Verslag van een schriftelijk overleg over het Jaarverslag 2024 van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) (Kamerstuk 32647-110)
Brontekst
Versie 902f111ac02a1f9d · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 647LevensbeëindigingNr. 111 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 1 september 2025 De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksge-zondheid, Welzijn en Sport over het Jaarverslag 2024 van de RegionaleToetsingscommissies Euthanasie (RTE) (Kamerstuk 32 647, nr. 110).De vragen en opmerkingen zijn op 21 mei 2025 aan de Minister vanBuitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 1 september 2025 zijn devragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,MohandisDe griffier van de commissie,Meijerink kst-32647-111ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1111 InhoudsopgaveI.Vragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractie6II.Reactie van het kabinet7 I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag2024 van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) en hebbenhierover nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie lezen in het jaarverslag dat een aanzienlijkestijging van het aantal euthanasie meldingen is gerapporteerd van intotaal 9.958 meldingen. Dit zou een toename van 10% betekenen tenopzichte van 2023. Zijn er feiten bekend die kunnen verklaren waardoor ditpercentage zo is toegenomen in één jaar tijd? Wat zijn hiervan deonderliggende oorzaken?De leden van de PVV-fractie lezen dat in het RTE-verslag een beroep wordtgedaan op de aanwezigheid van psychiatrische expertise, wanneer heteen patiënt betreft met dementie. De leden van de PVV-fractie vragen zichaf in hoeverre hier nu voldoende expertise voor beschikbaar is. Gezien detoenemende vergrijzing zal ook het aantal patiënten met dementietoenemen en dus ook het beroep op de psychiatrische expertise. Hoe isNederland hier nu op voorbereid? Is er nog steeds voldoende capaciteit in2030 en 2035?De leden van de PVV-fractie vragen zich af wat er volgens het Expertise-centrum Euthanasie bekend is over de toename van (jonge) vrouwen dieeen verzoek voor euthanasie indienen. Zijn hiervoor achterliggendeoorzaken bekend? Waarom betreft dit vooral vrouwen, en ook nog opjonge leeftijd?Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel belangstellingkennisgenomen van het jaarverslag over 2024 van de RTE. Zij hebben nogenkele vragen en opmerkingen hierbij.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden allereerst graagcomplimenten willen uitspreken voor de zorgvuldigheid van hetjaarverslag. Wanneer kan verwacht worden dat de doorlooptijden weer«normaal» zullen zijn en wat is hierin de ambitie? Hoe ziet het preventiefnoodplan eruit om in de toekomst te voorkomen dat zich langeredoorlooptijden voordoen? Is er extra financiering of fte’s nodig om dedoorlooptijden snel op peil te brengen en te houden?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tijdens het gesprek metde RTE op 14 mei 2025 begrepen dat er een herziening van de euthana-siecode zal plaatsvinden. Wat houdt deze herziening in? Op welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1112 concrete punten is herziening gewenst en op basis van welke input wordtdit bepaald?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook nog enkele vragenmet betrekking tot (eventuele) wachttijden bij het ExpertisecentrumEuthanasie. Zijn de huidige wachttijden bij het ExpertisecentrumEuthanasie voor euthanasie bij psychisch lijden bekend? Hoe lang is hetgemiddelde traject, waarbij rekening gehouden wordt met een inclusieftraject en het eventueel inzetten van alternatieven?Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag2024 van de RTE. De leden van de VVD-fractie hebben verschillendeopmerkingen en vragen aangaande dit jaarverslag.De leden van de VVD-fractie lezen in hoofdstuk 2 van het jaarverslag dater 427 meldingen zijn geweest van euthanasie bij patiënten met een vormvan dementie. Hoewel de RTE aangeeft dat de gegevens nog niet volledigzijn, geeft ze aan dat er in zes gevallen sprake was van wilsonbe-kwaamheid, waarbij het «eerder opgestelde schriftelijke euthanasie-verzoek kwam in de plaats van een mondeling verzoek». Dit aantal – zesgevallen – lijkt nogal in contrast te staan met de grote hoeveelheidmensen die een wilsverklaring of levenstestament hebben opgesteld, metname de mensen met een dergelijke verklaring of testament over hunwensen omtrent dementie en euthanasie. Kan het kabinet nader toelichtenwat de formele status is van een levenstestament of wilsverklaring in eeneuthanasietraject bij dementie? Kan het kabinet aantonen dat ervoldoende voorlichting is over deze formele status? Kan het kabinet zichuitspreken of zij vindt dat deze formele status voldoet aan de verwach-tingen van mensen omtrent hun wilsverklaring of levenstestament? Kanhet kabinet haar rol en/of nadere rol hierin schetsen?De leden van de VVD-fractie lezen in hoofdstuk 2 van dit jaarverslag dat er397 meldingen zijn geweest van euthanasie bij patiënten met eenstapeling van ouderdomsaandoeningen. Kan het kabinet nader toelichtenhoe deze «categorie» euthanasie zich verhoudt tot de potentieel nieuwe«categorie» euthanasie die mogelijk wordt bij het Initiatiefvoorstel-PodtWet toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek?1 Kan hetkabinet aangeven welke juridische verschillen er zijn en hoe deze zich metelkaar verhouden?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overLevensbeëindiging en het jaarverslag 2024 van de RTE. Daartoe hebbendeze leden verdere vragen.Uit het jaarverslag 2024 van de RTE is gebleken dat er in zes gevallen nietvoldaan is aan de zorgvuldigheidseisen bij een uitgevoerd euthanasie-verzoek. Hierbij werd in vijf gevallen aan één criterium niet voldaan, inéén geval werd aan twee criteria niet voldaan. De leden van de D66-fractievinden het van groot belang dat de uitvoerende professionals zich veiligen voldoende geïnformeerd voelen. Zij moeten daarmee in staat wordengesteld om hun werk op de juiste manier en aan de hand van de criteriauit te voeren. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of er behoefte isaan meer scholing voor artsen en psychiaters. Of is er eventueel meerbehoefte aan intervisie, zodat er ook meer ruggenspraak en zekerheidvoor artsen ontstaat?1Kamerstuk 35 534, nr. 7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1113 Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over definanciering voor ThaNet die dreigt te stoppen. ThaNet is een professi-oneel netwerk dat als doel heeft de zorg voor patiënten met een psychia-trische stoornis met een aanhoudende doodswens of geassisteerdedoodswens te verbeteren. ThaNet speelt een ontzettend belangrijke rol bijhet verlenen van goede zorg in Nederland: zij richten zich niet enkel oppsychiaters, maar op alle zorgprofessionals die met deze doelgroep werktin ggz-instellingen, ziekenhuizen en academische centra. Echter loopt desubsidie die ThaNet vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport ontvangt aan het einde van dit jaar af, waarbij er geen zicht is opverlenging. Alles wat ThaNet als belangrijke organisatie de afgelopenjaren heeft opgebouwd, zou daarmee compleet wegvallen. Daartoevragen de leden van de D66-fractie of de Minister dit als wenselijk ziet methet oog op het waarborgen van goede zorg. Daarnaast vragen deze ledenwat de plannen van de Minister zijn om toch te zorgen dat het bestaan vanThaNet niet in gevaar komt. Op welke termijn zal de Kamer hierovergeïnformeerd worden?Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over decapaciteit waarover de RTE beschikt en het functioneren van de organi-satie in de aankomende jaren, gezien de stijging van het aantal euthana-sieverzoeken en de verhoogde complexiteit van bepaalde verzoeken.Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of de RTE over voldoendeformatie en een toereikende begroting beschikt om hun belangrijke taakuit te blijven voeren, ook met het zicht op de komende jaren. Bestaan er alplannen om dit probleem te voorkomen? Zo ja, welke plannen zijn dit enop welke termijn zal de Kamer hierover geïnformeerd worden?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met ontzetting kennisgenomen vanhet jaarverslag 2024 van de RTE.Deze leden schrikken van de stijging in het aantal euthanasiegevallen, met10% tot 9.958 meldingen en tot 5,8% van het totaal aantal sterfgevallen.De RTE geeft aan dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat dezestijging snel tot een einde zal komen. De leden van de BBB-fractie makenzich grote zorgen over deze ontwikkeling. Herkent de Staatssecretaris zichin het beeld dat euthanasie steeds meer een reguliere behandeloptiewordt in plaats van een uiterste noodgreep? Welke concrete stappenonderneemt de Staatssecretaris om te voorkomen dat euthanasie inNederland verder normaliseert?Hoewel de RTE meldt dat in de meeste gevallen zorgvuldig wordtgehandeld, werd in zes gevallen vastgesteld dat niet aan de wettelijkezorgvuldigheidseisen is voldaan. Elk geval van onzorgvuldigheid is er watbetreft de leden van de BBB-fractie één te veel. De leden van BBB-fractievragen: hoe beoordeelt de Staatssecretaris het feit dat ondanks hetzorgvuldigheidssysteem toch zes gevallen niet aan de eisen voldeden?Welke verbetermaatregelen acht de Staatssecretaris noodzakelijk om dezerisico’s verder te minimaliseren?Het verslag meldt dat in 2024 opnieuw euthanasie is verleend aan eenminderjarige patiënt. Daarnaast zijn er meldingen van euthanasie bijpatiënten met psychisch lijden. De leden van de BBB-fractie vinden hetschrikbarend dat euthanasie bij minderjarigen en mensen met psychischeaandoeningen steeds vaker voorkomt. Vindt de Staatssecretaris hetverantwoord dat in Nederland euthanasie mogelijk is bij minderjarigen,terwijl wetenschappelijk bekend is dat jongeren nog volop in ontwikkelingzijn? Welke extra waarborgen worden er getroffen om te voorkomen dateuthanasie wordt ingezet bij onzekere uitzichtloosheid, zoals bij jongerenen mensen die psychisch lijden? Hoe waarborgt de Staatssecretaris dateuthanasie geen «vluchtroute» wordt voor mensen die onvoldoendetoegang hebben tot passende zorg, bijvoorbeeld in de GGZ?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1114 De RTE signaleert dat de doorlooptijd van beoordelingen in het najaar van2024 is opgelopen tot 60 à 70 dagen, mede door capaciteitsproblemen.Inmiddels is dit verbeterd, maar de leden van de BBB-fractie vragen:welke structurele maatregelen worden genomen om de capaciteit van deRTE op peil te houden, zodat beoordelingen tijdig en zorgvuldig kunnenplaatsvinden?De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat Nederland een grensheeft bereikt. Euthanasie mag nooit verworden tot een normale medischehandeling of een uitweg voor maatschappelijke tekorten in zorg enondersteuning. Zij roepen de Staatssecretaris op om stevig op de rem tetrappen, de menselijke waardigheid centraal te stellen en het maatschap-pelijk debat over de grenzen van euthanasie actief te voeren.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met bezorgdheid kennisgenomen vanhet jaarverslag over 2024 van de RTE. Net als in voorgaande jaren namook in 2024 het aantal gevallen van euthanasie verder toe en het eindevan de toename lijkt nog niet in zicht. De leden van de SGP-fractie vindenhet daarom van groot belang dat er nader onderzoek gedaan wordt naarde oorzaken en achtergronden van de stijging. Begin 2025 is dit onderzoekvan start gegaan.2 Zij vragen of de cijfers van 2024 ook bij dit onderzoekbetrokken kunnen worden.De leden van de SGP-fractie lezen dat de (afscheidnemend) voorzitter vande RTE blij is met het maatschappelijk debat over euthanasie vanwegepsychisch lijden bij jongeren. Volgens hem leidt debat leidt tot herbeves-tiging of juist aanpassing van maatschappelijke normen. Hij schrijft verderdat «de wettelijke normering van euthanasie en de controle achteraf doorde RTE een mooi voorbeeld zijn van de potentie die onze democratischerechtsstaat heeft om grote maatschappelijke tegenstellingen teoverbruggen en te komen tot een breed gedragen oplossing voor eenfundamenteel dilemma. Zo’n oplossing is naar haar aard een compromis.De uitdaging is om dit compromis niet te laten verstarren maar te latenmeedeinen met de tijd. De open normen in de wet maken dit mogelijkbinnen de harde grenzen die de wet ook stelt.» De leden van deSGP-fractie vragen de Staatssecretaris hierop te reflecteren. Kan hij zichvoorstellen dat de wetgever op enig moment besluit om de grenzen vande euthanasiewet aan te scherpen omdat zij de normen te open geformu-leerd vindt, bijvoorbeeld ten aanzien van euthanasie bij psychisch lijden?De leden van de SGP-fractie constateren een toename van zogenaamde«duo-euthanasie». Dit kwam in 2024 54 keer voor (107 euthanasiemel-dingen). Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze ontwikkeling? Is ervolgens hem sprake van een «trend» en zo ja, hoe wenselijk vindt hij dat?Het valt de leden van de SGP-fractie bij vergelijking van jaarverslagen vande RTE op dat het lastig is om een meerjarige vergelijking te maken vanhet verband tussen leeftijden en oorzaken voor euthanasie. Er zijn door dejaren heen steeds verschillende leeftijdscohorten gehanteerd en infor-matie wordt gefragmenteerd gepresenteerd in de jaarverslagen waardoorhet lastig is om bepaalde ontwikkelingen in kaart te brengen of verbandente leggen. De leden van de SGP-fractie vragen de Staatssecretaris om – inoverleg met de RTE – te bezien hoe deze informatie beschikbaar gesteldkan worden. Is het mogelijk om de harde data die ten grondslag ligt aande jaarverslagen te publiceren, of wordt dit reeds gedaan?2Radboudumc.nl, 17 februari 2025, «Radboudumc leidt studie naar ontwikkelingen in deeuthanasiepraktijk» (https://www.radboudumc.nl/nieuws/2025/radboudumc-leidt-studie-naar-ontwikkelingen-in-euthanasiepraktijk)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1115 Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de stijging van hetaantal meldingen van euthanasie ten opzichte van het totale sterftecijfervan 5,4% naar 5,8% hen zorgen baart. Deze leden hopen dat hetonderzoek naar de oorzaken van deze stijging inzicht biedt in de oorzakenen onderliggende bewegingen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris of decapaciteit van de RTE nog voldoende is nu het aantal meldingen blijfttoenemen, het afgelopen jaar een achterstand is opgelopen, en weeringehaald, en het van het grootste belang blijft, niet in het minst vanwegede complexe doelgroepen als mensen met dementie en psychiatrischlijden, om de beoordeling zorgvuldig te laten verlopen. Is de Staatssecre-taris het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat vereenvou-diging van het toetsingsproces niet aan de orde is en geen oplossing isvoor het omgaan met de toenemende meldingen?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen een reflectie van deStaatssecretaris en de RTE op de gang van zaken nu. Kan de Staatssecre-taris aangeven welke dilemma’s of discussiepunten de RTE grosso modoziet door alle casussen heen? Deze leden vragen de Staatssecretaris ookof de RTE vindt dat de huidige zorgvuldigheidseisen en de manier vantoetsen nog passen bij de meldingen die ze ontvangen.Kan de Staatssecretaris reflecteren op de manier van verslaglegging vanalle euthanasietoetsingen, namelijk met een kwantitatief jaarverslagwaarin de verschillende karakteristieken van de jaarcijfers wordt gegeven,zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Vindt de Staatssecretarishet jaarverslag op deze manier nog steeds een afdoende kwaliteitsin-strument, zo vragen deze leden.Wat vindt de Staatssecretaris ervan dat de RTE in afwijking van derichtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie lagere eisenstellen aan de euthanasieprocedure, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het Openbaar Ministerie ofde Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd meldingen ontvangen hebbenover oordelen van de RTE die het predicaat zorgvuldig niet verdienden.Welke vervolgstappen hebben deze instanties vervolgens gezet?De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over de stijgingvan het aantal meldingen van euthanasie bij patiënten met dementie ofpsychiatrie, van respectievelijk 27% en 59% tussen 2023 en 2024. Heeft deStaatssecretaris al enig beeld van de oorzaken van deze stijging? Wordendeze meest recente cijfers betrokken bij het onderzoek naar de stijging vaneuthanasiemeldingen?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel van de 30 patiëntenmet een psychiatrische stoornis onder de 30 jaar vrouw is. Wat was hungemiddelde leeftijd? Hoeveel verschillende artsen waren betrokken, alseerste behandelaar, bij deze 30 patiënten?Wat vindt de Staatssecretaris van de toename van het aantalduo-euthanasie-meldingen? Hoe wordt in het proces naar toestemmingabsoluut gegarandeerd dat er geen sprake is van dwang of drang van departner of naaste, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Is hetvoldoende dat beide mensen door een andere SCEN-arts wordenbezocht?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel tijd een RTE-lidgemiddeld besteedt aan een melding die als niet-vragen-oproepend(NVO) is geselecteerd. Wat wordt ten aanzien van een NVO-melding opeen digitale vergadering besproken? Hoeveel meldingen worden perdigitale vergadering gemiddeld besproken? Hoeveel tijd besteedt eenRTE-lid gemiddeld aan een melding die vragen oproept of als zodanig isgeselecteerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1116 Wat was de aard van de twintig meldingen die in de «discussieruimte»zijn geplaatst, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Hoeveelleden mengen zich gemiddeld in een discussie over een dergelijkemelding?II. Reactie van het kabinet Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het jaarverslag2024 van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) en hebbenhierover nog enkele vragen en opmerkingen.De leden van de PVV-fractie lezen in het jaarverslag dat een aanzienlijkestijging van het aantal euthanasie meldingen is gerapporteerd van intotaal 9.958 meldingen. Dit zou een toename van 10% betekenen tenopzichte van 2023. Zijn er feiten bekend die kunnen verklaren waardoor ditpercentage zo is toegenomen in één jaar tijd? Wat zijn hiervan deonderliggende oorzaken?Er zijn geen feiten bekend die deze toename ten opzichte van 2023 kunnenverklaren. Sinds de inwerkingtreding van de Wet toetsing levensbeëin-diging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) is er over het geheelgenomen sprake van een stijging van het aantal euthanasiemeldingenwaarbij het jaarlijkse stijgingspercentage een wisselend beeld laat zien.Naar aanleiding van de motie Bikker (ChristenUnie)3 is op 3 februari 2025door ZonMw een opdracht verstrekt tot het uitvoeren van een onafhan-kelijk wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van de absolute enrelatieve stijging van het aantal euthanasiegevallen (verzoeken- enmeldingen) waarbij deze oorzaken nader dienen te worden geduid vanuit(medisch-)ethisch perspectief. De onderzoeksopdracht is verstrekt aan hetRadboud UMC en wordt mede uitgevoerd door onderzoekers van UMCUtrecht, Amsterdam UMC en UMC Groningen. Het onderzoek is op 3 april2025 van start gegaan. De resultaten van het onderzoek worden naarverwachting in juni 2026 opgeleverd.De leden van de PVV-fractie lezen dat in het RTE-verslag een beroep wordtgedaan op de aanwezigheid van psychiatrische expertise, wanneer heteen patiënt betreft met dementie. De leden van de PVV-fractie vragen zichaf in hoeverre hier nu voldoende expertise voor beschikbaar is. Gezien detoenemende vergrijzing zal ook het aantal patiënten met dementietoenemen en dus ook het beroep op de psychiatrische expertise. Hoe isNederland hier nu op voorbereid? Is er nog steeds voldoende capaciteit in2030 en 2035?Zoals de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) in haarjaarverslag 2024 aangeeft, is in 427 meldingen euthanasie verleend aaneen patiënt met een vorm van dementie. 346 van deze meldingen zijn in2024 beoordeeld. Daarvan waren 340 patiënten nog wilsbekwaam tenaanzien van hun euthanasieverzoek. Het betrof patiënten in een fase vandementie waarin zij nog inzicht hadden in (de symptomen van) hun ziekte,zoals verlies van persoonlijkheid en van oriëntatie in tijd en ruimte.In de EuthanasieCode geeft de RTE aan dat als een patiënt met dementienog wilsbekwaam is ten aanzien van zijn euthanasieverzoek de reguliereconsultatieprocedure in het algemeen voldoet. Dat wil zeggen dat de artsdie voornemens is om euthanasie te verlenen, kan volstaan met hetraadplegen van één onafhankelijke arts, bij voorkeur een SCEN-arts (SCENstaat voor Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). Het is danniet nodig dat de arts, naast de SCEN-consulent, ook een andere artsraadpleegt die deskundig is om de wilsbekwaamheid van de patiënt te3Kamerstukken II, 2023/2024, 36 410 XVI, nr. 71.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1117 beoordelen, zoals een psychiater, specialist ouderengeneeskunde ofklinisch geriater. Nodig is dan wel dat de diagnose dementie lege artis (opde gebruikelijke medische wijze) is gesteld. Bij twijfel over de wilsbe-kwaamheid wat betreft het euthanasieverzoek van de patiënt ligt hetvolgens de RTE wél voor de hand dat de arts specifiek daarover adviesvan een onafhankelijk deskundige vraagt.4 Volgens de RTE blijkt uit dedossiers dat regelmatig een specialist ouderengeneeskunde betrokken isbij het beoordelen van de wilsbekwaamheid.In zes meldingen die in 2024 door de RTE zijn beoordeeld, was sprake vanpatiënten in een voortgeschreden stadium van dementie. Zij waren nietmeer wilsbekwaam ten aanzien van hun verzoek en niet meer in staat ombetekenisvol over hun verzoek te communiceren. Hun eerder opgesteldeschriftelijke euthanasieverzoek kwam in de plaats van een mondelingverzoek. In twee gevallen was al eerder door de arts die voornemens wasde euthanasie te verlenen de wilsonbekwaamheid vastgesteld. Het wasdan ook niet meer nodig om naast de SCEN-arts nog een andere arts,zoals een specialist ouderengeneeskunde, te raadplegen.Uit bovenstaande volgt dat een arts niet per definitie aanvullendeexpertise hoeft in te roepen wanneer er sprake is van een patiënt metdementie. En áls een arts van mening is dat dit wél noodzakelijk is, hij nietalleen advies kan vragen aan een psychiater, maar ook aan een specialistouderengeneeskunde of klinisch geriater. In de praktijk wordt regelmatigeen specialist ouderengeneeskunde geraadpleegd.De leden van de PVV-fractie vragen zich af wat er volgens het Expertise-centrum Euthanasie bekend is over de toename van (jonge) vrouwen dieeen verzoek voor euthanasie indienen. Zijn hiervoor achterliggendeoorzaken bekend? Waarom betreft dit vooral vrouwen, en ook nog opjonge leeftijd?In de jaarverslagen van de RTE wordt verslag gedaan van het aantalmeldingen van euthanasie en niet van het aantal verzoeken. Volgens deRTE was de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in hettotaal aantal ontvangen meldingen net zoals in voorgaande jarenongeveer gelijk: 4.996 mannen en 4.962 vrouwen. In 2024 ontving de RTE45 meldingen van patiënten onder de 30 jaar. Van deze 45 meldingenbetrof het 30 meldingen in de leeftijdscategorie 18–30 jaar waarbij hetlijden voortkwam uit een psychische aandoening (2023: 22), waarvan25 vrouwen (2023: 16) en 5 mannen (2023: 6).Uit het jaarverslag 2024 van Expertisecentrum Euthanasie (EE) blijkt dat,net als in eerdere jaren, de meerderheid van de hulpvragers bij EE vrouwis: er waren 2.760 hulpvragen van vrouwen en 2.022 van mannen. Erwerden 821 verzoeken van vrouwen ingewilligd en 591 verzoeken vanmannen. In 2023 ging het om 2.696 hulpvragen van vrouwen en 1.812hulpvragen van mannen en 783 ingewilligde verzoeken van vrouwen en486 ingewilligde verzoeken van mannen. Het aantal hulpvragen van jongemensen (<30 jaar) betrof in 2024: 305, waarvan 210 vrouwen en95 mannen. 15 verzoeken van vrouwen < 30 jaar werden ingewilligd en3 verzoeken van mannen < 30 jaar. In 2023 betrof het aantal hulpvragenvan jonge mensen (< 30 jaar): 322, waarvan 239 vrouwen en 83 mannen.Er werden 7 verzoeken van jonge vrouwen < 30 jaar ingewilligd en1 verzoek van een jonge man < 30 jaar.Bij EE is geen informatie bekend over de specifieke oorzaken van detoename van het aantal hulpvragen van vrouwen.Om inzicht te krijgen in de oorzaak van de stijging van het aantaleuthanasieverzoeken en -meldingen is in februari 2025 via ZonMw eenopdracht verstrekt voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Deresultaten van het onderzoek worden naar verwachting in juni 2026opgeleverd.4EuthanasieCode 2022, p. 49.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1118 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met veel belangstellingkennisgenomen van het jaarverslag over 2024 van de RTE. Zij hebben nogenkele vragen en opmerkingen hierbij.