacht voor het doel van de herziening5Regeling transparantie zorgaanbieders – TH/NR-035 – Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl),treedt 1 september 2024 in werking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126415 van de regeling, namelijk het voorkomen dat patiënt onbedoeld terecht-komen bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders.In de brief geeft de Minister aan dat er in ons zorgstelsel een belangrijkerol is weggelegd voor de verzekerde. Volgens de Minister leidt keuze-vrijheid en marktwerking tot betere kwalitatieve zorg, betaalbaarheid entoegankelijkheid.De Minister stelt dat de verzekerde dan wel in staat moet zijn om eenweloverwogen keuze te maken voor een polis, waardoor het belangrijk isdat zoveel mogelijk contracten in het overstapseizoen worden afgesloten.Het staat het buiten kijf dat het later bekend maken van het gecontrac-teerde aanbod niet in het belang is van de verzekerden. Hoe kijkt deMinister aan tegen feit dat verzekerden zonder volledig geïnformeerd tezijn een keuze voor een polis moeten maken? Hoe kunnen verzekerdendeze keus goed maken zonder dat ze precies weten wat de gecontrac-teerde zorg is?Ik vind het belangrijk dat verzekerden een goed geïnformeerde keuzekunnen maken voor hun zorgverzekeraar. Daarom is in het Hoofdlijnenak-koord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» afgesproken dat de polisvoor-waarden glashelder moeten zijn. De komende tijd zal ik samen metpartijen inventariseren welk stappen verder gezet kunnen worden in hetglashelder krijgen van de polisvoorwaarden.In het door mijn voorgangers afgesloten Integraal Zorgakkoord (IZA)waren ook al expliciete afspraken gemaakt over het verbeteren van deinformatie over het gecontracteerde en niet-gecontracteerde zorgaanbod,waarin zowel aanbieders als verzekeraars stappen te zetten hebben.De zorgverzekeraars hanteren sinds afgelopen overstapseizoen uniformekernboodschappen over de stand van de contractering richting verze-kerden en wat de consequenties hiervan zijn op de vergoedingen enwillen deze nog verder verbeteren. Onderzoek door zorgverzekeraars heeftaangetoond dat deze verduidelijking verzekerden heeft geholpen in hunkeuzeproces. Daarnaast is door Equalis, in opdracht van VWS, eeninventarisatie en verkenning uitgevoerd naar de huidige informatiever-strekking. Deze verkenning laat een aantal aandachtspunten zien tenaanzien van de informatieverstrekking rondom niet-gecontracteerde zorg.Dit betreft met name de informatieverstrekking door zorgaanbieders envergelijkingssites. In lijn met de bevindingen in dit rapport, focus ik mijsamen met de IZA-partijen op de lopende trajecten zoals de verbeteringenvan de kernboodschappen, de jaarlijkse publieksvoorlichting vanuit VWSen de aanpassing van de Regeling Transparantie Zorgaanbieders door deNZa.In de brief laat de Minister weten dat op 22 december 2023 in ongeveer90 procent van de onderhandelingen duidelijk was of er een contract werdgesloten of niet. Dat betekent dat er in ongeveer 10 procent van degevallen geen duidelijkheid is geweest over het contract en verzekerdendus geen weloverwogen keuze hebben kunnen maken wat betreft hunpolis. Daarbovenop ligt dit percentage veel hoger bij de officiële deadlinevan 12 november. Erkent de Minister dat dit het fundament raakt van onszorgstelsel?De overstapgeneigdheid van verzekerden is belangrijk om verzekeraars teprikkelen tot klantgerichtheid en de inkoop van een kwalitatief enbetaalbaar zorgaanbod. Het is hierbij belangrijk dat verzekerden tijdig eengoed geïnformeerde keuze kunnen maken voor een zorgverzekering. Mijnvoorganger heeft daarom ingezet op het verbeteren van de informatie-voorziening, zodat het voor verzekerden ook duidelijk is wat devergoeding is als een zorgaanbieder (nog) niet gecontracteerd is. Hoewelde informatievoorziening het afgelopen jaar verbeterd is, wil ik hierTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126416 verdere stappen op zetten in het belang van de verzekerde. Daarnaastheeft het Kabinet in het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lef enTrots» afgesproken dat de polisvoorwaarden glashelder moeten zijnvoor verzekerden bij het afsluiten van een polis. De komende tijd zal ikinventariseren welke stappen gezet kunnen worden in het glashelderkrijgen van de polisvoorwaarden.Waarom hebben verzekerden niet het recht om tussentijds over te stappenin het geval dat de zorgverzekeraar niet voor 12 november uitsluitsel kangeven over contracten? Ze moeten immers een keus maken op basis vangebrekkige informatie waardoor er een kans bestaat dat ze onbedoeldtegen hoge kosten oplopen doordat ze gebruikmaken van niet-gecon-tracteerde zorgverleners. Is de Minister bereid om het recht op tussentijdsoverstappen voor verzekerden te onderzoeken? Zo nee, waarom niet?Ik ben mij er van bewust dat de huidige informatievoorziening somsmoeilijk te volgen is voor verzekerden. Daarom richt ik mij in devoorlichting ook op dit aspect en wordt er gewerkt aan een verduidelijkingvan de boodschappen van zorgverzekeraars aan consumenten. Zorgverze-keraars geven op hun website aan wat de status is van de contracteringen wat dit betekent voor een verzekerde. Dit is vastgelegd in de «Regelinginformatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten»6.Iemand kan dus kiezen voor een zorgverzekering waarbij wel duidelijk isdat er een volledige vergoeding is voor een specifieke aanbieder. Er wordthard gewerkt aan het verbeteren van de informatievoorziening aanverzekerden en ik heb in het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lef enTrots» daarom ook afgesproken dat de voorwaarden voor de zorgpolis,inclusief contractering, glashelder moet zijn bij het afsluiten van een polis.De komende tijd zal ik samen met partijen inventariseren welke stappengezet kunnen worden om hier handen en voeten aan te geven. Op ditmoment zie ik daarom geen reden om een onderzoek te gaan doen naarde mogelijkheid voor tussentijds overstappen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie maken zich grote zorgen over delange wachttijden in de zorg. Dit raakt een van de belangrijkste pijlers vaneen solidair zorgstelsel; toegankelijkheid voor iedereen. Het beleid vanomzetplafonds, of zorgplafond, draagt bij aan wachttijden. Genoemdeleden zijn daarom erg kritisch op het zorgplafond. Hoe kijkt de Ministernaar de relatie tussen het zorgplafond en wachttijden in de zorg? Kan deMinister in kaart brengen in hoeverre het zorgplafond bijdraagt aan dewachttijden in de zorg? Het argument voor het zorgplafond is hetbetaalbaar houden van de zorg. In hoeverre draagt het zorgplafonddaadwerkelijk bij aan de betaalbaarheid van de zorg als een deel van diezorg simpelweg wordt uitgesteld? Is er geen alternatief voor hetzorgplafond dat wachttijden niet in de hand helpt?Ik maak mij ook zorgen over de lange wachttijden. In de zorg is echter intoenemende mate sprake van krapte aan personeel. Ik wil conformHoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» werken aan hetterugdringen van deze krapte.Zorgverzekeraars hebben ook een rol in de aanpak van wachttijden, zijhebben zorgplicht en moeten er dus voor zorgen dat hun verzekerdenzorg krijgen. De NZa ziet toe op de naleving daarvan.Ten aanzien van omzetplafonds zet de NZa zich in op goede informatiever-strekking richting verzekerden over omzetplafonds en de consequentiesdaarvan voor verzekerden. Zodat de verzekerden een weloverwogen eigenkeuze tussen zorgverzekeraars kunnen maken op het moment van6TH/NR-022 – Regeling informatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten –Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126417 afsluiten van een polis en de keuze voor een zorgaanbieder in geval vaneen zorgvraag. Indien een verzekerde niet bij een bepaalde zorgaanbiederterecht kan, dient de zorgverzekeraar desgevraagd via bemiddeling tezorgen voor een passend alternatief. Als de NZa signalen heeft datverzekerden geen tijdige toegang tot zorg hebben, dan spreekt zij debetreffende zorgverzekeraar aan op de verantwoordelijkheid om passendezorg te vinden (via zorgbemiddeling) en monitort vanuit toezicht deopvolging daarvan.Omzetplafonds kunnen de zorgverzekeraars juist ook helpen om goedesturing te geven om schaarse capaciteit optimaal in te zetten en erdaarmee voor zorgen dat de zorg bij de patiënten terecht komen die dezorg het hardst nodig hebben. Daarnaast zitten er diverse waarborgen inhet systeem die het recht op zorg voor de verzekerde beschermen.Immers kan er doorleverplicht met de aanbieder zijn afgesproken, waarbijde patiënt de zorg krijgt waarop hij recht heeft. Als geen doorleverplicht isafgesproken dan zal de verzekeraar de patiënt uit hoofde van de zorgplichtbemiddelen naar een andere zorgaanbieder waar de zorg tijdig en opredelijke reisafstand kan worden geleverd.Voor toegankelijkheidsvraagstukken bestaat geen eenvoudige oplossingzoals het onbeperkt inkopen door het afschaffen van omzetplafonds. Er isimmers ook sprake van grote personele schaarste, waardoor het vanbelang is te sturen op de inzet van zorg daar waar deze het hardst nodigis.Het zorgen en borgen van voldoende aanbod voor patiënten daar waar dewachtlijsten het langst zijn, namelijk voor patiënten met een hoogcom-plexe zorgvraag, vergt een blijvende en gedeelde inzet van alle partijen:de zorginkoper, de zorgaanbieder, de professional en de overheid.