KamerkringInloggen
Kamerbrief

Weerbare ketens: stappen naar strategische voorraden en verwerking van kritieke grondstoffen

9 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 8074b5e8b897aa78 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 395 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 december 2025Eerder is uw Kamer geïnformeerd over de aanpak van het kabinet tenaanzien van kritieke grondstoffen, waaronder voorraadvorming1, deverwerking2 en het gebruik in de defensie-industrie3. Met deze briefinformeer ik uw Kamer over de stappen die door het Ministerie vanEconomische Zaken op deze terreinen worden gezet. Daarbij staat hetveiligstellen van onze open strategische autonomie centraal, door teverkennen op welke wijze Nederland en Europa voorraden kunnenaanleggen en de verwerkingscapaciteit (raffinage en recycling) kanworden opgebouwd die noodzakelijk is om de weerbaarheid van onzewaardeketens te vergroten.Daarnaast geef ik met deze brief invulling aan de motie van de ledenDassen en Grinwis over het versneld uitvoeren van de NationaleGrondstoffenstrategie (NGS) en het aanleggen van Nederlandse enEuropese voorraden van kritieke grondstoffen4, en aan de motie van hetlid Dassen over het in Europees verband pleiten voor het opzetten van eendefensie-ecosysteem voor de leveringszekerheid van kritieke grond-stoffen5.Noodzaak van een bestendige inzet op leveringszekerheid vankritieke grondstoffenZonder kritieke grondstoffen en strategische materialen is het vervaar-digen van veel essentiële producten niet mogelijk. Deze grondstoffen zijnzowel in hun ruwe vorm als in de toepassing binnen halffabricaten encomponenten onmisbaar voor veel producten die wij dagelijks gebruiken.Hieronder vallen ook producten die van belang zijn voor onze nationale1Kamerstuk 32 852, nr. 3192Kamerstuk 32 852, nr. 3253Kamerstuk 32 852, nr. 3264Kamerstuk 31 985, nr. 875Kamerstuk 32 852, nr. 331 kst-32852-395ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3951 veiligheid, gezondheid en energievoorziening. De beschikbaarheid ervanis bepalend voor de economische ontwikkeling, de strategischeautonomie en de veiligheid van Nederland en Europa. Kritieke grond-stoffen zijn bijvoorbeeld essentieel voor de productie van batterijen enwindmolens maar ook voor de vervaardiging van halfgeleiders enfregatten.De vraag naar kritieke grondstoffen gaat enorm toenemen, met namevanwege de energietransitie6, digitale transitie en toepassingen inluchtvaart en defensie. Bovendien brengt afhankelijkheid van met nameChina aanzienlijke risico’s met zich mee. Toenemende geopolitiekespanningen en de dominantie van enkele landen in waardeketens kunnenleiden tot verstoringen in de toelevering en economische schadeveroorzaken. Nederlandse en Europese bedrijven worden hierdoorgeconfronteerd met hogere kosten, vertragingen in de productie en insommige gevallen zelfs het risico op een volledige productiestop. Zoondervinden Europese bedrijven verstoringen in de levering vanpermanente magneten, met grote gevolgen voor de hightech-,automotive- en consumentenelektronica-industrie. Het (tijdelijk) stilleggenvan industriële activiteiten heeft bovendien brede maatschappelijkegevolgen, waaronder verlies van werkgelegenheid, verstoring vanproductie- en leveringsketens, hogere prijzen en een verminderdeeconomische groei.Deze ontwikkelingen benadrukken de noodzaak van structurele inzet viade Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) en de Europese Critical RawMaterials Act (CRMA). Overheid en bedrijfsleven dienen gezamenlijk enlangjarig te investeren in kennisontwikkeling, strategische voorraden,verwerkingscapaciteit, circulariteit, internationale partnerschappen, enmondiaal meer gespreide poductie- en leveringsketens.Ik onderschrijf de oproep van de leden Dassen en Grinwis om de inzet opde NGS, waar mogelijk, te intensiveren. Daarbij moet rekening wordengehouden met