Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 april 2026, over Humanitaire Hulp
Brontekst
Versie 60b9bbe1228af625 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 180Doen waar Nederland goed in is – Strategie voorBuitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerkingNr. 222 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 3 juni 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamen-werking en de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken hebben op1 april 2026 overleg gevoerd met de heer Sjoerdsma, Minister vanBuitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, over:–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 12 januari 2026 inzake de financiëleinvulling van humanitaire hulp in 2026 (Kamerstuk 36 180, nr.189);–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactiesloop UNRWA-gebouwen (Kamerstuk 26 150, nr. 242);–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 26 januari 2026 inzake kabinetsreactieop de aangenomen motie van het lid Van Baarle over bezien ofer vanuit de bestaande budgetten voor noodhulp een aanvul-lende bijdrage gedaan kan worden om de mensen in Gaza tehelpen tijdens de winter (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3287)(Kamerstuk 36 180, nr. 195);–de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 20 februari 2026 inzake reactie opverzoek commissie over toegang van hulporganisaties totGaza (Kamerstuk 36 180, nr. 197);–de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 30 maart 2026 inzake steun aanUNRWA (Kamerstuk 26 150, nr. 243);–de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake reactie opverzoek van het lid Dobbe over aanvallen op hulpverleners inLibanon en Gaza (Kamerstuk 23 432, nr. 716);–de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake besluit totherstellen financiering UNRWA (Kamerstuk 26 150, nr. 244); kst-36180-222ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2221 –de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake medischeevacuaties uit Gaza naar Nederland (Kamerstuk 23 432, nr.718);–de brief van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking d.d. 31 maart 2026 inzake antwoorden opvragen commissie over stand van zaken omtrent de medischecapaciteit in de Gazastrook en de regio (Kamerstuk 23 432, nr.629) (Kamerstuk 23 432, nr. 717).Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel enOntwikkelingssamenwerking,Den HollanderDe voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,KlaverDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingssamenwerking,Van der LeedenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2222 Voorzitter: StofferGriffier: ReindersAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Van Ark, Van Baarle,Bamenga, Ceder, Dobbe, Hoogeveen, Kröger, Lammers, Maes, Stoffer,Stöteler en Teunissen,en de heer Sjoerdsma, Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingssamenwerking.Aanvang 10.02 uur.De voorzitter:Goedemorgen. Van harte welkom bij dit commissiedebat Humanitairehulp. Ik werd tot mijn verrassing twee minuten geleden tot voorzittergebombardeerd, dus vergeef het me als ik even wat op moet warmen.Van harte welkom aan de collega’s. Ik zal niet alle namen van de aanwe-zigen opnoemen, zodat we daar niet te veel tijd aan kwijt zijn. Van hartewelkom aan de Minister en zijn ondersteuning. Uiteraard ook van hartewelkom aan alle mensen op de publieke tribune en de mensen diewellicht meekijken of meeluisteren. We hebben drie uur voor dit debat. Uheeft vier minuten spreektijd. Ik wil voorstellen om te maximeren op drieinterrupties, omdat we met vrij veel mensen zijn en we het anders zekerniet gaan redden. Ik heb daarnaast nog één vraag aan de commissie.Mevrouw Lammers is geen lid van deze commissie. Staat u haar toe ommee te doen aan dit debat? Ik zie daar geen bezwaren tegen, dus dan gaanwe dat doen.Mevrouw Lammers, u mag direct beginnen met uw vier minutenspreektijd.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Dank u wel, voorzitter. Laat ik met de deur in huis vallen: het is echtongekend en ongehoord wat deze Minister afgelopen week heeft gedaan.Hij heeft namelijk een dikke middelvinger opgestoken naar de TweedeKamer, die vorige week nog voor de begroting van BHO stemde, onder devoorwaarde dat er niet meer geld naar UNRWA zou gaan. De afbouw zoublijven staan. D66 had eerst haar naam onder het amendement-Krögerstaan, voor herstel van financiële steun aan deze organisatie. Deze naamis eraf gehaald, zodat er steun voor de begroting zou ontstaan. Hetamendement werd dan ook met een grote meerderheid verworpen: 118leden waren tegen. Daarmee leek de kous af, maar niets bleek minderwaar. Ondanks het signaal van 118 leden vorige week probeert deMinister met een slinkse truc zijn voorgenomen plannen om steun aanUNRWA te herstellen alsnog door te voeren, door wat te schuiven binnende begroting. Hij heeft hiermee onder valse voorwendselen een begrotingdoor de Kamer geloodst en daarmee de samenwerking met de minder-heidscoalitie behoorlijk ongeloofwaardig gemaakt. Hoe denkt de Ministerin de toekomst nog meerderheden te vinden als hij deze werkwijzevoortzet? U heeft geen meerderheid, Minister. Die had u vorige week nieten nu ook niet.Naast het feit dat de Minister de Kamer om de tuin heeft geleid, is hij ooknog eens nalatig geweest in de beantwoording van de schriftelijke vragenvan mijn fractie: «De duediligenceprocedures zijn op orde en er bestaangeen signalen dat Nederlands of EU-geld bij terroristische organisatiesterecht is gekomen». Is de Minister in een vlaag van verstandsverbijs-tering geraakt? Er liggen tal van rapporten die precies het tegenoverge-stelde laten zien. Vorig jaar maakte de UN Watch bekend dat 9 van de 19verdachte UNRWA-medewerkers betrokken waren bij de gruwelijkhedenop 7 oktober, dat 118 UNRWA-medewerkers verbonden zijn aan Hamas ofde Islamitische Jihad, dat 30 UNRWA-locaties zijn aangesloten op hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2223 tunnelnetwerk van Hamas en dat er nog eens 193 UNRWA-medewerkersgeïdentificeerd zijn als direct betrokken bij of als sympathisant vanHamas. Afgelopen zondag verscheen een analyse van NGO Monitor,waarin opnieuw wordt bevestigd dat Hamas hulporganisaties in Gazacontroleert, beïnvloedt en intimideert.In concreto betekent dit dat humanitaire hulp in Gaza plaatsvindt onderinvloed van een terroristische organisatie. Het kabinet neemt dezesignalen niet serieus en baseert zich grotendeels op eigen controles eninformatie van partnerorganisaties; onafhankelijk en diepgaand onderzoekontbreekt. Sterker nog, uit eerdere gevallen is gebleken dat er metNederlands belastinggeld zelfs salarissen zijn betaald aan betrokkenen dieverantwoordelijk waren voor de moord op een jong meisje. En wat doetde Minister? De Minister kijkt weg en verhoogt zelfs de bijdrage. Eenbedrag van 19 miljoen euro aan belastinggeld gaat niet naar de Neder-lander maar naar de lange arm van Hamas. Het is een omhelzing van eenterroristische organisatie. Hoe vindt de Minister zelf dat het gaat?Het moet mij dan ook van het hart dat ik de naïviteit van de PVV, de SGPen JA21 betreur. Waarom hebben zij zich zo in het pak laten naaien doordeze Minister? Waarom hebben zij voor de begroting gestemd? Wij willendat alle steun aan UNRWA onmiddellijk wordt stopgezet. Wij willen dat deMinister de Kamer serieus neemt en de verhogingen per direct terug-draait, en liever nog naar € 0 brengt. We moeten geen geld sturen engeen projecten en organisaties financieren die onder invloed staan vanHamas of die zelfs puppets van Hamas zijn. Kan de Minister dat hier en nutoezeggen?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Er zijn geen interrupties. Dan is het woordaan de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel. De afgelopen maand gaat in het parlement veel aandacht, enterecht ook, uit naar de oorlog in het Midden-Oosten en de economischegevolgen voor Nederlandse huishoudens en bedrijven. Het valt mij wel opdat er weinig aandacht is voor de economische gevolgen op andereplaatsen in de wereld. In Nigeria bijvoorbeeld zijn de prijzen aan de pompmet 65% gestegen en dat werkt natuurlijk door in de prijs van voedselpro-ducten en andere diensten. Dit is slechts een van de vele voorbeelden. Ikhoop dat we die open blik ook hier in de commissie kunnen blijvenhouden. Juist de meest kwetsbare mensen wereldwijd worden door deoorlog en daaropvolgende energiecrisis extra hard geraakt. Denkbijvoorbeeld aan vluchtelingenkampen die voor hun elektriciteitsvoor-ziening volledig afhankelijk zijn van dieselaggregaten. Ziet de Ministerruimte om ook op dit punt iets extra’s te betekenen?Voorzitter. Het is belangrijk om iets extra’s te doen, juist in een tijd waarinje ziet dat landen wereldwijd bezuinigen, inclusief Nederland. Ik hoop opmeer dan de 30 miljoen die nu in de Voorjaarsnota wordt vrijgemaakt. Datis een mooie stap, maar staat natuurlijk in geen verhouding tot debegroting, die eigenlijk een voortzetting is van wat PVV-minister Klever alsarchitect heeft ingezet. Ik hoop dan ook dat Minister Sjoerdsma dezebegroting weet op te plussen. Ik ben benieuwd naar zijn reactie daarop.Voorzitter. Een van de weinige veranderingen in de begroting hoorden wevan de Minister nadat de begroting was aangenomen, namelijk dat ermeer steun komt voor UNRWA. Ik vind dat proces ingewikkeld. Hetamendement werd verworpen; D66 heeft zich onttrokken aan hetamendement en heeft met de coalitiepartijen CDA en VVD tegengestemd.Vervolgens heeft JA21 aangegeven dat dat randvoorwaardelijk was voorsteun voor de begroting. De begroting is met steun van de rechtseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2224 partijen aangenomen en een paar dagen later wordt exact dat punt heelbreed in de media uitgemeten en gevierd als een overwinningspunt.Voorzitter. Ik vraag mij af hoe de Minister denkt over een paar maandennog een meerderheid te kunnen halen in een minderheidskabinet. Wijzelfhebben de begroting niet gesteund, omdat de koppeling niet hersteldwerd. Wij waren daar vorig jaar onder het kabinet-Schoof al kritisch op.Wij zijn er nog steeds kritisch over, want dit is een voortzetting daarvan.Maar ook over rechts lijkt er nu geen steun meer te zijn. Ik vind dat eeningewikkelde situatie, die ook raakt aan de vraag of er in de Kamer nogwel vertrouwen in de Minister is. Ik hoop ook op een antwoord van deMinister op de vraag hoe we hiermee voortaan omgaan met elkaar. Ookhet gejuich, zeg ik even tegen een aantal coalitiepartijen en de Minister-President, vind ik best ingewikkeld. Daarmee doel ik op het procesniveau.Over de inhoud heb ik in eerdere debatten al aangegeven wat ik preciesvan het amendement vind.Voorzitter. Kan de Minister aangeven hoe het vertrouwen dat volgens mijbij een aantal partijen geschonden is, hersteld kan worden? Waarom kiestde Minister er niet gewoon voor om veel meer geld uit te trekken voorontwikkelingssamenwerking in het algemeen, en niet alleen specifiek voorUNRWA?Voorzitter. Over humanitair recht. Welke concrete inspanning van deMinister kunnen wij verwachten voor het consequent toepassen van hethumanitair oorlogsrecht in Gaza en Libanon, in Sudan, in Congo en op zoveel andere plekken in de wereld?Voorzitter, deze bel duurt volgens mij een minuut, dus ik zou even willenpauzeren.De voorzitter:Ja, we houden even een minuut pauze voor de bel.Mevrouw Maes (VVD):Voorzitter, zou ik een vraag mogen stellen? Heeft u gezegd hoeveelinterrupties wij mogen doen?De voorzitter:Jazeker, drie interrupties.De bel is weer voorbij en ik geef de heer Ceder het woord voor zijn laatste40 seconden.De heer Ceder (ChristenUnie):Dank u wel, voorzitter. Welke concrete inspanning kunnen we van deMinister verwachten voor het consequent toepassen van het humanitairoorlogsrecht? Denk aan de situatie in Gaza, in Libanon, Sudan, Congo enop zo veel andere plekken in de wereld. Het gaat mij ook om het geweldtegen hulpverleners. Hoe kunnen we dat oppakken?Voorzitter. Wij hebben eerder gepleit voor openbaarmaking van hetonderzoek naar de dood van vijftien hulpverleners in Gaza. We hebbentoen ook gepleit voor een onafhankelijk onderzoek. We lezen dat dat erniet is gekomen. In hoeverre kan de Minister zich ook daarvoor inzetten,misschien ook in een breder gremium? Wat is aan de andere kant deNederlandse inzet om de Libanese regering te ondersteunen bij hetontwapenen van Hezbollah?Voorzitter. Mijn laatste seconden besteed ik aan Sudan. Sinds het laatstedebat hierover is het geweld daar nog verder geëscaleerd. Gisterenconcludeerde Artsen zonder Grenzen nog dat duizenden vrouwen inDarfur het slachtoffer zijn geworden van systematisch seksueel gewelddoor de RSF. Hoe zorgt dit kabinet voor maximale druk op zowel de RSFals de SAF, inclusief de landen die deze partijen steunen, ook metwapenleveranties, om dit conflict te stoppen?Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2225 De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. We gaan door naar mevrouw Kröger voorhaar vier minuten. Gaat uw gang.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. We leven in ongekende tijden. Sinds de TweedeWereldoorlog is er niet zo veel oorlog en geweld geweest. Honderdenmiljoenen mensen zijn op de vlucht en zijn afhankelijk van noodhulp.Ondertussen wordt er wereldwijd stevig bezuinigd op internationale hulp,ook door Nederland. Dit werd vorige week weer bevestigd toen hetminderheidskabinet met steun van rechts en radicaal-rechts de monster-bezuinigingen, waarvan 51 miljoen euro per jaar op noodhulp, doorzette.Een regio waar pijnlijk duidelijk wordt wat dat betekent, is Sudan. Daarvoltrekt zich al drie jaar de grootste humanitaire crisis ter wereld. Er issprake van grootschalig seksueel geweld, maar de noodhospitalen waarde vrouwen terechtkunnen na een brute verkrachting, worden wegbe-zuinigd. Er ligt een hulpvraag van de VN voor 300 miljoen, waar pas 16%van gefinancierd is. Wat wordt de concrete inzet van Nederland bij deconferentie over Sudan in Berlijn op 15 april? Hoeveel geld brengtNederland mee?De financiering van noodhulp is op het laagste niveau in tien jaar. Ditkabinet maakt het eigenlijk nog erger. Waarom negeert het kabinet eenaangenomen motie, gesteund door onder andere D66 en het CDA, waarinwordt verzocht om de hulp voor Oekraïne niet uit dit budget te halen? Die419 miljoen euro voor Oekraïne is 419 miljoen euro minder voor andereacute crises. Ook mijn fractie wil natuurlijk steun voor Oekraïne, maar nietuit dit potje.Voorzitter. Ondertussen worden hulpverleners steeds vaker het slachtoffervan geweld, in Sudan, maar ook in Gaza en Libanon. Het is een strategie.De Minister stelde bij de ontvangst van het AIV-rapport hierover: «Normensterven in stilte.» Mijn vraag aan de Minister is dus: hoe spreekt hij zich uitover wat er op dit moment in Libanon gebeurt? Dorpen worden verwoest.Er wordt door Israël geen onderscheid gemaakt tussen burgerdoelen enmilitaire doelen. Blauwhelmen worden vermoord. Gezondheidswerkersworden vermoord. Hulpverleners worden vermoord. Hoe gaat het kabinetzich hierover uitspreken en duidelijk stelling nemen over wat Israël op ditmoment doet in Libanon, in Gaza en op de Westbank?Voorzitter. Dan de enorme humanitaire nood in Libanon en Gaza. De enigeorganisatie die op grote schaal Palestijnse vluchtelingen in de regio kanhelpen, is UNRWA. Het is een goed en belangrijk signaal dat dezeorganisatie weer steun van Nederland krijgt, maar de manier waarop isonnavolgbaar. Eerst zoekt het kabinet voor een begroting steun overrechts, met kennelijk, zo begrijpen wij, de afspraak dat UNRWA niet meergesteund zou worden en mijn amendement het niet zou halen. Vervolgenszegt de Minister nu dat hij het voornemen heeft om UNRWA wel weer testeunen, maar zonder concreet budget en eigenlijk zonder steun vanuit deKamer. De Minister zal toch moeten kiezen. Wil hij investeren in noodhulp,ook aan Palestijnen, dan zal hij steun moeten zoeken over links. Wil hijdoor met het sloopbeleid van zijn voorganger, dan moet hij het pad overrechts vervolgen dat hij gekozen heeft. Dan is de voorwaarde kennelijk dater nooit steun voor UNRWA zal komen. Hier ligt een hele duidelijke keuzevoor.Tot slot, voorzitter. In Gaza is de medische infrastructuur compleetverwoest. Meer dan 4.000 Palestijnse kinderen hebben levensreddendezorg nodig die niet in de regio geboden kan worden. Zij wachten opmedische evacuatie. Nederland heeft na langdurige politieke onwil en naheel veel aandringen van de Kamer in oktober vijf Palestijnse kinderenopgevangen. Heeft de Minister de oproep van Nederlandse kinderartsengezien? Zij zeggen: wij kunnen en wij willen deze kinderen helpen. WeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2226 lezen in de brief dat hij welwillend gaat kijken, maar hij beschrijft dat hetprobleem is dat de grensovergang ...De voorzitter:Wilt u gaan afronden, mevrouw Kröger?