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zouden allereerst graagcomplimenten willen uitspreken voor de zorgvuldigheid van hetjaarverslag. Wanneer kan verwacht worden dat de doorlooptijden weer«normaal» zullen zijn en wat is hierin de ambitie?Sinds maart 2025 worden de zogenaamde «niet-vragen oproepende(NVO)»-meldingen reeds binnen de wettelijke termijn van zes wekenafgehandeld. Bij deze meldingen wordt er door de Regionale Toetsings-commissies Euthanasie (RTE) naar gestreefd om een melding binnen vijfweken af te doen. Indien de RTE de termijn van zes weken niet haalt,wordt daarvan een kennisgeving verzonden naar de desbetreffende arts.De doorlooptijd van zogenaamde «vragen-oproepende (VO)»-meldingenis vaak langer dan de wettelijke termijn van zes weken. Bij VO-meldingenkomt het namelijk vaker voor dat (schriftelijk) vragen gesteld worden aande arts, dat de arts verzocht wordt om op een vergadering een toelichtingte geven en/of dat het conceptoordeel twee weken in de discussieruimtewordt geplaatst. Sinds mei 2025 worden VO-meldingen in ieder gevalweer binnen de maximale wettelijke termijn van twee keer zes wekenafgehandeld.Hoe ziet het preventief noodplan eruit om in de toekomst te voorkomendat zich langere doorlooptijden voordoen?De RTE zal vanaf heden de instroom van meldingen in relatie tot debezetting van het secretariaat structureel monitoren, zodat eerder teanticiperen is op het ontstaan van mogelijke achterstanden.Daarnaast gaan het Ministerie van VWS en het Ministerie van J&V ditnajaar in gesprek met de RTE om te bezien welke specifieke maatregeleningezet kunnen worden wanneer uit de structurele monitoring blijkt dat er(grote) achterstanden ontstaan. Het uitgangspunt daarbij is dat eventueleaanpassing van processen van de RTE nooit ten koste mogen gaan van dekwaliteit van de toetsing.Is er extra financiering of fte’s nodig om de doorlooptijden snel op peil tebrengen en te houden?Zoals hierboven al is aangegeven, zijn de doorlooptijden inmiddels weernormaal. Of er in de toekomst extra financiering of fte’s nodig is, zalafhangen van de ontwikkeling van het aantal meldingen. RTE-ledenontvangen onder meer een vergoeding per afgehandelde melding en hetbijwonen van (commissie/ regio) vergaderingen. Deze vergoedingensyste-matiek heeft tot gevolg dat als het aantal meldingen omhooggaat, dekosten voor de afhandeling navenant stijgen. De stijging van de kostenhangt dus samen met de toename van het aantal meldingen dat beoor-deeld dient te worden en slechts beperkt met de eventuele uitbreiding vande leden om deze toename het hoofd te kunnen bieden.Waar mogelijk en noodzakelijk neemt de RTE maatregelen ten behoevevan een kwalitatief goede, effectieve en doelmatige toetsingsprocedure.Zo streeft de RTE ernaar dat medio 2026 alle meldingen van forensischartsen digitaal bij de RTE worden aangeleverd. Ook een verbetering vanhet huidige ICT-systeem met een adequate zoekfunctie draagt daaraan bij.Daarnaast wordt een plaatsvervangend secretaris benoemd gelet op hetbelang van de continuïteit van de aansturing van het secretariaat.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben tijdens het gesprek metde RTE op 14 mei 2025 begrepen dat er een herziening van de euthana-siecode zal plaatsvinden. Wat houdt deze herziening in? Op welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 1119 concrete punten is herziening gewenst en op basis van welke input wordtdit bepaald?In 2025 en 2026 vindt een herziening/actualisering van de EuthanasieCode2022 plaats. De EuthanasieCode zal niet alleen waar nodig wordengeactualiseerd op inhoud, ook zal de EuthanasieCode op gebruiksvriende-lijke wijze digitaal beschikbaar worden gesteld op de website van de RTE.Hierbij worden in elk geval de onderwerpen «uitvoering euthanasie»,«duo-euthanasie» en «patiënten met een psychische aandoening of meteen combinatie van een somatische aandoening en een psychischeaandoening» meegenomen. In het proces rondom de herziening/actualisering van de EuthanasieCode worden relevante partijen meege-nomen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben ook nog enkele vragenmet betrekking tot (eventuele) wachttijden bij het ExpertisecentrumEuthanasie. Zijn de huidige wachttijden bij het ExpertisecentrumEuthanasie voor euthanasie bij psychisch lijden bekend? Hoe lang is hetgemiddelde traject, waarbij rekening gehouden wordt met een inclusieftraject en het eventueel inzetten van alternatieven?In zijn jaarverslag 2024 zet Expertisecentrum Euthanasie (EE) uiteen hoehet proces rondom aanmelding en het verdere vervolg bij EE eruitziet. Deaanmeldingsfase bij EE start zodra een hulpvrager zich aanmeldt bij EE enaan de aanmeldvoorwaarden voldoet. EE heeft altijd eerst alle medischegegevens nodig. Voor iemand met psychisch lijden is er een extra stap.Naast het medische dossier is een recente beoordeling van de behan-delend psychiater nodig. EE geeft aan dat het door de huidige werkdrukbinnen de GGZ langer kan duren voordat deze beschikbaar is. Deverzamelde gegevens worden eerst zorgvuldig en grondig doorgenomenen samengevat om een volledig dossier op te stellen voor de volgendestap: de triage. Bij een medisch dossier van een patiënt met psychischlijden kan het soms gaan om een behandelgeschiedenis van wel 20 jaar.Bij de triage beoordeelt een casemanager van EE of het euthanasie-verzoek van de patiënt op basis van het medisch dossier voldoet aan dewettelijke criteria. Is dat het geval, dan kan er een ambulant team van eenarts en een verpleegkundige van EE gevormd worden.Bij een patiënt met psychisch lijden kan de triageconclusie ook zijn dat hijof zij naar het psychiatrisch spreekuur wordt doorverwezen. De gemid-delde wachttijd voor een psychiatrisch spreekuur was in 2024 gemiddeldzeven maanden. Na het gesprek wordt besloten of het euthanasieverzoekverder onderzocht zal worden door een team van een arts of psychiater eneen verpleegkundige met psychiatrische expertise. Voor patiënten metlichamelijk lijden is meestal binnen dertig dagen een ambulant teambeschikbaar voor een eerste gesprek. Voor patiënten met psychisch lijdenduurt dit langer, variërend van enkele maanden tot meer dan twee jaar.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag2024 van de RTE. De leden van de VVD-fractie hebben verschillendeopmerkingen en vragen aangaande dit jaarverslag.De leden van de VVD-fractie lezen in hoofdstuk 2 van het jaarverslag dater 427 meldingen zijn geweest van euthanasie bij patiënten met een vormvan dementie. Hoewel de RTE aangeeft dat de gegevens nog niet volledigzijn, geeft ze aan dat er in zes gevallen sprake was van wilsonbe-kwaamheid, waarbij het «eerder opgestelde schriftelijke euthanasie-verzoek kwam in de plaats van een mondeling verzoek». Dit aantal – zesgevallen – lijkt nogal in contrast te staan met de grote hoeveelheidmensen die een wilsverklaring of levenstestament hebben opgesteld, metname de mensen met een dergelijke verklaring of testament over hunwensen omtrent dementie en euthanasie. Kan het kabinet nader toelichtenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11110 wat de formele status is van een levenstestament of wilsverklaring in eeneuthanasietraject bij dementie?Op grond van artikel 2 lid 2 van de Wet toetsing levensbeëindiging opverzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) kan een arts gevolg geven aan eenschriftelijk euthanasieverzoek indien een patiënt niet langer in staat is zijnwil te uiten. Bijvoorbeeld door voortgeschreden dementie. Vereist is datde patiënt voordat hij in die staat geraakte «tot een redelijke waarderingvan zijn belangen terzake in staat werd geacht» (ofwel wilsbekwaamterzake was) en een schriftelijke verklaring heeft opgesteld waarin hij eenverzoek doet om levensbeëindiging. De arts mag dan de schriftelijkewilsverklaring opvatten als het verzoek als bedoeld in artikel 2 lid 1 Wtl.Daarmee heeft de schriftelijke wilsverklaring dezelfde status als eenmondeling verzoek om euthanasie.5 De zorgvuldigheidseisen van artikel 2lid 1 Wtl zijn in dat geval «van overeenkomstige toepassing». Dat betekentvolgens de wetsgeschiedenis dat de zorgvuldigheidseisen «zoveel alsfeitelijk mogelijk is in de gegeven situatie van toepassing zijn».6In het arrest van de Hoge Raad in de zogenoemde koffie-euthanasiezaakd.d. 21 april 20207 is door de Hoge Raad bevestigd dat euthanasie bijvergevorderde dementie mogelijk is op basis van een schriftelijkewilsverklaring waarin een dementieclausule is opgenomen. Volgens deHoge Raad heeft de arts de ruimte om deze schriftelijke wilsverklaring,met daarin het verzoek om levensbeëindiging, te interpreteren; dezeverklaring moet worden uitgelegd met het oog op het achterhalen van debedoelingen van de patiënt. Daarbij dient de arts te letten op alleomstandigheden van het geval en niet enkel op de letterlijke bewoor-dingen van het verzoek. Onduidelijkheden of tegenstrijdigheden vanwezenlijke aard kunnen eraan in de weg staan dat gevolg kan wordengegeven aan het verzoek. Verder dient ook bij deze groep, wilsonbe-kwame, patiënten aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen te wordenvoldaan zoveel als feitelijk mogelijk is. De Hoge Raad overwoog hierbij datbij vergevorderde dementie sprake is van een bijzondere situatie omdathier sprake is van een in tijd voortschrijdende aandoening waardoor depersoonlijkheid van de patiënt ingrijpend kan veranderen. Nakoming vande zorgvuldigheidseisen zal daarom compensatie moeten bieden voor hetonvermogen van de patiënt om zelf nog langer zijn wil te vormen en teuiten. In dat licht heeft de Hoge Raad de wettelijke zorgvuldigheidseisennader ingevuld. Waar het gaat om het vaststellen van het ondraaglijklijden is het volgens de Hoge Raad bijvoorbeeld niet voldoende als de inde schriftelijke wilsverklaring als ondraaglijke toestand beschrevensituatie zich voordoet. Hoewel van de arts niet kan worden gevraagd dathij de schriftelijke wilsverklaring bij de patiënt verifieert, moet de arts erwel van overtuigd zijn dat het lijden bij de patiënt ook actueel aanwezig is.Ook moet de arts bedacht zijn op contra-indicaties. Dan gaat het zowel omcontra-indicaties ten tijde van het opstellen van de schriftelijke wilsver-klaring die erop kunnen duiden dat de patiënt die verklaring had willenintrekken als om contra-indicaties nadat de patiënt wilsonbekwaamgeworden is. In het eerste geval mag de euthanasie niet worden uitge-voerd, in het tweede geval mag dat wel omdat de contra-indicaties nietmeer rechtstreeks kunnen worden opgevat als wilsuiting gericht op hetintrekken of aanpassen van het verzoek. Deze contra-indicaties kunnendan wel relevant zijn voor de beoordeling van de actuele lichamelijke engeestelijke gesteldheid van de patiënt. Te denken valt aan duidelijkeverbale uitingen of consequent gedrag van de patiënt die haaks staan opde eerder opgestelde schriftelijke wilsverklaring die aan uitvoering van hetverzoek in de weg staan.5EuthanasieCode 2022, p. 40.6Kamerstukken II, 2000/2001, 26 691, nr. 35.7HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:712.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11111 Kan het kabinet aantonen dat er voldoende voorlichting is over dezeformele status? Kan het kabinet zich uitspreken of zij vindt dat dezeformele status voldoet aan de verwachtingen van mensen omtrent hunwilsverklaring of levenstestament? Kan het kabinet haar rol en/of nadererol hierin schetsen?In het rapport van de vierde evaluatie van de Wtl wijzen de onderzoekerserop dat uit het burgeronderzoek is gebleken dat – ondanks diverseinspanningen door de jaren heen, waaronder de publicatie in 2015 vaneen Handreiking schriftelijk euthanasieverzoek – onder burgers nog steedsallerlei onduidelijkheden bestaan over de schriftelijke wilsverklaring alsbedoeld in artikel 2, lid 2, Wtl. Die onduidelijkheid betreft zowel despecifieke betekenis van de wilsverklaring binnen het stelsel van de Wtlals de vraag waaraan een door een patiënt op te stellen wilsverklaringinhoudelijk moet voldoen. De onderzoekers doen dan ook de aanbevelingom in samenspraak met maatschappelijke organisaties te voorzien invoorlichting aan burgers over het belang van een duidelijke schriftelijkewilsverklaring, over het belang van het regelmatig actualiseren enherbevestigen van deze verklaringen over de beperkingen van een dergelijke verklaring. Ook wordtaanbevolen te voorzien in mogelijkheden voor burgers om desgewenstondersteuning te krijgen bij het opstellen van een schriftelijke wilsver-klaring.In de kabinetsreactie op het rapport van de vierde evaluatie van de Wtlwordt door het toenmalige kabinet het belang van goede voorlichtingover de schriftelijke wilsverklaring onderschreven. Er is dan ooktoegezegd om met relevante patiënten- en belangenorganisaties,waaronder de Patiëntenfederatie en Alzheimer Nederland, in overleg tetreden hoe de bestaande voorlichting en ondersteuning met betrekking totde schriftelijke wilsverklaring kan worden verbeterd. Ook is toegezegd tebekijken hoe de voorlichting op rijksoverheid.nl verbeterd kan worden enop welke wijze de schriftelijke wilsverklaring in het Nationaal ProgrammaPalliatieve Zorg II een nadrukkelijke(r) plek kan krijgen.8 Dit najaar zal deKamer geïnformeerd worden over de stand van zaken.De leden van de VVD-fractie lezen in hoofdstuk 2 van dit jaarverslag dat er397 meldingen zijn geweest van euthanasie bij patiënten met eenstapeling van ouderdomsaandoeningen. Kan het kabinet nader toelichtenhoe deze «categorie» euthanasie zich verhoudt tot de potentieel nieuwe«categorie» euthanasie die mogelijk wordt bij het Initiatiefvoorstel-PodtWet toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek?9 Kan hetkabinet aangeven welke juridische verschillen er zijn en hoe deze zich metelkaar verhouden?Bij de invoering van de Wtl – waarmee de belangrijkste eisen uit dejurisprudentie werden gecodificeerd – is de wetgever ervan uitgegaan dathet lijden dat aan de inwilliging van een euthanasieverzoek ten