de grote verscheidenheid aan kritieke grondstoffen en hunverwerkingsvormen, de noodzaak tot samenwerking op nationaal,Europees en internationaal niveau en de vereiste mobilisatie van publiekeen private middelen. Van wezenlijk belang is bovendien dat het beleid tenaanzien van kritieke grondstoffen in de komende periode onverkort wordtvoortgezet, en dat ook een volgend kabinet hiervoor structureel debenodigde financiële middelen beschikbaar stelt.Ontwikkelingen verkenning voorraadvormingStrategische voorraden van kritieke grondstoffen, halffabricaten encomponenten kunnen een belangrijke buffer vormen bij ernstigeverstoringen in de toelevering. Het belang hiervan wordt ook internati-onaal steeds sterker onderkend, onder meer binnen het InternationaalEnergieagentschap (IEA), de Europese Unie en de NAVO.Nederland neemt actief deel aan deze overleggen en pleit voor eengezamenlijke Europese aanpak. Zo’n samenwerking biedt schaalvoordelenen creëert mogelijkheden voor risicospreiding, gecoördineerde inkoop,opslag en distributie. Door nu al nationaal ervaring op te doen en onsinternationaal actief te positioneren, kan Nederland optimaal profiterenzodra gezamenlijke initiatieven concreet gestalte krijgen.Als voorbereiding zijn in Nederland twee pilots gestart. Hoewel het directegebruik van kritieke grondstoffen in ons land relatief beperkt is, kan6IEA, Global Minerals Outlook 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3952 Nederland, dankzij de combinatie van een efficiënte infrastructuur enruime ervaring in logistiek, opslag en overslag, uitgroeien tot eenbelangrijke internationale hub7.Lopende verkenningenDe eerste nationale pilot richt zich op de defensiesector. In het voorjaar is,in lijn met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie, een pilotgestart om te onderzoeken of en hoe voorraadvorming nodig is voor debouw van militaire schepen. De focus ligt op twee cruciale subsystemen:de radar en de scheepsromp. Dit gebeurt in samenwerking met deindustrie en kennisinstellingen. De resultaten worden begin 2026verwacht en kunnen bijdragen aan de vormgeving van voorraadvormingin zowel nationaal, Europees als NAVO-verband. Het Ministerie vanDefensie bekijkt daarnaast welke grondstoffen, hoewel niet officieel als«kritiek» aangemerkt door de Europese Commissie, toch van groot belangzijn voor militaire doeleinden, zoals munitiegrondstoffen.De tweede pilot betreft een civiele pilot, gericht op een verkenning binnenhet domein van de medische technologie. Deze keuze is passend gelet op:(1) het belang van continuïteit in de productie van medische apparatuur,(2) de essentiële rol van de Nederlandse productie voor de leveringsze-kerheid in Europa, en (3) het belang van kritieke grondstoffen voor devervaardiging van zowel halffabricaten als eindproducten.De tussentijdse resultaten van deze verkenning laten zien dat hetaanleggen van strategische voorraden een waardevolle bijdrage kanleveren als onderdeel van een bredere langetermijnstrategie om deweerbaarheid van een civiele waardeketen te versterken. Tegelijkertijd ligteen actieve rol van de overheid minder voor de hand bij zeer specifiekecomponenten en halffabricaten die slechts door één of enkele bedrijvenworden gebruikt. De vereiste certificering en de diversiteit aan verschil-lende componenten en halffabricaten maken het voor de overheidmoeilijk om strategische voorraden aan te leggen. In veel gevallenbeschikken bedrijven bovendien al over eigen commerciële voorraden alsoperationele buffer tegen prijsschommelingen. Een nationale strategischevoorraad kan in dergelijke gevallen effectiever worden gerealiseerd doorin samenwerking met bedrijven te verkennen welke bijdrage zij hierinkunnen leveren. Volledig publieke voorraden zijn daarentegen logischerbij meer uniforme halffabricaten, componenten en grondstoffen,waaronder specifieke metalen die door meerdere afnemers