Stand van zaken met betrekking tot het Internationaal Strafhof
Brontekst
Versie 4765007a8d91072b · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2013–2014 28 498Het Internationaal Strafhof Nr. 30 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 november 2013 De Vergadering van Statenpartijen van het Internationale Strafhof (hierna: Strafhof) heeft dit najaar zitting van 20 tot en met 28 november in Den Haag. In aanloop hiernaar informeren wij u over de laatste stand van zaken met betrekking tot het Strafhof. Tevens doen wij u, ingevolge artikel 5 van de Goedkeuringswet voor het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, de voorlopige agenda toekomen van de Vergadering1. 1. Inleiding Het Strafhof heeft zich de afgelopen twintig jaar ontwikkeld van een idee tot een volledig operationeel tribunaal. In 1998 stemden 120 landen voor aanname van het Statuut van Rome. Het Statuut van Rome is in werking getreden op 1 juli 2002. Daarmee werd het Strafhof realiteit. Het Strafhof is opgericht om een einde te maken aan de straffeloosheid voor misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven en het misdrijf genocide. Er liggen op dit moment 20 zaken voor bij het Strafhof in 8 situaties. Op 14 maart 2012 hebben de rechters van het Strafhof de eerste veroordeling uitgesproken, in de zaak tegen Thomas Lubanga. Op 10 september 2013 is het eerste proces begonnen dat plaatsvindt op basis van een oproep tot vrijwillige verschijning (tegen de Keniaanse verdachten William Ruto, vicepresident, en radioproducer Joshua Arap Sang). Daarnaast zal naar verwachting op 12 november 2013 het eerste proces beginnen tegen een zittend staatshoofd, president Kenyatta van Kenia. Het Strafhof heeft een intensief jaar achter de rug. De steun voor het Strafhof in Afrika staat onder druk. De toename in het aantal zaken leidt tot een hogere werklast. Het Strafhof heeft, op verzoek van de regering 1Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer kst-28498-30ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2013Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 301 van Mali, een onderzoek geopend in dat land. In de VN heeft een groot aantal landen, waaronder Nederland, opgeroepen tot doorverwijzing van de situatie in Syrië naar het Strafhof. Het Strafhof vormt zowel het begin als het einde van de keten van Responsibility to Protect (RtoP) Het vormt het einde van de keten doordat het verdachten van de ernstigste schendingen van internationaal recht vervolgt nadat deze zijn gepleegd. Het vormt het begin omdat het een afschrikwekkende werking heeft op mogelijke daders. Het Strafhof is een onmisbaar instrument bij het operationaliseren van de norm van Responsibility to Protect. Nederlandse steun voor het Strafhof vloeit voort uit artikel 90 van de Grondwet dat voorschrijft dat het Nederlandse kabinet de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert en is in lijn met het Neder-landse mensenrechtenbeleid. De internationale rechtsorde is gebaat bij vervolging van degenen die verdacht worden van oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide. Als bij het Statuut aangesloten landen niet in staat of niet bereid zijn om verdachten van deze misdrijven te vervolgen, neemt het Strafhof deze taak over (het zogenaamde complementariteitsbeginsel). Uiteindelijk wordt het Strafhof overbodig als landen zelf hun verantwoordelijkheid nemen bij de berechting van de ergste schendingen van het internationaal recht. Nederland steunt landen bij nationale opsporing en vervolging in verband met internationale misdrijven nationaal. Een voorbeeld hiervan is het initiatief om, samen met Argentinië, België en Slovenië, te komen tot een multilateraal verdrag voor rechtshulp en uitlevering bij internationale misdrijven. Het doel is de praktische juridische samenwerking tussen landen op het gebied van opsporing en vervolging van internationale misdrijven te verbeteren en zo het complementariteitsbeginsel te versterken. Tijdens de komende Vergadering van Statenpartijen zal Nederland aandacht vragen voor dit initiatief met een side event en met een aantal steunende landen een gezamenlijke verklaring uitbrengen om steun hiervoor te verbreden. Nederland heeft als gastland een bijzondere relatie met het Internationaal Strafhof. Sinds april 2013 heeft het Strafhof een nieuwe Griffier, de Nederlander Herman von Hebel. Het kabinet is verheugd over zijn aanstelling. 