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ja, laatste zin. Hij schrijft dat het probleem is dat de grensovergangdichtzit. Nou begrijpen wij dat op 26 maart nog zeventien patiënten,inclusief een ambulance, de grensovergang van Gaza naar Egypte hebbengepasseerd. Het is dus mogelijk. Wat gaat de Minister doen om te zorgendat wij ook daadwerkelijk die kinderen gaan opvangen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar de heer Stöteler, die ook vierminuten heeft.De heer Stöteler (PVV):Dank u wel, voorzitter. Ik wil beginnen bij de brief van het kabinet van26 januari jongstleden, waarin het reageert op de sloop van het UNRWA-hoofdkantoor door de Israëlische regering. Die sloop was natuurlijk eengevolg van de wet die elke activiteit van UNRWA op Israëlisch grond-gebied verbood. Die wet werd in oktober 2024 in de Knesset met 92stemmen voor en slechts 10 stemmen tegen aangenomen. Het is eendemocratisch genomen besluit, maar geen woord daarover in de brief vanhet kabinet van 26 januari. In die brief stond ook geen woord over degebeurtenissen die aanleiding gaven tot die wet, maar ik zal de Ministerdaar even aan helpen herinneren.Voorzitter. Op 7 oktober 2023 vond de bloedigste aanslag uit de Israëlischegeschiedenis plaats, waarbij 1.200 Israëlieten op brute wijze werdenvermoord en ruim 250 werden gegijzeld. Die gijzelaars werden vervolgensin Gaza gevangengehouden. Bij die aanslag waren UNRWA-medewerkersbetrokken. De gegijzelden werden gevangengehouden op onder meerUNRWA-locaties. Ten minste drie ontzette gijzelaars hebben dat nakunnen vertellen. UNRWA-medewerkers prezen massaal de 7 oktober-terreur. Ook waren er Hamasterroristen docent op UNRWA-scholen. Erstond zelfs een in Libanon gedode Hamasleider op de UNRWA-loonlijst.Hoeveel meer heeft dit kabinet nodig om te zien dat UNRWA en Hamastoch wel met elkaar verweven zijn? Hoeveel meer heeft het kabinet nodigom te zeggen dat Israël misschien wel een punt heeft?Voorzitter. Ik meen het serieus, want het verbaast me echt. Precies hettegenovergestelde gebeurt namelijk. De brief van het kabinet begint metde erkenning dat uitspraken van het Internationaal Gerechtshof alszodanig niet juridisch bindend zijn, om daarna drie alinea’s te spenderenaan hoe die uitspraken wel moeten worden opgevolgd en nageleefd, overhoe de instituten van de Verenigde Naties moeten worden beschermd engerespecteerd volgens het verdrag nopens de voorrechten en immuni-teiten van de VN. Welke voorrechten en immuniteiten precies, vraag ik deMinister. Om terroristen op je loonlijst te hebben? Om een oogje dicht teknijpen als er Israëlieten onder je neus gegijzeld worden gehouden?Immuniteit nadat je niets hebt gedaan in al die twintig jaar van tunnelsgraven, wapens verzamelen en terreur? Leg mij alsjeblieft uit hoe datwerkt.En wie beschermt in de tussentijd Israël? Wie beschermt Israël tegen deoneindige stroom aan resoluties van de Organisatie van de IslamitischeSamenwerking, de Arabische Liga – niet te verwarren met de koekjes – ende Beweging van Niet-Gebonden Landen, de Groep van 77, de AfrikaanseUnie en de hedendaagse Europese Unie? De afgelopen twee jaar hebbendeze blokken de Algemene Vergadering van de VN gebruikt om hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2227 Internationaal Gerechtshof te wapenen en uitspraken te ontlokken die hetrecht van Israël op zelfverdediging niet bestendigden maar aanvielen. Deenige democratie in het Midden-Oosten mag zich amper nog verdedigentegen de proxyterreur van de Islamitische Revolutionaire Garde.Voorzitter. Deze week kwam de klap op de vuurpijl. Vorige week nog werdde begroting van deze Minister vastgesteld. De afbouw van UNRWA wasdaar een essentieel onderdeel van. Het amendement-Kröger/Teunissen,dat die afbouw wilde terugdraaien, werd met 118 van de 150 stemmenverworpen. Nu zegt deze D66-minister een week na die overduidelijkeKameruitspraak: ik doe het toch. Dat is wat mij betreft een dikke middel-vinger naar de Kamer. Het zal best dat de Minister formeel debevoegdheid heeft om binnen zijn begroting tussen potjes te schuiven,maar deze Minister weet dat hier nota bene vorige week nog uitdrukkelijkdoor de Kamer over is gestemd en een duidelijke uitspraak is gedaan. DeMinister lijkt het gewoon aan zijn laars te lappen.Voorzitter. Of de Minister nou gisteravond zelf heeft besloten om dezekeutel weer half in te trekken of dat hij door zijn coalitiegenoten isteruggefloten, maakt nu weinig uit. Deze week heeft dit D66-kabinet aanheel Nederland laten zien volstrekt onbetrouwbaar te zijn. Laat dit dus eenles en een waarschuwing zijn voor al die zogeheten constructieveoppositiepartijen die dit kabinet aan meerderheden willen helpen. Nu zijnhet de toezeggingen aan JA21 en de SGP en uitspraken van 80% van deKamer die aan de laars worden gelapt, maar volgende keer zijn hetafspraken met u die garantie hebben tot dinsdag 16.00 uur, eindestemmingen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Dank u wel, voorzitter. Er is geen humanitaire hulp zonder hulpverleners.In tien jaar tijd is het aantal hulpverleners dat ieder jaar gedood wordtbijna verdrievoudigd. De vijftien hulpverleners die werden gedood in Gazawerden begraven naast hun ambulance, we weten het allemaal nog. Hetis nog steeds niet onderzocht, onafhankelijk onderzocht, zoals de heerCeder ook al zei. Drie dagen geleden werden negen ambulancemede-werkers gedood in Libanon. We zien het ook in Sudan en we zien het inOekraïne. Daarom is het goed dat het briefadvies Hulp onder vuur van deAIV en de CAVV er is. De kabinetsreactie hebben we gezien gisteren, maarwat niet terugkwam, is het in VN-verband pleiten voor een speciaalrapporteur of speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voorde humanitaire ruimte. Dat is ook een aanbeveling. Hoe kijkt de Ministerdaarnaar?De nadruk van het advies ligt op het inzetten van het politiek kapitaal alswapen tegen geweld tegen hulpverleners. Dat betekent dus strijdendepartijen consequent aanspreken op schendingen van het oorlogsrecht endaarin schiet kabinet gewoon echt tekort. Een recent voorbeeld. AmnestyInternational meldt dat door Israëlische aanvallen op ziekenhuizen enambulances 40 zorgverleners zijn gedood. Gisteren kwam er een jointstatement van de Minister van Buitenlandse Zaken met andere EuropeseMinisters over Libanon en geen woord over de aanvallen van Israël opLibanon. «Normen sterven in stilte», dat waren de woorden van dezeMinister tijdens de presentatie van het adviesrapport van de AIV en deCAVV. Alle strijdende partijen aanspreken op het oorlogsrecht, waaromvolgt de Minister dat advies niet op?De AIV en de CAVV zeggen ook dat stille diplomatie niet genoeg is. Dat isheel duidelijk. Zet verdergaande stappen bij grootschalige schendingenvan het humanitair oorlogsrecht. We zien dat dat wel gebeurt bij andereoorlogen dan die in Gaza en in Libanon, maar niet als gaat om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2228 Israëlische aanvallen op Libanon. Daar zien we het niet, net zoals we datniet zagen in Gaza. Hoe rijmt de Minister het handelen van de Neder-landse regering dan met dit advies van de AIV en de CAVV? Is de Ministerbereid om dubbele standaarden te vermijden door een vast stappenplanof een escalatieladder te maken? We hebben het hier al twee, tweeënhalfjaar over gehad. Wat kan het kabinet nog meer doen om het geweld en deoorlogsmisdaden te stoppen? Is de Minister bereid om daar een vaststappenplan of escalatieladder voor te maken, zodat we die dubbelestandaard kunnen voorkomen?Dan de medische evacuaties van ernstig zieke of zwaargewonde kinderenuit Gaza. We hebben maanden gewacht op een brief. Gisteren kwam diebrief dan uiteindelijk en nu lezen we dat het kabinet geen verderemedische evacuaties doet vanwege grenssluitingen. Twee vragendaarover. EUBAM meldt dat via de Rafah-grensovergang mensen medischkunnen worden geëvacueerd. UNOCHA rapporteert ook dat vanaf19 maart Rafah is geopend voor medische evacuaties. Hoe zit het dan metwat deze Minister daar in de brief over schrijft? Dat lijkt gewoon niet tekloppen en het kan dus ook geen reden zijn, want de medische evacuatiesvia die grensovergangen vinden daadwerkelijk plaats. Er wachten ook nogheel veel zieke en gewonde kinderen in de regio, vooral in Egypte. Diehebben al maanden gewacht op medische evacuatie en zitten nu inEgypte zonder zorg. Waarom evacueert deze regering dan niet kinderenvanuit de regio? Welke belemmering is er om dat te doen, behalvepolitieke wil? En wat betekent dan «welwillend kijken», zoals deze Ministerschrijft in zijn brief?Artsen zonder Grenzen publiceerde gisteren een rapport over seksueelgeweld in Darfur. Wat zij beschrijven is de inzet van systematischafschuwelijk seksueel geweld. Ik wil nu graag een reactie van het kabinetop dat rapport vragen. We lezen ook dat overlevenden worden geconfron-teerd met belemmeringen voor zorg, waaronder onveiligheid en geenbeschermingsdiensten. Wat kan deze Minister nu doen om te zorgen datdeze vrouwen en meisjes deze zorg en hulp wel krijgen?Dan Zuid-Sudan. Daar staat de ambassade op sluiten, maar dieambassade is wel cruciaal gezien de humanitaire situatie in Sudan en ookde humanitaire situatie in Zuid-Sudan. Welke ruimte is er om dezeambassade open te houden? Wat is ervoor nodig om dat te kunnen doen?De voorzitter:Zou u naar een afronding willen gaan, mevrouw Dobbe?Mevrouw Dobbe (SP):Zeker. Tot slot. Goed dat de Minister de humanitaire noden van dePalestijnen serieus neemt. Humanitaire hulp is keihard nodig en kan nietzonder UNRWA. Ik snap het besluit dat deze Minister heeft genomen omde financiering van UNRWA te herstellen dus heel goed. De manierwaarop snap ik niet zo goed, maar dat het besluit is genomen snap ik wel.Ik zou hem willen vragen om dat niet in de Najaarsnota regelen, maar nu.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan gaan we naar de heer Hoogeveen luisteren.De heer Hoogeveen (JA21):Voorzitter. Wat een interessant schouwspel, hoe de Minister de UNRWA-campagne heeft uitgerold. Tijdens de begrotingsbehandelingen in januarimaakte mijn fractie duidelijk dat wij de BHO-begroting, een overblijfselvan de bezuinigingen van het vorige kabinet, alleen zouden steunen alslinks de boel niet zou vertimmeren. Dagen voor de stemmingen bedanktede Minister ons voor onze steun, waarna ik hem wel meteen herinnerdeaan het feit dat ik met «vertimmeren» had bedoeld «UNRWA-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 2229 financiering». Dat was zuur voor D66, want collega Bamenga deed al meeaan een links amendement over UNRWA. Maar ja, de begroting moest viaJA21 en 50PLUS door de Kamer, want links ging niet mee in de bezuini-gingen. Zo verdween de heer Bamenga enkele uren voor de stemmingenplotseling onder het UNRWA-amendement vandaan en stemde de helecoalitie, inclusief D66, tandenknarsend tegen meer geld voor UNRWA. Destemverklaringen, met name die van mevrouw Kröger, hamerden op dehistorische bezuinigingen. En dat zelfs de partij van de heer Wilders ophet allerlaatste moment vóór een Ontwikkelingshulpbegroting heeftgestemd, zie je niet elke dag in dit huis. Eindelijk eens een begroting diemeer focust op handel en minder op hulp. Dagenlang regende hetrouwende linkse teksten op sociale media.Na het weekend besloot de Minister ineens toch dat hij UNRWA’sfinanciering vanaf 2026 zou herstellen. Dat een minderheidskabinet zesdagen na de stemming 180 graden tegen de Kamer ingaat, is ongehoord.De heer Stoffer en ik kregen van bijna de hele Kamer steun voor nadereopheldering en nu blijkt: het wordt een losse begroting, die ons lateralsnog wordt voorgelegd. Er gaat nu nog géén extra geld naartoe. DeKamer mag er op dat moment weer over stemmen. Waarom werd dit plandan nu al door de Minister gepresenteerd? Nou, de Minister en zijn partij –waarschijnlijk getergd door het feit dat ze tegen UNRWA-financieringhadden moeten stemmen om de begroting te redden – besloten dan maarom hun wil door te drukken. Na een aangenomen rechtse begroting, maarlater voor links nog wat kruimels om voor te stemmen: het is sluw, maarook gênant. Het roept de fundamentele vraag op hoe serieus dit minder-heidskabinet begrotingsmeerderheden neemt en bij welke begrotingen ditkabinet nog meer na de stemming weer gaat terugonderhandelen. Afijn,de VVD heeft samen met het CDA nu eenmaal getekend voor deze wensvan D66. We gaan erover stemmen en we zullen samen met de SGP dedruk hoog houden. Hopelijk zien deze partijen de meerwaarde in vanconstructieve rechtse partijen. Deze streek van het minderheidskabinetzullen we in ieder geval niet vergeten.Vragen aan de Minister. Hoeveel geld gaat er dit jaar naar UNRWAvolgens de geldende, eerbiedigende werking van het amendement-Eerdmans/Stoffer? Is deze werkwijze een voorbode voor hoe het minder-heidskabinet opereert bij begrotingen? Was het voornemen om deUNRWA-financiering vanaf 2026 te herstellen al bekend op het momentdat over de amendementen en de begroting werd gestemd? Zo ja,waarom heeft de Minister de Kamer hier dan niet vóór de stemmingenexpliciet over geïnformeerd? Zo nee, wat is er dan in de dagen ná destemmingen precies veranderd? Klopt het dat de Minister zijn partijgenootin de Kamer heeft verzocht om zich van het amendement terug te trekkenom de begroting rond te krijgen en vervolgens een week later te belovende UNRWA-financiering te herstellen? Begrijpt de Minister dat de timingvan zijn brief, enkele dagen na de stemmingen, de indruk wekt dat deKamer is misbruikt om de begroting te redden en pas daarna met eentegengesteld beleidsvoornemen is geconfronteerd?Tot slot, voorzitter. Er wordt ook gekeken naar alternatieve manieren vanhulp voor de Gazastrook, want in de motie-Eerdmans/Stoffer staat ook datdaarop moet worden ingezet. We zien dat een organisatie als UNICEFeigenlijk de beste toegang heeft tot Gaza. Klopt het dat er vanuit deNederlandse regering ook gesprekken zijn vanuit de headquarters in NewYork en vanuit de ambassade om die steun te verhogen?Dank u wel.De voorzitter:Keurig binnen de tijd. Dank u wel. Dan gaan wij luisteren naar mevrouwVan Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22210 Dank u wel, voorzitter. We hebben hier vandaag heel veel te bespreken.Gisteravond laat kwam er nog een brief binnen over de medischeevacuaties uit Gaza en de inzet van het kabinet daarop. Het CDA onder-steunt de welwillendheid van het kabinet hierin en het realisme, maarvoor het CDA staat voorop dat alles wat we hierin doen in het belang vankinderen moet zijn. We willen de Minister vragen politieke druk uit teblijven oefenen op Israël om de opvang in de regio te benutten, die nuernstig verhinderd wordt. Tegelijkertijd vindt het CDA het goed dat weuitzoeken wat we hier in Nederland kunnen betekenen voor de opvangvan kinderen die hoogcomplexe specialistische zorg nodig hebben en dieniet in de regio kunnen worden geholpen. Ik lees dat de Minister daarmeer tijd voor nodig heeft. Daarbij wil ik benadrukken dat urgentie enzorgvuldigheid hierbij hand in hand moeten gaan. Mijn vraag is of deMinister ook in gesprek kan gaan met maatschappelijke organisaties diehierin een rol zouden kunnen en willen spelen, in opvang of in kosten.Dat brengt ons bij de hulpverleners in Gaza. Nederland stelt terecht dathumanitaire hulp ongehinderd toegelaten moet worden. Het kabinet heeftIsraël bilateraal en in EU-verband opgeroepen om hulp toe te laten en afte zien van een herregistratieplicht voor internationale ngo’s, juist omdatdie plicht ertoe heeft geleid dat organisaties worden geweerd uit dePalestijnse gebieden. De vraag is echter of dit nog voldoende is, want alstoegang structureel wordt geblokkeerd, is niet alleen de humanitairesituatie onhoudbaar, maar wordt ook het humanitair oorlogsrechtuitgehold. Welke concrete ...De voorzitter:Mevrouw Van Ark, u heeft een interruptie van mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):Het gaat over de medische evacuaties. Ik hoor uit de woorden vanmevrouw Van Ark dezelfde zorgen als die wij hebben over kinderen voorwie er geen plek is in de regio of die geen zorg kunnen krijgen in de regio,maar die wel zwaargewond of ernstig ziek zijn, omdat het gewoon heelschrijnend is. We weten namelijk ook dat als daar niets aan gebeurt, deopbouw van medische capaciteit in de regio te laat komt en deze kinderendan misschien komen te overlijden, terwijl we dat hadden kunnenvoorkomen. Nu lezen we in de brief, waar wij lang op hebben moetenwachten maar die we gisteren gekregen hebben, wat de voornaamstereden is om dit niet te doen. Er zijn een aantal bezwaren genoemd diepolitiek zijn, maar de voornaamste praktische reden om dit niet te doen, isdat er maar beperkte mogelijkheden zijn via de grensovergangen. Als nublijkt dat die beperking ...De voorzitter:Kunt u tot de vraag komen, mevrouw Dobbe?Mevrouw Dobbe (SP):... er niet is of minder is, is het CDA dan bereid om te steunen dat we welweer medische evacuaties van kinderen gaan doen?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik heb gezegd dat we daar welwillend tegenover staan en dat we ookrealistisch zijn. We zijn realistisch in de volgende zin. De Minister geeftaan dat het nu al best complex is, ook in de uitvoering, maar we willengraag ook van de Minister horen hoe dat mogelijk kan zijn. Daarbij wil ikook aangeven dat voor ons het belang van het kind vooropstaat. Het moetook voor de kinderen de goede oplossing zijn. Dat kan betekenen dat hetsoms een oplossing kan zijn om juist meer in te zetten op de regio, maarwat ons betreft staan we er ook welwillend tegenover om te kijken wat weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22211 in Nederland zouden kunnen doen. Vandaar de oproep van het CDA omook met maatschappelijke organisaties daarover in gesprek te gaan.De voorzitter:Dank u wel. Ik zie dat dat geen aanleiding tot een vervolgvraag geeft, dusdan kunt u door met uw betoog, mevrouw Van Ark.Mevrouw Van Ark (CDA):Mijn vraag over de hulpverleners in Gaza was nog welke concretevervolgstappen nu op tafel liggen als Israël de toegang voor hulporgani-saties verder beperkt en ngo’s blijft weren.Dan over UNRWA, voorzitter. De Minister heeft de Kamer per brief latenweten dat hij voornemens is de steun aan UNRWA te herstellen. Mijnfractie steunt dit voornemen. We erkennen dat UNRWA momenteel eencruciale rol vervult in de humanitaire hulpverlening ter plaatse. ZonderUNRWA kunnen ook andere organisaties, waaronder Nederlandseorganisaties binnen de Dutch Relief Alliance, hun werk niet goeduitvoeren. Juist daarom is het van belang dat deze steun wordt hervat.Tegelijkertijd heeft het CDA er vertrouwen in dat UNRWA doorgaat methet implementeren van de aanbevelingen uit het Colonnarapport, zodatde organisatie haar belangrijke werk op een zorgvuldige en verantwoordemanier kan blijven doen.Voorzitter. Dan de bescherming van hulpverleners. Het AIV-advies isronduit zorgelijk. Aanvallen op hulpverleners nemen al jaren toe. In 2025kwamen 329 hulpverleners om het leven, raakten 178 mensen gewond envonden 97 ontvoeringen plaats. Straffeloosheid dreigt de norm te worden.Hulp wordt steeds vaker gepolitiseerd. Strijdende partijen beperkentoegang, criminaliseren organisaties en gebruiken bureaucratie of geweldom hulp te sturen of te blokkeren. Dan is niet alleen humanitaire hulp ingevaar, maar ook het internationale recht zelf. De AIV stelt dat alleen stillediplomatie vaak niet genoeg is. Publieke normstelling is nodig. Wiehulpverleners aanvalt, wie ziekenhuizen treft, wie hulp belemmert, moetdaarop consequent en zichtbaar worden aangesproken. Als groveschendingen doorgaan, moeten ook vervolgstappen in beeld komen, juistom normvervaging tegen te gaan. Is het kabinet bereid om in lijn met hetAIV-advies veel steviger en ook publiekelijk op te treden wanneerhulpverleners worden aangevallen of hulp wordt belemmerd? Hoe zorgenwe ervoor dat bescherming van hulpverleners niet alleen een diplomatiekthema blijft, maar ook zichtbaar terugkomt in financiering, risicodeling ensteun aan lokale partners?De voorzitter:Mevrouw Van Ark, u heeft een interruptie van de heer Stöteler.De heer Stöteler (PVV):Ik zal bij deze vraag even aannemen dat het CDA geen onderdeel was vanhet om de tuin leiden van de rest van de Kamer. Mevrouw Van Ark zegtnet dat het CDA voor het hervatten of op peil brengen van de steun aanUNRWA is. Vorige week stemde het nog tegen een amendement datdatzelfde wilde regelen. Wat is er in deze week veranderd? Hoe komt hetdat het CDA 180 graden van mening lijkt te zijn veranderd?Mevrouw Van Ark (CDA):Onze mening is niet veranderd. Wij hebben UNRWA altijd gesteund. Wehebben in januari nog een motie van mevrouw Kröger gesteund om desteun aan UNRWA te herstellen. Voor ons is dat belangrijk. We hebbenhier ook in het coalitieakkoord afspraken over gemaakt. Wat ons betreft iser dus niets aan veranderd.De heer Ceder (ChristenUnie):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22212 Ik wil het nu duidelijk krijgen. Het gaat me niet om de inhoud en het geld;het gaat me om het proces. We zitten namelijk in een minderheidsconstel-latie. Ik ben gewoon benieuwd hoe wij de komende tijd met elkaaromgaan. Ik ga er net zoals de heer Stöteler van uit dat het CDA niet vantevoren wist dat er een paar dagen na de stemmingen een brief zoukomen en dat het daardoor welbewust tegen het amendement vanmevrouw Kröger gestemd