KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang kabinetsaanpak economische veiligheid

1 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie abf2593f78b0a97c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202530 821Nationale Veiligheid32 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 302 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN VANJUSTITIE EN VEILIGHEID EN DE STAATSSECRETARIS VANBUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2025Met deze brief informeren wij u, conform de toezegging aan uw Kamer,mede namens de Ministers van Defensie en Onderwijs, Cultuur enWetenschap, over de status en voortgang van het economische veilig-heidsbeleid van Nederland.1Belang van economische en nationale veiligheidMachtsverhoudingen veranderen in hoog tempo, de internationaleveiligheidssituatie is de afgelopen jaren sterk verslechterd en een open enop regels gebaseerde wereldeconomie is niet langer vanzelfsprekend. Weontlenen een belangrijk deel van ons verdienvermogen aan onzeinternationale verbondenheid. Die verbondenheid willen we zoveelmogelijk behouden. We zien echter dat toegang tot kennis, technologie enkritieke grondstoffen in toenemende mate bepalend is voor hetwaarborgen van onze nationale veiligheid. Statelijke actoren schromenniet om economische middelen in te zetten als geopolitiek drukmiddel,bijvoorbeeld door (het dreigen met) het afknijpen van toeleveringsketensvan geneesmiddelen of grondstoffen. Tegelijkertijd staat ons nationale enEuropese concurrentievermogen onder druk. We moeten niet naïef zijn, enonze nationale en Europese capaciteiten beschermen en versterken, waarhet aan onze nationale veiligheid raakt. Dit vraagt om actie.De inlichtingen- en veiligheidsdiensten typeren de huidige veiligheidssi-tuatie als een «grey zone» waar statelijke actoren met een scala vanheimelijke en digitale methoden een bedreiging vormen voor onzenationale veiligheid. Hierbij zijn het Nederlandse bedrijfsleven enkennisinstellingen steeds vaker doelwit.2 Door gebruik van zowel legaleals illegale middelen, waaronder gerichte investeringen, spionage,1TZ202411-0212MIVD jaarplanbrief 2025. kst-30821-302ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3021 sabotage en cyberaanvallen, proberen statelijke actoren toegang teverwerven tot sensitieve kennis en technologie, alsook vitale processen.Zorgen voor onze economische veiligheid is dan ook urgenter en actuelerdan ooit. Dit draagt ook bij aan onze open strategische autonomie,doordat het Nederland en de EU in staat stelt om zelf keuzes te blijvenmaken om publieke belangen te borgen. Het kabinet heeft de afgelopenjaren dan ook gewerkt aan een robuust beleid en instrumentarium.Beleidsaanpak economische veiligheidEconomische veiligheid is een van de nationale veiligheidsbelangen zoalsuiteengezet in de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlandenen benoemd in de Aanpak Statelijke Dreigingen.3 In de Veiligheidsstra-tegie is een actielijn opgenomen om de weerbaarheid van de economie tevergroten en de wetenschap te beschermen. De afgelopen jaren iseconomische veiligheid uitgegroeid tot een eigenstandig beleidsterrein.Het kabinet zal zich blijvend inzetten om onze economische veiligheid tewaarborgen.Nederland is uitgegroeid tot voorloper in Europa op het gebied vaneconomische veiligheid.4 Het Nederlandse economische veiligheidsbeleidziet toe op het weerbaar maken van onze economie tegen de inzet vaneconomische activiteiten of instrumenten, die een risico vormen voor denationale veiligheid, door of in opdracht van statelijke actoren. De tebeschermen belangen en daarmee de hoofddoelen zijn:•het tegengaan van ongewenste kennis- en technologieoverdracht;•het borgen van de continuïteit van vitale processen;5•het verminderen en voorkomen van risicovolle strategischeafhankelijkheden.Hierbij wordt onder meer ingezet op het verkrijgen van inzicht indreigingen en het voorkomen van ongewenste zeggenschap en spionage.Verder gaat het hierbij ook om het vergroten van de fysieke en digitaleveiligheid, om gerichte ondersteuning van het bedrijfsleven alsmede omveilig inkopen en aanbesteden. Daarnaast zijn versterking van hetconcurrentievermogen en samenwerkingsverbanden – zowel publiek-privaat als Europees en internationaal – noodzakelijk.Conform de motie van het lid Thijssen is onderzocht of bovenstaande driehoofddoelstellingen voor het brede economische veiligheidsbeleidspecifieker gemaakt kunnen worden.6 Het specificeren van doelen opgebied van economische veiligheid is zeer complex.7 Economischeveiligheid is immers een dynamisch streven waar geopolitieke ontwikke-lingen en dreigingen directe invloed op hebben. Daarnaast maakt het vaakheimelijke karakter van de dreiging het formuleren van een kwantitatiefdoel moeilijk. Op basis van nieuwe inzichten over de nationale veiligheids-dreiging en de weerbaarheid van de Nederlandse economie alsookbeleidsontwikkelingen in binnen- of buitenland, kunnen de doelstellingenworden aangescherpt. Naar verwachting worden dit najaar de resultatenvan een nulmeting van het bedrijfsleven op het gebied van economischeveiligheid opgeleverd. Op basis van de nulmeting zullen de doelstellingenwaar mogelijk geconcretiseerd en gekwantificeerd worden.3Kamerstuk 30 821, nr. 178, bijlage en Kamerstuk 30 821, nr. 1754Clingendael en SEO (2025): Verkenning_Internationaal_EV_Instrumentarium.pdf p. 92.5Specifiek ten aanzien van de vitale processen in de digitale infrastructuur is naast het borgenvan de continuïteit ook het borgen van de integriteit van het proces een centrale doelstelling.6Kamerstuk 32 852, nr. 3277Specifiek voor grondstoffen, zie Aanhangsel Handelingen II 2024/25, nr. 2062Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3022 De kabinetsaanpak economische veiligheid kent verschillende uitgangs-punten. Het instrumentarium bevindt zich primair op nationaal niveau,waarbij coördinatie en samenwerking in Europees en internationaalverband de inzet versterkt. Het kabinet streeft daarom bij maatregelen ophet gebied van economische veiligheid (en kennisveiligheid) naarsamenhang op EU- en internationaal niveau. Dit komt de effectiviteit vanmaatregelen ten goede en is belangrijk voor een gelijk speelveld. Hetbeleid is landenneutraal, conform internationale principes, rechtsbegin-selen en verplichtingen zoals het non-discriminatiebeginsel. Ook is hetbeleid adaptief en risico-gebaseerd, om de nationale veiligheidsbelangenzo goed mogelijk te waarborgen en marktverstoring te minimaliseren. Hetcredo voor de economie hierbij blijft: «open waar het kan; gesloten waarhet moet». Het kabinet ziet het economische veiligheidsbeleid nauwverwant aan het bredere innovatie-, industrie- en handelsbeleid en deaanpak maatschappelijke weerbaarheid tegen militaire en hybridedreigingen.8Naar analogie van het EU-kader vereist het realiseren van de doelstel-lingen