grondslagligt, moet voortvloeien uit een medisch classificeerbare aandoening. Ditvereiste was ook aangenomen door de Hoge Raad in de zaak Brongersma(2002)10. Dat lijden kan, zoals de Hoge Raad in de zaak Chabot (1994)11bepaalde, zowel somatisch als psychisch van aard zijn. Niet is vereist dater een levensbedreigende aandoening bestaat. Een stapeling vanouderdomsaandoeningen – zoals slechtziendheid, slechthorendheid,botontkalking, gewrichtsslijtage, evenwichtsproblemen, cognitieveachteruitgang – kan oorzaak zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Eénof een optelsom van meerdere van deze aandoeningen en daarmee8Kamerstukken II, 2023/2024, 31 036, nr. 129Kamerstukken 35 534, nr. 710HR 24 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE8772, NJ 2003/167.11HR 21 juni 1994, ECLI:NL:HR:1994:AD2122, NJ 1994/656, m.nt. Schalken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11112 samenhangende klachten kan uitzichtloos en ondraaglijk lijden veroor-zaken.12Een euthanasieverzoek mag alleen door een arts ingewilligd worden. Eenarts is niet strafbaar indien hij heeft voldaan aan alle zorgvuldigheidseisenzoals opgenomen in de Wtl én van zijn handelen – levensbeëindiging opverzoek of hulp bij zelfdoding – melding heeft gemaakt bij de gemeente-lijke lijkschouwer.Zoals in de memorie van toelichting (MvT) bij het initiatiefvoorstel-PodtWet toetsing levenseindebegeleiding van ouderen op verzoek is vermeld,vormt het wetsvoorstel een aanvulling op de huidige uitzondering op destrafbaarstelling van hulp bij zelfdoding. Initiatiefneemster wil een nieuwewet initiëren, omdat de huidige euthanasiewet geen ruimte biedt voormensen die lijden aan het leven zonder medische grondslag. Met denieuwe wet wil initiatiefneemster het mogelijk maken dat mensen die hunleven als voltooid beschouwen en daardoor een duurzame doodswensontwikkelen, hulp krijgen van een «levenseindebegeleider» om hun levente beëindigen. Een medische grondslag is geen voorwaarde om eenuitdrukkelijk verzoek tot stervenshulp te kunnen inwilligen. Hetwetsvoorstel hanteert een leeftijdsgrens van 75 jaar en ouder. Naast hetontbreken van het vereiste van een medische grondslag en het hanterenvan een leeftijdsgrens van 75 jaar is een ander essentieel verschil met deWtl dat het initiatiefwetsvoorstel beperkt is tot hulp bij zelfdoding en geenlevensbeëindiging op verzoek omvat. Daarnaast wijkt het initiatiefwets-voorstel af van de Wtl in de zin dat op grond van het initiatiefwetsvoorsteleen levenseindebegeleider – zijnde, naast een arts, een verpleegkundige,psychotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog – hulp bij zelfdodingmag verlenen, mits de kopstudie tot «levenseindebegeleider» is voltooid.Het betreft een aparte kopstudie die ook toegankelijk is voor deze andereberoepsgroepen omdat volgens de initiatiefneemster de problematiek van«lijden aan het leven» dusdanig specifiek is, dat hiervoor ook specifiekedeskundigheid nodig is, die niet exclusief op het terrein van artsen ligt. Bijalgemene maatregel van bestuur worden nadere eisen gesteld aan detoelating, de inhoud van de opleiding en aan de instelling die de opleidingzal aanbieden. Het is de bedoeling dat de levenseindebegeleider demiddelen voor de hulp bij zelfdoding en een anti-emeticum (anti-braakmiddel) zelf voorschrijft en verkrijgt bij de apotheek.In het initiatiefwetsvoorstel zijn, net als in de Wtl, zorgvuldigheidseisenopgenomen waaraan de levenseindebegeleider moet voldoen. Indien aanalle zorgvuldigheidseisen voldaan wordt, is de levenseindebegeleider nietstrafbaar. Nadat de oudere is overleden, moet de levenseindebegeleider(net als in geval van euthanasie of hulp bij zelfdoding in het kader van deWtl) van zijn handelen melding doen bij de gemeentelijk lijkschouwer endient hij het daarbij behorende beredeneerd verslag van de door hemverleende stervenshulp te verstrekken. Dit verslag wordt door delijkschouwer ter kennis gebracht van één van de regionale toetsingscom-missies die krachtens het initiatiefwetsvoorstel worden ingesteld opdat deregionale toetsingscommissies de meldingen van levenseindebegeleidersaan de zorgvuldigheidseisen kunnen toetsen. In de MvT bij het initiatief-wetsvoorstel is aangegeven dat de initiatiefneemster met het wetsvoorstelbeoogt zoveel mogelijk aan te sluiten bij de staande praktijk binnen de Wtlen de Wet op de lijkbezorging. Als het initiatiefwetsvoorstel wordtaangenomen bestaan de twee wetten naast elkaar.12EuthanasieCode p. 25.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11113 Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieMet interesse hebben de leden van de D66-fractie kennisgenomen van debrief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overLevensbeëindiging en het jaarverslag 2024 van de RTE. Daartoe hebbendeze leden verdere vragen.Uit het jaarverslag 2024 van de RTE is gebleken dat er in zes gevallen nietvoldaan is aan de zorgvuldigheidseisen bij een uitgevoerd euthanasie-verzoek. Hierbij werd in vijf gevallen aan één criterium niet voldaan, inéén geval werd aan twee criteria niet voldaan. De leden van de D66-fractievinden het van groot belang dat de uitvoerende professionals zich veiligen voldoende geïnformeerd voelen. Zij moeten daarmee in staat wordengesteld om hun werk op de juiste manier en aan de hand van de criteriauit te voeren. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of er behoefte isaan meer scholing voor artsen en psychiaters. Of is er eventueel meerbehoefte aan intervisie, zodat er ook meer ruggenspraak en zekerheidvoor artsen ontstaat?In hoeverre er meer behoefte is aan scholing of intervisie voor artsen overeuthanasie in het algemeen is niet bekend. Wel is bekend dat er onderpsychiaters/artsen behoefte is aan meer kennis en expertise overeuthanasie bij psychisch lijden.Artsen/psychiaters die met een euthanasieverzoek van een patiëntgeconfronteerd worden, kunnen zich aan de hand van richtlijnen,standpunten en andere publicaties van de beroepsgroep laten informerenover de wettelijke criteria waaraan zij dienen te voldoen. Relevant in ditkader zijn onder meer het KNMG-standpunt Beslissingen rond hetlevenseinde, de KNMG/KNMP richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bijzelfdoding, de KNMG-handreiking Tijdig praten over het levenseinde, deKNMG-factsheet Palliatieve sedatie en euthanasie en hetKNMG-Stappenplan Euthanasie. Ook heeft de KNMG een Artseninfolijnwaar artsen voor advies terecht kunnen voor juridische en medisch-ethische vragen. Voor euthanasie bij psychisch lijden is er deNVvP-richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met eenpsychische stoornis. Deze richtlijn wordt momenteel herzien.Verder verschaft de EuthanasieCode van de RTE inzicht in de wijze waaropde wettelijke zorgvuldigheidseisen door de RTE worden uitgelegd. Ookkunnen artsen op de website van de RTE noodzakelijke informatie vindendoor onder meer de op de website gepubliceerde RTE-jaarverslagen engeanonimiseerde oordelen te raadplegen.Wat betreft scholing is er een e-learning Levenseinde en euthanasie vanhet Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) beschikbaar. Deze isdestijds ontwikkeld samen met KNMG. Verder heeft ook ExpertisecentrumEuthanasie (EE) op basis van jarenlange casuïstiek scholing voorcollega-artsen ontwikkeld. EE biedt modules aan via regionale nascholingen incompany training. Het gaat om scholingsaanbod zowel voorbeginnende als voor meer ervaren artsen. Ook is er recent een eersteNederlands Leerboek euthanasie uitgebracht. Het leerboek is geschrevenvoor alle zorgprofessionals (i.o.) die bij de voorbereiding of uitvoering vaneuthanasie betrokken kunnen zijn. En in februari van dit jaar was er eenNationaal Euthanasiecongres, een gezamenlijk initiatief van het centrumvoor palliatieve zorg Carend, EE en de Nederlandse Vereniging voor eenVrijwillig Levenseinde (NVVE).Verder wordt er via het landelijke kennis- en expertisenetwerk ThaNet –door middel van de website, een nieuwsbrief, voorlichting, scholing,netwerkbijeenkomsten en een jaarlijks symposium – kennis en expertiseverspreid over euthanasie bij psychisch lijden. Op de website van ThaNetzijn webinars en een e-learning beschikbaar. EE biedt een specifiekenascholingsmodule aan over «Euthanasie bij psychiatrie».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11114 Artsen die behoefte hebben aan steun en advies omtrent een euthanasie-verzoek kunnen verder te rade bij een SCEN-arts (SCEN staat voor Steunen Consultatie bij Euthanasie in Nederland). Deze artsen zijn speciaalopgeleid binnen het SCEN-programma van de KNMG, niet alleen om opte treden als onafhankelijk consulent, maar ook om artsen steun en advieste verlenen, met name inzake complexe euthanasieverzoeken zoals ingeval van psychiatrie, dementie of een stapeling van ouderdomsaandoe-ningen. Per 1 januari 2026 stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) eenspeciaal tarief in voor zorginhoudelijk advies voorafgaand aan eeneventuele SCEN-procedure (het raadplegen van een onafhankelijke arts, inde regel een SCEN-arts) bij complexe problematiek.Ook kunnen artsen voor steun en advies terecht bij de consulenten vanEE. Tot slot kunnen artsen natuurlijk altijd te rade bij collega-artsen die(meer) ervaring hebben met euthanasie.Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over definanciering voor ThaNet die dreigt te stoppen. ThaNet is een professi-oneel netwerk dat als doel heeft de zorg voor patiënten met een psychia-trische stoornis met een aanhoudende doodswens of geassisteerdedoodswens te verbeteren. ThaNet speelt een ontzettend belangrijke rol bijhet verlenen van goede zorg in Nederland: zij richten zich niet enkel oppsychiaters, maar op alle zorgprofessionals die met deze doelgroep werktin ggz-instellingen, ziekenhuizen en academische centra. Echter loopt desubsidie die ThaNet vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport ontvangt aan het einde van dit jaar af, waarbij er geen zicht is opverlenging. Alles wat ThaNet als belangrijke organisatie de afgelopenjaren heeft opgebouwd, zou daarmee compleet wegvallen. Daartoevragen de leden van de D66-fractie of de Minister dit als wenselijk ziet methet oog op het waarborgen van goede zorg. Daarnaast vragen deze ledenwat de plannen van de Minister zijn om toch te zorgen dat het bestaan vanThaNet niet in gevaar komt. Op welke termijn zal de Kamer hierovergeïnformeerd worden?ThaNet vervult inderdaad een belangrijke rol bij het verbeteren van dezorg voor mensen die psychisch lijden en een persisterende doodswensof euthanasiewens hebben. ThaNet heeft in de korte tijd sinds haaroprichting in 2023 een duidelijke positie verworven als landelijk kennis- enexpertisenetwerk. De activiteiten die ThaNet verricht, dienen dan ookgeborgd te worden.Bij de subsidieverstrekking aan ThaNet is het echter van meet af aan debedoeling geweest dat deze subsidie van tijdelijke aard zou zijn. Hetbetreft namelijk een projectsubsidie voor de periode 2023–2025 en geeninstellingssubsidie. ThaNet is zelf verantwoordelijk voor de verderecontinuering en borging van haar activiteiten. Tijdens het notaoverleg op16 juni jl. (Kamerstuk 36 624, nr. 16)De Korte (NSC) over een kritische reflectie op euthanasie bij psychischlijden van jonge mensen, heeft mijn ambtsvoorganger in reactie op demotie van D66 – waarin de regering wordt verzocht om de financieringvan ThaNet met één jaar te verlengen en ThaNet te adviseren overfinanciering na 2026 – aangegeven bereid te zijn om te bezien of detijdelijke projectsubsidie aan ThaNet met één jaar kan worden verlengd,zodat de resultaten van ThaNet beter geborgd kunnen worden door deberoepsgroep. Dit, onder voorbehoud dat er geen sprake mag zijn vanstaatssteun. Er is inmiddels contact geweest met ThaNet over devoorwaarden waaronder een verlenging mogelijk zou zijn. Over deverdere opvolging van deze motie en de andere door uw Kamer aange-nomen moties wordt uw Kamer zo spoedig mogelijk per brief geïnfor-meerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11115 Daarnaast maken de leden van de D66-fractie zich zorgen over decapaciteit waarover de RTE beschikt en het functioneren van de organi-satie in de aankomende jaren, gezien de stijging van het aantal euthana-sieverzoeken en de verhoogde complexiteit van bepaalde verzoeken.Daartoe vragen de leden van de D66-fractie of de RTE over voldoendeformatie en een toereikende begroting beschikt om hun belangrijke taakuit te blijven voeren, ook met het zicht op de komende jaren. Bestaan er alplannen om dit probleem te voorkomen? Zo ja, welke plannen zijn dit enop welke termijn zal de Kamer hierover geïnformeerd worden?De RTE zal vanaf heden de instroom van meldingen in relatie tot debezetting van het secretariaat structureel monitoren, zodat eerder teanticiperen is op het ontstaan van mogelijke achterstanden.Daarnaast gaan het Ministerie van VWS en het Ministerie van J&V ditnajaar in gesprek met de RTE om te bezien welke specifieke maatregeleningezet kunnen worden wanneer uit de structurele monitoring blijkt dat er(grote) achterstanden ontstaan. Het uitgangspunt daarbij is dat eventueleaanpassing van processen van de RTE nooit ten koste mogen gaan van dekwaliteit van de toetsing.Of er in de toekomst extra financiering of fte’s nodig zijn, zal afhangen vande ontwikkeling van het aantal meldingen. RTE-leden ontvangen ondermeer een vergoeding per afgehandelde melding en het bijwonen van(commissie/ regio) vergaderingen. Deze vergoedingensystematiek heefttot gevolg dat als het aantal meldingen omhooggaat, de kosten voor deafhandeling navenant stijgen. De stijging van de kosten hangt dus samenmet de toename van het aantal meldingen dat beoordeeld dient te wordenen slechts beperkt met de eventuele uitbreiding van de leden om dezetoename het hoofd te kunnen bieden.Waar mogelijk en noodzakelijk neemt de RTE maatregelen ten behoevevan een kwalitatief goede, effectieve en doelmatige toetsingsprocedure.Zo streeft de RTE ernaar dat medio 2026 alle meldingen van forensischartsen digitaal bij de RTE worden aangeleverd. Ook een verbetering vanhet huidige ICT-systeem met een adequate zoekfunctie draagt daaraan bij.Daarnaast wordt een plaatsvervangend secretaris benoemd gelet op hetbelang van de continuïteit van de aansturing van het secretariaat.