heeft. Daar ga ik van uit. Als dat niet zo is, danhoor ik het graag. Dan blijft echter de vraag overeind: waarom heeft deCDA-fractie besloten om tegen het UNRWA-amendement te stemmen alszij het inhoudelijk eens was met het amendement van mevrouw Kröger?Mevrouw Van Ark (CDA):Dat lijkt mij heel duidelijk. Tegen het amendement stemmen was nodig,zodat de begroting het zou halen. Dat was duidelijk en ik denk dat we daarook niet omheen hoeven te draaien. Tegelijkertijd hebben wij hier in hetcoalitieakkoord gewoon een afspraak over gemaakt. Wij hadden dus hetvertrouwen dat we dit ook op een andere manier konden regelen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is goed dat het CDA er zo open over is, want er werd natuurlijk al doordiverse partijen op gehint. Dan is toch mijn vraag aan het CDA devolgende. Deze minderheidscoalitie heeft heel duidelijk een keus: ófinvesteren in OS, de koppeling herstellen en investeren in noodhulp,inclusief UNRWA, en dan steun zoeken over links, óf een begroting metbezuinigingen van het vorige kabinet doorzetten en steun zoeken overrechts, maar dan kennelijk onder de harde voorwaarde van rechts enradicaal-rechts dat UNRWA niet gesteund mag worden. Die keus lag voor.Dan is toch mijn vraag aan het CDA: wat kiest het CDA?Mevrouw Van Ark (CDA):Het CDA kiest er hier gewoon voor om het coalitieakkoord uit te voeren. Indit geval staat er in het coalitieakkoord een extra investering voorontwikkelingssamenwerking. Er staat niet in dat we de nu de koppelingkunnen herstellen; dat hebben we gewoon niet afgesproken met elkaar.De steun aan UNRWA staat er echter wel in.De voorzitter:Er zijn interrupties, maar ik weet niet wie er eerder was. Was de heer VanBaarle eerder? Ja, hoor ik. Ik heb wat moeite met naar rechts kijkenvandaag.De heer Van Baarle (DENK):Het zij u vergeven, voorzitter.We hebben eerst een brief van de Minister gelezen waarin hij schreef: ikga schuiven in mijn budget en ik ga de financiering van UNRWAherstellen. Daarna hebben we een tweede brief van de Minister gelezen,waarin staat dat we moeten wachten op goedkeuring van de Kamer, enwel in september. Mevrouw Van Ark onderkent het belang van UNRWA enonderkent dat UNRWA nodig is om noodlijdende Palestijnen van hulp tevoorzien, maar UNRWA kan niet wachten tot september. Is het CDA hetermee eens dat deze Minister gewoon het budget binnen de lopendebedragen kan overmaken? Waarom zouden we moeten wachten totseptember? Als het in het coalitieakkoord staat, kan het gewoon nugebeuren.Mevrouw Van Ark (CDA):Dat vind ik een goede vraag. Ik ga hem toch even doorgeven aan deMinister, zodat hij daarop kan reageren. Daar kan ik eigenlijk niks overzeggen. De Minister heeft het voornemen. Wat mij betreft gaan wegewoon kijken wanneer het geregeld kan worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22213 De heer Hoogeveen (JA21):Ik waardeer de eerlijkheid van het CDA hierin. Er wordt namelijk gewoongezegd: wij stemden tegen dit amendement, omdat wij vonden dat debegroting het moest halen. Dat creëert in ieder geval wat duidelijkheid inplaats van de semantische spelletjes die gisteren met name door defractieleider van D66 voor de microfoons werden gespeeld. Maar dan wilik toch ook aan het CDA vragen: als minderheidskabinet is dit toch geenhandige manier van werken? Je zoekt uiteindelijk naar een meerderheidover links dan wel over rechts. Vervolgens is die meerderheid er in deKamer en is dat vertrouwen er in de Kamer. Dan is het aangenomen, maargaan we toch via een soort loophole, via een soort geitenpaadjes, weerover wat kruimels heronderhandelen, over links dan wel over rechts. Datroept toch echt vragen op over hoe dit kabinet functioneert en hoe decoalitie daarnaar kijkt. Ik wil het CDA dus toch vragen hoe het hiernaarkijkt.Mevrouw Van Ark (CDA):Dat is, denk ik, een terechte vraag van de heer Hoogeveen. Wat mij betreftzouden we dat een volgende keer anders moeten doen. Ja, daar ben ikgewoon heel eerlijk in. Ik had dit graag anders gezien. Ik denk dat het eengoede les is voor hoe wij als minderheidskabinet in dit soort situatiesmoeten opereren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik ga toch nog even door op het punt dat mevrouw Kröger maakte. Het isontzettend goed dat het CDA zegt: we hebben de afspraak in het coalitie-akkoord dat we de gelden voor UNRWA gaan herstellen; afspraak isafspraak, dus daar houden we ons aan. Dat waardeer ik heel erg.Tegelijkertijd heeft het CDA natuurlijk wel een keuze als het gaat overbrede investeringen in ontwikkelingssamenwerking. In het coalitieakkoordstaat: we gaan daarin investeren. Tegelijkertijd is daar geen geld voorvrijgemaakt. Dan blijft de vraag dus toch: waarom kiest het CDA ervoorom over rechts te gaan en de begroting, met desastreuze bezuinigingen,op die manier te laten goedkeuren, terwijl het CDA ook zegt te staan voorontwikkelingssamenwerking? Waarom kiest het CDA daar dan niet voor?Mevrouw Van Ark (CDA):Het CDA heeft eerder aangegeven ... We hebben in het coalitieakkoordafgesproken dat we 275 miljoen extra gaan investeren. Het CDA maaktzich er ook wel degelijk zorgen over of we dat bedrag dan ook echt extrainvesteren. Dat is de afspraak waar we de Minister aan willen houden. Ikdenk dat het nog wel een discussie met de Minister waard is om tebespreken hoe we dat geld daadwerkelijk gaan investeren, want tot nu toehebben we gezien dat het geld in allerlei potjes weggaat en dat we hetniet daadwerkelijk vrij kunnen krijgen. Daar ga ik mij voor inzetten en daarmag u mij de komende tijd aan houden.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ik vraag me dan toch nog af: wist mevrouw Van Ark van tevoren dat deMinister alsnog dat geld vrij zou maken? Toen jullie voor de begrotingstemden, wisten jullie toen al dat dat geld alsnog vrijgemaakt zouworden?Mevrouw Van Ark (CDA):Nee, het CDA had het vertrouwen dat het op een andere manier geregeldhad kunnen worden, gewoon zoals we in het coalitieakkoord hebbenafgesproken. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het budget voor ontwikkelings-samenwerking. Daar hebben we ook heel veel discussie over, maar ookdaarvoor heb ik er vertrouwen in dat we het gewoon met deze Ministergaan regelen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22214 De voorzitter:Ik kijk even rond. Zou ik de heer Ceder mogen vragen om kort hetvoorzitterschap over te nemen? Ik zou namelijk ook een interruptie willenplaatsen.Voorzitter: CederDe heer Stoffer (SGP):Mevrouw Van Ark heeft zojuist de bijdrage van de heer Hoogeveengehoord. In de vorige periode had het CDA de mond vol van democratischethos. Zou mevrouw Van Ark daar eens kort op kunnen reflecteren? Vindtzij dit nu getuigen van democratisch ethos of is dit gewoon een politiekspel?Mevrouw Van Ark (CDA):Dat is, denk ik, een goede vraag van de heer Stoffer. Daarom heb ik nettegen de heer Hoogeveen gezegd: wat mij betreft gaan we dit de volgendekeer anders doen. Ik ben heel erg voor transparantie. Ik ben de politiekingegaan en ik sta echt voor eerlijke politiek. Ik heb in dit huis inmiddelsook wel gemerkt dat er soms veel dingen achter de schermen wordengeregeld. Daar ben ik niet van, dus wat mij betreft gaan we echt ... Ik denkdat u het CDA daar ook goed van kent: het CDA is van duidelijkheid; wedraaien er niet omheen. Daar mag u ons aan blijven houden.De voorzitter:Heeft de heer Stoffer nog een vervolginterruptie?De heer Stoffer (SGP):Nee.De voorzitter:Dan geef ik bij dezen het voorzitterschap terug.Voorzitter: StofferDe voorzitter:Ik kijk nog even rond. Mevrouw Van Ark heeft nog achttien seconden omhaar bijdrage af te ronden.Mevrouw Van Ark (CDA):Dan kom ik bij mijn slotwoord.Voorzitter. Humanitaire hulp is meer dan financiering. Het is ook steungeven in woord en daad aan humanitairehulpverleners en ons blijvenuitspreken. Dat zijn we verplicht aan mensen in nood, maar ook aan dehulpverleners die hun leven riskeren om hen te bereiken.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, keurig binnen de tijd. Dan gaan we naar de overkant. We gaanluisteren naar de heer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dank u wel, voorzitter. De wereld wordt helaas geteisterd door eenhumanitaire crisis, of het nu in Sudan, Afghanistan, Gaza, Libanon ofMyanmar is. Er is meer crisis dan ooit. In zo’n wereld, met zo veel crises,zou je hopen en willen dat de internationale gemeenschap meer zou doen,maar helaas is het tegendeel waar. VN-noodhulpcoördinator Tom Fletchergaf eind vorig jaar aan slechts een derde van het benodigde budget tehebben om mensen in nood te helpen. Het wetenschappelijke tijdschriftThe Lancet berekende dat de bezuinigingen op ontwikkelingssamen-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22215 werking rond 2030 kunnen leiden tot de dood van minstens 4,5 miljoenkinderen, zo schrijft de NRC.Voorzitter. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Welke inspanningen levert hijom ervoor te zorgen dat er meer budget voor humanitaire hulp komt,zowel nationaal als internationaal? Kunnen we er nu van uitgaan dat eronder deze Minister de komende jaren netto meer geld beschikbaar isvoor noodhulp? Of is dit niet het geval, vanwege de toerekening aan asielen Oekraïne, en het blijven bestaan van de bezuinigingen onder hetkabinet-Schoof? Hoe zit dit?Voorzitter. Dan de brief van het kabinet over het herstel van de steun aanUNRWA. Laat ik beginnen met te zeggen dat de eerste brief een juiste stapwas van deze Minister. Gezien de enorme humanitaire noden in Gaza ishet minste wat we kunnen doen dat we herstellen wat we deden. Maartoen kwam die tweede brief, waarin deze Minister de keutel eigenlijk weereen beetje leek in te trekken. Ik vind het oprecht een cynisch spel. Ik vindhet oprecht een cynisch spel, aangezien we zien dat de Palestijnen op ditmoment noodlijdend zijn en iedereen gewoon kan zien dat UNRWAkeihard nodig is om de Palestijnen te helpen. Vervolgens besluiten we danop basis van politiek in dit huis om tot september te wachten met hetovermaken van dat geld. Daar kunnen de Palestijnen niet op wachten. Dusik vraag deze Minister om dat geld gewoon nu over te maken. Als deMinister niet bereid is om dit tijdens het debat te doen, zullen we er eenmotie voor indienen.Voorzitter. Gaza is door de Israëlische genocide vernietigd. Wanneer is deMinister bereid om de Kamer te informeren over de bijdrage die ditkabinet zal leveren voor de wederopbouw van Gaza? Hoe zet de Ministerextra druk op Israël om ervoor te zorgen dat Gaza volledig opengesteldwordt voor humanitaire hulp, nu de grenzen opnieuw zijn gesloten doorIsraël? Is het de Minister duidelijk dat er na al die misdaden die Israël opdit gebied pleegt alleen maar sancties kunnen volgen?Het is ook ongeveer een jaar geleden dat vijftien hulpverleners werdengedood tijdens hun werk in Gaza, onder wie acht van de Palestijnse RodeHalve Maan. We lezen dat daar geen onafhankelijk onderzoek naar isgedaan. Sinds oktober 2023 zijn volgens Amnesty Internationalhonderden hulpverleners in Gaza vermoord. Welke extra stappen gaat deMinister zetten tegen de straffeloosheid ten aanzien van deze misdaden?Voorzitter. We hebben ook een brief gekregen van de regering overmedische evacuaties uit Gaza waar letterlijk niks concreets in staat, alleenmaar dat het kabinet welwillend zou zijn. En dat terwijl bijna 20.000mensen op de wachtlijst staan, onder wie kinderen met kanker diewachten op een behandeling. Kan deze Minister toezeggen dat hij er zosnel mogelijk voor gaat zorgen dat er kinderen in Nederland behandeldgaan worden?Voorzitter. Dezelfde zorgwekkende ontwikkelingen als in Gaza zien we nuook in Libanon, waar ontzettend veel mensen op de vlucht zijn geslagenen verdreven worden. We zien er verschrikkelijk geweld. Is de Ministerbereid om dit geweld te veroordelen en ook de Israëlische plannen voorde bezetting van Zuid-Libanon te veroordelen? Is hij bereid om ookdaarom te pleiten voor sancties tegen Israël?Voorzitter. Ik wil ook kort stilstaan bij de positie van de Rohingya, die inMyanmar maar ook daarbuiten in vluchtelingenkampen een verschrik-kelijk leven leiden, vanwege de repressie en de onderdrukking.De voorzitter:Zou u naar een afronding willen gaan, meneer Van Baarle?De heer Van Baarle (DENK):Ik zou de Minister willen vragen welke aandacht hij daarvoor heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22216 Tot slot. Is de Minister bereid om te pleiten voor het stoppen van deonderhandelingen over het handelsakkoord tussen Europa en deVerenigde Arabische Emiraten, vanwege de steun aan de RSF door deVAE?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. Dan gaan wij door naar mevrouw Maes. Uheeft ook vier minuten.Mevrouw Maes (VVD):Dank u, voorzitter. Er zijn tal van landen in de wereld waar de humanitairesituatie zeer zorgwekkend is. De beschikbare middelen voor hulp zijnschaars en zijn het afgelopen jaar nog schaarser geworden, omdat eenaantal grote donoren hun bijdrage drastisch verlaagd hebben. Datbetekent dat het steeds belangrijker wordt om scherpe keuzes te maken.Die keuzes zijn schrijnend, want Nederland beschikt niet over voldoendemiddelen om al het wereldleed te verzachten. Wat de VVD-fractie betreftmoeten keuzes worden ingegeven door acute menselijke nood, maarmogen ook onze nationale belangen, zoals stabiliteit in de regio en onzenationale veiligheid, niet uit het zicht raken.Te vaak wordt het politieke debat over humanitaire hulp gekaapt door dewaan van de dag. De VVD vraagt daarom aandacht voor onderbelichtebrandhaarden die van invloed zijn op de stabiliteit in Europa. De oorlog inSudan, al een paar keer genoemd, duurt inmiddels drie jaar en het eindeis niet in zicht. Gisteren was er nog een bericht over toenemend gebruikvan drones. Wat zich in Sudan voltrekt, is een stille ramp die ruim 33miljoen mensen treft. De Kamer riep eerder het kabinet op om eenleidende rol te spelen in de internationale respons. Hoe geeft de Ministerdaar concreet invulling aan, met name bij het afdwingen van humanitairetoegang tot belegerde gebieden zoals Al-Fashir?In het Midden-Oosten hebben recente ontwikkelingen in Iran en Libanongrote impact op de gehele regio. Die ontwikkelingen zullen wederomzorgen voor veel menselijk leed. Het risico bestaat ook dat er nieuweongecontroleerde migratiestromen richting Europa op gang komen alsgevolg van deze ontwikkelingen. De Nederlandse inzet moet gericht zijnop het verzachten van menselijk leed en op maximale ondersteuning vande regio. Kan de Minister toelichten op welke wijze de Nederlandsenoodhulp wordt ingezet om deze lokale opvang en zorg te versterken?Voorzitter. Humanitaire hulp moet Gaza wat de VVD betreft onbelemmerdkunnen bereiken. Op dit moment moet dat wel via UNRWA, vanwege debenodigde infrastructuur in het gebied. Voor de VVD is daarbij belangrijkdat in Gaza ook andere organisaties worden ingeschakeld; diversificatiedus. We willen niet dat hulp aan Gazanen louter van UNRWA afhankelijkis. Wat de VVD betreft wordt de steun via UNRWA afgebouwd zodraandere organisaties in de hulp kunnen voorzien. Ook mag het geld niet bijHamas terechtkomen en niet voor verkeerde doeleinden worden gebruikt.Kan de Minister toelichten op welke wijze hij organisaties gaat screenendie in Gaza met Nederlands geld gefinancierd gaan worden?De voorzitter:Mevrouw Maes, u heeft een interruptie van uw rechterbuurman, de heerVan Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Dat klopt, voorzitter. Het is goed dat de VVD nadat het al die tijd in hetvorige kabinet verschrikkelijke leugens over UNRWA verspreidde nuerkent dat UNRWA noodzakelijk is voor het helpen van de Palestijnen.Tegelijkertijd is het als UNRWA noodzakelijk is voor het helpen van dePalestijnen toch wel erg cynisch om vanwege de politiek in dit huis teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22217 wachten tot september. Die Palestijnen kunnen niet wachten. Deelt deVVD dat we als we de Palestijnen moeten helpen en UNRWA daarvoornoodzakelijk is dat geld gewoon direct moeten overmaken en niet eenhalfjaar moeten wachten terwijl de Palestijnen niet kunnen wachten?Mevrouw Maes (VVD):Het moge duidelijk zijn dat de VVD altijd heel kritisch is geweest opUNRWA. Meneer Van Baarle noemt dat leugens. Nou, daar kan je overtwisten. Ik denk niet dat dat leugens zijn. Ik denk dat dat serieuze zorgenzijn, die wij hebben en houden. En wat betreft zijn vraag over september:ik denk dat de Minister daar het beste antwoord op kan geven.De voorzitter:Dan kunt u verder met uw betoog.Mevrouw Maes (VVD):Tot slot Oekraïne. De systematische Russische aanvallen op de energie-infrastructuur afgelopen winter hebben aangetoond dat ad-hocnoodhulpniet volstaat. Wij moeten nu handelen om te borgen dat de Oekraïensebevolking de komende winter niet opnieuw in de vrieskou komt te zitten.Kan de Minister aangeven welke concrete strategische plannen erklaarliggen om de Oekraïense energievoorziening voor 2026/2027winterklaar te maken en op welke wijze de expertise van de Nederlandseprivate sector wordt ingezet om de structurele weerbaarheid van het landte vergroten?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan heeft u een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik ben er helemaal niet gerust op dat de VVD er ook echt op gaat inzettenom die UNRWA-gelden te herstellen, als ik het zo hoor, want ik hoortegelijkertijd ook «afbouw op termijn» en «het geld mag niet naar Hamasgaan». Nou ligt er gewoon het rapport van Colonna. Er is geen bewijsgevonden dat er banden zijn met Hamas. Er zijn wel een aantal mogelijkeverbeteringen geconstateerd en daar is UNRWA mee aan de slag gegaan.Er is dus helemaal geen bewijs van dat daar enige banden zijn met Hamasen toch wil de VVD dat nog eens even noemen. Erkent de VVD dat diegelden hersteld moeten worden in eerste instantie? Kan de VVD daargewoon helder in zijn? Dat is ook de afspraak in het coalitieakkoord.Mevrouw Maes (VVD):Wij zijn ons ontzettend bewust van het leed in de regio. Wij hebben hierinderdaad in het coalitieakkoord afspraken over gemaakt.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. U heeft een interruptie.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dat betekent dus dat de VVD dat steunt. Dat is heel mooi. Tegelijkertijdhoor ik de VVD ook over afbouw, wordt het nu toch op de lange baangeschoven en hebben we pas bij de Najaarsnota te maken met het herstel.We zien dat UNRWA nodig is voor de noden daar. Ik kan het nog stelligerzeggen: UNRWA is gewoon de levenslijn van de Palestijnen. Alles is daarverwoest. Mensen hebben nu hulp nodig. Ziet de VVD mogelijkheden omdie gelden naar voren te halen?Mevrouw Maes (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22218 Ik ben er heel erg blij dat in de brief van de Minister heel duidelijk staatdat hij ook inzet op diversificatie. Dat vinden we gewoon heel ergbelangrijk.