een geïntegreerde aanpak langs drie sporen: protect (beschermen),promote (versterken) en partner (samenwerken), die worden versterktdoor actieve ondersteuning van het bedrijfsleven en kennisopbouw op ditthema.9 De beleidsinitiatieven en -instrumenten binnen het economischeveiligheidsbeleid van de Rijksoverheid (zie bijlage) raken aan één ofmeerdere van deze sporen.ProtectBeschermende maatregelen zijn nodig om kwetsbaarheden op het gebiedvan kennis en technologie, vitale processen en risicovolle strategischeafhankelijkheden te verminderen. Zo voorkomen we dat deze kwetsbaar-heden tegen ons worden gebruikt. Dat doen we onder andere via hetstelsel van investeringstoetsing (bestaande uit sectorale wetgeving en deWet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames), exportcontrole-beleid van strategische goederen en diensten, gerichte (beveiligings-)maatregelen in het vitaal stelsel en de BeschermingsvoorzieningEconomische Veiligheid.10Hoewel hiermee een goede en stevige basis is gelegd, vragen detoegenomen dreiging en geopolitieke ontwikkelingen om aanscherping enaanvulling. Daarom zijn onderstaande acties in gang gezet.Box 1: Protect-initiatieven die in ontwikkeling zijn•Voorstel om de reikwijdte van de Wet veiligheidstoets investerin-gen, fusies en overnames uit te breiden naar meer sensitievetechnologieën en vitale aanbieders;•Sectorale investeringstoets voor de defensie-en veiligheidgerelateerde industrie (voorziene inwerkingtreding medio 2026);•Onderzoek naar de eventuele risico’s van greenfield- en uit-gaande investeringen;•Herziening van de Foreign Direct Investments-screeningsverordening;8Kamerstuk 30 821, nr. 2499Het instrumentarium bestaat niet alleen uit initiatieven die specifiek voor economischeveiligheid zijn ontwikkeld, maar ook uit instrumenten die voor een ander doel zijn ontwikkelden ook bijdragen aan de versterking van de economische veiligheid.10De Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames en BeschermingsvoorzieningEconomische Veiligheid worden dit jaar geëvalueerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3023 •Herzien van de regelgeving rondom overheidsaanbestedingenmiddels de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsop-drachten;•Verkenning naar economische veiligheidsrisico’s bij subsidies diehet Ministerie van Economische Zaken aan het bedrijfslevenverstrekt;•Onderzoek naar hoe risico’s op ongewenste kennis- en technolo-gieoverdracht door internationale kenniswerkers kan wordentegengegaan.PromoteEen sterke, innoverende en concurrerende economie is beter bestandtegen dreigingen voor de nationale veiligheid.11 Daarom zijn, naast hetcreëren van de juiste randvoorwaarden, in specifieke gevallen actieve engerichte stimulerende maatregelen nodig om (technologische) leider-schapsposities en essentiële capaciteiten in strategische waardeketens teverkrijgen en behouden. Dit stelt ons in staat om te blijven innoveren, deconcurrentie voor te blijven en ons verdienvermogen veilig te stellen endaarmee onze weerbaarheid te vergroten. De Nationale Technologiestra-tegie, de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 en deAgenda Digitale Open Strategische Autonomie zijn hier voorbeelden van.Box 2: Promote-initiatieven die in ontwikkeling zijn•Nauwere samenwerking met private partijen, Invest-NL en deregionale ontwikkelingsmaatschappijen op gebied van economi-sche veiligheid;•Invest International is voornemens een publiek-privaat investe-ringsfonds op te zetten om Nederland betere toegang te geventot kritieke grondstoffen;•Verder integreren van economische veiligheid in het industriebe-leid. Naar verwachting volgt oplevering vernieuwd industriebe-leid in Q3 2025;•Oplevering actieagenda’s voor alle tien de technologiegebiedenbinnen de Nationale Technologie Strategie eind 2025;•Ontwikkeling van een roadmap voor elk van de vijf NLD gebiedenuit de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029(kwantum, slimme materialen, ruimtetechnologie, intelligentesystemen en sensoren);•Een actieplan om toe te werken naar de 3% R&D-uitgaven van hetBBP;•Het Pact Ondernemingsklimaat om de randvoorwaarden voorondernemen in Nederland aantrekkelijker te maken.PartnerTen derde is samenwerking met (internationale) publieke en privatepartners benodigd voor behoud van een gelijk speelveld, versterking vanonze internationale positie en vergemakkelijking van de toegang tottechnologie, producten en kritieke grondstoffen die we zelf niet in huishebben. Zo draagt deze pilaar ook bij aan een succesvolle protect- enpromote-inzet. De Nederlandse inzet op partner-beleid op Europeesniveau vormt een integraal onderdeel van ons economisch veiligheids-beleid.12 Ook is Nederlandse deelname aan andere multilaterale gremiazoals de WTO en OESO van belang, evenals de samenwerking metbilaterale partners buiten de EU en het bedrijfsleven. Voorbeelden van11Zoals toegelicht in de Kabinetsvisie EU-Concurrentievermogen, Kamerstuk 21 501-30, nr. 621.12O.a. Economische Veiligheidsstrategie (juni 2023) en het Europees Economische Veiligheids-pakket (januari 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3024 partner-initiatieven zijn EU-handels- en partnerschapsovereenkomsten,bilaterale grondstoffenpartnerschappen, en de Semicon Board NL.Box 3: Partner-initiatieven die in ontwikkeling zijn•Intensivering van de dialoog met het bedrijfsleven;•De beleidsagenda Buitenlandse Handel waar het vergroten vanonze weerbaarheid een belangrijke pijler is. Deze is op 28 mei jl.met uw Kamer gedeeld;•Grondstoffenpartnerschappen en onderhandelingen overhandelsakkoorden met grondstofrijke landen, ten behoeve van deleveringszekerheid van kritieke grondstoffen;•Internationale samenwerkingsverbanden ter versterking van hetNederlandse halfgeleiderecosysteem, zoals de Semicon Coalition.Ondersteuning bedrijfslevenOndersteuning van het bedrijfsleven bij het omgaan met economischeveiligheidsrisico’s is noodzakelijk. Ondernemingen, zeker het kennisinten-sieve mkb, zijn over het algemeen nog onvoldoende toegerust om derisico’s adequaat het hoofd te kunnen bieden. Niet alleen bedrijven zijndaar op termijn de dupe van, het zorgt er ook voor dat Nederlandkwetsbaar wordt voor kwaadwillende actoren en daarmee de nationaleveiligheid in gevaar komt. De komende jaren gaat de Minister vanEconomische Zaken extra inzetten op het actief stimuleren en onder-steunen van het bedrijfsleven bij het nemen van maatregelen terversterking van hun weerbaarheid tegen economische veiligheidsdrei-gingen. In lijn met het Actieprogramma mkb-dienstverlening staat hierinhet perspectief van ondernemers centraal.13 Een belangrijk instrument indit kader is het Ondernemersloket Economische Veiligheid (OLEV).Box 4: Ondersteuning bedrijfsleven-initiatieven die in ontwikkelingzijn•Doorontwikkeling van het OLEV, o.a. met fysieke aanwezigheid inhightech ecosystemen (intensivering in Brainport en uitbreidingnaar Delft);•Nulmeting economische veiligheid van het bedrijfsleven;•Communicatiecampagne voor ondernemers om hen bewuster temaken van economische veiligheidsrisico’s en te activeren ommaatregelen te nemen;•Ontwikkeling van het Cyberweerbaarheidsnetwerk door hetNationaal Cyber Security Centrum, het Digital Trust Centrum enCyber Security Incident Response Team voor digitale diensten.KennisopbouwVoor een proportioneel en effectief economisch veiligheidsbeleid iskennisopbouw randvoorwaardelijk. Om zicht te krijgen op de toenemendedreiging en de complexiteit van de dreigingen, is een solide en eigen-standige inlichtingenpositie onmisbaar. Dit vereist goed toegerusteinlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ook is het van groot belangrisicovolle strategische afhankelijkheden in kaart te brengen en bijbeho-rende handelingsopties te ontwikkelen om deze op proportionele wijze teverminderen of te voorkomen. De interdepartementale TaskforceStrategische Afhankelijkheden (TFSA) ziet hierop toe.14 Op het gebied vankritieke grondstoffen en daarmee samenhangende strategische materialenen producten brengt het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) de13Op 31 maart is uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van het Actieprogrammamkb-dienstverlening, gericht op het stroomlijnen van ondernemersdienstverlening.14Kamerstuk 30 821, nr. 244Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3025 risicovolle strategische afhankelijkheden in kaart. Het NMO analyseert enmonitort op structurele basis de aanvoer en beschikbaarheid van kritiekegrondstoffen en toeleveringsketens die van belang zijn voor Nederland enhet Nederlandse bedrijfsleven. De nadruk ligt daarbij op de impact vanmogelijke verstoringen in toeleveringsketens.15 Daarnaast wordt, door enin opdracht van het kabinet, veelvuldig onderzoek gedaan om nieuwerisico’s te herkennen, en de impact daarvan en van potentiële maatregelenop de economie te kunnen duiden.Box 5: Kennisopbouw-initiatieven die in ontwikkeling zijn•Het kabinet verkent of de inlichtingen- en veiligheidsdienstenextra bevoegdheden nodig hebben ter bevordering van deeconomische veiligheid;•Doorontwikkeling van de aanpak tegen statelijke dreigingen.Tot slotHet is belangrijk dat we blijven investeren in het beschermen van onzeeconomische veiligheid, zeker in deze geopolitiek turbulente tijd. Hiermeemaken we onze bedrijven, kennisinstellingen en economie in zijn geheelweerbaarder tegen dreigingen van buitenaf. In de bijlage staat eenuitgebreider overzicht van bestaande beleidsinitiatieven en -instrumenten.Ook wordt hierin invulling gegeven aan de toezegging aan uw Kamer ende motie Idsinga over specifieke onderdelen van de beleidsaanpakeconomische veiligheid.16Conform de motie Idsinga, zal uw Kamer jaarlijks worden geïnformeerdover de nadere voortgang op het gebied van economische veiligheid.17 Deeerstvolgende brief zal in de zomer van 2026 volgen, of eerder indiennodig.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. KarremansDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Staatssecretaris Buitenlandse Handel,J.C. Boerma15Kamerstuk 32 852, nr. 31716TZ202411-022 en Kamerstuk 32 852, nr. 33317Kamerstuk 32 852, nr. 333Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3026 Overzicht beleidsinitiatieven en instrumenten economischeveiligheidProtectOm de Nederlandse economie te beschermen tegen economischeveiligheidsdreigingen neemt het kabinet verschillende beschermendemaatregelen.Investeringen, fusies en overnamesDe afgelopen jaren is er gebouwd aan een robuust stelsel van investe-ringstoetsing waarmee risico’s voor de nationale veiligheid voortkomenduit ongewenste zeggenschap worden geadresseerd. Het gaat hierbij omverwervingsactiviteiten zoals investeringen, fusies en overnames.Sectorale investeringstoetsen bestaan binnen de Gaswet en Elektrici-teitswet (vanaf 2026 gebundeld in de Energiewet) en de Telecommunica-tiewet. Ook beschikt het kabinet over de Wet veiligheidstoets investe-ringen, fusies en overnames (vifo), die op 1 juni 2023 in werking isgetreden. Het kabinet werkt momenteel aan verdere uitbreiding van hettoepassingsbereik van de Wet vifo, zodat investeringen in bepaaldesectoren zoals kunstmatige intelligentie en biotechnologie18 ook onder deWet vifo getoetst kunnen worden. Dit jaar worden de Wet vifo en de Wetongewenste zeggenschap telecommunicatie (tussentijds) geëvalueerd.Daarnaast wordt er gewerkt aan een investeringstoets voor de defensie-gerelateerde industrie, de Wet weerbaarheid defensie- en veiligheidgerelateerde industrie, waarvan de inwerkingtreding is voorzien voormedio 2026. Ook is een investeringstoets voor zogenaamde greenfield-investeringen voor nieuwe windparken op zee gestart om sectorspecifiekerisico’s te beheersen.19 Momenteel wordt er op EU-niveau gewerkt aaneen herziening van de Foreign Direct Investments-screeningsverordening,die streeft naar harmonisatie en verbetering van samenwerking op hetgebied van investeringstoetsing in de EU.20 Nederland draagt hier actiefaan bij om te zorgen dat deze herziening zo goed mogelijk aansluit bij hetNederlandse stelsel van investeringstoetsing. Voorts publiceerde deEuropese Commissie op 15 januari 2025 een aanbeveling over deevaluatie van uitgaande investeringen in technologiegebieden die vancruciaal belang worden geacht voor de economische veiligheid van deEU.21In 2023 heeft het kabinet een vangnetregeling geïntroduceerd, deBeschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV). Dit biedt hetkabinet de mogelijkheid om in uiterste gevallen, per direct, een belang tenemen in bedrijven van strategisch belang. Dit gebeurt wanneervoorziene investeringen door statelijke actoren, of partijen die handelenop aanwijzing van statelijke actoren, een bedreiging vormen voor denationale veiligheid.22 De voorziening dient als laatste redmiddel en kanworden ingezet als bestaande instrumenten, zoals de Wet vifo, ontoe-reikend zijn om risico’s voor de nationale veiligheid af te dekken. Devoorziening en Wet vifo zien beide toe op het ondervangen van risico’svoor de nationale veiligheid uitgaande van voorziene investeringen.23 DeWet vifo kan in uiterste gevallen ongewenste investeringen blokkeren,terwijl de BEV daarvoor een vervangende investering in de plaats kan18Kamerstuk 32 852, nr. 31719Wet windenergie op zee20Kamerstuk 22 112, nrs. 3905 en 398821Kamerstuk 22 112, nr. 400722Kamerstuk 30 821, nr. 19923TZ202411-022Bijlage 1:Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3027 stellen, en zo fungeert als slot op de deur van het stelsel van investerings-toetsing. De BEV kan worden ingezet wanneer een onderneming vanstrategische waarde (nog) buiten de reikwijdte van de Wet vifo valt ofwanneer een geblokkeerde investering ertoe leidt dat een bedrijf infinanciële problemen komt. Dit