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben gelezen dat het polisaanbod in 2024 59 is. Hoe kijkt de Minister tegen dit hoge aantal polissenaan? Deelt de Minister de mening dat dit hoge aantal polissen niettransparant is en het hoge aantal juist contraproductief is voor dekeuzevrijheid van consumenten? Wat is volgens de Minister het idealeaantal polissen? Welke mogelijkheden zijn er om het aantal polissen terugte dringen?Ik begrijp de opmerking over het aantal polissen dat wordt aangebonden.Het is voor verzekerden niet altijd gemakkelijk om daaruit te kiezen. Deinformatie over de aangeboden polissen moet daarom glashelder zijn. Ikvind daarnaast dat de focus niet moet liggen op het aantal polissen, maarop de diversiteit van het polisaanbod. Er moet voor verzekerden namelijkécht iets te kiezen zijn op de zorgverzekeringsmarkt. Polissen die (bijna)gelijk zijn dragen niet bij aan een onderscheidend polisaanbod. Ik vind hetbelangrijk dat verzekerden weten dat er een (bijna) gelijk, maar goedkoperalternatief is. Daarom is het goed dat de «Regeling informatieverstrekkingziektekostenverzekeraars aan consumenten» (TH/NR-027) van deNederlandse Zorgautoriteit (NZa) zorgverzekeraars verplicht om verze-kerden via hun website te wijzen op bijna gelijke polissen. Zorgverzeke-raars moeten hierbij aangeven wat de verschillen zijn tussen dezepolissen. Verder steun ik het voornemen van de NZa om te verkennen ofzorgverzekeraars verplicht kunnen worden om verzekerden actiever tewijzen op een eventuele (bijna) gelijke polis met een lagere premie.Artikel 17 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) verbiedt dat gelijke polissenvoor verschillende prijzen worden aangeboden. Is de Minister bereid omartikel 17 Zvw aan te passen zodat (i) ook (bijna) gelijke polissen hierondervallen en (ii) ook (bijna) gelijke polissen binnen hetzelfde concernhieronder vallen om het aantal polissen terug te dringen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126418 Ik heb u eerder geïnformeerd over de juridische analyse die heeftplaatsgevonden naar de mogelijkheden van een aanpassing van artikel 17van de Zorgverzekeringswet (Zvw).7 Daaruit blijkt dat een aanpassing vanartikel 17 van de Zvw op Europeesrechtelijke bezwaren stuit. VolgensEuropees recht is wettelijk ingrijpen alleen mogelijk, indien dit noodza-kelijk en proportioneel is. Het is zeer de vraag of op dit moment aan datvereiste is voldaan. Er kunnen namelijk goede redenen zijn om binnenconcernniveau verschillende premies te hanteren. Dit kan bijvoorbeeld hetgevolg zijn van de solvabiliteit die verschilt per zorgverzekeraar. Ook deuiteenlopende bedrijfsvoering per zorgverzekeraar, waaronder deservicebeleving, kan aanleiding zijn om een andere premie in rekening tebrengen. Dit zijn legitieme gronden voor uiteenlopende premies. Daaromis het niet wenselijk en ben ik niet bereid om artikel 17 Zvw aan te passenzodat ook (bijna) gelijke polissen verboden worden.Sinds de Zorgverzekeringswet (Zvw) is er sprake van gereguleerdemarktwerking in de zorg. Een onderdeel van de Zvw is concurrentie onderzorgverzekeraars, wat zich onder andere uit in marketing en onlinevergelijkers. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn kritisch op dezekosten omdat deze niet direct bijdragen aan betere zorg.Genoemde leden vragen hoeveel geld er van verzekeraars naar vergelij-kingswebsites, zoals bijvoorbeeld Independer, en marketing gaat. Kan deMinister in kaart brengen hoe dit zich verhoudt tot het budget watdaadwerkelijk naar zorg gaat?Ik heb geen zicht op het totale bedrag dat van verzekeraars naar vergelij-kingssites gaat. Betalingen aan vergelijkingssites vallen, net als bijvoor-beeld de kosten van de polisadministratie, onder de acquisitiekosten vanzorgverzekeraars. De totale acquisitiekosten bedroegen in 2023165,3 miljoen euro. Dat is 11,58 euro per premiebetaler. Marketing valtonder reclamekosten. Ik heb in een recent debat aangegeven dat dezekosten, op basis van een extrapolatie van de reeds de bekende cijfers,25,8 miljoen euro en 1,88 euro per premiebetaler per jaar bedroegen.Inmiddels zijn bijna alle cijfers bekend. De realisatie komt nu uit op23,7 miljoen euro en 1,66 euro per premiebetaler. De acquisitiekosten enreclamekosten samen bedroegen in 2023 189,0 miljoen euro, dat isongeveer 0,3% van de totale uitgaven aan Zvw-zorgkosten van ongeveer60 mld.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben signalen ontvangen datpatiënten in de GGZ bij een x aantal behandelingen privacy gevoeligeinformatie dienen te delen met de zorgverzekering om hun behandeling tekunnen voortzetten. Gezien de gevoeligheid van zulke informatie en deimpact die het delen van deze informatie voor de patiënt kan hebben,baart dit de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zorgen. Herkent deMinister dit beeld? Zo ja, hoe kijkt de Minister hier tegenaan? Waarommag de zorgverzekeraar zulke privacy gevoelige informatie opvragen?Vooral gezien de impact die dit heeft op de patiënt? Waarom dienenpatiënten gevoelige informatie te delen en geldt de opinie van dezorgprofessional niet als afdoende om een behandeling voort te zetten?Ik herken dit beeld niet zo goed omdat ik aan de hand van de summierevraag niet precies weet welke type behandelingen of welke signalen deleden bedoelen. Daarom kan ik de vraag helaas niet inhoudelijk beant-woorden. In algemene zin merk ik op dat het verwerken van gegevens isvastgelegd in wet- en regelgeving. Daarnaast hebben zorgverzekeraars dielid zijn van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zich verplicht tot naleving7Zie Kamerstuk 29 689, nr. 917.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126419 van de «Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars».In geval van klachten over de verwerking van gegevens kunnen mensen ineerste instantie contact opnemen met de zorgverzekeraar. Mocht dat geenuitkomst bieden, dan kunnen zij een klacht indienen bij de Stichtingklachten en geschillen zorgverzekeringen (SKGZ) of een melding doen bijde NZa.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken overhet contracteer- en overstapseizoen 2023–2024. Zij hebben hierbij nogenkele vragen aan de Minister.Genoemde leden zijn blij te lezen dat het contracteer- en overstapseizoendit jaar beter en tijdiger is verlopen dan het contracteerseizoen het jaardaarvoor. Dit lijkt te komen doordat er geen grote beleidsveranderingengedurende het inkoopseizoen plaatsvonden, zoals het sluiten van hetIntegraal Zorgakkoord (IZA) in september 2022, en doordat er geen sprakewas grote externe ontwikkelingen, zoals impact van bijvoorbeeld inflatieof covid-1. Kan de Minister op dit eerste punt reflecteren?Het contracteerproces voor 2023 kwam inderdaad later op gang danandere jaren, omdat er onder andere onzekerheden waren over eenmogelijke financiële compensatie van hoge energieprijzen en inflatie.Daarnaast is het IZA tijdens het contracteerseizoen 2023 door deIZA-partijen ondertekend hetgeen consequenties had voor de start van hetcontracteerseizoen. Met het sluiten van het IZA zijn juist ook veelafspraken gemaakt over het verbeteren van dit contracteerproces. Doordathet proces echter laat op gang kwam, waren relatief veel onderhande-lingen aan het begin van het overstapseizoen nog niet afgerond. Decontractering 2024 is daarnaast beter verlopen doordat partijen afsprakenover het contracteerproces hebben gemaakt, waarbij ze onder anderehebben afgesproken om ernaar te streven de contracten voor12 november af te ronden, doordat de NZa hier actiever op is gaan sturenmet de handvatten die ze hebben vastgesteld, en ook doordat de ACM eenleidraad heeft opgesteld over de rol van branches tijdens het contracteer-seizoen.Is het mogelijk om grote beleidsveranderingen zoveel mogelijk vooraf-gaand aan het inkoopseizoen door te voeren, indien nodig, om zo de rustin het inkoopseizoen te bewaken?De IZA-partijen hebben afspraken gemaakt om het contracteerseizoen teverbeteren en zetten in op een betere en tijdige informatievoorzieningnaar de verzekerden. Partijen hebben daarbij ook besproken dat zoveelmogelijk wordt voorkomen dat grote beleidsveranderingen nog na 1 juliplaatsvinden om zo de rust in het inkoopseizoen te bewaren. Om dezereden vind ik het belangrijk dat bijvoorbeeld de besluitvorming over allebelangrijke wijzigingen voor het verzekerde basispakket, met mogelijkeimpact op de inkoop, voor 1 juli afgerond is.Het doet de leden van de VVD-fractie goed dat zowel zorgaanbieders alszorgverzekeraars ernaar hebben gestreefd contracten op 12 november afte ronden. Wel blijkt dit streven in face-to-face onderhandelingen mindereffectief te zijn geweest. Genoemde leden vragen de Minister waar ditmee te maken heeft. In welke sectoren vinden face-to-face onderhande-lingen plaats. Wat wordt ondernomen om ook deze vorm van onderhan-delen sneller te laten verlopen, opdat verzekerden tijdig weten waar zeaan toe zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126420 De NZa heeft samen met ZN dit jaar voor het eerst de contracteergraaduitgevraagd op 12 november, 8 december, 22 december en 22 januari jl.Daarbij is voor de GGZ en de wijkverpleging onderscheid gemaakt tussende face-to-face contractering en digitaal contracteren vanwege hetverschil in bijdrage van grote (vaak face-to-face) en kleinere zorgaan-bieders (vaak digitaal) aan de contracteergraad. In alle andere sectoren,die de NZa heeft gemonitord, is hierin in de evaluatie geen onderscheidgemaakt. Bij face-to-face contractering worden op maat afsprakengemaakt, waarbij partijen gedurende het hele jaar met elkaar in gesprekzijn