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dit was echt geen antwoord op mijn vraag.De voorzitter:U heeft een antwoord gekregen. Daar zult u het mee moeten doen. Uheeft geen vervolgvraag, mevrouw Teunissen? U zit inderdaad aan de drieinterrupties. Dan gaan we naar de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):We kennen de VVD inderdaad als een partij die – ik heb het nog evenuitgezocht – sinds Rutte IV heeft gestemd voor een vermindering van definanciering van UNRWA, of in ieder geval tegen een verdere financieringvan UNRWA. De VVD heeft onder het kabinet-Schoof I gestemd voor dehuidige bezuinigingen die op UNRWA staan. We zien nu dat bij het nieuwekabinet, waarschijnlijk als onderdeel van een compromis, er meerfinanciering naar UNRWA gaat. Vervolgens heeft u net als het CDA en D66tegen een amendement gestemd en het daarmee kortom voor elkaargebokst om via de rechtse meerderheid de begroting aan eenmeerderheid te helpen.De voorzitter:Wilt u tot uw vraag komen, meneer Hoogeveen?De heer Hoogeveen (JA21):Mijn vraag is: hoe kijkt de VVD naar het handelen van Minister Sjoerdsmain dezen? Hoe reflecteert de VVD op de dalende welwillendheid van eenconstructieve rechtse oppositie, waar de VVD toch wel oren naar heeft?Mevrouw Maes (VVD):Wij waren maandagochtend ook verrast. Ik zal daar geen geheim vanmaken. Ik ben heel blij met wat er daarna nog vanuit het kabinet tot ons isgekomen. Daar laat ik het even bij.De voorzitter:Ik dank u wel. Ik kijk even rond. Ik zie verder geen interrupties, dus dangaan wij luisteren naar de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. De humanitaire stand van zaken in de wereld iscatastrofaal. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er wereldwijd nog nooitzo veel conflicten geweest als de afgelopen jaren. We zien geweld tegenkinderen, vrouwen, zieke mensen, hulpverleners en journalistentoenemen. Steeds meer mensen raken hun thuis, familie en leefomgevingkwijt door bombardementen. Dit debat gaat daarom over de vraag hoe wemensen die moeten overleven in oorlogsgebieden menselijkheid enperspectief kunnen bieden. Afgelopen vrijdag lazen we over een flinkemeevaller op de Voorjaarsnota. Dat geld komt geen moment te vroeg. Hoeis de Minister van plan om deze meevallers concreet in te zetten? Gaat ditnaar acute crises of structurele versterking van humanitaire capaciteit?Voorzitter. Het geweld tegen Palestijnen neemt verder toe. Terwijl dewereld wegkijkt en de aandacht elders vestigt, doet Israël er alles aan omde toegang tot humanitaire hulp in Gaza te verhinderen. Daarom ben ikontzettend blij dat het kabinet de relatie met UNRWA nog dit jaar volledigherstelt. UNRWA is cruciaal voor het bieden van hulp, onderwijs, zorg enandere noodvoorzieningen in Gaza. Er is geen andere organisatie met zo’nuitgebreid netwerk die hulp kan bieden op de schaal die nodig is. Met ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22219 besluit komt er een einde aan de roekeloze verdachtmakingscampagnetegen deze organisatie en spreekt het kabinet steun uit voor hun brood-nodige werk onder steeds moeilijkere omstandigheden.Mijn fractie heeft ook grote zorgen. Een rechterlijke uitspraak in Israëlbepaalt dat ngo’s binnenkort alsnog uit Gaza moeten vertrekken. Dat ismeer bewijs van de campagne die de Israëlische overheid voert omhumanitaire hulp onmogelijk te maken. Kan de Minister toelichten wat destand van zaken is en hoe hij daarover in contact staat met ngo’s? Wat iszijn inzet de komende weken om Israël op andere ideeën te brengen?De heer Van Baarle (DENK):Het ligt niet aan de heer Bamenga. De heer Bamenga weet hoe ikpersoonlijk over hem denk. Tegelijkertijd heeft de tweede brief die ik vandeze Minister heb gezien, in tegenstelling tot de eerste brief die mij zeergelukkig en hoopvol stemde, mij teleurgesteld. Ik vind oprecht dat als wede mogelijkheid hebben om de financiering van UNRWA direct teherstellen, we daar niet tot september mee moeten wachten. Ik heb daarnu aan twee coalitiepartijen een vraag over gesteld. Die gaven daar allebeizelf geen antwoord op, maar verwijzen naar de Minister. Het is toch welopvallend dat een Kamerlid geen mening heeft. Ik ben benieuwd wat deheer Bamenga vindt. Ik ken hem goed. Ik ben ervan overtuigd dat hij vindtdat de portemonnee gewoon direct getrokken moet worden voor UNRWA.De heer Bamenga (D66):Ik dank de heer Van Baarle bij dezen voor het feit dat hij het nietpersoonlijk maakt. Volgens mij kent de heer Van Baarle mij en mijn partijheel erg goed. We hebben natuurlijk altijd gestreden voor herstel van derelatie met UNRWA. Als het gaat om financiering vinden wij uiteraard dathet zo snel mogelijk moet worden overgemaakt.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even rond. U kunt verder met uw betoog.De heer Bamenga (D66):Het Israëlische parlement heeft een doodstrafwet aangenomen dieuitsluitend Palestijnen treft. De VN zeggen dat de uitvoering van deze weteen oorlogsmisdaad zou zijn. Nederland spreekt opnieuw zorgen uit. Datis goed, maar laten we eerlijk zijn: zorgen uiten heeft tot nu toe weinigveranderd. Als dit geen reden is om het handelshoofdstuk van hetassociatieakkoord op te schorten, wat dan wel? Graag een duidelijkereactie van de Minister.Voorzitter. Dan Libanon. Inmiddels zijn er daar meer dan 1.240 dodengevallen en zijn honderdduizenden onschuldige burgers op de vluchtgeslagen. Terwijl de Defensieminister spreekt over een bufferzone, heeftde Minister van Financiën het al over de nieuwe grenzen van Israël.Gestoord! Maar als het niet wordt tegengesproken, is het ook gevaarlijk.Graag een reflectie van de Minister. Ik ben blij om te zien dat Nederlandde steun aan humanitaire organisaties in Libanon opschroeft. Die is hardnodig, want er zijn deze maand al meer dan 50 hulpverlenersomgekomen. Spreekt de Minister zijn Israëlische counterparts hierop aan?Hulp alleen verandert echter niets aan de verdrijving van mensen uit hunhuizen, noch aan de bezettingsplannen van de Israëlische regering.Daarom is het goed dat Nederland vanochtend steun uitsprak voor deLibanese regering en Israël opriep af te zien van een grondoffensief. Maarwat als dat toch gebeurt? Is de Minister met medeondertekenaars ingesprek over vervolgstappen, mocht Israël overgaan tot een grondof-fensief en een langdurige bezetting van Libanon?Voorzitter. Tot slot ga ik naar de vergeten, of misschien wel genegeerdeconflicten die wij niet mogen vergeten of negeren. In Sudan voltrekt zichnog altijd een enorme humanitaire crisis waar nu opnieuw nauwelijksTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22220 aandacht voor lijkt te zijn. Ook in het oosten van Congo laait het geweldopnieuw op zonder zicht op de duurzame oplossingen. Is er binnen demeevaller ruimte om juist voor deze crisis een extra bijdrage te leveren?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan heeft u nog een interruptie van mevrouw Lammers.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ik hoor de heer Bamenga net over UNRWA praten. Ik ben dan toch welbenieuwd hoe de heer Bamenga alle onderzoeken die naar UNRWA zijngedaan en alle bevindingen die daaruit zijn gekomen beoordeelt. Dan doelik ook op alle video’s die online circuleren waarin medewerkers vanUNRWA zich vervolgens bewapenen et cetera et cetera. Hoe beoordeelt deheer Bamenga dat?De heer Bamenga (D66):De rapporten hebben uitgewezen dat Israël geen bewijs heeft geleverdvoor de link tussen UNRWA en terrorisme.De heer Ceder (ChristenUnie):Het OCTAS-rapport... Nee, sorry dat is van SZW. Ik kom zo op de naamvan het rapport. Er is een tweede rapport geweest, niet het eerste, waaruitis voortgevloeid dat er negen mensen zijn ontslagen. Dat rapport heeftwel degelijk uitgewezen dat een verband met de aanslag op 7 oktober nietuit te sluiten was. Dat is niet mijn vraag, maar een opmerking. We zijnnamelijk al twee jaar hiermee bezig en het is goed om dit debat nietfeitenvrij te voeren. Ik verwijs dus allereerst naar het VN-rapport, alsreactie op de vraag van mevrouw Lammers. Dan ga ik naar de tweedevraag. Ook ik vind de heer Bamenga een geweldig persoon. Dat weet hijook. Dat staat even voorop.De voorzitter:Meneer Ceder, dit genoteerd hebbende, wilt u tot uw vraag komen?De heer Ceder (ChristenUnie):Tegelijkertijd is er natuurlijk ook wel een olifant in de Kamer, namelijk datde minderheidscoalitie steun heeft gezocht van de rechterflank. Daarmeeheeft D66 zich onttrokken aan een aantal van de amendementen. Een paardagen later hebben niet alleen de heer Bamenga, maar ook de Minister-President de pers geïnformeerd – juichend, zeg ik er even bij – over wat erzou gaan gebeuren. Sinds gisteren blijkt dat ...De voorzitter:Meneer Ceder, wilt u wel komen tot uw vraag?De heer Ceder (ChristenUnie):Mijn vraag is of de D66-fractie voor de stemming over de begroting en hetUNRWA-amendement wist dat in diezelfde week – je hebt namelijkonderraden en ambtelijke voorbereiding – op vrijdag het geld alsnoggeregeld zou kunnen worden door de ministerraad. En wist u daarmee datrechts in zijn hemd gezet zou worden?De heer Bamenga (D66):Dank voor de vraag. Dank ook voor de complimenten aan mijn persoon.Die neem ik graag aan. Volgens mij is het heel helder geweest waar westaan. We hebben heel veel debatten over UNRWA gevoerd. Onze meningdaarover is absoluut niet veranderd de afgelopen periode. We zijn heelerg blij dat ook in het coalitieakkoord heel duidelijk staat dat die relatiehersteld zou moeten worden. U weet ook dat ik na de stemmingenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22221 schriftelijke vragen gesteld heb over wanneer de afspraken in hetcoalitieakkoord uitgevoerd gaan worden. Dus dat is in ieder geval wat ikervan weet. Wanneer dat daadwerkelijk gebeurt, wist ik, net zoals u, zodrade brief binnen was.De voorzitter:Wilt u uw laatste vraag stellen? Gaat uw gang.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ga «m toch scherp stellen. Ik heb in mijn betoog aangegeven dat het mijgaat om het proces. Ik wil weten wat ik de komende vier jaar, of korter,van het minderheidskabinet kan verwachten. Dan heb ik het niet over deMinisters, maar over de coalitiepartijen. Mijn vraag is dezelfde als die aanmevrouw Van Ark werd gesteld: wist de D66-fractie van tevoren dat hetgeld alsnog, wetende dat het in ieder geval voor JA21 en SGP randvoor-waardelijk was voor het steunen van de begroting, op termijn vrijgemaaktzou worden, tegen de wens van die partijen in?De heer Bamenga (D66):Ik had er alle vertrouwen in dat het kabinet zich zou houden aan hetgeenin het coalitieakkoord staat.De voorzitter:Helder. Eén opmerking van orde. De SGP heeft níét voor de begrotinggestemd. Ik heb dat nu tweemaal gehoord. Het wekt wat verwarring, ookbij de Minister.Dan gaan we door met het debat. De heer Hoogeveen heeft de volgendeinterruptie.De heer Hoogeveen (JA21):De heer Bamenga heeft mijn lezing net ook aangehoord. Mijn vraag aande heer Bamenga is: klopt mijn lezing? Klopt het dat D66 wist: we moetennu eenmaal even deze meerderheid hebben; we pakken de pijn? Een daglater stelt de heer Bamenga al Kamervragen. Zes dagen na de stemmingwordt er in de media gevierd dat de UNRWA-financiering is hersteld. Hoereflecteert D66 nou op deze gang van zaken? Ik word niet snel boos. In depolitiek moet je altijd rustig blijven. Maar als ik vervolgens zie dat er nahet hosanna in de media van D66 verder eigenlijk geen reactie komt,behalve van een D66-woordvoerder, die zegt «ja, maar JA21 heeft tochook het coalitieakkoord gelezen?», dan denk ik: zo zijn we niet getrouwd.Het is namelijk wel een minderheidscoalitie. Op deze manier gaat hetnatuurlijk niet werken. Als links nou een SZW-begroting met dezeminderheidscoalitie aanneemt en afspraken maakt en de begroting meteen Tweede Kamermeerderheid wordt aangenomen, maar er later via eenomweg toch weer AOW-bezuinigingen of -hervormingen wordendoorgevoerd, dan wordt het een heel lastige manier van werken. Hoereflecteert D66 op deze gang van zaken?De heer Bamenga (D66):Om te beginnen ben ik blij met alle partijen die de begroting hebbengesteund. De begroting gaat ergens over. Die gaat namelijk om deallerarmste mensen in de wereld. Die gaat over onze inzet voor vrouwen-rechten, onze inzet voor de rechten van kinderen en onze eigen stabiliteit,veiligheid en vrede. Dus het gaat ergens over. Op het moment dat wijdeze begroting goedkeuren, stellen we veilig dat die gelden ookdaarnaartoe gaan. Dus ik ben blij dat onder andere JA21 de begrotingheeft gesteund.Daarnaast is het ook zo dat iedereen in de Kamer heeft kunnen zien watons standpunt is ten aanzien van bijvoorbeeld UNRWA of ontwikkelings-samenwerking, waar we veel meer in willen investeren. We willen er ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22222 alles aan doen om de begroting – er hebben bezuinigingen plaatsge-vonden – te herstellen. Dat zullen we ook blijven doen. Dat geldt ook vooronze steun aan UNRWA. Wij zijn ontzettend blij dat die steun in hetcoalitieakkoord terecht is gekomen. Ik heb er altijd alle vertrouwen ingehad dat dit kabinet er alles aan gaat doen om die steun te herstellen,vandaar ook mijn vraag na het aannemen van deze begroting: hoe gaat udat doen, hoe gaat u dat herstellen? Ik ben zelfs verder gegaan. Ik heb ookgevraagd: hoe gaat u ervoor zorgen dat er meer budget komt voorontwikkelingssamenwerking? Dat is mijn standpunt hierin.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Maar dit is van twee walletjes eten; dit is van twee walletjes eten. Het isoverduidelijk. Er is een minderheidscoalitie. Op het onderwerp ontwikke-lingssamenwerking is er de keus tussen een meerderheid over rechts – dekennelijk keiharde randvoorwaarde daarbij is dat UNRWA niet gesteundkan worden – en een meerderheid over links met onder andere PRO, endan gaat het om het herstel van de koppeling, om het investeren inontwikkelingssamenwerking, zoals in het regeerakkoord staat, en omnoodhulp aan Palestijnen via UNRWA. Die keuze ligt voor. Je kan niet deene week het een kiezen en de andere week het ander. Mijn vraag aan D66is: wat is het?De heer Bamenga (D66):Wat ons betreft is het belangrijk dat wij steun hebben voor de begroting.Ik heb zojuist ook uitgelegd hoe belangrijk dat is, hoeveel mensen in dewereld hiervan afhankelijk zijn. Op het moment dat we die niet steunen, ishet gewoon nul. Nul voor al deze mensen die wachten op hulp, op zorg,op onderwijs, op menselijkheid en op perspectief. Wij vinden hetbelangrijk dat deze mensen dat krijgen. Daarnaast vinden wij hetbelangrijk dat de hulp voor de Palestijnen via UNRWA – ze zijn daarvanafhankelijk; UNRWA is hun levenslijn – wordt hersteld. Daar hebben wijvoor gekozen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):We hebben het over de begroting die de PVV-bezuinigingen doorzet, demonsterbezuinigingen, de grootste bezuinigingen op ontwikkelingssa-menwerking ooit. Deze minderheidscoalitie had een keuze en is gaanslalommen. Want wat gebeurt er? Er wordt een meerderheid gezocht overrechts, met kennelijk als harde voorwaarde dat het amendement overUNRWA, dat wij samen hebben ingediend, het niet zou halen. Of erkonden investeringen plaatsvinden in ontwikkelingssamenwerking ennoodhulp en dus UNRWA. D66 heeft vorige week gekozen. D66 heeftervoor gekozen om over rechts te gaan. Nu hoor ik de heer Bamenga datzelfs vieren. Ik hoor hem zeggen dat hij blij is dat de begroting isaangenomen. Maar wat wil D66 nou? Wil D66 de koppeling herstellen enUNRWA steunen? Dan is de meerderheid over rechts verspeeld. Wat wilD66?De heer Bamenga (D66):Wat D66 wil, is heel erg helder. Er wordt gedaan alsof het of-of is, maarwat mij betreft is het en-en. We willen dat de begroting erdoor komt, juistom ervoor te zorgen dat al deze mensen die hulp nodig hebben, die ookkrijgen en dat we welvaart brengen via handel. We willen dat dat veiligwordt gesteld. D66 wil er ook voor zorgen dat de relatie met UNRWAwordt hersteld, net als de budgetten. D66 wil ook dat wij voldoen aan dewens van bijvoorbeeld het parlement – het amendement regelde dat nietper se – dat er naast UNRWA ook een bijdrage geleverd kan worden aanandere organisaties. Dat zijn allemaal aspecten die wij als D66 willen. Watons betreft is het dus niet of-of maar en-en.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22223 De heer Stöteler (PVV):Wel mooi dat de aap nu uit de mouw komt. Mevrouw Kröger zei net datD66 van twee walletjes probeert te eten en meneer Bamenga zegtinderdaad: ja, we willen en-en.Ik kom even terug op het interruptiedebatje tussen meneer Ceder enmeneer Bamenga. Meneer Bamenga ontkende eerder de link tussenUNRWA en Hamas of UNRWA en terreur en zei dat die er niet was, dat dienooit was aangetoond. Er is een rapport van de Verenigde Naties zelf,gepubliceerd in augustus 2024, over het UN-Office of Internal OversightServices (OIOS). Ik zou meneer Bamenga aanraden om daar eens naar tekijken. Ik noem nog een publicatie: meneer Fateh Sharif, een Hamasleider,werd eind september 2024 in het zuiden van Libanon gedood. Hij stond opde loonlijst van UNRWA. Drie Israëlische gijzelaars genaamd Romi, Emilyen Doron die, als ik het goed zeg, tegelijk werden vrijgelaten, werdenvastgehouden in de humanitaire zone van UNRWA. Ontken dan nog eens,meneer Bamenga, dat er een link was tussen UNRWA en terroristen.De heer Bamenga (D66):Daar waar er binnen de organisatie misstanden hebben plaatsgevonden,zijn deze aangepakt. Ik vind precies datgene wat de PVV de afgelopenperiode heeft gedaan pas schandalig, namelijk verdachtmakingen uitenrichting een hele organisatie die in een hele moeilijke omgeving en inmoeilijke omstandigheden haar werk moet doen. Wij zouden daarwaardering voor moeten uitspreken. We zouden ervoor moeten zorgendat zij onze steun hebben. Daar waar er misstanden zijn, zouden we zemoeten helpen om die misstanden aan te pakken. Volgens mij hebben dieonafhankelijke rapporten ook uitgewezen wat er verbeterd kan worden,zoals neutraliteit, onpartijdigheid enzovoorts. Al die aanbevelingen zijndoor UNRWA opgepakt en worden ingevoerd.De heer Stöteler (PVV):Het is allemaal leuk en aardig om de PVV dit soort dingen te verwijten,maar het was een Verenigde Naties-rapport dat dit allemaal naar buitenbracht en geen PVV-rapport. Ik haal het hier alleen maar aan. Ik verwijsnaar het Verenigde Naties-rapport. Het was geen PVV-rapport. Bovendienhebben we in al die twintig jaar dat Hamas daar tunnels aan het gravenwas, honderden kilometers aan tunnels, slechts mondjesmaat meldingengehad van UNRWA-sites en -medewerkers dat er ergens een schacht naarboven kwam in een school, moskee of wat voor opvang dan ook. Dat wasmondjesmaat, waardoor dat ook maar incidenteel is behandeld. Zo konHamas honderden tunnels, misschien wel 800 kilometer aan tunnels,graven in dat kleine gebied daar in Gaza. Maak mij en niemand thuis wijsdat er geen link was tussen UNRWA en Hamas.Voorzitter, ik heb nog één vraag. Wist meneer Bamenga op het momentdat hij met de correctiekwast over zijn naam onder het amendement vanmevrouw Kröger ging dat de Minister deze week met deze brief zoukomen en dat geld aan UNRWA alsnog zou herstellen?De heer Bamenga (D66):Het antwoord is nee. Ik heb al eerder gezegd dat ik er wel alle vertrouwenin had dat dit kabinet zich zou houden aan het coalitieakkoord zoals wedat omschreven hebben.De voorzitter:Ik kijk even rond of er nog interrupties zijn.Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):Ik hoor de heer Bamenga zeggen dat hij er vertrouwen in had dat er ophet coalitieakkoord teruggegrepen zou worden. Als er steeds op hetcoalitieakkoord wordt teruggegrepen, dat dus geen meerderheid heeft,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22224 waarom onderhandelen we dan überhaupt nog? Dat coalitieakkoord heeftgeen meerderheid. Er wordt nu naar samenwerking gezocht, maarwaarom werken we eigenlijk samen als er vervolgens toch weer op datcoalitieakkoord, dat dus geen meerderheid heeft, wordt teruggegrepen? Ikbegrijp dat gewoon echt niet.De heer Bamenga (D66):Het gaat er niet alleen om dat ik kan teruggrijpen naar een coalitieakkoord,er is ook gewoon een aangenomen motie van, onder anderen, mevrouwKröger, die de regering verzoekt om stevig steun uit te spreken voor hetwerk en het mandaat van UNRWA en om de banden te herstellen. Dus dat.De voorzitter:Ik kijk even naar mevrouw Dobbe. Als zij geen interruptie heeft, dan zou ikde heer Ceder ...Mevrouw Dobbe (SP):Ik heb wel een interruptie, maar die gaat over iets anders.De voorzitter:Mag ik dan de heer Ceder vragen om het voorzitterschap even over tenemen?Voorzitter: CederDe voorzitter:Dank u wel. Ik neem het voorzitterschap even over, zodat de heer Stoffereen interruptie kan doen op de heer Bamenga.De heer Stoffer (SGP):Dank u wel. Ik heb gisteren de fractievoorzitter van de heer Bamenga, deheer Paternotte, in een filmpje van GeenStijl gezien. Ik hoor vandaag deheer Bamenga. Deze minderheidscoalitie heeft behoefte aan een stukjestabiliteit voor een jaar of vier, waarin begrotingen en wetten moetenworden aangenomen. Daar moet je meerderheden voor creëren. Ik hoornu dat zowel aan de rechterkant als aan de linkerkant mensen door demanier van werken in de gordijnen worden gejaagd. Hoe denkt de heerBamenga dat het de komende periode verder moet? Op deze manier, enals dit de reflectie van zowel de heer Paternotte als de heer Bamengablijft, is er toch geen partij meer die denkt: ik ga nog een begrotingsteunen? Je wordt een paar dagen later namelijk bij de benen genomen.Zou de heer Bamenga daarop kunnen reageren?De heer Bamenga (D66):Wat mij betreft zijn wij volledig transparant. Volgens mij hebben wijmeerdere debatten gehad – vanuit mij bezien was het eerste debat injanuari 2024 – over onder andere UNRWA. U weet vanaf dat moment watmijn standpunt is, namelijk dat ik vind dat Nederland de hulp aan UNRWAabsoluut niet zou moeten opschorten. U weet ook dat ik het belangrijkvind dat wij met z’n allen – u vindt dat zelf ook; we hebben daar verschil-lende gesprekken over gevoerd – meer gaan investeren in ontwikkelings-samenwerking. Dat is onze inzet. Daar zijn we ontzettend transparant over.Wij zijn ook transparant geweest over de motie die daar eerder al overaangenomen is en ook over wat er in het coalitieakkoord staat. Ja, wehebben inderdaad te maken met een begroting die in principe nog van hetvorige kabinet is. Dit kabinet is er enkele weken en heeft dus enkele wekende tijd gehad om hieraan te werken. Ik prijs het werk dat ze hier tot nu toeaan hebben geleverd ontzettend, maar het zal tijd kosten om dat weernaar het juiste niveau te brengen. Ik hoop ook echt met de SGP te kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22225 samenwerken om ervoor te zorgen dat de begroting van Ontwikkelingssa-menwerking verbeterd wordt.De voorzitter:Een vervolginterruptie van de heer Stoffer.De heer Stoffer (SGP):Ja, dit is mijn laatste, voorzitter. De heer Bamenga gaat telkens terug naarde inhoud. Dat snap ik. Hij is daar transparant over. Maar ik zou zeggen:luister de stemverklaring van JA21 vorige week bij de begrotingsbehan-deling nog eens terug; die was klip-en-klaar. Als je dan een paar dagenlater bij de benen wordt genomen, dan geeft dat ... U hoort het denk ikterug uit alle reacties: van de heer Ceder, mevrouw Kröger, de heerHoogeveen en ook die van mij. Als een proces zo wordt ingestoken, er devolgende keer begrotingen voor bepaalde wetten komen en je debegroting steunt onder bepaalde voorwaarden, maar er vervolgens eendag of wat later iets gebeurt wat die voorwaarden totaal doorkruist, dangeeft dat vertrouwen dat te voet komt en te paard gaat. Als dit de reflectievan de heer Bamenga en de heer Paternotte blijft, geef ik maar mee dathet voor de SGP heel niet-vertrouwd voelt om met een bepaaldewelwillendheid naar begrotingen te kijken. Ik zou dat toch vooral meewillen geven. De heer Bamenga moet zelf maar weten of hij daar nog eenreactie op wil geven, maar ik geef deze boodschap maar mee. Dit raaktecht wel de vertrouwensvraag of je het in de toekomst nog een keeraandurft met elkaar. Denk daar alstublieft over na.De heer Bamenga (D66):Dank voor de vraag, of in ieder geval voor de suggestie die de heer Stoffermeegeeft. De heer Stoffer hoeft hier geen antwoord op te geven, maar ikwil wel even duidelijk maken dat het in elk geval volgens mij heel helder ishoe wij in deze kwesties staan. Het kan op geen enkele manier eenverrassing zijn geweest voor de heer Stoffer dat wij graag meer willeninvesteren in ontwikkelingssamenwerking en dat we kritisch zijn en altijdzijn geweest wat betreft de bezuinigingen en zelfs de begroting die we nuhebben aangenomen. We zijn daar ook kritisch op. We willen graag datdie koppeling zo snel mogelijk hersteld wordt. Dat zijn allemaal dingenwaar in ieder geval ik en ook mijn partij heel transparant over zijngeweest. U staat er voor een groot deel van dit hele verhaal als het goedis op dezelfde manier in. Ik hoop in ieder geval met de heer Stoffer tekunnen blijven samenwerken om ervoor te zorgen dat we niet alleenmooie dingen voor Nederland, maar voor de hele wereld kunnenbereiken.De voorzitter:Dank u wel. Bij dezen geef ik het voorzitterschap terug aan de heer Stoffer.Voorzitter: StofferDe voorzitter:Dank u wel. De heer Bamenga heeft nog zeventien seconden om zijnbetoog af te ronden.De heer Bamenga (D66):Ik had het al afgerond, voorzitter.De voorzitter:Kijk, helder. Dan heeft u het mooi binnen de tijd gedaan. Mevrouw Dobbeheeft de kans om nog twee vragen aan u te stellen.Mevrouw Dobbe (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22226 Ik heb een vraag over de medische evacuaties en de brief die daargisteren over is gekomen. We hebben best lang moeten wachten op diebrief en hadden grote verwachtingen. Er is blijkbaar ook veel discussie inhet kabinet geweest om daar een antwoord op te formuleren. We lezendat het kabinet niks extra’s gaat doen op dit moment, behalve dat deuitspraak wordt gedaan om hier welwillend naar te kijken. Wij hebbeneerder samen opgetrokken om te zorgen dat die medische evacuaties welmogelijk worden. We weten dat de situatie niet beter is geworden, maarslechter. Kunnen wij op de steun van D66 blijven rekenen? Op hetmoment dat er in de regio geen ruimte is voor kinderen en het logistiekwel mogelijk is om ze uit de regio te halen via bijvoorbeeld Egypte of deopen grensovergangen, blijft D66 dan de steun uitspreken om dat te doenwaar dat kan?De heer Bamenga (D66):Wij staan daar welwillend in.De voorzitter:Dan hebben we hiermee uw termijn afgerond. We gaan luisteren naar demevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. De genocide tegen de Palestijnse bevolking gaatsluipenderwijs door. Sinds het zogenaamde staakt-het-vuren zijn er doorIsraël al meer dan 673 Palestijnen vermoord in Gaza. Alle grensover-gangen met Gaza zijn op 28 februari gesloten door de Israëlische regering.Er is slechts beperkte toegang voor humanitaire hulp, via één gedeeltelijkgeopende overgang. Als gevolg daarvan zijn er volgens de VN tussen28 februari en 25 maart minder dan 60 vrachtwagens per dag Gazabinnengekomen. Volgens meerdere hulporganisaties zijn er minstens 500humanitaire trucks per dag nodig. Volgens het internationaal humanitairrecht is Israël verplicht om levensreddende hulp toe te laten, maar in depraktijk zien we het tegenovergestelde: structurele blokkades, ondercapa-citeit en hulpverleners die onder extreme omstandigheden en metextreme verdachtmakingen door Israël hun werk moeten doen.Het gebied is volledig verwoest, hulp is noodzakelijk en de UNRWA-gelden moeten dan ook zo snel mogelijk worden hersteld. In het gebied isUNRWA de belangrijkste organisatie en de grootste VN-organisatie in hetMidden-Oosten die die hulp kan bieden. Er staat Nederland niets meer inde weg om die hulp dan ook te herstellen. Mijn vraag aan de Minister is:waarom lijkt het nou toch dat hij terugtrekkende bewegingen maakt en datwe pas in de Najaarsnota die gelden kunnen verwachten? Kan de Ministerdat toelichten? Zijn er mogelijkheden om die steun nu in te zetten? Het isnamelijk de levenslijn van de Palestijnen. Ook het geweld op de WestelijkeJordaanoever gaat intussen door, ook in het zogenoemde E1-gebied.Daardoor wordt een Palestijnse staat feitelijk onmogelijk gemaakt.Dan zien we ook nog Libanon. Sinds 2 maart zijn er meer dan 1.200mensen vermoord door de Israëlische aanvallen. Voor deze oorloghadden naar schatting al 3 miljoen mensen in Libanon hulp nodig, alsgevolg van onder andere eerdere aanvallen van Israël en de gevolgen vande Syrische Burgeroorlog. De Israëlische luchtaanvallen in Libanon zijn deafgelopen weken sterk geïntensiveerd. Waar eerdere evacuatiebevelenbeperkt bleven tot individuele gebouwen of enkele dorpen, worden numensen uit complete regio’s gedwongen verplaatst, waaronder hetvolledige gebied ten zuiden van de rivier de Litani en delen van dezuidelijke voorsteden van Beiroet. Human Rights Watch constateert datIsraël in Libanon dezelfde strategie van massale gedwongen ontheemdingtoepast als eerder in Gaza.Mijn vraag aan de Minister is de volgende. In het coalitieakkoord staat dathet kabinet inzet op het bevorderen van het internationaal recht. We zienTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22227 dat Israël keer op keer het internationaal recht met voeten treedt. Mijnvraag is dus heel helder: welke extra stappen gaat deze Minister nu zettentegen Israël om Israël te dwingen zich aan het internationaal recht tehouden? We hebben de wetgeving rondom de boycot van producten uitillegale nederzettingen. Hoe staat het daar nu mee? Is de Minister bereidom te kijken of we die kunnen uitbreiden naar een volledige economischeboycot? Hoe gaan we het namelijk handhaven voor dat ene specifiekegebied? Als we dat moeten overlaten aan de Israëlische regering, dan kanik al vertellen dat dat niet per se goed zal zijn.Voorzitter. Wanneer komt het kabinet met een ondubbelzinnige veroor-deling van deze oorlogsmisdaden in Libanon? En belangrijker: welkeconcrete maatregelen gaat Nederland nemen om hier consequenties aante verbinden? Kortom, hoeveel rode lijnen moet Israël nog overschrijdenvoordat wij echt actie gaan ondernemen? Is de Minister in dat licht ookbereid om te kijken naar het opschorten van het associatieverdrag tussenIsraël en de EU? Welke stappen zet Nederland nu om dat mogelijk temaken?Tot slot, voorzitter. Het is al een aantal keer gegaan over de brief over deevacuatie van kinderen naar Nederland. Mevrouw Dobbe heeft daar netook een aantal vragen over gesteld. Het kabinet zegt dat het er welwillendtegenover staat. We hebben te maken met kinderen die in Egypte zitten,terwijl er hier ziekenhuizen zijn die allang hebben gezegd: wij kunnen diekinderen helpen. Het gaat om problematische en complexe medischeproblemen, zoals kanker. Die kinderen kunnen hier nu geholpen worden.Wat betekent «welwillend ertegenover staan»? Is de Minister bereid omhier ook echt stappen op te zetten?Dank u.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou de heer Ceder willen vragen of hij het voorzitterschapover wil nemen, zodat ik mijn termijn ook kan invullen.Voorzitter: CederDe voorzitter:Dat mag. Bij dezen neem ik het voorzitterschap over. Ik geef de heerStoffer het woord.De heer Stoffer (SGP):Dank u wel, voorzitter. Juist de armste landen worden het hardst geraaktdoor de wereldwijde energiecrisis. Ze hebben geen alternatieven voorbrandstof en kunstmest via de Straat van Hormuz. De SGP roept hetkabinet daarom op: haal ontwikkelingssamenwerking van de nullijn af enbegin noodhulp. Het is goed dat het kabinet vasthoudt aan meerjarigeongeoormerkte financiering, zodat organisaties snel en flexibel kunnenreageren op acute noden. Kan de Minister toezeggen dat hij bij dehernieuwde samenwerking met de Dutch Relief Alliance ook de gestegenkosten en inflatie meeneemt? Met een gelijkblijvend budget wordenimmers minder mensen bereikt.De situatie in Burkina Faso en elders in de Sahel is ernstig, met jihadis-tisch geweld, massale ontheemding en grote tekorten aan voedsel endrinkwater. Wat doet het kabinet om de humanitaire situatie te verlichten?Ziet de Minister mogelijkheden om binnen Europees verband samen tewerken met andere landen in West-Afrika op het gebied van contraterro-risme naast het recente partnerschap met Ghana? Staat het kabinet op hetstandpunt dat inzet van verkenningsdrones en vliegtuigen uitsluitendmogelijk is in democratische landen of is de Minister van mening datEuropa hierin onder voorwaarden pragmatischer kan optreden, zoals deVerenigde Staten doen boven Mali?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22228 In Oost-Congo heeft M23 met steun van Rwanda zijn positie uitgebreid eneen parallelle machtsstructuur opgebouwd. Vrouwen worden op groteschaal verkracht, kinderen worden uitgebuit en dorpen wordengeplunderd. Door aanhoudende gevechten in Zuid-Kivu is de humanitairesituatie verder verslechterd. Duizenden mensen zijn gevlucht naarBurundi, terwijl teruggekeerde vluchtelingen volledig afhankelijk zijn vannoodhulp. Mijn vraag is: wat doet het kabinet voor deze mensen? De SGProept het kabinet op om de Verenigde Staten diplomatiek bij de les tehouden, want sancties op Rwanda sorteren effect. Daarnaast: investeer inverwerkingscapaciteit voor mineralen, zoals coltan, zodat het verdien-model van gewapende milities wordt doorbroken. Deelt de Minister deopvatting dat juist de lokale bevolking de vluchten moet plukken van deLobito-corridor en is hij bereid om zich in het kader van de GlobalGateway in te zetten voor versterking van infrastructuur en toegang totbasisvoorzieningen?Voorzitter. Volgens de VN-cijfers is Zuid-Sudan het minst ontwikkelde landter wereld en tegelijk vangt het ruim 1 miljoen Sudanese vluchtelingen op.Opvang in de regio dus, en juist daar wil het kabinet de ambassadesluiten, ondanks beloftes in het coalitieakkoord. Kan de Minister vanuitzijn verantwoordelijkheid voor fragiele staten inhoudelijk onderbouwenwaarom hij niet op dit besluit terugkomt? Welk signaal geeft Nederlandhiermee af?Voorzitter. Tot slot de UNRWA-brief die de Minister naar de Kamer heeftgestuurd. Hij schrijft dat hij in lijn blijft met het amendement-Stoffer/Eerdmans door ook andere VN-organisaties en het Rode Kruis en de RodeHalve Maan te financieren. Vanuit mijn optiek is dat op zijn minst maareen halve waarheid. Als de redenering zou kloppen, als het amendementalleen om diversificatie van noodhulpkanalen had gevraagd, dan is dat zo,maar het amendement van JA21 en de SGP vraagt juist om eenafbouwpad voor UNRWA en om dat vast te leggen. Amendementen omdit terug te draaien zijn vorige week weggestemd. De Minister handelt nietin lijn met de afspraken, maar doet het tegenovergestelde: hij verhoogt deUNRWA-bijdrage van 11 naar 19 miljoen.In mijn beeld is Minister Sjoerdsma iemand als een roker die door zijn artsnoodgedwongen overstapt op nicotinepleisters en elke week een sigaretminder moet roken, maar is de kettingrokende Minister zo gehecht aanzijn gewoonte dat hij voor de zekerheid maar vast een paar extra sloffeninslaat. De Minister maakt zichzelf wijs dat hij goed bezig is zolang hij ookdie pleisters maar gebruikt. Zo komen we nooit van UNRWA af en zouhoudt het ook zijn ongezonde machtspositie. Het advies van de SGP aanhet kabinet is: wees nu verstandig en verspil je goodwill als minderheids-kabinet niet al tijdens je wittebroodsweken. Trek samen op met kritischelanden als Italië en Duitsland om alternatieve hulporganisaties op teschalen die het lijden in Gaza kunnen verlichten. Ik zeg erbij: het kan wel.Dank u wel.De voorzitter:O, sorry. Ik bleef even stil bij de laatste woorden. Ik geef het voorzitter-schap aan de heer Stoffer.Voorzitter: StofferDe voorzitter:Dank u wel. Minister, hoe lang wilt u schorsen?Minister Sjoerdsma:Zo kort als mogelijk, maar er is wel een vrij breed palet aan vragengesteld. Dus als twintig minuten kan, zou mij dat helpen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22229 Wij zorgen dat wij hier om 11.55 uur zitten en dan hopen wij dat u er ookbent.De vergadering wordt van 11.35 uur tot 11.56 uur geschorst.De voorzitter:Goed, het is 11.55 uur. De Minister heeft hard gewerkt, en ik denk vooralook de mensen die hem ondersteunen. We hebben nog ruim een uurstaan voor dit debat. Ik heb in de schorsing even overlegd met decommissie. Er is wel behoefte aan een tweede termijn. Dat gaan weallemaal niet redden in een uur en vijf minuten, met ook interruptiesdaarbij, dus het voorstel is om te kijken of we volgende week donderdag9 april ’s ochtends een blok van twee uur kunnen reserveren. Er staat danal een uur gereserveerd voor kennismaking van de commissie met deMinister. Dat kunnen we wellicht wat oprekken. Daar zit dus, zonder dat ikhet hard kan toezeggen, enige ruimte. Kunt u ermee instemmen dat wedat doen? Dan gaan we nu gewoon rustig van start en dan ronden we hetdan af.Mevrouw Dobbe (SP):Ik zou het heel fijn vinden als het uitgangspunt dan is dat we het debatdan afmaken en niet alleen de tweede termijn doen, want dat zoubetekenen dat we de eerste termijn nu heel snel moeten doen. Volgensmij redden we dat ook niet in een uur.De voorzitter:Dank voor uw opmerking. Dat is ook de bedoeling. We beginnen nugewoon rustig met elkaar en dan hebben we nog twee uur om de boelecht goed af te maken.Goed. Dan is het aan de Minister om te beginnen met de beantwoording.Als u dat in blokjes zou doen – ik weet niet of u dat doet – dan geef ik elkekeer aan het eind van een blokje ruimte voor interrupties. De ledenhebben drie interrupties.Minister Sjoerdsma:Dat is goed, voorzitter. Als u mij toestaat, begin ik toch ook met een watalgemenere inleiding. Daarna zal ik de blokjes kenbaar maken, maarnatuurlijk niet voordat ik uw Kamer heb bedankt voor de gestelde vragen.Aan het begin wilde ik een aantal algemene noties noemen. Misschienallereerst over de context die onder anderen door de voorzitter in zijn rolals SGP-woordvoerder is opgebracht. Dat is de context van de sluiting vande Straat van Hormuz en de gevolgen die die met zich meebrengt. Voorhet onderwerp van het debat van vandaag zijn die enorm. Het feit dat daargeen kunstmest doorheen kan, betekent dat bij ons de prijzen stijgen,maar dat elders de voedselproductie in groot gevaar komt. Dit zijn echtcruciale maanden voor die producten. De directe gevolgen van de sluitingvoelen we nu wellicht nog maar een klein beetje. Met «een klein beetje»wil ik niet bagatelliseren hoe erg we het voelen, maar ik bedoel daarmeevooral te zeggen hoezeer we de gevolgen nog later dit jaar zullen