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met ontzetting kennisgenomen vanhet jaarverslag 2024 van de RTE.Deze leden schrikken van de stijging in het aantal euthanasiegevallen, met10% tot 9.958 meldingen en tot 5,8% van het totaal aantal sterfgevallen.De RTE geeft aan dat er geen aanleiding is te veronderstellen dat dezestijging snel tot een einde zal komen. De leden van de BBB-fractie makenzich grote zorgen over deze ontwikkeling. Herkent de Staatssecretaris zichin het beeld dat euthanasie steeds meer een reguliere behandeloptiewordt in plaats van een uiterste noodgreep? Welke concrete stappenonderneemt de Staatssecretaris om te voorkomen dat euthanasie inNederland verder normaliseert?Vooropgesteld zij dat euthanasie geen «reguliere behandeloptie» is.Euthanasie betreft bijzonder medisch handelen en is een mogelijke optiein het geval het uitzichtloos en ondraaglijk lijden van een patiënt niet opandere wijze kan worden verlicht of weggenomen. Dit, onder devoorwaarde dat aan alle andere wettelijke zorgvuldigheidseisen wordtvoldaan. Euthanasie is geen (afdwingbaar) recht van de patiënt noch eenplicht voor de arts. Het aantal meldingen van euthanasie ten opzichte vanhet totale sterftecijfer is weliswaar iets toegenomen, namelijk van 5,4% in2023 naar 5,8% in 2024, maar één en ander wijst niet op «normalisering»van euthanasie in Nederland.Om inzicht te krijgen in de oorzaak van de stijging van het aantaleuthanasieverzoeken en -meldingen is in februari 2025 via ZonMw eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11116 opdracht verstrekt voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Deresultaten van het onderzoek worden naar verwachting in juni 2026opgeleverd.Hoewel de RTE meldt dat in de meeste gevallen zorgvuldig wordtgehandeld, werd in zes gevallen vastgesteld dat niet aan de wettelijkezorgvuldigheidseisen is voldaan. Elk geval van onzorgvuldigheid is er watbetreft de leden van de BBB-fractie één te veel. De leden van BBB-fractievragen: hoe beoordeelt de Staatssecretaris het feit dat ondanks hetzorgvuldigheidssysteem toch zes gevallen niet aan de eisen voldeden?Welke verbetermaatregelen acht de Staatssecretaris noodzakelijk om dezerisico’s verder te minimaliseren?Uit de recente evaluatie van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoeken hulp bij zelfdoding (Wtl) volgt dat deze wet zorgvuldig wordttoegepast. Het jaarverslag van de RTE uit 2024 ondersteunt het beeld vaneen zorgvuldige praktijk. Bij zes van de in totaal 9.958 ontvangenmeldingen, ofwel 0,06%, is de RTE tot het oordeel gekomen dat niet aande wettelijke zorgvuldigheidseisen was voldaan. Bij vijf van deze zesmeldingen was er geen sprake van een schending van één van desubstantiële zorgvuldigheidseisen.13 Substantiële zorgvuldigheidseisenzijn de eis dat het verzoek vrijwillig en weloverwogen is en de eis datsprake is van uitzichtloos en ondraaglijk lijden.Uit het jaarverslag 2024 van de RTE blijkt, dat het in twee gevallen gingom een schending van de zorgvuldigheidseis met betrekking tot deconsultatie en in drie gevallen om een schending van de zorgvuldig-heidseis met betrekking tot de medisch zorgvuldige uitvoering.Bij één melding ging het om de grote behoedzaamheid die een arts inacht moet nemen als het euthanasieverzoek (grotendeels) voortkomt uitlijden dat het gevolg is van een psychische aandoening. De meldingbetrof een vrouw tussen de zeventig en tachtig jaar oud die al meer danvijftig jaar leed aan een dwangneurose en bij wie tevens sprake was vanlichamelijk lijden door een wervelfractuur. De arts was geheel afgegaanop de conclusie van de consulent dat er geen aanvullende diagnostieknoodzakelijk was. Hierdoor was naar oordeel van de RTE niet voldaan aanhet vereiste van het raadplegen van een onafhankelijk psychiater envoldeed de arts niet aan de vereiste grote behoedzaamheid.Uit de cijfers van de RTE blijkt dat artsen bij het verlenen van euthanasiein het algemeen grote zorgvuldigheid betrachten. De RTE constateert ineen enkel geval dat een arts niet aan één van de zorgvuldigheidseisenheeft voldaan. Het is aan de arts die voornemens is om euthanasie teverlenen om zich goed op de hoogte te stellen van de wettelijke vereistenen de medisch professionele standaard.Artsen/psychiaters die met een euthanasieverzoek van een patiëntgeconfronteerd worden, kunnen zich aan de hand van richtlijnen,standpunten en andere publicaties van de beroepsgroep laten informerenover de wettelijke criteria waaraan zij dienen te voldoen. Relevant in ditkader zijn onder meer het KNMG-standpunt Beslissingen rond hetlevenseinde, de KNMG/KNMP richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bijzelfdoding, de KNMG-handreiking Tijdig praten over het levenseinde, deKNMG-factsheet Palliatieve sedatie en euthanasie en hetKNMG-Stappenplan Euthanasie. Ook heeft de KNMG een Artseninfolijnwaar artsen voor advies terecht kunnen voor juridische en medisch-ethische vragen. Voor euthanasie bij psychisch lijden is er deNVvP-richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met eenpsychische stoornis. Deze richtlijn wordt momenteel herzien.13Op grond van de Aanwijzing vervolgingsbeslissing inzake actieve levensbeëindiging opverzoek (euthanasie en hulp bij zelfdoding) is strafrechtelijke vervolging geïndiceerd bijschending van een substantiële zorgvuldigheidseis. In alle andere gevallen daarentegen kanvoor een (voorwaardelijk) sepot worden gekozen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11117 Verder verschaft de EuthanasieCode van de RTE inzicht in de wijze waaropde wettelijke zorgvuldigheidseisen door de RTE worden uitgelegd. Ookkunnen artsen op de website van de RTE noodzakelijke informatie vindendoor onder meer de op de website gepubliceerde RTE-jaarverslagen engeanonimiseerde oordelen te raadplegen.Wat betreft scholing is er een e-learning Levenseinde en euthanasie vanhet Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) beschikbaar. Deze isdestijds ontwikkeld samen met KNMG. Verder heeft ook ExpertisecentrumEuthanasie (EE) op basis van jarenlange casuïstiek scholing voorcollega-artsen ontwikkeld. EE biedt modules aan via regionale nascholingen incompany training. Het gaat om scholingsaanbod zowel voorbeginnende als voor meer ervaren artsen. Ook is er recent een eersteNederlands Leerboek euthanasie uitgebracht. Het leerboek is geschrevenvoor alle zorgprofessionals (i.o.) die bij de voorbereiding of uitvoering vaneuthanasie betrokken kunnen zijn. En in februari van dit jaar was er eenNationaal Euthanasiecongres, een gezamenlijk initiatief van het centrumvoor palliatieve zorg Carend, EE en de Nederlandse Vereniging voor eenVrijwillig Levenseinde (NVVE).Verder wordt er via het landelijke kennis- en expertisenetwerk ThaNet –door middel van de website, een nieuwsbrief, voorlichting, scholing,netwerkbijeenkomsten en een jaarlijks symposium – kennis en expertiseverspreid over euthanasie bij psychisch lijden. Op de website van ThaNetzijn webinars en een e-learning beschikbaar. EE biedt een specifiekenascholingsmodule aan over «Euthanasie bij psychiatrie».Artsen die behoefte hebben aan steun en advies omtrent een euthanasie-verzoek kunnen verder te rade bij een SCEN-arts (SCEN staat voor Steunen Consultatie bij Euthanasie in Nederland). Deze artsen zijn speciaalopgeleid binnen het SCEN-programma van de KNMG, niet alleen om opte treden als onafhankelijk consulent, maar ook om artsen steun en advieste verlenen, met name inzake complexe euthanasieverzoeken zoals ingeval van psychiatrie, dementie of een stapeling van ouderdomsaandoe-ningen. Per 1 januari 2026 stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) eenspeciaal tarief in voor zorginhoudelijk advies voorafgaand aan eeneventuele SCEN-procedure (het raadplegen van een onafhankelijke arts, inde regel een SCEN-arts) bij complexe problematiek.Ook kunnen artsen voor steun en advies terecht bij de consulenten vanEE. Tot slot kunnen artsen natuurlijk altijd te rade bij collega-artsen die(meer) ervaring hebben met euthanasie.Gezien het geringe aantal meldingen waarin de RTE tot het oordeel«onzorgvuldig» is gekomen, acht ik geen verbetermaatregelen aange-wezen.Het verslag meldt dat in 2024 opnieuw euthanasie is verleend aan eenminderjarige patiënt. Daarnaast zijn er meldingen van euthanasie bijpatiënten met psychisch lijden. De leden van de BBB-fractie vinden hetschrikbarend dat euthanasie bij minderjarigen en mensen met psychischeaandoeningen steeds vaker voorkomt. Vindt de Staatssecretaris hetverantwoord dat in Nederland euthanasie mogelijk is bij minderjarigen,terwijl wetenschappelijk bekend is dat jongeren nog volop in ontwikkelingzijn? Welke extra waarborgen worden er getroffen om te voorkomen dateuthanasie wordt ingezet bij onzekere uitzichtloosheid, zoals bij jongerenen mensen die psychisch lijden? Hoe waarborgt de Staatssecretaris dateuthanasie geen «vluchtroute» wordt voor mensen die onvoldoendetoegang hebben tot passende zorg, bijvoorbeeld in de GGZ?In 2024 was er sprake van één melding van euthanasie bij een minder-jarige patiënt. Daarbij was geen sprake van een psychische aandoening.Het ging om een patiënt met een aangeboren genetische aandoening dieernstige lichamelijke problemen veroorzaakte, alsmede een verstandelijkebeperking. Euthanasie bij een minderjarige patiënt komt heel weinig voor.In de periode 2015–2024 heeft de RTE 16 meldingen van minderjarigenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11118 ontvangen. Bij 14 meldingen was het lijden een gevolg van een lichame-lijke aandoening. Bij 2 meldingen in 2023 kwam het verzoek voort uitlijden dat het gevolg was van een psychische aandoening. Deze tweemeldingen zijn in 2024 beide als zorgvuldig beoordeeld.Bij de totstandkoming van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoeken hulp bij zelfdoding (Wtl) is bewust gekozen voor de huidige leeftijds-grenzen waarbij een patiënt van 12 jaar en ouder om euthanasie kanverzoeken. Heeft een patiënt de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt danmoeten de ouders of voogd met de euthanasie instemmen. De leeftijds-grenzen in de Wtl sluiten aan bij de Wet op de geneeskundige behande-lingsovereenkomst (Wgbo). Met de huidige leeftijdsgrenzen in de Wtl ende Wgbo gelden in de hele geneeskunde dezelfde leeftijdsgrenzen voorhet nemen van medische beslissingen door een patiënt. In Nederlandmogen jongeren vanaf 16 jaar zelfstandig medische beslissingen nemen.Het uitgangspunt is dat ook minderjarigen ondraaglijk en uitzichtlooskunnen lijden en een arts in uitzonderlijke omstandigheden op eeneuthanasiewens van een minderjarige patiënt mag ingaan.De professionele standaard voor euthanasie bij psychisch lijden isneergelegd in de richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten meteen psychische stoornis (2018) van de Nederlandse Vereniging voorPsychiatrie (NVvP). In de richtlijn is aangegeven dat extra behoed-zaamheid in acht moet worden genomen wanneer de grondslag van eenverzoek primair gelegen is in een psychische stoornis. Volgens de richtlijnis bij patiënten met een psychische stoornis uitzichtloosheid sterkpersoonsgebonden en individueel bepaald. Het gaat om een beoordelingdoor de arts van de individuele en persoonlijke situatie van deze uniekepatiënt. Op basis van richtlijnen, expertise en beloop van de behande-lingen van de individuele patiënt wordt een beoordeling van de uitzicht-loosheid gemaakt. Naarmate de patiënt jonger is, wordt grotere (maar nietper definitie absolute) terughoudendheid geadviseerd. De factor leeftijdmoet meegewogen worden bij de beoordeling of het verzoek welover-wogen is en daarmee van de wilsbekwaamheid. Hoe jonger de leeftijd,hoe stringenter de maatstaf