en het inkoop- en verkoopproces verschillende fases kent. Hetcontracteerproces begint vaak al voor de zomerperiode. Dat is hetmoment dat de eerste gesprekken plaatsvinden over de zorginhoud zowelmet betrekking tot het inkoopbeleid van de zorgverzekeraar als ook devisie en het jaarplan van de zorgaanbieder. Vervolgens starten na dezomerperiode de financiële onderhandelingen.Door de maatwerkafspraken bij face-to-face contracteren is meer ruimteom met elkaar te onderhandelen dan bij digitale contractering, waar dezorgverzekeraar meestal met een eerste contractaanbod komt. Digitalecontractering verloopt daardoor vaak sneller dan face-to-face onderhande-lingen. In de Handvatten Contractering en Transparantie gecontracteerdezorg van de NZa zijn diverse richtsnoeren opgenomen om de transpa-rantie van het contracteerproces voor zorgaanbieders en zorgverzekeraarste vergroten, zodat de contractering constructief en zonder onnodigevertragingen verloopt. Naar aanleiding van de evaluatie van het afgelopencontracteerseizoen zijn een aantal richtsnoeren omgezet tot regelgevingwaarop de NZa kan handhaven.De leden van de VVD-fractie lezen dat afgelopen seizoen het op een nahoogste overstappercentage is vastgesteld. De Minister stelt datoverstappen geen doel op zich is, maar het vooral van belang is datverzekerden nagaan of de polis die ze hebben nog goed bij hen past.Genoemde leden delen dit, maar zijn van mening dat overstappen meeris, namelijk ook een middel om zorgverzekeraars scherp te houden op deinkoop van goede zorg tegen een aanvaardbare prijs. Zij vinden hetzorgelijk dat uit onderzoek van de toezichthouders is gebleken datverzekeraars hun klanten op verschillende manieren belemmeren om eenoverstap te maken naar een goedkopere basisverzekering. Ook het aantalpolissen dat inhoudelijk op elkaar lijkt, lijkt nog steeds een hardnekkigprobleem te zijn, ondanks herhaalde oproepen en besluiten vanuit depolitiek om dit te verbeteren. Kan de Minister aangeven hoe er gevolgwordt gegeven aan de oproep van de Autoriteit Consument en Markt(ACM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)om het aantal basispolissendat inhoudelijk sterk op elkaar lijkt te verminderen en de koppeling tussende aanvullende verzekering en specifieke basispolissen los te laten?Ik vind het belangrijk dat verzekerden weten dat er een (bijna) gelijk, maargoedkoper alternatief is. Daarom is het goed dat de «Regeling informatie-verstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten» (TH/NR-027) vande NZa zorgverzekeraars verplicht om verzekerden via hun website tewijzen op bijna gelijke polissen. Zorgverzekeraars moeten hierbijaangeven wat de verschillen zijn tussen deze polissen. Verder steun ik hetvoornemen van de NZa om te verkennen of zorgverzekeraars verplichtkunnen worden om verzekerden actiever te wijzen op een eventuele(bijna) gelijke polis met een lagere premie.De ACM en NZa rapporteren dat de beperkte toegang tot de meestuitgebreide aanvullende verzekeringen bij bepaalde basisverzekeringenhet kiezen lastiger maakt en de risicosolidariteit ondermijnt. Ik zal ingesprek gaan met de NZa en ACM om te verkennen of er handelings-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126421 opties zijn. Dat is namelijk niet evident, omdat de markt voor aanvullendeverzekeringen een vrije markt is. Dat betekent dat verzekeraars zelfbepalen welke aanvullende verzekeringen ze aan wie aanbieden, metwelke dekking, en tegen welke premie. Daarnaast vind ik het belangrijkom de observatie van de ACM en de NZa in een breder perspectief tebezien. De Zvw beoogt solidariteit tussen gezond en ongezond en derisicoverevening is het mechanisme om voor een gelijk speelveld tezorgen: dat groepen gezonde verzekerden in beginsel even aantrekkelijkzijn als groepen ongezonde verzekerden. Het goede nieuws is dat vorigjaar een substantiële verbetering in de risicoverevening is gerealiseerd8.Omdat deze verbetering nog nieuw is, verwacht ik dat de doorwerkingervan de komende jaren doorzet.Als ik de redenatie van de ACM en NZa volg, dan zou dat ook invloedkunnen hebben op de wijze waarop zorgverzekeraars aanvullendeverzekeringen aanbieden.De leden van de VVD lezen in figuur 1 dat de contracteergraad binnen deggz-instellingen afwijkt van de contracteergraad bij andere zorgsectoren.Kan de Minister de historische ontwikkeling van deze cijfers delen met deKamer, voorzien van een duiding van deze ontwikkeling?De NZa heeft dit jaar voor het eerst de contracteergraad op deze manier,samen met ZN, gemeten op vier peilmomenten. Dit betekent dat er geenvergelijkbare informatie over meerdere jaren beschikbaar is. Ik kan dehistorische ontwikkeling van de contracteergraad dit jaar daarom nog nietmet u delen. Wel is de bedoeling van de NZa om voortaan jaarlijks decontracteergraad te monitoren, zodat vanaf volgend jaar wel de contrac-teergraad tussen verschillende jaren is te vergelijken.In de evaluatie heeft de NZa geconstateerd dat de contracteergraad bij deGGZ achterloopt ten opzichte van andere sectoren en dat er ook meersignalen binnen zijn gekomen over de contractering in de GGZ. De NZaheeft niet kunnen duiden waardoor dit wordt veroorzaakt.Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht maar zijn voor het tijdig afrondenvan het contracteerproces ook afhankelijk van de offertes van zorgaan-bieders en daar heeft het afgelopen seizoen enige discussie overplaatsgevonden. Kan de Minister aangeven hoe de verhouding is tussenzorgaanbieders en het wel en niet tijdig aanleveren van offertes? De ledenvan de VVD-fractie lezen dat de NZa hier reeds actie op onderneemt doorrichtsnoeren om te vormen naar regelgeving, onder andere op het gebiedvan het tijdig aanleveren van offertes waarop de NZa gaat handhaven.Wat zijn de gevolgen voor zorgaanbieders indien zij de offertes niet tijdigaanleveren?De NZa heeft geen inzicht in de verhouding tussen zorgaanbieders en hetwel en niet tijdig aanleveren van offertes. Hierdoor beschik ik ook nietover deze informatie. Ten behoeve van afronden van het contracteer-proces, gedurende het overstapseizoen, is het wel van belang dat dit tijdiggebeurt. Vandaar dat een aantal richtsnoeren het afgelopen jaar zijnomgevormd tot regelgeving waar de NZa ook op kan handhaven indienhier niet aan wordt voldaan. Uiterlijk 1 oktober moeten zorgaanbiederseen offerte bij de zorgverzekeraars indienen volgens de formele regeling.In de richtsnoeren is opgenomen dat het wenselijk is om dit zo snelmogelijk te doen, waarbij wordt uitgegaan van 1 september.De leden van de VVD-fractie zijn positief over de samenwerking tussenzorgverzekeraars en vergelijkingssites en vinden het goed te zien dat ditverzekerden in staat stelt om een goede vergelijking tussen polissen te8Kamerstukken II, 2023/24, 29 689, nr. 1225Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126422 maken. Kan worden toegelicht hoeveel mensen gebruik hebben gemaaktvan een vergelijkingswebsite tijdens het afgelopen overstapseizoen enook wanneer zij hier voornamelijk gebruik van maken? In hoeverre is ereen verband te zien tussen zekerheid over contracten en het gebruik vanvergelijkingssites?Onderzoek in opdracht van de Autoriteit Consument & Markt (ACM)9 laatzien dat het afgelopen overstapseizoen circa de helft van de respondenten(52 procent) een vergelijkingssite heeft geraadpleegd bij het oriënteren opeen zorgverzekering. Het is mij niet bekend wanneer zij hier voornamelijkgebruik van hebben gemaakt. Ook heb ik geen inzicht in een eventueelverband tussen zekerheid van contracten en het gebruik van vergelijkings-sites.De NZa heeft geconcludeerd dat een offerteplicht voor niet-gecontrac-teerde zorg op dit moment niet mogelijk en wenselijk is en dat gekekenwordt om dit op een andere manier vorm te geven, zo lezen de leden vande VVD-fractie. Aanpassing van de Regeling Transparantie Zorgaan-bieders wordt hierbij genoemd. Op welke manier wordt deze aanpassinggemonitord en geëvalueerd om te zien of de aanpassing daadwerkelijk totverbetering leidt?De gewijzigde Regeling Transparantie Zorgaanbieders, kenmerkTH/NR-035, treedt op 1 september 2024 in werking. De NZa heeft dezewijziging ook opgenomen in de Handvatten Contractering en Transpa-rantie gecontracteerde zorg en heeft toegezegd de opvolging van dezenadere regels na het komende contracteerseizoen te evalueren. Tegen dietijd is er een hele contracteercyclus geweest (vanaf publicatie zorginkoop-beleid tot het sluiten van contracten), waarbij de Handvatten doorzorgverzekeraars en zorgaanbieders gedurende deze gehele cycluskonden worden ingezet. In de evaluatie zal dus ook aandacht zijn voor hetdoel van de herziening van de regeling, namelijk het voorkomen datpatiënt onbedoeld terechtkomen bij niet-gecontracteerde zorgaanbieders.Ik vind het belangrijk om goed de vinger aan de pols te houden of deevaluatie op dit punt daadwerkelijke verbeteringen laat zien.Genoemde leden hebben kennisgenomen van de verkenning transpa-rantie niet-gecontracteerde zorg. Zij menen uit de conclusies op te kunnenmaken dat de overheid weinig niet-vrijblijvende maatregelen in handenheeft om meer transparantie af te kunnen dwingen, klopt deze conclusie?Zo nee, welke niet-vrijblijvende instrumenten heeft de overheid, naast eenofferteplicht, in handen om transparantie meer af te kunnen dwingen?Er zijn diverse mogelijkheden om meer transparantie af te dwingen. Iknoem de belangrijkste. De NZa kan op grond van haar regelingen voortransparantie door zorgverzekeraars en zorgaanbieders richting consu-menten10 handhavend optreden richting zorgverzekeraars en zorgaan-bieders. Partijen kunnen met elkaar bestuurlijk afspraken maken om detransparantie over niet gecontracteerde zorg te verbeteren, zoals in hetIZA is gedaan en waar uitvoering aan gegeven wordt. Met hetwetsvoorstel bevorderen zorgcontractering dat bij uw Kamer is ingediend,kunnen zorgverzekeraars beter sturen op niet-gecontracteerde zorg.Daarnaast zal op basis van het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lefen Trots» worden gewerkt aan voorstellen voor de beleidsagenda om tekomen tot een onafhankelijke indicatiestelling voor niet-gecontracteerde9Motivaction. 