mechanisme voorkomt risico’s voor denationale veiligheid in het geval dat Nederlandse bedrijven van strate-gisch belang in verkeerde handen vallen of failliet gaan door een gebrekaan alternatieve investeringen. De eerste evaluatie van deze regelingwordt eind 2025 verwacht.Beschermen fysieke en digitale veiligheid vitale infrastructuurHet kabinet werkt onder coördinatie van de Minister van Justitie enVeiligheid, samen met bedrijven, andere departementen, organisaties eninlichtingen- en veiligheidsdiensten aan de Aanpak Vitaal voor eenverbeterde bescherming van de Nederlandse vitale infrastructuur. Op dezemanier verhogen we zowel de fysieke als digitale en economischeweerbaarheid. Uw Kamer is in mei 2023 geïnformeerd over de AanpakVitaal24 en zal voor de zomer geïnformeerd worden over de voortgangervan. Vanwege de grensoverschrijdende verbondenheid van de vitaleinfrastructuur is inzet ook op Europees en internationaal niveau noodza-kelijk. In dit kader zijn eind 2022 twee Europese richtlijnen die een(wettelijk) kader bieden voor het versterken en waarborgen van de digitaleen fysieke weerbaarheid van onder meer de vitale infrastructuur aange-nomen: de herziening van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging(de NIS2-richtlijn) en de richtlijn veerkrachtige kritieke entiteiten (deCER-richtlijn).25 Deze CER- en NIS2-richtlijnen worden op dit momentgeïmplementeerd in Nederlandse wetgeving, te weten de Wetweerbaarheid kritieke entiteiten en de Cyberbeveiligingswet en vormeneen belangrijk onderdeel van de Aanpak Vitaal en de versterking van dedigitale weerbaarheid van Nederland.26 De wetsvoorstellen zijn op beginjuni 2025 bij uw Kamer ingediend. Op dit moment zijn de inspanningenerop gericht dat beide wetten alsook de bijbehorende lagere regelgevingzo snel als mogelijk in werking treden. Voor de digitale infrastructuur zijnal langer specifieke beschermingsmaatregelen van kracht, gericht opaanbieders van mobiele communicatienetwerken.Digitale weerbaarheid is een essentiële randvoorwaarde voor hetfunctioneren van de samenleving en de economie. In het jaarlijksgepubliceerde Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) wordt inzichtgeboden in de ontwikkeling van de digitale dreiging, de belangen diedaardoor kunnen worden aangetast en de digitale weerbaarheid.27 In deNederlandse Cybersecuritystrategie 2022–2028 (NLCS)28 en het bijbeho-rende actieplan is geformuleerd welke maatregelen het kabinet neemt omdeze dreiging het hoofd te bieden en de weerbaarheid te verhogen. Destrategie is gebaseerd op vier pijlers, waarlangs strategische doelen zijngeformuleerd. Indien nodig wordt het actieplan jaarlijks geactualiseerd opbasis van onder andere het CSBN en inzichten van publieke, private enwetenschapspartijen. Mede ter uitwerking van pijler 3 uit de NLCS, is deInternationale Cybersecuritystrategie tot stand gekomen.29 Hierin is dediplomatieke inzet die nodig is om te werken aan een open, vrij en veiligdigitaal domein beschreven.24Kamerstuk 30 821, nr. 18225Zie Richtlijn - 2022/2557 - EN - EUR-Lex en Richtlijn - 2022/2555 - EN - EUR-Lex.26Zie ook de website van de NCTV: https://www.nctv.nl/onderwerpen/cer--en-nis2-richtlijnen.27Zie voor de meest recente CSBN 2024 Kamerstuk 26 643, nr. 122928Kamerstuk 26 643, nr. 925 en voor de voortgangrapportages, Kamerstuk 26 643, nrs. 1072 en122929Kamerstuk 26 643, nr. 1036 en voor de voortgangsrapportage zie Kamerstuk 26 643, nr. 1252Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3028 Veilig inkopen en aanbestedenHet kabinet is van mening dat Nederland en de EU in beginsel baathebben bij open aanbestedingsmarkten. Binnen het aanbestedingsstelselbestaat een aantal instrumenten om veiligheidsrisico’s bij aanbestedingente mitigeren. Zo kent de Aanbestedingswet (Aw) 2012 een bepaling opbasis waarvan ondernemers uit landen die zijn aangesloten bij deOvereenkomst inzake overheidsopdrachten (GPA) en landen met eenbilaterale overeenkomst niet minder gunstig mogen worden behandelddan EU-landen, maar voor overige landen staat het de aanbestedendedienst vrij om wel extra voorwaarden te stellen. In de Aw 2012 isdaarnaast bepaald dat aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven uit het Verdrag betreffende de werking van de EuropeseUnie kunnen inroepen om opdrachten uit te zonderen van de Europeseaanbestedingsplicht, wanneer het volgen van normale aanbestedingspro-cedures niet kan om nationale veiligheid te beschermen.De Aanbestedingswet op Defensie- en Veiligheidsgebied30 (ADV) is eenwettelijk kader dat is toegesneden op het aanbesteden van opdrachten ophet gebied van defensie en veiligheid. In principe kan elke aanbestedendedienst gebruik van deze wet maken, mits de opdracht onder toepassingvan de ADV voldoet. Onder de ADV zijn er meer mogelijkheden tot hetuitsluiten van partijen, het beperken van toegang van (onder)aannemersen het stellen van eisen over gegevensbeveiliging en leveringszekerheid.Het kabinet past sectorale wetgeving aan om meer beveiligingseisen op teleggen aan inkoop en aanbesteden zodat de aanbestedende dienst meermaatregelen kan nemen tegen risico’s. Zo is in de Energiewet geregelddat netbeheerders gebruik kunnen maken van de ADV. Daarnaast zet hetkabinet zich in Europa, bij het dit jaar voorziene voorstel van de EuropeseCommissie tot herziening van de aanbestedingsrichtlijnen, in om betereen makkelijkere inzetbare regels voor overheden bij aanbesteden. Daarbijwordt ook gekeken naar de manieren waarop deze regels kunnenbijdragen aan het voorkomen of verminderen van risicovolle strategischeafhankelijkheden. Bij het voorbereiden van een aanbesteding is hetbelangrijk na te gaan of er risico’s voor de nationale veiligheid zijn. Doorde Rijksoverheid is de Toolbox veilig inkopen vernieuwd.31 De instru-menten uit de Toolbox (een quickscan, risicoanalyse en quickguide)helpen om stil te staan bij eventuele risico’s van een aanbesteding voor denationale veiligheid. PIANOo, het Expertisecentrum Aanbesteden van hetMinisterie van Economische Zaken, heeft als taak het inkopen enaanbesteden bij overheden te professionaliseren. Hierbij betrekt zij ookToolbox veilig inkopen.Er gaan nieuwe beveiligingseisen gelden voor bedrijven die opdrachtenuitvoeren voor de Rijksoverheid die raken aan de nationale veiligheid.32De eisen staan in de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsop-drachten (ABRO 2025). De eisen worden ontwikkeld om ervoor te zorgendat de nationale veiligheid voldoende gewaarborgd blijft wanneer ercontracten met externe partijen gesloten worden. Dit ABRO-voorschriftwordt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesen het Ministerie van Defensie doorontwikkeld vanuit de AlgemeneBeveiligingseisen voor Defensie Opdrachten (ABDO) van het Ministerievan Defensie.33 De nieuwe regeling zal beveiligingseisen stellen aanopdrachtnemers op het gebied van bestuur