wordengebruikt, zoals koper.Hoewel beide pilots nog in uitvoering zijn, laten de eerste bevindingenzien dat strategische voorraadvorming in bepaalde gevallen perspectiefkan bieden, maar ook aanzienlijke juridische, financiële en organisato-rische vraagstukken oproept. Daarbij komt naar voren dat voorraad-vorming grofweg drie vormen kan aannemen – publiek, publiek-privaat ofprivaat – die elk hun eigen voor en nadelen kennen. Welke vorm het meestpassend is, hangt af van factoren zoals het aantal afnemers, de liquiditeitvan de markt en de mogelijkheden voor opslag. Door deze drie vormenverder uit te werken, kan Nederland effectief inspelen op internationaleinitiatieven. Zo groeien de pilots stap voor stap uit tot een structureleaanpak van strategische voorraadvorming: praktisch uitvoerbaar,internationaal ingebed en gericht op het versterken van de weerbaarheidvan onze ketens. Hiermee doen we ervaring op en kunnen we de juistekeuzes maken.7Kamerstuk 32 852, nr. 319Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3953 Multilaterale samenwerkingHet aanleggen van voorraden van kritieke grondstoffen, halffabricaten ofcomponenten is voor Nederland effectief en efficiënt wanneer ditinternationaal gebeurt. Het gaat om een zeer groot aantal verschillendegrondstoffen en bovendien ontbreekt in Nederland op dit moment debenodigde verwerkingscapaciteit (raffinage en recycling). Juist doorinternationale samenwerking benutten we schaalvoordelen en wordt deveerkracht van de gehele Europese waardeketen vergroot. Het is daarombeter als een nationaal voorraadvormingsprogramma ingebed is in eenbreder internationaal raamwerk. Om die reden neemt Nederland actiefdeel aan multilaterale gesprekken hierover in EU-, IEA- en NAVO-verband.In het kader van de EU Critical Raw Materials Act is op EU niveau eenwerkgroep rondom voorraadvorming opgericht onder de Critical RawMaterials Board, waarin alle lidstaten deelnemen. Deelnemers aan dezegroep zijn afgevaardigden die verantwoordelijk zijn voor voorraadvormingvan hun land. De huidige focus ligt op het delen van informatie over enervaringen met voorraadvorming binnen de EU. Lidstaten zijn op ditmoment niet verplicht om strategische voorraden aan te leggen. DeEuropese Commissie monitort eventuele bestaande voorraden op basisvan informatie die lidstaten aanleveren, en vanaf 24 mei 2026 zal deCommissie adviezen geven aan de lidstaten over aan te houdenvoorraden. Daarnaast is goed denkbaar dat landen wel over gaan totvoorraadvorming.De IEA-werkgroep voor kritieke mineralen (Critical Minerals Working Party,CMWP) werkt aan een voorstel voor een vrijwillig coördinatiemechanismevoor strategische voorraden van energie-gerelateerde kritieke grond-stoffen. Eind 2025 wordt dit aan de IEA-leden voorgelegd. Daarnaasthebben NAVO-bondgenoten, waaronder Nederland, tijdens de NAVO-topin juni 2025 met een zogenaamde Letter of Intent de gedeelde ambitieuitgesproken te willen verkennen hoe multilaterale capaciteit kan wordeningezet voor het verwerven, opslaan, vervoeren en beheren vanvoorraden van kritieke grondstoffen voor defensiedoeleinden. In oktobervan dit jaar is gestart met deze verkenning.Ontwikkelingen verwerking kritieke grondstoffenNaast voorraadvorming is het vergroten van de verwerkingscapaciteit vankritieke grondstoffen van groot belang omdat zonder verwerking(bijvoorbeeld via raffinage of recycling) kritieke grondstoffen veelal nietdirect bruikbaar zijn voor de Europese industrie. Zonder voldoendeverwerkingscapaciteit blijven we hiervoor afhankelijk van landen buitende EU, terwijl juist de verwerking essentieel is om waardeketens te sluitenen grip te krijgen op leveringszekerheid. In de Kamerbrief «Verwerkingsca-paciteit kritieke grondstoffen»8 zijn reeds acties aangekondigd op de korteen de langere termijn om de vestigingscondities voor de verwerkendeindustrie te verbeteren. Hieronder wordt aangegeven wat de stand vanzaken