2. Regionale thema’s 2.1 De positie van het Strafhof in Afrika De positie van het Strafhof in Afrika staat onder druk. Een aantal Afrikaanse landen is kritisch over het functioneren van het Strafhof en stelt dat het zich eenzijdig richt op Afrikaanse conflicten. Het kabinet acht het van belang een open dialoog te voeren met deze landen over het Strafhof. Deze dialoog dient te worden gevoerd op basis van de feiten en dient ondersteunend te zijn aan het Strafhof. Het klopt dat de acht situaties waar het Strafhof zich momenteel op richt allen in Afrika liggen. In vier van deze situaties (Uganda, de Democratische Republiek Congo, Mali en de Centraal Afrikaanse Republiek) hebben de landen het Strafhof zelf gevraagd om een onderzoek te openen. Daarnaast heeft de VN-Veiligheidsraad de situaties in Libië en Darfur (Sudan) doorverwezen naar het Strafhof. Slechts in de gevallen van Kenia en Ivoorkust heeft de aanklager van het Strafhof formeel zelfstandig besloten een onderzoek te openen. In het geval van Ivoorkust was de rechtsmacht van het Strafhof geaccepteerd door de autoriteiten van het land. In het geval van Kenia Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 302 werd een onderzoek door het Strafhof gestart op aanbevelen van de Waki-onderzoekscommissie, nadat op nationaal niveau het beoogde tribunaal voor onderzoek en berechting van het verkiezingsgeweld niet werd opgericht. Op 11 en 12 oktober vond een speciale bijeenkomst van de Afrikaanse Unie (AU) plaats in Addis Abeba. Het doel was bespreking van de relatie tussen Afrika en het Strafhof. De AU heeft hierbij een verklaring aange-nomen die kritisch is over het functioneren van het Strafhof en op onderdelen in strijd met diens uitgangspunten. Zo stelt de AU dat staatshoofden niet door het Strafhof vervolgd moeten kunnen worden. Een AU-contactgroep zal de zorgen van de AU met de VNVR bespreken, inclusief een verzoek tot opschorting («deferral») door de VN-Veilig-heidsraad van de zaak tegen Kenyatta. Sudan werkt niet mee met het Strafhof en president Bashir is voortvluchtig. De Keniaanse verdachten werken op dit moment voldoende mee aan hun proces. De AU wil voor 12 november, de start van het proces tegen Kenyatta, antwoord op het verzoek tot uitstel. De AU zal naar verwachting eind november een nieuwe top beleggen waar het de besluiten, die volgens de AU dienen te worden genomen door de Veiligheidsraad en de Vergadering, zal evalueren. Nederland is bezorgd over de uitkomsten van de AU-top. Het is onwen-selijk dat de AU immuniteit van leiders bepleit en voorwaarden verbindt aan de samenwerking van Kenia met het Strafhof. Nederland is verder terughoudend over het verzoek tot opschorting onder meer aangezien de veiligheid van getuigen bij uitstel niet is gewaarborgd en een dergelijk precedent toekomstige getuigen kan afschrikken. Tegelijkertijd dient niet te worden vergeten dat Afrikaanse landen een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van het Strafhof. De blijvende steun van Afrikaanse landen is daarom van grote waarde voor het Strafhof. Nederland en andere ondertekenaars van het Statuut van Rome zullen daarom in dialoog blijven met Afrikaanse voor- en tegenstanders over de toekomst van het Strafhof. Tijdens de Vergadering van Statenpar-tijen eind november zal intensief worden overlegd om te kijken op welke wijze Afrikaanse zorgen kunnen worden geadresseerd. Zoals eerder gemeld in Kamerbrief Sudan «Beantwoorden van openstaande vragen n.a.v. AO Sudan, 3 juli 2013» (Kamerstuk 22 831 nr. 92), naar aanleiding van de motie-Sjoerdsma over het verstevigen van draagvlak voor het Internationale Strafhof in Afrika, 20 juni 2013 (Kamerstuk 