voor wilsbekwaamheid moet zijn. Leeftijdspeelt ook mee in de overzienbare termijn waarop er zicht moet zijn opverbetering om van een redelijk behandelperspectief te spreken: hoejonger de patiënt, hoe langer de overzienbare termijn mag zijn dieacceptabel geacht wordt.Aan het verlenen van euthanasie op basis van psychisch lijden gaat eenzeer intensief en lang behandeltraject vooraf. Uit recent onderzoek naareuthanasieverzoeken vanwege psychisch lijden onder jonge mensen(< 24 jaar) blijkt dat patiënten aan wie euthanasie was verleend er sprakewas van een uitgebreide behandelgeschiedenis.14 Euthanasie kan geen«vluchtroute» zijn voor mensen die onvoldoende toegang hebben totpassende zorg, bijvoorbeeld in de GGZ. Om voor euthanasie inaanmerking te komen moet er sprake zijn van uitzichtloos en ondraaglijklijden en van het ontbreken van een redelijke andere oplossing. Het isbekend dat het complex is om bij een euthanasieverzoek op psychia-trische grondslag de uitzichtloosheid en de vraag of er nog redelijkeandere oplossingen zijn, te beoordelen. Dit vraagt dan ook uiterstezorgvuldigheid en behoedzaamheid, zoals ook in de NVvP richtlijn wordtaangegeven. Zeker waar het jongeren betreft. Dat door de aard vanpsychiatrische aandoeningen en psychiatrische behandelingen over deuitzichtloosheid geen absolute zekerheid kan worden verkregen, wordtdoor veel psychiaters als onvermijdelijk gezien. De NVvP-richtlijn wordtmomenteel herzien waarbij ook aandacht wordt besteed aan euthanasiebij psychisch lijden bij jonge mensen.14Lizanne J.S. Schweren e.a., Requests for Medical Assistance in Dying by Young Dutch PeopleWith Psychiatric Disorders, JAMA Psychiatry, January 2, 2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11119 De RTE signaleert dat de doorlooptijd van beoordelingen in het najaar van2024 is opgelopen tot 60 à 70 dagen, mede door capaciteitsproblemen.Inmiddels is dit verbeterd, maar de leden van de BBB-fractie vragen:welke structurele maatregelen worden genomen om de capaciteit van deRTE op peil te houden, zodat beoordelingen tijdig en zorgvuldig kunnenplaatsvinden?De RTE zal vanaf heden de instroom van meldingen in relatie tot debezetting van het secretariaat structureel monitoren, zodat eerder teanticiperen is op het ontstaan van mogelijke achterstanden.Daarnaast gaan het Ministerie van VWS en het Ministerie van J&V ditnajaar in gesprek met de RTE om te bezien welke specifieke maatregeleningezet kunnen worden wanneer uit de structurele monitoring blijkt dat er(grote) achterstanden ontstaan. Het uitgangspunt daarbij is dat eventueleaanpassing van processen van de RTE nooit ten koste mogen gaan van dekwaliteit van de toetsing.Of er in de toekomst extra financiering of fte’s nodig zijn, zal afhangen vande ontwikkeling van het aantal meldingen. RTE-leden ontvangen ondermeer een vergoeding per afgehandelde melding en het bijwonen van(commissie/ regio) vergaderingen. Deze vergoedingensystematiek heefttot gevolg dat als het aantal meldingen omhooggaat, de kosten voor deafhandeling navenant stijgen. De stijging van de kosten hangt dus samenmet de toename van het aantal meldingen dat beoordeeld dient te wordenen slechts beperkt met de eventuele uitbreiding van de leden om dezetoename het hoofd te kunnen bieden.Waar mogelijk en noodzakelijk neemt de RTE maatregelen ten behoevevan een kwalitatief goede, effectieve en doelmatige toetsingsprocedure.Zo streeft de RTE ernaar dat medio 2026 alle meldingen van forensischartsen digitaal bij de RTE worden aangeleverd. Ook een verbetering vanhet huidige ICT-systeem met een adequate zoekfunctie draagt daaraan bij.Daarnaast wordt een plaatsvervangend secretaris benoemd gelet op hetbelang van de continuïteit van de aansturing van het secretariaat.De leden van de BBB-fractie zijn van mening dat Nederland een grensheeft bereikt. Euthanasie mag nooit verworden tot een normale medischehandeling of een uitweg voor maatschappelijke tekorten in zorg enondersteuning. Zij roepen de Staatssecretaris op om stevig op de rem tetrappen, de menselijke waardigheid centraal te stellen en het maatschap-pelijk debat over de grenzen van euthanasie actief te voeren.Ik hecht eraan nogmaals te benadrukken dat euthanasie geen «normalemedische handeling» is. En dat euthanasie geen uitweg kan bieden voormaatschappelijke tekorten in zorg en ondersteuning. Om voor euthanasiein aanmerking te kunnen komen moet aan de zorgvuldigheidseisen van deWtl zijn voldaan. Verder geeft het rapport van de vierde evaluatie van deWet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl),zoals ook in de kabinetsreactie op het rapport is aangegeven, een positiefbeeld van de werking van de wet en komen de onderzoekers tot deconclusie dat de algemene doelstellingen van de Wtl nog steeds (involdoende mate) worden bereikt. Ook de oordelen van de RegionaleToetsingscommissies Euthanasie (RTE) laten zien dat er door artsenzorgvuldig wordt gehandeld.Er is dan ook geen reden om «stevig op de rem te trappen». Wel wordt inhet rapport van de vierde wetsevaluatie opgemerkt dat het gelet op dewaarborgfunctie van de Wtl belangrijk is dat de arts scherp blijft op devrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek van de patiënt, zekerwaar het gaat om patiënten bij wie het ziektebeeld mogelijk de wilsbe-kwaamheid beïnvloedt. Ik onderschrijf die oproep.Menselijke waardigheid is een fundamenteel uitgangspunt in het EVRM.Zo beschermt artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van deMens (EVRM) het recht op leven en beschermt artikel 8 het recht opTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11120 eerbiediging van het privé, familie- en gezinsleven. De wetgever heeft metde Wtl een balans gevonden in de bescherming van beide rechten.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met bezorgdheid kennisgenomen vanhet jaarverslag over 2024 van de RTE. Net als in voorgaande jaren namook in 2024 het aantal gevallen van euthanasie verder toe en het eindevan de toename lijkt nog niet in zicht. De leden van de SGP-fractie vindenhet daarom van groot belang dat er nader onderzoek gedaan wordt naarde oorzaken en achtergronden van de stijging. Begin 2025 is dit onderzoekvan start gegaan.15 Zij vragen of de cijfers van 2024 ook bij dit onderzoekbetrokken kunnen worden.De cijfers van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE) van2024 worden inderdaad bij het lopende onderzoek naar de oorzaak van destijging van het aantal euthanasieverzoeken- en meldingen betrokken. Ditonderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de motie Bikker(ChristenUnie). Op 3 februari 2025 is door ZonMw een opdracht verstrekttot het uitvoeren van een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naarde oorzaken van de absolute en relatieve stijging van het aantal euthana-siegevallen (verzoeken- en meldingen) waarbij deze oorzaken naderdienen te worden geduid vanuit (medisch-)ethisch perspectief. Deonderzoeksopdracht is verstrekt aan het Radboud UMC en wordt medeuitgevoerd door onderzoekers van UMC Utrecht, Amsterdam UMC enUMC Groningen. Het onderzoek is op 3 april 2025 van start gegaan. Deresultaten van het onderzoek worden naar verwachting in juni 2026opgeleverd.De leden van de SGP-fractie lezen dat de (afscheidnemend) voorzitter vande RTE blij is met het maatschappelijk debat over euthanasie vanwegepsychisch lijden bij jongeren. Volgens hem leidt debat leidt tot herbeves-tiging of juist aanpassing van maatschappelijke normen. Hij schrijft verderdat «de wettelijke normering van euthanasie en de controle achteraf doorde RTE een mooi voorbeeld zijn van de potentie die onze democratischerechtsstaat heeft om grote maatschappelijke tegenstellingen teoverbruggen en te komen tot een breed gedragen oplossing voor eenfundamenteel dilemma. Zo’n oplossing is naar haar aard een compromis.De uitdaging is om dit compromis niet te laten verstarren maar te latenmeedeinen met de tijd. De open normen in de wet maken dit mogelijkbinnen de harde grenzen die de wet ook stelt.» De leden van deSGP-fractie vragen de Staatssecretaris hierop te reflecteren. Kan hij zichvoorstellen dat de wetgever op enig moment besluit om de grenzen vande euthanasiewet aan te scherpen omdat zij de normen te open geformu-leerd vindt, bijvoorbeeld ten aanzien van euthanasie bij psychisch lijden?Zoals in de kabinetsreactie op de initiatiefnota van het lid De Korte (NSC)over een kritische reflectie op euthanasie bij psychisch lijden van jongemensen is aangegeven, moeten de zorgvuldigheidseisen van de Wtlblijkens de wetsgeschiedenis worden gezien als «open normen» dieonvermijdelijk abstract geformuleerd zijn en die in hun onderlingesamenhang voldoende bestendig zijn en niet zullen leiden tot een steedsverdergaande versoepeling bij de aanvaarding van levensbeëindiging opverzoek en hulp bij zelfdoding. Gezien het feit dat euthanasie bijzondermedisch handelen betreft, spelen medisch-professionele richtlijnen bij deinvulling van de open normen – binnen de kaders van de Wtl – eenbelangrijke rol. Het is aan de beroepsgroep – en in het geval van eutha-15Radboudumc.nl, 17 februari 2025, «Radboudumc leidt studie naar ontwikkelingen in deeuthanasiepraktijk» (https://www.radboudumc.nl/nieuws/2025/radboudumc-leidt-studie-naar-ontwikkelingen-in-euthanasiepraktijk)Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11121 nasie bij psychisch lijden aan de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie(NVvP) – om te bepalen wat de professionele standaard is.16 De NVvP isbezig met de herziening van de richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bijpatiënten met een psychische stoornis (2018). De NVvP verwacht hetgehele proces van herziening in het vierde kwartaal van 2026 afgerond tehebben en rond die tijd de nieuwe richtlijn te publiceren.De leden van de SGP-fractie constateren een toename van zogenaamde«duo-euthanasie». Dit kwam in 2024 54 keer voor (107 euthanasiemel-dingen). Hoe kijkt de Staatssecretaris naar deze ontwikkeling? Is ervolgens hem sprake van een «trend» en zo ja, hoe wenselijk vindt hij dat?In 2024 heeft de RTE 54 keer een «duo-euthanasie» beoordeeld, tegen33 keer in 2023. Er is geen specifieke verklaring voor de stijging van hetaantal meldingen van «duo-euthanasie». In de jaarverslagen van de RTEwordt sinds 2018 expliciet aandacht besteed aan de meldingen vaneuthanasie bij (echt)paren en op de website van de RTE worden enkeleoordelen waarbij sprake is geweest van «duo-euthanasie» gepubliceerd.Mogelijk dat dit heeft bijgedragen aan kennisvergroting overduo-euthanasie bij artsen (en patiënten) en de voorwaarden waaronder ditmag worden verleend.Relevant in dit kader is dat iedere arts die euthanasie verleent aan dewettelijke zorgvuldigheidseisen moet voldoen, ook bij een«duo-euthanasie» waarbij het dus gaat om twee afzonderlijke meldingen.Bij beide meldingen moet aan de zorgvuldigheidscriteria van de Wtlworden voldaan. De EuthanasieCode schrijft voor dat de arts of artsen inzo’n geval voor ieder van de partners een andere (SCEN-)consulentmoeten raadplegen. Dit is nodig om te waarborgen dat beide verzoekenom euthanasie afzonderlijk worden beoordeeld. Beide consulentenmoeten zich ervan vergewissen, dat er geen druk bestaat van de enepartner op (het euthanasieverzoek van) de andere partner. In 2024 is deRTE bij één melding waarbij sprake was van euthanasie bij een echtpaartot het oordeel gekomen dat de betreffende arts niet voldaan had aan dezorgvuldigheidseisen aangezien de arts slechts één consulentraadpleegde voor beide echtelieden.Het valt de leden van de SGP-fractie bij vergelijking van jaarverslagen vande RTE op dat het lastig is om een meerjarige vergelijking te maken vanhet verband tussen leeftijden en oorzaken voor euthanasie. Er zijn door dejaren heen steeds verschillende leeftijdscohorten gehanteerd en infor-matie wordt gefragmenteerd gepresenteerd in de jaarverslagen waardoorhet lastig is om bepaalde ontwikkelingen in kaart te brengen of verbandente leggen. De leden van de SGP-fractie vragen de Staatssecretaris om – inoverleg met de RTE – te bezien hoe deze informatie beschikbaar gesteldkan worden. Is het mogelijk om de harde data die ten grondslag ligt aande jaarverslagen te publiceren, of wordt dit reeds gedaan?Sinds 2016 wordt in het RTE-jaarverslag melding gemaakt van leeftijdsca-tegorieën en het aantal meldingen per leeftijdscategorie. Deze informatiewordt weergegeven door middel van een taartdiagram. Tot op heden zijndeze leeftijdscategorieën ongewijzigd gebleven en zij zullen verdergecontinueerd worden. In het jaarverslag wordt verder melding gemaaktvan het aantal meldingen per aandoening waarbij geen onderscheidwordt gemaakt naar leeftijd. De laatste jaren heeft de RTE wel enig inzichtgeboden in de leeftijdscategorieën ten aanzien van meldingen binnen decategorieën dementie, psychische aandoeningen en stapeling vanouderdomsaandoeningen, zij het niet specifiek voor alle door de RTE16Kamerstukken II, 2024/2025, 36 624, nr. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11122 gehanteerde leeftijdscategorieën. Nieuw in het jaarverslag 2024 is hetonderscheid tussen de categorie «combinatie van lichamelijke aandoe-ningen» en de categorie «combinatie van lichamelijke en psychischeaandoeningen». Voorheen werden deze meldingen geregistreerd onder decategorie «combinatie van aandoeningen». Het betreft dus een nadereuitsplitsing van een eerder bestaande categorie. De RTE onderzoektmomenteel de mogelijkheid om cijfers en grafieken op een apartewebpagina van de RTE te publiceren, zodat onder meer de ontwikkelingenvan aandoeningen in afgelopen jaren gevolgd kunnen worden. Ik zalverder in overleg treden met de RTE om te bezien hoe in de toekomstmeldingen dusdanig gepresenteerd kunnen worden in het jaarverslag dater een beter verband kan worden gelegd tussen leeftijdscategorieën encategorieën van aandoeningen.Vragen en opmerkingen van de leden van de ChristenUnie-fractieDe leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat de stijging van hetaantal meldingen van euthanasie ten opzichte van het totale sterftecijfervan 5,4% naar 5,8% hen zorgen baart. Deze leden hopen dat hetonderzoek naar de oorzaken van deze stijging inzicht biedt in de oorzakenen onderliggende bewegingen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de Staatssecretaris of decapaciteit van de RTE nog voldoende is nu het aantal meldingen blijfttoenemen, het afgelopen jaar een achterstand is opgelopen, en weeringehaald, en het van het grootste belang blijft, niet in het minst vanwegede complexe doelgroepen als mensen met dementie en psychiatrischlijden, om de beoordeling zorgvuldig te laten verlopen. Is de Staatssecre-taris het met de leden van de ChristenUnie-fractie eens dat vereenvou-diging van het toetsingsproces niet aan de orde is en geen oplossing isvoor het omgaan met de toenemende meldingen?Vereenvoudiging van het toetsingsproces is niet aan de orde. Conform deWet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl)wordt iedere door de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE)ontvangen melding van euthanasie getoetst door een commissiebestaande uit een jurist, een arts en een ethicus. Dit geldt zowel voor«niet-vragen oproepende (NVO)»-meldingen als voor «vragen-oproepende (VO)»-meldingen. Of er sprake is van een VO-melding, wordtbepaald door de vragen die een bepaalde melding oproept. Bijvoorbeeldomdat het gaat om complexe kwesties of omdat het dossier op bepaaldepunten niet duidelijk is.NVO-meldingen worden door ieder lid van de betreffende commissie inbeginsel digitaal beoordeeld. Indien nodig kan over de zaak digitaalworden overlegd. Als één van de drie commissieleden van mening is datde melding wél vragen oproept wordt de melding alsnog doorverwezenvoor behandeling op de maandelijkse commissievergadering, waar allevragen oproepende meldingen worden behandeld.De volgende meldingen worden op dit moment standaard als VO-meldinggeregistreerd:•Uitvoering op basis van een schriftelijke wilsverklaring bij een patiëntdie niet meer wilsbekwaam ter zake was (bijvoorbeeld door dementie);•De patiënt leed aan een psychische stoornis;•De patiënt had een psychische stoornis in de recente geschiedenis. VO,tenzij het gaat om een patiënt die om euthanasie verzoekt op grondvan lijden ten gevolge van een lichamelijke aandoening en die eendepressieve stoornis had, die goed behandeld en in remissie was,waarbij dus geen sprake meer was van een actuele depressie;•De patiënt was minderjarig;•De patiënt verkeerde in coma of in een toestand van verlaagdbewustzijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11123 •De patiënt had een (licht) verstandelijke beperking. In beginsel VO,tenzij er geen enkele twijfel was met betrekking tot de wilsbekwaam-heid van de patiënt ten aanzien van het euthanasieverzoek en devrijwilligheid en weloverwogenheid van het verzoek.17Uit bovenstaande volgt dat meldingen waarbij euthanasie is verleend aaneen patiënt die leed aan dementie, maar nog wilsbekwaam was tenaanzien van het euthanasieverzoek, niet standaard als VO-melding wordtgeregistreerd.Als de commissie voornemens is tot het oordeel te komen dat de arts nietovereenkomstig de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld, dan zal decommissie dit conceptoordeel vooraf voor een zwaarwegend adviesvoorleggen aan alle andere commissieleden en secretarissen. Ookwanneer er complexe meldingen zijn die meer reflectie vragen, wordendeze meldingen aan de alle leden voorgelegd.Om eerder te kunnen anticiperen op het ontstaan van mogelijke achter-standen zal de RTE vanaf heden de instroom van meldingen in relatie totde bezetting van het secretariaat structureel monitoren.Daarnaast gaan het Ministerie van VWS en het Ministerie van J&V ditnajaar in gesprek met de RTE om te bezien welke specifieke maatregeleningezet kunnen worden wanneer uit de structurele monitoring blijkt dat er(grote) achterstanden ontstaan. Het uitgangspunt daarbij is dat eventueleaanpassing van processen van de RTE nooit ten koste mogen gaan van dekwaliteit van de toetsing.Of er in de toekomst extra financiering of fte’s nodig zijn, zal afhangen vande ontwikkeling van het aantal meldingen. RTE-leden ontvangen ondermeer een vergoeding per afgehandelde melding en het bijwonen van(commissie/ regio) vergaderingen. Deze vergoedingensystematiek heefttot gevolg dat als het aantal meldingen omhooggaat, de kosten voor deafhandeling navenant stijgen. De stijging van de kosten hangt dus samenmet de toename van het aantal meldingen dat beoordeeld dient te wordenen slechts beperkt met de eventuele uitbreiding van de leden om dezetoename het hoofd te kunnen bieden.Waar mogelijk en noodzakelijk neemt de RTE maatregelen ten behoevevan een kwalitatief goede, effectieve en doelmatige toetsingsprocedure.Zo streeft de RTE ernaar dat medio 2026 alle meldingen van forensischartsen digitaal bij de RTE worden aangeleverd. Ook een verbetering vanhet huidige ICT-systeem met een adequate zoekfunctie draagt daaraan bij.Daarnaast wordt een plaatsvervangend secretaris benoemd gelet op hetbelang van de continuïteit van de aansturing van het secretariaat.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen een reflectie van deStaatssecretaris en de RTE op de gang van zaken nu. Kan de Staatssecre-taris aangeven welke dilemma’s of discussiepunten de RTE grosso modoziet door alle casussen heen?Het rapport van de vierde evaluatie van de Wet toetsing levensbeëin-diging op verzoek en hulp bij zelfdoding (Wtl) geeft, zoals ook in dekabinetsreactie op het rapport is aangegeven, een positief beeld van dewerking van de wet. De onderzoekers komen tot de conclusie dat dealgemene doelstellingen van de Wtl nog steeds (in voldoende mate)worden bereikt. Ook de oordelen van de Regionale ToetsingscommissiesEuthanasie (RTE) laten zien dat er door artsen zorgvuldig wordtgehandeld. Wel wordt in het rapport van de vierde wetsevaluatieopgemerkt dat het gelet op de waarborgfunctie van de Wtl belangrijk isdat de arts scherp blijft op de vrijwilligheid en weloverwogenheid van hetverzoek van de patiënt, zeker waar het gaat om patiënten bij wie hetziektebeeld mogelijk de wilsbekwaamheid beïnvloedt. Ik onderschrijf dieoproep.17Zie: Werkwijze commissie | Regionale Toetsingscommissie EuthanasieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11124 De RTE ziet geen rode draad door alle casussen heen wat betreftdilemma’s of discussiepunten.Deze leden vragen de Staatssecretaris ook of de RTE vindt dat de huidigezorgvuldigheidseisen en de manier van toetsen nog passen bij demeldingen die ze ontvangen.Sinds de inwerkingtreding van de Wtl in 2002 hebben vijf regionaletoetsingscommissies de wettelijke taak meldingen van artsen van eendoor hen uitgevoerde levensbeëindiging op verzoek of hulp bij zelfdodingte toetsen. De commissies zijn onafhankelijk; ze toetsen de euthanasiemel-dingen aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen en oordelen zonderbemoeienis van de Minister, politiek of derden.18 Of de wettelijkezorgvuldigheidseisen passend zijn, ziet de RTE als een politieke vraag.In het rapport van de vierde evaluatie van de Wtl geven de onderzoekersaan dat binnen de RTE aan de zinvolheid van het huidige systeem niet tenprincipale getwijfeld wordt. Aanpassingen van de wet (zoals het beperkenvan de beoordeling tot alleen VO-meldingen of tot een steekproefsgewijzeselectie van gevallen) zijn wat de bevraagde RTE-leden betreft nodig nochwenselijk. Ook onder andere betrokkenen, zoals artsen, is hierover niet ofnauwelijks discussie. De onderzoekers concluderen dan ook dat erkennelijk brede steun is voor het huidige toetsingssysteem.19Kan de Staatssecretaris reflecteren op de manier van verslaglegging vanalle euthanasietoetsingen, namelijk met een kwantitatief jaarverslagwaarin de verschillende karakteristieken van de jaarcijfers wordt gegeven,zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Vindt de Staatssecretarishet jaarverslag op deze manier nog steeds een afdoende kwaliteitsin-strument, zo vragen deze leden.De RTE legt met haar jaarverslag verantwoording af aan samenleving enpolitiek over de manier waarop zij haar wettelijke taak heeft uitgevoerd.Hierin zijn de belangrijkste cijfers opgenomen en worden relevante zakenaan de orde gesteld die in het verslagjaar hebben gespeeld. Ook komt inhet jaarverslag casuïstiek aan bod, met zowel veel voorkomende alsbijzondere meldingen van euthanasie en alle meldingen die in hetafgelopen jaar als «onzorgvuldig» zijn beoordeeld. In aanvulling daaroppubliceert de RTE geanonimiseerde oordelen op haar website. Dejaarverslagen en de gepubliceerde oordelen van de commissies geveneen beeld van de wijze waarop de commissies de wettelijke zorgvuldig-heidseisen voor euthanasie toepassen en interpreteren. Daarnaast geeftde RTE in haar EuthanasieCode een handzaam overzicht van de wijzewaarop zij de zorgvuldigheidseisen interpreteert.Ik ben van mening dat het jaarverslag – tezamen met de gepubliceerdeoordelen en de EuthanasieCode – een afdoende kwaliteitsinstrumentvormt. Daarbij wijs ik ook op de vijfjaarlijkse wetsevaluatie van de Wtl, dieinzicht biedt in de wijze en kwaliteit van toetsing door de RTE.De RTE onderzoekt momenteel de mogelijkheid om cijfers en grafieken opeen aparte webpagina van de RTE te publiceren, zodat onder meer deontwikkelingen van aandoeningen in afgelopen jaren gevolgd kunnenworden. Ik zal verder in overleg treden met de RTE om te bezien hoe in detoekomst meldingen dusdanig gepresenteerd kunnen worden in hetjaarverslag dat er een beter verband kan worden gelegd tussen leeftijds-categorieën en categorieën van aandoeningen.Wat vindt de Staatssecretaris ervan dat de RTE in afwijking van derichtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Psychiatrie lagere eisen18EuthanasieCode 2022, p. 9; Jaarverslag 2024 Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, p. 9.19Vierde evaluatie Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, Den Haag:ZonMw, mei 2023, p. 304–305.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11125 stellen aan de euthanasieprocedure, zo vragen de leden van deChristenUnie-fractie.Het uitgangspunt van de RTE is dat de arts bij patiënten bij wie heteuthanasieverzoek (in overwegende mate) voortkomt uit lijden dat hetgevolg is van een psychische stoornis altijd psychiatrische expertise moetinroepen. Dit vloeit voort uit de grote behoedzaamheid die in dergelijkesituaties van de arts wordt gevraagd. De RTE sluit hiermee aan bij deberoepsgroepen Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevorderingder Geneeskunst (KNMG) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie(NVvP). De RTE toetst of de arts een onafhankelijk psychiater heeftgeraadpleegd en of deze heeft beoordeeld of de patiënt wilsbekwaam ister zake van het verzoek, of het lijden uitzichtloos is en of redelijkealternatieven ontbreken. De arts kan volgens de RTE zelf beslissen of hijeen onafhankelijk psychiater náást een (SCEN-)arts raadpleegt, of een(SCEN-)arts die tevens psychiater is. Deze invulling door de RTE van devereiste grote behoedzaamheid wijkt inderdaad af van de criteria in deNVvP richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met eenpsychische stoornis. In deze richtlijn wordt namelijk een onderscheidgemaakt tussen verschillende fasen (een verzoekfase, beoordelingsfase enconsultatiefase) en vereist in alle gevallen de betrokkenheid van tweepsychiaters. De RTE maakt geen indeling in fasen en vereist deraadpleging van één onafhankelijk psychiater.20De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt in haar toezicht deprofessionele normen aan. Wanneer de IGJ van de RTE een oordeel«onzorgvuldig» in geval van psychisch lijden ontvangt, houdt zij bij hetonderzoek naar de melding onder meer de NVvP-richtlijn aan. Ook hetOpenbaar Ministerie (OM) houdt deze richtlijn aan wanneer zij het eenoordeel «onzorgvuldig» van de RTE ontvangt in geval van psychischlijden.Onder meer met het oog op de rechtszekerheid van artsen, patiënten enanderen die bij de uitvoering van euthanasie betrokken zijn, acht ik hetvan belang dat de EuthanasieCode van de RTE en de richtlijnen van deberoepsgroep met elkaar overeenstemmen. Ik heb dit dan ook onder deaandacht van de RTE gebracht.