KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkeling van het investeringspercentage bij Defensie

14 mrt 2016 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a82e297b7324032d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2015–2016 34 300 XVaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2016 Nr. 89 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 14 maart 2016 Tijdens het wetgevingsoverleg materieel op 2 november 2015 is er gesproken over de realisatie van de investeringsuitgaven bij Defensie (Kamerstuk 34 300 X, nr. 68). Met deze brief informeer ik u over de realisatie in begrotingsjaar 2015. In de ontwerpbegroting 2015 werd een investeringsquote geraamd van 18 procent. In de eerste suppletoire begroting 2015 werd de raming verlaagd naar 15 procent, en in de tweede suppletoire begroting 2015 werd de raming verder verlaagd naar 14 procent. De werkelijk gerealiseerde investeringsquote is afgerond uitgekomen op 15 procent in 2015. Daarmee is de realisatie hoger dan vorig jaar. Ook is voor ruim € 2 miljard aan verplichtingen aangegaan. Zoals bekend, kampt Defensie al langere tijd met een onderrealisatie in de investeringen. In mijn brief van 2 juli 2014 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de initiatieven om het investeringspercentage te verhogen (Kamerstuk 33 750 X, nr. 68). Voorts heb ik uw Kamer op 28 oktober 2015 geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar de «voorzien in»-keten (Kamerstuk 34 300 X, nr. 39). In de begroting 2016 heb ik gemeld dat Defensie voortaan voor de investeringsquote uitgaat van een vijfjarig voortschrijdend gemiddelde (Kamerstuk 34 300 X, nr. 2). Dit is overeenkomstig de aanbeveling uit het IBO Wapensystemen om geen vaste investeringsquote per jaar te hanteren (Kamerstuk 33 279, nr. 15). Teveel nadruk op het realiseren van de geplande investeringsquote in het lopende jaar kan tot ondoelmatige besluitvorming leiden. Met een meerjarig gemiddelde wordt deze perverse prikkel weggehaald. In het kader van de levensduurbenadering voor wapensystemen worden voorts investeringen en exploitatie meer in samenhang en over een lange termijn bezien. Beter inzicht in de kosten van het hebben en gebruiken van systemen is van waarde bij besluit- kst-34300-X-89ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2016Tweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 300 X, nr. 891 vorming over concrete investeringsprojecten, maar ook voor vraag-stukken over de meest effectieve en efficiënte inrichting en samenstelling van de krijgsmacht. Defensie streeft ernaar om op termijn meerjarig gemiddeld ten minste 20 procent van haar uitgavenbudget te besteden aan investeringen. Daarbij geldt dat de realisatie van de investeringsquote in enig jaar lager (of hoger) kan uitkomen, bijvoorbeeld door veranderende verwervingsstrate-gieën, wijzigende behoeftestellingen, vertraging bij het sluiten van contracten of het te laat leveren door de contractant. Het te strikt nastreven van de geplande investeringsquote in het uitvoeringsjaar kan dan geen doel op zich zijn. Dat laat onverlet dat de huidige onderrealisatie mijn onverdeelde aandacht heeft. Mede daarom zet Defensie een deel van de met de begroting 2016 beschikbaar gekomen extra middelen in om de «voorzien in»-keten te versterken en een aantal investeringsprojecten met voorrang uit te voeren. Het ongebruikte investeringsbudget mag via de ongelimiteerde eindejaarsmarge mee schuiven naar volgende jaren. Dat is dringend nodig. De investeringsbehoefte in de komende begrotingspe-riode is immers groter dan het beschikbare budget. De Minister van Defensie, J.A. Hennis-PlasschaertTweede Kamer, vergaderjaar 2015–2016, 34 300 X, nr. 892

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · dd12e2af8d217633

14 okt 2026 · b71888e826b7986b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.