29 237 nr.154), zet Nederland zich actief in om het draagvlak voor het Strafhof in de Afrikaanse regio te behouden en uit te breiden. In 2012 heeft Nederland een bezoekersprogramma georganiseerd voor invloedrijke personen uit verschillende Afrikaanse landen. Daarnaast heeft Nederland dit jaar samen met Noorwegen, Estland en het Strafhof twee regionale seminars georganiseerd in Dakar en Arusha over de samen-werking tussen het Strafhof en verschillende Afrikaanse Strafhof-Statenpartijen. Ook heeft Nederland op 16 oktober jl. een bijeenkomst georganiseerd voor vertegenwoordigers van de diplomatieke gemeen-schap in Den Haag en Brussel met als belangrijkste thema hoe steun voor het Strafhof in de Afrikaanse regio behouden kan blijven. Hierbij waren vertegenwoordigers aanwezig uit ongeveer 10 Afrikaanse landen. Daarnaast bespreekt Nederland steun voor het Strafhof met regelmaat in bilaterale contacten. 2.2 Sudan en het Strafhof De VN-Veiligheidsraad verwees met resolutie 1593 de situatie in Sudan door naar het Strafhof. Het Strafhof heeft momenteel aanhoudingsbe-velen open staan tegen de President van Sudan, Omar Al-Bashir, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 303 voormalig Minister voor Humanitaire Zaken, Ahmad Harun, Minister van Defensie Abdel-Rahim Mohamed Hussein, vermeende Janjaweed-leider, Ali Kushayb en de leider van de Justice and Equality Mouvement (JEM), Banda Nourain. De regering van Sudan werkt niet mee met het Strafhof. Nederland roept de Sudanese regering op om volledig met het Strafhof mee te werken. Nederland heeft in EU-verband afgesproken alleen essentiële contacten te onderhouden met Sudanese Strafhof-verdachten. 2.3 Kenia en het Strafhof Drie Keniaanse verdachten worden vervolgd voor betrokkenheid bij het verkiezingsgeweld van 2007–2008, waaronder de in 2013 verkozen president Kenyatta en vicepresident Ruto. Op 10 september 2013 is de zaak tegen Ruto en radioproducent Sang van start gegaan. De start van het proces tegen president Kenyatta staat gepland op 5 februari 2014. De verdachten verschijnen op basis van een oproep tot vrijwillige verschijning voor het Strafhof. Sinds de verkiezing van president Kenyatta en vicepresident Ruto in maart 2013, werken de Keniaanse verdachten ogenschijnlijk mee met het Strafhof. In de loop van 2013 bleek echter dat de Keniaanse regering achter de schermen nationaal en internationaal campagne voert tegen het Strafhof. Het Nederlandse kabinet is bezorgd over de voortgang van de Keniaanse Strafhof-processen. Er zijn aanwijzingen dat getuigen in de Kenia-zaken onder druk worden gezet om niet voor het Strafhof te getuigen. Het Strafhof heeft op 2 oktober 2013 een aanhoudingsbevel uitgevaardigd tegen de Keniaanse journalist Walter Barasa voor onder meer (poging tot) op corrumperende wijze beïnvloeding van getuigen. Daarnaast is Nederland bezorgd over de motie die het Keniaanse parlement op 5 september 2013 aannam. In deze motie wordt de Keniaanse regering opgeroepen om zich terug te trekken uit het Strafhof. Nederland roept de Keniaanse regering en de verdachten op om volledig met het Strafhof samen te werken. 2.4 Libië en het Strafhof Met resolutie 1970 d.d. 26 februari 2011 verwees de VN-Veiligheidsraad de situatie in Libië unaniem door naar het Strafhof. Het Strafhof heeft aanhoudingsbevelen uitgevaardigd tegen Saif al-Islam Qadaffi en voormalig chef inlichtingendiensten, Abdullah al-Senussi. Saif al-Islam werd op 19 november 2011 gevangen genomen in Libië. De Libische autoriteiten hebben laten weten hem zelf te willen berechten. In dit verband heeft Libië op 1 mei 2012 de ontvankelijkheid van het Strafhof betwist. Libië beroept zich daarbij op het complementariteitsbeginsel zoals vastgelegd in artikel 17 van het Statuut. Het is aan de rechters van het Strafhof om te oordelen over de ontvankelijkheid van deze zaak. Zoals gezegd is berechting van individuen in eerste instantie een nationale aangelegenheid en kan het Strafhof slechts in bepaalde gevallen een zaak overnemen. Nederland is voorstander van