voelen.Dat is een enorme uitdaging. Dat gaat voor dit kabinet, en voor een heelgroot aantal landen in de wereld, een uitdaging zijn, waar we slechts eenbegin van een antwoord op hebben, moet ik ook eerlijk zeggen. Hetgisteren vrijgemaakte geld, de 6 miljoen euro voor de DRA en het ICRC inLibanon, is omvangrijk. Het is veel geld; ik zeg het meteen. Maartegelijkertijd is het, gelet op de omvang van de crisis, echt een druppel opde gloeiende plaat. Dat is één.Twee. Ik vond de steun die er in de Nederlandse samenleving is – diebrede steun proefde ik overigens ook in dit debat – voor humanitaire hulp,voor noodhulp, hartverwarmend. Ik was bij de campagne van War Childen Radio Veronica in Utrecht. Toen ik daar hoorde hoeveel mensen liedjesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22230 aanvroegen, hoe betrokken zij waren, hoeveel steun daar was, vond ik dathartverwarmend en ook spreken voor de solidariteit die in Nederlandheerst. Dat geeft mij hoop. Dat is twee.Ten derde misschien over de organisaties die noodhulp verlenen. Ik hebop mijn tweede dag gesproken met een aantal Nederlandse noodhulpor-ganisaties die in Gaza actief zijn. Ik heb uitgebreid met het ICRCgesproken. Ik heb in New York met VN-organisaties gesproken. Gisterenheb ik nog met de DRA gesproken, wat echt een wereldcoalitie is. Ik kanalleen maar onder de indruk zijn van wat zij in deze tijden voor elkaarkrijgen, maar ik kan ook alleen maar met afschuw kijken naar wat hunmedewerkers overkomt dezer dagen en hoezeer zij doelbewust ondervuur liggen, niet meer van militaire groeperingen, paramilitaire groepe-ringen, terroristische groeperingen of criminele bendes, maar ook echtvan staten. Als ik dat afzet tegen mijn eigen ervaringen toen ik alsdiplomaat bij Buitenlandse Zaken begon, dan kan ik het volgende zeggen.Ook toen leefde bij deze mensen, bij deze helden, zou ik eigenlijk willenzeggen, in Sudan of Afghanistan het sentiment en het gevoel dat zewisten waar ze aan begonnen en dat er een risico was, maar dat risico isecht fundamenteel veranderd en dat is onacceptabel. Daarover overigenslater meer, maar gewoon alleen even de cijfers: vorig jaar zijn 341hulpverleners om het leven gekomen tijdens hun werk; 341. Dat zijn erecht 341 te veel. Ik sprak daarover met Tom Fletcher, de VN-coördinator,met Lahbib, de Eurocommissaris Noodhulp, en uiteraard met de presidentvan het ICRC: onacceptabel.Het laatste wat ik nog wil zeggen voordat ik aan de blokjes toekom, is dit.Een groot deel van uw Kamer heeft voor de verkiezingen een stembusak-koord getekend. Ik heb het ook gezegd bij de presentatie van hetAIV-rapport: aan de ene kant is het hartverwarmend om eenheid te zien,aan de andere kant is het ook megazorgwekkend dat er op dit onderwerpeen stembusakkoord nodig is. Je zou dat niet willen zien, maar het is welheel goed dat het er is, want het heeft ook geleid tot een uitstekend adviesvan de AIV. Ik kom daar later nog op terug, want daarover zijn een aantalvragen gesteld, onder anderen door mevrouw Dobbe. Dat advies is echtuitstekend. De afdeling binnen het ministerie heeft ontzettend haar bestgedaan om voor dit debat de kabinetsreactie te sturen.Er zijn ook wat meer politieke debatten en daar zal ik uiteraard opreageren, maar de kern die vandaag voorligt, is een vraag die de premiervan Canada, Carney, opwierp: hoe komt de wereld eruit te zien als wezwijgzaam accepteren dat afspraken en basisbeginselen van medemense-lijkheid verloren gaan? Dat is uiteindelijk echt de kern van dit debat. Ikherhaal die vraag. We moeten staan voor die afspraken en we moetenalles wat we kunnen doen, diplomatiek, financieel en politiek, ook doen.Richting de Kamerleden: ik realiseer mij dat wij voor het debat, ook nogvlak daarvoor, een enorme hoeveelheid brieven naar u hebben gestuurd.Daar wil ik twee dingen over zeggen. Allereerst excuses dat die brieven zolaat waren, maar ik vraag ook enige coulance, gelet op de enormehoeveelheid aanvragen die er was. Er is echt keihard gewerkt door mijnambtenaren om ervoor te zorgen dat alles wat u wilde hebben er ook is.Alles wat niet naar uw zin is, is volledig aan mij te wijten.Dan de blokjes. Ik wil beginnen met de situatie in het Midden-Oosten enLibanon. Daar zit ook het AIV-advies in. Dan gaan we naar Sudan,vervolgens naar Gaza, UNRWA en medische evacuaties. Tot slot heb iknog overig. Dat is niet vervelend bedoeld, maar in dat blokje zitten vragendie niet binnen een blokje passen.De voorzitter:Helder, dank. Even voor de mensen die later binnengekomen zijn, hetvolgende. De Minister heeft zojuist een algemene inleiding gehouden. Wehebben met elkaar afgesproken dat we de drie interrupties gewoon inleven houden. We krijgen het vandaag niet rond voor 13.00 uur, dus weTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22231 doen een poging om volgende week donderdagochtend twee uur in teplannen om het debat af te ronden. Dat geldt dan voor deze termijn, alsdat nodig is, en voor de tweede termijn, waar vrij breed behoefte aan was.Ik kijk even rond: is er een interruptie op de inleiding? Die is er, van deheer Van Baarle.De heer Van Baarle (DENK):Niet zozeer een interruptie op de inleiding als wel een vraag hoe we hetgaan aanpakken qua interrupties. Of heb ik dat gemist?De voorzitter:Dat blijven er gewoon drie. We zullen ons best moeten om het rond tekrijgen. Verder geen interrupties? Minister, dan kunnen we aan uw eersteblokje beginnen.Minister Sjoerdsma:Dank. Nog een keer voor de duidelijkheid: in dat eerste blokje doen we hetMidden-Oosten, Libanon en het AIV-advies. Met betrekking tot Libanonhebben enkele van uw leden zeer terecht aandacht gevraagd voor deontzettend zorgwekkende situatie die zich daar aan het ontvouwen is. Eenland dat toch al een enorme hoeveelheid Syrische vluchtelingen heeftopgenomen, een land dat zich ontzettend solidair heeft verklaard met deellende in de regio, ziet zich nu geconfronteerd met bijna een miljoen ofmisschien al meer dan een miljoen ontheemden in eigen land: Libanezendie vanuit het zuiden naar het noorden moeten vluchten. Daar is geencapaciteit voor. Ik zei net al dat de Nederlandse bijdrage is opgehoogd: viade DRA 3 miljoen en via het ICRC 3 miljoen. Ik noemde ook de omvangvan de crisis en zei dat die breder is dan alleen Libanon. Ik wil wel zeggenik echt onder de indruk ben van het werk dat onze organisaties daar doen,ook van de snelheid waarmee zij dit kunnen oppakken.De heer Ceder vroeg mij in deze context om te kijken naar de wereldwijdeeconomische gevolgen van de oorlog en de energiecrisis en ook extrasteun te bieden aan kwetsbare groepen, bijvoorbeeld in vluchtelingen-kampen, die afhankelijk zijn van dieselaggregaten. Ik hoop dat evident isdat ik die zorg deel. Het is ontzettend belangrijk dat we daar aandachtvoor hebben, want de geweldsescalatie in het Midden-Oosten heeftenorme indirecte effecten op humanitaire hulp en noodhulpoperatieswereldwijd. De stijging van voedsel- en brandstofprijzen is er daar eenvan, de logistieke uitdaging is twee en dan heb je ook nog, drie, degroeiende beperking op het gebied van toegang. Ik zei het net al, geziende buitengewone situatie hebben we besloten 6 miljoen extra vrij temaken. Omdat wij zo flexibel financieren – de heer Stoffer prees datsysteem – kunnen ook andere organisaties, die wij nu niet direct wat extrageld geven, wel flexibel inspelen op de noden die door de heer Ceder zijngenoemd.De heer Bamenga vroeg zeer terecht aandacht voor de 50 hulpverlenersdie zijn omgekomen in Libanon. Laat ik heel helder zijn: ik maak meontzettend grote zorgen over de aanvallen op deze hulpverleners, opmedische faciliteiten in Libanon en uiteraard ook op de VN-missie daar, opUNIFIL. Hulpverleners moeten altijd veilig hun werk kunnen doen, waarook ter wereld. We zullen een aantal dingen doen. Ik heb mij van de weekook uitgesproken over een van deze aanvallen. Die betrof medewerkersvan de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. Wij zullen uiteraard deLibanese autoriteiten aanmoedigen eigen onderzoek te doen. Dat iscruciaal. Ook zullen wij de stevige verwachting uitspreken dat Israël ofwelmedewerking verleent aan zulk onderzoek, ofwel parallel eigen onderzoekgaat verrichten. De Nederlandse ambassade in Beiroet is voortdurend incontact met de autoriteiten en de Nederlandse ambassade in Tel Aviv zalook bij de Israëlische autoriteiten aandringen op medewerking. Ik zal datin mijn eigen contacten ook doen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22232 De heer Van Baarle vroeg of ik van oordeel ben dat er sancties moetenvolgen naar aanleiding van de misdaden van Israël in Libanon. Tweedingen daarover. Duidelijk is dat militair optreden alleen binnen de kadersvan het internationaal recht mag plaatsvinden en dat hier een diploma-tieke oplossing noodzakelijk is. Daar spreekt het kabinet Israël ook op aan.Even voor uw beeld: vanochtend nog sprak de Minister-President met deIsraëlische president Herzog en gisteren was er een ondertekening vanNederlandse zijde van een internationaal statement waarin heel duidelijkis gemaakt hoe Nederland en andere landen aankijken tegen de voorge-nomen annexatie zoals uitgesproken door Israëlische Ministers. Die isonacceptabel.Dan een vraag van mevrouw Kröger en de heer Bamenga, die hieroverigens ook deels op ziet. Eigenlijk is het in essentie dezelfde vraag. Ikzou nog een keer willen onderstrepen dat de opmerkingen over ...Legitieme veiligheidszorgen is één ding, maar zodra het gaat overannexatie, bezetting, wil ik benadrukken, zoals ook in het statement isverwoord door de Minister van Buitenlandse Zaken, dat respect voor desoevereiniteit en territoriale integriteit van Libanon essentieel enondeelbaar is voor dit kabinet. Ik zeg het nog een keer: die boodschap isvanochtend ook door de Minister-President overgebracht.De heer Ceder vroeg verder naar de Nederlandse inzet om de Libaneseregering te ondersteunen bij het ontwapenen van Hezbollah. Het isevident dat de aanvallen van Hezbollah richting Israël per direct moetenstoppen en dat de organisatie haar wapens dient in te leveren. Dieboodschap heeft Nederland herhaald in een gezamenlijke verklaring metFrankrijk, Italië en dan vergeet ik er nog één. Ik kijk even naar rechts: hetVerenigd Koninkrijk? Ja, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Wijhebben natuurlijk ook onze steun uitgesproken aan Libanon en gezegd datwij hen zullen bijstaan. Wij ondersteunen de Libanese regering en deLibanese strijdkrachten bij dat traject. Wij steunen de versterking van deLebanese Armed Forces al enkele jaren via de capaciteitsopbouw,bijvoorbeeld op het vlak van civiel-militaire samenwerking.De voorzitter:Ik denk dat u nog niet binnen was toen ik het zei, maar we doen deinterrupties aan het eind van het blokje, meneer Ceder.Minister Sjoerdsma:Ik denk dat de heer Ceder mazzel heeft, want binnen het blokje ben ik aanhet einde van het deel over Libanon en ga ik naar het AIV-advies. Ik wil hetvoorzitterschap van de heer Stoffer uiteraard niet overnemen, maar ...De voorzitter:Dat doet nu wel een klein beetje, maar we zijn welwillend vanochtend, dusgaat u uw gang, meneer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ja, op dit punt, voorzitter. De situatie in Libanon is ernstig en die isverslechterd door de aankondigingen vanuit Israël. Ik heb eerder eenmotie ingediend om het mandaat van de VN opnieuw te versterken. Deheer Klaver heeft dat een paar weken geleden opnieuw gedaan. Als dieresolutie niet wordt uitgevoerd – dat wil zeggen: als de VN Hezbollah nietontwapent – is de redenatie van Israël dat zij, als niemand het doet, zelfstappen moeten zetten om Hezbollah te ontwapenen, omdat anders hetnoorden van Israël niet bewoonbaar is. Dat grijpt dus wel in op elkaar. Ikhoop dat we kunnen de-escaleren. Mijn vraag is daarom: ziet de Minister,behalve dat hij zijn zorgen uitspreekt, meer mogelijkheden om dieresolutie ook effectief te laten gelden, dan wel om steun of capaciteitvanuit de VN te bieden om de taak te vervullen waarover we al jarengeleden met elkaar hebben besloten? Of zegt de Minister dat hij datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22233 eigenlijk niet kan doen? Dat roept dan de vraag op wat Israël dan wel zoumoeten doen, aangezien het wel degelijk aanvallen van Hezbollah in hetnoorden van het gebied moet incasseren en een verantwoordelijkheidvoor de eigen bewoners daar heeft.Minister Sjoerdsma:Een begrijpelijke vraag van de heer Ceder. Laat ik die opdelen in eenaantal zaken. Allereerst, de aanvallen van Hezbollah op Noord-Israël zijnonacceptabel. Dat is evident. Het is duidelijk dat we die moeten stoppen.Dan het tweede. De heer Ceder heeft het over het mandaat van UNIFIL enhet belang dat dit leidt tot ontwapening. Kijk, dat steunen wij uiteraard. Ikdenk dat een van de belangrijkste routes die Nederland daarin kiest, is datwij het Libanese leger willen ondersteunen bij de taak die het hierin heeft.Uiteindelijk zal dat zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de eigenveiligheid. We weten allemaal hoelang die VN-missie daar al zit. We wetenook dat de VN-missie daar niet zomaar weg zal zijn. Maar uiteindelijk ishet van cruciaal belang dat de Libanese strijdkrachten dat zelf doen. Daarzetten wij zeer op in, via civiel-militaire samenwerking en via training vangrensbewaking, maar ook op het gebied van ontmijning.De heer Stöteler (PVV):Kan de Minister hier toegeven dat de internationale gemeenschap, in hetbijzonder de Verenigde Naties, gewoon heeft gefaald richting de heleregio, en richting Israël in het bijzonder? De UNIFIL-missie in het zuidenvan Libanon, in de zogeheten blauwe zone, had natuurlijk geen gewelds-mandaat. Daardoor kon Hezbollah, dat wel gewoon wapens in bezit had,zich daar nestelen en van daaruit raketten afvuren op Israël. Wil en kan deMinister erkennen dat de internationale gemeenschap met dat mandaatvoor UNIFIL gewoon heeft gefaald, en dat er dus andere maatregelennoodzakelijk zijn om de terreur in die regio terug te dringen?Minister Sjoerdsma:Ik aarzel heel erg om UNIFIL te gaan recenseren net nadat zijmedewerkers hebben verloren als gevolg van aanvallen. UNIFIL doet opdit moment echt wat het kan, onder ontzettend moeilijke omstandighedenen onder heel grote druk. Het is evident dat het Libanon zelf, maar ookUNIFIL, tot nu toe onvoldoende is gelukt om ervoor te zorgen dat er geenaanvallen zijn vanuit Libanon op Israël. Tegelijkertijd moeten we ookkijken naar de huidige situatie. Dan moeten we niet vergeten – dat ziet deheer Stöteler denk ik ook – dat er ook grote zorgen zijn over wat er nu inZuid-Libanon gebeurt, waarbij de-escalatie en diplomatie van grootbelang zijn. Ik denk dat dit een van de belangrijkste rollen is die Nederlanden de Europese Unie kunnen spelen, om ervoor te zorgen dat degewelddadigheden stoppen, dat de aanvallen op hulpverleners en de VNstoppen en dat Hezbollah ontwapend wordt. Dat we daar nog ver van wegzijn, is, denk ik, evident; daar is geen enkele twijfel over. Maar we moetenhet wel in die balans blijven bezien.De heer Stöteler (PVV):Ik hoop niet dat mij dit een interruptie kost, voorzitter. Ik wil één dingrechtzetten. Ik heb niet UNIFIL bekritiseerd; ik heb het mandaat bekriti-seerd. De internationale gemeenschap heeft daaraan niet het juistemandaat gegeven.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb een vraag over de acties die Nederland wil ondernemen naaraanleiding van wat er met hulpverleners is gebeurd in Libanon. Ik hoor deMinister dan zeggen: we verwachten dat Israël daar onderzoek naar gaatdoen. Dat is hoe ik zijn antwoord heb geïnterpreteerd. We hebbennatuurlijk eerder in Gaza gezien dat Israël geen bewijzen aanlevert watTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22234 betreft aanvallen op hulpverleners en dat het informatie juist verdoezelt inplaats van geeft. Mijn vraag is dus: waarop baseert de Minister dat dit eengoede actie is? Zou Nederland niet veel beter internationaal onafhankelijkonderzoek, zoals van de VN of het Internationaal Strafhof, veel meermoeten faciliteren in plaats van er nu op inzetten dat Israël zelf onderzoekgaat doen?Minister Sjoerdsma:Dank voor deze vraag, omdat die mij de gelegenheid geeft om wellicht heteen en ander toe te voegen aan wat ik net zei. Er zijn hierbij, denk ik, eenaantal sporen die we aflopen. Ik deel daarbij wel met mevrouw Teunissendat het de vraag is of dat meteen of op langere termijn heel veel oplevert,maar we moeten die toch aflopen. Het eerste is in ieder geval: het begintmet ons uitspreken, hetgeen ik ook heb gedaan bij de aanval op deWereldgezondheidsorganisatie. Twee: nationaal onderzoek blijft vanbelang. Ik weet dat dat frustrerend is, maar dat ligt in eerste instantie bijLibanon. Het ligt in tweede instantie bij Israël. Daar zijn we als Nederland– ik begrijp ook hierbij de frustratie – ontzettend vasthoudend in. Tenderde – daar heeft mevrouw Teunissen, denk ik, gelijk in – steunen we metfinanciële contributies natuurlijk best een groot aantal clubs die internati-onaal onafhankelijk onderzoek doen als nationaal onderzoek te laat of nietkomt of faalt in de ogen van internationale organisaties. Die kijken hierzeer serieus naar en die zijn ook al in het land aanwezig.Mevrouw Van Ark (CDA):De Minister geeft aan dat Libanon en Israël zelf onderzoek moeten doen.Ik heb een vraag over het onderzoek dat Israël heeft gedaan naar devijftien hulpverleners van het Rode Kruis, van de Palestijnse Rode HalveMaan, die zijn omgekomen. Het onderzoek dat door Israël is gedaan, isniet openbaar gemaakt. Ook het Rode Kruis roept daarom op omonafhankelijk internationaal onderzoek te doen. Ik denk dus dat we daarook wel realistisch in moeten zijn. We kunnen Israël of een ander landonderzoek laten doen, maar wat is zo’n onderzoek waard als dat nietopenbaar wordt gemaakt? Laten we daar dus ook vooral realistisch in zijn.Minister Sjoerdsma:Ik heb mevrouw Van Ark hier goed gehoord. Ik kom ook nog terug op devragen die zien op het specifieke onderzoek naar de verschrikkelijkeaanval op hulpverleners in Gaza. Op dit punt – ik hoop dat u dat net ookmocht horen in mijn antwoord – proef ik de frustraties van de Kamer bijdit soort onderzoeken. Ik heb ook de aansporing gehoord om hetinternationaal te doen waar het kan en nodig is. Dat zal ik ook doen. Datzal ik absoluut doen.Mevrouw Dobbe (SP):Ik wilde toch even doorvragen op wat de Minister nu precies bedoelt. Wehebben inderdaad ook dat rapport van de AIV en de CAVV gezien. Er zijnverschillende dingen die we kunnen doen om geweld tegen hulpverlenerste voorkomen, maar het is ook belangrijk dat we altijd vragen omonafhankelijk onderzoek. Het gaat een tijd duren als de Minister devolgorde wil aflopen waarbij eerst Libanon en Israël hier onderzoek naargaan doen. We kennen de ervaringen met dit onderzoek. Dat hebben zeook gedaan naar wat mevrouw Van Ark net noemde. De Minister zegt ook:wij steunen ook andere organisaties die onderzoek doen; die zijn ook inhet land aanwezig. Maar doen die andere organisaties die onafhankelijkonderzoek doen en die al aanwezig zijn in het land, nu ook onderzoekhiernaar? Verzamelen zij bewijs? Zijn