2024. Consumentenonderzoek Zorgverzekeringsmarkt 2024.10TH/NR-022 – Regeling informatieverstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten –Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl)TH/NR-035 – Regeling Transparantie ZorgaanbiedersTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126423 wijkverpleging; ook met deze maatregel zal meer duidelijkheid entransparantie ontstaan over niet-gecontracteerde zorg.De verplichting van informatieverstrekking door de zorgaanbieder overcontractering bestond al, maar is in de herziene Regeling TransparantieZorgaanbieders, kenmerk TH/NR-035, nader gespecificeerd met betrekkingtot niet-gecontracteerde zorg en de gevolgen daarvan voor verzekerden.In deze nadere specificering is toegevoegd dat zorgaanbieders patiëntenactief en aantoonbaar moeten informeren over de aan- of afwezigheid vaneen contract met de zorgverzekeraar van de patiënt en over mogelijkegevolgen daarvan voor de vergoeding van zorg of diensten door dezorgverzekeraar voorafgaand aan de start van de zorgverlening. In deevaluatie Handvatten Contractering en Transparantie gecontracteerde zorgis ook aandacht voor het doel van de herziening van de regeling, namelijkhet voorkomen dat patiënten onbedoeld terechtkomen bij niet-gecon-tracteerde zorgaanbieders.De NZa heeft voorafgaand een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkeinvoering van een offerteplicht, zoals voorgesteld in het IZA. De NZa heeftgeconcludeerd dat een offerteplicht op dit moment juridisch niet mogelijken niet wenselijk is. Een onderscheid in regels t.a.v. gecontracteerde enniet-gecontracteerde zorg vergt een aanpassing van de Wmg. Anderedelen van de Wmg (Artikel 38, lid 7 en 39, lid 2 Wmg) geven de NZa wel alde bevoegdheid om nadere regels te stellen m.b.t. informatieverstrekkingdoor zorgaanbieders aan de consument, inclusief informatieverplich-tingen voor zorgaanbieders richting de patiënt t.a.v. niet-gecontracteerdezorg en de invloed die dit heeft op de hoogte van de vergoeding van degeleverde zorg. De NZa zal de werking van de aangescherpte regelingmonitoren.Ik zal de monitoring van de aangescherpte regeling van de NZanauwkeurig volgen en wil de uitkomsten hiervan afwachten, het is nu duste vroeg om te kijken naar het invoeren van de offerteplicht. Ik acht hettevens vooralsnog niet noodzakelijk en proportioneel om een algemeneregeling op te stellen die enkel is gericht op niet-gecontracteerdezorgaanbieders. Daarmee wordt een extra administratieve last gecreëerden wachtlijsten worden mogelijk nog langer door de tijd die met hetopstellen en goedkeuren van een offerte gepaard gaat. Ik focus mijdaarom vooralsnog liever op meer proportionele mogelijkheden om hetdoel, goede informatievoorziening voor de patiënt, te bereiken endaarmee ook de administratieve lasten te beperken.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deNZa over de overstapperiode 2024, alsmede ook van de reactie van deMinister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hierop. De leden van deNSC-fractie erkennen de inspanningen die zorgverleners hebben geleverdin het belang van de verzekeringsnemers om het contracteerproces teverbeteren. Er moeten zeker nog stappen worden genomen, voornamelijkop het gebied van informatievoorziening aan verzekerden en hetcontracteren van passende zorg. Zij zullen hier tijdens het commissie-debat Zorgverzekeringsstelsel verder op ingaan en hebben geen verderevragen aan de Minister.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse de brief gelezen van deMinister over het contracteer- en overstapseizoen 2023–2024 en hebbennog enkele vragen.De leden van de D66-fractie lezen dat ruim 1,3 miljoen verzekerden zijngewisseld van zorgverzekeraar. Dit komt over met 7,4% van de verze-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126424 kerden. Kan de Minister aangeven welk percentage van de verzekerdenniet gewisseld is, maar de polis heeft aangepast bij de eigen verzekeraar.In theorie zou dit betekenen dat het voor overige verzekerden niet nodigwas om te wisselen van zorgverzekeraar of om bij de eigen zorgverze-keraar de verzekering aan te passen. Kan de Minister informatie delen metbetrekking tot een passende zorgverzekering bij consumenten? Inhoeverre is er sprake van over- of onderverzekering bij consumenten.Het is niet bekend welk percentage van de verzekerden niet gewisseld is,maar de al bestaande polis heeft aangepast bij de eigen verzekeraar11. Ofer sprake is van een «passende» zorgverzekering is aan de verzekerde.Alleen deze kan beoordelen of de gekozen polis voor hem of haar«passend» is. Hier is geen algemene definitie voor. Er is evenwel geensprake van over- of onderverzekering bij consumenten in de zin dat vooriedereen het pakket hetzelfde is bij de basisverzekering, namelijk hetbasispakket Zvw. Het kan wel zo zijn dat een verzekerde een polis met eenlagere premie had kunnen afsluiten of dat een verzekerde bij moet betalenomdat de zorgaanbieder geen contract heeft. Daar volgt echter niet deconclusie uit dat deze verzekerde een niet-passende polis heeft gekozen.Andere aspecten van de polis kunnen voor de verzekerde opwegen tegenbijvoorbeeld een lagere premie van een andere polis.Voorts vragen de leden van de D66-fractie of consumenten op de hoogteworden gesteld wanneer de polis van de consument afgesloten in hetvorige jaar, wordt aangepast in het nieuwe jaar. Kan de Minister aangevenof consumenten zich bewust zijn dat hun huidige polis kan veranderen? Isde Minister bereid dit mee te nemen in een volgende publiekscampagnebij het overstapseizoen?Zorgverzekeraars melden veranderingen in de polis aan hun verzekerdenin de prolongatiebrief. In het algemeen roept de publiekscampagne elkjaar verzekerden op te checken of hun polis nog passend is. Ook voorvolgend jaar is mijn voornemen om verzekerden weer op te roepen hunpolis te checken. Hierbij is een belangrijk element om te checken of er ietsverandert. Dus ik neem dit volgend jaar mee.Welke mogelijkheden ziet de Minister om nog beter te waarborgen datconsumenten een verzekering hebben passend bij hun zorgvraag engeïnformeerd worden over een goedkoper alternatief. Kan de Ministerhierin reageren op de suggesties van ACM en NZa om het keuzeprocesvoor consumenten te verbeteren.Ik vind het belangrijk dat verzekerden weten dat er een (bijna) gelijk, maargoedkoper alternatief is. Daarom is het goed dat de «Regeling informatie-verstrekking ziektekostenverzekeraars aan consumenten» (TH/NR-027) vande NZa zorgverzekeraars verplicht om verzekerden via hun website tewijzen op bijna gelijke polissen. Zorgverzekeraars moeten hierbijaangeven wat de verschillen zijn tussen deze polissen. Verder steun ik hetvoornemen van de NZa om te verkennen of zorgverzekeraars verplichtkunnen worden om verzekerden actiever te wijzen op een eventuele(bijna) gelijke polis met een lagere premie.Tot slot merk ik graag op dat verzekerden er ook bewust voor kunnenkiezen meer te willen betalen uit tevredenheid over bijvoorbeeld dekwaliteit van de wachtlijstbemiddeling of vanuit merkentrouw.Tot slot, de leden van de D66-fractie stelden eerder individuele schriftelijkevragen over het bericht dat zorgverzekeraars overstappers belemmerenwaardoor de premie onnodig hoog is. Deze leden danken de Minister voor11Zorgthermometer Verzekerden in Beeld 2024.pdf (vektis.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126425 de beantwoording op deze vragen die zij reeds op 18 juni 2024 hebbenontvangen12.