berechting op nationaal niveau wanneer dit mogelijk is. Nederland roept Libië op om zich neer te leggen bij het uiteindelijke oordeel van de rechters en op basis daarvan volledig mee te werken met het Strafhof. Op 17 maart 2012 bevestigden de autoriteiten van Mauritanië de aanhouding van voormalig hoofd van de Libische geheime dienst al-Senussi. Het Strafhof, Frankrijk en Libië hadden om uitlevering gevraagd. Op 5 september 2012 heeft Mauritanië al-Senussi uitgeleverd Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 304 aan Libië. Op 11 oktober jl. heeft de kamer van vooronderzoek van het Strafhof besloten dat de zaak tegen al-Senussi niet ontvankelijk is op grond van het complementariteitsbeginsel aangezien Libië bereid en in staat is zelf deze vervolging door te zetten. Al-Senussi mag dus in Libië berecht worden. 2.5 Ivoorkust en het Strafhof De aanklager heeft formeel op eigen initiatief onderzoek ingesteld naar aanleiding van vermeende internationale misdrijven die volgden op de verkiezingsoverwinning van president Ouattara van 28 november 2010. De autoriteiten van het land hadden de rechtsmacht van het Strafhof al geaccepteerd voordat het land op 15 februari 2013 toetrad tot het Statuut van Rome. Op 3 oktober 2011 hebben de rechters van het Strafhof de aanklager toestemming gegeven om onderzoek te doen naar oorlogsmis-drijven en misdrijven tegen de menselijkheid in Ivoorkust in de nasleep van de verkiezingen van 28 november 2010. Na deze verkiezingen vonden gevechten plaats tussen aanhangers van de voormalig president Laurent Gbagbo en de huidige president Alassane Ouattara. Het Strafhof heeft drie aanhoudingsbevelen uitgevaardigd tegen voormalig president Laurent Gbagbo, zijn vrouw Simone Gbagbo en ex-Minister van Sport en Jeugd Charles Blé Goudé. Op 30 november 2011 is voormalig president Gbagbo door de autoriteiten van Ivoorkust overgedragen aan het Strafhof. Hij wordt verdacht van misdaden tegen de menselijkheid waaronder moord, verkrachting en andere vormen van seksueel geweld gepleegd in Ivoorkust tussen 16 december 2010 en 12 april 2011. Aanvankelijk zei Ivoorkust toe volledig te zullen meewerken met de Strafhof-processen. Ivoorkust heeft echter laten weten Simone Gbagbo niet te zullen overdragen aan het Strafhof. Nederland roept Ivoorkust op om zijn verplichtingen onder het Statuut van Rome volledig na te leven en Simone Gbagbo uit te leveren of de rechtsmacht van het Strafhof te betwisten, als men meent op lokaal niveau te kunnen berechten. Ook wat betreft de berechting van Blé Goudé roept Nederland Ivoorkust op de verdachte uit te leveren of de rechtsmacht te betwisten. Het is aan de rechters van het Strafhof om te oordelen of vervolging zal plaatsvinden door de autoriteiten van Ivoorkust of het Strafhof. 2.6 Syrië en het Strafhof In Syrië hebben op grote schaal ernstige mensenrechtenschendingen plaatsgevonden, zowel tegen strijders die deelnemen aan het conflict als tegen burgers. Ondanks de intensiteit van het conflict heeft de VN Veiligheidsraad de situatie in Syrië nog altijd niet doorverwezen naar het Strafhof. Het kabinet betreurt de aanhoudende onenigheid in de VN Veiligheidsraad op dit punt. Nederland is voorstander van doorverwijzing van de situatie in Syrië naar het Strafhof en heeft hiertoe met 56 andere landen een brief gestuurd aan de Veiligheidsraad. Minister Timmermans heeft in de toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN eind september wederom aangedrongen op doorverwijzing van de situatie in Syrië. Nederland brengt dit onderwerp ook regelmatig op als het spreekt met internationale partners. Dit laat onverlet dat Syrië nog altijd zelf vervolging kan instellen, en bij eventuele vervolging door het Strafhof, de rechtsmacht kan betwisten. Buiten kijf staat dat de schendingen in Syrië niet onbestraft mogen blijven. Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 305 2.7 Overige kwesties voor de aanklager In de Kamerbrief Internationaal Strafhof van 9 november 2012 is de Kamer geïnformeerd dat de aanklager van het Strafhof had geconcludeerd niet bevoegd te zijn een uitspraak te doen of de Palestijnse Autoriteit (PA) een staat is volgens het Statuut van Rome. Op 29 november 2012 heeft de Algemene Vergadering van de VN ingestemd met ophoging van de status van de PA tot «non-member observer state». Volgens de aanklager van het Strafhof is het aan de PA om opnieuw een verklaring van acceptatie van de rechtsmacht van het Strafhof af te leggen voordat zij zich opnieuw zal buigen over de vraag of de PA hiertoe bevoegd is. Daarnaast hebben de Comoren, de vlaggenstaat van de Mavi Marmara, op 14 mei 2013 het Israëlisch ingrijpen op de Mavi Marmara van 31 mei 2010 doorverwezen naar het Strafhof. Op basis van art.12, tweede lid, onder a, van het Statuut van Rome is het Strafhof bevoegd rechtsmacht uit te oefenen indien de vermeende misdrijven zijn begaan aan boord van een schip dat geregistreerd staat in een Statenpartij. De aanklager is in het geval van doorverwijzing door een Statenpartij verplicht een voorbe-reidend onderzoek in te stellen en zij heeft dit dan ook gedaan. Het is aan de aanklager om te besluiten of zij op basis van het beschikbare bewijs-materiaal een formeel onderzoek wil instellen. 3 Overige thema’s 3.1 Universaliteit van het Statuut van Rome Om straffeloosheid voor internationale misdrijven een halt toe te roepen is het belangrijk dat alle landen toetreden tot het Statuut van Rome. Daarnaast is het van belang dat ook op nationaal niveau vervolging voor internationale misdrijven wordt ingesteld. Momenteel telt het Strafhof 122 Statenpartijen. Nederland spant zich actief in voor universaliteit van het Statuut van Rome. Verleden jaar november ontving Nederland de Maleisische Minister van Justitie Aziz voor een bezoek om Maleisische toetreding tot het Statuut van Rome te stimuleren. In februari van dit jaar ontving Nederland de ViceMinister van Justitie en Mensenrechten Indrayana van Indonesië voor een vergelijkbaar bezoek. Daarnaast steunt Nederland verschillende initiatieven van NGO’s om tot universaliteit van het Statuut van Rome te komen en brengt het dit onderwerp op tijdens de Universal Periodic Review van de Mensenrech-tenraad van de VN en in bilaterale contacten met landen die zich nog niet hebben aangesloten bij het Statuut van Rome. Ook komend jaar zal universaliteit van het Statuut van Rome, mede als onderdeel van behoud en uitbreiding van steun voor het Strafhof, een Nederlandse beleidsprio-riteit zijn. 3.2 Uitvoering van aanhoudingsbevelen Het Strafhof kan slechts effectief zijn als de verdachten ook daadwerkelijk voor het Strafhof verschijnen. Nederland streeft daarom in EU-verband naar uitvoering van de openstaande aanhoudingsbevelen. Een van de openstaande aanhoudingsbevelen is dat tegen president Bashir van Sudan. Hij is de eerste verdachte van het Strafhof die wordt beschuldigd van het misdrijf genocide. Helaas zijn er ook dit jaar weer landen geweest, waaronder Strafhof-statenpartijen, die president Bashir hebben ontvangen. Nederland onderneemt in een dergelijk geval actie in EU-verband en waar nodig ook bilateraal om betreffende landen te stimuleren het aanhoudingsbevel uit te voeren. Tegelijkertijd is ook Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 306 duidelijk dat het aanhoudingsbevel de bewegingsvrijheid van president Bashir heeft beperkt. President Bashir diende op 15 juli 2013 een reis naar Nigeria vroegtijdig af te breken na een mogelijk op handen zijnde aanhouding. Daarnaast is president Bashir er niet in geslaagd om, zoals hij wenste, de Algemene Vergadering van de VN toe te spreken eind september. In 2013 kon het aanhoudingsbevel tegen de Congolese militieleider Bosco Ntaganda worden uitgevoerd. Op 18 maart meldde Ntaganda zich bij de Amerikaanse ambassade in Kigali. Op 26 maart 2013 werd hij voorgeleid voor de rechters van het Strafhof. Nederland heeft een actieve rol gespeeld bij de overbrenging van Ntaganda naar Nederland. 