is.KortetermijnmaatregelenIn de Kamerbrief Verwerkingscapaciteit kritieke grondstoffen heeft hetkabinet al geconstateerd dat de vestigingscondities voor de verwerkendeindustrie versterkt moeten worden. Op de korte termijn zijn daartoestappen gezet. Zo is er bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland(RVO) een centraal contactpunt ingericht dat als eerste aanspreekpunt8Kamerstuk 32 852, nr. 325Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3954 dient voor vragen en begeleiding rond vergunningverlening voorinitiatiefnemers van projecten op het gebied van kritieke grondstoffen.Daarnaast is dit voorjaar door het Ministerie van Economische Zaken eenwerkgroep opgezet met publieke financiers. Hierin zijn verschillendeministeries, Invest-NL, Invest International, RVO, Atradius Dutch StateBusiness (ADSB), en de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)vertegenwoordigd. Deze partijen brengen gezamenlijk in kaart welkepotentiële projecten in Nederland op het gebied van winning, verwerkingof recycling van kritieke grondstoffen door private partijen wordengeïnitieerd, en proberen te identificeren welke lacunes er zijn in hetoverheidsinstrumentarium om dergelijke projecten actief te ondersteunen.Tot op heden zijn ongeveer 90 initiatieven bij de werkgroep-deelnemers inbeeld. Individuele bedrijven kunnen zich presenteren in de werkgroep,waardoor zij gemakkelijk in contact komen met bestaand overheidsinstru-mentarium voor het stimuleren van verwerking van kritieke grondstoffen.Alleen in samenwerking met het bedrijfsleven kan de Nederlandseafhankelijkheid van kritieke grondstoffen worden verkleind. Naast dewerkgroep met financiers onderhoudt EZ regelmatig contact metbedrijven die aangeven een bijdrage te kunnen leveren aan de verwerkingvan kritieke grondstoffen. Het kabinet verkent met deze partijen op welkewijze zij kunnen bijdragen aan het versterken van voor Nederlandprioritaire waardeketens. Het betreft hierbij zowel grote ondernemingenals het midden- en kleinbedrijf en startups. Conform de toezegging van deMinister-President tijdens het debat over de informele Europese Raad van30 september 2025 kan ik u melden dat in dit kader ook contact plaats-vindt met het bedrijf Nyrstar.Ook werkt het Ministerie van Economische Zaken samen met de SpeciaalVertegenwoordiger Grondstoffenstrategie (SVG), het HavenbedrijfRotterdam (HbR) en de NFIA aan het in kaart brengen van devoorwaarden voor de ontwikkeling van kritieke grondstoffenprojecten. Hetgaat daarbij om technische, financiële, juridische en milieukundigeaspecten waaraan dergelijke projecten moeten voldoen. Het HbRontwikkelt samen met publieke en private partijen projecten voor kritiekegrondstoffen en brengt daarbij de randvoorwaarden in beeld die nodigzijn om publiek-private strategische samenwerkingen tot stand tebrengen. De NFIA is namens de Rijksoverheid de uitvoeringsorganisatievoor acquisitie van buitenlandse bedrijven. De NFIA heeft naast haarhoofdkantoor in Den Haag, 25 kantoren op Nederlandse ambassades enconsulaten wereldwijd en werkt samen met regionale acquisitiepartners inhet Invest in Holland-netwerk. In dit samenwerkingsverband wordtgekeken naar het gericht aantrekken van die buitenlandse bedrijven diehet meeste kunnen bijdragen aan de Nederlandse belangen op het gebiedvan kritieke grondstoffen.De SVG voert gesprekken met de industrie over de opties om verwerkingvan kritieke grondstoffen te ontwikkelen. Hij voerde de eerste helft van2025 onder meer gesprekken met sectoren die prioritair zijn onder deCRMA: defensie, energietransitie, digitalisering en lucht- en ruimtevaart.Daarnaast werkt de SVG samen met individuele bedrijven aan hetconcretiseren van diverse business cases gericht op het opzetten vanverwerkingscapaciteit in Nederland.Tot slot verkent Nederland samenwerking met onder meer Duitsland,Frankrijk en België om de verwerking van kritieke