zij daar nu mee bezig? Want als zijeen jaar moeten wachten, is al het bewijs weg.Minister Sjoerdsma:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22235 Deze vraag snap ik ook heel goed. Het is ook een belangrijke vraag. InLibanon is bijvoorbeeld de Hoge Commissaris voor de Mensenrechtenvan de VN. Die was al aanwezig in het land. Die monitort de situatie, maarricht zich onder andere ook op het rapporteren over mensenrechtenschen-dingen die nu plaatsvinden in het conflict. Het antwoord daarop is dus ja.De voorzitter:Wilt u een tweede interruptie plaatsen, mevrouw Dobbe? Nee? Goed. Ikdenk dat u verder kunt met de AIV, Minister.Minister Sjoerdsma:Dank. Ik heb iets gezegd over de AIV. Staat u mij toe om daar nog eenpaar dingen over te zeggen voordat ik de vragen beantwoord. Ik heb algezegd dat ik dit een ontzettend belangrijk rapport vind, omdat –meerdere van uw leden hebben daar ook over gesproken – in het rapportwordt gesproken over «normerosie». Dat is een wat vaag begrip. Als jedat zo leest, klinkt het nog best huiselijk, maar in de werkelijkheid gaat heterover dat er eigenlijk een gerichte aanval plaatsvindt op hulpverlenerswereldwijd en dat straffeloosheid de norm dreigt te worden, en dat isprecies de verkeerde soort norm. Ik wil dus toch nog een keerbenadrukken dat het kabinet vierkant achter deze hulpverleners en voorhet internationale recht staat. Wij zijn bereid de instrumenten te gebruikendie we tot onze beschikking hebben om dit te versterken.Dan een paar dingen die we gaan doen, die ook uit het rapport naar vorenkomen. We willen natuurlijk organisaties versterken die zorg dragen voorde bewijsvoering, maar we willen er ook voor zorgen dat mensen diedaadwerkelijk iets op hun kerfstok hebben hun gerechtvaardigde straf nietvolledig ontlopen als er van nationale rechters weinig te verwachten valt.Vanuit dat opzicht willen we ook echt kijken naar gerichte persoonsge-richte sancties. We gebruiken natuurlijk de Mensenrechtenraad omaandacht te blijven vestigen op het geweld tegen hulpverleners. Weblijven investeren in de mensenrechtenpijler van de VN, maar westimuleren ook dat meer landen zich aansluiten bij het Verdrag vanLjubljana-Den Haag, om ook te werken aan het opsporen en vervolgenvan deze mensen.Dit gaat over de oorzaken. We hebben ook te maken met de gevolgen.Zolang de oorzaken niet zijn weggenomen, moeten we ook kijken naar degevolgen. Op praktisch niveau kijken we naar humanitaire diplomatie. Wezullen daar veel voor proberen te doen, zeg ik tegen uw Kamer, maar wekunnen niet alles, altijd, overal en publiek doen. We zullen dus een beetjemoeten kiezen wat op welk moment handig is, om er ook voor te zorgendat we niet onverhoeds humanitaire toegang blokkeren door onzeuitspraken. Wij zullen de komende tijd in ieder geval zeer nadrukkelijkkijken naar het openen van grenzen, het verkrijgen van visa, veiligehulpcorridors, flexibelere financiering, ondersteuning van veiligheidsvoor-zieningen, risicodeling en mentale en psychosociale steun. Ik denk dat ikhet daar even bij laat, ook gelet op de tijd, om ervoor te zorgen dat ik aldie vragen kan beantwoorden.Dan kom ik bij uw vragen. Mevrouw Van Ark van het CDA vroeg hoe wijervoor zorgen dat de bescherming van hulpverleners niet alleen eendiplomatiek thema blijft, maar ook zichtbaar terugkomt in de financiering,risicodeling en steun aan de lokale partners. Ik denk dat veiligheidtegenwoordig, en dat is een treurige constatering, geen sluitstuk meer kanzijn op de begroting van humanitaire hulporganisaties. Investeringen inbijvoorbeeld scherfvesten en verzekeringen zijn geen overhead, geenindirecte kosten; die zijn gewoon randvoorwaardelijk geworden voor dehulpverlening. Wij blijven dus investeren en gaan meer investeren in dieinformatievoorziening en veiligheidstrainingen. We gaan ook bijdragenaan het EU Protect Aid Workers-programma, dat voorziet in financiële enjuridische ondersteuning voor hulpverleners of, in heel treurige gevallen,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22236 in de ondersteuning van hun nabestaanden als ze slachtoffer zijngeworden van geweld.De heer Ceder, maar ook anderen, vroegen: in hoeverre is de Ministerbereid zich in te zetten voor het onderzoek naar de dood van vijftienhulpverleners in Gaza? Mevrouw Van Ark vroeg daar net ook naar. Laat ikallereerst toch nog een keer zeggen: wat een verschrikkelijk moment wasdat. Dat was een ongelofelijk dieptepunt. Er moet – zo heb ik uw Kamerook gehoord – altijd gedegen, transparant en onafhankelijk onderzoekplaatsvinden naar misdrijven, zeker ook naar deze aanval. Tijdens eerderedebatten is er ook verwezen naar het nationale Israëlische onderzoek. Delaatste informatie zegt mij dat dat onderzoek nu bij de militaire aanklagerligt voor de opvolging. Het blijft dus belangrijk dat ook lopende onder-zoeken via internationale mechanismen, waaronder onderzoek van hetStrafhof en van de Commission of Inquiry, door blijven gaan en dat weerop blijven aandringen dat dat Israëlische onderzoek, maar ook deinternationale onderzoeken, gevolgen hebben voor diegenen die hierbijbetrokken zijn geweest.DENK vroeg of we van mening zijn dat er naar aanleiding van gepleegdemisdaden sancties moeten volgen. Dat is een zeer terechte vraag, ook alsik kijk naar de aanbeveling van de AIV en de CAVV. Zij zeggen dat je ereigenlijk een thematisch sanctieregime op los moet laten. Wij omarmendie aanbeveling. Wij zien EU-sancties op dit terrein als een heel belangrijkinstrument om ernstige en wijdverbreide schendingen aan de kaak testellen. We zien het ook als maatregelen gericht op gedragsverandering.Die zijn het meest effectief wanneer ze onderdeel zijn van een bredediplomatieke strategie. In samenspraak met andere EU-partners kijken wedaar natuurlijk naar.De heer Stöteler van de PVV vroeg hoe het kabinet rechtvaardigt dat hetstelt dat de uitspraken van het Gerechtshof niet juridisch bindend zijn,maar tegelijkertijd wel aangeeft dat die moeten worden opgevolgd. Hetklopt dat de adviezen van het Internationaal Gerechtshof als zodanig nietjuridisch bindend zijn, maar ze zijn wel een heel gezaghebbende uiteen-zetting van het toepasselijk internationaal recht. Het InternationaalGerechtshof is het voornaamste gerechtelijk orgaan van de VN.De heer Ceder, mevrouw Dobbe en mevrouw Van Ark vroegen mij ... Ik ziehier een hele rij aan vragen staan, dus ik hoop niet dat ik iemand van u nutekort ga doen, maar ik vat die samen als: wilt u zich inzetten conform delijn van het advies van de AIV en de CAVV en welke concrete aanvullendestappen zijn we bereid te nemen? In algemene zin – ik heb dat ook gezegd– omarm ik dat advies, net zoals ik overigens in algemene zin vind dat erontzettend belangrijke adviezen komen van deze instituten. Die moetenwe heel serieus nemen. Het kan best zijn dat we het niet met alles eenszijn, maar de kracht van dit soort instituten in onze democratie is juist dater ook iets komt van buiten, andere gedachten dan die alleen maar in hetministerie zelf leven.In grote lijnen. We spreken ons uit over schendingen. We sprekenstrijdende partijen daarop aan. Dat doen we soms bilateraal. Dat doen wesoms voor de schermen, soms achter de schermen en soms in brederverband. Dat hangt altijd af – dat blijf ik toch benadrukken – van wateffectief is. Wat effectief is, verschilt weer van situatie tot situatie. Dat zalmisschien frustrerend zijn voor sommigen van u. Daar kan ik me ook goedin inleven; ik heb ook aan uw kant van de Kamer gezeten. Maar soms isiets stiller iets beter en iets effectiever. Maar soms kan dat niet. Somsmoet ook heel helder zijn waar er een streep moet worden getrokken. Danreken ik er ook op dat u ons bij de les houdt als wij dat als kabinet nietautomatisch doen.Datzelfde geldt een beetje voor de vraag die mevrouw Dobbe ook stelde.Zij vroeg waarom we het advies niet opvolgen om strijdende partijenconsequent aan het humanitair oorlogsrecht te houden. Dat proberen wezo consequent als mogelijk te doen; dat zeg ik er maar meteen bij, eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22237 beetje langs de lijn van net. Dat blijft ook niet bij woorden: het onder-zoeken van deze misdaden, of dat nu nationaal is of bijvoorbeeld via hetInternationaal Strafhof, en het versterken van de onderzoekscapaciteit met6 miljoen euro is echt cruciaal, want als daar de bewijzen zijn, kanvervolging volgen. Dat is uiteindelijk wat we willen. Ja, normerosie ga jetegen door je uit te spreken, maar de allerbelangrijkste maatregel die jekan nemen tegen normerosie is deze mensen de consequentie latenvoelen van de daden die ze hebben begaan.Voorzitter. Dan ben ik aan het eind van dit blok gekomen.De voorzitter:Dank u wel. We hebben in ieder geval een interruptie van de heer VanBaarle. Gaat uw gang.De heer Van Baarle (DENK):Ik zou de Minister een vraag willen stellen over zijn antwoord op de vraagover sancties tegen Israël. Mijn motie is aangenomen om de regering tevragen om internationaal in Europees verband draagvlak te organiserenvoor het opschorten van het associatieakkoord met Israël. Er is ook eenmogelijkheid dat deze Minister nationale maatregelen neemt op hetmoment dat de Europese maatregelen er niet komen. Dat betreft ookmeer dan er nu in de koker zitten en waar we al heel erg lang op moetenwachten. Hoe gaat de Minister nou het treffen van sancties aanjagenvanuit zijn rol, Europees, maar ook nationaal?Minister Sjoerdsma:Ik snap de frustratie van de heer Van Baarle over de nationale maatre-gelen. De Kamer vraagt al enige tijd om sommige daarvan. Tegelijkertijdwordt er echt keihard gewerkt om de wetgeving die ziet op productenvanuit nederzettingen zo snel mogelijk af te krijgen, om maar eens eenvoorbeeld te noemen van nationale maatregelen. Dat zeg ik hier met volvertrouwen.Tegelijkertijd zitten er ook wat haken en ogen aan. Ik denk dat hetsymbolisch ongelofelijk belangrijk is om te doen. Tegelijkertijd wil je ookvoorkomen dat het louter symbolisch is en dat het niet handhaafbaar is. Ikhoor de heer Van Baarle hier dus heel goed. Die nationale maatregelenstaan, ook het tot persona non grata verklaren van enkele Israëlischeofficials. Europees ligt de situatie ... Er zijn meerdere moties aangenomen.Ik noem in dit verband ook de motie-Piri. Uit mijn hoofd ziet die op artikel2 van datzelfde associatieverdrag. Daar doen we ons best voor. Tegelij-kertijd is het ook zo dat dit soort dingen in Europees verband viaconsensus gebeuren. Dat lukt niet altijd. De heer Van Baarle weet dat ookheel goed. Dat is soms frustrerend, want daardoor duren zaken langer danje zou willen. Soms beknot dat onze slagkracht. Dat is ook een van deredenen waarom wij in het buitenlandbeleid graag zouden zien dat hetveto eraf gaat, maar zover zijn we helaas nog niet.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik heb een punt van orde. Volgens mij moeten we over een halfuurstoppen. Ik heb begrepen dat we geen uitloop hebben. Er zijn meerdereblokjes en elk antwoord is even belangrijk. Ik wil het verzoek doen om hetpunt over UNRWA, waar het tijdens het debat over is gegaan, nu naarvoren te halen, om te voorkomen dat we daar niet aan toekomen en erpas volgende week het debat over kunnen voeren. Ik denk ook dat deantwoorden hier misschien nieuwe vragen oproepen of dat we er in iedergeval berusting in vinden. Dan kunnen we daar in ieder geval opvoorsorteren voor het debat van volgende week. Dat is dus even eenordeverzoek. Ik denk namelijk niet dat we het gaan redden.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22238 Er zijn geen interrupties meer op het eerste blokje. Dan kijk ik even rondom te zien wie van de commissie het niet eens is met het voorstel van deheer Ceder.Mevrouw Dobbe (SP):Ik kan het steunen, als we een extra interruptie krijgen.De heer Ceder (ChristenUnie):Dat kan ik steunen.De voorzitter:Eerst krijgt de Minister het woord.Minister Sjoerdsma:Ik weet dat het heel ongebruikelijk is om een ordevoorstel te doen vanuitdeze kant van de zaal. Maar als de Kamer het wil, ben ik best bereid omhier een uur langer te zitten. Dat doe ik graag.De voorzitter:Dat hadden we inmiddels begrepen, maar het past niet in de Kamerfacili-teiten. Dat kent u als oud-Kamerlid uiteraard ook. We hebben de poging alondernomen. Wat betreft het voorstel van mevrouw Dobbe: als wevolgende week toch twee uur erbij hebben, denk ik dat het wel kan. Danheeft iedereen nu vier interrupties in totaal. Dan gaan we volgende weekdoor. Ik weet niet welke voorzitter ik er daarmee in luis, maar laten we hetop die manier doen.Minister, de commissie heeft gesproken. Dus als u eerst blokje drie zouwillen pakken, heel graag.Minister Sjoerdsma:Dan misschien eerst een paar algemene opmerkingen en daarna devragen die gesteld zijn. Ik zal dat proberen te doen binnen de door ugestelde tijd.Allereerst de situatie op de grond. Daar is de situatie echt catastrofaal.Ondanks het staakt-het-vuren vallen er nog dagelijks slachtoffers. Debevolking leeft er echt onder ontzettend moeilijke omstandigheden. Detoegang voor humanitaire hulp en basisdienstverlening is – hier staat«ondermaats» – ver beneden nul. Het kabinet benadrukt hier voortdurenden consequent het belang van veilige, ongehinderde en onvoorwaarde-lijke humanitaire toegang. Het kabinet staat ook volledig achter deorganisaties die daar werken en achter het werk dat zij leveren. Wij roepenIsraël op om belemmeringen voor deze hulporganisaties weg te nemen.We hebben sinds de Gazacrisis meer dan 94 miljoen euro aan humanitairehulp gegeven. Er zijn ook echt stappen gezet om druk op Israël op tebouwen, van het ontbieden van de Israëlische ambassadeur tot dediscussie die we net over het associatieverdrag hadden.Dan uw vragen over UNRWA. Allereerst toch even iets over de reden voordie steun. Het volgende geldt overigens niet alleen in de context vanGaza, maar het geldt heel breed in de regio, namelijk ook voor Jordanië,Libanon en de Westelijke Jordaanoever. Zonder UNRWA is adequatesteun voor Palestijnen die in nood zijn niet mogelijk. Ik zeg het even heelplat: het is simpelweg niet mogelijk; het zit er niet in.Ten tweede hebben velen van u gevraagd – laat ik het als één blokjenemen – waarom de Minister nu een brief heeft gestuurd. Ik denk dat dekern van het antwoord daarop «transparantie» is. Ik ga u ook evenmeenemen in een aantal dilemma’s. Ik weet namelijk niet of er, welkeroute ik ook had gekozen, een route was geweest die wel op goedkeuringhad kunnen rekenen. Maar ik neem u graag mee in die dilemma’s.Eén dilemma is dat dat coalitieakkoord staat; dat kan, denk ik, voorniemand als een verrassing komen, wordt door niemand betwijfeld enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22239 staat voor iedereen als een paal boven water. Steun aan UNRWA staatdaarin vermeld. Ik merkte naar aanleiding van de stemmingen van vorigeweek dat er onduidelijkheid dreigde te ontstaan over dat coalitieakkoord,dat wat mij betreft heel helder is, maar er was ook onduidelijkheid bijhumanitaire hulporganisaties over wat nu precies het plan was.Twee. Wetende dat hier op deze dag een noodhulpdebat zou plaatsvinden,had ik eigenlijk twee opties, ook wetende dat hier dan weer vragenzouden worden gesteld, zoals «staat het kabinetsvoornemen nog?» en«staat het coalitieakkoord nog?» Optie één is geen brieven sturen en nu indit debat vertellen wat het voornemen van dit kabinet is, namelijk wat uook in de brief hebt kunnen lezen. Mijn eigen gevoel daarbij was –misschien heb ik dat verkeerd ingeschat – dat het delen van een dergelijkeverrassing niet tot veel genoegen zou kunnen leiden. Ik heb dus gedacht:er moeten in ieder geval helderheid en transparantie zijn, wij moeteneerder communiceren dan dit debat en wij moeten een brief naar uwKamer sturen om te laten zien hoe we hierover nadenken, maar ook – datis toch ook van groot belang – om te laten zien hoe die balans was. Als ikeen betere route had kunnen bedenken, had ik het gedaan. Het voeldevoor mij een beetje als «damned if you send a letter; damned if you don’tsend a letter». Laat ik het maar zo zeggen. Ik snap de frustraties daarovervanuit uw Kamer.Het tweede wat ik daarover zou willen zeggen, is dat ik in deze brievenheb geprobeerd zo goed als mogelijk aan iedereen in deze Kamer recht tedoen. Ik weet dat het, zeker als het gaat om Gaza, lastig is om dat vooriedereen van links helemaal tot rechts te doen. Ik sluit niet uit dat ik daarniet geheel succesvol in ben geweest, als ik uw Kamer zo beluister, maarik heb dat wel geprobeerd te doen. Ik neem u mee in die afwegingen. Eén.Dat is wat ik u net genoemd heb: de situatie in Gaza is echt zodanig dathet evident is dat daar hulp via UNRWA moet plaatsvinden. Twee. In hetcoalitieakkoord ligt een balans verscholen die door de coalitiepartijen,denk ik, van groot belang wordt geacht. Die balans is: aan de ene kant debijdrage aan UNRWA herstellen, maar aan de andere kant staat er ookdiversificatie. Even voor de duidelijkheid: die twee dingen gaan wel handin hand. Dat zijn niet twee losstaande zinnetjes; dat zijn dingen diegezamenlijk moeten gebeuren. Drie. De heer Stoffer heeft het gehad overhet amendement-Stoffer/Eerdmans. Ook daar heb ik mij toe te verhoudenen de heer Stoffer heeft natuurlijk gelijk, in die zin dat ik slechts de helftvan dat amendement uitvoer, namelijk die diversificatie, maar hetafbouwelement van het amendement van de heer Stoffer verhoudt zichweer niet tot het voornemen in het coalitieakkoord. Ook daarbij heb ik duseen beetje moeten schipperen.Maar het belangrijkste in de procedure – die opmerking heb ik namelijkook gehoord – is dat wij hebben geprobeerd een procedure te kiezen dieook recht doet aan de budgetpositie van uw Kamer. Ik weet heel goed datwat in deze brief staat een voornemen is dat straks wel of niet eenmeerderheid gaat krijgen bij de behandeling van de tweede suppletoirebegroting in het najaar. We zullen daar misschien nog wel vaker overspreken, maar dat is het moment waarop uw Kamer ja of nee kan zeggen.Sommigen van u zijn heel helder en zeggen «absoluut niet», maar ik zieook heel veel partijen – dat zijn partijen die ook onder de motie vanvolgens mij mevrouw Kröger stonden – die zeggen «ja, dat doen we wel».Hoe die stemming uitpakt, ligt in uw handen, maar als ik kijk naar destemming over die motie, denk ik dat er daarbij steun is voor hetvoornemen dat ik nu heb gemeld.Dat in algemene zin. Ik kan ook nog alle individuele vragen afgaan, maarwellicht heeft u zelf eerst vragen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22240 Ik dacht dat ik de heer Ceder als eerste zag en de heer Van Baarle alstweede. We gaan het even opschrijven. Mevrouw Lammers, de heerStöteler, meneer Hoogeveen en mevrouw Dobbe.Mevrouw Dobbe (SP):De Minister stelt nu voor om eerst nog een keer een vragenrondje te doenen dan te komen tot de individuele vragen, maar volgens mij is andersomwel handiger.Minister Sjoerdsma:Ik kan het ook andersom doen.De voorzitter:Ik kijk even rond. De heer Ceder? Ja. Minister, dan doen we eerst deantwoorden.Minister Sjoerdsma:Dat is prima. Het ligt in uw handen. Ik zag de heer Ceder en dacht hemdaarin te bewilligen, maar misschien moet ik dat gewoon echt aan devoorzitter laten. Allereest de vragen van mevrouw Dobbe, de heerHoogeveen en de heer Van Baarle. Die vragen zien een beetje op tweezaken. De ene kant vraagt mij: bent u bereid om de financiering niet pas inhet najaar, maar per direct te regelen? De andere kant vraagt mij: waaromheeft u het voornemen tot financiering van UNRWA al gepresenteerdterwijl er hierover nog geen besluitvorming in de Kamer heeft plaatsge-vonden? Ik hoop dat ik die net ook een beetje heb kunnen beantwoorden.De Voorjaarsnota is naar uw Kamer gestuurd, dus ik zal dit budgettairevoornemen in het najaar verwerken in de suppletoire begroting. Dat isoverigens eerder dan de Najaarsnota, zeg ik nog maar eventjes terverduidelijking. Ik denk dat het van belang is – de heer Stoffer weesdaarop, zag ik in de media – dat dit besluit in gesprek met uw Kamer en nastemming in uw Kamer wordt vertaald. Daarvoor is mijns inziens desuppletoire begroting in september het juiste moment. Nogmaals, ditdebat stond gepland op woensdag. Ik wist – dat was evident – dat ik in ditdebat vragen kon verwachten over of dat voornemen uit het coalitieak-koord nog stond. Ik heb u niet willen verrassen en ik heb duidelijk willenmaken dat dat voornemen inderdaad staat.De heer Lammers vroeg ...De voorzitter:Mevrouw Lammers.Minister Sjoerdsma:Excuus. Sorry, ik kijk te veel naar mijn blaadje en te weinig naar de zaal.Mevrouw Lammers, excuus. Mevrouw Lammers vroeg: waarom eigenlijkUNRWA? Laat ik daar gewoon heel kort over zijn. Als er op grote schaalmensen in zeer grote nood zijn – het maakt wat het Nederlandse kabinetbetreft dan eigenlijk niet uit om wie het gaat – moet er geholpen wordenlangs een aantal principes. Dat geldt ook voor Palestijnse mensen in nood.Als er geen echt alternatief is voor UNRWA, als alle basisvoorzieningen enal het werk van alle humanitaire organisaties in de regio afhankelijk zijnvan deze organisatie, dan wil ik daar ook niet omheen draaien en dandenk ik niet dat we daar politiek van moeten maken, zeg ik in alleeerlijkheid. Het is gewoon te belangrijk. In deze begroting staat 11 miljoeneuro aan steun. Dat is ook evident. Dat stond er al in. Dat staat erin. Datblijft erin staan. Over die tweede 8 miljoen kan eenieder van u, elke partij,zich uitspreken bij een volgende behandeling. Daarvoor zal ik uiteraardsteun blijven zoeken, maar ik proef ook bij een groot deel van uw Kamersteun daarvoor.