3.3 Het Strafhof in multilaterale context Nederland trekt ten aanzien van het Strafhof waar mogelijk op samen met andere landen. Nederland houdt nauw contact met de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) over reizen van personen tegen wie een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd. Binnen de EU zijn dit jaar niet-bindende richtlijnen vastgesteld over hoe om te gaan met landen die niet samenwerken met het Strafhof. Daarnaast spant de EU zich actief in de universaliteit en het complementariteitsprincipe van het Strafhof te bevorderen. Gecoördineerd handelen in EU-verband zorgt voor een sterkere boodschap. Daarnaast is de VN een belangrijk forum voor Nederland om gezamenlijk op te trekken. Nederland is lid van de «Group of Friends of the ICC» in New York en heeft zich dit jaar aangesloten bij het «Informal Ministerial Network on the ICC» dat beoogt politieke steun te mobiliseren ten behoeve van het Strafhof. Hiertoe heeft het netwerk eind september een steunverklaring opgesteld die is ondertekend door 24 landen. Recentelijk heeft de SGVN interne richtlijnen opgesteld over hoe om te gaan met personen tegen wie het Strafhof aanhoudingsbevelen heeft uitgevaardigd. Nederland verwelkomt deze richtlijnen. 3.4 Kampala amendementen Tijdens de herzieningsconferentie van Kampala van 2010 zijn afspraken gemaakt over de definitie van het misdrijf agressie en toekomstige effectieve rechtsmacht van het Strafhof hierover. De wetsvoorstellen ter goedkeuring en uitvoering van die amendementen zullen voor het einde van het jaar bij de Tweede Kamer worden ingediend. 4 Rol van Nederland als gastland Als gastland is Nederland er voor verantwoordelijk het functioneren van het Internationaal Strafhof soepel en doeltreffend te faciliteren door onder meer stabiliteit te bieden aan het Strafhof en haar onafhankelijkheid te garanderen. 4.1 Voortgang nieuwbouw Strafhof De nieuwbouw van het Strafhof op het terrein van de voormalige Alexanderkazerne in Den Haag ligt op schema. Afronding van de bouw is voorzien voor de tweede helft 2015. Ondanks uitvoerig voorafgaand bodemonderzoek door externe bureaus is bij de grondwerkzaamheden oude bodemvervuiling aan het licht gekomen. Het betrof onder meer achtergebleven olie- en/of brandstoftanks. De bodemsanering is eind september succesvol afgerond zonder dat dit geleid heeft tot vertraging van de bouwactiviteiten. De daarmee samenhangende kosten (ad 1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 307 miljoen Euro) zijn door Nederland gedragen. Onderzocht wordt of de kosten op grond van wanprestatie te verhalen zijn op de destijds door Nederland gecontracteerde bodemonderzoeksbureaus. 4.2 World Forum huur Vanwege terugkerende klachten van Lidstaten van toonaangevende internationale organisaties, zoals OPCW en het Strafhof, over de tekort-schietende vergaderfaciliteiten van het World Forum te Den Haag is het Ministerie van Buitenlandse Zaken in overleg getreden met de eigenaar gemeente Den Haag over noodzakelijke renovaties. Uitgangspunt is dat het World Forum na de renovatie voldoet aan de VN-standaarden inzake grootschalige vergaderfaciliteiten. De gemeente Den Haag heeft laten weten de komende jaren 25 miljoen Euro te zullen investeren om de noodzakelijke renovaties te verrichten. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft aan de OPCW en het Strafhof aangeboden hangende de renovatie tot eind 2015 de huurlasten van het World Forum voor de jaarvergaderingen van OPCW en Strafhof te betalen, voor zover deze bijeenkomsten in Den Haag plaatsvinden. 4.3 Overige zaken Verschillende overheidsonderdelen, alsmede de betrokken ambassades, bieden in lijn met de bepalingen uit het zetelverdrag actief operationele ondersteuning aan het Strafhof. Zo wordt er indien nodig ondersteuning geboden bij de binnenkomst, transport en vertrek van zowel verdachten als getuigen bij het Strafhof. Nederland ondersteunt het Strafhof om deze processen zo goed mogelijk te laten verlopen. 5. Inzet Nederland 12e Vergadering van Statenpartijen (20–28 november) Tijdens de Vergadering wordt besloten over verschillende resoluties die onder meer betrekking hebben op samenwerking van Strafhof met Statenpartijen, het onafhankelijk toezichtsmechanisme en het verbeteren van de juridische procedures. 