grondstoffen testimuleren. Gezien het grens overstijgende karakter van de waardeketensligt het voor de hand dat de uitbreiding van de Europese verwerkingsca-paciteit gezamenlijk wordt opgepakt. Samenwerking met een groepTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3955 landen met sterk verweven waardeketens kan daarbij fungeren alskatalysator, zowel voor de totstandkoming van concrete projecten als voorde verdere ontwikkeling van breder EU-beleid.LangetermijnmaatregelenDeze eerste acties laten zien dat er in Nederland wel degelijk initiatievenzijn, maar dat ondernemers vaak tegen belemmeringen aanlopen. Hetgaat daarbij zowel om vergunningverlening en ruimtelijke inpassing alsom financiering. Veel projecten zijn innovatief en kleinschalig, maar vallenbuiten bestaande financieringsinstrumenten die sterk gericht zijn opCO2-reductie. Ook ontbreekt het vaak aan zekerheid over langjarigeafnamecontracten, waardoor business cases moeilijk rond te krijgen zijn.Daarom verkennen we samen met betrokken partijen hoe deze belemme-ringen kunnen worden weggenomen, onder meer door te kijken naarbetere aansluiting van nationale financieringsinstrumenten en hetbevorderen van langjarige afnamecontracten via de Critical Raw MaterialsAct, zodat kansrijke projecten beter van de grond kunnen komen.Het Ministerie van Economische Zaken zet daarom niet alleen in op hetwegnemen van acute knelpunten voor individuele projecten, maar ook ophet structureel verbeteren van de condities waaronder bedrijven bereidzijn te investeren in de verwerkingsindustrie voor kritieke grondstoffen,zowel nationaal als in EU-verband. In het TNO-rapport over verwerkingvan kritieke grondstoffen in Nederland9, dat eerder aan uw Kamer isgezonden, zijn hiervoor aanbevelingen gedaan. Over deze aanbevelingenis het ministerie met betrokken partijen in gesprek, waarbij onder meeraandacht is voor energievoorziening, ruimte, vergunningen, personeel enfinanciering. Hieronder wordt per aanbeveling de stand van zakenuiteengezet.Wat betreft toegang tot financiering is de afgelopen maanden in dewerkgroep publieke financiers het relevante overheidsinstrumentarium inkaart gebracht. Dit instrumentarium is inmiddels beter toegankelijk via hetRVO-kennisplatform grondstoffen10. De inventarisatie maakt ook duidelijkdat er lacunes zijn in de financiële stimulering van verwerkingsprojecten.Specifiek instrumentarium voor verwerking van kritieke grondstoffenontbreekt nog. Bestaande regelingen zijn vaak primair gericht opCO2-reductie in het kader van de energietransitie en houden nog geenrekening met strategische autonomie of geopolitiek belang. Daardoorworden relevante kritieke grondstoffenprojecten vaak afgewezen.Bovendien zijn deze initiatieven vaak kleinschalig of innovatief, wat leidttot terughoudendheid bij financiers, terwijl verwerking juist hogeinvesteringen en aanzienlijk werkkapitaal vergt. Daar komt bij datmarktmanipulatie door derde landen rendabele business cases extraonder druk zet.Voor potentiële investeerders in projecten op het gebied van kritiekegrondstoffen is zekerheid over de toekomstige afzet van verwerktematerialen cruciaal om investeringen mogelijk te maken. Zonder dezezekerheid blijft het risicoprofiel hoog en komen projecten die bijdragenaan onze strategische autonomie en verduurzaming moeilijk van degrond. Langlopende afnamecontracten (off-take agreements) zijn daaromessentieel om business cases sluitend te krijgen en private financieringaan te trekken. Het in juli 2025 gelanceerde EU Energy and Raw MaterialsPlatform lijkt hier uitkomst te bieden, doordat het vraag en aanbod vanenergie gerelateerde producten en kritieke grondstoffen bij elkaar brengt.9Kamerstuk 32 852, nr. 32510Kennisplein kritieke grondstoffen | RVO.