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22241 Mevrouw Dobbe en de heer Van Baarle vroegen of het eerder kan. Ik hebdaar net iets over gezegd. Wij hebben al 11 miljoen euro overgemaaktnaar UNRWA. Wij zijn een van de eerste landen geweest die dat hebbengedaan. Zodra de behandeling van de tweede suppletoire begroting isgeweest en als er inderdaad een meerderheid voor is in de TweedeKamer, dan zal die steun worden overgemaakt.De heer Hoogeveen vroeg naar de diversificatie en of het klopt dat deNederlandse regering gesprekken voert via onder andere UNICEF, als ikhet me goed herinner. Dat klopt. Nederland maakt zich mede opvoordracht, amendement, wens, van uw Kamer sterk voor de diversificatievan humanitaire hulp. Het gaat hier inderdaad ook om UNICEF. Het gaatook om het Rode Kruis, het Internationale Rode Kruis en het WFP. Wijsteunen UNICEF via een kernbijdrage, een flexibele bijdrage aan hethumanitair fonds. Maar tegelijkertijd – ik zeg het ook hier – is de anderekant van de medaille: we kunnen werken aan die diversificatie – dat doenwe ook, omdat we dat ook echt belangrijk vinden; daartoe hoeven we,denk ik, niet aangespoord te worden – maar het kan UNRWA nietvervangen.De heer Stöteler zei met zoveel woorden: hoeveel meer heeft dit kabinetnog nodig om te zien dat UNRWA en Hamas met elkaar verbonden zijn?Laat ik daar een paar dingen over zeggen. Die heb ik ook in mijn briefwillen noemen, omdat het van groot belang is. Allereerst wil ik zeggen dathet kabinet er groot belang aan hecht dat Nederlandse publieke middelenonder geen enkel beding direct of indirect terroristische groeperingenzoals Hamas steunen. Als daar sprake van zou zijn, dan heeft dat altijdconsequenties. Het tweede is dat internationale onafhankelijke onder-zoeken, in weerwil van wat er net werd gezegd, aantonen dat er onvol-doende bewijs wordt geleverd voor de banden tussen UNRWA en Hamas.Desalniettemin, ondanks dat gebrek aan bewijs – ik hecht er toch aan omdat hier te benadrukken – heeft UNRWA de nodige stappen gezet,waaronder het ontslag van een tiental medewerkers. Uit het onafhanke-lijke onderzoek waarnaar wordt verwezen, blijkt dat UNRWA echt sterkesystemen heeft rondom neutraliteit en integriteit. Daarnaast heeft UNRWAtoegezegd alle aanbevelingen uit het Colonnarapport te implementeren.Daar zien wij ook actief op toe.Mevrouw Lammers vroeg of ik kan toezeggen dat alle steun aan UNRWAwordt stopgezet. In de begroting zoals die nu aangenomen is – overigensdank ik ook de PVV voor de steun – zit steun aan UNRWA. O, mevrouwLammers is van de Groep Markuszower. Ik moet nog even wennen aan denieuwe samenstelling! Nogmaals, ook hiervoor geldt dat deze steun in debegroting is goedgekeurd. De additionele steun zoals ik die heb aange-kondigd, komt later dit jaar bij u terug.De heer Ceder vraagt waarom ik er niet voor kies om meer middelen uit tetrekken voor ontwikkelingssamenwerking in het algemeen in plaats vanspecifiek voor UNRWA. Ik was in alle eerlijkheid even op zoek naar hetdoel van de vraag. Per de Voorjaarsnota komt er voor de OS-begrotingvoor dit jaar nog 107 miljoen beschikbaar vanuit het verdeelartikel. Dat iseen soort eigen spaarpotje. Zo moet ik het maar noemen. Dat gaat vooreen heel groot deel naar humanitaire hulp, is het plan. In dat opzicht doenwe dus eigenlijk en-en, als ik de vraag van de heer Ceder zo maginterpreteren.Voorzitter, dat waren alle direct aan mij gestelde vragen.De voorzitter:Goed. We gaan kijken hoeveel interrupties we tussen nu en 13.00 uur nogrond krijgen. We beginnen met de heer Ceder.De heer Ceder (ChristenUnie):Even een paar dingen. De totale begroting van UNRWA in 2025 was meerdan 500 miljoen dollar. Dat is een conservatieve schatting. Volgens mij isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22242 het meer dan 800 miljoen. De Minister zoekt steun voor de begroting oprechts. Vervolgens zegt hij binnen een paar dagen dat hij de afspraken uitnoodzaak schendt voor 19 miljoen – dat is iets meer dan 2% – omdat«UNRWA zo belangrijk is». Die redenatie volg ik niet. Die 19 miljoen meerof minder ... Het is belangrijk. Wij hebben ook gezegd: zorg voor diversifi-catie, zodat het geld in ieder geval terechtkomt in Gaza. Maar diegevolgtrekking klopt niet. Wat ook niet klopt, is dat de Minister zegt eendilemma te hebben. Hij zou bij dit debat namelijk een aantal vragenkrijgen en wist niet wat hij moest doen. Dat dilemma is er niet. Er is eenbegroting vastgesteld. Die heeft de Minister uit te voeren. De Ministerdient de steun te behouden. Als hij dat niet kan, dan moet de Minister zichafvragen of hij de juiste persoon is om de begroting verder door de Kamerheen te willen loodsen. Vervolgens zegt hij dat dit een van de enige optieswas. Die gevolgtrekking volg ik niet. Ik zou de Minister dus graag willenvragen of het klopt dat 19 miljoen een fractie is van wat UNRWA in totaalnodig heeft en dat het daarmee dus niet valt of staat. Ten tweede wil ikvragen of de Minister erkent dat als je een afspraak maakt met deoppositie, het argument dat het coalitieakkoord daarna alsnog leidend is,de facto maakt dat er geen afspraken te maken zijn.Minister Sjoerdsma:Dank voor deze vragen. Misschien allereerst de vraag of deze bijdrage eenfractie is en dus verwaarloosbaar is. Aan uw opstelling in de Kamer merkik dat dat niet zo is, dat het niet zo wordt gezien. Maar het volgende ismisschien nog belangrijker. Ik heb de baas van UNRWA, de heer Lazzarini,niet zo lang geleden gesproken. Hij neemt afscheid van de organisatie,omdat hij aan het eind van zijn termijn zit. Laat ik de heer Ceder, maar ookde rest van de Kamer zeggen hoe ontzettend de Nederlandse bijdrage van11 miljoen, evenals de voorgenomen extra bijdrage van 8 miljoen, op prijswordt gesteld. Die wordt als essentieel gezien. Wat de heer Ceder zegt,klopt: het zal op zichzelf niet het gat vullen dat UNRWA zich voorge-schoteld gekregen ziet. Maar de heer Ceder weet ook, misschien wel beterdan ik, dat de noden daar zo groot zijn dat deze middelen echt essentieelzijn. De hoop bij UNRWA is ook dat als Nederland bereid is om dit te doen,ook andere Europese lidstaten bereid zijn om dat vervolgens te volgen.Twee. U hebt het over een afspraak, meneer Ceder. In alle eerlijkheid, mijnafspraak is dat ik het coalitieakkoord uitvoer. Ik weet dus niet zo goed overwelke afspraak u het heeft; dat moet u mij misschien vertellen. Ik voer hetcoalitieakkoord uit zoals het er ligt. U zegt dat dit geen dilemma is, maar ikzeg nogmaals dat dit toch wel een dilemma is. Dat zeg ik in alleeerlijkheid. Er lagen al Kamervragen en vragen van humanitaire hulporga-nisaties. Die wilden van mij weten: staat dat of staat dat niet? Ja, dat staat.Ik heb dat willen doen op een manier die u niet zou verrassen, zodat udaar voor het debat kennis van kon nemen. Op die manier kunnen wijdaar in het debat met elkaar over praten en kunt u daar ook overstemmen. Ik respecteer het budgetrecht volkomen. In de huidigebegroting, die waar u over heeft gestemd, zit deze verhoging niet.De voorzitter:Leidt dat tot een vervolgvraag van de heer Ceder, of gaan we door?De heer Ceder (ChristenUnie):Allereerst zei ik niet dat het bedrag verwaarloosbaar is. 19 miljoen is heelveel geld. Ik gaf aan dat de redenatie niet klopt dat dit bedrag bepaalt ofUNRWA valt of staat. Ik ben blij dat de Minister dat later ook aangaf. Ikmaak die koppeling omdat ik me afvraag of dit, gelet op het feit datUNRWA niet hiermee niet valt of staat, het waard is om de afspraken diemet de oppositie zijn gemaakt, te schenden.(De telefoon van mevrouw Kröger speelt een geluidsfragment af.)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22243 (Hilariteit)De heer Ceder (ChristenUnie):«Maar dit is van twee walletjes eten», hoor ik mevrouw Kröger in ditfragment zeggen.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dat is precies wat het is!De heer Ceder (ChristenUnie):Ik hoef zelf niets meer te zeggen, voorzitter!De voorzitter:Mevrouw Kröger gaf de samenvatting! Ze zegt nu dat ze de telefoon erbijgaat houden, maar als het nog een keer gebeurt, neem ik de telefoon in,hoor. Dat weet u!Goed, meneer Ceder, gaat u verder.De heer Ceder (ChristenUnie):Ik ben een beetje van mijn à propos, maar ik ben blij met de steunbe-tuiging!Waarom ik dit vraag is omdat ik mij dit serieus afvraag, ook gelet opeenheid van kabinetsbeleid. Als de Minister zegt dat hij gehouden is aanhet coalitieakkoord en niet aan afspraken met de oppositie, omdat hij dieniet zou hebben – ik zag de heer Hoogeveen al een beetje vreemdopkijken, maar goed – dan betekent dit dat het kabinet-Jetten de factoklaar is. Want het coalitieakkoord hééft geen meerderheid. U zult dusafspraken met de oppositie moeten maken. U moet zich daar vervolgensaan committeren en die ook uitvoeren als u de komende vier jaar wiltvolhouden. Mijn vraag is als volgt. Als de Minister zegt dat hij debudgettaire kaders van het coalitieakkoord uitvoert, dan vraag ik me afhoe hij daarmee de komende jaren denkt te overleven, aangezien er geenmeerderheid voor het budgettair kader is.Minister Sjoerdsma:Twee dingen. Ten eerste neem ik de zorg van de heer Ceder mee. Tentweede is er op dit moment natuurlijk steun voor het budgettair kader. Eris ook steun voor de begroting. Wat wij zullen moeten doen – voor alleduidelijkheid: dat is ook wat ik heb geprobeerd te doen – is zoeken naarmeerderheden. Ook voor dit voornemen zal ik dus moeten zoeken naarmeerderheden. De heer Ceder presenteert dit als een voldongen feit – datsnap ik ook goed – maar het is een voornemen. Dit is wat het kabinet wildoen en wat in het coalitieakkoord staat. U heeft de gelegenheid om udaar ook in dit debat over uit te spreken. Als u het er niet mee eens bent ...Ik hoor u goed: u vindt het geen goed plan. Dat neem ik ook mee.Tegelijkertijd is het zo dat u de gelegenheid krijgt om daarover testemmen. Dan ben ik afhankelijk van meerderheden; daar heeft uhelemaal gelijk in. We zullen moeten zien waar die meerderheden inseptember liggen. Maar op dit punt heb ik, als ik deze Kamer zo rondkijk,er vertrouwen in dat die steun er is.De voorzitter:Wilt u uw laatste vraag stellen, meneer Ceder?De heer Ceder (ChristenUnie):Ik had er vier volgens mij, voorzitter.De voorzitter:Dat klopt. Dit wordt de vierde. U had er al eentje gebruikt voor Libanon.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22244 De heer Ceder (ChristenUnie):Ik kijk even naar de klok. Ik ga «m toch gebruiken. Kunt u dan aangevenwat dit betekent voor de steun die oppositiepartijen geven aan debegroting? Als de Minister zich vrij voelt – dat is dus het geval – om kortdaarna, binnen een week zelfs, een andere koers in te zetten, watverwacht de Minister dan de komende tijd van de oppositie? Dit puntgeldt overigens ook voor alle andere Ministers van het kabinet-Jetten. Ikweet dan ook niet of ik wel zaken kan doen met de Minister van SZW:waar stem ik eigenlijk mee in als ik eerst instem met een begroting en ereen week later alsnog een keiharde bezuiniging op de AOW komt? Watverwacht de Minister dan van de oppositie? En wat was de verwachtingvan de Minister toen JA21 en de PVV instemden met de begroting?Minister Sjoerdsma:Misschien is het goed om ook hierbij het dilemma te delen. Ik heb dezebegroting geërfd van een vorig kabinet. Het debat over de begrotingsbe-handeling is gevoerd door mijn voorgangster. De amendementen en demoties zijn door mijn voorgangster van appreciaties voorzien. Wat heb ikgedaan? Ik heb bij eenieder van u waarmee het gelukt is contact op tenemen, mijn oor te luister gelegd naar de wensen, niet meer en nietminder dan dat. Vervolgens heeft u gestemd over de begroting enbesloten de begroting een meerderheid te geven. Ik heb uw partij, maarook GroenLinks-Partij van de Arbeid en andere partijen goed gehoord. Diestemverklaringen over hoe u denkt over deze begroting in algemene zinen over wat uw voorwaarden zijn voor steun, zijn helder gehoord. Datbetekent wat mij betreft dat dat gesprek niet voorbij is. Ik ben gisteren inde Eerste Kamer geweest, waar ik overigens ook steun proefde voor ditvoornemen met betrekking tot UNRWA, maar waar ook vanuit verschil-lende zijden helder werd neergelegd aan welke randvoorwaarden dezebegroting dient te voldoen voor steun. Ik heb me te verhouden tot derandvoorwaarden die door uw beide Kamers worden neergelegd. Derandvoorwaarden die er nu liggen, zijn helder. Voor de randvoorwaardenvan de Eerste Kamer zal ik in de handen zijn van de Eerste Kamer. Ookdaar zal ik weer uitgebreid koffiedrinken om ervoor te zorgen dat ikprecies weet hoe dat zit.De voorzitter:Goed. Dank u wel. Ik kijk naar de klok. Ik denk dat er nog net een inter-ruptie van de heer Van Baarle past. Wilt u dat meneer Van Baarle of wilt uhet tot volgende week donderdag laten rusten? Het is aan u.De heer Van Baarle (DENK):Dat wil ik wel.De voorzitter:Volgende week?De heer Van Baarle (DENK):Nee nu.De voorzitter:Gaat uw gang.De heer Hoogeveen (JA21):Ik zou graag een ordevoorstel willen doen als dat mag. Ik denk dat debeantwoording dan pas volgende week zou worden afgerond. Ik zou tochwel willen voorstellen om dan na de betreffende termijn meteen eentweeminutendebat in te plannen, dus eigenlijk direct na de tweedetermijn, want ik denk toch wel dat UNRWA de olifant in de Kamer is en datde Kamer zich daar op die manier meteen over kan uitspreken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22245 De voorzitter:Procedureel kan dat niet. We kunnen wel kijken of er ruimte zou zijn omop diezelfde donderdag met potlood een tweeminutendebat in te plannen.Dat zullen we meegeven, maar procedureel kan het niet. Overigens zou desituatie in die tweede termijn zijn dat mevrouw Lammers dat als eersteaanvraagt, want die zit op de eerste plek. Ik heb uw voorstel gehoord.Nogmaals, procedureel kan het niet, maar we vragen de Griffie om tebekijken of we volgende week donderdag in de loop van de dag eentweeminutendebat kunnen regelen onder voorwaarde dat dit commissie-debat ook vervolgd kan worden op die donderdag. Dat is wel het eerste.Ja?De heer Stöteler (PVV):Ik wil niet de heer Van Baarle dwarszitten, maar ik heb toch een punt vanorde. Kan de Minister de specifieke vragen voor die tijd schriftelijkbeantwoorden, zodat hij de blokjes en een algemene inleiding kan doenen we dan interrupties kunnen doen? Dat is misschien efficiënter.De voorzitter:Ik kijk naar de Minister om te zien of hij een aantal zaken al schriftelijk kanafhandelen op die termijn.Minister Sjoerdsma:De specifieke vragen die zien op UNRWA heb ik afgehandeld, maar ik kanuiteraard mijn best doen om de specifieke vragen die over andere blokjeszijn gesteld alvast schriftelijk te beantwoorden.De voorzitter:Laten we afspreken dat de antwoorden op de vragen bij de blokjes Sudanen overig schriftelijk naar ons toekomen. Op dit specifieke onderdeelUNRWA hebben we nu alleen interrupties staan, dus daar vervolgen wevolgende week donderdag mee, als het lukt om dat debat in te plannen.Daar moeten we dan in eerste instantie ons best voor doen.Mevrouw Maes (VVD):Mag ik één ding zeggen? Ik heb in mijn beleving geen antwoord op mijnvraag over UNRWA gekregen.De voorzitter:U kunt daar in een interruptie of in de tweede termijn op terugkomenuiteraard. Het spijt me toch, meneer Van Baarle, maar het is anderengelukt om u die vraag niet te laten stellen. Het is 13.00 uur. We gaanafronden. U bent de volgende keer wel de allereerste.Dank dat u hier vandaag was. Het voelt natuurlijk wat onbevredigend datwe nu zo afronden. Dat voelt u en dat voel ik ook, en ik denk dat demensen die meekijken en de pers dat ook voelen. Het is niet anders. Evenvoor het punt rond het tweeminutendebat: de griffier gaf aan dat het weleven bij de regeling van werkzaamheden moet worden aangevraagd, omte kijken of dat volgende week kan. Dat moet dan op dat moment, maarwe gaan proberen dat met potlood in te plannen. De griffier en ik nemendat even op en we gaan kijken of we daar ruimte voor kunnen creëren,zodat men weet dat dat eraan komt. De heer Ceder vraagt of iemand eenvooraankondiging moet doen, maar nee, dat kan niet volgende week.Informeel zullen de voorzitter – dat ben ik formeel natuurlijk niet – en degriffier dit bij de Griffie neerleggen, zodat die ruimte op de agenda erkomt. Formeel moet het dan aangevraagd worden op het moment dat wemet elkaar de tweede termijn hebben doorlopen.Dank u wel. Ik wens u allemaal een fijne dag.Sluiting 13.01 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 180, nr. 22246
Gerelateerde bronnen
- Humanitaire Hulp (voortzetting op 9 april 2026)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 1 april 2026, over Humanitaire Hulp
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.