5.1 Study Group on Governance In 2010 is besloten tot de oprichting van de Study Group on Governance met het oogmerk een dialoog aan te gaan tussen het Strafhof en de Statenpartijen ter verbetering van de effectiviteit en het functioneren van het Strafhof. In 2011 en 2012 was Nederland voorzitter van dit forum. In 2012 heeft het Strafhof een «lessons learned» document opgesteld waarin opties worden gepresenteerd voor versnelling van de juridische proce-dures. In overleg met de Statenpartijen is daarnaast een procedure afgesproken voor een aanpak hiervan. Als onderdeel hiervan is in 2011 besloten om rechters toe te staan om, in bepaalde omstandigheden, in enkelvoudige Kamers bijeen te komen, hetgeen de efficiëntie van het Strafhof kan vergroten. In vervolg hierop was het werk van de Study Group on Governance, onder mede-voorzitterschap van Nederland, het afgelopen jaar gericht op maatregelen om het strafproces te versnellen. In nauwe samenwerking met de «lessons learned»-werkgroep van de rechters richtte de studie-groep zich op amendering van het proces- en bewijsreglement. In vervolg op aanpassingen in voorgaande jaren, betrof dit allereerst een aanpassing van artikel 100 van het reglement. Het amendement beoogt het eenvou-diger te maken voor het Strafhof om te besluiten (delen van) een proces Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 308 op een andere plek dan Den Haag te voeren. Het andere voorstel betreft amendering van regel 68 van het proces- en bewijsrechtreglement. De aanpassing verruimt de regels omtrent het gebruik van getuigenverkla-ringen zodat deze getuigen niet hoeven te verschijnen in de rechtszaal. Bij zijn werk betrekt de studiegroep de ervaringen van andere internationale tribunalen en wordt nauw samengewerkt met experts en NGO’s. 5.2 Samenwerking van Statenpartijen met het Strafhof In 2012 is besloten een werkgroep op te richten om te onderzoeken hoe de samenwerking met het Strafhof zou kunnen worden verbeterd. De voor Nederland meest relevante onderwerpen waar deze groep zich op heeft gericht zijn bilaterale afspraken met het Strafhof over opvang van vrijgesproken personen en niet-essentiële contacten met personen tegen wie een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door het Strafhof. Bij de discussie over het beperken van niet-essentiële contacten met personen tegen wie een aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, bleken de Statenpartijen zeer verdeeld. De discussie zal worden voortgezet tijdens de komende Vergadering. Ook is er een voorstel gedaan tot bilaterale afspraken tussen het Strafhof en Statenpartijen over de opvang van personen in geval van vrijspraak. 5.3 Begroting De begroting van het Strafhof voor 2014 dient door de Vergadering te worden goedgekeurd. Het Strafhof heeft een voorstel gedaan waarin wordt uitgegaan van een stijging van de begroting met ongeveer 10,9 miljoen Euro tot ongeveer 126 miljoen Euro. De stijging van het budget wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van het aantal situaties en de hierdoor veroorzaakte toename van activiteiten van het bureau van de Aanklager en de rechters. Daarnaast zorgt ook de nieuwe strategie van de Aanklager voor een stijging in het aangevraagde budget. De nieuwe griffier Herman von Hebel heeft aangekondigd de griffie te willen hervormen in de komende twee jaar. Dit zou op termijn moeten resulteren in een afname van 3% van het aangevraagde budget door de Griffie. Het budgetcomité van de Vergadering van Statenpartijen heeft de Vergadering geadviseerd om akkoord te gaan met een budget van ongeveer 121 miljoen Euro. Nederland ziet het voorstel van het budgetcomité als een goed vertrekpunt voor de besluitvorming over de begroting. De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. OpsteltenTweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 28 498, nr. 309
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.