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3956 Het platform ondersteunt Europese bedrijven bij het afsluiten vanlangjarige afnamecontracten en biedt mogelijkheden voor gezamenlijkeinkoop (joint purchasing mechanisms). Daarmee wordt niet alleen deinvesteringszekerheid vergroot, maar ook de leveringszekerheid voor deEuropese industrie versterkt. Dit platform is inmiddels operationeel voorwaterstof en zal naar verwachting eind 2026 ook beschikbaar worden voorkritieke grondstoffen.De verwerking van kritieke grondstoffen vereist verschillende energie-intensieve processen, waaronder chemische en metallurgische. Deenergie-intensieve industrie (EII) kampt echter met hoge energieprijzen,internationale concurrentie en een forse verduurzamingsopgave. Hetkabinet werkt aan de juiste randvoorwaarden voor een toekomstbe-stendige EII. Met het pakket Groene Groei11 zijn daarin belangrijkestappen gezet. Veel van de benodigde maatregelen vragen om Europesecoördinatie. In dat licht zijn ook de voorstellen uit de Clean IndustrialDeal12 van belang. In de perspectiefbrief Energie-intensieve Industrie13,die 5 september jl. aan de Kamer is gestuurd, wordt nader ingegaan op deinzet van het kabinet voor een duurzame, concurrerende en weerbare EII.In de Kamerbrief «Industriebeleid met focus»14 benadrukt het kabinet dattoegang tot kritieke grondstoffen essentieel is voor de nationaleveiligheid. Het is daarom nodig onze afhankelijkheden in kaart te brengenen de nationale en Europese capaciteiten op het gebied van kritiekegrondstoffen te beschermen en versterken. Voor Nederland betekent dithet verder opbouwen van capaciteit voor het recyclen én raffineren vankritieke grondstoffen.De Ontwerp-Nota Ruimte is op 26 september 2025 aangeboden aan deTweede Kamer. In dit document staat hoe Nederland de schaarse ruimtein de toekomst wil gebruiken. Alle grote ruimtelijke vraagstukken komenhierin samen, ook die over kritieke grondstoffen en circulaire economie(het hergebruiken van grondstoffen en materialen). Deze ontwerp-nota ligtter inzage van 6 oktober tot 15 december 2025. Daarnaast is binnen hetNationaal Programma Circulaire Economie het thema «Circulaireeconomie en ruimte» opgenomen, waarin het Rijk samenwerkt metprovincies, gemeenten en andere partijen.Verder is voor de ontwikkeling van een verwerkende industrie voorkritieke grondstoffen vereist dat er voldoende goed opgeleide professi-onals beschikbaar zijn. Het kabinet stimuleert hiertoe, via het ActieplanGroene en Digitale Banen, de instroom van technisch en digitaal opgeleidpersoneel, onder meer door versterking van het onderwijs, verbeteringvan de arbeidsmarkttoegang en verhoging van de arbeidsproductiviteit.Daarnaast start dit jaar een landelijk koersoverleg met vertegenwoor-digers van de onderwijssector, het Aanvalsplan Techniek, het AanvalsplanChronisch tekort ICT’ers, en de overheid, waarin per thema kerngroepenworden ingericht.Tot slotHet versterken van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen is geenvrijblijvende keuze, maar een strategische en essentiële noodzaak. Zonderstructurele inzet en voldoende middelen blijven onze economie, defensie-capaciteit en samenleving kwetsbaar voor geopolitieke risico’s enmarktmanipulatie.11Kamerstuk 33 043, nr. 11412Kamerstuk 22 112, nr. 402013Kamerstuk 29 826, nr. 26414Kamerstuk: 29 826, nr. 277Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3957 Daarom blijf ik mij inzetten om samen met bedrijven en Europese partnersonze ketens weerbaarder te maken: door te oefenen met voorraad-vorming, te investeren in het aantrekken van verwerking, en doorinternationale samenwerking te versterken. Alleen door nu te handelenkunnen we de afhankelijkheid verminderen en de strategische autonomievan Nederland en Europa veiligstellen.De Minister van Economische Zaken,V.P.G. KarremansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3958

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 0e99993a7d742102

14 okt 2026 · bab534f7b8635e31

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.