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de brief over hetcontracteer- en overstapseizoen 2023–2024 en hebben de volgende vragenaan de Minister.De leden van de BB-fractie hebben gelezen dat zorgverzekeraars enzorgaanbieders samenwerken om de administratieve lasten te vermin-deren en de inkoopvereisten verder te standaardiseren. Genoemde ledenvragen de Minister om specifieker te zijn en te informeren hoe precies deadministratieve lasten zullen worden verlaagd.De komende tijd zal ik het speerpunt uit het Hoofdlijnenakkoord2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» ten aanzien van de aanpak van deadministratieve lasten verder gaan uitwerken.Dit borduurt verder op de afspraken die in het IZA zijn gemaakt tenbehoeve van het verbeteren van het proces rondom de contractering overhet tijdig afronden van het inkoopproces en wordt door de zorgverzeke-raars in samenwerking met zorgaanbieders gewerkt aan het verlagen vande administratieve lasten en verdere uniformering van inkoopvereisten.ZN is samen met zorgaanbieders aan de slag op basis van de bouwstenendie er liggen vanuit de verschillende onderzoeken naar uniformeringsmo-gelijkheden in de Zvw. Zo zijn er onder meer afspraken gemaakt voor deGeneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen, wijkverpleging enten aanzien van de hulpmiddelenreglementen, waarbij ingezet wordt ophet meer uniformeren van onder andere contracten en anderedocumenten die een rol spelen in het inkoopproces. Hiermee wordt hetcontracteerproces vereenvoudigd en waarschijnlijk bespoedigd. Ook voorde GGZ wordt door zorgverzekeraars gekeken of en welke algemenecontractteksten geüniformeerd kunnen worden. Met deze aanpak wordtgeprobeerd de verschillen tussen verzekeraars te verkleinen en zo deadministratieve lasten voor zorgaanbieders te verlichten. Voor demedisch-specialistische zorg zijn al eerder stappen gezet en wordtbekeken of dit aspect verder meegenomen kan worden in het trajectSuccesvol Contracteren.Verder hebben deze leden gelezen dat er wordt gewerkt aan duidelijkheidover de mogelijkheden voor kleine zorgaanbieders om samen te werkenbinnen de mededingingsregels. Wanneer zullen de besprekingen tussenbrancheverenigingen en de ACM worden afgerond?De algemene besprekingen tussen brancheverenigingen en de ACM overde mogelijkheden van samenwerking in relatie tot de mededingingsregelszijn reeds afgerond.Uitkomst van die overleggen is dat partijen gezamenlijk een infographichebben opgesteld met handvatten voor samenwerking vanuit mededin-gingsperspectief13. Verder hebben toezichthouders blijvend aandacht voorsamenwerking in de contractering in relatie tot de mededingingsregels,zie bijvoorbeeld de handvatten contractering van de NZa14 en communi-catie op de website van de ACM15. Daarnaast worden momenteel122024Z1046613De infographic is te vinden op de pagina: Mededingingswet en de Autoriteit Consument enMarkt (dejuistezorgopdejuisteplek.nl)14Handvatten Contractering en Transparantie gecontracteerde zorg – Nederlandse Zorgautoriteit(overheid.nl)15Samenwerken in de zorgsector | ACM.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126426 verdiepende sessies georganiseerd specifiek gericht op de mogelijkhedenvoor kleine zorgaanbieders. Een eerste sessie heeft reeds plaatsgevonden.Een tweede sessie wordt in samenwerking met partijen gepland na dezomer van 2024. Afhankelijk van de uitkomst van die sessie wordt bezienof een vervolg nodig is. Bij deze sessies bespreken zorgaanbieders enzorgverzekeraars in de paramedische zorg en verloskunde met de ACMwat de mogelijkheden zijn aan de hand van ingebrachte casuïstiek. HetMinisterie van VWS faciliteert deze gesprekken.Daarnaast willen kleine zorgaanbieders in de regio vaak wel onderhan-delen met zorgverzekeraars, maar zijn zij bang dat ze hun zelfstandigheidzullen verliezen of zullen worden overtroefd door grote aanbieders. Opwelke manier wordt er rekening gehouden met de regio, bij hetgezamenlijk optrekken van kleine zorgaanbieders? Hoe wordt voorkomendat zij hun kleinschalige karakter en zelfstandigheid moeten opgeven voorgecontracteerde zorg?Ik herken de beschreven problematiek door de leden van de BBB. Zoalseerder vermeld aan uw Kamer vindt er in de contractering idealitermaatwerk plaats waarbij er voldoende aandacht is voor de wensen vaniedere individuele zorgaanbieder. In de praktijk is het echter onmogelijkvoor een zorgverzekeraar om met iedere individuele zorgaanbiedermaatwerkafspraken te maken. Daarvoor is het aantal relatief kleinezorgaanbieders vaak te groot. Dat neemt niet weg dat het van belang datkleine zorgaanbieders volwaardig partner zijn in de gesprekken over dewaarden en toekomstbestendigheid van de eerstelijnszorg en dat dit ookvertaald wordt in de contracten. Gezamenlijk contracteren is daar eenaspect van. In de eerdergenoemde geplande sessie met kleine zorgaan-bieders, zorgverzekeraars en de ACM zal aan de hand van ingebrachtecasuïstiek de mogelijkheden worden besproken, waarbij ook aandacht isvoor de gevolgen die dat heeft voor de positie van individuele aanbieders.Het Ministerie van VWS faciliteert deze gesprekken. Daarnaast vind ik hetvan belang dat kleine zorgaanbieders goed vertegenwoordigd zijn opregionale en landelijke tafels. In dat kader is vanuit de Visie op deeerstelijnszorg 2030 aandacht voor de organisatiegraad van (kleine)zorgaanbieders in een gefragmenteerd zorglandschap, en wordt ingezetop het versterken van samenwerking op wijk- en regioniveau.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief over hetcontracteer- en overstapseizoen 2023–2024 en hebben hierover nog enkelevragen aan de Minister.De leden van de CDA-fractie lezen dat de NZa beziet of de handvattenvoor contractering aanscherping nodig hebben. Deze leden vragen of deMinister wil aangeven wanneer de Kamer hier meer over hoort.De NZa heeft de gewijzigde Handvatten Contractering en Transparantiegecontracteerde zorg eind juni gepubliceerd, deze zijn direct in werkinggetreden. Ook heeft de NZa op haar website een nieuwsbericht gewijdaan de wijzigingen (Nieuwe afspraken verbeteren informatie overzorgverzekering | Nieuwsbericht | Nederlandse Zorgautoriteit (nza.nl)). Inde nieuwe versie van de Handvatten zijn een paar veranderingendoorgevoerd. De veranderingen die zijn doorgevoerd hebben betrekkingop de geüpdatete regeling transparantie zorgaanbieders, de richtsnoerendie zijn omgezet tot regelgeving uit de regeling transparantie zorginkoop-proces zijn toegevoegd en er is één nieuw richtsnoer toegevoegd welkezorgaanbieders oproept om informatie over de offerte al zo veel mogelijkmet de zorgverzekeraar te delen voor uiterlijk 1 september.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126427 De leden van de CDA-fractie lezen dat met de Nederlandse GGZ, ActiZ enZorgthuis.nl wordt geëvalueerd welke verbetermogelijkheden er zijn voorde ondersteuning van het contracteerproces en dat hierbij ook debereikbaarheid van de kleine zorgaanbieders wordt meegenomen. Dezeleden vragen of de Minister dit concreet wil maken en wanneer de Kamermeer horen over deze evaluatie.Er zijn inderdaad verbeteringen nodig. Langs meerdere lijnen wordtingezet op het verbeteren van het contracteerproces in sectoren waar veelkleine zorgaanbieders werken. Met als doel toe te werken naar een zoeerlijk mogelijk speelveld. Zo heeft de NZa de Handvatten Contracteringen Transparantie gecontracteerde zorg opgesteld ter ondersteuning vaneen soepel en snel contracteerproces. Hierin is bijvoorbeeld een afspraakopgenomen over de bereikbaarheid van zorgverzekeraars tijdens hetcontracteerproces. Dit moet met name voor kleine zorgaanbiedersbijdragen aan een beter contracteerproces. Daarnaast zet ik in op hetactief verduidelijken van de mogelijkheden van gezamenlijk onderhan-delen door kleine aanbieders. Dat is mogelijk binnen de mededingings-regels zolang een zorginhoudelijk doel voorop staat en dit zowel doorzorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten wordt onderschreven. Hetis verder aan de partijen om hier nadere afspraken over te maken n.a.v. deevaluatie. Mochten hier concrete verbetermogelijkheden uit voortkomen,zal ik deze met uw Kamer delen. Tot slot zijn er voor de wijkverplegingafspraken gemaakt om IZA conform te contracteren. Zorgverzekeraarshebben de afspraak gemaakt om in 2023 voor € 175 miljoen extra in tekopen en daarnaast is er € 75 miljoen via een Fonds wijkverplegingbeschikbaar gesteld. ZN, ActiZ en Zorgthuisnl hebben gezamenlijkgeconcludeerd dat grotendeels invulling is gegeven aan deze afspraken.De leden van de CDA-fractie lezen dat de zorgverzekeraars stappenhebben gezet om de polisinformatie te verrijken met relevante factoren alskwaliteit en toegankelijkheid. Deze leden vragen welke stappen er danprecies zijn gezet. Hoe is dit in de praktijk tot uiting gekomen, zijn hiervoorbeelden van? Wat kunnen we voor de polissen voor 2025 verwachtenop dit punt? Hoe rekent de Minister de zorgverzekeraars hierop af?In 2023 zijn verdere stappen gezet om de vergelijkingen van zorgverzeke-ringen en daarmee polisinformatie te verrijken. Zorgverzekeraars envergelijkers beogen de vergelijkingen van zorgverzekeringen te verrijkenmet extra kenmerken, zodat vergelijkingen op de d zorgverzekeringsmarktzorgverzekeraars meer prikkelt om zich (naast betaalbaarheid) op andererelevante ontwikkelingen te richten, zoals toegankelijkheid en kwaliteit vanzorg, het helpen van kwetsbare groepen, duurzaamheid, en preventie.Daarom hebben vergelijkers en zorgverzekeraars in goed onderlingoverleg in 2023 het document «Met meer waarde vergelijken» opgesteld.Het document beschrijft welke verwachtingen zorgverzekeraars envergelijkers over en weer van elkaar mogen koesteren in hun gezamen-lijke streven naar het realiseren van deze verbeteringen voor deconsument. In dit document zijn ambities en verwachtingen beschreven.Het is vervolgens aan individuele partijen om in de praktijk hun eigeninvulling te geven aan beschreven ambities en verwachtingen. Bijlage bijdit document is de bijgevoegde «brochure» om partijen als het ministerie,politici en journalisten hierover te informeren.Zorgverzekeraars en vergelijkers hebben in 2024 gezamenlijk verbeter-punten geformuleerd. De punten waarvan partijen de verwachtingen voor2024 nader hebben uitgewerkt, zijn (in aanvulling op 2023):•Transparant vergelijken uitgebreid: Verduidelijken wat een zorgverze-kering nog meer vergoedt, naast de gewenste dekking(en); Zorgverze-keraars en vergelijkers communiceren eenduidig over de werking vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126428 basisverzekeringen en aanvullende verzekeringen; Vergelijkersvermelden de mogelijkheden en beperkingen voor consumenten voorhet hebben van contact met een zorgverzekeraar.•Methodologische verbeteringen op terrein van preventie en gezondleven waaronder het beter meewegen van de inzet van een zorgverze-keraar voor zorgvernieuwing.