en organisatie, personeel, de30https://wetten.overheid.nl/BWBR0032898/2019-04-18.31Https://www.nctv.nl/onderwerpen/economische-veiligheid/toolbox-veilig-inkopen.32Industrieveiligheid - ABRO: nieuwe beveiligingseisen voor bedrijven.33Kamerstuk 26 643, nr. 1007Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 3029 fysieke omgeving, cyber en cloud. ABRO 2025 vervangt de ABDO. DeABRO worden niet in één keer ingevoerd maar in zogenoemde tranches.Tranche 1 betreft de departementen, de agentschappen en de politie. Deeerste organisaties van tranche 1 starten naar verwachting vanaf dezezomer met het toepassen van ABRO. De volledige tranche 1 past naarverwachting binnen twee jaar ABRO geleidelijk toe. De indeling vanandere overheidsorganisaties in opvolgende tranches wordt voorbereid.Dat gaat in tranches 2 en 3 voornamelijk om zelfstandige bestuursor-ganen, decentrale overheden, bedrijven uit de vitale sectoren en HogeColleges van Staat. De uitbreiding naar tranches 2 en 3 vergt besluit-vorming binnen het kabinet.Kennismigranten, erkend referenten en uitleenconstructiesEen internationale kennismigrant kan onder voorwaarden naar Nederlandkomen om te werken en daarmee bij te dragen aan kennis- en technolo-gieontwikkeling in Nederland. Momenteel wordt door het Ministerie vanEconomische Zaken onderzocht hoe risico’s op ongewenste kennis- entechnologieoverdracht door individuele internationale kenniswerkerskunnen worden tegengegaan, waarbij nationale veiligheid en eenaantrekkelijk ondernemingsklimaat in balans worden gehouden.Daarnaast worden onder leiding van het Ministerie van Asiel en Migratiemaatregelen uitgewerkt om te voorkomen dat statelijke actoren metkwade bedoelingen via de erkend referentstatus van bedrijven vreemde-lingen kunnen inzetten om op zoek te gaan naar informatie over sensitievekennis en technologie. Hiervoor is een conceptbeoordelingskaderontwikkeld dat momenteel, middels hypothetische testcasussen binneneen pilot, nader wordt uitgewerkt en getest. Uw Kamer is hier innovember 2024 voor het laatst over geïnformeerd,34 en zal na de zomervan dit jaar nader over de bevindingen bij deze trajecten wordengeïnformeerd. Daarnaast werkt het Ministerie van Asiel en Migratie er metde Ministeries van Economische Zaken en Sociale Zaken en Werkgele-genheid aan om uitleenconstructies van kennismigranten in te perken enzo potentieel misbruik tegen te gaan.Exportcontrole dual-use en militaire goederen en technologieHet Nederlandse exportcontrolebeleid voor strategische goederen endiensten, verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris BuitenlandseHandel, is ook een instrument om ongewenste kennis- en technologie-overdracht tegen te gaan. Bij exportcontrole is nationale veiligheid eenbelangrijk uitgangspunt, onder meer zodat Nederland niet bijdraagt aande ontwikkeling en verspreiding van massavernietigingswapens en om tevoorkomen dat gevoelige goederen en technologieën in handen komenvan partijen die een risico vormen voor onze veiligheid. Het kabinet zetzich in voor meer coördinatie tussen EU-lidstaten waar het gaat omexportcontrole van zogeheten dual-use goederen, oftewel goederen dievoor zowel civiele als militaire doeleinden worden gebruikt. Hetuitgangspunt hierbij blijft uiteraard dat het kabinet zijn nationalebevoegdheid behoudt. Ook bij exportcontrole op militaire goederen is hetkabinet een voorstander van meer samenwerking en eenduidigetoepassing van onder andere wapenexportbeleid in Europa.Anti-dwang instrumentDe EU beschikt sinds 2023 over het anti-dwang instrument (Anti-CoercionInstrument, ACI) dat als doel heeft om de EU en haar lidstaten tebeschermen tegen economische dwang door derde landen en zo nodig34Kamerstuk 30 573, nr. 218Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30210 onder voorwaarden tegenmaatregelen te treffen. Daarbij verwijsteconomische dwang naar een situatie waarin een derde land de EU of eenlidstaat met handelspolitieke of investering gerelateerde maatregelenonder druk probeert te zetten om een bepaalde beleidskeuze te maken. Totop heden heeft de EU het ACI nog niet ingezet.Investeren aanpak spionageVanwege de toenemende kwetsbaarheid van Nederland voor spionage iseen aanvullende strafbaarstelling voor spionageactiviteiten tot standgekomen. Het doel ervan is om onze nationale veiligheid, de veiligheidvan personen, vitale infrastructuur en ook hoogwaardige technologieënbeter te beschermen.Er bestond al wetgeving die klassieke spionage strafbaar stelt, zoals hetdelen van staatsgeheimen. Echter veranderen vormen en inzet vanspionage. Het is nu ook strafbaar als een persoon gevoelige informatielekt die niet staatsgeheim is, of als iemand handelingen uitvoert voor eenbuitenlandse overheid waarbij Nederlandse belangen ernstig wordengeschaad. Voorbeelden daarvan zijn het delen van gevoelige bedrijfsinfor-matie die een ander land kan misbruiken, of het doorgeven van persoons-gegevens aan buitenlandse overheden. Personen die spionageactiviteitenuitvoeren voor een buitenlandse overheid kunnen een maximalegevangenisstraf van acht jaar krijgen. In ernstigere situaties geldt eenmaximum gevangenisstraf van 12 jaar. Dat is bijvoorbeeld als spionageac-tiviteiten de dood tot gevolg hebben. Vanwege de opkomst van digitalespionage kunnen ook computermisdrijven zwaarder worden bestraft alsdeze begaan zijn voor een buitenlandse overheid. Het strafmaximumwordt ook verhoogd bij een aantal andere strafbare feiten die samengaanmet spionageactiviteiten en begaan worden voor buitenlandse overheden,zoals omkoping.Op 15 mei jl. is de wet uitbreiding strafbaarheid spionageactiviteiten inwerking getreden.35KennisveiligheidKennisveiligheid is een eigenstandig beleidsterrein.36 Kennisveiligheid zietonder andere op het voorkomen van ongewenste overdracht vangevoelige kennis en technologie bij kennisinstellingen (universiteiten,hogescholen en toepaste onderzoeksinstellingen, ofwel de TO2), daarwaar economische veiligheid zich richt op bedrijven. Het kabinet zet zichmet het kennisveiligheidsbeleid samen met de kennissector in voor hetverder vergroten van de weerbaarheid van Nederlands onderzoek enwetenschap. Daarbij wordt steeds de balans gezocht tussen enerzijds hetbenutten van kansen in open internationale samenwerking en anderzijdshet beschermen van de nationale veiligheid en de hoogwaardigetechnologische kennis die onze kennisinstellingen ontwikkelen. Er wordtingezet op bewustwording en zelfregulering van de sector. Het doel hierbijis dat kennisinstellingen weten welke kwetsbaarheden er zijn, de risico’sherkennen en kunnen mitigeren, en tegelijkertijd kansen kunnen blijvenbenutten.De inzet bestaat uit een continue dialoog over hoe de aanpak verderverbeterd kan worden, welke dilemma’s daarbij opspelen en hoe we diegezamenlijk kunnen oplossen. De Nationale Leidraad Kennisveiligheid, diede Rijksoverheid samen met de