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het Openbaar Ministerie ofde Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd meldingen ontvangen hebbenover oordelen van de RTE die het predicaat zorgvuldig niet verdienden.Welke vervolgstappen hebben deze instanties vervolgens gezet?Op basis van artikel 9, tweede lid, onder a, Wtl zijn de RTE gehouden dezogeheten oordelen «onzorgvuldig» aan zowel de IGJ als aan het OMdoor te zenden.Het College van procureurs-generaal beoordeelt vervolgens op grond vanhet door de RTE meegezonden dossier welke afdoeningsbeslissing wordtgenomen. De uitgangspunten daarvoor zijn neergelegd in de Aanwijzingvervolgingsbeslissing inzake actieve levensbeëindiging op verzoek. Opbasis van de verkregen informatie beoordeelt het College of de arts eenstrafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt en, wanneer dat het geval is, ofhet opportuun is de arts hiervoor te vervolgen. Deze beoordeling is sterkafhankelijk van de weging van de concrete omstandigheden van hetgeval. Hoewel het oordeel van de RTE niet direct doorslaggevend is voorde afdoeningsbeslissing, weegt dit oordeel zwaar.Sinds de inwerkingtreding van de Wtl is één arts vervolgd wegens het nietnaleven van de zorgvuldigheidseisen (artikel 293 lid 2 Wetboek vanStrafrecht). In alle overige gemelde oordelen «onzorgvuldig» volgde eensepot. In 2024 betrof dit zes zaken. Behoudens melding door de RTE vande oordelen «onzorgvuldig» worden sommige uitgevoerde euthanasiever-zoeken door derden gemeld bij het OM, bijvoorbeeld door naasten die20EuthanasieCode 2022, p. 47.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11126 menen dat er niet zorgvuldig is gehandeld. Voor zover bekend gaat hetom minder dan 10 meldingen sinds 2017, waarvan in een aantalmeldingen ook aangifte is opgenomen. Tot op heden gaf geen van dezemeldingen aanleiding tot het starten van een strafrechtelijk onderzoek.De IGJ neemt de ontvangen oordelen «onzorgvuldig» altijd in onderzoek.De IGJ onderzoekt dan de rol en het functioneren van de betrokkenzorgverlener en/of zorgaanbieder. De RTE valt niet onder het toezicht vande IGJ. In het geval de RTE van oordeel is dat een arts wél heeft voldaanaan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen en derhalve tot het oordeel«zorgvuldig» komt, heeft de IGJ in beginsel geen rol. Tenzij de IGJmeldingen ontvangt die erop wijzen dat de RTE haar oordeel zou hebbengebaseerd op onjuiste of onvolledige informatie. In dat geval neemt deIGJ een dergelijke melding in onderzoek indien zij hiertoe aanleiding ziet.De IGJ heeft geen meldingen ontvangen van burgers en/of zorgprofessi-onals over oordelen die de RTE in 2024 heeft afgegeven, waarin volgensde melder de RTE ten onrechte het oordeel «zorgvuldig» heeft afgegeven.Ook heeft de inspectie geen meldingen van burgers en/of zorgprofessi-onals ontvangen over de oordelen «onzorgvuldig» die in 2024 door deRTE zijn afgegeven.De leden van de ChristenUnie-fractie maken zich zorgen over de stijgingvan het aantal meldingen van euthanasie bij patiënten met dementie ofpsychiatrie, van respectievelijk 27% en 59% tussen 2023 en 2024. Heeft deStaatssecretaris al enig beeld van de oorzaken van deze stijging? Wordendeze meest recente cijfers betrokken bij het onderzoek naar de stijging vaneuthanasiemeldingen?Er zijn geen feiten bekend die deze toename ten opzichte van 2023 kunnenverklaren. Naar aanleiding van de motie Bikker (ChristenUnie)21 is op3 februari 2025 door ZonMw een opdracht verstrekt tot het uitvoeren vaneen onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken van deabsolute en relatieve stijging van het aantal euthanasiegevallen(verzoeken- en meldingen) waarbij deze oorzaken nader dienen te wordengeduid vanuit (medisch-)ethisch perspectief. De onderzoeksopdracht isverstrekt aan het Radboud UMC en wordt mede uitgevoerd dooronderzoekers van UMC Utrecht, Amsterdam UMC en UMC Groningen. Hetonderzoek is op 3 april 2025 van start gegaan. De resultaten van hetonderzoek worden naar verwachting in juni 2026 opgeleverd. De meestrecente cijfers worden bij dit onderzoek betrokken.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel van de 30 patiëntenmet een psychiatrische stoornis onder de 30 jaar vrouw is. Wat was hungemiddelde leeftijd? Hoeveel verschillende artsen waren betrokken, alseerste behandelaar, bij deze 30 patiënten?Van de 30 meldingen van euthanasie op basis van één of meer psychia-trische aandoeningen die de RTE in 2024 ontving in de leeftijdscategorie18–30 jaar hadden 5 meldingen betrekking op een man en 25 op eenvrouw:21Kamerstukken II, 2023/2024, 36 410 XVI, nr. 71.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11127 Aantal door RTE ontvangen euthanasiemeldingen in 2024waarbij het verzoek voortkwam uit lijden dat het gevolgwas van een psychische stoornis bij mensen jonger dan30 jaarJonger dan30 jaar – manJonger dan30 jaar – vrouw20 jaar: 222 jaar: 723 jaar: 124 jaar: 325 jaar: 326 jaar: 127 jaar: 228 jaar: 729 jaar: 4010121000261210274 De 30 meldingen van euthanasie op basis van één of meer psychiatrischeaandoeningen bij jongeren onder de 30 jaar zijn afkomstig van 26 verschil-lende artsen: 10 psychiaters, 7 huisartsen, 4 medisch specialisten en5 «anders» (hieronder vallen o.m. artsen van EE die op het meldingsfor-mulier «arts EE» invullen zonder nadere specificatie van specialisme).Wat vindt de Staatssecretaris van de toename van het aantalduo-euthanasie-meldingen?In 2024 heeft de RTE 54 keer een «duo-euthanasie» beoordeeld, tegen33 keer in 2023. Relevant in dit kader is dat iedere arts die euthanasieverleent aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen moet voldoen, ook bij een«duo-euthanasie» waarbij het dus gaat om twee afzonderlijke meldingen.Bij beide meldingen moet aan de zorgvuldigheidscriteria van de Wtlworden voldaan. De EuthanasieCode schrijft voor dat de arts of artsen ingeval van een «duo-euthanasie» voor ieder van de partners een andere(SCEN-)consulent moeten raadplegen. Dit is nodig om te waarborgen datbeide verzoeken om euthanasie afzonderlijk worden beoordeeld. Beideconsulenten moeten zich ervan vergewissen, dat er geen druk bestaat vande ene partner op (het euthanasieverzoek van) de andere partner. In 2024is de RTE bij de beoordeling van één «duo-euthanasie» tot het oordeelgekomen dat de betreffende arts niet had voldaan had aan de zorgvuldig-heidseisen aangezien de arts slechts één consulent had geraadpleegdvoor beide echtelieden. Uit het oordeel dat hierover in het RTE-jaarverslagis opgenomen maak ik op dat zowel de arts als de consulent van ditvereiste niet op de hoogte waren. Ik wil dan ook benadrukken dat artsendie voornemens zijn om euthanasie te verlenen zich vooraf goed op dehoogte moeten stellen van de eisen die worden gesteld. Voor (SCEN)-consulenten geldt bij uitstek dat zij over de vereiste kennis dienen tebeschikken.Hoe wordt in het proces naar toestemming absoluut gegarandeerd dat ergeen sprake is van dwang of drang van de partner of naaste, zo vragen deleden van de ChristenUnie-fractie. Is het voldoende dat beide mensendoor een andere SCEN-arts worden bezocht?In de EuthanasieCode is aangegeven dat de arts die voornemens is omeuthanasie» te verlenen, zich ervan moet overtuigen dat het verzoek vande betreffende patiënt vrijwillig en weloverwogen is en dat het verzoekwordt gedaan zonder onaanvaardbare invloed van anderen. Omstandig-heden kunnen het nodig maken dat de arts ook onder vier ogen met depatiënt spreekt.22 Volgens het KNMG-standpunt Beslissingen rond hetlevenseinde is het raadzaam om in het geval een (echt)paar gezamenlijkom euthanasie vraagt, te bezien of beide verzoeken separaat kunnenworden beoordeeld en uitgevoerd. Aangezien een echtpaar meestal bij22EuthanasieCode p. 22Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11128 dezelfde huisarts is, veronderstelt dit dat er een andere arts betrokkenwordt die één van de euthanasieverzoeken in overweging neemt.23Wat de onafhankelijke consultatie in geval van duo-euthanasie betreft,schrijft de EuthanasieCode voor, zoals eerder is aangegeven, dat in datgeval de arts voor ieder van de partners een andere consulent raadpleegt.Beide consulenten moeten zich ervan vergewissen, dat er geen drukbestaat van de ene partner op (het euthanasieverzoek van) de anderepartner. De Wtl schrijft voor dat de consulent de patiënt moet zien.Uitgangspunt is dat de consulent de patiënt ook ziet zonder dat anderendaarbij aanwezig zijn.24 Ook in het KNMG-standpunt Beslissingen rond hetlevenseinde wordt aangegeven dat in geval van duo-euthanasie er tweeverschillende SCEN-artsen moeten worden geraadpleegd, die beidenindividueel met de verschillende partners spreken in het kader van deformele consultatie. Dit om te waarborgen dat iedere casus afzonderlijkwordt beoordeeld en om te voorkomen dat de partners druk uitoefenenop elkaar en op de uitvoerend arts.25Met bovenstaande procedure wordt – mits deze inderdaad wordtopgevolgd – voldoende gewaarborgd dat er geen sprake is van dwang ofdrang van de partner of naaste.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen hoeveel tijd een RTE-lidgemiddeld besteedt aan een melding die als niet-vragen-oproepend(NVO) is geselecteerd. Wat wordt ten aanzien van een NVO-melding opeen digitale vergadering besproken? Hoeveel meldingen worden perdigitale vergadering gemiddeld besproken? Hoeveel tijd besteedt eenRTE-lid gemiddeld aan een melding die vragen oproept of als zodanig isgeselecteerd?Als indicatie voor de gemiddelde tijd die een RTE-lid besteedt aan eenNVO-melding wordt 15 minuten aangehouden. Gemiddeld krijgt eencommissielid steeds vijftien NVO-meldingen ter digitale behandelingtoebedeeld. Voor een vragen-oproepende (VO)-melding wordt alsindicatie voor de gemiddelde voorbereidingstijd 24 minuten per meldingaangehouden, los van de vergadertijd. Iedere VO-melding wordtvervolgens tijdens een fysieke vergadering besproken. Op een fysiekevergadering worden maximaal twaalf meldingen behandeld. De gemid-delde duur van een fysieke vergadering is vier uur. Eén en ander hangtechter af van de aard en complexiteit van de betreffende meldingen en ofeen arts is uitgenodigd om tijdens een vergadering een mondelingetoelichting op een melding te komen geven. Iedere melding – zowel VO-als NVO – wordt getoetst aan alle wettelijke zorgvuldigheidseisen. Debeoordeling van een melding is maatwerk. Het hangt van de specifiekemelding af wat er wordt besproken.In het rapport van de vierde evaluatie van de Wtl geven de onderzoekersaan dat vrijwel alle bevraagde commissieleden van de RTE bevestigen dathet hen in het algemeen lukt om de te beoordelen meldingen zorgvuldigdoor te nemen. Een aantal van hen gaf daarbij wél aan dat het hen meertijd kost dan ervoor staat en dat de werkdruk weer toeneemt door hetstijgende aantal meldingen. De commissieleden zijn vrijwel allemaaltevreden over de kwaliteit van de beoordeling van zowel NVO- alsVO-meldingen.26Wat was de aard van de twintig meldingen die in de «discussieruimte»zijn geplaatst, zo vragen de leden van de ChristenUnie-fractie. Hoeveelleden mengen zich gemiddeld in een discussie over een dergelijkemelding?23KNMG-standpunt Beslissingen rond het levenseinde, KNMG, 2021, p. 35.24EuthanasieCode p. 33.25KNMG-standpunt Beslissingen rond het levenseinde, KNMG, 2021, p. 35.26Evaluatierapport p. 213Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11129 In de discussieruimte worden alle voorgenomen onzorgvuldigemeldingen geplaatst. Daarnaast komen daarin ook standaard alle artikel 2lid 2 meldingen: euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring.Tevens worden meldingen in de discussieruimte geplaatst waarbij decommissie besluit dat de casus zich leent om plenair te behandelen,bijvoorbeeld als het gaat om een bepaalde interpretatie van één van deopen normen in de Wtl.In 2024 had een aantal meldingen in de discussieruimte betrekking op dewilsbekwaamheid in het kader van dementie, het niet raadplegen van eenonafhankelijk psychiater, een minderjarige met een psychiatrischeaandoening en het consulteren van één consulent bij duo-euthanasie.Meldingen op basis van een psychische aandoening worden nietstandaard in de discussieruimte geplaatst. Wel bespreekt de commissiedeze meldingen altijd op een fysieke vergadering.Het secretariaat van de RTE houdt niet bij hoeveel leden zich mengen ineen discussie. Het gemiddelde aantal reacties op een melding die in dediscussieruimte is geplaatst, ligt rond de tien. Het komt voor dat andereleden de casus lezen zonder een reactie te plaatsen, bijvoorbeeld omdatde reactie al verwoord is door een ander lid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 647, nr. 11130
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.