•Voorbereidingen getroffen voor het naar keuze kunnen opnemen vancontracteringsinformatie (over ziekenhuizen, apotheken en fysiothera-peuten) door vergelijkers.•De zorgverzekeraars en de vergelijkers hebben wederzijds vastgestelddat zij het aanbieden van eenmalige welkomstgeschenken niet vindenpassen binnen de zorgmarkt. Daarom hebben zij de ambitie uitgespro-ken om het aanbieden daarvan te beperken.Vergelijkers en zorgverzekeraars zien dat in het overstapseizoennovember/december 2023 de vergelijkingen van zorgverzekeringen voorconsumenten zichtbaar transparanter zijn geworden en zich breder opmeerwaardefactoren hebben gericht. Ik hoop dat de vergelijkingen vanzorgverzekeringen in 2024 door de geformuleerde nieuwe verwachtingentransparanter worden en dat meerwaardefactoren hierbij nog beterzichtbaar worden voor een breder publiek. Tegelijkertijd werken zorgverze-keraars en vergelijkers t.b.v. latere jaren aan het beter inzichtelijk makenvan kwaliteit van zorg in de vergelijkingen van zorgverzekeringen. Ik hechtveel belang aan informatie over toegankelijk en kwaliteit, waarbij ik besefdat zeker kwaliteit van zorg niet altijd eenvoudig meetbaar is, en ik zal devoortgang van partijen blijven volgen. Tot slot is in het Hoofdlijnenak-koord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» afgesproken dat de polisvoor-waarden glashelder moeten zijn voor verzekerden bij het afsluiten van depolis. De komende tijd werk ik samen met partijen hieraan, zodat deinformatievoorziening richting verzekerden de komende jaren nog verderverbetert.De leden van de CDA-fractie lezen dat er een toename van 14 naar59 meldingen is bij de NZa over het overstapseizoen 2023–2024. Wat is dereden dat het hogere aantal meldingen niet heeft geleid tot de inzet vantoezichtsinstrumenten? Heeft dit een inhoudelijke of organisatorischereden? Zijn de meldingen wel behandeld?Meldingen hebben betrekking op een vermoeden van een overtreding.Indien er sprake is van een vermoeden van een overtreding kijkt de NZanaar de vraag welke maatregel het meest passend is om in te zetten. Datkan ook de inzet van informele maatregelen zoals een gesprek of eenwaarschuwing zijn. Uit de analyse van de meldingen blijkt dat er bij hetovergrote deel van de meldingen geen sprake was van een vermoedelijkeovertreding.De groei lijkt hoofdzakelijk te zijn veroorzaakt door de verscherpteaandacht voor de contractering en de publicatie van de handvatten. DeNZa heeft de meldingen behandeld; de meeste meldingen kwamen uit desectoren GGZ, medisch specialistische zorg en farmacie. Inhoudelijk gaande meldingen over onderwerpen zoals indexering en OVA, communicatieen bereikbaarheid, tijdigheid van reacties, de hoogte van offertes en devergoeding voor niet-gecontracteerde zorg.De meldingen hebben niet geleid tot inzet van tools zoals genoemd in hethandvattendocumentGenoemde leden vragen verder hoe de Minister de toekomst van derestitutiepolis ziet, aangezien het aantal restitutiepolissen opnieuw isafgenomen, van zeven naar vier.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126429 Ik zie net als u dat het aantal restitutiepolissen afneemt. Voor verzekerdenbetekent dit dat de keuze in het aanbod van polissen gewijzigd is. Het isaan zorgverzekeraars om te beslissen of zij een restitutiepolis (blijven)aanbieden. Wel blijkt dat de restitutiepolissen die de laatste jaren zijnomgezet naar combinatiepolissen voor de meeste vormen van zorg nogeen vergoeding op basis van restitutie bieden, behalve voor de wijkver-pleging en ggz. Naast deze restitutiepolissen blijven nog voldoendenatura- en combinatiepolissen over met een ruime keuze voorzorgaanbieders.De leden van de CDA-fractie vragen hoe het staat het met de analysesnaar nagenoeg gelijke polissen. Zij verwijzen naar de motie van de ledenVan den Berg en Bushoff (Kamerstuk 29 689, nr. 1208) waarin de regeringwerd verzocht de verkenning naar de «Gower distance» uiterlijk mei 2024te doen. Deze leden vragen of in deze analyses ook de aanpak vantweelingpolissen wordt meegenomen en zo nee, dit wel te doen.Deze analyse, inclusief een reactie op de motie van de leden Van den Bergen Bushoff), is op 4 juni jl. aan uw Kamer toegestuurd.16De leden van de CDA-fractie constateren dat de motie van de leden Vanden Berg en Agema (Kamerstuk 29 689, nr. 1232) over het door zorgverze-keraars aanbieden van een contract aan kleine zorgaanbieders en hetpercentage kleine zorgaanbieders dat voor 2024 een contract aangebodenheeft gekregen alsmede de motie van de leden Van den Berg en Tielen(Kamerstuk 29 689, nr. 1207) over het monitoren of zorgverzekeraars meerkleine zorgaanbieders voor het jaar 2024 contracteren, wel zijn afgedaanmaar niet zijn uitgevoerd. Genoemde leden vragen waarom niet specifiekgemonitord kan worden of meer kleine zorgaanbieders zijn gecontrac-teerd. De cijfers waar de Minister naar verwijst vinden deze leden tealgemeen omdat hieruit onvoldoende duidelijk wordt hoe het staat met decontractering van kleine zorgaanbieders.De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister alsnog bereid is om tekijken naar mogelijkheden om het aantal gecontracteerde kleine zorgaan-bieders te monitoren.Het contracteerseizoen 2024 was de eerste keer dat de NZa de contacteer-graad op dergelijke wijze gemonitord heeft. Deze monitor heeft mij veelinzicht gegeven. Ik vind het goed dat de NZa proactief bezig is met hetmonitoren van het contracteerproces en op basis hiervan ook haarregelgeving aanpast met als doel om het contracteerproces voorspel-baarder te maken. Ook het komende contracteerseizoen zal de NZa decontracteergraad meten. Dit is een belangrijke manier om inzage tekrijgen in het verloop van de contractering. Ik ben met de NZa in gesprekin hoeverre zij de monitoring verder kunnen specificeren om bijvoorbeeldook zicht te krijgen op de contracteergraad van specifieke groepen(kleinere) zorgaanbieders. De NZa ziet het belang van goede informatieover de contractering en bekijkt daarom voor de komende jaren demogelijkheden om de monitoring van de contractering verder vorm tegeven en geautomatiseerd uit te vragen. Daarbij wordt ook gekeken naarmogelijke samenwerking met andere partijen en de beperking vanadministratieve lasten voor het veld, waarbij de verwachting is dat dit nogniet is afgerond vóór het komende contracteerseizoen.Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractieDe leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de brief van deMinister over het contracteer- en overstapseizoen, de brief van de NZA en16Zie Kamerstuk 29 689, nr. 1252.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126430 het bijbehorend onderzoek. Genoemde leden hebben hierover nog eenaantal vragen en opmerkingen.De leden van de SP-fractie vinden het gejubel van de Minister over hoegoed het «contracteerseizoen» verlopen is misplaatst. Alle verbeteringenwaarmee zij probeert dit overstapcircus te verbeteren zijn schijnoplos-singen voor het echte probleem: het huidige zorgstelsel. De marktwerkingdie leidt tot concurrentie tussen zorgverzekeraars om maar zoveelmogelijk «consumenten» binnen te harken dient het belang van dezorgverzekeraar, maar niet van mensen. Zij worden opgezadeld metingewikkelde keuzes, onduidelijkheden over de contractering van zorg enelk jaar een hogere premie. Genoemde leden zijn van mening dat éénNationaal Zorgfonds zonder eigen risico een einde zou kunnen maken aandit overstapcircus. Deze leden vragen de Minister hoe zij kijkt naar eenNationaal Zorgfonds.Er wordt hardt gewerkt aan het verbeteren van de contractering en van detransparantie daarover voor verzekerden. Maar het kan nog beter. Daaromzullen ook in het komende overstapseizoen verdere verbeteringen wordendoorgevoerd. De introductie van Nationaal Zorgfonds zal de gewensteveranderen niet realiseren. Ons huidige zorgstelsel heeft immers veelverworvenheden die we moeten koesteren en niet overboord moetenzetten. Zo is de Zvw solidair, biedt het keuzevrijheid en zorgt het voor eenbeheerste groei van de zorguitgaven. Bij een Nationaal Zorgfonds krijgenwe wellicht weer te maken met de problemen uit de tijd van het Zieken-fonds, zoals lange wachtlijsten, kosteninefficiënte levering van zorg entweedeling in de zorg. Ik wil de zorg niet vermoeien met een nieuwegrootscheepse stelselwijziging. Wel zal ik, samen met andere partijen,kijken waar we het huidige stelsel nog beter kunnen laten werken. Daarworden, in samenwerking met partijen als zorgverzekeraars, zorgaan-bieders en patiëntenorganisaties, al goede stappen in gezet. Tot slot wijsik uw Kamer er graag op dat de groep met het laagste inkomen engemiddelde zorgkosten in 2024 zelfs minder voor hun ziektekostenverze-kering betaalt dan in 2006.Vorig jaar stapte ruim 1,3 miljoen verzekerden over naar een anderezorgverzekeraar. Dit is het één na hoogste overstappercentage sinds deinvoering van de zorgverzekeringswet in 2006. De leden van de SP-fractiezijn kritisch op de gang van zaken bij de contractering van de zorg. Zijvragen waarom dit percentage afgelopen jaar zo hoog was. Bovendienvragen de leden van de SP-fractie wat de «publieksvoorlichting» tijdenshet «contracteerseizoen» heeft gekost. Gelieve dit uit te splitsen naarverschillende onderdelen van deze campagne.De cijfers laten naar mijn idee zien dat het overstappercentage wat lagerwas dan vorig overstapseizoen. De redenen waarom mensen overstappenzijn divers. Uit een peiling van Nivel17 blijkt dat de drie