kennissector heeft opgesteld, biedthandvatten om internationale samenwerking op een open en veiligemanier vorm te geven. Ook is er het Loket Kennisveiligheid dat kennisin-35Staatsblad 2025, 10036Kamerstuk 31 288, nr. 894Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30211 stellingen adviseert over risico’s bij internationale samenwerkingen, enproactieve kennisdeling via de learning community faciliteert. Om hetgelijk speelveld te bevorderen en te leren van best practices elders is erook inzet op EU en internationaal niveau. De EU Raadsaanbevelingkennisveiligheid37 draagt daaraan bij, het bevat een overkoepelend kadervoor alle lidstaten en de Europese Commissie om kennisveiligheid teversterken. Uw Kamer is op 13 juni 2025 geïnformeerd over de stand vanzaken van een aantal moties en toezeggingen op dit beleidsterrein.38Op dit moment wordt gewerkt aan het wetsvoorstel screening kennisvei-ligheid, dat ziet op screening van masterstudenten en onderzoekers dietoegang gaan krijgen tot sensitieve technologieën. Het wetsvoorstel is op7 april 2025 in consultatie gegaan.39PromoteEen sterke economie is doorgaans een weerbaardere economie, waardoorhet kabinet verschillende beleidsinitiatieven onderneemt ter versterkingvan de economie.Versterken concurrentievermogenBij het versterken van het nationaal en Europees concurrentievermogenen gerichte sectorenbeleid ligt de aandacht vooral op strategischemarkten en een beperkte set (digitale) sleuteltechnologieën die bijdragenaan toekomstige economische groei en onze weerbaarheid.•Nationale Technologiestrategie (NTS)De NTS, die in 2024 is gelanceerd, richt zich op het stimuleren vaninnovatie en het versterken van Nederland als technologisch leider optien technologiegebieden zoals kwantumtechnologie, kunstmatigeintelligentie en fotonica.40 Het kabinet investeert in deze sectoren omde technologische soevereiniteit van Nederland te waarborgen.Nationale veiligheid is een van de grondslagen waarop deze strategieis ingegeven. Eind 2025 zullen er actieagenda’s liggen voor alle tien detechnologiegebieden.•Agenda Digitale Open Strategische AutonomieDe Agenda Digitale Open Strategische Autonomie maakt de balans opvan onze autonomie in het digitale domein.41 Conclusie: we zijn sterkasymmetrisch afhankelijk van derde landen. Hiertoe zijn tien technolo-gieën aangewezen die geopolitiek het meest cruciaal zijn om onzepositie in te versterken.•SectorenbeleidDe gerichte programma’s in het sectorenbeleid van het Ministerie vanEconomische Zaken focussen zich op ecosystemen, zoals de defensie-industrie, maritieme maakindustrie en halfgeleiders (onder andere metde Semicon Coalition). In het nieuwe industriebeleid zal meer focuskomen te liggen op het verdienvermogen en weerbaarheid, naast debestaande aandacht voor maatschappelijke missies.42 Uw Kamer zalnaar verwachting in Q3 2025 geïnformeerd worden over het nieuweindustriebeleid van het Ministerie van Economische Zaken.•Defensie- en veiligheid gerelateerde industrieOok werkt het kabinet aan de versterking van de defensie en veiligheidgerelateerde industrie. Deze inzet is uiteengezet in de Defensie37Https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9097-2024-REV-1/en/pdf.38Kamerstuk 31 288, nr. 120539Overheid.nl | Consultatie Wet screening kennisveiligheid.40Kamerstuk 33 009, nr. 14041Kamerstuk 36 259, nr. 2142Kamerstuk 33 009, nr. 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30212 Strategie voor Industrie en Innovatie 2025–2029 (D-SII)43 en deDefensienota.44 In deze Kamerstukken wordt ook de Wet weerbaarheiddefensie- en veiligheid gerelateerde industrie aangekondigd, waarvanhet marktreguleringshoofdstuk ook zal fungeren als sluitstuk op hetbeleid om de industrie te versterken.•Lange-termijn Ruimtevaartagenda (LTR)De kabinetsreactie op de Lange-termijn Ruimtevaartagenda45 geeft aandat de samenleving sterk afhankelijk is van ruimtevaarttechnologie,met name op het gebied van aardobservatie, plaats- en tijdsbepalingen communicatie. Door gerichte keuzes die aansluiten op de bovenge-noemde NTS zet het kabinet in op een belangrijke bijdrage vanNederland aan Europese autonomie op ruimtevaarttechnologie endaarmee het versterken van de economische veiligheid.•Start-up en scale-upbeleidHet kabinet heeft de ambitie om van Nederland het nummer 1 startup-en scale-up ecosysteem van Europa te maken. Daarbij wordt extraingezet op het stimuleren van kennisintensieve (deeptech) bedrijven.De regeling voor medewerkersparticipatie en het versterken vanInvest-NL met aanvullende middelen dragen hier sterk aan bij.Bovendien werken we aan het mobiliseren van institutioneel kapitaalvoor startups en scale-ups, onder meer via een blended financefaciliteit. Uw Kamer zal naar verwachting in Q3 geïnformeerd wordenover de beleidsinzet om het ondernemingsklimaat voor startups enscale-ups te versterken.Het doel van deze activiteiten is om sterke posities op te bouwen inwaardeketens, om (technologische) leiderschapsposities te versterken enook te profiteren van de kansen onder andere geboden door groene endigitale transities aan grote bedrijven, mkb en start-ups. Om dezelfdereden wordt ook in brede zin ingezet op het verhogen van deR&D-intensiteit van Nederland, in 2025 in het bijzonder met het reedsaangekondigde actieplan om toe te werken naar de 3% R&D-uitgaven vanhet BBP. In dit plan zullen beleidsopties geschetst worden voor hetverhogen van (private) R&D-uitgaven, zodat we als Nederland bij de topvan de wereld blijven horen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.Ook vergt het hebben van een sterke en concurrerende economieaantrekkelijker maken van de randvoorwaarden voor ondernemen inNederland. In dit kader wordt er gewerkt aan het Pact Ondernemings-klimaat.Kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkhedenBinnen deze kabinetsaanpak richten verschillende departementen zichdoorlopend op het in kaart brengen van risicovolle strategische afhanke-lijkheden. Daarnaast werken de departementen voor de reeds geïdentifi-ceerde risicovolle strategische afhankelijkheden op hun beleidsterreinenhandelingsopties uit. Uw Kamer is afgelopen najaar laatstelijk geïnfor-meerd over de voortgang.46 In 2022 is de interdepartementale TaskforceStrategische Afhankelijkheden (TFSA) opgericht. De TFSA speelt eencentrale rol door de samenwerking tussen departementen te bevorderenen de identificatie en aanpak van risicovolle strategische afhankelijkhedenaan te jagen. Mogelijke maatregelen binnen deze aanpak zijn zowel tetyperen als protect, promote, partner als kennisopbouw.43De DSII wijst vijf NLD gebieden aan: kwantum, slimme materialen, ruimtetechnologie,intelligente systemen en sensoren.44Kamerstuk 31 125, nr. 134 en Kamerstuk 36 592, nr. 145Kamerstuk 24 446, nr. 9046Kamerstuk 30 821, nr. 244Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30213 In lijn met de motie van het