voornaamsteredenen voor overstappen liggen in ontevreden over de hoogte van detotale premie, ontevredenheid over de hoogte van de premie van debasisverzekering en het feit dat hun zorgverzekeraar niet alle zorgaan-bieders heeft gecontracteerd.Bovendien vragen de leden van de SP-fractie wat de «publieksvoor-lichting» tijdens het «contracteerseizoen» heeft gekost, uitgesplitst naarverschillende onderdelen van deze campagne. Het doel van de publieks-voorlichting in het overstapseizoen is mensen ervan bewust te maken datze in deze periode de gelegenheid hebben een zorgverzekering te kiezendie het beste past bij hun persoonlijke situatie. De totale kosten voor depublieksvoorlichting bedragen € 633.000. Hiervan is € 179.000 besteed17Barometer Wisselen van zorgverzekeraar | NivelTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126431 aan voorlichting voor het brede publiek. Uit onderzoek is bekend datmensen in een lage sociaaleconomische positie minder snel overstappenvan zorgverzekering, ook als een andere verzekering beter bij hen zoukunnen passen. Daarom is € 454.000 besteed aan communicatie met dezegroep. Deze communicatie vond onder meer plaats door persoonlijkegesprekken en voorlichting over veel voorkomende misverstanden rondzorgverzekeringen.Hoeveel zorggeld besteden verzekeraars jaarlijks aan reclame enmarketing?Mijn ambtsvoorganger heeft in het recente commissiedebat Zorgverzeke-ringsstelsel aangegeven dat deze kosten, op basis van een extrapolatievan de toen reeds de bekende cijfers, voor 2023 in totaal 25,8 miljoen eurobedroegen. Dit is gelijk aan 1,88 euro per premiebetaler per jaar.Inmiddels zijn bijna alle cijfers over 2023 bekend. De realisatie komt nu uitop 23,7 miljoen euro en 1,66 euro per premiebetaler per jaar. Dat isongeveer 0,04% van de totale uitgaven aan zorgkosten van ongeveer60 miljard euro. De afgelopen vijf jaar ligt het bedrag dat per jaar wordtuitgegeven aan reclamekosten stabiel tussen de 20 en 25 miljoen euro.Gezien het feit dat de zorgkosten stijgen, is dit dus een steeds kleinerpercentage van de totale uitgaven aan zorgkosten.Wat vindt de Minister ervan dat ruim 1,3 miljoen mensen zich afgelopenjaar door een ingewikkeld web van zorgverzekeringen en zorgverzekeraarshebben gewurmd om de juiste zorgverzekering te krijgen? Deelt deMinister de mening dat zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zoumoeten zijn zonder dat zorgverzekeraars om hun premiegeld zoudenmoeten concurreren?Er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de contractering en van detransparantie daarover voor verzekerden. Maar het kan nog beter. Daaromzullen ook in het komende overstapseizoen verdere verbeteringen wordendoorgevoerd. Zoals ik hiervoor ook heb aangegeven zal de introductie vanNationaal Zorgfonds de gewenste veranderen niet realiseren. Daarnaast ishet waardevol dat zorgverzekeraars moeten dingen om de gunst van deverzekerde, omdat dat verzekeraars stimuleert om hun best te doen voorhun verzekerden.Kunt u een overzicht naar de Kamer sturen van de winsten van dezorgverzekeraars afgelopen jaar die naar de reserves zijn gegaan?In de tabel hieronder vindt u de resultaten uit 2023 die verzekeraarshebben toegevoegd aan hun reserves. Het overige resultaat hebben zijingezet om de premie van 2024 te verlagen. Overigens wordt er niet iederjaar geld aan de reserves toegevoegd. In 2021 en 2022 hebben verzeke-raars respectievelijk 395 miljoen en 566 miljoen ingeteerd op hunreserves.ConcernToevoeging aan de reserves (x € 1 miljoen)ASR23CZ86DSW (incl. Stad Holland)50Salland0ONVZ76Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126432 ConcernToevoeging aan de reserves (x € 1 miljoen)VGZ29Zorg en Zekerheid33Zilveren Kruis16Menzis19Totaal841Bron: publicatie jaarcijfers basisverzekering 2023 van bovenstaande verzekeraars De NZa doet tevens een verkenning of verzekeraars premiebetalers actiefmoeten informeren als er een beter geschikte en betaalbaardere polisbeschikbaar is. Waarom is hiervoor een verkenning nodig en wordt hierniet meteen toe overgegaan?De NZa heeft mij laten weten dat ze tot op heden twijfels had over deproportionaliteit en de juridische inzetbaarheid van dit instrument, maardat zij de inzet van dit instrument nu toch verder gaat verkennen. Dezeverkenning is noodzakelijk om te analyseren in hoeverre de wettelijkebevoegdheden van de NZa ruimte bieden om effectief in te kunnengrijpen. Zoals bij elke interventie door een toezichthouder dient hierbij teworden afgewogen in hoeverre de voorziene regeling proportioneel eneffectief is, en dienen betrokken partijen zoals de verzekeraars te wordengehoord. De verkenning zal de komende tijd plaatsvinden, zodat eeneventueel gewijzigd beleid zo snel mogelijk kan worden ingesteld.De Minister stelt dat het «contracteerseizoen» beter en tijdiger is verlopen.Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars streefden ernaar om decontracten op 12 november af te ronden. Maar de leden van de SP-fractieconstateren dat dit niet is gelukt. Op 22 december 2023 was in ongeveer90% van de onderhandelingen duidelijk of er een contract werd geslotenof niet. Hoe verklaart de Minister dat het niet lukt om de contractering oporde te krijgen voor 12 november?Het merendeel van de contracten tussen zorgaanbieders en zorgverzeke-raars is gedurende het overstapseizoen afgesloten. Dit was ongeveer 90%afhankelijk van de sector. Het aandeel van de zorgaanbieders, waarbij hetduidelijk is of de zorg volledig vergoed wordt, ongeacht of er een contractis, ligt hoger.Het contracteerproces is een proces dat uit diverse stappen en termijnenbestaat. De NZa heeft regels gesteld om te zorgen dat de contractering zosoepel en spoedig mogelijk verloopt. Desondanks is het voor partijencomplex om de contractering zo snel mogelijk rond te krijgen. Daarbijspeelt ook nog eens de dynamiek van de overstapperiode mee. Deoverstapperiode vormt een sterke prikkel voor verzekeraars om decontractering zo tijdig mogelijk afgerond te hebben. Tegelijkertijd biedt hetoverstapseizoen en deze druk voor zorgverzekeraars om tijdig af te willenronden voor zorgaanbieders juist een pressiemiddel. Daarbij moet gezegdworden dat er voor zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars geenformele verplichting is om de contractering voor 12 november rond tehebben. Een dergelijke verplichting zou de onderhandelingsmacht vanzorgaanbieders aanzienlijk vergroten en daarmee de mogelijkheden voorzorgverzekeraars om kwalitatief goede en betaalbare zorg in te kopenaanzienlijk beperken. De NZa verwacht van zorgverzekeraars en zorgaan-bieders dat zij komende overstapperiode de contractering nog verdergaan versnellen. De NZa houdt hierop actief toezicht en zal dit blijvendmonitoren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126433 Welke belangen van zorgverzekeraars spelen er volgens de Minister meein deze onderhandelingen?Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht en zullen voldoende kwalitatiefgoede zorg voor verzekerden in moeten kopen. Daarnaast speelt mee datde zorgverzekeraars onderling concurreren en zij de zorg daaromkwalitatief goede zorg voor een scherpe prijs in willen kopen om hunverzekerden een zo laag mogelijke premie te kunnen bieden.Deelt de Minister de mening dat zorgverzekeraars kleinere zorgaanbiedersonder druk kunnen zetten om tot een contract te komen voor een te lagevergoeding?Ik zie dat kleine zorgaanbieders moeilijker aan tafel komen om teonderhandelen over een contract. Zorgverzekeraars kunnen door de forseaantallen kleine aanbieders ook niet met alle zorgaanbieders face-to-facemaatwerkafspraken maken, vanwege de tijd die dit vraagt per aanbieder.Langs meerdere lijnen wordt daarom ingezet om het contracteringsprocesin sectoren waar veel kleine zorgaanbieders werken te verbeteren. Met alsdoel toe te werken naar een zo eerlijk mogelijk speelveld. Zo heeft de NZade «Handvatten contractering en Transparantie gecontracteerde zorg»opgesteld ter ondersteuning van een soepel en snel contracteerproces.Hierin is bijvoorbeeld een afspraak opgenomen over de bereikbaarheidvan zorgverzekeraars tijdens het contracteerproces. Dit moet met namevoor kleine zorgaanbieders bijdragen aan een beter contracteerproces.Daarnaast zet ik in op het actief verduidelijken van de mogelijkheden vangezamenlijk onderhandelen door kleine aanbieders. Dat is mogelijkbinnen de mededingingsregels zolang een zorginhoudelijk doel vooropstaat en dit zowel door zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntenwordt onderschreven.Wat zijn de gevolgen hiervan voor patiënten?Zorgverzekeraars hebben zorgplicht wat betekent dat zij ervoor moetenzorgen dat hun verzekerden de zorg kunnen krijgen die nodig is. Zorgver-zekeraars moeten daarom voldoende kwalitatief goede zorg inkopen omaan hun zorgplicht te voldoen. De NZa ziet hierop toe. Ten principale is hetniet onwenselijk als zorgverzekeraars voldoende onderhandelingsmachthebben, zolang de voordelen – in termen van betere kwaliteit van zorgtegen betaalbare kosten – daarvan bij de verzekerde terecht komen. Datmag echter niet zo ver gaan dat dit leidt tot een dusdanige aantasting vande kwaliteit van de zorg dat de patiëntveiligheid in gevaar komt. De IGJziet daarop toe. Daarbij heeft de NZa wel regels gesteld om de contrac-tering zo veel mogelijk in goede banen te leiden en te zorgen dat dezorgaanbieders acceptabele reactietermijnen krijgen en verzekerden goedworden geïnformeerd over het gecontracteerde aanbod (zie ook dehierboven genoemde