lid Idsinga, die verzoekt tot een aanpak metbetrekking tot strategische voorraden,47 werkt het kabinet in het kader vande TFSA reeds per geïdentificeerde risicovolle strategische afhankelijkheidhandelingsopties uit. Het aanleggen van strategische voorraden is hierbijéén van de mogelijke handelingsopties om risicovolle strategischeafhankelijkheden te mitigeren. Over de invulling van de aanpak van deverdere versterking van onze vitale infrastructuur in het licht van militaireen hybride dreigingen verwacht het kabinet uw Kamer voor de zomer teinformeren. Ook komt binnen de Wet weerbaarheid defensie- enveiligheid gerelateerde industrie de mogelijkheid om enkele onderne-mingen aanwijzingen te geven ten aanzien van voorraadvorming.Relevant is ook de motie van het lid Thijssen. Deze vraagt te onderzoekenwelke ongewenste strategische afhankelijkheden er in de windenergie-sector zijnen in de toekomst kunnen ontstaan, en hoe we deze afhankelijk-heden kunnen afbouwen dan wel voorkomen.48 Het kabinet voert eenkosten-batenanalyse uit voor het afbouwen van strategische afhankelijk-heden, zoals ook is gemeld in voornoemde Kamerbrief van 31 oktober2024.49 Het kabinet zal hierbij ook de windenergiesector betrekken. Indiengewenst kan uw Kamer na de zomer vertrouwelijk geïnformeerd wordenover de eerste resultaten.Verder zet het kabinet onder de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) opeen aanpak om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen tevergroten, en risicovolle strategische afhankelijkheden in toeleverings-ketens te verminderen, want ook de controle over kritieke grondstoffenwordt inmiddels geopolitiek ingezet. Het kabinet zet onder de NGS in oppubliek-private routekaarten om waardeketens van productgroepen dieessentieel zijn voor Nederland weerbaarder te maken, onder andere voorde digitale en energietransitie, defensie-industrie, vitale sectoren enstrategische sectoren in groeimarkten. In lijn met de motie van het lid Vander Werf50 zet het kabinet ook expliciet in op een aanpak om risicovolleafhankelijkheden voor de defensie-industrie te verminderen en het risicovan mogelijke disrupties binnen die toeleveringsketens te mitigeren. Hetkabinet werkt in dat kader ook aan het opzetten van twee pilots voortrajecten rondom voorraadvorming van kritieke grondstoffen, waarvanéén voor de defensie-industrie. Het kabinet richt zich tevens op hetvergroten van de verwerkingscapaciteit van kritieke grondstoffen, ophergebruik van kritieke grondstoffen en op het afsluiten van strategischepartnerschappen met grondstofrijke landen, zowel bilateraal als inEuropees verband. Zo zijn er bilaterale grondstoffenpartnerschappenafgesloten met Vietnam en Québec en draagt Nederland bij aan nadereinvulling van de EU-partnerschappen met bijvoorbeeld Chili en Australië.Ook richt het kabinet zich op verduurzaming van internationale grondstof-fenketens om stabiele(re) toeleveringsketens met minder disrupties terealiseren. Om effectieve keuzes te kunnen maken, is het nodig om inzichtte hebben in de waardeketens van kritieke grondstoffen en waar precieskwetsbaarheden zitten. Het Nederlands Materialen Observatorium (NMO)is met dat doel opgericht, om kennis over waardeketens van kritiekegrondstoffen en hun belang voor Nederland op te bouwen, ontwikke-lingen daarin structureel te analyseren en monitoren, en daarover advieste geven aan de overheid en bedrijven.47Kamerstuk 32 852, nr. 33348Kamerstuk 32 852, nr. 32949Kamerstuk 30 821, nr. 24450Kamerstuk 36 600 X, nr. 25Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30214 Op Europees niveau wordt ook ingezet op een aanpak voor het vergrotenvan Europese leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, via de CriticalRaw Materials Act (CRMA). Onder andere door de ontwikkeling vanEuropese kritieke grondstoffenketens, in samenwerking met grondstof-rijke partnerlanden. Hiervoor zijn streefdoelen opgenomen in de CRMA,voor eigen winning, verwerking en recycling van kritieke grondstoffendoor de EU. Een Europese aanpak is ook essentieel vanwege de Europeseverwevenheid van de industrie. De activiteiten van het NMO sluiten ookaan bij de verplichte stresstesten, (risico)analyses en monitoring vanwaardeketen in Europees verband onder de CRMA.Op het gebied van geneesmiddelen streeft het kabinet ernaar de risico’svan strategische afhankelijkheden te verminderen. Zowel op nationaal alsEuropees niveau lopen analyses om risicovolle strategische afhankelijk-heden in de geneesmiddelenketen te identificeren en mitigeren. Hierinneemt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hetvoortouw.51 Mogelijke handelingsopties zijn het stimuleren van deproductie van kritieke geneesmiddelen in Nederland en Europa endiversificatie van toeleveringsketens van geneesmiddelen. In het kadervan Important Projects of Common European Interest Med4Cure zijnsubsidies verstrekt, waaronder aan een project dat zich richt op deontwikkeling van innovatieve productieprocessen voor geneesmiddelenen werkzame stoffen. Daarnaast draagt het Ministerie van VWS binnen deCritical Medicines Alliance bij aan een gezamenlijk plan om de productievan geneesmiddelen in Europa te stimuleren en het aantal aanbieders vangeneesmiddelen voor Europa te vergroten. De Europese Commissie heeftop 11 maart jl. de Critical Medicines Act gepubliceerd. Daarin zijn eenaantal aanbevelingen uit de Critical Medicines Alliance verwerkt. Het doelvan dit voorstel is onder andere om de leveringszekerheid en beschik-baarheid van kritieke geneesmiddelen te verbeteren en daarmee openstrategische autonomie van de Europese Unie te versterken. Het volledigekabinetsstandpunt op de Critical Medicines Act is aan uw Kamer via hetgebruikelijke Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC)-procesvoorgelegd.52 Naast deze twee promote-initiatieven wordt in het kadervan partner gewerkt aan het verder versterken van relaties met groteproducerende landen van geneesmiddelen, zoals India.PartnerEconomische veiligheid vraagt om nauwe samenwerking tussenoverheden, bedrijven en internationale partners.Europese en internationale samenwerkingNederland werkt bilateraal, in EU-verband en internationaal intensiefsamen om economische veiligheidsrisico’s gezamenlijk aan te pakken.Daarbij hoort ook een positieve grondhouding ten opzichte van handels-akkoorden en strategische partnerschappen met derde landen, bijvoor-beeld omdat deze bijdragen aan de diversificatie van toeleveringsketens.De waardeketens van de industrie zijn over het algemeen Europees eninternationaal georganiseerd, daarom heeft sterke Europese samen-werking de voorkeur en wordt bij het aangaan van partnerschappen ineerste instantie gezamenlijk opgetrokken binnen EU-verband. Eenvoorbeeld zijn de partnerschappen op het gebied van strategischetechnologieën, waaronder halfgeleiders. Door intensieve samenwerkingmet onze Europese