handvatten).Genoemde leden vragen waarom de Minister geen harde afspraken maaktmet zorgverzekeraars om deze contracten eerder rond te krijgen. Welkeplannen heeft zij hiervoor op de plank liggen?In het Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» is opgenomendat er sprake moet zijn van glasheldere polisvoorwaarden, inclusiefcontractering. De komende tijd zal ik samen met partijen inventariserenwelk stappen verder gezet kunnen worden in het «glashelder» krijgen vande polisvoorwaarden.Er zijn ook al wel stappen gezet de afgelopen tijd. Partijen, zowel dezorgaanbieders als de zorgverzekeraars, hebben in het IZA afsprakengemaakt, om ernaar te streven om de contracten voor 12 november af teTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126434 ronden, zodat verzekerden gedurende het overstapseizoen een welover-wogen keuze voor een polis kunnen maken. De NZa heeft afgelopen jaarde handvatten «Contractering en Transparantie gecontracteerde zorg»vastgesteld, zodat het contracteerproces voorspelbaarder is. Een aantalvan deze handvatten is voor het contracteerseizoen 2025 omgezet innormen, zodat de NZa hier ook nadrukkelijk toezicht op kan houden. Hetinterveniëren in het onderhandelingsproces vanuit de overheid vind ikniet wenselijk. Door te veel druk te zetten kan er spanning komen teontstaan op een evenwichtige onderhandelpositie van zowel de zorgver-zekeraar als de zorgaanbieder. Met als mogelijk gevolg slechtereonderhandeluitkomsten van de contractering in termen van kwaliteit vanzorg, betaalbaarheid, en de inzet op veranderopgaven, zoals beschrevenin het IZA, waar de verzekerde de dupe van is.Veel mensen moeten nog steeds een verzekering afsluiten zonder dat zijweten of de juiste zorgaanbieder wel een contract met de verzekeraarsluit. Wat is de Minister van plan om hieraan te doen?In het IZA hebben partijen afspraken gemaakt om het contracteerproces teverbeteren. Die helpen ervoor te zorgen dat voor zoveel mogelijkzorgaanbieders tijdig helder is dat zij gecontracteerd zijn. Daarnaast vindik het belangrijk dat verzekerden weten wat de (mogelijke) financiëlegevolgen zijn als de onderhandelingen nog plaatsvinden of als er geencontract is afgesloten. Met partijen zijn daarom afspraken gemaakt overhet verbeteren van de informatievoorziening aan verzekerden. Afgelopenjaar hebben zorgverzekeraars gewerkt met vijf uniforme kernbood-schappen. Hiermee is de informatievoorziening verbeterd. Samen met dePatiëntenfederatie Nederland zet ik in op verdere verbetering zowel via dezorgverzekeraars als via de zorgaanbieders maar ook via de jaarlijksecampagne tijdens het overstapseizoen. Tot slot is in het Hoofdlijnenak-koord 2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» afgesproken dat de polisvoor-waarden glashelder moeten zijn voor verzekerden bij het afsluiten van depolis. De komende tijd werk ik samen met partijen hieraan, zodat deinformatievoorziening richting verzekerden de komende jaren nog verderverbetert.Welk percentage van de contracten was dit jaar voor 12 novemberafgesloten? Hoeveel voor 1 januari?De NZa heeft afgelopen contracteerseizoen voor het eerst gemonitord endeze monitorgegevens zijn opgenomen in de brief over het contracteer-en overstapseizoen 2023–2024. De NZa heeft de contrateergraad op vierpeilmomenten gemonitord. Er zijn gegevens bekend van de contracteer-graad op 12 november, 8 december, 22 december en op 22 januari. Inonderstaande tabel is de contacteergraad van drie van deze peilmo-menten opgenomen.Sector12 november22 december22 januariAlgemene ziekenhuizen39%84%89%Academische ziekenhuizen39%91%95%Zelfstandige klinieken47%82%90%GGZ instellingen32%65%77%GGZ overig71%90%93%Wijkverpleging face tot face48%89%95%Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126435 Sector12 november22 december22 januariWijkverpleging digitaal63%86%91% De leden van de SP-fractie lezen dat een deel van de zorgaanbiedersontevreden is over de uitkomsten van de onderhandelingen in hetcontracteerproces. Zij geven aan beperkte onderhandelmogelijkheden teervaren, zijn ontevreden over de indexeringen en de tarieven en missendeels transparantie ten aanzien van het gebruik van benchmarks enrekentools. Wat gaat de Minister doen met deze signalen vanzorgaanbieders?Het klopt dat niet alle zorgaanbieders tevreden zijn over de uitkomstenvan de onderhandelingen in het contracteerproces. Hierover ben ik samenmet alle IZA partijen in gesprek. Ik vind het belangrijk dat de contractengesloten worden vanuit onderling vertrouwen en dat betekent dat zowelzorgaanbieders als zorgverzekeraars transparant moeten zijn over hunaanbod. Om ervoor te zorgen dat het contracteerseizoen voorspelbaar isen er vanuit de relatie gecontracteerd wordt heeft de NZa de handvatten«Contractering en Transparantie gecontracteerde zorg» opgesteld.Een belangrijk onderdeel van deze handvatten gaat over transparantie.Zowel zorgaanbieders als zorgverzekeraars moeten transparant, duidelijken een deugdelijke toelichting geven over het contractvoorstel. Hierbij isook transparantie en duidelijkheid van de techniek van belang. Alszorgverzekeraar gebruik maken van benchmarks en rekentools, dan vindik het ook van belang dat zij navolgbaar uit kunnen leggen hoe zij tot hunvoorstel zijn gekomen.Indien de offerte van de zorgaanbieder of het aanbod van de zorgverze-keraar onvoldoende transparant is dan is het in eerste instantie aan deonderhandelende partijen zelf om elkaar hier op aan te spreken en hierafspraken over te maken. Indien partijen hier niet uitkomen dan kunnen zijhiervan een melding doen bij de NZa. De NZa ziet erop toe dat de regelsdie zij opgesteld over de transparantie voor het zorginkoopproces18worden nageleefd.Is de Minister verrast dat de zorgverzekeraars de contractering als beteren tijdiger hebben ervaren dan de zorgaanbieders?Zowel de zorgverzekeraars als de zorgaanbieders geven aan dat hetafgelopen contracteerseizoen aanzienlijk beter en tijdiger is verlopen danvorig jaar. Op 22 december 2023 was in ongeveer 90% van de onderhan-delingen duidelijk of er een contract werd gesloten of niet. We zijn erdaarmee nog niet, maar hebben een stap in de goede richting gedaan.Een deel van de zorgaanbieders is echter ontevreden over de uitkomstvan de onderhandelingen.Dit verrast mij niet omdat zorgverzekeraars en zorgaanbieders – naast datzij beiden uiteraard streven naar kwalitatief goede zorg – ook anderebelangen hebben. Zorgverzekeraars willen voor hun verzekerden zoveelmogelijk kwalitatief goede zorg tegen een scherpe prijs inkopen, waarbijzorgaanbieders er belang bij kunnen hebben om een hogere prijs tekrijgen voor de zorg die zij leveren.Hoe gaat de Minister zorgen voor meer transparantie vanuit dezorgverzekeraars?18Regeling Transparantie zorginkoopproces Zvw – TH/NR-034Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126436 Ieder jaar maken zorgverzekeraars en zorgaanbieders met elkaarafspraken over welke zorg door wie wordt geleverd, tegen welke prijs enmet welke kwaliteit.Onduidelijkheid en het ontbreken van transparantie tussen partijen overde toelichting van elkaars voorstel helpen niet in het bespoedigen van hetcontracteerproces. In de handvatten contractering en transparantiegecontracteerde zorg heeft de NZa daarom verschillende richtsnoerenopgenomen om ervoor te zorgen dat zowel zorgaanbieders als zorgverze-keraars transparant zijn over hun offerte/ contractvoorstel. Hierin isbijvoorbeeld opgenomen dat bij face-to-face contracteren zorgaanbiedersen zorgverzekeraars vóór 1 september afspraken maken over de technieken/of methodiek van zaken zoals benchmarking of volumeprognoses, alshier gebruik van wordt gemaakt. Tot slot is in het Hoofdlijnenakkoord2024–2028 «Hoop, Lef en Trots» afgesproken dat de polisvoorwaardenglashelder moeten zijn voor verzekerden bij het afsluiten van de polis. Dekomende tijd werk ik samen met partijen hieraan, zodat de informatie-voorziening richting verzekerden de komende jaren nog verder verbetert.In de brief van de NZa lezen de leden van de SP-fractie dat het aantalmeldingen sinds vorig jaar is gestegen van 14 naar 59 tijdens hetoverstapseizoen. Deze meldingen komen voort uit een vermoeden vaneen overtreding. Kan de Minister uitgebreider ingaan op de toename inhet aantal meldingen? Wat is er met deze meldingen gedaan?Meldingen hebben betrekking op een vermoeden van een overtreding.Indien er sprake is van een vermoeden van een overtreding kijkt de NZanaar de vraag welke maatregel het meest passend is om in te zetten. Datkan ook de inzet van informele maatregelen zoals een gesprek of eenwaarschuwing zijn.De groei lijkt hoofdzakelijk te zijn veroorzaakt door de verscherpteaandacht voor de contractering en de publicatie van de handvatten. DeNZa heeft de meldingen behandeld; de meeste meldingen kwamen uit desectoren GGZ, medisch specialistische zorg en farmacie. Inhoudelijk gaande meldingen over onderwerpen zoals indexering en OVA, communicatieen bereikbaarheid, tijdigheid van reacties, de hoogte van offertes en devergoeding voor niet-gecontracteerde zorg.De meldingen hebben niet geleid tot inzet van tools zoals genoemd in hethandvattendocument. Uit de analyse van de meldingen blijkt namelijk dater bij het overgrote deel van de meldingen geen sprake was van eenvermoedelijke overtreding.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 29 689, nr. 126437

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4e5188ae3f29f63b

14 okt 2026 · fbbcbae47fbe574c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.