partners en de implementatie van deze gezamenlijkebeleidsinitiatieven, bouwen wij aan een veilige en concurrerende51Kamerstuk 29 477, nr. 91852Kamerstuk 22 112, nr. 4078Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30215 economische omgeving die ook in tijden van geopolitieke onzekerhedenhouvast biedt.Publiek-private samenwerkingHet kabinet zet in op nauwe samenwerking met bedrijven op gebied vaneconomische veiligheidsvraagstukken. Er zijn diverse tafels waarin hetkabinet met het bedrijfsleven over het thema economische veiligheidspreekt. Zo organiseert het Ministerie van Economische Zaken sinds 2019op periodieke basis op ministerieel en (hoog-)ambtelijk niveau sessiesmet het bedrijfsleven over economische veiligheid. De dialoog richt zichop het vergroten van de bewustwording, het signalen van risico’s, hetuitwisselen van best practices en het ontwikkelen van gezamenlijkhandelingsperspectief. Deze dialoog zal de komende tijd wordenvoortgezet en geïntensiveerd.Verder is recentelijk de Semicon Board Nederland opgericht, metvertegenwoordigers op ministerieel niveau, uit het kennis- en innovatie-ecosysteem en het bedrijfsleven. Tijdens de eerste bijeenkomst is met deleden afgesproken dat een gezamenlijke sectoragenda voor de halfgelei-derindustrie, inclusief een investeringsstrategie wordt opgesteld. Desectoragenda beoogt vorm en inhoud te geven aan de opgaven, ambitiesen investeringen die nodig zijn voor een internationaal toonaangevendeen duurzame kennis- en industriepositie van de sector in 2035. Onderdeelvan de board is een actietafel Europese weerbaarheid.Daarnaast werken departementen en bedrijven in de nationale cryptostra-tegie samen om Nederland als crypto producerend land in het hogevertrouwenssegment te behouden en te versterken. Het gaat hierbij om deontwikkeling en productie van cryptografische beschermingsmiddelen opeigen bodem. Daarbij is een doel van de strategie om de overheid op demiddellange en lange termijn te verzekeren van goede en duurzamemiddelen voor informatiebeveiliging.Tot slot is aangekondigd dat een publiek-privaat geopolitiek en weerbaar-heidsberaad wordt ingericht, waarvan de eerste bijeenkomst na dezezomer zal plaatsvinden.53 Dit beraad heeft als doel leden van het kabinet,bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners inwisselende samenstelling regulier samen te brengen in een informele envertrouwelijke setting om relevante ontwikkelingen te bespreken met hetoog op versterking van onze weerbaarheid. Deze overleggen hebben eenniet-besluitvormend karakter.Ondersteuning bedrijfslevenOm ondernemers wegwijs te maken in tijden van geopolitieke spanningenen EV-dreigingen is in opdracht van het Ministerie van EconomischeZaken het Ondernemersloket Economische Veiligheid (OLEV) opgericht.Het OLEV, belegd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO),is het Rijksbreed aanspreekpunt economische veiligheid voor onder-nemers. Het OLEV informeert actief over de dreigingen en het nemen vanpreventieve of mitigerende maatregelen, zoals op het gebied vanpersoneelsbeleid, inkoop, cybersecurity, toeleveringsketens, investe-ringen, informatieveiligheid en de export van dual-use goederen. Ookvervult het loket een belangrijke adviesfunctie, waarbij het bedrijvenvoorziet van deskundige informatie. Het OLEV zal de komende jarenverder ontwikkeld worden om haar digitale toegankelijkheid en fysiekeaanwezigheid in hightech ecosystemen te vergroten.53Kamerstuk 30 821, nr. 249Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30216 Ook werken het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en het DigitalTrust Centrum (DTC) gezamenlijk aan een Nederlands cybersecuritystelseldat optimaal functioneert. Een Cyberweerbaarheidsnetwerk wordtontwikkeld waarin met een brede groep aan publieke en private partnersgecoördineerd samen zal worden gewerkt. Momenteel wordt gewerkt aande integratie van het DTC, NCSC en Cyber Security Incident ResponseTeam for Digital Service Providers (CSIRT-DSP), die eind 2025 is afgerond,zodat er één cybersecurity organisatie ontstaat. Via onder anderetoegankelijke en praktische websites bieden het NCSC en DTC actuele enbetrouwbare informatie over digitale dreigingen en kwetsbaarheden, enkennis voor het preventief verhogen van de weerbaarheid, aangevuld metconcrete adviezen die bedrijven direct kunnen toepassen. Tevensfaciliteren zij actieve communities, waar ondernemers met en van elkaarkunnen leren en samenwerken, waaronder in het Cyberweerbaarheids-netwerk en de online DTC-community. Het Cyberweerbaarheidsnetwerkricht zich op 1) informatiedeling; 2) doelwit- en slachtoffernotificatie; 3)incidentenafhandeling; 4) opleiden/trainen/oefenen; en 5) kennisuitwis-seling. Het programma Cyclotron richt zich op publiek-private samen-werking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.Het moet leiden tot een platform waarbinnen publieke en private partijeninformatie delen over digitale incidenten en dreigingen.KennisopbouwEffectieve en proportionele maatregelen op het gebied van economischeveiligheid vragen een sterke kennispositie van de Rijksoverheid. Kennis-opbouw is dan ook integraal onderdeel van de hiervoor genoemdebeleidsinitiatieven. Daarnaast zijn er nog enkele governancestructuren diezich hier specifiek op richten:•Het onder de Nationale Grondstoffenstrategie opgerichte NederlandsMaterialen Observatorium (NMO) monitort structureel de waardeke-tens van voor Nederland belangrijke kritieke grondstoffen, enkwetsbaarheden daarin. Hiertoe werkt het NMO samen met anderekennisinstellingen, universiteiten, maatschappelijke organisaties en hetbedrijfsleven, alsmede met andere Europese observatoria. Deactiviteiten van het NMO sluiten ook aan bij de verplichte stresstesten,(risico)analyses en monitoring van waardeketens in Europees verbandonder de Europese Critical Raw Materials Act. Het NMO draagtdaarmee bij aan de identificatie van (nieuwe) risicovolle strategischeafhankelijkheden.•Binnen de Kennisunit Sensitieve Technologie van de RVO ondersteu-nen technologisch experts het Ondernemersloket EconomischeVeiligheid, het Loket Kennisveiligheid en departementen desgevraagdbij specifieke vragen over sensitieve technologieën.•Het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren is een gezamenlijke analyse vande AIVD, MIVD en NCTV en heeft tot doel het bewustzijn te vergrotenover de aard en omvang van de dreiging op nationale veiligheid vanuitstatelijke actoren, waarop overheidsorganisaties, bedrijven enkennisinstellingen, hun beleid tegen statelijke dreigingen kunnenbaseren.5454Kamerstuk 30 821, nrs. 125 en 175Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 30 821, nr. 30217

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 14bafd7416f53232

14 okt 2026 · 3b1979663b72cd9f

13 okt 2026 · 1576c3f3655810f9

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.